politierechter

De ratsmodee

Er zijn te weinig strafrechters
in Groningen (in Noord-Nederland)
om recht te spreken.

Zou de rechtbank in Groningen een winkelstraat zijn, dan zou die straat zich kenmerken door lelijke leegstand. Of een school. Zou de rechtbank in Groningen een school zijn, dan zouden ouders (en/of verzorgers) steen en been klagen vanwege de grote uitval van lesuren. De inspectie zou rapporteren dat er meer lessen niet doorgaan dan er worden gegeven.

De rechtbanken in Groningen, in Assen, in Leeuwarden – samen de rechtbank Noord-Nederland – zijn geen winkelstraten met dichtgetimmerde winkelpanden, geen scholen met lerarentekorten, maar instituten waar geschillen worden geslecht en waar wordt gezocht naar de waarheid (een waarheid). En dat allemaal om de boel om ons heen een beetje soepeltjes te laten verlopen. Functioneert de rechtspraak niet, dan gaat de samenleving naar de ratsmodee.

Onheilspellend begin, Zijlstra.
Gaat het niet goed dan?
Niet helemaal.

Er zijn te weinig strafrechters in Groningen (in Noord-Nederland) om recht te spreken. De boel loopt nog niet in het honderd, maar het kraakt hier en daar duchtig. Op de rechtbank noemen ze het een gebrek aan zittingscapaciteit. Dat suggereert dat er te weinig zittingszalen zijn, waar dan niemand iets aan kan doen. Maar dat is niet zo. Er is ruimte zat. Het zit ’m in de mensen.

Probleem van nu is ook dat als er iets bijzonders aan de hand is, iets dat afwijkt, dan wreekt zich dat direct. Zo wordt het reguliere misdaadwerk in de rechtbank van Groningen al weken gegijzeld door een grote strafzaak. Die zaak gaat over vieze olie en valse transporten tussen Farmsum (Delfzijl), Lelystad, Roosendaal en Duitsland. De vermeende strafbare feiten zouden zijn gepleegd tussen 2006 en 2010.

Het onderzoek duurde jaren en kostte naar verluidt miljoenen euro’s. In zittingszaal 14 is speciaal een grote kast geplaatst om alle dossiers te kunnen bergen. Tegen de twee verdachte directeuren zijn boetes en werkstraffen geëist. Een van de betrokken bedrijven, North Refinery, is al jaren failliet. Het strafproces
begon begin maart, afgelopen week zijn (voorlopig) de laatste woorden gesproken. De uitspraak is over een paar maanden. Daarna volgt hoger beroep, vast ergens in 2020.

Los van direct betrokkenen is niemand in deze voor buitenstaanders onnavolgbare kwestie geïnteresseerd. Uiteraard moet in zo’n zaak recht worden gesproken, kennelijk ook als dat ten koste gaat van het gewone strafwerk. En dan moeten de rechters die er wel zijn zich ook nog eens bezighouden met strafzaken in de kleinste categorie.

Zo was er afgelopen week een man die een andere man had geslagen, zoals mannen dat al honderden jaren doen en dat (heb ik gehoord) de komende eeuwen ook blijven doen. Er was een zaak die draaide om openlijk geweld op de skatebaan. Een mishandeling (klap met vlakke hand) in een scheidingsprocedure nadat hij de hond had uitgelaten en twaalf flessen bier had gedronken. Er was wederspannigheid, een bedreiging, een eenvoudige belediging van een ambtenaar, de gebruikelijke diefstallen (croissantjes, Groninger metworst, kleding).

En de 65-jarige mevrouw L. moest komen opdraven.

Mevrouw L. wordt beschuldigd van vernieling. Wat ze heeft gedaan? Zij heeft Guusje laten castreren en dat had ze niet mogen doen want Guusje is niet van haar. De castratie is daarmee wederrechtelijk. Het baasje van Guusje had aangifte gedaan en toen moest mevrouw L. op het politiebureau komen. Er werd proces-verbaal opgemaakt en mevrouw L. werd aangemerkt als verdachte van het vernielen van de kater. Zo zeggen juristen dat. Volgens de officier van justitie trof de eigenaresse haar kat in een andere staat aan dan ‘ie die ochtend de deur was uitgegaan. Met ballen weg, zonder ballen terug.

