Willem van E.

Willem van E. / illustratie dvhn – george langeveld

 

 

 

Willem van E. vroeg wanhopig waarom hij het had gedaan

Op 77-jarige leeftijd is seriemoordenaar Willem van E. in de gevangenis in Vught overleden. In 2002 werd hij veroordeeld tot levenslang wegens doodslag en moord op drie Groninger prostituees.

Daags nadat de politie het onderzoek rond de Willem van E. heeft afgerond – het is november 2001 – krijgt de pers een rondleiding door het kleine boerderijtje bij Harkstede waar de seriemoordenaar woonde. Acht containers met troep zijn dan al afgevoerd. Het is een luguber inkijkje. Op de voordeur kleeft een sticker van de Bloedbank Groningen: ‘Geef bloed’. In de kleine woonkamer waar alleen nog een gordijn hangt heeft hij zijn laatste slachtoffer Sasja Schenker neergeslagen en gewurgd.

Twee moorden in de jaren zeventig in Zuid-Holland deden hem in de Van Mesdagkliniek in Groningen belanden. In 1990 kwam hij op vrije voeten, maar genezen was hij niet, zo zou blijken. In 1993 en 1994 bracht hij Michelle Fatol en Annelies Reinders om het leven. Jarenlang bleven deze moorden onopgelost. In 2001 werd in het water in de buurt van zijn woning kleding gevonden van Sasja Schenker. Nader onderzoek toonde aan dat Van E. verantwoordelijk was voor de dood van de drie vrouwen, allen prostituee.

Tijdens de rechtszaken draaide het niet om de vraag of hij het had gedaan of niet. De vraag was vooral of er sprake was van doodslag of van moord, toen nog het verschil tussen twintig jaar cel en levenslang. Het doden van Fatol en Reinders werden door de rechters gekwalificeerd als doodslagen, maar het doden van Sasja werd gezien als moord. En daarmee werd zijn straf levenslang.

Deskundigen beschouwden Van E. – een kleine gedrongen, maar beresterke man – als een levensgevaarlijke psychopaat. In de rechtszaal toonde hij berouw. Dat deed hij ook tijdens de politieverhoren waarvan beelden in de rechtszaal werden getoond. Wanhopig zei hij tegen zijn verhoorders: ,,Jongens, waarom heb ik het gedaan? Vertel me dat nou eens.’’ Tegen de rechters: ,,Ik heb die vrouwen nooit willen doden. Het is me overkomen. Ik ben geen monster.’’

Journalist Sytze van der Zee bezocht Van E. vele malen in de gevangenis en publiceerde in 2006 een boek (Anatomie van een seriemoordenaar) over de man die ‘het beest van Harkstede’ ging heten. Een van de vragen was of Van E. meer moorden op zijn geweten had. Zo is het vrijwel zeker dat de tot op de dag van vandaag vermiste prostituee Jolanda Meijer (sinds 1998) bij hem thuis is geweest. Uitvoerig onderzoek heeft hem echter niet aan haar raadselachtige vermissing kunnen linken. Tegenover Van der Zee ontkende Van E. zijn betrokkenheid. Van der Zee werkt al enige tijd aan een televisiedocumentaire over Van E. Hij had geen contact meer.

In mei overleed Dirk de V. die eveneens een levenslange gevangenisstraf in Vught uitzat wegens de moord op Tjirk van Wijk uit Groningen.

 

extra
Ik interviewde  rechter Kantinka Lahuis – de voorzitter – die de levenslange gevangenisstraf oplegde en vroeg haar hoe dat als rechter is. ‘Ik stond te trillen op mijn benen.’ Om dit interview uit april 2005 te lezen  [pdf] klik op onderstaande afbeelding.

 

Ik interviewde ook Sytze van der Zee die in 2006 een boek publiceerde over Willem van E., Anatomie van een seriemoordenaar. ‘Zorg dat de tafel tussen jullie blijft, de man is een monster.’ idem [pdf] klik

Een groot konijn

Er zijn wel mensen, ook collega’s op de krant, die vragen of ik een advocaat ken. Een goeie bedoelen ze dan. Ze vragen het voor een vriend. Vaak weet ik wel eentje. Er zijn er ook – geen collega’s – die vragen of ik weet hoe je de perfecte moord kunt plegen. Wie een deel van zijn leven slijt in de rechtszaal, weet zoiets vast. Op zo’n vraag heb ik nooit een antwoord, wel een advies: niet doen.

In 1997 werd op een boerderij in Oost-Groningen een Limburgse drugshandelaar doodgeschoten. Het lichaam werd op het erf verbrand in een oven en er was bijna niemand die ervan wist. In Limburg werd de handelaar door zijn verdrietige moeder als vermist opgegeven en daarna bleef het stil.

Het had de perfecte moord kunnen worden, ware het niet dat de moordenaar vele jaren later een brief schreef aan een vertrouweling. Het werd de blunder van zijn leven: de vertrouweling gaf de brief aan een rechercheur die het epistel met rode oortjes las. Niks vermist, maar een moord in koelen bloede, de moordenaar onmiskenbaar de briefschrijver. De moord die hard op weg was perfect te worden eindigde in een tot op de dag van vandaag voortdurende gevangenisstraf: levenslang.

Er was eens een man die zich op het hoofdbureau van de politie in Groningen meldde met de mededeling dat hij een moord had gepleegd, een moord die dan al negen jaar te boek stond als onopgelost. Een half jaar lang probeerde de recherche te bewijzen dat hij het niet gedaan kon hebben. Toen dat niet lukte, werd hij voor de rechters gebracht en werd hij veroordeeld. Ook deze bijna perfecte moord kwam dus uit.

Van Ilham Benchelh, een Marokkaanse vrouw die in Siddeburen woonde, is al negen jaar niets vernomen. Als ze nog leeft, is ze nu 45 jaar. Het openbaar ministerie denkt dat haar partner Kasem (nu 71) haar heeft gedood. Deze week presenteerde de officier van justitie de bewijzen die de rechters moeten overtuigen van dit misdrijf. Ze leverde er ook een eis bij: twaalf jaar gevangenisstraf.

Uit de bewijzen moet klip en klaar blijken dat het niet anders kan dan dat Kasem op zondagavond 10 januari 2010 zijn vrouw met wie hij in scheiding lag om het leven heeft gebracht en vervolgens dat hij haar lichaam heeft weggewerkt.

Een kleine bloemlezing. Een dag na die zondag kocht Kasem bij de C1000 in Appingedam – getuige een gevonden kassabonnetje – twee rollen vuilniszakken, in totaal dertig stuks à zestig liter. Twee weken na de aankoop zijn er in de woning nog maar twintig zakken over. Wat heeft hij met die tien gedaan?

Een dag voor die zondag downloadde Kasem delen van de tv-serie Dexter op zijn computer. Frappant, zegt de officier van justitie. Immers Dexter is behalve bloedspatpatroononderzoeker ook seriemoordenaar die niet alleen weet hoe je moet moorden, maar ook hoe je bijbehorende sporen moet wissen.

Op de dag van de verdwijning, zocht Kasem op zijn computer, om 16.20 uur, naar ‘Elisabeth Bathory’, een helsgemene vrouw uit de zeventiende eeuw die te boek staat als de grootste seriemoordenaar ooit. En twee dagen voor de verdwijning tikte Kasem op Google, om 22.20 uur, de zoekterm ‘lintzaag’ in.

Er is een buurvrouw die achteraf verklaarde verdachte geluiden te hebben waargenomen. Op die zondagavond hoorde zij, om 21.45 uur, door het openstaande slaapkamerraam geschuif met tussenpozen. Alsof, zei buuf, er iets zwaars werd versleept. Toen Kasem hier later mee werd geconfronteerd, opperde hij dat buurvrouw waarschijnlijk de konijnen had gehoord.

De officier van justitie zegt tegen de rechters dat konijnen geen slepende schuifgeluiden maken, laat staan dat konijnen zware dingen verslepen.

Dan het matras. Op de dag na die zondag, om 12.25 uur, zocht Kasem op Marktplaats naar een matras voor op het logeerbed, het bed waarop Ilham de laatste weken van hun aflopende huwelijk sliep. Het bed ook waaraan bloed (niet veel) is aangetroffen, waaraan veegsporen waren te zien, alsof er was schoongemaakt. Hij kocht die dag ook een matras. Met haast, zei later de opgespoorde verkoopster. En het oude matras? Dat had hij in stukken gesneden en ergens weggegooid in een berm, ergens bij Hoogezand, niet meer wetende waar.

De officier van justitie: ‘Heel raar.’

Stuk voor stuk zijn het geen bewijzen die aantonen dat de 71-jarige in Amsterdam geboren en getogen Kasem zijn vrouw om het leven heeft gebracht. Maar, zegt de officier van justitie, je moet het in de context van de verdwijning van Ilham plaatsen. En in onderlinge samenhang bezien. Dan kan het niet anders.

Of dat laatste zo is, moet blijken. De rechters zeiden aan het einde van het twee dagen durende proces: ‘Dit gaat om een complexe zaak met veel juridische vragen die moeten worden beantwoord. Daarvoor hebben wij meer dan de gebruikelijke twee weken nodig.’

Getuige het begin van dit verhaal kan een ‘moord zonder lijk’ zelfs met levenslang worden bestraft. Maar een ‘moord zonder misdrijf?’ Kan dat ook? Het is ook de vraag die advocaat Fred Kappelhof opwerpt. Ilham Benchelh is spoorloos verdwenen. Maar waaruit blijkt dat aan die verdwijning een misdrijf vastzit?

De advocaat: vuilniszakken, Dexter, Bathory, een lintzaag, het matras, een beetje bloed, het zijn allemaal zaken waar je niets achter hoeft te zoeken. ‘Tenzij je er iets achter wilt zoeken.’

De raadsman stelt dat in Nederland ieder jaar twintig mensen op raadselachtige wijze voorgoed verdwijnen. Waarom zou Ilham Benchelh niet een van hen zijn? De raadsman merkt ook op dat er zeer intensief naar het lichaam van Ilham is gezocht: in de tuin, in meren, kanalen en sloten, op kerkhoven, in mestkelders en silo’s, in riool- en zuiveringsinstallaties, op stortplaatsen en dat met honden en helikopters. Als er dan niets wordt gevonden, zegt de raadsman, dan kan dat ook een aanwijzing zijn dat Ilham leeft.

Haar beste vriendinnen geloven niet dat Ilham vrijwillig is vertrokken, zij vinden het onbestaanbaar dat ze haar kind van een jaar vrijwillig heeft achtergelaten. Zo’n moeder was Ilham niet.

