Verboden te roken

foto: kees van de veen / dvhn

Een mooi kort geding gaat zo:

Eerst mag de eisende partij aan de president van de rechtbank vertellen waarom ze vindt dat er met spoed iets moet gebeuren of iets moet worden nagelaten.
Aan het einde van het betoog is de toehoorder, de buitenstaander, overtuigd van de redelijkheid van de eis.
Ze hebben helemaal gelijk.
Vervolgens komt de gedaagde partij – wat denkt die wel niet – aan het woord.

Maar dan sluipt de twijfel binnen: de gedaagden hebben eigenlijk ook wel een beetje gelijk.
De twijfel groeit en aan het slot weet je het niet meer.
Aan het einde van een mooi kort geding heeft iedereen gelijk.

En zo mooi ging het vrijdagochtend in zittingszaal 14 waar vier werknemers van het aardappelzetmeelconcern Avebe naast elkaar zaten.
Ze zijn op staande voet ontslagen door hun werkgever en daar zijn ze het niet mee eens.
Ze willen weer aan het werk, het liefst maandagochtend al, als het kan morgenvroeg.

Avebe piekert daar niet over.
Het concern wil de mannen, die er vele jaren zonder problemen werkten, niet meer terug.
En dat dat zo is, is hun eigen dikke schuld.

De mannen werkten in een vijfploegendienst in de Dextak-fabriek van Avebe.
Daar wordt dextrine geproduceerd.
Dextrine is een explosief goedje.

De mannen rookten in de Dextak-fabriek, ondanks het verbod.
Het rookverbod is ingesteld – anders dan in de horeca –uit overwegingen van veiligheid.

De mannen rookten in de controlekamer.
Nooit in de productieruimtes, want dat is veel te gevaarlijk.
De controlekamer valt echter buiten de explosieve zones.
Roken in de controlekamer is volstrekt veilig.
Dat zeggen ze.

Het roken gebeurde wel stiekem, maar de leidinggevende hadden dat natuurlijk wel in de gaten.
Ze roken het, er werden wel eens peuken gevonden in koffiebekertjes, of as.
Avebe schakelde bedrijfsrechercheurs in.
Hoffmann (‘vertrouwen is goed, Hoffmann is beter’) plaatste verborgen cameraatjes in de controlekamer.
De ondernemingsraad werd ingelicht, de mannen van de controlekamer uiteraard niet.
En zo kwamen er beelden van rokende mannen.
En volgde ontslag op staande voet.

En dat laatste is een paar bruggen te ver, zegt de advocaat namens de vier ex-werknemers.
Een waarschuwing had kunnen volstaan.
Zonder waarschuwing iemand die altijd een goed werknemer is geweest, per direct ontslaan vanwege een rokertje kan niet.

De werknemers zeggen tegen de rechtbankpresident dat het een beetje de cultuur was, dat roken, dat het er was ingeslopen.
Dat iedereen het deed, heus niet zij vieren alleen.
Dat het werd gedoogd.
Dat ze wel eens werden herinnerd aan het rookverbod, maar dat ze nimmer zijn gewaarschuwd.
Roken in de controlekamer, zeggen ze, was gemeengoed.

De advocaat: er is geen dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. En voor een ontbinding is geen grond.
De volle rechtszaal knikt instemmend.
Zo is het maar net.

Dan is Avebe aan de beurt.
De advocaat zegt: ’17 Januari 1947, kruitfabriek Muiden, 17 doden; 13 Mei 2000, vuurwerkramp Enschede, 23 doden; 14 juli 2011, rokende mannen in de dextrinefabriek.’

Dextrine, vervolgt de advocaat, is in poedervorm net zo explosief als buskruit.
Zegt: ‘Als het misgaat, kan Avebe aan het rijtje rampen worden toegevoegd.’

