afpersing

Henken

over een overval op een tankstation

Het is zondagmiddag, tien voor vier. Op de Zonnelaan in Groningen is het op zo’n dag en tijdstip nooit heel druk. Wel raast er een zwarte scooter over het fietspad, met op die scooter twee mannen. Ze racen richting het winkelcentrum Paddepoel waar op zondag van alles valt te beleven.

Even daarvoor is, vlakbij, het overval-alarm afgegaan.
Het Shell-tankstation is overvallen, niet voor het eerst.
Twee mannen in donkere trainingspakken zijn ditmaal de daders.
Eentje bleef bij de deur staan, de ander liep naar de balie en riep terwijl hij zwaaide met een kapmes: geld, geld, geld.
De buit: 310 euro.
Daarmee vluchtten ze, op een zwarte scooter.

De politie deed direct een ‘burgernet-actie’. Zo’n 8.300 mensen kregen een berichtje op hun telefoon. Help. Er is een overval gepleegd, twee mannen zijn op de vlucht geslagen. De burgeractie leverde geen bruikbare informatie op.

Een van de twee scootermannen zat deze week in zittingszaal 14. Hij had zijn ouders meegenomen en er was een man van de reclassering. Hij, de verdachte, heet Henk en is 21 jaar.

Waarom pleegt zo’n jonge Henk – nooit eerder in aanraking met de politie – een zo heftig misdrijf? Een misdrijf waar niet alleen gevangenisstraffen van twee, drie jaar voor worden geëist, maar ook door rechters worden opgelegd, ook aan jongetjes van 21 jaar?

Waarom.

Henk zat niet lekker in zijn vel. Thuis ging het niet goed. Hij blowde veel. Heel de dag maar door. En hij ging om met verkeerde jongens. Dat vooral. Door die verkeerde jongens was hij – zo zegt hij – diep afgezakt.

Tegen de rechters: ‘Ik besefte niet wat ik aan het doen was. Dat je iemand onschuldig overvalt… We stonden te roken en te praten, we hadden geld nodig. Zonder na te denken gebeurde het zeg maar…’

Daarom.

Henk zegt dat hij het was die om geld vroeg. ‘Ik riep ‘geld’ met stotterende woorden want ik was ontzettend zenuwachtig.’ Hij was met het kapmes in de hand en gebogen hoofd richting de balie gelopen. Toen hij opkeek om zijn misdrijf te volbrengen, zag hij dat de medewerker B. was. Hij kende B. wel want hij kwam vaker in het tankstation. ‘Dat was wel schrikken ja.’ Hij wil nu graag een gesprek met B. Tegen de rechters: ‘Zodat we er samen uit kunnen komen. Ook om mijn excuses aan te bieden.’

Hoe hij aan dat mes, dat grote kapmes, was gekomen? ‘Van een vriend waar we waren.’ Was die vriend de tweede dader? Nee, dat was weer een andere foute vriend. Wie? Nee. Henk wil die naam niet noemen. Bang. ‘Ik wil verder met mijn leven. Ik wil niet constant achterom moeten kijken.’

Soms maken officieren van justitie daar venijnige opmerkingen over. Dat als je de naam van je mededader niet noemt, dat je dan geen verantwoordelijkheid neemt. Dat je het slachtoffer daarmee in onzekerheid laat. En dat dat niet bijdraagt aan een lagere strafeis.

Ruim vier weken na de overval kon hij het niet meer voor zich houden. Hij vertelde alles aan moeder. Samen met een hulpverlener meldde hij zich een dag later op het politiebureau. De hulpverlener had hem verteld dat als hij alles eerlijk zou opbiechten hij dan na verhoor weer naar huis mocht. Dat liep even anders. Henk werd na zijn biecht in het politiebureau aangehouden en verdween voor vier maanden achter slot en grendel. In april dit jaar werd zijn voorlopige hechtenis onder voorwaarden geschorst.

Ik kijk naar de ouders van Henk die naast mij aan de perstafel zijn gaan zitten.
Denk: het zal je kind maar wezen.
Denk ook: alle ouders van jongemannen hadden daar kunnen zitten, want er zijn heel veel Henken.
Je zult maar ouder zijn.
Ik denk: ze zullen zo wel schrikken als de officier van justitie zijn strafeis formuleert.
Vraag me af: hoe verdrietig zou dat voelen als ouder, dat je kind ineens niet meer je kind mag zijn, maar voor lange tijd in de gevangenis moet blijven?
Tussen andere criminelen?

De man van de reclassering zegt dat Henk dan wel de volwassen leeftijd heeft, maar dat hij geestelijk nog niet helemaal is uitontwikkeld. En dat hij met zijn adhd, zijn impulsiviteit, zijn de ene dag dit en de andere dag weer dat, dat hij heel zijn leven begeleiding nodig heeft. Dat drank en drugs voor altijd voor hem verboden moeten blijven omdat anders een terugval is gegarandeerd. ‘Hij moet aan de hand worden genomen.’

De officier van justitie zou nu kunnen zeggen dat alles wel zo mag wezen wat over Henk wordt gezegd, en dat hij ook wel inziet dat een traject vol hulp noodzakelijk is, maar dat er eerst moet worden afgerekend. Een overval op een tankstation, met een wapen, samen met een ander, dus in vereniging, is een zeer ernstig feit. Henk mag dan een first offender zijn, hij mag zichzelf hebben gemeld, de volledige verantwoordelijkheid neemt hij niet. De naam van zijn mededader weigert hij te noemen. Daar hou ik rekening mee.

Maar dit alles zegt de officier van justitie niet.
Hij zegt dat Henk al een tijdje heeft vastgezeten.
En dat dat voldoende mag zijn.
Daarnaast een werkstraf van 120 uur.
Een zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie.

Ik ben niet van de zwaarste straffen, maar van deze eis schrok ik toch wel eventjes.
Iemand met kennis van zaken reageerde op twitter: met zo’n eis kun je nog eens een overval overwegen.

Op de gang, buiten de rechtszaal, ontfermen de ouders zich over hun zoon, alsof hij net zijn eerste zwemdiploma heeft behaald. Moeder aait hem, met haar hand over zijn rug.

Rob Zijlstra

update – 31 juli 2017 – uitspraak 
Straf conform de eis. Klik op tekst hieronder voor volledig vonnis

 

Proportioneel

Het was, zegt hij tegen de
rechters, een opeenstapeling
van alcohol en boosheid

Gebeurtenissen buiten op straat krijgen in de rechtszaal juridische kwalificaties. Dat moet wel, want met een ‘ik klap je dood’ kan geen jurist uit de voeten. Het moet een bedreiging heten. Met een deugdelijk middel.

Buiten kan zo’n beetje alles gebeuren, wel een miljoen keer meer dan juristen daar woorden voor hebben.

Een poging tot doodslag kent ontelbare variaties. Of doe een diefstal. Een diefstal kan variëren van een appel uit de tuin van de buren, een rolletje drop bij de pomp tot aan het pikken van de miljoenenfrutsels van Kim Kardashian in Parijs. Of jatten via een ondergrondse tunnel naar de kluis van de bank.

Vanwege de noodzakelijke juristerij kan het gebeuren dat iets heel vervelends buiten op straat in de rechtszaal een grote misdaad wordt. Met bijbehorende straffen. Advocaat Fred Kappelhof noemde het een avond die flink uit de hand is gelopen met grote gevolgen voor alle betrokkenen. Maar de geëiste straf tegen zijn client – dertig maanden de bak in (tien maanden voorwaardelijk) –  vond hij geen goed idee.

Je zou het gesodemieter kunnen noemen, gedonderjaag van mannen met veel te veel drank op. In de rechtszaal heette het wederrechtelijk bevoordelen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling (opzettelijke benadeling).

Het gebeurde in mei 2016 in Delfzijl. Er zijn daar jonge mannen die op stap willen. De mannen kennen elkaar. Ze zijn al jaren bevriend, ze zijn vrienden van vrienden, Leo en Alex zitten bij elkaar in de klas op de zeevaartschool. Ze spreken af bij het huis van de opa van Alex. Daar gaan ze, alvorens zich in het nachtleven van Delfzijl te storten, indrinken. Whisky, borrels en bier. Het zijn ook mannen die elkaar vertrouwen. Daarom leggen ze geld bij elkaar voor in de pot. Als ze straks de bloemen buiten zetten, wordt de drank betaald uit die pot. Handiger.

Ze nemen afscheid van opa en gaan de nacht in. Na een tijdje in de discotheek is de pot leeg, maar is er nog volop lust. Leo grabbelt geld uit de broekzak en geeft dat aan Henk, een van de mannen, met de bedoeling dat Henk drank voor allen gaat halen. En dan gaat er iets mis. Er komt geen drank wat gezien de stemming van dat moment een ernstige inbreuk is op het eerder gesmede vertrouwen. De omslag is radicaal: vrienden, vrienden van vrienden en klasgenoten worden vijanden.

Leo voelt zich genaaid. Het gaat om vijftig euro. Of honderd. Tijdens de rechtszaak blijft dat – een beetje raar – vaag. Hoe dan ook, hij wil zijn geld terug. Dus pakt hij Henk bij de kladden. En bij de keel en wel zo dat Henk moet snakken naar adem. Er vallen ook klappen op het hoofd. Discoportiers halen de amokmakers uit elkaar. Henk en Alex gaan er vandoor. Dit is de mishandeling zoals het in de rechtszaal wordt geschetst. Leo de verdachte vindt het allemaal wat overdreven. ‘Ja. Ik was boos. Maar ik heb misschien één klap gegeven.’

Leo blijft achter, samen met zijn vriend Robert. Boos besluiten ze verhaal te halen. Leo: ‘Ik wilde naar de woning van Alex. Om het op te lossen.’

Daan is ook nog in de disco. Daan is bevriend met Alex en Henk. In de rechtszaal wordt Daan de dunne genoemd. Leo en Robert dwingen Daan met hen mee te lopen. Doet hij dat niet, dan dreigen ze hem neer te steken. Of dood te klappen. Ze zouden hebben gezegd: ‘En dan zullen je ouders je morgen niet meer zien’. Dunne Daan is zo bang dat hij begint te huilen. Hij is vooral doodsbenauwd voor die Robert.

Met de armen in de lucht loopt Daan voor hen uit, richting de woning van de opa van Alex. Dat Daan mee moet lopen, onder dwang, moet in deze kwestie de wederrechtelijke vrijheidsberoving heten. Gijzeling vinden juristen ook goed.

De officier van justitie zegt dat Daan halverwege de benauwde wandeling zijn portemonnee moet afgeven. Met daarin tachtig euro. Leo zou tegen Daan hebben gezegd (geschreeuwd) dat hij het geld maar terug moet vragen van Alex en Henk. Die hebben immers zijn geld. Leo en Robert (hij zit ook in de rechtszaal als verdachte) hebben een andere lezing. Ze hadden wel om de portemonnee gevraagd, maar geen geld weggenomen want er zat helemaal niks in. Maar Daan heeft aangifte gedaan en dat is volgens de officier van justitie voldoende om te kunnen spreken van afpersing dan wel diefstal met geweld.

De misdaad eindigt naast de woning van opa. Alex komt naar buiten, volgens Leo gewapend met een busje pepperspray. Leo geeft Alex – drie jaar lang waren ze vrienden – een klap tegen het hoofd.

Rechters: ‘Deed u dat met de vuist?’
Leo: ‘Niet eens.’

Dertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Dat is twintig maanden zitten. Medepleger Robert krijgt een eis van achttien maanden om de oren, half jaar voorwaardelijk. Is een jaar zitten.

Leo heeft spijt dat het zo is gelopen. Het was, zegt hij tegen de rechters, een opeenstapeling van alcohol en boosheid. Dat hij dunne Daan de stuipen op het lijf heeft gejaagd, dat zit ’m dwars. Dat had niet gemoeten. Leo wil wel met Daan praten. Als die dat ook wil. Met Alex, zijn oude vriend en klasgenoot, wil hij dat niet. De gebeurtenissen maakten dat hij van de zeevaartschool is gestuurd waarmee zijn droom van een leven op zee in het water viel. Hij had het nog geprobeerd in Harlingen, maar toen Harlingen contact zocht met Delfzijl, was hij ook daar niet welkom. School als rechter.

Daan heeft een eis tot schadevergoeding ingediend. Hij wil die tachtig euro uit zijn portemonnee terug. En 1250 euro smartengeld. Leo zegt dat hij die 1250 euro wel wil betalen, maar niet die 80 euro. De portemonnee was echt leeg.

