Niet te geloven

De president van de rechtbank sprak, zo ook de eindbaas van het Openbaar Ministerie van heel Noord-Nederland en de noordelijke deken, het geweten van alle Friese, Drentse en Groningse advocaten. Op de eerste rij zat de burgemeester van de grootste stad, daarachter het volk. Veertig rechters in toga keken professioneel toe. Alleen de politie was nergens te bekennen.

Het volk was gekomen voor het feest, maar de gesproken woorden die door de lucht galmden, die de toehoorders kregen te verwerken, waren allesbehalve feestelijk. Het waren alarmerende woorden vol grote zorgen.

De bijeenkomst betrof een buitengewone rechtszitting waar drie nieuwe rechters en twee versgebakken officieren van justitie – allen al eerder door de koning benoemd – werden geïnstalleerd. Zoiets gaat gepaard met formaliteiten en felicitaties met na afloop pinda’s, bier en rode wijn.

De rechtbankpresident was heel gelukkig met haar verse rechters. Want we leven in een tijd van zowel bloei als van veel te weinig. Wie nu wil scheiden waarbij iets moet worden geregeld voor de kinderen, kan beter even wachten. Er zijn te weinig rechters om zoiets goed en op tijd voor elkaar te krijgen.

Komt het ondertussen tot echtelijk geweld in huis, dan geldt iets soortgelijks: wie vandaag nog of morgen zijn partner flink in elkaar rost, moet er rekening mee houden dat deze misdaad niet voor 2020 door een rechter wordt beoordeeld. Dat kun je, mits je de sterkste bent, ook als een voordeel zien.

Als het al tot een rechtszaak komt. Deskundige onderzoekers verkondigden niet zolang geleden dat de criminaliteit fors aan het dalen is. Terwijl velen nog twijfelden of dat wel echt waar is – ‘het is toch niet te geloven’ – meldde de politie in alle ernst dat er dit jaar 16.000 misdadige zaken in de prullenbak zijn gekieperd. Reden: er zijn te weinig rechercheurs om te rechercheren. In politiek Den Haag is zogenaamd met ongeloof gereageerd.

En het is niet alleen hommeles bij de politie. Ook de advocatuur is danig in mineur. De woorden die de deken namens de noordelijke advocaten op de bijeenkomst sprak, waren als een klontje zo klaar. De gefinancierde rechtshulp staat dusdanig onder druk dat alleen rechtzoekenden met een goed gevulde portemonnee nog kunnen rekenen op bijstand van een advocaat. De toegang tot het recht – een recht – wordt verkwanseld.

De rechtsstaat dreigt te verworden tot een juridische voedselbank, waren de weinig warme woorden die de deken sprak.

Advocaten roepen dat al een tijdje, maar menens is het. De deken hield de toehoorders voor dat Rutte en zijn troepen bezig zijn de rechtsstaat systematisch uit te hollen. Hij riep de magistraten, ook de kersverse, op de koppen bijeen te steken, de gelederen te sluiten en een list te verzinnen. Hij riep: ’Weg met het ministerie van afbraak.’ En: ‘Laten we in Noord-Nederland beginnen’.

Nu horen advocaten op de trom te slaan als minder bedeelde delen van het volk als gevolg van politieke keuzes in de knijp komen.

Wat had de president van de rechtbank Noord-Nederland eigenlijk te zeggen? Rechters – die allen tezamen de derde staatsmacht vormen – worden geacht bekwaam en bedaard te zijn en in tumultueuze tijden kalmte te bewaren.

De rechtbankpresident zei dat de samenleving als gevolg van politieke keuzes en afwegingen ontwricht dreigt te raken. Het rechtssysteem wordt door bezuinigingen (door die andere president) steeds verder uitgekleed en raakt in onbalans. De financiële situatie van de rechtspraak is ronduit zorgwekkend en dwingt tot keuzes tussen kwaden. Ook in Noord-Nederland, sprak ze.

Toen zei ze: ‘De kerntaak van de rechtspraak is om de fundamentele rechten van burgers te beschermen (…), om te zorgen dat niet de grootste mond of de dikste portemonnee het in ons land voor het zeggen krijgt, de kerntaak is om samenleven mogelijk te maken. En die kerntaak dreigt uit te hollen.’

De rechtbankpresident na kalm beraad: ‘Ik realiseer me dat ik grote woorden gebruik. Maar dit is wel wat het is: ontwrichting van de samenleving.’

De deken knikte instemmend.
De hoofdofficier van justitie liet een ander geluid horen. Een officier van justitie staat natuurlijk ook het dichtst bij de minister en het ministerie van justitie, het dichtst bij wat de deken het ministerie van afbraak had genoemd. Dan moet je op je woorden passen.

De hoofdofficier beperkte zich tot de geruststellende opmerking dat ondanks de interne commotie bij het Openbaar Ministerie (opstappende en met elkaar rollebollende officieren) de integriteit nog wel hoog in het vaandel staat. Dan weten we dat.

Dat het in de wereld hoog aangeschreven Nederlandse rechtssysteem piept en kraakt uit zich niet alleen in woorden vol zorg, maar is vrijwel dagelijks in de rechtszaal te horen als nagels die over het schoolbord krassen.

In april 2014 sloeg David in Groningen Azziz Barre, een verwarde man, met een vuistslag in het gelaat. Azziz Barre, eens kindsoldaat in Afrika, klapte achterover, met het hoofd op de stoeprand van de Korreweg. Dood. David zei dat hij werd aangevallen, maar dat was niet zo.

