overvallen

Henken

over een overval op een tankstation

Het is zondagmiddag, tien voor vier. Op de Zonnelaan in Groningen is het op zo’n dag en tijdstip nooit heel druk. Wel raast er een zwarte scooter over het fietspad, met op die scooter twee mannen. Ze racen richting het winkelcentrum Paddepoel waar op zondag van alles valt te beleven.

Even daarvoor is, vlakbij, het overval-alarm afgegaan.
Het Shell-tankstation is overvallen, niet voor het eerst.
Twee mannen in donkere trainingspakken zijn ditmaal de daders.
Eentje bleef bij de deur staan, de ander liep naar de balie en riep terwijl hij zwaaide met een kapmes: geld, geld, geld.
De buit: 310 euro.
Daarmee vluchtten ze, op een zwarte scooter.

De politie deed direct een ‘burgernet-actie’. Zo’n 8.300 mensen kregen een berichtje op hun telefoon. Help. Er is een overval gepleegd, twee mannen zijn op de vlucht geslagen. De burgeractie leverde geen bruikbare informatie op.

Een van de twee scootermannen zat deze week in zittingszaal 14. Hij had zijn ouders meegenomen en er was een man van de reclassering. Hij, de verdachte, heet Henk en is 21 jaar.

Waarom pleegt zo’n jonge Henk – nooit eerder in aanraking met de politie – een zo heftig misdrijf? Een misdrijf waar niet alleen gevangenisstraffen van twee, drie jaar voor worden geëist, maar ook door rechters worden opgelegd, ook aan jongetjes van 21 jaar?

Waarom.

Henk zat niet lekker in zijn vel. Thuis ging het niet goed. Hij blowde veel. Heel de dag maar door. En hij ging om met verkeerde jongens. Dat vooral. Door die verkeerde jongens was hij – zo zegt hij – diep afgezakt.

Tegen de rechters: ‘Ik besefte niet wat ik aan het doen was. Dat je iemand onschuldig overvalt… We stonden te roken en te praten, we hadden geld nodig. Zonder na te denken gebeurde het zeg maar…’

Daarom.

Henk zegt dat hij het was die om geld vroeg. ‘Ik riep ‘geld’ met stotterende woorden want ik was ontzettend zenuwachtig.’ Hij was met het kapmes in de hand en gebogen hoofd richting de balie gelopen. Toen hij opkeek om zijn misdrijf te volbrengen, zag hij dat de medewerker B. was. Hij kende B. wel want hij kwam vaker in het tankstation. ‘Dat was wel schrikken ja.’ Hij wil nu graag een gesprek met B. Tegen de rechters: ‘Zodat we er samen uit kunnen komen. Ook om mijn excuses aan te bieden.’

Hoe hij aan dat mes, dat grote kapmes, was gekomen? ‘Van een vriend waar we waren.’ Was die vriend de tweede dader? Nee, dat was weer een andere foute vriend. Wie? Nee. Henk wil die naam niet noemen. Bang. ‘Ik wil verder met mijn leven. Ik wil niet constant achterom moeten kijken.’

Soms maken officieren van justitie daar venijnige opmerkingen over. Dat als je de naam van je mededader niet noemt, dat je dan geen verantwoordelijkheid neemt. Dat je het slachtoffer daarmee in onzekerheid laat. En dat dat niet bijdraagt aan een lagere strafeis.

Ruim vier weken na de overval kon hij het niet meer voor zich houden. Hij vertelde alles aan moeder. Samen met een hulpverlener meldde hij zich een dag later op het politiebureau. De hulpverlener had hem verteld dat als hij alles eerlijk zou opbiechten hij dan na verhoor weer naar huis mocht. Dat liep even anders. Henk werd na zijn biecht in het politiebureau aangehouden en verdween voor vier maanden achter slot en grendel. In april dit jaar werd zijn voorlopige hechtenis onder voorwaarden geschorst.

Ik kijk naar de ouders van Henk die naast mij aan de perstafel zijn gaan zitten.
Denk: het zal je kind maar wezen.
Denk ook: alle ouders van jongemannen hadden daar kunnen zitten, want er zijn heel veel Henken.
Je zult maar ouder zijn.
Ik denk: ze zullen zo wel schrikken als de officier van justitie zijn strafeis formuleert.
Vraag me af: hoe verdrietig zou dat voelen als ouder, dat je kind ineens niet meer je kind mag zijn, maar voor lange tijd in de gevangenis moet blijven?
Tussen andere criminelen?

De man van de reclassering zegt dat Henk dan wel de volwassen leeftijd heeft, maar dat hij geestelijk nog niet helemaal is uitontwikkeld. En dat hij met zijn adhd, zijn impulsiviteit, zijn de ene dag dit en de andere dag weer dat, dat hij heel zijn leven begeleiding nodig heeft. Dat drank en drugs voor altijd voor hem verboden moeten blijven omdat anders een terugval is gegarandeerd. ‘Hij moet aan de hand worden genomen.’

De officier van justitie zou nu kunnen zeggen dat alles wel zo mag wezen wat over Henk wordt gezegd, en dat hij ook wel inziet dat een traject vol hulp noodzakelijk is, maar dat er eerst moet worden afgerekend. Een overval op een tankstation, met een wapen, samen met een ander, dus in vereniging, is een zeer ernstig feit. Henk mag dan een first offender zijn, hij mag zichzelf hebben gemeld, de volledige verantwoordelijkheid neemt hij niet. De naam van zijn mededader weigert hij te noemen. Daar hou ik rekening mee.

Maar dit alles zegt de officier van justitie niet.
Hij zegt dat Henk al een tijdje heeft vastgezeten.
En dat dat voldoende mag zijn.
Daarnaast een werkstraf van 120 uur.
Een zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie.

Ik ben niet van de zwaarste straffen, maar van deze eis schrok ik toch wel eventjes.
Iemand met kennis van zaken reageerde op twitter: met zo’n eis kun je nog eens een overval overwegen.

Op de gang, buiten de rechtszaal, ontfermen de ouders zich over hun zoon, alsof hij net zijn eerste zwemdiploma heeft behaald. Moeder aait hem, met haar hand over zijn rug.

