Foetsie

Een merkwaardige gang van zaken.

Cafer G. is foetsie.
Cafer G. is de man die op 11 april 2010 de toen 45-jarige schaker Michael de Vrieze zou hebben vermoord.
Er was geen keihard bewijs, maar wel heel veel kleine aanwijzingen die samen onomstotelijk waren.
Dat vindt het Openbaar Ministerie.
En dat vindt ook de rechtbank in Groningen.

Cafer G. hoorde 10 jaar celstraf eisen, maar kreeg er 12.
Dat was in januari 2013.
Er volgde hoger beroep en een nader onderzoek door het NFI met een verrassende conclusie: Cafer G. zou wel eens onschuldig kunnen zijn.
Er kwam een verzoekschrift van zijn advocaat waarna het gerechtshof per direct besloot de voorlopige hechtenis van G. op te heffen.
Hij mocht het strafproces in hoger beroep als vrij man afwachten.

Alleen mocht hij dat niet in Nederland.
Wat wil het geval?
Na de veroordeling in Groningen is G. tot een ongewenste vreemdeling verklaard.
Hij is weliswaar in Nederland geboren, maar hij heeft de Turkse nationaliteit.

En zo kreeg het recht z’n beloop.
Na het besluit van het hof moest G. nog een paar dagen blijven zitten in verband met onbetaalde boetes.
Daarna is hij naar het vliegveld gebracht en overgedragen aan de Turkse autoriteiten.

Het proces in hoger beroep zou in de tweede helft van 2015 dienen.
Maar de boel ligt nu stil.
Niemand weet waar G. uithangt.
Mocht hij opduiken in Turkije, dan is er trouwens voor G. nog niet zo heel veel aan de hand.
Turkije levert geen onderdanen uit.
En helemaal geen onderdanen die wij zelf hebben gebracht.

En de zaak van Michael de Vrieze was al zo curieus.

Ik heb de kwestie maandag voorgelegd aan het Openbaar Ministerie.
Ik hoop vandaag – dinsdag woensdag donderdag – op een reactie.

Rob Zijlstra

update – 11 februari 2016 – reactie
Het Openbaar Ministerie laat desgevraagd weten op zoek te zijn naar Cafer G. Er zijn aanwijzingen dat hij in een gevangenis verblijft in de buurt van Istanbul. Er  is hierover contact met de Turkse autoriteiten. Zodra er meer duidelijkheid is, wordt een regiezitting gepland. Dan wordt bekeken hoe de zaak moet worden voortgezet.  Onderzocht wordt ook of het mogelijk is dat Cafer G. het proces kan bijwonen.

Schermafbeelding 2016-02-10 om 10.08.55

dagblad van het noorden, dinsdag 10 februari – klik voor leesbare versie

 

 

 

 

 

 

meer over deze zaak: raadsel zonder lijk

Voorgenomen besluit (1)

 

2002 openbaar
Moord in Groningen.

2005 openbaar
Het Openbaar Ministerie eist levenslang.
De rechtbank in Groningen legt levenslang op.

2006 openbaar
Het Openbaar Ministerie eist in hoger beroep levenslang.
Het gerechtshof legt levenslang op.

2014 openbaar
De Hoge Raad wijst een verzoek tot herziening af.
De levenslange gevangenisstraf blijft gehandhaafd.
Het Openbaar Ministerie is tevreden.

2015 niet openbaar
De minister van veiligheid en justitie wil de tot levenslang veroordeelde het land uitzetten.
Het gaat om een voorgenomen besluit.
De levenslang veroordeelde kan op vrij voeten komen.
Het Openbaar Ministerie heeft geen bezwaar.

2016 niet openbaar
Bij het gerechtshof dient achter gesloten deuren een zitting over de uitzetting.

rob zijlstra

→ meer hierover, donderdag in Dagblad van het Noorden

De feestdagen

in de monumentale zittingszaal
van het paleis is het geluid
te beroerd voor woorden

Schermafbeelding 2015-12-17 om 23.54.37

In de nacht van 15 op 16 september 2011 werd de 65-jarige Nico Leeuwe om het leven gebracht.
Hij was de boodschappen- en klusjesman van de rosse buurt.
Hij assisteerde de dames van lichte zeden.
Nico Leeuwe liet het leven in zijn woning aan het Gedempte Zuiderdiep, binnenstad Groningen, hoekje hoerenbuurt.
Gestikt.

Er werden twee mannen gearresteerd, twee 32-jarige Colombianen uit Spanje die in die septembermaand tijdelijk in Groningen verbleven.
Het Openbaar Ministerie eiste tien jaar cel, maar de rechtbank in Groningen vond dat veel te weinig.
De rechters veroordeelden de twee in augustus 2013 tot vijftien jaar cel.

Afgelopen week diende het hoger beroep.
Dat zoiets zo lang moet duren – meer dan twee jaar na de uitspraak – lijkt nergens op, maar zo lelijk is het.

Wie het niet eens is met de rechtbank gaat in beroep (appèl) bij het gerechtshof.
Het hof zetelt niet zoals de rechtbank in een onopgesmukt gerechtsgebouw, maar in een Paleis van Justitie met pracht en praal.
Dat klinkt heel wat en zo oogt het ook.
Maar in de monumentale zittingszaal van het paleis is het geluid te beroerd voor woorden.
Wat wordt gezegd, is nauwelijks te verstaan.
Waarom dat zo is, weet niemand, dat is geheim.

Er was meer lelijks.
Om het proces nog enigszins te kunnen volgen, moesten de nabestaanden zo ver mogelijk vooraan zitten, pal achter de advocaat van een van de verdachten.
De nabestaanden kregen zo ongewild zicht op het dossier dat de raadsman voor zich had uitgestald.
Ze konden de akelige foto’s van Nico zien, foto’s die de politie maakte toen ze hem op de grond vonden.
Eigenlijk is de rechtszaal helemaal niet geschikt voor een strafproces.

De rechters – die in een justitiepaleis raadsheren heten – gingen ook niet voor de schoonheidsprijs.
Hoewel het proces om negen uur in de ochtend begon, iets later, wekten de magistraten de indruk dat ze hoe dan ook voor het avondeten thuis wilden zijn.
De officier van justitie (in hoger beroep een advocaat-generaal) mocht het vooral kort houden en hoefde echt niet alles voor te dragen wat toch ook al op papier stond.

’s Middags herhaalde zich dit toen de twee advocaten gingen pleiten.
Herhaaldelijk werden de raadslieden onderbroken met opmerkingen van de raadsheer-voorzitter dat gerust passages mochten worden overgeslagen.
De voorzitter: ‘U mag erop vertrouwen dat wij alles lezen.’
Voor de luisteraar restte een onsamenhangende pleit.

Wanneer het strafproces is afgelopen, laat de raadsheer-voorzitter weten dat zij en haar twee collega’s meer tijd, meer dan de gebruikelijke twee weken, nodig hebben om tot een gewogen oordeel te komen.
Zo druk?
Nee.
Ze zei: ‘Wat ongelukkig, maar de feestdagen komen er aan.’

De twee verdachten snappen er misschien zelf niets van.
Ze vinden het in ieder geval niet eerlijk.
Mauro (35) zegt dat het vooral Roberto (34) was die het heeft gedaan.
Roberto wijst naar zijn vriend Mauro.
Wordt het te ingewikkeld, dan zwijgen ze.
Vraag: Waarom zwijgen?
Antwoord: ‘Omdat het mag.’

Halverwege de middag horen de verdachten wat het Openbaar Ministerie ditmaal voor hen in petto heeft.
De redenering (doodslag) van de rechtbank in Groningen en bijbehorende straffen (vijftien jaar) vindt de advocaat-generaal te kort door de bocht.
Hij kwalificeert de gebeurtenissen als een geplande beroving, als een diefstal met geweld met de dood tot gevolg.
Wanneer de aanklager dit ten overstaan van de appèlrechters toelicht, verschijnt als vanuit het niets een filmpje op YouTube, aangekondigd op Twitter.
Ik zie (er is wifi, dat dan weer wel) op mijn laptop dezelfde aanklager, maar dan in een lege zittingszaal in 36 seconden de strafeis uitleggen.

Opnieuw tien jaar cel voor Mauro en ditmaal twaalf voor initiator Roberto die ook het meest geweld toepaste.
Dat zijn de eisen.

Al in Spanje zouden ze het over Nico Leeuwe hebben gehad.
Een kennis van hen, een prostituee die wel eens in Groningen werkte, zou hebben gesproken over de voortdurende dikke portemonnee van Nico, een man ook met veel contant geld in huis, een makkelijk slachtoffer bovendien.
Ze gingen naar Groningen, ze wachtten Nico op en toen hij thuiskwam namen ze hem te grazen.
Ze bonden hem vast met duct-tape, ze tapeten ook zijn mond en mishandelden hem.
Daarna doorzocht Roberto de woning en nam Mauro de inhoud van de dikke portemonnee mee. Vastgebonden en op de buik lieten ze hun slachtoffer achter.
De aanklager zegt: ‘Nico’s laatste minuten, maar misschien ook wel uren, moeten gruwelijk en pijnlijk zijn geweest.

Mauro en Roberto hebben andere lezingen.
En spijt.
Ze realiseren zich dat ze de nabestaanden pijn en verdriet hebben aangedaan.
Dat was dus de bedoeling niet.
Ze willen wel vergiffenis.

Mauro had bij aanvang van het proces een nieuwe verklaring afgelegd, een verklaring met de waarheid.
Na twintig minuten waar verklaren, greep de advocaat in.
Na een korte schorsing bood Mauro zijn excuses aan, want wat hij zojuist als waarheid had verkondigd, was allemaal gelogen, zei hij.
Daarna kwam hij met een nieuwe verklaring, met weer een waarheid.

Mauro zegt dat Roberto Nico plotseling vastgreep in een soort nek- of armklem.
Zo sleurde hij hem naar binnen.
Nico is misschien wel daardoor gestikt, terwijl hij, Mauro, dus geen geweld had gebruikt.
Hij had wel geholpen om Nico vast te binden.
Maar toen ze weg waren gegaan, had hij de tape van Nico’s mond getrokken.

Roberto zegt dat zijn vriend zich niet alles even goed herinnert.
Want de waarheid is dat ze cocaïne zouden kopen van Nico, dat ze die niet konden betalen en dat Nico toen heel boos was geworden en er een worsteling was ontstaan.
Daarbij was geslagen.
Roberto: ‘Wanneer Nico is overleden aan mijn slagen, dan ben ik schuldig. Is er een andere doodsoorzaak, dan ben ik onschuldig.’

De aanklager zegt dat uit niets blijkt dat Nico Leeuwe een drugsdealer was.
Nee, het was een ordinaire diefstal met zeer ongelukkige afloop.
De aanklager: ‘Nico’s dood was geen opzet, maar zijn dood was wel een gevolg van hun handelen.’

Niet dus, zegt de Mauro-advocaat.
‘Wat Mauro heeft gedaan, knevelen, kan niet hebben geleid tot de dood.’
Dus: vrijspraak.
De raadsman van Robert: ‘De belastende verklaringen van de liegende Mauro zijn onbetrouwbaar.’ Conclusie: vrijspraak.

Het is dan bijna tijd voor de aardappelen.
Mauro krijgt zijn laatste woord: ‘In de gevangenis vraag ik mij elke dag af hoe het nu verder moet met mijn leven.’
Dan Roberto.
Hij buigt het hoofd en besluit: ‘Ik verdien een passende straf.’

Rob Zijlstra

update – 25 januari 2016 – uitspraken
Het hof vindt de rechtbank niet kort door de bocht. De twee mannen zijn veroordeeld tot vijftien jaar per persoon. Er is sprake van een gekwalificeerde doodslag en een diefstal met geweld met de dood tot gevolg. De eis van het Openbaar Ministerie doet wederom geen recht aan de ernst van de feiten, zo staat in het arrest.

arrest Roberto
arrest Mauro

De Waldeck-zaak (3)

Schermafbeelding 2015-10-30 om 20.52.03

update 3: rechtbank veroordeeld Maikel S. tot 20 jaar cel

Schermafbeelding 2016-06-02 om 17.59.41

update 2: OM eist 30 jaar cel

Vrijdag heeft het Openbaar Ministerie 30 jaar celstraf geëist tegen Maikel S. wegens 1. gekwalificeerde doodslag (Gudrun Küster) en 2. moord (Trevor Griffiths). Het OM heeft na uitvoerig intern overleg besloten geen levenslang te eisen, een strafeis die gezien alles wel had gekund.

Tegenstanders van de levenslange celstraf zoals we die nu kennen (zitten tot aan de dood) zullen tevreden zijn met de strafeis en dan vooral met de motivatie. Het waarom staat in het verhaal.

De rechtbank neemt extra tijd om uitspraak te doen: over vier weken.

rob zijlstra

»» Rechter: ‘U maakt er wel een zooitje van’ [pdf, verslag 1e zittingsdag – dvhn – 29/10]

»» ‘Ik krijg misschien wel levenslang’ [pdf, voorbeschouwing – dvhn – 28/10]

»» Niet te geloven [verslag pro forma-zitting – april 2014]

»» de tekening is van Annet Zuurveen

Michael de Vrieze – 2

er is iets heul
geks aan de hand

Eerst even de zaak op een rij.
Michael de Vrieze uit Burum verdwijnt in april 2010 spoorloos.
Spoorloos is hij tot op de dag van vandaag.
Formeel is hij door de rechtbank in Den Haag doodverklaard.
Cafer G. is de man die wordt verdacht daar meer van te weten.
Sterker nog, Cafer G. wordt er van verdacht dat hij De Vrieze heeft vermoord.
Het lichaam van De Vrieze is nooit gevonden.

zie ook II  Michael de Vrieze – deel 1 II

Cafer G. zou het vreselijke hebben gedaan in een woning aan de Jupiterstraat in Groningen.
Dat daar iets ernstigs is gebeurd, blijkt onder meer uit de grote hoeveelheid bloed die in de woning is aangetroffen.
Dat vond de rechtbank in Groningen.
In die bewuste woning huurde Cafer G. een kamer, terwijl De Vrieze er vaak verbleef.
Ze kenden elkaar, misschien wel omdat ze samen iets lucratiefs in de hennep deden (is suggestief).

Een paar dagen na de verdwijning van De Vrieze is Cafer G. met een enkeltje afgereisd naar Turkije, naar het land – hoewel hij in Groningen is geboren – van zijn nationaliteit.
De politie vindt dat erg verdacht en ziet het als een vlucht.
Nog meer verdacht: Cafer G. pint geld met bankpasjes van de spoorloze De Vrieze.
Dat doe hij ook in Turkije

Turkije levert geen onderdanen uit.
Als hij schuldig is – stel dat – dan is hij veilig in Turkije.

Op een dag maakt Cafer G. vanuit Turkije een uitstapje naar Rusland.
Turkije tipt Nederland – dat dan weer wel – en Cafer wordt in Rusland eerst aangehouden, dan in een donker hok gegooid en na drie maanden aan Nederland uitgeleverd.

Er volgt een rechtszaak in januari 2013 in zittingszaal 14
De officier van justitie eist 10 jaar celstraf
De rechtbank legt 12 jaar op wegens doodslag.
Cafer G. – hij ontkent en zwijgt – gaat in hoger beroep.

In een tussenarrest vordert het gerechtshof – ter voorbereiding op de zitting in hoger beroep – nader onderzoek naar het bloed.
Daar is iets mee.
Het Nederlands Forensisch Instituut stelt vast dat veel bloed – aangetroffen in de woning – ineens weinig bloed is.
De hoeveelheid bedekt de bodem van een borrelglaasje, meer is het niet.
Voor advocaat Jacq Taekema is die uitkomst reden een verzoekschrift in te dienen bij het hof.
De raadkamer buigt zich er achter gesloten deuren op 1 juli over en concludeert dat het nieuwe onderzoek nieuw licht werpt op de zaak: de bewijsconstructie waarop de rechtbank in Groningen de veroordeling heeft gebaseerd kan niet langer stand houden.

Weinig bloed in plaats van veel bloed kan betekenen dat de vermeende plaats delict helemaal geen plaats delict is.
En dus dat de misdaad waaraan Cafer G. is gelinkt en waarvoor hij is veroordeeld helemaal niet heeft plaatsgevonden, althans niet volgens het scenario dat de rechtbank voor waar heeft gehouden.
Dat nieuwe inzicht leidt tot een bijzonder besluit, bijzonder in die zin dat zo’n besluit in deze fase van een proces niet vaak wordt genomen: de hechtenis van Cafer G. wordt opgeheven.
Er zijn geen ernstige bezwaren meer hem langer vast te houden.
Hij mag zijn proces – ergens dit jaar – in vrijheid afwachten.

Tot zover de zaak nog even op een rij.

De vraag die mij bezighield – een van de vragen – was of het hof ook voorwaarden had verbonden aan de opheffing van de hechtenis.
Dat Cafer G. zich bijvoorbeeld beschikbaar moet houden.
Dat hij zijn paspoort moet inleveren om te voorkomen dat de verdachtenbank ten tijde van het proces in hoger beroep leeg is.
Of dat hij zich wekelijks moet melden op een politiebureau.
Zoiets.
Dat dacht ik, want ik ben geen jurist.
Het stellen van voorwaarden aan een opheffing kan volgens de wet niet.

Maar nu – nu pas – komt wat ik heel gek noem.

Cafer G. mag het strafproces in hoger beroep dus in vrijheid afwachten.
Maar dat mag hij niet in Nederland.
Hij wordt namelijk het land uitgezet.
Hij wordt het land uitgezet omdat hij als gevolg van deze kwestie inclusief de veroordeling wegens doodslag tot een ongewenste vreemdeling is verklaard.
Hij mag hier wel wachten en tegelijkertijd niet zijn.

Hij moet weg.

Hoewel zijn hechtenis begin deze week is opgeheven, zit hij nu nog een paar dagen vast.
Dat heeft te maken met onbetaalde boetes.
Volgende week – naar ik begreep – wordt hij dan het land uitgezet.
Naar Turkije, naar het land dat geen onderdanen uitlevert.

Dus.

Justitie heeft hem opgespoord en heeft hem vervolgd en wil hem opnieuw vervolgen in hoger beroep, justitie verzocht Rusland hem uit te leveren, justitie wil hem nog zeker tien jaren achter de tralies.
En nu moet justitie diezelfde man naar het land brengen waar hij nog lang en gelukkig in vrijheid kan leven.

Ik snap het wel.
En misschien is Cafer G. ten onrechte veroordeeld.
Dat kan.

Maar toch.

Rob Zijlstra

 

voor de duidelijkheid
Ik heb het Openbaar Ministerie donderdag gevraagd om een reactie. In dit geval bleek ik te zijn aangewezen op voorlichters van het landelijk parket in Den Haag. Iemand van hen liet per e-mail weten dat ik voor antwoorden bij het Openbaar Minsterie Noord-Nederland moet zijn, bij de  voorlichters die mij hadden doorverwezen naar het landelijk parket in Den Haag.
De uitzetting? De uitzetting is een zaak van weer een andere afdeling.
Helaas  dubbelcheck, maar de bron waarop dit verhaal is gebaseerd is betrouwbaar.

Michael de Vrieze

Schermafbeelding 2015-07-14 om 12.45.23

dvhn – dinsdag – klik op tekst voor leesbare versie

De raadkamer van het gerechtshof Leeuwarden heeft vanochtend besloten dat de hechtenis van Cafer G. moet worden opgeheven.
Na dat besluit is G. onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Het besluit is en wordt niet gemotiveerd.
Een woordvoerster van het hof laat weten dat een besluit dat achter gesloten deuren wordt genomen nu eenmaal niet openbaar is.

Het enige dat het hof wil prijsgeven is de bevestiging dat G. naar huis is gestuurd.

Ik vind dat raar.
Iemand wordt in het openbaar veroordeeld tot 12 jaar celstraf en dan wordt een besluit hem na twee jaar heen te zenden in beslotenheid genomen en vervolgens niet toegelicht.
Volgens mij kan dit leiden tot een geschokte rechtsorde, een situatie die rechters normaal gesproken aanhalen een verdachte langer vast te houden.

Het Openbaar Ministerie wil ook niet veel zeggen.
Het Openbaar Ministerie had graag een ander besluit gezien, zegt de OM-woordvoerster.
En verder moet het hof het maar uitleggen.
Doet het hof dat niet?
Oh.

Ik denk dat ik mij nu eerst moet verdiepen in artikel 24 van het Wetboek van Strafvordering.

wordt vervolgd

zie ook raadsels zonder lijk
inclusief het volledige vonnis van de rechtbank in Groningen

– vervolg

Ik heb mijn informanten – deskundigen – geraadpleegd.
Hun deskundige conclusie: het hof handelt volgens de regels.
Gelukkig maar.
Dat ik het maar raar vind, is een gevolg van onwetendheid.

De beslissing de hechtenis van Cafer G.op te heffen is genomen in een besloten raadkamerzitting.
Dat impliceert dat ook besluiten – opgetekend in een beschikking – niet openbaar zijn.
Er was ook geen zitting.
Er lag een verzoek.

Er bestaan besloten zittingen waar de uitspraken wel openbaar zijn.
Kinderstrafzaken bijvoorbeeld.

