Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen

Foetsie

Een merkwaardige gang van zaken.

Cafer G. is foetsie.
Cafer G. is de man die op 11 april 2010 de toen 45-jarige schaker Michael de Vrieze zou hebben vermoord.
Er was geen keihard bewijs, maar wel heel veel kleine aanwijzingen die samen onomstotelijk waren.
Dat vindt het Openbaar Ministerie.
En dat vindt ook de rechtbank in Groningen.

Cafer G. hoorde 10 jaar celstraf eisen, maar kreeg er 12.
Dat was in januari 2013.
Er volgde hoger beroep en een nader onderzoek door het NFI met een verrassende conclusie: Cafer G. zou wel eens onschuldig kunnen zijn.
Er kwam een verzoekschrift van zijn advocaat waarna het gerechtshof per direct besloot de voorlopige hechtenis van G. op te heffen.
Hij mocht het strafproces in hoger beroep als vrij man afwachten.

Alleen mocht hij dat niet in Nederland.
Wat wil het geval?
Na de veroordeling in Groningen is G. tot een ongewenste vreemdeling verklaard.
Hij is weliswaar in Nederland geboren, maar hij heeft de Turkse nationaliteit.

En zo kreeg het recht z’n beloop.
Na het besluit van het hof moest G. nog een paar dagen blijven zitten in verband met onbetaalde boetes.
Daarna is hij naar het vliegveld gebracht en overgedragen aan de Turkse autoriteiten.

Het proces in hoger beroep zou in de tweede helft van 2015 dienen.
Maar de boel ligt nu stil.
Niemand weet waar G. uithangt.
Mocht hij opduiken in Turkije, dan is er trouwens voor G. nog niet zo heel veel aan de hand.
Turkije levert geen onderdanen uit.
En helemaal geen onderdanen die wij zelf hebben gebracht.

En de zaak van Michael de Vrieze was al zo curieus.

Ik heb de kwestie maandag voorgelegd aan het Openbaar Ministerie.
Ik hoop vandaag – dinsdag woensdag donderdag – op een reactie.

Rob Zijlstra

update – 11 februari 2016 – reactie
Het Openbaar Ministerie laat desgevraagd weten op zoek te zijn naar Cafer G. Er zijn aanwijzingen dat hij in een gevangenis verblijft in de buurt van Istanbul. Er  is hierover contact met de Turkse autoriteiten. Zodra er meer duidelijkheid is, wordt een regiezitting gepland. Dan wordt bekeken hoe de zaak moet worden voortgezet.  Onderzocht wordt ook of het mogelijk is dat Cafer G. het proces kan bijwonen.

Schermafbeelding 2016-02-10 om 10.08.55

dagblad van het noorden, dinsdag 10 februari – klik voor leesbare versie

 

 

 

 

 

 

meer over deze zaak: raadsel zonder lijk

De feestdagen

in de monumentale zittingszaal
van het paleis is het geluid
te beroerd voor woorden

Schermafbeelding 2015-12-17 om 23.54.37

In de nacht van 15 op 16 september 2011 werd de 65-jarige Nico Leeuwe om het leven gebracht.
Hij was de boodschappen- en klusjesman van de rosse buurt.
Hij assisteerde de dames van lichte zeden.
Nico Leeuwe liet het leven in zijn woning aan het Gedempte Zuiderdiep, binnenstad Groningen, hoekje hoerenbuurt.
Gestikt.

Er werden twee mannen gearresteerd, twee 32-jarige Colombianen uit Spanje die in die septembermaand tijdelijk in Groningen verbleven.
Het Openbaar Ministerie eiste tien jaar cel, maar de rechtbank in Groningen vond dat veel te weinig.
De rechters veroordeelden de twee in augustus 2013 tot vijftien jaar cel.

Afgelopen week diende het hoger beroep.
Dat zoiets zo lang moet duren – meer dan twee jaar na de uitspraak – lijkt nergens op, maar zo lelijk is het.

Wie het niet eens is met de rechtbank gaat in beroep (appèl) bij het gerechtshof.
Het hof zetelt niet zoals de rechtbank in een onopgesmukt gerechtsgebouw, maar in een Paleis van Justitie met pracht en praal.
Dat klinkt heel wat en zo oogt het ook.
Maar in de monumentale zittingszaal van het paleis is het geluid te beroerd voor woorden.
Wat wordt gezegd, is nauwelijks te verstaan.
Waarom dat zo is, weet niemand, dat is geheim.

Er was meer lelijks.
Om het proces nog enigszins te kunnen volgen, moesten de nabestaanden zo ver mogelijk vooraan zitten, pal achter de advocaat van een van de verdachten.
De nabestaanden kregen zo ongewild zicht op het dossier dat de raadsman voor zich had uitgestald.
Ze konden de akelige foto’s van Nico zien, foto’s die de politie maakte toen ze hem op de grond vonden.
Eigenlijk is de rechtszaal helemaal niet geschikt voor een strafproces.

De rechters – die in een justitiepaleis raadsheren heten – gingen ook niet voor de schoonheidsprijs.
Hoewel het proces om negen uur in de ochtend begon, iets later, wekten de magistraten de indruk dat ze hoe dan ook voor het avondeten thuis wilden zijn.
De officier van justitie (in hoger beroep een advocaat-generaal) mocht het vooral kort houden en hoefde echt niet alles voor te dragen wat toch ook al op papier stond.

’s Middags herhaalde zich dit toen de twee advocaten gingen pleiten.
Herhaaldelijk werden de raadslieden onderbroken met opmerkingen van de raadsheer-voorzitter dat gerust passages mochten worden overgeslagen.
De voorzitter: ‘U mag erop vertrouwen dat wij alles lezen.’
Voor de luisteraar restte een onsamenhangende pleit.

Wanneer het strafproces is afgelopen, laat de raadsheer-voorzitter weten dat zij en haar twee collega’s meer tijd, meer dan de gebruikelijke twee weken, nodig hebben om tot een gewogen oordeel te komen.
Zo druk?
Nee.
Ze zei: ‘Wat ongelukkig, maar de feestdagen komen er aan.’

De twee verdachten snappen er misschien zelf niets van.
Ze vinden het in ieder geval niet eerlijk.
Mauro (35) zegt dat het vooral Roberto (34) was die het heeft gedaan.
Roberto wijst naar zijn vriend Mauro.
Wordt het te ingewikkeld, dan zwijgen ze.
Vraag: Waarom zwijgen?
Antwoord: ‘Omdat het mag.’

Halverwege de middag horen de verdachten wat het Openbaar Ministerie ditmaal voor hen in petto heeft.
De redenering (doodslag) van de rechtbank in Groningen en bijbehorende straffen (vijftien jaar) vindt de advocaat-generaal te kort door de bocht.
Hij kwalificeert de gebeurtenissen als een geplande beroving, als een diefstal met geweld met de dood tot gevolg.
Wanneer de aanklager dit ten overstaan van de appèlrechters toelicht, verschijnt als vanuit het niets een filmpje op YouTube, aangekondigd op Twitter.
Ik zie (er is wifi, dat dan weer wel) op mijn laptop dezelfde aanklager, maar dan in een lege zittingszaal in 36 seconden de strafeis uitleggen.

Opnieuw tien jaar cel voor Mauro en ditmaal twaalf voor initiator Roberto die ook het meest geweld toepaste.
Dat zijn de eisen.

Al in Spanje zouden ze het over Nico Leeuwe hebben gehad.
Een kennis van hen, een prostituee die wel eens in Groningen werkte, zou hebben gesproken over de voortdurende dikke portemonnee van Nico, een man ook met veel contant geld in huis, een makkelijk slachtoffer bovendien.
Ze gingen naar Groningen, ze wachtten Nico op en toen hij thuiskwam namen ze hem te grazen.
Ze bonden hem vast met duct-tape, ze tapeten ook zijn mond en mishandelden hem.
Daarna doorzocht Roberto de woning en nam Mauro de inhoud van de dikke portemonnee mee. Vastgebonden en op de buik lieten ze hun slachtoffer achter.
De aanklager zegt: ‘Nico’s laatste minuten, maar misschien ook wel uren, moeten gruwelijk en pijnlijk zijn geweest.

Mauro en Roberto hebben andere lezingen.
En spijt.
Ze realiseren zich dat ze de nabestaanden pijn en verdriet hebben aangedaan.
Dat was dus de bedoeling niet.
Ze willen wel vergiffenis.

Mauro had bij aanvang van het proces een nieuwe verklaring afgelegd, een verklaring met de waarheid.
Na twintig minuten waar verklaren, greep de advocaat in.
Na een korte schorsing bood Mauro zijn excuses aan, want wat hij zojuist als waarheid had verkondigd, was allemaal gelogen, zei hij.
Daarna kwam hij met een nieuwe verklaring, met weer een waarheid.

Mauro zegt dat Roberto Nico plotseling vastgreep in een soort nek- of armklem.
Zo sleurde hij hem naar binnen.
Nico is misschien wel daardoor gestikt, terwijl hij, Mauro, dus geen geweld had gebruikt.
Hij had wel geholpen om Nico vast te binden.
Maar toen ze weg waren gegaan, had hij de tape van Nico’s mond getrokken.

Roberto zegt dat zijn vriend zich niet alles even goed herinnert.
Want de waarheid is dat ze cocaïne zouden kopen van Nico, dat ze die niet konden betalen en dat Nico toen heel boos was geworden en er een worsteling was ontstaan.
Daarbij was geslagen.
Roberto: ‘Wanneer Nico is overleden aan mijn slagen, dan ben ik schuldig. Is er een andere doodsoorzaak, dan ben ik onschuldig.’

