Proportioneel

Het was, zegt hij tegen de
rechters, een opeenstapeling
van alcohol en boosheid

Gebeurtenissen buiten op straat krijgen in de rechtszaal juridische kwalificaties. Dat moet wel, want met een ‘ik klap je dood’ kan geen jurist uit de voeten. Het moet een bedreiging heten. Met een deugdelijk middel.

Buiten kan zo’n beetje alles gebeuren, wel een miljoen keer meer dan juristen daar woorden voor hebben.

Een poging tot doodslag kent ontelbare variaties. Of doe een diefstal. Een diefstal kan variëren van een appel uit de tuin van de buren, een rolletje drop bij de pomp tot aan het pikken van de miljoenenfrutsels van Kim Kardashian in Parijs. Of jatten via een ondergrondse tunnel naar de kluis van de bank.

Vanwege de noodzakelijke juristerij kan het gebeuren dat iets heel vervelends buiten op straat in de rechtszaal een grote misdaad wordt. Met bijbehorende straffen. Advocaat Fred Kappelhof noemde het een avond die flink uit de hand is gelopen met grote gevolgen voor alle betrokkenen. Maar de geëiste straf tegen zijn client – dertig maanden de bak in (tien maanden voorwaardelijk) –  vond hij geen goed idee.

Je zou het gesodemieter kunnen noemen, gedonderjaag van mannen met veel te veel drank op. In de rechtszaal heette het wederrechtelijk bevoordelen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling (opzettelijke benadeling).

Het gebeurde in mei 2016 in Delfzijl. Er zijn daar jonge mannen die op stap willen. De mannen kennen elkaar. Ze zijn al jaren bevriend, ze zijn vrienden van vrienden, Leo en Alex zitten bij elkaar in de klas op de zeevaartschool. Ze spreken af bij het huis van de opa van Alex. Daar gaan ze, alvorens zich in het nachtleven van Delfzijl te storten, indrinken. Whisky, borrels en bier. Het zijn ook mannen die elkaar vertrouwen. Daarom leggen ze geld bij elkaar voor in de pot. Als ze straks de bloemen buiten zetten, wordt de drank betaald uit die pot. Handiger.

Ze nemen afscheid van opa en gaan de nacht in. Na een tijdje in de discotheek is de pot leeg, maar is er nog volop lust. Leo grabbelt geld uit de broekzak en geeft dat aan Henk, een van de mannen, met de bedoeling dat Henk drank voor allen gaat halen. En dan gaat er iets mis. Er komt geen drank wat gezien de stemming van dat moment een ernstige inbreuk is op het eerder gesmede vertrouwen. De omslag is radicaal: vrienden, vrienden van vrienden en klasgenoten worden vijanden.

Leo voelt zich genaaid. Het gaat om vijftig euro. Of honderd. Tijdens de rechtszaak blijft dat – een beetje raar – vaag. Hoe dan ook, hij wil zijn geld terug. Dus pakt hij Henk bij de kladden. En bij de keel en wel zo dat Henk moet snakken naar adem. Er vallen ook klappen op het hoofd. Discoportiers halen de amokmakers uit elkaar. Henk en Alex gaan er vandoor. Dit is de mishandeling zoals het in de rechtszaal wordt geschetst. Leo de verdachte vindt het allemaal wat overdreven. ‘Ja. Ik was boos. Maar ik heb misschien één klap gegeven.’

Leo blijft achter, samen met zijn vriend Robert. Boos besluiten ze verhaal te halen. Leo: ‘Ik wilde naar de woning van Alex. Om het op te lossen.’

Daan is ook nog in de disco. Daan is bevriend met Alex en Henk. In de rechtszaal wordt Daan de dunne genoemd. Leo en Robert dwingen Daan met hen mee te lopen. Doet hij dat niet, dan dreigen ze hem neer te steken. Of dood te klappen. Ze zouden hebben gezegd: ‘En dan zullen je ouders je morgen niet meer zien’. Dunne Daan is zo bang dat hij begint te huilen. Hij is vooral doodsbenauwd voor die Robert.

Met de armen in de lucht loopt Daan voor hen uit, richting de woning van de opa van Alex. Dat Daan mee moet lopen, onder dwang, moet in deze kwestie de wederrechtelijke vrijheidsberoving heten. Gijzeling vinden juristen ook goed.

De officier van justitie zegt dat Daan halverwege de benauwde wandeling zijn portemonnee moet afgeven. Met daarin tachtig euro. Leo zou tegen Daan hebben gezegd (geschreeuwd) dat hij het geld maar terug moet vragen van Alex en Henk. Die hebben immers zijn geld. Leo en Robert (hij zit ook in de rechtszaal als verdachte) hebben een andere lezing. Ze hadden wel om de portemonnee gevraagd, maar geen geld weggenomen want er zat helemaal niks in. Maar Daan heeft aangifte gedaan en dat is volgens de officier van justitie voldoende om te kunnen spreken van afpersing dan wel diefstal met geweld.

De misdaad eindigt naast de woning van opa. Alex komt naar buiten, volgens Leo gewapend met een busje pepperspray. Leo geeft Alex – drie jaar lang waren ze vrienden – een klap tegen het hoofd.

Rechters: ‘Deed u dat met de vuist?’
Leo: ‘Niet eens.’

Dertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Dat is twintig maanden zitten. Medepleger Robert krijgt een eis van achttien maanden om de oren, half jaar voorwaardelijk. Is een jaar zitten.

Leo heeft spijt dat het zo is gelopen. Het was, zegt hij tegen de rechters, een opeenstapeling van alcohol en boosheid. Dat hij dunne Daan de stuipen op het lijf heeft gejaagd, dat zit ’m dwars. Dat had niet gemoeten. Leo wil wel met Daan praten. Als die dat ook wil. Met Alex, zijn oude vriend en klasgenoot, wil hij dat niet. De gebeurtenissen maakten dat hij van de zeevaartschool is gestuurd waarmee zijn droom van een leven op zee in het water viel. Hij had het nog geprobeerd in Harlingen, maar toen Harlingen contact zocht met Delfzijl, was hij ook daar niet welkom. School als rechter.

Daan heeft een eis tot schadevergoeding ingediend. Hij wil die tachtig euro uit zijn portemonnee terug. En 1250 euro smartengeld. Leo zegt dat hij die 1250 euro wel wil betalen, maar niet die 80 euro. De portemonnee was echt leeg.

De advocaat van Robert sneert richting de officier van justitie: ,,Als dit allemaal zo erg is, waarom wacht het Openbaar Ministerie dan een jaar met vervolgen? ,Mijn cliënt heeft zijn leven op de rails. U heeft het recht verspeeld een zo zware straf te eisen.” Advocaat Fred Kappelhof zegt dat twintig maanden zitten voor Leo, voor een uit de hand gelopen avond, voor een 24-jarige jongen die met een been aan boord van een schip stond, die positief in het leven staat, veel te veel is.

In de rechtszaal heet dat buiten alle proporties.
Daarbuiten: Zijn ze nou helemaal gek geworden?

Rob Zijlstra

update – 2 juni 2017 – uitspraken
De rechters vonden het misschien ook wel, dat de officier van jusititie een beetje doorsloeg.

Leo is vrijgesproken van de afpersing. Uit niets blijkt dat hij een aandeel heeft gehad bij de portemonee. Wel is hij veroordeeld wegens de vrijheidsberoving en tweemaal een mishandeling. Robert heeft zich volgens de rechters schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en afpersing.

De straffen vallen fors lager uit. Leo krijgt 270 dagen celstraf waarvan 250 voorwaardelijk. De 20 resterende dagen heeft hij al uitgezeten. Die 250 dagen gelden als een stok achter de deur. Naast dit: een taakstraf van 240 uur. En het betalen van een schadevergoeding van 1150 euro.
Robert (jeugddetentie): 276 dagen waarvan 250 voorwaardelijk, idem. en ook een taakstraf van 240 uur. Hij hoeft geen schadevergoeding te betalen omdat die alleen was ingediend in de zaak van Leo.

Over Leo schrijven de rechters dat hij goed bezig is met zijn toekomst. Een gevangenistraf moet die ontwikkeling niet in de weg staan. Ook is hij al zwaar bestraft doordat hij van zijn opleidng is gestuurd waardoor hij in financiele problemen in gekomen. De rechters: ‘Hij heeft zijn toekomstperspectief zien veranderen.’

Is dit wel waar?

Hij beschouwde haar
als zijn seksslavin
die moest doen
wat hij wilde
schermafbeelding-2016-11-23-om-14-37-36

tweet

De zaak was al bijzonder omdat het over buitenissig veel geld gaat. En omdat het verhaal achter dat geld, welgeteld 1.581.868 euro, nog veel gekker moet zijn, is dit een bizar verhaal.

Het gaat over Ivan en over Darina, vijftien jaar geleden een jonge vrouw uit het Bulgaarse Sliven. Ivan – inmiddels 44 jaar oud – was daar ooit varkensboer. Hij werd in oktober 2009 door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij Darina jarenlang zou hebben uitgebuit. Hij beschouwde haar als zijn seksslavin die moest doen wat hij wilde: zo veel mogelijk geld verdienen.

Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM, misdaad mag niet lonen) deed uitvoerig onderzoek naar de verdiensten van de vrouw. De uitkomst is akelig: zij zou ruim 1,5 miljoen euro hebben verdiend met het hebben van seks met mannen in de rosse buurt van Groningen.

Mocht dit kloppen, dan even voor het idee: een intiem samenzijn met Darina kostte mischien wel 50 euro per keer.
Als dat zo is, dan had deze jonge vrouw in acht jaar tijd dagelijks, zeven dagen per week, seks met tien mannen.
Als andere cijfers ook kloppen, dan moet half mannelijk Groningen haar kennen.

Groninger agenten die belast zijn met het tegengaan van mensenhandel kenden haar in ieder geval. Op hun rondgangen door de buurt was het hen wel opgevallen dat Darina vaak en lang werkte. Ze maakten wel eens een praatje met haar en uit niets wat ze dan zei kon worden opgemaakt dat ze een slachtoffer was. Maar eind 2008 meldde ze zich op het politiebureau. Ze vertelde dat ze werd uitgebuit.

De politie, aanvankelijk verbaasd want nooit iets gemerkt, begon een onderzoek (onderzoek Kolibrie) en schreef 200 pagina’s vol leed. Dat er dagen waren dat ze twintig uur werkte, dat ze wachtend op klanten altijd moest staan. Dat ze ook moest werken wanneer ze ongesteld was. Pistool op haar hoofd. Een paar keer kreeg ze een cadeautje van haar varkensboer: een keer grotere borsten, een keertje volle lippen.

Ivan streek al het geld op dat zij kreeg en hield er in Bulgarije in een grote villa een luxe leven op na met protserige auto’s en horloges. Op een deel van Ivan’s bezittingen is beslag gelegd.

In oktober 2009 werd Ivan niet alleen tot vier jaar cel veroordeeld, maar ook tot het betalen van 20.000 euro smartengeld aan Darina.
Daarnaast was gevraagd de verdiensten (1.581.868 euro) af te pakken: na aftrek van wat kosten zou Ivan – aldus BOOM – 1.441.370 euro moeten inleveren.
De rechtbank wees dit af: te ingewikkeld voor een strafzaak.
Het Openbaar Ministerie was het daar niet mee eens en begon in juni 2011 een procedure bij het gerechtshof.

