Red de Rechtstaat!

Advocaten staken. Weliswaar deden ze het maar een half uurtje, maar toch. Advocaten – de sociale advocatuur – maken zich grote zorgen over de plannen die minister Sander Dekker (VVD,Rechtsbescherming) heeft met de rechtsbijstand.

De minister: het systeem moet anders.
De advocaten: het systeem wordt afgebroken.

In Groningen kwamen woensdagochtend advocaten uit Noord-Nederland bijeen om te protesteren. Zij deden dat voor het gerechtsgebouw in Groningen. Eerder waren een acties in andere steden. De plannen worden vandaag besproken de Tweede Kamer.

tekst gaat onder de foto’s verder 

deken rob geene sprak luid en  bezigde harde taal

advocaten staken, de stratenmaker werkt door

de actie duurt een half uur

De plannen van Sander Dekker.

 

Deken Rob Geene van de Orde van Advocaten (Noord-Nederland) sprak voor het gerechtsgebouw. Hij sprak met luide stem (megafoon) en bezigde harde woorden.

We zijn hier, zei hij, omdat ‘onze regering al tien jaar lang bezig is om onze rechtstaat om zeep te helpen;
omdat de drie kabinetten Rutte vinden dat de overheid geen last moet hebben van mondige burgers;
omdat de overheid probeert burgers rechteloos en dus weerloos te maken;
omdat de overheid de grondwettelijke rechten van burgers systematisch schendt;
omdat de plannen van Dekker aantoonbaar slecht zijn, te duur, te ingewikkeld en leiden tot nog meer bureaucratie.

Door de megafoon: ‘We zijn inmiddels aan het afglijden naar het niveau van landen als Polen, Hongarije en Turkije. Daar is de democratie vervangen door dictatoriaal bestuur, met corrupte rechters en advocaten in de bajes. Daar worden advocaten vervolgd omdat zij sociaal zwakkeren
willen bijstaan. Wij zijn er heel dicht bij. Nederland verwordt tot een apenland. En de Tweede Kamer slaapt.’

Er klonk applaus.

‘Wij advocaten hebben een eed afgelegd om de grondwet te dienen en zo de rechten van u alen te beschermen. Dat doen we met hart en ziel. Maar we accepteren niet dat de overheid de burger zijn rechten ontneemt en ons het werken onmogelijk maakt. Red de rechtstaat.’

r.z.

→  Advocaat Judith Kwakman uit Assen legt uit:  waarom advocaten staken [dvhn]

→  Beelden van de actie met commentaar van Hans Anker [dvhn]

→ meer foto’s van de actie

 

Orlando Volkerts

in memoriam

De in Paramaribo, Suriname, geboren strafrechtadvocaat Orlando Bernhard Volkerts was een markante persoonlijkheid in Groningen. Hij is op 72-jarige leeftijd overleden.

Orlando, Lando voor vrienden, had zeg maar een eigen stijl, eentje die nogal afweek van hoe zijn confrères verdachten bijstonden. Lando maakte lawaai, verfrommelde ten overstaan van de rechters bewijsstukken tot papieren propjes en in zijn ogen daarmee tot niets, hij walste met wapperende toga en grootse armgebaren van links naar rechts, bokste zich door het juridische metier heen. In de rechtszaal was hij niet te evenaren.

Soms was zijn optreden hilarisch. Soms ging hij net iets te ver.

Hilarisch werd het toen hij een grote horecaondernemer uit Oost-Groningen bijstond. De ondernemer werd beticht van zware mishandeling. Met een barkruk zou hij een vervelende klant zijn tent hebben uitgeslagen. Volkerts kwam de rechtszaal binnen met die zware barkruk die hij vanuit Winschoten had laten aanvoeren.

Hij verhaalde dat als een grote man met een massieve barkruk om zich heen slaat, de kans bijzonder groot is dat een slachtoffer dit niet overleeft. En nu het slachtoffer slechts een paar schrammetjes heeft opgelopen, is slechts één conclusie mogelijk: er is niet met een barkruk geslagen. Vrijspraak.

Soms betichtte Volkerts het Openbaar Ministerie van racisme. Zijn schuldige cliënten vonden dat dan prachtig – Lando durft dat toch maar eventjes te zeggen – maar heel sterk waren deze aantijgingen doorgaans niet. Dat wist Volkerts ook wel. In een interview in 2001 met deze krant zei hij: ‘Ik was brutaal, soms overenthousiast, niet altijd even tactvol. Maar dat is het aard van het beestje.’

De politie houdt niet van Lando, klaagde hij wel eens. En ook dat begreep hij. Tegen de krant: ‘Een strafrechtadvocaat die zijn werk goed doet, daar kan de politie ook niet van houden.’  Volkerts was een luis in de pels van het politie- en justitieapparaat. Inderdaad, niet altijd even tactvol, maar hij hield de boel wel wakker.

Schermafbeelding 2017-12-19 om 19.20.10

Het ging mis. Er was drank, te veel drank en er waren drugs. Hij werd opgepakt en belandde voor twee weken zelf achter de tralies. De zaak werd geseponeerd, dat wel, maar het zou het einde betekenen van zijn advocatenpraktijk die hij zeventien jaar met veel passie had gehouden in een chaotisch kantoortje aan de Grote Markt. Hij werd van het tableau geschrapt.

Op een dag belde hij, met de mededeling dat hij ouder was geworden, maar vooral ook ‘ietsje wijzer’. Dat er geen geld meer was. Lando wilde weer pleiten. Hij miste het vak, hij miste zijn jongens, zijn cliënten. En misschien ook wel die nare officieren van justitie en die rotagenten. Hij miste de rechtszaal, het podium waar hij zijn ding deed. De terugkeer mislukte en Lando verdween uit beeld. Soms kwam er een teken van leven, meestal een teken dat erop wees dat het niet zo goed ging.

Voordat hij als advocaat ging werken was Orlando Volkerts betrokken bij het maatschappelijk werk binnen de Surinaamse gemeenschap en was hij actief betrokken bij voetbalvereniging Mamio.

Orlando Volkerts is op 30 november overleden en op 4 december op De Stille Hof in Hoogezand begraven.

r.z.

Op zaterdag 27 januari 2018  speelt voetbalvereniging Mamio een wedstrijd ter nagedachtenis van Orlando Volkerts (13.00 uur)

dagblad van het noorden, 2006 / foto: kees van de veen

Dag van de Advocatuur

Het is vandaag in Groningen een beetje de dag van de advocatuur. Waarom? Zie: een valse kraai?
Maar ook  los van deze tuchtzaak hebben advocaten het niet altijd even gemakkelijk. Het onderstaande bericht, de dagelijkse Rarekiek, staat vandaag in Dagblad van het Noorden.

schermafbeelding-2017-01-13-om-08-11-25

update – vrijdagochtend
De dag is inmiddels ten einde.
Twee leden van de raad van discipline zijn gewraakt.
meer hierover:

 een valse kraai?

Snelrecht

met het keurige wordt het vuil bedekt

Rechtbankverslaggevers krijgen wel het verwijt dat ze slechts oog hebben voor het strafrecht, terwijl er zo veel meer moois te beleven valt in een rechtbankgebouw.

Wat heet.
Er was een zitting van de bestuursrechter over een bestuurlijke kwestie.
Klinkt saai, maar niets is minder waar.
Bij een strafzaak gaat het er keurig netjes, bijna altijd heel beleefd en vooral eerlijk aan toe.
Je mag iemand beschuldigen van de meest vreselijke daden, maar die moet je dan wel onderbouwen.
Kun je dat niet, dan hou je je mond.

Zo niet bij de bestuursrechter.
Daar geef je knietjes en kopstoten en zeg je valse dingen tegen elkaar, uit je beschuldigingen zonder dat het waar hoeft te zijn.
Het maakt niet uit, alles is toegestaan.

De kwestie is een slepende.
In de Steentilstraat in Groningen is al meer dan twintig jaar coffeeshop Upper Ten gevestigd.
Zolang de zaak bestaat heet de eigenaar Guno.
Hij heeft een Porsche, of dat nou leuk is of niet.
De burgemeester van Groningen wil de vergunning intrekken omdat de onderneming met z’n gedoogde handel moet worden gesloten.
De ondernemer wil blijven ondernemen.

Het standpunt van de burgemeester – verantwoordelijk voor de openbare orde – wordt verwoord door advocaat Rens Snel.
Hij zit rechts in de ring.
De coffeeshophouder laat zich bijstaan door advocaat Geert-Jan Knoops.
Links.
Ze dansen eerst wat om elkaar heen, maar beuken er dan lustig op los.
De drie bestuursrechters luisteren aandachtig en stellen tussen het geweld door af en toe een vraag.