De aanklager zegt dat uit niets blijkt dat Nico Leeuwe een drugsdealer was.
Nee, het was een ordinaire diefstal met zeer ongelukkige afloop.
De aanklager: ‘Nico’s dood was geen opzet, maar zijn dood was wel een gevolg van hun handelen.’

Niet dus, zegt de Mauro-advocaat.
‘Wat Mauro heeft gedaan, knevelen, kan niet hebben geleid tot de dood.’
Dus: vrijspraak.
De raadsman van Robert: ‘De belastende verklaringen van de liegende Mauro zijn onbetrouwbaar.’ Conclusie: vrijspraak.

Het is dan bijna tijd voor de aardappelen.
Mauro krijgt zijn laatste woord: ‘In de gevangenis vraag ik mij elke dag af hoe het nu verder moet met mijn leven.’
Dan Roberto.
Hij buigt het hoofd en besluit: ‘Ik verdien een passende straf.’

Rob Zijlstra

update – 25 januari 2016 – uitspraken
Het hof vindt de rechtbank niet kort door de bocht. De twee mannen zijn veroordeeld tot vijftien jaar per persoon. Er is sprake van een gekwalificeerde doodslag en een diefstal met geweld met de dood tot gevolg. De eis van het Openbaar Ministerie doet wederom geen recht aan de ernst van de feiten, zo staat in het arrest.

arrest Roberto
arrest Mauro

Hetzelfde liedje

de belastingdienst heeft geen
moreel oordeel over inkomsten

Schermafbeelding 2015-12-03 om 23.45.49Het is steeds maar weer hetzelfde liedje.
De verkoop wordt gedoogd, de inkoop is strafbaar en wordt ook vervolgd omdat de rechtsorde nu eenmaal dient te worden gehandhaafd.

Jawel, er is volop discussie, de officier van justitie is ook niet doof, zegt hij tegen hen die horen willen.
Hij zegt: ‘Er is veel discussie in de kranten en op sociale media. Maar er zit geen lijn in die discussie. Welke kant gaat het op? Wat vindt Nederland?’

De officier van justitie vervolgt: ’Ik kies voor de klassieke benadering. De discussie over de regulering van de wietteelt dient niet gevoerd te worden in de rechtszaal. Wij kennen een scheiding der machten en die machten moeten elkaar niet in de weg gaan zitten. De discussie is aan de wetgever.’

De officier van justitie concludeert: ‘Pas na een breed gevoerd en uitgekristalliseerd debat kan de hennepteelt worden gedoogd.’

En dus vindt de aanklager dat de twee Bierumer wietkwekers de winst die ze in de voorbije jaren hebben gemaakt, moeten afdragen aan de staat.
Het gaat – zou gaan – om 175.000 euro.
Misdaad mag immers niet lonen, daar is in Nederland wel een breed draagvlak voor.

De Bierumer wietkwekers John (50) en Ines (40) zaten vorig jaar oktober tegenover dezelfde drie rechters waar zij donderdag ook tegenover zaten.
Het ging ook donderdag om hetzelfde liedje, over de hypocrisie van de achterdeur, over de hypocrisie van het failliete gedoogbeleid rond softdrugs, een beleid dat de georganiseerde misdaad in de kaart speelt en dat maakt dat de fiscus miljoenen euro’s misloopt.

Nog even in het kort kort: Jonn en Ines deden het netjes.
Ze deden geen overlast, geen brandgevaarlijke toestanden, wel biologisch, geen diefstal van de stroom (maar gewoon betalen), zo ook het betalen van belasting, ze deden een transparante boekhouding, inclusief facturen. Ze leverden alleen aan door gemeenten gedoogde coffeeshops, ze leverden van hoge kwaliteit, maar niet tegen de hoogste prijs. Weg met de criminaliteit.

De rechtbank in Groningen oordeelde dat een dergelijke gezonde manier van hennep kweken past binnen het gedoogbeleid.
John en Ines werden wel schuldig bevonden (vonden ze zelf ook), maar de rechtbank legde geen straf op.
Even zag het er naar uit dat dit een doorbraak zou zijn in het Nederlandse hennep- en coffeeshopbeleid, maar de gelukkigen die die dat riepen, juichten te vroeg.
Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep en het gerechtshof in Leeuwarden maakte korte metten met het Groninger vonnis: schuldig met straf.

En nu is er dus de ontnemingsvordering van het wederrechtelijk verkregen voordeel: 175.000 euro.
De Amsterdamse advocaten Sidney Smeets en Tim Vis vinden de vordering niet terecht.
Sowieso klopt de hoogte van de vordering bij lange na niet.
Maar principiëler, Bierum, het lichtende voorbeeld, heeft niks misdaan.
Het geld dat werd verdiend, is niet wederrechtelijk verkregen.
Er is, zeggen Smeets en Vis, immers belasting over betaald.

In koor tegen de rechters: ‘Twee idealistische wietkwekers moeten bloeden omdat een moedige wetgever ontbreekt. John en Ines leverden een bijdrage aan een oplossing. De vordering moet dus worden afgewezen. En rechters, dat is geen politiek statement, maar een bevoegdheid die u van de wetgever heeft gekregen.’’

De officier van justitie schudt het hoofd.
Hij weet: ‘De belastingdienst heeft geen moreel oordeel over inkomsten. Het betalen van belasting betekent dus niet dat inkomsten automatisch legaal worden. De inbreker die zijn buit opgeeft als inkomsten, kan een aanslag verwachten van de fiscus.’

Smeets en Vis zeggen dat Jon en Ines na het arrest van het hof zijn gestopt met het telen van wiet. Zij hebben nu geen inkomsten. Ze kunnen die vordering dus nooit betalen. Ze raken na zo veel inzet zelfs aan de bedelstaf.’

De officier van justitie haalt de schouders op, dat hoort hij vaker van wietkwekers.
Zegt, standaard: ‘Nu kunnen ze misschien niet betalen, maar in de toekomst wellicht wel. Ze zijn nog jong.’

Er zijn laatste woorden.

John zegt dat justitie hen het leven behoorlijk zwaar heeft gemaakt. ‘Er is een probleem waarvoor wij de oplossing hebben. Door open en transparant te zijn hebben we onze verantwoordelijkheid genomen.’
Ines vult aan: ‘Wij hebben geen schade berokkend, wij hebben geprobeerd de situatie te verbeteren.’

De officier van justitie heft zijn armen niet ter hemel.
Wel zegt hij: ‘Ja. Het moet anders. Maar de grote vraag is: hoe dan? Dat is aan de wetgever.’

De drie Groninger rechters zeggen dat ze voor 14 januari 2016 vonnis zullen wijzen en trekken zich terug.

Elders draait Armand zich om in het graf.
Niettemin, er is nog hoop.

Rob Zijlstra

 

het rechtbankverslag van eerdere zitting [okt ’14, inclusief vonnis rechtbank] 

 

Achterdeur

Schermafbeelding 2015-09-09 om 14.36.37Het gerechtshof in Leeuwarden heeft twee wiettelers uit Bierum (Noord-Groningen) veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke celstraf wegens het telen van hennep. Met dit arrest haalt het hof een streep door een uitspraak van de rechtbank Groningen. Die had de twee Bierumers wel schuldig verklaard, maar legde aan hen geen straf op.

De manier van telen past in het gedoogbeleid, vond de rechtbank. De rechter van het hof denken daar anders over: ten aanzien van hennepteelt is er geen gedoogbeleid.

→ De uitspraak van het hof Leeuwarden >> het arrest
→ Over wijsheid en een invaljuf >> rechtbankverslag

→Friese wietteler krijgt geen straf van hof >> bijzonder arrest [okt ’15]

Schermafbeelding 2015-09-09 om 14.27.24

klik op afbeelding voor meer > dvhn

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

Michael de Vrieze – 2

er is iets heul
geks aan de hand

Eerst even de zaak op een rij.
Michael de Vrieze uit Burum verdwijnt in april 2010 spoorloos.
Spoorloos is hij tot op de dag van vandaag.
Formeel is hij door de rechtbank in Den Haag doodverklaard.
Cafer G. is de man die wordt verdacht daar meer van te weten.
Sterker nog, Cafer G. wordt er van verdacht dat hij De Vrieze heeft vermoord.
Het lichaam van De Vrieze is nooit gevonden.

zie ook II  Michael de Vrieze – deel 1 II

Cafer G. zou het vreselijke hebben gedaan in een woning aan de Jupiterstraat in Groningen.
Dat daar iets ernstigs is gebeurd, blijkt onder meer uit de grote hoeveelheid bloed die in de woning is aangetroffen.
Dat vond de rechtbank in Groningen.
In die bewuste woning huurde Cafer G. een kamer, terwijl De Vrieze er vaak verbleef.
Ze kenden elkaar, misschien wel omdat ze samen iets lucratiefs in de hennep deden (is suggestief).

Een paar dagen na de verdwijning van De Vrieze is Cafer G. met een enkeltje afgereisd naar Turkije, naar het land – hoewel hij in Groningen is geboren – van zijn nationaliteit.
De politie vindt dat erg verdacht en ziet het als een vlucht.
Nog meer verdacht: Cafer G. pint geld met bankpasjes van de spoorloze De Vrieze.
Dat doe hij ook in Turkije

Turkije levert geen onderdanen uit.
Als hij schuldig is – stel dat – dan is hij veilig in Turkije.