En kijk, ruim vijf jaar later, donderdagmiddag om drie uur – zeven jaar na de aanhouding van Ivan en vijftien jaar nadat de jonge vrouw voor het eerst als seksslavin achter te ramen in Groningen werd gezet – is er een nieuwe rechtszaak waarin het Openbaar Minsterie die 1.441.370 euro opeist.

Misdaad kan heel lang lonen.

Rob Zijlstra

update 22december 2016 – beslissing
Ivan moet betalen. Hij krijgt 10 procent korting omdat de redelijke termijnen om zoiets af te handelen volgens de rechtbank met 15 maanden zijn overschreden. Resteert: 1.148.595 euro en 19 eurocent.

Duistere zaken

De Guinee-mannen
namen genoegen

met dit bedrag en lieten
de wietknippers na
vier bange dagen vrij

Rechtszaken geven inkijkjes in de wereld waar het daglicht spaarzaam is, waar de bewoners fluisteren en waar buitenstaanders niet welkom zijn. In rechtszalen worden soms dingen gezegd, woorden gesproken, die licht laten schijnen in die donkere duisternis. En dan zie je, voor heel even, ineens iets meer.

Zo zag ik ineens dat er verbanden zijn tussen een schrikbarende gebeurtenis, een aanslag op een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden, een brand in een woning van een man uit Sierra Leone en een wc-eend-onderzoek.

Ik zet het op een rijtje.

In augustus 2013 werden in een woning in stadswijk Paddepoel in Groningen vier mannen gegijzeld. De ongelukkigen kwamen uit Vietnam en waren vanuit Duitsland naar Nederland gekomen om hier in het geniep wiet te knippen in hennepkwekerijen. Dat is werk dat – net als bollen pellen – gedaan moet worden en waar mannen uit Vietnam misschien wel goed in zijn.

Toen ze klaar waren met knippen en met het verdiende loon huiswaarts wilden keren, werden ze tegengehouden, opgesloten en vastgebonden door Fransmannen uit Guinee. Ze kregen – handen vastgebonden op de rug – geen eten, maar harde klappen in het gezicht en stroomstootwapens tegen zich aangedrukt. Ook werd gedreigd oren af te knippen. Dat doet hartstikke zeer.

De bedoeling van deze heisa was dat de Fransmannen uit Guinee geld wilden van de Vietnamezen. Ze wilden 20.000 euro in ruil voor hun vrijlating. De Vietnamezen kregen een telefoon en belden in doodsangst familieleden die er met veel moeite in slaagden 5.000 euro bijeen te brengen. De overdracht van het geld had plaats op het hoofdstation. De Guinee-mannen namen genoegen met dit bedrag en lieten de wietknippers na vier bange dagen vrij.

Vijf maanden later werd aan het Hoendiep in Groningen, ’s morgens in alle vroegte, een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden neergeschoten. De politie onderzocht de zaak en kwam al heel snel met een ongebruikelijke mededeling: het betrof een liquidatie, een mislukte weliswaar, maar toch. Het slachtoffer was, zo meldde de politie, een man uit Sierra Leone en geen willekeurige passant. Door dit te melden wilde de politie, zei de politie, onrust in de stad voorkomen. De krantenbezorger werd opgenomen in het ziekenhuis, de kogels waren in zijn benen geschoten.

Dat de politie dit zo snel wist kwam omdat de man de doodzonde van de duistere wereld had begaan: hij zou met de politie hebben gepraat over hennepkwekerijen, knippende Vietnamezen en over Franse mannen uit Guinee.

Er vloog ook
een geldkistje
door de lucht

Een kleine maand na de aanslag aan het Hoendiep brak er brand uit in een woning aan de Kleine Haddingestraat in de Groninger binnenstad. Het vermoeden: aangestoken. De brandweer probeerde te redden wat er te redden viel en gooide het huisraad naar buiten. Er vloog ook een geldkistje door de lucht. Agenten zagen dat en namen het kistje mee naar het bureau, want geldkistjes laat je niet achter op straat.

De bewoner van de deels uitgebrande woning is de 36-jarige Kabala. Ook hij is bezorger van de krant. Op het moment van de brand bracht hij ons rond. Bij thuiskomst was de paniek groot. Niet alleen over het geldkistje, maar vooral over een plastic tas waarin 20.000 euro had gezeten. Of 30.000 euro, duidelijkheid daarover is vaag. Kabala zelf denkt dat de politie het geld heeft gestolen. Hij heeft aangifte gedaan.

Tijdens het onderzoek in verband met de brandstichting ontdekt de politie dat zij Kabala eerder hebben ontmoet. Kabala komt als een getuige voor in het onderzoek van zijn neergeschoten collega. Agenten vinden die link zo verdacht dat ze wel eens willen weten wat er in dat geldkistje zit. In mei 2014 – drie maanden na de brand – maken agenten het kistje open. Er zit 15.170 euro in.

Voor de politie is dat de prijs van één medezeggenschapsvergadering, voor een krantenbezorger daarentegen is het verdacht veel geld. Krantenbezorgers die banden hebben met mannen die in verband worden gebracht met schieten en geld bewaren in kistjes en tassen zouden wel eens tot de wereld van de misdaad kunnen behoren.

Zo kwam het dat Kabala deze week in zittingszaal 14 zat. Niet als drugsboef of geweldenaar, maar als verdachte van witwassen: van 30.000 euro die hij zegt te hebben gehad en wat weg is en van 15.170 euro uit het kistje.

Dit verhaal krijgt niet een mooi afgerond of overzichtelijk einde want dat is er niet.
De twee Fransmannen uit Guinee zijn vorig jaar veroordeeld tot elk 5 jaar gevangenisstraf wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Volgende week dienen hun zaken in hoger beroep bij het hof in Leeuwarden.
Het onderzoek naar hun rol bij de mislukte liquidatie van de krantenbezorger leverde te weinig op voor een strafzaak.
Die kwestie staat nog te boek als niet opgehelderd.
Evenals het slachtoffer trouwens.
Na het ontslag uit het ziekenhuis verdween hij zonder sporen.

En Kabala? Hij kwam deze week in de rechtszaal met een verklaring. Het geld uit het kistje was geld dat hij had geleend voor een aanstaande operatie vanwege zijn ziekte waar hij niet veel over kwijt wil. De operatie moet mogelijk plaatshebben in de Verenigde Staten wat veel geld kost. Dat Kabala dit nu pas verklaart is omdat hij nieuwe geldleenovereenkomsten kan tonen. Eerder niet. De originelen waren bij de brand verloren gegaan.

De officier van justitie denkt diep na en misschien wel er het zijne van na en zegt dan dat hij Kabala niet langer als een verdachte kan beschouwen nu er plots een aannemelijke verklaring is over de herkomst van het geld. En omdat het onderzoek van de politie volgens hem ook niet uitblinkt in duidelijkheid moet het maar klaar zijn.
Tegen de rechters: ‘Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken. Het geld uit het kistje kan wat mij betreft aan verdachte worden teruggegeven.’

Rest die 20.000 euro. Of 30.000. Heeft de politie dit geld gestolen?
Nee.
Hoewel?
Het is inmiddels bekend dat de integriteit bij de politie niet meer een vanzelfsprekendheid is. Er is een intern onderzoek geweest waarin agenten zichzelf hebben verhoord.
Het onderzoek heeft naar verluidt niets opgeleverd, opdat agenten zichzelf ook niet hebben hoeven arresteren.

De rechters vragen aan Kabala of hij de eis tot vrijspraak zoals de officier van justitie voorstelt, begrijpt.
Hij zegt: ‘Nee, maar ik hoop dat de waarheid op tafel komt.’

Rob Zijlstra

aanvulling

onrechtmatig

Advocaat Mathieu van Linde is het eens met de officier van justitie ten aanzien van de strafeis. Hij is het niet eens met de motivering. Van Linde meent dat Kabala op andere gronden moet worden vrijgesproken.

De politie had geen enkele reden om in het geldkistje te kijken. Op het moment ze dat deden werd Kabala van niets verdacht, aldus Van Linde. De verdenking van witwassen ontstond pas nadat he kistje was geopend.

Het openmaken was niet rechtmatig. Ze hadden het kistje zonder gedoe aan de eigenaar terug moeten geven. Het openbreken was onrechtmatig en dan is ook het aangetroffen bewijs – het geld – onrechtmatig verkregen. Consequentie van deze onrechtmatigheden: het bewijs moet worden uitgesloten. En dan blijft er niets over wat moet leiden vrijspraak.

update – 17 november 2016 – uitspraak
Zoals viel te verwachten is Kabala vrijgesproken. De vraag was: op welke grond. De rechtbank kiest voor de redenering van advocaat Mathieu van Linde: het openbreken van het kistje was onrechtmatig. Sterker: de hele inbeslagname van het kistje is vaag en onduidelijk. Kortom: de politie heeft beroerd werk verricht. Gevolg: een vrijspraak.

2 fragmenten uit het vonnis:

kistje-1

kistje-2

.

Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen

De dorpsgenoot

een eruptie van een
totaal onverklaarbaar feit

Schermafbeelding 2015-12-05 om 23.49.28Zij is alleen, haar man is weg, het is een zwoele avond, de kinderen slapen.
Halverwege de nacht blaft de hond, zij wordt daar wakker van en gaat blootsvoets naar beneden om te kijken of er iets aan de hand is.
Er is niets aan de hand, nog niet.
Als ze weer naar boven wil gaan, de trap op, ziet ze door de ruit in de voordeur een schim.
Is dat de kat?
Voorzichtig doet ze de voordeur open.
Enorme schrik.
Het is niet de kat.
Er zit een man bij de deur, met de rug naar haar toe.
Ze ziet dat die man in de ene hand een rol zwarte duct-tape vasthoudt, in de andere een groot mes.

Ze wil de voordeur dichtsmijten, maar de man springt op, slaat met één klap de ruit stuk en dendert naar binnen.
Zij gilt en probeert zich in de keuken te verschansen.
De man komt achter haar aan.
Met alle kracht die ze heeft probeert ze de deur dicht te drukken.
Veel kracht heeft ze niet, ze is zeven maanden zwanger.
Aan de andere kant van de keukendeur hoort zij hem op de deur bonken.
Tussen het kozijn en de deur dringt plots een mes naar binnen, zij haalt haar vinger open.
Ze probeert nog harder te gillen.
De achterdeur zit op het nachtslot.
Anna kan geen kant op.

Dan ineens beseft ze dat haar 5-jarig zoontje boven is.
Wat als hij wakker wordt en naar beneden komt?
Wat dan?
Nog meer paniek.
Te laat.
Ze hoort haar kind huilend op de overloop.
In doodsangst smeekt ze haar belager, ze smeekt of ze haar kind terug mag brengen naar bed. Onmachtig laat ze de deur los en dan ziet ze hem, tape en mes nog steeds in de handen.

Gerben?
Jij hier?

Ze heeft geen tijd om na te denken.
Met haar zwangere lichaam grist ze haar zoontje van de trap en rent in paniek naar buiten en schreeuwt de buren wakker.
Buurman belt 112.

Gerben?
Die van een paar straten verderop?

