moord en doodslag

Niet van harte

De officier van justitie
noemt het een stoer, maar
volstrekt kansloos verzoek

Derk is geboren op 22 april 1983. Op die dag stond in de krant dat Ronald en Erwin Koeman samen zouden debuteren in de komende wedstrijd van Oranje. Tegen Zweden. En ook dat het vertrouwen in de internationale luchtvaart terug was. Derk is vandaag 34 jaar geworden.

Hij wel. Dennis Bruns uit Musselkanaal zou in januari van dit jaar 29 jaar worden, maar werd een week voor zijn verjaardag doodgeschoten. In Foxhol. Door Derk. Dat is voorlopig de situatie.

Derk viert zijn verjaardag in de gevangenis. Misschien is dat niet de eerste keer, want hij zat vaker ‘binnen’ zoals boeven de gevangenis noemen. Wie binnen zit, wil altijd naar buiten waar de vrijheid heerst. Voor Derk is dat niet anders, hoewel hij er waarschijnlijk rekening mee houdt dat hij ditmaal wat langer binnen moet blijven.

Hij ontkent niet dat hij Bruns heeft doodgeschoten. Zijn lezing: het was hij of ik. Voor hetzelfde geld was het dus andersom geweest en had ik gemeld dat het niet goed gaat met de Noordelijke scheepsbouw en dat de vakbonden van overheidspersoneel fel gekant zijn tegen de regeringsplannen om twee gedetineerden op één cel te plaatsen. Dat stond in de krant op de dag dat Dennis Bruns werd geboren.

Afgelopen week moest Derk met drie anderen die bij de dood van Bruns betrokken zijn komen opdraven in zittingszaal 14. Het ging om een pro formazitting. Op zo’n zitting moeten de rechters onder meer checken of het nog wel terecht is dat verdachten binnen zitten, dus ontdaan van de vrijheid van buiten. Hoewel Derk de hoofdverdachte is, wil hij naar huis, zegt advocaat Yehudi Moszkowicz. Derk komt dan wel terug als de strafzaak dient, oppert de raadsman.

De officier van justitie noemt het een stoer, maar volstrekt kansloos verzoek. Het is een verzoek voor de bühne. De geachte raadsman, zegt de aanklager, weet donders goed dat van moord verdachte mannen in voorlopige hechtenis horen te zitten.

Het is even na half drie als Derk de rechtszaal betreedt met het hoofd kaalgeschoren, de handen opgeborgen in de zakken van een sportjack. Hij zegt ‘moi’ tegen de rechters en ‘yes’ als die hem vragen of het klopt dat hij is geboren in Slochteren. De rechters zeggen dat hij niet verplicht is vragen te beantwoorden, maar dat hij wel goed moet opletten. Derk: ‘Yo.’

Ik heb hem vaker de rechtszaal zien binnenkomen. In november vorig jaar nog. Hij werd toen verdacht van handel in harddrugs. Bij zijn aanhouding, na een achtervolging door Hoogezand, werden drugs in zijn auto aangetroffen, allerhande soorten. In de auto lagen meerdere telefoons, een boel bankbiljetten in de broekzak. Overduidelijke indicaties, zei de officier van justitie, dat Derk een drugsdealer is en niet zo’n kleintje ook.

Derk had de schouders maar wat opgehaald. En ‘tja’ gezegd. Hij kocht weleens wat drugs voor vrienden bij een hem onbekende Surinamer in Groningen. Dat maakt hem toch nog geen dealer? En het geld in de broek, was geen drugsgeld, hij heeft altijd veel geld op zak omdat hij ouderwets is, alles in contanten betaalt. Om dit te bewijzen gaat hij wat verzitten en grijpt hij met de rechterhand in de rechterbroekzak en legt een stapel verfrommelde biljetten op tafel. Het is bijna duizend euro. ‘Tja’, hadden toen de rechters op hun beurt gezegd.

In de auto werd ook een gestolen invalidenparkeerkaart gevonden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld betreft, verklaarde Derk: ‘Daar zit handel in.’

De officier van justitie had opgemerkt dat Derk zo ongeveer alle straffen al eens heeft gekregen, dat dit de achtste keer was dat hij terecht moest staan en dat uit rapportages van deskundigen kon worden opgemaakt dat Derk niet erg bereid is zijn leven te beteren. Hulp wilde hij ook niet. De deskundigen: er is geen intrinsieke behandelbehoefte.

De officier van justitie: ‘De verdachte is puur gericht op geld verdienen.’
De rechters: ‘Op zich is daar niets verkeerds aan. Je kunt er zelfs president van Amerika mee worden.’
Derk: ‘Doe maar een dubbele werkstraf.’

De eerste keer dat ik Derk zag was in 2011. Ook toen was de verdenking dat hij handelde in veel harddrugs. Hij was in zijn auto aangehouden, in diepe slaap en gebogen over het stuur, terwijl de auto met draaiende motor voor het rode en dan weer groene verkeerslicht stond. Surveillerende politiemannen hadden de auto zien staan en toen ze dichterbij kwamen voor poolshoogte roken ze hoe laat het was. Tjokvol drugs.

Op 28 november 2016 werd Derk veroordeeld tot zeven maanden binnen. Welgeteld 46 dagen na die veroordeling schiet hij in Foxhol Dennis Bruns dood.

Advocaat Yehudi Moszkowicz zei afgelopen week dat Derk die avond moest vechten voor zijn leven. Het was zelfverdediging, noodweer. Derk zelf merkte op dat het ‘zo natuurlijk niet had gemoeten’. Volgens de officier van justitie kan van zelfverdediging geen sprake wezen. Zei: ‘Dennis Bruns is in zijn rug geschoten, drie, vier kogels tussen de schouderbladen. Dat past niet bij noodweer.’

In de rechtszaal moet de waarheid altijd achteraf worden gereconstrueerd door hen die er niet bij zijn geweest. Wat inmiddels vast is komen te staan – zo wordt aangenomen – is dat Derk met anderen een halve kilo cocaïne wilde verkopen en dat de kopers, onder wie Dennis Bruns, deden alsof. In werkelijkheid wilden ze de drugs stelen. Rippen. Op tafel lag een envelop met daarin nepgeld met vingerafdrukken. Er ontstond onenigheid. Die liep eerst uit de hand en toen volledig uit de klauwen: er werden vuurwapens getrokken en er werd geschoten.

Om zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen, wordt binnenkort een reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. In Foxhol, op dezelfde plek en in aanwezigheid van Derk die dan aanwijzingen moet geven. Ergens veel later dit jaar (en misschien pas in 2018) volgt dan de echte strafzaak.

In november had de officier van justitie aan Derk gevraagd wat er moet gebeuren om te voorkomen dat hij ooit weer in de rechtszaal moet komen opdraven. Derk had toen ‘huisje, boompje, beestje’ gemompeld en verder niets. In 2013 had een andere officier van justitie hem diezelfde vraag gesteld. Toen had hij wat nukkig geantwoord: ‘M’n levensstijl aanpassen en ‘s avonds om tien uur naar bed.’

Van harte ging het niet.

Rob Zijlstra

Parkiet

Een gruwelmisdaad
van onmetelijke zinloosheid

Dirk de V. was weer even in de rechtbank van Groningen. Dat wil zeggen, hij was er niet in persoon, maar zijn zaak diende. De rechtbank moest besluiten over zijn tbs-status: moest die worden verlengd of niet?

Er was daarover nauwelijks discussie. De rechtbank trok zich formeel nog wel even terug in de raadkamer, om te ‘raadkameren’, maar na een minuut zaten de drie rechters al weer in de rechtszaal om mee te delen dat de dwangverpleging van overheidswege met twee jaar wordt verlengd. Zoals geëist.  Niemand had anders verwacht.

Dirk de V. bracht in oktober 1999 de toen 27-jarige Tjirk van Wijk uit Groningen om het leven. Het was een gruwelmisdaad van onmetelijke zinloosheid. Tjirk was een willekeurig slachtoffer. De V. zat samen met zijn handlanger Henk H. al in een politiecel in Assen toen de moord nog moest worden ontdekt. Het is een akelig verhaal.

