Zittingszaal 14 | het laatste woord

Ik ga het verhaal rondmaken. En dat verhaal begint niet bij een strafzaak van afgelopen week, maar bij eentje van bijna 18 jaar geleden. Het verhaal vertelde over Cleon, toen een vlotte jongeman die het goed deed in de examenklas van de havo in Haren, die nooit eerder misselijke rotstreken had uitgehaald en qua kleding en kapsel hip en vrolijk door de lente van zijn leven stuiterde.

Niemand in zijn omgeving had het kunnen begrijpen. Zo heftig, zo niet hem.

Cleon had samen met een vriend een vrouw op de fiets het pad versperd. Ze droegen bivakmutsen. Het was donker. De vrouw werd gedwongen mee de bosjes in te gaan waar ze op haar knieën moest gaan zitten. Terwijl zij onvoorstelbaar bang vreesde te worden verkracht, zette Cleon een vuurwapen tegen haar hoofd en dreigde hij haar dood te schieten. Ze wilden geld, pinpas en pincode. Daarna mocht ze haar weg vervolgen, alsof er niets was gebeurd.

Een paar dagen eerder hadden ze iets vergelijkbaars geflikt in het Stadspark in Groningen. Het slachtoffer was een man van respectabele leeftijd. Ook hij moest op de knieën.

Ze deden het voor het geld dat ze niet echt nodig hadden. Cleon had spijt, dat wel, maar vond toch ook dat zijn slachtoffers op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren. Zou het hem zijn overkomen dan had hij nooit aangifte gedaan. Hij niet.

Cleon werd gelijk zijn foute vriend veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, voor een 19-jarige is dat een stevige. Hij zei dat hij zijn straf eigenlijk wel relaxed vond. Hoefde hij een tijdje niet na te denken over zijn kapsel en ook niet over de kleren die hij na het opstaan moest aantrekken. Hij liet de aanwezigen in zittingszaal 14 in verwarring achter.

Niet lang nadat ik over deze vreselijke en heftige zaak had geschreven, ontving ik een bozige e-mail van de moeder van Cleon. Zij vond dat ik een te negatief beeld van haar zoon had geschetst. Ik zocht contact. Moeder, intens verdrietig, vertelde dat zoonlief ook goede kanten had, dat Cleon eigenlijk een heel lieve jongen was, een kant die in de rechtszaal en ook in mijn bericht onvermeld was gebleven.

Ze had gelijk. Maar ook waren we het er snel over eens dat een lieve zoon met goede kanten geen bivakmuts over z’n hippe kop moet trekken om mensen te beroven. De opgelegde straf vond ze ondanks het moederverdriet meer dan terecht. Ze schaamde zich rot. Ze vertelde over haar leven en over haar kinderen. Ik voelde haar pijn.

Het vermoeden was er al, maar na het contact met de moeder van Cleon wist ik het zeker. In iedere strafzaak draait het om de feiten, feiten die in de rechtszaal hard zijn en kil en meestal waar. Maar om die feiten te kunnen begrijpen, al was het maar een beetje, zijn er ook verhalen nodig.

Ik nam mij voor dat ik mij niet wilde beperken tot kleine stukjes in de krant, niet tot dagelijkse nieuwsberichtjes op de website. Niet tot alleen de eis, het onsje minder van de advocaat en niet alleen het oordeel van de rechters. Ik wilde geen rechtbanknotulist zijn. Ik wilde de verhalen.

En die kwamen. Na Cleon en zijn foute vriend zag ik nog eens meer dan vijfduizend mannen en vrouwen van jong tot oud langs mij heen strompelen. Een bonte stoet van schurken, schlemielen en pechvogels.

Er was een ergste strafzaak, een meest trieste. Er was een zaak die het langst duurde, een zaak met de meeste impact. Een brutaalste, een meest ranzige, een ingewikkeldste. Ik volgde bijna negentig moordzaken en honderden zedenzaken. Een moord is heftig, maar best te doen, zeden wennen nooit.

Ik zie nog die drie dappere jonge vrouwen, tieners toen nog. Zusjes. Ze zaten, elkaars handen vasthoudend, vlak achter de verdachte. Hij was hun vader van wie ze in mondelinge verklaringen zojuist voor altijd afscheid hadden genomen. Hij mocht hun vader niet meer zijn. Jarenlang waren de drie zusjes door die man seksueel misbruikt, ook op zondag, de dag die bij hen in het teken stond van de kerk.

Ze hadden alle moed van de wereld moeten vergaren om tegen hem aangifte te doen. In de rechtszaal werd een brief voorgelezen die de werkgever naar de rechtbank had gestuurd. De werkgever schreef dat hij het de jonge vrouwen zeer kwalijk nam dat ze naar de politie waren gestapt waardoor een van zijn beste werknemers zo in de problemen was gekomen.

Een meest weerzinwekkende.

In zittingszaal 14 hangen vijf panelen van de Amsterdamse schilder Jaap Hillenius. De werken verbeelden de provincie Groningen, de kleuren zijn zacht en van pastel. De kunstenaar wilde hiermee tegenwicht bieden aan de harde en rauwe feiten die in deze uit beton opgetrokken rechtszaal moeten worden besproken. Ik heb het altijd wrang gevonden dat Jaap Hillenius kort nadat zittingszaal 14 in gebruik werd genomen op tragische wijze het leven liet: hij werd op zijn fiets overreden door een bestelbus.

