politierechter

De ratsmodee

Er zijn te weinig strafrechters
in Groningen (in Noord-Nederland)
om recht te spreken.

Zou de rechtbank in Groningen een winkelstraat zijn, dan zou die straat zich kenmerken door lelijke leegstand. Of een school. Zou de rechtbank in Groningen een school zijn, dan zouden ouders (en/of verzorgers) steen en been klagen vanwege de grote uitval van lesuren. De inspectie zou rapporteren dat er meer lessen niet doorgaan dan er worden gegeven.

De rechtbanken in Groningen, in Assen, in Leeuwarden – samen de rechtbank Noord-Nederland – zijn geen winkelstraten met dichtgetimmerde winkelpanden, geen scholen met lerarentekorten, maar instituten waar geschillen worden geslecht en waar wordt gezocht naar de waarheid (een waarheid). En dat allemaal om de boel om ons heen een beetje soepeltjes te laten verlopen. Functioneert de rechtspraak niet, dan gaat de samenleving naar de ratsmodee.

Onheilspellend begin, Zijlstra.
Gaat het niet goed dan?
Niet helemaal.

Er zijn te weinig strafrechters in Groningen (in Noord-Nederland) om recht te spreken. De boel loopt nog niet in het honderd, maar het kraakt hier en daar duchtig. Op de rechtbank noemen ze het een gebrek aan zittingscapaciteit. Dat suggereert dat er te weinig zittingszalen zijn, waar dan niemand iets aan kan doen. Maar dat is niet zo. Er is ruimte zat. Het zit ’m in de mensen.

Probleem van nu is ook dat als er iets bijzonders aan de hand is, iets dat afwijkt, dan wreekt zich dat direct. Zo wordt het reguliere misdaadwerk in de rechtbank van Groningen al weken gegijzeld door een grote strafzaak. Die zaak gaat over vieze olie en valse transporten tussen Farmsum (Delfzijl), Lelystad, Roosendaal en Duitsland. De vermeende strafbare feiten zouden zijn gepleegd tussen 2006 en 2010.

Het onderzoek duurde jaren en kostte naar verluidt miljoenen euro’s. In zittingszaal 14 is speciaal een grote kast geplaatst om alle dossiers te kunnen bergen. Tegen de twee verdachte directeuren zijn boetes en werkstraffen geëist. Een van de betrokken bedrijven, North Refinery, is al jaren failliet. Het strafproces
begon begin maart, afgelopen week zijn (voorlopig) de laatste woorden gesproken. De uitspraak is over een paar maanden. Daarna volgt hoger beroep, vast ergens in 2020.

Los van direct betrokkenen is niemand in deze voor buitenstaanders onnavolgbare kwestie geïnteresseerd. Uiteraard moet in zo’n zaak recht worden gesproken, kennelijk ook als dat ten koste gaat van het gewone strafwerk. En dan moeten de rechters die er wel zijn zich ook nog eens bezighouden met strafzaken in de kleinste categorie.

Zo was er afgelopen week een man die een andere man had geslagen, zoals mannen dat al honderden jaren doen en dat (heb ik gehoord) de komende eeuwen ook blijven doen. Er was een zaak die draaide om openlijk geweld op de skatebaan. Een mishandeling (klap met vlakke hand) in een scheidingsprocedure nadat hij de hond had uitgelaten en twaalf flessen bier had gedronken. Er was wederspannigheid, een bedreiging, een eenvoudige belediging van een ambtenaar, de gebruikelijke diefstallen (croissantjes, Groninger metworst, kleding).

En de 65-jarige mevrouw L. moest komen opdraven.

Mevrouw L. wordt beschuldigd van vernieling. Wat ze heeft gedaan? Zij heeft Guusje laten castreren en dat had ze niet mogen doen want Guusje is niet van haar. De castratie is daarmee wederrechtelijk. Het baasje van Guusje had aangifte gedaan en toen moest mevrouw L. op het politiebureau komen. Er werd proces-verbaal opgemaakt en mevrouw L. werd aangemerkt als verdachte van het vernielen van de kater. Zo zeggen juristen dat. Volgens de officier van justitie trof de eigenaresse haar kat in een andere staat aan dan ‘ie die ochtend de deur was uitgegaan. Met ballen weg, zonder ballen terug.

De eigenaresse van Guusje zit als slachtoffer achterin de rechtszaal, mevrouw L. in de verdachtenbank, voorin. De eigenaresse kijkt triomfantelijk nu het er naar uitziet dat er eindelijk recht wordt gedaan. Mevrouw L. moet af en toe huilen want ze vindt het verschrikkelijk dat ze voor de rechter moet verschijnen.

Mevrouw L. zegt dat ze te goeder trouw heeft gehandeld. Dat haar motieven zuiver waren. Bona fide. Niet Mala fide zoals de verdenking luidt. Ze dacht dat Guusje een zwerfkat was. In 2015 had ze Guusje als eens verzorgd. Ze had het beestje toen gevonden met een grote wond boven op de kop. Ze had de wond schoongemaakt en magere Guusje wat te eten gegeven. Guusje was daarna blijven komen. Ze gaf hem vaker te eten en ook een keer een wormenkuur want dat moet af en toe bij een kat.

In de buurt had ze navraag gedaan, maar niemand wist van wie Guusje was. Ze belde de dierenambulance. Of er een kater in de buurt werd vermist? Niet. Na een tijdje had ze een bandje met een kokertje om de nek van de kat gedaan met in dat kokertje een briefje. Of de eventuele eigenaar contact zou willen opnemen. Niet lang daarna was het kokertje verdwenen, maar een eigenaar meldde zich niet. Toen na twee maanden guur weer de winter aankondigde, besloot mevrouw L. Guusje in huis te nemen.

Om geplas en katergestink tegen te gaan nam ze Guusje mee naar de dierenarts voor een ‘je-weet-wel-ingreepje’. Iedereen blij. Zou je denken.

Maar de buurt was helemaal niet blij. Buurtgenoten kalkten op de muur van het schuurtje van mevrouw L. dat ze een kattenmoordenaar is en dat ze tbs moet krijgen. Of een rolstoel. Er volgden bedreigingen en pogingen om haar omver te rijden met een auto. In het dossier staat dat de buurtagent heeft bevestigd dat tegen mevrouw L. een hetze wordt gevoerd. Er zijn camera’s opgehangen en burgemeester Peter den Oudsten is ingeschakeld om te bemiddelen. Recent was er een kort geding waarbij een aantal buurbewoners een contactverbod kreeg opgelegd.

De ondervraging van mevrouw L. door de politierechter duurt een half uur lang. Daarna doet de officier van justitie haar verhaal. Zij wikt en weegt en zegt uiteindelijk dat ze mevrouw L. het voordeel van de twijfel geeft. De eis: vrijspraak. De politierechter is zonder twijfel. Zij zegt tegen mevrouw L.: ,,U heeft te goeder trouw gehandeld en ik zie geen enkele reden u te veroordelen.’’

De rechter merkt nog op dat ze hoopt dat de situatie in haar woonomgeving nu snel zal verbeteren. De eigenaresse van Guusje haast zich de rechtszaal uit, terug naar de buurt waar de pesterijen nog niet voorbij zijn.

Aan eigenrechters was nog nooit een gebrek.

Rob Zijlstra

Strijder

John Lanting strijdt al jaren tegen instanties die verantwoordelijk zijn voor de gaswinning en de daaraan gekoppelde aardbevingsproblematiek. Lanting doet dat op eigen wijze.

Probleem in Groningen (een van de) is de trage afhandeling van schade en het achterwege blijven van het vergoeden van de schade aan woningen en gebouwen. Dit ondanks het feit dat de NAM zegt aansprakelijk te zijn, een standpunt dat is onderstreept door uitspraken van de rechtbank.

Een jaar geleden ging John Lanting een paar keer boos op pad. Hij vernielde een hek, knipte draadjes door, spoot met een spuitbus leuzen op een kantoorpand van de NAM in Assen en gooide tien in Uithuizermeeden gekochte eieren tegen een ruit van het Centrum Veilig Wonen, de instantie die belast is met de schadeafhandeling.

Maandagochtend moest John Lanting zich verantwoorden voor de politierechter.

omgekeerde wereld

De omgekeerde wereld. Zo voelde het in de rechtszaal. De wereld op de kop. John Lanting (56) uit Uithuizermeeden, strijder tegen de aardbevingen veroorzakende ‘gasmaffia’ – zoals hij de NAM en consorten steevast noemt – stond terecht omdat hij (kleine) vernielingen heeft aangericht aan eigendommen van de NAM.

Of hij dat heeft gedaan?
Dat wil de politierechter weten.
Jazeker heeft hij dat gedaan.
Zegt: ‘Ik strijd altijd met open vizier. En ik sta er nog voor de volle honderd procent achter.’

Zou hij het weer doen?
Ietsje voorzichtiger nu: ‘Vast. Want het zijn emoties.’
En dan, weer als een wervelwind: ‘Ze slopen onze bezittingen, onze huizen, onze gezondheid en dat doen ze 365 dagen per jaar. Dat kan allemaal maar. Wij horen hier niet te zitten.’

De politierechter: ‘Als alle gedupeerden zouden handelen als u dan wordt het een chaos in Groningen.’
Lanting: ‘Maar het is hier al chaos, mevrouw de rechter.’
Het publiek heeft hoorbaar moeite om te doen waar de rechter om had verzocht: mond houden.

Lanting ziet zijn acties (‘reacties’) vooral symbolisch. Bij een boorlocatie bij Zeerijp had hij ‘drie draadjes’ doorgeknipt. ,,Om de vogeltjes te bevrijden, de vogeltjes dat zijn mijn vrouw en ik. Ik heb ons bevrijd uit deze gevangenis waar de gasmaffia ons en met ons vele anderen in heeft gestopt.’’

