Het baalmomentje

cropped-schermafbeelding-2014-10-25-om-21-39-38.pngDe winkeldief die van de winkelier pikt krijgt een boete van 250 euro, de winkelier die die winkeldief een paar optaters verkoopt moet een boete betalen van 350 euro.
Dit twitterde ik deze week de wereld in naar aanleiding van twee strafzaken bij de politierechter.
De reacties waren verontwaardigd en niet van de lucht: die rechter zal gekke Henkie wel wezen, veel krommer moet het in dit land niet worden, een iemand gaat emigreren.

Het is een bekend gegeven dat hoe meer feiten mensen kennen over een kwestie, hoe genuanceerder het oordeel is.
Twitter is met die 140 lettertjes inclusief de spaties wat dat betreft een regelrechte ramp voor het kennen van de waarheid (zin met 124 tekens).
Een eenkolommetje in de krant is iets beter.
Een boek is het beste.

Tijdens de eerste strafzaak zat Bernard op de publieke tribune.
Bernard (39) is ondernemer, hij verkoopt in een winkel in Groningen faillissementsartikelen.
Veel gereedschap.
Zoals alle winkeliers heeft Bernard last van winkeldieven.
Winkeldieven willen alles gratis en kosten daardoor klauwen met geld.
De politierechter zegt een paar keer tegen Bernard dat ze zich zijn frustratie heel goed kan voorstellen.

Een vaste bezoeker van de nering van Bernard was Willem (43).
Willem is een dief.
Willem had zelfs een eigen website met daarop filmpjes.
Op die filmpjes was te zien hoe Willem winkelspullen in zijn jas stopte.
Of zoals juristen dat zeggen: hoe Willem een bepaald goed uit de macht van de eigenaar haalde.
Langs de ringweg om Groningen stond enige tijd een bord met een verwijzing naar ‘Willem is een dief punt nl’.

Willem is niet komen opdagen.
Hij heeft genoeg aandacht gehad, vindt hij.
Die website was ook niet zijn idee geweest, maar dat van Bernard.
Willem had aangifte gedaan wegens het schenden van zijn privacy.
Bernard was blij met die aangifte geweest want hij zag er een bekentenis in.
Willem erkende daarmee immers dat hij de stelende man was op de beelden.

De officier van justitie vindt dat ook en beticht Willem van zes winkeldiefstallen.
Winkelier Bernard zegt dat hij voor 9.000 euro is gedupeerd en wil dat geld nu zien.
De aanklager vindt 1.400 euro reëler.
Het probleem is dat de beelden wel laten zien dat Willem dingen pikt, maar niet duidelijk is wat.
De middenstand weet daar raad mee, maar juridisch gezien is het lastig.

Omdat de diefstallen al twee jaar geleden zijn gepleegd – de strafrechtspleging verloopt uiterst traag in Groningen – vindt de officier van justitie het niet opportuun een gevangenisstraf te eisen.
Hij zegt dat-ie ook rekening moet houden met het feit dat Willem al enigszins is gestraft door die website met daarop ongewild zijn verschijning.
De officier van justitie: ‘Het openbaar maken van die beelden diende geen opsporingsbelang en Willem heeft het als straf ervaren. Alles in overweging nemende eis ik voor zes winkeldiefstallen een werkstraf van 80 uur.’

De advocaat is de duivel en zegt dat die camerabeelden helemaal niet als bewijs mogen worden gebruikt.
De beelden zijn in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens.
De advocaat: ‘De beelden zijn gelijk aan die van een gluurder. Komt bij dat op de beelden dan misschien is te zien dat Willem dingen in z’n jas stopt, maar er zijn geen beelden van bij de kassa. Misschien haalde Willem het spul bij de kassa wel weer uit zijn jas om te betalen. Dat kunnen we niet uitsluiten.’

De politierechter denkt na.
Bernard kijkt als gedupeerde niet met een blik die duidt op veel vertrouwen in deze rechtsgang.
Hij hoort de rechter hardop wikken en wegen.
De beelden mogen want van een burger.
En te zien is dat Willem iets in zijn zak steekt wat niet van hem is.
Maar niet is te zien wat er daarna gebeurt.
Dus wat de advocaat zegt.
Niet bewezen kan worden dat er steeds sprake is van een voltooide winkeldiefstal.
Een keer (van de zes) kan dat wel, maar dan gaat het om een oud feit, uit 2012.
Komt bij dat de winkelier met die website het recht in eigen had heeft genomen.
De politierechter: ‘Ik veroordeel Willem tot een geldboete van 250 euro. Omdat we niet weten wat hij heeft gestolen, kan ik geen schadevergoeding toekennen.’

Bernard slaakt een diepe zucht.
Hij baalt stevig.
De politierechter vraagt met een vriendelijkste glimlach of hij nu naar voren wil komen, voor de volgende strafzaak.
Die is net andersom.
Bernard is nu de verdachte.
Willem het slachtoffer.
Willem is er weer niet.

Bernhard had Willem op diefstal betrapt en al veel beeldmateriaal van vorige diefstallen in z’n bezit.
Dacht: nu heb ik hem.
Willem stelde nog voor het buiten de politie om af te handelen, maar de winkelier weigerde dat; hij had de politie al gebeld.
Toen Willem dat in de gaten kreeg, wilde hij er vandoor gaan.

De winkelier verzocht de winkeldief te blijven staan.
Nee.
Hij sleurde hem aan zijn kraag uit de auto.
Daarna sloeg hij met kracht.
Nee.
Hij duwde slechts een beetje.
Nietes.

Een getuige: de winkelier bleef maar schoppen en slaan, echt heel erg.
De winkelier: die getuige is mijn buurman met wie ik in onmin leef. Logisch dat hij tegen mij is.
De medische verklaring: forse hematomen. Dat zijn blauwe plekken met zwellingen.
Dus een ernstige mishandeling, zegt de officier van justitie.
De politierechter zegt dat ze menselijkerwijs zich de frustratie bij de winkelier kan voorstellen.

De aanklager: ‘Maar het was buitenproportioneel.’
De rechter: ‘Klopt het dat u aan vechtsport doet?
Bernard: ‘Ja.’
De officier van justitie: ‘Ik eis een geldboete van 350 euro.’
De rechter: Wilt u tot slot nog iets zeggen, want u heeft recht op het laatste woord.’
Bernard: ‘Ik laat nu mijn hart spreken. Dit voelt als de omgekeerde wereld. Maar u zit hier om recht te spreken en daar wens ik u veel sterkte bij.’

De politierechter: ‘Ik geloof niet dat de getuige liegt. Maar de foto’s uit de medische verklaring zijn objectief. Op die foto’s zijn heel forse blauwe plekken te zien. Met zwellingen. Het letsel past bij het toegepaste geweld zoals het slachtoffer het omschrijft. Ik snap dat u hem wilde tegenhouden, maar daarbij bent u een grens overgegaan. Bij de vorige zaak was er onvoldoende bewijs. Ik snap dat uw baalmomentje van zojuist heel goed. Maar dit is weer een andere zaak. Ik veroordeel u tot een boete van 350 euro te vervangen door 7 dagen hechtenis.’

Bernard: ‘Zet het maar weg in dagen.’

Rob Zijlstra

update – 25 oktober 2014 – ondernemer
Bernard is een echte ondernemer: hij probeert van zijn nadeel een voordeel te maken… met een opmerkelijke advertentie in de krant.

De slimste

de minst slimme verdachte van deze week moet Aran zijn

Er wordt wel gezegd dat de misdaad nooit eindig is.
Neemt het hier wat af, dan kun je er donder op zeggen dat het elders toeneemt.
Steeds meer, steeds vaker zijn in de misdaad veelvoorkomende begrippen.
Dat komt – denk ik – vooral omdat er zo veel mensen zijn die de misdaad onderzoeken, van lokaal tot internationaal.
Al die mini-bevindingen worden gepubliceerd en wij van de media zijn nooit te beroerd over die publicaties te berichten.
Steeds meer of steeds minder, het is steeds maar weer nieuws.

Ik vermoed dat er inmiddels meer mensen zijn die de misdaad bestuderen dan er uitvoerders van het metier zijn.

Pessimistische mensen zeggen dat de misdaad maar door kan gaan omdat de pakkans niet bijster groot is.
Als het niet hoeft van de verzekering, is de bereidheid aangifte te doen van een misdrijf laag.
Is al jaren zo.
Waarom?
Omdat menigeen van mening wil zijn dat het niet helpt.
Want ze pakken ze toch niet.

Dat laatste lijkt een volkswijsheid die wankelt.
Op basis van waarnemingen van de dagelijkse praktijk in zittingszaal 14 moet ik vaststellen dat de politie meer en meer de beschikking krijgt over slim (technisch) vernuft om de misdadige mens in de kladden te grijpen.
Wat ook meewerkt is dat de misdadige mens niet tot de categorie ‘de slimste mens’ behoort.
Je zou dan zeggen, eens moet de dag komen dat het met de misdaad is afgelopen.

Albert en Alie behoren met hun 67 en 65 levensjaren tot de categorie ‘oudere verdachten’, maar zijn verder heel erg van deze tijd: ze exploiteerden hennepplantages.
Het ging allemaal wat minder en ze konden dus wel wat extra centjes gebruiken, vertelt Albert aan de rechters.
Alie is wel verdachte, maar ze is er niet, zij zit thuis in Veendam, hulpbehoevend en kapot van de zenuwen.
Albert had op een kwade dag een paar schapen verkocht en met de opbrengst wat hennepstekjes aangeschaft op de parkeerplaats van Van der Valk.
In Winschoten kende hij een adresje voor lampen en andere kweekbenodigdheden.
Jawel, Alie wist er van.

Het kan bijna niet anders dan dat de politie heus weet waar, op welke adressen, hennepkwekerijen zitten.
Zo ingewikkeld kan dat – helemaal met de stroomleverancier in je ploeg – niet zijn.
Dat er maar één kwekerij per dag wordt ontmanteld, heeft met de bezetting te maken.
Voor meer is domweg geen tijd.

Albert en Alie hadden een uitkering en leefden heel onhandig boven hun stand.
De politie kreeg daarover een tip, ging kijken en trof op twee verstopte plekken in en rond de woning 494 hennepplanten aan en nog eens anderhalve kilo henneptoppen.
Behalve het ‘groene goud’ werden twee Mercedessen, een paardentrailer, een caravan, twee quads en een fonkelnieuwe zitmaaier in beslag genomen.

Aan stroomleverancier Enexis hebben Albert en Alie 10.000 euro moeten betalen in verband met illegaal afgetapte stroom.
Er is een langlopende regeling getroffen.
Wie uit de financiële misère wil geraken en om die reden hennep gaat telen, moet wel niet slim zijn.
Albert probeert de schade nog te beperken door tegen de rechters te zeggen dat hij maar één keer heeft geoogst, maar dat hij die niet heeft weten te verzilveren.
Rechters horen dat altijd.
De politie had ter plaatse de kalkafzetting opgemeten, geroken aan de algengroei, het groeiresidu bemonsterd en de kleuren van de koolstoffilters bestudeerd.
Op basis hiervan werd slim berekend dat Albert en Alie 77.000 euro hebben verdiend met hun misdaad.
Dat geld moeten ze nu aan ons betalen (staatskas), zo wil het Openbaar Ministerie.