Waarom moet de coffeeshop na twee decennia sluiten?
Advocaat Snel legt het aan de rechters uit met een gedrevenheid van een crimefighter waar menig officier van justitie een punt aan kan zuigen.
Knoops incasseert, is vast wel wat gewend.

Snel: de coffeeshop moet dicht omdat de burgemeester van Groningen denkt, vindt en zegt dat de eigenaar zich bezighoudt met internationale drugshandel en met het witwassen van crimineel geld.
Hij is al eens veroordeeld, dus dat zegt genoeg.
En hij overtreedt ook stelselmatig de Opiumwet.
De burgemeester van Groningen denkt, vindt en zegt dat de coffeeshop een dekmantel is en dat de afgegeven vergunning fungeert als een paraplu waaronder ernstige misdaden worden gepleegd.
En omdat de burgemeester het niet gepast vindt misdaad te faciliteren, moet de coffeeshop worden gesloten.

Advocaat Geert-Jan Knoops slaat terug: ‘Mijn cliënt is geen drugshandelaar, maar een ondernemer die al twintig jaar een coffeeshop runt zonder noemenswaardige invloeden op de openbare orde.
De veroordeling waarover tegenpartij rept, dateert van 1999 en had betrekking op het te weinig betalen van premies over betaald loon.
De aantijgingen zijn gebaseerd op anonieme tips, op informatie van een politie-informant, op vermoedens en wat aannames.’

Snel: ‘Afzonderlijk stelt het misschien niet zo heel veel voor, maar je moet kijken naar het geheel. We praten hier over schendingen van de openbare orde. In de illegale hennephandel gaat 760 miljoen euro om, een groot maatschappelijk probleem. De burgemeester van Groningen wil dit soort uitwassen tegengaan.’

Knoops zegt dat de coffeeshop de boekhouding keurig op orde heeft en daarover ook afspraken heeft met de fiscus.
Die kijkt mee.
De burgemeester vindt zoiets logisch.
Namens hem zegt advocaat Snel: ‘Een keurige boekhouding is juist een indicatie dat er wordt gerotzooid.’
Met het keurige wordt het vuil bedekt, wil hij maar zeggen.

De advocaat van de burgemeester: ‘De eigenaar bemiddelt bij drugstransacties.’
Advocaat Knoops: ‘Dat klopt. Hij heeft een keer geregeld dat iemand een doos met hennepplanten kon kopen.’
De burgemeester zegt dat de coffeeshophouder drugs bewaart in woningen in woonwijken voor de handel met Duitsland en Spanje.
Knoops: ‘Dat blijkt nergens uit.’

Advocaat Snel tegen de bestuursrechters: ‘Maar wij hebben gelijk want wij hebben alles heel zorgvuldig onderzocht. Wij hebben in deze zaak namelijk erg veel tijd en heel veel geld geïnvesteerd.’
Advocaat Knoops: ‘Wij ook.’

Mijn waarnemingen, zo vrees ik, zijn vertroebeld door het zo beschaafde strafrecht.
Want hoe kan een burgemeester van een grote stad nou een stadsgenoot van nog grotere misdaden beschuldigen?
Moet de burgemeester dan niet de politie bellen in plaats van een vergunning intrekken?

Er zijn eerdere zittingen geweest in deze slepende kwestie en de besluiten die tot nu toe zijn genomen pakten allemaal uit in het voordeel van de coffeeshophouder.
De shop is daarom ook nog gewoon geopend en er wordt nog maandelijks belasting betaald.

Het wordt mij uitgelegd.
De burgemeester hoeft de harde aantijgingen niet te onderbouwen met harde bewijzen.
Bij de bestuursrechter mag je iemand voor rotte vis uitmaken, zonder aan te tonen dat zo iemand ook stinkt.
Bij de bestuursrechter hoef je niets te bewijzen.
Daar geldt: als het zou kunnen, dan zou het best ook eens zo kunnen zijn.

De strafrechter doet over aantijgingen veel te moeilijk want daar draait alles om de waarheid.
Ligt de waarheid dwars, dan pak je iemand via de bestuursrechter aan.
Dat gebeurt ook steeds vaker.
Wie de aantijgingen niet kan weerleggen – de onschuld niet kan bewijzen – of wie zich geen internationaal vermaarde strafpleiter als Knoops kan veroorloven – is de pineut.

Werkt het zo buiten het strafrecht?
Ik heb het stadhuis van de burgemeester gebeld.
Moet de burgmeester of een van zijn ambtenaren niet onverwijld aangifte doen nu zij kennis dragen van vermeende misdaden?
De woordvoerder van de burgemeester zegt dat er geen aangifte is gedaan.
De burgemeester baseert zijn aannames op informatie van de politie.
Die weten het dus al wat een aangifte overbodig maakt.
Oh.

Ik vraag hoeveel tijd en geld de gemeente Groningen in deze zaak heeft gestoken, relevante vraag dacht ik, omdat het door de advocaat is aangevoerd als een argument voor zorgvuldigheid.
De woordvoerder: ‘Hoeveel tijd en geld? Dat weten we niet, dat houden we niet bij. Van dit soort zaken maken wij geen kosten- en batenanalyse. Wat het kost is van secundair belang.’

In Groningen worden dus kosten noch moeite gespaard een coffeeshop die al meer dan twintig jaar bestaat, te sluiten.
De drie vriendelijk glimlachende bestuursrechters doen binnenkort, ergens in januari, uitspraak.
Dat er dan een andere burgemeester in de stad is, doet niet ter zake.

In verwarring luister ik naar het slotbetoog van advocaat Snel.
De advocaat zegt dat de sluiting van de coffeeshop niet gezien moet worden als een strafmaatregel.
Nee, het is preventief bedoeld.
De advocaat, in alle ernst: ‘De burgemeester wil voorkomen dat de coffeeshophouder in de toekomst strafbare feiten gaat plegen.’

Ik ben toen van mijn stoel gevallen.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2014-12-28 om 23.22.41

update – 25 maart 2015 – uitspraak
De gemeente Groningen heeft onvoldoende kunnen aantonen dat eigenaar Holder betrokken is bij internationale drugshandel cq criminaliteit en bij fiscale delicten. De exploitatievergunning van Upper Ten kan dan ook niet worden ingetrokken. De gemeente vangt hiermee voor de derde keer bot en moet wederom de kosten van het proces betalen.

update – 6 mei 2016 – raad van state
De Raad van State stelt de gemeente Groningen in het gelijk. Upper Ten moet na twintig jaar binnen twee weken de deuren sluiten.

uitspraak volgt zodra beschikbaar

Niet te geloven

Schermafbeelding 2014-04-27 om 00.30.57Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling.
Dat is in de wet zo geregeld.
Het recht om te mogen zwijgen komt er uit voort.
Een zwijgende verdachte in de rechtszaal stemt niet toe.
Niet per definitie.

Michael, 39 jaar oud waarvan er zeven doorgebracht in de gevangenis, had toen hij werd aangehouden gebruik gemaakt van dit recht.
De agenten die hem keer op keer meenamen naar de verhoorkamer konden wel van alles beweren – ze zochten het maar uit.
Dat is hun werk.

Er wordt beweerd dat Michael in Groningen op een dag twee mensen van het leven heeft beroofd.
In een telefoongesprek zei hij tegen een kennis dat hij misschien wel levenslang krijgt.
Dat gesprek voerde hij vanuit het huis van bewaring, uitgerekend op het moment dat de politie hem afluisterde.
Ook die dingen zijn bij wet geregeld; gedetineerden kunnen informeel gewoon alcohol en drugs in de gevangenis krijgen, maar dan mogen ze officieel ook worden afgeluisterd.
In het strafrechtsysteem is het altijd zoeken naar het juiste evenwicht.
Vandaar dat we vrouwe Justitia hebben opgezadeld met een weegschaal.

Op 18 januari 2013 zou hij in de vroege ochtend de 66-jarige mevrouw Gudrun Kűster met geweld van het leven hebben beroofd.
Hij zou haar keel hebben dichtgedrukt, haar met een hard voorwerp hebben geslagen en met een mes in de hals hebben gestoken.
Zo werd ze gevonden in haar woning aan de Oliemuldersweg.
De arts die werd ingeschakeld, stelde met al zijn deskundigheid vast – bijna niet te geloven – dat sprake was van een natuurlijke dood.
Het waren medewerkers van de uitvaartvereniging die daarna stomverbaasd alarm sloegen.

Op diezelfde dag, maar dan ’s avonds, is er brand in een woning aan de Waldeck Pyrmontstraat.
Tijdens het blussen valt iets op de grond; het is het lichaam van de 71-jarige bewoner Trevor Griffith.
Er is op hem ingeslagen, hij heeft een plastic zak om zijn hoofd dat met een koord is dichtgebonden, in zijn mond een theedoek.
Een deel van het lichaam is verbrand.