Er leven nog mensen in Groningen die koude rillingen krijgen als ze aan De V. – aan karate Dikkie – worden herinnerd.

De rechtbank in Groningen veroordeelde deze man in 2000 tot 14 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Van verpleging – behandeling – is eigenlijk nooit sprake geweest. De V. brengt zijn dagen veelal door in de isoleer op de afdeling zeer intensieve en gespecialiseerde zorg. Hij werd regelmatig overgeplaatst. Een tijd lang gold dat waar De V. verbleef, het ziekteverzuim steeg. Hoe dat nu is, weet ik niet.

De nu 67-jarige De V. heeft aangegeven dat hij de laatste jaren van zijn miserabele leven graag in vrijheid door wil brengen. Tegen het besluit hem op de longstay-afdeling te plaatsen – in zijn geval is dat de afdeling verkapt levenslang – heeft hij bezwaar aangetekend.

Om te onderzoeken of er nog iets mogelijk is, of aan hem een tikkeltje perspectief kan worden geboden, zou hij moeten worden geobserveerd in het Pieter Baan Centrum. De V. wil daar wel aan meewerken, maar eist dat hij dan zijn parkiet mag meenemen. Dat beest betekent alles voor hem.

Het Pieter Baan Centrum wil vogel noch kooi.
De V. wil dan geen stap verzetten.
Zijn advocaat pleitte woensdagmiddag voor een beetje creativiteit.
Voor dat beetje perspectief.
De rechters zeiden dat ze daar niet over gaan.

Een parkiet wordt gemiddeld 13 jaar oud.
De parkiet van De V. is  6.
Samen kunnen ze dus nog even vooruit.

De nabestaanden van Tjirk van Wijk waren ook aanwezig in de rechtszaal.
Ze zeiden het niet, maar ik hoorde het hen denken.
Wat hen betreft draaien ze die vogel de nek om.

Rob Zijlstra

⇒ meer over deze zaak: Ene Tjirk van Wijk doet open…

Lucia

even sta ik in de
rechtszaal oog in
oog met de moordenaar

Ik lees oude krantenartikelen uit Nieuwsblad van het Noorden, geschreven door collega’s die nu niet meer bij de krant werken. Ik lees uitvoerige berichten, qua tekst langer dan we vandaag de dag gewend zijn te schrijven en te lezen.

Het is 1988, de dagbladen hadden volop abonnees.

Ik lees in die oude kranten over een jonge vrouw die is vermoord, zij is gevonden in een weiland langs de Euvelgunnerweg in Groningen, nu een bedrijventerrein ten oosten van de stad. Voordat ze werd vermoord, is ze verkracht. Een vreselijker lot kan een mens nauwelijks overkomen, een ernstiger misdaad valt bijna niet te begaan.

Ik lees de oude krantenartikelen uit het archief van het Nieuwsblad van het Noorden omdat de moordenaar, bijna 29 jaar na dato, moet verschijnen in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.
Vanwege toen – om precies te zijn: 28 jaar, 9 maanden en 25 dagen geleden.

Hij heet Willem.
Hij is nu 57 jaar, is een grote man die van die stevige, zwarte werkschoenen draagt, een donkere spijkerbroek, grijze sweater, grijszwart haar, een dito baard.
Hij is moordenaar voor het leven.

Deze Willem zit gelaten in de verdachtenbank als of hij zonder recht van spreken is.
Zijn behandelaar in de tbs-kliniek waar hij nu verblijft zegt evenwel dat ik eens langs moet komen, om te horen over de goede resultaten die er worden geboekt, mooie resultaten waar zelfs niemand weet van heeft. Vierenveertig procent. Het zijn resultaten die bewijzen, anders dan overal wordt gedacht, dat geen mens onbehandelbaar is. Ik krijg een visitekaartje. Kom langs, zegt de behandelaar, dan krijg je een rondleiding. Van Willem.

Even sta ik in de rechtszaal oog in oog met de moordenaar.
We mogen elkaar geen hand geven, dat hoort niet in de rechtszaal.
We kijken elkaar kort aan, ik ontmoet een vriendelijke blik.
Geen blik om bang van te worden.
Hoe ik terugkeek, dat weet ik niet.
Ik bel wel, zeg ik tegen de behandelaar en stop het visitekaartje weg.

Daags na de moord had Willem van der S. zich op het politiebureau gemeld met de woorden: ‘Het is mis.’ Na zijn misdaad had hij nog verschillende kroegen bezocht in de binnenstad van Groningen. Het was zijn laatste avond in vrijheid.

Ik zet op grond van wat ik in de oude kranten lees wat jaartallen op een rijtje.
In 1981 is Willem vanwege verkrachtingen en pogingen tot doodslag in de regio Ridderkerk als patiënt in de Van Mesdagkliniek beland.
Hij was toen 22, dus nu 35 jaar geleden.
In 1986 wist hij te ontsnappen aan het toezicht van zijn Van Mesdag-begeleiders. Ik heb wel eens gehoord dat tbs’ers op begeleid proefverlof regelmatig wisten te ontkomen op de roltrappen van de V&D. De gevluchte Willem werd niet heel veel later getraceerd en aangehouden in zijn geboorteplaats, zoals de meeste tbs’er die er vandoor gingen: ze vluchtten rechtstreeks naar moeders.

Op 10 maart 1988 genoot Willem van der S. onbegeleid verlof, op donderdagavond, koopavond in de stad. Hij is dan 28 jaar. Dat verlof genoot hij al maanden. Willem bezocht dan in kleine zaaltjes bijeenkomsten van blije kerken. Nog altijd – hoor ik vertellen – is de koopavond een populaire avond voor hedendaagse tbs’ers om de binnenstad van Groningen te bezoeken. Alleen als je het weet, kun je dat zien.

vrouwen eisten
de nacht terug

Een paar dagen na de moord gingen in Groningen drieduizend (!) mensen de straat op om te protesteren tegen seksueel geweld. De mensen droegen fakkels en eisten veiligheid, om veilig naar huis te kunnen fietsen. Vrouwen eisten de nacht terug. Op de muren van de Van Mesdag werden boos witte woorden gekalkt: Stop seksueel geweld!

Ik lees dat de nabestaanden bezwaar maakten tegen het Nieuwsblad van het Noorden, het Algemeen Dagblad, de Volkskrant, tegen EO Tijdsein en Veronica’s Nieuwslijn omdat de naam van het slachtoffer in de berichtgeving voluit werd vermeld, terwijl de naam van Willem beperkt bleef tot Van der S. De nabestaanden hadden ook uit de krant moeten vernemen wat er was gebeurd.

Buro Slachtofferhulp zei tegen de krant: ‘Persvrijheid betekent niet dat je zomaar alles kunt publiceren.’ De verdrietige nabestaanden vingen bot. De pers had geen grenzen overschreden, maar voldoende zorgvuldig bericht, oordeelde de Raad voor de Journalistiek. De politie verklaarde later waarom ze de nabestaanden niet rechtstreeks hadden geïnformeerd: we wilden hen behoeden voor heftige emoties.

Er was een kort geding van vrouwen die vonden dat de Van Mesdag onrechtmatig had gehandeld door Willem van der S. met proefverlof te laten gaan. Het geding was ook gericht tegen de Staat der Nederlanden. De eis: stop met de tbs. Ook hier was bot de vangst. De Van Mesdag had niet onrechtmatig gehandeld, wel onzorgvuldig. Dat laatste was een schrale troost, stond in de oude kranten.

De directie van de Van Mesdagkliniek plaatste zeven dagen na de moord in de krant wanhopig een overlijdensadvertentie om medeleven te betuigen met de nabestaanden. De advertentie viel ik verkeerde aarde.

De rechters gingen woensdag mee met de eis van de officier van justitie: een verlenging van de tbs-maatregel met twee jaren. De rechters zeiden tegen Willem dat hij dat als iets positiefs moet opvatten. Daarna zeiden ze: ‘Wij wensen u sterkte bij wat u van plan bent. En dan zien we u hier over twee jaar weer.’’

