Ongewenste manieren

Een van de rechters:
‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’

Schermafbeelding 2016-07-02 om 10.53.26Er zijn mannen die alles hebben, mannen die alles willen hebben en er bestaan mannen van niets.
Al die mannen kun je in de rechtszaal tegenkomen als verdachte.

Ward en Bart zijn mannen van alles.
Ward is 80 jaar, maar noem hem niet zoals de officier van justitie deed ‘een al wat oudere man’.
Want zo voelt hij zich absoluut niet.
Hij had een kwekerij van bloemen en 200 mensen in dienst.
Nu geniet hij van het schoon dat het leven hem te bieden heeft.
Dat doet hij bijvoorbeeld buitengaats en op het platte dak waar zijn jacuzzi staat.
Als het even kan met jonge vriendinnen want ook die heeft hij.

Soms te jong, zegt de officier van justitie.
Ward zou zes jaar geleden in de jacuzzi seks hebben gehad met een 16-jarige werkneemster die hij verleidde met cadeautjes en geld.
Ward ontkent.
Ze was 18 toen het was gebeurd.
Want daar lette hij scherp op.
Zegt: ‘Ik had ze nooit onder de 18. Ik wachtte altijd. En dat vond ik heel moeilijk.’
Rechters: ‘Want u wilde wel eerder?’
Ward, enthousiast: ‘Jaaaa.’
De officier van justitie eist een dag celstraf en een taakstraf van 100 uur.
Wat Ward was, is Bart (66) nog steeds: directeur/eigenaar van een groot bedrijf met vestigingen in Duitsland, Oostenrijk en met de Verenigde Staten in beeld.
Sponsor van lokale activiteiten.
Hij bewoont een van de duurste woningen van Drenthe, zij het dat hij thuis de boel wel ‘flink in de war heeft’ zoals hij het zelf uitdrukt.
Zijn echtgenote maakt namelijk thuis de post open.
Toen ze las dat haar man zich voor de rechtbank in Groningen moest verantwoorden wegens aanranding van de eerbaarheid was het riante huis zowaar te klein.

Bart zucht verongelijkt.
Ziet een vrouw er leuk uit, dan zegt hij dat.
Want hij is van nature een jager.
Tik op de bil Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.00.24erbij, knijpje in de zij, niks mis mee.
Tenminste, dat dacht hij altijd.
Hij weet inmiddels beter.
Zoiets mag tegenwoordig niet meer.
Kennelijk.
Ook al zijn de rokjes nog zo kort, zo kort dat ‘ze’ om aandacht vragen, ja er zelf om vragen, de handjes blijven nu thuis.
Hij heeft zijn lesje geleerd.
Zo praat Bart die volgens zijn advocaat niet alleen authentiek is, maar ook een ‘amicale vrijbuiter’.

Twee werkneemsters deden aangifte wegens amicale vrijbuiterij: van ontuchtige handelingen.
Ze waren bang geweest omdat hij de baas was en namen uiteindelijk zelf ontslag.
De officier van justitie: meneer dwong deze vrouwen handelingen te dulden.
Meneer wilde met zijn seksueel getinte gedrag meer dan alleen maar een goede werkgever zijn.
Hij maakte misbruik van zijn positie.
De eis: een taakstraf van 120 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Gerrit (64) is een man die alles wil hebben, bij voorkeur wat van anderen is.
Gerrit had kennis van zaken, kende veel financiële termen uit het hoofd, voorspelde dat heel de bliksemse boel zou instorten, dat banken zouden omvallen en dat hij redder in nood kon zijn.
Vijf echtparen met geld, hypotheken en overwaarde op hun woningen gaven Gerrit – het is dan 2007, 2008 – opgeteld een miljoen euro in beheer.
In ruil kregen ze maandelijks 12 procent rente.
Dat kreeg je nergens.

In 2012 ging het mis.
Plots kwam er aan het einde van de maand geen geld.
Gerrit leek verdwenen, in werkelijkheid leefde hij als een god in Frankrijk die graag ging shoppen in Amsterdam.
Er werd aangifte gedaan en na veel gedoe en weinig prioriteit bij de politie stond Gerrit deze week dan eindelijk terecht.Niks aan de hand, zei hij tegen de rechters.

Nog een maSchermafbeelding 2016-07-01 om 00.04.00and en hij is miljonair.
Hij is namelijk de zoon – denkt hij – van een vermogende mevrouw uit Zwitserland die is overleden.
Er loopt een procedure en als DNA uitwijst dat deze mevrouw (die nog wel opgegraven moet worden) zijn moeder is, dan zijn de miljoenen die zij naliet aan neven en nichten van hem.
En het eerste wat hij dan zal doen, is die vijf mensen betalen.
‘Want ik heb dat geld geleend en dan moet je het ook teruggeven.’

Quatsch, zegt de officier van justitie.
Ook de rechters geven er blijk van bedenkingen te hebben bij de solvabiliteit van de verdachte. Een van de rechters: ‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’
De officier van justitie: 18 maanden celstraf, daarvan 6 voorwaardelijk.

Hassan en Mohamud vormen een schril contrast met Ward, Bart en Gerrit, zo schril dat het zeer doet aan de ogen.
Hassan en Mohamud zijn mannen van niets.
Ze hebben geen geld, geen uitkering of verzekering, geen dak boven het hoofd, dus ook geen jacuzzi, ze hebben geen status anders dan ongewenst, geen toekomst, geen vrijheid, geen dingen om te doen, nooit vakantie.
Wat ze hebben zijn strafbladen, alcoholproblemen, verstandelijke beperkingen, een uitzichtloos en onzeker bestaan, gedachten vol treurnis.

Het feit dat ze ongewenst zijn verklaard en hier toch zijn, maakt dat ze continu de wet overtreden zolang ze ademhalen.
Probleem is dat ze het land niet uitgezet kunnen worden.
Hun pech is dat ze zijn geboren in Somalië.
Dat nekt ze nu.
Somalië is een land zonder autoriteit.

Op koopzondag had Hassan een leren tas gestolen uit de etalage van Dicapolavori in de binnenstad van Groningen.
Het ding kostte 140 euro.
Mohamud zegt dat hij niets heeft gestolen, maar dat hij er wel bij was.
Een voorbijganger zag de mannen lopen met de tas, hij profileerde wat, maakte toen een foto en stapte de winkel binnen.Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.10.18
Zo werd de diefstal ontdekt.
De politie deed de rest.
Dit was in april.
Sindsdien zitten ze vast.
Het was een diefstal op bestelling, want bij de aanhouding was de tas al verkocht.
Het geld was bedoeld voor eten.

De twee mannen hebben al veel veroordelingen op naam staan en de maat is vol.
De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Voor ongewensten betekent dit dat ze twee jaar in de gevangenis zitten.
De aanklager: het betekent dat ze twee jaar lang een dak boven het hoofd hebben, te eten en dat ze twee jaar lang niets kunnen stelen.
Dat is de winst.

Strafzaken met elkaar vergelijken brengt het gevaar met zich mee dat er verkeerde conclusies worden getrokken.
Het is dus niet zo dat wie het minst heeft, per definitie de hoogste straf krijgt.

Rob Zijlstra

update – 8 juli 2016 – uitspraken
Ward is vrijgesproken. Uit het dossier kan niet met duidelijkheid worden opgemaakt of de vrouw 16 was toen hij seks met haar heeft gehad. dat ze toen al 18 jaar was kan niet worden uitgesloten. Bart is wel veroordeeld: een werkstraf van 80 uur. De rechtbank is het met het OM eens dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie als directeur. De straf valt iets lager uit dan de eis omdat Bart heeft aangegeven dat hij vrouwvriendelijk is geworden.

Aanstormend miljonair Gerrit moet zitten, conform de eis een jaar cel met nog eens een half jaar voorwaardelijke celstraf als waarschuwing. Voor de oplichtingskwestie is hij vrijgesproken. De straf is vanwege de verduistering van de gelden van de Eindhovenaren.

Hassan en Mohamud krijgen de komende twee jaar een bed met bad en brood, maar raken wel twee jaren vrijheid kwijt opdat ze de middenstand niet kunnen duperen.  De isd-maatregel dus. Ik vraag me af of dit wel in de haak is met de bedoelingen van de maatregel.

Lichtsnelheid en rommelzooi

Ze hadden cannabis, een fles
Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag
eenvoudig is te verkrijgen.

 

Schermafbeelding 2016-01-08 om 00.33.12Een strafzaak verloopt in de zalen van het recht volgens een vast stramien.
Zo krijgt de verdachte bij aanvang altijd allereerst te horen dat hij niet verplicht is antwoord te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Helemaal aan het einde van de strafzaak geeft de rechter aan de verdachte het hem wettig gegunde laatste woord.
Dat moet ook altijd.

Kennelijk is dit de meest effectieve manier om grip te krijgen op de onvoorspelbare wereld van de misdaad die zich juist niet laat vangen in orde en regelmaat.
De misdaad, hoe klein die ook is, kenmerkt zich door ordeloosheid.
Misdaad is vaak maar een rommelzooi.

Neem de 33-jarige Yousef uit Herat, Afghanistan.
Hij was de eerste verdachte die dit jaar in zittingszaal 14 terecht moest staan.
Yousef had in tien jaar tijd zijn honderdste misdaad gepleegd.
Bij de Plus-supermarkt in Groningen had hij een blikje vis en een zakje vissaus in de jaszak gestopt.
Plus-medewerksters zagen dat.

Yousef heeft het zo druk met stelen dat hij nooit is toegekomen aan het eigen maken van de Nederlandse taal.
Zo komt hij geen steek verder.

In 2014 jatte hij vijf bierkratten vol lege flessen uit een tuin van studenten.
De officier van justitie verzocht de rechtbank toen de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd op te leggen.
De Groninger rechters vonden twee jaar voor vijf kratten buiten de proporties.
Yousef kreeg drie weken celstraf.
Er volgde hoger beroep.
En wat?
De rechters van het gerechtshof vonden twee jaar isd heel gepast en legden die ook op.
Deze kwestie ligt nu ter boordeling bij de Hoge Raad.

Voor de nieuwe misdaad, het blikje vis met de saus, eiste de officier van justitie opnieuw de isd-maatregel.
De kans is daarmee vrij groot dat Yousef straks met twee isd-veroordelingen zit opgescheept.
Het zal de Afghaan vast worst wezen, maar zoiets kan helemaal niet. De wet voorziet er niet in.
De officier van justitie kwam met een voorstel: als hij er twee krijgt, executeren (voltrekken, uitvoeren) we er maar eentje.

Dat is niet netjes, maar wel praktisch opgelost.

Of neem de 28-jarige Wessel uit Oostrum, Friesland.
Wessel is tbs’er die in december 2014 in de Van Mesdagkliniek in Groningen met twee mede-patiënten flink aan de tetter was gegaan.

