Rechtbankverslaggever op het matje

update

Ik  moet moest mij vrijdagmiddag (5 april) in Amsterdam verantwoorden voor de Raad voor de Journalistiek. Een rechter over wie ik in juli 2018 een artikel schreef, heeft een klacht tegen mij ingediend. Ik zou ‘onjuist, onvolledige en tendentieus’ over hem hebben bericht.

De klacht richt zich ook tegen de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden, Erik Wijnholds.

Het is goed dat journalisten ter verantwoording kunnen worden geroepen. Want soms maken wij er  een potje van.  Misschien is het waar en heeft deze  rechter gelijk. Rechters hebben in hun oordelen bijna (bijna) altijd gelijk. Maar in dit  geval is het volgens mij anders.  Ik heb wel een lelijk verhaal geschreven over deze rechter, maar niet ‘onjuist, onvolledige en tendentieus’.

De nuance in het gewraakte verhaal spat er vanaf. Dat vind ik.

Mocht de rechter in het gelijk worden gesteld, dan zal ik daar op deze plek ‘juist, volledig en niet tendentieus’ over berichten. Ik ga nu bewust niet in op het geschil. Dat zou  geen recht doen aan mijn tegenpartij die hier – op dit blog – immers niets te zeggen heeft.

      • De  zitting is geweest, beide partijen zijn aan de tand gevoeld en hebben hun standpunten nogmaals uiteen kunnen zetten.  Het  aanbod van rechter Joep de Locht – gedaan tijdens de zitting –  de kwestie ‘te schikken’ middels een rectificerende tekst  heb ik afgewezen. Ik hecht aan het oordeel van de Raad voor de Journalistiek.
      • Overigens, dacht  ik dat de reguliere rechtspraak traag was, de Raad voor de Journalistiek weet ook van wanten: uitspraak over twaalf weken.

    r.z.

  • raad voor de journalistiek

    klik voor volledig artikel

     

     

 

 

 

 

update – 6 april 2019

in balans

Als een zaak ‘onder de rechter’ is, is het beter om  te zwijgen en het oordeel af te wachten, in dit geval het oordeel van de Raad voor de Journalistiek.  Om die reden vind ik het  niet gepast in te gaan op het geschil dat ik heb met rechter De Locht. Ook omdat ik mij realiseer  dat het voor rechters lastig is publiekelijk te reageren.

Maar nu reageert een collega-rechter van De Locht. Ik plaats (met zijn instemming) zijn reactie hier. Omdat een verhaal altijd (vaak) twee kanten heeft. Voor de balans.

 

Het is niet echt fair om op je eigen podium te zeggen dat je niet op de zaak in gaat. Je doet het natuurlijk door er een artikel aan te wijden, het gewraakte artikel erbij te zetten en te stellen dat je vindt dat de nuance eraf spat.

Een rechter kan moeilijk publiek reageren, zeker als het over hemzelf gaat; hij is een sitting duck. Als directe collega van mr. De Locht ken ik de zaak wel een beetje. Om de kwestie wat in balans te brengen, reageer ik toch maar.

Volgens de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek geldt als uitgangspunt dat journalisten waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk berichten en dat ze eenzijdige en tendentieuze berichtgeving vermijden. De oudere Code voor de Journalistiek verwoordt het wat scherper: “De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan tussen feiten, beweringen en meningen.”

Al in juli 2018 stuurde de president van de rechtbank een “Ingezonden stuk brief/commentaar/mening Dagblad van het Noorden” aan de krant. Misschien heb ik het over het hoofd gezien, maar bij mijn weten is deze reactie nooit met het publiek gedeeld. Waarom eigenlijk niet?

De president schrijft: “Terug naar het artikel. In het artikel staat over het incident op 8 mei 2016 in de derde alinea het volgende: “Op het volle terras krijgt Nico Salas te horen dat hij een ‘asociale buitenlander’ is die ‘niet eens fatsoenlijk Nederlands kan praten’ en bovendien ‘een hufter die vrouwen lastigvalt’. De Locht bijt zijn clubgenoot toe: ‘Jij hoort hier niet thuis’.”

Het eerste citaat is tevens de kop van de alinea, het laatste citaat is extra uitgelicht. De journalist geeft in zijn verantwoording onder het artikel aan uit welke stukken de citaten afkomstig zijn.
Uit deze stukken blijkt echter niet dat betreffende uitspraken door de rechter zijn gedaan. Wel zijn deze terug te lezen in de aangifte die Salas deed tegen de rechter naar aanleiding van het incident.
 Ik constateer dan ook dat het artikel niet klopt en suggestief is.”

De president vroeg zich vervolgens af of het ernstig dat het artikel slordig met de feiten omgaat. Ze antwoordde: “Ik vind van wel. In de rechtspraak baseren we ons op de feiten. Daar is in dit geval geen sprake van. Dit is onnodig beschadigend.”