Informant Mathieu van Linde – strafrechtadvocaat te Groningen – noemt de beslissing van het hof in deze kwestie wel bijzonder.
Er ligt een veroordelend vonnis, wat voldoende is iemand in hechtenis te houden.
Het nieuwe inzicht met betrekking tot het bloed is kennelijk zo doorslaggevend dat er geen ernstige bezwaren meer zijn voor de hechtenis.
In dat geval kan het hof niet anders dan wat nu is gedaan: veroordeelde man naar huis sturen.

Het vervolg is dat er wel een proces in hoger beroep komt.
Niet helemaal uitgesloten is dat het Openbaar Ministerie – niet blij met wat er nu is gebeurd – zal gaan uitblinken in traagheid, op zich het OM niet vreemd.
Er is voor hem OM geen enkele reden haast te maken met een vervolg.
Intussen kan er immers van alles gebeuren.
Het lichaam van Michael de Vrieze kan bijvoorbeeld worden gevonden wat kan leiden tot  weer nieuwe inzichten.

Advocaat Jacq (en niet Jan zoals ik eerder schreef) Taekema zegt morgen woensdag in Dagblad van het Noorden dat de vraag die nu wel gesteld moet worden een heel vervelende is – vooral voor de familie – maar dat die vraag wel gesteld moet worden in het belang deze kwestie op te lossen.

Is Michael de Vrieze eigenijk wel dood?

De hoeveelheid bloed duidde op een misdrijf.
Nu die hoeveelheid bloed maar gering is – bodempje van een borrelglaasje – is er misschien helemaal geen misdrijf.
Of een ander misdrijf.
Met andere hoofdrolspelers.
Of met Cafer G.in een andere rol, een bijrol.
Want ook dat kan.

Ik ga morgen – woensdag – het hof vragen toch nog een toelichting te geven.
Er bestaan niet voor niets persraadsheren.

Schermafbeelding 2015-07-16 om 19.21.04

reactie van persraadsheer Geo Dam – donderdag in dvhn

 

 

 

 

 

 

Er zijn meer vragen.

Cafer G. is veroordeeld mede op grond van veel aangetroffen bloed.
Dat vele bloed maakte een misdrijf aannemelijk.
Nu blijk dat er niet veel aangetroffen bloed is, althans volgens het laatste onderzoek.
Wat voor een onderzoek is dat geweest, waarop Groninger rechters zich hebben gebaseerd?
Een professioneel flutonderzoek?
Goedkoop?
Heel degelijk?
Weten rechters eigenlijk wel waarop zij hun oordelen baseren?

Nog meer vragen.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2015-07-15 om 10.37.08

uit het vonnis van de rechtbank

 

voor een hoogst merkwaardig vervolg op deze kwestie → hoogst merkwaardig vervolg

De naam

het recht om te weten
het recht om te vergeten

Kan iemand eisen dat zijn of haar naam wordt verwijderd van het internet?
Dat kan.
Eisen kan altijd.

Er is een man die deze eis heeft ingediend bij de rechtbank in Groningen.
Hij eist dat zijn naam onverwijld wordt verwijderd uit een artikel dat gaat over het verwijderen van namen uit de zoekmachines van Google.
De man had Google verzocht dit te doen.
Op ongelukkige wijze kwam dit verzoek met naam een toenaam op het internet te staan.

De eiser is niet zomaar een man.
In 2015 2005 bracht hij zijn partner Simone van Kleeff in Barendrecht om het leven.
De man werd voor deze misdaad veroordeeld tot 12 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Hij verblijft momenteel in de Van Mesdagkliniek in Groningen.

Wat hij heeft gedaan vindt hij vreselijk, maar hij moet wel verder met zijn leven.
En dat lukt niet wanneer zijn naam – bijvoorbeeld via Google – gekoppeld blijft aan die nare geschiedenis.

Deze week diende voor de Groninger rechtbank een kort geding dat hij heeft aangespannen tegen de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG).
Het gewraakte artikel staat op de site van de federatie.
De federatie wil het recht behouden om de namen van moordenaars van hun dierbaren te blijven herinneren.

De man vindt dat de koppeling tussen hem en de moord ongeoorloofd is.
Er is sprake, vindt hij, van ongeoorloofde eigenrichting.
Het vermelden van zijn naam is niet proportioneel en het dient geen doel.
Ook geen artistiek of journalistiek doel.
Oftewel: de streep er door.

Geen denken aan, zegt de tegenpartij die wordt bijgestaan door slachtofferadvocaat Richard Korver.
Volgens Korver is er een recht om te vergeten, maar ook een recht om te weten.
Alles afwegende dient dat laatste te prevaleren.

Immers – nog steeds Korver – heeft de maatschappij het recht te weten wat voor vlees zij in de kuip heeft, hebben de kinderen van Simone van Kleeff het recht te vinden over hun vader wat ze willen en ook de toekomstige partners en vrienden van de moordenaar hebben het recht te weten met wie ze te maken hebben.
Richard Korver: ‘Meneer probeert de sporen van zijn daad achteraf te verdoezelen.’

Of dit laatste mogelijk is, is overigens maar zeer de vraag.
Naar aanleiding van het kort geding hebben diverse websites zijn volledige naam gepubliceerd.

De kortgedingrechter doet op vrijdag 1 mei uitspraak.

Rob Zijlstra

update – 1 mei 2015 – uitspraak
De rechter heeft gewikt en gewogen en stelt dat het belang van de vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen dan het belang van bescherming van de privacy. In dit geval: de nabestaanden winnen het van de moordenaar.

Schermafbeelding 2015-05-01 om 11.08.00

klik op afbeelding

Schermafbeelding 2015-04-16 om 10.55.58

Heimelijk afgeluisterd

zelfs in de rechtbank
zijn verdachten niet veilig

Twee verdachten moeten voor de rechtbank in Assen verschijnen.
Het gaat om een pro forma-zitting.
Geen inhoudelijk behandeling.
De twee mannen worden verdacht betrokken te zijn bij de dood van Andre Lubbers, een ondernemer uit Klazienaveen.
De man werd in augustus 2012 in zijn woning door het hoofd geschoten.

Het gerucht ging dat er veel geld bij de ondernemer viel te halen.
Het vermoeden is dat Andre Lubbers het slachtoffer is geworden van roof.
En dat hij daarbij – hoe gek dat ook klinkt – per ongeluk is doodgeschoten.

De juridische kwalificatie luidt: een poging toto diefstal met geweld met de dood tot gevolg.

De man die zou hebben geschoten is vandaag door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot 7 jaar celstraf.
Drie medeverdachten – tegen wie ook 7 jaar was geëist – zijn vrijgesproken.

De veroordeelde man dankt zijn veroordeling mede aan DNA.
Op de broek van het slachtoffer werden bloedsporen aangetroffen, bloed van de nu veroordeelde.
Dit spoor brengt hem in de woning waar het slachtoffer het leven liet.

Er is een belastende verklaring van een medeverdachte.

En er is een heimelijk afgeluisterd gesprek.
Toen twee verdachten, onder wie de nu veroordeelde, voor de proforma-zitting in de rechtbank van Assen moesten verschijnen, had de politie voorzorgsmaatregelen getroffen.
Met toestemming van de rechter-commissaris (op 13 november 2012) plaatste de politie in een cel in het gerechtsgebouw afluisterapparatuur.

R.F. is de man die nu is veroordeeld.
I.C. is de medeverdachte die een belastende verklaring aflegde en is vrijgesproken.

Het afgeluisterde gesprek:

R.F.: ‘Wij moeten gewoon volhouden, dat wij niks meer weten.’
R.F.: ‘Wij zitten diep in de problemen. Ik was bang dat zij het vuurwapen hadden gevonden. Maar als zij hadden gevonden, hadden ze aan ons verteld, zelfs hier in de gevangenis.’
I.C.: ‘En wat die andere dan, als wij met zijn drieën zeggen dat wij hem niet hebben gezien, dan is het goed toch. Ik denk niet dat hij het gaat vertellen.’ (…)
R.F.: ‘Ik maak mij zorgen. Ik weet niet of ik het lang kan volhouden, ik ben bang dat ik het ga verklaren.’

Zelfs in de rechtbank zijn verdachten niet veilig.
Ook daarom zeggen advocaten steeds vaker tegen hun cliënten: ‘Altijd je mond houden.’

Rob Zijlstra

bron van het gesprek: het vonnis 

Schermafbeelding 2015-04-17 om 17.29.37

het vonnis van R.F. die is veroordeeld tot 7 jaar celstraf

 

 

Reinier S. – herziening ?

Schermafbeelding 2015-03-24 om 15.00.27achtergrond +  update 

Advocaat Geert Jan Knoops wil dat de Hoge Raad besluit tot een nieuw strafproces rond de dood van Gonda Drent (Smit). Volgens de advocaat zijn er nieuwe gegevens die onbekend waren toen het gerechtshof in Leeuwarden Reinier S. in hoger beroep veroordeelde tot 15 jaar celstraf.

Gonda kwam in op 11 december 1996 om het leven bij een brand in haar woning aan de Hoofdstraat in Hoogezand. De verdenking is dat Reinier de brand heeft gesticht nadat hij zijn partner Gonda met geweld om het leven had gebracht. Met de brand zou hij sporen hebben willen vernietigen.

Reinier werd eerst tot 12 jaar en in hoger beroep tot 15 jaar celstraf veroordeeld.

Knoops heeft het verzoek tot herziening al in februari ingediend bij de Hoge Raad. Die zal naar verwachting over enkele maanden een besluit nemen.

Volgens Knoops is er een belangrijke getuige die terugkomt op een eerder afgelegde (belastende) verklaring. Ook zijn er nieuwe aanwijzingen die Reinier S. een alibi zouden verschaffen. Op basis van een nieuw tijdpad kan S. zijn partner niet hebben gedood, aldus Knoops.

Of zoals Knoops het stelt: het onschuldscenario is waarschijnlijker dan het schuldscenario. Het gerechtshof oordeelde ondanks de veroordeling dat het politieonderzoek geen schoonheidsprijs verdient. In april dit jaar verschijnt het boek De Hoogezandse brand (tijdlijn als alibi) van o.a. rechtspsycholoog Peter van Koppen die de zaak opnieuw heeft onderzocht. Van Koppen en de zijnen doen zoiets vaker: gerede twijfel.

Ik volgende de strafzaken voor de rechtbank in Groningen en bij het hof in Leeuwarden. Hieronder de links naar de verslagen.

