Willem van E.

Willem van E. / illustratie dvhn – george langeveld

 

 

 

Willem van E. vroeg wanhopig waarom hij het had gedaan

Op 77-jarige leeftijd is seriemoordenaar Willem van E. in de gevangenis in Vught overleden. In 2002 werd hij veroordeeld tot levenslang wegens doodslag en moord op drie Groninger prostituees.

Daags nadat de politie het onderzoek rond de Willem van E. heeft afgerond – het is november 2001 – krijgt de pers een rondleiding door het kleine boerderijtje bij Harkstede waar de seriemoordenaar woonde. Acht containers met troep zijn dan al afgevoerd. Het is een luguber inkijkje. Op de voordeur kleeft een sticker van de Bloedbank Groningen: ‘Geef bloed’. In de kleine woonkamer waar alleen nog een gordijn hangt heeft hij zijn laatste slachtoffer Sasja Schenker neergeslagen en gewurgd.

Twee moorden in de jaren zeventig in Zuid-Holland deden hem in de Van Mesdagkliniek in Groningen belanden. In 1990 kwam hij op vrije voeten, maar genezen was hij niet, zo zou blijken. In 1993 en 1994 bracht hij Michelle Fatol en Annelies Reinders om het leven. Jarenlang bleven deze moorden onopgelost. In 2001 werd in het water in de buurt van zijn woning kleding gevonden van Sasja Schenker. Nader onderzoek toonde aan dat Van E. verantwoordelijk was voor de dood van de drie vrouwen, allen prostituee.

Tijdens de rechtszaken draaide het niet om de vraag of hij het had gedaan of niet. De vraag was vooral of er sprake was van doodslag of van moord, toen nog het verschil tussen twintig jaar cel en levenslang. Het doden van Fatol en Reinders werden door de rechters gekwalificeerd als doodslagen, maar het doden van Sasja werd gezien als moord. En daarmee werd zijn straf levenslang.

Deskundigen beschouwden Van E. – een kleine gedrongen, maar beresterke man – als een levensgevaarlijke psychopaat. In de rechtszaal toonde hij berouw. Dat deed hij ook tijdens de politieverhoren waarvan beelden in de rechtszaal werden getoond. Wanhopig zei hij tegen zijn verhoorders: ,,Jongens, waarom heb ik het gedaan? Vertel me dat nou eens.’’ Tegen de rechters: ,,Ik heb die vrouwen nooit willen doden. Het is me overkomen. Ik ben geen monster.’’

Journalist Sytze van der Zee bezocht Van E. vele malen in de gevangenis en publiceerde in 2006 een boek (Anatomie van een seriemoordenaar) over de man die ‘het beest van Harkstede’ ging heten. Een van de vragen was of Van E. meer moorden op zijn geweten had. Zo is het vrijwel zeker dat de tot op de dag van vandaag vermiste prostituee Jolanda Meijer (sinds 1998) bij hem thuis is geweest. Uitvoerig onderzoek heeft hem echter niet aan haar raadselachtige vermissing kunnen linken. Tegenover Van der Zee ontkende Van E. zijn betrokkenheid. Van der Zee werkt al enige tijd aan een televisiedocumentaire over Van E. Hij had geen contact meer.

In mei overleed Dirk de V. die eveneens een levenslange gevangenisstraf in Vught uitzat wegens de moord op Tjirk van Wijk uit Groningen.

 

extra
Ik interviewde  rechter Kantinka Lahuis – de voorzitter – die de levenslange gevangenisstraf oplegde en vroeg haar hoe dat als rechter is. ‘Ik stond te trillen op mijn benen.’ Om dit interview uit april 2005 te lezen  [pdf] klik op onderstaande afbeelding.

 

Ik interviewde ook Sytze van der Zee die in 2006 een boek publiceerde over Willem van E., Anatomie van een seriemoordenaar. ‘Zorg dat de tafel tussen jullie blijft, de man is een monster.’ idem [pdf] klik

Een groot konijn

Er zijn wel mensen, ook collega’s op de krant, die vragen of ik een advocaat ken. Een goeie bedoelen ze dan. Ze vragen het voor een vriend. Vaak weet ik wel eentje. Er zijn er ook – geen collega’s – die vragen of ik weet hoe je de perfecte moord kunt plegen. Wie een deel van zijn leven slijt in de rechtszaal, weet zoiets vast. Op zo’n vraag heb ik nooit een antwoord, wel een advies: niet doen.

In 1997 werd op een boerderij in Oost-Groningen een Limburgse drugshandelaar doodgeschoten. Het lichaam werd op het erf verbrand in een oven en er was bijna niemand die ervan wist. In Limburg werd de handelaar door zijn verdrietige moeder als vermist opgegeven en daarna bleef het stil.

Het had de perfecte moord kunnen worden, ware het niet dat de moordenaar vele jaren later een brief schreef aan een vertrouweling. Het werd de blunder van zijn leven: de vertrouweling gaf de brief aan een rechercheur die het epistel met rode oortjes las. Niks vermist, maar een moord in koelen bloede, de moordenaar onmiskenbaar de briefschrijver. De moord die hard op weg was perfect te worden eindigde in een tot op de dag van vandaag voortdurende gevangenisstraf: levenslang.