De Leidraad voor de Journalistiek zegt letterlijk dat beschuldigingen alleen worden gepubliceerd wanneer onderzocht is of hiervoor een deugdelijke grondslag bestaat, zeker wanneer die beschuldigingen werden geuit door personen die in conflict verkeren met de beschuldigde.
Ik heb begrepen dat wel wordt toegegeven dat de bron alleen de heer Salas is. Als dat waar is, heeft de krant over mr. De Locht kwalijke feiten gepubliceerd, terwijl het in werkelijkheid alleen maar gaat om de mening van iemand over mr. De Locht. In dat geval is een rectificatie op haar plaats. Daar hoeft toch geen Raad voor de Journalistiek aan te pas te komen?

Edzard van Weringh (rechter)

 

 

12 gedachtes over “Rechtbankverslaggever op het matje

  1. Pieter Wittenberg zegt:

    dag Rob,
    ik wens het college vandaag wijsheid
    weet dat ik jouw ken als een integer journalist en dat ik daar nog nooit aan getwijffeld heb.
    Ik wens je een goede dag en een behouden thuiskomst in het Groningse.
    Pieter

  2. A. Verelst zegt:

    Verbazend dat de heer De Locht ervoor blijft kiezen deze kwestie te laten voortbestaan, om niet te zeggen te escaleren. Wellicht heeft hij het gevoel dat hij daadwerkelijk onheus is behandeld (door allerlei tuchtraden, een collega-rechter in Almelo en dan ook nog eens door het Nieuwsblad), maar de kans bestaat ook dat de reden voor de gang naar de Raad voor de Journalistiek is ingegeven door de mogelijke eis van zijn werkgever, het bestuur van de Rechtbank Noord-Nederland, dat De Locht aantoont dat het hele verhaal niet klopt.

    Een vraag. Direct aansluitend aan de klacht van de heer De Locht behandelt de Raad voor de Journalistiek een klacht van het Groningse bedrijf Woldring United (https://www.rvdj.nl/zittingen). Ligt daar een link met de voor miljoenen-fraude veroordeelde sportkameraad van rechter De Locht? In dat geval kan er vandaag gecarpoold worden richting Amsterdam!

  3. E.W. van Weringh zegt:

    Beste Rob,

    Het is niet echt fair om op je eigen podium te zeggen dat je niet op de zaak in gaat. Je doet het natuurlijk door er een artikel aan te wijden, het gewraakte artikel erbij te zetten en te stellen dat je vindt dat de nuance eraf spat.

    Een rechter kan moeilijk publiek reageren, zeker als het over hemzelf gaat; hij is een sitting duck. Als directe collega van mr. De Locht ken ik de zaak wel een beetje. Om de kwestie wat in balans te brengen, reageer ik toch maar.

    Volgens de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek geldt als uitgangspunt dat journalisten waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk berichten en dat ze eenzijdige en tendentieuze berichtgeving vermijden. De oudere Code voor de Journalistiek verwoordt het wat scherper: “De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan tussen feiten, beweringen en meningen.”

    Al in juli 2018 stuurde de president van de rechtbank een “Ingezonden stuk brief/commentaar/mening Dagblad van het Noorden” aan de krant. Misschien heb ik het over het hoofd gezien, maar bij mijn weten is deze reactie nooit met het publiek gedeeld. Waarom eigenlijk niet?

    De president schrijft:

    “Terug naar het artikel. In het artikel staat over het incident op 8 mei 2016 in de derde alinea het volgende: “Op het volle terras krijgt Nico Salas te horen dat hij een ‘asociale buitenlander’ is die ‘niet eens fatsoenlijk Nederlands kan praten’ en bovendien ‘een hufter die vrouwen lastigvalt’. De Locht bijt zijn clubgenoot toe: ‘Jij hoort hier niet thuis’.” Het eerste citaat is tevens de kop van de alinea, het laatste citaat is extra uitgelicht. De journalist geeft in zijn verantwoording onder het artikel aan uit welke stukken de citaten afkomstig zijn.
    Uit deze stukken blijkt echter niet dat betreffende uitspraken door de rechter zijn gedaan. Wel zijn deze terug te lezen in de aangifte die Salas deed tegen de rechter naar aanleiding van het incident.
    Ik constateer dan ook dat het artikel niet klopt en suggestief is.”

    De president vroeg zich vervolgens af of het ernstig dat het artikel slordig met de feiten omgaat. Ze antwoordde:

    “Ik vind van wel. In de rechtspraak baseren we ons op de feiten. Daar is in dit geval geen sprake van. Dit is onnodig beschadigend.”

