overvallen

Hou me vast

Normaal gesproken zijn wij
van de media in rep en roer
als een tbs’er zoiets flikt

Het gesprek tussen de rechters en de verdachte – een strafzaak is voor een flink deel een gesprek – verloopt stroef. Het is een gesprek ook tussen twee werelden. In de ene wereld is veel zeker, zijn er vakanties, overuren, af en toe een goed boek, de betere film en misschien dit jaar wel een nieuwe auto. Dat is de wereld van rechters. Die andere is de wereld van Mike. Klein, vol met onrust, amper toekomst.

Stroef.

Rechter: ‘Het lijkt wel of u het heel moeilijk vindt om antwoord te geven op een vraag.’
Mike denkt even na en zegt dan, ernstig: ‘Wat was de vraag?’

Mike, 45 jaar, is ter beschikking gesteld. Dwangverpleging van overheidswege. Sinds 2002. De laatste jaren zat hij in de befaamde Van Mesdagkliniek. Dat Mike al jaren wordt verpleegd kun je horen aan hoe hij de dingen zegt. Hij zegt bijvoorbeeld tegen de rechters, over zichzelf: ‘Jij gaat ditmaal de zaak niet buiten jezelf leggen.’

Bij de politie had hij alles bekend. Rechter: ‘Wat u bij de politie heeft verteld, was dat ook de waarheid? En zo ja, is dat ook nu uw insteek? Mike: ‘Ik heb geen insteek.’

Zie je hem zitten, dan denk je dat hij even pauze heeft en dat hij straks weer aan het werk gaat, om in de chique kledingzaak modieuze kleren aan hippe jongemannen te verkopen. De werkelijkheid is een andere. Mike is zich op 16 december 2015 te buiten gegaan aan een heel nare vrijheidsberoving, een afpersing van een maaltijdbezorger van Hasret wat hem een scooter en een regenjas opleverde, aan huisvredebreuk en aan een overval op Domino’s Pizza.

Hij deed dit tijdens onbegeleid verlof. Normaal gesproken zijn wij van de media in rep en roer als een tbs’er zoiets flikt, maar ditmaal wisten wij nergens van. Heel apart is ook dat Mike dit alles deed, terwijl hij nog maar een maand moest. Op 15 januari 2016 zou zijn tbs voorwaardelijk worden beëindigd, op die dag zou hij de Van Mesdag mogen verlaten.

Met de finish is zicht, na een gedwongen verpleging van bijna vijftien jaar, kukelde Mike onderuit. Dat was de tweede keer al. In 2010 was iets soortgelijks gebeurd. Mike tegen de rechters: ‘Ik ken het niet rationeel verklaren.’

bloemschikken

Hij wilde sporten. Buiten was het koud. Toch verliet hij die decemberochtend de Van Mesdag, op de fiets, in korte sportbroek, zwart trainingsjack, sportschoenen van Asics met groene kleuraccenten en een geel mutsje op het hoofd. Hij wilde gaan hardlopen in het Noorderplantsoen. Dat deed hij vaker. Op de terugweg zou hij bloemen meenemen. Mike deed in de kliniek aan bloemschikken en hij wilde wat vredigs maken voor in de kerk.

Het Noorderplantsoen haalde hij niet. Halverwege stapte hij af, bij de coffeeshop waar hij met toestemming van de Van Mesdag mocht komen. Rechters: ‘U ging dus niet hardlopen.’ Mike: ‘Dat was wel het plan, er was ook draagvlak voor, maar ik besloot nog even verhaal te gaan halen bij een paar foute jongens.’

Dreef Mike een handeltje? Nam hij drugs, cocaïne, mee terug naar de kliniek? Die suggestie werd een beetje gewekt. Er is daar binnen van alles verkrijgbaar en iemand moet het doen. Op dit punt blijft dit verhaal vaag, want dat bleef het in de rechtszaal ook.

In de coffeeshop kocht Mike in ieder geval hasj, hij rookte een pijpje en hij snuffelde wat aan de cocaïne. Mike sluit niet uit dat hij door dat gerook en gesnuffel een beetje van de wereld is geraakt. Misschien zat er raar spul in de drugs en ging het daardoor mis.

Wat heet. Pal achter de rechtbank drong hij een willekeurige woning binnen, op het moment een vrouw haar voordeur opende. Hij bedreigde haar en dwong haar mee naar binnen, zei dat ze niet moest gillen omdat hij niet nog meer slachtoffers wilde maken. De vrouw vreesde, zegt de rechter, dat er iets seksueels ging gebeuren. Dat gebeurde niet. De vrouw wist te ontsnappen. Rechter: ‘Het slachtoffer vertelde dat de indringer een korte broek droeg, een geel mutsje. Was u dat?’ Mike: ‘Horror, die mevrouw moet heel bang zijn geweest.’

Niet lang daarna werd een maaltijdbezorger beroofd. De jongen kreeg een koud stuk ijzer, hij dacht aan een revolver, tegen zijn wang geduwd. Hij moest geld geven (40 euro), de batterij uit zijn telefoon halen (lukt niet) en zijn regenjas afgeven. De overvaller ging er op de scooter vandoor. Rechters: ‘U?’ Mike: ‘Ik kan het me niet herinneren. Ik ga ervan uit dat wat u zegt, waar is.’

terechte vraag

Weer even later probeerde hij nog een keer een woning binnen te dringen. De bewoonster schreeuwde ‘ga weg’ wat hij na een tijdje ook deed.

Rechters: ‘?’
Mike: ‘Ik begrijp uw vraag, een terechte vraag, maar ik wil het niet groter maken dan het nu al is.’

Bij Domino’s Pizza – het is dan avond – fluisterde hij de medewerker achter de balie toe dat hij de kassa open moest doen en het geld moest geven. ‘Anders ga ik schieten.’ Met 80 euro gaat hij ervandoor.
Rechter: ‘Was u dat?’
Mike: ‘Ik was daar op dat moment wel binnen.’
Rechter: ‘Was u ook de overvaller?’
Mike: ‘Dat is een detail.’
Rechter: ‘Een overval plegen, dat is toch geen detail?’
Mike: ‘Een belangrijk detail.’

Hij zit weer vast. Na de misstappen is de tbs niet beëindigd, maar verlengd. En er ligt een eis tot een nieuwe tbs, die de oude zal vervangen. Terug bij af. Mike zegt dat hij zich graag in Groningen had willen vestigen. Gedragsdeskundigen rapporteerden dat de druk, de stress die de naderende vrijheid meebracht te groot was. Met die nieuwe delicten heeft hij willen aangeven ‘hou mij vast’.

Mike moet nu opnieuw honderden uren praten met therapeuten, zoals hij dat de afgelopen vijftien jaren ook heeft gedaan. Met die ‘beste mensen’ zegt hij. Hij zegt ook dat hij zich schaamt (‘kapot’) en dat hij spijt (‘oprecht’) heeft en dat hij verantwoordelijk is voor trauma’s die hij de slachtoffers heeft bezorgd. Hij zegt dat hij echter weigert onder de tafel te kruipen. Hij wil een kans en … nog meer vertellen, maar de rechters vragen of hij het kort wil houden. Want dat is, menen deze rechters, de bedoeling van het laatste woord. Dat je kort nog wat zegt.

Mike: ‘Mijn leven is een slechte film.’

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

Vast schuldig

Tut, tut, tut, sprak de
officier van justitie
verontwaardigd

.

Ik las over het nieuwe boek van wetenschapsfilosoof Ton Derksen. Onschuldig vast, heet het. Volgens Derksen worden er in Nederland veel meer mensen onschuldig veroordeeld dan we willen weten. De expert denkt dat er op z’n minst duizend mensen per jaar worden veroordeeld voor iets wat ze niet hebben gedaan. Het kabinet is nog niet in spoedzitting bijeen geweest.

Duizenden mensen.

Justitie heeft in de voorbije jaren slechts vijf miskleunen erkend waarvan de kwestie rond Lucia de Berk een van de bekendste is. De verpleegster werd in 2003 tot levenslang veroordeeld wegens meerdere moorden, zeven jaar later werd duidelijk dat er sprake was van een rechterlijke dwaling. Aangetoond door, jawel, Ton Derksen.

En nu zegt uitgerekend die man dat er ontzettend veel meer Lucia’s (m/v) bestaan. Dat Derksen bij nader inzien vaak gelijk krijgt betekent allerminst dat dat ook nu weer het geval is. Dat is juist een van zijn punten: in rechtszalen worden statistische denkfouten gemaakt in combinatie met een natuurlijk wantrouwen ten aanzien van het toeval. Verder is de mens niet alleen slecht in waarnemen en in interpreteren, maar trappen wij ook net zo makkelijk in valse logica. En rechters denken ook nog eens, zegt de wetenschapper, dat uitsluitend verdachten kunnen liegen. Niet de politie, nooit een officier van justitie wat volgens de hoogleraar pertinent een verzinsel is.

Ik weet niet of de gezamenlijke strafrechters Derksen al hebben uitgenodigd om tekst en uitleg te komen geven. Toen ik erover las (het boek zelf moet nog) was ik onthutst. Mocht Derksen gekke Henkie niet zijn en weer gelijk krijgen, dan moet ik in zittingszaal 14 getuige zijn geweest van een paar honderd zaken waarin is gedwaald.

Met de wijsvinger ga ik langs de ruim vierduizend namen van de mannen en vrouwen die in de voorbije twaalf jaar in de Groninger rechtszaal zijn berecht.
De vinger stokt als vanzelf bij Ronald, een ander verhaal.

In oktober 2009 werd deze toen 34-jarige Groninger conform de eis en in volle overtuiging veroordeeld tot zes jaar celstraf. Niet heel veel later belde hij om mij deelgenoot te maken van de grootste naoorlogse justitiële dwaling. Graag zou hij dit prominent op de voorpagina van de krant willen zien staan. Hij stuurde ook alvast een foto toe, die mocht ook gepubliceerd en zonder balkje. Een week later kreeg ik een kopie van een kassabonnetje toegestuurd. Het bewijs, schreef hij als toelichting, dat de hippe bril die hij draagt zoals op de foto te zien, eerlijk is gekocht en dus niet gestolen.

De veroordeling had betrekking op acht gewapende overvallen op tankstations in Groningen, Ten Post, Putten, Barneveld, Grave, Hoevelaken en Maasdriel. Gepleegd in februari van dat jaar in nog geen twee weken tijd. Op camerabeelden is steeds een rode Suzuki Swift te zien waar steeds eenzelfde man uitstapt, met steeds hetzelfde loopje, de overval pleegt, weer in de auto stapt en dan wegrijdt. De rode auto staat op naam van Ronald. Terwijl hij in de rechtszaal zwijgt, rept zijn gedreven advocaat van tunnelvisie en vooringenomenheid bij de politie.

Tut, tut, tut, sprak de officier van justitie verontwaardigd: ‘Dat zijn grote woorden voor wat klinkklare onzin is.

De dwaling zal nog groter worden.
Ronald gaat – uiteraard – in hoger beroep opdat de raadsheren van het gerechtshof in Leeuwarden de zeperd van Groningen ongedaan kunnen maken.
Hij moet er twee volle jaren op wachten.
In oktober 2011 – hij zit dan al twee jaar en zes maanden vast – komt het hof met het oordeel: niks vrijspraak, maar vijf jaar celstraf.
En als donderslag bij heldere hemel met een bonus erbij: tbs met dwangverpleging.

Die tbs kwam uit de lucht vallen. Er was – zoals wel gebruikelijk is – geen advies de maatregel op te leggen. Er was ook geen tbs geëist. Maar de raadsheren hadden ergens in de krochten van het strafdossier gelezen over sociaal onvermogen, externe stressoren, rigide denkpatronen, structurele kwetsbaarheid, cocaïne en een hoge kans op recidive. De raadsheren zeiden: de maatschappij moet worden beveiligd tegen dit gestoorde heerschap.

Ronald bleef de krant bellen, ook op zaterdagmiddagen tijdens de voetbalwedstrijd of op zondagochtenden bij het ontbijt. Lang heb ik gedacht dat zijn veroordeling niet correct was. Niet dat ik daar zeker van was, maar het knaagde, er was twijfel.

Alleen omdat die rode auto op zijn naam stond?
Die had toch iemand anders kunnen gebruiken?
Aan de andere kant: waarom zweeg hij dan in de rechtszaal?

Op een goede dag belde hij voor de duizendste keer en zei hij: ‘Rob, het is geen dwaling. Ja. Ik heb het gedaan, ik heb die acht tankstations overvallen, ik heb vooraf staan posten, ik heb vluchtroutes uitgedacht. Ik wil publiekelijk mijn excuses aanbieden aan de slachtoffers die ik veel te lang in onzekerheid heb gelaten.’

Eén aspect wilde hij benadrukken en dat mocht groots in de krant: ‘Ik heb het gedaan met volle verstand, ik ben volledig toerekeningsvatbaar. Ik ben niet gek of gestoord.’
Hij legt uit dat hij zich steeds dommer heeft voorgedaan dan hij is.
Zegt: ‘Het was een verdedigingsstrategie die helemaal verkeerd is uitgepakt. En nu zit ik met de gebakken peren.’

