Zwolle: laat ons fluiten

Is de rechtbank verworden tot een door geld gedreven organisatie?

Schermafbeelding 2014-12-22 om 22.17.11Op dinsdagochtend 15 april (2014) belt Frits naar de rechtbank in Groningen.
Het is even na tien uur.
Frits zegt dat er om half elf een bom zal ontploffen in het gerechtsgebouw aan het Guyotplein in Groningen.

Zoiets is vragen om moeilijkheden.
Bij zo’n melding gaan eerst toeters en bellen rinkelen waarna allerlei protocollen in werking treden.
Zittingen worden stilgelegd, alle driehonderd medewerkers moeten het pand verlaten.
Bezoekers ook.
Het is dinsdag, dat is de vaste vergaderdag van de strafsector.
Dat betekent dat er geen verdachten zitten opgesloten in het ondergrondse cellencomplex.
Dat scheelt.

Buiten ontstaat al gauw een jolige sfeer.
Keer wat anders.
Later komen er bomverkenners, specialisten van defensie.
Het verkeer in omgeving wordt stilgelegd.
In een vuilniswagentje van de gemeentelijke milieudienst wordt uiteindelijk een wit doosje aangetroffen.
Dat doosje was door de bommelder in een prullenbak verstopt.
De milieudienst had de prullenbakken geleegd.
De specialisten: geen bom.

Na uren wordt alles weer normaal.

Een paar dagen later wordt een verdachte gearresteerd.
Het is de dan 37-jarige Frits.
Hij was in de war.
De rechter-commissaris vindt het niet nodig de man op te sluiten.
Voorwaarde is wel dat hij hulp moet zoeken voor zijn psychische problemen.
Dat doet hij.

Volgende maand moet hij zich verantwoorden voor zijn verwarde misdaad die vooral voor ongemak zorgde.
Zou je denken, maar zo eenvoudig is het niet.
De rechtbank Noord-Nederland heeft schade geleden en wil die nu op Frits verhalen.
De rechtbank Noord-Nederland wil 80.000 euro hebben van de verwarde man met zijn psychische problemen.
De schadeclaim wordt tijdens de strafzaak in behandeling genomen.
Omdat de rechtbank Noord-Nederland in Groningen partij is, wordt de strafzaak behandeld door de rechtbank in Zwolle.

De rechtbank Noord-Nederland wil niet zeggen hoe die 80.000 euro aan schade is ontstaan.
Gederfde inkomsten uit griffierechten omdat een paar zittingen niet door konden gaan?
Zo hoog zijn die griffierechten nou ook weer niet.
Lunchkosten omdat noodgedwongen buiten de deur brood moest worden gegeten?
Dat hoorde ik.

Waarom zou de rechtbank zoiets besluiten?
Ook dat wil de rechtbank niet vertellen.
Misschien vindt de rechtbank het niet belangrijk genoeg.
De rechtbank Noord-Nederland is als organisatie een wat schimmige club.
Er werken heel vriendelijke mensen en de allerbeste rechters van de hele wereld, maar als organisatie is de rechtbank Noord-Nederland een beetje een aparte.
Communicatie met de buitenwereld is zeg maar niet hun ding.

In boeken over het recht staat het mooi beschreven.
In boeken staat dat rechtsbescherming een van de drie wezenlijke functies is van de rechter.
Rechters beschermen burgers waar nodig tegen elkaar en tegen de overheid.

Maar wie dan beschermt de burger tegen de rechtbankorganisatie?
Tegen een rechtbankorganisatie die 80.000 euro eist van een individuele burger die recht zocht, die dat al dan niet voldoende kreeg, daarvan in de war raakte en daardoor iets doms deed?
Of is het anno nu al zo erg dat de rechtbank is verworden tot een door geld gedreven organisatie?
En is de boodschap dat ieder ongemak maar moet worden gecompenseerd met geld?

Is een rechtbank niet een zo bijzondere organisatie dat die enig ongemak moet kunnen dragen?
Ik vind van wel.
Ik hoop van harte dat de rechter in Zwolle de plicht te mishagen extra serieus neemt en bepaalt dat zijn of haar collega’s in het Noorden kunnen fluiten naar dat geld.