Stel dat Kasem onschuldig is, hoe dan heeft Ilham op die ijskoude zondagavond zonder auto en met bussen die vanwege de gladheid niet reden, Siddeburen zonder sporen kunnen verlaten? Stel dat Kasem het wel heeft gedaan. Kan hij dan zijn straf ontlopen als er geen overtuigende bewijzen zijn? Is dat dan de perfecte moord?

Het knaagt aan alle kanten.

Rob Zijlstra

klik voor compleet vonnis

update – 26 maart 2019 – uitspraak
De rechtbank heeft Kasem M. veroordeeld tot 15 jaar celstraf wegens doodslag. Het is de zwaarste straf die voor doodslag kan worden opgelegd.  →  zie dvhn voor eerste bericht

→ meer: het raadsel van siddeburen (inclusief het uitgesproken requisitoir]

→ het vonnis in audio [duur 29 minuten]:

Raadsel van Siddeburen

Het requisitoir van officier van justitie Corien Fahner uitgesproken in zittingszaal 14, op dinsdag 12 februari – betreft een ingekorte versie (van 60  naar 17 minuten)

Verdachte Kasem M. toch niet aanwezig

Kasem M. is tegen alle verwachtingen in niet in Nederland om zijn strafzaak die vandaag en morgen zou worden behandeld, bij te wonen. Volgens de laatste berichten is M. op het vliegveld in Marokko vastgehouden tegengehouden.  Hij zou niet over de juiste papieren beschikken om Marokko te mogen verlaten. Het ziet ernaar uit de Marokkaanse bureaucratie opnieuw roet in het eten gooit.

De rechtbank is zondag – zo ook het Openbaar Ministerie – op de hoogte gebracht van deze ontwikkeling. Of de strafzaak vandaag doorgaat is onduidelijk. De rechtbank moet daar maandagochtend een besluit over nemen.

Het strafproces liep jarenlang vertraging op. In 2012 vestigde Kasem M.  zich als Nederlander (Amsterdammer)  in Marokko.  De autoriteiten namen zijn paspoort in beslag (onduidelijk waarom) waardoor hij het land niet kon verlaten. Pogingen, ook via de ambassade en diplomatie,  om hem naar Nederland te krijgen mislukten → lees: marokko frustreert rechtsgang

Halverwege december 2018 kwam vanuit het niets het bericht dat Kasem M. zijn paspoort had teruggekregen en dat hij naar Nederland  kon en – niet onbelangrijk – ook wilde komen. Dit gebeurde kort nadat zijn strafrechtadvocaat Fred Kappelhof hem had bezocht in Marokko. → Kasem m. krijgt paspoort

Na bijna negen jaar zou vandaag – 11 februari 2019 – dan eindelijk de strafzaak die in mei 2010 was onderbroken worden voortgezet. Al eerder was aangekondigd dat de zaak vandaag – hoe dan ook – zou worden behandeld. Met of zonder Kasem M.  Of de rechtbank dat met deze nieuwe ontwikkeling nog steeds wil, zal in de loop van maandagochtend blijken.

Een verdachte heeft het recht aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn strafzaak. Dit belang botst in deze zaak met het belang dat er ook een keertje duidelijkheid moet komen. Op dat laatste hebben bijvoorbeeld de nabestaanden recht, zij zijn naar ik begreep wel vanuit Marokko naar Groningen gekomen.

Hoe ook – het proces met de laatste ontwikkelingen is  straks vanaf een uur of negen te volgen via een liveblog op dvhn.nl.

update

De rechtbank heeft maandagochtend besloten de zaak door te laten gaan. De belangen van de verdachte wegen minder zwaar dan het belang van de afhandeling van deze strafzaak, zo vindt de rechtbank. Bij de beoordeling speelde mee dat er familieleden van Ilham Benchelh (moeder en broer) vanuit Marokko naarNederland zijn gekomen om het proces bij te wonen.

verslag van dag 1

Openbaar Ministerie eist 12 jaar celstraf

ACHTERGROND

Moord zonder misdrijf ?

De rechtbank buigt zich maandag en dinsdag over een niet alledaagse strafzaak: een zaak waarin wordt aangenomen dat er een moord is gepleegd.

In januari 2010 verdween de toen 36-jarige Ilham Benchelh uit Siddeburen. Sindsdien is van de vrouw geen teken van leven meer vernomen. De mogelijkheden dat zij een ongeluk heeft gehad (ergens) of dat zij vrijwillig spoorloos is (en dus nog leeft) worden door het Openbaar Ministerie (OM) uitgesloten. Resteert: een misdrijf.

Volgens het OM is Ilham Benchelh niet meer in leven en heeft haar toenmalige partner Kasem M. (71) daar de hand in gehad. M. staat vandaag en morgen terecht voor moord dan wel doodslag.

Kasem M. wordt dus verdacht van een moord waarvan wordt aangenomen dat die is gepleegd. Dat maakt dat deze zaak bijzonder is

Er zijn wel aanwijzingen die M. verdacht maken. Overweldigend zijn die niet. In mei 2010 stond Kasem M. ook voor de rechter. Hij zei toen te kunnen begrijpen dat hij als verdachte werd aangemerkt, maar dat hij het niet heeft gedaan. Het OM wilde de behandeling van de zaak toen aanhouden voor nader onderzoek. M. werd later dat jaar in vrijheid gesteld, maar bleef verdachte. Het nadere onderzoek – waarbij werd gehoopt dat Ilham Benchelh werd gevonden – leverde niets op.

Moordzaken waarbij er geen slachtoffer is, zijn niet uniek, maar wel zeldzaam. In Groningen was er tweemaal eerder sprake van een ‘moord zonder lijk’. De eerste zaak leidde tot een veroordeling tot levenslang, de tweede eindigde in een vrijspraak. In deze laatste zaak (Michael de Vrieze) werd de verdachte door de rechtbank veroordeeld tot 12 jaar celstraf. Het gerechtshof gelastte (in hoger beroep) nader onderzoek. De uitkomst was verrassend: er kon niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een misdrijf.

Je kunt worden veroordeeld voor een ‘moord zonder lijk’, maar een veroordeling zonder misdrijf behoort niet tot de mogelijkheden.

Twee jaar na de verdwijning van Ilham Benchelh vestigde Kasem M. zich in Marokko, het geboorteland van Ilham. De zaak komt nu pas (opnieuw) voor de rechter omdat de Marokkaanse autoriteiten het paspoort van M. hadden ingenomen, waardoor hij het land niet kon verlaten. Eind vorig jaar kreeg hij zijn paspoort terug. Kasem M. heeft aangekondigd aanwezig te zijn.

#einde bericht

→ lees ook: op sokken

EXTRA
Het Openbaar Ministerie is – net als wij van de krant – op zoek naar eigentijdse manieren om de (hun) boodschap te verkondigen. Dit laatste – het verkondingen van de boodschap – is in handen gegeven van officier van justitie Pieter van Rest.

Een zeker twijfelgeval

De kans dat ik deze week urenlang achter een gemene, wrede, nietsontziende, koelbloedige misdadiger zat, iemand ook die angsten noch emoties kent, laat staan berouw, acht ik groot. Helemaal zeker weten doe ik het niet en dat is niet omdat het maar een heel klein mannetje was.

De vermeende psychopaat is Maikel. Ik schreef, ook op deze plek, eerder over deze man met aalgladde praatjes. Zes jaar geleden bracht hij in Groningen op één dag twee mensen op gruwelijke wijze om het leven. Eerst doodde hij de 66-jarige Gudrun Küster en later op de dag de 71-jarige Trevor Griffiths. Mevrouw Gudrun kende meneer Trevor niet. Maikel kende beide.

Achter deze korte schets schuilt een akelig verhaal. Wie dat weten wil moet straks maar even op Lijst der Liegbeesten kijken. Het gaat nu om iets anders.

De rechtbank veroordeelde de nu 43-jarige Maikel ondanks zijn ontkenningen tot 20 jaar gevangenisstraf (eis was 30) wegens tweemaal doodslag. Dan is 20 jaar de max. In hoger beroep kwam het Openbaar Ministerie opnieuw met de strafeis van 30 jaar (eenmaal doodslag, eenmaal moord), maar voegde daar een bonus aan toe: de tbs met dwangverpleging.

En daar ging het deze week over. Is Maikel een psychopaat, zo levensgevaarlijk dat hij zonder behandeling nooit meer buiten door straten mag fietsen? Is hij behalve bloedlink ook ernstig gestoord waardoor de gepleegde misdaden niet aan hem kunnen worden toegerekend? Of is Maikel op de eerste plaats een slecht en verachtelijk mens die gewoon langdurig moet worden opgesloten?

Allemaal vragen.

In de imposante rechtszaal van het gerechtshof in Leeuwarden zitten de drie rechters (raadsheren) niet alleen tegenover Maikel en zijn advocaat, maar ook tegenover drie getuige-deskundigen. Zij hebben Maikel onderzocht, dat wil zeggen ze hebben uren met hem gepraat. En vervolgens hebben ze de bevindingen los van elkaar op papier gezet.

De deskundigen zaten in de rechtszaal voor de antwoorden.

In de auto op de A7 richting het gerechtshof luisterde ik naar een podcast waarin twee mannen hardop met elkaar van gedachten wisselden over het begrip twijfel. De werkelijkheid bestaat uit onzekerheid en als dat waar is, want je weet het niet, dan zouden we met z’n allen best wat meer mogen twijfelen, zeiden ze tegen elkaar. En wat vaker vragen met ‘Ik weet het niet’ beantwoorden. Dat zou – misschien ook wel niet – beter zijn voor de economie.

De mannen citeerden filosoof Bertrand Russell die eens zei: ‘Geloof nooit iets wat je wilt geloven. Hou je bij de feiten.’ De twee podcastmannen vonden dat zinrijker dan waar de Amerikaanse psycholoog William James voor stond: ‘Soms moet je in iets geloven, dan kan het waar worden.’

Terug naar de rechtszaal, naar de drie gedragswetenschappers: twee psychologen en een psychiater. Hun ervaring in de forensische sector varieert van 16 tot 30 jaar. Zij moeten licht in de duisternis brengen. Is Maikel gestoord dan wel was hij dat in januari 2013, en als dat toen zo was, is die stoornis van invloed geweest op zijn gedrag van toen en zo ja, kan hem dat worden toegerekend? Tbs of geen tbs, dat is de vraag.

De drie deskundigen wekken niet de indruk gebukt te gaan onder twijfel. Dat kan ook niet; zij die geacht worden het te weten kennen geen onzekerheid. Zij geloven rotsvast in wat ze denken.
Ik ga mij nu niet eraan wagen om in detail te verhalen wat de een zei, daarna de ander, iets wat door de derde stellig werd tegengesproken en andersom. De een zei dat er geen stoornis is, maar wel een gebrekkige ontwikkeling, dat er een verband bestaat tussen stoornis en delict, nee, dat dat causaal verband niet is aan te tonen, dat Maikel eigenlijk een doodnormale man is die waarschijnlijk nooit meer kwaad zal doen.

