De zinnen verzetten

Sinister is niet het woord. Dat zou overdreven zijn. Onheilspellend? Nee, ook niet. De omgeving is vertrouwd en niet anders dan twee weken geleden. Het is eerder bevreemdend. Of ongenoeglijk. De lichten zijn uit en het gerechtsgebouw lijkt verlaten, maar in de verte galmen door de duistere leegte voetstappen. En buiten blaft een boom.

Ook de rechtspraak is uit het veld geslagen. De derde staatsmacht van onze democratie probeert zo goed als mogelijk de waarden overeind te houden. Urgente zaken gaan als het even kan door.

Speciale aandacht is er voor het eerlijke proces. Er zijn verdachten die vastzitten en in afwachting zijn van de behandeling van de strafzaak. Rechters moeten tussendoor beslissen of de opgesloten verdachte het proces in vrijheid mag afwachten of dat er redenen zijn de beklaagde in het cachot te laten zitten.

De regel – want wet – is dat een verdacht mens zijn strafproces in vrijheid mag afwachten. Tenzij er gevaar is voor herhaling of de vrees bestaat dat de verdachte, eenmaal vrij, ervandoor gaat. Of dat de verdenking een zo ernstig misdrijf betreft dat de samenleving geschokt zou raken als de verdachte naar huis mag.

Wie wordt verdacht van een moord komt nooit eerder vrij, maar de rechtbank in Groningen stuurde afgelopen week wel een man naar huis die terecht moet staan (niet voor het eerst) voor een verkrachting en ontucht met een kind. De samenleving heeft nu misschien net iets te veel aan de kop om geschokt te raken. Voor de slachtoffers is het een beproeving.

pijler van de rechtspraak

Openbaarheid van de rechtspraak is ook een waarde, in vredestijd zelfs een pijler van de rechtspraak. Ik bel met rechtbankverslaggevers. Zij melden dat elke rechtbank een eigen invulling geeft aan wat nu het beste is. Voor het corona-tijdperk was dat niet anders. De wet is voor iedereen gelijk, maar binnen de rechtspraak vormen rechtbanken met allemaal een eigen president en vice-presidenten kleine koninkrijkjes.

Collega Danielle Molenaar (rechtbank Assen) was in de rechtszaal achter de glazen wand neergezet. Ze had goed zicht op de achterkant van een groot beeldscherm waardoor ze de rechters niet kon zien. Op de voorkant van dat beeldscherm sprak de verdachte tot die rechters, de advocaat was via een inbelverbinding telefonisch aanwezig. Molenaar klaagt niet: ,,Het was redelijk te volgen.’’ De verslaggever die niet naar binnen mocht vond van niet.

Zorgelijk zijn geluiden uit de zuiden waar de pers slecht wordt geïnformeerd over urgente zaken. Een andere collega meldt dat ‘zijn’ rechtbank onderzoek doet naar mogelijkheden voor beeldverbindingen. ,,Terwijl het hier al een wonder is als de gewone geluidsinstallatie het doet.’’

In het midden van het land volgde een rechtbankverslaggever een strafzaak vanuit huis via een skypeverbinding. Een unicum. ,,Het geluid was redelijk belabberd, maar het was beter dan de week daarvoor. Toen was er niks.’’

Amsterdam doet lastig

Rechtbanktekenaar Petra Urban (ooit uit Groningen, nu Amsterdam) baant zich samen met verslaggever Saskia Belleman van De Telegraaf een weg door de onduidelijkheden in rechtbankland. Ook zij ervaren verschillen. Rotterdam doet het soms goed, maar weert de pers bij een zaak van een ‘coronakucher’. In Den Bosch is het zo geregeld dat iedereen kan meekijken op de beeldschermen. Amsterdam doet lastig.

Petra Urban: ,,Veel rechtszalen zijn zo groot dat je daar best op veilige afstand van elkaar kunt zitten.’’
Saskia Belleman: ,,Eens. Dit moet niet nog maanden duren.’’

