Eerlijk gezegd

Amadeus is een 28-jarige aardige jongeman.
Heel beleefd ook.
En consequent.
Dit zegt niet zijn moeder, maar dat zeggen de deskundigen van het Pieter Baan Centrum.
De onderzoekers rapporteren in hun bevindingen dat Amadeus vriendelijk maar consequent weigerde mee te werken aan welk onderzoek in het justitiële observatiecentrum dan ook.

Ook in de rechtszaal is hij niet anders dan hij is: uiterst vriendelijk en correct.
Misschien zegt hij net iets te vaak dat hij het eerlijk zal vertellen (‘ik zeg je eerlijk…’), maar dat is het dan ook wel.
Op de beschuldiging na, want die is ronduit vals en lelijk.
Een kleine twee uur na aanvang van het strafproces hoort hij dan ook een van de zwaarste strafeisen van dit jaar in de Groninger rechtszaal tegen zich uitspreken: 8 jaar.

Amadeus heeft niemand vermoord.
Dat niet.
Maar hij heeft dat wel geprobeerd.
Dat zegt de officier van justitie die zonder twijfel is.
Amadeus heeft op 18 december vorig jaar geprobeerd Niek dood te schieten.
Het ging maar net goed, in die zin dat Niek wel werd geraakt, maar het ziekenhuis na enige tijd lopend had kunnen verlaten.
Eén kogel was in zijn been terechtgekomen, een andere in de linkerschouder.
Amadeus werd niet lang na het geschiet aangehouden door een arrestatieteam van de Regionale Eenheid Noord-Nederland van de Nationale politie (voorheen: Groninger politie).

Eenmaal verdacht besloot Amadeus te zwijgen.
Dat recht heeft hij.
Inmiddels zit hij elf maanden in voorlopige hechtenis, tot deze week lang wachtend op zijn proces en nu wachtend op de uitspraak, begin december.
Hij zegt dat hij het zwaar heeft, dat hij maar een ding wil en dat is bij zijn drie kinderen zijn.
Zijn vriendin bezoekt hem wel in de gevangenis, maar de relatie is na elf maanden niet meer zoals die wel was, zegt hij tegen de rechters.
‘Ik heb het zwaar, want ik ben onschuldig.’

Voor de politie begon deze zaak met een telefoontje van een vader.
Die vertelde dat zijn zoon was opgenomen in het ziekenhuis met twee schotwonden.
De politie maakte capaciteit vrij, spoedde zich naar het UMCG om de gewonde Niek aan de tand te voelen.
Het gewonde slachtoffer kon er niet meer onderuit en vertelde dat hij ergens in de buurt van de Grote Beerstraat in Groningen, in een steeg, drugs wilde kopen.
Een beetje onschuldige wiet.
Hij had met iemand die hij kende als Fonzy telefonisch een afspraak gemaakt.
Eenmaal in de steeg kreeg hij een arm om de nek en een pistool op het hoofd en toen was het allemaal gebeurd.
Met een ambulance werd hij naar het ziekenhuis vervoerd.

Later werd het verhaal een tikkeltje anders.
Niek was op het ziekenhuisbed niet helemaal eerlijk geweest.
Het echte verhaal was dat Niek drugs aan Fonzy zou verkopen, dat was de telefonische afspraak. Het was dus een heuse drugsdeal daar in die steeg.
Het ging ook niet om een beetje, maar om een paar onsjes meer, om 400 gram.
En omdat zoiets eventjes iets anders is dan brood halen bij de bakker, vlees bij de slager, had hij zijn zwager Paul meegenomen.

De officier van justitie gelooft dat het is gegaan zoals Niek het na het leugentje om bestwil had verteld.
Amadeus zegt van niet.
Tussen het zwijgen bij de politie door had hij gezegd die dag niet eens in Groningen te zijn geweest.
Hij was bij zijn alibi.
Dus, hoe kan dat dan?

Al in het ziekenhuis werd de telefoon van Niek onderzocht wat snel het telefoonnummer opleverde waarmee hij had gebeld om de drugsdeal te sluiten.
De politie googelde het nummer in de eigen systemen: het nummer van Amadeus, in kringen ook wel Fonzy genoemd.
Het arrestatieteam deed daarna de rest.

Amadeus zegt in de rechtszaal tegen de rechters dat hij heeft besloten niet langer te zwijgen, maar dat hij – ‘ik zeg het eerlijk’ – het ware verhaal zal vertellen.
Hij vertelt dat hij dus drugs zou kopen van Niek, hij had 3000 euro contant in de broekzak.
Toen Niek dat zag trok hij een mes en zei, geef me alles.
Verderop stond een man.
Die trok een pistool.
Amadeus: ‘Ik begon te rennen voor mijn leven, ik was echt bang. Zo bang dat ik in mijn broek plaste, ik zag mijn leven aan mij voorbij trekken. Ze kwamen achter mij aan in zo’n zwarte Pick-up. Ik hoorde ze schreeuwen, ‘vieze kankerneger, we maken je dood.’
Amadeus vertelt dat hij weet dat die Paul op zijn borst een grote tatoeage heeft: ‘white power’.

Amadeus denkt dat die vreselijke Paul, hij zegt het maar eerlijk, in plaats van hem zijn compagnon Niek per ongeluk heeft geraakt.
Ja, tot twee keer aan toe.

De officier van justitie doet een beetje quasi gepikeerd omdat Amadeus nu pas met zijn relaas komt.
Zegt: ’Zo maakt u het ons wel heel moeilijk aan waarheidsvinding te doen. Ik vind dat een kwalijke gang van zaken, maar ik begrijp het wel. Eerst zwijgt u en dan komt u op het allerlaatste moment met een nieuwe verhaal. U denkt, dan kunnen ze het niet meer onderzoeken en kom ik er mooi onderuit. Maar zo zal het niet gaan. Uw verhaal is ongeloofwaardig.’
Tegen de rechters zegt de officier van justitie: ‘Als hij onschuldig is, dan is zijn zwijgen tot de zitting niet logisch. Acht jaar.’

Amadeus zat eerder in zittingszaal 14.
In april 2012.
Toen nam hij, zegt hij nu, zijn verantwoordelijkheid door eerlijk te bekennen dat hij, ja hij, het was die de overval had gepleegd op het casino in Hoogezand waar hij 2.331 euro buit had gemaakt.
Hij had zijn verdiende straf gekregen en die straf als een man genomen.
Hij had 21 maanden vastgezeten.
Terecht.
Maar nu, nu vecht hij voor zijn onschuld.
Hij wil aan het werk en zo snel mogelijk weer bij zijn kinderen zijn die hij al elf maanden niet heeft gezien.
Wat hem betreft doet de rechtbank direct uitspraak, daar hoeven ze niet twee weken mee te wachten.

Ik lees wat ik in april 2012 schreef over Amadeus: ‘Voor hem geen cocaïne meer of heel de dag stoned van de wiet. Hij wil zijn verdiende straf, die straf uitzitten en dan werken, zijn schulden betalen en er zijn voor zijn kinderen.’

Ik dacht: hij is inderdaad consequent.
Maar met aardig zijn en beleefd, red je het niet, niet in de rechtszaal.

Rob Zijlstra

uitspraak 3 december

Loodzware ballonnen

Schermafbeelding 2015-10-03 om 10.45.33Ik schreef dat Bram geen taartjes had meegenomen naar de rechtszaal, waar geen kleurrijke slingers en ballonnen hingen en dat de rechters ook niet voor een keertje gingen staan om hem in hun armen te sluiten, dan toch op z’n minst stevig zijn hand te drukken.
Bram zat 25 jaar in het vak en kondigde in de rechtszaal aan dat het mooi was geweest.
Nooit, maar dan ook nooit zouden ze hem weerzien.
Het besluit met de criminaliteit te stoppen was niet genomen tijdens de cursus ‘christelijk geloven’ die hij volgde.
De ware reden: Bram was zo vreselijk moe.
Het drugsverslaafde lichaam was doodop van een kwart eeuw jachtig leven op straat.

De rechters zeiden niet ‘nou Bram, heel veel succes en we gaan je missen na al die jaren’.
Wat werd uitgesproken was de strafmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders), bedacht voor veelplegers als Bram: isd is twee jaar met hulpverleners achter de tralies.

Deze week zat Bram er weer.
’t Is mislukt.
Had hij de vorige keer een partij moerdoppen gestolen bij de Praxis, ditmaal moest hij zich verantwoorden voor de diefstal van vier flessen Robijn (wasmiddel) bij de Coop en tien pakken koffie bij de Jumbo in Groningen.

Bram is begin dit jaar 50 geworden en nog altijd is hij onverminderd moe.
Niet alleen van het leven, maar hij is inmiddels ook moe van de hulpverlening.
Alles wat het hulpgilde de voorbije dertig jaar heeft bedacht de wereld te verbeteren, is op Bram losgelaten.
’t Hielp niets.

Bram heeft ook niet veel tekst meer.
Hij kent de rechterlijke riedels.
Laat hem maar weer twee jaar zitten, laat hem dan wel een beetje met rust en, als het even kan, wil hij ook graag zijn methadon blijven gebruiken.
Zo zal het gaan.
De officier van justitie eiste voor de vierde keer in acht jaar tijd de twee jaar durende isd-maatregel en de rechtbank zal die over twee weken opleggen.

Wat Bram is, probeert Nick (25) te worden.
Hij gebruikt heroïne en cocaïne en heeft ter financiering tachtig tot honderd euro per dag nodig.
Dat is dagelijks een loodzware opgave want hij heeft ook veel schulden.
Op een dag van hoge nood pikte hij de mobiele telefoon van zijn 16-jarige zus.
Hij verpatste het toestel voor een paar tientjes.
Tegen de rechters: ’t Klopt helemaal. Ik heb er natuurlijk wel spijt van.’

In de rechtszaal zit ook Nick’s moeder.
Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat Nick toch haar zoon blijft.
Namens haar dochter heeft ze wel een schadeclaim ingediend.
Droef: ’Ik heb hem zo vaak de hand boven het hoofd gehouden, maar dat kan ik niet meer.’

Nick had een tijdje in het metaal gezeten.
Van de daken van het winkelcentrum en de scholen in Hoogezand had hij lood gestolen.
De schade bij het winkelcentrum alleen al bedroeg 14.000 euro.
Lood stelen is zwaar werk.
Zo heel raar was het dus niet dat hij na de nachtelijke arbeid even was gaan rusten.
De volgende ochtend hadden ze hem slapend aangetroffen in het struikgewas bij de basisschool Het Ruimteschip (aan de Astronautenlaan).
Naast hem honderd kilo lood.

Ook daar heeft hij natuurlijk spijt van.
De man van het winkelcentrum die de schade komt verhalen (2500 euro eigen risico) zegt tegen de rechters dat hij naar de rechtbank is gegaan met het idee heel boos te zullen worden op de verdachte.
‘Maar ik zie een man die tussen wal en schip is gevallen. Ik wens hem heel veel sterkte en ik hoop dat hij het redt.’

