Project X Haren (2)

rechtbank groningen, vanochtend bij aanvang politierechterzitting Project XHaren

Rechtbank Groningen, vanochtend bij aanvang van de zitting politierechter ProjectX Haren

De politierechter behandelde vandaag 12 zaken tegen evenzoveel verdachten die in september betrokken zouden zijn bij de rellen in Haren (Project X).

Negen jonge mannen werden veroordeeld.

Het onderstaande verslag is opgetekend vanuit de rechtszaal en is tijdens de zitting  voortdurend bijgewerkt.

Een eerder liveblog rond Project X Haren publiceerde ik op 30 november: zie hier

De belangstelling voor de strafzaken was uiterst minimaal: er was één inwoonster van Haren aanwezig. Is dat raar?

.

.

09.05 uur
Sipko L., 19 jaar uit Sneek
MBO-opleiding sociaal cultureel werk
openlijk geweld: gooien van kiezelstenen naar de Mobiele Eenheid.
“Voordat ik het wist gooide ik, daar zat geen zware gedachte achter. Spijt van dat ik er een onderdeel van ben geweest. Ik zou het verschrikkelijk vinden als het bij mij in de straat zou gebeuren.”

Rechter: “Ik heb begrepen dat u graag bij de politie wilt.”
Sipko: “Ja, nog steeds.”
Rechter: ‘Ik zal dan maar de brenger zijn van de slechte boodschap. Dat kunt u nu wel vergeten.”

eis werkstraf van 60 uur + storten van 500 euro in schadefonds (bij niet betalen: geldboete van 600 euro)
vonnis: conform de eis

.

09.20 uur
Joran T. , 18 jaar uit Gieten
MBO-opleiding sport en beweging
openlijk geweld: gooien van flessen, een fiets en stokken naar politie, auto omgooien, opruiing.
“Ik heb er eigenlijk niets over te zeggen. Klopt denk ik wel, ik weet het niet zo goed meer. Is al lang geleden. Ik had niet de intentie om de auto om te gooien. Ik stond daar wel. Ik heb ook wel een flesje gegooid. En een fiets. Iemand gooide de fiets en ik gooide die door. Spanning zoeken. Sensatie.”

Officier van justitie: “De beelden spreken voor zich. In combinatie met uw verklaring is er voldoende bewijs. Geen bewijs voor opruiing  Opruiing middels gebaren is niet strafbaar gesteld. Wel fors geweld tegen hulpverleners. Dat leidt tot dubbele strafeisen.”

eis werkstraf van 120 uur + storten van 500 euro in schadefonds (bij niet betalen: geldboete van 600 euro)
vonnis: Vrijspraak voor opruiing. Dat is alleen strafbaar als het mondeling gebeurt of met afbeeldingen. Wel bewezen het openlijk geweld. U bent fors over de schreef gegaan. Gevangenisstraf zou kunnen. Maar u bent nog jong en ik hoop dat u uw les heeft geleerd. Ik leg op een werkstraf van 120 uur en de storting van 500 euro in het schadefonds. Conform de eis dus.”

.
09.48 uur
Sjoerd S., 20 jaar uit Groningen
HBO-student bestuurskunde 
openlijk geweld: gooien van flessen en bierblikken naar de politie
‘Klopt. Ik begrijp het wel. Geen tien blikjes, waarschijnlijk een stuk of vijf. De meesten waren zo goed als leeg. Ik heb mezelf gemeld nadat mijn foto was getoond bij Opsporing Verzocht. Ik was met twee vrienden naar Haren gegaan uit nieuwsgierigheid. Oproep van de burgemeester dat er geen feest was, werkte averechts. Bij mij wel tenminste. Alcohol speelde ook een rol. Ik was aangeschoten. Ik schaam me er voor wat ik gedaan heb.’

Rechter: ‘Als u bij de overheid wilt werken heeft u een verklaring van goed gedrag nodig. Met een veroordeling voor een misdrijf wordt dat wel heel moeilijk.’
Sjoerd: ‘Ja, heel vervelend.’

Officier van justitie: ‘Anderen gooiden en daarom ging hij ook gooien. Onbegrijpelijk. Ervaren ME’ers zeiden dat ze zoiets, zo extreem, nog niet eerder hadden meegemaakt.’

eis werkstraf van 60 uur + storten van 500 euro in schadefonds (bij niet betalen: geldboete van 600 euro)

Advocaat: ‘Verdachte heeft zichzelf gemeld en is first offender. Dus een deel van de werkstraf zou voorwaardelijk opgelegd moeten worden.”
Sjoerd: ‘Storting in schadefonds vind ik buiten alle proporties gezien wat ik heb gedaan.’

vonnis  ‘U heeft meegedaan. Ik vind het jammer wat u zegt over de schade. U moet ook uw bijdrage leveren. U krijgt 60 uur werkstraf en de storting van 500 euro.’

.

10.25 uur
Rubben A., 20 jaar uit Tolbert
opleiding beveiliger Noorderpoortcollege
openlijk geweld: gooien van bierflessen in de richting van de Mobiele Eenheid en politie.
‘Klopt, maar niet vaker dan drie keer. Een een lat. Ik kwam er voor het feestje, gezellig met muziek, biertje drinken. Sfeer sloeg om. In eerste instantie kijk je toe. Maar dan ga je er in mee. Dom inderdaad. Hoe vaak moet ik dat zeggen. Na een tijdje ben ik gewoon weggegaan. Ik had toen zoiets van, dit gaat te ver. Ik heb mezelf gemeld, ik stond met foto nummer 356 op de lijst van Opsporing Verzocht. Ik had het rond die tijd wel een beetje moeilijk. Ik wil het niet goed praten, maar ik zat niet lekker in mijn vel.’

Officier van justitie: ‘Wettig en overtuigend bewezen. Relatief licht vergrijp, maar u was wel onderdeel van extreem geweld. Gooien van een blikje of een lat kan niet los worden gezien van het geheel. Een strafblad werkt niet mee als je beveiliger wilt worden. Had u zich eerder moeten bedenken.’

eis: werkstraf van 60 uur + storten van 500 euro in schadefonds (bij niet betalen: geldboete van 600 euro).
vonnis:’U bent strafbaar. U heeft zich laten meeslepen, is geen excuus. De ernst van wat u heeft gedaan, mag niet onderschat worden. 60 Uur en de storting van 500 euro. Conform de eis.’

..

11.00 uur
verdachte P.V. (21) uit Groningen is niet verschenen.

.

11.40 uur
Marius F., 20 jaar uit Bolsward
volgt taxi-opleiding (net gezakt)
openlijk geweld: blikken bier gooien naar politie en het stelen van sigaretten bij Albert Heijn.
‘Klopt. In ben met auto naar Haren gegaan. Ik had wel zin in een feestje. Ik kwam aan bij de C1000, bij de kerk. Het was toen nog vrij rustig, later een grote chaos. Iemand begon ruzie te zoeken met de politie en toen, ja… zodoende. Ik heb lege blikjes naar de Mobiele Eenheid gegooid, maar ik heb ze niet geraakt.’

Rechter: ‘Leg nou eens uit waarom?’
Marius: ‘Adrenaline. Ik werd meegesleurd, denk ik. Door de groep. De spanning van het moment.’
Rechter: ‘U bent ook in de Albert Heijn geweest.’
Marius: ‘Zelfde verhaal. Ik heb een pakje sigaretten meegenomen.’
Rechter: ‘Dat is wel weer een stap die verder gaat. Wat denkt u dan op zo’n moment.’
Marius: ‘Ik dacht een pakje sigaretten mist niemand. En zulke grote bedrijven zijn verzekerd toch? ‘
Rechter: ‘Er is wel voor meer dan 16.000 euro schade aangericht. Dat wil Albert Heijn ook op u verhalen.’
Marius: ‘Ja…’

Officier van justitie: ‘Openlijk geweldpleging bewezen, diefstal sigaretten ook. Er zijn beelden waarop is te zien dat hij een pakje sigaretten pakt en naar buiten loopt via het raam. Volstrekt onacceptabel. De diefstal is plundering. U heeft eerder een werkstraf gehad bij de kinderrechter voor openlijk geweld. Daarom mag ik nu geen werkstraf meer eisen. De wet is daar heel streng in. ‘

eis: 2 maanden celstraf + storten van 500 euro in schadefonds (bij niet betalen: geldboete van 600 euro). Vordering Albert Heijn is te ingewikkeld en wijs ik af.

Advocaat: ‘We kunnen kort zijn over de feiten. Die kunnen bewezen worden. Ik kan de officier van justitie niet volgen in zijn eis van een gevangenisstraf. Bij de eerste veroordeling was hij minderjarig. Dat onderscheid moet gemaakt worden. Als de wet het  niet toestaat, kunt u een gevangenisstraf opleggen van een (1) dag, in combinatie met een werkstraf.’
Marius (laatste woord): ‘Ik ben geschokt door de eis. Ik ben stom bezig geweest, maar ik ben geen gevaar voor de samenleving en ik vind dat ik niet in de gevangenis hoor te zitten.’

vonnis: ‘Bewezenverklaring openlijk geweld. Diefstal sigaretten ook. U bent in het verleden gewaarschuwd toen u minderjarig was. Dat telt. U krijgt een (1) dag gevangenisstraf en 120 uur werkstraf. Daarnaast een storting van 500 euro n het schadefonds.’

.

12.35 uur
Kai M, 19 jaar uit Bronneger
?
openlijk geweld: gooien met harde spullen (blikken, stenen, fietsen) naar de politie en diefstal uit de Albert Heijn.
‘Klopt. Ik heb een keer een deksel gegooid. Spullen meegenomen uit de Albert Heijn? Daarvoor beroep ik mij op mijn zwijgrecht.’

Rechter: ‘Bent u de man in het streepjes-shirt?
Kai: ‘Ik beroep mij op mijn zwijgrecht.’

[rechter besluit om de beschikbare beelden te bekijken]

> zaak wordt aangehouden (en op later tijdstip voortgezet).

.

13.15 uur
S.G., 19 jaar uit Groningen
openlijk geweld
zaak niet gevolgd
eis: werkstraf 80 uur en storting 500 euro in fonds
vonnis: conform

.

13.45 uur
Herman I., 20 jaar uit Groningen
werkzaam in de autohandel
openlijk geweld: afbreken verkeersbord, gooien met bierblikken naar de ME en omgooien winkelwagens
‘Klopt. Ik woon vlakbij, ik was nieuwsgierig. Was een feeststemming. Gezellig. Stemming sloeg een beetje om naar het tegenovergestelde. Toen heb ik mij mee laten sleuren. Puur uit nieuwsgierigheid ben ik blijven kijken. Ongelooflijk dom van mezelf. Ik werd op gegeven moment gebeld door de politie met de vraag of ik langs wilde komen. Ik heb toen keurig netjes meegewerkt.’

Officier van justitie: ‘Mee laten slepen? In 2008 bent ook veroordeeld wegens openlijk geweld.’
Herman: ‘In 2007. Ik ben sindsdien heel erg veranderd, bezig met een eigen bedrijf en zo.’
Officier van justitie: ‘Blijf het merkwaardig vinden.’
De gemeente Haren vordert 144 euro voor vernieling verkeers- en straatnaambord.

eis: ‘Drie maal openlijke geweldpleging, kan worden bewezen. Is ook strafbaar. Ik ga een onvoorwaardelijke gevangenisstraf eisen, dus let goed op. U heeft een bijdrage geleverd aan het totaal. In januari 2008 bent u veroordeeld door de kinderrechter. U was een fors gewaarschuwd man. De ruimte om nog een werkstraf op te leggen is beperkt, 22 b lid 2 Wetboek van strafrecht. Er moet een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd worden. Ik eis een storting van 500 euro in het schadefonds, een gevangenisstraf van 2 maanden en 144 euro betalen aan de gemeente Haren.’

Advocaat: ‘Hij is geen harde kern, geen hooligan, maar een meeloper. Hij ging niet naar Haren om te rellen. De eis is fors en staat niet in verhouding tot andere straffen. De meeste komen weg met een werkstraf. De eis is disproportioneel. Hij is al aantal jaren rustig. Als hij toch moet zitten, doe dan 1 dag. Hij werkt zeven dagen in de week keihard.’

vonnis: ‘De drie ten laste gelegde feiten acht ik bewezen. U heeft een wat prominentere rol gehad dan anderen. Op bent op meerdere tijdstippen en plekken actief geweest. Er moet ook een balans zijn ten opzichte van anderen. De bedoeling van de wet is dat niet meer taakstraf na taakstraf wordt opgelegd. Maar ik kijk ook naar uw leeftijd. De vorig keer is bijna vijf jaar geleden. Ik veroordeel u tot 1 dag celstraf en 120 uur werkstraf. U moet verder 144 euro betalen aan de gemeente Haren en u moet 500 euro storten in het schadefonds.’

.

14.25 uur
R.L., 20 jaar uit Groningen
niet verschenen, dagvaarding nietig.

.

14.40 uur
Hans E., 20 jaar uit Groningen
HBO-opleiding laborant
openlijk geweld: gooien van flessen en bierblikken naar de politie.
‘Ik heb een keer een fles gegooid en een keer een blik. Ik heb me later zelf gemeld. Ik voel met wel verantwoordelijk. Niet direct gemeld, maar toe ik de beelden zag schrok ik wel. Ik was herkenbaar in beeld. Ik schrok van hoe ik me heb gedragen. Ik heb me mee laten slepen. Ik had veel gedronken, maar dat zal iedereen wel zeggen.’

Rechter: ‘U hebt ook vuurwerk afgestoken.’
Hans: ‘Ja.’
Rechter: ‘U was wel heel actief bezig.’
Hans: ‘Maar niet gericht op een persoon.’
Officier van justitie: ‘U was ook bezig met een fietsenrek.’
Hans: ‘Ja…, maar niet om te gooien.’
Rechter: ‘Was u aangeschoten?’
Hans: ‘Nee, dronken.’

Officier van justitie: ‘U heeft meer gedaan dan u ten laste is gelegd. U maakte opruiende gebaren. Dat wordt u niet verweten, maar het speelt wel mee. Ambulances en brandweer konden hun werk niet doen. Daar heeft u aan bijgedragen. Er was geweld tegen de politie. Daarom zijn de eisen in deze zaken fors, dubbele strafeisen. U bent niet eerder veroordeeld.’

eis: 80 uur werkstraf en 500 euro storten in het schadefonds ten behoeve van Haren.
vonnis: 80 uur en storting, conform de eis.

.

