Net andersom

Er zijn getuigen,
maar hun verklaringen brengen
– zoals zo vaak bij getuigen –
meer verwarring dan duidelijkheid

 

Schermafbeelding 2016-01-21 om 23.08.44Twee tegenstrijdige verhalen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn.
Dit blijft ook waar wanneer het om twee verhalen gaat die beide geloofwaardig zijn.
Gedegen politieonderzoek kan in zo’n geval uitkomst bieden, maar uitgerekend in deze kwestie heeft de politie zitten klooien.
De rechters drukten zich ietwat beleefder uit.
Die zeiden: ‘Het is jammer dat het dossier op cruciale punten hiaten bevat.’

Jan (32) uit Stadskanaal is de verdachte.
Het slachtoffer is Dirk (54) uit Wildervank.

Jan draait er niet omheen.
Zijn analyse: ‘Het is gruwelijk geëscaleerd. We zijn te ver doorgezakt.’
Hij was ’s middags met de bus naar Wildervank gegaan, voor een bezoek aan Dirk die hij wel kent.
’s Middags hadden ze bier en berenburg gehaald en haringen om te eten.

Ze zaten aan tafel in de voorkamer.
Eerst was het een gezellige boel, Jan had nog staan dansen.
Maar toen de drank de baas werd, veranderde de sfeer.
Dirk, zegt Jan, begon met die fles berenburg op de tafel te slaan.
Op die tafel lag niet alleen een mes (in verband met de haringen), maar ook de mobiele telefoon van Jan.
‘Ik zei nog, pas nou op, maar het was al te laat. Het glas spatte in mijn gezicht.’

De vrolijkheid is dan verdwenen.
Jan vindt dat Dirk een nieuwe telefoon moet betalen.
Of iets moet regelen met de verzekering.
Maar Dirk, zegt Jan, wilde daar niets van weten.
Volgens hem was het glas van de telefoon al stuk.
‘Er ontstond een welles-nietes-spelletje. Het viel me op dat Dirk heel heftig reageerde.’

Rechters: ‘En toen?’

Dirk, vervolgt Jan, ging even naar de wc.
‘Maar hij bleef lang weg, dus ging ik even kijken. Bleek dat hij op straat was. Ik liep hem achterna, maar viel toen op het stoepje, ik gleed uit. Samen zijn we toen naar binnen gekropen. Toen gingen we weer drinken en begon ik dus weer over die telefoon. Ik wilde dat nog even oplossen, want ik moest de bus halen naar Stadskanaal. Er ontstond duw- en trekwerk. Ik heb toen de tafel tegen hem aangeduwd. Ik wilde niet vechten. Maar ineens, tjakka. Ineens stak hij mij met een mes. Ik raakte in paniek. Ik dacht, halve gek, ik ga morsdood, hiero.’

Jan werd geraakt in de borst en in de linkerbovenarm en begon te slaan en te schoppen.
‘Om me te verdedigen. Het was een reactie uit angst.’
Toen Dirk na een tijdje niet meer bewoog, belde Jan 112.
Hij zegt: ‘Ik schrok, dacht, oei, dit komt niet goed.’

Als de politie arriveert, zit Dirk versuft op de grond, terwijl het witte T-shirt van Jan rood is gekleurd van het bloed.
Beiden worden met spoed overgebracht naar het ziekenhuis in Groningen.
De steekwond valt bij nader inzien mee.
Dirk is er daarentegen niet best aan toe.
Hij belandt op de intensive care met onder anderen breuken in het gezicht, een gebroken nekwervel en negen gebroken ribben.
Er ontstaan complicaties.
Artsen vrezen even voor Dirks leven.

Tja, zegt Jan, ik heb dit ook niet gewild.
Tja, zegt ook de officier van justitie met zijn strafdossier vol hiaten.
Hij zegt: ‘Er is iets gebeurd, de vraag is in welke volgorde.’
Hij heeft al een keuze gemaakt: ‘Ik ga ervan uit dat Dirk Jan heeft gestoken en dat Jan vervolgens in een hevige gemoedstoestand Dirk heeft geslagen en geschopt. Ik vind dat er sprake is van noodweerexces. Zelfverdediging in paniek. Jan heeft zich wel schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, maar ik vind dat we hem daarvoor geen straf moeten opleggen.’

De advocaat van Jan is het daar roerend mee eens.
Jan verlaat – misschien wel een beetje ontgoocheld – de rechtszaal.

Maar dan, de volgende zaak.
Daarin is Dirk de verdachte en Jan het slachtoffer.
Dezelfde rechters: ‘Wat is er gebeurd?’
Tja, zegt Dirk.
‘We zaten gezellig te drinken en dat is toen uit de hand gelopen. Ik ben blij dat ik hier zit, want ik had net zo goed dood kunnen wezen.’

Rechter: ‘Vertel.’

Dirk: ‘Jan zei dat ik zijn telefoon kapot had gemaakt, maar dat is niet zo. Die telefoon was al kapot. We kregen woorden. Ineens sloeg hij mij van mijn stoel. En toen begon hij ook te schoppen. Ik ben naar buiten gevlucht, ik wilde naar mijn overbuurman. Maar Jan kwam achter me aan en sleepte me de woning weer in. Hij begon weer te slaan. Ik raakte bewusteloos. Toen ik bijkwam, waren er allemaal politieagenten.’

Dirk ontkent dat hij heeft gestoken met een mes.
‘Jan had een mes en maakte daarmee stekende bewegingen. Ik heb me afgeweerd.’
Dirk stroopt de mouwen op en laat de littekens op de onderarmen aan de rechters zien.
Die kijken met ernstige ogen en zeggen: ‘Jammer dat de politie hier niets over heeft opgenomen in het dossier.’
De messen waarmee gestoken zou kunnen zijn – er worden twee gevonden – zijn niet onderzocht.

Er zijn getuigen, maar hun verklaringen brengen – zoals zo vaak bij getuigen – meer verwarring dan duidelijkheid.
Om half tien zou het al vreselijk uit de hand zijn gelopen, terwijl pas om half elf het alarmnummer 112 werd gebeld.
De advocaat van Dirk zegt dat niet uitgesloten kan worden dat Jan zichzelf heeft verwond.
Het was een heel raar wondje, het was ook meer een snijwond dan een steekwond, met wel heel veel bloed.
Maar dat is niet raar, weet de advocaat die zich bij het scheren eens in de oorlel sneed. De rechters willen niet weten hoeveel bloed dat geeft.
‘Niet te stelpen.’

Tja, zeggen de rechters.
Ze zeggen dat ze in de vorige strafzaak een verhaal hebben aangehoord dat best heel aannemelijk klonk.
Tegen Dirk zeggen ze: ‘Maar uw verhaal past ook wel.’

Jan liegt.
Of Dirk doet dat.
De aanklager is zonder twijfel.
Hij heeft tijdens de zitting van Jan de knoop al doorgehakt.
Als Jan het slachtoffer mag zijn, moet Dirk de dader wel wezen.
Om beide vechtersbazen weg te laten komen met noodweer zou wel heel raar zijn en kan ook helemaal niet.
Dus Dirk hangt.
Hij is schuldig aan een poging tot doodslag en is – anders dan Jan – ook een strafbare dader.
De eis: achttien maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk.
Dat is een jaar.

Zo zit het dus.
Of net andersom.

Rob Zijlstra

update – 1 februari 2016 – uitspraken
Een lastige zaak zegt de rechtbank. Zo lastig dat ‘we er niet uitkomen’. De rechter: ‘Er liggen twee aannemelijke verklaringen die evenwel niet tegelijkertijd waar kunnen zijn. Voor beide verklaringen is bewijs en in beide zaken geldt dat dat bewijs niet kan worden weerlegt. Omdat naar een aantal cruciale zaken geen onderzoek is gedaan, blijft de waarheid in het midden liggen.’
Om toch tot een oplossing te komen besluit de rechtbank uit de te gaan voor het meest gunstige scenario voor beide verdachten.
Dirk wordt vrijgesproken.
Jan wordt ontslagen van alle rechtsvervolging

Belazerd en bedonderd

Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd
En wat me nu na al die jaren nog verwonderd
Dat ik dat nooit vergeten zal al word ik honderd
Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd

 

Schermafbeelding 2016-01-14 om 23.06.07Wim is belazerd door een liefdeloze vrouw van plezier, terwijl Bart zo goed als zeker weet dat hij wordt bedonderd door die ellendige Wim met z’n malle praatjes.
Als het op belazeren en bedonderen aankomt, is de rechtszaal een waar lieglustoord.

Vier maal was de 54-jarige Wim uit Heerenveen op die zomerse dag in augustus (vorig jaar) bij Jennifer geweest, in de rosse buurt in Groningen.
Vier keer had hij haar ook betaald, tweehonderd euro per keer.
Ze had haar prijs.
Toen hij laat die nacht, vroeg in de ochtend, voor de vijfde keer voor haar raam stond, ging het mis.
Hij vroeg of hij mocht slapen op haar bed omdat hij moe was.
Maar de snode Jennifer peinsde er niet over en zei dat-ie maar ergens onder een brug moest gaan liggen.
De gek!

Wim zegt tegen de rechters: ‘Ik was teleurgesteld. Ik dacht dat het liefde was, maar het ging haar alleen maar om mijn geld. Ik voelde me besodemieterd.’
Rechters: ‘U was boos.’
Wim: ‘Nou ja, boos? Ik deed in ieder geval alsof. Ik laat mij niet in de maling nemen.’
Rechters: ‘U riep dat u uw geld terug wilde, dat u anders de boel in elkaar zou slaan.’
Wim: ‘Zij sloeg me op mijn kop.’
Rechters: ‘Ja, logisch, u pakte haar geld.’
Wim: ‘Haar vriend stond buiten.’
Rechters: ‘Is het waar dat u een bijl had meegenomen?’
Wim haalt de schouders op: ‘Nuchter val ik best mee.’

Dat van die bijl klopte.
Wim zegt dat hij ook wel begrijpt dat dat achteraf gezien wat raar overkomt.
Dat je dan rare dingen kunt denken.
Want wat doet een man met een bijl?
En het was natuurlijk ook niet netjes om haar geld te pakken.

Rechters: ‘Want daar had ze voor gewerkt.’
Wim: ‘Agenten zeiden tegen mij dat ik het geld terug moest geven. Dat heb ik toen ook gedaan.’

De rechters: ‘Vier keer tweehonderd euro op één dag, dat is best veel. Toch?’
Wim: ‘Ik had het gespaard over de jaren heen.’
Rechters: ‘Om het dan in een keer uit te geven?’
Wim die met zijn vinger een vuiltje van zijn mouw veegt: ‘Och, dat maakt mij niets uit.’

Er is nog meer aan de hand met deze verdachte.
Een maand eerder zou hij geld hebben gestolen uit een woning aan de Dorpsstraat in Drenthe. Volgens de aangifte gaat het om 8.275 euro.
Bart, de bewoner, zegt dat er in totaal zo’n 13.000 euro is verdwenen, op verschillende momenten.
Hij licht toe: ’Ik kan niet bewijzen dat hij het hele bedrag heeft gestolen’.

De bedonderde bewoner is handelaar in oud en ambulant goed, in oude tractoren bijvoorbeeld.
Het gaat vooral om contante handel waarvan niet zoveel op papier komt.
De contanten lagen verstopt in de woning.
Wim kwam vaak bij Bart over de vloer, gewoon voor de gezelligheid.
De gedupeerde handelaar zegt tegen de rechters: ‘Ja, hij vond het gezellig, maar ik niet. Ik vind hem een rare kerel.’

Op een dag wordt Wim slapend in zijn auto nabij het treinstation in Meppel aangetroffen door de politie.
Hij stond geregistreerd om aangehouden te worden in verband met die diefstal in de Dorpsstraat. Het kenteken klopt en in de auto vindt de politie het rode petje met daarop de naam Valentino Rossi.
Zo’n petje was ten tijde van de diefstal in de Dorpsstraat gesignaleerd.

De rechters: ‘MotoGP.’
Wim: ‘Rossi is mijn favoriet.’

Onder de bijrijdersstoel vinden de agenten nog iets.
Een plastic zakje met daarin 23.970 euro.
Wim zegt dat hij oude tractoren koopt, restaureert en weer verkoopt.
Beste handel.
Hij droomt van een Lanz Bulldog, een tractor met een liggende één-cilinder tweetakt gloeikopdieselmotor.
Het is de koning onder de tractoren en kost al gauw 30.000 euro.
Vandaar dat geld onder de bijrijdersstoel.
Wim: ‘Mijn spaargeld.’

In de Drentse Dorpsstraat was hij nooit geweest, vertelde hij eerst aan de politie.
Later zegt hij dat dat een leugentje was, dat hij er wel is geweest.
Maar nooit was hij in de woning, laat staan dat hij geld heeft gestolen uit het afgesloten kabinet in de woonkamer.

De rechters vinden het maar raar.
Sowieso.
Zo veel geld, terwijl hij officieel een inkomen geniet van 900 euro per maand.
Wim meent dat ze wel meer kunnen zeggen.
Hij rekt zich iets uit en zegt: ‘Ik, deze man, deed ooit op een racefiets 18 kilometer in 25 minuten.’
Met niet minder trots merkt hij op dat hij geen medicijnen gebruikt.
‘Ik ben anti-tablet.’

Goed, de drank was wel een probleem.
Maar, zegt hij: ‘Ik doe geen drank meer in de auto. Daar ben ik mee gestopt.’
Dat er aan zijn goede verstand wordt getwijfeld, vindt Wim hoogst merkwaardig.
‘Ooit heb ik in Drachten een hoogleraar ontmoet. We hebben gepraat en hij schatte mij in op een gemiddeld niveau. Ik sta open voor een behandeling, maar kom mij dus niet aan met psychiaters.’

De officier van justitie vindt dat er 8.275 euro aan Bart teruggegeven moet worden.
Dat Wim de dief van de Dorpsstraat is geweest, dat staat voor haar vast.
Hij is er met zijn rode petje gesignaleerd en hij belazert en bedondert de boel.
Eerst zegt-ie dat hij Bart niet kent, later geeft hij toe er regelmatig op bezoek te komen.
En al helemaal is er geen twijfel over de diefstal in de kamer van Jennifer, waarbij ook nog eens geweld is gebruikt.

De advocaat van Wim meent dat er amper van diefstal bij Jennifer gesproken kan worden.
‘Hij is maar heel even heer en meester van het geld geweest, geld dat hij heeft teruggegeven. En duwen is geen heus geweld. De misdaad in de Dorpsstraat kan niet worden bewezen, want er zijn slechts verklaringen opgetekend uit de mond van de bewoner. Dat is onvoldoende en dat betekent vrijspraak.’

De officier van justitie eist negen maanden celstraf waarvan er zes op de lat mogen komen te staan.
Als waarschuwing.
Met die drie maanden die overblijven is de tijd verrekend die Wim in voorarrest heeft gezeten. Neemt de rechtbank de strafeis over, dan kan iedereen overgaan tot de orde van de dag.

Bart van de Dorpsstraat verlaat hoofdschuddend de rechtszaal.

Rob Zijlstra

uitspraak op 28 januari

21 & 74

terwijl zijn echtgenote een beetje
aan het tutten is in de slaapkamer,
pakt hij het groentemes uit de keuken

Schermafbeelding 2015-11-28 om 16.49.07Gerko en Ralph zaten afgelopen week op dezelfde stoel in zittingszaal 14 vanwege dezelfde strafbare feiten.
Gerko zat er maandagochtend, Ralph donderdagmiddag.
Ik denk niet dat ze elkaar kennen.
Gerko heeft met zijn 21 jaren nog heel veel stappen te zetten, Ralph is al een flink eind op weg.
Hij is 74 jaar.
Beiden zouden zich schuldig hebben gemaakt aan een poging tot doodslag.
Dat is de beschuldiging.