28 mei 2008
verslag van proces rechtbank Groningen → chocolademelk

10 juni 2008
het vonnis rechtbank Groningen → vonnis

1 juli 2009
verslag proces hof Leeuwarden – 1 → hoger beroep

3 december 2009
verslag proces hof Leeuwarden – 2 → verrassing

17 december 2009
de uitspraak → 15 jaar
analyse → genekt door eigen verzinsels
de uitspraak → het arrest

rob zijlstra

UPDATE – 29 maart 2016 – herzieningsverzoek

Gelijk het advies in oktober 2015 heeft de Hoge Raad het herzieningsverzoek van Reinier S. en zijn advocaat Geert Jan Knoops afgewezen. De door Knoops en de zijnen (onder wie Peter van Koppen) aangedragen ‘nieuwe feiten’ hebben de Hoge Raad geen aanleiding gegeven te besluiten dat de zaak opnieuw tegen he licht moet worden gehouden.

Het besluit is hieronder te lezen (klik op afbeelding)

De samenvatting van de uitspraak staat hier

Schermafbeelding 2016-03-29 om 13.06.15

Gerechtigheid

Hij haalt uit
Een keer
Vaker
Het bloed spat
Zij valt
Blijft liggen

Strafrechters willen vaak weten waarom.
Waarom deed u zus of waarom zo?
Waarom liep u niet weg?
En vooral: waarom hebt u het gedaan?

Riano (24) uit Groningen zegt dat hij klappen kreeg en dat hij niet kan vechten.
Daarom had hij zijn pistool gepakt, een Glock.
Hij had er mee in de rondte gezwaaid en toen had hij geschoten.
Gericht?
Natuurlijk niet, hij schoot in de lucht.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde niemand doden. Ik heb kinderen te onderhouden.’

Hassan (52) uit Emmen had andere redenen.
Hij vertelt met luide, indringende stem dat zij niet wilde praten, maar onmiddellijk begon te vechten.
Zoals altijd.
Ze trok aan zijn haren.
Toen had hij haar met wie hij al 26 jaar samen is, geslagen met een hamer.
Op haar hoofd.
Maar waarom?
Hassan: ‘Ze ging vreemd.’

Beide zaken hebben niets met elkaar te maken, maar dienden wel op een en dezelfde dag in zittingszaal 14, de rechtszaal van het strafrecht in Groningen.
Nog een overeenkomst: in beide zaken heeft de officier van justitie een poging tot moord ten laste gelegd.

Veel misdaden die worden berecht zijn pogingen.

Een poging tot mishandeling – dat komt vast en zeker op grote schaal voor – is niet strafbaar, maar proberen iemand van het leven te beroven is zo strafbaar als de pest.

Er was eens een man uit Rotterdam die na een jarenlange detentie zijn herwonnen vrijheid vierde in een horeca-etablissement in Groningen.
Op de dansvloer kreeg hij amok en werd met een vuistslag tegen de vlakte geslagen.
Om zijn geschonden eer te redden, liet hij zich naar de woning van zijn nieuwe rivaal rijden en schoot met een vuurwapen op de woning.
Een kogel ging dwars door de voordeur.
Er raakte niemand gewond, maar de rechtbank te Groningen oordeelde dat gesproken kon worden van een poging tot moord.
Er had iemand achter de deur kunnen staan.
De wanboffer kreeg acht jaar celstraf.

Het aantal moorden en doodslagen in Groningen, Drenthe en Friesland is niet bijster hoog.
Maar zouden alle pogingen tot moord en doodslag slagen, dan zou een gevaarlijke Mexicaanse drugsstad schraaltjes bij Noord-Nederland afsteken.
Gelukkig is het net andersom.

Toch moeten pogingen tot misdrijven niet worden gebagatelliseerd.
De lijn tussen een geslaagde poging en een mislukte poging is soms akelig dun.
Niet zelden blijft iemand het moordernaarsschap bespaard dankzij vakkundig medisch ingrijpen.

Een poging klinkt al snel als een mislukking, maar de wet weet daar wel raad mee.
De wet spreekt van een voltooide poging.
Het slachtoffer is dan in leven gebleven.

Een man had tijdens een ruzie een mes uit de keuken gehaald en vervolgens zijn irritante zeurvriend neergestoken.
Hij schrok van het gutsende bloed en belde 112.
De zwaargehavende vriend werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht en met nog meer spoed geopereerd.
Spoed redde zijn leven.
De advocaat zei dus dat het leven was gered omdat de verdachte onmiddellijk 112 had gebeld.
Ook een bewijs dat de verdachte geenszins van plan was geweest zijn vriend te doden.
De advocaat dacht de ‘voltooide poging’ te omzeilen.
De rechtbank dacht het niet.
Leroy kreeg een jaar celstraf.

Waarom, vragen de rechters aan Riano, waarom kreeg u klappen?
Riano zegt dat er ruzie was ontstaan en dat hij ertussen was gesprongen om de ruziënde mannen uit elkaar te halen.
Waarom, vragen de rechters, beweren anderen dat u probeerde een gouden ketting te stelen?
Getuigen zeggen dat de man die probeerde de gouden ketting te stelen ook de man was die schoot.
Riano heeft geen idee waarom getuigen dat zeggen.

Rechters: waarom had u een pistool bij u?
Riano zegt dat zijn vader in 2010 is doodgeschoten.
Sindsdien draagt hij een wapen.
Daarom.

De officier van justitie wikt en weegt en zegt dat ze het schieten niet kan vertalen in een poging iemand van het leven te beroven.
Er is te weinig bewijs.
De poging tot moord kan wel worden gewijzigd in een diefstal met geweld, gericht op die gouden ketting.
Dat kan qua vrijheid een boel schelen.

Waarom, vragen de rechters aan Hassan, waarom had u zich verstopt achter de wasmachine?
Hassan zegt dat hij zijn vrouw had verboden alleen naar buiten te gaan.
Waarom leek hem logisch.
Vanwege die ander die er was.
De rechters vragen of Hassan het normaal vindt dat hij zijn vrouw beperkt in haar vrijheid. Hassan zegt ja, hij antwoordt dat zijn vrouw dat had verdiend.

Zijn schoonzus dacht daar anders over en nam haar zus mee naar haar huis.
Hassan bleef alleen achter.
Dat was op een zondag.
Op dinsdag kwam zijn verloren vrouw even thuis om wat kleren op te halen.
Hassan vertelt de rechters dat hij toen juist aan het klussen was.
Hij spijkerde in de gang een stukje loszittend tapijt vast met een hamer.
Toen hij haar hoorde binnenkomen, verstopte hij zich achter de wasmachine.

Waarom?
Hassan stelt een wedervraag: als zij dan zo bang voor mij was, waarom kwam ze dan thuis? Nou?

Ineens had hij voor haar gestaan.
Hij had heel griezelige ogen, zou zijn vrouw, inmiddels ex, verklaren.
Hij haalt uit.
Een keer.
Vaker.
Het bloed spat.
Zij valt.
Blijft liggen.
Hassan rent naar buiten en roept naar een buurman dat hij zijn vrouw misschien wel heeft doodgeslagen en dat onmiddellijk 112 moet worden gebeld.
De traumahelikopter landt in de straat.
In het ziekenhuis blijft ze in leven.

Hassan zegt dat hij spijt heeft, dat hij het nooit had moeten doen.
De spanningen waren ontstaan toen hij zijn baan in de ijzergieterij kwijtraakte.
Ze hadden de woning moeten verkopen.
Toen het geld op was, was hij ook gestopt met zijn gokverslaving.
En nu heeft hij besloten dat hij haar nooit weer wil zien.

Hij zegt: ‘Ik heb nu behoefte aan rust.’
Hij zal Emmen vaarwel zeggen om in Amsterdam een nieuw leven op te bouwen.
Tegen de rechters: ‘Ik betreur wat er is gebeurd. Ik zal de schadevergoeding betalen.’
Ruim 5.000 euro.

De officier van justitie zegt dat Riano met zijn geschiet veel onrust heeft veroorzaakt.
Ze eist twee jaar celstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Een strafzaak later zegt ze dat Hassan achter de wasmachine is gekropen om zijn kans af te wachten.
Dat was voorbedacht.
Omdat zijn naar vrijheid hunkerende vrouw nog leeft, is het gelukkig bij een poging gebleven.
De eis: acht jaar gevangenisstraf.

Waarom?
Het is een poging tot gerechtigheid.

Rob Zijlstra

uitspraken op 23 maart

Daniella – uitspraken

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis. > de rechter [wav.]
Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Klik op de onderstaande afbeeldingen om de vonnissen te lezen.

vonnis karin s (klik)

vonnis karin s

vonnis geert w (klik)

vonnis geert w

om te begrijpen is hij
tot monster gemaakt

tekening: annet zuurveen (fragment)

tekening: annet zuurveen (fragment)

De rechtbank doet vandaag (13.00 uur) uitspraak in een van de meest bizarre strafzaken in jaren in Groningen: de zaak Daniëlla.

De zaak Daniëlla is een strafzaak.
Een zaak met een strafdossier.
Een zaak die door de politie is onderzocht.
Een zaak met een strafproces in een rechtszaal die vier dagen duurde, met twee verdachten, met deskundigen, veel media-aandacht en afschuw.
Een zaak die zich alleen laat vergelijken met andere afschuwelijke zaken.
Een zaak die mensen heeft geraakt.

Daniëlla zelf was geen zaak.
Daniëlla was een vrouw van 20 jaar, een jonge vrouw met een verstandelijke beperking.
Net als haar twee jongere broertjes.
Ze woonde in instellingen, in het weekeinde was ze thuis bij haar zwakbegaafde moeder die na jaren weer een relatie kreeg met een zwakbegaafde man die ze had leren kennen toen hij nog in de gevangenis zat vanwege het seksueel misbruiken van kinderen in zijn vorige relatie.

Die man heet Geert, 46 jaar.
In de rechtszaal zit hij als een verschrompeld hoopje mens, bevend en angstig, het hoofd vooral gebogen, te zwijgen.
De weinige woorden die hij zal spreken (’t was niet de bedoeling’) kosten hem zichtbaar moeite.
Het is bijna niet voor te stellen dat deze man buiten de rechtszaal zoveel angst inboezemde.
Om te begrijpen is hij tot monster gemaakt.

De zwakbegaafde moeder is Karin, 50 jaar.
Ze praat en praat, een hele procesdag vol.
In het laatste woord toont ze zuinige emoties.
Ze deed niks toen Geert haar dochter misbruikte en misbruikte en ze deed niks toen hij aankondigde dat hij Daniëlla dood ging slaan met een knuppel en een kapotte stoel.