Gijs en Bert zijn samenwonende broers en waren ook niet slim bezig.
Toen de politie bij hen op de stoep stond, was Gijs niet verrast.
Hij wist, op een dag is het voorbij.
Ook hun misdaad kent een grote pakkans, maar te weinig politiemensen om dat ook daadwerkelijk te doen.
In Denemarken en in Rusland doken bij lokale politie-onderzoeken ip-adressen op.
Een deel van die unieke computernummers kon worden gekoppeld aan Ziggo Nederland.
Met hulp van deze provider rolden tientallen namen van de bij de ip-adressen horende Ziggo-abonnees uit de computer.

Waarom Gijs en Bert aan de beurt waren, is niet bekend.
Wel vond de politie op harde schijven, usb-stick’s en op gebrande cd-rom’s meer dan 3 miljoen foto- en filmbestanden.
De politie scande met speciale software tien procent van alles wat uiteindelijk 28.000 foto- en filmbestanden vol ranzige kinderporno opleverde.
Gijs, met 53 jaar de oudste broer, zei dat hij een mededeling voor de rechters had, het betrof een belangrijk vaststaand feit: ‘Ik ben het strontzat.’
Bert had een beetje moeten huilen.
De advocaat verzocht de rechters het te laten bij een werkstraf van 40 tot 80 uur.
De officier van justitie eiste 12 en 15 maanden gevangenisstraf zodat beide mannen ook hun banen kwijtraken.

De minst slimme verdachte van deze week moet Aran zijn.
Hij is net 19 jaar en dus een jongen van de digitale tijd, van na de platenspeler.
Aran heeft ingebroken dan wel is hij in het bezit geweest van gestolen goed.
Dan is hij geen inbreker, maar net zo erg een heler.
Uit een woning haalde hij en of zijn vrienden – zegt de aanklager – een verzameling whisky, een drankje van vroeger, maar heel populair onder jeugd van nu.

Uit een andere woning pikte hij en/of zijn matties computers, sieraden, contant geld en een mobiele HTC-telefoon.
Ook Aran liep tegen politie-vernuft aan.
Inbrekers die mobiele telefoons stelen zijn niet alleen niet slim, maar ook ontzettend dom.
Mobiele telefoons zijn de grootste verraders van deze tijd.
De politie kon na de misdaad al heel snel zien dat het HTC-toestel werd voorzien van een andere sim-kaart en vervolgens dat er mee werd gebeld.
Met 06-nummers.
Die werden in kaart gebracht en zo konden ze het toestel traceren: op de slaapkamer van Moki, naar later zou blijken een vriendje van Aran.

Het toestel bracht de hele misdaad aan het licht: er stonden duizenden WhatsApp-berichten in opgeslagen waarvan er 800 als verdacht werden bestempeld.
Die berichten gingen over brakka’s, osso’s en doekoes, over inbraken, over huizen en over geld.
‘Ik heb doekoe nodig. Ik heb zin in een brakka, ja, we gaan een osso doen in Eelde’, appten Aran en zijn vrienden aan elkaar.

Aran ontkent, hij had zijn telefoon aan anderen uitgeleend.
Dat anderen appen over een koevoet, kan hij dus ook niet helpen.
Rechters: ‘Klopt het dat u bent aangehouden bij de Hornbach in verband met winkeldiefstal?
Ja, dat klopte wel.
Rechters: ‘En wat had u gestolen?’
Aran: ‘Een koevoet.’

Rob Zijlstra

uitspraak 11 september

Eis tegen niemand

Juridisch bezien zou

de prostitutie van vandaag

de dag ook wel verkrachting kunnen heten

 

.

Schermafbeelding 2014-07-12 om 03.20.40Een nu 34-jarige man uit Tsjechië stond afgelopen donderdag terecht voor de rechtbank van Groningen wegens mensenhandel.
Dat wil zeggen: hij stond op papier.

De aanpak van mensenhandel – met als doel die te bestrijden – heet een speerpunt te zijn.
Dat betekent dat deze vorm van zware misdaad extra aandacht krijgt en als het even kan met grote voortvarendheid wordt aangepakt.
Ook in Noord-Nederland.

Op 26 januari 2006 deed een jonge vrouw uit Tsjechië aangifte bij de politie in Groningen.
Wat ze deed – de hoer spelen achter de ramen in de Groningen (en soms ook in benauwde kamertjes in Leeuwarden) –  deed ze omdat ze daartoe werd gedwongen door een man die haar met een grote grijze Citroën naar Nederland had gebracht.
Ze moest 450 euro per week voor haar peeskamertje betalen, het geld dat ze verdiende – soms wel 2.000 euro in de week – moest ze afdragen.
Ze werkte vijftien, zestien uur per dag, ook wanneer ze ziek was of ongesteld.
Ze werd gecontroleerd en regelmatig in elkaar geslagen.
Dat hoorde er gewoon bij.

De man die al dit naars op zijn geweten zou hebben, had haar gekocht van zigeuners in Tsjechië.
Zij had zich op 18-jarige leeftijd bij hen aangesloten omdat ze te oud was geworden voor het kindertehuis waar ze haar rotjeugd had versleten.
De zigeuners beloofden haar van alles, maar ze belandde in seksclubs.
Toen was die man gekomen.
Hij had duizend euro voor haar betaald.
Daarmee was hij haar vriend geworden.

Drie jaar had ze voor hem gewerkt in een bordeel.
Op een dag zei haar ’vriend’ dat ze naar Nederland zouden gaan, naar Groningen waar ze bergen met geld zouden verdienen aan Groninger mannen.
Op de dag van aankomst in Groningen moest ze direct aan de slag.
Op de eerste werkdag verdiende ze 800 euro, maar ze bleef met lege handen zitten.
Ze moest alles afdragen.

Een ernstig verhaal, dat politiemensen die zich bezighouden met de bestrijding van mensenhandel niet heel vreemd voorkomt.
Zij kennen dit soort verhalen, soms nog veel erger.

Juridisch bezien zou prostitutie van vandaag de dag ook verkrachting kunnen heten.
Legale verkrachting, want de burgemeester – de overheid – heeft er een vergunning voor verstrekt.
Wie legaal een vrouw wil verkrachten, een vrouw seksueel binnen wil dringen, is vijftig tot zestig euro kwijt.
Wie zoiets spotgoedkoop wil, kan zieke vrouwen verkrachten op de gemeentelijke tippelzone (Groningen, Bornholmstraat).
Ook dat is daar door de overheid goed geregeld.

Dit terzijde.

Het verhaal van de jonge vrouw leidt in 2006 tot een onderzoek dat de codenaam ‘Vleugel’ krijgt. Vleugellam was misschien een betere benaming geweest.
Als gevolg van andere onderzoeken in dezelfde sfeer wordt Vleugel in de loop van 2006 stilgelegd om in 2009 weer te worden opgepakt.
En dan is het snel raak.
De verdachte in dit verhaal heet Richard D., in 1979 geboren in Chomutov.
De politie weet hem rap op te sporen: op 21 juni 2010 wordt hij op verzoek van de Nederlandse autoriteiten in Tsjechië aangehouden.
Hij ontkent.
Jawel, hij heeft in 2005 en ook in 2006 wel eens meisjes naar Nederland, naar Groningen gebracht, maar verder is zijn naam haas.
Hij is geen mensenhandelaar, hij handelt in autobanden, dat is heel iets anders.

Hij zit een paar dagen vast voor verhoor en mag dan gaan.
Op 25 januari 2012 is er de rechtszaak in Groningen.
Richard D. komt niet opdagen.
Hij is in Tsjechië waar hij altijd is.
Naar Groningen kwam hij alleen om geld op te halen.

De advocaat wil nieuwe getuigen horen wat tot vertraging leidt.
Groninger politieagenten reizen af naar Tsjechië, horen de getuigen en zetten alles op papier.
Er wordt een nieuwe rechtszaak gepland op 27 juni 2013.
Die gaat niet door omdat niemand weet waar de verdachte dan is.
En hij moet wel weten dat er een rechtszaak tegen hem is, dat vereist de wet.

Afgelopen donderdag ging de rechtszaak wel door.
De vrouw die Richard D. als een slavin zou hebben uitgebuit zit met een tolk in de rechtszaal.
Richard D. is er weer niet.
Op de dagvaarding staat dat hij ‘zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland’ is.

De rechters zeggen ambtshalve te weten dat Richard D. in Tsjechië bij zijn moeder woont ‘op een bekend adres’.

De officier van justitie reageert daar niet op, maar zegt dat het inderdaad allemaal veel te lang heeft geduurd, ze zegt dat de redelijke termijn is overschreden.
Niet goed, dat moet een kleine consequentie hebben.

Ze zal daarom geen achttien maanden gevangenisstraf eisen, maar een jaar.
Verdachte heeft recht op korting.
Daarnaast moet verdachte, vindt de officier van justitie, nog wel 15.000 euro aan de vrouw betalen die hij heeft uitgebuit.
De slavin zelf heeft een claim van 100.000 euro ingediend.

De advocaat vindt dat het Openbaar Ministerie het recht op vervolging heeft verspeeld. Wanneer in januari 2006 aangifte wordt gedaan en de verdachte vervolgens ruim vier jaar later, in juni 2010, wordt aangehouden kun je weer vier jaar later, juli 2014, niet nog eens een vrijheidsstraf van een jaar eisen tegen iemand die niet eens in Nederland woont.
Dus…

De rechters hebben twee weken nodig om uitspraak te doen.

Rob Zijlstra

.

naschrift voor het idee
Deze veel te late strafzaak zonder verdachte duurde bijna drie uur.
De zitting werd beroepsmatig bijgewoond door vijftien mensen, in de vorm van personen.
Er was een officier van justitie [1], drie strafrechters [4], een griffier [5], een bode (gerechtsdeurwaarder) [6], een advocaat (jan boone, toegevoegd) [7], een tolk (voor het slachtoffer) [8], een parketwachter (politie) [9], drie rechercheurs (politie) [12] en drie verslaggevers [15].
De drie verslaggevers zaten er op eigen kosten – zij het dat een [1] van hen werkt voor een door de overheid gesubsidieerde (regionale) omroep.
De overige twaalf beroepsmatig aanwezigen zijn (of worden) betaald door de overheid.

 

UPDATE – 24 juli 2014 – uitspraak
Richard D. is veroordeeld tot 18 maanden celstraf. Aan twee van zijn slachtoffers moet hij opgeteld 30.985 euro betalen.

Lezing in hotel Braams

blogwebbel

Schermafbeelding 2014-01-09 om 00.16.27Na een lezing over misdaad en straf in hotel Braams in Gieten ben ik zojuist veilig thuis teruggekeerd in het aardbevingsgebied van Noord-Groningen.
Ik geef met regelmaat en met veel plezier lezingen.
Ik heb wel eens gezegd (of geroepen) dat alle journalisten moeten twitteren.
Nu vind ik dat alle journalisten die twitteren (over hun kunde), ook lezingen zouden moeten geven.

Het snelle vluchtige heel de wereld in aan de ene kant.
Het trage woord in een zaaltje ergens met 40 of 60 luisterende mensen aan de andere kant.
Dus 140 eenzijdige tekens tegen twee uur praten, luisteren, vragen en antwoorden.
Daartussen zit alles wat journalistiek mag heten.

Wat opvalt tijdens die lezingen – of dat nou in Gieten, Emmen, Groningen, Delfzijl of in de gevangenis van Ter Apel is – veel mensen die wel heel geïnteresseerd zijn hebben geen flauw idee van hoe een en ander in elkaar steekt.