Hoe gaat het in Groningen? Dikke duim. De rechtbank behandelde deze week de urgente zaak van de 23-jarige Jan die met de boevenbus vanuit de gevangenis in Vught onderweg was naar Groningen. Of de pers ook zin had om te komen.

Zo kwam het dat ik de verlaten rechtbank betrad met galmende voetstappen. Bijeenkomsten met meerdere mensen mocht al niet meer. Toen de deur van zittingszaal 13 dichtging telde ik acht aanwezigen: twee leden van de politie (met handschoentjes aan), de officier van justitie, de rechter, de griffier, de advocaat, natuurlijk Jan en de rechtbankverslaggever van zittingszaal 14. We zaten ver uit elkaar.

De kwestie van Jan was geen zaak, zoals een Groninger rechter het graag zegt, die de aarde uit haar baan doet schieten.

roken en drinken tot in de ochtend

Jan was vanuit Beerta met de bus naar Groningen gegaan om te drinken en te roken. Dat had erin gehakt want om zes uur in de ochtend bedreigde hij op de Grote Markt een portier met een vuurwapen. Dat zegt de officier van justitie.

Jan zegt het anders. Het was geen wapen, maar een speelgoedpistooltje dat hij als kind in een speelgoedwinkel had gekocht. Het nepwapen is in beslag genomen en dat raakt hem. Zegt: ,,Een emotionele factor speelt hier zeker een rol.’’

Jan kan zich niet voorstellen dat die portier bang is geweest. ,,Kom nou toch, het is een portier. Ik heb zelf in de beveiliging gezeten.’’ Jan geeft toe dat hij zijn speelgoed beter thuis had kunnen laten. ,,Maar ja, in de stad weet je het nooit.’’

De rechter vraagt of hij naar de portier heeft geroepen: ‘Ik trap je hoofd eraf?’
Jan, zwaaiend met de armen: ,,Nee, nee, ik deed gewoon een showtje.’’
Rechter: ,,Riep u: ‘ik maak je dood?’
Jan: ,,Bullshit.’’

Niks bullshit. Jan is schuldig. Hij moet nu de twee maanden celstraf uitzitten die hij in januari voorwaardelijk kreeg opgelegd. Daarnaast krijgt hij vier nieuwe maanden voorwaardelijk en moet hij zich laten behandelen in een forensische kliniek. Jan is in korte tijd – rotdrugs – van het padje geraakt.

Geen showtjes meer

De rechter adviseert hem om de komende drie jaar (proeftijd) geen showtjes meer op te voeren. Jan knikt, zegt dat hij geen gouden bergen kan beloven, maar dat hij het ermee eens is.

Jan: ,,Ik dank u voor deze uitspraak.’’
De rechter: ,,En ik dank u voor uw komst.’’

Het slechte nieuws zit in de staart van dit verhaal. Experts hebben de 22,5 meter hoge rode beuk in de rechtbanktuin onderzocht. De boom – 100 tot 150 jaar oud – was verdacht nadat aan de voet een reuzenzwam was gesignaleerd. Uitkomst: verhoogde kans op stambreuk. De reus kan omvallen.

De rechtbank heeft bij de gemeente een kapvergunning aangevraagd. De zaak is urgent.

Ik belde de bekende stadsecoloog Jan Doevendans.

Hij zegt dat we ons niet moeten laten leiden door angst. ,,Zo’n boom heeft een voorname functie bij het verzetten van de zinnen. Dan staar je maar wat voor je uit en kijk je naar die grote boom. Dat is een denkmoment. En volgens mij zijn die momenten voor de rechtspraak heel belangrijk.’’

Ja, juist nu.

Rob Zijlstra

 

winter
zomer

 

Open of toch weer dicht?

De sluiting van de rechtbanken was afgekondigd tot 6 april.
Gaan de rechtbank na die datum weer open?
Nee, de rechtbanken blijven ook daarna dicht.