Rob Zijlstra

update – 31 juli 2017 – uitspraak 
Straf conform de eis. Klik op tekst hieronder voor volledig vonnis

 

Zet’m op Bram

De rechters noemden
hem een
maatschappelijk probleem

Ik denk dat iedereen weleens iets wil doen waarvan je weet dat je het helemaal niet kunt. Zo droom ik regelmatig over een speech, De Speech, die zo indrukwekkend is dat heel de wereld verandert (iedereen lief en verdraagzaam). Of over 42 kilometer en 195 meter hardlopen. Het winnende doelpunt maken in een bomvol stadion op een zwoele zaterdagavond in de laatste minuut. Waanzinnig lekker koken voor 28 mensen.

Wat denk ik voor iedereen geldt, geldt ook voor Bram. Bram wil een normaal leven, hij wil rust in de kop, geen chaos, en dan wil hij nooit geen drugs meer. Tegen de rechters zegt hij: ‘Ik heb andere kwaliteiten dan vastzitten in de gevangenis.’ Een rechtszaaldeskundige zei eens over Bram: ‘Hij heeft een reële kijk op de wereld, maar hij is niet in staat de juiste keuzes te maken.’

Bram kan niet normaal leven.

Eind vorig jaar kwam ik Bram tegen in de binnenstad van Groningen. Ik zag het direct en hij ook. Hij zei, hé, als jij over mij schrijft, dan noem je me altijd Bram. Ik zei dat ik wel wist dat hij in het echt anders heet. Toen gingen we koffiedrinken bij de Coffeecompany. We spraken over onze gezamenlijke kennissen, wie er vastzaten en over wie niet. We hadden het over de krant en over zijn verslaving, over zijn enorme worsteling die al jaren dag en nacht voortduurt, ook op zondagen als er geen krant verschijnt.

Bram is een aardige man.

Ik schreef vaker over hem. In januari 2009 schreef ik dat Bram de rechters met veel strijdlustige woorden had gevraagd hem nog een laatste kans te geven. De reclassering – vaak steun en toeverlaat – vond dat hij zijn laatste kans had verspeeld. Dat alle hulp die hem in voorbije jaren was aangereikt, het er niet beter op had gemaakt. Het was wat reclassering betreft punt uit.

Hij had destijds, dus acht jaar geleden, een fles Pisang Ambon leeggedronken in de Albert Heijn. Diezelfde dag kwam hij een straatjongen tegen die nog 15 euro van hem moest hebben. Bram kreeg tot drie uur de tijd deze straatschuld te betalen. Ze sloten een overeenkomst volgens de straatwetten: Bram zou bij de Mediamarkt een Playstation stelen en die overhandigen aan de schuldeiser waarmee die 15 euro dan zou zijn vereffend. Bram werd betrapt. De rechtbank veroordeelde hem tot de veelplegersmaatregel isd. Dat betekende twee jaar zitten.

Vrijheid is niet vanzelfsprekend, had Bram toen nog tegen zijn rechters gezegd. Hij zei: ‘Daar moet je voor knokken.’ In een ultieme poging de rechters voor zich te winnen had hij een brief geschreven waarin hij zijn doel had verwoord, een doel dat hem motiveerde om nu voor eens en altijd het rechte pad te gaan bewandelen: hij zou in training gaan om de marathon van Rotterdam te volbrengen.

In oktober 2013 troffen we elkaar opnieuw in de rechtszaal. Dat het na 42 kilometer hardlopen goed zou komen, bleek een illusie. De rechtszaaldeskundigen rapporteerden nu eens dat Bram nog een lange weg had te gaan. Hij stond ditmaal terecht wegens de diefstal van een paar blikjes bier, kroketbroodjes en een bakje ijs bij de Jumbo in de Euroborg. De rechters noemden hem een maatschappelijk probleem. Maar volgens Bram gloorde er hoop: hij was niet alleen verliefd, maar had ook een vriendin. Samen met haar zou het eerst beter worden en daarna alles goed.

Ik zag Bram in 2014 (gevalletje straatoplichting, wederom twee jaar isd). Afgelopen week was hij er weer. Van de 45 levensjaren zat hij er zeker vijftien achter tralies.

Wat Bram ditmaal heeft geflikt noemt de officier van justitie een voor Bram atypisch delict. Een delict dat niet past bij wat er op de kerfstok van hem staat. Een overval. Op 21 december 2016 was een man Erotheek 3000 aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen binnengelopen. Hij had geroepen: ‘Doe de kassa open, want dit is een overval’. De Erotheek-medewerker had stomverbaasd gevraagd: ‘Meen je dat nou echt?’ Als antwoord toonde de overvaller een mes. De medewerker: ‘Het wordt opgenomen op camera.’ Daarop spoot hij haarlak in het gezicht van de overvaller. Bram ging er vandoor. Overval onvoltooid.

De Erotheekman deed pas de volgende dag aangifte. Bram had op straat wat lopen opscheppen en zijn grote woorden bereikten de agenten die zich met de overval moesten bezighouden. Bram werd opgepakt. Op het politiebureau ontkende hij zijn atypisch delict.

Maar maandag in de rechtszaal kwam hij daarop terug. Tegen de rechters: ‘Er zijn camerabeelden. Dan sta je er gekleurd op. Ontkennen heeft geen zin.’ Hij vertelt dat hij er vooraf al weinig vertrouwen in had. ‘Toen die man met dat spul in mijn gezicht spoot, dacht ik al, dit wordt helemaal niks.’

Maar waarom dan?
Bram zucht. Hoe vaak heeft hij het al verteld? Zegt: ‘Je loopt buiten, onder invloed van drugs. Dan ben je een heel ander persoon. Maar ja, dat is achteraf. Zonder drugs zou ik zo’n overval natuurlijk nooit plegen.’

De Erotheekman vraagt 1000 euro bij wijze van schadevergoeding. Bram snapt dat. ‘Ik vind het heel erg voor die man. Ik heb hem psychische schade toegebracht. Dat doet me pijn en verdriet. Wat hij heeft gedaan is het juiste.’

De rechtszaaldeskundigen zijn het ditmaal niet helemaal met elkaar eens, zo meldt de reclassering. De een wil een beetje de ene kant op, de andere een beetje de andere. Geen eenduidige diagnose, het is van alles wat. Bram is niet te vatten. Hij zegt: ‘Als ik het allemaal alleen moet doen, dan lukt het niet. Ik heb een beetje hulp en een stevige stok achter de deur nodig.’

