geweld

Olie op het vuur

Aanvankelijk wilde de
officier van justitie
Margreet laten bloeden
voor een poging tot moord

Soms vind ik verdachten zielig. Of een beetje sneu. Dit is een linke uitlating, want voordat je het weet word je door het weldenkende deel van de natie beschimpt en weggezet als een elitaire geitenwollensokkenknuffelaar, als een softe lijpkikker. En toch vind ik het.

Ik schreef afgelopen week over de 52-jarige Femko. Wat hij had gedaan, dat kan helemaal niet. Dat is, links- of rechtsom en hoe sneu ook, niet goed te praten. De rechters vonden dat ook en gaven hem tien jaar geleden een straf die voor een man als Femko een levenslange aangelegenheid kan worden. Tbs. Afgelopen week is zijn status met een jaar verlengd. Met een beetje tegenwind doen ze dat over een jaar weer en het jaar daarop weer en een jaar later weer.

Femko vroeg nog aan de rechters: ‘Wanneer houdt het eens een keertje op?’

Hij woonde samen met zijn Trijn, al tien jaar hadden ze verkering. Veel deden ze niet. Zo waren ze bijvoorbeeld niet de buurt stelselmatig tot last. Wat ze wel deden was dagelijks sloten bier drinken, uit flesjes. Soms hadden ze ruzie. Femko wilde vaak naar zijn moeder (‘naar mammie’), het liefst elke dag. Trijn, tikkeltje jaloers misschien, wilde dat niet. Femko: ‘Dan maakte ze me de kop gek.’

Op een dag goot Femko spiritus over zijn verkering en stak hij haar met de aansteker in brand. Het ging razendsnel. Femko schrok zich het apezuur want dit was nou ook niet de bedoeling. Hij probeerde Trijn met bier te blussen. Dat ging niet. Trijn belandde in het ziekenhuis, Femko in de gevangenis waar hij het doodeng vond. De gevangenis maakte daarna plaats voor tbs-klinieken waar hij zijn dagen al jaren vult met niets. Ik had Femko, die met zijn lange grijze haren op een grote indiaan lijkt, een kleuriger leven gegund.

Ook wat Dina, eveneens 52 jaar, heeft geflikt is volstrekt gestoord. Dat vindt ze zelf ook. Ze vertelt dat ze vaker bij haar buurman op bezoek ging om te praten en om biertjes drinken. Was ze die avond dronken? Nee. Wel aangeschoten. ‘Ik kon nog lopen.’

Ruzie? Nee. Maar buurman had haar wel een klap op de arm gegeven. Zomaar. Dina: ’En toen waren alle emoties, de mishandelingen, de verkrachtingen, de hele rode draad in mijn leven, als een black-out naar boven gekomen.’ Wat ze ook gemeen vond was dat buurman rook in de neus van haar hondje had geblazen. ‘Eigenlijk was ik boos en verdrietig tegelijk.’

Rechters: ‘En toen?’

Dina vertelt dat ze naar haar huis is gelopen, een pannetje heeft gepakt en de fles zonnebloemolie. De olie heeft ze verhit en toen is teruggelopen, ze had aangebeld en toen buurman de deur opendeed, had ze gegooid. Zegt: ‘Ik richtte op de muur, niet op zijn gezicht.’ De hete olie raakte de borst en armen van buurman.

Rechters: ‘Maar waarom dan?
Dina: ‘Ik zei steeds tegen mezelf, doe het toch niet, doe het niet.’
Rechters: ‘En toch deed u het.’
Dina: ‘Totale black-out, het was chaos in mijn hoofd.’
De officier van justitie: ‘U ging planmatig te werk, u wist wat u deed.’

De buurman die ook in de rechtszaal zit – eerste- en tweedegraads brandwonden – zegt dat hij met een megalitteken op zijn arm voor het leven is getekend. Hij heeft geen schadeclaim ingediend. Zijn analyse: ‘Het ging om niks, het was de drank.’

Dina woelt met de handen door de haren en gooit alle chaos in haar hoofd eruit. Ze zegt, huilend, dat de laatste keer dat ze had gestolen in 2014 was geweest, twee cordon bleus, de boete had ze keurig betaald, dat ze van dieren houdt, dat ze het terug wil draaien, dat ze gaat verhuizen en dat ze dood wil, dat ze wel weet dat ze een alcoholprobleem heeft, dat het leven voor haar zo niet langer hoeft.

De officier van justitie vindt een werkstraf van 60 uur voldoende.
Dina: ’Een werkstraf? Oh, dat wil ik wel.’ Ze heeft gehoord dat je dan ’s ochtends met een busje wordt opgehaald en dat ze je ’s avonds weer thuisbrengen.

Ook met Margreet heb ik te doen. Margreet is (was) 43 jaar getrouwd met haar man Bob die haar op een dag vertelde dat hij een vriendin had (heeft). Gevonden op het internet. Bob en Margreet hadden 34 jaar samen een bedrijf met wisselende financiële successen. Toen Bob vertelde dat zijn vriendin ook in de onderneming kwam werken, maar dat zij, zijn vrouw dus, ook gerust kon blijven, knapte er iets. Margreet pakte een mes uit haar tas die op het aanrecht stond en stak haar Bob in de buik.

Grote schrik, maar een pleister volstond. Aanvankelijk wilde de officier van justitie Margreet laten bloeden voor een poging tot moord, maar bij nader inzien maakte hij daar een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van. Bij een poging is het voorgenomen misdrijf niet voltooid, wat aanzienlijk scheelt in de straf.

Margreet zegt tegen de rechters dat haar man Bob niet spoort. ‘Hij kijkt zonder emoties naar die onthoofdingsvideo’s, maar als er dan een filmpje komt over hoe de muskusratten worden gevangen moet hij huilen.’ Ze heeft vanuit de vrouwengevangenis de scheiding in gang gezet.

De rechters vragen vriendelijk: ‘Hoe gaat u straks uw leven weer oppakken?’
Margreet, droef: ‘U denkt dat ik daar een antwoord op kan geven?’

Ze vertelt dat ze moeite heeft met de regels in de gevangenis. ‘Als je 34 jaar een bedrijf runt en altijd van alles moet regelen en beslissen, dan valt het daar niet mee. Is er trammelant, dan word ik naar mijn kamer gestuurd. Dat is dan wel weer komisch. Ik bedoel, ik ben 62.’’

Ze zegt. ‘Ik heb niks meer. Ik heb geen man meer, geen huis, geen werk, geen bedrijf, ik zie de poezen niet meer en nu ben ik ook nog mijn vrijheid kwijt.’