Ronald heeft het zichzelf ook niet gemakkelijk gemaakt.
Tussen de bedrijven door – en nog voor de uitspraak in hoger beroep – wist hij te ontsnappen. Hij zag kans zich te verstoppen en terwijl ze hem zochten, belde hij een taxi die hem naar Amsterdam bracht waar hij op de trein naar Polen stapte.
Ook daarover belde hij.
‘Ik heb iets doms gedaan Rob’, sprak hij vanuit Polen.
‘Ik ben nu een kat in het nauw, wat moet ik doen?’

Er kwam een internationaal arrestatiebevel.
Hij beloofde vrijwillig terug te keren. Drie weken nadat hij de benen had genomen, meldde hij zich op het politiebureau in Amsterdam. Hij had nog gevraagd: ‘Wat denk je, zullen de rechters begrip voor me hebben?’

Twee weken geleden zat Ronald weer in zittingszaal 14 waar hij de officier van justitie hoorde zeggen dat hij goed bezig is, maar dat het einde nog niet in zicht is. Afgelopen woensdag besloot de rechtbank dat de maatregel tbs met twee jaren moet worden verlengd. Eind 2018 zullen ze dan wel weer zien. Was Ronald in 2009 niet in hoger beroep gegaan, dan was hij ergens in 2012 op vrije voeten gekomen.

Met recht kan hier worden gesproken van een verdachtelijke dwaling.
En nu Derksen lezen.

Rob Zijlstra

Tijd voor spijt

‘Een verdachte die meent met zoveel
domheid weg te komen, is aan de beurt.’

Het valt niet mee een schuldige verdachte te zijn.
Ik heb in zittingszaal 14 veel mannen gezien die ogenschijnlijk onvervaard en bedaard in de verdachtenbank zaten, maar die het liefst met de snelheid van het licht door de grond zouden zakken.
Stoere mannen die, terwijl de rechters met hun heikele vragen maar op hen in bleven beuken, trilden als een espenblad.

Voor rechters en officieren van justitie (want ook die stellen vragen) is een strafzaak altijd een zoveelste zaak.
Misschien wel de zoveel honderdste, de duizendste of nog meer.
Voor de meeste verdachten geldt daarentegen dat hun strafzaak de eerste keer is (en als het even kan ook de laatste keer).

In een strafzaak staat de beroepsmatige routine en sluimerende deformatie van het beroep van hen die niets te verliezen hebben tegenover het ongerief en de grote onzekerheid van de verdachte die alles te verliezen heeft.

Een verdachte, schuldig of onschuldig, staat daarom bij aanvang van de strafzaak vaak al met 2, 3 – 0  achter.
Een beetje een doeltreffende strategie kan dus geen kwaad.

Gerrit (63), eigenaar van een rijschool in Drenthe en verdacht van aanranding van een leerlinge, bedacht dat het misschien wel slim zou zijn om zich van de domme te houden.
De leerlinge die aangifte tegen hem had gedaan vond hij niet aardig, vertelde hij.
Dus daar was het niet om.
Wel gaf hij haar privéles ‘theorie’, gratis en bij hem thuis.
En als de theorie was afgelopen en de thee op, dan gingen ze nog even praktijk doen: rijden in het donker.
Ook gratis.
De afspraken werden gemaakt via WhatsApp.
In de berichtjes die Gerrit naar haar stuurde heette de onaardige leerlinge kanjertje, schatje en lieverdje.

Rechters: ‘Dat is wel een beetje raar Gerrit.’
Gerrit: ‘Ik dacht dat dat App-taal was, dat het zo hoorde.’
Rechters: ‘U stuurde ook kusjes.’
Gerrit, quasi verschrikt: ‘Oh ja? Kan dat dan ook?’

Op een dag greep hij haar met zijn grote handen.
Ik denk dat de rechters – de uitspraak moet nog komen – tegen elkaar hebben gezegd: ‘Een verdachte die meent met zoveel domheid weg te komen, is aan de beurt. Bewijs te over collega’s, onze rij-instructeur is gezakt.’
Er is een werkstraf van 180 uur geëist.

Douwe (48) uit Noord-Groningen dacht misschien er baat bij te hebben door niet alleen dom, maar ook sneu en zielig te doen.
Jarenlang misbruikte hij zijn stiefdochter, de eerste keer dat hij dat deed, op haar slaapkamertje in Veendam, was ze 13 jaar.
Toen het uitkwam – acht jaar later – werd hij het huis uitgezet.
Hij leeft nu in een tochtig huis, met afgebladderde kozijnen, met een lekkend dak en met te weinig geld.

Douwe leeft voort met het hoofd gebogen.

Toen zijn dochter belangstelling kreeg voor seks en daarover vragen begon te stellen, had hij zich ongemakkelijk gevoeld.
Hij vreesde dat zij, zo jong nog, binnen de kortste keren zou worden misbruikt door klasgenoten.
Hij zegt: ‘Ik zag een zwart scenario.’ Om haar te behoeden voor de boze wereld, ging hij met haar pornofilms kijken om haar daarna zelf maar te misbruiken, wekelijks het hele scala.

En daar heeft hij nu zo ontzettend veel spijt van, zo veel dat Douwe in de rechtszaal keer op keer niet uit zijn woorden kan komen.
Wanneer het hem na een kwartiertje pauze vol tranen wel lukt, zegt hij dat er geen woorden zijn die uitdrukking kunnen geven aan de spijt die hij voelt.
Hij krimpt ineen als hij de eis hoort, 42 maanden gevangenisstraf, een jaar daarvan mag voorwaardelijk.

De 36-jarige Zined moest deze week ook in zittingszaal 14 verschijnen.
Hij was er niet.
Ziek.
Via zijn advocaat laat hij weten dat hij zijn strafzaak graag bijwoont, maar dat dat alleen kan wanneer hij 100 procent fit is.
Zined weet: verdachte zijn is als het bedrijven van topsport.

Zijn strategie mislukt.
De rechters voelen er niets voor de strafzaak uit te stellen.
De officier van justitie eist buiten zijn aanwezigheid om drie jaar gevangenisstraf wegens het medeplegen van diefstal.

Medeverdachten Martin (23) en Hilbert (19) zijn er wel.
Beide jongemannen uit Delfzijl gaan diep door het stof in de hoop dat ze de rechters nog enigszins mild kunnen stemmen.
Want o, wat hebben ze een spijt, wat schamen ze zich dood en wat voelen ze een berouw.
En o, wat zijn ze dom geweest en wat slapen ze er slecht van.
Maar wat gaan ze straks, eenmaal vrij en buiten, hun leven beteren.
Ze gaan weer naar school om goede dingen te leren.
Hilbert is nu al goed bezig.
Hij zegt tegen de rechters: ‘In de gevangenis krijg ik de kans eens in de week de bibliotheek te benutten.’

Zined had tegen Martin en Hilbert gezegd dat in de woning van de oude antiekhandelaar, aan de Rozenlaan, vijf- tot zeshonderdduizend euro lig, in de hoek bij de vaas.
Bij de McDonald’s in Stadskanaal kregen ze een tas met inbrekersgereedschap en de mededeling dat de bewoner niet thuis is.
Ze hoeven alleen maar in te breken, het geld te pakken en terug te komen om de buit eerlijk te verdelen.

December 2015.
Martin en Hilbert zeggen in de tuin tegen elkaar dat het niet verstandig is wat ze gaan doen. Vervolgens trekken ze de mutsen over hun hoofden en gaan naar binnen.
De bewoner is wel thuis.
Iedereen schrikt en wel zo erg dat ze de 78-jarige handelaar met een breekijzer en de vuisten tegen de grond slaan.
Als het gezicht begint te bloeden, gooien ze water over het hoofd van de oude man.
Martin dacht dat hij had gegooid met koud water.
Verbaasd: ‘Was het heet water? Nee, dat wist ik niet.’

In het ziekenhuis vrezen de artsen dat het slachtoffer het niet zal halen.
Dat doet hij wel, maar nooit wordt hij weer de oude man die hij was van voor de overval.

Martin en Hilbert maken geen geld buit.
Er was geen geld.
De opbrengst van hun misdaad is een oud horloge zonder waarde dat ze met geweld van de pols van de oude man hadden getrokken.
Ook dat maakt de kans klein dat hun charmeoffensief in de rechtszaal kans van slagen heeft.

De officier van justitie eist tegen beide jongemannen vier jaar celstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.
Dat is de tijd voor een oud horloge zonder waarde, een prijs die alleen schuldige verdachten betalen.

Rob Zijlstra

 

update – 3 oktober 2016 – uitspraken
Martin en Hilbert hebben gekregen wat de officier van justitie had bedacht: 4 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Dat is dus netto 3 jaar zitten. Zined mag in de handen knijpen: geen 3 jaar celstraf, maar 12 maanden als medepleger diefstal.

Jumbom [1]

Jumbo-afpersing:
hard bewijs of verontrustend selectief

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.57.51Vrijdag staat de 51-jarige Alex O. uit Groningen terecht.
Volgens het Openbaar Ministerie (OM) is Alex O. de Jumbo-bomber.
De man zit sinds oktober vorig jaar vast.
Hij ontkent.

Wat is er gebeurd?
Tussen 2 mei 2015 en 9 oktober 2015 komen het hoofdkantoor van Jumbo diverse bommeldingen binnen.
Ook bij de politie komen meldingen binnen.
De afperser eist geld, bitcoins, van de supermarktketen.
Hoeveel de afperser wil hebben, is nooit bekendgemaakt.

Op 8 mei 2015 vindt een voorbijganger bij de Jumbo-vestiging aan de Wilhelminakade in Groningen een raar pakketje in een witte emmer: het doet denken aan een explosief.
Dat blijkt ook zo te zijn.
De Explosieven Opruimingsdienst maakt het pakket onschadelijk.
Afpersing? Een boze werknemer? Een nare grapjas?

De politie zegt alle opties open te houden en neemt de zaak serieus.
Wat het publiek op dat moment niet weet, maar de politie wel, is dat Jumbo wordt afgeperst.
Er worden dertig rechercheurs op de zaak gezet.

Op 31 mei is er ’s nachts een explosie bij het Jumbo-filiaal aan het Overwinningsplein in Groningen.
Bewakingsbeelden tonen een man die een pakketje plaatst dat een paar minuten later afgaat.
Een ruit en kozijn raken beschadigd.
Alle Jumbo-vestigen worden nu extra beveiligd.
De politie meldt dat de bommenlegger herkenbaar op camerabeelden staat.
De beelden worden getoond in Opsporing Verzocht.
Het levert geen verdachte op.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.56.30De ontploffing wordt door de politie in verband gebracht met het eerder aangetroffen explosief aan de Wilhelminakade.
Beide keren is hetzelfde ontstekingsmechanisme gebruikt: een kookwekker die wordt verkocht door Blokker.
Tientallen mensen die recent zo’n dingetje hebben gekocht worden getraceerd en gevraagd de wekker te tonen.

Op zaterdagochtend 6 juni is er een bommelding bij de Jumbo-vestiging in de Euroborg.
Ook bezoekers van de bioscoop en sportschool Plaza Sportiva worden naar buiten geloodst.
Het Europapark is urenlang afgesloten.
Er wordt niets gevonden.

Op 1 juli 2015 ontvangt de Jumbo-vestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart (‘lang zal je leven)’ met daarin een ‘explosief poeder’.
Halverwege augustus besluit de politie – ‘niet omdat het onderzoek muurvast zit’ – een deel van de dan beschikbare informatie uit het onderzoeksdossier prijs te gegeven.
Het publiek mag meedenken.
Het is ook pas dan dat bekend wordt gemaakt dat Jumbo al sinds mei wordt afgeperst.

De aandacht waar de politie om vraagt levert meer dan 600 tips op, maar geen dader.
Het blijft dan stil tot vrijdag 9 oktober.
In de vroege avond wordt in de Oude Ebbingestraat in het centrum van Groningen Alex O., samen met zijn 15-jarig zoontje, opgepakt.
De zoon wordt later vrijgelaten.

Wat zijn de verwijten?
Er worden aan Alex O. twee strafrechtelijke verwijten gemaakt.
De eerste is de afpersing met geweld dan wel de poging daartoe.
Door te dreigen met geweld zou O. hebben geprobeerd Jumbo te dwingen hem geld (bitcoins) te geven.
Het tweede verwijt is het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing waarbij goederen en personen gevaar liepen.
Voor dit laatste kan maximaal 15 jaar gevangenis worden opgelegd.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 14.01.05Wie is Alex O?
In januari verschijnt de in Den Haag geboren verdachte voor het eerst in de rechtszaal tijdens een zogeheten pro forma-zitting.
Hij is opgewekt, draagt een roze trui en werpt lachend handkusjes naar bekenden op de tribune.
Hij heeft zich tevergeefs verzet tegen opname in het Pieter Baan Centrum (PBC).
Tegen de rechters zegt hij: ‘Ik ben niet de Jumbo-afperser. Ik zit al drie maanden onschuldig vast. En daar wil ik het graag bij laten.’