De eigenaresse van Guusje zit als slachtoffer achterin de rechtszaal, mevrouw L. in de verdachtenbank, voorin. De eigenaresse kijkt triomfantelijk nu het er naar uitziet dat er eindelijk recht wordt gedaan. Mevrouw L. moet af en toe huilen want ze vindt het verschrikkelijk dat ze voor de rechter moet verschijnen.

Mevrouw L. zegt dat ze te goeder trouw heeft gehandeld. Dat haar motieven zuiver waren. Bona fide. Niet Mala fide zoals de verdenking luidt. Ze dacht dat Guusje een zwerfkat was. In 2015 had ze Guusje als eens verzorgd. Ze had het beestje toen gevonden met een grote wond boven op de kop. Ze had de wond schoongemaakt en magere Guusje wat te eten gegeven. Guusje was daarna blijven komen. Ze gaf hem vaker te eten en ook een keer een wormenkuur want dat moet af en toe bij een kat.

In de buurt had ze navraag gedaan, maar niemand wist van wie Guusje was. Ze belde de dierenambulance. Of er een kater in de buurt werd vermist? Niet. Na een tijdje had ze een bandje met een kokertje om de nek van de kat gedaan met in dat kokertje een briefje. Of de eventuele eigenaar contact zou willen opnemen. Niet lang daarna was het kokertje verdwenen, maar een eigenaar meldde zich niet. Toen na twee maanden guur weer de winter aankondigde, besloot mevrouw L. Guusje in huis te nemen.

Om geplas en katergestink tegen te gaan nam ze Guusje mee naar de dierenarts voor een ‘je-weet-wel-ingreepje’. Iedereen blij. Zou je denken.

Maar de buurt was helemaal niet blij. Buurtgenoten kalkten op de muur van het schuurtje van mevrouw L. dat ze een kattenmoordenaar is en dat ze tbs moet krijgen. Of een rolstoel. Er volgden bedreigingen en pogingen om haar omver te rijden met een auto. In het dossier staat dat de buurtagent heeft bevestigd dat tegen mevrouw L. een hetze wordt gevoerd. Er zijn camera’s opgehangen en burgemeester Peter den Oudsten is ingeschakeld om te bemiddelen. Recent was er een kort geding waarbij een aantal buurbewoners een contactverbod kreeg opgelegd.

De ondervraging van mevrouw L. door de politierechter duurt een half uur lang. Daarna doet de officier van justitie haar verhaal. Zij wikt en weegt en zegt uiteindelijk dat ze mevrouw L. het voordeel van de twijfel geeft. De eis: vrijspraak. De politierechter is zonder twijfel. Zij zegt tegen mevrouw L.: ,,U heeft te goeder trouw gehandeld en ik zie geen enkele reden u te veroordelen.’’

De rechter merkt nog op dat ze hoopt dat de situatie in haar woonomgeving nu snel zal verbeteren. De eigenaresse van Guusje haast zich de rechtszaal uit, terug naar de buurt waar de pesterijen nog niet voorbij zijn.

Aan eigenrechters was nog nooit een gebrek.

Rob Zijlstra

Strijder

John Lanting strijdt al jaren tegen instanties die verantwoordelijk zijn voor de gaswinning en de daaraan gekoppelde aardbevingsproblematiek. Lanting doet dat op eigen wijze.

Probleem in Groningen (een van de) is de trage afhandeling van schade en het achterwege blijven van het vergoeden van de schade aan woningen en gebouwen. Dit ondanks het feit dat de NAM zegt aansprakelijk te zijn, een standpunt dat is onderstreept door uitspraken van de rechtbank.

Een jaar geleden ging John Lanting een paar keer boos op pad. Hij vernielde een hek, knipte draadjes door, spoot met een spuitbus leuzen op een kantoorpand van de NAM in Assen en gooide tien in Uithuizermeeden gekochte eieren tegen een ruit van het Centrum Veilig Wonen, de instantie die belast is met de schadeafhandeling.

Maandagochtend moest John Lanting zich verantwoorden voor de politierechter.

omgekeerde wereld

De omgekeerde wereld. Zo voelde het in de rechtszaal. De wereld op de kop. John Lanting (56) uit Uithuizermeeden, strijder tegen de aardbevingen veroorzakende ‘gasmaffia’ – zoals hij de NAM en consorten steevast noemt – stond terecht omdat hij (kleine) vernielingen heeft aangericht aan eigendommen van de NAM.

