Reinier S.: genekt door eigen verzinsels

Met de veroordeling van Reinier S. tot 15 jaren gevangenisstraf heeft het cold caseteam van de regiopolitie Groningen succes geboekt, twittert de plaatsvervangend korpschef van Groningen complimenteus.
Maar in het arrest (de uitspraak) komt de politie er helemaal niet zo goed van af.
Je zou ook kunnen zeggen: integendeel.

Tijdens de zitting bij de rechtbank in Groningen werd het politieonderzoek rond de dood van Gonda zonder veel omhaal van woorden niet best genoemd.
Mede om die reden zakte de officier van justitie met zijn strafeis tot vijftien jaar.
De rechtbank veroordeelde Reinier S. twee weken later tot 12 jaar.

In het arrest, vanmiddag gewezen, schrijft het hof dat het politieonderzoek – anders dan de advocaten beweren – wel gevrijwaard is gebleven van tunnelvisie, maar dat het totale vooronderzoek bepaald geen schoonheidsprijs verdient.
En dat is niet alles.
Het hof schrijft: Het politieonderzoek heeft sterke aanwijzingen opgeleverd dat Reinier S. verantwoordelijk is voor de dood van Gonda, maar een en ander kan echter niet leiden tot het wettig en overtuigend bewijs.

Anders gezegd: het door de politie aangeleverde bewijs dat Reinier S. Gonda heeft vermoord, is onvoldoende.

Dat Reinier S. toch is veroordeeld door het hof heeft hij aan zijn eigen uitlatingen te danken.
Wie het vonnis leest, komt tot de conclusie dat Reinier S. zou zijn vrijgesproken als hij niet zelf tijdens het proces in hoger beroep met een nieuw scenario was gekomen.
Het hof schrijft dit ook zo.

Het nieuwe scenario betreft de medegedetineerde.
Tijdens detentie (na het rechtbankvonnis van juni 2008) heeft Reinier medegedetineerde D. gevraagd een bekentenis af te leggen in ruil voor een fors geldbedrag.
S. zou 700.000 in het vooruitzicht hebben gesteld.
Hij betaalde daadwerkelijk 2500 euro aan D.
Maar D. speelde dubbelspel.
Hij incasseerde het geld en vertelde ondertussen aan de politie dat hij door Reinier was benaderd met het verzoek de schuld op zich te nemen.

Om van D. een geloofwaardige verdachte te maken, vertelde Reinier hem allerlei details, ook details die eigenlijk alleen de dader kan weten.
Het hof ziet in deze gang van zaken het wettige en overtuigende bewijs dat Reinier Gonda heeft gedood en toen het huis in brand heeft gestoken om sporen te verhullen.

Het hof hangt Reinier S. dus niet op aan de vele politieonderzoeken, maar aan zijn eigen verzinsels.

Rob Zijlstra

>> 15 jaar (incl. integrale uitspraak)

Reinier S.

foto archief dvhn

Als Reinier S. (44) even na tien uur de altijd imposante zittingszaal van het gerechtshof in Leeuwarden betreedt, doet hij hetzelfde als vorig jaar in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
Hij kijkt niet op of om of de zaal in.
Net als toen zitten daar rechercheurs, vrienden van vroeger, de verdrietige ouders van Gonda en zijn dochter, toen 4 jaar en inmiddels 17.
Als de rechters vragen of hij Reinier S. is, knikt hij kort.

Acht uur lang kijkt de zaal naar de rug van Reinier S.
En hoort hem een paar keer zeggen dat hij onschuldig is, dat niet hij, maar dat anderen het hebben gedaan.

Via een brief aan het hof – de brief wordt voorgelezen – vraagt de dochter haar vader ‘voor één keer in zijn leven de waarheid te spreken’.

Al dertien jaar op één week na sleept Reinier S. de verdenking met zich mee dat hij zijn partner Gonda op 11 december 1996 tijdens een hoogoplopende ruzie, aan het begin van de avond, heeft doodgeslagen met een broodplankje, vervolgens het huis heeft verlaten om zich een alibi te verschaffen en bij thuiskomst, rond middernacht, brand heeft gesticht om sporen te wissen.
Om te doen geloven dat Gonda het slachtoffer is geworden van roofmoord, vertelde hij dat er 360.000 guldens in de kluis lagen.
En dat die waren verdwenen.

De rechtbank veroordeelde Reinier S. vorig jaar tot 12 jaar celstraf, wegens doodslag en brandstichting.

Advocaten Winfried de Haan en Erik de Mare gebruiken ter verdediging grote woorden.
En terecht, zeggen ze.

Want politie en justitie hebben dertien jaar lang het onderzoek gemanipuleerd.
De Haan vraagt zich hardop af waar slecht onderzoek en domheid eindigt en verandert in tunnelvisie en bewuste misleiding.
Zelfs de rechtbank in Groningen, zegt De Haan, heeft meegeholpen om middels onjuistheden het bewijs rond te krijgen.

Dergelijke harde worden komen niet vaak uit de monden van Groninger advocaten.

De twee verdedigers vragen zich af hoe het toch komt, hoe het kan dat niet alleen Peter R. de Vries, maar zo’n beetje iedereen in Groningen en de rest van Nederland vindt dat Reinier S. de moordenaar van Gonda is, terwijl daarvoor geen bewijzen zijn?

De advocaten zeggen dat niets is nagelaten om Reinier S. af te schilderen als een slecht mens dat leeft van gokken en leugens.
Zelfs het Pieter Baancentrum doet dat.
Op last van het hof is Reinier S. zeven weken lang geobserveerd. Vaste prik is een milieuonderzoek. Dan worden mensen uit de omgeving van de verdachte bevraagd.

En wat blijkt?

Een oud-leraar vertelde dat Reinier op de middelbare school met twee medescholieren het schriftje waarin de cijfers werden bijgehouden, had gestolen.
Samen maakten ze van minnen plussen en van de 3 een 8.
De twee medescholieren werden van school gestuurd, Reinier, met wie je altijd kon lachen, hield vol onschuldig te zijn en kwam daar mee weg.

En wat te denken van zijn gesnoef over de vele prijzen die hij had gewonnen met surfen?
Al die bekers die hij had, waren nep, want hij had nog nooit gewonnen, vertelde een oud-medesurfer.
Als dat wordt gezegd, veert Reinier S. op en roept: ‘Ik ben kampioen surfen van Noord-Nederland geweest.’
Tegen de rechters: ‘Ik kan die bekers wel opsturen, die liggen ergens op een zolder.’

Het Pieter Baancentrum stelt vast dat Reinier vroeger al goed kon liegen en hooghartig is, iemand is die zich groter voordoet dan hij is.
Reinier S.: ‘Onvoorstelbaar. Ze vertellen dit om van mij een leugenaar te maken.’

Volgens justitie heeft Reinier nadat hij terugkwam van zijn alibi, even voor middernacht, de brand gesticht – ook op het lichaam van de dan al overleden Gonda.
Toen heeft hij een minuut of twintig gewacht, daarna alarm geslagen en vervolgens zijn twee slapende kinderen uit het brandende huis vol rook gered.
Zo moest hij de held lijken.
Een beklagenswaardige, want hij kwam te laat om zijn vrouw te redden.

Het zware geschut waarmee de advocaten op het strafdossier schieten, wordt door de advocaat-generaal (AG) gepareerd.
Hij doet het af als geklets.
Het eigen onderzoek dat de advocaten naar de toedracht hebben laten uitvoeren, noemt de AG zelfs onnozel en van een hoog losse flodder-gehalte.
De onderzoeker, een oud-politieman, is volgens de AG niet deskundig meer.
Hij zegt: ‘Ik kan net zo goed Jan Boezeroen van straat plukken en die om een mening vragen.’

Nadat de AG zijn strafeis heeft geformuleerd (15 jaar cel) en gemotiveerd (wettig en overtuigend bewijs) lijkt het een uitgemaakte zaak: Reinier S. heeft het gedaan en hij hangt.
De AG zegt er wel bij dat zijn bewijzen niet honderd procent zijn, maar dat dat ook niet hoeft. ‘Wiskundig bewijs is geen vereiste in het strafrecht.’

