Beetje hennepmoe

De advocaat moppert dat
de politie op grond van
zo’n anonieme tip toch
niet zomaar een woning
kan binnenvallen?

In de schimmige wereld van de hennepteelt wemelt het van de verraders. Ze zijn het niet zelden zelf. Telers van en handelaren in hennep vrezen daarom ook meer elkaar dan de politie. Dit betekent niet dat de politie stilzit. Politiekorpsen kennen geheime eenheden. De bekendste is de afdeling stiekem. In Noord-Nederland krijgt deze afdeling voortdurend een andere naam, misschien wel uit tactische overwegingen. Afgelopen week heette de afdeling tci, team criminele inlichtingen.

Wat ze doen is ook geheim: ze verzamelen op basis van vertrouwelijke regels sneaky informatie op grond waarvan collega’s een onderzoek mogen beginnen.
Tips komen van loslippige burgers en van henneptelers die de concurrent willen uitschakelen.
Of van beroeps-informanten, premiejagers, mannen die in films gevaar lopen en in gevangenissen worden vermoord.

Waarom die informanten, die snitchers, zoiets doen? Geld. De politie betaalt een premie voor een goede tip. Ook dat is geheim, maar niet onwaar. Eerlijk gezegd denk ik dat er geen hennepkwekerij is waarvan de politie het bestaan niet weet. Ze weten alles, maar hebben domweg niet de tijd al die wiethokken te ontmantelen. Af en toe doen ze er eentje en wetende dat het toch niet helpt.

In maart 2015 kwam de tip dat er in de Naberpassage – hartje binnenstad Groningen, inmiddels gesloopt – een hennepkwekerij in werking was, verspreid over twee verdiepingen. Een paar agenten zeiden dat ze heel even wat tijd over hadden. Ze deden na de koffie een inval. Eenmaal binnen leek de tip waardeloos. Geen kwekerij met potten vol groene bloei, met lampen en filters noch verhitte stroomdraden. De agenten vonden wel iets wat ook goed was: bijna drie kilo hennep, kant en klaar voor de straatverkoop, goed voor meer dan 10.000 euro.

Pjotr woonde er.
Hij komt uit Oezbekistan en studeert in Groningen.
Hij wil makelaar worden.
Pjotr vertelt in de rechtszaal dat hij de hennep moest bewaren voor iemand.
Nee, geen namen.
Na een week zou het worden opgehaald.
Dan mocht hij 50 gram houden.
Hij dacht, een weekje, wat kan mij gebeuren?
Tegen de rechters: ‘Zo zie je maar weer. Een foute keus is zo gemaakt.’

In zijn jaszak wordt nog wat xtc en een beetje cocaïne gevonden. Dat past bij het verhaal dat Pjotr aan de rechter vertelt. Hij en zijn studentenvrienden leggen in het weekeinde geld bij elkaar, zo’n vijftig euro per persoon, om dan drugs te kopen, van alles wat en voor iedereen een beetje.

Wat de officier van justitie betreft hoeft Pjotr niet aan de hoogste boom. De aanklager ziet wel dat ‘de persoon van de verdachte en het feit waarover we het hier hebben’ niet helemaal bij elkaar passen. De advocaat moppert dat de politie op grond van zo’n anonieme tip toch niet zomaar een woning kan binnenvallen? ’t Is hier Oezbekistan niet, zou hij gezegd kunnen hebben.

De officier van justitie kijkt Pjotr nog eens diep in de ogen, doet het vaste riedeltje over het criminele milieu, ondermijning en brandgevaren en concludeert dat deze verdachte geen hardcore hennepcrimineel is. Met een boete van 1500 euro mag Pjotr zijn studie vervolgen. De politierechter vindt het een eis van niks. Tegen Pjotr: ‘Van boetes krijg je maar schulden. Ik veroordeel u tot een werkstraf van 90 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk.’

Pjotr, opgelucht, zegt dat hij het nooit weer zal doen, dat hij nog wel eens een blowtje rookt, maar dat hij is gestopt met de cocaïne. De politierechter: ‘Dat is goed, we houden hier niet van snuivende makelaars.’

Bij strafzaken rond hennep komt nooit het hele verhaal naar boven.
Ik denk dat de politie hennepmoe is, dat onderzoeken worden uitgevoerd op de automatische piloot en dat heel de strafrechtketen dat ook wel best vindt.
Tussen aanhouding en rechtszaak zit minimaal een jaar, vaak maanden langer.
Wat maakt het uit?
Niks.
Zelfs niet als het serieus misgaat, zoals op een zaterdag in mei van 2015, aan de rand van de binnenstad van Groningen.

Even voor een uur in de middag is er een enorme explosie. De voorgevel van een woning wordt weggeblazen, de achtergevel is ontzet. Na de knal is vanaf de straat te zien wat er achter de voorgevel schuilging: een bloeiende plantage. Om- en aanwonenden worden geëvacueerd. De bewoner is de 53-jarige Richard. Makelaar. Hij verkoopt dromerige optrekjes aan meren in Zwitserland, Italië en Spanje.

In de rechtszaal doet Richard onschuldig. Hij vertelt dat hij net een kopje Nespresso stond te consumeren in de living met een jongedame toen hij als gevolg van een enorme drukverplaatsing tegen de muur werd gekwakt. Dat er in zijn woning een hennepkwekerij met 548 planten was ondergebracht, nou nee dat wist hij niet. Hoe had hij dat moeten weten dan?

Omdat het zijn woning was?
Omdat er een stroomkabel uit de meterkast over de trap naar boven liep?
Omdat hij die 548 hennepplanten daar misschien zelf had neergezet?
Niks.
Richard legt het uit.
In een café was hij twee mannen tegengekomen, Jerry en Ben.
Ze waren naarstig op zoek naar kantoorruimte.
De mannen verkochten ijs, maar zochten een plek om de administratie te doen.
Richard vertelde dat hij een zolder had waar hij niks mee deed en de ijscomannen zeiden dat ze hem dan iedere maand 600 euro zouden geven.
Als makelaar vond Richard het beter dat er van de huurovereenkomst niets op papier kwam te staan.

De explosie maakte in een klap aan alles een einde. De officier van justitie zegt dat het een wonder moet heten dat er geen doden en gewonden zijn gevallen. Dat deze gebeurtenis aantoont hoe levensgevaarlijk hennepteelt is in huizen waar mensen wonen. Maar, vervolgt de officier van justitie, er zit een andere kant aan dit verhaal: ‘Het politieonderzoek is slordig en oppervlakkig geweest. Logische onderzoekshandelingen zijn niet uitgevoerd. Het wettige bewijs is er, maar de overtuiging dat Richard wist dat er hennep in zijn woning werd geteeld, ontbreekt. Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken.’

De rechters – doorgaans geen fans van het hennepbeleid – vonden dit te gortig. Richard mag dan misschien niet zelf hebben geteeld, hij wist dondersgoed wat er bij hem op zolder gebeurde. Hij die ondertussen de wijk heeft genomen naar Duitsland, moet nu voor straf 80 uur werken en er hangt als waarschuwing een maand voorwaardelijke celstraf aan zijn kont.

De ijscomannen moeten terechtstaan zodra het begint te sneeuwen.
Of te dooien.
En anders maar ergens in het voorjaar als het weer lente is.

Rob Zijlstra

3 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s