Er vloeien dan tranen, er komt
een extra glaasje water,
een korte schorsing om even
diep adem te kunnen halen.

Uitgerekend op het moment dat de officier van justitie vertelt dat het slachtoffer ook een vader was, een vader die een zoontje van 7 jaar achterlaat, snuit de verdachte met kracht zijn neus in een grote rode zakdoek. De droeve woorden die zojuist zijn gesproken ontgaan hem. Hork is geen jongensnaam. Zou dat wel zo wezen dat heette de verdachte in dit verhaal Hork. Ik noem hem Botte. Hij is 46 jaar.

Botte heeft op 6 maart 2016, zondagochtend rond kwart over zeven, een vreselijk verkeersongeluk veroorzaakt op de Eemshavenweg. Als bestuurder van zijn paarse Fiat Ducato – een bedrijfsbus – komt hij ter hoogte van de afslag Garsthuizen met het rechtervoorwiel in de berm terecht. Een ruk aan het stuur doet de bus naar de linkerberm stuiteren, waar hij kantelt en op de kop in de sloot tot stilstand komt. De 42-jarige Ronald Wolbers uit Assen is uit de bus geslingerd en ligt in het water onder het voertuig. Hij heeft geen schijn van kans. Ronald Wolbers overlijdt ter plaatse.

Ze zijn op stap geweest in de stad en waren op weg naar huis.

In de rechtszaal heten ongelukken in het verkeer niet gebeurtenissen die per ongeluk zijn gebeurd. Ongelukken in de rechtszaal zijn een gevolg van onoplettendheid, onvoorzichtigheid of roekeloosheid. Als je onoplettend, onvoorzichtig of roekeloos bent, dan is dat verwijtbaar en dus strafbaar. Verdachten die zeggen ‘maar ik deed het niet met opzet’ krijgen te horen dat dat ook niet relevant is.

Wie dan vervolgens zegt ‘maar ik heb die fietser, die voetganger, die andere auto nooit gezien’ zegt daarmee dat hij niet zag wat er wel was en dus dat hij de kop er niet bij had. Wie achter het stuur andere dingen doet dan alert zitten zijn, maakt zich als het dan in een fractie van een seconde misgaat, schuldig aan een misdrijf waar je gevangenisstraf voor kunt krijgen.

Verkeerszaken in de rechtszaal behoren tot de meest heftige strafzaken. Rechters zeggen bij aanvang van zo’n zaak dat ‘er alleen maar verliezers zijn’. Dat het verschrikkelijk is wat er is gebeurd, niet alleen voor de nabestaanden, maar ook voor de verdachte die dit immers ook niet heeft gewild. De straffen die worden opgelegd zijn meestal werkstraffen al dan niet in combinatie met rijontzeggingen. Officieren van justitie die de straffen eisen zeggen vooraf dat geen enkele straf recht doet aan het leed dat de verdachte heeft veroorzaakt.

De verdachte hoort het aan met het hoofd gebogen, wil het liefst door de grond zakken en spreekt schuldbewust met zachte stem. Er vloeien dan tranen, er komt een extra glaasje water of een korte schorsing om even diep adem te kunnen halen.

Soms heeft de verdachte een kaartje gestuurd met zijn deelneming. Een enkele keer een brief. Soms wilde de verdachte dat doen, maar durfde hij het niet. Hij heeft professionele hulp gezocht om te leren leven met het idee dat je iemand hebt doodgereden, een kind, een vader van een kind.

Zo gaat het vaak. Maar bij Botte ging het anders. Botte erkent in de rechtszaal dat hij achter het stuur zat. Hoewel. Hij had nog geprobeerd politiemensen te doen geloven dat het slachtoffer achter het stuur had gezeten. Verder had hij zich, toen hulpverleners bezig waren een leven te redden, vooral druk gemaakt over zijn gehavende bus.

Botte zegt dat hij niet te hard heeft gereden, hij reed normaal. Twee van de drie inzittenden die de crash overleefden schatten de snelheid op 130 tot 140 kilometer per uur. 100 mocht.