Moeder slaat van schrik de handen voor haar mond en begint te huilen.
De winkelman troost haar.
Nick ruikt zijn kans en zegt dat hij nog wel een tip heeft voor de winkeliers: ‘Draai alle hekken eens op slot, dan kan ik ook niet binnenkomen.’

Na de strafzaak wordt Nick teruggebracht naar de psychiatrische kliniek waar hij momenteel verblijft en waar hij – mocht de rechtbank de strafeis van 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met voorwaarden overnemen – nog wel anderhalf jaar zoet is met de hulpverleners.

Dan stuitert de 30-jarige Patricia met een luid ‘hallo’ de rechtszaal binnen.
De diefstal van de telefoon en een armband bekent ze.
Geen probleem.
Nee, de portemonnee uit de kerk toen het koor zong niet.
Zeker weten van niet.

Rechters: En de diefstal van de telefoon uit het Vrijdag Theater?
Patricia: ‘Heb ik niet gedaan.’
Rechters: ‘Goed, dan gaan we de beelden bekijken.’
Patricia: ‘Ik heb het wel gedaan.’
Rechters: ‘Mooi, dan hoeven we de beelden ook niet te bekijken.’

Patricia is eigenlijk als Bram, alleen is zij – veel jonger – nog vol levenslust.
Voordat het proces goed en wel is begonnen, roept Patricia: ‘Luister, we kunnen hier natuurlijk een hele discussie aangaan. Maar kijk, voor mij ligt het gemakkelijk. Geef me alsjeblieft isd. Klaar.’

De rechters zijn een beetje beduusd.
Zo werkt het natuurlijk niet.
De rechters willen eerst de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd zorgvuldig bespreken, daarna willen ze praten over de persoonlijke omstandigheden en dan moet de officier van justitie er nog iets van vinden.

Praktische Patricia: ‘Toe nou mevrouw de rechter. U heeft mij al zo vaak veroordeeld. Ik ben hier zo vaak geweest. Het heeft geen zin. Straks geven jullie me een jaar of zo. Daar heb ik dan weer schijt aan. Dus. Geef me isd. Ik weet dat er een plekje vrij is, kan ik morgen aan de slag.’

De rechters: ‘Maar…’
Patricia die nu haar geduld begint te verliezen: ‘Ik ben gebruiker, jullie zijn rechters. Jullie begrijpen het niet. Ik heb hulp nodig in mijn kop. Als ik nu weer buiten kom, denk ik alleen maar aan geld, geld, geld. Dan gaat het weer fout.’

De officier van justitie zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.
Normaal gesproken vrezen veelplegers de isd.
Hij wikt en weegt.
Zegt dan: ‘Ik eis isd.’
Om praatjes achteraf te voorkomen: ‘Dat had ik ook geëist als verdachte het niet zou willen.’

Tja, zeggen de rechters op hun beurt: ‘Normaal doen wij altijd twee weken later uitspraak. Maar nu u zo aandringt veroordelen wij u tot de maatregel isd, 2 jaar.’

Patricia is blij.
Ze zou slingers en ballonnen willen ophangen, of haar rechters even in haar armen sluiten voor een knuffel.
In grote tevredenheid verlaat ze zittingszaal 14 en roept: ’Bedankt mensen. Doei.’

Rob Zijlstra

uitspraken Bram en Nick op 12 en 15 oktober

Achterdeur

Schermafbeelding 2015-09-09 om 14.36.37Het gerechtshof in Leeuwarden heeft twee wiettelers uit Bierum (Noord-Groningen) veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke celstraf wegens het telen van hennep. Met dit arrest haalt het hof een streep door een uitspraak van de rechtbank Groningen. Die had de twee Bierumers wel schuldig verklaard, maar legde aan hen geen straf op.

De manier van telen past in het gedoogbeleid, vond de rechtbank. De rechter van het hof denken daar anders over: ten aanzien van hennepteelt is er geen gedoogbeleid.

→ De uitspraak van het hof Leeuwarden >> het arrest
→ Over wijsheid en een invaljuf >> rechtbankverslag

→Friese wietteler krijgt geen straf van hof >> bijzonder arrest [okt ’15]

Schermafbeelding 2015-09-09 om 14.27.24

klik op afbeelding voor meer > dvhn

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

Betamelijke leugens

Schermafbeelding 2015-08-20 om 20.58.12

Er was eens een strafrechter die tijdens een rechtszaak een kakelende verdachte onderbrak om hem van een advies te voorzien.
Dat luidde dat de verdachte best mocht liegen (‘het is uw strafzaak’), maar dat hij dat dan wel een beetje op een geloofwaardige manier moest doen.
Anders, zo sprak de rechter gemoedelijk, heeft uw liegen geen zin.

Liegen is iets vertellen terwijl je weet dat het niet waar is.
Dat is best lastig.
Er moet sprake zijn van boze opzet, want anders ben je een fantast.
Per ongeluk liegen kan ook, maar dan heet het een vergissing.

Wikipedia leert (of beweert) dat een (1) procent van de bevolking bestaat uit radicaal eerlijke mensen.
Vijf procent bestaat uit pathologische leugenaars, onder hen de narcisten en psychopaten.
De rest – 94 procent – wordt gevormd door gewone mensen die liegen, maar dat doen binnen de grenzen van de betamelijkheid.

Ik weet niet helemaal zeker tot welke groep Klaas moet worden gerekend, maar moest ik kiezen dan valt Klaas onder de gewone mensen.
Wat hem is overkomen, is daarentegen tamelijk ongewoon.
Klaas had gedoe met zijn partner waar hij niet op zat te wachten.
Ze zei dat ze hem zou gaan verlaten.

Klaas was ten einde raad en besloot een Crvena Zastava aan te schaffen.
In het circuit waar zoiets kan, bedroeg de dagprijs 1500 euro.
Een Crvena Zastava is een semi-automatisch handvuurwapen waarmee je partners die je willen verlaten dood kun schieten.

De officier van justitie zegt dat Klaas zijn aanstaande ex-partner heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht.
Hij duwde haar het pistool onder de neus terwijl hij lelijke dingen riep.
De partner schrok zich dood (niet echt) en belde de politie.
Die kwam met spoed en Klaas werd gearresteerd.

Klaas zucht en zegt dat het anders is gegaan.
Hij zegt dat hij haar niet heeft bedreigd.
Hij wilde zelfmoord plegen.
Zonder haar wilde hij niet meer leven.
Het wapen had hij laten zien om haar klip en klaar duidelijk te maken wat hij van plan was te gaan doen.
Met zichzelf.

Tja, zucht ook de advocaat.
Tegen de rechters: ‘Wat voor een straf moet je nou iemand geven die met een wapen rondloopt om daarmee zelfmoord te plegen?’
De officier van justitie geeft het antwoord: ‘Twaalf maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk met na detentie nog eens een half jaar electronisch toezicht middels een enkelbandje.’

Misschien was het een leugen om bestwil.

Diezelfde rechters moeten ook iets vinden van de schier onnavolgbare woorden waarmee Hasad de rechtszaal liet volstromen.
Hasad was net thuis die middag, even voor half vijf, toen de overburen eerst de brandweer belden en toen hem te hulp schoten.
Uit het dak van zijn tussenwoning in Leek kwam namelijk rook.

De toegeschoten overburen waren de bewoners van het tegenover zijn huis gelegen politiebureau. De overburen vroegen of de brandweer ergens rekening mee moesten houden als lieden de woning zouden betreden.
Hasad loog niet en zei: ‘Op zolder is een hennepkwekerij.’
Hij zei dat in de hitte van het moment.

Het vuur was vlot bedwongen, de buurtagenten telden toen de rook om hun hoofden was verdwenen tientallen bloempotten met steenwol, 19 jerrycans waarin groeimiddel had gezeten, lampen, filters en zo nog wat attributen.
Een optelsom van het materiaal doet de officier van justitie vermoeden dat er op die zolder 225 hennepplanten hebben gestaan.
De standaardrekensom levert een geschatte opbrengst (winst) op van ruim 21.000 euro.

De officier van justitie eist dat Hasad dit bedrag afdraagt aan de staatskas.
Daarnaast, voor het idee, nog een werkstraf van 160 uur.

Hasad begint te praten met de bedoeling, zo klinkt het, daar voorlopig niet meer mee op te houden.
Misschien denkt hij wel dat zo lang hij aan het woord is, de rechters hem niet kunnen veroordelen.
Uit de woordenstroom kan worden opgemaakt dat Hasad wil doen geloven dat hij geen weet had van een kwekerij op zolder, dat hij immers nooit op zolder kwam, dat hij in Turkije was bij zijn zieke vader, nee, dat hij hier in het ziekenhuis lag met zijn eigen ziekte, dat er iemand in zijn huis verbleef, zijn dochter, mannen van Enexis, oh, nee, het was ene Paul die hij verder niet kent, dat 225 plantjes nooit ruim 21.000 euro kunnen opleveren, dat…

Kortom, vatte de advocaat samen, er mag voldoende twijfel zijn.
Ik denk dat Hasad tot de radicale eerlijken noch tot de psychopaten behoort.
Ik denk dat hij tegen beter weten in probeerde het vege lijf te redden.

Cornelis uit Winschoten is vorige week 51 jaar geworden, een leeftijd die je hem niet geeft.
Hij oogt veel ouder en spreekt met een stem van een versleten arbeider.
Niet uitgesloten kan worden dat hij zich heeft bekeerd tot die kleine groep van radicale eerlijken.
Cornelis heeft namelijk niets meer te verliezen; hij heeft niet meer zo lang.
Het leven dat hij heeft geleefd, heeft ertoe geleid dat zijn lichaam op is.
Gesloopt.
Hij staat op instorten.
Waarom dan nog liegen?

De beschuldiging is dat hij met Ricardo een woningoverval heeft gepleegd.
Ricardo is een kwieke 49-jarige man die een bedenkelijke criminele reputatie in Oost-Groningen geniet.
Bij de overval is ook geschoten.
Het doel was de drugs die in die woning lag, buit te maken.
Ricardo ontkent wat past bij zijn reputatie.
Cornelis ontkent niet.
Hij vertelt dat Ricardo hem had gedwongen mee te gaan.
Hij moest met de loop van een pistool in de rug op deur van de woning kloppen.
Omdat hij drugsgebruiker is, zouden ze voor hem de deur openen.
Hij moest dan voor vijftig euro ‘wit’ bestellen.
Toen hij dat staande in de deuropening deed, wurmde de gemaskerde Ricardo zich schietend naar binnen.
Cornelis: ‘Ik heb toen gemaakt dat ik wegkwam. Voorzichtig, want hard lopen kan ik niet meer. Vanwege de longen.’

Hij zegt dat hij al jaren door Ricardo wordt gebruikt en misbruikt, door hem wordt mishandeld, geterroriseerd.
Dat hij zich met zijn verwoeste lichaam niet kan verweren, dat hij het terreur moet ondergaan. Ricardo tegen wie zes jaar celstraf wordt geëist, zwijgt.

