Donkere dagen

actionWe zijn in de donkere dagen aangeland.
De politie maakt iedereen rond deze tijd van het jaar altijd een beetje bang door aan te kondigen dat het gespuis op het punt staat uit hun stinkende holen te kruipen en dat ze zich opmaken toe te slaan.
Het geboefte gaat inbreken, onze auto’s kraken, op straat roven en overvallen plegen.
Als tegenhanger van dit duistere fenomeen komt de politie met het donkere dagen-offensief: er wordt op hot-times (rond sluitingstijd) en nabij hot-spots (cafetaria’s e.d.) extra gesurveilleerd.

Kennelijk helpt dat offensief niet want ieder jaar keren de donkere dagen terug.
Afgelopen week was het in Groningen al weer raak.
In een buitenwijk werd een snackbar overvallen door twee mannen met jassen aan en capuchons over de koppen.
In de krant staat dan meestal een dag later dat onbekende mannen er met een onbekend geldbedrag vandoor zijn gegaan.
Dat is nooit helemaal waar.
Het bedrag is heus bekend, alleen wil de politie die informatie niet delen met het grote publiek.
Het is daderinformatie, belangrijk voor het onderzoek.

Vorig jaar was het ook raak op maandag 23 december.
Dat is zo ongeveer de donkerste dag van heel het jaar.
Het was bij de Action, in Oude Pekela, om vijf minuten voor acht in de ochtend.
Even voor dat tijdstip gaan drie medewerksters door de glazen schuifdeuren met daarop twee foto’s van dikke kerstmannen naar binnen.
Om vijf voor meldt een vierde medewerkster zich.
Zij belt aan, blaast haar koude handen warm terwijl binnen een collega de toegangsdeur voor haar opent.
Op dat moment sprinten die mansfiguren met bivakmutsen over de hoofden de winkel binnen.

Beveiligingscamera’s hebben het allemaal vastgelegd.
De beelden worden in de rechtszaal getoond.
Het zijn geen fraaie beelden om naar te kijken.
Te zien is bijvoorbeeld hoe twee gemaskerde mannen twee jonge vrouwen bij hun lange haren grijpen, hen aan het haar op de grond trekken en dan meesleuren naar het kantoortje.
Het geluid ontbreekt, maar er is weinig fantasie voor nodig in te beelden dat er ijselijk bij wordt gegild.

Een van de mannen heeft een groot mes in zijn linkerhand, de andere heeft iets dat op een zwaard lijkt meegebracht, de derde een pistool.
Een van de vrouwen wordt in het kantoortje gedwongen de kluis te openen.
Dat doet ze heel rustig, maar te zien is dat paniek zich van haar meester heeft gemaakt.
Ook dat is een naar gezicht.
In de kluis zit een tweede kluis, maar met een tijdslot.
De inhoud openbaart zich pas over vijftien minuten.
De overvallers hebben haast of meer te doen en willen niet even wachten.
Ze spuiten de ruimte vol pepperspray – kan hen dat schelen – en gaan er met een onbekend bedrag aan kleingeld vandoor.

Met 330,36 euro.

De overval duurde negentig seconden.
Een verdrietige moeder van een van de slachtoffers schreef een brief aan de rechters: ‘Wat ik in 17 jaar tijd met mijn dochter heb opgebouwd, hebben zij, de daders, in een paar minuten afgebroken. En dat voor een beetje geld.’
De officier van justitie: ‘De herinneringen aan wat de slachtoffers is overkomen zullen hen altijd hinderen in het dagelijkse bestaan.’

Voor slachtoffers is het een schrale troost, maar met veel overvallers loopt het slecht af.
De man die in de zomer van 2012 – niks donker, maar op klaarlichte dag – de Primera aan de Korreweg in Groningen overviel en de kassa meenam, kreeg drie jaar gevangenisstraf.

De helft daarvan mocht voorwaardelijk.
Hield hij zich niet aan de voorwaarden dan zou hij die andere helft ook moet zitten.

Hij hield zich niet aan de voorwaarden.
Half augustus moest hij daarom weer komen opdraven in zittingszaal 14.
Het ging goed met hem, hij had zijn vriendin meegenomen, een mooie toekomst zonder drugs was de bedoeling.
Een maand geleden besloten de rechters hem een kans te geven en mocht hij op de goede weg doorgaan.
Die 18 maanden bleven hem voorlopig bespaard.
Afgelopen maandag belandde uitgerekend hij nabij Kardinge met een rode auto op de kop in de sloot en hij verdronk.
P. is 34 jaar geworden.
Dag P., je was de slechtste niet.

Met de drie verdachte overvallers die op de dag van dat noodlottige ongeval in de rechtszaal zaten – zij zouden op die donkere 23 december de Action hebben overvallen – zal het niet beroerd aflopen.
Zij hebben namelijk de Action niet overvallen.
Ze zitten sinds de dag van hun aanhouding, op 17 juni, onschuldig vast.
Dat zeggen ze.

Wim (24) zegt dat hij het niet heeft gedaan want hij was aan het bloedprikken in Veendam.
Zijn broer John (28) zegt dat hij er sowieso niks mee nodig heeft en daarom wil hij er ook niet over praten.
Bennie (31) zegt dat hij denkt dat iemand hem een hak wil zetten, dat daarom zijn naam is genoemd.
Dat hij linkshandig is, zegt ook niks.

Toen op een duistere decemberdag in Delfzijl een man in zijn woning werd overvallen en daarbij kwam te overlijden, wist de halve havenstad wie de daders waren.
Maar niemand smoesde wat of iets, ook de ouders van jongeren die betrokken waren niet.
De politie zocht het maar uit.
In Oude Pekela ging het net zo, zegt de officier van justitie.
Hij zegt: ‘Heel veel mensen in Oude Pekela wisten wie de overval op de Action hadden gepleegd.’’

Aan agenten in Oude Pekela werd niks verteld, ook zij zochten het maar uit.
De politie moest zelfs een beroep doen op de Avro voor een item in Opsporing Verzocht.
Eerst pakten ze de verkeerde op.
Toen kwam Shirley, de ex van een van de verdachten van nu.
Shirley legde een gedetailleerde verklaring af, uiterst belastend voor Wim, John en Bennie.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de camerabeelden bestudeerd en geconcludeerd dat de verdachten qua lengte de daders zouden kunnen zijn.
Meer niet.
Er zijn telefoon getapt waarop Bennie een beetje verdacht uit de hoek komt, maar het blijft bij een beetje.
Bij de overval zou een matzwarte auto zijn gebruikt.
Een van de verdachten had een gele auto die met een verfroller slordig zwart zou zijn geschilderd.
Shirley trok later haar belastende verklaringen in en daarna weer niet.

De advocaten: Er is een verklaring van een ex, er is geen spatje technisch bewijs, gedetailleerde verklaringen kunnen ook onwaar zijn, dat van die auto is een raar verhaal, oftewel er is nauwelijks iets, dus vrijspraak.

De officier van justitie zegt dat in verband met het donkere dagen-offensief de richtlijnen willen dat er zwaardere straffen worden geëist voor overvallen als deze.
Hij eist daarom 4 jaar cel.
Per persoon.

Rob Zijlstra

update – 13 oktober 2014 – uitspraken
De verklaringen zijn voldoende: de rechtbank heeft de drie mannen conform de eisen veroordeeld tot celstraffen van 4 jaar.

 

Klokjes

klokjesWat Pim hoorde was helemaal niet zo raar.
Hij hoorde zeggen dat op de Filipijnen een tekort aan medicijnen is, medicijnen die de mensen wel nodig hebben.
Zij daar nog meer dan wij hier.

Wie dat zei?
Een stem in het hoofd van Pim.
Hij dacht lang na en besloot medicijnen op te sturen.
De stem: ‘Maar Pim, hoe ga je dat doen, hoe kom je dan aan geld?’
Pim: ‘Weet jij iets?’
De stem: ‘Pleeg een overval.’
Pim: ‘Dat is een goed idee.’

En zo geschiedde.
Op 14 november vorig jaar – een donderdag, een koopavond – fietst Pim naar de binnenstad van Groningen en zet zijn fiets tegen de Hema aan.
Dan loopt hij naar de juwelierszaak van Siebel, iets verderop.

Als hij de zaak betreedt, trekt hij een bivakmuts over het hoofd en roept: ‘Klokjes.’
Een medewerkster vraagt even vriendelijk als geschrokken of hij die rare muts van zijn hoofd wil doen.
Maar dat doet Pim niet.
Hij roept nog een keer: ‘Klokjes.’
De medewerkster doet dan wat van haar wordt verwacht.
Ze stopt dertien horloges in een tasje en geeft die aan de overvaller.
Pim tegen de rechters: ‘Ik had wel in de gaten dat het niet de duurste klokjes waren.’

Met de buit wandelt hij de juwelierszaak uit, naar buiten.
Kort daarop wordt hij, nog in de Herestraat, aangehouden.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht echt dat ik met een goede zaak bezig was. Maar toen ik werd aangehouden dacht ik, dit gaat de verkeerde kant op.’

Pim wordt opgesloten in een politiecel waar wordt vastgesteld dat hij in de war is.
Zo belandt hij op paviljoen E van een psychiatrische kliniek.

De officier van justitie zegt dat een bivakmuts over het hoofd in een juwelierszaak heel bedreigend is: ‘Ook al wordt er niets gezegd, ook al is er geen wapen.’
Volgens de officier van justitie wist de verdachte dat wat hij deed, niet goed was.
Zegt: ’Maar het belang dat hij zag – het opsturen van medicijnen – vond hij belangrijker.’
De officier van justitie vindt daarom dat Pim zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld, dat die bewezen kan worden.

De volgende vraag die officieren van justitie dan moeten stellen: is de verdachte ook een strafbare dader?
Die vraagt beantwoordt hij op advies van de psycholoog en de psychiater met ‘nee’.
De eis: een ovar.
Een ontslag van alle rechtsvervolging.
Dan heb je het wel gedaan, maar krijg je geen straf.

De rechters hebben twee weken over Pim nagedacht en zijn tot een andere zienswijze gekomen dan het Openbaar Ministerie.
De rechters vinden dat het dragen van een bivakmuts onvoldoende is om te kunnen spreken van bedreiging.
Het is misschien niet zo gepast, zo’n muts op koopavond in een juwelierszaak, maar meer kan het niet zijn.
En van diefstal is ook geen sprake, vinden de rechters.
De medewerkster stopte de klokjes in een tas en gaf die aan de overvaller.
Stelen – enig goed wegnemen – gaat anders.

Pim wordt vrijgesproken.
Voor hem maakt het niks uit.
De behandeling in de kliniek wordt voortgezet.

Rob Zijlstra

Het openbaar toilet

De politie heeft ter plaatse vastgesteld dat de buil er was
foto 1

Toiletgebouwtje Hoge der A

Het is 13 september 2013, rond drie uur in de nacht.
Tjeerd is op stap geweest, is op weg naar huis en moet plassen.
Dat doet hij – heel keurig – in het openbare toilet op de kade van het Hoge der A., randje binnenstad Groningen.