De officier van justitie eist twaalf maanden opsluiting in een cel in de gevangenis waarvan vier maanden voorwaardelijk mogen. Margreet zegt dat ze wel naar een kliniek wil en dat dat niet zo lang hoeft te duren. Ze bedoelt een levenseindekliniek. De officier van justitie reageert: ‘Ik vind dit heel heftig. Ze heeft een geweldige familie, ik hoop dat ze hulp krijgt om de mooie dingen van het leven weer te zien.’

De strafeis blijft evenwel ongewijzigd.

Rob Zijlstra

Officiële speeltijd

De rechtbank uit,
altijd lastig

Marco (21) houdt van voetbal en niet zo’n beetje ook. Dus van Ronaldo, van de mooiste goals, van jolige voetbalpraat en vrolijke gekkigheid. Ook vindt hij darten mooi en hippe kleren en bier. Dat staat op de tijdlijn van zijn Facebook-pagina.

Ruud (27) is zo mogelijk een nog grotere voetbalgek. Het is zijn lust en zijn leven. Een topscoorder bovendien. Feyenoord, de beste. Maar ook is hij vader, in verwachting over een paar maanden voor de tweede keer en hij is directeur van zijn eigen bedrijf.

Eens waren Marco en Ruud, gezonde jongens uit Groningen, goede vrienden. Op hun pagina’s pronken foto’s waar ze samen sportief zijn. In de rechtszaal zitten ze naast elkaar, maar de vriendschap is bekoeld. Op Facebook hebben ze elkaar ontvriend. De blikken die ze elkaar toewerpen, doen vermoeden dat een hernieuwde kameraadschap ver weg is.

Zou een rechtszaak een wedstrijd wezen – wat het niet is – dan is de stand dat Marco en Ruud tegen een dikke achterstand aankijken. De kans dat ze die achterstand inlopen, is nihil. De rechtbank uit, altijd lastig, om het in voetbaltermen uit te drukken.

Na anderhalf uur komt de officier van justitie met de strafeisen. Wat hem betreft gaan Marco en Ruud naar de gevangenis, want wat ze hebben geflikt is te ernstig voor een werkstraf. ’t Is twee keer rood. De eis voor beide: twaalf maanden gevangenisstraf, de helft voorwaardelijk. Dat is netto zes maanden zitten met de deur op slot. Of ze daarna ooit weer een basisplaats weten af te dwingen, is zeer de vraag. De samenleving zit, werkgevers voorop, niet op bajesklanten te wachten.

Goed, het is een eis. De rechters kunnen straks anders beslissen. Vaker leggen rechters een lagere straf op dan de officier van justitie eist. Punt is dat Marco en Ruud hebben bekend. Moeizaam weliswaar, maar toch. Ze weten ook dat wat ze hebben gedaan zo strafbaar is als de bal rond.

Wat ze hebben gedaan? Ze hebben de penningmeester van de voetbalclub ontvoerd, ze hebben hem een kopstoot gegeven (‘dat is niet waar’) en toen hebben ze hem gedwongen geld te pinnen. De volgende dag, samen duizend euro rijker, lachten ze zich een hoedje en stuurden ze elkaar triomfantelijke berichtjes via WhatsApp. Ze appten dat als de politie bij hen zou komen, ze dan gewoon alles zouden ontkennen. Hoppa.

Marco en Ruud: ‘We naaiden elkaar op.’
Ruud: ‘Ja. Dat valt natuurlijk niet goed te praten.’
Marco: ‘Ik wil mijn welgemeende excuses aanbieden.’

Waarom beroven twee gedreven voetballers, jongens met een blauw-wit hart voor hun club de penningmeester? Ruud speelde nota bene in het eerste elftal. Was de aanvoerder. Hoe dachten ze met deze misdaad weg te komen? Het enige dat in hun voordeel is, is dat ze nooit eerder gekkigheid met politie en justitie hebben gehad. De rest is nadeel.

Om de seizoenstart te vieren – het is augustus 2015 – is er op de club een barbecue. De penningmeester doet de bar (het bier) en Ruud is als veel andere leden dorstig en vrolijk. De avond komt ook weer tot een einde en ieder gaat dan zijns weegs. De penningmeester sluit de kantine af en loopt richting de parkeerplaats.

Daar staan Marco en Ruud en wel zo dat het de penningmeester een beetje bang maakt. Wat heet? Hij krijgt een kopstoot (‘dat is niet waar’), een duw en valt op de grond. Daarna moet hij achterin zijn eigen auto plaatsnemen. Marco gaat naast hem zitten, Ruud kruipt achter het stuur.

Tegen de rechters zegt Ruud: ‘Nee, ik was niet heel dronken. Anders had ik toch niet kunnen rijden? Ik wist heel goed wat ik deed.’ Dat laatste had hij misschien beter niet kunnen zeggen.

Met de bange penningmeester reden ze door Groningen langs vijf pinautomaten. Wanneer bij automaat drie het saldo niet toereikend meer is om nog geld op te nemen, moet de penningmeester op zijn mobiele telefoon het opnamelimiet verhogen. Hij kan dat. Ook wordt 350 euro gepind met de bankpas van de voetbalclub waar de penningmeester de beschikking over heeft. Marco neemt 400 euro, Ruud 600.

Marco: ‘Ik heb hem niet echt bedreigd, dat deed Ruud. Het was ook zijn idee’
Ruud: ‘We hadden niet een vooropgezet plan of zoiets. Marco deed vooral het woord. Niet ik.’

Na gedane zaken keilt Marco de telefoon van het slachtoffer in het water. Om duidelijk te maken hoe menens het is, maakt hij met een sleutel diepe krassen in het lak van de auto. De penningmeester krijgt te horen: als je naar de politie gaat, dan slopen we je. Ook wordt hem toegebeten: op de club doe je normaal tegen ons.

Rechters zeggen tegen Ruud: ‘U wist dus precies wat u deed.’

Nog maar een keer de vraag: waarom dan? Er blijkt een voorgeschiedenis. In 2013 had Ruud zich misdragen en de club nam maatregelen: een paar wedstrijden geschorst en – het ergste – hij mocht niet mee naar het trainingskamp in Portugal. En daar had Ruud heel het jaar naar uitgekeken.

De 250 euro die hij had betaald voor deelname, had hij teruggekregen. Dat was het dus niet. Het was wraak. De frustratie van niet mee naar Portugal was nog steeds niet verdwenen en toen was daar, twee jaar later, die barbecue. Met de penningmeester achter de bar. Ruud belde Marco die eerder weg was gegaan en vroeg of hij mee wilde doen. Wilde Marco wel, met het oog op zijn gokschulden kon hij wel wat gebruiken.

