Over wijsheid en een invaljuf

cropped-charlie.pngAls het waar is dat de misdaad bestreden moet worden middels het strafrecht dan heeft braaf Groningen een beroerde week achter de rug.
Het aantal strafzaken dat in het voormalige doveninstituut aan het Guyotplein werd behandeld, was nog nooit zo laag als deze week.
De oorzaak mag inmiddels bekend zijn: de politie heeft het zo druk dat er geen tijd overblijft boeven te vangen en misdaadonderzoek te doen waardoor het Openbaar Ministerie te weinig dossiers krijgt aangeleverd waarmee officieren van justitie naar de rechtbank kunnen lopen.
Gevolg: lege rechtszalen en schaterlachende slechteriken.
Geen nood, in de loop van 2016 wordt alles beter, zo is beloofd.

De strafrechtweek begon maandagochtend ook nog eens met een ontzettend lelijke strafzaak bij de politierechter.
Klas 4 van het Hogeland College uit Warffum was er met de invaljuf getuige van.
De verdachte heette Appie.
Hij moest terechtstaan omdat hij zijn vrouw, ex, had bedreigd met geweld.
Hij had tegen haar geroepen: ‘Ik maak je hele gezicht kapot.’
Een mevrouw die op de fiets passeerde, hoorde het en stapte verontwaardigd af.

Terwijl Appie riep – geroepen zou hebben – trok hij aan zijn dochtertje van 7 jaar dat hij acht maanden niet had gezien.
Zijn ex trok tegelijkertijd aan de andere kant van ook haar dochter.
De mevrouw op de fiets zei tegen de politie: ‘Hij keek heel woest.’
Appie ontkent de lelijke woorden, maar de officier van justitie zegt dat als twee vrouwen beweren dat het zo is, dat dan het wettige en overtuigende bewijs is geleverd.

Deze kleine misdaadgeschiedenis speelde zich af op 29 december 2012.
Het lelijke is dat het Openbaar Ministerie welgeteld 646 dagen, dat is afgerond 22 maanden, nodig had deze kwestie voor te leggen aan de rechter.
De ex had nog een e-mail gestuurd waarin stond dat het allemaal goed is gekomen, dat hij weer lief voor haar is en andersom, dat Appie zijn dochter die hij toen zo lang niet had gezien alleen maar even een knuffel had willen geven, dat ze het nu samen weer proberen, ook al omdat ze samen wijzer zijn geworden.

De officier van justitie is niet geroerd, maar spreekt streng van een ernstig feit.
Ze dreigt met een werkstraf, maar eist een boete van 350 euro.
De politierechter denkt niet na maar weet direct wat wijsheid is.
Hij zegt dat twee vrouwen samen wettig en overtuigend zijn en dus dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met geweld.

De rechter: ‘U bent dus schuldig, maar ik leg u geen straf op, het is veel te lang geleden, straf heeft dan geen enkel zin. Dat was het, ik dank u voor uw komst.’

De invaljuf moet het in de klas maar eens uitleggen.

Schermafbeelding 2014-10-12 om 00.55.49Wel schuldig, maar geen straf is ook de inzet van een strafzaak waarin de rechtbank de komende week uitspraak doet.
Deze zaak kenmerkte zich door grote schoonheid.
Het is echt niet alleen kommer en kwel in de rechtbank.

De schoonheid zat in de twee verdachten die principieel de wet overtreden om de wereld (in Nederland) iets beter en aangenamer te maken, in de prettige wijze waarop de rechters deze twee verdachten ondervroegen en vooral in het pleit van de twee advocaten, Smeets en Vis.
Die twee proberen het Nederlandse coffeeshopbeleid omver te kukelen.

Heel verhaal, te boek gesteld op 48 A-viertjes.
De twee verdachten telen al jaren hennep onder de rook van de grote, vieze kolencentrale in de Eemshaven.
Ze telen biologisch, zonder brandgevaar, ze betalen de hoge energierekening, heel veel belasting en leveren aan twee coffeeshops die door de overheid worden gedoogd.
Het is het verhaal dat de overheid toestaat dat er wiet wordt verkocht, maar het niet toestaat dat er wiet wordt geteeld om te kunnen verkopen aan coffeeshops.

Uitademen mag, maar inademen niet. Zoiets.

Smeets en Vis hebben argumenten bedacht die de rechters ertoe moeten bewegen dat ze de twee eigenwijze wiettelers wel schuldig verklaren (ze bekennen ook), maar dat er geen straf wordt opgelegd.
Dat moet dan de doorbraak zijn: wiettelers kunnen met zo’n uitspraak mits ze het netjes doen, hun gang gaan.
De legalisatie van de ‘achterdeur’ is daarmee een stapje dichterbij, iets waar onder anderen burgemeesters al lang op aandringen.

Smeets en Vis zeiden bijvoorbeeld dat de twee verdachten leveren aan de coffeeshop in Stadskanaal die daar door de gemeente in het leven is geroepen.
De overheid is daarmee uitlokker en medepleger.
En het kan toch niet langer zo wezen dat diezelfde overheid datgene wat ze uitlokt en medepleegt strafbaar stelt.

Komt bij dat de twee telers zich in hun bedrijfsvoering gedragen als een bedrijf (inclusief een ordentelijke administratie) en door de overheid – de Belastingdienst – ook zo worden behandeld.
Een ander argument is dat de twee wiettelers met hun handelwijze de hennepteelt uit de criminele sfeer halen, kwaliteit garanderen en geen overlast veroorzaken: de twee eigenwijzen zijn kortom de ideale oplossing.

Smeets en Vis voegen daar nog aan toe dat als ook de nette hennepteelt verboden blijft, de brandgevaarlijke teelt op zolderkamertjes door criminelen dan blijft voortbestaan, niet in de laatste plaats gestimuleerd door het Openbaar Ministerie.
Ze zeggen: ’De door de overheid gedoogde coffeeshop verwordt met huidig beleid tot een doorgeefluik van de georganiseerde criminaliteit.’

De officier van justitie kijkt niet vooruit, maar roept de hulp in van vroeger, van Charles de Montesquieu (1689 – 1755 – ’vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat’) en de trias politica (scheiding der machten).

De officier van justitie zegt dat als het beleid van de overheid anders moet, de rechtszaal dan niet de plek is om dat voor elkaar te boksen.
Ga dan maar naar Den Haag, naar de Tweede Kamer, naar de wetgevende macht.
Die moet de uitvoerende macht dan in een andere richting sturen.
Een scheidsrechter, wil de officier van justitie maar zeggen, bepaalt de spelregels immers ook niet.
Ieder zijn rol, dat zijn de regels, zo is het afgesproken.

Smeets en Vis zijn het daar niet mee eens.
Rechters gaan over de strafwaardigheid en een moedige rechterlijke macht kan in de rechtszaal heus besluiten twee eigenwijze wiettelers schuldig te verklaren, maar hen geen straf op te leggen.

Voor klas 4 van het Hogeland College in Warffum: ook dit kan de invaljuf wel even uitleggen.

Rob Zijlstra

cropped-charlie.png Charlie

 

UPDATE – 16 oktober 2014 – uitspraak
De Bierumer wiettelers zijn schuldig, maar verdienen geen straf. Wat zij doen en hoe ze het deden past in het Nederlandse coffeeshopbeleid, vinden de rechters. De advocaten Smeets en Vis: ‘Dappere rechters.’

Het vonnis is hier te lezen

.

update – 26 augustus 2015
Het Openbaar Ministerie heeft na een herhaling van haar standpunten opnieuw werkstraffen (180 en 120 uur) en voorwaardelijke celstraffen (6 en 3 maanden) geëist tegen de twee Bierumer wiettelers. De verdediging (Smeets & Vis) bepleitten een niet-ontvankeliheid van het OM.  → dvhn

 

Litigieuze pluk

cropped-hennepplant.pngLeen had met de rug tegen de muur gestaan en in die positie had hij een keuze gemaakt.
Zelf had hij tegen de rechters gezegd: ‘Als je met de rug tegen de muur staat, heb je eigenlijk geen keuze.’