De rechters vragen: Waarom ging het de laatste keer toch weer mis?
Bram: ‘Vriendin weg.’

De officier van justitie denkt nu aan een behandeling van maximaal achttien maanden op een forensisch psychiatrische afdeling (fpa) in een kliniek. Dat dat het beste is. Daarnaast een celstraf van 175 dagen waarvan 75 voorwaardelijk. Neemt de rechtbank deze eis over dan kan Bram op de dag dat zijn straf is uitgezeten (over twee weken al), worden opgenomen.

Bram knikt. Hij ziet dit wel zitten. Hij zegt – het is niet een uitspraak, niet De Uitspraak, die de wereld voorgoed zal veranderen, maar heel, heul misschien wel de zijne: ‘Het wordt tijd dat ik hard aan mijn problemen ga werken.’

Rob Zijlstra

update  – 7 juni 2017 – uitspraak  (vervroegd)
De rechtbank is met alle anderen van mening dat Bram heeft geprobeerd de erotheek te overvallen. De straf pakt wel iets anders uit, omdat rechtbank en openbaar ministerie er verschillende rekenmethodes op nahouden. Het komt uiteindelijk op hetzelfde neer. Bram krijgt 355 dagen celstraf waarvan 180 voorwaardelijk, zodat hij op 15 juni kan worden opgenomen, voor maximaal 18 maanden. Brams slachtoffer heeft recht op een vergoeding van 600 euro.

update – 23 juni 2017 
Bram! Na twee dagen in de kliniek heeft Bram de benen genomen. Met onbekende bestemming. En heden – 23 juni – kwam het bericht dat Bram door de politie is aangehouden. Wegens een winkeldiefstal. Bram zal nu nog harder aan zijn problemen moeten werken.

Hou me vast

Normaal gesproken zijn wij
van de media in rep en roer
als een tbs’er zoiets flikt

Het gesprek tussen de rechters en de verdachte – een strafzaak is voor een flink deel een gesprek – verloopt stroef. Het is een gesprek ook tussen twee werelden. In de ene wereld is veel zeker, zijn er vakanties, overuren, af en toe een goed boek, de betere film en misschien dit jaar wel een nieuwe auto. Dat is de wereld van rechters. Die andere is de wereld van Mike. Klein, vol met onrust, amper toekomst.

Stroef.

Rechter: ‘Het lijkt wel of u het heel moeilijk vindt om antwoord te geven op een vraag.’
Mike denkt even na en zegt dan, ernstig: ‘Wat was de vraag?’

Mike, 45 jaar, is ter beschikking gesteld. Dwangverpleging van overheidswege. Sinds 2002. De laatste jaren zat hij in de befaamde Van Mesdagkliniek. Dat Mike al jaren wordt verpleegd kun je horen aan hoe hij de dingen zegt. Hij zegt bijvoorbeeld tegen de rechters, over zichzelf: ‘Jij gaat ditmaal de zaak niet buiten jezelf leggen.’

Bij de politie had hij alles bekend. Rechter: ‘Wat u bij de politie heeft verteld, was dat ook de waarheid? En zo ja, is dat ook nu uw insteek? Mike: ‘Ik heb geen insteek.’

Zie je hem zitten, dan denk je dat hij even pauze heeft en dat hij straks weer aan het werk gaat, om in de chique kledingzaak modieuze kleren aan hippe jongemannen te verkopen. De werkelijkheid is een andere. Mike is zich op 16 december 2015 te buiten gegaan aan een heel nare vrijheidsberoving, een afpersing van een maaltijdbezorger van Hasret wat hem een scooter en een regenjas opleverde, aan huisvredebreuk en aan een overval op Domino’s Pizza.

Hij deed dit tijdens onbegeleid verlof. Normaal gesproken zijn wij van de media in rep en roer als een tbs’er zoiets flikt, maar ditmaal wisten wij nergens van. Heel apart is ook dat Mike dit alles deed, terwijl hij nog maar een maand moest. Op 15 januari 2016 zou zijn tbs voorwaardelijk worden beëindigd, op die dag zou hij de Van Mesdag mogen verlaten.

Met de finish is zicht, na een gedwongen verpleging van bijna vijftien jaar, kukelde Mike onderuit. Dat was de tweede keer al. In 2010 was iets soortgelijks gebeurd. Mike tegen de rechters: ‘Ik ken het niet rationeel verklaren.’

bloemschikken

Hij wilde sporten. Buiten was het koud. Toch verliet hij die decemberochtend de Van Mesdag, op de fiets, in korte sportbroek, zwart trainingsjack, sportschoenen van Asics met groene kleuraccenten en een geel mutsje op het hoofd. Hij wilde gaan hardlopen in het Noorderplantsoen. Dat deed hij vaker. Op de terugweg zou hij bloemen meenemen. Mike deed in de kliniek aan bloemschikken en hij wilde wat vredigs maken voor in de kerk.

Het Noorderplantsoen haalde hij niet. Halverwege stapte hij af, bij de coffeeshop waar hij met toestemming van de Van Mesdag mocht komen. Rechters: ‘U ging dus niet hardlopen.’ Mike: ‘Dat was wel het plan, er was ook draagvlak voor, maar ik besloot nog even verhaal te gaan halen bij een paar foute jongens.’

Dreef Mike een handeltje? Nam hij drugs, cocaïne, mee terug naar de kliniek? Die suggestie werd een beetje gewekt. Er is daar binnen van alles verkrijgbaar en iemand moet het doen. Op dit punt blijft dit verhaal vaag, want dat bleef het in de rechtszaal ook.

In de coffeeshop kocht Mike in ieder geval hasj, hij rookte een pijpje en hij snuffelde wat aan de cocaïne. Mike sluit niet uit dat hij door dat gerook en gesnuffel een beetje van de wereld is geraakt. Misschien zat er raar spul in de drugs en ging het daardoor mis.

Wat heet. Pal achter de rechtbank drong hij een willekeurige woning binnen, op het moment een vrouw haar voordeur opende. Hij bedreigde haar en dwong haar mee naar binnen, zei dat ze niet moest gillen omdat hij niet nog meer slachtoffers wilde maken. De vrouw vreesde, zegt de rechter, dat er iets seksueels ging gebeuren. Dat gebeurde niet. De vrouw wist te ontsnappen. Rechter: ‘Het slachtoffer vertelde dat de indringer een korte broek droeg, een geel mutsje. Was u dat?’ Mike: ‘Horror, die mevrouw moet heel bang zijn geweest.’