Of hij dat heeft gedaan?
Dat wil de politierechter weten.
Jazeker heeft hij dat gedaan.
Zegt: ‘Ik strijd altijd met open vizier. En ik sta er nog voor de volle honderd procent achter.’

Zou hij het weer doen?
Ietsje voorzichtiger nu: ‘Vast. Want het zijn emoties.’
En dan, weer als een wervelwind: ‘Ze slopen onze bezittingen, onze huizen, onze gezondheid en dat doen ze 365 dagen per jaar. Dat kan allemaal maar. Wij horen hier niet te zitten.’

De politierechter: ‘Als alle gedupeerden zouden handelen als u dan wordt het een chaos in Groningen.’
Lanting: ‘Maar het is hier al chaos, mevrouw de rechter.’
Het publiek heeft hoorbaar moeite om te doen waar de rechter om had verzocht: mond houden.

Lanting ziet zijn acties (‘reacties’) vooral symbolisch. Bij een boorlocatie bij Zeerijp had hij ‘drie draadjes’ doorgeknipt. ,,Om de vogeltjes te bevrijden, de vogeltjes dat zijn mijn vrouw en ik. Ik heb ons bevrijd uit deze gevangenis waar de gasmaffia ons en met ons vele anderen in heeft gestopt.’’

Lanting voelt zich niet veilig in zijn woning, zijn geboortehuis, en strijdt voor een goede uitkoopregeling. Al jaren. Zijn acties zijn het gevolg van woede, frustratie en machteloosheid. ‘Het is noodweer.’

Bij het Centrum Veilig Wonen (waar hij niet meer mag komen) in Appingedam gooide hij tien eieren tegen de ruiten. ‘Bewust eieren, om niets te vernielen’, zegt Lanting.
Officier van justitie Henk Mous legt uit wat vernielen juridisch betekent: ‘Eieren tegen een raam gooien is vernieling want het raam kan niet meer worden gebruikt waarvoor het is gemaakt.’
Hoongelach in de zaal.
Mous maakt geen vrienden.

En dat doet hij ook niet met de strafeis.
Tegen Lanting: ‘Ik heb begrip voor uw situatie, maar wij hebben allemaal afgesproken in het dikke wetboek van strafrecht dat we ons aan de regels houden.’
Geboe op de tribune.
De aanklager eist een toegangsverbod voor alle NAM-locaties in heel Nederland om te voorkomen dat Lanting opnieuw strafbare feiten gaat plegen. Voor elke overtreding: drie dagen celstraf. Daarnaast een boete van 500 euro.

Lanting, kwaad, vinger in de lucht: ‘Dit is intimidatie en onderdrukking. U brengt mij hiermee nog meer in psychische nood.’

De politierechter is het ook niet met de officier van justitie eens.
Ze legt een voorwaardelijke werkstraf op van 40 uur.
Merkt op: ‘Een gebiedsverbod vind ik te ingrijpend.’
Lanting reageert: ‘Hier kan ik mee leven.’

Naast deze stok achter de deur – want zo moet de straf worden gezien – moet Lanting 112,50 euro betalen aan het Centrum Veilig Wonen.
Dat is de berekende schade.
Het betreft de schoonmaakkosten van de ruit waartegen tien eieren aan hun einde kwamen.
Er waren twee mannen van het Centrum Veilig Wonen naar de rechtbank gekomen om dat toe te lichten.

Waarom dat 112,50 euro moet kosten, bleef onbesproken.
Waarom het Openbaar Ministerie heeft besloten om olie op het vuur te gooien door van deze zaken een strafzaak te maken, ook.

Rob Zijlstra

Beetje hennepmoe

De advocaat moppert dat
de politie op grond van
zo’n anonieme tip toch
niet zomaar een woning
kan binnenvallen?

In de schimmige wereld van de hennepteelt wemelt het van de verraders. Ze zijn het niet zelden zelf. Telers van en handelaren in hennep vrezen daarom ook meer elkaar dan de politie. Dit betekent niet dat de politie stilzit. Politiekorpsen kennen geheime eenheden. De bekendste is de afdeling stiekem. In Noord-Nederland krijgt deze afdeling voortdurend een andere naam, misschien wel uit tactische overwegingen. Afgelopen week heette de afdeling tci, team criminele inlichtingen.