Terwijl Tjeerd zijn ding staat te doen, komt ineens een grote man de krappe en donkere ruimte binnen met een fles drank in de hand.
Rode port.
Tjeerd schrikt.
Een seconde later voelt hij een harde klap op het achterhoofd, en nog een.
Hij geeft zijn belager een duw.
De halflege fles raakt zijn bovenarm.

Buiten het toiletgebouwtje gebouwtje roept de belager: ‘Geef me je geld’.
Dan maakt de overvaller zich – zonder buit – uit de voeten.
Er passeert een fietser.
De gewaarschuwde politie komt ter plaatste en weet de belager korte tijd later aan te houden.
De man wordt meegenomen naar het politiebureau.
Het slachtoffer doet aangifte.

Het Openbaar Ministerie vindt dat er sprake is van een diefstal dan wel afpersing met geweld aan de openbare weg.
Het slachtoffer in het toiletgebouwtje werd geslagen en tegelijkertijd werd er om geld gevraagd.
Zou het slachtoffer een winkel zijn, dan heette het een overval.

De officier van justitie ziet voldoende bewijzen.
Ze heeft er drie.
De eerste is de aangifte van het slachtoffer.
Die aangifte wordt ondersteund door de buil op het hoofd van het slachtoffer.
De politie heeft ter plaatse vastgesteld dat de buil er was.
Het derde bewijs is de verklaring van de getuige die hoorde roepen: ‘Geef me je geld.’
De man die dat riep was dezelfde man die later door de politie werd aangehouden, zo laat de getuige optekenen.

De officier van justitie heeft welgeteld 35 seconden nodig voor haar requisitoir die ze afrond met een strafeis: een werkstraf van 200 uur.

De verdachte is een 29-jarige man uit Delfzijl.
Soms gaat hij naar Groningen, zo ook op die 13e september vorig jaar.
Hij had een fles drank, rode port, gekocht die hij langzaam burgemeester maakte, op een bankje in het park.
Hij heeft een vaste en goede baan op het water.

Hij vertelt aan de rechters dat hij niet dronken was, wel een beetje aangeschoten.
Hij had in het Noorderplantsoen gezeten en was richting de stad gelopen om te kijken of er nog wat te beleven viel.
Rond drie uur moet hij plassen.
Op het Hoge der A is een toiletgebouwtje op de kade.
Hij gaat naar binnen, de fles port in zijn hand.
Ineens een schrik.
Er is daar een man die ook schrikt.
Die man slaat wild om zich heen en wel zo dat de fles port tegen zijn tanden aankomt.
En tegen zijn bril.

De verdachte: ‘Daarom werd ik boos. Ik heb hem toen twee keer geslagen of zo. Het was een reactie. Omdat hij mijn bril raakte, riep ik: ‘Dit gaat je geld kosten’.
De verdachte ontkent dat hij riep: ‘Geef me je geld’.
Zegt: ‘Waarom zou ik dat doen? Ik heb geld zat.’
De verdachte denkt dat het zogenaamde slachtoffer en die getuige kennissen van elkaar zijn.
‘Zo kwam het wel op mij over.’

De rechtbank bepaalt over twee weken wat de waarheid moet zijn.

Rob Zijlstra

Bonte stoet

Voor wie wel is, is het heel lastig om nergens te zijn

Het was een week waarin een bonte stoet aan verdachten door zittingszaal 14 trok.
Er zat een allerergste verdachte tussen, dan ook een minst erge, de wekelijkse verdachte met heel veel spijt was er natuurlijk, er was een verdachte die niet was gekomen, en eentje die op zoek is naar contact met zichzelf.

De spijtverdachte van de week moet Tim (25) heten.
Hij had overigens vooral spijt van zichzelf.
Bij het winkelcentrum in Winschoten had hij op een muurtje van de parkeerplaats gezeten en daar zag hij hoe een mevrouw met boodschappentas haar autootje op de invalidenparkeerplaats opende.
Tim sprong van het muurtje, begroette de mevrouw en vroeg beleefd of hij een stukje mocht meerijden.
Tot aan de bushalte.

Dat mocht, hoewel de mevrouw een andere kant op moest.
Eenmaal in de auto werd Tim onvriendelijk.
Hij liet zijn mes zien, dreigde daar zwaaiend mee en eiste geld.
De aardige mevrouw had net geld gepind en mogelijk had Tim dat gezien.
Hij griste de tas met daarin de 250 gepinde euro’s weg en sprong uit de auto.

De aardige mevrouw die hem de lift had aangeboden was 81 jaar.
Ze belde toen haar belager zich uit de voeten maakte, doodsbenauwd de politie, maar op het verkeerde adres.
Een agent had tegen haar gezegd: ‘U bent overvallen? Dan moet u 112 bellen.’
Echt.
De officier van justitie zei het in de rechtszaal, iedereen kon dat horen.

De rechters vragen aan Tim: ‘Was mevrouw een willekeurig slachtoffer?’
Tim is eerlijk: ‘Nee. Als je snel geld wilt maken pak je natuurlijk geen afgetrainde sportschooljongen.’
Ja. Hij heeft veel spijt.
Logisch.
Hij wil ook graag hulp, op voorwaarde dat de diepere problematiek waarmee hij kampt – een diepe gokverslaving – nu eens wordt aangepakt.
De officier van justitie vindt dat een goed idee, maar wil eerst even afrekenen: 30 maanden celstraf.

Het bijzondere van dit proces is dat deze lelijke misdaad werd gepleegd in maart van dit jaar.
Dat de rechters daar nu al over moeten oordelen, is opmerkelijk.
De meeste misdaden die in Groningen aan de meervoudige strafkamer van de rechtbank worden voorgelegd zijn een tot twee jaar oud.
Wie in de tweede helft van dit jaar een misdaad begaat, heeft grote kans pas ergens in 2016 terecht te moeten staan.

‘Pleeg nu, betaal later’.
Daar kwam ook de verdachte achter die nadat hij vier dagen in een politiecel had gezeten, op zoek ging naar zichzelf.
Lang verhaal in het kort: zijn computer was stuk en de reparateur ontdekte in juli 2012 op de harde schijf kinderporno.
Nader onderzoek leerde ook dat hij in 2010 ontucht had gepleegd met zijn lievelingsneefje van 12.
Zelf was hij toen net 19.
Inmiddels is hij 23 jaar en niet meer zo onzeker want hij is volledig uit de kast gekomen.
Nog altijd volgt hij twee keer per week therapie.
Hij heeft zichzelf redelijk goed gevonden, maar is nu bezig om contact met zijn emoties te leggen.
Zijn behandelaars verwachten dat er nog een lange weg moet worden afgelegd.
De officier van justitie wil de pret niet bederven.
Een taakstraf van 180 uur kan volstaan (eis).

Er was een verdachte die niet kwam opdagen.
Hij heet Lamor, 33 jaar, geboren in Gendershe, Somalië.
Hij heeft geen bekende woon- of verblijfplaats, maar wel een postadres: het politiebureau aan de Koggelaan in Zwolle.
Lamor heeft een keer iets gedaan wat niet mag en dat heeft grote consequenties gekregen: hij is tot ongewenst vreemdeling verklaard.

Dan ben je op papier nergens meer en ook niet welkom.
Maar omdat je nog wel een ademend mens bent en ook nog eens van vlees en bloed die zich kan voortbewegen (dus niet dood) is het heel erg lastig om nergens te zijn.
Op 13 juli 2012 ging het mis in Groningen.
Hij was en viel in de armen van de politie; agenten stelden zijn ongewenstheid vast en sloten hem op.
Zoiets mag maar even duren en na even mocht Lamor zich dus weer ademend voortbewegen.
Lang mocht dat evenwel niet duren: op 27 september 2012 liep hij die niet mag zijn, maar wel is opnieuw tegen de lamp.

Afgelopen donderdag (2014) moest hij zich in zittingszaal 14 verantwoorden voor zijn illegaal verblijf in Nederland op twee verschillende dagen.
De officier van justitie: ‘Meneer die er niet is, is een strafbare dader. Ik eis zes maanden gevangenisstraf.’

In de bonte stoet van deze week liep een verdachte dominee uit Appingedam mee (ontucht en verkrachting), een wodka-drinkende asielzoeker die stomdronken ruzie kreeg over het geloof met zijn ongewenste kamer- en landgenoot (poging tot moord), de ervaren veelpleger die geld had gestolen van zijn hulpverleners liep halverwege, vlak achter hem een politieman uit Veendam die werd verdacht van mishandeling.
Hij zou – anderhalf jaar geleden – iemand opzettelijk hebben geslagen met de vuist en met in die vuist een Maglite.
Achteraan in de stoet, niet zichtbaar, de spoorloze verdachte die – net andersom – een agent zou hebben mishandeld.
En tot slot, helemaal vooraan, hoste Berend die op 1 januari 2012 met een dronken kop de toegang van de Lidl in Uithuizen had opgeblazen met een vuurwerkbom.

Dan was er de allerergste verdachte, een verdachte als nachtmerrie.
In mei 2011 trok hij in Stadskanaal een spelend meisje van straat, een meisje van 6 jaar.
Hij dwong haar in zijn auto vol rotzooi te stappen.
Hij reed met haar weg, bedreigde haar, misbruikte haar in het bos en zette haar daarna uit de auto.

In oktober 2013 deed hij dat nog een keer, In Delfzijl.
Ditmaal was het slachtoffer een meisje van 4 jaar.
Hij verkrachtte haar in zijn vieze auto en dumpte het kind een uur later in Appingedam op straat.
Een man die de hond uitliet zag het huilende meisje dwalend lopen, hij ontfermde zich over haar en wist haar adres te achterhalen.
Lange tijd werd er daarna in de kinderrijke buurt in Delfzijl niet meer op straat gespeeld, en was er onrust op de scholen.
De angst regeerde.

De officier van justitie noemt de nachtmerrie een perverseling en eiste 10 jaar gevangenisstraf.
De allerergste verdachte had gerekend op 8 jaar gevangenisstraf.
Voor hem op tafel ligt een briefje.
Steeds nadat de rechters hem een vraag hebben gesteld, tuurt hij naar het papiertje en leest de woorden voor die erop staan: ‘Ik beroep mij op mijn zwijgrecht’.

Aan de meeste verdachten raak je gewend, maar de allerergste verdachte, die went nooit.

Rob Zijlstra

UPDATE – 7 juli 2014 – uitspraak
Tim – de spijtverdachte – is veroordeeld tot dertig maanden celstraf waarvan tien maanden voorwaardelijk zijn. Aan de aardige mevrouw moet hij een schadevergoeding betalen van 790 euro.

 

Street boy

Schermafbeelding 2014-05-31 om 11.35.28Een jaar geleden zag ik hoe de 19-jarige Ibrahim de rechtszaal verliet.
Met het geschoren hoofd gebogen, wantrouwende blikken, broek op half zeven en met een strafeis van drie jaar aan de kont.
Drie jaar is voor een kleine jongen van 19 die niet zo stevig in zijn hippe schoenen staat niet mals.
Ibrahim had ruzie met een jongen van wie hij nog geld kreeg.
Hij had ook een wapen.
Dat was weer omdat hij al langere tijd werd bedreigd wat te maken had met blote meisjes die voor hem werkten.
Omdat Ibrahim zijn geld niet kreeg, schoot hij kogels richting zijn opponent.
Een kogel schampte het hoofd.
De officier van justitie sprak van een poging tot moord.
Ibrahim zei dat het per ongeluk ging.

