Foutje

Mijn gewaardeerde collega Mick van Wely van de Telegraaf twittert en schrijft zich suf over de moord op Djordy Latumahina uit Amsterdam.
Hij noemt dat een vergismoord.
Niet Djordy Latumahina had geliquideerd moeten worden, maar een andere ongelukkige man. Nog los van het drama dat achter deze zaak schuil moet gaan, is vergismoord het lelijkste woord van 2017 tot nu toe.
Daar kan geen Japke tegenop.
Het woord is zelfs zo ontzettend lelijk dat niemand het  zou moeten willen gebruiken.

Vind ik.

Want vergissing of niet, iemand doodschieten die niet doodgeschoten had moeten worden, blijft een kille moord.
Een moord is al erg genoeg en misschien in dit geval nog wel meer dan dat.

Ik moest denken aan de Hoornse taart, aan het arrest van 19 juni 1911.

De 63-jarige Johannes Beek uit Haarlem meende toentertijd een appel van jewelste te moeten schillen met de Hoornse marktmeester Willem Markus (84). Beek had een hekel aan Markus. Deze laatste was belast met het toezicht op de kermis van Hoorn. Beek was zijn ondergeschikte en had als taak het geld te innen van de kermisexploitanten. Dat geld, of een deel daarvan, stak hij echter in eigen zak. Markus kreeg daar lucht van, lichtte de burgemeester in en Beek werd op staande voet ontslagen.

Werkloos thuis – het is 1910 – zinde de boze Johannes Beek op wraak.
En hoe.
Hij kocht bij de bakkerij aan de Grote Houtstraat in Haarlem een lekkerste taart, stopte daar meer dan genoeg arsenic trioxide in – dat is rattengif – en liet de lekkernij in een bijbehorende cadeaudoos via Van Gend en Loos, misschien wel met een mooie strik erom,  bezorgen bij de woning van die vreselijke Willem Markus.

Grietje, de vrolijke dienstmeid, deed de deur open en nam de doos met lekkers namens haar werkgever in ontvangst. Maria Markus – Musman, de echtgenote van Willem, lustte alvast een stukje. Een paar uur later bezweek zij aan het rattengif.

Was de wraakzuchtige Beek strafbaar aan deze onbedoelde moord?
Hij wilde de heer Markus doden, hij had niet de opzet om mevrouw Maria om te leggen.
En opzet is wel een vereiste, schreef het wetboek van Strafrecht toen nog, om een strafbare dader te kunnen zijn.

Beek kreeg levenslang, want de juristen bedachten de voorwaardelijke opzet.
Net zo erg.
De juristen zeiden: ‘Indien iemand bij de uitvoering van zijn misdrijf niet het oogmerk heeft om andere personen te raken, maar deze kans wel aanvaardt, is er sprake van voorwaardelijk opzet en kan er derhalve toch aan het bestanddeel opzet worden voldaan.’

Vergismoorden bestaan niet.

Rob Zijlstra

bron: De Hoornse taart (en andere rechtsmonumentjes) van Fred Soeteman (en geïllustreerd door Chris Roodbeen)