Wat ze doen is ook geheim: ze verzamelen op basis van vertrouwelijke regels sneaky informatie op grond waarvan collega’s een onderzoek mogen beginnen.
Tips komen van loslippige burgers en van henneptelers die de concurrent willen uitschakelen.
Of van beroeps-informanten, premiejagers, mannen die in films gevaar lopen en in gevangenissen worden vermoord.

Waarom die informanten, die snitchers, zoiets doen? Geld. De politie betaalt een premie voor een goede tip. Ook dat is geheim, maar niet onwaar. Eerlijk gezegd denk ik dat er geen hennepkwekerij is waarvan de politie het bestaan niet weet. Ze weten alles, maar hebben domweg niet de tijd al die wiethokken te ontmantelen. Af en toe doen ze er eentje en wetende dat het toch niet helpt.

In maart 2015 kwam de tip dat er in de Naberpassage – hartje binnenstad Groningen, inmiddels gesloopt – een hennepkwekerij in werking was, verspreid over twee verdiepingen. Een paar agenten zeiden dat ze heel even wat tijd over hadden. Ze deden na de koffie een inval. Eenmaal binnen leek de tip waardeloos. Geen kwekerij met potten vol groene bloei, met lampen en filters noch verhitte stroomdraden. De agenten vonden wel iets wat ook goed was: bijna drie kilo hennep, kant en klaar voor de straatverkoop, goed voor meer dan 10.000 euro.

Pjotr woonde er.
Hij komt uit Oezbekistan en studeert in Groningen.
Hij wil makelaar worden.
Pjotr vertelt in de rechtszaal dat hij de hennep moest bewaren voor iemand.
Nee, geen namen.
Na een week zou het worden opgehaald.
Dan mocht hij 50 gram houden.
Hij dacht, een weekje, wat kan mij gebeuren?
Tegen de rechters: ‘Zo zie je maar weer. Een foute keus is zo gemaakt.’

In zijn jaszak wordt nog wat xtc en een beetje cocaïne gevonden. Dat past bij het verhaal dat Pjotr aan de rechter vertelt. Hij en zijn studentenvrienden leggen in het weekeinde geld bij elkaar, zo’n vijftig euro per persoon, om dan drugs te kopen, van alles wat en voor iedereen een beetje.

Wat de officier van justitie betreft hoeft Pjotr niet aan de hoogste boom. De aanklager ziet wel dat ‘de persoon van de verdachte en het feit waarover we het hier hebben’ niet helemaal bij elkaar passen. De advocaat moppert dat de politie op grond van zo’n anonieme tip toch niet zomaar een woning kan binnenvallen? ’t Is hier Oezbekistan niet, zou hij gezegd kunnen hebben.

De officier van justitie kijkt Pjotr nog eens diep in de ogen, doet het vaste riedeltje over het criminele milieu, ondermijning en brandgevaren en concludeert dat deze verdachte geen hardcore hennepcrimineel is. Met een boete van 1500 euro mag Pjotr zijn studie vervolgen. De politierechter vindt het een eis van niks. Tegen Pjotr: ‘Van boetes krijg je maar schulden. Ik veroordeel u tot een werkstraf van 90 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk.’

Pjotr, opgelucht, zegt dat hij het nooit weer zal doen, dat hij nog wel eens een blowtje rookt, maar dat hij is gestopt met de cocaïne. De politierechter: ‘Dat is goed, we houden hier niet van snuivende makelaars.’

Bij strafzaken rond hennep komt nooit het hele verhaal naar boven.
Ik denk dat de politie hennepmoe is, dat onderzoeken worden uitgevoerd op de automatische piloot en dat heel de strafrechtketen dat ook wel best vindt.
Tussen aanhouding en rechtszaak zit minimaal een jaar, vaak maanden langer.
Wat maakt het uit?
Niks.
Zelfs niet als het serieus misgaat, zoals op een zaterdag in mei van 2015, aan de rand van de binnenstad van Groningen.

Even voor een uur in de middag is er een enorme explosie. De voorgevel van een woning wordt weggeblazen, de achtergevel is ontzet. Na de knal is vanaf de straat te zien wat er achter de voorgevel schuilging: een bloeiende plantage. Om- en aanwonenden worden geëvacueerd. De bewoner is de 53-jarige Richard. Makelaar. Hij verkoopt dromerige optrekjes aan meren in Zwitserland, Italië en Spanje.