Ondanks het zwijgen van Michael die snel als verdachte in beeld kwam en ook werd aangehouden, leverde het politie-onderzoek (codenaam Waldeck) een berg aan informatie op.
Op zijn kleding zijn sporen van bloed aangetroffen die matchen met de dna-profielen van beide slachtoffers.
Op zijn kleding zaten vezels die afkomstig zijn van de kleding van de slachtoffers.

Hij kent ze ook, want hij heeft bij beide korte tijd in huis gewoond, samen met zijn vriendin die dan aan mantelzorg deed.
In zijn telefoon staan inlogcodes opgeslagen waarmee hij toegang heeft tot de bankrekeningen van de slachtoffers.
Er is een sms-bericht dat hij had verzonden naar een vriendin met de tekst: ‘Baby, ik zit in de shit, ik heb er een zooitje van gemaakt, kom naar huis, ik zit ondergedoken, zonder gelul, dit komt niet goed.’

Deze week zat Michael in de rechtszaal.
Hij zei tegen de rechters dat hij had besloten zijn proceshouding te veranderen.
Hij wilde praten, verklaren, het uitleggen, hij wilde de waarheid vertellen, niet meer zwijgen. Hij zei: ‘Ik heb het niet gedaan.’

En daar begon of eindigde het.
Het is maar hoe je het bekijkt.
Vanuit de kant van de verdachte: waarom snoerden zijn (twee) advocaten hem niet de mond?
Want steeds als Michael aan het praten en verklaren sloeg, verschenen op het achterpand van zijn jasje – niet zichtbaar voor de rechters – de woorden: ‘ik heb het wel gedaan’.
Zodra hij zweeg, vervaagden die woorden weer.
Het was echt niet te geloven.

Ja, al die telefoontjes.
De rechters moeten weten dat hij altijd drie toestellen bij zich heeft en wel tien simkaarten. Bloed op zijn kleding met het dna-profiel van mevrouw Kűster?
Michael vertelt dat hij een telefoontje had gekregen van iemand die hem had gevraagd iets te doen.
In ruil voor een paar duizend euro.
Hij moest naar de Zaagmuldersweg gaan.
Dat deed hij, rond half vijf in de ochtend, buiten nog vreselijk koud.

Op de plaats van bestemming ziet hij mevrouw Kűster.
Ook toevallig.
Ze ligt op straat.
Hij voelt geen hartslag.
Hij tilt haar op en brengt haar naar huis, een kleine kilometer verder.
In haar woning legt hij haar op de grond en gaat weg, neemt haar telefoon mee.
Rechters: ‘Van wie kwam dat telefoontje?’
Michael: ‘Dat kan ik niet vertellen.’
Rechters: ‘Maar als iemand anders de moordenaar is, waarom zegt u dat dan niet?
Michael: ‘Dat is niet aan mij.’

Later op die dag wordt hij gesignaleerd in de Waldeck Pyrmontstraat bij de woning van de 71-jarige Trevor Griffith.
Die is er niet.
Griffith zit even in het café voor zijn borrel en laat zich daar ook adviseren hoe een rollade te bereiden.
In boter zeiden ze in het café.
Hij doet boodschappen bij Albert Heijn.
Hij koopt onder meer een liter volle melk, bamischijven, blueband, roerbakmix, een blikje bier, een rollade.
Met deze boodschappen is Griffith thuisgekomen.
Niet lang daarna is er de brand en wordt zijn lichaam gevonden.
Het letsel is bij leven toegebracht.

Als Michael nog diezelfde avond wordt aangehouden is hij in het bezit van een Albert Heijn-tas met daarin volle melk, bamischijven, blueband, roerbakmix, blikje bier, een rollade.
In de rechtszaal zegt hij dat hij Griffith was tegengekomen, dat er een duw- en trekpartijtje was geweest waarbij hij de oude baas een draai om de oren had gegeven,
Vandaar misschien het bloed op zijn kleding.
Hoe hij aan die tas met boodschappen kwam?
Michael: ‘Die had ik gekocht in de buurt van de Van Mesdagkliniek. Van iemand daar op straat. Voor een tientje.’
Ja, misschien niet te geloven, maar dat deed hij wel vaker.
In de woning van Griffith wordt een peuk met zijn dna gevonden in een vergiet met aardappelen. Ja, hij was even binnen geweest, via de achterdeur, niet op slot, nee, niets bijzonders opgemerkt.

De officier van justitie zegt dat hij wel een strafeis op tafel kan leggen, maar dat nu de verdachte aan de praat is geslagen, hij nader onderzoek wil.
Misschien is het waar wat Michael zegt, met de waarheid weet je het immers nooit zeker.
Nader onderzoek kan ook aantonen dat hij nog veel schuldiger is dan werd aangenomen toen hij zweeg.

Dat dus later zal blijken dat hij, ondanks twee advocaten, zichzelf regelrecht naar een ontzettend lange gevangenisstraf heeft gepraat.

De strafzaak krijgt over een aantal maanden het vervolg.

Rob Zijlstra ©

 

Het circus

Schermafbeelding 2014-04-01 om 09.28.57

dagblad van het noorden, dinsdag

Er wordt veel geklaagd in het rechtbankgebouw in Groningen.
Over dat de koffie niet gratis, maar wel vies is.
De toiletten meestal smerig.

Advocaten klagen het meest.
Advocaten klagen over het Openbaar Minsterie en over de rechtbank zelf.
Dat ze hun stukken niet krijgen, te laat of onvolledig.
Dat er nooit iemand bereikbaar is en over wat al niet meer.
De advocaten zeggen dat het ook steeds erger wordt.
Dan zeggen ze: zo erg als nu is het nog nooit geweest.

Het is maandagochtend, half elf.
De twee verdachten die terecht moeten staan, zijn er niet.
De twee advocaten die hen bij moeten staan, ook niet.
Er zijn wel twee mensen die zeggen slachtoffer te zijn.
Zij snappen er niets van.
Ze zijn al twee keer eerder voor niets geweest.
Dat zoiets zomaar kan.

De bode zegt dat hij er ook niets aan kan doen.
Juist als ze weg willen gaan, meldt een van de advocaten zich.
Hij zegt dat zijn client beneden in het hok zit.
Hij bedoelt daarmee dat de verdachte – een van de twee – er wel is, maar beneden, in het cellencomplex in de kelders van het rechtbankgebouw waar nog nooit daglicht is waargenomen.

De bode zegt dat hij dat niet wist en dat hij daar dus ook niets aan kan doen.

De advocaat briest en zegt dat het verbijsterend is want de zaak gaat niet door.
En dat zal dan de derde keer zijn.

De verdachte is Jan uit Pekela, 20 jaar.
Op 7 november vorig jaar en op 30 januari dit jaar was hij er ook al.
Door fouten kon de zaak toen niet worden behandeld.
Eerst maakte het Openbaar Ministerie fouten.
De tweede keer de rechtbank.
Ook was een zaak ten laste gelegd en uitgeroepen die al was geseponeerd.

Jan zit inmiddels acht maanden vast.
Hij wil weten waar hij aan toe is.
Jan deed het eerst goed, ook goed op school, maar hij maakte ineens een puinzooi van zijn leven.
Kort nadat zijn beste vriend zelfmoord pleegde, ging het echt mis en werd hij aangehouden.
De detentie valt hem steeds zwaarder.
Hij krijgt paniekaanvallen en om die tegen te gaan geven ze hem valium.
Het medicijn doet hem geen goed.

In de gevangenis heeft hij vanaf dag een, zegt hij, aan alles meegewerkt en geen een regel overtreden.
Dus ook geen drugs.
Hij heeft de cursus ‘kiezen voor verandering’ gedaan en wil zijn leven nu drastisch veranderen.
Hij zegt met tranen: ‘Ik ben supergemotiveerd, maar ik het het gevoel dat jullie denken, laat’m maar zitten.’

Jan zegt dat hij veel spijt heeft van wat hij heeft gedaan en dat hij goed beseft dat als hij nog wat van zijn leven wil maken, hij nu echt moet beginnen.
Tegen de rechters: ‘Ik probeer nu alles goed te doen.’
De rechters luisteren of bladeren in hun stukken.

Jan en zijn advocaat zeggen dat ze zich vorige week hadden voorbereid op de zaak, op de behandeling van vandaag.
Donderdag aan het einde van de middag kreeg de advocaat een telefoontje van de rechter-voorzitter.
De rechter deelde mee dat besloten was de zaak van Jan niet inhoudelijk te behandelen.
De rechters hadden ontdekt dat er meer zaken op de tenlastelegging stonden dan ze hadden gedacht.
De rechters zijn nu bang dat de zitting dan wel eens langer zou kunnen duren dan was gepland.
Dat zou betekenen dat de eerstvolgende zaak van half twee niet op tijd zou kunnen beginnen.
Daarom hadden ze besloten de zaak van Jan aan te houden tot 16 mei.

