Henk & Co

Een rechtszaak is geen poppenkast. Een poppenkast dient ter vermaak. Een strafrechtszaak is daarentegen een ernstige aangelegenheid, bedoeld om iets recht te zetten wat door anderen willens en wetens, dus met opzet, krom is getrokken.

Het strafrecht is ook een vorm van wraak, maar dan wel van bezonnen wraak. Het moet redelijk zijn, dus moet het niet te veel, maar ook niet te weinig. Er moet een evenwicht worden gevonden en daarom kan zo’n rechterlijke zoektocht naar wat waar is en wat niet even duren.

Toch snapte ik de verdachte Theo wel toen hij riep, terwijl hij met de rechterarm een wegwerpgebaar maakte, dat hij er geen zin meer in heeft, dat hij niet langer mee wil doen aan ,,deze poppenkast’’.

Theo is een van de vijf verdachten is een strafproces dat je inmiddels gerust kunt duiden als een wonderlijke aangelegenheid. Het is het proces rond vier voormalige voormannen van motorclub No Surrender en een ex-bevriende ondernemer. De verdachten worden onder meer beticht van geweld en van het geven van leiding aan een criminele organisatie.

Theo komt uit Klazienaveen en is een van hen. De hoofdgedaagde is Henk Kuipers uit Emmen die met naam en toenaam genoemd kan worden omdat iedereen weet wie hij is en Henk K. daar zelf ook geen moeite mee heeft. Integendeel.

Meer moeite heeft Kuipers met de rechtsgang tot nu toe. Als hij die moet analyseren: één dikke poppenkast. Hij ook al.

Nu vinden verdachten dat wel vaker. Vaak is het een houding, bijvoorbeeld om het ingenomen standpunt onschuldig te zijn voor een goed gemoed nog even te koesteren. Dit terzijde.

Het proces gaat over strafbare feiten met een baard, want gepleegd tussen 2014 en 2016. Een afpersing, twee pogingen daartoe, diefstallen met geweld en mishandeling. Het onderzoek naar deze vermeende misdaden hebben een naam gekregen: Akepa.

Het onderzoek naar de criminele organisatie heet Harka en beslaat de periode februari 2014 tot februari 2018.

Het strafproces is in maart 2018 in zittingszaal 14 begonnen. Vorig jaar zomer had het proces afgerond moeten zijn, maar nu, een jaar later, is het einde nog niet in zicht. Het is mede daarom dat Theo verzuchtte dat-ie er geen zin meer in heeft.

Akepa en Harka zijn nu al de langstlopende rechtszaken uit de Groninger strafrechtgeschiedenis. En er zit niet eens een Groningse verdachte tussen. Maar het is niet alleen dat en de ongebruikelijk lange duur van het proces dat deze zaak tot iets bijzonders maakt.

Kuipers & Co. werden in december 2017 gearresteerd na een jarenlang durend politieonderzoek. Dat was een onderzoek met prioriteiten omdat de overheid had besloten dat outlaw motorclubs niet langer moeten worden geaccepteerd in de samenleving. Als je de betrokken advocaten mag geloven hebben Harka en Akepa samen miljoenen euro’s gekost, maar ook dat terzijde. Een bos met bomen kost ook geld.

Na dertien maanden – januari 2019 – mocht Kuipers de gevangenis met een enkelbandje (dat hij tot op de dag van vandaag draagt) verlaten. Dat gold ook voor de medeverdachten. Het megaproces duurt voort, het einde is nog niet in zicht, maar de verdachten hebben al achter de tralies op de blaren gezeten. Zoiets kan, maar het in zo’n zaak toch apart.

Henk & Co. vinden ondertussen dat ze geen criminelen zijn, zo No Surrender geen criminele organisatie is of was. Kuipers vertelde al meermalen aan de rechters: ,,Wij waren mannen van onschuld, jongens onder elkaar, die van bier en whisky houden en van feestvieren.’’

De vijf verdachten zijn niet de allerjongsten meer, drie van hen mogen zich al opa noemen. De mannen kampen met klachten over de gezondheid, klachten die wellicht deels bij de leeftijd en deels bij de geleefde levensstijl passen. Eentje heeft last van de oren, de ander van de buik, de derde is zelfs vrij ernstig ziek. Een vierde verdachte, Klaas de Oprichter, zit al voor jaren in de gevangenis, maar voor iets anders. De vijfde is een Belg die auto’s sloopt en zich nog maar weinig heeft laten zien.

Over de officieren van justitie – er zitten er twee op de zaak – valt ook wel iets te zeggen. De twee ogen – het valt gewoon op – voortdurend chagrijnig. Tijdens de zittingen staren ze nors voor zich uit. Alsof ze geen plezier in hun werk hebben. Misschien balen ze ook wel dat ze met Kuipers & Co. zijn opgezadeld, inclusief de opdracht dit proces tot een goed einde te brengen. Goed is in de visie van het Openbaar Ministerie dat het slecht met de verdachten moet aflopen.

Tijdens de laatste zitting, twee weken geleden, vielen de twee aanklagers hard uit naar de advocaten. De advocaten proberen hun cliënten (de verdachten) niet zo goed als mogelijk door het proces te geleiden, de advocaten proberen het proces te torpederen. Dat zeiden ze nors.

De advocaten zeiden op hun beurt dat ze zich van geen kwaad bewust zijn. Wij maken, zeiden ze, slechts gebruik van de mogelijkheden die de wet biedt.

Zo kon het gebeuren dat Henk Kuipers door de rechtbank werd bevorderd tot getuige in de zaken van de medeverdachten. De raadsman van Theo had nog wel een paar vragen aan Kuipers te stellen. Het was half vier ’s middags.

De rechters vroegen: ,,Hoeveel vragen heeft u dan?’’
Zo’n duizend.
Rechters: ,,Echt?’’
Raadsman: ,,Ja.’’
De norse officieren van justitie: ,,Zie je wel, ze willen de boel torpederen.’’

Duizend vragen. De rechters hadden het uitgerekend. Stel je doet een minuut over één vraag, dan ben je zonder pauzes al zestien uren bezig. Daar hadden ze geen zin in.

Gedoe dus in de rechtszaal. Het leidde uiteindelijk tot een wraking van de rechters. Als de rechters niet bereid zijn te horen wat hoofdverdachte Henk Kuipers als getuige te zeggen heeft, redeneert de advocaat, dan zijn de rechters niet geïnteresseerd in de waarheid. Dan zijn ze vooringenomen.

Het was de tweede keer dat de drie rechters in dit proces werden gewraakt. Misschien is zoiets ook nog nooit eerder voorgevallen.

Afgelopen donderdag kwam de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland in zitting bijeen, de gewraakte rechters zaten opnieuw op de stoelen waar doorgaans de verdachten zitten. De raadsman: ,,Ik wil helemaal niet wraken, maar in dit geval kan ik niet anders.’’

De rechters: ,,Wij zijn onschuldig.’’

De wrakingskamer doet aanstaande donderdag uitspraak.
Krijgt de raadsman zijn zin, dan explodeert het langstdurende en misschien wel duurste strafproces ooit in Groningen. Blijft de explosie uit, dan moddert dit bijzondere strafproces door.

En dan kan het nog maanden duren voordat de gordijntjes worden gesloten.

rob zijlstra

 

update – 4 juni 2020

4 juni 2020 / dvhn

 

de beslissing van de wrakingskamer:

4 juni 2020 / rechtspraak.nl

De afraffelzaak – hoe het ging

Er is enige ophef dan wel wat reuring ontstaan over een strafzaak in de rechtbank van Groningen.   De zaak moest onder tijdsdruk worden afgeraffeld.  Dat schreef ik. Eerst de feiten. Daarna een mening.

Plaats van handeling: zittingszaal 11 van de rechtbank in Groningen.
Zittingszaal 11  is uitgerust met camera’s en grote beeldschermen om telehoren mogelijk te maken.

De meervoudige strafkamer buigt zich over de strafzaak van de 46-jarige B.D. uit Groningen. De man – in mijn verhaal heet hij Rahul (‘de betrouwbare’)  – wordt verdacht van afpersing. Hij  zit in voorlopige hechtenis en verblijft in De Marwei, de penitentiaire inrichting in Leeuwarden.

D. is in de rechtszaal aanwezig via een beeldverbinding.  De verbinding is redelijk tot goed. Hij is verstaan- en zichtbaar.  Advocaat Peter Schutte is in persoon aanwezig. In de zaal zitten ook het 16-jarige slachtoffer (de aangever) en zijn ouders. Er zijn twee rechtbankverslaggevers: schrijver dezes  en Marjan Buring van het Algemeen Drents Persbureau dat werkt voor onder meer het ANP en RTVNoord.

De zaak begint iets na elf uur. De verdachte voelt zich bij aanvang niet senang  en maakt daar een opmerking over.

tweet 11.11 uur / rob zijlstra

De rechters gaan na de formaliteiten in gesprek met de verdachte die de klappen van de zweep kent. Hij is een ‘bekende van de politie’ en vaker veroordeeld.  De behandeling van de feiten en het bespreken van de persoonlijke omstandigheden nemen ruim een uur in beslag. D. ontkent zich aan afpersing schuldig te hebben gemaakt.

tweet 12.09 / rob zijlstra

Vervolgens is er aandacht voor het slachtoffer. Zijn ouders vertellen over de grote impact die de gebeurtenissen hebben op hun zoon.  Bang. Nachtmerries. Ze eisen een bescheiden schadevergoeding:  185 euro.

Daarna krijgt de officier van justitie het woord,  voor het requisitoir. Zij zegt dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is, dat de verklaringen  van de verdachte ongeloofwaardig zijn. ,,Niet het slachtoffer verdraait de boel, het is de verdachte die dat doet.”  De eis:  vijftien maanden gevangenisstraf.

De beeldverbinding is na ruim een uur nog steeds goed. De rechtbank heeft iets meer tijd bedongen dan de gebruikelijk toebedeelde  45 minuten.

Na het requisitoir krijgt advocaat Peter Schutte het woord,  voor het pleidooi. Na een minuut of vijf wordt hij onderbroken door de voorzitter van de strafkamer. Zij heeft op haar beeldscherm de melding gekregen dat de verbinding over een minuut wordt verbroken. Ze vraagt de raadsman of hij zijn relaas wil afronden.

tweet 12.14 uur / rob zijlstra

Die mededeling zorgt voor enige onrust,  iets wat de verdachte niet ontgaat. Hij kan de rechters op zijn beeldscherm niet alleen horen, maar ook zien. Hij maakt er een opmerking over. D. zegt het gevoel te hebben dat zijn verdediging niet gaat zoals het hoort te gaan. Ook laat hij weten dat hij wel wil horen wat er verder in zijn zaak wordt gezegd. ,,Dat is belangrijk voor mij.”

De voorzitter reageert. Instemmend. Ze zegt dat ze dat begrijpt.

De aangekondigde laatste minuut duurt iets langer.  Maar dan, terwijl de advocaat zijn pleidooi probeert af te ronden, is op de beeldschermen te zien dat de verdachte in gesprek is met iemand, dat hij gaat staan en vervolgens de ruimte verlaat. Het verbinding wordt beëindigd, het logo van  rechtspraak.nl verschijnt.

Ik verstuur om 12.20 uur de onderstaande tweet:

tweet 12.20 uur / rob zijlstra

De voorzitter stelt voor om even te schorsen en oppert dat er mogelijk een telefonische verbinding kan worden gelegd met De Marwei. Maar nadat ze dat heeft gezegd , rommelt de zitting nog even door.

De advocaat zegt nog iets, de officier van justitie maakt een opmerking. De voorzitter vraagt aan het slachtoffer en zijn ouders of zij nog iets willen zeggen. Dat willen ze en dat doen ze. Kort.

