Auteur: rob zijlstra

rechtbankverslaggever te groningen, blogger, journalist

Jan Eland

over een hoofdofficier van justitie

Jan Eland – wie kent hem niet – vertrekt.
Man was 14 jaar hoofdofficier van justitie in Noord-Nederland.
Baas, bovenbaas van justitie in ’t Noorden.

Eindbaas.

Hij kwam uit Zeeland en gaat nu via Groningen, Drenthe en Friesland naar Limburg.
Steeds ver weg van Den Haag, ver van het gezag.
Ver van Den Haag brengt ‘regelruimte’ met zich mee en dat beviel hem goed.

Jan Eland is een manager van publieke zaken.
Zouden meer managers van publieke zaken Jan Eland zijn, dan werd het beter.
Dat denk ik wel.

Vanwege zijn vertrek, deed ik een interview.
Een verslag van dat interview  staat stond afgelopen weekeinde in Dagblad van het Noorden en in de Leeuwarder Courant. Nu ook hier te lezen (klik op afb.):

  

Het interview is behalve in de krant van papier (te koop) ook
te lezen via de sites van Dagblad van het Noorden
en Leeuwarder Courant- interview eland

 

 

De snelste

over wat wordt waargenomen en wordt opgeschreven

Een twijfelachtige eis of een bijzondere uitspraak? Het vonnis in een strafzaak rond uitgaansgeweld in de binnenstad van Groningen is hoe dan ook opmerkelijk. De strafzaak diende twee weken geleden, de uitspraak was donderdag.

Wat wil het geval?

Twee mannen uit Groningen (19 en 23 jaar) zouden in april in de Peperstraat – vijf uur in de ochtend –   hebben geprobeerd een man dood te schoppen. Het slachtoffer lag op de grond terwijl zijn belagers tegen zijn hoofd trapten. Met geschoeide voeten. De officier van justitie sprak van ‘kopschoppers’ en noemde het incident een ernstige vorm van uitgaansgeweld waar de samenleving meer dan genoeg van heeft.

Schoppen tegen het hoofd ‘met geschoeide voet’ kan fatale gevolgen hebben en daarom is er sprake van een poging tot doodslag. Vaak wordt erbij gezegd dat het niet aan de verdachte te danken is dat het niet erger is afgelopen. De bijbehorende strafeisen tegen de twee verdachten: achttien maanden gevangenisstraf.

De officier van justitie baseerde de ernstige beschuldigingen op de aangifte van het slachtoffer en op camerabeelden die van het incident zijn gemaakt. Agenten hebben de beelden bekeken en beschreven in een proces-verbaal van bevindingen. Ambtsedig opgemaakt.

De rechtbank veroordeelde de twee mannen donderdag tot werkstraffen van 150 uur wegens openlijke geweldpleging. Voor de poging tot doodslag: vrijspraak.

In het vonnis staat dat de rechters de camerabeelden hebben bekeken en iets anders waarnemen dan wat de politie heeft opgeschreven. Niet is te zien dat het slachtoffer wordt geschopt. Dat hij wordt geschopt  blijkt ook niet uit de aangifte. Het slachtoffer, onder invloed van alcohol, zegt het niet te weten. Daarmee is er geen bewijs voor een poging tot doodslag, concluderen de rechters. Komt nog bij – het staat in het vonnis – dat er niet of nauwelijks sprake is van lichamelijk letsel.

Van een ernstige vorm van uitgaansgeweld is dus geen sprake.
Je zult er maar anderhalf jaar voor in de gevangenis moeten zitten.

Waarom het Openbaar Ministerie zo zwaar heeft ingezet, blijft gissen. Volgens de rechters kan worden vastgesteld dat het slachtoffer de agressor was. Hij begon. Hij daagde uit door een sigarettenpeuk tegen een van de verdachten te gooien en door te spugen. Ook zou hij de twee verdachten hebben uitgescholden. In een daarop volgende woordenwisseling probeerde een van de verdachten de ruzie te sussen. Toen het slachtoffer schoppende bewegingen maakte richting de verdachten, ontstond het handgemeen, het openlijk geweld, over en weer.

De twee mannen werden kort na het incident aangehouden en hebben hun eensluidende verklaringen niet op elkaar kunnen afstemmen, stelt de rechtbank ook vast.

Dit alles moet het Openbaar Ministerie ook hebben kunnen vaststellen. Tenzij verbaliserende agenten andere dingen opschrijven dan objectief kan worden waargenomen. Opmerkelijk: tijdens de rechtszaak waren de camerabeelden van het incident beschikbaar, maar ze werden niet getoond. De beelden zouden te vaag zijn.

Ik vrees dat dit een gevalletje is van de snelste.
Wie zich bij uitgaansgeweld als eerste bij de politie weet te melden, is het slachtoffer. Ook als dat niet zo is.

Rob Zijlstra

 

 Een verkorte versie van dit verhaal staat zaterdag in Dagblad van het Noorden

 

Niet chill [2]

over grote mensen die kinderen slaan

In november 2016 schreef ik een dubbel verdrietig verhaal over kindermishandeling. Verhalen over kindermishandeling zijn altijd verdrietig, maar in deze kwestie was het ook nog eens zo dat de mishandelde kinderen jarenlang in de steek waren gelaten.

Door ons grote mensen.
Door ons systeem.
Door niet wenselijke inschattingsfouten, verzuchtte het Openbaar Ministerie.
Door het Openbaar Ministerie gemaakt, wel te verstaan.
Drie jonge kinderen zijn de dupe.

2009

Een paar feiten.

In 2009 zijn er signalen dat de drie kinderen – de jongste is 5, de oudste 11 jaar – worden mishandeld door hun drankzuchtige vader en bijbehorende stiefmoeder.
De biologische moeder doet ook aangifte, maar na een goed gesprek met de vader op het politiebureau gaat iedereen over tot de orde van de dag.
In 2012 klinken er wederom alarmbellen en weer volgt een aangifte, nu door de oudste dochter.
Er komt een onderzoek en dat leidt in 2014 (2014!) tot de aanhouding van de vader.
Daarna zijn er de niet wenselijke inschattingsfouten die maken dat de zaak pas in november 2016 (2016!) aan de rechtbank in Groningen wordt voorgelegd.

2012

De vader en stiefmoeder (leidinggevende baan in de ict-sector) ontkennen de aantijgingen. De mishandelingen zijn ontsproten uit de fantasierijke hoofdjes van de kinderen. De geconstateerde verwondingen: deden ze zelf.

De rechters geloofden er in volle overtuiging niets van en veroordeelden de twee. Ze kwamen goed weg.
Vanwege het lange tijdsverloop eiste de officier van justitie lagere straffen dan ze eigenlijk had gewild.
De verdachten hebben buiten hun schuld te lang in onzekerheid gezeten. Vandaar.

2014

Lager betekent dat de vader een jaar celstraf hoort eisen waarvan de helft voorwaardelijk mag. De stiefmoeder ontspringt de dans van celstraf: zij mag 200 uur werken met drie maanden cel als voorwaardelijke stok achter de deur. Voor als ze weer gaat meppen of gemeen gaat knijpen.

De rechters vinden dat de stiefmoeder daarmee haar verdiende loon krijgt, de straf van vader mag  nog wel wat lager: acht maanden, vier voorwaardelijk. Ze zijn het er niet mee eens en tekenen hoger beroep aan.

Dat diende deze week.
En?
De zaken zijn aangehouden.
Wegens privé-omstandigheden, zegt de advocaat die dit vanwege het privékarakter niet nader wil toelichten.
De raadsvrouw verwacht niet dat de zaak dit jaar nog wordt behandeld.
Nog meer onzekerheid voor de verdachten.

2016

Het Openbaar Ministerie laat desgevraagd weten dat wordt geprobeerd de zaak in het najaar opnieuw op de agenda van het gerechtshof te zetten.

Tijdens de rechtszaak in Groningen zat ik naast de oudste dochter die – terwijl tranen onophoudelijk over haar gezicht stroomden – de rechtsgang probeerde te vatten.
Dat was bijna een jaar geleden.
Ik dacht: mishandelde kinderen moeten wel heel veel geduld hebben om ons grote mensen te kunnen begrijpen.

2018

Rob Zijlstra

Het rechtbankverslag van deze zaak: niet chill [6 november 2016]

Henken

over een overval op een tankstation

Het is zondagmiddag, tien voor vier. Op de Zonnelaan in Groningen is het op zo’n dag en tijdstip nooit heel druk. Wel raast er een zwarte scooter over het fietspad, met op die scooter twee mannen. Ze racen richting het winkelcentrum Paddepoel waar op zondag van alles valt te beleven.

Even daarvoor is, vlakbij, het overval-alarm afgegaan.
Het Shell-tankstation is overvallen, niet voor het eerst.
Twee mannen in donkere trainingspakken zijn ditmaal de daders.
Eentje bleef bij de deur staan, de ander liep naar de balie en riep terwijl hij zwaaide met een kapmes: geld, geld, geld.
De buit: 310 euro.
Daarmee vluchtten ze, op een zwarte scooter.

De politie deed direct een ‘burgernet-actie’. Zo’n 8.300 mensen kregen een berichtje op hun telefoon. Help. Er is een overval gepleegd, twee mannen zijn op de vlucht geslagen. De burgeractie leverde geen bruikbare informatie op.

Een van de twee scootermannen zat deze week in zittingszaal 14. Hij had zijn ouders meegenomen en er was een man van de reclassering. Hij, de verdachte, heet Henk en is 21 jaar.

Waarom pleegt zo’n jonge Henk – nooit eerder in aanraking met de politie – een zo heftig misdrijf? Een misdrijf waar niet alleen gevangenisstraffen van twee, drie jaar voor worden geëist, maar ook door rechters worden opgelegd, ook aan jongetjes van 21 jaar?

Waarom.

Henk zat niet lekker in zijn vel. Thuis ging het niet goed. Hij blowde veel. Heel de dag maar door. En hij ging om met verkeerde jongens. Dat vooral. Door die verkeerde jongens was hij – zo zegt hij – diep afgezakt.

