De krochten

Binnen tien seconden hebben
wij (anoniem) een site te pakken
waar wapens te koop zijn

Eerst was er niks, toen kwamen de boeken en nu is er het internet. Toen het grote publiek het internet ontdekte, midden jaren negentig, leefden er nog weldenkende mensen die dachten dat die gekkigheid wel zou overwaaien. Hoezo, alle computers van heel de wereld aan elkaar vast? Inmiddels groeit het wereldwijde web per seconde, slechts uit te drukken in duizelingwekkende cijfers. Het is daarom helemaal niet raar dat het internet inmiddels een duistere zijde kent, een onderwereld waar zaken gebeuren die het daglicht niet verdragen.

Een korte rondgang op de redactie van de krant, op klaarlichte dag, leert dat journalisten geen bezoekers zijn van de krochten van de digitale wereld, van het dark web. Eentje is het al een tijdje van plan, maar weet nog niet zo goed hoe, een paar hebben er van gehoord, één collega denkt dat ik een oneerbaar voorstel ga doen.

De jongste collega van de digitale redactie slaat wel aan, we lopen gelukkig niet helemaal achter de feiten aan. Binnen tien seconden hebben wij (anoniem) een site te pakken waar wapens te koop zijn; een Glock 19 (new en unused) of een Walther P99, 9mm voor respectievelijk 500 en 650 Britse ponden dan wel 1.028 of 1.337 bitcoins.

In dit verhaal is Willy (37) de verdachte. Willy verkocht, zegt de officier van justitie, harddrugs in die duistere, moeilijk toegankelijke steegjes van het internet. Dat deed hij gewoon vanuit zijn kamer boven een goedlopend restaurant aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen. Willy ziet het anders. Hij zegt: ‘Ik ben timmerman en ben goed in klussen.’

De officier van justitie meldt dat hij recent een verdiepingscursus heeft gevolgd en dus weet wat hij zegt. Hij zegt: ‘Elf procent van de drugs die wereldwijd wordt aangeboden op het dark web komt uit Nederland.’ Kijkend naar Willy: ‘En deze verdachte is een voorbeeld van een handelaar die er actief is.’ Het is de allereerste strafzaak in Groningen in deze digitale groeibranche.

onderwereldmens

De aanklager ziet één voordeel: er is geen overlast van haastige junkies die deuren van drugspanden platlopen. De drugs worden keurig per post verstuurd. Daar begint ook de ondermijning, het modewoord in de wereld van de hedendaagse criminaliteitsbestrijding. De immer vriendelijk fluitende postbode uit de bovenwereld wordt gebruikt om de handel van de nietsontziende rauwe onderwereld op z’n plek te krijgen. En daar zijn postbodes niet voor.

Willy oogt niet als een onderwereldmens. Hij is een Duitser die op zijn 14e naar Nederland kwam omdat zijn ouders het hier prettiger vonden. Toleranter (toen). Werken doet hij niet. Hij woont en klust, ook als vrijwilliger. Hij kan goed zwart timmeren of auto’s repareren.

Op een dag doet de politie een inval. Er waren, heel klassiek, via de nationale kliklijn Meld Misdaad Anoniem tips binnengekomen. Willy van boven het restaurant verkoopt drugs op Silk Road, de marktplaats voor drugshandel op het dark web.

En inderdaad. De invalpolitie vond in de bovenwoning flink wat harddrugs. Ze vonden niet hier en daar een pilletje voor aan het einde van een drukke timmerdag, maar een heleboel. Meer dan genoeg om er een handeltje van te kunnen hebben.

In de verhoorkamer van de politie hield Willy de kaken op elkaar. Waarom? Hij haalt de schouders op. ’t Leek hem verstandiger, zegt hij tegen de rechters. Nu, nu hij in de rechtszaal zit, wil hij wel praten. De aangetroffen drugs waren voor eigen gebruik. Veel verschillende soorten drugs? Willy zegt dat hij aan het experimenteren was. Rechters merken op dat hij gezien de hoeveelheid, jaren vooruit kon. Ze zeggen: ‘De hoeveelheid staat ook haaks op uw inkomen.’ Willy: ‘Koop je groot in, dan betaal je minder.’

De officier van justitie zegt dat hij niet gek is, terwijl de advocaat later zal zeggen dat het niet gekker moet worden.

Kanaaleilanden

Volgens de officier van justitie druipen de indicaties dat Willy een drugsdealer is van het dossier af. Er zijn lijsten aangetroffen met daarop namen van drugs met achter die namen bedragen, forse geldbedragen. Het lijkt wel een administratie. Ook is informatie gevonden die vertellen hoe je op de Kanaaleilanden anoniem een foundation kunt opzetten. Om heimelijk geld onder te brengen? Er lag in zijn kamer een vals id-bewijs met daarop de foto van Willy die dan Hugo heet. Er was een ministudio om foto’s te maken. Van pillen en poeder? Er lag ook een logo bij: Amsterdope. In de broekzak van Willy zaten codes. Geen Duitse lotto-getallen, maar volgens de officier van justitie waren het bitcoin-codes. Er lag ook 3500 euro in de woning. Kortom.

Rechters: ‘U bent betrapt bij een winkeldiefstal in de Hornbach. U had een zaagblad gestolen.’ Willy antwoordt dat hij een zaagblad nodig had, maar dat hij geen geld had. De rechters weten kennelijk meer want ze zeggen: ‘Maar u ging naar de Hornbach om gootsteenontstopper te kopen.’ Willy spreekt het niet tegen. ‘Het water stroomde niet door.’ De rechters: ‘Gootsteenontstopper wordt ook gebruikt als ingrediënt voor GHB, ook een drug die bij u is aangetroffen.’ Willy: ‘Naah, dat is erg ver gezocht.’

Hij zegt dat hij het dark web bezocht omdat het hem fascineerde. Hij wilde weten wat daar gebeurde. ‘Ik ben daar een beetje in doorgeslagen.’ Hier zegt de advocaat dat het dus niet veel gekker moet worden. Er is drugs gevonden, ja, maar nou ook weer niet schokkend veel. En er is niets dat duidt op handel. Er zijn slechts suggesties en aannames, concreet druipt er helemaal niks uit het dossier. Tegen de rechters: ‘U moet hier korte metten mee maken.’

Amsterdope bestaat (bestond). In de kelders van het internet valt te lezen dat de Amsterdope-verkoper al en jaar actief is, dat 97,8 procent van zijn klanten tevreden is (op basis van meer dan 300 transacties) en dat Amsterdope 758 fans heeft (had). De aangeboden cocaïne behoort tot de allerbeste van Silk Road. Bezorgtijd twee tot vier dagen, over de grenzen 3 tot 8 week, discreet verpakt.

Is Willy Amsterdope? Of andersom? De officier van justitie: honderd procent. De strafeis: vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk. De rechters vertellen maandag wat in dit verhaal de waarheid moet zijn. Nemen zij de eis over, dan verdwijnt Willy voor een paar maanden in de krochten van de echte wereld.

Rob Zijlstra

update – 6 februari 2017
Willy is misschien wel niet Amsterdope of anderom. De rechtbank heeft hem ondanks dealerindicaties vrijgesproken van drugshandel. Wel is hi veroordeeld omdat hij drugs in het bezit had. Gedeeltelijke korte metten dus. De straf die is opgelegd voor het aanwezig hebben van harddrugs: 8 maanden celstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

schermafbeelding-2017-02-06-om-15-02-25

klik voor volledig vonnis

Klunzig & knullig

Gerard meent dat de
situatie absurde
vormen heeft aangenomen

De criminaliteit was afgelopen week weer eens in opspraak. De ontwikkeling van de misdaad is veel minder rooskleurig dan officiële cijfers willen doen geloven, luidde brekend het nieuws. Het is erger dan wij denken. Of mogen weten. De onthulling is gebaseerd op een vertrouwelijk rapport van de politie en het Openbaar Ministerie. Dat zijn twee instanties die – mag je hopen – weten waarover ze spreken.

De boodschap is dat de boeven aan de winnende hand zijn. Waarom politie en justitie deze informatie geheim wilden houden, is mij een raadsel. Moet niet iedereen zoiets zo snel als mogelijk weten? Opdat wij tijdig ramen en deuren kunnen sluiten?

Of past argwaan? Zolang het kabinet niet in spoedzitting bijeenkomt, er geen instantie is die code rood voor heel het land afkondigt, heb ik mijn bedenkingen. Het vertrouwelijke rapport is bestemd voor het kabinet dat na maart, na de verkiezingen, aantreedt. Opdat aanstaande kabinetsleden alvast weten waar meer geld naar toe moet. Zou het dat zijn?

Misdaadrapporten van instanties gaan meestal over de omvang van de criminaliteit. Het gaat over hoeveel van dit en hoeveel van dat en hoeveel dit en dat een jaar eerder meer of minder was. ‘Het laagste niveau van denken is tellen’, sprak eens een politiefunctionaris die het niet zo op cijfertjes heeft.

Mijn idee: het is de hoogste tijd voor een groots onderzoek naar de aard van de criminaliteit. Niet tellen hoe vaak, maar kijken naar wat. Ik voorspel een onthutsende uitkomst. Ik voorspel dat een flink deel van de criminaliteit in Nederland – meer dan de helft – valt in de categorie klunzig & knullig. Dat is misdaad die de politie met twee vingers in de neus kan bestrijden, ook gezien de vergaande opsporingsbevoegdheden en het materieel waarmee de politie is toegerust. Ze hebben zelfs helikopters.

Bezoek op een willekeurige dag een rechtszaal van het strafrecht (gewoon in de winkelgebieden van Assen, Leeuwarden en Groningen) en u begrijpt wat ik bedoel. U kunt dan getuige zijn van een strafzaak van Gerard, een 54-jarige man van goede huize die halverwege een afslag miste. Nu zuipt hij te veel (‘dat moet ik wel eerlijk toegeven’), schaakt hij eens wat en speelt hij graag gitaar. Een baan zit er niet meer in, vindt hij. Laat ‘m liever met rust.

Gerard is vanuit een gesloten kliniek (‘beter dan de gevangenis’) naar zittingszaal 14 gebracht omdat hij wordt verdacht van een poging tot moord. Dat is niet niks. Hij heeft een kennis met een koksmes in de linkerelleboog gestoken. Dat beweert de officier van justitie. Zelf zegt Gerard van niet. Gerard denkt dat zijn kennis – hij heet Henk – is gevallen want het was een rommeltje in dat huis. Gerard denkt dat Henk die graag blokfluit speelt in zijn val tegen de verwarming is gekukeld en toen zijn elleboog lelijk heeft opengehaald. Anders zou hij het niet weten.

Henk was ook verre van helder. Hij zat aan de paddenstoelen, zegt Gerard. Aan de paddo’s. En hij? ‘Mwah. Twee, drie, vier, vijf, zes, zeven halve liters misschien. Meer niet.’

Aan de vermeende steekpartij gaat een heel verhaal vooraf. Henk had de accuboormachine compleet met de juiste bitjes van Gerard geleend om een kastje in elkaar te schroeven. Na een paar weken kreeg Gerard zijn accuboor terug. En wat? Boorkop stuk. Henk ontkent alle schuld, Gerard beweert dat het niet anders kan dan dat Henk zijn eigendom (‘waar ik ook voor heb moeten sparen’) heeft vernield.

De officier van justitie denkt dat Gerard – ‘tikkeltje narcistisch met een zwakbegaafd werkgeheugen’ – gekrenkt was en verhaal is gaan halen en dat hij daarbij Henk in een plotselinge drift heeft gestoken met het mes. Het letsel aan de elleboog is typisch afweerletsel.

Halverwege het proces zwakt de officier van justitie de aanklacht ‘poging moord’ af naar een ‘het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel’. De eis: anderhalf jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Gerard moet dan de komende drie jaar wel uit de buurt van Henk blijven. Doet hij dat niet, dan moet hij een jaar extra zitten. Gerard meent dat de situatie absurde vormen heeft aangenomen. Met een vermoeide zucht zegt hij tegen de rechters: ‘Wie u ook gelooft, ’t is aan u.’

Een doordeweeks bezoek aan een rechtszaal leert dat de misdaad vaak niet is waar die op lijkt. In de binnenstad van Groningen is een jongeman beroofd, van zijn dure Gucci-tas met daarin niet alleen een telefoonoplader, maar ook 720 euro cash. De bezorgde moeder van het slachtoffer belde de politie. Er worden drie jongemannen uit Leeuwarden aangehouden. Zij zeggen dat het anders is gegaan.

De Guccitas-man had drugs verkocht die nep bleek. Het verruimde de geest helemaal niet en dus hadden de Leeuwarders hun dealer weer opgezocht. Een van de verdachten: ‘We wilden praten, maar we werden boos.’ Ze gaven hem een klap, een schop, rukten die dure tas uit zijn handen en graaiden het geld eruit.

Nu was het slachtoffer niet zomaar een doodgewone drugsdealer. Hij had lean drink verkocht. Huh? Rappers lusten daar pap van. Lean is een mixdrankje van sprite (cassis werkt ook) en hoestdrank. Als je zulks in de juiste hoeveelheden mengt en doorslikt is de werking als die van een joint.

