Moeders van de misdaad

Samen kwamen ze donderdagochtend het Groninger gerechtsgebouw binnen lopen.
Bij de hoofdingang werden ze te woord gestaan door de portier, gefouilleerd door de beveiligers en door een bode doorgestuurd naar de eerste etage waar zittingszaal 14 is gelegen.
Daar moesten ze nog even wachten.
Zij is een kleine vrouw, hij een lange slungel van 20 jaar.
Zij is ook de moeder, hij de verdachte zoon die zegt onschuldig te zijn.

Moeder steunt haar zoon.
Zij gelooft in hem.
Hij is haar oudste, hij gaat naar school en misschien is zij wel ontzettend trots op hem.

Twee uur later verlaten ze de rechtbank.
Ze pakken hun fietsen uit de stalling en rijden de Oude Boteringestraat in.
Zij gaat, zakdoekje om te deppen in haar hand, voorop, hij volgt op drie meter gedwee.
Zij is nog steeds de moeder, maar haar lieve zoon vol onschuld is inmiddels dader geworden.
Ik kan niet zien hoe boos, verdrietig en teleurgesteld zij is.

Bij de politie hield Jan vol dat hij er niets mee te maken heeft.
Hij heeft het niet gedaan.
Maar in de rechtszaal komt hij daar op terug: ‘Eigenlijk heb ik het wel gedaan’, mompelt hij in de richting van de rechters.
De rechters: ‘Hoort uw moeder dit nu voor het eerst?’
Jan knikt.
Rechters: ‘Dit is niet leuk voor uw moeder.’

Het gebeurde op 30 april, acht uur in de avond.
Jan draagt een jas, een pet en houdt een sjaal voor zijn gezicht.
Zo staat hij een kwartier te drentelen bij de kassa’s van Albert Heijn in de stad-Groninger wijk Vinkhuizen.
De camera’s registeren het, maar er is niemand die acht slaat op zijn aanwezigheid.
Albert Heijn let al lang niet meer op bij de kassa’s.

Dan opeens ziet hij zijn kans en slaat toe.

Hij duwt de kassamedewerkster (net twee dagen in dienst) opzij en graait 180 euro uit de kassa.
Dan holt hij richting uitgang.
Hij verliest honderd euro.
Bij de schuifdeur maakt hij een trappende beweging richting een achtervolgende medewerker. Eenmaal buiten weet hij te ontkomen.
De kassamedewerkster ligt buiten bewustzijn op de grond, ze is flauwgevallen.
Er komt een ambulance.
De jonge vrouw is in shock.

Jan: ‘Normaal zou ik zoiets nooit doen.’
Rechters: ‘Hm…’
Jan: ‘Ik ga zoiets ook nooit weer doen.’

Waarom hij het dan wel heeft gedaan?
Jan wil daar niet over praten.
Er is het verhaal dat hij is opgelicht met telefoonabonnementen en nu voor duizenden euro’s schulden heeft.
Een ander verhaal gaat dat Jan geld heeft vergokt in het casino.
Het blijft vaag.
Als de rechters doorvragen, wordt Jan onrustig, misschien voelt hij de blikken van moeders in de rug.
Hij zegt zacht dat die vragen niet gesteld mogen worden.
De rechters, luidt en duidelijk: ‘Wij mogen vragen wat we willen.’

Een kennis van de kerk had hem in de supermarkt herkend en noemde zijn naam toen de politie arriveerde.
Jan deed zelf de voordeur open.
Agenten zagen dat de kleding die hij droeg overeenkwam met de kleding van de geldgraaier op de camerabeelden.

Jan zegt beleefd dat het wel diefstal is, maar niet zo’n ernstige zaak.
Hulp voor zijn problemen, wil hij niet.
Hij helpt zichzelf wel, immers is hij al 20 en groot genoeg.
De reclassering noemt Jan een vlakke jongeman die keurige antwoorden geeft, maar nooit het achterste van zijn tong laat zien.