Voorbeelden.
Veel mensen waar dan ook denken nog altijd dat een levenslange gevangenisstraf tijdig is, dat levenslang na 15 of 20 jaar of zo voorbij is. Wanneer ik vertel dat levenslang opsluiting tot en met de dood is, is de verbazing groot.
Veel mensen denken dat zware criminelen nog altijd straf ontlopen als gevolg van vormfouten.
Gedagvaarde Jansen heet in ’t echt Janssen, dus vrij…
Dat ook daarom er strenger moet worden gestraft.

Dat vormfouten al een jaar of tien niet of nauwelijks meer bestaan (wel voorkomen, maar niet met verstrekkende gevolgen) stuit op ongeloof.
De vormfout lijkt collectief in ons geheugen gegrift.

Veel mensen mensen vragen zich ook weldenkend af wat dat allemaal wel niet kost, zo’n strafzaak.
Of dat het toch maar raar is dat een verdachte het recht heeft te zwijgen.
Of: mag hij liegen dan?
Of dat je 3 jaar cel krijgt en dan maar 2 jaartjes hoeft te zitten. Waarom dan 3 jaar?

Op lezingen wil ik vertellen wat ik doe en waarom.
Maar eigenlijk zit ik heel zo’n avond uit te leggen hoe politie, justitie en rechters werken.
Zit ik hen nog een beetje te verdedigen ook.
Moet ik uitleggen hoe de rechtstaat werkt.
En waarom.

Op lezingen wil ik journalistiek bedrijven
Maar ik lijk wel een voorlichter.

Daar ga ik over nadenken.

Rob Zijlstra

Eenmalige misdadigers

Er zijn misdadigers die gewetenloos zijn.
Die doen het om er zelf beter van te worden of zomaar voor de kick.
Zij zijn wel de ergste, maar ze zijn niet met de meesten.
De meeste mannen die met een misdaad in de rechtszaal moeten verschijnen – in Groningen maar ook elders – zijn eenmalige misdadigers.
Amateurs.
Ze hebben vaak ook een reden, al dan niet in combinatie met een samenloop van omstandigheden.
Een zus met reuma, een slecht huwelijk, ontzettende dorst.

Ontzettende dorst.
Martin, 55 jaar, geboren en getogen in Groningen, is glazenwasser van beroep.
Dat wil zeggen Martin had een fiets, een ladder en een emmer met zeepsop.
Toen zijn compagnon in 2000 overleed had hij aan de weduwe 300 gulden (toen nog) betaald om het klantenbestand over te nemen.
Zo kreeg hij een eigen wijk.
Een vetpot was het niet, maar hij kon er de vijf liter bier die hij dagelijks tot zich nam van betalen.
En af en toe wat heroïne.

Op een dag werd hij verraden door een concurrerende glazenwasser.
De sociale dienst stelde een onderzoek in en ontdekte dat Martin genoten inkomsten niet opgaf en dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met Alie, de zus van zijn overleden compagnon.
Martin ziet dat anders.
In 2006 was Alie shag gaan halen bij het benzinepompstation.
Ze kreeg een aanval en ging onderuit.
Sindsdien komt ze nauwelijks nog buiten.
Hij verzorgt haar.

De fraudepolitie ontdekte dat hij de boodschappen deed en kookte, dat de gasrekening op het adres waar hij zei zelfstandig te wonen veel te laag was, dat zij zijn kleren waste, dat hij haar hond uitliet.
Martin maakte ook gebruik van een brommer die op naam stond van Alie.
Martin zegt dat hij Alie altijd op haar brommer – zij achterop – naar het ziekenhuis bracht.
Daarom.

In de wijk belde de fraudepolitie aan bij mensen met de vraag of zij Martin kenden als de glazenwasser.
En of ze wilden verklaren dat ze hem geld gaven voor schone ramen.
Veel klanten hadden hun mond gehouden, maar een stuk of tien klapten uit de school en leverden het wettige bewijs voor de fraude.

Martin had nog aangevoerd dat ze het bed niet deelden, dat van een seksuele relatie geen sprake was.
Te laat.
De financiën waren verweven (‘we deden het een beetje sam-sam’) en dat is voldoende om van een duurzame relatie te kunnen spreken.
En dan heb je geen recht op een uitkering als alleenstaande.
Martin moet nu 110.000 euro terugbetalen, geld dat hij niet heeft.

De officier van justitie zegt dat Nederland een verzorgingsstaat is waarin zij die het beter hebben betalen voor hen die het iets minder hebben. ‘Als iedereen doet wat Martin deed, dan houden we de staat niet overeind, dan kunnen we het niet meer betalen.
Wat Martin heeft gedaan is dus heel ernstig. Ik vind dan ook dat hij iets terug moet doen voor de maatschappij. Ik eis een werkstraf van 240 uur.’

Martin vindt dat de officier van justitie groot gelijk heeft.
Zegt: ‘Zoals zij denkt, zo denk ik er ook over. Ik heb de staat benadeeld, maar ik ben geen draaideurcrimineel geworden. Als crimineel had ik de staat nog veel meer geld gekost.’

Martin neemt afscheid met een kleine buiging naar de officier van justitie en naar de rechters en zegt: ‘Mag ik u allen vriendelijk bedanken?’
Dat mocht.
De strafzaak tegen Alie is vanwege haar gezondheid geseponeerd.

Bart is ook mantelzorger.
Hij loopt tegen de zeventig en verzorgt zijn moeder die de honderd nadert.
Hij is ontzettend bang dat hij naar de gevangenis wordt gestuurd.
Dan zal hij zijn moeder niet meer kunnen bijstaan en ook zal hij dan alles aan haar moeten vertellen.
Nu weet ze van niets.

Bart heeft twee enorme stommiteiten begaan.
Hij verzamelde kinderporno op zijn computer.
Zegt: ‘Ik was bewust op zoek, het was verslavend gedrag. Ik zag geen kinderen in nood. Ik had mijn geweten uitgeschakeld. Dat neem ik mezelf ontzettend kwalijk. Toen de politie kwam, stortte mijn wereld in want ik wist waarvoor ze kwamen.’
Dit speelde zich af in november 2011.
Hij is al langer dan een jaar in therapie en dat doet ‘m goed: ‘Ik leer daar heel veel over mezelf.’

In september 2010 was de politie ook al bij hem aan de deur geweest.
Zijn zus heeft reuma en had baat bij zo af en toe wat nederwiet.
In een growshop had hij naar de mogelijkheden geïnformeerd, want steeds maar naar de koffieshop werd te duur.
Politieagenten hadden hem in die winkel gespot en drie maanden later belden ze bij hem aan.
Of hij een hennepkwekerij had?
Bart had ja gezegd en de agenten binnengelaten.
Dat had hij niet moeten of hoeven doen, maar dat wist hij als amateur natuurlijk niet.

Een bezoek aan een growshop kan geen reden zijn om iemand als verdachte te beschouwen en een onderzoek te beginnen, zegt de advocaat.
Ook hebben de agenten niet gezegd toen ze aanbelden dat hij het recht had te zwijgen.
Ernstige fouten die ook niet zijn te herstelen en dus moet vrijspraak volgen.

De officier van justitie is het niet met de advocaat eens: de politie mag overal aanbellen en een vraag stellen.
‘Vragen staat immers vrij.’
Wel houdt ze rekening met het feit dat het oude misdaden zijn: normaliter waren de misdaden van Bart goed geweest voor gevangenisstraf, nu kan worden volstaan met een taakstraf van 240 uur (eis).

Bart buigt het hoofd en biedt excuses aan: eerst aan de kinderen en dan – via de officier van justitie als vertegenwoordiger van de samenleving – aan ons allemaal.

Rob Zijlstra

UPDATE – 31 oktober 2013 – uitspraken
Bart is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf.  De politie heeft niets onrechtmatig gedaan, vindt de rechtbank. Vragen staat vrij evenals spontaan iets tegen de politie zeggen.
Glazenwasser Martin moet ook 240 uur voor straf werken en kreeg 2 maanden voorwaardelijk als stok achter de deur.

de vonnissen zijn door de rechtbank niet gepubliceerd

De boodschappentas (2)

N I E U W S

MKB Nederland verliest strijd tegen advertentieverkopers

Een poging van MKB Nederland de acquisitiefraude een harde slag toe te brengen is mislukt.
De belangenorganisatie van het midden- en kleinbedrijf had een rechtszaak aangespannen tegen Holland Internet Group en Telefoongids.com.
Deze bedrijven zouden ondernemers misleiden door hen nietsvermoedend advertenties te verkopen die geen enkele waarde hebben, maar waar flink voor moet worden betaald.

De consument is beschermd tegen dit soort praktijken, maar die bescherming geldt niet voor (kleine) bedrijven en organisaties.
MKB Nederland wilde dit laatste via de rechter bewerkstelligen.
De wet oneerlijke handelspraktijken die voor consumenten geldt, zou dan ook moeten gelden voor ondernemingen.

De rechtbank Noord-Nederland heeft dit verzoek vanochtend afgewezen.
Acquisitiefraude is een ernstig probleem en brengt grote schade toe, schrijft de rechtbank, maar de rechter is niet bevoegd zich uit te spreken over het uitvaardigen van algemene regels.

MKB Nederland kon vanochtend nog niet reageren omdat het vonnis nog moet worden bestudeerd.

MKB Nederland zegt in een reactie niet helemaal ontevreden te zijn. Woordvoerster Mieke Ripken zegt dat justitieminister Opstelten maatregelen heeft aangekondigd  “Hij wilde de uitkomsten van deze rechtszaak afwachten.” Eerder liet de belangenorganisatie weten dat als de rechter het verzoek zou afwijzen, dat dan de politiek aan zet is om acquisitiefraude een halt toe te roepen.

rob zijlstra

• zie ook De boodschappentas 1 – het rechtbankverslag over deze zaak – inclusief het volledige vonnis

.

#regeerakkoord

Boef zijn en boef blijven wordt met het aanstormende kabinet een dure aangelegenheid.
Veel boeven willen juist geld verdienen met hun misdadige activiteiten, maar het nieuwe kabinet, beticht van nieuwe politiek, heeft plannen bedacht daar een stok voor te steken.

Wie binnenkort wordt verdacht van een strafbaar feit, zich daar voor moet verantwoorden bij de rechter – in zittingszaal 14 bijvoorbeeld – en twee weken later tot overmaat van ramp ook nog eens wordt veroordeeld, moet (behalve advocaat) griffierechten gaan betalen.
Dat staat in bijlagen van het regeerakkoord: griffierechten voor strafzaken in eerste aanleg.
Met deze bijdrage betaalt de veroordeelde straks (een deel van) zijn eigen strafproces.
De gemiddelde gerechtskosten voor een strafzaak bij de rechtbank bedraagt volgens de bruggenbouwers Rutte en Samsom 950 euro.

BAM!

Want met de prijs van een flatscreen-tv is de boef nog niet klaar.
Bij een veroordeling tot gevangenisstraf moet hij opnieuw gaan betalen: een eigen bijdrage voor detentie.
VVD en PvdA hebben een bedrag bedacht en opgeschreven van 12,50 euro per dag.
Met een maximum van zes maanden.
Dat is, aldus Rutte II en Diederik Samsom als first offender 180 dagen x 12,50 euro = 2.250 euro.
Tachtig procent van alle veroordeelden in Nederland zit zes maanden of korter.

Wie nu een misstap begaat betaalt nu alleen met dure vrijheid.
Straks komt daar al snel nog eens 3.000 euro in rekening binnen twee weken te betalen bij.
Moet opgeteld 60 miljoen euro per jaar opleveren.

Misdaad gaat lonen.