De politie arriveert na tien minuten, kort nadat de buren de man uit de woning zien komen en zien hoe hij op een fiets stapt en wegrijdt.
De buurman herkent hem, het is Gerben van het voetballen.
Als de agenten bij zijn woning komen – het is dan half vijf in de ochtend – treffen ze Gerben aan in zijn tuin.
Een fietstas vol messen.

In de rechtszaal doet een zeer geëmotioneerde Anna haar angstaanjagende verhaal.
Ze zegt dat ze in een kwartiertje tijd dertig jaar ouder is geworden.
En dat er sinds die nacht alleen maar akelige vragen door haar hoofd gieren.
Wat was je met mij van plan?
Wat was je met mijn baby van plan?
En waarom?

Gerben?
Gerben weet het niet.

De officier van justitie rept van ‘een eruptie van een totaal onverklaarbaar feit’.
Hij zegt: ‘Dit appelleert aan de diepste angsten van de mens, het beeld van een horrorfilm doemt op. Maar voor het slachtoffer was het bittere realiteit.’

Gerben herinnert zich flarden.
Hij zegt dat hij zich diep schaamt en dat het bizar is wat er is gebeurd.
De vraag ‘waarom?’ is al honderdduizend keer gesteld, maar hangt nog altijd in de lucht.
En Gerben kan niet bij het antwoord.

Het Openbaar Ministerie heeft wat totaal onverklaarbaar is opgedeeld in vier strafbare feiten: een bedreiging met zware mishandeling, wederrechtelijke vrijheidsberoving, huisvredebreuk en vernieling van de ruit in de voordeur.

Anna kent Gerben al langer en ze kan geen enkele reden bedenken waarom hij haar woning binnendrong.
Sterker nog, toen de mondkrant het nieuws had verspreid, was heel het dorp onaangenaam verrast. Gerben was actief in het dorp, graag gezien, deed vrijwilligerswerk bij de voetbalclub.
Ja, als er een iemand uit het dorp zoiets niet zou doen, dan was het Gerben wel.
Zo werd er gekout.

Gerben zit inmiddels vier maanden in de gevangenis.
Hij heeft een eigen bedrijf waar hij trots op is, heeft twee mensen in dienst.
Die twee houden de zaken zo goed en kwaad het kan en voor zolang het duurt, draaiende.

Het was mooi zwoel weer die avond.
Gerben was in de tuin gaan zitten, bier drinken.
Hij is een weekeinde-drinker.
Op een gegeven moment had hij de fiets gepakt.
Hoewel er nog bier zat was, wilde hij naar Winschoten fietsen.
Ja, wel een beetje gek dat hij geen portemonnee meenam. En wel een fietstas vol met messen en tape.

De officier van justitie: ‘U ging fietsen richting Winschoten en toen stopte u bij de woning van Anna. Waarom?’
Gerben: ‘Ik was… ja totaal ja, zodanig uuh… totaal gedesoriënteerd.’
Gerben weet het niet.
Vaker zoiets meegemaakt?
Nee, zoiets nog nooit eerder.
Hij zegt dat hij het verschrikkelijk vindt.
Zegt: ‘Ik voel me er erg beroerd onder.’

De politie ontdekte iets op de computer van Gerben.
Agenten die dat kunnen stelden vast dat Gerben op Google had gezocht op het woord ‘tape’.
En dat hij wel heel vaak de Facebookpagina van Anna had bezocht.
Sterker nog, het laatste wat hij die avond had gedaan voordat hij op de fiets stapte, was de pagina van Anna bezoeken, om één uur die nacht.
Gerben reageert: ‘Daar moet niets achter worden gezocht.’
De officier van justitie: ‘U wist dat de man van Anna die nacht niet thuis was. Dat heeft u bij de politie verklaard.’
Gerben: ‘Klopt.’
De officier van justitie: ‘Bent u verliefd op Anna?’

Gerben?
Er komt geen antwoord.

De advocaat zegt: ‘Meneer functioneerde stabiel, hij was actief in zijn werk, stond vol in het leven, was actief als vrijwilliger.’
De psycholoog: ‘Aan de buitenkant stabiel, maar binnen is het gevoelsleven niet op orde. Beetje eenzaam, geen relatie. Het lijkt erop dat meneer van alles heeft opgekropt en weggestopt. Dat is gaan borrelen.’
De officier van justitie: ‘Griezelig.’

De advocaat: ‘Het is tot een uitbarsting gekomen.’
De psycholoog: ‘Hij is vroeger veel gepest.’
De advocaat: ‘Niemand die het begrijpt.’

De officier van justitie: ‘Het waarom blijft de grote vraag.’
De advocaat: ‘Hij is gemotiveerd om aan zichzelf te werken.’
De psycholoog: ‘Behandeling is noodzakelijk, hij moet de diepte in.’

De officier van justitie: ‘Recht doende aan de enorme impact op het slachtoffer: 30 maanden gevangenisstraf waarvan tien voorwaardelijk.

Anna huilt, haar dorpsgenoot staart zwijgend voor zich uit.

Rob Zijlstra

 

update – 11 december 2015 – uitspraak
De rechtbank spreekt van een zeer ernstig feitencomplex en vindt de strafeis een juiste: 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Dat het motief nog altijd niet duidelijk is, maakt dat het voor het slachtoffer en haar gezin extra zwaar is, staat in het vonnis. Na detentie moet Gerben zich laten behandelen bij de forensische psychiatrie. Er is een proeftijd vastgesteld op 3 jaar. In die periode mag hij geen contact zoeken met de vrouw en mag hij geen alcohol drinken. Er zullen regelmatig urinecontroles plaatshebben. Houdt Gerben zich niet aan deze voorwaarden, dan riskeert hij nog eens 10 extra maanden celstraf (het voorwaardelijke deel).

update – 10 juni 2016 – uitspraak hoger beroep
Gerben is dor het hof even schuldig bevonden en veroordeeld tot 36 maanden waarvan 16 voorwaardelijk. Dat is – gelijk het vonnis van de rechtbank – netto 20 maanden zitten. Het hof vindt evenwel dat het voorwaardelijke deel nog wel iets hoger mocht. Naast de vrijheidsbeneming mag Gerben eenmaal weer vrij drie jaar lang niet op het plaatselijke voetbalveld komen, mag hij geen contact zoeen met het slachtoffer, is er een alcoholverbod opgelegd en moet Gerben een schadevergoding betalen van opgetrld 8.000 euro.

Betamelijke leugens

Schermafbeelding 2015-08-20 om 20.58.12

Er was eens een strafrechter die tijdens een rechtszaak een kakelende verdachte onderbrak om hem van een advies te voorzien.
Dat luidde dat de verdachte best mocht liegen (‘het is uw strafzaak’), maar dat hij dat dan wel een beetje op een geloofwaardige manier moest doen.
Anders, zo sprak de rechter gemoedelijk, heeft uw liegen geen zin.

Liegen is iets vertellen terwijl je weet dat het niet waar is.
Dat is best lastig.
Er moet sprake zijn van boze opzet, want anders ben je een fantast.
Per ongeluk liegen kan ook, maar dan heet het een vergissing.

Wikipedia leert (of beweert) dat een (1) procent van de bevolking bestaat uit radicaal eerlijke mensen.
Vijf procent bestaat uit pathologische leugenaars, onder hen de narcisten en psychopaten.
De rest – 94 procent – wordt gevormd door gewone mensen die liegen, maar dat doen binnen de grenzen van de betamelijkheid.

Ik weet niet helemaal zeker tot welke groep Klaas moet worden gerekend, maar moest ik kiezen dan valt Klaas onder de gewone mensen.
Wat hem is overkomen, is daarentegen tamelijk ongewoon.
Klaas had gedoe met zijn partner waar hij niet op zat te wachten.
Ze zei dat ze hem zou gaan verlaten.

Klaas was ten einde raad en besloot een Crvena Zastava aan te schaffen.
In het circuit waar zoiets kan, bedroeg de dagprijs 1500 euro.
Een Crvena Zastava is een semi-automatisch handvuurwapen waarmee je partners die je willen verlaten dood kun schieten.

De officier van justitie zegt dat Klaas zijn aanstaande ex-partner heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht.
Hij duwde haar het pistool onder de neus terwijl hij lelijke dingen riep.
De partner schrok zich dood (niet echt) en belde de politie.
Die kwam met spoed en Klaas werd gearresteerd.

Klaas zucht en zegt dat het anders is gegaan.
Hij zegt dat hij haar niet heeft bedreigd.
Hij wilde zelfmoord plegen.
Zonder haar wilde hij niet meer leven.
Het wapen had hij laten zien om haar klip en klaar duidelijk te maken wat hij van plan was te gaan doen.
Met zichzelf.

Tja, zucht ook de advocaat.
Tegen de rechters: ‘Wat voor een straf moet je nou iemand geven die met een wapen rondloopt om daarmee zelfmoord te plegen?’
De officier van justitie geeft het antwoord: ‘Twaalf maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk met na detentie nog eens een half jaar electronisch toezicht middels een enkelbandje.’

Misschien was het een leugen om bestwil.

Diezelfde rechters moeten ook iets vinden van de schier onnavolgbare woorden waarmee Hasad de rechtszaal liet volstromen.
Hasad was net thuis die middag, even voor half vijf, toen de overburen eerst de brandweer belden en toen hem te hulp schoten.
Uit het dak van zijn tussenwoning in Leek kwam namelijk rook.

De toegeschoten overburen waren de bewoners van het tegenover zijn huis gelegen politiebureau. De overburen vroegen of de brandweer ergens rekening mee moesten houden als lieden de woning zouden betreden.
Hasad loog niet en zei: ‘Op zolder is een hennepkwekerij.’
Hij zei dat in de hitte van het moment.

Het vuur was vlot bedwongen, de buurtagenten telden toen de rook om hun hoofden was verdwenen tientallen bloempotten met steenwol, 19 jerrycans waarin groeimiddel had gezeten, lampen, filters en zo nog wat attributen.
Een optelsom van het materiaal doet de officier van justitie vermoeden dat er op die zolder 225 hennepplanten hebben gestaan.
De standaardrekensom levert een geschatte opbrengst (winst) op van ruim 21.000 euro.

De officier van justitie eist dat Hasad dit bedrag afdraagt aan de staatskas.
Daarnaast, voor het idee, nog een werkstraf van 160 uur.

Hasad begint te praten met de bedoeling, zo klinkt het, daar voorlopig niet meer mee op te houden.
Misschien denkt hij wel dat zo lang hij aan het woord is, de rechters hem niet kunnen veroordelen.
Uit de woordenstroom kan worden opgemaakt dat Hasad wil doen geloven dat hij geen weet had van een kwekerij op zolder, dat hij immers nooit op zolder kwam, dat hij in Turkije was bij zijn zieke vader, nee, dat hij hier in het ziekenhuis lag met zijn eigen ziekte, dat er iemand in zijn huis verbleef, zijn dochter, mannen van Enexis, oh, nee, het was ene Paul die hij verder niet kent, dat 225 plantjes nooit ruim 21.000 euro kunnen opleveren, dat…

Kortom, vatte de advocaat samen, er mag voldoende twijfel zijn.
Ik denk dat Hasad tot de radicale eerlijken noch tot de psychopaten behoort.
Ik denk dat hij tegen beter weten in probeerde het vege lijf te redden.

