In de bubbel

In de toekomst is alles beter. Lees maar. De Rijksuniversiteit Groningen krijgt een nieuwe leerstoel waarop een hoogleraar gaat zitten die zich gaat bezighouden met cybersecurity. Er is 6 miljoen euro beschikbaar. Daarmee wordt niet alleen de leerstoel gefinancierd, maar gaat er ook geld naar een zoveelste steunpunt om bedrijven in Noord-Nederland cyberproof te maken. Ook het onderwijs moet er weer aan geloven en er komen, ronkte het persbericht van de provincie Groningen, vijfhonderd banen bij. Het wordt ontzettend veilig in de toekomst.

Vooralsnog, nu de toekomst nog in het verschiet ligt, is cybercrime overal. En Bennie (26) zou zich er schuldig aan hebben gemaakt: oplichting via Marktplaats.nl. Mensen bestellen, betalen, worden verwachtingsvol aan een lijntje gehouden om tot slot niets geleverd te krijgen.

Er zijn in de zaak van Bennie 37 slachtoffers die samen duizenden euro’s op drie bankrekeningen stortten. Zij hadden met spanning uitgekeken naar de nieuwste airfryer, maar kwamen bedrogen uit. Geen patat, maar gebakken lucht.

Bennie ontkent cybercrimineel te zijn en raakt geïrriteerd als de rechters hem niet direct geloven. Ze blijven maar vragen stellen. Bennie, met stemverheffing: ‘Als ik dit had geweten was ik niet gekomen. Ik loop hier toch geen onzin te verkondigen? Ik ben toch geen fucking leugenaar?’

Na twee uur gepraat verrast de officier van justitie met de mededeling dat hij het eigenlijk ook niet weet. En hoe frustrerend dat is. Er zijn immers wel opgelichte slachtoffers en als crimefighter heb je daar graag een verdachte dader bij.

Maar… het geld van de gedupeerden stond wel op bankrekeningnummers die op naam staan van Bennie. Hoe kan dat dan? Bennie heeft een verklaring. Hij had jaren in de gevangenis gezeten en toen hij eindelijk vrijkwam was er niemand en ook geen plek om naar toe te gaan. Hij belandde in het circuit van B. uit Hoogezand. In ruil voor onderdak had hij B. de beschikking gegeven over zijn rekeningnummers met alle gegevens, inclusief die van internetbankieren en ook nog zijn id-kaart. Wat B. daarmee zou kunnen, was niet zijn ding, ’t ging hem om onderdak.

Bennie zegt dat hij zo lang heeft vastgezeten dat hij niet eens kan weten wat internetoplichting is. Hij is meer van de klassieke afpersingen en overvallen.

De officier van justitie vindt uiteindelijk dat Bennie moet worden vrijgesproken van de oplichtingspraktijken, maar dat witwassen bewezen kan worden. Er stond immers misdaadgeld op zijn bankrekeningen.

De officier van justitie: ‘Maar als de raadsman van de verdachte het daar niet mee eens is, snap ik dat.’ De strafeis is drie weken voorwaardelijke celstraf. Wordt de eis de straf, dan merkt Bennie daar niks van.

Zou het een goed idee zijn om met dat subsidiegeld behalve leerstoel en steunpunt ook twee of drie rechters aan te kopen? Is het opsporen van cybercriminelen al niet eenvoudig, het is zo mogelijk nog moeilijker om dit geboefte voor de rechter te brengen, voor rechters die naar eigen zeggen verzuipen in het papierwerk. De kwestie van Bennie dateert van 2015. Voor het idee: het is nu 2019.

Dan Anne. In december 2017 was zijn strafdossier klaar om aan rechters te worden voorgelegd. Het duurt dan nog dertien maanden voordat dat ook echt gebeurt. Als de rechters aan Anne (33) vragen of het klopt, of het klopt dat hij het heeft gedaan, moet hij een beetje huilen.

Hij zegt: ‘Ik zat financieel aan de grond, ik zat helemaal in mijn bubbel en zag geen uitweg.’ Na tien jaar studie stopte acuut de studiefinanciering en daar had hij geen rekening mee gehouden.

Rechters: ‘Uw slachtoffers waren uw medestudenten. Die hebben ook moeite om het einde van de maand te halen.’
Anne: ‘Ik was egoïstisch. Maar ik wist dat ze schadeloos gesteld zouden worden door Bol .com.’

Als een gewiekst cybercrimineel fietste Anne door de stad, met aan het stuur een plastic tas vol papier en karton. Hij fietste langs adressen die hij vooraf had geselecteerd. Het papier en karton propte hij zorgvuldig in brievenbussen. En wel zo dat de pakketjes die er later zouden worden bezorgd, niet diep konden wegzakken. Waren de pakketjes eenmaal bezorgd dan kwam hij zo snel als mogelijk terug om de buit met een haakje van de barbecueset uit de brievenbus te hengelen.

De buit bestond uit dure spullen. Printerinkt, harde schijven, studieboeken, soms een cd, een dvd, een keer een setje onderbroeken. Hij bestelde vooral bij Bol .com, maar ook bij Coolblue en bij Otto

De cybercrime zelf speelde zich af in de computerruimtes van de Hanzehogeschool. Op de achterkant van computers plugde hij keyloggers in. Dat zijn op usb-sticks lijkende cyberdingetjes die toetsaanslagen registreren en opslaan. Met de ontfutselde gegevens kon Anne inloggen op e-mailaccounts en webshopaccounts van zijn medestudenten. Zo kon hij uit hun naam spullen bestellen, af te leveren op de door hem geselecteerde adressen met de geprepareerde brievenbussen.

De studenten kregen ondertussen de rekeningen van goederen die ze niet hadden besteld. Een vader van een gedupeerde student, vader is advocaat, vertelt aan de rechters hoe groot de paniek is wanneer je ontdekt dat iemand uit jouw naam spullen koopt. ‘Dan moet je van alles doen en je weet niet waar het lek zit. Je moet al je wachtwoorden op al je apparaten veranderen, je moet naar het politiebureau om aangifte te doen. Dat brengt paniek, angst en slapeloze nachten.’

De officier van justitie denkt dat Anne de boel voor zo’n 10.000 euro listig heeft geflest. De spullen die hij buitmaakte, verkocht hij op Marktplaats. Er komt een dag dat hij de opbrengst moet inleveren. Met de hiervoor benodigde procedure wordt zodra ergens capaciteit is, in de toekomst een begin gemaakt.

Voor nu: een jaar celstraf, de helft mag voorwaardelijk. Dat past hem slecht. Hij heeft inmiddels een baan in de energiesector en met de Hanzehogeschool heeft hij – na een jaar schorsing – afgesproken dat hij zijn studie mag afmaken.