De advocaat van Robert sneert richting de officier van justitie: ,,Als dit allemaal zo erg is, waarom wacht het Openbaar Ministerie dan een jaar met vervolgen? ,Mijn cliënt heeft zijn leven op de rails. U heeft het recht verspeeld een zo zware straf te eisen.” Advocaat Fred Kappelhof zegt dat twintig maanden zitten voor Leo, voor een uit de hand gelopen avond, voor een 24-jarige jongen die met een been aan boord van een schip stond, die positief in het leven staat, veel te veel is.

In de rechtszaal heet dat buiten alle proporties.
Daarbuiten: Zijn ze nou helemaal gek geworden?

Rob Zijlstra

update – 2 juni 2017 – uitspraken
De rechters vonden het misschien ook wel, dat de officier van jusititie een beetje doorsloeg.

Leo is vrijgesproken van de afpersing. Uit niets blijkt dat hij een aandeel heeft gehad bij de portemonee. Wel is hij veroordeeld wegens de vrijheidsberoving en tweemaal een mishandeling. Robert heeft zich volgens de rechters schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en afpersing.

De straffen vallen fors lager uit. Leo krijgt 270 dagen celstraf waarvan 250 voorwaardelijk. De 20 resterende dagen heeft hij al uitgezeten. Die 250 dagen gelden als een stok achter de deur. Naast dit: een taakstraf van 240 uur. En het betalen van een schadevergoeding van 1150 euro.
Robert (jeugddetentie): 276 dagen waarvan 250 voorwaardelijk, idem. en ook een taakstraf van 240 uur. Hij hoeft geen schadevergoeding te betalen omdat die alleen was ingediend in de zaak van Leo.

Over Leo schrijven de rechters dat hij goed bezig is met zijn toekomst. Een gevangenistraf moet die ontwikkeling niet in de weg staan. Ook is hij al zwaar bestraft doordat hij van zijn opleidng is gestuurd waardoor hij in financiele problemen in gekomen. De rechters: ‘Hij heeft zijn toekomstperspectief zien veranderen.’

Officiële speeltijd

De rechtbank uit,
altijd lastig

Marco (21) houdt van voetbal en niet zo’n beetje ook. Dus van Ronaldo, van de mooiste goals, van jolige voetbalpraat en vrolijke gekkigheid. Ook vindt hij darten mooi en hippe kleren en bier. Dat staat op de tijdlijn van zijn Facebook-pagina.

Ruud (27) is zo mogelijk een nog grotere voetbalgek. Het is zijn lust en zijn leven. Een topscoorder bovendien. Feyenoord, de beste. Maar ook is hij vader, in verwachting over een paar maanden voor de tweede keer en hij is directeur van zijn eigen bedrijf.

Eens waren Marco en Ruud, gezonde jongens uit Groningen, goede vrienden. Op hun pagina’s pronken foto’s waar ze samen sportief zijn. In de rechtszaal zitten ze naast elkaar, maar de vriendschap is bekoeld. Op Facebook hebben ze elkaar ontvriend. De blikken die ze elkaar toewerpen, doen vermoeden dat een hernieuwde kameraadschap ver weg is.

Zou een rechtszaak een wedstrijd wezen – wat het niet is – dan is de stand dat Marco en Ruud tegen een dikke achterstand aankijken. De kans dat ze die achterstand inlopen, is nihil. De rechtbank uit, altijd lastig, om het in voetbaltermen uit te drukken.

Na anderhalf uur komt de officier van justitie met de strafeisen. Wat hem betreft gaan Marco en Ruud naar de gevangenis, want wat ze hebben geflikt is te ernstig voor een werkstraf. ’t Is twee keer rood. De eis voor beide: twaalf maanden gevangenisstraf, de helft voorwaardelijk. Dat is netto zes maanden zitten met de deur op slot. Of ze daarna ooit weer een basisplaats weten af te dwingen, is zeer de vraag. De samenleving zit, werkgevers voorop, niet op bajesklanten te wachten.

Goed, het is een eis. De rechters kunnen straks anders beslissen. Vaker leggen rechters een lagere straf op dan de officier van justitie eist. Punt is dat Marco en Ruud hebben bekend. Moeizaam weliswaar, maar toch. Ze weten ook dat wat ze hebben gedaan zo strafbaar is als de bal rond.

Wat ze hebben gedaan? Ze hebben de penningmeester van de voetbalclub ontvoerd, ze hebben hem een kopstoot gegeven (‘dat is niet waar’) en toen hebben ze hem gedwongen geld te pinnen. De volgende dag, samen duizend euro rijker, lachten ze zich een hoedje en stuurden ze elkaar triomfantelijke berichtjes via WhatsApp. Ze appten dat als de politie bij hen zou komen, ze dan gewoon alles zouden ontkennen. Hoppa.

Marco en Ruud: ‘We naaiden elkaar op.’
Ruud: ‘Ja. Dat valt natuurlijk niet goed te praten.’
Marco: ‘Ik wil mijn welgemeende excuses aanbieden.’

Waarom beroven twee gedreven voetballers, jongens met een blauw-wit hart voor hun club de penningmeester? Ruud speelde nota bene in het eerste elftal. Was de aanvoerder. Hoe dachten ze met deze misdaad weg te komen? Het enige dat in hun voordeel is, is dat ze nooit eerder gekkigheid met politie en justitie hebben gehad. De rest is nadeel.

Om de seizoenstart te vieren – het is augustus 2015 – is er op de club een barbecue. De penningmeester doet de bar (het bier) en Ruud is als veel andere leden dorstig en vrolijk. De avond komt ook weer tot een einde en ieder gaat dan zijns weegs. De penningmeester sluit de kantine af en loopt richting de parkeerplaats.

Daar staan Marco en Ruud en wel zo dat het de penningmeester een beetje bang maakt. Wat heet? Hij krijgt een kopstoot (‘dat is niet waar’), een duw en valt op de grond. Daarna moet hij achterin zijn eigen auto plaatsnemen. Marco gaat naast hem zitten, Ruud kruipt achter het stuur.

Tegen de rechters zegt Ruud: ‘Nee, ik was niet heel dronken. Anders had ik toch niet kunnen rijden? Ik wist heel goed wat ik deed.’ Dat laatste had hij misschien beter niet kunnen zeggen.

Met de bange penningmeester reden ze door Groningen langs vijf pinautomaten. Wanneer bij automaat drie het saldo niet toereikend meer is om nog geld op te nemen, moet de penningmeester op zijn mobiele telefoon het opnamelimiet verhogen. Hij kan dat. Ook wordt 350 euro gepind met de bankpas van de voetbalclub waar de penningmeester de beschikking over heeft. Marco neemt 400 euro, Ruud 600.

Marco: ‘Ik heb hem niet echt bedreigd, dat deed Ruud. Het was ook zijn idee’
Ruud: ‘We hadden niet een vooropgezet plan of zoiets. Marco deed vooral het woord. Niet ik.’

Na gedane zaken keilt Marco de telefoon van het slachtoffer in het water. Om duidelijk te maken hoe menens het is, maakt hij met een sleutel diepe krassen in het lak van de auto. De penningmeester krijgt te horen: als je naar de politie gaat, dan slopen we je. Ook wordt hem toegebeten: op de club doe je normaal tegen ons.

Rechters zeggen tegen Ruud: ‘U wist dus precies wat u deed.’

Nog maar een keer de vraag: waarom dan? Er blijkt een voorgeschiedenis. In 2013 had Ruud zich misdragen en de club nam maatregelen: een paar wedstrijden geschorst en – het ergste – hij mocht niet mee naar het trainingskamp in Portugal. En daar had Ruud heel het jaar naar uitgekeken.

De 250 euro die hij had betaald voor deelname, had hij teruggekregen. Dat was het dus niet. Het was wraak. De frustratie van niet mee naar Portugal was nog steeds niet verdwenen en toen was daar, twee jaar later, die barbecue. Met de penningmeester achter de bar. Ruud belde Marco die eerder weg was gegaan en vroeg of hij mee wilde doen. Wilde Marco wel, met het oog op zijn gokschulden kon hij wel wat gebruiken.

Zo ontzettend dom kunnen goede voetballers dus zijn. De advocaat van Ruud vindt de strafeis van twaalf maanden, helft voorwaardelijk, veel te veel. De bak in betekent dat het bedrijf van haar client, straks ook weer vader, naar de filistijnen gaat. Dat zou hem kapot maken. De advocaat van Marco vindt dat zijn client een lagere straf moet krijgen dan Ruud, omdat Ruud de grootste slechterik in dit verhaal moet zijn. Komt bij, zegt de advocaat, dat Marco nog een heel jonge jongen is.

Statistieken willen dat het vooral de jonge jongens zijn, de jongemannen, de twintigers, die de verleiding van de misdaad niet kunnen weerstaan. Zij weten precies wat ze doen, maar denken niet na over de consequenties die groot kunnen zijn. Zij realiseren zich als jong volwassene onvoldoende dat aan de officiële speeltijd een einde komt.

rob Zijlstra

uitspraken volgen

38-leeftijd

de leeftijden van de verdachten die in 2016 in zittingszaal 14 terechtstonden (bron: eigen nieuwsgaring)

Vast schuldig

Tut, tut, tut, sprak de
officier van justitie
verontwaardigd

.

Ik las over het nieuwe boek van wetenschapsfilosoof Ton Derksen. Onschuldig vast, heet het. Volgens Derksen worden er in Nederland veel meer mensen onschuldig veroordeeld dan we willen weten. De expert denkt dat er op z’n minst duizend mensen per jaar worden veroordeeld voor iets wat ze niet hebben gedaan. Het kabinet is nog niet in spoedzitting bijeen geweest.

Duizenden mensen.

Justitie heeft in de voorbije jaren slechts vijf miskleunen erkend waarvan de kwestie rond Lucia de Berk een van de bekendste is. De verpleegster werd in 2003 tot levenslang veroordeeld wegens meerdere moorden, zeven jaar later werd duidelijk dat er sprake was van een rechterlijke dwaling. Aangetoond door, jawel, Ton Derksen.

En nu zegt uitgerekend die man dat er ontzettend veel meer Lucia’s (m/v) bestaan. Dat Derksen bij nader inzien vaak gelijk krijgt betekent allerminst dat dat ook nu weer het geval is. Dat is juist een van zijn punten: in rechtszalen worden statistische denkfouten gemaakt in combinatie met een natuurlijk wantrouwen ten aanzien van het toeval. Verder is de mens niet alleen slecht in waarnemen en in interpreteren, maar trappen wij ook net zo makkelijk in valse logica. En rechters denken ook nog eens, zegt de wetenschapper, dat uitsluitend verdachten kunnen liegen. Niet de politie, nooit een officier van justitie wat volgens de hoogleraar pertinent een verzinsel is.

Ik weet niet of de gezamenlijke strafrechters Derksen al hebben uitgenodigd om tekst en uitleg te komen geven. Toen ik erover las (het boek zelf moet nog) was ik onthutst. Mocht Derksen gekke Henkie niet zijn en weer gelijk krijgen, dan moet ik in zittingszaal 14 getuige zijn geweest van een paar honderd zaken waarin is gedwaald.

Met de wijsvinger ga ik langs de ruim vierduizend namen van de mannen en vrouwen die in de voorbije twaalf jaar in de Groninger rechtszaal zijn berecht.
De vinger stokt als vanzelf bij Ronald, een ander verhaal.

In oktober 2009 werd deze toen 34-jarige Groninger conform de eis en in volle overtuiging veroordeeld tot zes jaar celstraf. Niet heel veel later belde hij om mij deelgenoot te maken van de grootste naoorlogse justitiële dwaling. Graag zou hij dit prominent op de voorpagina van de krant willen zien staan. Hij stuurde ook alvast een foto toe, die mocht ook gepubliceerd en zonder balkje. Een week later kreeg ik een kopie van een kassabonnetje toegestuurd. Het bewijs, schreef hij als toelichting, dat de hippe bril die hij draagt zoals op de foto te zien, eerlijk is gekocht en dus niet gestolen.

De veroordeling had betrekking op acht gewapende overvallen op tankstations in Groningen, Ten Post, Putten, Barneveld, Grave, Hoevelaken en Maasdriel. Gepleegd in februari van dat jaar in nog geen twee weken tijd. Op camerabeelden is steeds een rode Suzuki Swift te zien waar steeds eenzelfde man uitstapt, met steeds hetzelfde loopje, de overval pleegt, weer in de auto stapt en dan wegrijdt. De rode auto staat op naam van Ronald. Terwijl hij in de rechtszaal zwijgt, rept zijn gedreven advocaat van tunnelvisie en vooringenomenheid bij de politie.

Tut, tut, tut, sprak de officier van justitie verontwaardigd: ‘Dat zijn grote woorden voor wat klinkklare onzin is.