De advocaat: ‘Het bedrijf investeert miljoenen in het vonkvrij maken van de fabriek. Dan kan het niet zo wezen dat in datzelfde bedrijf rokende mannen rondlopen.’

De advocaat: ‘Het veiligheidsbeleid is beschreven in vergunningen. Zou de provincie Groningen als vergunningverlener peuken vinden, dan kunnen ze het bedrijf stilleggen. En ook de verzekering had, toen de ontslagkwestie in de publiciteit kwam, gebeld. De verzekering had gezegd, als de boel de lucht in vliegt omdat de veiligheidvoorschriften niet worden nageleefd, dan zijn wij even niet thuis.’

De advocaat: ‘Er staat kortom heel veel op het spel.’

Het publiek – collega’s van de vier – begint te grommen wanneer de advocaat zegt dat er ook rechtszaken zullen komen als het misgaat.
Dan zullen de nabestaanden claims indienden omdat het bedrijf nalatig is geweest en dus aansprakelijk is voor al het leed.

Kortom, zegt Avebe, de rookmannen wisten dat er niet gerookt mocht worden, ze wisten ook waarom dat niet mocht en toch deden ze het, ze lapten de veiligheid willens en wetens aan de laars.
En dan rest maar één ding: ophoepelen en wel onmiddellijk.
De managing-director: ‘De consequenties van een explosie zijn zo groot, dat we dit hebben moeten besluiten.’

En zo hebben aan het einde van de zitting beide partijen gelijk.
De rechter in dit kort geding bepaalt binnen twee weken wie er meer gelijk heeft dan de ander.

Rob Zijlstra

• Avebe
• dextrine

.

UPDATE – 15 september 2011 – uitspraak
De werknemers zijn door de rechtbank in het gelijk gesteld en moeten weer in dienst worden genomen.
Meer info over de uitspraak volgt.

 zie   DvhN 

en ook hier  HET VONNIS met de motivatie van de rechtbank

.

 

 

 

 

 

Banda vs Beat

Ruzie op de dansvloer is in het strafrecht meestal een mes in het lijf, een stomp of nog erger, een glas in het gezicht.
Maar in dit verhaal gaat het over een civiele ruzie op de dansvloer en over e-mailadressen.

Nu dacht ik altijd dat mijn e-mailadres van mij is.
En dus ook dat onze e-mailadressen van ons zijn.
Maar dat is helemaal niet waar, zo bleek deze week tijdens een kort geding.

Onze adressen samen zijn van diegene die die heeft verzameld.
Die digitale adressen van u en mij samen zijn ook geld waard.
En als iets geld waard is, heb je zo gedoe om niks.

In dit verhaal gaat het over de man die een mooi idee had, over een man die er eerst wel oren naar had, maar er nu niets meer mee te maken wil hebben en over die verrekte Sarah.

De man van het mooie idee had om zich heen gekeken en stelde vast dat er voor de stadsmens in Groningen die 35-plus is niet heel veel gelegenheid is om te dansen en te sjansen.
De meeste kroegen worden bevolkt door studerend en schreeuwend jong spul waar de 35-plussers wel een beetje op is uitgekeken.
De man dacht, ik ga hippe, beetje kinky, beetje spannende feesten, een beetje anders dan anders, organiseren opdat de ietwat oudere stadsmens zich weer eens lustig kan uitleven.

Zo ontstonden de ‘ondergrondse’ Banda!Banda!-feesten, de eerste ergens in 2006.
Het werden places to be.

De man die er nu niets meer mee te maken wil hebben, had er, met zijn altijd creatieve geest, toen wel oren naar.
Er volgden 45 vrolijke feesten, op wisselende en zo nu en dan verrassende locaties in de stad Groningen.

Wie wilde swingen op Banda!Banda! kon zich aanmelden op de website en wie op de hoogte wilde blijven, liet een e-mailadres achter.
Dan kreeg je zo nu en dan een ondeugend berichtje van Angelina (‘ik ga je zien, lieverd’) die je verleidde het eerstvolgende feest te bezoeken.
Nadere instructies zouden volgen, want de locatie moest nog even geheim blijven.