Hij is als baby vanuit Syrië naar Nederland gekomen. Eenmaal hier gingen zijn ouders scheiden en ging hij – licht zwakzinnig – heel veel drinken en nog meer blowen en toen ging het ook nog eens fout op school.
Ibrahim werd een brutale aap die op straat baas wilde wezen.
Een hulpverleenster zei een jaar geleden tegen de rechters dat Ibrahim streetwise is, maar dat we dat niet moeten overschatten.
Ibrahim, zei ze, is vooral een heel angstige jongen die zich zonder hulp nooit staande zal houden.
Zonder hulp gaat het fout.
Ik noteerde in mijn aantekeningen: ‘angstige jongen, toekomstige tbs’er’.

De rechtbank veroordeelde hem tot 18 maanden jeugddetentie waarvan de helft voorwaardelijk.
Deze week zag ik hoe Ibrahim, jaartje ouder, maar nog net zo klein, zittingszaal 14 binnenkwam.
Hij wordt nu verdacht van een gewelddadige overval op een woning in Beijum, Groningen, begin dit jaar.
Hij was nog maar een paar maanden op vrije voeten.
De overval pleegde hij met twee foute vrienden.
Hij droeg een creep-masker en was gewapend met een mes en een ploertendoder.

Er was een reden de woning te overvallen.
Hij en zijn vrienden hadden een tip gekregen.
In de woning zouden duizend xtc-pillen liggen.
Die pillen wilden ze hebben.

In de woning waren drie jongens, leeftijdgenoten, aan het gamen en chillen.
Ze werden geslagen en schreeuwend gedwongen op de bank te gaan zitten.
Daar zaten ze, bijna een uur lang, van hun vrijheid benomen en doodsangsten uit te staan.
Ondertussen haalden Ibrahim en kompanen de woning overhoop, wat kapot kon, ging stuk.
Toen ze waren vertrokken, durfden de drie niet eens de politie te bellen, zo bang.

De rechters zeggen dat ze gelezen hebben dat Ibrahim een man is die moeite heeft met het begrijpen van de wereld.
Ibrahim: ‘In welke zin?’
Op zich geen rare tegenvraag.

Rechters: ‘Heeft u zich schuldig gemaakt aan de woningoverval?’
Hij haalt de schouders op en zegt dat hij zich er niets van kan herinneren, hij weet het gewoon niet meer.
De officier van justitie: ‘Heeft u dat vaker, dat u helemaal niets meer weet?’
Ibrahim: ‘Dat weet ik niet.’

De tweede overvaller is Mark met een panty over zijn hoofd.
Hij moet zich later verantwoorden bij de kinderrechter, omdat hij nog een kind is.

De derde overvaller is Patrick, 20 jaar.
Hem zag ik niet eerder.
Anders dan de andere twee was Patrick niet gemaskerd.
De rechters: ‘U kwam zoals u bent.’

Patrick ontkent het niet.
Hij heeft spijt.
Zegt: ‘We hadden die tip, ik dacht, we gaan naar binnen, pakken die zak met pillen en dan gaan we weer. Ja, het is anders gelopen, het was niet zo gepland.’
Hij had de jongen die met de ploertendoder op het hoofd was geslagen nog geholpen met wc-papier, om het bloeden te stoppen.
‘Ik vond het zielig.’
Maar hij had wel tegen die drie gezegd: ‘Ik kom hier zonder masker, dus jullie weten hoe ik eruit zie. Maar vergeet niet dat ik ook weet hoe jullie eruit zien.’
Dat volstond.

Ik kijk naar Patrick.
Je hoeft geen medelijden te hebben met jonge mannen die met veel geschreeuw en geweld overvallen plegen om daar ten koste van anderen zelf beter van te worden.
Maar toch…

Patrick is net als Ibrahim belazerd door leven.
Hij kwam jaren geleden met zijn getraumatiseerde ouders vanuit Kosovo naar Nederland.
Hij had de vreselijkste dingen gezien en moeten ervaren.
In Nederland viel hij om.
Er waren bevrijdende drugs en slepende procedures, slechte cijfers op school, de voortdurende dreiging te worden teruggestuurd.
Een grote broer was dat overkomen, van hem werd hij gescheiden.
Toen Patrick ook een brief kreeg van de IND was hij ontzettend bang geworden en sloeg hij op de vlucht.
De politie was toen al naar hem op zoek.

Acht maanden wist hij spoorloos te blijven.
De rechters vragen hoe dat was, als jongen van 19, 20 jaar op de vlucht.
Een groot avontuur?
Diepe zucht.
Nee.
Ontzettend zwaar, zegt hij.
De rechters zeggen dat ze in het dossier hebben gelezen dat hij zich vijftien dagen schuil heeft gehouden in een bos.
Rechters: ‘Hoe hield u dat vol? Waar leefde u van?
Patrick: ‘Cocaïne. Ik ben vijftien dagen wakker geweest.’

De officier van justitie moet eisen.
De feiten zijn heel ernstig, zegt ze.
Ze vraagt zich hardop namens de samenleving af wat we straks op straat terugkrijgen als wij een jongen als Ibrahim naar de gevangenis voor volwassenen sturen.
Ibrahim zit nu in een jeugdinrichting en doet het daar redelijk.
Aan de andere kant: hij is al eens veroordeeld voor een poging tot moord.
Wikken. Wegen.

De eis: de maximale jeugddetentie van  24 maanden.
Plus die negen maanden die hij eerder voorwaardelijk kreeg.
En als nieuwe stok achter de deur: een voorwaardelijk pij.
Dat is jeugd-tbs.

Dat is een hele waslijst, maar voor een 20-jarige is het nog wel een kans.
Ibrahim wordt nog niet helemaal afgeschreven.

Voor Patrick zijn er geen kansen meer.
Een behandeling in een kliniek zou voor hem het allerbeste zijn, daarover is iedereen het eens.
Maar dat kan niet.
Patrick is illegaal geworden, hij is hier als mens niks meer.
Dat is bedacht, maar niet verzonnen.
Het beste wat wij hem in onze eigen crisis te bieden hebben: 5 jaar gevangenisstraf.
Dat is de eis.
Daarna wordt hij het land uitgezet.

De rechtszaak duurt tot in de avonduren.
Buiten het gerechtsgebouw staat een oude, magere man.
Hij noemt de namen.
Komen ze vrij?
Ik zeg, dit zijn de eisen.
De oude man begint te huilen.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 6 juni 2014 – uitspraken
De rechtbank voelt zich onvoldoende geïnformeerd om uitspraak te kunnen doen. Beide verdachten moeten nader worden onderzocht. De zaak krijgt dus een vervolg. Wanneer is onbekend.

 

sixtol

Lekkere broer

ryanairAmir (33) heeft een lekkere broer.
Hij heet Appie.
Amir was samen met hem naar Marokko gevlogen, naar Fez met Ryanair.
Voor nog geen 300 euro kan dat.
Ze vertrokken op 6 november en keerden terug op 13 november.
Ze waren, zegt Amir tegen de rechters in Groningen, bij hun ouders geweest.
Vanwege het schapenfeest.
Zelf woont hij in Den Bosch.

Dus, is zijn conclusie, kan hij nooit op 12 november een overval hebben gepleegd in Groningen.
Zelfs geen mislukte.
Want hoe nou kan hij op twee plaatsen tegelijk zijn?
Het Openbaar Ministerie denkt dat het wel kan, omdat Amir een liegbeest is.
Hij is helemaal niet in Marokko geweest, zegt de officier van justitie: hij probeert niet alleen ons, maar ook de rechters om de tuin te leiden.
En dat is, vindt de aanklager, een kwalijke zaak.

Amir heeft de schijn ook een beetje tegen.
Hij was al eens eerder met zijn broer op pad geweest.
Toen hadden ze samen een bankoverval gepleegd.

Op 12 november krijgt de politie om kwart over twee in de nacht een melding.
De melder meldt dat de buurman op het dak van de woning in de wijk Beijum zit en dat hij roept dat-ie is overvallen.
Dat snel de politie moet worden gebeld.
De politie is er zo razendsnel, dat ze een achtervolging kunnen inzetten.
Het gaat om een zwarte Audi met drie of vier mannen erin, had de man op het dak nog geroepen.

Terwijl een paar agenten achter de Audi aansjezen, zien andere agenten bij de woning een man met tie-rips (kabelbinders) om de polsen.
Uit zijn lichaam stroomt bloed.
In de woning is het een zooitje, er is daar zo te zien een flinke worsteling geweest.
Het slachtoffer vertelt dat hij zijn woning via de voordeur wilde verlaten en ineens oog in oog stond met mannen met pistolen en bivakmutsen.
Ze sloegen een ruit van de voordeur stuk, openden zo de deur en duwden hem naar binnen.
Heel onvriendelijk.
Ze riepen dat ze ‘geld, geld’ wilden en anders zouden ze een kogel door zijn kankerkop schieten.
Zo gaat dat.

De politie wist al heel snel meer.
Het slachtoffer was geen onbekende.
De man was in de zomer van 2010 veroordeeld tot 24 maanden celstraf in verband met drugshandel.
Hij zag zichzelf niet als een drugsdealer, maar meer als een bemiddelaar, als een makelaar in roesmiddelen.
Dealer of makelaar, voor mannen uit Den Bosch maakte het niet uit.
Zij wilden geld en wisten kennelijk dat er op dat adres in Groningen om kwart over twee in de nacht iets te halen viel.

Maar het ging fout, fout gezien vanuit het oogpunt van de overvallers dan.
De bivakmutsen gingen in de woning zo tekeer dat het neefje van de bewoner er wakker van werd, zich niet bedacht, het dak beklom en dus via de buurvrouw alarm sloeg.
Op hun beurt sloegen de mannen op de vlucht.
Vanaf het dak kon het neefje nog roepen dat ze door de woonwijk scheurden en de ringweg opreden, richting noord.
De politie kon hen nauwelijks bijhouden, zo hard ging het, eerst richting Winsum.
Ter hoogte van Baflo, Winsum al voorbij, ging het van 160 kilometer (per uur) en moesten de achtervolgers in verband met veiligheid het opgeven.

Even leek dat niet erg want de achtervolgende agenten hadden in de duisternis van de nacht wel gezien dat de razende Audi bij Sauwerd werd geflitst.
Rechter tegen Amir: ‘U kunt dat niet weten want u komt uit Den Bosch, maar iedereen die daar bij Sauwerd ook maar ietsje te hard rijdt, wordt geflitst.’
Amir haalt de schouders op.
De kentekenplaten op de Audi waren van een Toyota gejat, dus wat dan?
Bovendien was hij in Marokko.

Toch werd hij, maanden later, opgespoord.
In de zooi die in de woning werd aangericht vond de technische recherche sporen met daarop dna-profielen.
Op een tie-rip werd een dna-spoor aangetroffen met een profiel dat vrijwel zeker – kans van niet is minder dan een op een miljard – kan worden toegeschreven aan Amir.
Op grond daarvan werd hij gearresteerd.
Er is ook steunbewijs.
In de dagen dat de woningoverval werd gepleegd, maar niet op de dag zelf, is er met de bankpas van Amir geld gepind in Groningen.
Ook zijn telefoon is toen in Groningen geweest.
Dat zijn geen harde bewijzen dat je ook een woningoverval hebt gepleegd, maar het maakt opgeteld bij het gevonden dna-spoor, wel verdacht.