Lanting voelt zich niet veilig in zijn woning, zijn geboortehuis, en strijdt voor een goede uitkoopregeling. Al jaren. Zijn acties zijn het gevolg van woede, frustratie en machteloosheid. ‘Het is noodweer.’

Bij het Centrum Veilig Wonen (waar hij niet meer mag komen) in Appingedam gooide hij tien eieren tegen de ruiten. ‘Bewust eieren, om niets te vernielen’, zegt Lanting.
Officier van justitie Henk Mous legt uit wat vernielen juridisch betekent: ‘Eieren tegen een raam gooien is vernieling want het raam kan niet meer worden gebruikt waarvoor het is gemaakt.’
Hoongelach in de zaal.
Mous maakt geen vrienden.

En dat doet hij ook niet met de strafeis.
Tegen Lanting: ‘Ik heb begrip voor uw situatie, maar wij hebben allemaal afgesproken in het dikke wetboek van strafrecht dat we ons aan de regels houden.’
Geboe op de tribune.
De aanklager eist een toegangsverbod voor alle NAM-locaties in heel Nederland om te voorkomen dat Lanting opnieuw strafbare feiten gaat plegen. Voor elke overtreding: drie dagen celstraf. Daarnaast een boete van 500 euro.

Lanting, kwaad, vinger in de lucht: ‘Dit is intimidatie en onderdrukking. U brengt mij hiermee nog meer in psychische nood.’

De politierechter is het ook niet met de officier van justitie eens.
Ze legt een voorwaardelijke werkstraf op van 40 uur.
Merkt op: ‘Een gebiedsverbod vind ik te ingrijpend.’
Lanting reageert: ‘Hier kan ik mee leven.’

Naast deze stok achter de deur – want zo moet de straf worden gezien – moet Lanting 112,50 euro betalen aan het Centrum Veilig Wonen.
Dat is de berekende schade.
Het betreft de schoonmaakkosten van de ruit waartegen tien eieren aan hun einde kwamen.
Er waren twee mannen van het Centrum Veilig Wonen naar de rechtbank gekomen om dat toe te lichten.

Waarom dat 112,50 euro moet kosten, bleef onbesproken.
Waarom het Openbaar Ministerie heeft besloten om olie op het vuur te gooien door van deze zaken een strafzaak te maken, ook.

Rob Zijlstra

Beetje hennepmoe

De advocaat moppert dat
de politie op grond van
zo’n anonieme tip toch
niet zomaar een woning
kan binnenvallen?

In de schimmige wereld van de hennepteelt wemelt het van de verraders. Ze zijn het niet zelden zelf. Telers van en handelaren in hennep vrezen daarom ook meer elkaar dan de politie. Dit betekent niet dat de politie stilzit. Politiekorpsen kennen geheime eenheden. De bekendste is de afdeling stiekem. In Noord-Nederland krijgt deze afdeling voortdurend een andere naam, misschien wel uit tactische overwegingen. Afgelopen week heette de afdeling tci, team criminele inlichtingen.

Wat ze doen is ook geheim: ze verzamelen op basis van vertrouwelijke regels sneaky informatie op grond waarvan collega’s een onderzoek mogen beginnen.
Tips komen van loslippige burgers en van henneptelers die de concurrent willen uitschakelen.
Of van beroeps-informanten, premiejagers, mannen die in films gevaar lopen en in gevangenissen worden vermoord.

Waarom die informanten, die snitchers, zoiets doen? Geld. De politie betaalt een premie voor een goede tip. Ook dat is geheim, maar niet onwaar. Eerlijk gezegd denk ik dat er geen hennepkwekerij is waarvan de politie het bestaan niet weet. Ze weten alles, maar hebben domweg niet de tijd al die wiethokken te ontmantelen. Af en toe doen ze er eentje en wetende dat het toch niet helpt.

In maart 2015 kwam de tip dat er in de Naberpassage – hartje binnenstad Groningen, inmiddels gesloopt – een hennepkwekerij in werking was, verspreid over twee verdiepingen. Een paar agenten zeiden dat ze heel even wat tijd over hadden. Ze deden na de koffie een inval. Eenmaal binnen leek de tip waardeloos. Geen kwekerij met potten vol groene bloei, met lampen en filters noch verhitte stroomdraden. De agenten vonden wel iets wat ook goed was: bijna drie kilo hennep, kant en klaar voor de straatverkoop, goed voor meer dan 10.000 euro.

Pjotr woonde er.
Hij komt uit Oezbekistan en studeert in Groningen.
Hij wil makelaar worden.
Pjotr vertelt in de rechtszaal dat hij de hennep moest bewaren voor iemand.
Nee, geen namen.
Na een week zou het worden opgehaald.
Dan mocht hij 50 gram houden.
Hij dacht, een weekje, wat kan mij gebeuren?
Tegen de rechters: ‘Zo zie je maar weer. Een foute keus is zo gemaakt.’

In zijn jaszak wordt nog wat xtc en een beetje cocaïne gevonden. Dat past bij het verhaal dat Pjotr aan de rechter vertelt. Hij en zijn studentenvrienden leggen in het weekeinde geld bij elkaar, zo’n vijftig euro per persoon, om dan drugs te kopen, van alles wat en voor iedereen een beetje.

Wat de officier van justitie betreft hoeft Pjotr niet aan de hoogste boom. De aanklager ziet wel dat ‘de persoon van de verdachte en het feit waarover we het hier hebben’ niet helemaal bij elkaar passen. De advocaat moppert dat de politie op grond van zo’n anonieme tip toch niet zomaar een woning kan binnenvallen? ’t Is hier Oezbekistan niet, zou hij gezegd kunnen hebben.

De officier van justitie kijkt Pjotr nog eens diep in de ogen, doet het vaste riedeltje over het criminele milieu, ondermijning en brandgevaren en concludeert dat deze verdachte geen hardcore hennepcrimineel is. Met een boete van 1500 euro mag Pjotr zijn studie vervolgen. De politierechter vindt het een eis van niks. Tegen Pjotr: ‘Van boetes krijg je maar schulden. Ik veroordeel u tot een werkstraf van 90 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk.’

Pjotr, opgelucht, zegt dat hij het nooit weer zal doen, dat hij nog wel eens een blowtje rookt, maar dat hij is gestopt met de cocaïne. De politierechter: ‘Dat is goed, we houden hier niet van snuivende makelaars.’

Bij strafzaken rond hennep komt nooit het hele verhaal naar boven.
Ik denk dat de politie hennepmoe is, dat onderzoeken worden uitgevoerd op de automatische piloot en dat heel de strafrechtketen dat ook wel best vindt.
Tussen aanhouding en rechtszaak zit minimaal een jaar, vaak maanden langer.
Wat maakt het uit?
Niks.
Zelfs niet als het serieus misgaat, zoals op een zaterdag in mei van 2015, aan de rand van de binnenstad van Groningen.

Even voor een uur in de middag is er een enorme explosie. De voorgevel van een woning wordt weggeblazen, de achtergevel is ontzet. Na de knal is vanaf de straat te zien wat er achter de voorgevel schuilging: een bloeiende plantage. Om- en aanwonenden worden geëvacueerd. De bewoner is de 53-jarige Richard. Makelaar. Hij verkoopt dromerige optrekjes aan meren in Zwitserland, Italië en Spanje.

In de rechtszaal doet Richard onschuldig. Hij vertelt dat hij net een kopje Nespresso stond te consumeren in de living met een jongedame toen hij als gevolg van een enorme drukverplaatsing tegen de muur werd gekwakt. Dat er in zijn woning een hennepkwekerij met 548 planten was ondergebracht, nou nee dat wist hij niet. Hoe had hij dat moeten weten dan?

Omdat het zijn woning was?
Omdat er een stroomkabel uit de meterkast over de trap naar boven liep?
Omdat hij die 548 hennepplanten daar misschien zelf had neergezet?
Niks.
Richard legt het uit.
In een café was hij twee mannen tegengekomen, Jerry en Ben.
Ze waren naarstig op zoek naar kantoorruimte.
De mannen verkochten ijs, maar zochten een plek om de administratie te doen.
Richard vertelde dat hij een zolder had waar hij niks mee deed en de ijscomannen zeiden dat ze hem dan iedere maand 600 euro zouden geven.
Als makelaar vond Richard het beter dat er van de huurovereenkomst niets op papier kwam te staan.

De explosie maakte in een klap aan alles een einde. De officier van justitie zegt dat het een wonder moet heten dat er geen doden en gewonden zijn gevallen. Dat deze gebeurtenis aantoont hoe levensgevaarlijk hennepteelt is in huizen waar mensen wonen. Maar, vervolgt de officier van justitie, er zit een andere kant aan dit verhaal: ‘Het politieonderzoek is slordig en oppervlakkig geweest. Logische onderzoekshandelingen zijn niet uitgevoerd. Het wettige bewijs is er, maar de overtuiging dat Richard wist dat er hennep in zijn woning werd geteeld, ontbreekt. Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken.’

De rechters – doorgaans geen fans van het hennepbeleid – vonden dit te gortig. Richard mag dan misschien niet zelf hebben geteeld, hij wist dondersgoed wat er bij hem op zolder gebeurde. Hij die ondertussen de wijk heeft genomen naar Duitsland, moet nu voor straf 80 uur werken en er hangt als waarschuwing een maand voorwaardelijke celstraf aan zijn kont.

De ijscomannen moeten terechtstaan zodra het begint te sneeuwen.
Of te dooien.
En anders maar ergens in het voorjaar als het weer lente is.

Rob Zijlstra

Gebakken beslag

Alsof er een causaal verband bestaat
tussen misdaad en de beleving van veiligheid

Berrie is een grote man met een donkere baard.
Hij draagt een zwarte winterjas en een bijpassende muts met een springerig bolletje eraan.
Zo komt hij de rechtszaal binnen waar hij met een paar vriendelijke woorden schermafbeelding-2016-10-22-om-17-58-41welkom wordt geheten door de politierechter.
‘Goedemorgen. Fijn dat u er bent, gaat u maar zitten.’

