drugs

Cheb wordt vervolgd

pot-rode-verfCheb is in z’n eentje zo’n beetje het hele Marokkanenprobleem in Groningen.

Anders gezegd: er zijn wel Marokkanen in Groningen, maar in de rechtszaal komen ze zelden, ze hebben daar kennelijk niks te zoeken.
Cheb daarentegen is al jaren een van de meest trouwe bezoekers van zittingszaal 14.
En altijd voor hetzelfde: inbraken en insluipingen.

Hij kwam 34 jaar geleden vanuit Beni Bouifrour naar Nederland.
Veel heeft hem dat niet gebracht.
De eenvoudige sportschoenen die hij draagt zijn van de penitentiaire inrichting in Ter Apel.

Cheb is behept met een dijk van een drugsverslaving, een vlotte babbel en een enorm zelfinzicht.
Met zijn diepdonkere ogen zegt hij tegen de rechters: ‘Ik vind het vreselijk dat ik zo laag ben gezonken, zo laag om in te breken in de synagoge, ook gezien de historie en het feit dat ik Marokkaans ben.’

Hij wandelde in juni dit jaar door de Folkingestraat in de binnenstad van Groningen.
Hij zag dat in de synagoge een tentoonstelling was waarvoor entree moest worden betaald.
Zijn hersenen begonnen meteen te ratelen: entree is geld, geld is drugs.
Het lichaam deed de rest: dat begon te klimmen en via een plat dak en met behulp van een koevoet die hij altijd bij zich draagt ging hij naar binnen.
Hij vond de kassa met daarin de entreegelden en enige eagle-munten.

Hij werd gesnapt en nu heeft hij zo ontzettend veel spijt.
Bij de politie had hij gezegd dat hij schoon schip wilde maken.
Want hij is verliefd.
Cheb: ‘Tot over mijn oren.’
Op het bureau werden alle verloven ingetrokken want als Cheb gaat biechten zou het oplossingspercentage van inbraken en insluipingen wel eens tot een recordhoogte kunnen stijgen.
Alle wijkagenten van Groningen gingen om hem heen zitten en keken hem vol verwachting aan.
Cheb: ‘Alle andere zaken heb ik niet gedaan.’

De inbraak in de synagoge was ook meer een samenloop van omstandigheden geweest.
Ze heet Anna op wie hij smoorverliefd is.
Ze hadden een heftige ruzie gehad, zo heftig dat hij een gat in de deur had geslagen en toen naar buiten was gegaan, met het hoofd helemaal vol.
Tegen de rechters: ‘Zij zat de hele dagen te zeuren om geld en drugs. Daarom besloot ik op pad te gaan om in te breken.’

Nu hij in de gevangenis zit, mist hij haar.
Zo erg dat hij er bijna gek van wordt.

Cheb heeft ‘s nachts geen frisdrankautomaten opengebroken in het UMCG.
Hij heeft ook niet ingebroken in het gebouw waarin onder meer de biljartverenging is gevestigd.
Ook de laptops uit een gebouw van het Noorderpoortcollege heeft hij niet gestolen.
In het studentenpand waar mobiele telefoons waren ontvreemd, is hij nog nooit geweest.

Dat er foto- en filmmateriaal is waarop Cheb te zien is ten tijde van de diefstallen doet daar volgens hem niet aan af.
Zijn dna op een blikje Fanta in het pand waar de biljartvereniging huist, met de kans kleiner dan 1 op 1 miljard dat het van iemand anders is?
Die telefoon die hij had, afkomstig uit dat studentenpand?

Hij zegt: ‘Die telefoon die ik had, had ik geruild met iemand.’
Beelden van beveiligingscamera’s?
Blikje Fanta met daarop zijn dna?
Cheb: ‘Kan wel kloppen, want ik ben daar geweest. Maar niet om te stelen, maar om rustig drugs te kunnen gebruiken. Ik zoek altijd rustige plekken op omdat ik mijn moeder niet wil confronteren met mijn drugsgebruik. Maar ik ontken ten stelligste dat ik daar heb ingebroken. En u moet het volgens de wet wettelijk bewijzen.’

Rechters: ‘U weet hoe het werkt.’

De officier van justitie ook: ‘Wettig en overtuigend.’
Cheb: ‘Ik mis Anna ontzettend. Ik wil graag met haar trouwen en kinderen krijgen en aan mijn vader met wie ik al acht jaar niet heb gesproken laten zien dat ik ook goed kan doen.’

De officier van justitie: ‘U krijgt nog een kans.’
Cheb: ‘Ik verdien straf voor die inbraak in de synagoge.’

De officier van justitie: ‘Achttien maanden waarvan twaalf voorwaardelijk.’
Cheb: ‘Ik zou liever iets voor de samenleving terug willen doen. Ik wil de synagoge wel schilderen, van binnen en van buiten… In plaats van gevangenisstraf.’

De officier van justitie: ‘Met als bijzondere voorwaarde een behandeling in een kliniek voor de duur van maximaal een jaar. Doet u dat niet, dan moet u een jaar extra zitten.’
Cheb knikt, snapt hij: ‘Ik wil niet langer als een tweederangsburger leven, niet meer stelen, want zo ben ik niet.’

Ik vrees: wordt vervolgd.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 7 oktober 2013 – uitspraak
Cheb is veroordeeld tot achttien maanden celstraf waarvan een lang deel voorwaardelijk: een jaar. Dat is bedoeld als stok achter de deur. De straf is conform de eis. Dat is desondanks het feit dat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan het Openbaar Ministerie.  De insluiping in het Noorderpoortcollege en in de studentenwoning kan niet worden bewezen.

de rechtbank heeft het vonnis (nog) niet gepubliceerd

 cheb de flipper (september 2011)

De slapende steigerbouwer

Schermafbeelding 2013-09-20 om 11.10.58In een decembernacht van 2010 troffen surveillerende agenten een man aan in een stilstaande auto, midden op de rijbaan en met de motor draaiende.
Het was Derk.
Hangend over het stuur en in diepe, diepe slaap.

Toen de agenten hem wakker wilden maken, roken ze drugs (agenten ruiken dat).
Zijn auto zat tjokvol.
Cocaïne (11 gram), amfetamine (181 gram), hasjiesj (207 gram), xtc (900 pillen). Verder: messen, busje peperspray , gripzakjes, een weegschaaltje en 700 euro aan contanten.

Toen Derk een paar maanden later voor de rechtbank stond om zich te verantwoorden, zei hij: ‘Het was voor eigen gebruik.’
Ik schreef toen op dat niemand hoefde te lachen om dat antwoord.
En dat een van de rechters opmerkte: ‘Hoezo 900 pillen voor eigen gebruik? Hoeveel jaar was u van plan om…’

De rechters hadden opgemerkt dat het beter zou zijn de drugs vaarwel te zeggen.
Derk had geantwoord: ‘Dat wil ik wel.’

Het was toen niet de eerste keer dat Derk zich voor rechters moest verantwoorden in verband met drugs.
En ook niet de laatste keer.

Vrijdagochtend zat Derk weer in zittingszaal 14.
Hij was aangetroffen in zijn auto, in de Nieuwstad, in de rosse buurt van Groningen.
In de auto: speed, amfetamine, xtc (368 pillen), wiet, heroïne.
Gripzakjes, zes mobiele telefoons, een ipad, een weegschaaltje, 750 euro in biljetten van tien en twintig euro.

Nee, zegt Derk (en later ook zijn advocaat): ‘Ik was niet aan het dealen.’
Rechters: ‘Neemt u altijd zo veel drugs mee als u op pad gaat?’
Derk: ‘Het was voor eigen gebruik.’
Weer hoeft niemand te lachen.

Derk heeft een drugsprobleem.
Dat begon toen hij een jaar of 16 was.
Hij is nu 30 jaar.
Hij heeft diverse keren geprobeerd de drugs te laten staan.
Tegen de rechters: ‘Maar zonder drugs val ik op mijn werk in slaap.’
Derk is steigerbouwer.

De vorige keer kwam hij weg met een werkstraf.
Dat had Derk gewaardeerd, want hij werkt graag.
Daarvoor had hij al een paar keer gedurende enige maanden in de gevangenis gezeten.
Dat beviel hem minder.
De officier van justitie eist ditmaal een celstraf van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk.
Zodra hij zijn vrijheid terugkrijgt, moet de reclassering hem in de gaten houden.

Derk wil dat wel.
Rechters: ‘U bent gemotiveerd?’
Derk: ‘Ja hoor.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 4 oktober 2013 – uitspraak
Derk heeft gekregen wat de officier van justitie voor ogen had: 12 maanden cel waarvan vier voorwaardelijk. Met reclasseringstoezicht.

tuk

Het dwaalspoor

ambonNee hè. Niet hij weer.
Maar als hij de rechtszaal betreedt, is er geen twijfel mogelijk: ’t is onmiskenbaar Bram. De praatjesmaker, de boef.
Bram de sportman pur sang.
Vijf jaar geleden overhandigde hij in zittingszaal 14 aan de rechters een brief.
Op acht handgeschreven velletjes papier legde hij uit waarom hij zijn leven zou beteren en wat aan dat goede voornemen ten grondslag lag: de marathon van Rotterdam.

Na die 42 kilometer zou alles goed met hem komen.
Maar volgens de hulpverleners die hem al twintig jaar kennen, heeft hij nog een lange weg te gaan.

In 2006 werd Bram veroordeeld wegens een poging tot zware mishandeling in het daklozencircuit: tien maanden celstraf.
In 2009 kreeg hij de veelplegersmaatregel isd (twee jaar in de gevangenis) opgelegd vanwege het leegdrinken van een fles Pisang Ambon in de Albert Heijn en – daaropvolgend – een poging een Playstation te stelen bij de Mediamarkt.
In 2012 – net vrij – wilde het Openbaar Ministerie hem nogmaals twee jaar ’isd’ opleggen wegens een gevalletje van oplichting.
De rechtbank trapte er al dan niet in en legde negen maanden celstraf op waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Op 17 april dit jaar kwam Bram met zijn cocaïneverslaving op vrije voeten.
Het duurde maar even en hij zat weer op het politiebureau.
Hij had een paar blikjes bier gestolen bij de Jumbo in de Euroborg.
En kroketbroodjes.
En een bak met ijs.

De rechters vragen aan hem: ’Klopt dat?’
Bram: ’Klopt.’
Rechters: ’Hoe kwam dat zo?’
Bram: ’Ik had een huisvestingsprobleem. Was gefrustreerd, reageerde wat impulsief, ’t gleed zo de tas in.’

In 2009 zeiden de rechters tegen hem: ’U bent 37 jaar. Al zestien jaar lang heeft u problemen met politie en justitie. Van die zestien jaren heeft u er tien in de gevangenis gezeten. U bent een maatschappelijk probleem (…).
Nu, vijf jaar verder, lijkt er aan het mislukte rotleven van Bram weinig veranderd.

Hij is nog altijd een sportman pur sang – dat zei hij in 2009 en dat herhaalde hij deze week.
Nog steeds gieren de goede bedoelingen door het magere lijf en is er de chaos in de kop als hij geen alcohol drinkt.
De cocaïne sloopt ondertussen ongestoord verder.

Bram ziet het anders.
Tegen de rechters: ’Eigenlijk heb ik geen probleem. Een alcoholprobleem zoals jullie zeggen? Nee. Ik drink wel eens een biertje, maar altijd verspreid over de dag. Ik heb tien jaar op straat gelopen, ik had een huisvestingsprobleem. Maar dat probleem is nu opgelost.’

Hij vervolgt, steeds enthousiaster: ’Ik heb er wel slechter voor gestaan. Een stukje begeleiding, dat kan ik wel hebben. En ik heb een paar corrigerende tikjes nodig als ik op het dwaalspoor beland… Maar verder?’

De rechters vragen waarom het hem ditmaal wel zal lukken?
Bram, glunderend: ’Ik heb een vriendin. Zij heeft een huis in Emmen. Ik heb dus geen huisvestingsprobleem meer.’

In 2009 meldde de reclassering aan de rechtbank dat Bram zijn laatste kans had verspeeld.
Alle hulp die hij de afgelopen jaren aangeboden had gekregen, was op niets uitgelopen. Bram heeft, zei de reclassering, wel een reële kijk op de wereld, maar hij is niet in staat de juiste keuzes te maken.
Nu – in 2013 – zegt de reclassering: ’Zijn motivatie is goed en oprecht. Maar wat wij ook doen, hij haakt op het laatst altijd weer af. De enige mogelijkheid die wij zien is nogmaals een langdurige en gedwongen behandeling. En dat kan wat ons betreft alleen binnen een isd-tracject van twee jaar.’

Bram, wanhopig : ’Maar we houden van elkaar. Ik zou een isd verschrikkelijk vinden want dan ben ik haar twee jaar kwijt. Ik weet niet of ik dat wel aankan.’

Bram’s liefde zit achter in de zaal.
Af en toe draait hij zich om en werpt haar lieve blikken toe.
Hij zegt: ’Ik moet hier een kans mee verdienen.’
De liefde, twintig lentes jong, staat onder begeleiding van de hulpverlening.

Rechters: ’Hoe komt u er bij dat u bij haar mag intrekken?’
Dat heeft ze aangeboden.
Rechters: ’Heeft zij u ook opgezocht in de gevangenis?’
Dat heeft ze niet, want ze heeft veertig graden koorts gehad.
Rechters: ’Is uw relatie belangrijk omdat ze u een woning verschaft?
Oh nee, zo moeten de rechters het niet zien.

De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Bram’s wereld sodemietert in elkaar.

