Drugs dealen

Best raar. Veel criminelen plegen misdaden om er financieel beter van te worden. Tegelijkertijd leidt dat ‘financieel beter’ vaak ook tot de ondergang, want zo mag je drie jaar gevangenisstraf na jaren succesvol ondernemen wel noemen.

Wie een droombedrag wint in de loterij krijgt een adviseur in z’n nek die uitlegt wat je met al dat geld vooral niet moet doen. Hadden Teun en Dirk maar zo’n adviseur gehad. Dan hadden ze afgelopen week niet in de rechtszaal gezeten. 

Ze zaten er wel. Misschien hebben ze zich te graag laten leiden door pracht en praal van criminelen in series op Netflix. In die series trappen drugshandelaren nooit op krakkemikkige fietsen door de stad, laat staan een dorp. Ze hebben niet eens fietsen. Op de televisie rijden cocaïnemannen in snelle, rode auto’s richting nachtclubs vol vriendinnen of naar hun peperdure huizen. Maar beste Teun en Dirk: dat zijn acteurs, wat je ze ziet doen, is niet echt.

Teun en Dirk zijn broers. Teun is 27 en een harde werker, Dirk is 24 en deed in de legale wereld niet zo heel veel voor de kost. Hij hielp af en toe zijn broer in de zaak.

De officier van justitie beweerde meer dan voldoende informatie te hebben om te bewijzen dat de gebroeders ruim twee jaar lang in cocaïne handelden. Een uitvoerig onderzoek is aan deze beschuldiging vooraf gegaan. De officier van justitie hield het qua afrekening eenvoudig: ,,Wie meerdere jaren in harddrugs handelt, moet meerdere jaren de gevangenis in.’’

Drie jaar in dit geval, dat is de eis.

Het onderzoek begon in maart 2019. Op het politiebureau belandde informatie over cocaïnehandel in Stadskanaal. Ze drinken daar heus niet alleen bier en Bacardi cola. Er werden namen genoemd. Van een man die dealde vanuit een dikke zwarte Mercedes. En van de man van het eethuis met warm vlees. Die reed in een Porsche. Dirk en Teun.

Agenten gingen koekeloeren bij het eethuis en stelden vast dat er regelmatig mensen naar binnen gingen die na dertig seconden weer naar buiten kwamen zonder eten. De regelmaat maakte het verdacht.

Eerder was vastgesteld dat Teun af en toe met zijn Porsche naar Amsterdam sjeesde en dan ook altijd snel weer terugkeerde. Alsof hij naar Amsterdam reed om er iets op te halen en niet om er te zijn. Op een dag werd besloten het voertuig met behulp van technisch kentekenvernuft te volgen en de bestuurder op de terugweg te controleren. En ja hoor. Op de achterbank lag een kilo cocaïne. Dat is in de straten van Stadskanaal 50.000 euro waard.

De adviseur zou vast en zeker tegen Teun hebben gezegd: sjees nooit in een Porsche naar Amsterdam als je daar een kilo cocaïne gaat ophalen.  

Het lijkt mij een lastige bezigheid, dat drugsdealen. Niet zozeer de inkoop. Je gaat gewoon naar Amsterdam, koopt in en je gaat weer terug. Teun had misschien gewoon pech. Er gaan maanden voorbij dat de politie op de A7 geen auto tot stoppen beveelt waar op de achterbank een kilo cocaïne ligt. Doorgaans – dat moet wel – bereiken de kilo’s ongemoeid het Noorden, tot ver boven de stad Groningen, van Zoutkamp tot Uithuizermeeden aan toe.

Nee, het lastige is de verkoop. Een dealer zonder klanten is een dealer van niks. Een beetje dealer heeft veel klanten. En al die klanten kunnen praten. En dat doen ze, vooral als ze worden aangesproken door de politie met de vraag wat ze zojuist dertig seconden in het eethuis hebben gedaan? En wat er in de broekzak zit? Dat het op camera staat.

Zo vlogen de namen van cocaïne snuivend Stadskanaal door de rechtszaal. Je zou er zo drie, vier voetbalteams van kunnen samenstellen. En allemaal verklaarden ze dat ze kochten bij Dirk met z’n dikke zwarte Mercedes en anders wel bij Teun in de zaak. Dirk deed ook in lachgas.

De één kocht een keer in de week, de andere twee keer per week en al jaar of drie. Een derde af en toe, en dan meestal op de parkeerplaats bij Poiesz. Zo ging het maar door.

De financieel adviseur zou de broers met klem hebben geadviseerd de betalingen van de cocaïne niet via tikkies te laten verlopen. Bij onderzoeken trekt de politie namelijk bankrekeningen na. Teun en Dirk hadden er 29. Met veel stortingen van 50 euro – de prijs van een gram cocaïne – of een veelvoud daarvan. Via tikkies. Zo kwam er bijna 150.000 euro binnen.

Is dit allemaal waar? De rechters moeten dat weten om met een rechtvaardig oordeel te kunnen komen. Van Dirk werden ze niet veel wijzer. Hij mopperde dat hij met geweld naar de rechtszaal is getransporteerd. Hij wilde niet want hij beroept zich op het zwijgrecht. ,,Dan blijf je net zo goed lekker in je celletje.’’

Teun praatte wel, Teun praatte veel. Hij zei dat hij niet in cocaïne doet. Hij werkte meer dan honderd uur per week keihard in zijn zaak en had dus helemaal geen tijd voor die flauwekul.

De kilo op de achterbank? Nou ja zeg, dat was apart. Hij had het opgehaald voor iemand die hij kent. Eenmalig. Had hij 500 euro voor gekregen. Apart, omdat hij het geld helemaal niet nodig had. ,,Als je over zoiets nadenkt, dan doe je het niet. Dat ik het wel heb gedaan is dus raar. Dom ook.’’

En de dure auto’s dan? Zoveel winst boekte het eethuis niet, lazen de rechters in het dossier. De advocaat merkte op dat Teun ook over flink veel geld kon beschikken omdat hij na afloop van het keiharde werken vrijwel dagelijks in het casino was te vinden waar hij een rendement boekte van 80 procent. Dat heeft de politie niet onderzocht. 

Teun mompelde op zijn beurt dat de in beslag genomen boekhouding niet een goed beeld geeft van de werkelijk inkomsten van zijn bedrijf. Er was veel onbelast geld, zei hij. Rechters: ,,Onbelast geld? U bedoelt zwart geld.’’

Adviseur: ,,En soms moet je gewoon je mond houden.’’

Teun denkt dat hij er wordt ingeluisd, dat snuivend Stadskanaal tegen hem samenspant. Waarom weet hij ook niet. ,,Ik ben een bekende in Stadskanaal, dat is nu mijn nadeel. Misschien is het afgunst.’’

Ik ga ervan uit dat Teun en Dirk schuldig zijn. Het is aan de rechters. Blijken ze onschuldig, dan hoeven ze het drugsgeld niet in te leveren en dan moet u dit verhaal maar snel vergeten.

rob zijlstra

UPDATE – 25 januari 2021 – uitspraak
Schuldig. En niet zo’n beetje ook. De eisen van de officier van justitie doen geen recht aan de ernst van de feiten, meldt het vonnis. Ofwel: de rechtbank legt hogere straffen op dan er waren geëist. Tweemaal vier jaar.

klik op afbeelding om het vonnis te lezen – het betreft de uitspraak van de 27-jarige verdachte (Teun)

Een streep

OPINIE
Haal een streep door oude misdrijven om het strafrecht weer te laten functioneren

 

De strafrechtmachine is oververhit, maar niet te stoppen. Nog nooit ontsprongen zoveel daders de dans, nog nooit zagen zoveel slachtoffers het recht niet zegevieren. Het is de hoogste tijd voor een begin van een oplossing: schrap de oude zaken.

Het is even na negen uur als in zittingszaal 14 in het gerechtsgebouw van Groningen de laatste strafzaken van het jaar worden behandeld. Er is een halve dag voor uitgetrokken. Het belooft niet een heel spannende dag te worden, kondigt de politierechter aan. Er staan acht strafzaken op de rol. Het zou de rechter ,,hoogst verbazen’’ als er iemand komt.

Twee mannen zijn gedagvaard die, zo is het vermoeden, al lang niet meer in Nederland zijn. Het zijn zogenoemde ‘veilige landers’. De een heeft anderhalf jaar geleden speakers gestolen bij Expert in Ter Apel, de ander in maart shag en cervelaatworst bij de Aldi, ook in Ter Apel. Het zijn oude zaken. De een krijgt een boete van 200 euro, de ander een week celstraf. Ze zullen er weinig van merken, ze weten het waarschijnlijk niet eens.

De laatste strafzaak van het jaar vangt aan om kwart over twaalf. De verdachte, een man uit Musselkanaal, is tot ieders verrassing toch gekomen, de eerste en enige. Hij zou in juni 2019 zijn vriendin, zijn ex, hebben mishandeld door haar bij de keel te grijpen en haar een klap te geven. De man ontkent dat stellig en de officier van justitie die hem heeft gedagvaard knikt, zegt dat er te weinig bewijs is en eist vrijspraak. De rechter: dan doen we dat.

De mannen stonden terecht omdat het Openbaar Ministerie hun zaken heeft ingevoerd in de strafrechtmachine. Die machine is oververhit, maar niet te stoppen. Eenmaal ingevoerd, is er geen weg terug. Ontsnappen is onmogelijk. De enige manier om aan die voortrazende machine te ontkomen is een oordeel van de rechter. En daar zijn er te weinig van.