Onschuldig kuchje

Ik had over Ilias dan wel Maikel dan wel Pedro willen schrijven. Over Walter die een oude man op straat beroofde van zijn geld en welgemoed. En anders wel over Colin die nog maar twee euro had en dorst.

Ik had willen schrijven dat Ilias dan wel Maikel mij had doen denken aan een strafzaak van jaren her, de zaak van de toen 27-jarige Valjar, stukadoor te Tallinn, Estland. Na een dag arbeid reed deze jongeman moe maar misschien ook voldaan naar huis. Halverwege op een kruising botste hij met zijn oude barrel op een fonkelnieuwe Audi.

Dat was niet het allerergste. Erger was de bestuurder. Die stapte uit en wreef, het gezicht pijnlijk vertrokken, met zijn hand over de dikke nek. Na een korte blik op de geringe schade keek hij met minachting naar Valjar.

De stukadoor herkende de man. Het was De Rus. De man met wie onschuldigen niets te maken wilden hebben. De Rus was de lokale maffiabaas, een man die geen tegenspraak verdroeg.

De Rus had ter vereffening van de blikschade een bedrag genoemd. Valjar had beleefd en met de pet in de hand gezegd dat hij zoveel geld nooit had. De man had toen een voorstel gedaan dat hij niet kon weigeren als zijn familie hem lief was. Drie dagen later zat Valjar in Parijs waar hij zich had moeten aansluiten bij andere mannen in vergelijkbare schuitjes.

Ze deden met name juweliers. De buit ging naar De Rus. Ze doken op in Antwerpen, Milaan, Barcelona, Groningen, ja, ze trokken heel Europa door. Terugkeren naar huis was geen optie, hoewel Valjar de schade aan de dure Audi al duizend maal had voldaan.

Twee medetrawanten met vuurwapens en hamers

Op een dag zat Valjar in zittingszaal 14, het hoofd gebogen, pet in de hand. Met twee medetrawanten had hij juwelier Schaap&Citroen in de Herestraat overvallen, gewoon overdag, met vuurwapens en hamers. De buit: 20.000 euro. Valjar ontkwam, maar werd later in België aangehouden. De rechtbank in Groningen veroordeelde de stukadoor tot drie jaar gevangenisstraf.

Ik moest aan de zaak van Valjar denken omdat Ilias ook een 27-jarige jongeman is die Groningen aandeed. Hij deed geen juweliers, maar woningen en studentenpanden (studenten doen nooit iets op slot). De buit: laptops, mobieltjes, rondslingerende pasjes.

Onderzoek wees uit dat Ilias elf namen gebruikt, dat hij op verschillende data in Algerije, Tunesië, Irak en Marokko is geboren. En dat hij met al die namen staat geregistreerd in de boevendatabanken van Spanje, Engeland en Duitsland. Rechter: ,,Ik heb de indruk dat u al een tijdje door Europa trekt. Is dat om strafbare feiten te plegen?’’

Ilias – gekleed in een witte trui en een donkere trainingsbroek – geeft weinig woorden prijs. Hij hing al een tijdje in Groningen rond want vorig jaar werd hij veroordeeld door de politierechter wegens de diefstal van, jawel, een witte trui en een donkere trainingsbroek. Onder de boord van de trui aan de achterkant – dat kan ik zien – zit een gat op de plek waar het anti-diefstal-label meestal zit. Hij heeft het gewoon nog aan.

Te veel cannabis en een slechte hand

Ik had ook willen schrijven over Walter die te veel cannabis rookt en een slechte hand heeft in het casino dat hem maar blijft verleiden. Na weer een verloren bezoek ziet hij bij een van de speeltafels een oudere man met meer geluk. Walter besluit niet langer na te denken, de man te volgen en hem te beroven.