De officier van justitie hekelt de laconieke houding en eist meer dan ze aanvankelijk wilde eisen: opgeteld zes maanden celstraf wegens een diefstal met geweld.

Een diefstal met geweld is in de rechtszaal altijd erger dan een gewone diefstal.
Het verschil zit ‘m vaak in de hoogte van de straf.
Om van diefstal met geweld te kunnen spreken moet er een verband bestaan tussen de diefstal en het geweld.
Een jurist zal aanvullen dat het geweld er ook op moet zijn gericht de diefstal mogelijk te maken.

Na Jan neemt Ernesto in de verdachtenbank plaats.
Hij is vaker veroordeeld in zittingszaal 14, de laatste keer was dat in 2010; vier jaar celstraf wegens een poging tot doodslag.
Op 10 oktober vorig jaar komt er bij de politie in Groningen een melding binnen dat er iemand is beroofd van 10.000 euro.
Daarbij is een wapen gebruikt en een auto gezien.
Iemand heeft het kenteken genoteerd.
Kort daarop komt de melding dat een auto heel hard over de ringweg richting de A28, richting Assen rijdt.
Het gaat met snelheden van 180 kilometer per uur.

De auto staat op naam van Ernesto.
De politie zet een achtervolging in die gerust wild mag heten.
Op de Vaart in Assen komt de vluchtauto tot stilstand.
Agenten zien een inzittende in het water springen, een tweede man – Ernesto zo zal blijken- rent de Sluisstraat in.

Wat dit alles te betekenen heeft, zal misschien wel nooit duidelijk worden.
De politie kreeg er de vinger niet achter en de heel kwestie met dei vermeende beroving wordt geseponeerd.
Toch zit Ernesto in de verdachtenbank.
Dat kwam zo.

Terwijl de vluchtende Ernesto de Sluisstraat inrent, fietst daar een politieman in vrije tijd met zijn vrouw.
De agent hoort de sirenes en ziet een man rennen.
Ook een agent in vrije tijd weet dan genoeg en wat hij moet doen.
Hij spurt richting de hollende man en grijpt hem kordaat in de kraag.
Ernesto slaat om zich heen en raakt de agent op neus en oog.
De fiets valt.
Ernesto bedenkt zich niet, grijpt de tweewieler en gaat er wederom vandoor.

Niet lang daarna wordt de fiets van de agent aangetroffen, op de stoep, keurig op slot.
Een ingeschakelde politiehond snuffelt Ernesto, die zich in een tuin heeft verstopt, op.
Agenten slaan hem in de boeien.
Tegen de rechters: ‘Ik wist wel dat ze achter me aanzaten.’

Voor de officier van justitie is er geen twijfel mogelijk: ‘De fiets was niet in de beschikkingsmacht van de verdachte. Na die twee klappen was de fiets dat wel.’
De strafeis voor deze(fietsen-)diefstal met geweld: tien maanden gevang.
Daarnaast moet Ernesto – zo wilde aanklager – 320 euro betalen aan de politieman die vrij was. De agent zelf kan die twee klappen nog wel verkroppen, luidt de toelichting.
Waar de agent vooral last van heeft is dat zijn vrouw er last van heeft.

Aan het einde van het verhaal zijn altijd de moeders, de vrouwen, het slachtoffer van de misdaad.

Rob Zijlstra

update – 1 oktober 2015 – uitspraken
Ernesto heeft zich niet schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, maar aan een eenvoudige diefstal. Goed voor drie maanden celstraf waarvan er twee voorwaardelijk zijn. En die 320 euro hoeft hij niet te betalen: er is geen direct verband tussen de diefstal en de ervaren last.
Jan mag zich nog meer in de handen knijpen. Geen celstraf, maar een werkstraf van 120 uur (en drie maanden voorwaardelijk).

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s