Cornelis uit Winschoten is vorige week 51 jaar geworden, een leeftijd die je hem niet geeft.
Hij oogt veel ouder en spreekt met een stem van een versleten arbeider.
Niet uitgesloten kan worden dat hij zich heeft bekeerd tot die kleine groep van radicale eerlijken.
Cornelis heeft namelijk niets meer te verliezen; hij heeft niet meer zo lang.
Het leven dat hij heeft geleefd, heeft ertoe geleid dat zijn lichaam op is.
Gesloopt.
Hij staat op instorten.
Waarom dan nog liegen?

De beschuldiging is dat hij met Ricardo een woningoverval heeft gepleegd.
Ricardo is een kwieke 49-jarige man die een bedenkelijke criminele reputatie in Oost-Groningen geniet.
Bij de overval is ook geschoten.
Het doel was de drugs die in die woning lag, buit te maken.
Ricardo ontkent wat past bij zijn reputatie.
Cornelis ontkent niet.
Hij vertelt dat Ricardo hem had gedwongen mee te gaan.
Hij moest met de loop van een pistool in de rug op deur van de woning kloppen.
Omdat hij drugsgebruiker is, zouden ze voor hem de deur openen.
Hij moest dan voor vijftig euro ‘wit’ bestellen.
Toen hij dat staande in de deuropening deed, wurmde de gemaskerde Ricardo zich schietend naar binnen.
Cornelis: ‘Ik heb toen gemaakt dat ik wegkwam. Voorzichtig, want hard lopen kan ik niet meer. Vanwege de longen.’

Hij zegt dat hij al jaren door Ricardo wordt gebruikt en misbruikt, door hem wordt mishandeld, geterroriseerd.
Dat hij zich met zijn verwoeste lichaam niet kan verweren, dat hij het terreur moet ondergaan. Ricardo tegen wie zes jaar celstraf wordt geëist, zwijgt.

Cornelis moet als het aan de aanklager ligt twintig maanden de gevangenis in.
Als zijn woorden niet gelogen zijn, dan gaat hij dat niet volhouden.

Rob Zijlstra

update – 31 augustus 2015
Klaas is conform de eis veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Na detentie wordt hij nog een half jaar onderworpen aan elektronisch toezicht. En dan is er ok nog een contactverbod met zijn ex. Ook Hasad is veroordeeld: 120 uur werkstraf, een maand voorwaardelijk en het betalen van die ruim 21.000 euro.

Ricardo heeft 5 jaar gekregen.

Cornelis is geen medepleger zoals het openbaar ministerie dat zag, maar medeplichtig. Dat scheelt aanzienlijk. De rechters vindende dat er sprake is van psychische overmacht. Wel wordt rekening gehouden met de bijzondere situatie waarin hij zich bevond en met zijn ‘maatschappelijke teloorgang’. De straf: 453 dagen waarvan 360 voorwaardelijk. De straf is gelijk aan de periode die hij in voorarrest heeft gezeten.

 

Waarschuwingsschot

even na middernacht
kwamen ze twee
onvriendelijke mannen tegen

Elf en een half uur kijk en luister ik in de rechtszaal naar twee jongemannen die de keuze hebben gemaakt een crimineel leven te leven.
Ze zijn van Curaçao, ze zijn 22 en 27 jaar en al jaren hier.
De een heet Dennis, de ander Wouter.
Ze staan terecht omdat ze opgeteld en soms samen, zo’n 25 misdrijven zouden hebben gepleegd in Groningen en Assen.

Dennis heeft een strafblad dat nog niet heel omvangrijk is, maar volgens de rapporten is er bij hem sprake van een patroon van steeds gewelddadiger delicten.
Dennis glijdt af in de ene en klimt op in de andere wereld, kun je zeggen.
Het strafblad van Wouter is een boekwerk.
Ondanks dat hij nog maar 27 jaar is, heef hij al vele jaren in gevangenissen verprutst.
Over hem rapporteren deskundigen dat hij extreem zelfgenoegzaam is en tegelijkertijd achterdochtig en soms vijandig.

Wat blijft hangen na de lange strafzaak is het gemak waarmee de twee verdachten in dat criminele leven lijken te staan.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de Turkse maffia een prijs op het hoofd zet van een 22-jarige en dat die jarige dan een semi-automatisch vuurwapen aanschaft.
Om er waarschuwingsschoten mee te lossen, zegt hij.
Dat lijkt hem ook zo logisch als wat, want je laat je toch niet door de Turkse maffia neerknallen?

De man die moest worden gewaarschuwd verklaarde dat als hij zijn hoofd niet had weggedraaid, hij dood was geweest.
Nu is hij alleen maar doof aan het linkeroor, mogelijk voor altijd.
De vermeende maffia had na de schietpartij extra beveiliging aangevraagd bij de burgemeester van Groningen.

De misdrijven waar Dennis en Wouter zich voor moeten verantwoorden variëren.
Er zit een (elektrische) fietsendiefstal tussen, heling, bedreigingen, belediging (Wouter noemde een agent in burger een flikker), wapenbezit, mishandelingen, openlijk geweld, pogingen tot doodslag (aanvankelijk moord) en cocaïnehandel.

Wat ze kunnen ontkennen, ontkennen ze.
Als de vragen te lastig worden, wordt op advies van de advocaten een beroep gedaan op het zwijgrecht.

Het speelveld van de twee verdachten is volgens het Openbaar Ministerie het A-kwartier, de mooiste stadswijk in Groningen waar mensen wonen, waar middenstanders het hoofd boven water houden en waar – in het prostitutiegebied – de lokale overheid mensenhandel probeert tegen te gaan met een beleid van vergunningen.

Rechters tegen de twee verdachten: ‘Dus jullie zijn niet de drugsdealers van het A-kwartier?’
Dennis: ‘Nee, ik ga daar wel heen, maar dan voor de praatjes. Niet voor die drugsdingen.’
Dennis legt aan de rechters uit dat hij op straat vaak wordt aangehouden door de politie die hem voortdurend controleert.
Hij zou voldoen aan een signalement.
Dennis: ‘Maar rechters, er bestaan meer grote dikke zwarte negers. Ik ben niet de enigste.’ (Gronings voor enige).
Komt bij: ‘Ze vinden nooit wat, nooit drugs, nooit geld. Hoe dan dealer?’

Ook Wouter, die in het Groninger circuit De Lange zou worden genoemd, ontkent zowel zijn bijnaam als dat hij drugsdealer zou zijn.
Zegt: ‘Ik ben, ik was, een gebruiker. Ik gaf wel eens wat weg.’
Het Openbaar Ministerie heeft hem een tijdje in de gaten gehouden en vastgelegd dat hij in korte tijd 280 keer telefonisch contact had met Hendrik, 37 keer met Johanna, dat er 229 belcontacten zijn geweest met Guus.
Allemaal gebruikers.

Het onderzoek leverde een rekensom op waaruit zou moeten blijken dat Wouter opgeteld 5.700 bolletjes cocaïne aan 3.850 drugsgebruikers (veel dubbeltellingen) heeft verkocht wat hem bruto 57.500 euro heeft opgeleverd.
Nu de inkoop van cocaïne 34 euro per gram bedraagt, moet Wouter 18.480 euro winst hebben geboekt.
Klopt dat?
Hij laat het aan zijn advocaat over om duidelijk te maken dat het niet klopt.
De advocaat: ‘Het klopt nooit een keer.’

Aan het waarschuwingsschot van Dennis ging een steekpartij vooraf.
Dat was in mei vorig jaar.
Dennis en Wouter hingen en liepen hun dagelijkse rondjes door het A-kwartier.
Even na middernacht kwamen ze twee onvriendelijke mannen tegen.
Of andersom.
Er werd homo geroepen.
En ‘vieze Turk’.
Er volgde een handgemeen.
Er werden messen getrokken.
Er werden stekende bewegingen gemaakt.
Er werd afgeweerd.

Dennis en Wouter vertellen dat ze werden aangevallen.
Een van de twee mannen raakte gewond.
Een snee in de wang, een wond in de nek.
Wouter: ‘Ik heb wel geslagen. Die mannen zochten ruzie met mij. Ik had geen mes, wel een sleutelbos in de hand.’
De officier van justitie: ‘Niks sleutel, het was een mes.’
De advocaat noemt de steekverwondingen ‘beschadigingen van de huid’.

Het slachtoffer is eigenaar van een café in de rosse buurt waar Wouter niet meer mag komen.

Vijf dagen na het steekincident lijkt zich een situatie te herhalen, maar dan even na middernacht.
Weer komen ze die Turkse mannen tegen.
Dennis en Wouter zeggen dat ze weer zomaar werden aangevallen.
Dennis had al gehoord dat er – naar aanleiding van de steekpartij eerder – een prijs op zijn hoofd was gezet van 10.000 euro.
Tegen de rechters: ‘Ze hadden wapens, dat heb ik gezien. Als de Turkse maffia mij wil omleggen, dan verdedig ik mezelf. Toch? Daarom had ik dat wapen gekocht.’

Het schot dat hij afvuurde kan best vlakbij een hoofd zijn geweest, maar de kogel ging rechtsreeks de lucht in, verzekert Dennis.
‘Had ik hem willen neerschieten, dan had ik dat wel gedaan.’

Niet veel dagen na dit schot worden ze aangehouden, Wouter tijdens het boodschappen doen in de Albert Heijn.
Hij wist zijn wapen nog te verstoppen achter waren in een schap.
Zijn vriendin belde later Misdaad Anoniem om te vertellen dat er een vuurwapen in de supermarkt lag.
De burgemeester had toen al extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd voor het A-kwartier.

Dennis hoort drie jaar celstraf tegen zich eisen (jaar voorwaardelijk).
Hij rookt nog wel zijn wiet, ook nu in de gevangenis verblijft, maar niet meer voor dertig euro per dag.
Zegt tegen de rechters: ’Ik ben aan het dimmen.’
Komt hij vrij, dan wordt hij kok, of nog liever begint hij een eigen bedrijf in de ICT.

Wouter met zijn recidive hoort vier jaar celstraf eisen (waarvan ook een jaar voorwaardelijk). Daarna moet hij zich verplicht laten onderzoeken en behandelen.
Dat kan nog eens twee jaren duren.
Hij wil geen hulp.
Want voor wat?
Zijn enige probleem is dat de politie een hekel aan hem heeft.
En dat kan hij zelf wel oplossen.

Rob Zijlstra

update – uitspraken – 2 juli 2015
Wouter is veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Zonder voorwaardelijk deel. Dat laatste heeft ook met zijn houding te maken. Wie niets wil, krijgt ook niets cadeau, redeneert de rechtbank. Dennis komt wat dit betreft iets beter uit de strijd: 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Verreweg de meeste zaken waar het duo zich voor moest verantwoorden, vindt de rechtbank bewezen.

Pleurt op

Leon denkt dat-ie al heel wat is,

maar hij moet

nog heel wat worden.