Het ziet er niet best voor ze uit.
De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van drie jaar geëist tegen de detentie-ongeschikt verklaarde Ralph.
Gerko hoorde de officier van justitie met pijn in haar hart (dat zei ze) de maatregel tbs eisen.
Wanneer mannen van Ralphs leeftijd terechtstaan, staan ze vrijwel altijd terecht wegens zedenmisdrijven.
Ralph mag zich echter een van de oudste plegers van een geweldsmisdrijf noemen.
Gerko dreigt op zijn beurt ’s lands jongste tbs’er te worden.

Waarom ze messen pakten en toestaken – Ralph in maart dit jaar, Gerko een maand eerder – is een vraag.
Ralph weet het niet meer, zoals hij wel meer dingen niet meer weet.
Steeds vaker raken woorden die hij wil zeggen vlak voor het uitspreken zoek.
Cognitieve problemen met misschien wel neurologische oorzaken.
Bij Gerko is het ook ingewikkeld: hij zegt dat hij niet heeft gestoken.

Gerko vertelt met zijn boze, maar niet onvriendelijke jongenshoofd dat ze met een paar mannen in een kamer zaten te gamen, te blowen en te drinken.
Whisky.
Koos had toen irritant gedaan.
Gerko: ‘Hij begon groot te praten, lelijke dingen te zeggen over mijn moeder. Ik zei, jij moet even normaal doen. Hij daagde me uit. We gingen wat duwen en trekken. Ik zei, kom mee naar buiten dan vechten we het uit.’
De rechters: ‘Heeft u toen gezegd, ik steek je dood?’
Gerko: ‘Nee, dat heb ik niet gezegd.’

Tot een mannenvechtpartij buiten komt het niet.
Tijdens het duw- en trekwerk is er ineens een grote rode vlek op Koos’ rug.
Een ambulance brengt hem naar het ziekenhuis.
Gerko: ‘Ik had niet eens een mes.’

Gerko wordt aangehouden.
Een aangename arrestatie is het niet.
Gerko moet weinig hebben van agenten.
Hij heeft last van een ‘pathologische autoriteitsgevoeligheid’.
Hij wenst de agenten akelige ziektes en seksuele geaardheden toe en gooit tijdens de verhoren met tafels en stoelen.
Dat leidt weer tot aangiftes van de politiemannen wegens beledigingen en bedreigingen.
Een van de agenten heeft een schadeclaim ingediend.
Hij wil 276 euro om het te vergeten.
Gerko tegen de rechters: ‘Kijk, het is dom van mij, weetje. Maar ik ben niet iemand die gaat zitten voor iets wat ik niet heb gedaan. Snappen jullie dat?’

Ik ken Gerko nog van een vorige rechtszaak, hij was toen net 18 jaar.
Mannetje Pindakaas noemde ik hem.
Een deskundige repte van adolescentieproblematiek en van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis.
Er werd gevraagd of het ooit goed zou komen.
Een deskundige antwoordde dat het alle kanten op kon gaan.

Alles wat een kind aan ellende kan overkomen, heeft Gerko moeten meemaken.
Alles wat er aan jeugdhulpverlening is bedacht, heeft hij moeten ondergaan.
In het Pieter Baan Centrum zat hij vanwege agressie veel in de isoleer.
Het rapportcijfer van het PBC is dan ook niet best.
Gebrekkige gewetensfuncties, lage frustratietolerantie, ga zo maar door.
De officier van justitie had kennis genomen van Gerko’s verleden.
Zo triest en treurig had ze het nog nooit meegemaakt.

Gerko’s advocaat probeert wat.
Dat er met een mes is gestoken, is zo.
Maar door wie?
Iedereen in de woning was aan de drank en drugs.
Twijfel genoeg.
En over Gerko: ‘Tot tien tellen is niet zijn ding. Hij heeft niets meegekregen, hij moet zich zonder vaardigheden staande houden.’

Wat dat betreft heeft Ralph het beter getroffen in het leven.
Is Gerko de jongen van de straat, dan is Ralph een heer van stand.
Strak in pak, maar een garantie voor onberispelijkheid is dat geenszins.

Terwijl zijn echtgenote een beetje aan het tutten is in de slaapkamer, pakt hij het groentemes uit de keuken, loopt naar de slaapkamer en steekt zijn vrouw tot tweemaal toe in de hals.
Zomaar.
Ze grijpt hem stevig in het kruis en knijpt met al haar kracht, waarop hij bij zinnen komt.
Ze zegt dat hij de huisarts moet bellen, hij zegt ‘nee, dat duurt te lang’ en belt 112.
Als de politie komt, zit zij bebloed op een stoel en ligt het groentemes in de prullenbak.

Ralph zit nu negen maanden vast.
Hij zegt nog altijd verbijsterd te zijn over wat hij heeft gedaan.
Dat hij zo ontzettend blij is dat zij het heeft overleefd.
Op de dag van het incident hadden ze ruzie gehad, maar waarover weet hij niet meer.
Zo hij ook steeds maar weer de namen van zijn kinderen vergeet.
Tegen de rechters: ‘We hadden een turbulente relatie. Veel ruzies. Ze had een ijzersterk geheugen. Ze confronteerde me vaak met dingen van jaren geleden.’
De rechter knikt.
Ze zegt: ‘Dat doen vrouwen vaak.’
Ralph: ‘Maar ik wilde haar niet kwijt en nog steeds niet. We moeten het uitpraten.’

Ze bezoekt hem vrijwel wekelijks, maar hij mag geen contact met haar zoeken, dat is zo afgesproken.
Ralph zegt dat zijn leven nu behoorlijk op de kop staat.
De gevangenis was geen plek voor hem.
Hij zit nu in een gesloten instelling van Lentis.
Eigenlijk wil hij daar wel blijven.
Aardige mensen, jonge mensen ook, dat stimuleert.
‘Oudere mensen’, zegt hij tegen de rechters, ‘die zeuren zo.’
Ook zegt hij: ‘Ik kan nu nieuwe dingen leren. Hoe een wasmachine werkt bijvoorbeeld. Ik ben in het leven vreselijk verwend. Ik had vrouwen en werkgevers die altijd alles voor mij regelden.’

De officier van justitie zegt dat Ralph maar een beetje verminderd toerekeningsvatbaar is en dat hij vijf jaar celstraf in gedachten had.
Gezien de persoonlijke omstandigheden en gesteldheid mogen dat wat hem betreft ook drie zijn. Drie jaar.
Dat is de eis.
Om de verdachte enigszins gerust te stellen: ‘De gevangenisdirecteur heeft de bevoegdheid u door te plaatsen naar een gesloten instelling.’

Ook voor de halve eeuw jongere Gerko dreigt zo’n gesloten instelling, alleen staat er dan met grote letters TBS op.
Mogelijkheden tot doorplaatsing zijn daar de komende tien jaren nihil.
De kommer en kwel die hij te verduren kreeg, zullen nooit verdwijnen.
De hulp waar hij wat aan heeft, moet nog worden uitgevonden.

Mannetje Pindakaas dreigt het leven mis te lopen.

Rob Zijlstra

mannetje pindakaas

update – 7 december 2015 – uitspraak
Gerko is de klos. De rechtbank heeft hem veroordeeld wegens een poging tot doodslag en bedreiging tot een jaar celstraf en de maatregel tbs met dwangverpleging. Met deze veroordeling is Gerko de jongste tbs’er van Nederland. Er is zelfs een kans dat hij nooit weer op vrije voeten zal komen. Gerko heeft nog een kans: hoger beroep. Advocaat Maartje Schaap heeft kort na het vonnis laten weten dat ook te zullen doen. ,,Erger dan dit kan niet.”

update 10 december 2015 – uitspraak
Ralph komt er mee weg. Twee jaar waarvan de helft voorwaardelijk in plaats van de gemiste drie jaar kaal. Aansluitend op detentie moet hij zich laten openen voor behandeling, maximaal gedurende een jaar. Daarna moet hij van de rechters ergens wonen met veel zorg en goede begeleiding.

update 10 december 2015 – Gerko
Wat, waar, waarom en wanneer is er iets misgegaan? Dat ga ik uitzoeken. Gerko is de jongste tbs’er van het land, maar volgens mij kan hij beter. Verhaal volgt, ergens in maart 2016.

De hufter

leeswaarschuwing: dit is tamelijk heftig

Ik ben niet van de zwaarste straffen.
En liever ook niet van geroeptoeter.
Ik vind de uitspraak dat je soms (vaker) moet zwijgen omdat je anders niet hoort wat anderen te zeggen hebben, een heel waardevolle.
Ik vind ook dat bijzondere momenten niet stil verzwegen, maar benoemd moeten worden.
Donderdag had ik een bijzonder moment.

Ik zat achter een van de allergrootste hufters die ik ooit heb moeten meemaken in de rechtszaal.
Uren na de zitting hoopte ik nog steeds dat de rechtbank over twee weken een veel zwaardere straf oplegt dan de eis van de officier van justitie.

Zo, dat is eruit.

Naast mij zaten de vader en de moeder.
Knokkend tegen het bijna onmogelijke in de gegeven omstandigheden: rustig blijven, rustig blijven.
Toen de vader zich eenmaal even liet gaan, hij sprak één woord, een woedewoord dat aan zijn mond ontsnapte, werd hij direct terechtgewezen door de rechters.
Bars klonk het: ‘U moet uw mond houden.’

Rustig blijven.

De moeder vocht om niet te schreeuwen, zij liet haar tranen stromen.
Dat mocht nog wel.
De moeder en de vader hielden, onzichtbaar voor de rechters, elkaars handen vast.
De vader balde zijn vrije vuist, een vuist die hij op het tafelblad liet rusten, die hij soms wel door het blad leek te willen duwen.

Rustig blijven.
Mond houden.

De hufter die voor mij zat, die ook vlak voor de vader en de moeder zat, is misschien wel de allerergste Groninger die bestaat zonder dat ik daar enig bewijs voor heb.
Hij gaf het zelf wel toe: ‘Ik heb het gedaan.’

Rechters: ‘Waarom?’
Jakob: ‘Achteraf bezien had het niet mogen gebeuren.’
Rechters: ‘Nee. Ja. Nogmaals, waarom?’
Jakob: ‘Ze vond het geen probleem.’
Rechters: ‘Ze was 12.’
Jakob: ’Ik dacht 13’
Rechters: ‘Waarom? Was het geilheid?’
Jakob: ‘Ja, ik denk het wel.’

Jakob, een man van 44 jaar, heeft een meisje van 12 jaar verkracht.
Hij deed dat drie keer op één dag.
Als de rechters vragen of er niet één moment is geweest die dag, een moment waarop hij dacht, waar ben ik godsnaam mee bezig, zegt hij: ‘Nee, niet op dat moment.’

Jakob heeft geen vrienden.
Gelukkig maar.
Wel heeft hij al tien jaar een eigen onderneming met een vergunning van de gemeente Zuidhorn.
Hij heeft een escortbureau.
Hij is er, zegt hij, 24 uur per dag mee bezig.

Op een dag plaatse hij een advertentie op een website voor meer voor mannen
Gezocht: een tienerhoer en een seksslavin.
Hoe bizar, maar zij reageerde.
En hij weer op zijn beurt.
Ze schreef dat ze 17 was, al bijna 18.
Hij schreef terug dat ze dan niet voor zijn escortbureau kon werken.
Dat ze nog twee maandjes moest wachten.
Jakob had een ander voorstel: ze kon privé wel iets betekenen, dan werd ze zijn kindhoer.

Het kleine meisje, met grootse kinderproblemen, zei dat ze dat wel wilde.
Ze schreef een briefje voor haar ouders dat ze zelfmoord ging plegen en stapte bij Jakob in de auto.
Dat was in Amersfoort.
Samen reden ze terug richting Groningen, richting Zuidhorn en dan naar waar hij woont.

Op de eerste de beste parkeerplaats na Amersfoort richting Zwolle verkrachtte hij haar in de auto.
Daarna reden ze verder.
Ter hoogte van Spier gingen ze samen het bos even in.
Het regende.
Staand tegen een boom moest ze hem pijpen.
Hij trok aan haar lange haren.
Rechters: ‘Ze moest uw sperma doorslikken.’
Jakob: ‘Dat had ik vooraf gevraag, of ze dat wel wilde. En dat wilde ze wel.’

Rustig blijven.

Toen ze in zijn woning kwamen, stuurde Jakob zijn Poolse slavin naar buiten – ga de hond uitlaten! – om zich op zijn kamer met sm-attributen voor de derde keer die dag te vergrijpen aan het meisje van 12 jaar.
Terwijl hij dat deed ging in Nederland een Amber-alert de lucht in.

Jakob zegt tegen de rechters dat het meisje thuis problemen had.
Door haar daar weg te halen had hij haar toch ook een beetje geholpen.
De rechters zeggen dat hij wist van het briefje over zelfmoord.
Ze vragen: ‘Er niet bij stilgestaan dat haar ouders doodsangsten uitstonden?
Jakob: ‘Nee, dat kwartje is niet gevallen.’

Niets zeggen.

Toen hij klaar was met verkrachten bracht hij het meisje terug naar huis.
Ze mocht niks zeggen.
Gelukkig deed ze dat wel.
Ze vertelde alles.
Daarna moest ze naar het ziekenhuis.

Moeder zegt in de rechtszaal: ‘Ik had een dochter met twinkelingen in haar ogen. Nu is mijn dochter een rugzakje.’
Moeder zegt dat ze er alles aan zal doen om haar kleine dochter een mooie jonge vrouw te laten worden.
De vader zegt niets.
Hij probeert nog steeds rustig te blijven

Deskundigen zeggen dat de kans op herhaling op korte termijn gemiddeld hoog is, maar op lange termijn hoog.
Jakob zegt dat hij het heel erg heeft gevonden dat zijn moeder is overleden terwijl hij in de gevangenis zat.
Het is een narcistische man, zeggen de deskundigen.
De officier van justitie zegt dat er naast straf een behandeling moet komen.
Ze zegt: ‘Hoe geringer de interne motivatie, hoe groter de externe justitiële druk moet zijn.’
Jakob zegt dat hij het daar mee eens is: ‘Ik sta daar wel open voor.’
.
De officier van justitie eist 42 maanden celstraf.
Waarvan 12 voorwaardelijk.
Dat is dertig maanden netto.

Rustig blijven.

Rob Zijlstra

update – 3 december 2015 – uitspraak
Jakob is veroordeeld. De rechtbank acht verkrachting niet bewezen, maar wel de ontuchtige handelingen. Maar hoewel de rechtbank de gebeurtenissen juridisch een iets lichtere kwalificatie geeft, heeft dat geen gevolgen voor de straf: die is conform. Om daarmee de ernst van de zaak te onderstrepen. 42 maanden waarvan 12 voorwaardelijk, wat betekent dat Jakob netto dertig maanden moet zitten. Die 12 voorwaardelijke maanden blijven hem gedurende de proeftijd van vijf jaren bovenste hoofd hangen.

De laatste dag

‘Dat ga ik niet betalen,
ik ben een arme man.’

 

Louis zegt dat het waar is, dat het klopt dat hij met een bakje water heeft gegooid.
Wat hij niet begrijpt is dat hij daarvoor nu al negentig dagen in de gevangenis zit.
Aan het einde van de strafzaak zegt Louis dat hij erg is geschrokken, geschrokken van de strafeis: twaalf maanden celstraf.
Dat is een jaar.
Voor zoiets.
Hij lacht, maar dat zullen de zenuwen wezen.

