pechvogels

Papa rapt

Dat de inbreker met zijn poten
aan de rouwlinten heeft
gezeten, ook dat doet pijn

Ramon is 23 jaar, best lang, maar geen inbreker of een man die zijn geld verdient met duistere zaken of zo. Ramon is kunstenaar. Artiest. Knipt zijn eigen kapsel. Hij doet optredens en als hij straks vrijkomt, eenmaal weer buiten, dan heeft hij direct werk. Hij wel.

Nog gekker. Ramon is net vader, maar vooral ook een man van de wereld. Hij heeft zijn eigen videoclips op Youtube, al bijna 1500 volgers op Instagram, zijn artiestennaam schittert op posters en hij rapt zijn eigen gangsterteksten. Dat doet hij als entertainer, want een echte gangster is Ramon natuurlijk niet. Laat staan een tot het getto veroordeelde kansloze jongere. Hij geniet een kunstenaarsuitkering van 840 euro in de maand en bulkt van de ambitie. Per optreden pakt hij al gauw vijf- tot zevenhonderd euro. Soms meerdere keren per maand.

Een van de rechters: ‘Goh. En een deel draagt u dan af aan de belasting?’
Ramon, hij klinkt oprecht verbaasd: ‘Belasting?’
Rechter: ‘Of gewoon zo in het handje?’
Ramon, opgelucht: ‘Yeah. Handje contantje.’

Al dat geld past hem goed, want hij houdt van luxe dingen. En daar hoort nu eenmaal veel uitgeven bij. Zegt: ‘Ik heb een gat in mijn hand.’

Dat Ramon als verdachte in de rechtszaal zit, want dat zit hij, komt omdat hij ook een van de grootste pechvogels van Nederland is. Zou hij evenveel geluk hebben als pech, dan zou hij wekelijks een grote prijs in de loterij binnenhalen. Zijn grootste manco: hij is voortdurend op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

November vorig jaar. Op één dag wordt ingebroken in twee woningen in Appingedam. De inbrekers worden overlopen en gaan er vandoor. Twintig minuten later – 112 is gebeld – wordt een grijze Ford Focus aan de kant gezet. In de auto liggen spullen die zojuist uit die woningen zijn gestolen. Camera’s. Twee tv-toestellen. Ramon zit op de bijrijdersstoel. Laat weten: ‘Ik heb er niets mee te maken. Vijf minuten voordat we werden aangehouden, ben ik in die auto gestapt. Van vrienden, ze pikten me op. Op het verkeerde moment, in de verkeerde auto.’

Op het politiebureau haalt Ramon een sleutel en een mobiele telefoon uit de broekzak. De sleutel is van de voordeur van een van de woningen waar is ingebroken, de telefoon is van een van de bewoners. Ramon: ‘Die sleutel lag op het dashboard van die auto. Ik dacht dat het mijn sleutel was.’ Telefoon? ‘Gekregen van iemand.’

De politie gelooft er geen snars van en stelt een nader onderzoek in. Agenten scrollen door de tijdlijn van zijn Facebookpagina en zien dan niet alleen de nieuwste clip, maar ook van alles. Voldoende aanleiding om een huiszoeking te doen in de woning waar Ramon vaak verblijft, de woning in Groningen van zijn liefste vriendin.

Dikke pech. In de woning worden veel gestolen spullen aangetroffen. Allemaal spullen, zegt de vriendin, die zij heeft gekregen van haar liefste vriend. Sieraden. Dure merkkleding. Jassen van Woolrich en Parajumper. Een tas van Hermès Birkin.

Ramon vertelt dat hij die spullen heeft gekocht. Voor 1100 euro. Van iemand. Via Marktplaats. Van wie? Geen idee. Tegen de rechters: ‘Als jij iets bij de Scapino koopt, weet jij een half jaar later toch ook niet meer wie de verkoper was? Nou dan.’

Er is een Macbook pro uit een woning gestolen, een laptop. Niet lang na de inbraak krijgt de eigenaar een automatische melding per e-mail dat het wachtwoord van zijn iCloud-account is gewijzigd. Het nieuwe wachtwoord is uitgerekend de artiestennaam van Ramon. Dat is toevallig. Tsss. Vraag het niet aan hem. Hij is een publiek figuur. Best bekend. Iedereen kan zijn naam gebruiken. Toch?

Ook de elektrische fiets in de woning van zijn vriendin, een Batavus Monaco, blijkt van diefstal afkomstig. Ramon vertelt dat hij de fiets heeft gekocht voor duizend euro voor zijn zwangere vriendin. Zo’n fiets, met lage instap, leek hem reuze handig. Van wie gekocht? ‘Pff. Maar als u nu met mij in de auto stapt rij ik er zo heen.’ De rechters: ‘De fiets heeft u later te koop aangeboden op uw Facebookpagina.’ Ramon: ‘Mijn vriendin vond het toch niet zo handig. Ik dacht, dan verkoop ik ‘m en dan kunnen we met dat geld de kinderkamer inrichten.’

Ramon biedt een gestolen telefoon aan bij inkoopwinkel Used Products. De telefoon komt uit een woning waaruit ook vier spaarpotten zijn ontvreemd. In de woning is een enorme ravage achtergelaten. De bewoonster was nog niet zo lang geleden overleden. Haar partner laat de rechters weten hoeveel pijn het doet, nu hij de werkkamer van zijn overleden vrouw niet meer kan reconstrueren zoals die altijd was. Dat de inbreker met zijn poten aan de rouwlinten heeft gezeten, ook dat doet pijn.