Niet lang daarna werd een maaltijdbezorger beroofd. De jongen kreeg een koud stuk ijzer, hij dacht aan een revolver, tegen zijn wang geduwd. Hij moest geld geven (40 euro), de batterij uit zijn telefoon halen (lukt niet) en zijn regenjas afgeven. De overvaller ging er op de scooter vandoor. Rechters: ‘U?’ Mike: ‘Ik kan het me niet herinneren. Ik ga ervan uit dat wat u zegt, waar is.’

terechte vraag

Weer even later probeerde hij nog een keer een woning binnen te dringen. De bewoonster schreeuwde ‘ga weg’ wat hij na een tijdje ook deed.

Rechters: ‘?’
Mike: ‘Ik begrijp uw vraag, een terechte vraag, maar ik wil het niet groter maken dan het nu al is.’

Bij Domino’s Pizza – het is dan avond – fluisterde hij de medewerker achter de balie toe dat hij de kassa open moest doen en het geld moest geven. ‘Anders ga ik schieten.’ Met 80 euro gaat hij ervandoor.
Rechter: ‘Was u dat?’
Mike: ‘Ik was daar op dat moment wel binnen.’
Rechter: ‘Was u ook de overvaller?’
Mike: ‘Dat is een detail.’
Rechter: ‘Een overval plegen, dat is toch geen detail?’
Mike: ‘Een belangrijk detail.’

Hij zit weer vast. Na de misstappen is de tbs niet beëindigd, maar verlengd. En er ligt een eis tot een nieuwe tbs, die de oude zal vervangen. Terug bij af. Mike zegt dat hij zich graag in Groningen had willen vestigen. Gedragsdeskundigen rapporteerden dat de druk, de stress die de naderende vrijheid meebracht te groot was. Met die nieuwe delicten heeft hij willen aangeven ‘hou mij vast’.

Mike moet nu opnieuw honderden uren praten met therapeuten, zoals hij dat de afgelopen vijftien jaren ook heeft gedaan. Met die ‘beste mensen’ zegt hij. Hij zegt ook dat hij zich schaamt (‘kapot’) en dat hij spijt (‘oprecht’) heeft en dat hij verantwoordelijk is voor trauma’s die hij de slachtoffers heeft bezorgd. Hij zegt dat hij echter weigert onder de tafel te kruipen. Hij wil een kans en … nog meer vertellen, maar de rechters vragen of hij het kort wil houden. Want dat is, menen deze rechters, de bedoeling van het laatste woord. Dat je kort nog wat zegt.

Mike: ‘Mijn leven is een slechte film.’

Rob Zijlstra

uitspraak
Mike is veroordeeld tot een nieuwe tbs met dwangverpleging en 24 maanden voorwaardelijke celstraf. Zeg maar een stok achter de deur achter de deur.

Vast schuldig

Tut, tut, tut, sprak de
officier van justitie
verontwaardigd

.

Ik las over het nieuwe boek van wetenschapsfilosoof Ton Derksen. Onschuldig vast, heet het. Volgens Derksen worden er in Nederland veel meer mensen onschuldig veroordeeld dan we willen weten. De expert denkt dat er op z’n minst duizend mensen per jaar worden veroordeeld voor iets wat ze niet hebben gedaan. Het kabinet is nog niet in spoedzitting bijeen geweest.

Duizenden mensen.

Justitie heeft in de voorbije jaren slechts vijf miskleunen erkend waarvan de kwestie rond Lucia de Berk een van de bekendste is. De verpleegster werd in 2003 tot levenslang veroordeeld wegens meerdere moorden, zeven jaar later werd duidelijk dat er sprake was van een rechterlijke dwaling. Aangetoond door, jawel, Ton Derksen.

En nu zegt uitgerekend die man dat er ontzettend veel meer Lucia’s (m/v) bestaan. Dat Derksen bij nader inzien vaak gelijk krijgt betekent allerminst dat dat ook nu weer het geval is. Dat is juist een van zijn punten: in rechtszalen worden statistische denkfouten gemaakt in combinatie met een natuurlijk wantrouwen ten aanzien van het toeval. Verder is de mens niet alleen slecht in waarnemen en in interpreteren, maar trappen wij ook net zo makkelijk in valse logica. En rechters denken ook nog eens, zegt de wetenschapper, dat uitsluitend verdachten kunnen liegen. Niet de politie, nooit een officier van justitie wat volgens de hoogleraar pertinent een verzinsel is.

Ik weet niet of de gezamenlijke strafrechters Derksen al hebben uitgenodigd om tekst en uitleg te komen geven. Toen ik erover las (het boek zelf moet nog) was ik onthutst. Mocht Derksen gekke Henkie niet zijn en weer gelijk krijgen, dan moet ik in zittingszaal 14 getuige zijn geweest van een paar honderd zaken waarin is gedwaald.

Met de wijsvinger ga ik langs de ruim vierduizend namen van de mannen en vrouwen die in de voorbije twaalf jaar in de Groninger rechtszaal zijn berecht.
De vinger stokt als vanzelf bij Ronald, een ander verhaal.

In oktober 2009 werd deze toen 34-jarige Groninger conform de eis en in volle overtuiging veroordeeld tot zes jaar celstraf. Niet heel veel later belde hij om mij deelgenoot te maken van de grootste naoorlogse justitiële dwaling. Graag zou hij dit prominent op de voorpagina van de krant willen zien staan. Hij stuurde ook alvast een foto toe, die mocht ook gepubliceerd en zonder balkje. Een week later kreeg ik een kopie van een kassabonnetje toegestuurd. Het bewijs, schreef hij als toelichting, dat de hippe bril die hij draagt zoals op de foto te zien, eerlijk is gekocht en dus niet gestolen.

De veroordeling had betrekking op acht gewapende overvallen op tankstations in Groningen, Ten Post, Putten, Barneveld, Grave, Hoevelaken en Maasdriel. Gepleegd in februari van dat jaar in nog geen twee weken tijd. Op camerabeelden is steeds een rode Suzuki Swift te zien waar steeds eenzelfde man uitstapt, met steeds hetzelfde loopje, de overval pleegt, weer in de auto stapt en dan wegrijdt. De rode auto staat op naam van Ronald. Terwijl hij in de rechtszaal zwijgt, rept zijn gedreven advocaat van tunnelvisie en vooringenomenheid bij de politie.