Ze hadden cannabis, een fles Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag eenvoudig is te verkrijgen, mompelde Wessel.
Hoe het zo kon gebeuren, dat andere, bleef tijdens de rechtszaak vaag.
Het varieerde van ‘het was gewoon uit de hand gelopen’ tot aan een geplande actie waarbij medeverdachte Bob een spel had gewonnen met als prijs dat hij diegene was die de moord mocht plegen.
Hoe dan ook, ze waren met een smoes de kamer van mede-tbs’er Willem binnengedrongen.

Omdat Willem een pedo is.
En van pedo’s worden wij niet vrolijk, zegt Wessel.
Een uur lang beukten ze kachel op hem in.

Willem overleefde de aanslag.
Waarom?
Wessel zegt dat hij daar niet om heen wil draaien: ‘Omdat de beveiliging kwam.’
Wat als die niet was gekomen?
Dan was Willem waarschijnlijk nu dood, antwoordt Wessel.
Hij zegt: ‘Dat is simpel zat.’
Was dat ook de bedoeling?
Wessel: ‘Nee, we wilden hem niet dood hebben. We wilden hem alleen maar waarschuwen. Was hij wel doodgegaan dan had ik dat verschrikkelijk gevonden.’

Behalve slaan en schoppen hadden ze Willem met een mes in de pols gestoken, dreigden ze zijn keel open te snijden en hadden ze een koord om de nek strak getrokken, zo strak dat Willem niet alleen dacht, maar ook voelde dat het over en uit was.
Wessel: ‘Klopt. We hebben hem flink toegetakeld.’

En dan is het even na drieën.
Buiten de orde om zeggen de rechters dat ze even willen bekijken hoe buiten de buien erbij hangen.
Er is nog meer ijzel op komst en iedereen moet veilig thuis kunnen komen.
Nog altijd code rood?
De rechters besluiten de strafzaak stil te leggen om ergens later dit jaar verder te gaan.

Ho, zegt de advocaat van Wessel: ‘Probleem.’
Wessel zit nog tot 31 januari in de tbs.
Daarna moet hij de kliniek verlaten, dan is hij klaar.
Maar hij heeft niks, hij zal op straat belanden en dakloos verder moeten leven.
Komt bij dat Wessel zelf liever gewoon tbs’er wil blijven.

Weer wordt praktisch nagedacht.
De rechters stellen voor om aanstaande maandag verder te gaan met Wessel.
De twee medeverdachten kunnen gerust later dit jaar.
Mocht de officier van justitie maandag een nieuwe tbs eisen (is de verwachting) dan kan de rechtbank nog voor de 31ste uitspraak doen.
Kan Wessel mooi blijven zitten waar hij zit.

Zo moet het niet, maar de oplossing is efficiënt en toepasbaar.

En dan was er op die eerste zittingsdag van het nieuwe jaar ook nog de 20-jarige Maron.
Hij wordt verdacht van een serie van 25 serieuze woninginbraken, gepleegd in 2014 in vooral Sappemeer, Hoogezand en Zuidlaren.
Begin 2015 werden Maron en vijf van zijn kompanen gearresteerd.
De medeverdachten zijn al eerder op vrije voeten gesteld, want de inhoudelijke behandeling van de strafzaak laat nogal op zich wachten.
In maart – dat is dus ruim een jaar na de arrestaties – moeten nog getuigen worden gehoord.
Pas daarna wordt een datum bepaald waarop de verdachten zich moeten komen verantwoorden.

De rechters zeggen tegen Maron dat ze flink hebben zitten rekenen en uiteindelijk tot een conclusie zijn gekomen.
Ze zeggen: ‘Uw tijd zit erop. U mag naar huis.’
De rechters hebben uitgerekend dat de straf die Maron uiteindelijk zal krijgen niet langer zal duren dan de tijd die hij nu al heeft vastgezeten.
En als dat zo is, dan wil de wet dat het mooi genoeg is geweest.

Niets kan sneller bewegen dan het licht, sprak Albert Einstein.
En waarom kan dat niet?
Albert Einstein: ‘Omdat anders oorzaak en gevolg verwisseld raken.’

In zittingszaal 14 heerst de orde van het recht, maar in de praktijk kun je met het vaste stramien alle kanten op.
Twee opgelegde straffen tegelijk kan, want eentje wordt toch niet uitgevoerd.
Moet ik weg?
Doe dan nog maar een tbs.
Of – geval Maron – dat je eerst je straf uitzit en dat pas daarna het strafproces volgt.
Eerst de uitslag, daarna de wedstrijd.

In de rechtszaal kunnen de vaste elementen sneller bewegen dan het licht.
Of dat geen mooi begin is van een nieuw jaar.

Rob Zijlstra

update – 11 januari 2016 – vervolg
Het Openbaar Ministerie heeft – zoals de verwachting was – tbs met dwangverpleging geëist tegen Wessel. De rechtbank doet op 25 januari uitspraak. Dat is een paar dagen voor de afloop van de gemaximeerde tbs van vier jaar die Wessel aan de broek had hangen. De nieuwe tbs is niet gemaximeerd. De officier van justitie zei dat Wessel daarom een ongewisse toekomst tegemoet gaat.

update – 25 januari 2016 – uitspraak
Wessel is – geen verrassing – veroordeeld tot tbs met dwangverpleging zonder einddatum.

Loodzware ballonnen

Schermafbeelding 2015-10-03 om 10.45.33Ik schreef dat Bram geen taartjes had meegenomen naar de rechtszaal, waar geen kleurrijke slingers en ballonnen hingen en dat de rechters ook niet voor een keertje gingen staan om hem in hun armen te sluiten, dan toch op z’n minst stevig zijn hand te drukken.
Bram zat 25 jaar in het vak en kondigde in de rechtszaal aan dat het mooi was geweest.
Nooit, maar dan ook nooit zouden ze hem weerzien.
Het besluit met de criminaliteit te stoppen was niet genomen tijdens de cursus ‘christelijk geloven’ die hij volgde.
De ware reden: Bram was zo vreselijk moe.
Het drugsverslaafde lichaam was doodop van een kwart eeuw jachtig leven op straat.

De rechters zeiden niet ‘nou Bram, heel veel succes en we gaan je missen na al die jaren’.
Wat werd uitgesproken was de strafmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders), bedacht voor veelplegers als Bram: isd is twee jaar met hulpverleners achter de tralies.

Deze week zat Bram er weer.
’t Is mislukt.
Had hij de vorige keer een partij moerdoppen gestolen bij de Praxis, ditmaal moest hij zich verantwoorden voor de diefstal van vier flessen Robijn (wasmiddel) bij de Coop en tien pakken koffie bij de Jumbo in Groningen.

Bram is begin dit jaar 50 geworden en nog altijd is hij onverminderd moe.
Niet alleen van het leven, maar hij is inmiddels ook moe van de hulpverlening.
Alles wat het hulpgilde de voorbije dertig jaar heeft bedacht de wereld te verbeteren, is op Bram losgelaten.
’t Hielp niets.

Bram heeft ook niet veel tekst meer.
Hij kent de rechterlijke riedels.
Laat hem maar weer twee jaar zitten, laat hem dan wel een beetje met rust en, als het even kan, wil hij ook graag zijn methadon blijven gebruiken.
Zo zal het gaan.
De officier van justitie eiste voor de vierde keer in acht jaar tijd de twee jaar durende isd-maatregel en de rechtbank zal die over twee weken opleggen.

Wat Bram is, probeert Nick (25) te worden.
Hij gebruikt heroïne en cocaïne en heeft ter financiering tachtig tot honderd euro per dag nodig.
Dat is dagelijks een loodzware opgave want hij heeft ook veel schulden.
Op een dag van hoge nood pikte hij de mobiele telefoon van zijn 16-jarige zus.
Hij verpatste het toestel voor een paar tientjes.
Tegen de rechters: ’t Klopt helemaal. Ik heb er natuurlijk wel spijt van.’

In de rechtszaal zit ook Nick’s moeder.
Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat Nick toch haar zoon blijft.
Namens haar dochter heeft ze wel een schadeclaim ingediend.
Droef: ’Ik heb hem zo vaak de hand boven het hoofd gehouden, maar dat kan ik niet meer.’

Nick had een tijdje in het metaal gezeten.
Van de daken van het winkelcentrum en de scholen in Hoogezand had hij lood gestolen.
De schade bij het winkelcentrum alleen al bedroeg 14.000 euro.
Lood stelen is zwaar werk.
Zo heel raar was het dus niet dat hij na de nachtelijke arbeid even was gaan rusten.
De volgende ochtend hadden ze hem slapend aangetroffen in het struikgewas bij de basisschool Het Ruimteschip (aan de Astronautenlaan).
Naast hem honderd kilo lood.

Ook daar heeft hij natuurlijk spijt van.
De man van het winkelcentrum die de schade komt verhalen (2500 euro eigen risico) zegt tegen de rechters dat hij naar de rechtbank is gegaan met het idee heel boos te zullen worden op de verdachte.
‘Maar ik zie een man die tussen wal en schip is gevallen. Ik wens hem heel veel sterkte en ik hoop dat hij het redt.’

Moeder slaat van schrik de handen voor haar mond en begint te huilen.
De winkelman troost haar.
Nick ruikt zijn kans en zegt dat hij nog wel een tip heeft voor de winkeliers: ‘Draai alle hekken eens op slot, dan kan ik ook niet binnenkomen.’

Na de strafzaak wordt Nick teruggebracht naar de psychiatrische kliniek waar hij momenteel verblijft en waar hij – mocht de rechtbank de strafeis van 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met voorwaarden overnemen – nog wel anderhalf jaar zoet is met de hulpverleners.

Dan stuitert de 30-jarige Patricia met een luid ‘hallo’ de rechtszaal binnen.
De diefstal van de telefoon en een armband bekent ze.
Geen probleem.
Nee, de portemonnee uit de kerk toen het koor zong niet.
Zeker weten van niet.

Rechters: En de diefstal van de telefoon uit het Vrijdag Theater?
Patricia: ‘Heb ik niet gedaan.’
Rechters: ‘Goed, dan gaan we de beelden bekijken.’
Patricia: ‘Ik heb het wel gedaan.’
Rechters: ‘Mooi, dan hoeven we de beelden ook niet te bekijken.’

Patricia is eigenlijk als Bram, alleen is zij – veel jonger – nog vol levenslust.
Voordat het proces goed en wel is begonnen, roept Patricia: ‘Luister, we kunnen hier natuurlijk een hele discussie aangaan. Maar kijk, voor mij ligt het gemakkelijk. Geef me alsjeblieft isd. Klaar.’

