kinderporno

Verkloot

Ik steun War Child
En dan doe ik dit
Hoe hypocriet kan ik zijn?

Drie jaar geleden verzamelde hij kinderporno omdat zijn moeder ernstig ziek was.
Natuurlijk was dat raar.
En ontzettend stom.
In de rechtszaal bood hij daarom ook met het hoofd gebogen zijn excuses aan.
In de eerste plaats aan alle kinderen.
En vervolgens aan de rest van de wereld.

Dat was in oktober 2013.
De rechtbank legde een werkstraf op van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.

Donderdag zat dezelfde man weer in het verdachtenbankje, op dezelfde stoel als destijds.
Weer kinderporno.
Honderden foto’s van het soort waarvan de officier van justitie, wel wat gewend, even niet goed werd.
Dat zei hij tegen de rechters.
En wat was ditmaal de reden?
Moeder overleden.

De verdachte is nu 74 jaar.
Financieel heeft hij de boel goed voor elkaar.
Maar voor de rest?
Tegen de rechters: ‘Ik heb er een potje van gemaakt.’

Hij woont momenteel bij een vriend die zijn woning te koop heeft staan.
De toekomst in ongewis.
Met zijn ex met wie hij nog dieren verzorgt, heeft hij nauwelijks contact.
Ze praten bijna niet met elkaar.
Hij hoopt dat het ooit weer goed komt.
‘Daar houd ik mij aan vast. Ik ben een optimist. Maar ik heb ook de bange vrees dat het niet gaat lukken.’

Via een website in de Verenigde Staten liep hij tegen de lamp.
Een Amerikaanse organisatie briefde zijn gegevens door naar de Nederlandse politie.
Na een onderzoek kwamen ze bij hem
Hij weet het, wist dat het verboden was.
Zegt nog wel: ‘Vroeger op het Zuiderdiep in Groningen kon je gewoon kinderporno kopen.’
Even later: ‘Ik steun War Child. En dan doe ik dit. Hoe hypocriet kan ik zijn?’

De computer heeft hij weggedaan.
Geen verleidingen meer.
Wat hij nu doet?
Vissen.
En veel nadenken.
Tijd zat.
Hij hoopt dat het dorp er niet achter komt.

De officier van justitie zegt dat er moet worden afgerekend.
Vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan tien voorwaardelijk.
Hij krimpt ineen.
De gevangenis in.
Net als drie jaar geleden was hij daar als dood voor.
Toen ontsprong hij de dans, kwam hij weg met een werkstraf.
Maar nu?
Tegen de rechters: ‘Ik hoop dat u het kunt opbrengen mij nog een kans te geven.’
En na een korte stilte: ‘Ik snap dat ik het u moeilijk maak.’

Rob Zijlstra

 

update –  – uitspraak

 

 

Affreuze mannen

daar is het hem om te doen, om de schrikreactie

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.38.03De houten deur van zittingszaal 14 zwaait open.
De bode verschijnt in de deuropening om de volgende strafzaak aan te kondigen.
De zoveelste.
Met luide stem roept de dienaar de naam van de verdachte door de wachtruimte.
Otto X. mag binnenkomen.
Er gaan 23 mannen staan.

Er is er maar één Otto X.
Dat is de man die 41 jaar is en uit het oosten van Groningen komt.
Op het internet geeft hij zich bloot.
Ik lees dat hij actief is in een seizoensvereniging, dat het huis van zijn buren te koop staat, dat hij op Twitter het ‘weer online’ en ‘slechte grappen’ volgt en dat hij iets heeft met erotische kledij.
Ook is te lezen waar hij werkt, waar hij heeft gewerkt en wie zijn digitale vrienden zijn.
Otto is op eigen initiatief naar de huisarts gegaan voor hulp.

De andere mannen die gaan staan, zijn leden van de Koninklijke Marechaussee die ter lering (en vermaak) een middagje rechtbank doen.
Ze volgen het proces vanaf de publieke tribune.
Ik denk dat ze nu nog steeds over Otto praten en slechte grappen over hem maken.
‘Even-een-ottootje-doen’.

Verdachte Otto zegt zachtjes tegen de rechters dat hij zich schaamt.
De rechters: ‘Met al die priemende ogen in uw rug snappen we dat. Toch moeten we het er over hebben.’
Dat snapt Otto op zijn beurt ook wel.
Hij heeft een goede opleiding genoten, lees ik.

Otto is een schennispleger.
Hij schendt de goede eer van jonge meisjes.
Dat doet hij bij voorkeur ’s ochtends.
Dan stapt hij in het oosten van Groningen in zijn grote zwarte auto om naar het noorden te rijden, richting Delfzijl, richting Eemshaven en soms nog verder, soms helemaal tot aan Warffum aan toe.

Hij zoekt jonge meisjes, meisjes van een jaar of 14, 15, 16 op de fiets bijvoorbeeld.
Of naar meisjes in die leeftijd die in hokjes staan te wachten op de bus.
Een hele groep meisjes bij elkaar is voor hem niet interessant.
Het liefst heeft hij twee meisjes tegelijk.
Dan is de kans dat ze schrikken groter.
Daar is het hem om te doen, om de schrikreactie.
Daar raakt hij opgewonden van.
Zijn ze eenmaal zichtbaar geschrokken, dan knoopt hij de broek dicht en geeft hij gas.

Wat hij ook doet is gewoon heel langzaam langs een of twee nietsvermoedende meisjes rijden.
Dan zit ‘ie in zijn blote reet achter het stuur en dan bevredigt hij zichzelf.
De rechters: ‘En dan met één hand aan het stuur?’
Ja.

Op zijn werk kan hij best een uurtje later verschijnen, want hij doet er belangrijke zaken.
Het is wel werk vol stress.
Daardoor komt het ook een beetje, zegt hij tegen de rechters.
‘Beetje stoom afblazen.’
Verder heeft de scheiding hem geen goed gedaan.