Er was eens een man die zich op het hoofdbureau van de politie in Groningen meldde met de mededeling dat hij een moord had gepleegd, een moord die dan al negen jaar te boek stond als onopgelost. Een half jaar lang probeerde de recherche te bewijzen dat hij het niet gedaan kon hebben. Toen dat niet lukte, werd hij voor de rechters gebracht en werd hij veroordeeld. Ook deze bijna perfecte moord kwam dus uit.

Van Ilham Benchelh, een Marokkaanse vrouw die in Siddeburen woonde, is al negen jaar niets vernomen. Als ze nog leeft, is ze nu 45 jaar. Het openbaar ministerie denkt dat haar partner Kasem (nu 71) haar heeft gedood. Deze week presenteerde de officier van justitie de bewijzen die de rechters moeten overtuigen van dit misdrijf. Ze leverde er ook een eis bij: twaalf jaar gevangenisstraf.

Uit de bewijzen moet klip en klaar blijken dat het niet anders kan dan dat Kasem op zondagavond 10 januari 2010 zijn vrouw met wie hij in scheiding lag om het leven heeft gebracht en vervolgens dat hij haar lichaam heeft weggewerkt.

Een kleine bloemlezing. Een dag na die zondag kocht Kasem bij de C1000 in Appingedam – getuige een gevonden kassabonnetje – twee rollen vuilniszakken, in totaal dertig stuks à zestig liter. Twee weken na de aankoop zijn er in de woning nog maar twintig zakken over. Wat heeft hij met die tien gedaan?

Een dag voor die zondag downloadde Kasem delen van de tv-serie Dexter op zijn computer. Frappant, zegt de officier van justitie. Immers Dexter is behalve bloedspatpatroononderzoeker ook seriemoordenaar die niet alleen weet hoe je moet moorden, maar ook hoe je bijbehorende sporen moet wissen.

Op de dag van de verdwijning, zocht Kasem op zijn computer, om 16.20 uur, naar ‘Elisabeth Bathory’, een helsgemene vrouw uit de zeventiende eeuw die te boek staat als de grootste seriemoordenaar ooit. En twee dagen voor de verdwijning tikte Kasem op Google, om 22.20 uur, de zoekterm ‘lintzaag’ in.

Er is een buurvrouw die achteraf verklaarde verdachte geluiden te hebben waargenomen. Op die zondagavond hoorde zij, om 21.45 uur, door het openstaande slaapkamerraam geschuif met tussenpozen. Alsof, zei buuf, er iets zwaars werd versleept. Toen Kasem hier later mee werd geconfronteerd, opperde hij dat buurvrouw waarschijnlijk de konijnen had gehoord.

De officier van justitie zegt tegen de rechters dat konijnen geen slepende schuifgeluiden maken, laat staan dat konijnen zware dingen verslepen.

Dan het matras. Op de dag na die zondag, om 12.25 uur, zocht Kasem op Marktplaats naar een matras voor op het logeerbed, het bed waarop Ilham de laatste weken van hun aflopende huwelijk sliep. Het bed ook waaraan bloed (niet veel) is aangetroffen, waaraan veegsporen waren te zien, alsof er was schoongemaakt. Hij kocht die dag ook een matras. Met haast, zei later de opgespoorde verkoopster. En het oude matras? Dat had hij in stukken gesneden en ergens weggegooid in een berm, ergens bij Hoogezand, niet meer wetende waar.

De officier van justitie: ‘Heel raar.’

Stuk voor stuk zijn het geen bewijzen die aantonen dat de 71-jarige in Amsterdam geboren en getogen Kasem zijn vrouw om het leven heeft gebracht. Maar, zegt de officier van justitie, je moet het in de context van de verdwijning van Ilham plaatsen. En in onderlinge samenhang bezien. Dan kan het niet anders.

Of dat laatste zo is, moet blijken. De rechters zeiden aan het einde van het twee dagen durende proces: ‘Dit gaat om een complexe zaak met veel juridische vragen die moeten worden beantwoord. Daarvoor hebben wij meer dan de gebruikelijke twee weken nodig.’

Getuige het begin van dit verhaal kan een ‘moord zonder lijk’ zelfs met levenslang worden bestraft. Maar een ‘moord zonder misdrijf?’ Kan dat ook? Het is ook de vraag die advocaat Fred Kappelhof opwerpt. Ilham Benchelh is spoorloos verdwenen. Maar waaruit blijkt dat aan die verdwijning een misdrijf vastzit?

De advocaat: vuilniszakken, Dexter, Bathory, een lintzaag, het matras, een beetje bloed, het zijn allemaal zaken waar je niets achter hoeft te zoeken. ‘Tenzij je er iets achter wilt zoeken.’

De raadsman stelt dat in Nederland ieder jaar twintig mensen op raadselachtige wijze voorgoed verdwijnen. Waarom zou Ilham Benchelh niet een van hen zijn? De raadsman merkt ook op dat er zeer intensief naar het lichaam van Ilham is gezocht: in de tuin, in meren, kanalen en sloten, op kerkhoven, in mestkelders en silo’s, in riool- en zuiveringsinstallaties, op stortplaatsen en dat met honden en helikopters. Als er dan niets wordt gevonden, zegt de raadsman, dan kan dat ook een aanwijzing zijn dat Ilham leeft.