Tegen de rechters: ‘Ik besefte niet wat ik aan het doen was. Dat je iemand onschuldig overvalt… We stonden te roken en te praten, we hadden geld nodig. Zonder na te denken gebeurde het zeg maar…’

Daarom.

Henk zegt dat hij het was die om geld vroeg. ‘Ik riep ‘geld’ met stotterende woorden want ik was ontzettend zenuwachtig.’ Hij was met het kapmes in de hand en gebogen hoofd richting de balie gelopen. Toen hij opkeek om zijn misdrijf te volbrengen, zag hij dat de medewerker B. was. Hij kende B. wel want hij kwam vaker in het tankstation. ‘Dat was wel schrikken ja.’ Hij wil nu graag een gesprek met B. Tegen de rechters: ‘Zodat we er samen uit kunnen komen. Ook om mijn excuses aan te bieden.’

Hoe hij aan dat mes, dat grote kapmes, was gekomen? ‘Van een vriend waar we waren.’ Was die vriend de tweede dader? Nee, dat was weer een andere foute vriend. Wie? Nee. Henk wil die naam niet noemen. Bang. ‘Ik wil verder met mijn leven. Ik wil niet constant achterom moeten kijken.’

Soms maken officieren van justitie daar venijnige opmerkingen over. Dat als je de naam van je mededader niet noemt, dat je dan geen verantwoordelijkheid neemt. Dat je het slachtoffer daarmee in onzekerheid laat. En dat dat niet bijdraagt aan een lagere strafeis.

Ruim vier weken na de overval kon hij het niet meer voor zich houden. Hij vertelde alles aan moeder. Samen met een hulpverlener meldde hij zich een dag later op het politiebureau. De hulpverlener had hem verteld dat als hij alles eerlijk zou opbiechten hij dan na verhoor weer naar huis mocht. Dat liep even anders. Henk werd na zijn biecht in het politiebureau aangehouden en verdween voor vier maanden achter slot en grendel. In april dit jaar werd zijn voorlopige hechtenis onder voorwaarden geschorst.

Ik kijk naar de ouders van Henk die naast mij aan de perstafel zijn gaan zitten.
Denk: het zal je kind maar wezen.
Denk ook: alle ouders van jongemannen hadden daar kunnen zitten, want er zijn heel veel Henken.
Je zult maar ouder zijn.
Ik denk: ze zullen zo wel schrikken als de officier van justitie zijn strafeis formuleert.
Vraag me af: hoe verdrietig zou dat voelen als ouder, dat je kind ineens niet meer je kind mag zijn, maar voor lange tijd in de gevangenis moet blijven?
Tussen andere criminelen?

De man van de reclassering zegt dat Henk dan wel de volwassen leeftijd heeft, maar dat hij geestelijk nog niet helemaal is uitontwikkeld. En dat hij met zijn adhd, zijn impulsiviteit, zijn de ene dag dit en de andere dag weer dat, dat hij heel zijn leven begeleiding nodig heeft. Dat drank en drugs voor altijd voor hem verboden moeten blijven omdat anders een terugval is gegarandeerd. ‘Hij moet aan de hand worden genomen.’

De officier van justitie zou nu kunnen zeggen dat alles wel zo mag wezen wat over Henk wordt gezegd, en dat hij ook wel inziet dat een traject vol hulp noodzakelijk is, maar dat er eerst moet worden afgerekend. Een overval op een tankstation, met een wapen, samen met een ander, dus in vereniging, is een zeer ernstig feit. Henk mag dan een first offender zijn, hij mag zichzelf hebben gemeld, de volledige verantwoordelijkheid neemt hij niet. De naam van zijn mededader weigert hij te noemen. Daar hou ik rekening mee.

Maar dit alles zegt de officier van justitie niet.
Hij zegt dat Henk al een tijdje heeft vastgezeten.
En dat dat voldoende mag zijn.
Daarnaast een werkstraf van 120 uur.
Een zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie.

Ik ben niet van de zwaarste straffen, maar van deze eis schrok ik toch wel eventjes.
Iemand met kennis van zaken reageerde op twitter: met zo’n eis kun je nog eens een overval overwegen.

Op de gang, buiten de rechtszaal, ontfermen de ouders zich over hun zoon, alsof hij net zijn eerste zwemdiploma heeft behaald. Moeder aait hem, met haar hand over zijn rug.

Rob Zijlstra

update – 31 juli 2017 – uitspraak 
Straf conform de eis. Klik op tekst hieronder voor volledig vonnis

 

Kloten

Ze zeiden, doe je
dat niet, dan
doen wij het

Een nachtmerrie voor sportverenigingen: een actief en gewaardeerd lid, actief met de jeugd, wordt op een kwade dag verdacht van een ernstig zedenmisdrijf.

Voetbal is mijn alles, zegt de verdachte tegen de rechters.
Hij is een 38-jarige man, geboren en getogen in Groningen.
Naast zijn vooralsnog tijdelijke baan heeft hij alleen de club.
Hij doet er zo’n beetje alles wat er op een voetbalclub moet gebeuren.
Van lijnen kalken tot het bepalen van de opstelling.
Ze zijn wijs met hem.

Hij woont nog thuis, bij zijn moeder.
Zij zit ook in de rechtszaal, op de verder lege tribune.

Op de computer en op de mobiele telefoon zijn verboden foto’s aangetroffen: kinderporno. Gruwelijk akelige foto’s van vooral jonge jongens. In een politieonderzoek in Zwitserland kwam een ip-adres bovendrijven wat na tussenkomst van Ziggo leidde tot een inval van de politie in zijn woning, nu ruim een jaar geleden. Ruim 1.500 foto’s.

Ja, zegt hij, dat was wel schrikken. ‘Ook voor moeder.’

Hij ontkent het, hij is onschuldig.
Hij zegt dat het niet anders kan dan dat zijn computer is gehackt.
Dat een hacker het heeft gedaan.
Kinderporno?
Jongetjes?
Zoiets zou hij toch nooit doen.
Echt niet.

Maar de officier van justitie is zonder twijfel. Het is onderzocht. Er is niets wat duidt op een hack of een hacker. En er is veel wat aantoont dat hij in de weer is geweest met kinderporno. Er staan verboden foto’s in speciaal aangemaakte mapjes. In Google heeft hij gezocht met termen die gerelateerd zijn aan kinderporno. Er is een bedenkelijk Skype-gesprek getraceerd. En er stonden ook foto’s op zijn telefoon. Hoe kan dat dan?

De rechters vragen wat hij er nou van vindt, dat hij nu verdachte is?
Moet hij eerlijk antwoord geven?
‘Ik vind het kloten.’

De politie had hem gesommeerd de voetbalclub in te lichten. Ze zeiden, doe je dat niet, dan doen wij het. Hij deed het niet. De voorzitter van de voetbalclub zucht. Slapeloze nachten hebben hij en de medebestuursleden ervan. ‘Klopt. De recherche is bij ons geweest. Wij houden hem sindsdien scherp in de gaten.’ De voorzitter vindt dat de rechter moet bepalen of hij schuldig is of niet.

En indien schuldig? De voorzitter: ‘Het staat buiten kijf dat we dan niet verder kunnen. Hij kan dan geen jeugdtrainer of jeugdleider meer zijn. Dat hebben we wel in het bestuur besproken.’

De officier van justitie zegt dat gezien de ernst, de duur en de hoeveelheid foto’s een gevangenisstraf rechtvaardig is. Maar dat ook naar de persoon van de verdachte moet worden gekeken. Hij zou zijn baan kwijtraken, zijn sociale netwerk op en rond het voetbalveld. Zijn alles. First offender, geen strafblad. Daarom mag ditmaal de afrekening een werkstraf van 200 uur zijn en als waarschuwing een half jaar voorwaardelijke celstraf. En een verbod op zijn jeugdactiviteiten bij de club, met toezicht van de reclassering. Dat is de eis.

De officier van justitie zegt dat het belangrijk is – het belangrijkste – dat hij het niet weer doet. En dus dat hij inziet dat het fout is wat hij heeft gedaan. En dat hij hulp accepteert. Doet hij dat niet, dan gooit hij de deur dicht.

Zou hij hulp accepteren?
De rechters vragen het.
Hij zegt dat als hij ja zegt dat hij dan toch toegeeft dat hij het heeft gedaan?
De rechters herhalen de vraag.
Accepteert u hulp, ook als dat in de vorm van misschien wel dagbehandeling is?
Hij zegt: ‘Ik sta er open voor.’

Verward.
Geëmotioneerd.
Met een wegkijkende blik naar moeder.

Uitspraak over twee weken.

Rob Zijlstra

 

naschrift
Een ietwat kortere versie van dit verhaal staat vrijdag in Dagblad van het Noorden.

Op de redactie van de krant was donderdag een discussie, zoals we dat wel vaker doen inzake gevallen. In dit geval: moeten we de naam van de voetbalclub noemen? Of (juist) niet?

Door dat niet te doen, zijn alle voetbalclubs in Groningen verdacht, evenals alle onschuldige jeugdleiders en jeugdtrainers en mensen die zich dag en nacht inzetten voor hun club.

De naam wel noemen betekent dat de club die het betreft zonder schuld in een bedenkelijk daglicht komt te staan, met gevolgen van dien.

De uitkomst van de discussie is dat we de lijn volgen die te doen gebruikelijk is bij de krant: terughoudendheid, dus bij twijfel niet inhalen. Dat de tijden woelig en schreeuwerig zijn doet daar niet aan af.

Bij de keuze tot terughoudendheid is een reactie van de betreffende club – in een telefoongesprek met de voorzitter – meegewogen: het bestuur is zich bewust van de ernst, houdt de boel scherp in de gaten en oordeelt nadat de rechter heeft gesproken.

Hebben ouders die hun kinderen naar de voetbalclub laten gaan – misschien wel drie keer in de week, denkend dat het daar veilig is – dan niet het recht te weten wat de krant weet?

Ja.
Wel.
Zo lastig is het dus.

Zegt u het maar.

rob.zijlstra@dvhn.nl

 

update – 27 juli 2017
De rechtbank heeft gesproken. Geen hack. Daar is onderzoek naar gedaan en er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op een hack. De man is veroordeeld conform de eis: een werkstraf van 200 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf. Daarnaast: geen activiteiten met de jeugd op het voetbalveld.

