diefstal

Sloom recht

Het echtpaar was het bestuur
en het bestuur betaalde
het echtpaar riant
voor de werkzaamheden

 

Je wilt hopen dat er een causaal verband bestaat tussen het strafrecht dat in de rechtszalen wordt bedreven en de misdaad die daarbuiten wordt gepleegd. Volgens mij is dat ook de bedoeling, want anders is straffen zonder nut.

Toch bekruipt mij vaker dan ik zou willen het gevoel dat het strafrecht z’n eigen gang gaat en zich helemaal niets aantrekt van wat er buiten gebeurt. Het is zonneklaar dat het strafrecht niet zonder de misdaad kan, in tegenstelling tot andersom. Strafrechters moeten dus bij de les blijven, net zo goed als de staande magistraten, de officieren van justitie.

Voorbeeld. In januari 2014 wordt in Groningen een filiaal van Albert Heijn (Van Lenneplaan) overvallen. Een doodsbange 16-jarige scholiere achter de kassa geeft onder dwang van een op haar gericht pistool 1309 euro af aan de gemaskerde overvaller. Er volgt een stevig onderzoek wat leidt tot een dna-match waarna ene Gerrit wordt aangehouden. Gerrit blijkt niet de eerste de beste. Eerder, toen dat nog bestond, overviel hij banken.

Maar Gerrit ontkent. Desondanks eist de officier van justitie 3 jaar gevangenisstraf. In april 2015 wordt Gerrit door de rechtbank in Groningen vrijgesproken. De officier van justitie is het daar niet mee eens – anders eis je geen 3 jaar – en gaat nog diezelfde maand, april 2015, in hoger beroep. Een nieuwe zitting laat al ruim twee jaar op zich wachten en niemand kan vertellen waarom dat zo is.

Trage rechtspraak – goed voor de zorgvuldigheid – gaat hier over in slome rechtspraak wat nergens goed voor is. Er zijn advocaten met meer voorbeelden. Zij beschikken over strafdossiers die op planken in hun kasten liggen te wachten op voortgang. Advocaten smoezen daar niet hardop over, ze kijken wel link uit. Naarmate de behandeling van een strafzaak langer op zich laat wachten, neemt de zwaarte van de straf doorgaans af.

Is dat zo? Deze week werden tien jongemannen uit Groningen en omgeving door de rechtbank in Leeuwarden veroordeeld tot werkstraffen omdat ze zich onheus hadden gedragen na afloop van een verloren voetbalwedstrijd in Heerenveen. De officier van justitie had streng en in volle overtuiging gevangenisstraffen tot vier maanden geëist omdat de samenleving het helemaal heeft gehad met hun voetbalgeweld. De rechters oordeelden anders. Jongemannen die zich in februari 2015 hebben misdragen stuur je in de zomer van 2017 niet meer naar de gevangenis.

Of deze. In 2015 begon de politie een groot onderzoek wat op 31 mei 2016 leidde tot 19 invallen in stad en provincie Groningen. Aan de actie, gericht op ondermijnende hennepteelt, namen 175 politiemensen deel. Dat is no shit. Er werden 11 mannen en 2 vrouwen gearresteerd. Wij van de pers waren vooraf geïnformeerd om verslag te doen van het daadkrachtige optreden van de sterke arm. Na een paar dagen zaten de13 leden van de criminele organisatie alweer thuis. Nu, een jaar verder, is er geen enkel zicht op iets wat lijkt op een vervolg bij de rechter.

Heel de strafrechtketen is sloom. En het kan nog zorgelijker.

In oktober 2013 krijgt de politie informatie over misstanden in Haren. In een lommerrijke straat wordt een hoogbejaarde mevrouw uitgebuit, zo vermoeden bezorgde buren. Er komt een onderzoek en in mei 2014 wordt het echtpaar L. gearresteerd. Er wordt beslag gelegd op auto’s, op scooters in hun tweede huis in Italië en op de kapitale woning aan de rand van Haren (die eerst voor 1,2 miljoen en nu voor 995.000 euro op Funda te koop staat). De verdenking is dat het echtpaar de dan 96-jarige licht dementerende Harense mevrouw Rosingh financieel hebben uitgekleed.

De politie stuurt een persbericht de wereld in waarin de aanhouding wereldkundig wordt gemaakt. De politie wil waarschuwen en signaleren. Ouderen, meldt het persbericht, zijn kwetsbaar voor financiële uitbuiting. Jaarlijks zijn daar 30.000 65-plussers het slachtoffer van. De politie roept op altijd aangifte te doen. Door voorlichting en bewustwording kan ouderuitbuiting worden voorkomen, staat in het persbericht.

Een jaar na de arrestatie besluit Openbaar Ministerie dat het echtpaar strafrechtelijk moet worden vervolgd. Het duurt dan nog eens een heel jaar alvorens de twee verdachten in de verdachtenbank van zittingszaal 14 zitten. Mevrouw Rosingh weet hier niets van. In juni 2015 overlijdt zij, op 98-jarige leeftijd, berooid en wel.

De rechtszaak is in maart 2016. Zeven uur lang wordt het echtpaar (hij is dan 51, zij 52) door de rechters ondervraagd. Een van de beschuldigingen is dat ze mevrouw Rosingh 300.000 euro afhandig hebben gemaakt. Het echtpaar ontkent. Ze zeggen dat ze zorg aan de hulpbehoevende vrouw verleenden in ruil voor 65 euro per uur. Als gevolmachtigden konden ze over haar bankrekening beschikken. Behalve zorg regelden ze ook – tegen betaling – de financiën. Ze betaalden zichzelf.

De officier van justitie noemt de handelwijze stuitend. Slechts de eigen belangen werden behartigd. De zorg die werd verleend: nauwelijks tot niets.

De L.’s zouden ook de goedgevulde kas van een stichting (ten behoeve van autistische kinderen) voor honderdduizenden euro’s hebben geplunderd. Het echtpaar was het bestuur en het bestuur betaalde het echtpaar riant voor de werkzaamheden (aandelenhandel). Een dan al overleden man en vrouw uit Drenthe – apothekers te Groningen – zouden voor meer dan honderdduizend euro zijn bestolen.

De officier van justitie eist tegen zowel hem als haar 22 maanden gevangenisstraf. Het bijeen gegraaide geld, opgeteld 800.000 euro, moeten ze inleveren. De rechtbank veroordeelt het echtpaar in april 2016 conform de eisen: 22 maanden. Financieel ligt het complexer. Het echtpaar moet de gestolen 300.000 euro van mevrouw Rosingh inleveren.

Die 22 maanden hadden eigenlijk 24 maanden moeten zijn. De officier van justitie vond dat twee maanden korting op z’n plaats was omdat het echtpaar zo lang in onzekerheid had gezeten daar de rechtsgang nou niet bepaald vlot was verlopen. De rechters waren het daarmee eens.

Nu komt het. Het echtpaar is in hoger beroep gegaan. Wie door de rechtbank wordt veroordeeld, maar op het moment van de veroordeling niet is gedetineerd, mag de uitkomst van het hoger beroep in vrijheid afwachten. De bezorgde buren uit 2013 zijn nog steeds bezorgd. Niet over hun overleden buurtgenoot, maar zeer over het welzijn van de rechtspraak. Recent hebben ze navraag gedaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. Wanneer dient de zaak in hoger beroep? Het antwoord: ergens in 2018.

Slome rechtspraak leidt ertoe dat uitspraken van rechters ook maar meninkjes worden.

Rob Zijlstra

Papa rapt

Dat de inbreker met zijn poten
aan de rouwlinten heeft
gezeten, ook dat doet pijn

Ramon is 23 jaar, best lang, maar geen inbreker of een man die zijn geld verdient met duistere zaken of zo. Ramon is kunstenaar. Artiest. Knipt zijn eigen kapsel. Hij doet optredens en als hij straks vrijkomt, eenmaal weer buiten, dan heeft hij direct werk. Hij wel.

Nog gekker. Ramon is net vader, maar vooral ook een man van de wereld. Hij heeft zijn eigen videoclips op Youtube, al bijna 1500 volgers op Instagram, zijn artiestennaam schittert op posters en hij rapt zijn eigen gangsterteksten. Dat doet hij als entertainer, want een echte gangster is Ramon natuurlijk niet. Laat staan een tot het getto veroordeelde kansloze jongere. Hij geniet een kunstenaarsuitkering van 840 euro in de maand en bulkt van de ambitie. Per optreden pakt hij al gauw vijf- tot zevenhonderd euro. Soms meerdere keren per maand.

Een van de rechters: ‘Goh. En een deel draagt u dan af aan de belasting?’
Ramon, hij klinkt oprecht verbaasd: ‘Belasting?’
Rechter: ‘Of gewoon zo in het handje?’
Ramon, opgelucht: ‘Yeah. Handje contantje.’

Al dat geld past hem goed, want hij houdt van luxe dingen. En daar hoort nu eenmaal veel uitgeven bij. Zegt: ‘Ik heb een gat in mijn hand.’

Dat Ramon als verdachte in de rechtszaal zit, want dat zit hij, komt omdat hij ook een van de grootste pechvogels van Nederland is. Zou hij evenveel geluk hebben als pech, dan zou hij wekelijks een grote prijs in de loterij binnenhalen. Zijn grootste manco: hij is voortdurend op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

November vorig jaar. Op één dag wordt ingebroken in twee woningen in Appingedam. De inbrekers worden overlopen en gaan er vandoor. Twintig minuten later – 112 is gebeld – wordt een grijze Ford Focus aan de kant gezet. In de auto liggen spullen die zojuist uit die woningen zijn gestolen. Camera’s. Twee tv-toestellen. Ramon zit op de bijrijdersstoel. Laat weten: ‘Ik heb er niets mee te maken. Vijf minuten voordat we werden aangehouden, ben ik in die auto gestapt. Van vrienden, ze pikten me op. Op het verkeerde moment, in de verkeerde auto.’

Op het politiebureau haalt Ramon een sleutel en een mobiele telefoon uit de broekzak. De sleutel is van de voordeur van een van de woningen waar is ingebroken, de telefoon is van een van de bewoners. Ramon: ‘Die sleutel lag op het dashboard van die auto. Ik dacht dat het mijn sleutel was.’ Telefoon? ‘Gekregen van iemand.’

De politie gelooft er geen snars van en stelt een nader onderzoek in. Agenten scrollen door de tijdlijn van zijn Facebookpagina en zien dan niet alleen de nieuwste clip, maar ook van alles. Voldoende aanleiding om een huiszoeking te doen in de woning waar Ramon vaak verblijft, de woning in Groningen van zijn liefste vriendin.

Dikke pech. In de woning worden veel gestolen spullen aangetroffen. Allemaal spullen, zegt de vriendin, die zij heeft gekregen van haar liefste vriend. Sieraden. Dure merkkleding. Jassen van Woolrich en Parajumper. Een tas van Hermès Birkin.

Ramon vertelt dat hij die spullen heeft gekocht. Voor 1100 euro. Van iemand. Via Marktplaats. Van wie? Geen idee. Tegen de rechters: ‘Als jij iets bij de Scapino koopt, weet jij een half jaar later toch ook niet meer wie de verkoper was? Nou dan.’

Er is een Macbook pro uit een woning gestolen, een laptop. Niet lang na de inbraak krijgt de eigenaar een automatische melding per e-mail dat het wachtwoord van zijn iCloud-account is gewijzigd. Het nieuwe wachtwoord is uitgerekend de artiestennaam van Ramon. Dat is toevallig. Tsss. Vraag het niet aan hem. Hij is een publiek figuur. Best bekend. Iedereen kan zijn naam gebruiken. Toch?

Ook de elektrische fiets in de woning van zijn vriendin, een Batavus Monaco, blijkt van diefstal afkomstig. Ramon vertelt dat hij de fiets heeft gekocht voor duizend euro voor zijn zwangere vriendin. Zo’n fiets, met lage instap, leek hem reuze handig. Van wie gekocht? ‘Pff. Maar als u nu met mij in de auto stapt rij ik er zo heen.’ De rechters: ‘De fiets heeft u later te koop aangeboden op uw Facebookpagina.’ Ramon: ‘Mijn vriendin vond het toch niet zo handig. Ik dacht, dan verkoop ik ‘m en dan kunnen we met dat geld de kinderkamer inrichten.’

Ramon biedt een gestolen telefoon aan bij inkoopwinkel Used Products. De telefoon komt uit een woning waaruit ook vier spaarpotten zijn ontvreemd. In de woning is een enorme ravage achtergelaten. De bewoonster was nog niet zo lang geleden overleden. Haar partner laat de rechters weten hoeveel pijn het doet, nu hij de werkkamer van zijn overleden vrouw niet meer kan reconstrueren zoals die altijd was. Dat de inbreker met zijn poten aan de rouwlinten heeft gezeten, ook dat doet pijn.

Ramon zegt dat dat hem raakt. ’Sorry daarvoor in ieder geval.’ Hij was het niet. Oh tegenspoed. Hij had de telefoon gekocht van een buurman (naam vergeten) voor de handel. Je gaat er niet vanuit dat een buurman iets aanbiedt wat gestolen is. Hij niet tenminste.

Er wordt ingebroken in een woning aan de Bentismaheerd. De bewoner hoort enge geluiden aan de deur en belt vanuit bed 112. Tien minuten later rijdt er een politieauto door de straat. Agenten zien een man lopen die plots begint te rennen en de bosjes in duikt. Het is Ramon. Wat moet hij zeggen? ’Ik had een wilde vrijpartij gehad met een vriendin en voelde me wat benauwd. Ik ging daarom een luchtje scheppen, een ommetje maken. Daarom liep ik daar.’ Verkeerd moment, verkeerde plaats.

Als de zitting ten einde is, bedankt Ramon zijn fans op de publieke tribune voor hun komst en getoonde belangstelling. Dan hiphopt hij de rechtszaal uit, met net zoveel geloof in eigen onschuld als hij twee uur daarvoor was binnengekomen.

Twee jaar gevangenisstraf, zes maanden voorwaardelijk, had hij de officier van justitie horen zeggen. Liever wil hij vrij. Hij mag terugkomen bij zijn vriendin, hij kan direct aan het werk, hij wil zijn artiestenbestaan weer oppakken, als entertainer en niet als gangster want hij gaat honderd procent zeker nooit weer in aanraking komen met justitie. Waarom niet? ‘Ik vind dat een zoon een vader nodig heeft. Daar wil ik hard voor werken.’

Ik kijk uit naar zijn eerstvolgende clip op YouTube.

Rob Zijlstra

uitspraak op 18 mei

woninginbrekers – dag 2

schermafbeelding-2016-12-13-om-08-39-43

dvhn – vandaag

Tweede dag van het strafproces rond een serie woning- en bedrijfsinbraken in vooral Oost-Groningen. Gisteren stonden inbrekers terecht, vandaag moeten  mannen komen opdraven die zich onder meer schuldig zouden hebben gemaakt aan heling.