Hij deelt onverhoedse klappen uit en maakt 660 euro buit. Het slachtoffer is een man van 74 jaar. Net als Valjar destijds, biedt Walter in de rechtszaal nederig zijn excuses aan. De oude man kijkt met natte ogen droef terug en zwijgt. Hij durft nu niets meer alleen.

Het berouw van Walter kwam als mosterd na de maaltijd, het besef kwam pas na twee maanden, pas nadat hij was aangehouden. De beroving was deels vastgelegd door beveiligingscamera’s die ook hangen op plekken waar je die niet verwacht. De beelden werden vertoond in Opsporing Verzocht. Zijn vrienden herkenden hem als de laffe straatrover. Walter biechtte daarna alles op aan zijn lieve moeder die hem meenam naar het politiebureau.

Walter kreeg deze week 16 dagen celstraf voor zijn rotdaad en ik had willen schrijven waarom dat niet eens zo’n slecht besluit van de rechters was.

Zo ik ook had willen opschrijven dat het beter is voor iedereen dat Colin niet nog heel lang in de gevangenis moet blijven, dat het beter is dat er over drie weken een plek voor hem is in een kliniek om af te kicken.

een mes, beetje gek, als tandenstoker

Colin heeft twee kleine tatoeages in het gezicht en meer problemen dan een mens aankan. Op een dag had hij dorst en nog maar twee euro in de broekzak. Toevallig, zegt hij, stond hij uitgerekend op dat moment bij de kassa van Budget Food in Winschoten. En nee, echt niet eerder, besloot hij op dat moment zijn mes te trekken, het mes dat hij altijd bij zich draagt om te gebruiken, ja, wel een beetje gek, als tandenstoker.

Hij eiste dreigend geld van de 16-jarige kassamedewerker. Met 50 euro had hij genoegen genomen, maar Colin ging er met 400 vandoor. Ook goed. Een getuige zag zijn gezicht en toen wist de politie van Winschoten dat ze Colin moesten hebben.

Hierover had ik willen schrijven, maar ineens kleurde alles anders. Nooit had ik kunnen bevroeden, en wie wel, dat er deze week zinnen in kranten moesten worden geschreven waarin staat dat de rechtbanken tot nader order zijn gesloten.

Misdaden van mannen als Ilias (+), Walter en Colin kunnen we missen als kiespijn, maar rechtbanken niet, die zijn van levensbelang. Een rechtbank is geen onderdeel van de overheid met openingstijden en medewerkers die we gezien de omstandigheden even kunnen laten thuiswerken. Rechtbanken vormen de rechtspraak en de rechtspraak is geen dienst van de overheid.

Rechtspraak is een waarde.

Ineens zijn onze vanzelfsprekende vrijheden ingeperkt. Daar is begrip voor want de beperking van de vrijheid dient als bescherming.

Ineens hebben we corona-regels. De burgemeester zei als voorzitter van de Veiligheidsregio dat ‘wie de corona-regels overtreedt een fikse boete of drie maanden gevangenisstraf riskeert’. Hij sprak dit uit namens alle burgemeesters en zei ook dat controles op de corona-regels de komende tijd worden opgevoerd.

Je hoeft geen overval te plegen. De verdachten van nu zijn de onschuldigen met een kuchje. En de rechters zitten thuis.
Ineens is alles raar.

 

rob zijlstra
vonnis overval tankstation

 

Alleen urgente zaken

De rechtbanken zo goed als dicht.
Wie dat twee weken geleden had
voorspeld, zou niet serieus zijn
genomen.
Maar nu is het een feit.

Alleen urgente zaken gaan door.

Zoals die van de 36-jarige W. die het niet kan laten. De laatste jaren zat hij vooral in de gevangenis, de laatste keer voor een overval die hij per ongeluk pleegde. Dat zei hij. Vrijdag moet hij terechtstaan voor een drugsdelict. De zaak gaat door, omdat een besluit moet worden genomen over zijn voorlopige hechtenis.