Hij had wel alles bij elkaar opgeteld.
Een eigen bedrijf met deurwaarders op de stoep, een mislukt huwelijk met kinderen, gruwelijke alimentatie, ellende en een boot.
Hij verkocht de boot en met de opbrengst richtte hij zijn woning in.
De gipsmuren konden kantelen, dat was vooral handig.
Buiten hing hij camera’s op, eentje in een vogelhuisje, voor de beveiliging.

Omwonenden vonden het maar raar, al die camera’s terwijl daar nooit iemand thuis was of te zien.
Of de politie dat wel wist, vroegen de omwonenden na een tijd.
De politie wist van niks, maar de buurtagent zocht het uit.
Zo werd ontdekt dat het energieverbruik aan de lage kant was, terwijl er tegelijkertijd sprake was van een hele zware netbelasting.
Een warmtemeting bracht uitkomst.

Hennep.

Leunend tegen die muur had Leen gedacht dat hennep de oplossing zou zijn voor de misère waarin hij was terechtgekomen.
Een of twee keer oogsten en de zon zou weer gaan schijnen in zijn leven.
Dacht hij.

Maar de eerste oogst mislukte omdat hij op het verkeerde knopje drukte van het computergestuurde voedingsapparaat.
De tweede oogst had een inbreker meegenomen.
Oogst drie – 594 planten – was bijna oogstklaar toen de politie op het toneel verscheen.

Het Openbaar Ministerie had hem streng toegesproken en had vier maanden gevangenisstraf geëist.
De rechters waren mild geweest: Leen kreeg een taakstraf van 160 uur wegens hennepteelt en wegens de diefstal van stroom.

De echte ellende moest toen nog komen.
Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) had uitgerekend hoeveel winst Leen had gemaakt.
BOOM heeft daar een formule voor:
Het aantal planten maal de vervuiling in de kwekerij, maal het aantal oogsten, maal dertig gram en het klimaat minus wat onkosten, dan een beetje schudden en vervolgens rolt daar dan het wederrechtelijk verkregen voordeel uit.
In het geval van Leen: 1.458.801,99 euro.

De advocaat schreef een brief
Leen had ook al 153.882,- euro moeten betalen aan stroomboer Enexis in verband met de illegale afname van stroom ten behoeve van de litigieuze hennepkwekerij.

Na wat heen en weer gecijfer paste het Openbaar Ministerie de vordering in het voordeel van Leen aan: 1.272.432,50 euro.

Vandaag nam de rechtbank in Groningen een besluit.
Leen heeft niet 25 keer geoogst zoals het Openbaar Ministerie wil doen geloven, maar slechts vijf maal, vinden de rechters
Derhalve hoeft Leen maar 254.486,50 te betalen aan ’s lands staatskas.

Nog even voor het idee.
Volgens het Openbaar Ministerie heeft Leen hennep geteeld tussen 1 januari 2004 en 18 maart 2009.
Leen zelf zegt dat hij in 2008 met de rug tegen de muur stond en toen zijn onmogelijke keuze maakte.

Op 19 maart 2009 was de inval van de politie
De veroordeling tot de taakstraf van 160 uur was op 7 juni 2012.
Vandaag is het 9 oktober 2014.

Leen kan net als het Openbaar Ministerie in hoger beroep, binnen 14 dagen.
Alsof er haast is geboden.

Rob Zijlstra

Veel

9589832-hennep

de officier van justitie

lachte nog net niet

schamper

Er zijn veel hennepkwekerijen.
Veel daarvan worden ontmanteld door de politie.
Veel ontmantelingen zijn een gevolg van klikken.
Veel klikspanen bellen Meld Misdaad Anoniem, een club die niet alleen politie van anonieme informatie voorziet, maar ook energiebedrijven, sociale diensten, de belastingdienst en verzekeraars.

Wat in deze veel is, is een lastige vraag.
In Groningen werden de eerste zes maanden van dit jaar 92 meldingen gedaan over hennepkwekerijen, in Drenthe waren er 64 verklikkers.
Friesland: 85.
Noord-Brabant: 622.
Dat is al veel meer.
Of het veel helpt, dat anoniem klikken, is een andere lastig te beantwoorden vraag.
Er gaat ook veel mis.
Of goed, hoe je het maar bekijkt.

Veel oogsten mislukken.
Door kleine rotbeestjes of door rippers, dat zijn boeven die van boeven stelen.
Veel telers die worden betrapt beweren dat.
Ze hopen dan dat de pluk-ze-politie hen een beetje zal ontzien wanneer de criminele winst wordt berekend.

Een feit is dat hennep veel geld opbrengt.
Neem Nelis (42) en zijn vriendin Aal (40) uit Veendam.
Ze zouden gedurende twee jaar 21 hennepplanten hebben verzorgd en vier keer met succes hebben geoogst.
De berekende netto opbrengst: ruim 15.000 euro.

Of Abel (67) en zijn Trijntje (65), ook al uit Veendam, die samen een uitkering genoten, maar volgens een anonieme melding veel te veel geld uitgaven aan ook veel te luxe goederen.
Waar deden ze het van?
De politie deed een inval en telde er 494 hennepplanten.
De rekensom wil doen geloven dat twee oogsten een kleine 100.000 euro had binnengebracht.
Abel en Trijntje hadden uiteraard kosten gemaakt want 494 planten in huis is niet niks.
Wat na aftrek overbleef eiste het Openbaar Ministerie op: 74.487 euro.

Abel vertelde aan de rechters dat er wat centjes bij moesten want het ging even niet zo goed. ‘Ik had nogal wat dieren.’
Terwijl Trijntje die niet nieuwsgierig is aangelegd vooral stond te strijken (volgens Abel), verkocht hij een paar schapen om met de opbrengt wat lampen voor de warmte te kopen.
Abel had daarvoor een adresje in Winschoten.
Hij wil er niet al te veel over zeggen, maar zo was het gegaan.

De rechters willen weten: wist Trijntje echt van niks?
Trijntje is ook verdachte maar niet in de rechtszaal komen opdagen.
Te zenuwachtig?
Abel: ‘Ze zit helemaal stuk.’
Ze wist er, zegt hij , lichtjes van.

Het lelijke aan dit verhaal is dat een en ander zich afspeelde in 2011.
Op RTV Noord was in dat jaar te zien hoe de politie de woning ontruimde.
Voor de camera werden twee Mercedessen, een paardentrailer, een caravan, twee quads, een fonkelnieuwe zitmaaier en een televisie in beslag genomen en afgevoerd.
Die goederen hadden ze volgens de politie immers helemaal niet nodig met hun uitkering.

De tv-uitzending had nare gevolgen, vertelt Abel zijn rechters.
Drie weken later werden ze in hun woning overvallen, door rip-overvallers die dachten dat er nog wel wat te halen viel.
Abel: ‘Mes op de keel, een klap, gekneveld, zoiets heeft een enorme impact.’

Abel ontkent het allemaal niet, maar wel dat hij geld heeft verdiend met zijn plantjes.
Die ene oogst die er was geweest kon hij aan de straatstenen niet kwijt.
Jawel, hij had het wel geprobeerd, want het was hem immers om een extra centje te doen geweest.
Maar niemand wilde kopen.