Cornelis moet als het aan de aanklager ligt twintig maanden de gevangenis in.
Als zijn woorden niet gelogen zijn, dan gaat hij dat niet volhouden.

Rob Zijlstra

update – 31 augustus 2015
Klaas is conform de eis veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Na detentie wordt hij nog een half jaar onderworpen aan elektronisch toezicht. En dan is er ok nog een contactverbod met zijn ex. Ook Hasad is veroordeeld: 120 uur werkstraf, een maand voorwaardelijk en het betalen van die ruim 21.000 euro.

Ricardo heeft 5 jaar gekregen.

Cornelis is geen medepleger zoals het openbaar ministerie dat zag, maar medeplichtig. Dat scheelt aanzienlijk. De rechters vindende dat er sprake is van psychische overmacht. Wel wordt rekening gehouden met de bijzondere situatie waarin hij zich bevond en met zijn ‘maatschappelijke teloorgang’. De straf: 453 dagen waarvan 360 voorwaardelijk. De straf is gelijk aan de periode die hij in voorarrest heeft gezeten.

 

Criminele tip

in washandjes achter
een radiator vinden
agenten bankbiljetten

 

Het moet er heftig aan toe zijn gegaan.
Ze hadden hem op zijn hoofd geslagen en met een hamer op een van de twee grote tenen.
Dat doet gruwelijk pijn.
Daarna dreigden ze vingers af te hakken met een klein Russisch handbijltje.

Zoiets komt niet elke dag voor in Delfzijl.
Het gebeurde in augustus 2012.
Het slachtoffer is Bernard, zijn belagers Duitssprekende mannen uit Rusland en Italië.
De gewelddadige overval op de woning leidde tot een rechtszaak: één verdachte werd vrijgesproken, een ander kreeg vijf jaar celstraf.

Tijdens het strafproces werd duidelijk wat de aanleiding was van een en ander.
Bernard zou erg veel geld in huis hebben.

Een jaar ging voorbij en het werd augustus 2013.
In die maand kwam bij de politie te Delfzijl een tip binnen uit het criminele circuit.
De tip: ene Bernard heeft wapens.
Drie dagen later stonden agenten bij hem op de stoep met het vriendelijke doch dringende verzoek aanwezig schiettuig in te leveren.
Uitleveren, zeggen ze bij de politie.

De woning werd doorzocht.
Er werden twee wapens gevonden, waaronder een doorgeladen Smith en Wesson in de bank.
Een beetje hasj.
In washandjes achter een radiator vonden agenten bankbiljetten.
Briefjes van tien, van twintig, twee van vijfhonderd.
Opgeteld: 26.410 euro.
Elders in de woning nog eens 159 biljetten van tien euro.
Tezamen: 28.000.

Dit zijn geen alledaagse vondsten.
Bernard werd per direct benoemd tot de grootste drugsdealer van Delfzijl.
Drie dagen zat hij vast in een politiecel.
Daarna viel het mee en mocht hij naar huis.

Bernard ontkent de drugshandel.
Het gevonden geld had hij verdiend met hard werken.
Zo had hij een drainagesysteem aangelegd in een tuin van een huisarts.
Het geld was bedoeld voor een nieuw gebit en voor zijn oude dag.

De agenten namen het geld mee naar het politiebureau en begonnen eerst te tellen en daarna te rekenen.
Na bijna twee jaar waren ze eruit.
Conclusie: Bernard heeft 47.621,68 euro verdiend.
Niet met hard werken zoals hij beweert, maar met de handel in drugs.

Twee weken geleden werd de kwestie dan eindelijk voorgelegd aan de rechtbank.
Niet alles in de opsporing heeft nu eenmaal prioriteit.
De rechters hebben inmiddels gesproken.
Bernard moet acht maanden naar de gevangenis wegens witwassen en wapenbezit, beetje drugs.
De eis was negen maanden.

Die 28.000 euro is hij kwijt.
De rechters zeggen dat ze het niet aannemelijk, maar juist onaannemelijk vinden dat Bernard dit geld heeft verdiend met klusjes.
Dat geld wordt verbeurd.
Daarnaast moet hij die 47.621 euro en 68 eurocent – het wederrechtelijk verkregen voordeel – aan ons afdragen.

Het is voor de misdaadbestrijders niet te hopen dat Bernard in hoger beroep gaat.
Dan gaat het nog jaren duren.

Rob Zijlstra

Waarschuwingsschot

even na middernacht
kwamen ze twee
onvriendelijke mannen tegen

Elf en een half uur kijk en luister ik in de rechtszaal naar twee jongemannen die de keuze hebben gemaakt een crimineel leven te leven.
Ze zijn van Curaçao, ze zijn 22 en 27 jaar en al jaren hier.
De een heet Dennis, de ander Wouter.
Ze staan terecht omdat ze opgeteld en soms samen, zo’n 25 misdrijven zouden hebben gepleegd in Groningen en Assen.

Dennis heeft een strafblad dat nog niet heel omvangrijk is, maar volgens de rapporten is er bij hem sprake van een patroon van steeds gewelddadiger delicten.
Dennis glijdt af in de ene en klimt op in de andere wereld, kun je zeggen.
Het strafblad van Wouter is een boekwerk.
Ondanks dat hij nog maar 27 jaar is, heef hij al vele jaren in gevangenissen verprutst.
Over hem rapporteren deskundigen dat hij extreem zelfgenoegzaam is en tegelijkertijd achterdochtig en soms vijandig.

Wat blijft hangen na de lange strafzaak is het gemak waarmee de twee verdachten in dat criminele leven lijken te staan.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de Turkse maffia een prijs op het hoofd zet van een 22-jarige en dat die jarige dan een semi-automatisch vuurwapen aanschaft.
Om er waarschuwingsschoten mee te lossen, zegt hij.
Dat lijkt hem ook zo logisch als wat, want je laat je toch niet door de Turkse maffia neerknallen?

De man die moest worden gewaarschuwd verklaarde dat als hij zijn hoofd niet had weggedraaid, hij dood was geweest.
Nu is hij alleen maar doof aan het linkeroor, mogelijk voor altijd.
De vermeende maffia had na de schietpartij extra beveiliging aangevraagd bij de burgemeester van Groningen.

De misdrijven waar Dennis en Wouter zich voor moeten verantwoorden variëren.
Er zit een (elektrische) fietsendiefstal tussen, heling, bedreigingen, belediging (Wouter noemde een agent in burger een flikker), wapenbezit, mishandelingen, openlijk geweld, pogingen tot doodslag (aanvankelijk moord) en cocaïnehandel.

Wat ze kunnen ontkennen, ontkennen ze.
Als de vragen te lastig worden, wordt op advies van de advocaten een beroep gedaan op het zwijgrecht.

Het speelveld van de twee verdachten is volgens het Openbaar Ministerie het A-kwartier, de mooiste stadswijk in Groningen waar mensen wonen, waar middenstanders het hoofd boven water houden en waar – in het prostitutiegebied – de lokale overheid mensenhandel probeert tegen te gaan met een beleid van vergunningen.

Rechters tegen de twee verdachten: ‘Dus jullie zijn niet de drugsdealers van het A-kwartier?’
Dennis: ‘Nee, ik ga daar wel heen, maar dan voor de praatjes. Niet voor die drugsdingen.’
Dennis legt aan de rechters uit dat hij op straat vaak wordt aangehouden door de politie die hem voortdurend controleert.
Hij zou voldoen aan een signalement.
Dennis: ‘Maar rechters, er bestaan meer grote dikke zwarte negers. Ik ben niet de enigste.’ (Gronings voor enige).
Komt bij: ‘Ze vinden nooit wat, nooit drugs, nooit geld. Hoe dan dealer?’

Ook Wouter, die in het Groninger circuit De Lange zou worden genoemd, ontkent zowel zijn bijnaam als dat hij drugsdealer zou zijn.
Zegt: ‘Ik ben, ik was, een gebruiker. Ik gaf wel eens wat weg.’
Het Openbaar Ministerie heeft hem een tijdje in de gaten gehouden en vastgelegd dat hij in korte tijd 280 keer telefonisch contact had met Hendrik, 37 keer met Johanna, dat er 229 belcontacten zijn geweest met Guus.
Allemaal gebruikers.

Het onderzoek leverde een rekensom op waaruit zou moeten blijken dat Wouter opgeteld 5.700 bolletjes cocaïne aan 3.850 drugsgebruikers (veel dubbeltellingen) heeft verkocht wat hem bruto 57.500 euro heeft opgeleverd.
Nu de inkoop van cocaïne 34 euro per gram bedraagt, moet Wouter 18.480 euro winst hebben geboekt.
Klopt dat?
Hij laat het aan zijn advocaat over om duidelijk te maken dat het niet klopt.
De advocaat: ‘Het klopt nooit een keer.’

Aan het waarschuwingsschot van Dennis ging een steekpartij vooraf.
Dat was in mei vorig jaar.
Dennis en Wouter hingen en liepen hun dagelijkse rondjes door het A-kwartier.
Even na middernacht kwamen ze twee onvriendelijke mannen tegen.
Of andersom.
Er werd homo geroepen.
En ‘vieze Turk’.
Er volgde een handgemeen.
Er werden messen getrokken.
Er werden stekende bewegingen gemaakt.
Er werd afgeweerd.

Dennis en Wouter vertellen dat ze werden aangevallen.
Een van de twee mannen raakte gewond.
Een snee in de wang, een wond in de nek.
Wouter: ‘Ik heb wel geslagen. Die mannen zochten ruzie met mij. Ik had geen mes, wel een sleutelbos in de hand.’
De officier van justitie: ‘Niks sleutel, het was een mes.’
De advocaat noemt de steekverwondingen ‘beschadigingen van de huid’.

Het slachtoffer is eigenaar van een café in de rosse buurt waar Wouter niet meer mag komen.

Vijf dagen na het steekincident lijkt zich een situatie te herhalen, maar dan even na middernacht.
Weer komen ze die Turkse mannen tegen.
Dennis en Wouter zeggen dat ze weer zomaar werden aangevallen.
Dennis had al gehoord dat er – naar aanleiding van de steekpartij eerder – een prijs op zijn hoofd was gezet van 10.000 euro.
Tegen de rechters: ‘Ze hadden wapens, dat heb ik gezien. Als de Turkse maffia mij wil omleggen, dan verdedig ik mezelf. Toch? Daarom had ik dat wapen gekocht.’

Het schot dat hij afvuurde kan best vlakbij een hoofd zijn geweest, maar de kogel ging rechtsreeks de lucht in, verzekert Dennis.
‘Had ik hem willen neerschieten, dan had ik dat wel gedaan.’

Niet veel dagen na dit schot worden ze aangehouden, Wouter tijdens het boodschappen doen in de Albert Heijn.
Hij wist zijn wapen nog te verstoppen achter waren in een schap.
Zijn vriendin belde later Misdaad Anoniem om te vertellen dat er een vuurwapen in de supermarkt lag.
De burgemeester had toen al extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd voor het A-kwartier.

