Doorslaand evenwicht

een en ander gebeurde op klaarlichte dag

De strafrechtweek in Groningen begon maandag minimaal om vrijdag maximaal te eindigen.
Maandag boog een strafrechter zich over een serie nauwelijks noemenswaardige strafzaken met als ‘hoogtepunt’ een kwestie tegen een 52-jarige mevrouw die een propje papier op de grond had gegooid.
Dan wel had laten vallen.
’t Is heus.

De vrouw fietste over het fietspad van de Eikenlaan in Groningen.
Plotseling viel er een prop papier uit haar jaszak.
De prop, eens een pagina in een tijdschrift, kwam op het asfalt terecht, op grond die in beheer is bij de gemeente Groningen, een staatsrechtelijke organisatie die met publiek geld her en der ook vuilnisbakken heeft geplaatst in het belang van het algemene.
De fietsende mevrouw werd staande gehouden (stoppen!), want een ambtenaar van de politie, belast met handhaving en toezicht in eveneens ieders belang, had alles gezien.
De mevrouw, inmiddels verdachte, raapte de prop op en stopte die terug in de jaszak.
Te laat.
De politie-ambtenaar schreef een boete uit van 140 euro.

Als regels geen regels meer zijn is het einde zoek.
Zoiets.

Een en ander gebeurde op klaarlichte dag, op 7 april 2014.
De verdachte weigerde de boete te betalen.
Ze vond die disproportioneel.
Dus alsof ze helemaal gek zijn geworden.
Omdat ze niet betaalde, besloot het Openbaar Ministerie de zaak voor te leggen aan de politierechter.
Dat gebeurde maandag.

De officier van justitie rekwireerde dat hier niet correct is omgegaan met vuil.
Hij stelde ook vast dat nergens uit blijkt dat de de prop met opzet op straat is gegooid.
Zijn voorstel: ‘Laten we vaststellen dat hier sprake is van een overtreding en het daar dan maar bij laten.’
Goed voorstel, sprak de rechter: ‘Meer zinnen moeten we aan dit soort zaken niet besteden. Ik verklaar mevrouw schuldig, maar leg geen straf op.’
De rechter zei nog wel: ‘Ik vrees dat de kosten zo’n zaak hier aan te brengen de 140 euro ruimschoots overtreffen.’

Iedereen zuchtte.

De politierechter zei later nog iets, want het propje was niet het enige dat de lucht in de strafrechtszaal van de rechtbank in Groningen beroerde.
De rechter zei tegen alle verdachten die moesten komen opdraven dat dat niet de schuld was van de officier van justitie ‘die daar staat’ en ook niet van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland in Groningen.
Het wordt bewerkstelligd door een afdeling van het Openbaar Ministerie in Utrecht, door een afdeling die het contact met de mensen een beetje is verloren.
Dat zei de rechter.
Ik schrijf het hier toch nog maar even op, ook al omdat het Openbaar Ministerie één en ondeelbaar heet te zijn.

Na het propje papier moest een man uit Duitsland terechtstaan die op 23 februari 2013 met twee hengels had gevist in een vijver aan Galjoot in Nieuwe Pekela.
Dat was één hengel te veel.
Of hij dat niet had geweten, vroegen de agenten.
De Duitser – Stefan – had het vooraf nagekeken en meende dat het wel mocht.

Hij had documentatie meegebracht naar de rechtszaal.
Stefan was niet zomaar een Duitser.
Behalve groot natuurliefhebber is hij in Duitsland buitengewoon opsporingsambtenaar belast met het houden van toezicht op de visserij.
De politierechter: ‘Ik begrijp dat u dus een grensoverschrijdende collegiale ontmoeting heeft gehad.’
Stefan (via tolk): ‘Ik begrijp niet waarom ik hier zit.’

De officier van justitie bij nader inzien ook niet.
Hij bestudeerde de door Stefan overlegde documentatie en concludeerde dat het mag, met twee hengels.
Hij stelde voor nu er geen strafbaar feit is gepleegd de strafbeschikking – 130 euro boete – te vernietigen. De politierechter: ‘Het spijt me dat uw visplezier is vergald. Ik hoop maar dat u nog vaak terug zult keren naar Nieuwe Pekela om uw hengeltjes daar uit te slaan.’

Dat laatste had ook Bart gedaan, maar dan in de vijver in het Stadspark in Groningen.
Bart is 84 jaar en niet zo heel goed meer ter been.
De gang naar de rechtbank was voor hem meer een hele onderneming dan een uitje.
Op 27 augustus 2011, op de geboortedag van zijn overleden vrouw, viste hij in de Paviljoenvijver.
Tegen de rechter: ‘Dat is voor mij altijd een wat treurige dag.’

Er was die dag een agent gekomen.
Hij mocht daar niet vissen.
Bart vertelde dat hij al sinds 1989 in deze vijver vist.
Hij had de agent een visboekje laten zien waarin stond dat het mocht, op pagina 135.
De agent bekeek het boekje, liep er even mee weg en toen hij terugkwam kreeg Bart te horen dat hij geen boete kreeg, maar dat het vissen afgelopen was.

Bart: ‘Ik weet het niet. Misschien dat ik toen wel iets heb gezegd, binnensmond, denk ik. Iets lelijks.’
Hij zegt het op een toon die niet de indruk wekt dat hij daar achteraf spijt van heeft gekregen.
Eenmaal thuis op die dag deed Bart een onaangename ontdekking: pagina 135 was uit zijn boekje gescheurd.

De rechter luistert geduldig.
Bart staat nu terecht omdat hij er op 7 oktober 2013 weer had zitten vissen.
En weer die agent.
Ditmaal 130 euro.
Het boekje waarin stond dat het mag heeft hij nog steeds, maar het bewijs op pagina 135 ontbreekt.
Bart heeft een papier meegenomen voor de rechter waarop namen staan van mannen die daar ook vissen.
Sommigen leven niet meer, zij die dat nog wel doen hebben hun handtekening geplaatst.

De officier van justitie die er ook niets aan kan doen, heeft ter plaatse het internet geraadpleegd en concludeert dat er in de Paviljoenvijver van het Stadspark ‘strikt genomen’ niet gevist mag worden, maar dat de tekst nogal onduidelijk is.
De officier van justitie: ’Vrijspraak’.
De politierechter: ‘U wist niet meer wat nou wel en niet mocht. Het mocht niet, maar hier is sprake van een verontschuldigbare dwaling. Vrijspraak. Ik wens u nog een prettige dag.’

Bart zegt dat-ie nu helemaal niet meer vist, vanwege z’n evenwicht, bang om in de plomp te vallen.
Nee, zwemmen is het probleem niet.
Eens was hij zwemkampioen van heel Nederland.
Mag de rechter best weten.
En zijn zus, zijn zus heeft meegedaan aan de Olympische Spelen in Mexico.
Zegt: ’Het probleem is, ik kom er niet meer uit.’

Een bode ondersteunt de oude Groninger als die schuifelend de rechtszaal verlaat.
De politierechter en de officier van justitie slaan het gade en vragen zich misschien wel af waar ze toch mee bezig zijn.

Gelukkig zijn er ook andere strafzaken.
De strafrechtweek die zo minimaal begon eindigde  met een dubbele moord.
Dat mag ook niet, maar het is goed voor de balans.

Rob Zijlstra

2 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s