Alex O. woonde in Groningen, maar had geen vaste woonplek.
Een ideale schoonzoon is hij niet.
Eind jaren tachtig, begin jaren negentig, is O. betrokken bij een reeks overvallen.
In 1992 wordt hij gepakt in verband met een overval op een geldtransport aan de Rijksweg in Groningen.
Een geldloper werd daarbij in het hoofd geschoten.
O. had de gewelddadige overval georganiseerd.
In 1993 werd hij veroordeeld tot 14 jaar celstraf.

Na zijn vrijlating begint hij samen met een broer een autorijschool in Den Haag.
Doel is het oplichten van mensen.
Als het misgaat zijn er 300 gedupeerden die samen 200.000 euro zijn kwijtgeraakt.
O. verlaat Den Haag en gaat naar Groningen.

Is de verdachte de dader?
Dat is uiteraard aan de rechters.
Het OM zegt voldoende bewijzen te hebben om de zware beschuldigingen hard te kunnen maken.
Alex O. heeft kookwekkers gekocht bij de Blokker, op een postzegel op een naar de Jumbo verstuurde envelop is zijn DNA aangetroffen.
Zegt het OM.
Advocaat Tjalling van der Goot plaatst bij het aangetroffen DNA-spoor grote vraagtekens.
Hij noemt het verzamelde bewijs ‘verontrustend selectief’.

De strafzaak begint vrijdag om 9 uur.
Mocht het nodig zijn, dan wordt de behandeling op dinsdag 21 juni voortgezet.

Rob Zijlstra

Alex O. stond eerder in de krant.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.02.43

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.04.23

De beste kok

‘Ze proberen me te fucken.
Ik ben geen snitch, ik heb niks
tegen die agent gezegd, hij
zit gewoon dom te lullen.’

 

Schermafbeelding 2016-02-05 om 00.01.54De zoekterm ‘liegen’ levert op het internet van Google een zee aan wetenswaardigheden en intrigerende verhalen op.
Liegen is gezond en liegen is leuk, zonder leugens komt het grote raderwerk dat de samenleving in beweging houdt abrupt tot stilstand.
Het is ook daarom dat de mens slecht is in het herkennen van leugens.

Het is zelfs zo dat ‘professionele leugenontmaskeraars’ – als politiemensen en rechters – in testen niet beter scoren in het vaststellen van leugens dan ‘gewone’ mensen.

De goedopgeleide Gert (47) uit Drenthe wordt verdacht van ontucht met twee dochters van zijn nieuwe partner die hij via een datingsite had leren kennen.
Omdat hij als gevolg van een stukgelopen relatie dakloos was geworden, trok hij al snel bij haar in.
Het leek zo leuk, ook zij leek leuk, maar het werd al snel een hel in Leek, zei Gert.
De nieuwe liefde bleek een zuipschuit met een kwade dronk.
Toen hij twee jaar na binnenkomst de benen nam, deden de dochters aangifte van seksueel misbruik.

De politie deed onderzoek en de kwestie belandde bij het Openbaar Ministerie.
Door het systeem kwam het strafdossier op een plank terecht waar het een paar jaar bleef liggen.
Gert ontkent het misbruik.
Hij zegt op de eerste donderdag van februari 2016 dat hij de kinderen in 2007 en 2008 niets heeft aangedaan.

Liegt hij?
Of liegen de inmiddels volwassen kinderen?
De officier van justitie weet het niet en vraagt – want dat is dan de consequentie – de rechtbank om Gert vrij te spreken.
Ze voegt er nog wel aan toe: ‘Daarmee wil ik niet beweren dat de kinderen liegen.’

De advocaat van Gert heeft de moeder van de kinderen wel op flinke onwaarheden betrapt.
Om de politie een idee te geven hoe een smeerlap die Gert wel niet was, had ze verhalen die hij had geschreven aan de politie gegeven.
Fantasierijke seksverhalen.
De advocaat was samen met Google gaan zoeken en ontdekte dat de verhalen afkomstig waren van allerhande sekssites.
De nieuwe liefde had honderden pagina’s digitaal geknipt en geplakt en toen uitgeprint.
Die moeder is zelf een gemeen liegbeest, zei (in vrije vertaling) de advocaat.

Dat was ’s middags.
In de ochtend hadden de rechters Duman (51) het vuur na aan de schenen gelegd.
Duman zou iemand een vuurwapen op het hoofd hebben gezet.
Die iemand deed aangifte waarop de politie Dumans woning doorzocht.
Het wapen werd niet gevonden.
Agenten vonden wel iets anders: in de stofzuiger vonden ze 34.000 euro aan contanten.

De rechters willen weten of Duman dat kan uitleggen.
Hij vertelt dat hij 30.000 euro had geleend van zijn vader.
De rest is spaargeld.
Duman werkt in een shoarmazaak in Groningen waar hij niet veel verdient, maar waar hij wel royale fooien krijgt, genoeg om te kunnen sparen.
De rechters moeten weten dat Dumas kok is, niet zomaar een kok, maar een heel goede.
Daarom wil hij een eigen eethuisje beginnen.
Vandaar die lening.

Op de toon van ‘en dat moeten wij geloven’ blijven de rechters maar vragen stellen.
Los van legale inkomsten, is in vier jaar tijd opgeteld 55.000 euro op Dumans bankrekening gestort.
Wat is dat dan?
Duman zegt dat mensen soms geld van hem lenen.
Krijgt hij zijn geld terug, dan stort hij het weer op de rekening.

Tijdens de huiszoeking vinden agenten een boksbeugel, een verboden wapen.
Wat hij daarmee moest?
Duman: ‘Daarmee trek ik auto’s achteruit.’
Rechters: ‘Uh?’
De rechters merken vervolgens op dat in zijn schuurtje spullen zijn aangetroffen die je ook wel tegenkomt in hennepkwekerijen.
Duman: ‘Ik verhuurde mijn schuurtje.’
Rechters: ‘Jaa-ja.’

De man die hij zou hebben bedreigd, vertelde aan de politie dat hij niet langer hennep wilde telen, dat hij daarom werd bedreigd.
De rechters lezen in het dossier dat Duman een paar keer is veroordeeld in verband met drugs, dat hij zelfs al eens in Duitsland heeft vastgezeten.

De officier van justitie concludeert dat alles aanwezig is om gerechtvaardigd te kunnen denken dat Duman zich bezighoudt met witwassen van crimineel geld.
De eis: drie maanden gevangenisstraf.

Houding en lichaamstaal kunnen de liegende mens verraden.
Scar (21) en Face (22) zijn twee jonge ganstermannen die worden verdacht een ov’tje te hebben gezet, in dit geval de overval (ov) op cafetaria Plaza in Groningen.

Scar zit slungelig en onderuitgezakt in de verdachtenbank, dan weer ligt zijn hoofd op het tafelblad, alsof hij slaapt.
Face heeft een wat actievere zit, maar hij is dan ook een battle-rapper.
In hun gezichten sieren kleine tatoeages.
Met messen zouden ze de eigenaar en een medewerkster hebben bedreigd.
De overvallers gingen er vandoor met de kassalade en 640 euro.

Het gebeurde in oktober 2014, in april vorig jaar werden ze opgepakt.
Scar en Face zeggen dat ze met deze overval niets te maken hebben.
Ze liegen niet.
Ze zwijgen.
Waarom?
Omdat dat mag.
Face wil naar huis, want hij gaat niet zitten voor iets wat hij niet heeft gedaan.
Scar zit al in de gevangenis wegens een gewapende overval in Delfzijl waar hij drie jaar voor kreeg.

De officier van justitie wil daar nog eens achttien maanden aan toevoegen.
Overweldigend is het bewijs niet.
Maar Scar vindt het best, hij zit zijn tijd wel uit.
Daarna gaat hij weg.
Zegt: ‘Nederland is een zogenaamd vrij land, maar als je wilt werken en je hebt een strafblad, dan maak je geen kans.’
Nederland, zegt Scar, is een land van mooie praatjes.

De rechters: ‘Ze zeggen dat het erg slecht met u gaat.’
Scar haalt de schouders op, gaapt, kijkt weg en zegt: ‘Och, ik adem.’

Face, die al eens een enkelbandje doorknipte, krijgt een strafeis van vier jaar om de oren geslingerd.
‘Tsss.’

In het cellencomplex van de politie werd een undercover-agent op hen afgestuurd.
Nietsvermoedend zouden ze op de luchtplaats tegen de liegboef belastende woorden hebben gesproken waardoor ze nu in de penarie zitten.
Face: ‘Ze proberen me te fucken. Ik ben geen snitch, ik heb niks tegen die agent gezegd, hij zit gewoon dom te lullen.’

Dat liegen van nature een heel menselijke eigenschap is, is in de rechtszaal knap lastig.
Scare en Face doen wel ontzettend stoer, maar zijn misschien wel goudeerlijk, terwijl de hoogopgeleide bleue Gert best de berekende minkukel kan zijn.
Ook met Duman kun je alle kanten op.
Misschien liegt hij wel en is hij helemaal niet zo’n goede kok die hij zegt te zijn.

Rob Zijlstra

update – 16 februari 2016 – uitspraken
Gert is vrijgesproken, dat was niet een heel grote verrassing. En ook niet dat Scare en Face zijn veroordeeld. Scare heeft de geëiste  18 maanden gekregen, die komende dus bij de 3 jaar die hij al eerder had ontvangen. Face is veroordeeld tot 3 jaar celstraf.

Moeders van de misdaad

Samen kwamen ze donderdagochtend het Groninger gerechtsgebouw binnen lopen.
Bij de hoofdingang werden ze te woord gestaan door de portier, gefouilleerd door de beveiligers en door een bode doorgestuurd naar de eerste etage waar zittingszaal 14 is gelegen.
Daar moesten ze nog even wachten.
Zij is een kleine vrouw, hij een lange slungel van 20 jaar.
Zij is ook de moeder, hij de verdachte zoon die zegt onschuldig te zijn.

Moeder steunt haar zoon.
Zij gelooft in hem.
Hij is haar oudste, hij gaat naar school en misschien is zij wel ontzettend trots op hem.

Twee uur later verlaten ze de rechtbank.
Ze pakken hun fietsen uit de stalling en rijden de Oude Boteringestraat in.
Zij gaat, zakdoekje om te deppen in haar hand, voorop, hij volgt op drie meter gedwee.
Zij is nog steeds de moeder, maar haar lieve zoon vol onschuld is inmiddels dader geworden.
Ik kan niet zien hoe boos, verdrietig en teleurgesteld zij is.

Bij de politie hield Jan vol dat hij er niets mee te maken heeft.
Hij heeft het niet gedaan.
Maar in de rechtszaal komt hij daar op terug: ‘Eigenlijk heb ik het wel gedaan’, mompelt hij in de richting van de rechters.
De rechters: ‘Hoort uw moeder dit nu voor het eerst?’
Jan knikt.
Rechters: ‘Dit is niet leuk voor uw moeder.’

Het gebeurde op 30 april, acht uur in de avond.
Jan draagt een jas, een pet en houdt een sjaal voor zijn gezicht.
Zo staat hij een kwartier te drentelen bij de kassa’s van Albert Heijn in de stad-Groninger wijk Vinkhuizen.
De camera’s registeren het, maar er is niemand die acht slaat op zijn aanwezigheid.
Albert Heijn let al lang niet meer op bij de kassa’s.

Dan opeens ziet hij zijn kans en slaat toe.

Hij duwt de kassamedewerkster (net twee dagen in dienst) opzij en graait 180 euro uit de kassa.
Dan holt hij richting uitgang.
Hij verliest honderd euro.
Bij de schuifdeur maakt hij een trappende beweging richting een achtervolgende medewerker. Eenmaal buiten weet hij te ontkomen.
De kassamedewerkster ligt buiten bewustzijn op de grond, ze is flauwgevallen.
Er komt een ambulance.
De jonge vrouw is in shock.

Jan: ‘Normaal zou ik zoiets nooit doen.’
Rechters: ‘Hm…’
Jan: ‘Ik ga zoiets ook nooit weer doen.’

Waarom hij het dan wel heeft gedaan?
Jan wil daar niet over praten.
Er is het verhaal dat hij is opgelicht met telefoonabonnementen en nu voor duizenden euro’s schulden heeft.
Een ander verhaal gaat dat Jan geld heeft vergokt in het casino.
Het blijft vaag.
Als de rechters doorvragen, wordt Jan onrustig, misschien voelt hij de blikken van moeders in de rug.
Hij zegt zacht dat die vragen niet gesteld mogen worden.
De rechters, luidt en duidelijk: ‘Wij mogen vragen wat we willen.’