 

.
Om zicht te houden op zaken die per definitie onoverzichtelijk zijn, stoppen we graag mensen in hokjes.
Dat helpt helemaal niets, maar het geeft wel een opgeruimd gevoel en brengt de illusie van controle.
Daarna hoef je alleen nog maar af en toe te roepen dat er strenger moet worden gestraft en het probleem van de misdaad is al bijna opgelost.
Gelukkig is er de praktijk van alledag, van bijvoorbeeld deze week.Schermafbeelding 2015-02-06 om 23.44.04

Kees (40) uit Groningen past in het hokjes waarop staat: ‘sorry dat ik besta’.
De criminaliteit is hem met de paplepel ingegoten.
Hij wist niet beter.
Na ontelbare veroordelingen ging het voor het eerst in zijn leven goed.
Hij had een baantje en mensen gaven hem complimenten.
Hij zegt bijna verontschuldigend tegen de rechters: ‘Dat ben ik dus niet gewend, ik vond het moeilijk om daarmee om te gaan.’
Had hij spanning nodig?
Een kick misschien?
Kees: ‘Prikkels. Voor het geld hoefde ik het niet te doen, want ik had ja geld.’

Kees werd betrapt toen hij half uit een raam van een woning hing met als doel naar binnen te klauteren.
Hij ging er hollend vandoor en om aan de politie te ontkomen sprong hij in het Winschoterdiep.
Het bleek januari en dus ijskoud.
Om hem te redden sprongen agenten hem achterna.
Kees is hen nu eeuwig dankbaar: ‘Ze hebben mijn leven gered. Ik doe het nooit weer.’

De rechters geloven hem, dat kon je zien.
Poging diefstal.
De strafeis is mild: twee maanden voorwaardelijk en 120 uur werken voor ’t nut.
Kees bedankte de rechters en wenste hen nog een aangename dag.

Cor (43) uit Leek is van de categorie ‘ik weet alles beter’.
Hij wordt verdacht van ontucht met zijn kinderen.
Zelf ziet hij dat niet zo.
Hooguit was er sprake van een hoog knuffelgehalte.
Oké, iets te misschien.
Veel belangrijker is, zei hij, dat hij een echte familieman is, nota bene een topvader.
Hij nam zijnSchermafbeelding 2015-02-06 om 23.52.08 kinderen overal mee naar toe, laatst nog naar de Zwarte Markt in Beverwijk.
Dus.

Maar de kinderen verhalen anders.
Hun verhalen zijn dat ze zo bang waren voor hem, voor zijn grote handen, zijn vieze vingers die pijn deden, zijn driftbuien.
Altijd bang.
Zijn dochter: ‘Hij heeft mij vernederd. De pijn zit van binnen en die vreet mij langzaam op.’

Cor begrijpt het niet, had toch via WhatsApp excuses aangeboden?

Hij heeft weer een nieuwe relatie met een vrouw met jonge kinderen.
Hoe het gaat?
Hij zegt, enthousiast: ‘Ja, heel goed.’
De officier van justitie: ‘Ik maak mij grote zorgen. Ik eis 30 maanden waarvan een jaar voorwaardelijk.’

Er zijn verdachten als Sander (28) uit de categorie ‘driesprong’.
Verdachten uit deze groep kunnen nog alle kanten op, maar moeten nu wel kiezen: richting brave burger, saai maar redelijk gelukkig of richting voor altijd crimineel en eenzaam.
Sander was de godganse dag dronken en hongerig.
Om te kunnen leven pikte hij bier, zakken chips en koeken uit supermarkten.
Werd hij betrapt, dan dreigde hij het personeel op de bek te slaan (ook met die woorden) of dood te schieten want hij had een wapen in de broeksband.

Na de basisschool was hij al klaar, werken deed hij nog nooit, wel is hij vader van vier kinderen en heeft hij de status van veelpleger.
Positieve punten?
Sander: ‘Ik gebruik geen drugs meer.’ Dat is een begin.

De officier van justitie zegt dat mannen als Sander het plezier van werken in supermarkten voor veel mensen vergallen.
De eis: dertig maanden celstraf waarvan twintig voorwaardelijk om de noodzakelijk geachte behandeling mogelijk te maken.
Sander wil wel.
Dat is nog een begin.
Als hij door twee vriendelijke politie-agenten de rechtszaal wordt uitgeleid, zie ik de grote tattoo in zijn nek: ACAB.
Daar moet even aan worden gewerkt.

Wekelijks is er wel een verdachte als Leon (23).
Hij is van de categorie ‘mannetje pindakaas’.
Leon denkt dat-ie al heel wat is, maar hij moet nog heel wat worden.

Schermafbeelding 2015-02-06 om 23.52.35Leon vindt dat slachtoffers van woninginbraak zelf schuldig zijn.
Wie een raam of deur open laat staan, vraagt er om zolang er mensen zijn zoals hij, mensen die altijd geld nodig hebben.
Logisch.
Hij vindt dat de politie corrupt is, dat blanke Nederlanders net zo goed inbreken en vooral dat je moet pakken wat je pakken kunt.
Leon had met anderen laptops uit studentenwoningen gestolen en die laptops verpatst aan een winkel in de binnenstad van Groningen.
Leon ontkent.
Hij zegt: ‘Ze zeggen dat ik met duiven praat, maar dat is niet zo.’
Af en toe begint hij hard te lachen om niks.
Hij moet naar een kliniek, maar hij dat wil niet.
Daarom komt er een kale strafeis: anderhalf jaar cel.
Zijn advocaat: ‘Maar dan komt het niet goed.’

Leon kan beter naar het hokje ‘alle hens aan dek’.

Nu zijn er honderden hokjes te verzinnen waarin je verdachten kunt wegstoppen en ordenen.
Een heel enkele keer, misschien maar eens in de miljoen jaar, komt er een verdachte langs die alles in de war schopt: Melle uit Marum, 52 jaar, is zo’n zeldzaam geval.
Als hij de rechtszaal binnenkomt, doet hij zijn werkschoenen uit en zet die onder de verdachtenbank.
Op sokken verder, petje op tafel.

Of het waar is, vragen de rechters.
Melle: ‘Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Pleurt toch allemaal lekker op met die fucking shitbagger.’
Of hij het prikkeldraad heeft vernield?
Melle: ‘Nee. Want dan krijg ik een klap stroom door de pens heen en daar heb ik geen verlet om.’

Melle wordt verdacht van stalking van een dorpsgenoot.
De kwestie speelt al jaren.
Hij is er al een paar keer voor veroordeeld, eenmaal zat hij drie maanden in de gevangenis.
Gedragsdeskundigen rapporteren dat er zorgen zijn over de psychische gesteldheid.

Melle: ‘Pleurt lekker op allemaal. Opzouten. Weg. Weg.’
Rechters: ‘Blijft u hem aanspreken?
Ja.
Rechters: ‘Is er een oplossing? Valt er met u te praten?
Nee, opsodemieteren.
Rechters: ‘Wat zit er nou achter? Hoe is dit ontstaan?
Geen idee.
Rechters: ‘Als u een enkelband krijgt, wat gaat u dan doen?’
Mijn eigen gang.
Rechters: ‘Misschien wilt u wel anders, maar kunt u dat niet.’
Oh?

Melle past Schermafbeelding 2015-02-06 om 23.43.16niet in de hokjes.
En dan weet een officier van justitie het ook niet meer.
Ze heeft nog geen idee welke straf ze moet eisen.
Straks wordt het erger en valt er op een dag een slachtoffer.
TBS?
Melle zegt dat hij nergens aan meewerkt.
De rechtszaal zucht.
Er komt een nader onderzoek.

Rob Zijlstra

 

Over wijsheid en een invaljuf

cropped-charlie.pngAls het waar is dat de misdaad bestreden moet worden middels het strafrecht dan heeft braaf Groningen een beroerde week achter de rug.
Het aantal strafzaken dat in het voormalige doveninstituut aan het Guyotplein werd behandeld, was nog nooit zo laag als deze week.
De oorzaak mag inmiddels bekend zijn: de politie heeft het zo druk dat er geen tijd overblijft boeven te vangen en misdaadonderzoek te doen waardoor het Openbaar Ministerie te weinig dossiers krijgt aangeleverd waarmee officieren van justitie naar de rechtbank kunnen lopen.
Gevolg: lege rechtszalen en schaterlachende slechteriken.
Geen nood, in de loop van 2016 wordt alles beter, zo is beloofd.

De strafrechtweek begon maandagochtend ook nog eens met een ontzettend lelijke strafzaak bij de politierechter.
Klas 4 van het Hogeland College uit Warffum was er met de invaljuf getuige van.
De verdachte heette Appie.
Hij moest terechtstaan omdat hij zijn vrouw, ex, had bedreigd met geweld.
Hij had tegen haar geroepen: ‘Ik maak je hele gezicht kapot.’
Een mevrouw die op de fiets passeerde, hoorde het en stapte verontwaardigd af.

Terwijl Appie riep – geroepen zou hebben – trok hij aan zijn dochtertje van 7 jaar dat hij acht maanden niet had gezien.
Zijn ex trok tegelijkertijd aan de andere kant van ook haar dochter.
De mevrouw op de fiets zei tegen de politie: ‘Hij keek heel woest.’
Appie ontkent de lelijke woorden, maar de officier van justitie zegt dat als twee vrouwen beweren dat het zo is, dat dan het wettige en overtuigende bewijs is geleverd.

Deze kleine misdaadgeschiedenis speelde zich af op 29 december 2012.
Het lelijke is dat het Openbaar Ministerie welgeteld 646 dagen, dat is afgerond 22 maanden, nodig had deze kwestie voor te leggen aan de rechter.
De ex had nog een e-mail gestuurd waarin stond dat het allemaal goed is gekomen, dat hij weer lief voor haar is en andersom, dat Appie zijn dochter die hij toen zo lang niet had gezien alleen maar even een knuffel had willen geven, dat ze het nu samen weer proberen, ook al omdat ze samen wijzer zijn geworden.

De officier van justitie is niet geroerd, maar spreekt streng van een ernstig feit.
Ze dreigt met een werkstraf, maar eist een boete van 350 euro.
De politierechter denkt niet na maar weet direct wat wijsheid is.
Hij zegt dat twee vrouwen samen wettig en overtuigend zijn en dus dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met geweld.

De rechter: ‘U bent dus schuldig, maar ik leg u geen straf op, het is veel te lang geleden, straf heeft dan geen enkel zin. Dat was het, ik dank u voor uw komst.’

De invaljuf moet het in de klas maar eens uitleggen.

Schermafbeelding 2014-10-12 om 00.55.49Wel schuldig, maar geen straf is ook de inzet van een strafzaak waarin de rechtbank de komende week uitspraak doet.
Deze zaak kenmerkte zich door grote schoonheid.
Het is echt niet alleen kommer en kwel in de rechtbank.

De schoonheid zat in de twee verdachten die principieel de wet overtreden om de wereld (in Nederland) iets beter en aangenamer te maken, in de prettige wijze waarop de rechters deze twee verdachten ondervroegen en vooral in het pleit van de twee advocaten, Smeets en Vis.
Die twee proberen het Nederlandse coffeeshopbeleid omver te kukelen.

Heel verhaal, te boek gesteld op 48 A-viertjes.
De twee verdachten telen al jaren hennep onder de rook van de grote, vieze kolencentrale in de Eemshaven.
Ze telen biologisch, zonder brandgevaar, ze betalen de hoge energierekening, heel veel belasting en leveren aan twee coffeeshops die door de overheid worden gedoogd.
Het is het verhaal dat de overheid toestaat dat er wiet wordt verkocht, maar het niet toestaat dat er wiet wordt geteeld om te kunnen verkopen aan coffeeshops.

Uitademen mag, maar inademen niet. Zoiets.

