Nokkie

De magistraten van Groningen mogen de koning op hun blote knieën danken dat er geen strenge regeringsgezanten bestaan die rechtszaken bijwonen om na te gaan wat hun dienaren in de verre provincies uitspoken met al dat geld dat van overheidswege beschikbaar wordt gesteld.

Is er een probleem dan?

Wat heet. Maandag twitterde ik onbesuisd vanuit zittingszaal 14 dat de strafrechtspraak in Groningen die dag afstevende op een dieptepunt. Nu, dagen later met tijd voor bezinning: het dieptepunt werd inderdaad bereikt.

Goed, je zult maar vrolijk in de nacht op stap wezen en dan onverhoeds een oplawaaier voor je harses krijgen. Zo eentje dat je met een ambulance wordt afgevoerd. Dat willen we niet.

Dit gebeurt wel, in de vroege donderdagochtend (half vijf) van 9 april 2015, in de Oosterstraat, ter hoogte van de donkere Papengang, binnenstad Groningen. Er hangt een uitgelaten sfeer in de stad: FC Groningen heeft zich met drie doelpunten tegen Excelsior de finale van de KNVB-beker ingeschopt (vroeger konden ze dat).

Jan, Han en Rik – sportieve twintigers en dikke vrienden – hebben de legendarische wedstrijd bezocht, daarna zijn ze als overwinnaars de stad ingetrokken om het feest te vieren. Dolle pret.

Maar dan. Han (10 bier) krijgt – half vijf – woorden met twee voorbijgangers. Er vallen klappen. Han gaat nokkie tegen de grond, een van de voorbijgangers valt bovenop hem. Rik (10 bier) ziet dat en schiet zijn vriend te hulp, hij schopt de voorbijganger met een trapje in de rug. Ook Jan (10 bier) die kan judoën, grijpt in.

Daarna lopen de drie vrienden verder. Omstanders buigen zich over de voorbijganger die op de natte stoep ligt. De ambulance komt.

In de rechtszaal worden beelden getoond. Van de klapperij bestaan geen opnames. De minuten die aan het incident vooraf gaan, zijn wel geregistreerd. Te zien is hoe Jan, Han en Rik komen aanlopen, sigaretten roken, een cafe binnengaan, een voor een weer naar buiten komen, op elkaar wachten. Han loopt de steeg uit. Ze ogen ontspannen.

Ook de twee voorbijgangers komen in beeld. Dronken is niet het juiste woord. Ze zijn apezat. Zigzaggend strompelen ze schouder aan schouder voort, bij deuren wordt hen de toegang geweigerd. Niet lang nadat ze het beeld uit zijn gewankeld, vallen de klappen.

Dagen later wordt aangifte gedaan. Het wordt een mishandeling en een juridisch ‘openlijk geweld’. Dat is het in vereniging plegen van geweld gericht tegen personen en/of goederen. Wie wat deed is niet zo van belang. Wie erbij was is er bij. Dus ook Han, hoewel hij zelf nokkie ging.

Openlijke geweldpleging en mishandeling zijn in de rechtspraktijk tamelijk eenvoudige strafzaken die in kwartiertjes worden afgehandeld door de politierechter. Als het al tot een strafzaak komt en niet wordt afgedaan met een schikking.

Dat deze zaak is aangebracht bij de meervoudige strafkamer (met drie rechters) wekt dan ook verbazing. Temeer omdat de capaciteit van de strafrechtspraak in Groningen naatje is. De rechtbank Noord-Nederland kampt met een tekort aan strafrechters. De zittingscapaciteit is daardoor beperkt. Dat betekent dat ook ernstige misdrijven, gereed om door rechters te worden beoordeeld, in de wacht staan.

Ook heel apart: het incident is twee jaar en zes maanden oud. Waarom laat een rechtszaak zo lang op zich wachten? Zelfs bij moordzaken wordt een periode van twee jaar tussen daad en berechting gezien als wat nog redelijk is. Twee jaar en drie maanden lang hoorden Jan, Han en Rik niets. Toen ineens kwam er een brief die wilde dat ze contact zouden opnemen met de reclassering. Omdat ze moesten terechtstaan.