Haar beste vriendinnen geloven niet dat Ilham vrijwillig is vertrokken, zij vinden het onbestaanbaar dat ze haar kind van een jaar vrijwillig heeft achtergelaten. Zo’n moeder was Ilham niet.

Stel dat Kasem onschuldig is, hoe dan heeft Ilham op die ijskoude zondagavond zonder auto en met bussen die vanwege de gladheid niet reden, Siddeburen zonder sporen kunnen verlaten? Stel dat Kasem het wel heeft gedaan. Kan hij dan zijn straf ontlopen als er geen overtuigende bewijzen zijn? Is dat dan de perfecte moord?

Het knaagt aan alle kanten.

Rob Zijlstra

klik voor compleet vonnis

update – 26 maart 2019 – uitspraak
De rechtbank heeft Kasem M. veroordeeld tot 15 jaar celstraf wegens doodslag. Het is de zwaarste straf die voor doodslag kan worden opgelegd.  →  zie dvhn voor eerste bericht

→ meer: het raadsel van siddeburen (inclusief het uitgesproken requisitoir]

→ het vonnis in audio [duur 29 minuten]:

Raadsel van Siddeburen

Het requisitoir van officier van justitie Corien Fahner uitgesproken in zittingszaal 14, op dinsdag 12 februari – betreft een ingekorte versie (van 60  naar 17 minuten)

Verdachte Kasem M. toch niet aanwezig

Kasem M. is tegen alle verwachtingen in niet in Nederland om zijn strafzaak die vandaag en morgen zou worden behandeld, bij te wonen. Volgens de laatste berichten is M. op het vliegveld in Marokko vastgehouden tegengehouden.  Hij zou niet over de juiste papieren beschikken om Marokko te mogen verlaten. Het ziet ernaar uit de Marokkaanse bureaucratie opnieuw roet in het eten gooit.

De rechtbank is zondag – zo ook het Openbaar Ministerie – op de hoogte gebracht van deze ontwikkeling. Of de strafzaak vandaag doorgaat is onduidelijk. De rechtbank moet daar maandagochtend een besluit over nemen.

Het strafproces liep jarenlang vertraging op. In 2012 vestigde Kasem M.  zich als Nederlander (Amsterdammer)  in Marokko.  De autoriteiten namen zijn paspoort in beslag (onduidelijk waarom) waardoor hij het land niet kon verlaten. Pogingen, ook via de ambassade en diplomatie,  om hem naar Nederland te krijgen mislukten → lees: marokko frustreert rechtsgang

Halverwege december 2018 kwam vanuit het niets het bericht dat Kasem M. zijn paspoort had teruggekregen en dat hij naar Nederland  kon en – niet onbelangrijk – ook wilde komen. Dit gebeurde kort nadat zijn strafrechtadvocaat Fred Kappelhof hem had bezocht in Marokko. → Kasem m. krijgt paspoort

Na bijna negen jaar zou vandaag – 11 februari 2019 – dan eindelijk de strafzaak die in mei 2010 was onderbroken worden voortgezet. Al eerder was aangekondigd dat de zaak vandaag – hoe dan ook – zou worden behandeld. Met of zonder Kasem M.  Of de rechtbank dat met deze nieuwe ontwikkeling nog steeds wil, zal in de loop van maandagochtend blijken.

Een verdachte heeft het recht aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn strafzaak. Dit belang botst in deze zaak met het belang dat er ook een keertje duidelijkheid moet komen. Op dat laatste hebben bijvoorbeeld de nabestaanden recht, zij zijn naar ik begreep wel vanuit Marokko naar Groningen gekomen.

Hoe ook – het proces met de laatste ontwikkelingen is  straks vanaf een uur of negen te volgen via een liveblog op dvhn.nl.

update

De rechtbank heeft maandagochtend besloten de zaak door te laten gaan. De belangen van de verdachte wegen minder zwaar dan het belang van de afhandeling van deze strafzaak, zo vindt de rechtbank. Bij de beoordeling speelde mee dat er familieleden van Ilham Benchelh (moeder en broer) vanuit Marokko naarNederland zijn gekomen om het proces bij te wonen.

verslag van dag 1

Openbaar Ministerie eist 12 jaar celstraf

ACHTERGROND

Moord zonder misdrijf ?

De rechtbank buigt zich maandag en dinsdag over een niet alledaagse strafzaak: een zaak waarin wordt aangenomen dat er een moord is gepleegd.

In januari 2010 verdween de toen 36-jarige Ilham Benchelh uit Siddeburen. Sindsdien is van de vrouw geen teken van leven meer vernomen. De mogelijkheden dat zij een ongeluk heeft gehad (ergens) of dat zij vrijwillig spoorloos is (en dus nog leeft) worden door het Openbaar Ministerie (OM) uitgesloten. Resteert: een misdrijf.

Volgens het OM is Ilham Benchelh niet meer in leven en heeft haar toenmalige partner Kasem M. (71) daar de hand in gehad. M. staat vandaag en morgen terecht voor moord dan wel doodslag.

Kasem M. wordt dus verdacht van een moord waarvan wordt aangenomen dat die is gepleegd. Dat maakt dat deze zaak bijzonder is

Er zijn wel aanwijzingen die M. verdacht maken. Overweldigend zijn die niet. In mei 2010 stond Kasem M. ook voor de rechter. Hij zei toen te kunnen begrijpen dat hij als verdachte werd aangemerkt, maar dat hij het niet heeft gedaan. Het OM wilde de behandeling van de zaak toen aanhouden voor nader onderzoek. M. werd later dat jaar in vrijheid gesteld, maar bleef verdachte. Het nadere onderzoek – waarbij werd gehoopt dat Ilham Benchelh werd gevonden – leverde niets op.

Moordzaken waarbij er geen slachtoffer is, zijn niet uniek, maar wel zeldzaam. In Groningen was er tweemaal eerder sprake van een ‘moord zonder lijk’. De eerste zaak leidde tot een veroordeling tot levenslang, de tweede eindigde in een vrijspraak. In deze laatste zaak (Michael de Vrieze) werd de verdachte door de rechtbank veroordeeld tot 12 jaar celstraf. Het gerechtshof gelastte (in hoger beroep) nader onderzoek. De uitkomst was verrassend: er kon niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een misdrijf.

Je kunt worden veroordeeld voor een ‘moord zonder lijk’, maar een veroordeling zonder misdrijf behoort niet tot de mogelijkheden.

Twee jaar na de verdwijning van Ilham Benchelh vestigde Kasem M. zich in Marokko, het geboorteland van Ilham. De zaak komt nu pas (opnieuw) voor de rechter omdat de Marokkaanse autoriteiten het paspoort van M. hadden ingenomen, waardoor hij het land niet kon verlaten. Eind vorig jaar kreeg hij zijn paspoort terug. Kasem M. heeft aangekondigd aanwezig te zijn.

#einde bericht

→ lees ook: op sokken

EXTRA
Het Openbaar Ministerie is – net als wij van de krant – op zoek naar eigentijdse manieren om de (hun) boodschap te verkondigen. Dit laatste – het verkondingen van de boodschap – is in handen gegeven van officier van justitie Pieter van Rest.

Een zeker twijfelgeval

De kans dat ik deze week urenlang achter een gemene, wrede, nietsontziende, koelbloedige misdadiger zat, iemand ook die angsten noch emoties kent, laat staan berouw, acht ik groot. Helemaal zeker weten doe ik het niet en dat is niet omdat het maar een heel klein mannetje was.

De vermeende psychopaat is Maikel. Ik schreef, ook op deze plek, eerder over deze man met aalgladde praatjes. Zes jaar geleden bracht hij in Groningen op één dag twee mensen op gruwelijke wijze om het leven. Eerst doodde hij de 66-jarige Gudrun Küster en later op de dag de 71-jarige Trevor Griffiths. Mevrouw Gudrun kende meneer Trevor niet. Maikel kende beide.

Achter deze korte schets schuilt een akelig verhaal. Wie dat weten wil moet straks maar even op Lijst der Liegbeesten kijken. Het gaat nu om iets anders.

De rechtbank veroordeelde de nu 43-jarige Maikel ondanks zijn ontkenningen tot 20 jaar gevangenisstraf (eis was 30) wegens tweemaal doodslag. Dan is 20 jaar de max. In hoger beroep kwam het Openbaar Ministerie opnieuw met de strafeis van 30 jaar (eenmaal doodslag, eenmaal moord), maar voegde daar een bonus aan toe: de tbs met dwangverpleging.

En daar ging het deze week over. Is Maikel een psychopaat, zo levensgevaarlijk dat hij zonder behandeling nooit meer buiten door straten mag fietsen? Is hij behalve bloedlink ook ernstig gestoord waardoor de gepleegde misdaden niet aan hem kunnen worden toegerekend? Of is Maikel op de eerste plaats een slecht en verachtelijk mens die gewoon langdurig moet worden opgesloten?

Allemaal vragen.

In de imposante rechtszaal van het gerechtshof in Leeuwarden zitten de drie rechters (raadsheren) niet alleen tegenover Maikel en zijn advocaat, maar ook tegenover drie getuige-deskundigen. Zij hebben Maikel onderzocht, dat wil zeggen ze hebben uren met hem gepraat. En vervolgens hebben ze de bevindingen los van elkaar op papier gezet.

De deskundigen zaten in de rechtszaal voor de antwoorden.

In de auto op de A7 richting het gerechtshof luisterde ik naar een podcast waarin twee mannen hardop met elkaar van gedachten wisselden over het begrip twijfel. De werkelijkheid bestaat uit onzekerheid en als dat waar is, want je weet het niet, dan zouden we met z’n allen best wat meer mogen twijfelen, zeiden ze tegen elkaar. En wat vaker vragen met ‘Ik weet het niet’ beantwoorden. Dat zou – misschien ook wel niet – beter zijn voor de economie.

De mannen citeerden filosoof Bertrand Russell die eens zei: ‘Geloof nooit iets wat je wilt geloven. Hou je bij de feiten.’ De twee podcastmannen vonden dat zinrijker dan waar de Amerikaanse psycholoog William James voor stond: ‘Soms moet je in iets geloven, dan kan het waar worden.’

Terug naar de rechtszaal, naar de drie gedragswetenschappers: twee psychologen en een psychiater. Hun ervaring in de forensische sector varieert van 16 tot 30 jaar. Zij moeten licht in de duisternis brengen. Is Maikel gestoord dan wel was hij dat in januari 2013, en als dat toen zo was, is die stoornis van invloed geweest op zijn gedrag van toen en zo ja, kan hem dat worden toegerekend? Tbs of geen tbs, dat is de vraag.

De drie deskundigen wekken niet de indruk gebukt te gaan onder twijfel. Dat kan ook niet; zij die geacht worden het te weten kennen geen onzekerheid. Zij geloven rotsvast in wat ze denken.
Ik ga mij nu niet eraan wagen om in detail te verhalen wat de een zei, daarna de ander, iets wat door de derde stellig werd tegengesproken en andersom. De een zei dat er geen stoornis is, maar wel een gebrekkige ontwikkeling, dat er een verband bestaat tussen stoornis en delict, nee, dat dat causaal verband niet is aan te tonen, dat Maikel eigenlijk een doodnormale man is die waarschijnlijk nooit meer kwaad zal doen.

Zet drie deskundige wetenschappers op een rijtje die met zekerheid, met kennis en met kunde vertellen hoe het zit en de twijfel slaat ongenadig toe.

Arme juristen.

Zij wilden van de deskundigen weten of het kan, of psychopathie door een drugsvrij en gestructureerd leven in de gevangenis kan verbleken? Een deskundige antwoordt dat dat dus de vraag niet is. Immers: ‘Een schizofreen die een fiets steelt doet dat niet per definitie omdat hij schizofreen is, Misschien doet hij het omdat hij honger heeft en geen geld.’

Ja ja , zeiden de rechters.

Dan de vraag of agressie uit het verleden een indicator kan zijn voor recidive in de toekomst. Maikel vocht namelijk veel op de lagere school. Maar weer een foute vraag. Deskundige: ‘Want de voorspellende waarde is in deze niet relevant.’

In de pauzes negeerden de deskundigen elkaar. Twee van hen vinden dat de derde onvoldoende kennis heeft genomen van het dossier. De derde vindt dat de twee zich te veel hebben laten leiden door de gruwelijkheden. Een van de twee: ‘Het brengt mij niet tot de gedachte dat ik mijn rapport moet herzien.’ Wat vindt de derde? ‘Dat het lijkt alsof zij een heel ander persoon hebben onderzocht.’

De aardse rechters: ‘Hoe groot is de kans dat Maikel, stel hij komt eens weer vrij, nieuwe misdaden gaat plegen? De rechters willen een blik in de toekomst.

‘Die kans is er.’
‘Groot. Honderd procent.’
‘Ik acht de kans groter dat hij dat niet doet dan dat hij dat wel doet.’

Over een ding zijn de drie deskundigen het wel eens. Maikel mag dan hier en daar steken los hebben, volledig toerekeningsvatbaar is hij wel. En dat betekent dat er geen tbs-advies op tafel komt.

De officier van justitie (advocaat-generaal) smijt na drie uren deskundig gepingpong niet huilend van wanhoop de toga de rechtszaal in. Hij zegt in alle rust: ‘Hoe ook, verdachte heeft zonder opgaaf van reden op één dag twee mensen van het leven beroofd. Voor mij staat vast dat hij een gevaar is voor de samenleving en dat die samenleving tegen hem moet worden beveiligd.’

Dan maar geen tbs-advies. De officier van justitie eist het wel. En dan mogen de 30 jaren gevangenisstraf die hij eerder als eis op tafel legde wat hem betreft worden bijgesteld naar 24 jaar.

Ik lees al het voorgaande nog eens door en stel dan de vraag: is dit nu het beste verslag van deze rechtszaak? Mijn antwoord is zonder twijfel. Ik weet het niet.

Rob Zijlstra

→ lijst der liegbeesten

→ zeg eens wat vaker ‘ik weet het niet’  [de correspondent]

UPDATE – 6 maart 2019 – uitspraak
Het gerechtshof heeft Maikel S.  veroordeeld tot 24 jaar gevangenisstraf en tbs met bevel tot verpleging. 
Het hof acht in de zaak van de Gudrun Kuster doodslag bewezen. In de zaak van Trevor Griffiths gaat het hof uit van gekwalificeerde doodslag (doodslag  onder verzwarende omstandigheden).

Het hof komt naast de straf tot de maatregel tbs. Er is  sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis: psychopathie. De kans op herhaling is zonder behandeling zo groot dat de samenleving middels de tbs-maatregel moet worden beschermd.

het arrest

Het grote incident

Gewapende overvallen, kluiskraken of belastingfraude zijn misdaden die doorgaans niet in een plotselinge opwelling van het gemoed worden gepleegd. Meestal gaat aan deze misdaden denkwerk vooraf. Maar uitgerekend bij het meest kapitale delict uit het wetboek van strafrecht is het net andersom. Een moord wordt vaak wel in een plotselinge drift gepleegd. De meeste moorden zijn daarom doodslagen.

Nooit vergeet ik de man in de verdachtenbank die vertelde hoe het zo was gekomen. Hij was op klus geweest, kwam later thuis dan afgesproken en toen was zij gaan zeuren. Zoals zo vaak. Hij had afgeleerd te reageren, daar werd het alleen maar erger van. Zijn remedie: zodra zij ging jengelen, stapte hij in de auto, ging hij een kroket eten bij het tankstation en als hij dan een uurtje later voor een tweede keer thuiskwam, was de storm gaan liggen.

Op die fatale avond ging het anders. Ze bleef zemelen. In een vlaag, zei hij tegen de rechters, in een vlaag waarin alles zwart werd, greep hij naar de glazen asbak die op tafel stond en haalde uit. Zijn vrouw was op slag dood.

Wat doe je dan zodra je bent bekomen van de eerste schrik? Bel je de politie? 112? Ren je het huis uit? Moeder bellen?

Deze man dronk een flesje Heineken, overdacht zijn leven, stopte zijn geliefde in een Mickey Mouse-dekbedovertrek dat hij van de kinderkamer haalde (zachtjes om niemand wakker te maken) en begroef mama in de tuin.

Doodslag. Acht jaar en tbs met dwangverpleging, luidde de eis. De rechters vonden acht jaar voldoende. Ik moest aan die zaak denken, toen ik afgelopen week de 33-jarige Rutger in diezelfde rechtszaal hoorde praten. Tegen hem werd zeven jaar gevangenisstraf en tbs met dwang geëist.

Ook Rutger had, nadat hij bij zinnen was gekomen, zichzelf de vraag gesteld: en wat nu? Ook hij belde niet de politie. Hij legde het bebloede mes in de vaatwasser, vouwde een deken uit over haar lichaam en ging door waarmee hij bezig was. Met whisky drinken en spannende series kijken op Netflix. Na twee dagen kreeg hij contact met zijn moeder. Zij kwam direct, zij zag het verschrikkelijke en belde 112.

Rutger en Anja (zij werd 46) hadden elkaar anderhalf jaar eerder leren kennen in een kliniek. Toen ze naar buiten mochten, hielden ze contact want ze vonden elkaar leuk en aardig. Rutger, verslaafd aan cocaïne, zag misschien wel een mooie toekomst met haar. Hij ging voor drie maanden naar een afkickkliniek in Schotland en toen hij terugkeerde trok hij bij haar in. Hij voelde zich veilig bij Anja in haar huisje, op het Hogeland ver weg van de smerige drugsscene in de stad.

Van de cocaïne wist hij af te blijven, van de drank nog niet. Tegen de rechters: ‘Drinken is minder erg dan coke, van cocaïne ga je kapot.’’

Rooskleurig werd de liefde niet. Al na een paar weken kwamen er meldingen bij de politie over huiselijk geweld. Het veilige huisje van Anja werd bij de buurtagent een bekend adres, zo Rutger een bekend gezicht werd bij de slijterij in Winsum.

Tegen de rechters zegt Rutger dat het niet zo was dat er voortdurend ruzies waren. ‘In 90 procent van de tijd ging het hartstikke goed. Het was niet dat ik een kwaal was of zo. Na ruzies omhelsde ze me altijd en wilde ze dat ik bleef.’ Eén voorwaarde: niet meer drinken.

De ruzies die er wel waren, waren pittig. Als het niet over drank ging, ging het over geld en over rotzooi die Rutger, lui van aard, maakte. ‘Er ontbrak veel structuur in het huishouden’, zegt hij. Vaak werd hem de deur gewezen. Dan fietste hij, zatte kop en tegenwind, twintig kilometers naar Groningen, op zoek naar een hotel. ‘Dat heeft me klauwen met geld gekost. Als je ’s nachts bij een hotel aankomt, vragen ze woekerprijzen.’

Rechters: ‘Hoe vaak is dat gebeurd?’
Rutger: ‘Ik denk wel vaker dan twintig keer.’

Het wordt 9 februari. De dag, zegt Rutger, van het grote incident. In het Zuid-Koreaanse Pyeongchang beginnen de Olympische Winterspelen, in Noord-Groningen maken Rutger en Anja een wandeling met de hond. Het is koud. Hij is al naar de voedselbank geweest en heeft toen, stiekem, bij de slijter een fles whisky gekocht. Op het bonnetje staat dat dat om 13.49 uur was.

Om 15.11 uur start Rutger zijn computer op. Hij bezoekt de website GeenStijl en kijkt filmpjes op Dumpert. De fles is dan al aangebroken. Om 16.10 uur schakelt hij over op Netflix. Anja stuurt op dat moment een berichtje naar haar dochter die de volgende dag jarig is en 17 jaar wordt. Ook komt uit het onderzoek naar voren dat Anja om 17.30 uur een bestelling heeft gedaan op het internet: ze heeft een alcoholtester aangeschaft.

Hoe wrang, het is zo’n beetje het laatste wat ze doet. Niet lang na die bestelling moet het grote incident zijn gebeurd. Plotseling had Anja in zijn kamer gestaan. Rutger schrok, sloeg zijn glas whisky in een teug achterover en probeerde de fles met zijn voet weg te moffelen.

Hij zegt tegen de rechters: ‘Maar ze rook het natuurlijk. Ze zei dat ik weg moest. Ik dacht, niet weer dat gezeik. Ik kon nergens heen. Het was donker en koud, ik had geen zin met een dronken harses naar Groningen te fietsen en een hotel te zoeken. Ze trok aan mijn haren om mij uit huis te bonjouren. Ik werd wild. Ik duwde haar, zij viel. Toen schopte ik haar in het gezicht, een paar keer. Ik was zo razend, ik heb een mes gepakt en ben op haar gaan liggen en heb gestoken, met hakkende bewegingen.’

Veertien keer in de hals.

Rechters: ‘Heeft ze nog wat gezegd?’
Rutger: ‘Dat weet ik niet, ik denk niet dat ze daarvoor de kans kreeg. Ze begon raar te trillen, toen was ze weg.’

Om half acht wordt Rutger gefilmd in de supermarkt. ‘Ik was niet meer logisch bezig.’ Hij wilde meer drank. Hij had bedacht dat hij zich lam zou drinken, om dan halfdood het thuis in de fik te steken. ‘Dan maar zo.’

Wat doe je na zo’n plotselinge opwelling?
Rutger zegt tegen de rechters: ‘Het is niet eenvoudig te bedenken wat je moet doen als je net iemand van het leven hebt beroofd.’

Rob Zijlstra

update – 17 december 2018 – uitspraak
Rutger is conform de eis veroordeeld: 7 jaar en tbs met dwangverpleging. Klik op onderstaande afbeelding voor het vonnis of beluister het geluidsfragment van de uitspraak, zoals die dinsdagmiddag is uitgesproken in zittingszaal 14.

.

vonnis

 

 

 

 

Gerard Meesters – update

TOCH NIEUW ONDERZOEK MOORD GERARD MEESTERS

Het Openbaar Ministerie (OM) stelt toch een nieuw onderzoek in naar de moord op de Groninger onderwijzer Gerard Meesters in 2002. In november vorig jaar deden de nabestaanden van Meesters aangifte tegen de man die mogelijk opdracht heeft gegeven voor de moord.

Het OM laat weten dat na de aangifte door Koen en Annemarie Meesters – de kinderen van het slachtoffer – opnieuw naar het dossier is gekeken. Vervolgens is er nieuwe informatie binnengekomen. Dat is aanleiding voor een nieuwe onderzoek. Meer wil het OM hierover voorlopig niet kwijt.

update

Eerder is gemeld dat Daniel S. ongeneeslijk ziek is. Mede om die reden hebben nabestaanden contact met S. gezocht en met hem gesproken. Ze hadden de hoop dat S. gezien zijn situatie zou willen vertellen wie welke rol heeft gehad.

Recent werd duidelijk dat S. genezen is verklaard. Zijn advocaat Tjalling van der Goot bevestigt dit desgevraagd. ,,Na die diagnose heeft S. zijn levensstijl aangepast. Zo is hij gestopt met roken. Bij een hercontrole bleek hij gezond. Hoe het kan? Ik ben geen medicus’’, zegt Van der Goot.

> meer op: website dagblad van het noorden

> zie ook:

Opvlammende paranoia

Misdrijven laten zich vrijwel niet met elkaar vergelijken, laat staan de strafzaken die er doorgaans achterweg komen. Verleidelijk is het wel. Want waarom wordt de ene moord met achttien of dertig jaar bestraft en een andere met tien? Waarom kreeg Albert er maar vijf, terwijl zijn daad in de ogen van het Openbaar Ministerie toch een kapitaal delict was, het zwaarste misdrijf dat het wetboek van strafrecht kent?

wat staat er aan het einde van dit verhaal?

Aan het einde van dit verhaal staat niet het antwoord. Daar staat iets anders.

Strafmaten – de hoogte van straffen – hebben te maken met de tijdgeest. Er is een tijd geweest dat vrijwel ieder levensdelict werd afgedaan met een relatief lage gevangenisstraf, maar steevast in combinatie met een oneindige terbeschikkingstelling (tbr/tbs). Dat is nu, andere tijd, anders, misschien wel net andersom. Omdat we dat nu weer beter vinden.

De hoogte van de straf heeft te maken met duizend dingen en met de verdachte. Albert, een geboren Amsterdammer van 52 jaar, is een man met een verstandelijke beperking, die kampt met aanpassingsstoornissen, met een verslaving aan alcohol en cocaïne en er is – bij vlagen – sprake van paranoïde psychoses.

Hij werkte 27 jaar en 9 maanden bij de ING-bank. Toen de banken zichzelf en de rest van de wereld in een crisis stortten, moest Albert op zoek naar ander werk dat er niet was. In het kader van meedenken kreeg hij 100.000 euro van misschien wel uw bank cadeau.

Met dat geld stortte hij zich vol overgave in het Amsterdamse criminele milieu. Dat wil zeggen, hij werd daar afnemer. Na een tijdje was al het geld op en was de verslaving aan drugs en alcohol een akelig feit. ‘Ik was van mijn rots gevallen’, zegt hij in de rechtszaal. ‘Zelfs mijn vreugde ging gepaard met drank en drugs.’