Maar als drie uur later de advocaten hun pleidooien hebben gehouden (vrijspraak) is er de twijfel.
Want stel nou eens dat wat bijna niemand in Groningen en rest van Nederland voor mogelijk houdt, toch waar is?
Dat Reinier S. een vreemde snuiter is, van de 3 wel een 8 maakte en rijk leefde van de goktafels en zijn leugens, maar toch niet de moordenaar van zijn vrouw is?
Er zijn in rechtszaken waar Peter R. de Vries zich mee heeft bemoeid, wel gekkere dingen gebeurd.

Even voor zes uur zegt Reinier S. dat hij erbij aanwezig wil zijn als het hof over twee weken uitspraak doet.

Rob Zijlstra

>> zie ook:
verslag eerste deel proces in hoger beroep (30 juni 2009)
verslag proces rechtbank Groningen (28 mei 2008)
vonnis rechtbank Groningen (10 juni 2008)

UPDATE – 17 december 2009 – uitspraak

Hof veroordeelt Reinier S. tot 15 jaar celstraf. Doodslag en brandstichting bewezen. >> lees meer

TBS-liefde (3) – uitspraak

NIEUWS

Voorwaardelijke celstraf voor therapeute Van Mesdagkliniek

IMG_1951

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft de 35-jarige ex-medewerkster van de Van Mesdagkliniek veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ontucht. Er was een onvoorwaardelijke werkstraf van 150 uur geëist.

De vrouw had begin 2006 een kortstondige seksuele relatie met een tbs’er die op de afdeling zat waar zij als sociotherapeut werkte. De twee waren verliefd op elkaar geworden. Ruim een half jaar nadat de relatie was beëindigd, klapte de tbs-patiënt uit de school en deed aangifte.

Het hof acht ontucht bewezen. In maart dit jaar werd de vrouw nog door de rechtbank in Groningen vrijgesproken. Volgens de rechtbank was er geen sprake van een strafbaar feit omdat de relatie gelijkwaardig zou zijn. Justitie stelde hoger beroep in.

De tbs’er claimde 3500 euro van de vrouw als voorschot op geleden schade. Het hof heeft dit afgewezen.

HET ARREST

Artikel 249,  Wetboek van Strafrecht

Het verslag van de zitting van twee weken geleden
Het verslag van de zitting bij de rechtbank (maart 2009)

TBS-Liefde (2)

Florence zit in haar uppie op de harde, houten stoel voor het ijzeren hek. Ze is omringd door zes mannen en een vrouw in toga. Drie raadsheren, een griffier (de vrouw), de advocaat-generaal en twee advocaten van wie er een voor haar is, de ander tegen.
Vanaf een grote foto kijkt een nog jonge koning Beatrix toe.

Als je daar zo zit, in die hoge, statige zittingszaal in het Paleis van Justitie in Leeuwarden, dan voel je je vast heel alleen. Het galmt er ook een beetje.

Zij zit daar omdat ze zeggen dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstig feit.
Florence heeft zich schuldig gemaakt aan de liefde.

Begin dit jaar zat zij al eens schuldig te zijn in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.
De officier van justitie eiste toen een werkstraf van 150 uur, maar die geheel voorwaardelijk.
Het moest niet te gek worden.
Het slachtoffer had toen ook een schadevergoeding ingediend van 3.500 euro.
Maar dat vond de officier van justitie wat al te dol.
Hij verzocht de rechtbank daarom die claim af te wijzen.

De rechtbank oordeelde anders.
Die dolle schadeclaim werd wel conform afgewezen, Florence zelf werd vrijgesproken van het ernstige verwijt.
Het openbaar ministerie riep wel potverdorie en ging in hoger beroep.

Zo kwam het dat Florence deze week in haar uppie met al die rechtenmannen om haar heen opnieuw terechtstond.
En kennelijk is er sinds de zitting in Groningen iets gebeurd dat het openbaar ministerie op andere gedachten heeft gebracht.
De eis in hoger beroep luidt ineens 150 uur werkstraf.
Onvoorwaardelijk.
Dat is 150 uur meer.
En het betalen van die schadevergoeding, 3.500 euro, als voorschot op meer, is ineens niet meer te dol, maar heel billijk.

Of zij hem had gepijpt en hij haar, willen de raadsheren in die statige zaal weten.
Florence knikt.
Dat ene wel, dat andere niet.
Eh juist ja, zeggen de mannen.

Het verhaal is wel zo’n beetje bekend.
Zij werkte als socio-therapeute in de Van Mesdagkliniek, als enige vrouw op de afdeling zeden.
Zwaar werk.
Hij zat daar als patiënt.
Zij had drie jaar ervaring, hij had al eens eerder een tbs gehad.
De tweede tbs kreeg hij toen hij in de fout ging tijdens de eerste.

Hij vond haar leuk en zij hem.
Eindelijk eens een normaal iemand, dacht zij.
Wederzijds en oprecht verliefd.
Het duurde, in 2006, drie maanden en in die maanden overschreed Florence grenzen.
Als professioneel hulpverleenster had ze weerstand moeten bieden.
Of ze had het, misschien nog beter, vroegtijdig moeten melden, dan had ze overgeplaatst kunnen worden.
Of hij.

Waarom heeft u dat niet gedaan, aan de bel getrokken, willen de raadsheren weten.
Florence: ‘Ik denk uit eigen belang. Ik zou daarmee aangeven dat ik een grens was overgegaan en dat wilde ik niet. En ik wilde mijn baan niet kwijt.’

Ze zegt: ‘Er was ook weinig ruimte binnen de kliniek om te praten over dit soort zaken. Als er over seksuele relaties werd gesproken tussen medewerksters en tbs-patiënten, dan was het vaak wat op een sensationele manier. Dan werden er foto’s bij gezocht. En dan was het van, tjeetje, die met die… Op die manier.’
Zegt: ‘Ik vond dat wel moeilijk. Ik had soms meer last van collega’s dan van tbs-patiënten.’

Advocaat Tjalling van der Goot zal even later inbrengen dat de Van Mesdag ook geen deugdelijk protocol heeft over hoe met elkaar om te gaan. De inspectie voor de gezondheidszorg heeft de kliniek daar recent nog over op de vingers getikt. Er was wel een huisregeltje, een A-viertje. Daar stond op dat intieme relaties met tbs’ers ‘sterk worden ontraden’.
Van der Goot: ‘Zie daar, het was er dus niet verboden, er was enige ruimte.’

Een deel van de behandeling van de strafzaak bestaat uit het herhalen van argumenten die in Groningen zijn uitgewisseld.

Wat opviel was dat het openbaar ministerie nu nauwelijks repte over wat de officier van justitie in Groningen nog als bijzonder ernstig had gekwalificeerd. Door haar gedrag, zei de officier in maart, had zij ook de veiligheid, ook die van haar collega’s, ernstig in gevaar gebracht. Zo had ze hem niet alleen een cd, maar ook een telefoon gegeven. Hij had de kliniek wel kunnen gijzelen.

In Leeuwarden wordt hier nauwelijks een woord aan vuilgemaakt.
Duidelijk wordt ook dat toen de tbs-man die mobiele telefoon kreeg, hij er al eentje had. Via de normale ondergrondse handelsroutes in de Van Mesdagkliniek.
Die tweede voegde qua onveiligheid dus niks toe.

De raadsheren vragen aan Florence: ‘U was zeker wel blij toen u werd vrijgesproken?’
Florence: ‘Ja, eerste instantie wel, maar later niet meer. Ik had toen liever straf gehad, dan had ik er een punt achter kunnen zetten. Nu zit ik hier weer.’
De raadsheren knikken.
Misschien snappen ze dat wel.

De aanklager zegt dat de rechtbank Groningen met die malle vrijspraak een verkeerde toets heeft gebruikt.
Volgens de rechtbank was er geen sprake van druk of dwang, dus niet van ontucht, dus niet strafbaar, dus vrijspraak.
Maar, zegt de aanklager, druk of dwang is helemaal niet nodig voor strafbaarheid.
Punt is dat hij, de tbs’er, als patiënt afhankelijk is van zijn behandelaars van wie Florence er een was. Zij had bovendien de mogelijkheid de mogelijkheid – een kamertje – te creëren.
Hij niet.

De seksuele relatie bestond dus mede bij de gratie van afhankelijkheid.
En de wet zegt dan kwetsbare personen in een afhankelijke positie beschermd moeten worden.
Aanklager tegen aangeklaagde: ‘Dus ontucht.’