Rob Zijlstra

Gare rapen

Het is niet voor iedereen onaangenaam dat in Den Haag het idee bestaat dat het Noorden ontzettend ver weg is.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Het is goed voor politie, goed voor justitie, misschien is het wel goed voor heel de strafrechtketen in Groningen, Drenthe en Friesland.
De afstand maakt dat ze in Den Haag niet of nauwelijks in de gaten hebben wat er hier gaande is.
En zolang de noordelijke correspondenten van de landelijke media hun redacties niet kunnen of weten te bereiken dan wel er geen gehoor vinden, blijft de Residentie in onwetendheid en de boeven blij.

Het heeft wel een aantal keren in Dagblad van het Noorden gestaan, die krant waar ik voor werk: terwijl de misdaad onverminderd doorgaat, slaagt de politie in Noord-Nederland er steeds minder goed in boeven op te pakken.
Het aantal strafzaken bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden loopt daardoor met een derde terug.
Buiten het Noorden is er sprake van een stijging van bijna tien procent.
Strafzaken die er wel zijn in het Noorden, zijn soms drie, vier jaar oud voordat ze de rechtszaal bereiken.

De kans dat een misdadiger zich voor een noordelijke rechter moet verantwoorden is niet bijster groot.
In een buitenland zouden we dat zorgelijk straffeloosheid noemen.
De strafsector van de Rechtbank Noord-Nederland wordt volgend jaar ingekrompen.
De enige reden: omdat de politie onder aanvoering van het Openbaar Ministerie (justitie) niet doet wat wel moet, is er simpelweg te weinig werk voor de huidige vijftig strafrechters.

Misschien is zoiets in heel Nederland nooit eerder vertoond.

Er waren deze week wel een paar strafzaken in het vaak lege Groninger gerechtsgebouw.
Er was een notoire woninginbreker uit Stadskanaal die al 28 keer eerder is veroordeeld wegens soortgelijks.
Hij ontkent.
Dat zegt niks, want dat doet hij altijd.
Rechtszaal-logica is dat een verdachte die toegeeft het te hebben gedaan als geloofwaardig wordt beschouwd, terwijl een ontkennende verdachte wordt gezien als een leugenaar.

Er was een man uit Delfzijl die boos was.
De politie was bij de buurman geweest vanwege zijn lawaai.
Toen de politie hem daar op aansprak, constateerden agenten dat de boze man onbetaalde boetes had uitstaan.
Hij moest mee naar het politiebureau.
Eerst vanwege het lawaai, toen vanwege de boetes en toen hij eindelijk naar huis mocht, zeiden de agenten dat ze 30 gram hennep in zijn woning hadden gevonden.
Toen moest hij weer blijven.

Boze man tegen de rechters: ‘Ze probeerden me keihard te naaien. Ik mocht gaan en dan weer niet.’
Rechters: ‘En toen werd u boos.’
Boze man: ‘’Ja, ik had niets gedaan, ik was er wel een beetje klaar mee.’
Rechters: ‘En toen veegde u het toetsenbord en een beeldscherm van tafel.’
‘Ja.’
Rechters: ‘En vloog het kopje koffie tegen de muur.’
‘Dat had ik niet moeten doen.’
Rechters: ‘Dus u bekent?’
‘Ja.’

De boze man zit niet vanwege dat lawaai, die boetes, de 30 gram of anders voor de meervoudige strafkamer.
Hij zit tegenover zijn drie rechters omdat hij met de koffie de muur van de verhoorkamer – toebehorende aan de politie Noord-Nederland – heeft vernield en/of beschadigd.
Omdat de muur moest worden overgeschilderd heeft de politie een schadeclaim ingediend van 171 euro.

De boze man zegt dat hij die wel wil betalen.
Zegt: ‘Wat ik gedaan heb, heb ik gedaan.’

De officier van justitie vindt een werkstraf passend: 30 uur.
Maar omdat de boze man een tijdje vast heeft gezeten, mag hij een aantal uren in mindering brengen: ook 30.
Opdat er 0 overblijft en 171 euro.
Betalen, klaar.

De advocaat is het daar niet mee eens.
Hij wil vrijspraak.
Zegt: ‘In de context van wat er allemaal is gebeurd is het logisch dat iemand een beetje boos wordt. En dan valt er een kopje koffie om. Tja…’
De boze man: ‘Het is niet eerlijk.’
De rechters doen over twee weken uitspraak.