Andere aangekondigde voornemens, een greep uit  het regeerakkoord:

– Wie door de rechtbank wordt veroordeeld tot een celstraf van twee jaar (bij geweld een of meer) gaat direct door naar de gevangenis. Het instellen van hoger beroep schort de straf niet op. Nu is dat nog wel zo.

– Veroordeelden moeten tweederde deel van hun straf uitzitten. Eenderde deel hangt automatisch als dreiging boven het hoofd. Het automatisme verdwijnt. Niet alleen extraatjes binnen de gevangenis (allesreiniger worden), maar ook de vervroegde invrijheidstelling moet met goed gedrag worden afgedwongen.  Wat goed gedrag is, wordt niet omschreven.

– Verdachten die weigeren mee te werken aan observatie (om bijvoorbeeld tbs te ontlopen) krijgen het moeilijker. Een vaag omschreven voorstel. Nu al is het mogelijk verdachten onder dwang te laten observeren in het Pieter Baancentrum. Gebeurt regelmatig.

– Levenslang toezìcht op zeden- en geweldsdelinquenten. Kan al. Onduidelijk is wat nog meer van nog meer betekent.

– Slachtoffers krijgen meer spreekrecht in het strafproces. Niet nieuw, maar kennelijk moet wat bestaat uitgebreid worden. De meeste slachtoffers zetten hun nare belevingen samen met een vrijwilliger van slachtofferhulp op papier en laten dat met gemengde gevoelens voorlezen door de rechter.

– Verdachten kunnen eenvoudiger in voorlopige hechtenis worden genomen. Dit plan knabbelt aan het uitgangspunt dat je onschuldig bent tot de rechter anders oordeelt. Wie weldenkend meent dat als je niets hebt gedaan, je ook niet hebt te vrezen, moeten naar aanleiding van dit voornemen zich achter de oren krabben.

– Bij recidive moeten officieren van justitie (vastgestelde) minimumstraffen gaan eisen. Betekent dat minder rekening zal worden gehouden met de omstandigheden van de verdachte (slechtste jeugd). Alleen de rechter kan dat nog doen.

– Mensenhandel en de daaraan gerelateerde prostitutie worden harder bestreden. Oh jee. Kan betekenen dat er per jaar niet een, maar twee mensenhandelaren bij verstek in zittingszaal 14 moeten terechtstaan.

– Aanpak georganiseerde misdaad wordt geïntensiveerd ‘over de hele linie’. Een crimineel geld wordt ‘beter’ afgeroomd.

– De wietpas wordt afgeschaft, maar blijft bestaan. Helder en geestig.

– De aanpak van drugstoerisme en  -runners en straathandel, alsmede de werkzame stoffen in softdrugs worden met kracht voortgezet. Er komt een wettelijk maximum aan verboden nederwiet.

Zou ik boef zijn, dan zou ik voor alle zekerheid dit regeerakkoord afwijzen.

Kabeltjes

Gert is 19 jaar en richt zich op de toekomst, op school en daarna op werk.
Autotechniek.
Hij zegt dat als hij werkt, hij geen drugs nodig heeft.

Vorig jaar werkte hij niet, maar hing hij rond met zijn vrienden bij de Albert Heijn in Stadskanaal.
Hoewel rondhangen niet duidt op veel activiteit, was het volledig uit de hand gelopen.

Dat zegt de officier van justitie ook.
Ze zegt: ‘Tjonge, jonge, jonge… Het is werkelijk waanzinnig wat jullie hebben uitgespookt.’

Met ‘jullie’ bedoelt de officier van justitie ook Arjan, 22 jaar, die naast Gert zit.
Arjan werkt in de bouw, maar wil makelaar worden.
Na zijn aanhouding was hij overspannen geraakt en dat is hij nog steeds een beetje.
Hij vreest de gevangenis wat zonder pardon tot ontslag zal leiden.
Rechters vragen: ‘Heeft u schulden?’
Arjan: ‘Een televisie op afbetaling.’

Volgens het Openbaar Ministerie maakten Gert en Arjan deel uit van een groep hangjongeren die vorig jaar Oost-Groningen probeerde leeg te roven en in brand te steken.
Gert was een van de dieven, Arjan’s taak was rijden.
Hij bracht zijn dievenvrienden heen en haalde hen na gedane zaken weer op.
In ruil voor die inspanning kreeg hij geld voor benzine.

De hangjongeren pikten auto’s, diesel uit vrachtwagens, duur gereedschap uit bestelbusjes en fraaie dingen als laptops, spelcomputers, horloges, telefoons, camera’s en koffiezetapparaten uit woningen.
Arjan tipte ook wel eens, dan wist hij via via dat in een woning in de rijke buurt van Ter Apel veel geld lag en de bewoners op vakantie.
Hij tipte, zegt hij, omdat hij bang was.
Bang om zelf in te breken, maar ook bang voor zijn vrienden die hem al eens thuis in elkaar hadden geslagen, inclusief de boedel kort en klein.

Gert deed alles, als het maar geld opleverde voor drugs.
Hij zegt: ‘Het werd al meer. Meer drugs, meer negatieve dingen.’
Rechters: ‘Groepsdruk?’
Gert: ‘Ja. Die werd ook al groter.’

Nu heeft hij geen contact meer met zijn vrienden van vorig jaar.
Als hij er eentje ziet, zegt hij hoi, meer niet.
Dat is vanwege het contactverbod dat hem is opgelegd.
Ook mag hij niet in het centrum van Stadskanaal komen.
Zegt: ‘Best lastig voor als je een T-shirtje wilt kopen of zo.’

Gert en Arjan mochten onder voorwaarden de gevangenis verlaten om in vrijheid hun strafzaak af te wachten.
De officier van justitie gelooft de reclassering die zegt dat de twee nu goed bezig zijn en dat we dat positieve niet met een negatieve gevangenisstraf moeten willen doorbreken.
Gert mag daarom boeten met een taakstraf van 240 uur (en zes maanden voorwaardelijke celstraf), Arjan met 160 uur en één maand voorwaardelijk.

Hoe je daar ook over denkt, met zo’n strafeis hebben Gert en Arjan de komende jaren geen recht tot klagen.
En misschien werkt het en worden ze uiteindelijk niet zoals Kees wel is geworden.

Kees (49 jaar, Haags accent) moest na hen terechtstaan.
Politiecontacten sinds 1987.
Hij is stoffeerder, van hiero tot daaro, tot wel aan Maastricht aan toe.
Een trappetje, zegt hij tegen de rechters, doet 250 eurootjes.
Wanneer Kees niet stoffeert zit hij in het metaal.
Kees, zegt Kees, werkt dus altijd, pakt gemiddeld zo’n 300 euro op een dagje.
Hij zegt: ‘Zonder geld verdienen ken ik niet leven.’

Met vrienden zat hij ‘s avonds laat in de auto, kratje bier achterin.
Nee, geen namen.
Ze waren langs een bouwplaats gereden en toen moest Kees ineens heel nodig.
Zegt: ‘Op bouwplaatsen staan altijd Dixies (mobiele toiletcabines -rz), dus ik dacht, kom…’
En toen had hij dus een doosje met een katrolletje meegenomen, ja stom, doosje stond daar, bij het hek.
Doosje stond op de tien de verdieping?
Nee, lijkt hem sterk, maar hij weet het ook niet zo precies meer.
Zegt: ‘We hadden dat kratje achterin al behoorlijk koud gemaakt.’

Bedrading uit negentien woningen weggeknipt?
Tegen de verontwaardiging aan: ‘Dat doosje ja, heb ik gepikt. Maar ik pik nooit kabels. Had ik dat gedaan, dan had ik het verteld. Zo ben ik. Pakken ze mij, dan vertel ik alles eerlijk.‘
Op een in Garmerwolde gestolen aanhangertje waren de gestolen kabels gevonden, 340 metertjes lang.
Kees zegt dat hij het zweert op zijn ouders met wie hij al 15 jaar geen contact meer heeft: dat wagentje is van Marktplaats.
En die kabels zijn ook gekocht, van de jongens op de bouwplaats. Die verkopen wat over is, van BAM tot Heijmans, iedereen doet dat.’

De officier van justitie heeft kennelijk een milde dag, zegt dat de politie wel wat meer onderzoek had mogen verrichten en eist zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk. Kees mag dan over twee weken naar huis.

Diepe zucht. Zal tijd worden, moppert hij tegen de rechters: ‘Ze staan buiten op me te wachten, ik ken direct aan het werk. Bij een kameraad van me die in het vastgoed zit. U kent die panden in Winschoten die zijn afgebrand? Die moeten worden gesloopt. Die vriend van mijn heeft van de burgemeester die klus gekregen.’

Of hij tot slot nog iets wil zeggen?
Kees: ‘Ik wil die kabeltjes graag terug. Ken dat ook?’

Rob Zijlstra

AH-groep

 

UPDATE – 29 oktober 2012 – uitspraak
Kees is veroordeeld tot 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk.

Mannetje pindakaas

Gerko is nog maar net 18 jaar, maar hij kan al de heel de wereld aan.
Hij is mannetje pindakaas.
Schijt aan alles

Zo bleekscheterig als het maar kan, want geboren in Oost-Groningen, spreekt hij met een Antilliaans accent.
Zangerig en kortaf.
Hij zegt: ‘Heb Antilliaanse vrienden, snap je.’

Gerko ridikulo.

Zijn strafzaak is tijd verspillen.
Dat zegt hij zelf.
Te vermoeiend ook, hij heeft er geen zin an.
Tegen de rechters die maar door zeuren en zemelen: ‘Geen commentaar, geef me straf, zit ik wel uit, geen probleem toch.’

Hij ontkent dat hij Chantal een mes op de keel heeft gezet.
Zou hij nooit doen, mes op de keel van Chantal.
Chantal zegt dat?
Chantal spoort niet.
Jawel, hij had haar telefoon genakt, maar zij had snuif bij hem gekocht, niet betaald.
Dus.
Dus wat?
Gerko: ‘Tss…’

Het eerste deel van de strafzaak heeft achter gesloten deuren plaats.
Omdat het ging over iets wat was gebeurd toen Gerko nog maar 17 jaar was, strafrechtelijk gezien nog een kind.
Dat gedoe met Chantal en daarna met Bouke was toen hij al volwassen was.
Al helemaal 18.

Kinderrechters noemen verdachten bij hun voornaam en zeggen je en jij
Grote mensenrechters zeggen altijd u en meneer tegen verdachten.
Gerko eist dat ook.
Want hij is een grote man.
Hij is the King, the Godfather.

Tegen de rechters, verveeld: ‘Maakt mij niet uit wat jullie allemaal zeggen, het duurt me te lang, weet je.’

De officier van justitie zegt dat Gerko de 14-jarige Bouke heeft beroofd.
Bij het station in Winschoten.
Gerko reageert met een blik vol minachting richting de officier van justitie.
Wijf!

Hij had tegen Bouke gezegd dat hij zijn zonnebril moest afzetten.
Daarna spoot hij peperspray in de ogen van Bouke, die ook al vanwege zijn autisme, extreem bang was geweest.
Maar volgens Gerko had Bouke er om gevraagd, had Bouke gewoon even een lesje nodig.
De ketting?
Die gaf hij spontaan.
Dus wat is er aan de hand?

Peperspray?
Tegen de rechters: ‘Wat nou? Ik had ook een vuurwapen bij me. Dus…’
Rechters tegen Gerko: ‘Waarom zegt u dat nou? Bedoelt u te zeggen dat het nog erger had gekund?’
Gerko zwijgt.
Snappen die rechters dan niks?
Zangerig: ‘Ik ga niet meer met jullie praten.’

