Beetje hennepmoe

De advocaat moppert dat
de politie op grond van
zo’n anonieme tip toch
niet zomaar een woning
kan binnenvallen?

In de schimmige wereld van de hennepteelt wemelt het van de verraders. Ze zijn het niet zelden zelf. Telers van en handelaren in hennep vrezen daarom ook meer elkaar dan de politie. Dit betekent niet dat de politie stilzit. Politiekorpsen kennen geheime eenheden. De bekendste is de afdeling stiekem. In Noord-Nederland krijgt deze afdeling voortdurend een andere naam, misschien wel uit tactische overwegingen. Afgelopen week heette de afdeling tci, team criminele inlichtingen.

Wat ze doen is ook geheim: ze verzamelen op basis van vertrouwelijke regels sneaky informatie op grond waarvan collega’s een onderzoek mogen beginnen.
Tips komen van loslippige burgers en van henneptelers die de concurrent willen uitschakelen.
Of van beroeps-informanten, premiejagers, mannen die in films gevaar lopen en in gevangenissen worden vermoord.

Waarom die informanten, die snitchers, zoiets doen? Geld. De politie betaalt een premie voor een goede tip. Ook dat is geheim, maar niet onwaar. Eerlijk gezegd denk ik dat er geen hennepkwekerij is waarvan de politie het bestaan niet weet. Ze weten alles, maar hebben domweg niet de tijd al die wiethokken te ontmantelen. Af en toe doen ze er eentje en wetende dat het toch niet helpt.

In maart 2015 kwam de tip dat er in de Naberpassage – hartje binnenstad Groningen, inmiddels gesloopt – een hennepkwekerij in werking was, verspreid over twee verdiepingen. Een paar agenten zeiden dat ze heel even wat tijd over hadden. Ze deden na de koffie een inval. Eenmaal binnen leek de tip waardeloos. Geen kwekerij met potten vol groene bloei, met lampen en filters noch verhitte stroomdraden. De agenten vonden wel iets wat ook goed was: bijna drie kilo hennep, kant en klaar voor de straatverkoop, goed voor meer dan 10.000 euro.

Pjotr woonde er.
Hij komt uit Oezbekistan en studeert in Groningen.
Hij wil makelaar worden.
Pjotr vertelt in de rechtszaal dat hij de hennep moest bewaren voor iemand.
Nee, geen namen.
Na een week zou het worden opgehaald.
Dan mocht hij 50 gram houden.
Hij dacht, een weekje, wat kan mij gebeuren?
Tegen de rechters: ‘Zo zie je maar weer. Een foute keus is zo gemaakt.’

In zijn jaszak wordt nog wat xtc en een beetje cocaïne gevonden. Dat past bij het verhaal dat Pjotr aan de rechter vertelt. Hij en zijn studentenvrienden leggen in het weekeinde geld bij elkaar, zo’n vijftig euro per persoon, om dan drugs te kopen, van alles wat en voor iedereen een beetje.

Wat de officier van justitie betreft hoeft Pjotr niet aan de hoogste boom. De aanklager ziet wel dat ‘de persoon van de verdachte en het feit waarover we het hier hebben’ niet helemaal bij elkaar passen. De advocaat moppert dat de politie op grond van zo’n anonieme tip toch niet zomaar een woning kan binnenvallen? ’t Is hier Oezbekistan niet, zou hij gezegd kunnen hebben.

De officier van justitie kijkt Pjotr nog eens diep in de ogen, doet het vaste riedeltje over het criminele milieu, ondermijning en brandgevaren en concludeert dat deze verdachte geen hardcore hennepcrimineel is. Met een boete van 1500 euro mag Pjotr zijn studie vervolgen. De politierechter vindt het een eis van niks. Tegen Pjotr: ‘Van boetes krijg je maar schulden. Ik veroordeel u tot een werkstraf van 90 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk.’

Pjotr, opgelucht, zegt dat hij het nooit weer zal doen, dat hij nog wel eens een blowtje rookt, maar dat hij is gestopt met de cocaïne. De politierechter: ‘Dat is goed, we houden hier niet van snuivende makelaars.’

Bij strafzaken rond hennep komt nooit het hele verhaal naar boven.
Ik denk dat de politie hennepmoe is, dat onderzoeken worden uitgevoerd op de automatische piloot en dat heel de strafrechtketen dat ook wel best vindt.
Tussen aanhouding en rechtszaak zit minimaal een jaar, vaak maanden langer.
Wat maakt het uit?
Niks.
Zelfs niet als het serieus misgaat, zoals op een zaterdag in mei van 2015, aan de rand van de binnenstad van Groningen.

Even voor een uur in de middag is er een enorme explosie. De voorgevel van een woning wordt weggeblazen, de achtergevel is ontzet. Na de knal is vanaf de straat te zien wat er achter de voorgevel schuilging: een bloeiende plantage. Om- en aanwonenden worden geëvacueerd. De bewoner is de 53-jarige Richard. Makelaar. Hij verkoopt dromerige optrekjes aan meren in Zwitserland, Italië en Spanje.

In de rechtszaal doet Richard onschuldig. Hij vertelt dat hij net een kopje Nespresso stond te consumeren in de living met een jongedame toen hij als gevolg van een enorme drukverplaatsing tegen de muur werd gekwakt. Dat er in zijn woning een hennepkwekerij met 548 planten was ondergebracht, nou nee dat wist hij niet. Hoe had hij dat moeten weten dan?

Omdat het zijn woning was?
Omdat er een stroomkabel uit de meterkast over de trap naar boven liep?
Omdat hij die 548 hennepplanten daar misschien zelf had neergezet?
Niks.
Richard legt het uit.
In een café was hij twee mannen tegengekomen, Jerry en Ben.
Ze waren naarstig op zoek naar kantoorruimte.
De mannen verkochten ijs, maar zochten een plek om de administratie te doen.
Richard vertelde dat hij een zolder had waar hij niks mee deed en de ijscomannen zeiden dat ze hem dan iedere maand 600 euro zouden geven.
Als makelaar vond Richard het beter dat er van de huurovereenkomst niets op papier kwam te staan.