Anne vreest terugkeer naar de vreselijke gevangenis die voor cybercriminelen niet anders is dan voor het klassieke geboefte. Zijn werkgever weet nog van niks. Anne eindigt de zitting met hoe hij begon: met een beetje huilen.

Snift: ‘Als ik mijn baan kwijtraak, raak ik weer uit balans.’ De allerlaatste woorden heeft hij ingestudeerd, het zijn woorden die over zijn toekomst gaan. Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik wil niet in de bak, maar aan de bak.’

Rob Zijlstra

het ronkende persbericht

update – 11 februari 2019 – uitspraak 

Bennie is vrijgesproken van oplichting, maar schuldig bevonden aan witwassen. Hij krijgt geen straf. Waarom niet? Dat is te lezen in het vonnis [klik op afbeelding]

 

Ongewenste manieren

Een van de rechters:
‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’

Schermafbeelding 2016-07-02 om 10.53.26Er zijn mannen die alles hebben, mannen die alles willen hebben en er bestaan mannen van niets.
Al die mannen kun je in de rechtszaal tegenkomen als verdachte.

Ward en Bart zijn mannen van alles.
Ward is 80 jaar, maar noem hem niet zoals de officier van justitie deed ‘een al wat oudere man’.
Want zo voelt hij zich absoluut niet.
Hij had een kwekerij van bloemen en 200 mensen in dienst.
Nu geniet hij van het schoon dat het leven hem te bieden heeft.
Dat doet hij bijvoorbeeld buitengaats en op het platte dak waar zijn jacuzzi staat.
Als het even kan met jonge vriendinnen want ook die heeft hij.

Soms te jong, zegt de officier van justitie.
Ward zou zes jaar geleden in de jacuzzi seks hebben gehad met een 16-jarige werkneemster die hij verleidde met cadeautjes en geld.
Ward ontkent.
Ze was 18 toen het was gebeurd.
Want daar lette hij scherp op.
Zegt: ‘Ik had ze nooit onder de 18. Ik wachtte altijd. En dat vond ik heel moeilijk.’
Rechters: ‘Want u wilde wel eerder?’
Ward, enthousiast: ‘Jaaaa.’
De officier van justitie eist een dag celstraf en een taakstraf van 100 uur.
Wat Ward was, is Bart (66) nog steeds: directeur/eigenaar van een groot bedrijf met vestigingen in Duitsland, Oostenrijk en met de Verenigde Staten in beeld.
Sponsor van lokale activiteiten.
Hij bewoont een van de duurste woningen van Drenthe, zij het dat hij thuis de boel wel ‘flink in de war heeft’ zoals hij het zelf uitdrukt.
Zijn echtgenote maakt namelijk thuis de post open.
Toen ze las dat haar man zich voor de rechtbank in Groningen moest verantwoorden wegens aanranding van de eerbaarheid was het riante huis zowaar te klein.

Bart zucht verongelijkt.
Ziet een vrouw er leuk uit, dan zegt hij dat.
Want hij is van nature een jager.
Tik op de bil Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.00.24erbij, knijpje in de zij, niks mis mee.
Tenminste, dat dacht hij altijd.
Hij weet inmiddels beter.
Zoiets mag tegenwoordig niet meer.
Kennelijk.
Ook al zijn de rokjes nog zo kort, zo kort dat ‘ze’ om aandacht vragen, ja er zelf om vragen, de handjes blijven nu thuis.
Hij heeft zijn lesje geleerd.
Zo praat Bart die volgens zijn advocaat niet alleen authentiek is, maar ook een ‘amicale vrijbuiter’.

Twee werkneemsters deden aangifte wegens amicale vrijbuiterij: van ontuchtige handelingen.
Ze waren bang geweest omdat hij de baas was en namen uiteindelijk zelf ontslag.
De officier van justitie: meneer dwong deze vrouwen handelingen te dulden.
Meneer wilde met zijn seksueel getinte gedrag meer dan alleen maar een goede werkgever zijn.
Hij maakte misbruik van zijn positie.
De eis: een taakstraf van 120 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Gerrit (64) is een man die alles wil hebben, bij voorkeur wat van anderen is.
Gerrit had kennis van zaken, kende veel financiële termen uit het hoofd, voorspelde dat heel de bliksemse boel zou instorten, dat banken zouden omvallen en dat hij redder in nood kon zijn.
Vijf echtparen met geld, hypotheken en overwaarde op hun woningen gaven Gerrit – het is dan 2007, 2008 – opgeteld een miljoen euro in beheer.
In ruil kregen ze maandelijks 12 procent rente.
Dat kreeg je nergens.

In 2012 ging het mis.
Plots kwam er aan het einde van de maand geen geld.
Gerrit leek verdwenen, in werkelijkheid leefde hij als een god in Frankrijk die graag ging shoppen in Amsterdam.
Er werd aangifte gedaan en na veel gedoe en weinig prioriteit bij de politie stond Gerrit deze week dan eindelijk terecht.Niks aan de hand, zei hij tegen de rechters.

Nog een maSchermafbeelding 2016-07-01 om 00.04.00and en hij is miljonair.
Hij is namelijk de zoon – denkt hij – van een vermogende mevrouw uit Zwitserland die is overleden.
Er loopt een procedure en als DNA uitwijst dat deze mevrouw (die nog wel opgegraven moet worden) zijn moeder is, dan zijn de miljoenen die zij naliet aan neven en nichten van hem.
En het eerste wat hij dan zal doen, is die vijf mensen betalen.
‘Want ik heb dat geld geleend en dan moet je het ook teruggeven.’

Quatsch, zegt de officier van justitie.
Ook de rechters geven er blijk van bedenkingen te hebben bij de solvabiliteit van de verdachte. Een van de rechters: ‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’
De officier van justitie: 18 maanden celstraf, daarvan 6 voorwaardelijk.

Hassan en Mohamud vormen een schril contrast met Ward, Bart en Gerrit, zo schril dat het zeer doet aan de ogen.
Hassan en Mohamud zijn mannen van niets.
Ze hebben geen geld, geen uitkering of verzekering, geen dak boven het hoofd, dus ook geen jacuzzi, ze hebben geen status anders dan ongewenst, geen toekomst, geen vrijheid, geen dingen om te doen, nooit vakantie.
Wat ze hebben zijn strafbladen, alcoholproblemen, verstandelijke beperkingen, een uitzichtloos en onzeker bestaan, gedachten vol treurnis.

Het feit dat ze ongewenst zijn verklaard en hier toch zijn, maakt dat ze continu de wet overtreden zolang ze ademhalen.
Probleem is dat ze het land niet uitgezet kunnen worden.
Hun pech is dat ze zijn geboren in Somalië.
Dat nekt ze nu.
Somalië is een land zonder autoriteit.