De schaarse strafrechters besteden
veel tijd aan relatief oude zaken
waarvan de ernst de aarde
niet uit haar baan doet schieten

De schaarse strafrechters besteden veel tijd aan relatief oude zaken waarvan de ernst de aarde niet uit haar baan doet schieten. Nut en noodzaak van het strafrecht is hier in het geding. Want wat heeft het voor zin een straf op te leggen voor een winkeldiefstal van een jaar oud? Voor een uit de hand gelopen ruzie met een klap erbij van twee jaar geleden? Of voor het hebben van een hennepkwekerij met honderd plantjes van drie jaar terug?

Officieren van justitie – de stokers die het vuur van die doordenderende machine brandende moeten houden – weten als geen ander dat het zo niet verder kan. Een van hen slaakte het afgelopen jaar in de rechtszaal een diepe zucht, wierp de armen in de lucht en riep toen hij weer eens een strafzaak van drie jaar oud moest voordragen: ,,We hebben gewoon veel te veel zaken, we kunnen het niet aan.’’

Het piept en kraakt kortom. Nog steeds, want nieuw is het niet. Corona werkt niet mee, maar het lamleggende virus is niet de enige schuldige. Het strafrecht loopt al een paar jaar achter de feiten aan.

dagblad van het noorden, 9/10 januari 2021

Draaiden de politierechters – met relatief veel eenvoudige strafzaken – de laatste maanden op volle toeren, de meervoudige strafkamer – drie rechters, zaken van ernstige(r) aard – behandelde het afgelopen jaar in Groningen zo’n 150 zaken. Nog nooit was dat zo weinig. In 2019 behandelde die kamer nog 300 strafzaken wat toen al het laagste was in de voorbije 20 jaar.

Het betekent ook dat nog nooit zoveel verdachten (90 procent van hen is dader) de dans ontsprongen. En ook dat nog nooit zoveel slachtoffers het recht niet zagen zegevieren. Misdaad begint te lonen.

Om te voorkomen dat misdrijven die vorig jaar zijn gepleegd in de laatste week van dit jaar aan de rechter wordt voorgelegd, is het de hoogste tijd om met een begin van een oplossing te komen.

Zo’n begin zou kunnen zijn: veeg alle oude zaken van eenvoudige aard bijeen en gooi ze weg. Dat scheelt niet alleen de helft, maar doet ook recht aan de samenleving die moet kunnen vertrouwen op een goed functionerende strafrechtmachine.

rob zijlstra

dit opinieverhaal stond eerder [3 januari] op de site van dvhn 

Chun: wanhopig verlangen

Chun, de man die niet bestaat, blijft wanhopig verlangen naar de menselijke maat van Nederland

 

Een jaar geleden publiceerde Dagblad van het Noorden het verhaal van Chun, het verhaal van de man die niet bestaat. De nu 32-jarige Chun Sheng Yan wacht nog altijd, nog altijd wanhopig, op de dag dat hij met zijn leven kan beginnen. Er is een klein lichtpuntje.

De Nederlandse overheid is vooralsnog snoeihard: Chun mag nog altijd niet bestaan. Nog altijd regeren de rigide regels en is de menselijk maat nergens te bekennen.

Kun je 365 dagen per jaar wanhopig zijn? Vijf jaar lang? Tien? Chun bewijst het. Hij staat nog overeind, woont nog altijd in Groningen. Zijn toekomst is nog even onzeker, zijn leven staat stil. Wie hem werk aanbiedt, is strafbaar. Instanties zijn voor hem niet toegankelijk.

Zijn verhaal is al vaak verteld. Chinese mensensmokkelaars ontvoerden hem toen hij 14, 15 jaar was en brachten hem naar Nederland waar hij moest werken in de keuken van een restaurant. Na jaren wist hij te ontkomen en belandde hij na tussenkomst van de politie in Leek. Dat was in 2007. Sindsdien zit hij klem in de klauwen van de Nederlandse bureaucratie.

Terug naar China kan niet, want China weigert elke vorm van medewerking die noodzakelijk is voor een eventuele terugkeer. En in Nederland mag hij niet blijven, niet zijn. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gelooft zijn verhaal niet. De dienst wil niet een verhaal dat misschien niet waar is belonen met een verblijf.
Chun is niet illegaal. Hij is geen asielzoeker. Hij is niks. Door zijn bestaan domweg te ontkennen bestaat ook het probleem niet. Om te kunnen leven is hij aangewezen op liefdadigheid.

Na de publicatie vorig jaar werden tot tweemaal toe Kamervragen gesteld en werd aangedrongen op het vinden van een oplossing. Tevergeefs. Oud-burgemeester Peter den Oudsten probeerde met hulp van zijn netwerk en via de stille diplomatie in Den Haag een uitweg te vinden. Hij stuitte op dichte deuren.

,,Ik hoop zo dat ik een keer kan beginnen met mijn leven.”

Chun Sheng Yan probeert positief te blijven. ,,Ik hoop zo dat ik een keer kan beginnen met mijn leven. Het afgelopen jaar was een diepe teleurstelling. Ik ben nu 18 jaar in Nederland, ik ben langer in Nederland dan in China. Er is zoveel onderzoek gedaan, ik heb altijd meegewerkt. Steeds geloven ze mij niet. Dat maak mij wanhopig. Dat lange wachten is onmenselijk. Ik kan dit niet veel langer meer.’’

De publiciteit rond Chun leidde in mei vorig jaar tot een hartverwarmende actie van Aldert en Nancy Zoutman uit Groningen. Zij zetten een crowdfunding op touw voor Chun. In een paar dagen tijd doneerden 1200 mensen ruim 25.000 euro. Er werd een stichting opgericht om het geld te beheren.

Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD, Justitie en Veiligheid) reageerde op de actie: ,,Het is goed om te zien dat mensen maatschappelijke betrokkenheid tonen en proberen andere mensen te helpen.’’ Punt. De staatsecretaris – zij heeft de sleutel in handen – weigert inhoudelijk op situatie van Chun in te gaan. Dat geldt ook voor de IND.

Er is één klein lichtpuntje. Er ligt een nieuw rapport, een zogeheten psychiatrisch expertiserapport, op tafel bij de IND over de situatie van Chun. Het rapport kwam tot stand dankzij geld van de crowdfunding.

Conclusie is dat er geen aanwijzingen zijn dat Chun niet de waarheid heeft verteld of dat hij feiten bewust in zijn voordeel heeft verdraaid. De psychiater maakt zich grote zorgen over het welzijn van Chun als de uitzichtloze situatie nog veel langer voortduurt.

Advocaat Urban Hansma die Chun al vele jaren (belangeloos) bijstaat hoopt eind deze maand op een positief besluit van de IND. ,,Het rapport toont aan dat Chun de waarheid spreekt. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt dat ieder mens recht heeft op respect voor zijn prive-leven. Na 18 jaar is het tijd dat Nederland het recht dat Chun heeft ook respecteert.’’

dossier chun sheng yan

ZITTINGSZAAL 14

pers
op de redactie van dvhn / foto: robz

 

blogwebbel

Ik ga zittingszaal 14 – dit blog – iets anders inrichten. Mijn rechtbankverhalen zullen in het nieuwe jaar niet direct meer op deze plek verschijnen. 

Waarom niet?

Ik schrijf mijn rechtbankverhalen in eerste  instantie voor Dagblad van het Noorden, de krant waarvoor ik werk. Die verhalen worden gepubliceerd in de weekendbijlage (papier) en op de site dvhn.nl . 

De verhalen die online staan, staan achter de zogeheten betaalmuur (premium). De krant van papier is ook niet gratis. Omdat journalistiek niet gratis is.

Het is een beetje gek dat mijn rechtbankverhalen achter de betaalmuur staan, maar op dit blog gratis kunnen worden gelezen. Dan is journalistiek weer wel gratis en dat is nou juist niet de bedoeling.

Ik heb lang nagedacht over een oplossing voor dit euvel. Zittingszaal 14 – met meer dan 1200 rechtbankverhalen – met terugwerkende kracht niet langer gratis beschikbaar stellen is voor mij geen optie. Een verdienmodel aan dit blog hangen ook niet; ik kan mijn rechtbankverhalen schrijven omdat de krant – waar ik een vast dienstverband heb – dat mogelijk maakt. 

En dus?

Dus ga ik het, na 16 jaar, iets anders doen. Ik kondig mijn verhalen hier wel aan, maar met een verwijzing (link) naar de site van de krant. Na twee weken is dat verhaal dan ook hier te lezen. Een uitgestelde publicatie dus. Een beetje omslachtig wellicht, maar anders zou ik het ook niet weten.

rob zijlstra

 


16 januari 2021
UITSLAG POLL

80 procent – logisch dan wel het is niet anders
20 procent – niet zo slim, het begin van het einde

 

Cees Eenhoorn

De gevangenis is slecht

Bijna 39 jaar was Cees Eenhoorn (66) strafrechtadvocaat. Deze week – dinsdagochtend – deed hij zijn laatste zaak. Een grote, want kleine strafzaken bestaan niet. ,,Als advocaat moet je het onderste uit de kan halen.’’

Een beetje onderuitgezakt, het linkerbeen over het rechter, de hand aan de kin, hoofd in luisterstand. Zo zat hij duizenden uren in rechtszalen. Met af en toe een grimas op het gezicht, een blik van verontwaardiging. En als de officier van justitie, de rechter, het al te gortig maakte, dan gingen ook de armen nog wel eens de lucht in.