Daarna krijgt de officier van justitie het woord, voor de tweede termijn. Zij zegt dat ze wel wil reageren en nog iets wil zeggen.  Maar ze merkt ook op dat ze de verdachte duidelijk heeft horen zeggen dat hij wil meekrijgen als er nog iets naar voren wordt gebracht.  En nu de verdachte er niet meer is, lijkt het mij beter – zegt de officier van justitie – het hierbij te laten.

De voorzitter geeft vervolgens het woord aan de advocaat. Die zegt dat hij niets heeft toe te voegen  waarop de voorzitter de zaak sluit. Over twee weken uitspraak.

Ik denk: dit kan niet.

tweet 12.26 uur / rob zijlstra

Waarom schorst de voorzitter niet zoals ze hardop had aangekondigd?
Hoe kan het  dat de zitting is beëindigd?

Ik sta op en en kijk nog even vragend naar de rechters.  Ik wil iets zeggen, maar doe dat niet. Ik ben een toeschouwer.  Een verslaggever doet verslag en  bemoeit zich nergens mee.

Op de gang buiten de rechtszaal zie ik een verbouwereerde advocaat Schutte. Hij is aan het bellen met zijn kantoor. Zegt, vraagt: ,,Zijn wij nou geschorst of is het afgelopen?”

Ik zeg: ,,De zitting is beëindigd.”
De advocaat: ,,Maar dat kan toch niet?”
Ik: ,,Er was niet eens een laatste woord.”
De advocaat: ,,Ik denk dat ik een klacht moet indienen, wat moet ik anders?”

Het was de allereerste meervoudige strafzaak van deze raadsman.

Ik ben niet de enige die vaststelt dat het laatste woord niet is gegeven. Collega Marjan Buring stuurt rond hetzelfde tijdstip deze tweet de wereld in:

tweet / marjan buring

 

Op twitter komen veel reacties binnen, met name van  verontwaardigde advocaten.

Ik duik de perskamer in en tik een eerste nieuwsbericht voor de website van Dagblad van het Noorden. De teneur van het bericht is dat de strafzaak na de opmerking van de voorzitter dat de verbinding zou worden verbroken, werd afgeraffeld en dat  de verdachte niet het laatste woord kreeg.

eerste bericht online / dvhn / 13.14 uur

Nadat het bericht is gepubliceerd, plaats ik om 13.22 uur nog een tweet op twitter met  een link naar het dan net gepubliceerde bericht.


tweet 13.22 uur / rob zijlstra

In de loop van de middag bel ik met de afdeling communicatie van de rechtbank Noord-Nederland, een afdeling waar de mensen die er werken doen wat ze kunnen. Het antwoord laat even op zich wachten. Aan het begin van de avond komt er een officiële reactie:  de rechtbank betreurt het voorval en stelt een onderzoek in  naar de toedracht.

De volgende dag – 15 mei – moet de afdeling communicatie laten weten dat er geen commentaar wordt gegeven zolang de zaak onder de rechter is. ,,Zolang er geen beslissing is genomen, kunnen we niks zeggen.”

De zaak krijgt hier en daar landelijke aandacht. Advocaten hekelen de regel dat beeldverbindingen tussen de rechtszaal en de penitentiaire inrichtingen (pi’s)  in duur zijn beperkt. In deze zaak was extra tijd bedongen, maar ook dat bleek onvoldoende om te voorkomen dat de verdachte halverwege het proces werd teruggebracht naar zijn cel.

Zes dagen later blijkt dat de rechtbank de zaak gaat heropenen om de verdachte alsnog de mogelijkheid te geven gebruik te maken van zijn laatste woord. De rechtbank maakt deze openbare zitting niet wereldkundig.

Ik ben wel aanwezig.

20 mei / 17.11 uur

Het  gehavende proces krijgt met de heropening toch nog een eerlijk verloop. Verdachte D. wordt met een ‘boevenbus’ van Leeuwarden naar Groningen gereden en mag alsnog zijn laatste woord uitspreken.

Het loopt anders af. D. zegt dat hij zich overvallen voelt en wil aanhouding (uitstel) om zich goed te kunnen voorbereiden.  De rechters voelen daar niet veel voor. De voorzitter merkt op: ‘We moeten het niet ingewikkelder maken dan het is.” Maar D. en zijn advocaat volharden.

20 mei / 17.45 uur

De zaak wordt aangehouden. Het kan maanden duren alvorens de zaak voor alleen het laatste woord weer op zitting komt. Bij mijn weten is het nooit eerder voorgekomen dat een strafzaak wordt aangehouden om de verdachte in de gelegenheid te stellen zich voor te bereiden op het laatste woord.

Het zijn rare tijden.

En dan komt er plots een persbericht van de Rechtbank Noord-Nederland, dat wordt gepubliceerd op Rechtspraak.nl .  Ik lees het met enige verbazing.

Heropening onderzoek laatste woord, waarover geen misverstand mag bestaan

20 mei / rechtspraak.nl (klik voor bron)

 

Ik lees het bericht vlak voor het slapen gaan. En ik snap het niet. Ik slinger nog een tweet de wereld in.

Probeert de rechtbank hier iets recht te maken wat krom is?

Want hoezo pas na de zitting enige ophef in de media?
En hoezo  ‘nadat de raadsman en de verdachte als laatste het woord hadden gevoerd…?

Alsof het in de media fout is gegaan en niet in de rechtszaal.

De rechtbank schetst een beeld dat het laatste woord wel is gegeven, maar dat hierover na afloop wat reuring is ontstaan. De rechtbank suggereert dat het proces correct is verlopen.  

Het persbericht laat overigens onvermeld dat de zaak is aangehouden.

Ik geloof stellig dat de rechters, de betrokken rechters, deze zaak op een eerlijke wijze willen afdoen. Rechters in strafzaken zijn wel de laatsten die belang hebben bij beperkingen van een  proces.

Waarom rechters die beperkingen accepteren begrijp ik niet. Juist in tijden van crisis – corona – dienen rechters de rug te rechten en dienen zij met de borst vooruit pal te staan voor de verworvenheden van de rechtstaat.  Dan accepteer je geen beeldverbinding van 45 minuten (of ietsje langer) om een strafproces af te handelen.

En als het dan onder tijdsdruk fout gaat en er ongelukken gebeuren, stuur je als rechtbank geen persbericht de wereld in met onwaarheden.

De voorzitter had gewoon even moeten schorsen.

rob zijlstra

 

Het rechtbankverslag van de zitting (over de verdachte en de zaak zelf):
een magistratelijke zucht  

Een magistratelijke zucht

Waar Rahul komt, ontstaat gedonder en gesodemieter. Hij zal er zelf vast anders over denken, maar het navragen kan ik niet. Rahul zit weer eens in de penarie, opgesloten in De Marwei in Leeuwarden.

Hij is zoals dat soms in de krant staat een ‘bekende van de politie’. In de zuidelijke stadswijken van Groningen is hij eveneens een bekende. Tegen de rechters: ,,Ik ben daar nogal uuh… populair.’’

Rahul wil als hij eenmaal weer vrij is twee dingen. Een boek schrijven en hulpverlener worden. Ook dat meldt hij (via een beeldverbinding) in de rechtszaal. Rahul denkt dat hij uitermate geschikt is jongerenwerker te worden gezien zijn ervaringen als deskundige. Want hij is nu 46 en is dus jarenlang jong geweest.

Je hoort het vaker dat mannen die gewend zijn slechte dingen te doen tegelijkertijd de behoefte hebben iets moois te laten zien. De mens is nooit alleen maar slecht. Ook Rahul niet.

In 2004 werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar wegens het plegen van twaalf gewapende overvallen op winkels en tankstations. Hij deed dat in de stadsdelen waar hij nu populair zegt te zijn.

Op zijn veertigste had hij de helft van zijn karige leven doorgebracht in gevangenissen. Je kunt het eigenaardig noemen dat Rahul tijdens al die opgesloten jaren onder staatstoezicht zo verslaafd bleef als een kwispelende hond in een slagerij. Maar dat is niet curieus: zo moeilijk het is uit een gevangenis te ontsnappen, zo eenvoudig is het om er drugs naar binnen te brengen.

Dus toen Rahul na jaren eindelijk naar huis mocht, was hij nog altijd kwispelend verslaafd. Goed voor zijn ervaringen, maar niet goed voor bijvoorbeeld Albert Heijn en haar medewerkers. Want nog maar net vrij snoof hij de neus vol, denderde hij een filiaal (zuid) van de supermarkt binnen en dreigde met kabaal de caissière dood te schieten. Het leverde hem in eerste instantie 285 euro op, in tweede instantie 42 maanden celstraf.

In de rechtszaal (2012) werd zijn drugsgebruik besproken.

Rahul: ,,Ik ben niet verslaafd. Ik gebruik alleen wanneer ik verdrietig ben.’’
Officier van justitie: ,,Hoeveel gebruikt u dan?’’
Rahul: ,,Tien gram cocaïne. Per dag.’’
Officier van justitie: ,,Dat kost u dan zeker 500 euro. Per dag. Hoe komt u aan dat geld?’’
Rahul: ,,Ik ken mensen in de stad die kapitaalkrachtig zijn.’’

Ook in de gevangenis gesodemieter.

Op de luchtplaats ontmoette hij op een dag Reinier S. die tot twaalf jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens doodslag op zijn partner Gonda (Hoogezand). De zaak wacht dan op behandeling in hoger beroep. Tijdens het luchten verzonnen ze een vals plan.

Rahul zou bij de politie opbiechten dat hij betrokken was bij de dood van Gonda. Hij zou vertellen dat hij samen met ene Bernard – ook een bekende van de politie – had ingebroken in de woning van Gonda. Dat wil zeggen: Bernard was naar binnen gegaan, hij Rahul stond op de uitkijk.

Hij zou vertellen dat Bernard werd betrapt, in paniek was geraakt en dat-ie Gonda toen heeft geslagen en gesneden met een mes, zo vreselijk dat ze overleed.

Rahul zou een korte straf krijgen, hield Reinier hem voor. Hij stond immers slechts vals op de uitkijk en had geen aandeel in het geweld en de dood van Gonda. Ook Bernard zou geen last dragen, want Bernard was onlangs verongelukt. Dood. Om het verhaal geloofwaardig te laten zijn verstrekte Reinier zogeheten daderinformatie aan Rahul, informatie die alleen bij de dader (en de politie) bekend is.

Rahul zou als dank 800.000 euro krijgen. Reinier zou immers over veel geld beschikken omdat hij met dit valse verhaal zijn vrijheid terug zou krijgen na lange tijd onschuldig te hebben vastgezeten. Rahul had wel oren naar een leugentje om bestwil.

Het liep belabberd af. Dat Bernard was overleden klopte. Maar dat was hij al toen Gonda om het leven werd gebracht. Reinier had zich vergist in tijd. In hoger beroep kreeg hij vijftien jaar cel, vanwege de gemene leugens drie jaren meer dan de rechtbank hem had toebedeeld.

Vorige week stond Rahul voor de zoveelste keer terecht en weer ging dat gepaard met wanorde. Hij zou cafetaria Tasty Joe in Groningen (zuid) hebben overvallen dan wel de 16-jarige medewerker hebben afgeperst. Hij ging naar binnen om een drugsgerelateerd biljet van honderd euro te wisselen. Daarbij zou hij dreigende woorden hebben gesproken, een mes ter hoogte van de heup hebben getoond en de medewerker bij de keel hebben vastgepakt. De jongen gaf – doodsbenauwd – 25 euro af.

Er is een getuige en er zijn camerabeelden die het relaas van het slachtoffer onderschrijven. Nadat Rahul op de vlucht was geslagen, belde de jonge medewerker overstuur zijn baas en zei dat hij was overvallen.