Dealers in geestverruimende zaken zijn niet vogelvrij, die mag je niet zomaar slaan. En dus hoorden de mannen uit Leeuwarden gevangenisstraffen eisen voor de duur die ze al hadden vastgezeten. Voor de een, net vader, was dat ruim twee maanden, voor de ander die een eigen bedrijf wil beginnen zes.

Na Gerard en voorafgaand aan de Friese jongemannen had Krish (31) in de rechtszaal moeten komen opdraven. Hij was er niet. Krish vond ’s ochtends opdraven te vroeg en weigerde in de gevangenis in de boevenbus te stappen.

Zijn misdaad: hij had gedreigd een AK-47 te kopen om daarmee mensen in de Herestraat in Groningen dood te schieten. Na tien ongelukkigen zou hij zichzelf neerpaffen. Krish had nog geen AK aangeschaft, hij had slechts zijn plannen onthuld. Op een zolderkamertje ten overstaan van een IS-terreurcel? Nee. Hij zei het met bravoure tegen twee politiemannen. Die rapporteerden: een voorgenomen misdrijf van terroristische aard.

Niet superhandig Krish, om zoiets aan de politie te vertellen. Daarom zit ook jij in de categorie klunzig & knullig. Is beter ook. Voor ons allemaal.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

Gebakken beslag

Alsof er een causaal verband bestaat
tussen misdaad en de beleving van veiligheid

Berrie is een grote man met een donkere baard.
Hij draagt een zwarte winterjas en een bijpassende muts met een springerig bolletje eraan.
Zo komt hij de rechtszaal binnen waar hij met een paar vriendelijke woorden schermafbeelding-2016-10-22-om-17-58-41welkom wordt geheten door de politierechter.
‘Goedemorgen. Fijn dat u er bent, gaat u maar zitten.’

Politierechters worden blijmoedig wanneer gedagvaarde verdachten komen opdagen, een enkele keer belonen zij dat zelfs met een bescheiden korting op de straf.

Berrie is ’s ochtends op de eerste herfstvakantiedag een van de weinige aanwezigen in het rechtbankgebouw van Groningen.
Zodra scholen de deuren gesloten houden (en er uitgerekend dan altijd babydieren in dierentuinen worden geboren waar de media over berichten) schakelt de rechtspraak over op een laag pitje.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen de dingen.

Berrie, hij is 33 jaar, woont nog bij zijn moeder met wie hij zo vaak hij kan naar de kerk gaat. Moeder weet dat hij een verdachte is, maar ze hebben het er samen niet over.
Dat wil hij niet.
Berrie heeft opzettelijk – want dat moet in het strafrecht – een afbeelding vervaardigd waardoor een rechtmatig belang is geschaad.

Hij had stiekempjes zijn mobiele telefoon verstopt in een damestoilet van het UMCG en wel zo dat het apparaat filmpjes kon maken van hoognodig bezoek.

De politierechter kijkt met een ernstige blik naar Berrie.
De rechter had in het strafdossier gelezen dat hij het al eens eerder had gedaan, dan nog werkzaam bij de Hanzehogeschool.
Ook toen moest hij bij de rechter komen en werd hij veroordeeld.
Berrie had daarna wel weer een baan gevonden, als schoonmaker in het ziekenhuis.
En daar nu dit weer.

De politierechter: Waarom doet u nou zoiets?
Berrie, de muts heeft hij afgedaan, maar de jas nog aan: ‘Om iets te laten lukken.’
Politierechter: ‘Iets laten lukken? Maar met welke bedoeling?
Berrie: ‘Er gaan veel dingen bij mij verkeerd. Ik wilde dat er een keer iets lukt.’
De politierechter: ‘Moest dat een blote vrouw zijn?
Berrie: ‘Bloot was de tweede gedachte. Het ging erom dat het lukte.’
Rechter: ‘Maar dan had u ook een opname kunnen maken van een boom om te kijken of dat zou lukken. Of moest het iets zijn wat niet mag?
Berrie: ‘Ja. Van de kerk mag het ook niet, het is gewoon verkeerd.’
Rechter: ‘Op de wc filmen mag niet van de kerk, maar het mag ook niet van de maatschappij. Nu is het dubbel niet goed.’

Berrie knikt.
En weer niet gelukt.
Zoals het met zijn school mis was gegaan, met het betalen van zijn rekeningen, ja, met zo’n beetje alles.
Merkt op: ‘Maar ik heb respect voor vrouwen. Ik accepteer de straf.’

De officier van justitie maakt er een heel theater van.
Zegt: ‘Dit liegt er niet om.’
Vraagt zich af: ‘Waar gaat dit eindigen?
En dan ook nog: ‘Dit baart mij grote zorgen.’
Om vervolgens een dag gevangenisstraf te eisen en een werkstraf van 40 uur.
De politierechter speelt het spel heel even mee en zegt, hardop denkend, heel langzaam: ‘Misschien moet ik u, ter afschrikking, een forse gevangenisstraf opleggen.’
Direct daarop, vlot: ‘Maar ik volg de eis van de officier van justitie. Heeft u dat begrepen?’ Berrie: ‘Ik ben het er mee eens.’

Met een ‘nog een prettige dag verder’ trekt hij de muts weer over het hoofd en ritst de jas dicht.
Zo verdwijnt hij in de stad, op de fiets richting moeder die misschien wel met een kopje thee op hem wacht.
De veroordeling zelf belandt in de misdaadstatistieken, statistieken zoals die ook deze week naar buiten kwamen.

De misdaad, zo luidde een conclusie, is wederom gedaald.
Tien jaar geleden registreerden we nog 1,3 miljoen misdrijven, vorig jaar waren dat er nog maar 970.000.
Dat is nog geen twee misdrijven per minuut.
Van al die misdrijven handelde het Openbaar Ministerie er 205.000 af, dat is zeg maar eentje in de drie minuten, maar wel dag en nacht achtereen en ook op zondag.

Zo kun je op duizelingwekkende wijze doorgaan met al die vrijmoedige cijfers waar sommigen van ons gretig gewenste conclusies aan verbinden over meer en minder of over veilig en onveilig.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen misdaad en de beleving van veiligheid.

Misdaadstatistieken verbergen (ook) gebakken lucht.

Paniek in Delfzijl.
In een woning, zo wil een melding, worden mensen gegijzeld of bedreigd.
Agenten gaan ter plaatse en trekken voor de zekerheid de kogelwerende vesten aan.
Ook Harvey (37), een ex-militair, krijgt een telefoontje: zijn jongste broertje zou in problemen zijn.
Ter plaatse blijkt er niets aan de hand.
Het kleine broertje zit ongedeerd op de stoep en Harvey zegt dat hij mee moet komen, weg van daar, weg van het gedoe.
De agenten bemoeien zich er mee – dat is hun werk – en er wordt heen en weer gepraat.
De grote broer moet zich dan legitimeren.

Rechter: ‘En toen?
Harvey: ‘Toen zeiden ze dat ze mij wilden aanhouden. Ze zeiden dat ik nog gevangenisstraf open had staan, maar ik wist dat dat niet klopte. Ik werd een beetje pissig van dat geneuzel.’
Rechter: En toen?
Harvey: ‘Toen zei ik pannenkoek.’
Rechter: Op luide toon?’
Harvey: ‘Ja.’
Rechter: ‘Tegen die agenten?’
Harvey: ‘Ja. Het verdient geen schoonheidsprijs.’

Dat hij ook ‘kankersmoel’ zou hebben gezegd, ontkent Harvey met klem.
‘Mijn moeder is twee keer genezen van kanker. Ik zou dat woord nooit op die manier gebruiken. Nooit.’

De strafzaak duurt bijna een uur.
Het Openbaar Ministerie heeft de meest boze officier van justitie naar de rechtbank gestuurd. Zij ziet Harvey het liefst achter slot en grendel.
Ze eist niet alleen een taakstraf van 40 uur, maar ook zes weken celstraf die Harvey bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
Hij liep nog in proeftijd.

Harvey: ‘Zes weken zitten omdat ik pannenkoek heb geroepen, dat is bizar.’
Fred Kappelhof, zijn advocaat: ‘Met het roepen van pannenkoek bega je geen strafbaar feit. Dan kun je ook niet worden veroordeeld.’

De politierechter ziet het anders: ‘Wie pannenkoek roept naar agenten, ook nog op luide toon, maakt zich schuldig aan belediging van een ambtenaar. Pannenkoek kan dan ook sukkel betekenen.’
Harvey wordt veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur.

Mocht u volgend jaar lezen dat in 2016 meer mensen in hoger beroep zijn gegaan dan in eerdere jaren, weet dan dat deze zaak daar een bijdrage aan heeft geleverd.

Rob Zijlstra

Wegens omstandigheden

Zijn verschijning viel op
door zijn afwezigheid

Schermafbeelding 2016-03-26 om 10.36.10Het is meestal geen goed teken.
Briefjes met tape op de winkeldeur geplakt waarop de mededeling staat: wegens omstandigheden gesloten.
Handgeschreven briefjes zijn de ergste.
Dan is er iets naars aan de hand.
Niet zelden betreft het in zo’n geval een zojuist gepleegde gewapende overval.
Gelijkluidende mededelingen maar dan op briefjes die uit de printer komen duiden erop dat de winkelier de omstandigheden zag aankomen.
Doorgaans gaat het dan om doordeweekse faillissementen, van V&D en zo.

Ligt het aan de bestaande minister van veiligheid en justitie dan kunnen dergelijke briefjes binnenkort ook aan de poorten van gevangenissen worden opgehangen.
Er moeten wegens omstandigheden een stuk of tien dicht.
Dat was vorige week de snoeiharde boodschap.
Er staan 1600 banen op de tocht.
De vervanger van de koning in Drenthe reageerde ontzet op dit misdadige nieuws.
Hij verkondigde dat ‘Den Haag’ het dan zelf maar uitzoekt, dat de meest veilige provincie van Nederland dan nergens meer aan meewerkt.

Je kunt ook zeggen dat het raar is, zo’n onthutste reactie.
Gevangenissen zijn immers vooral kwalijke noodzaak.
Hoe minder, hoe beter.
Een land dat de luxe heeft penitentiaire inrichtingen te sluiten vanwege een gebrek aan misdadigers zou, inclusief Drenthe, wereldkampioen moeten heten.

Gevreesd evenwel moet worden dat de omstandigheden anders zijn.
De criminaliteit neemt iets af, maar niet in die mate dat een kwart van de cellen opgedoekt kan worden.
Ook de vergrijzing – een genoemde oorzaak van de daling van misdaden – verloopt niet in een zodanig rap tempo dat dat lege luchtplaatsen oplevert in de Esserheem en Norgerhaven in Veenhuizen, noodzakelijkheden die volgend jaar op de nominatie staan gesloten te worden.

Overigens is het niet rechtvaardig alle grijze ouderen over één kam te scheren.
De rechtbank in Groningen stuurde deze week nog een 84-jarige ontuchtpleger voor een jaar naar het gevang.
De kans dat hij daar zal vereenzamen is vooralsnog nihil.
Maar dit terzijde.

Deze week boog de rechtbank zich over de strafzaken van drie leden van de familie S. uit Delfzijl.
Een van hen genoot kort landelijke bekendheid als spookraadslid.
Zijn verschijning viel op door zijn afwezigheid.

Het omvangrijke onderzoek begon in 2012 en ging gepaard met invallen in bedrijfspanden en woningen, er werden ontelbare telefoongesprekken afgeluisterd (de schriftelijke uitwerking van die gesprekken beslaat 7.000 A4’tjes), er is een buitenlandse infiltrant (undercoveragent uit Engeland) ingezet en er worden doorlopend getuigen gehoord.
Tientallen.
De burgemeester gelastte tussen de strafrechtelijke bedrijven door een bestuurlijk onderzoek naar dubieus vastgoed in het toch al geplaagde winkelhart van Delfzijl.

De mannen S. werden in 2014 gearresteerd, in 2015 als verdachten in vrijheid gesteld en volgens de betrokken advocaten zal het proces pas plaatshebben in 2017.
De officier van justitie kondigde donderdag in de rechtszaal aan dat een flink deel van de verdenkingen is komen te vervallen.
Het gaat nu nog slechts om de verkoop van één kilo hennep en 100 gram cocaïne en het uitbuiten van twee werknemers.
De familieleden vormen zelfs niet eens meer een criminele organisatie.
Ook de wapens en munitie zijn zomaar verdwenen.

De advocaten noemen het dossier ‘raadselachtig’ en schrijven dat toe aan amateuristisch broddelwerk van politie en justitie.
‘En dan drukken wij ons zwakjes uit.’

Een van de advocaten zei tegen de rechters: ‘De politie heeft ontzettend veel tijd, geld en energie in deze zaak gestoken.
Na vier jaar blijft er niet veel van over.
Kan de officier van justitie dit aan de samenleving uitleggen?’
De officier van justitie: ‘We hebben lopende het onderzoek beter gekeken naar de haalbaarheid en opportuniteit. En daarna hebben we keuzes gemaakt.’