De man die als 22-jarige, als crimineel patiënt, in Groningen terecht kwam omdat daar nu eenmaal de Van Mesdagkliniek bestond (bestaat), die op 28-jarige leeftijd met kwade lust een jonge vrouw van het leven beroofde omdat zij op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was, vertelde woensdagmiddag in zittingszaal 14 dat hij er nog wat van wil gaan maken.
Van zijn verloren leven.
Twee jaar geleden dacht hij nog, laat maar zitten.
Maar nu, nu wil hij kijken hoe ver hij kan komen, richting vrijheid.
Om alle risico’s uit de sluiten ziet hij vrijwillig af van verloven waar hij – net als toen – recht op heeft.

Ze heette Alok Lucie Burgdorffer.
Roepnaam Lucia.
Studente, 22 jaar.
Wat ze studeerde, staat nergens geschreven.
Ook is er geen foto van haar.
Alleen een vrolijke naam, verbonden aan een gruwelijk misdrijf dat werd gepleegd op 10 maart 1988 in Groningen.
Op een donderdagavond.

Lucia fietste op haar fiets, van of naar haar huis.
Toen opeens.

Rob Zijlstra

Onaangenaam gezelschap

Weet u wel wat ze tegenwoordig
met snitchers doen?

Schermafbeelding 2016-04-23 om 23.39.08

@zittingszaal14

Mark kijkt aan het einde van de bijna zes uur durende zitting met een schuin oog naar de grote camera die rechts van hem op een statief in zittingszaal 14 staat opgesteld.
De lens loert in zijn richting.
Mark weet: televisie.
Het is Hart van Nederland, SBS.
Dat is voor hem niet gunstig.
Mompelt: ’Al die pers, heel dat circus.’

Hij vertelt aan de rechters, voor de zoveelste keer tijdens de zitting, dat hij een eenzame man is.
‘Niemand vindt mij leuk, daarom heb ik mezelf teruggetrokken.’
Zucht diep, veegt tranen weg.
‘En nu zit ik in de gevangenis. Nou, als je je ergens eenzaam voelt, dan is het daar wel. Ik kan… ik durf ook aan niemand te vertellen waarom ik daar zit. Ik lieg de hele dag alles bij elkaar. Als ze erachter komen dat ik voor zeden zit, dan kan ik het vergeten. Ik word nu nog door de zwaarste criminelen gevraagd om met hen te voetballen. Dat vind ik leuk, ze vinden me aardig. Maar als vanavond Hart van Nederland is uitgezonden, kan ik mij nergens meer in de gevangenis vertonen. Zit je voor zeden, dan heb je het heel zwaar.’

De rechters proberen Mark gerust te stellen.
De pers, zeggen de rechters, noemt nooit namen van verdachten.
Mark is er niet gerust op.
Het is niet de eerste keer dat hij terechtstaat en in de pers is eerder aandacht voor zijn zaak geweest.
‘Toen wist iedereen dat het over mij ging.’

Wat de officier van justitie betreft zal de van ontucht beschuldigde Mark de komende tijd moeten blijven liegen en bedriegen, want de strafeis luidt opgeteld 30 maanden celstraf en tbs met voorwaarden.
Gaat het weer fout, dan staat de deur naar tbs met dwangverpleging voor hem open.

Ook de 46-jarige Nino uit Groningen is allesbehalve gerust.
In zijn woning zijn drugs gevonden – 273 gram cocaïne en 183 gram wiet – in een lade in de slaapkamer lagen honderden plastic gripzakjes waarin drugs worden verkocht, ergens slingerde een weegschaaltje, overal mobiele telefoons (14 in totaal), een pistool van Umarex en onder het matras een BBM-revolver met patronen.
Buiten bij de voordeur hingen camera’s.

Nino kan het verklaren.
De rechters mogen best weten dat hij vroeger dingen heeft gedaan, dingen die hij nu niet meer doet.
Dat heeft hij zijn dochter die hij elke dag naar school brengt en voor wie hij kookt beloofd.
Sowieso is hij bezig jongeren die bij hem in de straat rondhangen ervan te overtuigen dat ze niet het slechte pad moeten kiezen.
Dat slecht niet stoer is.

De rechters: ‘Maar die spullen die bij u zijn aangetroffen zouden erop kunnen duiden dat bij u thuis drugs worden verhandeld. Dan geeft u niet het goede voorbeeld.’
Nino zegt dat de rechters het verkeerd zien.
Het zit zo.
Er was een vrouw die tijdelijk bij hem kwam wonen, die drugs waren van haar, niet van hem.
Een van de wapens had hij afgepakt van een vriend met slechte ideeën, daar had hij toch goed aan gedaan.
De telefoons zijn oude telefoons, tien, vijftien jaar oud, ja, die verzamelt hij, de plastic zakjes zijn er om vlees in te doen, de twee camera’s bij de voordeur hebben het nooit gedaan, die heeft hij daar stuk opgehangen.

De officier van justitie suggereert dat Nino de tijdelijke mevrouw met drugs had kunnen weigeren en dat hij in beslag genomen wapens had kunnen melden bij politie.
Had hij dat gedaan, dan was zijn verhaal misschien geloofwaardig geweest.

Nino reageert ontzet.
‘Wat? Aangeven bij de politie?’
Tegen de rechters, met stemverheffing: ‘Weet u wel wat ze tegenwoordig met snitchers doen? Praat je met de politie, dan komen ze bij je aan de deur en dan hakken ze je kop eraf. Niemand die mij beschermt.’
De rechters moeten weten dat de tijdelijke mevrouw met drugs de vrouw is van een president van een motorbende.’
De rechters: ‘Ja, dat is wel link.’

De officier van justitie eist 15 maanden celstraf.
Nino, nog steeds van slag: ‘Ik ben geen verrader.’

Verraders en plegers van ontucht genieten in gevangenschap geen aanzien.
Dat is eens begonnen in Amerikaanse speelfilms en nu is het ook in het echt zo.

In december 2014 is er in de van Mesdagkliniek in Groningen, op de afdeling resocialisatie, een feestje gaande.
Niet dat er iets valt te vieren, maar er is drank (strohrum) en er zijn drugs.
Dan wil het wel.
Bernard is niet uitgenodigd.
Bernard ligt niet lekker in de groep.
Omdat hij, zeggen ze, een pedo is.
Bernard zit alleen op zijn kamer met de deur op slot.

Halverwege het feest wordt het hem teveel en vraagt hij aan de feestgangers of de muziek wat zachter kan.
Hij krijgt verwensingen naar het hoofd geslingerd en hij keert terug naar zijn verblijf.
De feestvierders, het zijn Tim, Ben en Sjon, vinden dat het maar eens moet zijn afgelopen met die altijd zeurende Bernard, die ‘vieze pedo’.
Ze besluiten Bernard te vermoorden.

De officier van justitie: ‘We hebben het hier dus over een zuivere poging tot moord in vereniging.’

Het wordt een nare gebeurtenis.
Met een smoes weten ze Bernard te bewegen de deur te openen en dan gaan ze los.
De afranseling heeft veel weg van een marteling.
Hij wordt geslagen, geschopt, met een schaar bewerkt, met een bot broodmes dreigen ze zijn keel open te snijden, met een koord uit een kledingstuk proberen ze hem te wurgen.
Af en toe nemen ze even pauze.
Na een uur gaat Sjon (met bloed besmeurd) bij een mede-patiënt een sigaret roken.
Die zegt dat het geen goed idee is, zo’n moord op de afdeling.
Sjon laat zich overtuigen en waarschuwt kort daarna via de intercom de slapende beveiliging.
Tim zal later toegeven dat als de beveiligers niet waren gekomen, Bernard het niet zou hebben overleefd.

Sjon zegt dat hij meedeed, juist om te voorkomen dat de situatie zou escaleren.
Ben zegt hetzelfde.
Tim had laten weten ontzettend veel spijt te hebben van wat er is gebeurd (hij stond in januari al terecht).
De officier van justitie gelooft geen van allen.

Tim kreeg een nieuwe tbs met dwangverpleging.
Die hij had vervalt.
Ben en Sjon, die al jaren tbs’ers zijn, horen gevangenisstraffen eisen van 24 en 30 maanden.
De officier van justitie: ‘Wie tbs heeft, heeft geen vrijbrief tot straffeloosheid.’