Op koopzondag had Hassan een leren tas gestolen uit de etalage van Dicapolavori in de binnenstad van Groningen.
Het ding kostte 140 euro.
Mohamud zegt dat hij niets heeft gestolen, maar dat hij er wel bij was.
Een voorbijganger zag de mannen lopen met de tas, hij profileerde wat, maakte toen een foto en stapte de winkel binnen.Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.10.18
Zo werd de diefstal ontdekt.
De politie deed de rest.
Dit was in april.
Sindsdien zitten ze vast.
Het was een diefstal op bestelling, want bij de aanhouding was de tas al verkocht.
Het geld was bedoeld voor eten.

De twee mannen hebben al veel veroordelingen op naam staan en de maat is vol.
De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Voor ongewensten betekent dit dat ze twee jaar in de gevangenis zitten.
De aanklager: het betekent dat ze twee jaar lang een dak boven het hoofd hebben, te eten en dat ze twee jaar lang niets kunnen stelen.
Dat is de winst.

Strafzaken met elkaar vergelijken brengt het gevaar met zich mee dat er verkeerde conclusies worden getrokken.
Het is dus niet zo dat wie het minst heeft, per definitie de hoogste straf krijgt.

Rob Zijlstra

update – 8 juli 2016 – uitspraken
Ward is vrijgesproken. Uit het dossier kan niet met duidelijkheid worden opgemaakt of de vrouw 16 was toen hij seks met haar heeft gehad. dat ze toen al 18 jaar was kan niet worden uitgesloten. Bart is wel veroordeeld: een werkstraf van 80 uur. De rechtbank is het met het OM eens dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie als directeur. De straf valt iets lager uit dan de eis omdat Bart heeft aangegeven dat hij vrouwvriendelijk is geworden.

Aanstormend miljonair Gerrit moet zitten, conform de eis een jaar cel met nog eens een half jaar voorwaardelijke celstraf als waarschuwing. Voor de oplichtingskwestie is hij vrijgesproken. De straf is vanwege de verduistering van de gelden van de Eindhovenaren.

Hassan en Mohamud krijgen de komende twee jaar een bed met bad en brood, maar raken wel twee jaren vrijheid kwijt opdat ze de middenstand niet kunnen duperen.  De isd-maatregel dus. Ik vraag me af of dit wel in de haak is met de bedoelingen van de maatregel.

Geen werk, mooi werk

mijn wenkbrauw zit
al bijna in de haargrens
als ik u dat hoor zeggen

 

Franky kun je rustig een apart geval noemen.
Hij is net een paar weken 21 jaar, hij heeft geen diploma’s, geen werk en geen werkervaring.
Hij heeft wel een vriendin.
Elke dag wacht hij bij het hek van de school om haar op te halen.

Zijn moeder had gezegd dat hij liegend en bedriegend door het leven gaat.
Ze noemt haar zoon een ‘luie, manipulatieve klootzak’.
Als de rechters hem dat voorhouden, zegt Franky: ‘Dat is natuurlijk niet leuk.’
Maar de zorgen die er over hem zijn – zorgen van hier tot helemaal aan Tokio – zijn misplaatst, vindt hij.
Dat komt door zijn vriendin.
Dankzij zijn vriendin zal hij op het rechte pad blijven.

Als hij dat zegt, staren de rechters hem met grote ogen aan.
Een van de rechters: ‘U bedoelt uw vriendin van 14 jaar die al eens zwanger van u is geweest en toen abortus pleegde?’
Franky knikt: ‘Die ja. Ze is trouwens bijna 15.’

Hij had ingebroken bij een kennis van zijn vader.
Uit de woning had hij naar eigen zeggen speelgoed en een hoop troep gehaald, uit de schuur onder meer gereedschap, een lasapparaat, een werkbank, een slijpmachine, een boorstander, een tafelzaagmachine.
De Volkswagen Golf die er ook stond, had hij verpatst bij de sloop.
Had nog 150 euro opgeleverd.

Dit was niet alles.
In Muntendam had hij ingebroken in een woonvoorziening waar zijn vriendin verblijft.
Daar pikte hij geldkistjes en pinpassen met bijbehorende pincodes.
Met het gepinde geld deed hij boodschappen en verbleef hij een paar nachten bij Van der Valk.

Hij zegt:‘Het was steeds haar idee en ik was zo stom om het te doen.’
Wat ook meespeelde was dat hij het huis was uitgezet.
‘Ik kon nergens heen.’
Het was ook daarom dat hij de banden van de auto van zijn broer had lek gestoken.
‘Hij zou me helpen, maar hij trok de handen van me af.’
Verder zijn er nog wat vernielingen, wat diefstallen met braak, bedreigingen, een zware mishandeling.
Opgeteld: 18 misdrijven.

Franky wil wel een behandeling.
Hij wil dan wel leren, zegt hij, dat hij eerst moet nadenken en dan pas moet doen.
De rechters zeggen dat ze iets opmerkelijks hebben gelezen in het strafdossier.
‘U bent al vaak veroordeeld, ook door kinderrechters, u heeft een fors strafblad, bent inmiddels veelpleger (erkende status), maar u drinkt geen alcohol en u gebruikt ook geen drugs. Dat maakten we nog nooit mee.’
Franky glimlacht en zegt: ‘En ik rook ook niet.’

Hij heeft een hulpverlenende coach die laat weten dat hij al een tijdje niet door de politie is gebeld.
‘Dat is dus positief.’
De coach zegt ook: ‘Franky is een prima jongen, alleen we krijgen hem niet tussen de lijntjes.’

De coach: ‘Hij is meerderjarig, dus dwingen kunnen we hem niet.
Hij woont nu zelfstandig en eerlijk gezegd hoop ik dat dat misgaat zodat hij noodgedwongen bij ons komt. We houden een plek voor hem vrij.’
De hulpverlener geeft toe dat hulp verlenen aan Franky is als trekken aan een dood paard.
‘Maar we laten hem niet vallen, want dan is het hek van de dam.’

Rechters: ‘Wat gaat er gebeuren als de verkering uitgaat?’
Franky: ‘Dan blijf ik op het rechte pad.’

De officier van justitie noemt de verdachte een plaag voor de samenleving die een forse straf verdient.
Hij wil dat Franky zijn zelfstandige woonruimte opgeeft en onder de vleugels van de coach gaat wonen.
Doet hij dat niet, dan kost hem dat negen maanden celstraf.
Die maanden gelden daarom als voorwaardelijk.
Daarnaast is er de onvoorwaardelijke strafeis: een half jaar zitten.

De advocaat zegt dat het opleggen van straf in dit aparte geval niet zal helpen.
Hij snapt de aanklager overigens wel: de officier van justitie moet wat, voor het oog van de buitenwacht.
‘Maar ik pleit voor een tweede kans. Voor een laatste kans.’