Moeders moeten dan wel wat doen, sprak de officier van justitie.
Ze zei: ‘Maar Karin offerde haar kind op voor haar relatie met Geert.’
Het is bijna niet de geloven dat deze vrouw verlamd was door angst voor Geert.
Voor een man die ze wel zag zitten, met wie ze de dodelijk gewonde Daniëlla vanuit de woonkamer naar de gang sleepte, onder aan de trap legde en toen tegen de politie zei dat haar dochter van de trap was gevallen.
Ze zegt dat ze net zo goed slachtoffer is.

Tegen Geert W. is 14 jaar celstraf geëist en TBS met dwangverpleging.
Karin S. hoorde vier jaar eisen waarvan een jaar voorwaardelijk waaraan een verplichte behandeling is gekoppeld.
Ze zullen misschien iets meer krijgen, wellicht iets minder.
Daarna volgt mogelijk een hoger beroep.
En misschien ook wel niet.
Dan is het klaar.

De uitspraak vanmiddag is het oordeel, de waarheid, van het strafrecht.
De zaak Daniëlla kent daarnaast een andere waarheid: die van de hulpverlening die gezamenlijk toekeek toen het gebeurde.
Ieder keek naar zijn eigen specialisme, of net even de andere kant, want samen zagen ze niks.
Dat verhaal van Daniëlla van Bergen moet nog worden verteld.

Rob Zijlstra

update – 7 april 2015 – inspectie
het bericht van de inspectie

→ het verslag van het strafproces van dag tot dag

de hulpverlening  

                           ↓


ondersteuning onvoldoende passend voor situatie – ondersteuning niet in relatie met calamiteit – problemen niet effectief en in samenhang opgepakt – op signalen van onveiligheid van de kinderen is onvoldoende gehandeld – signalen onvoldoende bij elkaar opgeteld – geen totaalplaatje – niet één regisseur – verschillende ideeën over casemanagement – partijen spraken zorgen onvoldoende uit – geen checks – onvoldoende hun eigen verantwoordelijkheid – onvoldoende focus op veiligheid van de kinderen – belang kinderen niet expliciet voorop gezet – onvoldoende focus op veiligheid kinderen – geen gezamenlijke ondergrens veiligheid – geen structureel zicht op de thuissituatie – geen risicotaxaties – onvoldoende oog voor de chroniciteit van de problematiek – mijden van zorg door moeder is onvoldoende als patroon herkend – partijen pakken onvoldoende door – geen gezamenlijke evaluaties  

bovenstaande regels komen uit het nog vertrouwelijke rapport van de gezamenlijke inspectiediensten waarvan de conclusies door rtv-noord naar buiten zijn gebracht – het definitieve rapport moet nog verschijnen en geniet de warme belangstelling van het openbaar ministerie 


→ rechtbanktekeningen: annet zuurveen 

dvhn / donderdag

dvhn / donderdag

Daniella

verslag van een vijf dagen durend strafproces

dvhndag1

dagblad van het noorden, dinsdag – blendle

Op 20 juli 2013 wordt na een telefoontje naar 112 aan het begin van de avond in een woning aan de Opaalstraat (Vinkhuizen) in Groningen de zwaargewonde Daniella van Bergen aangetroffen. Zij is een 20-jarige verstandelijk gehandicapte vrouw. Ze ligt in de gang, onder aan de trap. Het lijkt alsof ze is gevallen. Haar stiefvader, Geert W. (46) is de man die 112 heeft gebeld. Een dag later overlijdt Daniella.

In de woning vindt de politie aanwijzingen die duiden op geweld. Er worden veel bloedsporen aangetroffen en ook een kapotgeslagen honkbalknuppel, een deel ligt in de vuilnisbak. Het lichaam van Daniella blijkt versleept. De politie sluit een misdrijf niet uit.

Merkwaardig is ook dat stiefvader Geert W. spoorloos is. De politie plaatst een spoedtap op zijn telefoonnummer. Wanneer W. daags na het incident de ziekenhuizen in Groningen belt en informeert naar de toestand van Daniella krijgt hij te horen dat de politie hem wil spreken. W. is ‘ondergedoken’ bij een vriend in Leens, Noord-Groningen. Daar wordt hij ’s nachts aangehouden.

Daniella is gevallen, zegt ook moeder Karin S. (50). Zij is die avond boven, samen met haar drie kinderen onder wie Daniella. Haar vriend Geert is beneden, zit achter de computer. Ineens een vallend geluid op de trap. Ook buren horen zoiets. Als Karin gaat kijken, ziet ze Daniella liggen, beneden, onder aan de trap. Zegt ze.

De twee broertjes verklaren dat Daniella niet boven was, maar beneden bij Geert. Die had hen naar boven gestuurd, wat hij wel vaker deed. Na twee weken wordt moeder Karin S. aangemerkt als medeverdachte. In de verhoorkamer zegt ze tegen haar ondervragers: ‘Ze is niet van de trap gevallen. Het is in de kamer gebeurd.’ Beelden van dat moment werden maandag in de rechtszaal getoond. Geert kijkt dan niet, maar buigt het hoofd.

De verdenking luidt dat Geert W. zijn stiefdochter heeft doodgeslagen. Moord. Ook aan moeder Karin S. is moord ten laste gelegd.

.↓

maandag 19 januari 2015
zittingszaal 14, 09.00 – 16.15 uur

Geert W. wordt ter zitting door de rechters ondervraagd. Wanneer hij de rechtszaal binnenkomt, trilt zijn lichaam. Wanneer hij eenmaal zit, zit hij ineengedoken. De kleding die hij draagt zijn zichtbaar maten te groot. De armen tegen de borst gedrukt, dan weer de handen slap in de schoot.

Maar vooral: hij zwijgt. Hij wil niks zeggen. Waarom niet? Ook die vraag beantwoordt hij met een: ‘Ik beroep mij op mijn zwijgrecht.’ Vier uur lang confronteren de rechters hem met de feiten zoals die in het strafdossier zitten en blijven ze hem vragen stellen wetende dat hij die niet zal beantwoorden.

De rechters wijzen hem erop dat hij natuurlijk mag zwijgen, dat dat zijn recht is. Maar misschien niet altijd even verstandig. Omdat er feiten zijn die om een verklaring schreeuwen. Mochten ze Geert W. schuldig bevinden, dan zullen de rechters in het vonnis schrijven dat hij met zijn zwijgen geen verantwoordelijkheid neemt

Geert W. is onderzocht, ook in het Pieter Baan Centrum. Hij heeft niet dan wel summier aan onderzoeken willen meewerken. Geert W. vreest tbs. Daarom zwijgt hij ook, waarschijnlijk op nadrukkelijk advies van zijn twee advocaten. Zo wordt dit spel gespeeld.

W. wordt omschreven als een angstige, zwakbegaafde man die op onverantwoorde wijze door het leven gaat. Het advies van de deskundigen, ondanks het zwijgen: tbs met dwangverpleging. Hij is verminderd toerekeningsvatbaar. Hij is niet gek, maar ook niet helemaal goed. Hij zit daar tussenin, zegt de psychiater.

Hij is niet gek, maar ook niet helemaal goed

Zijn verleden speelt een rol. In 2007 is hij veroordeeld door de rechtbank in Zwolle in verband met een ernstig zedendelict: hij heeft in Steenwijk een stiefdochter in een vorige relatie mishandeld en seksueel misbruikt. Hij krijgt 6 jaar celstraf.

Aan het einde van zijn detentie krijgt hij via een contactadvertentie kennis aan Karin S. Eenmaal op vrije voeten trekt hij – met enkelbandje – bij haar in. Daniella woont door de week in een instelling, in het weekeinde is ze thuis. Karin S. krijgt ondersteuning bij de opvoeding van de verstandelijk beperkte Daniella.

Hulpverleners maken zich zorgen. Daniella vertoont seksueel grensoverschrijdend gedrag, zo heet het. De komst van ex-zedendelinquent Geert S. in het toch al kwetsbare gezin is daarom niet een heel gelukkige. De betrokken hulpverleners beleggen zoals zij dat noemen een zorgconferentie over de situatie. Besloten wordt dat een preventieplan wordt opgesteld dat Geert W. moet ondertekenen. W. doet dat. Hij noemt zichzelf ‘de beste papa van Groningen’.

RTVNoord zegt inzage te hebben gehad in het rapport van de Samenwerkende Inspectiediensten. Die concluderen na onderzoek naar het gebeuren dat de hulpverlening tekort is geschoten. De veiligheid van Daniella en haar twee broers had onvoldoende prioriteit en de problemen die er speelden zijn niet effectief opgepakt, zo bericht de omroep.

.↓

dinsdag 20 januari 2015
zittingszaal 14, 09.00 uur — 17.30 uur

Schermafbeelding 2015-01-21 om 08.21.32

dagblad van het noorden – woensdag – blendle

Anders dan de zwijgende Geert W. praat moeder Karin S. honderduit. Haar boodschap is duidelijk: zij moet niet gezien worden als een medeverdachte, maar als slachtoffer van het terreur van Geert W.

Karin S. schetst een horrorbeeld. Nadat hij vanuit de gevangenis bij haar was ingetrokken, was hij een paar maanden aardig. Maar daarna veranderde Geert W. in een sadistisch monster, zo wil Karin S. de rechtbank doen geloven.

Volgens Karin S. begon hij een seksuele relatie met haar verstandelijk gehandicapte dochter. Dat wil zeggen, hij had seks met haar, door de week en in het weekeinde. En als hij zin had, of dronken, of zin en dronken, dan ranselde hij haar af. Mishandelde hij haar. Een paar keer valt het woord martelen.

Hoe lang dat duurde?
Drie jaren.
De laatste vijf, zes weken voor haar dood waren het ergst.

Daniella zou in een instelling gaan wonen, maar Geert W. verbood dat. Ze moest thuis zijn. Ze moest altijd voor hem beschikbaar zijn. Soms moest Karin S. op de bank gaan zitten en dan moest ze toekijken. Soms wilde hij seks met moeder en dochter tegelijk. Dat gebeurde ook, want weigeren kon niet. Ook de beste vriend van Geert W. was bij mishandelingen aanwezig, zegt Karin S. De beste vriend moest ook toekijken.

Karin S. zegt tegen de rechters: ‘Hij had een lijstje in zijn hoofd.’ Op lijstje stond ook haar naam. Dat betekende dat hij ook haar zou vermoorden. Ze vertelt dingen aan de rechters die niet in het strafdossier staan vermeld, die ze nooit eerder heeft verteld. De rechters houden haar voor dat wat ze nu in de rechtszaal vertelt over Geert W. veel erger is dan ze eerder vertelde.

Is het wel waar wat ze zegt?

Is het wel waar wat ze zegt? Of maakt ze van Geert W. een sadistisch monster om er zelf beter uit te komen? Karin S.: ‘Ik lieg niet.’ 