Ramon zegt dat dat hem raakt. ’Sorry daarvoor in ieder geval.’ Hij was het niet. Oh tegenspoed. Hij had de telefoon gekocht van een buurman (naam vergeten) voor de handel. Je gaat er niet vanuit dat een buurman iets aanbiedt wat gestolen is. Hij niet tenminste.

Er wordt ingebroken in een woning aan de Bentismaheerd. De bewoner hoort enge geluiden aan de deur en belt vanuit bed 112. Tien minuten later rijdt er een politieauto door de straat. Agenten zien een man lopen die plots begint te rennen en de bosjes in duikt. Het is Ramon. Wat moet hij zeggen? ’Ik had een wilde vrijpartij gehad met een vriendin en voelde me wat benauwd. Ik ging daarom een luchtje scheppen, een ommetje maken. Daarom liep ik daar.’ Verkeerd moment, verkeerde plaats.

Als de zitting ten einde is, bedankt Ramon zijn fans op de publieke tribune voor hun komst en getoonde belangstelling. Dan hiphopt hij de rechtszaal uit, met net zoveel geloof in eigen onschuld als hij twee uur daarvoor was binnengekomen.

Twee jaar gevangenisstraf, zes maanden voorwaardelijk, had hij de officier van justitie horen zeggen. Liever wil hij vrij. Hij mag terugkomen bij zijn vriendin, hij kan direct aan het werk, hij wil zijn artiestenbestaan weer oppakken, als entertainer en niet als gangster want hij gaat honderd procent zeker nooit weer in aanraking komen met justitie. Waarom niet? ‘Ik vind dat een zoon een vader nodig heeft. Daar wil ik hard voor werken.’

Ik kijk uit naar zijn eerstvolgende clip op YouTube.

Rob Zijlstra

uitspraak op 18 mei

Olie op het vuur

Aanvankelijk wilde de
officier van justitie
Margreet laten bloeden
voor een poging tot moord

Soms vind ik verdachten zielig. Of een beetje sneu. Dit is een linke uitlating, want voordat je het weet word je door het weldenkende deel van de natie beschimpt en weggezet als een elitaire geitenwollensokkenknuffelaar, als een softe lijpkikker. En toch vind ik het.

Ik schreef afgelopen week over de 52-jarige Femko. Wat hij had gedaan, dat kan helemaal niet. Dat is, links- of rechtsom en hoe sneu ook, niet goed te praten. De rechters vonden dat ook en gaven hem tien jaar geleden een straf die voor een man als Femko een levenslange aangelegenheid kan worden. Tbs. Afgelopen week is zijn status met een jaar verlengd. Met een beetje tegenwind doen ze dat over een jaar weer en het jaar daarop weer en een jaar later weer.

Femko vroeg nog aan de rechters: ‘Wanneer houdt het eens een keertje op?’

Hij woonde samen met zijn Trijn, al tien jaar hadden ze verkering. Veel deden ze niet. Zo waren ze bijvoorbeeld niet de buurt stelselmatig tot last. Wat ze wel deden was dagelijks sloten bier drinken, uit flesjes. Soms hadden ze ruzie. Femko wilde vaak naar zijn moeder (‘naar mammie’), het liefst elke dag. Trijn, tikkeltje jaloers misschien, wilde dat niet. Femko: ‘Dan maakte ze me de kop gek.’

Op een dag goot Femko spiritus over zijn verkering en stak hij haar met de aansteker in brand. Het ging razendsnel. Femko schrok zich het apezuur want dit was nou ook niet de bedoeling. Hij probeerde Trijn met bier te blussen. Dat ging niet. Trijn belandde in het ziekenhuis, Femko in de gevangenis waar hij het doodeng vond. De gevangenis maakte daarna plaats voor tbs-klinieken waar hij zijn dagen al jaren vult met niets. Ik had Femko, die met zijn lange grijze haren op een grote indiaan lijkt, een kleuriger leven gegund.

Ook wat Dina, eveneens 52 jaar, heeft geflikt is volstrekt gestoord. Dat vindt ze zelf ook. Ze vertelt dat ze vaker bij haar buurman op bezoek ging om te praten en om biertjes drinken. Was ze die avond dronken? Nee. Wel aangeschoten. ‘Ik kon nog lopen.’

Ruzie? Nee. Maar buurman had haar wel een klap op de arm gegeven. Zomaar. Dina: ’En toen waren alle emoties, de mishandelingen, de verkrachtingen, de hele rode draad in mijn leven, als een black-out naar boven gekomen.’ Wat ze ook gemeen vond was dat buurman rook in de neus van haar hondje had geblazen. ‘Eigenlijk was ik boos en verdrietig tegelijk.’

Rechters: ‘En toen?’

Dina vertelt dat ze naar haar huis is gelopen, een pannetje heeft gepakt en de fles zonnebloemolie. De olie heeft ze verhit en toen is teruggelopen, ze had aangebeld en toen buurman de deur opendeed, had ze gegooid. Zegt: ‘Ik richtte op de muur, niet op zijn gezicht.’ De hete olie raakte de borst en armen van buurman.

Rechters: ‘Maar waarom dan?
Dina: ‘Ik zei steeds tegen mezelf, doe het toch niet, doe het niet.’
Rechters: ‘En toch deed u het.’
Dina: ‘Totale black-out, het was chaos in mijn hoofd.’
De officier van justitie: ‘U ging planmatig te werk, u wist wat u deed.’