De rechters zijn een beetje beduusd.
Zo werkt het natuurlijk niet.
De rechters willen eerst de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd zorgvuldig bespreken, daarna willen ze praten over de persoonlijke omstandigheden en dan moet de officier van justitie er nog iets van vinden.

Praktische Patricia: ‘Toe nou mevrouw de rechter. U heeft mij al zo vaak veroordeeld. Ik ben hier zo vaak geweest. Het heeft geen zin. Straks geven jullie me een jaar of zo. Daar heb ik dan weer schijt aan. Dus. Geef me isd. Ik weet dat er een plekje vrij is, kan ik morgen aan de slag.’

De rechters: ‘Maar…’
Patricia die nu haar geduld begint te verliezen: ‘Ik ben gebruiker, jullie zijn rechters. Jullie begrijpen het niet. Ik heb hulp nodig in mijn kop. Als ik nu weer buiten kom, denk ik alleen maar aan geld, geld, geld. Dan gaat het weer fout.’

De officier van justitie zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.
Normaal gesproken vrezen veelplegers de isd.
Hij wikt en weegt.
Zegt dan: ‘Ik eis isd.’
Om praatjes achteraf te voorkomen: ‘Dat had ik ook geëist als verdachte het niet zou willen.’

Tja, zeggen de rechters op hun beurt: ‘Normaal doen wij altijd twee weken later uitspraak. Maar nu u zo aandringt veroordelen wij u tot de maatregel isd, 2 jaar.’

Patricia is blij.
Ze zou slingers en ballonnen willen ophangen, of haar rechters even in haar armen sluiten voor een knuffel.
In grote tevredenheid verlaat ze zittingszaal 14 en roept: ’Bedankt mensen. Doei.’

Rob Zijlstra

uitspraken Bram en Nick op 12 en 15 oktober

Vergeten herinneringen

‘’Misschien heb ik als gevolg van
verkeerde beslissingen
onbewust een paar vage dingen gedaan

juwelierIn de zalen van het strafrecht wordt veel vergeten.
Er zijn verdachten die zich niets kunnen herinneren, maar wel zeker weten dat ze het niet hebben gedaan.
Rechters plachten in zo’n geval te zeggen: ‘Dat kan niet. Of u weet het niet meer of u hebt het niet gedaan. Dat zijn twee verschillende dingen.’
Verdachten zwijgen dan maar liever.

Dat geldt niet voor Tony.
Hij weet dondersgoed dat hij het niet heeft gedaan.
Tony is een trouwe bezoeker van zittingszaal 14.
Hij werd 36 jaar geleden geboren in Los Angeles, Amerika.
Hij deed dat op de dag dat in Groningen feest werd gevierd vanwege het Groningens Ontzet.
Het lot bracht hem in Hoogezand, Nederland.
Dat is bepaald geen feest geworden.

Opgeteld bracht Tony hier meer dan tien jaar van zijn leven in gevangenissen door.
Was hij vrij, dan zwierf hij door straten en over wegen.
Tony heeft een specialiteit: inbreken in scholen.
Bedrijven doet hij ook, maar nooit een woning.
Ook een inbreker heeft principes.

Tony’s staat van dienst maakt dat zijn ontkenningen er niet geloofwaardiger op worden.
Goed, de officier van justitie twijfelt of hij het was die in oktober vorig jaar Domino’s Pizza in Hoogezand binnen klauterde en er vandoor ging met 360 euro.
Tony zegt tuurlijk niet.
De eis luidt vrijspraak, want de twijfel is in zijn voordeel.
Die toestand van onzekerheid is er niet over de kraak in de Sint Gerardus Majellaschool, een dag eerder, ook in Hoogezand.
De officier van justitie zegt dat in de school bloed is aangetroffen met – jawel – een DNA-profiel dat overeenkomt met dat van Tony.
Politieagenten kennen zijn DNA uit het hoofd.

Tony heeft een verklaring.
Hij was er met dertig vrienden aan het voetballen, kinkelde met zijn lederen Adidas een ruit in en weg was de bal.
Vertelt: ‘Ik wilde mijn bal terug. Met een steen heb ik het gat wat groter gemaakt en toen ben ik er doorheen gekropen. Ik ben dus wel binnen geweest. Maar anderen ook.’

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.29.26De buit: de afstandsbediening voor de zonwering.
Tony: ‘Niet mijn ding. Er stonden daar computers, laptops, ipads. Die staan er nu nog. Ik ga toch niet inbreken om een afstandsbediening te stelen?’
Daar heeft hij wel een punt.

Maar de aanklager zegt dat het niet uitmaakt.
Er is iets gestolen, er is iets weg.
Dus punt uit.
Zij wil Tony nu twee jaar opsluiten in een hok dat speciaal voor veelplegers is gebouwd.
Accepteert hij hulp, dan mag hij er af en toe uit, wil hij niets dan blijft de deur gesloten.
Veelplegers kennen de maatregel (isd) en vrezen die.
Tony noemt de isd-eis hartverscheurend.
Hij werpt nog tegen dat alles wat er in gevangenissen te leren valt, hij al heeft geleerd.
Dus heel zinvol lijkt het hem niet, zo’n lang verblijf.

Dan Aziz, 20 jaar, net als Tony een veelpleger, maar dan te Utrecht.
Hij heeft een 16-pagina’s tellend strafblad wat gezien zijn jonge leeftijd welhaast onmogelijk is.
Anders dan Tony weet Aziz het allemaal niet meer, hij kan zich niets herinneren, ja dat hij in elkaar is geslagen en zo, maar verder weet hij het echt niet.
Wel dat hij veel whisky had gedronken.
Hoeveel?
Geen idee.
Maar hij heeft het niet gedaan.
Of kan hij het zich niet herinneren?
Misschien is dat het, zeg het maar.

Agenten vertelden hem toen hij wakker werd in een politiecel waar hij van werd verdacht.
Tegen de rechters: ‘Misschien heb ik als gevolg van verkeerde beslissingen onbewust een paar vage dingen gedaan.’

De rechters vragen: ‘U bent gearresteerd in de gangkast van de buren. Wat deed u daar op blote voeten?
Aziz: ‘Als ik eraan terugdenk krijg ik weer kippenvel.’
Rechters: ‘Aha. Waar denkt u dan aan terug?
Aziz: ‘Dat weet ik niet meer.’

Er is tussen zijn oren gesnuffeld en de deskundigen hebben geen kronkels kunnen waarnemen.
Aziz is een jongeman met een gemiddelde intelligentie die volgens zijn advocaat (‘ik ken hem al heel lang’) nog veel van het leven kan maken.

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.04.42Ook van Aziz is bloed gevonden, uitgerekend in de leeggeroofde etalage van de juwelier in de binnenstad van Groningen.
Het ijzeren hekwerk was aan stukken geflexed, het kogelwerende glas werd met een moker ingeslagen.
Dat gebeurde in de vroege ochtend waardoor de halve binnenstad wakker was geworden.
Wie toch bleef doorslapen werd een uurtje later wel gewekt door het kabaal van een politiehelikopter die de lucht was ingestuurd om de daders op te sporen.

Aziz woonde net twee weken bij zijn vriendin in de smalle steeg naast de juwelier.
Op een avond – vertelt hij – waren daar mannen die eerst aardig deden maar hem in de vroege ochtend in elkaar sloegen.
Ze hadden ook een ijzeren pistool.
Rechters: ‘Dat weet u dus nog?’
Aziz: ‘Vaag.’
Hij denkt dat hij kort daarna het bewustzijn heeft verloren.
Merkt op: ‘Ik kon mij denk ik niet aan de situatie onttrekken.’

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.28.27De politie was snel ter plaatse, maar de daders waren nog sneller gevlogen.
Een politiehond die goed kan ruiken bracht de agenten naar de woning van de vrouw bij wie Aziz was ingetrokken.
Daar stond een flex.
Achter de wasmachine lag een zware moker.
De deur naar het balkon stond open.
Agenten zagen vanaf het balkon nog een deur openstaan, van een andere woning, die van de buren.
Ze gingen naar binnen en daar vonden ze uiteindelijk, op blote voeten en verstopt in een gangkast, de man die in dit verhaal Aziz heet.

Aziz: ‘Wat ik daar deed? Ik had echt heel veel gedronken. Het is best wel een zwart gat voor mij.’

De buit had (heeft) een verkoopwaarde van ruim 20.000 euro en is niet teruggevonden.
De politie van Groningen zocht in Utrecht op grond van aanwijzingen, maar zonder resultaat.
Een broer van Aziz zou er bij betrokken zijn.
Maar welke?
Hij heeft er zes.
De politie is niet door blijven zoeken.
Bedrijfsinbraken kennen een lagere prioriteit dan woninginbraken waar er te veel van zijn.

De officier van justitie eist twaalf maanden celstraf, waarvan er vier voorwaardelijk mogen.

Aziz: ‘Tja.’

Hij vindt het allemaal heel spijtig.
Hij heeft ook spijt.
Zegt: ‘Uiteindelijk zijn we allemaal verliezers.’

In diezelfde stoel zit drie uur later Tony zijn laatste woord uit te spreken.
Iets minder filosofisch, maar toch ook opmerkelijk.
Want ondanks zijn ontkenning dat hij het heeft gedaan, zegt hij: ‘Ik wil mijn excuses aanbieden aan de school.’

Dus toch?

Rob Zijlstra

uitspraken op 26 februari

Ontkenningsfase

Schermafbeelding 2014-05-21 om 16.58.48Nog geen jaar geleden zei veelpleger Bram (42 jaar, waarvan hij er meer dan tien in de gevangenis doorbracht) tegen de rechters dat al zijn problemen waren opgelost.
Hij straalde.
Eindelijk na zoveel jaren drugsellende.
De rechters vroegen, op hun hoede:’Hoe dat zo?’
Bram had geantwoord: ‘Ik heb een vriendin.’
Alles zou daarom goed komen.

Maar alles kwam niet goed.
Bram staat weer terecht, voor de zoveelste keer.
Toen hij werd opgepakt, was hij nog maar een paar dagen vrij.
Zo gaat dat met Bram al 24 jaar achtereen.
Hij drinkt flessen sterke drank in winkels leeg en in andere winkels, zoals de Mediamarkt, glijden de spullen vanaf de schappen zo zijn zakken in.
Nee niet goed, dat hoef je hem echt niet te vertellen.
Maar een mens die leeft, moet eten.

De vriendin van toen, toen de reddende engel, heeft hij nog steeds.
De verdenking van nu is onder meer dat hij haar heeft bedreigd.
Hij had gedreigd haar ‘strot door te snijden’ en haar huis (dat nu ook de zijne is) in brand te steken.
Diepe zucht.
Zegt: ‘Luister. Ik kwam thuis en kon er niet in. Ik heb vijftien jaar op straat geleefd. Dan heb je eindelijk een huis en dan kun je niet naar binnen. Dat is flink balen. Ik was gefrustreerd. Maar we zijn nog steeds bij elkaar.’