Raoul A., 20 jaar uit Groningen
student sportopleiding
openlijk geweld: omgooien van winkelwagens, diefstal dan wel heling van sigaretten bij Albert Heijn.
‘Het klopt. Vrienden van mij kwamen bij mij en wilden naar Groningen, naar de Drie Gezusters. Hoorden we van Haren, gingen we daar heen. We dachten dat er artiesten zouden langskomen om er een leuke muzieksfeer neer te zetten. Op het voetbalveld. We hadden een feestje verwacht. Was ook nieuwsgierigheid.Het was geen sensatiezucht, we hadden zin om een feestje te bouwen. We waren tegen tien uur in Haren. We kwamen in een groep terecht, man of 2000. We liepen met de stroom mee. Was toen nog leuk. We zongen waar is het feestje… We hebben ook nog drank gekocht bij de slijterij. De Mitra. Ja, die was nog open. Bij Albert Heijn werden sigaretten dor de lucht gegooid. Heb ik twee pakjes van gepakt. Die heb ik onderweg verkocht. Later heb ik mijn ouders gebeld, gezegd het klopt niet wat hier gebeurt. Ik wilde weg, maar kon niet weg. Later zijn we wel weggekomen.’

Rechter: ‘Waarom deed u wat u deed?’
Raoul: ‘Combinatie van alcohol en joelende mensen, beetje meegaan, niet echt over nadenken. Armen in de lucht en zo. De sensatie om je heen. Later denk je wel, nee…’
Rechter: ‘Wanneer kwam dat besef?’
Raoul: ‘Toen ik mijn ouders ging bellen.’
Rechter: ‘Bij de politie vertelde u dat u het wel lekker vond mensen uit hun comfort-zone te halen.’
Rauol: ‘Nee, maar ik vond dat wel apart om te zien.’
Rechter: ‘Albert Heijn heeft een schadevordering ingediend van 16.000 euro.’
Rauol: ‘Oke.’

Officier van justitie: ‘Je bent verantwoordelijk voor je eigen handelen. Drank of sensatiegevoel of niet. Nu zit je hier met de consequenties. U zit hier ook voor het geweld van anderen, van de mensen om u heen, dat is de kern van openlijke geweldpleging. U heeft een flinke bijdrage geleverd.’

eis: 120 uur werkstraf (zo niet: 60 dagen zitten) en 500 euro storten in het schadefonds ten behoeve van de slachtoffers van Haren (zo niet: een geldboete van 60 euro). De vordering van Albert Heijn is te ingewikkeld voor behandeling in strafzaak.

Rauol (laatste woord): ‘Ik vind het een beetje veel.’

vonnis: ‘Ik zal het iets matigen: 80 uur en 500 euro storten in schadefonds.’

zitting gesloten: 15.25 uur

Project X Haren

harenEen liveblog.

De politierechter in Groningen behandelde vandaag (vrijdag 30 november) de strafzaken tegen een groot aantal verdachten die betrokken zouden zijn bij de rellen in Haren, in september dit jaar.

Hieronder het verslag van de zitting. Ik schreef dit verslag vanuit de rechtszaal met voortdurende aanvullingen. Om 17.27 uur werd de zitting gesloten.

zaak 1
09.02  – 09.35 uur
Reinder de G. (24) uit Oldehove
werkt op akkerbouwbedrijf, eigen woning met vriendin

Staat op tv-beelden, te zien hoe hij met drie anderen aan een verkeersbord staat te trekken. Die beelden verschijnen ook op GeenStijl en StukTV. Een politieagent herkent de verdachte.

‘Ik hoorde op Radio 538 dat er een feestje was in Haren. Dacht, daar moet ik ook heen. Ben een tijdje ziek geweest, toen geen drank gehad. Die avond tien bier. Ging een beetje gek doen, ik heb me mee laten slepen door het gekkenhuis. Iedereen deed raar. Achteraf dom, ik had daar niet moeten zijn.’

Advocaat: ‘Geen echte vandaal, maar een meeloper. Hij kwam af op de sensatie.’

Officier van justitie: ‘Verdachte is eerder veroordeeld voor openlijk geweld. Daarom geen werkstraf, maar gevangenisstraf. Dit was een jongen die meehielp een verkeersbord om te buigen. De eis: 20 dagen gevangenisstraf, waarvan 10 voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarde: storting 400 euro in schadefonds. Daarnaast het betalen van een schadevergoeding aan de gemeente Haren: 100 euro

vonnis politierechter:
‘Openlijke geweldpleging bewezen. U bent een strafbare dader. Er zijn gewonden bij de politie gevallen, het is een ongekend gebeuren geweest. U deed daar aan mee. Dat reken ik u aan. Drank of niet. U bent eerder veroordeeld voor openlijk geweld. Twintig dagen cel waarvan tien voorwaardelijk. Storting van 500 euro  tnv schadefonds geeweldsmisdrijven. En het betalen van 140,60 euro als schadevergoeding aan de gemeente Haren.

.
zaak 2
09.35 – 09.55
Gerben K. (22) uit Ten Post
startend veehandelaar

‘Ik was een beetje aangeschoten. Ik zag de Mobiele Eenheid aankomen. Dacht, wat gebeurt hier? Had niet door dat de sfeer zo dreigend was. Vond de actie van de ME slecht getimed. Wij werden richting de Albert Heijn gedreven. Ik had  toen het gevoel dat ik moest meehelpen een verkeersbord uit de grond te rukken.’

Verdachte is in 2011 veroordeeld wegens openlijk geweld. Kreeg toen een werkstraf van 50 uur.

Officier van justitie: ‘Hij verdient straf. Hij is eerder veroordeeld. Daarom eis ik nu een gevangenisstraf. Ik eis 20 dagen waarvan 10 dagen voorwaardelijk. En een storting in schadefonds van 400 euro.  De gemeente vordert een schade van 421,80. Toewijzen tot 100 euro.’

Advocaat: ‘Hij heeft zijn aandeel bekend. En zichzelf gemeld. Moet rekening mee worden gehouden. Eis is draconisch. Hij heeft zich laten opfokken en is aan een paal gaan hangen. Meer niet. Geen storting in fonds. Is geen causaal verband.’

vonnis politierechter:
‘ Bewezen. Veel geweld, gericht tegen de mobiele eenheid. U heeft een bijdrage geleverd aan massaal geweld. Dat verkeersbord is richting de ME gegooid. U bent geen hoofdrelschopper, maar wel eerder veroordeeld. Straf conform eis: 20 dagen cel waarvan 10 voorwaardelijk. Storting in schadefonds geweldsmisdrijven van 500 euro als bijzondere voorwaarde. En schade vergoeden van 140,60 euro aan de gemeente Haren.’
.

zaak 3
10.00 – 10.25
Jongen (19) uit Giethoorn
student te Zwolle

Gooide bierflesje naar de politie. Beelden op de tv. Ouders herkennen zoonlief en adviseren hem zich te melden. Doet hij.  Ook zijn baas ziet de beelden. Was met trein en bier naar Haren gereisd.

‘Ik dacht dat er een alternatief feest was. Tien bier? Nee, er waren ook flesjes kapot gevallen. Ongeveer zes bier. Dronken? Nee, maar niet nuchter. Jongens met FC Groningen-sjaaltjes gooiden de sfeer om. Op dat moment vond ik dat de politie de sfeer verpeste. Achteraf natuurlijk niet. De politie wilde de boel natuurlijk veilig houden. Ik heb drie, vier flesjes gegooid. Gezien wat er allemaal is gebeurd die avond, is dat licht. Ik kwam niet naar Haren om te rellen.’

Officier van justitie: ‘Jongen met blanco strafblad en toch laat hij zich meeslepen. Openlijk geweld. Het was een slagveld dat uren heeft geduurd. Hij heeft daar aan bijgedragen. Ook met het gooien van een paar flesjes, ook dat is een ernstig feit. Werkstraf 40 uur waarvan 20 uur voorwaardelijk. Geldboete van 600 euro voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarde: storting van 500 euro in schadefonds..

Advocaat: ‘Cliënt dacht, Haren leuk. Flashmobs. Hij dacht, er gaat daar iets spontaan gebeuren, niet iets vervelends. Weet nu dat het stom was. Hij ging op gegeven moment ook weg, omdat hij de sfeer vervelend vond. Hij ging naar Groningen waar zijn vader hem heeft opgehaald. Dat rechtvaardigt een lagere straf.’

vonnis politierechter:
‘Bewezen. Mede op basis van de beelden. U bent een strafbare dader. Ernst van het feit, heftige avond, nacht, publiek richtte zich massaal tegen de politie, met gewonden. U heeft daar een bijdrage aan geleverd. Dat u weg bent gegaan doet daar niet aan af. U heeft gevoelens van onveiligheid opgeroepen. Onze orientatiepunten: 3 maanden gevangensistraf. Dan is de eis van de officier van justtie wel heel laag. U heeft vier flesjes gegooid. Eis is te laag. U krijgt 60 uur werkstraf. Boete van 600 euro met bijzondere voorwaarde: 500 euro storten in schadefonds.’

.

zaak 4
10.28 – 10.48 uur
Nathan van M. (19) uit Amstelveen
mbo-opleiding, werkt in supermarkt

Openlijk geweld, het gooien van straatklinkers en stenen naar de mobiele eenheid op verschillende tijdstippen. Heeft zich na een week vrijwillig gemeld. Staat op beelden van OOGTV. Komt naar zitting zonder advocaat.

‘Steen uit de straat gehaald, bij het makelaarskantoor. Heb ik ook mee gegooid. Ging met Kristan en Jan naar Haren. We wilden lol maken. Bij aankomst als dronken. Wodka. Paar flessen gegooid naar de ME. Er waren jongens met een hek bezig, die heb ik geholpen. Ik heb troep, grind, naar de ME gegooid. Ik zag dat de ME’ ers geraakt werden. Ik hielp ook stenen los te wrikken bij de rotonde.’

‘Klopt. Dom. Meer kan ik er niet van maken. We gingen niet om te rellen.’

Officier van justitie: ‘Drank in de man, wijsheid in de kan. Verdachte heeft geen strafblad. Hij is die avond langere tijd bezig geweest. Reken ik hem zwaar aan. Passend en geboden is een werkstraf van 100 uur. En een maand cel voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarde: storting 500 euro in fonds. Daarnaast de gevorderde schade betalen van 100 euro.’

Verdachte: ‘Prima.’

Vonnis politierechter:
‘Strafbaar feit en u bent strafbare dader. U bent niet onzichtbaar aanwezig geweest daar. Maar prominent aanwezig. Dat reken ik u heel zwaar aan. Orientatiepunten, zonder meer drie maanden celstraf. U heeft blanco strafblad. Werkstraf van 120 uur. Daarnaast een maand voorwaardelijke celstraf. Bijzondere voorwaarde: 500 euro in schadefonds storten. Vordering van 100 euro wijs ik ook toe. U heeft twee weken de tijd in hoger beroep te gaan.’

.
zaak 5
10.50 – 11.20 uur
Hendrik Johan M. (19) uit Groningen
student bedrijfseconomie, tweedejaars, rugby

De verdenking: inbraak en diefstal van shag uit Albert Heijn. Verdachte heeft zich vrijwillig gemeld. Er zijn televisiebeelden STUKTV. Thuis twee biertjes gedronken, toen op de fiets naar Haren. Moeder herkende zoon op beelden. Geen advocaat. Albert Heijn vordert 16.224,12 euro.

‘We wilden naar Merthe’s huis lopen. We zagen dat daar gereld werd. We liepen langs de Albert Heijn. Ik hoorde van een vriend dat die was opengebroken. Ik wilde het meemaken. Ben niet trots. Ik was met groep vrienden, wilde niet in mijn eentje weg. Door groepsdruk de Albert Heijn naar binnen gegaan, met andere mensen. Die mensen kende ik niet. Doos sigaren gepakt. Geen shag. Ik rook niet eens. Ik heb er spijt van. Het gebeurde gewoon. Ik voelde ook een por in mijn rug. Sigaren heb k weggegooid.’

Rechter: ‘Als iedereen in kanaal was gesprongen had u dat ook gedaan.’
Verdachte: ‘Een beetje een rare vergelijking.’

Officier van justitie: ‘Anarchie, opstand. Er werkten toen negen mensen in de Albert Heijn, die zijn hysterisch van angst via een nooduitgang de winkel uit gevlucht. De vordering van Albert Heijn is in deze zaak te ingewikkeld. Ik eis wel werkstraf van 60 uur, geldboete van 600 euro. Bijzondere voorwaarde: storting van 500 euro in schadefonds.

Verdachte: ‘Nooit intentie geweest om mensen van Albert Heijn angst in te boezemen. Of hysterisch te laten worden.’

vonnis politierechter:
‘Deels bewezen. Niet de braak, wel de diefstal. Eenvoudige diefstal. Zonder braak is het feit niet minder ernstig. Diefstal met achterliggende lading: pludering. U heeft misbruik gemaakt van de situatie. Dat reken ik u aan. Geen strafblad. Strafeis is niet passend en geboden. U krijgt 90 uur werkstraf. Daarnaast: 600 euro boete. Voorwaarde: storting 500 euro in schadefonds geweldsmisdrijven. Vordering Albert Heijn wijs ik af want de vordering is niet goed ingediend, geen machtiging.’

,

zaak 6
12.00 – 12.43 uur
Bastiaan K. (19) uit Sappemeer
werkzaam bij C1000, gaat een dag per week naar school

Gooien met flessen en een dranghek. Verdachte heeft zichzelf gemeld. K. zou ook sigaretten hebben gestolen bij Albert Heijn. Verdachte is herkend van beelden.

‘We zochten niet de sensatie op, we gingen naar Haren om te kijken. We kwamen met de trein uit Hoogezand, met kennissen. Op station in Groningen nog bier gekocht. Toen met de trein naar Haren, daar op het station uitgestapt. Adrenaline kickte er in, in combinatie met drank. We werden door de ME een straat in gedreven, we konden geen kant op. Kreeg ook een klap van een ME’er. Ik raakte bewusteloos. Even. Ik was kwaad. Ik wist niet goed wat ik deed, heb me laten meeslepen om te rellen. Naar de linie gelopen, dwars door  de menigte, naar de ME. Ik heb een dranghek naar de ME gegooid.’

‘Albert Heijn naar binnen gegaan omdat iedereen dat deed. Snap het ook niet. Het paar pakjes sigaretten gepakt, terwijl ik niet rook. Dacht toen al, wat doe ik nou. Normaal gesproken ben ik niet zo. Kwam ook door thuissituatie, mijn broer is vorig jaar overleden. Dat is niet de reden, maar wel alles bij elkaar. Frustratie, drank, woede. Ik voel mij niet schuldig aan de angst van het personeel.’

Rechter: ‘Als u niet te zien was op de beelden, zou u zich dan ook hebben gemeld?’
Verdachte: ‘Ja, denk ik wel.’

Officier van justitie: ‘Er was een orgie van geweld tegen politiemensen en goederen in Haren. Dat is de context. Tegen die achtergrond moet deze zaak ook worden beoordeeld. Kwaad door de ME? De ME is niet begonnen. Ook de diefstal kan worden bewezen. Geen gewone diefstal, maar een plundering. Dat heeft de impact van een straatroof. Geen strafblad en hij heeft spijt. Zal ik ook rekening me houden. Passend en geboden: werkstraf van 160 uur en een maand celstraf voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarde: storting 500 euro in schadefonds. Niet betalen, dan een maand zitten.’