Dennis hoort drie jaar celstraf tegen zich eisen (jaar voorwaardelijk).
Hij rookt nog wel zijn wiet, ook nu in de gevangenis verblijft, maar niet meer voor dertig euro per dag.
Zegt tegen de rechters: ’Ik ben aan het dimmen.’
Komt hij vrij, dan wordt hij kok, of nog liever begint hij een eigen bedrijf in de ICT.

Wouter met zijn recidive hoort vier jaar celstraf eisen (waarvan ook een jaar voorwaardelijk). Daarna moet hij zich verplicht laten onderzoeken en behandelen.
Dat kan nog eens twee jaren duren.
Hij wil geen hulp.
Want voor wat?
Zijn enige probleem is dat de politie een hekel aan hem heeft.
En dat kan hij zelf wel oplossen.

Rob Zijlstra

update – uitspraken – 2 juli 2015
Wouter is veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Zonder voorwaardelijk deel. Dat laatste heeft ook met zijn houding te maken. Wie niets wil, krijgt ook niets cadeau, redeneert de rechtbank. Dennis komt wat dit betreft iets beter uit de strijd: 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Verreweg de meeste zaken waar het duo zich voor moest verantwoorden, vindt de rechtbank bewezen.

Garnalen op zee

Maar ik dacht direct,
wat doe je nou,
waar ben je mee bezig?

Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38

Er bestaan mensen die leven in de trajecten van de hulpverlening.
Dat is een snoeihard leven zonder fleur en met als belangrijkste doel: overleven.
Het is een leven van tussen wal en schip en van vallen en opstaan.
Wie overleeft, sterft toch nog vaak een te vroege dood.

Junkies.

Hendrik (32) is er zo eentje.
Hij kan er zelf niet veel aan doen.
De officier van justitie zegt dat dit zo’n zaak is waarbij je je rot schrikt als je het dossier leest.
Dat je schrikt als je leest wat een narigheid een mens in zijn leven kan overkomen.
Hendrik heeft zwakjes uitgedrukt een klotejeugd gehad.
Buiten de rechtbank is dat niet heel populair, maar in de rechtszaal wordt er wel rekening mee gehouden.
Dat is maar beter ook.

De officier van justitie kan – op grond van wat Hendrik heeft gedaan – zo een paar jaar gevangenisstraf eisen.
Hardop vraagt hij zich af: ‘Waar hebben we als maatschappij meer aan, Hendrik ophokken of proberen het licht te zien aan het einde van een lange, donkere tunnel? Ik ga voor dat laatste en hoop dan maar dat hij de uitgestoken hand pakt.’

Vallen.
Opstaan.

Hendrik is een doorgewinterde man van de straat die al jaren op hardleerse wijze zo nu en dan uw spullen steelt.
Hij wil niet wat hij wel doet.
De laatste twee jaar ging het overigens redelijk goed met weinig strafbare feiten.
Tot december vorig jaar, toen sodemieterde Hendrik keihard onderuit.
Het was een paar dagen voor zijn verjaardag, hij was bij een kennis, een drugsdealer, geweest in de Oosterpoort in Groningen.
Die dealer had hem, bij wijze van presentje, een beetje cocaïne cadeau gegeven.
Hendrik had al een paar maanden niets gebruikt vanwege het traject waarin hij was verzeild, een zoveelste.

Hij liep over de Meeuwerderweg, richting Paddepoel, naar een andere kameraad.
Tegen de rechters: ‘Ik liep daar zonder bijbedoelingen.’
Rechters: ‘Maar wat gebeurde er?’
Hendrik: ‘Nou ja, ik zag die mevrouw daar staan, bij de bushalte. Ze had zo’n boodschappenwagentje op wieltjes. Mijn moeder heeft er ook zo eentje.’
Rechters: ‘En toen?’
Hendrik: ‘Ik was het niet van plan, maar het gebeurde gewoon. In een flits, in een fractie van een seconde. Ik weet het ook niet.’

Rechters: ‘U griste de portemonnee uit de handen van die mevrouw, u gaf haar een duw, zij viel op haar knieën, u rende weg. Is het zo gegaan?’
Hendrik: ‘Ja. Maar ik dacht direct, wat doe je nou, waar ben je mee bezig? Ik wilde teruggegaan, de portemonnee teruggeven. Maar toen lag ik dus al tegen de vlakte. Er zat een vent van 150 kilo bovenop mij. Hij gaf me nog twee vuistslagen tegen mijn harses aan. Dat vond ik wel wat ver gaan, ik bedoel, ik kon geen kant op.’

Rechters: ‘Dus u beroofde die mevrouw. Maar wilt u ons doen geloven dat dat een beetje per ongeluk kwam?’
Hendrik:‘Nee, uuh nou ja, het gebeurde zonder dat ik er bij stilstond.’
Rechters: ‘Dus u liep daar niet als een roofdier dat dacht, ik ga eens oude vrouwen beroven?’ Nee.

Hendrik zegt dat hij op het politiebureau erg is geschrokken toen hij hoorde hoe oud de mevrouw was: 87 jaar.
Tegen de rechters: ‘Ik ging door de grond, echt.’
Ook zegt hij: ‘Ik geloof overigens niet dat ik haar heb geduwd. Misschien dat ik haar met mijn schouder heb geraakt, maar zonder opzet. Ik ben immers niet gewelddadig.’

Hendrik denkt dat de cocaïne ermee te maken heeft.
Hij zegt dat de spijt die hij voelt echt gigantisch groot is.
Ik denk, hem zo te horen, dat hij het meent.
In april 2009 zat hij ook in zittingszaal 14, wegens een poging tot afpersing in de Flemingstraat.
In mijn oude aantekeningen staat: jongeman met rotjeugd, zegt dat-ie gigantisch veel spijt heeft.

Nog iets.
Hendrik had een fiets gepikt.
Nota bene de lokfiets van de politie.
Dat is een gemeen, maar doeltreffend trucje van de nationale politie om mannen als Hendrik te pakken.
Zo’n politielokfiets wordt op een plek neergezet waar veel fietsen worden gestolen, op de hotspots.

Hendrik tuinde er met open ogen in.
Bij de politie ging de blieper af en Hendrik kon zittend op het zadel worden aangehouden.
Hij zegt dat hij die dag de trein moest halen.
Tegen de rechters: ‘Nee, de fiets stond niet op slot. De politie zegt van wel? Nou , dat is niet waar. Er zat zo’n dikke Axa op, maar niet afgesloten. Ik had ook geen gereedschap bij me of zo. Ik kon zo wegfietsen.’

De fiets is bijzaak.

Niemand van de hulpverleningstrajecten begrijpt eigenlijk waarom Hendrik het heeft gedaan.
Het verging hem redelijk en dan ineens zomaar dit, een straatroof.
De rechters: ‘Eigenlijk is het niet vertrouwd dat u over straat loopt.’
Hendrik huilt niet, maar er glijden wel tranen uit zijn ogen.
Zucht: ‘Ik was van plan om mijn hele leven goed te doen.’

Zolang Hendrik nog leeft, zolang de cocaïne hem niet helemaal doet wegrotten, is er hoop.
Nadat die 150 kilo op hem was gaan zitten, was hij meegenomen door de politie die hem in de voorlopige hechtenis gooide. Na 65 dagen zitten kwam een plek beschikbaar in een kliniek.

Hendrik zelf ziet dwars door zijn spijt heen in de verte wel iets moois gloren.
Hij kent Benjamin die in de garnalen werkt en die wil hem helpen.
Hoewel hij eigenlijk hovenier is en niet van vis houdt, wil hij graag in de garnalen.
Dan kan hij de verleidelijke stad en onweerstaanbare kameraden mijden, want weet hij, voor garnalen moet je op de zee zijn.

De officier van justitie wil de samenleving dus een dienst bewijzen door Hendrik niet op te hokken (zijn woorden) maar door hem de helpende hand toe te steken om de kans dat hij nog eens in een flits misdadig wordt zo klein als mogelijk te maken.
De eis: 180 dagen celstraf waarvan 115 dagen voorwaardelijk.
Wat onvoorwaardelijk resteert, 65 dagen, is de tijd die hij al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan kan het behandeltraject in de kliniek zonder onderbreking worden voortgezet.

De advocaat zegt na de eis dat hij de neiging heeft om het heel kort te houden.
Hij heeft vervolgens toch nog 7 minuten en 27 seconden nodig om de rechters duidelijk te maken dat wat de officier van justitie voorstelt, zo gek nog niet is.

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 15 – uitspraak
Hendrik kan – zodra hij de kliniek mag verlaten – naar zee. De rechtbank heeft conform de eis uitspraak gedaan: 180 dagen waarvan 115 voorwaardelijk.

Meer voor mannen

soms heb je geen journalisten nodig
om het extra spannend te maken

 

Mannen knokken.
Dat hebben mannen altijd gedaan.
Eens was er een tijd dat het helemaal niet raar was dat er zo nu en dan – na bier – een stevig robbertje werd gevochten.
Na verloop van tijd zijn we dit volksgebruik minder gaan waarderen.
Net als stierenvechten zeg maar.

Vandaag de dag is de beschaving zover gevorderd dat een knokpartij wordt beschouwd al een misdaad en dat deelnemers eindigen in rechtszalen en zelfs achter tralies.
Vraag het maar aan Galliano (22) of aan Dirk (ook) uit Appingedam.

Er was bij Galliano een klein feestje, met bier, met wodka en spelletjes.
Wie het meeste staand kon drinken bijvoorbeeld.
Vriend Paul deed zo z’n best te winnen dat hij laveloos werd afgevoerd.
Dat deed de gezelligheid geen goed.
Toen Mark, een andere vriend, besloot Galliano eens flink de waarheid te vertellen (‘je vriendin is bang voor je’) ging het mis.
Mark en Galliano begaven zich als mannen naar de tuin om elkaar daar diep in de ogen te kijken.

Mark verklaart: ‘Ik werd plots bij de keel gepakt, kreeg twee vuistslagen op de ogen en viel op de grond. Daarna zag ik een voet aankomen en daarna werd alles zwart.’
Galliano: ‘We stonden daar en ineens probeerde hij mij, tot drie keer toe, een kopstoot te geven. Ik wilde weer naar binnen gaan, maar hij ging voor de deur staan, hield me tegen. Toen heb ik twee keer geslagen. Dat klopt. Maar ik heb hem niet tegen het hoofd geschopt. De agressie ging van hem uit.’

Een officier van justitie gelooft bijna altijd het slachtoffer.
Ook in dit geval.
Ze zegt: ‘Vriend Mark mag dan vervelende opmerkingen hebben gemaakt, irritant zijn geweest, het geeft verdachte niet het recht iemands schedel kapot te trappen.’
Wie vandaag de dag met geschoeide voet tegen een kwetsbaar lichaamsdeel schopt – het hoofd is zo’n deel – maakt zich per definitie schuldig aan een poging tot doodslag.
Ook al waren het gympies.