Maar dan.
Dan is daar Lidewij Wachters, de advocaat.
Zij zegt dat de rechtbank de isd-maatregel helemaal niet kan opleggen want er wordt niet voldaan aan de criteria.
Die zijn dat tegen een verdachte ten minste tien processen-verbaal in de voorbije vijf jaar moeten zijn opgemaakt in verband met strafbare feiten.
En de advocaat telt er maar negen.

Terwijl Bram met wapperende handen sussende gebaren maakt richting de liefde, rommelt de officier van justitie in haar papieren.
Na even zegt ze: ’De advocaat heeft gelijk. De isd kan helemaal niet worden opgelegd. Ik eis 82 dagen celstraf – dat is de tijd die verdachte al vastzit – wegens de diefstal van blikjes bier en kroketbroodjes.’

Bram danst in blijde verwachting de dans te ontspringen de rechtszaal uit.

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 12 september 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan. Bram kan niet naar de isd, zoals de advocaat al bepleitte. Voor de diefstal heeft hij twee maanden celstraf gekregen, niet toevallig de tijd die Bram al heeft gezeten. Hij mocht kort nadat uitspraak was gedaan de gevangenis met zijn goede voornemens en vlinders in de buik verlaten.  Zet’m op Bram.

De tienerdochter

haar dood kost maar 40 cent

radiatorZe mag als slachtoffer de rechters toespreken en dat doet ze met de zelfverzekerdheid van een generaal die voor zijn troepen staat.
Ze zegt: ‘Ik ben iemand met een sterk karakter. Ik ben geen lieverdje. Ik ben met verkeerde mensen omgegaan. Ik blowde. Ik loog veel en deed best wel slechte dingen. Ik ben twee keer opgepakt. Ik heb het er zelf ook wel een beetje naar gemaakt.’

In haar hand houdt ze het papier vast waar het verhaal op staat dat ze wilde vertellen, het verhaal dat ze thuis heeft geschreven.
Maar zonder er naar te kijken zegt ze: ‘Ik heb altijd de grenzen opgezocht. Mijn ouders zijn eigenlijk veel te lief voor mij geweest. Zonder hen was ik nu dakloos.’

Schuin voor haar zit haar vader, 49 jaar, hij zit in de verdachtenbank.

Ze zegt: ‘Het gaat nu heel goed met mij. Mag ik dat zeggen? Ik heb het hem nog steeds niet vergeven, maar ooit zal ik dat doen. Voor negentig procent is hij een goede vader voor mij. Dat hij het één keer heeft verkloot, betekent voor mij niet dat hij naar de gevangenis moet.’

Naast haar zit haar moeder, haar oudere zus en haar broer.

Hun vader, haar man, vertelt aan de rechters dat wat hij heeft gedaan, absoluut niet kan.
Een paar keer valt zijn stem even uit, dan blijft het een tijdje stil.
Hij zegt dat hij zich schaamt, nog steeds, ook nu.

Tienerdochterlief was de nacht niet thuisgekomen, maar bij een vriendinnetje blijven slapen.

Haar vader zegt dat dat de druppel was, de laatste druppel.
En dat hij wanhopig was, boos ook en bezorgd, dat er frustraties waren.
Dat hij het niet kon verdragen dat zijn dochter drugs gebruikte.

Hij haalde haar op met de auto.
In plaats van naar huis, reden ze naar een woning in Winschoten.
Hij zegt dat zij zich aan zijn regels moet houden en dat ze haar school moet afmaken.

In de woning in Winschoten, van een kennis die er niet is, zegt hij tegen zijn dochter dat hij een beslissing heeft genomen.
‘Jij gaat dood.’
Hij pakt haar vast, hij bindt haar vast met tape en daarna met touw aan de verwarming.
Hij slaat haar.

Hij zegt dat hij haar een injectie zal geven, dat ze dan langzaam in slaap zal vallen en pijnloos zal sterven.
Ze mag zelf kiezen: in de linker- of in de rechterarm.

Zijn tienerdochter smeekt.
Zegt dat ze alles zal doen wat hij wil.
Hij zegt dat het daar nu te laat voor is.

Hij laat haar achter met de mededeling dat hij de dodelijke injectiespuit gaat halen.
Zij gilt om hulp.
Na een tijdje hoort ze iemand.
Het is haar vader, met een injectiespuit.
Ze kiest niet, kan ze niet, hij pakt haar rechterarm.

Daarna maakt hij haar los en zegt dat ze binnen tien minuten in slaap zal vallen.
Zegt: ‘En daarna ga je dood.’
Hij gaat naast haar zitten op de bank en begint te huilen.
Terwijl tienerdochterlief denkt dat ze over een paar minuten niet meer leeft, zegt hij dat die spuit maar veertig cent kostte.
Dat haar dood dus maar veertig cent kost.

In de spuit zat geen heroïne zoals hij had gezegd.
Hij heeft haar ook niet geïnjecteerd, niet echt.
Hij zegt dat tegen haar.
Dan staan ze op, verlaten de woning en rijden naar huis, naar huis in Groningen.

Dit alles speelde zich af in maart 2012.
In april doet de dochter aangifte.
De politie stelt een onderzoek in en de vader wordt gearresteerd.
Hij zit tien dagen vast en mag dan naar huis.

In de voorbije maanden is er voorzichtig weer contact tussen beide.
Hij heeft haar een brief geschreven.
Zij heeft teruggeschreven dat ze zelf wil bepalen wanneer het weer goed zal zijn.

De officier van justitie zegt dat je soms dingen leest die je niet wilt geloven.
Dat vader zijn dochter een lesje wilde leren,
Een dochter die de grenzen opzoekt omdat dat bij haar leeftijd past.
Met dat lesje is de vader veel te ver gegaan.
Verdriet, frustraties, de wanhoop – het zal – een excuus mag het niet zijn.
De officier van justitie zegt: wederrechtelijke beroving van de vrijheid.
De officier van justitie eist een jaar gevangenisstraf.
De helft mag voorwaardelijk.

De advocaat zegt tegen de rechters dat ze een zwaarder gewicht moeten toekennen aan de wens van het slachtoffer: dus geen gevangenisstraf.
Zegt: de oplossing van de officier van justitie is in deze kwestie niet de beste oplossing.

De vader krijgt het laatste woord.
Hij kijkt even over de schouder, naar achteren, biedt nogmaals zijn excuses aan.
Dan wordt de zitting gesloten.
Alle familieleden omhelzen elkaar.
En hem.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28  juni 2013 – uitspraak
De rechters hebben de wens van de dochter om haar vader niet naar de gevangenis te sturen nadrukkelijk ter harte genomen (zie fragment uit vonnis hieronder). De vader is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. In het vonnis spreken de rechters van een huiveringwekkend gebeuren. Bewezen is de vrijheidsberoving en ook de mishandeling.

vonnis

fragment uit het vonnis

 

Twee croissantjes

hij schrok best wel even

crfotoEen dag op de rechtbank loopt nooit op rolletjes.
Wat op het ene moment zo lijkt, blijkt even later helemaal niet zo te zijn.
De enige zekerheid is dat strafzaken (bijna) altijd te laat beginnen.

De strafzaak van de dag is niet die van Manzu die schichtig om zich heenkijkend de rechtszaal betreedt, alle aanwezigen begroet met grote vragende ogen en dan met zijn veel te grote spijkerbroek aan maar gaat zitten.
Manzu heeft last van psychoses, er is sprake van een schizofrene ontwikkeling (werd gezegd) en in de gevangenis ging het niet goed met hem.
Maar nu wel weer, klinkt het bijna blij uit zijn mond, misschien wel blij omdat hem ook eens iets werd gevraagd.

’Op maandag en vrijdag werk ik en ik voetbal elke zaterdag.’

Manzu komt uit Sierra Leone en heeft bij de Albert Heijn twee croissantjes gestolen.
Dat is de verdenking.
De officier van justitie vertelt hoe ze daar bij komt en zegt vervolgens dat het wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Manzu zegt dat hij honger had en geen geld en toen de broodjes in zijn jaszak stopte.
Maar de kassa was hij nog niet gepasseerd.
Dus.

De officier van justitie eist een week celstraf.
En omdat hij opnieuw in de fout is gegaan, komen daar de 180 dagen bij die hij in 2012 voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
In 2004 was Manzu ook al eens voor een winkeldiefstal veroordeeld.
De drie rechters zeggen dat ze er goed over zullen nadenken en dat ze dan over twee weken uitspraak doen.

De strafzaak van de dag is ook niet die van Wim die agressief wordt wanneer hij alcohol drinkt en cocaïne snuift.
In juli 2009 kreeg Wim in zittingszaal 14 al eens een laatste kans.
Zou hij ooit weer de fout in gaan, dan wacht hem tbs, werd toen dreigend gezegd.
Wim hield zich lang koest, maar eind vorig jaar sloeg hij weer toe.
Een andere officier van justitie: de tbs is het voorland dat lonkt, maar hij krijgt een laatste kans: tien maanden zitten.

Niet de zaak van Leo uit Bedum die inbreekt wanneer zijn dorpsgenoten te kerke gaan.

Ook de zaak van de 20-jarige Lubbe is niet de strafzaak van de dag.
Lubbe wilde nog even naar Dirk, naar zijn kameraad, maar kon de fiets niet vinden.
Dan maar de auto.
Hij had al een paar flesjes bier gehad.
En 28 rijlessen, maar nog geen rijbewijs.
De auto was van zijn vader, maar straks zou het zijn Opel Vectra zijn.
Lubbe had ruzie met zijn vader gehad, omdat hij eens stiekem toch had gereden.
Maar nu, nu was zijn vader er niet.

Bij Dirk tikte hij nog twee flesjes bier weg, ze namen wat bier mee voor in de auto en toen stapte ook Anneke in, Anneke die bloemist wil worden.
Zonder doel, maar met hoge snelheden reden ze richting Stadskanaal.

Getuigen verklaren later dat ze wel met honderd door Stadskanaal scheurden,
maar Lubbe ontkent dat, hij houdt het op zeventig, tachtig.
Maar daarna ging het weer harder, hij schrok ’best wel even’ toen hij 160 op de teller aangewezen zag staan.
Er kwam een flauwe bocht, het rechter wiel graasde door de berm en een fractie van een seconde later was Lubbe alle controle kwijt.
Lubbe: ‘Ik had het gas al losgelaten, ik reed tachtig, vijfentachtig.’
Het Nederlands Forensisch Instituut: minimaal 112, maximaal 144, voor 99 procent zeker.

Wat volgde was een crash tegen bomen over vijftien meter.

Dirk en Anneke werden zwaargewond afgevoerd, Lubbe moest met wat
kneuzingen ter controle naar het ziekenhuis.
Dirk en Anneke zijn nu, ruim een jaar later, nog altijd niet hersteld.
Anneke kan een arm niet meer gebruiken en denkt daarom geen bloemist meer te kunnen worden.
En ons Dirk, vertelt de verdrietige moeder in de rechtszaal, is niet meer ons Dirk van voor het ongeluk.

Lubbe zegt dat hij de bocht verkeerd heeft ingeschat, dat hij sowieso die dag
niet goed had nagedacht.
En dat hij spijt heeft.
De reclassering spreekt van een onbezonnen jeugddaad, maar de officier van justitie kan daar niet mee leven: ’Er is sprake van een opeenvolging van foute beslissingen. Hij heeft nota bene zelfs bier in de auto gedronken.’
Lubbe: ’Maar een paar slokjes.’

Lubbe hoopt stilletjes op een taakstraf.
Om in de rechtszaal goed voor de dag te komen, heeft hij een colbertje aangetrokken.
Het jasje hangt ruim over zijn tengere postuur en is te lang.
Daardoor lijkt het alsof hij een jurkje aan heeft.

Zijn advocaat zegt dat Lubbe een opleiding volgt en werkt.
‘Laat in vredesnaam zijn leven doorgaan en onderbreek dat niet.’

Lubbe zelf heeft dan al de beide handen voor de mond geslagen.
Hij heeft de officier van justitie zojuist horen zeggen dat hij zijn baan en opleiding maar een tijdje moet opschorten omdat hij wat de aanklaagster betreft een jaar naar de gevangenis moet.

Nee, de zaak van de dag is die van het stel, een man, een vrouw, die worden verdacht van ontucht.
Samen zouden ze een meisje van 15 jaar seksueel hebben misbruikt, zij net zo erg als hij.
De voltallige regionale en digitale pers was voor deze pikante zaak komen opdraven, want een 22-jarige ontuchtige vrouw is geen dagelijkse kost, zij is zeg maar gerust een zeldzaamheid in de rechtszaal.

Omdat de zaak van Lubbe een uur langer duurde, begon de zaak van de dag een uur later.
Na een uur wachten was het na nog geen tien minuten voorbij: de strafzaken tegen de man en de vrouw worden over een paar maanden voortgezet.
Eerst moet er een psychiatrisch onderzoek komen naar de ontuchtige vrouw van 22 jaar.
Zij heeft het verstandelijke vermogen van een 7-jarige.

Nooit kun je na een dag op de rechtbank zeggen: dit was een leuke dag.
Maar het is altijd bijzonder.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 mei 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan in de zaak van Manzu: een week celstraf wegens diefstal. Maar geen 180 dagen erbij als bonus. Wel wordt zijn proeftijd met een jaar verlengd. Komt er op neer dat Manzu kort na de uitspraak is vrijgelaten.

UPDATE – 6 juni 2013 – geen uitspraak
De rechtbank heeft geen uitspraak gedaan in de kwestie Lubbe. De rechters willen twee deskundigen aan de tand voelen met betrekking tot de remsporen. Er komt een vervolg in de vorm van een extra zitting. Wanneer is onbekend.

