Opvlammende paranoia

Misdrijven laten zich vrijwel niet met elkaar vergelijken, laat staan de strafzaken die er doorgaans achterweg komen. Verleidelijk is het wel. Want waarom wordt de ene moord met achttien of dertig jaar bestraft en een andere met tien? Waarom kreeg Albert er maar vijf, terwijl zijn daad in de ogen van het Openbaar Ministerie toch een kapitaal delict was, het zwaarste misdrijf dat het wetboek van strafrecht kent?

wat staat er aan het einde van dit verhaal?

Aan het einde van dit verhaal staat niet het antwoord. Daar staat iets anders.

Strafmaten – de hoogte van straffen – hebben te maken met de tijdgeest. Er is een tijd geweest dat vrijwel ieder levensdelict werd afgedaan met een relatief lage gevangenisstraf, maar steevast in combinatie met een oneindige terbeschikkingstelling (tbr/tbs). Dat is nu, andere tijd, anders, misschien wel net andersom. Omdat we dat nu weer beter vinden.

De hoogte van de straf heeft te maken met duizend dingen en met de verdachte. Albert, een geboren Amsterdammer van 52 jaar, is een man met een verstandelijke beperking, die kampt met aanpassingsstoornissen, met een verslaving aan alcohol en cocaïne en er is – bij vlagen – sprake van paranoïde psychoses.

Hij werkte 27 jaar en 9 maanden bij de ING-bank. Toen de banken zichzelf en de rest van de wereld in een crisis stortten, moest Albert op zoek naar ander werk dat er niet was. In het kader van meedenken kreeg hij 100.000 euro van misschien wel uw bank cadeau.

Met dat geld stortte hij zich vol overgave in het Amsterdamse criminele milieu. Dat wil zeggen, hij werd daar afnemer. Na een tijdje was al het geld op en was de verslaving aan drugs en alcohol een akelig feit. ‘Ik was van mijn rots gevallen’, zegt hij in de rechtszaal. ‘Zelfs mijn vreugde ging gepaard met drank en drugs.’

In het Pieter Baan Centrum hadden ze goed naar Albert gekeken. Gedragswetenschappers concludeerden: best een aardige man, maar zijn draagkracht is beperkter dan je zou denken. Het eindoordeel van de observatiekliniek: hij is sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Dat scheelt doorgaans flink in de strafmaat.

Op foto’s die hij plaatste op Facebook zie ik dat hij van rare vissen houdt en dat hij een beetje op Messi lijkt. Hij ging een keertje samen op de foto met Ronald Koeman, zijn arm om de schouder geslagen.

Hij zat eens vast op een Amsterdams politiebureau in verband met drugs. In een verklaring die hij moest ondertekenen stonden allemaal namen. Albert wilde niet tekenen, hij was een beetje bang want in het Amsterdamse milieu weet je het maar nooit. In de rechtszaal: ‘Ik was bang voor de negatieve gevolgen. Dat gaf veel onrust. Ik voelde me toen niet meer fijn in Amsterdam, niet meer veilig.’

Hij sloot niet uit dat er ergens een samenzwering bestond, een complot, aangevoerd door de politie waar hij het slachtoffer van moest wezen.

Op een feestje op de eerste dag van 2016 kwam hij Joke tegen, Joke Hendriksen, een leuke vrouw uit Veendam, ver weg ook van zijn Amsterdam met haar negatieve gevolgen. Albert ging na het feest met Joke mee en bleef direct een week om haar beter te leren kennen. Het begon dus leuk.

Achteraf wordt gezegd dat ze een ingewikkelde en moeizame relatie hadden, met veel ruzies en gedoe over zijn drugs- en drankzucht, maar dat er ook mooie periodes waren. Tegen de drie rechters zegt Albert: ‘In grote lijnen hadden we het fijn.’