Begin 2010 was het ineens afgelopen met Banda!Banda!
Voor de 35-plussers in Groningen dreigde weer het saaie en monogame thuisleven.

Achter de schermen was gedoe en ruzie ontstaan. De vrijwilligers pikten dat niet langer en stapten op.
De creatieve geest was al eerder afgehaakt en werd zo de man die er niets meer mee te maken wil hebben.
De man van het mooie idee bleef alleen achter, maar niet met lege handen.
Hij beschikte over een database met daarin onze 5.678 e-mailadressen.

Maar toen ineens was daar die verrekte Sarah.
Zij was Banda!Banda!-medewerkster geweest en bedacht met vrienden en vriendinnen dat het misschien een mooi idee zou zijn om hippe feesten, beetje anders dan anders, te gaan organiseren voor de jongere middelbaren.
Zo ontstond The Beatclub en op 26 maart dit jaar was het eerste feest een spetterend feit.
Vorige maand de tweede en de sfeer was er als vanouds.

Iedereen blij.

Maar niet de Banda!Banda!-man.
Hij ontdekte dat die verrekte Sarah gebruik had gemaakt van zijn database vol e-mails om haar feest onder de aandacht te brengen.
Tegen de president – de rechter in kort geding – zeggen hij en zijn advocaat: ‘The Beatclub heeft mijn klanten ingepikt. Dat bestand is met moeite en zorg opgebouwd en The Beatclub heeft op oneigenlijke wijze mijn klanten aangeschreven. Tientallen van hen zijn daarover heel boos.’

De schade die The Beatclub door het onrechtmatige handelen heeft aangericht, moet nu met spoed worden betaald: 20.000 euro.

Maar die verrekte Sarah is zich van geen kwaad bewust, zegt haar advocaat.
Hij zegt dat The Beatclub in het gat is gesprongen dat ontstond toen Banda!Banda! ineens stopte.
Maar nog belangrijker in dit geding is dat die database niet van de man van het mooie idee is.
Die is van de man die er niets meer mee te maken wil hebben.
En Sarah had aan hem gevraagd of zij gebruik mocht maken van het bestand.
En dat mocht, vond hij geen probleem.

De president zegt na een uurtje dat hij genoeg onrechtmatigs heeft gehoord om vonnis te kunnen wijzen.
Maar eigenlijk wil de president dat helemaal niet.
Daarom vraagt hij: ‘Kunnen jullie er niet samen uitkomen? En wel hier en nu?’

De president stelt voor: ‘Als The Beatclub toezegt geen gebruik meer te maken van dat bestand van wie dan ook en de man van het mooie idee stopt met het versturen van vervelende e-mailtjes over The Beatclub, dan delen jullie de proceskosten en dan zijn we klaar.’

Er wordt even stevig en juridisch nagedacht, maar dan gaan de partijen, zij het schoorvoetend, akkoord.
De president: ‘Mooi. Verstandig dat u dit zo oplost.’
Ter plekke wordt een overeenkomst opgesteld, door de griffier opgetikt en uitgeprint en door de betrokkenen ondertekend.

The Beatclub beschikt inmiddels over een eigen bestandje met daarin 234 van onze e-mailadressen.
Die verrekte Sarah weet nog niet of zij en haar vrienden en vriendinnen doorgaan met het organiseren van feesten.
Zegt: ‘Wij doen het vrijwillig, verdienen er niet aan. Door dit gedoe is de lol even zoek.’

De man van het mooie idee (die er wel aan verdiende) kondigt aan dat er na de zomer weer Banda!Banda!’s worden georganiseerd.

En de man die er niets meer mee te maken wil hebben?
Hij laat weten dat er iets nieuws zit aan te komen, iets nog mooiers.