Er zat deze week nog een apart geval in zittingszaal 14.
Het betreft een vrouw die niet in het echt Natasja heet, in Assen woont en over een paar dagen 40 wordt.
Zij genoot wel opleidingen, heeft werkervaring en had een baan.
Ze was administratief medewerkster van een bedrijf dat internationaal actief is in de scheepsbouw in Sappemeer.
Het ontslag was op staande voet.

Tussen januari 2007 en september 2011 zou zij geld van haar werkgever hebben verduisterd (gestolen).
Toen ze na vier jaren tegen de lamp liep, was de verduistering opgelopen tot bijna 150.000 euro.

De verdenking is dat ze bedrijfsgeld overmaakte op haar eigen rekening, soms duizenden euro’s per maand en dat ze aankopen deed met de pinpas van het bedrijf.
De bankpas lag met pincode in een zwart doosje in een van de lades van haar bureau.

Natasja zegt niet zo veel.
Bij de politie had ze het een klein beetje toegegeven.
In de rechtszaal antwoordt ze dat het wel zou kunnen, dat ze het niet meer weet en dan weer dat ze het niet heeft gedaan.
Een van de rechters: ‘Mijn wenkbrauw zit al bijna in de haargrens als ik u dat hoor zeggen.’

Een vraag was of het niet merkwaardig is dat een bedrijf in de scheepsbouw aankopen doet bij Vera Moda, We Men, Ici Paris en bezoeken brengt aan Sundays (zonnestudio)?
Dat een scheepsbouwbedrijf toch geen schoenen koopt bij Manfield in Assen?
En wat moet een scheepsbouwer met lingerie?

Wat ze toegeeft is goed voor 40.000 euro.
En de rest?
Ze zegt, zachtjes, dat de jongens van de werkvloer ook van het pasje gebruik maakten.
En dat de jongens, net als de directeur zelf trouwens, nooit bonnetjes hadden als ze de pas hadden gebruikt.

De rechters hadden gelezen dat Natasja aan haar vriend een bijzonder cadeau had gegeven: een feestje met een optreden van Mooi Wark.
Had haar 3400 euro gekost.
Ging daar het geld naar toe?
Naar dat soort dingen?
Ze zwijgt.

De strafzaak wordt, ook apart, niet afgerond.
De advocaat zegt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om de financiële kant van de zaak te bestuderen.
Het Openbaar Ministerie had het dossier immers te laat bij hem afgeleverd.
Ook moet de advocaat – voor iets heel anders – over een uurtje al in de rechtbank van Assen zijn.
De strafzaak krijgt iets gehaasts, iets lelijks.
De rechters besluiten halverwege te stoppen om later verder te gaan.
Later is in dit geval: oktober (nog wel van dit jaar).

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 6 juli 2015
De rechtbank acht alle feiten die aan Franky ten laste waren gelegd bewezen. De opgelegde straf: 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij zich laten behandelen en moet hij onder begeleiding gaan wonen bij de mensen die hem willen helpen.

De voorzitter

op een zonnige voorjaarsdag

– het is buiten 21 graden –

gaat het mis

puinhoop na zitting

puinhoop na zitting

Als het tactiek is, dan is er maar één conclusie mogelijk: volslagen mislukt.
Aan het einde van de rechtszaak is de rechtszaal veranderd in een grote puinhoop.
Overal ligt tegenstrijdige informatie, warrige beweringen druipen als stroop van de tafels op de vloer, aan het plafond bungelen malle uitspraken, de muren zijn besmeurd met onduidelijkheden.

Ik heb geen cent in mijn zak gestoken, roept de verdachte voorzitter als hij het laatste woord krijgt.
De officier van justitie beweert anders.
De voorzitter heeft 82.291 euro gemeenschapsgeld van ons gepikt, roept de aanklager terug.
De verdachte voorzitter: ‘Ik wil een eerlijk proces.’
Daar voegt hij later aan toe: ‘En ik word gediscrimineerd.’

De rechters lijken ook een tactiek te hebben: kalm en rustig blijven.
Die opzet slaagt wel.
‘Tuurlijk krijgt u een eerlijk proces’, zeggen de rechters, ‘daar hoeft u niet eens om te vragen, dat is hier het uitgangspunt.’
Strafrechters zijn wel wat gewend.
De verdachte voorzitter, noem hem maar Azer, beantwoordt vragen met tegenvragen of met aanvullingen waar consequent geen touw aan is vast te knopen.
Zo probeert hij zo veel mogelijk ruis te doen ontstaan.

Een van de rechters: ‘Ik stel u een concrete vraag en dan wil ik een ja of een nee horen.’
Verdachte, met kracht: ‘Nee!’
Rechter (zucht): ‘Ik heb mijn vraag nog niet gesteld.’

Azer (43) is een innemende en enthousiaste man die zich oprecht inzet voor bewoners en voor de wijk met achterstanden waarin hij woont.
Maar hij is ook een ruziezoeker, een man die bij problemen direct schermt met juridische stappen.
Dat zeggen dezelfde mensen.
Toen hij in 2011 voorzitter werd van de bewonersorganisatie Wijert Welzijn in Groningen, kreeg hij het al snel aan de stok met de penningmeester die om die reden opstapte.
De andere bestuursleden bemoeiden zich niet met het geld.
Op papier werd zijn echtgenote van wie hij is gescheiden (‘dat ontken ik’) penningmeester.
Achteraf erkende een van de bestuursleden: ‘Wij zijn een stelletje naïeve amateurs geweest.’

Toen er vragen kwamen had Azer gezegd dat het geld van de bewonersvereniging, zo’n 75.000 euro, in zijn kluis zat, veilig opgeborgen,  beter dan bij de bank op rekening.
De kluis is onderzocht.
Geen tienduizenden euro’s subsidiegeld, er ligt welgeteld vijftien eurocent (€ 0,15) in.
Azer heeft de verklaring: de politie heeft het geld gepikt.

De bewonersorganisatie van Azer krijgt geld van de gemeente.
Voor het aanleggen van een ecologisch wandelpad door de woonwijk met veel achterstanden krijgt de vrijwilligersorganisatie 7.700 euro.
Zo’n eco-wandelpad helpt bij achterstanden.
Maar er ontstaan twijfels, want het eco-pad ligt nergens.