Er was een nurkse jongeman uit Veendam.
Hij zou op 28 juli 2013 op de dansvloer van de disco het topje van zijn ex (flirt van een paar dagen) naar beneden hebben getrokken, waardoor de linkerborst even zichtbaar was.
Heel vervelend.
Juridisch heet zoiets aanranding.
En zo niet, zegt de officier van justitie tegen de rechter, dan moet het belediging heten.

De nurkse jongeman wil er niks over zeggen.
Hij beroept zich op het zwijgrecht.
De rechters vragen aan de aanklager waarom zij in vredestijd zich gedrieën moeten bezighouden met zo een kwestie.
De officier van justitie zegt dat billen en borsten in een discotheek een seksuele lading hebben en dat hij er verder ook niks aan kan doen.
Dat hij ook zijn bedenkingen heeft.
Aan de andere kant: het is in strijd met ethische normen.
Eis: werkstraf van 30 uur.

Dezelfde advocaat (toeval) is het er weer niet mee eens.
Hij zegt dat zedenzaken altijd door drie rechters beoordeeld moeten worden, dat dat de afspraken zijn.
Maar dat alle andere afspraken door de politie met de voeten zijn getreden.
Bij zedenzaken, zegt de advocaat, dient in het belang van de waarheidsvinding een protocol te worden gevolgd en dat is niet gebeurd.
Ernstige fouten, zo ernstig dat het Openbaar Ministerie het recht de jongeman te mogen vervolgen, heeft verspeeld.

De advocaat denkt dat het feit dat de vader van de onteerde jongedame zelf politieman is, er niets mee te maken heeft.
Dat de politievader aanwezig was bij de verhoren, is weer wel bedenkelijk.

De officier van justitie hoort het aan.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Kijkt op zijn beurt bedenkelijk.
Kijkt naar het plafond.
Tuit de lippen.
Knijpt een paar keer de ogen stijf dicht.
Gaat staan.
Zegt dan: ‘De advocaat heeft gelijk. Er zijn fouten gemaakt wat moeten leiden tot uitsluiting van bewijs. Ik zal mijn eis aanpassen. Geen 30 uur werkstraf, maar ik eis dat u verdachte vrijspreekt.’

De jongeman blijft nukkig kijken, de advocaat verlaat de rechtszaal met een tevreden glimlach.
Het is in de strafrechtspraak een zeldzaamheid dat een officier van justitie zijn strafeis na een pleidooi van een advocaat naar beneden bijstelt.
In Groningen is het de afgelopen tien jaar misschien twee keer eerder gebeurd.

Een kopje koffie, vieze politiemuur, een topje, blote borst, heel vervelend.
Veel erger is dat zolang ‘Den Haag’ onwetend blijft, heel de noordelijke strafrechtketen kan blijven doen alsof er niets aan de hand is.
Er is een kans dat er een dag aanbreekt dat iemand in De Haag opmerkt te hebben vernomen dat er rare merkwaardige dingen schijnen te gebeuren in het Noorden van het land.

En dan komen ze.
Om in te grijpen.
Om orde op zaken te stellen.
Terwijl de rapen nu al gaar zijn.

Rob Zijlstra

update – 4 december 2014 – uitspraken
Het vernielen van een politiemuur – het vies maken – is een te licht vergrijp voor een werkstraf, vinden de rechters. De man moet echter wel gestraft, want wat hij heeft gedaan moeten laakbaar heten: een boete van 250 euro. En de schade betalen: 172 euro.

De man van het topje is vrijgesproken.

 

extra 
uit Dagblad van het Noorden

bericht1
pagina 1, dagblad van het noorden, 27 september 2014
bericht2
vervolg pagina 1, dagblad van het noorden – 27 sept ’14

De rechters weigeren

Hoe het kan gaan, soms.

Het is 2011 en Mark rommelt in dat jaar een beetje in de hennepwereld.9589832-hennep
Hij heeft ondernemend bloed en op een dag zijn zinnen gezet op een grow-web-shop.
Om klanten te werven moet hij de boer op en zo komt hij van alles tegen en met iedereen in aanraking.