Advocaat: ‘Aansluiten bij straatroof is een brug te ver. Straatroof is van geheel andere orde. U moet daar niet in meegaan. Hij is geslagen door de ME, kreeg klap in nek, moest zich laten behandelen door de fysiotherapeut. Ook daar rekening mee houden. De strafeis is hoog. Ik vind dat de straf lager moet.’

vonnis politierechter:
‘Beide feiten bewezen. Geen braak bij de Albert Heijn, wel de diefstal. Politie was daar om de orde te handhaven. Er kwamen wel ongeregeldheden. U heeft daaraan bijgedragen. Aan massaal en buitensporig geweld. U heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van politiemensen. De diefstal is een plundering. Dat is zeer ernstig. U zit tegen het prominente aan. De eis is te laag. U krijgt 210 uur werkstraf. Daarnaast een maand voorwaardelijke celstraf. Bijzondere voorwaarde: 500 euro storten in schadefonds.’

.

zaak 7
12.45 – 13.03 uur
Kevin J. P. (22) uit Assen
werkzoekende, bijstandsuitkering

P. wordt verdacht van openlijk geweld tegen verkeersbord. Verdachte heeft zich vrijwillig gemeld, nadat neef hem op de telvisie herkende. Verdachte was met drie anderen bezig een verkeersbord om te buigen.

‘We wilden een gezellig feestje in Haren. Wist niets van oproep niet te gaan. Mijn neef en nicht en een vriendin gingen weg na het eerste vuurwerk. Ik raakte hen kwijt. ME’er zei dat ik weg moest. Toen ik dat niet snel genoeg deed, kreeg ik een tik. Daarom was ik boos. Daarom meegedaan. Ik was niet gekomen om te rellen. Ik ging mijn nichtje zoeken. Ik had drie flesjes bier gedronken. Ik deed mee om mij af te reageren. Ik heb wel spijt. Zo ben ik niet. Ik heb me laten meeslepen.

Officier van justitie: ‘Hij heeft deelgenomen aan Project X-feestje, een explosie van geweld. Als je klap krijgt van de politie en je bent het daar niet mee eens, moet je een klacht indienen. Ik eis een werkstraf van 40 uur. Daarnaast een voorwaardelijke boete van 600 euro. Bijzondere voorwaarde: storting in schadefonds van 500 euro.’

Verdachte: ‘Wel mee eens.’

vonnis politierechter:
‘Bewezen. Door een verkeersbord af te breken heeft u meegewerkt aan de rellen. Het bord is later naar de ME gegooid. De ME voerde charges uit en u stond daar. Had u maar weg moeten gaan, die klap is aan u zelf te wijten. U heeft geen strafblad en u speelde geen prominente rol. Werkstraf 40 uur. Geldboete 600 euro. Die hoeft u niet te betalen als u 500 euro stort, voor 1 juli, in het schadefonds.”

Verdachte: ‘Ik ga niet in hoger beroep.’

.

zaak 8
13.35 – 13.58 uur
Bartold S. (19) uit Giethoorn

werkzaam in de horeca, bediening

De verdenking is: poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Verdachte is eerder veroordeeld: wildplassen.

Nieuwsgierig naar het feestje. Met een kameraad. Ik wil geen namen noemen. Hij heeft niets gedaan en was ook nog nuchter. Toen er werd gegooid is hij teruggegaan naar de auto. Ik niet. Ik heb drie bierflesjes naar de ME gegooid. Op dat moment heb je niet het idee dat daar een mens achter zit. Heel ziek eigenlijk. Ik had zes flesjes bier gedronken, daar word ik niet anders van. Na het eerste bord, gooide ik nog een bord. Ik heb ook met grind gegooid.’

Officier van justitie: ‘Ik kom tot een vrijspraak. voor toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Te veel onduidelijkheden. Wel openlijk geweld. 60 uur werkstraf. Geldboete 600 euro, met bijzondere voorwaarde 500 euro storten in geweldsfonds.

Advocaat: ‘Hij dacht een leuke bijeenkomst. Het werd niet leuk. Hij liet zich meeslepen. Anderen deden het, hij ook. Waarom? Daar komt nooit een antwoord op. Met dat bord had hij de ME nooit kunnen raken. Het was wel wanorde, maar niemand had zwaar letsel kunnen oplopen.’

Vonnis politierechter:
‘Openlijk geweldpleging bewezen. U heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan enorme geweldsexplosie, ook al heeft het bord niemand geraakt. U ging mee met de hele meute, daarmee is sprake van voorwaardelijkke opzet. Dat reken ik u aan. U had een prominente rol. Werkstraf van 60 uur. Geldboete 600 euro, met bijzondere voorwaarde 500 euro storten in geweldsfonds ten behoeve van een instelling die de belangen van gedupeerden van de rellen behartigt.
.

zaak 9
14.05 – 14.38 uur
Niels C. B (18) uit Groningen
student, MBO-opleiding sport en bewegen

B. wordt verdacht bierblikken naar de ME te hebben gegooid. Verdachte heeft zijn moeder meegenomen. Heeft zichzelf aangegeven nadat hij zich op een filmpje op het internet had gezien.

‘Ik wilde gaan voor een feest. Had een dj op de radio gehoord. Ging met drie vrienden op de fiets naar Haren. Bij Albert Heijn in Helpman nog bier gekocht. In Haren was ik onder de indruk, zoveel mensen. Dacht: wow. Naar Stationsweg gelopen. Ik ben door de mensenmassa gelopen richting de ME. Er werd van alles gegooid. Ik had weg kunnen gaan. Niet gedaan, dat heeft met mijn ADHD te maken. Dan krijg ik een impuls. Denk pas later, wat doe ik hier eigenlijk? Dan heb ik mezelf even niet onder controle.’

Rechter: ‘Als u dat weet, van de ADHD, had u dan wel naar Haren moeten gaan?’
Verdachte: ‘Ik had niet op rellen gerekend.’

‘Het is bij mij heel vaak eerst doen, dan nadenken. Heb ik ook op het voetbalveld. Als ik een kans mis, moet ik een overtredinkje maken.’

Officier van justitie: ‘Het geweld richtte zich tegen de politie. Veel agenten gewond en de maatschappij behoorlijk geschokt. Hij aan bijgedragen. Met ADHD heb je een iets mindere rem, maar als je dat van jezelf weet, dan ga je toch niet. ADHD mag geen excuus zijn. Hij is een strafbare dader. Werkstraf van 60 uur, geldboete 600 euro voorwaardelijk, bijzondere voorwaarde storting 500 euro in schadefonds.

Advocaat: ‘Jammer dat we het filmpje hier niet kunnen laten zien. Het staat er op wat hij heeft gedaan. Maar te zien is ook hoe de ME intimmert op een persoon die op de grond ligt. Dat ziet mijn client. Hij gooit dan met een blikje. Een impulsieve actie nadat hij onrecht zag. Had hij niet moeten doen. Hij is een bijzonder brave relschopper. Hij is trouw bezoeker van FC Groningen. Maar nooit in de verleiding gekomen om te rellen. Geen strafblad.

vonnis politierechter:
‘Bewezenen strafbaar. U gooide met een bierblikje, vol of leeg maakt niet uit. Ik moet ook kijken naar de omstandigheden waaronder. Er werd met van alles gegooid. Iedereen was aan het gooien. U was een deelnemer aan het geheel. Uw rol is wel minimaal geweest. U bent geen hooligan. U weet wat u mankeert en toch gaat u er heen. U wist ook dat er geen feest was. Werkstraf van 30 uur. Geldboete van 600 euro, met bijzondere voorwaarde voor 1 juli 2013 500 euro storten in schadefonds.’

.

zaak 10
14.43 – 15.15 uur
Firkan O. A (20) uit Groningen
student, architectuur

Openlijk geweld, het gooien van harde voorwerpen richting de ME. Agent in burger ziet hem rond half een ‘s nachts gooien. Gericht en met kracht.

‘Ik heb eerst Kevin opgehaald en toen zijn we op de scooter naar Haren gereden. Maar ik heb niet met stenen gegooid. Ik ben met mijn handen ophoog richting de ME gelopen en toen werd ik gearresteerd. Agent zei, oprotten. Ik zei, ik moet naar mijn brommer. Toen ben ik geslagen en aangehouden. Ik kon ook niets gooien want ik had hand in gips. De linkerhand. Ik ben rechts. Ik heb meisje naar station gebracht. Daarna een agent om de weg gevraagd. Ik wilde naar huis toe.’

Officier van justitie: ‘Wettig bewezen. Een agent heeft het gezien. Hij heeft met de rechterhand een voorwerp gegooid naar de ME. Is het ook overtuigend? Ik heb geen reden te twijfelen aan de waarnemingen van de agent. Daarmee wettig en overtuigend. Werkstraf van 60 uur. Geldboete 600 euro, bijzondere voorwaarde storting 500 euro in schadefonds.”

Advocaat: ‘Mijn client moet worden vrijgesproken. Hij was daar, maar nam niet deel aan de rellen. Er kan wel worden getwijfeld aan de waarneming van de agent. Eerst zou hij met een fles (op een fles gelijkend voorwerp) hebben gegooid, later met een steen (op een steen gelijkend voorwerp), weer later met een fiets (fiets). Dat is nogal wat anders en roept vraagtekens op. De overtuiging ontbreekt.’

vonnis politierechter:
‘Onvoldoende overtuigend bewijs. U wordt vrijgesproken.”

(verdachte krijgt dikke kius van zichtbaar opgeluchte moeder)

.

zaak 11
15.20 – 15.48 uur
Robin J. (20) uit Assen
student MBO, werkt daarnaast in verzorgingstehuis

Verdachte zou straatklinker naar politie hebben gegooid. Hondengeleider ziet dit. Een steen vloog rakelings langs helm van een ME’er, aldus agent. Agent laat diensthond Rico in been verdachte bijten.

‘Ik heb niets gegooid. Voor de aanhouding was ik niet achter de ME-linie zoals wordt gezegd. Ik zag iemand gooien. Ik bukte. Dacht foute boel. Gooide blikje bier over hek heen, op een bouwterrein. Ik wilde wegrennen. Toen kwam die hond en kreeg ik een klap op mijn hoofd. Ik was met vrienden vanuit Assen naar Haren gegaan. Met de trein. Drie blikjes bier gedronken. Ik stond in het centrum, bij de kerk op het grasveld. We waren toen wel op weg naar het station, op weg naar huis.’

Officier van justitie: ‘Er is wettig bewijs voor openlijk geweld: het relaas van de hondengeleider. Ik heb geen reden aan te nemen dat er sprake is van een persoonsverwisseling. Er worden in zijn nabijheid stenen gegooid. Hij was er bij. Hij distantieerde zich niet. Ook: geen stradfblad. Eis: een werkstraf van 60 uur. Geldboete van 600 euro, met als bijzondere voorwaarde het storten van 500 euro in het schadefonds.’

Advocaat: ‘Er moet een Vrijspraak volgen. Geen overtuigend bewijs.’

vonnis politierechter:
‘Wettig en overtuigend bewezen. U heeft een straatklinker naar de ME gegooid. Ik baseer mij op de verklaringen van de agent. Die is heel stellig. U heeft een bijdrage geleverd aan buitensporing geweld tegen de politie. Daarbij zijn slachtoffers gevallen. U heeft twee dagen vastgezeten. Hou ik ook rekening mee. Een werkstraf van 60 uur. Minus het voorarrest, twee uur per dag. En de geldboete van 600 euro, met als bijzondere voorwaarde het storten van 500 euro in het schadefonds.’

zaak 12
15.50 – 16.25 uur
Stef A. (18) uit Gasselte
opleiding MBO, logistiek teamleider, werk op zaterdag in verzorgingstehuis, in de keuken

Verdachte zou meerdere flessen richting de ME hebben gegooid. Verdachte is om kwart voor tien ’s avonds aangehouden op de Stationsweg door aanhoudingseenheid. A. zou deel uitmaken van groep die op dat moment zeer agressief was tegen de politie. Verdachte gooide gericht en met kracht richting ME’ers, meldt het proces-verbaal van aanhouding. Verdachte heeft twee nachten vastgezeten.

‘Ik heb met leeg blikje gegooid naar ME-busje. Niemand geraakt. Blikje gekocht bij de Albert Heijn in Haren. Ik was er om half zes. Toen was het zeker nog gezellig. Ik stond er gewoon met vrienden te praten en te kijken. Ging allemaal heel snel. Wilde tegen tien uur weggaan. Moest de volgende dag werken. Ik zag andere mensen met flessen gooien. Ik gooide blikje weg, omdat het leeg was. Hoort niet.

Rechter: ‘Wat vindt u er van?’
Verdachte: ‘Achteraf dom.’
Rechter: ‘Achteraf is een koe in de kont kiek’n.’

Officier van justitie: ‘Links- of rechtsom: hij heeft een fles gegooid in een enorme chaos. A. heeft daar ook aan meegedaan. Hij toont berouwvolle houding. Werkstraf van 60 uur. Geldboete 600 euro, met daaraan de bijozndere voorwaarde: storting van 500 euro in het fonds.’

Advocaat: ‘Ik zal het kort houden. Ik ben het eens met de officier van justitie. Mijn client valt onder de meelopers. Geen harde kernpersoon. Hij is first offender. Ik ben tegen het schadefonds. Daarvoor is geen wettige basis. Er is nog niets geregeld. Ik wil het even gezegd hebben hier met het oog op hoger beroep en cassatie. Hij heeft een blikje gegooid en dat heeft geen schade veroorzaakt. Het is dan niet terecht dat hij wel moet meebetalen aan de schade die elders is ontstasan.’

vonnis politierechter:
‘U heeft gegooid met een hard voorwerp. Op grond van het aanhoudingsproces-verbaal vind ik dat wettig en overtuigend bewezen. U maakte deel uit van het geheel. U heeft niet staan opjutten, dat ook weer niet. Gering aandeel. Er zijn wel gewonden gevallen. In beginsel staat hier wel gewoon drie maand celstraf op. Wil ik hier ook even gezegd hebben. Eis is passend en geboden. Werkstraf van 60 uur. Minus de dagen van het voorarrest, is 2 uur per dag. Geldboete 600 euro, met daaraan de bijzondere  voorwaarde: storting van 500 euro in het fonds. Dit laatste ook gelet op de recente uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden.’

.

zaak 13
16.27 – 16.56 uur
Raoul G. (19) uit Oudehaske
student, personal trainer en sportleraar (sios)

Plundering bij de Albert Heijn en de diefstal van sigaretten. Verdachte heeft zich de volgende ochtend telefonisch bij politie gemeld. Hij was te zien op de beelden. Albert Heijn vordert ruim 16.000 euro.