Zo ontzettend dom kunnen goede voetballers dus zijn. De advocaat van Ruud vindt de strafeis van twaalf maanden, helft voorwaardelijk, veel te veel. De bak in betekent dat het bedrijf van haar client, straks ook weer vader, naar de filistijnen gaat. Dat zou hem kapot maken. De advocaat van Marco vindt dat zijn client een lagere straf moet krijgen dan Ruud, omdat Ruud de grootste slechterik in dit verhaal moet zijn. Komt bij, zegt de advocaat, dat Marco nog een heel jonge jongen is.

Statistieken willen dat het vooral de jonge jongens zijn, de jongemannen, de twintigers, die de verleiding van de misdaad niet kunnen weerstaan. Zij weten precies wat ze doen, maar denken niet na over de consequenties die groot kunnen zijn. Zij realiseren zich als jong volwassene onvoldoende dat aan de officiële speeltijd een einde komt.

rob Zijlstra

uitspraken volgen

38-leeftijd

de leeftijden van de verdachten die in 2016 in zittingszaal 14 terechtstonden (bron: eigen nieuwsgaring)

Klunzig & knullig

Gerard meent dat de
situatie absurde
vormen heeft aangenomen

De criminaliteit was afgelopen week weer eens in opspraak. De ontwikkeling van de misdaad is veel minder rooskleurig dan officiële cijfers willen doen geloven, luidde brekend het nieuws. Het is erger dan wij denken. Of mogen weten. De onthulling is gebaseerd op een vertrouwelijk rapport van de politie en het Openbaar Ministerie. Dat zijn twee instanties die – mag je hopen – weten waarover ze spreken.

De boodschap is dat de boeven aan de winnende hand zijn. Waarom politie en justitie deze informatie geheim wilden houden, is mij een raadsel. Moet niet iedereen zoiets zo snel als mogelijk weten? Opdat wij tijdig ramen en deuren kunnen sluiten?

Of past argwaan? Zolang het kabinet niet in spoedzitting bijeenkomt, er geen instantie is die code rood voor heel het land afkondigt, heb ik mijn bedenkingen. Het vertrouwelijke rapport is bestemd voor het kabinet dat na maart, na de verkiezingen, aantreedt. Opdat aanstaande kabinetsleden alvast weten waar meer geld naar toe moet. Zou het dat zijn?

Misdaadrapporten van instanties gaan meestal over de omvang van de criminaliteit. Het gaat over hoeveel van dit en hoeveel van dat en hoeveel dit en dat een jaar eerder meer of minder was. ‘Het laagste niveau van denken is tellen’, sprak eens een politiefunctionaris die het niet zo op cijfertjes heeft.

Mijn idee: het is de hoogste tijd voor een groots onderzoek naar de aard van de criminaliteit. Niet tellen hoe vaak, maar kijken naar wat. Ik voorspel een onthutsende uitkomst. Ik voorspel dat een flink deel van de criminaliteit in Nederland – meer dan de helft – valt in de categorie klunzig & knullig. Dat is misdaad die de politie met twee vingers in de neus kan bestrijden, ook gezien de vergaande opsporingsbevoegdheden en het materieel waarmee de politie is toegerust. Ze hebben zelfs helikopters.

Bezoek op een willekeurige dag een rechtszaal van het strafrecht (gewoon in de winkelgebieden van Assen, Leeuwarden en Groningen) en u begrijpt wat ik bedoel. U kunt dan getuige zijn van een strafzaak van Gerard, een 54-jarige man van goede huize die halverwege een afslag miste. Nu zuipt hij te veel (‘dat moet ik wel eerlijk toegeven’), schaakt hij eens wat en speelt hij graag gitaar. Een baan zit er niet meer in, vindt hij. Laat ‘m liever met rust.

Gerard is vanuit een gesloten kliniek (‘beter dan de gevangenis’) naar zittingszaal 14 gebracht omdat hij wordt verdacht van een poging tot moord. Dat is niet niks. Hij heeft een kennis met een koksmes in de linkerelleboog gestoken. Dat beweert de officier van justitie. Zelf zegt Gerard van niet. Gerard denkt dat zijn kennis – hij heet Henk – is gevallen want het was een rommeltje in dat huis. Gerard denkt dat Henk die graag blokfluit speelt in zijn val tegen de verwarming is gekukeld en toen zijn elleboog lelijk heeft opengehaald. Anders zou hij het niet weten.

Henk was ook verre van helder. Hij zat aan de paddenstoelen, zegt Gerard. Aan de paddo’s. En hij? ‘Mwah. Twee, drie, vier, vijf, zes, zeven halve liters misschien. Meer niet.’

Aan de vermeende steekpartij gaat een heel verhaal vooraf. Henk had de accuboormachine compleet met de juiste bitjes van Gerard geleend om een kastje in elkaar te schroeven. Na een paar weken kreeg Gerard zijn accuboor terug. En wat? Boorkop stuk. Henk ontkent alle schuld, Gerard beweert dat het niet anders kan dan dat Henk zijn eigendom (‘waar ik ook voor heb moeten sparen’) heeft vernield.

De officier van justitie denkt dat Gerard – ‘tikkeltje narcistisch met een zwakbegaafd werkgeheugen’ – gekrenkt was en verhaal is gaan halen en dat hij daarbij Henk in een plotselinge drift heeft gestoken met het mes. Het letsel aan de elleboog is typisch afweerletsel.

Halverwege het proces zwakt de officier van justitie de aanklacht ‘poging moord’ af naar een ‘het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel’. De eis: anderhalf jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Gerard moet dan de komende drie jaar wel uit de buurt van Henk blijven. Doet hij dat niet, dan moet hij een jaar extra zitten. Gerard meent dat de situatie absurde vormen heeft aangenomen. Met een vermoeide zucht zegt hij tegen de rechters: ‘Wie u ook gelooft, ’t is aan u.’

Een doordeweeks bezoek aan een rechtszaal leert dat de misdaad vaak niet is waar die op lijkt. In de binnenstad van Groningen is een jongeman beroofd, van zijn dure Gucci-tas met daarin niet alleen een telefoonoplader, maar ook 720 euro cash. De bezorgde moeder van het slachtoffer belde de politie. Er worden drie jongemannen uit Leeuwarden aangehouden. Zij zeggen dat het anders is gegaan.

De Guccitas-man had drugs verkocht die nep bleek. Het verruimde de geest helemaal niet en dus hadden de Leeuwarders hun dealer weer opgezocht. Een van de verdachten: ‘We wilden praten, maar we werden boos.’ Ze gaven hem een klap, een schop, rukten die dure tas uit zijn handen en graaiden het geld eruit.