Amir: ‘Ik was in Marokko. Voor het schapenfeest. Samen met Appie, mijn broer.’
Rechters: ‘Ja ja.’

De politie heeft het uitgezocht.
Ze belden met de haven- en luchtvaartautoriteiten van Marokko en die antwoordden dat Amir en Appie in november niet met boot of vliegtuig zijn in- en ook niet zijn uitgereisd.
Amir merkt op dat de grensregistraties misschien niet deugen.
De officier van justitie vraagt – tikkeltje cynisch – of ze misschien via Israël zijn gereden, met de auto?
Amir gaat er niet op in.
Hij had toch een ticket gekocht, dat was toch ook uitgezocht?
Dat was zo.
Via een rechtshulpverzoek aan Ierland was Ryanair in de administratie gedoken en inderdaad, Amir had een ticket voor heen op 6 november en voor terug op 13 november.
Betaald en wel.
Nou dan.
Nou nee, de politie zocht nog even verder en ontdekte toen dat de tickets in de Ryanair-administratie de status van ‘no show’ hebben.
Wel gekocht, maar klant is niet komen opdagen: lege vliegtuigstoel, vals alibi.

De politie heeft, zo lezen de rechters in het dossier (dat zeggen ze) erg veel moeite gedaan om Appie te vinden.
Appie bestaat ook, maar contact is er niet geweest.
Rechters: ‘Lekkere broer heeft u.’
Amir: ‘Ik was in Marokko.’
Rechters: ‘U wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit, van een gewapende overval, bivakmutsen, bloed, in een woning, in de nacht, een strafbaar feit waar jaren gevangenisstraf op staat. En uw broer, kroongetuige, kan u een alibi verschaffen, hij had hier kunnen staan en zeggen, met twee vingers in de lucht, dat hij met u in Marokko was. Waar is hij?’

Amir: ‘Ik was in Marokko.’
Rechters: ‘Misschien heeft u gelijk en misschien zit u ook wel keihard te liegen.’

De jonge advocaat van de ervaren Amir pleit met de passie van een dooie duif.
De advocaat zegt dat het veel te ver gaat om zijn cliënt te verdenken van zoiets naars, koert nog wat en stelt dan voor dat een en ander maar eens tot op de bodem moet worden uitgezocht.

De officier van justitie eist 3 jaar gevangenisstraf.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 2 juni 2014 – uitspraak
Amir is in de ogen van de rechtbank een liegbeest: niet goed voor 3, maar voor 4 jaar celstraf. Dat hij betrokken en dus aanwezig  is geweest bij de ripdeal, acht de rechtbank bewezen.

Laat maar…

Errol kijkt opzij, naar medeverdachte Patrick, en zegt dan tegen de rechters, tikkeltje theatraal: ‘Hem ken ik al jaren, al vanaf klein, van vroeger. We kennen elkaar zeker al twintig jaar. Hij is als een broertje voor mij.’
Patrick kijkt ook naar Errol, maar dan maar heel even en zegt vervolgens resoluut tegen diezelfde rechters: ‘Ik ken hem niet.’

Errol (32) en Partrick (25) zijn twee van de vijf verdachten die bijna acht uur lang in zittingszaal 14 zitten.
Geen van die vijf laat het achterste van de tong zien.
Bij lastige vragen wordt een beroep gedaan op het zwijgrecht.
Of op ‘weet ik niet’.
Of ze kennen elkaar dus niet.
De vijf hebben voor-, achter- en bijnamen.
Dat zijn er opgeteld vijftien.

Er duiken namen van betrokkenen op die niet aanwezig zijn.
Dan zit je op minimaal twintig, namen die ook nog eens in wisselende samenstelling worden gebruikt.
Ze vliegen links en rechts door de rechtszaal.

Komt nog wat bij.
De vijf aanwezige verdachten zouden een stuk of tien strafbare feiten hebben gepleegd, maar niet allemaal tegelijk en/of samen.
Probeer dan maar eens zonder kennis van het strafdossier (niet openbaar) te snappen waar het nou eigenlijk in de kern over gaat.

Sowieso zouden journalisten in het belang van de geloofwaardigheid wel eens wat vaker mogen toegeven dat ze lang niet altijd begrijpen waar ze wel over schrijven.
Maar dit terzijde.

Vier van de club van vijf zouden ergens in Groningen een woning zijn binnen gedenderd.
In die woning woont de helft van een tweeling.
Ze zetten een revolver op zijn hoofd en daarna op zijn been en dreigen daar doorheen te schieten.
Ze willen 900 euro, ’s avonds al.
Zo niet dan schieten ze de helft van de tweeling dood, simpel zat.

Voor alle zekerheid slaan ze hem een paar keer in het gezicht en nemen ze de televisie, een kastje van de KPN, een laptop, wat wiet en de portemonnee met 190 euro mee.
Dan hebben ze alvast wat.
De televisie wordt direct verkocht in een pandjespand op het Zuiderdiep in Groningen, daar waar vroeger de betrouwbare Botman zat.

Later op de dag krijgt het slachtoffer – want zo kun je hem inmiddels gerust noemen – te horen dat het bedrag van 900 euro die hij moet betalen is veranderd in 2.000 euro.

De helft van de tweeling heeft het vermoeden dat ze bij zijn broer moeten wezen, maar ondertussen zit hij mooi met de gebakken peren en zonder televisie.
Hij zoekt contact met de politie.

De politie gaat direct aan de slag, te meer omdat er vuurwapens in het spel zijn.
De officier van justitie: ‘De dreiging die van de groep uitgaat was dermate groot dat we besloten om vroegtijdig in te grijpen, om te voorkomen dat er meer slachtoffers zouden vallen.’
Er worden spoedtaps geplaatst op telefoons en dan is politieonderzoek doorgaans niet heel ingewikkeld meer.
Verdachten spelen zichzelf in de kijker.
En worden ook aangehouden.

Met de helft van de tweeling spreekt de politie af dat hij een afspraak maakt met zijn afpersers om het geld – 2.000 euro – over te dragen.
Dat zal gebeuren op de parkeerplaats bij Ikea.
Op het moment dat Patrick in de auto stapt om het makkelijke geld te incasseren, springt vanuit het niets een arrestatieteam tevoorschijn en is Patrick het haasje.

Dit alles was in juli vorig jaar.
Patrick hoopt snel naar huis te kunnen, want hij heeft spijt dat het zo uit de hand is gelopen.
Hij is kapper, zelfs een van de besten, en hij wil dolgraag voor zijn pasgeboren kind zorgen.
De officier van justitie eist evenwel 42 maanden gevangenisstraf.

Errol, die wordt gezien als de leider van de bende, heeft niet alleen spijt, maar ook berouw.
Dat zegt hij.
Hij heeft vier kinderen en wil ook graag naar huis.
De officier van justitie: eerst vijf jaar gevangenisstraf.

Twee medeverdachten moeten boeten voor hun aandeel met 30 en 36 maanden.
Ook zij zijn jonge vaders.
De jongste verdachte is zelf nog een kind, hij is net 18 jaar.
Nonchalant, maar ook bang voor medeverdachten.
De eis tegen hem: voor elk levensjaar een maand.

Vier jonge vaders met dreigende lange gevangenisstraffen en met opgeteld tien heel jonge kinderen bij nog heel jonge moeders.
Die heftige maar o zo domme, stomme misdaden plegen die…

Ach, laat ook maar.

Rob Zijlstra

uitspraken op 6 februari

Link loslopend wild

maltal

kop en bericht kloppen niet helemaal…

Criminelen worden nogal eens over één kam geschoren.
In werkelijkheid vormen misdadigers een bont gezelschap.
Neem straatrovers.
Onder hen zijn brute types die niet schuwen geweld te gebruiken, rovers die daar slechts mee dreigen, keurige jongens zonder werk en gluiperige mannen met goede banen.

Een half jaar geleden werd in een buitenwijk van Groningen een fietsende man beroofd.
Op klaarlichte dag.
Plots was een auto voor hem gestopt waaruit twee mannen sprongen.
De een richtte een wapen op zijn hoofd, de ander griste de tas uit de handen.

Het slachtoffer deed aangifte.
In die tas zat welgeteld 15.000 euro, bedoeld voor het inrichten van de babykamer.
Nu is de politie in Groningen gekke Henkie niet.
Hier was meer aan de hand en dat bleek deze week.

In de verdachtenbank zaten drie mannen die de straatrovers zouden zijn.
Achmed (31) ontkent niet.
Hij was de bestuurder van de auto.
Maar dat de buit uit 15.000 euro’s bestond, bestrijdt hij: ’t was veel meer, het was 38.900 euro.

Achmed vertelt dat hij best bang was geweest en dat het slachtoffer altijd een wapen draagt omdat hij ruzie heeft met Antillianen.
Daarom had hij voorafgaand aan de beroving whisky gedronken en cocaïne gesnoven.
Dan ben je voor even voor niemand bang.

Klaas (21) wil er niet veel over kwijt.
Hij had het aan zijn moeder verteld en die had weer contact met de politie gehad.
Zo zijn moeders.
Ook al omdat er zestien gewapende mannen aan haar deur waren geweest die 40.000 euro wilden hebben van haar zoon.
Of anders…

Siyaad (26) zou de derde boef moeten zijn omdat hij met zijn gouden tand linksvoor voldoet aan het signalement.
Hij ontkent.
Dat Klaas – een vriend – bij de politie zijn naam had genoemd vindt hij raar.

Achmed vertelt over het waarom.
Hij werkte voor het slachtoffer.
Hij knipte henneptoppen in diens hennepkwekerijen in Groningen en Drachten.
Zes maanden lang had hij geen salaris ontvangen, terwijl hij wist dat zijn werkgever geld zat had.
Iedere maand kwam een Duitser langs die voor 50.000 euro heroïne, cocaïne en hennep bij hem kocht.

Daags na zo’n deal hadden ze een nacht gepost bij de woning.
Toen het klaarlicht was geworden en hun doelwit op zijn fiets was gestapt, hadden ze hem gepakt.

Rechters: ‘Dus u samen met Klaas en Siyaad?
Achmed: ‘Daar wil ik niks over zeggen.’
Rechters: ‘Bent u bang voor hen?’
Achmed, hij kijkt even opzij: ’Voor hen? Nee.’

De behandeling van de strafzaak duurt tot in de avonduren, maar meer helderheid komt er niet.
De officier van justitie zegt dat het slachtoffer niet helemaal onschuldig is, net zo min hij het achterste van de tong laat zien.
Niettemin gaat het om een kille beroving.
Ze eist dertig maanden celstraf tegen Klaas en Siyaad en twee jaar tegen de illegale Achmed.
Samen moeten ze 15.000 euro – conform de aangifte – inleveren.

Nu kun je zeggen dat deze drie vermeende criminelen nog een reden hadden.
Niet goed, maar er was een aanleiding, een zeker motief.

Dat kun je niet zeggen van Wouter (27) en Mark (28).
Anders dan Achmed, Klaas en Siyaad hebben zij geen groots crimineel verleden.
Toch zijn juist zij bloedlink: Wouter en Mark beroofden zomaar iemand, willekeurig.
En nog erger: ze weten niet eens waarom ze dat deden.