Onder die omstandigheden krijg je de gevangenissen natuurlijk nooit gevuld.
Worden de S.’jes ooit veroordeeld, dan hebben ze hun straf al uitgezeten.

Misdaadnieuws was afgelopen week ook de beëdiging van de nieuwe korpschef van de Nationale Politie.
De bovenbaas blaakt getuige zijn tweets op Twitter van vertrouwen, maar tijdens de plechtigheden in de Ridderzaal zei hij dat het zo niet kan doorgaan.
Het politiekorps kraakt.
Er moet meer geld komen.
Komt dat er niet, dan kan de politie nergens meer veel tijd en energie in steken.

En dan moet het anders.
Soms kan dat best.
Vorige maand stond een mevrouw terecht wegens een poging tot doodslag.
De verdenking luidde dat zij met haar auto was ingereden op haar achterbuurman.
Niet toevallig en ook niet per ongeluk.
De vrouw leeft al jaren in onmin met haar buur.
’t Was met opzet.
De man overleefde de aanslag.
Hij sprong net op tijd opzij.

In de rechtszaal zat zij als verdachte dader bijna naast het vermeende slachtoffer.
De officier van justitie had met gemak twee jaar celstraf kunnen eisen, maar dat deed ze niet. Ze keek iedereen eens diep in de ogen en deed toen een voorstel aan de rechters.
Misschien zouden buur en buuf eens samen aan tafel kunnen gaan zitten om hun ruziegedoe van jaren voor eens en altijd op te lossen.
De officier van justitie kende wel iemand die daarbij zou kunnen bemiddelen.

Buur wilde wel en toen buuf ook.
Komen ze er niet samen uit, zo luidt de deal, dan volgt alsnog een strafzaak en zit buuf zo achter de tralies.

Donderdag stond een motorrijder terecht die op de eerste mooie lentedag van het vorige jaar zijn racemachine van stal had gehaald.
Hij was gaan toeren door het mooie (zei hij) Gaasterland.
In een haakse bocht, smalle weg, maakte hij een inschattingsfout.
Gevolg: een tegemoetkomende racefietser ging onderuit en belandde met letsel aan de wervels en acht gebroken ribben op de intensive care van het ziekenhuis.

Geen opzet, maar wel aanmerkelijk onvoorzichtig en daarmee een misdrijf in het kader van de wegenverkeerswet, sprak de officier van justitie streng.
Hij eiste een werkstraf van 90 uur.
De motorrijder boog het hoofd.
Hij snapte dat wel.

Kort na de zitting werd hij vriendelijk aangesproken.
Een man zei tegen hem: ‘Dag. Ik ben het slachtoffer. U hoeft wat mij betreft geen straf te krijgen. U kon er ook niets aan doen. Zoiets kan ons allemaal overkomen.’
Onder bepaalde omstandigheden heb je helemaal geen politie, officieren van justitie, rechters en gevangenissen nodig.

Rest de sluiting van V&D.
Daar werden van heel Groningen verreweg de meeste winkeldiefstallen gepleegd.
Dat is binnenkort opgelost.
Een logisch voordeel.

Rob Zijlstra

De knevel en de afscheidsbrief

in een tijd dat het tamelijk naïef is
de overheid zomaar te geloven
moeten wij het maar geloven

 

Schermafbeelding 2016-01-30 om 02.09.03Dit is een beklagenswaardig verhaal, althans – zo ga ik het schrijven.
Ik weet niet zo goed of de trieste invalshoek die ik kies, wel de meest relevante is.
Misschien moet het alsnog een staartje krijgen.
Eerst maar eens de feiten.

Wim is een man van nu 34 jaar die in Groningen woont.
Op de dagen van dit verhaal – 22 en 23 november 2014 – gaat het niet zo goed met hem.
Het ging vast  al langer niet goed.
Want Wim is klaar, hij wil niet meer.
In de nacht van 22 op 23 november bericht hij via WhatsApp aan zijn familie dat hij een einde aan zijn leven gaat maken.
De familie belt geschrokken de politie die met spoed naar de woning van Wim gaat.

Wanneer de (drie) agenten zijn woning willen betreden, worden ze bedreigd door Wim.
Hij zwaait met een fileermes en een kapotgeslagen fles, hij heeft iets wat verdomd veel op een wapen lijkt (een nepper, blijkt later).

De agenten zeggen dat hij dat niet moet doen, dat hij zijn wapens moet neerleggen.
Dat herhalen ze een paar keer (volgens protocol).
Maar Wim luistert niet of wil niet horen.
Hij wil dood.
Na anderhalf uur volgt politioneel overleg en wordt besloten (door wie?) het arrestatieteam op te trommelen, in de volksmond ook wel het aanhoudings- en ondersteuningsteam.
Dat weet wel raad.
Het team dendert naar binnen en Wim wordt van korte afstand in het bovenbeen geschoten.

Uitgeschakeld.

De drie agenten doen een dag later aangifte van bedreiging.
De officier van justitie denkt dat daar voldoende bewijs voor is.
Wim heeft het ook bekend.
De officier van justitie vindt dat Wim zich schuldig heeft gemaakt aan ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’.
Er zijn geen redenen  geen straf op te leggen.
De eis: drie maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van een jaar.

Twee van de drie agenten zeggen als gevolg van de bedreiging schade te hebben geleden en willen elk 400 euro van Wim hebben.
Geld maakt alles goed.
Dat vindt de officier van justitie ook.

→ wil je eindelijk zelfmoord plegen, krijg je dit…

De advocaat is het er niet mee eens.
Het schot in het bovenbeen was niet mis, in die zin dat er in een jaar tijd dertien operaties moesten worden uitgevoerd om het been te behouden.
Het ziet er niet goed uit.
De kans is groot dat het been alsnog moet worden geamputeerd.
En dan ga je, zegt de advocaat, toch niet iemand ook nog eens een straf opleggen?

De advocaat had nog wat.
Hij zegt dat het onbegrijpelijk is dat Wim moest worden neergeschoten.
Want waarom eigenlijk?
Agenten waren al anderhalf uur met hem in gesprek.
Waarom toen geen psychiatrische hulp ingeschakeld?
Of iemand met overredingskracht?

Vrijdag kwam de rechtbank met de uitspraak.
Die agenten moeten met hun immateriële schades maar naar de burgerlijke rechter.
We zijn gekke Gerrit niet, vorderingen afgewezen.

Ten aanzien van de geëiste straf stelt de rechtbank dat de verdachte nog een onbekend aantal operaties moet ondergaan en dat het been er misschien uiteindelijk toch af moet.
Het is dan qua lopen afgelopen.
Letterlijk staat in het vonnis: ‘Het leven van verdachte is ingrijpend veranderd omdat hij niet meer kan lopen en hij zich alleen nog maar kan voortbewegen in een scootmobiel.’
Het is dan ook ongepast, vinden de rechters, een straf op te leggen.
De uitspraak: Wim is schuldig, punt.

Omdat er een agent heeft geschoten, is er een onderzoek geweest van de Rijksrecherche.
Op grond van de bevindingen van de Rijksrecherche heeft het Openbaar Ministerie besloten de agent niet te vervolgen.
Onderzoeken van de Rijksrecherche zijn vertrouwelijk.
Wij moeten het maar geloven.
In een tijd dat het tamelijk naïef is de overheid zomaar te geloven, moeten wij het maar geloven.

Uit het besluit van het Openbaar Ministerie moeten wij ook maar de conclusie trekken dat de agent van het aanhoudings- en ondersteuningsteam die schoot, schoot omdat het mocht, omdat hij niet anders kon dan schieten.

Stel dat dat waar is, dan zou ik – zou ik die agent zijn – de inhoud van het vertrouwelijke Rijksrechercherapport per direct naar de rechtbankverslaggever die ik ben sturen (lekken kan hier: e-mail / vertrouwelijk).

In het vonnis staat nog een overweging van de rechtbank.
Die luidt dat de rechtbank van mening is dat de politie alvorens het arrestatieteam in te zetten ‘psychiatrische hulp of enige andere vorm van medische hulpverlening’ had moeten inschakelen. Daar was ‘naar het oordeel van de rechtbank’ en ‘gelet op de (geestelijke) toestand van de verdachte en de zelfmoordmelding wel degelijk reden toe’.

Het optreden van de politie in deze kwestie moet dan ook,  de advocaat zei het al, onbegrijpelijk heten.

Voor Wim rest niet veel.
Ik lees in het vonnis  dat het fileermes wordt onttrokken aan het verkeer, maar dat de knevel en de afscheidsbrief aan hem teruggegeven moeten worden.

Zet ‘m op Wim.

Rob Zijlstra

 

 

 

Lichtsnelheid en rommelzooi

Ze hadden cannabis, een fles
Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag
eenvoudig is te verkrijgen.

 

Schermafbeelding 2016-01-08 om 00.33.12Een strafzaak verloopt in de zalen van het recht volgens een vast stramien.
Zo krijgt de verdachte bij aanvang altijd allereerst te horen dat hij niet verplicht is antwoord te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Helemaal aan het einde van de strafzaak geeft de rechter aan de verdachte het hem wettig gegunde laatste woord.
Dat moet ook altijd.

Kennelijk is dit de meest effectieve manier om grip te krijgen op de onvoorspelbare wereld van de misdaad die zich juist niet laat vangen in orde en regelmaat.
De misdaad, hoe klein die ook is, kenmerkt zich door ordeloosheid.
Misdaad is vaak maar een rommelzooi.

Neem de 33-jarige Yousef uit Herat, Afghanistan.
Hij was de eerste verdachte die dit jaar in zittingszaal 14 terecht moest staan.
Yousef had in tien jaar tijd zijn honderdste misdaad gepleegd.
Bij de Plus-supermarkt in Groningen had hij een blikje vis en een zakje vissaus in de jaszak gestopt.
Plus-medewerksters zagen dat.

Yousef heeft het zo druk met stelen dat hij nooit is toegekomen aan het eigen maken van de Nederlandse taal.
Zo komt hij geen steek verder.

In 2014 jatte hij vijf bierkratten vol lege flessen uit een tuin van studenten.
De officier van justitie verzocht de rechtbank toen de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd op te leggen.
De Groninger rechters vonden twee jaar voor vijf kratten buiten de proporties.
Yousef kreeg drie weken celstraf.
Er volgde hoger beroep.
En wat?
De rechters van het gerechtshof vonden twee jaar isd heel gepast en legden die ook op.
Deze kwestie ligt nu ter boordeling bij de Hoge Raad.

Voor de nieuwe misdaad, het blikje vis met de saus, eiste de officier van justitie opnieuw de isd-maatregel.
De kans is daarmee vrij groot dat Yousef straks met twee isd-veroordelingen zit opgescheept.
Het zal de Afghaan vast worst wezen, maar zoiets kan helemaal niet. De wet voorziet er niet in.
De officier van justitie kwam met een voorstel: als hij er twee krijgt, executeren (voltrekken, uitvoeren) we er maar eentje.

Dat is niet netjes, maar wel praktisch opgelost.

Of neem de 28-jarige Wessel uit Oostrum, Friesland.
Wessel is tbs’er die in december 2014 in de Van Mesdagkliniek in Groningen met twee mede-patiënten flink aan de tetter was gegaan.

Ze hadden cannabis, een fles Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag eenvoudig is te verkrijgen, mompelde Wessel.
Hoe het zo kon gebeuren, dat andere, bleef tijdens de rechtszaak vaag.
Het varieerde van ‘het was gewoon uit de hand gelopen’ tot aan een geplande actie waarbij medeverdachte Bob een spel had gewonnen met als prijs dat hij diegene was die de moord mocht plegen.
Hoe dan ook, ze waren met een smoes de kamer van mede-tbs’er Willem binnengedrongen.

Omdat Willem een pedo is.
En van pedo’s worden wij niet vrolijk, zegt Wessel.
Een uur lang beukten ze kachel op hem in.

Willem overleefde de aanslag.
Waarom?
Wessel zegt dat hij daar niet om heen wil draaien: ‘Omdat de beveiliging kwam.’
Wat als die niet was gekomen?
Dan was Willem waarschijnlijk nu dood, antwoordt Wessel.
Hij zegt: ‘Dat is simpel zat.’
Was dat ook de bedoeling?
Wessel: ‘Nee, we wilden hem niet dood hebben. We wilden hem alleen maar waarschuwen. Was hij wel doodgegaan dan had ik dat verschrikkelijk gevonden.’

Behalve slaan en schoppen hadden ze Willem met een mes in de pols gestoken, dreigden ze zijn keel open te snijden en hadden ze een koord om de nek strak getrokken, zo strak dat Willem niet alleen dacht, maar ook voelde dat het over en uit was.
Wessel: ‘Klopt. We hebben hem flink toegetakeld.’

En dan is het even na drieën.
Buiten de orde om zeggen de rechters dat ze even willen bekijken hoe buiten de buien erbij hangen.
Er is nog meer ijzel op komst en iedereen moet veilig thuis kunnen komen.
Nog altijd code rood?
De rechters besluiten de strafzaak stil te leggen om ergens later dit jaar verder te gaan.