Smeets en Vis hebben argumenten bedacht die de rechters ertoe moeten bewegen dat ze de twee eigenwijze wiettelers wel schuldig verklaren (ze bekennen ook), maar dat er geen straf wordt opgelegd.
Dat moet dan de doorbraak zijn: wiettelers kunnen met zo’n uitspraak mits ze het netjes doen, hun gang gaan.
De legalisatie van de ‘achterdeur’ is daarmee een stapje dichterbij, iets waar onder anderen burgemeesters al lang op aandringen.

Smeets en Vis zeiden bijvoorbeeld dat de twee verdachten leveren aan de coffeeshop in Stadskanaal die daar door de gemeente in het leven is geroepen.
De overheid is daarmee uitlokker en medepleger.
En het kan toch niet langer zo wezen dat diezelfde overheid datgene wat ze uitlokt en medepleegt strafbaar stelt.

Komt bij dat de twee telers zich in hun bedrijfsvoering gedragen als een bedrijf (inclusief een ordentelijke administratie) en door de overheid – de Belastingdienst – ook zo worden behandeld.
Een ander argument is dat de twee wiettelers met hun handelwijze de hennepteelt uit de criminele sfeer halen, kwaliteit garanderen en geen overlast veroorzaken: de twee eigenwijzen zijn kortom de ideale oplossing.

Smeets en Vis voegen daar nog aan toe dat als ook de nette hennepteelt verboden blijft, de brandgevaarlijke teelt op zolderkamertjes door criminelen dan blijft voortbestaan, niet in de laatste plaats gestimuleerd door het Openbaar Ministerie.
Ze zeggen: ’De door de overheid gedoogde coffeeshop verwordt met huidig beleid tot een doorgeefluik van de georganiseerde criminaliteit.’

De officier van justitie kijkt niet vooruit, maar roept de hulp in van vroeger, van Charles de Montesquieu (1689 – 1755 – ’vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat’) en de trias politica (scheiding der machten).

De officier van justitie zegt dat als het beleid van de overheid anders moet, de rechtszaal dan niet de plek is om dat voor elkaar te boksen.
Ga dan maar naar Den Haag, naar de Tweede Kamer, naar de wetgevende macht.
Die moet de uitvoerende macht dan in een andere richting sturen.
Een scheidsrechter, wil de officier van justitie maar zeggen, bepaalt de spelregels immers ook niet.
Ieder zijn rol, dat zijn de regels, zo is het afgesproken.

Smeets en Vis zijn het daar niet mee eens.
Rechters gaan over de strafwaardigheid en een moedige rechterlijke macht kan in de rechtszaal heus besluiten twee eigenwijze wiettelers schuldig te verklaren, maar hen geen straf op te leggen.

Voor klas 4 van het Hogeland College in Warffum: ook dit kan de invaljuf wel even uitleggen.

Rob Zijlstra

cropped-charlie.png Charlie

 

UPDATE – 16 oktober 2014 – uitspraak
De Bierumer wiettelers zijn schuldig, maar verdienen geen straf. Wat zij doen en hoe ze het deden past in het Nederlandse coffeeshopbeleid, vinden de rechters. De advocaten Smeets en Vis: ‘Dappere rechters.’

Het vonnis is hier te lezen

.

update – 26 augustus 2015
Het Openbaar Ministerie heeft na een herhaling van haar standpunten opnieuw werkstraffen (180 en 120 uur) en voorwaardelijke celstraffen (6 en 3 maanden) geëist tegen de twee Bierumer wiettelers. De verdediging (Smeets & Vis) bepleitten een niet-ontvankeliheid van het OM.  → dvhn

 

Klokjes

klokjesWat Pim hoorde was helemaal niet zo raar.
Hij hoorde zeggen dat op de Filipijnen een tekort aan medicijnen is, medicijnen die de mensen wel nodig hebben.
Zij daar nog meer dan wij hier.

Wie dat zei?
Een stem in het hoofd van Pim.
Hij dacht lang na en besloot medicijnen op te sturen.
De stem: ‘Maar Pim, hoe ga je dat doen, hoe kom je dan aan geld?’
Pim: ‘Weet jij iets?’
De stem: ‘Pleeg een overval.’
Pim: ‘Dat is een goed idee.’

En zo geschiedde.
Op 14 november vorig jaar – een donderdag, een koopavond – fietst Pim naar de binnenstad van Groningen en zet zijn fiets tegen de Hema aan.
Dan loopt hij naar de juwelierszaak van Siebel, iets verderop.

Als hij de zaak betreedt, trekt hij een bivakmuts over het hoofd en roept: ‘Klokjes.’
Een medewerkster vraagt even vriendelijk als geschrokken of hij die rare muts van zijn hoofd wil doen.
Maar dat doet Pim niet.
Hij roept nog een keer: ‘Klokjes.’
De medewerkster doet dan wat van haar wordt verwacht.
Ze stopt dertien horloges in een tasje en geeft die aan de overvaller.
Pim tegen de rechters: ‘Ik had wel in de gaten dat het niet de duurste klokjes waren.’

Met de buit wandelt hij de juwelierszaak uit, naar buiten.
Kort daarop wordt hij, nog in de Herestraat, aangehouden.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht echt dat ik met een goede zaak bezig was. Maar toen ik werd aangehouden dacht ik, dit gaat de verkeerde kant op.’

Pim wordt opgesloten in een politiecel waar wordt vastgesteld dat hij in de war is.
Zo belandt hij op paviljoen E van een psychiatrische kliniek.

De officier van justitie zegt dat een bivakmuts over het hoofd in een juwelierszaak heel bedreigend is: ‘Ook al wordt er niets gezegd, ook al is er geen wapen.’
Volgens de officier van justitie wist de verdachte dat wat hij deed, niet goed was.
Zegt: ’Maar het belang dat hij zag – het opsturen van medicijnen – vond hij belangrijker.’
De officier van justitie vindt daarom dat Pim zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld, dat die bewezen kan worden.

De volgende vraag die officieren van justitie dan moeten stellen: is de verdachte ook een strafbare dader?
Die vraagt beantwoordt hij op advies van de psycholoog en de psychiater met ‘nee’.
De eis: een ovar.
Een ontslag van alle rechtsvervolging.
Dan heb je het wel gedaan, maar krijg je geen straf.

De rechters hebben twee weken over Pim nagedacht en zijn tot een andere zienswijze gekomen dan het Openbaar Ministerie.
De rechters vinden dat het dragen van een bivakmuts onvoldoende is om te kunnen spreken van bedreiging.
Het is misschien niet zo gepast, zo’n muts op koopavond in een juwelierszaak, maar meer kan het niet zijn.
En van diefstal is ook geen sprake, vinden de rechters.
De medewerkster stopte de klokjes in een tas en gaf die aan de overvaller.
Stelen – enig goed wegnemen – gaat anders.

Pim wordt vrijgesproken.
Voor hem maakt het niks uit.
De behandeling in de kliniek wordt voortgezet.

Rob Zijlstra

Lekkere broer

ryanairAmir (33) heeft een lekkere broer.
Hij heet Appie.
Amir was samen met hem naar Marokko gevlogen, naar Fez met Ryanair.
Voor nog geen 300 euro kan dat.
Ze vertrokken op 6 november en keerden terug op 13 november.
Ze waren, zegt Amir tegen de rechters in Groningen, bij hun ouders geweest.
Vanwege het schapenfeest.
Zelf woont hij in Den Bosch.

Dus, is zijn conclusie, kan hij nooit op 12 november een overval hebben gepleegd in Groningen.
Zelfs geen mislukte.
Want hoe nou kan hij op twee plaatsen tegelijk zijn?
Het Openbaar Ministerie denkt dat het wel kan, omdat Amir een liegbeest is.
Hij is helemaal niet in Marokko geweest, zegt de officier van justitie: hij probeert niet alleen ons, maar ook de rechters om de tuin te leiden.
En dat is, vindt de aanklager, een kwalijke zaak.

Amir heeft de schijn ook een beetje tegen.
Hij was al eens eerder met zijn broer op pad geweest.
Toen hadden ze samen een bankoverval gepleegd.

Op 12 november krijgt de politie om kwart over twee in de nacht een melding.
De melder meldt dat de buurman op het dak van de woning in de wijk Beijum zit en dat hij roept dat-ie is overvallen.
Dat snel de politie moet worden gebeld.
De politie is er zo razendsnel, dat ze een achtervolging kunnen inzetten.
Het gaat om een zwarte Audi met drie of vier mannen erin, had de man op het dak nog geroepen.

Terwijl een paar agenten achter de Audi aansjezen, zien andere agenten bij de woning een man met tie-rips (kabelbinders) om de polsen.
Uit zijn lichaam stroomt bloed.
In de woning is het een zooitje, er is daar zo te zien een flinke worsteling geweest.
Het slachtoffer vertelt dat hij zijn woning via de voordeur wilde verlaten en ineens oog in oog stond met mannen met pistolen en bivakmutsen.
Ze sloegen een ruit van de voordeur stuk, openden zo de deur en duwden hem naar binnen.
Heel onvriendelijk.
Ze riepen dat ze ‘geld, geld’ wilden en anders zouden ze een kogel door zijn kankerkop schieten.
Zo gaat dat.

De politie wist al heel snel meer.
Het slachtoffer was geen onbekende.
De man was in de zomer van 2010 veroordeeld tot 24 maanden celstraf in verband met drugshandel.
Hij zag zichzelf niet als een drugsdealer, maar meer als een bemiddelaar, als een makelaar in roesmiddelen.
Dealer of makelaar, voor mannen uit Den Bosch maakte het niet uit.
Zij wilden geld en wisten kennelijk dat er op dat adres in Groningen om kwart over twee in de nacht iets te halen viel.

Maar het ging fout, fout gezien vanuit het oogpunt van de overvallers dan.
De bivakmutsen gingen in de woning zo tekeer dat het neefje van de bewoner er wakker van werd, zich niet bedacht, het dak beklom en dus via de buurvrouw alarm sloeg.
Op hun beurt sloegen de mannen op de vlucht.
Vanaf het dak kon het neefje nog roepen dat ze door de woonwijk scheurden en de ringweg opreden, richting noord.
De politie kon hen nauwelijks bijhouden, zo hard ging het, eerst richting Winsum.
Ter hoogte van Baflo, Winsum al voorbij, ging het van 160 kilometer (per uur) en moesten de achtervolgers in verband met veiligheid het opgeven.

Even leek dat niet erg want de achtervolgende agenten hadden in de duisternis van de nacht wel gezien dat de razende Audi bij Sauwerd werd geflitst.
Rechter tegen Amir: ‘U kunt dat niet weten want u komt uit Den Bosch, maar iedereen die daar bij Sauwerd ook maar ietsje te hard rijdt, wordt geflitst.’
Amir haalt de schouders op.
De kentekenplaten op de Audi waren van een Toyota gejat, dus wat dan?
Bovendien was hij in Marokko.

Toch werd hij, maanden later, opgespoord.
In de zooi die in de woning werd aangericht vond de technische recherche sporen met daarop dna-profielen.
Op een tie-rip werd een dna-spoor aangetroffen met een profiel dat vrijwel zeker – kans van niet is minder dan een op een miljard – kan worden toegeschreven aan Amir.
Op grond daarvan werd hij gearresteerd.
Er is ook steunbewijs.
In de dagen dat de woningoverval werd gepleegd, maar niet op de dag zelf, is er met de bankpas van Amir geld gepind in Groningen.
Ook zijn telefoon is toen in Groningen geweest.
Dat zijn geen harde bewijzen dat je ook een woningoverval hebt gepleegd, maar het maakt opgeteld bij het gevonden dna-spoor, wel verdacht.