De buurman die ook in de rechtszaal zit – eerste- en tweedegraads brandwonden – zegt dat hij met een megalitteken op zijn arm voor het leven is getekend. Hij heeft geen schadeclaim ingediend. Zijn analyse: ‘Het ging om niks, het was de drank.’

Dina woelt met de handen door de haren en gooit alle chaos in haar hoofd eruit. Ze zegt, huilend, dat de laatste keer dat ze had gestolen in 2014 was geweest, twee cordon bleus, de boete had ze keurig betaald, dat ze van dieren houdt, dat ze het terug wil draaien, dat ze gaat verhuizen en dat ze dood wil, dat ze wel weet dat ze een alcoholprobleem heeft, dat het leven voor haar zo niet langer hoeft.

De officier van justitie vindt een werkstraf van 60 uur voldoende.
Dina: ’Een werkstraf? Oh, dat wil ik wel.’ Ze heeft gehoord dat je dan ’s ochtends met een busje wordt opgehaald en dat ze je ’s avonds weer thuisbrengen.

Ook met Margreet heb ik te doen. Margreet is (was) 43 jaar getrouwd met haar man Bob die haar op een dag vertelde dat hij een vriendin had (heeft). Gevonden op het internet. Bob en Margreet hadden 34 jaar samen een bedrijf met wisselende financiële successen. Toen Bob vertelde dat zijn vriendin ook in de onderneming kwam werken, maar dat zij, zijn vrouw dus, ook gerust kon blijven, knapte er iets. Margreet pakte een mes uit haar tas die op het aanrecht stond en stak haar Bob in de buik.

Grote schrik, maar een pleister volstond. Aanvankelijk wilde de officier van justitie Margreet laten bloeden voor een poging tot moord, maar bij nader inzien maakte hij daar een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van. Bij een poging is het voorgenomen misdrijf niet voltooid, wat aanzienlijk scheelt in de straf.

Margreet zegt tegen de rechters dat haar man Bob niet spoort. ‘Hij kijkt zonder emoties naar die onthoofdingsvideo’s, maar als er dan een filmpje komt over hoe de muskusratten worden gevangen moet hij huilen.’ Ze heeft vanuit de vrouwengevangenis de scheiding in gang gezet.

De rechters vragen vriendelijk: ‘Hoe gaat u straks uw leven weer oppakken?’
Margreet, droef: ‘U denkt dat ik daar een antwoord op kan geven?’

Ze vertelt dat ze moeite heeft met de regels in de gevangenis. ‘Als je 34 jaar een bedrijf runt en altijd van alles moet regelen en beslissen, dan valt het daar niet mee. Is er trammelant, dan word ik naar mijn kamer gestuurd. Dat is dan wel weer komisch. Ik bedoel, ik ben 62.’’

Ze zegt. ‘Ik heb niks meer. Ik heb geen man meer, geen huis, geen werk, geen bedrijf, ik zie de poezen niet meer en nu ben ik ook nog mijn vrijheid kwijt.’

De officier van justitie eist twaalf maanden opsluiting in een cel in de gevangenis waarvan vier maanden voorwaardelijk mogen. Margreet zegt dat ze wel naar een kliniek wil en dat dat niet zo lang hoeft te duren. Ze bedoelt een levenseindekliniek. De officier van justitie reageert: ‘Ik vind dit heel heftig. Ze heeft een geweldige familie, ik hoop dat ze hulp krijgt om de mooie dingen van het leven weer te zien.’

De strafeis blijft evenwel ongewijzigd.

Rob Zijlstra

Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen

De knevel en de afscheidsbrief

in een tijd dat het tamelijk naïef is
de overheid zomaar te geloven
moeten wij het maar geloven

 

Schermafbeelding 2016-01-30 om 02.09.03Dit is een beklagenswaardig verhaal, althans – zo ga ik het schrijven.
Ik weet niet zo goed of de trieste invalshoek die ik kies, wel de meest relevante is.
Misschien moet het alsnog een staartje krijgen.
Eerst maar eens de feiten.

Wim is een man van nu 34 jaar die in Groningen woont.
Op de dagen van dit verhaal – 22 en 23 november 2014 – gaat het niet zo goed met hem.
Het ging vast  al langer niet goed.
Want Wim is klaar, hij wil niet meer.
In de nacht van 22 op 23 november bericht hij via WhatsApp aan zijn familie dat hij een einde aan zijn leven gaat maken.
De familie belt geschrokken de politie die met spoed naar de woning van Wim gaat.

Wanneer de (drie) agenten zijn woning willen betreden, worden ze bedreigd door Wim.
Hij zwaait met een fileermes en een kapotgeslagen fles, hij heeft iets wat verdomd veel op een wapen lijkt (een nepper, blijkt later).

De agenten zeggen dat hij dat niet moet doen, dat hij zijn wapens moet neerleggen.
Dat herhalen ze een paar keer (volgens protocol).
Maar Wim luistert niet of wil niet horen.
Hij wil dood.
Na anderhalf uur volgt politioneel overleg en wordt besloten (door wie?) het arrestatieteam op te trommelen, in de volksmond ook wel het aanhoudings- en ondersteuningsteam.
Dat weet wel raad.
Het team dendert naar binnen en Wim wordt van korte afstand in het bovenbeen geschoten.

Uitgeschakeld.

De drie agenten doen een dag later aangifte van bedreiging.
De officier van justitie denkt dat daar voldoende bewijs voor is.
Wim heeft het ook bekend.
De officier van justitie vindt dat Wim zich schuldig heeft gemaakt aan ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’.
Er zijn geen redenen  geen straf op te leggen.
De eis: drie maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van een jaar.