De explosie maakte in een klap aan alles een einde. De officier van justitie zegt dat het een wonder moet heten dat er geen doden en gewonden zijn gevallen. Dat deze gebeurtenis aantoont hoe levensgevaarlijk hennepteelt is in huizen waar mensen wonen. Maar, vervolgt de officier van justitie, er zit een andere kant aan dit verhaal: ‘Het politieonderzoek is slordig en oppervlakkig geweest. Logische onderzoekshandelingen zijn niet uitgevoerd. Het wettige bewijs is er, maar de overtuiging dat Richard wist dat er hennep in zijn woning werd geteeld, ontbreekt. Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken.’

De rechters – doorgaans geen fans van het hennepbeleid – vonden dit te gortig. Richard mag dan misschien niet zelf hebben geteeld, hij wist dondersgoed wat er bij hem op zolder gebeurde. Hij die ondertussen de wijk heeft genomen naar Duitsland, moet nu voor straf 80 uur werken en er hangt als waarschuwing een maand voorwaardelijke celstraf aan zijn kont.

De ijscomannen moeten terechtstaan zodra het begint te sneeuwen.
Of te dooien.
En anders maar ergens in het voorjaar als het weer lente is.

Rob Zijlstra

Forse signalen

schermafbeelding-2016-11-18-om-23-58-18

Abraham is een gedreven jongeman die vastberaden is grootse dingen in het leven te gaan verrichten. Hij is nog maar 20 jaar, dus hij heeft nog heel wat bladzijden te gaan. Tegen de rechters zegt Abraham: ‘Ik ben nogal commercieel aangelegd.’ Goed, dat hij geen schoolopleiding heeft afgemaakt en leeft op het geld van zijn vriendin (die hij steevast ‘vrouwtje’ noemt) is zo. Niet fijn, maar dat zal snel veranderen. Heel de dag is hij al aan het solliciteren.

Abraham is een man van de praktijk.
Zo was het ook begonnen, in de praktijk van alledag.

Hij kocht zo nu en dan een zakje wiet en dan was er altijd wel zo’n gastje in de buurt die vroeg of hij ook wat mocht. Na een tijdje ontdekte Abraham dat als hij de helft van de wiet uit zo’n zakje verkocht, hij uit de kosten was en de andere helft dan voor zichzelf voor noppes had. Abraham – hij was toen een jaar 15, 16, realiseerde zich dat hij een verdienmodel had bedacht. De wereld lag aan zijn voeten.

De handel liep zo goed dat hij niet meer bij de koffieshop inkocht, maar rechtstreeks bij de groothandel. Waar en bij wie? Hij kijkt de rechters aan met een blik van: jongens, even goede vrienden, maar jullie moeten het mij niet euvel duiden als ik daar geen antwoord op geef. Hij zegt: ‘Vertel ik niet.’

In oktober 2015 kwam er een einde aan de onderneming. Een vader had zijn zoon betrapt toen die aan het blowen was. Zoonlief biechtte alles op. Hij vertelde dat hij wiet verkocht op school en dat hij dat deed voor ene Abraham. Daar kreeg hij 75 euro per week voor.

Vader belde de politie. Agenten gingen Abraham observeren en tapten zijn telefoon. Toen hij werd opgepakt ontdekte de politie in die telefoon het bestaan van een WhatsApp-groep met 138 leden. Allemaal klanten. Van hen waren er 90 minderjarig. Abraham maakte, zodra hij weer verse handel had, via de WhatsApp-groep reclame waarna het geld van alle kanten aan kwam fietsen.

Het werkterrein waar Abraham zijn verdienmodel op had losgelaten bestond vooral uit de omgeving van het Maartenscollege en de twee vestigingen van het Zernike in Haren.
Hij was de wandelende koffieshop.
Van de 90 minderjarige blowscholieren zijn er 86 voor straf naar het bureau Halt gezonden waar ze leerden dat blowen niet goed is voor de hersentjes.
Voor geschrokken ouders was er een informatiebijeenkomst.

De officier van justitie vindt een stevige straf op z’n plaats. De rechtbank moet een fors signaal laten klinken opdat iedereen straks weet dat dit niet kan, zegt de aanklager. Daarom eist hij een taakstraf van 200 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf. De advocaat oppert dat een iets lagere straf misschien ook fors mag heten: Abraham moet naast een werkstraf nog wel tijd overhouden om te solliciteren.

Aan het slot van de strafzaak zegt Abraham dat hij zal laten zien wat hij kan. Alsof het zijn beste vrienden zijn, zegt hij tegen de rechters: ‘We spreken elkaar een andere keer weer, maar dat zal niet hier zijn.’

Toen ze de ronkende
bestuurder uit de
droom hielpen,
roken ze de drugs

Derk (33) is ook een dealer in middelen, de forse signalen die hij al jaren ontvangt ten spijt.
Derk werd eens betrapt toen hij wachtende voor het rode verkeerslicht in slaap was gevallen (zo druk, zo moe).
Agenten kregen een melding dat daar en daar een auto stond, lichten aan, draaiende motor.
Toen ze de ronkende bestuurder uit de droom hielpen, roken ze de drugs.

De auto werd doorzocht en dat leverde 11 gram cocaïne, 181 gram amfetamine (speed), 900 XTC-pillen en 207 gram hennep op. Verder: messen, peperspray, een weegschaaltje, gripzakjes en 700 euro aan contanten. Derk had gezegd dat het voor eigen gebruik was en had om een werkstraf gevraagd. Want hij is gek op werken. Dat was in 2011.

In april vorig jaar was Derk op bezoek geweest bij een vriend. En wat? Hij was in slaap gevallen (nog altijd druk), werd wakker in de nacht, bedacht dat hij vroeg moest werken, sprong in de auto om ietwat gehaast, met hoge snelheid dus, richting huis te Hoogezand te rijden. Halverwege was er politie die een stopteken gaf. Keurig liet Derk zijn rijbewijs zien. Terwijl agenten het roze bewijs controleerden, bedacht Derk dat het toch beter zou zijn dat hij snel in bed zou liggen en gaf plankgas.

Met zwaaiende toeters en bellen zette de politie de achtervolging in. Veel kans had Derk niet. In een woonwijk hadden ze hem te pakken en met getrokken pistolen moest Derk uitstappen. In de auto 0,8 gram speed, 1 gram cocaïne en 12 xtc-pillen, een gestolen invalidenparkeerkaart.

Hoezo nu weer Derk?
Eigen gebruik, rechters.

Hij had ook 900 euro in contanten op zak.
De rechters zeggen, u bent steigerbouwer, uw salaris is geen vetpot, zo’n 1400 euro per maand. Dan is 900 euro zo in de broekzak best veel geld.

