Hebberigheid

In de rechtszaal gaat het vaak over geld, crisis of niet. Veel mannen worden verdachten omdat ze iets willen wat ze niet hebben. Neem Bob (19) en de deze week 24 jaar geworden Marko.

Zij wilden veel drank en drugs, maar beschikten niet over middelen om hun hebberigheid te financieren.
Dat ze die niet hadden, kwam weer omdat ze zich altijd verveelden en rondhingen bij de Albert Heijn in Stadskanaal. Gelukkig hadden ze wel foute vrienden die hen op ideeën brachten.
Niet bijster origineel, maar toch: ze gingen inbreken in auto’s.

Bob en Marko hadden het niet alleen voorzien op autoradio’s – wat heel oubollig zou zijn geweest – maar ook op gereedschap en onderdelen van auto’s, zoals achterlichten.
De buit verkochten ze aan een man met een loods ergens in Musselkanaal.

Ze gingen zo voortvarend te werk, dat het in Stadskanaal, Musselkanaal en Ter Apel begon op te vallen.
Bij de politie stroomden aangiftes binnen.
Er werd besloten tot een onderzoek waarbij Marko in beeld kwam.
Agenten plakten een peilzender onder zijn auto en toen was het snel bingo.

Bob kwam in beeld omdat hij zo handig was tijdens het autokraken, dat bij bloedsporen achterliet.
De DNA-databank deed de rest.

Eenmaal aangehouden, draaide Marko er niet om heen.
Hij had het gedaan.
Dat was overigens niet een grote verrassing: nog geen jaar geleden voorspelde de officier van justitie, ook in zittingszaal 14, dat Marko in de toekomst nieuwe strafbare feiten zou plegen en dat daar grote zorgen over bestonden.
Bob gaf het ontkennen op tijdens de zevende sessie in de verhoorkamer.

Ze bekenden niet alle autokraken waarvan aangifte was gedaan.
Natuurlijk niet die kraken die ze niet hadden gedaan.
Maar gelukkig wisten ze dan meestal wie daar wel verantwoordelijk voor was.
Er vlogen diverse namen van foute vrienden door de rechtszaal.

De rechters zeggen tegen Marko: ‘Er zitten hier veel mensen op de tribune, slachtoffers, die jou niet leuk vinden.’
Marko snapt dat wel want hij knikt.
Rechters: ‘Wat zijn je voornemens?’
Marko: ‘Niet weer doen.’

Ook Bob heeft optimistische toekomstplannen.
Hij wil eerst van de wiet, de speed, XTC, cocaïne, LSD en de GHB af, daarna gaat hij stoppen met het drinken van acht flessen bier per uur dag en dan werken.
Bob: ‘Ik sta daar nu ook open voor. Ik wil mijn ouders niet langer teleurstellen.’

Het klinkt de officier van justitie als muziek in de oren en daarom eist hij een anderhalf jaar celstraf tegen Bob en een jaar tegen Marko die iets minder zaken op de kerfstok heeft staan.

Er zijn ook mannen die verdachten worden omdat ze van alles hebben.
Kijk naar de 45-jarige Leen.
Eigen bedrijf, mooie boot en een gescheiden vrouw met (zijn) kinderen en recht op alimentatie.
Deurwaarders op de stoep.

Leen zegt: ‘Als je met de rug tegen de muur staat, heb je geen keus.’

Leen’s keuze was een hennepkwekerij.
Hij richtte zijn woning op professionele wijze in met kantelende gipsmuren en camera’s voor de beveiliging.
Om te kunnen investeren, verkocht hij wat hij had, inclusief de boot voor 12.500 euro.
Tegen de rechters: ‘In principe fout en achteraf bezien heb je d’r ook niks an. Maar goed, achteraf kijk je een aap in de kont.’

Leen is verlinkt.
Omwonenden hadden gezegd: hij is er nooit, maar er hangen – zo raar – allemaal camera’s aan de muur, ja eentje – heel apart – zelfs in het vogelhuisje in de tuin.
De politie trok een register open en zag dat Leen een bekende was van de opiumwet.
In 2001, een jaar voordat hij in het Noorden was komen wonen, had hij een werkstraf gekregen in verband met hennep.

Vervolgens werd vastgesteld dat de woning een laag energieverbruik kende, maar dat er tegelijkertijd sprake was van een zware netbelasting.
Er werd een warmtemeting uitgevoerd en die leverde beelden op met grote witte vlekken.
Hennep in een kwekerij.

Leen: ‘Klopt wel.’
Hij was een jaar bezig geweest.
Dacht met één oogst, misschien twee, de schulden te kunnen betalen.
En de alimentatie.

Maar het ging op de kop verkeerd.
De eerste oogst mislukte omdat hij een knopje op het computergestuurde voedingsapparaat niet goed had ingesteld.
De tweede oogst verdween tijdens een inbraak en wat de inbreker had laten staan, was kapot getrapt.
De derde oogst, 594 hennepplanten rijk, was bijna klaar toen de politie kwam.

Rechters: ‘U heeft er dus niets aan overgehouden?’
Leen: ‘Niets.
Rechters: ‘Waar leeft u nu van?
Leen: ‘Ik ben aan het overleven en negeer de schulden. Ik zie geen andere mogelijkheden.’

De officier van justitie gelooft er geen woord van.
Ze eist voor die 594 aangetroffen planten en voor de diefstal van stroom vier maanden celstraf waarvan twee voorwaardelijk voor het geval dat Leen nog een keer geen andere keuze kan maken.

Daarnaast kondigt de aanklaagster aan de hennepwinst op te zullen eisen, in een aparte procedure.
Bij het openbaar ministerie hebben ze zitten te rekenen en niet zo’n beetje ook.
Opgeteld en minus de kosten denken ze dat Leen sinds 2004 als kweker actief is en dat hij in vijf jaar tijd welgeteld 1.458.801,99 euro heeft verdiend.
Zeg maar ruim 1,4 miljoen.

Was ik Leen geweest, dan was ik lopend naar de rechtbank gekomen.
Niet op zo’n glimmende Kawasaki.

Rob Zijlstra

 Marko en das Auto

 

UPDATE – 7 juni 2012 – uitspraak
Leen is schuldig bevonden aan hennepteelt en diefstal van stroom, maar hoeft niet naar de gevangenis. Een taakstraf van 160 uur volstaat, vinden de rechters. Nog wel een  waarschuwing: 4 weken voorwaardelijke celstraf. De ontnemingsprocedure is inmiddels in gang gezet.

Marko moet  wel zitten, maar minder lang dan de aanklager het had gewild: 8 maanden waarvan de helft voorwaardelijk. Volgende maand komt hij vrij.

 

 

Project Dierentuin

Er bestaat geen school voor de criminaliteit.

We zeggen wel dat de gevangenis een goede leerschool is, maar als dat echt waar is, moet aan de kwaliteit van het misdaadonderwijs ernstig worden getwijfeld.
Veel misdaden die in zittingszaal 14 aan de orde komen, kennen een klungelig verloop.

Misschien kijken de boeven wel te veel naar misdaadseries op de televisie met het idee dat dat echt is.

Herman en Gerrie, beiden 26 jaar, spannen wat dit betreft de kroon.
Om te lachen is hun verhaal niet, een verhaal dat moet beginnen met Sjors.

Sjors was verstrikt geraakt in het kleverige web van een oplichter die zich bezighield met payroll-fraude in de transportsector.
Sjors was, welwillend of niet, een katvanger.
Het bracht hem in grote problemen, helemaal nadat Tros Opgelicht in oktober 2010 aandacht aan deze kwestie besteedde.

In kringen ging evenwel een gerucht dat te mooi was om waar te zijn: in de woning van de oplichter zouden miljoenen euro’s liggen, misschien wel veertien miljoen, in een kluis op de eerste verdieping.

Sjors vertelde dit aan Herman en Gerrie, twee vrienden in financiële nood.

Die nood was zo hoog dat beiden met de rug tegen de muur stonden.
Herman stond dat zonder werk, inkomen en geen dak boven het hoofd, eigenlijk al jaren.
Met Gerrie ging het goed, maar mis nadat zijn partner vier dagen voordat ze samen een huis zouden kopen de relatie verbrak.
Hij zag zich genoodzaakt het huis in zijn uppie te kopen, een huis dat ook nog eens een bouwval bleek.
Hij moest extra geld lenen en nadat hij dat had gedaan, trok hij het niet.

Sjors had gezegd dat het een makkie zou zijn.
De oplichter staat z’n mannetje, maar gewapend is hij niet.
Herman en Gerrie dachten: één woninginbraak met een buit van een paar miljoen euro, dat flikken ze nergens, dat zou voor eens en altijd de zon laten schijnen in ons bestaan vol kwijning.

Ze besloten de inbraak degelijk aan te pakken.
Weken van voorbereiding volgden.
Ze noemden hun plan ‘project dierentuin’.
Ze observeerden de woning in Emmen, ook ’s nachts, om uit te vogelen wat het beste moment zou zijn naar binnen te gaan.

Zo ontdekten ze dat de woning van de oplichter te koop stond.
Op Funda zagen ze foto’s van het interieur, wat mooi was meegenomen.
Ook zagen ze op de Funda-foto’s twee fraaie schilderijen in de woonkamer hangen.
Ze dachten: nog meer geld.
Want wie miljoenen euro’s in een kluisje op de eerste verdieping heeft liggen, hangt vast geen rommel aan de muur.

Met behulp van Google-maps maakten ze een situatietekening van de omgeving.
Er werden kentekenplaten gestolen voor op de auto.
Ze regelden donkere kleding, handschoenen en bivakmutsen, hoofdlampjes, ducktape (duct-tape), tie-rips, touw, koevoeten, pepperspray, een stoorzender om zonodig telefoonverkeer te ontregelen, zuignappen om de ruit uit het kozijn te tillen en kraaienpoten voor het geval ze zouden worden achtervolgd.

Voor de zekerheid namen ze ook het Zastava-vuurwapen mee dat ze samen met vrienden hadden gekocht voor algemeen gebruik.
Wanneer de rechters er naar vragen, zeggen Herman en Gerrie dat ze het wapen alleen in uiterste nood zouden gebruiken.
Het was vooral bedoeld om af te schrikken.

Op 5 juli zou het moeten gebeuren.
Ze haalden diep adem, deden nog een laatste check om niets aan het toeval over te laten en stapten in de Opel Corsa van een vriendinnetje, op weg naar hun miljoenen.

Emmen haalden ze niet.
Halverwege werden ze staande gehouden door de politie.
Agenten hadden hen nogal slingerend zien rijden en vonden het nodig om de bestuurder naar zijn rijbewijs te vragen.
Gerrie had geen rijbewijs.

De kentekenplaten vielen op.
Of de heren achter de politieauto wilden aanrijden, voor nader onderzoek.
Herman en Gerrie voldeden aan dat verzoek.
Op het politiebureau ontdekten de agenten de bovengenoemde spullen in de kofferbak, inclusief het vuurwapen.

In de verhoorkamer draaiden ze er niet om heen.
Ze biechtten hun plannen op en vertelden ook waarom, dat ze met de rug tegen de muur stonden, en over Sjors.

De officier van justitie zegt dat Herman en Gerrie best wat hulp kunnen gebruiken om hun leven weer op de rails te krijgen.
Maar eerst moet er worden afgerekend.
Een gevangenisstraf van drie jaar per persoon lijkt haar redelijk.
Van die drie jaar mag een jaar voorwaardelijk.

De eisen zijn niet alleen gebaseerd op het treffen van voorbereidingshandelingen op een misdrijf waar ten minste acht jaar gevangenisstraf op staat (‘project dierentuin’), maar ook op twee inbraken die wel lukten (maar nauwelijks iets opleverden) en de diefstal van twee kunstwerken.

In maart vorig jaar hadden ze samen met de vrienden met wie ze het vuurwapen delen, twee beelden gestolen: De Veenarbeiders in Eexterveenschekanaal en De Brugafdraaister in Annerveenschekanaal.
De beelden van brons en messing hadden ze in stukken geflext en op een gestolen aanhangertje ingeleverd bij de metaalrecycling in Nieuwe Pekela.
Ze hadden er een paar tientjes de man voor gekregen.

Het waren beeldbepalende beelden.
Rechters: “Die beelden, als u zoiets doet, wat denkt u dan?’
Herman en Gerrie zeggen ‘tja’, ze zeggen dat ze daar toen ‘absoluut niet bij hebben stilgestaan’.
Onvoorstelbaar, zeggen de rechters.

Tipgever Sjors hoort als medeplichtige aan de inbraak die nooit plaatshad een taakstraf eisen van 240 uur.

Rob Zijlstra

.

extra
de brugafdraaister
de veenarbeiders

.

UPDATE – 1 maart 2012 – uitspraken
Herman en Gerrie zijn strafbaar en veroordeeld tot 2 jaar celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De rechtbank heeft extra laten meewegen dat de twee hebben toegegeven geweld niet te schuwen en dat ze kunstwerken als schroot hebben verkocht. Tipgever Sjors is als medeplichtige veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur.

De AH-groep

tekening: annet zuurveen / dvhn

Het was een bijzondere strafzaak.

Toen de verdachten waren opgepakt, in oktober vorig jaar, vertelde de politie aan de krant dat veel mensen in de omgeving van de verdachten al lang wisten wie de daders waren.
Maar dat de mensen de mond hielden, met het oog op mogelijke represailles.

Ietwat opmerkelijk mag zijn dat de man die nu wordt gezien als hoofdverdachte, de 21-jarige Hans, in januari 2011 al bij de politie in beeld was.
Agenten hadden hem op nieuwsjaardag aangesproken bij een brand in een voormalig schoolgebouw in Winschoten.
Hij had roet om de kop en stonk naar benzine, wat gezien de situatie ter plaatse enigszins verdacht was.
De agenten hadden toen alleen zijn naam opgeschreven, natuurlijk niet wetende dat Hans in de maanden die zouden volgen voor miljoenen euro’s schade ging aanrichten.

Bijzonder was de opmerking van de rechters dat deze kwestie in omvang vele malen groter is dan de kwestie van Johnny B. destijds.
Destijds was heel de Nederlandse pers uitgerukt naar zittingzaal 14 om Johnny B. te zien en te horen.
Nu was er, op mezelf na, niemand van de pers.
Het was de rechters opgevallen: ‘Sommige zaken gebeuren in betrekkelijke stilte en andere zaken juist niet.’

Er gebeurde vorig jaar van alles in Winschoten en omgeving.
Veel diefstallen en veel branden, groot en klein.
Het begon een plaag te worden en de mensen onrustig.
Er kwamen ’s nachts buurtwachten.
Kortom: de burgemeester moest wat doen.

Agenten zeiden: ‘We moeten die ene jongen in de gaten houden, die jongen in de witte trui en roet om de kop die op nieuwjaarsdag zo naar benzine stonk.’
De agenten zeiden ook dat deze jongen in een groepje zit, in een groepje hangjongeren dat altijd staat te nietsnutten bij de Albert Heijn.

De burgemeester zei: ‘We zetten een speciaal team op die AH-groep.’
En zo geschiedde.
In de omgeving van de hangplek werden uitdagende containers geplaatst.
Met camera’s.
Hangjongeren met eigen auto’s werden in de gaten gehouden met behulp van peilzenders die onder de auto’s waren geplakt.
Zo had de politie het destijds ook in ’t Zandt gedaan.

In oktober werden tientallen hangjongeren opgepakt en ondervraagd.
De politie kwam al snel om in de informatie en bekentenissen.
Uiteindelijk bleven tien verdachten over, de helft minderjarig.
Het aantal misdrijven dat aan de groep wordt toegeschreven: 150.
Het gaat om brandstichtingen, inbraken en diefstallen.
Schade: miljoenen euro’s.

Maandag zaten Hans en mede-hoofdverdachte Ron (23) in de rechtszaal.
Als geslagen honden.
Veel hadden ze niet te melden.
Wat ze wel zeiden, was nauwelijks te verstaan.
Rechters: ‘Kennen jullie Johnny B?’
Ze knikken.

Rechters: ‘Dachten jullie wel na over al die ellende die jullie veroorzaakten?’
Hans: ‘Ik dacht wel na, maar niet al te goed,’

De advocaat zegt dat Hans nooit dingen in brand stak als er gevaar was voor mensenlevens.
Dat wilde hij niet.
Rechters: ‘Aha. Dus toch nog wel een beetje nagedacht.’

Hoewel hoofdverdachten, zijn Hans en Ron niet de grote leiders van de AH-bende.
Eerder waren ze de sukkels die geen nee durfden te zeggen.
Hans zou vijftig euro krijgen van de groep als hij het Nationaal Busmuseum in Winschoten in de fik zou steken.
Hij wilde er niet met zijn eigen auto naar toe, dus bracht Ron hem wel eventjes op de brommer.
De 15-jarige Micky leverde de benzine die hij bij de pomp voor 7,95 euro had gekocht.
Het werd een dikke fik waarbij veel museumstukken verloren gingen.
Inclusief een oude Ford uit 1936.

Uit het gemaal bij Scheemda werden eerst compressors gestolen.
Dingen die 8.000 euro per stuk kosten.
Ron kocht er eentje van Hans voor 30 euro.
Rons’s vader had gezegd, weg met dat ding.
Ron had ‘m toen in een kruipruimte gekieperd.

Om de inbraak te maskeren, werd er brand in het gemaal gesticht.
De eerste keer mislukte dat, zo ontdekte iemand uit de AH-groep toen zijn brandweerpieper maar niet afging.
De tweede keer was het raak.
De schade: gigantisch.
Het waterschap moet nog beslissen of het gemaal herbouwd moet worden.
De schade tot nu toe: 800.000 euro.

Ze stichtten brand in een container met daarin gasflessen.
De brandweer had laten weten dat er tijdens het blussen doden hadden kunnen vallen, omdat gasflessen bij brand ongeleide projectielen worden.

Behalve twaalf branden waren heel veel inbraken en diefstallen.
Aanhangwagentjes werden gejat of gehuurd, in stukken geflext en ingeleverd bij de schroothandel.
Hans liep daar de deur plat.
Vaak ook met koper.

Uit gebouwen, gebouwtjes en containers werden dompelpompen, aggregaten, trilplaten, heel veel gereedschap, beveiligingscamera’s, beamers, laptops, mobiele airco’s , flatscreens, bouwstofzuigers, matrixborden, zuurstofflessen, verkeerslichten, gasmeters, accu’s en heel veel kabels gestolen.

Rechters: ‘En allemaal voor het geld. Veel mee verdiend?’
Ron: ‘Nee. Eigenlijk niks.’

Rechters tegen Hans: ‘U heeft geen strafblad. En dan ineens dit. Hoe kan dat nou?
Hans: ‘Ik ben met de verkeerde mensen omgegaan.’

Psychiaters en psychologen hebben, zeggen de rechters, ‘dikke’ rapporten over de twee verdachten geschreven.
Hans had het moeilijk op school, kreeg niet alles mee.
Veel gepest en eigenlijk altijd alleen.
Ron heeft in zijn jeugd iets vreselijks meegemaakt, waardoor hij heel beschermend is opgevoed.
Zonder vrienden.

En alle twee PDD-NOS.

En dan waren daar die hangende nietsnutters bij de Albert Heijn met hun auto’s en hun meetings.
Ineens hoorden ze ook ergens bij, dat was nog nooit eerder zo.
Maar de druk was groot, want om er bij te mogen blijven, deden ze dingen die ze anders nooit zouden doen.
Een school in de brand steken of voor vijftig euro een museum.

Hans moet waarschijnlijk de rest van zijn leven worden begeleid.
Ron begint binnenkort met een cova-training, waar hij leert eerst na te denken en dan pas te doen.
Nu doet hij denken en doen net andersom.

De gedragswetenschappers stelden ook vast: geen aanwijzingen voor pyromanie.

De rechters zeggen: ‘Op zich helemaal niet erg wat er in die dikke rapporten staat. De een kan nu eenmaal beter leren dan de ander. Dat geeft niks.’
Een van de rechters: ‘Iedereen is wel goed in iets. U heeft bijvoorbeeld veel verstand van techniek en van motoren. Kijk, dat heb ik nou weer niet.’

Hans en Ron knikken.
Wanneer de rechters vragen of ze het allemaal een beetje meekrijgen, blijven ze knikken.

De officier van justitie doet haar verhaal.
De heren, zegt ze, hebben alles bekend, dus dat is niet zo moeilijk.
Ze verhaalt over het gevaar van vuur, dat je vuur niet in de hand hebt.
En over de enorme schade die is aangericht, niet alleen in geld, maar ook de emotionele schade bij de gedupeerden is aanzienlijk.
De officier van justitie vertelt dat ze zich heel veel zorgen maakt, omdat sommige stoornissen maar beperkt behandelbaar zijn, terwijl de kans op herhaling groot is.
Ze zegt dat de verdachten misschien minder goed in staat zijn na te denken, maar dat de gepleegde misdrijven wel zijn gepleegd over een lange periode.
Dat zegt ook wat.

Kortom.

Ron hoort vier jaar gevangenisstraf eisen waarvan zestien maanden voorwaardelijk.

Voor Hans is er een ander verhaal.
De officier van justitie zegt op een toon die niet veel goeds belooft: ‘Hans is een jaar lang een groot gevaar voor de samenleving geweest. Ambulante behandeling zoals de deskundigen adviseren, volstaat niet.’
Hans hoort vier jaar celstraf eisen, gevolgd door de maatregel TBS met dwangverpleging van maximaal vier jaar (dat kan tegenwoordig).
Mocht de rechtbank geen TBS willen opleggen, dan moet de strafeis luiden: acht jaar de gevangenis in.

Rechters: ‘Hebben jullie de eisen begrepen?’
Hans en Ron knikken, maar ditmaal iets minder instemmend.

Rob Zijlstra

uitspraak op 20 februari

.

extra
Sinds 2004 heeft het openbaar ministerie in zittingszaal 14 zestien maal een gevangenisstraf van acht geëist.
In vijf van die zaken ging het om moord en om doodslag. Zeven maal om pogingen tot moord.
Negen keer werd er in deze periode door de rechtbank acht jaar celstraf opgelegd.
Zes keer betrof het moord en doodslag, drie maal pogingen daartoe.

De hoogste straf die voor brandstichting in Groningen is opgelegd was zes jaar, in 2009.
Er was toen vijf jaar en tbs met dwangverpleging geëist.
De eis tegen Hans laat zich hier niet vergelijken omdat ‘zijn’ eis is gebaseerd op brandstichting, inbraken en diefstallen.

Op brandstichting staat een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar.
Wanneer er levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel is te duchten, dan geldt een maximum van vijftien jaar.
Komt iemand te overlijden als gevolg van brandstichting, dan kan levenslang worden opgelegd.

artikel 157 Wetboek van strafrecht

.

 

UPDATE – 20 februari 2012 – uitspraken
Gezien de verstandelijke beperkingen van verdachte Hans ligt een veroordeling tot de maatregel tbs niet in de reden, vinden de rechters. Een behandeling buiten een kliniek kan volstaan. Wel moet Hans eerst een tijd zitten: geen acht jaar zoals het openbaar ministerie dat graag had gezien, maar vijf jaar.
Medeverdachte Ron is veroordeeld tot 24 maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Ook hij moet zich laten behandelen.

De rechtbank stond niet alleen stil bij de forse financiele schade die is aangericht, maar houdt hen ook verantwoordelijk voor het feit dat er door hun toedoen goederen verloren zijn gegaan die onvervangbaar zijn.

Cheb de Flipper

Het is dat je er niet vrolijk van wordt, anders zou je best om Cheb kunnen lachen.

Drie jaar geleden zat hij in de rechtszaal op de stoel waar hij deze week weer op zat. Toen al was het zijn zoveelste keer.

Dat kan ook niet anders, want Cheb is behalve Marokkaan ook veelpleger.
Dat hij Marokkaan is, is helemaal niet relevant.
Of het moet zijn dat een Marokkaan in de Groninger rechtszaal een niet alledaags verschijnsel is.

Drie jaar geleden verzuchtte de reclasseringsmedewerker tegen de rechters dat hij het niet meer wist met Cheb.
Hij is niet gemotiveerd en al ruim vijftien jaar actief in het schemergebied van Groningen.
Hij is, om de reclasseringsmedewerker van toen te citeren, niet vooruit te branden.
En dat is nog steeds zo.

In oktober 2008 veroordeelden de rechters hem tot de twee jaar durende veelplegersmaatregel ISD.
Dat is ons laatste redmiddel.
Eind vorig jaar kwam hij na een intensieve detentie vol maatwerk op vrije voeten.
Deze week hoorde hij vijftien maanden celstraf eisen.

Cheb is zo verslaafd als de zee golven rijk is.
Plannen voor de toekomst heeft hij wel.
Die behelzen dat hij op de korte termijn vooral verslaafd wil blijven.
Op de langere termijn wil hij er misschien wel van af.

Drie jaar geleden dankte Cheb zijn veroordeling aan inbraken in vooral studentenwoningen en zijn gewoonte kantoorgebouwen binnen te wandelen waar u en ik van alles (laptops, mobiele i-telefoons e.d.) laten slingeren in de veronderstelling dat zoiets veilig is.
Is niet zo.

Op 31 maart dit jaar wandelde hij een kantoorpand aan het Cascadeplein in Groningen binnen.
Opgemerkt moet worden dat hij er keurig uitziet.
Dat de cocaïne en heroïne al vele jaren zijn leven beheersen en hem van binnnenuit opvreten, is aan de buitenkant (nog) niet te zien.

En zo kon het gebeuren dat Cheb drie kwartier lang ongehinderd door de gangen en kantoren van de Raad voor de Kinderbescherming wandelde.
Beveiligingscamera’s legden vast hoe hij aan deuren trok en rondsnuffelde.
Pas na een halve voetbalwedstrijd vroeg iemand op de vijfde wie hij eigenlijk wel niet of wel was.

Cheb.

En wat hij dan wel of niet deed, wat hij hier te zoeken had?
Cheb herhaalt tegen de rechters wat hij toen zei: ‘Ik was op zoek naar werk.’
De drie rechters: ‘Wij zijn gekke Henkie niet. ‘

Cheb, licht geïrriteerd: ‘U wilt beweren dat ik van alles uit de lucht pak?’
Rechters: ‘Vertel geen kletsverhalen.’
Cheb: ‘Ik begrijp dat u kritisch bent.’
Rechters: ‘U bent ook aangetroffen in een beveiligd bedrijfspand aan de Bornholmstraat in Groningen. Om half acht ’s ochtends. Ook om te solliciteren?’
Cheb: ‘Jazeker, ze zeiden dat ik er vroeg bij moest zijn.’
Rechters: ‘Ja, ja.’

Cheb: ‘Als u zo doorgaat ga ik geen vragen meer beantwoorden. Ik wil het voordeel van de twijfel.’
Rechters: ‘Die krijgt u, want u bent de verdachte.’

Cheb werd aangehouden met een schroevendraaier en een hard stukje plastic in de binnenzak.
Een hard stukje plastic is voor mannen als hij een flipper.
Met een flipper maken deze mannen in een handomdraai sloten in deuren met veiligheidskeurmerken open.
Drie jaar geleden liep Cheb tegen de lamp nadat hij met een flipper een studentenhuis was binnengeslopen.
Een getuige zag dat, belde de politie en zei: ’t Is een lange, dunne man, Marokkaans-achtig type, op een grijze mountainbike.’
De politie, toen: ‘Nee hè, dat moet onze Cheb zijn, onze Cheb de Flipper.’

Deze week zegt hij: ‘Wat is een flipper?’
Rechter: ‘Kom op nou toch, dat weet u dondersgoed.’
Cheb, nu boos: ‘Het is uw toon die me niet bevalt.’

Een student hoorde geklapper aan de voordeur, ging kijken en zag een verdachte man.
Cheb tegen de rechters: ‘Ik reed op een geleende scooter en kreeg pech, toevallig voor die voordeur. Op de stoep ben ik gaan sleutelen, ik denk dat meneer dat heeft gehoord.’
De eigenaar van de scooter vertelde desgevraagd aan de politie dat zijn scooter nooit stuk is.
Cheb: ‘Wel als ik erop zit.’

In een ander studentenpand, aan de Eendrachtskade, stond een studente onder de douche.
Toen zij na een kwartiertje weer in haar kamer kwam, waren laptop, portemonnee en telefoon verdwenen.
Op een deur in het pand werd vers bloed aangetroffen, bloed met zijn DNA.
Cheb: ‘Ik ben daar wel geweest, klopt, om drugs te gebruiken, het was koud buiten, ik heb niets meegenomen.’

Bij de Raad voor de Kinderbescherming werd drie kwartier lang niets gestolen, maar dat was hij wel van plan, zegt de officier van justitie.
Het is een poging tot diefstal.

Door een gebouw lopen waar je niets te zoeken hebt of rammelen aan een deur, is geen diefstal, werpt de advocaat tegen.
Wel, zegt de officier van justitie, als het Cheb betreft.

Bij het beveiligde bedrijf verdwenen die ochtend laptops.
Uit het kantoortje van het Helperbad enveloppen met geld, shag en een aansteker.
De beelden van de beveiligingscamera’s laten geen twijfel.
Rechters: ‘Wat deed u in het zwembad?

Cheb zegt dat hij iemand zocht die hij zocht.
Hij vraagt: ‘Heel vervelend, maar wie zegt dat die spullen zijn gestolen op het moment dat ik daar was?’
De officier van justitie.

Rob Zijlstra

• de stille en de hoop, rechtbankverslag 9 oktober 2008

 

 

.

UPDATE – 26 september 2011 – uitspraak
Het zat er aan te komen. Cheb moet zitten, geen vijftien maanden, maar een jaar is voldoende. Of dat zal helpen is een ander verhaal. De flipper wordt vernietigd.

 

.