De dansende stadsmens@van35-plus.nl kan gerust zijn.

Rob Zijlstra

.

extra
Banda Banda (oorsprong)
Angelina

Woeste Hoeve

Wij denken natuurlijk dat het er wild aan toegaat, in die seksclub daar links in de weilanden langs de snelweg Groningen richting Leek.
De club heet immers niet voor niets de Woeste Hoeve.

Maar dat blijkt nu helemaal niet zo te zijn.
De boerderij waarin de club sinds jaar en dag is gehuisvest heet gewoon zo.
De boerderij heette al zo toen er van woeste seks helemaal nog geen sprake was.
Eens woonde er gewoon iemand om te wonen en toen heette het ook al de Woeste Hoeve.
Het had daar links van de snelweg bij Matsloot net zo goed Huize Weltevree of Weidezicht kunnen heten.

Neemt niet weg dat de Woeste Hoeve een begrip is in Groningen en ver daarbuiten.
En niet vanwege het weidse zicht.

Vrijdagochtend was er in de rechtbank van Groningen een kort geding.
Er werd om een voorlopige voorziening gevraagd.
Spoedeisend en een heel gedoe.

Het alom bekende boerderij-pand aan de snelweg was eigendom van Willem Merwart Huesken, een markante Groninger uit Delfzijl en omstreken, die op 4 april 2008 plotseling overleed. In de laatste jaren van zijn noeste leven – hij was veroordeeld voor iets met premies, maar detentie-ongeschikt – zong hij nog vrolijke liedjes met titels als ‘ik heb maling aan pech en aan zorgen’.
Na het overlijden nam zoon Albert de zaken over.

De Hueskens verhuurden de boerderij aan tante Nelly en Roelf.
Bijna vijftien jaar lang.
Nelly en Roelf waren heel de tijd de boegbeelden van de nachtclub.
En slechte betalers.
Dit voorjaar ging het mis.

De fiscus kwam uiteindelijk maar toch, er waren verschuldigde huurpenningen van maanden her en nog veel meer schuldeisers.
De huurovereenkomst werd beëindigd.

Met een knokploeg, klagen Nelly en Roelf tegen de rechter in kort geding.
Met vrienden en een zwager, werpt de eigenaar tegen.

De Hueskens vonden na de (geldige) huurontbinding een nieuwe exploitant in de persoon van Cornelis van den Top uit Kootwijkerbroek.
Die heeft al elders Lady Butterfly en dus ervaring in de sector.
Van den Top wil door de openingstijden te verruimen van de nachtclub ook een dagclub maken. Dat is handiger voor de getrouwde zakenmannen die er komen, zei hij in de krant.
De benodigde vergunningen van de gemeente zijn bijna allemaal binnen.
Er komen straks ook sauna’s en baden met woeste bubbels in de tuin vol dichte struiken.

Dit alles is tot grote tegenzin van Nelly en Roelf.
Zij hadden ondanks alle achterstanden en schuldeisers als boegbeeld een doorstart willen maken.
Om dat te kunnen, toverden ze een nieuwe vennootschap tevoorschijn, een schone BV zonder schulden en verleden, de W.H. Entertainment BV.
De Woeste Hoeve is van ons, zeggen ze tegen de president van de rechtbank.
Het is onze naam.
Ons inventaris ook.
En onze administratie.

Ze eisen dat de nieuwe exploitant de naamvoering per direct staakt, inclusief de aanverwante domeinnaam op het internet en dat allemaal op straffe van 5000 euro per dag met een maximum van een half miljoen euro.
De nieuwe exploitant piekert er niet over.

Kortom: geding en gedoe.

De twee advocaten speelden hun rol met minachtende lachjes over en weer.
Ze lazen hun lange pleitnotities voor, als ware zij soms Philip Freriksen.
In tweede termijn vervielen ze in herhaling.
De rechtbankpresident luisterde wel met aandacht, maar stelde geen vragen.