Hij had ook met met list en bedrog bij iemand een tientje uit de portemonnee gepraat.
En hij had voor heel even een auto van een wildvreemde mogen lenen en die niet teruggebracht.
Oplichting, zegt de officier van justitie.
Bram is wereldkampioen babbels verkopen.
Dat kan hij aan de ene kan goed, maar aan de andere kant brengt het hem keer op keer in het gevang.
Hij ontkent het niet.
Zegt: ‘Ik ben op een leeftijd gekomen dat er geen ontkenningsfase meer is.’

Hij heeft een brief geschreven.
Die moeten de rechters lezen en dan zullen ze alles begrijpen en hem zonder twijfel vrijspreken.
En als hij dan wat hulp er bij kan krijgen, komt alles goed.
Een van de rechters zucht ook en merkt op: ‘Hoe vaak zijn we elkaar hier wel niet tegengekomen?’
Bram maakt met zijn hand een wegwerpgebaar: ‘Nee, hier heb ik geen zin in. Lees eerst die brief nou maar eens, het is een motivatiebrief.’

De rechters doen wat Bram vraagt en laten daarna weten niet erg onder de indruk te zijn van zijn schrijfsel.
Even was er de hoop dat Bram ergens wat licht had gezien, de hand in eigen boezem had gestoken en had besloten gemotiveerd een nieuw levenspad te gaan bewandelen.
Maar in de brief ging Bram vooral tekeer tegen zijn vriendin die nog geen jaar geleden ervoor zou zorgen dat alles goed zou komen.

De officier van justitie eist de straf die bedacht is voor mannen als Bram: de veelplegersmaatregel isd.
Dat betekent twee jaar achter de tralies, maar met de nadruk op hulpverlening.
Op hulp die al een kwart eeuw niets bij Bram heeft uitgehaald.

Rob Zijlstra

uitspraak over twee weken

Het dwaalspoor

ambonNee hè. Niet hij weer.
Maar als hij de rechtszaal betreedt, is er geen twijfel mogelijk: ’t is onmiskenbaar Bram. De praatjesmaker, de boef.
Bram de sportman pur sang.
Vijf jaar geleden overhandigde hij in zittingszaal 14 aan de rechters een brief.
Op acht handgeschreven velletjes papier legde hij uit waarom hij zijn leven zou beteren en wat aan dat goede voornemen ten grondslag lag: de marathon van Rotterdam.

Na die 42 kilometer zou alles goed met hem komen.
Maar volgens de hulpverleners die hem al twintig jaar kennen, heeft hij nog een lange weg te gaan.

In 2006 werd Bram veroordeeld wegens een poging tot zware mishandeling in het daklozencircuit: tien maanden celstraf.
In 2009 kreeg hij de veelplegersmaatregel isd (twee jaar in de gevangenis) opgelegd vanwege het leegdrinken van een fles Pisang Ambon in de Albert Heijn en – daaropvolgend – een poging een Playstation te stelen bij de Mediamarkt.
In 2012 – net vrij – wilde het Openbaar Ministerie hem nogmaals twee jaar ’isd’ opleggen wegens een gevalletje van oplichting.
De rechtbank trapte er al dan niet in en legde negen maanden celstraf op waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Op 17 april dit jaar kwam Bram met zijn cocaïneverslaving op vrije voeten.
Het duurde maar even en hij zat weer op het politiebureau.
Hij had een paar blikjes bier gestolen bij de Jumbo in de Euroborg.
En kroketbroodjes.
En een bak met ijs.

De rechters vragen aan hem: ’Klopt dat?’
Bram: ’Klopt.’
Rechters: ’Hoe kwam dat zo?’
Bram: ’Ik had een huisvestingsprobleem. Was gefrustreerd, reageerde wat impulsief, ’t gleed zo de tas in.’

In 2009 zeiden de rechters tegen hem: ’U bent 37 jaar. Al zestien jaar lang heeft u problemen met politie en justitie. Van die zestien jaren heeft u er tien in de gevangenis gezeten. U bent een maatschappelijk probleem (…).
Nu, vijf jaar verder, lijkt er aan het mislukte rotleven van Bram weinig veranderd.

Hij is nog altijd een sportman pur sang – dat zei hij in 2009 en dat herhaalde hij deze week.
Nog steeds gieren de goede bedoelingen door het magere lijf en is er de chaos in de kop als hij geen alcohol drinkt.
De cocaïne sloopt ondertussen ongestoord verder.

Bram ziet het anders.
Tegen de rechters: ’Eigenlijk heb ik geen probleem. Een alcoholprobleem zoals jullie zeggen? Nee. Ik drink wel eens een biertje, maar altijd verspreid over de dag. Ik heb tien jaar op straat gelopen, ik had een huisvestingsprobleem. Maar dat probleem is nu opgelost.’

Hij vervolgt, steeds enthousiaster: ’Ik heb er wel slechter voor gestaan. Een stukje begeleiding, dat kan ik wel hebben. En ik heb een paar corrigerende tikjes nodig als ik op het dwaalspoor beland… Maar verder?’

De rechters vragen waarom het hem ditmaal wel zal lukken?
Bram, glunderend: ’Ik heb een vriendin. Zij heeft een huis in Emmen. Ik heb dus geen huisvestingsprobleem meer.’

In 2009 meldde de reclassering aan de rechtbank dat Bram zijn laatste kans had verspeeld.
Alle hulp die hij de afgelopen jaren aangeboden had gekregen, was op niets uitgelopen. Bram heeft, zei de reclassering, wel een reële kijk op de wereld, maar hij is niet in staat de juiste keuzes te maken.
Nu – in 2013 – zegt de reclassering: ’Zijn motivatie is goed en oprecht. Maar wat wij ook doen, hij haakt op het laatst altijd weer af. De enige mogelijkheid die wij zien is nogmaals een langdurige en gedwongen behandeling. En dat kan wat ons betreft alleen binnen een isd-tracject van twee jaar.’

Bram, wanhopig : ’Maar we houden van elkaar. Ik zou een isd verschrikkelijk vinden want dan ben ik haar twee jaar kwijt. Ik weet niet of ik dat wel aankan.’

Bram’s liefde zit achter in de zaal.
Af en toe draait hij zich om en werpt haar lieve blikken toe.
Hij zegt: ’Ik moet hier een kans mee verdienen.’
De liefde, twintig lentes jong, staat onder begeleiding van de hulpverlening.

Rechters: ’Hoe komt u er bij dat u bij haar mag intrekken?’
Dat heeft ze aangeboden.
Rechters: ’Heeft zij u ook opgezocht in de gevangenis?’
Dat heeft ze niet, want ze heeft veertig graden koorts gehad.
Rechters: ’Is uw relatie belangrijk omdat ze u een woning verschaft?
Oh nee, zo moeten de rechters het niet zien.

De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Bram’s wereld sodemietert in elkaar.

Maar dan.
Dan is daar Lidewij Wachters, de advocaat.
Zij zegt dat de rechtbank de isd-maatregel helemaal niet kan opleggen want er wordt niet voldaan aan de criteria.
Die zijn dat tegen een verdachte ten minste tien processen-verbaal in de voorbije vijf jaar moeten zijn opgemaakt in verband met strafbare feiten.
En de advocaat telt er maar negen.

Terwijl Bram met wapperende handen sussende gebaren maakt richting de liefde, rommelt de officier van justitie in haar papieren.
Na even zegt ze: ’De advocaat heeft gelijk. De isd kan helemaal niet worden opgelegd. Ik eis 82 dagen celstraf – dat is de tijd die verdachte al vastzit – wegens de diefstal van blikjes bier en kroketbroodjes.’

Bram danst in blijde verwachting de dans te ontspringen de rechtszaal uit.

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 12 september 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan. Bram kan niet naar de isd, zoals de advocaat al bepleitte. Voor de diefstal heeft hij twee maanden celstraf gekregen, niet toevallig de tijd die Bram al heeft gezeten. Hij mocht kort nadat uitspraak was gedaan de gevangenis met zijn goede voornemens en vlinders in de buik verlaten.  Zet’m op Bram.

Het straattheater

Mark en Henk zijn jongens van de straat.
Misschien kennen ze elkaar wel.
Zijn het gabbers of hebben ze ruzie.
Of beide. Wat ze in ieder geval gemeen hebben is dat ze deze week terecht moesten staan in verband met diefstal.

Henk zou een zak drop hebben gestolen.
Mark blikjes bier.

Voor de jongens van de straat gelden andere wetten.
Omdat ze de klappen van de zweep kennen en altijd de schijn tegen hebben.
De zak drop kost Henk een half jaar gevangenisstraf.
Mark moet zeven maanden de bak in.

Voor drop en een paar blikjes bier?

Mark is 42 jaar. Daarvan is hij er ruim dertig jaar verslaafd, een hele prestatie wanneer je bedenkt dat hij een aanzienlijk deel van zijn leven achter de tralies heeft doorgebracht.
In 2005 kreeg hij al eens ISD opgelegd, de veelplegersmaatregel die twee jaar opsluiting betekent.
Dat was voor een poging een fiets te stelen.

Mark deed bijna vijf jaar over die twee jaar.
Dat kan helemaal niet, maar in zijn geval ging het wel zo.
Niet dat het iets heeft geholpen.

Bij de C1000 had hij een paar blikjes bier gepakt en was daarmee zonder te betalen de winkel uit gelopen.
Camera’s registreerden het.
Tegen de politierechter zegt Mark: ‘Ik ben me er niet van bewust.’
Eigenlijk lijkt het hem ook sterk: ‘Volgens mij heb ik een ontzegging voor de C1000. Mag ik er niet in.’

De politierechter zegt dat hij wel heel erg lijkt op de man die door de camera’s is vastgelegd.
Mark oppert dat het ook iemand anders kan zijn.
Zegt: ‘Ik bedoel maar, wat is waar?’
Politierechter: ‘Eigenlijk is er geen twijfel mogelijk.’
Mark: ‘In dat geval moet je je eigen conclusies maar trekken. Die kan ik niet voor je invullen.’

Op een tijdelijk verblijf in de ruimte na, is alles geprobeerd om Mark op het rechte pad te krijgen.
De politierechter vraagt aan hem: ‘Nooit eens gedacht, nu ga ik het doen, vanaf nu moet het anders?’
Mark: ‘Ho, ho. Zoiets gaat niet één, twee, drie hoor. En verder kan ik er niet veel over zeggen.’
Politierechter: ‘Er hangt een sfeer van uitzichtloosheid om u heen.’
Mark: ‘Ach, toe maar. Ik ben achttien maanden buiten geweest en dit wordt pas mijn derde veroordeling. Ik vind het wel meevallen. Ik bedoel maar, wat is hopeloos?’