Ho, zegt de advocaat van Wessel: ‘Probleem.’
Wessel zit nog tot 31 januari in de tbs.
Daarna moet hij de kliniek verlaten, dan is hij klaar.
Maar hij heeft niks, hij zal op straat belanden en dakloos verder moeten leven.
Komt bij dat Wessel zelf liever gewoon tbs’er wil blijven.

Weer wordt praktisch nagedacht.
De rechters stellen voor om aanstaande maandag verder te gaan met Wessel.
De twee medeverdachten kunnen gerust later dit jaar.
Mocht de officier van justitie maandag een nieuwe tbs eisen (is de verwachting) dan kan de rechtbank nog voor de 31ste uitspraak doen.
Kan Wessel mooi blijven zitten waar hij zit.

Zo moet het niet, maar de oplossing is efficiënt en toepasbaar.

En dan was er op die eerste zittingsdag van het nieuwe jaar ook nog de 20-jarige Maron.
Hij wordt verdacht van een serie van 25 serieuze woninginbraken, gepleegd in 2014 in vooral Sappemeer, Hoogezand en Zuidlaren.
Begin 2015 werden Maron en vijf van zijn kompanen gearresteerd.
De medeverdachten zijn al eerder op vrije voeten gesteld, want de inhoudelijke behandeling van de strafzaak laat nogal op zich wachten.
In maart – dat is dus ruim een jaar na de arrestaties – moeten nog getuigen worden gehoord.
Pas daarna wordt een datum bepaald waarop de verdachten zich moeten komen verantwoorden.

De rechters zeggen tegen Maron dat ze flink hebben zitten rekenen en uiteindelijk tot een conclusie zijn gekomen.
Ze zeggen: ‘Uw tijd zit erop. U mag naar huis.’
De rechters hebben uitgerekend dat de straf die Maron uiteindelijk zal krijgen niet langer zal duren dan de tijd die hij nu al heeft vastgezeten.
En als dat zo is, dan wil de wet dat het mooi genoeg is geweest.

Niets kan sneller bewegen dan het licht, sprak Albert Einstein.
En waarom kan dat niet?
Albert Einstein: ‘Omdat anders oorzaak en gevolg verwisseld raken.’

In zittingszaal 14 heerst de orde van het recht, maar in de praktijk kun je met het vaste stramien alle kanten op.
Twee opgelegde straffen tegelijk kan, want eentje wordt toch niet uitgevoerd.
Moet ik weg?
Doe dan nog maar een tbs.
Of – geval Maron – dat je eerst je straf uitzit en dat pas daarna het strafproces volgt.
Eerst de uitslag, daarna de wedstrijd.

In de rechtszaal kunnen de vaste elementen sneller bewegen dan het licht.
Of dat geen mooi begin is van een nieuw jaar.

Rob Zijlstra

update – 11 januari 2016 – vervolg
Het Openbaar Ministerie heeft – zoals de verwachting was – tbs met dwangverpleging geëist tegen Wessel. De rechtbank doet op 25 januari uitspraak. Dat is een paar dagen voor de afloop van de gemaximeerde tbs van vier jaar die Wessel aan de broek had hangen. De nieuwe tbs is niet gemaximeerd. De officier van justitie zei dat Wessel daarom een ongewisse toekomst tegemoet gaat.

update – 25 januari 2016 – uitspraak
Wessel is – geen verrassing – veroordeeld tot tbs met dwangverpleging zonder einddatum.

Misdaadmythe

We geloven maar al te graag
dat de politie vooral bezig is
met het bestrijden van de misdaad
En dat is niet zo

Schermafbeelding 2016-01-02 om 18.18.38
Jaren achtereen riep de politie tijdens het bestrijden van de misdaad: meten is weten.
Meet hoeveel dieven er zijn en dan weet je exact hoeveel je er moet oppakken.
Politiechefs presenteerden maandrapportages (marap’s) aan burgemeester, wethouders en controlerende gemeenteraadsleden.
Gewichtige rapporten waarin per misdrijf de stand van zaken werd beschreven: hoeveel woninginbraken er vorige maand waren gepleegd, hoeveel inbraken er de komende maand gepleegd zouden worden en hoe een en ander zich verhield tot de begrote aantallen inbraken in beleidsplannen.

Die brij aan cijfers kwam samen in politiejaarverslagen.
Wij van de media berichtten op basis van die verslagen dat de misdaad was gestegen, was gedaald en met hoeveel procent het dus steeds veiliger of steeds onveiliger nu weer was geworden.

De helft van de mensen weet dat dat onzin is.
De andere helft komt daar nog wel achter.

Toen ik begon als rechtbankverslaggever was ‘meten is weten’ nog heel gangbaar.
Dus ook ik ging meten in de volle overtuiging dat zoiets zou helpen om te begrijpen.

De cijfers (mijn cijfers) beslaan een periode van elf jaar en hebben betrekking op bijna 4.000 strafzaken die dienden voor de meervoudige strafkamer, de strafkamer die is bedoeld voor het serieuzere misdaadwerk.
Ik kan bijvoorbeeld zo zien welke rechter wie van waar en wanneer heeft gestraft en waarvoor. Hoeveel studenten en onderwijzers kinderporno verzamelden.

Mijn cijfers van het afgelopen jaar laten zien dat de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen uitspraak deed in 290 zaken.
Bij elke zaak hoort één verdachte.
Van die 290 verdachten (21 vrouwen) in de leeftijd van 18 tot en met 77 jaar werden er 32 vrijgesproken.
Over meerdere jaren: het aantal vrijspraken neemt toe.
Wat echter te denken geeft: 80 van de 290 zaken die in 2015 werden behandeld, waren misdaden van 2013 en van nog ouder.

Verreweg de meeste verdachten hadden de Nederlandse nationaliteit: 204.
De overige 86 vertegenwoordigen 30 nationaliteiten.
Dit aantal is door de jaren heen stabiel.

Noord-Groningen leverde van de 290 misdaadkwesties slechts 9, nog altijd eentje meer dan het Westerkwartier.
Het Eemsmondgebied was goed voor 18 zaken, Oost-Groningen 67, de stad Groningen (inclusief Haren) 140.
Drenthe leverde 31 strafzaken aan ‘Groningen’, Friesland net 3.
De rest betreft misdrijven die geen specifieke locatie kenden.
Dat Groningen zo veel ‘Drenthe’ doet is overigens nieuw.

De meeste zaken hadden betrekking op diefstal, gevolgd door zaken waarbij geweld de boventoon voerde.
Er zijn ook diefstallen met geweld.
Diefstal al dan niet gepaard gaande met geweld zijn samen goed voor 160 van de 290 zaken.
Hoog in Groningen, maar ook Drenthe – zoals alle jaren – scoren zedenzaken: ontucht met minderjarigen, bezit van kinderporno, aanranding en verkrachting.
Opgeteld 66 zaken (waarvan 11 moeten worden toegeschreven aan Drenten).

Waren de straffen wel streng?
In 182 strafzaken werden door de rechters lagere straffen opgelegd dan door de officieren van justitie geëist.
Er werd 80 keer conform de eis gestraft en 28 maal vonden de rechters de strafeisen te laag en rolden er een hogere straffen uit.
Al met al resulteerde dit in ruim 190 jaren onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en bijna 13.000 uren aan onbetaalde arbeidsuren (werkstraffen).

Maar was het wel streng genoeg?
Dat zal moeten blijken.
Gaat geen veroordeelde dit jaar opnieuw de fout in, dan is 2015 qua straf een bijzonder goed jaar geweest.

Wat zeggen nou al die cijfers?
Dat je moet oppassen.
Ineens veel meer zedenzaken in de rechtszaal betekent niet dat er plots meer zedendelicten op kinderkamers worden gepleegd.
Inbrekers waren schaars het afgelopen jaar in de rechtszaal, hoewel er volop wordt ingebroken.
En mensenhandel krijgt extra aandacht (want een speerpunt), maar die extra aandacht leverde in 2015 slechts 5 rechtszaken op (in 2014: 7).
De cijfers laten wel zien wat al eerder was opgevallen: de rechtbank behandelde in 2015 (en ook in 2014) veel minder strafzaken dan daarvoor en er werden relatief veel oude misdaden berecht.

Met cijfers kun je ook goochelen.
De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen beoordeelde afgelopen jaar dus 290 verdachten, sprak er 32 vrij en veroordeelde 258 volwassenen tot een straf.
Dat is – de zaterdag en zondag niet meegerekend – één boef per dag.
En dat terwijl er dagelijks 580.000 Groningers zijn.

Ga je het zo bekijken, dan kun je de stelling betrekken dat het helemaal geen zin heeft dat er dagelijks ook nog eens honderden politie-agenten in dienst zijn.
Want wat doen die dan eigenlijk?

Ik denk, wat politieprofessor Bob Hoogenboom zegt.

Deze hoogleraar politiestudies en veiligheidsvraagstukken publiceert regelmatig over de politie.
Hij schreef het afgelopen jaar bijvoorbeeld dat de politie om de gestelde doelen te halen achter makkelijke zaken aanholt.
Dat leidt wel tot meer strafdossiers maar door dat gehol zijn die dossiers onder de maat en die leiden tot niets.
De politie wordt op papier productiever, maar in de rechtszalen zijn minder strafzaken. Hoogenboom: ‘Hou op met die cijfers.’

Ons probleem is, beweert de professor, dat we geloven in een mythe.
We geloven maar al te graag dat de politie vooral bezig is met het bestrijden van de misdaad.
En dat is niet zo.
Hooguit tien procent van de tijd is de politie bezig met misdaadbestrijding.
De overige tijd en energie gaat op aan hulpverlening aan mensen die in de war zijn, aan burenruzies, aan bijstand bij vechtscheidingen en verkeersongelukken, aan het simpelweg aanwezig zijn: bij voetbalwedstrijden, bij demonstraties, in uitgaansgebieden, surveilleren in de wijken en dorpen.
Hiermee heeft de politie, zegt Bob Hoogenboom, een ongelooflijk belangrijke symbolische functie.

Dat de politie rechtstreeks in verband wordt gebracht met dalende en stijgende criminaliteit, is ook de schuld van de media.
Wij van de pers houden het beeld van de politie als crime fighter levend, zo de populaire politieseries dat op de televisie en andere beeldschermen doen.
Ook de politiek van veiligheid en justitie doen ons in deze fabel geloven en de politie zelf spreekt het niet tegen.

Dit was 2015.

Komende week staan de eerste strafzaken van 2016 op de rol van de meervoudige strafkamer.
Als een van de eersten moet er een man terechtstaan omdat hij wordt verdacht van diefstallen in Winschoten.
Dat deed hij in 2013 ook al eens en in de voorbije elf jaar waren er nog 29 mannen die terechtstonden omdat ze in Winschoten diefstallen hadden gepleegd.
Zij kregen gevangenisstraffen van 22 dagen tot 3 jaar opgelegd.

Dat zegt dus niets en al helemaal niets over Winschoten.
Maar u weet het alvast.

Rob Zijlstra
dit verhaal is ook gepubliceerd in dagblad van het noorden, zaterdag 2 januari ’16

→ de Veiligheidsmythe [bart de koning] met dank aan erik
→ Bob Hoogenboom: de politiecolumn
→ een deel van mijn ‘meten en weten’: opgelegde straffen
→ 2 tot de 57885161ste macht – 1 is het grootste bekende priemgetal [hou op]

Eerlijk gezegd

Amadeus is een 28-jarige aardige jongeman.
Heel beleefd ook.
En consequent.
Dit zegt niet zijn moeder, maar dat zeggen de deskundigen van het Pieter Baan Centrum.
De onderzoekers rapporteren in hun bevindingen dat Amadeus vriendelijk maar consequent weigerde mee te werken aan welk onderzoek in het justitiële observatiecentrum dan ook.

Ook in de rechtszaal is hij niet anders dan hij is: uiterst vriendelijk en correct.
Misschien zegt hij net iets te vaak dat hij het eerlijk zal vertellen (‘ik zeg je eerlijk…’), maar dat is het dan ook wel.
Op de beschuldiging na, want die is ronduit vals en lelijk.
Een kleine twee uur na aanvang van het strafproces hoort hij dan ook een van de zwaarste strafeisen van dit jaar in de Groninger rechtszaal tegen zich uitspreken: 8 jaar.

Amadeus heeft niemand vermoord.
Dat niet.
Maar hij heeft dat wel geprobeerd.
Dat zegt de officier van justitie die zonder twijfel is.
Amadeus heeft op 18 december vorig jaar geprobeerd Niek dood te schieten.
Het ging maar net goed, in die zin dat Niek wel werd geraakt, maar het ziekenhuis na enige tijd lopend had kunnen verlaten.
Eén kogel was in zijn been terechtgekomen, een andere in de linkerschouder.
Amadeus werd niet lang na het geschiet aangehouden door een arrestatieteam van de Regionale Eenheid Noord-Nederland van de Nationale politie (voorheen: Groninger politie).