Twee van de drie agenten zeggen als gevolg van de bedreiging schade te hebben geleden en willen elk 400 euro van Wim hebben.
Geld maakt alles goed.
Dat vindt de officier van justitie ook.

→ wil je eindelijk zelfmoord plegen, krijg je dit…

De advocaat is het er niet mee eens.
Het schot in het bovenbeen was niet mis, in die zin dat er in een jaar tijd dertien operaties moesten worden uitgevoerd om het been te behouden.
Het ziet er niet goed uit.
De kans is groot dat het been alsnog moet worden geamputeerd.
En dan ga je, zegt de advocaat, toch niet iemand ook nog eens een straf opleggen?

De advocaat had nog wat.
Hij zegt dat het onbegrijpelijk is dat Wim moest worden neergeschoten.
Want waarom eigenlijk?
Agenten waren al anderhalf uur met hem in gesprek.
Waarom toen geen psychiatrische hulp ingeschakeld?
Of iemand met overredingskracht?

Vrijdag kwam de rechtbank met de uitspraak.
Die agenten moeten met hun immateriële schades maar naar de burgerlijke rechter.
We zijn gekke Gerrit niet, vorderingen afgewezen.

Ten aanzien van de geëiste straf stelt de rechtbank dat de verdachte nog een onbekend aantal operaties moet ondergaan en dat het been er misschien uiteindelijk toch af moet.
Het is dan qua lopen afgelopen.
Letterlijk staat in het vonnis: ‘Het leven van verdachte is ingrijpend veranderd omdat hij niet meer kan lopen en hij zich alleen nog maar kan voortbewegen in een scootmobiel.’
Het is dan ook ongepast, vinden de rechters, een straf op te leggen.
De uitspraak: Wim is schuldig, punt.

Omdat er een agent heeft geschoten, is er een onderzoek geweest van de Rijksrecherche.
Op grond van de bevindingen van de Rijksrecherche heeft het Openbaar Ministerie besloten de agent niet te vervolgen.
Onderzoeken van de Rijksrecherche zijn vertrouwelijk.
Wij moeten het maar geloven.
In een tijd dat het tamelijk naïef is de overheid zomaar te geloven, moeten wij het maar geloven.

Uit het besluit van het Openbaar Ministerie moeten wij ook maar de conclusie trekken dat de agent van het aanhoudings- en ondersteuningsteam die schoot, schoot omdat het mocht, omdat hij niet anders kon dan schieten.

Stel dat dat waar is, dan zou ik – zou ik die agent zijn – de inhoud van het vertrouwelijke Rijksrechercherapport per direct naar de rechtbankverslaggever die ik ben sturen (lekken kan hier: e-mail / vertrouwelijk).

In het vonnis staat nog een overweging van de rechtbank.
Die luidt dat de rechtbank van mening is dat de politie alvorens het arrestatieteam in te zetten ‘psychiatrische hulp of enige andere vorm van medische hulpverlening’ had moeten inschakelen. Daar was ‘naar het oordeel van de rechtbank’ en ‘gelet op de (geestelijke) toestand van de verdachte en de zelfmoordmelding wel degelijk reden toe’.

Het optreden van de politie in deze kwestie moet dan ook,  de advocaat zei het al, onbegrijpelijk heten.

Voor Wim rest niet veel.
Ik lees in het vonnis  dat het fileermes wordt onttrokken aan het verkeer, maar dat de knevel en de afscheidsbrief aan hem teruggegeven moeten worden.

Zet ‘m op Wim.

Rob Zijlstra

 

 

 

21 & 74

terwijl zijn echtgenote een beetje
aan het tutten is in de slaapkamer,
pakt hij het groentemes uit de keuken

Schermafbeelding 2015-11-28 om 16.49.07Gerko en Ralph zaten afgelopen week op dezelfde stoel in zittingszaal 14 vanwege dezelfde strafbare feiten.
Gerko zat er maandagochtend, Ralph donderdagmiddag.
Ik denk niet dat ze elkaar kennen.
Gerko heeft met zijn 21 jaren nog heel veel stappen te zetten, Ralph is al een flink eind op weg.
Hij is 74 jaar.
Beiden zouden zich schuldig hebben gemaakt aan een poging tot doodslag.
Dat is de beschuldiging.

Het ziet er niet best voor ze uit.
De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van drie jaar geëist tegen de detentie-ongeschikt verklaarde Ralph.
Gerko hoorde de officier van justitie met pijn in haar hart (dat zei ze) de maatregel tbs eisen.
Wanneer mannen van Ralphs leeftijd terechtstaan, staan ze vrijwel altijd terecht wegens zedenmisdrijven.
Ralph mag zich echter een van de oudste plegers van een geweldsmisdrijf noemen.
Gerko dreigt op zijn beurt ’s lands jongste tbs’er te worden.

Waarom ze messen pakten en toestaken – Ralph in maart dit jaar, Gerko een maand eerder – is een vraag.
Ralph weet het niet meer, zoals hij wel meer dingen niet meer weet.
Steeds vaker raken woorden die hij wil zeggen vlak voor het uitspreken zoek.
Cognitieve problemen met misschien wel neurologische oorzaken.
Bij Gerko is het ook ingewikkeld: hij zegt dat hij niet heeft gestoken.