De aanklager vervolgt – vrij vertaald – dat het vrij onzinnig is een voorwaardelijke straf te eisen tegen iemand die het zo goed als zeker – Florence werd ontslagen – nooit weer zal doen. En dat in een voorwaardelijke straf het element vergelding ontbreekt.
Dus daarom nu 150 uur onvoorwaardelijk.

De aanklager motiveert niet waarom hij, anders dan de aanklager in Groningen, vindt dat de tbs-minnaar recht heeft op schadevergoeding.
Zegt: ‘Of hij schade heeft geleden, is natuurlijk erg moeilijk te bepalen. Daarom acht ik 3.500 euro als voorschot reëel.

Advocaat Niek Heidanus van de verliefde tbs’er zegt dat het eigenlijk te bizar voor woorden is dat hij moet aantonen dat zijn cliënt schade heeft geleden. Mijn cliënt is een ernstig, getraumatiseerde man, angstig en kwetsbaar.
Hij is overgeplaatst, zijn behandeling heeft achttien maanden vertraging opgelopen.
Hij is geen zeurpiet die hier een slaatje uit wil slaan, hij is geen gewone burger, hij is een zieke patiënt. Seksueel misbruik heeft een grote impact, ook op de langere duur. Of geldt dat weer niet voor een man of een tbs’er?
Advocaat Heidanus dacht van wel.

Advocaat Van der Goot dacht van niet.
Hij zegt dat de vervolging van Florence willekeur is, eenzijdig en gericht. Van haar is een kop van jut gemaakt. Het is bij justitie bekend, de officier van justitie in Groningen heeft het zelf gezegd, dat seksuele relaties tussen medewerksters en tbs ‘ers in de Van Mesdag vaker voorkomen. Maar alleen mijn cliënt wordt vervolgd. Het gelijkheidsbeginsel is hier in het geding.
Van der Goot vindt dat justitie daarom niet gerechtigd is Florence te vervolgen.
En als het hof daar anders over denkt, dan moet Florence worden vrijgesproken omdat er geen sprake is van ontucht.
Er was sprake van wederzijdse gevoelens van verliefdheid.
Hij vond het fijn en ontspannend.

De mannen van het hof moeten het nu zeggen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 6 oktober

zitting in Groningen (maart 2009)

HERSTEL
Het recente onderzoek naar de Van Mesdagkliniek is niet zoals ik in mijn verhaal schrijf  gedaan door de Inspectie voor de Gezondheidszorg, maar door de Inspectie voor de Sanctietoepassing. [r.z]

Papegaaienziekte

Vandaag dient het Groninger HIV-proces, deel twee, in hoger beroep bij het gerechtshof in Leeuwarden.

Even een woord vooraf.

Een journalist moet zich verbazen en moet dat vooral ook blijven doen.
Ik verbaas mij, zo nu en dan, ook over de misdaadjournalistiek.
Die wordt bijvoorbeeld geplaagd door papegaaien.
Die papegaaien zijn wij zelf.

Als journalisten praten we elkaar na en schrijven elkaar over en denken daarmee ons werk goed te doen. Of de lezer te plezieren.
Ik denk dan wel eens op basis wat ik elders lees, dat de gemakzucht regeert.

Vorige week was ik aanwezig bij de tbs-verlengingszitting in hoger beroep van Dirk de V. bij het gerechtshof in Arnhem.
Dirk de V heeft in 1999 op gruwelijke wijze een willekeurige man uit Groningen vermoord.
Tjirk van Wijk, 27 jaar en zo onschuldig als het maar kon.

Daags na de zitting in Arnhem stond er een groot verhaal over deze Dirk de V. in de Telegraaf, geheel in stijl.
Ik stelde vast dat de Telegraaf-collega voor de feiten eerdere artikelen van mijn hand als bron had gebruikt.
Ik herkende zelfs hele zinnen die ik eens had opgeschreven.
Maar er stonden ook dingen in die niet kloppen. Er stond bijvoorbeeld:

‘De V. eist daarom dat zijn gedwongen tbs-behandeling wordt gestaakt. Dan zou hij mogelijk op korte termijn kunnen vrijkomen.’

De teneur van het artikel in de Telegraaf is dat ’s lands gevaarlijkste wezen, het onmens Dirk de V., binnenkort wel eens als vrij man de straat op mag en dan ongetwijfeld weer aan het moorden slaat. Doodeng en om bang van te worden.

Maar tijdens de verlengingszitting eiste Dirk de V. helemaal niet dat zijn gedwongen tbs-behandeling wordt gestaakt.
Integendeel zelfs.
Dirk de V. staat op de nominatie te worden overgeplaatst naar een longstay-afdeling, zonder behandeling. Daar verzet hij zich tegen. Hij eist juist weer in behandeling genomen te worden, binnen de muren van de tbs. Dat is heel iets anders, veiliger ook.

Tijdens de zitting zei zijn advocaat dat een verlenging van de tbs voor De V. onvermijdelijk is. Dat de man mogelijk op korte termijn vrij dreigt te komen, is niet aan de orde.
Door anders te suggereren wil de grootste krant misschien stemming maken, anders zou ik het ook niet weten.

De Telegraaf-collega was niet aanwezig bij de zitting.

Een paar uur na de (korte) behandeling in Arnhem verbaasde ik mij over het feit dat mijn collega’s van RTV Noord wisten te melden dat De V. tijdens de zitting had toegegeven plannen te hebben gehad een medepatiënt te willen vermoorden.
Ook dit moet onzin heten.
Tijdens de zitting heeft De V. zoiets niet gezegd.
Ook RTV Noord was niet bij de zitting aanwezig.

Ik was de enige journalist die er wel was.

Ik verbaas mij over de berichtgeving op de website van het weekblad Elsevier.
Collega-journalist Gerlof Leistra, toch een gezaghebbende misdaadverslaggever, vat op zijn weblog het verhaal van de Telegraaf samen.
De kop boven zijn verhaal: ‘Schokkend relaas over levensgevaarlijke tbs’er’.
Vervolgens schrijft Elsevier als ware het waar dat er ingegrepen moet worden omdat er anders nog meer doden vallen.

Waarom de feiten op zo’n gemakzuchtige wijze geweld wordt aangedaan, weet ik ook niet.
Het Telegraaf- en Elsevierverhaal gaan vervolgens een eigen leven leiden in andere gemakzuchtige media en al helemaal op het internet.
Zo wordt onzin door de journalistiek verspreid en zijn de reacties van de fout geïnformeerde lezers niet van de lucht.
Lang leve de doodstraf, bijvoorbeeld.

Ik moet de hand ook in eigen boezem steken.

Op basis van het dossier Dirk de V. en op recente stukken van justitie schreef ik dat De V. ’s lands gevaarlijkste crimineel in detentie is. Dat hij blijvend gevaarlijk is, dat behandelingen tot nu toe niets hebben uitgehaald en dat justitie zich geen raad met hem weet.
Zo heb ook ik bijgedragen aan het beeld dat deze man een beestachtig mens is en een regelrechte bedreiging vormt voor de samenleving.

Maar toen ik hem dinsdagochtend om vijf voor half elf de Waalzaal van het Arnhemse gerechtshof zag binnen schuifelen, als een zombie, moest ik even slikken.
Ik kon waarnemen dat deze man behalve gevaarlijk vooral een hopeloos geval is.

Eén klein duwtje, een drukkertje, een schouderduwtje en ’s lands levensgevaarlijkste valt om.
Ook al omdat hij kampt met evenwichtsstoornissen.
Hij valt voortdurend zomaar om, zo zei hij zelf.

Dirk de V. was eens onvoorspelbaar, onprettig gestoord, tomeloos agressief en met drank op en drugs levensgevaarlijk en explosief, alles in combinatie met beresterk.
Hij is nu nog altijd even ernstig ziek en gestoord, 59 jaar en tenminste 140 ongemakkelijke kilo’s zwaar inmiddels, maar van wie fysiek gezien weinig meer valt te vrezen.
Desondanks moet de man maar nooit meer op vrije voeten komen.
Niet omdat hij een beest is, maar superziek.

Ik zou niet weten waarom je die nuance niet wilt vermelden.

Vandaag (maandag) wordt de Groninger HIV-zaak in hoger beroep hervat bij het gerechtshof in Leeuwarden.
In juni is de zaak drie dagen lang inhoudelijk behandeld.
Vandaag en mogelijk ook dinsdag pleiten de drie advocaten voor de drie verdachten.