Zet drie deskundige wetenschappers op een rijtje die met zekerheid, met kennis en met kunde vertellen hoe het zit en de twijfel slaat ongenadig toe.

Arme juristen.

Zij wilden van de deskundigen weten of het kan, of psychopathie door een drugsvrij en gestructureerd leven in de gevangenis kan verbleken? Een deskundige antwoordt dat dat dus de vraag niet is. Immers: ‘Een schizofreen die een fiets steelt doet dat niet per definitie omdat hij schizofreen is, Misschien doet hij het omdat hij honger heeft en geen geld.’

Ja ja , zeiden de rechters.

Dan de vraag of agressie uit het verleden een indicator kan zijn voor recidive in de toekomst. Maikel vocht namelijk veel op de lagere school. Maar weer een foute vraag. Deskundige: ‘Want de voorspellende waarde is in deze niet relevant.’

In de pauzes negeerden de deskundigen elkaar. Twee van hen vinden dat de derde onvoldoende kennis heeft genomen van het dossier. De derde vindt dat de twee zich te veel hebben laten leiden door de gruwelijkheden. Een van de twee: ‘Het brengt mij niet tot de gedachte dat ik mijn rapport moet herzien.’ Wat vindt de derde? ‘Dat het lijkt alsof zij een heel ander persoon hebben onderzocht.’

De aardse rechters: ‘Hoe groot is de kans dat Maikel, stel hij komt eens weer vrij, nieuwe misdaden gaat plegen? De rechters willen een blik in de toekomst.

‘Die kans is er.’
‘Groot. Honderd procent.’
‘Ik acht de kans groter dat hij dat niet doet dan dat hij dat wel doet.’

Over een ding zijn de drie deskundigen het wel eens. Maikel mag dan hier en daar steken los hebben, volledig toerekeningsvatbaar is hij wel. En dat betekent dat er geen tbs-advies op tafel komt.

De officier van justitie (advocaat-generaal) smijt na drie uren deskundig gepingpong niet huilend van wanhoop de toga de rechtszaal in. Hij zegt in alle rust: ‘Hoe ook, verdachte heeft zonder opgaaf van reden op één dag twee mensen van het leven beroofd. Voor mij staat vast dat hij een gevaar is voor de samenleving en dat die samenleving tegen hem moet worden beveiligd.’

Dan maar geen tbs-advies. De officier van justitie eist het wel. En dan mogen de 30 jaren gevangenisstraf die hij eerder als eis op tafel legde wat hem betreft worden bijgesteld naar 24 jaar.

Ik lees al het voorgaande nog eens door en stel dan de vraag: is dit nu het beste verslag van deze rechtszaak? Mijn antwoord is zonder twijfel. Ik weet het niet.

Rob Zijlstra

→ lijst der liegbeesten

→ zeg eens wat vaker ‘ik weet het niet’  [de correspondent]

UPDATE – 6 maart 2019 – uitspraak
Het gerechtshof heeft Maikel S.  veroordeeld tot 24 jaar gevangenisstraf en tbs met bevel tot verpleging. 
Het hof acht in de zaak van de Gudrun Kuster doodslag bewezen. In de zaak van Trevor Griffiths gaat het hof uit van gekwalificeerde doodslag (doodslag  onder verzwarende omstandigheden).

Het hof komt naast de straf tot de maatregel tbs. Er is  sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis: psychopathie. De kans op herhaling is zonder behandeling zo groot dat de samenleving middels de tbs-maatregel moet worden beschermd.

het arrest

Het grote incident

Gewapende overvallen, kluiskraken of belastingfraude zijn misdaden die doorgaans niet in een plotselinge opwelling van het gemoed worden gepleegd. Meestal gaat aan deze misdaden denkwerk vooraf. Maar uitgerekend bij het meest kapitale delict uit het wetboek van strafrecht is het net andersom. Een moord wordt vaak wel in een plotselinge drift gepleegd. De meeste moorden zijn daarom doodslagen.

Nooit vergeet ik de man in de verdachtenbank die vertelde hoe het zo was gekomen. Hij was op klus geweest, kwam later thuis dan afgesproken en toen was zij gaan zeuren. Zoals zo vaak. Hij had afgeleerd te reageren, daar werd het alleen maar erger van. Zijn remedie: zodra zij ging jengelen, stapte hij in de auto, ging hij een kroket eten bij het tankstation en als hij dan een uurtje later voor een tweede keer thuiskwam, was de storm gaan liggen.

Op die fatale avond ging het anders. Ze bleef zemelen. In een vlaag, zei hij tegen de rechters, in een vlaag waarin alles zwart werd, greep hij naar de glazen asbak die op tafel stond en haalde uit. Zijn vrouw was op slag dood.

Wat doe je dan zodra je bent bekomen van de eerste schrik? Bel je de politie? 112? Ren je het huis uit? Moeder bellen?

Deze man dronk een flesje Heineken, overdacht zijn leven, stopte zijn geliefde in een Mickey Mouse-dekbedovertrek dat hij van de kinderkamer haalde (zachtjes om niemand wakker te maken) en begroef mama in de tuin.

Doodslag. Acht jaar en tbs met dwangverpleging, luidde de eis. De rechters vonden acht jaar voldoende. Ik moest aan die zaak denken, toen ik afgelopen week de 33-jarige Rutger in diezelfde rechtszaal hoorde praten. Tegen hem werd zeven jaar gevangenisstraf en tbs met dwang geëist.

Ook Rutger had, nadat hij bij zinnen was gekomen, zichzelf de vraag gesteld: en wat nu? Ook hij belde niet de politie. Hij legde het bebloede mes in de vaatwasser, vouwde een deken uit over haar lichaam en ging door waarmee hij bezig was. Met whisky drinken en spannende series kijken op Netflix. Na twee dagen kreeg hij contact met zijn moeder. Zij kwam direct, zij zag het verschrikkelijke en belde 112.

Rutger en Anja (zij werd 46) hadden elkaar anderhalf jaar eerder leren kennen in een kliniek. Toen ze naar buiten mochten, hielden ze contact want ze vonden elkaar leuk en aardig. Rutger, verslaafd aan cocaïne, zag misschien wel een mooie toekomst met haar. Hij ging voor drie maanden naar een afkickkliniek in Schotland en toen hij terugkeerde trok hij bij haar in. Hij voelde zich veilig bij Anja in haar huisje, op het Hogeland ver weg van de smerige drugsscene in de stad.

Van de cocaïne wist hij af te blijven, van de drank nog niet. Tegen de rechters: ‘Drinken is minder erg dan coke, van cocaïne ga je kapot.’’

Rooskleurig werd de liefde niet. Al na een paar weken kwamen er meldingen bij de politie over huiselijk geweld. Het veilige huisje van Anja werd bij de buurtagent een bekend adres, zo Rutger een bekend gezicht werd bij de slijterij in Winsum.

Tegen de rechters zegt Rutger dat het niet zo was dat er voortdurend ruzies waren. ‘In 90 procent van de tijd ging het hartstikke goed. Het was niet dat ik een kwaal was of zo. Na ruzies omhelsde ze me altijd en wilde ze dat ik bleef.’ Eén voorwaarde: niet meer drinken.

De ruzies die er wel waren, waren pittig. Als het niet over drank ging, ging het over geld en over rotzooi die Rutger, lui van aard, maakte. ‘Er ontbrak veel structuur in het huishouden’, zegt hij. Vaak werd hem de deur gewezen. Dan fietste hij, zatte kop en tegenwind, twintig kilometers naar Groningen, op zoek naar een hotel. ‘Dat heeft me klauwen met geld gekost. Als je ’s nachts bij een hotel aankomt, vragen ze woekerprijzen.’

Rechters: ‘Hoe vaak is dat gebeurd?’
Rutger: ‘Ik denk wel vaker dan twintig keer.’

Het wordt 9 februari. De dag, zegt Rutger, van het grote incident. In het Zuid-Koreaanse Pyeongchang beginnen de Olympische Winterspelen, in Noord-Groningen maken Rutger en Anja een wandeling met de hond. Het is koud. Hij is al naar de voedselbank geweest en heeft toen, stiekem, bij de slijter een fles whisky gekocht. Op het bonnetje staat dat dat om 13.49 uur was.

Om 15.11 uur start Rutger zijn computer op. Hij bezoekt de website GeenStijl en kijkt filmpjes op Dumpert. De fles is dan al aangebroken. Om 16.10 uur schakelt hij over op Netflix. Anja stuurt op dat moment een berichtje naar haar dochter die de volgende dag jarig is en 17 jaar wordt. Ook komt uit het onderzoek naar voren dat Anja om 17.30 uur een bestelling heeft gedaan op het internet: ze heeft een alcoholtester aangeschaft.

Hoe wrang, het is zo’n beetje het laatste wat ze doet. Niet lang na die bestelling moet het grote incident zijn gebeurd. Plotseling had Anja in zijn kamer gestaan. Rutger schrok, sloeg zijn glas whisky in een teug achterover en probeerde de fles met zijn voet weg te moffelen.

Hij zegt tegen de rechters: ‘Maar ze rook het natuurlijk. Ze zei dat ik weg moest. Ik dacht, niet weer dat gezeik. Ik kon nergens heen. Het was donker en koud, ik had geen zin met een dronken harses naar Groningen te fietsen en een hotel te zoeken. Ze trok aan mijn haren om mij uit huis te bonjouren. Ik werd wild. Ik duwde haar, zij viel. Toen schopte ik haar in het gezicht, een paar keer. Ik was zo razend, ik heb een mes gepakt en ben op haar gaan liggen en heb gestoken, met hakkende bewegingen.’

Veertien keer in de hals.

Rechters: ‘Heeft ze nog wat gezegd?’
Rutger: ‘Dat weet ik niet, ik denk niet dat ze daarvoor de kans kreeg. Ze begon raar te trillen, toen was ze weg.’

Om half acht wordt Rutger gefilmd in de supermarkt. ‘Ik was niet meer logisch bezig.’ Hij wilde meer drank. Hij had bedacht dat hij zich lam zou drinken, om dan halfdood het thuis in de fik te steken. ‘Dan maar zo.’

Wat doe je na zo’n plotselinge opwelling?
Rutger zegt tegen de rechters: ‘Het is niet eenvoudig te bedenken wat je moet doen als je net iemand van het leven hebt beroofd.’

Rob Zijlstra

update – 17 december 2018 – uitspraak
Rutger is conform de eis veroordeeld: 7 jaar en tbs met dwangverpleging. Klik op onderstaande afbeelding voor het vonnis of beluister het geluidsfragment van de uitspraak, zoals die dinsdagmiddag is uitgesproken in zittingszaal 14.