→ verklaring van de raad voor de rechtspraak

In Assen behandelde de rechtbank dinsdag een verzoek van een verdachte die naar huis wil. De behandeling van de zaak is uitgesteld,  de man zit al anderhalf jaar in voorarrest. Het verzoek werd afgewezen.

Vrijdag wordt in Groningen nog uitspraak gedaan in twee strafzaken die al zijn afgehandeld.

Deze week zijn in Groningen 17 zaken die waren aangebracht bij de meervoudige strafkamer geschrapt. Alle politierechterzaken zijn eveneens opgeschort. Ik ga ervan uit dat ook alle strafzaken die voor de komende week waren gepland, worden uitgesteld.

De maatregelen duren vooralsnog tot 6 april. Ik word op de hoogte gehouden door de afdeling communicatie van de rechtbank Noord-Nederland. Mochten er zaken zijn die het vermelden waard zijn, dan zal ik dat hier doen.

rob zijlstra

 

vragen? e-mail rob 

 

 

 

 

Botsende mensen

In de hal van het gerechtsgebouw, eerste verdieping waar zittingszaal 14 is, kijkt een jongeman ernstig om zich heen. De mensen die langs hem lopen of iets verderop zitten, neemt hij, het hoofd een beetje scheef, aandachtig in zich op. Hij moet wachten tot hij aan de beurt is. In de rechtbank van Groningen duurt wachten altijd even. Later, in de rechtszaal, hoor ik hem zeggen dat hij Rizzo heet, dat hij 21 jaar is en uit Delfzijl komt.

Rizzo is van de andere wereld. Toen hij even onze wereld betrad – op 25 september 2018 even na drie uur ’s middags – ging het hartstikke fout.

Hij had een zwarte tas op de balie gelegd, aan de medewerker van het tankstation aan de Atlantislaan in Stadskanaal een mes getoond en ‘vullen, vullen’ geroepen. Daarna rende hij (zonder buit) weg, sprong hij op een rode fiets en vluchtte. Niet veel later werd hij – na een melding op Burgernet – gearresteerd.

De rechters willen weten waarom.
Waarom Rizzo?
Heel zijn lichaam trilt, maar hij recht zijn rug en gebaart: ,,Tranquilo, tranquilo.’’
De rechters: ja, ja we zijn rustig.

Het moest, zegt hij luid. Met een iets zachtere stem, tikkeltje samenzweerderig: ,,Het moest van de maffia. Van de maffia uit Italië.’’

De maffia had hem verteld dat criminaliteit goed is. Goed om te doen. Maar nu hij in de rechtszaal zit, is het hem wel duidelijk. Mooi niet dus. Niks goed. Eigenlijk wilde hij het tankstation niet overvallen. Hij wilde er werken. Daarom had hij zijn ID-kaart meegenomen.

Maar ook een mes, zeggen de rechters. ,,Ja. Het is verwarrend’’, reageert Rizzo, nu plots in paniek. Hij smeekt om een glaasje water en zegt dat opa en oma hem mishandelen, dat opa en oma hem hard op het hoofd slaan.

Een vrouw die op de plek zit waar in de rechtszaal vaak de slachtoffers van de criminaliteit zitten, is niet de medewerker van het tankstation. De rechters dachten dat even. De vrouw is de begeleidster van Rizzo. Rizzo woont wel in Delfzijl, maar leeft zijn leven op een zorgboerderij. Dat is zijn wereld.

Het Openbaar Ministerie bepaalt wie wel en wie niet strafrechtelijk wordt vervolgd. Proberen een tankstation te beroven is strafbaar en solliciteren verwarren met het plegen van een overval is niet handig. Maar Rizzo heeft een verstandelijke beperking, hij denkt als een kind.

onnavolgbare wijsheid

De wijsheid van het Openbaar Ministerie in wie wel en wie niet te vervolgen is onnavolgbaar. Echte criminelen – de gemene mensen – moeten twee jaar of nog langer wachten voordat ze hun verdiende loon krijgen of niet, terwijl een kwetsbaar mens als Rizzo zonder pardon door de strafrechtmachine wordt gehaald.