Nu was het slachtoffer niet zomaar een doodgewone drugsdealer. Hij had lean drink verkocht. Huh? Rappers lusten daar pap van. Lean is een mixdrankje van sprite (cassis werkt ook) en hoestdrank. Als je zulks in de juiste hoeveelheden mengt en doorslikt is de werking als die van een joint.

Dealers in geestverruimende zaken zijn niet vogelvrij, die mag je niet zomaar slaan. En dus hoorden de mannen uit Leeuwarden gevangenisstraffen eisen voor de duur die ze al hadden vastgezeten. Voor de een, net vader, was dat ruim twee maanden, voor de ander die een eigen bedrijf wil beginnen zes.

Na Gerard en voorafgaand aan de Friese jongemannen had Krish (31) in de rechtszaal moeten komen opdraven. Hij was er niet. Krish vond ’s ochtends opdraven te vroeg en weigerde in de gevangenis in de boevenbus te stappen.

Zijn misdaad: hij had gedreigd een AK-47 te kopen om daarmee mensen in de Herestraat in Groningen dood te schieten. Na tien ongelukkigen zou hij zichzelf neerpaffen. Krish had nog geen AK aangeschaft, hij had slechts zijn plannen onthuld. Op een zolderkamertje ten overstaan van een IS-terreurcel? Nee. Hij zei het met bravoure tegen twee politiemannen. Die rapporteerden: een voorgenomen misdrijf van terroristische aard.

Niet superhandig Krish, om zoiets aan de politie te vertellen. Daarom zit ook jij in de categorie klunzig & knullig. Is beter ook. Voor ons allemaal.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

Nep-alert

Nepnieuws lijkt een plaag
te worden die bij deze
tijd schijnt te horen

Namen van verdachten zijn meestal (door mij) verzonnen. De rest is altijd waar. Dat beweer ik. Niet dat er nooit fouten in mijn verhalen staan. Ik heb een keer een zware crimineel, zo’n echte linkmiegel, in de rechtszaal laten huilen. Toen ik het verhaal na publicatie nog een keertje las, realiseerde ik mij dat ik twee strafzaken door elkaar had gehaald. Elke dag weer hoop ik die kerel nooit tegen te komen, want iets zegt me dat ik hem met dat tranendal diep heb beledigd. Ik vrees een criminele afrekening.

Een fout moet worden hersteld. Zodra dat is gebeurd, is een verhaal weer waar. Voor de krant zijn ware verhalen van het grootste belang. Ooit konden wij van de krant nieuws verkopen, maar nu iedereen zijn eigen nieuws is, werkt dat niet meer. Wat ons rest: betrouwbaarheid. Wat wij schrijven, moet kloppen. Altijd.

Tarek komt uit Tozeur, een stad vol dadelpalmen in Tunesië. Op een dag besloot hij te vluchten. Na een lange omzwerving door Europa belandde hij eerst in Bulgarije en later in Bellingwolde. Tarek is 34 jaar en verbleef tot 15 september 2016 in het plaatselijke asielzoekerscentrum. Daar – op die 15e september ’s avonds – stak hij een medebewoner neer. Die dingen gebeuren.

Deze krant berichtte: ‘Bewoner AZC in Bellingwolde steekt medebewoner met mes’. Elk woord waar. Getuigen wezen Tarek aan als dader. De politie hield hem aan en nam hem mee. Sindsdien verblijft Tarek als verdachte in de gevangenis aan de Huub van Doornestraat in Zwolle. Met de trein kom je daar langs.

De bron van het nieuwsbericht was de politie. Wanneer de politie iets meldt – ze hebben daar opgeleide mensen voor – gaan wij van de pers er traditiegetrouw vanuit dat het ook klopt. De politie geldt als een betrouwbare bron. Gezonde argwaan is daarbij overigens nodig. Geloven we de politie blindelings, dan zou er in iedere straat in Noord-Nederland een criminele motorbende ondermijnend actief zijn. Dat is natuurlijk onzin. In zittingszaal 14 heb ik in de voorbije tien jaar nooit één criminele Angel, Surrender of Bandito of hoe die gasten ook maar mogen heten, als verdachte gezien. Nou ja, eentje misschien.

Farhad is een 25-jarige man uit Iran. Hoe hij in het asielzoekerscentrum van Bellingwolde verzeild is geraakt, vertelt het verhaal niet. Maar hij was er wel. Op die 15e september vierde hij er zijn verjaardag met landgenoten. Er waren hapjes en drankjes en het werd een vrolijk feestje.

Tegen elf uur die avond, wordt in de rechtszaal gezegd, ging Farhad nog even naar de biljartruimte. Daar kwam hij Tarek tegen. Ze kennen elkaar een beetje. Tarek kent hem vooral als de man die drugs in het asielzoekerscentrum verkoopt. Ook die dingen gebeuren.

De rechters vragen: ‘Was u naar hem op zoek of kwam u hem toevallig tegen?’
Tarek zegt tegen de tolk: ‘We kwamen elkaar gewoon tegen.’

Ik heb niet geprobeerd
meneer te doden

Hij vertelt dat Farhad hem probeerde te slaan. Zegt: ‘Ik was bang omdat hij mij met de dood bedreigde. Hij gedroeg zich arrogant. Ik heb toen een mes gepakt, een fruitmesje. Ik wilde hem bang maken. Ik heb toen in een opwelling gestoken. Omdat hij me sloeg. Ik heb niet geprobeerd meneer te doden.’

Er is een aanleiding. Tarek zegt dat Farhed hem een joint had verkocht voor twee euro. Maar het was een nepjoint. Er zaten geen drugs in. Toen ze elkaar in de gang bij de biljartruimte tegenkwamen, sprak Tarek de huisdealer daar op aan. Tegen de rechters: ‘Ik wilde mijn geld terug.’

Farhed heeft een andere lezing. Hij deed niks. Hij werd zomaar ineens neergestoken. En nee. Hij verkoopt geen drugs in het asielzoekerscentrum. Over de gevolgen van het steken bestaat geen verschil van inzicht. Farhad werd in beide bovenbenen gestoken en verloor zo veel bloed dat er sprake was van een levensbedreigende situatie. Artsen wisten een moord dan wel doodslag te voorkomen.

Rechters: ‘Wat gebeurde er na het steken?’
Tarek: ‘Ik schrok van het bloed.’
Rechters: ‘Wat vindt u er nu van?’
Tarek: ‘Ik heb heel veel spijt.’

De politie zocht het uit, sprak met betrokkenen, noteerde de bevindingen van getuigen, maakte daar een dossier van en stuurde dat naar het Openbaar Ministerie dat op zijn beurt Tarek naar de rechtszaal sleepte waar hij de officier van justitie achttien maanden gevangenisstraf hoorde eisen wegens een drugsgerelateerde poging tot doodslag.