De dwaling zal nog groter worden.
Ronald gaat – uiteraard – in hoger beroep opdat de raadsheren van het gerechtshof in Leeuwarden de zeperd van Groningen ongedaan kunnen maken.
Hij moet er twee volle jaren op wachten.
In oktober 2011 – hij zit dan al twee jaar en zes maanden vast – komt het hof met het oordeel: niks vrijspraak, maar vijf jaar celstraf.
En als donderslag bij heldere hemel met een bonus erbij: tbs met dwangverpleging.

Die tbs kwam uit de lucht vallen. Er was – zoals wel gebruikelijk is – geen advies de maatregel op te leggen. Er was ook geen tbs geëist. Maar de raadsheren hadden ergens in de krochten van het strafdossier gelezen over sociaal onvermogen, externe stressoren, rigide denkpatronen, structurele kwetsbaarheid, cocaïne en een hoge kans op recidive. De raadsheren zeiden: de maatschappij moet worden beveiligd tegen dit gestoorde heerschap.

Ronald bleef de krant bellen, ook op zaterdagmiddagen tijdens de voetbalwedstrijd of op zondagochtenden bij het ontbijt. Lang heb ik gedacht dat zijn veroordeling niet correct was. Niet dat ik daar zeker van was, maar het knaagde, er was twijfel.

Alleen omdat die rode auto op zijn naam stond?
Die had toch iemand anders kunnen gebruiken?
Aan de andere kant: waarom zweeg hij dan in de rechtszaal?

Op een goede dag belde hij voor de duizendste keer en zei hij: ‘Rob, het is geen dwaling. Ja. Ik heb het gedaan, ik heb die acht tankstations overvallen, ik heb vooraf staan posten, ik heb vluchtroutes uitgedacht. Ik wil publiekelijk mijn excuses aanbieden aan de slachtoffers die ik veel te lang in onzekerheid heb gelaten.’

Eén aspect wilde hij benadrukken en dat mocht groots in de krant: ‘Ik heb het gedaan met volle verstand, ik ben volledig toerekeningsvatbaar. Ik ben niet gek of gestoord.’
Hij legt uit dat hij zich steeds dommer heeft voorgedaan dan hij is.
Zegt: ‘Het was een verdedigingsstrategie die helemaal verkeerd is uitgepakt. En nu zit ik met de gebakken peren.’

Ronald heeft het zichzelf ook niet gemakkelijk gemaakt.
Tussen de bedrijven door – en nog voor de uitspraak in hoger beroep – wist hij te ontsnappen. Hij zag kans zich te verstoppen en terwijl ze hem zochten, belde hij een taxi die hem naar Amsterdam bracht waar hij op de trein naar Polen stapte.
Ook daarover belde hij.
‘Ik heb iets doms gedaan Rob’, sprak hij vanuit Polen.
‘Ik ben nu een kat in het nauw, wat moet ik doen?’

Er kwam een internationaal arrestatiebevel.
Hij beloofde vrijwillig terug te keren. Drie weken nadat hij de benen had genomen, meldde hij zich op het politiebureau in Amsterdam. Hij had nog gevraagd: ‘Wat denk je, zullen de rechters begrip voor me hebben?’

Twee weken geleden zat Ronald weer in zittingszaal 14 waar hij de officier van justitie hoorde zeggen dat hij goed bezig is, maar dat het einde nog niet in zicht is. Afgelopen woensdag besloot de rechtbank dat de maatregel tbs met twee jaren moet worden verlengd. Eind 2018 zullen ze dan wel weer zien. Was Ronald in 2009 niet in hoger beroep gegaan, dan was hij ergens in 2012 op vrije voeten gekomen.

Met recht kan hier worden gesproken van een verdachtelijke dwaling.
En nu Derksen lezen.

Rob Zijlstra

Is Alex O. wel of niet de Jumbo-bomber?

UPDATEhet complete vonnis

 

De overtuiging gaat aan de bewijzen
vooraf en dat is griezelig

De rechtbank in Groningen doet vrijdag (13.00 uur) uitspraak in de Jumbo-zaak. Is Alex O. de man die het concern vorig jaar vijf maanden lang bestookte met dreigementen? En is hij ook de man die explosieven in elkaar knutselde waarvan er ook eentje daadwerkelijk ontplofte? Het Openbaar Ministerie is daar van overtuigd en eiste 8 jaar gevangenisstraf.

Schermafbeelding 2016-06-30 om 08.38.39Het politie-onderzoek naar de afperser van de Jumbo kreeg een prijs omdat het voor reuring zorgde. Het moet niet veel gekker worden, zei advocaat Tjalling van der Goot in de rechtszaal, een prijs voor de politie terwijl die de verkeerde persoon arresteert. Onmiddellijk reageerde de leider van het politieonderzoek vanaf de publieke tribune op Twitter: ‘Geen sterke opening van de raadsman in zijn pleidooi.’ De tweet werd later door de politieman verwijderd

Advocaat Van der Goot vindt dat er onvoldoende bewijs is om tot een veroordeling te komen. Met die politieprijs en alle aandacht in de media is Alex O, bij voorbaat veroordeeld, hield de raadsman de rechters voor. ,,Het beeld dat is ontstaan vraagt om gedegen tegenwicht, opdat het evenwicht wordt hersteld.’’

Van der Goot vindt dat Alex O. moet worden vrijgesproken. De advocaat zegt: ,,Het onderzoek bevat te veel aannames en te veel vermoedens. Wat de politie heeft gedaan is eerst schieten en pas daarna de roos tekenen. De overtuiging gaat aan de bewijzen vooraf en dat is griezelig.’’

De visie van het Openbaar Ministerie zoals officier van justitie Cassandra Westerling de rechtszaal schetste is dat de dreigementen afkomstig zijn van een persoon die zich Sir Ahmed noemde en consequent gebruik maakte van de Engelse taal. Steeds werd gevraagd om bitcoins (2000 stuks met toen een waarde van 400.000 euro). De dreigementen (15 in totaal) werden verstuurd vanaf een TOR-netwerk.

Schermafbeelding 2016-06-30 om 08.53.55In het bompakket dat is aangetroffen bij de Jumbo-vestiging aan de Wilhelminakade in Groningen is een haar aangetroffen. Onderzoek (DNA) toont aan dat het ‘veel waarschijnlijker’ is dat de haar van Alex O. is dan van een willekeurig ander persoon.
Met de bankpas van Alex O. is op 23 april 2015 om 12.36 uur bij verfwinkel Bossina een product gekocht voor 5.70 euro. De winkel heeft een product met die prijs: een liter aceton. Met aceton kan (in combinatie met waterstofperoxide en zuur) een dodelijk explosief (TATP) worden gemaakt.

Bij twee bompakketten (een onderschept, een ontploft) zijn kookwekkers van het merk Leifheit gebruikt. Alex O. heeft 1 en 26 mei twee kookwekkers van dit type gekocht bij de Blokker. Van de eerste aankoop bestaan camerabeelden, de tweede aankoop werd met de pinpas van O. betaald.

Tante H. belt op 13 augustus 2015 de meldkamer van de politie met de mededeling dat Alex O. de ‘Jumbodader’ is. Ze vertelt dat haar nicht de partner is van Alex. En dat haar nicht een zwarte paraplu heeft die nu weg is. Een soortgelijke paraplu is te zien op dan vrijgegeven camerabeelden van de dader. Ook zegt ze dat ze Alex O. heeft horen spreken over bitcoins. De partner wordt gehoord en verklaart dat Alex met een kookwekker kwam aanzetten die op een gegeven moment ook weer was verdwenen. Ze vertelt ook dat er een ontploSchermafbeelding 2016-06-15 om 13.56.30ffing in haar woning is geweest, in de wasbak. Alex O. zal later zeggen dat hij bezig is geweest met het wassen van synthetische drugs. Onderzoek in de woning levert daarvoor geen aanwijzingen op.

Op een verjaardagkaart (met dreigement) verstuurd aan de Jumbo in Zwolle wordt onder de postzegel (een plakzegel) DNA aangetroffen dat van Alex O. is.

Op 9 oktober 2015 om 15.20 uur komt er een dreigmelding bij de politie binnen. Onmiddellijke worden de camera’s bekeken die gericht staan op de woning van Alex O. aan de Sumatralaan in Groningen. O. is dan al aangemerkt als verdachte. Te zien is dat O. om 15.09 uur de woning betreedt en om 15.23 uur de woning weer verlaat. O. wordt dan aangehouden. De computer in die woning wordt onderzocht. Aangetoond wordt dat er een TOR-browser is gedownload. Daarmee kunnen anoniem berichten worden verstuurd.

In de drie woningen waar Alex O. regelmatig verbleef zijn goederen (waterstofperoxide, azijnzuur, zoutzuur) aangetroffen waarmee volgens het OM explosieven kunnen worden gemaakt. Aceton, ook benodigd, is niet aangetroffen, maar Alex ook heeft dit goedje wel aangeschaft (Bossina).

Aannames en vermoedens, zegt de advocaat Tjalling van der Goot. De redenering ‘het is allemaal wel heel toevallig’ mag geen bewijskracht hebben. Van der Goot zegt dat er een concreet beeld bestaat van de dader: de man die is gefilmd door beveiligingscamera’s kort voordat een explosief tot ontploffing komt. En de man op de beelden is niet Alex O. De kleding komt niet overeen met wat O. draagt. De paraplu die zichtbaar is, in niet de paraplu die zoek is. En de man op de beelden heeft een raar loopje, hij trekt met zijn linkerbeen. Dat doet Alex O. niet. Het aangevoerde bewijs is ,,suggestief, speculatief en wankel’’, zegt de advocaat.

De kookwekkers? Tjalling van der Goot: ,,Die zijn niet alleen bij Blokker te koop, zoals het OM beweert, maar ook bij webshops.’’ En het DNA dan? ,,DNA is overdraagbaar. Mijn cliënt verkeert in kringen waar de misdaad niet altijd als een zonde wordt gezien. Misschien heeft Alex contact gehad met de dader.’’

Rob Zijlstra

[dit artikel stond donderdag 30 juni, ook in Dagblad van het Noorden]

Schermafbeelding 2016-06-30 om 08.39.45

 

 

 

 

 

 

UPDATE: 1 juli 2016, 13.15 uur

HIJ IS HET – > 8 JAAR CEL > het vonnis

 

 

Rare mannen

Hij werd op een stoel gezet,
vastgebonden en neergeschoten.

Schermafbeelding 2016-06-23 om 22.44.29Er was eens een man uit Afghanistan die werd verdacht van brandstichting. De man wilde de verzekering beduvelen.
Tenminste, dat leek logisch en dus werd dat aangenomen voor waar.
Het was een brand waarbij gemeen gevaar voor goederen en mensenlevens te duchten viel. De politie pakte de man op, de officier van justitie riep ‘vervolgen’ en de rechters stopten hem vervolgens op grond van ernstige bezwaren in de gevangenis.

Zo praten ze in de rechtszaal.

Na acht maanden in voorlopige hechtenis te hebben gezeten kwam er een rechtszaak.
De officier van justitie eiste 15 maanden gevangenisstraf.
De man, 24 jaar, ontkende de aantijgingen en wilde graag naar huis.
Hij vertelde dat hij die avond whisky had gedronken en op de bank met een brandende sigaret in slaap was gevallen.
Zo moest het zijn ontstaan.

De officier van justitie geloofde daar niets van.
Op verschillende plekken in de woning had de technische recherche bestanddelen van benzine aangetroffen.
Alsof het brandversnellende goedje over de vloer was gesprenkeld. Hoezo geen brandstichting?
Maar de beklaagde Sadar had een verklaring.
De benzinemeter van zijn scooter was stuk.
Om te voorkomen dat hij zonder zou komen te staan, haalde hij benzine op van het tankstation, in plastic zakjes.
Thuis goot hij de brandstof over in lege cola-flessen.
Daarbij morste hij weleens wat benzine.
Niks brandstichting.

Een getuige – een vriend van Sadar – bevestigde het.
De officier van justitie vroeg om welk tankstation het ging.
De getuige wist de naam niet, maar vertelde dat er tegenover een chinees restaurant was waar je ook patat kon kopen.
Een van de rechters: ‘Oh, dat is de BIM in de wijk Helpman.’

De officier van justitie vroeg om een korte schorsing om een belletje te plegen.
Kwartiertje later kwam hij terug in de rechtszaal om zuinigjes mee te delen dat hij met de BIM had gebeld en dat een medewerker het verhaal bevestigde.
Er kwamen daar regelmatig twee Afghanistan-achtige mannen benzine tanken in plastic zakjes.
Sadar mocht na afloop van de rechtszaak de gevangenis verlaten.
Dit verhaal tekende ik jaren geleden op in de rechtszaal.
Vanaf dat moment weet ik: rare verhalen kunnen heel waar zijn.