Rahul lacht ongemakkelijk. Jawel. Hij draagt altijd een mes. Vanwege zijn populariteit en bepaalde dingen uit het verleden. Zegt: ,,Maar dit was geen overval. Ik vluchtte niet, ik liep gewoon weg. Ik ken die jongen, we hebben vaak lange gesprekken gevoerd. Dat geld heeft hij mij geleend. Ik zou het later teruggeven.’’

De officier van justitie is zonder twijfel. Afpersing. Ze eist een gevangenisstraf van vijftien maanden. ,,Een jongen van 16 verzint zoiets niet.’’
De advocaat verzoekt de rechtbank Rahul vrij te spreken. ,,Want waar is het bewijs?’’

Het was deze zaak die in de voorbije week landelijke aandacht kreeg. Tijdens het pleidooi van de advocaat stopte plots de beeldverbinding met het Huis van Bewaring en kreeg Rahul het einde van de zitting niet mee. Zijn laatste woord sneuvelde. Dat is in een strafzaak, ook in bijzondere tijden, een doodzonde is.

Waar Rahul komt, ontstaat ontwrichting.

Afgelopen woensdag, zes dagen na die abrupt beëindigde zitting, werd hij vanuit de bajes te Leeuwarden naar de rechtbank in Groningen gereden om in de late namiddag alsnog zijn recht op het laatste woord te kunnen uitoefenen.

Het gehavende proces zou nu eerlijk worden afgerond. Maar dan. Rahul ligt dwars, hij wil niet. Weer gedonder en gedoe. Hij mompelt iets over een bananenrepubliek en zegt dat hij zich overvallen voelt. Hij wil uitstel.

Nooit eerder – bij mijn weten – is een strafzaak aangehouden om de verdachte in de gelegenheid te stellen zich voor te bereiden op het uitspreken van het laatste woord.

De rechters proberen Rahul en zijn advocaat even op andere gedachten te brengen, maar het is tevergeefs. De rechters stemmen daarop in met uitstel (met maanden). Ze doen dat met een diepe magistratelijke zucht.

Ze zuchten: ‘Zorgvuldigheid boven alles.’’

rob zijlstra

 

Een reconstructie van de gang van zaken tijdens het proces is te lezen op: de afraffelzaak  – hoe het ging

 

De Bengalese prins

Nu is het niet zo dat de verdachten van zittingszaal 14 altijd mannen zijn van Nederlandse origine. Dat is niet waar. Soms zitten er gasten tussen van ver, zoals Ernesto (29) die helemaal vanuit Colombia was gekomen.

Hij was in januari samen met zijn vriendin in Groningen neergestreken voor een vakantie. Niets raars aan, wij gaan immers ook naar daar. Tenminste, dat deden we toen het kon.

Dat Ernesto een Baretta en een Smith & Wesson – dat zijn wapens – bij zich droeg, is singulier. Als toerist in Groningen heb je zulks toch niet nodig. Ook zullen niet alle toeristen die Groningen bezoeken 27.000 euro in de kontzak hebben. Ernesto wel.

Hij zal zich op een dag voor de rechters moeten verantwoorden en dan tekst en uitleg moeten geven. Tot die tijd verblijft hij als toerist en tot zijn ongenoegen in de gevangenis. Tegen de rechters zegt hij dat hij is opgepakt door politieagenten die hopen op promotie. Hijzelf hoopt dat de rechters eerlijker zijn. Of zijn vriendin ook is opgepakt weet ik niet. Voor dit verhaal is dat niet erg, want dit verhaal gaat niet over Ernesto en zijn vriendin.

Dit verhaal gaat over de 25-jarige Shan en zijn vriendin Amadea. Ook zij komen van ver.

Shan komt uit Bangladesh. Dat wil zeggen, daar is hij geboren, net als zijn moeder. Zijn vader is een Zwitser uit Kirchberg. Shan had mogen kiezen en koos toen voor de Zwitserse nationaliteit. In het land zelf is hij nooit geweest.

Shan, een groot bewonderaar van Elton John, wordt tijdens de rechtszaak een raadsel. Misschien is hij wel een Bengalese prins in plaats van de arme sloeber die hij zegt te zijn.

In 2016 streek Shan neer in Groningen, niet als toerist, maar als internationaal student. Digital engineering. Daar begon hij mee. Ieder jaar zou hij, met een Zwitserse studiebeurs en geld van een tante, van studie veranderen. In het tweede jaar werd het scheikunde. Kennelijk kan dat.

Op een dag ontmoette hij Amadea. Hij was op slag verliefd. Amadea is twee jaar jonger, komt uit Italië en ze studeerde in Groningen medicijnen en filosofie. Wat mooi begon, eindigde in dikke ellende.

Het mooie duurde zo’n twee jaar. In het voorjaar van 2019 maakt Amadea de verkering uit. Shan is op slag de kluts kwijt en dreigt zichzelf van het leven te beroven. Als dat niet helpt, begint de dikke ellende.

Shan wordt beschuldigd van het maken van inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer. Stalking. Dat is een strafbaar feit dat niet zo heel vaak de rechtszaal haalt, maar wel veel voorkomt.

De stalkers die ik in de rechtszaal voorbij zag komen hebben één ding gemeen: dwangmatig handelen. Nooit vergeet ik de vermogende boer uit Noord-Groningen die jarenlang het leven van zijn buurvrouw tot een hel maakte. Tussen de bedrijven door stuurde hij ook nog eens honderd handgeschreven brieven naar de rechtbankverslaggever om zijn onnavolgbare gelijk te halen. De boer belandde berooid in een tbs-kliniek.

Bizar was de stalker die bijna blind was en smoorverliefd werd op een presentatrice van de televisie. Vanwege zijn visuele handicap had hij zijn toen 19-jarige dochter ingezet om ontelbare brieven en berichten te verzenden. Nadat de politie hen dwingend had opgedragen te stoppen met die brieven en berichten (want anders..) gingen ze bellen, heel de dag maar door.

Shan dreigde met het publiceren van naaktfoto’s van Amadea. Toen de dreigementen niets opleverden, begon hij de foto’s te verspreiden onder haar huisgenoten, vrienden en vriendinnen, aan haar vader in Italië. Die kreeg te horen dat zijn studerende dochter in Groningen geen arts zou worden, maar hoer.

Shan tegen de rechters (via een tolk Engels) en het hoofd gebogen: ,,Ik heb dat gedaan.’’
Rechters: ,,Waarom?’’
Shan: ,,Ik was boos.’’

Hij belde ook, voortdurend. En stuurde nare e-mails. De rechters willen weten wat hij hoopte te bereiken.

Shan vertelt dat hij in die periode in grote nood verkeerde. ,,Ik zat in de problemen, in een financiële crisis, ik had geen plek om te slapen, later woonde ik in een drugspand, ik kon alleen slapen als ik dronken was, ik voelde me gekwetst, het was een soort wraak.’’ Even is hij stil, dan zegt hij: ,,Ik haat mezelf. Ik heb meer dan anderen dat kunnen een hekel aan mezelf.’’

De rechters plaatsen vraagtekens bij zijn relaas. Hoezo financiële crisis? Aan een kennis, een getuige in het dossier, had hij zijn bankrekening getoond. Daar stond meer dan 100.000 euro op.

Toen hij werd aangehouden huurde hij een kamer in het jongerenhotel Simplon. Wekenlang had hij daar verbleven zonder zijn kamer te verlaten. Eten liet hij bezorgen, evenals dagelijks flessen whisky en cocaïne. Bij zijn aanhouding was zijn kamer veranderd in een enorm stinkzooi, de lege flessen gevuld met urine.

Rechters: ,,Hoe dan?’’
Shan: ,,Ik ben niet de meest georganiseerde persoon.’’
Rechters: ,,En dat geld?’’
Shan: ,,Ik had wat geïnvesteerd in Roemenië.’’

In wat blijft onbenoemd.

Wat in stalkingzaken altijd weer naar voren komt, is de enorme impact die dit misdrijf heeft op het leven van het slachtoffer. Amadea laat een door haar geschreven verklaring in de rechtszaal voorlezen. Over dat ze een sterke vrouw was, dat ze nooit had gedacht dat dit haar zou kunnen overkomen. Over de aanslag op het vertrouwen in mensen, over de vernedering, de frustratie en de schaamte, de machteloosheid, de pijn. Over haar gedachten een einde aan haar leven te maken.

Ze besluit haar verklaring met de opmerking dat ze niets van Shan wil hebben, geen schadevergoeding, niks. ‘Ik hoop dat hij hulp krijgt en zijn geluk vindt.’

Shan reageert met zachte stem. ,,Ik vind het moeilijk te accepteren dat ik nare dingen heb gedaan.’

De officier van justitie zegt dat de verdachte Amadea heeft ontdaan van haar waardigheid en dat dat een van de ergste dingen is die je een mens kunt aandoen. Ze eist achttien maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. De voorwaarden die aan die tien maanden worden gekoppeld: na detentie een behandeling in een kliniek, een verbod op drugs en alcohol en een contactverbod met Amadea.

Shan, de arme sloeber dan wel de Bengalese prins, trekt aan het einde van de strafzaak zijn conclusie. Tegen de rechters zegt hij: ,,Ik wist niet dat ik zo slecht kon zijn.’’ En ter geruststelling: ,,Dit circus komt nooit weer naar uw stad.’’

rob zijlstra

De angst regeert

Ik zou zo graag zo mooi over de strafrechtspraak willen verhalen. Over het mooie idee dat verdachten pas daders zijn als er onafhankelijke rechters zijn die dat in het openbaar en zonder twijfel uitspreken. Over het uitgangspunt dat je alleen schuldig kunt zijn aan iets wat eerder strafbaar is gesteld. Het strafrecht loopt hierdoor altijd achter de feiten aan, wat een groot goed is.

Je moet er niet aan denken dat het andersom zou wezen.

Ik zou zo graag willen uitweiden over het grote belang van onze democratische rechtsorde. Of over de rechter zelf die allang niet meer de ongenaakbare autoriteit is of op D66 stemt, maar iemand is die bij u om de hoek woont, in het weekeinde het gras maait en door de week altijd op zoek is naar redelijkheid, naar niet te veel, naar niet te weinig.

Ik zou mooie stukjes willen schrijven over de symboliek die achter de toga schuilgaat, of over het eenvoudige gegeven dat ik in de rechtszaal (terwijl ik zit) steeds maar ga staan als er een rechter de zaal betreedt en daarna opnieuw als zij de zaal verlaat.

Ik had anders ook wel over Cato willen schrijven, over het feit dat hij in 2009 in zittingszaal 14 zat en dat de hulpverlening toen zei dat er nu echt iets moet gebeuren om het leven van de grote Cato op orde te krijgen. Dat wilde hij zelf ook, want Cato was klaar met de criminaliteit.

Deze week zat hij er weer, verdachte van de diefstal van 24 busjes deodorant bij Kruidvat. De hulpverlening sprak dat er nu echt iets moet gebeuren en weer wilde Cato dat ook. Hij zei: ,,Ik ben al 46 jaar en ik begin een beetje moe te worden.’’

Hij had de deo’s gestolen om die te ruilen voor zware shag.

De zaak van Cato was de afgelopen week zo ongeveer de enige rechtszaak die zonder problemen verliep, niet in de laatste plaats omdat de verdachte in de rechtszaal aanwezig was. Technisch vernuft was niet nodig.

Er valt zoveel moois te schrijven, maar de praktijk van nu gooit voortdurend roet in het eten. De praktijk van nu wordt geregeerd door angst, de angst om besmet te raken.

Het is maandagochtend, iedereen is nog fris en fruitig, vol goede moed. Maar drie minuten na aanvang van de eerste strafzaak van de week is er direct al roet. De stem van de advocaat is in de rechtszaal aanwezig via een telefoonverbinding omdat de rechtbank dat graag wil. Blijf thuis als het ook telefonisch kan, luidt de boodschap aan de verdedigers.