.

vonnis

 

 

 

 

Gerard Meesters – update

TOCH NIEUW ONDERZOEK MOORD GERARD MEESTERS

Het Openbaar Ministerie (OM) stelt toch een nieuw onderzoek in naar de moord op de Groninger onderwijzer Gerard Meesters in 2002. In november vorig jaar deden de nabestaanden van Meesters aangifte tegen de man die mogelijk opdracht heeft gegeven voor de moord.

Het OM laat weten dat na de aangifte door Koen en Annemarie Meesters – de kinderen van het slachtoffer – opnieuw naar het dossier is gekeken. Vervolgens is er nieuwe informatie binnengekomen. Dat is aanleiding voor een nieuwe onderzoek. Meer wil het OM hierover voorlopig niet kwijt.

update

Eerder is gemeld dat Daniel S. ongeneeslijk ziek is. Mede om die reden hebben nabestaanden contact met S. gezocht en met hem gesproken. Ze hadden de hoop dat S. gezien zijn situatie zou willen vertellen wie welke rol heeft gehad.

Recent werd duidelijk dat S. genezen is verklaard. Zijn advocaat Tjalling van der Goot bevestigt dit desgevraagd. ,,Na die diagnose heeft S. zijn levensstijl aangepast. Zo is hij gestopt met roken. Bij een hercontrole bleek hij gezond. Hoe het kan? Ik ben geen medicus’’, zegt Van der Goot.

> meer op: website dagblad van het noorden

> zie ook:

Opvlammende paranoia

Misdrijven laten zich vrijwel niet met elkaar vergelijken, laat staan de strafzaken die er doorgaans achterweg komen. Verleidelijk is het wel. Want waarom wordt de ene moord met achttien of dertig jaar bestraft en een andere met tien? Waarom kreeg Albert er maar vijf, terwijl zijn daad in de ogen van het Openbaar Ministerie toch een kapitaal delict was, het zwaarste misdrijf dat het wetboek van strafrecht kent?

wat staat er aan het einde van dit verhaal?

Aan het einde van dit verhaal staat niet het antwoord. Daar staat iets anders.

Strafmaten – de hoogte van straffen – hebben te maken met de tijdgeest. Er is een tijd geweest dat vrijwel ieder levensdelict werd afgedaan met een relatief lage gevangenisstraf, maar steevast in combinatie met een oneindige terbeschikkingstelling (tbr/tbs). Dat is nu, andere tijd, anders, misschien wel net andersom. Omdat we dat nu weer beter vinden.

De hoogte van de straf heeft te maken met duizend dingen en met de verdachte. Albert, een geboren Amsterdammer van 52 jaar, is een man met een verstandelijke beperking, die kampt met aanpassingsstoornissen, met een verslaving aan alcohol en cocaïne en er is – bij vlagen – sprake van paranoïde psychoses.

Hij werkte 27 jaar en 9 maanden bij de ING-bank. Toen de banken zichzelf en de rest van de wereld in een crisis stortten, moest Albert op zoek naar ander werk dat er niet was. In het kader van meedenken kreeg hij 100.000 euro van misschien wel uw bank cadeau.

Met dat geld stortte hij zich vol overgave in het Amsterdamse criminele milieu. Dat wil zeggen, hij werd daar afnemer. Na een tijdje was al het geld op en was de verslaving aan drugs en alcohol een akelig feit. ‘Ik was van mijn rots gevallen’, zegt hij in de rechtszaal. ‘Zelfs mijn vreugde ging gepaard met drank en drugs.’

In het Pieter Baan Centrum hadden ze goed naar Albert gekeken. Gedragswetenschappers concludeerden: best een aardige man, maar zijn draagkracht is beperkter dan je zou denken. Het eindoordeel van de observatiekliniek: hij is sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Dat scheelt doorgaans flink in de strafmaat.

Op foto’s die hij plaatste op Facebook zie ik dat hij van rare vissen houdt en dat hij een beetje op Messi lijkt. Hij ging een keertje samen op de foto met Ronald Koeman, zijn arm om de schouder geslagen.

Hij zat eens vast op een Amsterdams politiebureau in verband met drugs. In een verklaring die hij moest ondertekenen stonden allemaal namen. Albert wilde niet tekenen, hij was een beetje bang want in het Amsterdamse milieu weet je het maar nooit. In de rechtszaal: ‘Ik was bang voor de negatieve gevolgen. Dat gaf veel onrust. Ik voelde me toen niet meer fijn in Amsterdam, niet meer veilig.’

Hij sloot niet uit dat er ergens een samenzwering bestond, een complot, aangevoerd door de politie waar hij het slachtoffer van moest wezen.

Op een feestje op de eerste dag van 2016 kwam hij Joke tegen, Joke Hendriksen, een leuke vrouw uit Veendam, ver weg ook van zijn Amsterdam met haar negatieve gevolgen. Albert ging na het feest met Joke mee en bleef direct een week om haar beter te leren kennen. Het begon dus leuk.

Achteraf wordt gezegd dat ze een ingewikkelde en moeizame relatie hadden, met veel ruzies en gedoe over zijn drugs- en drankzucht, maar dat er ook mooie periodes waren. Tegen de drie rechters zegt Albert: ‘In grote lijnen hadden we het fijn.’

Op een dag is het 15 december 2016. In Londen wordt op die dag een akoestische gitaar waar Jimi Hendrix ooit op speelde verkocht voor 250.000 euro. In Veendam eten Albert en Joke op die dag spareribs. Ze hebben het gezellig, maar het gaat mis. Hij vindt dat Joke te hard praat. Waarom doet ze dat? Neemt ze soms dingen op met haar laptop? Zit Joke ook in het complot?

Joke zegt: ‘Hou toch eens op met je gezeur.’ Ze is er flauw van. Of Albert wil oprotten. Ze is klaar met hem. Albert vertrekt, hij stapt in de auto en gaat. Stukje rijden, zoals mannen dat doen.

Hij heeft twee flessen whisky bij zich die na een tijdje half leeg zijn waardoor hij niet meer kan rijden. Hij meldt zich bij Jehovah’s Getuigen die een gebouwtje huren in de straat waar Joke woont. De Getuigen proberen te bemiddelen, maar Joke wil ‘m niet meer. Hij belandt bij Hotel Parkzicht, maar daar zitten ze niet te wachten op gasten die al meer dan genoeg hebben gedronken.

 

De politie wordt gebeld. Het is december, buiten is het koud, wat te doen met de dronken man die geen plek heeft voor de nacht? De agenten denken praktisch: Joke.

Hoe het is gegaan, wordt in de rechtszaal niet tot in detail verteld. Agenten brengen hem terug en Joke zou hebben verzucht: ‘Leg ‘m dan maar op zolder.’

De volgende ochtend steekt hij haar neer. Tegen de rechters zegt Albert dat ze weer woorden kregen, over zijn gedrag. Dat hij haar vastpakte toen ze naar de voordeur liep. Dat zij met waxinelichtjes naar hem gooide. Dat hij haar toen van achteren vastpakte, dat hij met zijn knie door het raam naast de voordeur knalde, dat ze samen achterover vielen, dat hij toen een black-out kreeg.

Als hij weer helder is, ligt Joke naast hem, dodelijk gewond. Hij heeft meststeken in de borst, zelf toegebracht. Hij stuurt een sms-bericht naar een vriend: ‘Het hoeft voor mij niet meer.’

Rechter: ‘Geeft u toe dat u haar heeft gestoken?
Albert zegt niks: ‘…’
Rechter: ‘Of heeft een ander het gedaan?’
Albert, zachtjes: ‘We waren met z’n tweeën.’

De gedragsdeskundigen rapporteerden dat er sprake moet zijn geweest van een ‘ontknoping van opvlammende paranoia’. En van een ‘agressiedoorbraak’ met een ‘sterk ingeperkte keuzevrijheid’.

Hij belt om twintig over elf die ochtend 112. De politie vindt hen, Joke bewegingsloos, bij Albert bewegen alleen de ogen. In zijn bebloede hand een aardappelschilmes. Joke Hendriksen, 48 jaar, sterft die middag om vijf minuten over een in het ziekenhuis.

Moord, want voorbedacht, praat het Openbaar Ministerie: 5 jaar celstraf en een tbs met voorwaarden.
Doodslag, want in een gemoedsopwelling, oordelen de rechters: 5 jaar celstraf en een tbs met voorwaarden.

Het is van de 65 levensdelicten in de afgelopen twaalf jaar in Groningen de laagste straf – zowel qua eis als opgelegd.

Waarom?
Waarom brachten die agenten hem terug naar Joke?

Rob Zijlstra

het vonnis

Michael de Vrieze – patstelling

27/12 – met update: vrijspraak

Het strafproces rond de in 2010 spoorloos verdwenen schaker Michael de Vrieze uit Burum krijgt vandaag bij het gerechtshof in Leeuwarden opnieuw een bijzondere wending

Wat staat er op de rol van het hof?

Op de rol van het hof staat de strafzaak tegen de 39-jarige Cafer G. die in 2013 twaalf jaar celstraf kreeg wegens doodslag. Cafer G. zou in 2010 Michael de Vrieze met geweld om het leven hebben gebracht. Het kan niet anders dan dat zo is en het kan niet anders dan dat Cafer G. de dader is, oordeelde de rechtbank in Groningen.

Het lichaam van slachtoffer Michael de Vrieze is tot op de dag van vandaag spoorloos.

Er zijn maar weinig strafzaken die een zo merkwaardig verloop hebben als deze zaak. Cafer G. is na de veroordeling door de rechtbank en in afwachting van het hoger beroep het land uitgezet. Vanwege de veroordeling is Cafer G. – geboren in Nederland, maar met de Turkse nationaliteit – tot een ongewenste vreemdeling verklaard. Ook kreeg hij een inreisverbod: hij mag Nederland niet meer in.

Dit laatste botst met het recht aanwezig te mogen zijn bij je eigen strafzaak.

aanwezigheidsrecht

Cafer G. ontkent iets met de dood dan wel vermissing van De Vrieze te maken te hebben. Hij heeft te kennen gegeven dat hij aanwezig wil zijn bij de behandeling in hoger beroep. Van dit recht kan hij nu door toedoen van de overheid geen gebruik maken. Een patstelling.

Het ligt nog een stukje complexer.

Dat Michael de Vrieze in 2010 om het leven is gebracht, acht de rechtbank bewezen. De in Burum woonachtige De Vrieze zou in een woning aan de Jupiterstraat in Groningen zijn vermoord. Dit wordt aangenomen op basis van het vele bloed dat in de woning is aangetroffen. Dat er sprake is geweest van veel bloed was destijds een constatering van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Maar dan gebeurt er iets raars.