De rechtbank veroordeelde hem in januari 2015 tot twee jaar celstraf wegens zware mishandeling met de dood tot gevolg. De vuistslag was niet bedoeld geweest om te doden. De verdachte David was het er desondanks niet mee eens en ging in hoger beroep. Bijna vier jaar lang lag de zaak ergens in het piepende systeem te verstoffen. Niemand weet waarom. Het gerechtshof deed afgelopen week uitspraak: omdat het veel te lang heeft geduurd, alleen daarom, kreeg David korting in de vorm van een lagere straf. Twintig maanden.

De zaak van Gert is ook niet te geloven. In 2015 werd Gert veroordeeld omdat hij zich in 2014 ontuchtig bezig had gehouden met kinderporno en jonge meisjes in Stadskanaal. In november 2016 ging hij opnieuw in de fout, het slachtoffer was nu een meisje van 13 jaar.

Afgelopen week, twee jaar na de aanhouding, moest Gert zich dan eindelijk verantwoorden. De officier van justitie zei dat ze 24 maanden celstraf zou kunnen eisen. Maar dat ze dat niet ging doen. Want zij, dus het Openbaar Ministerie, heeft de zaak veel te laat aan de rechtbank voorgelegd. Om zichzelf in te peperen dat het zo niet langer kan, eiste ze voor straf twaalf maanden, daarvan de helft voorwaardelijk. Ze zei nog wel: ’Het is spijtig voor iedereen.’

Het is meer dan spijtig, maar zo rolt de rechtspraak momenteel.

Rob Zijlstra

klik op afbeelding voor speech zoals die tijdens de installatiezitting is uitgesproken

 

Sloom recht

Het echtpaar was het bestuur
en het bestuur betaalde
het echtpaar riant
voor de werkzaamheden

 

Je wilt hopen dat er een causaal verband bestaat tussen het strafrecht dat in de rechtszalen wordt bedreven en de misdaad die daarbuiten wordt gepleegd. Volgens mij is dat ook de bedoeling, want anders is straffen zonder nut.

Toch bekruipt mij vaker dan ik zou willen het gevoel dat het strafrecht z’n eigen gang gaat en zich helemaal niets aantrekt van wat er buiten gebeurt. Het is zonneklaar dat het strafrecht niet zonder de misdaad kan, in tegenstelling tot andersom. Strafrechters moeten dus bij de les blijven, net zo goed als de staande magistraten, de officieren van justitie.

Voorbeeld. In januari 2014 wordt in Groningen een filiaal van Albert Heijn (Van Lenneplaan) overvallen. Een doodsbange 16-jarige scholiere achter de kassa geeft onder dwang van een op haar gericht pistool 1309 euro af aan de gemaskerde overvaller. Er volgt een stevig onderzoek wat leidt tot een dna-match waarna ene Gerrit wordt aangehouden. Gerrit blijkt niet de eerste de beste. Eerder, toen dat nog bestond, overviel hij banken.

Maar Gerrit ontkent. Desondanks eist de officier van justitie 3 jaar gevangenisstraf. In april 2015 wordt Gerrit door de rechtbank in Groningen vrijgesproken. De officier van justitie is het daar niet mee eens – anders eis je geen 3 jaar – en gaat nog diezelfde maand, april 2015, in hoger beroep. Een nieuwe zitting laat al ruim twee jaar op zich wachten en niemand kan vertellen waarom dat zo is.

Trage rechtspraak – goed voor de zorgvuldigheid – gaat hier over in slome rechtspraak wat nergens goed voor is. Er zijn advocaten met meer voorbeelden. Zij beschikken over strafdossiers die op planken in hun kasten liggen te wachten op voortgang. Advocaten smoezen daar niet hardop over, ze kijken wel link uit. Naarmate de behandeling van een strafzaak langer op zich laat wachten, neemt de zwaarte van de straf doorgaans af.

Is dat zo? Deze week werden tien jongemannen uit Groningen en omgeving door de rechtbank in Leeuwarden veroordeeld tot werkstraffen omdat ze zich onheus hadden gedragen na afloop van een verloren voetbalwedstrijd in Heerenveen. De officier van justitie had streng en in volle overtuiging gevangenisstraffen tot vier maanden geëist omdat de samenleving het helemaal heeft gehad met hun voetbalgeweld. De rechters oordeelden anders. Jongemannen die zich in februari 2015 hebben misdragen stuur je in de zomer van 2017 niet meer naar de gevangenis.

Of deze. In 2015 begon de politie een groot onderzoek wat op 31 mei 2016 leidde tot 19 invallen in stad en provincie Groningen. Aan de actie, gericht op ondermijnende hennepteelt, namen 175 politiemensen deel. Dat is no shit. Er werden 11 mannen en 2 vrouwen gearresteerd. Wij van de pers waren vooraf geïnformeerd om verslag te doen van het daadkrachtige optreden van de sterke arm. Na een paar dagen zaten de13 leden van de criminele organisatie alweer thuis. Nu, een jaar verder, is er geen enkel zicht op iets wat lijkt op een vervolg bij de rechter.

Heel de strafrechtketen is sloom. En het kan nog zorgelijker.

In oktober 2013 krijgt de politie informatie over misstanden in Haren. In een lommerrijke straat wordt een hoogbejaarde mevrouw uitgebuit, zo vermoeden bezorgde buren. Er komt een onderzoek en in mei 2014 wordt het echtpaar L. gearresteerd. Er wordt beslag gelegd op auto’s, op scooters in hun tweede huis in Italië en op de kapitale woning aan de rand van Haren (die eerst voor 1,2 miljoen en nu voor 995.000 euro op Funda te koop staat). De verdenking is dat het echtpaar de dan 96-jarige licht dementerende Harense mevrouw Rosingh financieel hebben uitgekleed.