Op een dag maakt Cafer G. vanuit Turkije een uitstapje naar Rusland.
Turkije tipt Nederland – dat dan weer wel – en Cafer wordt in Rusland eerst aangehouden, dan in een donker hok gegooid en na drie maanden aan Nederland uitgeleverd.

Er volgt een rechtszaak in januari 2013 in zittingszaal 14
De officier van justitie eist 10 jaar celstraf
De rechtbank legt 12 jaar op wegens doodslag.
Cafer G. – hij ontkent en zwijgt – gaat in hoger beroep.

In een tussenarrest vordert het gerechtshof – ter voorbereiding op de zitting in hoger beroep – nader onderzoek naar het bloed.
Daar is iets mee.
Het Nederlands Forensisch Instituut stelt vast dat veel bloed – aangetroffen in de woning – ineens weinig bloed is.
De hoeveelheid bedekt de bodem van een borrelglaasje, meer is het niet.
Voor advocaat Jacq Taekema is die uitkomst reden een verzoekschrift in te dienen bij het hof.
De raadkamer buigt zich er achter gesloten deuren op 1 juli over en concludeert dat het nieuwe onderzoek nieuw licht werpt op de zaak: de bewijsconstructie waarop de rechtbank in Groningen de veroordeling heeft gebaseerd kan niet langer stand houden.

Weinig bloed in plaats van veel bloed kan betekenen dat de vermeende plaats delict helemaal geen plaats delict is.
En dus dat de misdaad waaraan Cafer G. is gelinkt en waarvoor hij is veroordeeld helemaal niet heeft plaatsgevonden, althans niet volgens het scenario dat de rechtbank voor waar heeft gehouden.
Dat nieuwe inzicht leidt tot een bijzonder besluit, bijzonder in die zin dat zo’n besluit in deze fase van een proces niet vaak wordt genomen: de hechtenis van Cafer G. wordt opgeheven.
Er zijn geen ernstige bezwaren meer hem langer vast te houden.
Hij mag zijn proces – ergens dit jaar – in vrijheid afwachten.

Tot zover de zaak nog even op een rij.

De vraag die mij bezighield – een van de vragen – was of het hof ook voorwaarden had verbonden aan de opheffing van de hechtenis.
Dat Cafer G. zich bijvoorbeeld beschikbaar moet houden.
Dat hij zijn paspoort moet inleveren om te voorkomen dat de verdachtenbank ten tijde van het proces in hoger beroep leeg is.
Of dat hij zich wekelijks moet melden op een politiebureau.
Zoiets.
Dat dacht ik, want ik ben geen jurist.
Het stellen van voorwaarden aan een opheffing kan volgens de wet niet.

Maar nu – nu pas – komt wat ik heel gek noem.

Cafer G. mag het strafproces in hoger beroep dus in vrijheid afwachten.
Maar dat mag hij niet in Nederland.
Hij wordt namelijk het land uitgezet.
Hij wordt het land uitgezet omdat hij als gevolg van deze kwestie inclusief de veroordeling wegens doodslag tot een ongewenste vreemdeling is verklaard.
Hij mag hier wel wachten en tegelijkertijd niet zijn.

Hij moet weg.

Hoewel zijn hechtenis begin deze week is opgeheven, zit hij nu nog een paar dagen vast.
Dat heeft te maken met onbetaalde boetes.
Volgende week – naar ik begreep – wordt hij dan het land uitgezet.
Naar Turkije, naar het land dat geen onderdanen uitlevert.

Dus.

Justitie heeft hem opgespoord en heeft hem vervolgd en wil hem opnieuw vervolgen in hoger beroep, justitie verzocht Rusland hem uit te leveren, justitie wil hem nog zeker tien jaren achter de tralies.
En nu moet justitie diezelfde man naar het land brengen waar hij nog lang en gelukkig in vrijheid kan leven.

Ik snap het wel.
En misschien is Cafer G. ten onrechte veroordeeld.
Dat kan.

Maar toch.

Rob Zijlstra

 

voor de duidelijkheid
Ik heb het Openbaar Ministerie donderdag gevraagd om een reactie. In dit geval bleek ik te zijn aangewezen op voorlichters van het landelijk parket in Den Haag. Iemand van hen liet per e-mail weten dat ik voor antwoorden bij het Openbaar Minsterie Noord-Nederland moet zijn, bij de  voorlichters die mij hadden doorverwezen naar het landelijk parket in Den Haag.
De uitzetting? De uitzetting is een zaak van weer een andere afdeling.
Helaas  dubbelcheck, maar de bron waarop dit verhaal is gebaseerd is betrouwbaar.

Over wijsheid en een invaljuf

cropped-charlie.pngAls het waar is dat de misdaad bestreden moet worden middels het strafrecht dan heeft braaf Groningen een beroerde week achter de rug.
Het aantal strafzaken dat in het voormalige doveninstituut aan het Guyotplein werd behandeld, was nog nooit zo laag als deze week.
De oorzaak mag inmiddels bekend zijn: de politie heeft het zo druk dat er geen tijd overblijft boeven te vangen en misdaadonderzoek te doen waardoor het Openbaar Ministerie te weinig dossiers krijgt aangeleverd waarmee officieren van justitie naar de rechtbank kunnen lopen.
Gevolg: lege rechtszalen en schaterlachende slechteriken.
Geen nood, in de loop van 2016 wordt alles beter, zo is beloofd.

De strafrechtweek begon maandagochtend ook nog eens met een ontzettend lelijke strafzaak bij de politierechter.
Klas 4 van het Hogeland College uit Warffum was er met de invaljuf getuige van.
De verdachte heette Appie.
Hij moest terechtstaan omdat hij zijn vrouw, ex, had bedreigd met geweld.
Hij had tegen haar geroepen: ‘Ik maak je hele gezicht kapot.’
Een mevrouw die op de fiets passeerde, hoorde het en stapte verontwaardigd af.

Terwijl Appie riep – geroepen zou hebben – trok hij aan zijn dochtertje van 7 jaar dat hij acht maanden niet had gezien.
Zijn ex trok tegelijkertijd aan de andere kant van ook haar dochter.
De mevrouw op de fiets zei tegen de politie: ‘Hij keek heel woest.’
Appie ontkent de lelijke woorden, maar de officier van justitie zegt dat als twee vrouwen beweren dat het zo is, dat dan het wettige en overtuigende bewijs is geleverd.

Deze kleine misdaadgeschiedenis speelde zich af op 29 december 2012.
Het lelijke is dat het Openbaar Ministerie welgeteld 646 dagen, dat is afgerond 22 maanden, nodig had deze kwestie voor te leggen aan de rechter.
De ex had nog een e-mail gestuurd waarin stond dat het allemaal goed is gekomen, dat hij weer lief voor haar is en andersom, dat Appie zijn dochter die hij toen zo lang niet had gezien alleen maar even een knuffel had willen geven, dat ze het nu samen weer proberen, ook al omdat ze samen wijzer zijn geworden.

De officier van justitie is niet geroerd, maar spreekt streng van een ernstig feit.
Ze dreigt met een werkstraf, maar eist een boete van 350 euro.
De politierechter denkt niet na maar weet direct wat wijsheid is.
Hij zegt dat twee vrouwen samen wettig en overtuigend zijn en dus dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met geweld.

De rechter: ‘U bent dus schuldig, maar ik leg u geen straf op, het is veel te lang geleden, straf heeft dan geen enkel zin. Dat was het, ik dank u voor uw komst.’

De invaljuf moet het in de klas maar eens uitleggen.

Schermafbeelding 2014-10-12 om 00.55.49Wel schuldig, maar geen straf is ook de inzet van een strafzaak waarin de rechtbank de komende week uitspraak doet.
Deze zaak kenmerkte zich door grote schoonheid.
Het is echt niet alleen kommer en kwel in de rechtbank.

De schoonheid zat in de twee verdachten die principieel de wet overtreden om de wereld (in Nederland) iets beter en aangenamer te maken, in de prettige wijze waarop de rechters deze twee verdachten ondervroegen en vooral in het pleit van de twee advocaten, Smeets en Vis.
Die twee proberen het Nederlandse coffeeshopbeleid omver te kukelen.

Heel verhaal, te boek gesteld op 48 A-viertjes.
De twee verdachten telen al jaren hennep onder de rook van de grote, vieze kolencentrale in de Eemshaven.
Ze telen biologisch, zonder brandgevaar, ze betalen de hoge energierekening, heel veel belasting en leveren aan twee coffeeshops die door de overheid worden gedoogd.
Het is het verhaal dat de overheid toestaat dat er wiet wordt verkocht, maar het niet toestaat dat er wiet wordt geteeld om te kunnen verkopen aan coffeeshops.

Uitademen mag, maar inademen niet. Zoiets.

Smeets en Vis hebben argumenten bedacht die de rechters ertoe moeten bewegen dat ze de twee eigenwijze wiettelers wel schuldig verklaren (ze bekennen ook), maar dat er geen straf wordt opgelegd.
Dat moet dan de doorbraak zijn: wiettelers kunnen met zo’n uitspraak mits ze het netjes doen, hun gang gaan.
De legalisatie van de ‘achterdeur’ is daarmee een stapje dichterbij, iets waar onder anderen burgemeesters al lang op aandringen.