Schermafbeelding 2016-06-23 om 22.38.03Recent stond de man terecht die volgens de verdenkingen heeft geprobeerd geld af te troggelen van de Jumbo door te dreigen met bommen en dood en verderf.
In de woning waar hij verbleef werd een zuur aangetroffen en waterstofperoxide.
Met dat spul kun je een explosief (TATP) maken, maar dan heb je nog wel aceton nodig.
Deze vluchtige vloeistof werd niet aangetroffen, een indicatie dat de verdachte niets met bommenmakerij te maken heeft.

Maar de politie ging ook na wat de verdachte in de periode voorafgaand aan de eerste bommelding had aangeschaft.
Bankgegevens lieten een transactie zien op 23 april 2015, om 12.36 uur bij verfwinkel Bossina in Groningen.
De verdachte had daar iets gekocht voor 5,70 euro.
Wat je voor dat bedrag bij Bossina kunt kopen?
Een liter aceton.

Toeval?
De advocaat: ‘Misschien kocht hij wel zes velletjes schuurpapier a 95 cent.’
De verdachte wilde er niet veel over zeggen.
Anderen gebruikten zijn bankpas ook wel eens.
Zoiets.
Wel een beetje vreemd, maar daarmee niet per definitie onwaar.

Afgelopen week was het de officier van justitie die ‘raar maar waar’ zei.
Hij zei dat over een gebeurtenis op 24 mei 2013.
Op die dag, ’s nachts rond half twee, zat er man op een dak van een gebouw 112 te bellen.
Hij vertelde dat hij was overvallen, vastgebonden, neergeschoten en dat ook was geprobeerd hem in de brand te steken.
Of de politie snel wilde komen.
Dat wilde de politie wel.

Agenten troffen de man inderdaad aan op het dak van een sportschool.
Hij bleek de eigenaar.
Terwijl de brandweer het vuur bestreed, werd de eigenaar overgebracht naar het ziekenhuis met drie in- en drie uitschotwonden.
Drie kogels waren door zijn arm, zijn zij en zijn kuit in- en uitgegaan.

De sportschoolman zei dat hij zich weinig kon herinneren van die heftige gebeurtenis.
Hij wist nog dat hij plots werd belaagd door twee of drie Engels sprekende mannen die iets kouds op zijn hoofd zetten.
Hij werd op een stoel gezet, vastgebonden en neergeschoten.
Daarna hadden ze de brand gesticht.
Met een stukje glas wist hij de plastic ty-raps kapot te snijden en zo kon hij ternauwernood ontsnappen.
Hij was naar het dak gevlucht en daar had hij het alarmnummer gebeld.

De officier van justitie gelooft er geen snars van.
Wilde hij niet de verzekering beduvelen?
Was hij niet bezig met een verhuizing van zijn bedrijf, maar waren er tegelijkertijd problemen met de gemeente Groningen over vergunningen?
De officier van justitie liet ook niet onvermeld dat de brandverzekering 170.000 euro had uitgekeerd.

Schermafbeelding 2016-06-23 om 22.49.00De sportschoolman veranderde gedurende het onderzoek van slachtoffer in een verdachte.
Op het wapen waarmee is geschoten, een Smith en Wesson, is zijn DNA aangetroffen.
Ook op een van de kogels in het wapen zat een DNA-spoor van de verdachte.
Het wapen was buiten op de grond gevonden.
Het leek wel alsof het ding vanaf het dak naar beneden was gegooid.
De officier van justitie: ‘En u zat op dat dak, niet uw overvallers.’

De verdachte weet het niet meer.
Rechters: ‘Is uw geheugen in z’n algemeenheid aangetast of alleen met betrekking tot dit specifieke incident?’
De verdachte: ‘Ik zie alleen maar vraagtekens.’

Onderzoek naar het letsel toont aan – beweert het onderzoek – dat de inschotverwondingen zonder verzet en van zeer korte afstand zijn aangebracht.
De rechters houden de verdachte voor dat er wel een heleboel toevalligheden samenkomen.
De officier van justitie noemt dat een stortvloed aan bewijs.
Hij eist twee jaar celstraf wegens brandstichting, verboden wapenbezit en voor het doen van valse aangifte.

Mocht de sportschoolman de kluit belazeren, dus dat het Openbaar Ministerie het bij het juiste eind heeft, dan betekent dit dat de verdachte zichzelf heeft neergeschoten.
Dus dat hij drie kogels niet alleen in, maar ook door zijn lichaam heeft geschoten.
De officier van justitie vraagt aan zichzelf: ‘Hoe onwaarschijnlijk is dat?’
Zijn antwoord: ‘Nou, in de rechtszaal kom je wel vaker dingen tegen die je je niet kunt voorstellen.’

Ik dacht, dat is wel waar.
Er was eens een man uit Afghanistan die…

Rob Zijlstra

update – 30 juni 2016 – uitspraak
De sportschoolman is veroordeeld tot 2 jaar celstraf: brandstichting, wapenbezit en het doen van valse aangifte >> het vonnis

Jumbom [1]

Jumbo-afpersing:
hard bewijs of verontrustend selectief

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.57.51Vrijdag staat de 51-jarige Alex O. uit Groningen terecht.
Volgens het Openbaar Ministerie (OM) is Alex O. de Jumbo-bomber.
De man zit sinds oktober vorig jaar vast.
Hij ontkent.

Wat is er gebeurd?
Tussen 2 mei 2015 en 9 oktober 2015 komen het hoofdkantoor van Jumbo diverse bommeldingen binnen.
Ook bij de politie komen meldingen binnen.
De afperser eist geld, bitcoins, van de supermarktketen.
Hoeveel de afperser wil hebben, is nooit bekendgemaakt.

Op 8 mei 2015 vindt een voorbijganger bij de Jumbo-vestiging aan de Wilhelminakade in Groningen een raar pakketje in een witte emmer: het doet denken aan een explosief.
Dat blijkt ook zo te zijn.
De Explosieven Opruimingsdienst maakt het pakket onschadelijk.
Afpersing? Een boze werknemer? Een nare grapjas?

De politie zegt alle opties open te houden en neemt de zaak serieus.
Wat het publiek op dat moment niet weet, maar de politie wel, is dat Jumbo wordt afgeperst.
Er worden dertig rechercheurs op de zaak gezet.

Op 31 mei is er ’s nachts een explosie bij het Jumbo-filiaal aan het Overwinningsplein in Groningen.
Bewakingsbeelden tonen een man die een pakketje plaatst dat een paar minuten later afgaat.
Een ruit en kozijn raken beschadigd.
Alle Jumbo-vestigen worden nu extra beveiligd.
De politie meldt dat de bommenlegger herkenbaar op camerabeelden staat.
De beelden worden getoond in Opsporing Verzocht.
Het levert geen verdachte op.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.56.30De ontploffing wordt door de politie in verband gebracht met het eerder aangetroffen explosief aan de Wilhelminakade.
Beide keren is hetzelfde ontstekingsmechanisme gebruikt: een kookwekker die wordt verkocht door Blokker.
Tientallen mensen die recent zo’n dingetje hebben gekocht worden getraceerd en gevraagd de wekker te tonen.

Op zaterdagochtend 6 juni is er een bommelding bij de Jumbo-vestiging in de Euroborg.
Ook bezoekers van de bioscoop en sportschool Plaza Sportiva worden naar buiten geloodst.
Het Europapark is urenlang afgesloten.
Er wordt niets gevonden.

Op 1 juli 2015 ontvangt de Jumbo-vestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart (‘lang zal je leven)’ met daarin een ‘explosief poeder’.
Halverwege augustus besluit de politie – ‘niet omdat het onderzoek muurvast zit’ – een deel van de dan beschikbare informatie uit het onderzoeksdossier prijs te gegeven.
Het publiek mag meedenken.
Het is ook pas dan dat bekend wordt gemaakt dat Jumbo al sinds mei wordt afgeperst.

De aandacht waar de politie om vraagt levert meer dan 600 tips op, maar geen dader.
Het blijft dan stil tot vrijdag 9 oktober.
In de vroege avond wordt in de Oude Ebbingestraat in het centrum van Groningen Alex O., samen met zijn 15-jarig zoontje, opgepakt.
De zoon wordt later vrijgelaten.

Wat zijn de verwijten?
Er worden aan Alex O. twee strafrechtelijke verwijten gemaakt.
De eerste is de afpersing met geweld dan wel de poging daartoe.
Door te dreigen met geweld zou O. hebben geprobeerd Jumbo te dwingen hem geld (bitcoins) te geven.
Het tweede verwijt is het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing waarbij goederen en personen gevaar liepen.
Voor dit laatste kan maximaal 15 jaar gevangenis worden opgelegd.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 14.01.05Wie is Alex O?
In januari verschijnt de in Den Haag geboren verdachte voor het eerst in de rechtszaal tijdens een zogeheten pro forma-zitting.
Hij is opgewekt, draagt een roze trui en werpt lachend handkusjes naar bekenden op de tribune.
Hij heeft zich tevergeefs verzet tegen opname in het Pieter Baan Centrum (PBC).
Tegen de rechters zegt hij: ‘Ik ben niet de Jumbo-afperser. Ik zit al drie maanden onschuldig vast. En daar wil ik het graag bij laten.’

Alex O. woonde in Groningen, maar had geen vaste woonplek.
Een ideale schoonzoon is hij niet.
Eind jaren tachtig, begin jaren negentig, is O. betrokken bij een reeks overvallen.
In 1992 wordt hij gepakt in verband met een overval op een geldtransport aan de Rijksweg in Groningen.
Een geldloper werd daarbij in het hoofd geschoten.
O. had de gewelddadige overval georganiseerd.
In 1993 werd hij veroordeeld tot 14 jaar celstraf.

Na zijn vrijlating begint hij samen met een broer een autorijschool in Den Haag.
Doel is het oplichten van mensen.
Als het misgaat zijn er 300 gedupeerden die samen 200.000 euro zijn kwijtgeraakt.
O. verlaat Den Haag en gaat naar Groningen.

Is de verdachte de dader?
Dat is uiteraard aan de rechters.
Het OM zegt voldoende bewijzen te hebben om de zware beschuldigingen hard te kunnen maken.
Alex O. heeft kookwekkers gekocht bij de Blokker, op een postzegel op een naar de Jumbo verstuurde envelop is zijn DNA aangetroffen.
Zegt het OM.
Advocaat Tjalling van der Goot plaatst bij het aangetroffen DNA-spoor grote vraagtekens.
Hij noemt het verzamelde bewijs ‘verontrustend selectief’.

De strafzaak begint vrijdag om 9 uur.
Mocht het nodig zijn, dan wordt de behandeling op dinsdag 21 juni voortgezet.

Rob Zijlstra

Alex O. stond eerder in de krant.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.02.43

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.04.23

De Plofkip

In het angstaanjagende programma
Opsporing Verzocht worden camerabeelden
getoond van een vaag figuur
die 500 tips opleveren

 

Schermafbeelding 2016-01-28 om 23.39.09De geschiedenis heeft oorlogen en rampen nodig, de topvoetballer regelmatig een weergaloos doelpunt, de journalist een keertje een primeur.
Voor politie en justitie is het niet anders.
Politie en justitie hebben af en toe een zaak van belang nodig, een zaak waar iedereen over praat en die nog lang heugt.

Jaren geleden diende zich zo een zaak aan.
In Noord-Groningen, in ’t Zandt en omgeving, brandden leegstaande schuurtjes af.
Al snel was duidelijk dat er geen sprake was van spontane zelfontbrandingen, maar dat er een brandstichter actief was, ja misschien zelfs wel een pyromaan.
De branden zetten de pers in vuur en vlam, van overal kwamen verslaggevers he-le-maal naar Groningen om verslag te doen.
Er zijn zelfs journalisten in ’t Zandt gaan bivakkeren om niks te missen.

Het werd een kat-en-muisspel en een lang verhaal.
Vlak voor kerst overmeesterde een arrestatieteam in de draaideur van het UMCG in Groningen een 18-jarige jongen op ziekenbezoek.
Met een zak over het hoofd werd hij in een snelle auto met loeiende sirene afgevoerd naar het politiebureau in Delfzijl.
Er kwam een persconferentie waar politie en justitie glunderend van trots vertelden: we got him.

’t Was Johnny B.
In zittingszaal 14 verliep het later ietwat anders (de rechters achten bijna niets bewezen), maar dat is een nog langer verhaal.

Het leven ging daarna zijn sukkelgang.
Tot mei vorig jaar.
Dan vindt een wandelaar bij de Jumbo aan de Wilhelminakade in Groningen een wit emmertje met daarin een kookwekker van de Blokker die met draadjes aan iets is verbonden wat doet denken aan een bom.
Drie weken later ontploft er iets tegen de gevel van de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen.
Er is ook wat schade.