Ze hadden whisky gedronken en cocaïne gesnoven (wat is dat toch?), ze waren rondjes gaan rijden met de auto door de stad en toen het al lang geen klaarlichte dag meer was parkeerden ze de auto en gingen ze wandelen in het park, in het Noorderplantsoen.
Daar kwam een vrouw aan op haar fiets op weg naar huis.
Toen ze haar konden vastgrijpen, pakten ze haar, sloegen ze en gingen er vandoor met haar tas.
Lachend, want wat een lol.
Uit de tas graaiden ze een iPhone en de rest flikkerden ze in de bosjes.

Rechters: ‘Waarom?’
Nou, dat weten ze dus niet.
Ze zeggen: gewoon, zomaar, ’t ging onbewust.
Rechters, verontwaardigd: ‘Onbewust? Toe nou.’

Mark zegt dat Wouter de tas weggriste en dat hij de telefoon kreeg om het te verkopen en dat ze de opbrengst zouden delen.
Wouter: ‘Ik had een goede en vaste baan in de binnenvaart.’

De studente vertelt over haar angst, de concentratieproblemen, dat ze ’s avonds niet meer alleen op straat durft, dat ze studievertraging heeft opgelopen omdat ze ’s avonds colleges volgt.
Ze zegt: ‘Woede en angst putten me uit.’

Wouter: ‘Het is verschrikkelijk. Wat ik heb gedaan is het laagste van het laagste. Ik zal alles vergoeden.’
Mark, vader van drie kinderen: ‘Ik ook.’

Wouter en Mark zijn behalve bloedlink niet de meest snuggere rovers.
Nadat ze waren bijgekomen van het lachen logde Mark met het geroofde toestel in op een buitenlandse goksite waar hij een account had.
De politie had het toestel direct na de aangifte onder de tap gezet en kon zo zien wat er gebeurde.
De volgende dag ging een rechtshulpverzoek naar Malta om te achterhalen wie de eigenaar was van het account.
Malta: Mark.
Hij werd aangehouden en tijdens het derde verhoor verlinkte hij Wouter.

Ze mogen wat betreft de eis van het Openbaar Ministerie – kijkend ook naar Achmed, Klaas en Siyaad – in hun handen knijpen: zes maanden celstraf p.p.

Rob Zijlstra

UPDATE – 24 januari 2014 – uitspraak
Mark en Wouter mogen niet alleen in hun handen knijpen, ze mogen de rechtbank van Groningen de rest van hun op hun blote knieën bedanken. Dagelijks. Een vrijheidsstraf is passend vindt de rechtbank om vervolgens een taakstraf van 240 uur op te leggen. Mark kan op die manier zijn leven verder vorm geven. En Wouter hoeft niet de cel in omdat hij dan opnieuw zijn baan zal kwijtraken. In het vonnis staat: ‘Dit acht de rechtbank niet in het belang van de verdachte  en ook niet in dat van de maatschappij, omdat de mogelijkheid bestaat  dat verdachte in dat geval weer strafbare feiten gaat plegen.’  Aan het slachtoffer moeten ze samen 1.300 euro betalen.

De rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd.

In de strafzaken van Achmed, Klaas en Siyaad wordt maandag 27 januari uitspraak gedaan.

Straffeloos

geen spoedOp vrijdagavond 25 maart 2011 heeft een van de ernstigste misdrijven van de afgelopen jaren in de provincie Groningen plaats.
Op die avond wordt in Hoogezand de Turkse avondwinkel Perya Impex overvallen.
Twee gemaskerde mannen met beide een wapen in de hand denderen tegen kwart voor negen de zaak binnen.
Een van de overvallers springt op de toonbank en eist geld.
De 37-jarige zoon van de eigenaar roept dat er geen geld is, verzet zich en wordt neergeschoten.

Een kogel doorboort zijn linkerschouder.
De overvallers gaan er – zonder buit – vandoor.
Vlak voordat ze het winkelpand verlaten, wordt nogmaals op de dan al zwaargewonde zoon geschoten.
Een tweede kogel raakt de buik.
Met levensbedreigende verwondingen wordt hij overgebracht naar het ziekenhuis.

De gebeurtenissen hebben een enorme impact in de buurt.
De burgemeester komt ’s avonds poolshoogte nemen.
Het is niet het eerste gewelddadige incident in Hoogezand.
De burgemeester wil daarom extra politie.
De krant meldt de volgende dag dat de daders voortvluchtig zijn en dat van hen ieder spoor ontbreekt.

Wat daarna volgt moet bizar heten.
Eerst verstrijken weken.
Dan meldt de politie, halverwege mei 2011, dat met de aanhouding van twee mannen de overval op de Turkse avondwinkel is opgelost.
De media nemen dat zomaar over.
Soms doen wij samen met de politie alsof het leven eenvoudig is: dat met de aanhouding van mannen misdrijven worden opgelost.
Zo’n aanhouding is in een rechtstaat natuurlijk nog maar het begin.

De aangehouden mannen zijn 19 en 24 jaar oud.
De jongste heet zeg maar Charles, de oudste Gianni.
Ze ontkennen.

De rechtszaak dient op 17 november 2011. De verdenkingen zijn gebaseerd op verklaringen van getuigen.
En er is een DNA-match die niets bewijst, maar wel belastend is.
Charles en Gianni blijven ontkennen.
De een zegt over de verklaringen van getuigen: ‘Mensen praten poep.’
De ander: ‘We worden er ingeluisd.’

Het slachtoffer mag de rechters toespreken en vertelt hoe bang hij is, hoe hij vreesde voor zijn leven, hoe bang zijn ouders op leeftijd zijn.

Ook getuigen zouden angstig zijn.
Afgelegde verklaringen worden herroepen, anderen weigeren, bang voor represailles, te verklaren.
Een getuige ontkent getuige te zijn en wordt vervolgd wegens meineed.
Er is een getuige opgeroepen op de zitting, maar die is niet komen opdagen.
Dat is een probleem.
De rechters besluiten dat de strafzaak moet worden aangehouden om die getuige alsnog te kunnen horen.

De twee advocaten vinden dat best, mits Charles en Gianni naar huis mogen om het vervolg van het proces in vrijheid af te wachten.
De vertraging is immers niet hun schuld.
Het Openbaar Ministerie verzet zich tegen vrijlating, maar de rechters besluiten dat Charles en Gianni nog diezelfde dag de gevangenis mogen verlaten.
Ze hebben dan een half jaar vastgezeten.

Daarna wordt het stil en zal het heel lang stil blijven.
Er gaan drie maanden voorbij, acht maanden, een jaar.
Twee jaar en een paar weken.
De getuige die nog gehoord moet worden, woont gewoon naast de avondwinkel.

Op 13 december 2013 – 26 maanden na de onderbreking – krijgt de strafzaak eindelijk een vervolg.
Charles is overigens in 2012 nog wel in zittingszaal 14 geweest in verband met een straatroof waar hij (netto) achttien maanden celstraf voor krijgt.
Die straf heeft hij al uitgezeten.

Tegen Charles wordt acht jaar gevangenisstraf geëist, tegen Gianni die geen strafblad heeft zeven jaar, beide wegens een poging tot doodslag en een poging tot afpersing.
Verklaringen van getuigen geven het wettige en overtuigende bewijs, vindt het OM.
Charles en Gianni zijn niet aanwezig, ze kijken wel link uit.

Dat het zo lang heeft geduurd, vindt de officier van justitie vervelend.
Dat zegt hij tegen de rechters.
Vervelend voor de verdachten, maar zeker ook voor de slachtoffers.
De reden van de lange duur, zegt de officier van justitie, is dat het OM in 2012 en 2013 is overspoeld met grote onderzoeken.

Het was gewoon te druk.
Zou dat nou echt waar zijn?
Dat politie en justitie twee jaar lang geen tijd hebben gehad om een van de ernstigste misdaden in jaren goed te onderzoeken?

Deze week deed de rechtbank uitspraak.
Het verzamelde bewijs is weliswaar wettig verkregen, maar het overtuigt niet.
Er zijn alternatieve scenario’s denkbaar, het is niet uit te sluiten, oordelen de rechters, dat anderen dan Charles en Gianni de overval hebben gepleegd.
Het gebrek aan overtuiging moet leiden tot vrijspraak.
En dat is ook de uitspraak.

De rechters leveren kritiek op de kwaliteit van het politieonderzoek: er heeft (te) veel tijd gezeten tussen de overval en het horen van getuigen.
Betrokkenen hebben daardoor verklaringen op elkaar kunnen afstemmen.
Daarnaast is het de rechters gebleken dat de politie van diverse contacten met getuigen geen proces-verbaal heeft opgemaakt.
Rechters: ‘Dat is niet acceptabel.’

Tot slot wordt opgemerkt dat het OM geen plausibele reden heeft opgegeven voor het lange tijdsverloop sinds de zitting van november 2011.

Eind 2013 moet de conclusie luiden dat de overval op 25 maart 2011 op de Turkse avondwinkel niet is opgelost.
De burgemeester van Hoogezand moet nog maar eens ergens poolshoogte nemen.

Rob Zijlstra

HET VONNIS 

Rechters van de Week

rechtspraakDe Week van de Rechtspraak zit er weer op.
Hoewel rechters worden geacht wijze mensen te zijn – dat zijn ze – doen ze vrolijk mee wanneer communicatiemaffia-achtige types de macht adviseert een week in de publicitaire zon te gaan staan.
Opdat het publiek, wij, kan ontdekken hoe de rechtspraak werkt en zo.

Want de rechtspraak, luidt de oneliner, maakt samen leven mogelijk.
Gezellig.
En dus kon je chatten met twitterende rechters, kon je met echte rechters praten aan een tafeltje in Assen, een historische stadswandeling maken door Alkmaar, meedoen aan een leuke quiz in Den Bosch.
Het was vast een groot succes.

De rechtbank in Groningen deed niet mee aan het officiële programma.
Maar maandagochtend werd duidelijk dat de rechters van zittingszaal 14 een eigen invulling gingen geven aan het geheel: van de eerste strafzaak van de week maakten ze alvast de slechtste strafzaak van het jaar.

Dat ging zo:

De rechters begonnen – zo anders dan anders – met onvriendelijke woorden.
Daarmee was de toon gezet.
De advocaat uit Arnhem was tien minuten te laat en kreeg de wind van voren.
De rechters, schoolmeesterden: ‘Net als al die andere advocaten uit het westen. Alsof de afstand van jullie naar ons groter is dan wij van Groningen naar jullie.’
De advocaat zei sorry, dat ze het ook vervelend vond, maar dat het stadsverkeer de boel in de war had geschopt.
De advocaat, op de knieën: ‘Nogmaals excuus.’
Rechters: ‘Niks mee te maken. Negen uur is negen uur. U heeft hier maar te zijn, dat is uw verantwoordelijkheid.’

Uitgerekend op deze zitting moet Sid de verdachte wezen.
Sid is een beweeglijke jongeman die 28 jaar geleden werd geboren in Marokko.
Hij beschikt over een gebrekkige zelfbeheersing en laat niet met zich spotten.