Advocaten in heel het land mopperen. We mogen wel naar de Gamma, maar niet naar de rechtszaal, klinkt het geklaag.

Nu is een verbinding tussen twee telefoontoestellen al decennia geen hogere wiskunde meer, maar zodra deze techniek in de rechtszaal moet worden toegepast, wordt het abracadabra.

Rechter tegen advocaat: ,,Hallo. Hallo?’’
Advocaat: ,,Hallo?’’
Rechter: ,,Kunt u mij goed verstaan?’’
Advocaat: ,,Wat zegt u? U bent niet te verstaan.’’

Het zet de toon voor de rest van de week.

Donderdagochtend was gereserveerd voor drie verdachten uit Aleppo, Tilburg en Bagdad. Gedrieën zouden ze in januari 2019 volgens de officier van justitie op laffe en gewelddadige wijze in Groningen een vrouw hebben beroofd. Sinds december zit het trio vast.

Het was niet zomaar een vrouw die ze – indien schuldig – te grazen namen. De vrouw is eigenaar van een winkel met dure spullen. De daders volgden haar en vlak bij haar huis roofden ze haar tas in de veronderstelling dat in die tas de sleutels zouden zitten van de dure winkel. Op hun vlucht ontdekten ze dat de tas was gevuld met babykleding. Zonder sleutels. Het maakt de misdaad niet minder erg.

Bagdad is als eerste aan de beurt. Het is de bedoeling, want zo was het georganiseerd, dat hij via een beeldverbinding vanuit de penitentiaire inrichting Esserheem in de rechtszaal groot en verstaanbaar in beeld zou verschijnen, maar alles wat er gebeurt, niet dat.

Na twintig minuten belt de griffier met Esserheem. Ze vraagt hoe het zit met de verdachte uit Bagdad, dat er een afspraak voor telehoren is gemaakt. Ik zie de griffier luisteren en hoor haar dan ietwat geërgerd zeggen: ,,Kunt u mij dan doorverbinden met iemand die er wel over gaat?’’

Nee.

Ook met Tilburg gaat het mis. Eerst qua beeld, dan qua telefoon. De inrichting, in dit geval PI Lelystad, weigert mee te werken. Met de vleugel waar de verdachte zit opgesloten is geen verbinding te maken. Als een van de rechters oppert dat iemand met een mobiele telefoon in de hand naar de verdachte toe zou kunnen lopen, is de reactie bot: mag niet.

En zo mislukt ook de tweede zaak, het is inmiddels half elf. De rechters staren voor zich uit, de blikken op bedenkelijk. Misschien denken ze in gemoede aan het boekje van Tjeenk Willink die tekenen van verwaarlozing bespeurt binnen de rechtspraak en rechters oproept ongemakkelijke feiten onder ogen te zien en grenzen te trekken.

Bij de derde verdachte, Aleppo, zijn er geen technische hoogstanden nodig en dat laat zich verklaren: Aleppo is er in levende lijve. Als de behandeling van zijn zaak net is begonnen, haast een niet aangekondigde tolk zich de rechtszaal binnen en gaat, op zestig centimeter afstand, naast de verdachten zitten om haar werk te kunnen doen. Geen van de rechters – die van elkaar zijn gescheiden door wanden van plexiglas – trekt een grens. Ze zijn veel te blij dat het recht door kan gaan.

Het is niet alleen de techniek die voor het roet zorgt. ’s Middags zijn er herkansingen en dan lukt het ineens wel met de verbindingen. Er dient zich wel een andere lelijkheid aan: de verbindingen tussen de huizen van bewaring en de rechtszalen mogen per keer niet langer duren dan 45 minuten. Geen idee wie dat heeft bedacht en waarom. Gevolg is wel dat de rechter met de blik op de klok de officier van justitie en de advocaten moet aansporen voort te maken, kort van stof te zijn en al helemaal niet in herhaling te vervallen. Het moet een beetje worden afgeraffeld.

Maar zo is de strafrechtspraak niet bedoeld.

De komende week wordt het aantal te behandelen strafzaken flink opgevoerd. Na weken van voorbereidingen zijn de rechtbanken er helemaal klaar voor, klinkt het uit de hoek van de immer optimistische Raad voor de Rechtspraak.

Nou, eerst zien.

rob zijlstra

Niet het laatste verhaal

Het gaat op deze plek over mannen en soms een vrouw die in zittingszaal 14 terecht hebben gestaan. Zelden gaat het over hen die nog moeten en komen gaan.

De verdachten die dit jaar nog komen, hebben – mits schuldig – hun misdaad al gepleegd. Zij die dit jaar nog een criminele activiteit uitvreten, moeten er ernstig rekening mee houden dat zij pas ergens volgend jaar aan de beurt zijn. Sneller gaat het niet.

Met de coronacrisis heeft dit niets te maken. In februari had ik dit kunnen opschrijven en dan was het ook zo.

In Groningen zijn zeker tweehonderd strafzaken in zaal 14 uitgeroepen die vervolgens zijn aangehouden (uitgesteld).
In de rechtbanken van Assen en Leeuwarden is dat niet veel anders. Er liggen voor de onderbezette rechtbank Noord-Nederland (afdeling straf) honderden zaken op planken te wachten.

Bij het Openbaar Ministerie zijn ze te vriendelijk om publiekelijk lelijke woorden over de rechtbank uit te storten, maar ze balen daar natuurlijk als stekkers. En maar werken, werken en overwerken, eindeloos vergaderen, voorlichten, iedereen altijd maar druk, druk, druk, maar hun dikke strafdossiers kunnen ze niet kwijt: geen zittingscapaciteit heet het.

Het gaat niet om de cijfers. In een strafdossier zit een verdachte en vaak een of meer slachtoffers. Veel verdachten zitten niet in het gevang, maar zijn gewoon thuis in afwachting van de dagvaarding waarvan ze weten dat die komt. Maar nooit wanneer. Moet je na anderhalf jaar vrijheid in onzekerheid alsnog voor een jaar naar de gevangenis.

Voor slachtoffers is het ook beroerd. Zij wachten niet alleen op rechtvaardigheid, maar willen ook een punt kunnen zetten achter een nare tijd. Dat kan alleen – dat hoor ik zo vaak – nadat die rotzak zijn verdiende loon heeft gekregen.

Onopgeloste zaken

Er bestaan ook misdaden die al zijn gepleegd maar die zonder verdachten blijven. Dat zijn de onopgeloste zaken, de misdaden die de rechtszaal nooit zullen halen.

En er is één buitencategorie: Robert Dawes. De misdaad is gepleegd, er is een slachtoffer, er zijn nabestaanden, de man zit vast, maar hij wil maar geen echte verdachte worden.

Ik schreef vaker over deze Engelsman. Hij zou als opdrachtgever betrokken zijn bij een liquidatie in Groningen. De prangende vraag is niet alleen of deze verdenking op overtuigende wijze kan worden bewezen. De vraag is ook of rechters de kans krijgen om er een oordeel over te vellen.

In november 2002 werd de 52-jarige onderwijzer Gerard Meesters in de hal van zijn woning in Groningen in koelen bloede doodgeschoten. Reden: zijn zuster had in Spanje duizend kilo hasjiesj gestolen van de criminele organisatie waarvoor ze werkte. De baas van die organisatie: Robert Dawes.

Schutter Daniel S. is door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot de levenslange gevangenisstraf. Het was een moord in opdracht, concludeerden de rechters. De naam van Dawes werd genoemd. Daniel S. gaf toe dat hij werkte voor Dawes en dat het weigeren van opdrachten niet tot de mogelijkheden behoorde.

De schutter zou Dawes als opdrachtgever kunnen aanwijzen, maar dat doet hij niet. Daniel S. ontkent eenvoudigweg de schutter te zijn. Tijdens het strafproces vroeg hij begrip voor zijn ontkenning. Bekennen zou vergaande consequenties kunnen hebben. Voor bijvoorbeeld familieleden. Het was een niet ongebruikelijke werkwijze van de organisatie: wie de regels overtrad moest rekening houden met wraak op onschuldige familieleden.

Dat het zo werkte, was in Groningen akelig duidelijk geworden.

Uiteindelijk onderuit

In de jaren na de liquidatie groeide Robert Dawes uit tot een van de grootste drugscriminelen van Europa. Zijn werkterrein: de aarde. Uiteindelijk ging hij onderuit. In 2015 werd Dawes opgepakt in Spanje en uitgeleverd aan Frankrijk waar hij werd verdacht van het smokkelen van 1300 kilo cocaïne vanuit Venezuela. In december 2018 stond Dawes als hoofdverdachte terecht in wat door de Franse media werd omschreven als het grootste drugsproces uit de Franse geschiedenis.

Ik was bij een deel van het proces in Parijs aanwezig, samen met Koen Meesters, de zoon van. Het proces had plaats in Salle Voltaire, de zittingszaal 14 van Parijs. Salle Voltaire is gehuisvest in een majestueus gebouw dat onderdeel is van een groot, monumentaal complex met verheven rechtbanken in alle soorten en maten.

Is zittingszaal 14 opgetrokken uit grijs beton en zorgen tl-buizen voor het licht, Salle Voltaire is een eeuwenoude zaal met kroonluchters en middeleeuwse wandtapijten vol met ridders. Robert Dawes zat met medeverdachten – leden van de maffia uit Napels – en gewapende bewakers in een glazen ‘kooi’.

Door de rechtszaal banjerden de advocaten, aangevoerd door Éric Dupond-Moretti, een in Frankrijk gevreesd raadsman, recordhouder vrijspraken en getrouwd met een beroemde zangeres. Als marktkooplieden smeten ze hun Franse woorden luid door de zaal, ook als ze niet aan de beurt waren, onderwijl lurkend aan blikjes Coca-Cola.

Boter bij de vis

Op dag negen van het proces deed de rechtbank uitspraak, het is daar boter bij de vis. Dupond-Moretti ten spijt, Robert Dawes werd veroordeeld tot 22 jaar gevangenisstraf, een boete van 30 miljoen euro en zijn bezit werd verbeurd.

Een jaar eerder – in november 2017 – hadden de nabestaanden van Gerard Meesters aangifte gedaan tegen Robert Dawes. De schutter mag dan levenslang hebben gekregen, de opdrachtgever mag in hun ogen de dans niet ontspringen.

Tijdens het drugsproces in Parijs lag er een plan B. klaar. Zou Dawes worden vrijgesproken, dan zou hij niet op vrije voeten komen, maar worden gearresteerd in verband met de ‘Groninger kwestie’. De Groningers hadden dat met de Fransen afgesproken.

Door de veroordeling kon plan B van tafel. Ondertussen doet de politie al ruim twee jaar onderzoek – heronderzoek – naar de betrokkenheid van Dawes bij de moord op Meesters. Op grond van dit onderzoek moet het Openbaar Ministerie vandaag of morgen beslissen of Robert Dawes strafrechtelijk wordt vervolgd.

Als die vervolging er komt, dan is het aan de rechtbank om het recht te laten zegevieren. Dat kan ook vrijspraak zijn. Of dit dan in zittingszaal 14 zal geschieden is een vraag. De zwaarbeveiligde Bunker in Amsterdam, waar schutter Daniel S. in 2006 tot levenslang werd veroordeeld, maakt meer kans.

Magistrat

Even leek het erop dat plan B weer uit de kast moest worden gehaald. Over een week zou in Parijs het strafproces in hoger beroep tegen Robert Dawes dienen, met ongewisse afloop. Maar het plan kan voorlopig weer in de kast. De magistrat chargé de communication et relations presse van het cabinet de la procureure générale liet weten: proces uitgesteld vanwege de epidemie.

Dit is niet het laatste verhaal.

