Vakantievragen

Ik ga de vakantie in met prangende vragen.

Een tijdje geleden viel het mij op dat in zittingszaal 14 geen mannen meer terechtstonden vanwege de verdenking dat ze in bezit waren van kinderporno. Niet dat ik er op zit te wachten, daar is het niet om.

Maar als er eerst regelmatig strafzaken zijn rond dit misdrijf en dan ineens niet meer, dan is er iets aan de hand. Maar wat? Ik vrees dat er niet abrupt een einde is gekomen aan dit zedenmisdrijf, dat mannen er acuut mee zijn opgehouden. Er zijn duizenden redenen om dat wel te doen, maar er blijven altijd slechte mensen over die het fijn vinden om te zien hoe kleine kinderen gillend van de pijn door de lafste mannen worden verkracht.

Waar zijn ze? Ik stelde vast dat dit misdrijf zittingszaal 14 sinds juli 2018 niet meer heeft gehaald en belde met het Openbaar Ministerie, hofleverancier van strafzaken.

Is het zo dat het opsporen en vervolgen van kinderporno is stopgezet? Zo ja, waarom? Of worden er wel kinderpornozaken opgespoord, maar niet vervolgd? Als dat zo is, wat gebeurt er dan met die zaken die wel zijn opgespoord? Dat waren mijn vragen.

Ze zijn er wel, antwoordde het Openbaar Ministerie. Er zijn dit jaar al elf verdachten veroordeeld tot dader, zes in Leeuwarden, vijf in Groningen.

Ik mis heus wel eens wat, maar ik mis in Groningen in zes maanden tijd geen vijf strafzaken over kinderporno, daar geloof ik  helemaal niks van. De vraag is dus: wat weet het Openbaar Ministerie in deze wat ik niet weet? Wat zijn de  rugnummers?

Andere prangende vraag.

Bij slachtofferadvocaat Liesbeth Poortman meldde zich recent een radeloze vrouw die vertelde dat ze was verkracht door drie haar bekende mannen. Ze deden het in haar woning, zei ze. Pogingen om hiervan aangifte te doen bij de politie mislukten. Eerst stuurden ze haar terug naar huis met de opdracht er nog eens goed over na te denken. Dat is namelijk het protocol: slachtoffers moeten een bedenktijd in acht nemen alvorens de politie een aangifte opneemt.

Iemand bedenkt zoiets.
Een ander: ‘Wow, wat een goed idee.’
Er is vervolgens over vergaderd, want hoe anders?
Daarna is het nog eens doorgesproken.
Het is thuis verteld.
Er zijn adviezen uitgebracht.
Toen werd het beleid en nu wordt er naar gehandeld.

Dus.

Ik word door drie mannen bedwelmd en verkracht.
Ik stap in al mijn vernederde naaktheid naar de politie.
De politie bestudeert het protocol en stuurt mij vervolgens naar huis omdat ik er nog eens goed over moet nadenken.

Na dagen van bang, pijn, huilen en verwarring wil ik toch aangifte doen. Juist toen ik dat wilde, was er een agent ziek en een andere agent op vakantie en was er niemand over om de aangifte op te nemen. Of ik later nog eens terug wilde komen.

Een collega vroeg aan de politie: waarom?
Waarom gaat het zo, waarom doen jullie dit zo?
Maar de voorlichtingspolitie wilde niets vertellen.
Vanwege de privacy van het slachtoffer.

Mijn grote vraag: waarom bureaucratiepolitie, waarom doen jullie wat je eigenijk toch zelf ook niet wilt en waarom doen jullie het dan toch?

Er is een derde prangende vraag waarmee ik de vakantie in moet.

Er is de rechtbank Noord-Nederland.
De rechtbank Noord-Nederland wordt geleid door een driekoppig bestuur, het gerechtsbestuur.
De voorzitter mag zich president noemen.

Een van de bestuurders zegt na vijf arbeidsjaren bij de rechtbank Noord-Nederland dat er een ‘natuurlijk moment is gekomen om een nieuwe stap in de loopbaan te zetten’. De bestuurder, een allervriendelijkste man, was toe aan een nieuwe uitdaging (zo zeggen we dat).

Intern werd het zo uitgelegd.
Het kan ook zijn dat hij plaats moest maken voor een nieuwe bestuurder.

Hoe ook, in september 2018 stapte hij op, om per direct als directeur aan de slag bij de gemeente Almere.
Hij hopte van van top- naar topbaan.
Maar hij kreeg wel  een ontslagvergoeding van € 70.905,00.
Zoveel geld verdienen de meeste mensen niet eens met een jaar knetterhard werken

Vragen.

Waarom deelt het gerechtsbestuur intern mee dat de bestuurder toe was aan iets nieuws terwijl hij in werkelijkheid ontslagen is?
Want anders immers geen ontslagvergoeding.
Toch?

Of sjoemelt het gerechtsbestuur van de rechtbank Noord-Nederland met gemeenschapsgeld?
Of gaat het gerechtsbestuur hier helemaal niet over?
Is dit bekokstooft in Den Haag, op het ministerie aldaar?
Zo ja, waarom dan?
En als het wel volgens de regels is, waarom wil het gerechtsbestuur er dan niets over zeggen?

De president van het gerechtsbestuur zegt (laat weten) dat is afgesproken met de opgestapte bestuurder om er het zwijgen toe te doen.
Waarom zwijgen?
We moeten onze rechters wel kunnen blijven vertrouwen. Een beetje openheid helpt daar bij.

Pfff, het is me wat in de strafrechtketen.

In de Tweede Kamer wordt hardop gesproken over een mogelijke strafrechtelijke vervolging van twee hoofdofficieren van justitie (Marc van Nimwegen en Marianne Bloos) wegens onder meer valsheid in geschrifte. Kinderporno haalt (denk ik) de rechtszaal van het strafrecht niet meer. Wie wordt verkracht in eigen woning wordt op het eigen politiebureau nogmaals genomen (niet serieus). Rechters laten in het midden of er binnen het gerechtsgebouw is gesjoemeld. Een rechter die er kritisch over schreef is monddood gemaakt.

Waarom, waarom?

Ik kan niet wachten tot mijn vakantie voorbij is.

Rob Zijlstra

Niet te geloven

De president van de rechtbank sprak, zo ook de eindbaas van het Openbaar Ministerie van heel Noord-Nederland en de noordelijke deken, het geweten van alle Friese, Drentse en Groningse advocaten. Op de eerste rij zat de burgemeester van de grootste stad, daarachter het volk. Veertig rechters in toga keken professioneel toe. Alleen de politie was nergens te bekennen.

Het volk was gekomen voor het feest, maar de gesproken woorden die door de lucht galmden, die de toehoorders kregen te verwerken, waren allesbehalve feestelijk. Het waren alarmerende woorden vol grote zorgen.

De bijeenkomst betrof een buitengewone rechtszitting waar drie nieuwe rechters en twee versgebakken officieren van justitie – allen al eerder door de koning benoemd – werden geïnstalleerd. Zoiets gaat gepaard met formaliteiten en felicitaties met na afloop pinda’s, bier en rode wijn.

De rechtbankpresident was heel gelukkig met haar verse rechters. Want we leven in een tijd van zowel bloei als van veel te weinig. Wie nu wil scheiden waarbij iets moet worden geregeld voor de kinderen, kan beter even wachten. Er zijn te weinig rechters om zoiets goed en op tijd voor elkaar te krijgen.

Komt het ondertussen tot echtelijk geweld in huis, dan geldt iets soortgelijks: wie vandaag nog of morgen zijn partner flink in elkaar rost, moet er rekening mee houden dat deze misdaad niet voor 2020 door een rechter wordt beoordeeld. Dat kun je, mits je de sterkste bent, ook als een voordeel zien.

Als het al tot een rechtszaak komt. Deskundige onderzoekers verkondigden niet zolang geleden dat de criminaliteit fors aan het dalen is. Terwijl velen nog twijfelden of dat wel echt waar is – ‘het is toch niet te geloven’ – meldde de politie in alle ernst dat er dit jaar 16.000 misdadige zaken in de prullenbak zijn gekieperd. Reden: er zijn te weinig rechercheurs om te rechercheren. In politiek Den Haag is zogenaamd met ongeloof gereageerd.

En het is niet alleen hommeles bij de politie. Ook de advocatuur is danig in mineur. De woorden die de deken namens de noordelijke advocaten op de bijeenkomst sprak, waren als een klontje zo klaar. De gefinancierde rechtshulp staat dusdanig onder druk dat alleen rechtzoekenden met een goed gevulde portemonnee nog kunnen rekenen op bijstand van een advocaat. De toegang tot het recht – een recht – wordt verkwanseld.

De rechtsstaat dreigt te verworden tot een juridische voedselbank, waren de weinig warme woorden die de deken sprak.

Advocaten roepen dat al een tijdje, maar menens is het. De deken hield de toehoorders voor dat Rutte en zijn troepen bezig zijn de rechtsstaat systematisch uit te hollen. Hij riep de magistraten, ook de kersverse, op de koppen bijeen te steken, de gelederen te sluiten en een list te verzinnen. Hij riep: ’Weg met het ministerie van afbraak.’ En: ‘Laten we in Noord-Nederland beginnen’.

Nu horen advocaten op de trom te slaan als minder bedeelde delen van het volk als gevolg van politieke keuzes in de knijp komen.

Wat had de president van de rechtbank Noord-Nederland eigenlijk te zeggen? Rechters – die allen tezamen de derde staatsmacht vormen – worden geacht bekwaam en bedaard te zijn en in tumultueuze tijden kalmte te bewaren.

De rechtbankpresident zei dat de samenleving als gevolg van politieke keuzes en afwegingen ontwricht dreigt te raken. Het rechtssysteem wordt door bezuinigingen (door die andere president) steeds verder uitgekleed en raakt in onbalans. De financiële situatie van de rechtspraak is ronduit zorgwekkend en dwingt tot keuzes tussen kwaden. Ook in Noord-Nederland, sprak ze.

Toen zei ze: ‘De kerntaak van de rechtspraak is om de fundamentele rechten van burgers te beschermen (…), om te zorgen dat niet de grootste mond of de dikste portemonnee het in ons land voor het zeggen krijgt, de kerntaak is om samenleven mogelijk te maken. En die kerntaak dreigt uit te hollen.’

De rechtbankpresident na kalm beraad: ‘Ik realiseer me dat ik grote woorden gebruik. Maar dit is wel wat het is: ontwrichting van de samenleving.’

De deken knikte instemmend.
De hoofdofficier van justitie liet een ander geluid horen. Een officier van justitie staat natuurlijk ook het dichtst bij de minister en het ministerie van justitie, het dichtst bij wat de deken het ministerie van afbraak had genoemd. Dan moet je op je woorden passen.

De hoofdofficier beperkte zich tot de geruststellende opmerking dat ondanks de interne commotie bij het Openbaar Ministerie (opstappende en met elkaar rollebollende officieren) de integriteit nog wel hoog in het vaandel staat. Dan weten we dat.

Dat het in de wereld hoog aangeschreven Nederlandse rechtssysteem piept en kraakt uit zich niet alleen in woorden vol zorg, maar is vrijwel dagelijks in de rechtszaal te horen als nagels die over het schoolbord krassen.

In april 2014 sloeg David in Groningen Azziz Barre, een verwarde man, met een vuistslag in het gelaat. Azziz Barre, eens kindsoldaat in Afrika, klapte achterover, met het hoofd op de stoeprand van de Korreweg. Dood. David zei dat hij werd aangevallen, maar dat was niet zo.