De betrokken voetbalclub heeft direct nadat het vonnis was uitgesproken een verklaring uitgegeven:

Groningen 27 jul. 2017
Verklaring D.I.O. Groningen
Vandaag, 27 juli 2017, heeft de rechtbank van Groningen uitspraak gedaan in de zaak tegen één van onze jeugdleiders en trainer. Hij is daarbij veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf wegens het in bezit hebben van kinderporno.
Het bestuur van D.I.O. Groningen heeft daarom na de uitspraak besloten het lid per direct te schorsen.
De feiten waarvoor het lid veroordeeld is, hebben gelukkig, geen betrekking op zaken die zich hebben afgespeeld binnen de vereniging, maar het vertrouwen is dusdanig geschaad dat wij geen andere mogelijkheid zien dan om over te gaan tot het schorsen van de trainer.
D.I.O. Groningen heeft hierover meerdere malen contact met de KNVB gehad en houden hen op de hoogte van het verloop van de zaak. De leden van D.I.O. Groningen zijn inmiddels door het bestuur op de hoogte gesteld, middels een email.
Namens het bestuur van D.I.O. Groningen

 

De klokkenman

De grote vraag is of
hij kan bewijzen dat
hij de rechtmatig
eigenaar is van
de Day Date II

Er zijn verhalen die een staartje krijgen. Dit verhaal heeft een aanloop nodig. Op een dag in oktober 2014 meldt zich een man bij de politie. Hij vertelt dat ’s nachts wanneer de mensen slapen er vreemde dingen gebeuren in het dorp. Dat wil zeggen, op bedrijventerrein Het Aanleg in Winsum. Er zijn daar in het duister dan mannen. Hij wijst een blauwe loods aan, de blauwe pal naast veld 3 van Voetballen Is Bij Ons Aangenaam, van het gefuseerde Viboa.

Agenten doen een warmtemeting en stroomboer Enexis stelt bij een netmeting een ’12-uurs cyclus’ vast. Beide uitkomsten duiden op hennepteelt. Om zicht te krijgen op de telers hangt de politie rondom de loods camera’s op.

Zo komen letterlijk mannen in beeld in auto’s met kentekens. Veel eenvoudiger kan een politieonderzoek niet worden. Via de kentekens komen de namen van mannen op tafel die vervolgens gelinkt worden aan tuincentrum Bio Green aan de Wasaweg in Groningen. Ook daar worden camera’s opgehangen. Het vermoeden is dat het tuincentrum in het echt een grow shop is voor kweekbehoeftigen, een nering die sinds nog niet zo heel lang is verboden.

Op 9 juni 2015 leidt de tip van de man uit Winsum tot invallen op zestien adressen, waarvan er een aantal op woonwagencentrum De Kring in Groningen. De politie krijgt ondersteuning van het leger. In de blauwe loods in Winsum worden 1.014 hennepplanten geteld en 13,7 kilo natte hennep. Het groende goud hangt in een speciale ruimte te drogen tot een verkoopbare 3,5 kilo. De kwekerij krijgt de kwalificatie ‘hoog professioneel’.

Bij invallen in de woningen wordt 114.000 euro in contanten gevonden in een Gucci-schoenendoos. Ook worden duizenden dollars uit de Verenigde Staten, een Piaggio-scooter, een Harley Davidson, vijf auto’s, een geldtelmachine en twee Rolex-horloges in beslag genomen. En een klein arsenaal wapens met kogels. Het onderzoek levert uiteindelijk vier verdachten op. Het zijn de mannen die ’s nachts bij de loods in Winsum ronddoolden. Drie van hen stonden deze week terecht, de vierde was door het systeem vergeten. Hij moet na de vakantie.

Het Openbaar Ministerie pakte flink uit. Geen werkstraffen – gebruikelijke eisen bij hennepteelt – maar heuse gevangenisstraffen van 24, 30 en 36 maanden. De mannen zijn volgens de officier van justitie op geld beluste leden van een criminele organisatie die met een misdadig oogmerk de boel ondermijnen (zo heet misdaad momenteel even). Het gevonden geld en het afgepakte goed zijn ze als het aan het OM ligt kwijt. Anders helpt het niet. De mannen ontkennen en/of beroepen zich op het recht niks te hoeven zeggen.

Het gaat in dit verhaal om het Rolex-horloge. Een echte. Type Day Date II. Waarde: 30.000 euro. Vandaar de uitdrukking ‘tijd is geld’. Het gouden horloge werd aangetroffen in de woning van Tom, een van de vier verdachten. Tom handelt in oud ijzer en verdient de ene week iets meer dan in de andere. Maar nooit zoveel dat hij op klaarlichte dag een echte Rolex Day Date II kan kopen, vermoeden de rechters. Toch Tom?

Een paar keer zwijgt hij niet. Tom zegt dat het horloge niet eens van hem is. Hij had het wel in bezit, maar dat was om het te verkopen. Voor iemand. Die iemand had het horloge aan hem gegeven omdat hij bekendstaat als de Klokkenman, als iemand die mooie klokjes goed kan verhandelen.

Met andere woorden: het beslag dat justitie heeft gelegd op het horloge is ten onrechte. Het sieraad moet daarom zo snel mogelijk terug naar de rechtmatige eigenaar. En die heeft zich ook gemeld. Het is Freddy uit Friesland.

Freddy kreeg het dure ding eens in bezit bij de verkoop van een auto. In plaats van geld had hij de Rolex bedongen. Maar nu wil hij weer een mooie auto in ruil voor geld. Zodoende kwam het dat hij zijn kostbaar goed aan Tom gaf.

De rechters: ‘Maar dan ga je toch naar de juwelier, naar Schaap en Citroen of zo?’
Freddy: ‘Waarom? Iedereen weet dat de mensen van het woonwagenkamp in het goud zitten. Tom is van het kamp. En hij is de Klokkenman.’
Rechters: ‘En u vertrouwt hem?’
Freddy: ‘Ik heb mensenkennis. Tom is een zigeuner, een man van vertrouwen.’

Dat het horloge 30.000 waard is, wist Freddy weer niet. Hij zegt dat hij al blij was geweest met 12.000 euro. De grote vraag is of hij kan bewijzen dat hij de rechtmatig eigenaar is van de Day Date II. Freddy knikt, dat kan hij. Hij bezit het originele certificaat van eigendom. Dat ligt in de kluis bij zijn advocaat. De deal die hij met Tom maakte: Tom zoekt een koper en zodra die is gevonden voegt hij zich bij de deal met het certificaat. Zo hadden ze het vastgelegd in een contractje.

En het is daarom dat ook Freddy als verdachte in de rechtszaal zit. Niet vanwege die hennepteelt, maar omdat hij wordt verdacht van valsheid in geschrifte. Met dat valse geschrift wilde hij de politie Noord-Nederland sluw bewegen tot de afgifte van een in beslag genomen goed.

De officier van justitie weet zeker dat Freddy de boel beduvelt. Zij denkt dat Freddy contractueel moet liegen dat hij de eigenaar is, daar wat geld voor krijgt, opdat Tom zijn glinsterde smuk kan behouden. Freddy is een katvanger.

De aanklaagster denkt dat ook omdat het certificaat van eigendom tijdens de invallen in aangetroffen in de woning van de buurman van Tom. Het probleem van nu is dat de politie het certificaat (in een doosje) destijds niet heeft meegenomen. Ze hebben er alleen een foto van gemaakt. Een beetje dom van de politie, vinden de rechters. Want wat als een katvanger, zoals nu, met dat achtergebleven certificaat uit het doosje komt opdraven?

De officier van justitie: ‘Dan trappen we daar dus mooi niet in.’ De valsheid van Freddy uit Friesland moet wat haar betreft worden bestraft en wel met een taakstraf van 120 uur. Freddy mokt: ‘Heb je een Rolex, krijg je dit.’

De kwestie van de vriendin van een van de andere verdachten ligt eenvoudiger. Zij had met hennepgeld haar borsten laten vergroten. Wie profiteert van crimineel geld maakt zich schuldig aan witwassen. Eveneens goed voor een strafeis van 120 uur werken. Maar dan wel, anders dan de Rolex, met behoud van borsten.

Rob Zijlstra

 

Huis Boom Beest

De buit: een laptop, een beamer,
medailles van gelopen marathons
en politie-uniformen van
de bewoner des huizes

Rechters vragen het regelmatig aan verdachten, ook als die net uit de mond van de officier van justitie een pittige gevangenisstraf hebben horen eisen: ‘Hoe ziet u uw toekomst?’ Wat moet je dan zeggen met achttien maanden gevangenisstraf in het verschiet, waardoor je je baan, je huurwoning en waarschijnlijk ook je vriendin kwijtraakt? Nooit zeggen verdachten dan tegen de rechters: ‘Die toekomst, die bepalen jullie.’

In de rechtszaal zijn verdachten bescheiden. Misschien komt dat door de benarde positie waarin je als verdachte nu eenmaal zit. Je bent klein en niet in de gesteldheid grote dromen op tafel te leggen. Dus niet: ‘Ik wil eerst vrijspraak en dan zes van de mooiste auto’s, mannequins als vriendinnen en een ontzettend prachtig huis met zon aan zee. En een tijger als huisdier.’

Je zegt: ‘Ik wil weer naar school, mijn opleiding afmaken.’
Of: ‘Een woning en heel graag werk als het even kan.’
Veel verdachten – de meeste – dromen van huisje, boompje, beestje, van een normaal leven, zonder verslaving, chaos en gesodemieter.

Slechts eenmaal was er een verdachte in zittingszaal 14 die zonder blikken of blozen aan zijn rechters vertelde dat hij een crimineel wilde worden. En op zijn 30ste wilde hij dood, het liefst doodgeschoten. Hij had gehoord dat een lichaam na het 30ste levensjaar aftakelt, dus dan heeft verder leven toch geen zin.

Toen hij dit vertelde was hij 18 jaar en verslaafd aan wiet en whisky. De rechters veroordeelden hem tot twee jaar gevangenisstraf omdat hij met een balletjespistool op straat een oude man had beroofd van diens (lege) portemonnee. Hij is inmiddels 23 jaar en werd twee maanden geleden door rechters naar een psychiatrische inrichting gestuurd na een ernstig geweldsincident. Misschien komt het goed met Tony Montana. Zo noemde hij zich graag.