Een kennis van de kerk had hem in de supermarkt herkend en noemde zijn naam toen de politie arriveerde.
Jan deed zelf de voordeur open.
Agenten zagen dat de kleding die hij droeg overeenkwam met de kleding van de geldgraaier op de camerabeelden.

Jan zegt beleefd dat het wel diefstal is, maar niet zo’n ernstige zaak.
Hulp voor zijn problemen, wil hij niet.
Hij helpt zichzelf wel, immers is hij al 20 en groot genoeg.
De reclassering noemt Jan een vlakke jongeman die keurige antwoorden geeft, maar nooit het achterste van zijn tong laat zien.

De officier van justitie hekelt de laconieke houding en eist meer dan ze aanvankelijk wilde eisen: opgeteld zes maanden celstraf wegens een diefstal met geweld.

Een diefstal met geweld is in de rechtszaal altijd erger dan een gewone diefstal.
Het verschil zit ‘m vaak in de hoogte van de straf.
Om van diefstal met geweld te kunnen spreken moet er een verband bestaan tussen de diefstal en het geweld.
Een jurist zal aanvullen dat het geweld er ook op moet zijn gericht de diefstal mogelijk te maken.

Na Jan neemt Ernesto in de verdachtenbank plaats.
Hij is vaker veroordeeld in zittingszaal 14, de laatste keer was dat in 2010; vier jaar celstraf wegens een poging tot doodslag.
Op 10 oktober vorig jaar komt er bij de politie in Groningen een melding binnen dat er iemand is beroofd van 10.000 euro.
Daarbij is een wapen gebruikt en een auto gezien.
Iemand heeft het kenteken genoteerd.
Kort daarop komt de melding dat een auto heel hard over de ringweg richting de A28, richting Assen rijdt.
Het gaat met snelheden van 180 kilometer per uur.

De auto staat op naam van Ernesto.
De politie zet een achtervolging in die gerust wild mag heten.
Op de Vaart in Assen komt de vluchtauto tot stilstand.
Agenten zien een inzittende in het water springen, een tweede man – Ernesto zo zal blijken- rent de Sluisstraat in.

Wat dit alles te betekenen heeft, zal misschien wel nooit duidelijk worden.
De politie kreeg er de vinger niet achter en de heel kwestie met dei vermeende beroving wordt geseponeerd.
Toch zit Ernesto in de verdachtenbank.
Dat kwam zo.

Terwijl de vluchtende Ernesto de Sluisstraat inrent, fietst daar een politieman in vrije tijd met zijn vrouw.
De agent hoort de sirenes en ziet een man rennen.
Ook een agent in vrije tijd weet dan genoeg en wat hij moet doen.
Hij spurt richting de hollende man en grijpt hem kordaat in de kraag.
Ernesto slaat om zich heen en raakt de agent op neus en oog.
De fiets valt.
Ernesto bedenkt zich niet, grijpt de tweewieler en gaat er wederom vandoor.

Niet lang daarna wordt de fiets van de agent aangetroffen, op de stoep, keurig op slot.
Een ingeschakelde politiehond snuffelt Ernesto, die zich in een tuin heeft verstopt, op.
Agenten slaan hem in de boeien.
Tegen de rechters: ‘Ik wist wel dat ze achter me aanzaten.’

Voor de officier van justitie is er geen twijfel mogelijk: ‘De fiets was niet in de beschikkingsmacht van de verdachte. Na die twee klappen was de fiets dat wel.’
De strafeis voor deze(fietsen-)diefstal met geweld: tien maanden gevang.
Daarnaast moet Ernesto – zo wilde aanklager – 320 euro betalen aan de politieman die vrij was. De agent zelf kan die twee klappen nog wel verkroppen, luidt de toelichting.
Waar de agent vooral last van heeft is dat zijn vrouw er last van heeft.

Aan het einde van het verhaal zijn altijd de moeders, de vrouwen, het slachtoffer van de misdaad.

Rob Zijlstra

update – 1 oktober 2015 – uitspraken
Ernesto heeft zich niet schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, maar aan een eenvoudige diefstal. Goed voor drie maanden celstraf waarvan er twee voorwaardelijk zijn. En die 320 euro hoeft hij niet te betalen: er is geen direct verband tussen de diefstal en de ervaren last.
Jan mag zich nog meer in de handen knijpen. Geen celstraf, maar een werkstraf van 120 uur (en drie maanden voorwaardelijk).

Betamelijke leugens

Schermafbeelding 2015-08-20 om 20.58.12

Er was eens een strafrechter die tijdens een rechtszaak een kakelende verdachte onderbrak om hem van een advies te voorzien.
Dat luidde dat de verdachte best mocht liegen (‘het is uw strafzaak’), maar dat hij dat dan wel een beetje op een geloofwaardige manier moest doen.
Anders, zo sprak de rechter gemoedelijk, heeft uw liegen geen zin.

Liegen is iets vertellen terwijl je weet dat het niet waar is.
Dat is best lastig.
Er moet sprake zijn van boze opzet, want anders ben je een fantast.
Per ongeluk liegen kan ook, maar dan heet het een vergissing.

Wikipedia leert (of beweert) dat een (1) procent van de bevolking bestaat uit radicaal eerlijke mensen.
Vijf procent bestaat uit pathologische leugenaars, onder hen de narcisten en psychopaten.
De rest – 94 procent – wordt gevormd door gewone mensen die liegen, maar dat doen binnen de grenzen van de betamelijkheid.

Ik weet niet helemaal zeker tot welke groep Klaas moet worden gerekend, maar moest ik kiezen dan valt Klaas onder de gewone mensen.
Wat hem is overkomen, is daarentegen tamelijk ongewoon.
Klaas had gedoe met zijn partner waar hij niet op zat te wachten.
Ze zei dat ze hem zou gaan verlaten.

Klaas was ten einde raad en besloot een Crvena Zastava aan te schaffen.
In het circuit waar zoiets kan, bedroeg de dagprijs 1500 euro.
Een Crvena Zastava is een semi-automatisch handvuurwapen waarmee je partners die je willen verlaten dood kun schieten.

De officier van justitie zegt dat Klaas zijn aanstaande ex-partner heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht.
Hij duwde haar het pistool onder de neus terwijl hij lelijke dingen riep.
De partner schrok zich dood (niet echt) en belde de politie.
Die kwam met spoed en Klaas werd gearresteerd.

Klaas zucht en zegt dat het anders is gegaan.
Hij zegt dat hij haar niet heeft bedreigd.
Hij wilde zelfmoord plegen.
Zonder haar wilde hij niet meer leven.
Het wapen had hij laten zien om haar klip en klaar duidelijk te maken wat hij van plan was te gaan doen.
Met zichzelf.

Tja, zucht ook de advocaat.
Tegen de rechters: ‘Wat voor een straf moet je nou iemand geven die met een wapen rondloopt om daarmee zelfmoord te plegen?’
De officier van justitie geeft het antwoord: ‘Twaalf maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk met na detentie nog eens een half jaar electronisch toezicht middels een enkelbandje.’

Misschien was het een leugen om bestwil.

Diezelfde rechters moeten ook iets vinden van de schier onnavolgbare woorden waarmee Hasad de rechtszaal liet volstromen.
Hasad was net thuis die middag, even voor half vijf, toen de overburen eerst de brandweer belden en toen hem te hulp schoten.
Uit het dak van zijn tussenwoning in Leek kwam namelijk rook.

De toegeschoten overburen waren de bewoners van het tegenover zijn huis gelegen politiebureau. De overburen vroegen of de brandweer ergens rekening mee moesten houden als lieden de woning zouden betreden.
Hasad loog niet en zei: ‘Op zolder is een hennepkwekerij.’
Hij zei dat in de hitte van het moment.

Het vuur was vlot bedwongen, de buurtagenten telden toen de rook om hun hoofden was verdwenen tientallen bloempotten met steenwol, 19 jerrycans waarin groeimiddel had gezeten, lampen, filters en zo nog wat attributen.
Een optelsom van het materiaal doet de officier van justitie vermoeden dat er op die zolder 225 hennepplanten hebben gestaan.
De standaardrekensom levert een geschatte opbrengst (winst) op van ruim 21.000 euro.

De officier van justitie eist dat Hasad dit bedrag afdraagt aan de staatskas.
Daarnaast, voor het idee, nog een werkstraf van 160 uur.

Hasad begint te praten met de bedoeling, zo klinkt het, daar voorlopig niet meer mee op te houden.
Misschien denkt hij wel dat zo lang hij aan het woord is, de rechters hem niet kunnen veroordelen.
Uit de woordenstroom kan worden opgemaakt dat Hasad wil doen geloven dat hij geen weet had van een kwekerij op zolder, dat hij immers nooit op zolder kwam, dat hij in Turkije was bij zijn zieke vader, nee, dat hij hier in het ziekenhuis lag met zijn eigen ziekte, dat er iemand in zijn huis verbleef, zijn dochter, mannen van Enexis, oh, nee, het was ene Paul die hij verder niet kent, dat 225 plantjes nooit ruim 21.000 euro kunnen opleveren, dat…

Kortom, vatte de advocaat samen, er mag voldoende twijfel zijn.
Ik denk dat Hasad tot de radicale eerlijken noch tot de psychopaten behoort.
Ik denk dat hij tegen beter weten in probeerde het vege lijf te redden.

Cornelis uit Winschoten is vorige week 51 jaar geworden, een leeftijd die je hem niet geeft.
Hij oogt veel ouder en spreekt met een stem van een versleten arbeider.
Niet uitgesloten kan worden dat hij zich heeft bekeerd tot die kleine groep van radicale eerlijken.
Cornelis heeft namelijk niets meer te verliezen; hij heeft niet meer zo lang.
Het leven dat hij heeft geleefd, heeft ertoe geleid dat zijn lichaam op is.
Gesloopt.
Hij staat op instorten.
Waarom dan nog liegen?

De beschuldiging is dat hij met Ricardo een woningoverval heeft gepleegd.
Ricardo is een kwieke 49-jarige man die een bedenkelijke criminele reputatie in Oost-Groningen geniet.
Bij de overval is ook geschoten.
Het doel was de drugs die in die woning lag, buit te maken.
Ricardo ontkent wat past bij zijn reputatie.
Cornelis ontkent niet.
Hij vertelt dat Ricardo hem had gedwongen mee te gaan.
Hij moest met de loop van een pistool in de rug op deur van de woning kloppen.
Omdat hij drugsgebruiker is, zouden ze voor hem de deur openen.
Hij moest dan voor vijftig euro ‘wit’ bestellen.
Toen hij dat staande in de deuropening deed, wurmde de gemaskerde Ricardo zich schietend naar binnen.
Cornelis: ‘Ik heb toen gemaakt dat ik wegkwam. Voorzichtig, want hard lopen kan ik niet meer. Vanwege de longen.’

Hij zegt dat hij al jaren door Ricardo wordt gebruikt en misbruikt, door hem wordt mishandeld, geterroriseerd.
Dat hij zich met zijn verwoeste lichaam niet kan verweren, dat hij het terreur moet ondergaan. Ricardo tegen wie zes jaar celstraf wordt geëist, zwijgt.

Cornelis moet als het aan de aanklager ligt twintig maanden de gevangenis in.
Als zijn woorden niet gelogen zijn, dan gaat hij dat niet volhouden.

Rob Zijlstra

update – 31 augustus 2015
Klaas is conform de eis veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Na detentie wordt hij nog een half jaar onderworpen aan elektronisch toezicht. En dan is er ok nog een contactverbod met zijn ex. Ook Hasad is veroordeeld: 120 uur werkstraf, een maand voorwaardelijk en het betalen van die ruim 21.000 euro.

Ricardo heeft 5 jaar gekregen.

Cornelis is geen medepleger zoals het openbaar ministerie dat zag, maar medeplichtig. Dat scheelt aanzienlijk. De rechters vindende dat er sprake is van psychische overmacht. Wel wordt rekening gehouden met de bijzondere situatie waarin hij zich bevond en met zijn ‘maatschappelijke teloorgang’. De straf: 453 dagen waarvan 360 voorwaardelijk. De straf is gelijk aan de periode die hij in voorarrest heeft gezeten.

 

Geld & alcohol

het verdriet van Yanar
zit verwerkt in een
getatoeëerd traantje
onder zijn oog

 

Misschien is het wel waar dat in ieder mens van nature een paar gram slechtheid schuilt en dat daarom misdaad bestaat.
Zo er ook plastic in zee drijft.
Wie weet.
Met grotere stelligheid durf ik op te schrijven dat er misdaad onder ons is als gevolg van geld – te weinig of te veel – en – idem – alcohol.

Nooit zal ik de verdachte Peter vergeten, toen 31 jaar.
Bij de Spar had hij rode wijn gestolen, bij de iets verderop gelegen Gall&Gall aan het pleintje was hij gaan slaan om een fles whisky te bemachtigen.
Met de buit holde hij naar huis waar hij – eenmaal dronken – zijn geliefde in elkaar beukte.