Typisch Cees Eenhoorn.

foto: maartje schaap

Hij herkent dat wel. ,,Wat ik doe is institutioneel ruzie maken. Ik geef de officier van justitie een grote bek, of de rechter als die iets doet wat mij niet aanstaat. Zo van, jullie moeten nu allemaal eens even goed naar mij luisteren, want anders gaat het helemaal fout hier. Vergeet niet, de staat heeft een arsenaal aan bevoegdheden, heeft een enorme macht. Een cliënt, een verdachte, heeft nul. Dus als advocaat moet je zorgen dat je het onderste uit de kan haalt. En ja, dat kan wel eens strijd opleveren.’’

Toen hij begon na zijn studie rechten in Groningen, begin jaren tachtig, stond de strafrechtadvocatuur in de kinderschoenen. Het had geen hoog aanzien. ,,Het werd je ook afgeraden. Ook omdat er geen banen waren in het strafrecht, er waren geen kantoren die mensen zochten voor deze tak van sport. Ik ben er een beetje ingerold. Dat kwam ook door Winfryd de Haan, die was voor zichzelf begonnen. Ik sloot me bij hem aan. In no-time waren we monopolist. We zaten hele dagen op de rechtbank, de ene zitting na de andere.’’

,,Het was ook idealisme. Winfryd was het strafrecht ingegaan op verzoek van hulpverleners. Bijna al onze klanten waren verslaafd. Het waren vooral inbrekers. We hadden als advocatenkantoor een maatschappelijk werker in dienst, dat was uniek. Die hielp de jongens met hun schulden en dat soort dingen.’’
,,In het begin was ik wel een beetje een vreemde eend in de bijt. Ik was een gymnasiumjongetje uit Drenthe. Ik moest veel leren, hoe je met de jongens moest omgaan en vooral ook hoe niet.’’

Cees Eenhoorn zegt het vaak. De jongens. Zijn jongens. ,,Echt slechte mensen zijn er niet. Je leert de jongens kennen en heel vaak zijn het heel aardige jongens. Ik vond het een van de mooiste dingen van het vak, het contact. Ik had veel vaste klanten, mensen die ik mijn hele carrière heb bijgestaan. Ik heb kinderen van klanten bijgestaan.’’

,,Vroeger hadden we − er waren nog geen computers − een boekje waarin alle klanten stonden. Laatst had ik een cliënt die op de allereerste bladzijde staat van dat boekje.’’

Heeft hij al die jaren ook wat kunnen betekenen voor de jongens? Eenhoorn dacht van wel. ,,Ik kan het leven van een klant niet regelen, maar ik kan wel een beetje helpen als het misgaat. Bijvoorbeeld door te proberen te voorkomen dat-ie in de gevangenis terechtkomt. Iedereen weet dat het slecht is voor iemands leven om in de gevangenis te belanden. Je raakt alles kwijt. Veertien dagen gaat nog, dan kun je je huis nog aanhouden, loopt je vriendin niet bij je weg. Maar bij zes maanden wordt dat al een ander verhaal. Laat staan bij drie, vier jaar.’’

Het is de kortzichtigheid van vergelding

,,Alle straf boven de drie jaar voegt niets toe, dat heeft geen enkele zin. Weggegooid geld, het doet afbreuk aan waardigheid, aan toekomstperspectief. Het is de kortzichtigheid van vergelding. Ik snap heel goed dat als je kind wordt doodgemaakt, dat je dan wilt dat zo iemand levenslang weggaat. En daar valt voor sommigen ook best wat voor te zeggen. Maar voor de gemiddelde inbreker dus niet.”

,,Het is ook hartstikke ouderwets. Als je vroeger een homp vlees van je buurman jatte, ging je een grot in en legden ze er een steen voor. In 20.000 jaar zijn we niks veranderd. We schuiven ze nog steeds die grot in en leggen er een steen voor. Er zijn wel wat meer faciliteiten gekomen, maar het is allang niet meer wat het is geweest. De jongens zitten bijna de hele dag achter de deur. Komen ze vrij, moeten ze zich aan allerlei voorwaarden houden. Dan zit je zo weer binnen.’’

Hij weet ook wel, er is geen alternatief. ,,Dat is het probleem. Het alternatief is een andere samenleving, waar mensen niet van elkaar hoeven te stelen. Helaas is die samenleving nog nergens ter wereld bedacht. We moeten het ermee doen. Maar ik weet wel dat met het oeverloos weggooien van de sleutel we ook niks bereiken. Ja, dat strafrechtadvocaten altijd werk houden.’’

Over strafrechtadvocaten gesproken. ,,Ik zie collega’s die in de rechtszaal opdreunen wat ze thuis hebben opgeschreven. Ik kan dat niet, ik moet worden gevoed door wat er op de zitting gebeurt. Ik maak nooit pleitnota’s, bij ingewikkelde zaken heb ik een lijstje met aantekeningen. Tegenwoordig leest iedereen maar voor. Ook officieren van justitie. Een strafproces moet interactief zijn, je moet je mening tijdens een proces kunnen bijstellen. Dat voorlezen gaat ten koste van de gedrevenheid.’’

Je kunt niet spelen wat je niet in je hebt

De grimas op het gezicht, de armen in de lucht. ,,Als je een toga aantrekt, speel je een rol. Maar het is geen act. Ik heb lang gevolleybald, fanatiek. En ik had van mijn achtste tot mijn zestiende een pony. Ik deed mee aan wedstrijden, dressuur, springen, cross, ik was bloedfanatiek. Je kunt niet spelen wat je niet in je hebt.’’

Cees Eenhoorn bleef heel zijn carrière bij De Haan Advocaten, dat uitgroeide tot een van de grotere advocatenkantoren van Nederland. Tot halverwege dit jaar, toen de strafrechtpoot zelfstandig verderging onder de naam Schaap Advocaten. De vertrouwde stek aan de Turfsingel werd ingeruild voor een klein kantoor aan de Nieuwe Boteringestraat. Zijn werkkamer van de laatste maanden was nog geen 6 vierkante meter. Er zijn niet veel advocaten die na 39 jaar genoegen nemen met de bezemkast. Eenhoorn vond het prima. Eigenlijk had hij nog wel wat langer willen meedoen aan dat nieuwe avontuur. Aan de andere kant, zegt hij, is het goed zo.

,,Ik kijk voldaan terug. Ik heb van alles gedaan, heftige zaken, veel moord en doodslag, maar ook de hennepplantjes thuis. Het waren niet alleen maar verslaafde inbrekers, maar ook directeuren van grote bedrijven. Er zijn geen kleine zaken, dat moet je als advocaat nooit vergeten. Voor een cliënt is zijn zaak groot en belangrijk.’’

,,Ik denk dat ik eruit heb gehaald wat er inzat. Ik had heel veel vaste klanten, dan doe je wel iets goed.’’
Cees Eenhoorn trekt zich terug in Vries, waar hij op de kleuterschool zat, zijn jeugd doorbracht, waar zijn vader dierenarts was. ,,Ik ben een beetje een einzelgänger, ik zit graag thuis.’’ Hij heeft een gigantische tuin. Geld voor een tuinman vindt hij zonde, dus hij gaat zich bekwamen in het tuinieren. En als het regent, is er nog de boekenkast vol ongelezen boeken. Misschien gaat hij zich aanmelden als vrijwilliger voor het stembureau. ,,Van dat soort dingen.’’

Gaat hij het werk missen?
,,Jazeker.’’

rob zijlstra

 

dagblad van het noorden, 23 december 2020

Wat ik wil zeggen…

Ik werkte nog niet zo heel lang voor de Leekster Courant, ooit een begrip in het Westerkwartier, toen ik hoorde dat er een baan vrij zou komen op de regioredactie van Nieuwsblad van het Noorden.

Ik wist wat ik wilde: dat. 

Want via de regioredactie van het Nieuwsblad van het Noorden zou ik dan na een paar jaar naar de Volkskrant in Amsterdam kunnen en daarna naar het buitenland, naar Paramaribo of New York om het grote onrecht in de wereld wereldkundig te maken. Zo zou ik de wereld beter maken.

Ik schreef een brief en nam een goede tip van een toekomstige collega ter harte. Plak de postzegel netjes, dus recht, op de envelop, Robbie. De man die mijn brief zou beoordelen, zo hoorde ik, had zorgvuldigheid hoog in het vaandel staan. Wie de postzegel scheef op de envelop van de sollicitatiebrief plakt, heeft een slordig karakter, is daarmee niet zorgvuldig, is dus ongeschikt voor de journalistiek.

Het sollicitatiegesprek had plaats in café De Burcht, het café van Peter en Ina dat zo ongeveer tegenover de redactie aan het Gedempte Zuiderdiep lag en waar het toenmalige journaille een deel van de werkdag doorbracht.

De eerste vraag was of ik een colaatje wilde of een glas bier. Ik koos voor dat laatste en werd aangenomen. Ik werd regioverslaggever Westerkwartier en de gelukkigste man ter wereld.

Die wereld is bijna 34 jaar later niet veel beter geworden, Paramaribo en New York heb ik niet gehaald. Ik hoop maar dat er geen causaal verband bestaat. Het Nieuwsblad werd op een dag het Dagblad, maar ik bleef gewoon een verslaggever van de regio. 

En wat? Ik had daar geen dag van willen missen. Hoeveel dank ik verschuldigd ben aan die zorgvuldig opgeplakte postzegel weet ik niet. Misschien een beetje.

Afgelopen weekeinde stond er een advertentie in de krant. Dagblad van het Noorden zoekt een verslaggever voor de regio. Dat is wat ik wilde zeggen: de krant heeft een prachtbaan te vergeven.