Dit was de inleiding.
Nu komt Gert.

Gert had een huis, met vrouw en kinderen, een tuin met een hond en hij had het mooi voor elkaar in de vorm van een goedlopend eigen bedrijf met een garage en auto’s om te verkopen.
Nu steelt hij auto’s en breekt hij in.
Tegen de rechters zegt hij monter: ‘Ik ga hier niet het slachtoffer zitten spelen. Ik heb het allemaal zelf gedaan.’

Gert heeft het verkloot. Problemen in de relatie mondden uit in een scheiding, in financiële malheur, in guur weer en uiteindelijk in een vlucht in drugs. Binnen twee jaar raakte Gert zijn positieve saldo, zijn partner, zijn kinderen, zijn huis met tuin en zijn goedlopende bedrijf kwijt. Tweemaal liet hij zich opnemen om de verslaving de nek om te draaien, maar tweemaal, elf maanden per keer, bleef de zucht de baas.

Gert heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal uit een auto. Aan de Radebinnensingel in Groningen stond een Peugeot 107. Van buiten kon je zien dat in de auto geld lag. Gert forceerde het slot – dat kan hij – want hij wilde dat geld. Een voorbijganger zag hem rommelen en waarschuwde de politie.

Rechters: ‘Was u dat?’
Gert: ‘Ik heb dat gewoon gedaan ja.’

Hij zou een aanhangwagen hebben gestolen bij het autobedrijf in Adorp. De aanhanger was met een ketting vastgemaakt aan een lantaarnpaal. Camera’s van het naastgelegen Esso-tankstation maakten opnames. Gert herkent zichzelf. Te zien is hoe hij het slot forceert en de aanhanger meeneemt.

Rechters: Waarom?’
Gert: ‘De nood was hoog. Ik deed het niet voor mijn plezier.’

Op de camerabeelden is ook de auto te zien die met het karretje wegrijdt, een Daihatsu Gran Move. Het blijkt een gestolen auto. Gert ontkent. Hij had de auto geleend van een kennis uit de kroeg. Hij had een auto nodig (‘ja, om verkeerde dingen mee te doen’), maar geen geld voor borg of huur. De kennis kon de auto wel een dagje missen. Hij had er niks achter gezocht. Het was een nette auto. De naam van die kennis? Nee. Gert geeft geen namen. Hij levert niemand uit. Zegt: ‘Dat zit niet in mij.’

De inbraak in een slagerij bekent hij wel. Met anderen had hij geprobeerd een kluis te openen. Toen dat niet lukte namen ze een tv-toestel mee en kippenpootjes. De anderen? ‘Nee.’ In een wasstraat in Hoogkerk kraakte hij geldautomaten vol munten. Had hem twintig euro opgeleverd. Dat de schade aan de automaten 13.000 euro bedraagt, lijkt hem wat overdreven.

Dan was er nog de diefstal van een auto in Haren. In de auto lag een huissleutel, in het dashboardkastje een briefje met het huisadres. Kat in het bakkie, dacht Gert en hij reed met anderen naar het adres in Siddeburen. De buit: een laptop, een beamer, medailles van gelopen marathons (waaronder die van New York) en politie-uniformen van de bewoner des huizes. De politiekledij zou voor 1500 euro zijn verkocht aan Poolse mannen.

De poging in te breken in een oliebollenkraam ontkent hij.

Wat moet de toekomst van Gert zijn? De voormalige ondernemer wil wel terug naar vroeger, toen het nog goed was. ‘Zonder drugs kan ik werken en voor mezelf zorgen. In de gevangenis leer ik niks. Met de handel in auto’s kun je nog altijd goed geld verdienen.’

Gert zit nu negen maanden in detentie. In augustus is er plek voor hem in een kliniek. Dus als hij tien maanden cel kan krijgen, dan kan hij er volgende maand naar toe. In de gevangenis gebruikt hij niet, hij is al negen maanden clean. Weet: dan ben je er nog lang niet.

Dat Gert zijn leven wil beteren, mag zo wezen. Het steekt de officier van justitie dat hij de namen van mededaders niet wil noemen. ‘U wilt schoon schip maken, maar geeft geen volledige opening van zaken. Ik ben daarom sceptisch over uw motivatie. U moet niet onderschatten wat de impact is van wat u heeft gedaan. En die behandelplekken in klinieken zijn duur en zeer gewild.’

Gert knikt. Dat weet hij ook wel. Zegt: ’Ik wil het echt.’ Hij weet dat hij niet veel te willen heeft. De officier van justitie geeft Gert na wikken en wegen het voordeel van de twijfel (doen officieren van justitie vaak). Wat haar betreft mag de nabije toekomst van Gert in de drugskliniek liggen. Doet hij niet wat daar van hem wordt verwacht, dan mag hij nog twaalf maanden extra zitten.

Dan is er geen huisje, geen boompje. Dan wacht het beest.

Rob Zijlstra

update – 10 juli 2017 – uitspraak

klik voor volledige uitspraak

Verkloot

Ik steun War Child
En dan doe ik dit
Hoe hypocriet kan ik zijn?

Drie jaar geleden verzamelde hij kinderporno omdat zijn moeder ernstig ziek was.
Natuurlijk was dat raar.
En ontzettend stom.
In de rechtszaal bood hij daarom ook met het hoofd gebogen zijn excuses aan.
In de eerste plaats aan alle kinderen.
En vervolgens aan de rest van de wereld.

Dat was in oktober 2013.
De rechtbank legde een werkstraf op van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.

Donderdag zat dezelfde man weer in het verdachtenbankje, op dezelfde stoel als destijds.
Weer kinderporno.
Honderden foto’s van het soort waarvan de officier van justitie, wel wat gewend, even niet goed werd.
Dat zei hij tegen de rechters.
En wat was ditmaal de reden?
Moeder overleden.

De verdachte is nu 74 jaar.
Financieel heeft hij de boel goed voor elkaar.
Maar voor de rest?
Tegen de rechters: ‘Ik heb er een potje van gemaakt.’

Hij woont momenteel bij een vriend die zijn woning te koop heeft staan.
De toekomst in ongewis.
Met zijn ex met wie hij nog dieren verzorgt, heeft hij nauwelijks contact.
Ze praten bijna niet met elkaar.
Hij hoopt dat het ooit weer goed komt.
‘Daar houd ik mij aan vast. Ik ben een optimist. Maar ik heb ook de bange vrees dat het niet gaat lukken.’

Via een website in de Verenigde Staten liep hij tegen de lamp.
Een Amerikaanse organisatie briefde zijn gegevens door naar de Nederlandse politie.
Na een onderzoek kwamen ze bij hem
Hij weet het, wist dat het verboden was.
Zegt nog wel: ‘Vroeger op het Zuiderdiep in Groningen kon je gewoon kinderporno kopen.’
Even later: ‘Ik steun War Child. En dan doe ik dit. Hoe hypocriet kan ik zijn?’

De computer heeft hij weggedaan.
Geen verleidingen meer.
Wat hij nu doet?
Vissen.
En veel nadenken.
Tijd zat.
Hij hoopt dat het dorp er niet achter komt.

De officier van justitie zegt dat er moet worden afgerekend.
Vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan tien voorwaardelijk.
Hij krimpt ineen.
De gevangenis in.
Net als drie jaar geleden was hij daar als dood voor.
Toen ontsprong hij de dans, kwam hij weg met een werkstraf.
Maar nu?
Tegen de rechters: ‘Ik hoop dat u het kunt opbrengen mij nog een kans te geven.’
En na een korte stilte: ‘Ik snap dat ik het u moeilijk maak.’

Rob Zijlstra

 

update –  – uitspraak

 

 

Een grote vergissing

Hij was er met zijn broer,
met zijn alibi
Vraag het maar na

Chadi is vandaag 24 jaar geworden, maar heeft een strafblad van een ouwe rot. Hij heeft geen eigen plek om te wonen. Zijn woonadres is het adres van de gevangenis in Leeuwarden. Ook als hij niet vastzit.

De officier van justitie zegt dat er met Chadi geen land is te bezeilen. Hij vraagt zich in gemoede af: ‘Wat kan hem nog tegenhouden opdat hij straks, eenmaal weer vrij, geen nieuwe strafbare feiten gaat plegen?’

Chadi heeft het pasklare antwoord. Hij zegt dat hij niet te beroerd is hulp te aanvaarden. Een beetje hulp is immers niet verkeerd. Hij wil bijvoorbeeld wel hulp bij het vinden van een woning, want dat doe je niet zomaar in je eentje. En werk zou ook mooi zijn. Hij heeft wel eens gewerkt, maar dat was meer dagbesteding. Hoewel dagbesteding? Hij zat in een sporttraject. Dat is natuurlijk niet echt werken. Hulp om zijn schulden weg te werken, daar is hij ook niet op tegen. Maar verder?

Opgewekt: ‘Het gaat hartstikke goed met mij.’ Er is maar een dingetje wat hem dwars zit. Hij zit vast. Nu al bijna zes maanden. En het ergste is: het is ten onrechte. Tegen de rechters: ‘Ik ga er vanuit dat jullie inzien dat ik het niet heb gedaan.’

Toen 2017 nog maar een paar uur bestond, werd op de hoek Folkingestraat- Nieuwstad, binnenstad Groningen, een jongeman uit Duitsland beroofd. Dat wil zeggen, dat zegt hij. Hij stond daar even in z’n eentje op de hoek te wachten op een vriend toen hij werd omsingeld door wel een man of zes. Ze pakten zijn portemonnee af en 300 euro. Twee mannen met capuchons met bontkraag bedreigden hem vervolgens met messen. Een grote man met een groot mes tegen de buik, een kleinere met een klein mes in de rug. Hij moest meelopen naar de ietwat verscholen pinautomaat van de Rabo, aan de zijkant van bioscoop Pathe.