In maart wordt hij betrapt en neemt de politie hem mee.
Hij zit een nacht vast.
De huisarts wil wel helpen.
Klein probleempje: er bestaat een lange wachtlijst voor hulp aan zedendelinquenten.
De officier van justitie zegt dat het in het belang van de samenleving is dat Otto de behandeling krijgt die hij moet hebben, zodat hij stopt met deze gekkigheid.
De eis: een werkstraf van honderd uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Met een vrijwillig verplichte behandeling.
Doet hij die niet, dan moet hij de twee voorwaardelijke maanden alsnog uitzitten.

Het kan nog gekker.
Dat blijkt als Freek op de stoel gaat zitten waar later Otto plaatsneemt.
Ook Freek (43) uit de Betuwe heeft het zwaar.
Scheiding (ook al), drukte en stress want zeker zestig uren werken per week (wat is dat toch?), spelen een rol.
De advocaat: ‘Maar mijn cliënt heeft niet de intense slechtheid gehad het meisje te beschadigen.’

Freek zoekt in zijn schaarse vrije tijd vertier op ‘chatten met vreemden’, dat is een website die bestaat.
Zo komt hij in contact met haar.
Ze wisselen als vreemden telefoonnummers uit en vervolgen hun gesprekken via WhatsApp.
Freek: ‘Het waren nietszeggende gesprekken, wat ik aan het doen was, wat zij aan het doen was.’

Rechters: ‘U wist dat ze 14 jaar was?’
Freek: ‘Ze zei dat ze 15 was.’
Rechters: ‘Waarom blijft u in gesprek met een meisje van 14, 15 jaar?’
Freek: ‘Ik ben stom geweest.’

Het meest stomme moet nog komen, dat komt nu.
Freek appt dat zij een foto moet sturen.
Doet ze.
Hij vraagt om meer en zij stuurt meer.
Hij zegt dat ze er leuk uitziet en zij stuurt foto’s met het shirt omhoog.
Daarna begint hij te dreigen (dat zegt zij) en daarom stuurt ze bang een paar heul blote foto’s.
Freek zegt dat hij de foto’s bekeek en die dan weggooide.

Op een dag is zij spoorloos verdwenen.
Ze is niet bij het vriendinnetje bij wie ze zou slapen.
Er komt een actie via Burgernet.
Het vriendinnetje vertelt aan de moeder dat er een oudere man is.
Moeder gaat zoeken.
Op de computer van dochterlief vindt ze de blote foto’s.
En foto’s van een man met een erectie en een tepelpiercing.
Freek.

Hij zegt: ‘Mijn huwelijk was ook niet zo goed.’
Rechters: ‘Heeft u haar ook bedreigd? Gedreigd foto’s van haar online te zetten?
Freek: ‘Absoluut niet.’
Rechters: ‘Het blijft vreemd.’
Freek: ‘Ik had de contacten moeten verbreken.’

De rechters vragen wat een gevangenisstraf voor hem betekent.
Freek: ‘Het einde.’
Hij bedoelt de negatieve variant.
Op zijn werk weten ze van niets.
Hij zal ontslagen worden.
Dan is hij ook zijn huis kwijt.
En zijn zoon van 12 met wie hij na de scheiding net weer wat contact heeft.
En zijn nieuwe vriendin zal ook een ex worden.

De officier van justitie wikt en weegt.
Blote foto’s van minderjarigen in een seksuele context heet kinderporno.
Hij benoemt het belang van de wet, de wet die kwetsbare kinderen – alle kinderen – beschermt tegen affreuze mannen als Freek.
De aanklager zegt dat als je het positief bekijkt het hier net goed is gegaan.
Er is geen fysiek contact geweest.
Toch moet er worden afgerekend.
Genoegdoening en preventie bij elkaar opgeteld levert een eis op van een werkstraf van 180 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf.

Mannen als Otto heb je liever binnen als de tieners ’s ochtends vrolijk en uitgelaten over ’s lands wegen en paden naar scholen fietsen.
Maar ook binnen is er vandaag de dag een boze buitenwereld.

Rob Zijlstra

update – 26 november 2015 – uitspraken
Otto X. is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en 2 maanden voorwaardelijke celstraf. De proeftijd is standaard: 3 jaar. Ook de straf voor Freek is iets lager: 120 uur en 2 maanden voorwaardelijk, proeftijd idem.

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.37.52

 

 

Vrijheid met buikpijn

‘Opa zit aan mij.
Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’

 

Het is niet zo dat de mannen en vrouwen die terechtstaan in zittingszaal 14 steeds dezelfde mannen en vrouwen zijn.
Er passeert wel eens een recidivist, maar de grootste groep bestaat uit verdachten die voor het eerst terechtstaan.
En voor een flink deel daarvan geldt dat het ook direct de laatste keer is, want anders klopt de eerste zin niet.

Wat ook waar is, is dat wie wordt verdacht van een strafbaar feit, veel te verliezen heeft.
Ook als de verdenking eenmalig is en ook als de beschuldigingen niet terecht zijn.
Eind vorig jaar werd een man, een voorganger uit Appingedam, vrijgesproken van een paar kuub narigheid.
Hij zat zeven maanden gelaten in de gevangenis.
De verdenking was terecht, maar de rechtbank vond het aangeleverde bewijs uiteindelijk te dun om te kunnen overtuigen.
Vrijspraak.