De rechtbank veroordeelde hem in januari 2015 tot twee jaar celstraf wegens zware mishandeling met de dood tot gevolg. De vuistslag was niet bedoeld geweest om te doden. De verdachte David was het er desondanks niet mee eens en ging in hoger beroep. Bijna vier jaar lang lag de zaak ergens in het piepende systeem te verstoffen. Niemand weet waarom. Het gerechtshof deed afgelopen week uitspraak: omdat het veel te lang heeft geduurd, alleen daarom, kreeg David korting in de vorm van een lagere straf. Twintig maanden.

De zaak van Gert is ook niet te geloven. In 2015 werd Gert veroordeeld omdat hij zich in 2014 ontuchtig bezig had gehouden met kinderporno en jonge meisjes in Stadskanaal. In november 2016 ging hij opnieuw in de fout, het slachtoffer was nu een meisje van 13 jaar.

Afgelopen week, twee jaar na de aanhouding, moest Gert zich dan eindelijk verantwoorden. De officier van justitie zei dat ze 24 maanden celstraf zou kunnen eisen. Maar dat ze dat niet ging doen. Want zij, dus het Openbaar Ministerie, heeft de zaak veel te laat aan de rechtbank voorgelegd. Om zichzelf in te peperen dat het zo niet langer kan, eiste ze voor straf twaalf maanden, daarvan de helft voorwaardelijk. Ze zei nog wel: ’Het is spijtig voor iedereen.’

Het is meer dan spijtig, maar zo rolt de rechtspraak momenteel.

Rob Zijlstra

klik op afbeelding voor speech zoals die tijdens de installatiezitting is uitgesproken

 

Sloom recht

Het echtpaar was het bestuur
en het bestuur betaalde
het echtpaar riant
voor de werkzaamheden

 

Je wilt hopen dat er een causaal verband bestaat tussen het strafrecht dat in de rechtszalen wordt bedreven en de misdaad die daarbuiten wordt gepleegd. Volgens mij is dat ook de bedoeling, want anders is straffen zonder nut.

Toch bekruipt mij vaker dan ik zou willen het gevoel dat het strafrecht z’n eigen gang gaat en zich helemaal niets aantrekt van wat er buiten gebeurt. Het is zonneklaar dat het strafrecht niet zonder de misdaad kan, in tegenstelling tot andersom. Strafrechters moeten dus bij de les blijven, net zo goed als de staande magistraten, de officieren van justitie.

Voorbeeld. In januari 2014 wordt in Groningen een filiaal van Albert Heijn (Van Lenneplaan) overvallen. Een doodsbange 16-jarige scholiere achter de kassa geeft onder dwang van een op haar gericht pistool 1309 euro af aan de gemaskerde overvaller. Er volgt een stevig onderzoek wat leidt tot een dna-match waarna ene Gerrit wordt aangehouden. Gerrit blijkt niet de eerste de beste. Eerder, toen dat nog bestond, overviel hij banken.

Maar Gerrit ontkent. Desondanks eist de officier van justitie 3 jaar gevangenisstraf. In april 2015 wordt Gerrit door de rechtbank in Groningen vrijgesproken. De officier van justitie is het daar niet mee eens – anders eis je geen 3 jaar – en gaat nog diezelfde maand, april 2015, in hoger beroep. Een nieuwe zitting laat al ruim twee jaar op zich wachten en niemand kan vertellen waarom dat zo is.

Trage rechtspraak – goed voor de zorgvuldigheid – gaat hier over in slome rechtspraak wat nergens goed voor is. Er zijn advocaten met meer voorbeelden. Zij beschikken over strafdossiers die op planken in hun kasten liggen te wachten op voortgang. Advocaten smoezen daar niet hardop over, ze kijken wel link uit. Naarmate de behandeling van een strafzaak langer op zich laat wachten, neemt de zwaarte van de straf doorgaans af.

Is dat zo? Deze week werden tien jongemannen uit Groningen en omgeving door de rechtbank in Leeuwarden veroordeeld tot werkstraffen omdat ze zich onheus hadden gedragen na afloop van een verloren voetbalwedstrijd in Heerenveen. De officier van justitie had streng en in volle overtuiging gevangenisstraffen tot vier maanden geëist omdat de samenleving het helemaal heeft gehad met hun voetbalgeweld. De rechters oordeelden anders. Jongemannen die zich in februari 2015 hebben misdragen stuur je in de zomer van 2017 niet meer naar de gevangenis.

Of deze. In 2015 begon de politie een groot onderzoek wat op 31 mei 2016 leidde tot 19 invallen in stad en provincie Groningen. Aan de actie, gericht op ondermijnende hennepteelt, namen 175 politiemensen deel. Dat is no shit. Er werden 11 mannen en 2 vrouwen gearresteerd. Wij van de pers waren vooraf geïnformeerd om verslag te doen van het daadkrachtige optreden van de sterke arm. Na een paar dagen zaten de13 leden van de criminele organisatie alweer thuis. Nu, een jaar verder, is er geen enkel zicht op iets wat lijkt op een vervolg bij de rechter.

Heel de strafrechtketen is sloom. En het kan nog zorgelijker.

In oktober 2013 krijgt de politie informatie over misstanden in Haren. In een lommerrijke straat wordt een hoogbejaarde mevrouw uitgebuit, zo vermoeden bezorgde buren. Er komt een onderzoek en in mei 2014 wordt het echtpaar L. gearresteerd. Er wordt beslag gelegd op auto’s, op scooters in hun tweede huis in Italië en op de kapitale woning aan de rand van Haren (die eerst voor 1,2 miljoen en nu voor 995.000 euro op Funda te koop staat). De verdenking is dat het echtpaar de dan 96-jarige licht dementerende Harense mevrouw Rosingh financieel hebben uitgekleed.

De politie stuurt een persbericht de wereld in waarin de aanhouding wereldkundig wordt gemaakt. De politie wil waarschuwen en signaleren. Ouderen, meldt het persbericht, zijn kwetsbaar voor financiële uitbuiting. Jaarlijks zijn daar 30.000 65-plussers het slachtoffer van. De politie roept op altijd aangifte te doen. Door voorlichting en bewustwording kan ouderuitbuiting worden voorkomen, staat in het persbericht.

Een jaar na de arrestatie besluit Openbaar Ministerie dat het echtpaar strafrechtelijk moet worden vervolgd. Het duurt dan nog eens een heel jaar alvorens de twee verdachten in de verdachtenbank van zittingszaal 14 zitten. Mevrouw Rosingh weet hier niets van. In juni 2015 overlijdt zij, op 98-jarige leeftijd, berooid en wel.

De rechtszaak is in maart 2016. Zeven uur lang wordt het echtpaar (hij is dan 51, zij 52) door de rechters ondervraagd. Een van de beschuldigingen is dat ze mevrouw Rosingh 300.000 euro afhandig hebben gemaakt. Het echtpaar ontkent. Ze zeggen dat ze zorg aan de hulpbehoevende vrouw verleenden in ruil voor 65 euro per uur. Als gevolmachtigden konden ze over haar bankrekening beschikken. Behalve zorg regelden ze ook – tegen betaling – de financiën. Ze betaalden zichzelf.

De officier van justitie noemt de handelwijze stuitend. Slechts de eigen belangen werden behartigd. De zorg die werd verleend: nauwelijks tot niets.

De L.’s zouden ook de goedgevulde kas van een stichting (ten behoeve van autistische kinderen) voor honderdduizenden euro’s hebben geplunderd. Het echtpaar was het bestuur en het bestuur betaalde het echtpaar riant voor de werkzaamheden (aandelenhandel). Een dan al overleden man en vrouw uit Drenthe – apothekers te Groningen – zouden voor meer dan honderdduizend euro zijn bestolen.

De officier van justitie eist tegen zowel hem als haar 22 maanden gevangenisstraf. Het bijeen gegraaide geld, opgeteld 800.000 euro, moeten ze inleveren. De rechtbank veroordeelt het echtpaar in april 2016 conform de eisen: 22 maanden. Financieel ligt het complexer. Het echtpaar moet de gestolen 300.000 euro van mevrouw Rosingh inleveren.

Die 22 maanden hadden eigenlijk 24 maanden moeten zijn. De officier van justitie vond dat twee maanden korting op z’n plaats was omdat het echtpaar zo lang in onzekerheid had gezeten daar de rechtsgang nou niet bepaald vlot was verlopen. De rechters waren het daarmee eens.

Nu komt het. Het echtpaar is in hoger beroep gegaan. Wie door de rechtbank wordt veroordeeld, maar op het moment van de veroordeling niet is gedetineerd, mag de uitkomst van het hoger beroep in vrijheid afwachten. De bezorgde buren uit 2013 zijn nog steeds bezorgd. Niet over hun overleden buurtgenoot, maar zeer over het welzijn van de rechtspraak. Recent hebben ze navraag gedaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. Wanneer dient de zaak in hoger beroep? Het antwoord: ergens in 2018.

Slome rechtspraak leidt ertoe dat uitspraken van rechters ook maar meninkjes worden.

Rob Zijlstra

Kale cijfers

Rechters gaan qua lage straffen
niet helemaal vrijuit

32 gem cel p zaak 4Straffen die in rechtszalen worden opgelegd zijn te hoog en zijn te laag.
Precies goed is het zelden of nooit.

Twee weken geleden stond een 49-jarige man terecht die zijn buurmeisje seksueel zou hebben misbruikt.
Dat zou zestien jaar geleden zijn gebeurd.
Man zegt dat het niet zo is.
Het buurmeisje is inmiddels een vrouw.
In haar slachtofferverklaring, gericht aan de rechters, zei ze dat de verdachte voor de buitenwacht een leuke man is.
Maar dat de buitenwacht eens weten moest.
Ze vindt dat de verdachte geen recht heeft, niet meer, op een gelukkig en zorgeloos bestaan.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden.
Het vermeende slachtoffer zal dit vast veel te weinig vinden, de ontkennende verdachte vindt het een nachtmerrie, een horrorscenario.
Maandag laat de rechtbank weten wat passend en geboden is.

Wat ik maar wil aangeven: het gaat er zo nu en dan heftig aan toe in zittingszaal 14.
Maar kijkend naar de kale cijfers, dan moet de conclusie zijn dat er laag wordt gestraft. Relatief.
Een strafzaak bij de meervoudige strafkamer (drie rechters en met als het leven goed is minimaal één rechtbankverslaggever) is landelijk gezien goed voor gemiddeld een jaar celstraf per verdachte.
In Groningen ligt dat voor dit jaar en tot nu toe op gemiddeld 7 maanden per verdachte.

Zeven is bijna de helft van een jaar.

4 onvoorw 81Dit lage cijfer komt niet omdat rechters in Groningen aardige mensen zijn.
Ze zijn in de rechtszaal niet milder dan hun soortgenoten elders.
Om die 7 maanden te kunnen verklaren kan het heel goed zijn dat in Groningen minder ernstige zaken ter beoordeling aan rechters worden voorgelegd.

Dat ‘wij’ onder het gemiddelde blijven hangen, is mooi voor hier.
Het betekent dat het elders (behalve in Drenthe) ernstiger is.

Ik verbaas mij ook daarom regelmatig over de politie die bijvoorbeeld maar blijft volhouden dat de bestrijding van mensenhandel in Groningen een speerpunt moet wezen.
Mensenhandel in Groningen bestaat – denk ik dan wel eens – alleen in de hoofden van hen die het moeten aanpakken.

Vorige maand was er een grote politie-actie in Groningen mede in verband met dit hardnekkige speerpunt.
Agenten mochten op klaarlichte dag verdacht uitziende types (figuren met haar?) in auto’s met buitenlandse kentekens willekeurig van straat plukken en deze vermeende criminelen meenemen voor controle.
Dat dit zo was en zo ging stond gewoon in de krant.
Geen burgemeester, geen geëngageerde advocaat of een andere bewaker van de openbare orde die ‘ho, ho’ riep.