Gerko vertelt met zijn boze, maar niet onvriendelijke jongenshoofd dat ze met een paar mannen in een kamer zaten te gamen, te blowen en te drinken.
Whisky.
Koos had toen irritant gedaan.
Gerko: ‘Hij begon groot te praten, lelijke dingen te zeggen over mijn moeder. Ik zei, jij moet even normaal doen. Hij daagde me uit. We gingen wat duwen en trekken. Ik zei, kom mee naar buiten dan vechten we het uit.’
De rechters: ‘Heeft u toen gezegd, ik steek je dood?’
Gerko: ‘Nee, dat heb ik niet gezegd.’

Tot een mannenvechtpartij buiten komt het niet.
Tijdens het duw- en trekwerk is er ineens een grote rode vlek op Koos’ rug.
Een ambulance brengt hem naar het ziekenhuis.
Gerko: ‘Ik had niet eens een mes.’

Gerko wordt aangehouden.
Een aangename arrestatie is het niet.
Gerko moet weinig hebben van agenten.
Hij heeft last van een ‘pathologische autoriteitsgevoeligheid’.
Hij wenst de agenten akelige ziektes en seksuele geaardheden toe en gooit tijdens de verhoren met tafels en stoelen.
Dat leidt weer tot aangiftes van de politiemannen wegens beledigingen en bedreigingen.
Een van de agenten heeft een schadeclaim ingediend.
Hij wil 276 euro om het te vergeten.
Gerko tegen de rechters: ‘Kijk, het is dom van mij, weetje. Maar ik ben niet iemand die gaat zitten voor iets wat ik niet heb gedaan. Snappen jullie dat?’

Ik ken Gerko nog van een vorige rechtszaak, hij was toen net 18 jaar.
Mannetje Pindakaas noemde ik hem.
Een deskundige repte van adolescentieproblematiek en van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis.
Er werd gevraagd of het ooit goed zou komen.
Een deskundige antwoordde dat het alle kanten op kon gaan.

Alles wat een kind aan ellende kan overkomen, heeft Gerko moeten meemaken.
Alles wat er aan jeugdhulpverlening is bedacht, heeft hij moeten ondergaan.
In het Pieter Baan Centrum zat hij vanwege agressie veel in de isoleer.
Het rapportcijfer van het PBC is dan ook niet best.
Gebrekkige gewetensfuncties, lage frustratietolerantie, ga zo maar door.
De officier van justitie had kennis genomen van Gerko’s verleden.
Zo triest en treurig had ze het nog nooit meegemaakt.

Gerko’s advocaat probeert wat.
Dat er met een mes is gestoken, is zo.
Maar door wie?
Iedereen in de woning was aan de drank en drugs.
Twijfel genoeg.
En over Gerko: ‘Tot tien tellen is niet zijn ding. Hij heeft niets meegekregen, hij moet zich zonder vaardigheden staande houden.’

Wat dat betreft heeft Ralph het beter getroffen in het leven.
Is Gerko de jongen van de straat, dan is Ralph een heer van stand.
Strak in pak, maar een garantie voor onberispelijkheid is dat geenszins.

Terwijl zijn echtgenote een beetje aan het tutten is in de slaapkamer, pakt hij het groentemes uit de keuken, loopt naar de slaapkamer en steekt zijn vrouw tot tweemaal toe in de hals.
Zomaar.
Ze grijpt hem stevig in het kruis en knijpt met al haar kracht, waarop hij bij zinnen komt.
Ze zegt dat hij de huisarts moet bellen, hij zegt ‘nee, dat duurt te lang’ en belt 112.
Als de politie komt, zit zij bebloed op een stoel en ligt het groentemes in de prullenbak.

Ralph zit nu negen maanden vast.
Hij zegt nog altijd verbijsterd te zijn over wat hij heeft gedaan.
Dat hij zo ontzettend blij is dat zij het heeft overleefd.
Op de dag van het incident hadden ze ruzie gehad, maar waarover weet hij niet meer.
Zo hij ook steeds maar weer de namen van zijn kinderen vergeet.
Tegen de rechters: ‘We hadden een turbulente relatie. Veel ruzies. Ze had een ijzersterk geheugen. Ze confronteerde me vaak met dingen van jaren geleden.’
De rechter knikt.
Ze zegt: ‘Dat doen vrouwen vaak.’
Ralph: ‘Maar ik wilde haar niet kwijt en nog steeds niet. We moeten het uitpraten.’

Ze bezoekt hem vrijwel wekelijks, maar hij mag geen contact met haar zoeken, dat is zo afgesproken.
Ralph zegt dat zijn leven nu behoorlijk op de kop staat.
De gevangenis was geen plek voor hem.
Hij zit nu in een gesloten instelling van Lentis.
Eigenlijk wil hij daar wel blijven.
Aardige mensen, jonge mensen ook, dat stimuleert.
‘Oudere mensen’, zegt hij tegen de rechters, ‘die zeuren zo.’
Ook zegt hij: ‘Ik kan nu nieuwe dingen leren. Hoe een wasmachine werkt bijvoorbeeld. Ik ben in het leven vreselijk verwend. Ik had vrouwen en werkgevers die altijd alles voor mij regelden.’

De officier van justitie zegt dat Ralph maar een beetje verminderd toerekeningsvatbaar is en dat hij vijf jaar celstraf in gedachten had.
Gezien de persoonlijke omstandigheden en gesteldheid mogen dat wat hem betreft ook drie zijn. Drie jaar.
Dat is de eis.
Om de verdachte enigszins gerust te stellen: ‘De gevangenisdirecteur heeft de bevoegdheid u door te plaatsen naar een gesloten instelling.’