De reclassering had geschreven dat Derk een beetje antisociaal is en dat bij hem alles draait om geld verdienen.
Een van de rechters merkt op: ‘Dat is ook helemaal niet erg. Je kunt er president van Amerika mee worden.’

Maar Derk snapt het niet.
Zegt: ‘Ik heb altijd contant geld bij me.’
Hij gaat iets verzitten, grijpt in de rechterbroekzak, haalt een stapel biljetten tevoorschijn en begint te tellen.
Het is bijna 1000 euro.
Verklaart: ’Ik ben nogal ouderwets, betaal alles contant.’

Hij had ook drie mobiele telefoontoestellen. Agenten leren dat dat een dealer-indicatie is. Maar het zit zo, anders. Eentje is van een Surinamer bij wie hij soms drugs voor eigen gebruik koopt, kennelijk heeft de dealer de telefoon verloren. De tweede telefoon is zijn steigerbouwtelefoon. Een goedkope omdat er op steigers altijd valgevaar bestaat. De derde is de reguliere telefoon.

Niks geks aan.

De deskundigen: ‘Van alles is geprobeerd, niets heeft hem geholpen. Het enige positieve is dat hij zijn werk weet te behouden. Maar hij wil niks. Er is geen intrinsieke behandelbehoefte.’
Derk flappert even met de oren.

Hij zegt dat het sowieso de laatste keer is dat hij in de rechtszaal zit.
Een gevangenisstraf ziet hij niet zitten, want ‘daar zal de baas niet blij mee zijn’.
Hij heeft een beter idee: ‘Doe maar een dubbele werkstraf.’

De officier van justitie: ‘Doe maar tien maanden cel.’

Rob Zijlstra

 

update – 28 november 2016 – uitspraken
Abraham is veroordeeld tot 180 uur werkstraf en een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden. Een iets lagere werkstraf dus, maar een dubbel zo hoge voorwaardelijke straf. Idee daarachter: een extra waarschuwing. Wordt deze jongeman wederom te commercieel in de verkeerde branche, dan heeft hij iets te verliezen.

Derk heeft 3 maanden gekregen. Plus 4 maanden die hij bij een eerdere straf voorwaardelijk opgelegd had gekregen. Die maanden worden nu ten uitvoer gelegd (getuld, zeggen ze in rechtbanken). Betekent dat Derk die zo graag wil werken 7 maanden moet zitten niks doen.

Duistere zaken

De Guinee-mannen
namen genoegen

met dit bedrag en lieten
de wietknippers na
vier bange dagen vrij

Rechtszaken geven inkijkjes in de wereld waar het daglicht spaarzaam is, waar de bewoners fluisteren en waar buitenstaanders niet welkom zijn. In rechtszalen worden soms dingen gezegd, woorden gesproken, die licht laten schijnen in die donkere duisternis. En dan zie je, voor heel even, ineens iets meer.

Zo zag ik ineens dat er verbanden zijn tussen een schrikbarende gebeurtenis, een aanslag op een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden, een brand in een woning van een man uit Sierra Leone en een wc-eend-onderzoek.

Ik zet het op een rijtje.

In augustus 2013 werden in een woning in stadswijk Paddepoel in Groningen vier mannen gegijzeld. De ongelukkigen kwamen uit Vietnam en waren vanuit Duitsland naar Nederland gekomen om hier in het geniep wiet te knippen in hennepkwekerijen. Dat is werk dat – net als bollen pellen – gedaan moet worden en waar mannen uit Vietnam misschien wel goed in zijn.

Toen ze klaar waren met knippen en met het verdiende loon huiswaarts wilden keren, werden ze tegengehouden, opgesloten en vastgebonden door Fransmannen uit Guinee. Ze kregen – handen vastgebonden op de rug – geen eten, maar harde klappen in het gezicht en stroomstootwapens tegen zich aangedrukt. Ook werd gedreigd oren af te knippen. Dat doet hartstikke zeer.

De bedoeling van deze heisa was dat de Fransmannen uit Guinee geld wilden van de Vietnamezen. Ze wilden 20.000 euro in ruil voor hun vrijlating. De Vietnamezen kregen een telefoon en belden in doodsangst familieleden die er met veel moeite in slaagden 5.000 euro bijeen te brengen. De overdracht van het geld had plaats op het hoofdstation. De Guinee-mannen namen genoegen met dit bedrag en lieten de wietknippers na vier bange dagen vrij.

Vijf maanden later werd aan het Hoendiep in Groningen, ’s morgens in alle vroegte, een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden neergeschoten. De politie onderzocht de zaak en kwam al heel snel met een ongebruikelijke mededeling: het betrof een liquidatie, een mislukte weliswaar, maar toch. Het slachtoffer was, zo meldde de politie, een man uit Sierra Leone en geen willekeurige passant. Door dit te melden wilde de politie, zei de politie, onrust in de stad voorkomen. De krantenbezorger werd opgenomen in het ziekenhuis, de kogels waren in zijn benen geschoten.

Dat de politie dit zo snel wist kwam omdat de man de doodzonde van de duistere wereld had begaan: hij zou met de politie hebben gepraat over hennepkwekerijen, knippende Vietnamezen en over Franse mannen uit Guinee.

Er vloog ook
een geldkistje
door de lucht

Een kleine maand na de aanslag aan het Hoendiep brak er brand uit in een woning aan de Kleine Haddingestraat in de Groninger binnenstad. Het vermoeden: aangestoken. De brandweer probeerde te redden wat er te redden viel en gooide het huisraad naar buiten. Er vloog ook een geldkistje door de lucht. Agenten zagen dat en namen het kistje mee naar het bureau, want geldkistjes laat je niet achter op straat.

De bewoner van de deels uitgebrande woning is de 36-jarige Kabala. Ook hij is bezorger van de krant. Op het moment van de brand bracht hij ons rond. Bij thuiskomst was de paniek groot. Niet alleen over het geldkistje, maar vooral over een plastic tas waarin 20.000 euro had gezeten. Of 30.000 euro, duidelijkheid daarover is vaag. Kabala zelf denkt dat de politie het geld heeft gestolen. Hij heeft aangifte gedaan.