Op een zonnige voorjaarsdag in mei 2013 – het is buiten 21 graden – gaat het mis.
Azer is op die dag depressief, telefonisch onbereikbaar en spreekt anders dan anders met zachte stem, vertelt een medebestuurder.
Azer zou overspannen zijn en hebben opgebiecht dat hij grote fouten heeft gemaakt.
Hij heeft geld weggegeven aan asielzoekers in Ter Apel, aan Somalische gezinnen zonder eten.
De rest heeft hij vergokt in casino’s, in de hoop het geleden verlies ten behoeve van de achterstandswijk terug te winnen, wat jammerlijk mislukt.
Hij smeekt op knieën zijn medebestuurder geen aangifte te doen.
De medebestuurder doet dat wel.
De volgende dag vliegt Azer hoog door de lucht naar zijn geboortestad Teheran (Iran).
Op Schiphol spendeert hij nog zo’n vijfduizend euro.

De officier van justitie vermoedt dat Azer niets heeft weggegeven, maar het verduisterde geld heeft verpatst met het huren van dure auto’s waarin hij graag rondjes reed.
En met gokken.
Er zijn aanwijzingen dat de gevallen voorzitter verslaafd is aan gokken.
Sinds 2003 mag hij bijvoorbeeld niet meer in het Holland Casino in Groningen komen.
De aanklager: ’Hij is langzaam weggezakt in een financieel moeras.’
Azer ziet dat anders.
Hij mag niet meer in het casino komen omdat hij zeg maar bepaalde dingen weet over de balletjes.
Nee, dat hij geld heeft gepind bij geldautomaten nabij casino’s in Duitsland zegt niks.
Wat zegt dat dan?

Azer beweert gewoon dat alles niet waar is, maar anders.
De biecht op die zonnige dag is er niet geweest. Belastende e-mails die hij verstuurde heeft hij niet verstuurd, hetzelfde geldt voor sms’jes afkomstig van zijn mobiele telefoon: die berichten zijn vervalst.
De bankafschriften ook.
Hij denkt dat de gemeente Groningen hem kapot wil maken.
Zo nu en dan snoeren de rechters hem de mond.
Ik denk dat ze dat doen omdat een verdachte niet aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken.

De officier van justitie eist tien maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk.
Het verduisteren van gemeenschapsgeld moet zwaar tellen, zegt de officier van justitie.
’Hij heeft het vertrouwen geschonden, dat is erg omdat onze samenleving in zowel economisch als sociaal opzicht afhankelijk is van dat vertrouwen.
Het ware beter geweest dat medebestuurders hadden gecontroleerd, iets wat zij niet hebben gedaan, misschien door een gebrek aan financiële kennis.
Maar er is hier maar één schuldige en dat is de voorzitter.’

Dit verhaal krijgt geen onverwachte wending meer.

Ik staar naar het plafond.
Daar bungelt de opmerking van Azer dat er een ambtenaar van de gemeente Groningen bestaat met een eigen advies-bv die klussen doet voor de gemeente.
Iets hoger slingert nog de bewering dat er veel ambtenaren-bv’s zijn die elkaar klussen geven.
Het is niet uit te sluiten.
Er gebeuren soms rare dingen in ambtenarenland.
Op de vloer drupt de uitspraak dat de bewonersorganisatie een subsidie kreeg van 13.000 euro voor het aanschaffen van een aggregaat.
Alsof zo’n ding helpt in een Groninger achterstandswijk.
In een hoek van de rechtszaal ligt een puinhoop met 14.000 euro’s, geld dat de bewonersvereniging zou hebben ontvangen van de gemeente om een rotonde in de wijk op te kalefateren.

De gemeente Groningen, zegt de advocaat, heeft in dit verhaal ook een verantwoordelijkheid. De administratie was een warboel, en daar is de gemeente met al die goedbetaalde ambtenaren mede voor verantwoordelijk.
Dat kun je, zegt de advocaat, niet allemaal op de vrijwillige voorzitter afschuiven.
Wel, vindt de officier van justitie.
Sterker nog, zij wil dat Azer die 82.291 euro’s terugbetaalt.

Wanneer ik de rechtszaal verlaat, struikel ik over de terloops gedane  opmerking van Azer dat-ie net een erfenis van een half miljoen heeft gekregen.
Een van de rechters vraagt voor de zekerheid: een half miljoen?
In welke valuta?
Euro’s.

Met de wijk komt het wel goed.

Rob Zijlstra

update – 12 februari 2015 – uitspraak
De gemeente Groningen krijgt een tik op de vingers. Had de gemeente beter toezicht gehouden op de subsidiegelden, dan was de schade mogelijk beperkt gebleven, staat in het vonnis. Die kritiek geldt ook voor de betrokken woningbouwcorporatie.
Vanwege het falende toezicht ziet de rechtbank af van het opleggen van een celstraf. Azer mag boeten met een taakstraf van 240 uur en vier maanden voorwaardelijke celstraf als stok achter de deur. Dit laatste is nodig vinden de rechters omdat de man geen inzicht toont in zijn strafbaar gedrag.

update – 12 maart 2015 – uitspraak ontneming
De rechtbank heeft geoordeeld dat de voorzitter het geld dat hij heeft weggenomen moet inleveren. Het gaan dan om 82.291 euro.

Schermafbeelding 2015-02-12 om 18.00.47

klik op afbeelding voor het vonnis

 

 

Niets te verliezen

We vertroetelen 

het idee dat de misdaad

kan leiden naar een 

groots en meeslepend leven

Overdag vinden we dat de misdaad bestreden moet worden, met zwaardere straffen en als het even kan te ondergaan in tochtige gevangenissen.
Maar als dan de avond is gekomen en de televisie is aangezet, dan willen we de misdaad voor geen goud missen.
Dan vertroetelen we het idee dat de misdaad kan leiden naar een groots en meeslepend leven.
De televisie blijft dat maar herhalen.

In ’t echt is ’t anders.

Neem Don.
Hij is 27 jaar, woont zelfstandig, zijn ouders drie straten verderop.
Contact heeft hij nauwelijks met ze.
Tegen de rechters zegt hij dat hij bezig is een goede toekomst neer te zetten.
Dat moet hij alleen doen en soms samen met zijn vriendin met wie hij in de schuldsanering zit.
Don heeft voor 9.000 euro boetes openstaan.

Op een dag is zowel het geld als het eten op.
Beide heeft hij dringend nodig.
Lenen is geen optie meer.
En zo kan het gebeuren dat hij via het internet een pizza bestelt en als de bezorger het steegje inloopt hij zijn mes laat zien en vraagt: ‘Is het je waard neergestoken te worden? Nee? Geef dan je portemonnee en je mobiele telefoon.’

Rijkdom brengt het hem niet.
Een paar tientjes.
De telefoon, een iPhone 5, is beveiligd.
Daar kan hij dus niks mee.
Don besluit het toestel terug te brengen naar de pizzeria waar hij zijn valse bestelling had gedaan.
Kijk, zegt hij, heb ik gevonden.