Tut, tut, tut, sprak de officier van justitie verontwaardigd: ‘Dat zijn grote woorden voor wat klinkklare onzin is.

De dwaling zal nog groter worden.
Ronald gaat – uiteraard – in hoger beroep opdat de raadsheren van het gerechtshof in Leeuwarden de zeperd van Groningen ongedaan kunnen maken.
Hij moet er twee volle jaren op wachten.
In oktober 2011 – hij zit dan al twee jaar en zes maanden vast – komt het hof met het oordeel: niks vrijspraak, maar vijf jaar celstraf.
En als donderslag bij heldere hemel met een bonus erbij: tbs met dwangverpleging.

Die tbs kwam uit de lucht vallen. Er was – zoals wel gebruikelijk is – geen advies de maatregel op te leggen. Er was ook geen tbs geëist. Maar de raadsheren hadden ergens in de krochten van het strafdossier gelezen over sociaal onvermogen, externe stressoren, rigide denkpatronen, structurele kwetsbaarheid, cocaïne en een hoge kans op recidive. De raadsheren zeiden: de maatschappij moet worden beveiligd tegen dit gestoorde heerschap.

Ronald bleef de krant bellen, ook op zaterdagmiddagen tijdens de voetbalwedstrijd of op zondagochtenden bij het ontbijt. Lang heb ik gedacht dat zijn veroordeling niet correct was. Niet dat ik daar zeker van was, maar het knaagde, er was twijfel.

Alleen omdat die rode auto op zijn naam stond?
Die had toch iemand anders kunnen gebruiken?
Aan de andere kant: waarom zweeg hij dan in de rechtszaal?

Op een goede dag belde hij voor de duizendste keer en zei hij: ‘Rob, het is geen dwaling. Ja. Ik heb het gedaan, ik heb die acht tankstations overvallen, ik heb vooraf staan posten, ik heb vluchtroutes uitgedacht. Ik wil publiekelijk mijn excuses aanbieden aan de slachtoffers die ik veel te lang in onzekerheid heb gelaten.’

Eén aspect wilde hij benadrukken en dat mocht groots in de krant: ‘Ik heb het gedaan met volle verstand, ik ben volledig toerekeningsvatbaar. Ik ben niet gek of gestoord.’
Hij legt uit dat hij zich steeds dommer heeft voorgedaan dan hij is.
Zegt: ‘Het was een verdedigingsstrategie die helemaal verkeerd is uitgepakt. En nu zit ik met de gebakken peren.’

Ronald heeft het zichzelf ook niet gemakkelijk gemaakt.
Tussen de bedrijven door – en nog voor de uitspraak in hoger beroep – wist hij te ontsnappen. Hij zag kans zich te verstoppen en terwijl ze hem zochten, belde hij een taxi die hem naar Amsterdam bracht waar hij op de trein naar Polen stapte.
Ook daarover belde hij.
‘Ik heb iets doms gedaan Rob’, sprak hij vanuit Polen.
‘Ik ben nu een kat in het nauw, wat moet ik doen?’

Er kwam een internationaal arrestatiebevel.
Hij beloofde vrijwillig terug te keren. Drie weken nadat hij de benen had genomen, meldde hij zich op het politiebureau in Amsterdam. Hij had nog gevraagd: ‘Wat denk je, zullen de rechters begrip voor me hebben?’

Twee weken geleden zat Ronald weer in zittingszaal 14 waar hij de officier van justitie hoorde zeggen dat hij goed bezig is, maar dat het einde nog niet in zicht is. Afgelopen woensdag besloot de rechtbank dat de maatregel tbs met twee jaren moet worden verlengd. Eind 2018 zullen ze dan wel weer zien. Was Ronald in 2009 niet in hoger beroep gegaan, dan was hij ergens in 2012 op vrije voeten gekomen.

Met recht kan hier worden gesproken van een verdachtelijke dwaling.
En nu Derksen lezen.

Rob Zijlstra

Tijd voor spijt

‘Een verdachte die meent met zoveel
domheid weg te komen, is aan de beurt.’

Het valt niet mee een schuldige verdachte te zijn.
Ik heb in zittingszaal 14 veel mannen gezien die ogenschijnlijk onvervaard en bedaard in de verdachtenbank zaten, maar die het liefst met de snelheid van het licht door de grond zouden zakken.
Stoere mannen die, terwijl de rechters met hun heikele vragen maar op hen in bleven beuken, trilden als een espenblad.

Voor rechters en officieren van justitie (want ook die stellen vragen) is een strafzaak altijd een zoveelste zaak.
Misschien wel de zoveel honderdste, de duizendste of nog meer.
Voor de meeste verdachten geldt daarentegen dat hun strafzaak de eerste keer is (en als het even kan ook de laatste keer).

In een strafzaak staat de beroepsmatige routine en sluimerende deformatie van het beroep van hen die niets te verliezen hebben tegenover het ongerief en de grote onzekerheid van de verdachte die alles te verliezen heeft.

Een verdachte, schuldig of onschuldig, staat daarom bij aanvang van de strafzaak vaak al met 2, 3 – 0  achter.
Een beetje een doeltreffende strategie kan dus geen kwaad.

Gerrit (63), eigenaar van een rijschool in Drenthe en verdacht van aanranding van een leerlinge, bedacht dat het misschien wel slim zou zijn om zich van de domme te houden.
De leerlinge die aangifte tegen hem had gedaan vond hij niet aardig, vertelde hij.
Dus daar was het niet om.
Wel gaf hij haar privéles ‘theorie’, gratis en bij hem thuis.
En als de theorie was afgelopen en de thee op, dan gingen ze nog even praktijk doen: rijden in het donker.
Ook gratis.
De afspraken werden gemaakt via WhatsApp.
In de berichtjes die Gerrit naar haar stuurde heette de onaardige leerlinge kanjertje, schatje en lieverdje.

Rechters: ‘Dat is wel een beetje raar Gerrit.’
Gerrit: ‘Ik dacht dat dat App-taal was, dat het zo hoorde.’
Rechters: ‘U stuurde ook kusjes.’
Gerrit, quasi verschrikt: ‘Oh ja? Kan dat dan ook?’