Misschien moet Mark alvast zijn foto’s van Facebook verwijderen.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

ik schreef eerder over Mark: de schennispleger [2014]

 

Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen

Foetsie

Een merkwaardige gang van zaken.

Cafer G. is foetsie.
Cafer G. is de man die op 11 april 2010 de toen 45-jarige schaker Michael de Vrieze zou hebben vermoord.
Er was geen keihard bewijs, maar wel heel veel kleine aanwijzingen die samen onomstotelijk waren.
Dat vindt het Openbaar Ministerie.
En dat vindt ook de rechtbank in Groningen.

Cafer G. hoorde 10 jaar celstraf eisen, maar kreeg er 12.
Dat was in januari 2013.
Er volgde hoger beroep en een nader onderzoek door het NFI met een verrassende conclusie: Cafer G. zou wel eens onschuldig kunnen zijn.
Er kwam een verzoekschrift van zijn advocaat waarna het gerechtshof per direct besloot de voorlopige hechtenis van G. op te heffen.
Hij mocht het strafproces in hoger beroep als vrij man afwachten.

Alleen mocht hij dat niet in Nederland.
Wat wil het geval?
Na de veroordeling in Groningen is G. tot een ongewenste vreemdeling verklaard.
Hij is weliswaar in Nederland geboren, maar hij heeft de Turkse nationaliteit.

En zo kreeg het recht z’n beloop.
Na het besluit van het hof moest G. nog een paar dagen blijven zitten in verband met onbetaalde boetes.
Daarna is hij naar het vliegveld gebracht en overgedragen aan de Turkse autoriteiten.

Het proces in hoger beroep zou in de tweede helft van 2015 dienen.
Maar de boel ligt nu stil.
Niemand weet waar G. uithangt.
Mocht hij opduiken in Turkije, dan is er trouwens voor G. nog niet zo heel veel aan de hand.
Turkije levert geen onderdanen uit.
En helemaal geen onderdanen die wij zelf hebben gebracht.

En de zaak van Michael de Vrieze was al zo curieus.

Ik heb de kwestie maandag voorgelegd aan het Openbaar Ministerie.
Ik hoop vandaag – dinsdag woensdag donderdag – op een reactie.

Rob Zijlstra

update – 11 februari 2016 – reactie
Het Openbaar Ministerie laat desgevraagd weten op zoek te zijn naar Cafer G. Er zijn aanwijzingen dat hij in een gevangenis verblijft in de buurt van Istanbul. Er  is hierover contact met de Turkse autoriteiten. Zodra er meer duidelijkheid is, wordt een regiezitting gepland. Dan wordt bekeken hoe de zaak moet worden voortgezet.  Onderzocht wordt ook of het mogelijk is dat Cafer G. het proces kan bijwonen.

Schermafbeelding 2016-02-10 om 10.08.55

dagblad van het noorden, dinsdag 10 februari – klik voor leesbare versie

 

 

 

 

 

 

meer over deze zaak: raadsel zonder lijk

Voorgenomen besluit (1)

 

2002 openbaar
Moord in Groningen.

2005 openbaar
Het Openbaar Ministerie eist levenslang.
De rechtbank in Groningen legt levenslang op.

2006 openbaar
Het Openbaar Ministerie eist in hoger beroep levenslang.
Het gerechtshof legt levenslang op.

2014 openbaar
De Hoge Raad wijst een verzoek tot herziening af.
De levenslange gevangenisstraf blijft gehandhaafd.
Het Openbaar Ministerie is tevreden.

2015 niet openbaar
De minister van veiligheid en justitie wil de tot levenslang veroordeelde het land uitzetten.
Het gaat om een voorgenomen besluit.
De levenslang veroordeelde kan op vrij voeten komen.
Het Openbaar Ministerie heeft geen bezwaar.

2016 niet openbaar
Bij het gerechtshof dient achter gesloten deuren een zitting over de uitzetting.

rob zijlstra

→ meer hierover, donderdag in Dagblad van het Noorden

De feestdagen

in de monumentale zittingszaal
van het paleis is het geluid
te beroerd voor woorden

Schermafbeelding 2015-12-17 om 23.54.37

In de nacht van 15 op 16 september 2011 werd de 65-jarige Nico Leeuwe om het leven gebracht.
Hij was de boodschappen- en klusjesman van de rosse buurt.
Hij assisteerde de dames van lichte zeden.
Nico Leeuwe liet het leven in zijn woning aan het Gedempte Zuiderdiep, binnenstad Groningen, hoekje hoerenbuurt.
Gestikt.

Er werden twee mannen gearresteerd, twee 32-jarige Colombianen uit Spanje die in die septembermaand tijdelijk in Groningen verbleven.
Het Openbaar Ministerie eiste tien jaar cel, maar de rechtbank in Groningen vond dat veel te weinig.
De rechters veroordeelden de twee in augustus 2013 tot vijftien jaar cel.

Afgelopen week diende het hoger beroep.
Dat zoiets zo lang moet duren – meer dan twee jaar na de uitspraak – lijkt nergens op, maar zo lelijk is het.

Wie het niet eens is met de rechtbank gaat in beroep (appèl) bij het gerechtshof.
Het hof zetelt niet zoals de rechtbank in een onopgesmukt gerechtsgebouw, maar in een Paleis van Justitie met pracht en praal.
Dat klinkt heel wat en zo oogt het ook.
Maar in de monumentale zittingszaal van het paleis is het geluid te beroerd voor woorden.
Wat wordt gezegd, is nauwelijks te verstaan.
Waarom dat zo is, weet niemand, dat is geheim.

Er was meer lelijks.
Om het proces nog enigszins te kunnen volgen, moesten de nabestaanden zo ver mogelijk vooraan zitten, pal achter de advocaat van een van de verdachten.
De nabestaanden kregen zo ongewild zicht op het dossier dat de raadsman voor zich had uitgestald.
Ze konden de akelige foto’s van Nico zien, foto’s die de politie maakte toen ze hem op de grond vonden.
Eigenlijk is de rechtszaal helemaal niet geschikt voor een strafproces.

De rechters – die in een justitiepaleis raadsheren heten – gingen ook niet voor de schoonheidsprijs.
Hoewel het proces om negen uur in de ochtend begon, iets later, wekten de magistraten de indruk dat ze hoe dan ook voor het avondeten thuis wilden zijn.
De officier van justitie (in hoger beroep een advocaat-generaal) mocht het vooral kort houden en hoefde echt niet alles voor te dragen wat toch ook al op papier stond.

’s Middags herhaalde zich dit toen de twee advocaten gingen pleiten.
Herhaaldelijk werden de raadslieden onderbroken met opmerkingen van de raadsheer-voorzitter dat gerust passages mochten worden overgeslagen.
De voorzitter: ‘U mag erop vertrouwen dat wij alles lezen.’
Voor de luisteraar restte een onsamenhangende pleit.

Wanneer het strafproces is afgelopen, laat de raadsheer-voorzitter weten dat zij en haar twee collega’s meer tijd, meer dan de gebruikelijke twee weken, nodig hebben om tot een gewogen oordeel te komen.
Zo druk?
Nee.
Ze zei: ‘Wat ongelukkig, maar de feestdagen komen er aan.’

De twee verdachten snappen er misschien zelf niets van.
Ze vinden het in ieder geval niet eerlijk.
Mauro (35) zegt dat het vooral Roberto (34) was die het heeft gedaan.
Roberto wijst naar zijn vriend Mauro.
Wordt het te ingewikkeld, dan zwijgen ze.
Vraag: Waarom zwijgen?
Antwoord: ‘Omdat het mag.’

Halverwege de middag horen de verdachten wat het Openbaar Ministerie ditmaal voor hen in petto heeft.
De redenering (doodslag) van de rechtbank in Groningen en bijbehorende straffen (vijftien jaar) vindt de advocaat-generaal te kort door de bocht.
Hij kwalificeert de gebeurtenissen als een geplande beroving, als een diefstal met geweld met de dood tot gevolg.
Wanneer de aanklager dit ten overstaan van de appèlrechters toelicht, verschijnt als vanuit het niets een filmpje op YouTube, aangekondigd op Twitter.
Ik zie (er is wifi, dat dan weer wel) op mijn laptop dezelfde aanklager, maar dan in een lege zittingszaal in 36 seconden de strafeis uitleggen.

Opnieuw tien jaar cel voor Mauro en ditmaal twaalf voor initiator Roberto die ook het meest geweld toepaste.
Dat zijn de eisen.

Al in Spanje zouden ze het over Nico Leeuwe hebben gehad.
Een kennis van hen, een prostituee die wel eens in Groningen werkte, zou hebben gesproken over de voortdurende dikke portemonnee van Nico, een man ook met veel contant geld in huis, een makkelijk slachtoffer bovendien.
Ze gingen naar Groningen, ze wachtten Nico op en toen hij thuiskwam namen ze hem te grazen.
Ze bonden hem vast met duct-tape, ze tapeten ook zijn mond en mishandelden hem.
Daarna doorzocht Roberto de woning en nam Mauro de inhoud van de dikke portemonnee mee. Vastgebonden en op de buik lieten ze hun slachtoffer achter.
De aanklager zegt: ‘Nico’s laatste minuten, maar misschien ook wel uren, moeten gruwelijk en pijnlijk zijn geweest.

Mauro en Roberto hebben andere lezingen.
En spijt.
Ze realiseren zich dat ze de nabestaanden pijn en verdriet hebben aangedaan.
Dat was dus de bedoeling niet.
Ze willen wel vergiffenis.

Mauro had bij aanvang van het proces een nieuwe verklaring afgelegd, een verklaring met de waarheid.
Na twintig minuten waar verklaren, greep de advocaat in.
Na een korte schorsing bood Mauro zijn excuses aan, want wat hij zojuist als waarheid had verkondigd, was allemaal gelogen, zei hij.
Daarna kwam hij met een nieuwe verklaring, met weer een waarheid.

Mauro zegt dat Roberto Nico plotseling vastgreep in een soort nek- of armklem.
Zo sleurde hij hem naar binnen.
Nico is misschien wel daardoor gestikt, terwijl hij, Mauro, dus geen geweld had gebruikt.
Hij had wel geholpen om Nico vast te binden.
Maar toen ze weg waren gegaan, had hij de tape van Nico’s mond getrokken.

Roberto zegt dat zijn vriend zich niet alles even goed herinnert.
Want de waarheid is dat ze cocaïne zouden kopen van Nico, dat ze die niet konden betalen en dat Nico toen heel boos was geworden en er een worsteling was ontstaan.
Daarbij was geslagen.
Roberto: ‘Wanneer Nico is overleden aan mijn slagen, dan ben ik schuldig. Is er een andere doodsoorzaak, dan ben ik onschuldig.’

De aanklager zegt dat uit niets blijkt dat Nico Leeuwe een drugsdealer was.
Nee, het was een ordinaire diefstal met zeer ongelukkige afloop.
De aanklager: ‘Nico’s dood was geen opzet, maar zijn dood was wel een gevolg van hun handelen.’

Niet dus, zegt de Mauro-advocaat.
‘Wat Mauro heeft gedaan, knevelen, kan niet hebben geleid tot de dood.’
Dus: vrijspraak.
De raadsman van Robert: ‘De belastende verklaringen van de liegende Mauro zijn onbetrouwbaar.’ Conclusie: vrijspraak.

Het is dan bijna tijd voor de aardappelen.
Mauro krijgt zijn laatste woord: ‘In de gevangenis vraag ik mij elke dag af hoe het nu verder moet met mijn leven.’
Dan Roberto.
Hij buigt het hoofd en besluit: ‘Ik verdien een passende straf.’

Rob Zijlstra

update – 25 januari 2016 – uitspraken
Het hof vindt de rechtbank niet kort door de bocht. De twee mannen zijn veroordeeld tot vijftien jaar per persoon. Er is sprake van een gekwalificeerde doodslag en een diefstal met geweld met de dood tot gevolg. De eis van het Openbaar Ministerie doet wederom geen recht aan de ernst van de feiten, zo staat in het arrest.

arrest Roberto
arrest Mauro

De Waldeck-zaak (3)

Schermafbeelding 2015-10-30 om 20.52.03

update 3: rechtbank veroordeeld Maikel S. tot 20 jaar cel

Schermafbeelding 2016-06-02 om 17.59.41

update 2: OM eist 30 jaar cel

Vrijdag heeft het Openbaar Ministerie 30 jaar celstraf geëist tegen Maikel S. wegens 1. gekwalificeerde doodslag (Gudrun Küster) en 2. moord (Trevor Griffiths). Het OM heeft na uitvoerig intern overleg besloten geen levenslang te eisen, een strafeis die gezien alles wel had gekund.

Tegenstanders van de levenslange celstraf zoals we die nu kennen (zitten tot aan de dood) zullen tevreden zijn met de strafeis en dan vooral met de motivatie. Het waarom staat in het verhaal.

De rechtbank neemt extra tijd om uitspraak te doen: over vier weken.

rob zijlstra

»» Rechter: ‘U maakt er wel een zooitje van’ [pdf, verslag 1e zittingsdag – dvhn – 29/10]

»» ‘Ik krijg misschien wel levenslang’ [pdf, voorbeschouwing – dvhn – 28/10]

»» Niet te geloven [verslag pro forma-zitting – april 2014]

»» de tekening is van Annet Zuurveen

Michael de Vrieze – 2

er is iets heul
geks aan de hand

Eerst even de zaak op een rij.
Michael de Vrieze uit Burum verdwijnt in april 2010 spoorloos.
Spoorloos is hij tot op de dag van vandaag.
Formeel is hij door de rechtbank in Den Haag doodverklaard.
Cafer G. is de man die wordt verdacht daar meer van te weten.
Sterker nog, Cafer G. wordt er van verdacht dat hij De Vrieze heeft vermoord.
Het lichaam van De Vrieze is nooit gevonden.

zie ook II  Michael de Vrieze – deel 1 II

Cafer G. zou het vreselijke hebben gedaan in een woning aan de Jupiterstraat in Groningen.
Dat daar iets ernstigs is gebeurd, blijkt onder meer uit de grote hoeveelheid bloed die in de woning is aangetroffen.
Dat vond de rechtbank in Groningen.
In die bewuste woning huurde Cafer G. een kamer, terwijl De Vrieze er vaak verbleef.
Ze kenden elkaar, misschien wel omdat ze samen iets lucratiefs in de hennep deden (is suggestief).

Een paar dagen na de verdwijning van De Vrieze is Cafer G. met een enkeltje afgereisd naar Turkije, naar het land – hoewel hij in Groningen is geboren – van zijn nationaliteit.
De politie vindt dat erg verdacht en ziet het als een vlucht.
Nog meer verdacht: Cafer G. pint geld met bankpasjes van de spoorloze De Vrieze.
Dat doe hij ook in Turkije

Turkije levert geen onderdanen uit.
Als hij schuldig is – stel dat – dan is hij veilig in Turkije.

Op een dag maakt Cafer G. vanuit Turkije een uitstapje naar Rusland.
Turkije tipt Nederland – dat dan weer wel – en Cafer wordt in Rusland eerst aangehouden, dan in een donker hok gegooid en na drie maanden aan Nederland uitgeleverd.

Er volgt een rechtszaak in januari 2013 in zittingszaal 14
De officier van justitie eist 10 jaar celstraf
De rechtbank legt 12 jaar op wegens doodslag.
Cafer G. – hij ontkent en zwijgt – gaat in hoger beroep.

In een tussenarrest vordert het gerechtshof – ter voorbereiding op de zitting in hoger beroep – nader onderzoek naar het bloed.
Daar is iets mee.
Het Nederlands Forensisch Instituut stelt vast dat veel bloed – aangetroffen in de woning – ineens weinig bloed is.
De hoeveelheid bedekt de bodem van een borrelglaasje, meer is het niet.
Voor advocaat Jacq Taekema is die uitkomst reden een verzoekschrift in te dienen bij het hof.
De raadkamer buigt zich er achter gesloten deuren op 1 juli over en concludeert dat het nieuwe onderzoek nieuw licht werpt op de zaak: de bewijsconstructie waarop de rechtbank in Groningen de veroordeling heeft gebaseerd kan niet langer stand houden.