Aan het einde van het kort geding, bijna twee uur na aanvang, wil ex-exploitant Roelf nog wel even wat zeggen. Niet zonder emotie haalt hij vier sleutelbossen uit zijn broekzak. Hij toont de bossen sleutels rinkelend aan de president alsof hij daar iets mee duidelijk wil maken.

Dit werd Huesken jr. teveel.
Hij baande zich een weg richting de uitgang, riep rot toch op en knalde de deur achter zich dicht.
De rechtbankpresident zei daarop dat hij zich voldoende voelde geïnformeerd en dat hij over twee weken uitspraak zal doen.

En waarom moeten we dit allemaal weten, rechtbankverslaggever?

– Nou ik dacht, dan weet je even wat daar langs de snelweg richting Leek allemaal aan de hand is.
En dat je er vanwege dit gedoe tijdelijk niet kunt pinnen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 23 oktober

Verboden stad

De officier van justitie had tijdens de rechtszaak van destijds gezegd dat haar toekomstperspectief somber is. De officier van justitie zei dit, denk ik, om de ernst van de zaak nog maar eens te onderstrepen.

 

Maar de officier heeft het mis, zegt Marieke nu.

‘De toekomst is voor mij niet somber, maar juist een uitdaging.’

 

Ze zegt: ‘Vroeger kon ik niet anders dan die dingen te ondergaan. Maar nu kan terugvechten. En ik wil vechten, voor mijn leven, voor mijn geluk.’

 

Marieke is seksueel misbruikt door haar vader.

De vader was een keurige man, met een goede leidinggevende baan bij een groot en gerenommeerd bedrijf.

Marieke is door deze man op de meeste ernstige wijze misbruikt.

U moet zich daarbij akelige dingen voorstellen en dat een paar keer vermenigvuldigen.

 

Het gebeurde toen ze 11 jaar oud was.

Marieke is nu 22 jaar.

Ze is langdurig opgenomen geweest in psychiatrische instellingen voor kinderen.

Een normale jeugd of schooltijd heeft ze niet gehad.

Vele keren wilde ze serieus niet meer leven, maar dood.

 

De tijd heeft de wonden ook niet geheeld.

Nog altijd is ze omgeven door hulpverleners.

 

Ze haat en veracht de man die ze geen vader meer wil noemen.

Tegen de rechter zegt ze met opgeheven hoofd dat die man het niet verdient vader te zijn van twee kanjers van kinderen. En dat ze meer respect heeft voor een beest.

 

Kortom: niet best.

 

Over twee weken komt de vaderman op vrije voeten.

Hij werd voor de misdaad jegens zijn dochter door het gerechtshof in Leeuwarden veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf.

 

Marieke vreest een confrontatie.

Temeer omdat hij nog een woning heeft in Groningen, die ook niet zo heel ver is gelegen van die van haar (1,4 kilometer). Zijn woning ligt ook om het hoekje bij die van Marieke’s opa en oma op wie ze stapel is. Op zondag gaat ze daar altijd naar toe.

 

Nee, bang dat hij haar zal opzoeken is ze niet.

Het is eerder andersom.

En daarom zit ze nu in kort geding tegenover de voorzieningenrechter.

 

Ze eist dat de vaderman na zijn vrijlating niet binnen en straal van tien kilometer rond haar woning mag komen.

Dat komt in de praktijk neer op een verbod stadsverbod.  

 

Ze zegt tegen de rechter dat ze veel baat heeft gehad bij de tijd dat hij in detentie zat.

Dan had ze rust.

Hoefde ze niet bang te zijn dat hij er plotseling was.

 

Eenmaal heeft ze hem opgezocht.

Toen had ze messen bij zich.

Ze wilde hem vermoorden.

Eerst hem en daarna zichzelf.

Ze deed het niet, maar ze zat wel twee weken in de gevangenis, alvorens justitie de zaak tegen haar (voorwaardelijk) seponeerde.