De veelpleger

witenbruinMarcel K. (43) is veelpleger te Groningen.
Dat is hij vooral op papier, want de in Delfzijl geboren draaideurcrimineel zit vaker achter de tralies dan hij buiten is.
Marcel is zo iemand die twee jaar vastzit, dan op vrije voeten komt en binnen 48 uur met zijn woeste kop weer op het politiebureau zit.

Veel tijd om veel te plegen heeft hij niet.
Zijn misdaden zijn ook nooit heel groot.
Een oude fiets, een leeg kratje bier voor het statiegeld.
Deze week stond hij terecht voor een reep chocolade die onbetaald de kassa passeerde van de Albert Heijn aan de Vismarkt in Groningen.
Dat had hij niet gedaan, maar Luit, een lotgenoot van de straat.
Marcel had de reep later gepakt, toen die al gestolen was.

‘Mag dat niet?’, vraagt Marcel met luidde stem aan de rechters. ‘Er mag zo veel niet. Kloteland. Waar gaat dit over?’
Ook dat is Marcel.
Vloekend en tierend werkt hij zich door de rechtszaak heen.
Wat hij zeven jaar geleden terloops opmerkte (‘Ik heb geen hulp nodig, ik red mij wel’), zegt hij nu weer.
Een van de rechters, die hem nog niet eerder meemaakte, zegt met de beste bedoelingen: ‘Dat u zo opstandig doet, dat helpt u niet hoor.’
Marcel: ‘Ach, hou toch op man.’

Marcel is ongevoelig voor justitiële druk, heet het en dat is al jaren zo.
En ook nu wordt gezegd: de kans op recidive, op herhaling, is groot.
Je kunt beter zeggen: die staat vast.
De reclassering weet het al heel lang ook niet meer.
Ja, intensieve zorg en begeleiding in combinatie met dagbesteding.
‘Ik werk wel mee,’ zegt Marcel.
De rechters: ‘Echt waar?’
Marcel: ‘Tuurlijk. Ik heb ja niets anders.’

Ondanks het feit dat hij vaker opgesloten zit dan vrij is, slaagt hij er in zijn chronische verslaving in stand te houden.
Dat maakt de kop gek.
Na zijn laatste detentie, werkte Marcel op een zorgboerderij, maar heel lang hield hij dat niet vol.
Bromt: ‘Ik ga niet de hele dag koeienstront scheppen, daarvoor ben ik niet op de wereld gezet.’

Marcel werd aangehouden omdat hij zou hebben geprobeerd in te breken in een cafetaria. Samen met Luit.
Marcel ontkent.
Hij liep er langs, kwam bij een kameraad vandaan die een feestje gaf.
Een bewoonster had hen gezien en de politie gebeld.
Marcel: ‘Wie is Luit? Die ken ik niet. Nooit van gehoord.’
Rechters: ‘Dat is de man bij wie u een tijdje heeft ingewoond.’
Marcel blijft ontkennen, het lijkt hem sterk.

Om een einde te maken aan mannen als Marcel is jaren geleden de veelplegersmaatregel ISD bedacht.
Twee jaar lang wordt de veelpleger opgesloten en krijgt hij hulp op maat aangeboden.
Wie niet meewerkt, krijgt niks en zit twee jaar vast op water en brood.
De maatregel wordt gevreesd en door sommige juristen een gedrocht genoemd.
Justitie noemt de maatregel evenwel al jaren een succes.
Het succes is vooral dat de opgesloten veelpleger twee jaar lang niks kan uitvreten.
Dat is de winst.

De maatregel kan opgelegd worden voor een mislukte inbraak of voor het opeten van een gestolen stuk chocolade.
Marcel moest er al twee keer aan geloven wat hem jaren van de straat hield.
De reclassering blijkt tot nieuwe inzichten te zijn gekomen.
In het advies aan de rechtbank zegt de reclassering dat de veelplegersmaatregel contraproductief werkt voor veelpleger Marcel.
Anders gezegd: het heeft zelfs geen zin meer om Marcel op te sluiten.
Marcel is het daar wel mee eens.

Om toch iets te eisen, eist de officier van justitie dan maar dat de rechtbank Marcel veroordeelt tot een voorwaardelijke ISD.
Gaat hij binnen de proeftijd van twee jaar de fout in (wat zeker gaat gebeuren) moet hij alsnog.
De reclassering is toch tevreden.
Om iets voor Marcel te kunnen doen, is een ‘justitieel kader’ nodig.
Marcel vindt het best.
Als hij wordt afgevoerd, zegt hij tegen zijn rechters: ‘Moi.’
Net als in 2006.

Rob Zijlstra

inrichting voor stelselmatige daders (ISD)

.

UPDATE  – 17 mei 2013 – uitspraak
Marcel moet zitten, dat wil zeggen dat wat hij al heeft gezeten, moet hij zitten. De rechtbank veroordeelt hem tot 6 maand celstraf waarvan 2 voorwaardelijk. De rechtbank gaat uit van medeplichtigheid aan een poging tot diefstal in verenging. Daarnaast: reclasseringstoezicht. Bijzondere voorwaarde: geen harddrugs.  Het vonnis betekent dat Marcel maandag op vrije voeten komt. De reclassering zorgt er voor dat hij veilig van de uitgang van de gevangenis in Ter Apel naar Franeker kan reizen. Daar wacht hem een behandeling.

UPDATE – 23 januari 2014 – uitspraak
Marcel is veroordeeld tot de 2 jaar durende isd-maatregel wegens de diefstal van twee blikjes bier, een fiets en wegens het bedreigen van een medewerker van een supermarkt. Het is de vierde keer dat hij isd krijgt opgelegd. Eenmaal werd de maatregel in hoger beroep teruggedraaid. Marcel speelt als veelpleger in de eredivisie.

Aanstormende jongen

dvhnEr was eens een liedje waar ik vroeger om moest lachen.
Dat liedje stond op een lp en ging over een klein jongetje op een heel groot strand. Jongetje probeerde te lopen, ik geloof richting de waterkant, maar het lukte hem niet.
Hij viel steeds.

Lopen we door of vallen we om,
We lopen, ja we lopen, nee, we vallen, bom…

In de rechtbank zie ik met regelmaat grote jongetjes die op eigen benen staan.
Ze kunnen lopen, maar blijven vallen.
Het zachte, mulle zand van het strand is vervangen door het harde, kille leven.
Kijk bijvoorbeeld naar Ibrahim.
Met zijn kindergezicht ziet hij er uit als nog maar 14, hoogtuit 15 jaar.
Maar Ibrahim is al 19.

Op een dag was hij met zijn ouders naar Nederland gekomen, na een lange vlucht uit Syrië.
Zij woonden in de onzekerheid of ze hier mochten blijven of dat ze zouden worden teruggestuurd naar daar.
Uiteindelijk besloten de ouders van Ibrahim om te scheiden en daarna ging het op school ook niet meer goed.

Ibrahim werd een jongetje met twee gezichten.
Het ene gezicht toonde een aardige en beleefde jongen die altijd zijn best deed.
Het andere liet de brutale aap zien, die zijn eigen eigenwijze regels maakte.
Een hulpverleenster die als deskundige in de rechtszaal zit heeft nog een aanvulling.
Zij zegt tegen de rechters: ‘Wij moeten zijn streetwise (-heid?) niet overschatten. Ibrahim is vooral een heel angstige jongen.’

Ibrahim kijkt voortdurend om zich heen, misschien schichtig, misschien ook wel wantrouwend en op zijn hoede.
De rechters zeggen tegen hem dat ze in de rapporten hebben gelezen dat hij jointjes rookt, ten minste vier of vijf op een dag, en dat hij dat vooral doet om te kunnen slapen.

De rechters: ‘Dat lijkt wel op een verslaving.’
Ibrahim: ‘Ik heb er geen problemen mee.’

Rechters: ‘U komt voor drie uur uw bed niet uit.’
Ibrahim: ‘Wat moet ik anders?’

Rechters: ‘Werken?’
Ibrahim, ongeïnteresseerd: ‘Weet niet.’

Twee gezichten?
‘Nee, ik ben een normaal persoon, ik ben geen slecht mens.’

Hij huurde een kamer in de stad.
Niet voor de handel in harddrugs, zoals de officier van justitie zegt, maar voor de meisjes.
De officier van justitie: ‘Voor uw twaalf vriendinnetjes?’
Ibrahim, zakelijk: ‘Ja, dat klopt.’

Hij had een wapen gekocht omdat hij al langere tijd werd bedreigd.
Waarom, dat weet hij ook niet.
Toen was hij naar de woning van Rick gegaan en had hij aangebeld.
Een meisje deed de deur open.
Rick was er niet, maar verscheen even later wel op het toneel.
Hij zat in een auto die aan kwam rijden.

Rechters: ‘Was u alleen?’
Ibrahim: ‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht.’

Rechters: ‘Van wie had u dat wapen gekocht?’
Ibrahim: ‘Van een Nederlander.’

Rechters: ‘Naam?’
Ibrahim: ‘1.85 meter.’

Rechters: ‘En toen, wat gebeurde er toen?’
Ibrahim: ‘Ik ben naar de auto gelopen. Rick zat op de bijrijderstoel. Hij deed het raam open en was agressief. Achterin zat een vrouw, die begon ook te schelden. Toen kreeg ik een blikje bier in mijn gezicht, ik zag even niks meer, ik deed een paar stappen achteruit en toen schoot ik. In de lucht. Daarna ben ik weggerend.’

Rick vertelde het anders.
Hij zag Ibrahim en deed het raam open.
‘Ik kreeg toen direct een klap, ik mepte terug met een blikje bier. Toen schoot hij.’

Rechters willen van Ibrahim weten: ‘Wist u dat het verboden is om een wapen te dragen?’
Nee, dat wist Ibrahim niet.
Rechters: ‘Enig idee waarom het verboden is?
Ibrahim zegt dat hij dat ook niet weet.
Rechters: ‘Moeten wij dat nou echt uitleggen?’
Omdat je er iemand mee kunt doden?

Rick leeft nog, maar dat was een kwestie van een centimeter geweest.
De kogel (kaliber .22) schampte zijn hoofd; huidweefsel, bloed en haar worden op de voorruit van de auto aangetroffen.
De andere twee inzittenden bleven ongedeerd, maar zijn nog altijd niet over de schrik heen.
Ibrahim heeft een simpele verklaring voor zijn optreden: ‘Ik kreeg nog geld van hem.’

De officier van justitie zegt dat Ibrahim het achterste van zijn tong niet laat zien.
Hij wil niet zeggen van wie hij dat wapen, een schietpen, heeft gekocht.
Hij heeft gezegd dat hij het wapen heeft weggegooid, maar wil niet vertellen waar.
Hij had een rekening te vereffenen, een rekening in het criminele milieu, want het geld dat hij nog moest krijgen, was drugsgeld.
Komt bij, vervolgt de aanklager, dat meneer eerder is veroordeeld voor geweld, dat hij recent in de gevangenis bij geweld betrokken is geweest en dat de deskundigen zeggen dat de kans op herhaling levensgroot aanwezig is.

De officier van justitie zegt dat nu maar eens goed ingeprent moet worden dat het zo niet langer gaat.
De eis: drie jaar gevangenisstraf waarvan een jaar voorwaardelijk en daarna intensief toezicht door de reclassering.

Ik kijk naar Ibrahim.
Er valt niets te lachen.
Integendeel.
Ik denk, voor mij zit een kleine jongen die zich nooit staande zal kunnen houden in onze grote, snelle wereld.
Ik zie een aanstormende tbs’er.

Bom.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 12 april 2013 – uitspraak
Ibrahim krijgt dankzij de rapportages die over hem zijn uitgebracht alle kansen. De rechtbank heeft hem veroordeeld op basis van het jeugdstrafrecht waar hulp voorop staat. Hij kreeg 18 maanden waarvan 9 maanden jeugddetentie. De rechtbank acht de poging tot doodslag bewezen.

Fuzzy networks

Darbuka 3

Strafrechtadvocaat Sonny Jansen: ‘Het Openbaar Ministerie werpt stof op, roept rook, en zegt nou dan zal er ook wel vuur wezen.’
Verdachte Gibran (33) had iets anders bedacht om de rechters weg te houden bij de waarheid van de officier van justitie.
Hij deelde – nog nooit meegemaakt – in de rechtszaal kranten uit – Dagblad van het Noorden – om de rechters kennis te laten nemen van De Rechter, de strip op de achterpagina.

Stripman belt en zegt: ‘Ik heb het druk. Ik sta bij de autodealer.’
Hij belandt in de gevangenis.
Zijn telefoon werd afgetapt.
In het strafdossier is komen te staan: ‘Ik heb drugs. Ik sta bij de auto van de dealer.’
Tot zover de strip.

Gibran tegen de rechters: ‘Met alle respect, maar deze plaatjes tonen exact aan wat er hier, in dit proces, aan de hand is.’

Ook in deze zaak zijn telefoongesprekken afgeluisterd.
Hoofdverdachte Rian (28) zegt een keer: ‘Ik heb nieuwe schoenen nodig.’
De rechters willen wel eens weten wat hij daar nou mee bedoelde.
Is het lijdend voorwerp versluierd taalgebruik, om de politie te misleiden, misschien?
Rian: ‘Nee, ik bedoelde nieuwe schoenen, die had ik nodig.’

Rian zit al een jaar in de gevangenis.
Tot woensdagmiddag werd hij gezien als de grote leider van een criminele organisatie die de maatschappij ontwrichtte door in Groningen en Friesland hennepkwekerijen te exploiteren.
Halverwege het proces degradeert de officier van justitie hem van leider tot een ordinair bendelid.
Om niet veel later vijf jaar gevangenisstraf tegen hem te eisen.