De enige man (keurig voorkomen, vrijwel kaal) die zich dit jaar voor mensenhandel in Groningen moest verantwoorden, werd vrijgesproken.
Vorig jaar waren er vier verdachte mensenhandelaren, twee kregen werkstraffen, de lelijkste een celstraf van 18 maanden.

30 vonnis eis 8Rechters gaan qua lage straffen overigens niet helemaal vrijuit.
Een officier van justitie kan – binnen de regels van de wet – eisen wat hij wil, de rechters gaan in driekwart van de strafzaken onder die eis zitten.
Doen ze een keer iets meer, dan is het meestal maar een onsje.
In de ogen van rechters zijn eisen van het Openbaar Ministerie te hoog.
Al jaren doet het gerucht de ronde dat officieren van justitie bewust hogere eisen op tafel leggen omdat ze weten dat rechters stronteigenwijs zijn en bijna altijd voor lager gaan.
Of het waar is, weet ik niet.

Het komt ook voor dat het Openbaar Ministerie in de rechtszaal al met een heel lage strafeis op de proppen komt.
Wat is er dan aan de hand?
In het asielzoekerscentrum in Musselkanaal was een vechtpartij geweest met gewonden.
Twee broers kregen het aan de stok met Zaid (21) uit Syrië.
Zaid zou hebben gewandeld met het zusje van de twee broers en die wilden dat onder geen beding.
Toen de broers tijdens het biljarten Zaid zagen, riepen ze hem en kreeg hij met vlakke hand een harde klap in het gezicht.
Achteraf bleek dat de broers zich hadden vergist.
’t Was niet de verdacht uitziende Zaid die met het zusje had gewandeld.
Maar dat was achteraf.

Na de klap had Zaid geduwd en ook teruggeslagen.
Hij voelde zich bedreigd, hij was bovenop een radiator terechtgekomen waar hij met de rug tegen de muur stond.
Ineens was daar een kapper en een schaar.
Zaid zwaaide.
Stak.
Hij raakte beide aanvallende broers, de een in de onderarm, de ander in het gezicht.

Alle getuigen verklaren tegenovergesteld.
Misschien ook wel, denkt de advocaat, omdat de verbaliseerde verklaringen met tussenkomst van nogal wat tolken tot stand zijn gekomen.
De advocaat: ‘Eigenlijk weten we helemaal niks over wat er nou precies is gebeurd. Het is een dossier vol tegenstrijdigheden.’
De advocaat kreeg op basis van het dossier ook niet de indruk dat de politie het naadje van de kous had willen weten.
Voor de raadsman is het zo klaar als een klontje: zij begonnen, twee tegen een, zelfverdediging, noodweer, geen straf, klaar.

Ondanks de onduidelijkheid is er toch een rechtszaak voor de meervoudige strafkamer, drie rechters.
Voor Zaid staat het leven op het spel.
In november vorig jaar is hij via een achtbaan op duizelingwekkende wijze in Nederland terechtgekomen.
Bij een veroordeling moet hij misschien terug, terug naar de dood waaraan hij wist te ontsnappen.
Wat weten wij daar nou van?

De officier van justitie: ‘Tja, een lastig dossier.’
Het steken met scharen in armen en gezichten is doorgaans goed voor heftig strafrechtelijk geweld in de zaal.
Maar er moet ook worden gekeken naar de context van alles.
De officier van justitie: ‘Het komt erop neer dat verdachte door alle strafmodaliteiten die we hebben ernstig wordt getroffen.’
De advocaat: ‘Doe dan een ontslag van alle rechtsvervolging.’
De officier van justitie: ‘Nee. Ik eis een maand celstraf, maar die geheel voorwaardelijk.’

Schermafbeelding 2016-06-11 om 09.43.31Een lagere strafeis kan bijna niet.
Willen rechters daar onder gaan zitten, dan moet Zaid eigenlijk een beloning krijgen en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Op 20 juni doet de rechtbank in deze kwestie uitspraak.
De kans is groot dat de gemiddeld opgelegde straf na die uitspraak daalt.

Met kale cijfers moet je wel altijd oppassen.

Wist u trouwens – het is onderzocht en uitgerekend – dat één moord de samenleving gemiddeld 3 miljoen euro kost?
Dat zal in Groningen (en Drenthe) wel weer lager zijn, maar toch…

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

rechtbankverslaggever als datajournalist

de kosten van de criminaliteit [onderzoek in opdracht wodc]

De feestdagen

in de monumentale zittingszaal
van het paleis is het geluid
te beroerd voor woorden

Schermafbeelding 2015-12-17 om 23.54.37

In de nacht van 15 op 16 september 2011 werd de 65-jarige Nico Leeuwe om het leven gebracht.
Hij was de boodschappen- en klusjesman van de rosse buurt.
Hij assisteerde de dames van lichte zeden.
Nico Leeuwe liet het leven in zijn woning aan het Gedempte Zuiderdiep, binnenstad Groningen, hoekje hoerenbuurt.
Gestikt.

Er werden twee mannen gearresteerd, twee 32-jarige Colombianen uit Spanje die in die septembermaand tijdelijk in Groningen verbleven.
Het Openbaar Ministerie eiste tien jaar cel, maar de rechtbank in Groningen vond dat veel te weinig.
De rechters veroordeelden de twee in augustus 2013 tot vijftien jaar cel.

Afgelopen week diende het hoger beroep.
Dat zoiets zo lang moet duren – meer dan twee jaar na de uitspraak – lijkt nergens op, maar zo lelijk is het.

Wie het niet eens is met de rechtbank gaat in beroep (appèl) bij het gerechtshof.
Het hof zetelt niet zoals de rechtbank in een onopgesmukt gerechtsgebouw, maar in een Paleis van Justitie met pracht en praal.
Dat klinkt heel wat en zo oogt het ook.
Maar in de monumentale zittingszaal van het paleis is het geluid te beroerd voor woorden.
Wat wordt gezegd, is nauwelijks te verstaan.
Waarom dat zo is, weet niemand, dat is geheim.

Er was meer lelijks.
Om het proces nog enigszins te kunnen volgen, moesten de nabestaanden zo ver mogelijk vooraan zitten, pal achter de advocaat van een van de verdachten.
De nabestaanden kregen zo ongewild zicht op het dossier dat de raadsman voor zich had uitgestald.
Ze konden de akelige foto’s van Nico zien, foto’s die de politie maakte toen ze hem op de grond vonden.
Eigenlijk is de rechtszaal helemaal niet geschikt voor een strafproces.

De rechters – die in een justitiepaleis raadsheren heten – gingen ook niet voor de schoonheidsprijs.
Hoewel het proces om negen uur in de ochtend begon, iets later, wekten de magistraten de indruk dat ze hoe dan ook voor het avondeten thuis wilden zijn.
De officier van justitie (in hoger beroep een advocaat-generaal) mocht het vooral kort houden en hoefde echt niet alles voor te dragen wat toch ook al op papier stond.

’s Middags herhaalde zich dit toen de twee advocaten gingen pleiten.
Herhaaldelijk werden de raadslieden onderbroken met opmerkingen van de raadsheer-voorzitter dat gerust passages mochten worden overgeslagen.
De voorzitter: ‘U mag erop vertrouwen dat wij alles lezen.’
Voor de luisteraar restte een onsamenhangende pleit.

Wanneer het strafproces is afgelopen, laat de raadsheer-voorzitter weten dat zij en haar twee collega’s meer tijd, meer dan de gebruikelijke twee weken, nodig hebben om tot een gewogen oordeel te komen.
Zo druk?
Nee.
Ze zei: ‘Wat ongelukkig, maar de feestdagen komen er aan.’

De twee verdachten snappen er misschien zelf niets van.
Ze vinden het in ieder geval niet eerlijk.
Mauro (35) zegt dat het vooral Roberto (34) was die het heeft gedaan.
Roberto wijst naar zijn vriend Mauro.
Wordt het te ingewikkeld, dan zwijgen ze.
Vraag: Waarom zwijgen?
Antwoord: ‘Omdat het mag.’

Halverwege de middag horen de verdachten wat het Openbaar Ministerie ditmaal voor hen in petto heeft.
De redenering (doodslag) van de rechtbank in Groningen en bijbehorende straffen (vijftien jaar) vindt de advocaat-generaal te kort door de bocht.
Hij kwalificeert de gebeurtenissen als een geplande beroving, als een diefstal met geweld met de dood tot gevolg.
Wanneer de aanklager dit ten overstaan van de appèlrechters toelicht, verschijnt als vanuit het niets een filmpje op YouTube, aangekondigd op Twitter.
Ik zie (er is wifi, dat dan weer wel) op mijn laptop dezelfde aanklager, maar dan in een lege zittingszaal in 36 seconden de strafeis uitleggen.

Opnieuw tien jaar cel voor Mauro en ditmaal twaalf voor initiator Roberto die ook het meest geweld toepaste.
Dat zijn de eisen.

Al in Spanje zouden ze het over Nico Leeuwe hebben gehad.
Een kennis van hen, een prostituee die wel eens in Groningen werkte, zou hebben gesproken over de voortdurende dikke portemonnee van Nico, een man ook met veel contant geld in huis, een makkelijk slachtoffer bovendien.
Ze gingen naar Groningen, ze wachtten Nico op en toen hij thuiskwam namen ze hem te grazen.
Ze bonden hem vast met duct-tape, ze tapeten ook zijn mond en mishandelden hem.
Daarna doorzocht Roberto de woning en nam Mauro de inhoud van de dikke portemonnee mee. Vastgebonden en op de buik lieten ze hun slachtoffer achter.
De aanklager zegt: ‘Nico’s laatste minuten, maar misschien ook wel uren, moeten gruwelijk en pijnlijk zijn geweest.

Mauro en Roberto hebben andere lezingen.
En spijt.
Ze realiseren zich dat ze de nabestaanden pijn en verdriet hebben aangedaan.
Dat was dus de bedoeling niet.
Ze willen wel vergiffenis.

Mauro had bij aanvang van het proces een nieuwe verklaring afgelegd, een verklaring met de waarheid.
Na twintig minuten waar verklaren, greep de advocaat in.
Na een korte schorsing bood Mauro zijn excuses aan, want wat hij zojuist als waarheid had verkondigd, was allemaal gelogen, zei hij.
Daarna kwam hij met een nieuwe verklaring, met weer een waarheid.

Mauro zegt dat Roberto Nico plotseling vastgreep in een soort nek- of armklem.
Zo sleurde hij hem naar binnen.
Nico is misschien wel daardoor gestikt, terwijl hij, Mauro, dus geen geweld had gebruikt.
Hij had wel geholpen om Nico vast te binden.
Maar toen ze weg waren gegaan, had hij de tape van Nico’s mond getrokken.

Roberto zegt dat zijn vriend zich niet alles even goed herinnert.
Want de waarheid is dat ze cocaïne zouden kopen van Nico, dat ze die niet konden betalen en dat Nico toen heel boos was geworden en er een worsteling was ontstaan.
Daarbij was geslagen.
Roberto: ‘Wanneer Nico is overleden aan mijn slagen, dan ben ik schuldig. Is er een andere doodsoorzaak, dan ben ik onschuldig.’

De aanklager zegt dat uit niets blijkt dat Nico Leeuwe een drugsdealer was.
Nee, het was een ordinaire diefstal met zeer ongelukkige afloop.
De aanklager: ‘Nico’s dood was geen opzet, maar zijn dood was wel een gevolg van hun handelen.’