‘Had live-beelden op tv gezien. Zag er gezellig uit. Ben ik met twee vrienden naar Groningen gegaan. Toen lopend van Groningen naar Haren. Wat bier gehad. Bij de Mitra fles sterke drank gekocht. Rum. De sfeer was wel okay. Wel wat dronken lui die wat raar deden. Toen ineens de ME. Bij iedereen sloeg knop om, iedereen ging gooien. Wij gingen naar de zijkant. Kijken. Ik had toen weg moeten gaan, maar die mogelijkheid was er niet. Ineens bij Albert Heijn een raam eruit. Iedereen naar binnen. We stonden er een meter of tien vanaf. We waren dronken, ik had ook geblowd. Naar binnen gegaan. Ik rook niet, alleen op feestjes. Heb vijf pakjes sigaretten gepakt. Bij het weggaan kwam ik vol in beeld van de camera. Ik ben herkend, heel erg. Ik heb bedreigingen gekregen uit heel Nederland. Ben al genoeg gestraft.’

Rechter: Zonder bier, rum en dat blowen, had u het dan ook gedaan?’
Verdachte: ‘Waarschijnlijk niet.’

Officier van justitie: ‘Vrijspraak voor braak, wel veroordeling voor diefstal van sigaretten. Qua ernst is dze plundeinrg vergelijkbaar met straatroof. Dat je met je hoofd op de nationale televie komt, is jammer maar helaas. Werkstraf van 60 uur. Geldboete 600 euro, bijzondere voorwaarde het storten van 500 euro in fonds.

Verdachte: ‘Ik ben het er niet mee eens. Excuses aan Haren. Aan papa en mama. Normaal zou k zoiets nooit doen. Ik heb mij laten meeslepen. Stom. Maar ik ben geen tuig. Dat ben ik niet. Toch ben ik de rest van mijn leven op het internet te zien met de titel Harense hooligan. De media hebben mijn gezicht gebruikt. Dat voelt onrechtvaardig. Door roddelpers zijn tv opnames gemaakt van mijn vader. Ik heb de rest van mijn leven een hele zware stempel. Ik weet niet hoe ik dit moet uitleggen bij sollicitaties. Ik heb mijn toekomst heel moeilijk gemaakt. Dank u wel.’

vonnis politierechter
‘Er is een gigantische rel geweest, het Facebook-feestje. Geweld tegen de politie en tegen goederen. Een ruit bij de Albert Heijn is gesneuveld. In dat licht bezien is de diefstal geen gewone diefstal. Het kan niet anders worden gezien als plundering. En daar heeft u deel van uitgemaakt. Drank, blowen is geen excuus. De eis is te laag. Een werkstraf van 90 uur, geldboete van 600 euro met de bijzndere voorwaarde van de storting.’

.

zaak 14 – laatste zaak
17.02 – 17.27 uur
Jason P. W. (18) uit Siddeburen
student bedrijfskunde

Verdenking is dat verdachte harde voorwerpen naar de ME te hebben gegooid.

‘Ik heb mezelf gemeld. Ik heb niks stukgemaakt. Ik heb twee voorwerpen in de verkeerde richting gegooid. Ik had geen rare dingen gedaan. Ik was met een vriend in Haren.Iedereen begon te gooien. Ik dacht o, wat is dit? Jongens om mij heen begonnen ook te gooien. Ik had een klein beetje gedronken, vier biertjes. Ik heb met een poot van een hek gegooid en met twee blikjes. Ik werd door de groep meegesleurd, ik liet me meeslepen. Op een gegeven moment dacht ik, waar ben ik mee bezig? Wat ben ik een eikel.Toen ben ik weggegaan. Ik dacht, wat een gekken hier. Er viel ook een blikje naast mij, ik dacht die slinger ik even door. Ik heb mij als een mongool gedragen. Ik schaam mij.’

Rechter: ‘Hoe vaak het woord meeslepen hier vandaag wel niet is gevallen…’
Verdachte: ‘Ja, kan ik mijn voorstellen.’

Officier van justitie: ‘Meeslepen, had niet gemoeten, het was niet mijn intentie. Dat hoor ik vandaag het meest. Hij heeft gegooid, dat is strafbaar en hij is een strafbare dader. Inmddels zijn 107 verdachten aangehouden en er komen nog meer. Werkstraf van 60 uur. Daarnaast geldboete van 600 euro met de bijzondere voorwaarde: de storting van 500 euro in het fonds.

Verdachte: ‘Zo veel geld heb ik niet. Vind 60 uur ook wel veel voor wat ik heb gedaan.’

vonnis politierechter:
‘Bewezen. Wettig en overtuigend. Er zijn beelden en processen-verbaal met shots van die beelden. En hu heeft een bekennende verklaring afgelegd. U was onderdeel van de rellen, u heeft een bijdrage geleverd. Dat reken ik u aan. Misschien heeft u niemand geraakt, maar anderen zìjn wel geraakt, er zijn gewonden gevallen. Daar maakte u deel van uit. U had niet mee moeten doen, zo werkt het bij openlijke geweldpleging. U was aan de andere kant niet prominent aanwezig, niet als hooligan. Normaal bij dit soort misdrijven gaan wij uit van drie maanden cel. Ga ik niet opleggen. U bent ook first offender. Ik vind de eis allezins redelijk. Werkstraf van 60 uur, een geldboete van 600 euro, met de bijzondere voorwaarde de storting van 500 euro in het fonds op rekeningnummer 56.99.89.124 en dat voor 1 juli 2013.

einde liveblog

Plunderplezier

Opsporing Verzocht, het publieke politie- en justitieprogramma, nagelde deze week 49 jongens en een klein meisje aan de schandpaal.
Niet met de bedoeling hen te onteren of te beschimpen, maar om deze raddraaiers zoals ze alvast werden genoemd, te kunnen aanhouden.
Het gaat hier over Haren.

Vaders, moeders,  opa’s, oma’s, de buren en wie al niet meer werden opgeroepen de politie te bellen wanneer hun schatje in beeld verscheen.
Wie dat niet durfde, mocht de criminele inlichtingen eenheid (cie) van de politie bellen.
Dat is een soort geheime dienst.
De Avro verzocht de televisiekijker goed op te letten, want ‘ze’ komen uit heel het land.
Alsof de Avro dat al voor de uitzending wist.

De foto’s die werden getoond, waren gemaakt van bewegende beelden.
Het onderzoeksteam van de politie (team heet Project O) beschikt over 100 uur bewegend beeld.
De ene foto is wat scherper dan de ander, maar goed te zien is dat veel jongens te kijk staan met lachende gezichten.

Plunderplezier.

Alleen dat meisje keek wat schijterig en gooien kon ze ook niet.
Sowieso niet, meisjes gooien met de pols.
Geheel ongevaarlijk want wat je met de pols gooit, valt recht naar beneden.

Het uiteindelijke doel van deze breed geaccepteerde nationale schendingen van de privacy is om de (vooraf gewaarschuwde) relschoppers voor de rechter te brengen.
Ze zullen zich dan in de rechtszaal moeten verantwoorden voor openlijke geweldpleging, vernieling, plundering, mishandeling en/of brandstichting.

Een veelgestelde vraag in de rechtszaal is: waarom?
Of een variatie op die vraag: hoe heeft het zo ver kunnen komen?
Het meest gegeven antwoord op die veelgestelde vraag is: ‘Weet nie…’
Rechters vragen dan door en zeggen: ‘Hoezo, weet nie?’
Veel verdachten: ‘Nou gewoon…’

Zo ging dat bij de eerdere rechtszaken rond Haren.
Er was zelfs een man die wel bekende, terwijl hij niet eens wist dat hij op de 21ste september in Haren was geweest.
Zijn ‘weet nie’ kwam door zijn dorst en de manier waarop hij die had gelest.
Daar was hij stomdronken van geworden.
Ladderzat had hij kennelijk dingen gedaan, dingen die hij vermoedelijk nooit zou doen, dacht hij, zonder dorst.

Het ‘weet niet’ is overigens niet typisch iets voor leden van Facebook die wel van een feestje houden.
Zo gaat het ook bij strafzaken die met Haren helemaal niets te maken hebben.

Hele studies zijn aan de oorzaken van de misdaad gewijd, boeken, planken, ja bibliotheken zijn er mee vol geschreven en een ontelbaar aantal mensen verdient hun brood met het duiden van de misdaad.
Die duiding is belangrijk voor hen die zijn aangesteld de misdaad te bestrijden.
En voor rechters is het handig te weten omdat zij moeten oor- en veroordelen.

In de gevangenis van Ter Apel zit nu al weer ruim een jaar een man opgesloten in een cel.
Hij moet ook nog een tijdje.
Hij weet niet waarom.
Hij had zijn slachtoffer een brief gestuurd om spijt te betuigen.
Maar spijt waarvoor, waarom, dat weet hij niet.
De officier van justitie had tijdens de rechtszaak gezegd dat Geert had geprobeerd iemand dood te schoppen.

Als zo’n man dat zegt, dan zal dat wel zo wezen, redeneerde Geert die in het verleden vaker misdaden had begaan die hij na gedane zaken snel vergat.

Er zijn ook verdachten die maar wat zeggen.
Deze week nog.
Er stond een stratenmaker die een goedlopend eigen bedrijf had gehad in zittingszaal 14 terecht omdat hij met een rubberen hamer had geprobeerd een vrouw dood te slaan die 34 weken zwanger was en niet van hem.
Omdat ze het overleefde, was het moord noch doodslag.
Ze hadden elkaar leren kennen via de sociale media.
Een paar keer per jaar kwam zij op zijn feestje.
Dan haalde hij haar op van het station Zuidbroek en daarna gingen ze met de auto naar de afgelegen NAM-locatie aan de Legeweg.
Hij betaalde haar en dan deed zij wat hij graag wilde.

Terwijl zij in de auto haar best deed, begon hij haar te slaan met die hamer, een stuk of tien keer, ook op het hoofd.
Waarom?
Hij zei: ‘Tja…’

Zij had gezegd dat ze wel vaker met hem wilde afspreken waar niemand hen kon zien.
Toen was hij dus boos geworden, zo boos dat hij probeerde haar dood te slaan.
Nadat hij dat had geprobeerd, liet hij haar gewond en in haar uppie bij de NAM achter.
Aart mompelde nog iets over het faillissement van zijn bedrijf, als gevolg daarvan zijn beroerde financiële positie en dan haar oneerbare voorstel om meer.

Daarom?
Zou het echt?
Ik weet het niet.
De officier van justitie wel: dertig maanden celstraf.

De rechter zal straks aan de komende serie verdachte relschoppers van Haren vast iets vragen als: ‘Maar als je dan niet meer weet waarom je met stenen en lege flessen naar de politie gooide, weet je dan nog wel waarom je zo moest lachen? Want dat is op die beelden heel goed te zien, te zien dat je plezier had. Lol.’
Ik vrees het ergste.
Ik vrees dat plunderplezier echt bestaat.
Maar dat wij dat nog niet weten.

Rob Zijlstra

datum zittingen ‘Haren’ nog niet bekend

UPDATE – 12 november 2012 -uitspraak
Geert is veroordeeld tot 3 jaar celstraf.

 

Wereldoorlog(je)

Strafrechtadvocaat Ubo van Ophoven stond afgelopen week een aantal jongemannen bij die spijt hadden dat ze op 21 september ’s avonds naar Haren waren gegaan.
Ubo van Ophoven zei, vrije vertaling, dat de chaos in de straten van Haren zich had verplaatst naar de rechtszaal, naar zittingszaal 14 waar doorgaans de orde heerst.

De jongemannen stonden niet terecht vanwege hun spijt, maar omdat ze een bijdrage hadden geleverd aan de chaos op straat.
Ik schrijf dat maar even zo op, want er is al verwarring genoeg.

En er is iets raars aan de hand.
Drie weken geleden ging het dus hartstikke fout in Haren.
De jeugd van tegenwoordig vierde er een feestje dat er niet was.
Het gedruis mondde uit in een kleine wereldoorlog waarbij het altijd zo rustige en vriendelijke Haren veranderde in een slagveld.

Die woorden heb ik niet bedacht.
Het zijn de woorden (‘rustige en vriendelijke’, ‘kleine wereldoorlog’, ‘slagveld’) die de officier van justitie bij herhaling in de rechtszaal bezigde om aan te geven hoe erg het was geweest.
Het mag een feit van algemene bekendheid wezen dat een wereldoorlog, ook een kleine, heel erg is.

Daags na de rellen kondigde het Openbaar Ministerie dan ook snelrechtzittingen aan. Afgelopen maandag was het al zover.
Heel de Nederlandse pers kwam kijken.
De oorlogverslaggevers van amusementsprogramma’s als PowNews en RTLBoulevard waren uiteraard ook van de partij.

Het snelrecht duurde twee dagen.
Eén jongeman uit Haren kwam niet opdagen, één zaak werd vooraf door de officier van justitie geschrapt, vier spijtoptanten werden vrijgesproken en twaalf verdachten werden veroordeeld tot daders en kregen daar straf voor.
Twee vrijheidsstraffen van netto zestien dagen en tien werkstraffen – als het even kan uit te voeren in Haren – van 40 tot 80 uur.

De verontwaardiging was (is) groot.
De opgelegde straffen zijn veel en veel te laag, klonk en klinkt het.
Schandalig, zeiden belastingbetalende mensen tegen gretige camera’s.
Want wie draait nu op voor de wederopbouw van Haren?
Niet het tuig dat lachend de rechtszaal verliet, relschopte de tv.

Kennelijk waren de verwachtingen hoog gespannen.
Maar van snelrecht is nog nooit iemand onder de indruk geweest.
Het snelrecht is immers bedoeld voor eenvoudige zaken die juist vanwege de eenvoud snel kunnen worden afgehandeld.
De officier van justitie zei het op dag twee ook een paar keer: niet de hardcore hooligans – de echte relschoppers – staan nu terecht, maar de meelopers.
En die staan terecht, al gooiden ze maar één enkel leeg bierblikje richting de politie, omdat zij gezien de context wel degelijk een bijdrage hebben geleverd aan het extreme geweld.
Dat zei de officier van justitie.

Misschien had het Openbaar Ministerie dit vooraf even moeten vertellen in plaats van zich te laten opjutten door de waan van die eerste dagen.
Politiebaas Oscar Dros kondigde een paar dagen na de rellen bij Pauw en Witteman aan dat de politie nog eens vijftig mannen in beeld heeft die ‘binnenkort’ (zei hij toen) zullen worden aangehouden.
Dit mede op basis van tig gigabyte aan beeldmateriaal dat de politie heeft weten te verzamelen.
Sprak Dros de waarheid, dan kan het niet anders dan dat de oproerkraaiende, plunderende en brandstichtende hardcore ‘binnenkort’ aan de beurt is.
Misschien dat de officier van justitie deze verdachten dan zal aanduiden als kleine wereldoorlogmisdadigers.

De jongemannen en die enkele veertigers van de afgelopen week hadden zich vooral schuldig gemaakt aan gooi- en smijtwerk richting de Mobiele Eenheid.
Eenmaal smijten of gooien was dus voldoende.
De smijters en de gooiers werden willekeurig en niet altijd even zachtzinnig uit het joelende publiek geplukt en afgevoerd.
Wat ook helder werd: de meeste van hen waren ladderzat.