Galliano moest zich voor nog een akkefietje verantwoorden.
Hij had een cocaïne-dealer beroofd van diens tas met handel op de parkeerplaats bij de grote Albert Heijn.
Hij wil de rechters doen geloven dat hij dat deed omdat hij had vernomen dat de dealer ook drugs verkocht aan minderjarigen.
Daar wilde hij de handelaar op aanspreken en als bewijs dat het een heuse dealer betrof, had hij de drugs meegenomen.

De rechters: ‘Hoe logisch is dat?’
Galliano: ‘Tja, wie ben ik ook om zoiets te doen?’
De officier van justitie: ‘Hij heeft een deel van het bewijs ook nog eens zelf opgesnoven.’

Galliano laat weten dat hij – nu hij al zes maanden vastzit en vader is van een zoontje van 2 – goede voornemens heeft.
De officier van justitie vindt dat de verdachte die goede voornemens vooral moet blijven koesteren omdat er eerst moet worden afgerekend, vooral in de vorm van vergelding.
Ze eist vier jaar celstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.

En dat allemaal in Appingedam, een stad die volgens een dagblad qua onveiligste gemeente des lands op plek 112 staat, net na Coevorden, net voor Haarlemmermeer (met Schiphol binnen de grenzen).

Dirk woont ook in Appingedam.
Op de dag dat hij 22 jaar is geworden en daarom bezoek heeft, gaat hij even snel naar het vlakbij gelegen café om shag te kopen.
Zijn vriendin gaat mee.
In het cafe is een feestje van mannen met stropdassen die allemaal een diploma hebben behaald. Wanneer Dirk en vriendin de zaak weer verlaten, probeert een stropdas haar in de billen te knijpen.
De andere gestropte heren fluiten haar hitsig na.

Zij zegt dat dat wel vaker voorkomt, maar Dirk is boos.
Thuis vertelt hij een tikkeltje opgefokt aan het verjaardagsbezoek wat er zojuist is gebeurd.
Het 15-jarige neefje – een man in wording – denkt zijn oom een goede dienst te bewijzen en gaat in z’n uppie en met gebalde vuisten naar het café.
Niet heel veel later keert hij terug, met een bebloed gezicht.
In een stoel raakt hij buiten bewustzijn.

Dirk tegen de rechters: ‘Ik had nog tegen hem gezegd dat ik geen trammelant wilde, hij is er heengegaan zonder dat ik dat wist.’
Terwijl vrouwen zich om het neefje bekommeren – hij wordt weggevoerd met een ambulance – gaan de mannen met opgestroopte mouwen richting het café vol stropdassen.
De officier van justitie rept van een ‘georganiseerde aanval’.
De knokpartij die volgde – zegt de aanklager – zette heel Appingedam op de kop.

Soms heb je geen journalisten nodig om het extra spannend te maken.

De officier van justitie vertelt dat het politieonderzoek dat is ingesteld, moeizaam is verlopen.
Er waren veel getuigen, maar veel getuigen zijn bang te praten, bang voor represailles.
Er zijn zelfs mensen, zegt nog steeds de aanklager, die zo bang zijn dat ze niet meer op stap durven in Appingedam.
Na twee moeizame maanden heeft de politie een paar verdachten op het oog: Dirk, een jongere broer van Dirk en het 15-jarige neefje.
Ze worden met arrestatieteams van de politie op een ochtend in alle vroegte gearresteerd.
Daarbij worden voordeuren met een stormram (de rammeneur, zeggen ze bij de politie in Groningen’) ingebeukt.
De reden: er spookten geruchten door Appingedam dat Dirk over wapens beschikte vanwege zijn lidmaatschap van Satudarah.
Er zijn geen wapens aangetroffen.

Dirk zegt tegen de rechters dat ‘ie een jongen een drukker heeft gegeven.
Bij de Scapino.
Alleen dat.
Meer niet.
Daarna is hij weggegaan.
Tegen de rechters: ‘Maar goed, ik heb mijn aandeel d’r in gehad, achteraf hartstikke dom.’
Hij overweegt Appingedam te verlaten om elders een nieuwe start te kunnen maken.

Om zich los te maken is hij alvast gestopt met zijn opleiding HBO-rechten.
De rechters: ‘Oh.’
Dirk: ‘Ik vond het saai, droge stof.’
De rechters: ‘In de boeken is het altijd saaier dan hier in de rechtszaal.’

De officier van justitie heeft geen indicaties van geschoeide voeten en kwalificeert het geknok als openlijke geweldpleging.
Het broertje van Dirk hoort bij de kinderrechter een werkstraf van 40 uur eisen.
Dirk zelf moet wat de officier van justitie betreft zestig dagen in een cel opknappen.
Het neefje kon niet komen vanwege de schoolexamens.
Hij moet later.

Mannen knokken.
Er zijn geen signalen die erop wijzen dat dit in de toekomst anders zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 1 juni 2015 – uitspraak
De rechtbank heeft Dirk vrijgesproken. Er is geknokt door personen, maar het is onvoldoende duidelijk wie die personen zijn geweest. Daarom kan Dirk niet worden veroordeeld wegens openlijk geweld. Dat hij iemand een duw heeft gegeven, zegt hij zelf, mag zo wezen, niet duidelijk is tegen wie. Ofwel, ook hier vrijspraak. Het minderjarige broertje van Dirk is deels vrijgesproken. Wat rest is: 60 uur werkstraf waarvan de helft voorwaardelijk.

update – 4 juni 2015 – uitspraak
Galliano is door de rechtbank veroordeeld wegens een diefstal met geweld. De poging tot doodslag is niet bewezen. Daarom ook een lagere straf dan de eis: 14 maanden waarvan 6 voorwaardelijk.

Vijf

Voor de rechtbank in Groningen moeten vandaag drie verdachten verschijnen.
Het betreft drie bijzondere strafzaken die gelijktijdig dienen bij de politierechter.

De verdachten komen uit Veendam.
Het gaat om Bert (19), Maria (37) en Leendert (46).
Leendert zou best wel eens de vader van Bert kunnen zijn.
Maria is een Belg.

De misdaad waarvoor zie zich moeten verantwoorden is gepleegd tussen 1 januari 2013 en 9 juli 2013.
Dat is in ieder geval 673 dagen geleden.
Ze hebben het volgens het Openbaar Ministerie tezamen en in vereniging en ook opzettelijk gedaan.

Ze hebben hennep geteeld.
Samen ‘ongeveer’ vijf planten.
Vijf.
Ongeveer.

Het proces begint vandaag om 10.30 uur
Ik zal het volgen.
Of de verdachten komen opdagen, is vooralsnog onbekend.

het proces

De drie verdachten zijn gekomen en hebben de rechtbank als veroordeelden in tevredenheid verlaten.
Leendert en Maria – een stel – kregen allebei een werkstraf van 60 uur.
Geheel voorwaardelijk.
Zoon Bert kreeg een voorwaardelijke boete van 600 euro.
Die hoeft hij dus niet te betalen.

Vijf planten.
Maar er speelde wel iets anders mee.
De vijf planten voor eigen gebruik brachten meer op dan ze hadden gedacht.
Dan ze zelf gebruikten.
Wat over was, verkochten ze.
Aan de jeugd.

Dat deed vooral Maria, want Leendert was van vroeg tot laat in de bouw aan het werk.
Samen met zijn zoon.
Half Veendam wist dat Maria aan de deur verkocht.
Dat krijgt je, sprak de advocaat, als de jeugd die onder de 18 is niet in een van de twee coffeeshops van Veendam mag komen.
Dan worden de grenzen een beetje opgezocht.

Maria deed stiekempjes nog wel wat meer.
Ze kocht af en toe wat softdrugs bij voor haar handeltje aan huis.
Ze had er – opgeteld – zo’n 4.000 euro mee verdiend.
Daarmee loste ze haar schulden in.

Leendert zei dat hij dat niet wist.
De politierechter: ‘Dat kan ik niet geloven’

De officier van justitie sprak van ernstige feiten.
Aan de andere kant, zei ze, zijn het ook verschrikkelijk oude feiten.
Daarom hoeven de verdachten wat de aanklager betreft ook niet aan de hoogste boom.
De politierechter is het daar mee eens.

De politierechter vroeg overigens niet hoe dat nou kan, dat zo een zaak en kennelijk ernstig zo lang ongemoeid op een plank bij justitie blijft liggen.
De rechter wilde dat niet weten.

Leendert zei ook nog iets.
Hij zei dat hij het niet goed wil praten.
Maar dat hennep in Nederland toch heel gewoon is.
‘Je kunt ook naar de coffeeshop. Ik bedoel…’

De politierechter: ‘Het is wachten op het moment dat het wel mag. Maar nu zijn het nog misdrijven. Ik wens u allen een goede dag toe.’

rob zijlstra

Rekentoets

Schermafbeelding 2015-02-23 om 15.23.01De politierechter klinkt een beetje kribbig.
Ze vraagt aan de officier van justitie waarom de knipkosten van de winst mogen worden afgetrokken?
De officier van justitie bladert door het dossier, hij kan het even niet zo snel vinden.
De rechter: ‘Zijn er kosten gemaakt voor knippen? Volgens mij heeft-ie zelf geknipt. Dan maak je toch geen kosten?’
De officier van justitie heeft het gevonden.
Zegt: ‘Het klopt. Dat bedrag moet er dus nog bij worden opgeteld.’

De politierechter vertelt dat de hennepkwekerij aan de Hoenderhof in Delfzijl kon worden ontmanteld dankzij tips via Meld Misdaad Anoniem.
Politierechter: ‘Wat dan wel weer heel bijzonder is, is dat de melding komt op een moment dat de plantjes er staan, maar dat de plantjes zijn verdwenen op het moment van de politie-inval.
Ze zegt: ‘Dat is eigenlijk best treurig.’

De officier van justitie zegt dat de politierechter vanochtend met het verkeerde been uit bed is gestapt.
Dat zei hij niet hardop.
Ik denk dat hij dat dacht vanwege de mimiek.

De kwekerij was ingericht door twee broers in de woning van een van hen.
Met de opbrengst wilden ze de hypotheek betalen.
Een klikspaan vond dat het zo mooi niet mocht worden en belde anoniem.

De twee verdachten zijn niet naar de rechtszaal gekomen.
Behalve de aanklager en de politierechter zitten daar slechts een griffier en een rechtbankverslaggever om het allemaal aan te horen en gade te slaan.

De officier van justitie zegt dat een van de broers nu moet betalen.
Hij heeft de oogst van 96 planten verkocht.
De broer moet de winst afdragen aan de staatskas.
De politierechter: Waarom maar een broer, waarom niet alle twee?
De officier van justitie begint opnieuw te bladeren.
De politierechter doet uitspraak.