De officier van justitie lachte nog net niet schamper.
De kleur van de koolstoffilters, de kalkafzetting en de algengroei in de kweekruimte laat geen twijfel: er is vaker geoogst.
Omdat het drie jaren heeft moeten duren – veel te lang – eiste de aanklager voorwaardelijke celstraffen met een werkstrafje erbij voor Abel.
En – veel erger – het inleveren van de winst: 37.243 euro per persoon.
Ze hebben er immers samen van boven hun stand geleefd.

De rechters maakten deze week duidelijk dat de officier van justitie wel meer kan eisen en dat het vooral niet gekker moet worden moet de bestrijding van de hennepcriminaliteit.
Hij kan ook fluiten naar het geld.
Werkstraf voor Abel, vier maanden voorwaardelijke celstraf als waarschuwing voor Trijntje.
Het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende duidelijk gemaakt dat de kwekerij 74.487 euro heeft opgeleverd.
Moet je zo’n zaak ook maar niet drie jaar lang op de plank laten liggen.

Bij Nelis en zijn vriendin Aal ging het afgelopen week nog gekker.
Nelis was er wel, Aal niet.
Ook zij waren verlinkt door een anonieme tip, Nelis wist wel door wie.
De politie was met de informatie naar Enexis gegaan en gevraagd hoe het zat met het stroomverbruik op het adres van Nelis en Aal.
Enexis: wij zien geen henneppatroon.
Vier maanden later doet de politie evenwel alsnog een inval en wordt er vastgesteld dat er in een paar bloempotten 21 hennepplanten moeten hebben gestaan.
De in te leveren winst: 15.000 euro.

Twee (2) jaar later – je verzint het niet – hadden ze een brief gekregen van het Openbaar Ministerie: als ze nou eens beide een werkstraf zouden accepteren, hij van 60 uur, zij van 40 en 5.000 euro betalen, dan zijn we klaar.
Als ze dat voor 31 december 2014 doen, doen wij er zand over, luidde het voorstel.

Nelis zei tegen de rechter dat hij het dus maar raar vond dat hij nu al in de rechtszaal zat.
Hij dacht, want zo stond het in de brief, dat hij er tot eind dit jaar over kon nadenken.
Hij is het er dus niet mee eens dat hij nu in de verdachtenbank zit.

De officier van justitie heeft een ander probleem.
De politie had nooit bij Nelis en Aal mogen invallen.
Een inval op basis van een anonieme tip is verboden.
Het mag pas als er nog iets anders is dat doet vermoeden dat er hennep wordt geteeld.
Geur, hoog stroomverbruik, altijd de gordijnen dicht bijvoorbeeld.
Twee Mercedessen.
Nu er niets van dat alles aan de hand was heeft de politie de wet overtreden en dat moet leiden tot vrijspraak voor de verdachte.
Het geleverde bewijs is niet wettig.
En ze hoeven om die reden die 15.000 euro ook niet te betalen.
Zo werkt het.

Nelis tegen de rechter: ‘Ik begrijp er niks meer van.’
De rechter wel.
De rechter zegt: ’Er zijn veel hennepkwekerijen, maar dat mag voor de politie geen vrijbrief zijn om de regels aan de laars te lappen. En 21 hennepplanten is nou niet een aantal waarvan de aarde uit de baan schiet. Ik spreek u en uiteraard ook uw vriendin vrij. Uw advocaat legt het wel uit, ik wens u een prettige dag.’

Je kunt veel zeggen.
Bijvoorbeeld dat politie en justitie veel werk maken van het aanpakken van de hennepteelt.
Maar je kunt niet beweren dat ze die strijd heel serieus nemen.
Ze doen maar wat, lijkt het wel.

Veel meer is er niet van te maken.

Rob Zijlstra

 

Schermafbeelding 2014-09-10 om 08.52.51

tweets van het openbaar ministerie noord nederland

 

De slimste

de minst slimme verdachte van deze week moet Aran zijn

Er wordt wel gezegd dat de misdaad nooit eindig is.
Neemt het hier wat af, dan kun je er donder op zeggen dat het elders toeneemt.
Steeds meer, steeds vaker zijn in de misdaad veelvoorkomende begrippen.
Dat komt – denk ik – vooral omdat er zo veel mensen zijn die de misdaad onderzoeken, van lokaal tot internationaal.
Al die mini-bevindingen worden gepubliceerd en wij van de media zijn nooit te beroerd over die publicaties te berichten.
Steeds meer of steeds minder, het is steeds maar weer nieuws.

Ik vermoed dat er inmiddels meer mensen zijn die de misdaad bestuderen dan er uitvoerders van het metier zijn.

Pessimistische mensen zeggen dat de misdaad maar door kan gaan omdat de pakkans niet bijster groot is.
Als het niet hoeft van de verzekering, is de bereidheid aangifte te doen van een misdrijf laag.
Is al jaren zo.
Waarom?
Omdat menigeen van mening wil zijn dat het niet helpt.
Want ze pakken ze toch niet.

Dat laatste lijkt een volkswijsheid die wankelt.
Op basis van waarnemingen van de dagelijkse praktijk in zittingszaal 14 moet ik vaststellen dat de politie meer en meer de beschikking krijgt over slim (technisch) vernuft om de misdadige mens in de kladden te grijpen.
Wat ook meewerkt is dat de misdadige mens niet tot de categorie ‘de slimste mens’ behoort.
Je zou dan zeggen, eens moet de dag komen dat het met de misdaad is afgelopen.

Albert en Alie behoren met hun 67 en 65 levensjaren tot de categorie ‘oudere verdachten’, maar zijn verder heel erg van deze tijd: ze exploiteerden hennepplantages.
Het ging allemaal wat minder en ze konden dus wel wat extra centjes gebruiken, vertelt Albert aan de rechters.
Alie is wel verdachte, maar ze is er niet, zij zit thuis in Veendam, hulpbehoevend en kapot van de zenuwen.
Albert had op een kwade dag een paar schapen verkocht en met de opbrengst wat hennepstekjes aangeschaft op de parkeerplaats van Van der Valk.
In Winschoten kende hij een adresje voor lampen en andere kweekbenodigdheden.
Jawel, Alie wist er van.

Het kan bijna niet anders dan dat de politie heus weet waar, op welke adressen, hennepkwekerijen zitten.
Zo ingewikkeld kan dat – helemaal met de stroomleverancier in je ploeg – niet zijn.
Dat er maar één kwekerij per dag wordt ontmanteld, heeft met de bezetting te maken.
Voor meer is domweg geen tijd.

Albert en Alie hadden een uitkering en leefden heel onhandig boven hun stand.
De politie kreeg daarover een tip, ging kijken en trof op twee verstopte plekken in en rond de woning 494 hennepplanten aan en nog eens anderhalve kilo henneptoppen.
Behalve het ‘groene goud’ werden twee Mercedessen, een paardentrailer, een caravan, twee quads en een fonkelnieuwe zitmaaier in beslag genomen.

Aan stroomleverancier Enexis hebben Albert en Alie 10.000 euro moeten betalen in verband met illegaal afgetapte stroom.
Er is een langlopende regeling getroffen.
Wie uit de financiële misère wil geraken en om die reden hennep gaat telen, moet wel niet slim zijn.
Albert probeert de schade nog te beperken door tegen de rechters te zeggen dat hij maar één keer heeft geoogst, maar dat hij die niet heeft weten te verzilveren.
Rechters horen dat altijd.
De politie had ter plaatse de kalkafzetting opgemeten, geroken aan de algengroei, het groeiresidu bemonsterd en de kleuren van de koolstoffilters bestudeerd.
Op basis hiervan werd slim berekend dat Albert en Alie 77.000 euro hebben verdiend met hun misdaad.
Dat geld moeten ze nu aan ons betalen (staatskas), zo wil het Openbaar Ministerie.