De reclassering geeft nooit op en adviseert een klinische opname voor maximaal achttien maanden.
Mark: ‘Ik heb me wel vaker opgeofferd, maar achttien maanden duurt me te lang.’

De officier van justitie zegt dat hij Mark nog wel kent uit de tijd dat hij in de gevangenis werkte, in de jaren tachtig.
Begeleiding door de reclassering ziet de aanklager niet zitten.
Zegt: ‘Zonde van het geld.’
Hij eist vier maanden celstraf. Plus de zes maanden die hem als gevolg van eerdere veroordelingen nog boven het hoofd hingen.
Maakt opgeteld tien.

De politierechter kan zich er grotendeels in vinden.
Zegt: ‘Ik realiseer me dat het niet gemakkelijk is om ineens een brave burger te worden. Maar wij kunnen niet rekening blijven houden met uw omstandigheden. Daar komt een keer een einde aan. De middenstand heeft last van u. Ik veroordeel u tot zeven maanden gevangenisstraf.

Mark: ‘Okay dan.’

Hij maakt plaats voor Henk die gehaast de rechtszaal binnenloopt.
Zegt: ‘Ik loop altijd snel.’
Hij heeft een zak drop gestolen bij de Jumbo.
Ook hier camera’s.
Toen hij werd aangehouden, had hij een paar gram cocaïne op zak.
Bij het station had hij geprobeerd een fiets te stelen.

Henk ontkent.

Hij zegt dat het een complot is van de Jumbo.
Hij legt uit dat hij vaak op het plein staat, voor de Jumbo.
Daar vertelt hij moppen aan het winkelend publiek.
Of doet hij raadsels.
Tegen de politierechter: ‘Ik bedel dus niet, maar val onder het straattheater. De Jumbo kan mij om die reden niet wegsturen. Dat willen ze wel. Daarom proberen ze me op deze manier te pakken.’

En die fiets dan?
Henk: ‘Dat was mijn eigen gestolen fiets. Ik was mijn sleuteltje kwijt, want ik ben altijd van alles kwijt. Dus dan moet ik het slot openbreken. Word ik aangehouden, fiets in beslag genomen, moet ik weer een nieuwe aanschaffen. Cirkeltje rond.’

En nu hij toch bezig is, of de officier van justitie wel weet dat die junkies de markt verpesten, dat die junkies van tegenwoordig fietsen op straat aanbieden voor twee euro. Waar zijn we mee bezig?
Klaagt: ‘Een tientje krijg je er niet meer voor.’

De officier van justitie wekt niet de indruk dat hij daar werk van zal maken.
Henk kan wel meer vertellen.
‘Altijd van alles kwijt. Ja, ja. Je moet je afvragen of hij niet zijn verstand is verloren.’

Over die zak drop die hij niet heeft gestolen, zegt de officier van justitie: ‘Die zak zat wel in zijn tas.’
Henk over die fiets die hij niet heeft gestolen: ‘Ik wil nog wel even gezegd hebben dat ik helemaal geen gereedschap bij me had.’
Ra ra, hoe kan dat?

De officier van justitie: ‘Afstraffen. Met opgeteld zes maanden gevangenisstraf.’

De politierechter hoeft niet lang na te denken.
‘U leeft zoals u leven wilt en dat respecteer ik. Maar u bent volstrekt ongeloofwaardig en zorgt voor overlast. U moet zes maanden zitten.’

Henk staat op, schudt met het hoofd (zo veel onbegrip) en verlaat, haastig nu het nog kan, de rechtszaal.

Rob Zijlstra

De laatste keer

Bram had geen taartjes meegenomen naar de rechtszaal.
De bode had niet voor koffie gezorgd ter opluistering van de feestelijkheden.
En de rechters kwamen ook niet achter hun tafel vandaan om Bram in de armen te sluiten en te feliciteren.
Laat staan dat er slingers en ballonnen in zittingszaal 14 waren opgehangen.

Had wel gekund.

Bram heeft namelijk aangekondigd dat dit de laatste keer is dat hij als verdachte terechtstaat.
Bram kapt er mee, hij heeft het gehad met zijn leven als crimineel.

De rechters hadden in het dossier zoiets gelezen.
Ze zeggen: ‘U bent er gewoon zat van hè?’
Bram beaamt dat: ‘Helemaal.’

Het strafbare feit waarvoor Bram terecht moet staan is in dertig seconden behandeld.
Op 15 augustus dit jaar krijgt de politie een telefoontje van bouwmarkt Karwei in Groningen.
Medewerkers hebben een winkeldief betrapt en overmeesterd.
Of de politie de dief even kan komen halen?
Op het bureau geeft Bram toe dat hij een slagmoermachine en een partij moerdoppen had gejat.

Rechters: ‘En u blijft vandaag bij die verklaring?’
Bram: ‘Ja.’
Rechters: ‘U erkent het feit dus. Dat is mooi. Dan kunnen we het nu over u en uw persoonlijke omstandigheden hebben.’

Bram is moe.
Niet een beetje, of een beetje veel moe, maar hij is moe in de overtreffende trap.
Een jaar of 25 geleden – hij is nu 46 jaar – ging het mis.
De drugs kregen hem in de greep om niet meer los te laten.
Een van de gevolgen was dat hij nu al bijna een kwart eeuw ‘justitiecontacten’ heeft.
Zo zeggen ze dat.

Een flink deel van die jaren zat hij achter de tralies dan wel in klinieken waar werd geprobeerd hem uit de klauwen van het drugsmonster te bevrijden.
Altijd tevergeefs.
Ze zeggen dan dat alle interventies zijn mislukt.

De rechters: ‘Recidive is bij u een patroon geworden.’
Bram ontkent het niet. Het is zo.

Dat hij nu zo vreselijk moe is, is wel te begrijpen.
Wij kunnen allerlei lelijke dingen roepen over onze junkies, maar niet dat ze lui zijn.
Wie verslaafd is, leidt een jachtig bestaan en moet keihard werken.

Veel van wat los en vast zit, heeft Bram wel eens gestolen of geprobeerd te stelen.
Tien jaar geleden hield hij zich al bezig met benzinediefstallen.
Maar ook cosmetica (veel deodorant) en vleespakketten in supermarkten waren door de jaren heen zijn ding.
Af en toe een huurauto.
In 2007 stond hij terecht voor het stelen van vijf blikken oesters bij de Edah.
Een jaar later voor dure schuur- en schaafmachines in de Hornbach.

Hij kreeg uiteenlopende celstraffen opgelegd en als actief veelpleger werd hem in december 2008 ten einde raad de maatregel isd opgelegd, de twee jaar durende interventie voor hardnekkige veelpleegmannen als Bram.

Een paar jaar geleden noemde een officier van justitie hem nog een iwab (‘ik weet alles beter’).
Maar deze week vertelde de reclasseringsmedewerkster dat Bram opener is geworden.
Nog mooier, zo rapporteerde ze aan de rechtbank, is dat Bram in zijn drugsgebruik wel steeds een terugval heeft, maar dat de periode dat het goed gaat ook steeds langer wordt.
Het gaat steeds langer goed.

Zelf zegt Bram dat hij altijd in Groningen is blijven hangen.
Niet goed, want met altijd dezelfde foute jongens.
Nu wil hij naar Dordrecht, naar De Hoop, een hulpverleningsinstelling waar niets mag: geen sigaretten, geen alcohol, geen drugs.
Alle andere plekken, denkt Bram te weten, zijn voor hem gedoemd te mislukken.

Hij beseft wat de officier van justitie in petto heeft: een nieuwe isd-maatregel van twee jaar.
De maatregel is onder veelplegers berucht.
Niemand wil die.
Maar Bram zegt dat hij er positief tegenover staat.

De rechters: ‘Dan moet u wel erg lang zitten voor een eenvoudige winkeldiefstal.’
Bram knikt.
Maar als hem binnen de isd (een aparte afdeling in gevangenis De Grittenborg, Hoogeveen) de leefstijltrainingen en het toewerken naar duale momenten bespaard kunnen blijven, dan wil hij dat wel.
Zegt: ‘Het gaat me steeds beter af, maar ik heb nog één laatste zetje nodig.’

Bram hoopt vooral dat hij met het isd-stempel zo snel mogelijk kan worden overgeplaatst naar De Hoop in Dordrecht waar niets mag.
Wanneer de reclassering dat ziet zitten, dan kan dat.
Gaat het toch mis, zegt Bram, dan kunnen ze me een time-out geven, kunnen ze me terugsturen naar Hoogeveen.
‘Het is een goede stok achter de deur.’

Bram is zich al aan het voorbereiden op zijn gewenste gang naar Dordrecht.
De Hoop is een nogal christelijke instelling en je moet je daar ook naar gedragen.
Nu heeft Bram niets met dat geloof, maar recent bezocht hij alvast een kerkdienst in de gevangenis.
En hij volgde de cursus ‘christelijk geloven’.

De reclasseringsmedewerkster: ‘De gebeden en het samen zingen, vond hij best lastig, maar we hebben alle vertrouwen in Bram.’

In drie kwartier is de slagmoermachine-zaak behandeld en heeft de officier van justitie inderdaad de isd-maatregel van twee jaar geëist.

Wanneer Bram zittingszaal 14 verlaat, gaan de rechters niet staan om te zeggen: ‘Nou Bram, jongen, ’t was ons een waar genoegen en heel veel succes. We gaan je missen na al die jaren.’

Nee, dat zeiden de rechters niet.

Rob Zijlstra


 isd-maatregel

.

UPDATE – 8 december 2011 – uitspraak
Bram krijgt zijn laatste zetje:  plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (isd) voort twee jaar. Vier maanden nadat de maatregel is aangevangen, komt er wel een toets.

Hok vol spinnen

binnenplaats De Grittenborgh - - foto: Kees van de Veen / dvhn

Het klinkt alsof de rechterlijke macht het beste met hem voor heeft.
Bert (24) uit Hoogezand wil, als het even kan, een gewone en onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Zonder gezeur van de reclassering.
Met de hulp van de reclassering heeft hij het namelijk helemaal gehad.

De rechters houden hem voor dat hij ook voordeel kan hebben bij een veroordeling tot de veelplegersmaatregel ISD.
Ze vragen: ‘Wat is de winst van een gewone gevangenisstraf boven de maatregel ISD?’

Bert kijkt nurks, maar blijft een antwoord schuldig.

