De misplegers

Ik kijk vaak naar de omroep Max
en dan zie ik allemaal mensen
die uit het leven willen stappen

De misdaad kent veel gezichten. Eén gezicht van de misdaad is het gezicht dat schreeuwt om aandacht. De pleger misbruikt de misdaad dan een beetje. Hij is er niet op uit iemand een kop kleiner te maken, wil geen wraak om welke redenen dan ook en wil zichzelf ook niet verrijken ten koste van een ander. Nee. Hij wil gehoord worden, wil dat er een keertje iemand even naar hem luistert of een arm om hem heen slaat. De misplegers.

Het strafrecht maakt geen onderscheid, maar scheert iedereen over een kam. Ook de mispleger wordt opgepakt, in voorlopige hechtenis genomen, verhoord, veroordeeld en na een laatste woord opgesloten in de gevangenis.

Op een dag, een alledaagse dinsdag, in augustus van het vorige jaar kreeg de politie ’s middags een 112-melding. Overval Q8-tankstation te Ter Apel. De overvaller met witte doeken om het hoofd geslagen was te voet gevlucht. Twee mannen die in de carwash hun Mercedes-Benz Sprinter stonden te schrobben hadden het gezien en waren onverschrokken in de bus gesprongen om de achtervolging in te zetten. Ze zagen de hollende dader verdwijnen in het struikgewas.

De politie arriveerde rap en op aanwijzing van de achtervolgers konden ze Martin (25) na een klein uur zoeken, aanhouden. Hij had zich verstopt tussen de bramenstruiken, met de enkels weggezakt in de zompige modder. Toen de agenten hem vastgrepen, begon hij te huilen.

De buit bedroeg 486 euro. Veel biljetten, een beetje muntgeld. Had Martin bij de overval een wapen gebruikt? Nee. Hij was naar de ingang van het tankstation gelopen. De medewerkster stond daar een sigaret te roken. Hij had haar met grof kabaal naar binnen gedwongen en toen geroepen dat hij geld wilde (’I want money’). De medewerkster was zo onder de indruk van zijn lichaamstaal, dat ze de lade uit de kassa haalde en die op de toonbank zette. Zo was het gegaan.

Er is nog wel een dingetje. Toen de mannen in de Mercedes achter hem aanreden, leek het even alsof Martin naar een verderop geparkeerde groene Renault Clio spurtte. Die auto was van zijn moeder. In de auto zat een man. Was die man een handlanger? Stond de Clio daar een vluchtauto te zijn? Martin zegt van niet.

De man in de Clio was Appie, een huisvriend die zijn moeder vaak helpt met boodschappen doen. Hij had aan Appie gevraagd hem naar Ter Apel te brengen. Martin woont in Emmen. Zodoende.

Rechters: ‘Dus deze Appie stond u niet op te wachten?’
Martin: ‘Nee, nee, echt niet.’
Rechters: ‘Misschien wilt u hem niet verlinken, houdt u hem uit de wind.’
Martin: ‘Ik snap dat u zo denkt, het ziet er ook best wel vaag uit allemaal. Maar het is niet zo.’

Grote vraag: waarom? Waarom, willen de rechters weten, pleegt een jongeman van 25 jaar een overval op een tankstation? Martin vindt het een heel goede vraag, maar een passend antwoord kan het er niet bij geven.

Martin zegt: ‘Ik zat in een donkere periode. Thuis ging het niet goed, ik had ruzie met mijn vader. Er was iets in mij geknapt, als ik het zo mag zeggen. En ik was ook een beetje depressief in mijn hoofd.’
Rechters zeggen: ‘Ja maar… je pleegt toch een overval om geld te maken, om er rijker van te worden? Toch niet om uiting te geven aan je gevoelens?’
Martin weet het niet. De officier van justitie wel: ‘Hij verdient straf, want wat hij heeft gedaan kan niet, zoiets brengt onrust in de samenleving om over de enorme impact die het heeft op het slachtoffer nog maar te zwijgen.’
De advocaat: ‘Het was een schreeuw om aandacht.’

