De afrekening

Het begin van een verhaal vangt aan met een eerste zin om te eindigen met de laatste. Maar in het echt kent een gebeurtenis begin noch einde. Er is altijd een vooraf en na de laatste zin gaat het verhaal voor betrokkenen gewoon door. Maar dat lees je dan niet.

Herman antwoordt: ‘Beroerd ja. Ik heb evenwichtsstoornissen. En concentreren lukt ook niet. Ik voel me een kluizenaar. Ik laat de hond uit, dat is het wel. Het komt allemaal daardoor.’

De rechters zeggen dat ze hebben gelezen in het rapport van de reclassering dat hij nu een scootmobiel heeft. Herman, bijtend: ‘Het is geen pretje hoor om in zo’n ding rond te rijden.’ Wat denken ze wel.

Met venijn: ‘Die hele fles staat in mijn kop.’

Herman heeft al tientallen keren in de verdachtenbank gezeten. Drugs. Toen hij 16 was, had-ie z’n eerste veroordeling aan de kont. Hij is nu 55. Het gaat beter. Hij trok als ervaringsdeskundige langs scholen, om scholieren te behoeden te worden zoals hij. En dus dat ze met hun poten van die rotdrugs moeten afblijven. De laatste jaren leeft hij via trajecten der hulpverlening in de schaduw van zijn criminele verleden. De laatste veroordeling dateert uit 2010. Fietsendiefstal.

Zegt: ’En ik ben ook doof. Dat komt er ook door.’

Hij was op weg naar zijn vriendin, op de ochtend van de een na laatste dag van het jaar. De jaarwisseling wilde hij bij haar doorbrengen. Bij de afdeling drank van de Jumbo in het FC-voetbalstadion kocht hij ook daarom een fles Amaretto. Verder fietsend schoot door zijn hoofd dat zijn vriendin misschien ook wel een fles zou lusten. Hij kent haar. En dus stopte hij bij de slijterij aan de Meeuwerderweg, toen net open.

De slijter stond bij de toonbank, in gesprek met een vrouw. Hij was doorgelopen naar achteren waar de flessen Amaretto staan. Dat wist hij, want hij kwam er vaker. En toen? Herman zegt dat hij niet alles meer precies weet. Hij is niet alleen veel van zijn zelfstandigheid verloren, maar is ook vergeetachtig geworden.

De slijter had hem aangesproken en Herman was toen boos geworden vanwege de valse beschuldiging. Hij had de fles Amaretto op de toonbank gezet, om af te rekenen. De slijter zag de fles in zijn jas. Ja, zegt Herman, dat was dus de fles van de Jumbo.

Een vreselijk misverstand of niet, de afrekening mislukt en Herman ligt niet veel later in het ziekenhuis waar hij een spoedoperatie moet ondergaan. Artsen hadden zijn schedel moeten lichten om de druk weg te halen. Er zijn bloedingen. Dagenlang is zijn toestand kritiek en moet hij vechten voor zijn leven. Daarna volgt een maandenlange revalidatie in Beatrixoord. Pas na vijf maanden kan hij door de politie worden gehoord.

Had hij in de winkel met flessen gegooid? Etalageruiten aan diggelen? Herman zegt dat het kan, maar dat hij dat nu niet meer weet. Wat hij wel weet is dat die man hem eerst ten onrechte beschuldigde en hem vervolgens bijna heeft doodgeslagen. Met een fles champagne.

Een verhaal kan op veel manieren worden verteld.

Bernard is de man van de slijterij. Hij vertelt dat hij de dag was begonnen met spiegelen (dat doen winkeliers). Daarna had hij een eerste klant geholpen, een vrouw. Terwijl hij haar hielp, zag hij een wat groezelige man binnenkomen die direct doorliep naar achteren. Tegen de rechters: ‘Toen hoorde ik een ritssluiting, daarna het geschuif van een fles en toen weer de ritssluiting.’