Amir: ‘Ik was in Marokko. Voor het schapenfeest. Samen met Appie, mijn broer.’
Rechters: ‘Ja ja.’

De politie heeft het uitgezocht.
Ze belden met de haven- en luchtvaartautoriteiten van Marokko en die antwoordden dat Amir en Appie in november niet met boot of vliegtuig zijn in- en ook niet zijn uitgereisd.
Amir merkt op dat de grensregistraties misschien niet deugen.
De officier van justitie vraagt – tikkeltje cynisch – of ze misschien via Israël zijn gereden, met de auto?
Amir gaat er niet op in.
Hij had toch een ticket gekocht, dat was toch ook uitgezocht?
Dat was zo.
Via een rechtshulpverzoek aan Ierland was Ryanair in de administratie gedoken en inderdaad, Amir had een ticket voor heen op 6 november en voor terug op 13 november.
Betaald en wel.
Nou dan.
Nou nee, de politie zocht nog even verder en ontdekte toen dat de tickets in de Ryanair-administratie de status van ‘no show’ hebben.
Wel gekocht, maar klant is niet komen opdagen: lege vliegtuigstoel, vals alibi.

De politie heeft, zo lezen de rechters in het dossier (dat zeggen ze) erg veel moeite gedaan om Appie te vinden.
Appie bestaat ook, maar contact is er niet geweest.
Rechters: ‘Lekkere broer heeft u.’
Amir: ‘Ik was in Marokko.’
Rechters: ‘U wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit, van een gewapende overval, bivakmutsen, bloed, in een woning, in de nacht, een strafbaar feit waar jaren gevangenisstraf op staat. En uw broer, kroongetuige, kan u een alibi verschaffen, hij had hier kunnen staan en zeggen, met twee vingers in de lucht, dat hij met u in Marokko was. Waar is hij?’

Amir: ‘Ik was in Marokko.’
Rechters: ‘Misschien heeft u gelijk en misschien zit u ook wel keihard te liegen.’

De jonge advocaat van de ervaren Amir pleit met de passie van een dooie duif.
De advocaat zegt dat het veel te ver gaat om zijn cliënt te verdenken van zoiets naars, koert nog wat en stelt dan voor dat een en ander maar eens tot op de bodem moet worden uitgezocht.

De officier van justitie eist 3 jaar gevangenisstraf.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 2 juni 2014 – uitspraak
Amir is in de ogen van de rechtbank een liegbeest: niet goed voor 3, maar voor 4 jaar celstraf. Dat hij betrokken en dus aanwezig  is geweest bij de ripdeal, acht de rechtbank bewezen.

Ontkenningsfase

Schermafbeelding 2014-05-21 om 16.58.48Nog geen jaar geleden zei veelpleger Bram (42 jaar, waarvan hij er meer dan tien in de gevangenis doorbracht) tegen de rechters dat al zijn problemen waren opgelost.
Hij straalde.
Eindelijk na zoveel jaren drugsellende.
De rechters vroegen, op hun hoede:’Hoe dat zo?’
Bram had geantwoord: ‘Ik heb een vriendin.’
Alles zou daarom goed komen.

Maar alles kwam niet goed.
Bram staat weer terecht, voor de zoveelste keer.
Toen hij werd opgepakt, was hij nog maar een paar dagen vrij.
Zo gaat dat met Bram al 24 jaar achtereen.
Hij drinkt flessen sterke drank in winkels leeg en in andere winkels, zoals de Mediamarkt, glijden de spullen vanaf de schappen zo zijn zakken in.
Nee niet goed, dat hoef je hem echt niet te vertellen.
Maar een mens die leeft, moet eten.

De vriendin van toen, toen de reddende engel, heeft hij nog steeds.
De verdenking van nu is onder meer dat hij haar heeft bedreigd.
Hij had gedreigd haar ‘strot door te snijden’ en haar huis (dat nu ook de zijne is) in brand te steken.
Diepe zucht.
Zegt: ‘Luister. Ik kwam thuis en kon er niet in. Ik heb vijftien jaar op straat geleefd. Dan heb je eindelijk een huis en dan kun je niet naar binnen. Dat is flink balen. Ik was gefrustreerd. Maar we zijn nog steeds bij elkaar.’

Hij had ook met met list en bedrog bij iemand een tientje uit de portemonnee gepraat.
En hij had voor heel even een auto van een wildvreemde mogen lenen en die niet teruggebracht.
Oplichting, zegt de officier van justitie.
Bram is wereldkampioen babbels verkopen.
Dat kan hij aan de ene kan goed, maar aan de andere kant brengt het hem keer op keer in het gevang.
Hij ontkent het niet.
Zegt: ‘Ik ben op een leeftijd gekomen dat er geen ontkenningsfase meer is.’

Hij heeft een brief geschreven.
Die moeten de rechters lezen en dan zullen ze alles begrijpen en hem zonder twijfel vrijspreken.
En als hij dan wat hulp er bij kan krijgen, komt alles goed.
Een van de rechters zucht ook en merkt op: ‘Hoe vaak zijn we elkaar hier wel niet tegengekomen?’
Bram maakt met zijn hand een wegwerpgebaar: ‘Nee, hier heb ik geen zin in. Lees eerst die brief nou maar eens, het is een motivatiebrief.’

De rechters doen wat Bram vraagt en laten daarna weten niet erg onder de indruk te zijn van zijn schrijfsel.
Even was er de hoop dat Bram ergens wat licht had gezien, de hand in eigen boezem had gestoken en had besloten gemotiveerd een nieuw levenspad te gaan bewandelen.
Maar in de brief ging Bram vooral tekeer tegen zijn vriendin die nog geen jaar geleden ervoor zou zorgen dat alles goed zou komen.

De officier van justitie eist de straf die bedacht is voor mannen als Bram: de veelplegersmaatregel isd.
Dat betekent twee jaar achter de tralies, maar met de nadruk op hulpverlening.
Op hulp die al een kwart eeuw niets bij Bram heeft uitgehaald.

Rob Zijlstra

uitspraak over twee weken

Laat maar…

Errol kijkt opzij, naar medeverdachte Patrick, en zegt dan tegen de rechters, tikkeltje theatraal: ‘Hem ken ik al jaren, al vanaf klein, van vroeger. We kennen elkaar zeker al twintig jaar. Hij is als een broertje voor mij.’
Patrick kijkt ook naar Errol, maar dan maar heel even en zegt vervolgens resoluut tegen diezelfde rechters: ‘Ik ken hem niet.’

Errol (32) en Partrick (25) zijn twee van de vijf verdachten die bijna acht uur lang in zittingszaal 14 zitten.
Geen van die vijf laat het achterste van de tong zien.
Bij lastige vragen wordt een beroep gedaan op het zwijgrecht.
Of op ‘weet ik niet’.
Of ze kennen elkaar dus niet.
De vijf hebben voor-, achter- en bijnamen.
Dat zijn er opgeteld vijftien.

Er duiken namen van betrokkenen op die niet aanwezig zijn.
Dan zit je op minimaal twintig, namen die ook nog eens in wisselende samenstelling worden gebruikt.
Ze vliegen links en rechts door de rechtszaal.

Komt nog wat bij.
De vijf aanwezige verdachten zouden een stuk of tien strafbare feiten hebben gepleegd, maar niet allemaal tegelijk en/of samen.
Probeer dan maar eens zonder kennis van het strafdossier (niet openbaar) te snappen waar het nou eigenlijk in de kern over gaat.

Sowieso zouden journalisten in het belang van de geloofwaardigheid wel eens wat vaker mogen toegeven dat ze lang niet altijd begrijpen waar ze wel over schrijven.
Maar dit terzijde.

Vier van de club van vijf zouden ergens in Groningen een woning zijn binnen gedenderd.
In die woning woont de helft van een tweeling.
Ze zetten een revolver op zijn hoofd en daarna op zijn been en dreigen daar doorheen te schieten.
Ze willen 900 euro, ’s avonds al.
Zo niet dan schieten ze de helft van de tweeling dood, simpel zat.

Voor alle zekerheid slaan ze hem een paar keer in het gezicht en nemen ze de televisie, een kastje van de KPN, een laptop, wat wiet en de portemonnee met 190 euro mee.
Dan hebben ze alvast wat.
De televisie wordt direct verkocht in een pandjespand op het Zuiderdiep in Groningen, daar waar vroeger de betrouwbare Botman zat.

Later op de dag krijgt het slachtoffer – want zo kun je hem inmiddels gerust noemen – te horen dat het bedrag van 900 euro die hij moet betalen is veranderd in 2.000 euro.

De helft van de tweeling heeft het vermoeden dat ze bij zijn broer moeten wezen, maar ondertussen zit hij mooi met de gebakken peren en zonder televisie.
Hij zoekt contact met de politie.

De politie gaat direct aan de slag, te meer omdat er vuurwapens in het spel zijn.
De officier van justitie: ‘De dreiging die van de groep uitgaat was dermate groot dat we besloten om vroegtijdig in te grijpen, om te voorkomen dat er meer slachtoffers zouden vallen.’
Er worden spoedtaps geplaatst op telefoons en dan is politieonderzoek doorgaans niet heel ingewikkeld meer.
Verdachten spelen zichzelf in de kijker.
En worden ook aangehouden.

Met de helft van de tweeling spreekt de politie af dat hij een afspraak maakt met zijn afpersers om het geld – 2.000 euro – over te dragen.
Dat zal gebeuren op de parkeerplaats bij Ikea.
Op het moment dat Patrick in de auto stapt om het makkelijke geld te incasseren, springt vanuit het niets een arrestatieteam tevoorschijn en is Patrick het haasje.

Dit alles was in juli vorig jaar.
Patrick hoopt snel naar huis te kunnen, want hij heeft spijt dat het zo uit de hand is gelopen.
Hij is kapper, zelfs een van de besten, en hij wil dolgraag voor zijn pasgeboren kind zorgen.
De officier van justitie eist evenwel 42 maanden gevangenisstraf.

Errol, die wordt gezien als de leider van de bende, heeft niet alleen spijt, maar ook berouw.
Dat zegt hij.
Hij heeft vier kinderen en wil ook graag naar huis.
De officier van justitie: eerst vijf jaar gevangenisstraf.

Twee medeverdachten moeten boeten voor hun aandeel met 30 en 36 maanden.
Ook zij zijn jonge vaders.
De jongste verdachte is zelf nog een kind, hij is net 18 jaar.
Nonchalant, maar ook bang voor medeverdachten.
De eis tegen hem: voor elk levensjaar een maand.

Vier jonge vaders met dreigende lange gevangenisstraffen en met opgeteld tien heel jonge kinderen bij nog heel jonge moeders.
Die heftige maar o zo domme, stomme misdaden plegen die…

Ach, laat ook maar.

Rob Zijlstra

uitspraken op 6 februari

Het complot van Spijk

2009-02-28c

spijk

‘Ach, die mensen kunnen van leugens waarheid maken.’