De politierechter nam het hen vooral kwalijk dat ze ondanks oproepen niet naar Haren te komen, toch waren gegaan.
En als je dan ook nog eens met een blikje gaat gooien…
Zo bezien zijn de opgelegde straffen, de meeste conform de verdubbelde staffelsen, aan de stevige kant.

Nog wat.
Leden van de Mobiele Eenheid eisten schadevergoedingen, smartengeld omdat ze angstig waren geweest.
De politie moet tegen een stootje kunnen, maar ze hoeven niet alles te slikken, zei de officier van justitie.

Ook de jongeman die (onderhands) een blikje wegwierp, werd belast met zo’n claim, van twee maal 350 euro. Zijn blikje vloog vier meter door Haren en kletterde vervolgens op de grond, zo’n tien meter voor de Mobiele Eenheid.
Desondanks hadden twee leden zich angstig gevoeld en daarom wilden ze geld zien.

Daar kun je wat van vinden.

De politierechter wees de claim af omdat duidelijk werd dat de gooier al was aangehouden op een moment dat de twee betreffende ME’ers nog niets eens in Haren waren.
Zij moesten nog bang worden.
Wat zij hadden waargenomen en ambtsedig op papier hadden gezet, kon nooit waar zijn.

Dat was wat advocaat Ubo van Ophoven bedoelde toen hij opmerkte dat de chaos van de straat in de rechtzaal was beland.
Dat komt er van: wanneer je snel wilt, dan raakt de nuance zoek.
Of zoals Winston Churchill het zei: ‘In de oorlog sneuvelt de waarheid het eerst.’

Rob Zijlstra

.
Project X Haren

.

UPDATE – 15 oktober 2012 – kinderstrafzaken
De kinderrechter buigt zich vandaag over 11 minderjarige verdachten. Opmerkelijk is dat de rechtbank een storting als bijzondere voorwaarde in een schadefonds nu wel honoreert. In de zaken van de 17 meerderjarige verdachten werd dit deel van de eis afgewezen. Het schadefonds zou te onduidelijk zijn, Daarnaast het causaal verband moeilijk aan te tonen tussen de individuele verdachte en de aangerichte schade.
De kinderrechter van nu denkt hier anders over dan de politierechter van vorige week.

Het Openbaar MInisterie heeft inmiddels aangekondigd in hoger beroep te gaan tegen de afwijzingen van de stortingen in het schadefonds. Dat heeft ook tot gevolg dat de opgelegde werkstraffen (tien maal 40 tot 80 uur) in afwachting van behandeling door het gerechtshof niet ten uitvoer worden gelegd.

.

De directeur en de FNV

Doodsbang rennen Wim en Herman het politiebureau binnen.
Wanneer ze na 35 minuten wachten eindelijk aan de beurt zijn, roepen ze: ‘Hij wilde ons vermoorden.’
De dienstdoende agent logt in en begint van alles met twee vingers in te tikken.
Na enige tijd vraagt de agent: ‘En wie wilde u vermoorden?’
Wim en Harmen: ‘De directeur.’
Agent: ‘En u heeft daar geen toestemming voor gegeven?’

Integendeel, antwoorden de twee bange mannen.
Ze vertellen.
Dat ze aan het werk waren, bij de personeelsingang van het bedrijf van de directeur.
Ze waren personeel aan het enquêteren.
Ze wilden weten of het personeel wel volgens de cao werd gewaardeerd.
Dat soort dingen.

De agent kijkt naar de twee mannen en vraagt: ‘En waarom wilden wij dat allemaal weten?
Wim en Herman: ‘Wij zijn vakbondsmannen van de FNV.’

De agent schrikt en beseft ineens dat het hier gaat om een situatie van ernst.
Of de heren koffie blieven. Of slachtofferhulp?
Zegt: ‘Mannen, ik roep er een collega bij. Dit moet tot op de bodem worden uitgezocht. Het kan niet zo zijn wij, wij dienstverleners, de ambtsdragers van de samenleving, worden belaagd. Of je nou politieman, ambulanceman of vakbondsman bent, dit moet aangepakt. Wanneer is het gebeurd?’

Wim en Herman: ‘Drie dagen geleden, op 13 april.’
‘Helder’, zegt de agent en noteert 16 april.

Het relaas van Wim en Herman wordt met alle details op papier gezet en als dat klaar is lezen de verbalisanten het proces-verbaal zoals dat moet nog eens voor, opdat niets aan het toeval wordt overgelaten.
Wim en Herman kunnen zich er in vinden.
Kennelijk was de opwinding op dat moment zo groot, dat niet alleen de mannen van de vakbond, maar ook de twee verbalisanten vergeten hun handtekeningen te plaatsen.
De wet vereist dat wel.

De directeur wordt aangehouden en verhoord.
Ook de tweede directeur, hij was kort na de moordaanslag op het toneel verschenen, moet een verklaring afleggen.
En de bedrijfsleider en nog een medewerker die niets bijzonders had gezien.
Na een paar weken wordt het politieonderzoek afgerond en naar het openbaar ministerie gestuurd.
Weldra zal de directeur publiekelijk terecht moeten staan wegens een poging tot moord dan wel een poging tot doodslag, meermalen gepleegd.
Dat de beoogde slachtoffers dienstbaar aan de samenleving zijn zal vast en zeker strafverzwarend werken.

De officier van justitie die de zaak moet beoordelen wikt en weegt en gaapt.
Denkt directeuren en vakbonden, altijd gesodemieter.
Alsof wij op parket niets beters te doen hebben.
Met een ferme zwaai pakt hij de stempel en drukt af.
Sepot.
Volgende zaak.

De vakbond wordt in kennis gesteld van dit besluit en bromt: ‘Mannen, dit pikken we niet.’
De bond stapt naar het gerechtshof en doet conform artikel 12 Wetboek van strafvordering beklag.
Het hof beoordeelt de kwestie, concludeert dat de officier van justitie in Groningen iets te snel door de bocht is gegaan met het sepot en beveelt dat het openbaar ministerie alsnog vervolging moet instellen.

Zo gebeurde het dat de directeur deze week, ruim twee jaar na dato, tegenover de politierechter zit.
Niet vanwege een poging tot moord of doodslag, maar voor bedreiging.

De officier van justitie zegt dat de directeur met zijn auto op Wim en Herman is ingereden waarbij hij zijn snelheid niet heeft aangepast aan de situatie ter plekke.
Dat de vakbondsmannen, mannen die opkomen voor een goede zaak, moesten wegspringen om het vege lijf te redden.
Weliswaar waren de mannen verzocht het bedrijfsterrein te verlaten.
Dat ze dat niet deden, geeft de directeur nog niet het recht op deze manier te handelen.
Geschillen moeten op een andere manier worden beslecht.
De officier van justitie spreekt van een kwalijke zaak.
Zo heeft een van de slachtoffers weken achtereen geen poortacties durven houden.

Het bewijs: de twee aangiftes van Wim en Herman, in combinatie met een uitlating van de directeur tijdens het politieverhoor.
De directeur had gezegd dat hij boos was en ook: ‘Ik reed niet langzaam.’

De aanklaagster laat meewegen dat de directeur slechts een paar veroordelingen van de kantonrechter op zijn documentatie (‘kantondocu’) heeft staan en dus tot op zekere hoogte first offender mag heten.
Ze eist voor de kwalijke zaak een boete van 750 euro, maar die geheel voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar. Daarnaast moeten de twee vakbondsmannen recht hebben op smartengeld: 200 euro per persoon.

De aanwezige vakbondsman met opgestroopte mouwen kijkt tevreden.
Eindelijk zal het recht zegevieren.
De directeur – glimmende manchetten – oogt getergd.

De directeur zegt wanneer het zijn beurt is: ‘Het is een mooi verhaal, maar het is niet waar. Ik heb absoluut niet op die mensen ingereden.’
Hij vertelt dat ‘ons’ bedrijf al weken door FNV-medewerkers werd geterroriseerd. Dat de maat vol was en dat de vakbondsmannen keurig en netjes waren verzocht het terrein te verlaten. Ja, daarbij is ook een beetje geduwd, ja.
Uiteindelijk was hij in zijn Mercedes gestapt en had hij geroepen: ‘Ik spreek geen woord Frans en nu wegwezen’

De directeur: ‘Ik kwam gewoon aanrijden en ben weer gestopt om nog een keer te zeggen dat ze weg moesten gaan. Ze stonden toen tussen geparkeerde auto’s. Ze hoefden helemaal niet weg te springen.’

De tweede directeur die iets later kwam, verklaarde: ‘Die FNV’ers reden weg, met een vlag en maakten al claxonerend nog een paar rondjes over het terrein.’
De bedrijfsleider: ‘De FNV was provocerend aanwezig.’
De medewerker die binnen zat: ‘Ik heb niets bijzonders gezien.’

Vakbondsman Herman: ‘Ik doe mijn werk. In dat werk zoeken we naar de balans tussen werkgevers en werknemers. Maar in een gesprek bleek dat niet mogelijk. De directeur zette zijn auto in als wapen. Dat tast alles aan waar ik in geloof. Wij komen altijd ergens in het midden uit, de balans. En dan wil hij mij willens en wetens torpederen, dat gaat me te ver.’
De advocaat van Herman, die eigenlijk zijn mond moet houden: ‘Ze waren bezig met het uitoefenen van een grondrecht, het recht op vereniging. Door die bedreiging is hen dat grondrecht afgenomen.’

De advocaat zegt dat de FNV paranoïde is.
Dat de dagvaarding rept van 16 april, terwijl het drie dagen eerder is gebeurd.
Dat de processen–verbaal niet zijn ondertekend, een vormverzuim, artikel 153, strafvordering.
Dat wanneer er een aanslag op je is gepleegd, je toch onmiddellijk naar de politie gaat en niet drie dagen later.
Dat je na een aanslag op het leven niet eerst nog even een groot spandoek gaat ophangen op het terrein (‘mijn baas is een dwaas’).
Dat de medewerker die binnen zat niets bijzonders heeft gezien, niet bij de directeur, maar ook niet bij de vakbondsmannen.
Dat vakbondsman Wim als een stalker met de passie van een pitbull het privéleven van de directeur is binnengedrongen wat zijn verklaringen er niet geloofwaardiger op maakt.

Kortom: het gaat bij de politierechter van welles tot nietes.
Voor alle zekerheid meldt de rechter: ‘Ik was er niet bij.’

Zegt vervolgens tegen de beklaagde: ‘Er liggen twee aangiftes – weliswaar niet ondertekend, dus niet opgemaakt op ambtseed – maar waarin wel zwart op wit staat dat u op hen bent ingereden. Daartegenover staat uw verklaring, inclusief uw opmerking dat u ‘niet langzaam’ kwam aanrijden. Maar daar kan ik geen bedreiging uithalen. Bovendien wordt uw verhaal ondersteund door uw mededirecteur, de bedrijfsleider en door de medewerker die zegt niets bijzonders te hebben gezien.’

De politierechter spreekt de directeur vrij.

Rob Zijlstra

extra
artikel 12 Wetboek van strafvordering
artikel 153 wetboek van strafvordering

Vrijspraak

Kun je als verdachte ook niet blij zijn met een vrijspraak? Bij nader inzien misschien wel.

Dat zit zo.

Er was eens een student die in Groningen studeerde.
Aan het einde van zijn studie, moest het maar eens gebeuren.
Misschien speelde hij al jaren met de gedachte.
Maar misschien ook wel niet. In de rechtszaal werd daarover niets gezegd. Het zou moeten gebeuren, zo had de student bedacht, op een koude dag. Hij koos 8 december uit, koud genoeg.

Eerst deed hij thuis zijn eigen kleren uit.
Toen hij daarmee klaar was, trok hij de kleren van zijn zusje aan.
Hij zag er zo wel een beetje mal uit, maar nu hij A had gezegd, moest B volgen.
Er was geen weg terug.

De student(e) stapte op de fiets en trapte zich naar het sportcomplex.
Daar liep hij de dameskleedkamer binnen, waar een aantal studentes zich aan het aan- en/of uitkleden was.
De BlackBerry van de student stond in de filmmodus.

Natuurlijk ging het mis.
De studentendames hadden het plots in de gaten, pikten het niet en iemand van de balie belde de politie.
In zijn malle kleding moest hij mee naar het bureau.
Daar werd alles op papier gezet.
Wat een toestand.

Het zal vast op een moment zijn geweest dat agenten even niets te doen hadden, want na enige tijd belde de politie met de studenten die het niet hadden gepikt.
Of ze geen aangifte wilden doen?
Na enig aandringen wilden ze dat wel.
Bang misschien dat ze in de blote bips zouden opduiken op het internet.

Dat laatste gebeurde niet, want de student had het heimelijk gefilmde gewist.

En zo gebeurde het dat de student, inmiddels afgestudeerd, in zittingszaal 14 belandde.
Anderhalf jaar na het gebeuren en op van de zenuwen.
Anderhalf jaar lang had hij moeten leven met de strafzaak en de ongewisse uitkomst daarvan boven het hoofd.
Dat was hem niet in de kouwe kleren gaan zitten.
Behalve schaamte, was hij ook bang dat hij zijn baan zou kwijtraken.
Dat zijn hele studie voor niets was geweest.

Moeder was hypernerveus op de gang blijven zitten, ze durfde de confrontatie in de rechtszaal niet aan.
Vader dapper wel.

Aanranding, zegt de officier van justitie.
Aanranding van de eerbaarheid.
Een misdrijf tegen de zeden.

De officier van justitie zei, in de vrije vertaling: Dit is niet okay. Student moet iets aan zichzelf gaan doen, therapie, want het is wel een beetje zorgelijk. Te meer omdat meneer de student zelf op dat terrein nog niets heeft ondernomen. Had ie dat wel gedaan, dan hadden we hier misschien niet eens gezeten. Maar kennelijk moeten we het afdwingen. Om dat laatste te kunnen, eis ik een taakstraf van 60 uur, maar die geheel voorwaardelijk. Voorwaarde is dat hij in behandeling gaat. Groepstherapie. Doet meneer dat niet, dan krijgt ie die 60 werkuren aan de broek.

De rechter denkt er net zo over, maar komt tot een ander oordeel.
Juristen hebben er over gedebatteerd en volgens de huidige inzichten levert het heimelijk filmen geen zedendelict op.
Alleen filmen is niet voldoende.
Dus vrijspraak.

Voor de zekerheid had de officier van justitie ook artikel 139f ten laste gelegd, mocht aanranding niet slagen.
Artikel 139f is een misdrijf tegen de openbare orde.

Maar weer schudt de politierechter haar hoofd.
Lukt ook niet.
Want nergens in het dossier is terug te vinden dat de drie studentes die aangifte hebben gedaan ook de studentes zijn die zijn gefilmd.
En dus kan ik het niet bewijzen, concludeert de politierechter.
Ze zegt: ‘Daarom ook vrijspraak voor het subsidiair ten laste gelegde.’