Smeets en Vis zeiden bijvoorbeeld dat de twee verdachten leveren aan de coffeeshop in Stadskanaal die daar door de gemeente in het leven is geroepen.
De overheid is daarmee uitlokker en medepleger.
En het kan toch niet langer zo wezen dat diezelfde overheid datgene wat ze uitlokt en medepleegt strafbaar stelt.

Komt bij dat de twee telers zich in hun bedrijfsvoering gedragen als een bedrijf (inclusief een ordentelijke administratie) en door de overheid – de Belastingdienst – ook zo worden behandeld.
Een ander argument is dat de twee wiettelers met hun handelwijze de hennepteelt uit de criminele sfeer halen, kwaliteit garanderen en geen overlast veroorzaken: de twee eigenwijzen zijn kortom de ideale oplossing.

Smeets en Vis voegen daar nog aan toe dat als ook de nette hennepteelt verboden blijft, de brandgevaarlijke teelt op zolderkamertjes door criminelen dan blijft voortbestaan, niet in de laatste plaats gestimuleerd door het Openbaar Ministerie.
Ze zeggen: ’De door de overheid gedoogde coffeeshop verwordt met huidig beleid tot een doorgeefluik van de georganiseerde criminaliteit.’

De officier van justitie kijkt niet vooruit, maar roept de hulp in van vroeger, van Charles de Montesquieu (1689 – 1755 – ’vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat’) en de trias politica (scheiding der machten).

De officier van justitie zegt dat als het beleid van de overheid anders moet, de rechtszaal dan niet de plek is om dat voor elkaar te boksen.
Ga dan maar naar Den Haag, naar de Tweede Kamer, naar de wetgevende macht.
Die moet de uitvoerende macht dan in een andere richting sturen.
Een scheidsrechter, wil de officier van justitie maar zeggen, bepaalt de spelregels immers ook niet.
Ieder zijn rol, dat zijn de regels, zo is het afgesproken.

Smeets en Vis zijn het daar niet mee eens.
Rechters gaan over de strafwaardigheid en een moedige rechterlijke macht kan in de rechtszaal heus besluiten twee eigenwijze wiettelers schuldig te verklaren, maar hen geen straf op te leggen.

Voor klas 4 van het Hogeland College in Warffum: ook dit kan de invaljuf wel even uitleggen.

Rob Zijlstra

cropped-charlie.png Charlie

 

UPDATE – 16 oktober 2014 – uitspraak
De Bierumer wiettelers zijn schuldig, maar verdienen geen straf. Wat zij doen en hoe ze het deden past in het Nederlandse coffeeshopbeleid, vinden de rechters. De advocaten Smeets en Vis: ‘Dappere rechters.’

Het vonnis is hier te lezen

.

update – 26 augustus 2015
Het Openbaar Ministerie heeft na een herhaling van haar standpunten opnieuw werkstraffen (180 en 120 uur) en voorwaardelijke celstraffen (6 en 3 maanden) geëist tegen de twee Bierumer wiettelers. De verdediging (Smeets & Vis) bepleitten een niet-ontvankeliheid van het OM.  → dvhn

 

De waarheid!

Schermafbeelding 2014-05-03 om 22.32.43

deze column in zaterdageditie van dagblad van het noorden

Het is altijd gevaarlijk om strafzaken met elkaar te vergelijken en dan op basis van de ene iets op te merken over de andere.
Dat ga ik nu doen.

Eerst de ene zaak.
Vorige week diende in meerdere opzichten een bijzondere strafzaak in zittingszaal 14.
Een man zou op een dag op twee verschillende plaatsen een moord hebben gepleegd.
Of doodslagen.
Of diefstallen met geweld met de dood tot gevolg.
De kwalificatie is aan de rechters.
Het gebeurde in Groningen.
Maar ook in Amsterdam of Venlo – waarom daar niet – zou het een opmerkelijke zaak zijn geweest.
Omdat zoiets overal zelden voorkomt.

Opmerkelijk mag ook heten dat de strafzaak halverwege het proces werd stilgelegd.
Er was bewijs te over e
n de verdachte staat er niet best voor. Los van wat de rechters later dit jaar bewezen achten en wat voor een straf zij daarbij passend en geboden vinden, een strafeis van levenslang behoort tot de mogelijkheden.

Wordt er een mens afgeschreven of niet?
Dat is de vraag.
Het is strafrecht op het niveau van de Champions League.

De verdachte werd in januari 2013 aangehouden en zit sindsdien in voorlopige hechtenis.
Dan zit je vast.
Al die tijd heeft hij gezwegen, heeft hij de politie niet wijzer willen maken.
Anderhalve week geleden, in de rechtszaal begon zijn mond plots te praten.
Ineens kwam hij met allerlei verklaringen op de proppen die duidelijk moeten maken dat hij niet de moordenaar is van de man (71) die graag in het buurtcafe een borreltje dronk en ook niet van de vrouw (66) die penningmeester was van de sjoelclub in de wijk.

Het klonk allemaal niet heel geloofwaardig wat hij zei.
Toch vond het Openbaar Ministerie (OM) het noodzakelijk zijn verhaal nader te onderzoeken.
Misschien omdat je het maar nooit weet.
Misschien omdat het OM voornemens is levenslang te eisen en dan is ieder spatje twijfel een spatje te veel.
Als nader onderzoek kan aantonen dat de verdachte niet alleen een gewelddadige moordenaar is, maar ook nog eens een dikke leugenaar dan is dat mooi meegenomen.

Maar zo plat was het niet, zeiden verschillende officieren van justitie los van elkaar.
Zo denkt het OM ook helemaal niet.
De reden voor nader onderzoek is: waarheidsvinding.

Waarheidsvinding – een woord dat ietwat plechtig dient te worden uitgesproken – is het hoogste goed van de strafrechtspraak.
Als de waarheid niet bewezen kan worden, dan dient de schuldige vrijuit te gaan.
Zoiets.

Om de waarheid op tafel te krijgen, moet alles, alles uit de kast worden gehaald.
En daarom werd de strafzaak op verzoek van het OM door de rechtbank stilgelegd.
Dat mag magistratelijk heten.

Nu de andere zaak.
Komende woensdag doet het gerechtshof uitspraak (een tussenarrest) in een strafzaak die ook zijn weerga niet kent: de zaak Baflo, 13 april 2011.
Het drama dat zich daar toen, drie jaar geleden al weer, afspeelde kostte politieman Dick Haveman en biologe Renske Hekman het leven.
Het drama van Baflo wordt binnenkort behandeld in hoger beroep.

Alasam S. is de dader die de twee levens nam.
Het Openbaar Ministerie eiste levenslang, maar de rechtbank legde 28 jaar celstraf op.
Dat S. de dader is, staat niet ter discussie.
De grote vraag is – nog steeds – of de daden aan S. kunnen worden toegerekend.
Zeer zeker, zei in Groningen het Openbaar Ministerie dat zich baseert op rapportages van het Pieter Baancentrum.
De rechters in Groningen gingen hier in mee.

Een rapportage van een psychiater die door de advocaat van Alasam S. was ingehuurd, werd toen afgedaan als prutswerk.
Zijn conclusie was dat S. knetter-psychotisch moet zijn geweest, een andere verklaring voor het extreme gedrag van S. is er niet.
Zo zei de psychiater dat.
Het Openbaar Ministerie vond dat ongepast.
De deskundige werd tijdens de zitting neergezet als een prutser die voor veel geld flutwerk had geleverd.

In de aanloop n
aar de inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het gerechtshof twee nieuwe (andere) gedragsdeskundigen – een psychiater en een psycholoog – de opdracht gegeven om nog een keer bij S. tussen de oren te kijken.
Het zekere voor het zekere en in het belang van dat ene grootse goed: de waarheid.

Anderhalve week geleden werden de bevindingen van die twee andere deskundigen geopenbaard op een tussentijdse zitting bij het gerechtshof.
En wat beweren zij?
Alasam S. is ontoerekeningsvatbaar.
Zij sluiten hiermee aan bij het pruts- en flutwerk van de afgeserveerde psychiater.
Hun deskundige bevindingen staan haaks op die van het Pieter Baancentrum, deskundige bevindingen die de rechters in Groningen voor waar hielden.

Strafrechtadvocaat Mathieu van Linde had al eerder betoogd dat S. ontoerekeningsvatbaar is en dat de consequentie daarvan is – moet zijn – dat aan de verdachte dader geen straf kan worden opgelegd.
Van Linde is dus ook te spreken over het andere inzicht dat nu bij het hof op tafel is gelegd.
Hij zei tegen de raadsheren (rechters): ‘De zaak Baflo kenmerkt zich door buitengewone ernst en de lange celstraf die is opgelegd. Alleen daarom al is het wenselijk dat alles wat te onderzoeken is, ook onderzocht moet worden.’

Nu zou je denken dat de advocaat-generaal (dat is de officier van justitie in hoger beroep) namens het Openbaar Ministerie instemmend zat te knikken.
Sterker nog: dat hij in het diepst van zijn hart – het hart dat zijn magistratelijke bloed in de rondte pompt – de advocaat in de armen zou nemen, onderwijl roepende: ‘Yez. Lang leve de waarheidsvinding!’

Maar dat gebeurde niet.
De advocaat-generaal keek zelfs helemaal niet blij.
De magistraat keek chagrijnig, alsof hij geen zin had ook maar iets extra’s te doen in het belang van de waarheidsvinding.
De waarheid staat misschien voor hem al lang vast.
Nu al, terwijl het proces nog moet beginnen.
Misschien gaat dat zo in de praktijk.