Regelmatig verschijnen verdachten in de rechtszaal die denken slachtoffer te zijn van een complot.
Soms denken ze dat echt.
Soms zegt een verdachte het alleen maar omdat de gepresenteerde bewijzen onweerlegbaar zijn, terwijl hij toch onschuldig wil lijken.

Afgelopen week werd een Groninger drugsdealer veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf.
Het belgedrag was een van de bewijsmiddelen.
Bij de politie weten ze dat bepaald belgedrag duidt op ‘dealgedrag’.
Deze man had tussen 1 juli 2012 en 20 maart 2013 welgeteld 39.461 keer gebeld met harddrugsgebruikers.
Wel een beetje verdacht, maar volgens de verdachte – inmiddels de veroordeelde – is er sprake van een opzetje.

Aan politie en justitie worden grote rollen toebedeeld als het om complotten gaat.
Complotten en misdaad gaan hand in hand en dat is vast al zo sinds mensenheugenis.

Er bestaan grote complottheorieën, maar ook heel kleine.
Best wel een grote is die van die markante en heel vriendelijke man die jarenlang in Groningen woonde en zeker wist dat drugs bedenksels waren van de Nederlandse overheid.
Het grote plan was om al zijn Surinaamse landgenoten achter de tralies te krijgen, opdat kon worden voorkomen dat hij en de zijnen schadeclaims gingen indienen in verband met driehonderd jaar onderdrukking en slavernij.

En uitgerekend op de dag dat een van de zwaarste stormen in jaren over Groningen woei, diende in zittingszaal 16 – oh toeval – een strafzaak tegen een man die zeker denkt te weten dat Marianne Vaatstra niet is vermoord door de pas veroordeelde Jasper S.
De Friese boer is een verzinsel, een acteur of weten wij veel wat.
De man roept al jaren dat asielzoekers achter de moord zitten.
De asielzoekende moordenaar is door Nederland, zo wil zijn theorie, in veiligheid gebracht om onrust in het land te voorkomen.

Heel lang maakte de man dankbaar gebruik van het feit dat de zaak-Vaatstra niet was opgelost.
Nu dat wel het geval is, laat hij luid van zich horen.
Daarbij geldt: wie niet voor hem is, is tegen hem en wie tegen hem is maakt deel uit van het complot.

Het gevolg was dat hij op die stormachtige dag in Groningen terecht moest staan wegens laster en smaad.
De politierechter werd twee keer gewraakt (afgewezen) en had er toen schoon genoeg van.
Bij denker Wim Doofpot – zo zou hij kunnen heten – zit misschien wel een steekje los wat hem minder toerekeningsvatbaar zou maken.
Als dat zo is, willen rechters dat weten om daar rekening mee te houden bij het opleggen van een eventuele straf.
De gewraakte politierechter gelastte een onderzoek naar D.’s geestesgesteldheid, uit te voeren door een psychiater en een psycholoog.
De tumultueus verlopen strafzaak in zaal16 krijgt een vervolg in 14.

Complotten rond de moord op John F. Kennedy zijn nog groter.
Die zijn zo ontzettend groot dat de kwestie Spijk, prachtdorp aan de rand van het land, er bij in het niet valt.
Ondertussen zit het dorp er wel mooi mee.

De kwestie betreft James, een geboren en getogen Groninger.
Tussen hem en Spijk botert het niet zo goed en dat is al jaren zo.
Tegen de rechters: ‘Net wat ik zeg.’

De sfeer werd er niet beter op toen James vorig jaar werd veroordeeld wegens een zedenmisdrijf.
Wat kinderporno en het schrijven van nare brieven aan een meisje van 9 jaar en aan de wat oudere buurtagent.
De officier van justitie eiste tbs met dwangverpleging, maar de rechters wilden niet verder gaan dan negen maanden celstraf en contactverboden met zijn slachtoffers.
Er is wel wat loos met James, maar hij is te goed voor de tbs, want gevaarlijk is hij niet.
En zo gebeurde het dat James al vlot weer op vrije voeten kwam.
Het dorp kwam in beraad bijeen.

Tegen de rechters: ‘Al op de eerste dag ben ik bedreigd. En mijn broer ook. En er is ook een ruit bij mij ingegooid. Ik weet door wie, maar de politie heeft er niks aan gedaan.’
Rechters: ‘Hoe reageerde u?’
James: ‘De mensen weten niet beter, ik trek me er geen barst van aan.’
Rechters: ‘Er waren wel spanningen.’
James: ‘Ach, die mensen kunnen van leugens waarheid maken.’

In december ontvingen diverse mensen in het dorp rouwkaarten met nare teksten over liquidaties, het afsnijden van kankerkoppen, verkrachtingen en sieg heil.
Het handschrift kwam overeen met eerdere schrijfsels van James.
Op een envelop zijn dna-sporen aangetroffen waaronder eentje die van hem zou kunnen zijn.
Een van de namen schreef hij fout op de envelop, gelijk hoe fout die naam in zijn adresboekje stond.

James: ‘Het is een complot.’
James vermoedt, zegt zijn advocaat, dat die rouwkaarten door het dorp zijn gemaakt om hem verdacht te maken.
Een kwestie van roddel en achterklap, van stemmingmakerij met als doel hem uit het dorp te krijgen.
James: ‘Net wat ik zeg, ik heb d’r niet om gelogen.’

De officier van justitie zegt dat James nu elders woont en zich aan de voorwarden – de contactverboden – heeft gehouden.
Hem terug te sturen naar de gevangenis lijkt hem geen goed plan.
De eis luidt daarom 63 dagen, de tijd die James al heeft gezeten voor deze kwestie.
Als stok achter de deur drie maanden voorwaardelijk.

De aanklager vraagt aan de verdachte: ‘Snapt u het?’
James: ‘Ja, maar ik ben het er niet mee eens.’
De officier van justitie: ‘Dat hoeft ook niet, maar wel mooi dat u het snapt.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 28 november 2013 – uitspraak
James zal blijvend oneens zijn: de rechtbank heeft hem conform de eis veroordeeld.

De stiefvader

Het is in dit verhaal het een of het ander.
In het ene geval is Tom (44) het slachtoffer van een heel akelig spel.
In het andere geval is Tom een heel akelige man.

Zelf zegt hij dat er sprake is van het eerste.
Hij zegt: ‘Het verwijt dat ik mij schuldig heb gemaakt aan seksueel misbruik heeft mij diep geschokt. Niets is erger, het heeft mij kapot gemaakt.’

De ware schuldigen zijn in zijn beleving die drie rotkinderen van zijn partner van wie hij net is gescheiden na een geweldig huwelijk.
Die kinderen hebben het bedacht en dat hebben ze gedaan met maar een doel: geld.
En dat terwijl hij zo zijn best had gedaan hen op te voeden, wat ook niet gemakkelijk was geweest.
Hij was streng geweest doch rechtvaardig.
Nu krijgt hij stank voor dank.

Aan het huwelijk lag het niet, want hij had een heel goed huwelijk.
Ze hadden elkaar op het internet ontmoet.
Het had niet heel lang geduurd en zij kwam al naar Groningen om met haar drie kinderen bij hem in te trekken.
Dat was in 2000.

Toen zij vorig jaar zei dat ze wilde scheiden was dat rauw op zijn dak gevallen.
Zegt tegen de rechters: ‘Ik heb het niet zien aankomen, familie en bekenden ook niet.’
Hij had haar toen wel een klap gegeven.
Goed, dat had hij eerst ontkend, maar later toen hij met de camerabeelden werd geconfronteerd, met de beelden van zijn eigen beveiligingscamera’s in de winkel, gaf hij het toe.
Tegen de rechters: ‘Fout. Punt uit. Het had niet mogen gebeuren.’

De drie kinderen, inmiddels grote tieners en jong volwassen, eisen ruim 20.000 euro schadevergoeding.
Tom ziet daarin zijn gelijk: ‘Daar is het hen om te doen.’

Dit is kort gezegd de ene kant van het verhaal.
De andere kant is het verhaal van de twee dochters en de zoon van zijn ex.

Coby – de middelste – was 9 jaar toen ze in 2000 in Groningen kwam wonen.
Tom leek een leuke, nieuwe vriend voor moeder, een leuke nieuwe vader ook voor hen.
Heel lang duurde dat niet.
Het seksueel misbruik was al na een paar maanden begonnen en zou acht jaar voortduren.

Vier jaar geleden was ze naar de politie gestapt en had ze alles verteld.
Dat heette een informatief gesprek.
Haar moeder bleef bij hem, zodat Coby er alleen voor stond.
Dat trok ze niet en ze zette de aangifte niet door.

Toen ze vorig jaar 18 werd, deed ze alsnog aangifte.
Haar zus en broertje deden dat ook.

Coby van seksueel misbruik, broer en zus van stelselmatige mishandeling.
Ook de ex deed aangifte.
Ze was in al die jaren veel vaker dan die ene keer geslagen en geschopt.

De officier van justitie zegt dat het een verschrikkelijk strafdossier is met de meest vreselijke details.
Verkrachting en vernedering gaan er hand in hand.

De kinderen kregen vaak straf.
Dan werden ze geschopt, geslagen, geknepen, aan de haren getrokken de trap op, of aan de oren er af.
Zij kon strafvermindering verdienen in ruil voor seks.
Jarenlang – maand in, maand uit – was Coby bang dat ze zwanger zou raken.
Ook toen ze nog kind was.

In de rechtszaal spreekt ze de rechters toe.
Ze zegt: ‘Ik onderging het, om te overleven.’
Het gebeurde twee, drie keer in de week, soms vaker,
Op vakanties, tijdens ritjes met de auto, langs de kant van de weg.
Ze zegt dat ze nog steeds bang is, ook nu hij in de gevangenis zit.
Ze zegt ook dat het heel veel over haar gaat, dat dat niet helemaal eerlijk is, omdat hij ook het leven van haar broertje en zus kapot heeft gemaakt.

Ze zei het niet zoals het hier staat.
Ze sprak met hartverscheurende woorden.

Tom zegt zelfverzekerd: ‘Ik kan hier niets mee. Ik sta machteloos in dit verhaal. Zij zeggen het en ik kan mij niet verdedigen. Ik heb het niet gedaan en wat niet is gebeurd, is niet gebeurd.’

Volgens de officier van justitie is Tom een narcistische en dominante man die op alles een antwoord heeft en altijd een leidende rol wil hebben.
Tom knikt: ‘Dat laatste klopt wel. Dat is het ondernemerschap, dat zit in mij.’

Enigszins verbaasd is hij dat hij vanuit de gevangenis niet in de gelegenheid wordt gesteld zich bezig te houden met de boekhouding van zijn twee winkels.
Zegt: ‘Ik heb een complexe boekhouding, met 6, 12 en 21 procent btw. Dat kan ik eigenlijk alleen zelf doen. Nu wordt de financiële situatie steeds nijpender. Dit kan echt niet te lang meer duren.’

De officier van justitie: ‘Bekennen ligt niet in de rede van deze verdachte. Ik eis een gevangenisstraf van 6 jaar.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28 oktober 2013 – uitspraak
Tom is conform de eis van het Openbaar Ministerie veroordeeld: 6 jaar celstraf. Al hetgeen hem ten laste is gelegd acht de rechtbank bewezen.

de rechtbank heeft het vonnis niet gepubliceerd