Sloom recht

Het echtpaar was het bestuur
en het bestuur betaalde
het echtpaar riant
voor de werkzaamheden

 

Je wilt hopen dat er een causaal verband bestaat tussen het strafrecht dat in de rechtszalen wordt bedreven en de misdaad die daarbuiten wordt gepleegd. Volgens mij is dat ook de bedoeling, want anders is straffen zonder nut.

Toch bekruipt mij vaker dan ik zou willen het gevoel dat het strafrecht z’n eigen gang gaat en zich helemaal niets aantrekt van wat er buiten gebeurt. Het is zonneklaar dat het strafrecht niet zonder de misdaad kan, in tegenstelling tot andersom. Strafrechters moeten dus bij de les blijven, net zo goed als de staande magistraten, de officieren van justitie.

Voorbeeld. In januari 2014 wordt in Groningen een filiaal van Albert Heijn (Van Lenneplaan) overvallen. Een doodsbange 16-jarige scholiere achter de kassa geeft onder dwang van een op haar gericht pistool 1309 euro af aan de gemaskerde overvaller. Er volgt een stevig onderzoek wat leidt tot een dna-match waarna ene Gerrit wordt aangehouden. Gerrit blijkt niet de eerste de beste. Eerder, toen dat nog bestond, overviel hij banken.

Maar Gerrit ontkent. Desondanks eist de officier van justitie 3 jaar gevangenisstraf. In april 2015 wordt Gerrit door de rechtbank in Groningen vrijgesproken. De officier van justitie is het daar niet mee eens – anders eis je geen 3 jaar – en gaat nog diezelfde maand, april 2015, in hoger beroep. Een nieuwe zitting laat al ruim twee jaar op zich wachten en niemand kan vertellen waarom dat zo is.

Trage rechtspraak – goed voor de zorgvuldigheid – gaat hier over in slome rechtspraak wat nergens goed voor is. Er zijn advocaten met meer voorbeelden. Zij beschikken over strafdossiers die op planken in hun kasten liggen te wachten op voortgang. Advocaten smoezen daar niet hardop over, ze kijken wel link uit. Naarmate de behandeling van een strafzaak langer op zich laat wachten, neemt de zwaarte van de straf doorgaans af.

Is dat zo? Deze week werden tien jongemannen uit Groningen en omgeving door de rechtbank in Leeuwarden veroordeeld tot werkstraffen omdat ze zich onheus hadden gedragen na afloop van een verloren voetbalwedstrijd in Heerenveen. De officier van justitie had streng en in volle overtuiging gevangenisstraffen tot vier maanden geëist omdat de samenleving het helemaal heeft gehad met hun voetbalgeweld. De rechters oordeelden anders. Jongemannen die zich in februari 2015 hebben misdragen stuur je in de zomer van 2017 niet meer naar de gevangenis.

Of deze. In 2015 begon de politie een groot onderzoek wat op 31 mei 2016 leidde tot 19 invallen in stad en provincie Groningen. Aan de actie, gericht op ondermijnende hennepteelt, namen 175 politiemensen deel. Dat is no shit. Er werden 11 mannen en 2 vrouwen gearresteerd. Wij van de pers waren vooraf geïnformeerd om verslag te doen van het daadkrachtige optreden van de sterke arm. Na een paar dagen zaten de13 leden van de criminele organisatie alweer thuis. Nu, een jaar verder, is er geen enkel zicht op iets wat lijkt op een vervolg bij de rechter.

Heel de strafrechtketen is sloom. En het kan nog zorgelijker.

In oktober 2013 krijgt de politie informatie over misstanden in Haren. In een lommerrijke straat wordt een hoogbejaarde mevrouw uitgebuit, zo vermoeden bezorgde buren. Er komt een onderzoek en in mei 2014 wordt het echtpaar L. gearresteerd. Er wordt beslag gelegd op auto’s, op scooters in hun tweede huis in Italië en op de kapitale woning aan de rand van Haren (die eerst voor 1,2 miljoen en nu voor 995.000 euro op Funda te koop staat). De verdenking is dat het echtpaar de dan 96-jarige licht dementerende Harense mevrouw Rosingh financieel hebben uitgekleed.

De politie stuurt een persbericht de wereld in waarin de aanhouding wereldkundig wordt gemaakt. De politie wil waarschuwen en signaleren. Ouderen, meldt het persbericht, zijn kwetsbaar voor financiële uitbuiting. Jaarlijks zijn daar 30.000 65-plussers het slachtoffer van. De politie roept op altijd aangifte te doen. Door voorlichting en bewustwording kan ouderuitbuiting worden voorkomen, staat in het persbericht.

Een jaar na de arrestatie besluit Openbaar Ministerie dat het echtpaar strafrechtelijk moet worden vervolgd. Het duurt dan nog eens een heel jaar alvorens de twee verdachten in de verdachtenbank van zittingszaal 14 zitten. Mevrouw Rosingh weet hier niets van. In juni 2015 overlijdt zij, op 98-jarige leeftijd, berooid en wel.

De rechtszaak is in maart 2016. Zeven uur lang wordt het echtpaar (hij is dan 51, zij 52) door de rechters ondervraagd. Een van de beschuldigingen is dat ze mevrouw Rosingh 300.000 euro afhandig hebben gemaakt. Het echtpaar ontkent. Ze zeggen dat ze zorg aan de hulpbehoevende vrouw verleenden in ruil voor 65 euro per uur. Als gevolmachtigden konden ze over haar bankrekening beschikken. Behalve zorg regelden ze ook – tegen betaling – de financiën. Ze betaalden zichzelf.

De officier van justitie noemt de handelwijze stuitend. Slechts de eigen belangen werden behartigd. De zorg die werd verleend: nauwelijks tot niets.

De L.’s zouden ook de goedgevulde kas van een stichting (ten behoeve van autistische kinderen) voor honderdduizenden euro’s hebben geplunderd. Het echtpaar was het bestuur en het bestuur betaalde het echtpaar riant voor de werkzaamheden (aandelenhandel). Een dan al overleden man en vrouw uit Drenthe – apothekers te Groningen – zouden voor meer dan honderdduizend euro zijn bestolen.

De officier van justitie eist tegen zowel hem als haar 22 maanden gevangenisstraf. Het bijeen gegraaide geld, opgeteld 800.000 euro, moeten ze inleveren. De rechtbank veroordeelt het echtpaar in april 2016 conform de eisen: 22 maanden. Financieel ligt het complexer. Het echtpaar moet de gestolen 300.000 euro van mevrouw Rosingh inleveren.

Die 22 maanden hadden eigenlijk 24 maanden moeten zijn. De officier van justitie vond dat twee maanden korting op z’n plaats was omdat het echtpaar zo lang in onzekerheid had gezeten daar de rechtsgang nou niet bepaald vlot was verlopen. De rechters waren het daarmee eens.

Nu komt het. Het echtpaar is in hoger beroep gegaan. Wie door de rechtbank wordt veroordeeld, maar op het moment van de veroordeling niet is gedetineerd, mag de uitkomst van het hoger beroep in vrijheid afwachten. De bezorgde buren uit 2013 zijn nog steeds bezorgd. Niet over hun overleden buurtgenoot, maar zeer over het welzijn van de rechtspraak. Recent hebben ze navraag gedaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. Wanneer dient de zaak in hoger beroep? Het antwoord: ergens in 2018.

Slome rechtspraak leidt ertoe dat uitspraken van rechters ook maar meninkjes worden.

Rob Zijlstra

Geen werk, mooi werk

mijn wenkbrauw zit
al bijna in de haargrens
als ik u dat hoor zeggen

 

Franky kun je rustig een apart geval noemen.
Hij is net een paar weken 21 jaar, hij heeft geen diploma’s, geen werk en geen werkervaring.
Hij heeft wel een vriendin.
Elke dag wacht hij bij het hek van de school om haar op te halen.

Zijn moeder had gezegd dat hij liegend en bedriegend door het leven gaat.
Ze noemt haar zoon een ‘luie, manipulatieve klootzak’.
Als de rechters hem dat voorhouden, zegt Franky: ‘Dat is natuurlijk niet leuk.’
Maar de zorgen die er over hem zijn – zorgen van hier tot helemaal aan Tokio – zijn misplaatst, vindt hij.
Dat komt door zijn vriendin.
Dankzij zijn vriendin zal hij op het rechte pad blijven.

Als hij dat zegt, staren de rechters hem met grote ogen aan.
Een van de rechters: ‘U bedoelt uw vriendin van 14 jaar die al eens zwanger van u is geweest en toen abortus pleegde?’
Franky knikt: ‘Die ja. Ze is trouwens bijna 15.’

Hij had ingebroken bij een kennis van zijn vader.
Uit de woning had hij naar eigen zeggen speelgoed en een hoop troep gehaald, uit de schuur onder meer gereedschap, een lasapparaat, een werkbank, een slijpmachine, een boorstander, een tafelzaagmachine.
De Volkswagen Golf die er ook stond, had hij verpatst bij de sloop.
Had nog 150 euro opgeleverd.

Dit was niet alles.
In Muntendam had hij ingebroken in een woonvoorziening waar zijn vriendin verblijft.
Daar pikte hij geldkistjes en pinpassen met bijbehorende pincodes.
Met het gepinde geld deed hij boodschappen en verbleef hij een paar nachten bij Van der Valk.

Hij zegt:‘Het was steeds haar idee en ik was zo stom om het te doen.’
Wat ook meespeelde was dat hij het huis was uitgezet.
‘Ik kon nergens heen.’
Het was ook daarom dat hij de banden van de auto van zijn broer had lek gestoken.
‘Hij zou me helpen, maar hij trok de handen van me af.’
Verder zijn er nog wat vernielingen, wat diefstallen met braak, bedreigingen, een zware mishandeling.
Opgeteld: 18 misdrijven.

Franky wil wel een behandeling.
Hij wil dan wel leren, zegt hij, dat hij eerst moet nadenken en dan pas moet doen.
De rechters zeggen dat ze iets opmerkelijks hebben gelezen in het strafdossier.
‘U bent al vaak veroordeeld, ook door kinderrechters, u heeft een fors strafblad, bent inmiddels veelpleger (erkende status), maar u drinkt geen alcohol en u gebruikt ook geen drugs. Dat maakten we nog nooit mee.’
Franky glimlacht en zegt: ‘En ik rook ook niet.’

Hij heeft een hulpverlenende coach die laat weten dat hij al een tijdje niet door de politie is gebeld.
‘Dat is dus positief.’
De coach zegt ook: ‘Franky is een prima jongen, alleen we krijgen hem niet tussen de lijntjes.’

De coach: ‘Hij is meerderjarig, dus dwingen kunnen we hem niet.
Hij woont nu zelfstandig en eerlijk gezegd hoop ik dat dat misgaat zodat hij noodgedwongen bij ons komt. We houden een plek voor hem vrij.’
De hulpverlener geeft toe dat hulp verlenen aan Franky is als trekken aan een dood paard.
‘Maar we laten hem niet vallen, want dan is het hek van de dam.’

Rechters: ‘Wat gaat er gebeuren als de verkering uitgaat?’
Franky: ‘Dan blijf ik op het rechte pad.’

De officier van justitie noemt de verdachte een plaag voor de samenleving die een forse straf verdient.
Hij wil dat Franky zijn zelfstandige woonruimte opgeeft en onder de vleugels van de coach gaat wonen.
Doet hij dat niet, dan kost hem dat negen maanden celstraf.
Die maanden gelden daarom als voorwaardelijk.
Daarnaast is er de onvoorwaardelijke strafeis: een half jaar zitten.

De advocaat zegt dat het opleggen van straf in dit aparte geval niet zal helpen.
Hij snapt de aanklager overigens wel: de officier van justitie moet wat, voor het oog van de buitenwacht.
‘Maar ik pleit voor een tweede kans. Voor een laatste kans.’

Er zat deze week nog een apart geval in zittingszaal 14.
Het betreft een vrouw die niet in het echt Natasja heet, in Assen woont en over een paar dagen 40 wordt.
Zij genoot wel opleidingen, heeft werkervaring en had een baan.
Ze was administratief medewerkster van een bedrijf dat internationaal actief is in de scheepsbouw in Sappemeer.
Het ontslag was op staande voet.

Tussen januari 2007 en september 2011 zou zij geld van haar werkgever hebben verduisterd (gestolen).
Toen ze na vier jaren tegen de lamp liep, was de verduistering opgelopen tot bijna 150.000 euro.