In de rechtszaal doet Richard onschuldig. Hij vertelt dat hij net een kopje Nespresso stond te consumeren in de living met een jongedame toen hij als gevolg van een enorme drukverplaatsing tegen de muur werd gekwakt. Dat er in zijn woning een hennepkwekerij met 548 planten was ondergebracht, nou nee dat wist hij niet. Hoe had hij dat moeten weten dan?

Omdat het zijn woning was?
Omdat er een stroomkabel uit de meterkast over de trap naar boven liep?
Omdat hij die 548 hennepplanten daar misschien zelf had neergezet?
Niks.
Richard legt het uit.
In een café was hij twee mannen tegengekomen, Jerry en Ben.
Ze waren naarstig op zoek naar kantoorruimte.
De mannen verkochten ijs, maar zochten een plek om de administratie te doen.
Richard vertelde dat hij een zolder had waar hij niks mee deed en de ijscomannen zeiden dat ze hem dan iedere maand 600 euro zouden geven.
Als makelaar vond Richard het beter dat er van de huurovereenkomst niets op papier kwam te staan.

De explosie maakte in een klap aan alles een einde. De officier van justitie zegt dat het een wonder moet heten dat er geen doden en gewonden zijn gevallen. Dat deze gebeurtenis aantoont hoe levensgevaarlijk hennepteelt is in huizen waar mensen wonen. Maar, vervolgt de officier van justitie, er zit een andere kant aan dit verhaal: ‘Het politieonderzoek is slordig en oppervlakkig geweest. Logische onderzoekshandelingen zijn niet uitgevoerd. Het wettige bewijs is er, maar de overtuiging dat Richard wist dat er hennep in zijn woning werd geteeld, ontbreekt. Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken.’

De rechters – doorgaans geen fans van het hennepbeleid – vonden dit te gortig. Richard mag dan misschien niet zelf hebben geteeld, hij wist dondersgoed wat er bij hem op zolder gebeurde. Hij die ondertussen de wijk heeft genomen naar Duitsland, moet nu voor straf 80 uur werken en er hangt als waarschuwing een maand voorwaardelijke celstraf aan zijn kont.

De ijscomannen moeten terechtstaan zodra het begint te sneeuwen.
Of te dooien.
En anders maar ergens in het voorjaar als het weer lente is.

Rob Zijlstra

Gebakken beslag

Alsof er een causaal verband bestaat
tussen misdaad en de beleving van veiligheid

Berrie is een grote man met een donkere baard.
Hij draagt een zwarte winterjas en een bijpassende muts met een springerig bolletje eraan.
Zo komt hij de rechtszaal binnen waar hij met een paar vriendelijke woorden schermafbeelding-2016-10-22-om-17-58-41welkom wordt geheten door de politierechter.
‘Goedemorgen. Fijn dat u er bent, gaat u maar zitten.’

Politierechters worden blijmoedig wanneer gedagvaarde verdachten komen opdagen, een enkele keer belonen zij dat zelfs met een bescheiden korting op de straf.

Berrie is ’s ochtends op de eerste herfstvakantiedag een van de weinige aanwezigen in het rechtbankgebouw van Groningen.
Zodra scholen de deuren gesloten houden (en er uitgerekend dan altijd babydieren in dierentuinen worden geboren waar de media over berichten) schakelt de rechtspraak over op een laag pitje.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen de dingen.

Berrie, hij is 33 jaar, woont nog bij zijn moeder met wie hij zo vaak hij kan naar de kerk gaat. Moeder weet dat hij een verdachte is, maar ze hebben het er samen niet over.
Dat wil hij niet.
Berrie heeft opzettelijk – want dat moet in het strafrecht – een afbeelding vervaardigd waardoor een rechtmatig belang is geschaad.

Hij had stiekempjes zijn mobiele telefoon verstopt in een damestoilet van het UMCG en wel zo dat het apparaat filmpjes kon maken van hoognodig bezoek.

De politierechter kijkt met een ernstige blik naar Berrie.
De rechter had in het strafdossier gelezen dat hij het al eens eerder had gedaan, dan nog werkzaam bij de Hanzehogeschool.
Ook toen moest hij bij de rechter komen en werd hij veroordeeld.
Berrie had daarna wel weer een baan gevonden, als schoonmaker in het ziekenhuis.
En daar nu dit weer.