Op een dag is het 15 december 2016. In Londen wordt op die dag een akoestische gitaar waar Jimi Hendrix ooit op speelde verkocht voor 250.000 euro. In Veendam eten Albert en Joke op die dag spareribs. Ze hebben het gezellig, maar het gaat mis. Hij vindt dat Joke te hard praat. Waarom doet ze dat? Neemt ze soms dingen op met haar laptop? Zit Joke ook in het complot?

Joke zegt: ‘Hou toch eens op met je gezeur.’ Ze is er flauw van. Of Albert wil oprotten. Ze is klaar met hem. Albert vertrekt, hij stapt in de auto en gaat. Stukje rijden, zoals mannen dat doen.

Hij heeft twee flessen whisky bij zich die na een tijdje half leeg zijn waardoor hij niet meer kan rijden. Hij meldt zich bij Jehovah’s Getuigen die een gebouwtje huren in de straat waar Joke woont. De Getuigen proberen te bemiddelen, maar Joke wil ‘m niet meer. Hij belandt bij Hotel Parkzicht, maar daar zitten ze niet te wachten op gasten die al meer dan genoeg hebben gedronken.

 

De politie wordt gebeld. Het is december, buiten is het koud, wat te doen met de dronken man die geen plek heeft voor de nacht? De agenten denken praktisch: Joke.

Hoe het is gegaan, wordt in de rechtszaal niet tot in detail verteld. Agenten brengen hem terug en Joke zou hebben verzucht: ‘Leg ‘m dan maar op zolder.’

De volgende ochtend steekt hij haar neer. Tegen de rechters zegt Albert dat ze weer woorden kregen, over zijn gedrag. Dat hij haar vastpakte toen ze naar de voordeur liep. Dat zij met waxinelichtjes naar hem gooide. Dat hij haar toen van achteren vastpakte, dat hij met zijn knie door het raam naast de voordeur knalde, dat ze samen achterover vielen, dat hij toen een black-out kreeg.

Als hij weer helder is, ligt Joke naast hem, dodelijk gewond. Hij heeft meststeken in de borst, zelf toegebracht. Hij stuurt een sms-bericht naar een vriend: ‘Het hoeft voor mij niet meer.’

Rechter: ‘Geeft u toe dat u haar heeft gestoken?
Albert zegt niks: ‘…’
Rechter: ‘Of heeft een ander het gedaan?’
Albert, zachtjes: ‘We waren met z’n tweeën.’

De gedragsdeskundigen rapporteerden dat er sprake moet zijn geweest van een ‘ontknoping van opvlammende paranoia’. En van een ‘agressiedoorbraak’ met een ‘sterk ingeperkte keuzevrijheid’.

Hij belt om twintig over elf die ochtend 112. De politie vindt hen, Joke bewegingsloos, bij Albert bewegen alleen de ogen. In zijn bebloede hand een aardappelschilmes. Joke Hendriksen, 48 jaar, sterft die middag om vijf minuten over een in het ziekenhuis.

Moord, want voorbedacht, praat het Openbaar Ministerie: 5 jaar celstraf en een tbs met voorwaarden.
Doodslag, want in een gemoedsopwelling, oordelen de rechters: 5 jaar celstraf en een tbs met voorwaarden.

Het is van de 65 levensdelicten in de afgelopen twaalf jaar in Groningen de laagste straf – zowel qua eis als opgelegd.

Waarom?
Waarom brachten die agenten hem terug naar Joke?

Rob Zijlstra

het vonnis

2 comments

  1. Ik moest denken aan ‘the butterfly effect’ na het lezen van dit stuk: Hoe het ene tot een compleet onverwacht andere kan leiden.

  2. ‘Waarom brachten die agenten hem terug naar Joke?’ Google maar eens op ‘Jeffrey Dahmer’+’Konerak Sintasomphone’. Soortgelijk verhaal waarin agenten een minderjarige naakte gedrogeerde jongen terugbrachten naar zijn moordenaar. Reden: Dahmer kwam redelijk en kalm over en de vrouwen die hem in bescherming namen gedroegen zich kijverig. Resultaat: Konerak RIP plus nog enkele slachtoffers voordat Dahmer definitief gearresteerd werd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s