De politie stuurt een persbericht de wereld in waarin de aanhouding wereldkundig wordt gemaakt. De politie wil waarschuwen en signaleren. Ouderen, meldt het persbericht, zijn kwetsbaar voor financiële uitbuiting. Jaarlijks zijn daar 30.000 65-plussers het slachtoffer van. De politie roept op altijd aangifte te doen. Door voorlichting en bewustwording kan ouderuitbuiting worden voorkomen, staat in het persbericht.

Een jaar na de arrestatie besluit Openbaar Ministerie dat het echtpaar strafrechtelijk moet worden vervolgd. Het duurt dan nog eens een heel jaar alvorens de twee verdachten in de verdachtenbank van zittingszaal 14 zitten. Mevrouw Rosingh weet hier niets van. In juni 2015 overlijdt zij, op 98-jarige leeftijd, berooid en wel.

De rechtszaak is in maart 2016. Zeven uur lang wordt het echtpaar (hij is dan 51, zij 52) door de rechters ondervraagd. Een van de beschuldigingen is dat ze mevrouw Rosingh 300.000 euro afhandig hebben gemaakt. Het echtpaar ontkent. Ze zeggen dat ze zorg aan de hulpbehoevende vrouw verleenden in ruil voor 65 euro per uur. Als gevolmachtigden konden ze over haar bankrekening beschikken. Behalve zorg regelden ze ook – tegen betaling – de financiën. Ze betaalden zichzelf.

De officier van justitie noemt de handelwijze stuitend. Slechts de eigen belangen werden behartigd. De zorg die werd verleend: nauwelijks tot niets.

De L.’s zouden ook de goedgevulde kas van een stichting (ten behoeve van autistische kinderen) voor honderdduizenden euro’s hebben geplunderd. Het echtpaar was het bestuur en het bestuur betaalde het echtpaar riant voor de werkzaamheden (aandelenhandel). Een dan al overleden man en vrouw uit Drenthe – apothekers te Groningen – zouden voor meer dan honderdduizend euro zijn bestolen.

De officier van justitie eist tegen zowel hem als haar 22 maanden gevangenisstraf. Het bijeen gegraaide geld, opgeteld 800.000 euro, moeten ze inleveren. De rechtbank veroordeelt het echtpaar in april 2016 conform de eisen: 22 maanden. Financieel ligt het complexer. Het echtpaar moet de gestolen 300.000 euro van mevrouw Rosingh inleveren.

Die 22 maanden hadden eigenlijk 24 maanden moeten zijn. De officier van justitie vond dat twee maanden korting op z’n plaats was omdat het echtpaar zo lang in onzekerheid had gezeten daar de rechtsgang nou niet bepaald vlot was verlopen. De rechters waren het daarmee eens.

Nu komt het. Het echtpaar is in hoger beroep gegaan. Wie door de rechtbank wordt veroordeeld, maar op het moment van de veroordeling niet is gedetineerd, mag de uitkomst van het hoger beroep in vrijheid afwachten. De bezorgde buren uit 2013 zijn nog steeds bezorgd. Niet over hun overleden buurtgenoot, maar zeer over het welzijn van de rechtspraak. Recent hebben ze navraag gedaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. Wanneer dient de zaak in hoger beroep? Het antwoord: ergens in 2018.

Slome rechtspraak leidt ertoe dat uitspraken van rechters ook maar meninkjes worden.

Rob Zijlstra

Kale cijfers

Rechters gaan qua lage straffen
niet helemaal vrijuit

32 gem cel p zaak 4Straffen die in rechtszalen worden opgelegd zijn te hoog en zijn te laag.
Precies goed is het zelden of nooit.

Twee weken geleden stond een 49-jarige man terecht die zijn buurmeisje seksueel zou hebben misbruikt.
Dat zou zestien jaar geleden zijn gebeurd.
Man zegt dat het niet zo is.
Het buurmeisje is inmiddels een vrouw.
In haar slachtofferverklaring, gericht aan de rechters, zei ze dat de verdachte voor de buitenwacht een leuke man is.
Maar dat de buitenwacht eens weten moest.
Ze vindt dat de verdachte geen recht heeft, niet meer, op een gelukkig en zorgeloos bestaan.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden.
Het vermeende slachtoffer zal dit vast veel te weinig vinden, de ontkennende verdachte vindt het een nachtmerrie, een horrorscenario.
Maandag laat de rechtbank weten wat passend en geboden is.

Wat ik maar wil aangeven: het gaat er zo nu en dan heftig aan toe in zittingszaal 14.
Maar kijkend naar de kale cijfers, dan moet de conclusie zijn dat er laag wordt gestraft. Relatief.
Een strafzaak bij de meervoudige strafkamer (drie rechters en met als het leven goed is minimaal één rechtbankverslaggever) is landelijk gezien goed voor gemiddeld een jaar celstraf per verdachte.
In Groningen ligt dat voor dit jaar en tot nu toe op gemiddeld 7 maanden per verdachte.

Zeven is bijna de helft van een jaar.

4 onvoorw 81Dit lage cijfer komt niet omdat rechters in Groningen aardige mensen zijn.
Ze zijn in de rechtszaal niet milder dan hun soortgenoten elders.
Om die 7 maanden te kunnen verklaren kan het heel goed zijn dat in Groningen minder ernstige zaken ter beoordeling aan rechters worden voorgelegd.