Wil de wereld verbeteren?
Doen!

robz

de advertentietekst

Vals spel

De snoeiharde afspraak, vastgelegd in wetgeving, is dat het valse spel dat mensen soms spelen op een fatsoenlijke manier wordt aangepakt en afgehandeld. Oneerlijkheid, ook als dat criminaliteit heet, moet op een eerlijke manier worden bestreden. Het zijn grondbeginselen van de rechtsstaat, beginselen die moeten garanderen dat u niet ten prooi valt aan willekeur van de machtige overheid.

Vroeger toen niet alles beter was ging dat zo. Tegenwoordig deinst de overheid er niet voor terug de burger te besjoemelen en te bestelen. Schering en inslag is het niet, maar waakzaamheid is geboden. De onbetrouwbare overheid loert overal.

Bij de rechtbank loopt al jaren een strafzaak tegen vijf mannen uit Groningen die in 2011 werden gearresteerd als lid van een criminele organisatie. Zij zijn actief in de pluimveesector. In de kippen. De mannen zouden hebben gerotzooid met antibiotica. Daarmee zouden ze zowel veel geld hebben verdiend als de volksgezondheid in gevaar hebben gebracht. Het strafproces begon in 2013. 

Er is nog altijd geen uitspraak, maar afgelopen donderdag, iets na één uur, gebeurde er na jaren juridisch gesteggel iets bijzonders: de rechters verklaarden het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk. De vijf mannen kunnen nu niet meer strafrechtelijk worden vervolgd. Reden: vals spel van de overheid.

Halverwege het proces heeft een officier van justitie een getuige – een chef van de criminele inlichtingen eenheid – geïnstrueerd wat hij moest zeggen bij de rechter-commissaris. 

Bam!

De advocaten spraken van een doodzonde, de rechters noemden het optreden van de officier van justitie beschamend. Justitie vond het ‘onhandig en niet professioneel’. De officier van justitie moest op zoek naar ander werk. 

Het Openbaar Ministerie heeft geprobeerd met vals spel vijf mannen achter de tralies te krijgen. Dat dit niet groot in alle kranten is uitgelicht komt omdat de materie ingewikkeld is. Jan Boone, een van de betrokken advocaten, zei in 2017 tegen deze krant: ,,Aan wie het kan uitleggen schenk ik mijn advocatenkantoor.’’ Hij bedoelde maar.

Het was donderdag een zwarte dag voor de rechtsstaat. Terwijl in Den Haag de Kamercommissie het rapport Ongekend onrecht presenteerde – over de kinderopvangtoeslag – gaven rechters de Groninger politie op haar falie. 

Lang verhaal kort: twee agenten willen na een melding van huiselijk geweld een man spreken. Als de agenten zijn woning betreden, richt de bewoner een vuurwapen op de agenten en dreigt te schieten. De agenten zijn sneller en schieten de man neer. 

Er volgt een onderzoek. De rechtbank oordeelt dat de politie de belangen van de twee betrokken agenten voorop heeft gesteld en de rechten van de verdachte heeft geschaad. De rechtbank noemt dit zeer ernstig.

Advocaat Pieter van Diest had het tijdens de rechtszaak al gezegd: ,,De politie was niet op zoek naar de waarheid, maar wilde haar eigen zaak rondmaken. Er is geknoeid met verklaringen, processen-verbaal zijn vervalst, getuigen geïnstrueerd. Stuitend en verbijsterend.’’

Toen Van Diest de rechtszaal verliet keek hij nog even achterom en zei tegen de rechters, voor alle zekerheid: ,,Wij advocaten roepen dit soort dingen vaker, maar in deze zaak is het ook echt zo.’’

De officier van justitie hekelde de harde woorden van Van Diest. ,,Dat de raadsman zich zo laat gaan is bizar.’’ Donderdag gaf de rechtbank de raadsman gelijk. De verdachte ging niet vrijuit, maar kreeg een forse korting op de straf.   

Alsof de donderdag er niet genoeg van kon krijgen. Want ook de kwestie rond Marinus, net 55 jaar geworden, beroerde de beginselen van de rechtsstaat. Marinus is al dertig jaar verslaafd aan alcohol. Om te kunnen drinken steelt hij.

Maar nu is hij moe van zijn verdronken leven. ,,Ik wil niet meer rondjes lopen op luchtplaatsen van gevangenissen, samen met al dat tuig. Ik wil zo graag naar het bejaardenhuis voor ex-verslaafden.’’ Hij denkt dat hij dan nog een kleine toekomst heeft.

Hij zat donderdag in de rechtszaal omdat hij wordt verdacht van diefstallen van flessen port bij de Albert Heijn en de Jumbo. Albert Heijn erkent hij. ,,Maar ik heb mijn fatsoen gehouden. Ik heb het afgehandeld met een tientje.’’ De rechters willen weten waarom hij een fles port van 6,49 euro steelt terwijl hij een tientje heeft. 

Marinus laat de vraag even op zich inwerken, hij denkt niet meer zo snel. Dan, met het hoofd gebogen: ,,Ik was dronken.’’

De diefstal bij de Jumbo is een ander verhaal. Een klant zou hebben gezien dat hij een fles port onder zijn jas stopte en meldde dit aan een medewerker. Toen hij de winkel verliet werd hij aangesproken en de winkel ingeduwd waarna een worsteling begon met drie Jumbomannen. Marinus verloor. Twee mannen gingen op hem zitten in afwachting van de komst van de politie.

Tien minuten later kwamen twee agenten aangehold om hem in de boeien te slaan. Opnieuw een worsteling, waarbij Marinus een paar klappen kreeg te incasseren. Uiteraard delfde hij weer het onderspit. 

In het proces-verbaal staat dat op het politiebureau uit zijn jas een fles port tevoorschijn kwam.

Bam!

De advocaat heeft de rechtbank gevraagd camerabeelden te tonen van de aanhouding en de worstelingen. En dat gebeurt. Te zien is wat zojuist is beschreven. De advocaat concludeert: had hij een fles port onder de jas, dan was die fles of gesneuveld of tevoorschijn gekomen. Kan niet anders. Dat in het proces-verbaal staat dat de fles pas op het politiebureau werd ontdekt, is vals. Hij had geen fles, er was geen diefstal.

De officier van justitie kent de camerabeelden niet (wat best raar is) en zegt: ,,Tja. Ik ga nu wel twijfelen.’’

Twijfel hoort in de rechtszaal in het voordeel van de verdachte te zijn. Maar de officier van justitie vordert geen vrijspraak, hij wil een nieuw onderzoek. De strafzaak moet worden aangehouden (uitgesteld). De uitkomst kan maanden op zich laten wachten.

Goed plan, vinden de rechters. Marinus niet. Hij wil best maanden wachten, maar niet in de gevangenis. Hij wil graag naar huis, naar de opvang voor mannen als hij. 

Hij belooft dat hij niet opnieuw zal stelen, dat hij zich aan alle voorwaarden die de rechters maar kunnen bedenken zal houden, geef hem een enkelbandje erbij, nog beter. Smeekt: ,,Geef mij deze kans edelachtbare meneer, ik zal niks meer doen wat niet mag. Laat ik een scheet, dan snij ik mezelf in de vingers.’’

 De rechters trekken zich tien minuten terug voor beraad. En? Marinus moet terug naar de gevangenis. Daar mag hij de komende maanden wachten. De politie kan dan ondertussen een proces-verbaal opstellen dat wel klopt.

Ongekend singulier.

Rob Zijlstra

UPDATE – 3 februari 2021 – vervolg strafzaak tegen Marinus
De strafzaak tegen Marinus is voortgezet. Tijdens de rechtszaak haalde de officier van justitie De Graaf bovenstaand verhaal aan, een verhaal dat volgens hem ver verwijderd is van de waarheid. Ik schreef een nieuw verhaal.

fragment:
Deze week werd de strafzaak voortgezet. De agent van het proces-verbaal meldt nu dat de fles port niet op het politiebureau tevoorschijn kwam, maar bij de aanhouding in de winkel uit de kleding van Marinus is gehaald. De Graaf tegen de rechters: ,,Zo. De waarheid ligt nu op tafel.’’ Tegen de aanwezige journalisten in de zaal: ,,Het zou de pers sieren om dit ook zo op te schrijven.’’

Het verhaal is te lezen op de site van Dagblad van het Noorden (premium):  https://www.dvhn.nl/groningen/Camerabeelden-liegen-winkeldiefstal-bewezen-26470839.html

 

 

 

 

meer over de kippen:

Over de kwestie van de agenten die een man met wapenvergunning neerschieten:

 

Dawes verhoord in Parijs

Twee rechercheurs van de Groninger politie zijn naar Parijs afgereisd voor een verhoor van de veroordeelde drugscrimineel Robert Dawes. Tegen de Engelsman loopt een onderzoek naar  mogelijke betrokkenheid bij de moord op onderwijzer Gerard Meesters – in november 2002 – in Groningen. De verwachting is dat het Openbaar Ministerie (OM)  begin volgend jaar besluit om Dawes al dan niet strafrechtelijk te vervolgen. Besluit het OM dat wel te doen, dan zal Dawes zich in Nederland voor de rechter moeten verantwoorden.  Meer over het verhoor in Parijs: dagblad van het noorden.

Ik volg deze zaak sinds 2002: dossier Gerard Meesters

De vriendelijke man

Voor de ingang van de rechtszaal wacht een man op gymschoenen tot hij naar binnen mag. Aan zijn schouder hangt een rugtas. Zijn advocaat vertelt hem wie ik ben, dat ik in het rechtbankgebouw ben geboren en getogen en dat ik stukjes schrijf voor de krant. Ik knik hem toe en hij lacht vriendelijk terug. Welkom, zegt hij. Alsof hij in de rechtbank woont.