Gijs en Bert zijn samenwonende broers en waren ook niet slim bezig.
Toen de politie bij hen op de stoep stond, was Gijs niet verrast.
Hij wist, op een dag is het voorbij.
Ook hun misdaad kent een grote pakkans, maar te weinig politiemensen om dat ook daadwerkelijk te doen.
In Denemarken en in Rusland doken bij lokale politie-onderzoeken ip-adressen op.
Een deel van die unieke computernummers kon worden gekoppeld aan Ziggo Nederland.
Met hulp van deze provider rolden tientallen namen van de bij de ip-adressen horende Ziggo-abonnees uit de computer.

Waarom Gijs en Bert aan de beurt waren, is niet bekend.
Wel vond de politie op harde schijven, usb-stick’s en op gebrande cd-rom’s meer dan 3 miljoen foto- en filmbestanden.
De politie scande met speciale software tien procent van alles wat uiteindelijk 28.000 foto- en filmbestanden vol ranzige kinderporno opleverde.
Gijs, met 53 jaar de oudste broer, zei dat hij een mededeling voor de rechters had, het betrof een belangrijk vaststaand feit: ‘Ik ben het strontzat.’
Bert had een beetje moeten huilen.
De advocaat verzocht de rechters het te laten bij een werkstraf van 40 tot 80 uur.
De officier van justitie eiste 12 en 15 maanden gevangenisstraf zodat beide mannen ook hun banen kwijtraken.

De minst slimme verdachte van deze week moet Aran zijn.
Hij is net 19 jaar en dus een jongen van de digitale tijd, van na de platenspeler.
Aran heeft ingebroken dan wel is hij in het bezit geweest van gestolen goed.
Dan is hij geen inbreker, maar net zo erg een heler.
Uit een woning haalde hij en of zijn vrienden – zegt de aanklager – een verzameling whisky, een drankje van vroeger, maar heel populair onder jeugd van nu.

Uit een andere woning pikte hij en/of zijn matties computers, sieraden, contant geld en een mobiele HTC-telefoon.
Ook Aran liep tegen politie-vernuft aan.
Inbrekers die mobiele telefoons stelen zijn niet alleen niet slim, maar ook ontzettend dom.
Mobiele telefoons zijn de grootste verraders van deze tijd.
De politie kon na de misdaad al heel snel zien dat het HTC-toestel werd voorzien van een andere sim-kaart en vervolgens dat er mee werd gebeld.
Met 06-nummers.
Die werden in kaart gebracht en zo konden ze het toestel traceren: op de slaapkamer van Moki, naar later zou blijken een vriendje van Aran.

Het toestel bracht de hele misdaad aan het licht: er stonden duizenden WhatsApp-berichten in opgeslagen waarvan er 800 als verdacht werden bestempeld.
Die berichten gingen over brakka’s, osso’s en doekoes, over inbraken, over huizen en over geld.
‘Ik heb doekoe nodig. Ik heb zin in een brakka, ja, we gaan een osso doen in Eelde’, appten Aran en zijn vrienden aan elkaar.

Aran ontkent, hij had zijn telefoon aan anderen uitgeleend.
Dat anderen appen over een koevoet, kan hij dus ook niet helpen.
Rechters: ‘Klopt het dat u bent aangehouden bij de Hornbach in verband met winkeldiefstal?
Ja, dat klopte wel.
Rechters: ‘En wat had u gestolen?’
Aran: ‘Een koevoet.’

Rob Zijlstra

uitspraak 11 september

Lekkere broer

ryanairAmir (33) heeft een lekkere broer.
Hij heet Appie.
Amir was samen met hem naar Marokko gevlogen, naar Fez met Ryanair.
Voor nog geen 300 euro kan dat.
Ze vertrokken op 6 november en keerden terug op 13 november.
Ze waren, zegt Amir tegen de rechters in Groningen, bij hun ouders geweest.
Vanwege het schapenfeest.
Zelf woont hij in Den Bosch.

Dus, is zijn conclusie, kan hij nooit op 12 november een overval hebben gepleegd in Groningen.
Zelfs geen mislukte.
Want hoe nou kan hij op twee plaatsen tegelijk zijn?
Het Openbaar Ministerie denkt dat het wel kan, omdat Amir een liegbeest is.
Hij is helemaal niet in Marokko geweest, zegt de officier van justitie: hij probeert niet alleen ons, maar ook de rechters om de tuin te leiden.
En dat is, vindt de aanklager, een kwalijke zaak.

Amir heeft de schijn ook een beetje tegen.
Hij was al eens eerder met zijn broer op pad geweest.
Toen hadden ze samen een bankoverval gepleegd.

Op 12 november krijgt de politie om kwart over twee in de nacht een melding.
De melder meldt dat de buurman op het dak van de woning in de wijk Beijum zit en dat hij roept dat-ie is overvallen.
Dat snel de politie moet worden gebeld.
De politie is er zo razendsnel, dat ze een achtervolging kunnen inzetten.
Het gaat om een zwarte Audi met drie of vier mannen erin, had de man op het dak nog geroepen.

Terwijl een paar agenten achter de Audi aansjezen, zien andere agenten bij de woning een man met tie-rips (kabelbinders) om de polsen.
Uit zijn lichaam stroomt bloed.
In de woning is het een zooitje, er is daar zo te zien een flinke worsteling geweest.
Het slachtoffer vertelt dat hij zijn woning via de voordeur wilde verlaten en ineens oog in oog stond met mannen met pistolen en bivakmutsen.
Ze sloegen een ruit van de voordeur stuk, openden zo de deur en duwden hem naar binnen.
Heel onvriendelijk.
Ze riepen dat ze ‘geld, geld’ wilden en anders zouden ze een kogel door zijn kankerkop schieten.
Zo gaat dat.

De politie wist al heel snel meer.
Het slachtoffer was geen onbekende.
De man was in de zomer van 2010 veroordeeld tot 24 maanden celstraf in verband met drugshandel.
Hij zag zichzelf niet als een drugsdealer, maar meer als een bemiddelaar, als een makelaar in roesmiddelen.
Dealer of makelaar, voor mannen uit Den Bosch maakte het niet uit.
Zij wilden geld en wisten kennelijk dat er op dat adres in Groningen om kwart over twee in de nacht iets te halen viel.

Maar het ging fout, fout gezien vanuit het oogpunt van de overvallers dan.
De bivakmutsen gingen in de woning zo tekeer dat het neefje van de bewoner er wakker van werd, zich niet bedacht, het dak beklom en dus via de buurvrouw alarm sloeg.
Op hun beurt sloegen de mannen op de vlucht.
Vanaf het dak kon het neefje nog roepen dat ze door de woonwijk scheurden en de ringweg opreden, richting noord.
De politie kon hen nauwelijks bijhouden, zo hard ging het, eerst richting Winsum.
Ter hoogte van Baflo, Winsum al voorbij, ging het van 160 kilometer (per uur) en moesten de achtervolgers in verband met veiligheid het opgeven.

Even leek dat niet erg want de achtervolgende agenten hadden in de duisternis van de nacht wel gezien dat de razende Audi bij Sauwerd werd geflitst.
Rechter tegen Amir: ‘U kunt dat niet weten want u komt uit Den Bosch, maar iedereen die daar bij Sauwerd ook maar ietsje te hard rijdt, wordt geflitst.’
Amir haalt de schouders op.
De kentekenplaten op de Audi waren van een Toyota gejat, dus wat dan?
Bovendien was hij in Marokko.

Toch werd hij, maanden later, opgespoord.
In de zooi die in de woning werd aangericht vond de technische recherche sporen met daarop dna-profielen.
Op een tie-rip werd een dna-spoor aangetroffen met een profiel dat vrijwel zeker – kans van niet is minder dan een op een miljard – kan worden toegeschreven aan Amir.
Op grond daarvan werd hij gearresteerd.
Er is ook steunbewijs.
In de dagen dat de woningoverval werd gepleegd, maar niet op de dag zelf, is er met de bankpas van Amir geld gepind in Groningen.
Ook zijn telefoon is toen in Groningen geweest.
Dat zijn geen harde bewijzen dat je ook een woningoverval hebt gepleegd, maar het maakt opgeteld bij het gevonden dna-spoor, wel verdacht.