Ter voorbereiding van het hoger beroep gelast het gerechtshof nader onderzoek naar het bloed. En wat blijkt? ‘Veel bloed’ blijkt bij nader inzien ‘weinig bloed’. Zo weinig (het bodempje van en borrelglaasje) dat het hof meent dat niet meer voor de volle honderd procent kan worden gesproken van een misdrijf.

Het hof verbindt aan deze nieuwe constatering ook consequenties: de tot twaalf jaar cel veroordeelde Cafer G. mag de gevangenis verlaten om de behandeling in hoger beroep als vrij man – maar nog wel als verdachte – af te wachten.

Twee dagen na dit besluit is G. het land uitgezet. Naar Turkije, een land dat geen onderdanen uitlevert. Het land ook waar Cafer G. kort na de verdwijning van Michael de Vrieze met enkeltje naar toe was gegaan. Gevlucht, aldus het OM.

Nederland heeft destijds nogal wat moeite gedaan om hem als verdachte in handen te krijgen. Toen G. vanuit Turkije naar Moskou reisde, werd de politie getipt. Op verzoek van Nederland werd G. in Moskou gearresteerd en na drie maanden uitgeleverd.

De grote vraag is of het gerechtshof de strafzaak vandaag inhoudelijk kan behandelen. Het Openbaar Ministerie lijkt te vinden van wel. Dat Cafer G. niet naar Nederland kan komen, is volgens het OM zijn eigen keuze. Bovendien kan G. zich laten vertegenwoordigen door een advocaat.

Cafer G. werd bijgestaan door advocaat Jac. Taekema. De raadsman heeft het gerechtshof laten weten dat hij zich onttrekt aan de zaak. ‘Het aanwezigheidsrecht van mijn cliënt wordt niet gerespecteerd. Dan kan ik, in zijn belang, niet anders doen dan de verdediging neerleggen’, aldus Taekema

Een patstelling binnen een patstelling.
Hoe verder?

Rob Zijlstra

update – 27 december 2017
Cafer G. vrijgesproken – bevindingen NFI geven doorslag

arrest

 

 

update – 13 december 2017 – patstelling doorbroken
Het hof heeft woensdagochtend besloten dat de strafzaak bij verstek behandeld kan worden. Het belang van Cafer G. om bij zijn strafzaak aanwezig te zijn, weegt niet op tegen het belang dat de samenleving heeft bij een voortgang van de zaak, zo luidde na beraad het oordeel.  Er werd uiteindelijk 12 jaar celstraf tegen Cafer G. geëist. Uitspraak op 27 december. Zie voor meer: dagblad van het noorden

 

 

 

Meelezende juristen wezen mij op bovenstaande uitspraak van belang

 

 

overzicht

michael de vrieze

11 april 2010
Michael de Vrieze (45) wordt voor het laatst in leven gezien in het Fair Play-casino in de Euroborg, Groningen.

12 april 2010
De auto van Michael de Vrieze wordt geflitst bij de brug in Noordhorn, de bestuurder is niet De Vrieze, zo is op de flitsfoto te zien.

16 april 2010
Met de pinpas van Michael de Vrieze wordt geld opgenomen. Kort daarvoor is ingelogd op de computer van De Vrieze in zijn woning in Burum. Cafer erkent dat hij daar is geweest. Om de katten eten te geven, zegt hij.

17 april 2010
Cafer G. vliegt naar Turkije (enkeltje) waar hij een bedrijfje heeft (entertainment in hotels).

december 2011
Cafer G. reist naar Moskou. Turkije tipt Nederland. G. wordt in Moskou aangehouden.

cafer g.

28 maart 2012
Cafer G. wordt uitgeleverd aan Nederland

1 juni 2012
Openbaar Ministerie looft een beloning van € 10.000 – uit voor de gouden tip die kan leiden tot het vinden van het lichaam van De Vrieze.

10 januari 2013
Het Openbaar Ministerie eist 10 jaar celstraf tegen Cafer G. wegens doodslag.

24 januari 2013
De rechtbank in Groningen veroordeelt Cafer G. tot 12 jaar cel wegens doodslag. G. gaat in hoger beroep.

14 juli 2015
Cafer G. wordt in vrijheid gesteld op last van het hof (geen ernstige bezwaren meer) na uitkomst van het nieuwe onderzoek naar bloed in de woning waar De Vrieze om het leven zou zijn gebracht. G. wordt afgeleverd in Turkije. Hij krijgt als ongewenste vreemdeling ook een inreisverbod van de IND.

13 december 2017 
Inhoudelijke behandeling hoger beroep. Het Openbaar Ministerie vindt dat strafzaak kan worden behandeld zonder de aanwezigheid van Cafer G. Advocaat Jac Taekema legt de verdediging neer (hij onttrekt zich) omdat Openbaar Ministerie het aanwezigheidsrecht niet wil respecteren. Het OM eist 12 jaar cel wegens doodslag.

27 december 2017 
Hof spreekt Cafer G. vrij.

 

eerdere artikelen op dit blog

raadsels zonder lijk – 9 januari 2013

michael de vrieze 1 – 14 juli 2015

michael de vrieze 2 – 17 juli 2015

foetsie – 10 feb 16

 

Jesse [1]

‘Ik heb iets gedaan wat ik niet wilde’

 

Vandaag en vrijdag staan de 27-jarige Rhowan P. en de 28-jarige Desiree G. terecht wegens de verdenking dat zij in januari 2016 Jesse van Wieren uit Leens om het leven hebben gebracht. De twee beroepen zich op noodweer.

In Kloosterburen begon het jaar 2016 anders dan anders. Jesse van Wieren (28) is zoek. Hij was als zovelen uit het dorp aanwezig op het oud- en nieuwfeest in café Willebrord in de Hoofdstraat. Even voor twaalf uur belt hij zijn ouders om hen een goed jaar te wensen. Ruim vier uur later verlaat hij het feest om naar een vriend te gaan waar hij zou slapen. Hij vertrekt zonder jas, zijn fiets blijft staan.

Op vrijdag 1 januari verschijnt in de loop van de dag een berichtje op Twitter, geplaatst door een kennis. ‘Waar hang je uit, neemt alsjeblieft contact op!!!’ Een reactie blijft uit. Op zaterdag nemen de ouders van Jesse contact op met de politie. Ze zijn ongerust. Het is buiten ontzettend koud. Het vriest. De grote angst is dat Jesse van Wieren – misschien met wat biertjes te veel op – een ongeluk heeft gehad. Zelfdoding kan ook, maar dat gelooft niemand.

Vanuit de voetbalkantine beginnen een paar vrienden met een zoektocht. Via sociale media wordt de vermissing snel bekend wat erin resulteert dat op zondag zich zo’n 250 mensen melden die mee willen zoeken. De politie coördineert de zoekactie is blij met de hulp. In de lucht hangt een politiehelikopter.

Op woensdag 6 januari komt aan alle onzekerheid een akelig einde. Het is geen ongeluk. Het lichaam van Jesse van Wieren wordt gevonden in een tuin, niet ver van café Willebrord. Het lichaam is begraven. De bewoner van de woning wordt aangehouden, evenals zijn vriendin: Rhowan P. en Desiree G. De twee zijn cliënten van Keroazie, een stichting die zich bezighoudt met de begeleiding en huisvesting van jongeren met onder meer psychiatrische problemen.

Tijdens de (vijf) pro formazittingen in de rechtbank is door de advocaten van de twee verdachten geschetst dat er sprake is noodweer. Jesse van Wieren zou die nieuwjaarsochtend plotseling zij opgedoken in of bij de woning van Rhowan waar het tot een gewelddadig treffen komt. Het geweld zou zijn uitgegaan van Van Wieren. Om de belaagde Rhowan te ontzetten zou Desiree in de woning op Van Wieren hebben ingeslagen met een buis (van een stofzuiger). Daarna zou ze haar vriend een mes hebben aangereikt. ‘Om Van Wieren bang te maken.’

Het Openbaar Ministerie zegt dat de lezing van de twee verdachten niet kunnen kloppen met de feiten uit het politieonderzoek. Hun verklaringen zouden elkaar ook tegenspreken. In februari 2016 is in de Hoofdstraat in Kloosterburen en in aanwezigheid van de verdachten een reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. De uitkomsten leverde geen andere zienswijze op. Jesse van Wieren is met opzet en fors geweld om het leven gebracht, aldus het OM. Geen noodweer.

Van Wieren is meermalen gestoken. Uit de stukken blijkt dat hij is overleden aan zuurstofgebrek. Vermoedelijk is hij levend begraven, mogelijk in de veronderstelling dat hij op dat moment niet meer in leven was. Tijdens het proces zal hierover duidelijkheid moeten komen.

Rhowan P. en Desiree G. zijn al langere tijd een stel. In april 2015 stonden ze samen terecht vor de politierechter in Groningen wegens mishandelingen in Kloosterburen in december 2014. P. woonde toen nog in Groningen. Ze zijn onderzocht in het Pieter Baan Centrum (PBC). Desiree G. wordt omschreven als een naïeve, kinderlijke en onzekere vrouw die zich eenvoudig laat beïnvloeden, terwijl Rhowan P. wordt neergezet als dominant. Tijdens de eerste pro formazitting in april 2016 zei hij in de rechtszaal: ,,Ik heb iets gedaan wat ik niet wilde. Ik kan wel janken, maar in ben geen moordenaar.’’

Vrienden van Jesse van Wieren – voor al
tijd de nummer 7 van vv Kloosterburen – hebben ter nagedachtenis een Facebook-pagina geopend.

Het strafproces begint vandaag met het horen van de twee verdachten.
Naar verwachting komt de officier van justitie vrijdag met de strafeisen. Ook de advocaten komen dan aan het woord.

Rob Zijlstra
(een iets kortere versie van dit verhaal staat vandaag in Dagblad van het Noorden)

→ verslag zittingsdag 1 – eerste procesdag roept vragen op 

 

 

Anne en Shirley

‘Logge overheidsinstellingen
verdienen af en toe
een schop onder hun kont’

Op koninginnedag 1997 werd de 18-jarige sociologiestudente Anne de Ruijter de Wildt uit Groningen vermoord. Dat is dit weekeinde – zondag – twintig jaar geleden. Annes lichaam werd gevonden nabij het Noorderstation, als weggegooid langs het spoor. Een leven aan gruzelementen.

Het duurde precies drie jaar voordat forensisch onderzoekers het vuil dat onder de nagels van Anne was aangetroffen wisten te koppelen aan de dan 26-jarige Henk S. In het nagelvuil zat zijn DNA. De in Veendam geboren S. kon ook in verband worden gebracht met de moord op Annet van Reen, in 1994 in Utrecht. De chef van de Groninger recherche noemde de DNA-match en daarmee de arrestatie van Henk S. een toevalstreffer, een toeval dat de politie zo nodig heeft in oude misdrijven die zich maar moeilijk laten oplossen.