Weinig bloed in plaats van veel bloed kan betekenen dat de vermeende plaats delict helemaal geen plaats delict is.
En dus dat de misdaad waaraan Cafer G. is gelinkt en waarvoor hij is veroordeeld helemaal niet heeft plaatsgevonden, althans niet volgens het scenario dat de rechtbank voor waar heeft gehouden.
Dat nieuwe inzicht leidt tot een bijzonder besluit, bijzonder in die zin dat zo’n besluit in deze fase van een proces niet vaak wordt genomen: de hechtenis van Cafer G. wordt opgeheven.
Er zijn geen ernstige bezwaren meer hem langer vast te houden.
Hij mag zijn proces – ergens dit jaar – in vrijheid afwachten.

Tot zover de zaak nog even op een rij.

De vraag die mij bezighield – een van de vragen – was of het hof ook voorwaarden had verbonden aan de opheffing van de hechtenis.
Dat Cafer G. zich bijvoorbeeld beschikbaar moet houden.
Dat hij zijn paspoort moet inleveren om te voorkomen dat de verdachtenbank ten tijde van het proces in hoger beroep leeg is.
Of dat hij zich wekelijks moet melden op een politiebureau.
Zoiets.
Dat dacht ik, want ik ben geen jurist.
Het stellen van voorwaarden aan een opheffing kan volgens de wet niet.

Maar nu – nu pas – komt wat ik heel gek noem.

Cafer G. mag het strafproces in hoger beroep dus in vrijheid afwachten.
Maar dat mag hij niet in Nederland.
Hij wordt namelijk het land uitgezet.
Hij wordt het land uitgezet omdat hij als gevolg van deze kwestie inclusief de veroordeling wegens doodslag tot een ongewenste vreemdeling is verklaard.
Hij mag hier wel wachten en tegelijkertijd niet zijn.

Hij moet weg.

Hoewel zijn hechtenis begin deze week is opgeheven, zit hij nu nog een paar dagen vast.
Dat heeft te maken met onbetaalde boetes.
Volgende week – naar ik begreep – wordt hij dan het land uitgezet.
Naar Turkije, naar het land dat geen onderdanen uitlevert.

Dus.

Justitie heeft hem opgespoord en heeft hem vervolgd en wil hem opnieuw vervolgen in hoger beroep, justitie verzocht Rusland hem uit te leveren, justitie wil hem nog zeker tien jaren achter de tralies.
En nu moet justitie diezelfde man naar het land brengen waar hij nog lang en gelukkig in vrijheid kan leven.

Ik snap het wel.
En misschien is Cafer G. ten onrechte veroordeeld.
Dat kan.

Maar toch.

Rob Zijlstra

 

voor de duidelijkheid
Ik heb het Openbaar Ministerie donderdag gevraagd om een reactie. In dit geval bleek ik te zijn aangewezen op voorlichters van het landelijk parket in Den Haag. Iemand van hen liet per e-mail weten dat ik voor antwoorden bij het Openbaar Minsterie Noord-Nederland moet zijn, bij de  voorlichters die mij hadden doorverwezen naar het landelijk parket in Den Haag.
De uitzetting? De uitzetting is een zaak van weer een andere afdeling.
Helaas  dubbelcheck, maar de bron waarop dit verhaal is gebaseerd is betrouwbaar.

Michael de Vrieze

Schermafbeelding 2015-07-14 om 12.45.23

dvhn – dinsdag – klik op tekst voor leesbare versie

De raadkamer van het gerechtshof Leeuwarden heeft vanochtend besloten dat de hechtenis van Cafer G. moet worden opgeheven.
Na dat besluit is G. onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Het besluit is en wordt niet gemotiveerd.
Een woordvoerster van het hof laat weten dat een besluit dat achter gesloten deuren wordt genomen nu eenmaal niet openbaar is.

Het enige dat het hof wil prijsgeven is de bevestiging dat G. naar huis is gestuurd.

Ik vind dat raar.
Iemand wordt in het openbaar veroordeeld tot 12 jaar celstraf en dan wordt een besluit hem na twee jaar heen te zenden in beslotenheid genomen en vervolgens niet toegelicht.
Volgens mij kan dit leiden tot een geschokte rechtsorde, een situatie die rechters normaal gesproken aanhalen een verdachte langer vast te houden.

Het Openbaar Ministerie wil ook niet veel zeggen.
Het Openbaar Ministerie had graag een ander besluit gezien, zegt de OM-woordvoerster.
En verder moet het hof het maar uitleggen.
Doet het hof dat niet?
Oh.

Ik denk dat ik mij nu eerst moet verdiepen in artikel 24 van het Wetboek van Strafvordering.

wordt vervolgd

zie ook raadsels zonder lijk
inclusief het volledige vonnis van de rechtbank in Groningen

– vervolg

Ik heb mijn informanten – deskundigen – geraadpleegd.
Hun deskundige conclusie: het hof handelt volgens de regels.
Gelukkig maar.
Dat ik het maar raar vind, is een gevolg van onwetendheid.

De beslissing de hechtenis van Cafer G.op te heffen is genomen in een besloten raadkamerzitting.
Dat impliceert dat ook besluiten – opgetekend in een beschikking – niet openbaar zijn.
Er was ook geen zitting.
Er lag een verzoek.

Er bestaan besloten zittingen waar de uitspraken wel openbaar zijn.
Kinderstrafzaken bijvoorbeeld.

Informant Mathieu van Linde – strafrechtadvocaat te Groningen – noemt de beslissing van het hof in deze kwestie wel bijzonder.
Er ligt een veroordelend vonnis, wat voldoende is iemand in hechtenis te houden.
Het nieuwe inzicht met betrekking tot het bloed is kennelijk zo doorslaggevend dat er geen ernstige bezwaren meer zijn voor de hechtenis.
In dat geval kan het hof niet anders dan wat nu is gedaan: veroordeelde man naar huis sturen.

Het vervolg is dat er wel een proces in hoger beroep komt.
Niet helemaal uitgesloten is dat het Openbaar Ministerie – niet blij met wat er nu is gebeurd – zal gaan uitblinken in traagheid, op zich het OM niet vreemd.
Er is voor hem OM geen enkele reden haast te maken met een vervolg.
Intussen kan er immers van alles gebeuren.
Het lichaam van Michael de Vrieze kan bijvoorbeeld worden gevonden wat kan leiden tot  weer nieuwe inzichten.

Advocaat Jacq (en niet Jan zoals ik eerder schreef) Taekema zegt morgen woensdag in Dagblad van het Noorden dat de vraag die nu wel gesteld moet worden een heel vervelende is – vooral voor de familie – maar dat die vraag wel gesteld moet worden in het belang deze kwestie op te lossen.

Is Michael de Vrieze eigenijk wel dood?

De hoeveelheid bloed duidde op een misdrijf.
Nu die hoeveelheid bloed maar gering is – bodempje van een borrelglaasje – is er misschien helemaal geen misdrijf.
Of een ander misdrijf.
Met andere hoofdrolspelers.
Of met Cafer G.in een andere rol, een bijrol.
Want ook dat kan.

Ik ga morgen – woensdag – het hof vragen toch nog een toelichting te geven.
Er bestaan niet voor niets persraadsheren.

Schermafbeelding 2015-07-16 om 19.21.04

reactie van persraadsheer Geo Dam – donderdag in dvhn

 

 

 

 

 

 

Er zijn meer vragen.

Cafer G. is veroordeeld mede op grond van veel aangetroffen bloed.
Dat vele bloed maakte een misdrijf aannemelijk.
Nu blijk dat er niet veel aangetroffen bloed is, althans volgens het laatste onderzoek.
Wat voor een onderzoek is dat geweest, waarop Groninger rechters zich hebben gebaseerd?
Een professioneel flutonderzoek?
Goedkoop?
Heel degelijk?
Weten rechters eigenlijk wel waarop zij hun oordelen baseren?