De strafzaak rond het hennepgeboefte duurde welgeteld 25 uur, verdeeld over drie dagen.
Het dossier omvat zeker dertig ordners, of nog wel meer.
De politie heeft er een potje van gemaakt, zongen de raadslieden in koor.
’s Lands meest strijdbare strafrechtadvocaat Jan Boone, al 39 jaar actief, zei het ietwat fijner: ‘Knoeiwerk van het allerergste soort!’

Er werden drie rechercheurs als getuigen gehoord.
Twee van hen hadden het zicht- en hoorbaar moeilijk met de ondervraging.
Een van de agenten, zeiden de advocaten, had vals geprobeerd verdachten uit de tent te lokken door vermoedens als feiten te presenteren.
Nog erger: vermoedens als feiten op te schrijven in dat dikke dossier.
Boone: ‘Als de politie liegt, is de rechtstaat in het geding.’

Tijdens de ondervraging werd ook duidelijk dat de politie twee mannen die niet in de rechtszaal zaten, ziet als de echte grote leiders van de bende.
Dat de bovenbazen niet zijn gearresteerd, heeft te maken met beleid.
Politieonderzoeken worden ‘afgekaderd’, vertelt een van de agenten aan de rechters.
Wat buiten de kaders valt, gaat vrijuit.

De praktijk is best wel raar.

Het OM ziet andere praktijken.
Dit onderzoek laat zien dat in de huidige wereld van de hennepteelt geweld niet wordt geschuwd.
Vier van de vijf verdachten zouden zich ook schuldig hebben gemaakt aan betrokkenheid bij een poging tot moord.
Ene Willem moest pijn lijden, gemarteld worden en in de kofferbak belanden omdat hij had gelekt waardoor kwekerijen waren ontmanteld.
De leider liet de onderwereld zo zien dat hij geen pussy is.

Gibran werd ingeschakeld – zegt het OM – om tegen betaling killers te vinden die deze smerige klus wel even zouden klaren.
Willem belandde zwaar gekneusd in het ziekenhuis.
Toen Gibran dat hoorde, was hij verbaasd geweest.
Tegen de rechters: ‘Er is over gesproken, klopt, maar ik heb juist geadviseerd geen geweld te gebruiken, dat leidt maar tot negatieve aandacht.’

Strafrechtadvocaat Cees Eenhoorn, 31 jaar actief en strijdbaar, staat de man bij die wiethokken in elkaar timmerde omdat hij timmerman is.
Eenhoorn tegen de rechters: ‘De strijd tegen drugs hebben we verloren en als dat niet zo is, dan gaan we die strijd verliezen. Meer drones de lucht in, het zal niet helpen. Uitgerekend in het land waar de war on drugs is bedacht, wordt in de ene na de andere staat softdrugs gelegaliseerd. En wij maar kwekerijen oprollen.’

Om de bende te bewijzen werden ook stiekem zendertjes geplaatst in auto’s van verdachten.
Advocaat Eenhoorn uit opnieuw zijn bezorgdheid.
Zegt: ‘Zo’n opsporingsmiddel mag alleen worden ingezet als er sprake is van een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Vertel mij, sinds wanneer is een hennepkwekerij dat?’

De verdachten ontkennen niet alles.
Rian geeft toe dat hij plantages onderhield, in opdracht van anderen.
Geen namen.
Zijn broer erkent dat hij een paar keer kwam helpen om toppen te knippen, in ruil voor een beetje geld.
Leo kent Rian wel.
En de timmerman had een paar keer wat in elkaar getimmerd, vanwege de beun, een extraatje.
Maar nimmer niet in georganiseerd en crimineel verband.

Zou dat wel waar zijn?

De politie doet uitvoerig onderzoek naar een boevenbende en na een jaar speuren is nog steeds niet duidelijk wat wordt bedoeld met ‘nieuwe schoenen’ en kunnen de feiten zoals de officier van justitie het zei, op verschillende manieren worden geïnterpreteerd.
Lopen de grote mannen achter al die kwekerijen vrolijk rond, terwijl nota bene hun namen in de rechtszaal werden genoemd.

De officier van justitie zei dat een criminele organisatie niet meer een piramide is, met een grote leider aan de top, dan een paar sergeanten en daaronder de soldaten.
Nee, een criminele organisatie is, zei de officier van justitie, vandaag de dag vooral een fuzzy network.

Dus nogal wazig.
Stoffig.

Rob Zijlstra

.

• meer over deze zaak:
darbuka 2 verslag strafproces

.

UPDATE – 24 april 2013 – uitspraken
Gibran – 12 maanden celstraf (eis: 30 maanden)
De timmerman – 500 dagen celstraf waarvan 242 voorwaardelijk (eis 3 jaar)
Rian (hoofdverdachte) – 30 maanden (5 jaar)
De broer van de hoofdverdachte – 308 dagen celstraf (eis: 18 maanden waarvan 10 voorwaardelijk)
De boekhouder – 548 dagen celstraf waarvan 240 voorwaardelijk (eis: 15 maand)

De rechtbank acht deelname aan een criminele organisatie bewezen (niet voor Gibran). Vrijspraak volgde voor de poging tot moord. De rechtbank kwalificeerde de afranseling als zware mishandeling.

Aangekondigd is een procedure waarin wordt geprobeerd het verdiende geld af te nemen (‘pluk-ze’). Het zou gaan om honderdduizenden euro’s.

DE VONNISSEN VOLGEN [zodra beschikbaar]

Darbuka 2


krantenDeze week staat zittingszaal 14 in het teken van de strafzaak Darbuka (Darabuka). De  zaak draait  om grootschalige hennepteelt in Groningen en Friesland. Er zijn vijf verdachten van wie er een (1) nog in hechtenis zit. Vier van de vijf  worden ook beschuldigd van een poging tot moord. Vier verdachten zouden deel uitmaken van een criminele organisatie. De man die nog vastzit, werd tot woensdagmiddag gezien als de leider van deze drugsbende, nu als gewoon lid.

Woensdagmiddag kwam het Openbaar Ministerie met de strafeisen. De hoofdverdachte hoorde 5 jaar celstraf eisen, de andere vier straffen van tien maanden tot 3 jaar >> dvhn

meer achtergrond-informatie: Darbuka

Het strafproces duurde drie dagen, welgeteld 25 uur.  Hieronder staat het verslag, dat is opgetekend tijdens het proces en is met updates voortdurend  aangepast aan de ontwikkelingen in de rechtszaal.

.

this is not – is not – a live blog
DE ZITTING 

DINSDAG 26 MAART – DAG 1

Schermafbeelding 2013-03-26 om 23.00.4109.30 uur –
Aanvang strafzaak.
Advocaten willen getuigen horen die er niet zijn. Rechtbank wijst de verzoeken af. Een getuige verbijft in het buitenland, de tweede getuige –  tevens slachtoffer in deze zaak (poging moord) – is voldoende gehoord, vinden de rechters. Zitting kan worden voortgezet.

10.15 uur –
Op verzoek van de advocaten worden drie rechercheurs gehoord die bij het onderzoek Darbuka betrokken zijn geweest. Gaat over de wijze van verhoren. Advocaten proberen te achterhalen of hun vermoeden klopt dat er bewust voor verdachten ontlastende informatie uit het dossier is gehouden. Zo ja, dan is het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk (verdachten vrijuit).

Een van de rechercheurs zegt te weten dan wel te vermoeden dat de hoofdverdachte niet de hoofdverdachte is, maar dat er nog bovenbazen zijn. En dat dat niet is onderzocht, omdat politieonderzoeken  ‘afgekaderd’ worden. Er worden namen genoemd van mogelijke andere mannen die nu geen verdachten zijn. Het ziet er naar uit dat de advocaten hier punten scoren. Rechercheur krijgt het verwijt dat hij tijdens het verhoor valse  informatie aan verdachten heeft voorgehouden, ‘kennelijk om hen uit de tent te lokken’.

De rechercheurs krijgen het vuur na aan de schenen gelegd en hebben het zicht- en hoorbaar zwaar. De advocaten gaan er hard in, met name advocaat Jan Boone (hij staat de hoofdverdachte bij). Boone heeft de naam een straatvechter te zijn en dan vooral in de rechtszaal.

12.40 uur –
Advocaat Jan Boone  verzoekt de rechtbank naar aanleiding van het verhoor van de drie agenten om zijn client per direct (dus tijdens de zitting) in vrijheid te stellen. Overduidelijk is dat hij niet de grote leider is zoals het Openbaar Ministerie beweert, zegt de advocaat. Hoofdverdachte zit als enige van de vijf verdachten  vast. Officier van justitie zegt verbaasd te zijn over het verzoek en maakt bezwaar.

12.45 – 
Pauze en beraad door rechtbank op verzoek advocaat Jan Boone. 

13.45 uur –
Rechtbank wijst verzoek van advocaat Boone af. Er zijn nog voldoende ernstige bezwaren, zoals dat heet, om hoofdverdachte in voorlopige hechtenis te houden.

Schermafbeelding 2013-03-26 om 23.00.1813.50 uur –
Rechtbank begint met het behandelen van de feiten.

Hoofdverdachte C. (28) erkent dat hij betrokken is bij hennepplantages. Op meerdere plekken in Groningen en Friesland. Deed alleen onderhoud en knipte. Zegt: ‘Ik heb met opbrengst e.d. niets te maken.’ Wil niet zeggen van wie de kwekerijen zijn. ‘Als ik iets deed, deed ik dat op verzoek.’ Zelf geen initiatieven genomen, zelf ook niets geïnvesteerd. C. zegt: ‘Ik kan er niet bij dat mij een ontnemingsvordering van 800.000 euro boven het hoofd hangt. Ze weten dat ik zo veel niet heb verdiend, dat weten ze.’

15.00 uur –
Rechters gaan in gesprek met tweede verdachte, de 30-jarige D. Ik was knipper. Kreeg wat geld, 100 euro, 150 euro en ik kreeg wat wiet, loon in natura. En dat twee of drie keer. Er was ook geen hiërarchie, dat is allemaal grappenmakerij. Over anderen mensen wil D. niets zeggen. Hij zegt:  ‘Als er echt onderzoek was gedaan, dan was dat ook allemaal wel duidelijk geworden. Ik heb 10 maanden vastgezeten en er hangt een vordering van 50.000 euro boven mijn hoofd. Ik bedoel, dat kan gewoon niet. ‘

15.35 uur –
Verdacht L. (30) zegt dat hij geen betrokkenheid heeft bij de hennepteelt en -handel en ook niet bij een criminele organisatie. Rechters: Zit u hier volkomen onterecht? L.:  ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’ Rechter: ‘Dan heeft het geen zin u vragen te stellen.’

15.39 uur
Verdachte B. (27) wordt Bob de Bouwer genoemd en zou plantages in elkaar kunnen timmeren. Zegt: ‘Ben een paar keer gevraagd, ik heb een paar keer iets gedaan. Wist wat de bedoeling was, want ik ben niet gek. De plantage in de woning in Delfstrahuizen heb ik helemaal gebouwd, op de andere locaties deed ik reparaties. Daar waren al een plantage ingericht. Nee, ik heb nooit geknipt of planten onderhouden.’

15.50 uur –
Verdachte C. wordt nu door advocaat van verdachte L. als getuige gehoord. Advocaat heeft slechts een (1) vraag: Heeft u de waarheid gesproken? Antwoord van verdachte/getuige C.: ‘Ja.’

Schermafbeelding 2013-03-26 om 23.07.4215.55 uur –
Rechtbank begint met de behandeling van de feiten rond de poging tot moord. Vier van de vijf mannen worden hiervan verdacht, onder wie F. (33) die tot nu toe nog niet is gehoord. Verdachte L. is in deze kwestie niet verdacht. W. is het slachtoffer. Hij is bewerkt dor twee mannen met een honkbalknuppel en belandde in het ziekenhuis. Hij zou betrokken zijn bij een ripdeal. Met name F. wordt langdurig ondervraagd. Hij ontkent 2.000 euro te hebben ontvangen om iemand te mishandelen.

17.15 uur –
pauze

17.25 uur –
Advocaat Jan Boone komt terug op verklaringen van drie agenten die vanochtend zijn gehoord en wil bij nader inzien opheldering. Hij  suggereert dat een van de agenten mogelijk meineed heeft gepleegd, onder ede heeft gelogen.  Boone wil de rechercheurs woensdagochtend opnieuw horen en hen confronteren met wat zij hebben gezegd. Deze actie moet helder krijgen of er informatie buiten het dossier is gehouden. De andere advocaten sluiten zich bij het verzoek van Boone aan.

17.40 uur –
Verdachten ontkennen betrokken te zijn bij de poging tot moord op W. Dan wel ze beroepen zich op het zwijgrecht. Verdachte F. zegt dat er wel iets speelde, maar dat hij had geadviseerd ‘het’ niet te doen. Hij heeft wel wat vermoedens en vraagt of de rechtbank er behoefte aan heeft dat hij gaat gissen. Dat heeft de rechtbank niet.

Schermafbeelding 2013-03-26 om 23.07.0617.59 uur –
Advocaat Jan Boone roept naar de rechters: ‘Meneer de president, is het niet tijd voor de aardappelen?’

18.15 uur –
Rechtbank wil eerste procesdag na bijna 9 uur afsluiten. Er is onduidelijkheid over het vervolg ten aanzien van verzoek advocaat Boone (zie 15.25 uur).
Officier van justitie: ‘Ik begrijp het niet.’
Advocaat Jan Boone tegen rechter: ‘Dat de officier van justitie het niet begrijpt, daar kan ik ook niks aan doen.’
Rechter (niet  zonder cynisme) tegen advocaat: ‘Zucht. Wilt u zich dan verlagen tot het niveau van de officier van justitie en het haar nog eens uitleggen?’

18.35 uur –
Rechtbank trekt zich terug voor beraad.