Sid ontkent dat hij op 29 mei, ’s nachts, aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen, bij bioscoop Pathé, een dronken student van zijn fiets trok en hem toen in elkaar roste.
De student was met een oranje lifehammer op het hoofd geslagen.
Op die lifehammer werd later niet alleen studentenbloed aangetroffen, maar ook bloed van Sid.
Rechters: ‘Hoe kan dat nou? Hoezo ontkennen?’

De verdenking luidt ook dat Sid de fietsende student wilde beroven.

Sid zegt opgewonden dat hij nu al maanden ten onrechte vastzit, dat hij zelf is mishandeld.
Op zijn beurt: ‘Hoe kan dat dan?’ Hoezo schuldig?’

De rechters zeggen dat hij zijn mond moet houden, dat hij alleen antwoord moet geven op vragen.
Niet andersom.
Sid, opgefokt: ‘Zie ik eruit als een geestelijk gestoorde junk? Ik ga toch niet iemand op straat beroven? Ik ben toch niet dom?’
De rechters schreeuwen nog net niet terug, maar hun non-verbale uitingen spreken boekdelen.
Sid besluit de rest van de zitting de mond te houden.

Tot zichtbare ergernis bij de rechters verzoekt de advocaat om een schorsing voor overleg.
Rechters: ‘Twee minuten.’
Na honderdtwintig seconden biedt Sid zijn excuses aan.
De voorzitter mompelt, nukkig: ‘Ik kan wel wat hebben.’

Maar niet heel veel later vliegen ze elkaar weer in de haren en opnieuw besluit Sid – met trillende benen onder de tafel – te zwijgen.
Zegt: ‘Met u valt niet te praten.’
Een van de rechters staart met een verontwaardigd gezicht en open mond naar de verdachte.
Alsof hij water ziet branden.
Jij vlegel!

De advocaat zegt dat ze hoopt dat de rechters een beetje door het gedrag van Sid heen kunnen kijken.
Ze zegt: ‘Het zijn de zenuwen en het is zijn frustratie. Hij zit in de gevangenis voor iets wat hij niet heeft gedaan.’
De advocaat vraagt een paar keer of de toon van de ondervraging iets vriendelijker kan. Wanneer zij voor de derde maal om een korte schorsing vraagt voor overleg met Sid – ‘want de sfeer blijft niet goed’ – commanderen de rechters: ‘Nee! U gaat door.’

Tijdens het pleiten van de advocaat, met verve, wekken de rechters niet de indruk – ook zo anders dan anders – dat zij aandachtig luisteren.
Ze kijken verveeld en alle kanten op.
Het ontlokt de advocaat halverwege de opmerking: ‘Heb ik nog wel de aandacht?’
Norse blikken zijn haar deel.

Sid zit ondertussen met zijn blote armen rillend naast haar.
Rechters: ‘Gaat het wel?’
Sid: ‘Ik heb het zo koud. Maar let u niet op mij, luistert u liever naar mijn advocaat.’
De rechters, als gebeten: ‘Nog een keer zo’n opmerking en u gaat de zaal uit.’ Gehakketak volgt.

De officier van justitie zegt dat ze niet kan bewijzen dat Sid de student wilde beroven.
Wel dat hij heeft geslagen.
De advocaat zegt dat het klopt, dat Sid heeft geslagen.
Nadat hij eerst is geslagen.
Hij heeft teruggeslagen.
Dat is toch wat anders, dat is meer noodweer.

De officier van justitie: ‘Meneer is in 2008 al eens veroordeeld wegens bedreiging. Nu dit weer. Openlijk geweld. Een jaar celstraf.’

Sid krijgt het hem wettelijk gegunde laatste woord, maar niet heus.
Hij vraagt, ditmaal vriendelijk: ‘Meneer de rechters, wat deed ik nou fout?’
Rechters, helemaal klaar met hem: ‘Uw opmerking was volstrekt onder de maat, eigenlijk schandalig.’
Dan, tikkeltje sarcastisch: ‘Maar dat legt uw advocaat u wel uit.’
Sid wil nogmaals, als laatste, zijn mond opendoen, maar hij mag niks meer zeggen.

Zo ging het.

Een van de belangrijkste onderdelen van een strafproces is dat rechters al dan niet stevig in gesprek raken met een verdachte omwille de waarheidsvinding.
In deze strafzaak mislukte dat volledig.
De oorzaak: de vijandige toon van de rechters.
De verdachte voelde zich hierdoor bedreigd en besloot te zwijgen.
Dat de rechters geen moeite namen de zaak te normaliseren, ondanks herhaalde verzoeken daartoe van de advocaat, maakte dat Groningen toch nog een bijdrage leverde aan de Week van de Rechtspraak: de slechtste.

Rob Zijlstra

UPDATE – 23 september 2013 – uitspraak
Sid is veroordeeld conform de eis: een jaar zitten.

HET VONNIS

Niet vergeten

politieonderzoek na overval avondwinkel - foto: dvhn

politieonderzoek na overval avondwinkel hoogezand – – foto: dvhn

Op 25 maart 2011 wordt in Hoogezand een avondwinkel overvallen.
Het gaat er heftig aan toe.
Een van de eigenaren verzet zich en wordt neergeschoten.
Hij wordt door twee kogels geraakt.
De man raakt levensgevaarlijk gewond, maar zal het dankzij medisch ingrijpen overleven.

In april en mei 2011 worden twee mannen aangehouden als verdachten.
Er zijn verklaringen van getuigen die naar de twee wijzen.
Er is een dna-match die niets bewijst, maar wel bijdraagt aan de verdenkingen.
Het slachtoffer meent een van de overvallers te herkennen als een klant.

In november 2011 staan de twee verdachten voor de rechter.
De feiten worden besproken, de verdachten ontkennen.
De door het Openbaar Ministerie opgeroepen getuige komt niet opdagen.

De getuigen die belastende verklaringen afleggen, praten onzin, zeggen de verdachten.
Dat zeggen ze ook tegen elkaar in een afgeluisterd telefoongesprek.
De een zegt: ‘Mensen praten poep.’
De ander: ‘We worden er ingeluisd.’

Er zouden twee groepen zijn die elkaar naar leven staan.
De verdachten behoren tot de ene groep, getuigen tot de andere.
Het slachtoffer mag de rechtbank toespreken en vertelt hoe hij voor zijn leven vreesde, en hoe bang hij en zijn ouders – de eigenaren van de avondwinkel – zijn geweest: ‘we werden gek van angst.’
De toenmalige burgemeester van Hoogezand had om extra politie gevraagd.

De rechtbank vindt dat de getuige die niet is komen opdagen, alsnog moet worden gehoord.
De strafzaak moet daarom worden onderbroken.
De advocaten van de twee verdachten vinden dat goed, mits hun cliënten de gevangenis mogen verlaten om het vervolg van het proces in vrijheid af te wachten.
Het is immers niet de schuld van de verdachten dat het proces vertraging oploopt.

De officier van justitie zegt er niet over te piekeren de twee op vrije voeten te stellen.
Geschokte rechtsorde, ernstige bezwaren.
De rechters denken daar anders over.
V. en P. mogen per direct naar huis: ze blijven verdachten, maar de voorlopig hechtenis wordt opgeheven.
Het proces zal over een paar maanden worden voortgezet.

Niet.
Het wordt stil en inmiddels zijn er 23 maanden verstreken.

In maart 2012 laat een van de verdachten nog wel even van zich horen.
Hij is betrokken bij een gewelddadige beroving in een park in Hoogezand.
In juli 2012 werd hij voor die zaak veroordeeld tot twee jaar celstraf waarvan een half jaar voorwaardelijk.

Het Openbaar Ministerie in Groningen zegt dat de getuige die in november 2011 niet kwam opdagen vorig jaar is gehoord en dat de resultaten van haar verhoor in januari 2013 op papier zijn gezet.
Een woordvoerster: ‘De zaak ligt inmiddels klaar om ingeboekt te worden bij de rechtbank.’

Het Openbaar Ministerie zegt dat de zaak niet is vergeten.
Waarom het zo lang duurt zegt het Openbaar Ministerie niet te kunnen zeggen.
Waarom ze dat niet kunnen zeggen, kunnen ze ook niet zeggen.

De officier van justitie zal tijdens het vervolg van de zaak – ergens in de toekomst – vast en zeker tekst en uitleg geven.
Dat de zaak met grote voortvarendheid is aangepakt, maar dat er halverwege kennelijk iets is gebeurd waardoor we nu pas hier staan zoals we nu pas hier staan.
Er gebeuren wel gekkere dingen bij het Openbaar Ministerie.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2013-09-04 om 11.03.47

dagblad van het noorden – vandaag

Schermafbeelding 2013-09-04 om 11.14.02

UPDATE – 25 oktober 2013 – geen Gronings probleem
Langzaam maar zeker dringen de problemen ook tot de rest van het land door. Soms (vaak) zijn problemen pas problemen op het moment de landelijke media gaan publiceren
>>> strafprocessen liggen stil

Ketchup

ketchupWeet je wel, vraagt de advocaat kort voor aanvang van de zitting, hoe ze mijn cliënt noemen? Ik zeg dat ik geen idee heb. Ik had zijn echte naam wel gezien, zo zou een kind liefkozend een groot knuffelbeest kunnen noemen.
‘Ze noemen hem de ketchup-dief’, zegt de advocaat terwijl hij haastig zijn toga dichtknoopt.

De advocaat is wat verlaat, want hij moest helemaal uit Amsterdam komen.
Ik dacht, het is toch wat.
Dan ben je advocaat, kantoorhoudende in een van de fraaiste stadsdelen van Amsterdam, in zo’n statig prachtpand en dan moet je helemaal naar Groningen om een ketchup-dief bij te staan.

Maar in de rechtszaal is het nooit wat lijkt.

De ketchup-dief heet in dit verhaal Razvan.
Hij is een grote man van 44 jaar, geboren in een industriestad vol aardolie ten noorden van Boekarest, Roemenië.
Met zijn mooiste kleren aan en een vriendelijkste glimlach had hij kunnen doen wat hij volgens de officier van justitie ook heeft gedaan: mensen beroven.
De officier van justitie zegt dat verdachte misschien wel veel meer mensen heeft beroofd dan de tien die zij zegt te kunnen bewijzen.

De slachtoffers waren kwetsbaar: ze waren bijvoorbeeld 77, 81, 83 en 85 jaren oud.
De jongste was 51, maar blind.

Razvan ontkent de beschuldigingen.
Hij was naar Nederland gekomen om hier geld voor zijn gezin te verdienen, voor zijn twee lieve kleine kinderen en voor zijn vrouw met een hartinfarct en haar oude moedertje.
Bij zijn aanhouding was hij in het bezit van servetjes, van zakjes ketchup die je bij McDonald’s kunt krijgen en een Opel Vectra, gekocht voor 650 euro.
Op het politiebureau had Razvan niet veel willen zeggen.
Hij had gezegd dat hij zijn verhaal wel zou doen bij de rechter.

Rechter: ‘Hallo, hier ben ik. Vertel.’
Razvan: ‘Ik heb werk gezocht, maar kon niets vinden.’
Rechter: ‘Hoe kwam u aan dat geld?’
Razvan: ‘Meegenomen vanuit Roemenie.’
Rechter: ‘Dat is gek. Toch? U kwam hier om geld te verdienen. En nou zegt u dat u geld vanuit Roemenie heeft meegenomen naar hier. U heeft, hebben wij in het dossier gelezen, grote geldbedragen overgemaakt naar uw vrouw, naar haar moeder. Dus nog een keer: hoe kwam u aan dat geld?’