Drie weken geleden werd Gerrit – de vermeende overvaller van een filiaal van de Albert Heijn in Groningen  – in vrijheid gesteld.
Stevige verdenkingen, maar de rechtbank was niet zonder twijfel.
Nu is Gerrit wel een recidivist, want hij had er opgeteld al vijftien jaren gevangenisstraf opzitten in verband met bankovervallen die hij wel had gepleegd.
Neemt niet weg dat deze Gerrit bijna een jaar boos in voorarrest heeft gezeten waarvan achteraf moet worden vastgesteld dat dat ten onrechte is geweest.

In de Verenigde Staten zitten mannen soms dertig jaar onschuldig in de gevangenis.
Dat staat dan bij ons in de krant.
De kans dat Gerrit op zijn beurt de voorpagina’s haalt van Amerikaanse kranten is niet zo groot. Vrijgesproken onschuldigen presenteren hier doorgaans de rekening van de belemmerde vrijheid aan de overheid.
Dat kost ons zo’n 150 euro per dag, opgeteld tientallen miljoenen per jaar.

Voor Aaldrik (66) ziet het er anders uit.
Of hij wordt veroordeeld of niet, hij is sowieso alles kwijt.
Sterker nog: hij is meer kwijt dan hij ooit had.
Hij zit inmiddels tien maanden als een onschuldige verdachte in de gevangenis en volgens het Openbaar Ministerie is dat meer dan terecht.
De officier van justitie wil dat Aaldrik als een schuldige veroordeelde uiteindelijk drie jaren achter de tralies doorbrengt.
Met die tien maanden is hij dus al aardig op weg.
De advocaat wil dat Aaldrik in vrijheid wordt gesteld, onmiddellijk of anders komende week wanneer de rechtbank uitspraak doet.

Aaldrik snuift en briest.
Hij vindt het Nederlandse rechtssysteem erger dan het systeem dat ze er in Rusland op nahouden.
Hij vindt ook dat als je dingen hebt gedaan, je een kerel moet wezen, dan krijg je je veroordeling en dan is het klaar.
Punt.
Maar dat hij voor Piet Snot in de gevangenis zit maakt hem heel boos.’

De rechters zeggen tegen hem dat hij goed moet opletten en dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Rechters zeggen dat zo.
Aaldrik reageert en zet de toon.
Hij zegt ervan uit te gaan dat de rechters hun gezond verstand even zullen gebruiken.
‘We gaan het dus kort houden.’
De zitting duurt vervolgens bijna zeven uur.

De verdenking luidt dat hij ontucht heeft gepleegd met zijn kleindochter en met haar vriendinnetje.
Dat zou zijn gebeurd tussen 2005 en 2010 als oma de boodschappen deed of al sliep en het gebeurde op bed en in bad.
Maar ook op de toiletten van de Zeehondencrèche in Pieterburen.
De meisjes – toen tussen de 4 en 9 jaar oud – moesten dingen doen die meisjes niet doen.
De moeder van een van de meisjes had een bang briefje gevonden.
‘Opa zit aan mij. Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’
Op zijn laptop is kinderporno aangetroffen.
Ook dat nog.

Aaldrik bast tegen de rechters met dwingende stem: ‘Het is per-ti-nent niet waar. Ik heb die meisjes met geen vinger aangeraakt. En die toiletten op de Zeehondencrèche, ik zou niet weten hoe die eruitzien.’
Over de strafeis: ‘Er moet hier gerechtigheid komen. Geen onzin.’
Over de kinderporno op zijn computer: ‘Ik heb die laptop van mijn zoon gekregen. Misschien is het van hem.’

Een van de rechters: ‘U zou een sigaret op uw kleindochter hebben uitgedrukt.’
Aaldrik: ‘Ach vent hou toch op. Ik ben niet gewelddadig. Ab-so-luut niet. Zegt u? Ja, natuurlijk heb ik mijn eigen kinderen geslagen.’

Aaldrik is een man van aanpakken.
Tijdens het onderzoek komt naar voren dat hij in het verleden – verjaard voor de wet – diezelfde eigen kinderen niet alleen stevig aanpakte, maar ook seksueel heeft misbruikt.
Hij wil daar niet over praten.
‘Het is gebeurd. Klaar. Punt.’

In zijn Noord-Groningse dorp gaan de geruchten al jaren.
Aaldrik is een viespeuk.
Toen hij in juni 2014 werd aangehouden, deed het dorp onmiddellijk uitspraak: tot vijf keer toe werden de ruiten van zijn woning ingegooid.
De burgemeester moest eraan te pas komen.
Aaldrik is in zijn dorp nooit meer welkom.
Zijn echtgenote – zij gelooft in hem (dan weer wel, dan weer niet) – vluchtte naar elders. Aaldrik tegen de rechters: ‘Laat de politie de vernielingen aan mijn huis onderzoeken.
Tot nu toe hebben ze er nul uren aan besteed.’
De rechters: ‘Tja, zo hoort het niet te gaan.’

De advocaat zegt dat een op de vijf aangiftes in zedenzaken vals is en een nog groter deel twijfelachtig.
En dat het bewijs in deze zaak niet kan overtuigen.
Het enige dat er ligt zijn de verklaringen van de twee meisjes.
Er is geen bewijs dat hun verklaringen ondersteunt.
Het kan dus ook niet waar zijn.
En als dat kan, dus ook niet waar, dan is er twijfel en dient vrijspraak te volgen.

Schuldig, onschuldig, het is aan de rechters.
In de rechtszaal is de waarheid niet wat er is gebeurd.
De waarheid is in de rechtszaal altijd een juridische: waar is wat bewezen kan worden.

De waarheid voor Aaldrik op dit moment is dat zijn huis inmiddels met giga-verlies is verkocht, dat zijn AOW is stopgezet omdat je in de gevangenis geen vermogen mag vergaren, dat zijn schulden maandelijks oplopen, dat hij naar het oordeel van het dorp is verbannen uit de regio, dat zijn echtgenote is gevlucht, dat hij met de zoon geen contact meer heeft en dat zijn kleinkind (net als haar vriendinnetje) 15.000 euro smartengeld eist.