De twee capuchons zeiden dat als ze geen geld zouden krijgen, ze hem zouden vermoorden. Eerst werd 50 euro gepind. Daarna werd geprobeerd 1000 euro te pinnen. Toen dat niet lukte, toetste de kleinste straatrover 750 euro in. Dat leverde wel cash op. Pogingen om daarna nog meer flappen te tappen mislukten.

De officier van justitie zegt nu dat de kleine rover Chadi moet zijn. Hij heeft geen ruimte voor twijfel. ‘Ik ben honderd procent zeker van de zaak.’

Chadi zegt dat er overal feestjes in de binnenstad waren, het was immers oud en nieuw. Hij was er met zijn broer, met zijn alibi. Vraag het maar na. Dat hij bij de politie een beroep had gedaan op het zwijgrecht, moet niet verkeerd worden uitgelegd. Hij had een advocaat toegewezen gekregen en die had gezegd dat hij zijn mond moest houden. ‘Dat heb ik gedaan en dat is helemaal fout gegaan. Daarom zit ik nu al zes maanden ten onrechte vast.’

De jonge Duitser stapte naar de politie. Agenten bekeken camerabeelden en zagen twee mannen met capuchons het Gedempte Zuiderdiep oversteken. Een van de agenten: ‘He, die kleine, dat is Chadi. Honderd procent.’ De lange capuchon werd niet getraceerd.

Chadi: ‘Ik vind het heel sneu voor die Duitse meneer. Maar ik vind het ook sneu voor mij, omdat ik onschuldig in de gevangenis zit.’

Rechters: ‘Bij uw aanhouding had u veel geld op zak, een paar honderd euro.
Chadi: ‘Gekregen van mijn broer.’
Rechters: ‘Uw broer die geld bijeen rommelt door op straat nepdrugs te verkopen?’
Chadi: ‘Als mijn broer dat zegt, dan is dat zo.’
Rechters: ‘Een agent heeft u herkend.’
Chadi: ‘Dat moet een grote vergissing zijn van deze verbalisant.’
Rechters: ‘U had ook een mes.’
Chadi: ‘Ik heb altijd een mes bij me meneer.’
Rechters: ‘Waarom?’
Chadi: ‘Ik heb vijanden in Groningen. Meer wil ik daar niet over verklaren.’

Een van de laatste veroordelingen van Chadi dateert van augustus 2015. Hij kreeg toen twee jaar celstraf voor de beroving van een Italiaanse toerist in de binnenstad van Groningen. De rechters willen weten: ‘Heeft u dat feit toen bekend? Of bent u toen onterecht veroordeeld?’ Chadi, op z’n hoede: ‘Ik heb het geaccepteerd.’

De rechters – het is aan hen de waarheid te vinden – besluiten dat de camerabeelden in de rechtszaal moeten worden getoond. Het gaat om de beelden die zijn gemaakt door vernuft in de pinautomaat. Te zien is hoe twee mannen met capuchons en de jongeman uit Duitsland druk aan het pinnen zijn. De kleine man doet halverwege zijn capuchon af. Hij is vol in beeld. Is dat Chadi?

De officier van justitie: ‘Zonder twijfel.’
De rechters: ‘Wij constateren dat er een grote gelijkenis is tussen de man met de bontkraag en de man die hier in de zittingszaal zit.’
De advocaat van Chadi: ‘Hij lijkt er op, maar het is ‘m niet.’
Chadi: ‘Ik heb er niks mee te maken.’

Tijdens het pinnen lopen en fietsen zo’n dertig passanten langs het trio. Niemand slaat acht op hen. De advocaat: ‘Dat is raar. Is hier wel sprake van een beroving? Kijkend naar de beelden, zou je zeggen van niet. Je ziet geen angst bij de Duitse jongeman. Geen van de dertig mensen die passeren belt de politie. Bijzonder raar.’

De advocaat heeft nog wat. De Duitse jongeman heeft van zijn berovers een zakje gekregen met cocaïne. Hoe gek. Misschien, oppert de raadsman, is het verhaal dus anders. Misschien kocht de jonge Duitser op straat drugs en was er gedoe over de betaling. En is dat wat we zien op de camerabeelden. En als hij dan later ontdekt dat hij nepdrugs heeft gekocht, knollen voor citroenen, doet hij boos aangifte van een beroving. Misschien moet dat de waarheid wezen.

De officier van justitie valt niet om maar blijft honderd procent zeker weten dat Chadi zich wederom schuldig heeft gemaakt aan straatroof. En dat niets anders rest dan twee nieuwe jaren gevangenisstraf. Met een bonus van 244 dagen cel die hij nog op de lat had staan. Dat is de eis.

De rechters mogen nu bepalen wat in overtuiging kan doorgaan voor de waarheid. Die is niet altijd gelijk aan wat er is gebeurd. In de rechtszaal is alleen dat waar, wat bewezen kan worden.

Of Chadi met het recht op het laatste woord daar nog iets aan wil toevoegen? Hij zegt: ‘Nee. Ik zou maar in herhaling vervallen.’

Rob Zijlstra

uitspraak volgt  

.

 

De blonde Fries

‘Als je niks hebt gedaan dan
heb je niks gedaan en dan heb
je ook geen advocaat nodig
om dat te zeggen’

 

 

 

 

‘Vrouw maakt pornofoto’s van haar dochter, werkstraf geëist.’
Onder deze kop verscheen donderdag een bericht op de website van deze krant. Terwijl de rechtszaak nog gaande is, wordt er massaal gereageerd. De teneur: deze vrouw moet dood, het liefst akelig.

Iemand schreef: ‘Levenslang opsluiten.’ Een ander: ‘Dit valt op geen enkele manier goed te praten. Never.’ Dat laatste vindt ook de officier van justitie. Hij eist een werkstraf van 120 uur en een gevangenisstraf van 181 dagen waarvan 180 voorwaardelijk. Daarmee is de ene dag die ze heeft vastgezeten afgedekt en blijft een half jaar cel als stok achter de deur op de plank liggen.

De grote vraag is: waarom doet een moeder zoiets naars? Is zij een zo intens slecht mens dat zij op de brandstapel moet eindigen? Is ze een geesteszieke vrouw? Knettergek? Een wanhopige? Een radeloze? Een pedofiele vrouw wellicht? Want die bestaan. Of is ze een van alles een beetje bij elkaar vrouw?

Het speelt zich af in de zomer van 2015. Haar man zegt na een relatie van 14 jaar dat hij een ander heeft, een veel leukere, en dat hij met die andere ook verder wil. Zij kent haar wel, ze zijn samen op vakantie geweest. Ze voelt zich met haar drie kinderen in de steek gelaten. Ze zegt: ‘Het was de meest verschrikkelijke periode in mijn leven.’

Zomaar ineens weer alleen. Wanhopig gaat ze op zoek. Via een datingsite komt ze in contact met mannen, ook met ene Dirk. Dirk is een blonde Fries. Hij wil na een paar dagen daten wel met haar trouwen. En blote foto’s van haar zien. Huilend tegen de rechters en met kleine stem: ‘Ik heb het niet… Ik vind het heel moeilijk te verwoorden, ik… Ik voelde me heel erg… het was eng. Ik kon geen nee… hij deed zich heel erg aardig voor… ik was heel beïnvloedbaar… ik was… in paniek… zoveel spijt nu…ik ben te… meegaand…’
Rechter: ‘Toe nou. Druk op de knop, weg met zo’n vent.’
Ze knikt, had ze dat maar gedaan.

Dirk wil steeds meer. Hij wil dat ze foto’s maakt van haar jongste dochtertje dat dan 3 jaar is. Ze doet het. Ze maakt foto’s als het kind ligt te slapen. ’s Middags een paar en ’s avonds weer. In totaal zeven foto’s. De politie kwalificeert de foto’s als pornografisch omdat de afbeeldingen seksueel geladen zijn. De poses waarin het meisje is gefotografeerd horen niet bij meisjes van 3.

Ze stuurt de foto’s via WhatsApp naar Dirk die het allemaal prachtig vindt en allerlei toespelingen maakt. Dirk wil wel bij haar komen wonen, dan kunnen ze met z’n allen in bad en seks hebben. Dirk wil ook wel een kind met haar om dan later dat kind te misbruiken. De alarmbel gaat niet af. Ze drukt niet op de knop.

Rechter: ‘Kunt u zich voorstellen dat het moeilijk valt te begrijpen? Het is uw kind, u bent de moeder.’
Ze zegt: ‘Natuurlijk kan ik mij dat voorstellen. Ik wou van hem af, maar ik kwam niet van hem af.’

De kwestie komt aan het licht als haar man – ze zijn dan al niet meer samen – in haar telefoon kijkt en WhatsApp-berichten leest. Hij leest over Dirk en dat Dirk voorstellen doet om seks te hebben met ook zijn dochter. Hij maakt foto’s van de berichten en stapt naar de politie en doet aangifte.

De politie gaat op zoek naar Dirk. Die blijkt in Heerenveen te wonen. Dirk heet geen Dirk, maar Ed. Hij heeft een vriendin, is chauffeur zonder werk en is vader van een kind.

De officier van justitie legt uit dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een brug te ver is voor de vrouw. Haar dochtertje heeft er niets van gemerkt, er is geen fysiek contact geweest, het gaat om zeven foto’s die vallen in de lichte categorie. Dat de vrouw hulp heeft gezocht en nu in behandeling is, speelt ook mee.

In de middag zit op de stoel waar zij zat, de man die Dirk zou zijn maar Ed heet. De blonde Fries. Hij had de zeven foto’s in bezit en dat is strafbaar. Dirk (Ed) had al eerder terecht moeten staan, in december vorig jaar. Hij was toen niet gekomen vanwege werk, toen wel. ‘Werk vind ik belangrijker dan dit.’

Hij is zonder advocaat. Lijkt hem logisch. ‘Als je niks hebt gedaan dan heb je niks gedaan en dan heb je ook geen advocaat nodig om dat te zeggen.’ De rechters hadden een bevel tot medebrenging afgegeven. De politie had hem ’s ochtends van bed gelicht en onder dwang naar de rechtbank gebracht.