De veelplegersmaatregel houdt in dat een veelplegende boef twee jaar lang met allerlei programma’s om de oren wordt geslagen. Dat begint met een verblijf in de gevangenis De Grittenborgh in Hoogeveen.
Wie meewerkt, is na twee jaar van de drugs af, heeft huisvesting en met een beetje mazzel ook wat te doen in de vorm van een baantje.
Het zijn de beste garanties om de criminaliteit vaarwel te zeggen.

Je moet er wel flink wat voor doen.
En wie niet meewerkt, zit twee jaar vast in een hok vol spinnen (bij wijze van spreken dan).

Maar zo wij de pest hebben aan veelplegers, zo hebben veelplegers de pest aan de oplossing die wij van de samenleving voor hen hebben bedacht.

Bert wil gewoon niet.
Geen ISD.
Punt uit.

Hij wil zijn verdiende straf uitzitten en dan wil hij verhuizen, dan zal hij de provincie Groningen verlaten, weg van zijn criminele vrienden.
Dat lijkt hem voor iedereen het beste.

Misschien is het wel zo dat Bert voor de zitting met Bunny (46) uit Groningen had gesproken en dat de ervaren Bunny toen had gezegd: ‘Wat ze ook willen, zorg dat je geen ISD krijgt. Zeg maar dat je wilt verhuizen of zo.’

Veelpleger Bunny was in oktober 2008 veroordeeld tot die maatregel.
Hij had toen twee laptops, een mobiele telefoon, een portemonnee met daarin 14 euro en acht vleespakketten uit de koeling bij de Aldi gestolen.
Dit laatste klopte volgens hem niet, daar hij geen vleeseter, maar een viseter is. Garnalen had hij gestolen, geen vlees.

Bunny vertelde in oktober 2008 ook aan de rechters dat hij spuugzat van zichzelf was. Hij was net vrij, had geen geld, geen huis, hij had niks.
Daarom was het misgegaan.
Maar nu, zei hij toen, wilde hij zijn leven beteren.

De reclassering adviseerde de ISD-maatregel op te leggen en Bunny had dat een uitstekend idee gevonden.
Hij zei dat hij supergemotiveerd was.
En zo geschiedde.
Een heel jaar lang was het in de gevangenis van Hoogeveen supergoed gegaan.
Zo super, dat hij al na en jaar in de resocialisatiefase zat.
Dat bleek teveel gevraagd.
Met vallen en opstaan haalde Bunny de eindstreep: op 18 november 2010 was hij weer vrij man.

Zes dagen ging het goed.
Maar op de zevende dag, op 24 november, pleegde hij een woninginbraak in Drachten, op 3 december deed hij datzelfde in Groningen, vier dagen laten jatte hij een pak Spa-fruitdrank (‘het was maar een klein pakje’) bij de Albert Heijn en op 11 februari dit jaar zat hij in een geparkeerde auto die niet van hem was.

De rechters vragen hoe het nou kon gebeuren, dat het zo snel weer misging, zo snel na de vrijlating?
Bunny: ‘Ik had geen geld, geen huis, ik had niks. Daarom.’

Rechters: ‘En nu, nu u al 46 bent?’
Bunny: ‘Middelburg, Zeeland.’

De advocaat: ‘Bunny gaat met vallen en opstaan door het leven. Wat daarbij opvalt, is dat hij wel altijd weer opstaat. En dat is toch positief.’
De officier van justitie: ‘ISD is het zwaarste dat we voor stelselmatige daders hebben en dat is bij hem mislukt. Een nieuwe ISD kan, maar dat is voor deze verdachte meer van hetzelfde. Ik eis daarom achttien maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk.’

Misschien is het ook zo dat Bunny en Bert elkaar donderdag na de zitting weer tegenkwamen, want ze zitten beide opgesloten in de gevangenis van Ter Apel.
Dat Bunny toen had gevraagd: ‘En?’
Bert: ‘Geen ISD.’

De officier van justitie had het wel willen eisen, maar het kon niet.
Dit omdat Bert nog een werkstraf heeft openstaan en daarmee voldoet hij niet aan de wettelijke criteria.
En dus eiste hij 15 maanden celstraf.
En nog eens zes maanden extra, de tenuitvoerlegging van de straf die hij bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.

Bert had het een prima eis gevonden.

Hij stond terecht omdat hij volgens het openbaar ministerie heeft ingebroken in woningen in Hoogezand en Slochteren.
De inbraak in Slochteren bekende hij, maar Hoogezand niet.
Absoluut niet, zei hij.

Het gekke is dat de spullen die uit de woning in Hoogezand zijn gestolen – oud en nieuw muntgeld en 24 dingen die zijn gerelateerd aan audio en computers – bij hem thuis zijn aangetroffen.
Bert: ‘Gekocht.’

In de woning was een schoenspoor gevonden, van een rechterschoen van het merk Converse.
Bert heeft zo’n rechterschoen van dat merk.
De technische recherche had vergelijkend onderzoek gedaan en concludeerde dat spoor en schoen met zekerheid bij elkaar passen.
De officier van justitie: ‘Ik heb het in mijn (lange –rz) loopbaan nog nooit meegemaakt dat de technische recherche een conclusie trekt met de kwalificatie met zekerheid. Dat zegt dus wel iets.’

Bert: ‘Ik leen mijn schoenen wel eens uit.’

De officier van justitie: ‘ISD was in zijn voordeel geweest.’

Rob Zijlstra

.

extra

♦  Het verhaal van Bunny in 2008
♦  Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD)

.

UPDATE – 26 mei 2011 – uitspraken
Bert en Bunny zijn beide schuldig bevonden. Bert moet 8 maanden zitten en daarna nog eens de 6 maanden die hem boven het hoofd hingen. Bunny kreeg een iets lagere straf dan de eis. Ditmaal moet hij 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk opknappen.

Scharrelaars

Over de grootste boeven worden boeken geschreven en films en documentaires gemaakt.
De scharrelaars moeten het doen met kleine stukjes in de krant.

Dat de groten in de spotlights staan en de kleinen over het hoofd worden gezien, is natuurlijk onrechtvaardig.
Want de kleine boef is wel verantwoordelijk voor het leeuwendeel van alles wat wij onder criminaliteit scharen.
Misschien wel voor meer dan negentig procent.
Zij doen er dus wel degelijk toe.

Een van hen is Johan, 31 jaar geleden geboren in Almelo, maar nu zonder vaste woon- en verblijfplaats.
Ja, hij zit vast in de gevangenis, maar dat is tijdelijk.
Johan zit al jaren tijdelijk in de gevangenis.
Hij lijkt een beetje op zo’n new kid, met stekeltjeshaar en een matje in de nek, klein snorretje.

Zijn misdaden zijn het altijd net niet.
Daarom zit hij nooit lang vast.
De medewerkster van de reclassering schetst het probleem: tijdens detentie gaat het altijd goed met hem en is hij gemotiveerd, maar eenmaal weer buiten is hij in no time terug bij af.
Hij heeft alleen criminele vrienden en moeite met lezen en schrijven.
Ook daarom.

Op 18 januari dit jaar liep een medewerker van TNT op straat post te bezorgen.
Ineens zag deze man iets geks en belde de politie.
Zei: ‘Er klopt hier iets niet.’

De postbezorger had een man langs een regenpijp omhoog zien klimmen, naar de eerste verdieping van een studentenpand in Groningen.
Hij zag hoe de klauteraar vanaf het balkon een krat bier liet zakken en hoe twee andere mannen op de grond dat aanpakten.

De politie reed – want ook niet gek – naar de dichtstbijzijnde vestiging van Albert Heijn.
En ja hoor, daar stonden drie mannen die voldeden aan de signalementen die de postbode had doorgegeven.
De klimmer en Johan met zijn broer.
Ze stonden daar bier te drinken.
Noodgedwongen, want het doel van de klimpartij langs de regenpijp was om het krat in te leveren voor statiegeld.
En dan moeten de flesjes leeg.

De officier van justitie zegt dat Johan zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal en heling.
Diefstal van het krat en heling van een flesje bier.
Immers, het flesje bier dat hij aan het leegdrinken was, was afkomstig van diefstal.

Verder werd Johan beticht van witwassen van een Merida Crossfire 8500.
Dat is een herenfiets.

Johan ontkent.
Hij zegt dat hij met verbazing had staan kijken toen zijn vriend in de regenpijp klom.
Hij had nog geprobeerd hem tegen te houden, maar tevergeefs.
Wat hij bij de Albert Heijn deed?
‘Boodschappen doen.’

Rechters: ‘Klinkt wat raar, witwassen van een herenfiets, maar hoe zit dat dan?
Johan: ‘Het was mijn fiets. Het was een eerlijke fiets die ik had geruild tegen een damesfiets.’

Rechters: ‘Er zat geen slot op. En een fiets zonder slot in Groningen is verdacht.’
Johan: ‘Als het geen eerlijke fiets was, had ik niet geruild, want ik wil geen gedonder.’
Rechters: ‘De fiets was gestolen.’

De reclassering zegt dat alles is geprobeerd om hem op het rechte pad te krijgen.
Maar omdat dat nog nooit is gelukt, is nu geadviseerd Johan de veelplegersmaatregel ISD op te leggen.
Als het tegenzit, zit hij vanwege een krat bier, één flesje daaruit en een fiets twee jaar vast in gevangenis de Grittenborgh in Hoogeveen.
De officier van justitie neemt het advies over.

Rechters: ‘U schrikt daar van?’
Johan: ‘Ja.’
Hij wil niet naar de Grittenborgh.
Zijn broer is daar onlangs in een cel overleden.

Na Johan komt Ronnie (40).
Ronnie is zo mogelijk een nog grotere kleine boef.
Momenteel is zijn specialisme het verwijderen van anti-diefstalstrips op dure laptops bij de MediaMarkt.
Dat doet hij met de vingers.
Dat is heel eenvoudig, zegt hij tegen de rechters.

Nadat hij strips heeft verwijderd, stoppen anderen de laptops in een tas en een voor een wandelen ze dan naar buiten.

Nu zijn ze ook bij de MediaMarkt niet gek en hebben ze camera’s zat: alles was opgenomen.
Op 24 september bij de vestiging in Groningen, vier dagen later in Leeuwarden.

Ronnie ontkent het niet.
Zegt dat hij het deed onder bedreiging van wapens en zo.
Door wie?
Door de Bolle, bij wie hij drugsschulden heeft.
Door voor hem te stelen, lost hij schulden in.
Nee, niet goed natuurlijk.
Hij is er ook zat van, van zijn criminele leven.
Wil kappen.
En wat nou zo mooi uitkomt, is dat hij op dit moment supergemotiveerd is om dat te doen.