De rechters willen weten waarom Karin S. wel bier ging halen voor Geert W. in de supermarkt, maar niet met Daniella naar het naastgelegen politiebureau ging. Waarom ze wel negen keer een afspraak had met de huisarts, maar niets vertelde. Rechters: ‘Als u dan zo bang was, dan had u zichzelf en Daniella in veiligheid kunnen brengen.’ Karin S.: schudt het hoofd: ‘Ik was zo bang.’

Het horrorbeeld dat Karin S. oproept is dat zij zich met haar twee kinderen (zonen) naar boven liet sturen, dat ze daar gedrieën op bed naar de televisie zaten te kijken, terwijl Geert zich in de woonkamer bezighield met Daniella. Drie jaar lang, dag in, dag uit. Ze konden van alles horen.

Schermafbeelding 2015-01-20 om 21.27.17

een tweet

Op een gegeven moment, zegt Karin S., kon Daniella nauwelijks nog traplopen. En was heel haar lichaam bont en blauw. En als ze liep, liep ze krom. Lag ze in bed, dan huilde ze van de pijn. Het beeld dat ook het strafdossier oproept is dat Daniella is doodgeslagen met een honkbalknuppel en een kapotgeslagen stoel.

Er was hulpverlening, er waren bezorgde hulpverleners. Karin S.: Geert stuurde ze weg.’ De hulpverlening: Het gezin raakte geïsoleerd. Moeder: ‘Geert wist iedereen om de tuin te leiden.’ Er is een nog vertrouwelijk rapport met harde conclusies die uitlekten via RTVNoord. Het wachten is op een lek van het volledige rapport of tot de officiële publicatie. Het Openbaar Ministerie wacht daar naar verluidt ook op.

Vlak voor de fatale afranseling, aan het begin van de avond, kondigt Geert W. de dood van Daniella aan, zegt Karin S. Daniella krijgt het bevel afscheid te nemen van haar broertjes en van haar moeder. Tegen Karin S. zegt Geert W.: ‘Nog tien minuten en dan maak ik er een einde aan, dan maak ik het af.’

Niet lang daarna ligt Daniella onder aan de trap, belt Geert eerst zijn beste vriend en dan 112.

Karin S. tegen de rechters: ‘Ik had mijn angst aan de kant moeten zetten, ik had beter voor mijn kinderen op moeten komen.Ik had sterker in mijn schoenen moeten staan. maar ja, met al mijn angst durfde ik dat niet.’

De psychiater en de psycholoog zeggen dat Karin S.met haar IQ van 60, verstandelijk beperkt,  (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar is. Ze is een vrouw die zich met moeite in het leven staande kan houden, zeggen de gedragswetenschappers. Behandeling in een kliniek en daarna wonen onder begeleiding, luidt het advies.

Kan het waar zijn dat Daniella toch van de trap is gevallen? De forensisch patholoog is als getuige-deskundige opgeroepen. Hij sluit een val van de trap niet uit. Want alles kan. Maar het letsel is er niet door ontstaan, zegt hij. Het letsel past meer bij een extreem gewelddadige afranseling. Is hij daar honderd procent zeker van? De patholoog: ‘Het is een goede gewoonte binnen de forensische pathologie om absolutisme te vermijden.’

.↓

woensdag 21 januari 2015
zittingszaal 14, 08.45 uur – 12.30 uur

dag3

dagblad van het noorden – donderdag – blendle

Officier van justitie Rianne Wildeman is om 08.45 begonnen met het voorlezen van het requisitoir. Dat moet in twee sessies omdat de twee verdachten niet samen in een ruimte willen zijn.

Aan zowel Karin S. als aan Geert W. wordt medeplegen moord en medeplegen poging tot moord ten laste gelegd

Karin S.
De kernvraag is, zegt de officier van justitie bij aanvang van het requisitoir, wat heeft moeder Karin S. gedaan om het geweld tegen haar dochter te doen stoppen? In de volgende anderhalf uur geeft de aanklager het antwoord op die vraag. Kort samengevat luidt dat: niets.

De officier van justitie: ‘Karin S. heeft het tegenovergestelde gedaan van ingrijpen. Terwijl de ze zoveel had kunnen en moeten doen. Ze bleef passief terwijl handelen geboden was.’ Die houding maakt dat Karin S. niet medeplichtig is aan de moord op Daniella, maar gezien moet worden als medepleger.

een medeplichtige speelt een ondersteunende rol,
een medepleger speelt een rol die gelijk is aan de pleger

Het standpunt van het Openbaar Ministerie is dat Karin S. de moord op haar dochter faciliteerde. Zij maakte mogelijk wat Geert W. deed. Karin S. meldde Daniella ziek bij de instelling waar ze verbleef, na afranselingen maakte zij de woning weer schoon, met Allesreiniger en zout vanwege het vele bloed. Ze distantieerde zich niet.

Karin S. was bang. Maar zo bang? De officier van justitie plaatst vraagtekens. Vraagt: was Karin S. zo bang dat ze een beroep kan doen op psychische overmacht? Is dat laatste het geval dan kan geen straf worden opgelegd. De officier van justitie: ‘Ze zal bang zijn geweest, dat geloof ik wel, en in zekere zin is zij ook slachtoffer van Geert W. Maar die angst is niet zo groot geweest zoals ze ons wil doen geloven. Ze wilde een relatie. Ze had liever een slechte relatie dan geen relatie. Je kunt zeggen dat ze haar dochter heeft opgeofferd om een man te kunnen behouden.’

Karin S. is – zo vindt het Openbaar Ministerie met de gedragsdeskundigen – verminderd toerekeningsvatbaar. Wat ze heeft gedaan kan haar niet volledig worden toegerekend. De officier van justitie: ‘De vraag is dan of we moeten inzetten op een langdurige celstraf of op behandeling?’ Het OM kiest voor dat laatste: vier jaar gevangenisstraf waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van tien jaar. Voorwaarde: en klinisch opname na detentie. Dat betekent in de praktijk dat Karin S. zodra ze de vrouwengevangenis in Zwolle mag verlaten, moet gaan wonen in een besloten omgeving en onder begeleiding. Voor de rest van haar leven.

Geert W. 
Officier van justitie Rianne Wildeman zegt dat de rechtbank gelukkig niet veel strafzaken behandelt die zo gruwelijk zijn als deze zaak. Wat hier is gebeurd, zegt ze, gaat het voorstellingsvermogen te boven. Het was de hel op aarde.’

Geert W. heeft een obsessie die draait om een foto. Er gaat een verhaal. Dat verhaal wil dat Daniella vijf, zes weken eerder is meegenomen door een taxichauffeur en naar een woning in Beijum in Groningen is gebracht, naar een woning aan de Jensemaheerd. Daar zou ze zijn verkracht, door drie mannen, een vrouw en een herdershond. Er zouden daar ook foto’s van zijn gemaakt en die foto’s zouden op het internet staan. Geert zoekt die foto’s.

Op zaterdag 20 juli 2013 gaat Daniella om half vijf in de middag eten met haar moeder Karin S en met haar twee broertjes. Geert W. eet niet mee, maar drinkt bier. Na het eten stuurt hij Karin en de twee jongens naar boven, zoals hij dat vaker deed. Tegen Daniella zegt hij: ‘En wij gaan weer achter de computer zitten en proberen die foto’s tevoorschijn te halen.’

De politie heeft het verhaal van de taxi en de groepsverkrachting onderzocht, maar dat heeft geen feiten opgeleverd

Na een tijdje zegt Geert W. tegen Daniella: ‘Je mag alvast afscheid nemen van je moeder en je broertjes.’ Tegen Karin S.: ‘Ik maak er een einde aan.’ Er klinkt geschreeuw en gekrijs, steeds harder. Als Karin S. dit in de verhoorkamer van de politie vertelt, zegt ze: ‘Ik werd er misselijk en beroerd van.’

De officier van justitie: ‘Het onderzoek naar bloedspatpatronen in de kamer maakt duidelijk hoe gruwelijk het is geweest. Het was een executie die uren heeft geduurd.’ De hel op aarde.

Geert W. is net als Karin S. verminderd toerekeningsvatbaar. Volgens het Openbaar Ministerie heeft S. beperkte intellectuele vaardigheden en een opgeblazen zelfbeeld. Hij heeft niet willen meewerken aan onderzoeken, maar gedragsdeskundigen menen toch te kunnen stellen dat er sprake is van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkelingen van de geestvermogens. Kans op herhaling: groot.

De strafeis: 14 jaar gevangenisstraf en daarna een tbs met dwangverpleging. In de praktijk kan dat betekenen dat Geert W. niet meer op vrije voeten komt.

.

vrijdag 23 januari 2015
zittingszaal 14, 10.00 uur — 14.00 uur

Het woord is aan de verdediging

Rob van Haarst staat Karin S. bij.

Schermafbeelding 2015-01-25 om 16.54.44De strategie van advocaat Rob van Haarst wordt al snel duidelijk. Hij schildert Geert W. af als een groot en gruwelijk monster waartegen zijn cliënte moeder Karin S. zich nooit kon verweren. Zij immers is een angstig musje.

Nog sterker: niet alleen Karin S. vreesde de man die ze via en contactadvertentie had leren kennen, heel de buurt was bang voor deze Geert W. De buren stonden wel eens met het oor aan de muur te luisteren, maar deden niets. W.’s beste vriend, D.D. uit Leens, is aanwezig geweest bij de mishandelingen van Daniella. Ook hij deed niets. Ook D. luisterde slaafs naar Geert W., zegt Van Haarst: ‘Niemand in zijn omgeving durfde tegengas te geven.’

Zo moet ook de rol van de hulpverlening worden gezien, zegt de advocaat. De contacten met de hulpverleners verwerden tot toneelstukjes.

Van Haarst vindt dat Karin S. een beroep kan doen op psychische overmacht. Zij was door angst niet in staat haar eigen wil te bepalen. Nemen de rechters dat over, dan kan geen straf worden opgelegd. Hij pleit voor een snelle behandeling van Karin S.

Karin S. zegt in haar laatste woord dat haar advocaat het goed heeft verwoord. En ze zegt: ‘Dat ik als moeder zijnde niet heb ingegrepen, niet naar politie ben gegaan, dat vind ik zo verschrikkelijk.’

.

Robert Mesland staat Geert W. bij

Schermafbeelding 2015-01-25 om 16.55.24Advocaat Mesland meent dat moord niet kan worden bewezen. De val van de trap is een scenario dat niet uitgesloten kan worden. Hij zegt het te betreuren dat er geen reconstructie is gemaakt, het had duidelijkheid kunnen brengen. Een mishandeling, gepleegd in een plotselinge opwelling, kan ook.

Ook moet worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van Karin S. Bij de politie is zij eerst als getuige gehoord. Tegen haar is toen gezegd dat ze getuige zou blijven, dat ze in deze zaak geen verdachte zou worden. En toen ging ze los. Een kwalijke gang van zaken.