18.45 uur –
Rechtbank wijst het verzoek van de advocaten af. Hadden ze wel verwacht.

De zaak wordt woensdag (27 maart)  voortgezet. Begonnen wordt dan met de feiten witwassen en wapenbezit. Daarna worden de persoonlijke omstandigheden van de verdachten besproken. Vervolgens is het woord aan de (twee) officieren van justitie. Die denken twee  uren nodig te hebben om de bewijzen te presenteren en de eisen te formuleren. Vier advocaten kondigden aan een tot anderhalf uur nodig te hebben voor hun pleidooi, de vijfde denkt het te kunnen doen binnen een half uur.

19.01 –
De zitting wordt onderbroken – vervolg woensdag 09.30 uur.

 .

.

WOENSDAG 27 MAART  – DAG 2

Schermafbeelding 2013-03-27 om 13.47.2009.40 uur –
Zitting wordt hervat.
Twee verdachten (C en L) worden ook verdacht van witwassen in 2010, 2011 en eerste kwartaal van het jaar 2012.

Verdachte L. moet verklaren waarom er veel geld op zijn rekening is gestort en afgeschreven. Hij geeft vijf keer zo veel uit dan er binnenkomt, zo zou blijken uit financieel onderzoek.  Drugsgeld? L:. ‘Gokgeld.’ L. treedt op als tussenpersoon in gokspel (voetbaluitslagen) via het internet. Uit het onderzoek blijkt ook dat L. zijn boodschappen in de supermarkt meestal contant afrekende. Dat is verdacht voor iemand die verdachte is.

10.15 uur –
In de woning van hoofdverdachte C. is een wapen gevonden met patronen. Rechter wil weten waarom C. een vuurwapen had. C. wil er niets over zeggen. Rechter: ‘Bij politie heeft u gezegd om u te beschermen tegen inbrekers.’ C.: ‘Het is een heel oud pistool, zeker 30 jaar oud. Weet niet eens of ‘ie het nog doet.’

C. wordt ook verdacht van witwassen. Hij zou 64.000 euro hebben verdiend met het fileren van vis. Rechter merkt op dat de vermeende werkgever van niets weet. En dat ‘uw vriendin’ niet op de hoogte was van ‘uw werktijden’.  Jaaropgaven zouden nep zijn. Rechter: ‘U heeft uw auto contant betaald, 10.000 euro. Waar kwam dat geld vandaan?’ C.: ‘Geleend geld, nog steeds niet terugbetaald.’ Rechter: geen verdere vragen.

10.35 uur –
Rechtbank begint met de behandeling van de persoonlijke omstandigheden van de verdachten.

hoofdverdachte C.
Heeft klein strafblad. Verleden bij kinderrechter. Mocht al eens moet groep jonge criminelen via een bureau in Assen op survival naar Tsjechië. Wandelen door de bergen. Nee. Niet echt iets van geleerd. Toekomstplannen? Mijn vriendin kan baan krijgen in Amsterdam. Wil graag met haar mee en dan wil ik weer naar school. Zegt: ‘Werken als hennepknipper loont niet.’

medeverdachte L.
Ook verleden met kinderrechter, in 1999 een agressieregulatietraining moeten volgen. Afgebroken tenniscarrière. Makelaarsopleiding. Goed genormeerde jeugd. Vader. Wil investeren in zichzelf om recidive te voorkomen. Rechter: ‘Is dat laatste een loze kreet?’ L.: ‘Nee.’ Heeft jaar voor deze zaak vastgezeten, nu (voorlopig) op vrije voeten.

medeverdachte B.
Diverse veroordelingen (mishandeling, diefstal met geweld, brandstichting, vernieling). Diverse trainingen moeten doen. Werkstraffen (‘ik moest schroefjes sorteren’). Vader. Timmerman van beroep. Heeft volgens reclassering gezegd dat het hennepwereldje, maar een raar wereldje is. Deed mee, zag het als een beunklusje. Zegt geen hulp nodig te hebben, reclassering denkt daar anders over.  Rechter: ‘Misschien bent u wat naïef geweest.’ B.: ‘Ik heb lesje wel geleerd. Ik heb acht maanden vastgezeten, dat is geen pretje hoor.”

medeverdachte D.
Klein strafblad (diefstal, 20 uur werkstraf). Gebruikte dagelijks softdrugs, nu niet meer, mede door deze strafzaak. Vader. Ben helderder, actiever. Rechter:  ‘Positieve uitkomst van dit justitiecontact.‘ Gaat hbo-studie weer oppakken: communicatie. Verder geen problemen. Advies: heeft geen hulp nodig. D.: ‘Mee eens.’ D. is de broer van hoofdverdachte C.

medeverdachte F.
Strafblad. Gewelds- en vermogensdelicten. Oplichting. Wapenbezit. Langere gevangenisstraffen uitgezeten. Laatste veroordeling in 2008 (voor feiten uit 2006). Staat nog onder elektronisch toezicht. Eigen bedrijf. Leven goed op de rails. Rechter: ‘Succesvol.’ F.: ‘Klopt.’ Veel baat gehad bij hulp van de reclassering. Advies: moet mij minder bemoeien met anderen.

.

11.35 uur – 
Advocaat Paul van Jaarsveld maakt opmerking in verband met een nieuw inzicht. Zegt: ‘Rechtbank heeft gisteren ons verzoek om opnames van verhoren te mogen horen afgewezen. Maar de officier van justitie wil die opnames wel gebruiken in het requisitoir. Dat kan dus niet. Gelijke monniken, gelijke kappen. Ofwel: het Openbaar Ministerie mag die verhoren ook niet gebruiken.

Officier van justitie is het daar niet mee eens, maar het zal geen strijdpunt worden. ‘Ik kan ook zonder.’

11.40 uur – schorsing tot 12.30 uur
Officieren van justitie beginnen om 12.30 uur met het requisitoir dat ruim twee uur zal duren.

fuzzy12.40 uur –
Officier van justitie begint met requisitoir. Daarin worden de bewijzen besproken en uiteindelijk de strafeisen worden geformuleerd. Het voorlezen gaat minimaal twee uur duren, zo is aangekondigd.

Officier van justitie: ‘Zit hier een criminele organisatie voor ons? Ja. En ik zal bewijzen dat dat zo is. Deze verdachten zijn jarenlang actief geweest in Noord-Nederland met grootschalige hennepteelt die gepaard gaat met geweld. Dat is hier ook aan de orde.’

Officier van justitie: ‘Is er sprake van een criminele organisatie (max. 8 jaar celstraf)? Van een fuzzy network? Ja. Een criminele organisatie is niet een piramide. Verdachten deden zaken samen, maar ook weer zaken met anderen, met anderen die hier nu niet als verdachten zitten. Maar zij komen nog wel aan de beurt. Wat wij ook weten is dat boven  deze organisatie weer anderen zitten, hoger in de hiërarchie.’

afrekenenOfficier van justitie citeert uit het dossier: ‘Er moet worden afgerekend met de neger. Hij moet wreed worden gemarteld.’ Man wordt later door twee personen met bivakmutsen op in elkaar geslagen met een honkbalknuppel. F. zou deze mannen in opdracht van C. hebben ingehuurd.  Ook B. is hier bij betrokken. Er is sprake van een afrekening, een poging tot moord. Officier van justitie stelde al eerder dat hennepteelt en geweld hand in hand gaan. Een van de redenen, aldus de officier van justitie, om hennepteelt aan te pakken, ondanks beperkte capaciteit bij politie.

14.20 uur –
Officier van justitie nu bijna twee uur aan het woord. Hoofdverdachte wordt niet langer gezien als leider van de criminele organisatie, van het fuzzy network, maar wel als vooraanstaand lid. De officier van justitie zal zo de strafeisen formuleren.

14.40 uur –
De officier van justitie wil de strafeisen noemen, maar een van de verdachten kan de spanning niet meer aan. Moet naar toilet. Nu extra pauze.

14.50 uur – 
de eisen
hoofdverdachte C: 5 jaar
medeverdachte L: 15 maand
medeverdachte D: 18 maand waarvan 8 voorwaardelijk
medeverdachte B: 3 jaar
medeverdachte F: 30 maand

advosonny15.25 uur –
Advocaat Jan Boone begint aan zijn pleidooi. Boone staat hoofdverdachte C. bij. Boone denkt anderhalf uur nodig te hebben om de rechtbank er van te overtuigen dat het politieonderzoek niet alleen niet deugt,maar ook een zeer belabberd onderzoek is. Strafdossier bevat volgens Boone veel leugenachtige verklaringen. Er is sprake van grote schending van de procesorde. Het Openbaar Ministerie moet niet ontvankelijk worden verklaard.

16.20 uur – pauze

16.30 uur –
Advocaat Sonny Jansen begint aan zijn pleidooi. Jansen verdedigt L. die wordt gezien als kompaan van hoofdverdachte. L. zou vooral de financiële man zijn geweest. Jansen heeft niet veel op met het dossier. Zegt:’Het Openbaar Ministerie werpt stof op, roept er is rook, dan zal er ook wel vuur zijn.’

17.50 uur – proces is op tweede dag het tiende uur in gegaan –  vraag me af hoe lang een mens kan luisteren in die zin dat hij ook nog hoort wat er wordt gezegd….

18.20 uur –
Advocaat Sonny Jansen is klaar. Hij vraagt de rechtbank om L. vrij te spreken.

18.21 uur – pauze

Schermafbeelding 2013-03-27 om 19.37.1318.35 uur –
Advocaat Yannick Quint heeft de eer om als laatste en na tien uur de aandacht van de rechters voor zich op te eisen. Quint staat verdachte D. bij die door justitie wordt gezien als de voorman van de wietknippers. D. is de broer van de hoofdverdachte.

19.32 uur – zitting onderbroken  

.

.

DONDERDAG 28  MAART – DAG 3

09.05 uur – 
Advocaat Cees Eenhoorn begonnen aan pleidooi. Eenhoorn staat de man bij die Bob de Bouwer wordt genoemd, de timmerman die hier en daar een wiethok in elkaar timmerde.

Eenhoorn: ‘De strijd tegen drugs hebben we verloren en als dat niet zo is, dan gaan we die strijd verliezen. We kunnen nog meer drones de lucht in sturen om plantages op te sporen, maar ook dat zal niet helpen. Een uitgerekend in het land waar de war on drugs is uitgevonden, wordt softdrugs in de een na de andere staat gelegaliseerd.’ Tegen B. is drie jaar celstraf. Eenhoorn vindt dat B. lang genoeg achter de tralies heeft gezeten (10 maand).

09.35 uur –
Advocaat Paul van Jaarsveld als laatste advocaat aan het woord. Hij staat de man bjj die twee ‘killers’zou hebben ingehuurd om een ‘afvallig bendelid’ een lesje te leren (poging tot moord). Van Jaarsveld zegt dat het een stokpaardje is van het Openbaar Ministerie om hennepteelt te koppelen aan geweld. ‘Om dat te onderbouwen had het OM kennelijk mijn client nodig, mijn cliënt die acht maanden na dato is aangehouden.’ Hij rept van een gat in de bewijsconstructie en dat bij twijfel moet gelden dat de verdachte wordt vrijgesproken. ‘Dat laatste lijkt mij evident.’

10.20 uur – 
De officier van justitie zegt dat het Openbaar Ministerie  geen behoefte heeft aan repliek.

10.25 uur
Verdachte B. krijgt het laatste woord en zegt dat hij niets meer te zeggen heeft.

Verdachte F. vraagt of zijn elektronisch toezicht kan worden opgeheven. ‘Ik vind het onnodig en de reclassering ook. Ik vind het zonde van het belastinggeld.’ De rechtbank trekt zich terug in de raadkamer om zich over het verzoek te buigen.

Schermafbeelding 2013-03-28 om 10.57.4610.33 uur –
Rechtbank wijst het verzoek af. F. krijgt nu het laatste woord. Staat op en deelt Dagbladen van het Noorden van gisteren uit aan de rechters en wijst hen op de strip De Rechter. Zegt dat die strip goed de inhoud weergeeft van dit strafproces. Zegt ook: ‘Ik heb niks gedaan. Ik heb C. geadviseerd geen geweld te gebruiken. Dat geeft alleen maar negatieve aandacht.’ F. houdt nu gloedvol betoog over zijn onschuld, de onschuld van de andere verdachten en over het gekke hennepbeleid in Nederland.

10.50 uur – zitting tot 12.00 uur onderbroken. Het Openbaar Ministerie zal dan reageren op de pleiten van de advocaten die gisteren hun verhaal deden.

11.00 uur – 
De rechters leken wel gecharmeerd van de kranten-actie van F. maar justitie en politie dachten daar anders over. Op het moment F. de rechtbank wil verlaten, wordt hij gearresteerd en afgevoerd naar de kelders van het gerechtsgebouw, naar het cellencomplex. Een kwartier later staat hij weer buiten: de arrestatie berustte op een foutje.

12.20 uur –
Offcier van justitie reageert op de wat ze noemt de ‘vlammende betogen’ van de raadslieden  ‘Dat de advocaten denken dat de politie liegt, is onbegrijpelijk. Valse info in het dossier? Onzin. De politie liegt niet.’

12.35 uur – zitting geschorst tot 13.15 uur

13.20 uur – 
Advocaat Jan Boone in 2e termijn. De rechtstaat is in het geding als de politie liegt. Maar de politie liegt wel degelijk en aantoonbaar. Vermoedens worden gepresenteerd als feiten. Hier geldt dat het Openbaar Ministerie moet spreken als zij niet kan zwijgen. Het Openbaar Ministerie spreekt niet. Daarmee is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk. Betekent, zegt Boone, dat verdachte C. per direct in vrijheid gesteld moet worden. Wil de rechtbank dat niet, ‘wat ik mij niet kan voorstellen‘ dan moet C. tot de dag van de uitspraak worden geschorst uit voorlopige hechtenis.