Tijdens het proces bij de rechtbank in Groningen waren er op de eerste twee procesdagen wel zestig journalisten aanwezig, want groot was het eerste nieuws.
Op dag vijf in Groningen – de laatste procesdag – waren we nog maar met drie.
De behandeling in hoger beroep – drie procesdagen – werd gevolgd door uiteindelijk twee verslaggevers.

Ik verwacht niet dat de media vandaag massaal zullen optrekken naar het hof in Leeuwarden.
In veel grote strafzaken is het zo dat op het moment de advocaten het woord voeren, wij het wel geloven en het af laten weten door weg te gaan.
Ook De Volkskrant en het het NRC Handelsblad haakten na dag één in Leeuwarden af.
Maar wel schrijven.

De journalistieke belangstelling voor advocaten gaat vaker over wat zij te melden hebben buiten de rechtszaal dan in de rechtszaal.
Dat is eigenlijk ook heel raar en op z’n minst iets om je over te verbazen.

De komende dagen zullen alle media vast en zeker berichten over het HIV-schandaal, over de drie Groninger HIV-monsters (aldus de Telegraaf) die met grote, enge injectienaalden vol hiv-bloed onschuldige mannen volblaften (Geen Stijl-stijl) met een zekere dood.
Dat de werkelijkheid na acht HIV-procesdagen inmiddels een tikkeltje genuanceerder is gaan liggen, dood is er niemand, is mogelijk een wat te ongemakkelijke boodschap.

HIV is misschien wel minder kwaadaardig en besmettelijk dan de journalistieke papegaaienziekte.
Laat mij dit gezegd hebben en het braafste jongentje van de klas maar zijn.

Rob Zijlstra

De Kachel vrijgesproken

spandoek voor het gerechtshof

spandoek voor het gerechtshof

 

 

De Kachel is vrijgesproken.

het arrest van het hof Leeuwarden

de uitleg van het arrest

Reinier S. en Gonda Drent 3

Het was een verrassende wending, dinsdag aan het einde van de middag in het Paleis van Justitie in Leeuwarden. Het openbaar ministerie in de persoon van de advocaat-generaal wilde net beginnen aan het voorlezen van het requisitoir.
Hij had nog gezegd daar ruim een uur voor nodig te hebben.
De aanklager ging al staan, toen het hof verraste.

Het hof, zegt het hof tegen Reinier S., weet weinig over u.
En omdat we wel over u moeten oordelen, willen we weten hoe het bij u tussen de oren is gesteld. Psychiaters en psychologen moeten naar u kijken.
Reinier S. voelt daar niks voor, medewerking aan dit soort gein heeft hij altijd al geweigerd. Hij zegt dat als je onschuldig bent, zoals hij is, het toch niet uitmaakt hoe het tussen de oren zit.

Hij roept dat hij naar huis wil.
Dat hij al twaalf jaar in deze ellende zit.
Hij wil naar huis, naar Curaçao, daar wil hij verder met het ontwikkelen van een programma dat is gebaseerd op Google, bestemd voor ondernemers. Daarnaast heeft hij er een vrouw met twee kinderen en nog een paar websites in de lucht.

Na ruggespraak met de advocatuur laat hij weten dat hij wel een onderzoek wil naar zijn geestesgesteldheid, maar niet in gevangenschap.
Dan wil hij op vrije voeten. Dan mag het ambulant. En als er dan weer een zitting is, dan komt hij wel.
Net als vorig jaar, toen was hij toch ook vrijwillig helemaal vanuit Curaçao naar Groningen gevlogen voor de zitting bij de rechtbank die hem twaalf jaar oplegde?
Hij bedoelt, hij had ook naar de noorderzon kunnen vliegen.

De aanklager noemt het voorstel van Reinier S. chantage en volkomen misplaatst. Aan zijn non-verbale uitingen valt op te maken dat hij sowieso niet veel op heeft met deze verdachte. Regelmatig zijn de lachjes minachtend.

Het hof zegt na beraad dat Reinier S. wel meer kan willen, niet op vrije voeten komt, maar wel naar het Pieter Baancentrum moet. Reinier S. kijkt als een kind van wie zojuist de Magnum met nootjes is afgepakt.

In de wereld der gevangenen wordt de gang naar het Pieter Baan stellig afgeraden. Als je niet oppast, is het PBC de voorbode van TBS en wie dat wil, is gek.

Het observatiebevel was de eerste verrassing.
Er kwam er nog een: er zijn plotseling nieuwe verdachten in beeld. Dat mag opmerkelijk heten, want sinds de brand in Hoogezand, op 11 december 1996, is nooit een andere verdachte in beeld geweest dan Reinier S.

Toch is het zo, zegt Reinier S.
Het gaat om mannen van de Tattoo, eens een bar op het hoekje van de rosse buurt in Groningen. Mannen die toen ook wel aan de goktafel zaten in het Holland Casino.
En daar Reinier wel eens troffen.

Reinier gokte veel want hij had ook veel. Dat laatste stak hij niet onder stoelen of banken. Dus bedachten die mannen op een kwaad moment, als die Reinier een avond niet thuis is, overvallen we zijn partner Gonda, pakken het geld uit de kluis en steken desnoods daarna de boel in de fik.

Toen Reinier S. op een avond thuiskwam, op 11 december 1996, is er brand. In paniek kan hij nog net zijn twee slapende kinderen redden, maar voor Gonda komt hij te laat. Als de brandweer de brand meester is, blijkt Gonda dood en de kluis leeg.
Weg 320.000 gulden.

Zo is het dus gegaan, zegt Reinier S.

De drie mannen kennen de politie en justitie wel. Het gaat om Freddie die zeer recent is veroordeeld tot vijf jaar celstraf wegens afpersing. En om Harrie die landelijk furore maakte als undercover van Peter R. de Vries. Harrie was de man die het vertrouwen van Reinier had gewonnen en achter het stuur van de geprepareerde auto hem probeerde te verleiden tot het organiseren van een huurmoord. Het was allemaal op de televisie te zien. En ook Henkie werd genoemd, de man die als eens veertien jaar cel kreeg wegens een nogal heftig zakelijk geschil in het criminele koffiecircuit.

De aanklager zegt dat het allemaal wel een beetje toevallig is.
Toevallig, want uitgerekend deze drie mannen hebben vervelende dingen over Reinier S. gezegd. En dan zouden ze nu een moord-trio vormen? De grootst mogelijke flauwekul, zegt de advocaat-generaal (officier van justitie).
Hij voelt dus ook niets voor een nader onderzoek, want daar komt toch niets uit.

Reinier beklaagt zich nu bij zijn rechters.
Als anderen zeggen dat dat flauwekul is, dan zeggen ze dat omdat ze last hebben van tunnelvisie dan wel dat ze deel uitmaken van het complot dat hoe dan ook wil dat Reinier S. als dader achter de tralies verdwijnt, schuldig of niet.

Het hof wil misschien wel geen dwaling en bepaalt dat nader onderzoek gewenst is.
Ook wil het hof meer weten over Bidja D., de overvaller die in augustus 2004 tot negen jaar celstraf werd veroordeeld (acht in hoger beroep).
Bidja D. is ook een mal verhaal.

Bidja en Reinier kennen elkaar als medegedetineerden.
Op de luchtplaats zijn ze vaak samen.
Daar ontstaat een plan.
Bidja zal vertellen dat hij met ene Bernard K. Gonda heeft vermoord bij een inbraak. Hij was er bij, maar die Bernard K. die deed het. Die sloeg, sneed met zijn mes langs haar hals (‘in een beweging’), haalde een kleine jerrycan op en sprenkelde, eerst in de linkerachterhoek, benzine… Om kwart voor twaalf ongeveer verlieten ze de woning.
De verklaring is uiterst gedetailleerd en bevat informatie die je niet zomaar kunt weten. ‘…Ik zag twee kopjes staan, die er volgens mij bij onze binnenkomst niet stonden (…).’

Bidja zal zeggen dat hij het niet kan verdragen dat iemand anders, de arme Reinier S. onschuldig vastzit voor iets waar hij, hij Bidja, bij betrokken is.