Dat Geert W. zwijgt heeft een reden, zegt Mesland. Ook hij is zwakbegaafd en kwetsbaar – daar kan hij niets aan doen. Hij vindt het doodeng hier te zitten. Maar bij de politie heeft hij wel uitvoerig verklaard.

Mesland hekelt de rol van de media. Er is sprake van trial by media, meent hij. Hij noemt met name de Volkskrant, het NOS-journaal en RTLNieuws. Volgens de advocaat heeft het Openbaar Ministerie passages uit het strafdossier gedeeld met de pers. De berichtgeving in de media bereikt ook de gevangenis. Mesland: ‘Mijn cliënt heeft er veel last van. Ik weet ook niet of dit bijdraagt aan de nationale rouwverwerking in deze zaak.

Het is vrijdagmiddag tegen twee uur. Geert W. kan gebruik maken van het laatste woord. Dat wil hij ook, maar hij had erop gerekend dat dat maandag, op de vijfde dag van het proces, zou gebeuren. Aanvankelijk was dat ook de planning. De voorzitter van de rechtbank besluit de zaak te schorsen tot maandag 13.00 uur. Geert W. kan dan het hem wettig gegunde laatste woord uitspreken.

maandag 26 januari 2015
zittingszaal 14, 13.01 uur – 13.06 uur

 Het strafproces is maandagmiddag afgerond. Even na 13.00 uur heropende de voorzitter de zitting om W. in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van het laatste woord.

W. las een korte verklaring voor. Dat kostte hem hoor- en zichtbaar veel moeite. Hij zei dat hij al weken niet slaapt, dat hij bang is verkeerde dingen te zeggen en dat hij niet goed begrijpt wat er allemaal gebeurt.

‘Ik wil zeggen dat ik nooit heb gewild dan Daniella zou overlijden. Ik wilde goed doen. Ik heb Daniella niet vermoord, ik zit al achttien maanden vast en er is geen dag dat ik niet aan haar denk. Ik ben kapot en verdrietig dat zij er niet meer is.’

→ De uitspraken zijn op 19 februari.

Rob Zijlstra

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis.

Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.

meer info volgt

 

Wedden dat

een overval is soms een selfie

Schermafbeelding 2014-12-06 om 22.32.51De krant bewees deze week weer eens dat je vreselijk moet oppassen met de misdaad en voor de plegers ervan.
Een week geleden werd Groningen en ras de rest van het land opgeschrikt door het bericht dat een inbreker ernstig gewond was geraakt tijdens zijn werkzaamheden.
De bewoner, een man van 61 jaar, had de snoodaard betrapt en hem flink onder handen genomen.
De reacties op de berichtgeving waren niet mals.
De moedige bewoner verdiende een standbeeld van een held, de inbreker zelf kon het beste maar dood want eigen schuld.

Een paar uur na het gebeuren werd de inbreker op gezag van de politievoorlichting een overvaller en de volgende dag was de overvaller een travestiet geworden die een date in de nacht had met de bewoner.
Ze kenden elkaar goed en lang, samen hadden ze ruzie gekregen en dat was uit de hand gelopen.
Later op de dag onthulde RTVNoord dat de travestiet toch weer een overvaller moest wezen, maar dan van een andere overval.

Dinsdagavond overleed de goede bekende van het 61-jarige slachtoffer aan zijn verwondingen.
Kregen een paar reageerders toch nog hun zin.
De dapper gewaande zit opgesloten.

Het komt vaker voor dat de misdaad niet is wat die op het eerste gezicht lijkt.
Er schijnen mannen te worden beroofd in rosse buurten.
Soms dient zo’n beroving als dekmantel voor (de kosten van) prostitutiebezoek.
Een beroving is thuis beter uit te leggen.
Ook niet alle beroofde bezorgers van maaltijden zijn beroofd.
Een overval is soms een selfie.

Deze week zaten Willem (49) en Truus (44) in de verdachtenbank.
Rasechte Rotterdammers, dat kon je horen.

Op een koude dag is Willem in Groningen voor een bezoek aan een kennis.
De kennis woont in de stadswijk Beijum en is niet thuis.
Zij is naar de kerk.
Geeft niks, zegt Willem.
Dan wacht-ie wel even.
Buiten ligt overal sneeuw, maar in zijn mooie Mercedes Benz C320 cdi zit zelfs een kachel en die maakt dat het lekker warm is.

Ineens wordt een portier opengetrokken.
Natuurlijk schrikt Willem.
Hij kijkt in de loop van een vuurwapen.
Een tweede overvaller zwaait met een stroomstootwapen.
De mannen stappen in en Willem moet rijden.
Ze rijden door Groningen, stoppen na een tijdje en Willem moet eruit.
Nadat hij zijn geld (90 euro) heeft afgegeven gaan de gewapende mannen er met zijn auto vandoor.

Willem doet aangifte.
Hij vertelt dat het is gegaan zoals hier beschreven.
De politie maakt het wereldkundig en waarschuwt het publiek niet zelf actie te ondernemen tegen de twee gewapende overvallers van wie er eentje een gebreid mutsje draagt.

Tien dagen na de overval krijgt de politie informatie uit het criminele circuit.
De man die is overvallen, luidt de tip, is betrokken bij de organisatie van illegale loterijen binnen de Antilliaanse gemeenschap.
Vier dagen later wordt de Mercedes gevonden.
In de auto liggen boekjes met lootjes en enveloppen met contant geld.
Op een van die enveloppen staat de naam van Marjan, de vrouw die Willem zou bezoeken toen zij in de kerk zat.

Weer een dag later krijgt de politie opnieuw informanteninformatie.
Die man die Willem heet is niet alleen beroofd van zijn auto, maar ook van 20- tot 30.000 euro.
Geld dat in Groningen aan winnaars van de illegale loterij uitgekeerd moest worden.

Marjan wordt opgespoord en zegt dat ze lootjes verkoopt, van 25 cent tot een euro per stuk.
Ze betaalt ook prijzengeld uit, wel eens twee- tot driehonderd euro.
De vrouw zegt zaken te doen met de man die haar kwam bezoeken toen ze in de kerk zat, hij heet Glen.

De politie confronteert Willem met die loterijboekjes in zijn teruggevonden auto, met die enveloppen met duizenden euro’s, met het verhaal dat hij is beroofd van 20- tot 30.000 euro.
Willem – een verdacht slachtoffer nu – zegt niks.
Hij heeft een advocaat en die adviseert hem de mond te houden.
Weet Truus meer?
Truus heeft dezelfde advocaat.
Zij zwijgt ook.

Kortom, de politie is in Groningen van alles op het spoor: illegale loterijen waar tienduizenden euro’s in omgaan, een link met Rotterdam, er zijn mannen met wapens en een gebreid mutsje die mensen in auto’s overvallen, carjacking.

In de rechtszaal vragen de rechters aan Willem: ‘Noemen ze u ook wel Glen?’
Willem: ‘Nee, nooit. Ik ben gewoon Willem.’
Truus knikt.
Zij kan het ook weten want ze is al jaren met Willem getrouwd.
Willem doet niks met loterijen, zwijgt hij.
Willem werkt in de haven bij de afdeling laden en lossen.
Truus zit op de administratie bij een elektrotechnisch bedrijf.

En dan nu iets heel geks.
In de rechtszaal gaat het helemaal niet over die loterijen en gewapende overvallen.
Daar is niet eens nader onderzoek naar gedaan.
Wat de politie heeft gedaan is het nader onderzoeken van de bankrekening van Willem en Truus.
Het was de politie namelijk opgevallen dat er flinke bedragen op die rekening staan, terwijl er nauwelijks iets van wordt afgeschreven.
In een jaar tijd was er vier keer een pintransactie gedaan bij de Albert Heijn.
Hoe dat dan kan?

Truus legt uit dat ze haar hulpbehoevende oma verzorgt en dat oma nogal vermogend is.
Eenmaal per week pint oma geld (wanneer ze samen boodschappen doen) en dan stopt oma haar flink wat toe.
Daar doen ze de dingen en extra dingetjes van.

De officier van justitie kan dat niet geloven.
Uitgerekend is dat er 56.171 euro zonder een verklaarbare herkomst is uitgegeven.
Dat moet dus misdaadgeld wezen.
En wie met misdaadgeld dingen (Mercedes) en dingetjes (jurkje) koopt, maakt zich schuldig aan witwassen.

Dus dat geld hebben ze verdiend met die loterijen?
Dat is niet uitgezocht.
Maar organiseren ze die wel?
Ook niet uitgezocht.
En die gewapende overvallers dan?
Niet onderzocht.
De carjacking?
Nee.
Is Willem niet beroofd?
Weten ze niet.
Marjan van de kerk?
Is niet mee gepraat.
Glen!
Wie is Glen?

De officier van justitie zegt dat Willem en Truus zich schuldig hebben gemaakt aan witwassen in vereniging want ze zijn getrouwd in gemeenschap van goederen.
De aanklager rept van een ernstig feit en riedelt dat de misdaad niet mag lonen.
De eis: een taakstraf van 200 uur, drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf per persoon en en het samen betalen aan de Staat der Nederlanden van 56.171 euro.

Worden ze veroordeeld?
Ik durf er wel een gokje op te wagen.

© Rob Zijlstra

update – 15 december 14 – uitspraak
De rechtbank heeft Willem en Truus vrijgesproken. Dat het niet anders kan   dan dat het geld van misdaad afkomstig is, is niet waar, oordelen de rechters.  Immers, ze gaven aan geld te hebben gekregen (oma) en ook geld te hebben geleend. Daarnaast hadden ze legale inkomsten uit arbeid. Verder blijkt niets uit het dossier. De ontnemingsvorderingen worden met de vrijspraken afgewezen.

 

Baflo – hoger beroep [2]

dedes6Zet zes deskundigen op een rijtje en stel aan hen heel de dag vragen.
Wat weet je dan uiteindelijk?
Dan weet je dat er (forensisch) psychiaters en psychologen bestaan, autoriteiten op hun vakgebied, die cadeautjes aannemen van de farmaceutische industrie.
Of reisjes maken naar congressen op kosten van de pillendraai-industrie.
Dat zoiets in de farmaceutische wereld heel gewoon is.

Dan weet je ook dat de psychiatrie en psychologie bol staan van mal jargon dat te pas en te onpas wordt gebezigd.
Dat vijf deskundigen het heel erg met elkaar eens kunnen zijn over alles, behalve over de conclusies die ze uit alles hebben getrokken.

