Waarschuwingsschot

even na middernacht
kwamen ze twee
onvriendelijke mannen tegen

Elf en een half uur kijk en luister ik in de rechtszaal naar twee jongemannen die de keuze hebben gemaakt een crimineel leven te leven.
Ze zijn van Curaçao, ze zijn 22 en 27 jaar en al jaren hier.
De een heet Dennis, de ander Wouter.
Ze staan terecht omdat ze opgeteld en soms samen, zo’n 25 misdrijven zouden hebben gepleegd in Groningen en Assen.

Dennis heeft een strafblad dat nog niet heel omvangrijk is, maar volgens de rapporten is er bij hem sprake van een patroon van steeds gewelddadiger delicten.
Dennis glijdt af in de ene en klimt op in de andere wereld, kun je zeggen.
Het strafblad van Wouter is een boekwerk.
Ondanks dat hij nog maar 27 jaar is, heef hij al vele jaren in gevangenissen verprutst.
Over hem rapporteren deskundigen dat hij extreem zelfgenoegzaam is en tegelijkertijd achterdochtig en soms vijandig.

Wat blijft hangen na de lange strafzaak is het gemak waarmee de twee verdachten in dat criminele leven lijken te staan.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de Turkse maffia een prijs op het hoofd zet van een 22-jarige en dat die jarige dan een semi-automatisch vuurwapen aanschaft.
Om er waarschuwingsschoten mee te lossen, zegt hij.
Dat lijkt hem ook zo logisch als wat, want je laat je toch niet door de Turkse maffia neerknallen?

De man die moest worden gewaarschuwd verklaarde dat als hij zijn hoofd niet had weggedraaid, hij dood was geweest.
Nu is hij alleen maar doof aan het linkeroor, mogelijk voor altijd.
De vermeende maffia had na de schietpartij extra beveiliging aangevraagd bij de burgemeester van Groningen.

De misdrijven waar Dennis en Wouter zich voor moeten verantwoorden variëren.
Er zit een (elektrische) fietsendiefstal tussen, heling, bedreigingen, belediging (Wouter noemde een agent in burger een flikker), wapenbezit, mishandelingen, openlijk geweld, pogingen tot doodslag (aanvankelijk moord) en cocaïnehandel.

Wat ze kunnen ontkennen, ontkennen ze.
Als de vragen te lastig worden, wordt op advies van de advocaten een beroep gedaan op het zwijgrecht.

Het speelveld van de twee verdachten is volgens het Openbaar Ministerie het A-kwartier, de mooiste stadswijk in Groningen waar mensen wonen, waar middenstanders het hoofd boven water houden en waar – in het prostitutiegebied – de lokale overheid mensenhandel probeert tegen te gaan met een beleid van vergunningen.

Rechters tegen de twee verdachten: ‘Dus jullie zijn niet de drugsdealers van het A-kwartier?’
Dennis: ‘Nee, ik ga daar wel heen, maar dan voor de praatjes. Niet voor die drugsdingen.’
Dennis legt aan de rechters uit dat hij op straat vaak wordt aangehouden door de politie die hem voortdurend controleert.
Hij zou voldoen aan een signalement.
Dennis: ‘Maar rechters, er bestaan meer grote dikke zwarte negers. Ik ben niet de enigste.’ (Gronings voor enige).
Komt bij: ‘Ze vinden nooit wat, nooit drugs, nooit geld. Hoe dan dealer?’

Ook Wouter, die in het Groninger circuit De Lange zou worden genoemd, ontkent zowel zijn bijnaam als dat hij drugsdealer zou zijn.
Zegt: ‘Ik ben, ik was, een gebruiker. Ik gaf wel eens wat weg.’
Het Openbaar Ministerie heeft hem een tijdje in de gaten gehouden en vastgelegd dat hij in korte tijd 280 keer telefonisch contact had met Hendrik, 37 keer met Johanna, dat er 229 belcontacten zijn geweest met Guus.
Allemaal gebruikers.