In december, een kleine drie maanden na het incident, belde een man met journalisten. Hij vertelde dat de steekpartij in het asielzoekerscentrum van Bellingwolde niets met drugs te maken heeft, maar alles met homohaat. De verdachte wilde Farhad doodsteken omdat hij homofiel is. En anders wel omdat hij een christen is. Het oude nieuws van de steekpartij werd ineens nieuw nieuws. Ook de landelijke media meldden zich, want de combinatie asielzoeker en homogeweld is hot. De bron van het nieuwe nieuws is een man die spreekt namens een hulporganisatie van homoseksuele asielzoekers. De Christenunie is bezorgd.

Dagblad van het Noorden bracht het nieuwe nieuws met een slagje om de arm, ook RTV Noord – de omroep nodigde de bron uit in de studio – doet voorzichtig. De Telegraaf meldde evenwel dat het slachtoffer zijn leven nergens meer zeker is, omdat de aanvaller overval vrienden met messen heeft. De hulporganisatie slaat alarm en wil een gesprek met staatssecretaris Klaas Dijkhoff (veiligheid en justitie). ThePostOnline (TPO) brengt de homohaat als feit en plaatst een uiterst bloedige foto van het slachtoffer met een balkje voor de ogen.

Een advocaat eist in de rechtszaal namens Farhad ruim 6.000 euro schadevergoeding. Het slachtoffer zelf is het daar niet mee eens. ‘Ik hoor dat bedrag nu voor het eerst.’ Hij zegt nauwelijks contact te hebben gehad met de advocaat die is ingeschakeld door de hulporganisatie. Dat is wel wat apart.
In de rechtszaal benadrukt de officier van justitie dat een en ander na aanleiding van de berichtgeving is onderzocht. Ze zegt: ‘Ik hecht eraan te zeggen dat uit niets is gebleken dat er sprake is van anti-homogeweld dan wel dat gesproken kan worden van een anti-christenmotief.’ De hulporganisatie meldt teleurgesteld te zijn in de rechtszaak.

schermafbeelding-2017-01-14-om-14-08-45Het was nepnieuws.
Wat waar moet zijn, zat er niet in.
Nepnieuws lijkt een plaag te worden die bij deze tijd schijnt te horen.
Voor ons van de verslaggeverij zit er maar één ding op: wij moeten nog alerter zijn.

Rob Zijlstra

Vieze rotkat

Alleen de conflicten
tussen moeder en buurvrouw
verstoorden de sleur
van zijn droeve dagen

Een misdrijf in meerdere bedrijven, zo kun je dat best opschrijven. En ook dat de hoofdrolspeler zijn rol met grote passie speelde, met zo veel drift dat hij daar achteraf bezien spijt van heeft. Halverwege het strafproces zegt Geert (23 ) dat hij ‘het wel terug zou willen draaien als hij dat kon’.

Verdachten willen heel vaak de tijd terugdraaien, maar het is nog nooit iemand gelukt.

Het gebeurde op een zondag in september van het vorige jaar. Voor velen was dat een mooie dag. Zo won FC Groningen eindelijk weer eens en uitgerekend op die dag van Heerenveen (3-1). De winst werd grootst gevierd met uitzinnige fans, zo stond het de volgende dag in de krant met een grote foto erbij. Het spel van Geert haalde de krant niet.

Het begon met een eenvoudige mishandeling in combinatie met een vernieling waarbij niet alleen een tuinhek, maar ook een tuinkabouter sneuvelde.
Daarna was er een bedreiging met geweld en een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.
Vervolgens werd met een geschoeide voet zwaar lichamelijk letsel toegebracht, afgerond met een belediging van een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van haar bediening.
Als toegift werd een politieauto vernield.

Geert hoort het gelaten aan en zegt dan tegen de rechters: ‘Het was niet mijn meest trotse dag.’

Wat Geert deed kwam niet uit de lucht vallen. Het kwam door moeder. Moeder ligt al jaren overhoop met de buurvrouw die een poes heeft. Niet een gewone, leuke lieve poes om te aaien, maar zo’n vieze rotkat die in de tuin schijt. Ook Geert kwam niet vanzelf. Geert maakte een mooie carrière in het buitenland. Maar na een periode van geluk en vrolijkheid raakte hij zijn internationale baan kwijt. Zo belandde hij in een depressieve toestand weer bij moeders thuis in Oost-Groningen. Hij kwam de deur niet uit, zag geen vrienden meer, maar sleet de dag met doemdenken. Alleen de conflicten tussen moeder en buurvrouw verstoorden de sleur van zijn droeve dagen.

Op die 13e september zag Geert die kat in de tuin struinen. Hij opende de achterdeur en zag toen ook de buurvrouw. Paar dagen eerder had hij een emmer water over het beest gegooid. Tegen de rechters zegt hij: ’Dat helpt niets. Het is een dier en een dier heeft een eigen instinct.’ Vijandig en onvriendelijk had hij tegen de buurvrouw geroepen: ‘Hou die vlooienbaal binnen.’ Tegen de rechters: ‘Ik was boos en mijn gemoedstoestand was niet goed.’

De onvriendelijke opmerking over de rotkat gaat gepaard met een harde schop tegen het tuinhekje van hout. Een plank kan het geweld niet verdragen, schiet los en vliegt in een boog door de lucht en treft, jawel, het voorhoofd van buurvrouw. Zij komt ten val en daarbij sneuvelt de tuinkabouter. Iemand belt een ambulance.

De buurvrouw laat weten te bang te zijn om naar de rechtszaal te komen. Dat staat in een verklaring die de officier van justitie voordraagt. Vooral de mishandeling van de tuinkabouter (zo wordt het gezegd) heeft haar veel pijn gedaan. Het was een erfstuk. Geert krijgt te horen dat hij niet kan rekenen op vergiffenis. ‘Ik wil hem nooit meer zien. De haat die ik voel neem ik mee in mijn graf.’

Terwijl buurvrouw met een hoofdwond naar het ziekenhuis wordt gebracht, bellen twee agenten aan bij Geert. Hij laat hen binnen, de agenten melden dat hij is aangehouden en Geert vraagt of daar nog over valt te praten. Als dat niet het geval is, geeft hij een van de agenten een kopstoot, spuugt hij lelijke woorden in de rondte waarna er een robbertje wordt geknokt. Met peperspray delft Geert het onderspit.