Eenmaal verdacht besloot Amadeus te zwijgen.
Dat recht heeft hij.
Inmiddels zit hij elf maanden in voorlopige hechtenis, tot deze week lang wachtend op zijn proces en nu wachtend op de uitspraak, begin december.
Hij zegt dat hij het zwaar heeft, dat hij maar een ding wil en dat is bij zijn drie kinderen zijn.
Zijn vriendin bezoekt hem wel in de gevangenis, maar de relatie is na elf maanden niet meer zoals die wel was, zegt hij tegen de rechters.
‘Ik heb het zwaar, want ik ben onschuldig.’

Voor de politie begon deze zaak met een telefoontje van een vader.
Die vertelde dat zijn zoon was opgenomen in het ziekenhuis met twee schotwonden.
De politie maakte capaciteit vrij, spoedde zich naar het UMCG om de gewonde Niek aan de tand te voelen.
Het gewonde slachtoffer kon er niet meer onderuit en vertelde dat hij ergens in de buurt van de Grote Beerstraat in Groningen, in een steeg, drugs wilde kopen.
Een beetje onschuldige wiet.
Hij had met iemand die hij kende als Fonzy telefonisch een afspraak gemaakt.
Eenmaal in de steeg kreeg hij een arm om de nek en een pistool op het hoofd en toen was het allemaal gebeurd.
Met een ambulance werd hij naar het ziekenhuis vervoerd.

Later werd het verhaal een tikkeltje anders.
Niek was op het ziekenhuisbed niet helemaal eerlijk geweest.
Het echte verhaal was dat Niek drugs aan Fonzy zou verkopen, dat was de telefonische afspraak. Het was dus een heuse drugsdeal daar in die steeg.
Het ging ook niet om een beetje, maar om een paar onsjes meer, om 400 gram.
En omdat zoiets eventjes iets anders is dan brood halen bij de bakker, vlees bij de slager, had hij zijn zwager Paul meegenomen.

De officier van justitie gelooft dat het is gegaan zoals Niek het na het leugentje om bestwil had verteld.
Amadeus zegt van niet.
Tussen het zwijgen bij de politie door had hij gezegd die dag niet eens in Groningen te zijn geweest.
Hij was bij zijn alibi.
Dus, hoe kan dat dan?

Al in het ziekenhuis werd de telefoon van Niek onderzocht wat snel het telefoonnummer opleverde waarmee hij had gebeld om de drugsdeal te sluiten.
De politie googelde het nummer in de eigen systemen: het nummer van Amadeus, in kringen ook wel Fonzy genoemd.
Het arrestatieteam deed daarna de rest.

Amadeus zegt in de rechtszaal tegen de rechters dat hij heeft besloten niet langer te zwijgen, maar dat hij – ‘ik zeg het eerlijk’ – het ware verhaal zal vertellen.
Hij vertelt dat hij dus drugs zou kopen van Niek, hij had 3000 euro contant in de broekzak.
Toen Niek dat zag trok hij een mes en zei, geef me alles.
Verderop stond een man.
Die trok een pistool.
Amadeus: ‘Ik begon te rennen voor mijn leven, ik was echt bang. Zo bang dat ik in mijn broek plaste, ik zag mijn leven aan mij voorbij trekken. Ze kwamen achter mij aan in zo’n zwarte Pick-up. Ik hoorde ze schreeuwen, ‘vieze kankerneger, we maken je dood.’
Amadeus vertelt dat hij weet dat die Paul op zijn borst een grote tatoeage heeft: ‘white power’.

Amadeus denkt dat die vreselijke Paul, hij zegt het maar eerlijk, in plaats van hem zijn compagnon Niek per ongeluk heeft geraakt.
Ja, tot twee keer aan toe.

De officier van justitie doet een beetje quasi gepikeerd omdat Amadeus nu pas met zijn relaas komt.
Zegt: ’Zo maakt u het ons wel heel moeilijk aan waarheidsvinding te doen. Ik vind dat een kwalijke gang van zaken, maar ik begrijp het wel. Eerst zwijgt u en dan komt u op het allerlaatste moment met een nieuwe verhaal. U denkt, dan kunnen ze het niet meer onderzoeken en kom ik er mooi onderuit. Maar zo zal het niet gaan. Uw verhaal is ongeloofwaardig.’
Tegen de rechters zegt de officier van justitie: ‘Als hij onschuldig is, dan is zijn zwijgen tot de zitting niet logisch. Acht jaar.’

Amadeus zat eerder in zittingszaal 14.
In april 2012.
Toen nam hij, zegt hij nu, zijn verantwoordelijkheid door eerlijk te bekennen dat hij, ja hij, het was die de overval had gepleegd op het casino in Hoogezand waar hij 2.331 euro buit had gemaakt.
Hij had zijn verdiende straf gekregen en die straf als een man genomen.
Hij had 21 maanden vastgezeten.
Terecht.
Maar nu, nu vecht hij voor zijn onschuld.
Hij wil aan het werk en zo snel mogelijk weer bij zijn kinderen zijn die hij al elf maanden niet heeft gezien.
Wat hem betreft doet de rechtbank direct uitspraak, daar hoeven ze niet twee weken mee te wachten.

Ik lees wat ik in april 2012 schreef over Amadeus: ‘Voor hem geen cocaïne meer of heel de dag stoned van de wiet. Hij wil zijn verdiende straf, die straf uitzitten en dan werken, zijn schulden betalen en er zijn voor zijn kinderen.’

Ik dacht: hij is inderdaad consequent.
Maar met aardig zijn en beleefd, red je het niet, niet in de rechtszaal.

Rob Zijlstra

uitspraak 3 december

Plaatsen delict

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.34.25

galjoot, nieuwe pekela

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.36.07

eikenlaan, groningen

Dit zijn twee plekken in Groningen waar in 2013 en 2014 misdrijven plaatshadden. De bovenste foto is aan de Galjoot in Nieuwe Pekela. Op 20 februari 2013 zat hier een inmiddels 34-jarige man te vissen ‘zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water’, zo staat het in de tenlastelegging (art 2 lid 1, Visserijwet 1963). Maandag 26 oktober 2015 moet de visman zich  verantwoorden voor de politierechter in de rechtbank van Groningen. De tweede (streetview-) foto is van de Eikenlaan in Groningen. Op 7 april 2014 zou hier een 52-jarige vrouw straatafval ‘ te weten een prop papier’ in de openbare ruimte hebben achtergelaten. Mevrouw heeft daarmee een economisch delict  gepleegd (art 26 lid 1 Afvalstoffenverordening Groningen 2012). Mevrouw moet zich maandag eveneens melden bij de politierechter.

Houden ze zich hier mee bezig op de rechtbank?
Ja.
Nee, echt?
Ja.

Ik zal morgen beide strafzaken volgen en verslag doen.

rob zijlstra

update – 26 oktober 2015 – uitspraken

De visman – een Duitse natuurliefhebber die in eigen land is belast mer het toezicht op de visserij – is vrijgesproken. Hij heeft niets strafbaars gedaan. De propjesmevrouw (zij was niet komen opdagen) vond de opgelegde boete van 140 euro te hoog. Zij is schuldig verklaard, maar heeft geen straf opgelegd gekregen.  Wat ze heeft gedaan is te veel niks. – Een verslag volgt

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.33.19

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.32.54

Strafrecht van jewelste

Schermafbeelding 2015-10-11 om 00.26.20Het recht is ook bedoeld om heel het raderwerk een beetje soepel te laten verlopen.
Als iedereen gehoorzaamt, werkt het.
Voor wie niet wil luisteren is er het strafrecht.
Toen dat laatste werd bedacht, was het wel de bedoeling dat het strafrecht pas zou worden ingezet als andere manieren niets hadden uitgehaald.
Dat werkte lange tijd, maar toen we ons in de jaren negentig om welke redenen ook steeds onbehaaglijker gingen voelen, kreeg het strafrecht een rol van jewelste toebedeeld.

Vandaag de dag denken we dat het strafrecht de oplossing voor bijna alles is.
Zeg iets lelijks tegen een ambtenaar en de strafrechtmachine begint te draaien.
In de rechtszaal is dat terug te zien.

Kun je in de rechtszaal van het strafrecht belanden door jezelf te bedreigen?
Dat kan.
In maart vorig jaar werd een 35-jarige man uit Groningen – jarenlang was hij hoofd van een stembureau – veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur en drie maanden voorwaardelijk celstraf nadat hij gedurende een lange periode zeer bedreigende sms-berichten naar zichzelf had gestuurd.
Na zo’n ontvangen doodsbericht verwisselde hij de sim-kaart van de telefoon en stuurde een bericht terug waarin hij smeekte met rust gelaten te worden.
Enzovoort.

Het hoofd van de man was danig in de war.
Hij had aangifte van die nare berichten gedaan en daar zat de pijn: de veroordeling had betrekking op het doen van een valse aangifte.
Niks hulp, maar voor de strafrechter ermee.

Kun je in de verdachtenbank terechtkomen als je probeert te voorkomen dat de tegenstander scoort?
Jazeker. Dat gebeurde nog niet zo heel lang geleden toen Ronnie, 18 jaar, klein van stuk en met dispensatie keeper van B1, in de 25ste minuut uit zijn doel kwam.
Kort daarop was er chaos met meppende spelers in de zestien en met gillende ouders langs de lijn.
De kleine keeper zou de spits in het gezicht hebben geschopt.
De scheids floot wel, maar er werd ook aangifte gedaan.
Ronnie hoorde in zittingszaal 14 een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan de helft voorwaardelijk wegens een poging tot doodslag.
Een heel seizoen zitten.

De rechters zeiden na twee weken van beraad dat ze de schop niet konden bewijzen, maar wel een klap.
Daar werd het etiket mishandeling aan gehangen.
De keeper kreeg een werkstraf van tachtig uur.

Kun je met dank aan het strafrecht in de gevangenis belanden als je radeloos bent en om hulp vraagt?
Het kan en het gebeurt.
Voorbeeld: er was eens een verschraalde man die niets meer had.
Hij zwierf door Europa.
Voor de slaap had hij tijdelijk onderdak gevonden in een geitenhok van een kleine kinderboerderij in een buurt in Groningen.
Op een koude en regenachtige dag zag hij geen toekomst meer en toen stak hij wat oude kranten in de fik.
Het houten geitenhok vatte vlam, de buurt zag rook en onraad en belde 112.
De man van niets meldde zich een dag later bij de politie nadat hij een foto in de krant had zien staan.
Hij schrok van wat hij had aangericht.

In de rechtszaal sprak de officier van justitie van een ‘schrijnende hopeloosheid’ om vervolgens vijftien maanden gevangenisstraf te eisen.
Het op deze manier afdwingen van hulp, neigt naar chantage.
Zeer ongehoorzaam.
De rechters vonden dat ook, maar hielden rekening met ’s mans omstandigheden: geen vijftien, maar tien maanden gevangenisstraf.

Kun je voor het strafgerecht worden gedaagd zonder dat je dat zelf in de gaten hebt of weet waarom?
Volgens de wet mag zoiets niet omdat de meest kwetsbaren meer recht op bescherming hebben dan op straf.
Maar in de praktijk gebeurt het wel.
Strafrechters moeten met grote regelmaat oordelen over mensen die verstandelijk gehandicapt zijn en soms niet eens zo’n beetje.
Strafrechters gaan dan op de knieën zitten om de verdachte vragen te stellen die een kind van vier nog net begrijpt.
Echt waar?
Maar die gaan dan toch niet naar de gevangenis?
Wel.
En ook steeds vaker.

Kun je in Nederland worden veroordeeld als je het beste wilt voor je kind?

Angela is een 35-jarige vrouw die in Nigeria is geboren en in Nederland woont.
Ze studeert internationaal recht en is bijna klaar.
Ze heeft een zoontje die ook in Nigeria is geboren, maar als tien maanden jonge baby naar Groningen kwam.
Aart.
Hij is nu 8 en kan voetballen als de beste.
De vader van Aart is een Nederlandse man.
Hij en Angela doen een vechtscheiding.

Powerplay.

Zo goed Aart aan de bal is, zo beroerd ging het op school.
Moeder Angela maakte zich grote zorgen.
Zij heeft zo haar eigen ideeën.
In maart van dit jaar zette zij Aart op het vliegtuig naar Nigeria.
Daar zou hij nu een kostschool bezoeken.
Opa en oma Nigeria houden een oogje in het zeil.

De vader deed aangifte en het Openbaar Ministerie pakte de zaak op en tilt er zwaar aan.
De misdaad waar de moeder zich volgens de aanklager schuldig aan maakt is dat zij haar zoontje heeft onttrokken aan het gezag van de vader.
En, misdaad twee, dat zij haar zoontje onttrokken houdt aan dat gezag.
De vader wordt hierdoor belet het gezag uit te oefenen.

In de volksmond heet dit ontvoering.
Maar kan een moeder haar eigen kind ontvoeren?
Het Openbaar Ministerie vindt van wel.
Er is geen retourticket gekocht.
De eis: drie jaar gevangenisstraf.

Angela betwist het gezag van de vader en beroept zich op Nigeriaans recht.
Toen de rechters op haar verzoek geen nader onderzoek wilden instellen naar de gezagskwestie, wraakte ze de rechters.
De wraking werd afgewezen, het proces voortgezet.
Angela beriep zich vervolgens op het zwijgrecht.