In het angstaanjagende programma Opsporing Verzocht worden camerabeelden getoond van een vaag figuur die 500 tips opleveren.
Het Jumbo-hoofdkantoor krijgt een brief met de eis: er moeten bitcoins komen, veel, anders gebeurt er echt wat.
De afpersing is een feit.
Er volgt nog een bommelding bij de Jumbo in de Euroborg.
Na uren zoeken wordt niets gevonden.
Bij een Jumbo in Zwolle wordt een verjaardagskaart bezorgd met een verdacht poedertje.

De hoofdofficier van justitie looft een beloning van 10.000 euro uit.
Dan wordt in oktober in de binnenstad van Groningen een man aangehouden.
Er volgt een persconferentie die de politie met trots en live uitzendt via Periscope.
We got him.

’t Is Alex O.
Afgelopen week verscheen deze kleine man – roze trui, witte sokken – voor het eerst in de rechtszaal, vrolijk lachend en zwaaiend naar en kushandjes uitdelend aan zijn publiek op de tribune.
Wij van de pers, toegestroomd vanuit alle hoeken, twitterden O.’s opkomst collectief de wereld in.

Ik wil deze zaken van belang niet bagatelliseren.
De meeste brandjes destijds in ’t Zandt stelden niet veel voor, maar er ontstond wel onrust en grote bezorgdheid.
Wat er tot nu toe bij de Jumbo’s is voorgevallen, is ook niet fijn.
Winkeldieven richten vast meer schade aan, maar dat neemt niet weg dat bommen lelijke, gemene en ongewenste dingen zijn.

In Groningen gebeuren wel ergere dingen waar politie en justitie minder hard mee aan de weg timmeren.
Waarom dat zo is, weet ik niet.
Wij van de pers zijn hierin ook een beetje raar.

Terwijl verslaggevers en cameraploegen wachten voor de ingang van zittingszaal 14 voor de pro forma-zitting met Alex O., wordt binnen uitspraak gedaan in een grote zedenzaak waarin twintig jonge vrouwen zijn aangerand.
Dat is doorgaans wel een onderwerp waar de pers over bericht.
Daarna wordt een tbs’er die in de Van Mesdagkliniek een mede-tbs’er dronken van drank en drugs wilde vermoorden veroordeeld tot tbs.
Er is vrijwel geen belangstelling.

Wij willen Alex O., die we niet de plofkip, maar liefkozend de Jumbo-bomber noemen.
De zitting verloopt voorspelbaar.
Er zijn een paar mededelingen en de advocaat vindt (‘het ijs is te dun’) dat Alex O. het komende strafproces in vrijheid moet kunnen afwachten.
De officier van justitie vindt van niet.
De rechters gaan daar dan over nadenken om vervolgens te vertellen dat is besloten dat Alex O. in voorlopige hechtenis blijft.
Tot slot mag de verdachte wat zeggen.
Hij zegt dat hij onschuldig is en dat hij al drie maanden ten onrechte in de gevangenis zit.
Dan is het klaar.

Dit alles speelt zich af in een half uur en in een vriendelijke sfeer.
Alex zegt ‘tot de volgende keer’ tegen de rechters, de rechters zeggen ‘bedankt voor uw komst’.
Als kort daarna een strafzaak begint waarin het Openbaar Ministerie welgeteld 1.132.272 euro eist van vier Groninger henneptelers, is de pers zo goed als uit zicht.
Zo gaat dat.

Wat Alex O. – indien schuldig – te wachten staat?

De Jumbo in Groningen is vaker afgeperst.
In 2004 dreigde een medewerkster voedsel in de schappen te vergiftigen en dat wereldkundig te maken.
De eis was dat de leidinggevende van de vleeswaren moest worden ontslagen.
De afperser, dan medewerkster afdeling brood, had die baan als leidinggevende op vlees willen hebben, maar ze werd gepasseerd.
Na intensief onderzoek werd de vrouw, zwanger en moeder van drie kleine kinderen, gearresteerd.

De officier van justitie zette zwaar in.
Hij noemde de huilende verdachte addergebroed en eiste voor dit uitvaagsel twee jaar celstraf.
De rechtbank legde twee weken later, in augustus 2005, een werkstraf op van 240 uur.
Wel moest Trudy een schadevergoeding betalen aan de Jumbo van 30.000 euro.
Dat mocht gelukkig in termijnen.

Alex O. moet nog even geduld hebben.
Hij is naar verwachting in mei aan de beurt.

Ondertussen gaat het redelijk tot goed met Johnny B.
Want wat een toeval.
Kort voordat de landelijke pers arriveert voor de Jumbo-zaak zit daar Johnny in de hal te wachten.
Hij moet terechtstaan wegens een verbale bedreiging van een persoon die hem, hollend door een weiland, met mes achter de broek aan zat.
Heel verhaal.
‘Ja, ’t gaat best goed, druk bezig met een eigen bedrijf.’

Niet lang nadat hij het gerechtsgebouw met drie weken voorwaardelijk verlaat, komt de advocaat binnen die Alex O. bijstaat.
Laat dat nou de advocaat zijn die destijds Johnny ook bijstond.
De persofficier van justitie is er.
Exact dezelfde.
Weer even later meldt zich in vol ornaat de politieman die destijds sluw het onderzoek leidde naar de branden in ’t Zandt.
Nu leidt hij het Jumbo-onderzoek.

Alsof de duivel aan het werk is.
Nog even en wij van de pers melden dat Alex O. eigenlijk Johnny B. is.

Rob Zijlstra

er komt een vervolg

het rechtbankverslag over Trudy, de eerdere Jumbo-afperser [juli 2005] link

Silly walks

de meeste mensen
overvallen geen Albert Heijn
bij onvoldoende saldo 

+ UPDATE

 

Schermafbeelding 2015-04-01 om 17.13.47

Om te kunnen worden veroordeeld tot bijvoorbeeld een gevangenisstraf is het wenselijk dat de verdachte de dader is.
Het probleem is vaak de waarheid.
Het is vrijwel onmogelijk achteraf de waarheid te reconstrueren.
Hooguit kan bij benadering in kaart worden gebracht wat er mogelijk is gebeurd.
En wat waarschijnlijk niet.
Die twee, dat wat mogelijk is en wat waarschijnlijk niet bij elkaar opgeteld, moet in de rechtszaal vaak het bewijs zijn.

De officier van justitie zegt dat Gerrit (50) op 11 januari vorig jaar in Groningen een filiaal van de Albert Heijn heeft overvallen.
Ze zegt dat ze dat ook kan bewijzen.
Onmogelijk, reageert Gerrit die beweert dat hij het plegen van overvallen juist heeft afgeleerd toen hij in tbs-klinieken verbleef.
Tegen de rechters: ‘In de tbs heb ik geleerd andere keuzes te maken.’
Gerrit vreest ook dat zijn burgerrechten worden geschonden.

Het gaat om een rot-overval.
Een man met een eng Afrikaans masker voor zijn gezicht komt om 09.35 uur de Albert Heijn binnen, richt een matzwart wapen op de 16-jarige stagiaire en beveelt haar uit verschillende kassa’s bankbiljetten te halen en die aan hem te geven.
Kleingeld wil hij niet.
Met een ‘sorry’ rent hij om 09.36 uur de super uit met 1300 euro.

Tijdens de overval valt een plastic tas uit de schoudertas die de overvaller draagt.
Op die tas worden biologische sporen aangetroffen waar een dna-profiel van kan worden afgeleid.
Dat profiel wordt vergeleken met de 200.000 opgeslagen profielen van personen in de dna-databank.
Het is van Gerrit.

De rechters: ‘Bij de politie heeft u ontkend ook maar iets met deze overval te maken te hebben. Vindt u dat nog steeds?’
Gerrit: ‘Uiteraard.’
Voor het dna op de tas heeft hij een verklaring.
Zegt: ‘Ik ken dat tasje wel. Ik had op een regenachtige avond zo’n tasje om de zadel van mijn fiets. Blijkbaar heeft iemand het er afgehaald.’

Zoiets kan.

Onderzoek wijst verder uit dat Gerrit een half uur voor de overval geld heeft gepind op het Hereplein in Groningen.
Hij probeert honderd euro te pinnen, dan zeventig, dan veertig.
Hij pint uiteindelijk dertig euro.
Meer laat het saldo niet toe.
Even later is er tussen de telefoon van Gerrit en een telefoon van een ander contact.
Die andere persoon is een bij de politie bekende drugsdealer.

Het kan dus best zo wezen dat Gerrit drugs wilde kopen, bij de pin ontdekte dat hij te weinig geld had voor wat hij aan drugs nodig wilde hebben en om die reden besloot naar de Van Lenneplaan te fietsen om daar de Albert Heijn te overvallen.

Gerrit: ‘Het hele strafdossier is een grote hypothese.’
Zoiets kan ook.

De meeste mensen overvallen geen Albert Heijn bij onvoldoende saldo.
Nu behoort Gerrit niet tot de meeste mensen.
Gerrit is eerder met politie en justitie in aanraking geweest.
De meeste mensen hebben dergelijke aanrakingen niet.

Anders gezegd, Gerrit zou je op grond van zijn veroordelingen met recht een overvaller kunnen noemen.
In 1994 kreeg hij daar 7 jaar gevangenisstraf voor, in 1999 2 jaar en tbs met dwangverpleging voor overvallen in zijn geboorteplaats Dordrecht.
Zijn laatste veroordeling: 6 jaar en tbs.
Ook voor overvallen.
Gerrit verbleef naast 15 jaren in gevangenissen lange tijd in de Van Mesdagkliniek.
Toen hij werd ontslagen van de tbs-status bleef hij in Groningen hangen.

Nu is het niet zo dat veroordelingen uit het verleden, garanties bieden voor de toekomst.
Zoiets kan weer niet.

Gerrit vertelt dat het scenario van de politie – dat hij uit roven ging uit geldgebrek – niet klopt.
Had hij niet te lang in de tbs verbleven en om die reden een schadevergoeding van 43.000 euro van de staat der Nederlanden ontvangen?
Nou dan.
In mei 2013 had hij dat geld van de bank gehaald en in eigen beheer genomen.
Thuis had hij dus geld zat.

Terzijde: een aantal overvallen dat hij pleegde, pleegde hij op banken.
De reden dat hij het geld van de rekening haalde: ‘Ik vertrouw banken niet.’

Geld speelde dus geen rol bij Gerrit.
En dat geldt ook voor het Openbaar Ministerie.
Er vanuitgaande dat het politieonderzoek niet is gesponsord door Albert Heijn, heeft ook het Openbaar Ministerie kosten noch moeite gespaard bewijs te vergaren.

Het was agenten die de camerabeelden van de overval bekeken, opgevallen dat de overvaller een raar loopje had.
Toen Gerrit was aangehouden vroegen ze zich af of hun verdachte ook een gek loopje zou hebben.
In dat geval zou het bewijs wel eens sluitend kunnen worden.
Een van de agenten had eens gelezen over een Engelsman die deskundig is in loopjes.

De Engelse loopjesdeskundige – hij heet Barry Francis – kreeg beelden toegezonden om te analyseren.
Afgelopen week zat hij in zittingszaal 14 om zijn bevindingen toe te lichten.
Zijn eerste vraag aan de rechtbank: ‘Kan ik vanavond nog wel terug naar Engeland?’
Dat kon.

Francis kan niet alleen loopjes herkennen, maar ook voetstappen en de manier waarop de mens voetstapt benoemen.
Een mensenloopje is niet gelijk een vingerafdruk of aan dna, maar het kan wel een boel zeggen (verraden).
In Engeland zit podoloog Francis vaker in rechtszalen.
Eenmaal eerder trad hij op in Nederland, bij een rechtszaak rond een overval in Amsterdam.
En in 1984 en 1988 was hij lid van de medische staf van het Engelse Olympisch team, eerst in Los Angeles, vier jaar later in Seoul.

En?
Barry Francis zegt dat het loopje van Gerrit bewijs oplevert dat hij de man is die ook op de beelden staat van de beveiligingscamera.
En hoe moet dat bewijs worden gekwalificeerd?
Francis: ‘Als sterk.’

Het pinnen vlak voor de overval, het telefoontje met die bekende drugsdealer, zijn dna op de plastic tas, de conclusies van de loopjesdeskundige.
De officier van justitie: ‘Tel dat bij elkaar op en dan heb je overtuigend bewijs.’
Ze eist een gevangenisstraf van 36 maanden en het betalen van 1500 euro aan de 16-jarige stagiaire die nog maanden nachtmerries had waarin enge gezichten opdoken.