Ook voor de halve eeuw jongere Gerko dreigt zo’n gesloten instelling, alleen staat er dan met grote letters TBS op.
Mogelijkheden tot doorplaatsing zijn daar de komende tien jaren nihil.
De kommer en kwel die hij te verduren kreeg, zullen nooit verdwijnen.
De hulp waar hij wat aan heeft, moet nog worden uitgevonden.

Mannetje Pindakaas dreigt het leven mis te lopen.

Rob Zijlstra

mannetje pindakaas

update – 7 december 2015 – uitspraak
Gerko is de klos. De rechtbank heeft hem veroordeeld wegens een poging tot doodslag en bedreiging tot een jaar celstraf en de maatregel tbs met dwangverpleging. Met deze veroordeling is Gerko de jongste tbs’er van Nederland. Er is zelfs een kans dat hij nooit weer op vrije voeten zal komen. Gerko heeft nog een kans: hoger beroep. Advocaat Maartje Schaap heeft kort na het vonnis laten weten dat ook te zullen doen. ,,Erger dan dit kan niet.”

update 10 december 2015 – uitspraak
Ralph komt er mee weg. Twee jaar waarvan de helft voorwaardelijk in plaats van de gemiste drie jaar kaal. Aansluitend op detentie moet hij zich laten openen voor behandeling, maximaal gedurende een jaar. Daarna moet hij van de rechters ergens wonen met veel zorg en goede begeleiding.

update 10 december 2015 – Gerko
Wat, waar, waarom en wanneer is er iets misgegaan? Dat ga ik uitzoeken. Gerko is de jongste tbs’er van het land, maar volgens mij kan hij beter. Verhaal volgt, ergens in maart 2016.

Loodzware ballonnen

Schermafbeelding 2015-10-03 om 10.45.33Ik schreef dat Bram geen taartjes had meegenomen naar de rechtszaal, waar geen kleurrijke slingers en ballonnen hingen en dat de rechters ook niet voor een keertje gingen staan om hem in hun armen te sluiten, dan toch op z’n minst stevig zijn hand te drukken.
Bram zat 25 jaar in het vak en kondigde in de rechtszaal aan dat het mooi was geweest.
Nooit, maar dan ook nooit zouden ze hem weerzien.
Het besluit met de criminaliteit te stoppen was niet genomen tijdens de cursus ‘christelijk geloven’ die hij volgde.
De ware reden: Bram was zo vreselijk moe.
Het drugsverslaafde lichaam was doodop van een kwart eeuw jachtig leven op straat.

De rechters zeiden niet ‘nou Bram, heel veel succes en we gaan je missen na al die jaren’.
Wat werd uitgesproken was de strafmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders), bedacht voor veelplegers als Bram: isd is twee jaar met hulpverleners achter de tralies.

Deze week zat Bram er weer.
’t Is mislukt.
Had hij de vorige keer een partij moerdoppen gestolen bij de Praxis, ditmaal moest hij zich verantwoorden voor de diefstal van vier flessen Robijn (wasmiddel) bij de Coop en tien pakken koffie bij de Jumbo in Groningen.

Bram is begin dit jaar 50 geworden en nog altijd is hij onverminderd moe.
Niet alleen van het leven, maar hij is inmiddels ook moe van de hulpverlening.
Alles wat het hulpgilde de voorbije dertig jaar heeft bedacht de wereld te verbeteren, is op Bram losgelaten.
’t Hielp niets.

Bram heeft ook niet veel tekst meer.
Hij kent de rechterlijke riedels.
Laat hem maar weer twee jaar zitten, laat hem dan wel een beetje met rust en, als het even kan, wil hij ook graag zijn methadon blijven gebruiken.
Zo zal het gaan.
De officier van justitie eiste voor de vierde keer in acht jaar tijd de twee jaar durende isd-maatregel en de rechtbank zal die over twee weken opleggen.

Wat Bram is, probeert Nick (25) te worden.
Hij gebruikt heroïne en cocaïne en heeft ter financiering tachtig tot honderd euro per dag nodig.
Dat is dagelijks een loodzware opgave want hij heeft ook veel schulden.
Op een dag van hoge nood pikte hij de mobiele telefoon van zijn 16-jarige zus.
Hij verpatste het toestel voor een paar tientjes.
Tegen de rechters: ’t Klopt helemaal. Ik heb er natuurlijk wel spijt van.’

In de rechtszaal zit ook Nick’s moeder.
Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat Nick toch haar zoon blijft.
Namens haar dochter heeft ze wel een schadeclaim ingediend.
Droef: ’Ik heb hem zo vaak de hand boven het hoofd gehouden, maar dat kan ik niet meer.’

Nick had een tijdje in het metaal gezeten.
Van de daken van het winkelcentrum en de scholen in Hoogezand had hij lood gestolen.
De schade bij het winkelcentrum alleen al bedroeg 14.000 euro.
Lood stelen is zwaar werk.
Zo heel raar was het dus niet dat hij na de nachtelijke arbeid even was gaan rusten.
De volgende ochtend hadden ze hem slapend aangetroffen in het struikgewas bij de basisschool Het Ruimteschip (aan de Astronautenlaan).
Naast hem honderd kilo lood.

Ook daar heeft hij natuurlijk spijt van.
De man van het winkelcentrum die de schade komt verhalen (2500 euro eigen risico) zegt tegen de rechters dat hij naar de rechtbank is gegaan met het idee heel boos te zullen worden op de verdachte.
‘Maar ik zie een man die tussen wal en schip is gevallen. Ik wens hem heel veel sterkte en ik hoop dat hij het redt.’