Louis is een grote man van 36 jaar die sterk oogt.
De relatie die hij al jaren heeft met zijn vriendin hangt nauw samen met zijn strafblad.
Het staat bol van het huiselijk geweld.
Zij is stripper en daar is hij het niet altijd mee eens.
Ze hebben vaak ruzie.
Louis wil in de rechtszaal wel even tegen de rechters gezegd hebben dat hij geen vrouwen slaat.
In ieder geval niet zoals mannen doen in een mannengevecht, dus met vuisten.
Wat hij met zijn vriendin doet, is meer duwen en trekken.

Dat duw- en trekwerk had er hoe dan ook toe geleid dat Louis een tijdje niet bij haar thuis mocht komen.
Hij had in het kader van de Wet tijdelijk huisverbod (artikel 11, lid 1) een tijdelijk huisverbod gekregen.
Op de laatste dag van het verbod was hij toch naar haar toe gegaan.
Tegen de rechters: ‘Het was heel stil in de straat. Niemand wist dat ik daar was. En we hadden geen problemen meer met elkaar. Niemand had last van ons.’
Rechters: ‘Maar u wist dus dat u er niet mocht komen en dat u in overtreding was door er toch te zijn. Wat deed u daar eigenijk?’
Louis (glimlacht): ‘Knuffelen.’

Wie, werd in de rechtszaal niet verteld, maar iemand belde die nacht de politie en meldde dat Louis bij zijn vriendin was en dat dat niet mocht.
Politie-agenten keken elkaar aan en in plaats van te gaan staken werd besloten tot onmiddellijke actie.
Met de rammeneur (een stuk ijzer met handvaten om een deur mee open te rammen, elders in het land ook wel Bonkie genoemd) in de kofferbak reden de agenten nog diezelfde nacht naar de woning van de vriendin.

Eerst belden ze aan.
Louis keek uit het raam en zag van drie hoog dat het de politie was.
Hij en zijn vriendin beseften dat de laatste dag nog niet was verstreken.
Ze besloten de deur niet te openen.
Louis: ’We hielden ons stil. Ik dacht, misschien gaan ze dan wel weg.’
Maar na tien minuten hoorden ze de rammeneur op de voordeur bonken.
Louis: ‘De vrouw raakte vol stress en ik opgefokt, de hele sfeer was opgefokt. Ik vond het zo brutaal dat ze kwamen. Alsof ik een crimineel ben. Ik riep naar beneden, als jullie me willen, kom me dan maar halen.’

Op de tafel stond een teiltje met water.
Louis: ‘Iedereen schreeuwde. Ik hoorde honden blaffen. Ik zag een agent vol adrenaline. En ze gingen maar door. Toen heb ik dat bakje gepakt en er mee gegooid, door het raam naar beneden. Het was half vol. Het was een reactie. Ik dacht er niet bij na.’

De rechters: ‘Er zat chloor in dat bakje.’
De officier van justitie: ‘Een bijtende vloeistof.’
De rechters: ‘En het kwam vol in het gezicht van een agent.’
De officier van justitie: ‘Een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.’
Louis: ‘Het was een schoonmaaksopje.’
De officier van justitie: ‘Op het aanrecht stonden twee flessen chloor van het Albert Heijn-merk. Een van de flessen was leeg. Twaalf maanden gevangenisstraf.’
Louis, geschrokken: ‘Dat is een jaar.’

Volgens Louis zat er meer water in het teiltje dan chloor, meer water dan dikbleek.
Het bakje stond er al een hele tijd.
Het stond op tafel.
Zijn vriendin had er die middag het tafelblad, een tafelblad van glas, mee schoongemaakt.
Louis: ‘Het rook wel, maar het rook vooral muf.’
Tegen de rechter: ‘U bent vrouw, u maakt ook schoon. Als je dikbleek en water bij elkaar doet, dan ruikt dat heel sterk. Dit niet.’

Louis had na het gooien wel direct in de gaten dat het foute boel was.
Kort voordat hij in de boeien werd geslagen, wist hij nog zijn moeder te bellen.
Hij liet haar weten dat hij er even tussenuit moest, dat hij een tijdje op vakantie zou gaan.

De getroffen politieman werd naar de spoedpoli gebracht waar artsen vaststelden dat de agent van geluk mocht spreken, dat het letsel erger had kunnen zijn.
Het rechteroog bezorgt nog wel last.
In de rechtszaal eiste de agent een schadevergoeding van duizend euro.
Louis was daar duidelijk over.
Tegen de rechters: ‘Dat ga ik niet betalen, ik ben een arme man.’

Mocht Louis worden veroordeeld – de rechters moeten nog uitspraak doen – dan is de kans groot dat hij in het gevang Michel tegenkomt.
Michel werd in dezelfde nacht opgepakt als Louis en stond deze week ook terecht.
Ook hem wordt verweten dat hij heeft geprobeerd iemand zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
Niet met een ‘bakje water’ maar met een klap waarmee je op de Olympische Spelen (stel dat) zonder twijfel goud zou halen.
Die gigantische klap, uitgedeeld voor de cafés van de Peperstraat in Groningen, is geregistreerd, de camerabeelden werden in de rechtszaal getoond.

Te zien is hoe het slachtoffer geen schijn van kans had, hij ging gestrekt tegen de grond waar hij twintig minuten buiten bewustzijn en in de regen lag te wachten op de komst van een ambulance.
In de rechtszaal durft Michel niet naar de bewegende beelden van zichzelf te kijken.
Hij noemt het slachtoffer een vervelende vent die zogezegd grappig doet en fietsen steelt.
Zegt: ’Toch had het niet mogen gebeuren. Het is te erg.’

Aan de rechters wordt voorgesteld dat hij, behalve vier maanden brommen in een cel, een locatieverbod krijgt voor een groot deel van de binnenstad.
Hij mag dan drie jaar lang niet in het uitgaansgebied van Groningen komen.
Michel ziet dat wel zitten: ‘Als ik uitga, krijg ik problemen. Dat wil ik niet.’

Zegt Louis op de luchtplaats tegen zijn medegedetineerde: ‘Ik had een huisverbod.’
Michel: ‘Ik mag straks drie jaar lang niet in de binnenstad van Groningen komen.’
Louis: ‘Ai. Oppassen. Niet denken, nu is het de laatste dag, nu kan het wel weer.’
Michel: ‘Hoezo?’
Louis: ‘Ach, dat is een lang verhaal.’

Rob Zijlstra

update – 5 oktober 2015 – uitspraken
Louis is tot 6 maanden celstraf veroordeeld. Hij is vrijgesproken voor de poging tot zware mishandeling. Een bakje chloorwater is een ondeugdelijk middel, vindt de rechtbank. Ui het dossier blijkt niet dat met het sopje zwaar letsel kan worden toegebracht. Er is wel sprake van een eenvoudige mishandeling. De agent krijgt 500 euro.
Michel is veroordeeld tot 240 dagen celstraf waarvan 222 voorwaardelijk, een werkstraf van 240 uur en een gebiedsverbod gedurende de proeftijd. Geen drie jaar, zoals de officier van justitie vorderde, maar 5 jaar.

Naar de hoeren

 

In de rechtszaal bestaan geen taboes.
Er moet een aannemelijke waarheid op tafel komen en dan is alles geoorloofd.
En dus vraagt een van de rechters aan de man die onschuldig is tot het tegendeel kan worden bewezen of hij wel eens naar de hoeren gaat.
Tarek (28) die volgens ons systeem niet alleen een illegale vreemdeling is, maar ook nog eens ongewenst, zit half onderuitgezakt in de verdachtenbank, het hoofd een beetje schuin.
Hij antwoordt: ‘Soms wel. Soms niet.’

Daar moeten de rechters het maar mee doen.
Hij heeft, zegt hij bozig, met ‘die hele ding’ niets te maken.
De rechters geven zich niet zomaar gewonnen.
Ze vertrouwen Tarek voor geen meter.
Dat kun je duidelijk horen aan de toon van de vragen die ze stellen.
De rechters: ‘U bent aangehouden op 31 mei. U kon uw identiteit niet tonen, u kon niet aantonen wie u bent. Misschien gaf u wel een valse naam op. Misschien klopt het helemaal niet wat u aan de politie heeft verteld. Is dat zo?’

Misschien heeft Tarek instructies gekregen hoe in dit soort netelige situaties te handelen.
Zijn antwoord komt met de vanzelfsprekendheid van water uit de kraan: ‘Of dat zo is? Misschien wel. Misschien niet.’

Tarek wordt ervan verdacht dat hij heeft geprobeerd een prostituee in haar peeskamer in de rosse buurt van Groningen te beroven.
Als hij de man is die dat heeft gedaan, dan bood hij haar 350 euro aan voor een uur of drie plezier.
Toen alles gedaan was en ze de sokken weer aantrokken, spoot hij haar pepperspray in het gezicht en probeerde ondertussen het geld bijeen te graaien dat hij eerder aan haar had gegeven.

Zij gilde, hij rende weg, een heel gedoe.

De rechters hebben gelezen in het strafdossier dat Tarek misschien helemaal niet uit Bagdad komt, maar uit Tunesië.
Of zelfs uit Marokko.
En dat hij in de systemen voorkomt onder tien verschillende namen.
Dat moet wel verdacht heten.
Ook lazen ze dat Tarek of hoe hij ook mag heten, in vrij korte tijd 6.000 sms-berichten heeft verstuurd en dat 63 procent daarvan is verzonden vanuit Groningen.
En uitgerekend die telefoon was in de buurt van de peeskamer toen de prostituee pepperspray in haar gezicht kreeg.

Tarek: ‘Ik heb met deze zaak helemaal niks te maken, meneer de rechter.’

Hoe het dan kan dat zijn dna (mengprofiel) op de jas is aangetroffen die die nare klant was vergeten toen hij de peeskamer haastig hollend verliet?
Tarek haalt de schouders op.
Hij woont in een huis met veel mensen die allemaal illegaal en ongewenst zijn.
Zo zwerven ze door Duitsland, dan weer door Nederland om te overleven.
Hij oppert dat misschien een van die ongewensten een keer zijn jas heeft geleend.

De officier van justitie telt het belastende bij elkaar op en komt dan uit op een gevangenisstraf van een jaar.
Voor de poging tot diefstal en voor het feit dat Tarek als ongewenste vreemdeling toch in Nederland verblijft.
Wie Nederland niet wil verlaten, maar wel moet – kan rekenen op een stevig gedwongen verblijf alhier in een cel.

De 44-jarige Ruud – als ex-tbs’er (sinds 2014) een voormalig ongewenst mens – is ook verdachte en ook hij is het daar nadrukkelijk niet mee eens.
Sterker nog, Ruud had eerder een compliment verwacht.
Hij vertelt de rechters over zijn slaapstoornissen die hem ’s nachts op de been houden.
Om zich dan toch wat nuttig te maken gaat hij naar de tippelzone aan de Bornholmstraat in Groningen om er op de dames te passen.
‘Ik ben beschermer. In ruil voor wat eten en drinken. Zo overleef ik een beetje.’

Ineens was er gekrijs.
Suzanne gilde: ‘Ruud, help. Dit is er weer een’.
Of zoiets.
Ruud dacht onmiddellijk, vertelt hij aan zijn rechters, dat het foute boel was.
Hij dacht dat Suzanne werd beroofd.
Een week eerder was haar dat ook al overkomen.

En dus doet Ruud wat hij moet doen.
Hij springt in zijn rode auto en rijdt achter de zwarte auto aan die met gierende banden en zonder licht wegscheurt.
Op de parkeerplaats van de Hanos komt het tot een treffen.
Dat wil zeggen: Ruud rijdt met zijn auto tegen die van de rover, stapt uit en vat de man in de kraag.

Tegen de rechters: ‘Ik zei tegen hem, waar zijn we nou mee bezig?’
Rechters: ‘U trok de gouden ketting van zijn nek.’
Ruud: ‘Dat ging per ongeluk.’
Rechters: ‘De ketting is teruggevonden in uw broekzak.’
Ruud zucht. ‘Ik dacht, ik stop ‘m in de zak, dan heb ik het dna van de man.’
Rechters: ‘Hij had een heel dikke bult op z’n hoofd.’
Ruud, mokkend nu: ‘Je mag ook niemand meer aanhouden tegenwoordig.’

Er zijn getuigen, maar zoals het met getuigen gaat, hebben die allemaal iets anders gezien.
In het voordeel van Ruud speelt mee dat hij zelf 112 heeft gebeld.
Zelf vindt hij ook van belang dat hij bij die aanrijding niet harder reed dan twintig kilometer.
‘Dat vind ik binnen de grenzen.’
Hij had ook het kenteken kunnen noteren.
Ruud:’Ja. Dat heb ik vaker gedaan. Bleek het kenteken vals.’
Voegt toe: ‘Het is daar sowieso geen nette buurt.’

De politie kwam na dat 112-telefoontje na twintig minuten ter plaatste en tot Ruud’s grote ontsteltenis werd hij wel en die vermeende rover niet gearresteerd.
Zodoende had hij Suzanne ook niet meer kunnen spreken, hij had 79 dagen in de cel gezeten.
Achteraf hoorde hij dat van een beroving helemaal geen sprake was, maar dat Suzanne en die man, een klant, alleen maar wat onenigheid hadden over de prijs.
Dat zal, zegt Ruud: ‘Neemt niet weg dat ik mij geroepen voelde in te grijpen.’

De officier van justitie komt met de juridische kwalificatie: mishandeling en diefstal van de ketting.
Ruud vindt dat niks en al helemaal niet rechtvaardig: ‘Het was een burgeraanhouding.’
Dat vindt ook zijn advocaat. ‘Er was sprake van een bedreigende situatie. Er is geweld gebruikt, maar niet disproportioneel. Er is geen sprake van wederrechtelijkheid, de feiten zijn dan niet strafbaar.’

De officier van justitie ziet het anders en eist een celstraf van honderd dagen waarvan 21 dagen voorwaardelijk.
Wat dan netto overblijft – 79 dagen – is de tijd die Ruud al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan zal het zijn alsof er niets is gebeurd.

Rob Zijlstra

De uitspraak is over twee weken

Garnalen op zee

Maar ik dacht direct,
wat doe je nou,
waar ben je mee bezig?

Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38

Er bestaan mensen die leven in de trajecten van de hulpverlening.
Dat is een snoeihard leven zonder fleur en met als belangrijkste doel: overleven.
Het is een leven van tussen wal en schip en van vallen en opstaan.
Wie overleeft, sterft toch nog vaak een te vroege dood.

Junkies.

Hendrik (32) is er zo eentje.
Hij kan er zelf niet veel aan doen.
De officier van justitie zegt dat dit zo’n zaak is waarbij je je rot schrikt als je het dossier leest.
Dat je schrikt als je leest wat een narigheid een mens in zijn leven kan overkomen.
Hendrik heeft zwakjes uitgedrukt een klotejeugd gehad.
Buiten de rechtbank is dat niet heel populair, maar in de rechtszaal wordt er wel rekening mee gehouden.
Dat is maar beter ook.

De officier van justitie kan – op grond van wat Hendrik heeft gedaan – zo een paar jaar gevangenisstraf eisen.
Hardop vraagt hij zich af: ‘Waar hebben we als maatschappij meer aan, Hendrik ophokken of proberen het licht te zien aan het einde van een lange, donkere tunnel? Ik ga voor dat laatste en hoop dan maar dat hij de uitgestoken hand pakt.’

Vallen.
Opstaan.

Hendrik is een doorgewinterde man van de straat die al jaren op hardleerse wijze zo nu en dan uw spullen steelt.
Hij wil niet wat hij wel doet.
De laatste twee jaar ging het overigens redelijk goed met weinig strafbare feiten.
Tot december vorig jaar, toen sodemieterde Hendrik keihard onderuit.
Het was een paar dagen voor zijn verjaardag, hij was bij een kennis, een drugsdealer, geweest in de Oosterpoort in Groningen.
Die dealer had hem, bij wijze van presentje, een beetje cocaïne cadeau gegeven.
Hendrik had al een paar maanden niets gebruikt vanwege het traject waarin hij was verzeild, een zoveelste.