Ik weet wat voor een strafzaak zometeen in de rechtszaal gaat beginnen. De rechtbankpers, vrij en onafhankelijk – ik schrijf het er maar bij – krijgt vooraf informatie opdat wij weten wat ons te wachten of te doen staat. Even gaat door mij heen dat die vriendelijk lachende man en zijn advocaat zich hebben vergist, dat ze in een andere rechtszaal moeten zijn voor iets gans anders dan waarover ik ben geïnformeerd.

Voor iets civiels of zo.

Maar direct na die gedachte bromt de stem door mijn hoofd dat ik heus wel weet dat vriendelijk ogende mensen vreselijk nare dingen doen, tot misdaden aan toe.

Uiterlijk zegt niks. Wie Mark Rutte op zondag, met wanten aan en ook op gympies, naar zijn werk in het Catshuis ziet fietsen, denkt niet direct: hé kijk nou, daar fietst de minister-president van heel een land. Ja, als je hem kent.

De vriendelijke man – hij is wel degelijk de verdachte – moet terechtstaan omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan bedreiging en aan opruiing. Hij heeft gedreigd Mark Rutte – diezelfde van zojuist – van boven tot onder helemaal open te snijden.

Dit dreigement uitte hij in een e-mail die hij naar het secretariaat van Rutte had gestuurd. De officier van justitie noemt het een misdrijf tegen het leven van de minister-president gericht. Niet lang na het versturen van de e-mail werd hij door een arrestatieteam, zoals je dat soms op televisie ziet, uit zijn huis gehaald.

Hij had de e-mail verstuurd uit naam van de Witte Tovenaar, maar zijn eigen naam stond er ook gewoon bij.

Dit is nog niet alles. In andere e-mails riep hij op tot radicale acties, tot een guerrilla-oorlog, tegen het naziregime van Rutte. ‘We leven in een dictatuur die terrorisme rechtvaardigt.’ Hij wil dat we wapens kopen om politici dood te schieten. Ook moeten we messen meenemen in het openbaar vervoer. Hij schreef: ’Als er een staatshoer in uniform tegen je zegt dat je een mondkapje op moet doen, pak dan je mes. En steek. En snij.’

En ook: alle parlementariërs verdienen de doodstraf omdat zij met hun lockdown een coup hebben gepleegd.

Na de arrestatie legde hij op het politiebureau een bekentenis af. Hij had toen moeten huilen. Tegen de rechters: ,,Ik heb de e-mails in een overspannen toestand geschreven. Ook uit frustratie. Het was een domme actie. Ik hoopte met een geweldsdreiging de mondkapjesplicht te voorkomen.’’

De vriendelijke man: ,,Ik strijd voor een vredige en menslievende overheid die betrouwbaar is en integer.’’
De rechters: ,,Wij allemaal.’’

De rechtszaak is nog niet voorbij.

Op een dag was hij niet meer overspannen, maar veel veranderde er niet, zegt de man tegen de rechters. ,,We zuchten nog altijd onder een fascistisch naziregime en het zal alleen maar erger worden. Straks, als de vaccinaties komen, worden we allemaal vermoord. De wereld is een hel geworden. Ik heb de strijd dus weer opgepakt, een andere optie heb ik niet.’’

Zouden ze hem dwingen een mondkapje te dragen – een grotere vernedering bestaat niet – dan pleegt hij zelfmoord.

Rechters: ,,Echt?’’
Ja.

Hij had 45 dagen in voorarrest gezeten. Geen pretje. Beroerd eten ook. Moet hij terug naar de gevangenis, liever niet, dan moet het maar. ,,We hebben toch geen toekomst.’’

Ik kijk naar de vriendelijke man en neem geen spatje twijfel waar. Hij zegt dat hij de eerste in Nederland was die wakker is geworden en doorzag wat Rutte, het nazi-zwijn, echt wil. ,,Ik denk dat hij mijn e-mails met interesse leest, omdat hij weet dat ik over een zekere intelligentie beschik.’’

Dat de vriendelijke man het toetsenbord als wapen heeft gekozen komt door zijn schrijftalent, zegt hij. ,,Ik ben nogal scherp met de pen.’’ Met de sociale media laat hij zich niet in, want ook Facebook zit in het grote complot. Zijn e-mails vol denkbeelden stuurt hij naar Kamerleden, naar hun fracties, naar journalisten opdat ook die wakker worden. ,,Want de vrije en onafhankelijke pers bestaat niet meer.’’

Wat moet er nou met de vriendelijke man gebeuren?

Een van de rechters oppert dat hij wat beter moet nadenken voordat hij iets opschrijft. ,,Ik geef het u maar mee.’’ Maar de officier van justitie wil dat het stopt, wetende dat dat niet vanzelf gaat. Daarom moet er een contactverbod komen: de komende vijf jaar geen e-mails naar Mark Rutte. En hij moet worden behandeld. Er zou sprake zijn van een stoornis, van coronastress, van depressieve stemmingen. De psychiater: ‘Een beetje hulp. Opdat hij minder ten prooi valt aan zijn binnenwereld.’

Dat zijn de eisen en de voorwaarden. Houdt hij zich hier niet aan dan moet hij nog eens 135 dagen extra zitten, inclusief beroerd eten. Mailt hij toch de president, dan kost hem dat twee weken cel extra. Per e-mail.

De vriendelijke man wil niet beloven dat hij stopt. Eerlijk gezegd, denkt hij van niet. Laat hij zich behandelen? ,,Dat is heel onzeker.’’

De advocaat vindt dat zijn cliënt het recht moet hebben om te communiceren met de overheid. ,,Dat recht kunt u hem niet ontzeggen.’’ De raadsman: ,,Hij slaat misschien een beetje door, maar met die 45 dagen voorarrest en met die gewelddadige arrestatie erbij is de rekening dik betaald. Doe er anders nog een boete van 500 euro bij.’’

De officier van justitie denkt anders. Er mag een hoop, maar de vrijheid van meningsuiting kent beperkingen. Je mag van alles zeggen en schrijven, je mag zelfs over het randje gaan, mits dat bijdraagt aan het maatschappelijk debat. De aanklager: ,,De oproepen van deze meneer dragen niets bij, sterker, zijn teksten ondermijnen de democratie en zijn respectloos naar de mensen die er momenteel het beste van proberen te maken.’’

Het is elf uur in de ochtend als alles lijkt gezegd. De vriendelijke man raapt zijn rugtas van de grond, merkt nog op dat hij als vrijheidsstrijder heel erg voor de democratie is en wenst dan de rechters veel wijsheid toe bij het nemen van een beslissing.

rob zijlstra

Binnenblijver

Zo er een boven- en een onderwereld is, zo bestaat er ook een wereld van binnen en van buiten. In de bovenwereld kan binnen en buiten van alles betekenen zonder dat er iets aan de hand hoeft te zijn. In de onderwereld is alles anders. Daar betekent binnen dat je vast zit, opgesloten achter tralies, afgegrendeld van de vrijheid.

Omdat vrijheid voor de mens een groot goed is, doet het ontnemen ervan pijn. Dat is de straf.

Verreweg de meeste onderwereldmensen die binnen zitten komen op een goede dag vrij. Ze hebben dan lang genoeg op de blaren gezeten. Zij krijgen hun vrijheid terug en de kans toe te treden tot de bovenwereld. Lukt dat niet dan is de consequentie doorgaans: terug naar binnen.

Een paar keer per jaar krijgt iemand in Nederland de levenslange gevangenisstraf opgelegd. Daar heb je het dan meestal wel zelf naar gemaakt. Levenslang betekende in Nederland heel lang dat je tot je dood binnen zat. De pijn waartoe je werd veroordeeld moest je de rest van je leven voelen.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat het Nederlandse levenslang inhumaan was. Ieder mens, ook de slechte, heeft recht op perspectief. Levenslang moet verkortbaar zijn, sprak het hof.

Daarom is er nu een commissie die mag bepalen of een levenslange gevangenisstraf na verloop van tijd kan worden omgezet in tijdelijke pijn. De gesloten deur voor de levenslang gestrafte is hiermee op een kiertje gezet, een kiertje waar enige hoop doorheen piept. Een beetje perspectief, nog niet helemaal afgeschreven.

En dan is er Anton.

Hij is tbs’er, is 28 jaar en heeft een lange baard.
Zijn advocaat zegt dat het dossier van Anton het meest complexe tbs-dossier van heel het land is.

Als Anton de rechtszaal binnenkomt, zijn zijn armen geboeid. Mogelijk heeft hij ook een stok in de broek. Ongemakkelijk, want met één hand en het hoofd zover mogelijk voorovergebogen, weet hij zich te ontdoen van het verplichte mondkapje. Hij vraagt aan de rechters, nu hij toch zit, of ook de boeien misschien even af mogen. De rechters kijken naar de vier nee-schuddende politiemannen die met Anton zijn meegekomen en zeggen dan dat het niet mag.

Anton zit in het boeienregime omdat hij extreem vlucht- en beheersgevaarlijk is. Dat heeft de directeur van de p.i. Vught waar hij verblijft bepaald. Het is niet aan rechters om daar dan voor even aan te tornen.

In de voorbije vijftien jaar was er slechts een keer eerder een verdachte die geboeid zittingszaal 14 werd binnengebracht. Die verdachte had daar zelf om gevraagd omdat hij niet voor zichzelf instond en hij niet nog meer ellende wilde.