Eerder lukt echt niet, zeggen de rechters.
De advocaat zegt boos  dat het toch te gek voor woorden is.
Doe dan een zitting ’s avonds.
Of op zaterdag.
‘Ja toch?’

De advocaat kalmeert en verzoekt de rechtbank de zaak binnen twee weken te behandelen en als dat niet lukt, dan moet de voorlopige hechtenis worden geschorst.
Dan kan Jan die er ook niets aan kan doen zijn proces in vrijheid afwachten.
Hij kan bij zijn moeder terecht.

De officier van justitie zegt dat er al veel is misgegaan en dat ze de gang van zaken buitengewoon vervelend vindt.
Maar dat ze Jan niet wil laten gaan, want dat zal leiden tot maatschappelijke beroering.
De advocaat: ‘Hier kan ik geen begrip voor opbrengen.’

De rechters trekken zich terug voor beraad.
Na een kwartiertje weten ze raad: ‘Een zitting binnen twee weken lukt nooit en de belangen van strafvordering moeten zwaarder wegen dan uw persoonlijke belangen. U komt niet eerder vrij. Wij geloven in uw goede voornemens, maar het is even niet anders. Nog maar een paar weken, dan is het 16 mei.’

Jan verandert in boos.
Hij roept: ‘Het is een circus. Ik geloof jullie niet.’

Rob Zijlstra

 

 

De verdachte dader

Schermafbeelding 2014-02-07 om 20.54.12Ik schrijf het voorbeeld wel vaker op.
Wanneer de politie tien jongeren oppakt, kan de volgende dag in de krant staan dat de politie tientallen inbraken heeft opgelost.
Wij van de krant zouden dat niet zo moeten opschrijven, want het is helemaal niet waar.
Wat wel waar kan zijn is dat de politie jongeren oppakt die worden verdacht van een serie inbraken.

Schermafbeelding 2014-02-07 om 20.53.15Bij goed politiewerk worden daar voldoende wettige bewijzen bijgeleverd opdat rechters in overtuiging kunnen oordelen dat die rotzakken het inderdaad hebben gedaan.

Schermafbeelding 2014-02-07 om 21.13.40Ieder zijn rol; het is wezenlijk in een rechtsstaat waar de macht is verdeeld.
Dat is ook niet bedacht om boeven te beschermen, zoals hier en daar wordt geroeptoeterd.
Het is bedoeld om de burger te Schermafbeelding 2014-02-07 om 21.13.22beschermen tegen willekeur van een machtige overheid.

In de rechtszaal is het onderscheid tussen verdachte en dader wezenlijk.
De verdachte is zoals hij daar zit onschuldig.
Dat weet iedereen.
Er bestaan wel ernstige verdenkingen tegen hem, want anders mag hij niet eens verdachte wezen.
Nadat rechters na wikken en wegen besluiten dat de verdachte schuldig is, komt de dader in beeld.
Is hij vervolgens ook nog een strafbare verdachte – toerekeningsvatbaar, geen zelfverdediging – dan verandert zijn status in die van een echte dader.

We worstelen met het onderscheid.
En steeds meer, meer naarmate het slachtoffer een voornamere rol krijgt binnen het strafproces.

Vrijdagmiddag werd dat op bijzondere wijze geïllustreerd met een voorval in zittingszaal B van het gerechtshof in Leeuwarden.

In de verdachtenbank – bij het hof is dat een ouderwetse stoel – zit Javier S.
De rechtbank in Groningen heeft hem het stempel van dader gegeven.
Volgens de rechters in Groningen heeft Javier S. op 4 februari 2012 in cafe ’t Kleine Kroegje de 35-jarige Ertas Cakici doodgeschoten.
Voorbedacht en dus moord.
Hij is veroordeeld tot 15 jaar celstraf.

Maar Javier S. zegt dat hij onschuldig is en tekende hoger beroep aan.
Dat maakt dat hij op dit moment weer verdachte is.

Nadat het hof de feiten heeft besproken – waarbij Javier zich beroept op het zwijgrecht – worden de zus en de partner van Ertas Cakici in de gelegenheid gesteld de rechters (raadsheren) toe te spreken als nabestaanden.
Zij mogen een slachtofferverklaring voorlezen.
Dat kan sinds 2005.
Zij mogen aan de rechters vertellen wat de misdaad met hen heeft gedaan.
Hoe verdrietig ze zijn.

De wet biedt die mogelijkheid en als het aan Opstelten & Teeven ligt wordt die wet op dit punt nog verruimd.

Maar strafrechtadvocaat Jan Boone maakt bezwaar.
Hij zegt tegen het hof dat Javier de verklaringen van de nabestaanden niet wil aanhoren.
Die verklaringen zijn immers bedoeld voor de dader.
En Javier is vooralsnog een onschuldige verdachte.
Geen dader.

Boone wil dat zijn client de rechtszaal mag verlaten zodra de nabestaanden het woord krijgen.
Het hof stemt daar zonder discussie mee in.

Javier wordt afgevoerd en de zus en de partner doen hun verhalen.
Die gaan door merg en been.
Hun verdriet, de woede en de machteloosheid, is onmetelijk.
Op indringende wijze weten ze dat te verwoorden.
Er wordt intens gehuild.
Ik ga hun woorden hier niet herhalen, want daarmee zou ik hen tekort doen.
Denk maar aan erg veel verdriet waarin troost zich geen raad weet.

Zodra zus en partner zijn uitgesproken en brokken in de keel zijn weggeslikt, wordt Javier opgehaald en moet hij weer plaatsnemen op de stoel tegenover zijn rechters.

Nooit eerder had ik dit meegemaakt.
Ik twitterde het voorval vanuit de zittingszaal de wereld in.
Andere rechtbankverslaggevers reageerden: nee wij ook niet.

Zoiets kan niet, vond een medewerkster van Slachtofferhulp.
Een slachtofferverklaring is een confrontatie tussen de verdachte dader en het slachtoffer.
Die kan daar dus niet voor weglopen.
Wel waar, reageerden advocaten, een verdachte heeft immers geen aanwezigheidsplicht.

Hoe dan ook: het schuurt.

Rob Zijlstra

de slachtofferverklaring

slachtofferverkl

In de aanbieding: verdriet

aanbiedingHeeft een moeder wiens wier kind seksueel is misbruikt door haar ex (tevens vader van het slachtoffer) recht op een schadevergoeding?

Man heeft zijn kind gedurende een jaar meerdere keren seksueel misbruikt. Het kind is nu vijftien jaar en eist schadevergoeding, een bedrag van 12.500 euro.

De officier van justitie onderschrijft dat het kind schade heeft geleden, maar vindt het gevorderde bedrag te veel van het goede.
Volgens de officier van justitie is een bedrag van 7.500 euro billijk.
Zij verzoekt de rechtbank dit bedrag aan het slachtoffer toe te kennen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Die maatregel houdt in dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) namens het slachtoffer het geld bij de veroordeelde gaat innen.

De moeder claimt in dezelfde strafzaak ook schade: 2.500 euro.

Haar ex-partner is eerder veroordeeld wegens seksueel misbruik van haar dochter.
Hij werd uit de ouderlijke macht gezet en mocht geen contact hebben met zijn dochter.
Na gevangenisstraf te hebben uitgezeten, vergreep hij zich aan de zoon die zo nu en dan bij hem op bezoek kwam.

Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat er sprake is van een ziekelijke stoornis: pedofilie.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de schadeclaim van de moeder af te wijzen.
Alleen het slachtoffer kan zich met een claim voegen in het strafproces.
Dat de moeder schade heeft geleden, dat ze is beschadigd,  staat volgens de officier van justitie niet ter discussie.
Dat heeft en is ze.
Maar de schade die ze heeft geleden, is niet een rechtstreeks gevolg van de gedragingen van haar ex.
Wil ze haar schade hebben vergoed, dan moet ze zich wenden tot de civiele rechter.

Bovenstaande is de standaard redenering van het Openbaar Ministerie omdat die overeenkomstig zou zijn met de bedoelingen van de wet.
De officier van justitie: ‘Voor de moeder biedt de wet onvoldoende mogelijkheden.’

De advocaat van de verdachte vader kan zich daar in vinden.
De advocaat zegt (vrij vertaald): ’Moeder is geen rechtstreeks slachtoffer.
Zou zij wel in aanmerking komen voor een vergoeding dan is er sprake van een vercommercialisering van verdriet. Dat wil de wet niet en dat moeten wij ook niet willen.’

De advocaat van de moeder ziet het anders.
De moeder, zo luidt zijn filosofie, is rechtstreeks getroffen.
Ze was geen beoogd slachtoffer (van het seksueel misbruik), maar ze is wel geraakt.
Bovendien: ze is moeder, er is sprake van een vereenzelviging van moeder en zoon.

De advocaat maakt een vergelijking met brand en brandstichting.
Ook daarbij kunnen slachtoffers vallen, ook slachtoffers die de brandstichter niet had beoogd.
Van vercommercialisering van verdriet is hier geen sprake.
Met de regel dat er sprake moet zijn van rechtstreekse schade, heeft de wetgever niet bedoeld om moeders uit te sluiten.

Wie heeft het meest gelijk?

Rob Zijlstra

 bovenstaande speelt in een strafzaak die vorige week diende en waarin de rechtbank volgende week uitspraak doet
•• als het aan Opstelten en Teeven (veiligheidsmannen van justitie) ligt gaat de veroordeelde verdachte straks diep in de buidel tasten – eigen bijdrage 

Doorsneemannen

dezetttekstDe zedenverdachte – dat is momenteel de veelbesproken man uit het Brabantse Cuijk – is een doorsneeman.
Dat meldde NOS Teletekst donderdag.
Dit nieuws was gebaseerd op uitlatingen van de advocaat van de man uit Cuijk.
De advocaat uit Groningen was woensdagavond te gast bij Pauw en Witteman.
De Groninger advocaat zei tegen Pauw of Witteman: ‘Als je hem op straat zou zien, denkt u niet gelijk aan iemand met deze neigingen. (…) Het is een doorsneeman.’

Ik wil aan het bericht op Teletekst in bescheidenheid iets toevoegen:
Alle mannen die worden verdacht van wat dan ook, zijn doorsneemannen.
Er is ook nog nooit een verdachte geweest aan wie je op straat  kunt zien dat het iemand is met neigingen.

Het was dus een heel rare opmerking van deze advocaat die sowieso daar niet aan de televisietafel had moeten willen zitten.
In de advocatenkamer van het gerechtsgebouw in Groningen hing donderdagochtend schaamte.

Tot zover Cuijk.

Alberto R. de V is een doorsneeman.
Hij wordt verdacht van een poging tot afdreiging.
Albert – want zo wordt hij zeg maar genoemd – is net als zo veel mannen dat zijn 30 jaar oud en woont in Groningen, waar bijna de helft van alle inwoners man is.
Net als (bijna) iedereen tegenwoordig heeft Albert een hekel aan mensen met psychoseksuele stoornissen.

Daarom had hij het Speurend Anti Pedofielen Front opgericht.
Aan de buitenkant kon je dat niet aan hem zien.
Albert keek altijd graag naar Peter R. de Vries en als die er niet was, keek hij naar de programma’s van Alberto Stegeman met zijn geheime camera’s..

Op de televisie had hij gezien hoe gemakkelijk mannen contact kunnen leggen met meisjes.
Dat raakte hem.
Op school was hij altijd gepest door een leraar.
Tegen de rechters zegt Albert: ‘Ik ben in de klas jarenlang het pispaaltje geweest. Die man, die leraar, wilde mijn leven verzieken. Ik heb daar een verslag van gemaakt en dat aan de politie gegeven met het verzoek er iets tegen te doen. Maar de politie deed niets. Ik moest het zelf doen. Zo is het gekomen.’

Albert ging achter zijn computer zitten en struinde het internet af.
Op Speurders.nl zag hij al ras een erotisch getinte contactadvertentie.
Albert knipte en plakte via Google een foto van een tienermeisje en reageerde: ‘Hoi, ik ben Marijke, ik ben 16 jaar en heb zin in seks.’

E-mails gingen over een weer en Albert zorgde ervoor dat hij als de ondeugende Marijke de seksuele spanning er flink inhield.
Na twee weken berichtte de echte, maar nietsvermoedende man aan zijn zogenaamde Marijke dat hij niet verder wilde, vanwege het verschil in leeftijd.
Jij 16, ik al 45, dat kan niet.

Albert legde zich er niet bij neer.
Daags nadat de man was afgehaakt, kreeg hij een dreigmail.
Het dreigement luidde dat de politie zal worden ingeschakeld en dat hij dan in  de gevangenis zal belanden.
Of anders worden familie,  buren,  kennissen ingelicht.
Niet te vergeten ook de werkgever.

En dan kan hij wel zeggen dat hij geen pedo is, maar de bewaarde e-mail-correspondentie zal het tegendeel bewijzen.
Albert annex het Speurend Anti Pedofielen Front: ‘Dikke pedofiele idioot, niemand zal je geloven. Maar wij zijn bereid tot een finale kwijtschelding van deze kwestie. Zorg dat jij voor donderdag a.s 2500 euro in contanten hebt…’

Albert dreigde ook ‘zigeunerachtige types’ (zeg maar geen doorsneemannen) met instrumenten op zijn slachtoffer af te sturen.

Tegen de rechters zegt Albert: ‘Mijn leven ging goed. Tot die leraar. Daarna ging alles fout.’
De psychiater dacht meer aan een waanstoornis.
Albert: ‘Ik weet zeker dat ik die leraar achter mij aan heb gehad. Daar heb ik nu wel een beetje afstand van genomen. Het beheerst mij niet meer.’

De officier van justitie ziet geen groots verband tussen de vastgestelde waan en het gepleegde delict.
Het slachtoffer was ook niet die rotleraar.
Op de computer van Albert zijn bestanden gevonden, weggestopt in mapjes met de namen: afpersen1.doc, afpersen2.doc enz.
Niet uitgesloten wordt dat Albert als meisje Marijke veel meer mannen probeerde te lokken.
Het is bij één aangifte gebleven.

De officier van justitie eist wegens een poging tot afpersing (afdreiging) en wegens het versturen van dreigmails een gevangenisstraf van acht maanden waarvan drie voorwaardelijk.

De advocaat zegt dat Albert niet veel anders heeft gedaan dan wat Peter R. de Vries en Albert Stegeman met z’n geheime camera ook doen.
Dus als mijn cliënt wordt vervolgd, dan moeten De Vries en Stegeman ook worden vervolgd.
De advocaat zegt dat het de intentie was om meisjes te beschermen, dat Albert daarin te ver is gegaan snapt hij nu ook wel. Het was alsof hij in het bakje van een achtbaan was gaan zitten. Toen die eenmaal begon te rollen was er geen weg terug.’

Albert tegen de rechters: ‘Ik zal het nooit, echt nooit, maar dan ook nooit weer doen.’

Albert hoopt dat de gevangenis hem bespaard zal blijven.
Dan kan hij verder met zijn studie aan de universiteit.
Wat hij studeert kun je niet aan hem zien.

Rob Zijlstra

uitspraak over twee weken, op een gewone doordeweekse dag

De palingrookton

desoxyribonucleïnezuur

Schermafbeelding 2013-05-17 om 20.07.24Kortom, zegt de officier van justitie nadat zij uitvoerig verhaal heeft gedaan over de feitelijkheden, de verdachte heeft heel wat uit te leggen.
Strafrechtadvocaat Cees Eenhoorn schudt kort het hoofd.
Verontwaardigd: ‘Pardon?’
Hij maakt zich iets groter en zegt dan tegen de rechters: ‘Het lijkt me toch dat het aan het Openbaar Ministerie is te bewijzen dat de verdachte het heeft gedaan. Wat zullen we nou krijgen zeg?’

Verdediging is strijd, strijd om de rechten van de verdachte, noteerde de Berlijnse schrijver en strafrechtadvocaat Ferdinand von Schirach in zijn laatste boek (Schuld, bladzijde 12).
Hij citeert de regel uit het ‘zakboekje van de strafpleiter’.
Niemand hoeft zijn onschuld te bewijzen en dus adviseert Von Schirach – net als advocaten in Nederland – zijn cliënten soms te zwijgen.

Nu is de verdachte in dit verhaal een apart geval.
De kans dat Lionel Messi bij u thuis komt inbreken is net zo groot als de kans dat Gert een prachtig of winnend doelpunt scoort.
Gert is, zegt zijn advocaat Eenhoorn, de ene helft van de dag dronken en de andere helft is hij onder invloed van drugs.
Van Gert moet je, zo wil de verdediger maar zeggen, geen grootse prestaties verwachten.

Gert zwijgt niet, dat is ook nergens voor nodig, want hij kan het zich allemaal niet herinneren.

Zo zou hij vorige maand bij Douglas in de binnenstad van Groningen parfums hebben gestolen.
Een medewerkster zag een manspersoon flesjes uit de graaibak met aanbiedingen stelen.
De winkeldief gaf het gestolen goed aan een ander die er met het waar vandoor ging.
Bij bakker Bart werd Gert aangehouden, met de parfums.

Gert haalt de schouders op, terwijl hij met de linker hand zijn rechterbovenarm aan het kneden is, en zegt: ‘Ik kan mij daar niets van herinneren. Ik kom in supermarkten, maar nooit in Douglas.’