Moeder slaat van schrik de handen voor haar mond en begint te huilen.
De winkelman troost haar.
Nick ruikt zijn kans en zegt dat hij nog wel een tip heeft voor de winkeliers: ‘Draai alle hekken eens op slot, dan kan ik ook niet binnenkomen.’

Na de strafzaak wordt Nick teruggebracht naar de psychiatrische kliniek waar hij momenteel verblijft en waar hij – mocht de rechtbank de strafeis van 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met voorwaarden overnemen – nog wel anderhalf jaar zoet is met de hulpverleners.

Dan stuitert de 30-jarige Patricia met een luid ‘hallo’ de rechtszaal binnen.
De diefstal van de telefoon en een armband bekent ze.
Geen probleem.
Nee, de portemonnee uit de kerk toen het koor zong niet.
Zeker weten van niet.

Rechters: En de diefstal van de telefoon uit het Vrijdag Theater?
Patricia: ‘Heb ik niet gedaan.’
Rechters: ‘Goed, dan gaan we de beelden bekijken.’
Patricia: ‘Ik heb het wel gedaan.’
Rechters: ‘Mooi, dan hoeven we de beelden ook niet te bekijken.’

Patricia is eigenlijk als Bram, alleen is zij – veel jonger – nog vol levenslust.
Voordat het proces goed en wel is begonnen, roept Patricia: ‘Luister, we kunnen hier natuurlijk een hele discussie aangaan. Maar kijk, voor mij ligt het gemakkelijk. Geef me alsjeblieft isd. Klaar.’

De rechters zijn een beetje beduusd.
Zo werkt het natuurlijk niet.
De rechters willen eerst de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd zorgvuldig bespreken, daarna willen ze praten over de persoonlijke omstandigheden en dan moet de officier van justitie er nog iets van vinden.

Praktische Patricia: ‘Toe nou mevrouw de rechter. U heeft mij al zo vaak veroordeeld. Ik ben hier zo vaak geweest. Het heeft geen zin. Straks geven jullie me een jaar of zo. Daar heb ik dan weer schijt aan. Dus. Geef me isd. Ik weet dat er een plekje vrij is, kan ik morgen aan de slag.’

De rechters: ‘Maar…’
Patricia die nu haar geduld begint te verliezen: ‘Ik ben gebruiker, jullie zijn rechters. Jullie begrijpen het niet. Ik heb hulp nodig in mijn kop. Als ik nu weer buiten kom, denk ik alleen maar aan geld, geld, geld. Dan gaat het weer fout.’

De officier van justitie zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.
Normaal gesproken vrezen veelplegers de isd.
Hij wikt en weegt.
Zegt dan: ‘Ik eis isd.’
Om praatjes achteraf te voorkomen: ‘Dat had ik ook geëist als verdachte het niet zou willen.’

Tja, zeggen de rechters op hun beurt: ‘Normaal doen wij altijd twee weken later uitspraak. Maar nu u zo aandringt veroordelen wij u tot de maatregel isd, 2 jaar.’

Patricia is blij.
Ze zou slingers en ballonnen willen ophangen, of haar rechters even in haar armen sluiten voor een knuffel.
In grote tevredenheid verlaat ze zittingszaal 14 en roept: ’Bedankt mensen. Doei.’

Rob Zijlstra

uitspraken Bram en Nick op 12 en 15 oktober

Street boy

Schermafbeelding 2014-05-31 om 11.35.28Een jaar geleden zag ik hoe de 19-jarige Ibrahim de rechtszaal verliet.
Met het geschoren hoofd gebogen, wantrouwende blikken, broek op half zeven en met een strafeis van drie jaar aan de kont.
Drie jaar is voor een kleine jongen van 19 die niet zo stevig in zijn hippe schoenen staat niet mals.
Ibrahim had ruzie met een jongen van wie hij nog geld kreeg.
Hij had ook een wapen.
Dat was weer omdat hij al langere tijd werd bedreigd wat te maken had met blote meisjes die voor hem werkten.
Omdat Ibrahim zijn geld niet kreeg, schoot hij kogels richting zijn opponent.
Een kogel schampte het hoofd.
De officier van justitie sprak van een poging tot moord.
Ibrahim zei dat het per ongeluk ging.

Hij is als baby vanuit Syrië naar Nederland gekomen. Eenmaal hier gingen zijn ouders scheiden en ging hij – licht zwakzinnig – heel veel drinken en nog meer blowen en toen ging het ook nog eens fout op school.
Ibrahim werd een brutale aap die op straat baas wilde wezen.
Een hulpverleenster zei een jaar geleden tegen de rechters dat Ibrahim streetwise is, maar dat we dat niet moeten overschatten.
Ibrahim, zei ze, is vooral een heel angstige jongen die zich zonder hulp nooit staande zal houden.
Zonder hulp gaat het fout.
Ik noteerde in mijn aantekeningen: ‘angstige jongen, toekomstige tbs’er’.

De rechtbank veroordeelde hem tot 18 maanden jeugddetentie waarvan de helft voorwaardelijk.
Deze week zag ik hoe Ibrahim, jaartje ouder, maar nog net zo klein, zittingszaal 14 binnenkwam.
Hij wordt nu verdacht van een gewelddadige overval op een woning in Beijum, Groningen, begin dit jaar.
Hij was nog maar een paar maanden op vrije voeten.
De overval pleegde hij met twee foute vrienden.
Hij droeg een creep-masker en was gewapend met een mes en een ploertendoder.