Rob Zijlstra

 

het dossier

De vooruitgang

Het is sneller, veiliger en goedkoper, verkondigde de Raad voor de Rechtspraak enthousiast. Dat stond in de krant. De rechters zagen ongekende mogelijkheden. Door heel het land zouden straks getuigen, slachtoffers, deskundigen en verdachten op afstand gehoord kunnen worden.

De geestdrift was niet uit de lucht komen vallen. De rechtbanken in Maastricht, Den Haag en Haarlem hadden proefgedraaid en het succes was zo groot dat alle rechtbanken in Nederland, alle detentiecentra en alle huizen van bewaring faciliteiten zouden krijgen voor telehoren.

Met videoverbindingen zouden de boevenbusjes met verdachten op weg naar de rechtbanken nooit meer in de file hoeven te staan, rechtszaken zouden, hoe efficiënt, voortaan altijd op tijd beginnen. Extra (dure) veiligheidsmaatregelen voor gevaarlijke criminelen konden voortaan achterwege blijven. En wat al niet meer.

Het stond in de krant van 18 maart 2008.

Dat was de tijd waarin het begrip sneller nog werd verward met beter. Het was ook de tijd dat managers de rechtspraak stevig in hun greep kregen, wat het enthousiasme voor goedkoper verklaart. En veiliger doet het altijd goed, want wie is daar nou tegen?

Het was ook de tijd waarin de vooruitgang definitief een digitale zou wezen. Van alles zou mogelijk worden. Onder het krantenbericht over het ‘Verhoor op afstand door de rechtbank’ stond een artikel waarin werd aangekondigd dat gewone mensen binnenkort via webcams 24 uur per dag het leven van vogels in hun nesten kunnen volgen. Vogelbescherming Nederland had kleine camera’s geplaatst in de nestkasten van steenuilen, torenvalken, gierzwaluwen, ijsvogels en de grote sterns. Vogelliefhebbers waren net zo enthousiast als de rechters.

In 2011 was de rechtbank van Groningen aan de beurt om de stap naar de toekomst te zetten. Zittingszaal 11, de grote zaal op de begane grond, werd gesloopt en herbouwd tot een telezittingszaal. Weken waren er mannen aan het werk.

Geen hoekje buiten beeld

Aan het plafond kwam een batterij speciale lampen te hangen om de deelnemers aan het strafproces nieuwe stijl goed uit te lichten, er kwamen camera’s, zo ingesteld dat geen hoekje meer buiten beeld bleef, veertien beeldschermen werden geïnstalleerd, aan de muren, aan het plafond en weggewerkt in het nieuwe meubilair. De vloer werd verhoogd om alle kabels te verbergen. En er werd, ook dat nog eens, slimme software geïnstalleerd.

Zittingszaal 11 werd een van de meest geavanceerde zalen van heel het noorden. Ik weet niet wat het heeft gekost, maar daar gaat het nu niet om.

Iets wat met verve begint kan erbarmelijk eindigen. De digitalisering van de rechtspraak – die veel verder ging dan hier een camera en daar een beeldscherm – is uitgelopen op een dwaling van heb ik jou daar. In 2018 werd de stekker uit de rechtspraak voor de toekomst getrokken. Er was meer dan 220 miljoen euro uitgegeven voor iets wat 7 miljoen had mogen kosten. En niks werkte.

Ook zittingszaal 11 bleef met alle hightech al die jaren een gewone rechtszaal op de begane grond. De zaal stond of leeg of er werden winkeldieven, vechtersbazen, hennepkwekers en mannen met drank op achter het stuur berecht. De beeldschermen lieten zelden iets zien, de camera’s registreerden niks.

Flinke commotie in de buurt

Toen werd het 21 april 2020, de dag waarop Bert terecht moest staan. Buiten stond een stevige oostenwind. Bert werd verdacht van vernieling, brandstichting, bedreigingen met lelijke woorden en van wederspannigheid met letsel. Hij had een agent in de arm gebeten. Mede vanwege de alcohol was hij danig in de war aangehouden op het dak van zijn woning, wat in de buurt flinke commotie had veroorzaakt. Nu zit Bert opgesloten in de penitentiaire inrichting van Leeuwarden.

De rechtbank moest beslissen of hij in detentie moet blijven of dat hij naar huis mag, in afwachting van zijn proces ergens in juli. Bert wil naar huis. Om zijn standpunt toe te lichten wilde hij naar de rechtbank komen. Dat recht heeft hij. Maar omdat nu alles anders is, kon aan dat recht niet worden voldaan.

De rechters van zittingszaal 14 zeiden ineens: hé, zittingszaal 11. Is die zaal niet eens verbouwd van een gewone rechtszaal in een telerechtszaal? Zo geschiedde. De pers werd geïnformeerd. Aanvang negen uur. Ik trotseerde de verraderlijke oostenwind om op tijd op de rechtbank te zijn. Uit ervaring weet ik dat als ik iets te laat ben, rechtszaken steevast op tijd beginnen. Iets voor negenen gluurde ik bij 11 naar binnen, de rechters zeiden: ,,Even geduld, nog een paar minuten.’’

Maar zo ging het niet. Het werd kwart voor tien toen bekend werd gemaakt dat zittingszaal 11 het niet deed en het die dag ook niet meer zou gaan doen.

Gelukkig zijn rechters niet van gisteren. Een van hen beschikte over een iPad. Via skype werd contact gelegd met het huis van bewaring en zo belandde Bert als zat hij in een fotolijstje dat kon praten op de tafel voor de rechters. Af en toe ging hij van hand tot hand, een paar keer hield de rechter Bert omhoog zodat hij kon zien dat zijn zaak zich afspeelde in een echte rechtszaal. Ik zwaaide even.

Cocaïne in een vioolkist

Het heeft hem niet geholpen. Bert blijft vastzitten. Vanaf de iPad zei hij: ,,Ik begrijp uw beslissing, maar ik vind het overdreven.’’ Om daaraan toe te voegen: ,,Nog wel bedankt dat u uw best heeft gedaan.’’

Joop had er, twee dagen later, ook op aangedrongen dat hij aanwezig moest zijn bij zijn strafzaak. Anders dan Bert mocht Joop komen. De verdenking: het voorhanden hebben van twee vuurwapens, twee gram cocaïne in een vioolkist en vier valse bankbiljetten.

Joop praatte de rechters de oren van het hoofd. Hij vertelde dat hij weliswaar een terugval had naar detentie, maar dat hij in feite de goedheid zelve is. Met een vooruitzicht van nog maanden langer vast verliet hij na een woordenwaterval van twee uur de rechtszaal. Een lelijke tegenvaller, maar niettemin zei hij tegen zijn rechters: ,,Respect voor jullie dat jullie mijn zaak toch willen behandelen.’’ Met een kapje voor zijn praatmond werd hij afgevoerd.

Geen gebrek

Ik voorspel dat het voorlopig niets zal worden met dat telehoren. De toekomst is aan de strafzaken met in de rechtszaal aanwezige verdachten. En aan zaken zal straks geen gebrek zijn, want al weken stapelen de strafdossiers die schreeuwen om een rechterlijk oordeel zich op.

De toekomst laat overigens nog wel even op zich wachten. De komende week is het meivakantie en als de scholen dichtgaan, schakelt de strafrechtspraak traditioneel over naar de laagste stand van zijn.

Crisis of geen crisis.

Rob Zijlstra

 

18 maart 2008

Verzonnen sukkels

Wat een ellende. Dat was de eerste zin van een rechtbankverhaal dat ik schreef in 2005. De verdachte was een vrouw die zich in de nesten had gewerkt. Zij was moeder van drie kinderen, haar man was ervandoor, haar lieve moeder onverwacht ernstig ziek.

En dan was er die bullebak van een officier van justitie. Die liet in de rechtszaal met venijn weten dat het hem bijzonder speet dat hij haar niet nog harder kon pakken dan hij al deed: twee jaar gevangenisstraf en het betalen van een schadevergoeding die zo hoog was dat ze die redelijkerwijs nooit van haar leven zou kunnen betalen.

Zij werkte onderaan op de ladder voor een groot concern en had een conflict met haar leidinggevende. Radeloos schreef ze een domme dreigbrief en verstuurde die zonder na te denken naar het hoofdkantoor. Verder was er niets gebeurd. Volgens gedragsdeskundigen was het vooral een roep om hulp. Het advies: help haar.

De rechters wogen de snoeiharde eis van de bullebak van justitie af tegen de menselijke factor van dit drama en legden vervolgens geen gevangenisstraf, maar een te behappen taakstraf op.

Een jaar na de strafzaak belde ze. Ze had haar verdiende loon gekregen, haar straf volbracht, maar als ze haar voornaam intikte in Google, kwam daar als eerste dat rotverhaal van mij te staan. En ze moest samen met de kinderen verder met haar leven. Dus of ik het verslag alsjeblieft wilde verwijderen? Dat was de vraag.

Ze wilde worden vergeten.

In deze zaak had ik anders dan anders haar echte voornaam gebruikt. Waarom weet ik niet meer, misschien wel omdat het zo’n mooie naam was, eentje die zo lekker schreef.

Veelvoorkomende alledaagse

Ik zei dat ik haar vraag begreep, maar dat ik het verhaal niet ging verwijderen. Daar zijn verhalen niet voor, zoals je geen boeken in het vuur gooit. Wel wilde ik haar naam veranderen in een veelvoorkomende alledaagse. Dat vond ze tof. We verzonnen er samen een.

Google voldeed aan de verwachting en vergat langzaam maar zeker de echte naam.

Als rechtbankverslaggever weet ik dondersgoed dat de mensen over wie ik schrijf – en over wie u leest – niet zitten te wachten op mijn epistels. Verdachte zijn is al geen feest, veroordeeld worden is als een begrafenis en dan komt het ook nog eens in de krant en voor altijd op het internet.

Ik heb veel mannen gezien die kinderen verkrachtten en seksueel misbruikten, ontelbare dieven en rovers zag ik in de verdachtenbank zitten. Moordenaars. Er waren gemene oplichters en stoere mannen die vrouwen sloegen of die dronken van de drank hun slachtoffers lachend tegen het hoofd schopten.

Ze wonen bij u in de straat en anders wel net om het hoekje.

Zo nu en dan kom ik de mannen tegen over wie ik lelijk heb geschreven. Soms valt dat mee. Ik had geschreven over zeg maar Piet die tijdens voetbalrellen stenen en flessen naar politiemensen had gegooid, als ware hij een strijder in bezette gebieden. In de rechtszaal moest hij heel erg huilen en had hij spijt van zijn onbezonnen heldendaad op straat. Ik noemde hem een sukkel op sokken.

Boven zijn bed geplakt

Een half jaar later kwamen we elkaar tegen in de stad, ik op mijn hoede. Ik was toch die vent die dat artikel had geschreven toen hij – de sukkel – vanwege die vechterij voor de rechter moest komen? Nou hij was dus die 21-jarige P. Hij had het artikel uitgeknipt en boven zijn bed geplakt. Mooi man. Nee, gekke dingen deed hij niet meer, de gekke tijd die was voorbij. Nu goed bezig.

Zoals Piet zijn ze niet allemaal. Ik weet het nog van Hannes die in Groningen internationale betrekkingen studeerde, maar de computers van de universiteit gebruikte voor zijn woeste behoefte kinderporno te verzamelen. Na zijn studie wilde hij op een ambassade werken of iets gaan doen in de landelijke liberale politiek.

Dat hij terechtstond wegens kinderporno vond hij zwaar overdreven, want zoiets is toch geen misdaad? De rechters moesten blij zijn dat hij de moeite had genomen naar hun rechtbankje te komen. En die kinderen dan? Nou die kregen er vast geld voor, anders lieten ze zich toch niet misbruiken? ’t Was vraag en aanbod.