De verdenking is dat ze bedrijfsgeld overmaakte op haar eigen rekening, soms duizenden euro’s per maand en dat ze aankopen deed met de pinpas van het bedrijf.
De bankpas lag met pincode in een zwart doosje in een van de lades van haar bureau.

Natasja zegt niet zo veel.
Bij de politie had ze het een klein beetje toegegeven.
In de rechtszaal antwoordt ze dat het wel zou kunnen, dat ze het niet meer weet en dan weer dat ze het niet heeft gedaan.
Een van de rechters: ‘Mijn wenkbrauw zit al bijna in de haargrens als ik u dat hoor zeggen.’

Een vraag was of het niet merkwaardig is dat een bedrijf in de scheepsbouw aankopen doet bij Vera Moda, We Men, Ici Paris en bezoeken brengt aan Sundays (zonnestudio)?
Dat een scheepsbouwbedrijf toch geen schoenen koopt bij Manfield in Assen?
En wat moet een scheepsbouwer met lingerie?

Wat ze toegeeft is goed voor 40.000 euro.
En de rest?
Ze zegt, zachtjes, dat de jongens van de werkvloer ook van het pasje gebruik maakten.
En dat de jongens, net als de directeur zelf trouwens, nooit bonnetjes hadden als ze de pas hadden gebruikt.

De rechters hadden gelezen dat Natasja aan haar vriend een bijzonder cadeau had gegeven: een feestje met een optreden van Mooi Wark.
Had haar 3400 euro gekost.
Ging daar het geld naar toe?
Naar dat soort dingen?
Ze zwijgt.

De strafzaak wordt, ook apart, niet afgerond.
De advocaat zegt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om de financiële kant van de zaak te bestuderen.
Het Openbaar Ministerie had het dossier immers te laat bij hem afgeleverd.
Ook moet de advocaat – voor iets heel anders – over een uurtje al in de rechtbank van Assen zijn.
De strafzaak krijgt iets gehaasts, iets lelijks.
De rechters besluiten halverwege te stoppen om later verder te gaan.
Later is in dit geval: oktober (nog wel van dit jaar).

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 6 juli 2015
De rechtbank acht alle feiten die aan Franky ten laste waren gelegd bewezen. De opgelegde straf: 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij zich laten behandelen en moet hij onder begeleiding gaan wonen bij de mensen die hem willen helpen.

Niets te verliezen

We vertroetelen 

het idee dat de misdaad

kan leiden naar een 

groots en meeslepend leven

Overdag vinden we dat de misdaad bestreden moet worden, met zwaardere straffen en als het even kan te ondergaan in tochtige gevangenissen.
Maar als dan de avond is gekomen en de televisie is aangezet, dan willen we de misdaad voor geen goud missen.
Dan vertroetelen we het idee dat de misdaad kan leiden naar een groots en meeslepend leven.
De televisie blijft dat maar herhalen.

In ’t echt is ’t anders.

Neem Don.
Hij is 27 jaar, woont zelfstandig, zijn ouders drie straten verderop.
Contact heeft hij nauwelijks met ze.
Tegen de rechters zegt hij dat hij bezig is een goede toekomst neer te zetten.
Dat moet hij alleen doen en soms samen met zijn vriendin met wie hij in de schuldsanering zit.
Don heeft voor 9.000 euro boetes openstaan.

Op een dag is zowel het geld als het eten op.
Beide heeft hij dringend nodig.
Lenen is geen optie meer.
En zo kan het gebeuren dat hij via het internet een pizza bestelt en als de bezorger het steegje inloopt hij zijn mes laat zien en vraagt: ‘Is het je waard neergestoken te worden? Nee? Geef dan je portemonnee en je mobiele telefoon.’

Rijkdom brengt het hem niet.
Een paar tientjes.
De telefoon, een iPhone 5, is beveiligd.
Daar kan hij dus niks mee.
Don besluit het toestel terug te brengen naar de pizzeria waar hij zijn valse bestelling had gedaan.
Kijk, zegt hij, heb ik gevonden.

De politie spoort hem op – gestolen mobiele telefoons zijn grote verraders – en de officier van justitie spreekt zijn verbazing uit.
‘Dat u zulke gemakkelijke keuzes maakt. Even geen geld, en dan hupsakee, een overval. Ik eis acht maanden gevangenisstraf.’
Don buigt het hoofd.
Daar gaat z’n toekomst.
Uitgerekend nu hij weer naar school wil om zijn koksopleiding af te maken.
Hij wil pizzabakker worden.

Of Neem Santino die twee jaar geleden ook al eens in zittingszaal 14 zat, toen vanwege een serie lelijke woninginbraken.
Santino kijkt samen met zijn vriend naar Alberto Stegeman op de televisie.
Het is inspirerend en een groots idee ontstaat: we gaan pedo’s pakken.

Ze kruipen achter de computer, maken een account aan en chatten er lustig op los.
Ze doen alsof ze Nickie en 15 jaar zijn.
Als snel meldt zich een man die wel in is voor een vrolijk samenzijn met een ondeugende 15-jarige.
Op de afgesproken plek, nog diezelfde avond, stappen ze bij de man in de auto en zeggen dat zij Nickie zijn en nu geld willen hebben.
Zo niet, dan vertellen ze aan de politie dat hij een vieze pedo is die seksuele dingen chat met een meisje van 15.

De man betaalt vijftig euro.
Stegeman bedankt.
Terwijl zij linea recta naar de McDonald’s gaan, doet de man aangifte.

Santino zegt tegen de rechters dat hij inmiddels 22 jaar is en zijn jeugdige onbezonnenheid kwijt is.
‘Ik kijk nu heel anders tegen de dingen aan.’
De officier van justitie: acht maanden celstraf, de helft voorwaardelijk.

Dan Michael.
Hij is 47.
In het jaar dat Santino wordt geboren, gaat hij aan de slag als financieel medewerker bij een aannemer.
Jaar in, jaar uit houdt hij de boeken bij, maar geluk brengt het niet.
Ook thuis met een vrouw en drie jengelde kinderen voelt hij zich niet op z’n gemak.

Op een dag meldt de echtgenote bij de politie dat haar man niet is thuisgekomen.
Een dag later doet de aannemer aangifte van verduistering.
De twee meldingen blijken bij elkaar te horen.
Michael is met de noorderzon vertrokken.
Ontdekt wordt dat hij een vliegticket heeft gekocht, Toronto Canada.
De spaarrekeningen van de drie kinderen zijn geplunderd, de zesduizend gespaarde euro’s zijn weggeschreven.
De aannemer: ‘En ik ben 262.000 euro lichter.’

Kort daarop wordt veel duidelijk als de echtgenote een sms’je van Michael ontvangt.
De boodschap: ‘Ik kom nooit meer thuis.’

Deze week zit Michael in de verdachtenbank.
Hij zegt dat hij niets wil zeggen.
Waarom niet?
‘Dat wil ik ook niet zeggen.’
Rechters: ‘U vindt het moeilijk?’
Michael: ‘Ook.’

Zeven maanden is hij in Canada geweest.
Daarna wil hij naar Spanje.
Maar misschien ook wel niet.
Hij landt in elk geval in Londen en daar op het vliegveld wordt hij aangehouden en uitgeleverd aan Nederland.

Heeft hij de tijd van zijn leven gehad?
Groots een meeslepend geleefd in Canada?
Alles gedaan wat God verboden heeft?
Met wilde, lange nachten die 22 jaar duf boekhouden voor altijd doen vergeten?

Neen.

Wanneer Michael in het vliegtuig stapt om nooit terug te keren, heeft hij bijna geen geld meer.
Vrijwel platzak komt hij in Toronto aan.
Onderdak vindt hij bij een gemeenschap die je ook een sekte kunt noemen, zegt hij in zijn spaarzame woorden tegen de rechters.

Jarenlang vertelt hij thuis dat hij het druk heeft op zijn werk, dat hij daarom zo vaak moet overwerken tot in de nacht.
In werkelijkheid zit hij dan in het casino.
In de boekhouding van de aannemer bestaat een fictief bedrijf met een bankrekening op zijn naam.
Als hij een keer ziek is en het bedrijf een tijdelijke vervanger zijn werk laat doen, komen 49 dubieuze overboekingen aan het licht.

Michael wordt door zijn werkgever ontboden om tekst en uitleg te geven op de dag dat zijn vrouw hem bij de politie als vermist opgeeft.
Het verduisterde geld en ook het spaargeld van de kinderen is via het Holland Casino in ’s lands staatskas terechtgekomen.

Alles is vergokt.

Gedragsdeskundigen hebben een ernstige vorm van verslaving vastgesteld.
En het Syndroom van Asperger.
De rechters: ‘U ervaart schuld, maar kan daar geen uiting aan geven. U voelt geen spijt. U denkt concreet en rechtlijnig. U ligt er ook niet wakker van.’
Michael: ‘Ik ben het liefst alleen.’
Rechters: ‘Wat doet het met u?’
Michael haalt de schouders op en zegt: ‘Mijn geval heeft in elk geval een naam.’

De officier van justitie zegt dat Michael met de schrik vrij mag komen.
Als het aan de aanklager ligt krijgt hij de 35 dagen celstraf die hij al heeft uitgezeten. Daarnaast een werkstraf van 180 uur.
Het geld dat er niet meer is moet worden terugbetaald.

Ik kijk de advocaat van Michael na als zij zingend het gerechtsgebouw verlaat.
Met haar linkerhand slaat zij de kraag van haar lange jas omhoog en stapt dan gehakt de regen in.
Ze zingt: ‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Rob Zijlstra

update – 22 januari en 29 januari – uitspraken
Don – schuldig en strafbaar – 7 maand waarvan 3 voorwaardelijk
Santino – schuldig en strafbaar – 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk
Michael – schuldig en strafbaar – een taakstraf van 240 uur en 336 dagen celstraf waarvan 300 voorwaardelijk (michael heeft na zijn aanhouding 36 dagen vastgezeten, vandaar.)


 

‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Like a rolling stone (Bob Dylan)

De hotelrekening

Schermafbeelding 2014-02-08 om 21.33.34

hampshire groningen

Een verhaal heeft een eerste regel, maar het begin van een verhaal ligt altijd ergens anders.
Op pak’m beet de oerknal na gaat aan alles iets vooraf.
Nu ook weer.

Danny heeft een vriend die altijd goed voor hem is.
Dus toen die vriend – die straks in dit verhaal Stef gaat heten – hem vroeg iets voor hem te willen doen, zei Danny niet nee.
Hij zei: ‘Dat doe ik, dan kan ik een keer iets voor je terugdoen, want jij bent een goede vriend.’

De goede vriend had gevraagd of Danny wat spullen wilde ophalen uit het hotel.
Voor als het misgaat.
Niet eerder.
Danny die tot de hardcore van het Groninger straatcircuit behoort, had in zijn ruige leven voor hetere vuren gestaan.
Dus toen het misging, belde hij een taxi en liet zich naar het Hampshire Hotel in het zuiden van de stad Groningen rijden.
Tegen de nachtportier zei hij dat hij de spullen kwam ophalen, de spullen van zijn goede vriend.

De nachtportier deed wat een nachtportier misschien wel behoort te doen: in de nacht geen vragen stellen.
Hij gaf alles mee.

Zo belandde Danny in de rechtszaal.
Want die vriend, die zogenaamde goede vriend, zegt dat hij nooit aan Danny de opdracht heeft gegeven zijn spullen op te halen uit het hotel.
Sterker nog: hij kent Danny niet eens.
Wat hij wel weet is dat hij nu zijn spullen kwijt is.
En dat hij die terug wil hebben.
Daarom deed hij aangifte.
Hij claimt 7.255 euro, want zoveel was dat spul wel waard.

Danny moet lachen als hij tegenover de rechters zit.
Dat Stef, uitgerekend hij, zulks beweert.
Ook dat er vier biljetten van 500 euro bij die spullen zaten die nu weg zijn.
Danny: ‘Ja hoor, de grootste cocaïnegebruiker van Groningen heeft vier biljetten van 500 euro in de zak. Toe nou even…’

Natuurlijk had hij de spullen opgehaald.
Omdat hem dat dus was gevraagd.
Hij had de spullen naar het huis van Dickie gebracht, want Dickie heeft een huis.
Wat er daarna is gebeurd, dat weet Danny ook niet.
De halve bende van het benevelde Groninger straatcircuit komt bij Dickie over de vloer.
Dus.