Dat ‘wij’ onder het gemiddelde blijven hangen, is mooi voor hier.
Het betekent dat het elders (behalve in Drenthe) ernstiger is.

Ik verbaas mij ook daarom regelmatig over de politie die bijvoorbeeld maar blijft volhouden dat de bestrijding van mensenhandel in Groningen een speerpunt moet wezen.
Mensenhandel in Groningen bestaat – denk ik dan wel eens – alleen in de hoofden van hen die het moeten aanpakken.

Vorige maand was er een grote politie-actie in Groningen mede in verband met dit hardnekkige speerpunt.
Agenten mochten op klaarlichte dag verdacht uitziende types (figuren met haar?) in auto’s met buitenlandse kentekens willekeurig van straat plukken en deze vermeende criminelen meenemen voor controle.
Dat dit zo was en zo ging stond gewoon in de krant.
Geen burgemeester, geen geëngageerde advocaat of een andere bewaker van de openbare orde die ‘ho, ho’ riep.

De enige man (keurig voorkomen, vrijwel kaal) die zich dit jaar voor mensenhandel in Groningen moest verantwoorden, werd vrijgesproken.
Vorig jaar waren er vier verdachte mensenhandelaren, twee kregen werkstraffen, de lelijkste een celstraf van 18 maanden.

30 vonnis eis 8Rechters gaan qua lage straffen overigens niet helemaal vrijuit.
Een officier van justitie kan – binnen de regels van de wet – eisen wat hij wil, de rechters gaan in driekwart van de strafzaken onder die eis zitten.
Doen ze een keer iets meer, dan is het meestal maar een onsje.
In de ogen van rechters zijn eisen van het Openbaar Ministerie te hoog.
Al jaren doet het gerucht de ronde dat officieren van justitie bewust hogere eisen op tafel leggen omdat ze weten dat rechters stronteigenwijs zijn en bijna altijd voor lager gaan.
Of het waar is, weet ik niet.

Het komt ook voor dat het Openbaar Ministerie in de rechtszaal al met een heel lage strafeis op de proppen komt.
Wat is er dan aan de hand?
In het asielzoekerscentrum in Musselkanaal was een vechtpartij geweest met gewonden.
Twee broers kregen het aan de stok met Zaid (21) uit Syrië.
Zaid zou hebben gewandeld met het zusje van de twee broers en die wilden dat onder geen beding.
Toen de broers tijdens het biljarten Zaid zagen, riepen ze hem en kreeg hij met vlakke hand een harde klap in het gezicht.
Achteraf bleek dat de broers zich hadden vergist.
’t Was niet de verdacht uitziende Zaid die met het zusje had gewandeld.
Maar dat was achteraf.

Na de klap had Zaid geduwd en ook teruggeslagen.
Hij voelde zich bedreigd, hij was bovenop een radiator terechtgekomen waar hij met de rug tegen de muur stond.
Ineens was daar een kapper en een schaar.
Zaid zwaaide.
Stak.
Hij raakte beide aanvallende broers, de een in de onderarm, de ander in het gezicht.

Alle getuigen verklaren tegenovergesteld.
Misschien ook wel, denkt de advocaat, omdat de verbaliseerde verklaringen met tussenkomst van nogal wat tolken tot stand zijn gekomen.
De advocaat: ‘Eigenlijk weten we helemaal niks over wat er nou precies is gebeurd. Het is een dossier vol tegenstrijdigheden.’
De advocaat kreeg op basis van het dossier ook niet de indruk dat de politie het naadje van de kous had willen weten.
Voor de raadsman is het zo klaar als een klontje: zij begonnen, twee tegen een, zelfverdediging, noodweer, geen straf, klaar.

Ondanks de onduidelijkheid is er toch een rechtszaak voor de meervoudige strafkamer, drie rechters.
Voor Zaid staat het leven op het spel.
In november vorig jaar is hij via een achtbaan op duizelingwekkende wijze in Nederland terechtgekomen.
Bij een veroordeling moet hij misschien terug, terug naar de dood waaraan hij wist te ontsnappen.
Wat weten wij daar nou van?

De officier van justitie: ‘Tja, een lastig dossier.’
Het steken met scharen in armen en gezichten is doorgaans goed voor heftig strafrechtelijk geweld in de zaal.
Maar er moet ook worden gekeken naar de context van alles.
De officier van justitie: ‘Het komt erop neer dat verdachte door alle strafmodaliteiten die we hebben ernstig wordt getroffen.’
De advocaat: ‘Doe dan een ontslag van alle rechtsvervolging.’
De officier van justitie: ‘Nee. Ik eis een maand celstraf, maar die geheel voorwaardelijk.’

Schermafbeelding 2016-06-11 om 09.43.31Een lagere strafeis kan bijna niet.
Willen rechters daar onder gaan zitten, dan moet Zaid eigenlijk een beloning krijgen en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Op 20 juni doet de rechtbank in deze kwestie uitspraak.
De kans is groot dat de gemiddeld opgelegde straf na die uitspraak daalt.

Met kale cijfers moet je wel altijd oppassen.

Wist u trouwens – het is onderzocht en uitgerekend – dat één moord de samenleving gemiddeld 3 miljoen euro kost?
Dat zal in Groningen (en Drenthe) wel weer lager zijn, maar toch…

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

rechtbankverslaggever als datajournalist

de kosten van de criminaliteit [onderzoek in opdracht wodc]

De feestdagen

in de monumentale zittingszaal
van het paleis is het geluid
te beroerd voor woorden

Schermafbeelding 2015-12-17 om 23.54.37

In de nacht van 15 op 16 september 2011 werd de 65-jarige Nico Leeuwe om het leven gebracht.
Hij was de boodschappen- en klusjesman van de rosse buurt.
Hij assisteerde de dames van lichte zeden.
Nico Leeuwe liet het leven in zijn woning aan het Gedempte Zuiderdiep, binnenstad Groningen, hoekje hoerenbuurt.
Gestikt.