Het verslag van de eerste procesdag staat >> hier

.

Een verslag van moment tot moment.

 

schermafbeelding-2016-12-13-om-08-43-37

 

09.00 uur
Verdachte MH (23) is nog niet de aangekondigde grote heler. MH wordt verdacht van twee woninginbraken in Onstwedde en Musselkanaal, het rondrijden in een auto met valse kentekens en stelen van brandstof bij vakgarage Stadman in Annen.

Hij ontkent de woninginbraak in Onstwedde tussen 18 juni en 24 juni 2015. Verdachte XS (van 1e dag) heeft zijn naam genoemd. Uit de woning werd onder meer een modeltreinenverzameling (met een waarde van 10.000 euro) gestolen. Ook de diepvrieskist werd leeggehaald en werden de meubels meegenomen. De woning werd drie keer bezocht. Volgens XS was verdachte MH de eerste die er naar binnen ging. MH: ‘Ik wil er verder niets over zeggen.’

MH ontkent ook de diefstal van diesel op 1 januari 2015 in Annen en het rijden in een auto met valse kentekens op dezelfde dag. Zegt, die geen rijbewijs heeft: ‘De auto was van een vriendin. Ik maakte wel eens gebruik van die auto.’ De eigenaar van het tankstation plaatste foto’s van de bij de diefstal betrokken auto op internet. Met betrekking tot de valse kentekens (om diesel te kunnen stelen?): ‘Daar wist ik niks van. Ik dacht dat het wel goed was.’

kopertrekmomenten

09.30 uur
De woninginbraak in Musselkanaal op 6 juni 2015  – in sloopwoningen – ging gepaard met ‘kopertrekken’. Leidingen werden losgeknipt. De politie betrapt twee personen die de naam van MH noemen. Verdachte zegt: ‘Klopt wel.’ Waarom? ‘Geld nodig.’ Rechter: ‘De politie heeft u nog ondervraagd over andere kopertrekmomenten, maar daar heeft u niets over willen zeggen.’ MH: ‘ Klopt.’

MH staat op de veelpleger lijst en is (was?) verslaafd aan drugs en heeft verkeerde vrienden. Terug naar de gevangenis zou jammer wezen, zegt hij. ‘Ik ben goed bezig, met mijn taakstraf, met dagbesteding (boomstammen slepen) en in februari  begin ik met een opleiding. Stukadoor. ‘ Dat zegt ook de reclassering: ‘Terug naar de gevangenis zou het ingezette traject verstoren.’ Het reclasseringsadvies: een voorwaardelijke gevangenisstraf en een harddrugsverbod. Blowen mag wel van de reclassering.

Verdachte is bezig met taakstraf en met dagbesteding en is tevreden.
Rechter: Wat doet u?
Verdachte:Boomstammen slepen.
#z14

 

09.50 uur
Officier van justitie geeft zijn visie: MH is schuldig aan de vier beschuldigingen.  Zegt: ‘Van de brandstofdiefstal bestaan beelden en op die beelden is hij te zien. En hij reed ook in die auto met valse kentekenplaten. Heeft hij die niet zelf gestolen, dan ik hij de heler want hij had ze in zijn bezit. Dat gevangenisstraf zijn huidige leven zal verstoren, dat snap ik. Dat maakt het ook wat lastig.’

MH (Emmen, 23 jaar) liep nog in proeftijd. De strafeis: 10 maanden celstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk. De advocaat probeert twijfel te zaaien. De rechters moeten goed weten dat hoofdverdachte RK (dag 1) steeds probeert zijn eigen rol klein te maken door die van anderen groter te maken. Het overtuigende bewijs ontbreekt. Celstraf heeft een ontwrichtende werking. De advocaat: doe nog een taakstraf. De officier van justitie: ‘Nee.’

10.23 uur
Het wettelijk gegunde laatste woord van MH: ‘Nee.’

pauze tot 10.30 uur

10.35 uur
Verdachte RD (37) uit Ter Apelkanaal wordt verdacht van twee inbraken en van heling en wapenbezit. In zijn woning zijn veel goederen gevonden die bij inbraken buit zijn gemaakt.

RD ontkent betrokkenheid bij de woninginbraak tussen 13 en 21 augustus 2015 in Wedde. Daarbij zouden onder meer diverse grote beeldschermen van Apple zijn gestolen. Een klappertje, noemden medeverdachte deze inbraak. Hoofdverdachte RK noemt de naam van RD. ‘Ik heb die man wel eens voorbij zien komen, maar ik ken hem verder niet.’

Rechter tegen verdachte: ‘U wordt ook wel Tempo genoemd?’
Verdachte:’Dat is mijn hond.’
#z14

De gestolen spullen die bij RD zijn aangetroffen, zegt hij te hebben gekocht. Een Nespress0-machine, zoals gestolen uit de woning in Wedde? ‘Die heb ik gekocht bij de Blokker.’ Een DVD-serie van James Bond? ‘Heb ik twee jaar geleden een keer gekocht.’  Diverse medeverdachten zeggen dat RD een heler is.

Rechters: ‘Waarom zeggen die mensen dat?’
RD: ‘Ik vind het wel heel spannend allemaal.’
Rechters: ‘Zijn die spullen bij u in de woning gelegd, een groot complot?’
RD: ‘Die vraag heb ik ook.’
Rechter: ‘Soms halen mensen spullen uit iemands woning. Dat kennen we. Maar bij u leggen mensen spullen in uw woning. Dat is toch gek? Ik kan niet goed bedenken waarom mensen dat doen.’

11.00 uur
RD zou ook (duur) gereedschap en geluidsapparatuur hebben geheeld. RD: ‘Die spullen heb ik geruild met MH (eerste verdachte van vandaag) . Nee, er zaten geen boekjes bij, het was geen nieuw spul. Achteraf had ik wel kunnen weten dat het gestolen was.’ Rechters: ‘U moet rondkomen van 700 euro per maand. RD:  ‘Ik was vroeger bedrijfsleider, ik had toen een goed inkomen, die spullen heb ik toen allemaal gekocht.’

RD kreeg ook spullen – een fotocamera – van zijn zus en haar vriend. Rechters: ‘Uw verslaafde zus?’ Ja.

RD wordt beschuldigd van de inbraak in een schuur bij een woning in Nieuw-Weerdinge, op 13 augustus 2015. Een groot deel van de uit de schuur gestolen spullen zijn bij RD thuis aangetroffen. Het gaat om onder meer boormachines, slijpmachines, hogedrukspuit, compressor, mestmenger, zaagmachine, meetapparatuur, stroomstootprikkers en een acculader. RK heeft deze inbraak bekend en noemt RD als mededader. RD ontkent.

Ook met de inbraak in een woning in Ter Apelkanaal, tussen 14 en 24 augustus 2015, zegt RD niets te maken te hebben. De gestolen goederen zijn bij hem aangetroffen. RD: ‘Het stond buiten. Toen heb ik het binnen gezet. Het was helemaal nat. Ik denk, er komt wel iemand voor.’  Het betreft lasapparatuur met toebehoren. RD: ‘Ik loop niet in de wereld van de gestolen goederen.’

Verdachte: ‘Die jongens zijn GHB-gerelateerd.’
Rechter: ‘U zegt het netjes.’
#z14

11.30 uur
Dat RD een grote heler is, wordt  gezegd door XS die veel inbraken heeft opgebiecht. RD zegt XS nauwelijks te kennen. Heb hem ooit ontmoet in het cafe. Dacht toen, lekker fris ben jij. Daar wil ik niks mee te maken hebben. Die jongens zijn GHB-gerelateerd.’ Rechter: ‘U zegt het netjes.’

11.50 uur
De officier van justitie krijgt het woord. Zegt: ‘RD ging wel eens mee met inbraken, maar was vooral de heler. Hij probeert er voor weg te draaien. Als heler ben je ook verantwoordelijk voor de steler. Zijn woning leek uit te puilen van gestolen waar. Hij liegt tegen beter weten in. Dat anderen spullen in zijn woning leggen zonder dat hij dat weet, dat is niet geloofwaardig.’

RD (Ter Apelkanaal, 37 jaar) ontkent, maar hij heeft vieze handen gemaakt, zegt de aanklager. Een gedupeerde heeft een schadeclaim ingediend van 19.000 euro en 750 euro aan smartengeld. Dat zal RD moeten betalen. Gelet op zijn rol is een werkstraf niet op z’n plaats. De eis: 12 maanden gevangenisstraf. Advocaat Willem Schoo zegt dat de belastende verklaringen van medeverdachten, met name die van RK, ongeloofwaardig zijn.

Advocaten moeten ook wat. Bij verdachte is een Nespresso-apparaat aangetroffen en een DVD-serie van James Bond. Zo’n apparaat en diezelfde JB-serie zijn ook gestolen uit een woning in Wedde. De advocaat: ‘Ik heb ook een Nespresso-apparaat en een James Bond-serie. Zegt dus niks.’ Dat bij verdachte ook een servies  (Delftsblauw) is aangetroffen en een Ferrari-jasje, spullen die eveneens uit die woning zijn gestolen, nou dat zegt dus daarom ook helemaal niks. En die gestolen camera? Ik heb ook een zus.’

Volgens de advocaat wordt RD ook beschuldigd van heling van gestolen goederen waarvan de gedupeerden helemaal geen aangifte hebben gedaan. Zegt ook: ‘Komt nog bij, RD loopt na zijn aanhouding al weer een jaar vrij rond. Om hem dan nu nog op te sluiten, dat slaat nergens op. Ik bedoel, zijn we nou niet helemaal fout bezig?”

12.56 uur
Laatste woord RD: ‘Waar moet ik beginnen… Ik vind het ook erg.’

pauze tot 13.30 uur

13.35 uur
Verdachte KE (30) wordt verdacht van vijf feiten: heling en inbraken.

KE kocht voor 140 euro (‘in overleg met mijn vrouwtje’) een televisie van twee meter breed. ‘Ik dacht, die mensenkopen een nieuwe tv en dacht, ze hebben een oude over.’ KE kent de verkoper, een vrouw ‘bij ons uit het dorp’. De drugsverslaafde mevrouw? Ja. Het toestel lag onder een bed.

RK en XS noemden KE als een van de helers. KE: ‘RK heeft een paar spullen bij mij gebracht. Zoals een koffiemachine. Dat is zo.’ KE wilde volgens de rechters bij de politie niet praten. Zegt nu: ‘Ik vertel het liever hier bij jullie dan bij de politie.’ Verdachte is een verzamelaar, maar kocht ook spullen om weer te verkopen. KE: ‘Ik kocht op veilingen hele kaveltjes.

De buit die op de lijst van KE staat: gereedschap (met een waarde: 32.000 euro), schilderij, espresso-machine, modeltreinen (Marklin, Piko), muziekinstrumenten, kettingzaag, miniatuurauto’s, koffer met sierspullen, windbuksen, theedoos met sieraden, houtsnijwerk, aluminium koffers met inhoud, een postzegelverzameling, muntenverzameling, grammofoonplaten, 12 fietsendragers, flatscreen.

Bij een huiszoeking is 15.000 euro aan contanten in de woning van KE gevonden. Gepind bij de bank. Waarom? ‘Ik vertrouw misschien geen banken.’

Een groot deel van de  bovengenoemde spullen zijn gestolen bij een inbraak in een woning in Ter Apel . RK zegt dat de spullen naar KE zijn gegaan.

14.05 uur
KE zegt dat RK een mooiprater was, dan weer was zijn opa overledenen had hij spullen te koop. Dat soort verhalen. KE zegt dat hij ‘na die tijd pas’ besefte dat het om gestolen spul ging. Hij kwam soms met spullen die je niet eens kon tillen. Toen heb ik hem weggestuurd.’

KE zou ook betrokken zijn bij een inbraak in een schuur (opslag) in Stadskanaal, in oktober 2015.  Gestolen spullen zijn aangetroffen bij KE. Zegt (wederom): ‘RK bracht die spullen. Hij was altijd geld nodig voor brandstof.’

Rechters: ‘U dacht nooit, dat is gestolen spul?’
KE: ‘Ik weet niet wat die jongen in zijn vrije tijd doet.’

14.30 uur
Verdachte heeft lange celstraffen gehad in Duitsland, in verband met drugshandel. Speed. Zegt: ‘Ik was verslaafd, met de handel kon ik mijn gebruik financieren. Nu staat werk en gezin op de eerste plaats. Heb laatste  waarschuwing gehad van vriendin. Ik koop geen spullen meer op. Ga ik nog een keer in de fout, dan gaat ze weg met mijn zoontje.’ KE zegt een zwaar jaar te hebben gehad. ‘Ook de spannings naar de rechtszaak toe.’

Je kunt je handen
niet wassen in onschuld

De officier van justitie: ‘Meneer zweeg bij de politie. Waarom als je niets te verbergen hebt? Het gaat bij deze verdachte om veel goederen en dure goederen. Inbrekers konden allemaal bij KE terecht voor geld. Dat je het niet wist, dat hij niet wist dat het om gestolen spul ging, daar kom je niet mee weg. Je kunt je handen niet wassen in onschuld.’

KE (Ter Apel, 30 jaar) heeft niet voldoende verantwoordelijkheid genomen. Ook geldt: zonder heler geen steler. Eis: 8 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk. De advocaat zegt tegen de rechters: ‘Maar waarom toch geloven we KE toch niet? En waarom RK wel als die met beschuldigingen komt? RK heeft alle redenen om anderen te belasten. Er is te veel onduidelijk. Doe een werkstraf. Bij celstraf verliest hij zijn baan. Niemand heeft er baat bij dat dit gezin naar de knoppen gaat.’

15.05 uur
Laatste loodjes. Woensdag staan nog twee mannen terecht bij de politierechter. De negen verdachten die vandaag en gisteren terechtstonden bij de meervoudige strafkamer horen op dinsdag 27 december (vanaf 13.00 uur) waar ze aan toe zijn.

15.15 uur
Laatste woord KE: ‘Tja. Ik vind het jammer dat RK hier niet is. Dan kan ik mij verdedigen. Ik heb al een laatste kans gekregen. Ik wil mijn woning ook wel graag houden, mijn vrouwtje, mijn kind natuurlijk… ‘

einde zitting

>> het verslag van dag 1

> > uitspraken

 

 

Ongewenste manieren

Een van de rechters:
‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’

Schermafbeelding 2016-07-02 om 10.53.26Er zijn mannen die alles hebben, mannen die alles willen hebben en er bestaan mannen van niets.
Al die mannen kun je in de rechtszaal tegenkomen als verdachte.

Ward en Bart zijn mannen van alles.
Ward is 80 jaar, maar noem hem niet zoals de officier van justitie deed ‘een al wat oudere man’.
Want zo voelt hij zich absoluut niet.
Hij had een kwekerij van bloemen en 200 mensen in dienst.
Nu geniet hij van het schoon dat het leven hem te bieden heeft.
Dat doet hij bijvoorbeeld buitengaats en op het platte dak waar zijn jacuzzi staat.
Als het even kan met jonge vriendinnen want ook die heeft hij.