Anton is in de rechtszaal omdat het Openbaar Ministerie zijn tbs-status met twee jaren wil verlengen. De rechtbank moet daarover beslissen.

Het leven dat deze Anton tot nu toe heeft geleefd, valt voor buitenmensen nauwelijks te bevatten. Toen hij twee jaar oud was werd hij door instanties uit huis geplaatst en ondergebracht bij jeugdinstellingen, hij sleet er zo’n 25. Net oud genoeg kreeg hij de pij-maatregel (jeugd-tbs) opgelegd, een maatregel die is overgegaan in een reguliere tbs. In zijn leven na zijn tweede jaar is hij eenmaal een maand vrij geweest. Eenmaal een maand buiten, hij was toen 15 jaar. Voor de rest: altijd binnen.

Ook de misdaden die hij pleegde, pleegde hij binnen.

Vier jaar geleden werd de toen bestaande tbs (vanwege brandstichting) vervangen door een nieuwe tbs omdat hij in de Van Mesdagkliniek een medewerker met een zelfgemaakt wapen had aangevallen. Medewerkers van klinieken zijn zijn grootste vijanden.

Hij zei toen: ,,Die bewaarders, dat zijn nette huisvaders die aan kickboksen doen, oud-militairen die in rijtjeshuizen wonen. Sukkels zijn het. Zet je ze op hun plek, dan gaan ze janken. Ze willen zo graag in een kliniek werken. Maar roep je een keertje ‘boe’, doen ze direct aangifte.’’

Afgelopen week sprak hij in vergelijkbare woorden. Er was een incident geweest. ,,Kijk, als je als bewaarder de hele tijd loopt te verkondigen dat je tof bent, dan moet je niet raar kijken dat je een keer wordt gepakt. We zitten niet in een kleuterklas.’’

Vier jaar geleden hadden de rechters hem vriendelijk gevraagd hoe het hem verging. Anton zei toen: ,,Ik zit 23 uur per dag op een kamer, met de handboeien om. Ik mag een uur per dag luchten. Het gaat dus prima.’’

De rechters hadden gevraagd hoe het nou verder met hem moest, want een jongeman van 24 kan toch niet altijd binnen zitten?
De rechters: ,,U moet wat, u moet wat als u nog iets van uw leven wilt maken.’’
Anton: ,,Moet, moet, moet. U moet eerst maar eens naar uw eigen achterlijk systeem kijken.’’

Afgelopen week zei hij: ,,Ik zit nu 26 jaar in de hulpverlening. Uw tbs-systeem is één grote achterlijke, lachwekkende poppenkast.”

Jantina Rump is al achttien jaar zijn advocaat. Ze heeft de rechters gevraagd de tbs niet te verlengen zoals de officier van justitie wil, maar op te heffen, te beëindigen. Omdat Anton niet is te behandelen. Het is zinloos. In elke kliniek waar hij komt gaat het eventjes goed, maar na een paar maanden is er altijd wel weer een incident waardoor hij wordt overgeplaatst. Door al die overplaatsingen is een behandeling nog nooit van de grond gekomen, zegt de advocaat. ,,Hij is zo verknoeid. Incidenten horen bij hem.’’

Advocaat Rump zegt desgevraagd dat ze ook wel snapt dat de rechters haar verzoek niet zullen inwilligen. ,,Mijn cliënt wordt gezien als een gevaarlijke gek. Met zo iemand zijn ze snel klaar.’’

Altijd binnen, de handen, de armen geboeid, geen perspectief. Wat gloort is een weg die leidt naar niets. Vier jaar geleden had hij het al aangekondigd. Tegen de rechters zei hij toen: ,,U gaat straks met pensioen, ik ga naar de long-stay.’’

Dat is ook wat advocaat Rump vreest, dat Anton zal eindigen op de long-stay. Daar waar geen behandeling meer is, daar waar de binnenblijver niets hoeft te doen.

Ja, ademhalen.

De advocaat zegt tegen de rechters: ,,Laten we met z’n allen toch iets creatiever zijn. Laten we proberen hem te zien als mens en dan kijken wat er wel mogelijk is.’’

De rechters denken nu na.

rob zijlstra

update – 10 december 2020 – uitspraak
De rechtbank ziet dat het om een bijzondere zaak gaat, maar ziet geen mogelijkheden tot een creatieve oplossing. Dat staat in het vonnis. Om dat te lezen, klik op onderstaande afbeelding. Bent u niet vrolijk en wilt u dat vandaag nog wel worden, lees het vonnis dan niet of een andere keer.

Het potlood

De digitale apparaten rukken op in de rechtszaal. Jarenlang volgden rechtbankverslaggevers strafzaken met alleen een pen en een opschrijfboekje als wapen.  Tegenwoordig zitten we er met laptops en iPads, via de rechtbank-wifi verbonden met de systemen op de krantenredactie en de rest van de wereld. Vaak staat er al een ‘stukje’ de website, terwijl de verdachte nog moet beginnen aan het laatste woord.

Wat niet rap  verandert is de rechtbanktekenaar. Deze ambachtslieden komen nog steeds met hun grote tekenmappen, met hun kleurpotloden, puntenslijpers, kwastjes, flesjes water voor de verf, met Oost-Indisch inkt naar de rechtszaal. Hoewel ook hier de iPad zich laat zien, wint de tekenaar het in de rechtszaal nog altijd van de foto- en televisiecamera’s.

dvhn / vrijdag 4 december

Annet Zuurveen tekent al 25 jaar voor Dagblad van het Noorden. In de krant van vandaag (vrijdag 4 december) staat een bescheiden selectie van haar omvangrijke werk. Ook terug te vinden op de website van de krant: Annet Zuurveen, 25 jaar rechtbanktekenaar

foto: rob zijlstra  → website: annet zuurveen. nl

Felix Guerain / foto: rob zijlstra

petra urban / foto: rob zijlstra

Hoe lang is een rechtsstaat?

In de rechtszaal komt een heleboel samen. Er zitten regelmatig wel vijftien, zestien mensen in de zittingszaal terwijl er maar eentje van hen de verdachte is. De andere veertien, vijftien zitten er beroepsmatig uren achtereen hun werk te doen. Zij zijn rechter, officier van justitie, griffier, advocaat, gerechtsbode, parketpolitie, ze zijn van de reclassering, ze zijn getuige-deskundige, tolk, verslaggever.

Vergeet nooit het slachtoffer, al dan niet met iemand van slachtofferhulp en steeds vaker ook met een eigen advocaat. Het zijn er nog meer dus.

Anders gezegd, er komt heel wat bij kijken voordat een rechtszaak een strafzaak kan heten. Het is eigenlijk helemaal niet zo raar dat zittingen zelden op tijd beginnen en dat het – en vaker dan iedereen lief is – niet altijd op rolletjes loopt. Er is eigenlijk altijd wel wat gedoe.

De enige die daar niets aan kan doen, laat dat ook eens gezegd zijn, is de verdachte terwijl uitgerekend hij in dit bonte gezelschap de beklaagde is. Maar dit terzijde, want ik wil nog iets anders gezegd hebben.

Dat al die mensen in de rechtszaal samenkomen is het gevolg van de wijze waarop de strafrechtspraak is georganiseerd. Zij zitten daar, sommigen pas na een lange studie, omdat is afgesproken en vastgelegd dat het recht zo moet werken.

Het recht wil recht doen, door zorgvuldig kwaad te vergelden in een afgewogen vorm van straf of maatregel, door de samenleving duidelijk te maken wat wel en niet door de beugel kan en om de verdachte nadat die dader is geworden weer op het rechte pad te krijgen. We zijn geen onbeschaafde mensen meer.

Het moet er eerlijk aan toegaan in de rechtszaal, al was het maar om te voorkomen dat u als onschuldige de bak indraait of voor nop een taakstraf moet uitvoeren in kou en regen. Het is daarom dat een verdachte ongeacht de rotstreken die hij mogelijk heeft uitgevroten niet alleen plichten, maar ook een paar rechten heeft. Hij hoeft bijvoorbeeld geen lelijke dingen over zichzelf te vertellen en als hij geen geld heeft voor een advocaat, betalen wij die met z’n allen.

Ik grasduin soms door oude rechtbankverslagen die met een paar muisklikken eenvoudig zijn te vinden in de archieven van de krant. Zo las ik over de 37-jarige winkelier G.N. uit Appingedam die exact honderd jaar geleden, in 1920 dus, aan een klant die in ‘kennelijken staat van dronkenschap’ verkeerde een flesch brandewijn had verkocht. De beklaagde bekende doch ontkende te hebben geweten dat de klant lazarus was. Er was echter een getuige die verklaarde dat hij de winkelier had horen zeggen dat aan dronkenlappen meer valt te verdienen dan aan geheelonthouders.

De rechtbank in Groningen legde acht dagen gevangenisstraf op. In hoger beroep in Leeuwarden bracht advocaat mr. Vos in stelling dat beklaagde een onberispelijke winkelier was, geen kastelein die de staat van dronkenschap goed kan beoordelen. De gerechtshof sloeg aan het wikken en wegen en kwam uit op een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Zoals we het toen deden, zo doen we het nu nog steeds. De verdachten van nu hebben het iets beter en dat geldt zonder meer voor de positie van slachtoffers, maar in de kern is er niet zo heel veel veranderd. Het bevalt kennelijk zoals we het doen.