Op een dag greep hij haar met zijn grote handen.
Ik denk dat de rechters – de uitspraak moet nog komen – tegen elkaar hebben gezegd: ‘Een verdachte die meent met zoveel domheid weg te komen, is aan de beurt. Bewijs te over collega’s, onze rij-instructeur is gezakt.’
Er is een werkstraf van 180 uur geëist.

Douwe (48) uit Noord-Groningen dacht misschien er baat bij te hebben door niet alleen dom, maar ook sneu en zielig te doen.
Jarenlang misbruikte hij zijn stiefdochter, de eerste keer dat hij dat deed, op haar slaapkamertje in Veendam, was ze 13 jaar.
Toen het uitkwam – acht jaar later – werd hij het huis uitgezet.
Hij leeft nu in een tochtig huis, met afgebladderde kozijnen, met een lekkend dak en met te weinig geld.

Douwe leeft voort met het hoofd gebogen.

Toen zijn dochter belangstelling kreeg voor seks en daarover vragen begon te stellen, had hij zich ongemakkelijk gevoeld.
Hij vreesde dat zij, zo jong nog, binnen de kortste keren zou worden misbruikt door klasgenoten.
Hij zegt: ‘Ik zag een zwart scenario.’ Om haar te behoeden voor de boze wereld, ging hij met haar pornofilms kijken om haar daarna zelf maar te misbruiken, wekelijks het hele scala.

En daar heeft hij nu zo ontzettend veel spijt van, zo veel dat Douwe in de rechtszaal keer op keer niet uit zijn woorden kan komen.
Wanneer het hem na een kwartiertje pauze vol tranen wel lukt, zegt hij dat er geen woorden zijn die uitdrukking kunnen geven aan de spijt die hij voelt.
Hij krimpt ineen als hij de eis hoort, 42 maanden gevangenisstraf, een jaar daarvan mag voorwaardelijk.

De 36-jarige Zined moest deze week ook in zittingszaal 14 verschijnen.
Hij was er niet.
Ziek.
Via zijn advocaat laat hij weten dat hij zijn strafzaak graag bijwoont, maar dat dat alleen kan wanneer hij 100 procent fit is.
Zined weet: verdachte zijn is als het bedrijven van topsport.

Zijn strategie mislukt.
De rechters voelen er niets voor de strafzaak uit te stellen.
De officier van justitie eist buiten zijn aanwezigheid om drie jaar gevangenisstraf wegens het medeplegen van diefstal.

Medeverdachten Martin (23) en Hilbert (19) zijn er wel.
Beide jongemannen uit Delfzijl gaan diep door het stof in de hoop dat ze de rechters nog enigszins mild kunnen stemmen.
Want o, wat hebben ze een spijt, wat schamen ze zich dood en wat voelen ze een berouw.
En o, wat zijn ze dom geweest en wat slapen ze er slecht van.
Maar wat gaan ze straks, eenmaal vrij en buiten, hun leven beteren.
Ze gaan weer naar school om goede dingen te leren.
Hilbert is nu al goed bezig.
Hij zegt tegen de rechters: ‘In de gevangenis krijg ik de kans eens in de week de bibliotheek te benutten.’

Zined had tegen Martin en Hilbert gezegd dat in de woning van de oude antiekhandelaar, aan de Rozenlaan, vijf- tot zeshonderdduizend euro lig, in de hoek bij de vaas.
Bij de McDonald’s in Stadskanaal kregen ze een tas met inbrekersgereedschap en de mededeling dat de bewoner niet thuis is.
Ze hoeven alleen maar in te breken, het geld te pakken en terug te komen om de buit eerlijk te verdelen.

December 2015.
Martin en Hilbert zeggen in de tuin tegen elkaar dat het niet verstandig is wat ze gaan doen. Vervolgens trekken ze de mutsen over hun hoofden en gaan naar binnen.
De bewoner is wel thuis.
Iedereen schrikt en wel zo erg dat ze de 78-jarige handelaar met een breekijzer en de vuisten tegen de grond slaan.
Als het gezicht begint te bloeden, gooien ze water over het hoofd van de oude man.
Martin dacht dat hij had gegooid met koud water.
Verbaasd: ‘Was het heet water? Nee, dat wist ik niet.’

In het ziekenhuis vrezen de artsen dat het slachtoffer het niet zal halen.
Dat doet hij wel, maar nooit wordt hij weer de oude man die hij was van voor de overval.

Martin en Hilbert maken geen geld buit.
Er was geen geld.
De opbrengst van hun misdaad is een oud horloge zonder waarde dat ze met geweld van de pols van de oude man hadden getrokken.
Ook dat maakt de kans klein dat hun charmeoffensief in de rechtszaal kans van slagen heeft.

De officier van justitie eist tegen beide jongemannen vier jaar celstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.
Dat is de tijd voor een oud horloge zonder waarde, een prijs die alleen schuldige verdachten betalen.

Rob Zijlstra

 

update – 3 oktober 2016 – uitspraken
Martin en Hilbert hebben gekregen wat de officier van justitie had bedacht: 4 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Dat is dus netto 3 jaar zitten. Zined mag in de handen knijpen: geen 3 jaar celstraf, maar 12 maanden als medepleger diefstal.

Jumbom [1]

Jumbo-afpersing:
hard bewijs of verontrustend selectief

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.57.51Vrijdag staat de 51-jarige Alex O. uit Groningen terecht.
Volgens het Openbaar Ministerie (OM) is Alex O. de Jumbo-bomber.
De man zit sinds oktober vorig jaar vast.
Hij ontkent.

Wat is er gebeurd?
Tussen 2 mei 2015 en 9 oktober 2015 komen het hoofdkantoor van Jumbo diverse bommeldingen binnen.
Ook bij de politie komen meldingen binnen.
De afperser eist geld, bitcoins, van de supermarktketen.
Hoeveel de afperser wil hebben, is nooit bekendgemaakt.

Op 8 mei 2015 vindt een voorbijganger bij de Jumbo-vestiging aan de Wilhelminakade in Groningen een raar pakketje in een witte emmer: het doet denken aan een explosief.
Dat blijkt ook zo te zijn.
De Explosieven Opruimingsdienst maakt het pakket onschadelijk.
Afpersing? Een boze werknemer? Een nare grapjas?

De politie zegt alle opties open te houden en neemt de zaak serieus.
Wat het publiek op dat moment niet weet, maar de politie wel, is dat Jumbo wordt afgeperst.
Er worden dertig rechercheurs op de zaak gezet.