Op een dag pikte zij dat niet meer en belde gebutst de politie.
Agenten kwamen opdraven en hielden Peter aan terwijl hij diep was weggezakt in zijn zoveelste roes.
Rond zijn bed een zee aan lege (en gestolen) drankflessen.

Peter was een man met vermogende ouders.
Om aangenaam te leven kreeg hij 15.000 euro per maand toegeschoven.
Daar hoefde hij niets voor te presteren.
Toen zijn ouders kwamen te overlijden, vloeide er een paar miljoen naar zijn bankrekening.
Waarom dan stelen met al dat geld, met al die euro’s?
Simpel: ’t was op.
Verbrast. Opgezopen. Verpist.
Peter had niets meer.
Zelfs de schadeclaim van Gall&Gall, twee tientjes, kon hij als ex-miljonair niet betalen.
De duurste afkick-klinieken in het buitenland had hij bezocht, daar waar ook benevelde wereldberoemdheden komen, maar geholpen had het niet.
Hij moest wel stelen.

Is het niet de drank, dan is het wel het geld.
Yanar (20) heeft nooit vermogende ouders gehad.
De ouders die hij wel had, zijn dood.
Oma voedde hem op.
Na een lange vlucht uit Azerbeidzjan belandde hij in Noord-Groningen, niet ver van waar ook dronken Peter was neergestreken.
Een stage bij de V&D in Groningen mislukte omdat hij er van veel te vroeg tot veel te laat en altijd te hard moest werken.

Yanar had 65 euro per week te besteden.
Dat was per week te weinig, daar hij met dit geld ook zijn dagelijkse jointjes moest financieren.
Aan de bewindvoerder had hij om opslag gevraagd, een beetje extra maar.
Over een week zou oma jarig zijn en hij wilde iets voor haar kopen.
De bewindvoerder hield voet bij stuk en gaf geen cent extra.
Yanar zei daarop boos dat hij dan op zijn eigen manier geld zou gaan halen.

Kort daarna, op nieuwjaarsdag, stapte hij met een muts over zijn hoofd en een vuurwapen in de linkerhand de frietkraam in Tuikwerd in Delfzijl binnen en eiste met trillende knieën het geld in de kassa op.
De doodgeschrokken frietmedewerkster drukte op het stille alarm en griste wat bankbiljetten bijeen.
Met honderd euro ging Yanar er vandoor.

Nee, zegt hij tegen de rechters, het is niet de manier.
Maar wat moest hij dan?
Hij had geldnood. Dus.
En nu?
Hij zegt: ‘Oma is teleurgesteld.’
En verder?
Hij wil met rust gelaten worden, zijn straf uitzitten en dan werken.
En als dat niet lukt gaat hij terug naar zijn land, dan wil hij weg van hier, van hier waar grote mensen alleen maar onzin praten.

Jawel.
Hij heeft wel aan dat meisje van de frietkraam gedacht.
Maar pas later.
Niet toen hij het ging doen, want dan denk je niet aan zoiets.
Nu wel.
De reclassering waarmee hij niets te maken wil hebben, schreef dat Yanar een kwetsbare jongeman is die al veel in zijn leven heeft moeten meemaken en de neiging heeft dat te overschreeuwen.
Het verdriet van Yanar zit verwerkt in een getatoeëerd traantje onder zijn oog.
Wat de officier van justitie betreft hoeft Yanar de komende tijd te werken noch oplossingen te verzinnen voor geldnood.
Hij eist vier jaar gevangenisstraf.

Hannes combineert geld en drank.
Hij steelt al jaren als gevolg van geldnood ten behoeve van drank.
Eens was hij goed voor twee flessen jenever per dag, tegenwoordig houdt hij het vooral bij bier en whisky.
Een dag voordat Yanar de frietkraam bezocht, keilde Hannes aan het Helperplein in Groningen een baksteen door de etalageruit van Gall&Gall (ja, die weer).
Hij was op dat moment al flink dronken.
De volgende ochtend was hij wakker geworden in Oude Pekela bij een kennis.
In het bed waarop hij lag, lagen ook zeven flessen whisky.
Toen de drank drie dagen later op was, zou hij hebben ingebroken in de woning van zijn moeder.
De buit: een fles bessenjenever en een krat Amstel.
Eis: vijftien maanden.

In de zalen van het strafrecht zijn wekelijks dit soort geld- en drankverhalen op te tekenen.
Soms, heel soms, gaat het andersom.
Zoals bij Max, een jongeman van dan 21 jaar uit Oezbekistan die deel uitmaakte van een criminele bende die zich in Oost-Groningen schuldig maakte aan moord (althans pogingen daartoe), vrijheidsberoving, drugshandel, bedreigingen en gewapende overvallen op hennepplantages.

Max zou betrokken zijn geweest bij een woningoverval (met hennep) in Froombosch.
Iemand had hem met zijn oorbellen door zijn oren herkend, op de plaats-delict was een muts gevonden met daarop zijn dna.
De rechtbank veroordeelde hem tot vier jaar.
Zijn rechters wilden niet weten dat bij hem sprake was van een ‘psychotisch beeld’, veroorzaakt door een ‘schizofreen proces’.

Er volgde hoger beroep.
In het Paleis van Justitie in Leeuwarden stelden de raadsheren ter plekke vast dat Max geen gaatjes in de oren had en ten aanzien van de muts met dna luidde het oordeel dat de muts er door anderen kan zijn neergelegd.
Vrijspraak.

Max had drie nachten in een politiecel doorgebracht.
Daarna had hij vijf nachten met beperkingen een huis van bewaring gezeten, gevolgd door nog eens 736 nachten zonder beperkingen, zij het wel opgesloten en van de vrijheid beroofd.
En dat ten onrechte.

De advocaten stelden voor om aan Max een schadevergoeding toe te kennen.
Voor de eerste acht dagen 105 euro per etmaal, voor de 736 daaropvolgende nachten tachtig euro.
En omdat bij Max dus wel sprake is van een ‘schizofreen proces’ zou het standaardtarief moeten worden verdubbeld.
Ook de kosten van het verzoek tot schadevergoeding – 550 euro – zou moeten worden vergoed.

De rechters dachten diep na en besloten toen de Staat der Nederlanden te verplichten om aan de jonge Oezbeek (op een tientje na) 120.000 euro te betalen.

Proost.

Rob Zijlstra

uitspraken op 25 juni

Silly walks

de meeste mensen
overvallen geen Albert Heijn
bij onvoldoende saldo 

+ UPDATE

 

Schermafbeelding 2015-04-01 om 17.13.47

Om te kunnen worden veroordeeld tot bijvoorbeeld een gevangenisstraf is het wenselijk dat de verdachte de dader is.
Het probleem is vaak de waarheid.
Het is vrijwel onmogelijk achteraf de waarheid te reconstrueren.
Hooguit kan bij benadering in kaart worden gebracht wat er mogelijk is gebeurd.
En wat waarschijnlijk niet.
Die twee, dat wat mogelijk is en wat waarschijnlijk niet bij elkaar opgeteld, moet in de rechtszaal vaak het bewijs zijn.

De officier van justitie zegt dat Gerrit (50) op 11 januari vorig jaar in Groningen een filiaal van de Albert Heijn heeft overvallen.
Ze zegt dat ze dat ook kan bewijzen.
Onmogelijk, reageert Gerrit die beweert dat hij het plegen van overvallen juist heeft afgeleerd toen hij in tbs-klinieken verbleef.
Tegen de rechters: ‘In de tbs heb ik geleerd andere keuzes te maken.’
Gerrit vreest ook dat zijn burgerrechten worden geschonden.

Het gaat om een rot-overval.
Een man met een eng Afrikaans masker voor zijn gezicht komt om 09.35 uur de Albert Heijn binnen, richt een matzwart wapen op de 16-jarige stagiaire en beveelt haar uit verschillende kassa’s bankbiljetten te halen en die aan hem te geven.
Kleingeld wil hij niet.
Met een ‘sorry’ rent hij om 09.36 uur de super uit met 1300 euro.

Tijdens de overval valt een plastic tas uit de schoudertas die de overvaller draagt.
Op die tas worden biologische sporen aangetroffen waar een dna-profiel van kan worden afgeleid.
Dat profiel wordt vergeleken met de 200.000 opgeslagen profielen van personen in de dna-databank.
Het is van Gerrit.

De rechters: ‘Bij de politie heeft u ontkend ook maar iets met deze overval te maken te hebben. Vindt u dat nog steeds?’
Gerrit: ‘Uiteraard.’
Voor het dna op de tas heeft hij een verklaring.
Zegt: ‘Ik ken dat tasje wel. Ik had op een regenachtige avond zo’n tasje om de zadel van mijn fiets. Blijkbaar heeft iemand het er afgehaald.’

Zoiets kan.

Onderzoek wijst verder uit dat Gerrit een half uur voor de overval geld heeft gepind op het Hereplein in Groningen.
Hij probeert honderd euro te pinnen, dan zeventig, dan veertig.
Hij pint uiteindelijk dertig euro.
Meer laat het saldo niet toe.
Even later is er tussen de telefoon van Gerrit en een telefoon van een ander contact.
Die andere persoon is een bij de politie bekende drugsdealer.

Het kan dus best zo wezen dat Gerrit drugs wilde kopen, bij de pin ontdekte dat hij te weinig geld had voor wat hij aan drugs nodig wilde hebben en om die reden besloot naar de Van Lenneplaan te fietsen om daar de Albert Heijn te overvallen.

Gerrit: ‘Het hele strafdossier is een grote hypothese.’
Zoiets kan ook.

De meeste mensen overvallen geen Albert Heijn bij onvoldoende saldo.
Nu behoort Gerrit niet tot de meeste mensen.
Gerrit is eerder met politie en justitie in aanraking geweest.
De meeste mensen hebben dergelijke aanrakingen niet.

Anders gezegd, Gerrit zou je op grond van zijn veroordelingen met recht een overvaller kunnen noemen.
In 1994 kreeg hij daar 7 jaar gevangenisstraf voor, in 1999 2 jaar en tbs met dwangverpleging voor overvallen in zijn geboorteplaats Dordrecht.
Zijn laatste veroordeling: 6 jaar en tbs.
Ook voor overvallen.
Gerrit verbleef naast 15 jaren in gevangenissen lange tijd in de Van Mesdagkliniek.
Toen hij werd ontslagen van de tbs-status bleef hij in Groningen hangen.

Nu is het niet zo dat veroordelingen uit het verleden, garanties bieden voor de toekomst.
Zoiets kan weer niet.

Gerrit vertelt dat het scenario van de politie – dat hij uit roven ging uit geldgebrek – niet klopt.
Had hij niet te lang in de tbs verbleven en om die reden een schadevergoeding van 43.000 euro van de staat der Nederlanden ontvangen?
Nou dan.
In mei 2013 had hij dat geld van de bank gehaald en in eigen beheer genomen.
Thuis had hij dus geld zat.

Terzijde: een aantal overvallen dat hij pleegde, pleegde hij op banken.
De reden dat hij het geld van de rekening haalde: ‘Ik vertrouw banken niet.’

Geld speelde dus geen rol bij Gerrit.
En dat geldt ook voor het Openbaar Ministerie.
Er vanuitgaande dat het politieonderzoek niet is gesponsord door Albert Heijn, heeft ook het Openbaar Ministerie kosten noch moeite gespaard bewijs te vergaren.

Het was agenten die de camerabeelden van de overval bekeken, opgevallen dat de overvaller een raar loopje had.
Toen Gerrit was aangehouden vroegen ze zich af of hun verdachte ook een gek loopje zou hebben.
In dat geval zou het bewijs wel eens sluitend kunnen worden.
Een van de agenten had eens gelezen over een Engelsman die deskundig is in loopjes.

De Engelse loopjesdeskundige – hij heet Barry Francis – kreeg beelden toegezonden om te analyseren.
Afgelopen week zat hij in zittingszaal 14 om zijn bevindingen toe te lichten.
Zijn eerste vraag aan de rechtbank: ‘Kan ik vanavond nog wel terug naar Engeland?’
Dat kon.

Francis kan niet alleen loopjes herkennen, maar ook voetstappen en de manier waarop de mens voetstapt benoemen.
Een mensenloopje is niet gelijk een vingerafdruk of aan dna, maar het kan wel een boel zeggen (verraden).
In Engeland zit podoloog Francis vaker in rechtszalen.
Eenmaal eerder trad hij op in Nederland, bij een rechtszaak rond een overval in Amsterdam.
En in 1984 en 1988 was hij lid van de medische staf van het Engelse Olympisch team, eerst in Los Angeles, vier jaar later in Seoul.

En?
Barry Francis zegt dat het loopje van Gerrit bewijs oplevert dat hij de man is die ook op de beelden staat van de beveiligingscamera.
En hoe moet dat bewijs worden gekwalificeerd?
Francis: ‘Als sterk.’

Het pinnen vlak voor de overval, het telefoontje met die bekende drugsdealer, zijn dna op de plastic tas, de conclusies van de loopjesdeskundige.
De officier van justitie: ‘Tel dat bij elkaar op en dan heb je overtuigend bewijs.’
Ze eist een gevangenisstraf van 36 maanden en het betalen van 1500 euro aan de 16-jarige stagiaire die nog maanden nachtmerries had waarin enge gezichten opdoken.