Niet dus, zegt de Mauro-advocaat.
‘Wat Mauro heeft gedaan, knevelen, kan niet hebben geleid tot de dood.’
Dus: vrijspraak.
De raadsman van Robert: ‘De belastende verklaringen van de liegende Mauro zijn onbetrouwbaar.’ Conclusie: vrijspraak.

Het is dan bijna tijd voor de aardappelen.
Mauro krijgt zijn laatste woord: ‘In de gevangenis vraag ik mij elke dag af hoe het nu verder moet met mijn leven.’
Dan Roberto.
Hij buigt het hoofd en besluit: ‘Ik verdien een passende straf.’

Rob Zijlstra

update – 25 januari 2016 – uitspraken
Het hof vindt de rechtbank niet kort door de bocht. De twee mannen zijn veroordeeld tot vijftien jaar per persoon. Er is sprake van een gekwalificeerde doodslag en een diefstal met geweld met de dood tot gevolg. De eis van het Openbaar Ministerie doet wederom geen recht aan de ernst van de feiten, zo staat in het arrest.

arrest Roberto
arrest Mauro

Rechtsbedrijf in de branding

het recht als een solide instituut

Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.37.04Ik lees het boek De improvisatiemaatschappij.
Het gaat over de sociale ordening van een onbegrensde wereld.
In het boek staat dat er in de voorbije jaren veel is veranderd, dat vertrouwde rotsen in de branding zijn verdwenen en dat wij nu flink zoekende zijn.

Een hele klus want de morele helderheid is ver weg.
Ons zoeken gaat dan ook gepaard, schrijft de schrijver, met onbehagen.
Criminaliteit is van dat onbehagen een uitingsvorm.
Evenals frustratie en hufterig gedrag.

Voor wanhoop is evenwel (nog) geen reden.
We mogen dan behoorlijk in de war en richtingloos zijn, solide instituties als het bedrijfsleven, het onderwijs en het recht weten zich ook in chaotische tijden fier te handhaven.
Dat zegt wel iets.

Het recht als een solide instituut, daar wil ik rotsvast in geloven.

Maar het rechtsbedrijf in Groningen werkt op dit punt niet altijd mee.
Het rechtsbedrijf in Groningen wekt wel eens de indruk dat we haar niet altijd even serieus moeten nemen.
Nog niet heel lang geleden schreef ik over een mevrouw die als verdachte terecht moest staan omdat ze een propje papier op de grond had laten vallen.
De magistraten hadden elkaar in de rechtszaal ongelukkig aangekeken.
Hun blikken: waar we ook mee bezig zijn, zo moet het niet.

Maar vandaag doen ze het weer.
Vijftien mensen moesten donderdagochtend in de rechtbank van Groningen komen opdraven bij de politierechter omdat ze hadden gevist met of zonder een visakte dan wel met een akte die wel één, maar geen twee hengels toestond, omdat ze de vuilniszak niet op correcte wijze hadden aangeboden bij de ‘inzamelvoorziening’, iemand had een leeg blikje bier in de bosjes achtergelaten.

En al deze misdrijven zijn gepleegd in de eerste maanden van 2013.
De politierechter is er heden, een dag in december 2015, een hele ochtend zoet mee.

Maar het komt vast goed.
Hoop ik.

rob zijlstra

De improvisatiemaatschappij is een boek van Hans Boutellier
→ Het propje papier [doorslaand evenwicht]

 

blikje bier

Gestreng gezag

de verdachten zeggen
dat ze een gerechtvaardigd belang
hebben gediend

 

Aan alles is te zien dat Stijn (45) weinig vertrouwen heeft in de strafrechter, tevens de voorzitter, die hem maar vragen blijft stellen.
Ik weet niet, zucht hij halverwege, of u zelf kinderen heeft, maar…
De rechter-voorzitter onderbreekt hem.
Gestreng: ‘Ik… stel hier de vragen.’
Niet veel later in het strafproces laat Stijn zich ontvallen dat hij blij is dat er nog twee andere rechters zitten.
De vragende voorzitter reageert als gebeten: ‘Wat wilt u daarmee zeggen?’

Wat Stijn niet weet – nooit eerder was hij in een rechtszaal – is dat er allerlei soorten rechters bestaan.
Er zijn rechters waar je geen peil op kunt trekken, wat ook de bedoeling is.
Volgens de regels moeten rechters tijdens het proces niet de indruk wekken al een mening te hebben.
Er bestaan rechters die rechttoe en rechtaan zijn en die verdachten het ongemakkelijke gevoel kunnen geven dat het oordeel al is geveld.
En zo bestaan er nog vijfhonderd andere soorten.

Er is één soort rechter die in het strafproces onder aan de ladder staat en altijd de klos is: dat is de eigen rechter.
En laat nou Stijn zo’n rechter zijn, net als Angela (40), de moeder van zijn dochter, die naast hem zit.
Ook zij is eigen rechter.
Daarom staan beide ouders terecht.

En dat, zal later een van de advocaten zeggen, is ook terecht.
De advocaat vindt zelfs de geëiste straffen niet raar: een taakstraf voor moeder Angela van 60 uur en voor vader Stijn eentje van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
De advocaat: ‘De eisen zijn zo gek nog niet wanneer je kaal het strafdossier leest. Maar als u, rechters, de achtergronden kent, dan moet dat een matigend effect hebben op de strafeisen.’

Stijn en Angela hebben het 19-jarige vriendje van hun 17-jarige dochter een pak rammel gegeven.
Angela sloeg hem met haar vuisten gemeen en machteloos tegen het hoofd.
Zij: ’Mijn polsen deden er zeer van.’
Daarvoor had vader Stijn het vriendje al flink te grazen genomen door hem te schoppen en te slaan.
Hij: ’Waar ik hem maar raken kon.’
Na de afranseling hadden ze het vriendje in de auto gesleurd en meegenomen naar diens woning om geld op te halen.
Stijn en Angela kregen hulp van twee kennissen.
Ook zij staan terecht wegens openlijk geweld en vrijheidsberoving.
Het zijn mannen met eigen bedrijven en personeel in dienst.

Stijn had bij aanvang gezegd dat het hem logisch lijkt dat zitten in de rechtszaal niet iets is dat je wilt.
Hij zegt: ‘Had ik geweten dat dit er allemaal achterweg zou komen, dan had ik het niet gedaan. Ik heb ook spijt. Voor ons, maar zeker ook voor die jongen.’

Het ging zo.
Zijn dochter van 17 had gebeld, huilend en vanuit het ziekenhuis.
Ze had een kras in haar gezicht.
Melle – het vriendje – had haar mishandeld.
Ze had hem ook geld moeten geven.
Vader Stijn beveelt dat ze met haar moeder onmiddellijk naar de politie moet gaan om aangifte te doen.
Regelt hij de rest.
Toen vader Stijn door dochterlief werd gebeld waren er twee kennissen bij hem.
Een van hen: ‘Om te voorkomen dat het uit de hand zou lopen, gingen we mee.’

In twee auto’s waren ze, met behulp van de navigatie, richting de woning van Melle gereden.
Toen ze de eindbestemming bijna hadden bereikt, zagen ze hem fietsen.
Een van de kennissen sprong uit de auto, holde achter hem aan en schopte hem onderuit.
Stijn deed de rest.
Daarna sleurden ze hem gedrieën de auto in.

De officier van justitie: ‘Er is een getuige die het allemaal heeft gezien. Die ziet twee dikke auto’s over het fietspad rijden, ziet dan hoe drie volwassen kerels uit die auto’s komen, en ziet hoe ze een jongen op een fiets aftuigen en hem vervolgens meenemen. Toen de getuige een opmerking maakte, kreeg hij te horen dat-ie zich er niet mee moest bemoeien.’

Voor de aanklager is het duidelijke: vriendje Melle is in het openbaar geschopt en geslagen, dat moet openlijk geweld heten.
Vervolgens is hij tegen zijn zin meegenomen in een auto.
De rit duurt maar een minuut, maar kan juridisch gezien nog altijd vrijheidsberoving heten.
En er is sprake van een geschokte rechtsorde.
De twee kennissen horen elk een werkstraf van 180 uur en vier maanden voorwaardelijke celstraf eisen.

Een van de advocaten: ‘We gaan het niet goed praten. Ze vinden zelf ook dat het niet kan.’
De verdediger wijst erop dat de drie mannen direct naar het politiebureau zijn gegaan, uit eigen beweging, om te vertellen wat er was gebeurd.
‘Dat zegt toch ook iets.’

Waarom moest de dochter van 17 jaar huilen toen ze vanuit het ziekenhuis belde?
Dit verhaal blijft in de rechtszaal vaag.
Haar ouders kennen Melle al een jaar of drie.
Hij is zelfs eens met hen op vakantie geweest, maar Melle is niet de meest ideale schoonzoon.
Er is iets.
Na een jaar raakt Melle uit beeld, in ieder geval bij vader Stijn en moeder Angela.
Vanwege dat vage was de dochter een jaartje elders naar school gegaan, wat haar goed had gedaan.
Goed genoeg om naar Groningen terug te keren.
En toen was daar ineens dat huilende telefoontje.

De dochter van 17 jaar wil er niet over praten.
Ze had een baantje waar ze vier euro per uur verdiende.
Het geld ging naar Melle.
Toen wilde ze haar scooter verkopen om Melle nog meer geld te kunnen geven.
Er is iets met foto’s die op een telefoon staan.
Het nare idee is dat de dochter van 17 jaar werd afgeperst.

De officier van justitie zegt dat als een dochter van 17 onrecht wordt aangedaan, dat het dan goed is dat ouders voor het belang van het kind opkomen.
Maar, merkt ze op: ‘De verdachten zeggen dat ze een gerechtvaardigd belang hebben gediend met deze strafbare feiten. Maar dat is niet zo, dit was wild-west.’

Stijn krijgt het laatste woord en probeert het nog een keer.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Kijk als je zelf kinderen hebt, dan… Ik bedoel… dan ga je naar bed en. En dan lig je maar te denken. Dan denk je van tja, wat had ik dan moeten doen?’
De rechter-voorzitter die de vragen stelt: ‘Dat wilde u nog even zeggen?’

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 2015 – uitspraken
Ze hadden lagere werkstraffen verwacht, maar de rechtbank maakte die verwachtingen niet waar. De rechters slaan daarmee de plank mis, vindt Stijn. Hij krijgt zijn 240 uur en (wel lager) 2 maand voorwaardelijke celstraf wegens openlijke geweldpleging en vrijheidsberoving in de lichtste vorm. Moeder Angela moet ook aan de bak: 60 uur wegens mishandeling. De twee andere mannen zijn ook tot 2 maanden voorwaardelijk celstraf veroordeeld in combinatie met werkstraffen van 150 en 180 uur. Hoger beroep wordt overwogen.

Zwolle: laat ons fluiten

Is de rechtbank verworden tot een door geld gedreven organisatie?

Schermafbeelding 2014-12-22 om 22.17.11Op dinsdagochtend 15 april (2014) belt Frits naar de rechtbank in Groningen.
Het is even na tien uur.
Frits zegt dat er om half elf een bom zal ontploffen in het gerechtsgebouw aan het Guyotplein in Groningen.

Zoiets is vragen om moeilijkheden.
Bij zo’n melding gaan eerst toeters en bellen rinkelen waarna allerlei protocollen in werking treden.
Zittingen worden stilgelegd, alle driehonderd medewerkers moeten het pand verlaten.
Bezoekers ook.
Het is dinsdag, dat is de vaste vergaderdag van de strafsector.
Dat betekent dat er geen verdachten zitten opgesloten in het ondergrondse cellencomplex.
Dat scheelt.