Nog meer vragen.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2015-07-15 om 10.37.08

uit het vonnis van de rechtbank

 

voor een hoogst merkwaardig vervolg op deze kwestie → hoogst merkwaardig vervolg

De naam

het recht om te weten
het recht om te vergeten

Kan iemand eisen dat zijn of haar naam wordt verwijderd van het internet?
Dat kan.
Eisen kan altijd.

Er is een man die deze eis heeft ingediend bij de rechtbank in Groningen.
Hij eist dat zijn naam onverwijld wordt verwijderd uit een artikel dat gaat over het verwijderen van namen uit de zoekmachines van Google.
De man had Google verzocht dit te doen.
Op ongelukkige wijze kwam dit verzoek met naam een toenaam op het internet te staan.

De eiser is niet zomaar een man.
In 2015 2005 bracht hij zijn partner Simone van Kleeff in Barendrecht om het leven.
De man werd voor deze misdaad veroordeeld tot 12 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Hij verblijft momenteel in de Van Mesdagkliniek in Groningen.

Wat hij heeft gedaan vindt hij vreselijk, maar hij moet wel verder met zijn leven.
En dat lukt niet wanneer zijn naam – bijvoorbeeld via Google – gekoppeld blijft aan die nare geschiedenis.

Deze week diende voor de Groninger rechtbank een kort geding dat hij heeft aangespannen tegen de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG).
Het gewraakte artikel staat op de site van de federatie.
De federatie wil het recht behouden om de namen van moordenaars van hun dierbaren te blijven herinneren.

De man vindt dat de koppeling tussen hem en de moord ongeoorloofd is.
Er is sprake, vindt hij, van ongeoorloofde eigenrichting.
Het vermelden van zijn naam is niet proportioneel en het dient geen doel.
Ook geen artistiek of journalistiek doel.
Oftewel: de streep er door.

Geen denken aan, zegt de tegenpartij die wordt bijgestaan door slachtofferadvocaat Richard Korver.
Volgens Korver is er een recht om te vergeten, maar ook een recht om te weten.
Alles afwegende dient dat laatste te prevaleren.

Immers – nog steeds Korver – heeft de maatschappij het recht te weten wat voor vlees zij in de kuip heeft, hebben de kinderen van Simone van Kleeff het recht te vinden over hun vader wat ze willen en ook de toekomstige partners en vrienden van de moordenaar hebben het recht te weten met wie ze te maken hebben.
Richard Korver: ‘Meneer probeert de sporen van zijn daad achteraf te verdoezelen.’

Of dit laatste mogelijk is, is overigens maar zeer de vraag.
Naar aanleiding van het kort geding hebben diverse websites zijn volledige naam gepubliceerd.

De kortgedingrechter doet op vrijdag 1 mei uitspraak.

Rob Zijlstra

update – 1 mei 2015 – uitspraak
De rechter heeft gewikt en gewogen en stelt dat het belang van de vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen dan het belang van bescherming van de privacy. In dit geval: de nabestaanden winnen het van de moordenaar.

Schermafbeelding 2015-05-01 om 11.08.00

klik op afbeelding

Schermafbeelding 2015-04-16 om 10.55.58

Heimelijk afgeluisterd

zelfs in de rechtbank
zijn verdachten niet veilig

Twee verdachten moeten voor de rechtbank in Assen verschijnen.
Het gaat om een pro forma-zitting.
Geen inhoudelijk behandeling.
De twee mannen worden verdacht betrokken te zijn bij de dood van Andre Lubbers, een ondernemer uit Klazienaveen.
De man werd in augustus 2012 in zijn woning door het hoofd geschoten.

Het gerucht ging dat er veel geld bij de ondernemer viel te halen.
Het vermoeden is dat Andre Lubbers het slachtoffer is geworden van roof.
En dat hij daarbij – hoe gek dat ook klinkt – per ongeluk is doodgeschoten.

De juridische kwalificatie luidt: een poging toto diefstal met geweld met de dood tot gevolg.

De man die zou hebben geschoten is vandaag door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot 7 jaar celstraf.
Drie medeverdachten – tegen wie ook 7 jaar was geëist – zijn vrijgesproken.

De veroordeelde man dankt zijn veroordeling mede aan DNA.
Op de broek van het slachtoffer werden bloedsporen aangetroffen, bloed van de nu veroordeelde.
Dit spoor brengt hem in de woning waar het slachtoffer het leven liet.

Er is een belastende verklaring van een medeverdachte.

En er is een heimelijk afgeluisterd gesprek.
Toen twee verdachten, onder wie de nu veroordeelde, voor de proforma-zitting in de rechtbank van Assen moesten verschijnen, had de politie voorzorgsmaatregelen getroffen.
Met toestemming van de rechter-commissaris (op 13 november 2012) plaatste de politie in een cel in het gerechtsgebouw afluisterapparatuur.

R.F. is de man die nu is veroordeeld.
I.C. is de medeverdachte die een belastende verklaring aflegde en is vrijgesproken.

Het afgeluisterde gesprek:

R.F.: ‘Wij moeten gewoon volhouden, dat wij niks meer weten.’
R.F.: ‘Wij zitten diep in de problemen. Ik was bang dat zij het vuurwapen hadden gevonden. Maar als zij hadden gevonden, hadden ze aan ons verteld, zelfs hier in de gevangenis.’
I.C.: ‘En wat die andere dan, als wij met zijn drieën zeggen dat wij hem niet hebben gezien, dan is het goed toch. Ik denk niet dat hij het gaat vertellen.’ (…)
R.F.: ‘Ik maak mij zorgen. Ik weet niet of ik het lang kan volhouden, ik ben bang dat ik het ga verklaren.’

Zelfs in de rechtbank zijn verdachten niet veilig.
Ook daarom zeggen advocaten steeds vaker tegen hun cliënten: ‘Altijd je mond houden.’

Rob Zijlstra

bron van het gesprek: het vonnis 

Schermafbeelding 2015-04-17 om 17.29.37

het vonnis van R.F. die is veroordeeld tot 7 jaar celstraf

 

 

Reinier S. – herziening ?

Schermafbeelding 2015-03-24 om 15.00.27achtergrond +  update 

Advocaat Geert Jan Knoops wil dat de Hoge Raad besluit tot een nieuw strafproces rond de dood van Gonda Drent (Smit). Volgens de advocaat zijn er nieuwe gegevens die onbekend waren toen het gerechtshof in Leeuwarden Reinier S. in hoger beroep veroordeelde tot 15 jaar celstraf.

Gonda kwam in op 11 december 1996 om het leven bij een brand in haar woning aan de Hoofdstraat in Hoogezand. De verdenking is dat Reinier de brand heeft gesticht nadat hij zijn partner Gonda met geweld om het leven had gebracht. Met de brand zou hij sporen hebben willen vernietigen.

Reinier werd eerst tot 12 jaar en in hoger beroep tot 15 jaar celstraf veroordeeld.

Knoops heeft het verzoek tot herziening al in februari ingediend bij de Hoge Raad. Die zal naar verwachting over enkele maanden een besluit nemen.

Volgens Knoops is er een belangrijke getuige die terugkomt op een eerder afgelegde (belastende) verklaring. Ook zijn er nieuwe aanwijzingen die Reinier S. een alibi zouden verschaffen. Op basis van een nieuw tijdpad kan S. zijn partner niet hebben gedood, aldus Knoops.

Of zoals Knoops het stelt: het onschuldscenario is waarschijnlijker dan het schuldscenario. Het gerechtshof oordeelde ondanks de veroordeling dat het politieonderzoek geen schoonheidsprijs verdient. In april dit jaar verschijnt het boek De Hoogezandse brand (tijdlijn als alibi) van o.a. rechtspsycholoog Peter van Koppen die de zaak opnieuw heeft onderzocht. Van Koppen en de zijnen doen zoiets vaker: gerede twijfel.

Ik volgende de strafzaken voor de rechtbank in Groningen en bij het hof in Leeuwarden. Hieronder de links naar de verslagen.