Gert zou hebben ingebroken in een woning in Groningen, in juni 2011.
Laptops, telefoons, de dvd-speler, portemonnee met geld en pasjes, duur horloge, iPod, videocamera’s, een TomTom, rekenmachine, spelcomputer, alles weg.
Zo ook de autosleutels en de zwarte BMW 320 voor de deur.

Gert: ‘Nee.’
Rechters: ‘De auto is teruggevonden. In de asbak lagen twee sigarettenpeuken. Met daarop uw DNA.’
Gert: ‘Ik zit vaak bij mensen in de auto en ik ben een sterk verslaafde roker. Met die inbraak heb ik niets te maken.’

De rechters hebben nog iets.
Jawel, antwoordt Gert, bij het Leekstermeer komt hij wel eens, af en toe.
Ja, klopt ook, zegt hij, zijn moeder heeft daar een vakantiehuisje.
Bij dat huisje stond een palingrookton te koop.
De koper maakte de ton schoon en vond onderin de ton een portemonnee zonder geld maar met pasjes.
Van de man bij wie in juni 2011 was ingebroken, de man ook van de BMW 320.

Rechters: ‘Hoe kan dat nou?’
Gert: ‘Zou het niet weten.’
Rechters: ‘Nee, nee, dit moet u echt wel weten. Of heeft uw moeder het gedaan?’

Misschien denkt Gert nu wel, ik ga gewoon zo door, er komt vanzelf een einde aan zo’n rechtszaak.

Er was een man met autopech, ter hoogte van Knol’s Koek.
De auto werd aangeduwd en een straat verder sloeg de motor aan.
Terwijl de motor draaide, ging de eigenaar even ergens naar binnen om iets te halen.
Binnen zag hij hoe iemand anders in zijn auto stapte en er mee wegreed.
Gert: ‘Nee.’
Maar de rode Opel Astra werd een paar dagen later gevonden met lege blikjes bier en cola waarop DNA-sporen zaten.
Van Gert.
Gert: ‘Ik leen vaak auto’s.’

Er was ingebroken in een woning in Bedum.
En ondanks dat dat gebeurde gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, had een buurvrouw twee mannen gezien.
In de tuin werd een vreemde rugtas gevonden met daarin een breekijzer.
Op de tas zat DNA-materiaal van Jan.
Jan werd aangehouden en verklaarde dat hij de inbraak samen met Gert had gepleegd. Gert: ‘Dat is niet leuk dat Jan dat zegt. Ik heb ruzie met hem.’

Rechters: ‘Drinkt u wel eens blikjes bier die je bij de Albert Heijn kunt kopen?’
Gert ontkent het niet.
Rechters: ‘Zo’n blikje is aangetroffen in het pand van studentenvereniging Vindicat aan de Grote Markt. Nadat daar was ingebroken. Anderen zeggen dat u daar aan mee heeft gedaan.’
Gert: ‘Lijkt me sterk.’
Rechters: ‘Op dat bierblikje zat uw DNA.’
Gert: ‘Dat is dan heel toevallig.’
Rechters: ‘U weet het niet meer?’
Gert: ‘Dat blijkt wel ja.’

Het was getuigen opgevallen dat Gert op de avond van die inbraak geld had en grijze schoenen terwijl hij normaal nooit geld heeft en bruine schoenen.
Iemand had hem die avond ook zien fietsen met beeldschermen.
Bij Vindicat waren beeldschermen gestolen, kratten bier, beelden van olifanten en grijze schoenen.
Gert: ‘Niks mee te maken.’

De officier van justitie: ‘De verdachte moet worden vrijgesproken van de diefstal van de olifanten. Het overige acht ik wettig en overtuigend bewezen en ik verzoek uw rechtbank verdachte te veroordelen tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 9 maanden voorwaardelijk.’

De advocaat zegt dat het DNA aantoont dat verdachte mogelijk in die auto’s heeft gezeten, maar dat het DNA hem bij geen van de feiten op de plek van de diefstal brengt.
De advocaat heeft natuurlijk gelijk.
Maar Gert is wel een apart geval en vaker veroordeeld voor zulks.

Je kunt het ook omdraaien.
Dus dat de kans vrij groot is dat als Messie scoort, Gert aan het stelen of inbreken is.

Rob Zijlstra

• Ferdinand von Schirach
• Cees Eenhoorn

.

UPDATE – 30 mei 2013 – uitspraak
Gert is veroordeeld, maar heeft niet de volle mep gekregen. Wel: 6 maanden waarvan 3 voorwaardelijk.  De rechtbank acht minder feiten bewezen  dan de officier van justitie doet.  Een en ander betekent dat Gert op vrije voeten is.

– de rechtbank heeft het vonnis niet gepubliceerd

Fuzzy networks

Darbuka 3

Strafrechtadvocaat Sonny Jansen: ‘Het Openbaar Ministerie werpt stof op, roept rook, en zegt nou dan zal er ook wel vuur wezen.’
Verdachte Gibran (33) had iets anders bedacht om de rechters weg te houden bij de waarheid van de officier van justitie.
Hij deelde – nog nooit meegemaakt – in de rechtszaal kranten uit – Dagblad van het Noorden – om de rechters kennis te laten nemen van De Rechter, de strip op de achterpagina.

Stripman belt en zegt: ‘Ik heb het druk. Ik sta bij de autodealer.’
Hij belandt in de gevangenis.
Zijn telefoon werd afgetapt.
In het strafdossier is komen te staan: ‘Ik heb drugs. Ik sta bij de auto van de dealer.’
Tot zover de strip.

Gibran tegen de rechters: ‘Met alle respect, maar deze plaatjes tonen exact aan wat er hier, in dit proces, aan de hand is.’

Ook in deze zaak zijn telefoongesprekken afgeluisterd.
Hoofdverdachte Rian (28) zegt een keer: ‘Ik heb nieuwe schoenen nodig.’
De rechters willen wel eens weten wat hij daar nou mee bedoelde.
Is het lijdend voorwerp versluierd taalgebruik, om de politie te misleiden, misschien?
Rian: ‘Nee, ik bedoelde nieuwe schoenen, die had ik nodig.’

Rian zit al een jaar in de gevangenis.
Tot woensdagmiddag werd hij gezien als de grote leider van een criminele organisatie die de maatschappij ontwrichtte door in Groningen en Friesland hennepkwekerijen te exploiteren.
Halverwege het proces degradeert de officier van justitie hem van leider tot een ordinair bendelid.
Om niet veel later vijf jaar gevangenisstraf tegen hem te eisen.

De strafzaak rond het hennepgeboefte duurde welgeteld 25 uur, verdeeld over drie dagen.
Het dossier omvat zeker dertig ordners, of nog wel meer.
De politie heeft er een potje van gemaakt, zongen de raadslieden in koor.
’s Lands meest strijdbare strafrechtadvocaat Jan Boone, al 39 jaar actief, zei het ietwat fijner: ‘Knoeiwerk van het allerergste soort!’

Er werden drie rechercheurs als getuigen gehoord.
Twee van hen hadden het zicht- en hoorbaar moeilijk met de ondervraging.
Een van de agenten, zeiden de advocaten, had vals geprobeerd verdachten uit de tent te lokken door vermoedens als feiten te presenteren.
Nog erger: vermoedens als feiten op te schrijven in dat dikke dossier.
Boone: ‘Als de politie liegt, is de rechtstaat in het geding.’

Tijdens de ondervraging werd ook duidelijk dat de politie twee mannen die niet in de rechtszaal zaten, ziet als de echte grote leiders van de bende.
Dat de bovenbazen niet zijn gearresteerd, heeft te maken met beleid.
Politieonderzoeken worden ‘afgekaderd’, vertelt een van de agenten aan de rechters.
Wat buiten de kaders valt, gaat vrijuit.

De praktijk is best wel raar.

Het OM ziet andere praktijken.
Dit onderzoek laat zien dat in de huidige wereld van de hennepteelt geweld niet wordt geschuwd.
Vier van de vijf verdachten zouden zich ook schuldig hebben gemaakt aan betrokkenheid bij een poging tot moord.
Ene Willem moest pijn lijden, gemarteld worden en in de kofferbak belanden omdat hij had gelekt waardoor kwekerijen waren ontmanteld.
De leider liet de onderwereld zo zien dat hij geen pussy is.

Gibran werd ingeschakeld – zegt het OM – om tegen betaling killers te vinden die deze smerige klus wel even zouden klaren.
Willem belandde zwaar gekneusd in het ziekenhuis.
Toen Gibran dat hoorde, was hij verbaasd geweest.
Tegen de rechters: ‘Er is over gesproken, klopt, maar ik heb juist geadviseerd geen geweld te gebruiken, dat leidt maar tot negatieve aandacht.’