De advocaat wil de psychiater en de psycholoog nu als getuige-deskundigen horen op de zitting.
Maar ook daar heeft de aanklager geen zin in.
Hij zei: ‘Nee, nee. Dat gaat me veel te ver. Ik zie geen enkele noodzaak dat die deskundigen moeten worden gehoord. Dat valt maar in herhaling.’

Nee, nee, veel te ver, zie geen enkele noodzaak, dat valt maar in herhaling…

In een strafzaak waar de ernst het meest ernstig is, de straf het meest hoog, het verdriet onpeilbaar, de gebeurtenissen nog altijd niet te bevatten, in zo’n zaak zou je verwachten dat alle deelnemers onverschrokken staalbikkers zijn die hun werk doen op het scherp van de snede.

Rob Zijlstra
.

scherp / scherpst van de snede

 

UPDATE –  7 mei 2014 – tussenarrest
De advocaat van Alasam S. krijgt voor een deel zijn zin. Tijdens de zitting moeten vijf deskundigen (opnieuw) worden gehoord. Het gaat om de deskundigen van het Pieter Baancentrum en deskundigen die op verzoek van de verdediging zijn benoemd. Hun visies op toerekeningsvatbaarheid lopen sterk uiteen. De vraag die moet worden beantwoord is of S. handelde in een psychose of niet. Wanneer  sprake is van een psychose, kan geen straf worden opgelegd. Volgens het Pieter Baancentrum in een psychose niet aannemelijk, hoewel die ook niet helemaal wordt uitgesloten.

Het verzoek om een DNA-onderzoek te verrichten om te achterhalen of S. meer dan gemiddeld gevoelig is voor medicijngebruik is afgewezen.
Volgens de rechters is die vraag niet relevant.

Het streven is om de zaak in de maand juli inhoudelijk te behandelen. Het hof wil daar twee dagen voor reserveren.

 

tussenarrest

klik

 

De verdachte dader

Schermafbeelding 2014-02-07 om 20.54.12Ik schrijf het voorbeeld wel vaker op.
Wanneer de politie tien jongeren oppakt, kan de volgende dag in de krant staan dat de politie tientallen inbraken heeft opgelost.
Wij van de krant zouden dat niet zo moeten opschrijven, want het is helemaal niet waar.
Wat wel waar kan zijn is dat de politie jongeren oppakt die worden verdacht van een serie inbraken.

Schermafbeelding 2014-02-07 om 20.53.15Bij goed politiewerk worden daar voldoende wettige bewijzen bijgeleverd opdat rechters in overtuiging kunnen oordelen dat die rotzakken het inderdaad hebben gedaan.

Schermafbeelding 2014-02-07 om 21.13.40Ieder zijn rol; het is wezenlijk in een rechtsstaat waar de macht is verdeeld.
Dat is ook niet bedacht om boeven te beschermen, zoals hier en daar wordt geroeptoeterd.
Het is bedoeld om de burger te Schermafbeelding 2014-02-07 om 21.13.22beschermen tegen willekeur van een machtige overheid.

In de rechtszaal is het onderscheid tussen verdachte en dader wezenlijk.
De verdachte is zoals hij daar zit onschuldig.
Dat weet iedereen.
Er bestaan wel ernstige verdenkingen tegen hem, want anders mag hij niet eens verdachte wezen.
Nadat rechters na wikken en wegen besluiten dat de verdachte schuldig is, komt de dader in beeld.
Is hij vervolgens ook nog een strafbare verdachte – toerekeningsvatbaar, geen zelfverdediging – dan verandert zijn status in die van een echte dader.

We worstelen met het onderscheid.
En steeds meer, meer naarmate het slachtoffer een voornamere rol krijgt binnen het strafproces.

Vrijdagmiddag werd dat op bijzondere wijze geïllustreerd met een voorval in zittingszaal B van het gerechtshof in Leeuwarden.

In de verdachtenbank – bij het hof is dat een ouderwetse stoel – zit Javier S.
De rechtbank in Groningen heeft hem het stempel van dader gegeven.
Volgens de rechters in Groningen heeft Javier S. op 4 februari 2012 in cafe ’t Kleine Kroegje de 35-jarige Ertas Cakici doodgeschoten.
Voorbedacht en dus moord.
Hij is veroordeeld tot 15 jaar celstraf.

Maar Javier S. zegt dat hij onschuldig is en tekende hoger beroep aan.
Dat maakt dat hij op dit moment weer verdachte is.

Nadat het hof de feiten heeft besproken – waarbij Javier zich beroept op het zwijgrecht – worden de zus en de partner van Ertas Cakici in de gelegenheid gesteld de rechters (raadsheren) toe te spreken als nabestaanden.
Zij mogen een slachtofferverklaring voorlezen.
Dat kan sinds 2005.
Zij mogen aan de rechters vertellen wat de misdaad met hen heeft gedaan.
Hoe verdrietig ze zijn.

De wet biedt die mogelijkheid en als het aan Opstelten & Teeven ligt wordt die wet op dit punt nog verruimd.

Maar strafrechtadvocaat Jan Boone maakt bezwaar.
Hij zegt tegen het hof dat Javier de verklaringen van de nabestaanden niet wil aanhoren.
Die verklaringen zijn immers bedoeld voor de dader.
En Javier is vooralsnog een onschuldige verdachte.
Geen dader.

Boone wil dat zijn client de rechtszaal mag verlaten zodra de nabestaanden het woord krijgen.
Het hof stemt daar zonder discussie mee in.

Javier wordt afgevoerd en de zus en de partner doen hun verhalen.
Die gaan door merg en been.
Hun verdriet, de woede en de machteloosheid, is onmetelijk.
Op indringende wijze weten ze dat te verwoorden.
Er wordt intens gehuild.
Ik ga hun woorden hier niet herhalen, want daarmee zou ik hen tekort doen.
Denk maar aan erg veel verdriet waarin troost zich geen raad weet.

Zodra zus en partner zijn uitgesproken en brokken in de keel zijn weggeslikt, wordt Javier opgehaald en moet hij weer plaatsnemen op de stoel tegenover zijn rechters.

Nooit eerder had ik dit meegemaakt.
Ik twitterde het voorval vanuit de zittingszaal de wereld in.
Andere rechtbankverslaggevers reageerden: nee wij ook niet.

Zoiets kan niet, vond een medewerkster van Slachtofferhulp.
Een slachtofferverklaring is een confrontatie tussen de verdachte dader en het slachtoffer.
Die kan daar dus niet voor weglopen.
Wel waar, reageerden advocaten, een verdachte heeft immers geen aanwezigheidsplicht.

Hoe dan ook: het schuurt.

Rob Zijlstra

de slachtofferverklaring

slachtofferverkl

Shaken baby

In maart 2008 zag ik een man in grote verwarring het gerechtsgebouw van Groningen via de voordeur verlaten.
Hij had elf maanden in voorlopige hechtenis gezeten en na uren in de verdachtenbank hoorde hij de officier van justitie vijf jaar gevangenisstraf eisen.
Maar een half uur later was Mart vrij man.

Ik schreef destijds: ‘Het was alsof het openbaar ministerie met 5 – 0 voorstond en de laatste minuut van de reguliere speeltijd was ingegaan. Bij het eindsignaal is het 5 – 6 , in het voordeel van de verdachte.’

Mart werd verdacht van doodslag.
Hij zou op 10 maart 2007 zijn acht weken oude zoontje om het leven hebben gebracht door het kind met kracht heen en weer te schudden.
Brian overleed aan hersenletsel.

Deskundigen spraken over het shaken-baby-syndroom

Onderzoek van de politie had aan het licht gebracht dat Mart, hoewel zorgzaam, de enige is die het gedaan kon hebben.

Brian wordt in januari 2007 negen pond zwaar en gezond geboren. Na een paar weken ontstaan complicaties.
Brian valt af en toe weg en is dan slap.
Het jongetje ligt vijf dagen ter observatie in het ziekenhuis.
Daar wordt niets bijzonders vastgesteld.

Vijf dagen later, op zaterdag 10 maart, wordt het kind ’s ochtends gevoed, om half elf krijgt het medicijnen – wat extra ijzer – toegediend.
Om kwart over elf gaat de moeder naar haar werk.
Mart verkoopt een auto, dat is zijn handeltje.
Om exact 11.21 uur wordt de auto op het postkantoor overgeschreven (blijkens het vrijwaringbewijs).
Daarna krijgt hij koffiebezoek van een vriend.
Vanaf kwart over twaalf is Mart alleen in de woning met de dan slapende Brian.
Hij gaat het huis schoonmaken.

Om 14.27 uur belt hij in paniek haar moeder: ‘Er is iets met Brian.’
Om 14.30 uur doet hij dat nog een keer.
De moeder zegt dat ze onderweg is, maar voor de verkeerslichten staat.
Om 14.34 belt haar moeder 112.
Mart doet dat om 14.37 uur.

De politie is snel ter plaatse, een agent doet een poging tot reanimatie.
Bij aankomst in het ziekenhuis stellen artsen vast dat de overlevingskans nihil is.
Kort daarna sterft Brian.

Tijdens de zitting geven twee getuige-deskundigen – gezaghebbende kinderartsen – toelichtingen op de door hen geschreven rapporten van bevinding.
Cruciale vraag: kan aan de hand van het geconstateerde letsel het tijdstip worden bepaald wanneer Brian krachtig door elkaar is geschud?