Beiden krijgen een werkstraf van 120 uur.
En samen ook de rekening.
Dat ging zo:

Er stonden 96 planten.
Die planten leveren 28,2 gram hennep op (dat is standaard zo).
Maakt 2,7 kilo.
Een kilo hennep is goed voor 3.280 euro (idem).
Dat levert 8.856 euro op.

Er zijn ook kosten (logisch).
Elektriciteitskosten: 840 euro.
Afschrijving: 150 euro (van dit en dat).
Inkoop plantjes: 273,60 euro.
Variabele kosten: 319,68 euro.

De totale kosten (1.583,28) mogen van de bruto opbrengst (8.856) worden afgetrokken.
Resteert een bedrag aan wederrechtelijke verkregen voordeel van 7.272,72 euro.
En daar moeten ze nu ieder een helft van betalen.

De politierechter: ‘Geen dank.’
De officier van justitie gaat niet in hoger beroep.

Rob Zijlstra

toe maar

De rechters weigeren

Hoe het kan gaan, soms.

Het is 2011 en Mark rommelt in dat jaar een beetje in de hennepwereld.9589832-hennep
Hij heeft ondernemend bloed en op een dag zijn zinnen gezet op een grow-web-shop.
Om klanten te werven moet hij de boer op en zo komt hij van alles tegen en met iedereen in aanraking.

Wat hij niet weet is dat er een groot politieonderzoek gaande is naar mensen met wie hij soms in zee gaat.
Die mensen vormen een criminele organisatie.
Via telefoontaps en observaties komt ook hij af en toe in beeld.
Niet als grote vis, maar als bijvangst.

De drugsbende – die vooral zaken doet met Duitsland – wordt in 2011 ontmanteld en de bendeleider krijgt in augustus 2012 een jaar celstraf.
Er was drie jaar geëist.

Mark was in april 2011 aangehouden.
Waar hij dan is, zijn ook 36 hennepplanten en 3.656 hennepstekken.
Na verhoor op het politiebureau mag hij gaan.
De politie neemt wel zijn auto, zijn computers, telefoons en meer van waarde in beslag.
Zo gaat dat.
De winst (criminele winst) die hij volgens de rekendeskundigen van de politie zou hebben gemaakt bedraagt 200.107,94 euro.

Op 25 maart 2013 krijgt Mark een brief van het Openbaar Ministerie.
Dat doet een schikkingsvoorstel: betaal 5.500 euro en dan doen wij zand erover.
Mark wil dat niet.
Hij voelt zich niet schuldig en wil de zaak voorleggen aan de rechtbank.

9589832-hennepRuim anderhalf jaar na dat schikkingsvoorstel en drie-en-een-half jaar na zijn aanhouding, is  het zover.
Vrijdagmiddag, 21 november 2014.
Mark is wat zenuwachtig, want er staat voor hem nogal wat op het spel.
Bovendien weet zijn werkgever van niks en dat wil hij heel graag zo houden.
Het is de laatste strafzaak van de week.

Bij aanvang van de zaak vragen de rechters hoe dat nou kan, dat een zaak uit 2011 die in augustus 2012 wordt afgerond pas op 21 november 2014 in de rechtszaal belandt?
De officier van justitie zegt dat hij dat ook niet weet, dat het heel vervelend is en biedt vervolgens zijn excuses aan aan de verdachte.

De officier van justitie komt dan met een verrassing.
Hij zegt dat hij nog een keer is gaan rekenen en dat de criminele winst zoals de politie die becijferde, ietwat moet worden bijgesteld.
Het is niet 200.107, 94 euro.
Het moet 9.336,70 euro wezen.

De rechters: ‘Maar dat is nogal een verschil.’
De officier van justitie zegt dat ze bij de politie iets te enthousiast waren.

Tja, zeggen de rechters en gaan nadenken.
Na nadenken zeggen ze vrij vertaald: Maar zo een oude zaak en dat de winst zo naar beneden is bijgesteld, is het dan nog wel een zaak voor de meervoudige strafkamer? Hoort zo’n zaak niet thuis bij de politierechter waar de doorgaans meer eenvoudige zaken worden behandeld?

Tja, zeggen de advocaat en de officier van justitie op hun beurt.
Er volgt nogmaals beraad.
En dan verrassen de rechters: ze willen niet.
Ze weigeren de zaak meervoudig te behandelen.
Dat is pijnlijk voor het Openbaar Minsterie.

Twee rechters trekken zich nu terug.
De voorzitter blijft zitten.
Hij is nu politierechter.

De officier van justitie zegt dat kan worden bewezen dat Mark zich heeft ingelaten met drugshandel.
Ernstig feit, strafbaar ook.
De officier van justitie zegt dat hij ook rekening zal houden met het tijdsverloop.
Hij eist een boete van 1000 euro.
Geheel voorwaardelijk.
Mark hoeft dus niks te betalen.
Dat wil zeggen: hij moet wel de criminele winst inleveren, die 9.336,70 euro.

De advocaat zegt dat de officier van justitie zijn rechten heeft verspeeld.
Zo een oude zaak en dan nu pas.
Advocaat: ‘Bovendien is er sprake van een schending van de behoorlijke procesorde. Het OM dreigt met een ontneming van meer dan 200.000 euro en biedt dan een schikking aan van 5.000 euro. Dus betaal 5.000 om te voorkomen dat je mogelijk meer moet betalen. Dat noem ik chantage, dat is iemand iets door de strot duwen.’

De politierechter doet direct uitspraak.
Het OM mag vervolgen (is ontvankelijk), want het tijdsverloop is keurig verwerkt in de eis.
Die is redelijk.
Dat Mark hennepstekken heeft vervoerd kan worden bewezen, hij geeft het zelf ook toe, vindt de politierechter.
Heeft hij ook gehandeld?
Politierechter: ‘Dat blijkt niet uit het dossier.’9589832-hennep

De straf: een boete van 1000 euro, geheel voorwaardelijk, proeftijd een jaar.
De vordering van 9.336,70 euro wordt afgewezen want onvoldoende aannemelijk gemaakt.

De advocaat zegt: ‘Zo.’
Zegt: ‘En nu proberen de spullen terug te krijgen die in 2011 in beslag zijn genomen door de politie, waaronder een auto, laptops, een iPhone.

Het vermoeden bestaat dat de eigendommen van Mark zijn verdwenen, dat die al door de politie te gelde zijn gemaakt.

Soms gaat het zo.

Rob Zijlstra

.
extra
In korte tijd kwamen van verschillende (juridische) kanten dezelfde vraag binnen: wie was die advocaat?
Het is/was strafrechtadvocaat Mathieu van Linde.
Te Groningen.

Grote griezels

cropped-coke.pngOp de dagvaarding staat ‘ongeveer 2 kilogram’ en ‘ongeveer 6 kilogram’.
Gevolgd door: ‘in elk geval een grote hoeveelheid…’
Wat heet.
Opgeteld acht kilo cocaïne is voor Groninger rechtszaalbegrippen een immense hoeveelheid.
Er passeert heel af en toe wel eens een halve kilo, maar doorgaans staan er grammetjes op de dagvaardingen.

En er is meer dat de rug doet rechten.
Er zijn twee verdachten van wie er eentje uit Colombia komt.
Uit Medellin.
De cocaïnehoofdstad.
Pablo Escobar, 21 jaar geleden gesneuveld, maar toch.
Zou de internationale drugsmaffia dan eindelijk Groningen hebben bereikt?
Acht kilo cocaïne in de straatverkoop doet wel 400.000 euro.
Met zo’n partij is cocaïne-snuivend Groningen (stad) een week zoet.

Als de eerste verdachte door twee politiemannen de rechtszaal wordt binnengebracht, is het beeld compleet.
Hij is een grote en omvangrijke man met een tatoeage in de nek.
Dit soort mannen zie je ook in die bedenkelijke televisieprogramma’s over bendes in Zuid-Amerikaanse gevangenissen.
De tweede verdachte oogt als een sportieveling, maar ook hij is vanzelfsprekend bloedlink.
Met acht kilo moet dat wel.

Eindelijk, schiet door mijn hoofd, eens echte en zware criminelen in de Groninger rechtszaal.
Een van de rechters zegt halverwege de zitting tegen de ontkennende verdachte: ‘Tja. Je kunt denken, een Colombiaan met cocaïne, dat is een een-tweetje.’
Fernando reageert geprikkeld: ‘Er zijn genoeg Colombianen die niet zo zijn, hoor.’

Iemand wees mij op het horn-effect.

Nadat de twee verdachten zijn gaan zitten en de rechters de identiteit heeft gecontroleerd – een strafzaak begint daar altijd mee – stel ik weer eens vast dat in de rechtszaal niets is wat het lijkt.
En dat ik helaas niet zonder vooroordelen ben.

De grote omvangrijke man is helemaal geen Colombiaan, het is Albert uit Hoogezand. Fernando de sportieveling blijkt de Colombiaan te zijn.
De grote Albert ontpopt zich als een familieman, als een vader die zijn zeven kinderen iets moois had willen geven.
Beide mannen hebben geen strafblad.

Blijft staan: 8 kilo cocaïne.

Het ging zo.
De politie in Groningen doet onderzoek naar gestolen motoronderdelen.
In Assen is de TT gaande en op verschillende plekken in Groningen – hoe logisch – worden woningen in de gaten gehouden.
Dan zien leden van het observatieteam een auto, een Focus, en een paar mannen onder wie Albert.
Ze zien dat Albert een oranje plastic tas, zo’n tas van Albert Heijn, in handen heeft.
De observanten vinden dat maar verdacht en ze besluiten Albert te achtervolgen.
Zo komen ze op het Sontplein terecht, bij de Mediamarkt, nabij de McDonald’s ook.
Albert rijdt een rondje over de parkeerplaats.

Dan duikt een man op die in dit verhaal Fernando heet.
De politie maakt zoals in films met telelenzen foto’s. Albert en Fernando treffen elkaar.
De politie ziet hoe de oranje AH-tas verdwijnt in de rugtas van Fernando.
De ontmoeting is kort van duur.
Voor de politie is het duidelijk: ze zijn – min of meer toevallig – getuige van een drugstransactie.

Fernando ontkent.
Hij was vanuit Amsterdam met behulp van de TomTom naar Groningen gereden, nooit eerder was hij hier geweest.
Hij moest iets ophalen.
Voor iemand. D
aar zou hij wat geld voor krijgen, benzinegeld sowieso en een beetje extra.
Hij had op Schiphol gewerkt, maar was zijn baan kwijtgeraakt.
Toen raakte zijn vriendin zwanger en het geld op.
Daarom deed hij af en toe klusjes.
Wat hij moest ophalen?
Hij dacht motoronderdelen, maar daar heeft hij verder geen verstand van.
Eenmaal terug in Amsterdam zou hij de tas moeten afleveren, ook in de buurt van een McDonald’s.
Nee, hij had geen vragen gesteld.
Hij komt uit een land waar het stellen van vragen nare gevolgen kan hebben.
Zegt hij.
Kent hij de grote Albert?
Fernando: ‘Jawel. Albert doet in motoronderdelen. We hebben wel eens samen in Amsterdam gechiled.’