13.32 uur –
Advocaat Sonny Jansen voert het woord. Merkt op de de officier van justitie op veel punten die hij naar voren heeft gebracht, niet heeft gereageerd. Zegt dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard.

13.42 uur – 
Advocaat Yannick Quint onderstreept wat zijn voorganger heeft gezegd en wil het daar bij laten.

13.45 uur –
Rechtbank trekt zich terug voor beraad op verzoek Boone (opheffing dan wel schorsing voorlopige hechtenis L.).

13.50 uur – 
Rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om hechtenis op te heffen.

13.53 uur –
Verdachten krijgen het laatste woord.

C. bedankt de rechters voor de tijd.

D. noemt het proces een grote onzin. Zegt: ‘Het is is verspilling van uw tijd en van onze tijd. Ik heb met die mishandeling niks te maken.’ Ik heb vooraf tegen mezelf gezegd:  ik spreek in de rechtszaal de waarheid of ik zwijg. Maar ik ga uit respect voor u niet liegen. Terwijl die agenten wel liegen en dan is er niks aan de hand? Dat begrijp ik niet. Het is een groot spel. Ik dacht dat gebeurt alleen in films, maar dat is dus niet zo. Ik heb alleen voor een beetje geld een beetje wiet geknipt. Ze hebben mij tien maanden bij mijn kinderen weggehaald. Ik hoop dat ik hier nooit weer zit. Komt u tot een veroordeling, dan kan iedereen in Nederland worden opgepakt en in de gevangenis worden gezet.’

L. zegt met verontwaardiging naar de officier van justitie te hebben geluisterd. ‘Ik vind het onbegrijpelijk dat dit allemaal kan. Door leugens ben ik tien maanden gescheiden geweest van mijn gezin.’

C. (mag nog een keer): ‘Ik ben nog steeds in shock door de eis en sluit me aan bij mijn broer (D.).

14.05 uur –
Rechterbank meldt dat het onderzoek ter zitting wordt gesloten op 10 april om 15.00 uur. Vervolgens zal op 24 april uitspraak worden gedaan. Klaar.

14.06 uur
Rechter vraagt aan C. – die terug moet naar de cel in de kelders van het rechtbankgebouw – of daar inmiddels de verwarming is aangezet. C. had eerder vandaag  de rechters verzocht om een warme dan wel niet ijskoude cel. Rechters zeiden toen dat zij niet over het klimaat gaan, maar tonen zich nu toch wat bezorgd. Rechter zegt tegen haar mederechters dat we toch eens moeten kijken of we iets kunnen doen.

Rob Zijlstra

uitspraken op 24 april

 

Darbuka 1

Criminele organisatie op vrije voeten

darbuka fotoStrafrechtadvocaat Jan Boone heeft al wat kruit verschoten.
Dit politieonderzoek brieste hij in de rechtszaal, is ‘knoeiwerk van het allerergste soort’.

Boone zei dat in januari dit jaar tijdens de regiezitting rond de strafzaak Darbuka die vandaag inhoudelijk begint.
De rechtbank in Groningen heeft voor de behandeling drie dagen gereserveerd.
Vijf mannen in de leeftijd van 27 tot 33 jaar uit Groningen worden verdacht van de handel in hennep.
En van poging tot moord.

Het gaat om een omvangrijke strafzaak die – knoeiwerk of niet – voor het Openbaar Ministerie (OM) vooralsnog niet naar wens verloopt.
Het OM beticht de vijf mannen niet alleen van het exploiteren van hennepplantages en de handel in hennep, ook zouden de vijf lid zijn van een criminele organisatie.

Dat betekent zoveel dat de verdachten professioneel te werk gingen en dat er binnen de bende een duidelijke taakverdeling was.
En een leider.

In januari besloot de rechtbank, zeer tegen de zin van het OM, dat twee verdachten hun strafproces in vrijheid mochten afwachten.
Ze hadden op dat moment tien maanden in de gevangenis doorgebracht.
Drie maanden daarvoor waren twee andere verdachten al in vrijheid gesteld.
De vermeende criminele organisatie loopt dus grotendeels vrij rond.

Alleen de verdachte die wordt bijgestaan door Jan Boone, een 28-man uit Groningen, zit vast.
Is hij de leider?
Ja, zegt het OM.
Natuurlijk niet, vindt Boone.

Het OM denkt wel degelijk een stevige zaak te hebben met een onderzoek zonder knoeiwerk.
De verdachten zouden jarenlang in Groningen en Friesland grote hennepkwekerijen hebben geëxploiteerd en daar vele honderdduizenden euro’s aan hebben verdiend.
In december 2011 deed de politie in Friesland onderzoek naar gestolen tractoren.
In het kader van dat onderzoek werd een leegstaande boerderij in Hardegarijp doorzocht.

Tractoren werden niet aangetroffen, wel een paar duizend hennepplanten in een zeer professioneel ingerichte kwekerij.
Elders in de boerderij werden grote partijen gedroogde hennep aangetroffen.
De verkoopwaarde van de aangetroffen drugs becijferde de politie op 600.000 euro.
Het was de grootste ‘hennepvangst’ van de politie in Friesland van dat jaar.

Vervolgonderzoek zou hebben aangetoond dat de verdachten ook elders in Friesland actief waren.
In de binnenstad van Leeuwarden (Voorstreek) werd een plantage ontmanteld boven een winkel, in Drachten in een bedrijfsloods, in Delfstrahuizen in een grote, vrijstaande woning.
Ook in Groningen zou een aantal woonpanden zijn gebruikt om er hennep te telen.
Al eerder werd duidelijk dat de politie de verdachten lange tijd heeft afgeluisterd.
In hun auto’s waren zendertjes geplaatst.

Vier van de vijf mannen worden ook verdacht van een poging tot moord.
In februari vorig jaar zouden ze hun slachtoffer hebben bewerkt met een honkbalknuppel.
Aanleiding: het slachtoffer zou hebben geprobeerd een hennepkwekerij leeg te halen (rippen).
Hij raakte ernstig gewond.

Vandaag worden de feiten besproken en worden drie betrokken rechercheurs tijdens de zitting als getuigen gehoord.
De verdachten hebben tot nu toe niet het achterste van de tong laten zien.
De verwachting is dat het OM pas morgen met de strafeisen komt.
Ook de advocaten komen op z’n vroegst woensdag aan het woord.

Rob Zijlstra

HET STRAFPROCES IS HIER TE VOLGEN > DARBUCA 2.

.

• darbuka – darabuka
Politieonderzoeken krijgen namen. Soms van insecten, van vissen of vogels of van muziekinstrumenten. Volgens de politie worden die namen willekeurig toegekend aan een onderzoek. Daar zou zelfs een computerprogramma voor bestaan. Zo kreeg het (tweede) onderzoek naar Johnny B. de naam Kakkerlak mee. Tijdens de rechtszaak zei de betrokken officier van justitie dat die naam wat ongelukkig was gekozen en dat het niet zo was dat de politie B. als een kakkerlak zag.  Een darbuka is een vaastrommel. Darbuka wordt ook geschreven als darabuka. Mag ook, zegt Wikipedia.

dvhn [pdf]

Onbevreesd en onschuldig

kebabWie niets heeft gedaan, heeft niets te vrezen.
Zeg dat maar een keertje tegen de 22-jarige Mario als hij weer vrij is.
Hij heeft niets gedaan en toch zit hij een half jaar in de gevangenis.
Hoe kan dat dan?
Omdat drie anderen beweren dat hij wel iets heeft gedaan.

Mario had bij de BIM getankt en wilde nog een broodje kebab scoren voordat hij naar huis zou gaan.
Hij parkeerde de auto voor de broodjeszaak op de stoep.
Mag niet, maar toe maar.
Op de stoep stonden drie studenten, om zes uur in de ochtend.

Ze schrokken zich broodnuchter een ongeluk.
De auto stopte op luttele centimeters voor hen.
Een dikke meter, zegt Mario.
Met piepende remmen, beweren de studenten.
Mario: ‘Ik remde netjes. Er waren geen remsporen.’

Kortom, er was op de nog vroege zondagochtend bij een broodjeshuis in de binnenstad van Groningen een opstootje.
De studenten noemden Mario met zijn gevaarlijk rijgedrag een kut-neger.
Mario zei op zijn beurt: ‘fuck you‘ en bestelde binnen een broodje.
Toen hij weer buiten kwam, stonden de drie studenten hem op te wachten.

Mario zou toen eerst met een mes hebben gezwaaid en vervolgens hebben geprobeerd hen met zijn auto dood te rijden.
Dat zeggen de studenten.
Mario ontkent dat.
Zegt: ‘Er reed een politieauto voorbij. Als het waar is wat ze zeggen, waarom sloegen ze toen geen alarm?’
Hij zegt dat er ook geen mes is gevonden. ‘Want er was geen mes, er was alleen een woordenwisseling.’

De studenten deden aangifte en Mario werd een uur na het gedonder thuis aangehouden.
Dit alles gebeurde op 23 september 2012.
Mario zit sindsdien vast.

De officier van justitie zegt dat hij moet kiezen.
Hij kiest voor de waarheid van de studenten omdat de situatie dankzij Mario met zijn strafblad is geëscaleerd.
Hij baseert zich op de verklaringen van het drietal, ander bewijs is er niet.
Mario kan in z’n eentje zeggen wat hij wil, drie weten nu eenmaal meer dan één.

De officier van justitie (‘er is hier behoefte aan vergelding’) komt met een stevige eis wegens bedreiging en een poging tot zware mishandeling: 365 dagen gevangenisstraf waarvan 172 dagen voorwaardelijk.
Op de dag van de uitspraak – over twee weken – heeft Mario dan precies 193 dagen achter slot en grendel gezeten.
Dat mag voldoende zijn.
Daarnaast een taakstraf van 240 uur.
En een rijontzegging van anderhalf jaar vanwege de auto op de stoep.
En aan een van de studenten (die psychische hulp had ingeroepen) moet hij 750 euro betalen.

Zo gevaarlijk kan het, als je niets te vrezen hebt, in de rechtszaal dus zijn.

Het kan ook anders.
Er bestaan verdachten die wel iets hebben gedaan, maar ook dan niets te vrezen hebben.
Dennis is zo iemand.
Hij is net als Mario 22 jaar en zit al heel zijn leven in de criminaliteit zegt hij.
Hij zit vaker in de gevangenis dan hij buiten is.

Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik ben gelukkig.’
Een van de rechters: ‘U heeft problemen, want u zit weer vast en tegenover mij.’

De reclassering meldt dat Dennis iemand is die zich nergens druk over maakt en zijn eigen manieren heeft om geld te maken.
De gemiddelde mens zou er gek van worden, maar hij vindt het allemaal wel prima.

Dennis zou drie woninginbraken hebben gepleegd en twee keer hebben gestolen in winkels.
Hij bekent alleen de diefstal van een flesje eau de toilette bij Aktie Maxi.
Dat spul had hij geruild voor een beetje heroïne.
Maar negen pakken luiers bij de Kruidvat?
Ja of nee?
Dennis beroept zich op het zwijgrecht, dat lijkt hem beter.

In een woning waar was ingebroken – een studentenwoning, laptop weg – was een bloedspoor gevonden.
DNA. Van Dennis.
Dennis vraagt aan de rechters: ‘Moet ik de waarheid spreken?’
Rechters: ‘Nee, maar het wordt wel op prijs gesteld.’

Dennis zegt: ‘Eens woonde daar een vriendinnetje van mij. Dan kwam ik daar wel eens. Dat moet de verklaring zijn.’
Er was een spoor aangetroffen op een regenpijp die was gebruikt om via een raam in een andere woning te komen.
Spoor van Dennis.
Hij zegt dat hij wel eens in die regenpijp klimt.
Naast dat huis waar is ingebroken woont een dealer en daar komt hij wel.
‘Dan klim ik eerst in de regenpijp om op het raam te kunnen kloppen.’

In de derde woning stond een fles op het aanrecht, een fles die voor de inbraak nog in de koelkast stond.
Uit de fles was gedronken. Speeksel. DNA.
Jawel, rapporteert het NFI: ”t Is weer Dennis.’

Dennis: ‘Ik was die avond op stap met een kennis. Hij wilde een woning doen, ik wilde niet mee. Ik zat toen een half uurtje in een cafetaria. Daarna ben ik even gaan kijken, hij had alles over de kop gehaald. Ik heb toen een slok uit die fles genomen en ben weggegaan. Ik heb dus niet ingebroken of iets gestolen.’

De officier van justitie, droogjes: ‘Meneer overtuigt mij niet van zijn onschuld.’
De officier van justitie noemt Dennis een notoire inbreker op het foute pad die niet van goede wil is.
De advocaat smeekt (bijna) om Dennis een aller-, aller-, allerlaatste kans te geven.
De officier van justitie piekert er niet over.

Even later verlaat Dennis de rechtszaal met een strafeis van 23 maanden cel aan de broek.
Onbevreesd, want in zijn hoofd onschuldig.

Rob Zijlstra

.

UPDATE  – 4 april 2013 – uitspraken
Mario is veroordeeld, want schuldig, vinden de rechters. Schuldig aan bedreiging, mishandeling en aan de overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Dat leverde hem 370 dagen celstraf op waarvan 172 dagen voorwaardelijk. Dat betekent dat Mario vandaag de gevangenis mag verlaten waarna een rijontzegging van 12 maanden in werking treedt.  Aan een van de slachtoffers moet hij 550 euro betalen.

Dennis moet een jaar zitten. De rechtbank acht vier van de vijf diefstallen bewezen.