Voor Aaldrik valt er een vrijheid te winnen die zonder kleur zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 8 mei 2015 – uitspraak
Aaldrik moet zitten: 3 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank acht het bezit van kinderporno niet bewezen, mede daarom een lagere straf dan de eis. De schadeclaims zijn afgewezen. Ik verwacht een hoger beroep. Overigens krijgt het OM een heel klein tikje op de vingers van de rechtbank waar de advocaat van de verdachte had gehoopt op een klap voor de kop. De rechtbank beschrijft de tik als: ‘Het ware beter geweest dat de officier van justitie een andere keuze had gemaakt…’  Alsof heldere taal er niet toe doet.

Schermafbeelding 2015-05-09 om 23.54.23

klik op afbeelding

 

Ophouden

Wat deed eigenlijk
uw vrouw als u met
kinderporno bezig was?

Met veel verbazing luisterde ik naar een verdachte man die tientallen jaren achtereen honderden jonge Groningers het Engels heeft bijgebracht.
Ik schreef er een verhaal over.
Ik schreef op dat hij de domste man van Groningen was.
En dat voor een onderwijzer.

Wat hij deed, was verboden.
Dat wist de man.
Hij wist ook dat hij zijn respectabele baan, zijn maatschappelijke activiteiten in het dorp waar hij veel plezier aan beleefde en wat al niet meer (de echtgenote, de kleinkinderen) op het spel zette.
En toch ging hij, avond na avond, door met het downloaden van kinderporno.
Zijn vrouw zei niets.

Dat de wijsheid met de jaren komt, is niet voor iedereen weggelegd, noteerde ik nog.

Voor de rechters uitspraak deden, kwam ik hem tegen.
Hij gaf een hand en zei: ‘Ik ben inderdaad de domste man van Groningen. Dank dat u mijn naam en woonplaats niet in uw artikel hebt vermeld.’
De domme man kan inmiddels 72 jaar zijn.
Hij kreeg een werkstraf van 240 uur die je – anders dan celstraf – redelijk onopgemerkt kunt uitvoeren.

Er zijn jaren verstreken en er zijn nogal wat meest domme mannen van Groningen bijgekomen.
Een van hen is Rikus, bijna 70 jaar uit Winschoten, een plaats die groot genoeg is om hier Rikus te kunnen heten.
Hij hoorde halverwege deze maand 14 maanden celstraf eisen.
Dan heb je – anders dan bij een werkstraf – wel iets uit te leggen.

Deze domste man had naar een tv-programma van Alberto Stegeman gekeken en wilde zelf ook wel eens beleven hoe mensen in opzetjes trappen.
Hij ging achter de computer zitten, maakte een chat-account aan en zei dat hij Janet heette, dat hij een lief meisje was van 14 jaar.

Hij speelde een meisje dat ook graag erotische gesprekken voerde met mannen.
Hij toonde foto’s.
Van zijn eigen dochter, eerst gekleed en daarna heel erg niet.
Een van de chat-contacten vond het te ver gaan en lichtte de politie in.
Hij werd getraceerd en zo stond de politie bij hem op de stoep.
Zijn computers bulkten van de kinderporno, in de meest extreme vorm.

Hij zegt tegen de rechters dat het als een geintje was begonnen.
Een van de rechters ontploft. ‘Een geintje? Kinderporno? U noemt dat een geintje? U heeft zelf kleinkinderen. Vijf. Stelt u zich het eens voor. Nooit gedacht…?’
Man, onverschillig: ‘Neuh.’
Hij zegt ook niet te weten waarom hij het deed.

De ontplofte rechter: ‘Wat deed eigenlijk uw vrouw als u met kinderporno bezig was?
De verdachte zegt dat zijn vrouw gewoon de kamer binnenkwam.
Hij zegt dat ‘we’ daar niet moeilijk over deden.

Misschien genoten ze – beiden tegen de 70, maar nog vief – op hun oude dag van foto’s en filmpjes waarop is te zien hoe kleine kinderen, jongens en meisjes, soms vastgebonden, huilend uit angst of van de pijn, door grote mannen of stinkende dieren worden verkracht.
Dat is namelijk kinderporno.
Misschien beschermt hij haar.
Er gebeuren wel akeliger dingen in de rechtszaal.

Deze domste man kreeg de geëiste 14 maanden niet.
De rechters lichtten dat niet toe.
Hij moet wel voor straf werken, 240 uren, uit te voeren binnen een jaar.

Akeliger dingen?
Leest u door, dan is het voor de beleving goed het geluid van krassende nagels over een schoolbord in te beelden, zo hard dat het pijn doet in uw kiezen.
Temidden van dit helse kabaal vertelt een man schoorvoetend dat hij zijn kleindochter seksueel heeft misbruikt.
Hij heet zeg maar Leo, 73 jaar.

Het misbruik heeft plaatsgevonden tussen 1995 en 2002.
Leo is geen prater.
Hij zegt: ’t Is gebeurd, had niet mogen gebeuren. Klaar. Heb ook spijt. Dus.’
Rechters: ‘Hoe vaak? En Waarom?’
Leo, hij heeft de winterjas nog aan: ‘Tien keer, elf misschien. Het is een vraagteken. Ik heb er geen verklaring voor. Klaar.’
Rechters: ‘Kom op zeg.’
Leo: ‘Het zal nooit weer gebeuren. Dus.’

De rechters zeggen dat ze dat heel vaak horen in de rechtszaal en dat ze in zijn geval de neiging hebben hem niet te geloven.
Tegen Leo: ‘U weet niet eens waarom u het hebt gedaan. U heeft er 15 jaar over kunnen nadenken. Dus nogmaals, waarom?’
Leo: ‘Gewoon.’