Tijdens het onderzoek in verband met de brandstichting ontdekt de politie dat zij Kabala eerder hebben ontmoet. Kabala komt als een getuige voor in het onderzoek van zijn neergeschoten collega. Agenten vinden die link zo verdacht dat ze wel eens willen weten wat er in dat geldkistje zit. In mei 2014 – drie maanden na de brand – maken agenten het kistje open. Er zit 15.170 euro in.

Voor de politie is dat de prijs van één medezeggenschapsvergadering, voor een krantenbezorger daarentegen is het verdacht veel geld. Krantenbezorgers die banden hebben met mannen die in verband worden gebracht met schieten en geld bewaren in kistjes en tassen zouden wel eens tot de wereld van de misdaad kunnen behoren.

Zo kwam het dat Kabala deze week in zittingszaal 14 zat. Niet als drugsboef of geweldenaar, maar als verdachte van witwassen: van 30.000 euro die hij zegt te hebben gehad en wat weg is en van 15.170 euro uit het kistje.

Dit verhaal krijgt niet een mooi afgerond of overzichtelijk einde want dat is er niet.
De twee Fransmannen uit Guinee zijn vorig jaar veroordeeld tot elk 5 jaar gevangenisstraf wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Volgende week dienen hun zaken in hoger beroep bij het hof in Leeuwarden.
Het onderzoek naar hun rol bij de mislukte liquidatie van de krantenbezorger leverde te weinig op voor een strafzaak.
Die kwestie staat nog te boek als niet opgehelderd.
Evenals het slachtoffer trouwens.
Na het ontslag uit het ziekenhuis verdween hij zonder sporen.

En Kabala? Hij kwam deze week in de rechtszaal met een verklaring. Het geld uit het kistje was geld dat hij had geleend voor een aanstaande operatie vanwege zijn ziekte waar hij niet veel over kwijt wil. De operatie moet mogelijk plaatshebben in de Verenigde Staten wat veel geld kost. Dat Kabala dit nu pas verklaart is omdat hij nieuwe geldleenovereenkomsten kan tonen. Eerder niet. De originelen waren bij de brand verloren gegaan.

De officier van justitie denkt diep na en misschien wel er het zijne van na en zegt dan dat hij Kabala niet langer als een verdachte kan beschouwen nu er plots een aannemelijke verklaring is over de herkomst van het geld. En omdat het onderzoek van de politie volgens hem ook niet uitblinkt in duidelijkheid moet het maar klaar zijn.
Tegen de rechters: ‘Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken. Het geld uit het kistje kan wat mij betreft aan verdachte worden teruggegeven.’

Rest die 20.000 euro. Of 30.000. Heeft de politie dit geld gestolen?
Nee.
Hoewel?
Het is inmiddels bekend dat de integriteit bij de politie niet meer een vanzelfsprekendheid is. Er is een intern onderzoek geweest waarin agenten zichzelf hebben verhoord.
Het onderzoek heeft naar verluidt niets opgeleverd, opdat agenten zichzelf ook niet hebben hoeven arresteren.

De rechters vragen aan Kabala of hij de eis tot vrijspraak zoals de officier van justitie voorstelt, begrijpt.
Hij zegt: ‘Nee, maar ik hoop dat de waarheid op tafel komt.’

Rob Zijlstra

aanvulling

onrechtmatig

Advocaat Mathieu van Linde is het eens met de officier van justitie ten aanzien van de strafeis. Hij is het niet eens met de motivering. Van Linde meent dat Kabala op andere gronden moet worden vrijgesproken.

De politie had geen enkele reden om in het geldkistje te kijken. Op het moment ze dat deden werd Kabala van niets verdacht, aldus Van Linde. De verdenking van witwassen ontstond pas nadat he kistje was geopend.

Het openmaken was niet rechtmatig. Ze hadden het kistje zonder gedoe aan de eigenaar terug moeten geven. Het openbreken was onrechtmatig en dan is ook het aangetroffen bewijs – het geld – onrechtmatig verkregen. Consequentie van deze onrechtmatigheden: het bewijs moet worden uitgesloten. En dan blijft er niets over wat moet leiden vrijspraak.

update – 17 november 2016 – uitspraak
Zoals viel te verwachten is Kabala vrijgesproken. De vraag was: op welke grond. De rechtbank kiest voor de redenering van advocaat Mathieu van Linde: het openbreken van het kistje was onrechtmatig. Sterker: de hele inbeslagname van het kistje is vaag en onduidelijk. Kortom: de politie heeft beroerd werk verricht. Gevolg: een vrijspraak.

2 fragmenten uit het vonnis:

kistje-1

kistje-2

.

De beste kok

‘Ze proberen me te fucken.
Ik ben geen snitch, ik heb niks
tegen die agent gezegd, hij
zit gewoon dom te lullen.’

 

Schermafbeelding 2016-02-05 om 00.01.54De zoekterm ‘liegen’ levert op het internet van Google een zee aan wetenswaardigheden en intrigerende verhalen op.
Liegen is gezond en liegen is leuk, zonder leugens komt het grote raderwerk dat de samenleving in beweging houdt abrupt tot stilstand.
Het is ook daarom dat de mens slecht is in het herkennen van leugens.

Het is zelfs zo dat ‘professionele leugenontmaskeraars’ – als politiemensen en rechters – in testen niet beter scoren in het vaststellen van leugens dan ‘gewone’ mensen.

De goedopgeleide Gert (47) uit Drenthe wordt verdacht van ontucht met twee dochters van zijn nieuwe partner die hij via een datingsite had leren kennen.
Omdat hij als gevolg van een stukgelopen relatie dakloos was geworden, trok hij al snel bij haar in.
Het leek zo leuk, ook zij leek leuk, maar het werd al snel een hel in Leek, zei Gert.
De nieuwe liefde bleek een zuipschuit met een kwade dronk.
Toen hij twee jaar na binnenkomst de benen nam, deden de dochters aangifte van seksueel misbruik.

De politie deed onderzoek en de kwestie belandde bij het Openbaar Ministerie.
Door het systeem kwam het strafdossier op een plank terecht waar het een paar jaar bleef liggen.
Gert ontkent het misbruik.
Hij zegt op de eerste donderdag van februari 2016 dat hij de kinderen in 2007 en 2008 niets heeft aangedaan.

Liegt hij?
Of liegen de inmiddels volwassen kinderen?
De officier van justitie weet het niet en vraagt – want dat is dan de consequentie – de rechtbank om Gert vrij te spreken.
Ze voegt er nog wel aan toe: ‘Daarmee wil ik niet beweren dat de kinderen liegen.’