De pet van opa

broodDe buitenmuren van de woning stonden er nog nadat Ronald op bezoek was geweest, maar daarmee is het wel gezegd.
De lijst met gestolen goederen is indrukwekkend (maar niet volledig): tientallen gouden oorbellen, ringen, hangers en kettingen met diamanten en briljanten, gouden ballen, parelhangers, zilveren rijksdaalders, een kluis met kleingeld, een broodje zilver, 7.000 euro aan contanten, trouwboekjes, zes trouwringen, veel horloges waaronder een originele Micky Mouse uit Disney, tablets inclusief de witte iPad2, laptops, een scheerapparaat van Philips, pasjes en paspoorten.

En de originele politiepet van opa.

Ronald (30) is niet naar de rechtbank gekomen om te ontkennen.
Ja, hij was in die woning geweest, had meegeholpen.
Ja, ook erfstukken.
Nee, daar sta je op dat moment niet bij stil.
Ja tuurlijk, hij zou zelf ook heel erg kwaad worden.

De overbuurman wist dat de buurtjes niet thuis waren.
Toen hij beweging zag aan de overkant, belde hij de politie.
Ronald verstopte zich onder een stapel kleding maar dat hielp niets.
Hij zei tegen de agenten: ‘Geef me een stuk papier en dan schrijf ik alles op.’
Toen hij klaar was met schrijven was het buiten al donker en stonden er dertig woninginbraken op papier.
Gepleegd in Winschoten in drie maanden tijd.

Hij had net een lange gevangenisstraf uitgezeten, in verband met een poging tot moord en inbraken, toen met name in Oude Pekela.
Na die lange detentie was hij met goede moed aan een nieuw leven begonnen.
Maar al snel werd het hem duidelijk dat daar geen beginnen aan was.
Ronald tegen de rechters: ‘Je hebt niks om handen en dan loop je weer tegen dezelfde mensen aan.’

Rechters: ‘Winschoten heeft voor u een heel negatieve lading.’
Ronald: ‘klopt’.
Rechters: ‘Ga daar dan weg! Waarom geen hulp gezocht?’
Ronald vertelt dat hij dat had gedaan. Hij was naar het hoofdbureau van politie aan de Rademarkt in Groningen gegaan om schoon schip te maken.
De rechters hadden het gelezen: ‘De politie had geen tijd voor u. U werd weggestuurd.’
Ronald: ‘Precies. Daarna kreeg ik een terugval.’

Wat heet.
Hij gebruikte tien tot 15 gram cocaïne per dag.
Dan sta je stuiterend aan de Nederlandse top, maak je internationaal gezien kans op een gouden medaille.
Zoveel drugs is een bovenmenselijke prestatie.
Het kost ook wat: zo’n vijf- tot zevenhonderd euro per dag.
Daarom die inbraken.

Zolang bij Ronald de cokewekker onophoudelijk afgaat, breekt hij in.
Gevangenisstraf heeft, zegt zijn advocaat, daarom ook helemaal geen zin.
Ronald moet keihard de kliniek in, moet keihard van de drugs af.
Dat vindt ook de officier van justitie: afkicken, maar eerst afrekenen.
Vier jaar gevangenisstraf.

Ronald schrikt niet.
De vorige keer, op 11 juli 2006, werd negen jaar celstraf tegen hem geëist.
Dat waren er toen zes geworden.

Kees Jan is even oud en ook inbreker, maar dan meer een ondernemende die probeert te knallen, grote slagen te slaan.
Hij probeerde nogal wat bedrijven op te zetten, maar die knalden allemaal te vroeg. Volgens de reclassering is Kees Jan een man die zijn eigen kunnen flink overschat.

In april vorig jaar zou hij met anderen dertien bronzen beelden uit de beeldentuin (‘het Badjassenpark’) van kuuroord Fontana in Nieuweschans hebben gestolen.
De beelden, van de Russische kunstenaar Alexander Taratynov, hadden een verzekerende waarde van 50.000 euro.

Uit een woning in Wildervank verdween een kluis met 12.000 euro en kunstwerk van Herman Brood: Torso Rood.

Soms bestond de buit uit meer aardse zaken: zestig dure oortjes (voor beveiligers) bijvoorbeeld uit de kluis van de Praxis in Groningen.
Hij nam ook kluizen uit woningen mee die door een man niet te tillen zijn.
Veel potje met kleingeld ook.
Hij sloeg vier keer in één nacht toe op Ameland, in het Strandpaviljoen, bij het vliegbedrijf, bij Sky-dive en bij de amusementshal in Nes.
Buit en aangerichte schade opgeteld: meer dan 100.000 euro.

Ook nu weer ging het mis.
Bij de ene inbraak werden zwarte handschoenen gestolen die dan per ongeluk werden achtergelaten bij een volgende kraak waar vinger- en handpalmafdrukken op kozijnen werden aangetroffen.
In een hotelkamer bij Van der Valk in Zuidbroek bleef een sleutel liggen, afkomstig van het amusementscentrum op Ameland.
De hotelkamer was geboekt door Kees Jan.

Echt mis ging het omdat de vriend van Kees Jan werd doodgeschoten in een café aan de Rodeweg in Groningen.
Daar hou je geen rekening mee.
In het moordonderzoek werden telefoons getapt van mensen die omgang hadden met het slachtoffer.

Zo kwam eerst Kees Jan zelf in beeld en niet veel later ook de bronzen beelden.
Negen van de dertien stonden niet heel erg verstopt in een winkelpand aan de Nieuweweg in Groningen.
Kees Jan huurde dat pand om er een bedrijfje te beginnen.
Aan de muur hing Brood’s Torso Rood.

Kees Jan werd aangehouden in een vakantiehuisje op Wedderbergen.
Het huisje stond vol gestolen golfattributen.
In zijn auto, een witte Berlingo, lagen de andere vier beelden.
Het was dezelfde witte Berlingo die door beveiligingscamera’s was vastgelegd bij de Praxis, in de nacht dat daar de oortjes werden gestolen.

De officier van justitie presenteert hier een rekening van 36 maanden.
Kees Jan zegt niks.
Hij is er niet.
Misschien had hij in de gevangenis belangrijkere zaken aan het hoofd.
Misschien overdacht hij zijn fouten.
Hoe daar van te leren.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 18 februari 2013 – uitspraken
Ronald is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Vrijwel alles wat hem ten laste is gelegd, acht de rechtbank ook bewezen. DE kraak bij de Praxis overigens niet. Een 21-jarige handlanger kreeg conform de eis 15 maanden celstraf. Kees Jan kreeg zijn geeiste 48 maanden naar daarvan mogen er 18 in plaats van 12 voorwaardelijk.

 

Vakantiegeld

1000euroLoyd zit in trajecten en als het allemaal een beetje meezit, vliegt hij deze zomer terug naar Bonaire.
Dat wil hij graag, want Loyd wil zijn leven veranderen.
De gemeente Groningen heeft toestemming gegeven, want dat moet.

Wat ook licht geeft in het nevelige leven van de 34-jarige Loyd is dat hij zijn boetes allemaal heeft betaald.
Dat laatste is een voorwaarde, ook van de gemeente, om in aanmerking te kunnen komen voor het traject schuldsanering.

De reclassering – ook die doet een traject met Loyd – heeft de rechtbank dringend geadviseerd geen gevangenisstraf op te leggen.
Doet de rechtbank dat wel, dat gaan alle trajecten verloren.

Het is niet de eerste keer dat Loyd zich voor rechters in Groningen moet verantwoorden.
In juni 2010 moest hij dat – en dat was ook niet de eerste keer – in verband met een gewelddadige diefstal.
De officier van justitie wilde hem toen een jaar opsluiten, de rechtbank vond tien maanden voldoende.
Op Bonaire had hij ook al eens vastgezeten, toen hij nog jong was.

Kortom: Loyd weet hoe de trajecten lopen.

Bij de politie was via een informant uit het criminele milieu een tip binnengekomen dat een man die royaal dealt vanuit een woning in de binnenstad van Groningen een wapen heeft.
Met kogels.
De klikkende informant staat bekend als betrouwbaar (in de ogen van de politie dan) en daarom wordt besloten tot actie.
Er komt een inval.
Het wapen wordt in de woning gevonden in een zwarte rugtas.

En niet alleen dat.
Er worden plastic zakjes gevonden met daarin wit en bruin.
Cocaïne en heroïne.
Een digitaal weegschaaltje.
Drie mobiele telefoons.
Cafeïne.
Een schietpen (dat is een pen waarmee je kunt schieten).
Een bivakmuts.
Een masker (type scream).

Dat riekt naar dealen.
Met telefoons worden afspraken gemaakt, met weegschaaltjes worden drugs eerst gewogen en vervolgens per gram verkocht.
Cafeïne wordt gebruikt als versnijdingsmiddel, dan verkoop je minder voor meer.
Ook een bivakmuts in combinatie met zo’n masker kan bedenkelijk zijn.
Met die combinatie zijn in Groningen gewapende overvallen gepleegd.

Kortom: hoe gaat Loyd zich hier uit redden?

Hij zegt dat hij brommer rijdt.
En dat het hier in de winter koud is.
Zo’n bivakmuts onder de helm is dan heel aangenaam.
Het masker is voor carnaval.

Hij had een brommer gerepareerd.
De eigenaar had geen geld, maar wel een schietpen.
Die kreeg hij als onderpand.
Later zou hij dan geld krijgen en de pen teruggeven.

Het wapen in de rugtas had hij gekocht vanwege zijn eigen veiligheid.
Er is een vriend van hem doodgeschoten en in verbanden werd zijn naam genoemd.
Vandaar.

Cafeïne?
‘Neee.’

De drugs?
‘Ja.’

Loyd vertelt dat hij vanwege persoonlijke problemen een beetje gebruikt.
Volgens de officier van justitie is er 7,2 gram in beslag genomen.
Loyd reageert, bijna verontwaardigd: ‘Er was meer. Er was 40 gram.’
Hij had vijftig gram gekocht, daarvan tien gebruikt in drie maanden tijd.

De rechters merken op dat vijftig gram harddrugs wel heel veel is voor eigen gebruik.
Loyd knikt.
Hij had het gekocht bij een coffeeshop (‘nee, niet in de coffeeshop’) met zijn vakantiegeld, zo’n 1000 euro.
Dacht: dan kan ik een jaar vooruit.

De rechters zeggen dat 1000 euro voor 50 gram harddrugs geen geld is.
Dat lijkt meer op een prijs voor de tussenhandel.
Loyd: ‘Nee.’
Rechters: ‘Sinterklaas bestaat.’

Een diepe zucht ontsnapt aan de mond van de officier van justitie.
Zij zegt: ‘Ik zie aanwijzingen voor dealen, maar bewijzen kan ik het niet. Ik vorder op dit punt vrijspraak. Wat ik wel kan bewijzen zijn de drugs en de wapens die hij in bezit heeft gehad. Die zijn gevonden en verdachte heeft hierover een bekentenis afgelegd.’

De officier van justitie wil Loyd zo gezond mogelijk laten vertrekken naar Bonaire.
Loyd moet meewerken aan een klinische observatie opdat een diagnose gesteld kan worden van zijn problematiek.
Wanneer er een behandeling wordt voorgesteld voor zijn persoonlijke problemen en zijn kleine verslaving, dan moet hij daar aan meewerken.
Doet hij dat niet dan wacht hem acht maanden celstraf.
Doet hij dat wel, dan hoeft hij alleen maar 240 uur te werken.

Als je al die trajecten bij elkaar optelt is Loyd in z’n eentje een heel project.
Maar misschien dat het helpt

Rob Zijlstra

UPDATE – 28 januari 2013 – uitspraak
Niet bewezen kan worden dat Loyd zich schuldig heeft gemaakt aan drugshandel. Er zijn  in zijn woning geen dealer indicaties aangetroffen, zoals dat heet. Geen grote  geldbedragen bijvoorbeeld. Ook bevat het dossier geen verklaringen van gebruikers, van mensen die verklaren bij Loyd drugs te hebben gekocht. Blijft over: drugsbezit. En wapenbezit (de schietpen). Gevolgen van de straf heeft dit niet: 240 uur werken en 8 maanden voorwaardelijke celstraf. Een minder vergrijp, maar een straf conform de eis dus.Nadat Loyd zijn werkstraf heeft voltooid mag hij naar Bonaire.

het vonnis zodra gepubliceerd

.

 

Beestjes

Strafzaken met meer dan dertig ordners vol informatie mag in de rechtszaal een megazaak heten.
En dat was het.
Zeventien verdachten met bijna evenzovele advocaten en vijf lange zittingsdagen.

Er gebeurde van alles.
Er gingen dingen fout, er was meineed, stukken zoek, er waren advocaten die te laat kwamen en rechters die te laat begonnen.
Op dag twee was vergeten de verdachten naar de rechtbank te brengen.
Zat iedereen in zittingszaal 14 klaar om te beginnen, zaten de drie verdachten van die dag nog doodleuk in hun cel in de penitentiaire inrichting in Ter Apel (nog wel).

Er waren bekennende, ontkennende en zwijgende verdachten.
Beklaagden die tevens slachtoffer waren.
Justitiabelen met spijt en goede voornemens.
Er was een aan de rechtbank onderworpene die er niet was, toevallig was dat wel de hoofdverdachte.
Man, 36 jaar, was te ziek om terecht te staan, liet de gevangenisarts de rechters ’s ochtends weten.
Man moet nu eerst beter worden.
Sommigen zeggen dat de hoofdverdachte ongeneselijk ziek is.