De rechters vroegen: ‘Maar waarom?’
Angela: ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’
De rechters: ‘Het leed druipt van dit dossier af. Leed voor heel veel mensen.’
Angela zei niks.
De Rechters: ‘Wat zijn de leefomstandigheden van Aart?’
Angela zei toen wel wat.
Ze zei dat die goed zijn.
Tot mei kon ze nog met hem skypen.
Daarna niet meer.
In mei is ze opgepakt en opgesloten.
De rechters: ‘Wat is het belang van uw kind om daar te zitten?’
Angela: ‘Nigeria is een time-out. Aart komt terug.’

Twee weken lang hebben de drie rechters met elk een Wetboek van strafrecht in de hand zitten te beraadslagen: Angela is schuldig.
De opgelegde straf: twaalf maanden waarvan de helft voorwaardelijk.
De rechtbank hoopt dat moeder, eenmaal op vrije voeten, ervoor zorgt dat Aart zo snel mogelijk terugkomt.

Rob Zijlstra


» De streekderby
» Het geitenhok
» Levend begraven
» De naakte man

Moeders van de misdaad

Samen kwamen ze donderdagochtend het Groninger gerechtsgebouw binnen lopen.
Bij de hoofdingang werden ze te woord gestaan door de portier, gefouilleerd door de beveiligers en door een bode doorgestuurd naar de eerste etage waar zittingszaal 14 is gelegen.
Daar moesten ze nog even wachten.
Zij is een kleine vrouw, hij een lange slungel van 20 jaar.
Zij is ook de moeder, hij de verdachte zoon die zegt onschuldig te zijn.

Moeder steunt haar zoon.
Zij gelooft in hem.
Hij is haar oudste, hij gaat naar school en misschien is zij wel ontzettend trots op hem.

Twee uur later verlaten ze de rechtbank.
Ze pakken hun fietsen uit de stalling en rijden de Oude Boteringestraat in.
Zij gaat, zakdoekje om te deppen in haar hand, voorop, hij volgt op drie meter gedwee.
Zij is nog steeds de moeder, maar haar lieve zoon vol onschuld is inmiddels dader geworden.
Ik kan niet zien hoe boos, verdrietig en teleurgesteld zij is.

Bij de politie hield Jan vol dat hij er niets mee te maken heeft.
Hij heeft het niet gedaan.
Maar in de rechtszaal komt hij daar op terug: ‘Eigenlijk heb ik het wel gedaan’, mompelt hij in de richting van de rechters.
De rechters: ‘Hoort uw moeder dit nu voor het eerst?’
Jan knikt.
Rechters: ‘Dit is niet leuk voor uw moeder.’

Het gebeurde op 30 april, acht uur in de avond.
Jan draagt een jas, een pet en houdt een sjaal voor zijn gezicht.
Zo staat hij een kwartier te drentelen bij de kassa’s van Albert Heijn in de stad-Groninger wijk Vinkhuizen.
De camera’s registeren het, maar er is niemand die acht slaat op zijn aanwezigheid.
Albert Heijn let al lang niet meer op bij de kassa’s.

Dan opeens ziet hij zijn kans en slaat toe.

Hij duwt de kassamedewerkster (net twee dagen in dienst) opzij en graait 180 euro uit de kassa.
Dan holt hij richting uitgang.
Hij verliest honderd euro.
Bij de schuifdeur maakt hij een trappende beweging richting een achtervolgende medewerker. Eenmaal buiten weet hij te ontkomen.
De kassamedewerkster ligt buiten bewustzijn op de grond, ze is flauwgevallen.
Er komt een ambulance.
De jonge vrouw is in shock.

Jan: ‘Normaal zou ik zoiets nooit doen.’
Rechters: ‘Hm…’
Jan: ‘Ik ga zoiets ook nooit weer doen.’

Waarom hij het dan wel heeft gedaan?
Jan wil daar niet over praten.
Er is het verhaal dat hij is opgelicht met telefoonabonnementen en nu voor duizenden euro’s schulden heeft.
Een ander verhaal gaat dat Jan geld heeft vergokt in het casino.
Het blijft vaag.
Als de rechters doorvragen, wordt Jan onrustig, misschien voelt hij de blikken van moeders in de rug.
Hij zegt zacht dat die vragen niet gesteld mogen worden.
De rechters, luidt en duidelijk: ‘Wij mogen vragen wat we willen.’

Een kennis van de kerk had hem in de supermarkt herkend en noemde zijn naam toen de politie arriveerde.
Jan deed zelf de voordeur open.
Agenten zagen dat de kleding die hij droeg overeenkwam met de kleding van de geldgraaier op de camerabeelden.

Jan zegt beleefd dat het wel diefstal is, maar niet zo’n ernstige zaak.
Hulp voor zijn problemen, wil hij niet.
Hij helpt zichzelf wel, immers is hij al 20 en groot genoeg.
De reclassering noemt Jan een vlakke jongeman die keurige antwoorden geeft, maar nooit het achterste van zijn tong laat zien.

De officier van justitie hekelt de laconieke houding en eist meer dan ze aanvankelijk wilde eisen: opgeteld zes maanden celstraf wegens een diefstal met geweld.

Een diefstal met geweld is in de rechtszaal altijd erger dan een gewone diefstal.
Het verschil zit ‘m vaak in de hoogte van de straf.
Om van diefstal met geweld te kunnen spreken moet er een verband bestaan tussen de diefstal en het geweld.
Een jurist zal aanvullen dat het geweld er ook op moet zijn gericht de diefstal mogelijk te maken.

Na Jan neemt Ernesto in de verdachtenbank plaats.
Hij is vaker veroordeeld in zittingszaal 14, de laatste keer was dat in 2010; vier jaar celstraf wegens een poging tot doodslag.
Op 10 oktober vorig jaar komt er bij de politie in Groningen een melding binnen dat er iemand is beroofd van 10.000 euro.
Daarbij is een wapen gebruikt en een auto gezien.
Iemand heeft het kenteken genoteerd.
Kort daarop komt de melding dat een auto heel hard over de ringweg richting de A28, richting Assen rijdt.
Het gaat met snelheden van 180 kilometer per uur.

De auto staat op naam van Ernesto.
De politie zet een achtervolging in die gerust wild mag heten.
Op de Vaart in Assen komt de vluchtauto tot stilstand.
Agenten zien een inzittende in het water springen, een tweede man – Ernesto zo zal blijken- rent de Sluisstraat in.

Wat dit alles te betekenen heeft, zal misschien wel nooit duidelijk worden.
De politie kreeg er de vinger niet achter en de heel kwestie met dei vermeende beroving wordt geseponeerd.
Toch zit Ernesto in de verdachtenbank.
Dat kwam zo.

Terwijl de vluchtende Ernesto de Sluisstraat inrent, fietst daar een politieman in vrije tijd met zijn vrouw.
De agent hoort de sirenes en ziet een man rennen.
Ook een agent in vrije tijd weet dan genoeg en wat hij moet doen.
Hij spurt richting de hollende man en grijpt hem kordaat in de kraag.
Ernesto slaat om zich heen en raakt de agent op neus en oog.
De fiets valt.
Ernesto bedenkt zich niet, grijpt de tweewieler en gaat er wederom vandoor.

Niet lang daarna wordt de fiets van de agent aangetroffen, op de stoep, keurig op slot.
Een ingeschakelde politiehond snuffelt Ernesto, die zich in een tuin heeft verstopt, op.
Agenten slaan hem in de boeien.
Tegen de rechters: ‘Ik wist wel dat ze achter me aanzaten.’

Voor de officier van justitie is er geen twijfel mogelijk: ‘De fiets was niet in de beschikkingsmacht van de verdachte. Na die twee klappen was de fiets dat wel.’
De strafeis voor deze(fietsen-)diefstal met geweld: tien maanden gevang.
Daarnaast moet Ernesto – zo wilde aanklager – 320 euro betalen aan de politieman die vrij was. De agent zelf kan die twee klappen nog wel verkroppen, luidt de toelichting.
Waar de agent vooral last van heeft is dat zijn vrouw er last van heeft.

Aan het einde van het verhaal zijn altijd de moeders, de vrouwen, het slachtoffer van de misdaad.

Rob Zijlstra

update – 1 oktober 2015 – uitspraken
Ernesto heeft zich niet schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, maar aan een eenvoudige diefstal. Goed voor drie maanden celstraf waarvan er twee voorwaardelijk zijn. En die 320 euro hoeft hij niet te betalen: er is geen direct verband tussen de diefstal en de ervaren last.
Jan mag zich nog meer in de handen knijpen. Geen celstraf, maar een werkstraf van 120 uur (en drie maanden voorwaardelijk).

Geen werk, mooi werk

mijn wenkbrauw zit
al bijna in de haargrens
als ik u dat hoor zeggen

 

Franky kun je rustig een apart geval noemen.
Hij is net een paar weken 21 jaar, hij heeft geen diploma’s, geen werk en geen werkervaring.
Hij heeft wel een vriendin.
Elke dag wacht hij bij het hek van de school om haar op te halen.

Zijn moeder had gezegd dat hij liegend en bedriegend door het leven gaat.
Ze noemt haar zoon een ‘luie, manipulatieve klootzak’.
Als de rechters hem dat voorhouden, zegt Franky: ‘Dat is natuurlijk niet leuk.’
Maar de zorgen die er over hem zijn – zorgen van hier tot helemaal aan Tokio – zijn misplaatst, vindt hij.
Dat komt door zijn vriendin.
Dankzij zijn vriendin zal hij op het rechte pad blijven.

Als hij dat zegt, staren de rechters hem met grote ogen aan.
Een van de rechters: ‘U bedoelt uw vriendin van 14 jaar die al eens zwanger van u is geweest en toen abortus pleegde?’
Franky knikt: ‘Die ja. Ze is trouwens bijna 15.’

Hij had ingebroken bij een kennis van zijn vader.
Uit de woning had hij naar eigen zeggen speelgoed en een hoop troep gehaald, uit de schuur onder meer gereedschap, een lasapparaat, een werkbank, een slijpmachine, een boorstander, een tafelzaagmachine.
De Volkswagen Golf die er ook stond, had hij verpatst bij de sloop.
Had nog 150 euro opgeleverd.

Dit was niet alles.
In Muntendam had hij ingebroken in een woonvoorziening waar zijn vriendin verblijft.
Daar pikte hij geldkistjes en pinpassen met bijbehorende pincodes.
Met het gepinde geld deed hij boodschappen en verbleef hij een paar nachten bij Van der Valk.

Hij zegt:‘Het was steeds haar idee en ik was zo stom om het te doen.’
Wat ook meespeelde was dat hij het huis was uitgezet.
‘Ik kon nergens heen.’
Het was ook daarom dat hij de banden van de auto van zijn broer had lek gestoken.
‘Hij zou me helpen, maar hij trok de handen van me af.’
Verder zijn er nog wat vernielingen, wat diefstallen met braak, bedreigingen, een zware mishandeling.
Opgeteld: 18 misdrijven.

Franky wil wel een behandeling.
Hij wil dan wel leren, zegt hij, dat hij eerst moet nadenken en dan pas moet doen.
De rechters zeggen dat ze iets opmerkelijks hebben gelezen in het strafdossier.
‘U bent al vaak veroordeeld, ook door kinderrechters, u heeft een fors strafblad, bent inmiddels veelpleger (erkende status), maar u drinkt geen alcohol en u gebruikt ook geen drugs. Dat maakten we nog nooit mee.’
Franky glimlacht en zegt: ‘En ik rook ook niet.’

Hij heeft een hulpverlenende coach die laat weten dat hij al een tijdje niet door de politie is gebeld.
‘Dat is dus positief.’
De coach zegt ook: ‘Franky is een prima jongen, alleen we krijgen hem niet tussen de lijntjes.’

De coach: ‘Hij is meerderjarig, dus dwingen kunnen we hem niet.
Hij woont nu zelfstandig en eerlijk gezegd hoop ik dat dat misgaat zodat hij noodgedwongen bij ons komt. We houden een plek voor hem vrij.’
De hulpverlener geeft toe dat hulp verlenen aan Franky is als trekken aan een dood paard.
‘Maar we laten hem niet vallen, want dan is het hek van de dam.’

Rechters: ‘Wat gaat er gebeuren als de verkering uitgaat?’
Franky: ‘Dan blijf ik op het rechte pad.’

De officier van justitie noemt de verdachte een plaag voor de samenleving die een forse straf verdient.
Hij wil dat Franky zijn zelfstandige woonruimte opgeeft en onder de vleugels van de coach gaat wonen.
Doet hij dat niet, dan kost hem dat negen maanden celstraf.
Die maanden gelden daarom als voorwaardelijk.
Daarnaast is er de onvoorwaardelijke strafeis: een half jaar zitten.

De advocaat zegt dat het opleggen van straf in dit aparte geval niet zal helpen.
Hij snapt de aanklager overigens wel: de officier van justitie moet wat, voor het oog van de buitenwacht.
‘Maar ik pleit voor een tweede kans. Voor een laatste kans.’