Rechters: ‘Waarom verzette u zich?’
Geert zucht diep en vertelt dan: ‘Een half jaar eerder was er een bedrag van 2,5 miljoen euro op mijn rekening gestort. Een storing bij de bank, zo bleek. Ik heb een foto van het bedrag gemaakt en die heb ik naar een paar vrienden gestuurd. Die foto is onbedoeld ook bij anderen terechtgekomen. Dat maakte me angstig. Ik dacht, straks denken die anderen dat ik echt zo veel geld heb. Ik had allemaal scenario’s in mijn hoofd. Ik dacht, ik moet moeder niet alleen laten. Daarom wilde ik niet mee.’

Geert wordt meegenomen naar buiten.
Daar verzet hij zich opnieuw.
In de tuin komt een agente door getrek en geduw ten val waarbij ze gewond raakt.
Geert roept en doet, dreigt met narigheid, schopt de wijkagent tegen de voet (er scheurt een kuitspier), een derde agent spuugt hij in het gezicht en gilt dat hij aids heeft.
Eenmaal geboeid in de politieauto schopt hij een ruit stuk.

Geert zegt tegen de rechters: ‘Ik heb geen aids. Ik weet niet wat mij bezielde. Ik heb verschrikkelijke dingen geroepen. Ik heb oprechte spijt.’

De officier van justitie rept van disrespect voor het gezag, twee van de drie agenten hebben een tijdje niet kunnen werken. Zegt dat het Openbaar Ministerie bij geweld tegen politiemensen de strafeisen verdubbelt. ‘Tel ik alles bij elkaar op dan kom ik uit op vijftien maanden celstraf. Maar ik moet ook rekening houden met de verdachte en met het feit dat het alweer wat langer is geleden. Daarom eis ik, alles overwegende, een werkstraf van 200 uur. Maar wel met acht maanden voorwaardelijke celstraf erbij als waarschuwing.’

Geert heeft een paar dagen in een politiecel gezeten. Toen hij werd vrijgelaten vetrok hij onmiddellijk naar het buitenland. Daar vond bij een nieuwe werkgever een andere internationale baan. Nu heeft hij het weer reuze naar zijn zin. Goed salaris, met uitzicht op bonussen. ’Ik sta positief in het leven, ik heb leuke en creatieve mensen om mij heen en ik ben trots op wat ik heb bereikt. Ik realiseer mij ook dat ik nu veel te verliezen heb.’ Zijn advocaat vraagt de rechters: doe een beetje minder werkstraf in ruil voor een geldboete erbij.

De rechters denken al een week na over wat in dit verhaal rechtvaardig moet heten en komen de komende week met hun uitspraak.

Op de valreep zegt Geert nog: ‘Moeder en buurvrouw groeten elkaar weer.’

Rob Zijlstra

update – 15 december 2016 – uitspraak
De rechters hebben gesproken. Geert is veroordeeld tot 243 dagen gevangenisstraf waarvan 240 voorwaardelijk. Daarnaast: een werkstraf van 150 uur. Een van de gedupeerden raakte wel gewond, maar niet zwaar. Dat scheelt dus 50 uur werken. De aangerichte schade moet Geert vergoeden.

Duistere zaken

De Guinee-mannen
namen genoegen

met dit bedrag en lieten
de wietknippers na
vier bange dagen vrij

Rechtszaken geven inkijkjes in de wereld waar het daglicht spaarzaam is, waar de bewoners fluisteren en waar buitenstaanders niet welkom zijn. In rechtszalen worden soms dingen gezegd, woorden gesproken, die licht laten schijnen in die donkere duisternis. En dan zie je, voor heel even, ineens iets meer.

Zo zag ik ineens dat er verbanden zijn tussen een schrikbarende gebeurtenis, een aanslag op een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden, een brand in een woning van een man uit Sierra Leone en een wc-eend-onderzoek.

Ik zet het op een rijtje.

In augustus 2013 werden in een woning in stadswijk Paddepoel in Groningen vier mannen gegijzeld. De ongelukkigen kwamen uit Vietnam en waren vanuit Duitsland naar Nederland gekomen om hier in het geniep wiet te knippen in hennepkwekerijen. Dat is werk dat – net als bollen pellen – gedaan moet worden en waar mannen uit Vietnam misschien wel goed in zijn.

Toen ze klaar waren met knippen en met het verdiende loon huiswaarts wilden keren, werden ze tegengehouden, opgesloten en vastgebonden door Fransmannen uit Guinee. Ze kregen – handen vastgebonden op de rug – geen eten, maar harde klappen in het gezicht en stroomstootwapens tegen zich aangedrukt. Ook werd gedreigd oren af te knippen. Dat doet hartstikke zeer.

De bedoeling van deze heisa was dat de Fransmannen uit Guinee geld wilden van de Vietnamezen. Ze wilden 20.000 euro in ruil voor hun vrijlating. De Vietnamezen kregen een telefoon en belden in doodsangst familieleden die er met veel moeite in slaagden 5.000 euro bijeen te brengen. De overdracht van het geld had plaats op het hoofdstation. De Guinee-mannen namen genoegen met dit bedrag en lieten de wietknippers na vier bange dagen vrij.

Vijf maanden later werd aan het Hoendiep in Groningen, ’s morgens in alle vroegte, een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden neergeschoten. De politie onderzocht de zaak en kwam al heel snel met een ongebruikelijke mededeling: het betrof een liquidatie, een mislukte weliswaar, maar toch. Het slachtoffer was, zo meldde de politie, een man uit Sierra Leone en geen willekeurige passant. Door dit te melden wilde de politie, zei de politie, onrust in de stad voorkomen. De krantenbezorger werd opgenomen in het ziekenhuis, de kogels waren in zijn benen geschoten.

Dat de politie dit zo snel wist kwam omdat de man de doodzonde van de duistere wereld had begaan: hij zou met de politie hebben gepraat over hennepkwekerijen, knippende Vietnamezen en over Franse mannen uit Guinee.

Er vloog ook
een geldkistje
door de lucht

Een kleine maand na de aanslag aan het Hoendiep brak er brand uit in een woning aan de Kleine Haddingestraat in de Groninger binnenstad. Het vermoeden: aangestoken. De brandweer probeerde te redden wat er te redden viel en gooide het huisraad naar buiten. Er vloog ook een geldkistje door de lucht. Agenten zagen dat en namen het kistje mee naar het bureau, want geldkistjes laat je niet achter op straat.

De bewoner van de deels uitgebrande woning is de 36-jarige Kabala. Ook hij is bezorger van de krant. Op het moment van de brand bracht hij ons rond. Bij thuiskomst was de paniek groot. Niet alleen over het geldkistje, maar vooral over een plastic tas waarin 20.000 euro had gezeten. Of 30.000 euro, duidelijkheid daarover is vaag. Kabala zelf denkt dat de politie het geld heeft gestolen. Hij heeft aangifte gedaan.