De officier van justitie heeft geen zin om Danny achter de tralies te zetten.
Hij eist wel een gevangenisstraf: 32 dagen waarvan 30 voorwaardelijk.
Die twee dagen die resteren heeft hij al uitgezeten.
Maar, zegt de officier van justitie, hij moet wel een schadevergoeding betalen aan zijn goede vriend, want die spullen zijn door zijn toedoen zoek: 6.000 euro vindt de aanklager billijk.

Nu komt Stef.
Zijn strafzaak ging aan die van Danny vooraf.
Wat is het geval?

In de Groninger onderwereld ging het rare gerucht dat Stef al dagen achtereen feestvierde in een kamer van het Hampshire Hotel.
Met van alles er op en van alles er aan.
Het wilde verhaal kwam ook de politie ter ore en besloten werd poolshoogte te nemen.
Want als Stef zonder legale bron van inkomsten feestviert in een hotel is er misschien wel wat aan de hand.
Een en ander leidde tot de aanhouding van Stef.
Hij moest mee om tekst en uitleg te geven.
Aan de portier kon hij nog net vragen zijn spullen even op te slaan, die zouden later wel worden opgehaald.

De rechters zeggen tegen Stef dat de officier van justitie vermoedt dat die spullen zijn verworven met crimineel geld.
Stef: ‘Phoe.’
Hij zegt dat hij het kan uitleggen.
In de gevangenis had hij een Duitser leren kennen.
Toen hij vertelde dat hij handig is met badkamers, zei die Duitsers dat hij veel werk voor hem had.
Dus toen hij vrij kwam, was hij gaan klussen in Duitsland.
Met het geld dat hij verdiende, was hij naar het casino in Emden gegaan.
Daar deed geluk de rest, het bracht hem 9.100 euro.
Tegen de rechter: ‘En toen ben ik naar Groningen gegaan en heb de grote jongen uitgehangen.’

Zo verklaart hij dat hij zonder inkomen toch de hotelrekening van 945,60 euro kon betalen.
En zo was hij dus ook aan die spullen gekomen, spullen die nu weg zijn.
Mooie spullen die hij vaak had zien hangen in de etalage: kleding van Armani, Moncler, van Dolce & Gabbana, Soho, schoenen van Nike, een schoudertas van Botticelli.
Stef: ‘Gekocht voor 4.500 euro bij een chique modezaak in Haren. Ik dacht met al dat geld, dit is mijn kans.’
Hij heeft de bonnetjes nog.

De officier van justitie zegt dat Stef bij de politie heeft gezwegen.
‘Dat hij nu met een verhaal komt over klussen in Duitsland en een casino in Emden is nieuw. Dat hebben we niet kunnen verifiëren.’

Rechters: ‘Niet zo handig Stef.’
Stef: ‘Heb ik dan geen rechten?’

De officier van justitie vindt dat Stef zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen: hij heeft crimineel geld omgezet in luxe.
Het misdaadgeld moet hij inleveren, welgeteld 7.445,60 euro.
Volgens de aanklager kan Stef dat heus betalen.
Hij moet immers nog 6.000 euro van Danny krijgen.
Ook heeft Stef 1.500 euro ontvangen van het Hampshire Hotel.
Als goedmakertje, omdat het hotel spullen van een gast zomaar en zonder vragen te stellen aan een derde had meegeven.

Verder moet er twee maanden celstraf volgen waarvan de helft voorwaardelijk mag.
Die straf eist de aanklager omdat Stef het bancaire verkeer in gevaar heeft gebracht.
Een maand zitten voor zoiets klinkt niet bijster veel.
Aan de andere kant: in de banksector zijn mannen met veel grotere bedragen met minder naar huis gegaan.
Maar dat verhaal begint heel ergens anders.

Rob Zijlstra

UPDATE –  14 februari 2014 – uitspraken
Danny is veroordeeld tot de geëiste 32 dagen waarvan 30 voorwaardelijk. Daarnaast een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 50 uur. Aan Stef moet hij 5.286 euro betalen.
Stef heeft twee maanden celstraf gekregen waarvan eentje voorwaardelijk is. Daarnaast moet hij zijn criminele winst inleveren: 7.445,60 euro.

tweet1

tweet (en klik)

Eenmalige misdadigers

Er zijn misdadigers die gewetenloos zijn.
Die doen het om er zelf beter van te worden of zomaar voor de kick.
Zij zijn wel de ergste, maar ze zijn niet met de meesten.
De meeste mannen die met een misdaad in de rechtszaal moeten verschijnen – in Groningen maar ook elders – zijn eenmalige misdadigers.
Amateurs.
Ze hebben vaak ook een reden, al dan niet in combinatie met een samenloop van omstandigheden.
Een zus met reuma, een slecht huwelijk, ontzettende dorst.

Ontzettende dorst.
Martin, 55 jaar, geboren en getogen in Groningen, is glazenwasser van beroep.
Dat wil zeggen Martin had een fiets, een ladder en een emmer met zeepsop.
Toen zijn compagnon in 2000 overleed had hij aan de weduwe 300 gulden (toen nog) betaald om het klantenbestand over te nemen.
Zo kreeg hij een eigen wijk.
Een vetpot was het niet, maar hij kon er de vijf liter bier die hij dagelijks tot zich nam van betalen.
En af en toe wat heroïne.

Op een dag werd hij verraden door een concurrerende glazenwasser.
De sociale dienst stelde een onderzoek in en ontdekte dat Martin genoten inkomsten niet opgaf en dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met Alie, de zus van zijn overleden compagnon.
Martin ziet dat anders.
In 2006 was Alie shag gaan halen bij het benzinepompstation.
Ze kreeg een aanval en ging onderuit.
Sindsdien komt ze nauwelijks nog buiten.
Hij verzorgt haar.

De fraudepolitie ontdekte dat hij de boodschappen deed en kookte, dat de gasrekening op het adres waar hij zei zelfstandig te wonen veel te laag was, dat zij zijn kleren waste, dat hij haar hond uitliet.
Martin maakte ook gebruik van een brommer die op naam stond van Alie.
Martin zegt dat hij Alie altijd op haar brommer – zij achterop – naar het ziekenhuis bracht.
Daarom.

In de wijk belde de fraudepolitie aan bij mensen met de vraag of zij Martin kenden als de glazenwasser.
En of ze wilden verklaren dat ze hem geld gaven voor schone ramen.
Veel klanten hadden hun mond gehouden, maar een stuk of tien klapten uit de school en leverden het wettige bewijs voor de fraude.

Martin had nog aangevoerd dat ze het bed niet deelden, dat van een seksuele relatie geen sprake was.
Te laat.
De financiën waren verweven (‘we deden het een beetje sam-sam’) en dat is voldoende om van een duurzame relatie te kunnen spreken.
En dan heb je geen recht op een uitkering als alleenstaande.
Martin moet nu 110.000 euro terugbetalen, geld dat hij niet heeft.

De officier van justitie zegt dat Nederland een verzorgingsstaat is waarin zij die het beter hebben betalen voor hen die het iets minder hebben. ‘Als iedereen doet wat Martin deed, dan houden we de staat niet overeind, dan kunnen we het niet meer betalen.
Wat Martin heeft gedaan is dus heel ernstig. Ik vind dan ook dat hij iets terug moet doen voor de maatschappij. Ik eis een werkstraf van 240 uur.’

Martin vindt dat de officier van justitie groot gelijk heeft.
Zegt: ‘Zoals zij denkt, zo denk ik er ook over. Ik heb de staat benadeeld, maar ik ben geen draaideurcrimineel geworden. Als crimineel had ik de staat nog veel meer geld gekost.’

Martin neemt afscheid met een kleine buiging naar de officier van justitie en naar de rechters en zegt: ‘Mag ik u allen vriendelijk bedanken?’
Dat mocht.
De strafzaak tegen Alie is vanwege haar gezondheid geseponeerd.

Bart is ook mantelzorger.
Hij loopt tegen de zeventig en verzorgt zijn moeder die de honderd nadert.
Hij is ontzettend bang dat hij naar de gevangenis wordt gestuurd.
Dan zal hij zijn moeder niet meer kunnen bijstaan en ook zal hij dan alles aan haar moeten vertellen.
Nu weet ze van niets.

Bart heeft twee enorme stommiteiten begaan.
Hij verzamelde kinderporno op zijn computer.
Zegt: ‘Ik was bewust op zoek, het was verslavend gedrag. Ik zag geen kinderen in nood. Ik had mijn geweten uitgeschakeld. Dat neem ik mezelf ontzettend kwalijk. Toen de politie kwam, stortte mijn wereld in want ik wist waarvoor ze kwamen.’
Dit speelde zich af in november 2011.
Hij is al langer dan een jaar in therapie en dat doet ‘m goed: ‘Ik leer daar heel veel over mezelf.’

In september 2010 was de politie ook al bij hem aan de deur geweest.
Zijn zus heeft reuma en had baat bij zo af en toe wat nederwiet.
In een growshop had hij naar de mogelijkheden geïnformeerd, want steeds maar naar de koffieshop werd te duur.
Politieagenten hadden hem in die winkel gespot en drie maanden later belden ze bij hem aan.
Of hij een hennepkwekerij had?
Bart had ja gezegd en de agenten binnengelaten.
Dat had hij niet moeten of hoeven doen, maar dat wist hij als amateur natuurlijk niet.

Een bezoek aan een growshop kan geen reden zijn om iemand als verdachte te beschouwen en een onderzoek te beginnen, zegt de advocaat.
Ook hebben de agenten niet gezegd toen ze aanbelden dat hij het recht had te zwijgen.
Ernstige fouten die ook niet zijn te herstelen en dus moet vrijspraak volgen.

De officier van justitie is het niet met de advocaat eens: de politie mag overal aanbellen en een vraag stellen.
‘Vragen staat immers vrij.’
Wel houdt ze rekening met het feit dat het oude misdaden zijn: normaliter waren de misdaden van Bart goed geweest voor gevangenisstraf, nu kan worden volstaan met een taakstraf van 240 uur (eis).

Bart buigt het hoofd en biedt excuses aan: eerst aan de kinderen en dan – via de officier van justitie als vertegenwoordiger van de samenleving – aan ons allemaal.

Rob Zijlstra

UPDATE – 31 oktober 2013 – uitspraken
Bart is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf.  De politie heeft niets onrechtmatig gedaan, vindt de rechtbank. Vragen staat vrij evenals spontaan iets tegen de politie zeggen.
Glazenwasser Martin moet ook 240 uur voor straf werken en kreeg 2 maanden voorwaardelijk als stok achter de deur.

de vonnissen zijn door de rechtbank niet gepubliceerd

Doosje

telefoonseksBruno is niet naar de rechtbank gekomen met de bedoeling diep door het stof te gaan.
Goed, het was misschien niet allemaal even handig geweest.
Hij had zich wat laten meesleuren in haar problemen.
Niet professioneel, okay.
Maar verder had hij toch gewoon zijn werk gedaan.
En niks onrechtmatigs.

Jawel, zegt hij tegen de rechters die hem er naar vragen, zijn vrouw weet dat hij vandaag als verdachte terecht moet staan.
En ook waarvoor.
Of zij bij hem blijft?
(Rechters mogen alles vragen)
Bruno moet lachen, voor zover hij weet wel ja.

Er waren klachten binnengekomen van vrouwen.
Klachten over onprettige bejegeningen en seksuele toenaderingen.
Er kwam een onderzoek, een ontslag op staande voet, een aangifte, een strafrechtelijk onderzoek, een besluit tot strafrechtelijke vervolging en een eis van acht maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk.

Bruno (46) werkte als ziektebeoordelaar bij uitkeringsorganisatie UWV.
Hij werkte daar al 17 jaar.
Hij kon beslissen of een uitkering in het kader van de ziektewet werd verstrekt of werd stopgezet.
In juni 2010 kreeg hij het dossier van Lucy op zijn bureau.
Lucy woont in het Westen van dit land.
Zij zat psychisch in de kreukels, had zitten klooien met drugs en drank, was gescheiden en moest met schulden zien rond te komen.
Ondertussen moest ze – onder het bestaansminimum – ook een kind opvoeden.

In augustus 2010 kreeg de zieke Lucy de status van ‘hersteld’.
Bruno bestudeerde het dossier en stelde vast dat cliënte geheel volgens de regels recht had op toeslagen, op meer geld.
Zegt: ‘Ik heb naar eer en geweten gehandeld.’
Dat de betalingen ook na het herstel-status doorgingen, zou achteraf bezien berusten op een foutje.
En omdat het een foutje was buiten de schuld van Lucy om hoefde ze dat niet terug te betalen.
Zo is nu eenmaal het beleid van het UWV.