Hannes dacht dat echt. Buiten de rechtszaal verbood hij mij over zijn zaak te publiceren, want dat recht meende hij te hebben. ‘Ik besloot dat ik zijn echte naam nooit zal vergeten, maar me hem zal herinneren op de dag dat hij het politieke podium betreedt’.

Verwijderen uit de zoekmachine

Leon pakte het anders aan. Hij zat als tbs’er in de Van Mesdagkliniek nadat hij daarvoor een jaar of acht in de gevangenis had doorgebracht. Leon had de vrouw vermoord met wie hij was getrouwd. Vreselijk vond hij, maar hij moest verder met het leven. En daarom had hij een kort geding aangespannen tegen de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers.

Op de website van de federatie stond een verhaal over Leon. Dat verhaal ging over zijn verzoek aan Google om zijn naam uit de zoekmachine te verwijderen. Dat zijn naam gekoppeld bleef aan de moord die hij pleegde vond hij ongeoorloofd en niet proportioneel. Het diende ook geen doel, vond hij.

De federatie van slachtoffers had een andere mening. Nabestaanden moeten het recht behouden om zich de namen van de moordenaars van hun dierbaren te kunnen blijven herinneren. Tegenover het recht om vergeten te worden moet het recht staan om te weten. De advocaat bracht namens de nabestaanden in dat de samenleving het recht heeft te weten wat voor vlees zij in de kuip heeft.

De rechter knikte, Leon verloor de zaak.

Spaanse psycholoog

Aan dit alles moest ik deze week denken. In NRC Handelsblad stond een artikel over een arrest van het Europees Hof. Een Spaanse psycholoog werd verdacht van seksueel misbruik van patiënten wat hem een strafeis opleverde van 27 jaar gevang. Hij werd in de Spaanse kranten met naam en toenaam genoemd. Na een proces van jaren werd deze Miguel vrijgesproken. Google bleef echter de berichten presenteren over de verdenkingen, terwijl de man van blaam was gezuiverd.

De rechter besloot dat Google dat mag blijven doen. Het recht te weten weegt zwaarder dan de vergetelheid. Maar… Google moet de verwijzing naar de vrijspraak wel bovenaan in de zoekresultaten presenteren.

Het recht om te weten en het recht om te worden vergeten hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Het is daarom: wat ik schrijf is altijd waar, maar de namen van verdachten zal ik blijven verzinnen.

rob zijlstra

Geschokte rechtsorde

Er zijn klanten van zittingszaal 14 die de kennis en kunde hebben (en het lef) om een afgesloten woning binnen te dringen, alle kamers te doorzoeken en binnen een minuut met de buit van hun gading (uw sieraden en laptops) weer buiten te staan.

Ik heb een man gekend die aan honderden mensen niet bestaande vakantiehuisjes verhuurde. Kwalijk, maar op zich een knappe prestatie. Hij werd uiteindelijk opgepakt in een doodlopende straat, dat dan weer wel.

Er is eens een eenvoudige Groninger geweest die met valse praatjes het concern Shell 1,2 miljoen euro armer maakte.

En nooit vergeet ik Perry. Hij had zeventig spijkerbroeken gestolen dan wel zeventig gestolen spijkerbroeken voor een prikkie gekocht. Perry zat zeg maar in de vrije handel. In de rechtszaal ontkende hij de diefstal van de broeken. Hij had ze gekocht van zijn oudste broer. Dat het om niet eerlijke broeken ging, zou kunnen want zijn broer was me d’r eentje. Tegen de rechters: ,,U kent hem wel.’’

Perry had geen advocaat. Met een glunderende lach en een eis van twaalf maanden gevangenisstraf verliet hij de rechtszaal. Ze konden hem niets maken, dus over twee weken zou hij sowieso vrijspraak krijgen.

Ik vroeg waarom hij dat dacht. Perry, zonder twijfels: ,,Het is mijn broer toch? Als je van je eigen familie iets koopt, gestolen of niet, dan kunnen ze je niet veroordelen. Dat staat in de wet. Verschoningsrecht.’’

Ik zei dat het misschien iets anders zit. Perry, nog even vrolijk over zijn gelijk: ,,Nou, als ze me toch veroordelen, ga ik in hoger beroep, net zo makkelijk.’’ Ik zei dat je ook in hoger beroep kunt worden veroordeeld.

Hoogst verbaasde blik. Wist ik dat wel zeker? Honderd procent. Nog sterker, de meeste mannen die in hoger beroep gaan worden opnieuw veroordeeld. Perry was stilgevallen. Bezorgd: ,,Als ik twaalf maanden krijg, hoe lang moet ik dan zitten?’’

Sluw in de misdaad

Veel verdachten zijn razend handig, slim en sluw in de misdaad. Maar van de bijbehorende juridische verhandelingen hebben ze meestal geen kaas gegeten. In de rechtszaal zijn verdachten vooral bezig met tijd: hoe lang nog, wanneer mag ik naar huis?

Het valt ook niet mee. Om het juridische spel te doorgronden moet je jaren op het hoogste niveau hebben gestudeerd. En dan nog. In de rechtszaal zijn de geleerde juristen (officieren van justitie, rechters en advocaten) het vaak niet met elkaar eens over hoe een wet uitgelegd moet worden.

Omdat nu alles anders is gaan op dit moment alleen die strafzaken door waar de ‘voorlopige hechtenis’ aan de orde is. De voor de wet onschuldige verdachte die in voorlopige hechtenis zit, zit vast in een huis van bewaring (wat geen gevangenis mag heten) in afwachting van zijn proces.

In de wet staat dat een verdachte in principe altijd zijn proces in vrijheid mag afwachten. Altijd, tenzij. Wie toch in afwachting vastzit, krijgt om de drie maanden een openbare zitting. De rechters moeten dan beslissen of de voorlopige hechtenis moet worden voortgezet of dat de verdachte voorlopig naar huis mag. De wet zegt ook dat de voorlopige hechtenis niet langer mag duren dan de duur van de straf die mogelijk wordt opgelegd.

Boksbeugel in het gezicht

Afgelopen week zat Nelis uit Marum in zittingszaal 14. Volgens de officier van justitie heeft Nelis zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, dat is de zwaarste variant van mishandeling. Nelis zou zijn opponent – met wie hij de passie deelt voor een en dezelfde vrouw – met een boksbeugel in het gezicht hebben geslagen.

De officier van justitie: ,,Potentieel dodelijk.’’
De advocaat: ,,De verwondingen vielen achteraf reuze mee.’’
Officier: ,,Je moet niet naar de gevolgen kijken, maar naar het gedrag.’’ Advocaat: ,,Ik wil het niet bagatelliseren, maar zo erg was het niet.’’

En dan moet het juridische spel nog beginnen.

De advocaat vindt dat er hooguit sprake is van een mishandeling en dus dat Nelis naar huis kan omdat hij anders langer in voorlopige hechtenis zit dan de straf die hij mogelijk krijgt. De officier van justitie (,,niks mishandeling’’) werpt tegen dat een poging tot doodslag (,,want dat is het”) een ernstig strafbaar feit is. Zou Nelis naar huis worden gestuurd, dan zou de samenleving dat niet begrijpen. Sterker nog: heel de samenleving zou geschokt zijn als deze crimineel vroegtijdig het cachot mag verlaten

De wet zegt dat als er sprake is van een geschokte rechtsorde, de verdachte in voorlopige hechtenis moet blijven.

In deze verwarrende tijd

Komt bij dat Nelis in 2017 ook al eens een klap heeft uitgedeeld. En nu weer. Er is dus kans op herhaling. De wet zegt dat gevaar op herhaling een reden is, een grond, om de nog altijd onschuldige verdachte langer vast te houden.

De wet biedt nog een andere ontsnappingsroute: die van de persoonlijke omstandigheden. Nelis is vader van twee jonge kinderen en die kinderen hebben hem nodig. Helemaal in deze verwarrende tijd, sprak de advocaat.

De rechters hadden een kwartier nodig om te ‘raadkameren’ (samen nadenken) en kwamen toen met de beslissing: Nelis mag niet naar huis. Omdat hij drie jaar geleden al eens uithaalde. En – boksbeugel of niet – de verdenkingen zijn zo ernstig dat het volk geschokt zou zijn als Nelis naar huis mag. Dat bijna niemand van het volk van deze kwestie heeft gehoord is zo, maar juridisch is dat niet van belang. Het gaat juridisch gezien om het idee.

De laatste kans op vrije voeten sneuvelt ook. Was hij nou moeder geweest van twee jonge kinderen, dan hadden de rechters wellicht anders besloten, maar Nelis is geen moeder, hij is vader. Zijn persoonlijke belangen wegen – dikke pech – niet op tegen het belang van strafvervolging.

Nelis kijkt somber voor zich uit, overziet de schade, staat dan op om zich door twee parketwachters op gepaste afstand de rechtszaal uit te laten voeren. Terug naar het hok.

Rechtsgeleerden

Achteraf stelden de aanwezige rechtsgeleerden vast dat ze de zaak net zo goed inhoudelijk hadden kunnen behandelen. Iedereen was er toch en er was twee uur voor de zaak uitgetrokken. Nu hadden ze met z’n allen ruim een uur gepraat over de vraag of Nelis wel of niet naar huis mocht.

Wanneer zijn proces dient is, nu alles anders is, ongewis. Behalve de crisis kampt de rechtbank ook nog met een tekort aan rechters waardoor de rechtspraak zich al twee, drie jaar piepend en krakend door de tijd worstelt.

Gek genoeg leidde de gemankeerde rechtspraak in Noord-Nederland nog nooit tot een geschokte rechtsorde.

rob zijlstra

Niet zot of bezopen

Ze hebben een niet al te best imago. Ze zijn kneiterduur, rijden in patserige auto’s, praten recht wat krom is, helpen moordenaars en verkrachters en – dat vooral – ze verdienen aan de ellende van anderen. Zo raak je niet geliefd.

De advocaten.

Er zijn er die 500 euro per uur verdienen. Dat wil zeggen, zo veel vragen ze en er zijn anderen zo gek, bereid en zo vermogend dat ze dat betalen. Het zijn de enkelingen, de onbekenden bij het grote publiek ook.

Het zijn ook niet de advocaten die je tegen kunt komen in de gerechtsgebouwen. Daar lopen vooral de advocaten die deel uitmaken van de sociale advocatuur, de strafrechtadvocaten, de raadslieden die tegen de stroom in durven te roeien, zij die dikke dossiers meezeulen in versleten boodschappentassen, zij die toga’s huren in plaats van er zelf eentje aan te schaffen.

De strafrechtadvocaten moeten het hebben van de zittingen in de rechtszalen. Daar verdienen ze hun geld. Veel van hun cliënten – strafrechtadvocaten zeggen nooit klanten – hebben weinig te makken zodat de overheid het grootste deel van de rekening moet betalen.

Dat laatste is niet zot of bezopen. Dat is goed, want op deze manier houden we een gewichtig grondrecht overeind: iedereen heeft recht op een eerlijk proces. Je kunt ook zeggen: iedereen heeft recht op bescherming. Dus ook zij die aan het einde van de maand geen geld over hebben.

Sociale hygiene

Rob Geene – de voormalig deken van de orde van advocaten in Noord-Nederland – kon dat mooi en zo waar verwoorden. Hij zei dan dat advocaten zorgen voor sociale hygiëne in het rechtsverkeer, een groot goed voor een samenleving die corruptie buiten de deur wil houden.

Maar nu is het crisis, is alles anders. Van de een op de andere week is niets meer vanzelfsprekend. Half Nederland is in ons aller belang op slot gezet en zij die een cruciaal beroep uitoefenen krijgen – nooit eerder, maar nu wel – lof en applaus, van afstand toegezwaaid. En ook bescherming: kassamedewerkers in supermarkten doen hun werk vanachter plexiglas.