Buiten ontstaat al gauw een jolige sfeer.
Keer wat anders.
Later komen er bomverkenners, specialisten van defensie.
Het verkeer in omgeving wordt stilgelegd.
In een vuilniswagentje van de gemeentelijke milieudienst wordt uiteindelijk een wit doosje aangetroffen.
Dat doosje was door de bommelder in een prullenbak verstopt.
De milieudienst had de prullenbakken geleegd.
De specialisten: geen bom.

Na uren wordt alles weer normaal.

Een paar dagen later wordt een verdachte gearresteerd.
Het is de dan 37-jarige Frits.
Hij was in de war.
De rechter-commissaris vindt het niet nodig de man op te sluiten.
Voorwaarde is wel dat hij hulp moet zoeken voor zijn psychische problemen.
Dat doet hij.

Volgende maand moet hij zich verantwoorden voor zijn verwarde misdaad die vooral voor ongemak zorgde.
Zou je denken, maar zo eenvoudig is het niet.
De rechtbank Noord-Nederland heeft schade geleden en wil die nu op Frits verhalen.
De rechtbank Noord-Nederland wil 80.000 euro hebben van de verwarde man met zijn psychische problemen.
De schadeclaim wordt tijdens de strafzaak in behandeling genomen.
Omdat de rechtbank Noord-Nederland in Groningen partij is, wordt de strafzaak behandeld door de rechtbank in Zwolle.

De rechtbank Noord-Nederland wil niet zeggen hoe die 80.000 euro aan schade is ontstaan.
Gederfde inkomsten uit griffierechten omdat een paar zittingen niet door konden gaan?
Zo hoog zijn die griffierechten nou ook weer niet.
Lunchkosten omdat noodgedwongen buiten de deur brood moest worden gegeten?
Dat hoorde ik.

Waarom zou de rechtbank zoiets besluiten?
Ook dat wil de rechtbank niet vertellen.
Misschien vindt de rechtbank het niet belangrijk genoeg.
De rechtbank Noord-Nederland is als organisatie een wat schimmige club.
Er werken heel vriendelijke mensen en de allerbeste rechters van de hele wereld, maar als organisatie is de rechtbank Noord-Nederland een beetje een aparte.
Communicatie met de buitenwereld is zeg maar niet hun ding.

In boeken over het recht staat het mooi beschreven.
In boeken staat dat rechtsbescherming een van de drie wezenlijke functies is van de rechter.
Rechters beschermen burgers waar nodig tegen elkaar en tegen de overheid.

Maar wie dan beschermt de burger tegen de rechtbankorganisatie?
Tegen een rechtbankorganisatie die 80.000 euro eist van een individuele burger die recht zocht, die dat al dan niet voldoende kreeg, daarvan in de war raakte en daardoor iets doms deed?
Of is het anno nu al zo erg dat de rechtbank is verworden tot een door geld gedreven organisatie?
En is de boodschap dat ieder ongemak maar moet worden gecompenseerd met geld?

Is een rechtbank niet een zo bijzondere organisatie dat die enig ongemak moet kunnen dragen?
Ik vind van wel.
Ik hoop van harte dat de rechter in Zwolle de plicht te mishagen extra serieus neemt en bepaalt dat zijn of haar collega’s in het Noorden kunnen fluiten naar dat geld.

Rob Zijlstra

Gare rapen

Het is niet voor iedereen onaangenaam dat in Den Haag het idee bestaat dat het Noorden ontzettend ver weg is.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Het is goed voor politie, goed voor justitie, misschien is het wel goed voor heel de strafrechtketen in Groningen, Drenthe en Friesland.
De afstand maakt dat ze in Den Haag niet of nauwelijks in de gaten hebben wat er hier gaande is.
En zolang de noordelijke correspondenten van de landelijke media hun redacties niet kunnen of weten te bereiken dan wel er geen gehoor vinden, blijft de Residentie in onwetendheid en de boeven blij.

Het heeft wel een aantal keren in Dagblad van het Noorden gestaan, die krant waar ik voor werk: terwijl de misdaad onverminderd doorgaat, slaagt de politie in Noord-Nederland er steeds minder goed in boeven op te pakken.
Het aantal strafzaken bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden loopt daardoor met een derde terug.
Buiten het Noorden is er sprake van een stijging van bijna tien procent.
Strafzaken die er wel zijn in het Noorden, zijn soms drie, vier jaar oud voordat ze de rechtszaal bereiken.

De kans dat een misdadiger zich voor een noordelijke rechter moet verantwoorden is niet bijster groot.
In een buitenland zouden we dat zorgelijk straffeloosheid noemen.
De strafsector van de Rechtbank Noord-Nederland wordt volgend jaar ingekrompen.
De enige reden: omdat de politie onder aanvoering van het Openbaar Ministerie (justitie) niet doet wat wel moet, is er simpelweg te weinig werk voor de huidige vijftig strafrechters.

Misschien is zoiets in heel Nederland nooit eerder vertoond.

Er waren deze week wel een paar strafzaken in het vaak lege Groninger gerechtsgebouw.
Er was een notoire woninginbreker uit Stadskanaal die al 28 keer eerder is veroordeeld wegens soortgelijks.
Hij ontkent.
Dat zegt niks, want dat doet hij altijd.
Rechtszaal-logica is dat een verdachte die toegeeft het te hebben gedaan als geloofwaardig wordt beschouwd, terwijl een ontkennende verdachte wordt gezien als een leugenaar.

Er was een man uit Delfzijl die boos was.
De politie was bij de buurman geweest vanwege zijn lawaai.
Toen de politie hem daar op aansprak, constateerden agenten dat de boze man onbetaalde boetes had uitstaan.
Hij moest mee naar het politiebureau.
Eerst vanwege het lawaai, toen vanwege de boetes en toen hij eindelijk naar huis mocht, zeiden de agenten dat ze 30 gram hennep in zijn woning hadden gevonden.
Toen moest hij weer blijven.

Boze man tegen de rechters: ‘Ze probeerden me keihard te naaien. Ik mocht gaan en dan weer niet.’
Rechters: ‘En toen werd u boos.’
Boze man: ‘’Ja, ik had niets gedaan, ik was er wel een beetje klaar mee.’
Rechters: ‘En toen veegde u het toetsenbord en een beeldscherm van tafel.’
‘Ja.’
Rechters: ‘En vloog het kopje koffie tegen de muur.’
‘Dat had ik niet moeten doen.’
Rechters: ‘Dus u bekent?’
‘Ja.’

De boze man zit niet vanwege dat lawaai, die boetes, de 30 gram of anders voor de meervoudige strafkamer.
Hij zit tegenover zijn drie rechters omdat hij met de koffie de muur van de verhoorkamer – toebehorende aan de politie Noord-Nederland – heeft vernield en/of beschadigd.
Omdat de muur moest worden overgeschilderd heeft de politie een schadeclaim ingediend van 171 euro.

De boze man zegt dat hij die wel wil betalen.
Zegt: ‘Wat ik gedaan heb, heb ik gedaan.’

De officier van justitie vindt een werkstraf passend: 30 uur.
Maar omdat de boze man een tijdje vast heeft gezeten, mag hij een aantal uren in mindering brengen: ook 30.
Opdat er 0 overblijft en 171 euro.
Betalen, klaar.

De advocaat is het daar niet mee eens.
Hij wil vrijspraak.
Zegt: ‘In de context van wat er allemaal is gebeurd is het logisch dat iemand een beetje boos wordt. En dan valt er een kopje koffie om. Tja…’
De boze man: ‘Het is niet eerlijk.’
De rechters doen over twee weken uitspraak.

Er was een nurkse jongeman uit Veendam.
Hij zou op 28 juli 2013 op de dansvloer van de disco het topje van zijn ex (flirt van een paar dagen) naar beneden hebben getrokken, waardoor de linkerborst even zichtbaar was.
Heel vervelend.
Juridisch heet zoiets aanranding.
En zo niet, zegt de officier van justitie tegen de rechter, dan moet het belediging heten.

De nurkse jongeman wil er niks over zeggen.
Hij beroept zich op het zwijgrecht.
De rechters vragen aan de aanklager waarom zij in vredestijd zich gedrieën moeten bezighouden met zo een kwestie.
De officier van justitie zegt dat billen en borsten in een discotheek een seksuele lading hebben en dat hij er verder ook niks aan kan doen.
Dat hij ook zijn bedenkingen heeft.
Aan de andere kant: het is in strijd met ethische normen.
Eis: werkstraf van 30 uur.

Dezelfde advocaat (toeval) is het er weer niet mee eens.
Hij zegt dat zedenzaken altijd door drie rechters beoordeeld moeten worden, dat dat de afspraken zijn.
Maar dat alle andere afspraken door de politie met de voeten zijn getreden.
Bij zedenzaken, zegt de advocaat, dient in het belang van de waarheidsvinding een protocol te worden gevolgd en dat is niet gebeurd.
Ernstige fouten, zo ernstig dat het Openbaar Ministerie het recht de jongeman te mogen vervolgen, heeft verspeeld.

De advocaat denkt dat het feit dat de vader van de onteerde jongedame zelf politieman is, er niets mee te maken heeft.
Dat de politievader aanwezig was bij de verhoren, is weer wel bedenkelijk.

De officier van justitie hoort het aan.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Kijkt op zijn beurt bedenkelijk.
Kijkt naar het plafond.
Tuit de lippen.
Knijpt een paar keer de ogen stijf dicht.
Gaat staan.
Zegt dan: ‘De advocaat heeft gelijk. Er zijn fouten gemaakt wat moeten leiden tot uitsluiting van bewijs. Ik zal mijn eis aanpassen. Geen 30 uur werkstraf, maar ik eis dat u verdachte vrijspreekt.’

De jongeman blijft nukkig kijken, de advocaat verlaat de rechtszaal met een tevreden glimlach.
Het is in de strafrechtspraak een zeldzaamheid dat een officier van justitie zijn strafeis na een pleidooi van een advocaat naar beneden bijstelt.
In Groningen is het de afgelopen tien jaar misschien twee keer eerder gebeurd.

Een kopje koffie, vieze politiemuur, een topje, blote borst, heel vervelend.
Veel erger is dat zolang ‘Den Haag’ onwetend blijft, heel de noordelijke strafrechtketen kan blijven doen alsof er niets aan de hand is.
Er is een kans dat er een dag aanbreekt dat iemand in De Haag opmerkt te hebben vernomen dat er rare merkwaardige dingen schijnen te gebeuren in het Noorden van het land.

En dan komen ze.
Om in te grijpen.
Om orde op zaken te stellen.
Terwijl de rapen nu al gaar zijn.

Rob Zijlstra

update – 4 december 2014 – uitspraken
Het vernielen van een politiemuur – het vies maken – is een te licht vergrijp voor een werkstraf, vinden de rechters. De man moet echter wel gestraft, want wat hij heeft gedaan moeten laakbaar heten: een boete van 250 euro. En de schade betalen: 172 euro.

De man van het topje is vrijgesproken.

 

extra 
uit Dagblad van het Noorden

bericht1

pagina 1, dagblad van het noorden, 27 september 2014

bericht2

vervolg pagina 1, dagblad van het noorden – 27 sept ’14

De rechters weigeren

Hoe het kan gaan, soms.

Het is 2011 en Mark rommelt in dat jaar een beetje in de hennepwereld.9589832-hennep
Hij heeft ondernemend bloed en op een dag zijn zinnen gezet op een grow-web-shop.
Om klanten te werven moet hij de boer op en zo komt hij van alles tegen en met iedereen in aanraking.

Wat hij niet weet is dat er een groot politieonderzoek gaande is naar mensen met wie hij soms in zee gaat.
Die mensen vormen een criminele organisatie.
Via telefoontaps en observaties komt ook hij af en toe in beeld.
Niet als grote vis, maar als bijvangst.