De politierechter voegt er nog wel aan toe dat wanneer de officier van justitie het ietwat anders had geformuleerd, ze wel tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen.
En tegen de student moedert de rechter: ‘U bent dus vrijgesproken, maar dat moet niet betekenen dat u nu niets meer uit uzelf gaat ondernemen. Behandeling is wel belangrijk, want er is toch wel wat aan de hand.

Student reageert supervet opgelucht.
De spanning van anderhalf jaar onzekerheid valt in een keer van hem af.
Jazeker, zeker gaat hij in behandeling.
Natuurlijk.
Wat dacht u dan?

Einde zitting.
Lijkt het.

O ja, zegt nog de politierechter.
‘Het openbaar ministerie heeft twee weken de tijd heeft om hoger beroep aan te tekenen.’
In de richting van de officier van justitie: ‘Misschien kunt u daar nu al iets over zeggen?’

Officier van justitie denkt even na.
Over de principes.
En zegt dan: ‘Ik denk dat ik dat ga doen, ja.’

Met die acht korte woordjes luidde de officier van justitie een nieuwe periode van onzekerheid in.
Student gaat nu verder in de justitiëlel molen.
Een behandeling in hoger beroep laat zeker een jaar op zich wachten.
Misschien wel twee.

Buiten het gerechtsgebouw , op een voor het publiek toegankelijke plaats, vallen student, vader en moeder elkaar in de armen en stromen de tranen rijkelijk.
Ik stond er bij en keek er naar.
Eigenlijk had ik er een filmpje van moeten maken.
Voor hier.
Met een redelijk vermoeden dat een dergelijke vorm van schending van de privacy niet bijster zou worden gewaardeerd.

Rob Zijlstra

extra
geen filmpje

Het straattheater

Mark en Henk zijn jongens van de straat.
Misschien kennen ze elkaar wel.
Zijn het gabbers of hebben ze ruzie.
Of beide. Wat ze in ieder geval gemeen hebben is dat ze deze week terecht moesten staan in verband met diefstal.

Henk zou een zak drop hebben gestolen.
Mark blikjes bier.

Voor de jongens van de straat gelden andere wetten.
Omdat ze de klappen van de zweep kennen en altijd de schijn tegen hebben.
De zak drop kost Henk een half jaar gevangenisstraf.
Mark moet zeven maanden de bak in.

Voor drop en een paar blikjes bier?

Mark is 42 jaar. Daarvan is hij er ruim dertig jaar verslaafd, een hele prestatie wanneer je bedenkt dat hij een aanzienlijk deel van zijn leven achter de tralies heeft doorgebracht.
In 2005 kreeg hij al eens ISD opgelegd, de veelplegersmaatregel die twee jaar opsluiting betekent.
Dat was voor een poging een fiets te stelen.

Mark deed bijna vijf jaar over die twee jaar.
Dat kan helemaal niet, maar in zijn geval ging het wel zo.
Niet dat het iets heeft geholpen.

Bij de C1000 had hij een paar blikjes bier gepakt en was daarmee zonder te betalen de winkel uit gelopen.
Camera’s registreerden het.
Tegen de politierechter zegt Mark: ‘Ik ben me er niet van bewust.’
Eigenlijk lijkt het hem ook sterk: ‘Volgens mij heb ik een ontzegging voor de C1000. Mag ik er niet in.’

De politierechter zegt dat hij wel heel erg lijkt op de man die door de camera’s is vastgelegd.
Mark oppert dat het ook iemand anders kan zijn.
Zegt: ‘Ik bedoel maar, wat is waar?’
Politierechter: ‘Eigenlijk is er geen twijfel mogelijk.’
Mark: ‘In dat geval moet je je eigen conclusies maar trekken. Die kan ik niet voor je invullen.’

Op een tijdelijk verblijf in de ruimte na, is alles geprobeerd om Mark op het rechte pad te krijgen.
De politierechter vraagt aan hem: ‘Nooit eens gedacht, nu ga ik het doen, vanaf nu moet het anders?’
Mark: ‘Ho, ho. Zoiets gaat niet één, twee, drie hoor. En verder kan ik er niet veel over zeggen.’
Politierechter: ‘Er hangt een sfeer van uitzichtloosheid om u heen.’
Mark: ‘Ach, toe maar. Ik ben achttien maanden buiten geweest en dit wordt pas mijn derde veroordeling. Ik vind het wel meevallen. Ik bedoel maar, wat is hopeloos?’

De reclassering geeft nooit op en adviseert een klinische opname voor maximaal achttien maanden.
Mark: ‘Ik heb me wel vaker opgeofferd, maar achttien maanden duurt me te lang.’

De officier van justitie zegt dat hij Mark nog wel kent uit de tijd dat hij in de gevangenis werkte, in de jaren tachtig.
Begeleiding door de reclassering ziet de aanklager niet zitten.
Zegt: ‘Zonde van het geld.’
Hij eist vier maanden celstraf. Plus de zes maanden die hem als gevolg van eerdere veroordelingen nog boven het hoofd hingen.
Maakt opgeteld tien.

De politierechter kan zich er grotendeels in vinden.
Zegt: ‘Ik realiseer me dat het niet gemakkelijk is om ineens een brave burger te worden. Maar wij kunnen niet rekening blijven houden met uw omstandigheden. Daar komt een keer een einde aan. De middenstand heeft last van u. Ik veroordeel u tot zeven maanden gevangenisstraf.

Mark: ‘Okay dan.’

Hij maakt plaats voor Henk die gehaast de rechtszaal binnenloopt.
Zegt: ‘Ik loop altijd snel.’
Hij heeft een zak drop gestolen bij de Jumbo.
Ook hier camera’s.
Toen hij werd aangehouden, had hij een paar gram cocaïne op zak.
Bij het station had hij geprobeerd een fiets te stelen.

Henk ontkent.

Hij zegt dat het een complot is van de Jumbo.
Hij legt uit dat hij vaak op het plein staat, voor de Jumbo.
Daar vertelt hij moppen aan het winkelend publiek.
Of doet hij raadsels.
Tegen de politierechter: ‘Ik bedel dus niet, maar val onder het straattheater. De Jumbo kan mij om die reden niet wegsturen. Dat willen ze wel. Daarom proberen ze me op deze manier te pakken.’

En die fiets dan?
Henk: ‘Dat was mijn eigen gestolen fiets. Ik was mijn sleuteltje kwijt, want ik ben altijd van alles kwijt. Dus dan moet ik het slot openbreken. Word ik aangehouden, fiets in beslag genomen, moet ik weer een nieuwe aanschaffen. Cirkeltje rond.’

En nu hij toch bezig is, of de officier van justitie wel weet dat die junkies de markt verpesten, dat die junkies van tegenwoordig fietsen op straat aanbieden voor twee euro. Waar zijn we mee bezig?
Klaagt: ‘Een tientje krijg je er niet meer voor.’

De officier van justitie wekt niet de indruk dat hij daar werk van zal maken.
Henk kan wel meer vertellen.
‘Altijd van alles kwijt. Ja, ja. Je moet je afvragen of hij niet zijn verstand is verloren.’

Over die zak drop die hij niet heeft gestolen, zegt de officier van justitie: ‘Die zak zat wel in zijn tas.’
Henk over die fiets die hij niet heeft gestolen: ‘Ik wil nog wel even gezegd hebben dat ik helemaal geen gereedschap bij me had.’
Ra ra, hoe kan dat?

De officier van justitie: ‘Afstraffen. Met opgeteld zes maanden gevangenisstraf.’

De politierechter hoeft niet lang na te denken.
‘U leeft zoals u leven wilt en dat respecteer ik. Maar u bent volstrekt ongeloofwaardig en zorgt voor overlast. U moet zes maanden zitten.’

Henk staat op, schudt met het hoofd (zo veel onbegrip) en verlaat, haastig nu het nog kan, de rechtszaal.

Rob Zijlstra

Snelrechter

Ik ken Stef.
Ik ken hem van zittingszaal 14.
Van toen, van jaren geleden.
Stef is zo’n jongen die altijd extra zijn best moet doen om niet van het rechte pad af te sodemieteren.
Hij is 23 jaar, maar zat opgeteld al een paar jaar achter tralies.
Niet iedereen is voor het geluk geboren.
Wat voor de een vrolijk, gezellig en vanzelfsprekend is, is voor een ander een zware opgave.

Stef is ruwe bolster, blanke pit.
Hij doet zijn stinkende best om geen gekke dingen meer te doen.
Stef zou mijn auto mogen lenen.

Vrijdag moest Stef zich weer eens voor de strafrechter verantwoorden.
Voor de snelstrafrechter ditmaal.
Hij zou – tijdens de Koninginnenacht in Groningen – een vrouw hebben mishandeld.
Op de Grote Markt, waar het die nacht wemelde van de politie.

Het openbaar ministerie had vooraf aangekondigd – OM-pr – dat wie tijdens de nacht van de Koningin zijn vrouw zou mishandelen, of anderszins kwaad en dronken zou doen, dat die te maken zou krijgen met de snelrechter.

Waar het strafrecht zich kenmerkt door traagheid en zorgvuldigheid, is het snelrecht slordig en al snel krom.
Rechters moeten er de pesthekel aan hebben.
Maar rechters zijn in het strafrecht lijdend.
Zij moeten maar afwachten wat zij door het openbaar ministerie ter veroordeling krijgen voorgeschoteld.

Stef ontkent.
Hij zegt dat hij niemand heeft mishandeld.
Hij zegt: ‘Dat is dikke flauwekul.’

Stef: ‘We waren dronken en aan het feesten. Toen sprong ik op haar rug. Gewoon geinen. Maar ik heb haar niet geslagen of geschopt. Ze hebben er een heel ander verhaal van gemaakt. Klopt niets van.’

De politie: hij pakte haar bij de haren, trok haar naar de grond en sloeg en schopte.’
Stef: ‘Ik heb haar nog nooit geslagen.’

‘Haar’ is de vriendin van Stef.
Ze heet Tineke.
Administratief medewerkster, 24 jaar.
Moeder van het zoontje van Stef.
Stef, trots: ‘Geboren op Prinsjesdag.’
Ze hebben al zes jaar een relatie.
Gaat hartstikke goed.

Tineke is er ook.
Ze is samen met haar vriend naar de rechtbank gekomen.
En nu ze er toch is, kan ze ook getuigen.
Tineke vindt dat best.
Ze belooft dat ze de waarheid zal spreken en nadat ze dat heeft gezegd, staat ze onder ede.
Verdachten mogen liegen, getuigen onder ede om de drommel niet.
Getuigen die liegen onder ede, maken zich schuldig aan het misdrijf meineed.
Daar staat gevangenisstraf op.

Politierechter: ‘Dus U bent mishandeld?’
Tineke: ‘Daar ben ik het niet mee eens.’

Tineke, het slachtoffer in dit verhaal, zegt dat ze niet is mishandeld.
Ze zegt: ‘We waren smoor en bezopen. Hij sprong op mijn rug, of duwde mij, weet ik veel. Ik viel om. Ik was dronken. Ik bedoel, als Stef slaat, kijk naar hem, dan heb je letsel. Ik had niks. Ik belandde in de ambulance. Ze zeiden, niets aan de hand, je hebt niks. Toen kwam er een agente bij me, in de ambulance, ze zei, je moet aangifte doen. Ik zei toen, waarvoor?’

Tineke vertelt als getuige dat zij en Stef een pittige relatie hebben.
Dat hij die avond ‘kuthoer’ riep, ja, kan best kloppen.
Schelden doet geen pijn, hij zegt dat zo vaak.
Tineke zegt dat ze nog veel ergere dingen terugroept.
‘Want wij zijn een pittig stel, mensen die ons kennen weten dat. Ik ben ook een pittige tante.’

De strafsnelrechter moet wel lijdend gedacht hebben, wat maakt het openbaar ministerie mij nou?
Krijg ik een slachtoffer dat ontkent slachtoffer te zijn.

De officier van justitie: “We hebben het hier over een ernstig feit.’
Hij vraagt om een schorsing om de parketpolitie te kunnen bellen.
Hij geeft de parketpolitie – ook lijdend – het bevel om Tineke te arresteren.
Want het slachtoffer dat ontkent slachtoffer te zijn, liegt.
Meineed.
Ernstig misdrijf.

Er worden nu geen geen grappen gemaakt, maar een proces-verbaal waarin komt te staan wat Tineke zojuist heeft gezegd, vermeend heeft gelogen.
Tineke zegt dat ze bij haar verklaring blijft.
Zeker weten, ‘t is dikke flauwekul.
Dan komt de politie om haar in de rechtszaal te arresteren
Vervolgens wordt ze afgevoerd, naar het cellencomplex.

Stef blijft als verdachte achter.
Zegt nog: ‘Tineke spreekt de waarheid.’

De officier van justitie: ‘Mishandeling. Wettig en overtuigend. Ik eis een taakstraf van 80 uur.’
De advocaat: ‘Leg geen straf op in een goede relatie.’

De politierechter zegt dat hij direct uitspraak zal doen.
Hij bladert wat in de papieren.
Vast om tijd te winnen opdat hij nog even kan nadenken.
Zegt dan dat hij de verklaring van Tineke, leugens of niet, buiten beschouwing zal laten.
En dat het proces-verbaal van de politie dooorslaggevend moet zijn.

De snelrechter zegt niet waarom dat zo moet zijn.
Hij zegt dat er weliswaar geen letsel is als gevolg van de mishandeling, maar dat er in de nacht van onze Koningin wel inbreuk is gemaakt op de openbare orde.
Al erg genoeg.
Zijn en het vonnis: een taakstraf van de helft van de eis, 40 uur werken.

En zo verliet de verdachte Stef als veroordeelde dader de rechtbank van Groningen, terwijl zijn vriendin, het slachtoffer, in de cel zat als pleegster van een misdrijf.

Het bovenstaande is vrijdagochtend in de rechtbank van Groningen echt gebeurd.
Het navolgende heb ik verzonnen.

Vrijdagavond, in een lommerrijke tuin.
Glaasjes witte wijn, kooltjes al op het vuur, de eerste keer dit jaar.
Wiert en Els komen tegen achten.
Gezellig

Echtgenote: ‘Tom, wat ben je stil.’
Tom: ‘Ach niks, het was een lange dag.’
Echtgenote: ‘Is er iets gebeurd, iets bijzonders, weer iets heel naars?
Tom: ‘Nah, niks bijzonders. Nou ja, het enige dat ik wil en kan zeggen is dat ik nooit weer snelrechter wil zijn. Ze bekijken het maar.’
Echtgenote: ‘Lieve Tommy! We hebben nu samen drie vrije dagen. Kop op, ‘t is Pinksteren. He, de bel, daar zul je Els en Wiert hebben. Beloof je me, niet de hele avond over je werk praten. Ik ken jou en Wiert. Niet doen. Okay?
Tom: ‘O-kay. Je hebt gelijk. Ik doe de worstjes wel. Die zijn lekker en snel klaar’

Rob Zijlstra

Idioot

Maandagochtend

In zittingszaal 14 buigt de rechtspraak zich over relatieproblemen en bijbehorende omgangsvormen.
Zeggen dat je je vriendin een kogel door de kop gaat schieten, is niet heel beleefd, maar zo sprak de bijbehorende advocaat vooraf: ‘In sommige kringen praten geliefden zo met elkaar. Je moet zo’n opmerking wel in de context plaatsen.’