Iedereen in de zorg, maar dus ook de kassamedewerkers, de vakkenvullers en de boodschappenbezorgers, zij allen lopen risico’s, maar de rechterlijke macht zit ondertussen thuis. Hun rechtszalen gesloten.

De strafrechtadvocaten zijn daardoor brodeloos. Zij klagen niet, zij luiden de noodklok. De strafrechtadvocaten hebben niet alleen meer het belang van hun cliënt te dienen, zij moeten ineens ook aan hun eigen financiële belang denken.

Ik belde zittende aan de keukentafel de afgelopen dagen in de rondte, om de stemming te peilen, om de stand der zaken te kunnen noteren. Ik belde bijvoorbeeld met de nieuwe deken van de orde van advocaten van Noord-Nederland, dat is Eef van de Wiel. Zij is als arbeidsrechtadvocaat nu ook toezichthouder, belangenbehartiger, aanvoerder, het geweten en het gezicht van alle advocaten in Noord-Nederland.

Ongewis verloop

Was alles nog normaal geweest dan had wellicht in de krant gestaan dat zij – na honderdduizend jaar mannen – de eerste vrouwelijke deken is. Maar dit bedenkelijke feit heeft de krant niet gehaald, want nog bijna niemand weet dat zij de opvolger is van de hiervoor genoemde Rob Geene.

Ik zeg dat het wel een beetje gek is, dat je als deken moet beginnen in crisistijd met een ongewis verloop.
De nieuwe deken: ,,Het is bizar. Ik heb nog met bijna niemand kennis kunnen maken. Een deken wil ook een beetje een soort uuh… moeder zijn, maar ik heb nu het gevoel dat ik een deken ben met een plastic zak over mijn hoofd. Ik kan bijna niks.’’

Ze kan wel iets zeggen.

Ze zegt: ,,De sociale advocatuur, de strafrechtadvocaten, wordt keihard getroffen. Als er niets wordt gedaan dan vrees ik kaalslag. Er zullen advocatenkantoren omvallen, maar de criminaliteit die blijft, de vreemdelingen blijven en de verwarde mensen blijven ook. En dan heb je advocaten nodig, zonder advocaten stagneert het hele systeem. Het is echt zorgelijk. Als de crisis straks voorbij is, hebben rechtzoekenden niemand meer.’’

Plexiglazen wanden

Dan kan het recht dat iedereen recht heeft op bescherming niet meer worden waargemaakt. Dan winnen de schreeuwers en loert om het hoekje de rechtsongelijkheid

De nieuwe deken pleit voor een noodfonds.

Strafrechtadvocaat Jan Vlug – te Deventer – pleitte deze week op Twitter een andere koers te varen: gooi open die rechtszalen! Ik belde met Vlug. Hij zei: ,,Ik wil ook niet aan de beademing, maar er kan veel meer dan er nu gebeurt. De rechtszalen zijn groot genoeg voor voldoende afstand, plaats desnoods plexiglazen wanden op wieltjes voor de rechters. Handschoenen, maskertje, als er een wil is, valt het te organiseren.’’

Ik bel met Leeuwarden, met Tjalling van der Goot van Anker en Anker Advocaten. Hij zegt: ,,Helemaal eens met Jan Vlug.’’ Van der Goot constateert dat er bijna geen verdachten meer worden aangehouden, dat er op het kantoor heel af en toe nog een urgente zaak binnensijpelt.

Ik bel met Assen, met strafrechtadvocaat Robert Eefting die als verdienstelijk speler van het tweede ijshockeyteam van GIJS met dank aan corona de halve finalewedstrijd tegen Den Haag aan zijn neus voorbij moet laten gaan. Eefting kan dus tegen een stootje, maar ook hij zou graag zien dat de rechtszalen de deuren weer openen. Eefting: ,,Maar al die rechtbanken doen maar wat.’’

Eefting geeft een voorbeeld. Hij deed deze week een klaagschrift invordering rijbewijs van een cliënt die in de zorg werkt en zonder rijbewijs niets kan betekenen. ,,De rechtbank zei, dit moet maar wachten tot na de crisis. Terwijl de rechtbank in Den Bosch dit soort eenvoudige zaken telefonisch afhandelt. Het kan dus.’’

De pineut

Judith Kwakman, ook uit Assen: ,,Advocaten krijgen het dringende verzoek standpunten schriftelijk of telefonisch kenbaar te maken, terwijl officieren van justitie wel in persoon in de rechtszaal aanwezig zijn. Dat klopt niet.’’

Ik bel Groningen, met advocaat Maartje Schaap van het gerenommeerde De Haan Advocaten, zo ongeveer de uitvinders van de strafrechtadvocatuur. Ze heeft niets te doen, maar wel voorbeelden van hoe het niet moet. ,,Het is momenteel een crime. Als dit zo doorgaat, als ze de gerechten niet opengooien, dan zijn wij de pineut.’’

Ondertussen horen de advocaten via hun cliënten over de nooit eerder geopenbaarde problemen die in de gevangenissen ontstaan: de drugs raken op nu bezoek niet is toegestaan.

Onrecht is overal. Ook daarom: was je handen en koester de strafrechtadvocaten, de specialisten van de zelfkant.

Rob Zijlstra

Onzichtbaar recht

In gewone tijden heb ik wel eens gezegd dat de strafrechtspraak onzichtbaar is als er geen rechtbankverslaggevers in de zalen van het recht zouden zitten.

In deze ongewone tijd is dat niet anders. Rechtbankverslaggevers kennen hun plek. We luisteren, we kijken, zijn stil, verstoren niet de orde, we doen verslag en dat doen we zo feitelijk mogelijk. Maar momenteel zitten we vooral niet de rechtszalen.

Dat is niet omdat er helemaal niets meer valt te beleven. Urgente zaken – wat die ook moge zijn – gaan door, er zijn snelrechtzittingen met coronakuchers, veel crimineler kun je op het moment niet zijn.

We zitten niet op onze plek  vanwege de beperkingen.

Die beperkingen maken dat we ons werk niet naar behoren kunnen doen. We hebben uiteraard alle begrip voor de getroffen maatregelen en niet alleen omdat die ons zelf ook beschermen.

Maar wat we niet snappen is de onduidelijkheid die de gerechten doen ontstaan en laten voortbestaan over wat nu wel en niet kan. Ook willen we niet begrijpen dat wat bij de ene rechtbank wel kan, bij de andere onbespreekbaar is.

Daarom waren we even niet stil. Samen met collega Saskia Belleman – rechtbankverslaggever van de Telegraaf – nam ik het initiatief tot het opstellen van een brief voor de Raad van de Rechtspraak. 25 collega’s uit heel het land ondertekenden de brief. Dat was dinsdag.

VillaMedia – het platform voor de journalistiek – besteedde er nog dezelfde dag aandacht aan > journalisten vragen…

Vandaag – woensdag – kregen we antwoord van de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Henk Naves. Harde toezeggingen worden niet gedaan, maar er is aandacht voor onze rol in het strafproces.

VillaMedia > livestreams en skype 

Of het de komende tijd beter wordt, is afwachten. We houden de vinger aan de pols. Uiteraard hopen we dat we met de noodzakelijke voorzieningen over niet al te lange tijd onze plekken in de rechtszaal weer kunnen innemen. We vinden in deze hoop  steun bij de advocaten die niets liever willen dan hun stem verheffen, bijvoorkeur (van de advocaten) niet in de media, maar op de plek waar dat hoort: in de rechtszaal.

Daarom zeggen ze: gooi open die rechtszalen.

artikel in dvhn / lc

De zinnen verzetten

Sinister is niet het woord. Dat zou overdreven zijn. Onheilspellend? Nee, ook niet. De omgeving is vertrouwd en niet anders dan twee weken geleden. Het is eerder bevreemdend. Of ongenoeglijk. De lichten zijn uit en het gerechtsgebouw lijkt verlaten, maar in de verte galmen door de duistere leegte voetstappen. En buiten blaft een boom.

Ook de rechtspraak is uit het veld geslagen. De derde staatsmacht van onze democratie probeert zo goed als mogelijk de waarden overeind te houden. Urgente zaken gaan als het even kan door.

Speciale aandacht is er voor het eerlijke proces. Er zijn verdachten die vastzitten en in afwachting zijn van de behandeling van de strafzaak. Rechters moeten tussendoor beslissen of de opgesloten verdachte het proces in vrijheid mag afwachten of dat er redenen zijn de beklaagde in het cachot te laten zitten.

De regel – want wet – is dat een verdacht mens zijn strafproces in vrijheid mag afwachten. Tenzij er gevaar is voor herhaling of de vrees bestaat dat de verdachte, eenmaal vrij, ervandoor gaat. Of dat de verdenking een zo ernstig misdrijf betreft dat de samenleving geschokt zou raken als de verdachte naar huis mag.

Wie wordt verdacht van een moord komt nooit eerder vrij, maar de rechtbank in Groningen stuurde afgelopen week wel een man naar huis die terecht moet staan (niet voor het eerst) voor een verkrachting en ontucht met een kind. De samenleving heeft nu misschien net iets te veel aan de kop om geschokt te raken. Voor de slachtoffers is het een beproeving.

pijler van de rechtspraak

Openbaarheid van de rechtspraak is ook een waarde, in vredestijd zelfs een pijler van de rechtspraak. Ik bel met rechtbankverslaggevers. Zij melden dat elke rechtbank een eigen invulling geeft aan wat nu het beste is. Voor het corona-tijdperk was dat niet anders. De wet is voor iedereen gelijk, maar binnen de rechtspraak vormen rechtbanken met allemaal een eigen president en vice-presidenten kleine koninkrijkjes.

Collega Danielle Molenaar (rechtbank Assen) was in de rechtszaal achter de glazen wand neergezet. Ze had goed zicht op de achterkant van een groot beeldscherm waardoor ze de rechters niet kon zien. Op de voorkant van dat beeldscherm sprak de verdachte tot die rechters, de advocaat was via een inbelverbinding telefonisch aanwezig. Molenaar klaagt niet: ,,Het was redelijk te volgen.’’ De verslaggever die niet naar binnen mocht vond van niet.

Zorgelijk zijn geluiden uit de zuiden waar de pers slecht wordt geïnformeerd over urgente zaken. Een andere collega meldt dat ‘zijn’ rechtbank onderzoek doet naar mogelijkheden voor beeldverbindingen. ,,Terwijl het hier al een wonder is als de gewone geluidsinstallatie het doet.’’

In het midden van het land volgde een rechtbankverslaggever een strafzaak vanuit huis via een skypeverbinding. Een unicum. ,,Het geluid was redelijk belabberd, maar het was beter dan de week daarvoor. Toen was er niks.’’

Amsterdam doet lastig

Rechtbanktekenaar Petra Urban (ooit uit Groningen, nu Amsterdam) baant zich samen met verslaggever Saskia Belleman van De Telegraaf een weg door de onduidelijkheden in rechtbankland. Ook zij ervaren verschillen. Rotterdam doet het soms goed, maar weert de pers bij een zaak van een ‘coronakucher’. In Den Bosch is het zo geregeld dat iedereen kan meekijken op de beeldschermen. Amsterdam doet lastig.

Petra Urban: ,,Veel rechtszalen zijn zo groot dat je daar best op veilige afstand van elkaar kunt zitten.’’
Saskia Belleman: ,,Eens. Dit moet niet nog maanden duren.’’

Hoe gaat het in Groningen? Dikke duim. De rechtbank behandelde deze week de urgente zaak van de 23-jarige Jan die met de boevenbus vanuit de gevangenis in Vught onderweg was naar Groningen. Of de pers ook zin had om te komen.

Zo kwam het dat ik de verlaten rechtbank betrad met galmende voetstappen. Bijeenkomsten met meerdere mensen mocht al niet meer. Toen de deur van zittingszaal 13 dichtging telde ik acht aanwezigen: twee leden van de politie (met handschoentjes aan), de officier van justitie, de rechter, de griffier, de advocaat, natuurlijk Jan en de rechtbankverslaggever van zittingszaal 14. We zaten ver uit elkaar.