Toeval of niet, raak was het. In maart 2001 veroordeelde de rechtbank Henk S. tot acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. De rechter – de rechter die vandaag de dag Willem Holleeder ‘doet’ – noemde de Veendammer een ‘gevaar voor de algehele veiligheid’.

Drie jaar lang was de moordzaak van Anne – een moord heet nu eenmaal een zaak – volop in het nieuws. Bij de krantenartikelen stond vaak een foto van een jonge vrouw die, vlechtje in haar haar, zelfbewust en vrolijk in de camera kijkt, glas wijn in haar hand. Anne wilde leven voor een mooiere en betere aarde. Ze werkte als vrijwilligster bij de Wereldwinkel en draaide bardiensten in Vera.

Op Koninginnedag was ze met vrienden naar Amsterdam gegaan om op de vrijmarkt T-shirts te verkopen. Met de laatste trein keerde ze alleen terug naar Groningen. Vanaf het hoofdstation liep ze via het museum over het Zuiderdiep naar de Grote Markt en van daaruit richting noord. Henk S., een scharrelende binnenstadsjunk, kreeg haar in het vizier en liep haar achterna. Tot aan het Noorderstation. Daar pakte hij haar onverhoeds met de bedoeling, vertelde hij in de rechtszaal, haar te beroven. Er reden fietsers voorbij. Om te voorkomen dat Anne zou gaan gillen, drukte hij met zijn hand haar mond dicht. Toen de fietsers uit zicht waren, was Anne dood.

Drie jaar lang ook was de zaak van Anne een kwelling voor politie en justitie. Dat kwam vooral door advocaat Jaap de Ruijter de Wildt, Annes vader. Hij richtte het Comité Groningen Veilig op uit onvrede met de opstelling van het Openbaar Ministerie, toen een log, bureaucratisch en koppig orgaan dat niet was gediend van bemoeienis van buitenstaanders. ‘Logge overheidsinstellingen verdienen af en toe een schop onder hun kont,’ zei Jaap de Ruijter de Wildt in een interview met deze krant in Nieuwsblad van het Noorden.

In september 1998 verzamelde het comité in Groningen 37.000 handtekeningen die samen met een witte roos werden aangeboden aan Han Lammers, waarnemend burgemeester van Groningen. Het haalde weinig uit, maar achter de schermen maakten autoriteiten zich zorgen over het luide en aanhoudende burgerprotest uit Groningen. Ook landelijk. Justitieminister Korthals bemoeide zich persoonlijk met de ‘Groninger zaak’. De politie erkende later dat een luis in de pels – zoals terriër Jaap de Ruijter de Wildt werd gezien – niet genegeerd, maar gekoesterd moet worden. Dat was toen.

Het leven zit vol grillen. Want terwijl in Groningen de handtekeningen werden geteld, verkrachtte Henk S. in Nieuweschans een 72-jarige vrouw. Het leverde hem zeven jaar gevangenisstraf op. Hij weigerde biologisch materiaal (DNA) af te staan. Na tussenkomst van de rechtbank werd zijn DNA in april 1999 alsnog toegevoegd aan de DNA-databank. Het moest nog een jaar duren, toen op 1 mei 2000, de match met Anne (en Annet) werd gevonden. De toevalstreffer.

Even terug. Daags nadat Anne was gevonden, werd een paar honderd meter verderop, nabij hetzelfde spoor, het lichaam aangetroffen van Shirley Hereijgers, 19 jaar jong, straatprostituee. Gewurgd. In 2006 stond in zittingszaal 14 een man terecht die werd verdacht van deze moord: de dan 35-jarige Henk S. Op het lichaam van Shirley was een haar aangetroffen waarvan niet kon worden uitgesloten dat het een haar van Henk S. was. De rechters vonden het net iets te weinig. Vrijspraak.

Henk S. werd teruggebracht naar de tbs-kliniek om zijn gedwongen behandeling te vervolgen. Met weinig succes. Twee jaar geleden werd bekend dat Henk S. nog altijd ‘een gevaar voor de algehele veiligheid’ is. Het probleem: Henk S. is zo verslaafd aan drugs als een kwispelende hond in een slagerij. Ik vroeg aan zijn advocaat hoe dat nou kan. Zoiets. Hoe kan het dat iemand die al achttien jaar achter de tralies zit, van overheidswege opgeborgen, nog steeds verslaafd is? De advocaat keek mij enigszins meewarig aan en zei: ‘Rob, doe niet zo naïef.’

Woensdag moet de rechtbank in Groningen zich uitspreken over hoe het nu verder moet met de inmiddels 46-jarige Henk S. Sinds oktober 2014 ‘woont’ hij weer in Groningen, van overheidswege in de Van Mesdagkliniek. De verwachting is dat de rechtbank het verzoek van het Openbaar Ministerie om de tbs-status van Henk S. te verlengen zal inwilligen.

Behandelaars hebben het opgegeven. Zijn begeleidster verklaarde vorige week in zittingszaal 14 dat er sprake is van passief en agressief gedrag. Van stemmingmakerij. Hij zit veel in ‘eenzame opsluiting’, de laatste keer vijf weken achtereen. Er ligt een verzoek om S. te promoveren naar de long stay, het kolenhok van het strafrechtsysteem.

Je kunt daar nog ademen, bloemschikken, touwtje-knopen, recalcitrant zijn, net zo lang tot je erbij neervalt. Recent is S. overgeplaatst naar afdeling De Lauwers. De allerstrengste afdeling? Het is de afdeling die volgens de advocaat van S. de coffeeshop van de Van Mesdag wordt genoemd. Henk S. gebruikt dagelijks cannabis.

Is het niet een goed idee – zo langzamerhand – dat de dr. S. van Mesdagkliniek nu gewoon eens toegeeft dat binnen de kliniek volop drugs verkrijgbaar zijn? En dat dat toch ook vooral beleid is? Al was het maar om praktische redenen? Toch directeur? Voorzitter? Raad van Toezicht?

Ik ben deze week nog even naar het Noorderstation gefietst, naar station Groningen Noord. Voor de zekerheid. Om te zien of ze er nog zijn. En ja, gelukkig, ze hangen er nog, ongehavend aan de betonnen pilaren onder het viaduct, de door Hans van Bentem gemaakte kunstwerken, kleurige panelen, gemaakt van scherven.

Het zijn vrolijke werken.
Tegen geweld.
De kunstenaar maakte ze voor Anne.
En vast ook een beetje voor Shirley.

Rob Zijlstra

> interview Jaap de Ruijter de Wildt [nvhn, 2 oktober 2001 – pdf]
> de moord op Anne de Ruijter de Wildt [nvhn, 18 januari 2001 – pdf]
over de kunstwerken van Hans van Bentem [nvhn, 22 november 2000 – pdf]

 

update – 2 mei 2017 – reactie Van Mesdag
De Van Mesdagkliniek heeft een verklaring gepubliceerd de website van de instelling. Daarin wordt erkend dat in de kliniek drugs (en drank) verkrijgbaar zijn, maar dat dat geen beleid is. Integendeel. Er bestaan allerlei maatregelen die de aanwezigheid van contrabande moeten tegengaan. Maar honderd procent drugsvrij is een illusie. Patiënten en bezoekers zijn namelijk nogal inventief, zo staat in de verklaring. > de verklaring

update – 3 mei 2017 – uitspraak
De tbs-maatregel is, zoals werd gevorderd, geadviseerd en verwacht,  met twee jaar verlengd. Voor het hoe en waarom, zie hieronder [klik op afbeelding].

Niet van harte

De officier van justitie
noemt het een stoer, maar
volstrekt kansloos verzoek

Derk is geboren op 22 april 1983. Op die dag stond in de krant dat Ronald en Erwin Koeman samen zouden debuteren in de komende wedstrijd van Oranje. Tegen Zweden. En ook dat het vertrouwen in de internationale luchtvaart terug was. Derk is vandaag 34 jaar geworden.

Hij wel. Dennis Bruns uit Musselkanaal zou in januari van dit jaar 29 jaar worden, maar werd een week voor zijn verjaardag doodgeschoten. In Foxhol. Door Derk. Dat is voorlopig de situatie.

Derk viert zijn verjaardag in de gevangenis. Misschien is dat niet de eerste keer, want hij zat vaker ‘binnen’ zoals boeven de gevangenis noemen. Wie binnen zit, wil altijd naar buiten waar de vrijheid heerst. Voor Derk is dat niet anders, hoewel hij er waarschijnlijk rekening mee houdt dat hij ditmaal wat langer binnen moet blijven.

Hij ontkent niet dat hij Bruns heeft doodgeschoten. Zijn lezing: het was hij of ik. Voor hetzelfde geld was het dus andersom geweest en had ik gemeld dat het niet goed gaat met de Noordelijke scheepsbouw en dat de vakbonden van overheidspersoneel fel gekant zijn tegen de regeringsplannen om twee gedetineerden op één cel te plaatsen. Dat stond in de krant op de dag dat Dennis Bruns werd geboren.

Afgelopen week moest Derk met drie anderen die bij de dood van Bruns betrokken zijn komen opdraven in zittingszaal 14. Het ging om een pro formazitting. Op zo’n zitting moeten de rechters onder meer checken of het nog wel terecht is dat verdachten binnen zitten, dus ontdaan van de vrijheid van buiten. Hoewel Derk de hoofdverdachte is, wil hij naar huis, zegt advocaat Yehudi Moszkowicz. Derk komt dan wel terug als de strafzaak dient, oppert de raadsman.

De officier van justitie noemt het een stoer, maar volstrekt kansloos verzoek. Het is een verzoek voor de bühne. De geachte raadsman, zegt de aanklager, weet donders goed dat van moord verdachte mannen in voorlopige hechtenis horen te zitten.

Het is even na half drie als Derk de rechtszaal betreedt met het hoofd kaalgeschoren, de handen opgeborgen in de zakken van een sportjack. Hij zegt ‘moi’ tegen de rechters en ‘yes’ als die hem vragen of het klopt dat hij is geboren in Slochteren. De rechters zeggen dat hij niet verplicht is vragen te beantwoorden, maar dat hij wel goed moet opletten. Derk: ‘Yo.’

Ik heb hem vaker de rechtszaal zien binnenkomen. In november vorig jaar nog. Hij werd toen verdacht van handel in harddrugs. Bij zijn aanhouding, na een achtervolging door Hoogezand, werden drugs in zijn auto aangetroffen, allerhande soorten. In de auto lagen meerdere telefoons, een boel bankbiljetten in de broekzak. Overduidelijke indicaties, zei de officier van justitie, dat Derk een drugsdealer is en niet zo’n kleintje ook.