De politierechter: Waarom doet u nou zoiets?
Berrie, de muts heeft hij afgedaan, maar de jas nog aan: ‘Om iets te laten lukken.’
Politierechter: ‘Iets laten lukken? Maar met welke bedoeling?
Berrie: ‘Er gaan veel dingen bij mij verkeerd. Ik wilde dat er een keer iets lukt.’
De politierechter: ‘Moest dat een blote vrouw zijn?
Berrie: ‘Bloot was de tweede gedachte. Het ging erom dat het lukte.’
Rechter: ‘Maar dan had u ook een opname kunnen maken van een boom om te kijken of dat zou lukken. Of moest het iets zijn wat niet mag?
Berrie: ‘Ja. Van de kerk mag het ook niet, het is gewoon verkeerd.’
Rechter: ‘Op de wc filmen mag niet van de kerk, maar het mag ook niet van de maatschappij. Nu is het dubbel niet goed.’

Berrie knikt.
En weer niet gelukt.
Zoals het met zijn school mis was gegaan, met het betalen van zijn rekeningen, ja, met zo’n beetje alles.
Merkt op: ‘Maar ik heb respect voor vrouwen. Ik accepteer de straf.’

De officier van justitie maakt er een heel theater van.
Zegt: ‘Dit liegt er niet om.’
Vraagt zich af: ‘Waar gaat dit eindigen?
En dan ook nog: ‘Dit baart mij grote zorgen.’
Om vervolgens een dag gevangenisstraf te eisen en een werkstraf van 40 uur.
De politierechter speelt het spel heel even mee en zegt, hardop denkend, heel langzaam: ‘Misschien moet ik u, ter afschrikking, een forse gevangenisstraf opleggen.’
Direct daarop, vlot: ‘Maar ik volg de eis van de officier van justitie. Heeft u dat begrepen?’ Berrie: ‘Ik ben het er mee eens.’

Met een ‘nog een prettige dag verder’ trekt hij de muts weer over het hoofd en ritst de jas dicht.
Zo verdwijnt hij in de stad, op de fiets richting moeder die misschien wel met een kopje thee op hem wacht.
De veroordeling zelf belandt in de misdaadstatistieken, statistieken zoals die ook deze week naar buiten kwamen.

De misdaad, zo luidde een conclusie, is wederom gedaald.
Tien jaar geleden registreerden we nog 1,3 miljoen misdrijven, vorig jaar waren dat er nog maar 970.000.
Dat is nog geen twee misdrijven per minuut.
Van al die misdrijven handelde het Openbaar Ministerie er 205.000 af, dat is zeg maar eentje in de drie minuten, maar wel dag en nacht achtereen en ook op zondag.

Zo kun je op duizelingwekkende wijze doorgaan met al die vrijmoedige cijfers waar sommigen van ons gretig gewenste conclusies aan verbinden over meer en minder of over veilig en onveilig.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen misdaad en de beleving van veiligheid.

Misdaadstatistieken verbergen (ook) gebakken lucht.

Paniek in Delfzijl.
In een woning, zo wil een melding, worden mensen gegijzeld of bedreigd.
Agenten gaan ter plaatse en trekken voor de zekerheid de kogelwerende vesten aan.
Ook Harvey (37), een ex-militair, krijgt een telefoontje: zijn jongste broertje zou in problemen zijn.
Ter plaatse blijkt er niets aan de hand.
Het kleine broertje zit ongedeerd op de stoep en Harvey zegt dat hij mee moet komen, weg van daar, weg van het gedoe.
De agenten bemoeien zich er mee – dat is hun werk – en er wordt heen en weer gepraat.
De grote broer moet zich dan legitimeren.

Rechter: ‘En toen?
Harvey: ‘Toen zeiden ze dat ze mij wilden aanhouden. Ze zeiden dat ik nog gevangenisstraf open had staan, maar ik wist dat dat niet klopte. Ik werd een beetje pissig van dat geneuzel.’
Rechter: En toen?
Harvey: ‘Toen zei ik pannenkoek.’
Rechter: Op luide toon?’
Harvey: ‘Ja.’
Rechter: ‘Tegen die agenten?’
Harvey: ‘Ja. Het verdient geen schoonheidsprijs.’