Hij liep over de Meeuwerderweg, richting Paddepoel, naar een andere kameraad.
Tegen de rechters: ‘Ik liep daar zonder bijbedoelingen.’
Rechters: ‘Maar wat gebeurde er?’
Hendrik: ‘Nou ja, ik zag die mevrouw daar staan, bij de bushalte. Ze had zo’n boodschappenwagentje op wieltjes. Mijn moeder heeft er ook zo eentje.’
Rechters: ‘En toen?’
Hendrik: ‘Ik was het niet van plan, maar het gebeurde gewoon. In een flits, in een fractie van een seconde. Ik weet het ook niet.’

Rechters: ‘U griste de portemonnee uit de handen van die mevrouw, u gaf haar een duw, zij viel op haar knieën, u rende weg. Is het zo gegaan?’
Hendrik: ‘Ja. Maar ik dacht direct, wat doe je nou, waar ben je mee bezig? Ik wilde teruggegaan, de portemonnee teruggeven. Maar toen lag ik dus al tegen de vlakte. Er zat een vent van 150 kilo bovenop mij. Hij gaf me nog twee vuistslagen tegen mijn harses aan. Dat vond ik wel wat ver gaan, ik bedoel, ik kon geen kant op.’

Rechters: ‘Dus u beroofde die mevrouw. Maar wilt u ons doen geloven dat dat een beetje per ongeluk kwam?’
Hendrik:‘Nee, uuh nou ja, het gebeurde zonder dat ik er bij stilstond.’
Rechters: ‘Dus u liep daar niet als een roofdier dat dacht, ik ga eens oude vrouwen beroven?’ Nee.

Hendrik zegt dat hij op het politiebureau erg is geschrokken toen hij hoorde hoe oud de mevrouw was: 87 jaar.
Tegen de rechters: ‘Ik ging door de grond, echt.’
Ook zegt hij: ‘Ik geloof overigens niet dat ik haar heb geduwd. Misschien dat ik haar met mijn schouder heb geraakt, maar zonder opzet. Ik ben immers niet gewelddadig.’

Hendrik denkt dat de cocaïne ermee te maken heeft.
Hij zegt dat de spijt die hij voelt echt gigantisch groot is.
Ik denk, hem zo te horen, dat hij het meent.
In april 2009 zat hij ook in zittingszaal 14, wegens een poging tot afpersing in de Flemingstraat.
In mijn oude aantekeningen staat: jongeman met rotjeugd, zegt dat-ie gigantisch veel spijt heeft.

Nog iets.
Hendrik had een fiets gepikt.
Nota bene de lokfiets van de politie.
Dat is een gemeen, maar doeltreffend trucje van de nationale politie om mannen als Hendrik te pakken.
Zo’n politielokfiets wordt op een plek neergezet waar veel fietsen worden gestolen, op de hotspots.

Hendrik tuinde er met open ogen in.
Bij de politie ging de blieper af en Hendrik kon zittend op het zadel worden aangehouden.
Hij zegt dat hij die dag de trein moest halen.
Tegen de rechters: ‘Nee, de fiets stond niet op slot. De politie zegt van wel? Nou , dat is niet waar. Er zat zo’n dikke Axa op, maar niet afgesloten. Ik had ook geen gereedschap bij me of zo. Ik kon zo wegfietsen.’

De fiets is bijzaak.

Niemand van de hulpverleningstrajecten begrijpt eigenlijk waarom Hendrik het heeft gedaan.
Het verging hem redelijk en dan ineens zomaar dit, een straatroof.
De rechters: ‘Eigenlijk is het niet vertrouwd dat u over straat loopt.’
Hendrik huilt niet, maar er glijden wel tranen uit zijn ogen.
Zucht: ‘Ik was van plan om mijn hele leven goed te doen.’

Zolang Hendrik nog leeft, zolang de cocaïne hem niet helemaal doet wegrotten, is er hoop.
Nadat die 150 kilo op hem was gaan zitten, was hij meegenomen door de politie die hem in de voorlopige hechtenis gooide. Na 65 dagen zitten kwam een plek beschikbaar in een kliniek.

Hendrik zelf ziet dwars door zijn spijt heen in de verte wel iets moois gloren.
Hij kent Benjamin die in de garnalen werkt en die wil hem helpen.
Hoewel hij eigenlijk hovenier is en niet van vis houdt, wil hij graag in de garnalen.
Dan kan hij de verleidelijke stad en onweerstaanbare kameraden mijden, want weet hij, voor garnalen moet je op de zee zijn.

De officier van justitie wil de samenleving dus een dienst bewijzen door Hendrik niet op te hokken (zijn woorden) maar door hem de helpende hand toe te steken om de kans dat hij nog eens in een flits misdadig wordt zo klein als mogelijk te maken.
De eis: 180 dagen celstraf waarvan 115 dagen voorwaardelijk.
Wat onvoorwaardelijk resteert, 65 dagen, is de tijd die hij al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan kan het behandeltraject in de kliniek zonder onderbreking worden voortgezet.

De advocaat zegt na de eis dat hij de neiging heeft om het heel kort te houden.
Hij heeft vervolgens toch nog 7 minuten en 27 seconden nodig om de rechters duidelijk te maken dat wat de officier van justitie voorstelt, zo gek nog niet is.

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 15 – uitspraak
Hendrik kan – zodra hij de kliniek mag verlaten – naar zee. De rechtbank heeft conform de eis uitspraak gedaan: 180 dagen waarvan 115 voorwaardelijk.

Gestreng gezag

de verdachten zeggen
dat ze een gerechtvaardigd belang
hebben gediend

 

Aan alles is te zien dat Stijn (45) weinig vertrouwen heeft in de strafrechter, tevens de voorzitter, die hem maar vragen blijft stellen.
Ik weet niet, zucht hij halverwege, of u zelf kinderen heeft, maar…
De rechter-voorzitter onderbreekt hem.
Gestreng: ‘Ik… stel hier de vragen.’
Niet veel later in het strafproces laat Stijn zich ontvallen dat hij blij is dat er nog twee andere rechters zitten.
De vragende voorzitter reageert als gebeten: ‘Wat wilt u daarmee zeggen?’

Wat Stijn niet weet – nooit eerder was hij in een rechtszaal – is dat er allerlei soorten rechters bestaan.
Er zijn rechters waar je geen peil op kunt trekken, wat ook de bedoeling is.
Volgens de regels moeten rechters tijdens het proces niet de indruk wekken al een mening te hebben.
Er bestaan rechters die rechttoe en rechtaan zijn en die verdachten het ongemakkelijke gevoel kunnen geven dat het oordeel al is geveld.
En zo bestaan er nog vijfhonderd andere soorten.

Er is één soort rechter die in het strafproces onder aan de ladder staat en altijd de klos is: dat is de eigen rechter.
En laat nou Stijn zo’n rechter zijn, net als Angela (40), de moeder van zijn dochter, die naast hem zit.
Ook zij is eigen rechter.
Daarom staan beide ouders terecht.

En dat, zal later een van de advocaten zeggen, is ook terecht.
De advocaat vindt zelfs de geëiste straffen niet raar: een taakstraf voor moeder Angela van 60 uur en voor vader Stijn eentje van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
De advocaat: ‘De eisen zijn zo gek nog niet wanneer je kaal het strafdossier leest. Maar als u, rechters, de achtergronden kent, dan moet dat een matigend effect hebben op de strafeisen.’

Stijn en Angela hebben het 19-jarige vriendje van hun 17-jarige dochter een pak rammel gegeven.
Angela sloeg hem met haar vuisten gemeen en machteloos tegen het hoofd.
Zij: ’Mijn polsen deden er zeer van.’
Daarvoor had vader Stijn het vriendje al flink te grazen genomen door hem te schoppen en te slaan.
Hij: ’Waar ik hem maar raken kon.’
Na de afranseling hadden ze het vriendje in de auto gesleurd en meegenomen naar diens woning om geld op te halen.
Stijn en Angela kregen hulp van twee kennissen.
Ook zij staan terecht wegens openlijk geweld en vrijheidsberoving.
Het zijn mannen met eigen bedrijven en personeel in dienst.

Stijn had bij aanvang gezegd dat het hem logisch lijkt dat zitten in de rechtszaal niet iets is dat je wilt.
Hij zegt: ‘Had ik geweten dat dit er allemaal achterweg zou komen, dan had ik het niet gedaan. Ik heb ook spijt. Voor ons, maar zeker ook voor die jongen.’

Het ging zo.
Zijn dochter van 17 had gebeld, huilend en vanuit het ziekenhuis.
Ze had een kras in haar gezicht.
Melle – het vriendje – had haar mishandeld.
Ze had hem ook geld moeten geven.
Vader Stijn beveelt dat ze met haar moeder onmiddellijk naar de politie moet gaan om aangifte te doen.
Regelt hij de rest.
Toen vader Stijn door dochterlief werd gebeld waren er twee kennissen bij hem.
Een van hen: ‘Om te voorkomen dat het uit de hand zou lopen, gingen we mee.’

In twee auto’s waren ze, met behulp van de navigatie, richting de woning van Melle gereden.
Toen ze de eindbestemming bijna hadden bereikt, zagen ze hem fietsen.
Een van de kennissen sprong uit de auto, holde achter hem aan en schopte hem onderuit.
Stijn deed de rest.
Daarna sleurden ze hem gedrieën de auto in.

De officier van justitie: ‘Er is een getuige die het allemaal heeft gezien. Die ziet twee dikke auto’s over het fietspad rijden, ziet dan hoe drie volwassen kerels uit die auto’s komen, en ziet hoe ze een jongen op een fiets aftuigen en hem vervolgens meenemen. Toen de getuige een opmerking maakte, kreeg hij te horen dat-ie zich er niet mee moest bemoeien.’

Voor de aanklager is het duidelijke: vriendje Melle is in het openbaar geschopt en geslagen, dat moet openlijk geweld heten.
Vervolgens is hij tegen zijn zin meegenomen in een auto.
De rit duurt maar een minuut, maar kan juridisch gezien nog altijd vrijheidsberoving heten.
En er is sprake van een geschokte rechtsorde.
De twee kennissen horen elk een werkstraf van 180 uur en vier maanden voorwaardelijke celstraf eisen.

Een van de advocaten: ‘We gaan het niet goed praten. Ze vinden zelf ook dat het niet kan.’
De verdediger wijst erop dat de drie mannen direct naar het politiebureau zijn gegaan, uit eigen beweging, om te vertellen wat er was gebeurd.
‘Dat zegt toch ook iets.’

Waarom moest de dochter van 17 jaar huilen toen ze vanuit het ziekenhuis belde?
Dit verhaal blijft in de rechtszaal vaag.
Haar ouders kennen Melle al een jaar of drie.
Hij is zelfs eens met hen op vakantie geweest, maar Melle is niet de meest ideale schoonzoon.
Er is iets.
Na een jaar raakt Melle uit beeld, in ieder geval bij vader Stijn en moeder Angela.
Vanwege dat vage was de dochter een jaartje elders naar school gegaan, wat haar goed had gedaan.
Goed genoeg om naar Groningen terug te keren.
En toen was daar ineens dat huilende telefoontje.

De dochter van 17 jaar wil er niet over praten.
Ze had een baantje waar ze vier euro per uur verdiende.
Het geld ging naar Melle.
Toen wilde ze haar scooter verkopen om Melle nog meer geld te kunnen geven.
Er is iets met foto’s die op een telefoon staan.
Het nare idee is dat de dochter van 17 jaar werd afgeperst.

De officier van justitie zegt dat als een dochter van 17 onrecht wordt aangedaan, dat het dan goed is dat ouders voor het belang van het kind opkomen.
Maar, merkt ze op: ‘De verdachten zeggen dat ze een gerechtvaardigd belang hebben gediend met deze strafbare feiten. Maar dat is niet zo, dit was wild-west.’

Stijn krijgt het laatste woord en probeert het nog een keer.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Kijk als je zelf kinderen hebt, dan… Ik bedoel… dan ga je naar bed en. En dan lig je maar te denken. Dan denk je van tja, wat had ik dan moeten doen?’
De rechter-voorzitter die de vragen stelt: ‘Dat wilde u nog even zeggen?’

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 2015 – uitspraken
Ze hadden lagere werkstraffen verwacht, maar de rechtbank maakte die verwachtingen niet waar. De rechters slaan daarmee de plank mis, vindt Stijn. Hij krijgt zijn 240 uur en (wel lager) 2 maand voorwaardelijke celstraf wegens openlijke geweldpleging en vrijheidsberoving in de lichtste vorm. Moeder Angela moet ook aan de bak: 60 uur wegens mishandeling. De twee andere mannen zijn ook tot 2 maanden voorwaardelijk celstraf veroordeeld in combinatie met werkstraffen van 150 en 180 uur. Hoger beroep wordt overwogen.

Meer voor mannen

soms heb je geen journalisten nodig
om het extra spannend te maken

 

Mannen knokken.
Dat hebben mannen altijd gedaan.
Eens was er een tijd dat het helemaal niet raar was dat er zo nu en dan – na bier – een stevig robbertje werd gevochten.
Na verloop van tijd zijn we dit volksgebruik minder gaan waarderen.
Net als stierenvechten zeg maar.

Vandaag de dag is de beschaving zover gevorderd dat een knokpartij wordt beschouwd al een misdaad en dat deelnemers eindigen in rechtszalen en zelfs achter tralies.
Vraag het maar aan Galliano (22) of aan Dirk (ook) uit Appingedam.

Er was bij Galliano een klein feestje, met bier, met wodka en spelletjes.
Wie het meeste staand kon drinken bijvoorbeeld.
Vriend Paul deed zo z’n best te winnen dat hij laveloos werd afgevoerd.
Dat deed de gezelligheid geen goed.
Toen Mark, een andere vriend, besloot Galliano eens flink de waarheid te vertellen (‘je vriendin is bang voor je’) ging het mis.
Mark en Galliano begaven zich als mannen naar de tuin om elkaar daar diep in de ogen te kijken.

Mark verklaart: ‘Ik werd plots bij de keel gepakt, kreeg twee vuistslagen op de ogen en viel op de grond. Daarna zag ik een voet aankomen en daarna werd alles zwart.’
Galliano: ‘We stonden daar en ineens probeerde hij mij, tot drie keer toe, een kopstoot te geven. Ik wilde weer naar binnen gaan, maar hij ging voor de deur staan, hield me tegen. Toen heb ik twee keer geslagen. Dat klopt. Maar ik heb hem niet tegen het hoofd geschopt. De agressie ging van hem uit.’

Een officier van justitie gelooft bijna altijd het slachtoffer.
Ook in dit geval.
Ze zegt: ‘Vriend Mark mag dan vervelende opmerkingen hebben gemaakt, irritant zijn geweest, het geeft verdachte niet het recht iemands schedel kapot te trappen.’
Wie vandaag de dag met geschoeide voet tegen een kwetsbaar lichaamsdeel schopt – het hoofd is zo’n deel – maakt zich per definitie schuldig aan een poging tot doodslag.
Ook al waren het gympies.

Galliano moest zich voor nog een akkefietje verantwoorden.
Hij had een cocaïne-dealer beroofd van diens tas met handel op de parkeerplaats bij de grote Albert Heijn.
Hij wil de rechters doen geloven dat hij dat deed omdat hij had vernomen dat de dealer ook drugs verkocht aan minderjarigen.
Daar wilde hij de handelaar op aanspreken en als bewijs dat het een heuse dealer betrof, had hij de drugs meegenomen.

De rechters: ‘Hoe logisch is dat?’
Galliano: ‘Tja, wie ben ik ook om zoiets te doen?’
De officier van justitie: ‘Hij heeft een deel van het bewijs ook nog eens zelf opgesnoven.’