Soms te jong, zegt de officier van justitie.
Ward zou zes jaar geleden in de jacuzzi seks hebben gehad met een 16-jarige werkneemster die hij verleidde met cadeautjes en geld.
Ward ontkent.
Ze was 18 toen het was gebeurd.
Want daar lette hij scherp op.
Zegt: ‘Ik had ze nooit onder de 18. Ik wachtte altijd. En dat vond ik heel moeilijk.’
Rechters: ‘Want u wilde wel eerder?’
Ward, enthousiast: ‘Jaaaa.’
De officier van justitie eist een dag celstraf en een taakstraf van 100 uur.
Wat Ward was, is Bart (66) nog steeds: directeur/eigenaar van een groot bedrijf met vestigingen in Duitsland, Oostenrijk en met de Verenigde Staten in beeld.
Sponsor van lokale activiteiten.
Hij bewoont een van de duurste woningen van Drenthe, zij het dat hij thuis de boel wel ‘flink in de war heeft’ zoals hij het zelf uitdrukt.
Zijn echtgenote maakt namelijk thuis de post open.
Toen ze las dat haar man zich voor de rechtbank in Groningen moest verantwoorden wegens aanranding van de eerbaarheid was het riante huis zowaar te klein.

Bart zucht verongelijkt.
Ziet een vrouw er leuk uit, dan zegt hij dat.
Want hij is van nature een jager.
Tik op de bil Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.00.24erbij, knijpje in de zij, niks mis mee.
Tenminste, dat dacht hij altijd.
Hij weet inmiddels beter.
Zoiets mag tegenwoordig niet meer.
Kennelijk.
Ook al zijn de rokjes nog zo kort, zo kort dat ‘ze’ om aandacht vragen, ja er zelf om vragen, de handjes blijven nu thuis.
Hij heeft zijn lesje geleerd.
Zo praat Bart die volgens zijn advocaat niet alleen authentiek is, maar ook een ‘amicale vrijbuiter’.

Twee werkneemsters deden aangifte wegens amicale vrijbuiterij: van ontuchtige handelingen.
Ze waren bang geweest omdat hij de baas was en namen uiteindelijk zelf ontslag.
De officier van justitie: meneer dwong deze vrouwen handelingen te dulden.
Meneer wilde met zijn seksueel getinte gedrag meer dan alleen maar een goede werkgever zijn.
Hij maakte misbruik van zijn positie.
De eis: een taakstraf van 120 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Gerrit (64) is een man die alles wil hebben, bij voorkeur wat van anderen is.
Gerrit had kennis van zaken, kende veel financiële termen uit het hoofd, voorspelde dat heel de bliksemse boel zou instorten, dat banken zouden omvallen en dat hij redder in nood kon zijn.
Vijf echtparen met geld, hypotheken en overwaarde op hun woningen gaven Gerrit – het is dan 2007, 2008 – opgeteld een miljoen euro in beheer.
In ruil kregen ze maandelijks 12 procent rente.
Dat kreeg je nergens.

In 2012 ging het mis.
Plots kwam er aan het einde van de maand geen geld.
Gerrit leek verdwenen, in werkelijkheid leefde hij als een god in Frankrijk die graag ging shoppen in Amsterdam.
Er werd aangifte gedaan en na veel gedoe en weinig prioriteit bij de politie stond Gerrit deze week dan eindelijk terecht.Niks aan de hand, zei hij tegen de rechters.

Nog een maSchermafbeelding 2016-07-01 om 00.04.00and en hij is miljonair.
Hij is namelijk de zoon – denkt hij – van een vermogende mevrouw uit Zwitserland die is overleden.
Er loopt een procedure en als DNA uitwijst dat deze mevrouw (die nog wel opgegraven moet worden) zijn moeder is, dan zijn de miljoenen die zij naliet aan neven en nichten van hem.
En het eerste wat hij dan zal doen, is die vijf mensen betalen.
‘Want ik heb dat geld geleend en dan moet je het ook teruggeven.’

Quatsch, zegt de officier van justitie.
Ook de rechters geven er blijk van bedenkingen te hebben bij de solvabiliteit van de verdachte. Een van de rechters: ‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’
De officier van justitie: 18 maanden celstraf, daarvan 6 voorwaardelijk.

Hassan en Mohamud vormen een schril contrast met Ward, Bart en Gerrit, zo schril dat het zeer doet aan de ogen.
Hassan en Mohamud zijn mannen van niets.
Ze hebben geen geld, geen uitkering of verzekering, geen dak boven het hoofd, dus ook geen jacuzzi, ze hebben geen status anders dan ongewenst, geen toekomst, geen vrijheid, geen dingen om te doen, nooit vakantie.
Wat ze hebben zijn strafbladen, alcoholproblemen, verstandelijke beperkingen, een uitzichtloos en onzeker bestaan, gedachten vol treurnis.

Het feit dat ze ongewenst zijn verklaard en hier toch zijn, maakt dat ze continu de wet overtreden zolang ze ademhalen.
Probleem is dat ze het land niet uitgezet kunnen worden.
Hun pech is dat ze zijn geboren in Somalië.
Dat nekt ze nu.
Somalië is een land zonder autoriteit.

Op koopzondag had Hassan een leren tas gestolen uit de etalage van Dicapolavori in de binnenstad van Groningen.
Het ding kostte 140 euro.
Mohamud zegt dat hij niets heeft gestolen, maar dat hij er wel bij was.
Een voorbijganger zag de mannen lopen met de tas, hij profileerde wat, maakte toen een foto en stapte de winkel binnen.Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.10.18
Zo werd de diefstal ontdekt.
De politie deed de rest.
Dit was in april.
Sindsdien zitten ze vast.
Het was een diefstal op bestelling, want bij de aanhouding was de tas al verkocht.
Het geld was bedoeld voor eten.

De twee mannen hebben al veel veroordelingen op naam staan en de maat is vol.
De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Voor ongewensten betekent dit dat ze twee jaar in de gevangenis zitten.
De aanklager: het betekent dat ze twee jaar lang een dak boven het hoofd hebben, te eten en dat ze twee jaar lang niets kunnen stelen.
Dat is de winst.

Strafzaken met elkaar vergelijken brengt het gevaar met zich mee dat er verkeerde conclusies worden getrokken.
Het is dus niet zo dat wie het minst heeft, per definitie de hoogste straf krijgt.

Rob Zijlstra

update – 8 juli 2016 – uitspraken
Ward is vrijgesproken. Uit het dossier kan niet met duidelijkheid worden opgemaakt of de vrouw 16 was toen hij seks met haar heeft gehad. dat ze toen al 18 jaar was kan niet worden uitgesloten. Bart is wel veroordeeld: een werkstraf van 80 uur. De rechtbank is het met het OM eens dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie als directeur. De straf valt iets lager uit dan de eis omdat Bart heeft aangegeven dat hij vrouwvriendelijk is geworden.

Aanstormend miljonair Gerrit moet zitten, conform de eis een jaar cel met nog eens een half jaar voorwaardelijke celstraf als waarschuwing. Voor de oplichtingskwestie is hij vrijgesproken. De straf is vanwege de verduistering van de gelden van de Eindhovenaren.

Hassan en Mohamud krijgen de komende twee jaar een bed met bad en brood, maar raken wel twee jaren vrijheid kwijt opdat ze de middenstand niet kunnen duperen.  De isd-maatregel dus. Ik vraag me af of dit wel in de haak is met de bedoelingen van de maatregel.

Cheb. Wordt vervolgd.

Meneer heeft zijn kansen gehad
Elke dag dat u vastzit
kunt u niets stelen
En dat is winst

 

Schermafbeelding 2016-02-11 om 23.17.02Ik schreef vaker over Cheb (38).
Dat komt omdat hij een vaste klant is van zittingszaal 14.
Cheb wordt al jaren vervolgd en zo ook de verhalen over hem.

De laatste keer dat hij werd vervolgd kreeg hij anderhalf jaar celstraf, maar daarvan mocht een jaar voorwaardelijk.
Dat was zo ongeveer de tiende allerlaatste kans die hij kreeg in zijn carrière die zich uitstrekt over 25 jaren.

Nooit maakte hij promotie, maar hij ontwikkelde wel een specialisme.
Hij wandelt kantoorgebouwen binnen, groet iedereen vriendelijk, houdt deuren open die normaal voor anderen gesloten moeten blijven, kijkt hier en daar wat rond en gaat dan weer weg.
De op bureaus rondslingerende laptops, mobiele telefoons en portemonnees neemt hij mee.
Zo kan Cheb de gretige dealers betalen.

Waar hij ook goed in is: studentenpanden.
Met een stukje hard plastic flippert hij zo de doorgaans slecht onderhouden voordeuren open.
Ook in studentenpanden slingeren laptops en aanverwanten nogal eens vrolijk rond.

Het is verleidelijk en ook wel gemakkelijk om over Cheb een leuk verhaaltje te schrijven. Want Cheb is nu eenmaal een heel aardige crimineel.
Nooit zal hij een vlieg fysiek kwaad doen.
Als de rechters hem vragen of hij nog weet wat hij nu weer heeft uitgevroten, schudt hij langzaam het hoofd en zegt dan, bedachtzaam: ‘Wat ik mij specifiek kan herinneren is dat ik geen geweld heb gebruikt.’

De vorige keer was hij de synagoge in de Folkingestraat in Groningen binnengewandeld.
Er was daar een tentoonstelling waar entree werd geheven.
Cheb had ‘entree’ onmiddellijk geassocieerd met contant geld.
Eenmaal binnen had hij het geldkistje zo te pakken.

Cheb wordt zelf ook altijd gepakt.
In de rechtszaal had hij zijn hoofd gebogen en gesproken: ‘Ik vind het vreselijk dat ik zo laag ben gezonken, zo laag om in te breken in de synagoge, ook gezien de historie en het feit dat ik Marokkaans ben.’

Cheb deed de rechters toen een voorstel.
Hij had gezien dat de synagoge wel een likje verf kon gebruiken, zowel van binnen als van buiten.
Als hij dat nou eens zou doen, dan deed hij a, iets terug voor de samenleving en b, het zou hem een verblijf in de gevangenis kunnen besparen.
Cheb vertelde ook dat hij had besloten sowieso te stoppen met de criminaliteit.
De reden: Anna.
Smoorverliefd.
Dat was eind 2013.

Veel regelmatige klanten van zittingszaal 14 wijten hun criminele inborst aan foute vrienden.
Een goede remedie tegen dit karakter: verhuizen, zo ver als mogelijk bij het vriendengespuis vandaan.
Ook Cheb had dat gedaan.
Na een kwart eeuw wandelen door Groningen, had hij besloten een nieuw leven op te bouwen in Leeuwarden.
Helaas niet met Anna, met Anna was het uit.

In oktober vorig jaar liep Cheb in zijn nieuwe woonplaats langs het Centrum Infectieziekten Friesland (Izore).
Uitgerekend toen hij het gebouw passeerde, ging het alarm af.
Hij werd aangehouden en meegenomen naar het politiebureau waar hij had gezwegen.
Waarom?
Cheb: ‘Het was zo overweldigend. Ik voelde zoveel frustratie en teleurstelling. Dat het weer mis was gegaan. En ik was onder invloed. Zo erg dat die agenten het raampje van de politieauto opendraaien, zo stonk ik.’
Is hij ook in het pand geweest?
Cheb: ‘Het is vaag, maar het kan zijn dat ik een paar spulletjes heb meegenomen.’

En zo ging het bij scholen, in het woonzorgcentrum Abbingahiem.
Over de insluiping bij een tandartsenpraktijk heeft hij zijn twijfels.
‘Volgens mij zocht ik daar gewoon medische hulp.’
Veel spijt heeft hij van de diefstal van negen dure laptops, gestolen uit een rolcontainer bij Wetsus.
Tegen de rechters: ‘Ik heb gelezen dat er wetenschappelijk onderzoek verloren is gegaan. Dat is echt schandalig van mij, ik heb hier geen woorden voor.’
Wat er met de computers is gebeurd?
Ingeleverd bij zijn inhalige dealers, als aflossing van een eeuwig durende schuld.
Cheb: ‘Voordat ik het in de gaten had, zat ik alweer in de vicieuze cirkel.’

Komt het ooit nog goed?
Cheb veert een klein beetje op.
En of.
Hij is smoorverliefd.
Op Marijke.
Met haar zal hij gelukkig kunnen zijn.
Marijke moeten de rechters weten, is een hoogopgeleide vrouw die niet eens weet wat drugs zijn.
Zij komt niet uit het wereldje.
Marijke zoekt Cheb op in de gevangenis en samen volgen ze systeemtherapie wat volgens Cheb nu al vruchten afwerpt.

Cheb: ‘Ik heb de vrouw van mijn leven ontmoet. Zij heeft de waarden die altijd al in mij zaten naar boven gehaald. Al die jaren hunkerde ik daar naar. Het leven dat ik heb geleefd, haat ik. Mijn verleden stond in het teken van ontkennen. Maar ik heb nu het punt bereikt, dat ik helemaal klaar ben.’

De officier van justitie plengt geen tranen van ontroering en ook niet van grote vreugde nu een van de hardnekkigste justitieklanten op het punt staat een brave burger te worden. Hadden de rechters net niet opgemerkt dat bij Cheb sprake is van een hardnekkig terugvalpatroon?
Eén emotionele tegenslag en het gaat weer mis?
Dat staat in de rapporten, geschreven door de mensen die tien jaar geleden al rapporteerden zich geen raad te weten met deze verdachte.

Cheb mag dan een vriendelijke crimineel zijn waar je een verhaal met een glimlach over kunt schrijven, zij die door hem zijn bestolen, zullen daar heel anders over denken.
Zij zullen vinden dat Cheb niet om te lachen is en geef hen eens ongelijk.

Dat vindt ook de officier van justitie.
Zij zegt: ‘Meneer heeft zijn kansen gehad. Elke dag dat u vastzit, kunt u niets stelen. En dat is winst. Ik eis vijftien maanden celstraf plus die twaalf maanden die u in 2013 voorwaardelijk opgelegd heeft gekregen.’

Cheb kijkt bedenkelijk.
Kan hij niet iets terugdoen voor de samenleving?
Hij zou bijvoorbeeld de maximaal op te leggen werkstraf kunnen uitvoeren en dat dan tweemaal.
Hij zegt bang te zijn Marijke te verliezen als hij te lang in de gevangenis moet zitten.

Er valt even een stilte in de zittingszaal.
Cheb pakt de kans die hij niet krijgt van de officier van justitie.
Hij zegt dat hij als Marokkaan geen tweederangsburger wil zijn.
En dat hij graag met alle respect koning Willem-Alexander wil citeren: ‘Niet iedereen kan een Epke Zonderland zijn…’

Wordt vervolgd.