Er zat deze week nog een apart geval in zittingszaal 14.
Het betreft een vrouw die niet in het echt Natasja heet, in Assen woont en over een paar dagen 40 wordt.
Zij genoot wel opleidingen, heeft werkervaring en had een baan.
Ze was administratief medewerkster van een bedrijf dat internationaal actief is in de scheepsbouw in Sappemeer.
Het ontslag was op staande voet.

Tussen januari 2007 en september 2011 zou zij geld van haar werkgever hebben verduisterd (gestolen).
Toen ze na vier jaren tegen de lamp liep, was de verduistering opgelopen tot bijna 150.000 euro.

De verdenking is dat ze bedrijfsgeld overmaakte op haar eigen rekening, soms duizenden euro’s per maand en dat ze aankopen deed met de pinpas van het bedrijf.
De bankpas lag met pincode in een zwart doosje in een van de lades van haar bureau.

Natasja zegt niet zo veel.
Bij de politie had ze het een klein beetje toegegeven.
In de rechtszaal antwoordt ze dat het wel zou kunnen, dat ze het niet meer weet en dan weer dat ze het niet heeft gedaan.
Een van de rechters: ‘Mijn wenkbrauw zit al bijna in de haargrens als ik u dat hoor zeggen.’

Een vraag was of het niet merkwaardig is dat een bedrijf in de scheepsbouw aankopen doet bij Vera Moda, We Men, Ici Paris en bezoeken brengt aan Sundays (zonnestudio)?
Dat een scheepsbouwbedrijf toch geen schoenen koopt bij Manfield in Assen?
En wat moet een scheepsbouwer met lingerie?

Wat ze toegeeft is goed voor 40.000 euro.
En de rest?
Ze zegt, zachtjes, dat de jongens van de werkvloer ook van het pasje gebruik maakten.
En dat de jongens, net als de directeur zelf trouwens, nooit bonnetjes hadden als ze de pas hadden gebruikt.

De rechters hadden gelezen dat Natasja aan haar vriend een bijzonder cadeau had gegeven: een feestje met een optreden van Mooi Wark.
Had haar 3400 euro gekost.
Ging daar het geld naar toe?
Naar dat soort dingen?
Ze zwijgt.

De strafzaak wordt, ook apart, niet afgerond.
De advocaat zegt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om de financiële kant van de zaak te bestuderen.
Het Openbaar Ministerie had het dossier immers te laat bij hem afgeleverd.
Ook moet de advocaat – voor iets heel anders – over een uurtje al in de rechtbank van Assen zijn.
De strafzaak krijgt iets gehaasts, iets lelijks.
De rechters besluiten halverwege te stoppen om later verder te gaan.
Later is in dit geval: oktober (nog wel van dit jaar).

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 6 juli 2015
De rechtbank acht alle feiten die aan Franky ten laste waren gelegd bewezen. De opgelegde straf: 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij zich laten behandelen en moet hij onder begeleiding gaan wonen bij de mensen die hem willen helpen.

Waarschuwingsschot

even na middernacht
kwamen ze twee
onvriendelijke mannen tegen

Elf en een half uur kijk en luister ik in de rechtszaal naar twee jongemannen die de keuze hebben gemaakt een crimineel leven te leven.
Ze zijn van Curaçao, ze zijn 22 en 27 jaar en al jaren hier.
De een heet Dennis, de ander Wouter.
Ze staan terecht omdat ze opgeteld en soms samen, zo’n 25 misdrijven zouden hebben gepleegd in Groningen en Assen.

Dennis heeft een strafblad dat nog niet heel omvangrijk is, maar volgens de rapporten is er bij hem sprake van een patroon van steeds gewelddadiger delicten.
Dennis glijdt af in de ene en klimt op in de andere wereld, kun je zeggen.
Het strafblad van Wouter is een boekwerk.
Ondanks dat hij nog maar 27 jaar is, heef hij al vele jaren in gevangenissen verprutst.
Over hem rapporteren deskundigen dat hij extreem zelfgenoegzaam is en tegelijkertijd achterdochtig en soms vijandig.

Wat blijft hangen na de lange strafzaak is het gemak waarmee de twee verdachten in dat criminele leven lijken te staan.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de Turkse maffia een prijs op het hoofd zet van een 22-jarige en dat die jarige dan een semi-automatisch vuurwapen aanschaft.
Om er waarschuwingsschoten mee te lossen, zegt hij.
Dat lijkt hem ook zo logisch als wat, want je laat je toch niet door de Turkse maffia neerknallen?

De man die moest worden gewaarschuwd verklaarde dat als hij zijn hoofd niet had weggedraaid, hij dood was geweest.
Nu is hij alleen maar doof aan het linkeroor, mogelijk voor altijd.
De vermeende maffia had na de schietpartij extra beveiliging aangevraagd bij de burgemeester van Groningen.

De misdrijven waar Dennis en Wouter zich voor moeten verantwoorden variëren.
Er zit een (elektrische) fietsendiefstal tussen, heling, bedreigingen, belediging (Wouter noemde een agent in burger een flikker), wapenbezit, mishandelingen, openlijk geweld, pogingen tot doodslag (aanvankelijk moord) en cocaïnehandel.

Wat ze kunnen ontkennen, ontkennen ze.
Als de vragen te lastig worden, wordt op advies van de advocaten een beroep gedaan op het zwijgrecht.

Het speelveld van de twee verdachten is volgens het Openbaar Ministerie het A-kwartier, de mooiste stadswijk in Groningen waar mensen wonen, waar middenstanders het hoofd boven water houden en waar – in het prostitutiegebied – de lokale overheid mensenhandel probeert tegen te gaan met een beleid van vergunningen.

Rechters tegen de twee verdachten: ‘Dus jullie zijn niet de drugsdealers van het A-kwartier?’
Dennis: ‘Nee, ik ga daar wel heen, maar dan voor de praatjes. Niet voor die drugsdingen.’
Dennis legt aan de rechters uit dat hij op straat vaak wordt aangehouden door de politie die hem voortdurend controleert.
Hij zou voldoen aan een signalement.
Dennis: ‘Maar rechters, er bestaan meer grote dikke zwarte negers. Ik ben niet de enigste.’ (Gronings voor enige).
Komt bij: ‘Ze vinden nooit wat, nooit drugs, nooit geld. Hoe dan dealer?’

Ook Wouter, die in het Groninger circuit De Lange zou worden genoemd, ontkent zowel zijn bijnaam als dat hij drugsdealer zou zijn.
Zegt: ‘Ik ben, ik was, een gebruiker. Ik gaf wel eens wat weg.’
Het Openbaar Ministerie heeft hem een tijdje in de gaten gehouden en vastgelegd dat hij in korte tijd 280 keer telefonisch contact had met Hendrik, 37 keer met Johanna, dat er 229 belcontacten zijn geweest met Guus.
Allemaal gebruikers.

Het onderzoek leverde een rekensom op waaruit zou moeten blijken dat Wouter opgeteld 5.700 bolletjes cocaïne aan 3.850 drugsgebruikers (veel dubbeltellingen) heeft verkocht wat hem bruto 57.500 euro heeft opgeleverd.
Nu de inkoop van cocaïne 34 euro per gram bedraagt, moet Wouter 18.480 euro winst hebben geboekt.
Klopt dat?
Hij laat het aan zijn advocaat over om duidelijk te maken dat het niet klopt.
De advocaat: ‘Het klopt nooit een keer.’

Aan het waarschuwingsschot van Dennis ging een steekpartij vooraf.
Dat was in mei vorig jaar.
Dennis en Wouter hingen en liepen hun dagelijkse rondjes door het A-kwartier.
Even na middernacht kwamen ze twee onvriendelijke mannen tegen.
Of andersom.
Er werd homo geroepen.
En ‘vieze Turk’.
Er volgde een handgemeen.
Er werden messen getrokken.
Er werden stekende bewegingen gemaakt.
Er werd afgeweerd.

Dennis en Wouter vertellen dat ze werden aangevallen.
Een van de twee mannen raakte gewond.
Een snee in de wang, een wond in de nek.
Wouter: ‘Ik heb wel geslagen. Die mannen zochten ruzie met mij. Ik had geen mes, wel een sleutelbos in de hand.’
De officier van justitie: ‘Niks sleutel, het was een mes.’
De advocaat noemt de steekverwondingen ‘beschadigingen van de huid’.

Het slachtoffer is eigenaar van een café in de rosse buurt waar Wouter niet meer mag komen.

Vijf dagen na het steekincident lijkt zich een situatie te herhalen, maar dan even na middernacht.
Weer komen ze die Turkse mannen tegen.
Dennis en Wouter zeggen dat ze weer zomaar werden aangevallen.
Dennis had al gehoord dat er – naar aanleiding van de steekpartij eerder – een prijs op zijn hoofd was gezet van 10.000 euro.
Tegen de rechters: ‘Ze hadden wapens, dat heb ik gezien. Als de Turkse maffia mij wil omleggen, dan verdedig ik mezelf. Toch? Daarom had ik dat wapen gekocht.’

Het schot dat hij afvuurde kan best vlakbij een hoofd zijn geweest, maar de kogel ging rechtsreeks de lucht in, verzekert Dennis.
‘Had ik hem willen neerschieten, dan had ik dat wel gedaan.’

Niet veel dagen na dit schot worden ze aangehouden, Wouter tijdens het boodschappen doen in de Albert Heijn.
Hij wist zijn wapen nog te verstoppen achter waren in een schap.
Zijn vriendin belde later Misdaad Anoniem om te vertellen dat er een vuurwapen in de supermarkt lag.
De burgemeester had toen al extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd voor het A-kwartier.

Dennis hoort drie jaar celstraf tegen zich eisen (jaar voorwaardelijk).
Hij rookt nog wel zijn wiet, ook nu in de gevangenis verblijft, maar niet meer voor dertig euro per dag.
Zegt tegen de rechters: ’Ik ben aan het dimmen.’
Komt hij vrij, dan wordt hij kok, of nog liever begint hij een eigen bedrijf in de ICT.

Wouter met zijn recidive hoort vier jaar celstraf eisen (waarvan ook een jaar voorwaardelijk). Daarna moet hij zich verplicht laten onderzoeken en behandelen.
Dat kan nog eens twee jaren duren.
Hij wil geen hulp.
Want voor wat?
Zijn enige probleem is dat de politie een hekel aan hem heeft.
En dat kan hij zelf wel oplossen.

Rob Zijlstra

update – uitspraken – 2 juli 2015
Wouter is veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Zonder voorwaardelijk deel. Dat laatste heeft ook met zijn houding te maken. Wie niets wil, krijgt ook niets cadeau, redeneert de rechtbank. Dennis komt wat dit betreft iets beter uit de strijd: 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Verreweg de meeste zaken waar het duo zich voor moest verantwoorden, vindt de rechtbank bewezen.

Wedden dat

een overval is soms een selfie

Schermafbeelding 2014-12-06 om 22.32.51De krant bewees deze week weer eens dat je vreselijk moet oppassen met de misdaad en voor de plegers ervan.
Een week geleden werd Groningen en ras de rest van het land opgeschrikt door het bericht dat een inbreker ernstig gewond was geraakt tijdens zijn werkzaamheden.
De bewoner, een man van 61 jaar, had de snoodaard betrapt en hem flink onder handen genomen.
De reacties op de berichtgeving waren niet mals.
De moedige bewoner verdiende een standbeeld van een held, de inbreker zelf kon het beste maar dood want eigen schuld.

Een paar uur na het gebeuren werd de inbreker op gezag van de politievoorlichting een overvaller en de volgende dag was de overvaller een travestiet geworden die een date in de nacht had met de bewoner.
Ze kenden elkaar goed en lang, samen hadden ze ruzie gekregen en dat was uit de hand gelopen.
Later op de dag onthulde RTVNoord dat de travestiet toch weer een overvaller moest wezen, maar dan van een andere overval.

Dinsdagavond overleed de goede bekende van het 61-jarige slachtoffer aan zijn verwondingen.
Kregen een paar reageerders toch nog hun zin.
De dapper gewaande zit opgesloten.

Het komt vaker voor dat de misdaad niet is wat die op het eerste gezicht lijkt.
Er schijnen mannen te worden beroofd in rosse buurten.
Soms dient zo’n beroving als dekmantel voor (de kosten van) prostitutiebezoek.
Een beroving is thuis beter uit te leggen.
Ook niet alle beroofde bezorgers van maaltijden zijn beroofd.
Een overval is soms een selfie.

Deze week zaten Willem (49) en Truus (44) in de verdachtenbank.
Rasechte Rotterdammers, dat kon je horen.

Op een koude dag is Willem in Groningen voor een bezoek aan een kennis.
De kennis woont in de stadswijk Beijum en is niet thuis.
Zij is naar de kerk.
Geeft niks, zegt Willem.
Dan wacht-ie wel even.
Buiten ligt overal sneeuw, maar in zijn mooie Mercedes Benz C320 cdi zit zelfs een kachel en die maakt dat het lekker warm is.