Dat hij dat is, moeten de rechters weten, komt door zijn zoontje.
Zijn zoontje zit momenteel vast, als verdachte van gewapende overvallen in Groningen.
Zegt: ‘Als ik ISD krijg, wordt mijn motivatie doodgeknuppeld. Dan word ik boos, want dan zit ik twee jaar vast en dan heb ik geen grip op mijn zoon. En juist nu moet ik er voor hem zijn.’

De officier van justitie eist inderdaad wat hij al voelde aankomen: twee jaar ISD.

Ik kijk naar Ronnie die profvoetballer had kunnen worden en het net niet werd.
Toen kwamen de drugs.

Ruim drie jaar geleden, in juni 2007, zat hij ook in zittingszaal 14, op dezelfde stoel, naast dezelfde advocaat.
Hij zei toen, samengevat, tegen de rechters: ‘Ik heb lang genoeg lopen aankloten. Ik ben bijna 37 en het kan zo niet langer. Toen ik werd aangehouden, was ik samen met mijn zoontje. Ik zag hoeveel verdriet hij had, hoeveel impact het had. Hij zei, pa, je moet veranderen. Ik wil er zijn voor mijn zoon.’

Ja, over Ronnie zou je misschien ooit een boek kunnen schrijven.

Rob Zijlstra

.

artikelen wetboek van strafrecht
diefstalhelingwitwassen

extra
het verhaal van Ronnie in juni 2007

veelplegersmaatregel ISD

.

UPDATE – 24 maart 2011 – uitspraken
Johan wil niet, maar moet wel: de rechtbank heeft hem veroordeeld tot de veelplegersmaatregel ISD (2 jaar). Ook Ronnie moet. Hij kreeg eveneens de ISD-maatregel opgelegd. Met deze twee vonnissen staat het aantal ISD-veroordelingen dit jaar op 4. Dat is net zoveel als in heel 2010.

De mens Mannus (2)

Bijna een jaar geleden schreef ik over de mens Mannus met zijn strafblad van 66 pagina.
Over Mannus die het grootste deel van zijn leven in gevangenissen sleet en ook al eens TBR (voorloper van TBS) had gehad.

In 2006 kreeg hij de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd opgelegd.
De isd is het laatste redmiddel.
Daarna weten we het niet meer.
In 2008 kwam Manus weer op vrije voeten.
Het ging mis.
In november vorig jaar kreeg hij voor de tweede keer het laatste redmiddel opgelegd.

Vanochtend moest Mannus in zittingszaal 14 komen opdraven.
Voor een toetsing.
De rechtbank moet toetsen of de isd-maatregel moet voortduren.

De begeleiders van Mannus waren best wel positief.
Het ging eigenlijk wel goed.

Dus binnenkort weer vrij?
Nee.

Mannus is al vrij.
Hij was er niet vanochtend.
Hij heeft de benen genomen.

Rob Zijlstra

de mens Mannus (november 2009)

Stenen tijdperk

foto: robz

Cees Eenhoorn woont in Drenthe, maar is een van de meest ervaren strafrechtadvocaten van Groningen.
Hij is al 28 jaar actief in de zalen van het recht.
Er bestaan ook mannen die net zo ervaren als Eenhoorn zijn.
Richard bijvoorbeeld.

Richard werd 44 jaar geleden, niet ver van de Waddenzee, geboren en is al bijna een kwart eeuw verslaafd aan drugs.
Het is hem gek genoeg niet aan te zien.
Hooguit zou je je een beetje bezorgd kunnen afvragen of hij wel genoeg eet.
Vroeger, toen hij nog een gewone kleine jongen was die in een korte broek naar school moest, vroegen ze dat nooit aan hem.
Zij die hem moesten opvoeden, hadden ook stelselmatig last van drugs en van losse handen.

Justitie wil hem nu voor de zoveelste keer opsluiten.
Richard stelt voor om dan maar direct de sleutel weg te gooien.
Dan gaat hij, als het zo moet, wel voor levenslang.
Dan moeten wij het zelf maar weten.

Hij ontkent zijn meest recente misdaden niet, maar voegt daar aan toe: ‘Wie schuldig is, is niet zo relevant. De vraag is hoe wij straks weer de samenleving ingaan.’

Met wij bedoelt hij zichzelf.
Hij spreekt misschien wel in de meervoudsvorm omdat zijn problemen zo groot zijn dat die in redelijkheid nooit in één persoon passen.

Op 15 maart dit jaar werd hij in Groningen aangehouden nadat hij aan de Friesestraatweg een steen door de ruit van een blauwe auto met een Duits kenteken had gekeild.
Hij had geprobeerd de autoradio te stelen.
Richard zegt dat het zo zal wezen, hoewel hij het zich nauwelijks kan voorstellen.
Zegt dat hij tien jaar geleden dat soort dingen wel deed, maar dat autoradio’s vandaag de dag niets meer opleveren.

Op het politiebureau had hij spontaan ook de woninginbraken opgebiecht die hij twee dagen eerder had gepleegd, aan de Schoolholm in de Groninger binnenstad.
Daar had hij onder meer twee laptops gepikt.
Gepikte laptops doen in het circuit zestig euro per stuk.
Richard zegt dat hij ook wel weet dat het niet leuk is voor de gedupeerden.
Toen een keertje van hem een laptop was gestolen, baalde hij ook stevig.

Lijkt hem logisch.
Zegt: ‘Het is nooit goed. Maar als ik moet kiezen tussen een oud vrouwtje en een laptop, dan…’

Het grote probleem van Richard is dat alles wat sinds het stenen tijdperk is bedacht om mensen te weerhouden hompen vlees en laptops te stelen, al eens op hem is uitgeprobeerd en dat niets heeft geholpen.
De reclassering zegt nu niets meer voor hem te kunnen of willen doen.
Omdat het toch niet helpt.

En Richard zegt dat hij niets meer met de reclassering of welke hulpverlener dan ook te maken wil hebben, omdat die wel van alles beloven, maar nooit hun mooie woorden nakomen.
Zouden ze dat wel hebben gedaan, dan had hij immers nu een huisje en een vrijwilligersbaan gehad en geen 40.000 euro schuld.

Roept met zwaaiende armen: ‘Pleurt toch op. Ik heb vreselijk mijn best gedaan van de drugs af te komen, maar er gebeurt helemaal niks. Dat maakt me boos. Ik ben geen Jan Oetlul?’

Het lijkt hem dus logisch dat hij boos is.

Vervolgt, steeds bozer: ‘Mijn rugzak zit vol. Ik heb alle klinieken gehad. Alles wat daar te leren valt, heb ik geleerd, heb alle diploma’s.’
Nee. Afkicken van de drugs lijkt hem dus niet logisch.
Omdat dat tot mislukken is gedoemd.
Hoe hij het ook zal proberen, hoe goed zijn best ook, het zal uitdraaien op een fiasco.
‘Ik zie het niet zitten.’

Rechters: ‘Maar wat dan?’
Richard, weer wat rustiger: ‘Ik ben een overlastveroorzaker. Ik heb niks te zien zitten. Ik moet het in de praktijk bewijzen.’
Rechters: ‘Hoe?’
Richard heeft wel een idee: ‘Ik wil rust en ik wil net als u ’s avonds voor de tv zitten. Ik wil ’s ochtends opstaan en dan naar mijn werk, daarna nog even naar de sportschool, af en toe op bezoek bij de familie, tv kijken en slapen. En dan weer opstaan. Dan heb je structuur.’

En de drugs dan?
Nou, stop hem in de vrije verstrekking van heroïne.
Dat kan in Enschede.
Dan hoeft hij geen autoradio’s en laptops meer te stelen.
‘Logisch.’

De officier van justitie zegt dat Richard moet leren de juiste keuzes te maken.
Advocaat Eenhoorn zegt dat mannen als Richard weinig keuzemogelijkheden hebben in het leven, omdat het mannen zijn met de rug tegen de muur.
Vertel hem wat.

De officier zegt dat ze Richard nog niet wil afschrijven. En dat hij daarom twee jaar moet worden opgesloten in een inrichting voor stelselmatige daders (isd), in de Grittenborgh in Hoogeveen.
Dat is de veelplegersmaatregel.
Daarmee krijgt hij een kans en die kans moet hij pakken.
Doet hij dat niet, dan vrees ik, zegt de aanklaagster, dat het niet de laatste keer zal zijn dat hij hier zit.

Richard: ‘Waardeloos.’

Hij is al eens eerder tot die maatregel veroordeeld.
Zonder succes.
Hij zegt, met al zijn ervaring: ‘Het heeft geen zin. Dan ga ik die tijd, die 24 maandjes, gewoon uitzitten en werk nergens aan mee. En daarna kom ik hier weer.’

Advocaat Cees Eenhoorn plaatst na de zitting het geheel in een historisch perspectief.
Hij zegt: ‘Als vroeger de ene holbewoner een homp vlees van de ander jatte, dan gooiden ze hem in een grot, rolden er een zware steen voor en het probleem was opgelost. Zo deden we het in het stenen tijdperk en zo doen we dat eigenlijk nog steeds. We sluiten mensen maar op en denken dat dat de oplossing is.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 15 juli 2010 – uitspraak
Desondanks. Richard is veroordeeld tot de 2 jaar durende veelplegersmaatregel isd.

Spinnenweb

foto: flickr

Veelpleger Roel (40) zou heel de dag wel met de rechters willen praten.
Graag zou hij willen verhalen hoe er in de gevangenis, in de Grittenborgh in Hoogeveen, met mensen wordt omgegaan.
Niet goed dus.
Roel: ‘Ik word daar knettergek.’

Hij zegt: ‘Ik zit in het spinnenweb van de hulpverlening. Er zijn wel honderd mensen die zich om mij bekommeren, maar er gebeurt helemaal niets.’
Als dit nog lang zo doorgaat, zegt Roel, dan kapt hij er mee.

Roel werd vorig jaar veroordeeld tot de veelplegersmaatregel isd.
Doel van die maatregel is dat wij van de samenleving tegen hem worden beschermd.

Isd’ers die niet gemotiveerd zijn, zitten twee jaar lang opgesloten in een hok met water en brood.
Maar isd’ers die er wat van willen maken, krijgen hulp op maat.

Roel wil er wat van maken en hij doet dat hartstikke goed.
Hij zegt tegen de rechters dat hij de trots van de afdeling is.
Dat zeggen ze steeds tegen hem.
‘Het is om gek van te worden. Want spijkers met koppen slaan? Ho maar.’

Roel doet het zo goed dat hij de gevangenis ’s ochtends met een broodtrommeltje onder de snelbinders mag verlaten.
Dan fiets hij naar zijn werk, naar het magazijn van een groot bedrijf in Hoogeveen.
’s Middags fietst hij dan terug naar de gevangenis.
Zo gaat het al een half jaar goed.