Misschien komt dit wel omdat we niet weten – het Openbaar Ministerie ook niet – hoe het anders moet of beter kan. Dat we denken – ook het Openbaar Ministerie – dat het strafrecht, dat straffen, de oplossing voor alles moet zijn. Misschien zijn we verslaafd aan straffen en daardoor blind voor anders of beter.

De officier van justitie schetste deze week in de rechtszaal een beeld van twee werelden. De ene is een wereld van mensen die hard werken en na gedane arbeid ontspannen en gezellig een biertje gaan drinken op het terras. De andere wereld speelt zich af aan de zelfkant van de samenleving, waar chaos heerst en paniek en waar de mens disfunctioneert. En soms treffen die werelden elkaar. Dan botst het.

De officier van justitie die dit zei had de man vervolgd die op het terras van De Groote Griet aan de Grote Markt in Groningen een bezoeker met een mes in de hals stak. De verdachte in deze zaak is de 67-jarige Tjarko, geboren en getogen in Groningen. In 2015 werd Tjarko onderuit gehaald door een hersenbloeding en sindsdien vergaat het hem niet goed.

haatzaaien is haar ding

Het steekincident kwam landelijk in het nieuws omdat het Eerste Kamerlid Marjolijn Faber (PVV) twitterde dat de dader een man was met een Noord-Afrikaans uiterlijk. Dat haar tweet niet klopte, maakte voor de senator geen moer uit, haat zaaien zou ze. Gemene mensen zijn gelukkig in de minderheid, maar ze zijn wel overal. Dit terzijde

Weer willen de rechters weten waarom.
Waarom Tjarko?

Tjarko kan het niet uitleggen. Hij had het gedaan omdat het moest, precies zoals het kon. Was het anders, dan had hij het natuurlijk niet gedaan, het moest passen. Hij was daarna rustig gebleven, wachtend op de politie. In de gevangenis zou het veilig zijn, had hij gezegd.

De rechters: ,,Misschien dat we u niet helemaal begrijpen.’’
Tjarko: ,,Ik moest een keuze maken om het op te lossen.’’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of het slachtoffer was dood geweest. Tjarko beaamt dat volmondig.

Het probleem is ook zijn broer, die had hij wel dood willen maken, maar dat kan dus niet, want zijn broer is ziek en geen klootzak. Ook daarom. ,,Ik moest weg uit die hel en dit was de enige mogelijkheid. Ja, of zelfmoord, maar dat kan ik niet.’’

Tjarko praat, bijna anderhalf uur lang praat hij met de rechters, en geeft hij antwoorden op hun vragen. Het zijn vragen vanuit de ene wereld, met antwoorden uit de andere.

In zijn woning waren brieven gevonden en op zijn computer niet verstuurde e-mails met akelige teksten over messen en dood. De officier van justitie: ,,U schreef best heftige dingen.’’
Tjarko: ,,Ik schreef die dingen op om te voorkomen dat ik het zou doen. Als ik het opschreef, was het alsof ik het weggooide.’’

niet de verdachte, maar de daad

Twee weken voor het steekincident kwam bij de rechtbank via de hulpverlening het verzoek tot een gedwongen opname binnen. Daags na het steekincident had een rechter die een machtiging tot opname zou moeten afgeven Tjarko zullen bezoeken. De botsing kwam te vroeg.

De officier van justitie zegt dat hij van zijn leermeesters wijze woorden heeft meegekregen. ,,Ik heb geleerd: veracht niet de dader, maar veracht de daad. Ik vind meneer geen slecht mens, maar wat hij heeft gedaan is wel slecht.’’