Ed zegt dat hij Dirk niet is. Van die vrouw heeft hij nooit gehoord. Dat hij zich heeft ingelaten met kinderporno, gaat er bij hem niet in. ‘Kom op, ik heb zelf een kind. Ik ben liever verdachte van een moord dan dit.’ De officier van justitie eist zes maanden celstraf. Ed ziet dat niet zitten. ‘Als ik word veroordeeld, ook nog onschuldig, dan komt er niets meer van mij terecht. Het moet vrijspraak worden.’

Ed weet niet hoe die foto’s op zijn telefoon terecht zijn gekomen. Het kan zijn dat zijn telefoon in de zomer van 2015 een tijdje zoek is geweest. Hij had het toestel teruggevonden in de voortuin. Dat hij via Skype contact heeft gehad met de vrouw – blijkt uit gegevens in zijn laptop – het zal. Hij weet van niks. ‘Er komen mensen bij mij over de vloer.’ Iemand anders heeft het gedaan? Zeg het maar.

De officier van justitie: ‘Zijn verhaal is onaannemelijk en hij heeft ook geen aannemelijke verklaring.’
Ed: ‘Dat ik het niet kan verklaren maakt nog niet dat ik het heb gedaan.’

Einde strafzaak. Hij mag in afwachting van de uitspraak over twee weken de rechtszaal als vrij man verlaten. Dat de politie hem van huis heeft opgehaald betekent niet dat ze hem ook terugbrengen. Dat moet hij zelf regelen. Hij vraagt: ‘En moet ik het ook zelf betalen? (Ja). Nou, een duur dagje dan.’

Ik kijk hem na als hij het gerechtsgebouw verlaat. Was hij het? Daarna lees ik gewelddadige en verbeten reacties op het nieuwsbericht dat ik tijdens de rechtszaak naar de krant stuurde. Het lijkt wel alsof we allemaal een duistere kant hebben.

Behalve u dan.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

Sloom recht

Het echtpaar was het bestuur
en het bestuur betaalde
het echtpaar riant
voor de werkzaamheden

 

Je wilt hopen dat er een causaal verband bestaat tussen het strafrecht dat in de rechtszalen wordt bedreven en de misdaad die daarbuiten wordt gepleegd. Volgens mij is dat ook de bedoeling, want anders is straffen zonder nut.

Toch bekruipt mij vaker dan ik zou willen het gevoel dat het strafrecht z’n eigen gang gaat en zich helemaal niets aantrekt van wat er buiten gebeurt. Het is zonneklaar dat het strafrecht niet zonder de misdaad kan, in tegenstelling tot andersom. Strafrechters moeten dus bij de les blijven, net zo goed als de staande magistraten, de officieren van justitie.

Voorbeeld. In januari 2014 wordt in Groningen een filiaal van Albert Heijn (Van Lenneplaan) overvallen. Een doodsbange 16-jarige scholiere achter de kassa geeft onder dwang van een op haar gericht pistool 1309 euro af aan de gemaskerde overvaller. Er volgt een stevig onderzoek wat leidt tot een dna-match waarna ene Gerrit wordt aangehouden. Gerrit blijkt niet de eerste de beste. Eerder, toen dat nog bestond, overviel hij banken.

Maar Gerrit ontkent. Desondanks eist de officier van justitie 3 jaar gevangenisstraf. In april 2015 wordt Gerrit door de rechtbank in Groningen vrijgesproken. De officier van justitie is het daar niet mee eens – anders eis je geen 3 jaar – en gaat nog diezelfde maand, april 2015, in hoger beroep. Een nieuwe zitting laat al ruim twee jaar op zich wachten en niemand kan vertellen waarom dat zo is.

Trage rechtspraak – goed voor de zorgvuldigheid – gaat hier over in slome rechtspraak wat nergens goed voor is. Er zijn advocaten met meer voorbeelden. Zij beschikken over strafdossiers die op planken in hun kasten liggen te wachten op voortgang. Advocaten smoezen daar niet hardop over, ze kijken wel link uit. Naarmate de behandeling van een strafzaak langer op zich laat wachten, neemt de zwaarte van de straf doorgaans af.

Is dat zo? Deze week werden tien jongemannen uit Groningen en omgeving door de rechtbank in Leeuwarden veroordeeld tot werkstraffen omdat ze zich onheus hadden gedragen na afloop van een verloren voetbalwedstrijd in Heerenveen. De officier van justitie had streng en in volle overtuiging gevangenisstraffen tot vier maanden geëist omdat de samenleving het helemaal heeft gehad met hun voetbalgeweld. De rechters oordeelden anders. Jongemannen die zich in februari 2015 hebben misdragen stuur je in de zomer van 2017 niet meer naar de gevangenis.

Of deze. In 2015 begon de politie een groot onderzoek wat op 31 mei 2016 leidde tot 19 invallen in stad en provincie Groningen. Aan de actie, gericht op ondermijnende hennepteelt, namen 175 politiemensen deel. Dat is no shit. Er werden 11 mannen en 2 vrouwen gearresteerd. Wij van de pers waren vooraf geïnformeerd om verslag te doen van het daadkrachtige optreden van de sterke arm. Na een paar dagen zaten de13 leden van de criminele organisatie alweer thuis. Nu, een jaar verder, is er geen enkel zicht op iets wat lijkt op een vervolg bij de rechter.

Heel de strafrechtketen is sloom. En het kan nog zorgelijker.

In oktober 2013 krijgt de politie informatie over misstanden in Haren. In een lommerrijke straat wordt een hoogbejaarde mevrouw uitgebuit, zo vermoeden bezorgde buren. Er komt een onderzoek en in mei 2014 wordt het echtpaar L. gearresteerd. Er wordt beslag gelegd op auto’s, op scooters in hun tweede huis in Italië en op de kapitale woning aan de rand van Haren (die eerst voor 1,2 miljoen en nu voor 995.000 euro op Funda te koop staat). De verdenking is dat het echtpaar de dan 96-jarige licht dementerende Harense mevrouw Rosingh financieel hebben uitgekleed.

De politie stuurt een persbericht de wereld in waarin de aanhouding wereldkundig wordt gemaakt. De politie wil waarschuwen en signaleren. Ouderen, meldt het persbericht, zijn kwetsbaar voor financiële uitbuiting. Jaarlijks zijn daar 30.000 65-plussers het slachtoffer van. De politie roept op altijd aangifte te doen. Door voorlichting en bewustwording kan ouderuitbuiting worden voorkomen, staat in het persbericht.

Een jaar na de arrestatie besluit Openbaar Ministerie dat het echtpaar strafrechtelijk moet worden vervolgd. Het duurt dan nog eens een heel jaar alvorens de twee verdachten in de verdachtenbank van zittingszaal 14 zitten. Mevrouw Rosingh weet hier niets van. In juni 2015 overlijdt zij, op 98-jarige leeftijd, berooid en wel.

De rechtszaak is in maart 2016. Zeven uur lang wordt het echtpaar (hij is dan 51, zij 52) door de rechters ondervraagd. Een van de beschuldigingen is dat ze mevrouw Rosingh 300.000 euro afhandig hebben gemaakt. Het echtpaar ontkent. Ze zeggen dat ze zorg aan de hulpbehoevende vrouw verleenden in ruil voor 65 euro per uur. Als gevolmachtigden konden ze over haar bankrekening beschikken. Behalve zorg regelden ze ook – tegen betaling – de financiën. Ze betaalden zichzelf.

De officier van justitie noemt de handelwijze stuitend. Slechts de eigen belangen werden behartigd. De zorg die werd verleend: nauwelijks tot niets.

De L.’s zouden ook de goedgevulde kas van een stichting (ten behoeve van autistische kinderen) voor honderdduizenden euro’s hebben geplunderd. Het echtpaar was het bestuur en het bestuur betaalde het echtpaar riant voor de werkzaamheden (aandelenhandel). Een dan al overleden man en vrouw uit Drenthe – apothekers te Groningen – zouden voor meer dan honderdduizend euro zijn bestolen.

De officier van justitie eist tegen zowel hem als haar 22 maanden gevangenisstraf. Het bijeen gegraaide geld, opgeteld 800.000 euro, moeten ze inleveren. De rechtbank veroordeelt het echtpaar in april 2016 conform de eisen: 22 maanden. Financieel ligt het complexer. Het echtpaar moet de gestolen 300.000 euro van mevrouw Rosingh inleveren.

Die 22 maanden hadden eigenlijk 24 maanden moeten zijn. De officier van justitie vond dat twee maanden korting op z’n plaats was omdat het echtpaar zo lang in onzekerheid had gezeten daar de rechtsgang nou niet bepaald vlot was verlopen. De rechters waren het daarmee eens.

Nu komt het. Het echtpaar is in hoger beroep gegaan. Wie door de rechtbank wordt veroordeeld, maar op het moment van de veroordeling niet is gedetineerd, mag de uitkomst van het hoger beroep in vrijheid afwachten. De bezorgde buren uit 2013 zijn nog steeds bezorgd. Niet over hun overleden buurtgenoot, maar zeer over het welzijn van de rechtspraak. Recent hebben ze navraag gedaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. Wanneer dient de zaak in hoger beroep? Het antwoord: ergens in 2018.

Slome rechtspraak leidt ertoe dat uitspraken van rechters ook maar meninkjes worden.

Rob Zijlstra

Zet’m op Bram

De rechters noemden
hem een
maatschappelijk probleem

Ik denk dat iedereen weleens iets wil doen waarvan je weet dat je het helemaal niet kunt. Zo droom ik regelmatig over een speech, De Speech, die zo indrukwekkend is dat heel de wereld verandert (iedereen lief en verdraagzaam). Of over 42 kilometer en 195 meter hardlopen. Het winnende doelpunt maken in een bomvol stadion op een zwoele zaterdagavond in de laatste minuut. Waanzinnig lekker koken voor 28 mensen.

Wat denk ik voor iedereen geldt, geldt ook voor Bram. Bram wil een normaal leven, hij wil rust in de kop, geen chaos, en dan wil hij nooit geen drugs meer. Tegen de rechters zegt hij: ‘Ik heb andere kwaliteiten dan vastzitten in de gevangenis.’ Een rechtszaaldeskundige zei eens over Bram: ‘Hij heeft een reële kijk op de wereld, maar hij is niet in staat de juiste keuzes te maken.’

Bram kan niet normaal leven.