De politie neemt de verklaring op op video, krabt zich even achter de oren en stelt dan vast dat die Bernard K. al was overleden toen Gonda nog leefde.
Dus het kan nooit.
Bidja beaamt dat ras. Als hij dit verhaal zou vertelen, zou hij geld krijgen van Reinier, heel veel geld.
Bij wijze van voorschot zou hij 3000 euro krijgen, geld dat hij ook daadwerkelijk heeft ontvangen. De oplichter opgelicht.
De bedoeling was dat Bidja nog meer geld zou krijgen, naar eigen zeggen 800.000 euro. Hij zou dat krijgen zodra Reinier als onschuldig veroordeelde zou worden vrijgelaten en de royale schadevergoeding zou incasseren.’

De aanklager in hoger beroep: ‘Reinier S. is vastgelopen in zijn eigen modderpoel.’
Maar opnieuw tot zijn zichtbare ergernis bepaalt het hof dat ook dit verhaal nader moet worden uitgezocht.

Het proces loopt nu maanden vertraging op, misschien dat eind dit jaar wordt gehaald.
De analyse in de wandelgangen direct na afloop van het onverwacht gestaakte proces luidde als volgt:

Het hof wil liever niet veroordelen als er geen inzicht bestaat in de gemoedtoestand van een verdachte. Dat willen rechters sowieso liever nooit.
Door nader onderzoek te laten instellen naar dat malle moord-trio en naar het nog mallere Bidja D.-verhaal, ontstaat tijd.
Tijd die ook mooi gebruikt kan worden om Reinier S. te laten observeren in het Pieter Baan. Met de toezegging tot nader onderzoek hebben zij, zij de rechters, Reinier S. eventjes blij gemaakt. Met een dooie mus.

Bij dit alles past één kanttekening met vraagteken: dat Reinier S. onschuldig is?

Rob Zijlstra

De Kachel 1

Het gerechtshof in Leeuwarden behandelt vandaag het hoger beroep dat is ingesteld door café De Kachel in Groningen. Het kleine horecabedrijf werd in februari door de rechtbank veroordeeld wegens het overtreden van het rookverbod.

Twee jaar geleden diende in Groningen een kort geding dat toen nogal bijzonder heette te zijn. Een tablemanager bij het Holland Casino in Groningen had zijn werkgever voor de rechter gedaagd. De medewerker eiste in kort geding een algeheel rookverbod in het Groninger gokpaleis.

De man, toen al achttien jaar in dienst van het casino, had longklachten (astma) en dreigde arbeidsongeschikt te worden. De bedrijfsarts had hem afgeraden nog langer in rokerige ruimtes te werken.

Ook in het iets verderop gelegen café De Kachel werd toen, zoals in alle cafés, zorgeloos gerookt. Het rookverbod was toen al aanstaande, maar het was destijds vooral een politieke kwestie in Den Haag. Er was een stappenplan.

Ergens in 2011 zouden discotheken rookvrij moeten zijn. Maar voor de kleine horeca zou vast en zeker een uitzondering worden gemaakt.
Het was, in 2007, ook een tamelijk absurd idee: niet meer roken in de kroeg.

De Groninger casinomedewerker verloor de rechtszaak.
In plaats van de geëiste dwangsom van 500 euro per dag dat er in het casino nog werd gerookt, draaide de medewerker op voor de kosten van de procedure.

De rechtbank oordeelde dat ’een rookvrije plek in de horeca nu eenmaal niet eenvoudig is te realiseren aangezien er in de horeca nu eenmaal wordt gerookt. En horecamedewerkers, zo ook de casinomedewerker, zal enige rookoverlast moeten accepteren, zo staat in het vonnis van 15 mei 2007.

Twee jaar later ziet de wereld er heel anders uit.
Omdat de horeca onvoldoende vaart maakte met het stappenplan, heeft minister Klink van volksgezondheid per 1 juli 2008 het algehele rookverbod in de horeca ingevoerd en vastgelegd in de tabakswet.

En met dat verbod – en ook met die wet – is niks mis, oordeelde de rechtbank van Groningen in het strafproces tegen café de Kachel, het eerste rookproces van Nederland, begin dit jaar. De Kachel werd veroordeeld tot het betalen van een boete van 1200 euro en een voorwaardelijke sluiting van de zaak gedurende een maand bij de eerstvolgende overtreding.

Maar daarna kwam Den Bosch. Daar zeiden de rechters – in een soortgelijk proces – dat de tabakswet rammelt en kreeg de kleine horeca gelijk. Die uitspraak is later in hoger beroep bekrachtigd.

Het rookverbod wankelt. Of het omvalt hangt mede af van wat het hof in Leeuwarden besluit. Rechters kunnen wetten niet buiten werking stellen. Als ’Leeuwarden’ in navolging van de rechtbank in Den Bosch zegt dat de wet rammelt, dan kan minister Klink daar niet omheen.

Maar te vroeg juichen is voor geen van de partijen verstandig.
Na het hof, wacht de Hoge Raad.

Rob Zijlstra

UPDATE – 26 JUNI 2009 – eis
Het openbaar ministerie heeft net als in Groningen een boete geeist van 1200 euro en een voorwaardelijke stillegging van het cafe gedurende een maand (bij een eerstvolgende overtreding).  Het gerechtshof doet op vrijdag 3 juli uitspraak.

UPDATE – 3 JULI 2009 -uitspraak
Cafe de Kachel is vrijgesproken.  Lees het arrrest van het hof Leeuwarden

het verslag van de zitting bij de rechtbank in Groningen (ferbuari 2009)

hiv-proces – hoger beroep – dag 3 (slot)

advocaat staat nos-journaal te woord

advocaat staat nos-journaal te woord

Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep lagere straffen geëist dan het deed in Groningen, maar de strafeisen vallen wel hoger uit dan de vonnissen van de rechtbank.

 

Peter M.
eis Groningen: 15 jaar
vonnis rechtbank: 9 jaar
eis in hoger beroep: 12 jaar

Hans J.
eis Groningen: 15 jaar
vonnis rechtbank: 5 jaar
eis in hoger beroep: 7 jaar

Wim D.
eis Groningen: 8 jaar
vonnis rechtbank: 18 maanden
eis hoger beroep: 4 jaar

Het proces is geschorst.
Op 14 en 15 september gaan de drie advocaten pleiten.
In principe volgt dan twee weken later de uitspraak.

r.z.

 

UPDATE

Het openbaar ministerie heeft het requisitoir van advocaat-generaal Van Schuijlenberg (ag) online gezet (in pdf-formaat). Niet geschikt voor jeugdige kijkers.

het REQUISITOIR

 

 

hiv-proces – hoger beroep – dag 2

zittingszaal a

zittingszaal a

Het hof heeft dinsdag gesproken met de drie verdachten.
Over de feiten en omstandigheden, over hun persoonlijke omstandigheden, over het gegeven dat ze alle drie succesvolle mannen zijn (waren).

Succesmannen en slim.
Dat maken we hier wel anders mee, sprak de president.

Hans J. (35), een celstraf van vijf jaar en een IQ van 120, werkzaam in de gerenommeerde horeca.
Peter M. (50), negen jaar cel, verpleegkundige en locatiemanager van drie verzorgingstehuizen
Wim D. (50), achttien maanden cel (gezeten), wegenbouwer die als lid van de ondernemingsraad wekelijks aan tafel zat met een raad van bestuur.

Ik ga niet weer een heel verslag maken van dat vraaggesprek.
Dat heb ik al een keer gedaan, toen in Groningen.

Rode draad is dat de drie verdachten nog steeds vinden dat ze veel te veel verdacht zijn gemaakt.
En de mannen die aangifte hebben gedaan veel te veel slachtoffer zijn.
Dat het hen hoog zit.
Peter M. zelfs tot hier (hand boven het hoofd).

Alles wat er gebeurde, gebeurde vrijwillig.
Niks gebeurde onder dwang, niets werd opgedrongen.
De drank niet, de drugs niet en de seks niet.
Daar kwamen ze juist vrijwillig voor.
Voor de drank, de drugs en de onveilige seks.

En wie veilig wilde, werd gerespecteerd.
Op de tafel lagen altijd de condooms.

De raadsheren zeggen dat de verdachten hun standpunten duidelijk hebben gemaakt, dat ze goed naar hen hebben geluisterd.
In de staart van de tweede procesdag in hoger beroep permitteerde het hof zich zelfs twee keer een klein grapje waar iedereen ook een klein beetje om moest lachen.
Ook de mannen die aangifte hadden gedaan, zag ik.