De drugsbende – die vooral zaken doet met Duitsland – wordt in 2011 ontmanteld en de bendeleider krijgt in augustus 2012 een jaar celstraf.
Er was drie jaar geëist.

Mark was in april 2011 aangehouden.
Waar hij dan is, zijn ook 36 hennepplanten en 3.656 hennepstekken.
Na verhoor op het politiebureau mag hij gaan.
De politie neemt wel zijn auto, zijn computers, telefoons en meer van waarde in beslag.
Zo gaat dat.
De winst (criminele winst) die hij volgens de rekendeskundigen van de politie zou hebben gemaakt bedraagt 200.107,94 euro.

Op 25 maart 2013 krijgt Mark een brief van het Openbaar Ministerie.
Dat doet een schikkingsvoorstel: betaal 5.500 euro en dan doen wij zand erover.
Mark wil dat niet.
Hij voelt zich niet schuldig en wil de zaak voorleggen aan de rechtbank.

9589832-hennepRuim anderhalf jaar na dat schikkingsvoorstel en drie-en-een-half jaar na zijn aanhouding, is  het zover.
Vrijdagmiddag, 21 november 2014.
Mark is wat zenuwachtig, want er staat voor hem nogal wat op het spel.
Bovendien weet zijn werkgever van niks en dat wil hij heel graag zo houden.
Het is de laatste strafzaak van de week.

Bij aanvang van de zaak vragen de rechters hoe dat nou kan, dat een zaak uit 2011 die in augustus 2012 wordt afgerond pas op 21 november 2014 in de rechtszaal belandt?
De officier van justitie zegt dat hij dat ook niet weet, dat het heel vervelend is en biedt vervolgens zijn excuses aan aan de verdachte.

De officier van justitie komt dan met een verrassing.
Hij zegt dat hij nog een keer is gaan rekenen en dat de criminele winst zoals de politie die becijferde, ietwat moet worden bijgesteld.
Het is niet 200.107, 94 euro.
Het moet 9.336,70 euro wezen.

De rechters: ‘Maar dat is nogal een verschil.’
De officier van justitie zegt dat ze bij de politie iets te enthousiast waren.

Tja, zeggen de rechters en gaan nadenken.
Na nadenken zeggen ze vrij vertaald: Maar zo een oude zaak en dat de winst zo naar beneden is bijgesteld, is het dan nog wel een zaak voor de meervoudige strafkamer? Hoort zo’n zaak niet thuis bij de politierechter waar de doorgaans meer eenvoudige zaken worden behandeld?

Tja, zeggen de advocaat en de officier van justitie op hun beurt.
Er volgt nogmaals beraad.
En dan verrassen de rechters: ze willen niet.
Ze weigeren de zaak meervoudig te behandelen.
Dat is pijnlijk voor het Openbaar Minsterie.

Twee rechters trekken zich nu terug.
De voorzitter blijft zitten.
Hij is nu politierechter.

De officier van justitie zegt dat kan worden bewezen dat Mark zich heeft ingelaten met drugshandel.
Ernstig feit, strafbaar ook.
De officier van justitie zegt dat hij ook rekening zal houden met het tijdsverloop.
Hij eist een boete van 1000 euro.
Geheel voorwaardelijk.
Mark hoeft dus niks te betalen.
Dat wil zeggen: hij moet wel de criminele winst inleveren, die 9.336,70 euro.

De advocaat zegt dat de officier van justitie zijn rechten heeft verspeeld.
Zo een oude zaak en dan nu pas.
Advocaat: ‘Bovendien is er sprake van een schending van de behoorlijke procesorde. Het OM dreigt met een ontneming van meer dan 200.000 euro en biedt dan een schikking aan van 5.000 euro. Dus betaal 5.000 om te voorkomen dat je mogelijk meer moet betalen. Dat noem ik chantage, dat is iemand iets door de strot duwen.’

De politierechter doet direct uitspraak.
Het OM mag vervolgen (is ontvankelijk), want het tijdsverloop is keurig verwerkt in de eis.
Die is redelijk.
Dat Mark hennepstekken heeft vervoerd kan worden bewezen, hij geeft het zelf ook toe, vindt de politierechter.
Heeft hij ook gehandeld?
Politierechter: ‘Dat blijkt niet uit het dossier.’9589832-hennep

De straf: een boete van 1000 euro, geheel voorwaardelijk, proeftijd een jaar.
De vordering van 9.336,70 euro wordt afgewezen want onvoldoende aannemelijk gemaakt.

De advocaat zegt: ‘Zo.’
Zegt: ‘En nu proberen de spullen terug te krijgen die in 2011 in beslag zijn genomen door de politie, waaronder een auto, laptops, een iPhone.

Het vermoeden bestaat dat de eigendommen van Mark zijn verdwenen, dat die al door de politie te gelde zijn gemaakt.

Soms gaat het zo.

Rob Zijlstra

.
extra
In korte tijd kwamen van verschillende (juridische) kanten dezelfde vraag binnen: wie was die advocaat?
Het is/was strafrechtadvocaat Mathieu van Linde.
Te Groningen.

Eerlijk proces

‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’

cropped-schermafbeelding-2014-09-30-om-13-34-21.pngZegt de ene rechter tegen de andere: ‘Pff… dat ging niet goed, Henk.’
De andere: ‘Dat is zwakjes uitgedrukt. Waar ging het fout, wat deden we fout?’
De ene: ‘Het ging met ons aan de haal, alsof we niet meer terug konden.’
De jongste, derde rechter: ‘Zoiets zou in Leeuwarden nooit kunnen gebeuren.’
De eerste twee: ‘Ja ja, alsof de kwaliteit daar zo hoog is…’

Misschien ging het wel zo, maandagmiddag in de raadkamer waar al hetgeen daar wordt uitgesproken geheim is.
Het blijft gissen.

Gissen naar het waarom er maandag iets raars gebeurde in zittingszaal 14.
Het raars: een poging van de rechters om de dag wat ordentelijk te laten verlopen mislukte volledig en eindigde zelfs in een wraking.

Het ochtendprogramma is maar een heel klein beetje uitgelopen waardoor de geplande zitting van 12.00 uur ruim een kwartier te laat begint.
In Groninger rechtbankbegrippen is dat niks.
Toch zegt de voorzitter bij aanvang van de zitting tegen de verdachte Volkert (poging tot doodslag) en zijn advocaat Eric Steller: ‘Heren, we hebben een probleem. We hebben heel slecht gepland. We hebben maar een uurtje voor deze zaak.’

Zoiets had ik rechters nog nooit horen zeggen.
Een strafzaak begint en is klaar als die is afgelopen; er is geen eindtijd.
Elke strafzaak krijgt, zoals vaak wel wordt gezegd, alle tijd die nodig is.

Een uurtje voor een strafzaak bij de meervoudige strafkamer is heel krap.
Een niet al te ingewikkelde zaak doet al gauw twee uur.

De advocaat valt dan ook om van verbazing, de verdachte roept niet blij: ‘Zie je wel, dit is een poppenkast.’

De rechters leggen uit dat de strafzaak van half twee om half twee moet beginnen.
En dat gaat niet lukken als eerst Volkert nog een eerijk proces moet krijgen.
Het voorstel van de rechtbank: de zaak van Volkert aanhouden tot eind oktober, dan is er desnoods heel de dag wel tijd.

Advocaat Steller vindt het een bijzonder slecht voorstel.
Hij zegt dat zijn cliënt Volkert al sinds februari in hechtenis zit en dat het de hoogste tijd is dat de verdachte weet waar hij aan toe is, temeer omdat het verwijt dat hem wordt gemaakt, niet terecht is. Volkert zit onschuldig vast en dus is een behandeling van de zaak meer dan gewenst.

De rechters: ‘Op 21 oktober. Of de advocaat dan kan?’
Steller: ‘Geen idee.’
Even later op de gang: ‘Zo gemakkelijk laat ik mij niet aan de kant zetten.’

Er wordt geschorst, er is koortachtig beraad, de klok tik door en het is inmiddels half twee.
Ook het Openbaar Ministerie wil de zaak nu behandelen, zegt de officier van justitie.
De rechters zeggen even later in wijsheid te hebben besloten dat het besluit is genomen: de zaak wordt aangehouden. Punt uit.

Steller gaat staan: ‘Dan verzoek ik uw rechtbank mijn cliënt in vrijheid te stellen. Als een andere zaak kennelijk belangrijker is dan die van mijn client, dan kan niet meer met droge ogen worden gezegd dat er ernstige bezwaren bestaan op grond waarvan mijn cliënt al maanden in voorlopige hechtenis zit.’

Verdachte Volkert: ‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’
Advocaat Steller: ‘Dus ik verzoek u de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel te schorsen.’

Opnieuw een schorsing voor beraad, het is kwart over twee.
Even later, de rechtbank: ‘De verzoeken worden afgewezen. Verdachte, u blijft vastzitten op grond van ernstige bezwaren, meneer de advocaat, u kunt op 21 oktober?’

Steller vraagt om schorsing voor beraad op zijn beurt.
Na tien minuten zegt Steller dat de rechtbank de belangen van de verdachte verkwanselt, dat argumenten om het anders te doen ongemotiveerd ter zijde worden geschoven en dat dat te gek voor woorden is en ook bijzonder kwalijk.
Steller zegt het netjes: ‘U betrekt de belangen van mijn cliënt niet voldoende in uw beslissing waarmee u blijk geeft van partijdigheid. Ik wraak u.’

Einde zitting.
Het is half drie.

Was de strafzaak van twaalf uur gewoon behandeld om kwart over twaalf dan was er weinig aan de hand geweest.
Dan had de zaak van half twee om een uur of twee kunnen beginnen en was er in principe niets aan de hand geweest.

In principe niet.
Door een foutje elders in de strafrechtketen waren de drie verdachten van de half twee-zitting te laat vanuit de gevangenis aangevoerd.
Ze waren er pas om half drie.
Maar dat werd pas toen duidelijk.

Deze week (?) komt de wrakingskamer bijeen.
Drie andere rechters moeten dan oordelen over de toch op z’n minst merkwaardige handelswijze van hun collega’s.

Voor Volkert is het allemaal maar zuur.
Misschien wel sinds februari onschuldig vast en onzekerheid over wat nu komen gaat.
Het vertrouwen dat hij had in de rechtspraak was toch al niet bijster groot.
Wanneer hij na ruim twee uur gesteggel de rechtszaal verlaat, zegt hij het nog maar een keer: ‘Wat een poppenkast.’

Rob Zijlstra

naschrift
Ik heb aan de rechtbank gevraagd waarom de zaak van half twee zo nodig om half twee moest beginnen. Het betrof een normale strafzaak (overval Action Oude Pekela, 3 verdachten) die uiteindelijk vlot, in ruim twee uur, werd afgehandeld. Iedereen was op tijd thuis. Wat ging er mis?