Derk had de schouders maar wat opgehaald. En ‘tja’ gezegd. Hij kocht weleens wat drugs voor vrienden bij een hem onbekende Surinamer in Groningen. Dat maakt hem toch nog geen dealer? En het geld in de broek, was geen drugsgeld, hij heeft altijd veel geld op zak omdat hij ouderwets is, alles in contanten betaalt. Om dit te bewijzen gaat hij wat verzitten en grijpt hij met de rechterhand in de rechterbroekzak en legt een stapel verfrommelde biljetten op tafel. Het is bijna duizend euro. ‘Tja’, hadden toen de rechters op hun beurt gezegd.

In de auto werd ook een gestolen invalidenparkeerkaart gevonden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld betreft, verklaarde Derk: ‘Daar zit handel in.’

De officier van justitie had opgemerkt dat Derk zo ongeveer alle straffen al eens heeft gekregen, dat dit de achtste keer was dat hij terecht moest staan en dat uit rapportages van deskundigen kon worden opgemaakt dat Derk niet erg bereid is zijn leven te beteren. Hulp wilde hij ook niet. De deskundigen: er is geen intrinsieke behandelbehoefte.

De officier van justitie: ‘De verdachte is puur gericht op geld verdienen.’
De rechters: ‘Op zich is daar niets verkeerds aan. Je kunt er zelfs president van Amerika mee worden.’
Derk: ‘Doe maar een dubbele werkstraf.’

De eerste keer dat ik Derk zag was in 2011. Ook toen was de verdenking dat hij handelde in veel harddrugs. Hij was in zijn auto aangehouden, in diepe slaap en gebogen over het stuur, terwijl de auto met draaiende motor voor het rode en dan weer groene verkeerslicht stond. Surveillerende politiemannen hadden de auto zien staan en toen ze dichterbij kwamen voor poolshoogte roken ze hoe laat het was. Tjokvol drugs.

Op 28 november 2016 werd Derk veroordeeld tot zeven maanden binnen. Welgeteld 46 dagen na die veroordeling schiet hij in Foxhol Dennis Bruns dood.

Advocaat Yehudi Moszkowicz zei afgelopen week dat Derk die avond moest vechten voor zijn leven. Het was zelfverdediging, noodweer. Derk zelf merkte op dat het ‘zo natuurlijk niet had gemoeten’. Volgens de officier van justitie kan van zelfverdediging geen sprake wezen. Zei: ‘Dennis Bruns is in zijn rug geschoten, drie, vier kogels tussen de schouderbladen. Dat past niet bij noodweer.’

In de rechtszaal moet de waarheid altijd achteraf worden gereconstrueerd door hen die er niet bij zijn geweest. Wat inmiddels vast is komen te staan – zo wordt aangenomen – is dat Derk met anderen een halve kilo cocaïne wilde verkopen en dat de kopers, onder wie Dennis Bruns, deden alsof. In werkelijkheid wilden ze de drugs stelen. Rippen. Op tafel lag een envelop met daarin nepgeld met vingerafdrukken. Er ontstond onenigheid. Die liep eerst uit de hand en toen volledig uit de klauwen: er werden vuurwapens getrokken en er werd geschoten.

Om zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen, wordt binnenkort een reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. In Foxhol, op dezelfde plek en in aanwezigheid van Derk die dan aanwijzingen moet geven. Ergens veel later dit jaar (en misschien pas in 2018) volgt dan de echte strafzaak.

In november had de officier van justitie aan Derk gevraagd wat er moet gebeuren om te voorkomen dat hij ooit weer in de rechtszaal moet komen opdraven. Derk had toen ‘huisje, boompje, beestje’ gemompeld en verder niets. In 2013 had een andere officier van justitie hem diezelfde vraag gesteld. Toen had hij wat nukkig geantwoord: ‘M’n levensstijl aanpassen en ‘s avonds om tien uur naar bed.’

Van harte ging het niet.

Rob Zijlstra

Parkiet

Een gruwelmisdaad
van onmetelijke zinloosheid

Dirk de V. was weer even in de rechtbank van Groningen. Dat wil zeggen, hij was er niet in persoon, maar zijn zaak diende. De rechtbank moest besluiten over zijn tbs-status: moest die worden verlengd of niet?

Er was daarover nauwelijks discussie. De rechtbank trok zich formeel nog wel even terug in de raadkamer, om te ‘raadkameren’, maar na een minuut zaten de drie rechters al weer in de rechtszaal om mee te delen dat de dwangverpleging van overheidswege met twee jaar wordt verlengd. Zoals geëist.  Niemand had anders verwacht.

Dirk de V. bracht in oktober 1999 de toen 27-jarige Tjirk van Wijk uit Groningen om het leven. Het was een gruwelmisdaad van onmetelijke zinloosheid. Tjirk was een willekeurig slachtoffer. De V. zat samen met zijn handlanger Henk H. al in een politiecel in Assen toen de moord nog moest worden ontdekt. Het is een akelig verhaal.

Er leven nog mensen in Groningen die koude rillingen krijgen als ze aan De V. – aan karate Dikkie – worden herinnerd.

De rechtbank in Groningen veroordeelde deze man in 2000 tot 14 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Van verpleging – behandeling – is eigenlijk nooit sprake geweest. De V. brengt zijn dagen veelal door in de isoleer op de afdeling zeer intensieve en gespecialiseerde zorg. Hij werd regelmatig overgeplaatst. Een tijd lang gold dat waar De V. verbleef, het ziekteverzuim steeg. Hoe dat nu is, weet ik niet.

De nu 67-jarige De V. heeft aangegeven dat hij de laatste jaren van zijn miserabele leven graag in vrijheid door wil brengen. Tegen het besluit hem op de longstay-afdeling te plaatsen – in zijn geval is dat de afdeling verkapt levenslang – heeft hij bezwaar aangetekend.

Om te onderzoeken of er nog iets mogelijk is, of aan hem een tikkeltje perspectief kan worden geboden, zou hij moeten worden geobserveerd in het Pieter Baan Centrum. De V. wil daar wel aan meewerken, maar eist dat hij dan zijn parkiet mag meenemen. Dat beest betekent alles voor hem.

Het Pieter Baan Centrum wil vogel noch kooi.
De V. wil dan geen stap verzetten.
Zijn advocaat pleitte woensdagmiddag voor een beetje creativiteit.
Voor dat beetje perspectief.
De rechters zeiden dat ze daar niet over gaan.

Een parkiet wordt gemiddeld 13 jaar oud.
De parkiet van De V. is  6.
Samen kunnen ze dus nog even vooruit.

De nabestaanden van Tjirk van Wijk waren ook aanwezig in de rechtszaal.
Ze zeiden het niet, maar ik hoorde het hen denken.
Wat hen betreft draaien ze die vogel de nek om.

Rob Zijlstra

⇒ meer over deze zaak: Ene Tjirk van Wijk doet open…

Lucia

even sta ik in de
rechtszaal oog in
oog met de moordenaar

Ik lees oude krantenartikelen uit Nieuwsblad van het Noorden, geschreven door collega’s die nu niet meer bij de krant werken. Ik lees uitvoerige berichten, qua tekst langer dan we vandaag de dag gewend zijn te schrijven en te lezen.

Het is 1988, de dagbladen hadden volop abonnees.

Ik lees in die oude kranten over een jonge vrouw die is vermoord, zij is gevonden in een weiland langs de Euvelgunnerweg in Groningen, nu een bedrijventerrein ten oosten van de stad. Voordat ze werd vermoord, is ze verkracht. Een vreselijker lot kan een mens nauwelijks overkomen, een ernstiger misdaad valt bijna niet te begaan.

Ik lees de oude krantenartikelen uit het archief van het Nieuwsblad van het Noorden omdat de moordenaar, bijna 29 jaar na dato, moet verschijnen in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.
Vanwege toen – om precies te zijn: 28 jaar, 9 maanden en 25 dagen geleden.

Hij heet Willem.
Hij is nu 57 jaar, is een grote man die van die stevige, zwarte werkschoenen draagt, een donkere spijkerbroek, grijze sweater, grijszwart haar, een dito baard.
Hij is moordenaar voor het leven.

Deze Willem zit gelaten in de verdachtenbank als of hij zonder recht van spreken is.
Zijn behandelaar in de tbs-kliniek waar hij nu verblijft zegt evenwel dat ik eens langs moet komen, om te horen over de goede resultaten die er worden geboekt, mooie resultaten waar zelfs niemand weet van heeft. Vierenveertig procent. Het zijn resultaten die bewijzen, anders dan overal wordt gedacht, dat geen mens onbehandelbaar is. Ik krijg een visitekaartje. Kom langs, zegt de behandelaar, dan krijg je een rondleiding. Van Willem.

Even sta ik in de rechtszaal oog in oog met de moordenaar.
We mogen elkaar geen hand geven, dat hoort niet in de rechtszaal.
We kijken elkaar kort aan, ik ontmoet een vriendelijke blik.
Geen blik om bang van te worden.
Hoe ik terugkeek, dat weet ik niet.
Ik bel wel, zeg ik tegen de behandelaar en stop het visitekaartje weg.

Daags na de moord had Willem van der S. zich op het politiebureau gemeld met de woorden: ‘Het is mis.’ Na zijn misdaad had hij nog verschillende kroegen bezocht in de binnenstad van Groningen. Het was zijn laatste avond in vrijheid.

Ik zet op grond van wat ik in de oude kranten lees wat jaartallen op een rijtje.
In 1981 is Willem vanwege verkrachtingen en pogingen tot doodslag in de regio Ridderkerk als patiënt in de Van Mesdagkliniek beland.
Hij was toen 22, dus nu 35 jaar geleden.
In 1986 wist hij te ontsnappen aan het toezicht van zijn Van Mesdag-begeleiders. Ik heb wel eens gehoord dat tbs’ers op begeleid proefverlof regelmatig wisten te ontkomen op de roltrappen van de V&D. De gevluchte Willem werd niet heel veel later getraceerd en aangehouden in zijn geboorteplaats, zoals de meeste tbs’er die er vandoor gingen: ze vluchtten rechtstreeks naar moeders.

Op 10 maart 1988 genoot Willem van der S. onbegeleid verlof, op donderdagavond, koopavond in de stad. Hij is dan 28 jaar. Dat verlof genoot hij al maanden. Willem bezocht dan in kleine zaaltjes bijeenkomsten van blije kerken. Nog altijd – hoor ik vertellen – is de koopavond een populaire avond voor hedendaagse tbs’ers om de binnenstad van Groningen te bezoeken. Alleen als je het weet, kun je dat zien.

vrouwen eisten
de nacht terug

Een paar dagen na de moord gingen in Groningen drieduizend (!) mensen de straat op om te protesteren tegen seksueel geweld. De mensen droegen fakkels en eisten veiligheid, om veilig naar huis te kunnen fietsen. Vrouwen eisten de nacht terug. Op de muren van de Van Mesdag werden boos witte woorden gekalkt: Stop seksueel geweld!