In het Pieter Baan Centrum hadden ze goed naar Albert gekeken. Gedragswetenschappers concludeerden: best een aardige man, maar zijn draagkracht is beperkter dan je zou denken. Het eindoordeel van de observatiekliniek: hij is sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Dat scheelt doorgaans flink in de strafmaat.

Op foto’s die hij plaatste op Facebook zie ik dat hij van rare vissen houdt en dat hij een beetje op Messi lijkt. Hij ging een keertje samen op de foto met Ronald Koeman, zijn arm om de schouder geslagen.

Hij zat eens vast op een Amsterdams politiebureau in verband met drugs. In een verklaring die hij moest ondertekenen stonden allemaal namen. Albert wilde niet tekenen, hij was een beetje bang want in het Amsterdamse milieu weet je het maar nooit. In de rechtszaal: ‘Ik was bang voor de negatieve gevolgen. Dat gaf veel onrust. Ik voelde me toen niet meer fijn in Amsterdam, niet meer veilig.’

Hij sloot niet uit dat er ergens een samenzwering bestond, een complot, aangevoerd door de politie waar hij het slachtoffer van moest wezen.

Op een feestje op de eerste dag van 2016 kwam hij Joke tegen, Joke Hendriksen, een leuke vrouw uit Veendam, ver weg ook van zijn Amsterdam met haar negatieve gevolgen. Albert ging na het feest met Joke mee en bleef direct een week om haar beter te leren kennen. Het begon dus leuk.

Achteraf wordt gezegd dat ze een ingewikkelde en moeizame relatie hadden, met veel ruzies en gedoe over zijn drugs- en drankzucht, maar dat er ook mooie periodes waren. Tegen de drie rechters zegt Albert: ‘In grote lijnen hadden we het fijn.’

Op een dag is het 15 december 2016. In Londen wordt op die dag een akoestische gitaar waar Jimi Hendrix ooit op speelde verkocht voor 250.000 euro. In Veendam eten Albert en Joke op die dag spareribs. Ze hebben het gezellig, maar het gaat mis. Hij vindt dat Joke te hard praat. Waarom doet ze dat? Neemt ze soms dingen op met haar laptop? Zit Joke ook in het complot?

Joke zegt: ‘Hou toch eens op met je gezeur.’ Ze is er flauw van. Of Albert wil oprotten. Ze is klaar met hem. Albert vertrekt, hij stapt in de auto en gaat. Stukje rijden, zoals mannen dat doen.

Hij heeft twee flessen whisky bij zich die na een tijdje half leeg zijn waardoor hij niet meer kan rijden. Hij meldt zich bij Jehovah’s Getuigen die een gebouwtje huren in de straat waar Joke woont. De Getuigen proberen te bemiddelen, maar Joke wil ‘m niet meer. Hij belandt bij Hotel Parkzicht, maar daar zitten ze niet te wachten op gasten die al meer dan genoeg hebben gedronken.

 

De politie wordt gebeld. Het is december, buiten is het koud, wat te doen met de dronken man die geen plek heeft voor de nacht? De agenten denken praktisch: Joke.

Hoe het is gegaan, wordt in de rechtszaal niet tot in detail verteld. Agenten brengen hem terug en Joke zou hebben verzucht: ‘Leg ‘m dan maar op zolder.’

De volgende ochtend steekt hij haar neer. Tegen de rechters zegt Albert dat ze weer woorden kregen, over zijn gedrag. Dat hij haar vastpakte toen ze naar de voordeur liep. Dat zij met waxinelichtjes naar hem gooide. Dat hij haar toen van achteren vastpakte, dat hij met zijn knie door het raam naast de voordeur knalde, dat ze samen achterover vielen, dat hij toen een black-out kreeg.

Als hij weer helder is, ligt Joke naast hem, dodelijk gewond. Hij heeft meststeken in de borst, zelf toegebracht. Hij stuurt een sms-bericht naar een vriend: ‘Het hoeft voor mij niet meer.’

Rechter: ‘Geeft u toe dat u haar heeft gestoken?
Albert zegt niks: ‘…’
Rechter: ‘Of heeft een ander het gedaan?’
Albert, zachtjes: ‘We waren met z’n tweeën.’

De gedragsdeskundigen rapporteerden dat er sprake moet zijn geweest van een ‘ontknoping van opvlammende paranoia’. En van een ‘agressiedoorbraak’ met een ‘sterk ingeperkte keuzevrijheid’.

Hij belt om twintig over elf die ochtend 112. De politie vindt hen, Joke bewegingsloos, bij Albert bewegen alleen de ogen. In zijn bebloede hand een aardappelschilmes. Joke Hendriksen, 48 jaar, sterft die middag om vijf minuten over een in het ziekenhuis.

Moord, want voorbedacht, praat het Openbaar Ministerie: 5 jaar celstraf en een tbs met voorwaarden.
Doodslag, want in een gemoedsopwelling, oordelen de rechters: 5 jaar celstraf en een tbs met voorwaarden.

Het is van de 65 levensdelicten in de afgelopen twaalf jaar in Groningen de laagste straf – zowel qua eis als opgelegd.

Waarom?
Waarom brachten die agenten hem terug naar Joke?

Rob Zijlstra

het vonnis