Rechters: ‘Was het wapen echt?’
Gerko, diepe zucht, kortaf: ‘Nee. Een nepper.’

Zo erg als Gerko zich als verdachte voordoet, zo erg maak je het niet dagelijks mee in zittingzaal 14.
Een paar keer keek hij achterom de rechtszaal in.
Ik ving zijn blik en zag een mix van angst en vijandigheid.

Hij zegt: ‘Ik zou nooit een wapen gebruiken.’
Had hij dan niet iemand bedreigd met een mes omdat hij geen shagje mocht draaien?
Nee, dat had hij niet.
Rechters: ‘U had wel een schroevendraaier.’
Gerko: ‘Ja. En dat is geen mes.’

Ik dacht, misschien doet Gerko zich wel anders voor.
Misschien is hij helemaal niet ridicuul en valt hij best mee.
Er was ook een deskundige.
Die sprak over de adolescentieproblematiek, over Gerko als een dikke puber.
Dat zijn problematiek wordt verhard door een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling.
Komt het ooit goed?
’t Kan nog alle kanten op, dacht de deskundige.

Als kind van 3 jaar werd Gerko uit huis geplaatst en moest hij opgroeien in de een na de andere instelling.
Dat werd een fiasco.
In de wandelgang van het gerechtsgebouw hoor ik meer.
Inmiddels wel wat gewend, maar ik kreeg kippenvel van wat ik hoorde
De verteller zei dat dat vertrouwelijk was.
Kom het ooit goed?
‘…’

Rechters vragen: ‘Uw leven? Alleen maar kommer en kwel.’
‘Ja.’
Rechters: ‘Nooit eens een plekje gehad waarvan u dacht…’
‘Nee.’
‘Nou ja, in H. was het wel relaxed geweest. Ik kon daar niet weglopen, dat was wel goed. Later kon dat wel, dus toen ben ik ook weggelopen.’

De officier van justitie zegt dat ze zich zorgen maakt.
De advocaat: ‘Hij komt wat onverschillig over.’
De officier van justitie: ‘Wat moeten we d’r mee?’
De advocaat: ‘Het is een beetje zijn houding.’
De officier van justitie: ‘We gaan proberen hem te helpen.’
De advocaat probeert de scherpste kantjes er van af te halen.

De officier van justitie: ‘Vijftien maanden gevangenisstraf, daarvan vijf maanden voorwaardelijk. Wil hij niet, dan zien we hem hier helaas terug.’

De zitting is na ruim twee uur bijna ten einde.
Of hij nog wat wil zeggen omdat hij het recht heeft op het laatste woord?
Vermoeid wrijft Gerko met de handen door het gezicht.
Mompelt dan: ‘Neuh.’
Rechters, niet onvriendelijk: ‘Het duurt u allemaal te lang hè?’

Dan valt hij uit zijn rol, is hij ineens niet meer de grote, stoere, onverschillige Godfather.
Met een glimlach: ‘Ja. De kont dut mie zeer van ’t zitt’n.’

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 12 oktober 2012 – uitspraak
Gerko zal nog even moeten blijven zitten. De rechtbank heeft hem conform de eis veroordeeld tot 15 maanden celstraf waarvan 5 voorwaardelijk. Of hem dat zal leren is een ander verhaal.

UPDATE –  oktober 2013 – niets geleerd

pindakaasKnipsel

UPDATE – 14 maart 2014 – tullen
Gerko zit weer in de rechtszaal. Er is niet veel veranderd. De officier van justitie wil  5 en 3 maanden die eerder voorwaardelijk zijn opgelegd, omzetten in onvoorwaardelijk. Die moet hij dan zitten. Reden: hij heeft de voorwaarden overtreden.Dat is de trieste balans, zeg de officier van justitie. Een nieuwe kans zit er nu even niet in. De zitting lijkt op de vorige. ‘Een hond heeft een baas, ik ben geen hond.’  Gerko zegt: ‘Ik wil wel veranderen, heel graag, maar het lukt niet in een keer. Dat kunnen jullie niet van mij verwachten. Ik ben een probleemjongere.’

UPDATE – 23 november 2015 – recidive
Het is mis. Gerko staat opnieuw terecht. De eis is ditmaal niet mals: het verslag (volgt)

100 jaar: lente

Niks hiep, hiep hoera, maar de honderd is de afgelopen week gepasseerd.
Tussen januari en nu legden de veertien strafrechters die in Groningen in wisselende samenstelling de meervoudige strafzaken doen, meer dan honderd jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.
Nu is dit niet heel verrassend, want elk jaar rond deze tijd, de tijd dat de lente zich aandient, is dit zo.

Donderdagmiddag even voor een uur, stond de teller nog op 96.
Nog geen half uur later noteerden we 108 jaar, tien maanden en twintig dagen.
Het was uitgerekend Johnny B. die met zijn vijf jaar cel de teller boven de honderd liet uitkomen.

Tot nu toe stonden er (dit jaar) 105 mannen, een man als vrouw verkleed en twaalf vrouwen als verdachten terecht in zaal 14.
Van hen werden er negen vrijgesproken.
Vier verdachten waren in het hoofd te ziek om straf te kunnen krijgen.
Er werd voor 4.940 uur aan werkstraf uitgedeeld, zeven justitiabelen moesten opgeteld 3.200 euro aan boetes betalen.
Zes veroordeelden hebben dit jaar hun verdiende misdaadgeld moeten inleveren, welgeteld: 130.951 euro en twintig cent.

Hier zal het niet bij blijven.
Aan het einde van het jaar zal er om en nabij de 350 jaren gevangenisstraf en 15.000 uren aan werkstraf zijn opgelegd aan ongeveer 350 misdaadplegers.
Een deel van hen moet nog in actie komen.
Van hen zal een aantal zijn – vraag me niet hoeveel – die nu nog niet weet dat ze dat gaan doen.
Laat staan wat.

Cijfers zijn weetjes, maar daarmee weet je nog weinig.
In de vakbladen van de politie staan regelmatig opbeurende verhalen over toenemend vernuft.
Innovatie is de onderbetaalde politie niet vreemd.
Soms roept een politie-iemand dat meer blauw helemaal niet nodig is om de misdaad terug te dringen.
Wat vooral nodig is, zegt zo iemand dan, is slimmer opsporen.
Opsporing 2.0 noemen ze dat.
En dat gaat veel verder dan af en toe wat foto’s van voortvluchtige overvallers op het internet plaatsen.

Wanneer u of zo gewenst uw buurman – en nog vrij van misdaad – vanavond op Google zoekt op ‘Oekraïense vrouwen’, dan kunnen agenten, als dat nodig is, over twee jaar in een wip achterhalen dat u dat toen heeft gedaan.
Op de minuut af hoe laat.
Veel brandstichtingen de laatste tijd bij u in de buurt?
Voor de politie is het een digitaal peulenschilletje te achterhalen wie er de laatste tijd vaker dan anders spiritus of andere brandversnellende goedjes bij de plaatselijke super afrekent.
Ook zonder bonuskaart.

Johnny B., wijs geworden na eerdere ervaringen, is op de hoogte van het vernuft bij de politie.
Dus zette hij heel slim zijn mobiele telefoon uit als hij met een doosje lucifers op zak op inbrekerspad ging.
Hij dacht, met mijn mobiele telefoon uit kunnen ze me mooi nooit traceren.
Maar de politie draaide het nog slimmer om.
Met dank aan Vodafone registreerden agenten dat steeds wanneer ergens brand uitbrak, Johnny en zijn kornuit Johannes kort daarvoor hun telefoons hadden uitgezet.

De rechtbank accepteerde het deze week als een van de overtuigende bewijzen: er was ten aanzien van uitgeschakelde gsm’s sprake van een specifiek patroon.

Ik kijk wel eens naar al die mannen (en vrouwen) die in zittingszaal 14 moeten komen opdraven om zich te verantwoorden voor een misdaad die ze al dan niet hebben gepleegd.
Je kunt over dit bonte gezelschap van alles zeggen, verzachtende of heel lelijke dingen, maar niet dat ze het buskruit hebben uitgevonden.

Deze week stond Tjark terecht.
Hij had geprobeerd zijn beste vriend dood te slaan met de glazen deksel van de snoeppot.
Hij deed dat nadat die vriend hem met de glazen asbak van het tafeltje in de voorkamer een klap op de kop had gegeven.
Vernuft was daar niet aan te pas gekomen.
Wel liters alcohol.
De officier van justitie merkte op dat je de woning van Tjark gerust de grootste zuipkeet van het land zou kunnen noemen.
‘Het bier stroomde er over de plinten heen.’

Veel misdrijven worden gepleegd in combinatie met alcohol.
Het schijnt het verstand niet ten goede te komen.
Veel drugs ook niet.

Er was een drugsdealer die met zijn auto volgeladen zijn klanten ging bevoorraden.
Omdat hij het zo druk had, was hij moe geworden en toen hij moest wachten voor het rode verkeerslicht, viel hij in slaap.
Zo trof de politie hem aan, liggend over het stuur, met draaiende motor.
De voorraad was zo gevonden.

Ook niet slim waren die twee mannen die dachten een miljoenenkraak te zetten.
Toen ze na maanden voorbereiding in een auto vol inbrekerswerktuig op hun doel afgingen, werden ze onderweg aangehouden door de politie.
De reden: ze reden nogal slingerend over de weg.
De reden daar weer van: geen van beide kon autorijden.
Ze kregen anderhalf jaar celstraf per persoon, want met al het inbrekersgereedschap, bivakmutsen, plattegronden en het vuurwapen in de kofferbak, waren ze zo verdacht geworden dat ze opbiechtten wat ze van plan waren te gaan doen.

De vier mannen die in opdracht door heel het land ladingen uit vrachtwagens haalden – honderdduizenden euro’s aan buit – deden dat in een huurauto die was uitgerust met een track- en tracesysteem.
Wisten zij veel.

Dit zijn een paar voorbeelden om aan te geven dat slimme innovatie bij misdaadplegers nog ver te zoeken is.
Voorbeelden die het tegendeel aantonen, heb ik niet.
Politieagenten moeten dus niet al te slim willen worden, want anders lopen ze straks zonder dat in de gaten te hebben, ver voor de muziek uit.
En dan halen we aan het einde van dit jaar die 350 niet.

Rob Zijlstra

Simon van der Aa

tekening: jesse van muylwijck

De wetgever is op de stoel van de strafrechter gaan zitten.
Kan de rechter nog vrij spreken, was de vraag die vandaag centraal stond op het symposium van Simon van der Aa, de faculteitsvereniging voor strafrecht en criminologie, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het ging in Huis de Beurs over de rechtstaat, over de invoering van de minimumstraf,  de inperkingen van (de vrijheid van) rechters om taakstraffen te kunnen opleggen en het feit dat het openbaar ministerie straffen mag opleggen zonder tussenkomst van de rechter.
En of dat nou allemaal wel zo goed en/of wenselijk is?

De aangekondigde maatregelen hebben hoe dan ook grote gevolgen voor de rechtspraktijk, voorspelde prof. mr. dr. G. Knigge, de dagvoorzitter.

Annette Bronsvoort (hoofdofficier van justitie in Leeuwarden) zei dat de visie van het openbaar ministerie een afgeleide is van het kabinetsbeleid.
De taakstraf, stelde zij, is niet meer weg te denken, maar moet wel aansluiten bij de strafbeleving in de maatschappij.‘En het maatschappelijk draagvlak voor de taakstraf is tanende.’