Het viel collega’s wel op dat Bruno vaak belde vanuit een kamertje, in plaats van vanachter zijn bureau wat de gewoonte was binnen het team.
Ook viel het op dat hij soms lang weg bleef en dat hij nooit een antwoord had wanneer ze vroegen waar hij zo lang was geweest.

Lucy verklaarde dat ze zelf ook wel had getwijfeld, omdat ze steeds maar geld kreeg.
De twijfel sloeg door naar het goede doel zoals ze dat noemde: haar eigen belabberde financiële situatie.
Ze kon het als gescheiden moeder goed gebruiken.
Dat de gulle gever uit het hoge Noorden iets terugverlangde, dat snapte ze ook wel.
Een afspraak maken – fysiek – was lastig.
Dan weer dit, dan weer dat, meestal kon ze geen oppas krijgen voor haar kind.
Uiteindelijk stelde Bruno voor: dan maar via de telefoon.
Ze vond hem vies.

Opgeteld zou ze 5.682 euro en 20 eurocent ten onrechte hebben ontvangen.
De tegenprestatie: twaalf maal seks via de telefoon.
Na elf keer belde ze hem op: je hebt nog recht op eenmaal.

Dit is het verhaal van Lucy.

Bruno ontkent.
Bruno ontkent zo stellig dat de rechters zeggen dat het bevattingsvermogen grenzen kent.

Dat kwam vooral door al die e-mailtjes die zijn onderschept en in het strafdossier zijn beland.
Bruno noemde Lucy ‘doosje’.
Hij e-mailde bijvoorbeeld: ‘Hai doosje, het staat vanmiddag op de rekening, geef een gil als het er op staat. hi hi.’

Tussen november 2010 en januari 2011 werden 630 e-mailberichten over en weer verzonden.
Rechters: ‘Dat suggereert een intensief e-mailcontact.’
Bruno zegt dat hij gewoon zijn werk deed.
Interne richtlijnen schrijven voor dat contacten met cliënten zo veel mogelijk per e-mail moesten worden afgehandeld, want dat is goedkoper dan bellen.

Verreweg de meeste e-mails hebben een seksueel getinte inhouden, zeggen de rechters.
Bruno: ‘Het waren vooral grapjes.’

Rechters: ‘U mailt dat u wilt afspreken bij de Bruna, dat u dan een biertje wilt drinken op het station en dat u dan ergens heen wilt gaan waar u een cabine kunt huren. Een grapje.’
Bruno: ‘Dat was voor de gein, voor de lol ja.’

Rechters: ‘U mailt: zal ik nog wat extra overmaken hi hi?’
Bruno: ‘Voor de grap.’
Rechters: ‘Terwijl u wist dat ze psychische problemen had en geen geld. Wanneer u zegt naar eer en geweten te hebben gehandeld, wat bedoelt u daar dan mee?’

Hij weigert door het stof te gaan.

De officier van justitie zegt dat Bruno misbruik heeft gemaakt van een kwetsbare vrouw, dat hij gemeenschapsgeld op een onjuiste wijze heeft uitgegeven en dat hij door zijn niet integere handelen het vertrouwen in de overheid heeft geschaad en dat niet zo een beetje ook.’

De acht maanden celstraf die de officier van justitie eist – de helft voorwaardelijk – betekent voor hem een persoonlijke ramp, zegt Bruno.
Hij voelt meer voor het idee van zijn advocaat die vrijspraak bepleit.

De advocaat zegt dat het misschien immers wel andersom is.
Dat het nogal saai was op de burelen van het UWV en dat er ook van alles mis was met die vrouw.
De advocaat doelt dan op ‘doosje’: iets met drank, drugs en scheiding.
Misschien is zij wel de kwade genius, de sluwe verleider en is Bruno in haar valse e-mailtjes getippeld.
En als de rechtbank hem desondanks toch wil veroordelen, dan moet ook rekening worden gehouden met het gegeven dat hij op staande voet is ontslagen, dat hij eigenlijk zijn straf al heeft gehad.

Er is nog iets van belang.
Bruno is gedagvaard als ambtenaar, terwijl medewerkers van het UWV helemaal geen ambtenaren zijn.

Ik zie Bruno knikken.
Misschien denkt hij wel: dat zou een goede  grap zijn.

Rob Zijlstra.

• een gift, belofte of dienst…

.

UPDATE – 29 maart 2013 – uitspraak
Bruno hoeft niet terug naar de gevangenis. De feiten zijn te oud en ook het gegeven dat hij op staande voet is ontslagen, speelt hierbij een rol. Wel moet Bruno 240 uur werken en is hij tot 6 maand voorwaardelijke celstraf veroordeeld. Daarnaast mag hij 3 jaar lang niet werken voor de overheid. De rechtbank stelt dat Bruno misbruik heeft gemaakt van een kwetsbare vrouw en dat hij nu nog steeds niet goed in de gaten heeft dat wat hij heeft gedaan, fout is.

Hij is geen ambtenaar, maar juridisch gezien maakt dat niet uit. Het begrip ambtenaar mag, zegt de rechtbank, in dit geval ruim worden uitgelegd. Bruno werkte immers  voor een zelfstandig bestuursorgaan (uwv), maar wel met publiek geld.

HET VONNIS [volgt]

Publieke werken

publiqIn de toekomst wordt de geschiedenis van het nu geschreven.
Vast en zeker worden dan enige alinea’s geschonken aan de crisissen van vandaag.
Aan de banken- en financiële crisis, de normen en waarden crisis, over graaiende mannen en vrouwen en het waarom in historisch perspectief.
Zoals vaker over vroeger gaat de aandacht uit naar de groten, naar de allergrootste grabbelaars in dit geval.
Naar de heren van de banken en de fondsen die het land ontvluchtten, naar de mannen van de semipublieke sector die zich als koningen mochten gedragen.

Die geschiedschrijving zal geen recht doen aan de mannen (en vrouwen) die in de onderste regionen hun graantjes meepikten.
De kans dat bijvoorbeeld Boudewijn van de plantsoenendienst in Winschoten de boeken zal halen is niet groot.

Ambtenaren doen, ook in Oost-Groningen, soms mallotige dingen.
In Winschoten ging de plantsoenendienst eerst gemeentewerken heten en moest toen zo nodig worden geprivatiseerd.
De schoffelbrigade was plots in dienst van NV Winschoten Publieke Taken.
Afgekort: Publiq.
Met een q.
In Winschoten.

Boudewijn kon er via een uitzendbureau aan de slag als financieel administratief medewerker met een bijbehorend salaris.
Dat was in april 2003.
Het zou daarna snel gaan en acht jaren duren.
Hij schopte het tot financieel manager en hij mocht al snel alle belangrijke beslissingen nemen.

Boudewijn jammert tegen zijn rechters dat het niet had mogen gebeuren.
En dat hij het niet terug kan draaien.
Hij wilde zijn gezin beschermen, tegen de enorme schulden die er waren.
Zegt dat hij alleen nog maar aan het overleven was, terwijl het geheim dat hij meedroeg steeds groter en zwaarder werd.
Veel vrienden van toen, hebben hem de rug toegekeerd, zijn vrouw is nu na 25 jaar zijn ex.

De officier van justitie had een rekensom gemaakt, vanaf het moment dat Boudewijn als uitzendkracht in dienst kwam tot aan de ontmaskering.
Iedere maand grabbelde hij 5.000 euro extra aan inkomsten bijeen en dat ruim acht jaar lang. Opgeteld: een half miljoen euro.
Gemeenschapsgeld, benadrukt de officier van justitie.
Boudewijn: ‘Het was gewoon te gemakkelijk.’

Als financieel manager verhoogde hij voortdurend zijn salaris en gaf hij zichzelf gratificaties, met listige kunstgrepen schreef hij grote geldbedragen van de Publiq-rekening naar zijn privé-rekening, afgedekt door valse facturen die met knip- en plakwerk in elkaar waren geflanst.
Ook graaide hij 20.000 euro uit een kas waar contant geld in zat.
Ging hij op vakantie naar Denemarken of Tsjechië, dan pinde hij met heel het gezin met zijn (ons) Publiq-pasje.

Zo leefde Boudewijn vrolijk en op grote voet.

De rechters merken op dat Boudewijn heeft verklaard dat hij ging stelen om zijn schulden af te lossen. Dat dat zijn motief was.
Maar dat hij in al die jaren nauwelijks schulden afloste.
In plaats daarvan kocht hij een keer een dure auto.
Boudewijn luistert met het hoofd gebogen.

Rechters: ‘Het gaat om enorme bedragen. Waar is al dat geld gebleven?’
Boudewijn zegt dat hij daarop het antwoord schuldig moet blijven.
Rechters: ‘Toe nou.’
Boudewijn: ‘Ik weet het niet.’
De rechters blikken: en-dat-moeten-wij-geloven?

De rest van Publiq-Winschoten keek kennelijk acht jaren lang toe met de ogen dicht.
Was dat zo?
Wat zegt de man die directeur was van Publiq?
Hij is als getuige opgeroepen en moet in de rechtszaal onder ede de waarheid vertellen.
De man zegt dat hij van beroep directeur is, op tal van plaatsen en plekken.
De burgemeester van Winschoten had hem persoonlijk gevraagd Publiq onder zijn hoede te nemen.

De beroepsdirecteur kan de rechters niet veel vertellen, laat staan wijzer maken.
Eerder wilde hij niet meerwerken aan het onderzoek.
Nee, hij bemoeide zich niet met salarissen.
Wat de manager deed?
Geen flauw idee.
Misschien wel ballonnetjes opblazen.
Daar bemoeide de algemeen-directeur zich dus niet mee.
Deed hij de functioneringsgesprekken?
Nee, zegt de algemeen-directeur van Publiq, ik hield niet van functioneringsgesprekken.’

De rechters: ‘Verdachte beweert dat u op de hoogte was van zijn salarisverhogingen en gratificaties.’
De getuigende directeur: ‘Zeker weten van niet.’
Verdachte: ‘Hij zei, jij bent de baas en daar hoort een passend salaris bij, regel het maar.’
De rechters: ‘Zit de algemeen-directeur dan te liegen onder ede?’
Verdachte: ‘Misschien is hij het vergeten?’

Boudewijn zegt dat hij nog veel schaamte voelt over wat er is gebeurd, maar dat hij langzaam weer aan het opkrabbelen is.
Hij moet 693.000 euro aan de gemeente Winschoten terugbetalen, dat is inclusief wettelijke rente en proceskosten.
Om niet bij diezelfde gemeente de hand op te hoeven houden, is hij voor zichzelf begonnen.
Met een eigen bedrijfje, niet ontevreden, hoopt hij zijn toekomst in te gaan.

De officier van justitie wil iets anders: ‘Ruim 5.000 euro per maand extra, acht jaar lang een extreem luxe leven, alleen een lange gevangenisstraf is dan op z’n plaats: 24 maanden, 8 voorwaardelijk.’
De kans dat Boudewijn de geschiedenisboeken zal halen, is zoals gezegd bijzonder klein.
Maar hij heeft wel zijn best gedaan.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 1 maart 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft gesproken: alle feiten bewezen. De afrekening: 24 maanden celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Dat is twee maanden meer dan er was voorgesteld door het Openbaar Ministerie. Een groot deel van het onderzoek is gedaan door een particulier onderzoeksbureau. Dat onderzoek bracht de fraude aan het licht waarna de gemeente aangifte deed. Het strafrechtelijk onderzoek is gebaseerd op de bevindingen van het particuliere bureau. De advocaat van de verdachte had om die reden vrijspraak gevraagd omdat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank heeft dit verweer verworpen. Het staat de politie (en justitie) vrij om gebruik te maken van bevindingen van particuliere bureau’s.

HET VONNIS

Dus toch… opgepimpt

nrc

voorpagina nrc handelsblad van vandaag (en morgen)

In september 2009 schreef ik over opgepimpte strafzaken.
Ik schreef op basis van wat ik zag in zittingszaal 14 dat de rechtbank Groningen soms eenvoudige strafzaken liet behandelen door de meervoudige strafkamer (drie rechters).
Ik vond dat merkwaardig omdat eenvoudige(r) strafzaken bij de politierechter (een rechter) thuishoren.

Ik noemde het opgepimte strafzaken en vermoedde een reden.

Rechtbanken worden afgerekend (letterlijk) op het aantal vonnissen.
Een vonnis van de meervoudige strafkamer levert meer geld op dan een vonnis van de politierechter.
Ik schreef het op, op dit weblog en in de en mijn krant (#DvhN).