Galliano laat weten dat hij – nu hij al zes maanden vastzit en vader is van een zoontje van 2 – goede voornemens heeft.
De officier van justitie vindt dat de verdachte die goede voornemens vooral moet blijven koesteren omdat er eerst moet worden afgerekend, vooral in de vorm van vergelding.
Ze eist vier jaar celstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.

En dat allemaal in Appingedam, een stad die volgens een dagblad qua onveiligste gemeente des lands op plek 112 staat, net na Coevorden, net voor Haarlemmermeer (met Schiphol binnen de grenzen).

Dirk woont ook in Appingedam.
Op de dag dat hij 22 jaar is geworden en daarom bezoek heeft, gaat hij even snel naar het vlakbij gelegen café om shag te kopen.
Zijn vriendin gaat mee.
In het cafe is een feestje van mannen met stropdassen die allemaal een diploma hebben behaald. Wanneer Dirk en vriendin de zaak weer verlaten, probeert een stropdas haar in de billen te knijpen.
De andere gestropte heren fluiten haar hitsig na.

Zij zegt dat dat wel vaker voorkomt, maar Dirk is boos.
Thuis vertelt hij een tikkeltje opgefokt aan het verjaardagsbezoek wat er zojuist is gebeurd.
Het 15-jarige neefje – een man in wording – denkt zijn oom een goede dienst te bewijzen en gaat in z’n uppie en met gebalde vuisten naar het café.
Niet heel veel later keert hij terug, met een bebloed gezicht.
In een stoel raakt hij buiten bewustzijn.

Dirk tegen de rechters: ‘Ik had nog tegen hem gezegd dat ik geen trammelant wilde, hij is er heengegaan zonder dat ik dat wist.’
Terwijl vrouwen zich om het neefje bekommeren – hij wordt weggevoerd met een ambulance – gaan de mannen met opgestroopte mouwen richting het café vol stropdassen.
De officier van justitie rept van een ‘georganiseerde aanval’.
De knokpartij die volgde – zegt de aanklager – zette heel Appingedam op de kop.

Soms heb je geen journalisten nodig om het extra spannend te maken.

De officier van justitie vertelt dat het politieonderzoek dat is ingesteld, moeizaam is verlopen.
Er waren veel getuigen, maar veel getuigen zijn bang te praten, bang voor represailles.
Er zijn zelfs mensen, zegt nog steeds de aanklager, die zo bang zijn dat ze niet meer op stap durven in Appingedam.
Na twee moeizame maanden heeft de politie een paar verdachten op het oog: Dirk, een jongere broer van Dirk en het 15-jarige neefje.
Ze worden met arrestatieteams van de politie op een ochtend in alle vroegte gearresteerd.
Daarbij worden voordeuren met een stormram (de rammeneur, zeggen ze bij de politie in Groningen’) ingebeukt.
De reden: er spookten geruchten door Appingedam dat Dirk over wapens beschikte vanwege zijn lidmaatschap van Satudarah.
Er zijn geen wapens aangetroffen.

Dirk zegt tegen de rechters dat ‘ie een jongen een drukker heeft gegeven.
Bij de Scapino.
Alleen dat.
Meer niet.
Daarna is hij weggegaan.
Tegen de rechters: ‘Maar goed, ik heb mijn aandeel d’r in gehad, achteraf hartstikke dom.’
Hij overweegt Appingedam te verlaten om elders een nieuwe start te kunnen maken.

Om zich los te maken is hij alvast gestopt met zijn opleiding HBO-rechten.
De rechters: ‘Oh.’
Dirk: ‘Ik vond het saai, droge stof.’
De rechters: ‘In de boeken is het altijd saaier dan hier in de rechtszaal.’

De officier van justitie heeft geen indicaties van geschoeide voeten en kwalificeert het geknok als openlijke geweldpleging.
Het broertje van Dirk hoort bij de kinderrechter een werkstraf van 40 uur eisen.
Dirk zelf moet wat de officier van justitie betreft zestig dagen in een cel opknappen.
Het neefje kon niet komen vanwege de schoolexamens.
Hij moet later.

Mannen knokken.
Er zijn geen signalen die erop wijzen dat dit in de toekomst anders zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 1 juni 2015 – uitspraak
De rechtbank heeft Dirk vrijgesproken. Er is geknokt door personen, maar het is onvoldoende duidelijk wie die personen zijn geweest. Daarom kan Dirk niet worden veroordeeld wegens openlijk geweld. Dat hij iemand een duw heeft gegeven, zegt hij zelf, mag zo wezen, niet duidelijk is tegen wie. Ofwel, ook hier vrijspraak. Het minderjarige broertje van Dirk is deels vrijgesproken. Wat rest is: 60 uur werkstraf waarvan de helft voorwaardelijk.

update – 4 juni 2015 – uitspraak
Galliano is door de rechtbank veroordeeld wegens een diefstal met geweld. De poging tot doodslag is niet bewezen. Daarom ook een lagere straf dan de eis: 14 maanden waarvan 6 voorwaardelijk.

Gerechtigheid

Hij haalt uit
Een keer
Vaker
Het bloed spat
Zij valt
Blijft liggen

Strafrechters willen vaak weten waarom.
Waarom deed u zus of waarom zo?
Waarom liep u niet weg?
En vooral: waarom hebt u het gedaan?

Riano (24) uit Groningen zegt dat hij klappen kreeg en dat hij niet kan vechten.
Daarom had hij zijn pistool gepakt, een Glock.
Hij had er mee in de rondte gezwaaid en toen had hij geschoten.
Gericht?
Natuurlijk niet, hij schoot in de lucht.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde niemand doden. Ik heb kinderen te onderhouden.’

Hassan (52) uit Emmen had andere redenen.
Hij vertelt met luide, indringende stem dat zij niet wilde praten, maar onmiddellijk begon te vechten.
Zoals altijd.
Ze trok aan zijn haren.
Toen had hij haar met wie hij al 26 jaar samen is, geslagen met een hamer.
Op haar hoofd.
Maar waarom?
Hassan: ‘Ze ging vreemd.’

Beide zaken hebben niets met elkaar te maken, maar dienden wel op een en dezelfde dag in zittingszaal 14, de rechtszaal van het strafrecht in Groningen.
Nog een overeenkomst: in beide zaken heeft de officier van justitie een poging tot moord ten laste gelegd.

Veel misdaden die worden berecht zijn pogingen.

Een poging tot mishandeling – dat komt vast en zeker op grote schaal voor – is niet strafbaar, maar proberen iemand van het leven te beroven is zo strafbaar als de pest.

Er was eens een man uit Rotterdam die na een jarenlange detentie zijn herwonnen vrijheid vierde in een horeca-etablissement in Groningen.
Op de dansvloer kreeg hij amok en werd met een vuistslag tegen de vlakte geslagen.
Om zijn geschonden eer te redden, liet hij zich naar de woning van zijn nieuwe rivaal rijden en schoot met een vuurwapen op de woning.
Een kogel ging dwars door de voordeur.
Er raakte niemand gewond, maar de rechtbank te Groningen oordeelde dat gesproken kon worden van een poging tot moord.
Er had iemand achter de deur kunnen staan.
De wanboffer kreeg acht jaar celstraf.

Het aantal moorden en doodslagen in Groningen, Drenthe en Friesland is niet bijster hoog.
Maar zouden alle pogingen tot moord en doodslag slagen, dan zou een gevaarlijke Mexicaanse drugsstad schraaltjes bij Noord-Nederland afsteken.
Gelukkig is het net andersom.

Toch moeten pogingen tot misdrijven niet worden gebagatelliseerd.
De lijn tussen een geslaagde poging en een mislukte poging is soms akelig dun.
Niet zelden blijft iemand het moordernaarsschap bespaard dankzij vakkundig medisch ingrijpen.

Een poging klinkt al snel als een mislukking, maar de wet weet daar wel raad mee.
De wet spreekt van een voltooide poging.
Het slachtoffer is dan in leven gebleven.

Een man had tijdens een ruzie een mes uit de keuken gehaald en vervolgens zijn irritante zeurvriend neergestoken.
Hij schrok van het gutsende bloed en belde 112.
De zwaargehavende vriend werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht en met nog meer spoed geopereerd.
Spoed redde zijn leven.
De advocaat zei dus dat het leven was gered omdat de verdachte onmiddellijk 112 had gebeld.
Ook een bewijs dat de verdachte geenszins van plan was geweest zijn vriend te doden.
De advocaat dacht de ‘voltooide poging’ te omzeilen.
De rechtbank dacht het niet.
Leroy kreeg een jaar celstraf.

Waarom, vragen de rechters aan Riano, waarom kreeg u klappen?
Riano zegt dat er ruzie was ontstaan en dat hij ertussen was gesprongen om de ruziënde mannen uit elkaar te halen.
Waarom, vragen de rechters, beweren anderen dat u probeerde een gouden ketting te stelen?
Getuigen zeggen dat de man die probeerde de gouden ketting te stelen ook de man was die schoot.
Riano heeft geen idee waarom getuigen dat zeggen.

Rechters: waarom had u een pistool bij u?
Riano zegt dat zijn vader in 2010 is doodgeschoten.
Sindsdien draagt hij een wapen.
Daarom.

De officier van justitie wikt en weegt en zegt dat ze het schieten niet kan vertalen in een poging iemand van het leven te beroven.
Er is te weinig bewijs.
De poging tot moord kan wel worden gewijzigd in een diefstal met geweld, gericht op die gouden ketting.
Dat kan qua vrijheid een boel schelen.

Waarom, vragen de rechters aan Hassan, waarom had u zich verstopt achter de wasmachine?
Hassan zegt dat hij zijn vrouw had verboden alleen naar buiten te gaan.
Waarom leek hem logisch.
Vanwege die ander die er was.
De rechters vragen of Hassan het normaal vindt dat hij zijn vrouw beperkt in haar vrijheid. Hassan zegt ja, hij antwoordt dat zijn vrouw dat had verdiend.

Zijn schoonzus dacht daar anders over en nam haar zus mee naar haar huis.
Hassan bleef alleen achter.
Dat was op een zondag.
Op dinsdag kwam zijn verloren vrouw even thuis om wat kleren op te halen.
Hassan vertelt de rechters dat hij toen juist aan het klussen was.
Hij spijkerde in de gang een stukje loszittend tapijt vast met een hamer.
Toen hij haar hoorde binnenkomen, verstopte hij zich achter de wasmachine.

Waarom?
Hassan stelt een wedervraag: als zij dan zo bang voor mij was, waarom kwam ze dan thuis? Nou?

Ineens had hij voor haar gestaan.
Hij had heel griezelige ogen, zou zijn vrouw, inmiddels ex, verklaren.
Hij haalt uit.
Een keer.
Vaker.
Het bloed spat.
Zij valt.
Blijft liggen.
Hassan rent naar buiten en roept naar een buurman dat hij zijn vrouw misschien wel heeft doodgeslagen en dat onmiddellijk 112 moet worden gebeld.
De traumahelikopter landt in de straat.
In het ziekenhuis blijft ze in leven.

Hassan zegt dat hij spijt heeft, dat hij het nooit had moeten doen.
De spanningen waren ontstaan toen hij zijn baan in de ijzergieterij kwijtraakte.
Ze hadden de woning moeten verkopen.
Toen het geld op was, was hij ook gestopt met zijn gokverslaving.
En nu heeft hij besloten dat hij haar nooit weer wil zien.

Hij zegt: ‘Ik heb nu behoefte aan rust.’
Hij zal Emmen vaarwel zeggen om in Amsterdam een nieuw leven op te bouwen.
Tegen de rechters: ‘Ik betreur wat er is gebeurd. Ik zal de schadevergoeding betalen.’
Ruim 5.000 euro.

De officier van justitie zegt dat Riano met zijn geschiet veel onrust heeft veroorzaakt.
Ze eist twee jaar celstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Een strafzaak later zegt ze dat Hassan achter de wasmachine is gekropen om zijn kans af te wachten.
Dat was voorbedacht.
Omdat zijn naar vrijheid hunkerende vrouw nog leeft, is het gelukkig bij een poging gebleven.
De eis: acht jaar gevangenisstraf.

Waarom?
Het is een poging tot gerechtigheid.

Rob Zijlstra

uitspraken op 23 maart

Daniella – uitspraken

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis. > de rechter [wav.]
Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Klik op de onderstaande afbeeldingen om de vonnissen te lezen.

vonnis karin s (klik)

vonnis karin s

vonnis geert w (klik)

vonnis geert w

om te begrijpen is hij
tot monster gemaakt

tekening: annet zuurveen (fragment)

tekening: annet zuurveen (fragment)

De rechtbank doet vandaag (13.00 uur) uitspraak in een van de meest bizarre strafzaken in jaren in Groningen: de zaak Daniëlla.

De zaak Daniëlla is een strafzaak.
Een zaak met een strafdossier.
Een zaak die door de politie is onderzocht.
Een zaak met een strafproces in een rechtszaal die vier dagen duurde, met twee verdachten, met deskundigen, veel media-aandacht en afschuw.
Een zaak die zich alleen laat vergelijken met andere afschuwelijke zaken.
Een zaak die mensen heeft geraakt.

Daniëlla zelf was geen zaak.
Daniëlla was een vrouw van 20 jaar, een jonge vrouw met een verstandelijke beperking.
Net als haar twee jongere broertjes.
Ze woonde in instellingen, in het weekeinde was ze thuis bij haar zwakbegaafde moeder die na jaren weer een relatie kreeg met een zwakbegaafde man die ze had leren kennen toen hij nog in de gevangenis zat vanwege het seksueel misbruiken van kinderen in zijn vorige relatie.

Die man heet Geert, 46 jaar.
In de rechtszaal zit hij als een verschrompeld hoopje mens, bevend en angstig, het hoofd vooral gebogen, te zwijgen.
De weinige woorden die hij zal spreken (’t was niet de bedoeling’) kosten hem zichtbaar moeite.
Het is bijna niet voor te stellen dat deze man buiten de rechtszaal zoveel angst inboezemde.
Om te begrijpen is hij tot monster gemaakt.

De zwakbegaafde moeder is Karin, 50 jaar.
Ze praat en praat, een hele procesdag vol.
In het laatste woord toont ze zuinige emoties.
Ze deed niks toen Geert haar dochter misbruikte en misbruikte en ze deed niks toen hij aankondigde dat hij Daniëlla dood ging slaan met een knuppel en een kapotte stoel.

Moeders moeten dan wel wat doen, sprak de officier van justitie.
Ze zei: ‘Maar Karin offerde haar kind op voor haar relatie met Geert.’
Het is bijna niet de geloven dat deze vrouw verlamd was door angst voor Geert.
Voor een man die ze wel zag zitten, met wie ze de dodelijk gewonde Daniëlla vanuit de woonkamer naar de gang sleepte, onder aan de trap legde en toen tegen de politie zei dat haar dochter van de trap was gevallen.
Ze zegt dat ze net zo goed slachtoffer is.

Tegen Geert W. is 14 jaar celstraf geëist en TBS met dwangverpleging.
Karin S. hoorde vier jaar eisen waarvan een jaar voorwaardelijk waaraan een verplichte behandeling is gekoppeld.
Ze zullen misschien iets meer krijgen, wellicht iets minder.
Daarna volgt mogelijk een hoger beroep.
En misschien ook wel niet.
Dan is het klaar.

De uitspraak vanmiddag is het oordeel, de waarheid, van het strafrecht.
De zaak Daniëlla kent daarnaast een andere waarheid: die van de hulpverlening die gezamenlijk toekeek toen het gebeurde.
Ieder keek naar zijn eigen specialisme, of net even de andere kant, want samen zagen ze niks.
Dat verhaal van Daniëlla van Bergen moet nog worden verteld.