Razvan kijkt onrustig, naar zijn tolk en dan weer naar de advocaat.
De advocaat vraagt de rechter of die zijn vragen op een wat andere toon wil stellen, wat minder bozig.
De rechter zegt dat de advocaat zijn mond moet houden, dat de advocaat wel weet dat hij zijn mond moet houden als een rechter probeert in gesprek te geraken met een verdachte.

Razvan zegt dat hij auto’s wilde kopen om die dan weer te verkopen.
Rechter tegen Razvan: ‘Verdachte, wij zijn niet op ons achterhoofd gevallen.’

De advocaat uit Amsterdam gaat staan en zegt: ‘Ik wraak u. U doet mij geloven dat u niet echt wilt luisteren naar wat mijn cliënt zegt, uw ondertoon is bozig en u laat mij niet uitspreken.’

Een wraking van een rechter is een heel gedoe.
In het kort kwam het erop neer dat de wrakingskamer – drie collega’s van de gewraakte rechter die wel weten hoe direct hij kan zijn – concludeerde dat er niets aan de hand is.
De strafzaak mag met dezelfde strafrechters worden voortgezet.
Ruim drie uur na de wraking wordt de zitting hervat en vraagt de rechter aan Razvan: ‘U heeft in totaal 32.850 euro overgemaakt naar Roemenie. Dus vertel, hoe kwam u aan dat geld?’

De officier van justitie spreekt van ernstige feiten.
Bijzonder kwalijk is dat meneer de ketchup-dief bewust zijn slachtoffers zocht onder kwetsbare mensen, dat vrijwel alle slachtoffers met een rolator liepen, dat een van hen visueel gehandicapt is.
De officier van justitie: ‘Alleen een forse straf is hier op z’n plaats. Ik eis vier jaar gevangenisstraf.’

Razvan schrikt zich het apelazarus.
Hij roept: ‘Vier jaar? Maar ik heb niemand vermoord!’

De verdenking is dat hij naar Nederland is gekomen om hier misdrijven te plegen.
Zijn werkterrein was vooral de omgeving van het winkelcentrum in Vinkhuizen in Groningen.
Hij hield zich, met zijn mooie kleren aan en een vriendelijkste glimlach op het gezicht, op bij pinautomaten.
Met haviksogen (zei de officier van justitie) keek hij toe hoe ouderen geld opnamen.
Aan de handbeweging kon hij zien welke pincode werd ingetoetst.
Wist hij die, dan volgde hij zijn slachtoffer, soms tot aan de voordeur van de seniorenflat aan toe.

Daar sloeg hij zijn slag.
Dan zei hij beleefd, ‘mevrouw er zit iets vies op uw jas’.
Met een servetje veegde hij vervolgens tomatenketchup weg.
Zijn slachtoffers waren hem meestal dankbaar, zo een alleraardigste man, zo behulpzaam ook bij het uittrekken en schoonmaken van de zomaar vieze jas.
Ja, wel een beetje vreemd.
Tegen de tijd dat het slachtoffer ontdekte dat de pinpas weg was, waren er al grote bedragen van de bankrekening afgeschreven.
De verdenking is dat Razvan ook elders in het land, in Rotterdam, in Apeldoorn actief is geweest.

‘Vier jaar. Maar ik heb niemand vermoord!’

Op de publieke tribune van zititngszaal14 zit een aantal belangstellenden de strafzaak te volgen.
Een van hen zegt dat zijn moeder van 85 een van de slachtoffers was.
Dat zijn moeder op haar hoge leeftijd nog altijd een heel zelfstandige vrouw was.
Maar dat de beroving een enorme impact op haar heeft gehad.
En dat zijn moeder twee weken na de beroving is overleden.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 12 september 2013 – uitspraak
Razvan is conform de eis veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens diefstal en witwassen. De rechtbank neemt het de man bijzonder kwalijk dat hij bewust ouderen uitzocht als slachtoffer. De rechtbank concludeert dat de uit Roemenië afkomstige man naar Nederland is gekomen om misdaden te plegen en dat dat bijzonder laakbaar is.

Bijzonder vonnis

ACHTERGROND

nicoDe twee Colombiaanse mannen die verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van Groninger Nico Leeuwe, in september 2011, moesten in de ogen van het Openbaar Ministerie (OM) hun misdaad bekopen met tien jaar celstraf.
Te weinig, oordeelde de rechtbank en legde maandag vijftien jaar op.
De eis doet geen recht aan de ernst van de feiten, vinden de rechters.

Het verschil tussen eis en vonnis is bijzonder.

Ongeveer zestig procent van de vonnissen in strafzaken valt lager uit dan de eis.
Dertig procent is conform en in tien procent van de zaken straft de rechtbank strenger dan het OM dat had gewild.
Meestal gaat het om geringe verschillen.

Het hardere oordeel van de rechtbank in de zaak van Nico Leeuwe valt dan ook in de categorie ‘uitzonderingen’.

In 2006 werd Avi C. uit Tolbert wegens moord op de twee kinderen van zijn partner veroordeeld tot achttien jaar celstraf en tbs.
Het OM was uitgegaan van doodslag en had twaalf jaar geëist.
In hoger beroep kreeg C. uiteindelijk vijftien jaar en tbs.
Het ‘juridisch meningsverschil’ zat in de kwalificatie van het misdrijf: moord of doodslag.

Dat gold ook in de dramatische zaak die zich in 2010 afspeelde op het station van Zuidbroek waar een man en een vrouw zwaar werden mishandeld door een toen 37-jarige man uit Litouwen.
Het OM eiste zes jaar cel wegens tweemaal een poging tot doodslag.
De rechtbank zag het anders en veroordeelde de Litouwer tot twaalf jaar cel wegens tweemaal een poging tot moord.
Ook in hoger beroep kreeg de man twaalf jaar.

Een recente uitzondering, december vorig jaar, deed zich voor in de strafzaken tegen acht mannen die betrokken waren bij een schietpartij in Tripscompagnie.
De man die drie jaar hoorde eisen, kreeg acht jaar cel.
Andere verdachten zagen hun straffen ten opzichte van de eisen verdubbeld. Opgeteld werden er 34 jaren tegen de acht geëist en werden er opgeteld 54 jaren opgelegd.

Gaat het OM in hoger beroep om voor het hof in Leeuwarden een lagere straf – opnieuw tien jaar – te bepleiten voor de moordenaars van Nico Leeuwe?
Een woordvoerster geeft de standaardreactie: ‘Wij gaan het vonnis goed bestuderen.’

Niet zozeer de opgelegde straf (in duur) als wel de juridische kwalificatie is voor het OM van belang al dan niet in hoger beroep te gaan.
In de zaak van Leeuwe vond het OM dat doodslag niet bewezen kon worden, waarna de lichtere variant ‘diefstal met geweld met de dood tot gevolg’ ten laste werd gelegd.
De twee hebben niet de opzet gehad Leeuwe te doden, maar zijn dood kan hen wel worden verweten.

De rechtbank deelt die visie niet en vindt dat ‘gekwalificeerde doodslag’ bewezen kan worden.
Een gekwalificeerde doodslag kan in dit geval worden uitgelegd als roofmoord.
Dat is ernstiger dan een ‘gewone’ doodslag, maar net geen moord.
De maximale straf die opgelegd kan worden is wel gelijk: dertig jaar.

OM en verdachten hebben tot 9 september de tijd hoger beroep aan te tekenen.

Rob Zijlstra

dvhn1

dagblad van het noorden – 28 augustus 2013

UPDATE – 29 augustus 2013 – hoger beroep
Het Openbaar Ministerie gaat niet in hoger beroep, zo heeft persofficier van justitie Pieter van Rest laten weten. Kernvraag was of er wel of geen sprake was van opzet op de dood. Van Rest: ‘Wij vinden van niet, maar de rechtbank heeft een andere keuze gemaakt. Zij hebben een andere juridische waardering voor de feiten. Wij vinden de kwestie niet zo principieel dat we die nog eens aan een hogere rechtbank willen voorleggen.’ Dat de twee mannen vijf jaar langer de cel in moeten dan het OM had voorgesteld, is ook geen reden om in appel te gaan. “Bij een andere waardering van de feiten, past ook een andere straf. Dat snappen we’, zegt Van Rest.
Een van de verdachten heeft inmiddels via zijn advocaat via Twitter laten weten wel in hoger beroep te gaan.

beroep

 Collega Mick van Wely heeft uitvoerig over de toedracht van de dood van Nico Leeuwe (65) en het politieonderzoek geschreven: een dodelijke overval 
[website opgeheven]

 

 

 

update – 15 december 2015
Zitting bij gerechtshof te Leeuwarden. Het OM noemt het vonnis van de rechtbank te kort door de bocht. Van doodslag kan niet worden gesproken omdat de opzet op de dood ontbreekt, zo vind het OM. De strafeisen in hoger beroep zijn daar ook naar: 10 en 12 jaar celstraf, de een iets meer dan de ander omdat de een het initiatief nam en de ander niet. Volgens advocaat-generaal Henk Dijkstra is er sprake van  diefstal met geweld met de dood tot gevolg.

bijzonder:
Het Openbaar Ministerie plaats tijdens het proces een filmpje op YouTube waarin ag Dijkstra uitleg geeft over de strafeis


Tip: Delfzijl

‘Leen nooit je auto uit’

eindeautoDelfzijl doet altijd goed mee in de race naar een hoge notering in de Noordelijke misdaadstatistieken.
Delfzijl is – anders dan Harlingen aan de andere kant – af en toe een poel des verderfs.
Op het gebied van de misdaad valt in Delfzijl van alles te beleven.
Gekscherend is Delfzijl al eens het Sicilië aan de Eems genoemd, zij het dat dat met iets anders van doen had.

Het misdaadgenre waarin Delfzijl vooral goed meedoet is de diefstal, de afpersing met geweld, oftewel de overval.
Cafés, cafetaria’s, de amusementshal naast de molen, sigarenzaken, de kippenboer, diverse tankstations, ze zijn allemaal al een keer of vaker aan de beurt geweest.
En ook ogenschijnlijk gewone woningen zijn het doelwit.
Daarbij is al eens, heel triest, een dode gevallen.

In zittingszaal 14 werd donderdagmiddag een strafzaak rond zo’n Delfzijlster woningoverval afgesloten, terwijl er direct daarna eentje begon.

De drie verdachten die eind mei in de Groninger rechtszaal zaten, hoorden donderdagmiddag wat de rechtbank voor hen in petto had.
Tegen het trio uit Amsterdam en Rotterdam was vijf jaar celstraf per persoon geëist.
Best stevig, ook al omdat de overval die ze zouden hebben gepleegd op een groot fiasco was uitgedraaid.

Anton had een tip gekregen, de naam van de tipgever wilde hij in de rechtszaal niet prijsgeven.
De tip luidde dat in Delfzijl, in een gewone woning in Delfzijl-noord, flink wat geld en of drugs zouden liggen.
Zouden ze aan het einde van de ochtend in die woning inbreken, dan hadden ze easy money.
Sowieso een makkie want er zou niemand in huis zijn, beloofde de tipgever.