Eind vorig jaar kwam ik Bram tegen in de binnenstad van Groningen. Ik zag het direct en hij ook. Hij zei, hé, als jij over mij schrijft, dan noem je me altijd Bram. Ik zei dat ik wel wist dat hij in het echt anders heet. Toen gingen we koffiedrinken bij de Coffeecompany. We spraken over onze gezamenlijke kennissen, wie er vastzaten en over wie niet. We hadden het over de krant en over zijn verslaving, over zijn enorme worsteling die al jaren dag en nacht voortduurt, ook op zondagen als er geen krant verschijnt.

Bram is een aardige man.

Ik schreef vaker over hem. In januari 2009 schreef ik dat Bram de rechters met veel strijdlustige woorden had gevraagd hem nog een laatste kans te geven. De reclassering – vaak steun en toeverlaat – vond dat hij zijn laatste kans had verspeeld. Dat alle hulp die hem in voorbije jaren was aangereikt, het er niet beter op had gemaakt. Het was wat reclassering betreft punt uit.

Hij had destijds, dus acht jaar geleden, een fles Pisang Ambon leeggedronken in de Albert Heijn. Diezelfde dag kwam hij een straatjongen tegen die nog 15 euro van hem moest hebben. Bram kreeg tot drie uur de tijd deze straatschuld te betalen. Ze sloten een overeenkomst volgens de straatwetten: Bram zou bij de Mediamarkt een Playstation stelen en die overhandigen aan de schuldeiser waarmee die 15 euro dan zou zijn vereffend. Bram werd betrapt. De rechtbank veroordeelde hem tot de veelplegersmaatregel isd. Dat betekende twee jaar zitten.

Vrijheid is niet vanzelfsprekend, had Bram toen nog tegen zijn rechters gezegd. Hij zei: ‘Daar moet je voor knokken.’ In een ultieme poging de rechters voor zich te winnen had hij een brief geschreven waarin hij zijn doel had verwoord, een doel dat hem motiveerde om nu voor eens en altijd het rechte pad te gaan bewandelen: hij zou in training gaan om de marathon van Rotterdam te volbrengen.

In oktober 2013 troffen we elkaar opnieuw in de rechtszaal. Dat het na 42 kilometer hardlopen goed zou komen, bleek een illusie. De rechtszaaldeskundigen rapporteerden nu eens dat Bram nog een lange weg had te gaan. Hij stond ditmaal terecht wegens de diefstal van een paar blikjes bier, kroketbroodjes en een bakje ijs bij de Jumbo in de Euroborg. De rechters noemden hem een maatschappelijk probleem. Maar volgens Bram gloorde er hoop: hij was niet alleen verliefd, maar had ook een vriendin. Samen met haar zou het eerst beter worden en daarna alles goed.

Ik zag Bram in 2014 (gevalletje straatoplichting, wederom twee jaar isd). Afgelopen week was hij er weer. Van de 45 levensjaren zat hij er zeker vijftien achter tralies.

Wat Bram ditmaal heeft geflikt noemt de officier van justitie een voor Bram atypisch delict. Een delict dat niet past bij wat er op de kerfstok van hem staat. Een overval. Op 21 december 2016 was een man Erotheek 3000 aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen binnengelopen. Hij had geroepen: ‘Doe de kassa open, want dit is een overval’. De Erotheek-medewerker had stomverbaasd gevraagd: ‘Meen je dat nou echt?’ Als antwoord toonde de overvaller een mes. De medewerker: ‘Het wordt opgenomen op camera.’ Daarop spoot hij haarlak in het gezicht van de overvaller. Bram ging er vandoor. Overval onvoltooid.

De Erotheekman deed pas de volgende dag aangifte. Bram had op straat wat lopen opscheppen en zijn grote woorden bereikten de agenten die zich met de overval moesten bezighouden. Bram werd opgepakt. Op het politiebureau ontkende hij zijn atypisch delict.

Maar maandag in de rechtszaal kwam hij daarop terug. Tegen de rechters: ‘Er zijn camerabeelden. Dan sta je er gekleurd op. Ontkennen heeft geen zin.’ Hij vertelt dat hij er vooraf al weinig vertrouwen in had. ‘Toen die man met dat spul in mijn gezicht spoot, dacht ik al, dit wordt helemaal niks.’

Maar waarom dan?
Bram zucht. Hoe vaak heeft hij het al verteld? Zegt: ‘Je loopt buiten, onder invloed van drugs. Dan ben je een heel ander persoon. Maar ja, dat is achteraf. Zonder drugs zou ik zo’n overval natuurlijk nooit plegen.’

De Erotheekman vraagt 1000 euro bij wijze van schadevergoeding. Bram snapt dat. ‘Ik vind het heel erg voor die man. Ik heb hem psychische schade toegebracht. Dat doet me pijn en verdriet. Wat hij heeft gedaan is het juiste.’

De rechtszaaldeskundigen zijn het ditmaal niet helemaal met elkaar eens, zo meldt de reclassering. De een wil een beetje de ene kant op, de andere een beetje de andere. Geen eenduidige diagnose, het is van alles wat. Bram is niet te vatten. Hij zegt: ‘Als ik het allemaal alleen moet doen, dan lukt het niet. Ik heb een beetje hulp en een stevige stok achter de deur nodig.’

De rechters vragen: Waarom ging het de laatste keer toch weer mis?
Bram: ‘Vriendin weg.’

De officier van justitie denkt nu aan een behandeling van maximaal achttien maanden op een forensisch psychiatrische afdeling (fpa) in een kliniek. Dat dat het beste is. Daarnaast een celstraf van 175 dagen waarvan 75 voorwaardelijk. Neemt de rechtbank deze eis over dan kan Bram op de dag dat zijn straf is uitgezeten (over twee weken al), worden opgenomen.

Bram knikt. Hij ziet dit wel zitten. Hij zegt – het is niet een uitspraak, niet De Uitspraak, die de wereld voorgoed zal veranderen, maar heel, heul misschien wel de zijne: ‘Het wordt tijd dat ik hard aan mijn problemen ga werken.’

Rob Zijlstra

update  – 7 juni 2017 – uitspraak  (vervroegd)
De rechtbank is met alle anderen van mening dat Bram heeft geprobeerd de erotheek te overvallen. De straf pakt wel iets anders uit, omdat rechtbank en openbaar ministerie er verschillende rekenmethodes op nahouden. Het komt uiteindelijk op hetzelfde neer. Bram krijgt 355 dagen celstraf waarvan 180 voorwaardelijk, zodat hij op 15 juni kan worden opgenomen, voor maximaal 18 maanden. Brams slachtoffer heeft recht op een vergoeding van 600 euro.

update – 23 juni 2017 
Bram! Na twee dagen in de kliniek heeft Bram de benen genomen. Met onbekende bestemming. En heden – 23 juni – kwam het bericht dat Bram door de politie is aangehouden. Wegens een winkeldiefstal. Bram zal nu nog harder aan zijn problemen moeten werken.

Jesse [3]

Geen noodweer, wel blinde agressie

Persofficier van justitie Pieter van Rest staat pers te woord na requisitoir

Jesse van Wieren (28) is het slachtoffer geworden van ‘blinde agressie’. Van noodweer zoals de verdachten zeggen, is geen sprake, stelt het Openbaar Ministerie.

De kans dat Rhowan P. (27) en Desiree G. (28) zonder intensieve behandeling in de toekomst opnieuw de fout ingaan, is groot. Daarom moet, zo luidt de eis, naast een gevangenisstraf van 8 jaar ook tbs met dwangverpleging worden opgelegd. Ten aanzien van G. hadden gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC) dat ook geadviseerd. Voor P. lag er geen tbs-advies. Hij weigerde in het PBC mee te werken. Beide verdachten zijn verminderd toerekeningsvatbaar.

In zijn laatste woord aan het einde van de tweedaagse zitting zei Rhowan P.: ,,Ik heb oprechte spijt. Wat er is gebeurd heb ik niet gewild. Ik had 112 moeten bellen. Maar ik ben geen ijskoude moordenaar.’’ De lezing van P. is dat Jesse van Wieren onder invloed zijn woning binnenkwam, hem aanviel en zijn vriendin sloeg. Voor P. is het dan logisch: dan ga je vechten. ,,Ik heb steeds geroepen, mijn huis uit, oprotten. Maar hij bleef maar doorgaan.’’

De lezingen die Rhowan en Desiree geven, stroken niet met de sporen, met name bloedsporen, zoals die in woning zijn aangetroffen, zegt officier van justitie Cassandra Westerling. Zij noemt de verklaringen niet geloofwaardig. ,,Ze zijn bedoeld om de eigen schade te beperken.’’ Over de betuigde spijt: ,,Ze zeggen het, maar uit hun gedrag blijkt het tegenovergestelde. Ze liegen en geven geen openheid van zaken.’’

Westerling: ,,Het meest objectieve dat we hebben is het forensisch beeld. Daaruit blijkt dat er sprake is geweest van een explosie van geweld.’’ Westerling tekende daarbij aan dat het lichaam van Jesse ernstig was toegetakeld (23 steek- en snijwonden in de hals, onderhuidse bloedingen over het hele lichaam), terwijl Rhowan P. nauwelijks letsel had. ,,Jesse van Wieren was niet de aanvaller.’’

Het OM concludeert dat Rhowan het meest geweld heeft gebruikt, maar dat Desiree zich niet onbetuigd heeft gelaten. Zo gaf zo zij het mes waarmee Jesse werd doodgestoken. ,,Hun rollen zijn gelijkwaardig aan elkaar en ze dragen dus ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid.’’

Jesse van Wieren verdween in de vroege ochtend van nieuwjaarsdag na een bezoek aan het dorpscafé in Kloosterburen. Terwijl tientallen mensen naar hem zochten kwam bij de politie een tip binnen. Kort daarna werd Jesse gevonden in de tuin van de woning van Rhowan.