Deze man, laten ze hem Mo noemen, spookte vijf dagen door de zittingen heen.
Hij was, zeggen ze, het brein achter de gijzelingen en de geweldadige afpersingen en hij zou ook als eerste op de anderen hebben geschoten.
Veel verdachten, ook zij die tot de groep van Mo worden gerekend, zouden bang voor hem zijn.
Dat laatste vindt zijn advocaat maar gek.
Advocaat zegt: ‘Wat gek. Een keertje blazen en mijn cliënt valt om.’

De megazaak bestond eigenlijk uit verschillende gewone strafzaken die soms veel en soms nauwelijks iets met elkaar te maken hadden.
De noemer heette Golfclub omdat veel verdachten in Golfjes reden.
Onder de noemer hingen de strafzaken met namen als Zeespin, Mantis, Muskiet, Afghanistan, Mineermot en Sluipvlieg.

De zaak Sluipvlieg begon met de 15-jarige Japie die in de klerenkast van zijn vader 14.000 euro vond.
Met al die biljetten in de hand ging hij voor de webcam zitten wapperen.
Een klasgenootje zag dat, vond het vet en haalde zijn foute vrienden erbij.
Die foute vrienden, grote jongens, zeiden tegen Japie dat zij dat geld wel konden investeren in vuurwerk.
Door de inkoop slimmer te verkopen zouden ze zeker 10.000 euro winst maken.
Dat leek Japie een goed plan.
Maar eenmaal in de auto stopten de grote jongens, pakten ze het geld af en duwden ze hem naar buiten.
Huilend vertelde hij alles op school.
De directeur belde de politie.

Een andere zaak – Mineermot – kenmerkte zich door een conflict tussen de groep van Mo en een andere partij.
De andere partij wilde het conflict bespreekbaar maken en reed naar de boerderij in Tripscompagnie, naar daar waar Mo verbleef.
Toen ze uit de auto’s stapten, werd er direct geschoten, maar zonder elkaar te raken.
Er sneuvelden wel ruiten.
Volgens het Openbaar Ministerie is er, over en weer, sprake van meervoudige pogingen tot moord in vereniging.

Zeespin: een maand voor die schietpartij zouden Mo & Co. vier personen in die boerderij hebben gegijzeld.
Een van hen had het in zijn domme hoofd gehaald een wietkwekerij leeg te roven.
De rover werd, samen met een vriendje, ontboden, verrast, in elkaar gemept, met de handen op de rug gekneveld en vervolgens met het hoofd in een papieren tas van de McDonald’s op zolder gelegd.
Een buurman had die dagen speenvarkens horen gillen, waarschijnlijk op momenten de gijzelnemers dreigden oren en vingers af te knippen.
De officier van justitie zei een paar keer dat ze daar een speciale ruimte voor hadden ingericht.

De vrijheidsberovers eisten 15.000 euro losgeld.
Na twee lange dagen en bange nachten wist de ongelukkige wietrover duidelijk te maken dat hij zoveel geld nooit had.
Hij had met moeite 3.000.

Hij kende overigens wel iemand met meer.
En zo gebeurde het dat die persoon naar de boerderij werd gelokt.
Deze persoon, een ondernemer uit Groningen, dacht dat er handel was, want dat zeiden ze.
Hij nam zijn zoontje mee.

Zelfde verhaal.
Plots klappen, handen op de rug, zak over het hoofd, naar zolder – ook het zoontje – begeleid door droge klikken van vuurwapens.

De echtgenote van de ondernemer wist in alle staten 15.000 euro bijeen te schrapen.
Toen dat geld met die 3.000 euro was overgedragen, mocht iedereen naar huis.
Uit angst heeft niemand aangifte willen doen.

Bijzonder was, zo bleek op de laatste dag van het megagebeuren, dat sommige verdachten met elders buitgemaakt geld hun schulden betaalden.
Een aantal had nogal wat schulden als gevolg van mislukte hennepkwekerijen.
De schuldeiser: die ondernemer uit Groningen.

Er was een zaak Mantis waarin een man en een vrouw in bed liggen te slapen.
Ineens wordt zij wakker omdat er iemand met een bivakmuts over zijn hoofd naast haar zit.
Terwijl zij schrikt, komt er een tweede bivakmuts binnen die met een mes begint te steken in het dekbed.
Dan wordt ook de man naast de vrouw wakker.
De mutsen zeggen dat ze voor de wiet komen.
En ze willen 50.000 euro.
Ze dreigen: ‘Anders bellen wij de politie.’
Dit laatste deed het beroofde stel zelf, nadat de overvallers met hennep, laptops, telefoons en de auto van het stel waren vertrokken.

Het Openbaar Ministerie eiste vooral gevangenisstraffen, van – alles opgeteld – veertig jaar.
En dan moet Mo nog.

Rob Zijlstra

• Eerder verslag over dit proces: de zaak mineermot

UPDATE – 20 december 2012 – proces Mo
Het Openbaar Ministerie heeft 10 jaar celstraf geeist tegen Mo. Het OM zegt dat hij schuldig is aan tweemaal een poging tot moord en gijzeling (Tripscompagnie) en een overval op een woning in Froombosch. Daarnaast zou hij betrokken zijn bij openlijk geweld in Delfzijl waarbij het interieur van een woning werd vernield.
Mo erkent dat hij een (kleine) rol heeft gespeeld bij de gijzeling, maar ontkent dar daarbij grof geweld is gebruikt. In de andere zaken beroept hij zich op het zwijgrecht.
Advocaat Peter Plasman heeft de rechtbank verzocht Mo te schorsen uit voorlopige hechtenis om gezondheidsredenen. De man moet worden geopereerd, maar zal om die operatie aan te kunnen eerst moeten revalideren en 30 kilo moeten afvallen, aldus Plasman. Tegen de rechters: ‘Zonder operatie wacht cliënt een snelle dood.’

.

UPDATE – 27 december 2012 – uitspraken
De rechtbank heeft vonnissen gewezen. Was er opgeteld zo’n 50 jaar cel geeist, er is voor ruim 70 jaar gevangenisstraf opgelegd. Alleen Mo (eis 10 jaar) kreeg een lagere straf opgelegd: 9 jaar. Tegen de man die 3 jaar cel tegen zich had horen eisen werd 8 jaar opgelegd.

 

UPDATE – 26 mei 2014 – uitspraken hoger beroep
Het hof in Leeuwarden heef arrest gewezen. Mo bleef zijn straf van 9 jaar houden en de man die al twee jaar vrij is, moet alsnog 6 jaar opknappen. Een overzicht. De verschillen zijn groot, ook tussen de eisen bij de rechtbank en bij het hof. De feiten zijn steeds hetzelfde, de interpretatie is kennelijk tijd- en persoonsgebonden.

golfslag

 

 

 

 

 

Niet normaal

Hun uitgeleefde lichamen verkeren in staat van aanhoudende crisis, in de hoofden is altijd chaos. Ze willen wel anders, niets liever dan anders, maar dat kan niet meer.
Om gek van te worden.

Of soe-ie-sie-daal, zegt Jan die 40 jaar is.
Met zijn handen wrijft hij door het vermoeide gezicht. Jan zegt dat er bepaalde omstandigheden zijn.

Suuz is 30 jaar.
Zij wil heel graag nog een keer een leven, maar dan eentje zonder drugs.
Ze heeft horen spreken over afkickkliniek Hoog-Hullen.
Suuz zegt tegen de rechters: ‘Ik heb gehoord dat ze je daar he-le-maal afbreken. Maar dat ze je daarna ook weer opbouwen. Dat wil ik zo graag.’
Antje, 46 jaar en de grootste, zegt dat ze kickbokser is en dat ze sowieso niet kan rekenen.

Jan had, nadat hij in Groningen over de schutting was geklommen, sokken aan een waslijn zien hangen.
Die sokken had hij om zijn handen gedaan en zo was hij door een groot raam geklommen.
Tegen de rechters: ‘Nooit goed natuurlijk.’

Suuz vertelt dat ze hadden gebruikt en dat ze op het Zuiderdiep acht halve liters hadden gestolen. Daarmee waren ze naar het Oosterpark gegaan om daar op een bankje te zitten. Naast een mevrouw. Ze had om twee euro gevraagd. En toen die vrouw dat niet wilde geven, vroeg ze om één euro vijftig.

Antje: ‘Ik snap er geen zak van.’
Rechters: ‘Waar snapt u geen zak van?’
Antje haalt haar schouders op.
Zegt: ‘Ik zei nog tegen die vrouw, ik geef me je adres, die en die straat, dat en dat nummer, dan betaal ik je terug.’

Suuz en Antje ontkennen dat ze geweld gebruikten.
Het slachtoffer verklaarde dat ze door de grootste in haar gezicht was geslagen, tweemaal, met de vlakke hand.
Antje, resoluut: ‘Ik sla met de vuisten. Of ik sla niet. Sowieso neem ik nooit geld aan. Die vrouw duwde twintig euro onder mijn gezicht. Die heb ik wel gepakt.’
Suuz: ‘We gingen een beetje aan haar tas trekken. Antje wilde de telefoon ook pakken. Ik zei toen, nee, niet doen. Tegen die mevrouw zei ik, doe maar twintig euro, dan zijn we weg.’
Antje: ‘Ik heb geen verstand van telefoons, ik ben analfabeet.’

Ook in Assen – Jan woont in Assen – zou hij over een schutting zijn geklommen.
Toen hij door een omwonende werd aangesproken zei hij dat hij een bal zocht.
Later waren een boormachine en een handschuurmachine van Black & Decker verdwenen.
Jan zegt: ‘Tijdens de verhoren gaat de politie nu anders met je om. Heel specifiek. De opbouw is ook anders dan vroeger.’

Suuz vertelt dat ze dagelijks wordt geconfronteerd met het leven dat ze heeft geleefd.
Heel mijn lichaam, zegt ze, zit vol littekens.
Naast de heroïne dronk ze twee flessen port op een dag, tussen de halve liters bier door.
Tegen de rechters: ‘Ik heb mijn moeder mishandeld. Die was alcoholist.’

Antje kijkt met open mond naar Suuz.
Antje zegt: ‘Mijn moeder, dat wil zeggen dat mens waar ik uit kom, heeft mij nogal wat aangedaan. Als ik een andere moeder had gehad, had ik hier niet gezeten. Gelukkig is ze dood.’

De inbraak in het schuurtje in Assen kan Jan zich niet herinneren.
De omwonende had hem wel herkend.
De politie liet haar 24 foto’s zien.
Ze wees foto negen aan.
Jan.

Antje zegt dat ze wel tegen haar vader praat.
‘Die is er niet, maar ik praat wel altijd tegen hem. Soms zeggen mensen dat ik een beetje gek ben. Ik wil het liefst een huisje met mijn vriend. Als ik bij hem ben, gebruik ik niet.’

Er is ook een vrouw beroofd aan het A-kerkhof in Groningen.
Klopt wel zeggen Suuz en Antje.
Antje: ‘Ik ga liever met mannen om.’
Suuz: ‘We gingen de stad in, op zoek naar een slachtoffer. We zagen een vrouw die uit de kroeg kwam. We vroegen haar hoe laat het was. Toen pakten we haar vast. We fouilleerden haar. Ze viel op de grond. Antje zat boven op haar. Ik heb de portemonnee gepakt.’
Antje: ‘Klopt niet. Ik pakte haar bij de kin en zei, rustig, ik help je wel. Ze wilde me slaan. Ik zei niet doen, ik heb een kunstgebit. En hepatitis C.’

De rechters vragen wat het nu allemaal heeft opgeleverd.

Antje: ‘Gevangenisstraf. Want jullie maken mij niet wijs dat ik over twee weken weer buiten sta.’
Suuz: ‘Ik zit nu in een weekprogramma. Ik zal niet weglopen.’
Antje: ‘Elke woensdag kras ik er een streepje bij aan, want ik kan immers niet rekenen.’

‘Wat? Een grijze damesfiets, een Mercure Freeride? Ja, dat kan wel kloppen’, zegt Jan.
‘Waarom? Ik had een fiets met een lekke band. Ik kon dus niet anders dan een fiets stelen.’
Rechters: Er zijn ook mensen die dan naar een fietsenmaker gaan.’
Jan: ‘Ja, het is ook niet de normaalste zaak van de wereld.’

De officier van justitie wil de behandeling van Suuz niet doorbreken met een nutteloze gevangenisstraf.
Suuz zat vanwege de twee straatroven al 110 dagen achter tralies.
De strafeis luidt daarom 365 dagen waarvan 255 voorwaardelijk.
Kan de behandeling voortgezet.

Ze krijgt een vette knipoog van Antje die achttien maanden celstraf hoort eisen.
Ze zegt dat ze ontiegelijk veel spijt heeft.

Jan erkent dat hij de dingen flikte omdat hij gepakt wilde worden.
‘Ik zat al bij de GGZ, eigen bijdrage, een heel team, maar er gebeurde niks. Nu ik in de gevangenis zit, komen ze allemaal langs.’
De officier van justitie: ‘Je valt andere mensen lastig met jouw problemen. In Drenthe bent u veelpleger. Niet goed. Achttien maanden celstraf, zes voorwaardelijk.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 december 2012 –  uitspraken
De rechtbank is van mening dat Jan vier van de vijf diefstalen heeft gepleegd. Hij krijgt daarvoor de straf die de officier van justitie heeft geeist: anderhalf jaar cel waarvan een half jaar voorwaardelijk. Dat is een jaar zitten met aftrek van het voorrarrest. Jan zal niet ontvreden zijn.
Antje moet ook zitten: 16 maanden. Ook voor Suuz zijn de rechters aardig, zij hoeft niet tergu naar de cel, maar mag in de kliniek blijven waar ze nu en vooralsnog niet zonder succes wordt behandeld. Samen moeten ze wel 903 euro aan een van hun slachtoffers betalen. Wie betaalt, maakt de rechtbank niet uit.