Op 31 mei is er ’s nachts een explosie bij het Jumbo-filiaal aan het Overwinningsplein in Groningen.
Bewakingsbeelden tonen een man die een pakketje plaatst dat een paar minuten later afgaat.
Een ruit en kozijn raken beschadigd.
Alle Jumbo-vestigen worden nu extra beveiligd.
De politie meldt dat de bommenlegger herkenbaar op camerabeelden staat.
De beelden worden getoond in Opsporing Verzocht.
Het levert geen verdachte op.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.56.30De ontploffing wordt door de politie in verband gebracht met het eerder aangetroffen explosief aan de Wilhelminakade.
Beide keren is hetzelfde ontstekingsmechanisme gebruikt: een kookwekker die wordt verkocht door Blokker.
Tientallen mensen die recent zo’n dingetje hebben gekocht worden getraceerd en gevraagd de wekker te tonen.

Op zaterdagochtend 6 juni is er een bommelding bij de Jumbo-vestiging in de Euroborg.
Ook bezoekers van de bioscoop en sportschool Plaza Sportiva worden naar buiten geloodst.
Het Europapark is urenlang afgesloten.
Er wordt niets gevonden.

Op 1 juli 2015 ontvangt de Jumbo-vestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart (‘lang zal je leven)’ met daarin een ‘explosief poeder’.
Halverwege augustus besluit de politie – ‘niet omdat het onderzoek muurvast zit’ – een deel van de dan beschikbare informatie uit het onderzoeksdossier prijs te gegeven.
Het publiek mag meedenken.
Het is ook pas dan dat bekend wordt gemaakt dat Jumbo al sinds mei wordt afgeperst.

De aandacht waar de politie om vraagt levert meer dan 600 tips op, maar geen dader.
Het blijft dan stil tot vrijdag 9 oktober.
In de vroege avond wordt in de Oude Ebbingestraat in het centrum van Groningen Alex O., samen met zijn 15-jarig zoontje, opgepakt.
De zoon wordt later vrijgelaten.

Wat zijn de verwijten?
Er worden aan Alex O. twee strafrechtelijke verwijten gemaakt.
De eerste is de afpersing met geweld dan wel de poging daartoe.
Door te dreigen met geweld zou O. hebben geprobeerd Jumbo te dwingen hem geld (bitcoins) te geven.
Het tweede verwijt is het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing waarbij goederen en personen gevaar liepen.
Voor dit laatste kan maximaal 15 jaar gevangenis worden opgelegd.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 14.01.05Wie is Alex O?
In januari verschijnt de in Den Haag geboren verdachte voor het eerst in de rechtszaal tijdens een zogeheten pro forma-zitting.
Hij is opgewekt, draagt een roze trui en werpt lachend handkusjes naar bekenden op de tribune.
Hij heeft zich tevergeefs verzet tegen opname in het Pieter Baan Centrum (PBC).
Tegen de rechters zegt hij: ‘Ik ben niet de Jumbo-afperser. Ik zit al drie maanden onschuldig vast. En daar wil ik het graag bij laten.’

Alex O. woonde in Groningen, maar had geen vaste woonplek.
Een ideale schoonzoon is hij niet.
Eind jaren tachtig, begin jaren negentig, is O. betrokken bij een reeks overvallen.
In 1992 wordt hij gepakt in verband met een overval op een geldtransport aan de Rijksweg in Groningen.
Een geldloper werd daarbij in het hoofd geschoten.
O. had de gewelddadige overval georganiseerd.
In 1993 werd hij veroordeeld tot 14 jaar celstraf.

Na zijn vrijlating begint hij samen met een broer een autorijschool in Den Haag.
Doel is het oplichten van mensen.
Als het misgaat zijn er 300 gedupeerden die samen 200.000 euro zijn kwijtgeraakt.
O. verlaat Den Haag en gaat naar Groningen.

Is de verdachte de dader?
Dat is uiteraard aan de rechters.
Het OM zegt voldoende bewijzen te hebben om de zware beschuldigingen hard te kunnen maken.
Alex O. heeft kookwekkers gekocht bij de Blokker, op een postzegel op een naar de Jumbo verstuurde envelop is zijn DNA aangetroffen.
Zegt het OM.
Advocaat Tjalling van der Goot plaatst bij het aangetroffen DNA-spoor grote vraagtekens.
Hij noemt het verzamelde bewijs ‘verontrustend selectief’.

De strafzaak begint vrijdag om 9 uur.
Mocht het nodig zijn, dan wordt de behandeling op dinsdag 21 juni voortgezet.

Rob Zijlstra

Alex O. stond eerder in de krant.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.02.43

Schermafbeelding 2016-06-15 om 13.04.23

De beste kok

‘Ze proberen me te fucken.
Ik ben geen snitch, ik heb niks
tegen die agent gezegd, hij
zit gewoon dom te lullen.’

 

Schermafbeelding 2016-02-05 om 00.01.54De zoekterm ‘liegen’ levert op het internet van Google een zee aan wetenswaardigheden en intrigerende verhalen op.
Liegen is gezond en liegen is leuk, zonder leugens komt het grote raderwerk dat de samenleving in beweging houdt abrupt tot stilstand.
Het is ook daarom dat de mens slecht is in het herkennen van leugens.

Het is zelfs zo dat ‘professionele leugenontmaskeraars’ – als politiemensen en rechters – in testen niet beter scoren in het vaststellen van leugens dan ‘gewone’ mensen.

De goedopgeleide Gert (47) uit Drenthe wordt verdacht van ontucht met twee dochters van zijn nieuwe partner die hij via een datingsite had leren kennen.
Omdat hij als gevolg van een stukgelopen relatie dakloos was geworden, trok hij al snel bij haar in.
Het leek zo leuk, ook zij leek leuk, maar het werd al snel een hel in Leek, zei Gert.
De nieuwe liefde bleek een zuipschuit met een kwade dronk.
Toen hij twee jaar na binnenkomst de benen nam, deden de dochters aangifte van seksueel misbruik.

De politie deed onderzoek en de kwestie belandde bij het Openbaar Ministerie.
Door het systeem kwam het strafdossier op een plank terecht waar het een paar jaar bleef liggen.
Gert ontkent het misbruik.
Hij zegt op de eerste donderdag van februari 2016 dat hij de kinderen in 2007 en 2008 niets heeft aangedaan.