Strafrechtadvocaat Cees Eenhoorn, 31 jaar actief en strijdbaar, staat de man bij die wiethokken in elkaar timmerde omdat hij timmerman is.
Eenhoorn tegen de rechters: ‘De strijd tegen drugs hebben we verloren en als dat niet zo is, dan gaan we die strijd verliezen. Meer drones de lucht in, het zal niet helpen. Uitgerekend in het land waar de war on drugs is bedacht, wordt in de ene na de andere staat softdrugs gelegaliseerd. En wij maar kwekerijen oprollen.’

Om de bende te bewijzen werden ook stiekem zendertjes geplaatst in auto’s van verdachten.
Advocaat Eenhoorn uit opnieuw zijn bezorgdheid.
Zegt: ‘Zo’n opsporingsmiddel mag alleen worden ingezet als er sprake is van een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Vertel mij, sinds wanneer is een hennepkwekerij dat?’

De verdachten ontkennen niet alles.
Rian geeft toe dat hij plantages onderhield, in opdracht van anderen.
Geen namen.
Zijn broer erkent dat hij een paar keer kwam helpen om toppen te knippen, in ruil voor een beetje geld.
Leo kent Rian wel.
En de timmerman had een paar keer wat in elkaar getimmerd, vanwege de beun, een extraatje.
Maar nimmer niet in georganiseerd en crimineel verband.

Zou dat wel waar zijn?

De politie doet uitvoerig onderzoek naar een boevenbende en na een jaar speuren is nog steeds niet duidelijk wat wordt bedoeld met ‘nieuwe schoenen’ en kunnen de feiten zoals de officier van justitie het zei, op verschillende manieren worden geïnterpreteerd.
Lopen de grote mannen achter al die kwekerijen vrolijk rond, terwijl nota bene hun namen in de rechtszaal werden genoemd.

De officier van justitie zei dat een criminele organisatie niet meer een piramide is, met een grote leider aan de top, dan een paar sergeanten en daaronder de soldaten.
Nee, een criminele organisatie is, zei de officier van justitie, vandaag de dag vooral een fuzzy network.

Dus nogal wazig.
Stoffig.

Rob Zijlstra

.

• meer over deze zaak:
darbuka 2 verslag strafproces

.

UPDATE – 24 april 2013 – uitspraken
Gibran – 12 maanden celstraf (eis: 30 maanden)
De timmerman – 500 dagen celstraf waarvan 242 voorwaardelijk (eis 3 jaar)
Rian (hoofdverdachte) – 30 maanden (5 jaar)
De broer van de hoofdverdachte – 308 dagen celstraf (eis: 18 maanden waarvan 10 voorwaardelijk)
De boekhouder – 548 dagen celstraf waarvan 240 voorwaardelijk (eis: 15 maand)

De rechtbank acht deelname aan een criminele organisatie bewezen (niet voor Gibran). Vrijspraak volgde voor de poging tot moord. De rechtbank kwalificeerde de afranseling als zware mishandeling.

Aangekondigd is een procedure waarin wordt geprobeerd het verdiende geld af te nemen (‘pluk-ze’). Het zou gaan om honderdduizenden euro’s.

DE VONNISSEN VOLGEN [zodra beschikbaar]

Lekke band

simson1In het laatste nummer van het tijdschrift Trema – het clubblad voor en door rechters – staan wederom doorwrochte artikelen over de kwaliteit van de rechtspraak.
Een van die verhalen gaat over risicomanagement.
In managerstaal.

Zelfreflectie is even noodzakelijk als het besef dat er fouten worden gemaakt.
Is helemaal niet erg.
Zodra het besefproces in de genen is gaan zitten, jawel, is doorgedrongen tot het DNA (van de rechters), komt alles goed.
Want dan, zo denk ik te begrijpen, ontstaat een omslag in de uitgangspunten: gemaakte fouten worden dan gewoon toegegeven.

Misschien moet u die laatste zes woorden nog een keertje lezen.

Ik heb in een artikel eens een verdachte laten huilen.
Toen ik het in de krant terug las, besefte ik dat ik iets had geschreven wat helemaal niet kan.
Antilliaanse verdachten huilen niet.

Ook Appie, een voormalig inwoner van Veendam, maakt fouten.
Fout was het toen hij verliefd werd op de verkeerde vrouw, nog fouter was dat hij het goed vond dat zij even naar haar moeder ging en het ging helemaal mis toen hij op een dag zijn fiets pakte om een gewapende overval te plegen.

Deze week zat hij met zijn dichtgeritste winterjas aan in de verdachtenbank.
De rechters: ‘U mag de jas wel uitdoen. Of hebt u het koud?’
Met deze opmerking gingen ook de rechters de fout in.
Ze hadden moeten zeggen: ‘U mag de jas wel aanhouden, want er is vandaag geen strafzaak, gaat u maar weer fijn naar huis.’

Zo ging het niet.
In plaats daarvan merken de rechters op dat Appie geen advocaat heeft die hem bijstaat.
Appie mompelt: ‘Och. Ik red me wel.’
De rechters: ‘Mooi. Dan moet u nu goed opletten en u bent niet verplicht antwoord te geven op vragen die aan u worden gesteld. Bent u Appie?’
Appie knikt.

Rechters moeten productie draaien, maar verdachten hebben recht op een eerlijk proces.
Daarom kan iedereen die fouten maakt zich laten bijstaan door een advocaat, ook als je geen geld hebt.
Is er om wat voor reden dan ook geen advocaat, dan ligt het op de weg van rechters de belangen van de verdachte extra goed in de gaten te houden.

Appie is 58 jaar en woont in Noord-Holland in een kleine benedenwoning op de hoek.
Daar zat hij vrijdagavond, het liep tegen achten, net aan tafel om wat te eten toen de deurbel ging.
Politie, twee man sterk.
Ze kwamen een dagvaarding in persoon uitreiken.
Appie begreep in ieder geval dat hij op maandag om half tien ’s ochtends in de rechtbank van Groningen moest verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer.

Appie wist dondersgoed waarom: 11 oktober 2010.

Hij had lang gehoopt dat hij gelukkig met haar zou worden, maar zij wilde er na een tijdje even alleen tussenuit.
Hij had daar mee ingestemd.
Ze ging en had – hij dacht misschien wel per ongeluk – de bankpas van de gezamenlijke rekening meegenomen.
Op die rekening werd zijn uitkering gestort.
Steeds wanneer hij iets moest betalen, de huur en zo, was het geld op.
Appie zegt dat je op de Filippijnen ook geld kunt opnemen met dat pasje.

De rechters vragen: ‘Maar waar leefde u dan van?’
Appie: ‘Och, ik had nog een beetje geld in de broek.’

Na negen maanden kwam de deurwaarder en moest Appie zijn huis uit.
Tegen de rechters: ‘Ik had wel eens een overval op de televisie gezien. Het was niet echt mijn idee, maar och, je doet eens wat.’

De fiets zette hij tegen de muur van het Shell-tankstation, hij deed zijn jas binnenste buiten aan en liep naar binnen met in de rechterhand een zwart speelgoedpistool.
Hij gaf aan de medewerker een blauwwitte plastic zak van Albert Heijn en eiste de dagopbrengst, die moest in de tas.
Met 146 euro en vijftig cent haastte hij zich naar buiten, keerde zijn jas weer om en sprong op de fiets.

Shit!
Lekke band.

Niet lang daarna werd hij door de gealarmeerde politie aangehouden.
Appie moest mee naar het bureau en daar vertelde hij het hele verhaal.
Dat het een wanhoopsdaad was geweest.
Na een paar dagen mocht hij naar huis.
Tegen de rechters: ‘Het was een dom idee.’

Van de Filippijnse mevrouw is hij inmiddels gescheiden.
Het Leger des Heils heeft zich over hem ontfermd.
Hij krijgt weekgeld, van de rest betalen zij zijn lasten en schulden.

De officier van justitie zegt dat wat er is gebeurd een enorm heftig feit is ‘waar ik normaal gesproken zo drie jaar celstraf voor eis’.
Ze zegt ook dat Appie het niet gemakkelijk heeft gehad en dat ze blij is dat hij nu hulp krijgt.
‘Ik zal daarom geen drie jaar eisen. Ik eis vijftien maanden gevangenisstraf, daarvan vijf maanden voorwaardelijk.’

De rechters: ‘Heeft u dat begrepen?’
Appie knikt.
Rechters: ‘Wilt u tot slot nog iets zeggen?’
Appie: ‘Och, ik denk dat ik het heb verdiend.’
Mooi zo, zeggen de rechters, dan zullen wij op 25 maart uitspraak doen.