De ene deskundige: met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, een paar minuten tot enige uren voordat Mart in paniek zijn moeder belde.
De andere deskundige: mee eens, maar niet helemaal; geen minuten, eerder uren.

En dit – paar minuten, geen minuten – brengt de rechtbank aan het twijfelen.

Niet kan worden uitgesloten dat Brian krachtig door elkaar is geschud op een tijdstip dat Mart niet alleen met hem in de woning verbleef.
In theorie kan ook de moeder die de woning rond kwart over elf verliet hebben geschud.
Met die constatering van de rechtbank valt de bewijsconstructie van het openbaar ministerie in duigen: die luidt dat anderen het niet gedaan kunnen hebben en dat het daarom dus Mart wel moet zijn geweest.

Advocaat Jan Boone zegt dat een vader die zijn kind verliest hoort te rouwen en niet in de gevangenis hoort te zitten.
Elf maanden zitten terwijl je het niet hebt gedaan, is welletjes, moppert Boone.

De rechters gingen  in beraad en na lang nadenken zeiden ze dat ze neigen naar vrijspraak.
Mart mocht naar huis.
Twee weken later, op 10 april 2008, volgde de definitieve uitspraak: niet is uit te sluiten dat iemand anders dan de vader het kind heeft geschud.
Vrijspraak.

De rechtbank uitte in het vonnis kritiek op de verhoormethode van de Groninger politie.
De verhoortactiek was niet gericht geweest op waarheidsvinding, maar was bedoeld om een ‘bekennende verklaring te verkrijgen’.

Het openbaar ministerie tekende binnen twee weken hoger beroep aan.
En dan blijft het bijna vier jaar stil.

Tot 9 februari 2012.

Aan het einde van deze middag eist het openbaar ministerie in hoger beroep geen vijf jaar zoals in Groningen, maar zes jaar gevangenisstraf tegen Mart.

Het openbaar ministerie stelt dat het boven redelijke twijfel is verheven dat de vader het fatale letsel heeft toegebracht. Met het schudden van de baby heeft hij welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de baby hierdoor zou komen te overlijden.

Rob Zijlstra


• Het bovenstaande verhaal is gebaseerd op het rechtbankverslag dat ik destijds schreef.

.

UPDATE – 23 februari 2012 – uitspraak
Het gerechtshof heeft Mart vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel vastgesteld kan worden dat het verdachte moet zijn geweest die de ten laste gelegde fatale handelingen heeft begaan. Het hof volgt hiermee de redenatie van de rechtbank Groningen die Mart eerder vrijsprak.

HET ARREST

Gebakken peren

Wij schreeuwen graag ons gelijk van de daken.
Het gevaar van dat geschreeuw, schreef de dichter, is dat we dan niet kunnen horen wat de ander te zeggen heeft.

Een ander zou Ronald kunnen zijn.
Ronald is 36 jaar en crimineel.
Hij heeft iets te melden, want hij zit met de gebakken peren.
De kans dat wij roepen, eigen schuld, dikke bult, is groots aanwezig.
Zit maar op de blaren.

Ronald is crimineel omdat hij – zijn laatste misdaad – in februari 2009 in dertien dagen tijd acht gewapende overvallen pleegde op tankstations.
Het wapen was een mes.
Het ging om de Gulf in Groningen, de Shell bij Ten Post, de Gulf en Texaco in Putten, de BP in Barneveld, Easyfill in Grace, de Gulf in Hoevelaken en de BP in Maasdriel.

De slachtoffers zijn de medewerkers en –sters.
Onder wie een jongen van zestien en een zwangere vrouw, noteert het gerechtshof in Leeuwarden fijntjes in het arrest.
Ronald kwam binnen, met zijn NY-petje op, mes in de hand, vroeg dan eerst om een pakje Marlboro en riep dan plots nare dingen, als ‘geld, geld’.
En ook: ‘Als je binnen vijf minuten de politie belt, kom ik terug en maak ik je dood.

Zo kreeg hij zijn zin.
Daarna vluchtte hij, in steeds dezelfde auto, een rode Suzuki Swift.
Toen dat begon op te vallen, kregen ze hem in de smiezen.
En werd hij aangehouden.
De auto stond gewoon op zijn naam.

Het openbaar ministerie in Groningen eiste vorig jaar voor die acht overvallen vijf jaar gevangenisstraf.
Zijn advocaat van toen repte van tunnelvisie en over een mogelijke onbekende Hagenees als dader.
Vrijspraak dus.
De rechtbank dacht van niet en veroordeelde Ronald conform de eis tot vijf jaar celstraf.

De ontkennende Ronald ging in hoger beroep, want hij zei dat hij er niets mee te maken had.
In afwachting van het appel, belandde hij in de gevangenis van Heerhugowaard.
Daar zette hij zijn strijd vol onschuld door.
Hij hopte van de ene na de andere topadvocaat van Nederland en besteedde een fors deel van zijn energie aan klachtenprocedures.
Een aanzienlijk deel van zijn beltegoed ging op aan dagelijkse telefoontjes aan zittingszaal 14.

Gedragsdeskundigen gingen met hem aan de slag en na een tijdje achter de tralies werd hij overgeplaatst – doorgefaseerd in gevangenistermen – naar de forensisch psychiatrische kliniek in Heiloo.
Daar vond Ronald rust in zijn onrustige kop.
Daar had hij het in al zijn onschuld ook best naar zijn zin.
Hij mocht dieren verzorgen.
Soms schreeuwde hij, waardoor anderen hem niet konden horen.
Het besef dat hij hulp nodig had om te overleven, om het criminele milieu te verlaten, groeide uit tot een overtuiging.

Tot begin dit jaar.
Toen kreeg hij te horen dat was besloten tot terugplaatsing – terugfasering? – naar de gevangenis.
Ronald protesteerde en procedeerde en toen dat niet hielp, bedacht hij een wanhoopsdaad: hij nam de benen.

Hij stapte op de trein naar Polen en hield zich daar weken schuil.
Hij belde iedere dag en tot slot ook de politie.
Op 24 februari dit jaar meldde hij zich op een bureau in Amsterdam.
Amsterdam bracht de gevlogen vogel terug naar de gevangenis van Heerhugowaard.

Twee weken geleden diende zijn zaak in hoger beroep voor het gerechtshof in Leeuwarden.
Er zijn geen wettige en overtuigende bewijzen, sprak de advocaat.
Vijf jaar onschuldig vast, is niet eerlijk, had Ronald tegen de raadsheren gezegd.

De gedragsdeskundigen brachten in dat verdachte in de zin van een ‘Stoornis van Asperger’ in verminderde mate toerekeningsvatbaar is.
Zonder een behandeling is er een de kans op herhaling.
Ronald had geknikt, hij zei dat hij een stok achter de deur best zou kunnen gebruiken.

De advocaat-generaal eiste, alles overwegende, een gevangenisstraf van vijf jaar.

Afgelopen vrijdag kwam het gerechtshof met de uitslag.

Acht overvallen zijn ernstige feiten, vinden de raadsheren van het hof.
Het zijn ook feiten die grote angst en onrust veroorzaken en de samenleving schokken.
Het hof merkt in het arrest op dat de oriëntatiepunten voor dit soort delicten twee jaar per delict voorschrijven.
Dat zou simpel opgeteld zestien jaar cel zijn.
Maar, redeneert het hof dan, de rechtbank van Groningen heeft maar vijf jaar opgelegd en de
officier van justitie in hoger beroep heeft ook vijf jaar cel geëist.
Het hof: wie zijn wij dan om van vijf, zestien te maken?

Maar dan, de stoornis.
De raadsheren lazen in het dossier over beïnvloedbaarheid, sociaal onvermogen, externe stressoren, rigide denkpatronen, impulsief, structurele kwetsbaarheid, een stevig behandel- en begeleidingskader, kans op recidive vrij hoog, langdurig en steunend behandelklimaat.

Het hof ‘in onderling verband en samenhang bezien’ oordeelt: vijf jaar celstraf plus tbs met dwangverpleging.

De tbs-maatregel was niet door adviserende deskundigen bepleit en ook niet door het openbaar ministerie geëist.
Maar het is wel opgelegd.
Had Ronald niet in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de rechtbank Groningen, dan was hij met zijn vijf jaren volgend jaar vrij man geweest.
Nu wacht hem een jarenlang verblijf in een tbs-kliniek.
Gemiddelde behandelingsduur tegenwoordig: 9 jaar.

Gebakken peren.

Wie roept dat verdachten ‘steeds vaker ‘ tbs eenvoudig weten te ontlopen door simpelweg te zwijgen, heeft het mis.

Ik zeg dat er ook mensen zijn die vinden dat zestien jaar celstraf nog beter was geweest.
Ronald zegt dat hij dat weet.
Zegt: ‘Dat kan ik nog begrijpen ook.’
Zegt dan: ‘Maar ik ben niet gek, niet gestoord.’
Zegt: ‘Ik heb mij dommer voorgedaan dan ik ben. Maar dat was verdedigingsstrategie. Tbs is nooit aan de orde geweest.’

Twee jaar lang ontkende hij de overvallen te hebben gepleegd, aan de telefoon, bij de politie, misschien wel tegen zijn advocaten en zeker in de rechtszalen van de rechtbank en het gerechtshof.