Rob Zijlstra

update – 7 april 2015 – inspectie
het bericht van de inspectie

→ het verslag van het strafproces van dag tot dag

de hulpverlening  

                           ↓


ondersteuning onvoldoende passend voor situatie – ondersteuning niet in relatie met calamiteit – problemen niet effectief en in samenhang opgepakt – op signalen van onveiligheid van de kinderen is onvoldoende gehandeld – signalen onvoldoende bij elkaar opgeteld – geen totaalplaatje – niet één regisseur – verschillende ideeën over casemanagement – partijen spraken zorgen onvoldoende uit – geen checks – onvoldoende hun eigen verantwoordelijkheid – onvoldoende focus op veiligheid van de kinderen – belang kinderen niet expliciet voorop gezet – onvoldoende focus op veiligheid kinderen – geen gezamenlijke ondergrens veiligheid – geen structureel zicht op de thuissituatie – geen risicotaxaties – onvoldoende oog voor de chroniciteit van de problematiek – mijden van zorg door moeder is onvoldoende als patroon herkend – partijen pakken onvoldoende door – geen gezamenlijke evaluaties  

bovenstaande regels komen uit het nog vertrouwelijke rapport van de gezamenlijke inspectiediensten waarvan de conclusies door rtv-noord naar buiten zijn gebracht – het definitieve rapport moet nog verschijnen en geniet de warme belangstelling van het openbaar ministerie 


→ rechtbanktekeningen: annet zuurveen 

dvhn / donderdag

dvhn / donderdag

Daniella

verslag van een vijf dagen durend strafproces

dvhndag1

dagblad van het noorden, dinsdag – blendle

Op 20 juli 2013 wordt na een telefoontje naar 112 aan het begin van de avond in een woning aan de Opaalstraat (Vinkhuizen) in Groningen de zwaargewonde Daniella van Bergen aangetroffen. Zij is een 20-jarige verstandelijk gehandicapte vrouw. Ze ligt in de gang, onder aan de trap. Het lijkt alsof ze is gevallen. Haar stiefvader, Geert W. (46) is de man die 112 heeft gebeld. Een dag later overlijdt Daniella.

In de woning vindt de politie aanwijzingen die duiden op geweld. Er worden veel bloedsporen aangetroffen en ook een kapotgeslagen honkbalknuppel, een deel ligt in de vuilnisbak. Het lichaam van Daniella blijkt versleept. De politie sluit een misdrijf niet uit.

Merkwaardig is ook dat stiefvader Geert W. spoorloos is. De politie plaatst een spoedtap op zijn telefoonnummer. Wanneer W. daags na het incident de ziekenhuizen in Groningen belt en informeert naar de toestand van Daniella krijgt hij te horen dat de politie hem wil spreken. W. is ‘ondergedoken’ bij een vriend in Leens, Noord-Groningen. Daar wordt hij ’s nachts aangehouden.

Daniella is gevallen, zegt ook moeder Karin S. (50). Zij is die avond boven, samen met haar drie kinderen onder wie Daniella. Haar vriend Geert is beneden, zit achter de computer. Ineens een vallend geluid op de trap. Ook buren horen zoiets. Als Karin gaat kijken, ziet ze Daniella liggen, beneden, onder aan de trap. Zegt ze.

De twee broertjes verklaren dat Daniella niet boven was, maar beneden bij Geert. Die had hen naar boven gestuurd, wat hij wel vaker deed. Na twee weken wordt moeder Karin S. aangemerkt als medeverdachte. In de verhoorkamer zegt ze tegen haar ondervragers: ‘Ze is niet van de trap gevallen. Het is in de kamer gebeurd.’ Beelden van dat moment werden maandag in de rechtszaal getoond. Geert kijkt dan niet, maar buigt het hoofd.

De verdenking luidt dat Geert W. zijn stiefdochter heeft doodgeslagen. Moord. Ook aan moeder Karin S. is moord ten laste gelegd.

.↓

maandag 19 januari 2015
zittingszaal 14, 09.00 – 16.15 uur

Geert W. wordt ter zitting door de rechters ondervraagd. Wanneer hij de rechtszaal binnenkomt, trilt zijn lichaam. Wanneer hij eenmaal zit, zit hij ineengedoken. De kleding die hij draagt zijn zichtbaar maten te groot. De armen tegen de borst gedrukt, dan weer de handen slap in de schoot.

Maar vooral: hij zwijgt. Hij wil niks zeggen. Waarom niet? Ook die vraag beantwoordt hij met een: ‘Ik beroep mij op mijn zwijgrecht.’ Vier uur lang confronteren de rechters hem met de feiten zoals die in het strafdossier zitten en blijven ze hem vragen stellen wetende dat hij die niet zal beantwoorden.

De rechters wijzen hem erop dat hij natuurlijk mag zwijgen, dat dat zijn recht is. Maar misschien niet altijd even verstandig. Omdat er feiten zijn die om een verklaring schreeuwen. Mochten ze Geert W. schuldig bevinden, dan zullen de rechters in het vonnis schrijven dat hij met zijn zwijgen geen verantwoordelijkheid neemt

Geert W. is onderzocht, ook in het Pieter Baan Centrum. Hij heeft niet dan wel summier aan onderzoeken willen meewerken. Geert W. vreest tbs. Daarom zwijgt hij ook, waarschijnlijk op nadrukkelijk advies van zijn twee advocaten. Zo wordt dit spel gespeeld.

W. wordt omschreven als een angstige, zwakbegaafde man die op onverantwoorde wijze door het leven gaat. Het advies van de deskundigen, ondanks het zwijgen: tbs met dwangverpleging. Hij is verminderd toerekeningsvatbaar. Hij is niet gek, maar ook niet helemaal goed. Hij zit daar tussenin, zegt de psychiater.

Hij is niet gek, maar ook niet helemaal goed

Zijn verleden speelt een rol. In 2007 is hij veroordeeld door de rechtbank in Zwolle in verband met een ernstig zedendelict: hij heeft in Steenwijk een stiefdochter in een vorige relatie mishandeld en seksueel misbruikt. Hij krijgt 6 jaar celstraf.

Aan het einde van zijn detentie krijgt hij via een contactadvertentie kennis aan Karin S. Eenmaal op vrije voeten trekt hij – met enkelbandje – bij haar in. Daniella woont door de week in een instelling, in het weekeinde is ze thuis. Karin S. krijgt ondersteuning bij de opvoeding van de verstandelijk beperkte Daniella.

Hulpverleners maken zich zorgen. Daniella vertoont seksueel grensoverschrijdend gedrag, zo heet het. De komst van ex-zedendelinquent Geert S. in het toch al kwetsbare gezin is daarom niet een heel gelukkige. De betrokken hulpverleners beleggen zoals zij dat noemen een zorgconferentie over de situatie. Besloten wordt dat een preventieplan wordt opgesteld dat Geert W. moet ondertekenen. W. doet dat. Hij noemt zichzelf ‘de beste papa van Groningen’.

RTVNoord zegt inzage te hebben gehad in het rapport van de Samenwerkende Inspectiediensten. Die concluderen na onderzoek naar het gebeuren dat de hulpverlening tekort is geschoten. De veiligheid van Daniella en haar twee broers had onvoldoende prioriteit en de problemen die er speelden zijn niet effectief opgepakt, zo bericht de omroep.

.↓

dinsdag 20 januari 2015
zittingszaal 14, 09.00 uur — 17.30 uur

Schermafbeelding 2015-01-21 om 08.21.32

dagblad van het noorden – woensdag – blendle

Anders dan de zwijgende Geert W. praat moeder Karin S. honderduit. Haar boodschap is duidelijk: zij moet niet gezien worden als een medeverdachte, maar als slachtoffer van het terreur van Geert W.

Karin S. schetst een horrorbeeld. Nadat hij vanuit de gevangenis bij haar was ingetrokken, was hij een paar maanden aardig. Maar daarna veranderde Geert W. in een sadistisch monster, zo wil Karin S. de rechtbank doen geloven.

Volgens Karin S. begon hij een seksuele relatie met haar verstandelijk gehandicapte dochter. Dat wil zeggen, hij had seks met haar, door de week en in het weekeinde. En als hij zin had, of dronken, of zin en dronken, dan ranselde hij haar af. Mishandelde hij haar. Een paar keer valt het woord martelen.

Hoe lang dat duurde?
Drie jaren.
De laatste vijf, zes weken voor haar dood waren het ergst.

Daniella zou in een instelling gaan wonen, maar Geert W. verbood dat. Ze moest thuis zijn. Ze moest altijd voor hem beschikbaar zijn. Soms moest Karin S. op de bank gaan zitten en dan moest ze toekijken. Soms wilde hij seks met moeder en dochter tegelijk. Dat gebeurde ook, want weigeren kon niet. Ook de beste vriend van Geert W. was bij mishandelingen aanwezig, zegt Karin S. De beste vriend moest ook toekijken.

Karin S. zegt tegen de rechters: ‘Hij had een lijstje in zijn hoofd.’ Op lijstje stond ook haar naam. Dat betekende dat hij ook haar zou vermoorden. Ze vertelt dingen aan de rechters die niet in het strafdossier staan vermeld, die ze nooit eerder heeft verteld. De rechters houden haar voor dat wat ze nu in de rechtszaal vertelt over Geert W. veel erger is dan ze eerder vertelde.

Is het wel waar wat ze zegt?

Is het wel waar wat ze zegt? Of maakt ze van Geert W. een sadistisch monster om er zelf beter uit te komen? Karin S.: ‘Ik lieg niet.’ 

De rechters willen weten waarom Karin S. wel bier ging halen voor Geert W. in de supermarkt, maar niet met Daniella naar het naastgelegen politiebureau ging. Waarom ze wel negen keer een afspraak had met de huisarts, maar niets vertelde. Rechters: ‘Als u dan zo bang was, dan had u zichzelf en Daniella in veiligheid kunnen brengen.’ Karin S.: schudt het hoofd: ‘Ik was zo bang.’

Het horrorbeeld dat Karin S. oproept is dat zij zich met haar twee kinderen (zonen) naar boven liet sturen, dat ze daar gedrieën op bed naar de televisie zaten te kijken, terwijl Geert zich in de woonkamer bezighield met Daniella. Drie jaar lang, dag in, dag uit. Ze konden van alles horen.

Schermafbeelding 2015-01-20 om 21.27.17

een tweet

Op een gegeven moment, zegt Karin S., kon Daniella nauwelijks nog traplopen. En was heel haar lichaam bont en blauw. En als ze liep, liep ze krom. Lag ze in bed, dan huilde ze van de pijn. Het beeld dat ook het strafdossier oproept is dat Daniella is doodgeslagen met een honkbalknuppel en een kapotgeslagen stoel.

Er was hulpverlening, er waren bezorgde hulpverleners. Karin S.: Geert stuurde ze weg.’ De hulpverlening: Het gezin raakte geïsoleerd. Moeder: ‘Geert wist iedereen om de tuin te leiden.’ Er is een nog vertrouwelijk rapport met harde conclusies die uitlekten via RTVNoord. Het wachten is op een lek van het volledige rapport of tot de officiële publicatie. Het Openbaar Ministerie wacht daar naar verluidt ook op.

Vlak voor de fatale afranseling, aan het begin van de avond, kondigt Geert W. de dood van Daniella aan, zegt Karin S. Daniella krijgt het bevel afscheid te nemen van haar broertjes en van haar moeder. Tegen Karin S. zegt Geert W.: ‘Nog tien minuten en dan maak ik er een einde aan, dan maak ik het af.’

Niet lang daarna ligt Daniella onder aan de trap, belt Geert eerst zijn beste vriend en dan 112.

Karin S. tegen de rechters: ‘Ik had mijn angst aan de kant moeten zetten, ik had beter voor mijn kinderen op moeten komen.Ik had sterker in mijn schoenen moeten staan. maar ja, met al mijn angst durfde ik dat niet.’

De psychiater en de psycholoog zeggen dat Karin S.met haar IQ van 60, verstandelijk beperkt,  (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar is. Ze is een vrouw die zich met moeite in het leven staande kan houden, zeggen de gedragswetenschappers. Behandeling in een kliniek en daarna wonen onder begeleiding, luidt het advies.

Kan het waar zijn dat Daniella toch van de trap is gevallen? De forensisch patholoog is als getuige-deskundige opgeroepen. Hij sluit een val van de trap niet uit. Want alles kan. Maar het letsel is er niet door ontstaan, zegt hij. Het letsel past meer bij een extreem gewelddadige afranseling. Is hij daar honderd procent zeker van? De patholoog: ‘Het is een goede gewoonte binnen de forensische pathologie om absolutisme te vermijden.’

.↓

woensdag 21 januari 2015
zittingszaal 14, 08.45 uur – 12.30 uur

dag3

dagblad van het noorden – donderdag – blendle

Officier van justitie Rianne Wildeman is om 08.45 begonnen met het voorlezen van het requisitoir. Dat moet in twee sessies omdat de twee verdachten niet samen in een ruimte willen zijn.

Aan zowel Karin S. als aan Geert W. wordt medeplegen moord en medeplegen poging tot moord ten laste gelegd

Karin S.
De kernvraag is, zegt de officier van justitie bij aanvang van het requisitoir, wat heeft moeder Karin S. gedaan om het geweld tegen haar dochter te doen stoppen? In de volgende anderhalf uur geeft de aanklager het antwoord op die vraag. Kort samengevat luidt dat: niets.

De officier van justitie: ‘Karin S. heeft het tegenovergestelde gedaan van ingrijpen. Terwijl de ze zoveel had kunnen en moeten doen. Ze bleef passief terwijl handelen geboden was.’ Die houding maakt dat Karin S. niet medeplichtig is aan de moord op Daniella, maar gezien moet worden als medepleger.

een medeplichtige speelt een ondersteunende rol,
een medepleger speelt een rol die gelijk is aan de pleger

Het standpunt van het Openbaar Ministerie is dat Karin S. de moord op haar dochter faciliteerde. Zij maakte mogelijk wat Geert W. deed. Karin S. meldde Daniella ziek bij de instelling waar ze verbleef, na afranselingen maakte zij de woning weer schoon, met Allesreiniger en zout vanwege het vele bloed. Ze distantieerde zich niet.

Karin S. was bang. Maar zo bang? De officier van justitie plaatst vraagtekens. Vraagt: was Karin S. zo bang dat ze een beroep kan doen op psychische overmacht? Is dat laatste het geval dan kan geen straf worden opgelegd. De officier van justitie: ‘Ze zal bang zijn geweest, dat geloof ik wel, en in zekere zin is zij ook slachtoffer van Geert W. Maar die angst is niet zo groot geweest zoals ze ons wil doen geloven. Ze wilde een relatie. Ze had liever een slechte relatie dan geen relatie. Je kunt zeggen dat ze haar dochter heeft opgeofferd om een man te kunnen behouden.’

Karin S. is – zo vindt het Openbaar Ministerie met de gedragsdeskundigen – verminderd toerekeningsvatbaar. Wat ze heeft gedaan kan haar niet volledig worden toegerekend. De officier van justitie: ‘De vraag is dan of we moeten inzetten op een langdurige celstraf of op behandeling?’ Het OM kiest voor dat laatste: vier jaar gevangenisstraf waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van tien jaar. Voorwaarde: en klinisch opname na detentie. Dat betekent in de praktijk dat Karin S. zodra ze de vrouwengevangenis in Zwolle mag verlaten, moet gaan wonen in een besloten omgeving en onder begeleiding. Voor de rest van haar leven.

Geert W. 
Officier van justitie Rianne Wildeman zegt dat de rechtbank gelukkig niet veel strafzaken behandelt die zo gruwelijk zijn als deze zaak. Wat hier is gebeurd, zegt ze, gaat het voorstellingsvermogen te boven. Het was de hel op aarde.’