Héél misschien, dus waarschijnlijk niet, zullen de rechters dan zeggen: ‘Mensen. Bij nader inzien hebben wij het niet goed gedaan. We hadden de strafzaak niet door moeten laten gaan. Wij hadden in het belang van de kwaliteit van de rechtspraak Appie naar huis moeten sturen om hem in de gelegenheid te stellen een advocaat in de arm te nemen. En de volgende keer zullen wij ook eens aan die officier van justitie vragen waarom iemand die in oktober 2010 een stommiteit begaat, pas in maart 2013 voor de rechtbank moet verschijnen.’

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 25 maart 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft gedaan wat anders de advocaat had gedaan: zeer kritisch kijken naar de beweringen van het Openbaar Ministerie. Met de officier van justitie is de rechtbank van mening dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan de overval. Dat kon bijna ook niet anders. Maar om Appie nu naar de gevangenis te sturen? Nee, dat is een brug te ver, vindt de rechtbank. Hij is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, uit te voeren binnen een jaar. En daarnaast krijgt hij een hele stevige waarschuwing: nog een keer zo’n geintje en Appie moet een jaar de cel in. Die tijd is hem nu voorwaardelijk opgelegd. De reclassering moet toezicht op hem houden.

De advocaat van Klaas

Rechter ben je voor het leven.
Voor advocaten geldt die zekere onafhankelijkheid niet.
Advocaten moeten zich verplicht ieder jaar laten bijspijkeren.
Ter bevordering van de vakbekwaamheid.
Advocaten die niet hun jaarlijkse 20 Permanente Opleidingspunten halen, krijgen problemen.

Advocaten verzekeren dat de permanente scholing een serieuze aangelegenheid is.
Ik heb ook wel eens twee van die PO-punten per post ontvangen, nadat ik een congres had bijgewoond over ontwikkelingen in TBS-land.
Zal een foutje zijn geweest, dus dit terzijde.

Het zijn vaak advocatenkantoren die de verplichte cursussen verzorgen.
Zo schijnen de cursussen van Anker en Anker Advocaten, vooral die in hotel Van der Werf op Schiermonnikoog heel populair te zijn onder strafpleiters.
Bij voorkeur zijn de deelnemende advocaten de volgende dag pleitvrij vanwege het bijkomen.

Maar er worden ook cursussen voor Nederlandse advocaten gegeven in het buitenland.
Recent bijvoorbeeld in Kenia, in een luxe hotelresort, tweedaagse safari inbegrepen.
De lessen in Kenia werden gegeven door Nederlandse rechters en raadsheren.
Begin volgend jaar staan studiereizen gepland naar Istanbul en Suriname.

Allemaal niets mis mee; het kost wat, maar de advocaten betalen het zelf, dus laat ze.
En het levert de samenleving nog wat op ook: vakbekwamere advocaten in de rechtszalen bijvoorbeeld.

In zo’n rechtszaal, in zittingszaal 14 in dit geval, diende deze week een trieste zaak.
De zaak was zo triest dat de verdachte eigenlijk ook een slachtoffer is, sprak de officier van justitie.
Een zaak met alleen verliezers.

Er was feest in Delfzijl, in mei 2010, tijdens Pinksteren.
Met Jan Smit zingend op het podium en in de zaal een heleboel mensen om er naar te kijken en te luisteren.
Sommigen gooiden om het nog leuker te maken met bier door de zeelucht (het feest was in de haven).

Dan gebeurt er iets.
Gedoe.
Een opstootje tussen een lastige en of vervelende bezoeker en misschien nog wel eentje en een barkeeper.
Het gedoe wordt door omstanders in de kiem gesmoord.
Misschien zong Jan Smit op dat moment wel Het is voorbij.

Maar dan is er ineens opnieuw tumult.
Een paar seconden later ligt de man (62) die lastig en vervelend zou zijn geweest gestrekt op de grond.
Hij blijft liggen, buiten bewustzijn.
Hij wordt overgebracht naar het ziekenhuis en raakt in coma.

Er zijn veel getuigen die Klaas aanwijzen als de persoon die de man zou hebben neergeslagen.
Met één klap.
Met een tikje.
Al dan niet als een dolle stier.
Andere getuigen zeggen dat het iemand anders was.

Klaas bekent eerst, maar komt daar later op terug.
In de rechtszaal zegt hij dat hij niet heeft geslagen.

De officier van justitie zegt te denken op basis van het wikken en wegen van alle belastende en ontlastende verklaringen dat het wel Klaas is geweest die de klap, dan wel tik, tikje heeft uitgedeeld.
Maar dat Klaas niet de opzet heeft gehad de man die vervelend was zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
Dat er dus geen sprake is van zware mishandeling, maar van een eenvoudige mishandeling, maar wel eentje met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

De aanklager zegt dat Klaas de naam heeft een aardige man te zijn die geen vechtersbaas is.
Maar dat de kwestie wel te ernstig is voor een werkstraf.
Passend en geboden: vier maanden gevangenisstraf waarvan twee voorwaardelijk (eis).

Dat ernstige slaat op de gevolgen van de klap dan wel tik, tikje.
Het slachtoffer ontwaakt na weken uit coma, maar daar is alles mee gezegd.
De man verblijft in een verpleeghuis waar hij wezenloos in een stoel hangt en droevig voor zich uitstaart.
Nu al bijna anderhalf jaar.
Hij kan niets meer, ook niet praten.
Zijn familie – zijn vrouw, zijn dochter – herkent hij niet.

Artsen hebben gezegd dat het nooit meer goed komt.
De officier van justitie: ‘Met die klap of die ene tik is dit slachtoffer niet alleen zijn toekomst kwijtgeraakt, maar ook zijn verleden. De echtgenote is haar man kwijtgeraakt, zijn dochter haar vader.’

Het slachtoffer is een kasplantje geworden.

Een immens drama.
In de verdrietige slachtofferverklaring had de echtgenote gezegd dat het misschien beter was geweest dat haar man het optreden van Jan Smit niet had overleefd.
Omdat hij nu geen leven heeft en dat ook nooit meer zal krijgen.

Toen kwam mr. S.R. Heeg, de advocaat van Klaas.

Dat hij erg lang van stof was tijdens zijn pleit tot vrijspraak is tot daar aan toe.
Er zijn wel meer advocaten erg lang van stof.

Het was wat deze advocaat zei en deed.
Hij zei dat het helemaal niet vaststaat dat het slachtoffer geluk ontbeert.
Immers, zei de advocaat: ‘Het feit dat iemand minder kan, wil niet zeggen dat hij ongelukkig is. Mongooltjes kunnen ook heel gelukkig zijn.’

Op de tribune, waar de naasten van het slachtoffer zitten, wordt gehuild.

De advocaat gaat door en zegt nu  dat hij een wetenschapper kent die alleen zijn vinger nog kan bewegen.
En met die vinger stuurt hij zijn computer aan en wel zo dat hij een volwaardige bijdrage kan leveren aan de wetenschap.

Ik hoor stille en ingehouden woede tussen de tranen door op de tribune.
De officier van justitie zegt met verontwaardigde stem dat hij met kracht afstand neemt van hetgeen de advocaat over het slachtoffer zegt.

De advocaat, die af en toe ook moet grinniken om zijn eigen woorden: ‘Kasplantje? We gaan uit van een veronderstelling. Maar dat meneer een kasplantje zal blijven, moet nog maar blijken. Misschien zal in de toekomst de ene hersenhelft de functie van de andere overnemen en komt het allemaal weer goed. En of hij droevig is? Het zal, maar de slachtofferverklaring was niet van hem.’

De advocaat verzocht de rechtbank niet alleen om Klaas vrij te spreken, maar ook om de ingediende schadevergoeding af te wijzen.
‘Want…’
De rechters onderbraken hem en zeiden: ’Er is geen schadevergoeding ingediend, meneer de advocaat. U kunt dat deel van uw pleidooi dus rustig overslaan.’

Ik lees dat deze advocaat op 21 februari 1969 is beëdigd.
Dan werkt hij dus al 42 jaar permanent aan het bevorderen van zijn vakbekwaamheid.
Ik denk dat hij een paar lesjes heeft gemist.
Of iets niet goed heeft begrepen.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 23 december 2011 – uitspraak
Klaas is vrijgesproken. Vrijspraak ondanks advocaat, grappen juristen wel onder elkaar. De rechtbank zegt dat het dossier zowel belastende als ontlastende verklaringen bevat. Daarmee kan niet in volle overtuiging worden gesteld dat het Klaas is geweest die heeft geslagen. En wanneer rechters niet de volle overtuiging hebben, is vrijspraak wat rest.

HET VONNIS (zodra beschikbaar)

.

UPDATE – januari 2012 – Advocatie
De advocatensite Advocatie.nl over het optreden van de advocaat.

.

UPDATE – 19 januari 2012 – raad van toezicht