De vraag is hoelang we dit volhouden? Hoelang blijven processen nog eerlijk? Hoelang gaat het er nog beschaafd aan toe in de rechtszalen? Hoelang nog kunnen lelijke verdachten en onschuldige slachtoffers rekenen op een faire behandeling van hun zaak? Hoelang beschermt het recht nog tegen de machtige overheid die er niet voor terugdeinst haar burgers te mangelen en te vermorzelen?

Hoe lang is de rechtsstaat?

Het zijn geen vragen die ik heb bedacht. Het zijn vragen die worden opgeworpen door Geert Corstens, voormalig president van de Hoge Raad. Dat is de hoogste rechtsprekende instantie van heel het land. Corstens was zogezegd ’s lands hoogste rechter.

In 2014 publiceerde hij het boek De rechtsstaat moet je leren. Het verhaalt over misschien wel het mooiste idee dat ooit is bedacht, de trias politica. Over dat niemand in een democratische rechtsstaat het laatste woord heeft. Dat je daarom moet luisteren naar wat anderen te zeggen hebben.

Op de laatste bladzijde (150) schrijft Geert Corstens dat de Nederlandse rechtsstaat tot de wereldtop behoort en dat hij daar trots op is. Vorige week verscheen een zevende, herziene druk van dit boek met een nieuwe titel, maar vooral met zeventig extra pagina’s. En die liegen er niet om.

We staan nog steeds aan de top, maar de trots heeft plaatsgemaakt voor zorg. We zijn flink bezig de rechtsstaat een loer te draaien en daarmee onszelf naar de knoppen te helpen. De rechtspraak is structureel overbelast en kan daardoor niet de kwaliteit leveren die hoort bij een topland. We glijden af. Om dit probleem te slechten zijn volgens Corstens 800 nieuwe rechters nodig (voor het idee: er zijn nu ongeveer 2500 rechters).
Komen die nieuwen er niet dan lopen de achterstanden verder op en valt een pijler onder de rechtsstaat in duigen: het grondrecht dat bepaalt dat iedereen, dus ook zij die kwetsbaar zijn, toegang heeft tot de rechter.

Corstens stelt ook dat de politie het werk dat er ligt niet meer aankan. Zorg, want het behoud van de rechtsstaat begint op straat, met het handhaven van de wet. Ook: de financiering van de sociale advocatuur is onder de maat en tast de rechtsstaat aan.

Vergeet de tolken niet.

Er is volgens de oude rechter bij bestuurders van nu een gebrek aan kennis en belangstelling van en voor de rechtsstaat. We lijken het vanzelfsprekend te vinden dat het hier wel snor zit. Dat is niet zo. Een land dat de rechtspraak verwaarloost ondergraaft zichzelf. De voormalige president concludeert: er is in Nederland veel werk aan de winkel.

Ik kan blijven schrijven over strafzaken, dat die nooit op tijd beginnen en over al die bijzondere en merkwaardige verdachten, over het kwalijke dat verdachten en slachtoffers jaren moeten wachten voordat recht wordt gedaan. Ik dacht, het is in dat verband goed om even te melden wat Geert Corstens hierover te zeggen heeft.

Het moet, schrijft hij nog, in de rechtsstaat maar eens afgelopen zijn met het managementdenken. Er moet weer worden geluisterd naar de mensen die de rechtsstaat dagelijks in de praktijk vormgeven.

Dat zijn dus die vijftien, zestien mensen die met die ene verdachte in de zalen van het strafrecht zitten.

rob zijlstra

Publieksacademie: cybercrime

Deze lezing wordt donderdagavond vanaf 19.30 uur live gestreamd op de website van Dagblad van het Noorden. Het is de eerste keer dat we dit doen. De Publieksacademie voor de Rechtspraak bestaat sinds november 2014. Samen met het Openbaar Ministerie (parket Noord-Nederland), de rechtbank Noord-Nederland en de Rijksuniversiteit Groningen worden lezingen georganiseerd over thema’s uit de rechtspraktijk.

De lezingen trokken meestal een volle zaal in het fraaie Academiegebouw aan de Broerstraat in Groningen. Ook hier gooit het coronavirus nu roet in het eten. Vandaar de nieuwe opzet.

De sprekers zijn officier van justitie Jeroen Houwink en strafrechter Okko Jan Bosker. De presentatie is in handen van verslaggever Renate Winkel. Ik draag een column voor.

Linkje naar de livestream

robz

dagblad van het noorden, vandaag

 

 

Het merkwaardige drietal

Wat een merkwaardige verdachten. Gaan ze aan het einde van het twee dagen durende proces iedereen doodleuk bedanken, de strafrechters en alle andere aanwezigen in de rechtszaal, de familie thuis, de politiemensen die aan het onderzoek hebben meegewerkt. Ja, zelfs het slachtoffer. Iedereen bedankt. Alsof ze een prijs hebben gewonnen.

Voor de slechtste film ooit.

Er is geen prijs. Ze krijgen drie snoeiharde strafeisen aan de broek: de 37-jarige Paay 9 jaar cel, de 22-jarige Dukaan en de 24-jarige Rahasy elk 8 jaar. 

Het zijn mannen zonder noemenswaardige strafbladen die vanuit het niets een misdaad pleegden die qua strafmaat gelijk staat aan doodslag. Alsof een speler van Middelstum 4 ineens opduikt in de finale van de Champions League.

Je kunt er een heel verhaal over schrijven, maar wat dit merkwaardige drietal heeft uitgespookt laat zich ook kort vertellen. Ze plukten een student van rijke komaf van straat, sloten hem op in een woning, bonden hem vast, belden zijn vader en eisten losgeld.

De vader belde de politie, de politie wist zoonlief te bevrijden en de daders te arresteren. Dat was in januari van dit jaar. Afgelopen week zaten de daders als verdachten in de rechtszaal hun spijt te betuigen, elkaar de schuld te geven en het slachtoffer beterschap te wensen. 

Zoals het hierboven staat beschreven, zo eenvoudig ging het niet. De merkwaardige drie hadden de gijzeling maandenlang voorbereid. Ze hadden informatie over het beoogde slachtoffer verzameld, ook over zijn familie in Pakistan. De woning waar het slachtoffer werd vastgehouden was speciaal voor dit doel ingericht, de ramen met vuilniszakken dichtgeplakt. 

Voordat ze het slachtoffer van straat plukten, achter het Hoofdstation in Groningen, hadden ze hem uren in de gaten gehouden. Ze deden het niet zachtzinnig. Ze sleurden de student in een gereedstaande auto en staken hem driemaal met een mes. Op een stille plek sloegen en schopten ze hem beurs. Daarna rolden ze hem in een wandkleed, reden nog een uur rond en brachten hem uiteindelijk naar de woning waar ze met kabelbinders zijn handen en voeten vastbonden en hem op een bed legden. Geblinddoekt, met dopjes in de oren en een sok in de mond. Maakte hij geluidjes, dan sloegen ze. Het duurde twee volle dagen.

In een verklaring laat het 24-jarige slachtoffer weten dat  hij Nederland heeft verlaten om nooit weer terug te komen. Hij is weer thuis in Pakistan, heeft paniekaanvallen en is voortdurend op zijn hoede want hij is het vertrouwen in mensen kwijtgeraakt. ,,Ik zal nooit meer de jongen worden die ik was.’’

Het merkwaardige drietal mocht reageren.

Rahasy, zachtjes, met het hoofd gebogen: ,,Ik kan mij niet voorstellen hoe bang hij moet zijn geweest. Zo erg.’’
Dukaan, stellig: ,,Ik voel de pijn ook, ik hoop dat hij er sterker uitkomt.’’
Paay, wijsneuzerig: ,,Vertrouw diegenen die van je houden en deel geen informatie met mensen die je niet kent.’’

Het slachtoffer moest mishandeld en wel via de camera van Whatsapp aan zijn vader vertellen dat hij was ontvoerd. Terwijl hij dat vertelde hielden de kidnappers een elektrische zaag bij zijn keel. Ze eisten tien miljoen dollar, toen een miljoen en uiteindelijk 250.000 dollar, te voldoen in bitcoins. Ze appten instructies hoe dat te doen.

Zou vader de politie bellen, dan zouden ze eerst de vingers van zoonlief afknippen, dan zijn ogen uitsnijden en hem daarna doden.

De vader belde de politie toch, hij belde de politie in Londen. Londen belde met Nederland en Nederland met Groningen. Groningen wist aan de hand van het telefoonnummer waarmee de vader was gebeld snel en slim de verblijfplaats te achterhalen. 

Telefoonnummers verraden alles, het merkwaardige drietal had daar tijdens de voorbereiding kennelijk niet bij stilgestaan. Wel weten hoe je bitcoins kunt incasseren en cashen, maar de basisregel voor elke te plegen misdaad over het hoofd zien: geen mobiele telefoons.

De rechters vragen wat ze van plan waren geweest als de vader niet zou betalen? Zouden ze de student dan echt martelen en vermoorden? Welnee, luidt het antwoord van het drietal, alleen het idee al. Nee. Ze zouden het slachtoffer na een paar dagen op een afgelegen plek achterlaten met wat geld zodat hij weer thuis kon komen.

Wie zijn deze rare mannen?

Rahasy woonde nog maar net in Groningen. Vanwege forse gokschulden – zo’n 80.000 euro – had hij niet alleen zijn geboortestreek Rotterdam verlaten, maar ook zijn strenge familie die hoge verwachtingen van hem had. Hij is verlegen en heeft trouwplannen met zijn vriendin die in de Verenigde Staten woont en die hij nooit in het echt heeft ontmoet. Zij wil hem nu komen bezoeken in de gevangenis, maar dat wil hij niet. Zegt: ,,Ik voel veel schaamte. Criminaliteit is voor mij niet weggelegd.’’