Nu zegt hij: ‘Ik heb het gedaan. Ik geef het toe. Ik heb die acht tankstations overvallen, ik kan alle details herinneren, ik ben niet gek. Ik heb er staan posten, ik heb vooraf de vluchtroutes uitgedacht. Bij volle verstand. Ik heb het gedaan en ben volledig toerekeningsvatbaar.’

En dan: ‘Ik heb spijt. Ik wil dan ook publiekelijk mijn excuses aanbieden aan de slachtoffers. Door mijn ontkenningen heb ik hen altijd en veel te lang in onzekerheid gelaten. Nu ik beken hoop ik dat de slachtoffers er een streep onder kunnen zetten.´

Het klinkt als een laatste woord.
Maar hij zal wel blijven bellen.

Rob Zijlstra

• Suzuki Swift
 Gevlogen

.

Vaders, moeders en zonen

Donderdagmiddag, Paleis van Justitie te Leeuwarden, zittingszaal A, moord in hoger beroep.

Er zijn twee verdachten.
De een is vader, de ander zijn zoon.
Ze zitten zij aan zij op twee eenvoudige stoelen voor het podium waarop ietwat theatraal drie raadsheren zetelen.
Die raadsheren – de rechters – kijken neer op de vader en de zoon die samen worden verdacht van moord.

Op een van de harde banken in de zittingszaal zit nog een vader, hij zit naast zijn vrouw.
Zij zitten daar samen omdat het hun zoon is die is vermoord.

Helemaal achter in de zaal zit nog een moeder.
Zij zit daar omdat haar zoon de verdachte is.
En net zo goed vanwege haar man, die dat ook is.

Als de moeder van de zoon die is vermoord, opstaat en voor de microfoon gaat staan, draait de vader die de verdachte is, zich om en luistert aandachtig naar het verdrietige verhaal van de moeder.
Naar het verhaal van de moeder van de zoon die hij met zijn zoon zou hebben vermoord.

De advocaat van de vader en de zoon schenkt snel een glaasje water in en zet dat voor haar neer.

Dan vertelt de verdrietige moeder hoe moeilijk het is te moeten leven met de afschuwelijke waarheid dat haar zoon is afgeslacht en hoe ondragelijk het leven wordt als je kind in een kist is thuisgebracht.

Ik zie haar echtgenoot, de vader van de zoon die nu dood is, kijken naar de vader die naar de verbitterde woorden van zijn vrouw luistert.
Ja, hij vist nog wat, maar zijn oude dag ligt in duigen, zegt zij.
Ze raakt het glaasje water niet aan.

De moeder van de zoon die met zijn vader – haar echtgenoot – als verdachte op die eenvoudige stoel zit, mag niets zeggen.
Want zij is geen partij.

Als de advocaat aan zijn pleidooi begint, zegt hij eerst dat wat er is gebeurd, een drama is.
Met heel veel slachtoffers.

Rob Zijlstra

.

De Binabar-moord [december ’09]

Vader en zoon H. zwijgen [pdf] [dvhn / 18 februari ’11]

De uitspraken (hof Leeuwarden) [3 maart 2011]

.

.

Prettige dag

De raadsman (de advocaat) praat drie uur lang.
De raadsheren (de rechters van het hof) en de advocaat-generaal (de officier van justitie) luisteren aandachtig of bladeren door stukken uit het omvangrijke dossier.

De raadsheren zeggen dat de feiten in deze zaak shockerende feiten zijn, dat dat gewoon een feit is.
De advocaat-generaal zegt dat een misdaad bijna niet ernstiger kan wezen en dat het aangerichte leed ondraaglijk is.

In het midden van de zittingszaal – in het midden van de belangstelling, zeggen de raadsheren – zit Avi C., meestentijds met het hoofd gebogen en de ogen gesloten.
Hij is 50 jaar, maar oogt als een oude man.
Hoewel hij Nederlands spreekt en verstaat, tolkt de tolk.

Advocaat Patrick Rombouts zegt blij te zijn dat de belangstelling van de pers voor dit proces, hoe anders dan vier jaar geleden in Groningen, gering is.
Dat de zaak nu in alle rust besproken kan worden.
Hij zegt dat het de meeste mensen totaal niet zal uitmaken hoe Avi C. tot zijn gruwelijke daden is gekomen.
Maar dat het de taak van ons, van ons strafrechtjuristen, is om de gebeurtenissen op zijn juridische merites te beoordelen.

En dat dat ingewikkeld is.

Avi C. heeft het gedaan.
De vraag is of hij ook in strafrechtelijke zin verantwoordelijk is.

Niet, zegt de advocaat.
Niet, omdat Avi C. in een psychose verkeerde toen hij de 4-jarige Damaris en haar 2-jarige broertje Daniel doodsloeg. Hij had op dat moment niet de vrijheid zijn wil te bepalen, had geen controle, geen zicht op de gevolgen van zijn handelen. De opzet ontbreekt en wie zonder opzet handelt, kan niet strafbaar zijn.

Wel, zegt de advocaat-generaal.
Wel, omdat Avi C. door drugs (speed) te gebruiken aan zichzelf te wijten heeft dat de psychose is opgetreden. Bovendien heeft hij, hoewel minimaal, herinneringen aan de afschuwelijke gebeurtenis wat impliceert dat gesproken kan worden van een zeker besef. En dan dus ook de opzet.

Strafrechtjuristen kunnen hier urenlang over praten en dat doen ze dan ook.

Ik kijk ondertussen naar de man die met het hoofd gebogen aan een tafeltje in het midden van de geringe belangstelling zit.
Deskundigen van het Pieter Baancentrum zeggen dat Avi C. een ernstige (narcistische) persoonlijkheidsstoornis heeft.
Andere deskundigen zeggen dat dat niet zo is, zij zeggen dat het Pieter Baancentrum met zo’n conclusie zelf gestoord is.

Avi C. heeft gezegd dat hij weer vrij wil zijn, dat hij dan terug zal keren naar Israël om daar zijn oude dag te slijten.
Als het aan de advocaat-generaal ligt, zit dat er voorlopig niet in.
Hij eist 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.

Ik kijk en probeer iets te bedenken wat er in het hoofd van deze man kan omgaan.
Als hij naar de radio luisterde, hoorde hij geheime boodschappen, uitgezonden door de CIA.
En hij verzamelde emoticons (smilies), in de overtuiging dat ook deze lachebekkies codes uitzenden die op een dag alle computers doen crashen waarna zij de wereldmacht overnemen.
De raadsheren: ‘Een intrigerende gedachte, maar persoonlijk geloven wij daar niet zo in.’

Op 1 augustus 2005 gebruikt Avi C zijn dagelijkse portie amfetamine, onwetend dat het en anders dan anders, zuivere speed is.
Het goedje brandt akelig in zijn neus.
Dan.
Plotseling ziet hij de duivel, de duivel die bevochten moet worden.
Hij grijpt een kandelaar, een mes.
Even later zijn Damaris en Daniel dood.

Het jongetje moet hebben gezien hoe zijn zusjes werd afgeslacht en heeft nog geprobeerd zich in de badkamer te verstoppen.

De advocaat-generaal zegt dat het vooral dat beeld is, dat in deze zaak steeds weer opdoemt.
Een beeld ook dat hem doet zeggen dat een misdaad bijna niet ernstiger kan zijn.

De raadsheren van Arnhem zeggen dat Tolbert een rustiek dorpje is het Noorden, een dorpje waar je niet verwacht dat er dit soort vreselijke dingen gebeuren.

De advocaat zegt dat dat allemaal waar is, zo waar als wat, maar dat het nu gaat om de juridische afweging van de feiten.
Dat het strafrecht dat van strafrechtjuristen eist.

Ik denk: kun je iemand die achter het stuur van zijn auto plotseling een hevige niesbui krijgt en daardoor een ongeluk veroorzaakt waarbij twee kinderen in de tegemoetkomende auto komen te overlijden, iets verwijten?
En zo ja, is een gevangenisstraf van 18 jaar dan passend?
Met tbs, omdat de bestuurder ook nog eens een nare narcist is met maffe ideeën?

Als advocaat Patrick Rombouts na drie uren is uitgepraat en het buiten donker is geworden, vragen de raadsheren aan Avi C. of hij nog iets te zeggen heeft, omdat hij het recht heeft op het laatste woord.
Avi C. schudt het hoofd.
Nee.
Hij wil niets meer zeggen.

Maar als hij door de parketwachters wordt afgevoerd, kijkt hij even op en om zich heen en wenst dan iedereen nog een prettige dag.

In de auto richting Groningen, pieker ik me suf hoe die ondraaglijke beelden in het hoofd te combineren met een prettige afronding van een doordeweekse dag.
En hoe de raadsheren die de shockerende feiten op een rij moeten zetten en dan alles moeten afwegen, tot een wijs oordeel kunnen komen.

Rob Zijlstra

UPDATE – 17 februari 2010 – de uitspraak

[inclusief de volledige tekst van de uitspraak]


>> zie ook:  kindermoord Tolbert


Kindermoord Tolbert 1

copyright annet zuurveen

UPDATE15.oo uur – eis
Het openbaar ministerie acht tweevoudige moord en een poging tot moord wettig en overtuigend bewezen. De eis: 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Daarnaast moet Avi C., zo wil justitie, 30.000 euro schadevergoeding betalen aan de moeder van de twee kinderen.