Voor het idee: in 2009 leverde een vonnis van de meervoudige kamer 3.915,50 euro op, een vonnis van de politierechter was in dat jaar goed voor 330,50 euro.

Het toenmalige Tweede Kamerlid Ton Heerts (PvdA) las het ook en stelde Kamervragen.
Hij wilde opheldering over de ‘opgepimpte strafzaken’ in Groningen.

De rechtbank Groningen liet desgevraagd weten dat van creatief boekhouden, van fraude geen sprake was, maar dat de Raad voor de Rechtspraak graag wil dat eenvoudige strafzaken vaker meervoudig moeten worden behandeld om de kwaliteit van de rechtspraak te verbeteren.

De toenmalige minister van justitie Hirsch Ballin antwoordde ook in die geest.
Er was niks aan de hand en vragensteller Ton Heerst ging iets anders doen.

Kamervragen op grond van een stukje in een krant uit Noord-Groningen doet de aarde in Den Haag natuurlijk niet beven.

Vanavond las ik in NRC Handelsblad dat er op rechtbanken wordt gerotzooid met de waarheid.
Eenvoudige zaken worden, zo staat het in die krant, meervoudig afgedaan omdat dat meer oplevert.
Het zijn rechters die dat zeggen.
Onder hen Jeroen Recourt, oud-rechter en nu Tweede Kamerlid namens de PvdA.

Ik dacht vanavond heel even: al is de leugen nog zo snel, de waarheid, rechters, die …

Rob Zijlstra

 opgepimpt [september 2009]
de Kamervragen
de antwoorden van de minister
afgepimpt

.

KvK-spoken

spooknotaMarchel is een 38-jarige man die zegt dat hij in Gent woont.
De officier van justitie zegt dat Marchel met vier anderen een misdadige organisatie vormt.
Hij en de medeverdachten wilden heel Nederland oplichten.
En daarna België, Duitsland, Frankrijk, Italië.
Uiteindelijk wilden ze heel Europa besodemieteren.

Zelf ziet Marchel het anders.
Van oplichterij, zegt hij tegen de rechters, was namelijk geen sprake, althans dat was niet de intentie.
Bovendien is hij niet de bedenker.
Hij was slechts bestuurder en aangesteld nadat Kantoor voor Klanten (KvK), een besloten vennootschap, al was opgericht in België.
De bedenker moet de 47-jarige Stevan zijn, een Groninger uit Winschoten.

Het ging als volgt.
De KvK bv kocht bij Ad Hoc Data, een echt bedrijf uit Alphen aan den Rijn, 1,4 miljoen adressen van Nederlandse middenstanders.
Daarna knipten en plakten ze een tekst in elkaar waardoor een brief ontstond die net echt was.
Logootje erbij, klaar.
Snel naar de bank.
Probleempje.
Een eerlijke Rabo-medewerker vertrouwde het niet en zei neen.
Probleempje daarna opgelost want volgens de Frieslandbank moest wat zij wilden kunnen: een acceptgiro-overeenkomst.

Vol moed stapten de Kantoor voor Klanten-mannen naar een drukkerij.
Even lastig.
Nota bene een wakkere drukker had opgemerkt dat het te drukken werk, het logo, de indeling, de kleuren wel heel erg leek op een brief met logo van de Kamer van Koophandel (KvK).
Hij riep ‘stop de persen’, maar toen kwam de baas van de drukkerij en moest iedereen zich een beetje dommer voordoen.
De drukbaas zei misschien wel: ‘Iets drukken wat stinkt is daarmee nog niet strafbaar. En nu aan het werk.’

Tot slot moest het gedrukte werk worden bezorgd.
Postbedrijf Sandd had er oren naar, Sandd wilde de 1,4 miljoen brieven wel even rondbrengen.

Aan elke brief was een acceptgiro gehecht, met daarop het te betalen bedrag: 149 euro.
De brieven met rekeningen van KvK werden verstuurd in een periode dat de Kamer van Koophandel rekeningen rondstuurde voor de jaarlijkse contributie.

Marchel: ’O ja? Toeval.’
De rechters: ‘Stel dat de helft van de helft van de helft van de mensen die zo’n rekening krijgt, zou betalen, dan heb je het over een klap geld.’
Marchel haalt de schouders op.
Hij was, zegt hij, niet bezig met geld.

Medeverdachte Johan was dat wel.
Johan, voormalig schilder en tatoeagekunstenaar en nu aandeelhouder, had na talloze mislukkingen in zijn leven nog slechts één missie: barmhartig alle armen op aarde helpen.
In Godsnaam.
En daar was heel veel geld voor nodig.
Johan: ‘Wij wilden heel Europa aan ons concept onderwerpen. Daarna wilden wij de mensen die honger hebben iets prachtigs bieden. Wij zijn heel gelovig.’

Hoofdgelovige Stevan uit Winschoten zit niet in de verdachtenbank.
Hij is voortvluchtig.
De politie zoekt hem al maanden.
Op Google duurt de zoekactie 0.24 seconden met 95.900 websites als resultaat.
Veel daarvan zijn gelieerd aan oplichting.

De Belgische tak van de vermeende misdadige organisatie is Marie uit Antwerpen.
Hij is afwezig, want ziek.
Jerom uit Den Haag is er wel, maar hij zwijgt.
Hij heeft als ict’er de website van de firma in elkaar geknutseld.
Daar zou hij 80.000 euro voor krijgen.
De opdracht: hun site moest er bijna net zo uitzien als hun site van de Kamer van Koophandel.

Bijna ging het goed.
Sandd bezorgde 385.000 brieven per ongeluk een dag te vroeg.
De site was toen nog niet in de lucht en het zogenaamde telefoonteam om zogenaamde antwoorden op vragen te geven zat zogenaamd ook nog niet klaar.
Er ontstond daarentegen wel publiciteit: er spoken nepnota’s door het land.
Dit leidde ertoe dat de overige 1,1 miljoen brieven niet werden bezorgd.

Er stroomde wel geld.
Welgeteld 1.785 middenstander maakten 149 euro over.
Van hen waren er 1.255 die dat deden op de bankrekening van de echte Kamer van Koophandel.
Waarschijnlijk stond dat bankrekeningnummer in het betalingssysteem opgeslagen.
530 Middenstanders betaalden de verdachte oplichters.

Marchel zegt dat hij het nog steeds jammer vindt dat niet alle 1,4 miljoen middenstanders 149 euro hebben overgemaakt.
Het had zo mooi kunnen zijn.
Jerom zwijgt en Johan knikt vroom.

Ja, vertel ons eens, zeggen de rechters die hun best doen niet heel cynisch te klinken, wat stond er tegenover die 149 euro?
Waar betaalden de mensen eigenlijk voor?

Marchel zegt dat het Kantoor voor Klanten meer service aan klanten wilde verlenen dan klanten van de Kamer van Koophandel gewend verleend zijn te krijgen.

Voor 149 euro krijg je een inlogcode.
Met die code kunnen middenstanders zichzelf op de KvK-site profileren.
Met telefoonnummers en zo.
Of met een filmpje.
Echt heel uniek.
En ZZP’ers kunnen hun certificaten uploaden zodat potentiële klanten kunnen zien hoe goed gecertificeerde ZZP’er zijn.

Marchel zegt dat hij een gezin heeft te onderhouden, door alles bulkt hij nu van de schulden.
Gelukkig heeft hij weer een baan.
Hij doet nu, antwoordt hij op de vraag, voornamelijk een stukje aansturing, een stukje acquisitie, een stukje stagiaire.
De officier van justitie zegt dat Johan uit Winschoten mag boeten met een werkstraf van 240 uur, maar dat hij voor de andere bendeleden een stukje vrijheidsberoving in gedachten heeft: gevangenisstraffen tot achttien maanden.

Rob Zijlstra

• kantoor voor klanten [wikipedia]
• dappere postbode ontslagen [parool]
• laatste stap MKB [civiele procedure]

UPDATE – 21 december 2012 – uitspraken
De rechtbank (Noordelijke Fraudekamer) heeft drie van de vijf mannen veroordeeld tot 18 maanden celstraf. Bewezen is dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan oplichting. Twee ansderen mannen, ondere wie Johan, werden vrijgesproken.

– vonnissen volgen zodra beschikbaar

Pet

Petty de zwaan van Maria Koijck

Dit is geen rechtbankverslag, want ik moest de rechtszaal vandaag vanwege een eenmalige verplichting elders vroegtijdig verlaten.
Maar wat ik nog wel meekreeg, spookte heel de dag door mijn hoofd.

Er stond een bedrijf terecht met een directeur.
Hummel Recycling BV uit Leek.
Het openbaar ministerie zegt dat dit bedrijf de boel heeft geflest.
Bijna letterlijk.
En dat de directeur dat wist want hij deed er aan mee.

Het Leekster recyclingbedrijf zamelt in Duitsland petflessen in.
Dat zijn flesjes die zijn gemaakt van polyethyleentereftalaat (pet).
Dat is praktischer dan glas.

De Duitse inzameling werd verzameld in Leek en vervolgens vervoerd naar Meppel.
Vanuit Meppel werd het afval met een binnenvaartschip naar Rotterdam gevaren.
In Rotterdam stopten mensen de handel, 40 pallets in dit geval, in containers.
De containers werden op zo’n kolossaal containerschip getakeld waarna het schip uit varen ging.

Op papier naar Hongkong, maar in ’t echt naar Maleisië.
Omdat Maleisië onze rommel niet wil hebben, bestaat er een uitvoerverbod voor pet.
Hongkong kent zoiets niet.
Dus om het milieuvriendelijke verbod te omzeilen, moest valsheid in geschrifte worden gepleegd.
En ook daarom stond het Leekster bedrijf met de directeur terecht.

De zaak was aan het licht gekomen nadat op het ministerie van VROM vier anonieme brieven waren bezorgd.
Met knip- en plakwerk stond in die brieven te lezen dat Hummel samen met anderen plastic naar Maleisië brengt, in strijd met de regels.
De brieven vormden het begin van een onderzoek wat uiteindelijke leidde tot invallen bij het bedrijf in Leek en bij anderen.

Een van die anderen is het containervervoersbedrijf Triple F uit Capelle aan den IJssel.
Dit bedrijf stond niet terecht omdat strafvervolging met 12.500 euro kon worden afgekocht.
Er was geschikt.
Over het hoe en waarom wilde de officier van justitie niets kwijt.
Ze zei: ‘Dat is privacy.’

Hummel Recycling BV is daar niet blij mee.
Volgens de Hummel-directeur draagt Triple F veel meer schuld en heeft het openbaar ministerie een taxatiefout gemaakt.
Het openbaar ministerie zegt van niet.

Volgens Hummel Recycling ligt de verantwoordelijkheid bij de vervoerder, dan wel bij de opkoper van het afval, een bedrijf dat is gevestigd in Dubai.
Dubai was ook op bezoek geweest in Leek.
Hummel Recycling zegt dat het verantwoordelijk is om het afval netjes in de haven van Rotterdam te krijgen.
En dat die verantwoordelijkheid stopt zodra het containerschip het zeegat kiest.
De directeur: ‘Ik ben niet de shipper.’

De strafrechters namen daar niet zonder meer genoegen mee.
Ze hadden e-mails gelezen – in beslag genomen tijdens de inval – met bedenkelijke inhoud.
E-mails die, aldus de rechters, op z’n minst wenkbrauwen doen fronsen.

‘We riskeren heel veel, ik moet de nek uitsteken, we moeten elkaar volledig vertrouwen.’
‘Dit moet even voor de vorm naar Hongkong.’

De rechters: ‘Dit past in het plaatje dat het daglicht niet kan verdragen.’

Toen moest ik weg.
En ik dacht onderweg, met al vrachtwagens op de snelweg, het zal allemaal wel goed zijn voor de transportsector, de binnenschippers, de containeroverslag, de internationale handel en de zeevaart.
Voor de werkgelegenheid en de economie.

Maar kan iemand mij ook uitleggen waarom wij lege, niet eens schoongemaakte petflesjes over de wereldzeeën verschepen?
En waarom wij dat willen?

Rob Zijlstra

.

Het openbaar ministerie eiste een boete van 60.000 euro tegen Hummel Recycling BV en tegen de Hummel-directeur een taakstraf van 100 uur en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De uitspraak is over twee weken.

.

extra de foto
Petty de Zwaan is een project van kunstenares Maria Koijck

.