Tijdens het onderzoek in verband met de brandstichting ontdekt de politie dat zij Kabala eerder hebben ontmoet. Kabala komt als een getuige voor in het onderzoek van zijn neergeschoten collega. Agenten vinden die link zo verdacht dat ze wel eens willen weten wat er in dat geldkistje zit. In mei 2014 – drie maanden na de brand – maken agenten het kistje open. Er zit 15.170 euro in.

Voor de politie is dat de prijs van één medezeggenschapsvergadering, voor een krantenbezorger daarentegen is het verdacht veel geld. Krantenbezorgers die banden hebben met mannen die in verband worden gebracht met schieten en geld bewaren in kistjes en tassen zouden wel eens tot de wereld van de misdaad kunnen behoren.

Zo kwam het dat Kabala deze week in zittingszaal 14 zat. Niet als drugsboef of geweldenaar, maar als verdachte van witwassen: van 30.000 euro die hij zegt te hebben gehad en wat weg is en van 15.170 euro uit het kistje.

Dit verhaal krijgt niet een mooi afgerond of overzichtelijk einde want dat is er niet.
De twee Fransmannen uit Guinee zijn vorig jaar veroordeeld tot elk 5 jaar gevangenisstraf wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Volgende week dienen hun zaken in hoger beroep bij het hof in Leeuwarden.
Het onderzoek naar hun rol bij de mislukte liquidatie van de krantenbezorger leverde te weinig op voor een strafzaak.
Die kwestie staat nog te boek als niet opgehelderd.
Evenals het slachtoffer trouwens.
Na het ontslag uit het ziekenhuis verdween hij zonder sporen.

En Kabala? Hij kwam deze week in de rechtszaal met een verklaring. Het geld uit het kistje was geld dat hij had geleend voor een aanstaande operatie vanwege zijn ziekte waar hij niet veel over kwijt wil. De operatie moet mogelijk plaatshebben in de Verenigde Staten wat veel geld kost. Dat Kabala dit nu pas verklaart is omdat hij nieuwe geldleenovereenkomsten kan tonen. Eerder niet. De originelen waren bij de brand verloren gegaan.

De officier van justitie denkt diep na en misschien wel er het zijne van na en zegt dan dat hij Kabala niet langer als een verdachte kan beschouwen nu er plots een aannemelijke verklaring is over de herkomst van het geld. En omdat het onderzoek van de politie volgens hem ook niet uitblinkt in duidelijkheid moet het maar klaar zijn.
Tegen de rechters: ‘Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken. Het geld uit het kistje kan wat mij betreft aan verdachte worden teruggegeven.’

Rest die 20.000 euro. Of 30.000. Heeft de politie dit geld gestolen?
Nee.
Hoewel?
Het is inmiddels bekend dat de integriteit bij de politie niet meer een vanzelfsprekendheid is. Er is een intern onderzoek geweest waarin agenten zichzelf hebben verhoord.
Het onderzoek heeft naar verluidt niets opgeleverd, opdat agenten zichzelf ook niet hebben hoeven arresteren.

De rechters vragen aan Kabala of hij de eis tot vrijspraak zoals de officier van justitie voorstelt, begrijpt.
Hij zegt: ‘Nee, maar ik hoop dat de waarheid op tafel komt.’

Rob Zijlstra

aanvulling

onrechtmatig

Advocaat Mathieu van Linde is het eens met de officier van justitie ten aanzien van de strafeis. Hij is het niet eens met de motivering. Van Linde meent dat Kabala op andere gronden moet worden vrijgesproken.

De politie had geen enkele reden om in het geldkistje te kijken. Op het moment ze dat deden werd Kabala van niets verdacht, aldus Van Linde. De verdenking van witwassen ontstond pas nadat he kistje was geopend.

Het openmaken was niet rechtmatig. Ze hadden het kistje zonder gedoe aan de eigenaar terug moeten geven. Het openbreken was onrechtmatig en dan is ook het aangetroffen bewijs – het geld – onrechtmatig verkregen. Consequentie van deze onrechtmatigheden: het bewijs moet worden uitgesloten. En dan blijft er niets over wat moet leiden vrijspraak.

update – 17 november 2016 – uitspraak
Zoals viel te verwachten is Kabala vrijgesproken. De vraag was: op welke grond. De rechtbank kiest voor de redenering van advocaat Mathieu van Linde: het openbreken van het kistje was onrechtmatig. Sterker: de hele inbeslagname van het kistje is vaag en onduidelijk. Kortom: de politie heeft beroerd werk verricht. Gevolg: een vrijspraak.

2 fragmenten uit het vonnis:

kistje-1

kistje-2

.

Niet chill

‘Het is alweer een tijdje geleden.
Is het nu nog opportuun
een meppende vader
langdurig naar de
gevangenis te sturen?’

Een schandaal. Een ander woord kan ik er niet voor verzinnen, hooguit kan ik er iets aan toevoegen: een grof schandaal. Want hoe anders moet het heten wanneer de machtige mannen en vrouwen van het Openbaar Ministerie drie kwetsbare kinderen in de steek laten?

Misschien hadden wij van de krant het anders moeten doen, hadden wij het verhaal groot op de voorpagina moeten plaatsen, hadden wij Tweede Kamerleden deelgenoot moeten maken – soms doen journalisten dat – opdat leden vragen hadden kunnen stellen aan de verantwoordelijke minister. Nu gebeurt er waarschijnlijk helemaal niks, ja dit stukje gebeurt, hier en weggestopt in een rubriek in de weekendkrant.

De verdachten in dit nare verhaal zijn Jeroen en Eva, een stel.
Hij is 48 en zijn baan kwijt, zij, 36, heeft een leidinggevende functie in de ict.
Jeroen heeft drie kinderen en een ex.
Eva is de nieuwe partner en daarmee de stiefmoeder.
Samen hebben ze een kind dat uit huis is geplaatst.

Ze zouden de drie kinderen van Jeroen stelselmatig hebben mishandeld. Hard slaan. Met vlakke hand en vuist. Schoppen. Met de schoenen aan, of de klompen, de keel dichtdrukken, hij met dagelijks een stuk in de kraag. Altijd schreeuwen. De gezichten van de kinderen in het bord met warm eten duwen. Heel gemeen knijpen. Steevast heetten de kinderen ‘vieze vuile tyfuskinderen’ of werden ze met ’luie varkens’ aangesproken. Dit zijn de verdenkingen die bewezen moeten worden.

In 2009 zijn er vermoedens van kindermishandeling. Het jongste kind is dan 5 jaar, de oudste 11. De biologische moeder – nu de ex – doet aangifte. Er wordt gepraat, vader Jeroen moet op het politiebureau komen, maar daar blijft het bij. In 2010 volgt een sepot.