Ook de minimumstraf vindt Bronsvoort geen probleem. Ze zei: ‘De wetgever hoort de kaders te stellen waarbinnen wij opereren. Het voorstel minimumstraffen in te voeren is daar een voorbeeld van. Het is een systeembreuk, maar het kan geen kwaad eens aan de boom te schudden.’

Strafrechtadvocaat Heiko Eckert (Eckert Van der Zee Advocaten, Groningen) gaf tegengas.‘Er wordt veel te veel toegegeven aan de druk vanuit de samenleving, terwijl aan het nut van gevangenisstraf – nuttig als middel de wereld veiliger te maken – getwijfeld kan worden. ‘Mijn cliënten leren veel in de gevangenis.’

Sjef van Gennip, directeur van Reclassering Nederland, knikte instemmend en hekelde het kabinetsbeleid waar het openbaar ministerie op vaart. Er wordt wetgeving gemaakt naar aanleiding van incidenten en hypes in de media. Politici moeten kritisch zijn, maar hebben ook de plicht om zaken die goed gaan te belichten. Dat zij dat niet doen, is zwak en onverantwoord. Zijn idee: ‘Het kabinet Rutte moet de PVV tevreden stellen.’

Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, ging een stap verder in zijn kritiek. Hij sprak van volksverlakkerij.‘Als rechter moet ik staan voor een betrouwbare overheid, maar de maatregelen van dit kabinet leiden daar niet toe. De invoering van de minimumstraf kost veel geld – 42 miljoen – maar levert niets op. Je moet je afvragen voor welk probleem dit een oplossing is.’

Volgens Van den Emster hoort het kabinet signalen die er helemaal niet zijn. ‘Het kabinet toetert dat er brede steun in de samenleving bestaat voor strengere straffen, maar dat is niet zo.‘ Richting de hoofdofficier van justitie: ‘Het openbaar ministerie schudt aan een boom waar niets aanhangt. Doe liever iets om de pakkans te vergroten.’

Van den Emster erkende dat rechters, dat de Raad voor de Rechtspraak, nog niet zo bedreven zijn de samenleving uit te leggen wat ze nou eigenlijk doen. En dat dat beter moet.  Over het terugdringen van recidive, was hij wel duidelijk. Hij zei hij: ‘De beste remedie tegen recidive is de doodstraf.’ (de context: ironisch).

simon van der aa

Op verzoek van de faculteitsvereniging schreef ik een inleiding voor het symposium. 

Zwijgende rechters spreken niet

De verdachte die het met de gang van zaken niet eens was, sprak verontwaardigd tot zijn rechters: ‘Maar wij leven hier toch in een democratie?’
De officier van justitie reageerde fel en zei: ‘Voor wie overvallen pleegt, geldt de democratie niet.’

Dit voorvalletje tekende ik op in zittingszaal 14 in de rechtbank van Groningen, nog voor de tijd dat de sanctiemachine van de Staat overuren draaide.
Zou je er nu, anno 2012, een peiling op loslaten, dan denk ik dat de officier van justitie, de crime-fighter, met deze bedenkelijke uitspraak de meeste stemmen zal vergaren.

Verdachten hebben de wind flink tegen. De minimumstraf is aangekondigd en het voornemen geen taakstraffen meer op te leggen voor ernstige geweldsmisdrijven is met gejuich ontvangen. Dat het openbaar ministerie op de stoel van de rechter is gaan zitten en straf mag opleggen voor lichtere vergrijpen, is al een feit dat weinig tegenstand ontmoet.

Er klinkt wel gemor onder strafrechtgeleerden, maar het tegengas dat zij bieden, bieden ze aan aan de opiniepagina’s van dagbladen die steeds minder worden gelezen. Hun genuanceerde opvattingen vinden nauwelijks gehoor. Er hoeft maar een tbs’er de mist in te gaan, een jeugd-tbs’er in het meest recente geval, en de sanctiemachine krijgt weer ruim baan van het joelende publiek dat ook in vredestijd het liefst bloed wil zien.

Dat de invoering van de minimumstraf het land niet veiliger zal maken, kan met feiten worden onderbouwd. Dat er al jaren achtereen geen taakstraffen worden opgelegd voor ernstige geweldsmisdrijven, eveneens.

Vorige maand kondigde de sanctiemachine aan dat het slachtoffer – leve het slachtoffer – een eigen plek krijgt in de rechtszaal, opdat hij of zij niet door de rechter wordt vergeten. Dat slachtoffers, ook nabestaanden, al lang het woord (mogen) voeren in de rechtszaal, wordt voor het gemak kennelijk wel vergeten.

Veel strafrechtelijke maatregelen worden met veel daadkracht aangekondigd. Dat veel van die maatregelen in de praktijk reeds bestaan, doet niet ter zake. Dat geldt, in zekere zin, ook voor de minimumstraf. De first-offender kan nog rekenen op een kans, maar de recidivist gaat voor de bijl, die krijgt een zwaardere straf.

Als rechtbankverslaggever heb ik in acht jaar tijd ruim 2.000 rechtszaken bij de meervoudige strafkamer bijgewoond. Als toeschouwer van de dagelijkse praktijk weet je dat de invoering van de minimumstraf een fopspeen is. Helaas kent het strafrecht, anders dan meningen, weinig toeschouwer. De publieke tribunes van de zalen waar strafrecht wordt gesproken, zijn doorgaans leeg.

Om de angst – het grote onbehagen – te bestrijden, telt vandaag de dag het sentiment. Het geroeptoeter gaat er in als koek. De beleving is koning en feiten zijn humbug, stond niet zo lang geleden in de krant.
En zo is het.
Er is een kloof ontstaan tussen wat is – de praktijk – en wat bestaat – de beleving.

Resteert de vraag: hoe nu verder in deze democratie?

Als eenvoudige en niet juridisch geschoolde rechtbankverslaggever heb ik niet het antwoord. Ik moet wel vaststellen dat wij van de media niet echt meewerken, want roeptoeteren is vandaag de dag ook ons niet vreemd. En misschien worden we daar, gezien de abonneebestanden, ook wel op afgerekend.

Ik stel ook vast dat de strafrechtgeleerden er met hun doorwrochte opinies ook niet in slagen het gejoel in de straat een halt toe te roepen. En ik constateer dat onze strafrechters, de mannen en vrouwen van de praktijk, er nog steeds het zwijgen toe doen.

Vorig jaar heb ik alle rechters die werkzaam zijn in de rechtbanken van Groningen en Drenthe een lijst met vragen voorgelegd. Ruim de helft reageerde en zonder uitzondering waren deze rechters tegen de minimumstraf. Een ruime meerderheid is (was?) van mening dat rechters meer naar buiten moeten treden om zo een realistischer beeld neer te zetten van de rechtspraak.

De wil is er kennelijk, maar een half jaar na dato heb ik nog niets mogen of kunnen vernemen van iets dat je nieuw elan zou mogen noemen. Het enige dat is veranderd, is dat de toegangscontrole bij de ingangen van de rechtbanken per 1 maart is aangescherpt. De deur moet blijkbaar nog een beetje meer op slot.

Zwijgende rechters spreken niet.

Een strafzaak – met verdachten en slachtoffers – duurt al gauw twee tot drie uur, het vonnis wordt twee weken later in een minuut of twee uitgesproken in een lege zaal. Vervolgens verdwijnt het vonnis met alle genuanceerde overwegingen en steeds vaker met strengere straffen in het niets. Publicatie op rechtspraak.nl blijft achterwege, omdat er geen capaciteit zou zijn om die vonnissen wereldkundig te maken.

Vorige weke schreef Rinus Otte, hoogleraar in de organisatie van de rechtspleging aan de Rijksuniversiteit Groningen, dat de kritiek op de rechter nog intenser mag worden. Het strafrecht, zo schrijft Otte in een lang artikel in dagblad Trouw, is gebaat bij een zo scherp mogelijk debat.

Strafrechters weten als geen ander wat er leeft in het land van de criminelen. Zij verdiepen zich dagelijks in hun wereld, in hun drijfveren en hun problemen. Zij kennen de straatwaarde van drugs, weten waar die te koop zijn en weten ook dat niet alle tbs’ers kinderverkrachters zijn of moordenaars. Het is daarom merkwaardig en niet meer van deze tijd dat rechters blijven volhouden dat zij alleen via hun vonnissen spreken.

Zwijgende rechters spreken niet en spreken ook niemand tegen.

Rob Zijlstra

• peiling onder rechters 

Verdriet

Misdrijven kennen een maximum wat strafmaat betreft.

Maar aan het verdriet dat gepaard kan gaan met misdrijven zijn geen grenzen verbonden.
In de zalen van het strafrecht wordt droefenis vaak voel-, hoor- en zichtbaar.
Misdrijven zijn niet zelden tragedies.

Het voelt ook wel eens ongemakkelijk als buitenstaander – als rechtbankverslaggever die verslag hoort te doen – aanwezig te zijn bij de jammer van anderen.
Maar even de andere kant opkijken en dan zwijgen, is geen optie.
Ten onrechte zou dan het beeld kunnen ontstaan dat misdrijven altijd gelieerd zijn aan criminaliteit.
Dat het zinvol is om minimumstraffen in te voeren omdat de plegers van misdaden altijd misdadigers zijn.
En dat is niet zo.

Frank was die vrijdag thuisgekomen, vroeger dan hij gewoon was te doen.
Hij moest iets vertellen thuis, iets waarmee hij het moeilijk had.
Zij luisterde.
Hij vertelde dat hij een affaire had gehad, eenmalig, met een andere vrouw.
En dat toen dat eenmalig was gebeurd, hij was thuisgekomen.
Hij had hen gezien.

Na de biecht besluiten Frank en Linda naar haar toe te gaan.
Om te praten, om het uit te praten, zodat het ook echt bij die ene keer zal blijven.
Maar ze is niet thuis.

Linda is die avond boos, maar vooral heel verdrietig.
Tegen elf uur die avond besluit ze zelf naar haar toe te gaan, zonder Frank.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde tegen haar zeggen dat ze ons met rust moest laten.’
Rechters: ‘U kende haar niet.’
Linda: ‘Nee.’

Ze stapt in de auto en vertrekt.
Ze neemt een klein mesje mee.
Voor het geval zij zich moet verdedigen.
Ja, nee. Ik weet het niet.
Achteraf niet goed.

Ze belt aan, maar de voordeur blijft gesloten.
Ze heeft het idee dat de vrouw die zij niet kent wel thuis is.
Boos steekt ze drie banden lek van de auto die voor de deur staat.
Het autoalarm gaat af.

Linda: ‘Toen kwam ze naar buiten. Ik riep, dus je bent er wel. Zij riep, wie ben jij? Ik zei, ik ben de vrouw van Frank. Jij maakt meer kapot dan mij lief is. Daar deed ze heel lacherig over. Toen pakte ze me vast bij mijn haar en er ontstond een worsteling. Ik probeerde haar van mij af te duwen. Pas later realiseerde ik mij dat ik dat mesje in mijn hand had. Op een gegeven moment lieten we elkaar los. Toen ben ik naar huis gegaan.’

Het slachtoffer heeft een iets andere lezing.
Omdat er maar een keertje werd aangebeld, had ze liggend op de bank de deur niet geopend.
Het was ook al na elf uur.
Maar toen ging het autoalarm af.
Ze was naar buiten gegaan en ineens was een haar onbekende vrouw op haar afgestormd.
Er was, zonder dat er een woord werd gesproken, een worsteling ontstaan.
Bloed.
Toen ze wegging, ging zij trillend van angst in het donker in de gang zitten, net zo lang tot haar vriend kwam.

Thuis vertelt Linda aan Frank wat ze heeft gedaan.
Ze gaan zitten in de veronderstelling dat de politie zo wel zal komen.
Maar die komt niet.
Ze gaan slapen.

Het slachtoffer had zelf pleisters geplakt op haar verwondingen die niet heel ernstig zijn. Pas de volgende dag gaat ze naar de dokter die haar behandelt aan zeven schrammen, snijwonden en een oppervlakkige steekwond.
En ze gaat naar de politie.

De officier van justitie zegt dat er juridisch beschouwd sprake moet zijn van een poging tot doodslag.
Dat Linda niet naar de vrouw is gegaan met de intentie haar te vermoorden.
Dat er sprake is van voorwaardelijke opzet.

Dat het slachtoffer veel leed is aangedaan.
Dat zij nu angstig is en lange tijd niet heeft kunnen werken.
Dat ze nog eenmaal in haar huis is geweest om wat spullen op te halen.
Dat ze nu ergens anders woont en hulp krijgt.
Dat de verwondingen weliswaar meevielen, maar dat er wel littekens zijn.

De officier van justitie eist 24 maanden gevangenisstraf waarvan tien voorwaardelijk en een contactverbod gedurende de proeftijd van twee jaren.
De officier van justitie zegt dat dit beslist een lagere strafeis is die doorgaans voor een poging tot doodslag wordt gevraagd.
Omdat ze ook rekening wil houden met de gevolgen voor Linda.

Haar drie kinderen hebben een moeder die in de gevangenis zit.
En een vader die er niet meer is.
Frank probeerde de ochtend na het incident zichzelf van het leven te beroven.
Drie dagen later is hij overleden.

Rob Zijlstra

extra
voorwaardelijke opzet

UPDATE – 28 juli 2011 – uitspraak
Linda is veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan 7 maanden voorwaardelijk. Daarnaast is 4 maanden elektronisch toezicht (ET, enkelbandje) opgelegd.

.

.

.

De grote zaak

Ali zegt dat hij diep is gekwetst.
Zegt: ‘Ik ben in mijn eigen slaapkamer door deze mannen overvallen, terwijl mijn vrouw naast mij lag. Het gaat om mijn eer.’
Hij zegt ook: ‘Voor een Turkse man is het vernederend als zijn vrouw in de gevangenis zit. En ook dat komt door deze mannen.’

Een van ‘deze mannen’ is Achmed.
Hij had tegen de politie gezegd dat zodra hij op vrije voeten is, hij een vuurwapen zal moeten aanschaffen.
Tegen de rechters herhaalt hij dat: ‘Ik moet mezelf beschermen. Ik kan niet met de handen in de zij blijven staan.’

Ali’s woorden zijn voor ‘deze mannen’ duidelijk: hij zal het er niet bij laten zitten.
De 41-jarige Ali – hij komt uit Duitsland – is ook niet de eerste de beste.
Hij is door het BOT naar de rechtbank vervoerd.
In een BOT-auto, met een blinddoek voor, de handen geboeid (striemen in de pols) en gehuld in een kogelwerend vest.
Dit Bijzonder Ondersteunings Team maakt met hen die niet de eerste de besten zijn, geen grappen.
Getuigen zagen de BOT-auto’s door rood scheuren.

Ali’s vrouw – zij die naast hem lag toen ‘deze mannen’ binnenstormden – is op dezelfde wijze vanuit de vrouwengevangenis in Zwolle naar Groningen getransporteerd.

Het is een omvangrijke strafzaak.
Er zijn elf verdachten, die tot twee rivaliserende groepen behoren.
De groep van Ali bestaat in de rechtszaal uit vier verdachten.
De andere groep telt zeven verdachte leden, onder wie één spion.
De tweedaagse zitting in de voor de gelegenheid extra beveiligde rechtbank van Groningen duurt in totaal 24 uur.

De elf verdachten horen samen 29 jaar en vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf eisen.
De hoogste eis is voor Ali: 7 jaar.
Zijn vrouw hoort twee onvoorwaardelijk jaren eisen.
De officier van justitie denkt dat een van hen vanuit de slaapkamer heeft geschoten.

Het verhaal zou kunnen beginnen in een café in Groningen, op
donderdag, 3 februari van dit jaar.
Het is een mannencafé waar mannenzaken worden besproken.
Een van de mannen is Elmas.
Hij moet geld betalen en ontvangt in het café – want zo gaat het daar – 15.000 euro om dat te doen.
Met dit geld verlaat hij de zaak en gaat naar huis.
Erol kijkt zittend achter de gokkast toe.

Niet heel veel later komt Elmas thuis, in de Rolderstraat in Assen.
Op het moment hij zijn woning wil binnenstappen, wordt hij besprongen door drie mannen.
Zij drukken een vuurwapen in zijn nek en binden hem vast met tape, zijn ogen worden afgeplakt en hij wordt opgesloten in een kamer.

De mannen in het café in Groningen gaan op huis aan, ook Erol.
De eigenaar werkt nog wat na.

Elmas weet zich na een tijdje te bevrijden, rijdt terug naar het café in Groningen en vertelt aan de eigenaar wat hem is overkomen.
Dat hij is overvallen en dat het geld, die 15.000 euro, is afgepakt.

Hij en de eigenaar concluderen dat iemand moet hebben geweten dat hij met dat geld onderweg was naar huis.
Maar wie? Hun tweede conclusie is dat alle cafébezoekers van die avond voor het verraad in aanmerking komen.
Iedereen wordt gebeld en gesommeerd naar het café te komen.
Een aantal wordt van huis opgehaald.

Er volgt beraad.
Alle telefoons moeten worden ingeleverd en worden gecontroleerd.
Het is Erol.

Uit de gegevens in zijn telefoon blijkt dat hij die avond, kort nadat Elmas het café had verlaten, heeft gebeld met ene Ali.
Erol geeft toe dat hij de spion is en dat hij daar met zijn gokschulden geld voor zou krijgen.

Terwijl Erol, die straks geneeskunde aan de universiteit wil gaan studeren, vreest voor zijn leven, wordt in het mannencafé koortsachtig overlegd.
Erol wordt opgesloten.

Daarna stappen de mannen in auto’s en rijden naar de Briljantstraat in Groningen.

Cahil die wel eens wat inbrekerswerk heeft gedaan, forceert een raampje, klimt naar binnen en kort daarna denderden de mannen de slaapkamer binnen.

Ali wordt nog liggend in bed met een mes in de zij gestoken.
Hij moet mee, mee naar het café om verantwoording af te leggen.
De mannen zeggen dat ze hun spul terug willen hebben.
Krijgen ze dat, zo zeggen ze, dan doen we zand erover.

Ali zegt dat hij mee zal gaan.
Maar dan ineens.
Zijn echtgenote, die naakt en in paniek naast hem ligt, vraagt of ze wat kleding mag pakken, van een rekje dat op zolder staat.
Dat mag. Op zolder liggen ook twee mannen van Ali te slapen.

De echtgenote komt met wat kleding terug in de slaapkamer.
In een wit T-shirt zit een vuurwapen verstopt.
Escalatie.
Er wordt geschoten.
Drie mannen rollen van de trap, een van hen breekt een been.

Om kwart voor tien die avond komt er bij de meldkamer van de politie de melding binnen dat er in de Briljantstraat een vechtpartij gaande is.
Niet veel later is er een tweede melding.
Er lopen ruziënde mannen, zwaaiend met wapens, door de hal van het UMCG, het ziekenhuis.

De politie komt massaal in actie.

Er worden aanhoudingen verricht, in auto’s worden wapens gevonden en 15 kilo drugs.
De gewonde Elmas vertelt dat hij is overvallen die avond, in zijn huis in Assen.
Ali vertelt dat hij is neergestoken, in zijn slaapkamer in Groningen terwijl zijn vrouw naast hem lag.

Erol komt elders in de stad met de schrik vrij.

Of het, zoals beschreven en is verteld in de rechtszaal, ook zo is gegaan is nog maar de vraag.
Ali ontkent.
Met die overval in Assen hebben hij en zijn mannen niets te maken.
Dat in zijn TomTom de route van de woning in Groningen naar dat huis in Assen stond geregistreerd, op het bewuste tijdstip, zegt niets.
En dat zijn telefoon (‘waar mijn telefoon is, ben ik’) een zendmast in de nabijheid van die woning heeft aangestraald ook niet.
De advocaten zeggen dat die overval door Elmas en zijn mannen is verzonnen.
Dat er daar wel iets is gebeurd, misschien iets zakelijks, een geschil, maar zeker geen overval.

De twee officieren van justitie die de zaak om beurten doen zeggen tegen de drie rechters dat nooit helemaal duidelijk zal worden wat er nou precies is gebeurd.

Dat het politieonderzoek (codenaam Galwesp) ingewikkeld is geweest.
Dat geen van de verdachten het achterste van de tong heeft laten zien.
En wat ze wel hebben laten zien, gelogen is en tegenstrijdig.
Het kan nooit allemaal tegelijk kloppen.
Dat er ook afgelegde verklaringen later zijn bijgesteld, misschien wel na bedreigingen.

De officieren van justitie zeggen dat het voor hen vaststaat dat alle elf verdachten mannen zijn die zich met criminele zaken inlaten.
En dat in Nederland geen ruimte is voor eigenrichting, want zo wordt de actie in de Briljantstraat gezien.
En dat deze hele zaak, onduidelijk of niet, iets laat zien van de gewelddadige wereld van de drugshandel.

Ali zegt dat hij in Nederland bezig was een vestiging op te zetten van het Duitse bedrijf waarvoor hij werkt.
Dat hij voorheen in Duitsland eigen bedrijven heeft gehad.
En dat hij twaalf jaar lang in het Turkse leger heeft gediend, bij een speciale afdeling.
Antiterreur.

De officieren van justitie zeggen dat de neergestoken Ali zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld (in Assen), aan een poging tot moord (het schieten in de slaapkamer), aan het in bezit hebben van drugs (15 kilo in zijn auto) en aan openlijke geweldpleging (in de hal van het ziekenhuis).
Opgeteld goed voor een eis van 7 jaar celstraf.

Zijn echtgenote wordt belast met de poging tot moord, want het kan heel goed wezen dat zij heeft geschoten in plaats van Ali.
De vrouw zegt dat haar man niets met drugs te maken heeft.
Dat weet ze zeker, hoewel – zegt ze – het haar vanwege de cultuur niet vrij staat haar man vragen te stellen over zijn doen en laten.
Ze vertelt dat ze uit een juristenfamilie komt, dat haar vader ook rechter is.
Ze schrikt zichtbaar als ze de officieren van justitie drie jaar celstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk) hoort eisen.
Met haar hand maakt ze een schietbeweging.

De man die Ali in de buik stak, wordt een rustige man genoemd.
Zo staat hij bekend.
De kans dat hij zoiets nog een keer zal doen wordt als laag ingeschat.
De rechters vragen waarom hij niet de politie heeft gebeld, na die overval in Assen?
De man zegt dat hij niet met de politie in aanraking wilde komen.
Hem wordt een poging tot doodslag verweten en hoort vier jaar celstraf eisen.

Erol is de enige verdachte op vrije voeten.
Volgens de officieren is hij als informatieverstrekker medeplichtig aan de overval in Assen.
Hij moet terug naar de gevangenis luidt de eis: 15 maanden celstraf (waarvan vijf voorwaardelijk).

Tegen de andere verdachten worden celstraffen geëist van 12 maanden tot 5 jaar.
De rechters zeggen na 24 uur luisteren dat ze een maand tijd nodig hebben om de vonnissen te kunnen wijzen.

Rob Zijlstra


extra
Galwesp – grotere politieonderzoeken krijgen namen toebedeeld. Waren dat eerst vogelnamen, nu zijn de insecten aan de beurt.

zie ook:  Nachtwerk
.

UPDATE – 5 augustus 2011 – uitspraken
De hoofdverdachte – de man ook die in zijn bed werd neergestoken – is veroordeeld tot 42 maanden celstraf (eis 7 jaar). Ook de andere verdachten kregen een lagere straf opgelegd, variërend van 100 dagen tot 3 jaar. De poging tot moord kan volgens de rechtbank niet worden bewezen. De vonnissen zijn gepubliceerd op rechtspraak.nl

VONNIS  (hoofdverdachte)

.

.

.

Staatslot

mangel

Mohamed zegt dat als hij een keuze had, dat hij dan zou vliegen.
Als hij dat zegt, gaan zijn armen alsof het vleugels zijn even de lucht in.
Maar hij kan niet vliegen, hoewel hij eens piloot was.

Mohamed is 43 jaar, maar in dat veel te grote, donkere streepjespak dat hij draagt, lijkt hij al een oude, door het leven getekende man.

Een paar keer vragen de rechters wat hij nou eigenlijk wil.
‘Wat wilt u nou eigenlijk?’
Het antwoord kan hij niet formuleren.
‘Ik geloof nergens meer in’, tolkt de tolk.
Onderwijl wrijft Mohamed met twee handen vermoeid over zijn zwarte gelaat.
Wanhopige grote ogen ook.

Mohamed is een ongewenste vreemdeling die niets heeft.
Hij heeft geen dak, geen geld, geen verzekeringen of pasjes, geen vrienden om mee te praten of grapjes mee te maken, geen mp3-speler, oude schoenen, geen verlopen rijbewijs of een zoekgeraakt staatslot.

Hij heeft geen leven.
En hij heeft, als ongewenst mens, al helemaal niets te willen.

De rechters zeggen dat ze in het dossier hebben gelezen dat hij klem zit, dat hij in de mangel zit van bestuursrechtelijke procedures en dat zijn situatie hopeloos is.
Maar dat het vandaag om een strafrechtzaak gaat.

De officier van justitie zal later aanvullen dat Mohamed in de meest denkbare uitzichtloze narigheid verkeert.
Maar ook dat het feit waarvan hij wordt verdacht, een ernstig feit is.
Een ernstig strafrechtelijk feit.
Dat hij heel veel andere mensen had kunnen meenemen in de dood.
En dat hij daar straf voor moet krijgen.

Mohamed had als piloot gediend in het leger van de Somalische en door de Verenigde Staten gesteunde dictator Siad Barre.
De verschrikkingen die Barre tijdens de voortdurende burgeroorlog aanrichtte, zouden volgens Wikipedia aan 200.000 mensen het leven hebben gekost.
Een jaar na het overlijden van kolonel Barre, in 1995, vluchtte Mohamed als gemankeerde asielzoeker naar Nederland.
Post-getraumatiseerd.

Vijftien jaren probeerde hij bij ons een status te verkrijgen.
Vijftien jaren lang lieten wij hem dat ook proberen.
Maar hoe de politieke wind hier ook waaide, hij kreeg het nooit.
Procedure op procedure volgde en dat maakte dat de mens Mohamed langzaam maar zeker verstrikt raakte in de mangel die maar door en door draaide.

Hij zegt dat het een ongeluk was.
Dat hij het niet expres heeft gedaan.
En dat hij heeft geprobeerd tegen het vuur te vechten.
Ja, zegt de officier van justitie, met kranten en doeken wat niet heel adequaat is, zeker niet voor iemand die is opgeleid tot piloot.
De officier van justitie: ‘Er hing ook een brandblusser.’

De eerste jaren in Nederland verliepen voor hem nog redelijk hoopvol.
Maar na acht jaren tevergeefs procederen, werd de hoop op een nieuw leven steeds kleiner.
Toen zijn vrouw na die acht jaren de keuze maakte hem te verlaten, met de vier kinderen van wie er drie in Nederland zijn geboren, veranderde Mohamed in de oude man waar hij nu op lijkt.
Hij ging drinken om de uitzichtloosheid te benevelen.
Twee keer stond hij vol twijfel langs het spoor met een voortrazende trein.

Maar het leven ging door en zo werd het vanzelf 5 februari van dit jaar.
Zijn nare levensweg vol bureaucratie had hem van Mogadishu in het asielzoekerscentrum in Musselkanaal doen belanden.

Het brandalarm was daar die ochtend in alle vroegte afgegaan en de security had zich onmiddellijk naar kamer 121 op de eerste verdieping begeven.
Toen ze de deur met kracht openden, walmde de rook naar buiten.
Ze zagen vlammen op het gasfornuis.
Veertig tot vijftig centimeter hoog, zei de ene beveiliger.
Vlammen van wel een meter, verklaarde de ander.

Het was een ongeluk, zegt Mohamed.
Hij was al drie dagen aan het drinken, had honger en wilde in een geleend pannetje wat eten klaarmaken.
Onderwijl keek hij naar een herhaling van de immer hoopgevende Matthijs van Nieuwkerk, naar zijn De Wereld draait door.
Tafelheer was Marc-Marie Huijbregts en Bram Moszkowicz was in die uitzending een van de gasten in verband met het o zo belangrijke proces rond Geert Wilders.

Toen de beveiliging binnenkwam en het vuur doofde, riep Mohamed: fuck Obama, fuck Rutte en fuck Nederland.
En hij riep dat hij zelfmoord wilde plegen.
Zijn advocaat zegt: ‘Als de spanning hem te veel wordt, roept hij altijd dat soort dingen. Ik ken hem.’

Mohamed zegt tegen zijn rechters het een ongeluk was.
Dat er ineens brand uitbrak op zijn gasfornuis, dat het doekje waarmee hij het aanrecht altijd schoonmaakte kennelijk vlam had gevat terwijl hij dronken van narigheid was.
Dat hij had geprobeerd het vuur te bestrijden.

Niet geloofwaardig, zegt de officier van justitie.
Het pannetje staat op de pit rechtsachter.
Kijk maar naar de foto.
Dat pannetje staat daar gewoon, alsof er niks is gebeurd.

Het gemene vuur met kranten en doeken brandde op de pit linksvoor.
Dat heeft hij gewoon gedaan.
Nee, als Mohamed het vuur had bestreden, zoals hij beweert, zou het pannetje op de rechter achterpit daar niet zo gewoon hebben gestaan alsof er niks is gebeurd.
Dan had het pannetje wel omver gelegen tussen de pitten.

Oftewel: Mohamed heeft op het fornuis brand gesticht en wel zo dat dit een gemeen gevaar opleverde voor alle 150 andere mensen die in de asielzoekervleugel verbleven, inclusief de baby van de buren.

Een ernstig feit.
Hij had veel andere mensen kunnen meenemen in zijn keuze die ochtend voor de dood.
Straf is daarom gepast en geboden.

Mohamed: ‘Het was een ongeluk, ik deed het niet expres.’
De officier van justitie: ‘Niet geloofwaardig.’
De eis: 18 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering. Misschien dat die nog iets voor hem kan betekenen.

De rechters vragen aan Mohamed of hij de eis heeft begrepen.
Mohamed: ‘Nee.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 30 mei 2011 – uitspraak
Mohamed heeft zich schuldig gemaakt aan brandstichting. De eis van de officier van justitie vinden de rechters aan de te hoge kant. Het vonnis: 12 maanden celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Afrekenen

Wie wekelijks uren doorbrengt in de zalen van het strafrecht, krijgt een aardig inkijkje in de Misdaad BV, in mijn geval in die van Groningen.
Ik wil niet bagatelliseren.
Echte boeven bestaan, ook in Groningen.
Er zitten er zelfs heel slechte tussen.

Maar dat de Misdaad BV zoals die in Groningen actief is, het grootste probleem van deze tijd vormt, waag ik weloverwogen te betwijfelen.
En ik durf in dit verband Drenthe en Friesland ook wel te noemen.

Sinds dit weekeinde moet ik anders denken.
Volgens procureur-generaal Harm Brouwer, de hoogste baas van justitie, laat de politie tachtig procent van criminele bendes lopen omdat er te weinig capaciteit is.
Tachtig procent is nogal veel.

Als de justitiebaas gelijk heeft, betekent dat dat mij inkijkje in de Misdaad BV nogal vertekend is.
Ik krijg maar een klein deel te zien.

Harm Brouwer noemt het handhavingstekort verontrustend, omdat misdaad niet mag lonen.
Hij heeft ook een oplossing: de invoering van nationale politie.
Daar is hij warm voorstander van.
Juist op het moment dat in politiek Den Haag een nieuw kabinet wordt gesmeed, door mannen die ook voorstander zijn om het huidige regionale politiebestel af te schaffen, schreef Brouwer hierover een artikel in NRC Handelsblad (afgelopen zaterdag).

Is het echt waar wat Brouwer beweert?
Is het echt waar zoals Brouwer schrijft dat tachtig procent van de slechtste boeven vrij spel heeft?

Omdat ik wekelijks doorbreng in de zalen van het strafrecht, lees ik ook allerhande tijdschriften die met het strafrecht en de misdaad te maken hebben.
Ik lees bijvoorbeeld het blad Opportuun, het magazine van het openbaar ministerie.
Collega’s van Brouwer schrijven daar belangrijke verhalen en vrolijke columns in over de misdaad en de bestrijding daarvan, over allerlei succesvolle projecten en actuele justitiezaken.

Tijdje geleden stond in dit justitieblad bij uitstek een interview met Harm Brouwer. Daarin hekelt hij de ‘scorebordjournalistiek’.
Kritiek op het openbaar ministerie vindt hij niet terecht.
Hij zegt trots te zijn op het openbaar ministerie.
Omdat het goed gaat met de opsporing en vervolging in Nederland.
Het beeld dat de krantenlezer van justitie heeft, moet node worden bijgesteld, zegt hij.
Hij zegt: ‘We leveren een wezenlijke bijdrage aan de criminaliteitsbestrijding.’

Dit blijkt dus één grote leugen te zijn, getuige zijn verhaal van afgelopen weekeinde.
Het gaat helemaal niet goed.
Het gaat zelfs zo beroerd slecht dat heel het politieapparaat op de schop moet.

Nu kan het ook zijn dat het verhaal van die tachtig procent niet klopt.
Dat dat een leugen is.
Een verzonnen argument in een politiek spel.
Aan een spel ook waar justitie kennelijk graag aan deelneemt.

Stel dat het waar is, van die tachtig procent.
Waarom heeft Brouwer dan niet eerder aan de bel getrokken?
De noodklok geluid?
Waarom heeft niet – toen hij kennis kreeg van die tachtig procent – onmiddellijk de minister gebeld en om spoedoverleg gevraagd?
Een minister moet er toch blindelings op kunnen vertrouwen dat zijn hoogste justitieman hem op de hoogte houdt van het criminele wel en wee in het land?

Maar Brouwer deed dat niet.
Hij schreef een stuk in de krant.

In het Opportuun-interview zegt Harm Brouwer dat hij wil worden afgerekend op de effecten van het (zijn) justitiebeleid.
Als het echt waar is, dat tachtig procent van de BV Misdaad vrijspel heeft, is de tijd voor de afrekening aangebroken.

Rob Zijlstra

.

artikel Harm Brouwer in NRC Handelsblad (21 augustus ’10)

interview Harm Brouwer in Opportuun (juni ’08)