Het was begonnen toen ze 7 jaar was.
Het was een groot geheim, ze mocht er met niemand over praten.
Na jaren deed ze dat toch.
Niemand geloofde haar.
Oma noemde haar een vreselijk kind, haar eigen moeder vond haar een fantast, in de ogen van haar zus was zij een rotzus.
Iedereen koos partij, iedereen was voor opa, niemand voor haar.
Toen ze 18 jaar werd, was dat nog steeds zo.
Nu, nu ze een volwassen vrouw is, schuwt ze mensen.

Ze heeft een brief aan de rechters geschreven die wordt voorgelezen.
Het is een indrukwekkend verhaal.
Ze toont zich in haar woorden niet alleen een dappere, maar ook een sterke vrouw.
Ze schrijft hoe verkeerd het voelt als ze haar opa mist, dat oma nooit contact met haar heeft gezocht, dat ze snapt dat oma bij opa is gebleven, maar dat oma haar zo ontzettend in de steek heeft gelaten.’
Ze schreeuwt te hopen dat opa hulp krijgt, beter hulp dan straf.

Leo is niet in staat te reageren.
Hij heeft de woorden niet.

Nu de waarheid aan het licht is gekomen, hebben de kinderen van opa Leo zich van hem afgekeerd en alle contacten verbroken.
Leo zegt dat hij en zijn vrouw in grote eenzaamheid leven, dat ze nu met niemand meer contact hebben, dat ze leven als kluizenaars.
Hij zegt te hopen dat op een dag alles weer goed komt, dat de weg lang is en hij niet veel tijd meer heeft.

De officier van justitie: ‘Een meisje wordt misbruikt en niemand die haar wil geloven. Moeder en oma keren zich van je af, je bent een vreselijk kind. Je gaat er aan onderdoor. En al die tijd was er een persoon die wist dat je de waarheid sprak. En hij liet het gebeuren. Een celstraf van vijftien maanden, vijf voorwaardelijk, is hier op z’n plaats.

Leo zwijgt.
Gaat een beetje verzitten.
Dan richt hij zich tot de rechters en zegt bars: ‘Als ik moet zitten kan ik de vrouw wel meenemen. Ze heeft last van de longen.’

Bij nagelkrassen op krijtborden roepen we ‘stop’ of ‘hou op’ omdat het geluid onverdraaglijk is.
Wanneer kinderen worden mishandeld, worden misbruikt dan roepen we niks, dan kijken we weg.
Waarom dat zo is, moet nog worden onderzocht.

Rob Zijlstra

De slimste

de minst slimme verdachte van deze week moet Aran zijn

Er wordt wel gezegd dat de misdaad nooit eindig is.
Neemt het hier wat af, dan kun je er donder op zeggen dat het elders toeneemt.
Steeds meer, steeds vaker zijn in de misdaad veelvoorkomende begrippen.
Dat komt – denk ik – vooral omdat er zo veel mensen zijn die de misdaad onderzoeken, van lokaal tot internationaal.
Al die mini-bevindingen worden gepubliceerd en wij van de media zijn nooit te beroerd over die publicaties te berichten.
Steeds meer of steeds minder, het is steeds maar weer nieuws.

Ik vermoed dat er inmiddels meer mensen zijn die de misdaad bestuderen dan er uitvoerders van het metier zijn.

Pessimistische mensen zeggen dat de misdaad maar door kan gaan omdat de pakkans niet bijster groot is.
Als het niet hoeft van de verzekering, is de bereidheid aangifte te doen van een misdrijf laag.
Is al jaren zo.
Waarom?
Omdat menigeen van mening wil zijn dat het niet helpt.
Want ze pakken ze toch niet.

Dat laatste lijkt een volkswijsheid die wankelt.
Op basis van waarnemingen van de dagelijkse praktijk in zittingszaal 14 moet ik vaststellen dat de politie meer en meer de beschikking krijgt over slim (technisch) vernuft om de misdadige mens in de kladden te grijpen.
Wat ook meewerkt is dat de misdadige mens niet tot de categorie ‘de slimste mens’ behoort.
Je zou dan zeggen, eens moet de dag komen dat het met de misdaad is afgelopen.

Albert en Alie behoren met hun 67 en 65 levensjaren tot de categorie ‘oudere verdachten’, maar zijn verder heel erg van deze tijd: ze exploiteerden hennepplantages.
Het ging allemaal wat minder en ze konden dus wel wat extra centjes gebruiken, vertelt Albert aan de rechters.
Alie is wel verdachte, maar ze is er niet, zij zit thuis in Veendam, hulpbehoevend en kapot van de zenuwen.
Albert had op een kwade dag een paar schapen verkocht en met de opbrengst wat hennepstekjes aangeschaft op de parkeerplaats van Van der Valk.
In Winschoten kende hij een adresje voor lampen en andere kweekbenodigdheden.
Jawel, Alie wist er van.

Het kan bijna niet anders dan dat de politie heus weet waar, op welke adressen, hennepkwekerijen zitten.
Zo ingewikkeld kan dat – helemaal met de stroomleverancier in je ploeg – niet zijn.
Dat er maar één kwekerij per dag wordt ontmanteld, heeft met de bezetting te maken.
Voor meer is domweg geen tijd.

Albert en Alie hadden een uitkering en leefden heel onhandig boven hun stand.
De politie kreeg daarover een tip, ging kijken en trof op twee verstopte plekken in en rond de woning 494 hennepplanten aan en nog eens anderhalve kilo henneptoppen.
Behalve het ‘groene goud’ werden twee Mercedessen, een paardentrailer, een caravan, twee quads en een fonkelnieuwe zitmaaier in beslag genomen.