Er werden twee mannen gearresteerd, twee 32-jarige Colombianen uit Spanje die in die septembermaand tijdelijk in Groningen verbleven.
Het Openbaar Ministerie eiste tien jaar cel, maar de rechtbank in Groningen vond dat veel te weinig.
De rechters veroordeelden de twee in augustus 2013 tot vijftien jaar cel.

Afgelopen week diende het hoger beroep.
Dat zoiets zo lang moet duren – meer dan twee jaar na de uitspraak – lijkt nergens op, maar zo lelijk is het.

Wie het niet eens is met de rechtbank gaat in beroep (appèl) bij het gerechtshof.
Het hof zetelt niet zoals de rechtbank in een onopgesmukt gerechtsgebouw, maar in een Paleis van Justitie met pracht en praal.
Dat klinkt heel wat en zo oogt het ook.
Maar in de monumentale zittingszaal van het paleis is het geluid te beroerd voor woorden.
Wat wordt gezegd, is nauwelijks te verstaan.
Waarom dat zo is, weet niemand, dat is geheim.

Er was meer lelijks.
Om het proces nog enigszins te kunnen volgen, moesten de nabestaanden zo ver mogelijk vooraan zitten, pal achter de advocaat van een van de verdachten.
De nabestaanden kregen zo ongewild zicht op het dossier dat de raadsman voor zich had uitgestald.
Ze konden de akelige foto’s van Nico zien, foto’s die de politie maakte toen ze hem op de grond vonden.
Eigenlijk is de rechtszaal helemaal niet geschikt voor een strafproces.

De rechters – die in een justitiepaleis raadsheren heten – gingen ook niet voor de schoonheidsprijs.
Hoewel het proces om negen uur in de ochtend begon, iets later, wekten de magistraten de indruk dat ze hoe dan ook voor het avondeten thuis wilden zijn.
De officier van justitie (in hoger beroep een advocaat-generaal) mocht het vooral kort houden en hoefde echt niet alles voor te dragen wat toch ook al op papier stond.

’s Middags herhaalde zich dit toen de twee advocaten gingen pleiten.
Herhaaldelijk werden de raadslieden onderbroken met opmerkingen van de raadsheer-voorzitter dat gerust passages mochten worden overgeslagen.
De voorzitter: ‘U mag erop vertrouwen dat wij alles lezen.’
Voor de luisteraar restte een onsamenhangende pleit.

Wanneer het strafproces is afgelopen, laat de raadsheer-voorzitter weten dat zij en haar twee collega’s meer tijd, meer dan de gebruikelijke twee weken, nodig hebben om tot een gewogen oordeel te komen.
Zo druk?
Nee.
Ze zei: ‘Wat ongelukkig, maar de feestdagen komen er aan.’

De twee verdachten snappen er misschien zelf niets van.
Ze vinden het in ieder geval niet eerlijk.
Mauro (35) zegt dat het vooral Roberto (34) was die het heeft gedaan.
Roberto wijst naar zijn vriend Mauro.
Wordt het te ingewikkeld, dan zwijgen ze.
Vraag: Waarom zwijgen?
Antwoord: ‘Omdat het mag.’

Halverwege de middag horen de verdachten wat het Openbaar Ministerie ditmaal voor hen in petto heeft.
De redenering (doodslag) van de rechtbank in Groningen en bijbehorende straffen (vijftien jaar) vindt de advocaat-generaal te kort door de bocht.
Hij kwalificeert de gebeurtenissen als een geplande beroving, als een diefstal met geweld met de dood tot gevolg.
Wanneer de aanklager dit ten overstaan van de appèlrechters toelicht, verschijnt als vanuit het niets een filmpje op YouTube, aangekondigd op Twitter.
Ik zie (er is wifi, dat dan weer wel) op mijn laptop dezelfde aanklager, maar dan in een lege zittingszaal in 36 seconden de strafeis uitleggen.

Opnieuw tien jaar cel voor Mauro en ditmaal twaalf voor initiator Roberto die ook het meest geweld toepaste.
Dat zijn de eisen.

Al in Spanje zouden ze het over Nico Leeuwe hebben gehad.
Een kennis van hen, een prostituee die wel eens in Groningen werkte, zou hebben gesproken over de voortdurende dikke portemonnee van Nico, een man ook met veel contant geld in huis, een makkelijk slachtoffer bovendien.
Ze gingen naar Groningen, ze wachtten Nico op en toen hij thuiskwam namen ze hem te grazen.
Ze bonden hem vast met duct-tape, ze tapeten ook zijn mond en mishandelden hem.
Daarna doorzocht Roberto de woning en nam Mauro de inhoud van de dikke portemonnee mee. Vastgebonden en op de buik lieten ze hun slachtoffer achter.
De aanklager zegt: ‘Nico’s laatste minuten, maar misschien ook wel uren, moeten gruwelijk en pijnlijk zijn geweest.

Mauro en Roberto hebben andere lezingen.
En spijt.
Ze realiseren zich dat ze de nabestaanden pijn en verdriet hebben aangedaan.
Dat was dus de bedoeling niet.
Ze willen wel vergiffenis.

Mauro had bij aanvang van het proces een nieuwe verklaring afgelegd, een verklaring met de waarheid.
Na twintig minuten waar verklaren, greep de advocaat in.
Na een korte schorsing bood Mauro zijn excuses aan, want wat hij zojuist als waarheid had verkondigd, was allemaal gelogen, zei hij.
Daarna kwam hij met een nieuwe verklaring, met weer een waarheid.

Mauro zegt dat Roberto Nico plotseling vastgreep in een soort nek- of armklem.
Zo sleurde hij hem naar binnen.
Nico is misschien wel daardoor gestikt, terwijl hij, Mauro, dus geen geweld had gebruikt.
Hij had wel geholpen om Nico vast te binden.
Maar toen ze weg waren gegaan, had hij de tape van Nico’s mond getrokken.

Roberto zegt dat zijn vriend zich niet alles even goed herinnert.
Want de waarheid is dat ze cocaïne zouden kopen van Nico, dat ze die niet konden betalen en dat Nico toen heel boos was geworden en er een worsteling was ontstaan.
Daarbij was geslagen.
Roberto: ‘Wanneer Nico is overleden aan mijn slagen, dan ben ik schuldig. Is er een andere doodsoorzaak, dan ben ik onschuldig.’

De aanklager zegt dat uit niets blijkt dat Nico Leeuwe een drugsdealer was.
Nee, het was een ordinaire diefstal met zeer ongelukkige afloop.
De aanklager: ‘Nico’s dood was geen opzet, maar zijn dood was wel een gevolg van hun handelen.’

Niet dus, zegt de Mauro-advocaat.
‘Wat Mauro heeft gedaan, knevelen, kan niet hebben geleid tot de dood.’
Dus: vrijspraak.
De raadsman van Robert: ‘De belastende verklaringen van de liegende Mauro zijn onbetrouwbaar.’ Conclusie: vrijspraak.

Het is dan bijna tijd voor de aardappelen.
Mauro krijgt zijn laatste woord: ‘In de gevangenis vraag ik mij elke dag af hoe het nu verder moet met mijn leven.’
Dan Roberto.
Hij buigt het hoofd en besluit: ‘Ik verdien een passende straf.’

Rob Zijlstra

update – 25 januari 2016 – uitspraken
Het hof vindt de rechtbank niet kort door de bocht. De twee mannen zijn veroordeeld tot vijftien jaar per persoon. Er is sprake van een gekwalificeerde doodslag en een diefstal met geweld met de dood tot gevolg. De eis van het Openbaar Ministerie doet wederom geen recht aan de ernst van de feiten, zo staat in het arrest.

arrest Roberto
arrest Mauro

Rechtsbedrijf in de branding

het recht als een solide instituut

Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.37.04Ik lees het boek De improvisatiemaatschappij.
Het gaat over de sociale ordening van een onbegrensde wereld.
In het boek staat dat er in de voorbije jaren veel is veranderd, dat vertrouwde rotsen in de branding zijn verdwenen en dat wij nu flink zoekende zijn.

Een hele klus want de morele helderheid is ver weg.
Ons zoeken gaat dan ook gepaard, schrijft de schrijver, met onbehagen.
Criminaliteit is van dat onbehagen een uitingsvorm.
Evenals frustratie en hufterig gedrag.

Voor wanhoop is evenwel (nog) geen reden.
We mogen dan behoorlijk in de war en richtingloos zijn, solide instituties als het bedrijfsleven, het onderwijs en het recht weten zich ook in chaotische tijden fier te handhaven.
Dat zegt wel iets.

Het recht als een solide instituut, daar wil ik rotsvast in geloven.

Maar het rechtsbedrijf in Groningen werkt op dit punt niet altijd mee.
Het rechtsbedrijf in Groningen wekt wel eens de indruk dat we haar niet altijd even serieus moeten nemen.
Nog niet heel lang geleden schreef ik over een mevrouw die als verdachte terecht moest staan omdat ze een propje papier op de grond had laten vallen.
De magistraten hadden elkaar in de rechtszaal ongelukkig aangekeken.
Hun blikken: waar we ook mee bezig zijn, zo moet het niet.

Maar vandaag doen ze het weer.
Vijftien mensen moesten donderdagochtend in de rechtbank van Groningen komen opdraven bij de politierechter omdat ze hadden gevist met of zonder een visakte dan wel met een akte die wel één, maar geen twee hengels toestond, omdat ze de vuilniszak niet op correcte wijze hadden aangeboden bij de ‘inzamelvoorziening’, iemand had een leeg blikje bier in de bosjes achtergelaten.

En al deze misdrijven zijn gepleegd in de eerste maanden van 2013.
De politierechter is er heden, een dag in december 2015, een hele ochtend zoet mee.

Maar het komt vast goed.
Hoop ik.

rob zijlstra

De improvisatiemaatschappij is een boek van Hans Boutellier
→ Het propje papier [doorslaand evenwicht]

 

blikje bier

Gestreng gezag

de verdachten zeggen
dat ze een gerechtvaardigd belang
hebben gediend

 

Aan alles is te zien dat Stijn (45) weinig vertrouwen heeft in de strafrechter, tevens de voorzitter, die hem maar vragen blijft stellen.
Ik weet niet, zucht hij halverwege, of u zelf kinderen heeft, maar…
De rechter-voorzitter onderbreekt hem.
Gestreng: ‘Ik… stel hier de vragen.’
Niet veel later in het strafproces laat Stijn zich ontvallen dat hij blij is dat er nog twee andere rechters zitten.
De vragende voorzitter reageert als gebeten: ‘Wat wilt u daarmee zeggen?’