Politierechters worden blijmoedig wanneer gedagvaarde verdachten komen opdagen, een enkele keer belonen zij dat zelfs met een bescheiden korting op de straf.

Berrie is ’s ochtends op de eerste herfstvakantiedag een van de weinige aanwezigen in het rechtbankgebouw van Groningen.
Zodra scholen de deuren gesloten houden (en er uitgerekend dan altijd babydieren in dierentuinen worden geboren waar de media over berichten) schakelt de rechtspraak over op een laag pitje.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen de dingen.

Berrie, hij is 33 jaar, woont nog bij zijn moeder met wie hij zo vaak hij kan naar de kerk gaat. Moeder weet dat hij een verdachte is, maar ze hebben het er samen niet over.
Dat wil hij niet.
Berrie heeft opzettelijk – want dat moet in het strafrecht – een afbeelding vervaardigd waardoor een rechtmatig belang is geschaad.

Hij had stiekempjes zijn mobiele telefoon verstopt in een damestoilet van het UMCG en wel zo dat het apparaat filmpjes kon maken van hoognodig bezoek.

De politierechter kijkt met een ernstige blik naar Berrie.
De rechter had in het strafdossier gelezen dat hij het al eens eerder had gedaan, dan nog werkzaam bij de Hanzehogeschool.
Ook toen moest hij bij de rechter komen en werd hij veroordeeld.
Berrie had daarna wel weer een baan gevonden, als schoonmaker in het ziekenhuis.
En daar nu dit weer.

De politierechter: Waarom doet u nou zoiets?
Berrie, de muts heeft hij afgedaan, maar de jas nog aan: ‘Om iets te laten lukken.’
Politierechter: ‘Iets laten lukken? Maar met welke bedoeling?
Berrie: ‘Er gaan veel dingen bij mij verkeerd. Ik wilde dat er een keer iets lukt.’
De politierechter: ‘Moest dat een blote vrouw zijn?
Berrie: ‘Bloot was de tweede gedachte. Het ging erom dat het lukte.’
Rechter: ‘Maar dan had u ook een opname kunnen maken van een boom om te kijken of dat zou lukken. Of moest het iets zijn wat niet mag?
Berrie: ‘Ja. Van de kerk mag het ook niet, het is gewoon verkeerd.’
Rechter: ‘Op de wc filmen mag niet van de kerk, maar het mag ook niet van de maatschappij. Nu is het dubbel niet goed.’

Berrie knikt.
En weer niet gelukt.
Zoals het met zijn school mis was gegaan, met het betalen van zijn rekeningen, ja, met zo’n beetje alles.
Merkt op: ‘Maar ik heb respect voor vrouwen. Ik accepteer de straf.’

De officier van justitie maakt er een heel theater van.
Zegt: ‘Dit liegt er niet om.’
Vraagt zich af: ‘Waar gaat dit eindigen?
En dan ook nog: ‘Dit baart mij grote zorgen.’
Om vervolgens een dag gevangenisstraf te eisen en een werkstraf van 40 uur.
De politierechter speelt het spel heel even mee en zegt, hardop denkend, heel langzaam: ‘Misschien moet ik u, ter afschrikking, een forse gevangenisstraf opleggen.’
Direct daarop, vlot: ‘Maar ik volg de eis van de officier van justitie. Heeft u dat begrepen?’ Berrie: ‘Ik ben het er mee eens.’

Met een ‘nog een prettige dag verder’ trekt hij de muts weer over het hoofd en ritst de jas dicht.
Zo verdwijnt hij in de stad, op de fiets richting moeder die misschien wel met een kopje thee op hem wacht.
De veroordeling zelf belandt in de misdaadstatistieken, statistieken zoals die ook deze week naar buiten kwamen.

De misdaad, zo luidde een conclusie, is wederom gedaald.
Tien jaar geleden registreerden we nog 1,3 miljoen misdrijven, vorig jaar waren dat er nog maar 970.000.
Dat is nog geen twee misdrijven per minuut.
Van al die misdrijven handelde het Openbaar Ministerie er 205.000 af, dat is zeg maar eentje in de drie minuten, maar wel dag en nacht achtereen en ook op zondag.

Zo kun je op duizelingwekkende wijze doorgaan met al die vrijmoedige cijfers waar sommigen van ons gretig gewenste conclusies aan verbinden over meer en minder of over veilig en onveilig.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen misdaad en de beleving van veiligheid.

Misdaadstatistieken verbergen (ook) gebakken lucht.

Paniek in Delfzijl.
In een woning, zo wil een melding, worden mensen gegijzeld of bedreigd.
Agenten gaan ter plaatse en trekken voor de zekerheid de kogelwerende vesten aan.
Ook Harvey (37), een ex-militair, krijgt een telefoontje: zijn jongste broertje zou in problemen zijn.
Ter plaatse blijkt er niets aan de hand.
Het kleine broertje zit ongedeerd op de stoep en Harvey zegt dat hij mee moet komen, weg van daar, weg van het gedoe.
De agenten bemoeien zich er mee – dat is hun werk – en er wordt heen en weer gepraat.
De grote broer moet zich dan legitimeren.

Rechter: ‘En toen?
Harvey: ‘Toen zeiden ze dat ze mij wilden aanhouden. Ze zeiden dat ik nog gevangenisstraf open had staan, maar ik wist dat dat niet klopte. Ik werd een beetje pissig van dat geneuzel.’
Rechter: En toen?
Harvey: ‘Toen zei ik pannenkoek.’
Rechter: Op luide toon?’
Harvey: ‘Ja.’
Rechter: ‘Tegen die agenten?’
Harvey: ‘Ja. Het verdient geen schoonheidsprijs.’

Dat hij ook ‘kankersmoel’ zou hebben gezegd, ontkent Harvey met klem.
‘Mijn moeder is twee keer genezen van kanker. Ik zou dat woord nooit op die manier gebruiken. Nooit.’

De strafzaak duurt bijna een uur.
Het Openbaar Ministerie heeft de meest boze officier van justitie naar de rechtbank gestuurd. Zij ziet Harvey het liefst achter slot en grendel.
Ze eist niet alleen een taakstraf van 40 uur, maar ook zes weken celstraf die Harvey bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
Hij liep nog in proeftijd.

Harvey: ‘Zes weken zitten omdat ik pannenkoek heb geroepen, dat is bizar.’
Fred Kappelhof, zijn advocaat: ‘Met het roepen van pannenkoek bega je geen strafbaar feit. Dan kun je ook niet worden veroordeeld.’

De politierechter ziet het anders: ‘Wie pannenkoek roept naar agenten, ook nog op luide toon, maakt zich schuldig aan belediging van een ambtenaar. Pannenkoek kan dan ook sukkel betekenen.’
Harvey wordt veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur.

Mocht u volgend jaar lezen dat in 2016 meer mensen in hoger beroep zijn gegaan dan in eerdere jaren, weet dan dat deze zaak daar een bijdrage aan heeft geleverd.

Rob Zijlstra

Rechtsbedrijf in de branding

het recht als een solide instituut

Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.37.04Ik lees het boek De improvisatiemaatschappij.
Het gaat over de sociale ordening van een onbegrensde wereld.
In het boek staat dat er in de voorbije jaren veel is veranderd, dat vertrouwde rotsen in de branding zijn verdwenen en dat wij nu flink zoekende zijn.

Een hele klus want de morele helderheid is ver weg.
Ons zoeken gaat dan ook gepaard, schrijft de schrijver, met onbehagen.
Criminaliteit is van dat onbehagen een uitingsvorm.
Evenals frustratie en hufterig gedrag.

Voor wanhoop is evenwel (nog) geen reden.
We mogen dan behoorlijk in de war en richtingloos zijn, solide instituties als het bedrijfsleven, het onderwijs en het recht weten zich ook in chaotische tijden fier te handhaven.
Dat zegt wel iets.

Het recht als een solide instituut, daar wil ik rotsvast in geloven.

Maar het rechtsbedrijf in Groningen werkt op dit punt niet altijd mee.
Het rechtsbedrijf in Groningen wekt wel eens de indruk dat we haar niet altijd even serieus moeten nemen.
Nog niet heel lang geleden schreef ik over een mevrouw die als verdachte terecht moest staan omdat ze een propje papier op de grond had laten vallen.
De magistraten hadden elkaar in de rechtszaal ongelukkig aangekeken.
Hun blikken: waar we ook mee bezig zijn, zo moet het niet.

Maar vandaag doen ze het weer.
Vijftien mensen moesten donderdagochtend in de rechtbank van Groningen komen opdraven bij de politierechter omdat ze hadden gevist met of zonder een visakte dan wel met een akte die wel één, maar geen twee hengels toestond, omdat ze de vuilniszak niet op correcte wijze hadden aangeboden bij de ‘inzamelvoorziening’, iemand had een leeg blikje bier in de bosjes achtergelaten.

En al deze misdrijven zijn gepleegd in de eerste maanden van 2013.
De politierechter is er heden, een dag in december 2015, een hele ochtend zoet mee.

Maar het komt vast goed.
Hoop ik.

rob zijlstra

De improvisatiemaatschappij is een boek van Hans Boutellier
→ Het propje papier [doorslaand evenwicht]

 

blikje bier

Plaatsen delict

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.34.25

galjoot, nieuwe pekela

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.36.07

eikenlaan, groningen

Dit zijn twee plekken in Groningen waar in 2013 en 2014 misdrijven plaatshadden. De bovenste foto is aan de Galjoot in Nieuwe Pekela. Op 20 februari 2013 zat hier een inmiddels 34-jarige man te vissen ‘zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water’, zo staat het in de tenlastelegging (art 2 lid 1, Visserijwet 1963). Maandag 26 oktober 2015 moet de visman zich  verantwoorden voor de politierechter in de rechtbank van Groningen. De tweede (streetview-) foto is van de Eikenlaan in Groningen. Op 7 april 2014 zou hier een 52-jarige vrouw straatafval ‘ te weten een prop papier’ in de openbare ruimte hebben achtergelaten. Mevrouw heeft daarmee een economisch delict  gepleegd (art 26 lid 1 Afvalstoffenverordening Groningen 2012). Mevrouw moet zich maandag eveneens melden bij de politierechter.