In juli 2012 begint de politie na nieuwe signalen opnieuw een onderzoek. In mei 2013 volgt de aangifte door de oudste dochter die nu 18 jaar is. In november 2014 wordt vader Jeroen aangehouden. In 2015 draagt de politie het onderzoeksdossier over aan het Openbaar Ministerie dat besluit de zaak aan de rechtbank voor te leggen. Afgelopen maandag (oktober 2016) gebeurde dat. Eindelijk.

Vader Jeroen
weet waarom,
het is een complot

Ze ontkennen. Vader Jeroen vertelt dat er in het gezin maar een probleem was: de fantasiewereld waarin zijn kinderen leven. Ze liegen en bedreigen, de middelste steelt. Vader Jeroen weet waarom: het is een complot, aangevoerd door die doortrapte lelijke ex van hem. De advocaat vertelt aan de rechters dat Jeroen en Eva zich nu erg onveilig voelen met die raaskallende rotkinderen.

Maar de onderhuidse bloedingen, overal op het lichaam, dan?
De blauwe oren?
Deden ze zelf, zegt Jeroen, ‘ze verwondden zichzelf.’
De buren hoorden vaak geschreeuw.
Jeroen: ‘Wij hebben geen contact met de buren.’
Op de camping belden gasten met het meldpunt kindermishandeling toen ze zagen hoe Jeroen en Eva met de kinderen omgingen.
‘Onzin.’
Op de hondenclub werd Eva aangesproken op haar gedrag.
‘Ja, ik foeterde wel eens.’

Zo ging het een hele ochtend door. Halverwege haakt Jeroen af. Hij loopt onwel de rechtszaal uit en verschanst zich in een nabij het gerechtsgebouw gelegen hotellobby. ‘Hij kan het niet meer aan’, zegt Eva. Zij wel. Ze zegt: ‘Ik ben een sterke vrouw.’ Het verhaal wil dat ook zij door Jeroen wordt mishandeld. Ze vraagt: ‘Wat is geweld? Stemverheffing? Is dat geweld?’ Ze spreekt het tegen.

Heftig, zegt de officier van justitie.
Punt is dat ze de poging tot doodslag (voet op de keel) niet kan bewijzen.
De mishandelingen wel.
Nog een punt: het tijdsverloop.
De aanklager hardop: ‘Het is alweer een tijdje geleden. Is het nu nog opportuun een meppende vader langdurig naar de gevangenis te sturen?’
Haar eigen antwoord: ‘Hadden wij deze zaak eerder aan de rechtbank voorgelegd, dan was daarover geen twijfel geweest. Nu wel.’

De eis tegen Jeroen luidt 6 maanden cel. In deze eis is een strafkorting verwerkt omdat de man als verdachte lange tijd in onzekerheid heeft gezeten. Om soortgelijke reden hoeft de stiefmoeder niet naar het gevang wat het aanklager betreft. De stiefmoeder hoort een werkstraf van 200 uur eisen.

Naast mij stromen voortdurend de tranen van de oudste dochter die probeert het allemaal te begrijpen.

Ik zou het nooit zo opschrijven als dit een incident was. Maar dat is het niet. Er worden veel oude zaken (ouder dan twee jaar) aan rechters voorgelegd. Maar waarom ook deze zaak, waarin kinderen zo ontzettend slachtoffer zijn? De officier van justitie heeft het niet nodig gevonden het in de rechtszaal uit te leggen.

Ik bel het Openbaar Ministerie: een onderzoek dat begint in 2012, een aangifte in 2013, in 2014 een aanhouding en dan pas eind 2016 een strafzaak met strafkorting. Een zaak waarin kwetsbare kinderen aangifte hebben gedaan tegen hun ouders – hoe heftig moet het zijn wil het Openbaar Ministerie voortvarend te werk gaan?

Voorlichters
kunnen er ook
niets aan doen

De voorlichter van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland zegt namens heel de organisatie dat het niet goed te praten valt, dat er inschattingsfouten zijn gemaakt en dat dit niet wenselijk is, gevolgd door een diepe zucht.
Voorlichters kunnen er ook niets aan doen.

Na Jeroen en Eva is Tijs aan de beurt. In deze strafzaak is alles andersom. Tijs, 18 jaar, staat zijn moeder en haar nieuwe vriend naar het leven. Zoonlief vernielt autobanden, is gewelddadig en hij eist onder heftige bedreigingen (‘ik snij jullie de hals af’) voortdurend geld omdat hij meent dat moeder zijn drugs moet betalen. De politie kan weinig doen, Tijs negeert huisverboden. Moeder: ‘We lopen 24 uur per dag, week in week uit, maand in maand uit, op eieren, altijd zijn we bang.’

Net als ik denk dat de portie ellende die deze dag brengt de Arbo-normen overschrijdt, gebeurt er iets.
Tijs vertelt dat hij van de drugs afblijft, dat hij zich nu beter voelt en dat hij zich verschrikkelijk schaamt, omdat het niet chill is dat hij zo lelijk tegen zijn moeder die het beste met hem voorheeft, heeft gedaan.
Hij klinkt oprecht.

Dan leest de moeder van Tijs in de rechtszaal een brief voor die ze zelf heeft geschreven.
Ze legt uit waarom ze aangifte heeft gedaan tegen haar eigen zoon en hoe vreselijk moeilijk dat is.
Maar dat het niet anders kon.
Niet tegen de rechters, maar tegen haar zoon zegt ze: ‘Jij hoeft niet te veranderen, wel je gedrag. Jij mag er zijn.’

Het wordt even stil in de rechtszaal.
Dan zegt Tijs: ‘Dat vind ik lief.’
Hij krijgt hulp en redt het wel.

Nu het Openbaar Ministerie nog.

Rob Zijlstra

 

update – 14 november 2016
Tijs kreeg een straf conform de eis: 120 dagen waarvan 71 voorwaardelijk. Wat overblijft heeft hij al gezeten. De rechtbank heeft het jeugdstrafrecht toegepast. Ook dat is lief.

Ook voor Jeroen zijn de rechters mild, misschien wel omdat het de week van de kindermishandeling is. Hij kreeg 8 maanden waarvan 4 voorwaardelijk in plaats van 12 waarvan 6 voorwaardelijk. Het verschil zit in de kwalificatie: de rechters achten de poging tot doodslag (voet op de keel) niet bewezen. Voor de zwaarste aanklacht wordt hij dus vrijgesproken wat een consequenties heeft voor de hoogte van de straf. Wel bewezen: mishandeling. Eva is eveneens veroordeeld wegens mishandeling en kreeg wel de geëiste 200 uur werkstraf en 3 maanden voorwaardelijk.

 het vervolg van deze zaak: niet chill  2