Gerrit is een ervaren verdachte.
Hij heeft over de loopjesspecialist gelezen en vraagt zich af of dergelijk onderzoek in Nederland wel is toegestaan.
Tegen de rechters: ‘Hoe rechtmatig is dit? Is er voldoende juridische basis? Ik bedoel, straks worden mijn burgerrechten nog geschonden.’

Ook heeft hij een Engels onderzoeksrapport gevonden waarin staat dat wetenschappelijke deskundigen in strafzaken het in 71 procent van de gevallen bij het juiste eind hebben.
Tegen de rechters: ‘Ik ben waarschijnlijk wat kritischer dan u bent omdat het om mezelf gaat. Maar u zit tegenover 29 procent.’

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 13 april 2015
Gerrit is vrijgesproken omdat het bewijs dat er ligt, de rechters niet heeft weten te overtuigen. DNA is, zo blijkt weer eens, niet een tovermiddel. En Engelse deskundigen ook niet.

het vonnis (niet beschikbaar)

update – 22 april 2015 – hoger beroep 1
Het Openbaar Ministerie legt zich niet neer bij de vrijspraak en gaat in hoger beroep.

update – 31 maart 2016 – hoger beroep 2
Het hof komt er niet uit. Het zou arrest wijzen, maar heeft besloten de zaak aan te houden voor nader onderzoek. Er moeten opnieuw sporen worden onderzocht en ook het loopje wordt weer tegen het licht gehouden. Of Francis opnieuw moet komen opdraven weet ik niet. Er komt dus een vervolg.

Niets te verliezen

We vertroetelen 

het idee dat de misdaad

kan leiden naar een 

groots en meeslepend leven

Overdag vinden we dat de misdaad bestreden moet worden, met zwaardere straffen en als het even kan te ondergaan in tochtige gevangenissen.
Maar als dan de avond is gekomen en de televisie is aangezet, dan willen we de misdaad voor geen goud missen.
Dan vertroetelen we het idee dat de misdaad kan leiden naar een groots en meeslepend leven.
De televisie blijft dat maar herhalen.

In ’t echt is ’t anders.

Neem Don.
Hij is 27 jaar, woont zelfstandig, zijn ouders drie straten verderop.
Contact heeft hij nauwelijks met ze.
Tegen de rechters zegt hij dat hij bezig is een goede toekomst neer te zetten.
Dat moet hij alleen doen en soms samen met zijn vriendin met wie hij in de schuldsanering zit.
Don heeft voor 9.000 euro boetes openstaan.

Op een dag is zowel het geld als het eten op.
Beide heeft hij dringend nodig.
Lenen is geen optie meer.
En zo kan het gebeuren dat hij via het internet een pizza bestelt en als de bezorger het steegje inloopt hij zijn mes laat zien en vraagt: ‘Is het je waard neergestoken te worden? Nee? Geef dan je portemonnee en je mobiele telefoon.’

Rijkdom brengt het hem niet.
Een paar tientjes.
De telefoon, een iPhone 5, is beveiligd.
Daar kan hij dus niks mee.
Don besluit het toestel terug te brengen naar de pizzeria waar hij zijn valse bestelling had gedaan.
Kijk, zegt hij, heb ik gevonden.

De politie spoort hem op – gestolen mobiele telefoons zijn grote verraders – en de officier van justitie spreekt zijn verbazing uit.
‘Dat u zulke gemakkelijke keuzes maakt. Even geen geld, en dan hupsakee, een overval. Ik eis acht maanden gevangenisstraf.’
Don buigt het hoofd.
Daar gaat z’n toekomst.
Uitgerekend nu hij weer naar school wil om zijn koksopleiding af te maken.
Hij wil pizzabakker worden.

Of Neem Santino die twee jaar geleden ook al eens in zittingszaal 14 zat, toen vanwege een serie lelijke woninginbraken.
Santino kijkt samen met zijn vriend naar Alberto Stegeman op de televisie.
Het is inspirerend en een groots idee ontstaat: we gaan pedo’s pakken.

Ze kruipen achter de computer, maken een account aan en chatten er lustig op los.
Ze doen alsof ze Nickie en 15 jaar zijn.
Als snel meldt zich een man die wel in is voor een vrolijk samenzijn met een ondeugende 15-jarige.
Op de afgesproken plek, nog diezelfde avond, stappen ze bij de man in de auto en zeggen dat zij Nickie zijn en nu geld willen hebben.
Zo niet, dan vertellen ze aan de politie dat hij een vieze pedo is die seksuele dingen chat met een meisje van 15.

De man betaalt vijftig euro.
Stegeman bedankt.
Terwijl zij linea recta naar de McDonald’s gaan, doet de man aangifte.

Santino zegt tegen de rechters dat hij inmiddels 22 jaar is en zijn jeugdige onbezonnenheid kwijt is.
‘Ik kijk nu heel anders tegen de dingen aan.’
De officier van justitie: acht maanden celstraf, de helft voorwaardelijk.

Dan Michael.
Hij is 47.
In het jaar dat Santino wordt geboren, gaat hij aan de slag als financieel medewerker bij een aannemer.
Jaar in, jaar uit houdt hij de boeken bij, maar geluk brengt het niet.
Ook thuis met een vrouw en drie jengelde kinderen voelt hij zich niet op z’n gemak.

Op een dag meldt de echtgenote bij de politie dat haar man niet is thuisgekomen.
Een dag later doet de aannemer aangifte van verduistering.
De twee meldingen blijken bij elkaar te horen.
Michael is met de noorderzon vertrokken.
Ontdekt wordt dat hij een vliegticket heeft gekocht, Toronto Canada.
De spaarrekeningen van de drie kinderen zijn geplunderd, de zesduizend gespaarde euro’s zijn weggeschreven.
De aannemer: ‘En ik ben 262.000 euro lichter.’

Kort daarop wordt veel duidelijk als de echtgenote een sms’je van Michael ontvangt.
De boodschap: ‘Ik kom nooit meer thuis.’

Deze week zit Michael in de verdachtenbank.
Hij zegt dat hij niets wil zeggen.
Waarom niet?
‘Dat wil ik ook niet zeggen.’
Rechters: ‘U vindt het moeilijk?’
Michael: ‘Ook.’

Zeven maanden is hij in Canada geweest.
Daarna wil hij naar Spanje.
Maar misschien ook wel niet.
Hij landt in elk geval in Londen en daar op het vliegveld wordt hij aangehouden en uitgeleverd aan Nederland.

Heeft hij de tijd van zijn leven gehad?
Groots een meeslepend geleefd in Canada?
Alles gedaan wat God verboden heeft?
Met wilde, lange nachten die 22 jaar duf boekhouden voor altijd doen vergeten?

Neen.

Wanneer Michael in het vliegtuig stapt om nooit terug te keren, heeft hij bijna geen geld meer.
Vrijwel platzak komt hij in Toronto aan.
Onderdak vindt hij bij een gemeenschap die je ook een sekte kunt noemen, zegt hij in zijn spaarzame woorden tegen de rechters.

Jarenlang vertelt hij thuis dat hij het druk heeft op zijn werk, dat hij daarom zo vaak moet overwerken tot in de nacht.
In werkelijkheid zit hij dan in het casino.
In de boekhouding van de aannemer bestaat een fictief bedrijf met een bankrekening op zijn naam.
Als hij een keer ziek is en het bedrijf een tijdelijke vervanger zijn werk laat doen, komen 49 dubieuze overboekingen aan het licht.

Michael wordt door zijn werkgever ontboden om tekst en uitleg te geven op de dag dat zijn vrouw hem bij de politie als vermist opgeeft.
Het verduisterde geld en ook het spaargeld van de kinderen is via het Holland Casino in ’s lands staatskas terechtgekomen.

Alles is vergokt.

Gedragsdeskundigen hebben een ernstige vorm van verslaving vastgesteld.
En het Syndroom van Asperger.
De rechters: ‘U ervaart schuld, maar kan daar geen uiting aan geven. U voelt geen spijt. U denkt concreet en rechtlijnig. U ligt er ook niet wakker van.’
Michael: ‘Ik ben het liefst alleen.’
Rechters: ‘Wat doet het met u?’
Michael haalt de schouders op en zegt: ‘Mijn geval heeft in elk geval een naam.’

De officier van justitie zegt dat Michael met de schrik vrij mag komen.
Als het aan de aanklager ligt krijgt hij de 35 dagen celstraf die hij al heeft uitgezeten. Daarnaast een werkstraf van 180 uur.
Het geld dat er niet meer is moet worden terugbetaald.

Ik kijk de advocaat van Michael na als zij zingend het gerechtsgebouw verlaat.
Met haar linkerhand slaat zij de kraag van haar lange jas omhoog en stapt dan gehakt de regen in.
Ze zingt: ‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Rob Zijlstra

update – 22 januari en 29 januari – uitspraken
Don – schuldig en strafbaar – 7 maand waarvan 3 voorwaardelijk
Santino – schuldig en strafbaar – 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk
Michael – schuldig en strafbaar – een taakstraf van 240 uur en 336 dagen celstraf waarvan 300 voorwaardelijk (michael heeft na zijn aanhouding 36 dagen vastgezeten, vandaar.)


 

‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Like a rolling stone (Bob Dylan)

Wedden dat

een overval is soms een selfie

Schermafbeelding 2014-12-06 om 22.32.51De krant bewees deze week weer eens dat je vreselijk moet oppassen met de misdaad en voor de plegers ervan.
Een week geleden werd Groningen en ras de rest van het land opgeschrikt door het bericht dat een inbreker ernstig gewond was geraakt tijdens zijn werkzaamheden.
De bewoner, een man van 61 jaar, had de snoodaard betrapt en hem flink onder handen genomen.
De reacties op de berichtgeving waren niet mals.
De moedige bewoner verdiende een standbeeld van een held, de inbreker zelf kon het beste maar dood want eigen schuld.

Een paar uur na het gebeuren werd de inbreker op gezag van de politievoorlichting een overvaller en de volgende dag was de overvaller een travestiet geworden die een date in de nacht had met de bewoner.
Ze kenden elkaar goed en lang, samen hadden ze ruzie gekregen en dat was uit de hand gelopen.
Later op de dag onthulde RTVNoord dat de travestiet toch weer een overvaller moest wezen, maar dan van een andere overval.

Dinsdagavond overleed de goede bekende van het 61-jarige slachtoffer aan zijn verwondingen.
Kregen een paar reageerders toch nog hun zin.
De dapper gewaande zit opgesloten.

Het komt vaker voor dat de misdaad niet is wat die op het eerste gezicht lijkt.
Er schijnen mannen te worden beroofd in rosse buurten.
Soms dient zo’n beroving als dekmantel voor (de kosten van) prostitutiebezoek.
Een beroving is thuis beter uit te leggen.
Ook niet alle beroofde bezorgers van maaltijden zijn beroofd.
Een overval is soms een selfie.

Deze week zaten Willem (49) en Truus (44) in de verdachtenbank.
Rasechte Rotterdammers, dat kon je horen.

Op een koude dag is Willem in Groningen voor een bezoek aan een kennis.
De kennis woont in de stadswijk Beijum en is niet thuis.
Zij is naar de kerk.
Geeft niks, zegt Willem.
Dan wacht-ie wel even.
Buiten ligt overal sneeuw, maar in zijn mooie Mercedes Benz C320 cdi zit zelfs een kachel en die maakt dat het lekker warm is.

Ineens wordt een portier opengetrokken.
Natuurlijk schrikt Willem.
Hij kijkt in de loop van een vuurwapen.
Een tweede overvaller zwaait met een stroomstootwapen.
De mannen stappen in en Willem moet rijden.
Ze rijden door Groningen, stoppen na een tijdje en Willem moet eruit.
Nadat hij zijn geld (90 euro) heeft afgegeven gaan de gewapende mannen er met zijn auto vandoor.

Willem doet aangifte.
Hij vertelt dat het is gegaan zoals hier beschreven.
De politie maakt het wereldkundig en waarschuwt het publiek niet zelf actie te ondernemen tegen de twee gewapende overvallers van wie er eentje een gebreid mutsje draagt.

Tien dagen na de overval krijgt de politie informatie uit het criminele circuit.
De man die is overvallen, luidt de tip, is betrokken bij de organisatie van illegale loterijen binnen de Antilliaanse gemeenschap.
Vier dagen later wordt de Mercedes gevonden.
In de auto liggen boekjes met lootjes en enveloppen met contant geld.
Op een van die enveloppen staat de naam van Marjan, de vrouw die Willem zou bezoeken toen zij in de kerk zat.

Weer een dag later krijgt de politie opnieuw informanteninformatie.
Die man die Willem heet is niet alleen beroofd van zijn auto, maar ook van 20- tot 30.000 euro.
Geld dat in Groningen aan winnaars van de illegale loterij uitgekeerd moest worden.