De advocaat van Gert heeft de moeder van de kinderen wel op flinke onwaarheden betrapt.
Om de politie een idee te geven hoe een smeerlap die Gert wel niet was, had ze verhalen die hij had geschreven aan de politie gegeven.
Fantasierijke seksverhalen.
De advocaat was samen met Google gaan zoeken en ontdekte dat de verhalen afkomstig waren van allerhande sekssites.
De nieuwe liefde had honderden pagina’s digitaal geknipt en geplakt en toen uitgeprint.
Die moeder is zelf een gemeen liegbeest, zei (in vrije vertaling) de advocaat.

Dat was ’s middags.
In de ochtend hadden de rechters Duman (51) het vuur na aan de schenen gelegd.
Duman zou iemand een vuurwapen op het hoofd hebben gezet.
Die iemand deed aangifte waarop de politie Dumans woning doorzocht.
Het wapen werd niet gevonden.
Agenten vonden wel iets anders: in de stofzuiger vonden ze 34.000 euro aan contanten.

De rechters willen weten of Duman dat kan uitleggen.
Hij vertelt dat hij 30.000 euro had geleend van zijn vader.
De rest is spaargeld.
Duman werkt in een shoarmazaak in Groningen waar hij niet veel verdient, maar waar hij wel royale fooien krijgt, genoeg om te kunnen sparen.
De rechters moeten weten dat Dumas kok is, niet zomaar een kok, maar een heel goede.
Daarom wil hij een eigen eethuisje beginnen.
Vandaar die lening.

Op de toon van ‘en dat moeten wij geloven’ blijven de rechters maar vragen stellen.
Los van legale inkomsten, is in vier jaar tijd opgeteld 55.000 euro op Dumans bankrekening gestort.
Wat is dat dan?
Duman zegt dat mensen soms geld van hem lenen.
Krijgt hij zijn geld terug, dan stort hij het weer op de rekening.

Tijdens de huiszoeking vinden agenten een boksbeugel, een verboden wapen.
Wat hij daarmee moest?
Duman: ‘Daarmee trek ik auto’s achteruit.’
Rechters: ‘Uh?’
De rechters merken vervolgens op dat in zijn schuurtje spullen zijn aangetroffen die je ook wel tegenkomt in hennepkwekerijen.
Duman: ‘Ik verhuurde mijn schuurtje.’
Rechters: ‘Jaa-ja.’

De man die hij zou hebben bedreigd, vertelde aan de politie dat hij niet langer hennep wilde telen, dat hij daarom werd bedreigd.
De rechters lezen in het dossier dat Duman een paar keer is veroordeeld in verband met drugs, dat hij zelfs al eens in Duitsland heeft vastgezeten.

De officier van justitie concludeert dat alles aanwezig is om gerechtvaardigd te kunnen denken dat Duman zich bezighoudt met witwassen van crimineel geld.
De eis: drie maanden gevangenisstraf.

Houding en lichaamstaal kunnen de liegende mens verraden.
Scar (21) en Face (22) zijn twee jonge ganstermannen die worden verdacht een ov’tje te hebben gezet, in dit geval de overval (ov) op cafetaria Plaza in Groningen.

Scar zit slungelig en onderuitgezakt in de verdachtenbank, dan weer ligt zijn hoofd op het tafelblad, alsof hij slaapt.
Face heeft een wat actievere zit, maar hij is dan ook een battle-rapper.
In hun gezichten sieren kleine tatoeages.
Met messen zouden ze de eigenaar en een medewerkster hebben bedreigd.
De overvallers gingen er vandoor met de kassalade en 640 euro.

Het gebeurde in oktober 2014, in april vorig jaar werden ze opgepakt.
Scar en Face zeggen dat ze met deze overval niets te maken hebben.
Ze liegen niet.
Ze zwijgen.
Waarom?
Omdat dat mag.
Face wil naar huis, want hij gaat niet zitten voor iets wat hij niet heeft gedaan.
Scar zit al in de gevangenis wegens een gewapende overval in Delfzijl waar hij drie jaar voor kreeg.

De officier van justitie wil daar nog eens achttien maanden aan toevoegen.
Overweldigend is het bewijs niet.
Maar Scar vindt het best, hij zit zijn tijd wel uit.
Daarna gaat hij weg.
Zegt: ‘Nederland is een zogenaamd vrij land, maar als je wilt werken en je hebt een strafblad, dan maak je geen kans.’
Nederland, zegt Scar, is een land van mooie praatjes.

De rechters: ‘Ze zeggen dat het erg slecht met u gaat.’
Scar haalt de schouders op, gaapt, kijkt weg en zegt: ‘Och, ik adem.’

Face, die al eens een enkelbandje doorknipte, krijgt een strafeis van vier jaar om de oren geslingerd.
‘Tsss.’

In het cellencomplex van de politie werd een undercover-agent op hen afgestuurd.
Nietsvermoedend zouden ze op de luchtplaats tegen de liegboef belastende woorden hebben gesproken waardoor ze nu in de penarie zitten.
Face: ‘Ze proberen me te fucken. Ik ben geen snitch, ik heb niks tegen die agent gezegd, hij zit gewoon dom te lullen.’

Dat liegen van nature een heel menselijke eigenschap is, is in de rechtszaal knap lastig.
Scare en Face doen wel ontzettend stoer, maar zijn misschien wel goudeerlijk, terwijl de hoogopgeleide bleue Gert best de berekende minkukel kan zijn.
Ook met Duman kun je alle kanten op.
Misschien liegt hij wel en is hij helemaal niet zo’n goede kok die hij zegt te zijn.

Rob Zijlstra

update – 16 februari 2016 – uitspraken
Gert is vrijgesproken, dat was niet een heel grote verrassing. En ook niet dat Scare en Face zijn veroordeeld. Scare heeft de geëiste  18 maanden gekregen, die komende dus bij de 3 jaar die hij al eerder had ontvangen. Face is veroordeeld tot 3 jaar celstraf.

Weliswaar schuldig

Pyrrhus, de koning van Epirus, won twee veldslagen tegen de Romeinen, maar verloor daarbij een groot aantal mannen. Toen een van zijn generaals hem met zijn overwinning wilde feliciteren zou hij hebben opgemerkt: ‘Nog één zo’n overwinning en ik ben verloren.’ [wikipedia]

 


Keurig misdaadgeld, mag je dat houden?