Op mijn vaste plek aan de perstafel hebben de stoelpoten vier deukjes in de negen jaar oude vloerbedekking gedrukt. Vanaf die vaste plek zag ik de verdachten de rechtszaal betreden, soms was er dan heel even oogcontact. Ik kende de vaste klanten en ik zag ze, bij binnenkomst, weleens denken: jeetje, die vent van de krant zit daar ook nog steeds.

Om diezelfde verdachten even later tegen de rechters te horen vertellen dat ze vastberaden waren hun criminele leven te beteren. Waarom de rechters dat moesten geloven?

Verdachte, trots en enthousiast: ,,Ik heb in de gevangenis een cursus gevolgd.’’
Rechters: ,,Heftruck?’’
Verdachte: ,,Nee. Kiezen voor verandering.’’

Hoe het leven van Cleon, inmiddels een jaar of 37, is verlopen weet ik niet. Ik heb hem na die rechtszaak nooit weer gezien. Misschien is het goed gekomen. Ook de moeder die mij inspireerde de verhalen te vertellen, sprak ik nooit weer. Zij was overigens niet de enige die reageerde naar aanleiding van een rechtbankverhaal. Soms waren de reacties vol onbegrip, soms instemmend en veel daartussenin. Scheldkanonnades, deze tijd niet vreemd, bleven mij bespaard. Over de feiten kun je van mening verschillen, in verhalen vind je elkaar.

Dank. U was in de voorbije achttien jaren een bijzonder aangename lezer.

ROB ZIJLSTRA

 

11 gedachtes over “Zittingszaal 14 | het laatste woord

  1. Prachtig Rob., je verslagen gaven altijd een ” completer ” gezicht / inzicht aan zowel verdachten maar ook de slachtoffers en je stelde mij (bijna) in staat de ” rechtbank ” te kunnen ruiken.
    Je had je eigen stijl en zelden heb ik ’n stukje gemist.

    Dus ja ik je missen.

    Succ6 en meer.
    Theo

  2. Ik wist niet dat je ermee ophield, Rob. Dank voor de mooie verhalen die ik misschien niet alle 18 jaar maar toch al wel lang en met veel plezier gelezen heb. Jammer dat dat stopt! Wat je ook gaat doen, succes en vooral ook veel pret. Peter.

  3. Bedankt voor je mooie soms hilarische maar vaak indringende verhalen. Het leverde heel veel leesplezier op, en ik zal je bijdrage gaan missen. Succes met je werk voor de onderzoeks redactie en veel succes.

    Gr Clemens

  4. Hallo Rob,

    Dank voor al die jaren waarin je ontroerende, kritische en altijd betrokken respectvolle verslagen hebt geschreven.
    Ik ben er altijd erg blij mee geweest dat je de andere kant van het strafrecht hebt getoond met de nuancering
    die nodig is.

    Succes met je onderzoeken. Ben benieuwd….

    Vrgr
    Janneke

  5. Beste Rob,
    Bedankt voor jouw verhalen en voor de introductie in de wereld van de rechtbank als rechtbanktekenaar. Jouw blik heeft mijn manier van kijken zeker beïnvloed. En dat zal ik vasthouden!
    Ik verheug me op nieuwe verhalen.
    hartelijke groet,
    Heleen

  6. Bedankt voor jarenlang leesplezier, we hebben altijd enorm genoten van Zittingszaal 14.

    Ook toen mijn vader Willem de Roos op zijn 74e verjaardag op 1 augustus 2015 zijn toga aan de wilgen hing en stopte als advocaat in Groningen, bleef hij het blog volgen en toen hij door zijn Parkinson niet meer goed zelf kon lezen, heb ik de stukken vaak aan hem voorgelezen.

    In december 2020 is hij overleden, ik ben blijven doorlezen.

    Bedankt!

    Met vriendelijke groet,
    Yorike de Roos

  7. Hoewel ik volledig begrijp dat ‘iets anders gaan doen’ af en toe hoognodig is, ga ik je verhalen missen. Ik ga binnenkort met pensioen. Misschien dat ik zelf dan (in de zittingszaal van de rechtbank in ‘mijn stad’) maar op zoek moet naar je mooie verhalen en bespiegelingen.
    Desalniettemin is dit een klap voor de rechtbankverslaggeving!

    Succes verder en ik blijf hopen dat je de zittingszaal gaat missen!

  8. Dank Rob voor de vele jaren van nuchtere beschouwingen, erg fijn om te lezen. Hoop dat het eigen afweging is om andere rol op je te nemen, dankbaar dat het het mogen bestaan, jammer dat het stopt.
    Met erg veel waardering door de jaren heen gelezen.

  9. Dag Rob, vanuit Amsterdam en vanuit Norg waar wij een huisje hebben heb ik jarenlang je rechtbankverslagen gevolgd en ervan genoten. Heel lang heb ik bij de reclassering gewerkt voor zware gevallen. Jouw benadering kon ik altijd delen. Het gaat hoe dan ook om mensen. In mijn rapportages heb ik altijd geprobeerd dieper in te gaan op de achtergronden die soms invoelbaar waren en soms helemaal niet. Jij hebt dat altijd zo mooi genuanceerd weergegeven waarvoor mijn dank. Het ga je goed. Groet Jetty Tempelman

  10. Rob, bedankt voor de mooie verslagen die je schreef. Het heeft mij een inzicht gegeven in hoe het recht werkt. Ik zal je verhalen missen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s