Liegt hij?
Of liegen de inmiddels volwassen kinderen?
De officier van justitie weet het niet en vraagt – want dat is dan de consequentie – de rechtbank om Gert vrij te spreken.
Ze voegt er nog wel aan toe: ‘Daarmee wil ik niet beweren dat de kinderen liegen.’

De advocaat van Gert heeft de moeder van de kinderen wel op flinke onwaarheden betrapt.
Om de politie een idee te geven hoe een smeerlap die Gert wel niet was, had ze verhalen die hij had geschreven aan de politie gegeven.
Fantasierijke seksverhalen.
De advocaat was samen met Google gaan zoeken en ontdekte dat de verhalen afkomstig waren van allerhande sekssites.
De nieuwe liefde had honderden pagina’s digitaal geknipt en geplakt en toen uitgeprint.
Die moeder is zelf een gemeen liegbeest, zei (in vrije vertaling) de advocaat.

Dat was ’s middags.
In de ochtend hadden de rechters Duman (51) het vuur na aan de schenen gelegd.
Duman zou iemand een vuurwapen op het hoofd hebben gezet.
Die iemand deed aangifte waarop de politie Dumans woning doorzocht.
Het wapen werd niet gevonden.
Agenten vonden wel iets anders: in de stofzuiger vonden ze 34.000 euro aan contanten.

De rechters willen weten of Duman dat kan uitleggen.
Hij vertelt dat hij 30.000 euro had geleend van zijn vader.
De rest is spaargeld.
Duman werkt in een shoarmazaak in Groningen waar hij niet veel verdient, maar waar hij wel royale fooien krijgt, genoeg om te kunnen sparen.
De rechters moeten weten dat Dumas kok is, niet zomaar een kok, maar een heel goede.
Daarom wil hij een eigen eethuisje beginnen.
Vandaar die lening.

Op de toon van ‘en dat moeten wij geloven’ blijven de rechters maar vragen stellen.
Los van legale inkomsten, is in vier jaar tijd opgeteld 55.000 euro op Dumans bankrekening gestort.
Wat is dat dan?
Duman zegt dat mensen soms geld van hem lenen.
Krijgt hij zijn geld terug, dan stort hij het weer op de rekening.

Tijdens de huiszoeking vinden agenten een boksbeugel, een verboden wapen.
Wat hij daarmee moest?
Duman: ‘Daarmee trek ik auto’s achteruit.’
Rechters: ‘Uh?’
De rechters merken vervolgens op dat in zijn schuurtje spullen zijn aangetroffen die je ook wel tegenkomt in hennepkwekerijen.
Duman: ‘Ik verhuurde mijn schuurtje.’
Rechters: ‘Jaa-ja.’

De man die hij zou hebben bedreigd, vertelde aan de politie dat hij niet langer hennep wilde telen, dat hij daarom werd bedreigd.
De rechters lezen in het dossier dat Duman een paar keer is veroordeeld in verband met drugs, dat hij zelfs al eens in Duitsland heeft vastgezeten.

De officier van justitie concludeert dat alles aanwezig is om gerechtvaardigd te kunnen denken dat Duman zich bezighoudt met witwassen van crimineel geld.
De eis: drie maanden gevangenisstraf.

Houding en lichaamstaal kunnen de liegende mens verraden.
Scar (21) en Face (22) zijn twee jonge ganstermannen die worden verdacht een ov’tje te hebben gezet, in dit geval de overval (ov) op cafetaria Plaza in Groningen.

Scar zit slungelig en onderuitgezakt in de verdachtenbank, dan weer ligt zijn hoofd op het tafelblad, alsof hij slaapt.
Face heeft een wat actievere zit, maar hij is dan ook een battle-rapper.
In hun gezichten sieren kleine tatoeages.
Met messen zouden ze de eigenaar en een medewerkster hebben bedreigd.
De overvallers gingen er vandoor met de kassalade en 640 euro.

Het gebeurde in oktober 2014, in april vorig jaar werden ze opgepakt.
Scar en Face zeggen dat ze met deze overval niets te maken hebben.
Ze liegen niet.
Ze zwijgen.
Waarom?
Omdat dat mag.
Face wil naar huis, want hij gaat niet zitten voor iets wat hij niet heeft gedaan.
Scar zit al in de gevangenis wegens een gewapende overval in Delfzijl waar hij drie jaar voor kreeg.

De officier van justitie wil daar nog eens achttien maanden aan toevoegen.
Overweldigend is het bewijs niet.
Maar Scar vindt het best, hij zit zijn tijd wel uit.
Daarna gaat hij weg.
Zegt: ‘Nederland is een zogenaamd vrij land, maar als je wilt werken en je hebt een strafblad, dan maak je geen kans.’
Nederland, zegt Scar, is een land van mooie praatjes.

De rechters: ‘Ze zeggen dat het erg slecht met u gaat.’
Scar haalt de schouders op, gaapt, kijkt weg en zegt: ‘Och, ik adem.’

Face, die al eens een enkelbandje doorknipte, krijgt een strafeis van vier jaar om de oren geslingerd.
‘Tsss.’

In het cellencomplex van de politie werd een undercover-agent op hen afgestuurd.
Nietsvermoedend zouden ze op de luchtplaats tegen de liegboef belastende woorden hebben gesproken waardoor ze nu in de penarie zitten.
Face: ‘Ze proberen me te fucken. Ik ben geen snitch, ik heb niks tegen die agent gezegd, hij zit gewoon dom te lullen.’

Dat liegen van nature een heel menselijke eigenschap is, is in de rechtszaal knap lastig.
Scare en Face doen wel ontzettend stoer, maar zijn misschien wel goudeerlijk, terwijl de hoogopgeleide bleue Gert best de berekende minkukel kan zijn.
Ook met Duman kun je alle kanten op.
Misschien liegt hij wel en is hij helemaal niet zo’n goede kok die hij zegt te zijn.

Rob Zijlstra

update – 16 februari 2016 – uitspraken
Gert is vrijgesproken, dat was niet een heel grote verrassing. En ook niet dat Scare en Face zijn veroordeeld. Scare heeft de geëiste  18 maanden gekregen, die komende dus bij de 3 jaar die hij al eerder had ontvangen. Face is veroordeeld tot 3 jaar celstraf.