Schermafbeelding 2016-01-13 om 16.04.47
achterdeur

Worden de twee Bierumer wietkwekers die schuldig werden verklaard, maar geen straf kregen opgelegd, vandaag donderdag alsnog via de portemonnee bestraft?
Het zou zo maar kunnen.

Donderdagmiddag doet de rechtbank in Groningen uitspraak in de ontnemingsprocedure die het Openbaar Ministerie vorig jaar tegen hen begon.
John en Ines hebben hennep geteeld en verkocht.
Hennep telen is strafbaar en het verkopen aan koffieshops wordt niet gedoogd.
De opbrengst is dus wederrechtelijk: het is misdaadgeld.
En omdat het kwade niet mag lonen, moet het verdiende geld worden ingeleverd.
Het geld gaat dan naar de staatskas en daarmee is het van ons allemaal.

De tegenwerping van de advocaten van de Bierumers, Sidney Smeets en Tim Vis, is dat zij belasting hebben betaald over de verdiensten.
Daarmee kan niet meer gesproken worden van misdaadgeld.
Het Openbaar Ministerie ziet dit anders.
De inbreker die zijn buit opgeeft als inkomsten, kan een aanslag verwachten van de fiscus, zei de officier van justitie.
Hij zei ook: ‘De belastingdienst heeft geen moreel oordeel over inkomsten.’

Het is nog iets complexer.
John en Ines stonden terecht wegens de hennepteelt.
Ze zijn zogenaamde principiële henneptelers.
Zij vinden dat de manier waarop zij hennep telen, de manier is waarop het zou moeten.
Met hoe zij het doen, zouden ze bijvoorbeeld de criminaliteit rond hennepteelt een flinke slag toebrengen en zou de staatskas er flink van profiteren.

Nu is het net andersom.

De rechtbank ging er  in mee en oordeelde dat de twee telers zich weliswaar schuldig hebben gemaakt aan een strafbaar feit, maar dat ze daarvoor geen straf verdienen.
Wat ze deden en vooral de manier waarop, past binnen de uitgangspunten van het Nederlandse softdrugsbeleid, vonden de rechters in Groningen.
Volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde wegen daarin zwaarder dan de strafrechtelijke aanpak van softdrugs.

De Bierumers… 

hebben openheid van zaken gegeven over het feit dat zij zich bezig hielden met de hennepteelt

hebben de benodigde elektriciteit op een verantwoorde en veilige manier afgenomen en de elektriciteitsrekeningen aan de leverancier betaald

hebben naast hun drugsinkomsten geen uitkering

hebben hun inkomsten en administratie bijgehouden, deze inkomsten opgegeven aan de belastingdienst en daarover ook belasting betaald

hebben geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt, er was geen sprake van een brandgevaarlijke situatie en er is geen overlast in de nabije omgeving geconstateerd

hebben enkel en uitsluitend willen afleveren en afgeleverd aan twee gedoogde coffeeshops, van grensoverschrijdende verkoop is voorts evenmin gebleken.

[uit het vonnis]

Diezelfde drie strafrechters moeten nu opnieuw met een oordeel komen over het keurig verdiende, maar vermeende misdaadgeld.
Kun je iemand geen straf opleggen omdat-ie het keurig heeft gedaan om vervolgens wel de verdiensten als misdaadgeld te bestempelen dat afgedragen moet worden?
Het gaat in deze zaak – volgens de berekeningen van het OM – om 174.988 euro.

Juridisch kan het.
John en Ines hebben de wet overtreden.
Daaraan zijn ze schuldig.
Het feit is dus bewezen en dat impliceert dat de verdiensten wederrechtelijk zijn verkregen en dus ook dat er moet worden afgerekend.
Ook keurige misdaad mag niet lonen.

In de geest van de uitspraak ‘wel schuldig, geen straf’ kan de rechtbank de hoogte van het ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ bepalen om vervolgens de terugbetalingsverplichting op nul euro vast te stellen.
Dat doen rechters wel eens vaker.

citaat ag

Of…
Het Openbaar Ministerie ging tegen de schuldigverklaring zonder straf in hoger beroep.
Het gerechtshof in Leeuwarden verklaarde de Bierumers eveneens schuldig, maar legde ook een straf op: drie maanden voorwaardelijke celstraf, gekoppeld aan een proeftijd van drie jaar.
De rechtbank in Groningen kan aansluiting zoeken bij dit arrest van de hogere rechters.
Dan zeggen de Groninger rechters dat een straf via de portemonnee bij nader inzien passend en geboden is.

De uitspraak is rond 13.00 uur en via @zittingszaal14 ‘live’ te volgen.

Rob Zijlstra

update – 14 januari 2016 – uitspraak
Het gaat bijna altijd (vaak, soms) weer anders dan je vooraf inschat. De rechtbank heeft het onderzoek heropend want voelt zich onvoldoende geïnformeerd, sprak de voorzitter. Het komt erop neer dat de rechtbank  de uitkomst van de lopende cassatie bij de Hoge Raad wil afwachten. Zodra er duidelijkheid is in de hoofdzaak, kan dan een beslissing worden genomen in de ontnemingsprocedure.  Een en ander kan nog wel een jaar op zich laten wachten. Eerste reactie van in rechtbankgebouw loslopende juristen: ‘Ja, eigenlijk wel logisch.’ Ook John laat weten zich te kunnen vinden in het tussenvonnis. ‘Ik begrijp het wel.’

het tussenvonnis 

 

update – 15 december 2017 – uitspraken ontneming
De Bierumer wiettelers moet hun met hennep verdiende geld inleveren, zo oordeelt de rechtbank. Het gaat om 175.000 euro. Het hoger beroep is aangekondigd. Het hoe en waarom van de uitspraak staat in het vonnis (zie hieronder).

vonnis

 

 

Schermafbeelding 2016-01-13 om 16.16.43

Haalt Bierumer wietproces de geschiedenisboeken? [dvhn, 2 april 2014] link
Verslag strafzitting rechtbank Groningen [blog, 12 oktober 2014] link
Vonnis rechtbank Groningen [rechtspraak.nl, 16 oktober 2014] link
Arrest hof Leeuwarden, hoger beroep [rechtspraak.nl, 9 november 2015] link
Zitting ontnemingsvordering rechtbank Groningen [blog, 3 december 2015] link

 

Hetzelfde liedje

de belastingdienst heeft geen
moreel oordeel over inkomsten

Schermafbeelding 2015-12-03 om 23.45.49Het is steeds maar weer hetzelfde liedje.
De verkoop wordt gedoogd, de inkoop is strafbaar en wordt ook vervolgd omdat de rechtsorde nu eenmaal dient te worden gehandhaafd.