Dukaan is van Hoogezand en had het winkelbedrijf van zijn vader in de binnenstad van Groningen overgenomen. Nu hij in de gevangenis woont, al sinds januari, kan hij zijn talenten, zegt hij, niet meer inzetten voor de zaak en dat vindt hij jammer. ,,Voor de zaak die ik steen voor steen verder wilde uitbouwen is het een klap.’’ In de gevangenis voelt hij zich allesbehalve thuis. Zegt: ,,Het is behoorlijk crimineel daar.’’

Paay, de oudste merkwaardige, woonde overal in de wereld vanwege het werk van zijn vader, die is piloot, zijn moeder stewardess. Voor hij in Groningen neerstreek, woonde hij in Canada en werkte hij op de luchthaven van Dubai. Zijn vrouw, de moeder ook van zijn kind, bracht hem hier. Zij heeft een goede baan bij de Rijksuniversiteit en een onderzoeksbaan bij het UMCG. Tegen de rechters: ,,Mijn vrouw verdient een betere man.’’

Paay vertelt dat hij meedeed omdat Rahasy met zijn schulden hem heeft gedwongen. De verlegen Rahasy had de loop van een negen millimeter in zijn mond geduwd en toen moest hij wel. Rahasy zegt dat het plan is bedacht door Paay, dat Paay het brein is achter deze nare geschiedenis. Rahasy zegt dat hij het slachtoffer niet heeft aangeraakt. Dat was Paay. Dukaan ontkent op zijn beurt niet dat hij heeft meegedaan. Maar hij had niet in de gaten dat ze aan het gijzelen waren. Hij heeft immers talenten voor de winkel, hij zat niet op crimineel geld te wachten. 

De rechters tonen zich, misschien geïnspireerd, ook een beetje gemeen: of de verdachten vinden dat ze alle drie dezelfde straf moeten krijgen of dat de een wat meer of wat minder moet krijgen dan de ander? 

 De merkwaardigen vinden dat ze alle drie recht hebben op de laagste straf.  

rob zijlstra

   

  

Om te huilen

Het strafrecht sleept zich voort als een slak over schuurpapier. Het recht zegeviert tenenkrommend traag. Met zorgvuldigheid of corona heeft dat niets te maken. Deze week nog wierp een officier van justitie in de rechtszaal de armen wanhopig in de lucht en jammerde dat er in Nederland veel te veel strafzaken zijn.

Het strafrecht verschiet soms in de kleuren van onverschilligheid en willekeur, het allerlaatste wat de rechtsstaat wil. Het ligt niet aan de mensen die het recht met liefde bedrijven. Het zijn de systemen. Op papier zien die er best goed uit, in de praktijk zijn ze verworden tot gedrochten.

Wekelijks worden nieuwe rechtszaken met verdachten en slachtoffers in de zittingszalen uitgeroepen om vervolgens onbehandeld te worden aangehouden. Deze zaken belanden op stapels. Er verdwijnen meer zaken dan er worden behandeld.

Steeds meer stapels.

Zo nu en dan valt er een gat in het zittingsrooster. Een officier van justitie klimt dan de zolder op waar al die strafzaken liggen te verstoffen. Op goed geluk trekt zij een dossier uit een stapel, veegt het spinrag eraf en stuurt vervolgens een dagvaarding naar de bijbehorende verdachte. Gat gedicht, het systeem functioneert.

Zo kwam het dat deze week de 66-jarige mevrouw Hannah in zittingszaal 14 zat. Ze is net een paar maanden met pensioen, maar heeft nog geen dag genoten van haar welverdiende rust. Haar dagen zijn gevuld met stress, want ze heeft iets ontzettend doms gedaan.

Ze keek niet goed uit.

Ze pakte een portofoon van de bijrijdersstoel. Eén, twee seconden was ze afgeleid, niet bezig met het verkeer om haar heen. De fietser die er wel was, zag ze niet. Een luidde knal. In het ziekenhuis werd gevreesd voor het leven van de vrouw op de fiets.

Mevrouw Hannah vindt het vreselijk dat zij de oorzaak is van veel geleden pijn en al dat andere leed. Schuldbewust zit ze in de verdachtenbank, zakdoekje voor de tranen in haar hand. Vlak achter haar zit de vrouw die ernstig gewond raakte, maar het gelukkig overleefde. Zij zit er met heel haar gezin, ze houden elkaars handen vast.

Mevrouw Hannah lette heel even niet goed op, één, twee seconden niet. De officier van justitie zegt dat als je 30 kilometer per uur rijdt en één tot twee seconden niet oplet, dat je dan over een afstand van acht tot zestien meter in het stadsverkeer een gevaar op de weg bent. Dat de auto een gevaarlijk ding is. Dat de Wegenverkeerswet er niet voor niets is. Dat je als onvoorzichtige bestuurder gevangenisstraf kunt krijgen.

Allemaal waar.

Het ongeluk dat mevrouw Hannah veroorzaakte had plaats op 4 juli 2018. Nu pas was er de rechtszaak. Advocaat Niek Heidanus vraagt zich af wat het strafrecht hier nog te zoeken heeft? Wat voegt een straf na meer dan twee jaar in deze toe? Heidanus: ,,He-le-maal niks.’’

De advocaat zegt dat het Openbaar Ministerie (het systeem) geen notie heeft hoe zwaar het is te moeten wachten op de behandeling van een strafzaak. ,,Die onzekerheid, zoiets heeft een enorme impact.’’

Mevrouw Hannah bezocht het slachtoffer, zij bood haar excuses aan, excuses die zijn aanvaard. Het had mevrouw Hannah geraakt. Op de dag van het ongeluk reed ze in de scanauto van de gemeente Groningen om foutparkeerders op te sporen. In haar werk bij Stadstoezicht trof ze zo vaak boze en onredelijke mensen. Maar de mevrouw van de fiets en haar gezin hadden haar warm ontvangen. Zegt: ,,Ze waren niet boos.’’

De officier van justitie – hij die de armen in de lucht smeet – vindt ook dat het niet zo lang had mogen duren. Maar dat het feit daarmee niet minder strafbaar is. Mevrouw Hannah mag wel een korting. De aanbieding: een werkstraf van 110 uur in plaats van 120 uur.

De advocaat: ,,Geachte rechters. Hier wordt nodeloos extra leed toegevoegd.’’

Deze lelijkheid staat niet op zichzelf. En er is nog een ander probleem. Ik weet niet of het ooit wetenschappelijk is onderzocht, maar de praktijk van de rechtszaal leert dat herinneringen aan kwade zaken het geheugen rap verlaten. Dat komt de waarheidsvinding – corebusiness in de rechtszaal – bij oude zaken niet ten goede.

Eddie (50) uit Drenthe wordt verdacht van bedrog. Tussen september 2016 en mei 2018 zou hij tussen de 300 en 400 digitale decoders hebben ontfutseld van Ziggo. Hij had 300 tot 400 valse e-mailadressen aangemaakt en wist het zo te besodemieteren dat hij de kastjes ontving terwijl anderen betaalden. Ook deze oude zaak werd recent aan de rechtbank voorgelegd.

Er is bewijs zat. Bij de afhaalpunten van pakketjes in Meppel begon Eddie een bekende verschijning te worden. Toen hij bij de politie als verdachte in beeld kwam, werden bij de afhaalpunten camera’s opgehangen. Ze zagen hem keer op keer.

Onderzoek leerde dat er op zijn bankrekening 339 keer 35 euro was bijgeschreven. Dat er aan de muur van zijn woning een televisietoestel hing met een waarde van 7.200 euro. En dat op zijn slaapkamer 24 dozen stonden met daarin evenzoveel Humax-decoders.

Hoe dan, vroegen ook de rechters, ook al omdat Eddie in die tijd in de schuldsanering zat en moest zien rond te komen van veertig euro weekgeld.

Schuldig? Dat leek hem sterk. Eddie kon het zich niet herinneren. Zo lang geleden. Dat hij 200 keer een doos bij de Readshop in Meppel had opgehaald? 339 stortingen op zijn rekening? Een tv van 7.200? ,,Wat voor een toestel moet dat wel niet zijn geweest dan?’’ In zijn woningen 24 dozen? Geen idee. Drie keer per jaar naar Gran Canaria? ,,Ik kan het me niet herinneren.’’

Rechters: ,,Houdt u zich nou van de domme?
Eddie: ,,Dat weet ik niet, maar we worden allemaal wel een dagje ouder.’’
De officier van justitie: ,,Tien maanden gevangenisstraf.’’

Zo veel decoders hij ontving – 300 tot 400 – zoveel particuliere slachtoffers maakte hij. En het gaat misschien wel om het topje van een ijsberg. Waarom het langer dan twee jaar heeft moeten duren voordat Eddie zich moest verantwoorden, blijft een raadsel. In de rechtszaal wordt de vraag niet gesteld. Rechters zijn het misschien wel normaal gaan vinden dat het strafrechtsysteem zich als een slak voortbeweegt. Dat rechters vinden dat wat zij doen ook maar werk is.

Aan Eddie vroegen de rechters nog wel of hij de strafeis begreep?
Eddie, nonchalant: ‘Kunt u het in jip-en-janneketaal uitleggen?’
Rechter: ,,Tien maanden gevangenisstraf.’’
Eddie: ,,Oei.’’

Dat ‘oei’ was grappig.
Maar dit verhaal is om te huilen.

rob zijlstra