Gerrit is een ervaren verdachte.
Hij heeft over de loopjesspecialist gelezen en vraagt zich af of dergelijk onderzoek in Nederland wel is toegestaan.
Tegen de rechters: ‘Hoe rechtmatig is dit? Is er voldoende juridische basis? Ik bedoel, straks worden mijn burgerrechten nog geschonden.’

Ook heeft hij een Engels onderzoeksrapport gevonden waarin staat dat wetenschappelijke deskundigen in strafzaken het in 71 procent van de gevallen bij het juiste eind hebben.
Tegen de rechters: ‘Ik ben waarschijnlijk wat kritischer dan u bent omdat het om mezelf gaat. Maar u zit tegenover 29 procent.’

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 13 april 2015
Gerrit is vrijgesproken omdat het bewijs dat er ligt, de rechters niet heeft weten te overtuigen. DNA is, zo blijkt weer eens, niet een tovermiddel. En Engelse deskundigen ook niet.

het vonnis (niet beschikbaar)

update – 22 april 2015 – hoger beroep 1
Het Openbaar Ministerie legt zich niet neer bij de vrijspraak en gaat in hoger beroep.

update – 31 maart 2016 – hoger beroep 2
Het hof komt er niet uit. Het zou arrest wijzen, maar heeft besloten de zaak aan te houden voor nader onderzoek. Er moeten opnieuw sporen worden onderzocht en ook het loopje wordt weer tegen het licht gehouden. Of Francis opnieuw moet komen opdraven weet ik niet. Er komt dus een vervolg.

Niets te verliezen

We vertroetelen 

het idee dat de misdaad

kan leiden naar een 

groots en meeslepend leven

Overdag vinden we dat de misdaad bestreden moet worden, met zwaardere straffen en als het even kan te ondergaan in tochtige gevangenissen.
Maar als dan de avond is gekomen en de televisie is aangezet, dan willen we de misdaad voor geen goud missen.
Dan vertroetelen we het idee dat de misdaad kan leiden naar een groots en meeslepend leven.
De televisie blijft dat maar herhalen.

In ’t echt is ’t anders.

Neem Don.
Hij is 27 jaar, woont zelfstandig, zijn ouders drie straten verderop.
Contact heeft hij nauwelijks met ze.
Tegen de rechters zegt hij dat hij bezig is een goede toekomst neer te zetten.
Dat moet hij alleen doen en soms samen met zijn vriendin met wie hij in de schuldsanering zit.
Don heeft voor 9.000 euro boetes openstaan.

Op een dag is zowel het geld als het eten op.
Beide heeft hij dringend nodig.
Lenen is geen optie meer.
En zo kan het gebeuren dat hij via het internet een pizza bestelt en als de bezorger het steegje inloopt hij zijn mes laat zien en vraagt: ‘Is het je waard neergestoken te worden? Nee? Geef dan je portemonnee en je mobiele telefoon.’

Rijkdom brengt het hem niet.
Een paar tientjes.
De telefoon, een iPhone 5, is beveiligd.
Daar kan hij dus niks mee.
Don besluit het toestel terug te brengen naar de pizzeria waar hij zijn valse bestelling had gedaan.
Kijk, zegt hij, heb ik gevonden.

De politie spoort hem op – gestolen mobiele telefoons zijn grote verraders – en de officier van justitie spreekt zijn verbazing uit.
‘Dat u zulke gemakkelijke keuzes maakt. Even geen geld, en dan hupsakee, een overval. Ik eis acht maanden gevangenisstraf.’
Don buigt het hoofd.
Daar gaat z’n toekomst.
Uitgerekend nu hij weer naar school wil om zijn koksopleiding af te maken.
Hij wil pizzabakker worden.

Of Neem Santino die twee jaar geleden ook al eens in zittingszaal 14 zat, toen vanwege een serie lelijke woninginbraken.
Santino kijkt samen met zijn vriend naar Alberto Stegeman op de televisie.
Het is inspirerend en een groots idee ontstaat: we gaan pedo’s pakken.

Ze kruipen achter de computer, maken een account aan en chatten er lustig op los.
Ze doen alsof ze Nickie en 15 jaar zijn.
Als snel meldt zich een man die wel in is voor een vrolijk samenzijn met een ondeugende 15-jarige.
Op de afgesproken plek, nog diezelfde avond, stappen ze bij de man in de auto en zeggen dat zij Nickie zijn en nu geld willen hebben.
Zo niet, dan vertellen ze aan de politie dat hij een vieze pedo is die seksuele dingen chat met een meisje van 15.

De man betaalt vijftig euro.
Stegeman bedankt.
Terwijl zij linea recta naar de McDonald’s gaan, doet de man aangifte.

Santino zegt tegen de rechters dat hij inmiddels 22 jaar is en zijn jeugdige onbezonnenheid kwijt is.
‘Ik kijk nu heel anders tegen de dingen aan.’
De officier van justitie: acht maanden celstraf, de helft voorwaardelijk.

Dan Michael.
Hij is 47.
In het jaar dat Santino wordt geboren, gaat hij aan de slag als financieel medewerker bij een aannemer.
Jaar in, jaar uit houdt hij de boeken bij, maar geluk brengt het niet.
Ook thuis met een vrouw en drie jengelde kinderen voelt hij zich niet op z’n gemak.

Op een dag meldt de echtgenote bij de politie dat haar man niet is thuisgekomen.
Een dag later doet de aannemer aangifte van verduistering.
De twee meldingen blijken bij elkaar te horen.
Michael is met de noorderzon vertrokken.
Ontdekt wordt dat hij een vliegticket heeft gekocht, Toronto Canada.
De spaarrekeningen van de drie kinderen zijn geplunderd, de zesduizend gespaarde euro’s zijn weggeschreven.
De aannemer: ‘En ik ben 262.000 euro lichter.’

Kort daarop wordt veel duidelijk als de echtgenote een sms’je van Michael ontvangt.
De boodschap: ‘Ik kom nooit meer thuis.’

Deze week zit Michael in de verdachtenbank.
Hij zegt dat hij niets wil zeggen.
Waarom niet?
‘Dat wil ik ook niet zeggen.’
Rechters: ‘U vindt het moeilijk?’
Michael: ‘Ook.’

Zeven maanden is hij in Canada geweest.
Daarna wil hij naar Spanje.
Maar misschien ook wel niet.
Hij landt in elk geval in Londen en daar op het vliegveld wordt hij aangehouden en uitgeleverd aan Nederland.

Heeft hij de tijd van zijn leven gehad?
Groots een meeslepend geleefd in Canada?
Alles gedaan wat God verboden heeft?
Met wilde, lange nachten die 22 jaar duf boekhouden voor altijd doen vergeten?

Neen.

Wanneer Michael in het vliegtuig stapt om nooit terug te keren, heeft hij bijna geen geld meer.
Vrijwel platzak komt hij in Toronto aan.
Onderdak vindt hij bij een gemeenschap die je ook een sekte kunt noemen, zegt hij in zijn spaarzame woorden tegen de rechters.

Jarenlang vertelt hij thuis dat hij het druk heeft op zijn werk, dat hij daarom zo vaak moet overwerken tot in de nacht.
In werkelijkheid zit hij dan in het casino.
In de boekhouding van de aannemer bestaat een fictief bedrijf met een bankrekening op zijn naam.
Als hij een keer ziek is en het bedrijf een tijdelijke vervanger zijn werk laat doen, komen 49 dubieuze overboekingen aan het licht.

Michael wordt door zijn werkgever ontboden om tekst en uitleg te geven op de dag dat zijn vrouw hem bij de politie als vermist opgeeft.
Het verduisterde geld en ook het spaargeld van de kinderen is via het Holland Casino in ’s lands staatskas terechtgekomen.

Alles is vergokt.

Gedragsdeskundigen hebben een ernstige vorm van verslaving vastgesteld.
En het Syndroom van Asperger.
De rechters: ‘U ervaart schuld, maar kan daar geen uiting aan geven. U voelt geen spijt. U denkt concreet en rechtlijnig. U ligt er ook niet wakker van.’
Michael: ‘Ik ben het liefst alleen.’
Rechters: ‘Wat doet het met u?’
Michael haalt de schouders op en zegt: ‘Mijn geval heeft in elk geval een naam.’

De officier van justitie zegt dat Michael met de schrik vrij mag komen.
Als het aan de aanklager ligt krijgt hij de 35 dagen celstraf die hij al heeft uitgezeten. Daarnaast een werkstraf van 180 uur.
Het geld dat er niet meer is moet worden terugbetaald.

Ik kijk de advocaat van Michael na als zij zingend het gerechtsgebouw verlaat.
Met haar linkerhand slaat zij de kraag van haar lange jas omhoog en stapt dan gehakt de regen in.
Ze zingt: ‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Rob Zijlstra

update – 22 januari en 29 januari – uitspraken
Don – schuldig en strafbaar – 7 maand waarvan 3 voorwaardelijk
Santino – schuldig en strafbaar – 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk
Michael – schuldig en strafbaar – een taakstraf van 240 uur en 336 dagen celstraf waarvan 300 voorwaardelijk (michael heeft na zijn aanhouding 36 dagen vastgezeten, vandaar.)


 

‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Like a rolling stone (Bob Dylan)

Belhamels

Mobiele telefoons zijn roofgoed.
Dat komt omdat vrijwel iedereen zo’n duur ding bij zich draagt omdat we niet meer zonder kunnen, gecombineerd met het eeuwenoude gegeven dat er altijd mensen zijn die vinden dat wat van u is van hen is.Schermafbeelding 2014-11-09 om 15.43.23
Desnoods met geweld.

Vorige week werden nog tien maanden gevangenisstraf geëist tegen een 16-jarige belhamel die in Groningen mensen op straat beroofde van smartphones.
Een meerderjarige medeverdachte die de rol zou hebben van meeloper, hoorde 30 maanden cel eisen.

Antonio (32) wordt ook verdacht van het stelen van smartphones, van dure iPhones in zijn geval.
Hij deed het niet op straat, maar rechtstreeks bij de winkel van KPN in het koopcentrum in Paddepoel, Groningen.
Hij ging daar om acht minuten over elf in de ochtend naar binnen, zo luidt de verdenking en gebood: ‘iPhones, ik wil er tien.’

Omdat hij was gemaskerd en een vuurwapen op de verkoopster richtte, was direct duidelijk dat dit geen gewone klant was.
Een tweede KPN-telefoonverkoper bleef toen het gebeurde, stilletjes in een hoekje staan om de overval goed gade te slaan.
Hij had een overvalcursus genoten en daar geleerd waar je op moet letten om de overvaller te kunnen beschrijven nadat die zich uit de voeten heeft gemaakt.

De overvaller had een zeeroversdoek voor zijn gezicht gedrapeerd en een sporttas meegenomen voor de buit.
Hoewel hij had gevraagd om tien toestellen, kreeg hij er maar zes.
Met een ‘dankjewel’ verliet hij desondanks gehaast de winkel.
De man van de cursus: ‘Blanke man, achter in de twintig, iel van postuur, ingevallen gezicht, dunne beentjes, zwart trainingspak, schoenen van Nike Air, grote zwarte zonnebril.

Antonio: ‘Ik was het niet. Ik heb dat niet gedaan, ik zit onterecht vast.’

Dat kan. Een verdachte verkeert in een niet te benijden situatie.
Een dader – dat is een veroordeelde verdachte – kan onschuldig vastzitten.
Dat is meer dan ontzettend vervelend, maar het is nooit helemaal te voorkomen omdat rechtspraak mensenwerk is.
Maar je kunt bijna niet ten onrechte verdachte zijn.
Een verdachte is zolang de rechters zwijgen immers onschuldig.

Kortom, het kan best zo wezen dat Antonio het niet heeft gedaan, maar dat hij wel terecht vastzit en van overheidswege van zijn vrijheid wordt beroofd.
Wie niets heeft gedaan, heeft altijd te vrezen.

Nu is het niet zo dat Antonio vast zit vanwege het gat in de ozonlaag.
De officier van justitie zegt Antonio de verdachte is omdat er verdenkingen zijn.
Zo past hij ongeveer (!) bij het signalement dat getuigen hebben gegeven.
Er was huiszoeking in zijn kraakwoning gedaan en agenten besnuffelden daar zijn kleding.
De officier van justitie: ‘Verdachte beschikt over kleding die de overvaller ook gehad zou kunnen hebben.’
Getuigen zagen de vermeende KPN-overvaller wegfietsen op een damesfiets van Gazelle. De officier van justitie: ‘Verdachte heeft ook een damesfiets gehad.’