Jawel, er is volop discussie, de officier van justitie is ook niet doof, zegt hij tegen hen die horen willen.
Hij zegt: ‘Er is veel discussie in de kranten en op sociale media. Maar er zit geen lijn in die discussie. Welke kant gaat het op? Wat vindt Nederland?’

De officier van justitie vervolgt: ’Ik kies voor de klassieke benadering. De discussie over de regulering van de wietteelt dient niet gevoerd te worden in de rechtszaal. Wij kennen een scheiding der machten en die machten moeten elkaar niet in de weg gaan zitten. De discussie is aan de wetgever.’

De officier van justitie concludeert: ‘Pas na een breed gevoerd en uitgekristalliseerd debat kan de hennepteelt worden gedoogd.’

En dus vindt de aanklager dat de twee Bierumer wietkwekers de winst die ze in de voorbije jaren hebben gemaakt, moeten afdragen aan de staat.
Het gaat – zou gaan – om 175.000 euro.
Misdaad mag immers niet lonen, daar is in Nederland wel een breed draagvlak voor.

De Bierumer wietkwekers John (50) en Ines (40) zaten vorig jaar oktober tegenover dezelfde drie rechters waar zij donderdag ook tegenover zaten.
Het ging ook donderdag om hetzelfde liedje, over de hypocrisie van de achterdeur, over de hypocrisie van het failliete gedoogbeleid rond softdrugs, een beleid dat de georganiseerde misdaad in de kaart speelt en dat maakt dat de fiscus miljoenen euro’s misloopt.

Nog even in het kort kort: Jonn en Ines deden het netjes.
Ze deden geen overlast, geen brandgevaarlijke toestanden, wel biologisch, geen diefstal van de stroom (maar gewoon betalen), zo ook het betalen van belasting, ze deden een transparante boekhouding, inclusief facturen. Ze leverden alleen aan door gemeenten gedoogde coffeeshops, ze leverden van hoge kwaliteit, maar niet tegen de hoogste prijs. Weg met de criminaliteit.

De rechtbank in Groningen oordeelde dat een dergelijke gezonde manier van hennep kweken past binnen het gedoogbeleid.
John en Ines werden wel schuldig bevonden (vonden ze zelf ook), maar de rechtbank legde geen straf op.
Even zag het er naar uit dat dit een doorbraak zou zijn in het Nederlandse hennep- en coffeeshopbeleid, maar de gelukkigen die die dat riepen, juichten te vroeg.
Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep en het gerechtshof in Leeuwarden maakte korte metten met het Groninger vonnis: schuldig met straf.

En nu is er dus de ontnemingsvordering van het wederrechtelijk verkregen voordeel: 175.000 euro.
De Amsterdamse advocaten Sidney Smeets en Tim Vis vinden de vordering niet terecht.
Sowieso klopt de hoogte van de vordering bij lange na niet.
Maar principiëler, Bierum, het lichtende voorbeeld, heeft niks misdaan.
Het geld dat werd verdiend, is niet wederrechtelijk verkregen.
Er is, zeggen Smeets en Vis, immers belasting over betaald.

In koor tegen de rechters: ‘Twee idealistische wietkwekers moeten bloeden omdat een moedige wetgever ontbreekt. John en Ines leverden een bijdrage aan een oplossing. De vordering moet dus worden afgewezen. En rechters, dat is geen politiek statement, maar een bevoegdheid die u van de wetgever heeft gekregen.’’

De officier van justitie schudt het hoofd.
Hij weet: ‘De belastingdienst heeft geen moreel oordeel over inkomsten. Het betalen van belasting betekent dus niet dat inkomsten automatisch legaal worden. De inbreker die zijn buit opgeeft als inkomsten, kan een aanslag verwachten van de fiscus.’

Smeets en Vis zeggen dat Jon en Ines na het arrest van het hof zijn gestopt met het telen van wiet. Zij hebben nu geen inkomsten. Ze kunnen die vordering dus nooit betalen. Ze raken na zo veel inzet zelfs aan de bedelstaf.’

De officier van justitie haalt de schouders op, dat hoort hij vaker van wietkwekers.
Zegt, standaard: ‘Nu kunnen ze misschien niet betalen, maar in de toekomst wellicht wel. Ze zijn nog jong.’

Er zijn laatste woorden.

John zegt dat justitie hen het leven behoorlijk zwaar heeft gemaakt. ‘Er is een probleem waarvoor wij de oplossing hebben. Door open en transparant te zijn hebben we onze verantwoordelijkheid genomen.’
Ines vult aan: ‘Wij hebben geen schade berokkend, wij hebben geprobeerd de situatie te verbeteren.’

De officier van justitie heft zijn armen niet ter hemel.
Wel zegt hij: ‘Ja. Het moet anders. Maar de grote vraag is: hoe dan? Dat is aan de wetgever.’

De drie Groninger rechters zeggen dat ze voor 14 januari 2016 vonnis zullen wijzen en trekken zich terug.

Elders draait Armand zich om in het graf.
Niettemin, er is nog hoop.

Rob Zijlstra

 

het rechtbankverslag van eerdere zitting [okt ’14, inclusief vonnis rechtbank] 

 

Eerlijk gezegd

Amadeus is een 28-jarige aardige jongeman.
Heel beleefd ook.
En consequent.
Dit zegt niet zijn moeder, maar dat zeggen de deskundigen van het Pieter Baan Centrum.
De onderzoekers rapporteren in hun bevindingen dat Amadeus vriendelijk maar consequent weigerde mee te werken aan welk onderzoek in het justitiële observatiecentrum dan ook.

Ook in de rechtszaal is hij niet anders dan hij is: uiterst vriendelijk en correct.
Misschien zegt hij net iets te vaak dat hij het eerlijk zal vertellen (‘ik zeg je eerlijk…’), maar dat is het dan ook wel.
Op de beschuldiging na, want die is ronduit vals en lelijk.
Een kleine twee uur na aanvang van het strafproces hoort hij dan ook een van de zwaarste strafeisen van dit jaar in de Groninger rechtszaal tegen zich uitspreken: 8 jaar.