Terwijl zij niets te lachen hebben, had de hiv-deskundige van het land, professor Sven Danner, bij aanvang van de tweede procesdag nog duidelijk gemaakt.
Hij zei, vrije vertaling: We gaan niet meer direct dood aan hiv, maar we moeten wel heel ons zorgleven medicijnen met bijwerkingen slikken en die slikken de meeste mensen niet als pepermuntjes.

Als de zitting halverwege de middag wordt geschorst tot woensdagochtend zie ik hoe Wim D. zijn partner Peter M. vlak voordat die door de parketpolitie weer wordt afgevoerd nog een pepermuntje (of een Mentos) geeft.

Dacht, dat moet ik onthouden.
Dan begin ik het verhaal met Danner en eindig ik met dat gebaar.
Dan heb ik een mooi rond verhaal.

De advocaat-generaal (ag, officier van justitie in hoger beroep) gaat woensdagochtend vanaf negen uur rekwireren.
Hij zei dat hij daar drie uur voor nodig heeft.
Het hof verzocht de ag twee pauzes in te lassen, want sprak weer de president, drie uur achtereen luisteren kan niemand.
Betekent dat justitie aan het begin van de woensdagmiddag de nieuwe strafeisen zal bekendmaken.

Rob Zijlstra

hiv – hoger beroep – dag 1

hiv leeuwarden

hiv-proces in leeuwarden

De eerste dag van het hiv-proces in hoger beroep was een taaie dag.
Een Belgische professor in de bio-informatica en evolutionaire genetica en een Amsterdamse hoogleraar humane retrovirologie mochten het licht laten schijnen.

Een van hen vertelde dat een virus een stuk ingewikkelder is dan bijvoorbeeld een sliert dna.
Dit omdat dna veel simpeler is dan een virus.

De retroviroloog (‘hiv is een retro-virus’) zegt dat hij een beetje de indruk heeft gekregen dat menigeen denkt dat de virologen in dit strafproces de sleutel in handen hebben.
En dat dat dus niet zo is.
‘Wij virologen kunnen nooit honderd procent zekerheid bieden. Wij virologen kunnen wel uitsluiten, maar nooit iets met zekerheid bevestigen.’

De vraag die de twee deskundigen desondanks moesten beantwoorden is of er sprake is van een rechtstreekse transmissie van het virus van A naar B.
A is dan een verdachte, B een ongelukkige.

De Belg zei dat er op basis van de medische analyses van de virussen van verdachten en slachtoffers (dan wel zij die aangifte hebben gedaan) niets zinnigs gezegd kan worden.
Dat de stand van de wetenschap van dit moment het nog niet toelaat conclusies te trekken.

De Amsterdammer denkt daar anders over, omdat hij de analyse anders dan de Belg interpreteert.
Hij zegt dat het aannemelijk is dan wel zeer waarschijnlijk dat verdachte Hans J. meerdere slachtoffers/aangevers rechtstreeks heeft besmet.
Het virus van verdachte Hans J. heeft een zo uitgesproken handtekening dat het bijna niet anders kan.
Omdat verdachte Hans J. een dubbele infectie heeft.
En uitgerekend de dubbele infectie, die zeldzaam is, komt bij vijf van de slachtoffers (aangevers) voor.
Da’ s wel heel apart.
Dus.

Zo simpel als het hier staat, zo ging het er heel de dag niet aan toe.
Sterker nog: het ging er razend ingewikkeld aan toe.
De president van het hof zei ook opvallend vaak nadat zij antwoord had gekregen op een vraag: jaaa-ja.

De president snapte er misschien zelf ook helemaal niets van.
Zei een keer tegen de viroloog uit België: ‘Knap van u, dat u dit allemaal weet.’
Dit nadat ze had vernomen dat de Belgische professor een wereldberoemde is.
Ze moest ook direct na de zitting met een vliegtuig naar Amerika.

In de perskamer deden we ons best, maar eerlijk gezegd zaten we daar met z’n allen ook maar wat te jaaa-ja-en.

Wat moeten we nou met de deskundigen, vroegen we dus aan de advocaten.
Nou niks dus.
De een zegt dat je er niets van kunt zeggen en zegt dat de andere een stap te ver gaat door te denken er wel iets van te kunnen zeggen.
En als het zo ingewikkeld wordt, dan kun je niet anders zeggen dan dat je er niks mee kunt.

Ja ja.

Dinsdag – dag 2 – worden de drie verdachten door de drie rechters (raadsheren) ondervraagd.
Woensdag komt er nog een dag 3 met dan ook de nieuwe strafeisen.
Dag 4 – de advocaten – volgt in september.

Rob Zijlstra

 

 

Dinsdag op verzoek ook te volgen via de twitter, met die toevoeging dat een strafproces nooit goed getwitterd kan worden.
Er zijn grenzen.

HIV Groningen – hoger beroep

Het gerechtshof in Leeuwarden buigt zich maandag, dinsdag en woensdag over de Groninger HIV-zaak.

Wim D. (50) en diens partner Peter M. (50) en Hans J. (35) uit Groningen moeten zich in hoger beroep opnieuw verantwoorden. Peter M. en Hans J. werden in november vorig jaar door de rechtbank veroordeeld tot negen en vijf jaar celstraf. Wim D. kreeg achttien maanden gevangenisstraf. Hij is als enige sinds de uitspraak op vrije voeten.

Alle partijen tekenden hoger beroep aan.

Aan de drie verdachten was een groot aantal zaken ten laste gelegd. Ruim driekwart van de strafbare verwijten acht de rechtbank echter niet bewezen. Zo vindt de rechtbank dat niet bewezen is dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door homoseksuele mannen met hiv-bloed te besmetten.

Dit was de zwaarste aanklacht.

De straffen vielen uiteindelijk fors lager uit dat het openbaar ministerie had geëist (tweemaal vijftien en eenmaal acht jaar).

Het openbaar ministerie zei de vonnissen wel te begrijpen.
In die zin dat justitie de redeneringen van de rechters wel kunnen volgen.
‘We zijn het er alleen niet mee eens.’

De advocaten ook niet.
De advocaten zeiden het helemaal eens te zijn met de rechters, behalve als het om de straftoemeting gaat.
De straffen passen niet bij die paar feiten die de rechtbank wel bewezen acht, zeiden de advocaten.

Het proces in hoger beroep is voor een deel een herhaling van zetten.
Wel heeft justitie besloten, met de vonnissen van de rechtbank in gedachten, tot een andere aanpak.
Het punt ‘mishandeling middels injectie’ laat justitie schieten.
De nadruk wordt nu gelegd op ontucht met de hiv-besmettingen tot gevolg.

De (juridische) kernvraag blijft echter hetzelfde: hebben de veertien mannen die aangifte deden, de besmetting wel opgelopen door toedoen van de verdachten (causaal verband). Of kan het, zoals de rechtbank van Groningen niet uitsluit, ook anders zijn gegaan?

Het hiv-proces wordt deze week niet afgerond.
Maandag worden deskundigen gehoord,
Dinsdag worden de verdachten door het hof ondervraagd.
Woensdag zal het openbaar ministerie de bewijzen presenteren en nieuwe strafeisen formuleren.

Daarna wordt het proces op verzoek van de advocaten geschorst tot september.
In die maand zullen zij de verdachten verdedigen.
Ergens in oktober zijn dan de uitspraken.

rob zijlstra

 

eerder blogs over de hiv-affaire

interview met verdachte Wim D.

 

Wicher Wedzinga (51)

– met update

 

Voormalig rechter Wicher Wedzinga (51) uit Groningen is volgens justitie weer eens (opmerkelijk actueel) de fout ingegaan.

Hij moet zich morgenvroeg melden in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.

 

De rechtbank Groningen (met rechters uit Arnhem en omstreken) noemde Wicher Wedzinga een jaar geleden een uitstekend jurist.

Maar wel eentje die strafbare feiten pleegt.

 

Het openbaar ministerie sprak toen over een ‘persoonlijk drama van een man die de weg een beetje kwijt is’.

Wedzinga, voormalig strafrechter bij het gerechtshof in Leeuwarden, werd veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf wegens onder meer oplichting.

Dat was meer dan de eis.

 

Ruim een jaar daarvoor was Wedzinga veroordeeld wegens mishandeling.

Die kwestie betekende het einde van zijn carrière als rechter.