Antonio (‘die fiets is gejat’) zegt dat hij op die ochtend van de overval bij mensen thuis was, om drugs te gebruiken.
Bij wie en waar dat was, dat weet hij niet meer.
Antonio is niet meer zo goed in namen. Komt misschien wel omdat hij vanaf zijn 9e jaar softdrugs rookt.
Echt.
De officier van justitie: ‘Meneer de verdachte heeft geen alibi.’
De rechters: ‘Misschien bent u vergeten dat u een overval heeft gepleegd.’
Hoewel dat geen vraag was, zegt Antonio: ‘Nee.’

Er is nog wel wat.
Een van de buitgemaakte iPhones werd daags na de overval te koop aangeboden bij een mobiele telefoonwinkel in de binnenstad van Groningen.
Het toestel zat nog in de gesealde verpakking.
De inkopende eigenaar van de geheel legale telefoonwinkel had er 250 euro voor betaald.
Dat dat een bedenkelijk laag bedrag is, is misschien wel een ander verhaal.
De verkoper moest zich wel legitimeren en deed dat ook.
’t Was Antonio.

Nu wil het geval dat de politie vaste klant is bij deze telefoonwinkel.
Agenten stellen direct vast dat het ingekochte toestel afkomstig is van de KPN-overval.
Waarom de politie vaste klant is, werd niet uitgelegd, maar het kan heel goed dat agenten en winkel onder een hoedje spelen.

Antonio: ‘Ja, dat was ik.’
Hij legt het uit: ‘Ik liep daar door die straat. De naam weet ik niet meer. Toen werd ik aangesproken door een jongen, ene Amir of Samir of zoiets. Die jongen vroeg of ik een telefoon wilde verkopen aan die winkel. Ik moest 250 euro vragen en zou dan van die jongen 100 euro krijgen. Ik zat even niet zo lekker en kon dat geld wel gebruiken.’

Rechters: ‘En die telefoon zat nog in de verpakking.’
Antonio. ‘Echt. Het was een splinternieuw ding.’
Rechters: ‘Dus u loopt op straat en een wildvreemde spreekt u aan met het verzoek een telefoon te verkopen en daar verdiende u 100 euro mee?
Antonio: ‘Zo is het gegaan.’
Rechters: Heeft u ook een zwarte zonnebril?
Antonio: ‘Ja.’

De mevrouw van de KPN-winkel die het wapen op haar zag gericht, is naar de rechtszaal gekomen om te kijken.
Veel plezier in haar werk is er niet meer.
Ze zegt dat iedereen die nu bij haar in de winkel komt, de overvaller kan zijn geweest.
Daarom is ze gekomen.
Ze wil zijn gezicht zien, ze wil dat zien zodat ze alle andere gezichten die ’s nachts door haar hoofd spoken kan vergeten.

Antonio mag reageren op haar verklaring die ze in de rechtszaal uitspreekt.
Hij zegt: ‘Ik vind het heel erg voor die mevrouw. Ik hoop dat die gast wordt gepakt.’

Wat de officier van justitie betreft is dat al gebeurd.
Die gast, die zit voor haar.
De aanklager zegt dat deze verdachte de dader moet zijn en dat de tijd is gekomen om af te rekenen.
Daarmee geeft de aanklagende magistraat aan dat zij niet twijfelt en bereid is daarvoor zijn hand in het vuur te steken.
Ze eist drie jaar gevangenisstraf, een jaar voorwaardelijk.

Strafrechtadvocaat Ubo van Ophoven zegt dat het bewijs dat op tafel is gelegd zo summier is, dat je het nauwelijks ziet (vrije vertaling).
Over Antonio’s verkoopactie: ‘Het inleveren van een telefoon die is gestolen, is geen bewijs. Het maakt hem verdacht, maar het bewijst niet dat hij een overval heeft gepleegd.’
Komt bij, zegt de advocaat, dat als je een overval pleegt, je de buit toch niet gaat inleveren, daar waar je je moet legitimeren?

De rechters zeiden dat ze er goed over na gingen denken om over twee weken uitspraak te kunnen doen.
Dat is volgende week.
Maar zo ging het niet.
Vrijdagmiddag – halverwege het denkproces – hakten de rechters de knoop al door.
Er is geen bewijs dat het Antonio was die die ochtend om acht minuten over elf de KPN-winkel bezocht.
Wel is bewezen dat hij een gestolen telefoon in bezit heeft gehad (heling), goed voor een maand celstraf.
Hij had er – als verdachte – al vier gezeten.

Rob Zijlstra

De verliezer

hoofd

het leven van een loser

Rick snapt dat zelf ook wel.
Dus dat als je inbreekt bij mensen, dat die mensen daar dan een trauma aan kunnen overhouden.
Tegen zijn rechters: ‘Nee, dat is niet leuk natuurlijk. Sorry.’

Rick is een verliezer.
Een flink deel van zijn volwassen leven – hij is 23 jaar – heeft hij doorgebracht in de gevangenis.
Rechters: ‘Beseft u wel dat u op een kruispunt staat van uw leven?’
Rick knikt.
Dat is natuurlijk ook niet leuk.
Hij zegt: ‘Ik ben in de bloei van mijn leven. Ik ben van plan mijn leven te beteren.’
Rechters: ‘Van plan, van plan… dat klinkt wel wat magertjes.’

Rick is een verliezer omdat hij het spel nog steeds niet goed begrijpt.
Een paar jaar geleden, in 2011 toen hij nog maar 20 jaar was, reed hij samen met een visvriendje als een dolleman door Oost-Groningen.
In Scheemda hadden ze drugs gekocht om even later in Beerta met bivakmutsen over hun koppen woningen binnen te knallen om mensen te beroven.
Ze stalen een auto en zonder rijvaardigheden – want beide geen rijbewijs – reden ze beneveld als ze waren in Finsterwolde een vrouw van haar scooter en terug in Scheemda een vrouw van haar fiets.
De een brak haar schouder, de ander een pols.
Om te voorkomen dat ze achtervolgd zouden worden door de politie, gooiden ze vanuit de rijdende auto stukken ijzer op de weg.

Tijdens de rechtszaak had Rick toen niet zo heel veel gezegd.
Ja, sorry.
En dat hij dronken was geweest en zo.
De officier van justitie zei dat de samenleving zich ernstige zorgen moet maken betreffende de toekomst en eiste vervolgens vijf jaar celstraf.
Dat is nogal wat, helemaal voor een 20-jarige.
De rechters maakten er een onsje minder van: vier jaar celstraf, een jaar voorwaardelijk en na detentie een verplichte behandeling.

Het heeft allemaal niet zo veel geholpen.
Hij was vrijgekomen in 2012 en overgedragen aan de hulpverleners.
Terwijl die met hem bezig waren, werd het 1 januari 2014, de toekomst waar met zorg over was gesproken.
Vroeg in de ochtend van het nieuwe jaar denderde hij in een straat in Winschoten drie woningen binnen, op zoek naar spullen.
Tegen een bewoner die wakker was geworden van het lawaai had hij, gewapend met een verfkrabber, geroepen: ‘Geld, ik moet geld hebben want er zitten criminelen achter mij aan.’

De geschrokken bewoner wist hem te verjagen.
In de vlucht graaide hij nog een flesje bier mee.
‘Dat stond daar’, zegt hij tegen de rechters.
Drie minuten later stond hij in de woning van de buren.
Rick gaat driest tekeer.
Overal waar hij via de ramen naar binnen dringt, laat hij bloed achter.
In een woning besmeurt hij de woonkamer, de hal, de trapopgang en de overloop met zijn bloed.
Er moet een schoonmaakbedrijf aan te pas komen.
Kosten: 6.000 euro.

In de rechtszaal vertelt de bewoonster over de enorme impact die de actie op haar en haar kinderen heeft gehad.
Ze zegt: ‘Het leek wel een slachthuis. Eerst dachten de kinderen, vanwege al dat bloed, dat ik dood was. Nu zijn ze, acht maanden later, nog steeds bang.’
Rick: ‘Ik heb wel spijt hoor, ik snap het wel.’

Rick had toen al geleerd dat slachtoffer een inbraak als traumatisch kunnen ervaren.
Maar zelf had hij het in zijn rotjeugd ook niet gemakkelijk gehad.
Dat hadden de rechters ook wel gelezen.
Ze waren dus niet heel verbaasd om te lezen dat Rick niet van de drugs kan afblijven en dat hij gokverslaafd is met schulden.
Ja, ook aan de speeltafel is hij de verliezer.

De reclassering heeft aan de rechtbank gerapporteerd dat Rick een kwetsbare jongeman is die ontzettend makkelijk te beïnvloeden is.
Hij is psychosegevoelig wat in combinatie met drugsgebruik bloedlink is.
De reclassering recidiveert: ‘Grote zorgen voor de toekomst, kans op herhaling is groot.’

Rick heeft wel ideeën over hoe hij verder moet met zijn bloeiende leven.
Hij zegt: ‘Ik wil een eigen appartementje, met een eigen douche, eigen toilet en een eigen coach.’
Hij wil dus best begeleid worden, maar een beetje vrijheid vindt hij ook wel belangrijk.
Hij bedoelt: ‘Ik mag geeneens geen bier meer drinken. Dat is natuurlijk niet leuk.’
De rechters: ‘Wat u prettig vindt of niet, dat interesseert ons niet zo. De vraag is: hoe houden we u op het rechte pad.’
Rick knikt. Ook dat snapt hij. Maar toch.

De officier van justitie spreekt van een moeilijk geval.
Wat is nou een passende straf voor zo een verdachte?
Hij had met zijn collega’s lang over de zaak gesproken en ze waren niet tot een eensluidende conclusie gekomen.
De officier van justitie: ‘Een afpersing, inbraken in woningen, gedurende de nachtelijke uren, in zijn proeftijd, veel bloed, doodsbange kinderen. De richtlijnen wijzen dan een lange gevangenisstraf aan opdat het doel van het strafrecht wordt bereikt: wraakneming, genoegdoening voor de slachtoffers, generale preventie, norminprenting. Opdat iedereen weet, als je dit doet, krijg je een forse straf.’

De officier van justitie kijkt terwijl hij spreekt af en toe indringend naar Rick die misschien op dat moment denkt aan de situatie van drie jaar geleden toen hij in dezelfde rechtszaal zat en vijf jaar hoorde eisen. De officier van justitie: ‘Hij zegt dat ie spijt heeft, maar dat is hier wel heel gemakkelijk gezegd. Toch moet ik ook rekening houden met zijn belangen.’

De reclassering heeft geadviseerd om Rick niet terug te sturen naar de gevangenis.
Dat zal averechts werken, verwacht de reclassering.
Rick immers is zo beïnvloedbaar dat hij in de gevangenis met al die foute vriendjes daar de verkeerde afslag zal nemen.
En dan gaat het fout.
Alles wat hij tot nu toe heeft geleerd, zal achter de tralies rap verloren gaan, zo vreest de hulpverlening.

De officier van justitie moet alles tegen elkaar afwegen, benoemt het dilemma en als hij dat heeft gedaan eist hij tegen het advies in een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan de helft voorwaardelijk.
Dat zou betekenen in het geval de rechters de eis over twee weken overnemen, dat Rick terug zal keren naar het gevang waar het dan fout zal gaan.
De officier van justitie beseft dat.
Hij zegt: ‘Er is hier sprake van een verlies-verlies-situatie.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE  – 1 september 2014 – uitspraak
Rick krijgt hulp en hoeft niet terug naar de gevangenis. De rechtbank heeft twee jaar voorwaardelijke celstraf  opgelegd. Wat het Openbaar Ministerie niet durfde te verkopen – geen celstraf eisen – durft de rechtbank dus wel op te leggen. Wel wordt Rick beschikbaar gesteld aan de hulpverlening.

Klokjes

klokjesWat Pim hoorde was helemaal niet zo raar.
Hij hoorde zeggen dat op de Filipijnen een tekort aan medicijnen is, medicijnen die de mensen wel nodig hebben.
Zij daar nog meer dan wij hier.

Wie dat zei?
Een stem in het hoofd van Pim.
Hij dacht lang na en besloot medicijnen op te sturen.
De stem: ‘Maar Pim, hoe ga je dat doen, hoe kom je dan aan geld?’
Pim: ‘Weet jij iets?’
De stem: ‘Pleeg een overval.’
Pim: ‘Dat is een goed idee.’

En zo geschiedde.
Op 14 november vorig jaar – een donderdag, een koopavond – fietst Pim naar de binnenstad van Groningen en zet zijn fiets tegen de Hema aan.
Dan loopt hij naar de juwelierszaak van Siebel, iets verderop.

Als hij de zaak betreedt, trekt hij een bivakmuts over het hoofd en roept: ‘Klokjes.’
Een medewerkster vraagt even vriendelijk als geschrokken of hij die rare muts van zijn hoofd wil doen.
Maar dat doet Pim niet.
Hij roept nog een keer: ‘Klokjes.’
De medewerkster doet dan wat van haar wordt verwacht.
Ze stopt dertien horloges in een tasje en geeft die aan de overvaller.
Pim tegen de rechters: ‘Ik had wel in de gaten dat het niet de duurste klokjes waren.’