 

Marieke zegt tegen de rechter dat ze bang is dat zoiets weer zal gebeuren.

Daarom wil ze de vaderman niet onverwacht tegenkomen in Groningen, in haar leefwereld.

Want daar, in die wereld, wil ze veilig zijn.

En niet agressief of nog langer suïcidaal.

 

De advocaat van Marieke zegt dat het misschien wel de wereld op z’n kop lijkt.

Maar, zo houdt de advocaat de kort gedingrechter maar voor, is er niet een tendens in de samenleving gaande om overlastplegers uit de omgeving te halen, daar waar ze overlast pleegden? En wat als er volkswoede dreigt en de veiligheid van een pedofiel in het geding is? Dan grijpt de burgemeester in en zal de pedofiel verhuizen. En heeft deze vaderman, die het leven van zijn dochter heeft verwoest, niet de plicht de schade zo veel mogelijk te beperken?

 

De advocaat van de vaderman zegt dat dit de wereld op z’n kop is.

Zegt dat het niet kan, zo’n ruim verbod.

Dat omdat zij mogelijk een onrechtmatige daad gaat plegen, zijn cliënt moet boeten.

Dat er juridisch gezien geen deugdelijke gronden zijn om een dergelijk verbod af te dwingen.

Dat je grondrechten niet zomaar kunt beknotten.

Dat de eis verre van proportioneel is.

 

De voorzieningenrechter vraagt of er een tussenoplossing is.

 

De advocaat van de vaderman knikt.

Zegt dat zijn cliënt ook wel snapt dat het niet wenselijk is dat hij Marieke tegenkomt. Dat hij daarom zich in het westen van het land wil vestigen. Daar heeft hij al een baan gevonden en nu alleen nog een huis.

Maar de huidige echtgenote – niet de moeder van Marieke – woont in zijn huis in Groningen. Die wil hij toch wel graag in het weekeinde bezoeken.

 

Het voorstel is daarom dat de vaderman alleen op zaterdag en zondag in Groningen mag komen en dan ook nog eens alleen in de wijk Helpman, de wijk van zijn huis.

 

Maar Marieke wil het niet.

Ze zegt tegen de rechter van het kort geding dat ze wel weet dat ze niet het recht heeft hem iets aan te doen.

Dat ze haar agressie zal moeten beteugelen.

Maar dat ze niet weet, als het moet, hoe ze dat moet doen.

 

De rechter: U heeft mij voor ingewikkelde problemen gesteld.

 

Rob Zijlstra

 

uitspraak: vrijdag 23 januari

Weekendverlof

– update –

Mannus is boos.
Dat zie je. Hij kan nauwelijks wachten tot zijn advocaat is uitgesproken.
Mannus is boos op justitie, omdat die hem onrecht aandoet.
Omdat hij een lastpost is, een probleemveroorzaker, zitten ze hem dwars.

Dat zegt hij.
Op straffe van 10.000 euro per dag eist Mannus nu rechtvaardigheid. Hij deed dat woensdag bij de kort gedingrechter.

Justitie zat hem al eens eerder flink dwars.
In 2001 werd hij in Oostenrijk gearresteerd met drugs en daar weten ze hoog in de bergen wel raad mee. In de zomer van dat jaar werd Mannus veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf.

Het verdrag Overbrenging van Gevonniste Personen bracht hem in december 2006 terug naar Nederland. In de strafinrichting in Ter Apel mocht hij het resterende deel van zijn Oostenrijkse straf uitzitten.

In april van dit jaar ging de laatste fase van zijn detentie in. Hij mocht van Ter Apel naar een zbbi, naar de zeer beperkt beveiligde inrichting Fleddervoort in Veenhuizen. Dat betekende ook dat Mannus op doordeweekse dagen mocht werken. Op vrijdagmiddag vier uur ging dan zijn weekendverlof in. Op zondagavond diende hij zich weer aan de gevangenispoort te melden.