Er was een reden de woning te overvallen.
Hij en zijn vrienden hadden een tip gekregen.
In de woning zouden duizend xtc-pillen liggen.
Die pillen wilden ze hebben.

In de woning waren drie jongens, leeftijdgenoten, aan het gamen en chillen.
Ze werden geslagen en schreeuwend gedwongen op de bank te gaan zitten.
Daar zaten ze, bijna een uur lang, van hun vrijheid benomen en doodsangsten uit te staan.
Ondertussen haalden Ibrahim en kompanen de woning overhoop, wat kapot kon, ging stuk.
Toen ze waren vertrokken, durfden de drie niet eens de politie te bellen, zo bang.

De rechters zeggen dat ze gelezen hebben dat Ibrahim een man is die moeite heeft met het begrijpen van de wereld.
Ibrahim: ‘In welke zin?’
Op zich geen rare tegenvraag.

Rechters: ‘Heeft u zich schuldig gemaakt aan de woningoverval?’
Hij haalt de schouders op en zegt dat hij zich er niets van kan herinneren, hij weet het gewoon niet meer.
De officier van justitie: ‘Heeft u dat vaker, dat u helemaal niets meer weet?’
Ibrahim: ‘Dat weet ik niet.’

De tweede overvaller is Mark met een panty over zijn hoofd.
Hij moet zich later verantwoorden bij de kinderrechter, omdat hij nog een kind is.

De derde overvaller is Patrick, 20 jaar.
Hem zag ik niet eerder.
Anders dan de andere twee was Patrick niet gemaskerd.
De rechters: ‘U kwam zoals u bent.’

Patrick ontkent het niet.
Hij heeft spijt.
Zegt: ‘We hadden die tip, ik dacht, we gaan naar binnen, pakken die zak met pillen en dan gaan we weer. Ja, het is anders gelopen, het was niet zo gepland.’
Hij had de jongen die met de ploertendoder op het hoofd was geslagen nog geholpen met wc-papier, om het bloeden te stoppen.
‘Ik vond het zielig.’
Maar hij had wel tegen die drie gezegd: ‘Ik kom hier zonder masker, dus jullie weten hoe ik eruit zie. Maar vergeet niet dat ik ook weet hoe jullie eruit zien.’
Dat volstond.

Ik kijk naar Patrick.
Je hoeft geen medelijden te hebben met jonge mannen die met veel geschreeuw en geweld overvallen plegen om daar ten koste van anderen zelf beter van te worden.
Maar toch…

Patrick is net als Ibrahim belazerd door leven.
Hij kwam jaren geleden met zijn getraumatiseerde ouders vanuit Kosovo naar Nederland.
Hij had de vreselijkste dingen gezien en moeten ervaren.
In Nederland viel hij om.
Er waren bevrijdende drugs en slepende procedures, slechte cijfers op school, de voortdurende dreiging te worden teruggestuurd.
Een grote broer was dat overkomen, van hem werd hij gescheiden.
Toen Patrick ook een brief kreeg van de IND was hij ontzettend bang geworden en sloeg hij op de vlucht.
De politie was toen al naar hem op zoek.

Acht maanden wist hij spoorloos te blijven.
De rechters vragen hoe dat was, als jongen van 19, 20 jaar op de vlucht.
Een groot avontuur?
Diepe zucht.
Nee.
Ontzettend zwaar, zegt hij.
De rechters zeggen dat ze in het dossier hebben gelezen dat hij zich vijftien dagen schuil heeft gehouden in een bos.
Rechters: ‘Hoe hield u dat vol? Waar leefde u van?
Patrick: ‘Cocaïne. Ik ben vijftien dagen wakker geweest.’

De officier van justitie moet eisen.
De feiten zijn heel ernstig, zegt ze.
Ze vraagt zich hardop namens de samenleving af wat we straks op straat terugkrijgen als wij een jongen als Ibrahim naar de gevangenis voor volwassenen sturen.
Ibrahim zit nu in een jeugdinrichting en doet het daar redelijk.
Aan de andere kant: hij is al eens veroordeeld voor een poging tot moord.
Wikken. Wegen.

De eis: de maximale jeugddetentie van  24 maanden.
Plus die negen maanden die hij eerder voorwaardelijk kreeg.
En als nieuwe stok achter de deur: een voorwaardelijk pij.
Dat is jeugd-tbs.

Dat is een hele waslijst, maar voor een 20-jarige is het nog wel een kans.
Ibrahim wordt nog niet helemaal afgeschreven.

Voor Patrick zijn er geen kansen meer.
Een behandeling in een kliniek zou voor hem het allerbeste zijn, daarover is iedereen het eens.
Maar dat kan niet.
Patrick is illegaal geworden, hij is hier als mens niks meer.
Dat is bedacht, maar niet verzonnen.
Het beste wat wij hem in onze eigen crisis te bieden hebben: 5 jaar gevangenisstraf.
Dat is de eis.
Daarna wordt hij het land uitgezet.

De rechtszaak duurt tot in de avonduren.
Buiten het gerechtsgebouw staat een oude, magere man.
Hij noemt de namen.
Komen ze vrij?
Ik zeg, dit zijn de eisen.
De oude man begint te huilen.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 6 juni 2014 – uitspraken
De rechtbank voelt zich onvoldoende geïnformeerd om uitspraak te kunnen doen. Beide verdachten moeten nader worden onderzocht. De zaak krijgt dus een vervolg. Wanneer is onbekend.

 

sixtol