Of dat alles nooit zwart-wit is (zoals de media) en ook nooit helemaal waar.
Dat koorts een kenmerk is van griep, maar dat je bij griep niet per definitie koorts hoeft te hebben.
Dat bij partnerdoding het feit dat partners vaak bij elkaar in de buurt zijn, een niet onbelangrijke rol speelt.

Kun je van het gebruiken van het medicijn Paroxetine in een psychose geraken?
Ja.
Nee.
Ja, maar…
Nee, zij het…

Dat een zesde deskundige de mening kan zijn toegedaan dat vijf andere deskundigen er helemaal niets van begrepen hebben.
Omdat ze de kennis ontberen.
En dat die vijf anderen zich daar niet in herkennen.

Verkeerde Alasam S. op het moment dat hij zijn vriendin Renske Hekman en daarna motoragent Dick Haveman om het leven bracht in een psychose?
En als dat zo is, is Alasam S. dan een beetje verminderd of volledig ontoerekeningsvatbaar?
Dat zijn de twee kernvragen.
De zes deskundigen na heel de dag: Ja. Zeker. Nee. Maar mogelijk wel. Of niet. Tenzij.

Zo ongeveer ging het woensdag in zaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden.
Er hadden ook zestig deskundigen kunnen zitten, de uitkomst was hetzelfde geweest.
Het lag ook niet aan hen, niet aan hun deskundigheid.
Zij kunnen er ook niks aan doen dat menselijk gedrag niet wordt bepaald door wiskundige formules.
We zijn nog geen robots.

Een van de deskundigen liet zich tijdens de zitting ontvallen dat eigenlijk niemand het weet, en dat er daardoor vooral wordt gespeculeerd over wat het meest aannemelijke is.
En dat meest aannemelijke wordt dan voor waar aangenomen.
Terwijl dat weer niet zo hoeft te zijn.
Levensgevaarlijk in de rechtszaal.

De voorzitter (rechter) van het hof zei halverwege de ochtend: ‘Er is zo veel informatie. En er zijn zo veel tegenstrijdigheden. Hoe moeten wij nou straks de juiste conclusie trekken?’
Het klonk niet wanhopig.
Zij het dat het ook niet helemaal valt uit te sluiten.

Het proces wordt vandaag voortgezet.
Nabestaanden mogen het hof toespreken.
De advocaat-generaal zal rekwireren.
De advocaat gaat pleiten, zijn pleit telt 90 pagina’s.
Alasam S. krijgt tot slot laatste woord.

Daarna kan het alle kanten op.

rob zijlstra

De waarheid!

Schermafbeelding 2014-05-03 om 22.32.43

deze column in zaterdageditie van dagblad van het noorden

Het is altijd gevaarlijk om strafzaken met elkaar te vergelijken en dan op basis van de ene iets op te merken over de andere.
Dat ga ik nu doen.

Eerst de ene zaak.
Vorige week diende in meerdere opzichten een bijzondere strafzaak in zittingszaal 14.
Een man zou op een dag op twee verschillende plaatsen een moord hebben gepleegd.
Of doodslagen.
Of diefstallen met geweld met de dood tot gevolg.
De kwalificatie is aan de rechters.
Het gebeurde in Groningen.
Maar ook in Amsterdam of Venlo – waarom daar niet – zou het een opmerkelijke zaak zijn geweest.
Omdat zoiets overal zelden voorkomt.

Opmerkelijk mag ook heten dat de strafzaak halverwege het proces werd stilgelegd.
Er was bewijs te over e
n de verdachte staat er niet best voor. Los van wat de rechters later dit jaar bewezen achten en wat voor een straf zij daarbij passend en geboden vinden, een strafeis van levenslang behoort tot de mogelijkheden.

Wordt er een mens afgeschreven of niet?
Dat is de vraag.
Het is strafrecht op het niveau van de Champions League.

De verdachte werd in januari 2013 aangehouden en zit sindsdien in voorlopige hechtenis.
Dan zit je vast.
Al die tijd heeft hij gezwegen, heeft hij de politie niet wijzer willen maken.
Anderhalve week geleden, in de rechtszaal begon zijn mond plots te praten.
Ineens kwam hij met allerlei verklaringen op de proppen die duidelijk moeten maken dat hij niet de moordenaar is van de man (71) die graag in het buurtcafe een borreltje dronk en ook niet van de vrouw (66) die penningmeester was van de sjoelclub in de wijk.

Het klonk allemaal niet heel geloofwaardig wat hij zei.
Toch vond het Openbaar Ministerie (OM) het noodzakelijk zijn verhaal nader te onderzoeken.
Misschien omdat je het maar nooit weet.
Misschien omdat het OM voornemens is levenslang te eisen en dan is ieder spatje twijfel een spatje te veel.
Als nader onderzoek kan aantonen dat de verdachte niet alleen een gewelddadige moordenaar is, maar ook nog eens een dikke leugenaar dan is dat mooi meegenomen.

Maar zo plat was het niet, zeiden verschillende officieren van justitie los van elkaar.
Zo denkt het OM ook helemaal niet.
De reden voor nader onderzoek is: waarheidsvinding.

Waarheidsvinding – een woord dat ietwat plechtig dient te worden uitgesproken – is het hoogste goed van de strafrechtspraak.
Als de waarheid niet bewezen kan worden, dan dient de schuldige vrijuit te gaan.
Zoiets.

Om de waarheid op tafel te krijgen, moet alles, alles uit de kast worden gehaald.
En daarom werd de strafzaak op verzoek van het OM door de rechtbank stilgelegd.
Dat mag magistratelijk heten.

Nu de andere zaak.
Komende woensdag doet het gerechtshof uitspraak (een tussenarrest) in een strafzaak die ook zijn weerga niet kent: de zaak Baflo, 13 april 2011.
Het drama dat zich daar toen, drie jaar geleden al weer, afspeelde kostte politieman Dick Haveman en biologe Renske Hekman het leven.
Het drama van Baflo wordt binnenkort behandeld in hoger beroep.

Alasam S. is de dader die de twee levens nam.
Het Openbaar Ministerie eiste levenslang, maar de rechtbank legde 28 jaar celstraf op.
Dat S. de dader is, staat niet ter discussie.
De grote vraag is – nog steeds – of de daden aan S. kunnen worden toegerekend.
Zeer zeker, zei in Groningen het Openbaar Ministerie dat zich baseert op rapportages van het Pieter Baancentrum.
De rechters in Groningen gingen hier in mee.

Een rapportage van een psychiater die door de advocaat van Alasam S. was ingehuurd, werd toen afgedaan als prutswerk.
Zijn conclusie was dat S. knetter-psychotisch moet zijn geweest, een andere verklaring voor het extreme gedrag van S. is er niet.
Zo zei de psychiater dat.
Het Openbaar Ministerie vond dat ongepast.
De deskundige werd tijdens de zitting neergezet als een prutser die voor veel geld flutwerk had geleverd.

In de aanloop n
aar de inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het gerechtshof twee nieuwe (andere) gedragsdeskundigen – een psychiater en een psycholoog – de opdracht gegeven om nog een keer bij S. tussen de oren te kijken.
Het zekere voor het zekere en in het belang van dat ene grootse goed: de waarheid.

Anderhalve week geleden werden de bevindingen van die twee andere deskundigen geopenbaard op een tussentijdse zitting bij het gerechtshof.
En wat beweren zij?
Alasam S. is ontoerekeningsvatbaar.
Zij sluiten hiermee aan bij het pruts- en flutwerk van de afgeserveerde psychiater.
Hun deskundige bevindingen staan haaks op die van het Pieter Baancentrum, deskundige bevindingen die de rechters in Groningen voor waar hielden.

Strafrechtadvocaat Mathieu van Linde had al eerder betoogd dat S. ontoerekeningsvatbaar is en dat de consequentie daarvan is – moet zijn – dat aan de verdachte dader geen straf kan worden opgelegd.
Van Linde is dus ook te spreken over het andere inzicht dat nu bij het hof op tafel is gelegd.
Hij zei tegen de raadsheren (rechters): ‘De zaak Baflo kenmerkt zich door buitengewone ernst en de lange celstraf die is opgelegd. Alleen daarom al is het wenselijk dat alles wat te onderzoeken is, ook onderzocht moet worden.’

Nu zou je denken dat de advocaat-generaal (dat is de officier van justitie in hoger beroep) namens het Openbaar Ministerie instemmend zat te knikken.
Sterker nog: dat hij in het diepst van zijn hart – het hart dat zijn magistratelijke bloed in de rondte pompt – de advocaat in de armen zou nemen, onderwijl roepende: ‘Yez. Lang leve de waarheidsvinding!’

Maar dat gebeurde niet.
De advocaat-generaal keek zelfs helemaal niet blij.
De magistraat keek chagrijnig, alsof hij geen zin had ook maar iets extra’s te doen in het belang van de waarheidsvinding.
De waarheid staat misschien voor hem al lang vast.
Nu al, terwijl het proces nog moet beginnen.
Misschien gaat dat zo in de praktijk.

De advocaat wil de psychiater en de psycholoog nu als getuige-deskundigen horen op de zitting.
Maar ook daar heeft de aanklager geen zin in.
Hij zei: ‘Nee, nee. Dat gaat me veel te ver. Ik zie geen enkele noodzaak dat die deskundigen moeten worden gehoord. Dat valt maar in herhaling.’

Nee, nee, veel te ver, zie geen enkele noodzaak, dat valt maar in herhaling…

In een strafzaak waar de ernst het meest ernstig is, de straf het meest hoog, het verdriet onpeilbaar, de gebeurtenissen nog altijd niet te bevatten, in zo’n zaak zou je verwachten dat alle deelnemers onverschrokken staalbikkers zijn die hun werk doen op het scherp van de snede.

Rob Zijlstra
.

scherp / scherpst van de snede

 

UPDATE –  7 mei 2014 – tussenarrest
De advocaat van Alasam S. krijgt voor een deel zijn zin. Tijdens de zitting moeten vijf deskundigen (opnieuw) worden gehoord. Het gaat om de deskundigen van het Pieter Baancentrum en deskundigen die op verzoek van de verdediging zijn benoemd. Hun visies op toerekeningsvatbaarheid lopen sterk uiteen. De vraag die moet worden beantwoord is of S. handelde in een psychose of niet. Wanneer  sprake is van een psychose, kan geen straf worden opgelegd. Volgens het Pieter Baancentrum in een psychose niet aannemelijk, hoewel die ook niet helemaal wordt uitgesloten.

Het verzoek om een DNA-onderzoek te verrichten om te achterhalen of S. meer dan gemiddeld gevoelig is voor medicijngebruik is afgewezen.
Volgens de rechters is die vraag niet relevant.

Het streven is om de zaak in de maand juli inhoudelijk te behandelen. Het hof wil daar twee dagen voor reserveren.

 

tussenarrest

klik