Rob Zijlstra

update – 22 februari 2016
Cheb is veroordeeld, maar heeft nog wel een kans gekregen. De rechtbank heeft een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd: 15 maanden waarvan 6 voorwaardelijk. De bonus van 12 maanden krijgt hij ook. De rechters achten alles bewezen met uitzondering van de insluiping bij de tandartsenpraktijk.

 

cheb de flipper

 

‘ Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend. Verscheidenheid zonder eenheid is los zand. Nederland is meer dan zeventien miljoen selfies. We hebben elkaar nodig, sterker dan we vaak zelf beseffen. Ieders gaven en vaardigheden zijn waardevol en belangrijk.

Niet iedereen kan een Epke Zonderland of Gijs Tuinman zijn. Niet iedereen kan uitblinken als leraar, dokter, wetenschapper of hulpverlener. Maar de kracht van Nederland omvat veel meer dan individuele talenten. De kracht zit in wat we er samen van maken (…)

fragment kersttoespraak 2014 van Willem-Alexander waaruit Cheb citeert  

Belazerd en bedonderd

Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd
En wat me nu na al die jaren nog verwonderd
Dat ik dat nooit vergeten zal al word ik honderd
Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd

 

Schermafbeelding 2016-01-14 om 23.06.07Wim is belazerd door een liefdeloze vrouw van plezier, terwijl Bart zo goed als zeker weet dat hij wordt bedonderd door die ellendige Wim met z’n malle praatjes.
Als het op belazeren en bedonderen aankomt, is de rechtszaal een waar lieglustoord.

Vier maal was de 54-jarige Wim uit Heerenveen op die zomerse dag in augustus (vorig jaar) bij Jennifer geweest, in de rosse buurt in Groningen.
Vier keer had hij haar ook betaald, tweehonderd euro per keer.
Ze had haar prijs.
Toen hij laat die nacht, vroeg in de ochtend, voor de vijfde keer voor haar raam stond, ging het mis.
Hij vroeg of hij mocht slapen op haar bed omdat hij moe was.
Maar de snode Jennifer peinsde er niet over en zei dat-ie maar ergens onder een brug moest gaan liggen.
De gek!

Wim zegt tegen de rechters: ‘Ik was teleurgesteld. Ik dacht dat het liefde was, maar het ging haar alleen maar om mijn geld. Ik voelde me besodemieterd.’
Rechters: ‘U was boos.’
Wim: ‘Nou ja, boos? Ik deed in ieder geval alsof. Ik laat mij niet in de maling nemen.’
Rechters: ‘U riep dat u uw geld terug wilde, dat u anders de boel in elkaar zou slaan.’
Wim: ‘Zij sloeg me op mijn kop.’
Rechters: ‘Ja, logisch, u pakte haar geld.’
Wim: ‘Haar vriend stond buiten.’
Rechters: ‘Is het waar dat u een bijl had meegenomen?’
Wim haalt de schouders op: ‘Nuchter val ik best mee.’

Dat van die bijl klopte.
Wim zegt dat hij ook wel begrijpt dat dat achteraf gezien wat raar overkomt.
Dat je dan rare dingen kunt denken.
Want wat doet een man met een bijl?
En het was natuurlijk ook niet netjes om haar geld te pakken.

Rechters: ‘Want daar had ze voor gewerkt.’
Wim: ‘Agenten zeiden tegen mij dat ik het geld terug moest geven. Dat heb ik toen ook gedaan.’

De rechters: ‘Vier keer tweehonderd euro op één dag, dat is best veel. Toch?’
Wim: ‘Ik had het gespaard over de jaren heen.’
Rechters: ‘Om het dan in een keer uit te geven?’
Wim die met zijn vinger een vuiltje van zijn mouw veegt: ‘Och, dat maakt mij niets uit.’

Er is nog meer aan de hand met deze verdachte.
Een maand eerder zou hij geld hebben gestolen uit een woning aan de Dorpsstraat in Drenthe. Volgens de aangifte gaat het om 8.275 euro.
Bart, de bewoner, zegt dat er in totaal zo’n 13.000 euro is verdwenen, op verschillende momenten.
Hij licht toe: ’Ik kan niet bewijzen dat hij het hele bedrag heeft gestolen’.

De bedonderde bewoner is handelaar in oud en ambulant goed, in oude tractoren bijvoorbeeld.
Het gaat vooral om contante handel waarvan niet zoveel op papier komt.
De contanten lagen verstopt in de woning.
Wim kwam vaak bij Bart over de vloer, gewoon voor de gezelligheid.
De gedupeerde handelaar zegt tegen de rechters: ‘Ja, hij vond het gezellig, maar ik niet. Ik vind hem een rare kerel.’

Op een dag wordt Wim slapend in zijn auto nabij het treinstation in Meppel aangetroffen door de politie.
Hij stond geregistreerd om aangehouden te worden in verband met die diefstal in de Dorpsstraat. Het kenteken klopt en in de auto vindt de politie het rode petje met daarop de naam Valentino Rossi.
Zo’n petje was ten tijde van de diefstal in de Dorpsstraat gesignaleerd.

De rechters: ‘MotoGP.’
Wim: ‘Rossi is mijn favoriet.’

Onder de bijrijdersstoel vinden de agenten nog iets.
Een plastic zakje met daarin 23.970 euro.
Wim zegt dat hij oude tractoren koopt, restaureert en weer verkoopt.
Beste handel.
Hij droomt van een Lanz Bulldog, een tractor met een liggende één-cilinder tweetakt gloeikopdieselmotor.
Het is de koning onder de tractoren en kost al gauw 30.000 euro.
Vandaar dat geld onder de bijrijdersstoel.
Wim: ‘Mijn spaargeld.’

In de Drentse Dorpsstraat was hij nooit geweest, vertelde hij eerst aan de politie.
Later zegt hij dat dat een leugentje was, dat hij er wel is geweest.
Maar nooit was hij in de woning, laat staan dat hij geld heeft gestolen uit het afgesloten kabinet in de woonkamer.

De rechters vinden het maar raar.
Sowieso.
Zo veel geld, terwijl hij officieel een inkomen geniet van 900 euro per maand.
Wim meent dat ze wel meer kunnen zeggen.
Hij rekt zich iets uit en zegt: ‘Ik, deze man, deed ooit op een racefiets 18 kilometer in 25 minuten.’
Met niet minder trots merkt hij op dat hij geen medicijnen gebruikt.
‘Ik ben anti-tablet.’

Goed, de drank was wel een probleem.
Maar, zegt hij: ‘Ik doe geen drank meer in de auto. Daar ben ik mee gestopt.’
Dat er aan zijn goede verstand wordt getwijfeld, vindt Wim hoogst merkwaardig.
‘Ooit heb ik in Drachten een hoogleraar ontmoet. We hebben gepraat en hij schatte mij in op een gemiddeld niveau. Ik sta open voor een behandeling, maar kom mij dus niet aan met psychiaters.’

De officier van justitie vindt dat er 8.275 euro aan Bart teruggegeven moet worden.
Dat Wim de dief van de Dorpsstraat is geweest, dat staat voor haar vast.
Hij is er met zijn rode petje gesignaleerd en hij belazert en bedondert de boel.
Eerst zegt-ie dat hij Bart niet kent, later geeft hij toe er regelmatig op bezoek te komen.
En al helemaal is er geen twijfel over de diefstal in de kamer van Jennifer, waarbij ook nog eens geweld is gebruikt.

De advocaat van Wim meent dat er amper van diefstal bij Jennifer gesproken kan worden.
‘Hij is maar heel even heer en meester van het geld geweest, geld dat hij heeft teruggegeven. En duwen is geen heus geweld. De misdaad in de Dorpsstraat kan niet worden bewezen, want er zijn slechts verklaringen opgetekend uit de mond van de bewoner. Dat is onvoldoende en dat betekent vrijspraak.’

De officier van justitie eist negen maanden celstraf waarvan er zes op de lat mogen komen te staan.
Als waarschuwing.
Met die drie maanden die overblijven is de tijd verrekend die Wim in voorarrest heeft gezeten. Neemt de rechtbank de strafeis over, dan kan iedereen overgaan tot de orde van de dag.

Bart van de Dorpsstraat verlaat hoofdschuddend de rechtszaal.

Rob Zijlstra

uitspraak op 28 januari

Lichtsnelheid en rommelzooi

Ze hadden cannabis, een fles
Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag
eenvoudig is te verkrijgen.

 

Schermafbeelding 2016-01-08 om 00.33.12Een strafzaak verloopt in de zalen van het recht volgens een vast stramien.
Zo krijgt de verdachte bij aanvang altijd allereerst te horen dat hij niet verplicht is antwoord te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Helemaal aan het einde van de strafzaak geeft de rechter aan de verdachte het hem wettig gegunde laatste woord.
Dat moet ook altijd.

Kennelijk is dit de meest effectieve manier om grip te krijgen op de onvoorspelbare wereld van de misdaad die zich juist niet laat vangen in orde en regelmaat.
De misdaad, hoe klein die ook is, kenmerkt zich door ordeloosheid.
Misdaad is vaak maar een rommelzooi.

Neem de 33-jarige Yousef uit Herat, Afghanistan.
Hij was de eerste verdachte die dit jaar in zittingszaal 14 terecht moest staan.
Yousef had in tien jaar tijd zijn honderdste misdaad gepleegd.
Bij de Plus-supermarkt in Groningen had hij een blikje vis en een zakje vissaus in de jaszak gestopt.
Plus-medewerksters zagen dat.

Yousef heeft het zo druk met stelen dat hij nooit is toegekomen aan het eigen maken van de Nederlandse taal.
Zo komt hij geen steek verder.

In 2014 jatte hij vijf bierkratten vol lege flessen uit een tuin van studenten.
De officier van justitie verzocht de rechtbank toen de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd op te leggen.
De Groninger rechters vonden twee jaar voor vijf kratten buiten de proporties.
Yousef kreeg drie weken celstraf.
Er volgde hoger beroep.
En wat?
De rechters van het gerechtshof vonden twee jaar isd heel gepast en legden die ook op.
Deze kwestie ligt nu ter boordeling bij de Hoge Raad.

Voor de nieuwe misdaad, het blikje vis met de saus, eiste de officier van justitie opnieuw de isd-maatregel.
De kans is daarmee vrij groot dat Yousef straks met twee isd-veroordelingen zit opgescheept.
Het zal de Afghaan vast worst wezen, maar zoiets kan helemaal niet. De wet voorziet er niet in.
De officier van justitie kwam met een voorstel: als hij er twee krijgt, executeren (voltrekken, uitvoeren) we er maar eentje.

Dat is niet netjes, maar wel praktisch opgelost.

Of neem de 28-jarige Wessel uit Oostrum, Friesland.
Wessel is tbs’er die in december 2014 in de Van Mesdagkliniek in Groningen met twee mede-patiënten flink aan de tetter was gegaan.

Ze hadden cannabis, een fles Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag eenvoudig is te verkrijgen, mompelde Wessel.
Hoe het zo kon gebeuren, dat andere, bleef tijdens de rechtszaak vaag.
Het varieerde van ‘het was gewoon uit de hand gelopen’ tot aan een geplande actie waarbij medeverdachte Bob een spel had gewonnen met als prijs dat hij diegene was die de moord mocht plegen.
Hoe dan ook, ze waren met een smoes de kamer van mede-tbs’er Willem binnengedrongen.

Omdat Willem een pedo is.
En van pedo’s worden wij niet vrolijk, zegt Wessel.
Een uur lang beukten ze kachel op hem in.

Willem overleefde de aanslag.
Waarom?
Wessel zegt dat hij daar niet om heen wil draaien: ‘Omdat de beveiliging kwam.’
Wat als die niet was gekomen?
Dan was Willem waarschijnlijk nu dood, antwoordt Wessel.
Hij zegt: ‘Dat is simpel zat.’
Was dat ook de bedoeling?
Wessel: ‘Nee, we wilden hem niet dood hebben. We wilden hem alleen maar waarschuwen. Was hij wel doodgegaan dan had ik dat verschrikkelijk gevonden.’

Behalve slaan en schoppen hadden ze Willem met een mes in de pols gestoken, dreigden ze zijn keel open te snijden en hadden ze een koord om de nek strak getrokken, zo strak dat Willem niet alleen dacht, maar ook voelde dat het over en uit was.
Wessel: ‘Klopt. We hebben hem flink toegetakeld.’

En dan is het even na drieën.
Buiten de orde om zeggen de rechters dat ze even willen bekijken hoe buiten de buien erbij hangen.
Er is nog meer ijzel op komst en iedereen moet veilig thuis kunnen komen.
Nog altijd code rood?
De rechters besluiten de strafzaak stil te leggen om ergens later dit jaar verder te gaan.

Ho, zegt de advocaat van Wessel: ‘Probleem.’
Wessel zit nog tot 31 januari in de tbs.
Daarna moet hij de kliniek verlaten, dan is hij klaar.
Maar hij heeft niks, hij zal op straat belanden en dakloos verder moeten leven.
Komt bij dat Wessel zelf liever gewoon tbs’er wil blijven.

Weer wordt praktisch nagedacht.
De rechters stellen voor om aanstaande maandag verder te gaan met Wessel.
De twee medeverdachten kunnen gerust later dit jaar.
Mocht de officier van justitie maandag een nieuwe tbs eisen (is de verwachting) dan kan de rechtbank nog voor de 31ste uitspraak doen.
Kan Wessel mooi blijven zitten waar hij zit.

Zo moet het niet, maar de oplossing is efficiënt en toepasbaar.

En dan was er op die eerste zittingsdag van het nieuwe jaar ook nog de 20-jarige Maron.
Hij wordt verdacht van een serie van 25 serieuze woninginbraken, gepleegd in 2014 in vooral Sappemeer, Hoogezand en Zuidlaren.
Begin 2015 werden Maron en vijf van zijn kompanen gearresteerd.
De medeverdachten zijn al eerder op vrije voeten gesteld, want de inhoudelijke behandeling van de strafzaak laat nogal op zich wachten.
In maart – dat is dus ruim een jaar na de arrestaties – moeten nog getuigen worden gehoord.
Pas daarna wordt een datum bepaald waarop de verdachten zich moeten komen verantwoorden.

De rechters zeggen tegen Maron dat ze flink hebben zitten rekenen en uiteindelijk tot een conclusie zijn gekomen.
Ze zeggen: ‘Uw tijd zit erop. U mag naar huis.’
De rechters hebben uitgerekend dat de straf die Maron uiteindelijk zal krijgen niet langer zal duren dan de tijd die hij nu al heeft vastgezeten.
En als dat zo is, dan wil de wet dat het mooi genoeg is geweest.

Niets kan sneller bewegen dan het licht, sprak Albert Einstein.
En waarom kan dat niet?
Albert Einstein: ‘Omdat anders oorzaak en gevolg verwisseld raken.’

In zittingszaal 14 heerst de orde van het recht, maar in de praktijk kun je met het vaste stramien alle kanten op.
Twee opgelegde straffen tegelijk kan, want eentje wordt toch niet uitgevoerd.
Moet ik weg?
Doe dan nog maar een tbs.
Of – geval Maron – dat je eerst je straf uitzit en dat pas daarna het strafproces volgt.
Eerst de uitslag, daarna de wedstrijd.

In de rechtszaal kunnen de vaste elementen sneller bewegen dan het licht.
Of dat geen mooi begin is van een nieuw jaar.

Rob Zijlstra

update – 11 januari 2016 – vervolg
Het Openbaar Ministerie heeft – zoals de verwachting was – tbs met dwangverpleging geëist tegen Wessel. De rechtbank doet op 25 januari uitspraak. Dat is een paar dagen voor de afloop van de gemaximeerde tbs van vier jaar die Wessel aan de broek had hangen. De nieuwe tbs is niet gemaximeerd. De officier van justitie zei dat Wessel daarom een ongewisse toekomst tegemoet gaat.

update – 25 januari 2016 – uitspraak
Wessel is – geen verrassing – veroordeeld tot tbs met dwangverpleging zonder einddatum.

Loodzware ballonnen

Schermafbeelding 2015-10-03 om 10.45.33Ik schreef dat Bram geen taartjes had meegenomen naar de rechtszaal, waar geen kleurrijke slingers en ballonnen hingen en dat de rechters ook niet voor een keertje gingen staan om hem in hun armen te sluiten, dan toch op z’n minst stevig zijn hand te drukken.
Bram zat 25 jaar in het vak en kondigde in de rechtszaal aan dat het mooi was geweest.
Nooit, maar dan ook nooit zouden ze hem weerzien.
Het besluit met de criminaliteit te stoppen was niet genomen tijdens de cursus ‘christelijk geloven’ die hij volgde.
De ware reden: Bram was zo vreselijk moe.
Het drugsverslaafde lichaam was doodop van een kwart eeuw jachtig leven op straat.

De rechters zeiden niet ‘nou Bram, heel veel succes en we gaan je missen na al die jaren’.
Wat werd uitgesproken was de strafmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders), bedacht voor veelplegers als Bram: isd is twee jaar met hulpverleners achter de tralies.

Deze week zat Bram er weer.
’t Is mislukt.
Had hij de vorige keer een partij moerdoppen gestolen bij de Praxis, ditmaal moest hij zich verantwoorden voor de diefstal van vier flessen Robijn (wasmiddel) bij de Coop en tien pakken koffie bij de Jumbo in Groningen.

Bram is begin dit jaar 50 geworden en nog altijd is hij onverminderd moe.
Niet alleen van het leven, maar hij is inmiddels ook moe van de hulpverlening.
Alles wat het hulpgilde de voorbije dertig jaar heeft bedacht de wereld te verbeteren, is op Bram losgelaten.
’t Hielp niets.

Bram heeft ook niet veel tekst meer.
Hij kent de rechterlijke riedels.
Laat hem maar weer twee jaar zitten, laat hem dan wel een beetje met rust en, als het even kan, wil hij ook graag zijn methadon blijven gebruiken.
Zo zal het gaan.
De officier van justitie eiste voor de vierde keer in acht jaar tijd de twee jaar durende isd-maatregel en de rechtbank zal die over twee weken opleggen.

Wat Bram is, probeert Nick (25) te worden.
Hij gebruikt heroïne en cocaïne en heeft ter financiering tachtig tot honderd euro per dag nodig.
Dat is dagelijks een loodzware opgave want hij heeft ook veel schulden.
Op een dag van hoge nood pikte hij de mobiele telefoon van zijn 16-jarige zus.
Hij verpatste het toestel voor een paar tientjes.
Tegen de rechters: ’t Klopt helemaal. Ik heb er natuurlijk wel spijt van.’

In de rechtszaal zit ook Nick’s moeder.
Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat Nick toch haar zoon blijft.
Namens haar dochter heeft ze wel een schadeclaim ingediend.
Droef: ’Ik heb hem zo vaak de hand boven het hoofd gehouden, maar dat kan ik niet meer.’

Nick had een tijdje in het metaal gezeten.
Van de daken van het winkelcentrum en de scholen in Hoogezand had hij lood gestolen.
De schade bij het winkelcentrum alleen al bedroeg 14.000 euro.
Lood stelen is zwaar werk.
Zo heel raar was het dus niet dat hij na de nachtelijke arbeid even was gaan rusten.
De volgende ochtend hadden ze hem slapend aangetroffen in het struikgewas bij de basisschool Het Ruimteschip (aan de Astronautenlaan).
Naast hem honderd kilo lood.

Ook daar heeft hij natuurlijk spijt van.
De man van het winkelcentrum die de schade komt verhalen (2500 euro eigen risico) zegt tegen de rechters dat hij naar de rechtbank is gegaan met het idee heel boos te zullen worden op de verdachte.
‘Maar ik zie een man die tussen wal en schip is gevallen. Ik wens hem heel veel sterkte en ik hoop dat hij het redt.’

Moeder slaat van schrik de handen voor haar mond en begint te huilen.
De winkelman troost haar.
Nick ruikt zijn kans en zegt dat hij nog wel een tip heeft voor de winkeliers: ‘Draai alle hekken eens op slot, dan kan ik ook niet binnenkomen.’

Na de strafzaak wordt Nick teruggebracht naar de psychiatrische kliniek waar hij momenteel verblijft en waar hij – mocht de rechtbank de strafeis van 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met voorwaarden overnemen – nog wel anderhalf jaar zoet is met de hulpverleners.

Dan stuitert de 30-jarige Patricia met een luid ‘hallo’ de rechtszaal binnen.
De diefstal van de telefoon en een armband bekent ze.
Geen probleem.
Nee, de portemonnee uit de kerk toen het koor zong niet.
Zeker weten van niet.

Rechters: En de diefstal van de telefoon uit het Vrijdag Theater?
Patricia: ‘Heb ik niet gedaan.’
Rechters: ‘Goed, dan gaan we de beelden bekijken.’
Patricia: ‘Ik heb het wel gedaan.’
Rechters: ‘Mooi, dan hoeven we de beelden ook niet te bekijken.’

Patricia is eigenlijk als Bram, alleen is zij – veel jonger – nog vol levenslust.
Voordat het proces goed en wel is begonnen, roept Patricia: ‘Luister, we kunnen hier natuurlijk een hele discussie aangaan. Maar kijk, voor mij ligt het gemakkelijk. Geef me alsjeblieft isd. Klaar.’

De rechters zijn een beetje beduusd.
Zo werkt het natuurlijk niet.
De rechters willen eerst de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd zorgvuldig bespreken, daarna willen ze praten over de persoonlijke omstandigheden en dan moet de officier van justitie er nog iets van vinden.

Praktische Patricia: ‘Toe nou mevrouw de rechter. U heeft mij al zo vaak veroordeeld. Ik ben hier zo vaak geweest. Het heeft geen zin. Straks geven jullie me een jaar of zo. Daar heb ik dan weer schijt aan. Dus. Geef me isd. Ik weet dat er een plekje vrij is, kan ik morgen aan de slag.’

De rechters: ‘Maar…’
Patricia die nu haar geduld begint te verliezen: ‘Ik ben gebruiker, jullie zijn rechters. Jullie begrijpen het niet. Ik heb hulp nodig in mijn kop. Als ik nu weer buiten kom, denk ik alleen maar aan geld, geld, geld. Dan gaat het weer fout.’

De officier van justitie zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.
Normaal gesproken vrezen veelplegers de isd.
Hij wikt en weegt.
Zegt dan: ‘Ik eis isd.’
Om praatjes achteraf te voorkomen: ‘Dat had ik ook geëist als verdachte het niet zou willen.’

Tja, zeggen de rechters op hun beurt: ‘Normaal doen wij altijd twee weken later uitspraak. Maar nu u zo aandringt veroordelen wij u tot de maatregel isd, 2 jaar.’

Patricia is blij.
Ze zou slingers en ballonnen willen ophangen, of haar rechters even in haar armen sluiten voor een knuffel.
In grote tevredenheid verlaat ze zittingszaal 14 en roept: ’Bedankt mensen. Doei.’

Rob Zijlstra

uitspraken Bram en Nick op 12 en 15 oktober

Moeders van de misdaad

Samen kwamen ze donderdagochtend het Groninger gerechtsgebouw binnen lopen.
Bij de hoofdingang werden ze te woord gestaan door de portier, gefouilleerd door de beveiligers en door een bode doorgestuurd naar de eerste etage waar zittingszaal 14 is gelegen.
Daar moesten ze nog even wachten.
Zij is een kleine vrouw, hij een lange slungel van 20 jaar.
Zij is ook de moeder, hij de verdachte zoon die zegt onschuldig te zijn.

Moeder steunt haar zoon.
Zij gelooft in hem.
Hij is haar oudste, hij gaat naar school en misschien is zij wel ontzettend trots op hem.

Twee uur later verlaten ze de rechtbank.
Ze pakken hun fietsen uit de stalling en rijden de Oude Boteringestraat in.
Zij gaat, zakdoekje om te deppen in haar hand, voorop, hij volgt op drie meter gedwee.
Zij is nog steeds de moeder, maar haar lieve zoon vol onschuld is inmiddels dader geworden.
Ik kan niet zien hoe boos, verdrietig en teleurgesteld zij is.

Bij de politie hield Jan vol dat hij er niets mee te maken heeft.
Hij heeft het niet gedaan.
Maar in de rechtszaal komt hij daar op terug: ‘Eigenlijk heb ik het wel gedaan’, mompelt hij in de richting van de rechters.
De rechters: ‘Hoort uw moeder dit nu voor het eerst?’
Jan knikt.
Rechters: ‘Dit is niet leuk voor uw moeder.’

Het gebeurde op 30 april, acht uur in de avond.
Jan draagt een jas, een pet en houdt een sjaal voor zijn gezicht.
Zo staat hij een kwartier te drentelen bij de kassa’s van Albert Heijn in de stad-Groninger wijk Vinkhuizen.
De camera’s registeren het, maar er is niemand die acht slaat op zijn aanwezigheid.
Albert Heijn let al lang niet meer op bij de kassa’s.

Dan opeens ziet hij zijn kans en slaat toe.

Hij duwt de kassamedewerkster (net twee dagen in dienst) opzij en graait 180 euro uit de kassa.
Dan holt hij richting uitgang.
Hij verliest honderd euro.
Bij de schuifdeur maakt hij een trappende beweging richting een achtervolgende medewerker. Eenmaal buiten weet hij te ontkomen.
De kassamedewerkster ligt buiten bewustzijn op de grond, ze is flauwgevallen.
Er komt een ambulance.
De jonge vrouw is in shock.

Jan: ‘Normaal zou ik zoiets nooit doen.’
Rechters: ‘Hm…’
Jan: ‘Ik ga zoiets ook nooit weer doen.’

Waarom hij het dan wel heeft gedaan?
Jan wil daar niet over praten.
Er is het verhaal dat hij is opgelicht met telefoonabonnementen en nu voor duizenden euro’s schulden heeft.
Een ander verhaal gaat dat Jan geld heeft vergokt in het casino.
Het blijft vaag.
Als de rechters doorvragen, wordt Jan onrustig, misschien voelt hij de blikken van moeders in de rug.
Hij zegt zacht dat die vragen niet gesteld mogen worden.
De rechters, luidt en duidelijk: ‘Wij mogen vragen wat we willen.’

Een kennis van de kerk had hem in de supermarkt herkend en noemde zijn naam toen de politie arriveerde.
Jan deed zelf de voordeur open.
Agenten zagen dat de kleding die hij droeg overeenkwam met de kleding van de geldgraaier op de camerabeelden.

Jan zegt beleefd dat het wel diefstal is, maar niet zo’n ernstige zaak.
Hulp voor zijn problemen, wil hij niet.
Hij helpt zichzelf wel, immers is hij al 20 en groot genoeg.
De reclassering noemt Jan een vlakke jongeman die keurige antwoorden geeft, maar nooit het achterste van zijn tong laat zien.

De officier van justitie hekelt de laconieke houding en eist meer dan ze aanvankelijk wilde eisen: opgeteld zes maanden celstraf wegens een diefstal met geweld.

Een diefstal met geweld is in de rechtszaal altijd erger dan een gewone diefstal.
Het verschil zit ‘m vaak in de hoogte van de straf.
Om van diefstal met geweld te kunnen spreken moet er een verband bestaan tussen de diefstal en het geweld.
Een jurist zal aanvullen dat het geweld er ook op moet zijn gericht de diefstal mogelijk te maken.

Na Jan neemt Ernesto in de verdachtenbank plaats.
Hij is vaker veroordeeld in zittingszaal 14, de laatste keer was dat in 2010; vier jaar celstraf wegens een poging tot doodslag.
Op 10 oktober vorig jaar komt er bij de politie in Groningen een melding binnen dat er iemand is beroofd van 10.000 euro.
Daarbij is een wapen gebruikt en een auto gezien.
Iemand heeft het kenteken genoteerd.
Kort daarop komt de melding dat een auto heel hard over de ringweg richting de A28, richting Assen rijdt.
Het gaat met snelheden van 180 kilometer per uur.

De auto staat op naam van Ernesto.
De politie zet een achtervolging in die gerust wild mag heten.
Op de Vaart in Assen komt de vluchtauto tot stilstand.
Agenten zien een inzittende in het water springen, een tweede man – Ernesto zo zal blijken- rent de Sluisstraat in.

Wat dit alles te betekenen heeft, zal misschien wel nooit duidelijk worden.
De politie kreeg er de vinger niet achter en de heel kwestie met dei vermeende beroving wordt geseponeerd.
Toch zit Ernesto in de verdachtenbank.
Dat kwam zo.

Terwijl de vluchtende Ernesto de Sluisstraat inrent, fietst daar een politieman in vrije tijd met zijn vrouw.
De agent hoort de sirenes en ziet een man rennen.
Ook een agent in vrije tijd weet dan genoeg en wat hij moet doen.
Hij spurt richting de hollende man en grijpt hem kordaat in de kraag.
Ernesto slaat om zich heen en raakt de agent op neus en oog.
De fiets valt.
Ernesto bedenkt zich niet, grijpt de tweewieler en gaat er wederom vandoor.

Niet lang daarna wordt de fiets van de agent aangetroffen, op de stoep, keurig op slot.
Een ingeschakelde politiehond snuffelt Ernesto, die zich in een tuin heeft verstopt, op.
Agenten slaan hem in de boeien.
Tegen de rechters: ‘Ik wist wel dat ze achter me aanzaten.’

Voor de officier van justitie is er geen twijfel mogelijk: ‘De fiets was niet in de beschikkingsmacht van de verdachte. Na die twee klappen was de fiets dat wel.’
De strafeis voor deze(fietsen-)diefstal met geweld: tien maanden gevang.
Daarnaast moet Ernesto – zo wilde aanklager – 320 euro betalen aan de politieman die vrij was. De agent zelf kan die twee klappen nog wel verkroppen, luidt de toelichting.
Waar de agent vooral last van heeft is dat zijn vrouw er last van heeft.

Aan het einde van het verhaal zijn altijd de moeders, de vrouwen, het slachtoffer van de misdaad.

Rob Zijlstra

update – 1 oktober 2015 – uitspraken
Ernesto heeft zich niet schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, maar aan een eenvoudige diefstal. Goed voor drie maanden celstraf waarvan er twee voorwaardelijk zijn. En die 320 euro hoeft hij niet te betalen: er is geen direct verband tussen de diefstal en de ervaren last.
Jan mag zich nog meer in de handen knijpen. Geen celstraf, maar een werkstraf van 120 uur (en drie maanden voorwaardelijk).

Naar de hoeren

 

In de rechtszaal bestaan geen taboes.
Er moet een aannemelijke waarheid op tafel komen en dan is alles geoorloofd.
En dus vraagt een van de rechters aan de man die onschuldig is tot het tegendeel kan worden bewezen of hij wel eens naar de hoeren gaat.
Tarek (28) die volgens ons systeem niet alleen een illegale vreemdeling is, maar ook nog eens ongewenst, zit half onderuitgezakt in de verdachtenbank, het hoofd een beetje schuin.
Hij antwoordt: ‘Soms wel. Soms niet.’

Daar moeten de rechters het maar mee doen.
Hij heeft, zegt hij bozig, met ‘die hele ding’ niets te maken.
De rechters geven zich niet zomaar gewonnen.
Ze vertrouwen Tarek voor geen meter.
Dat kun je duidelijk horen aan de toon van de vragen die ze stellen.
De rechters: ‘U bent aangehouden op 31 mei. U kon uw identiteit niet tonen, u kon niet aantonen wie u bent. Misschien gaf u wel een valse naam op. Misschien klopt het helemaal niet wat u aan de politie heeft verteld. Is dat zo?’

Misschien heeft Tarek instructies gekregen hoe in dit soort netelige situaties te handelen.
Zijn antwoord komt met de vanzelfsprekendheid van water uit de kraan: ‘Of dat zo is? Misschien wel. Misschien niet.’

Tarek wordt ervan verdacht dat hij heeft geprobeerd een prostituee in haar peeskamer in de rosse buurt van Groningen te beroven.
Als hij de man is die dat heeft gedaan, dan bood hij haar 350 euro aan voor een uur of drie plezier.
Toen alles gedaan was en ze de sokken weer aantrokken, spoot hij haar pepperspray in het gezicht en probeerde ondertussen het geld bijeen te graaien dat hij eerder aan haar had gegeven.

Zij gilde, hij rende weg, een heel gedoe.

De rechters hebben gelezen in het strafdossier dat Tarek misschien helemaal niet uit Bagdad komt, maar uit Tunesië.
Of zelfs uit Marokko.
En dat hij in de systemen voorkomt onder tien verschillende namen.
Dat moet wel verdacht heten.
Ook lazen ze dat Tarek of hoe hij ook mag heten, in vrij korte tijd 6.000 sms-berichten heeft verstuurd en dat 63 procent daarvan is verzonden vanuit Groningen.
En uitgerekend die telefoon was in de buurt van de peeskamer toen de prostituee pepperspray in haar gezicht kreeg.

Tarek: ‘Ik heb met deze zaak helemaal niks te maken, meneer de rechter.’

Hoe het dan kan dat zijn dna (mengprofiel) op de jas is aangetroffen die die nare klant was vergeten toen hij de peeskamer haastig hollend verliet?
Tarek haalt de schouders op.
Hij woont in een huis met veel mensen die allemaal illegaal en ongewenst zijn.
Zo zwerven ze door Duitsland, dan weer door Nederland om te overleven.
Hij oppert dat misschien een van die ongewensten een keer zijn jas heeft geleend.

De officier van justitie telt het belastende bij elkaar op en komt dan uit op een gevangenisstraf van een jaar.
Voor de poging tot diefstal en voor het feit dat Tarek als ongewenste vreemdeling toch in Nederland verblijft.
Wie Nederland niet wil verlaten, maar wel moet – kan rekenen op een stevig gedwongen verblijf alhier in een cel.

De 44-jarige Ruud – als ex-tbs’er (sinds 2014) een voormalig ongewenst mens – is ook verdachte en ook hij is het daar nadrukkelijk niet mee eens.
Sterker nog, Ruud had eerder een compliment verwacht.
Hij vertelt de rechters over zijn slaapstoornissen die hem ’s nachts op de been houden.
Om zich dan toch wat nuttig te maken gaat hij naar de tippelzone aan de Bornholmstraat in Groningen om er op de dames te passen.
‘Ik ben beschermer. In ruil voor wat eten en drinken. Zo overleef ik een beetje.’

Ineens was er gekrijs.
Suzanne gilde: ‘Ruud, help. Dit is er weer een’.
Of zoiets.
Ruud dacht onmiddellijk, vertelt hij aan zijn rechters, dat het foute boel was.
Hij dacht dat Suzanne werd beroofd.
Een week eerder was haar dat ook al overkomen.

En dus doet Ruud wat hij moet doen.
Hij springt in zijn rode auto en rijdt achter de zwarte auto aan die met gierende banden en zonder licht wegscheurt.
Op de parkeerplaats van de Hanos komt het tot een treffen.
Dat wil zeggen: Ruud rijdt met zijn auto tegen die van de rover, stapt uit en vat de man in de kraag.

Tegen de rechters: ‘Ik zei tegen hem, waar zijn we nou mee bezig?’
Rechters: ‘U trok de gouden ketting van zijn nek.’
Ruud: ‘Dat ging per ongeluk.’
Rechters: ‘De ketting is teruggevonden in uw broekzak.’
Ruud zucht. ‘Ik dacht, ik stop ‘m in de zak, dan heb ik het dna van de man.’
Rechters: ‘Hij had een heel dikke bult op z’n hoofd.’
Ruud, mokkend nu: ‘Je mag ook niemand meer aanhouden tegenwoordig.’

Er zijn getuigen, maar zoals het met getuigen gaat, hebben die allemaal iets anders gezien.
In het voordeel van Ruud speelt mee dat hij zelf 112 heeft gebeld.
Zelf vindt hij ook van belang dat hij bij die aanrijding niet harder reed dan twintig kilometer.
‘Dat vind ik binnen de grenzen.’
Hij had ook het kenteken kunnen noteren.
Ruud:’Ja. Dat heb ik vaker gedaan. Bleek het kenteken vals.’
Voegt toe: ‘Het is daar sowieso geen nette buurt.’

De politie kwam na dat 112-telefoontje na twintig minuten ter plaatste en tot Ruud’s grote ontsteltenis werd hij wel en die vermeende rover niet gearresteerd.
Zodoende had hij Suzanne ook niet meer kunnen spreken, hij had 79 dagen in de cel gezeten.
Achteraf hoorde hij dat van een beroving helemaal geen sprake was, maar dat Suzanne en die man, een klant, alleen maar wat onenigheid hadden over de prijs.
Dat zal, zegt Ruud: ‘Neemt niet weg dat ik mij geroepen voelde in te grijpen.’

De officier van justitie komt met de juridische kwalificatie: mishandeling en diefstal van de ketting.
Ruud vindt dat niks en al helemaal niet rechtvaardig: ‘Het was een burgeraanhouding.’
Dat vindt ook zijn advocaat. ‘Er was sprake van een bedreigende situatie. Er is geweld gebruikt, maar niet disproportioneel. Er is geen sprake van wederrechtelijkheid, de feiten zijn dan niet strafbaar.’

De officier van justitie ziet het anders en eist een celstraf van honderd dagen waarvan 21 dagen voorwaardelijk.
Wat dan netto overblijft – 79 dagen – is de tijd die Ruud al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan zal het zijn alsof er niets is gebeurd.

Rob Zijlstra

De uitspraak is over twee weken

Bugatti

Schermafbeelding 2015-09-03 om 17.51.57Ze betraden misschien wel zonder het zich te realiseren die nacht historische grond: Huize Maas aan de Vismarkt 52 te Groningen.
The Ramones hebben er opgetreden, op een zondag in mei, 1977.
Met in het voorprogramma: Talking Heads.
Een half jaar later zong Johnny Rotten met de Sex Pistols er zijn God Save the Queen en andere vlotte liedjes.
In 1978, Dire Straits.
Hoewel hun liedjes volgens de krant van toen alledaagse mijmeringen waren, dichtte de recensent (Syp Wynea) het bandje wel een toekomst toe.

Er zijn vast nog wel gekkere dingen gebeurd in het vermaarde horeca-etablissement.
Half Groningen leerde er sinds Herman Maas er in 1925 de deuren opende, bijvoorbeeld dansen.

De optredens van Joey Ramone, Johnny Rotten en Mark Knopfler zijn voor zover bekend niet op film vastgelegd.
Het optreden van de drie goedgemutste mannen van die nacht, begin dit jaar, wel.
Te zien is hoe twee van hen de vierhonderd kilo wegende kluis op een steekkar naar buiten rijden.
Daarvoor hebben ze het stalen gevaarte bevrijd van de vloer waar het met bouten aan was vastgeschroefd.
Ze waren er uren mee zoet.

Buiten, ook daar een camera, wordt de kluis in een gereedstaande auto getild, in een grijze Mercedes, model station.
Het is dan acht uur in de ochtend, een tijdstop dat het op zondag nog rustig is in de Haddingedwarsstraat.
Als een van de mannen de achterklep dichtslaat, knalt de achterruit eruit.
De kluis paste net niet.
De camera’s registreren vervolgens hoe de Mercedes met kluis en drie mannen, nog altijd met de mutsen diep over de hoofden, wegrijdt.
In de kluis: 13.000 euro.

Drie minuten later wordt de auto geflitst op het Emmaviaduct vanwege een snelheidsovertreding. Op de flitsfoto is te zien dat achterin de auto iets groots ligt en dat er iets is met de achterruit.
Het kenteken brengt de politie naar een autoverhuurbedrijf waar Al staat geregistreerd als de huurder.

De politie vindt het hoogst interessant.
Kort voor de inbraak bij Huize Maas is een speciaal rechercheteam opgetuigd dat een serie recente kluiskraken elders in Groningen moet onderzoeken.
Tussen de verschillende inbraken zijn overeenkomsten.
Dat was opgevallen.
Het onderzoek krijgt een codenaam: Bugatti.

Die zondagochtend registreert de politie nog iets.
Surveillerende agenten – nog onwetend van de kraak bij Maas – zien een auto rijden met een kapotte achterruit.
De agenten maken een praatje met de bestuurder.
Dat is ene Al.
De bijrijder is Sonny.
Op de achterbank zit Mo, dan wel een man die zich legitimeert met een rijbewijs van Mo.

In mei worden de verdachten gearresteerd.
Afgelopen week moesten ze zich al verantwoorden.
Mo ontkent.
Tegen de rechters zegt hij al drie jaar niet in Groningen te zijn geweest en dat hij ook al heel lang zijn rijbewijs kwijt is.
Nee, hij heeft geen tweelingbroer.
Ook Al ontkent iets te maken te hebben met de kraak bij Huize Maas.
De auto die hij huurde misschien wel.
Zeg het maar.
Zelf lag hij die nacht thuis te slapen.

Ook Sonny is het niet geweest.
Hij zat die ochtend wel even bij Al in de auto, dat klopt wel.
Al bracht hem naar huis omdat hij zelf die nacht bij zijn alibi had doorgebracht.
Bij een kennis van wie hij de naam liever niet wil noemen.
De rechters: ‘U was bij een vrouw.’
Sonny: ‘Ik ben getrouwd, het ligt nogal gevoelig.’

In Huize Maas is inbrekerswerktuig aangetroffen, een koevoet bijvoorbeeld.
Met zo’n ding kun je deuren openen die voor anderen gesloten blijven.
Het Bugatti-team besnuffelt het werktuig eens goed en vogelt uit dat alleen Praxis dit model in de verkoop heeft.
De Praxis-chef raadpleegt de administratie en zegt dat er in de voorbije drie weken vijf van die dingen zijn verkocht.
De momenten van verkoop staan geregistreerd, tot op de minuut nauwkeurig.
Kijk maar eens op een kassabonnetje.
Zo blijkt een koevoet te zijn gekocht op 29 januari, om zo en zo laat, ruim een week voor de inbraak bij Huize Maas.

Bij de kassa’s van de Praxis waken camera’s over hun en uw eigendommen.
De Praxis-chef zegt dat uw beelden drie weken worden bewaard.
De beelden van 29 januari zijn er nog.
Het Bugatti-team gaat er goed voor zitten, terwijl Praxis de band doorspoelt naar het moment van aankoop.
Ze zien een man bij de kassa een koevoet afrekenen.
Het is Sonny.

Huize Maas is niet de enige kraak die de mannen in de schoenen wordt geschoven.
Er zijn in totaal vijf verdachten die in wisselende samenstellingen op pad zouden zijn geweest. Ook café de Toeter, Restaria Zuid, Hair Fashion en Tech Grow (Groningen), een conferentiecentrum (Bakkeveen), Motel van der Valk (Westerbroek) en de sporthal in Doezum kregen bezoek van in kluizen geïnteresseerde mannen.

Ook drie ramkraken, bij een sigaretten- en tijdschriftenwinkel en tweemaal bij vestigingen van Albert Heijn in Groningen worden aan twee van de vijf verdachten toegeschreven.
Daarbij zijn voor duizenden euro’s aan sigaretten gestolen.
Om de winkels binnen te komen, werden auto’s als stormram gebruikt.
Gestolen auto’s.
Op camerabeelden is te zien hoe een gemutste man bij de AH sloffen sigaretten in een dekbedovertrek met opvallend motief kiepert.

Een soortgelijk dekbedovertrek werd in een keukenkastje aangetroffen tijdens een huiszoeking bij verdachte Kali.
Hij haalt de schouders er over op.
Het zal.
’t Zegt volgens hem niks.
Er bestaan wel meer dekbedovertrekken.
Verder wil Kali zwijgen omdat het tegen zijn principes is te praten.

De mannen zijn tussen de 22 en 38 jaar oud.
De een is lui en nergens in geïnteresseerd en woont nog thuis bij zijn ouders waar hij heel de dag niets doet, de ander is verslaafd aan cannabis, heeft schulden bij zijn moeder en wil een voorbeeld zijn voor zijn zoontje.

Sonny zegt dat zijn vrouw en twee kinderen sinds de arrestatie aan hun lot worden overgelaten.
Tegen de rechters: ‘Ik moet dus zo snel mogelijk naar huis.’
Verdachte Al kampt met zijn gezondheid vanwege alle stress, zucht en kreunt hij.
Mo brengt nog even naar voren dat alle Marokkanen niet alleen op elkaar, maar vooral ook op hem lijken.
Een vergissing in zijn nadeel is dus snel gemaakt.
Of de rechters daar ook even rekening mee willen houden.

De eisen variëren van 8 tot 36 maanden gevangenisstraf.

Rob Zijlstra

update – 11 september 2015 – uitspraken
De mannen zijn veroordeeld conform de eisen. Alleen de man (Kali) die 36 maanden had horen eisen kreeg een ons minder: 24 maanden. De rechtbank acht niet bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de drie ramkraken.

Geen werk, mooi werk

mijn wenkbrauw zit
al bijna in de haargrens
als ik u dat hoor zeggen

 

Franky kun je rustig een apart geval noemen.
Hij is net een paar weken 21 jaar, hij heeft geen diploma’s, geen werk en geen werkervaring.
Hij heeft wel een vriendin.
Elke dag wacht hij bij het hek van de school om haar op te halen.

Zijn moeder had gezegd dat hij liegend en bedriegend door het leven gaat.
Ze noemt haar zoon een ‘luie, manipulatieve klootzak’.
Als de rechters hem dat voorhouden, zegt Franky: ‘Dat is natuurlijk niet leuk.’
Maar de zorgen die er over hem zijn – zorgen van hier tot helemaal aan Tokio – zijn misplaatst, vindt hij.
Dat komt door zijn vriendin.
Dankzij zijn vriendin zal hij op het rechte pad blijven.

Als hij dat zegt, staren de rechters hem met grote ogen aan.
Een van de rechters: ‘U bedoelt uw vriendin van 14 jaar die al eens zwanger van u is geweest en toen abortus pleegde?’
Franky knikt: ‘Die ja. Ze is trouwens bijna 15.’

Hij had ingebroken bij een kennis van zijn vader.
Uit de woning had hij naar eigen zeggen speelgoed en een hoop troep gehaald, uit de schuur onder meer gereedschap, een lasapparaat, een werkbank, een slijpmachine, een boorstander, een tafelzaagmachine.
De Volkswagen Golf die er ook stond, had hij verpatst bij de sloop.
Had nog 150 euro opgeleverd.

Dit was niet alles.
In Muntendam had hij ingebroken in een woonvoorziening waar zijn vriendin verblijft.
Daar pikte hij geldkistjes en pinpassen met bijbehorende pincodes.
Met het gepinde geld deed hij boodschappen en verbleef hij een paar nachten bij Van der Valk.

Hij zegt:‘Het was steeds haar idee en ik was zo stom om het te doen.’
Wat ook meespeelde was dat hij het huis was uitgezet.
‘Ik kon nergens heen.’
Het was ook daarom dat hij de banden van de auto van zijn broer had lek gestoken.
‘Hij zou me helpen, maar hij trok de handen van me af.’
Verder zijn er nog wat vernielingen, wat diefstallen met braak, bedreigingen, een zware mishandeling.
Opgeteld: 18 misdrijven.

Franky wil wel een behandeling.
Hij wil dan wel leren, zegt hij, dat hij eerst moet nadenken en dan pas moet doen.
De rechters zeggen dat ze iets opmerkelijks hebben gelezen in het strafdossier.
‘U bent al vaak veroordeeld, ook door kinderrechters, u heeft een fors strafblad, bent inmiddels veelpleger (erkende status), maar u drinkt geen alcohol en u gebruikt ook geen drugs. Dat maakten we nog nooit mee.’
Franky glimlacht en zegt: ‘En ik rook ook niet.’

Hij heeft een hulpverlenende coach die laat weten dat hij al een tijdje niet door de politie is gebeld.
‘Dat is dus positief.’
De coach zegt ook: ‘Franky is een prima jongen, alleen we krijgen hem niet tussen de lijntjes.’

De coach: ‘Hij is meerderjarig, dus dwingen kunnen we hem niet.
Hij woont nu zelfstandig en eerlijk gezegd hoop ik dat dat misgaat zodat hij noodgedwongen bij ons komt. We houden een plek voor hem vrij.’
De hulpverlener geeft toe dat hulp verlenen aan Franky is als trekken aan een dood paard.
‘Maar we laten hem niet vallen, want dan is het hek van de dam.’

Rechters: ‘Wat gaat er gebeuren als de verkering uitgaat?’
Franky: ‘Dan blijf ik op het rechte pad.’

De officier van justitie noemt de verdachte een plaag voor de samenleving die een forse straf verdient.
Hij wil dat Franky zijn zelfstandige woonruimte opgeeft en onder de vleugels van de coach gaat wonen.
Doet hij dat niet, dan kost hem dat negen maanden celstraf.
Die maanden gelden daarom als voorwaardelijk.
Daarnaast is er de onvoorwaardelijke strafeis: een half jaar zitten.

De advocaat zegt dat het opleggen van straf in dit aparte geval niet zal helpen.
Hij snapt de aanklager overigens wel: de officier van justitie moet wat, voor het oog van de buitenwacht.
‘Maar ik pleit voor een tweede kans. Voor een laatste kans.’

Er zat deze week nog een apart geval in zittingszaal 14.
Het betreft een vrouw die niet in het echt Natasja heet, in Assen woont en over een paar dagen 40 wordt.
Zij genoot wel opleidingen, heeft werkervaring en had een baan.
Ze was administratief medewerkster van een bedrijf dat internationaal actief is in de scheepsbouw in Sappemeer.
Het ontslag was op staande voet.

Tussen januari 2007 en september 2011 zou zij geld van haar werkgever hebben verduisterd (gestolen).
Toen ze na vier jaren tegen de lamp liep, was de verduistering opgelopen tot bijna 150.000 euro.

De verdenking is dat ze bedrijfsgeld overmaakte op haar eigen rekening, soms duizenden euro’s per maand en dat ze aankopen deed met de pinpas van het bedrijf.
De bankpas lag met pincode in een zwart doosje in een van de lades van haar bureau.

Natasja zegt niet zo veel.
Bij de politie had ze het een klein beetje toegegeven.
In de rechtszaal antwoordt ze dat het wel zou kunnen, dat ze het niet meer weet en dan weer dat ze het niet heeft gedaan.
Een van de rechters: ‘Mijn wenkbrauw zit al bijna in de haargrens als ik u dat hoor zeggen.’

Een vraag was of het niet merkwaardig is dat een bedrijf in de scheepsbouw aankopen doet bij Vera Moda, We Men, Ici Paris en bezoeken brengt aan Sundays (zonnestudio)?
Dat een scheepsbouwbedrijf toch geen schoenen koopt bij Manfield in Assen?
En wat moet een scheepsbouwer met lingerie?

Wat ze toegeeft is goed voor 40.000 euro.
En de rest?
Ze zegt, zachtjes, dat de jongens van de werkvloer ook van het pasje gebruik maakten.
En dat de jongens, net als de directeur zelf trouwens, nooit bonnetjes hadden als ze de pas hadden gebruikt.

De rechters hadden gelezen dat Natasja aan haar vriend een bijzonder cadeau had gegeven: een feestje met een optreden van Mooi Wark.
Had haar 3400 euro gekost.
Ging daar het geld naar toe?
Naar dat soort dingen?
Ze zwijgt.

De strafzaak wordt, ook apart, niet afgerond.
De advocaat zegt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om de financiële kant van de zaak te bestuderen.
Het Openbaar Ministerie had het dossier immers te laat bij hem afgeleverd.
Ook moet de advocaat – voor iets heel anders – over een uurtje al in de rechtbank van Assen zijn.
De strafzaak krijgt iets gehaasts, iets lelijks.
De rechters besluiten halverwege te stoppen om later verder te gaan.
Later is in dit geval: oktober (nog wel van dit jaar).

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 6 juli 2015
De rechtbank acht alle feiten die aan Franky ten laste waren gelegd bewezen. De opgelegde straf: 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij zich laten behandelen en moet hij onder begeleiding gaan wonen bij de mensen die hem willen helpen.

Geld & alcohol

het verdriet van Yanar
zit verwerkt in een
getatoeëerd traantje
onder zijn oog

 

Misschien is het wel waar dat in ieder mens van nature een paar gram slechtheid schuilt en dat daarom misdaad bestaat.
Zo er ook plastic in zee drijft.
Wie weet.
Met grotere stelligheid durf ik op te schrijven dat er misdaad onder ons is als gevolg van geld – te weinig of te veel – en – idem – alcohol.

Nooit zal ik de verdachte Peter vergeten, toen 31 jaar.
Bij de Spar had hij rode wijn gestolen, bij de iets verderop gelegen Gall&Gall aan het pleintje was hij gaan slaan om een fles whisky te bemachtigen.
Met de buit holde hij naar huis waar hij – eenmaal dronken – zijn geliefde in elkaar beukte.

Op een dag pikte zij dat niet meer en belde gebutst de politie.
Agenten kwamen opdraven en hielden Peter aan terwijl hij diep was weggezakt in zijn zoveelste roes.
Rond zijn bed een zee aan lege (en gestolen) drankflessen.

Peter was een man met vermogende ouders.
Om aangenaam te leven kreeg hij 15.000 euro per maand toegeschoven.
Daar hoefde hij niets voor te presteren.
Toen zijn ouders kwamen te overlijden, vloeide er een paar miljoen naar zijn bankrekening.
Waarom dan stelen met al dat geld, met al die euro’s?
Simpel: ’t was op.
Verbrast. Opgezopen. Verpist.
Peter had niets meer.
Zelfs de schadeclaim van Gall&Gall, twee tientjes, kon hij als ex-miljonair niet betalen.
De duurste afkick-klinieken in het buitenland had hij bezocht, daar waar ook benevelde wereldberoemdheden komen, maar geholpen had het niet.
Hij moest wel stelen.

Is het niet de drank, dan is het wel het geld.
Yanar (20) heeft nooit vermogende ouders gehad.
De ouders die hij wel had, zijn dood.
Oma voedde hem op.
Na een lange vlucht uit Azerbeidzjan belandde hij in Noord-Groningen, niet ver van waar ook dronken Peter was neergestreken.
Een stage bij de V&D in Groningen mislukte omdat hij er van veel te vroeg tot veel te laat en altijd te hard moest werken.

Yanar had 65 euro per week te besteden.
Dat was per week te weinig, daar hij met dit geld ook zijn dagelijkse jointjes moest financieren.
Aan de bewindvoerder had hij om opslag gevraagd, een beetje extra maar.
Over een week zou oma jarig zijn en hij wilde iets voor haar kopen.
De bewindvoerder hield voet bij stuk en gaf geen cent extra.
Yanar zei daarop boos dat hij dan op zijn eigen manier geld zou gaan halen.

Kort daarna, op nieuwjaarsdag, stapte hij met een muts over zijn hoofd en een vuurwapen in de linkerhand de frietkraam in Tuikwerd in Delfzijl binnen en eiste met trillende knieën het geld in de kassa op.
De doodgeschrokken frietmedewerkster drukte op het stille alarm en griste wat bankbiljetten bijeen.
Met honderd euro ging Yanar er vandoor.

Nee, zegt hij tegen de rechters, het is niet de manier.
Maar wat moest hij dan?
Hij had geldnood. Dus.
En nu?
Hij zegt: ‘Oma is teleurgesteld.’
En verder?
Hij wil met rust gelaten worden, zijn straf uitzitten en dan werken.
En als dat niet lukt gaat hij terug naar zijn land, dan wil hij weg van hier, van hier waar grote mensen alleen maar onzin praten.

Jawel.
Hij heeft wel aan dat meisje van de frietkraam gedacht.
Maar pas later.
Niet toen hij het ging doen, want dan denk je niet aan zoiets.
Nu wel.
De reclassering waarmee hij niets te maken wil hebben, schreef dat Yanar een kwetsbare jongeman is die al veel in zijn leven heeft moeten meemaken en de neiging heeft dat te overschreeuwen.
Het verdriet van Yanar zit verwerkt in een getatoeëerd traantje onder zijn oog.
Wat de officier van justitie betreft hoeft Yanar de komende tijd te werken noch oplossingen te verzinnen voor geldnood.
Hij eist vier jaar gevangenisstraf.

Hannes combineert geld en drank.
Hij steelt al jaren als gevolg van geldnood ten behoeve van drank.
Eens was hij goed voor twee flessen jenever per dag, tegenwoordig houdt hij het vooral bij bier en whisky.
Een dag voordat Yanar de frietkraam bezocht, keilde Hannes aan het Helperplein in Groningen een baksteen door de etalageruit van Gall&Gall (ja, die weer).
Hij was op dat moment al flink dronken.
De volgende ochtend was hij wakker geworden in Oude Pekela bij een kennis.
In het bed waarop hij lag, lagen ook zeven flessen whisky.
Toen de drank drie dagen later op was, zou hij hebben ingebroken in de woning van zijn moeder.
De buit: een fles bessenjenever en een krat Amstel.
Eis: vijftien maanden.

In de zalen van het strafrecht zijn wekelijks dit soort geld- en drankverhalen op te tekenen.
Soms, heel soms, gaat het andersom.
Zoals bij Max, een jongeman van dan 21 jaar uit Oezbekistan die deel uitmaakte van een criminele bende die zich in Oost-Groningen schuldig maakte aan moord (althans pogingen daartoe), vrijheidsberoving, drugshandel, bedreigingen en gewapende overvallen op hennepplantages.

Max zou betrokken zijn geweest bij een woningoverval (met hennep) in Froombosch.
Iemand had hem met zijn oorbellen door zijn oren herkend, op de plaats-delict was een muts gevonden met daarop zijn dna.
De rechtbank veroordeelde hem tot vier jaar.
Zijn rechters wilden niet weten dat bij hem sprake was van een ‘psychotisch beeld’, veroorzaakt door een ‘schizofreen proces’.

Er volgde hoger beroep.
In het Paleis van Justitie in Leeuwarden stelden de raadsheren ter plekke vast dat Max geen gaatjes in de oren had en ten aanzien van de muts met dna luidde het oordeel dat de muts er door anderen kan zijn neergelegd.
Vrijspraak.

Max had drie nachten in een politiecel doorgebracht.
Daarna had hij vijf nachten met beperkingen een huis van bewaring gezeten, gevolgd door nog eens 736 nachten zonder beperkingen, zij het wel opgesloten en van de vrijheid beroofd.
En dat ten onrechte.

De advocaten stelden voor om aan Max een schadevergoeding toe te kennen.
Voor de eerste acht dagen 105 euro per etmaal, voor de 736 daaropvolgende nachten tachtig euro.
En omdat bij Max dus wel sprake is van een ‘schizofreen proces’ zou het standaardtarief moeten worden verdubbeld.
Ook de kosten van het verzoek tot schadevergoeding – 550 euro – zou moeten worden vergoed.

De rechters dachten diep na en besloten toen de Staat der Nederlanden te verplichten om aan de jonge Oezbeek (op een tientje na) 120.000 euro te betalen.

Proost.