Geert W. heeft een obsessie die draait om een foto. Er gaat een verhaal. Dat verhaal wil dat Daniella vijf, zes weken eerder is meegenomen door een taxichauffeur en naar een woning in Beijum in Groningen is gebracht, naar een woning aan de Jensemaheerd. Daar zou ze zijn verkracht, door drie mannen, een vrouw en een herdershond. Er zouden daar ook foto’s van zijn gemaakt en die foto’s zouden op het internet staan. Geert zoekt die foto’s.

Op zaterdag 20 juli 2013 gaat Daniella om half vijf in de middag eten met haar moeder Karin S en met haar twee broertjes. Geert W. eet niet mee, maar drinkt bier. Na het eten stuurt hij Karin en de twee jongens naar boven, zoals hij dat vaker deed. Tegen Daniella zegt hij: ‘En wij gaan weer achter de computer zitten en proberen die foto’s tevoorschijn te halen.’

De politie heeft het verhaal van de taxi en de groepsverkrachting onderzocht, maar dat heeft geen feiten opgeleverd

Na een tijdje zegt Geert W. tegen Daniella: ‘Je mag alvast afscheid nemen van je moeder en je broertjes.’ Tegen Karin S.: ‘Ik maak er een einde aan.’ Er klinkt geschreeuw en gekrijs, steeds harder. Als Karin S. dit in de verhoorkamer van de politie vertelt, zegt ze: ‘Ik werd er misselijk en beroerd van.’

De officier van justitie: ‘Het onderzoek naar bloedspatpatronen in de kamer maakt duidelijk hoe gruwelijk het is geweest. Het was een executie die uren heeft geduurd.’ De hel op aarde.

Geert W. is net als Karin S. verminderd toerekeningsvatbaar. Volgens het Openbaar Ministerie heeft S. beperkte intellectuele vaardigheden en een opgeblazen zelfbeeld. Hij heeft niet willen meewerken aan onderzoeken, maar gedragsdeskundigen menen toch te kunnen stellen dat er sprake is van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkelingen van de geestvermogens. Kans op herhaling: groot.

De strafeis: 14 jaar gevangenisstraf en daarna een tbs met dwangverpleging. In de praktijk kan dat betekenen dat Geert W. niet meer op vrije voeten komt.

.

vrijdag 23 januari 2015
zittingszaal 14, 10.00 uur — 14.00 uur

Het woord is aan de verdediging

Rob van Haarst staat Karin S. bij.

Schermafbeelding 2015-01-25 om 16.54.44De strategie van advocaat Rob van Haarst wordt al snel duidelijk. Hij schildert Geert W. af als een groot en gruwelijk monster waartegen zijn cliënte moeder Karin S. zich nooit kon verweren. Zij immers is een angstig musje.

Nog sterker: niet alleen Karin S. vreesde de man die ze via en contactadvertentie had leren kennen, heel de buurt was bang voor deze Geert W. De buren stonden wel eens met het oor aan de muur te luisteren, maar deden niets. W.’s beste vriend, D.D. uit Leens, is aanwezig geweest bij de mishandelingen van Daniella. Ook hij deed niets. Ook D. luisterde slaafs naar Geert W., zegt Van Haarst: ‘Niemand in zijn omgeving durfde tegengas te geven.’

Zo moet ook de rol van de hulpverlening worden gezien, zegt de advocaat. De contacten met de hulpverleners verwerden tot toneelstukjes.

Van Haarst vindt dat Karin S. een beroep kan doen op psychische overmacht. Zij was door angst niet in staat haar eigen wil te bepalen. Nemen de rechters dat over, dan kan geen straf worden opgelegd. Hij pleit voor een snelle behandeling van Karin S.

Karin S. zegt in haar laatste woord dat haar advocaat het goed heeft verwoord. En ze zegt: ‘Dat ik als moeder zijnde niet heb ingegrepen, niet naar politie ben gegaan, dat vind ik zo verschrikkelijk.’

.

Robert Mesland staat Geert W. bij

Schermafbeelding 2015-01-25 om 16.55.24Advocaat Mesland meent dat moord niet kan worden bewezen. De val van de trap is een scenario dat niet uitgesloten kan worden. Hij zegt het te betreuren dat er geen reconstructie is gemaakt, het had duidelijkheid kunnen brengen. Een mishandeling, gepleegd in een plotselinge opwelling, kan ook.

Ook moet worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van Karin S. Bij de politie is zij eerst als getuige gehoord. Tegen haar is toen gezegd dat ze getuige zou blijven, dat ze in deze zaak geen verdachte zou worden. En toen ging ze los. Een kwalijke gang van zaken.

Dat Geert W. zwijgt heeft een reden, zegt Mesland. Ook hij is zwakbegaafd en kwetsbaar – daar kan hij niets aan doen. Hij vindt het doodeng hier te zitten. Maar bij de politie heeft hij wel uitvoerig verklaard.

Mesland hekelt de rol van de media. Er is sprake van trial by media, meent hij. Hij noemt met name de Volkskrant, het NOS-journaal en RTLNieuws. Volgens de advocaat heeft het Openbaar Ministerie passages uit het strafdossier gedeeld met de pers. De berichtgeving in de media bereikt ook de gevangenis. Mesland: ‘Mijn cliënt heeft er veel last van. Ik weet ook niet of dit bijdraagt aan de nationale rouwverwerking in deze zaak.

Het is vrijdagmiddag tegen twee uur. Geert W. kan gebruik maken van het laatste woord. Dat wil hij ook, maar hij had erop gerekend dat dat maandag, op de vijfde dag van het proces, zou gebeuren. Aanvankelijk was dat ook de planning. De voorzitter van de rechtbank besluit de zaak te schorsen tot maandag 13.00 uur. Geert W. kan dan het hem wettig gegunde laatste woord uitspreken.

maandag 26 januari 2015
zittingszaal 14, 13.01 uur – 13.06 uur

 Het strafproces is maandagmiddag afgerond. Even na 13.00 uur heropende de voorzitter de zitting om W. in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van het laatste woord.

W. las een korte verklaring voor. Dat kostte hem hoor- en zichtbaar veel moeite. Hij zei dat hij al weken niet slaapt, dat hij bang is verkeerde dingen te zeggen en dat hij niet goed begrijpt wat er allemaal gebeurt.

‘Ik wil zeggen dat ik nooit heb gewild dan Daniella zou overlijden. Ik wilde goed doen. Ik heb Daniella niet vermoord, ik zit al achttien maanden vast en er is geen dag dat ik niet aan haar denk. Ik ben kapot en verdrietig dat zij er niet meer is.’

→ De uitspraken zijn op 19 februari.

Rob Zijlstra

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis.

Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.

meer info volgt

 

Ons dorp

                                                    Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is.

Wie liegt is een leugenaar.
Maar hoe heet iemand die de waarheid spreekt?
Voor de spreker van de waarheid hebben we nooit een mooi woord bedacht.
We laten dat wat we hoog achten onbenoemd.

Of heet de waarheid misschien Henk?
Henk (46) zegt dat wat wordt beweerd, niet is gebeurd.
Hij heeft het gewoon niet gedaan.
Zijn vrouw gelooft hem en steunt hem, want zo zijn ze getrouwd.

Of moet de waarheid Sandra van 17 jaar heten?
Sandra zegt dat het wel is gebeurd, dat ze geur van zijn after shave nooit zal vergeten, hoe vies ze het vond en hoe erg nu nog steeds.
Haar vader gelooft haar, twijfelt niet.
Topvader.
Hij had Henk, daarvoor een vriend, gebeld en gezegd dat hij met zijn poten van zijn dochter af moet blijven.

Sandra en Henk kennen elkaar goed.
Henk en zijn vrouw zijn bevriend met haar ouders, ze wonen in hetzelfde dorp, in dezelfde straat.
Sandra en Henk hadden wel eens gebbetjes op Facebook.
Of ze met leuke vriendjes uitging vanavond?
Niet?
In dat geval zou ze dan kunnen oppassen?
Dat wilde Sandra wel.
Ze chatte dat ze 20 euro per uur kostte.
Daar had Henk dan gedachten bij.

Ze spreken af.
Henk en zijn partner spreken af om met de ouders van Sandra naar het plaatselijke café te gaan.
Met Sandra spreken ze af dat zij bij Henk thuis op de kinderen past.

In het dorpscafé is er vrolijkheid en vertier en wordt het na middernacht vanzelf half een.
Op dat tijdstip stuurt Henk een sms’je naar Sandra.
Of ze al slaapt?
Dat is niet het geval.
De vrouw van Henk zegt dat ze nog even wil blijven.
Henk zegt dat hij alvast gaat want morgen moet immers de auto ingepakt omdat ze overmorgen naar Ameland gaan.

Rechter: ‘Had u gedronken?’
Henk: ‘Bier. Stuk of tien.’
Rechter: ‘Amsterdammertjes?’
Henk: ‘Fluitjes. Maar ik was niet dronken of zo.’
Rechter: ‘Een geoefende drinker dus.’

Henk komt thuis.
Samen met Sandra drinkt hij een biertje en ze roken allebei een sigaret.
Niks aan de hand.
Beiden zeggen dat het zo ging, maar daarna lopen hun verhalen uiteen.
Henk zegt dat het niet is gebeurd.
Sandra: ‘Hij drukte me ineens tegen de bank aan en begon onstuimig te zoenen en te tongen. Ik dacht eerst, een geintje, maar hij ging maar door – ik was daar niet van gediend, dat zei ik ook, maar het was tegen dovemansoren gericht. Hij greep me bij de borsten, zat aan mijn buik en probeerde de knoop van mijn broek los te maken.’

Henk: ‘Het is niet waar.’
Rechters: ‘Merkwaardig. Waarom zou een jong meisje met wie u een goed contact had zoiets zeggen?’
Henk: ‘Het is verzonnen.’
De officier van justitie: ‘Sandra heeft geen motief iets te verzinnen. En haar verhaal is betrouwbaar.’
Henk: ‘Het is knap verzonnen.’
Rechters: ‘Dat kan. Wij moeten ook kritisch kijken naar het verhaal van een jonge vrouw.’

Het is zoals zo vaak in dit soort strafzaken: ja tegen nee.
De leugen tegen de waarheid.
De rechters: ‘En wij waren er niet bij.’

Henk had, toen heel het dorp erover sprak, zijn sociale activiteiten schriftelijk beëindigd.
De rechters vragen aan hem of dat niet een beetje raar is. Als je niets hebt gedaan, dan doe je dat toch niet?
En er is nog iets, nog iets geks, zeggen de rechters.

Een paar dagen na die avond die zo anders liep dan (achteraf) iedereen had gewild, stuurt Henk een sms-bericht naar de ouders van Sandra.
Een van de rechters leest het bericht voor.
Henk had geschreven dat hij dacht dat er niks was gebeurd, maar dat nu blijkt dat er toch iets is gebeurd.
Hij tikte: ‘Ik schaam mij diep.’

Henk zegt tegen de rechters dat ze het bericht anders moeten lezen.
Hij zegt dat hij heel graag in gesprek wilde met de ouders van Sandra.
Om het erover te hebben.
De rechters: ‘En wat gebeurde er toen?’
Henk knikt, zucht diep en zegt te weten waar de rechters naar toe willen.
Zegt: ‘Ik heb toen ook een sms-bericht naar Sandra gestuurd.’
Rechters: ‘Precies. U schrijft aan Sandra dat u het vreselijk vindt wat er is gebeurd. En dat u ervan uitgaat dat zij de waarheid vertelt. U schrijft: Ik heb je niet willen kwetsen. Het spijt me als dit is gebeurd. Drank, het moet en mag nooit een excuus zijn.’

Rechters: ‘Hoe moeten we dit sms’je begrijpen?’
Henk: ‘Het is niet gebeurd.’
Rechters: ‘Wat is niet gebeurd?’
Henk: ‘Alles is flink aangedikt.’
Rechters: ‘Aangedikt? Wat is aangedikt?’
Henk: ‘Het hele verhaal dat ze heeft verzonnen.’
Rechters: ‘Maar waar schaamt u zich dan diep voor?’
Henk: ‘…’
Rechters: ‘Lastig als u dingen opschrijft die u niet zo bedoelt.’

In het dorp vol praat kennen ze de waarheid ook niet.
Sandra schrijft in een verdrietige brief die de officier van justitie in de rechtszaal voorleest dat veel mensen in het dorp haar niet meer groeten.
Dat veel dorpelingen Henk geloven, omdat hij actief is en mooie praatjes heeft.
Ze schrijft: ‘Wie nou gelooft een meisje van 17?’
Ze schrijft dat ze in heel haar leven nog nooit iets naars had meegemaakt en dat uitgerekend iemand die ze goed kent, alles stuk heeft gemaakt.
Dat ze walgt en dat angst zich van haar meester maakt zodra ze een auto ziet rijden die hij ook heeft.

Er bestaan landen waar meisjes en vrouwen die zijn aangerand en verkracht akelig worden gestraft omdat ze de man en zijn familie in verlegenheid hebben gebracht. Gelukkig is het hier anders.
Sandra tegen de rechters: ‘Zodra ik kan, zal ik mijn dorp verlaten.’

Wat een nare geschiedenis, ook als die niet is gebeurd.
Wordt Henk vrijgesproken dan blijft een taakstraf van 150 uur – dat is de eis – hem bespaard.
Maar veel meer ook niet.
Vinden de rechters dat de waarheid Sandra moet heten, dan kan ze misschien eens terugkeren naar haar dorp en groeten de dorpelingen terug.

De leugen is snel, de waarheid is vaak een lang verhaal.

Er is nog een lelijk staartje.
Als de strafzaak bijna ten einde is vraagt een van de rechters aan de officier van justitie hoe het toch mogelijk is dat het onderzoek in deze kwestie op 18 maart 2013 was afgerond en de zaak nu pas (afgelopen week) aan de rechtbank is voorgelegd.
De officier van justitie komt niet met de waarheid op de proppen, maar ze liegt ook niet.
Ze zegt: ‘Het is bijzonder onwenselijk.’

Het strafrechtsysteem faalt door niet alleen een verdachte, maar ook een slachtoffer – ja zelfs een heel dorp – zonder opgaaf van reden langer dan anderhalf jaar te laten bungelen in ongemakkelijke onzekerheid.
Dat is ook een uitspraak, hoe het vonnis ook zal luiden.

Rob Zijlstra

.
extra Aristoteles (384-322 v.Chr.), een leerling van Plato, stelde een klassieke definitie van waarheid op: ‘Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is.’ [wikipedia]

 

update – 10 november 2014 – uitspraak
Henk is veroordeeld. Er zijn onvoldoende aanwijzingen in het dossier te vinden die erop duiden dat er sprake is van een onbetrouwbare verklaring, staat in het vonnis. Sandra heeft volgens de rechters de waarheid gesproken.  De verstuurde sms’jes zijn geen harde bekentenissen, maar telen als steunbewijs wel mee. De opgelegde straf is conform de eis: een taakstraf van 150 uur. Daarnaast moet Henk een schadevergoeding betalen van 1025 euro.

Meest onveilige plek

cropped-zwijgniet.pngAls je er niet over schrijft, is het alsof het ook niet bestaat.
Dan is het onzichtbaar.
Maar het bestaat wel.
Nog erger: het is overal.
Het is misschien wel de meest voorkomende misdaad om ons heen.
Het aantal inbrekers valt er bij in het niet en uitgaansgeweld is in vergelijking niet meer dan maar wat stoeien.
Als het overal is, dan kun je het niet negeren.
Dan moet je er wel over schrijven.

Over bijvoorbeeld Klaas die 71 jaar is en met zijn looprek de rechtszaal in schuifelt.
Hij oogt allesbehalve gevaarlijk, maar toch zit hij opgesloten in de penitentiaire inrichting De Marwei in Leeuwarden, op de zorgafdeling.
Hij friemelt nadat hij moeizaam is gaan zitten aan de apparaatjes achter zijn oren.
De rechter: ‘Kunt u mij verstaan?’
Klaas: ‘Wel wat.’

