Geschoeide voet

De meest voorkomende misdaad in zittingszaal 14 is momenteel die met de geschoeide voet. Momenteel is dit jaar. Al een tijdje pieker ik over de vraag waarom dat zo is. De geschoeide voet is van alle tijden, maar nooit eerder waren het er zo veel.

Er is voor zover ik weet geen onderzoek naar gedaan. Dat is best raar. De halve strafrechtketen houdt zich bezig met de geschoeide voet, rechters zitten hele dagdelen achtereen verdachten aan te horen, maar een diepgravende wetenschappelijke verhandeling over de geschoeide voet in criminologisch perspectief lijkt vooralsnog een onbewandelde weg.

U moet het doen met een bescheiden beschouwing  van een rechtbankverslaggever.

De geschoeide voet gaat over mannen (altijd) die vechten, best vaak gaat het over meerdere mannen die met z’n allen matten tegen één. Die ene ligt dan op de grond, heel eerlijk is het nooit. Zolang ze erop los slaan gaat het over mishandeling en als er hard wordt gemept over zware mishandeling. Maar zodra eentje begint met schoppen, met schoeisel aan de voet, dan wordt het andere koek, dan gaat het naar een poging tot doodslag. Mits het slachtoffer op de grond blijft leven.

Pogingen tot misdaden zijn ook strafbaar.

Maar waarom is dit nu ineens de meest voorkomende misdaad? Alsof er geen drugshandel is, geen ondermijnende criminaliteit waar Grapperhaus 100 miljoen euro extra voor heeft uitgetrokken. Het antwoord: malheur.

Het is het misdrijf
van de kat in de bak

Het zit denk ik zo. Er is narigheid bij politie, gedoe bij het Openbaar Ministerie en kommer bij de rechtbanken, de drie hoofdrolspelers in de strafrechtketen. Alle sores leidt tot één en hetzelfde: gebrek aan capaciteit. Om de kachel toch brandende te houden wordt teruggegrepen op misdaden die zich eenvoudig naar de rechtbank laten slepen.

Misdaden met de geschoeide voet hebben gemeen dat de aanleiding onbeduidend is, de politie vaak snel ter plaatse is, dat er een zichtbaar slachtoffer is (hij die gehavend op de grond ligt), dat er veel getuigen zijn, de daders doorgaans dronken en, ook niet onbelangrijk, dat camera’s de afranseling hebben geregistreerd. Het is het misdrijf van de kat in de bak.

Wie een medemens met opzet hard tegen het hoofd schopt, neemt voor lief dat de afloop fataal kan zijn omdat het hoofd een kwetsbaar lichaamsdeel is. Qua straf is een poging tot doodslag de werkstraf ver voorbij: er worden gevangenisstraffen geëist en ook opgelegd, soms wel dertig maanden.

In de rechtszaal hebben de verdachten altijd spijt. Dan zeggen ze dat het niet zo had gemoeten. Geert stond afgelopen week terecht en hij trok zelfs een beetje wit weg toen hij zichzelf op de beelden in de rechtszaal terugzag. Hij: ,,Ik ben het wel, maar ik herken mezelf niet, zo ben ik niet.’’

Ze zijn ergens
voor de lol geweest

Geert is, voor leden van de Eerste Kamer geen Noord-Afrikaan, 22 jaar, zijn vriend Karel (idem) is een jaar jonger. Ze zijn ergens voor de lol geweest en willen de zondag afsluiten met wat eten in de shoarmazaak. Ze zitten aan het tafeltje bij het raam, pal naast de ingang en happen er smakelijk op los.

Er is nog niks aan de hand.

Maar dan. Op de beelden (die dus in de rechtszaal worden vertoond) is te zien dat een man – zeg maar Bernard – de zaak binnenwandelt en doorloopt naar achteren. Geert en Karel zien hem binnenkomen. Volgens een van de advocaten is duidelijk waarneembaar dat Geert en Karel op dat moment nerveus worden. De rechters zeggen dat dat zou kunnen, maar dat zij het niet zien.

Na 2, 3 minuten loopt Karel met de telefoon aan zijn oor naar buiten. We zien hem bellen. Karel zegt dat hij zich met de situatie geen raad wist en daarom zijn vader belde.

Dan verschijnt Bernard weer in beeld, hij loopt naar buiten. Drie seconden later vliegt Geert erachteraan, hij haalt met rechts uit en Bernard gaat op de stoep als een blok tegen de vlakte. De beelden die dan volgen laten de poging tot doodslag zien. Fraai is het camerawerk niet. Terwijl Bernard op de grond ligt, slaan en schoppen Geert en Karel er flink op los.

Bernard raakt buiten bewustzijn, de politie is er snel, de vader van Karel komt, de ambulance arriveert, Karel en Geert worden aangehouden en afgevoerd. Bernard mag het ziekenhuis diezelfde avond na een controle verlaten, met een gebutst hoofd en de kleren kapot. Er staat geen voetafdruk in zijn hoofd, wel de afdruk van zijn bril.

Ze zeggen dat
het noodweer was

Het slaan en schoppen duurde al met al 6, 7 seconden, de gevolgen moeten wat de officier van justitie betreft langer duren: anderhalf jaar gevangenisstraf. Omdat beiden geen strafblad hebben (na nu wel) mag daarvan een jaar voorwaardelijk. Betekent dat Geert en Karel voor een paar maanden terug moeten naar de gevangenis.

Geert trekt dat niet, zegt hij. Karel zal zijn baan verliezen. Ze hadden het gedaan uit angst voor Bernard. Karel zegt dat hij zich geen raad wist, Geert had een black-out gekregen, terwijl de emoties maar doorgingen. Ze zeggen dat het noodweer was, dat het Bernard was die (net niet te zien op de beelden) met gebalde vuisten op Karel afkwam. Geert had toen zijn vriend verdedigd. Bernard, hij zit vlak achter de twee verdachten, luistert en kijkt minzaam. Hij heeft een schadeclaim ingediend van ruim 15.000 euro.

Er was wel een aanleiding, misschien was het een wraakactie, opperen de rechters. Geert en Karel Karel zeggen van niet, van nooit een keer. In 2017 hadden ze het op een feestje aan de stok gehad met Bernard en wel zo dat hij Karel flinke klappen had verkocht. In de shoarmazaak zou Karel Bernard hebben toegebeten dat-ie een vuile oplichter is.

Advocaten vragen begrip en zeggen tegen de rechters dat Bernard niet zomaar iemand is, hij is een man met een zekere reputatie in Oost-Groningen, een man met lelijke streken, een bekende ook van de televisie. Iemand die bijtgrage herdershonden op journalisten afstuurt. Zoek maar op, zeggen de raadsmannen, op Foute Boel.

Voor het misdrijf met de geschoeide voet voor de shoarmazaak maakt het allemaal weinig uit. Het gaat om die ene schop, die twee schoppen tegen het hoofd, niet zozeer om de voorgeschiedenis.

Er komt vast een tijd dat politie, justitie en de rechters de zaken weer op orde hebben, de malheur voorbij. De geschoeide voet zal dan minder vaak in de rechtszaal opduiken, want daar is dan geen tijd meer voor.

Dat denk ik.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s