Dat hij ook ‘kankersmoel’ zou hebben gezegd, ontkent Harvey met klem.
‘Mijn moeder is twee keer genezen van kanker. Ik zou dat woord nooit op die manier gebruiken. Nooit.’

De strafzaak duurt bijna een uur.
Het Openbaar Ministerie heeft de meest boze officier van justitie naar de rechtbank gestuurd. Zij ziet Harvey het liefst achter slot en grendel.
Ze eist niet alleen een taakstraf van 40 uur, maar ook zes weken celstraf die Harvey bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
Hij liep nog in proeftijd.

Harvey: ‘Zes weken zitten omdat ik pannenkoek heb geroepen, dat is bizar.’
Fred Kappelhof, zijn advocaat: ‘Met het roepen van pannenkoek bega je geen strafbaar feit. Dan kun je ook niet worden veroordeeld.’

De politierechter ziet het anders: ‘Wie pannenkoek roept naar agenten, ook nog op luide toon, maakt zich schuldig aan belediging van een ambtenaar. Pannenkoek kan dan ook sukkel betekenen.’
Harvey wordt veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur.

Mocht u volgend jaar lezen dat in 2016 meer mensen in hoger beroep zijn gegaan dan in eerdere jaren, weet dan dat deze zaak daar een bijdrage aan heeft geleverd.

Rob Zijlstra

Rechtsbedrijf in de branding

het recht als een solide instituut

Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.37.04Ik lees het boek De improvisatiemaatschappij.
Het gaat over de sociale ordening van een onbegrensde wereld.
In het boek staat dat er in de voorbije jaren veel is veranderd, dat vertrouwde rotsen in de branding zijn verdwenen en dat wij nu flink zoekende zijn.

Een hele klus want de morele helderheid is ver weg.
Ons zoeken gaat dan ook gepaard, schrijft de schrijver, met onbehagen.
Criminaliteit is van dat onbehagen een uitingsvorm.
Evenals frustratie en hufterig gedrag.

Voor wanhoop is evenwel (nog) geen reden.
We mogen dan behoorlijk in de war en richtingloos zijn, solide instituties als het bedrijfsleven, het onderwijs en het recht weten zich ook in chaotische tijden fier te handhaven.
Dat zegt wel iets.

Het recht als een solide instituut, daar wil ik rotsvast in geloven.

Maar het rechtsbedrijf in Groningen werkt op dit punt niet altijd mee.
Het rechtsbedrijf in Groningen wekt wel eens de indruk dat we haar niet altijd even serieus moeten nemen.
Nog niet heel lang geleden schreef ik over een mevrouw die als verdachte terecht moest staan omdat ze een propje papier op de grond had laten vallen.
De magistraten hadden elkaar in de rechtszaal ongelukkig aangekeken.
Hun blikken: waar we ook mee bezig zijn, zo moet het niet.

Maar vandaag doen ze het weer.
Vijftien mensen moesten donderdagochtend in de rechtbank van Groningen komen opdraven bij de politierechter omdat ze hadden gevist met of zonder een visakte dan wel met een akte die wel één, maar geen twee hengels toestond, omdat ze de vuilniszak niet op correcte wijze hadden aangeboden bij de ‘inzamelvoorziening’, iemand had een leeg blikje bier in de bosjes achtergelaten.

En al deze misdrijven zijn gepleegd in de eerste maanden van 2013.
De politierechter is er heden, een dag in december 2015, een hele ochtend zoet mee.

Maar het komt vast goed.
Hoop ik.

rob zijlstra

De improvisatiemaatschappij is een boek van Hans Boutellier
→ Het propje papier [doorslaand evenwicht]

 

blikje bier

Plaatsen delict

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.34.25

galjoot, nieuwe pekela

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.36.07

eikenlaan, groningen

Dit zijn twee plekken in Groningen waar in 2013 en 2014 misdrijven plaatshadden. De bovenste foto is aan de Galjoot in Nieuwe Pekela. Op 20 februari 2013 zat hier een inmiddels 34-jarige man te vissen ‘zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water’, zo staat het in de tenlastelegging (art 2 lid 1, Visserijwet 1963). Maandag 26 oktober 2015 moet de visman zich  verantwoorden voor de politierechter in de rechtbank van Groningen. De tweede (streetview-) foto is van de Eikenlaan in Groningen. Op 7 april 2014 zou hier een 52-jarige vrouw straatafval ‘ te weten een prop papier’ in de openbare ruimte hebben achtergelaten. Mevrouw heeft daarmee een economisch delict  gepleegd (art 26 lid 1 Afvalstoffenverordening Groningen 2012). Mevrouw moet zich maandag eveneens melden bij de politierechter.