Rizzo van het tankstation hoorde een voorwaardelijke werkstraf van tachtig uur tegen zich eisen. Dat is dus niks. Hoe anders moet het voor Tjarko zijn. Het Openbaar Ministerie eiste drie jaar gevangenisstraf en daarna een tbs met dwangverpleging. Vinden de rechters dat ook, dan betekent dit dat het leven voor de 67-jarige Tjarko over en uit is.

Dan kan de wereld van het harde werken en de gezelligheid zich weer veilig wanen.

rob zijlstra

update – 24 maart 2020 – uitspraak

ACHTERGROND: rechters gaan niet mee in strafeis

het vonnis van Tjarko

Voorbedacht gemoed

In de rechtszaal gaat het niet altijd over de vraag of de verdachte de dader is. De meeste verdachten erkennen schuldig te zijn, vaak met spijt en de verzuchting ‘kon ik het maar terugdraaien’.

In de rechtszaal gaat het vaker over twee heel andere vragen: over hoe het moet heten wat de verdachte heeft geflikt en wat dan de best passende straf is. Of het een onsje meer of minder moet wezen.

In het wetboek van strafrecht staat een reeks aan verboden gedragingen. Stelen. Mag niet. Het mag niet omdat dat is afgesproken. Het is niet mogelijk gebleken om alle gedragingen van de onvoorspelbare mens in verboden te vangen. Daarom is er speelruimte.

Lenen is nog geen stelen, maar er komt een moment dat lenen dat wel wordt. De rechter mag bepalen wanneer.

Wie met een pak melk de supermarkt verlaat zonder dat te betalen, maakt zich schuldig aan diefstal. Wie dat pak melk in de winkel leegdrinkt, niet. Dan moet het verduistering heten. Ook verboden, want je mag niet iets verduisteren wat van een ander is. Tenzij je kunt aantonen dat je het slechts verstopte met de intentie het weer tevoorschijn te laten komen.

Waarom je in de supermarkt een pak melk zou willen verstoppen weet ik ook niet.

De gewapende overvaller die de medewerker van de winkel een duw geeft en een graai in de kassa doet, pleegt een diefstal met geweld. Maar hoe moet het heten als de roepende overvaller voorstelt ‘je geld of je leven’ en de medewerker kiest voor geld en dat zelf uit de kassa haalt en het aan de overvaller geeft? Dan heet het afpersing. Voor de straf maakt het niks uit.

Maar nu komt het.

Bij moord en doodslag is er voor het slachtoffer qua gevolg geen verschil. In beide varianten van het levensdelict is het over en uit. Voor de dader is het verschil daarentegen levensgroot. Op doodslag staat maximaal 15 jaar celstraf. Moord kan levenslang opleveren, of 30 jaar.

Het verschil zit ’m in het moment dat voorafgaat aan het dodelijke geweld. Was het een ogenblikkelijke gemoedsopwelling? Dan doodslag. Dus dat je het niet van plan was, maar dat je het toch deed. Om iemand te kunnen veroordelen voor moord moet worden aangetoond dat er sprake is van voorbedachten rade. Dus dat je het kwade dat je van plan was, ook echt uitvoerde.

Rechtsgeleerden hebben dit bedacht en zolang het bestaat, praten ze erover. Volgens de huidige opvatting is het niet eenvoudig een moord te plegen. Er wordt dan ook nauwelijks nog gemoord, in die zin dat moord meestal doodslag moet heten. Dit komt omdat de Hoge Raad hoge eisen stelt aan die voorbedachten raad. Kun je je in een vlaag van woede, in een luttele seconde, beraden alvorens de trekker over te halen? Jaren geleden kon dat, maar heden ten dage niet. De eisen zijn zo hoog dat wat eerst moord heette, nu doodslag is. Voor de moordenaar (doodslager?) betekent dit vooral een lagere straf.

Voor een mislukte moord of doodslag geldt hetzelfde, alleen heet het dan een poging tot. Bij een poging tot is de maximale straf een derde lager dan de geslaagde variant.