Houden ze zich hier mee bezig op de rechtbank?
Ja.
Nee, echt?
Ja.

Ik zal morgen beide strafzaken volgen en verslag doen.

rob zijlstra

update – 26 oktober 2015 – uitspraken

De visman – een Duitse natuurliefhebber die in eigen land is belast mer het toezicht op de visserij – is vrijgesproken. Hij heeft niets strafbaars gedaan. De propjesmevrouw (zij was niet komen opdagen) vond de opgelegde boete van 140 euro te hoog. Zij is schuldig verklaard, maar heeft geen straf opgelegd gekregen.  Wat ze heeft gedaan is te veel niks. – Een verslag volgt

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.33.19

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.32.54

Vijf

Voor de rechtbank in Groningen moeten vandaag drie verdachten verschijnen.
Het betreft drie bijzondere strafzaken die gelijktijdig dienen bij de politierechter.

De verdachten komen uit Veendam.
Het gaat om Bert (19), Maria (37) en Leendert (46).
Leendert zou best wel eens de vader van Bert kunnen zijn.
Maria is een Belg.

De misdaad waarvoor zie zich moeten verantwoorden is gepleegd tussen 1 januari 2013 en 9 juli 2013.
Dat is in ieder geval 673 dagen geleden.
Ze hebben het volgens het Openbaar Ministerie tezamen en in vereniging en ook opzettelijk gedaan.

Ze hebben hennep geteeld.
Samen ‘ongeveer’ vijf planten.
Vijf.
Ongeveer.

Het proces begint vandaag om 10.30 uur
Ik zal het volgen.
Of de verdachten komen opdagen, is vooralsnog onbekend.

het proces

De drie verdachten zijn gekomen en hebben de rechtbank als veroordeelden in tevredenheid verlaten.
Leendert en Maria – een stel – kregen allebei een werkstraf van 60 uur.
Geheel voorwaardelijk.
Zoon Bert kreeg een voorwaardelijke boete van 600 euro.
Die hoeft hij dus niet te betalen.

Vijf planten.
Maar er speelde wel iets anders mee.
De vijf planten voor eigen gebruik brachten meer op dan ze hadden gedacht.
Dan ze zelf gebruikten.
Wat over was, verkochten ze.
Aan de jeugd.

Dat deed vooral Maria, want Leendert was van vroeg tot laat in de bouw aan het werk.
Samen met zijn zoon.
Half Veendam wist dat Maria aan de deur verkocht.
Dat krijgt je, sprak de advocaat, als de jeugd die onder de 18 is niet in een van de twee coffeeshops van Veendam mag komen.
Dan worden de grenzen een beetje opgezocht.

Maria deed stiekempjes nog wel wat meer.
Ze kocht af en toe wat softdrugs bij voor haar handeltje aan huis.
Ze had er – opgeteld – zo’n 4.000 euro mee verdiend.
Daarmee loste ze haar schulden in.

Leendert zei dat hij dat niet wist.
De politierechter: ‘Dat kan ik niet geloven’

De officier van justitie sprak van ernstige feiten.
Aan de andere kant, zei ze, zijn het ook verschrikkelijk oude feiten.
Daarom hoeven de verdachten wat de aanklager betreft ook niet aan de hoogste boom.
De politierechter is het daar mee eens.

De politierechter vroeg overigens niet hoe dat nou kan, dat zo een zaak en kennelijk ernstig zo lang ongemoeid op een plank bij justitie blijft liggen.
De rechter wilde dat niet weten.

Leendert zei ook nog iets.
Hij zei dat hij het niet goed wil praten.
Maar dat hennep in Nederland toch heel gewoon is.
‘Je kunt ook naar de coffeeshop. Ik bedoel…’

De politierechter: ‘Het is wachten op het moment dat het wel mag. Maar nu zijn het nog misdrijven. Ik wens u allen een goede dag toe.’

rob zijlstra

Harde wind

het gros van de misdaad
wordt berecht in lege rechtszalen

De een had twee blikjes bier gejat bij de Jumbo, een ander deed ontuchtig op een rijwiel, de derde stal een fiets met een kinderzitje dat hij wilde schenken aan een jarige kennis, er was een verliefd stel uit Veendam dat zich had laten verleiden door het groene goud, er waren verdachten die niet kwamen opdagen en natuurlijk was Pieter er.

Pieter verklaarde dat hij omver was geblazen door de wind.
Vandaar.
Hij zal het nooit weer doen, dat moet de rechter dan maar beschouwen als een voordeel.

Elke dag, week in week uit, jaar na jaar, zijn er op zo’n twintig plaatsen in Nederland zittingen van de politierechter.
Het gaat over kleine, niet al te complexe strafzaken.
Liquidaties, gewapende overvallen, mensenhandel, roversmannen in zwartleren jassen op grote brommers zijn natuurlijk ontzettend erg, het gros van de misdaad in Nederland is tamelijk pietluttig van aard.

Met dit laatste moet overigens niet zijn gezegd dat het niks voorstelt.
Er zijn wel slachtoffers (zonder slachtoffers geen misdaad).
Grote slachtoffers van de kleine misdaad zijn zonder twijfel de Jumbo’s en de Albert Heijnen.
V&D doet hier (hier wel) ook nog goed mee, de MediaMarkt heeft camera’s te weinig om het dagelijkse geboefte in beeld te brengen (dat is wel gek).

Het gros van de misdaad wordt berecht in de nagenoeg lege rechtszalen van de politierechters.
Zonder camera’s, geen tekenaars, nooit veel pers.
Er zijn dagen dat meer dan de helft van de verdachten niet eens komt opdagen.

Harm, 48 jaar, zit ieder jaar een paar maanden vast, zijn strafblad is een boekwerk.
Hij had in juni vorig jaar bij iemand uit de tuin drie kratten met lege flesjes Warsteiner gestolen.
Voor het statiegeld.
Vorige maand werd hij gearresteerd toen hij bij de Jumbo alleen een citroen afrekende en niet de twee blikjes bier onder de jas.
Volgens de reclassering is er bij Harm sprake van een ‘prille positieve ontwikkeling met een wankel evenwicht’.

Politierechters denken hardop.
De rechter denkt: ‘Het prille positieve valt wankelend weg tegen het negatieve strafblad.’
Harm wordt veroordeeld tot 64 dagen celstraf waarvan 60 dagen voorwaardelijk en een werkstraf van 40 uur.
Als Harm drie uur te laat zijn gezicht laat zien in de rechtszaal, zegt de rechter: ‘Jammer dan, ik had graag naar u geluisterd.’

Ab uit Delfzijl, 39 jaar, is nummer twee van de dag en is wel op tijd gekomen.
Hij hoort een week voorwaardelijke gevangenisstraf eisen.
De politierechter vraagt: ‘Nou, wat vindt u van die eis?’
Ab, hij heeft enige ervaring: ‘Poeh, ik mag van geluk spreken.’
Rechter: ‘Spijker op z’n kop, Ab.’

Ab had een fiets met kinderzitje gestolen.
Hij doet wel vaker fietsen.
De politierechter: ‘Lijkt toch nergens op. Bent u gewetenloos?’
Ab zegt van niet.
Hij zegt dat hij bezig is zijn leven te beteren.
Misschien is het de verveling wel, oppert hij.
De politierechter: ‘Ga dan hardlopen. Of voetballen. In plaats van fietsen stelen.’

Ab vertelt dat zijn moeder is overleden en dat hij haar heeft beloofd het rechte pad te bewandelen.
Zegt:‘Ik zit al in een stijgende lijn, alleen eet ik nog niet goed. Daar werken we nu aan.’
Ab krijgt zijn week voorwaardelijk.
De rechter zegt op vaderlijke toon: ‘Zo’n belofte aan uw overleden moeder, dat is niet niks. Maak er wat van.’

Het kinderzitje op de fiets die Ab had gepikt, was bestemd voor jarige Alie (26) uit Veendam.
Alie moest zelf ook terechtstaan, samen met haar partner Jan (30).
De gestolen fiets stond zonder zitje te koop op Marktplaats, op haar naam.
Ze zegt: ‘Maar dat wist ik dus niet. Ik wist niet dat die fiets op Marktplaats stond. De fiets stond gewoon voor ons huis.’
En dat kinderzitje?
‘Ach, zo eentje wilde ik helemaal niet.’

Jan en Alie hadden financiële problemen en zitten, zegt de officier van justitie op ernstige toon, nu nog dieper in de shit.
Hij zegt: ’Nog meer schulden, woning kwijt en dan moet ik nog komen.’
Jan en Alie trapten in de verleiding van het groene goud, 70 plantjes hennep.
Het bewijs bestaat uit vervuilde koolstoffilters en de hoeveelheid kalkafzetting op de potten.
Op grond daarvan gelooft de politierechter dat ze twee keer een oogst hebben binnengehaald.

Jan, Alie en kind moeten rondkomen van 60 euro in de week.
De officier van justitie zegt dat dat niet veel is en wil daarom de beroerdste niet zijn.
Naast werkstraffen van 150 uur (Jan) en 120 uur (Alie), stelt hij voor dat het stel 6.000 euro in de staatskas stort, zijnde de berekende drugswinst.
De politierechter kan zich vinden in de eisen.
Ten aanzien van de drugswinst: ’Laten we 5.000 euro doen. Dan zit ik niet aan de hoge kant.’

Pieter (44) is ’s middags de laatste klant van de dag.
Hij beklaagt zich bij de rechter.
‘Nou zit ik al anderhalve maand vast voor een diefstal. Dat kan toch niet?’

Pieter had, met de capuchon over het hoofd, voor 695 euro geurtjes uitgezocht bij parfumerie Douglas.
Als de frêle verkoopster bezig is met chique strikjes, grist Pieter plots de hele handel van de toonbank en holt het winkelpand uit.
Een beveiliger weet hem een halve straat verderop bij de kladden te grijpen.
Daarbij zou een klap zijn gevallen en juist dat zint Pieter niet.
Zegt: ‘Ik heb een diefstal gepleegd. Dat klopt. Maar ik heb die meneer niet geslagen. Dat klopt totaal niet.’
Er zijn camerabeelden waarop alleen de getuige is te zien die zegt dat ze zag dat Pieter sloeg.

De politierechter vraagt: ‘Heeft u schulden?’
Pieter: ‘Naah. Ik heb een paar dingetjes die opgelost moeten worden.’
Rechter: ‘Waarom gaat u stelen?’
Pieter: ‘Nou. Ik werd dus omver geblazen door de wind. Ik kwam ten val, precies op mijn zij. Daarbij is mijn bankpasje gebroken. En ik had geld nodig. Een vriend van wie ik iets kon lenen, was niet thuis. Ik was wanhopig. Het had nooit mogen voorvallen. Gelukkig gaat het nooit weer gebeuren. Dat is dan weer in mijn voordeel.’

Pieter krijgt drie maanden celstraf.
Boos: ‘Voor een diefstal?’
Rechter: ‘Ja. Drie maanden. Dat betekent dat u op 11 april weer een vrij man bent.’
Pieter: ’Oh, maar daar ben ik wel blij mee.’

Zittingen van de politierechter zijn misschien wel de meest vreemdsoortige bijeenkomsten die er van maandag tot en met vrijdag in de rechtsstaat bestaan.

Rob Zijlstra

Rekentoets

Schermafbeelding 2015-02-23 om 15.23.01De politierechter klinkt een beetje kribbig.
Ze vraagt aan de officier van justitie waarom de knipkosten van de winst mogen worden afgetrokken?
De officier van justitie bladert door het dossier, hij kan het even niet zo snel vinden.
De rechter: ‘Zijn er kosten gemaakt voor knippen? Volgens mij heeft-ie zelf geknipt. Dan maak je toch geen kosten?’
De officier van justitie heeft het gevonden.
Zegt: ‘Het klopt. Dat bedrag moet er dus nog bij worden opgeteld.’

De politierechter vertelt dat de hennepkwekerij aan de Hoenderhof in Delfzijl kon worden ontmanteld dankzij tips via Meld Misdaad Anoniem.
Politierechter: ‘Wat dan wel weer heel bijzonder is, is dat de melding komt op een moment dat de plantjes er staan, maar dat de plantjes zijn verdwenen op het moment van de politie-inval.
Ze zegt: ‘Dat is eigenlijk best treurig.’

De officier van justitie zegt dat de politierechter vanochtend met het verkeerde been uit bed is gestapt.
Dat zei hij niet hardop.
Ik denk dat hij dat dacht vanwege de mimiek.

De kwekerij was ingericht door twee broers in de woning van een van hen.
Met de opbrengst wilden ze de hypotheek betalen.
Een klikspaan vond dat het zo mooi niet mocht worden en belde anoniem.

De twee verdachten zijn niet naar de rechtszaal gekomen.
Behalve de aanklager en de politierechter zitten daar slechts een griffier en een rechtbankverslaggever om het allemaal aan te horen en gade te slaan.

De officier van justitie zegt dat een van de broers nu moet betalen.
Hij heeft de oogst van 96 planten verkocht.
De broer moet de winst afdragen aan de staatskas.
De politierechter: Waarom maar een broer, waarom niet alle twee?
De officier van justitie begint opnieuw te bladeren.
De politierechter doet uitspraak.

Beiden krijgen een werkstraf van 120 uur.
En samen ook de rekening.
Dat ging zo:

Er stonden 96 planten.
Die planten leveren 28,2 gram hennep op (dat is standaard zo).
Maakt 2,7 kilo.
Een kilo hennep is goed voor 3.280 euro (idem).
Dat levert 8.856 euro op.

Er zijn ook kosten (logisch).
Elektriciteitskosten: 840 euro.
Afschrijving: 150 euro (van dit en dat).
Inkoop plantjes: 273,60 euro.
Variabele kosten: 319,68 euro.

De totale kosten (1.583,28) mogen van de bruto opbrengst (8.856) worden afgetrokken.
Resteert een bedrag aan wederrechtelijke verkregen voordeel van 7.272,72 euro.
En daar moeten ze nu ieder een helft van betalen.

De politierechter: ‘Geen dank.’
De officier van justitie gaat niet in hoger beroep.

Rob Zijlstra

toe maar

De rechters weigeren

Hoe het kan gaan, soms.

Het is 2011 en Mark rommelt in dat jaar een beetje in de hennepwereld.9589832-hennep
Hij heeft ondernemend bloed en op een dag zijn zinnen gezet op een grow-web-shop.
Om klanten te werven moet hij de boer op en zo komt hij van alles tegen en met iedereen in aanraking.

Wat hij niet weet is dat er een groot politieonderzoek gaande is naar mensen met wie hij soms in zee gaat.
Die mensen vormen een criminele organisatie.
Via telefoontaps en observaties komt ook hij af en toe in beeld.
Niet als grote vis, maar als bijvangst.

De drugsbende – die vooral zaken doet met Duitsland – wordt in 2011 ontmanteld en de bendeleider krijgt in augustus 2012 een jaar celstraf.
Er was drie jaar geëist.

Mark was in april 2011 aangehouden.
Waar hij dan is, zijn ook 36 hennepplanten en 3.656 hennepstekken.
Na verhoor op het politiebureau mag hij gaan.
De politie neemt wel zijn auto, zijn computers, telefoons en meer van waarde in beslag.
Zo gaat dat.
De winst (criminele winst) die hij volgens de rekendeskundigen van de politie zou hebben gemaakt bedraagt 200.107,94 euro.

Op 25 maart 2013 krijgt Mark een brief van het Openbaar Ministerie.
Dat doet een schikkingsvoorstel: betaal 5.500 euro en dan doen wij zand erover.
Mark wil dat niet.
Hij voelt zich niet schuldig en wil de zaak voorleggen aan de rechtbank.

9589832-hennepRuim anderhalf jaar na dat schikkingsvoorstel en drie-en-een-half jaar na zijn aanhouding, is  het zover.
Vrijdagmiddag, 21 november 2014.
Mark is wat zenuwachtig, want er staat voor hem nogal wat op het spel.
Bovendien weet zijn werkgever van niks en dat wil hij heel graag zo houden.
Het is de laatste strafzaak van de week.

Bij aanvang van de zaak vragen de rechters hoe dat nou kan, dat een zaak uit 2011 die in augustus 2012 wordt afgerond pas op 21 november 2014 in de rechtszaal belandt?
De officier van justitie zegt dat hij dat ook niet weet, dat het heel vervelend is en biedt vervolgens zijn excuses aan aan de verdachte.

De officier van justitie komt dan met een verrassing.
Hij zegt dat hij nog een keer is gaan rekenen en dat de criminele winst zoals de politie die becijferde, ietwat moet worden bijgesteld.
Het is niet 200.107, 94 euro.
Het moet 9.336,70 euro wezen.

De rechters: ‘Maar dat is nogal een verschil.’
De officier van justitie zegt dat ze bij de politie iets te enthousiast waren.

Tja, zeggen de rechters en gaan nadenken.
Na nadenken zeggen ze vrij vertaald: Maar zo een oude zaak en dat de winst zo naar beneden is bijgesteld, is het dan nog wel een zaak voor de meervoudige strafkamer? Hoort zo’n zaak niet thuis bij de politierechter waar de doorgaans meer eenvoudige zaken worden behandeld?

Tja, zeggen de advocaat en de officier van justitie op hun beurt.
Er volgt nogmaals beraad.
En dan verrassen de rechters: ze willen niet.
Ze weigeren de zaak meervoudig te behandelen.
Dat is pijnlijk voor het Openbaar Minsterie.

Twee rechters trekken zich nu terug.
De voorzitter blijft zitten.
Hij is nu politierechter.

De officier van justitie zegt dat kan worden bewezen dat Mark zich heeft ingelaten met drugshandel.
Ernstig feit, strafbaar ook.
De officier van justitie zegt dat hij ook rekening zal houden met het tijdsverloop.
Hij eist een boete van 1000 euro.
Geheel voorwaardelijk.
Mark hoeft dus niks te betalen.
Dat wil zeggen: hij moet wel de criminele winst inleveren, die 9.336,70 euro.

De advocaat zegt dat de officier van justitie zijn rechten heeft verspeeld.
Zo een oude zaak en dan nu pas.
Advocaat: ‘Bovendien is er sprake van een schending van de behoorlijke procesorde. Het OM dreigt met een ontneming van meer dan 200.000 euro en biedt dan een schikking aan van 5.000 euro. Dus betaal 5.000 om te voorkomen dat je mogelijk meer moet betalen. Dat noem ik chantage, dat is iemand iets door de strot duwen.’

De politierechter doet direct uitspraak.
Het OM mag vervolgen (is ontvankelijk), want het tijdsverloop is keurig verwerkt in de eis.
Die is redelijk.
Dat Mark hennepstekken heeft vervoerd kan worden bewezen, hij geeft het zelf ook toe, vindt de politierechter.
Heeft hij ook gehandeld?
Politierechter: ‘Dat blijkt niet uit het dossier.’9589832-hennep

De straf: een boete van 1000 euro, geheel voorwaardelijk, proeftijd een jaar.
De vordering van 9.336,70 euro wordt afgewezen want onvoldoende aannemelijk gemaakt.

De advocaat zegt: ‘Zo.’
Zegt: ‘En nu proberen de spullen terug te krijgen die in 2011 in beslag zijn genomen door de politie, waaronder een auto, laptops, een iPhone.

Het vermoeden bestaat dat de eigendommen van Mark zijn verdwenen, dat die al door de politie te gelde zijn gemaakt.

Soms gaat het zo.

Rob Zijlstra

.
extra
In korte tijd kwamen van verschillende (juridische) kanten dezelfde vraag binnen: wie was die advocaat?
Het is/was strafrechtadvocaat Mathieu van Linde.
Te Groningen.

Over wijsheid en een invaljuf

cropped-charlie.pngAls het waar is dat de misdaad bestreden moet worden middels het strafrecht dan heeft braaf Groningen een beroerde week achter de rug.
Het aantal strafzaken dat in het voormalige doveninstituut aan het Guyotplein werd behandeld, was nog nooit zo laag als deze week.
De oorzaak mag inmiddels bekend zijn: de politie heeft het zo druk dat er geen tijd overblijft boeven te vangen en misdaadonderzoek te doen waardoor het Openbaar Ministerie te weinig dossiers krijgt aangeleverd waarmee officieren van justitie naar de rechtbank kunnen lopen.
Gevolg: lege rechtszalen en schaterlachende slechteriken.
Geen nood, in de loop van 2016 wordt alles beter, zo is beloofd.

De strafrechtweek begon maandagochtend ook nog eens met een ontzettend lelijke strafzaak bij de politierechter.
Klas 4 van het Hogeland College uit Warffum was er met de invaljuf getuige van.
De verdachte heette Appie.
Hij moest terechtstaan omdat hij zijn vrouw, ex, had bedreigd met geweld.
Hij had tegen haar geroepen: ‘Ik maak je hele gezicht kapot.’
Een mevrouw die op de fiets passeerde, hoorde het en stapte verontwaardigd af.

Terwijl Appie riep – geroepen zou hebben – trok hij aan zijn dochtertje van 7 jaar dat hij acht maanden niet had gezien.
Zijn ex trok tegelijkertijd aan de andere kant van ook haar dochter.
De mevrouw op de fiets zei tegen de politie: ‘Hij keek heel woest.’
Appie ontkent de lelijke woorden, maar de officier van justitie zegt dat als twee vrouwen beweren dat het zo is, dat dan het wettige en overtuigende bewijs is geleverd.

Deze kleine misdaadgeschiedenis speelde zich af op 29 december 2012.
Het lelijke is dat het Openbaar Ministerie welgeteld 646 dagen, dat is afgerond 22 maanden, nodig had deze kwestie voor te leggen aan de rechter.
De ex had nog een e-mail gestuurd waarin stond dat het allemaal goed is gekomen, dat hij weer lief voor haar is en andersom, dat Appie zijn dochter die hij toen zo lang niet had gezien alleen maar even een knuffel had willen geven, dat ze het nu samen weer proberen, ook al omdat ze samen wijzer zijn geworden.

De officier van justitie is niet geroerd, maar spreekt streng van een ernstig feit.
Ze dreigt met een werkstraf, maar eist een boete van 350 euro.
De politierechter denkt niet na maar weet direct wat wijsheid is.
Hij zegt dat twee vrouwen samen wettig en overtuigend zijn en dus dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met geweld.

De rechter: ‘U bent dus schuldig, maar ik leg u geen straf op, het is veel te lang geleden, straf heeft dan geen enkel zin. Dat was het, ik dank u voor uw komst.’

De invaljuf moet het in de klas maar eens uitleggen.

Schermafbeelding 2014-10-12 om 00.55.49Wel schuldig, maar geen straf is ook de inzet van een strafzaak waarin de rechtbank de komende week uitspraak doet.
Deze zaak kenmerkte zich door grote schoonheid.
Het is echt niet alleen kommer en kwel in de rechtbank.

De schoonheid zat in de twee verdachten die principieel de wet overtreden om de wereld (in Nederland) iets beter en aangenamer te maken, in de prettige wijze waarop de rechters deze twee verdachten ondervroegen en vooral in het pleit van de twee advocaten, Smeets en Vis.
Die twee proberen het Nederlandse coffeeshopbeleid omver te kukelen.

Heel verhaal, te boek gesteld op 48 A-viertjes.
De twee verdachten telen al jaren hennep onder de rook van de grote, vieze kolencentrale in de Eemshaven.
Ze telen biologisch, zonder brandgevaar, ze betalen de hoge energierekening, heel veel belasting en leveren aan twee coffeeshops die door de overheid worden gedoogd.
Het is het verhaal dat de overheid toestaat dat er wiet wordt verkocht, maar het niet toestaat dat er wiet wordt geteeld om te kunnen verkopen aan coffeeshops.

Uitademen mag, maar inademen niet. Zoiets.

Smeets en Vis hebben argumenten bedacht die de rechters ertoe moeten bewegen dat ze de twee eigenwijze wiettelers wel schuldig verklaren (ze bekennen ook), maar dat er geen straf wordt opgelegd.
Dat moet dan de doorbraak zijn: wiettelers kunnen met zo’n uitspraak mits ze het netjes doen, hun gang gaan.
De legalisatie van de ‘achterdeur’ is daarmee een stapje dichterbij, iets waar onder anderen burgemeesters al lang op aandringen.

Smeets en Vis zeiden bijvoorbeeld dat de twee verdachten leveren aan de coffeeshop in Stadskanaal die daar door de gemeente in het leven is geroepen.
De overheid is daarmee uitlokker en medepleger.
En het kan toch niet langer zo wezen dat diezelfde overheid datgene wat ze uitlokt en medepleegt strafbaar stelt.

Komt bij dat de twee telers zich in hun bedrijfsvoering gedragen als een bedrijf (inclusief een ordentelijke administratie) en door de overheid – de Belastingdienst – ook zo worden behandeld.
Een ander argument is dat de twee wiettelers met hun handelwijze de hennepteelt uit de criminele sfeer halen, kwaliteit garanderen en geen overlast veroorzaken: de twee eigenwijzen zijn kortom de ideale oplossing.

Smeets en Vis voegen daar nog aan toe dat als ook de nette hennepteelt verboden blijft, de brandgevaarlijke teelt op zolderkamertjes door criminelen dan blijft voortbestaan, niet in de laatste plaats gestimuleerd door het Openbaar Ministerie.
Ze zeggen: ’De door de overheid gedoogde coffeeshop verwordt met huidig beleid tot een doorgeefluik van de georganiseerde criminaliteit.’

De officier van justitie kijkt niet vooruit, maar roept de hulp in van vroeger, van Charles de Montesquieu (1689 – 1755 – ’vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat’) en de trias politica (scheiding der machten).

De officier van justitie zegt dat als het beleid van de overheid anders moet, de rechtszaal dan niet de plek is om dat voor elkaar te boksen.
Ga dan maar naar Den Haag, naar de Tweede Kamer, naar de wetgevende macht.
Die moet de uitvoerende macht dan in een andere richting sturen.
Een scheidsrechter, wil de officier van justitie maar zeggen, bepaalt de spelregels immers ook niet.
Ieder zijn rol, dat zijn de regels, zo is het afgesproken.

Smeets en Vis zijn het daar niet mee eens.
Rechters gaan over de strafwaardigheid en een moedige rechterlijke macht kan in de rechtszaal heus besluiten twee eigenwijze wiettelers schuldig te verklaren, maar hen geen straf op te leggen.

Voor klas 4 van het Hogeland College in Warffum: ook dit kan de invaljuf wel even uitleggen.

Rob Zijlstra

cropped-charlie.png Charlie

 

UPDATE – 16 oktober 2014 – uitspraak
De Bierumer wiettelers zijn schuldig, maar verdienen geen straf. Wat zij doen en hoe ze het deden past in het Nederlandse coffeeshopbeleid, vinden de rechters. De advocaten Smeets en Vis: ‘Dappere rechters.’

Het vonnis is hier te lezen

.

update – 26 augustus 2015
Het Openbaar Ministerie heeft na een herhaling van haar standpunten opnieuw werkstraffen (180 en 120 uur) en voorwaardelijke celstraffen (6 en 3 maanden) geëist tegen de twee Bierumer wiettelers. De verdediging (Smeets & Vis) bepleitten een niet-ontvankeliheid van het OM.  → dvhn

 

Onruststokers

klikspaanSientje oogt veel ouder dan ze in het echt is.
Dat komt niet alleen door moeilijke jaren, maar ook door de gezondheid die op het moment niet echt geweldig is.
In het echt is Sientje 62 jaar.
Ze giebelt als ze de rechtszaal betreedt en in de verdachtenbank gaat zitten.
Het zijn de gierende zenuwen, dat zie je zo.
Verdachte zijn in de rechtszaal is ook niet haar ding.

De officier van justitie heeft haar het verwijt gemaakt dat zij met haar misdaad het criminele circuit in stand houdt.
Officieren van justitie zeggen dat heel vaak zo, het is een standaardzinnetje geworden dat in de praktijk kant noch wal raakt.
De officier van justitie eist geen werkstraf.
Die is wellicht geboden, maar gezien de gezondheid van Sientje niet passend.
Een gevangenisstraf is ook niet aan de orde.
Rest niet anders dan een boete.
De officier van justitie zegt dat hij weet dat mevrouw het financieel gezien niet ruim heeft.
Hij eist daarom een boete van duizend euro.

Wat heeft Sientje in vredesnaam gedaan?
Ze heeft een maand lang onderdak geboden aan zestig hennepplanten.
Die stonden op haar slaapkamer, naast het bed.
Ze gaf het groene gespuis ook water.

Sientje was zelf naar de politie gegaan.
Niet met de bedoeling haar misdaad op te biechten, maar omdat ze het vermoeden had dat er iemand in haar woning was geweest toen ze er zelf eventjes niet was.
Dat vond ze een akelige gedachte.
Op het politiebureau fluisterde ze dat het ongewenste bezoek wel eens verband kon houden met die plantjes op haar slaapkamer.
Daarop werd ze tot haar schrik aangehouden.

Tegenover de rechter wast Sientje haar broze handen in onschuld.
Ze zegt dat ze nog nooit eerder van haar leven een hennepplant in het echt had gezien.
En dan dit.
Haar advocaat zegt dat de geëiste boete veel te veel geld is, zoveel geld kan ze nooit van haar leven opbrengen.
Hij weet iets beters: doe toch maar een werkstraf, ze kan bijvoorbeeld wel achter de kassa zitten bij de kringloop.

De politierechter heeft een nog beter idee.
Ze veroordeelt Sientje tot een boete van duizend euro, maar die geheel voorwaardelijk.
Dan krijgt ze wel straf, maar hoeft ze dus niks te betalen.
Sientje kan zich daar in vinden en ze giebelt trillend op de benen de rechtszaal uit.

Het bovenstaande is niet verzonnen.
De strijd tegen hennepteelt heet een speerpunt van politie en justitie.
Het resultaat van zo’n speerpunt is dat er dagelijks hennepkwekerijen worden ontdekt en ontmanteld.
In Groningen heeft de politie er een speciaal team voor opgericht: het hennepteam. Ingewikkeld politiewerk is het niet.
Via Meld Misdaad Anoniem klikken wij graag en massaal.
U belt maar 0800-7000, noemt een adres en grote kans dat de henneppolitie onverwacht langskomt.

Daarom zijn er zo nu en dan themazittingen in rechtbanken.
Heel de dag door verschijnen dan door justitie gedagvaarde drugscriminelen in de rechtszaal en wordt aan rechters het dringende verzoek gedaan die criminelen te veroordelen.
Zo dus ook Sientje.

En zij was de enige niet deze week.
Iemand tipte het adres van Milo (45) uit Haren.
De henneppolitie ging kijken, zag dat het gordijntje van een zolderraam dicht was, beoordeelde dat als wel heel erg verdacht, belde aan en viel de woning binnen.
Bingo.
Op zolder hing vier kilo wiet te drogen.
Omdat dat meer is dan de geoorloofde dertig gram werd Milo opgepakt.
Er was ook getipt over Robert (21) uit Delfzijl.
Zijn auto, luidde de tip, kan in verband worden gebracht met drugs.
En jawel hoor, Robert werd staande gehouden en het hennepteam zag in de auto 59,72 gram liggen.
Robert verklaarde dat dat de oogst was van zijn drie hennepplanten die hij buiten opvoedde en die hij het liefst ook helemaal zelf op rookte, want hij rookte graag in die tijd (vorig jaar).

Een garagehouder te Oost-Groningen met steeds minder klanten maar met een lege zolderruimte werd ook anoniem verlinkt.
Dat het hoge energieverbruik op zijn adres – zo’n beetje het jaarverbruik van een straat vol gezinnen – een gevolg was van de jacuzzi in de tuin, ging er bij politie, justitie en de rechter niet in.
Dat snapte de ondernemer eigenlijk zelf ook wel.
Hij beloofde het nooit weer te zullen doen.
Lesje wel geleerd.

De hennepcriminelen kregen – behalve Sientje – allemaal werkstraffen van 40 tot 120 uur opgelegd, hier en daar met een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand erbij.
De geschatte drugswinst moest worden ingeleverd.
De werkloze Milo uit Haren is aangeslagen voor 6.500 euro, Robert met zijn drie buitenplanten voor 800 euro, de ondernemer in financiële problemen moet 10.123 euro op tafel leggen en jazeker, de ongezonde Sientje is geplukt voor 770 euro.

Of de aanhoudende strijd tegen hennep op deze manier vruchten afwerpt, is niet eens een vraag.
De vraag is waarom er vrijwel uitsluitend heel kleine visjes voor de rechters moeten verschijnen.
Waarom?
Waar blijven de echte drugscriminelen die met al die hennepplantages om ons heen er toch heus moeten zijn?
De politie mag qua opsporing zo’n beetje alles wat de gewone burger niet mag en ook niet kan, dus dat is het probleem niet.
Die keren dat echte drugsboeven in de rechtbank moeten komen opdraven, is omdat ze drugs van andere drugsboeven hebben gestolen – wat natuurlijk ook niet mag.
Maar toch.

De laatste keer dat in de rechtbank van Groningen echte verdachte hennepcriminelen, ook als criminele organisatie, in het bankje zaten is deze week precies twee jaar geleden, het was op 14 mei 2012, op een zonnige ochtend.
De vier bendeleden zouden op tal van plaatsen in Noord-Nederland, België en mogelijk Duitsland hennepplantages hebben geëxploiteerd en gefinancierd.
Op Funda.nl werd gezocht naar geschikte te koop-woningen die dan of werden gehuurd of gekocht met hypotheken die valselijk waren verkregen, zo sluw zouden ze zijn geweest.
De geschatte omzet: een miljoen euro per oogst.

De strafzaak werd twee jaar geleden door de rechtbank aangehouden (uitgesteld) voor nader onderzoek.
Sindsdien: nooit meer iets van gehoord.

Te druk met Sientje.

Rob Zijlstra

Regels zijn regels

17802907-groene-vuil-container-voor-restafvalDe strafzaak duurde zestien minuten, maar toch.
Sonja woonde nog niet zo heel lang in Groningen en had een drukke dag.
Ze moest van alles doen en regelen.
Normaal gesproken zetten de buren de vuilcontainer bij de weg, maar de buren waren er niet.
Moest ze dat ook nog doen.
En daar ging het goed fout: Sonja zette de container te vroeg bij de weg.

Er passeerde een ambtenaar met opsporingsbevoegdheid.
Sonja kreeg een boete van 70 euro.

Nog nooit had ze in haar leven de wet overtreden en dan dit.
Voor zoiets.
Tegen de rechters: ‘Die boete was wel even 25 procent van de basisbeurs, mijn maandinkomen. Ik vond het niet eerlijk.’

Dit alles is twee jaar en zeven maanden geleden.
Omdat ze de boete niet betaalde, bracht het Openbaar Ministerie de kwestie aan bij de rechtbank.
Het gaat hier om een economisch delict.
Vandaag was het dan zover: Sonja moest zich bij de economische politierechter verantwoorden.

De officier van justitie is streng.
Ze zegt dat regels regels zijn.
Omdat het anders een zooitje wordt.
Tegen de verdachte: ‘Snapt u dat?’
Sonja knikt en zegt ‘ja’
Officier van justitie: ‘Wilt u dat dan uitleggen.’
Dat was geen vraag.

Sonja: ‘Als iedereen dit doet, wordt het een zooitje.’
De officier van justitie: ‘Juist.’

Waarom het zo lang heeft moeten duren weet de officier van justitie niet.
Ze eist een boete van 70 euro.
Maar vanwege het tijdverloop mag die geheel voorwaardelijk.

De politierechter is het daar mee eens.
Volgens hem is er ook meer sprake van een eenmalig incident, wat kan gebeuren op zo een drukke dag, buren weg, ook dat nog…
De politierechter: ‘En wij mogen bij het opleggen van de straf ook rekening houden met de lange duur. Herinneringen worden dan vager waardoor het moeilijker wordt om je te verdedigen. U krijgt een boete van 70 euro, maar die geheel voorwaardelijk. De proeftijd is een jaar, want korter kan niet.’

Sonja is het er helemaal mee eens.
De officier van justitie: ‘En ik ga niet in hoger beroep.’

Rob Zijlstra

Fuck, een wildplasser

politieHet strafrecht is er niet alleen voor bedoeld om alle problemen in ’t land op te lossen en ook niet om een ieder die niet wil deugen achter de tralies te krijgen.
Strafrecht is ook bedacht om de norm te bevestigen.
We hebben deugnieten nodig om helder te krijgen wat nou wel en wat nou ook al weer niet mag.
Stelen en moorden mag niet, dat is de norm.
Wie wel steelt en moordt krijgt in het openbaar straf en daar kan iedereen dan via de krant en Twitter kennis van nemen.

Het was een strafzaak van bijna niks.
Het gebeurde in een nacht van augustus, 2011.
Buiten is het aangenaam weer, in de binnenstad van Groningen heerst de Kei-week, de introductieweek voor nieuwe studenten.
Joris, toen net 25, loopt rond een uur of twee met zijn vriend Meindert nabij de Martinitoren, mogelijk op weg naar huis.
En dan gebeurt het: Joris moet heel nodig plassen.

De duisternis van het nabije Martinikerkhof lonkt.
Joris loopt richting het struikgewas, haalt even diep adem en dan… ziet hij een politieauto naderen.
Nu kent Joris de norm, hij weet dat wildplassen – eens de gewoonste mannenzaak ter wereld – verboden is.
Joris werkt bovendien voor een aan justitie gelieerde organisatie in Friesland, dus ook om die reden weet hij wat wel en wat niet dor de beugel kan.
Hij haalt nog een keer diep adem, denkt ‘ik hou het wel even op’ en loopt terug richting Meindert.

Mis.

Volgens de twee politiemensen, een hoofdagent en een inspecteur, is het kwaad geschied, is de norm al overschreden.
Joris stond in de plashouding en kan nu hoog en laag springen, hij krijgt een bekeuring wegens wildplassen.
Joris maakt bezwaar, hij eist – geagiteerd – een urine-onderzoek ter plaatse.
‘Ga dan kijken, het is daar niet nat.’
De agenten kijken wel mooi uit: de bon wordt uitgeschreven en daarna vervolgen ze hun weg.