De politie spoort hem op – gestolen mobiele telefoons zijn grote verraders – en de officier van justitie spreekt zijn verbazing uit.
‘Dat u zulke gemakkelijke keuzes maakt. Even geen geld, en dan hupsakee, een overval. Ik eis acht maanden gevangenisstraf.’
Don buigt het hoofd.
Daar gaat z’n toekomst.
Uitgerekend nu hij weer naar school wil om zijn koksopleiding af te maken.
Hij wil pizzabakker worden.

Of Neem Santino die twee jaar geleden ook al eens in zittingszaal 14 zat, toen vanwege een serie lelijke woninginbraken.
Santino kijkt samen met zijn vriend naar Alberto Stegeman op de televisie.
Het is inspirerend en een groots idee ontstaat: we gaan pedo’s pakken.

Ze kruipen achter de computer, maken een account aan en chatten er lustig op los.
Ze doen alsof ze Nickie en 15 jaar zijn.
Als snel meldt zich een man die wel in is voor een vrolijk samenzijn met een ondeugende 15-jarige.
Op de afgesproken plek, nog diezelfde avond, stappen ze bij de man in de auto en zeggen dat zij Nickie zijn en nu geld willen hebben.
Zo niet, dan vertellen ze aan de politie dat hij een vieze pedo is die seksuele dingen chat met een meisje van 15.

De man betaalt vijftig euro.
Stegeman bedankt.
Terwijl zij linea recta naar de McDonald’s gaan, doet de man aangifte.

Santino zegt tegen de rechters dat hij inmiddels 22 jaar is en zijn jeugdige onbezonnenheid kwijt is.
‘Ik kijk nu heel anders tegen de dingen aan.’
De officier van justitie: acht maanden celstraf, de helft voorwaardelijk.

Dan Michael.
Hij is 47.
In het jaar dat Santino wordt geboren, gaat hij aan de slag als financieel medewerker bij een aannemer.
Jaar in, jaar uit houdt hij de boeken bij, maar geluk brengt het niet.
Ook thuis met een vrouw en drie jengelde kinderen voelt hij zich niet op z’n gemak.

Op een dag meldt de echtgenote bij de politie dat haar man niet is thuisgekomen.
Een dag later doet de aannemer aangifte van verduistering.
De twee meldingen blijken bij elkaar te horen.
Michael is met de noorderzon vertrokken.
Ontdekt wordt dat hij een vliegticket heeft gekocht, Toronto Canada.
De spaarrekeningen van de drie kinderen zijn geplunderd, de zesduizend gespaarde euro’s zijn weggeschreven.
De aannemer: ‘En ik ben 262.000 euro lichter.’

Kort daarop wordt veel duidelijk als de echtgenote een sms’je van Michael ontvangt.
De boodschap: ‘Ik kom nooit meer thuis.’

Deze week zit Michael in de verdachtenbank.
Hij zegt dat hij niets wil zeggen.
Waarom niet?
‘Dat wil ik ook niet zeggen.’
Rechters: ‘U vindt het moeilijk?’
Michael: ‘Ook.’

Zeven maanden is hij in Canada geweest.
Daarna wil hij naar Spanje.
Maar misschien ook wel niet.
Hij landt in elk geval in Londen en daar op het vliegveld wordt hij aangehouden en uitgeleverd aan Nederland.

Heeft hij de tijd van zijn leven gehad?
Groots een meeslepend geleefd in Canada?
Alles gedaan wat God verboden heeft?
Met wilde, lange nachten die 22 jaar duf boekhouden voor altijd doen vergeten?

Neen.

Wanneer Michael in het vliegtuig stapt om nooit terug te keren, heeft hij bijna geen geld meer.
Vrijwel platzak komt hij in Toronto aan.
Onderdak vindt hij bij een gemeenschap die je ook een sekte kunt noemen, zegt hij in zijn spaarzame woorden tegen de rechters.

Jarenlang vertelt hij thuis dat hij het druk heeft op zijn werk, dat hij daarom zo vaak moet overwerken tot in de nacht.
In werkelijkheid zit hij dan in het casino.
In de boekhouding van de aannemer bestaat een fictief bedrijf met een bankrekening op zijn naam.
Als hij een keer ziek is en het bedrijf een tijdelijke vervanger zijn werk laat doen, komen 49 dubieuze overboekingen aan het licht.

Michael wordt door zijn werkgever ontboden om tekst en uitleg te geven op de dag dat zijn vrouw hem bij de politie als vermist opgeeft.
Het verduisterde geld en ook het spaargeld van de kinderen is via het Holland Casino in ’s lands staatskas terechtgekomen.

Alles is vergokt.

Gedragsdeskundigen hebben een ernstige vorm van verslaving vastgesteld.
En het Syndroom van Asperger.
De rechters: ‘U ervaart schuld, maar kan daar geen uiting aan geven. U voelt geen spijt. U denkt concreet en rechtlijnig. U ligt er ook niet wakker van.’
Michael: ‘Ik ben het liefst alleen.’
Rechters: ‘Wat doet het met u?’
Michael haalt de schouders op en zegt: ‘Mijn geval heeft in elk geval een naam.’

De officier van justitie zegt dat Michael met de schrik vrij mag komen.
Als het aan de aanklager ligt krijgt hij de 35 dagen celstraf die hij al heeft uitgezeten. Daarnaast een werkstraf van 180 uur.
Het geld dat er niet meer is moet worden terugbetaald.

Ik kijk de advocaat van Michael na als zij zingend het gerechtsgebouw verlaat.
Met haar linkerhand slaat zij de kraag van haar lange jas omhoog en stapt dan gehakt de regen in.
Ze zingt: ‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Rob Zijlstra

update – 22 januari en 29 januari – uitspraken
Don – schuldig en strafbaar – 7 maand waarvan 3 voorwaardelijk
Santino – schuldig en strafbaar – 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk
Michael – schuldig en strafbaar – een taakstraf van 240 uur en 336 dagen celstraf waarvan 300 voorwaardelijk (michael heeft na zijn aanhouding 36 dagen vastgezeten, vandaar.)


 

‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Like a rolling stone (Bob Dylan)

Een taboe en 4.772 flessen whisky

Schermafbeelding 2014-02-01 om 22.23.30Wie wel in rechtszalen van het strafrecht komt weet dat de veelgebezigde opmerking ‘wie niets heeft gedaan, ook niet hoeft te vrezen’ lariekoek is.
Wanneer twee mensen beweren dat ze het gezien hebben, dan kan dat zomaar de waarheid wezen.
Ook als die het niet is.
Ook link: op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn.
Eerst de eerste.

Op 24 november 2012 zou Philip zijn ex-vriendin een vieze hoer hebben genoemd en daarna zou hij haar flink hebben mishandeld.
Dat laatste is de verdenking die de officier van justitie hem 434 dagen na dat nare incident voor de voeten werpt.
Dat zoiets zo lang moeten duren, is al geruime tijd normaal in Groningen.