De strafzaak zelf verliep nog gekker. Niks kwartiertjes. Het duurde vijf uren. Urenlang werden de verdachten door de drie rechters ondervraagd. Details wilden de magistraten in hun zoektocht naar de waarheid weten. Nu weet ik niet wat tien glazen bier per persoon plus 935 verlopen dagen doen met het menselijke geheugen, maar ik kan mij voorstellen dat herinneringen vervagen. De rechters niet, die gingen onverdroten door.

De verdenking dat Jan, Han en Rik de agressors waren is gebaseerd op de verklaringen die de twee voorbijgangers eenmaal weer nuchter bij de politie aflegden. Hoewel ze nauwelijks nog wisten dat ze op aarde waren, worden hun verklaringen beschouwd als betrouwbaar. De politie moest wel. Er waren veel getuigen van het incident, maar geen van hen was door de politie bevraagd.

Jan, Han en Rik hebben geen strafbladen. Ze studeren commerciële economie, werken in de gehandicaptenzorg, als operator in de fabriek en ze sporten.

Rik zegt dat hij niet iemand is van geweld, dat hij een trapje in de rug heeft gegeven en toen ‘stoppen stoppen’ riep, dat hij geen letsel heeft toegebracht. Han zegt dat hij werd aangesproken door twee stomdronken mannen, dat hij ineens een klap op zijn achterhoofd kreeg en viel. Jan zegt dat hij zijn vriend wilde beschermen en met zijn handpalm tegen het hoofd van de voorbijganger duwde omdat die steeds probeerde te bijten. Dat het allemaal heel snel ging.

Ze zeggen dat ze het vervelend vinden, voor het slachtoffer. Dat ze weg waren gelopen was omdat ze dachten dat het niet ernstig was. Dat het slachtoffer op de grond bleef liggen, snapten ze wel. Zo vreselijk dronken.

Wanneer de aanklager zijn justitieriedeltje doet, heeft het slachtoffer de rechtszaal al verlaten. Het duurt te lang. Hij eist 1500 euro smartengeld en 675 euro vergoeding voor geleden schade. De officier van justitie rept van ernstige feiten die bijdragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Straf is daarom geboden.

Han hoort een werkstraf eisen van 30 uur, Rik van 40. Het zijn de laagste strafeisen dit jaar in zittingszaal 14. Jan hoort een eis van 150 uur (meer, omdat hij zich ook schuldig zou hebben gemaakt aan een diefstal van zijn eigen armband, een heel ander raar verhaal).

Vragen van een van de advocaten waarom deze kwestie niet in kwartiertjes kon bij de politierechter en vooral waarom het 935 dagen heeft moeten wachten – overigens niet heel uitzonderlijk in Groningen – blijven onbeantwoord.

Zou die gezant bestaan, dan zou hij na onderzoek aan de koning hebben gerapporteerd: ‘Ze doen daar in Groningen dingen waar ze zelf ook niet blij mee zijn.’De koning: ‘Maar waarom doen ze het dan?’
De rapporteur: ‘Dat willen ze niet zeggen.’

De koning had met een schuin hoofd naar de gezant gekeken en toen zijn wenkbrauw gefronst.

Rob Zijlstra

update – uitspraken – 13 november 2017
De rechtbank heeft gesproken: schuldig aan openlijke geweldpleging. Han heeft de geëiste 30 uur gekregen, evenals Rik (tegen wie 40 uur was geeist). Jan (eis 150 uur) mag boeten met 50 uur werkstraf. De beschuldiging dat hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan did rare diefstal, ging van tafel met een vrijspraak op dat punt.  De schadeclaim is afgewezen.

Ik weet niet of de rechtbank in het vonnis iets zegt over de tijdsduur. Zodra beschikbaar zal ik de vonnissen hier publiceren.

Ik verwacht niet dat het Openbaar Ministerie in hoger beroep gaat. Als dat wel zo is, bel ik zelf de koning.
 

2 comments

  1. De misdaad daalt toch ongelooflijk de laatste jaren? De gevangenissen staan leeg. Het OM en de rechterlijke macht zouden tijd over moeten hebben. Wat zijn dat voor prutsers. Kan toch niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s