In zittingszaal 11, bij de politierechter, wordt die stelling op datzelfde moment onderschreven.
De verdacht is Lars.
Hij heeft een agent uitgescholden en hem zodoende beledigd.
Hij had tegen de agent gezegd: ‘Idioot’.
Dat is niet een opmerking die vandaag de dag valt onder de gewenste omgangsvormen.
De opmerking ‘idioot’ kwam Lars op een boete te staan van 430 euro.

Maar Lars betaalde niet, want hij voelt zich slachtoffer.
Van een idiote agent.

Lars zat in juni vorig jaar op een avond achterop een snorscooter.
Twee agenten zagen dat en dachten dat de scooter wel eens te hard kon rijden.
Het gezag ging op het fietspad staan en scheen met een zaklamp op de bestuurder, ten teken dat die moest stoppen.

De bestuurder deed dat niet of niet direct.
Een van de agenten schrok en sprong opzij.
De tweede agent probeerde eerst de bestuurder van de snorscooter te trekken.
Toen dat niet lukte, greep hij Lars bij de kladden.
Die kwam daarbij lelijk ten val, scheenbeen pijnlijk geschaafd.

Eerst riep Lars: ‘Jullie zijn gek.’
De agent reageerde: ‘Doe es normaal man.’
En om dat af te dwingen nam hij Lars in een nekklem.
Lars plaste van schrik en commotie in de broek en riep: ‘Idioot.’

Goed voor 430 euro.

De advocaat rept over een volstrekt onverantwoorde actie van de agenten.
Vindt het ook in strijd met de wet.
Denken dat een snorscooter te hard rijdt, is op zich geen reden om over te gaan tot aanhouding.
Sowieso trek je niet een bijrijder van de scooter.
De advocaat zegt: ‘Dat cliënt dan ‘idioot’ roep, is dus wel te begrijpen. De Hoge Raad zegt hierover dat een term beledigend kan zijn, maar dat er omstandigheden kunnen zijn die het beledigende karakter kunnen wegnemen.’

De context.

De advocaat zegt dat hij het dus helemaal eens is met de officier van justitie.
Die had gezegd dat het optreden van de agenten een wonderlijke actie mag heten.
De officier van justitie: ‘Je kunt het zelfs een idiote actie noemen.’
Zij verzoekt de politierechter om Lars vrij te spreken.

De politierechter: ‘Ik kan alles herhalen wat er is gezegd, maar ik ben het er helemaal mee eens.’

Lars wordt vrijgesproken.

Rob Zijlstra

Snelrecht en krom

Om de jaarwisseling prettiger voor allen te laten verlopen is er snelrecht.
Om als verdachte in aanmerking te mogen komen voor het snelrecht moet aan een aantal criteria worden voldaan.
Het gepleegde misdrijf moet niet al te ingewikkeld zijn en de verdachte moet het gepleegde bekennen.

Dit betekent dat misdrijven die niet zo eenvoudig zijn op een gewone manier moeten worden afgedaan.
De praktijk is dus dat justitie probeert jaarwisselingen rustiger en aangenamer te laten verlopen door de meest eenvoudige zaken zo snel mogelijk voor de rechter te brengen.
Misschien schiet dat op.

Vrijdag stonden er op rol van de politierechter in Groningen negen ogenschijnlijk eenvoudige snelrechtzaken.

Marijke van 20 stond er bijvoorbeeld.
Ze had toen dit jaar nog maar net nieuw was op het Molenbergplein in Delfzijl geroepen: ‘Het zijn flikkers.’
Een agent hoorde dat, vroeg aan Marijke of ze het meende en toen ze zei ‘nou en of’ werd ze gearresteerd.
Kwartiertje later zat Marijke in een kale politiecel waar ze twaalf uur zou verblijven.
Beledigingen aan het adres van agenten die met oud en nieuw ook liever thuis op de bank zitten, kunnen we niet tolereren, sprak officier van justitie Margreet Meijer.

Volgens de officier had Marijke geroepen: ‘Jullie zijn flikkers.’
En dat had ze geroepen tegen agenten.
Nietwaar, zegt Marijke.
Ze zegt dat ze het riep in het algemeen, maar dat haar woorden waren bedoeld voor die gasten die op dat moment ruzie maakten met haar vrienden.
Een getuige, haar vriend, zegt tegen de rechter dat dit echt zo is.

Maar de politierechter gelooft de agenten.
Omdat het agenten zijn die het beweren.
Hij veroordeelt Marijke tot 500 euro boete, waarvan de helft voorwaardelijk.
De officier van justitie had 800 euro geëist (waarvan 300 voorwaardelijk).

Maurice van 25 jaar moest ook.
Hij had een houten krukje uit de brandstapel getrokken en dat naar de mobiele eenheid in linie gegooid.
Hij miste.
De officier van justitie: ‘Een heel ernstig feit.’
Maurice zegt niks.
Er is ook geen advocaat.
De officier van justitie: ‘Ik eis vier maanden celstraf waarvan twee maanden voorwaardelijk.
De politierechter: ‘U heeft een fors strafblad. En nu dit. U bent hardleers. Ik volg de eis en u moet bij de komende jaarwisseling van ’s ochtends 9 tot de volgende nieuwjaarsdag 9 uur binnen blijven.
Maurice: ‘Fijn. Ik ga in hoger beroep.’

Andy, 26 jaar, is een jongen van de stad.
Hij is er omdat hij tegen agenten had geroepen: ‘Stelletje klootzakken, teringlijers, mietjes.’
Hij had dat geroepen omdat de brandweer hun vuur op straat wilden blussen en de politie de brandweer daarbij rugdekking gaf.
Dat was nodig omdat er, net als een jaar geleden, behoorlijk wat rumoer was in de straat.
Er dreigde verstoring.

Andy heeft geen vaste baan, maar is wel ontzettend druk. Hij zit in een traject als bladblazer, heeft nog ergens een taakstraf uit te voeren van 240 uur en hij verzorgt zijn zieke moeder.

Zijn advocaat zegt dat het proces-verbaal rammelt.
Andy, zo blijkt, is aangehouden omdat hij de boel in de rumoerige straat stond op te fokken.
Hij was geboeid in de arrestantenbus gegooid en pas toen riep hij die lelijke dingen naar agenten.

Andy: ‘Stom. Kan natuurlijk niet. Maar ik was boos omdat ze me behoorlijk hardhandig aanpakten.’
De officier van justitie zegt opnieuw dat het ernstig is, dat oud en nieuw een leuk feest voor ons allemaal moet zijn.
Ze eist een taakstraf van 25 uur.
Plus nog eens 60 uur, een deel van een voorwaardelijke opgelegde straf die nog boven zijn hoofd hing.
De advocaat: ‘Dat is 85 uur. Plus wat hij nog allemaal heeft uitstaat, wordt dat een heel behoorlijke klus. Een zware belasting.’

De politierechter denkt na.
Zegt dan dat hij besluit Andy vrij te spreken.
Andy is hoogst verbaasd, maar blij.
De politierechter: ‘U bent aangehouden voor opruiing, en niet voor belediging waarvoor u hier vandaag bent opgeroepen.’

En dan was er Tammo (45).
Een oude bekende op dit gebied.
Tammo had op verschillende tijdstippen op oudejaarsdag de bevelvoerder van de brandweer bedreigd, zegt officier van justitie Margreet Meijer.
Tammo glimlacht.
Zegt: ‘Klopt. Om 10.50 uur.’

De officier van justitie: ‘En om half twee die middag nog een keer.’
Toen had hij weer geroepen dat hij de kop van de romp van de brandweerman te zullen trekken.
De politie had er proces-verbaal van gemaakt.

Tammo zegt dat wat hij riep om 10.50 uur ’s ochtends dom was, maar dat het een soort gezegde van hem is. Dat hij dat soort dingen wel vaker roept. Zoals hij de politie smeris noemt, maar daar ook niets mee bedoelt. Zo zegt hij de dingen nou eenmaal.

Tammo: ‘Maar om half twee heb ik niets geroepen. Toen was ik thuis. Binnen.’
Tammo zegt dat hij die dag van twaalf tot vijf uur binnen is geweest.
Dus als agenten zeggen dat hij om half twee op straat die brandweerman bedreigde, dan liegen ze.

Tammo kan dat ook bewijzen.
Hij draagt een enkelbandje omdat hij onder elektronisch toezicht staat.
De reclassering registreert al zijn stappen buitenshuis.
De reclasseringsmedewerker, aanwezig, bevestigt dit.

Uit de registratie blijkt dat Tammo om 13.05 uur exact 157 seconden buiten bereik van de zender is geweest. En om 14.15 uur 297 seconden. Dat hij dus om half twee inderdaad binnen was.

Advocaat Erik de Mare zegt dat de geloofwaardigheid van de rechtstaat hier op het spel staat.
Dat er dus agenten zijn die op ambtseed leugenachtig zijn.
Dat ze een vals proces-verbaal hebben gemaakt.

De officier van justitie ziet het probleem niet en wil straf eisen.
De Mare, tikkeltje verontwaardigd: ‘Dat zou de officier van justitie niet moeten willen. Ook zij zou moeten willen dat dit tot op de bodem wordt uitgezocht.’

De politierechter wrijft met de hand over de kin.
Denkt diep na.
Zegt dan: ‘Ik wil de geloofwaardigheid van de rechtstaat niet aan de laars lappen.’
Erik de Mare: ‘Dan moeten die twee agenten die het proces-verbaal hebben opgesteld, als getuige op zitting worden gehoord.’

De politierechter denkt opnieuw en zegt dan dat hij zo terug is.
‘Even mijn agenda pakken.’

De snelrechtszaak tegen Tammo wordt aangehouden.
Op 7 februari moet hij opnieuw komen en dan moeten de twee agenten en ook de brandweerman tekst en uitleg komen geven.

Tammo is dik tevreden.

Rob Zijlstra

.

Van de negen snelrechtzaken zijn er drie aangehouden (tot 7 februari).
Eén verdachte werd vrijgesproken.
Twee verdachten kregen een boete wegens belediging en belemmering van de politie: 250 en 600 euro.
Twee verdachten kregen voor het niet opvolgen van een bevel van de mobiele eenheid een werkstraf opgelegd van 40 uur.
De zwaarste straf – vier maanden waarvan twee voorwaardelijk – werd opgelegd voor openlijk geweld (het krukje).

bijzonderheden:
Het openbaar ministerie deed per Twitter verslag van de zitting [OM Twitter].

.

Meterkast

Anton had jaren in Amsterdam gewoond en daar ook op school gezeten.
Een paar jaar geleden verruilde hij de hoofdstad voor het platteland van Noord-Groningen.
Voor de rust.
Gisteren werd hij er 50 jaar.

Hij zegt tegen de rechter dat zijn leven in Amsterdam niet zo heel stabiel verliep.
Maar dat hij sinds hij in het Noorden is neergestreken geen criminele dingen meer doet.
Zijn laatste veroordeling is al weer twaalf jaar oud.

Begin dit jaar kwam er via de criminele inlichtingen eenheid (cie) een tip binnen bij de politie.
Anton heeft wapens.
En ook kogels.

Dit soort tips wordt doorgaans serieus genomen.
Temeer in dit geval omdat die laatste veroordeling van twaalf jaar geleden ook met wapens en munitie van doen had.
En dus stond de politie dit voorjaar in alle vroegte bij Anton op de stoep.
In de meterkast vonden de agenten na niet lang zoeken een semi-automatisch pistool, een Walther met randvuurpatronen.

De politierechter zegt tegen Anton: ‘Als iemand iets te verbergen heeft dan doen ze dat altijd in de meterkast. En de politie weet dat.’
Anton haalt de schouders op.
Hij kan het ook moeilijk ontkennen.
Het was zijn huis.
Hij zegt: ‘Klopt.’
En dan: ‘Maar ik weet er niets van. Ik wist niet dat er een wapen was.’

De rechter: “Het wapen hing aan een touwtje in een bivakmuts. Dat is wel hartstikke verdacht. Het lijkt daar klaar te hangen voor een overval.’

Anton denkt dat anderen het ding er hebben opgehangen.
Veel mensen, zegt hij, hadden een sleutel van zijn huis.
Er kwamen zodoende veel mensen bij hem over de vloer om te drinken en te feesten.
Bovendien was de vorige bewoner crimineel, die deed dingen met hennepplantages.

De zaak tegen Anton lijkt een kat in het bakkie.
Het pistool met kogels is onder verdachte omstandigheden in zijn woningen aangetroffen.
De tip klopte.
Maar, zegt de officier van justitie, ik heb onvoldoende bewijs dat verdachte het wapen ook voorhanden heeft gehad.
Ze vordert daarom vrijspraak.

De politierechter denkt hardop na.
Zegt dat wil je iets voorhanden hebben er wel min of meer sprake moet zijn van bewust bezit.
Dat je er over moet kunnen beschikken.
Dat kun je niet als je iets wel hebt, maar dat niet weet.

De politierechter zegt verder dat hij daarnaast goed moet luisteren naar wat de verdachte te vertellen heeft.
Dat diens verhaal niet een al te groot sprookjesgehalte moet hebben.
Vraagt zich af: hoe geloofwaardig is het als je een wapen in huis hebt en dat niet weet?
Concludeert dat het allemaal wel heel verdacht is.

Toch rolt er een vrijspraak uit.
Onvoldoende bewijs.

Anton is zichtbaar opgelucht.
Hij staat op en bedankt de rechter en de officier van justitie met een handdruk.
De politierechter: ‘En nou wegwezen.’

Rob Zijlstra

afgepimpt

Twee weken geleden schreef ik hier over opgepimpte strafzaken.
Strafzaken van eenvoudige aard die normaal gesproken worden afgehandeld door een politierechter (een rechter) worden doorgeschoven naar de meervoudige kamer (drie strafrechters).

Dit om het aantal meervoudige zaken bij de meervoudige kamer (mk) op peil te houden.
De politie van Groningen levert minder zaken aan dan afgesproken. Daardoor dreigen er minder mk-vonnissen (uitspraken) in de boeken te komen en dat heeft weer consequenties voor de financiering.
Vandaar dat eenvoudige strafzaken worden opgepimt.

Dit verhaal bereikte Den Haag en het PvdA-kamerlid Ton Heerts stelde Kamervragen aan justitieminister Hirsch Ballin. Kan dit wel door de beugel?

De minister moet nog antwoorden.

Donderdagmiddag gebeurde er iets bijzonders in zittingszaal 14.
Zo bijzonder dat ervaren strafrechtadvocaten desgevraagd zeiden zoiets nog nooit eerder te hebben meegemaakt.