De rechters willen weten waarom hij dan direct wegliep nadat hij die oranje tas had gekregen.
Fernando: ‘Ik was dus nog nooit in Groningen geweest, dus ik dacht ik ga eens even kijken. Maar toen zag ik dat ik werd gevolgd door mannen, door enge types. Grote griezels. Echt. Ik werd bang, bang dat ik zou worden aangevallen. In Amsterdam ben ik al eens beroofd. Daarom ging ik rennen.’
De politiemensen – de enge types – zien hoe hij op de vlucht de rugtas verstopt in struikgewas.

Fernando wordt in de boeien geslagen en de tas wordt leeg gekieperd.
De agenten roepen ‘bingo’, twee kilo cocaïne.
Daarop wordt ook Albert gearresteerd.
Er volgt huiszoeking.
Onder het bed van de vriendin van Albert wordt nog eens zes kilo coke gevonden.
Het is de drugsvondst van het jaar.

De grote Albert draait er niet om heen. ‘Ik heb de drugs geleverd, Fernando wist niet was hij kreeg. Ik wel.’
Nee, zijn vriendin was niet gecharmeerd van  die zes kilo onder haar bed.
Albert vertelt dat hij zo graag met haar en met zijn zeven kinderen op vakantie had gewild, met z’n allen op vakantie naar Curaçao.
Maar daar had hij het geld niet voor.
Hij had ook vrienden, ook een paar criminele jeugdvrienden.
Die hadden hem 4.000 euro gegeven, voor de vakantie.
In ruil daarvoor had hij die acht kilo drugs in huis genomen, om het te bewaren.
En om twee kilo over te dragen.
Daar had hij geen geld voor gekregen.

De grote Albert zegt dat het stom is wat hij heeft gedaan.
Hij zegt: ‘Ik weet dat ik fout ben. Het ging mij om die 4.000 euro, voor de kinderen. Nu zit ik in de bajes. Wat ik daar allemaal wel niet meemaak… dat is de moeite niet waard. Ik wil nu graag naar huis, naar mijn familie.’
De officier van justitie: vier jaar gevangenisstraf.

De sportieve Fernando zegt dat hij dacht dat het dus om motoronderdelen ging, dat hij anti drugs is en dat hij voetbalt in de hoofdklasse.
De aanklager: twee jaar cel.

Omvangrijke mannen met tatoeages in de nek, mannen uit Medellin, Colombia, vaders van zeven kinderen, voetballers in de hoofdklasse.
Griezelige types.
Niets is wat het lijkt.
Het is daarom niet aan de gewone sterveling om mannen in hokjes te stoppen.
Dat is voorbehouden aan rechters.

Rob Zijlstra

horn-effect

update – 24 oktober 2014 – uitspraken
Fernando heeft 24 maanden celstraf gekregen waarvan er 6 voorwaardelijk mogen. Betekent dat hij 18 maanden moet zitten. En dat is 2 maanden meer dan hij de straf had gekregen die het OM eiste (die was neergekomen op netto 16 maanden). Albert is veroordeeld tot 30 maanden celstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Vonnissen volgen zodra beschikbaar.

 

Over wijsheid en een invaljuf

cropped-charlie.pngAls het waar is dat de misdaad bestreden moet worden middels het strafrecht dan heeft braaf Groningen een beroerde week achter de rug.
Het aantal strafzaken dat in het voormalige doveninstituut aan het Guyotplein werd behandeld, was nog nooit zo laag als deze week.
De oorzaak mag inmiddels bekend zijn: de politie heeft het zo druk dat er geen tijd overblijft boeven te vangen en misdaadonderzoek te doen waardoor het Openbaar Ministerie te weinig dossiers krijgt aangeleverd waarmee officieren van justitie naar de rechtbank kunnen lopen.
Gevolg: lege rechtszalen en schaterlachende slechteriken.
Geen nood, in de loop van 2016 wordt alles beter, zo is beloofd.

De strafrechtweek begon maandagochtend ook nog eens met een ontzettend lelijke strafzaak bij de politierechter.
Klas 4 van het Hogeland College uit Warffum was er met de invaljuf getuige van.
De verdachte heette Appie.
Hij moest terechtstaan omdat hij zijn vrouw, ex, had bedreigd met geweld.
Hij had tegen haar geroepen: ‘Ik maak je hele gezicht kapot.’
Een mevrouw die op de fiets passeerde, hoorde het en stapte verontwaardigd af.

Terwijl Appie riep – geroepen zou hebben – trok hij aan zijn dochtertje van 7 jaar dat hij acht maanden niet had gezien.
Zijn ex trok tegelijkertijd aan de andere kant van ook haar dochter.
De mevrouw op de fiets zei tegen de politie: ‘Hij keek heel woest.’
Appie ontkent de lelijke woorden, maar de officier van justitie zegt dat als twee vrouwen beweren dat het zo is, dat dan het wettige en overtuigende bewijs is geleverd.

Deze kleine misdaadgeschiedenis speelde zich af op 29 december 2012.
Het lelijke is dat het Openbaar Ministerie welgeteld 646 dagen, dat is afgerond 22 maanden, nodig had deze kwestie voor te leggen aan de rechter.
De ex had nog een e-mail gestuurd waarin stond dat het allemaal goed is gekomen, dat hij weer lief voor haar is en andersom, dat Appie zijn dochter die hij toen zo lang niet had gezien alleen maar even een knuffel had willen geven, dat ze het nu samen weer proberen, ook al omdat ze samen wijzer zijn geworden.

De officier van justitie is niet geroerd, maar spreekt streng van een ernstig feit.
Ze dreigt met een werkstraf, maar eist een boete van 350 euro.
De politierechter denkt niet na maar weet direct wat wijsheid is.
Hij zegt dat twee vrouwen samen wettig en overtuigend zijn en dus dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met geweld.

De rechter: ‘U bent dus schuldig, maar ik leg u geen straf op, het is veel te lang geleden, straf heeft dan geen enkel zin. Dat was het, ik dank u voor uw komst.’

De invaljuf moet het in de klas maar eens uitleggen.

Schermafbeelding 2014-10-12 om 00.55.49Wel schuldig, maar geen straf is ook de inzet van een strafzaak waarin de rechtbank de komende week uitspraak doet.
Deze zaak kenmerkte zich door grote schoonheid.
Het is echt niet alleen kommer en kwel in de rechtbank.

De schoonheid zat in de twee verdachten die principieel de wet overtreden om de wereld (in Nederland) iets beter en aangenamer te maken, in de prettige wijze waarop de rechters deze twee verdachten ondervroegen en vooral in het pleit van de twee advocaten, Smeets en Vis.
Die twee proberen het Nederlandse coffeeshopbeleid omver te kukelen.

Heel verhaal, te boek gesteld op 48 A-viertjes.
De twee verdachten telen al jaren hennep onder de rook van de grote, vieze kolencentrale in de Eemshaven.
Ze telen biologisch, zonder brandgevaar, ze betalen de hoge energierekening, heel veel belasting en leveren aan twee coffeeshops die door de overheid worden gedoogd.
Het is het verhaal dat de overheid toestaat dat er wiet wordt verkocht, maar het niet toestaat dat er wiet wordt geteeld om te kunnen verkopen aan coffeeshops.

Uitademen mag, maar inademen niet. Zoiets.

Smeets en Vis hebben argumenten bedacht die de rechters ertoe moeten bewegen dat ze de twee eigenwijze wiettelers wel schuldig verklaren (ze bekennen ook), maar dat er geen straf wordt opgelegd.
Dat moet dan de doorbraak zijn: wiettelers kunnen met zo’n uitspraak mits ze het netjes doen, hun gang gaan.
De legalisatie van de ‘achterdeur’ is daarmee een stapje dichterbij, iets waar onder anderen burgemeesters al lang op aandringen.

Smeets en Vis zeiden bijvoorbeeld dat de twee verdachten leveren aan de coffeeshop in Stadskanaal die daar door de gemeente in het leven is geroepen.
De overheid is daarmee uitlokker en medepleger.
En het kan toch niet langer zo wezen dat diezelfde overheid datgene wat ze uitlokt en medepleegt strafbaar stelt.

Komt bij dat de twee telers zich in hun bedrijfsvoering gedragen als een bedrijf (inclusief een ordentelijke administratie) en door de overheid – de Belastingdienst – ook zo worden behandeld.
Een ander argument is dat de twee wiettelers met hun handelwijze de hennepteelt uit de criminele sfeer halen, kwaliteit garanderen en geen overlast veroorzaken: de twee eigenwijzen zijn kortom de ideale oplossing.

Smeets en Vis voegen daar nog aan toe dat als ook de nette hennepteelt verboden blijft, de brandgevaarlijke teelt op zolderkamertjes door criminelen dan blijft voortbestaan, niet in de laatste plaats gestimuleerd door het Openbaar Ministerie.
Ze zeggen: ’De door de overheid gedoogde coffeeshop verwordt met huidig beleid tot een doorgeefluik van de georganiseerde criminaliteit.’

De officier van justitie kijkt niet vooruit, maar roept de hulp in van vroeger, van Charles de Montesquieu (1689 – 1755 – ’vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat’) en de trias politica (scheiding der machten).

De officier van justitie zegt dat als het beleid van de overheid anders moet, de rechtszaal dan niet de plek is om dat voor elkaar te boksen.
Ga dan maar naar Den Haag, naar de Tweede Kamer, naar de wetgevende macht.
Die moet de uitvoerende macht dan in een andere richting sturen.
Een scheidsrechter, wil de officier van justitie maar zeggen, bepaalt de spelregels immers ook niet.
Ieder zijn rol, dat zijn de regels, zo is het afgesproken.

Smeets en Vis zijn het daar niet mee eens.
Rechters gaan over de strafwaardigheid en een moedige rechterlijke macht kan in de rechtszaal heus besluiten twee eigenwijze wiettelers schuldig te verklaren, maar hen geen straf op te leggen.

Voor klas 4 van het Hogeland College in Warffum: ook dit kan de invaljuf wel even uitleggen.

Rob Zijlstra

cropped-charlie.png Charlie

 

UPDATE – 16 oktober 2014 – uitspraak
De Bierumer wiettelers zijn schuldig, maar verdienen geen straf. Wat zij doen en hoe ze het deden past in het Nederlandse coffeeshopbeleid, vinden de rechters. De advocaten Smeets en Vis: ‘Dappere rechters.’

Het vonnis is hier te lezen

.

update – 26 augustus 2015
Het Openbaar Ministerie heeft na een herhaling van haar standpunten opnieuw werkstraffen (180 en 120 uur) en voorwaardelijke celstraffen (6 en 3 maanden) geëist tegen de twee Bierumer wiettelers. De verdediging (Smeets & Vis) bepleitten een niet-ontvankeliheid van het OM.  → dvhn

 

Litigieuze pluk

cropped-hennepplant.pngLeen had met de rug tegen de muur gestaan en in die positie had hij een keuze gemaakt.
Zelf had hij tegen de rechters gezegd: ‘Als je met de rug tegen de muur staat, heb je eigenlijk geen keuze.’