Amir: ‘Ik was in Marokko. Voor het schapenfeest. Samen met Appie, mijn broer.’
Rechters: ‘Ja ja.’

De politie heeft het uitgezocht.
Ze belden met de haven- en luchtvaartautoriteiten van Marokko en die antwoordden dat Amir en Appie in november niet met boot of vliegtuig zijn in- en ook niet zijn uitgereisd.
Amir merkt op dat de grensregistraties misschien niet deugen.
De officier van justitie vraagt – tikkeltje cynisch – of ze misschien via Israël zijn gereden, met de auto?
Amir gaat er niet op in.
Hij had toch een ticket gekocht, dat was toch ook uitgezocht?
Dat was zo.
Via een rechtshulpverzoek aan Ierland was Ryanair in de administratie gedoken en inderdaad, Amir had een ticket voor heen op 6 november en voor terug op 13 november.
Betaald en wel.
Nou dan.
Nou nee, de politie zocht nog even verder en ontdekte toen dat de tickets in de Ryanair-administratie de status van ‘no show’ hebben.
Wel gekocht, maar klant is niet komen opdagen: lege vliegtuigstoel, vals alibi.

De politie heeft, zo lezen de rechters in het dossier (dat zeggen ze) erg veel moeite gedaan om Appie te vinden.
Appie bestaat ook, maar contact is er niet geweest.
Rechters: ‘Lekkere broer heeft u.’
Amir: ‘Ik was in Marokko.’
Rechters: ‘U wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit, van een gewapende overval, bivakmutsen, bloed, in een woning, in de nacht, een strafbaar feit waar jaren gevangenisstraf op staat. En uw broer, kroongetuige, kan u een alibi verschaffen, hij had hier kunnen staan en zeggen, met twee vingers in de lucht, dat hij met u in Marokko was. Waar is hij?’

Amir: ‘Ik was in Marokko.’
Rechters: ‘Misschien heeft u gelijk en misschien zit u ook wel keihard te liegen.’

De jonge advocaat van de ervaren Amir pleit met de passie van een dooie duif.
De advocaat zegt dat het veel te ver gaat om zijn cliënt te verdenken van zoiets naars, koert nog wat en stelt dan voor dat een en ander maar eens tot op de bodem moet worden uitgezocht.

De officier van justitie eist 3 jaar gevangenisstraf.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 2 juni 2014 – uitspraak
Amir is in de ogen van de rechtbank een liegbeest: niet goed voor 3, maar voor 4 jaar celstraf. Dat hij betrokken en dus aanwezig  is geweest bij de ripdeal, acht de rechtbank bewezen.

Biertje

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet zal best zo wezen dat anderen hebben verklaard dat hij er ook bij was.
Lammert kan het zich niet herinneren.
Nog niet met de beste wil.
Maar een ding weet hij zeker, honderd procent: ‘Ik heb het niet gedaan.’

Natuurlijk vroegen de rechters hoe dat dan kan?
Dus dat je niet meer weet wat er is gebeurd, maar dat je wel zeker weet dat je het niet hebt gedaan.
Lammert haalt de schouders nog maar een keer onverschillig op: ‘Ik weet niets meer.’
Dat lijkt hem het meest logisch.

De rechters zeggen: ‘U zou de man zijn geweest die met de loden pijp heeft geslagen. Anderen verklaren daar over.’
Lammert reageert geschokt: ‘Ik? Stel je voor. Ik een vechtersbaas. Nee. Ik ben geen agressief persoon.’
Hij denkt nog eens diep na.
Zegt dan: ‘Als ik iemand in elkaar sla, dan moet ik dat toch merken?’

Lammert is jarig op de dag dat hij moet terechtstaan.
Hij is 41 geworden.
De rechters vragen wel wanneer, op welke datum hij is geboren, maar dat leidt niet tot felicitaties.
Lammert lijkt dat niet te deren, hij is wel wat gewend.
Toen hij acht was, stond hij er al alleen voor, op eigen beentjes.
Zegt: ‘Ik moest toen al mijn eigen aardappeltjes koken.’

De officier van justitie zegt dat Lammert zich schuldig heeft gemaakt aan een zeer ernstig misdrijf.
Dat het ook juridisch gezien niet te danken is geweest aan Lammert dat het slachtoffer nog leeft.
Want dat is meer een kwestie van geluk geweest.
Het slachtoffer is ook nog altijd niet hersteld van de opgelopen kwetsuren, ook al zijn in tijd acht maanden verstreken.
Het praten gaat nog moeilijk, hij weet wat hij wil zeggen, maar het komt er dan niet uit.
Via de logopedie moet dat weer beter worden.
Het zicht is ook nog altijd wazig en zijn er zwarte vlekken en immer tintelende handen, zo citeren de rechters uit de papieren die voor hen op tafel liggen.

Lammert toont zich niet onder de indruk.
Hij vraagt aan de rechters: ‘En staat er ook bij dat-ie ons bedreigt? Nee? Hij zoekt ons op, een voor een. Hij wil wraak nemen.’
Dat had hij dan toch maar even mooi gezegd.

Met ‘ons’ bedoelt Lammert de andere vijf mannen met wie hij deze misdaad zou hebben gepleegd.
Die andere mannen zijn eind vorig jaar al veroordeeld, Germ zelfs tot drie jaar gevangenisstraf wat ze met z’n allen wel heel erg veel hadden gevonden.
Hun slachtoffer – zeg maar dat hij Rinus heet – was niet zomaar een willekeurige passant.
Rinus had er een beetje zelf om gevraagd, want hij had eerst babbels gehad en toen een grote bek.
De zakenpartner van Rinus, Klaas, was daar helemaal flauw van geworden.
Ze hadden een meningsverschil over de verdeling van geld dat ze samen hadden verdiend met de teelt en verkoop van hennep.

Klaas had toen een besluit genomen.
Hij ‘whatsappte’ door zijn netwerk en verzamelde op die manier wat kracht om zich heen.
Rinus werd bij hem thuis ontboden, zogenaamd om de kwestie uit te praten.
Eenmaal binnen werd hij met alle aanwezige kracht in elkaar gebeukt.
Dat beuken duurde welgeteld tien minuten.
Iemand had een loden pijp.
Ze stopten omdat ze het wat zielig begonnen te vinden.
Rinus’ lichaam sleepten ze daarna het huis uit, vouwden het op en smeten hem in zijn auto.
Voor alle zekerheid werden de autoruiten aan diggelen geslagen.
Nu wisten ze zeker dat hij Klaas voor eens en altijd met rust zou laten.

Klaas betaalde zijn mannen 500 euro voor de getoonde kracht.
Een aantal van hen ging direct door naar het café om het verdiende loon om te zetten in wat te drinken.

Rinus slaagde erin thuis te komen, ging naar bed en was de volgende ochtend niet meer aanspreekbaar.
In allerijl werd hij naar het ziekenhuis gebracht.
De artsen constateerden hersenkneuzingen.

Lammert luistert met aandacht naar wat de rechters hem vertellen.
Af en toe schudt hij het hoofd, een teken dat hij het er niet mee eens is.
En hoe vaak moet hij het nog zeggen?
Hij zegt: ‘Ik heb geen aandeel in die vechtpartij, als ze dat verklaren dan hebben ze dat onderling afgesproken want, nogmaals, ik ben niet een agressief persoon.’