Direct nadat de officier van justitie de voorlaatste strafzaak van de dag had uitgeroepen, zei de voorzitter van de meervoudige kamer dat hij en zijn twee mederechters bij een nadere bestudering van het dossier hadden vastgesteld dat de zaak van eenvoudige aard is en niet thuishoort bij de meervoudige kamer.
Dit is een zaak voor de politierechter, zei de mk-voorzitter.
Daarop trokken de drie rechters zich terug en kwam een van hen als politierechter de zittingszaal weer in om de zaak enkelvoudig af te handelen.

Bij de laatste strafzaak van de dag herhaalde zich dit.
Een bijzonder en mooi staaltje van zelfreinigend vermogen, stelde een van de ervaren strafrechtadvocaten tevreden vast.

Rob Zijlstra

De boekhouder (het verslag van de twee afgepimpte strafzaken)

 

UPDATE – 28 oktober 2009 – kamervragen
De minister heeft meer tijd nodig om de vragen te beantwoorden.

De boekhouder

Soms grijpen verschillende strafzaken in elkaar.
Dan klinkt bijvoorbeeld een nachtelijk auto-alarm in de ene zaak ook in de andere.
En is de verdachte in die ene zaak, het slachtoffer in de volgende en in dit geval ook andersom.

Adriaan is nu net een paar dagen 19 jaar en was met vrienden op stap in Groningen.
Ze zijn met de laatste trein gekomen en willen met de eerste of de tweede in de ochtend weer naar huis.
Op weg naar het station zijn ze vrolijk en luidruchtig.
In die vrolijkheid trappen ze voor de lol een deur in van een antiekzaak aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen.
Deur in drieën.

Iets verderop staan auto’s geparkeerd.
Adriaan en zijn vrienden vinden dat nog veel lolliger.
Ze klimmen op de auto’s, laten zich er weer van afglijden en ze springen.
Een van de vrienden zou later bij de politie zeggen dat Adriaan de terror is zijn kop had gekregen, zo gek sprong hij.

Het auto-alarm gaat af en dat trekt de aandacht van een omwonende, niet toevallig de eigenaar van een van de auto’s.
De tweede auto is van zijn vriendin, de derde van de buurman.

De omwonende Melvyn, op dat moment slachtoffer, ziet hoe de auto’s worden vernield en wordt woest.
Hij trekt een trainingsbroek aan en zijn gympen en stormt naar buiten.
Voor de zekerheid neemt hij een honkbalknuppel mee, niet de grote, maar wel eentje die hard genoeg is om mee te slaan.

Behalve binnenstadbewoner is Melvyn een karateman en honkballer.
De groep schrikt zich het apelazarus, want Melvyn heeft het postuur van een afgetrainde bokser.

Een paar honderd meter verderop heeft hij een paar helden in de smiezen.
Die zijn van de eerste schrik bekomen en doen – volgens Melvyn – liederlijk joviaal.
Hij zegt: ‘Ze begonnen straattaal te praten, een beetje slang. Misschien deden ze dat omdat ik bruin ben.’

Melvyn haalt uit en raakt een van de jongens op de rug.
Dan springt hij in zijn auto op zoek naar de anderen.
Bij de Mediamarkt ziet hij de jonge man lopen die hij op de auto’s zag hossen: het is Adriaan.
Die krijgt een slag op de rug en eentje op het been.

De politie verschijnt en Melvyn moet mee naar het bureau.
Hij is dan een verdachte geworden.
Tegen de rechter zegt hij zich bewust te zijn van zijn krachten.
‘Ik wilde ze laten voelen dat dit niet normaal is.’
Rechter: ‘Eigenrichting.’
Melvyn: ‘Eigen rechter.’
Rechter: ‘Dat is hetzelfde.’
Melvyn: ‘Ik wilde ze niet aftuigen. Ik schat in dat ik op zestig procent van mijn krachten sloeg.’

De man die Melvyn als eerste te grazen nam, is in de zittingszaal aanwezig.
Hij zegt dat hij er niets mee te maken had, dat hij er wel bij was, maar niets deed.
Dat hij door die klap een maand niet heeft kunnen werken.

Adriaan was er erger aan toe. Hij is angstig geworden en ineens ging het op school slecht.
Er kwam een psychiater aan te pas.
Adriaan wil 750 euro van Melvyn hebben vanwege de smart.

De officier van justitie spreekt van een vervelende zaak die hij kwalificeert als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Want dat kan zomaar met een honkbalknuppel.
Aan de andere kant was er wel een aanleiding, de deuken in de auto zijn stevig, maar er zijn ook deuken in de ziel van Melvyn getrapt.
Al met al eist de officier van justitie een werkstraf van 50 uur en het betalen van 375 euro smartengeld aan Adriaan.

De politierechter vindt het een mooie eis en vonnist conform.

Zo wordt de verdachte Melvyn een veroordeelde dader.
Hij staat op en gaat vervolgens als slachtoffer op de publieke tribune zitten om mee te maken hoe zijn slachtoffer het er als verdachte van af brengt.

Adriaan ontkent de terror in zijn kop en zegt dat hij alleen maar op de auto’s is geklommen om zich er af te laten glijden.
Ineens hoorde hij het auto-alarm afgaan (de officier: hé, die hebben we eerder gehoord’) en zag hij een woeste man naar buiten stormen.
Iets later kreeg hij zijn pijnlijke lesje bij de Mediamarkt.

Hij zegt dat hij wel snapt dat die man boos werd.
Dat hij er wel bij was, maar ‘we hebben het samen gedaan’.
Adriaan zegt dat hij ‘meeloopgedrag’ vertoonde.
Dat hij eigenlijk een heel rustige jongen is, die net zijn diploma boekhouden heeft bemachtigd.

Rechters: ‘Voelt u zich wel verantwoordelijk?’
Adriaan; ‘Tuurlijk.’

De officier van justitie zegt dat door jongens als Adriaan – door dat ‘ gezuip en gedoe’ – Groningen geen leuke stad meer is om in uit te gaan.
En dat de mensen dit ergerlijke uitgaansgeweld meer dan zat zijn.
‘Je zult maar in de binnenstad wonen’, verzucht de aanklager.

Dat Adriaan al een lesje is geleerd, mag zo wezen, maar ook hier past een werkstraf van 50 uur. En hij mag de schade – die ze samen aanrichtten – betalen: ruim 1700 euro. Daarvan heeft Melvyn recht op 1651,93 euro.

De politierechter had het kunnen bedenken want die vonnist opnieuw conform de eis.

Voor Adriaan krijgt de kwestie een staartje want hij heeft zijn vrienden inmiddels leren kennen. Toen hij die ochtend na Melvyn door de politie werd opgepakt, kreeg hij in de politieauto een telefoontje van een van die vrienden. De boodschap was helder: ‘Geen namen noemen.’

Aanvankelijk deed Adriaan dat ook niet, maar later wel.
Zoals bijna iedereen die eerst op het politiebureau zwijgt of niks zegt.
Als dank werd hij door zijn vrienden in elkaar geslagen.

Of hij daarvan aangifte heeft gedaan?
Nee. want dan pakken ze hem nog een keer.
Wil Adriaan niet voor het volle pond opdraaien dan zal hij zijn nepvrienden moeten overhalen mee te betalen.
Doen die dat niet, dan is de rekening voor de boekhouder.

‘U regelt het maar’, zei de politierechter nog.

Rob Zijlstra

Stemadvies

verkiezingen

Niet dat ze zaten te bibberen, maar een beetje bang voor gevangenisstraf waren ze toch wel.
Ze hadden per slot van rekening iemand het ziekenhuis in geslagen, een vijver vernield, vijf vissen dood, de burgemeester tot wanhoop gedreven en ook hadden ze nogal lelijk gedaan tegen de politie.
De rechter had gezegd dat het bespottelijk is, zo lelijk te doen tegen mensen die gewoon met hun werk bezig zijn.
Of ze wel wisten dat de rechter in dat soort zaken dubbel zo zware straffen mag opleggen.

Politie, politie, de hoeren van justitie.
Dat soort lelijke dingen hadden ze geroepen.
De officier van justitie: ‘Als jullie ooit in nood zijn, denk dan eens na wie jullie helpen zal. Ik verzeker dat het niet jullie vriendjes zullen zijn.’

De zes 20-jarige verdachten die zich ooit de Skaffa Boys van Bedum noemden, hoorden werkstraffen tot 100 uur eisen.
De politierechter nam die uiteindelijk – het strafproces duurde vrijdag ruim zes uur – min of meer over.
Dat luchtte wel op.
Behalve de werkstraffen en twee weken voorwaardelijke celstraf, kregen de verdachten ook nog een opdracht mee.

Met opgeheven vinger, boze ogen en luide stem zei de rechter: ‘Als we straks verkiezingen krijgen, zal ik geen taakstraffen meer kunnen opleggen voor dit soort feiten. Dan moet ik gevangenisstraffen opleggen.
Die tijd zit er aan te komen en het duurt niet lang meer. Los van wat ik daar van vind, moeten jullie dit goed in de oren knopen.’

En dat dezen ze.

Rob Zijlstra

Paradijs (2)

In het parkje voor het Groninger gerechtsgebouw ligt op een bankje een vrouw te slapen. Een triest gezicht: eens was deze vrouw strafrechter. Nu is zij morsig en aan lager wal geraakt. Het parkje is haar vaste stek. Als het regent, schuilt ze in het oude fietsenhok, in het hok waar ze altijd haar fiets stalde.

De oude rechter heeft al jaren niet meer gefietst.

Het gerechtsgebouw oogt vervallen. Op de derde verdieping, op het hoekje, zijn de ruiten kapot. Ooit was die hoekkamer, daar op de derde, de kamer van de president van de rechtbank. De hoofdingang is met planken dichtgetimmerd.

Er gaan geruchten dat Google het gebouw wil kopen.

Het was snel gegaan.

Jarenlang was het met de criminaliteit op en neer gegaan.

Het ene jaar was het wat meer van dit, meer woninginbraken, het andere jaar weer wat meer van dat, wat meer zinloos geweld.

Maar ineens begonnen de misdaadcijfers te dalen, eerst gestaag, maar daarna opmerkelijk en in rap tempo.

 
Een verklaring was er niet.
Ja, de politie.
Dat die niks deed, te weinig boeven pakte.
De Groninger korpsleiding werd door justitie op het matje geroepen. Dat had, ergens in 2009, zelfs in de krant gestaan.

In datzelfde crisisjaar had het kabinet besloten her en der in het land gevangenissen te sluiten, ten koste van 1200 arbeidsplaatsen. Bij de politie waren duizenden banen geschrapt, want de straten konden toe met veel minder blauw.

En ook voor rechters was er op den duur vrijwel geen werk meer.
 

In het gerechtsgebouw wordt nog maar eens per maand een strafzitting gehouden.

De 19-jarige Johan, student, had met zijn motor een verkeerongeluk veroorzaakt en was toen doorgereden. Met het stuur had hij de auto van rechts geraakt en daardoor was een beetje schade ontstaan.
De transactie die hem was aangeboden bedroeg 660 euro.
Veel te veel, zegt Johan tegen de rechter, om dat in een keer te kunnen betalen.

De rechter, al lang blij dat er een verdachte is komen opdagen, geeft de student gelijk. ‘Ik veroordeel u wel maar u mag die 660 euro in tien maandelijkse termijnen betalen.’

Ook Dik (51) uit Finsterwolde is gedagvaard.
Hij leeft in onmin met de buren vanwege de schutting.
Dik zou de buurtjes hebben bedreigd met lelijke woorden en een honkbalknuppel. De officier eist 150 euro boete. Maar Dik zegt dat hij helemaal geen honkbalknuppel heeft en dat het nu rustig is aan weerszijden van de schutting. Rechter: ‘Ik spreek u vrij.’

Dan is het de beurt aan Panka jr. (49).
Met zijn strafblad van zestien pagina’s kent hij de rechtbank nog uit de tijden van weleer. Bij de Jumbo dachten ze dat hij iets had gestolen. Dat bleek niet zo te zijn en Panka voelde zich nu eens ten onrechte beschuldigd.
Boos had hij tegen een Jumboër geroepen: ‘De volgende keer dat ik je zie, dan steek ik je neer’.

Kijk nou riep justitie, een heuse bedreiging tegen het leven gericht en stuurde een acceptgiro van 440 euro naar Panka.
Zijn advocaat: ‘Zoveel geld kan hij helemaal niet betalen. Bovendien, de laatste keer dat Panka is veroordeeld voor iets met geweld is twaalf jaar geleden. Daarna waren het alleen maar kleine winkeldiefstalletjes geweest. Komt nog bij dat er nu ook eens iets goeds kan worden gemeld over Panka, die bijna dertig jaar een vaste bewoner is geweest van de straten in Groningen. Panka heeft nu eindelijk een eigen huisje en hij is van de drugs af. Hij is, zegt de advocaat, na al die jaren eindelijk tot rust gekomen.’

‘Ja, dat dreigement. Mijn cliënt is een man van het grote gebaar en van het harde geluid. Dan wordt hij, eindelijk een huisje, ten onrechte beschuldigd. En dan roept hij wat. Niet netjes, nee, maar om daar nou 440 euro voor te vragen die hij niet heeft, is toch ook wat.’

De advocaat was begonnen te vertellen waarom Panka niet is gekomen.
De laatste keer dat hij hier terechtstond, in augustus 2005, vanwege een vermeende dieftal van een flesje parfum van 1,94 euro bij Prijzen Paradijs, werd hij wel schuldig bevonden, maar kreeg hij geen straf. Na de zitting werd hij aangehouden door de parketpolitie omdat er nog een paar boetes openstonden. Dat risico wilde hij nu niet lopen.

De advocaat: ‘Zoiets is ook een vervelend signaal naar verdachten toe. Straks komt hier helemaal niemand meer.’
De politierechter knikt. Zegt: ‘Ik ken het probleem.’ En ook dat hij daar niets aan kan doen.

De officier van justitie luistert aandachtig.
Voor hij officier was, werkte hij op een vliegdekschip.
Het is altijd goed om zo iemand erbij te hebben, hadden ze tegen hem gezegd toen hij als zijinstromer in Groningen aan de slag ging.

Hij zegt dat hij Panka niet dwars wil zitten en eist in plaats van geld een werkstraf van 30 uur.
‘Want 440 euro is gelijk aan 17,6 oriëntatiepunt en dat maal twee is precies dertig.’
 

De politierechter kan de voormalig vliegdekschipper niet volgen. Hij veroordeelt Panka jr. tot een werkstraf van achttien uur. De advocaat verlaat de zaal en zegt dat hij het heugelijke nieuws zal verkondigen.

Buiten aan lager wal ligt nog steeds de oude rechter.
Ze is wakker geworden.
Ik ga naast  haar zitten en hoor haar murmelen.
Iets over oude tijden, toen misdaad nog loonde voor iedereen.

 

Rob Zijlstra