De advocaat van Avi C. is om kwart over drie begonnen met de verdediging en zegt daarvoor drie uur nodig te hebben. Hij pleit voor vrijspraak omdat de opzet ontbreekt.

update21.00 uur
De zitting is om kwart over zes gesloten. Het gerechtshof doet over twee weken uitspraak. Avi C. maakt geen gebruik van het hem gegunde laatste woord. Als hij door de parketpolitie wordt afgevoerd, wenst hij wel alle aanwezigen nog een prettige dag.

Het verslag van de zitting volgt (later)

.

####

Op 1 augustus 2005 is er iets vreselijks gebeurd.
In een bovenwoning in Tolbert worden twee kinderen, Damaris (4) en Daniel (2), op gruwelijke wijze om het leven gebracht.
De dader is Avi C., dan 46 jaar.
Hij is de partner van de moeder van de kinderen.
Avi zal later zeggen zich niets te kunnen herinneren van het drama.

De officier van justitie tijdens de rechtszaak in Groningen: ‘Als je wordt geconfronteerd met de gewelddadige dood van twee zulke jonge kinderen is het eerste wat je denkt: zo iemand moet nooit weer vrijkomen. Toch zal het recht, ook in een moeilijke zaak als deze, zijn loop moeten hebben (…).

Avi C. is volgens het Pieter Baancentrum sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

De officier van justitie zegt de dubbele moord niet te kunnen bewijzen.
Avi C. zou hebben gehandeld in een psychose, van het vereiste kalm beraad kan dan geen sprake zijn.
Justitie eist voor tweevoudige doodslag en een poging daartoe (op de moeder van de kinderen) 12 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.

De rechtbank komt tot een ander oordeel.
Niks psychose.
Op 16 februari 2006 wordt Avi C. voor een tweevoudige moord en een poging tot moord veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.

Er volgt hoger beroep.

Het gerechtshof Leeuwarden heeft weer een andere kijk.
Geen moord, maar doodslag, twee maal, en een poging daartoe.
Avi C. handelde, concludeert het hof, in een psychose na amfetaminegebruik.
Op 17 april 2007 wordt Avi C. door het hof veroordeeld tot 18 jaar celstraf.
Geen tbs.

Beide partijen stellen cassatie in bij de Hoge Raad.

Op 9 december 2008 spreekt de Hoge Raad.
Het hof in Leeuwarden is te kort door de bocht gegaan, vindt het hoogste rechtscollege van Nederland.
Ook stelt de Hoge Raad dat het oordeel van het hof ‘niet zonder meer begrijpelijk is’.
Een anders gerechtshof moet zich (in hoger beroep) opnieuw over de zaak buigen.
Inzet van het nieuwe proces is of er – gezien de psychose – gesproken kan worden van opzet of niet.

Heeft Avi C., zo schrijft de Hoge Raad, door een ernstige geestelijke stoornis inzicht gehad in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen?

De advocaat van Avi C. zei het destijds zo: ‘Nee. Wie met veel drank op achter het stuur kruipt en een ongeluk veroorzaakt, kan zich niet verschuilen achter de alcohol. Je zit fout. Maar in dit geval is het anders. De psychose kwam als een soort blikseminslag,
die was niet te voorzien.’
Met het ontbreken van de opzet is er volgens de advocaat maar een ding mogelijk: Avi C. moet worden vrijgesproken.

Het openbaar ministerie blijft vasthouden aan moord.
De Hoge Raad heeft zich over de kwalificatie moord of doodslag niet uitgelaten.

Het gezinsdrama in Tolbert veroorzaakte veel beroering.
Tijdens de rechtszaak werd een beeld geschetst van de leefsituatie van het 4-jarige meisje en haar 2 jaar oude broertje.
Geen vrolijk beeld.

Drie weken voor het drama was de moeder met de kinderen bij Avi C. ingetrokken.
De officier van justitie zei hierover: ‘Hij bewoonde een bovenwoning, een eenpersoonsflatje volgestouwd met computers en randapparatuur. Er was nauwelijks ruimte voor twee jonge kinderen. En Avi en zij waren vooral met drugs bezig.’

Avi gebruikte een jaar of vier amfetamine, speed.
Overdag gebruikte hij om de vier uur, ’s nachts om de twee.
Zij deed mee.
De laatste keer dat ze inkochten, merkten ze dat het goedje anders was. Het brandde in de neus. Dat was beide opgevallen en ze hadden het er over gehad.
De dealer – ene Geert uit Hoogezand – had anders dan anders honderd procent zuivere speed geleverd.
Avi had het betaald met een dvd-speler.
Die ene Geert werd tot vier maanden cel veroordeeld.

Ze hadden op die akelige dag ruzie gekregen.
Avi zegt dat zij aan andere mannen denkt.
Zij ontkent de andere mannen.
Avi omhelst haar en zegt dat hij geestelijk één met haar wil worden.
Ze vallen en hij begint haar heftig te zoenen.

Hij probeert – ik kan er ook niks aan doen – met zijn tong zijn kunstgebit in haar mond te duwen.
Zij spartelt tegen en als hij stopt, hoort ze hem zeggen: ‘Ik wil dood’.
Dan ineens zegt hij: ‘Jij bent de duivel’.
Hij begint te slaan met een ijzeren stang.
Zij weet te vluchten, klimt over de reling van het balkon en springt van één hoog naar beneden en slaat alarm bij de buren.

De kinderen spelen.

In de verhoren bij de politie zal Avi C. zeggen dat de kinderen, twee schatjes zoals hij ze noemt, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren.

Vijfendertig minuten later arriveert de politie.
De buurtagent kent Avi en gaat naar binnen.
Hij ziet hem in de kleine gang liggen, bovenop de 2-jarige Daniel.
Hij prevelt Hebreeuwse teksten.

In de woonkamer ligt het meisje.
Overal bloed, een mes en een kapotgeslagen kandelaar.
De officier van justitie zegt dat het jongetje waarschijnlijk getuige is geweest van de moordpartij op zijn zusje en nog heeft geprobeerd zich in de badkamer te verstoppen.
Tevergeefs.

Rob Zijlstra

Het proces bij het gerechtshof in Arnhem begint woensdag om 09.00 uur en is (voor zover mogelijk) te volgen op @zittingszaal14 (twitter)

vonnis rechtbank Groningen
arrest gerechtshof Leeuwarden
cassatie Hoge Raad

update 17  februari 2010 – de uitspraak

hiv-proces – uitspraak

UPDATE

Fors hogere straffen hiv proces

Voor de Groninger advocaat Heiko Eckert is het klip en klaar: cassatie.
Hij ziet voldoende mogelijkheden om de uitspraak van het gerechtshof in de hiv-zaak voor te leggen aan de Hoge Raad.
Zijn cliënt, Hans J. (36) zag zijn straf in hoger beroep bijna verdubbeld: van vijf jaar die de rechtbank in Groningen had opgelegd naar negen jaar door het hof.

Ook hoofdverdachte Peter M. – hij had negen jaar, maar kreeg er twaalf – legt zich naar verwachting niet neer bij de uitspraak.

Het hof beoordeelt de zaak op een belangrijk punt anders dan de rechtbank eind 2008 deed.
De rechtbank achtte bewezen dat Peter M. en Hans J. hebben geprobeerd (de pogingen) mannen op feestjes met besmet bloed te infecteren.

Het hof gaat niet uit van de pogingen, maar stelt dat er ook daadwerkelijk zwaar lichamelijk letsel (de besmetting) is toegebracht en dat met voorbedachten rade.
Opzettelijk dus.

Twee vooraanstaande deskundigen op het gebied van virologie zeiden dat niet met zekerheid is te zeggen dat de vastgestelde hiv-besmettingen bij de slachtoffers ook daadwerkelijk zijn veroorzaakt door de twee verdachten.
Het vereiste causaal verband kan niet worden vastgesteld, omdat er te veel alternatieven zijn.
De slachtoffers bezochten immers vaker seksfeestjes ‘waar iedereen het met iedereen deed’.
De rechtbank nam dit standpunt over.

Het hof ziet dit anders en stelt dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er een direct verband bestaat tussen de besmettingen bij de slachtoffers en de verdachten.
Dat er alternatieven zijn, doet daar niets aan af, aldus het hof.

Dat Hans J. een lagere straf heeft gekregen dan Peter M. komt, zo staat in het arrest, omdat hij deels een bekennende verklaring heeft afgelegd en daarmee zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Peter M. heeft steeds ontkend dat er opzet in het spel is geweest.
Ook wordt hij gezien als de initiatiefnemer.

Wim D., de derde verdachte en de partner van Peter M., is vrijgesproken van alle zedendelicten.
Hij kreeg acht maanden celstraf (dat waren er achttien) voor het in bezit hebben van xtc en ghb, de drugs die op de feestjes werden gebruikt.

Bij cassatie zal de Hoge Raad de uitspraken van het hof op de juridische merites beoordelen.
De Hoge Raad kan de uitspraken onderstrepen of vernietigen.
In dat laatste geval wordt het proces in hoger beroep overgedaan en wordt de kwestie voorgelegd aan een ander gerechtshof dan Leeuwarden.

Rob Zijlstra

De arresten (uitspraken)  zijn via onderstaand links te lezen:

>> arrest Peter M.

>> arrest Hans J.

>> arrest Wim D.


UPDATE – 29 november 2012 – uitspraken (na cassatie) hof Arnhem
Geen causaal verband; arrest volgt vonnis rechtbank Groningen. De uitspraak betekent onder meer dat Peter M. zijn straf heeft uitgezetren. Hans J. was al eerder vrij man.

arrest peter m. 8 jaar
arrest hans j. 5 jaar