Rechters: ‘U was toen ook in dat café. En u had veel geld bij u. Er werden rondjes gegeven.’
Lammert: ‘Ik heb ja maar 40 euro in de week.’
De rechters zeggen dat ze dat nou juist bedoelen, dat hij ineens veel meer geld had.
Nog een schepje er bovenop: ‘Mensen die toen ik het café waren hebben verklaard dat u onder het bloed zat.’

Lammert blijft maar met zijn hoofd schudden.
En dat blijft hij ook doen als de officier van justitie het woord neemt.
De aanklager zegt dat Lammert schuldig is aan het medeplegen van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Dat er sprake is geweest van een lokale maffia-actie.
En dat allemaal voor een paar rotcenten.
De aanklager zegt dat Lammert geen enkele compassie toont en dat er sprake is van een lage motivatie om zijn leven op de rails te zetten.

Diepe zucht.
Goed, hij had de afgelopen vier jaar in ledigheid doorgebracht.
Altijd dronken.
De schatting: een krat bier per dag, de eerste fles bij het ontwaken.
Dat was begonnen toen zijn partner overleed.
Nu zitten er gaten in het hoofd.
Korsakov.
Zegt: ‘Ik heb vier jaar vergooid. Als ik maar in een roes leefde.’

Nadat hij was aangehouden en werd opgesloten kwamen de ontwenningsverschijnselen.
Die waren zo heftig dat hij moest worden opgenomen in het gevangenisziekenhuis in Scheveningen.
Hij zag in zijn wanen medewerkers als kabouters en dat was niet om te lachen geweest.

Hij zegt dat het nu, nu hij al acht maanden vastzit, een stuk beter met hem gaat.
Niet zonder trots: ‘En ik drink niet.’
Rechters: ‘Nee, nogal wiedes, want u zit vast.’
Lammert, grote lach: ‘Ik kan in de gevangenis elke dag wel drank krijgen. Als ik het wil, komen ze het zelf brengen. Ha ha. Het is binnen bijna nog gemakkelijker dan buiten.’

De rechters reageren er niet op.
Misschien willen ze niet eens weten waar ze dag in en dag uit mensen naar toesturen.
De rechters vragen hoe hij zijn toekomst ziet.
Lammert veert op, want hij kijkt sowieso liever naar de toekomst dan naar het verleden.
Enthousiast: ‘Ik wil werken. En dan ’s avonds moe op de bank. Met een lekker biertje erbij.’
De rechters springen op: ‘Met een biertje? Is dat gezien uw verleden nou wel zo verstandig?’
Maar Lammert is niet meer te houden met zoveel geluk in het verschiet: ‘Ja, en dan bij het eten een lekker glaasje wijn.’

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’

De rechters vragen of hij de eis heeft begrepen.
Voor Lammert is de lol eraf.
Hij zegt: ‘Tja, phoeh, 24 maanden… Ik snap het wel een beetje. Ik ben niet zo slim, maar ik vind 24 maanden wel aardig pittig.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 18 april 2014 – uitspraak
Lammert moet – zoals wel kon worden voorspeld – zitten, maar iets minder pittig: 15 maanden.

De speedboot

De drugssmokkelaar die wordt betrapt, wordt doorgaans beschuldigd van twee dingen: het in bezit hebben (aanwezig hebben) van drugs en het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van die drugs.
Dat het laatste niet mogelijk is zonder het eerste, doet daar niet aan af.
Wie geen drugs smokkelt, maar wel drugs in bezit heeft en wordt gesnapt, zegt doorgaans dat die drugs zijn bedoeld voor eigen gebruik.
Nooit voor de handel, want dat levert maar meer straf op.
Het is dus niet zo dat wie veel drugs bezit, per definitie een drugshandelaar is.
En andersom.

De moeder van Japie had op de slaapkamer een plastic tas van Albert Heijn gevonden.
Helemaal niet erg zo’n tas, maar het gaat – zoals zo vaak – om de inhoud: een vuurwapen en 650 pilletjes XTC, die al gauw vijf euro per stuk doen.
Moeders belde verontrust zoons begeleider die op zijn beurt de politie belde.
Er kwamen agenten en die namen Japie mee naar het bureau.

Gezien het aantal pilletjes zou het raar wezen wanneer Japie zou beweren dat het voor eigen gebruik is.
Aannemelijk mag zijn dat Japie dealt in pilletjes.
Maar zelf wenste hij daar niet over te verklaren.
Hij zei tegen de rechters: ‘Mevrouw, meneer, ik wens wel te verklaren betreffende mijn toekomstplannen.’
En waarom hij niets over die drugs wilde zeggen?
Japie ontpopt zich als een beleefde jongeman: ‘Meneer, mevrouw, ik wil niet liegen in de rechtszaal. En als ik zwijg, dan lieg ik niet.’

De officier van justitie is niet van de babbeltjes en eiste een jaar celstraf.
De rechters veroordeelden hem deze week tot een onsje minder: 9 maanden.
Met zoveel pilletjes en een wapen in een plastic tasje ben je een dealer, punt uit.

Maar dan Tommy (30).
Hij woont op een boot die in de stad in het water ligt.
Het is er een beetje een rommeltje, wat niet erg is.
Het gaat immers om de inhoud.

Op een dag had een passant tegen passerende agenten gezegd dat er grote hoeveelheden hard- en softdrugs in de boot aanwezig waren.
De agenten hadden naar binnen geloerd en meenden op een tafeltje cocaïne te zien liggen.
Zoiets van afstand zien mag een prestatie van formaat heten, ook al omdat achteraf duidelijk werd dat er helemaal geen tafeltje stond.

De agenten vroegen of ze binnen mochten kijken en toen dat niet mocht vroegen ze toestemming van hogerhand.
Ze hadden immers een verdachte situatie aangetroffen.
Tommy maakte met vriend Alex – die samen met de poes op bezoek was – van de gelegenheid gebruik orde op zaken te stellen.
Terwijl de agenten op de kade in viervoud een huiszoekingsbevel stonden aan te vragen, stopte Tommy in het vooronder van alles in een koffer.
Daarna klom hij aan dek, gevolgd door Alex.
Kort daarop klonk een plons.

De agenten op de kade zagen nog net hoe de koffer in de diepte verdween.
De vreugde die zich daarom meester had gemaakt van Tommy was van korte duur.
Want enkele seconden nadat de koffer was verdwenen, kwam er van alles in plastic zakjes bovendrijven.
In de haast hadden ze de koffier niet goed dichtgedaan.
De zakjes worden uit het water gevist en de boot wordt doorzocht.

Gevonden is 1302 gram amfetamine, 60 gram MDMA (XTC), 24 gram heroïne, 419 gram hydroxyboterzuur (GHB), 7 gram LSD, 304 gram hennep en 33 gram hasjiesj.
En 3.550 euro aan contanten in een potje.

Tommy zegt dat de genoemde hoeveelheden niet kloppen.
Hier en daar was het wat minder.
Rechters: ‘Maar wat dan over blijft is nog steeds heel veel.’
Tommy beaamt dat, heel veel ja.
Zegt: ‘Maar ik was dan ook heel erg verslaafd.’
Rechters: ‘Het was dus niet voor de handel?’
Tommy: ‘Nee, nee, nee.’

Tommy vertelt dat hij een teruggetrokken leven leefde om allerlei redenen.
Vijf jaar lang had hij nergens ingeschreven gestaan waardoor zijn lasten laag bleven.
Het geld dat hij spaarde was voor het geval hij eens met zijn hondje naar de dierenarts moest of hijzelf naar de tandarts.
En verder waren er de drugs en een verslaving die steeds ernstiger werd.
Hij gebruikte met name speed.
Eens per jaar kocht hij daar een kilo van.