Marjan wordt opgespoord en zegt dat ze lootjes verkoopt, van 25 cent tot een euro per stuk.
Ze betaalt ook prijzengeld uit, wel eens twee- tot driehonderd euro.
De vrouw zegt zaken te doen met de man die haar kwam bezoeken toen ze in de kerk zat, hij heet Glen.

De politie confronteert Willem met die loterijboekjes in zijn teruggevonden auto, met die enveloppen met duizenden euro’s, met het verhaal dat hij is beroofd van 20- tot 30.000 euro.
Willem – een verdacht slachtoffer nu – zegt niks.
Hij heeft een advocaat en die adviseert hem de mond te houden.
Weet Truus meer?
Truus heeft dezelfde advocaat.
Zij zwijgt ook.

Kortom, de politie is in Groningen van alles op het spoor: illegale loterijen waar tienduizenden euro’s in omgaan, een link met Rotterdam, er zijn mannen met wapens en een gebreid mutsje die mensen in auto’s overvallen, carjacking.

In de rechtszaal vragen de rechters aan Willem: ‘Noemen ze u ook wel Glen?’
Willem: ‘Nee, nooit. Ik ben gewoon Willem.’
Truus knikt.
Zij kan het ook weten want ze is al jaren met Willem getrouwd.
Willem doet niks met loterijen, zwijgt hij.
Willem werkt in de haven bij de afdeling laden en lossen.
Truus zit op de administratie bij een elektrotechnisch bedrijf.

En dan nu iets heel geks.
In de rechtszaal gaat het helemaal niet over die loterijen en gewapende overvallen.
Daar is niet eens nader onderzoek naar gedaan.
Wat de politie heeft gedaan is het nader onderzoeken van de bankrekening van Willem en Truus.
Het was de politie namelijk opgevallen dat er flinke bedragen op die rekening staan, terwijl er nauwelijks iets van wordt afgeschreven.
In een jaar tijd was er vier keer een pintransactie gedaan bij de Albert Heijn.
Hoe dat dan kan?

Truus legt uit dat ze haar hulpbehoevende oma verzorgt en dat oma nogal vermogend is.
Eenmaal per week pint oma geld (wanneer ze samen boodschappen doen) en dan stopt oma haar flink wat toe.
Daar doen ze de dingen en extra dingetjes van.

De officier van justitie kan dat niet geloven.
Uitgerekend is dat er 56.171 euro zonder een verklaarbare herkomst is uitgegeven.
Dat moet dus misdaadgeld wezen.
En wie met misdaadgeld dingen (Mercedes) en dingetjes (jurkje) koopt, maakt zich schuldig aan witwassen.

Dus dat geld hebben ze verdiend met die loterijen?
Dat is niet uitgezocht.
Maar organiseren ze die wel?
Ook niet uitgezocht.
En die gewapende overvallers dan?
Niet onderzocht.
De carjacking?
Nee.
Is Willem niet beroofd?
Weten ze niet.
Marjan van de kerk?
Is niet mee gepraat.
Glen!
Wie is Glen?

De officier van justitie zegt dat Willem en Truus zich schuldig hebben gemaakt aan witwassen in vereniging want ze zijn getrouwd in gemeenschap van goederen.
De aanklager rept van een ernstig feit en riedelt dat de misdaad niet mag lonen.
De eis: een taakstraf van 200 uur, drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf per persoon en en het samen betalen aan de Staat der Nederlanden van 56.171 euro.

Worden ze veroordeeld?
Ik durf er wel een gokje op te wagen.

© Rob Zijlstra

update – 15 december 14 – uitspraak
De rechtbank heeft Willem en Truus vrijgesproken. Dat het niet anders kan   dan dat het geld van misdaad afkomstig is, is niet waar, oordelen de rechters.  Immers, ze gaven aan geld te hebben gekregen (oma) en ook geld te hebben geleend. Daarnaast hadden ze legale inkomsten uit arbeid. Verder blijkt niets uit het dossier. De ontnemingsvorderingen worden met de vrijspraken afgewezen.

 

Belhamels

Mobiele telefoons zijn roofgoed.
Dat komt omdat vrijwel iedereen zo’n duur ding bij zich draagt omdat we niet meer zonder kunnen, gecombineerd met het eeuwenoude gegeven dat er altijd mensen zijn die vinden dat wat van u is van hen is.Schermafbeelding 2014-11-09 om 15.43.23
Desnoods met geweld.

Vorige week werden nog tien maanden gevangenisstraf geëist tegen een 16-jarige belhamel die in Groningen mensen op straat beroofde van smartphones.
Een meerderjarige medeverdachte die de rol zou hebben van meeloper, hoorde 30 maanden cel eisen.

Antonio (32) wordt ook verdacht van het stelen van smartphones, van dure iPhones in zijn geval.
Hij deed het niet op straat, maar rechtstreeks bij de winkel van KPN in het koopcentrum in Paddepoel, Groningen.
Hij ging daar om acht minuten over elf in de ochtend naar binnen, zo luidt de verdenking en gebood: ‘iPhones, ik wil er tien.’

Omdat hij was gemaskerd en een vuurwapen op de verkoopster richtte, was direct duidelijk dat dit geen gewone klant was.
Een tweede KPN-telefoonverkoper bleef toen het gebeurde, stilletjes in een hoekje staan om de overval goed gade te slaan.
Hij had een overvalcursus genoten en daar geleerd waar je op moet letten om de overvaller te kunnen beschrijven nadat die zich uit de voeten heeft gemaakt.

De overvaller had een zeeroversdoek voor zijn gezicht gedrapeerd en een sporttas meegenomen voor de buit.
Hoewel hij had gevraagd om tien toestellen, kreeg hij er maar zes.
Met een ‘dankjewel’ verliet hij desondanks gehaast de winkel.
De man van de cursus: ‘Blanke man, achter in de twintig, iel van postuur, ingevallen gezicht, dunne beentjes, zwart trainingspak, schoenen van Nike Air, grote zwarte zonnebril.

Antonio: ‘Ik was het niet. Ik heb dat niet gedaan, ik zit onterecht vast.’

Dat kan. Een verdachte verkeert in een niet te benijden situatie.
Een dader – dat is een veroordeelde verdachte – kan onschuldig vastzitten.
Dat is meer dan ontzettend vervelend, maar het is nooit helemaal te voorkomen omdat rechtspraak mensenwerk is.
Maar je kunt bijna niet ten onrechte verdachte zijn.
Een verdachte is zolang de rechters zwijgen immers onschuldig.

Kortom, het kan best zo wezen dat Antonio het niet heeft gedaan, maar dat hij wel terecht vastzit en van overheidswege van zijn vrijheid wordt beroofd.
Wie niets heeft gedaan, heeft altijd te vrezen.

Nu is het niet zo dat Antonio vast zit vanwege het gat in de ozonlaag.
De officier van justitie zegt Antonio de verdachte is omdat er verdenkingen zijn.
Zo past hij ongeveer (!) bij het signalement dat getuigen hebben gegeven.
Er was huiszoeking in zijn kraakwoning gedaan en agenten besnuffelden daar zijn kleding.
De officier van justitie: ‘Verdachte beschikt over kleding die de overvaller ook gehad zou kunnen hebben.’
Getuigen zagen de vermeende KPN-overvaller wegfietsen op een damesfiets van Gazelle. De officier van justitie: ‘Verdachte heeft ook een damesfiets gehad.’

Antonio (‘die fiets is gejat’) zegt dat hij op die ochtend van de overval bij mensen thuis was, om drugs te gebruiken.
Bij wie en waar dat was, dat weet hij niet meer.
Antonio is niet meer zo goed in namen. Komt misschien wel omdat hij vanaf zijn 9e jaar softdrugs rookt.
Echt.
De officier van justitie: ‘Meneer de verdachte heeft geen alibi.’
De rechters: ‘Misschien bent u vergeten dat u een overval heeft gepleegd.’
Hoewel dat geen vraag was, zegt Antonio: ‘Nee.’

Er is nog wel wat.
Een van de buitgemaakte iPhones werd daags na de overval te koop aangeboden bij een mobiele telefoonwinkel in de binnenstad van Groningen.
Het toestel zat nog in de gesealde verpakking.
De inkopende eigenaar van de geheel legale telefoonwinkel had er 250 euro voor betaald.
Dat dat een bedenkelijk laag bedrag is, is misschien wel een ander verhaal.
De verkoper moest zich wel legitimeren en deed dat ook.
’t Was Antonio.

Nu wil het geval dat de politie vaste klant is bij deze telefoonwinkel.
Agenten stellen direct vast dat het ingekochte toestel afkomstig is van de KPN-overval.
Waarom de politie vaste klant is, werd niet uitgelegd, maar het kan heel goed dat agenten en winkel onder een hoedje spelen.

Antonio: ‘Ja, dat was ik.’
Hij legt het uit: ‘Ik liep daar door die straat. De naam weet ik niet meer. Toen werd ik aangesproken door een jongen, ene Amir of Samir of zoiets. Die jongen vroeg of ik een telefoon wilde verkopen aan die winkel. Ik moest 250 euro vragen en zou dan van die jongen 100 euro krijgen. Ik zat even niet zo lekker en kon dat geld wel gebruiken.’

Rechters: ‘En die telefoon zat nog in de verpakking.’
Antonio. ‘Echt. Het was een splinternieuw ding.’
Rechters: ‘Dus u loopt op straat en een wildvreemde spreekt u aan met het verzoek een telefoon te verkopen en daar verdiende u 100 euro mee?
Antonio: ‘Zo is het gegaan.’
Rechters: Heeft u ook een zwarte zonnebril?
Antonio: ‘Ja.’

De mevrouw van de KPN-winkel die het wapen op haar zag gericht, is naar de rechtszaal gekomen om te kijken.
Veel plezier in haar werk is er niet meer.
Ze zegt dat iedereen die nu bij haar in de winkel komt, de overvaller kan zijn geweest.
Daarom is ze gekomen.
Ze wil zijn gezicht zien, ze wil dat zien zodat ze alle andere gezichten die ’s nachts door haar hoofd spoken kan vergeten.

Antonio mag reageren op haar verklaring die ze in de rechtszaal uitspreekt.
Hij zegt: ‘Ik vind het heel erg voor die mevrouw. Ik hoop dat die gast wordt gepakt.’

Wat de officier van justitie betreft is dat al gebeurd.
Die gast, die zit voor haar.
De aanklager zegt dat deze verdachte de dader moet zijn en dat de tijd is gekomen om af te rekenen.
Daarmee geeft de aanklagende magistraat aan dat zij niet twijfelt en bereid is daarvoor zijn hand in het vuur te steken.
Ze eist drie jaar gevangenisstraf, een jaar voorwaardelijk.

Strafrechtadvocaat Ubo van Ophoven zegt dat het bewijs dat op tafel is gelegd zo summier is, dat je het nauwelijks ziet (vrije vertaling).
Over Antonio’s verkoopactie: ‘Het inleveren van een telefoon die is gestolen, is geen bewijs. Het maakt hem verdacht, maar het bewijst niet dat hij een overval heeft gepleegd.’
Komt bij, zegt de advocaat, dat als je een overval pleegt, je de buit toch niet gaat inleveren, daar waar je je moet legitimeren?

De rechters zeiden dat ze er goed over na gingen denken om over twee weken uitspraak te kunnen doen.
Dat is volgende week.
Maar zo ging het niet.
Vrijdagmiddag – halverwege het denkproces – hakten de rechters de knoop al door.
Er is geen bewijs dat het Antonio was die die ochtend om acht minuten over elf de KPN-winkel bezocht.
Wel is bewezen dat hij een gestolen telefoon in bezit heeft gehad (heling), goed voor een maand celstraf.
Hij had er – als verdachte – al vier gezeten.

Rob Zijlstra

Donkere dagen

actionWe zijn in de donkere dagen aangeland.
De politie maakt iedereen rond deze tijd van het jaar altijd een beetje bang door aan te kondigen dat het gespuis op het punt staat uit hun stinkende holen te kruipen en dat ze zich opmaken toe te slaan.
Het geboefte gaat inbreken, onze auto’s kraken, op straat roven en overvallen plegen.
Als tegenhanger van dit duistere fenomeen komt de politie met het donkere dagen-offensief: er wordt op hot-times (rond sluitingstijd) en nabij hot-spots (cafetaria’s e.d.) extra gesurveilleerd.

Kennelijk helpt dat offensief niet want ieder jaar keren de donkere dagen terug.
Afgelopen week was het in Groningen al weer raak.
In een buitenwijk werd een snackbar overvallen door twee mannen met jassen aan en capuchons over de koppen.
In de krant staat dan meestal een dag later dat onbekende mannen er met een onbekend geldbedrag vandoor zijn gegaan.
Dat is nooit helemaal waar.
Het bedrag is heus bekend, alleen wil de politie die informatie niet delen met het grote publiek.
Het is daderinformatie, belangrijk voor het onderzoek.