Heel verhaal.

Ze waren elkaar ’s nachts in de krochten van de binnenstad tegengekomen.
Ooit verliefd, maar het vuur was gedoofd.
Ruzie restte.

Bij de politie vertelde zij dat ze naar huis liep en dat Philip, haar ex, ineens bovenop haar was gesprongen, met z’n knieën naar voren, dat hij haar hoofd op de straatstenen bonkte.
Daarna trok hij plukken haren uit dat hoofd, tot kale plekken aan toe.
En hij had haar bij de keel gegrepen, vast om haar te wurgen.
Ze vertelde dat ze vaak door Philip was mishandeld, ook toen ze nog een relatie hadden. Nooit had ze aangifte gedaan, maar nu wel, want nu was de maat vol.

De rechters confronteren de verdachte met de opgesomde akeligheden.
Philip hoort het aan en zegt dat het bizar is en niet waar.
Hij zegt dat het net andersom is.
Zijn ex is de agressor, hij – de man – het slachtoffer.
Toen ze nog een relatie hadden, sloeg en beet zij hem vaak.
Nooit had hij aangifte gedaan, want hij schaamde zich daar voor.
Mannen slaan vrouwen, andersom hoort niet, dat is taboe.

Philip vertelt dat zij die nacht de confrontatie had gezocht en dat hij steeds was weggelopen omdat hij geen confrontatie wilde.
Hij was klaar met haar, maar zij niet met hem.
Ze scheurde zijn jas, trapte de buitenspiegels van zijn auto.
Ze was dronken en hysterisch.
Ja, hij had haar geduwd, weggeduwd, een paar keer.
Maar steeds kwam ze terug.
Philip zegt dat de verwondingen die ze zegt te hebben opgelopen door niemand zijn geconstateerd.

Het is zijn nee tegen haar ja.
Waarom is alleen Philip dan de verdachte en niet ook zij?
Omdat zij (een week later) aangifte deed en niet hij?
Omdat vrouwen geen mannen mishandelen?

Neen.

Omdat er twee getuigen zijn die zeggen die nacht te hebben gezien dat de man agressief was.
Voor de officier van justitie is dat voldoende om te beweren dat er niet alleen wettig, maar ook overtuigend bewijs is dat rechtvaardigt dat Philip met z’n agressieproblematiek een jaar wordt opgesloten, baan kwijt of niet (wel).
Ook vindt de aanklager dat Philip duizend euro aan zijn ex moet betalen.
Voor de smart.

Een ander verhaal.

Hassan repareert en stoomt kleding.
Daarnaast is hij, Armeniër, handelaar in textiel.
Zo probeert hij met zijn gezin het hoofd boven water te houden.
Soms heeft hij mazzel, soms pech.
Zo had hij in Brussel een partij van 4000 spijkerbroeken kunnen kopen voor een euro per stuk.
Die partij had hij doorverkocht voor twee euro per broek.
Hij had ook een keer een partij margarine gekocht, een paar keer sterke drank.
Johnny Walker. Bacardi. Smirnoff.

De rechters, scherp: ‘Hoe wordt een textielhandelaar nou een handelaar in sterke drank?’ Hassan: ‘Kwestie van vraag.’
Hij vertelt dat hij ook bezig was wijn te importeren uit Frankrijk.
Legaal.
Samen met andere handelaren.

Op een dag is het 29 maart 2012.
Hassan kent Elam van de Armeense kerk in Almelo en Elam kent Durk uit Dokkum.
Durk heeft BV’s en ruimte voor handel.
Die verhuurt hij.
Als Hassan op die dag in maart vijf minuten in de huurloods van Durk is om te praten, denderen allemaal mannen naar binnen.
Ze roepen keihard: politie!

De politie had een tip gekregen dat in die loodsen van Durk rare dingen gebeurden.
Eerst gingen ze er stiekem kijken en toen ze genoeg hadden gezien volgde een inval.
Ze vonden een grote koeltrailer met onder de laadvloer 4.772 flessen Johnny Walker (black label).
Om elke fles zat een sok.
De koeltrailer zou via Antwerpen worden verscheept naar Saoedi-Arabië waar sterke drank verboden is.
Daardoor bedroeg de winstmarge 800 procent.
De misdaad: het voorhanden hebben van accijnsgoed dat ‘niet in heffing is betrokken’.

Tijdens de inval zijn drie mannen in de loods aanwezig.
Elam, Farez en onze Hassan, ze zijn er gloeiend bij.
Hassan herhaalt dat hij er nog maar vijf minuten was en dat hij met die partij whisky niets te maken heeft.
Hij kwam er om te praten.
De officier van justitie gelooft hem niet.
Hij handelde toch ook in sterke drank?
Wel toevallig.
Komt bij: Elam zegt dat hij de drank van Hassan heeft gekocht.
Hassan blijft geëmotioneerd ontkennen, zegt dat dat niet waar is, zegt dat Elam wel meer kan zeggen.

Hassan is de enige die in de verdachtenbank van zittingszaal 14 zit.
De andere twee zijn niet gekomen.
Farez verblijft spoorloos in Duitsland, Elam is (als hij nog bestaat, zei de advocaat) in Syrië.
Dat Hassan op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was, gaat er bij de officier van justitie niet in.
De strafeis: een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 200 uur.

Een textielhandelaar die ook in sterke drank doet is als een man die beweert dat hij wordt mishandeld door zijn vrouw.

Rob Zijlstra

niet in heffing betrokken

UPDATE – 7 februari 2014 – uitspraken
De rechtbank ziet de whisky-mannen liever niet aan het werk. Handelaren doen het voor het geld en dus is een boete een meer passende straf. Hassan was volgens de rechtbank niet op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Hij was fout. Geen werkstraf, maar een boete van 10.000 euro. Farez, de onvindbare in Duitsland, moet dit ook betalen. Elam is – als hij nog bestaat – niemand iets verschuldigd; hij werd vrijgesproken.

UPDATE – 13 februari 2014 – uitspraak
De rechtbank heeft Philip schuldig bevonden aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Naar de gevangenis hoeft hij niet, zoals het Openbaar Ministerie wel had geëist  Philip is veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van 4 maanden en een taakstraf van 240 uur. Aan zijn ex moet hij 500 euro betalen.

Babbels en bedrog

het gebit is een dag later in het café  teruggevonden

sloryJoey zegt met de souplesse van een lichtgewicht bokser dat hij dus een reactie maakte richting het dijbeen om een plotselinge vuistslag van links te ontwijken.
Joey vertelt niet over die beslissende ronde van de door hem glorieus gewonnen wedstrijd, maar over die keer dat hij ruzie had met zijn ex.
Een ex, zegt hij, die ook nog eens zwaarder is.
En kennelijke een gevaarlijke linkse heeft.