Wat Stijn niet weet – nooit eerder was hij in een rechtszaal – is dat er allerlei soorten rechters bestaan.
Er zijn rechters waar je geen peil op kunt trekken, wat ook de bedoeling is.
Volgens de regels moeten rechters tijdens het proces niet de indruk wekken al een mening te hebben.
Er bestaan rechters die rechttoe en rechtaan zijn en die verdachten het ongemakkelijke gevoel kunnen geven dat het oordeel al is geveld.
En zo bestaan er nog vijfhonderd andere soorten.

Er is één soort rechter die in het strafproces onder aan de ladder staat en altijd de klos is: dat is de eigen rechter.
En laat nou Stijn zo’n rechter zijn, net als Angela (40), de moeder van zijn dochter, die naast hem zit.
Ook zij is eigen rechter.
Daarom staan beide ouders terecht.

En dat, zal later een van de advocaten zeggen, is ook terecht.
De advocaat vindt zelfs de geëiste straffen niet raar: een taakstraf voor moeder Angela van 60 uur en voor vader Stijn eentje van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
De advocaat: ‘De eisen zijn zo gek nog niet wanneer je kaal het strafdossier leest. Maar als u, rechters, de achtergronden kent, dan moet dat een matigend effect hebben op de strafeisen.’

Stijn en Angela hebben het 19-jarige vriendje van hun 17-jarige dochter een pak rammel gegeven.
Angela sloeg hem met haar vuisten gemeen en machteloos tegen het hoofd.
Zij: ’Mijn polsen deden er zeer van.’
Daarvoor had vader Stijn het vriendje al flink te grazen genomen door hem te schoppen en te slaan.
Hij: ’Waar ik hem maar raken kon.’
Na de afranseling hadden ze het vriendje in de auto gesleurd en meegenomen naar diens woning om geld op te halen.
Stijn en Angela kregen hulp van twee kennissen.
Ook zij staan terecht wegens openlijk geweld en vrijheidsberoving.
Het zijn mannen met eigen bedrijven en personeel in dienst.

Stijn had bij aanvang gezegd dat het hem logisch lijkt dat zitten in de rechtszaal niet iets is dat je wilt.
Hij zegt: ‘Had ik geweten dat dit er allemaal achterweg zou komen, dan had ik het niet gedaan. Ik heb ook spijt. Voor ons, maar zeker ook voor die jongen.’

Het ging zo.
Zijn dochter van 17 had gebeld, huilend en vanuit het ziekenhuis.
Ze had een kras in haar gezicht.
Melle – het vriendje – had haar mishandeld.
Ze had hem ook geld moeten geven.
Vader Stijn beveelt dat ze met haar moeder onmiddellijk naar de politie moet gaan om aangifte te doen.
Regelt hij de rest.
Toen vader Stijn door dochterlief werd gebeld waren er twee kennissen bij hem.
Een van hen: ‘Om te voorkomen dat het uit de hand zou lopen, gingen we mee.’

In twee auto’s waren ze, met behulp van de navigatie, richting de woning van Melle gereden.
Toen ze de eindbestemming bijna hadden bereikt, zagen ze hem fietsen.
Een van de kennissen sprong uit de auto, holde achter hem aan en schopte hem onderuit.
Stijn deed de rest.
Daarna sleurden ze hem gedrieën de auto in.

De officier van justitie: ‘Er is een getuige die het allemaal heeft gezien. Die ziet twee dikke auto’s over het fietspad rijden, ziet dan hoe drie volwassen kerels uit die auto’s komen, en ziet hoe ze een jongen op een fiets aftuigen en hem vervolgens meenemen. Toen de getuige een opmerking maakte, kreeg hij te horen dat-ie zich er niet mee moest bemoeien.’

Voor de aanklager is het duidelijke: vriendje Melle is in het openbaar geschopt en geslagen, dat moet openlijk geweld heten.
Vervolgens is hij tegen zijn zin meegenomen in een auto.
De rit duurt maar een minuut, maar kan juridisch gezien nog altijd vrijheidsberoving heten.
En er is sprake van een geschokte rechtsorde.
De twee kennissen horen elk een werkstraf van 180 uur en vier maanden voorwaardelijke celstraf eisen.

Een van de advocaten: ‘We gaan het niet goed praten. Ze vinden zelf ook dat het niet kan.’
De verdediger wijst erop dat de drie mannen direct naar het politiebureau zijn gegaan, uit eigen beweging, om te vertellen wat er was gebeurd.
‘Dat zegt toch ook iets.’

Waarom moest de dochter van 17 jaar huilen toen ze vanuit het ziekenhuis belde?
Dit verhaal blijft in de rechtszaal vaag.
Haar ouders kennen Melle al een jaar of drie.
Hij is zelfs eens met hen op vakantie geweest, maar Melle is niet de meest ideale schoonzoon.
Er is iets.
Na een jaar raakt Melle uit beeld, in ieder geval bij vader Stijn en moeder Angela.
Vanwege dat vage was de dochter een jaartje elders naar school gegaan, wat haar goed had gedaan.
Goed genoeg om naar Groningen terug te keren.
En toen was daar ineens dat huilende telefoontje.

De dochter van 17 jaar wil er niet over praten.
Ze had een baantje waar ze vier euro per uur verdiende.
Het geld ging naar Melle.
Toen wilde ze haar scooter verkopen om Melle nog meer geld te kunnen geven.
Er is iets met foto’s die op een telefoon staan.
Het nare idee is dat de dochter van 17 jaar werd afgeperst.

De officier van justitie zegt dat als een dochter van 17 onrecht wordt aangedaan, dat het dan goed is dat ouders voor het belang van het kind opkomen.
Maar, merkt ze op: ‘De verdachten zeggen dat ze een gerechtvaardigd belang hebben gediend met deze strafbare feiten. Maar dat is niet zo, dit was wild-west.’

Stijn krijgt het laatste woord en probeert het nog een keer.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Kijk als je zelf kinderen hebt, dan… Ik bedoel… dan ga je naar bed en. En dan lig je maar te denken. Dan denk je van tja, wat had ik dan moeten doen?’
De rechter-voorzitter die de vragen stelt: ‘Dat wilde u nog even zeggen?’

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 2015 – uitspraken
Ze hadden lagere werkstraffen verwacht, maar de rechtbank maakte die verwachtingen niet waar. De rechters slaan daarmee de plank mis, vindt Stijn. Hij krijgt zijn 240 uur en (wel lager) 2 maand voorwaardelijke celstraf wegens openlijke geweldpleging en vrijheidsberoving in de lichtste vorm. Moeder Angela moet ook aan de bak: 60 uur wegens mishandeling. De twee andere mannen zijn ook tot 2 maanden voorwaardelijk celstraf veroordeeld in combinatie met werkstraffen van 150 en 180 uur. Hoger beroep wordt overwogen.

Zwolle: laat ons fluiten

Is de rechtbank verworden tot een door geld gedreven organisatie?

Schermafbeelding 2014-12-22 om 22.17.11Op dinsdagochtend 15 april (2014) belt Frits naar de rechtbank in Groningen.
Het is even na tien uur.
Frits zegt dat er om half elf een bom zal ontploffen in het gerechtsgebouw aan het Guyotplein in Groningen.

Zoiets is vragen om moeilijkheden.
Bij zo’n melding gaan eerst toeters en bellen rinkelen waarna allerlei protocollen in werking treden.
Zittingen worden stilgelegd, alle driehonderd medewerkers moeten het pand verlaten.
Bezoekers ook.
Het is dinsdag, dat is de vaste vergaderdag van de strafsector.
Dat betekent dat er geen verdachten zitten opgesloten in het ondergrondse cellencomplex.
Dat scheelt.

Buiten ontstaat al gauw een jolige sfeer.
Keer wat anders.
Later komen er bomverkenners, specialisten van defensie.
Het verkeer in omgeving wordt stilgelegd.
In een vuilniswagentje van de gemeentelijke milieudienst wordt uiteindelijk een wit doosje aangetroffen.
Dat doosje was door de bommelder in een prullenbak verstopt.
De milieudienst had de prullenbakken geleegd.
De specialisten: geen bom.

Na uren wordt alles weer normaal.

Een paar dagen later wordt een verdachte gearresteerd.
Het is de dan 37-jarige Frits.
Hij was in de war.
De rechter-commissaris vindt het niet nodig de man op te sluiten.
Voorwaarde is wel dat hij hulp moet zoeken voor zijn psychische problemen.
Dat doet hij.

Volgende maand moet hij zich verantwoorden voor zijn verwarde misdaad die vooral voor ongemak zorgde.
Zou je denken, maar zo eenvoudig is het niet.
De rechtbank Noord-Nederland heeft schade geleden en wil die nu op Frits verhalen.
De rechtbank Noord-Nederland wil 80.000 euro hebben van de verwarde man met zijn psychische problemen.
De schadeclaim wordt tijdens de strafzaak in behandeling genomen.
Omdat de rechtbank Noord-Nederland in Groningen partij is, wordt de strafzaak behandeld door de rechtbank in Zwolle.

De rechtbank Noord-Nederland wil niet zeggen hoe die 80.000 euro aan schade is ontstaan.
Gederfde inkomsten uit griffierechten omdat een paar zittingen niet door konden gaan?
Zo hoog zijn die griffierechten nou ook weer niet.
Lunchkosten omdat noodgedwongen buiten de deur brood moest worden gegeten?
Dat hoorde ik.

Waarom zou de rechtbank zoiets besluiten?
Ook dat wil de rechtbank niet vertellen.
Misschien vindt de rechtbank het niet belangrijk genoeg.
De rechtbank Noord-Nederland is als organisatie een wat schimmige club.
Er werken heel vriendelijke mensen en de allerbeste rechters van de hele wereld, maar als organisatie is de rechtbank Noord-Nederland een beetje een aparte.
Communicatie met de buitenwereld is zeg maar niet hun ding.

In boeken over het recht staat het mooi beschreven.
In boeken staat dat rechtsbescherming een van de drie wezenlijke functies is van de rechter.
Rechters beschermen burgers waar nodig tegen elkaar en tegen de overheid.

Maar wie dan beschermt de burger tegen de rechtbankorganisatie?
Tegen een rechtbankorganisatie die 80.000 euro eist van een individuele burger die recht zocht, die dat al dan niet voldoende kreeg, daarvan in de war raakte en daardoor iets doms deed?
Of is het anno nu al zo erg dat de rechtbank is verworden tot een door geld gedreven organisatie?
En is de boodschap dat ieder ongemak maar moet worden gecompenseerd met geld?

Is een rechtbank niet een zo bijzondere organisatie dat die enig ongemak moet kunnen dragen?
Ik vind van wel.
Ik hoop van harte dat de rechter in Zwolle de plicht te mishagen extra serieus neemt en bepaalt dat zijn of haar collega’s in het Noorden kunnen fluiten naar dat geld.

Rob Zijlstra