De kwestie van Jan was geen zaak, zoals een Groninger rechter het graag zegt, die de aarde uit haar baan doet schieten.

roken en drinken tot in de ochtend

Jan was vanuit Beerta met de bus naar Groningen gegaan om te drinken en te roken. Dat had erin gehakt want om zes uur in de ochtend bedreigde hij op de Grote Markt een portier met een vuurwapen. Dat zegt de officier van justitie.

Jan zegt het anders. Het was geen wapen, maar een speelgoedpistooltje dat hij als kind in een speelgoedwinkel had gekocht. Het nepwapen is in beslag genomen en dat raakt hem. Zegt: ,,Een emotionele factor speelt hier zeker een rol.’’

Jan kan zich niet voorstellen dat die portier bang is geweest. ,,Kom nou toch, het is een portier. Ik heb zelf in de beveiliging gezeten.’’ Jan geeft toe dat hij zijn speelgoed beter thuis had kunnen laten. ,,Maar ja, in de stad weet je het nooit.’’

De rechter vraagt of hij naar de portier heeft geroepen: ‘Ik trap je hoofd eraf?’
Jan, zwaaiend met de armen: ,,Nee, nee, ik deed gewoon een showtje.’’
Rechter: ,,Riep u: ‘ik maak je dood?’
Jan: ,,Bullshit.’’

Niks bullshit. Jan is schuldig. Hij moet nu de twee maanden celstraf uitzitten die hij in januari voorwaardelijk kreeg opgelegd. Daarnaast krijgt hij vier nieuwe maanden voorwaardelijk en moet hij zich laten behandelen in een forensische kliniek. Jan is in korte tijd – rotdrugs – van het padje geraakt.

Geen showtjes meer

De rechter adviseert hem om de komende drie jaar (proeftijd) geen showtjes meer op te voeren. Jan knikt, zegt dat hij geen gouden bergen kan beloven, maar dat hij het ermee eens is.

Jan: ,,Ik dank u voor deze uitspraak.’’
De rechter: ,,En ik dank u voor uw komst.’’

Het slechte nieuws zit in de staart van dit verhaal. Experts hebben de 22,5 meter hoge rode beuk in de rechtbanktuin onderzocht. De boom – 100 tot 150 jaar oud – was verdacht nadat aan de voet een reuzenzwam was gesignaleerd. Uitkomst: verhoogde kans op stambreuk. De reus kan omvallen.

De rechtbank heeft bij de gemeente een kapvergunning aangevraagd. De zaak is urgent.

Ik belde de bekende stadsecoloog Jan Doevendans.

Hij zegt dat we ons niet moeten laten leiden door angst. ,,Zo’n boom heeft een voorname functie bij het verzetten van de zinnen. Dan staar je maar wat voor je uit en kijk je naar die grote boom. Dat is een denkmoment. En volgens mij zijn die momenten voor de rechtspraak heel belangrijk.’’

Ja, juist nu.

Rob Zijlstra

 

winter

zomer

 

Open of toch weer dicht?

De sluiting van de rechtbanken was afgekondigd tot 6 april.
Gaan de rechtbank na die datum weer open?
Nee, de rechtbanken blijven ook daarna dicht.

Onschuldig kuchje

Ik had over Ilias dan wel Maikel dan wel Pedro willen schrijven. Over Walter die een oude man op straat beroofde van zijn geld en welgemoed. En anders wel over Colin die nog maar twee euro had en dorst.

Ik had willen schrijven dat Ilias dan wel Maikel mij had doen denken aan een strafzaak van jaren her, de zaak van de toen 27-jarige Valjar, stukadoor te Tallinn, Estland. Na een dag arbeid reed deze jongeman moe maar misschien ook voldaan naar huis. Halverwege op een kruising botste hij met zijn oude barrel op een fonkelnieuwe Audi.

Dat was niet het allerergste. Erger was de bestuurder. Die stapte uit en wreef, het gezicht pijnlijk vertrokken, met zijn hand over de dikke nek. Na een korte blik op de geringe schade keek hij met minachting naar Valjar.

De stukadoor herkende de man. Het was De Rus. De man met wie onschuldigen niets te maken wilden hebben. De Rus was de lokale maffiabaas, een man die geen tegenspraak verdroeg.

De Rus had ter vereffening van de blikschade een bedrag genoemd. Valjar had beleefd en met de pet in de hand gezegd dat hij zoveel geld nooit had. De man had toen een voorstel gedaan dat hij niet kon weigeren als zijn familie hem lief was. Drie dagen later zat Valjar in Parijs waar hij zich had moeten aansluiten bij andere mannen in vergelijkbare schuitjes.

Ze deden met name juweliers. De buit ging naar De Rus. Ze doken op in Antwerpen, Milaan, Barcelona, Groningen, ja, ze trokken heel Europa door. Terugkeren naar huis was geen optie, hoewel Valjar de schade aan de dure Audi al duizend maal had voldaan.

Twee medetrawanten met vuurwapens en hamers

Op een dag zat Valjar in zittingszaal 14, het hoofd gebogen, pet in de hand. Met twee medetrawanten had hij juwelier Schaap&Citroen in de Herestraat overvallen, gewoon overdag, met vuurwapens en hamers. De buit: 20.000 euro. Valjar ontkwam, maar werd later in België aangehouden. De rechtbank in Groningen veroordeelde de stukadoor tot drie jaar gevangenisstraf.

Ik moest aan de zaak van Valjar denken omdat Ilias ook een 27-jarige jongeman is die Groningen aandeed. Hij deed geen juweliers, maar woningen en studentenpanden (studenten doen nooit iets op slot). De buit: laptops, mobieltjes, rondslingerende pasjes.

Onderzoek wees uit dat Ilias elf namen gebruikt, dat hij op verschillende data in Algerije, Tunesië, Irak en Marokko is geboren. En dat hij met al die namen staat geregistreerd in de boevendatabanken van Spanje, Engeland en Duitsland. Rechter: ,,Ik heb de indruk dat u al een tijdje door Europa trekt. Is dat om strafbare feiten te plegen?’’

Ilias – gekleed in een witte trui en een donkere trainingsbroek – geeft weinig woorden prijs. Hij hing al een tijdje in Groningen rond want vorig jaar werd hij veroordeeld door de politierechter wegens de diefstal van, jawel, een witte trui en een donkere trainingsbroek. Onder de boord van de trui aan de achterkant – dat kan ik zien – zit een gat op de plek waar het anti-diefstal-label meestal zit. Hij heeft het gewoon nog aan.

Te veel cannabis en een slechte hand

Ik had ook willen schrijven over Walter die te veel cannabis rookt en een slechte hand heeft in het casino dat hem maar blijft verleiden. Na weer een verloren bezoek ziet hij bij een van de speeltafels een oudere man met meer geluk. Walter besluit niet langer na te denken, de man te volgen en hem te beroven.

Hij deelt onverhoedse klappen uit en maakt 660 euro buit. Het slachtoffer is een man van 74 jaar. Net als Valjar destijds, biedt Walter in de rechtszaal nederig zijn excuses aan. De oude man kijkt met natte ogen droef terug en zwijgt. Hij durft nu niets meer alleen.

Het berouw van Walter kwam als mosterd na de maaltijd, het besef kwam pas na twee maanden, pas nadat hij was aangehouden. De beroving was deels vastgelegd door beveiligingscamera’s die ook hangen op plekken waar je die niet verwacht. De beelden werden vertoond in Opsporing Verzocht. Zijn vrienden herkenden hem als de laffe straatrover. Walter biechtte daarna alles op aan zijn lieve moeder die hem meenam naar het politiebureau.

Walter kreeg deze week 16 dagen celstraf voor zijn rotdaad en ik had willen schrijven waarom dat niet eens zo’n slecht besluit van de rechters was.

Zo ik ook had willen opschrijven dat het beter is voor iedereen dat Colin niet nog heel lang in de gevangenis moet blijven, dat het beter is dat er over drie weken een plek voor hem is in een kliniek om af te kicken.

een mes, beetje gek, als tandenstoker

Colin heeft twee kleine tatoeages in het gezicht en meer problemen dan een mens aankan. Op een dag had hij dorst en nog maar twee euro in de broekzak. Toevallig, zegt hij, stond hij uitgerekend op dat moment bij de kassa van Budget Food in Winschoten. En nee, echt niet eerder, besloot hij op dat moment zijn mes te trekken, het mes dat hij altijd bij zich draagt om te gebruiken, ja, wel een beetje gek, als tandenstoker.

Hij eiste dreigend geld van de 16-jarige kassamedewerker. Met 50 euro had hij genoegen genomen, maar Colin ging er met 400 vandoor. Ook goed. Een getuige zag zijn gezicht en toen wist de politie van Winschoten dat ze Colin moesten hebben.

Hierover had ik willen schrijven, maar ineens kleurde alles anders. Nooit had ik kunnen bevroeden, en wie wel, dat er deze week zinnen in kranten moesten worden geschreven waarin staat dat de rechtbanken tot nader order zijn gesloten.

Misdaden van mannen als Ilias (+), Walter en Colin kunnen we missen als kiespijn, maar rechtbanken niet, die zijn van levensbelang. Een rechtbank is geen onderdeel van de overheid met openingstijden en medewerkers die we gezien de omstandigheden even kunnen laten thuiswerken. Rechtbanken vormen de rechtspraak en de rechtspraak is geen dienst van de overheid.

Rechtspraak is een waarde.

Ineens zijn onze vanzelfsprekende vrijheden ingeperkt. Daar is begrip voor want de beperking van de vrijheid dient als bescherming.

Ineens hebben we corona-regels. De burgemeester zei als voorzitter van de Veiligheidsregio dat ‘wie de corona-regels overtreedt een fikse boete of drie maanden gevangenisstraf riskeert’. Hij sprak dit uit namens alle burgemeesters en zei ook dat controles op de corona-regels de komende tijd worden opgevoerd.

Je hoeft geen overval te plegen. De verdachten van nu zijn de onschuldigen met een kuchje. En de rechters zitten thuis.
Ineens is alles raar.

 

rob zijlstra

vonnis overval tankstation

 

Alleen urgente zaken

De rechtbanken zo goed als dicht.
Wie dat twee weken geleden had
voorspeld, zou niet serieus zijn
genomen.
Maar nu is het een feit.

Alleen urgente zaken gaan door.

Zoals die van de 36-jarige W. die het niet kan laten. De laatste jaren zat hij vooral in de gevangenis, de laatste keer voor een overval die hij per ongeluk pleegde. Dat zei hij. Vrijdag moet hij terechtstaan voor een drugsdelict. De zaak gaat door, omdat een besluit moet worden genomen over zijn voorlopige hechtenis.

→ verklaring van de raad voor de rechtspraak

In Assen behandelde de rechtbank dinsdag een verzoek van een verdachte die naar huis wil. De behandeling van de zaak is uitgesteld,  de man zit al anderhalf jaar in voorarrest. Het verzoek werd afgewezen.

Vrijdag wordt in Groningen nog uitspraak gedaan in twee strafzaken die al zijn afgehandeld.

Deze week zijn in Groningen 17 zaken die waren aangebracht bij de meervoudige strafkamer geschrapt. Alle politierechterzaken zijn eveneens opgeschort. Ik ga ervan uit dat ook alle strafzaken die voor de komende week waren gepland, worden uitgesteld.

De maatregelen duren vooralsnog tot 6 april. Ik word op de hoogte gehouden door de afdeling communicatie van de rechtbank Noord-Nederland. Mochten er zaken zijn die het vermelden waard zijn, dan zal ik dat hier doen.

rob zijlstra

 

vragen? e-mail rob