De rechtbank neemt twee weken extra tijd om uitspraak te doen: op 29 juni .

rob z.

dag 1veel vragen op eerste dag

 

update – 29 juni 2017 – de uitspraken

De opgelegde straffen zijn conform de eisen: 8 jaar cel en tbs met dwangverpleging. De rechtbank heeft alle punten die het Openbaar Ministerie heeft aangevoerd overgenomen.

de rechter spreekt [audio]

vonnis van desiree g. (klik voor volledige tekst)

 

 

vonnis van rhowan p (klik voor volledige tekst)

Jesse [2]

Dag 1 proces Jesse van Wieren roept vragen op

Rhowan en Desiree, schets van rechtbanktekenaar Annet Zuurveen

De moord (doodslag) op de 28-jarige Jesse van Wieren, op 1 januari 2016 in Kloosterburen, is omgeven door veel drank en drugs. En vragen, zo bleek op de eerste dag van het strafproces.

Desiree G. was twaalf jaar toen ze voor het eerst cocaïne gebruikte. Haar vriend Rhowan P. was als tiener al verslaafd aan alcohol. Het is nu ze respectievelijk 28 en 27 jaar zijn, niet veel beter geworden. Beide kampen met een ernstige verslavingsproblemen in combinatie met zo’n beetje alle ellende die een twintiger kan overkomen.

Maar waren ze in die nieuwjaarsochtend ook het slachtoffer van leeftijdgenoot Jesse van Wieren?

Zelf zeggen ze van wel. Ze waren bij Rhowan thuis, in zoals hij het noemde, zijn studio. Hij was al 24 uur aan de drank, zij had af en toe black-outs. Dan wordt er aangebeld. Desiree doet open. Een man vraagt of hij wat drugs kan scoren. Ze laat hem binnen. Ze zeggen: ,,De eerste tien minuten was er niets aan de hand.’’

Maar het gaat volledig mis. Ze krijgen woorden. Als de man – Jesse – hard met zijn hand op de tafel slaat, staat Rhowan op en schreeuwt dat hij moet oprotten. En dan beginnen ze te vechten, in alle hoeken van de woonkamer, dwars door de kerstboom heen.

Als Jesse op Rhowan zit en hem slaat en blijft slaan, pakt Desiree de buis van de stofzuiger en slaat hard op hem in. Rhowan roept dat ze een mes moet pakken. Dat doet ze, een willekeurig mes uit de keukenla. Hij steekt, tientallen malen, in de halsstreek. De verwondingen zijn immens en leiden tot de dood van Jesse.

Rhowan zegt dat hij zich niet kan herinneren dat hij heeft gestoken. ,,Maar toen ik bij zinnen kwam had ik een mes in mijn hand en zat ik onder het bloed. Jesse lag naast me. Ik moet het wel hebben gedaan.’’ Desiree zegt dat ze het mes pakte in de veronderstelling dat haar vriend daarmee zou dreigen waardoor Jesse de woning zou verlaten.

Er is paniek. Rhowan zegt: ,,Ik had 112 moeten bellen.‘‘ In plaats daarvan begraaft hij Jesse in de tuin. Daarna gaan ze de woning schoonmaken. Met bleek proberen ze het vele bloed weg te werken.

Rhowan zegt dat hij wist dat het foute boel was. Er wordt op dat moment door 250 mensen naar Jesse gezocht. Het is winters koud en de vrees is dan nog dat Jesse een ongeluk heeft gehad. ,,Door die zoekacties, ze kwamen ook bij ons aan de deur, raakten we alleen maar meer in paniek.’’

Op 5 januari wil hij zich aangeven bij de politie. Hij had al contact gezocht met een advocaat. Onderweg naar het politiebureau in Groningen wordt hij aangehouden, kort daarna Desiree.

Het verhaal zoals ze het in de rechtszaal vertellen moet passen in het scenario dat er sprake is van noodweer. Jesse is dan de agressor, viel aan en Rhowan verdedigde Desiree en zijn eigen lijf en goed. Herhaaldelijk zegt hij: ,,En dat allemaal in mijn eigen huis, in mijn safe-place.’’ In zijn heiligdom.

Maar is het zo ook gegaan?

Er is bloed van Jesse in de slaapkamer gevonden waar volgens de twee verdachten niets is gebeurd. Hoe dat bloed daar is gekomen? Geen idee. In de broekzak van Jesse heeft de politie een zakje cocaïne gevonden. Waarom ging hij dan naar de woning met de vraag om drugs ‘te scoren’?

Wat ook vragen oproept: Jesse van Wieren was geen engel, maar wel een vrolijke en sociale man zonder grote problemen en niet agressief. Was hij wel de agressor? Hij (ook) had veel gedronken, dat wel.

Vrijdag wordt het proces voortgezet en komen het Openbaar Ministerie en de advocaten aan het woord.

Rob Zijlstra

→ zie ook Jesse 1de zaak van Jesse van Wieren

aanvulling
Nadat Rhowan P. Jesse met een keukenmes vele malen heeft gestoken, wordt zijn lichaam begraven in de tuin. Het Openbaar Ministerie (OM) houdt de mogelijkheid open dat Jesse levend is begraven. In de dagvaarding staat: ‘…die Van Wieren in de grond begraven, tengevolge waarvan die Van Wieren van zuurstof is afgesloten, tengevolge waarvan voornoemde Van Wieren is overleden (…)’ 

Tijdens de rechtszaak blijft dit even bizarre als pijnlijke punt zo goed als onbesproken. Volgens betrokken rechercheurs is even met de mogelijk rekening gehouden, maar werd later duidelijk dat Jesse is overleden aan de verwondingen als gevolg van de messteken. Waarom het OM de passage in de dagvaarding heeft laten staan, is mij niet bekend.

Jesse [1]

‘Ik heb iets gedaan wat ik niet wilde’

 

Vandaag en vrijdag staan de 27-jarige Rhowan P. en de 28-jarige Desiree G. terecht wegens de verdenking dat zij in januari 2016 Jesse van Wieren uit Leens om het leven hebben gebracht. De twee beroepen zich op noodweer.

In Kloosterburen begon het jaar 2016 anders dan anders. Jesse van Wieren (28) is zoek. Hij was als zovelen uit het dorp aanwezig op het oud- en nieuwfeest in café Willebrord in de Hoofdstraat. Even voor twaalf uur belt hij zijn ouders om hen een goed jaar te wensen. Ruim vier uur later verlaat hij het feest om naar een vriend te gaan waar hij zou slapen. Hij vertrekt zonder jas, zijn fiets blijft staan.

Op vrijdag 1 januari verschijnt in de loop van de dag een berichtje op Twitter, geplaatst door een kennis. ‘Waar hang je uit, neemt alsjeblieft contact op!!!’ Een reactie blijft uit. Op zaterdag nemen de ouders van Jesse contact op met de politie. Ze zijn ongerust. Het is buiten ontzettend koud. Het vriest. De grote angst is dat Jesse van Wieren – misschien met wat biertjes te veel op – een ongeluk heeft gehad. Zelfdoding kan ook, maar dat gelooft niemand.

Vanuit de voetbalkantine beginnen een paar vrienden met een zoektocht. Via sociale media wordt de vermissing snel bekend wat erin resulteert dat op zondag zich zo’n 250 mensen melden die mee willen zoeken. De politie coördineert de zoekactie is blij met de hulp. In de lucht hangt een politiehelikopter.

Op woensdag 6 januari komt aan alle onzekerheid een akelig einde. Het is geen ongeluk. Het lichaam van Jesse van Wieren wordt gevonden in een tuin, niet ver van café Willebrord. Het lichaam is begraven. De bewoner van de woning wordt aangehouden, evenals zijn vriendin: Rhowan P. en Desiree G. De twee zijn cliënten van Keroazie, een stichting die zich bezighoudt met de begeleiding en huisvesting van jongeren met onder meer psychiatrische problemen.

Tijdens de (vijf) pro formazittingen in de rechtbank is door de advocaten van de twee verdachten geschetst dat er sprake is noodweer. Jesse van Wieren zou die nieuwjaarsochtend plotseling zij opgedoken in of bij de woning van Rhowan waar het tot een gewelddadig treffen komt. Het geweld zou zijn uitgegaan van Van Wieren. Om de belaagde Rhowan te ontzetten zou Desiree in de woning op Van Wieren hebben ingeslagen met een buis (van een stofzuiger). Daarna zou ze haar vriend een mes hebben aangereikt. ‘Om Van Wieren bang te maken.’

Het Openbaar Ministerie zegt dat de lezing van de twee verdachten niet kunnen kloppen met de feiten uit het politieonderzoek. Hun verklaringen zouden elkaar ook tegenspreken. In februari 2016 is in de Hoofdstraat in Kloosterburen en in aanwezigheid van de verdachten een reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. De uitkomsten leverde geen andere zienswijze op. Jesse van Wieren is met opzet en fors geweld om het leven gebracht, aldus het OM. Geen noodweer.

Van Wieren is meermalen gestoken. Uit de stukken blijkt dat hij is overleden aan zuurstofgebrek. Vermoedelijk is hij levend begraven, mogelijk in de veronderstelling dat hij op dat moment niet meer in leven was. Tijdens het proces zal hierover duidelijkheid moeten komen.

Rhowan P. en Desiree G. zijn al langere tijd een stel. In april 2015 stonden ze samen terecht vor de politierechter in Groningen wegens mishandelingen in Kloosterburen in december 2014. P. woonde toen nog in Groningen. Ze zijn onderzocht in het Pieter Baan Centrum (PBC). Desiree G. wordt omschreven als een naïeve, kinderlijke en onzekere vrouw die zich eenvoudig laat beïnvloeden, terwijl Rhowan P. wordt neergezet als dominant. Tijdens de eerste pro formazitting in april 2016 zei hij in de rechtszaal: ,,Ik heb iets gedaan wat ik niet wilde. Ik kan wel janken, maar in ben geen moordenaar.’’

Vrienden van Jesse van Wieren – voor al
tijd de nummer 7 van vv Kloosterburen – hebben ter nagedachtenis een Facebook-pagina geopend.

Het strafproces begint vandaag met het horen van de twee verdachten.
Naar verwachting komt de officier van justitie vrijdag met de strafeisen. Ook de advocaten komen dan aan het woord.

Rob Zijlstra
(een iets kortere versie van dit verhaal staat vandaag in Dagblad van het Noorden)

→ verslag zittingsdag 1 – eerste procesdag roept vragen op