Vorig jaar was het ook raak op maandag 23 december.
Dat is zo ongeveer de donkerste dag van heel het jaar.
Het was bij de Action, in Oude Pekela, om vijf minuten voor acht in de ochtend.
Even voor dat tijdstip gaan drie medewerksters door de glazen schuifdeuren met daarop twee foto’s van dikke kerstmannen naar binnen.
Om vijf voor meldt een vierde medewerkster zich.
Zij belt aan, blaast haar koude handen warm terwijl binnen een collega de toegangsdeur voor haar opent.
Op dat moment sprinten die mansfiguren met bivakmutsen over de hoofden de winkel binnen.

Beveiligingscamera’s hebben het allemaal vastgelegd.
De beelden worden in de rechtszaal getoond.
Het zijn geen fraaie beelden om naar te kijken.
Te zien is bijvoorbeeld hoe twee gemaskerde mannen twee jonge vrouwen bij hun lange haren grijpen, hen aan het haar op de grond trekken en dan meesleuren naar het kantoortje.
Het geluid ontbreekt, maar er is weinig fantasie voor nodig in te beelden dat er ijselijk bij wordt gegild.

Een van de mannen heeft een groot mes in zijn linkerhand, de andere heeft iets dat op een zwaard lijkt meegebracht, de derde een pistool.
Een van de vrouwen wordt in het kantoortje gedwongen de kluis te openen.
Dat doet ze heel rustig, maar te zien is dat paniek zich van haar meester heeft gemaakt.
Ook dat is een naar gezicht.
In de kluis zit een tweede kluis, maar met een tijdslot.
De inhoud openbaart zich pas over vijftien minuten.
De overvallers hebben haast of meer te doen en willen niet even wachten.
Ze spuiten de ruimte vol pepperspray – kan hen dat schelen – en gaan er met een onbekend bedrag aan kleingeld vandoor.

Met 330,36 euro.

De overval duurde negentig seconden.
Een verdrietige moeder van een van de slachtoffers schreef een brief aan de rechters: ‘Wat ik in 17 jaar tijd met mijn dochter heb opgebouwd, hebben zij, de daders, in een paar minuten afgebroken. En dat voor een beetje geld.’
De officier van justitie: ‘De herinneringen aan wat de slachtoffers is overkomen zullen hen altijd hinderen in het dagelijkse bestaan.’

Voor slachtoffers is het een schrale troost, maar met veel overvallers loopt het slecht af.
De man die in de zomer van 2012 – niks donker, maar op klaarlichte dag – de Primera aan de Korreweg in Groningen overviel en de kassa meenam, kreeg drie jaar gevangenisstraf.

De helft daarvan mocht voorwaardelijk.
Hield hij zich niet aan de voorwaarden dan zou hij die andere helft ook moet zitten.

Hij hield zich niet aan de voorwaarden.
Half augustus moest hij daarom weer komen opdraven in zittingszaal 14.
Het ging goed met hem, hij had zijn vriendin meegenomen, een mooie toekomst zonder drugs was de bedoeling.
Een maand geleden besloten de rechters hem een kans te geven en mocht hij op de goede weg doorgaan.
Die 18 maanden bleven hem voorlopig bespaard.
Afgelopen maandag belandde uitgerekend hij nabij Kardinge met een rode auto op de kop in de sloot en hij verdronk.
P. is 34 jaar geworden.
Dag P., je was de slechtste niet.

Met de drie verdachte overvallers die op de dag van dat noodlottige ongeval in de rechtszaal zaten – zij zouden op die donkere 23 december de Action hebben overvallen – zal het niet beroerd aflopen.
Zij hebben namelijk de Action niet overvallen.
Ze zitten sinds de dag van hun aanhouding, op 17 juni, onschuldig vast.
Dat zeggen ze.

Wim (24) zegt dat hij het niet heeft gedaan want hij was aan het bloedprikken in Veendam.
Zijn broer John (28) zegt dat hij er sowieso niks mee nodig heeft en daarom wil hij er ook niet over praten.
Bennie (31) zegt dat hij denkt dat iemand hem een hak wil zetten, dat daarom zijn naam is genoemd.
Dat hij linkshandig is, zegt ook niks.

Toen op een duistere decemberdag in Delfzijl een man in zijn woning werd overvallen en daarbij kwam te overlijden, wist de halve havenstad wie de daders waren.
Maar niemand smoesde wat of iets, ook de ouders van jongeren die betrokken waren niet.
De politie zocht het maar uit.
In Oude Pekela ging het net zo, zegt de officier van justitie.
Hij zegt: ‘Heel veel mensen in Oude Pekela wisten wie de overval op de Action hadden gepleegd.’’

Aan agenten in Oude Pekela werd niks verteld, ook zij zochten het maar uit.
De politie moest zelfs een beroep doen op de Avro voor een item in Opsporing Verzocht.
Eerst pakten ze de verkeerde op.
Toen kwam Shirley, de ex van een van de verdachten van nu.
Shirley legde een gedetailleerde verklaring af, uiterst belastend voor Wim, John en Bennie.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de camerabeelden bestudeerd en geconcludeerd dat de verdachten qua lengte de daders zouden kunnen zijn.
Meer niet.
Er zijn telefoon getapt waarop Bennie een beetje verdacht uit de hoek komt, maar het blijft bij een beetje.
Bij de overval zou een matzwarte auto zijn gebruikt.
Een van de verdachten had een gele auto die met een verfroller slordig zwart zou zijn geschilderd.
Shirley trok later haar belastende verklaringen in en daarna weer niet.

De advocaten: Er is een verklaring van een ex, er is geen spatje technisch bewijs, gedetailleerde verklaringen kunnen ook onwaar zijn, dat van die auto is een raar verhaal, oftewel er is nauwelijks iets, dus vrijspraak.

De officier van justitie zegt dat in verband met het donkere dagen-offensief de richtlijnen willen dat er zwaardere straffen worden geëist voor overvallen als deze.
Hij eist daarom 4 jaar cel.
Per persoon.

Rob Zijlstra

update – 13 oktober 2014 – uitspraken
De verklaringen zijn voldoende: de rechtbank heeft de drie mannen conform de eisen veroordeeld tot celstraffen van 4 jaar.

 

Klokjes

klokjesWat Pim hoorde was helemaal niet zo raar.
Hij hoorde zeggen dat op de Filipijnen een tekort aan medicijnen is, medicijnen die de mensen wel nodig hebben.
Zij daar nog meer dan wij hier.

Wie dat zei?
Een stem in het hoofd van Pim.
Hij dacht lang na en besloot medicijnen op te sturen.
De stem: ‘Maar Pim, hoe ga je dat doen, hoe kom je dan aan geld?’
Pim: ‘Weet jij iets?’
De stem: ‘Pleeg een overval.’
Pim: ‘Dat is een goed idee.’

En zo geschiedde.
Op 14 november vorig jaar – een donderdag, een koopavond – fietst Pim naar de binnenstad van Groningen en zet zijn fiets tegen de Hema aan.
Dan loopt hij naar de juwelierszaak van Siebel, iets verderop.

Als hij de zaak betreedt, trekt hij een bivakmuts over het hoofd en roept: ‘Klokjes.’
Een medewerkster vraagt even vriendelijk als geschrokken of hij die rare muts van zijn hoofd wil doen.
Maar dat doet Pim niet.
Hij roept nog een keer: ‘Klokjes.’
De medewerkster doet dan wat van haar wordt verwacht.
Ze stopt dertien horloges in een tasje en geeft die aan de overvaller.
Pim tegen de rechters: ‘Ik had wel in de gaten dat het niet de duurste klokjes waren.’

Met de buit wandelt hij de juwelierszaak uit, naar buiten.
Kort daarop wordt hij, nog in de Herestraat, aangehouden.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht echt dat ik met een goede zaak bezig was. Maar toen ik werd aangehouden dacht ik, dit gaat de verkeerde kant op.’

Pim wordt opgesloten in een politiecel waar wordt vastgesteld dat hij in de war is.
Zo belandt hij op paviljoen E van een psychiatrische kliniek.

De officier van justitie zegt dat een bivakmuts over het hoofd in een juwelierszaak heel bedreigend is: ‘Ook al wordt er niets gezegd, ook al is er geen wapen.’
Volgens de officier van justitie wist de verdachte dat wat hij deed, niet goed was.
Zegt: ’Maar het belang dat hij zag – het opsturen van medicijnen – vond hij belangrijker.’
De officier van justitie vindt daarom dat Pim zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld, dat die bewezen kan worden.

De volgende vraag die officieren van justitie dan moeten stellen: is de verdachte ook een strafbare dader?
Die vraagt beantwoordt hij op advies van de psycholoog en de psychiater met ‘nee’.
De eis: een ovar.
Een ontslag van alle rechtsvervolging.
Dan heb je het wel gedaan, maar krijg je geen straf.

De rechters hebben twee weken over Pim nagedacht en zijn tot een andere zienswijze gekomen dan het Openbaar Ministerie.
De rechters vinden dat het dragen van een bivakmuts onvoldoende is om te kunnen spreken van bedreiging.
Het is misschien niet zo gepast, zo’n muts op koopavond in een juwelierszaak, maar meer kan het niet zijn.
En van diefstal is ook geen sprake, vinden de rechters.
De medewerkster stopte de klokjes in een tas en gaf die aan de overvaller.
Stelen – enig goed wegnemen – gaat anders.

Pim wordt vrijgesproken.
Voor hem maakt het niks uit.
De behandeling in de kliniek wordt voortgezet.

Rob Zijlstra

Het openbaar toilet

De politie heeft ter plaatse vastgesteld dat de buil er was
foto 1

Toiletgebouwtje Hoge der A

Het is 13 september 2013, rond drie uur in de nacht.
Tjeerd is op stap geweest, is op weg naar huis en moet plassen.
Dat doet hij – heel keurig – in het openbare toilet op de kade van het Hoge der A., randje binnenstad Groningen.

Terwijl Tjeerd zijn ding staat te doen, komt ineens een grote man de krappe en donkere ruimte binnen met een fles drank in de hand.
Rode port.
Tjeerd schrikt.
Een seconde later voelt hij een harde klap op het achterhoofd, en nog een.
Hij geeft zijn belager een duw.
De halflege fles raakt zijn bovenarm.

Buiten het toiletgebouwtje gebouwtje roept de belager: ‘Geef me je geld’.
Dan maakt de overvaller zich – zonder buit – uit de voeten.
Er passeert een fietser.
De gewaarschuwde politie komt ter plaatste en weet de belager korte tijd later aan te houden.
De man wordt meegenomen naar het politiebureau.
Het slachtoffer doet aangifte.

Het Openbaar Ministerie vindt dat er sprake is van een diefstal dan wel afpersing met geweld aan de openbare weg.
Het slachtoffer in het toiletgebouwtje werd geslagen en tegelijkertijd werd er om geld gevraagd.
Zou het slachtoffer een winkel zijn, dan heette het een overval.

De officier van justitie ziet voldoende bewijzen.
Ze heeft er drie.
De eerste is de aangifte van het slachtoffer.
Die aangifte wordt ondersteund door de buil op het hoofd van het slachtoffer.
De politie heeft ter plaatse vastgesteld dat de buil er was.
Het derde bewijs is de verklaring van de getuige die hoorde roepen: ‘Geef me je geld.’
De man die dat riep was dezelfde man die later door de politie werd aangehouden, zo laat de getuige optekenen.

De officier van justitie heeft welgeteld 35 seconden nodig voor haar requisitoir die ze afrond met een strafeis: een werkstraf van 200 uur.

De verdachte is een 29-jarige man uit Delfzijl.
Soms gaat hij naar Groningen, zo ook op die 13e september vorig jaar.
Hij had een fles drank, rode port, gekocht die hij langzaam burgemeester maakte, op een bankje in het park.
Hij heeft een vaste en goede baan op het water.

Hij vertelt aan de rechters dat hij niet dronken was, wel een beetje aangeschoten.
Hij had in het Noorderplantsoen gezeten en was richting de stad gelopen om te kijken of er nog wat te beleven viel.
Rond drie uur moet hij plassen.
Op het Hoge der A is een toiletgebouwtje op de kade.
Hij gaat naar binnen, de fles port in zijn hand.
Ineens een schrik.
Er is daar een man die ook schrikt.
Die man slaat wild om zich heen en wel zo dat de fles port tegen zijn tanden aankomt.
En tegen zijn bril.

De verdachte: ‘Daarom werd ik boos. Ik heb hem toen twee keer geslagen of zo. Het was een reactie. Omdat hij mijn bril raakte, riep ik: ‘Dit gaat je geld kosten’.
De verdachte ontkent dat hij riep: ‘Geef me je geld’.
Zegt: ‘Waarom zou ik dat doen? Ik heb geld zat.’
De verdachte denkt dat het zogenaamde slachtoffer en die getuige kennissen van elkaar zijn.
‘Zo kwam het wel op mij over.’

De rechtbank bepaalt over twee weken wat de waarheid moet zijn.

Rob Zijlstra