Het onderzoek leverde een rekensom op waaruit zou moeten blijken dat Wouter opgeteld 5.700 bolletjes cocaïne aan 3.850 drugsgebruikers (veel dubbeltellingen) heeft verkocht wat hem bruto 57.500 euro heeft opgeleverd.
Nu de inkoop van cocaïne 34 euro per gram bedraagt, moet Wouter 18.480 euro winst hebben geboekt.
Klopt dat?
Hij laat het aan zijn advocaat over om duidelijk te maken dat het niet klopt.
De advocaat: ‘Het klopt nooit een keer.’

Aan het waarschuwingsschot van Dennis ging een steekpartij vooraf.
Dat was in mei vorig jaar.
Dennis en Wouter hingen en liepen hun dagelijkse rondjes door het A-kwartier.
Even na middernacht kwamen ze twee onvriendelijke mannen tegen.
Of andersom.
Er werd homo geroepen.
En ‘vieze Turk’.
Er volgde een handgemeen.
Er werden messen getrokken.
Er werden stekende bewegingen gemaakt.
Er werd afgeweerd.

Dennis en Wouter vertellen dat ze werden aangevallen.
Een van de twee mannen raakte gewond.
Een snee in de wang, een wond in de nek.
Wouter: ‘Ik heb wel geslagen. Die mannen zochten ruzie met mij. Ik had geen mes, wel een sleutelbos in de hand.’
De officier van justitie: ‘Niks sleutel, het was een mes.’
De advocaat noemt de steekverwondingen ‘beschadigingen van de huid’.

Het slachtoffer is eigenaar van een café in de rosse buurt waar Wouter niet meer mag komen.

Vijf dagen na het steekincident lijkt zich een situatie te herhalen, maar dan even na middernacht.
Weer komen ze die Turkse mannen tegen.
Dennis en Wouter zeggen dat ze weer zomaar werden aangevallen.
Dennis had al gehoord dat er – naar aanleiding van de steekpartij eerder – een prijs op zijn hoofd was gezet van 10.000 euro.
Tegen de rechters: ‘Ze hadden wapens, dat heb ik gezien. Als de Turkse maffia mij wil omleggen, dan verdedig ik mezelf. Toch? Daarom had ik dat wapen gekocht.’

Het schot dat hij afvuurde kan best vlakbij een hoofd zijn geweest, maar de kogel ging rechtsreeks de lucht in, verzekert Dennis.
‘Had ik hem willen neerschieten, dan had ik dat wel gedaan.’

Niet veel dagen na dit schot worden ze aangehouden, Wouter tijdens het boodschappen doen in de Albert Heijn.
Hij wist zijn wapen nog te verstoppen achter waren in een schap.
Zijn vriendin belde later Misdaad Anoniem om te vertellen dat er een vuurwapen in de supermarkt lag.
De burgemeester had toen al extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd voor het A-kwartier.

Dennis hoort drie jaar celstraf tegen zich eisen (jaar voorwaardelijk).
Hij rookt nog wel zijn wiet, ook nu in de gevangenis verblijft, maar niet meer voor dertig euro per dag.
Zegt tegen de rechters: ’Ik ben aan het dimmen.’
Komt hij vrij, dan wordt hij kok, of nog liever begint hij een eigen bedrijf in de ICT.

Wouter met zijn recidive hoort vier jaar celstraf eisen (waarvan ook een jaar voorwaardelijk). Daarna moet hij zich verplicht laten onderzoeken en behandelen.
Dat kan nog eens twee jaren duren.
Hij wil geen hulp.
Want voor wat?
Zijn enige probleem is dat de politie een hekel aan hem heeft.
En dat kan hij zelf wel oplossen.

Rob Zijlstra

update – uitspraken – 2 juli 2015
Wouter is veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Zonder voorwaardelijk deel. Dat laatste heeft ook met zijn houding te maken. Wie niets wil, krijgt ook niets cadeau, redeneert de rechtbank. Dennis komt wat dit betreft iets beter uit de strijd: 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Verreweg de meeste zaken waar het duo zich voor moest verantwoorden, vindt de rechtbank bewezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s