Houden ze zich hier mee bezig op de rechtbank?
Ja.
Nee, echt?
Ja.

Ik zal morgen beide strafzaken volgen en verslag doen.

rob zijlstra

update – 26 oktober 2015 – uitspraken

De visman – een Duitse natuurliefhebber die in eigen land is belast mer het toezicht op de visserij – is vrijgesproken. Hij heeft niets strafbaars gedaan. De propjesmevrouw (zij was niet komen opdagen) vond de opgelegde boete van 140 euro te hoog. Zij is schuldig verklaard, maar heeft geen straf opgelegd gekregen.  Wat ze heeft gedaan is te veel niks. – Een verslag volgt

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.33.19

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.32.54

Vijf

Voor de rechtbank in Groningen moeten vandaag drie verdachten verschijnen.
Het betreft drie bijzondere strafzaken die gelijktijdig dienen bij de politierechter.

De verdachten komen uit Veendam.
Het gaat om Bert (19), Maria (37) en Leendert (46).
Leendert zou best wel eens de vader van Bert kunnen zijn.
Maria is een Belg.

De misdaad waarvoor zie zich moeten verantwoorden is gepleegd tussen 1 januari 2013 en 9 juli 2013.
Dat is in ieder geval 673 dagen geleden.
Ze hebben het volgens het Openbaar Ministerie tezamen en in vereniging en ook opzettelijk gedaan.

Ze hebben hennep geteeld.
Samen ‘ongeveer’ vijf planten.
Vijf.
Ongeveer.

Het proces begint vandaag om 10.30 uur
Ik zal het volgen.
Of de verdachten komen opdagen, is vooralsnog onbekend.

het proces

De drie verdachten zijn gekomen en hebben de rechtbank als veroordeelden in tevredenheid verlaten.
Leendert en Maria – een stel – kregen allebei een werkstraf van 60 uur.
Geheel voorwaardelijk.
Zoon Bert kreeg een voorwaardelijke boete van 600 euro.
Die hoeft hij dus niet te betalen.

Vijf planten.
Maar er speelde wel iets anders mee.
De vijf planten voor eigen gebruik brachten meer op dan ze hadden gedacht.
Dan ze zelf gebruikten.
Wat over was, verkochten ze.
Aan de jeugd.

Dat deed vooral Maria, want Leendert was van vroeg tot laat in de bouw aan het werk.
Samen met zijn zoon.
Half Veendam wist dat Maria aan de deur verkocht.
Dat krijgt je, sprak de advocaat, als de jeugd die onder de 18 is niet in een van de twee coffeeshops van Veendam mag komen.
Dan worden de grenzen een beetje opgezocht.

Maria deed stiekempjes nog wel wat meer.
Ze kocht af en toe wat softdrugs bij voor haar handeltje aan huis.
Ze had er – opgeteld – zo’n 4.000 euro mee verdiend.
Daarmee loste ze haar schulden in.

Leendert zei dat hij dat niet wist.
De politierechter: ‘Dat kan ik niet geloven’

De officier van justitie sprak van ernstige feiten.
Aan de andere kant, zei ze, zijn het ook verschrikkelijk oude feiten.
Daarom hoeven de verdachten wat de aanklager betreft ook niet aan de hoogste boom.
De politierechter is het daar mee eens.

De politierechter vroeg overigens niet hoe dat nou kan, dat zo een zaak en kennelijk ernstig zo lang ongemoeid op een plank bij justitie blijft liggen.
De rechter wilde dat niet weten.

Leendert zei ook nog iets.
Hij zei dat hij het niet goed wil praten.
Maar dat hennep in Nederland toch heel gewoon is.
‘Je kunt ook naar de coffeeshop. Ik bedoel…’

De politierechter: ‘Het is wachten op het moment dat het wel mag. Maar nu zijn het nog misdrijven. Ik wens u allen een goede dag toe.’

rob zijlstra