Dat ging goed.
Een paar weken.

Van maandag tot en met vrijdag werkte hij bij een steigerbouwer in Groningen. De voorman was tevreden over hem. Manus na een week of drie wat minder. Hij moest zijn schouders zetten onder dingen van 30 tot 40 kilo. Dat leidde tot rugklachten en later tot woorden met een nieuwe ploegbaas. Toen hij ook nog eens collega’s aansprak op hun discriminerende taal jegens kleurrijke passanten langs de steiger, leek de maat vol. Mannus werd op staande voet ontslagen.

Hij ging verhaal halen bij de steigerbouw-directeur die hij in een pittig gesprek – over in zijn ogen de misstanden op de bouwplaats – een uitbuiter noemde.

Daarna ging hij naar huis. Dat was dan wel vier uur voor zijn officiële weekendverlof inging, maar het was op de laatste werkdag niet ongebruikelijk dat gedetineerde steigerbouwer van de zbbi na gedane arbeid rechtstreeks van de steiger naar huis gingen.

Op zondagavond meldde Mannus zich weer bij de gevangenispoort in Veenhuizen.
Daar ging het mis.
Ze stopten hem die avond in een isoleercel waar hij vijf dagen moest doorbrengen.
Een ordemaatregel.
De steigerdirecteur had gemeld bij de directeur van de strafinrichting dat Mannus hem had bedreigd met uitbuiter. Komt nog bij, meent justitie, dat hij zich had ontrokken aan zijn detentie. Na het ontslag op staande voet was hij immers huiswaarts gegaan.

Toen hij de isoleer mocht verlaten, had de gevangenisdirecteur al besloten dat Mannus terug moest naar de penitentiaire inrichting van Ter Apel.
Daarmee kwam ook per direct een einde aan het wekelijkse weekendverlof.
Hij moet nog tot juli 2009.

Daarom zit Mannus woensdag boos te wezen bij de kort gedingrechter.
Hij eist een onmiddellijke terugkeer naar het voormalige pauperparadijs om zo ook weer in het weekeinde naar huis te kunnen.

Zegt: ‘Mijn ex-vrouw is aan de drank en met mijn twee kinderen gaat het onder het gezag van jeugdzorg niet goed en de verkeerde kant op. In het weekeinde zijn de kinderen bij mijn ouders, maar die worden oud en kunnen het niet meer aan.’

De Staat der Nederlanden, tegen wie hij het geding had aangespannen, voelt er niets voor alles.
Mannus, zo zegt de landsadvocaat, heeft bewezen dat hij zijn verworven vrijheden niet aan kan. Van een onrechtmatige overheidsdaad is dus geen sprake.
Bovendien loopt er in deze kwestie nog een beroepszaak bij de Raad voor de Strafrechttoepassing en zolang die nog niet heeft gesproken, is een kort gedingrechter helemaal nog niet aan zet. En die raad spreekt pas nadat de beklagcommissie een beslissing heeft genomen.

Zo doen we dat, zegt de landsadvocaat.

Mannus schudt het hoofd.
Zo doen ze dat omdat ze me weer dwars willen zitten.
Omdat hij diverse keren medegedetineerden heeft geholpen in beklagzaken.
Een paar keer met succes.
Het is daarom.

De kort gedingrechter komt na het komende, maar voor het volgend weekeinde met het vonnis.

Rob Zijlstra

UPDATE – 12 september 208 – uitspraak

Het gaat niet door. Mannus is in zijn vordering op de Staat niet-ontvankelijk: hij moet zijn recht zoeken bij de beklagcommissie van de gevangenis, zo vindt de voorzieningenrechter. Nu hij in het ongelijk is gesteld draait hij ook op voor de proceskosten: 254 euro vast recht en 816 euro voor het salaris van de procureur.