Hij had wel alles bij elkaar opgeteld.
Een eigen bedrijf met deurwaarders op de stoep, een mislukt huwelijk met kinderen, gruwelijke alimentatie, ellende en een boot.
Hij verkocht de boot en met de opbrengst richtte hij zijn woning in.
De gipsmuren konden kantelen, dat was vooral handig.
Buiten hing hij camera’s op, eentje in een vogelhuisje, voor de beveiliging.

Omwonenden vonden het maar raar, al die camera’s terwijl daar nooit iemand thuis was of te zien.
Of de politie dat wel wist, vroegen de omwonenden na een tijd.
De politie wist van niks, maar de buurtagent zocht het uit.
Zo werd ontdekt dat het energieverbruik aan de lage kant was, terwijl er tegelijkertijd sprake was van een hele zware netbelasting.
Een warmtemeting bracht uitkomst.

Hennep.

Leunend tegen die muur had Leen gedacht dat hennep de oplossing zou zijn voor de misère waarin hij was terechtgekomen.
Een of twee keer oogsten en de zon zou weer gaan schijnen in zijn leven.
Dacht hij.

Maar de eerste oogst mislukte omdat hij op het verkeerde knopje drukte van het computergestuurde voedingsapparaat.
De tweede oogst had een inbreker meegenomen.
Oogst drie – 594 planten – was bijna oogstklaar toen de politie op het toneel verscheen.

Het Openbaar Ministerie had hem streng toegesproken en had vier maanden gevangenisstraf geëist.
De rechters waren mild geweest: Leen kreeg een taakstraf van 160 uur wegens hennepteelt en wegens de diefstal van stroom.

De echte ellende moest toen nog komen.
Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) had uitgerekend hoeveel winst Leen had gemaakt.
BOOM heeft daar een formule voor:
Het aantal planten maal de vervuiling in de kwekerij, maal het aantal oogsten, maal dertig gram en het klimaat minus wat onkosten, dan een beetje schudden en vervolgens rolt daar dan het wederrechtelijk verkregen voordeel uit.
In het geval van Leen: 1.458.801,99 euro.

De advocaat schreef een brief
Leen had ook al 153.882,- euro moeten betalen aan stroomboer Enexis in verband met de illegale afname van stroom ten behoeve van de litigieuze hennepkwekerij.

Na wat heen en weer gecijfer paste het Openbaar Ministerie de vordering in het voordeel van Leen aan: 1.272.432,50 euro.

Vandaag nam de rechtbank in Groningen een besluit.
Leen heeft niet 25 keer geoogst zoals het Openbaar Ministerie wil doen geloven, maar slechts vijf maal, vinden de rechters
Derhalve hoeft Leen maar 254.486,50 te betalen aan ’s lands staatskas.

Nog even voor het idee.
Volgens het Openbaar Ministerie heeft Leen hennep geteeld tussen 1 januari 2004 en 18 maart 2009.
Leen zelf zegt dat hij in 2008 met de rug tegen de muur stond en toen zijn onmogelijke keuze maakte.

Op 19 maart 2009 was de inval van de politie
De veroordeling tot de taakstraf van 160 uur was op 7 juni 2012.
Vandaag is het 9 oktober 2014.

Leen kan net als het Openbaar Ministerie in hoger beroep, binnen 14 dagen.
Alsof er haast is geboden.

Rob Zijlstra

Naar de donder

Leo (29) uit Groningen zwaait met zijn armen alsof hij aan het hiphoppen is en zegt tegen de rechters: ‘Tja, als je zit kom je niet vooruit.’
Dat waren wijze ware worden.
Leo zit liever niet vast, zegt-ie.
Verongelijkt: ’Ik wil naar de toekomst kijken, maar ja, als jullie mij dat niet gunnen…’

Hij is niet naar de rechtbank gekomen om te bekennen, dat wordt al snel duidelijk.
Leo – als bezoeker van zittingszaal 14 niet helemaal een onbeschreven blad – is misschien wel te trots om toe te geven dat hij een dief is.
En dealer in middelen.
Leo is een hosselaar die misschien wel een lange weg te gaan heeft om zijn toekomst te bereiken.

Bij de Scapino in Groningen was hij aangehouden.
Er was een burgernetactie gaande; burgers van Groningen werden via hun smartapparaten opgeroepen uit te kijken naar een tasjesdief, naar een man die lijkt op Leo.
Bij de Scapino werd hij herkend.
De politie vatte hem in de kraag.
Onder zijn jas zat een paar slippers verstopt, in de onderbroek twee mobiele telefoons waaronder de iPhone die een half uurtje eerder was gestolen uit een auto nabij de Grote Markt.
Uit die auto – niet op slot – was ook een zakje gestolen met ongeveer 100 euro.
Ook dat had Leo.

Over de slippers: ‘Per ongeluk, snap je. Ik was dronken en dan doe je onbewuste dingen. Dat wisten de rechters toch ook wel. Of zijn rechters nooit dronken?
Rechters: ‘Leo, het was tien uur ’s ochtends.’
Het zal, maar hij is geen dief.
Hoe hij aan dat geld kwam, aan die telefoon?
Hij was iemand tegengekomen, iemand die hem nog geld was verschuldigd.
Die iemand had hem die dingen gegeven.
Wie? Nee.

Justitie had nog een ander appeltje met hem te schillen.
Een jaar geleden, net op vrije voeten, dachten politieagenten te zien dat hij aan het dealen was.
Toen ze hem wilden aanhouden, rende hij weg.
Op de vlucht gooide hij een zakje in de berm.
Ook dat zagen de achtervolgende agenten (op scooters).
Ze zochten en vonden in de berm 17 bolletjes cocaïne.
Leo: ‘Niet van mij hoor.’
Als je nadenkt, lijkt hem dat ook logisch, zegt hij tegen de rechters.

Leo weet dat hij straf krijgt, of hij nou zegt dat-ie het heeft gedaan of ontkent, dat maakt toch niet uit.
De vorige keer hadden ze hem drie jaar gegeven.
Toen was ook geschoten met pistolen.
Nu niet.
Hij weet, dat scheelt.
Hij kent het spel.
Zegt tegen de rechters dat de officier van justitie wel eens een grote fout kan maken.
Want misschien ziet de officier hem voor de verkeerde aan: ‘Ik lijk namelijk heel erg op mijn broer. Wij zijn niet van elkaar te onderscheiden.’

De officier van justitie eist 8 maanden celstraf en 497 dagen die hij als bonus mag uitzitten.
Het is het deel van een eerder opgelegde straf die hij niet hoefde uit te ondergaan op voorwaarde dat hij niet opnieuw de fout in zou gaan.
De advocaat vraagt de rechters af te zien van de bonus.
De advocaat: ‘Voegt niets toe. Bovendien, Leo heeft een vriendin, maar die wacht niet eeuwig.’

Maakt het voor Leo allemaal niet zo heel veel uit – zitten hoort bij het leven – Hendrik heeft een leven te verliezen.
Hij vertelt dat hij vanaf zijn 18e zelfstandig is, dat hij altijd zijn eigen geld heeft verdiend, dat hij bedrijven heeft gehad en dat nu, nu hij 60 is, de hele boel aan flarden dreigt te gaan.
Zegt: ‘En dan ga ik naar de donder.’

Hendrik zit al drie maanden opgesloten in de Norgerhaven.
Het verbaast daarom dat hij met een verhaal op de proppen komt dat Leo had kunnen verzinnen.

Hendrik tegen de rechters: ‘Zolang ik vastzit, zijn er al drie mensen vermoord tijdens een overval op een woning. Ik was gewoon ontzettend bang.’
Hendrik is bezig uit te leggen waarom hij een wapen had, een Sig, model P220 met 47 kogelpatronen in een doosje.
De politie had bij hem aangebeld en gevraagd of het waar was dat hij een wapen in huis had.
De politie had een tip gekregen, afkomstig uit het criminele milieu.
Hendrik draaide er niet om heen.
Hij had het wapen uit de slaapkamer gehaald en aan de agenten gegeven.

De agenten vroegen vervolgens of ze eventjes rond mochten snuffelen.
Dat mocht, niet zo slim.
De agenten vonden drugsdingetjes, sealzakje, hennepgruis, flessen vol plantenvoeding, 6.700 euro (met briefjes van 500) in een plastic buis in een hok achter de badkamer, een tafelmodel diepvries met daarin zeven zaken met een witte substantie, twee blauwe regentonnen met 22 pakketjes waarin in totaal 22,88 kilo hennep zat verpakt.
De witte substantie: 12,92 kilo amfetamine (speed).
In de verkoop doet zo’n partij drugs wel een kwart miljoen euro.

Hendrik zegt 25 keer dat hij heel stom is geweest en dat hij straf heeft verdiend.
Maar hij wil het graag uitleggen.
Zijn ex was overvallen in haar woning.
Ze had de hond nog op hen afgestuurd, maar toen hadden de overvallers de hond, die ook zijn hond was geweest, neergeschoten.
Daarom had hij dat wapen gekocht.
Voor 1500 euro.
Van wie? Nee.

Rechters: ‘En die drugs in huis dan?’
Van kennissen.
Die gingen op vakantie.
Drie weken.
Of hij wilde oppassen.
Dat wilde hij wel, want zo is hij.
Ja, dat het drugs waren, wist hij.
Nee, niet dat het zo veel was.
Ja, stom, straf verdiend.

De rechters geven er vriendelijk blijk van dat ze hem niet geloven.
Ze vragen: ‘Zat u niet gewoon in de drugshandel?
Hendrik huilt even en zegt dan dat dat absoluut niet het geval is.
‘Ik ben sales manager geweest, ik ben kundig met verkoop. Ik verdien mijn geld met antiek, met meubeltjes.’
Rechters: ‘Waarom zoveel flessen plantenvoeding?
‘Een kennis wilde een lijntje met orchideeën opzetten.’
Rechters: ‘Klopt het dat de vriend van uw overvallen ex met wie u nog goede contacten heeft, eigenaar is van een growshop?’
‘Ja, dat klopte wel.’

De rechters kijken gelukkig.
Ze hebben zojuist misschien wel de waarheid gevonden.
Nog net niet in koor: ‘Wil iemand nog iets vragen? Nee? Mevrouw de officier van justitie, u is.’

Hendrik had een paar keer tijdens de zitting gezegd er vanuit te gaan dat hij 61 is als hij weer vrijkomt. Stom, maar straf verdiend.
Hij is nu 60 jaar.
De officier van justitie: ‘Heel ernstig, heel veel drugs. Ik eis 5 jaar gevangenisstraf.’

Hendrik kijkt verschrikt en vol ongeloof opzij, naar zijn advocaat: ‘Zei ze nou 5 jaar?’
Ja.

Rob Zijlstra

uitspraak op 9 oktober (op de dag dat Leo jarig is)