    De Leidraad voor de Journalistiek zegt letterlijk dat beschuldigingen alleen worden gepubliceerd wanneer onderzocht is of hiervoor een deugdelijke grondslag bestaat, zeker wanneer die beschuldigingen werden geuit door personen die in conflict verkeren met de beschuldigde.
    Ik heb begrepen dat wel wordt toegegeven dat de bron alleen de heer Salas is. Als dat waar is, heeft de krant over mr. De Locht kwalijke feiten gepubliceerd, terwijl het in werkelijkheid alleen maar gaat om de mening van iemand over mr. De Locht. In dat geval is een rectificatie op haar plaats. Daar hoeft toch geen Raad voor de Journalistiek aan te pas te komen?

    • C. de Boer zegt:

      Oei, dit begint een deftig pandemonium te worden! Rechters die het voor elkaar opnemen in een zaak die in behandeling is bij de Raad voor de Journalistiek en die en passant beginnen te citeren uit ongepubliceerde correspondentie van de president van de rechtbank… “Om de kwestie wat in balans te brengen”, zegt u. Of de kwestie nu in evenwicht is, valt te bezien, maar dat er nu meer in de waagschaal gesteld is, is wel zeker.

      Dat het moet komen tot een zaak bij de Raad voor de Journalistiek èn dat kennelijk een ingezonden stuk van de president van de rechtbank niet in de krant geplaatst is, impliceert bepaald niet dat er omissies zouden zijn in de wijze van handelen van de journalist of zijn krant. In de eerste plaats is er blijkbaar geen overeenstemming over òf (en zo ja, wat) er te rectificeren zou zijn. Anders was dat immers wel gebeurd. Ten tweede zal een zichzelf op waarde schattende krant niet snel weigeren een brief van de president van de rechtbank te plaatsen met als oogmerk tegen beter weten in te volharden in onjuiste berichtgeving. Een en ander duidt op iets anders. Het duidt erop dat de brief niet is geplaatst omdat de inhoud ervan niet klopt met de werkelijkheid of omdat de krant over informatie beschikt die in tegenspraak is met wat de president schrijft. Het meest waarschijnlijke scenario is dat de krant de brief van de president niet heeft geplaatst om de president (en daarmee de Rechtbank Noord-Nederland en afgeleid het aanzien van de rechtspraak) te beschermen en te behoeden voor beschadiging. Wellicht is de president zich daarvan inmiddels bewust, maar u niet.

      Door hier – op het persoonlijke blog van een journalist, ik veronderstel op eigen gelegenheid en wellicht hap-snap – te citeren uit een niet gepubliceerde brief van de hoogste vertegenwoordiger van de Rechtbank Noord-Nederland, creëert u een even wonderlijke als interessante situatie. U suggereert dat de journalist in kwestie niet op de stoel van de rechter moet gaan zitten, maar u gaat als rechter wel op de stoel van de journalist zitten. Die stoelendans zal denkelijk weinig goeds brengen.

      Nu u in uw bericht toch begint over controleerbaarheid, wil ik u uitnodigen om de brief van de president in zijn geheel te openbaren. Kennelijk mag u zich daartoe vrij voelen en bovendien is het voor geïnteresseerden als ik wel eens aardig om ten langen leste kennis te nemen van de standpunten van de rechtbank in deze affaire.

      U geeft aan dat u deze zaak wel een beetje kent, als collega van de heer De Locht. U bedoelt natuurlijk dat u de lezing van de heer De Locht wel een beetje kent. Het mag als curieus gelden dat iemand van uw stiel op dit abuis gewezen moet worden.

      De journalist geeft tot besluit van zijn artikel aan aan welke stukken gebruikte citaten zijn ontleend. Uit hetgeen u schrijft, valt op te maken dat de president heeft geconstateerd dat er met betrekking tot een bepaalde passage onjuist geciteerd zou zijn. Voor de lezer is dat (de juistheid van het citaat zowel als de mogelijke onjuistheid van het citaat) oncontroleerbaar. De journalist meldt ter bevestiging daarvan overigens ook zelf dat hij – zoals hem binnen de kaders van de journalistieke ethiek geheel vrijstaat – gebruik maakt van bronnen die anoniem zijn.

      Er omwille van de argumentatie van uitgaande dat de journalist zich vergist heeft en dat de passage in kwestie anders geciteerd had moeten worden of misschien zelfs helemaal niet gepubliceerd had moeten worden, en ons voorstellende dat er met betrekking daartoe daadwerkelijk gerectificeerd zou zijn geweest; wat dan? De bevindingen van de verschillende tuchtorganen en de Overijsselse rechter waren er niet anders door geworden.

      U en anderen trachten de portee van het artikel van Rob Zijlstra te ontkrachten door de aandacht te richten op een mogelijk onjuist geciteerde passage betreffende slechts één van de kleinoden in de zonderlinge collectie van wapenfeiten en praktijken van de heer De Locht. De vraag is, heer Van Weringh, wat u vindt van het verhaal dat Rob Zijlstra heeft geschreven over de heer De Locht als u buiten beschouwing laat wat door u betwist wordt? Voelt u zich dan wel senang met deze geschiedenis?

      Een les kan zijn dat het juist voor een sitting duck verstandig is om niet te kwaken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s