Anton mocht de auto van Michael lenen en vroeg aan Kraai of die zin had mee te gaan.
Kraai beriep zich tijdens de rechtszaak op het zwijgrecht.
Michael ontkende in alle toonaarden en Anton had spijt dat het was gegaan zoals het was gegaan.
Dat hij een vrouw, een moeder van kinderen, had moeten bedreigen, moeten vastpakken, dat zit hem nog steeds dwars.
Hij zei: ‘Ik voel schaamte.’

Toen ze de woning betraden bleek de vrouw dus thuis. Zij kreeg een vuurwapen in het gezicht, de vraag gesteld ‘waar is die geld?’ en dacht dat haar laatste uur had geslagen. Ze nam alvast afscheid.
Ondertussen werd de bekleding van banken en stoelen stukgesneden.
Er werd niets gevonden.
De overvallers snaaiden de Samsung Galaxy (S3) nog even mee en sprongen buiten in de auto.
Anton: ‘We zouden geen slachtoffers maken.’

Kraai blijft zwijgen.
Hij is door zijn moeder het huis uitgezet en leeft in kelderboxen waar hij slaapt.
Hij beaamt dat dat niet fijn is.
Meer zegt hij niet.

Michael zegt dat hij zijn auto nooit had moeten uitlenen, maar beter naar zijn moeder had moeten luisteren.
Rechters: ‘Wat zei uw moeder dan?’
Michael: ‘Leen nooit je auto uit.’

Vijf jaar celstraf ziet hij niet zitten.
Michael is danser, leraar, kok en organisator, heeft een eigen bedrijf dat hij met hard werken heeft opgebouwd.
Vijf jaar cel betekent voor hem einde verhaal.
Tegen de rechters: ‘Vijf jaar zitten voor iets wat je niet hebt gedaan, vind ik te lang.’

Met hoge snelheid ging het richting Groningen.
De politie kwam en als u ons van de krant moet geloven was er sprake van een wilde achtervolging.
Na dertig kilometer was de vlucht voorbij.
De auto van Michael knalde achterop een dieplader.

Anton gaf zich met de handen in de lucht over.
De vermoedelijke tipgever rende weg en zal spoorloos blijven.
Kraai werd zwijgend in struikgewas in de directe omgeving gevonden.
Zijn advocaat probeerde wat door te zeggen dat Kraai dan mogelijk wel in de vluchtauto heeft gezeten, bewijs dat hij bij de overval betrokken is geweest, is dat nog niet.

Toch wel.
Kraai en Anton krijgen hun straf: geen vijf, maar vier jaar.
Aan het slachtoffer moeten ze 5.000 euro betalen.
Michael wordt vrijgesproken.
Er zijn aanwijzingen die duiden op schuld, maar opgeteld is het net te weinig.
Hij kan verder met zijn bedrijf, zij het zonder auto.

De woning in dit verhaal is een gewone woning, maar ook weer niet helemaal.
In het huis woont behalve de vrouw ook een man die eigenaar is van een coffeeshop.
Tijdens het onderzoek vinden agenten wat de overvallers niet vonden: drugs.
Niet zo verwonderlijk, want wie een coffeeshop heeft moet ergens heen met de voorraad die immers niet in de shop zelf mag worden bewaard.
Tipgevers weten dat maar al te goed.

De eigenaar wordt voor het drugsbezit veroordeeld door de politierechter en nu is hij in afwachting van behandeling in hoger beroep.
En hoewel deze gekkigheid een gevolg is van de politiek, willen de lokale politici niets meer met hem te maken hebben.

Een maand eerder rijden twee mannen met een tip van Groningen naar Delfzijl.
De tip: in een woning aan de Prins Bernhardlaan liggen twee zaken met geld, misschien ook drugs.
De mannen hebben een hakbijltje bij zich voor het geval de bewoner zich verzet.
Dat doet hij en er vloeit bloed.
Het slachtoffer is geen onbekende, zegt de politie voorzichtig.
De hoofdverdachte is een 38-jarige Italiaanse man, maar geboren in Duitsland waar hij net elf jaar in de gevangenis heeft gezeten.
Man twee, 23 jaar, komt uit Dnipropetrovsk en zo ziet hij er ook een beetje uit.

De strafzaak wordt onderbroken want het politieonderzoek is niet klaar.
Het vervolg is in september.
Er was een belangrijkste getuige, maar die stierf op de dag dat hij door de politie zou worden verhoord.
Alsof dit het begin is van een spannend verhaal.

Rob Zijlstra

een balend gemeenteraadslid

Lekke band

simson1In het laatste nummer van het tijdschrift Trema – het clubblad voor en door rechters – staan wederom doorwrochte artikelen over de kwaliteit van de rechtspraak.
Een van die verhalen gaat over risicomanagement.
In managerstaal.

Zelfreflectie is even noodzakelijk als het besef dat er fouten worden gemaakt.
Is helemaal niet erg.
Zodra het besefproces in de genen is gaan zitten, jawel, is doorgedrongen tot het DNA (van de rechters), komt alles goed.
Want dan, zo denk ik te begrijpen, ontstaat een omslag in de uitgangspunten: gemaakte fouten worden dan gewoon toegegeven.

Misschien moet u die laatste zes woorden nog een keertje lezen.

Ik heb in een artikel eens een verdachte laten huilen.
Toen ik het in de krant terug las, besefte ik dat ik iets had geschreven wat helemaal niet kan.
Antilliaanse verdachten huilen niet.

Ook Appie, een voormalig inwoner van Veendam, maakt fouten.
Fout was het toen hij verliefd werd op de verkeerde vrouw, nog fouter was dat hij het goed vond dat zij even naar haar moeder ging en het ging helemaal mis toen hij op een dag zijn fiets pakte om een gewapende overval te plegen.

Deze week zat hij met zijn dichtgeritste winterjas aan in de verdachtenbank.
De rechters: ‘U mag de jas wel uitdoen. Of hebt u het koud?’
Met deze opmerking gingen ook de rechters de fout in.
Ze hadden moeten zeggen: ‘U mag de jas wel aanhouden, want er is vandaag geen strafzaak, gaat u maar weer fijn naar huis.’

Zo ging het niet.
In plaats daarvan merken de rechters op dat Appie geen advocaat heeft die hem bijstaat.
Appie mompelt: ‘Och. Ik red me wel.’
De rechters: ‘Mooi. Dan moet u nu goed opletten en u bent niet verplicht antwoord te geven op vragen die aan u worden gesteld. Bent u Appie?’
Appie knikt.

Rechters moeten productie draaien, maar verdachten hebben recht op een eerlijk proces.
Daarom kan iedereen die fouten maakt zich laten bijstaan door een advocaat, ook als je geen geld hebt.
Is er om wat voor reden dan ook geen advocaat, dan ligt het op de weg van rechters de belangen van de verdachte extra goed in de gaten te houden.

Appie is 58 jaar en woont in Noord-Holland in een kleine benedenwoning op de hoek.
Daar zat hij vrijdagavond, het liep tegen achten, net aan tafel om wat te eten toen de deurbel ging.
Politie, twee man sterk.
Ze kwamen een dagvaarding in persoon uitreiken.
Appie begreep in ieder geval dat hij op maandag om half tien ’s ochtends in de rechtbank van Groningen moest verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer.

Appie wist dondersgoed waarom: 11 oktober 2010.

Hij had lang gehoopt dat hij gelukkig met haar zou worden, maar zij wilde er na een tijdje even alleen tussenuit.
Hij had daar mee ingestemd.
Ze ging en had – hij dacht misschien wel per ongeluk – de bankpas van de gezamenlijke rekening meegenomen.
Op die rekening werd zijn uitkering gestort.
Steeds wanneer hij iets moest betalen, de huur en zo, was het geld op.
Appie zegt dat je op de Filippijnen ook geld kunt opnemen met dat pasje.

De rechters vragen: ‘Maar waar leefde u dan van?’
Appie: ‘Och, ik had nog een beetje geld in de broek.’

Na negen maanden kwam de deurwaarder en moest Appie zijn huis uit.
Tegen de rechters: ‘Ik had wel eens een overval op de televisie gezien. Het was niet echt mijn idee, maar och, je doet eens wat.’

De fiets zette hij tegen de muur van het Shell-tankstation, hij deed zijn jas binnenste buiten aan en liep naar binnen met in de rechterhand een zwart speelgoedpistool.
Hij gaf aan de medewerker een blauwwitte plastic zak van Albert Heijn en eiste de dagopbrengst, die moest in de tas.
Met 146 euro en vijftig cent haastte hij zich naar buiten, keerde zijn jas weer om en sprong op de fiets.

Shit!
Lekke band.

Niet lang daarna werd hij door de gealarmeerde politie aangehouden.
Appie moest mee naar het bureau en daar vertelde hij het hele verhaal.
Dat het een wanhoopsdaad was geweest.
Na een paar dagen mocht hij naar huis.
Tegen de rechters: ‘Het was een dom idee.’

Van de Filippijnse mevrouw is hij inmiddels gescheiden.
Het Leger des Heils heeft zich over hem ontfermd.
Hij krijgt weekgeld, van de rest betalen zij zijn lasten en schulden.

De officier van justitie zegt dat wat er is gebeurd een enorm heftig feit is ‘waar ik normaal gesproken zo drie jaar celstraf voor eis’.
Ze zegt ook dat Appie het niet gemakkelijk heeft gehad en dat ze blij is dat hij nu hulp krijgt.
‘Ik zal daarom geen drie jaar eisen. Ik eis vijftien maanden gevangenisstraf, daarvan vijf maanden voorwaardelijk.’

De rechters: ‘Heeft u dat begrepen?’
Appie knikt.
Rechters: ‘Wilt u tot slot nog iets zeggen?’
Appie: ‘Och, ik denk dat ik het heb verdiend.’
Mooi zo, zeggen de rechters, dan zullen wij op 25 maart uitspraak doen.

Héél misschien, dus waarschijnlijk niet, zullen de rechters dan zeggen: ‘Mensen. Bij nader inzien hebben wij het niet goed gedaan. We hadden de strafzaak niet door moeten laten gaan. Wij hadden in het belang van de kwaliteit van de rechtspraak Appie naar huis moeten sturen om hem in de gelegenheid te stellen een advocaat in de arm te nemen. En de volgende keer zullen wij ook eens aan die officier van justitie vragen waarom iemand die in oktober 2010 een stommiteit begaat, pas in maart 2013 voor de rechtbank moet verschijnen.’

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 25 maart 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft gedaan wat anders de advocaat had gedaan: zeer kritisch kijken naar de beweringen van het Openbaar Ministerie. Met de officier van justitie is de rechtbank van mening dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan de overval. Dat kon bijna ook niet anders. Maar om Appie nu naar de gevangenis te sturen? Nee, dat is een brug te ver, vindt de rechtbank. Hij is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, uit te voeren binnen een jaar. En daarnaast krijgt hij een hele stevige waarschuwing: nog een keer zo’n geintje en Appie moet een jaar de cel in. Die tijd is hem nu voorwaardelijk opgelegd. De reclassering moet toezicht op hem houden.