Ineens wordt een portier opengetrokken.
Natuurlijk schrikt Willem.
Hij kijkt in de loop van een vuurwapen.
Een tweede overvaller zwaait met een stroomstootwapen.
De mannen stappen in en Willem moet rijden.
Ze rijden door Groningen, stoppen na een tijdje en Willem moet eruit.
Nadat hij zijn geld (90 euro) heeft afgegeven gaan de gewapende mannen er met zijn auto vandoor.

Willem doet aangifte.
Hij vertelt dat het is gegaan zoals hier beschreven.
De politie maakt het wereldkundig en waarschuwt het publiek niet zelf actie te ondernemen tegen de twee gewapende overvallers van wie er eentje een gebreid mutsje draagt.

Tien dagen na de overval krijgt de politie informatie uit het criminele circuit.
De man die is overvallen, luidt de tip, is betrokken bij de organisatie van illegale loterijen binnen de Antilliaanse gemeenschap.
Vier dagen later wordt de Mercedes gevonden.
In de auto liggen boekjes met lootjes en enveloppen met contant geld.
Op een van die enveloppen staat de naam van Marjan, de vrouw die Willem zou bezoeken toen zij in de kerk zat.

Weer een dag later krijgt de politie opnieuw informanteninformatie.
Die man die Willem heet is niet alleen beroofd van zijn auto, maar ook van 20- tot 30.000 euro.
Geld dat in Groningen aan winnaars van de illegale loterij uitgekeerd moest worden.

Marjan wordt opgespoord en zegt dat ze lootjes verkoopt, van 25 cent tot een euro per stuk.
Ze betaalt ook prijzengeld uit, wel eens twee- tot driehonderd euro.
De vrouw zegt zaken te doen met de man die haar kwam bezoeken toen ze in de kerk zat, hij heet Glen.

De politie confronteert Willem met die loterijboekjes in zijn teruggevonden auto, met die enveloppen met duizenden euro’s, met het verhaal dat hij is beroofd van 20- tot 30.000 euro.
Willem – een verdacht slachtoffer nu – zegt niks.
Hij heeft een advocaat en die adviseert hem de mond te houden.
Weet Truus meer?
Truus heeft dezelfde advocaat.
Zij zwijgt ook.

Kortom, de politie is in Groningen van alles op het spoor: illegale loterijen waar tienduizenden euro’s in omgaan, een link met Rotterdam, er zijn mannen met wapens en een gebreid mutsje die mensen in auto’s overvallen, carjacking.

In de rechtszaal vragen de rechters aan Willem: ‘Noemen ze u ook wel Glen?’
Willem: ‘Nee, nooit. Ik ben gewoon Willem.’
Truus knikt.
Zij kan het ook weten want ze is al jaren met Willem getrouwd.
Willem doet niks met loterijen, zwijgt hij.
Willem werkt in de haven bij de afdeling laden en lossen.
Truus zit op de administratie bij een elektrotechnisch bedrijf.

En dan nu iets heel geks.
In de rechtszaal gaat het helemaal niet over die loterijen en gewapende overvallen.
Daar is niet eens nader onderzoek naar gedaan.
Wat de politie heeft gedaan is het nader onderzoeken van de bankrekening van Willem en Truus.
Het was de politie namelijk opgevallen dat er flinke bedragen op die rekening staan, terwijl er nauwelijks iets van wordt afgeschreven.
In een jaar tijd was er vier keer een pintransactie gedaan bij de Albert Heijn.
Hoe dat dan kan?

Truus legt uit dat ze haar hulpbehoevende oma verzorgt en dat oma nogal vermogend is.
Eenmaal per week pint oma geld (wanneer ze samen boodschappen doen) en dan stopt oma haar flink wat toe.
Daar doen ze de dingen en extra dingetjes van.

De officier van justitie kan dat niet geloven.
Uitgerekend is dat er 56.171 euro zonder een verklaarbare herkomst is uitgegeven.
Dat moet dus misdaadgeld wezen.
En wie met misdaadgeld dingen (Mercedes) en dingetjes (jurkje) koopt, maakt zich schuldig aan witwassen.

Dus dat geld hebben ze verdiend met die loterijen?
Dat is niet uitgezocht.
Maar organiseren ze die wel?
Ook niet uitgezocht.
En die gewapende overvallers dan?
Niet onderzocht.
De carjacking?
Nee.
Is Willem niet beroofd?
Weten ze niet.
Marjan van de kerk?
Is niet mee gepraat.
Glen!
Wie is Glen?

De officier van justitie zegt dat Willem en Truus zich schuldig hebben gemaakt aan witwassen in vereniging want ze zijn getrouwd in gemeenschap van goederen.
De aanklager rept van een ernstig feit en riedelt dat de misdaad niet mag lonen.
De eis: een taakstraf van 200 uur, drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf per persoon en en het samen betalen aan de Staat der Nederlanden van 56.171 euro.

Worden ze veroordeeld?
Ik durf er wel een gokje op te wagen.

© Rob Zijlstra

update – 15 december 14 – uitspraak
De rechtbank heeft Willem en Truus vrijgesproken. Dat het niet anders kan   dan dat het geld van misdaad afkomstig is, is niet waar, oordelen de rechters.  Immers, ze gaven aan geld te hebben gekregen (oma) en ook geld te hebben geleend. Daarnaast hadden ze legale inkomsten uit arbeid. Verder blijkt niets uit het dossier. De ontnemingsvorderingen worden met de vrijspraken afgewezen.

 

Gare rapen

Het is niet voor iedereen onaangenaam dat in Den Haag het idee bestaat dat het Noorden ontzettend ver weg is.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Het is goed voor politie, goed voor justitie, misschien is het wel goed voor heel de strafrechtketen in Groningen, Drenthe en Friesland.
De afstand maakt dat ze in Den Haag niet of nauwelijks in de gaten hebben wat er hier gaande is.
En zolang de noordelijke correspondenten van de landelijke media hun redacties niet kunnen of weten te bereiken dan wel er geen gehoor vinden, blijft de Residentie in onwetendheid en de boeven blij.

Het heeft wel een aantal keren in Dagblad van het Noorden gestaan, die krant waar ik voor werk: terwijl de misdaad onverminderd doorgaat, slaagt de politie in Noord-Nederland er steeds minder goed in boeven op te pakken.
Het aantal strafzaken bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden loopt daardoor met een derde terug.
Buiten het Noorden is er sprake van een stijging van bijna tien procent.
Strafzaken die er wel zijn in het Noorden, zijn soms drie, vier jaar oud voordat ze de rechtszaal bereiken.

De kans dat een misdadiger zich voor een noordelijke rechter moet verantwoorden is niet bijster groot.
In een buitenland zouden we dat zorgelijk straffeloosheid noemen.
De strafsector van de Rechtbank Noord-Nederland wordt volgend jaar ingekrompen.
De enige reden: omdat de politie onder aanvoering van het Openbaar Ministerie (justitie) niet doet wat wel moet, is er simpelweg te weinig werk voor de huidige vijftig strafrechters.

Misschien is zoiets in heel Nederland nooit eerder vertoond.

Er waren deze week wel een paar strafzaken in het vaak lege Groninger gerechtsgebouw.
Er was een notoire woninginbreker uit Stadskanaal die al 28 keer eerder is veroordeeld wegens soortgelijks.
Hij ontkent.
Dat zegt niks, want dat doet hij altijd.
Rechtszaal-logica is dat een verdachte die toegeeft het te hebben gedaan als geloofwaardig wordt beschouwd, terwijl een ontkennende verdachte wordt gezien als een leugenaar.

Er was een man uit Delfzijl die boos was.
De politie was bij de buurman geweest vanwege zijn lawaai.
Toen de politie hem daar op aansprak, constateerden agenten dat de boze man onbetaalde boetes had uitstaan.
Hij moest mee naar het politiebureau.
Eerst vanwege het lawaai, toen vanwege de boetes en toen hij eindelijk naar huis mocht, zeiden de agenten dat ze 30 gram hennep in zijn woning hadden gevonden.
Toen moest hij weer blijven.

Boze man tegen de rechters: ‘Ze probeerden me keihard te naaien. Ik mocht gaan en dan weer niet.’
Rechters: ‘En toen werd u boos.’
Boze man: ‘’Ja, ik had niets gedaan, ik was er wel een beetje klaar mee.’
Rechters: ‘En toen veegde u het toetsenbord en een beeldscherm van tafel.’
‘Ja.’
Rechters: ‘En vloog het kopje koffie tegen de muur.’
‘Dat had ik niet moeten doen.’
Rechters: ‘Dus u bekent?’
‘Ja.’

De boze man zit niet vanwege dat lawaai, die boetes, de 30 gram of anders voor de meervoudige strafkamer.
Hij zit tegenover zijn drie rechters omdat hij met de koffie de muur van de verhoorkamer – toebehorende aan de politie Noord-Nederland – heeft vernield en/of beschadigd.
Omdat de muur moest worden overgeschilderd heeft de politie een schadeclaim ingediend van 171 euro.

De boze man zegt dat hij die wel wil betalen.
Zegt: ‘Wat ik gedaan heb, heb ik gedaan.’

De officier van justitie vindt een werkstraf passend: 30 uur.
Maar omdat de boze man een tijdje vast heeft gezeten, mag hij een aantal uren in mindering brengen: ook 30.
Opdat er 0 overblijft en 171 euro.
Betalen, klaar.

De advocaat is het daar niet mee eens.
Hij wil vrijspraak.
Zegt: ‘In de context van wat er allemaal is gebeurd is het logisch dat iemand een beetje boos wordt. En dan valt er een kopje koffie om. Tja…’
De boze man: ‘Het is niet eerlijk.’
De rechters doen over twee weken uitspraak.

Er was een nurkse jongeman uit Veendam.
Hij zou op 28 juli 2013 op de dansvloer van de disco het topje van zijn ex (flirt van een paar dagen) naar beneden hebben getrokken, waardoor de linkerborst even zichtbaar was.
Heel vervelend.
Juridisch heet zoiets aanranding.
En zo niet, zegt de officier van justitie tegen de rechter, dan moet het belediging heten.

De nurkse jongeman wil er niks over zeggen.
Hij beroept zich op het zwijgrecht.
De rechters vragen aan de aanklager waarom zij in vredestijd zich gedrieën moeten bezighouden met zo een kwestie.
De officier van justitie zegt dat billen en borsten in een discotheek een seksuele lading hebben en dat hij er verder ook niks aan kan doen.
Dat hij ook zijn bedenkingen heeft.
Aan de andere kant: het is in strijd met ethische normen.
Eis: werkstraf van 30 uur.

Dezelfde advocaat (toeval) is het er weer niet mee eens.
Hij zegt dat zedenzaken altijd door drie rechters beoordeeld moeten worden, dat dat de afspraken zijn.
Maar dat alle andere afspraken door de politie met de voeten zijn getreden.
Bij zedenzaken, zegt de advocaat, dient in het belang van de waarheidsvinding een protocol te worden gevolgd en dat is niet gebeurd.
Ernstige fouten, zo ernstig dat het Openbaar Ministerie het recht de jongeman te mogen vervolgen, heeft verspeeld.

De advocaat denkt dat het feit dat de vader van de onteerde jongedame zelf politieman is, er niets mee te maken heeft.
Dat de politievader aanwezig was bij de verhoren, is weer wel bedenkelijk.

De officier van justitie hoort het aan.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Kijkt op zijn beurt bedenkelijk.
Kijkt naar het plafond.
Tuit de lippen.
Knijpt een paar keer de ogen stijf dicht.
Gaat staan.
Zegt dan: ‘De advocaat heeft gelijk. Er zijn fouten gemaakt wat moeten leiden tot uitsluiting van bewijs. Ik zal mijn eis aanpassen. Geen 30 uur werkstraf, maar ik eis dat u verdachte vrijspreekt.’

De jongeman blijft nukkig kijken, de advocaat verlaat de rechtszaal met een tevreden glimlach.
Het is in de strafrechtspraak een zeldzaamheid dat een officier van justitie zijn strafeis na een pleidooi van een advocaat naar beneden bijstelt.
In Groningen is het de afgelopen tien jaar misschien twee keer eerder gebeurd.

Een kopje koffie, vieze politiemuur, een topje, blote borst, heel vervelend.
Veel erger is dat zolang ‘Den Haag’ onwetend blijft, heel de noordelijke strafrechtketen kan blijven doen alsof er niets aan de hand is.
Er is een kans dat er een dag aanbreekt dat iemand in De Haag opmerkt te hebben vernomen dat er rare merkwaardige dingen schijnen te gebeuren in het Noorden van het land.

En dan komen ze.
Om in te grijpen.
Om orde op zaken te stellen.
Terwijl de rapen nu al gaar zijn.

Rob Zijlstra

update – 4 december 2014 – uitspraken
Het vernielen van een politiemuur – het vies maken – is een te licht vergrijp voor een werkstraf, vinden de rechters. De man moet echter wel gestraft, want wat hij heeft gedaan moeten laakbaar heten: een boete van 250 euro. En de schade betalen: 172 euro.

De man van het topje is vrijgesproken.

 

extra 
uit Dagblad van het Noorden

bericht1

pagina 1, dagblad van het noorden, 27 september 2014

bericht2

vervolg pagina 1, dagblad van het noorden – 27 sept ’14