Met de buit wandelt hij de juwelierszaak uit, naar buiten.
Kort daarop wordt hij, nog in de Herestraat, aangehouden.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht echt dat ik met een goede zaak bezig was. Maar toen ik werd aangehouden dacht ik, dit gaat de verkeerde kant op.’

Pim wordt opgesloten in een politiecel waar wordt vastgesteld dat hij in de war is.
Zo belandt hij op paviljoen E van een psychiatrische kliniek.

De officier van justitie zegt dat een bivakmuts over het hoofd in een juwelierszaak heel bedreigend is: ‘Ook al wordt er niets gezegd, ook al is er geen wapen.’
Volgens de officier van justitie wist de verdachte dat wat hij deed, niet goed was.
Zegt: ’Maar het belang dat hij zag – het opsturen van medicijnen – vond hij belangrijker.’
De officier van justitie vindt daarom dat Pim zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld, dat die bewezen kan worden.

De volgende vraag die officieren van justitie dan moeten stellen: is de verdachte ook een strafbare dader?
Die vraagt beantwoordt hij op advies van de psycholoog en de psychiater met ‘nee’.
De eis: een ovar.
Een ontslag van alle rechtsvervolging.
Dan heb je het wel gedaan, maar krijg je geen straf.

De rechters hebben twee weken over Pim nagedacht en zijn tot een andere zienswijze gekomen dan het Openbaar Ministerie.
De rechters vinden dat het dragen van een bivakmuts onvoldoende is om te kunnen spreken van bedreiging.
Het is misschien niet zo gepast, zo’n muts op koopavond in een juwelierszaak, maar meer kan het niet zijn.
En van diefstal is ook geen sprake, vinden de rechters.
De medewerkster stopte de klokjes in een tas en gaf die aan de overvaller.
Stelen – enig goed wegnemen – gaat anders.

Pim wordt vrijgesproken.
Voor hem maakt het niks uit.
De behandeling in de kliniek wordt voortgezet.

Rob Zijlstra

Het openbaar toilet

De politie heeft ter plaatse vastgesteld dat de buil er was
foto 1

Toiletgebouwtje Hoge der A

Het is 13 september 2013, rond drie uur in de nacht.
Tjeerd is op stap geweest, is op weg naar huis en moet plassen.
Dat doet hij – heel keurig – in het openbare toilet op de kade van het Hoge der A., randje binnenstad Groningen.

Terwijl Tjeerd zijn ding staat te doen, komt ineens een grote man de krappe en donkere ruimte binnen met een fles drank in de hand.
Rode port.
Tjeerd schrikt.
Een seconde later voelt hij een harde klap op het achterhoofd, en nog een.
Hij geeft zijn belager een duw.
De halflege fles raakt zijn bovenarm.

Buiten het toiletgebouwtje gebouwtje roept de belager: ‘Geef me je geld’.
Dan maakt de overvaller zich – zonder buit – uit de voeten.
Er passeert een fietser.
De gewaarschuwde politie komt ter plaatste en weet de belager korte tijd later aan te houden.
De man wordt meegenomen naar het politiebureau.
Het slachtoffer doet aangifte.

Het Openbaar Ministerie vindt dat er sprake is van een diefstal dan wel afpersing met geweld aan de openbare weg.
Het slachtoffer in het toiletgebouwtje werd geslagen en tegelijkertijd werd er om geld gevraagd.
Zou het slachtoffer een winkel zijn, dan heette het een overval.

De officier van justitie ziet voldoende bewijzen.
Ze heeft er drie.
De eerste is de aangifte van het slachtoffer.
Die aangifte wordt ondersteund door de buil op het hoofd van het slachtoffer.
De politie heeft ter plaatse vastgesteld dat de buil er was.
Het derde bewijs is de verklaring van de getuige die hoorde roepen: ‘Geef me je geld.’
De man die dat riep was dezelfde man die later door de politie werd aangehouden, zo laat de getuige optekenen.

De officier van justitie heeft welgeteld 35 seconden nodig voor haar requisitoir die ze afrond met een strafeis: een werkstraf van 200 uur.

De verdachte is een 29-jarige man uit Delfzijl.
Soms gaat hij naar Groningen, zo ook op die 13e september vorig jaar.
Hij had een fles drank, rode port, gekocht die hij langzaam burgemeester maakte, op een bankje in het park.
Hij heeft een vaste en goede baan op het water.

Hij vertelt aan de rechters dat hij niet dronken was, wel een beetje aangeschoten.
Hij had in het Noorderplantsoen gezeten en was richting de stad gelopen om te kijken of er nog wat te beleven viel.
Rond drie uur moet hij plassen.
Op het Hoge der A is een toiletgebouwtje op de kade.
Hij gaat naar binnen, de fles port in zijn hand.
Ineens een schrik.
Er is daar een man die ook schrikt.
Die man slaat wild om zich heen en wel zo dat de fles port tegen zijn tanden aankomt.
En tegen zijn bril.

De verdachte: ‘Daarom werd ik boos. Ik heb hem toen twee keer geslagen of zo. Het was een reactie. Omdat hij mijn bril raakte, riep ik: ‘Dit gaat je geld kosten’.
De verdachte ontkent dat hij riep: ‘Geef me je geld’.
Zegt: ‘Waarom zou ik dat doen? Ik heb geld zat.’
De verdachte denkt dat het zogenaamde slachtoffer en die getuige kennissen van elkaar zijn.
‘Zo kwam het wel op mij over.’

De rechtbank bepaalt over twee weken wat de waarheid moet zijn.

Rob Zijlstra

Slechte vrienden

een van hen gaat zelfs nog even naar het toilet

1348533189_security-cameras-mounts-housings-axis-5503-141-5503-141Het filmpje dat in de rechtszaal wordt getoond duurt zes minuten.
Zolang duurt ook de overval op een growshop op het industrieterrein in Nieuwe Pekela, augustus vorig jaar.
De advocaten vinden het maar niks dat die beelden worden getoond.
Het voegt niets toe, zegt er een.
Hij zegt: ‘Het tonen van de beelden is slechts bedoeld om het publiek te bespelen.’
De officier van justitie beaamt dat.
Zo is het.

Het zijn geen fijne beelden.
Als de officier van justitie halverwege het proces aan de beurt is – om te vertellen hoe hij tegen de zaak aankijkt en welke strafeisen daar bij horen – laat hij weten niet veel woorden nodig te hebben.
Hij zegt: ‘De beelden spreken voor zich.’

De camera hangt in de hoek van de zaak die vol staat met groeiattributen.
Te zien is hoe drie mannen binnenkomen, eentje met een zonnebril op, de andere met iets van een bivakmuts op en zwarte handschoenen aan, de derde met de capuchon over het hoofd.
Als de eigenaar de winkelruimte betreedt, worden wapens getrokken en wordt er geschreeuwd.
Dat is niet te horen, maar wel te zien.

De eigenaar pakt iets uit de broekzak, legt dat op de balie en gaat op zijn knieën zitten.
De man met de bivak geeft hem een klap met het wapen op het hoofd.
De eigenaar valt voorover, ligt nu languit op de buik.
De capuchon geeft hem een schop in zijn zij.
De zonnebril begint daarna met het vastbinden van de handen.
De twee anderen dirigeren drie kwispelende bewakingshonden de ruimte uit.

Daarna lopen de overvallers zoekend rond, verdwijnen ze af en toe in een kamertje zonder camera, staan ze gebogen over de eigenaar die nu gerust slachtoffer mag heten.
Hun rust valt op.
Ze wekken niet de indruk haast te hebben.
Een van hen gaat zelfs nog even naar het toilet.

Als na drie minuten een klant nietsvermoedend binnenkomt leidt ook dat niet tot opwinding.
De bivakmuts loopt op hem af, drukt de man het vuurwapen in de nek en brengt hem naar het kamertje zonder camera.
Daar omwikkelen ze hem met stevig plakband (duct tape).
Bij het hoofd van de liggende eigenaar is een plasje bloed aan het ontstaan.

Daags voor de overval zijn twee overvallers als ordentelijke klanten in de groeiwinkel geweest en hadden tien kilo wiet besteld.
Ook van dit bezoek zijn camerabeelden.
Tien kilo wiet is nogal wat.

De handel zou de volgende dag klaarliggen.
Duidelijk wordt dat de overvallers de toegezegde partij drugs niet kunnen vinden.
Met het bundeltje dat de eigenaar snel uit zijn broekzak haalde en op de balie had gelegd – het is 2.500 euro – nemen ze geen genoegen.

Na zes minuten komt een einde aan de overval als een tweede persoon de zaak wil betreden.
Je ziet hem heel even kijken.
Kennelijk heeft hij in een fractie van een seconde door wat er aan de hand is.
De man schrijft vervolgens het wereldrecord hard wegrennen op zijn naam.
De overvallers vinden het ook welletjes, lopen naar buiten, stappen in de auto en rijden weg.

Einde film.

De man met de bivakmuts wil er in de rechtszaal niet veel over vertellen.
Had hij de leiding?
‘Geen commentaar.’
Staat u op die beelden?
‘Ja.’
Hij zegt dat er afspraken waren en dat die niet zijn nagekomen, dat dat de aanleiding was.
Zegt: ‘Ik ben bedonderd. Lullig dat het zover is gekomen.’

De capuchon zegt dat ze hem hadden gebeld.
‘Wie? Hij met de zonnebril. Ik lag nog in bed. Ik had schulden. Daarom heb ik meegedaan.’

De zonnebril, 24 jaar.
Hij werkt al zeven jaar voor een en dezelfde baas die hem nog niet heeft ontslagen hoewel hij al maanden in het huis van bewaring verblijft.
Zijn ouders bezoeken hem daar elke week.
Zij waren zich rot geschrokken dat hun zoon omgang had met slechte vrienden.
Dat zoonlief misschien zelf wel een slechte vriend is.

De zonnebril zegt dat hij niet wist dat ze een overval gingen plegen.
Toen hij in de gaten kreeg dat ze dat wel deden, had hij in een opwelling meegedaan.
Tegen de rechters: ‘Het was niet mijn bedoeling.’

De officier van justitie probeert hem wakker te maken.
‘U huurt een auto in Groningen en rijdt met twee mannen met wapens naar Nieuwe Pekela, stapt uit, loopt die zaak binnen waarbij wapens worden getrokken, de eigenaar wordt neergeslagen die u vervolgens vastbindt. Uit niets op de beelden blijkt dat u verrast bent. U wist wat er ging gebeuren, u had een actieve rol.’

Reclasseringsmedewerkers die met de verdachten hebben gesproken hadden werkstraffen geadviseerd.
Misschien was dat ook wel in een opwelling.
De officier van justitie moet er niet aan denken.
Bivakmuts en capuchon horen vijf jaar celstraf tegen zich eisen, de zonnebril mag boeten met vier jaar (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Er is een vierde verdachte die de overvallers met zijn auto naar het verhuurbedrijf had gebracht en hen later ook weer had opgehaald: 30 maanden (inclusief tien voorwaardelijk).

De aanklager benoemt aan het einde van zijn betoog een gerucht: de drugs zouden moeten worden gestolen in opdracht van de Turkse maffia.
Wel zo of niet zo, zegt de officier van justitie, relevant is het niet.
Hij wil het – ook al voegt het niets toe – even hebben gezegd.

Wat ik mij afvraag: waarom plegen mannen een gewapende overval met een auto die ze kort daarvoor op naam hebben gehuurd?
Waarom pleeg je een overval terwijl je weet dat je wordt gepakt, ook wetende dat je voor zoiets jaren celstraf kunt krijgen?
Of zouden ze geen kranten lezen?

Rob Zijlstra

UPDATE – 20 februari 2014 – uitspraken
De rechtbank heeft gesproken en van de strafeisen een onsje afgehaald. Bewezen: afpersing en vrijheidsberoving
Bivakmuts en capuchon (eisen 5 jaar) kregen beide 4 jaar. De zonnebril 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Dat betekent in de praktijk dat  de zonnebril 24 maanden moet brommen en de andere twee 40 maanden. Zij komen in aanmerking voor de vervroegde invrijheidstelling na tweede derde te hebben  uitgezeten. Voor de zonnebril geldt dat niet omdat een deel van zijn straf voorwaardelijk is.
De vierde verdachte kan als medeplichtige opgelucht ademhalen: geen 20 maanden zitten, maar hij moet een taakstraf van 240 uur uitvoeren. Met een waarschuwing erbij van 6 maanden voorwaardelijke celstraf.