In de vroege ochtend van 15 oktober 2017 zitten drie mannen op een bankje aan de Korreweg in Groningen. De mannen zijn vrienden, ze hebben flink gedronken. Azim – net tien dagen vader – heeft een revolver.

Ze roepen voorbijgangers op het fietspad na. Twee vrouwen passeren, zij negeren het mannengebral. Dan komt de 21-jarige Sidney aangefietst. ‘Wil je wat drinken?’ Sidney stopt, zegt bedankt, zegt dat hij niets wil drinken. ,,Ik moet morgen weer werken.’’

Ze trekken aan zijn fiets.
T. zegt: ,,Laat hem gaan.”
Azim maakt een slaande beweging waarop Sidney – judoër – hem bij zijn jas grijpt.
T. roept naar Azim: ,,Hé, ’t is klaar.’’
D.: ,,Ga maar.’’

Azim zegt dan: ,,Hij gaat nergens heen.’’

En hij schiet.

Een camera in de verte registreert het. In acht seconden wordt vijfmaal met een constante regelmaat geschoten. Vier kogels raken de wegrennende Sidney.

De officier van justitie in Groningen sprak vorig jaar van een weerzinwekkende misdaad in de overtreffende trap. De student (veiligheidskunde) is de rest van zijn leven aangewezen op een rolstoel.

Het Openbaar Ministerie kwalificeerde de misdaad als een poging tot moord en eiste 12 jaar celstraf (en tbs). De rechtbank oordeelde dat niet is voldaan aan de eisen die worden gesteld aan de voorbedachten rade. Aan het schieten ging niet het vereiste beraad (even nadenken) vooraf. De straf is daarom lager: 10 jaar (en tbs).

In hoger beroep gebeurt er iets bijzonders.

De advocaat-generaal (zo heet een officier van justitie in hoger beroep) zegt dat de Hoge Raad de lat veel te hoog legt voor de voorbedachten raad. Vrij vertaald zegt ze: ,,In dit tijdsgewricht kan ik niet bewijzen dat dit een poging tot moord was, terwijl het dat natuurlijk wel is. Meermalen gericht schieten op een iemand die wegrent kun je immers moeilijk een gemoedsopwelling noemen.’’

In haar stem klink spijt, spijt omdat ze nu niet een hogere straf kan eisen, eentje die past bij een poging tot moord.

Er ligt op dit moment een plan van de wetgever om het strafmaximum voor doodslag (en de poging daartoe) te verhogen van 15 naar 25 jaar. Dat scheelt nogal. In de rechtszaal van het gerechtshof laat de aanklager haar rol als magistraat even voor wat het waard is en gaat ze op de stoel van de politiek zitten. Ze zegt: ,,Ik hoop dat het strafmaximum spoedig zal worden verhoogd.’’

De boodschap van het Openbaar Ministerie: doodslag moet weer vaker moord heten en de straffen moeten hoger. Wie het weerzinwekkende gebeuren op de Korreweg op zich laat inwerken kan het er even moeilijk niet mee eens zijn.

Naast de eis van tien jaar cel die nu in hoger beroep op tafel ligt (volgende week uitspraak) is de maatregel tbs geëist. Over de combinatie van een lange celstraf en tbs lopen de meningen ook uiteen. Hoe onlogisch en zinvol is het dat iemand eerst kaal in de gevangenis zit en pas jaren later wordt verpleegd aan een vastgestelde stoornis?

Zoiets is, zei tbs-deskundige Michiel van der Wolf van de faculteit rechtsgeleerdheid van de Groninger universiteit vorige week op een lezing in Groningen, zoiets is alsof de huisarts een bord snert voorschrijft aan een patiënt met een maagzweer.

Hoe ook, Azim A. moet het ermee doen.

rob zijlstra

Er is niemand die dit kan veranderen