UPDATE – 31 maart 2011 – uitspraken
De rechtbank heeft de directeur en het bedrijf vrijgesproken. Volgens de rechtbank kan het zo zijn gegaan zoals de directeur zegt. En als  dat kan, dan ontbreekt de overtuiging dat het zo is gegaan zoals het openbaar ministerie beweert.

HET VONNIS (directeur)
HET VONNIS (bedrijf)

Voetbal International

Eerst even dit: wanneer een organisatie, een instelling, in dit geval de gemeentelijke sociale dienst van Groningen, zich 28 jaar lang laat beduvelen, dan klopt daar iets niet.
In populair Twitterjargon: #fail.

En dan nu het echtpaar Zalm.
Hij, Joop, beetje tegendraads, is 63 en werkte al op jonge leeftijd in de bouw.
Zij, Ada, is 58 en bracht niet veel tijd door op school.
In 1970 vonden ze elkaar lief en trouwden.
Toen Ada 17 jaar was, werd ze voor het eerst moeder.
Inmiddels is ze oma en maar wat trots op de twee kleinkinderen.

Veel misdaden duren maar een paar seconden, een inbreker kan toe met luttele minuten. Joop en Ada worden beschuldigd van een misdrijf dat 28 jaar duurde.
Ada van valsheid in geschrifte.
Joop van opzetheling.

Ada vroeg in 1982 een uitkering aan.
Dat ze die ook kreeg, had nooit gemogen.
Dat het toch gebeurde, kwam omdat ze de maandelijkse briefjes van de sociale dienst niet naar waarheid invulde.
Joop zit in de verdachtenbank omdat hij als partner van die valse inkomsten heeft geprofiteerd.
Hij at er van.

Ze hadden tegen elkaar gezegd, als we worden betrapt, dan vertellen we de waarheid. En dat deden ze.

Het grootste deel van hun misdaad is verjaard.
Justitie kan alleen de laatste twaalf jaar ten laste leggen.
In die twaalf jaar zouden ze ten onrechte 142.760 euro en zestig cent hebben ontvangen.

Nu is het leven in theorie mooi, maar in de praktijk valt het nog wel eens smerig tegen. Joop raakte toen hij 29 jaar was arbeidsongeschikt en dat betekende een forse teruggang in de inkomsten.
Een jaar later leek ook de liefde voorbij en volgde een scheiding.
Vandaar dat Ada de uitkering aanvroeg.
Na een paar weken ontdekten ze dat ze toch niet zonder elkaar konden.
Ze kropen weer tegen elkaar aan en deelden opnieuw lief en leed.

Een alcoholverslaving bijvoorbeeld, die negen jaren zou duren.
De valse uitkering bleef.
Joop zegt tegen de rechters dat een controleur van de sociale dienst een keer tegen hem had gezegd dat het verstandiger zou zijn als hij een postadres zou nemen.
Joop: ‘Ze hebben het dus ook nog eens gestimuleerd.’

Ada zegt dat ze zich al die jaren er nooit prettig bij heeft gevoeld.
Jopie had het bedacht en Ada had toen geen nee gezegd.
Ada tegen de rechters: ‘Dat durfde ik niet. Ik kan geen nee zeggen. Ik word geleefd, al vanaf mijn zeventiende.’

Joop zegt dat als hij alles had geweten, dat hij het dan nooit zo had gedaan.
Nu, zegt hij, word ik ‘achternagewezen’, ook op de voetbal.
Roepen ze ‘hé crimineeltje’ tegen hem.
Zegt: ‘Nou ja, misschien ook wel terecht. Zo zijn de mensen.’

De sociale dienst had in 1984 en 2004 al eens onraad geroken, maar onderzoek bracht toen niets aan het licht.
Eind 2009 plofte er een anonieme brief op de deurmat van de soos.
Daarin stond dat Joop en Ada de boel belazeren.

De sociale recherche kwam in actie.
Joop en Ada werden een tijdje geobserveerd en buren werden aan de tand gevoeld.
Ontdekt werd ook dat op het adres van Ada een abonnement stond geregistreerd op Voetbal International.
Dat was wel heel verdacht, want wat moet een vrouw alleen nou met Johan Derksen?

In april 2010 werden Joop en Ada door de politie aangehouden.
Ze deden wat ze elkaar hadden beloofd: ze vertelden de waarheid.

De rechters komen nog even terug op die jarenlange en gezamenlijke alcoholverslaving. Zeggen dat zoiets natuurlijk best veel geld kost.
Joop: ‘Het is nooit ten koste gegaan van de kinderen. De kinderen hebben er altijd netjes bijgelopen en hadden altijd te eten. Maar wij vielen van het ene in het andere gat. Eerst ga je de problemen verdringen en dan verdrinken.’

Joop zegt dat er in Groningen heel wat kroegbazen rondlopen die nog geld van hem moeten hebben.
Rechters: ‘U voelt zich vooral slachtoffer.’
Joop knikt, maakt met de armen een wijds gebaar.
De officier van justitie: ‘Maar u heeft dit zelf veroorzaakt.’

Ada zegt dat ze zich schaamt, ze komt het huis niet meer uit, sociale contacten zijn er ook niet meer, lichamelijke kwalen des te meer.
De officier van justitie zegt dat er een straf moeten komen omdat de bijstand alleen is bestemd voor mensen die het echt nodig hebben.
Wie vals speelt, steelt van de maatschappij.

Joop bromt en zegt dat hij geen straf hoeft.
Zegt dat hij en Ada al genoeg zijn gestraft.
Ze moeten die 140.000 euro terugbetalen.
En ze hebben alles de deur uitgedaan.
De auto, Voetbal International, alles.
Joop zegt: ‘Ik heb alleen de visakte nog, dan heb je nog wat.’

De rechters vragen of ze eventueel een werkstraf kunnen uitvoeren.
Ada, vechtend tegen tranen, zegt dat ze haar best zal doen.
Joop: ‘Dat zie ik niet zitten. Ik ben potverdorie 34 jaar geleden afgekeurd.’

De officier van justitie zegt dat een geldboete gezien de omstandigheden niet aan de orde is.
En dat een werkstraf niet passend is vanwege de ernst en de duur van deze misdaad.

Het wordt even stil in de rechtszaal.
Joop had gezegd dat als hij gevangenisstraf krijgt opgelegd, dat hij dan uit het leven stapt.
‘Dat heb ik al drie keer geprobeerd, maar de vierde keer gaat dan lukken.’

De officier van justitie zegt dat dit echtpaar zeer berekenend is, dat Ada nu wel wat sneu doet, maar dat dat flauwekul is.
Dat ze wel even 28 jaar lang een dubbel inkomen hebben genoten.
Dat de buit over die 28 jaar vele malen groter is dan het bedrag dat ze nu terug moeten betalen, omdat dat bedrag is gebaseerd op twaalf jaar fraude.
En dat ze zich niet laat chanteren door het dreigement van Joop zelfmoord te plegen.

De advocaat pleit voor een werkstraf naar spankracht.
De officier van justitie: ‘Ik eis elf maanden gevangenisstraf voor zowel meneer als mevrouw.’

Rob Zijlstra

strafbare feiten: artikel 225 lid 1 (zij) – artikel 416 lid 2 (hij)

.

UPDATE – 10 februari 2011 – uitspraken
Ada en Joop zijn veroordeeld. Ada omdat ze zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte en Joop omdat hij er van profiteerde. Maar de gevangenis hoeven ze niet in. Beide krijgen een werkstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf.

VONNIS Ada

VONNIS Joop

K(n)oeien

Er is een boer en die boer die heeft een koe.
De koe is ziek.
Een zieke koe levert niets op.
Een zieke koe kost geld, want er moeten medicijnen in.
En als het een beetje tegen zit gaat de koe alsnog dood en dan moet het beest worden afgevoerd.
Kost weer geld.

Er is een veehandelaar in het oosten van Groningen.
Hij koopt zieke koeien op van boeren.
Die verkopen graag aan hem, want zo zetten ze een nadeel om in een voordeel.
De veehandelaar heeft een vrachtauto en adverteert dat hij diervriendelijk is.
Maar wat moet een koopman met zieke koeien?

Er is een dierenarts in het westen van Groningen.
Hij zit al 27 jaar in het vak en heeft het welzijn van dieren hoog in het vaandel staan.
Zo hoog, dat hij een standbeeld zou moeten krijgen.
Dit had de veehandelaar tegen de Algemene Inspectie Dienst (AID) gezegd.
In de rechtszaal herhaalt hij dat.

Maar de officier van justitie in fraudezaken denkt daar anders over.
Volgens hem is de dierenarts een spin in het web van list en bedrog en verdient de arts geen hommage maar een werkstraf (240 uur), een voorwaardelijke gevangenisstraf (4 maanden) en een boete (5.000 euro).

Het ging zo.

Nadat de veehandelaar her en der zieke koeien had opgehaald, reed hij naar de dierenarts.
Die liep eens om de auto heen, keek de koeien in de ogen en vulde vervolgens formulieren in.
Met die formulieren en het vee reed de handelaar naar een slachterij in Stadskanaal.

En hierin schuilt de misdaad.

Want volgens de formulieren waren de koeien ineens niet meer ziek, maar gemankeerd. De dieren hadden nu op papier gebroken poten of gescheurde tongen.
Een zieke koe mag niet naar de slachterij.
Dit is om te voorkomen dat er vlees van zieke koeien in de voedselketen van de mens terechtkomt.
De regels die hier voor gelden zijn streng en Europees.

Maar in een koe die een ongeluk krijgt en poten breekt, schuilt geen gevaar voor de volksgezondheid.
Met een gebroken poot kan het vlees immers tiptop in orde zijn.
De regelgeving voorziet in koeien die ongelukken krijgen.
Dan moet er een dierenarts komen die de breuken vaststelt.
Hij kan in dat geval een noodslachtverordening afgeven.
Het gemankeerde beest moet dan op het erf worden geeuthanaseerd en kan dan dood maar gezond naar de slachterij.

En zo ging het: zieke koeien belandden met verzonnen botbreuken op de slachtbank.

Volgens de formulieren van de dierenarts waren de dieren bij aankomst dood – zoals het volgens de regels moet – maar in het echt, in de vrachtwagen van de veehouder, loeiden ze er nog lustig op los.
In het echt werden de dieren pas gedood op de slachtbank.
Met al dat bloed – veertig liter per koe – was dat praktischer.

Kortom, dit hele verhaal leverde de boer wat op, het bracht de koopman wat extra handel en de slachterij vlees.
Om heel veel geld ging het overigens niet.
Tientjeswerk per keer, al dan niet contant en zwart de broekzak in en uit.
De inspecteurs van de AID ontdekten een kleine veertig gevallen van list en bedrog in het noorden.
Het speelde zich allemaal af in 2008.

De officier van justitie eiste donderdag tegen de directeur van de slachterij een werkstraf van 180 uur, drie voorwaardelijke maanden cel en 1000 euro boete.
Zijn bedrijf moet 5.000 euro boete betalen.
De directeur zegt, als hij de eisen hoort, sprakeloos te zijn.
Hij zegt dat de regels onduidelijk zijn en dat hij mocht vertrouwen op de papieren van de dierenarts.
Maar de officier schudt het hoofd en zegt dat de slachter de loeiende koeien doodde die volgens de formulieren al dood waren.
‘Dat kan niet. Hij speelde het spel dus mee.’

De veehandelaar hoort een werkstraf van 120 uur eisen, twee maanden voorwaardelijke celstraf en een boete van 2500 euro.
Zonder hem – hij die leurde met zieke dieren – kon dit spel niet worden gespeeld.
De handelaar bracht in dat hij geen keus had.
De rechters: ‘Dat is onzin.’

De zwaarste strafeis is dus voor de dierenarts.
De officier van justitie zegt dat een dierenarts een belangrijke schakel in de voedselketen is.
Hij zegt: ‘Als een dierenarts met zijn poortwachterfunctie niet meer is te vertrouwen, wie dan wel? Wat deze arts heeft gedaan, is gezien zijn functie triest en kwalijk. Als onze handelspartners het idee krijgen dat wij rotzooien met ons vlees, hebben we zo een exportverbod.’

De rechters: ‘U bent dierenarts, goed opgeleid. U wist toch wel dat wat u deed, strafbaar is?’
Dierenarts: ‘Ja, maar niet zo ernstig dat ik hier moet zitten.’
Rechters: ‘Doe niet zo naïef.’
Dierenarts: ‘Ik heb kennelijk op lange tenen getrapt.’
Rechters: ‘En dat zegt u met droge ogen?’