Persrechter Fred Janssens: ‘Wij hebben niet goed gepland en dat mag je een enorme misser noemen. Vrijdagmiddag zagen we dat we het niet goed hadden gedaan. We hadden de raadsman en de verdachte tijdig moeten informeren. Dat had nog gekund. Ook dat is niet gebeurd. Het is spijtig voor de verdachte. We moeten hier van leren want dit willen we niet nog een keer meemaken. De zaak van half twee was een zaak met drie verdachten, met drie advocaten, dat wil nog wel eens een middag duren.’

update – 6 oktober 2014 – zitting wrakingskamer
Strafrechter F.J. Agema heeft ten overstaan van de wrakingskamer zijn verontschuldiging aangeboden aan de verdachte en diens advocaat. Agema zei als voorzitter van de meervoudige strafkamer de gang van zaken zeer te betreuren, maar sprak tegen dat de belangen van de verdachte niet goed zijn afgewogen. Van schijn van partijdigheid is dan ook geen sprake. Hij vindt de wraking door de advocaat van de verdachte dan ook niet terecht.  Agema zei te hopen dat hij en zijn twee bijrechters de strafzaak mogen behandelen. De wrakingskamer doet naar verwachting vrijdagochtend uitspraak.

update – 10 oktober 2014 – uitspraak wrakingskamer 
Het verzoek tot wraking is afgewezen. In het vonnis staat waarom: het vonnis van de wrakingskamer.

update – 5 november 2014 – fout vonnis
De verdachte is veroordeeld tot de veelplegersmaatregel isd (2 jaar) wegens een poging tot doodslag. Er was 2 jaar celstraf en een tbs met dwangverpleging geëist. Advocaat Eric Steller zegt dat het vonnis niet kan. De maatregel isd kan alleen worden opgelegd als die ook wordt geëist. Zo staat het in de wet. De rechtbank spreekt van een interpretatiekwestie. Meer over deze kwestie: donderdag 6 november in Dagblad van het Noorden.

Applaus

De advocaat heeft zijn woorden gesproken, hij heeft zijn standpunt op tafel gelegd.
Vanaf de vrijwel lege publieke tribune klinkt een klein applausje.
Het is een mevrouw die dat doet.

Applaudisseren is hartstikke verboden in de rechtszaal.
Dat staat nergens, maar het mag niet.
Zoals ook de meegebrachte etenswaren er niet genuttigd mogen worden.
En de telefoons uit moeten.
Bij aanvang van de zitting wordt dat laatste omwille een ordentelijk verloop ook altijd nadrukkelijk gezegd.
Een flesje water wordt oogluikend toegestaan, maar dat is het dan ook.

De voorzitter kijkt verstoord naar de mevrouw van het applausje.
Zegt bozig dat zoiets niet is toegestaan.
De mevrouw zegt dat de advocaat het heeft verteld zoals het is.
De bozige rechter is nu heel ontstemd en zegt bits dat ze haar mond dicht moet houden.
De mevrouw piept: ‘Ik heb het toch al gezegd.’

De maat is vol.
De voorzitter wijst met zijn arm naar de deur en roept: Eruit!
Een tweede rechter is onmiddellijk solidair, schiet zijn collega te hulp en ook hij roept: Eruit!
Beetje gênant wel om te zien, twee van die roepende rechters zo naast elkaar.

De mevrouw raakt er overstuur van en begint te huilen, het wordt haar te veel.
Bij de deur roept ze nog: ‘Klootzakken!’
Emoties kunnen hoog oplopen in de rechtszaal, maar daar uiting aan geven is zeer ongepast.
Omdat het storend werkt.
Wat rechters doen is heel erg moeilijk en zij eisen daarbij niet gestoord te worden.

De zitting wordt even stilgelegd en dan hervat.
De verdachte zegt: ‘Excuus. Ik wil mijn excuses maken voor mijn moeder.’

Die opmerking is voor de officier van justitie reden op te springen en de voorzitter te vragen of van die opmerking proces verbaal kan worden opgemaakt.
Ze zegt: ‘Want we weten nu ook wie het is.’

De mevrouw van het applausje, de moeder van de verdachte dus, probeert op de gang wat te kalmeren.
Dat valt niet mee.
Ze bedoelde er niets mee, met dat applausje, maar dat die rechters dan zo kwaad worden.
Het is wel haar zoon.

De strafrechtfabriek draait door.
Er is een volgende zitting.
Als die net een beetje op gang is gekomen en de voorzitter in gesprek is gegaan met de verdachte, klinkt ineens het indringende geluid van een telefoon die overgaat en om aandacht vraagt.
De twee rechters die net nog zo boos waren, kijken opnieuw verstoord de zaal in.
Dreigende blik: Wie?

De derde rechter kijkt niet boos, maar ineens verschrikt.
Want het duurt even voordat hij in de gaten heeft dat het zijn telefoon is.
In zijn broekzak.
Lastig dan zo’n toga.
Hij zegt, half op de knieën, nog: ‘Maar hij staat wel uit hoor.’
Dat was feitelijke gezien niet een heel geloofwaardige opmerking van de jongste rechter.

Arme boze verstoorde voorzitter.
Hoe nu verder?
Hij laat een grootse glimlach zien en zegt: ‘Excuus.’
Niemand hoeft de zaal te verlaten.

Rob Zijlstra

Het circus

Schermafbeelding 2014-04-01 om 09.28.57

dagblad van het noorden, dinsdag

Er wordt veel geklaagd in het rechtbankgebouw in Groningen.
Over dat de koffie niet gratis, maar wel vies is.
De toiletten meestal smerig.

Advocaten klagen het meest.
Advocaten klagen over het Openbaar Minsterie en over de rechtbank zelf.
Dat ze hun stukken niet krijgen, te laat of onvolledig.
Dat er nooit iemand bereikbaar is en over wat al niet meer.
De advocaten zeggen dat het ook steeds erger wordt.
Dan zeggen ze: zo erg als nu is het nog nooit geweest.

Het is maandagochtend, half elf.
De twee verdachten die terecht moeten staan, zijn er niet.
De twee advocaten die hen bij moeten staan, ook niet.
Er zijn wel twee mensen die zeggen slachtoffer te zijn.
Zij snappen er niets van.
Ze zijn al twee keer eerder voor niets geweest.
Dat zoiets zomaar kan.

De bode zegt dat hij er ook niets aan kan doen.
Juist als ze weg willen gaan, meldt een van de advocaten zich.
Hij zegt dat zijn client beneden in het hok zit.
Hij bedoelt daarmee dat de verdachte – een van de twee – er wel is, maar beneden, in het cellencomplex in de kelders van het rechtbankgebouw waar nog nooit daglicht is waargenomen.

De bode zegt dat hij dat niet wist en dat hij daar dus ook niets aan kan doen.

De advocaat briest en zegt dat het verbijsterend is want de zaak gaat niet door.
En dat zal dan de derde keer zijn.

De verdachte is Jan uit Pekela, 20 jaar.
Op 7 november vorig jaar en op 30 januari dit jaar was hij er ook al.
Door fouten kon de zaak toen niet worden behandeld.
Eerst maakte het Openbaar Ministerie fouten.
De tweede keer de rechtbank.
Ook was een zaak ten laste gelegd en uitgeroepen die al was geseponeerd.

Jan zit inmiddels acht maanden vast.
Hij wil weten waar hij aan toe is.
Jan deed het eerst goed, ook goed op school, maar hij maakte ineens een puinzooi van zijn leven.
Kort nadat zijn beste vriend zelfmoord pleegde, ging het echt mis en werd hij aangehouden.
De detentie valt hem steeds zwaarder.
Hij krijgt paniekaanvallen en om die tegen te gaan geven ze hem valium.
Het medicijn doet hem geen goed.

In de gevangenis heeft hij vanaf dag een, zegt hij, aan alles meegewerkt en geen een regel overtreden.
Dus ook geen drugs.
Hij heeft de cursus ‘kiezen voor verandering’ gedaan en wil zijn leven nu drastisch veranderen.
Hij zegt met tranen: ‘Ik ben supergemotiveerd, maar ik het het gevoel dat jullie denken, laat’m maar zitten.’

Jan zegt dat hij veel spijt heeft van wat hij heeft gedaan en dat hij goed beseft dat als hij nog wat van zijn leven wil maken, hij nu echt moet beginnen.
Tegen de rechters: ‘Ik probeer nu alles goed te doen.’
De rechters luisteren of bladeren in hun stukken.

Jan en zijn advocaat zeggen dat ze zich vorige week hadden voorbereid op de zaak, op de behandeling van vandaag.
Donderdag aan het einde van de middag kreeg de advocaat een telefoontje van de rechter-voorzitter.
De rechter deelde mee dat besloten was de zaak van Jan niet inhoudelijk te behandelen.
De rechters hadden ontdekt dat er meer zaken op de tenlastelegging stonden dan ze hadden gedacht.
De rechters zijn nu bang dat de zitting dan wel eens langer zou kunnen duren dan was gepland.
Dat zou betekenen dat de eerstvolgende zaak van half twee niet op tijd zou kunnen beginnen.
Daarom hadden ze besloten de zaak van Jan aan te houden tot 16 mei.

Eerder lukt echt niet, zeggen de rechters.
De advocaat zegt boos  dat het toch te gek voor woorden is.
Doe dan een zitting ’s avonds.
Of op zaterdag.
‘Ja toch?’

De advocaat kalmeert en verzoekt de rechtbank de zaak binnen twee weken te behandelen en als dat niet lukt, dan moet de voorlopige hechtenis worden geschorst.
Dan kan Jan die er ook niets aan kan doen zijn proces in vrijheid afwachten.
Hij kan bij zijn moeder terecht.

De officier van justitie zegt dat er al veel is misgegaan en dat ze de gang van zaken buitengewoon vervelend vindt.
Maar dat ze Jan niet wil laten gaan, want dat zal leiden tot maatschappelijke beroering.
De advocaat: ‘Hier kan ik geen begrip voor opbrengen.’

De rechters trekken zich terug voor beraad.
Na een kwartiertje weten ze raad: ‘Een zitting binnen twee weken lukt nooit en de belangen van strafvordering moeten zwaarder wegen dan uw persoonlijke belangen. U komt niet eerder vrij. Wij geloven in uw goede voornemens, maar het is even niet anders. Nog maar een paar weken, dan is het 16 mei.’

Jan verandert in boos.
Hij roept: ‘Het is een circus. Ik geloof jullie niet.’

Rob Zijlstra

 

 

Bloedeloos

Vrouwe Justitia zoals zij voor het gebouw staat van het Openbaar Ministerie in Groningen

Vrouwe Justitia zoals zij voor het gebouw van het Openbaar Ministerie in Groningen mag staan

Ik heb het voor de zekerheid even nagekeken. Op de website van het Openbaar Ministerie staat het:

‘Mensen die worden verdacht van het plegen van een strafbaar feit, krijgen met het Openbaar Ministerie (OM) te maken. Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie (…).’

In de navolgende strafzaak heeft het OM gedaan wat ze op hun website zeggen te doen.
Maar vraag niet hoe.
De rechters vroegen zich dat deze week wel af middels een paar fronsende wenkbrauwen in de richting van de officier van justitie.
Die is van het OM.
En hoewel rechters kritisch horen te zijn, fronsen ze zelden de wenkbrauwen richting het OM. Verdachten laten ze wel eens alle hoeken van de rechtszaal zien, maar als de enige instantie in Nederland die verdachten kan aanleveren er een potje van maakt, vloeit er geen bloed.
En het OM maakte er deze week een potje van terwijl strafvervolging juist een uiterst serieuze aangelegenheid betreft.

Op 29 september vorig jaar, half drie in de nacht, komt via de horecatelefoon een melding bij de politie binnen: steekpartij in discotheek Fox in Stadskanaal.
Het slachtoffer is een man, dat wil zeggen, dat wordt gezegd.
Na de melding begeeft de politie zich rap naar de plek des onheils.
Het slachtoffer is, zo wordt ter plaatse gezegd, met glas gestoken in zijn wang en in de halsstreek.
Getuigen zeggen dat er twee mannen waren die dat hebben gedaan: een man droeg een grijze trui, de ander een donkerblauwe.
De twee verdachten zijn snel opgespoord.
Edwin (29) met een blauwe trui aan, Ronnie (28) de grijze.
Op de parkeerplaats worden ze ingerekend en afgevoerd.
Edwin zit elf dagen vast, Ronnie drie.
Daarna mogen ze naar huis.
Met de groeten aan hun zwangere vrouwen en de belofte dat ze als verdachten voor de rechter worden gebracht wegens een poging tot doodslag.
Daar kun je tien jaar gevangenisstraf voor krijgen.