28 mei 2008
verslag van proces rechtbank Groningen → chocolademelk

10 juni 2008
het vonnis rechtbank Groningen → vonnis

1 juli 2009
verslag proces hof Leeuwarden – 1 → hoger beroep

3 december 2009
verslag proces hof Leeuwarden – 2 → verrassing

17 december 2009
de uitspraak → 15 jaar
analyse → genekt door eigen verzinsels
de uitspraak → het arrest

rob zijlstra

UPDATE – 29 maart 2016 – herzieningsverzoek

Gelijk het advies in oktober 2015 heeft de Hoge Raad het herzieningsverzoek van Reinier S. en zijn advocaat Geert Jan Knoops afgewezen. De door Knoops en de zijnen (onder wie Peter van Koppen) aangedragen ‘nieuwe feiten’ hebben de Hoge Raad geen aanleiding gegeven te besluiten dat de zaak opnieuw tegen he licht moet worden gehouden.

Het besluit is hieronder te lezen (klik op afbeelding)

De samenvatting van de uitspraak staat hier

Schermafbeelding 2016-03-29 om 13.06.15

Gerechtigheid

Hij haalt uit
Een keer
Vaker
Het bloed spat
Zij valt
Blijft liggen

Strafrechters willen vaak weten waarom.
Waarom deed u zus of waarom zo?
Waarom liep u niet weg?
En vooral: waarom hebt u het gedaan?

Riano (24) uit Groningen zegt dat hij klappen kreeg en dat hij niet kan vechten.
Daarom had hij zijn pistool gepakt, een Glock.
Hij had er mee in de rondte gezwaaid en toen had hij geschoten.
Gericht?
Natuurlijk niet, hij schoot in de lucht.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde niemand doden. Ik heb kinderen te onderhouden.’

Hassan (52) uit Emmen had andere redenen.
Hij vertelt met luide, indringende stem dat zij niet wilde praten, maar onmiddellijk begon te vechten.
Zoals altijd.
Ze trok aan zijn haren.
Toen had hij haar met wie hij al 26 jaar samen is, geslagen met een hamer.
Op haar hoofd.
Maar waarom?
Hassan: ‘Ze ging vreemd.’

Beide zaken hebben niets met elkaar te maken, maar dienden wel op een en dezelfde dag in zittingszaal 14, de rechtszaal van het strafrecht in Groningen.
Nog een overeenkomst: in beide zaken heeft de officier van justitie een poging tot moord ten laste gelegd.

Veel misdaden die worden berecht zijn pogingen.

Een poging tot mishandeling – dat komt vast en zeker op grote schaal voor – is niet strafbaar, maar proberen iemand van het leven te beroven is zo strafbaar als de pest.

Er was eens een man uit Rotterdam die na een jarenlange detentie zijn herwonnen vrijheid vierde in een horeca-etablissement in Groningen.
Op de dansvloer kreeg hij amok en werd met een vuistslag tegen de vlakte geslagen.
Om zijn geschonden eer te redden, liet hij zich naar de woning van zijn nieuwe rivaal rijden en schoot met een vuurwapen op de woning.
Een kogel ging dwars door de voordeur.
Er raakte niemand gewond, maar de rechtbank te Groningen oordeelde dat gesproken kon worden van een poging tot moord.
Er had iemand achter de deur kunnen staan.
De wanboffer kreeg acht jaar celstraf.

Het aantal moorden en doodslagen in Groningen, Drenthe en Friesland is niet bijster hoog.
Maar zouden alle pogingen tot moord en doodslag slagen, dan zou een gevaarlijke Mexicaanse drugsstad schraaltjes bij Noord-Nederland afsteken.
Gelukkig is het net andersom.

Toch moeten pogingen tot misdrijven niet worden gebagatelliseerd.
De lijn tussen een geslaagde poging en een mislukte poging is soms akelig dun.
Niet zelden blijft iemand het moordernaarsschap bespaard dankzij vakkundig medisch ingrijpen.

Een poging klinkt al snel als een mislukking, maar de wet weet daar wel raad mee.
De wet spreekt van een voltooide poging.
Het slachtoffer is dan in leven gebleven.

Een man had tijdens een ruzie een mes uit de keuken gehaald en vervolgens zijn irritante zeurvriend neergestoken.
Hij schrok van het gutsende bloed en belde 112.
De zwaargehavende vriend werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht en met nog meer spoed geopereerd.
Spoed redde zijn leven.
De advocaat zei dus dat het leven was gered omdat de verdachte onmiddellijk 112 had gebeld.
Ook een bewijs dat de verdachte geenszins van plan was geweest zijn vriend te doden.
De advocaat dacht de ‘voltooide poging’ te omzeilen.
De rechtbank dacht het niet.
Leroy kreeg een jaar celstraf.

Waarom, vragen de rechters aan Riano, waarom kreeg u klappen?
Riano zegt dat er ruzie was ontstaan en dat hij ertussen was gesprongen om de ruziënde mannen uit elkaar te halen.
Waarom, vragen de rechters, beweren anderen dat u probeerde een gouden ketting te stelen?
Getuigen zeggen dat de man die probeerde de gouden ketting te stelen ook de man was die schoot.
Riano heeft geen idee waarom getuigen dat zeggen.

Rechters: waarom had u een pistool bij u?
Riano zegt dat zijn vader in 2010 is doodgeschoten.
Sindsdien draagt hij een wapen.
Daarom.

De officier van justitie wikt en weegt en zegt dat ze het schieten niet kan vertalen in een poging iemand van het leven te beroven.
Er is te weinig bewijs.
De poging tot moord kan wel worden gewijzigd in een diefstal met geweld, gericht op die gouden ketting.
Dat kan qua vrijheid een boel schelen.

Waarom, vragen de rechters aan Hassan, waarom had u zich verstopt achter de wasmachine?
Hassan zegt dat hij zijn vrouw had verboden alleen naar buiten te gaan.
Waarom leek hem logisch.
Vanwege die ander die er was.
De rechters vragen of Hassan het normaal vindt dat hij zijn vrouw beperkt in haar vrijheid. Hassan zegt ja, hij antwoordt dat zijn vrouw dat had verdiend.

Zijn schoonzus dacht daar anders over en nam haar zus mee naar haar huis.
Hassan bleef alleen achter.
Dat was op een zondag.
Op dinsdag kwam zijn verloren vrouw even thuis om wat kleren op te halen.
Hassan vertelt de rechters dat hij toen juist aan het klussen was.
Hij spijkerde in de gang een stukje loszittend tapijt vast met een hamer.
Toen hij haar hoorde binnenkomen, verstopte hij zich achter de wasmachine.

Waarom?
Hassan stelt een wedervraag: als zij dan zo bang voor mij was, waarom kwam ze dan thuis? Nou?

Ineens had hij voor haar gestaan.
Hij had heel griezelige ogen, zou zijn vrouw, inmiddels ex, verklaren.
Hij haalt uit.
Een keer.
Vaker.
Het bloed spat.
Zij valt.
Blijft liggen.
Hassan rent naar buiten en roept naar een buurman dat hij zijn vrouw misschien wel heeft doodgeslagen en dat onmiddellijk 112 moet worden gebeld.
De traumahelikopter landt in de straat.
In het ziekenhuis blijft ze in leven.

Hassan zegt dat hij spijt heeft, dat hij het nooit had moeten doen.
De spanningen waren ontstaan toen hij zijn baan in de ijzergieterij kwijtraakte.
Ze hadden de woning moeten verkopen.
Toen het geld op was, was hij ook gestopt met zijn gokverslaving.
En nu heeft hij besloten dat hij haar nooit weer wil zien.

Hij zegt: ‘Ik heb nu behoefte aan rust.’
Hij zal Emmen vaarwel zeggen om in Amsterdam een nieuw leven op te bouwen.
Tegen de rechters: ‘Ik betreur wat er is gebeurd. Ik zal de schadevergoeding betalen.’
Ruim 5.000 euro.

De officier van justitie zegt dat Riano met zijn geschiet veel onrust heeft veroorzaakt.
Ze eist twee jaar celstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Een strafzaak later zegt ze dat Hassan achter de wasmachine is gekropen om zijn kans af te wachten.
Dat was voorbedacht.
Omdat zijn naar vrijheid hunkerende vrouw nog leeft, is het gelukkig bij een poging gebleven.
De eis: acht jaar gevangenisstraf.

Waarom?
Het is een poging tot gerechtigheid.

Rob Zijlstra

uitspraken op 23 maart