De arts zegt dat hij zijn lesje nu wel heeft geleerd. Een grote les. Hij doet geen noodslachtverordeningen meer en vertelt dat hij al weer twee jaar, nog altijd als dierenarts, van onbesproken gedrag is.

De rechters: ‘Waarom deed u het eigenlijk?’
De arts: ‘Dierenwelzijn. Ik wilde voorkomen dat zieke koeien lagen te lijden bij de boeren.’
Een van de rechters: ‘Dierenwelzijn? Kom op. Laten we elkaar in deze zaal niks wijs maken. Mijn boerenjongensverstand zegt, ’t was de portemonnee. Toch?’

De dierenarts mompelt dat hij er nauwelijks een cent aan heeft verdiend.
Rechters: ‘Wat vindt u van de eis? Zo te zien valt het u zwaar.’
Dierenarts, met heel zachte stem: ‘Ja. Het is een heel pakket.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 1 juli 2010 – uitspraken
De dierenarts heeft misbruik gemaakt van het gezag dat hij als arts voor dieren geniet. Daarbij heeft hij het risico dat fout vlees beschikbaar zou komen voor de consumentenmarkt voor lief genomen. Dit alles door valsheid in geschrifte. Goed voor een taakstraf van 150 uur en 2 maanden voorwaardelijke celstraf. Geen boete, omdat de kwestie al twee jaar oud is.
De veehandelaar mag zijn geld ook houden. Voor hem een taakstraf van 120 uur en eveneens 2 maanden voorwaardelijke celstraf.  Die twee maanden kreeg ook de slachter met daarbij een taakstraf van 100 uur. Zijn bedrijf kreeg een boete opgelegd van 5000 euro, maar dan geheel voorwaardelijk. Dit laatste omdat de slachter en zijn bedrijf weliswaar twee afzonderlijke rechtsidentiteiten zijn, maar in de praktijk is de een de ander.

Het leven van anderen

De rechters slagen er niet in heel de zitting blijk te geven van hun onafhankelijke positie.
Anders gezegd: zo nu en dan klinkt het net alsof de rechters tijdens de ondervraging van de verdachten al een mening hebben.
Dat ze vinden dat Ko en Jet dikke leugenaars zijn.
Bij voorbaat schuldig.

Als Ko en Jet zeggen dat de buurvrouw liegt en dat zij die buurvrouw zelden tot nooit zien, zeggen de rechters dat dat raar is, de buren zelden zien.
De rechters zeggen dat zij hun buren namelijk regelmatig zien.
Daar zijn het toch buren voor.

Het is vooral de toon, de manier waarop de rechters hun vragen stellen.
Die is opvallend onvriendelijk.

Ko vertelt dat hij de verhoren door de rechercheurs als verschrikkelijk heeft ervaren.
Ze waren erger dan Stasi’s zegt hij.
Rechters: ‘Nou wij lezen dat ze u tijdens de verhoren koffie hebben aangeboden en zelfs een maaltijd. Die u nota bene heeft geweigerd.’
Dat laatste klinkt als een verwijt.

Misschien heb ik niet goed geluisterd en ben ik zelf wat vooringenomen.

Het is wel een rare zitting.
Aan het einde wordt het Ko ook allemaal even te veel en later op gang, buiten het zicht van de rechters, zie ik dat hij erg moet huilen.

Ko is 76 jaar, Jet 62.
Jet was getrouwd, maar niet met Ko en Ko ook niet met haar.
Toen was er een sterfgeval en gebeurden er andere dingen – ik weet niet wat – maar Ko en Jet werden single.
Toen kwamen ze elkaar tegen en toen werden ze vrienden.
Zo gaan de dingen.

Wie op oudere leeftijd een partner heeft die doodgaat, moet alleen verder leven.
Maar wie na een tijdje alleen verder leven weer verkering krijgt, moet oppassen.
Je zit zo in zittingszaal 14.

Ko en Jet gingen samenwonen, maar na twee jaar bleek hun verkering niet je van het.
Jet bleef wonen, Ko pakte zijn vishengels en vertrok.
Zomers verbleef hij op campings in Nederland, in de winter toerde hij door het buitenland.
Met zijn pensioentje, auto en caravan.
Met Jet bleef hij bevriend en Jet ook met hem.

Misschien horen mannen als Ko achter de geraniums, hij is per slot van rekening ook al 76.
Dan moet je stinkende sigaren roken, kleinkinderen optillen, biljarten en zeuren over vroeger, en niet als een halve zwerver rondreizen.
De Sociale Verzekeringsbank vertrouwde het dan ook voor geen meter.
En begon een onderzoek.

Ze denken dat Ko en Jet gewoon samenwonen, dat Jet helemaal niet zo een brave dame is zoals ze er wel uitziet en dat Ko niks geen caravanman is met een vaste plek ergens in Duitsland.

Sociale rechercheurs gaan speurneuzen.
Ze neuzen bij het waterbedrijf en zien dat mevrouw Jet in dr uppie wel heel veel water verbruikt.
Wel voor twee.
Ze neuzen bij de bank die kennelijk mag doen alsof privacy ketelkoek is; de bank verstrekt overzichten met daarop het pingedrag van Ko en Jet.
En ja, ze sluipen ook achter Ko aan.
En wie zien ze dan – zie je wel – op de camping in Duitsland?
Het lijkt wel Jet.

Op de camping worden ook mensen ondervraagd.
Zo worden aan campinggasten pasfoto’s van Ko en Jet getoond met de vraag of die twee een stel zijn.
Oh, had iemand gezegd, das zijn die twee van de eerste plek achter het toiletgebouw.

En natuurlijk worden thuis ook de buren ondervraagd.
Zo weten de rechercheurs dat het is voorgekomen dat Jet en Ko samen op visite gingen.
En dat Jet wel eens gebruik maakt van de auto van Ko.
Dat Ko de tuin wel eens deed.
Dat Ko de twee hondjes van Jet een keer had uitgelaten.

Kortom.

Als Ko’s knie kapot gaat en er een nieuwe moet komen, is het gedaan met het rondreizen met de caravan.
Hij mag herstellen bij Jet.
Dat duurt een maand of twee, drie.
Jet zegt tegen de rechters dat ze steeds alles heeft doorgegeven aan de Sociale Verzekeringsbank.
En ook dat ze naar de notaris zijn gegaan.
Dat de notaris had geadviseerd een kostgangercontract op te laten stellen.
Kon hij wel doen.

Zo gaat Ko aan Jet 250 euro per maand betalen.
Jet zegt dat ze ook dat allemaal heeft doorgegeven.
Rechters: ‘Oh ja? Ook aan de belastingdienst?’
Jet: ‘Ik heb geïnformeerd. Dat hoefde niet.’
Rechters: ‘Wast u zijn kleren?’
Jet: ‘Nee.’

Later is er een probleem.
Kostganger Ko heeft wel een zelfstandig leven, maar ontbeert een eigen opgang.
Hebbes.

De officier van justitie is onverbiddelijk: fraude.
Ko en Jet hebben Nederland belazerd en benadeeld.
Zij, sinds 1997 en tot 2007, voor 10.000 euro.
Hij, zelfde periode, voor een dikke 70.000 euro.

Jet moet nu 369 euro per maand terugbetalen
Ko ook, maar hij weet zo uit zn blote kop niet hoeveel.

De officier van justitie zegt dat hij volgens de richtlijnen gevangenisstraf moet eisen.
Acht maanden.
Maar dat hij dat niet doet, omdat deze zaak al drie jaar op de plank ligt te wachten op berechting.
Hij eist daarom tegen Ko en Jet werkstraffen van 240 uur, de helft daarvan voorwaardelijk.

De advocaat zegt tegen de rechters dat de vermoedens van buurtbewoners en campinggasten vermoedens zijn.
Dus geen bewijzen.
En dat de Sociale Verzekeringsbank in al die jaren een paar keer een regulier onderzoek had uitgevoerd en nooit onregelmatigheden had vastgesteld.
Dat ze ook bij de gemeente hadden gezegd dat Ko een zwervend bestaan leidde.
Dat de rechercheurs van alles hadden gedaan, maar nooit onderzoek hadden ingesteld in de woning waar ze hun misdaad zouden hebben gepleegd.
Waarom eigenlijk niet?
En dat van opzet geen sprake is, dat Ko en Jet nooit het idee hebben gehad dat wat ze deden, niet kon.
Omdat er nooit aanleiding is geweest om dat te denken.

Jet zegt aan het slot van de strafzitting dat deze zaak haar jaren heeft gekost, dat het verschrikkelijk is.
Ko zegt dat hij veel heeft meegemaakt in zijn leven en dat hij het vreselijk vindt dat hij, 76 jaar, nu in de rechtbank zit.
Hij houdt het niet droog.

Nu heb ik dit verhaal zo geschreven dat het net lijkt alsof Ko en Jet onschuldig zijn.
Misschien is dat niet zo.
Misschien zijn die twee wel heel sluwe mensen die voor eigen gewin een extraatje uit de grote pot graaiden en dondersgoed wisten dat wat ze deden en voorwendden eigenlijk niet kon.

Het oordeel is aan de rechters van wie ik de indruk kreeg dat ze niet onbevangen waren tijdens de zitting.
En dat vond ik wel opmerkelijk.
Bij andere criminelen zijn rechters (bijna) nooit zo.

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE – 8 februari 2010
Het zat er aan te komen. Ko en Jet zijn veroordeeld conform de eis van de officier van justitie: beide een werkstraf van 240 uur waarvan de helft voorwaardelijk.

UPDATE – 29 maart 2011 – uitspraak hoger beroep
Het gerechtshof in Leeuwarden heeft beiden vrijgesproken. De inhoud van het dossier levert niet de overtuiging op dat Ko en Jet hebben gefraudeerd, oordelen de raadsheren.

 

 

.

 

Internetpionier (2)


Het verhaal dat ik wil vertellen is eigenlijk te mooi om waar te zijn.
Het is dan verleidelijk om het ook zo op te schrijven.
Dat je na het lezen denkt, goh ’t is net een film.

Maar zo mooi is het allemaal niet.
Eigenlijk moet het een lelijk verhaal zijn.
Omdat lelijk dichter bij de waarheid ligt.

Het verhaal gaat over een man met een briljante geest, over een man met lef, die inspireerde en toen het goed ging, werd uitgeroepen tot het paradepaardje van ondernemend Groningen.
Feestjes voor zijn personeel, zijn brains, en relaties hadden niet plaats in een duffe zaaltje, maar in Der Aa-Kerk in Groningen of het Kurhaus in Scheveningen.
Met Herman Brood en zijn Big Band erbij.
Niks te dol.
De curator zou later zeggen dat de jongste bediende er meer verdiende dan hij de advocaat.

De man had zoveel lef dat hij er miljonair van werd.
En uitgerekend die man zat vrijdagmiddag in de verdachtenbank van zittingszaal 14.
Hij praatte moe.
Moegestreden misschien.

Hij zegt als de rechters hem daar naar vragen dat hij geen vaste woon- en verblijfplaats meer heeft.
Dat hij niet als ingezetene is ingeschreven in een basisadministratie.
Dat hij dan weer daar slaapt, dan weer hier.
Dat hij nergens meer normaal aan de bak komt, want zodra hij zegt wie hij is, wordt hij gegoogled.
En dan weten we het wel.
Hij zegt dat hij al zijn geld, zijn miljoenen, is kwijtgeraakt.

Koos was 43 jaar toen hij in 1994 een bedrijf oprichtte dat we vandaag de dag niets bijzonders zouden vinden.
Een internetprovider.

Bart.
bART
Bie-art.
Maakt niet uit hoe je het uitspreekt.

Maar Koos was een van de aller eersten en BART werd een succes.
Koos tegen de rechters: ‘Eén abonnee was in die tijd 1500 gulden waard. Had je 10.000 abonnees, dan was je bedrijf 15 miljoen gulden waard. Opgeklopt, maar in die tijd was dat zo.’
Bart groeide en groeide en werd verkocht.

Voor miljoenen: veertien, vijftien, twintig of nog veel meer.
Ik weet het niet.
Koos, niet meer de enige aandeelhouder, hield er vier miljoen gulden aan over.
Dat laatste is wel zo, want zijn advocaat zei het tegen de rechters.

Koos ging met al dat geld niet definitief naar het strand, maar hij richtte Independent Brains op, een internet-bemiddelingsbureau dat vraag een aanbod bijeen moest brengen, maar dan net iets anders.