Wat is er gebeurd?

Ronnie vertelt dat hij in Fox met een paar man gezellig aan het drinken was.
Hij vertelt: ‘Ineens geduw, ineens was er van alles aan de hand. Er kwam een jongen op mij af. Die wilde mij bijten. Ik zag dat hij bloed had op zijn wang. Ik reageerde en duwde hem van mij af. Het ging allemaal heel snel.’

Edwin vertelt ook.
Hij vertelt dat hij een leuke avond had met vrienden.
‘Ineens was er ruzie. Onduidelijk waarom. Er stonden meerdere mensen in een kringetje. Plotseling zat ik er midden in. Ik belandde op de grond, samen met die jongen. Die heb ik van mij afgeduwd. En ik heb nog een trap gegeven. Of ik een glas in mijn handen had? Nee. Op de grond lag wel veel glas.’

De rechters zeggen dat getuigen anders verklaren.
Een getuige zegt te hebben gezien dat een jongen in een blauw shirt het hoofd van het slachtoffer naar beneden duwde en dat een grijze trui stekende bewegingen maakte.
Er is een getuige die zegt dat twee anderen stekende bewegingen maakten.
Iemand heeft gezien dat de jongen die het slachtoffer moet wezen op de grond lag en dat anderen maar bleven schoppen.
Een vierde getuige heeft gezien dat iedereen stond en dat er werd geslagen met glas.
Edwin en Ronnie zeggen dat ze niet herkennen wat de getuigen beweren.
Ja, ze hadden wel gedronken, maar lam waren ze niet.

En het slachtoffer dan?

Dat willen de rechters ook wel eens weten want ze hadden er niets over kunnen vinden in het strafdossier.
De officier van justitie moet de schouders ophalen: geen idee.
De rechters: ‘Huh?’
De officier van justitie zegt dat het slachtoffer geen aangifte heeft gedaan en ook geen verklaring heeft afgelegd, dat niets over hem bekend is, ook niet over beweerde verwondingen.
Hoe het met hem is afgelopen?
Ook dat weet de instantie die samenwerkt met de politie niet.
De politie heeft het niet uitgezocht, evenmin heeft de politie anderszins onderzoek gedaan.

Rechters, fronsende wenkbrauwen: ‘Waarom niet?’
De officier van justitie zegt dat ze dat ook niet weet, maar ze weet het wel goedgemaakt: ‘Ik laat het glas en het bloed buiten beschouwing. Dat strepen we weg en dan vraag ik vrijspraak voor de poging tot doodslag. Maar dan wil ik wel bewezen hebben dat er is geslagen en geschopt. Want dat zeggen de getuigen. Dan maken we er een mishandeling van.’

Niemand in de rechtszaal valt van zijn en haar stoel.
De advocaten blijven gezien de omstandigheden zelfs heel rustig.
En ook de rechters – zittende magistratuur als ze zijn – komen niet in opstand.
De officier van justitie mag gewoon verder gaan met vervolgen.
Ze eist een werkstraf van 40 uur waarvan de helft voorwaardelijk tegen Edwin omdat die heeft geschopt en geslagen.
En Ronnie die nu zomaar ineens slechts heeft geslagen hoort een werkstraf eisen van twintig uur.
Het zijn zo’n beetje de laagste strafeisen die ooit in zittingszaal 14 op tafel zijn gelegd.

De rechters: ‘Wij zullen er over nadenken en doen over twee weken uitspraak.’
Tegen beide verdachten: ‘Dank voor jullie komst.’

Rob Zijlstra

uitspraken op 27 maart

• openbaar ministerie

.
UPDATE – 17 maart  2014 – vervroegde uitspraak
Kijk aan, de rechtbank hoeft er geen twee weken over na te denken. Aanstaande donderdag wordt vervroegd uitspraak gedaan. Dat is (bijna) altijd in het voordeel van de verdachte.

UPDATE – 20 maart  2014 – uitspraken
Ronnie is vrijgesproken. Uit niets blijkt dat hij wat heeft gedaan, vinden de rechters. Het dossier is onvolledig.
Dat geldt niet voor Edwin. Uit het dossier blijkt wel dat er een handgemeen is geweest en dat het vermeende slachtoffer pijn heeft ondervonden. Dat laatste is een voorwaarde om van mishandeling te kunnen spreken zoals de rechtbank doet. Slaan en schoppen doet, ook als er geen letsel is, toch zeer.  De straf: een voorwaardelijke boete van 500 euro.  Omdat Edwin 11 dagen heeft vastgezeten mag hij 50 euro per dag van die voorwaardelijke boete aftrekken.  Dan blijft er niets over, sterker nog: dan staat Edwin 50 euro in de plus. Nee, die kan hij niet claimen als hij binnen de proeftijd van 2 jaar opnieuw de fout ingaat, zeiden de rechters desgevraagd.

 

Wapperende jas

advo

advocaten-tweet

 een advocaat die maar wat leutert, is niet strafbaar

In 2013 zijn in zittingszaal 14 welgeteld 107 advocaten actief geweest.
Zij waren actief als strafpleiter in strafzaken die dienden voor de meervoudige kamer.
Er waren ook twee advocaten die niet pleitten, maar zelf verdachten waren.

Eerst die 107.

Wat eigenlijk wel opmerkelijk is, is dat ruim de helft (62) van die actieve advocaten, eenmalig actief was.
Ruim de helft deed er maar één zaak.
Veel van deze advocaten zijn geen echte strafrechtadvocaten.
Zij doen van alles wat.
Echte strafrechtadvocaten vinden dat niks, maar ze zijn in hun eigen metier in de minderheid.

Wat niet opmerkelijk is, is dat er slechte en goede advocaten bestaan.
Wat ze gemeen hebben is dat advocaten graag mopperen op rechters.
Advocaten vinden rechters vaak slecht.
Dat zeggen ze in de wandelgangen.
Of ze noemen de naam van een rechter en trekken daar dan een lelijk gezicht bij.

Rechters daarentegen zeggen zelden iets over advocaten.
Dat wil zeggen, ze zeggen het nooit hardop in het gerechtsgebouw.
Misschien doen ze het thuis bij hun man.

Rechters vinden natuurlijk wel dat er slechte advocaten in zittingszaal 14 pleiten.
Soms kun je het zien aan hoe rechters kijken.
Dan zegt zo’n advocaat iets en dan trekken spieren in het gezicht van een rechter zo samen dat een gedachte zichtbaar wordt: broddelaar.

Recent zeiden rechters tegen een advocaat die net een half uur had staan pleiten: wij begrijpen u niet.
Een dodelijke opmerking.
Een advocaat die maar wat leutert, is echter niet strafbaar.
Twee andere advocaten waren dat wel.

De slechtste advocaat is in april naar de gevangenis gestuurd.
Als het goed is zit hij daar nog steeds.
Deze advocaat had ’s ochtends bij het ontbijt een paar borrels genomen, stapte in zijn auto om een paar minuten later op het zebrapad een 80-jarige mevrouw in een rolstoel omver te rijden, evenals haar begeleidende kleinzoon.
Na de aanrijding ging hij er vandoor.

De tweede verdachte advocaat is Ron van Asperen (62).
Hij werd op de laatste dag van 2013 veroordeeld.
Hij stond maar heel even in zittingszaal 14 terecht om daar te horen dat zijn zaak voor de rechtbank in Zwolle diende, omdat hij als advocaat actief was in Groningen.
Superactief zelfs en dat was ook het probleem.

De officier van justitie zegt tegen de rechters in Zwolle dat hij de verdachte wel kent: ‘Ik zie hem wel eens met zijn wapperende jas door de stad fietsen.’
De aanklager noemt de verdachte een hardwerkende, sociaal bewogen en gedreven advocaat.

Het misdrijf van Van Asperen is dat hij valselijk voor cliënten rechtsbijstand aanvroeg bij de Raad voor de Rechtsbijstand.
Van Asperen is gespecialiseerd in vreemdelingenrecht en arbeidsrecht.
Vrijwel al zijn cliënten hadden recht op ‘gratis’ bijstand.
Nu willen de regels – om de kwaliteit te waarborgen – dat een advocaat niet meer dan 250 toevoegingen per jaar mag aanvragen.
Van Asperen vroeg veel meer aan en om dat te verdoezelen, vulde hij namen van kantoorgenoten in op de formulieren.

Van Asperen vond die grens van 250 toevoegingen per jaar maar niks.
Hij meende dat hij als specialist meer zaken aankon.
De officier van justitie zegt dat Van Asperen ook een tikkeltje eigenwijs is.
Maar dat juist een advocaat de regelgeving moet respecteren.
De officier van justitie: ‘Hij mag het er niet mee eens zijn, maar hij dient zijn mening ondergeschikt te maken aan de regels, Dat is eerlijk, dat is zuiver.’

Van Asperen is eerder door de tuchtrechter hard aangepakt: hij mag nooit meer als advocaat werken, de zwaarste sanctie.

De officier van justitie: ‘Hij heeft de rekening dus al gekregen, het beroep van advocaat is van hem afgepakt. Maar de norm moet ook worden bevestigd en er moet worden vergolden. De caissière die een greep in de kas doet wordt ontslagen, maar zal ook strafrechtelijk worden vervolgd. Dus.’

De gevallen advocaat had de bekende advocaat Stijn Franken (Volkert van der Graaf, Lucia de Berk en Willem Holleeder) meegenomen.
Franken zegt het merkwaardig te vinden dat voormalig advocaat Bram M. niet strafrechtelijk wordt vervolgd in een belastingkwestie omdat hij als advocaat is geschrapt. Waarom wordt Van Asperen wel aangepakt?

Franken vindt de heleboel sowieso maar raar.
Volgens hem is er niet eens sprake van een strafbaar feit.
Het is pas strafbaar als Van Asperen geen werk had verricht voor de zaken waarvoor hij vals rechtsbijstand aanvroeg.
Maar hij werkte er wel voor.
Franken: ‘Sterker nog, hij haalde voor zijn cliënten alles uit de kast. Niemand is gedupeerd.’

Franken zegt ook dat kantoorgenoten van Van Asperen weet hebben gehad van de verboden praktijken.
Ook het Openbaar Ministerie denkt dat.
Franken: ‘De kantoorgenoten zwijgen omdat ze bang zijn te worden meegesleurd in de strafrechtelijke maalstroom.’

Aan de gezichten van de rechters in Zwolle valt niets af te lezen, maar deze week bleek dat ze het niet met Franken eens zijn.
Valsheid in geschrifte.
Goed voor het verrichten van zestig uur werk.
Onbetaald.

Tiebout Advocaten, het kantoor waar Van Asperen werkte, kocht strafvervolging af door aan het Openbaar Ministerie 20.000 euro te betalen.
De advocaat die ’s ochtends een paar borrels nam en daarna het misdrijf op het zebrapad pleegde, staat nog gewoon als advocaat ingeschreven.

Rob Zijlstra

.

 Ron van Asperen is verdachte (was, inmiddels veroordeeld), maar wordt met naam en toenaam genoemd. Dat is niet normaal. Reden om af te wijken is dat zijn naam in eerdere publicaties waar hij zelf ook aan meewerkte, is vermeld. Het zou daarom wat raar zijn hem nu ineens bijvoorbeeld Bjorn te noemen.

HET VONNIS (van asperen)

.