Ik lees dat de nabestaanden bezwaar maakten tegen het Nieuwsblad van het Noorden, het Algemeen Dagblad, de Volkskrant, tegen EO Tijdsein en Veronica’s Nieuwslijn omdat de naam van het slachtoffer in de berichtgeving voluit werd vermeld, terwijl de naam van Willem beperkt bleef tot Van der S. De nabestaanden hadden ook uit de krant moeten vernemen wat er was gebeurd.

Buro Slachtofferhulp zei tegen de krant: ‘Persvrijheid betekent niet dat je zomaar alles kunt publiceren.’ De verdrietige nabestaanden vingen bot. De pers had geen grenzen overschreden, maar voldoende zorgvuldig bericht, oordeelde de Raad voor de Journalistiek. De politie verklaarde later waarom ze de nabestaanden niet rechtstreeks hadden geïnformeerd: we wilden hen behoeden voor heftige emoties.

Er was een kort geding van vrouwen die vonden dat de Van Mesdag onrechtmatig had gehandeld door Willem van der S. met proefverlof te laten gaan. Het geding was ook gericht tegen de Staat der Nederlanden. De eis: stop met de tbs. Ook hier was bot de vangst. De Van Mesdag had niet onrechtmatig gehandeld, wel onzorgvuldig. Dat laatste was een schrale troost, stond in de oude kranten.

De directie van de Van Mesdagkliniek plaatste zeven dagen na de moord in de krant wanhopig een overlijdensadvertentie om medeleven te betuigen met de nabestaanden. De advertentie viel ik verkeerde aarde.

De rechters gingen woensdag mee met de eis van de officier van justitie: een verlenging van de tbs-maatregel met twee jaren. De rechters zeiden tegen Willem dat hij dat als iets positiefs moet opvatten. Daarna zeiden ze: ‘Wij wensen u sterkte bij wat u van plan bent. En dan zien we u hier over twee jaar weer.’’

De man die als 22-jarige, als crimineel patiënt, in Groningen terecht kwam omdat daar nu eenmaal de Van Mesdagkliniek bestond (bestaat), die op 28-jarige leeftijd met kwade lust een jonge vrouw van het leven beroofde omdat zij op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was, vertelde woensdagmiddag in zittingszaal 14 dat hij er nog wat van wil gaan maken.
Van zijn verloren leven.
Twee jaar geleden dacht hij nog, laat maar zitten.
Maar nu, nu wil hij kijken hoe ver hij kan komen, richting vrijheid.
Om alle risico’s uit de sluiten ziet hij vrijwillig af van verloven waar hij – net als toen – recht op heeft.

Ze heette Alok Lucie Burgdorffer.
Roepnaam Lucia.
Studente, 22 jaar.
Wat ze studeerde, staat nergens geschreven.
Ook is er geen foto van haar.
Alleen een vrolijke naam, verbonden aan een gruwelijk misdrijf dat werd gepleegd op 10 maart 1988 in Groningen.
Op een donderdagavond.

Lucia fietste op haar fiets, van of naar haar huis.
Toen opeens.

Rob Zijlstra

Onaangenaam gezelschap

Weet u wel wat ze tegenwoordig
met snitchers doen?

Schermafbeelding 2016-04-23 om 23.39.08

@zittingszaal14

Mark kijkt aan het einde van de bijna zes uur durende zitting met een schuin oog naar de grote camera die rechts van hem op een statief in zittingszaal 14 staat opgesteld.
De lens loert in zijn richting.
Mark weet: televisie.
Het is Hart van Nederland, SBS.
Dat is voor hem niet gunstig.
Mompelt: ’Al die pers, heel dat circus.’

Hij vertelt aan de rechters, voor de zoveelste keer tijdens de zitting, dat hij een eenzame man is.
‘Niemand vindt mij leuk, daarom heb ik mezelf teruggetrokken.’
Zucht diep, veegt tranen weg.
‘En nu zit ik in de gevangenis. Nou, als je je ergens eenzaam voelt, dan is het daar wel. Ik kan… ik durf ook aan niemand te vertellen waarom ik daar zit. Ik lieg de hele dag alles bij elkaar. Als ze erachter komen dat ik voor zeden zit, dan kan ik het vergeten. Ik word nu nog door de zwaarste criminelen gevraagd om met hen te voetballen. Dat vind ik leuk, ze vinden me aardig. Maar als vanavond Hart van Nederland is uitgezonden, kan ik mij nergens meer in de gevangenis vertonen. Zit je voor zeden, dan heb je het heel zwaar.’

De rechters proberen Mark gerust te stellen.
De pers, zeggen de rechters, noemt nooit namen van verdachten.
Mark is er niet gerust op.
Het is niet de eerste keer dat hij terechtstaat en in de pers is eerder aandacht voor zijn zaak geweest.
‘Toen wist iedereen dat het over mij ging.’

Wat de officier van justitie betreft zal de van ontucht beschuldigde Mark de komende tijd moeten blijven liegen en bedriegen, want de strafeis luidt opgeteld 30 maanden celstraf en tbs met voorwaarden.
Gaat het weer fout, dan staat de deur naar tbs met dwangverpleging voor hem open.

Ook de 46-jarige Nino uit Groningen is allesbehalve gerust.
In zijn woning zijn drugs gevonden – 273 gram cocaïne en 183 gram wiet – in een lade in de slaapkamer lagen honderden plastic gripzakjes waarin drugs worden verkocht, ergens slingerde een weegschaaltje, overal mobiele telefoons (14 in totaal), een pistool van Umarex en onder het matras een BBM-revolver met patronen.
Buiten bij de voordeur hingen camera’s.

Nino kan het verklaren.
De rechters mogen best weten dat hij vroeger dingen heeft gedaan, dingen die hij nu niet meer doet.
Dat heeft hij zijn dochter die hij elke dag naar school brengt en voor wie hij kookt beloofd.
Sowieso is hij bezig jongeren die bij hem in de straat rondhangen ervan te overtuigen dat ze niet het slechte pad moeten kiezen.
Dat slecht niet stoer is.

De rechters: ‘Maar die spullen die bij u zijn aangetroffen zouden erop kunnen duiden dat bij u thuis drugs worden verhandeld. Dan geeft u niet het goede voorbeeld.’
Nino zegt dat de rechters het verkeerd zien.
Het zit zo.
Er was een vrouw die tijdelijk bij hem kwam wonen, die drugs waren van haar, niet van hem.
Een van de wapens had hij afgepakt van een vriend met slechte ideeën, daar had hij toch goed aan gedaan.
De telefoons zijn oude telefoons, tien, vijftien jaar oud, ja, die verzamelt hij, de plastic zakjes zijn er om vlees in te doen, de twee camera’s bij de voordeur hebben het nooit gedaan, die heeft hij daar stuk opgehangen.

De officier van justitie suggereert dat Nino de tijdelijke mevrouw met drugs had kunnen weigeren en dat hij in beslag genomen wapens had kunnen melden bij politie.
Had hij dat gedaan, dan was zijn verhaal misschien geloofwaardig geweest.

Nino reageert ontzet.
‘Wat? Aangeven bij de politie?’
Tegen de rechters, met stemverheffing: ‘Weet u wel wat ze tegenwoordig met snitchers doen? Praat je met de politie, dan komen ze bij je aan de deur en dan hakken ze je kop eraf. Niemand die mij beschermt.’
De rechters moeten weten dat de tijdelijke mevrouw met drugs de vrouw is van een president van een motorbende.’
De rechters: ‘Ja, dat is wel link.’

De officier van justitie eist 15 maanden celstraf.
Nino, nog steeds van slag: ‘Ik ben geen verrader.’

Verraders en plegers van ontucht genieten in gevangenschap geen aanzien.
Dat is eens begonnen in Amerikaanse speelfilms en nu is het ook in het echt zo.

In december 2014 is er in de van Mesdagkliniek in Groningen, op de afdeling resocialisatie, een feestje gaande.
Niet dat er iets valt te vieren, maar er is drank (strohrum) en er zijn drugs.
Dan wil het wel.
Bernard is niet uitgenodigd.
Bernard ligt niet lekker in de groep.
Omdat hij, zeggen ze, een pedo is.
Bernard zit alleen op zijn kamer met de deur op slot.

Halverwege het feest wordt het hem teveel en vraagt hij aan de feestgangers of de muziek wat zachter kan.
Hij krijgt verwensingen naar het hoofd geslingerd en hij keert terug naar zijn verblijf.
De feestvierders, het zijn Tim, Ben en Sjon, vinden dat het maar eens moet zijn afgelopen met die altijd zeurende Bernard, die ‘vieze pedo’.
Ze besluiten Bernard te vermoorden.

De officier van justitie: ‘We hebben het hier dus over een zuivere poging tot moord in vereniging.’

Het wordt een nare gebeurtenis.
Met een smoes weten ze Bernard te bewegen de deur te openen en dan gaan ze los.
De afranseling heeft veel weg van een marteling.
Hij wordt geslagen, geschopt, met een schaar bewerkt, met een bot broodmes dreigen ze zijn keel open te snijden, met een koord uit een kledingstuk proberen ze hem te wurgen.
Af en toe nemen ze even pauze.
Na een uur gaat Sjon (met bloed besmeurd) bij een mede-patiënt een sigaret roken.
Die zegt dat het geen goed idee is, zo’n moord op de afdeling.
Sjon laat zich overtuigen en waarschuwt kort daarna via de intercom de slapende beveiliging.
Tim zal later toegeven dat als de beveiligers niet waren gekomen, Bernard het niet zou hebben overleefd.

Sjon zegt dat hij meedeed, juist om te voorkomen dat de situatie zou escaleren.
Ben zegt hetzelfde.
Tim had laten weten ontzettend veel spijt te hebben van wat er is gebeurd (hij stond in januari al terecht).
De officier van justitie gelooft geen van allen.

Tim kreeg een nieuwe tbs met dwangverpleging.
Die hij had vervalt.
Ben en Sjon, die al jaren tbs’ers zijn, horen gevangenisstraffen eisen van 24 en 30 maanden.
De officier van justitie: ‘Wie tbs heeft, heeft geen vrijbrief tot straffeloosheid.’

Misschien moet Mark alvast zijn foto’s van Facebook verwijderen.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

ik schreef eerder over Mark: de schennispleger [2014]

 

Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen