Wie wordt verdacht van een strafbaar feit en de pech heeft zich daarvoor te moeten verantwoorden bij de rechter, moet dat in het openbaar doen. In de blote kont. Iedereen kan meekijken, luisteren en ik kan er stukjes over schrijven. Anders is het als de verdachte nog geen 18 jaar is. Dan zijn de deuren gesloten.

Maar heel af en toe staan die deuren bij de kinderrechter op een kiertje –  bij wijze van spreken – en kan ik even naar binnen koekeloeren. Zo stonden nog niet zo lang geleden twee jongemannen, 16 en 17 jaar, terecht omdat ze middels ‘listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels’ een cafetaria twee porties kapsalon döner met knoflooksaus afhandig hadden gemaakt. Ze pleegden hun misdaad via het internet.

Jong geleerd en gedaan.

Het is niet alleen kinderspel bij de kinderrechter. Zo nu en dan zie ik jongens en meisjes van 15 jaar door de gesloten deur naar binnen gaan omdat ze opzettelijk drugs hebben verkocht, afgeleverd, verstrekt of vervoerd. Kindsoldaten in vredestijd.

Nooit zal ik de zaak vergeten rond de dood van een vriendelijke en sociale man, zoals de officier van justitie hem in de rechtszaal omschreef. De man (53) woonde in een flat en je kon – iedereen wist dat in Delfzijl-Noord – wiet bij hem kopen. Als je geen geld had mocht het op de pof, dan schreef hij je naam in een schriftje.

Op een lelijke dag besloot een groepje jongens en mannen, minder- en meerderjarigen, hem te beroven. Drie van hen waren 17, eentje 19 en de vijfde net 20. Eerst wilden ze de McDonald’s in Appingedam overvallen, maar eenmaal ter plaatse vonden ze het er te druk. De man in de flat met zijn wiet en zijn schriftje was alleen, het zou een eenvoudig klusje zijn.

Hij had zich verzet, maar was niet opgewassen tegen zoveel jeugdig geweld. Twee dagen later werd hij gevonden. Doodgebloed. Als verdachten zaten ze in de rechtszaal. Het had even geduurd voordat ze werden opgepakt. Tijdens de rechtszaak zei de officier van justitie dat veel mensen in Delfzijl – jongeren en ouders – wisten wie bij de fatale overval aanwezig waren geweest, maar dat daarover werd gezwegen.

Terug naar nu. In Groningen gonzen geruchten dat recente gewapende overvallen, onder meer op cafetaria’s, zijn gepleegd door minderjarigen.

Door jochies.

Recent werd een jongen van 14 jaar veroordeeld wegens een gewapende overval op een Shell-tankstation in Groningen. In april volgde ik een rechtszaak van een minderjarige die betrokken was bij de overval, met messen, op een supermarkt in Holwierde. Het ging er heftig aan toe. Er waren twee daders, beiden 17 jaar. Behalve geld namen ze sigaretten mee van de merken die ze zelf roken. In hun omgeving waren die sigaretten opgevallen, maar niemand rook onraad of belde de politie.

Ik volgde de strafzaak achter gesloten deuren met toestemming van alle betrokkenen, dus ook van de ouders. Voorwaarde was dat ik niet over de inhoudelijke behandeling zou publiceren. Wat ik kan vertellen is dat ik schrok van het gemak waarmee jonge jongens ertoe overgaan een ov’tje te zetten, zoals ze dat zelf noemen. Zo’n overvalletje doe je bijvoorbeeld als je even geen geld hebt.

Ook niet helemaal onbelangrijk, een ov’tje op je naam is goed voor de status.
Dan krijg je respect.

In september vorig jaar werd cafetaria Alfa in Groningen-Zuid overvallen. Beelden van de overval gingen het land in via Opsporing Verzocht, nog altijd terug te zien op Youtube. Het zijn heftige beelden. Een overvaller dreigt met een vuurwapen, de tweede met een voortdurende knetterende taser, de derde heeft een mes. De buit bedraagt een klein beetje geld.

In Opsporing Verzocht zegt de politie te denken dat de overvallers nog jong zijn. En dat was ook zo. De lange man met het knetterende stroomstootwapen in de vorm van een zaklamp die dreigend bij de kassa staat is de dan 14-jarige Floris. Als hij wordt aangehouden wil hij niet vertellen wie die andere twee zijn. Hij is geen snitch.

Deze strafzaak woonde ik niet bij, maar ik las wel het vonnis. Dat is openbaar. De 14-jarige stond niet alleen terecht voor die overval, maar ook voor een poging tot doodslag, een bedreiging tegen het leven gericht en een woninginbraak. Uit de woning van ouders van een vriend – de sleutel lag onder de bloempot – haalde hij bankbiljetten, een MacBook pro, een iPhone, een Samsung Galaxy en een Playstation (4), prijzig goed dat hij later te koop aanbood op Instagram. Ook had hij bij de Mediamarkt een leeftijdgenoot met een vuurwapen tot bloedens toe op het hoofd geslagen (poging doodslag) en had hij het wapen tegen de slaap van de ongelukkige gezet en gezegd: ‘ik schiet je dood’ (bedreiging).

Hij haalde de trekker over en er klonk een droge klik.
Het wapen was niet geladen.

Nadat Floris in beeld was gekomen als verdachte voor de woninginbraak, werd zijn slaapkamer doorzocht. De politie vond een schriftje, een aanzet tot een dagboek. Hij schrijft treurig dat hij klaar is met leven, dat school aan zijn hoofd zeurt, dat hij ‘veelste veel’ wiet rookt, ‘….dat me stress toeneemt hoe meer nuchter ik ben’.

Hij schrijft dat hij 24/7 aan geld denkt, dat hij in september een ov heeft gezet. ‘Ik was de eerste youngboy van Groningen op Opsporing Verzocht, niks om trots op te zijn… maar ik krijg er zoveel respect voor’.

Verraden door zijn eigen wanhopige tekst.

Hij voerde nog aan dat hij vaker rapteksten schrijft over criminaliteit en het straatleven en dat de tekst in het schriftje niet serieus moet worden genomen. De rechters doen dat wel.

Floris heeft deze week zijn straf gekregen. Jeugddetentie met een hele waslijst aan verplichtingen (zoals het volgen van therapieën, enkelbandje, naar school) en verboden (geen alcohol, geen drugs). De komende twee, drie jaar zal hij worden omgeven door hulpverleners. Houdt hij zich niet aan gemaakte afspraken en de door de rechtbank opgelegde verplichtingen en verboden, dan wacht plaatsing in een instelling voor jeugdigen: jeugd-tbs.

Vijftien jaar (inmiddels), vaak niet nuchter, moe van het stressvolle leven en ten onder aan respect.
Wat zich achter die gesloten deuren van de kinderrechter afspeelt, is grotendeels onzichtbaar, maar kinderachtig is het niet.

Rob Zijlstra