De aanklager wikt en weegt, dreigt heel even met 24 maanden eenzame opsluiting om uiteindelijk 57 dagen celstraf te eisen, dat zijn precies de dagen die Martin al achter slot en grendel heeft gezeten. Daarnaast een werkstraf van 240 uur. De reclassering zal hem helpen en begeleiden. Hij hoeft met deze eis dus niet terug naar de gevangenis. Maar bij nieuwe aandachtvragerij liggen er 365 dagen voorwaardelijke celstraf op hem te wachten.
Rechters: ‘Wat vindt u van deze eis?’
Martin: ‘Ik vind het eigenlijk wel goed en terecht ook.’

Heeft Martin hier de misdaad misbruikt om hulp te krijgen, zoals zijn advocaat beweert? Of is niet hij, maar Guus de echte mispleger? Guus? Wie is dat?

Guus is een 65-jarige man uit Groningen. Hij had niks overvallen, maar wel 112 gebeld met de mededeling dat hij niet verder wilde leven. Hij kondigde aan dat hij zichzelf in brand zou steken. Hij gaf zijn adres door, ging in de woonkamer zitten en schonk zichzelf nog een jenevertje in. Toen twee agenten ter plaatse kwamen roken ze gas. In de keuken had Guus twee van de vier gaspitten halfopen gedraaid. De voordeur stond open, maar dat was vanwege de hond.

De officier van justitie heeft aan Guus een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing ten laste gelegd.

Guus zucht. Hij zegt dat hij uit wanhoop heeft geschreeuwd dat hij dat zou doen. ‘Ik had die twee gaspitten opengezet voor het idee, om een gaslucht te krijgen, zodat het leek alsof het menens was. Ik zocht hulp en dat heb ik helemaal op de verkeerde manier gedaan. Ik was van streek, ik wilde helemaal niet dood.’

Rechters: ‘U zegt dat u van streek was. Maar was u ook in de war?’
Guus: ‘Mijn zus, mijn lievelingszus, was ziek en had besloten dat ze niet verder wilde leven. Daar had ik heel veel moeite mee. Ik zag geen toekomst meer. Ik dacht toen, dan ga ik er ook maar vandoor.’
Rechters: ‘Jaa-ja.’
Guus: ‘Ik kijk vaak naar omroep Max en dan zie ik allemaal mensen die uit het leven willen stappen. Ik kan daar niet mee omgaan.’
De rechters willen weten hoe het nu met hem gaat.
Guus: ‘Ik sta weer stabiel op de voeten. Ik kan wel weer naar huis.’

Maar de officier van justitie is onverbiddelijk: ‘Het zal. Er is hier sprake van een strafbare poging. Ik eis een jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.’ Nemen de rechters de eis over, dan moet Guus nog twee maanden zitten.

Problemen? Het strafrecht nemen, de oplossing voor alles.

Rob Zijlstra

 

 

 

 

 

2 comments

  1. Ja, zo lijkt het wel: strafrecht is de oplossing voor alles. Ik zou zeggen: strafrecht lost helemaal niets op. Niet voor misplegers en ook niet voor misdaadplegers. Deze laatste categorie is vrijwel nooit gebaat bij het strafrecht, een enkeling daargelaten, die één keer in zijn leven een uitglijders maakt. Echte misdaadplegers blijken vaak in meer of mindere mate recidivisten te zijn/worden.
    Misplegers (een mooie karakterisering Rob) zijn er meestal alleen doordat hulpverlening faalt of door een zodanig klein sociaal netwerk, dat er geen mensen zijn die in de gaten hebben dat er met zo iemand iets (behoorlijk) niet goed in orde is.
    Probleem is dus dat het in dat soort zaken moeilijk is het probleem van de mispleger in spe op te lossen. Uitbreiding van het aantal hulpverleners bij de diverse instanties behoeft niet automatisch te leiden tot betere hulpverlening. Immers als de problemen niet worden gesignaleerd, zal er ook niemand bij de dader/het slachtoffer op de stoep staan om de nodige hulp aan te bieden.
    Hier valt nog veel te winnen.
    Dus mensen: meer om je heen kijken en houd je buren in de gaten (niet bespioneren natuurlijk) en wees niet te veel met jezelf bezig. Het gebod: heb je naaste lief als jezelf is er niet voor niets.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s