Het portierraampje staat open.
Het kan best zo zijn dat de agenten tegen elkaar hebben gezegd: ‘wat denkt die gast wel niet, met z’n urine-onderzoek ter plaatse’.
De inspecteur kijkt nog even door het raampje richting Joris en hoort dan: Fuck de politie.
De hoofdagent trapt op de rem, ze stappen uit en voor de tweede keer wordt het bonnenboekje getrokken.
Wie Fuck de politie roept maakt zich schuldig aan een belediging van een ambtenaar tijdens de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
De teller voor Joris staat nu op 650 euro.

Er komt een strafzaak, op 18 juli 2012.
Normbevestiging duurt soms even.
Het hele verhaal wordt verteld.
Joris ontkent de beledigende woorden te hebben geroepen.
Het was Meindert.
En Meindert beledigde niet, maar zei nadat de wildplasbekeuring was uitgeschreven: Fuck it, de politie doet zijn werk weer niet goed.
Meindert zegt als getuige dat het zo is gegaan.

De politierechter wikt en weegt en is van mening dat de waarheid op tafel moet komen, ook al is het een zaak van bijna niks.
De rechter besluit dat de twee betrokken agenten als getuigen moeten worden gehoord in de rechtszaal.
Ook zoiets heeft tijd nodig, maar donderdagochtend, welgeteld 653 dagen na die zomerse avond in augustus, is het zo ver.
De hoofdagent, de inspecteur en vriend Meindert, alle drie blijven ze volhouden wat ze eerder hebben gerapporteerd en gezegd.
De inspecteur zegt zelfs dat ze niet alleen gehoord, maar ook gezien heeft dat Joris Fuck de politie riep.
Meindert blijft zeggen dat hij het was en dat hij dus ook iets anders riep dan wat de agenten menen te hebben gehoord en waargenomen.

Joris en Meindert moeten naast elkaar gaan staan.
De officier van justitie: ‘Kijk eens, de een is wat langer dan de ander.’
Politierechter: ‘Ja, ik zie geen Kwik en Kwek.’

De officier van justitie is streng.
Hij acht Joris schuldig en vindt een boete gelijk aan de hoogte van de bekeuringen een passende straf: 650 euro.
Of 13 dagen vervangende hechtenis.
Voor politieagenten heb je respect, ook al moet je nodig plassen.
Dat is de norm.
Richting de getuige zegt de officier van justitie dreigend dat hij overweegt een procedure in gang te zetten wegens meineed, Meindert heeft gelogen en dat is onder ede een misdrijf.
Hij zal nog horen.

De rechter heeft het, iets achterover geleund in de politierechterstoel aangehoord, zo nu en dan met een glimlachje.
Hij doet direct uitspraak, lang verhaal, kort gezegd:

Het is goed dat ook in een relatief kleine zaak, maar belangrijk voor de verdachte, de waarheid wordt gevonden. Wij zijn de norm van de rechtstaat aan het bevestigen. We hebben het relaas van de twee agenten die gewetensvol hun verbaliseerplicht hebben vervuld, maar zich nog wel kunnen vergissen. Iemand kan gewetensvol opschrijven wat niet waar is. Meindert kan zich ook vergissen, maar hij heeft wel een concreet verhaal. Ik zie hem nog geen meineed plegen. Waarom hij wel en de agenten niet? Ik sluit niet uit dat wat de officier van justitie zegt waar kan zijn. En natuurlijk gaan die agenten niet ter plekke kijken of u wel of niet heeft geplast. Dat u (verdachte ) boos was, geloof ik (rechter) ook wel. Maar ik kan niet uitsluiten dat het anders is gegaan. De twijfel is te groot.

‘U wordt vrijgesproken’.

De politierechter zegt dat vandaag in een kleine zaak een belangrijke norm is bevestigd. De norm dat de overheid, de politie, niet zomaar iets kan zeggen.

Rob Zijlstra

Schaamteloos

tweets.jpgG

Er bestaan kleine linke rechters en grote rechtse rechters, waarmee ik wil aangeven dat rechters er zijn in soorten en maten.
Rechters vormen een even geplaagde – ze hebben het zo druk – als bijzondere beroepsgroep.
Ze moeten levenslang op hun woorden passen, maar wat ze hardop uitspreken, telt.

Deze week twitterde ik de wereld in dat een rechter tegen verdachten zei dat hij niet op zijn achterhoofd is gevallen.
Hij verzocht de verdachten hem daarom niet al te veel onzin te vertellen.
Even later zei die rechter tegen diezelfde verdachten: ‘Wat u tegen mij zegt, gaat het ene oor in en het andere weer uit.’
Ook dat ging richting sociale media.

Beide tweets leidden tot een klein debatje.
Mag een rechter die onpartijdig is zoiets wel hardop zeggen?
Of moet hij voor zoiets standrechtelijk worden gewraakt?
De twee advocaten in de betreffende strafzaak, ze heten zeg maar Bram, zeiden niets.

Het was een ruige strafzaak.
De twee verdachten heten Popov (37) en Edvard (27), geboren in Joegoslavië.
Ze wonen met hun gezinnen niet echt ergens, maar verblijven hier en dan weer daar in België.
Popov en Edvard zitten sinds 13 december in de gevangenis, in Leeuwarden, in Hoogeveen.
Ze kijken boos naar de rechter die recent nog verkondigde op een publiek debat dat hij weliswaar in een ivoren toren werkt, maar daar niet woont.

Popov en Edvard worden verdacht van woninginbraken.
Uit een woning aan de Acacialaan in Groningen zouden ze een televisie en sieraden hebben gestolen.
Diezelfde avond sloegen ze toe, zegt de officier van justitie, aan de Ceresakker in Bedum, bij twee buren.
Daar werden vier dvd’s gejat, waaronder Hell Freezes Over van de eeuwige Eagles. Edvard zou in september ook hebben ingebroken aan de Julianalaan in Veendam waar een brief uit een geldkistje werd gestolen.

Ze ontkennen.
Ze waren er wel bij geweest, maar ook niet.
Dat wil zeggen dat ze wel bij de woningen waren geweest waar was ingebroken.
Maar dat ze niet wisten waarom ze daar waren en dat ze ook niet binnen waren geweest, in de zin van binnen als inbreker omdat ze buiten op de uitkijk stonden…
O ja, ze waren ook door de politie in de verhoorkamers onder druk gezet.
Edvard voegt er nog aan toe dat hij vader is van drie kinderen.
Dan ben je, vindt hij, sowieso onschuldig.

De rechter: ‘Jongens, ik ben toch niet op mijn achterhoofd gevallen. Vertel mij nou geen onzin, geen klets.’

Na de inbraak in Groningen kreeg de politie een tip dat er drie (of vier) verdachte mannen met een televisie in een groene Opel Vectra stapten en toen weg waren gereden.
De politie kwam, zag, gaf een stopteken dat werd genegeerd en zette de achtervolging in.
Het ging gevaarlijk hard.
Met hoge snelheden vluchtten de verdachten tegen de richting in door de binnenstad met koopavond, over de Grote Markt waar mensen opzij moesten springen, richting de Verlengde Lodewijkstraat waar de Opel-auto uiteindelijk crasht tegen een lantaarnpaal. De verdachten renden weg, maar werden met getrokken wapens (van de politie) toch gepakt.
Op straat slingerden de sieraden in het rond, in de auto lag de uit de woning gestolen televisie.
De verdachten gaven valse namen op.

Rechter: ‘Waarom ging u er in de auto vandoor?’
Popov: ‘Weet niet,’
Rechter: ‘Kom nou.’
Popov: ‘Ik heb niet gereden, ik zat op de achterbank.’
Rechter: ‘Wat deed u in die auto?’
Popov: ‘We waren elkaar in Veendam tegengekomen en wilden naar een meisje in Groningen dat voor geld werkt. Daar wilden we wat drinken en schaamteloze dingen doen.’

Bij de inbraak in de woning in Veendam was op een dekbed een bloedspoor aangetroffen.
In de Nederlandse databank werd geen match gevonden, maar wel in die van Frankrijk.
Cour d’ Appel de Lyon meldde desgevraagd dat het door Groningen opgestuurde dna-spoor 00353787000 matchte met een man die Edvard heet.
Hij zegt: ‘Kan niet.’
Rechter: ‘De kans dat het dna-spoor niet van u is, is kleiner dan één op één miljard.’
Edvard: ‘Niet mogelijk.’
Rechter, beetje cynisch: ‘Er is sprake van een internationaal complot tegen u?’
Edvard kijkt minzaam.

De officier van justitie heeft geen twijfel.
De eis: drie maanden celstraf voor Popov wegens twee inbraken en vier maanden cel voor Edvard wegens drie inbraken.
De advocaten Bram vragen of het een onsje minder mag.
Die jongens zitten al sinds december vast en willen zo graag naar huis, naar hun kinderen waar dan ook.

De rechter denkt maar heel even na en zegt dat hij direct uitspraak zal doen. Politierechters doen dat.
De politierechter: ‘Het is mij volstrekt helder. U ging er op bespottelijke wijze vandoor, mensen moesten springen voor hun leven, u komt met valse namen en met kletsverhalen. Die verhalen gaan bij mij het ene oor in en het andere weer uit.’

Popov en Edvard kijken nu zo mogelijk bozer dan boos.

De politierechter: ‘Weet u wat, u krijgt geen lagere straffen zoals uw advocaten bepleiten. U krijgt ook geen drie en vier maanden zoals de officier dat wil. U krijgt hogere straffen. U komt speciaal naar Nederland, naar Groningen, naar Bedum om hier in te breken. Dan verdien je meer straf dan gebruikelijk.’

Popov krijgt geen drie maar zes maanden, Edvard geen vier, maar acht.
De politierechter: ‘En dan komen jullie er nog goed mee weg ook.’
Luidruchtig protest.
De politierechter, vrij vertaald: ‘Wegwezen.’

Rob Zijlstra

.