Aan stroomleverancier Enexis hebben Albert en Alie 10.000 euro moeten betalen in verband met illegaal afgetapte stroom.
Er is een langlopende regeling getroffen.
Wie uit de financiële misère wil geraken en om die reden hennep gaat telen, moet wel niet slim zijn.
Albert probeert de schade nog te beperken door tegen de rechters te zeggen dat hij maar één keer heeft geoogst, maar dat hij die niet heeft weten te verzilveren.
Rechters horen dat altijd.
De politie had ter plaatse de kalkafzetting opgemeten, geroken aan de algengroei, het groeiresidu bemonsterd en de kleuren van de koolstoffilters bestudeerd.
Op basis hiervan werd slim berekend dat Albert en Alie 77.000 euro hebben verdiend met hun misdaad.
Dat geld moeten ze nu aan ons betalen (staatskas), zo wil het Openbaar Ministerie.

Gijs en Bert zijn samenwonende broers en waren ook niet slim bezig.
Toen de politie bij hen op de stoep stond, was Gijs niet verrast.
Hij wist, op een dag is het voorbij.
Ook hun misdaad kent een grote pakkans, maar te weinig politiemensen om dat ook daadwerkelijk te doen.
In Denemarken en in Rusland doken bij lokale politie-onderzoeken ip-adressen op.
Een deel van die unieke computernummers kon worden gekoppeld aan Ziggo Nederland.
Met hulp van deze provider rolden tientallen namen van de bij de ip-adressen horende Ziggo-abonnees uit de computer.

Waarom Gijs en Bert aan de beurt waren, is niet bekend.
Wel vond de politie op harde schijven, usb-stick’s en op gebrande cd-rom’s meer dan 3 miljoen foto- en filmbestanden.
De politie scande met speciale software tien procent van alles wat uiteindelijk 28.000 foto- en filmbestanden vol ranzige kinderporno opleverde.
Gijs, met 53 jaar de oudste broer, zei dat hij een mededeling voor de rechters had, het betrof een belangrijk vaststaand feit: ‘Ik ben het strontzat.’
Bert had een beetje moeten huilen.
De advocaat verzocht de rechters het te laten bij een werkstraf van 40 tot 80 uur.
De officier van justitie eiste 12 en 15 maanden gevangenisstraf zodat beide mannen ook hun banen kwijtraken.

De minst slimme verdachte van deze week moet Aran zijn.
Hij is net 19 jaar en dus een jongen van de digitale tijd, van na de platenspeler.
Aran heeft ingebroken dan wel is hij in het bezit geweest van gestolen goed.
Dan is hij geen inbreker, maar net zo erg een heler.
Uit een woning haalde hij en of zijn vrienden – zegt de aanklager – een verzameling whisky, een drankje van vroeger, maar heel populair onder jeugd van nu.

Uit een andere woning pikte hij en/of zijn matties computers, sieraden, contant geld en een mobiele HTC-telefoon.
Ook Aran liep tegen politie-vernuft aan.
Inbrekers die mobiele telefoons stelen zijn niet alleen niet slim, maar ook ontzettend dom.
Mobiele telefoons zijn de grootste verraders van deze tijd.
De politie kon na de misdaad al heel snel zien dat het HTC-toestel werd voorzien van een andere sim-kaart en vervolgens dat er mee werd gebeld.
Met 06-nummers.
Die werden in kaart gebracht en zo konden ze het toestel traceren: op de slaapkamer van Moki, naar later zou blijken een vriendje van Aran.

Het toestel bracht de hele misdaad aan het licht: er stonden duizenden WhatsApp-berichten in opgeslagen waarvan er 800 als verdacht werden bestempeld.
Die berichten gingen over brakka’s, osso’s en doekoes, over inbraken, over huizen en over geld.
‘Ik heb doekoe nodig. Ik heb zin in een brakka, ja, we gaan een osso doen in Eelde’, appten Aran en zijn vrienden aan elkaar.

Aran ontkent, hij had zijn telefoon aan anderen uitgeleend.
Dat anderen appen over een koevoet, kan hij dus ook niet helpen.
Rechters: ‘Klopt het dat u bent aangehouden bij de Hornbach in verband met winkeldiefstal?
Ja, dat klopte wel.
Rechters: ‘En wat had u gestolen?’
Aran: ‘Een koevoet.’

Rob Zijlstra

uitspraak 11 september

Huis boom beest (2)

Er verschijnen verdachten in zittingszaal 14 die smachten naar een leven dat in het teken staat van huisje, boompje, beestje.
Die gewoon, zeggen ze dan, een gewoon en eerlijk leven wensen, zonder gedoe en politie.
Er verschijnen ook verdachten in de rechtszaal die al huisje, boompje, beestje hebben.

Neem Leendert (46) en zijn echtgenote.
Op een avond in april, in de tuin bloeit de lente al, zitten hij en zij knus met zijn tweetjes naar de televisie te kijken.
Ze kijken samen naar Opsporing Verzocht.
Leendert en zijn vrouw hebben banen, ze hebben het huis waarin ze wonen, goede vrienden die zo nu en dan gezellig komen logeren, ze hebben leuke en sportieve hobby’s, misschien wel een poes.
Halverwege Opsporing Verzocht krijgen ze de schrik van hun leven.

Het kan niet waar zijn.
Zij kijkt naar hem.
Ineens is alles anders, ineens is de wereld grauw en grijs, is als een donderslag bij heldere hemel niets meer zeker.
Zij ziet hem van het ene op het andere moment als een vreemde.
Nadat ze beide bij waren gekomen, op adem, had zij tegen hem gezegd dat hij naar de politie moest gaan om zichzelf aan te geven.

Opsporing Verzocht had foto’s getoond – foto’s van een filmpje.
Dat filmpje, vertelde de televisie aan heel Nederland, was aangetroffen op de computer van de Amsterdamse zedenman Robert M.
Het vermoeden bestond dat dit materiaal in Nederland was gemaakt omdat er Nederlands werd gesproken.
De foto’s toonden twee kinderen van 5, 6 jaar oud in luiers met een mannenhand.
Op het filmpje is het een strelende hand en spoort een stem de kinderen aan zich om te draaien.
Zij herkende op de getoonde foto’s haar eigen woning, zijn hobbykamer.
De kinderen – onherkenbaar op de foto’s – waren de twee kinderen van de vrienden die een paar keer per jaar gezellig kwamen logeren.

Leendert knikt.
Zo ongeveer is het gegaan.
Hij zegt dat hij zich zo ontzettend schaamt.
De rechters proberen Leendert te begrijpen, terwijl Leendert het probeert uit te leggen.
Een luier, legt hij uit, is voor hem iets magisch, het is zijn metafoor voor geborgenheid die hij vroeger zelf zo heeft gemist.
Zijn liefde voor de luier kent nauwelijks grenzen.
Het is het gevoel dat een luier geeft, bij aanraking, bij het gladstrijken van de plooien, maar ook het geluid, ook dat doet wat met hem.
Leendert: ‘Een luier kun je beleven.’

Hij zegt dat hij zich kan voorstellen dat zoiets moeilijk valt te begrijpen, dat de rechters zoiets vast niet kunnen invoelen.
De rechters halen de schouders op.
Ach, zeggen ze, we praten ook met moordenaars.

Leendert probeert uit te leggen dat de fascinatie voor luiers en de combinatie met kinderen ten onrechte in verband wordt gebracht met pedofilie.
Rechters moeten het maar eens op het internet opzoeken.
Het heeft geen seksuele lading.
Oké, geeft hij toe, volwassen vrouwen in luiers, die vindt hij wel opwindend. Maar dat mag, toch?
De rechters knikken, bij hun weten wel.

De politie (‘die arme politieman K. die dit alles moet bekijken en beschrijven’, zeggen de rechters) heeft de door Leendert gemaakte korte filmpjes gekwalificeerd als kinderporno en dat is zo verboden als het maar kan.
De rechters willen weten hoe de filmpjes op het internet terecht zijn gekomen.
Want Leendert heeft zich niet alleen schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno, maar ook aan het verspreiden ervan, zo luidt de verdenking.
Hoe kwam Robert M. er anders aan?

Leendert: ‘Foutje.’
Hij had een programma geïnstalleerd, icq, en toen ging er iets mis met mappen die hij moest delen.

Nadat hij zich had gemeld bij de politie, kwamen agenten bij hem thuis.
Uitgerekend op die dag lagen er drie harde schijven in de grijze vuilniscontainer.
De schijven waren beschadigd.
Rechters: ‘Is dat een beetje verdacht of niet?’
Leendert: ‘Ik wilde problemen voorkomen.’
Rechters: ‘Dom. U meldt zich. Wij willen ook nog wel begrijpen dat u met een metaalboor door die harde schijven heen jast. Maar dan komt de politie en dan zegt u: ze liggen in de grijze kliko. Dat is toch raar?’

Het vermoeden bestaat dat op de computers van Leendert ontzettend veel film- en fotobestanden hebben gestaan.
Meer dan 15.000 filmpjes, meer dan 300.000 foto’s.
Het gesprek verloopt nu moeizaam.
Een van de rechters merkt op: ‘Het is meer dat we om de beurt geluid maken.’
Leendert: ‘Het is ook moeilijk.’

Hij ontkent dat hij een van de jongetjes in de luiers heeft gezoend.
De rechters: ‘Kom op, wat wij zien is een zoen.’
Leendert: ‘Een knuffel.’
Rechters: ‘Uw lippen knuffelen de lippen van een kind. Dat is ontuchtig.’

De officier van justitie zegt dat Leendert een actieve bijdrage heeft geleverd aan de walgelijke wereld van de kinderporno.
Twee kinderen zullen door zijn toedoen de rest van hun leven op het internet staan en anderen zullen daar misbruik van maken, er seksuele gedachten bij hebben.
De strafeis: achttien maanden cel waarvan tien voorwaardelijk.
Leendert zegt dat hij het niet begrijpt.
De rechters: ‘Dat zou betekenen dat u acht maanden naar de gevangenis moet.’

Leendert biedt zijn excuses aan en zegt te hopen dat er ooit een dag komt dat hij het aan zijn beste vrienden kan uitleggen.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 18 november 2013 – uitspraak
De rechtbank neemt de eis over. Leendert moet acht maanden de cel in. Het materiaal is door de rechtbank gekwalificeerd als kinderporno omdat de filmpjes een seksuele lading hebben.  Ook het verspreiden van kinderporno wordt hem aangerekend. Misschien heeft hij de filmpjes  niet met (boze) opzet op het internet gezet, maar wel met voorwaardelijke opzet: hij had voorzichtiger moeten zijn. De advocaat overweegt hoger beroep in te stellen.

Eenmalige misdadigers

Er zijn misdadigers die gewetenloos zijn.
Die doen het om er zelf beter van te worden of zomaar voor de kick.
Zij zijn wel de ergste, maar ze zijn niet met de meesten.
De meeste mannen die met een misdaad in de rechtszaal moeten verschijnen – in Groningen maar ook elders – zijn eenmalige misdadigers.
Amateurs.
Ze hebben vaak ook een reden, al dan niet in combinatie met een samenloop van omstandigheden.
Een zus met reuma, een slecht huwelijk, ontzettende dorst.