 

Maandag staat Wicher Wedzinga opnieuw terecht omdat hij zaken naar buiten zou hebben gebracht die binnen hadden moeten blijven.

Het gaat om beraadslagingen in de raadkamer van het gerechtshof.

Die vallen onder het geheim van de raadkamer.

Rechters weten dat.

Het is bijzonder dat een (voormalig) rechter terecht moet staan wegens het schenden van dit geheim.

Misschien nog wel nooit eerder vertoond.

 

Het gaat niet om niks.

Het hof in Leeuwarden, met Wedzinga als een van de drie raadsheren (rechters), veroordeelde een eerder vrijgesproken verdachte tot een gevangenisstraf van 12 jaar wegens een gewelddadige overval.

Na de veroordeling heeft Wedzinga naar buiten gebracht dat hij twijfelt aan de schuld van de veroordeelde.

Wedzinga zou de man zelf willen helpen met een herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.

Op zijn weblog schrijft Wedzinga (in mijn gesprekken met…) te hopen dat Danny snel vrijkomt.

 

De vice-president van het Leeuwarder hof deed in oktober 2007 per e-mail aangifte.

In februari 2008 kreeg de president te horen dat justitie in een strafrechtelijke vervolging van Wedzinga geen brood ziet.

De president was het daar niet mee eens en diende een klaagschrift in bij het hof Arnhem. Dat bepaalde in november 2008 dat justitie Wedzinga wel moet vervolgen.

Dit, aldus het hof, omdat het algemeen belang niet is gediend met een sepot.

 

Het is hoe dan ook een lelijke zaak.

Lelijk vanwege de tussenkomst van (in dit geval) Arnhem.

Justitie ziet geen brood in de zaak.

Arnhem bepaalt vervolgens dat justitie dat wel moet zien.

En dan ziet justitie – gezien de tenlastelegging – er ineens wel brood in.

Dat is zo lelijk.

Consequent zou zijn dat de officier van justitie maandag vrijspraak zal eisen.

 

Lelijk is natuurlijk ook het gedoe.

Rechter die tegen rechter aangifte doet en zich beklaagt bij andere rechters als justitie niet wil vervolgen.

Zoiets verwacht je ergens anders.

 

Komt nog bij dat Wedzinga – figuurlijke gesproken – een lelijke verdachte is, want al twee keer eerder als voormalig rechter veroordeeld.

De eerste opgelegde werkstraf voerde hij niet uit, waardoor hij een tijdje in de gevangenis in Ter Apel moest doorbrengen.

Wedzinga vierde er zijn vijftigste verjaardag.

 

Op internetsites waar stijl geen must is – wordt Wedzinga geprezen en verguisd. Op zijn eigen weblog beticht hij de (halve) rechterlijke wereld van klassenjustitie, corruptie, van belangenverstrengeling en arrogantie.

De strafrechtspleging bevindt zich, aldus Wedzinga, in een diepe crisis.

Veel mensen vinden dat mooi.

 

De vraag of de volgens Wedzinga ten onrechte veroordeelde man nu wel of niet ten onrechte is veroordeeld – toch geen onbelangrijke vraag – hoor je ondertussen nergens.

De advocaat van deze veroordeelde zwijgt.

Dan zeg je wel wat.

 

 

Rob Zijlstra 

update – eis

Het openbaar ministerie heeft zes weken gevangenisstraf waarvan drie voorwaardelijke geeist wegens het schenden van het geheim van de raadkamer. Wedzinga ontkent. Hij verklaarde dat hij als jurist maar nog meer als wetenschapper gewend is zijn woorden zorgvuldig te wikken en te wegen, zoals ook in dit geval. Uitspraak is op 8 april.

 

De Bob

 

Ik kijk naar de man die voor mij zit en vraag me af hoe dat voelt, als je geen naam hebt en niet weet hoe oud je bent en niemand je wil.

 

De man die voor mij zit heet Bo Kenema, 24 jaar.

Hij wordt verdacht van een gewapende overval op een zonnestudio in Groningen.

 

Bo Kenema ontkent.

Hij zegt: ‘Als ik het gedaan had, dan zou ik de waarheid spreken, want ik heb niks te verliezen.’

 

De rechters hebben het dossier bestudeerd (gelezen) en vragen daarom: Heet u wel echt Kenema?

Kenema zegt: ‘De mensen hier in Nederland zeiden, jij bent Kenema. En jij bent geboren op 29 februari 1984. Wat had ik dan moeten doen?’

 

Kenema zelf denkt dat hij ouder is dan 24.

Zo rond de dertig, denkt hij.

 

Hij is zo goed als zeker geboren in Sierra Leone, groeide op in een arm gezin.

Was kindsoldaat.

Zegt: ‘Ik heb mensen doodgeschoten.’

Dat zeggen niet veel mensen in rechtszalen.

 

In 1999 kwam hij als ama, als alleenstaande minderjarige asielzoeker, naar Nederland.

De rechters zeggen niet uit te sluiten dat hij toen heeft verteld dat hij jonger dan 18 was, want als je dat zei, dan mocht je blijven.

 

Twee jaar geleden werd Bo Kenema betrapt bij een winkeldiefstal met gedoe wat juridisch geweld ging heten. Daar kreeg hij niet alleen vijftien maanden celstraf (vijf voorwaardelijk) voor, maar ook  werd hij tot ongewenste vreemdeling verklaard.

 

Geen naam, geen leeftijd en ongewenst.

 

Niet alleen in Nederland, maar ook in Sierra Leone moeten ze hem niet. De ambassade weigert de benodigde papieren te verstrekken die een terugkeer mogelijk maken. Al twee keer zat hij in de vreemdelingenbewaring, maar ook met behulp van de IND kregen ze hem zijn thuisland niet in.

 

Tegen die achtergrond zei hij: ‘Ik heb niets te verliezen.’

 

Op 22 februari wordt zonnestudio Sundays overvallen. Man met iets over het hoofd en iets dat lijkt op een echt vuurwapen in de hand, staat plotseling in de zaak en informeert naar de kluis. Als de medewerkster zeg dat er geen kluis is, graait hij 435 euro en wat bonnetjes uit de kassa en stopt de buit in een plastic tas van de PlusMarkt. De man ziet dan de beveiligingscamera en draait dat ding weg. De medewerkster moet vervolgens haar mobiele telefoon inleveren en op de grond gaan liggen. Man vertrekt.

 

De politie stelt een onderzoek in een volgt via het IMEI-nummer de geroofde telefoon. De beller gebruikt verschillende namen. De politie kan ook zien wie door het toestel worden gebeld. Zo komen ze uit bij Ineke en die vertelt op het politiebureau dat ze sinds kort contact heeft met ene Kenema.

 

Kenema wordt in zijn kamerwoning gearresteerd.

In de woning staan schoenen, die verdacht veel lijken op de schoenen die de man droeg die op de beveiligingscamera van Sundays is te zien. Ook vindt de politie een plastic tasje van de PlusMarkt. En, bingo, bonnetjes die uit de leeg gegraaide kassa van de zonnestudio komen.

 

Nobody heeft iets uit te leggen.

 

Hij zegt: ‘Ik ben niet de man op die camerabeelden, want ik heb niks te maken met de problemen van de zonnestudio.

Rechters: Leg eens uit.

Zegt: ‘Ik kwam iemand tegen met een plastic tasje die een slaapplek zocht. In ruil daarvoor mocht ik zijn mobiele telefoon gebruiken.’

Rechters: Van wie.

Bo: ‘Bob.’

Rechters: Wie is dat?

Bo: ‘Ik ken hem alleen van de straat. Ik ben dom geweest hem bij mij binnen te laten.’

 

De reclassering heeft geen rapportage – wel gebruikelijk in strafzaken – over Kenema willen schrijven omdat hij een ongewenste vreemdeling is. Geopperd is dat Kenema mogelijk lijdt aan een post traumatisch stresssyndroom vanwege zijn militaire staat van dienst. Maar een psychiater had geen symptomen aangetroffen die wijzen op zo’n syndroom.

 

Kenema is daarmee volledig toerekeningsvatbaar.

En omdat hij dus de volle verantwoordelijkheid draagt voor wat hij misschien heeft gedaan, maar niets heeft te verliezen, is de kans op herhaling bijzonder groot, redeneert de officier van justitie.

 

De rechters willen nog weten: Hoe overleeft u? We hebben in het dossier gelezen dat u altijd heeft geweigerd een uitkering aan te vragen.’