Botte zegt dat het glad was op de weg. Dat was niet zo. Botte ontkent dat hij voor de gein aan het spookrijden was om tegenliggers te fucken. Getuigen: dat deed hij wel.

Botte zegt dat hij nuchter was, dus niet dronken. Ademanalyse: 675 ugl. De max is 220. Eenmaal op het politiebureau sprak hij niet met dubbele tong en als dat wel zo was dan kwam dat vanwege relatieproblemen. Agenten: hij wankelde op zijn benen, hij sprak met dubbele tong.

De auto was niet verzekerd, het rijbewijs ongeldig verklaard. Botte ziet dat anders. Hij wist het niet, dus dan was hij voor zijn gevoel wel verzekerd. Rijbewijs ongeldig? Hij had zijn rijbewijs toch gewoon?

Hij wordt nog lomper. Dat Ronald Wolbers bij het ongeluk om het leven is gekomen, dat kunnen ze wel zeggen, maar wie zegt Botte dat het ook zo is? Hij wist niet eens dat die man bij hem in de bus zat. Rechters: ‘Wilt u nou beweren dat het slachtoffer er al lag?’ Botte: ‘Ik vind het raar. Wij hadden bijna niets en hij wel.’

En dan is er de eigen verantwoordelijkheid. ‘Die heb je wel als je bij iemand in de auto stapt. Toch?’
Rechters: ‘Wat wilt u daarmee zeggen?’
Botte: ‘Nou dat is toch zo?’
Rechters: ‘Wilt u zeggen dat het de schuld van het slachtoffer is dat hij is verongelukt?’
Botte: ‘Ik was nuchter en daar blijf ik bij.’

De rechters attenderen Botte er op dat er nabestaanden in de rechtszaal zitten en dat zij zijn houding als heel pijnlijk kunnen ervaren. Hij reageert kort: ‘Dat is heel erg voor die mensen.’ Om direct op te merken dat hij slechts één fout heeft gemaakt. Hij had een second opinion van het alcoholonderzoek moeten aanvragen. ‘Dat heb ik niet gedaan, dat is mijn fout.’

Vier maanden na het ongeluk had hij zijn beste vriend mishandeld (gebroken onderarm) na bekvechterij en veel bier op de terrassen van Delfsail in Delfzijl. Botte ontkent
dat hij een alcoholprobleem heeft. De psychologe met wie hij moest praten meldt aan de rechtbank dat Botte
driemaal dronken op de afspraak verscheen en grensoverschrijdende opmerkingen maakte over haar uiterlijk.

Hmm. Botte wil wel maandelijks naar een praatgroepje of zo, maar hij wil niet zoals het dwingende advies luidt opgenomen worden in een kliniek. Moet dat wel, dan in de wintertijd, dan is er toch geen werk voor een stratenmaker als hij. Een werkstraf wil hij niet, want werken voor niks is niks. Een gevangenisstraf? Tss… Hij heeft een huis, een hypotheek, een eigen bedrijf.

De officier van justitie: ‘Zijn gedrag is stuitend. Ik eis dertig maanden gevangenisstraf en daarna een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier jaar.’

Botte zegt dat als hij zonodig de bak in moet, hij de hele rotzooi wel te koop zet. ‘Dan doen we dat toch lekker.’

Botte Hork.

Rob Zijlstra

 

update – 24 april 2017 – uitspraak
Botte is veroordeeld conform de eis: 30 maanden celstraf en een rijontzegging voor motorvoertuigen gedurende 4 jaar. Hieronder het volledige vonnis.

klik voor volledige tekst

update – 27 oktober 2017 – uitspraak hoger beroep
Botte is wederom veroordeeld, nu in hoger beroep dat door hem was ingesteld. De eis: opnieuw 30 maanden celstraf. Het gerechtshof  legde 36 maanden op. Daarvan 12 voorwaardelijk. De praktijk: vier maanden extra zitten. Botte verklaarde dat hij last heeft van wat er is gebeurd. Volgens het hof heeft Botte vooral last van zelfmedelijden. Het leven is niet altijd mooi.