Amadeus heeft niemand vermoord.
Dat niet.
Maar hij heeft dat wel geprobeerd.
Dat zegt de officier van justitie die zonder twijfel is.
Amadeus heeft op 18 december vorig jaar geprobeerd Niek dood te schieten.
Het ging maar net goed, in die zin dat Niek wel werd geraakt, maar het ziekenhuis na enige tijd lopend had kunnen verlaten.
Eén kogel was in zijn been terechtgekomen, een andere in de linkerschouder.
Amadeus werd niet lang na het geschiet aangehouden door een arrestatieteam van de Regionale Eenheid Noord-Nederland van de Nationale politie (voorheen: Groninger politie).

Eenmaal verdacht besloot Amadeus te zwijgen.
Dat recht heeft hij.
Inmiddels zit hij elf maanden in voorlopige hechtenis, tot deze week lang wachtend op zijn proces en nu wachtend op de uitspraak, begin december.
Hij zegt dat hij het zwaar heeft, dat hij maar een ding wil en dat is bij zijn drie kinderen zijn.
Zijn vriendin bezoekt hem wel in de gevangenis, maar de relatie is na elf maanden niet meer zoals die wel was, zegt hij tegen de rechters.
‘Ik heb het zwaar, want ik ben onschuldig.’

Voor de politie begon deze zaak met een telefoontje van een vader.
Die vertelde dat zijn zoon was opgenomen in het ziekenhuis met twee schotwonden.
De politie maakte capaciteit vrij, spoedde zich naar het UMCG om de gewonde Niek aan de tand te voelen.
Het gewonde slachtoffer kon er niet meer onderuit en vertelde dat hij ergens in de buurt van de Grote Beerstraat in Groningen, in een steeg, drugs wilde kopen.
Een beetje onschuldige wiet.
Hij had met iemand die hij kende als Fonzy telefonisch een afspraak gemaakt.
Eenmaal in de steeg kreeg hij een arm om de nek en een pistool op het hoofd en toen was het allemaal gebeurd.
Met een ambulance werd hij naar het ziekenhuis vervoerd.

Later werd het verhaal een tikkeltje anders.
Niek was op het ziekenhuisbed niet helemaal eerlijk geweest.
Het echte verhaal was dat Niek drugs aan Fonzy zou verkopen, dat was de telefonische afspraak. Het was dus een heuse drugsdeal daar in die steeg.
Het ging ook niet om een beetje, maar om een paar onsjes meer, om 400 gram.
En omdat zoiets eventjes iets anders is dan brood halen bij de bakker, vlees bij de slager, had hij zijn zwager Paul meegenomen.

De officier van justitie gelooft dat het is gegaan zoals Niek het na het leugentje om bestwil had verteld.
Amadeus zegt van niet.
Tussen het zwijgen bij de politie door had hij gezegd die dag niet eens in Groningen te zijn geweest.
Hij was bij zijn alibi.
Dus, hoe kan dat dan?

Al in het ziekenhuis werd de telefoon van Niek onderzocht wat snel het telefoonnummer opleverde waarmee hij had gebeld om de drugsdeal te sluiten.
De politie googelde het nummer in de eigen systemen: het nummer van Amadeus, in kringen ook wel Fonzy genoemd.
Het arrestatieteam deed daarna de rest.

Amadeus zegt in de rechtszaal tegen de rechters dat hij heeft besloten niet langer te zwijgen, maar dat hij – ‘ik zeg het eerlijk’ – het ware verhaal zal vertellen.
Hij vertelt dat hij dus drugs zou kopen van Niek, hij had 3000 euro contant in de broekzak.
Toen Niek dat zag trok hij een mes en zei, geef me alles.
Verderop stond een man.
Die trok een pistool.
Amadeus: ‘Ik begon te rennen voor mijn leven, ik was echt bang. Zo bang dat ik in mijn broek plaste, ik zag mijn leven aan mij voorbij trekken. Ze kwamen achter mij aan in zo’n zwarte Pick-up. Ik hoorde ze schreeuwen, ‘vieze kankerneger, we maken je dood.’
Amadeus vertelt dat hij weet dat die Paul op zijn borst een grote tatoeage heeft: ‘white power’.

Amadeus denkt dat die vreselijke Paul, hij zegt het maar eerlijk, in plaats van hem zijn compagnon Niek per ongeluk heeft geraakt.
Ja, tot twee keer aan toe.

De officier van justitie doet een beetje quasi gepikeerd omdat Amadeus nu pas met zijn relaas komt.
Zegt: ’Zo maakt u het ons wel heel moeilijk aan waarheidsvinding te doen. Ik vind dat een kwalijke gang van zaken, maar ik begrijp het wel. Eerst zwijgt u en dan komt u op het allerlaatste moment met een nieuwe verhaal. U denkt, dan kunnen ze het niet meer onderzoeken en kom ik er mooi onderuit. Maar zo zal het niet gaan. Uw verhaal is ongeloofwaardig.’
Tegen de rechters zegt de officier van justitie: ‘Als hij onschuldig is, dan is zijn zwijgen tot de zitting niet logisch. Acht jaar.’

Amadeus zat eerder in zittingszaal 14.
In april 2012.
Toen nam hij, zegt hij nu, zijn verantwoordelijkheid door eerlijk te bekennen dat hij, ja hij, het was die de overval had gepleegd op het casino in Hoogezand waar hij 2.331 euro buit had gemaakt.
Hij had zijn verdiende straf gekregen en die straf als een man genomen.
Hij had 21 maanden vastgezeten.
Terecht.
Maar nu, nu vecht hij voor zijn onschuld.
Hij wil aan het werk en zo snel mogelijk weer bij zijn kinderen zijn die hij al elf maanden niet heeft gezien.
Wat hem betreft doet de rechtbank direct uitspraak, daar hoeven ze niet twee weken mee te wachten.

Ik lees wat ik in april 2012 schreef over Amadeus: ‘Voor hem geen cocaïne meer of heel de dag stoned van de wiet. Hij wil zijn verdiende straf, die straf uitzitten en dan werken, zijn schulden betalen en er zijn voor zijn kinderen.’

Ik dacht: hij is inderdaad consequent.
Maar met aardig zijn en beleefd, red je het niet, niet in de rechtszaal.

Rob Zijlstra

uitspraak 3 december