Kenema knikt.

‘Ik overleef dankzij God en goede vrienden. Ik ken iemand die steelt. Dan verkopen we dingen en delen de winst.’

 

Zie daar, zie je de officier van justitie denken, maar de advocaat zegt dat er geen wettig en al helemaal geen overtuigend bewijs is dat Kenema het heeft gedaan.

Op de weggedraaide camera zijn niet zijn vingerafdrukken gevonden. De overvaller heeft de kassalade in handen gehad. Geen vingerafdrukken van mijn cliënt. Lijkt hij op de man met iets over het hoofd van de camerabeelden? Er zijn meer mannen met dikke lippen en een brede neus.

 

De officier van justitie blijft overtuigd en eist een gevangenisstraf van 24 maanden.

 

Kenema: ‘Ik heb Bob geholpen. Dat was dom. En nu zit ik al zes maanden vast.’

Tegen de rechters: ‘Als u mijn papieren regelt, ga ik weg.’

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE – 6 oktober 2008 – uitspraak

Kenema moet nog even blijven: de rechtbank heeft hem conform de eis veroordeeld tot 24 maanden cel.

 

UPDATE – 14 april 2009 – uitspraak hoger beroep

Het gerechtshof komt tot een andere conclusie: er is geen sprake van diefstal met geweld, dat wil zeggen dat die niet is bewezen. Vrijspraak. Voor het witwassen en het als illegaal verblijven in Nederland krijgt hij zes maanden celstraf.

Tessa Klaver

Wrang.

Tessa Klaver studeerde rechten aan de Hanzehogeschool in Groningen. Haar grote droom: advocaat worden bij het kantoor Anker en Anker. Aan de droom van de 19-jarige Tessa kwam vorig jaar april wreed een einde.

Tessa werd in haar flatwoning aan de Plutolaan in Groningen gewurgd door haar ex-vriend. Die ex-vriend, haar moordenaar, werd gistermiddag bij het gerechtshof in Leeuwarden verdedigd door advocaat Tjalling van der Goot.
Van het kantoor Anker en Anker.

De ex-vriend is Marco (23).
Hij studeerde communicatie in Groningen.
De raadsheer (rechter): Als er één woord is dat veel voorkomt in het dossier is het wel communicatie, dat wil zeggen het gebrek aan communicatie tussen u en Tessa.
Marco knikt. ‘We hadden vaak ruzie. We konden niet met en niet zonder elkaar.’

Zij was verbaal sterk, hij de grote binnenvetter. Marco werd in februari door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar wegens doodslag.

Het hof wil weten: Waarom bent u in hoger beroep gegaan?
Marco: ‘Wat ik heb gedaan is verschrikkelijk, ik moet ook gestraft worden.’
Hof: Maar u vindt de straf te hoog?
Marco: ‘Om dat te zeggen, vind ik heel moeilijk.’
Hof: Maar daar komt het wel op neer.’
Marco, zacht: ‘Ja.’

De feiten staan nauwelijks ter discussie. Tessa had de relatie verbroken. Marco die bij haar in woonde, had de tijd gekregen andere woonruimte te zoeken. Zo bleven ze bij elkaar. Voor de buitenwereld leek het alsof ze nog gewoon een stelletje waren. Zelf wilden ze goede vrienden blijven.

Op 24 april komt Tessa thuis, na een dagje winkelen met haar moeder en haar jarige zusje. Aan Marco had ze laten weten dat hij niet hoefde te wachten met het eten. Als ze thuiskomt, tegen zeven uur, is het direct bonje.
Marco: ‘Ik voelde me verdrietig.’

Hij gaat douchen, hoort de telefoon overgaan. Even later komt Tessa de badkamer binnen en vertelt dat er iemand, een jongen, heeft gebeld voor de kamer.

Mogelijk de nieuwe huurder.
Van zijn kamer.
Marco: ‘Ze zei dat ook heel lullig. Zo van, ik er uit, hij er in. Ik voelde mij voor lul gezet.’

Later zal hij zeggen dat hij ook jaloers was, dat hij stil de hoop had dat het weer goed zou komen. Dat de liefde die hij nog altijd voor Tessa voelde, weer wederzijds zou worden.

Na enige strubbelingen in de badkamer, trekt Marco zijn trainingsbroek aan en belt studiegenoten, wetende dat die die avond van plan zijn te gaan stappen.

Zegt: ‘Ik had toen weg moeten gaan.’
Maar in plaats daarvan gaat hij op bed zitten, naast Tessa.
Met al zijn opgekropte woede, verdriet, teleurstellingen en jaloezie.

Marco: ‘Tessa zei toen dat ik dom was, niet goed genoeg voor haar, dat ik net zo dom was als mijn ouders en m’n broertje. Toen was ik mezelf niet meer. Er knapte iets.’

De binnenvetter explodeert. Hij gaat op haar zitten en grijpt haar bij de keel, drukt met beide duimen op het strottenhoofd. Hoe lang? Hij weet het niet meer. ‘Ze schreeuwde, zwaaide met haar handen.’

Een schreeuw van angst?
‘Ik weet het niet meer. Ik zag haar lichaam schokken, haar buik leek wel een vulkaan. Toen stopte ik.’

Dan is er paniek. Haar probeert nog mond-op-mondbeademing. Belt 113. Geen gehoor. Hij belt vervolgens niet 112. ‘Ik durfde dat niet.’

Tot zover zijn de officier van justitie en de Anker en Anker-advocaat het redelijk met elkaar eens. Maar dan.
Dan gaat Marco berekenend te werk, zegt de officier.
Dan vertoont Marco vluchtgedrag, werpt de advocaat tegen.

Marco haalt het goed van het bed en stopt dat in de wasmachine. Het kussensloop met daarop bloed, laat hij liggen. Het lichaam van Tessa sleept hij naar de keuken, draait de gaskraan open en een raam. Stapt op de fiets en gaat met studiegenoten naar de Groninger binnenstad, naar het terras van café Time Out.

De officier van justitie: ‘Koelbloedig probeert hij er onderuit te komen. Heel kwalijk en dat zal in de strafmaat tot uiting moeten komen.’
Advocaat: ‘Zijn gedrag was tactloos, onverstandig, maar niet raar. Vluchtgedrag is niet een onmenselijke reactie.’

Een paar keer belt Marco vanaf het terras het telefoonnummer van Tessa. Hij fietst zelfs nog een keertje terug, opent de deur, ziet Tessa liggen zoals hij haar heeft achtergelaten en gaat opnieuw naar de stad. Zijn studiegenoten hadden hem wel wat stilletjes gevonden, maar niet raar, want Marco was een stille.

’s Nachts fietst hij met een medestudente achterop – die hij halverwege thuis afzet – terug naar de Plutolaan. Belt de politie, zegt dat hij zijn vriendin heeft gevonden in de keuken en dat het niet goed is. Niet lang daarna valt Marco door de mand.

De officier van justitie: ‘Tien jaar gevangenisstraf is passend en geboden.’
De advocaat: ‘Doodslag bewezen, maar met tien jaar wordt Marco gestraft voor moord.’
De officier van justitie: ‘Hij is egoïstisch en berekenend.’
De advocaat: ‘Het was een wanhoopsdaad. Leg vier jaar celstraf op, dat is passend.’

In de volle zittingszaal, waar zowel familie en vrienden van Tessa als van Marco zitten, rollen tranen en klinkt gesnotter als de vader van Tessa en haar zusje aan het hof vertellen hoe hartverscheurend hun verdriet is dat ze levenslang moeten dragen.

De Anker en Anker-advocaat had gezegd: ‘Ik ben niet blind voor het verdriet en het leed van de nabestaanden. Maar mijn rol als advocaat is om Marco te verdedigen. En hoe ernstig ook, tien jaar is te veel.’

Wrang.
Want als het leven niet zo gemeen was, had dat eens ook de rol van Tessa Klaver moeten zijn.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 30 september 2008 – uitspraak
Het hof heeft Marco D. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar.
Het hof hanteert voor doodslag in beginsel als uitgangspunt voor de op te leggen straf een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar. Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak geen feiten of omstandigheden aanwezig zijn die oplegging van een lichtere of juist zwaardere straf rechtvaardigen.

Het arrest is hier te lezen.

 

UPDATE – 5 juni 2018 – voetbal