Bij de toonbank had Bernard gevraagd of hij in de jas mocht kijken want hij vermoedde diefstal. Niet alleen vanwege ritsgeluiden. Een derde aanwezige klant had hem een veelbetekenende knipoog gegeven. Toen wist hij met zijn ervaring – nog een jaar en dan pensioen – genoeg.

En toen?
Bernard: ‘Escalatie. Hij ging door het lint. Paniek.’
Een buitenstaander ziet dat er in de winkel een worsteling is en houdt de deur dicht om te voorkomen dat er mogelijke winkeldieven vandoor gaan. De veelbetekenende knipoogklant helpt mee te worstelen. Er vliegen flessen door de lucht. Bernard: ‘Ik was angstig. Ik was bang dat hij mij zou doodslaan.’

En toen?
Bernard: ‘Toen heb ik hem een tikje gegeven. Met een fles, vanuit de pols’

Herman en Bernard zitten na elkaar in de verdachtenbank. De fles met champagne woog 1.568 gram.

Bernard wil 7.000 euro hebben van Herman. Schadevergoeding. Sinds de gebeurtenis, straks twee jaar geleden, zit hij ziek thuis. Eet slecht. Slaapt slecht.

De advocaat van Herman: ‘Je moet maar durven. Eerst sla je bijna iemand dood en dan wil je nog geld hebben ook.’

Herman vordert op zijn beurt 21.000 euro van Bernard. Herman zal niet volledig herstellen, maar last blijven houden van restverschijnselen. Dat hebben de artsen gezegd. De scootmobiel brengt weinig verlichting, de gehoorapparaatjes zijn peperduur.

De advocaat van Bernard: ‘Mijn cliënt kreeg in 2013 een waarschuwing van zijn werkgever. Er werd te veel gestolen als hij aan het werk was. Hij moest beter op winkeldieven letten.’

Mag een winkelier een winkeldief op de kop slaan? Bijna dood het ziekenhuis in? Eigenlijk niet, maar in bijzondere gevallen weer wel, zegt de officier van justitie. In dit geval? De aanklager: ‘Er was sprake van een ogenblikkelijke aanranding van lijf en goed. De reële mogelijkheid tot onttrekking aan de situatie ontbrak. Er was sprake van een hevige gemoedsbeweging.’

Oftewel: van het Openbaar Ministerie mocht de winkelier in dit geval de vermeende Amaretto-dief met een champagnefles de kop inslaan. Noodweer (-exces). De officier vraagt de rechtbank daarom om Bernard te ontslaan van alle rechtsvervolging. Dan kan hij geen straf krijgen. Tegen Herman eist ze een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden wegens diefstal met geweld. Voorwaardelijk, omdat ze rekening wil houden met zijn toestand.

De advocaat van Herman zegt dat Herman al is gestraft, omdat de winkelier voor eigen rechter heeft gespeeld. Tegen de echte rechters: ‘Uw werk is al gedaan.’

In de rechtszaal zit ook de eigenaar van de slijterij, de werkgever van Bernard. Hij wil ook een schadevergoeding want re-integratie van de al bijna twee jaar zieke werknemer kost klauwen met geld. Zegt: ‘Ik vind het voor beiden heel erg, maar voor mij is dit ook een drama.’ Hij vertelt dat hij anders zou hebben gehandeld. En dat het dan niet was gegaan zoals het is gegaan.

Maar hoe dat zit, dat lees je dan niet.

Rob Zijlstra

update – 15 november 2018 – uitspraak
Conform. Conform. Dus Herman heeft twee maanden voorwaardelijke celstraf gekregen, een waarschuwing dus. Hij moet Bernard zo’n 3.000 euro betalen. En Bernard is ontslagen van alle rechtsvervolging en hoeft niks te betalen. De vordering die de slijter als werkgever indiende, is afgewezen. Hieronder het vonnis van Bernard [klik op afbeelding].

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s