Naarmate de verslaving een steeds grotere greep op hem kreeg, namen de problemen aan boord toe.
Op een dag zei een vriendinnetje met een medische opleiding, ‘Tommy, je hebt niet lang meer, jij gaat dood.’
Tegen de rechters: ‘Ik ben dus blij dat ik ben gepakt. Ik zit nu in een kliniek, de afkickbehandeling is begonnen en het gaat goed.’

De officier van justitie: ’t Zal. Gezien de hoeveelheid kan het niet voor eigen gebruik zijn. Aan de andere kant wil ik ook rekening houden met de persoonlijke omstandigheden.’
Hij heeft uitgerekend dat Tommy 81 dagen heeft vastgezeten en toen uit detentie is geschorst om de gang naar de afkickkliniek mogelijk te maken.
En dus eist hij 81 dagen celstraf en daarnaast 360 dagen voorwaardelijk en een werkstraf van 120 uur.
En hij moet blijven afkicken.
Stopt Tommy vroegtijdig, dan krijgt hij die 360 dagen aan de broek.

En die 3.550 euro, het gespaarde geld dat in beslag is genomen?
Het Openbaar Ministerie toont haar creatieve kant.
Tommy had heel veel drugs, maar drugshandel is niet ten laste gelegd.
Was dat wel het geval, dan was het gevonden geld aangemerkt als misdaadgeld wat de Staat mag opeisen omdat het kwaad niet mag lonen.
Nu dat niet aan de orde is, krijgt Tommy zijn geld dus terug?
Nee.
De officier van justitie: ‘Weet je wat? We doen er nog een boete bij. Van 3.550 euro.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 3 maart 2014 – uitspraak
Uitspraak conform de eis. De geëiste boete – beetje flauw of niet – moet dus ook worden betaald.

Slechte vrienden

een van hen gaat zelfs nog even naar het toilet

1348533189_security-cameras-mounts-housings-axis-5503-141-5503-141Het filmpje dat in de rechtszaal wordt getoond duurt zes minuten.
Zolang duurt ook de overval op een growshop op het industrieterrein in Nieuwe Pekela, augustus vorig jaar.
De advocaten vinden het maar niks dat die beelden worden getoond.
Het voegt niets toe, zegt er een.
Hij zegt: ‘Het tonen van de beelden is slechts bedoeld om het publiek te bespelen.’
De officier van justitie beaamt dat.
Zo is het.

Het zijn geen fijne beelden.
Als de officier van justitie halverwege het proces aan de beurt is – om te vertellen hoe hij tegen de zaak aankijkt en welke strafeisen daar bij horen – laat hij weten niet veel woorden nodig te hebben.
Hij zegt: ‘De beelden spreken voor zich.’

De camera hangt in de hoek van de zaak die vol staat met groeiattributen.
Te zien is hoe drie mannen binnenkomen, eentje met een zonnebril op, de andere met iets van een bivakmuts op en zwarte handschoenen aan, de derde met de capuchon over het hoofd.
Als de eigenaar de winkelruimte betreedt, worden wapens getrokken en wordt er geschreeuwd.
Dat is niet te horen, maar wel te zien.

De eigenaar pakt iets uit de broekzak, legt dat op de balie en gaat op zijn knieën zitten.
De man met de bivak geeft hem een klap met het wapen op het hoofd.
De eigenaar valt voorover, ligt nu languit op de buik.
De capuchon geeft hem een schop in zijn zij.
De zonnebril begint daarna met het vastbinden van de handen.
De twee anderen dirigeren drie kwispelende bewakingshonden de ruimte uit.

Daarna lopen de overvallers zoekend rond, verdwijnen ze af en toe in een kamertje zonder camera, staan ze gebogen over de eigenaar die nu gerust slachtoffer mag heten.
Hun rust valt op.
Ze wekken niet de indruk haast te hebben.
Een van hen gaat zelfs nog even naar het toilet.

Als na drie minuten een klant nietsvermoedend binnenkomt leidt ook dat niet tot opwinding.
De bivakmuts loopt op hem af, drukt de man het vuurwapen in de nek en brengt hem naar het kamertje zonder camera.
Daar omwikkelen ze hem met stevig plakband (duct tape).
Bij het hoofd van de liggende eigenaar is een plasje bloed aan het ontstaan.

Daags voor de overval zijn twee overvallers als ordentelijke klanten in de groeiwinkel geweest en hadden tien kilo wiet besteld.
Ook van dit bezoek zijn camerabeelden.
Tien kilo wiet is nogal wat.

De handel zou de volgende dag klaarliggen.
Duidelijk wordt dat de overvallers de toegezegde partij drugs niet kunnen vinden.
Met het bundeltje dat de eigenaar snel uit zijn broekzak haalde en op de balie had gelegd – het is 2.500 euro – nemen ze geen genoegen.

Na zes minuten komt een einde aan de overval als een tweede persoon de zaak wil betreden.
Je ziet hem heel even kijken.
Kennelijk heeft hij in een fractie van een seconde door wat er aan de hand is.
De man schrijft vervolgens het wereldrecord hard wegrennen op zijn naam.
De overvallers vinden het ook welletjes, lopen naar buiten, stappen in de auto en rijden weg.

Einde film.

De man met de bivakmuts wil er in de rechtszaal niet veel over vertellen.
Had hij de leiding?
‘Geen commentaar.’
Staat u op die beelden?
‘Ja.’
Hij zegt dat er afspraken waren en dat die niet zijn nagekomen, dat dat de aanleiding was.
Zegt: ‘Ik ben bedonderd. Lullig dat het zover is gekomen.’

De capuchon zegt dat ze hem hadden gebeld.
‘Wie? Hij met de zonnebril. Ik lag nog in bed. Ik had schulden. Daarom heb ik meegedaan.’

De zonnebril, 24 jaar.
Hij werkt al zeven jaar voor een en dezelfde baas die hem nog niet heeft ontslagen hoewel hij al maanden in het huis van bewaring verblijft.
Zijn ouders bezoeken hem daar elke week.
Zij waren zich rot geschrokken dat hun zoon omgang had met slechte vrienden.
Dat zoonlief misschien zelf wel een slechte vriend is.

De zonnebril zegt dat hij niet wist dat ze een overval gingen plegen.
Toen hij in de gaten kreeg dat ze dat wel deden, had hij in een opwelling meegedaan.
Tegen de rechters: ‘Het was niet mijn bedoeling.’

De officier van justitie probeert hem wakker te maken.
‘U huurt een auto in Groningen en rijdt met twee mannen met wapens naar Nieuwe Pekela, stapt uit, loopt die zaak binnen waarbij wapens worden getrokken, de eigenaar wordt neergeslagen die u vervolgens vastbindt. Uit niets op de beelden blijkt dat u verrast bent. U wist wat er ging gebeuren, u had een actieve rol.’

Reclasseringsmedewerkers die met de verdachten hebben gesproken hadden werkstraffen geadviseerd.
Misschien was dat ook wel in een opwelling.
De officier van justitie moet er niet aan denken.
Bivakmuts en capuchon horen vijf jaar celstraf tegen zich eisen, de zonnebril mag boeten met vier jaar (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Er is een vierde verdachte die de overvallers met zijn auto naar het verhuurbedrijf had gebracht en hen later ook weer had opgehaald: 30 maanden (inclusief tien voorwaardelijk).

De aanklager benoemt aan het einde van zijn betoog een gerucht: de drugs zouden moeten worden gestolen in opdracht van de Turkse maffia.
Wel zo of niet zo, zegt de officier van justitie, relevant is het niet.
Hij wil het – ook al voegt het niets toe – even hebben gezegd.

Wat ik mij afvraag: waarom plegen mannen een gewapende overval met een auto die ze kort daarvoor op naam hebben gehuurd?
Waarom pleeg je een overval terwijl je weet dat je wordt gepakt, ook wetende dat je voor zoiets jaren celstraf kunt krijgen?
Of zouden ze geen kranten lezen?