Rob Zijlstra

uitspraken op 25 juni

Harde wind

het gros van de misdaad
wordt berecht in lege rechtszalen

De een had twee blikjes bier gejat bij de Jumbo, een ander deed ontuchtig op een rijwiel, de derde stal een fiets met een kinderzitje dat hij wilde schenken aan een jarige kennis, er was een verliefd stel uit Veendam dat zich had laten verleiden door het groene goud, er waren verdachten die niet kwamen opdagen en natuurlijk was Pieter er.

Pieter verklaarde dat hij omver was geblazen door de wind.
Vandaar.
Hij zal het nooit weer doen, dat moet de rechter dan maar beschouwen als een voordeel.

Elke dag, week in week uit, jaar na jaar, zijn er op zo’n twintig plaatsen in Nederland zittingen van de politierechter.
Het gaat over kleine, niet al te complexe strafzaken.
Liquidaties, gewapende overvallen, mensenhandel, roversmannen in zwartleren jassen op grote brommers zijn natuurlijk ontzettend erg, het gros van de misdaad in Nederland is tamelijk pietluttig van aard.

Met dit laatste moet overigens niet zijn gezegd dat het niks voorstelt.
Er zijn wel slachtoffers (zonder slachtoffers geen misdaad).
Grote slachtoffers van de kleine misdaad zijn zonder twijfel de Jumbo’s en de Albert Heijnen.
V&D doet hier (hier wel) ook nog goed mee, de MediaMarkt heeft camera’s te weinig om het dagelijkse geboefte in beeld te brengen (dat is wel gek).

Het gros van de misdaad wordt berecht in de nagenoeg lege rechtszalen van de politierechters.
Zonder camera’s, geen tekenaars, nooit veel pers.
Er zijn dagen dat meer dan de helft van de verdachten niet eens komt opdagen.

Harm, 48 jaar, zit ieder jaar een paar maanden vast, zijn strafblad is een boekwerk.
Hij had in juni vorig jaar bij iemand uit de tuin drie kratten met lege flesjes Warsteiner gestolen.
Voor het statiegeld.
Vorige maand werd hij gearresteerd toen hij bij de Jumbo alleen een citroen afrekende en niet de twee blikjes bier onder de jas.
Volgens de reclassering is er bij Harm sprake van een ‘prille positieve ontwikkeling met een wankel evenwicht’.

Politierechters denken hardop.
De rechter denkt: ‘Het prille positieve valt wankelend weg tegen het negatieve strafblad.’
Harm wordt veroordeeld tot 64 dagen celstraf waarvan 60 dagen voorwaardelijk en een werkstraf van 40 uur.
Als Harm drie uur te laat zijn gezicht laat zien in de rechtszaal, zegt de rechter: ‘Jammer dan, ik had graag naar u geluisterd.’

Ab uit Delfzijl, 39 jaar, is nummer twee van de dag en is wel op tijd gekomen.
Hij hoort een week voorwaardelijke gevangenisstraf eisen.
De politierechter vraagt: ‘Nou, wat vindt u van die eis?’
Ab, hij heeft enige ervaring: ‘Poeh, ik mag van geluk spreken.’
Rechter: ‘Spijker op z’n kop, Ab.’

Ab had een fiets met kinderzitje gestolen.
Hij doet wel vaker fietsen.
De politierechter: ‘Lijkt toch nergens op. Bent u gewetenloos?’
Ab zegt van niet.
Hij zegt dat hij bezig is zijn leven te beteren.
Misschien is het de verveling wel, oppert hij.
De politierechter: ‘Ga dan hardlopen. Of voetballen. In plaats van fietsen stelen.’

Ab vertelt dat zijn moeder is overleden en dat hij haar heeft beloofd het rechte pad te bewandelen.
Zegt:‘Ik zit al in een stijgende lijn, alleen eet ik nog niet goed. Daar werken we nu aan.’
Ab krijgt zijn week voorwaardelijk.
De rechter zegt op vaderlijke toon: ‘Zo’n belofte aan uw overleden moeder, dat is niet niks. Maak er wat van.’

Het kinderzitje op de fiets die Ab had gepikt, was bestemd voor jarige Alie (26) uit Veendam.
Alie moest zelf ook terechtstaan, samen met haar partner Jan (30).
De gestolen fiets stond zonder zitje te koop op Marktplaats, op haar naam.
Ze zegt: ‘Maar dat wist ik dus niet. Ik wist niet dat die fiets op Marktplaats stond. De fiets stond gewoon voor ons huis.’
En dat kinderzitje?
‘Ach, zo eentje wilde ik helemaal niet.’

Jan en Alie hadden financiële problemen en zitten, zegt de officier van justitie op ernstige toon, nu nog dieper in de shit.
Hij zegt: ’Nog meer schulden, woning kwijt en dan moet ik nog komen.’
Jan en Alie trapten in de verleiding van het groene goud, 70 plantjes hennep.
Het bewijs bestaat uit vervuilde koolstoffilters en de hoeveelheid kalkafzetting op de potten.
Op grond daarvan gelooft de politierechter dat ze twee keer een oogst hebben binnengehaald.

Jan, Alie en kind moeten rondkomen van 60 euro in de week.
De officier van justitie zegt dat dat niet veel is en wil daarom de beroerdste niet zijn.
Naast werkstraffen van 150 uur (Jan) en 120 uur (Alie), stelt hij voor dat het stel 6.000 euro in de staatskas stort, zijnde de berekende drugswinst.
De politierechter kan zich vinden in de eisen.
Ten aanzien van de drugswinst: ’Laten we 5.000 euro doen. Dan zit ik niet aan de hoge kant.’

Pieter (44) is ’s middags de laatste klant van de dag.
Hij beklaagt zich bij de rechter.
‘Nou zit ik al anderhalve maand vast voor een diefstal. Dat kan toch niet?’

Pieter had, met de capuchon over het hoofd, voor 695 euro geurtjes uitgezocht bij parfumerie Douglas.
Als de frêle verkoopster bezig is met chique strikjes, grist Pieter plots de hele handel van de toonbank en holt het winkelpand uit.
Een beveiliger weet hem een halve straat verderop bij de kladden te grijpen.
Daarbij zou een klap zijn gevallen en juist dat zint Pieter niet.
Zegt: ‘Ik heb een diefstal gepleegd. Dat klopt. Maar ik heb die meneer niet geslagen. Dat klopt totaal niet.’
Er zijn camerabeelden waarop alleen de getuige is te zien die zegt dat ze zag dat Pieter sloeg.

De politierechter vraagt: ‘Heeft u schulden?’
Pieter: ‘Naah. Ik heb een paar dingetjes die opgelost moeten worden.’
Rechter: ‘Waarom gaat u stelen?’
Pieter: ‘Nou. Ik werd dus omver geblazen door de wind. Ik kwam ten val, precies op mijn zij. Daarbij is mijn bankpasje gebroken. En ik had geld nodig. Een vriend van wie ik iets kon lenen, was niet thuis. Ik was wanhopig. Het had nooit mogen voorvallen. Gelukkig gaat het nooit weer gebeuren. Dat is dan weer in mijn voordeel.’

Pieter krijgt drie maanden celstraf.
Boos: ‘Voor een diefstal?’
Rechter: ‘Ja. Drie maanden. Dat betekent dat u op 11 april weer een vrij man bent.’
Pieter: ’Oh, maar daar ben ik wel blij mee.’

Zittingen van de politierechter zijn misschien wel de meest vreemdsoortige bijeenkomsten die er van maandag tot en met vrijdag in de rechtsstaat bestaan.

Rob Zijlstra

Vergeten herinneringen

‘’Misschien heb ik als gevolg van
verkeerde beslissingen
onbewust een paar vage dingen gedaan

juwelierIn de zalen van het strafrecht wordt veel vergeten.
Er zijn verdachten die zich niets kunnen herinneren, maar wel zeker weten dat ze het niet hebben gedaan.
Rechters plachten in zo’n geval te zeggen: ‘Dat kan niet. Of u weet het niet meer of u hebt het niet gedaan. Dat zijn twee verschillende dingen.’
Verdachten zwijgen dan maar liever.

Dat geldt niet voor Tony.
Hij weet dondersgoed dat hij het niet heeft gedaan.
Tony is een trouwe bezoeker van zittingszaal 14.
Hij werd 36 jaar geleden geboren in Los Angeles, Amerika.
Hij deed dat op de dag dat in Groningen feest werd gevierd vanwege het Groningens Ontzet.
Het lot bracht hem in Hoogezand, Nederland.
Dat is bepaald geen feest geworden.

Opgeteld bracht Tony hier meer dan tien jaar van zijn leven in gevangenissen door.
Was hij vrij, dan zwierf hij door straten en over wegen.
Tony heeft een specialiteit: inbreken in scholen.
Bedrijven doet hij ook, maar nooit een woning.
Ook een inbreker heeft principes.

Tony’s staat van dienst maakt dat zijn ontkenningen er niet geloofwaardiger op worden.
Goed, de officier van justitie twijfelt of hij het was die in oktober vorig jaar Domino’s Pizza in Hoogezand binnen klauterde en er vandoor ging met 360 euro.
Tony zegt tuurlijk niet.
De eis luidt vrijspraak, want de twijfel is in zijn voordeel.
Die toestand van onzekerheid is er niet over de kraak in de Sint Gerardus Majellaschool, een dag eerder, ook in Hoogezand.
De officier van justitie zegt dat in de school bloed is aangetroffen met – jawel – een DNA-profiel dat overeenkomt met dat van Tony.
Politieagenten kennen zijn DNA uit het hoofd.

Tony heeft een verklaring.
Hij was er met dertig vrienden aan het voetballen, kinkelde met zijn lederen Adidas een ruit in en weg was de bal.
Vertelt: ‘Ik wilde mijn bal terug. Met een steen heb ik het gat wat groter gemaakt en toen ben ik er doorheen gekropen. Ik ben dus wel binnen geweest. Maar anderen ook.’

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.29.26De buit: de afstandsbediening voor de zonwering.
Tony: ‘Niet mijn ding. Er stonden daar computers, laptops, ipads. Die staan er nu nog. Ik ga toch niet inbreken om een afstandsbediening te stelen?’
Daar heeft hij wel een punt.

Maar de aanklager zegt dat het niet uitmaakt.
Er is iets gestolen, er is iets weg.
Dus punt uit.
Zij wil Tony nu twee jaar opsluiten in een hok dat speciaal voor veelplegers is gebouwd.
Accepteert hij hulp, dan mag hij er af en toe uit, wil hij niets dan blijft de deur gesloten.
Veelplegers kennen de maatregel (isd) en vrezen die.
Tony noemt de isd-eis hartverscheurend.
Hij werpt nog tegen dat alles wat er in gevangenissen te leren valt, hij al heeft geleerd.
Dus heel zinvol lijkt het hem niet, zo’n lang verblijf.

Dan Aziz, 20 jaar, net als Tony een veelpleger, maar dan te Utrecht.
Hij heeft een 16-pagina’s tellend strafblad wat gezien zijn jonge leeftijd welhaast onmogelijk is.
Anders dan Tony weet Aziz het allemaal niet meer, hij kan zich niets herinneren, ja dat hij in elkaar is geslagen en zo, maar verder weet hij het echt niet.
Wel dat hij veel whisky had gedronken.
Hoeveel?
Geen idee.
Maar hij heeft het niet gedaan.
Of kan hij het zich niet herinneren?
Misschien is dat het, zeg het maar.

Agenten vertelden hem toen hij wakker werd in een politiecel waar hij van werd verdacht.
Tegen de rechters: ‘Misschien heb ik als gevolg van verkeerde beslissingen onbewust een paar vage dingen gedaan.’

De rechters vragen: ‘U bent gearresteerd in de gangkast van de buren. Wat deed u daar op blote voeten?
Aziz: ‘Als ik eraan terugdenk krijg ik weer kippenvel.’
Rechters: ‘Aha. Waar denkt u dan aan terug?
Aziz: ‘Dat weet ik niet meer.’

Er is tussen zijn oren gesnuffeld en de deskundigen hebben geen kronkels kunnen waarnemen.
Aziz is een jongeman met een gemiddelde intelligentie die volgens zijn advocaat (‘ik ken hem al heel lang’) nog veel van het leven kan maken.

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.04.42Ook van Aziz is bloed gevonden, uitgerekend in de leeggeroofde etalage van de juwelier in de binnenstad van Groningen.
Het ijzeren hekwerk was aan stukken geflexed, het kogelwerende glas werd met een moker ingeslagen.
Dat gebeurde in de vroege ochtend waardoor de halve binnenstad wakker was geworden.
Wie toch bleef doorslapen werd een uurtje later wel gewekt door het kabaal van een politiehelikopter die de lucht was ingestuurd om de daders op te sporen.

Aziz woonde net twee weken bij zijn vriendin in de smalle steeg naast de juwelier.
Op een avond – vertelt hij – waren daar mannen die eerst aardig deden maar hem in de vroege ochtend in elkaar sloegen.
Ze hadden ook een ijzeren pistool.
Rechters: ‘Dat weet u dus nog?’
Aziz: ‘Vaag.’
Hij denkt dat hij kort daarna het bewustzijn heeft verloren.
Merkt op: ‘Ik kon mij denk ik niet aan de situatie onttrekken.’

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.28.27De politie was snel ter plaatse, maar de daders waren nog sneller gevlogen.
Een politiehond die goed kan ruiken bracht de agenten naar de woning van de vrouw bij wie Aziz was ingetrokken.
Daar stond een flex.
Achter de wasmachine lag een zware moker.
De deur naar het balkon stond open.
Agenten zagen vanaf het balkon nog een deur openstaan, van een andere woning, die van de buren.
Ze gingen naar binnen en daar vonden ze uiteindelijk, op blote voeten en verstopt in een gangkast, de man die in dit verhaal Aziz heet.

Aziz: ‘Wat ik daar deed? Ik had echt heel veel gedronken. Het is best wel een zwart gat voor mij.’

De buit had (heeft) een verkoopwaarde van ruim 20.000 euro en is niet teruggevonden.
De politie van Groningen zocht in Utrecht op grond van aanwijzingen, maar zonder resultaat.
Een broer van Aziz zou er bij betrokken zijn.
Maar welke?
Hij heeft er zes.
De politie is niet door blijven zoeken.
Bedrijfsinbraken kennen een lagere prioriteit dan woninginbraken waar er te veel van zijn.

De officier van justitie eist twaalf maanden celstraf, waarvan er vier voorwaardelijk mogen.

Aziz: ‘Tja.’

Hij vindt het allemaal heel spijtig.
Hij heeft ook spijt.
Zegt: ‘Uiteindelijk zijn we allemaal verliezers.’

In diezelfde stoel zit drie uur later Tony zijn laatste woord uit te spreken.
Iets minder filosofisch, maar toch ook opmerkelijk.
Want ondanks zijn ontkenning dat hij het heeft gedaan, zegt hij: ‘Ik wil mijn excuses aanbieden aan de school.’

Dus toch?

Rob Zijlstra

uitspraken op 26 februari