In de rechtszaal spreekt iedereen, los van waar of niet, zijn eigen taal.

Na een zitting van twee uur zeggen de rechters tegen de verdachten – drie broers – dat ze goed over de zaak gaan nadenken en dan over twee weken uitspraak doen.
De oudste broer vindt dat een goed voorstel, goed dat de rechters er over zullen nadenken.
Hij zegt: ‘Want wij willen er natuurlijk geen last van hebben.’

Met z’n drietjes zouden ze Harko hebben mishandeld op de parkeerplaats van het café waar Henk Wijngaard die avond had opgetreden.
Harko zat te ouwehoeren, deed vervelend en sloeg ineens vanuit het niets.
De broer met de kale kop had toen uit zelfverdediging teruggemept, broer met bril had voor de zekerheid een schop gegeven en broer met de zwarte cowboyhoed op het hoofd, had niets gedaan.
Harko vertelde het net andersom, de broers waren begonnen.
Zomaar en om niets.

De advocaat vraagt aan de rechters of ze de vragen in eenvoudige taal willen stellen.
Zegt: ‘Mijn cliënten zijn geen intellectuele hoogvliegers.’
Broer met bril richt zijn wijsvinger naar de rechters en roept: ‘Ja’.
Wanneer hij is geboren?
Hij zou het niet zo snel weten.
Wanneer hij jarig is?
Ja, dat wel natuurlijk.

Rechters: ‘U heeft geen werk.’
De broers in koor: ‘Oud ijzer.’

De officier van justitie besluit dat de broers in dit verhaal de agressors moeten zijn.
Harko had ook de meeste verwondingen, zo blijkt uit de medische verklaring die een forensisch arts had opgesteld.
De rechters vragen aan de officier van justitie of een dergelijke verklaring voortaan ook in gewoon Nederlands kan.
Ze hadden nu lang op Wikipedia moeten zoeken naar de betekenissen van de medische bevindingen.
Die kwamen erop neer dat de kaak van Harko op twee plaatsen kapot was, dat de mond gebitloos was en dat gesproken kon worden van een hersenkneuzing.
Het gebit is een dag later in het café in drie stukken teruggevonden.

Harko eist een schadevergoeding van ruim 12.000 euro.
Broer met bril, verontwaardigd: ‘Maar voor zoveel geld hebben we die avond helemaal niet gedronken.’
Broer met cowboyhoed vindt dat Harko beter van de drugs kan afblijven.
Rechters: ‘Dat was geen drugs, dat was morfine tegen de pijn.’
Verdachte is verbaasd: ‘Oh.’

De drie broers lanceren een idee.
Tegen de rechters: ‘Jullie kunnen beter gewoon een keer een bakkie bij ons thuis komen doen. Dan kunnen jullie zelf zien dat wij geen criminelen zijn.’

De advocaat die de broers bijstaat verzoekt de rechtbank te komen tot vrijspraak.
Hij vertelt een verhaal over slecht onderzoek, tunnelvisie en schending van mensenrechten.
Wanneer de advocaat is uitgesproken, reageert een van de rechters: ‘Advocaten moeten weten hoe ze een verweer moeten voeren, ze moeten geen losse flodders schieten. Ik snap uw verweer niet.’
De verdachte met bril bijna vrolijk: ‘En ik ook niet.’
Kennelijk blij dat hij niet de enige is.

De officier van justitie wil geloven dat de broers geen criminelen zijn.
Hij eist werkstraffen van 180 en 200 uur.
Daarnaast moeten ze aan Harko 400 euro betalen.
Dat vinden ze nog steeds veel.

Kees moet ook terugbetalen, een paar tientjes weliswaar, maar dat vindt hij wel ontzettend terecht.
Hij zegt: ‘Het was mijn fout, dat geef ik hier gewoon netjes toe. Ik betaal het met liefde terug.’

Wat Kees anders maakt is dat zijn taal strafbaar is.
Over Kees kun je een lang verhaal schrijven.
Kort: Kees loopt al jaren achteruit door het leven.
Eens had hij een mooie Rolex, soms wel twee, en een knappe Mercedes onder de kont.
Nu heeft hij drie kinderen, geen plek om te wonen, alleen maar exen, een rotjeugd en de droeve overtuiging dat hij over tien jaar nog geen stap verder is.
Niet mits, maar tenzij, ja tenzij de rechters hem nu dus nog een allerlaatste kans geven, net als de vorige keer.
Kees bedoelt, hij is nu, juist nu, supergemotiveerd om van zijn drugsverslaving af te komen.

Kees verkoopt babbels aan goedgelovige mensen.
Eigenlijk is hij een wandelende reclamespot.
Hij belt bij mensen aan en vertelt (bijvoorbeeld) dat hij zichzelf heeft buitengesloten en vraagt of hij heel eventjes geld kan lenen. Een tientje maar.
Hij kan dat heel goed.
Een van zijn slachtoffers had 13 euro uit de spaarpot van haar dochtertje gehaald.
Tegen de rechters, hoofdschuddend: ‘Het is een schande.’

De officier van justitie bevestigt dat en eist tien maanden celstraf, zes daarvan voorwaardelijk.
De 217 dagen die hij nog had staan, moet hij nu ook zitten.

Wij babbelen overal en heel de dag maar door.
Misschien zijn veel babbels wel bedoeld ons te verleiden tot kopen, tot het uitgeven van geld.
Maar als Kees dat doet – dus als hij een valse hoedanigheid aanneemt en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen – dan maakt hij zich schuldig aan een misdrijf.
In rechtszaaltaal: Kees praat bedrog.

Rob Zijlstra

UPDATE – 2 januari 2014 – uitspraken

Kees moet zitten. Vier maanden voor zijn laatste babbels. Plus twee maanden die hij nog had staan. Die worden nu ‘getuld’  (rechtbankjargon voor een tenuitvoerlegging). En dan komen er ook nog eens 217 dagen bij. Die had hij al, maar die dagen hoefde hij niet uit te zitten in verband met de vervroegde invrijheidstelling (vi). Omdat hij te vroeg opnieuw in de fotu is gegaan wordt de vi herroepen. Kees een dus en jaartje zoet.

De drie broers zijn aan de beurt. Geen taakstraffen maar alle drie een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Daarnaast moeten ze aan Harko geen 400, maar ruim 12.000 euro betalen.

.

het bovenstaande gedicht is van Michael Slory (Suriname, 1935), uit de bundel Ik zal zingen om de zon te laten opkomen 
vertaling:
geestverheffing // steeds meer / nemen de woorden toe / spelen ze hun melodie / steeds verder echter / ga ik achter hen schuil