Maar als trots van de afdeling heeft Roel het niet gemakkelijk.
Tegen de rechters zegt hij: ‘Ga maar na. Ik ben de enige die naar buiten mag. Dus al die jongens binnen vragen aan mij of ik wat mee wil nemen. Drugs ja, binnen draait alles om drugs. Maar dat doe ik niet. Dus ben ik in hun ogen een watje.’

De psycholoog die deskundig moet adviseren zegt tegen de rechters dat Roel ondanks de druk stand weet te houden.
Dat dat knap werk is en dat hij als deskundige het nut niet inziet om de isd voort te laten duren.

Roel knikt.
Hij bedoelt maar.

Hij vreest dat al die hulpverleners waar hij knettergek van wordt, het ook niet meer weten.
‘Mijn situatie is lood- en loodzwaar. Ik blijf maar laten zien dat ik het kan.’

Wat hij wil?
Hij wil naar huis ‘met een stukje ambulante nazorg’.

Roel kent het jargon, want hij zat al vaker in zittingszaal 14.
In 2006 zat hij er, niet lang nadat hij twee jaar had vastgezeten en daarna nog eens bijna een jaar in een verslavingskliniek.
Toen hij op vrije voeten kwam, was hij gemotiveerd tot op het bot er iets van te maken.
Maar aan het einde van zijn eerste dag in vrijheid ging het fout.

Ja, daar baalde hij vreselijk van, zei hij toen tegen de rechters.
Hij had zelfs een beetje moeten huilen.
Zijn probleem is dat hij in de gevangenis altijd supergemotiveerd raakt om het eenmaal weer vrij goed te gaan doen.
En in klinieken waar hij al een jaar of tien met regelmaat komt, is hij altijd de trots van de afdeling.

Maar als hij dan echt vrij is, gaat genadeloos de coke-wekker af en moet er toch ook weer geld komen.
Maar dat was toen.

Nu zegt hij dat het hem ditmaal gaat lukken.
Hij zegt: ‘Het verleden kan ik niet veranderen, maar mijn toekomst wel.’

De officier van justitie noemt Roel een bijzondere isd-klant.
Stelt vast dat het goed is dat hij het hartstikke goed doet.
Concludeert dat de bemoeienis van de hulpverlening dus wel degelijk vruchten afwerpt.
De officier van justitie vindt dan ook dat de isd-maatregel moet worden voortgezet.

Maar Roel ziet dat dus anders.
De bemoeienis van al die hulpverleners levert zoveel input op dat het een grote chaos is.
‘Terwijl een beetje structuur voor mij nou juist zo belangrijk is.’

Hij zegt dat als hij niet wordt bevrijd uit het web van al die hulpverleners die hem knettetgek maken, hij kapt met de trots van de afdeling te zijn.
Dan gaat hij zijn resterende tijd wel gewoon uitzitten in het isd-hok.
Dan moeten wij het zelf maar weten.

De rechtbank besluit zijn zaak voor drie maanden aan te houden.
Om het dan nog eens te bekijken.

Rob Zijlstra

Schoonschip

Simon, 33 jaar, zit in een spiraal.
Drugs, hulpverleners, vijanden, steeds meer veelpleger.

Hij zou hebben ingebroken in twee woningen in Appingedam.
Dat ontkent hij.
Hij zou vier croissantjes hebben gestolen bij de V&D in Groningen.
Dat geeft hij wel toe. ’t Was de honger.

Justitie is klaar met Simon.
De betonschaar die hij met zich meesleepte toen hij werd aangehouden, kon hij terugkrijgen.
Dat wil Simon wel.
De rechters begrijpen dat: ‘Altijd handig zo’n ding.’

Justitie vindt dat de samenleving tegen Simon moet worden beschermd en eist de veelplegersmaatregel isd.
Die duurt twee jaar.
De reclassering vindt dit ook het beste.

De advocaat zegt dat de twee inbraken die Simon ontkent niet bewezen kunnen worden en dat het erg disproportioneel is iemand twee jaar op te sluiten voor het stelen van vier croissantjes.

Maar Simon, hij vindt wel dat hij een probleem is en geholpen moet worden, heeft een heel andere reden om geen isd te willen.
Ze zitten daar, zijn vrienden van vroeger.
En dat zijn allemaal vijanden nu.

Twee jaar geleden had hij schoonschip gemaakt.
Het had hem acht maanden celstraf opgeleverd.
Met de politie was hij door de stad gereden en had aangewezen in welke woningen hij had ingebroken.
En waar niet hij, maar anderen dat hadden gedaan.

En die anderen zitten volgens Simon allemaal op de isd-afdeling van gevangenis de Grittenborgh in Hoogeveen.
Daar zitten ze niet op hem te wachten.
Bij wijze van spreken dan.

Want in het echt is hij er meer dan welkom, want een verklikker lusten ze daar rauw.

Het is een neerwaartse spiraal waar Simon in zit.

Rob Zijlstra

UPDATE – 5 oktober 2009 – uitspraak
Isd is niet aan de rode, meent de rechtbank, want een brug te ver. Justitiële druk is wel noodzakelijk. Simon krijgt 8 maand celstraf waarvan 4 voorwaardelijk en nog eens 6 maand die hij eerder voorwaardelijk kreeg opgelegd. Simon knikt instemmend. Als hij nadat het vonnis is voorgelezen de zittingszaal verlaat, knikt de rechter hem bemoedigend toe en zegt: ‘succes’.

Marathonman

 

Het zit de 40-jarige Randy niet mee.

Hij is dit jaar 25 jaar actief in het criminele milieu.

Zijn ding: diefstallen, inbraken.

Er staan 21 veroordelingen op zijn naam.

Toen hij zijn 20-jarig jubileum vierde, werd hij op de lijst der veelplegers geplaatst.

Dan ben je een omgekeerde ere-burger van de stad Groningen.

 

Welkom, zeggen de rechters als Randy de zittingszaal betreedt, gevolgd door een gemoedelijk ‘u kent de gang van zaken‘.

Randy knikt.

Wat dacht je wat.

Hij komt al langer in rechtszalen dan deze rechters.

 

Randy heeft weer gestolen en het openbaar ministerie heeft nu voor hem het laatste redmiddel in petto: de veelplegersmaatregel isd, twee jaar.

De reclassering heeft dat ook geadviseerd: twee jaar maatwerk in de Grittenborgh, Hoogeveen.

Rechters: Wat vindt u van dat advies?

Randy, bescheiden: ‘Ik geloof niet dat ik iets heb in te brengen.’

Maar als ze het dan toch willen weten: ‘Niet mee eens. Ik zie er niet de meerwaarde van in.’

 

Het zit Randy niet mee, terwijl het eigenlijk heel goed met hem ging.

Hij zat al in de resocialisatie, de laatste fase richting eindstreep.

Twee bochten voor de finish.

In de staart van de woon-werk fase ging het fout.

 

Zelf zegt hij: ‘Nou ja, fout, fout. Het had met drugs of zo niets te maken. Ik werd betrapt op een poging tot het drinken van een glas bier.’

Ook was ongewenst bezoek gesignaleerd op zijn kamer.

Geen drugsdealers of anderszins.

Randy, glimlach: ‘Ik heb aantrekkelijke kennissen.’

 

Maar regels zijn regels.

Randy kreeg voor straf een time out.

Hij moest een week de resocialisatie uit.

Voor hem betekende dat letterlijk zonder iets de straat op.

 

Zijn advocaat, verontwaardigde stem: ‘En waar vraag je dan om? Juist ja, om moeilijkheden.’

 

Het duurde niet lang.

Bij Runnersworld in Groningen-zuid keilde hij een steen door de etalageruit en diefstalde hij honderd euro bijeen.

Bij Friendship in de binnenstad bedroeg de buit 10 euro en een handjevol telefoonkaarten. Bij kledingzaak Donna Marquant aan het Waagplein graaide hij een handvol muntgeld uit de kassa.

Toen werd Randy gearresteerd.

 

Hij was zo boos geweest dat hij bij de politie niets had willen zeggen en zijn recht op zwijgen had toegepast.

Zegt: ‘Op zich liep de arrestatie wel goed, maar ik moest mijn schoenen inleveren. En toen op sokken verder.’

Dat van die sokken, zonder schoenen, had hem vreselijk dwars gezeten.

 

Maar na drie dagen zwijgen legde hij bij de rechter-commissaris een bekentenis af.

Ja, hij had het gedaan, had hij gezegd.

Dat het ook zijn dna was op de plaatsen-delict, dat zou best wel kunnen kloppen als het NFI dat zegt.

Nee, niet goed.

Ja, stom.

 

Probleem met Randy is, zegt de reclasseringsmedewerkster, dat het dan weer heel goed met hem gaat, maar daarna altijd weer heel slecht.

De reclassering somt op: we hebben misluk-ervaringen en langdurige detentie-ervaringen, we hebben opname-ervaringen en diagnostiek-ervaringen. Aan het einde van de rit, zit Randy altijd weer op het beginpunt.

 

Randy zelf ziet wel een stijgende lijn in zijn leven, waarin hij moest meemaken hoe zijn vader verslaafd was en zijn vriendin werd vermoord.

Rechters: Hoe ziet u de toekomst?

Randy: ‘Moeilijke vraag. Moet ik daar antwoord op geven?’

Rechters, begripvol: Nee, dat hoeft niet.

Zij vragen dat wel (altijd), maar weten natuurlijk zelf ook hoe moeilijk het is in de toekomst te kijken.

 

De reclassering heeft nog wel hoop.

Randy is gemotiveerd.

Vorig jaar november heeft Randy de marathon volbracht.

En dat is gezien waar hij vandaan moest komen – zwaar verslaafd – een topprestatie van jewelste geweest.

 

De officier van justitie: ‘Marathonman op sokken. De complimenten.

Randy: ‘Dank u wel.’

De officier van justitie zegt dat Randy met een isd-maatregel kansen op een presenteerblaadje krijgt aangereikt. En als hij die kansen nu eens pakt en niet na 40 kilometer aan de kant gaat zitten opdat wij last van hem hebben, komt alles misschien nog goed.’

 

De advocaat ziet het anders.

Hij ziet die isd niet zitten, vrijblijvender alternatieven wel.

Randy is immers gemotiveerd.

Als zij toen niet om moeilijkheden hadden gevraagd, door hem een time out te geven, simpelweg omdat er een vriendinnetje bij hem op bezoek was geweest, dan was het misschien nu al goed met hem gegaan.

 

Maar met de finish in het zicht werd van Randy verwacht dat hij de laatste kilometer van de marathon nog even horden ging lopen.

Daarbij is hij jammerlijk gestruikeld.

Over stomme regeltjes.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE – uitspraak 6 april 2009

De rechtbank volgt bijna altijd het openbaar ministerie als die een isd-maatregel als strafeis op tafel legt. Zo ook in deze zaak.