Klaas heeft zijn zoon die nu rond de 50 jaar is, seksueel misbruikt.
En niet zo’n beetje ook.
Het gebeurde in het schuurtje, tijdens het vissen, waar niet en heel vaak.
Het is niet de reden dat Klaas zich moet verantwoorden in de rechtszaal.
De misdaad tegen zijn zoon is verjaard, het is te lang geleden.

Rechters vragen desondanks: ‘Is het waar, dat van uw zoon?’
Klaas: ‘Kan wel hoor, maar ik weet er niks meer van.’
Rechters: ‘Of liegt uw zoon?’
Klaas: ‘Denk het niet.’
Rechters: ‘Uw vrouw heeft u een keer betrapt hè?’
Klaas: ‘Daar kan ik mij niks van herinneren.’

Klaas heeft ook drie dochters, inmiddels veertigers.
Joke, nu 49 jaar, heeft aangifte gedaan.
Jarenlang, luidt de beschuldiging, werd zij in de schuur door hem te grazen genomen.
De officier van justitie zegt dat Klaas zijn dochter niet zag als een mens, niet als een kind. ‘Hij zag haar als vlees.’
De vrouw van Klaas wist het wel, maar zij sloot haar ogen waardoor het leek alsof het onzichtbaar was en niet gebeurde.
De rechters: ‘Het heeft nooit geleid tot een echtelijke crisis.’

Klaas begint te huilen.
Rechters: ‘Waarom wordt u nou verdrietig?’
Klaas snikt: ‘Van dit allemaal.’
Rechters: ‘We gaan het er toch over hebben.’

In het uur dat volgt, wordt hem het vuur na aan de schenen gelegd.
De rechters staan niet toe dat hij zich verschuilt achter ‘het kan wel zo wezen’ of achter een ‘ik weet het niet’.
Hij zegt dat hij niet wist dat het hebben van seks met je eigen kinderen verboden is.
De rechters zeggen dat ze het idee hebben dat hij de boel voor de gek zit te houden.
Rechters: ‘Moeten we u echt geloven?’
Klaas: ‘Echt wel.’

De officier van justitie zegt dat deze verdachte normbesef mist en dat hij nog steeds niet snapt dat hij het leven van zijn zoon en dat van een van zijn dochters naar de filistijnen heeft geholpen.
De officier van justitie zegt dat de leeftijd van Klaas geen beletsel is voor het eisen van een lange gevangenisstraf: 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.
Dat is 3 jaar zitten.

Klaas is de enige niet.
Ard (48) zat er omdat hij negen jaar lang zijn dochter verkrachtte, soms twee tot drie keer per week.
Ja, schrik maar even van die zin.
Nu het veel te laat is, heeft Ard vreselijke spijt.
Hij had zich gemeld bij de politie nadat zijn dochter alles had verteld aan de vrouw die daarna zijn ex werd.
Ook hij huilt en zegt dat hij er alles voor over heeft om wat er is gebeurd terug te draaien.

Het had hem verbaasd dat hij niet direct werd aangehouden, maar na wat formaliteiten het politiebureau moest verlaten.
Dat was in juli 2012.
De dochter, nu een jonge vrouw, laat weten het vreselijk te vinden dat het twee jaren heeft moeten duren voordat haar vader (die ze niet meer zo noemt) tegenover de rechters zit.
De officier van justitie – verantwoordelijk – probeert het goed te maken met de strafeis.
Ze zegt: ‘Deze jonge vrouw leefde jarenlang op de meest onveilige plek ter wereld, uitgerekend op de plek waar zij zich het meest veilig zou moeten voelen, bij haar vader, bij haar moeder.’
De strafeis: 7 jaar gevangenis.

Harrie (43) is de derde, de zoveelste, maar heus de laatste niet.
Hij is een man zonder vrienden met ook nauwelijks nog contact met de familie.
De psychiater die in gevangenis Norgerhaven werkt, rapporteert dat Harrie een dominante man is en niet altijd even prettig is in de omgang.
Harrie ziet dat anders.
Hij vertelt dat als hij thuiskomt van het werk zijn vrouw altijd een kopje koffie voor hem maakt, maar als hij ’s avonds wat wil drinken hij dat hij dan zelf pakt.

De eerste keer doet altijd pijn, je moet gewoon volhouden, zou hij tegen zijn stiefdochter van 12 jaar hebben gezegd.
Wat de eerste keer niet lukte, lukte nog diezelfde week wel.
Toen zij vele keren verder ontdekte dat het helemaal niet normaal is dat je seks hebt met je stiefvader, wilde ze het niet meer.
De officier van justitie zegt dat er toen thuis een afspraak werd gemaakt.
Niet meer om de dag, zoals het jarenlang was gegaan, maar drie keer in de week.
Toen de stiefdochter in 2002 een jonge vrouw met bijna altijd buikpijn was geworden, was hij verder gegaan met zijn jongste eigen dochter die zichzelf met mesjes begon te verwonden, nu 16 jaar is en van huis is weggelopen.

Is Harrie een hufter?
Zijn vrouw – de moeder van de kinderen – zegt dat Harrie eerlijk is en trouw, een steun en toeverlaat.
Zij gelooft dat haar man onschuldig is.
Harrie ook.
Hij ontkent alles.
Waarom de twee vrouwen hem dan van zulke vreselijke dingen beschuldigen?
Hij weet het niet.
Bij de politie had hij de beschuldigingen gelul genoemd.

De officier van justitie vindt een gevangenisstraf van 5 jaar passend.
Ze vindt dat het niet anders kan dan dat de verklaringen van de twee vrouwen op waarheid berusten.
Want waarom zouden ze liegen?
Overweldigend is het bewijs niet.
Harrie mag als laatste wat zeggen.
Tegen de rechters: ‘Het is wel even genoeg geweest.’

Schrikt u van deze verhalen, dan is het goed.

Rob Zijlstra

uitspraken op 25 en 29 september

update – 20 september 2014 – vervroegd
De 71-jarige Klaas is ondanks de eis van 48 maanden, 12 voorwaardelijk op last van de rechtbank in vrijheid gesteld. Er is evenwel nog geen uitspraak  gedaan, die is op 29 september.

update – 23 september 2014 – vervroegde uitspraak
De rechtbank heeft Harrie vrijgesproken. Er zou pas volgende week uitspraak worden gedaan maar omdat de rechters oordelen dat er onvoldoende bewijs, is de verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld.

De officier van justitie had over het bewijs gezegd:
‘De(ze) verklaringen ondersteunen elkaar over en weer en kunnen gelden als bewijs voor het misbruik. Er is geen ander motief of belang te bedenken voor het feit dat zij aldus hebben verklaard, dan dat zij de waarheid vertellen. De aangifte en de getuigenverklaring komen ook op veel punten overeen. Niet gebleken is dat zij elkaar hebben beïnvloed in hun verhaal. Verdachte had ook de gelegenheid om het misbruik te plegen. Het gedrag van X is achteraf te verklaren nu het past bij het misbruikt zijn.’

De rechtbank schrijft in het vonnis dat iemand niet veroordeeld kan worden op basis van één verklaring (bewijsminimum): ‘Bij zedenzaken gaat het in de meeste gevallen om een aangifte, waar de (ontkennende) verklaring van de verdachte tegenover staat. Kenmerkend voor dit soort zaken is dat er geen directe getuigen zijn en vaak ook geen ander, bijvoorbeeld forensisch, bewijs. Dat geldt ook voor deze zaak.’

En: ‘De rechtbank stelt voorop dat zij geen aanleiding heeft om aan de betrouwbaarheid van de aangifte van X te twijfelen. De rechtbank is met de officier van justitie van
oordeel dat in dit geval een ander motief voor het doen van aangifte van seksueel misbruik
dan het vertellen van wat haar is overkomen niet voor de hand ligt, met name gelet op het
moment waarop zij voor het eerst over het misbruik heeft verklaard, vervolgens aangifte
heeft gedaan en de omstandigheden waaronder zij daartoe is gekomen.’

Maar omdat de betrouwbaar geachte verklaring geen steun vindt in andere bewijzen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken ‘van al het aan hem ten laste gelegde’.

vonnis 3l

het vonnis – klik op de afbeelding –

 

update – 25 september 2014 –  uitspraak
Ard is veroordeeld tot 5 jaar celstraf. → meer info volgt

dit verhaal is ook gepubliceerd in de zaterdagbijlage van Dagblad van het Noorden
⇒ hoe je seksueel misbruik herkent bij kinderen > slachtofferhulp
⇒ eerdere overpeinzing na afloop van zo’n rotrechtbankdag > rotdag

Mond vol tanden

de politie had geen agenten met tijd beschikbaar

Voor een verdachte is een strafzaak vooral een kwestie van het beperken van de schade.
Het is dus niet zo dat alle verdachten ontkennen en vinden dat ze onmiddellijk moeten worden vrijgesproken.
Een flink deel van de beklaagden geeft gewoon toe de misdaad te hebben gepleegd en vindt dat zoiets vervelends ook consequenties moet hebben.
Dus straf, als het even kan niet al te veel natuurlijk.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf kijken rechters niet alleen naar de ernst van het gepleegde, maar ook naar de omstandigheden waaronder (alleen of met z’n allen, overdag of in de nacht, honger of geld zat), naar de persoon van de verdachte (mad or bad) en naar de houding van de verdachte tijdens de rechtszaak.
Dit laatste wordt door verdachten vaak onderschat.
Advocaten willen nog wel eens vergeten hun cliënten te voorzien van de juiste instructies.
Damage control vraagt om een goede voorbereiding.

Verdachten die onderuitgezakt tegen rechters gaan je-en en jij-en snappen het niet, hoewel u zeggen en ja en nee meneer, mevrouw de edelachtbare geen garantie is voor strafkorting.
Liegen wordt geaccepteerd, maar slecht liegen niet.
Het aller slechtste dat een verdachte kan doen is ongeloofwaardige onzin uitkramen.

De 21-jarige Jetze deed het op zich niet onaardig.
Hij had zich met vrienden in de binnenstad van Groningen vol laten lopen met bier en XTC-pillen.
Toen het vroeg in de ochtend was geworden begon hij dingen te zien die er helemaal niet waren.
Hij zag dat zijn vrienden werden aangevallen en sloeg er toen – om hen te helpen – op los.

Tegen de rechters: ‘Ik dacht dat er sprake was van een dreigende situatie en vond dat ik moest ingrijpen. Ik dacht dat er meer aan de hand was dan er aan de hand was.’
Twee jongemannen werden neergeslagen wat bij een van hen leidde tot een onherstelbaar beschadigd gebit.
‘Ik kan geen appels meer eten,’ zei het slachtoffer tegen de rechters.
Een derde slachtoffer werd geschopt, met de hak tegen het voorhoofd.

Jetze geeft het slaan toe, een harde klap en eentje zonder kracht, zegt hij.
‘Maar ik heb niet geschopt.’
Bij de politie was het helemaal misgegaan.
Tegen de rechters zegt hij – en dat was niet erg handig: ‘Ik heb geen hoge pet op van de politie, dus toen ik werd verhoord was ik zwaar geïrriteerd.’
Hij had gezegd dat geweld hoort bij uitgaan.
Dat hij wel vaker iemand zomaar had geslagen en dat dit ook niet de laatste keer zou zijn.

In de rechtszaal: ‘Beetje dom.
Rechters vragen: ’Niet geschopt?
‘Nee, want dan had ik het nu nog wel geweten.’
Rechters: ‘O ja? U was ladderzat.’
Jetze: ‘Ik weet toch ook nog dat ik twee keer heb geslagen?’

Wat hij er van vindt dat een van zijn slachtoffers bijna een jaar na dato nog altijd last heeft van zijn tanden en dat die tanden niet meer te redden zijn?
Dat vindt Jetze heel erg.
Aan de andere kant: hem is eens hetzelfde overkomen, dus tja…
Die houding maakt dat hij van de officier van justitie niet het voordeel van de twijfel krijgt.
Die zegt: ‘Meneer is een first offender, maar wat hij heeft gedaan is een ernstig feit, een ernstige vorm van uitgaansgeweld. Ik eis twee jaar celstraf, half jaar voorwaardelijk.’

Eerder op dag stond Prem terecht.
Hij is geen onbekende in zittingszaal 14.
In de zomer van 2010 kwam jij er voor het eerst, in november 2011 voor de tweede keer en vorig jaar juni was hij er ook.
Steeds voor nieuwe zaken.

Hij heeft, hoewel nog maar 22 jaar oud, behoorlijk wat zittingservaring.
Prem wordt beschuldigd van een diefstal met geweld, gepleegd met anderen.
Bij een mislukte inbraak in Groningen zou hij de bewoner die hem en zijn compagnon betrapte met een breekijzer op het hoofd hebben geslagen.
Dat was in januari 2013.

Hij was vrij snel als verdachte in beeld gekomen, maar omdat de politie geen agenten met tijd beschikbaar had, bleef de zaak negen maanden op een plank liggen.
Het zou tot september 2013 duren alvorens Prem werd aangehouden.
Daarna had het Openbaar Ministerie nog eens een heel jaar nodig de zaak aan de rechtbank voor te leggen.
Prem is mede om die reden niet gedetineerd, de detentie is geschorst.

Hij komt ditmaal dus als een vrij man de rechtszaal binnen.
Hij heeft zijn vriendin meegenomen.
Als ze samen binnenkomen, wijst hij aan waar ze kan gaan zitten.
Hij kent de weg.
Vanuit de verdachtenbank werpt hij haar nog een kusje toe, met een lieve glimlach ter geruststelling, om haar duidelijk te maken: het komt wel goed.

Het gaat helemaal fout.

Rechters: ‘Heeft u het gedaan?’
Prem: ‘Ik heb er niets mee te maken, praat maar met mijn advocaat.’
Dat is geen goede houding, het is een slecht begin.

Rechters: ‘Nou?’
Prem: ‘Ik ontken niet, ik beken niet, ik ben op de goede weg en wil dit achter mij laten.’
Rechters: ‘Anderen zeggen dat u er bij was, waarom zeggen ze dat?’
Prem: ‘Ik heb geen idee.’
Rechters: ‘Op het breekijzer waarmee de bewoner is geslagen is DNA aangetroffen, uw DNA. Hoe verklaart u dat?’
Prem: ‘Ik zou het niet weten. Ik heb het breekijzer uitgeleend misschien?’
Rechters: ‘U leent vaker dingen uit?’
Prem: ‘Kennelijk, ik heb er niets over te zeggen.’
Rechters: ‘Dat is wel heel gemakkelijk.’

Prem had beter voorbereid moeten zijn.
De officier van justitie is zonder ook maar een greintje twijfel overtuigd van zijn schuld.
En de aanklager haalt keihard uit.
Hij eist een gevangenisstraf van vijf jaar.

Rechters, standaardvraag: ‘Heeft u de eis begrepen.
’Prem: ‘Ik sta met de mond vol tanden.’

De reclassering had nog wel zo positief geadviseerd.
Prem heeft het verkeerde pad verlaten.
Hij heeft een eigen woning, een kamer, woont samen, heeft met goed gevolg een agressie-regulatietraining afgerond, hij begint met een opleiding, komt afspraken na, wil anders dan vroeger luisteren, hij heeft gebroken met het criminele circuit.
De reclasseringsmedewerkster: ‘Als Prem naar de gevangenis moet, werkt dat averechts. Dan moeten we ons afvragen wat we terugkrijgen als hij er weer uitkomt.’
De reclassering denkt dat de samenleving er niet bij is gebaat Prem vijf jaar lang op te sluiten.
Integendeel.

De rechters denken nu twee weken na.
Prem had nog gezegd, vijf jaar, dan ben ik echt alles kwijt.
De vraag is of rechters ook aan damage controle doen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 18 september