Ontzettende dorst.
Martin, 55 jaar, geboren en getogen in Groningen, is glazenwasser van beroep.
Dat wil zeggen Martin had een fiets, een ladder en een emmer met zeepsop.
Toen zijn compagnon in 2000 overleed had hij aan de weduwe 300 gulden (toen nog) betaald om het klantenbestand over te nemen.
Zo kreeg hij een eigen wijk.
Een vetpot was het niet, maar hij kon er de vijf liter bier die hij dagelijks tot zich nam van betalen.
En af en toe wat heroïne.

Op een dag werd hij verraden door een concurrerende glazenwasser.
De sociale dienst stelde een onderzoek in en ontdekte dat Martin genoten inkomsten niet opgaf en dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met Alie, de zus van zijn overleden compagnon.
Martin ziet dat anders.
In 2006 was Alie shag gaan halen bij het benzinepompstation.
Ze kreeg een aanval en ging onderuit.
Sindsdien komt ze nauwelijks nog buiten.
Hij verzorgt haar.

De fraudepolitie ontdekte dat hij de boodschappen deed en kookte, dat de gasrekening op het adres waar hij zei zelfstandig te wonen veel te laag was, dat zij zijn kleren waste, dat hij haar hond uitliet.
Martin maakte ook gebruik van een brommer die op naam stond van Alie.
Martin zegt dat hij Alie altijd op haar brommer – zij achterop – naar het ziekenhuis bracht.
Daarom.

In de wijk belde de fraudepolitie aan bij mensen met de vraag of zij Martin kenden als de glazenwasser.
En of ze wilden verklaren dat ze hem geld gaven voor schone ramen.
Veel klanten hadden hun mond gehouden, maar een stuk of tien klapten uit de school en leverden het wettige bewijs voor de fraude.

Martin had nog aangevoerd dat ze het bed niet deelden, dat van een seksuele relatie geen sprake was.
Te laat.
De financiën waren verweven (‘we deden het een beetje sam-sam’) en dat is voldoende om van een duurzame relatie te kunnen spreken.
En dan heb je geen recht op een uitkering als alleenstaande.
Martin moet nu 110.000 euro terugbetalen, geld dat hij niet heeft.

De officier van justitie zegt dat Nederland een verzorgingsstaat is waarin zij die het beter hebben betalen voor hen die het iets minder hebben. ‘Als iedereen doet wat Martin deed, dan houden we de staat niet overeind, dan kunnen we het niet meer betalen.
Wat Martin heeft gedaan is dus heel ernstig. Ik vind dan ook dat hij iets terug moet doen voor de maatschappij. Ik eis een werkstraf van 240 uur.’

Martin vindt dat de officier van justitie groot gelijk heeft.
Zegt: ‘Zoals zij denkt, zo denk ik er ook over. Ik heb de staat benadeeld, maar ik ben geen draaideurcrimineel geworden. Als crimineel had ik de staat nog veel meer geld gekost.’

Martin neemt afscheid met een kleine buiging naar de officier van justitie en naar de rechters en zegt: ‘Mag ik u allen vriendelijk bedanken?’
Dat mocht.
De strafzaak tegen Alie is vanwege haar gezondheid geseponeerd.

Bart is ook mantelzorger.
Hij loopt tegen de zeventig en verzorgt zijn moeder die de honderd nadert.
Hij is ontzettend bang dat hij naar de gevangenis wordt gestuurd.
Dan zal hij zijn moeder niet meer kunnen bijstaan en ook zal hij dan alles aan haar moeten vertellen.
Nu weet ze van niets.

Bart heeft twee enorme stommiteiten begaan.
Hij verzamelde kinderporno op zijn computer.
Zegt: ‘Ik was bewust op zoek, het was verslavend gedrag. Ik zag geen kinderen in nood. Ik had mijn geweten uitgeschakeld. Dat neem ik mezelf ontzettend kwalijk. Toen de politie kwam, stortte mijn wereld in want ik wist waarvoor ze kwamen.’
Dit speelde zich af in november 2011.
Hij is al langer dan een jaar in therapie en dat doet ‘m goed: ‘Ik leer daar heel veel over mezelf.’

In september 2010 was de politie ook al bij hem aan de deur geweest.
Zijn zus heeft reuma en had baat bij zo af en toe wat nederwiet.
In een growshop had hij naar de mogelijkheden geïnformeerd, want steeds maar naar de koffieshop werd te duur.
Politieagenten hadden hem in die winkel gespot en drie maanden later belden ze bij hem aan.
Of hij een hennepkwekerij had?
Bart had ja gezegd en de agenten binnengelaten.
Dat had hij niet moeten of hoeven doen, maar dat wist hij als amateur natuurlijk niet.

Een bezoek aan een growshop kan geen reden zijn om iemand als verdachte te beschouwen en een onderzoek te beginnen, zegt de advocaat.
Ook hebben de agenten niet gezegd toen ze aanbelden dat hij het recht had te zwijgen.
Ernstige fouten die ook niet zijn te herstelen en dus moet vrijspraak volgen.

De officier van justitie is het niet met de advocaat eens: de politie mag overal aanbellen en een vraag stellen.
‘Vragen staat immers vrij.’
Wel houdt ze rekening met het feit dat het oude misdaden zijn: normaliter waren de misdaden van Bart goed geweest voor gevangenisstraf, nu kan worden volstaan met een taakstraf van 240 uur (eis).

Bart buigt het hoofd en biedt excuses aan: eerst aan de kinderen en dan – via de officier van justitie als vertegenwoordiger van de samenleving – aan ons allemaal.

Rob Zijlstra

UPDATE – 31 oktober 2013 – uitspraken
Bart is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf.  De politie heeft niets onrechtmatig gedaan, vindt de rechtbank. Vragen staat vrij evenals spontaan iets tegen de politie zeggen.
Glazenwasser Martin moet ook 240 uur voor straf werken en kreeg 2 maanden voorwaardelijk als stok achter de deur.

de vonnissen zijn door de rechtbank niet gepubliceerd