Iedereen geloofde er in en iedereen geloofde dat ‘onze’ Koos het nog een keertje zou flikken.
Koos werd met Fred Heineken hoofdsponsor van Swingin’Groningen waardoor bijvoorbeeld Joshua Redman ergens achteraf in Groningen buiten in de regen kon optreden.
Door Amsterdam knarste wekenlang een tram met zijn reclame.

Maar het paradepaardje liep niet.

In augustus 2000 bedacht Koos dat het beter zou zijn de stekker uit zijn nieuwe kunstje te trekken.
Het was op het moment dat steeds duidelijker werd dat veel internetbedrijven zeepbellen bleken. En dat hij onvoldoende kapitaal zou kunnen verwerven voor een gezonde voortzetting van Independent Brains.
Maar toen kwam de gemeente Groningen die zich destijds nadrukkelijk profileerde als ’s lands enige echte it-stad.
En ook die kwam en die ook en allemaal wezen ze Koos op ongekende subsidiemogelijkheden.
Koos kon zo een investeringspremie krijgen als hij die zou aanvragen.

En daar is iets fout gegaan.

Koos zegt: ‘Ik ben verantwoordelijk.’
Rechters: ‘Dat is mooi, maar heeft u het ook gedaan?’
Koos: ‘Ik ben verantwoordelijk, maar ik was niet alwetend.’
De rechters zeggen dat er een verschil is tussen morele verantwoordelijkheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid.
Koos: ‘Ik ben verantwoordelijk dus heb ik het gedaan.’

De investeringspremie van het Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN), omgerekend 500.000 euro, zou vals zijn aangevraagd.
Koos zou op schrift een valse voorstelling van zaken hebben gegeven waardoor hij ten onrechte een voorschot op het toegezegde subsidiegeld incasseerde.
Valselijk, gewoon met typex.

Koos zelf ziet het allemaal net iets anders, maar erkent wel dat het niet is gegaan zoals het had gemoeten.
Vooraf of achteraf, de kern van de kwestie laat hij in het midden.

Er was ook gedoe met de fiscus.
Koos zou de omzetbelasting van een van zijn bv ’s niet goed hebben doorgegeven.
Dat wil zeggen de registeraccountant niet.
Er zou wel een correctieaangifte zijn dan wel zoek, dan wel spoorloos na de inval van de FIOD.

Er was ook nog iets met een uitkering die hij ten onrechte zou hebben ontvangen.

In totaal had Koos, zo rekende de fraudeofficier van justitie uit – de kluit voor 1,1 miljoen euro besodemieterd.
Heel erg ernstig.

Veel van dit alles speelde zich af in 2000 en 2001.
Independent Brains ging snoeihard failliet met dikke schulden..
De eens zo gevierde pionier Koos crashte en verdween.
Wij schreven spoorloos.

In de rechtszaal bestrijdt hij dat laatste.
Zegt: ‘Ik ben nooit spoorloos geweest. Dat hebben anderen gesuggereerd, Zijlstra met zijn stukjes in de krant en de curator.’
Koos zegt dat hij vlakbij het kantoor van de FIOD woonde, op nog geen honderd meter en dat die ook het adres had waar hij verbleef. ‘Het was alsof de FIOD mij niet wilde vinden. Maar ik ben altijd zichtbaar gebleven.’

Hoe het ook moge zijn, feit is dat op 13 oktober 2003 justitie met een onderzoek begint naar Koos’ vermeende malversaties.
Op 3 september 2004 wordt dat onderzoek afgerond.
Op 3 november 2004 is er een eerste zitting bij de rechtbank in Groningen.
Op 7 september 2005 wordt de zaak door de rechtbank inhoudelijk behandeld. Het openbaar ministerie eist op die dag 36 maanden gevangenisstraf waarvan 12 voorwaardelijk.
Op 21 september 2005 vonnist de rechtbank 24 maanden cel.

Op 6 oktober 2005 tekent Koos hoger beroep aan.
Dan blijft het heel lang stil.

Op 20 oktober 2008 doet het gerechtshof in Leeuwarden uitspraak.
Het hof zegt dat er in Groningen een fout is gemaakt (betekening onjuist) en dat de zaak daarom en daar moet worden overgedaan.
Het vonnis van de rechtbank Groningen wordt vernietigd.

Dan blijft het weer heel lange tijd stil.
Op 30 oktober 2009 is er in zaal 14 een regiezitting.
Op 15 januari 2010, vrijdagmiddag half drie, staat Koos er opnieuw terecht.

Het openbaar ministerie erkent dat het allemaal wel een klein beetje lang heeft geduurd.
Ja, ook langer dan redelijk.
En dat dat ook gecompenseerd moet worden, vaste jurisprudentie.
Twintig procent strafkorting vindt de officier van justitie hartstikke billijk.

Hij eist 19 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, min de vijf dagen die Koos acht jaar geleden in voorarrest heeft gezeten.

Op 29 januari doet de rechtbank van Groningen uitspraak.
Koos heeft dan veertien dagen de tijd om in hoger beroep te gaan.
En dan kan het weer heel lang stil worden.

Het is daarom dat ik schreef dat dit een lelijk verhaal moet zijn.
En niet een vermakelijke schets over een gevierde miljonair die eens alles kwijtraakte.

Rob Zijlstra

>> zie ook internetpionier 1

UPDATE – 29 januari 2010 – uitspraak
Een opmerkelijke uitspraak die heel mooi is voor Koos B.: geen 19 maanden celstraf, maar een werkstraf van 240 uur en 12 maanden voorwaardelijke celstraf. De rechtbank acht B. wel schuldig aan subsidiefraude, maar meent dat de redelijke termijnen zijn overschreden, reden voor een aanzienlijk milder vonnis.

We Work

Als op maandagochtend de tweede strafzaak aanvangt, vult zittingszaal 14 zich met mist.
De rechters hebben er last van.
Ze zeggen: we moeten de feiten in het dossier met een zaklampje zoeken.
De advocaat herhaalt dat graag, logisch natuurlijk.
Maar ook de officier van justitie zegt het en dat ligt minder voor de hand.
Het is immers haar dossier.

Als de zitting na twee uur is afgelopen, kan ik mij niet voorstellen dat de rechters van de hoed en de rand weten.
Of misschien is het zo dat ze niet alles willen weten.
Alleen het hoognodige.

Want wat een gekke zaak.

Suzanne is een goed opgeleide vrouw van 33 jaar.
Ze studeerde Engels aan de universiteit en werkte zoals zo velen in Groningen in de horeca.
Op de een of de andere manier leert ze Gerben kennen.
Hartstikke leuk en dus trouwen ze.

Gerben werkt ook in de horeca.
Eerst als zus en dan als zo.
Uiteindelijk bestiert hij samen met een compagnon een uitzendbureau: We Work.
Het is een horeca-uitzendbureau dat vooral werkt voor de zaken die worden verpacht door horecaondernemer Sjoerd Kooistra.

De helft van We Work is van de compagnon.
Vanwege zakelijke perikelen uit het verleden vindt Gerben het verstandiger dat de andere helft op naam komt te staan van zijn Suzanne.
Suzanne vindt dat best wel goed.

Het is me overkomen, zegt ze maandagochtend vanuit het verdachtenbankje tegen de rechters.
En ook: ‘Ik heb het nooit in de gaten gehad. Maar als het fout is, dan ben ik schuldig.’

Rechters: ‘Nooit ging bij u een belletje rinkelen?’
Suzanne: ‘Gerben had altijd wel een mooi verhaal, een goede babbel.’
Rechters: ‘En daar nam u genoegen mee?
Suzanne: ‘Ja.’
Rechters: ‘Las u de jaarstukken, de kwartaalverslagen?
Suzanne: ‘Nee.’
Een van de rechters: ‘Pff. En dat noemt zich intelligent.’

Het enige dat Suzanne – directeur van papier, maar wel volledig aansprakelijk – wist was dat de zaken best wel goed liepen.
En niet zo’n beetje best wel goed ook.

Ineens hadden ze een zwembad met superbubbels in de niet eens zo grote achtertuin.
Bij Boutique Cartier kochten ze een ring ter waarde van 20.900 euro.
Hij kocht een Porsche, een Jaguar en reed in een Range Rover in afwachting van de komst van een Aston Martin.
Gerben had zich voor dat ding ingekocht op de wachtlijst.
Ze verbleven in Hotel Ritz als ze in Parijs waren en als ze geen tijd hadden om te koken aten ze in restaurant De Pauw.
Dat is geen eetcafé in Groningen.

Suzanne knikt als de weelde wordt opgesomd.
Voegt nog wel toe dat ze die ring nooit heeft gezien, wel haar trouwring, maar die had vijfduizend gekost. En wat dat zwembad betreft, Gerben had haar nooit verteld dat dat 25.000 euro had moeten kosten. Ze dacht ook vijfduizend. Want dat zei hij met zijn babbels.

Rechters: ‘En u keek niet verder dan de neus lang is.’
Suzanne: ‘Ik ben wel erg geschrokken van al die geldbedragen.’
Rechters: ‘En bent u ook geschrokken van uw eigen naïviteit?’
Suzanne: ‘Ja, klopt.’

De officier van justitie ziet in Suzanne niet de grote boef.
De grote boef is Gerben, zegt de officier.
Suzanne is wel medeplichtig aan verduistering.
Zij maakte het mogelijk dat Gerben geld van de rekeningen van We Work kon doorsluizen naar de rekeningen van hem en Suzanne.

In totaal zou er 843.065 euro zijn overgeboekt.
Dat is inclusief 209.426 het salaris waar ze samen wel recht op hadden.
Het verduisterde bedrag: 633.639 euro.

De officier van justitie: ‘U tekende als directeur stukken zonder de inhoud te kennen. Daarmee bent u opzettelijk behulpzaam geweest. En uit niets blijkt dat u dit bedrag mocht lenen. Uw naïviteit is niet straffeloos.’
Suzanne knikt, dat snapt ze natuurlijk ook wel.

De advocaat van de tweede eigenaar van We Work deed aangifte waar aanvankelijk weinig mee werd gedaan. Na een procedure bij het hof moest de officier van justitie uitleggen waarom het zo lang duurde en toen werd ineens wel vervolging ingesteld.

Maar volgens de advocaat is Suzanne meer slachtoffer dan medeplichtig dader.
Eigenlijk, zegt de advocaat, is Suzanne het slachtoffer van een loverboy.
Gerben overlaadde haar met luxe en zorgde er ondertussen voor dat zij civiel aansprakelijk was.
Suzanne was ook op geen enkele manier betrokken bij financiële zaken van het uitzendbureau.
In feite was ze als directeur slechts administratief medewerkster.
En dat ze Gerben blind vertrouwde, is logisch.
Ze waren immers getrouwd.

Er doen ook andere lelijke verhalen de ronde.
Dat de mannen achter We Work de boel samen hebben leeggetrokken.
En dat de directrice is geofferd.
Maar deze verhalen kwamen tijdens de zitting, misschien vanwege de mist, niet aan de orde.
En dan is het strafrechtelijk gezien ook niet zo.

Om te voorkomen dat justitie Suzanne naar de gevangenis zou sturen, had de advocaat verzocht de mogelijkheden van elektronisch toezicht (enkelbandje) te onderzoeken.
En die mogelijkheid is er.
Suzanne heeft de weelde achter zich moeten laten en woont nu op een piepklein kamertje. Daar kan ze best vier maanden elektronisch opgesloten zitten, vindt de officier van justitie.
Daarnaast, zo luidt de eis, een taakstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

Suzanne snapt ook dit.
Ze probeert nu haar leven weer op de rails te krijgen.
Ze heeft een baan als secretaresse en een werkgever die het weet.
Door flink te werken hoopt ze haar schulden te kunnen betalen, al met al meer dan een miljoen euro want de belastingdienst was ook nog geweest.

En Gerben?
Gerben moet later terechtstaan.
Gerben zit nog even in Duitsland.
Vast.
Drugs.

Rob Zijlstra

UPDATE – 30 november 2009 – uitspraak
De rechtbank: Suzanne is medeplichtig aan verduistering. Het vonnis is conform de eis: 240 uur werken, 6 maand voorwaardelijke celstraf en 4 maand elektronisch toezicht.

>> het vonnis (rechtspraak.nl)

.

UPDATE – 27 januari 2012 – hoger beroep
Het gerechtshof in Leeuwarden heeft Suzanne in hoger beroep van al hetgeen haar ten laste is gelegd, vrijgesproken.

.