Rob Zijlstra

UPDATE – 20 februari 2014 – uitspraken
De rechtbank heeft gesproken en van de strafeisen een onsje afgehaald. Bewezen: afpersing en vrijheidsberoving
Bivakmuts en capuchon (eisen 5 jaar) kregen beide 4 jaar. De zonnebril 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Dat betekent in de praktijk dat  de zonnebril 24 maanden moet brommen en de andere twee 40 maanden. Zij komen in aanmerking voor de vervroegde invrijheidstelling na tweede derde te hebben  uitgezeten. Voor de zonnebril geldt dat niet omdat een deel van zijn straf voorwaardelijk is.
De vierde verdachte kan als medeplichtige opgelucht ademhalen: geen 20 maanden zitten, maar hij moet een taakstraf van 240 uur uitvoeren. Met een waarschuwing erbij van 6 maanden voorwaardelijke celstraf.

Ongelofelijk medeplichtig

9589832-hennepIn heel het dorp gonsde het al weken van de geruchten.
De boerderij van Arjen zit vol hennep.
Hij woonde er zelf niet, maar met zijn vrouw bij de kerk.
Wie van zijn lege boerderij gebruik wilde maken, maakte er maar gebruik van.
Kon mij dat schelen, mompelt Arjen tegen de rechters.

De rechters kijken naar hem en misschien denken de drie magistraten wel: wat doet die man hier?
Waarom moeten wij over deze man oordelen?
Waarom hebben wij niets beters te doen?
Een van de rechters zegt: ‘Gezien uw leeftijd had u er veel sprankelender uit kunnen zien.’
Dat was niet onaardig bedoeld.

Arjen is 57 jaar.
Of hij is een groot toneelspeler die met terugwerkende kracht wereldberoemd moet worden of hij lijdt.
Hij hangt voorover in de verdachtenbank, met zijn beide handen tegen de oren gedrukt.
Huilend zegt hij: ‘Ik kan hier niet meer tegen. Ik zit al drie jaar in de stress, ik kan niet meer functioneren, ik kan er niet van slapen. Ik woon in een dorp, in een gereformeerd bolwerk. Ik word gezien als een grote drugscrimineel.’

Dat laatste zou wel heel bijzonder zijn, want er staan zelden grote drugscriminelen terecht in de Groninger rechtszaal.

De geruchten die door het dorp gonsden, bereikten ook de wijkagent.
Die besloot tot een daadkrachtig optreden: hij ging er eens even kijken.
De agent wist toen al dat Arjen en zijn vrouw – ze woonden bij het café naast de kerk – de eigenaren waren van de boerderij.
Ter plaatse snuffelde de agent in de rondte en wat hij zag was niet mis.
Hij zag een camera aan de gevel en even later een man in een rode auto.
De wijkagent wist ambtshalve wie die man was: het was Geurt, de man met drugsantecedenten.

Tevreden keerde de agent terug op zijn post en tikte op wat hij had waargenomen.
Daarna belde hij zijn meerdere en besloten werd een inval te doen.
Het was bingo geweest.
In een afgetimmerde zolderruimte werden 30 moederplanten gevonden, 1.348 hennepplanten in bloei en in een derde ruimte stonden 1.250 met aarde gevulde bloempotten met een hoop hennepafval.
Een blik op de meterkast leerde dat met de stroom was gerotzooid.

Arjen werd gearresteerd.
Er zou ten minste drie keer zijn geoogst, opgeteld goed voor 200.000 euro.
De benadeling van stroomboer Enexis: 8.000 euro.

Bij de politie had Arjen eerst alles ontkend en daarna een beetje.
In de rechtszaal ontkent hij weer alles.
De verklaringen die hij bij de politie had afgelegd, kloppen niet.
Als hij niet verklaarde wat de agenten wilden horen, dan zouden ze hem nog langer opsluiten.
Ja, dat zeiden ze, jammert Arjen.

Rechters: ‘Hoe is het verhoor bij de politie gegaan?’
Arjen: ‘Dat wilt u niet weten.’
Rechters: ‘Juist wel.’
Arjen, geëmotioneerd en met stemverheffing: ‘Ik ben onder druk gezet.’

De rechters kijken nu niet alsof ze water zien branden.
Verdachten worden vaak onder druk gezet door de politie.
Dat mag.
Arjen, in tranen: ‘Ik heb nog nooit een hennepplant in het echt gezien. Ik kwam nooit op zolder. Als ik het had geweten, dan had ik ingegrepen.’

Nu gaat dit verhaal  merkwaardig worden.
Bovenstaande speelde zich af in november 2010.
Zo voortvarend de politie de boerderij was binnengevallen, zo traag werd de zaak afgehandeld.
Toen het dossier eindelijk op de burelen belandde van het Openbaar Ministerie was daar de capaciteit op.
Zo verstreken drie jaren.
Arjen had geen advocaat meegenomen om daar iets lelijks over te zeggen.

Merkwaardig is ook dat de officier van justitie eigenlijk vindt dat de politie op basis van die ene waarneming helemaal geen inval had mogen doen.
Een lege boerderij waar een man rondloopt die eerder is veroordeeld wegens het exploiteren van een hennepkwekerij is onvoldoende reden aan te nemen dat er iets strafbaars aan de hand is.
De inval was te snel en dus onrechtmatig.
De officier van justitie is verantwoordelijk voor dit soort kwesties.
Ze zegt dat de fout van de politie moet worden bestraft met een strafkorting in het voordeel van Arjen.

De officier van justitie besluit dat Arjen medeplichtig moet zijn aan het exploiteren van een hennepkwekerij. Geen medeplichtigheid in de zin van boze opzet, maar in de zin van verwijtbaarheid.
Het was zijn boerderij waar de planten zijn aangetroffen.
Hij had moeten controleren wat anderen daar deden.
De richtlijn: zeven maanden celstraf.
Maar gezien Arjen’s rol, de foute inval en omdat het al zo lang geleden is, kan worden volstaan met een taakstraf van 80 uur (eis).

Het kan nog gekker.
De strafzaak tegen Geurt is in mei dit jaar geseponeerd.
Het mag dan zijn initiatief zijn geweest en zijn planten en oogsten en bloempotten, er is onvoldoende bewijs dat dat ook echt zo is.
Met dat sepot hoeft Geurt zich dus ook niet voor de rechters te verantwoorden.
Arjen wel.
Je kunt dus zeggen dat Arjen medeplichtig is aan iets waarvan het Openbaar Ministerie zegt dat het niet is te bewijzen.

In een beschaafd land is veel mogelijk.
De officier van justitie had ook nog een ontnemingsvordering ingediend.
Omdat misdaad niet mag lonen zou Arjen 5.000 euro aan de Staat der Nederlanden moeten betalen.
Dat bedrag zou hij als medeplichtige hebben verdiend.
Maar de officier van justitie is plots van mening dat Arjen niets hoeft te betalen.
Ze zegt: ‘Ik heb dat zo slecht onderbouwd.’

De rechters zeggen tegen Arjen dat ze over twee weken uitspraak zullen doen en bedanken hem voor zijn komst naar de rechtbank.
Arjen, vol ongeloof: ‘Mag ik naar huis?’

Rob Zijlstra

UPDATE – 19 december 2013 – uitspraak
Arjen is geen hennepman van het jaar geworden, maar veroordeeld. Medeplegen kan worden bewezen. Het binnentreden door de politie is rechtmatig geweest. Maar het heeft wel te lang geduurd. Verdachte heeft daardoor lange tijd in stress geleefd. De rechtbank tilt hier zwaarder aan dan de officier van justitie. De straf: 60 uur geheel voorwaardelijk. De ontneming – conform – afgewezen.