Wat hij niet weet is dat er een groot politieonderzoek gaande is naar mensen met wie hij soms in zee gaat.
Die mensen vormen een criminele organisatie.
Via telefoontaps en observaties komt ook hij af en toe in beeld.
Niet als grote vis, maar als bijvangst.

De drugsbende – die vooral zaken doet met Duitsland – wordt in 2011 ontmanteld en de bendeleider krijgt in augustus 2012 een jaar celstraf.
Er was drie jaar geëist.

Mark was in april 2011 aangehouden.
Waar hij dan is, zijn ook 36 hennepplanten en 3.656 hennepstekken.
Na verhoor op het politiebureau mag hij gaan.
De politie neemt wel zijn auto, zijn computers, telefoons en meer van waarde in beslag.
Zo gaat dat.
De winst (criminele winst) die hij volgens de rekendeskundigen van de politie zou hebben gemaakt bedraagt 200.107,94 euro.

Op 25 maart 2013 krijgt Mark een brief van het Openbaar Ministerie.
Dat doet een schikkingsvoorstel: betaal 5.500 euro en dan doen wij zand erover.
Mark wil dat niet.
Hij voelt zich niet schuldig en wil de zaak voorleggen aan de rechtbank.

9589832-hennepRuim anderhalf jaar na dat schikkingsvoorstel en drie-en-een-half jaar na zijn aanhouding, is  het zover.
Vrijdagmiddag, 21 november 2014.
Mark is wat zenuwachtig, want er staat voor hem nogal wat op het spel.
Bovendien weet zijn werkgever van niks en dat wil hij heel graag zo houden.
Het is de laatste strafzaak van de week.

Bij aanvang van de zaak vragen de rechters hoe dat nou kan, dat een zaak uit 2011 die in augustus 2012 wordt afgerond pas op 21 november 2014 in de rechtszaal belandt?
De officier van justitie zegt dat hij dat ook niet weet, dat het heel vervelend is en biedt vervolgens zijn excuses aan aan de verdachte.

De officier van justitie komt dan met een verrassing.
Hij zegt dat hij nog een keer is gaan rekenen en dat de criminele winst zoals de politie die becijferde, ietwat moet worden bijgesteld.
Het is niet 200.107, 94 euro.
Het moet 9.336,70 euro wezen.

De rechters: ‘Maar dat is nogal een verschil.’
De officier van justitie zegt dat ze bij de politie iets te enthousiast waren.

Tja, zeggen de rechters en gaan nadenken.
Na nadenken zeggen ze vrij vertaald: Maar zo een oude zaak en dat de winst zo naar beneden is bijgesteld, is het dan nog wel een zaak voor de meervoudige strafkamer? Hoort zo’n zaak niet thuis bij de politierechter waar de doorgaans meer eenvoudige zaken worden behandeld?

Tja, zeggen de advocaat en de officier van justitie op hun beurt.
Er volgt nogmaals beraad.
En dan verrassen de rechters: ze willen niet.
Ze weigeren de zaak meervoudig te behandelen.
Dat is pijnlijk voor het Openbaar Minsterie.

Twee rechters trekken zich nu terug.
De voorzitter blijft zitten.
Hij is nu politierechter.

De officier van justitie zegt dat kan worden bewezen dat Mark zich heeft ingelaten met drugshandel.
Ernstig feit, strafbaar ook.
De officier van justitie zegt dat hij ook rekening zal houden met het tijdsverloop.
Hij eist een boete van 1000 euro.
Geheel voorwaardelijk.
Mark hoeft dus niks te betalen.
Dat wil zeggen: hij moet wel de criminele winst inleveren, die 9.336,70 euro.

De advocaat zegt dat de officier van justitie zijn rechten heeft verspeeld.
Zo een oude zaak en dan nu pas.
Advocaat: ‘Bovendien is er sprake van een schending van de behoorlijke procesorde. Het OM dreigt met een ontneming van meer dan 200.000 euro en biedt dan een schikking aan van 5.000 euro. Dus betaal 5.000 om te voorkomen dat je mogelijk meer moet betalen. Dat noem ik chantage, dat is iemand iets door de strot duwen.’

De politierechter doet direct uitspraak.
Het OM mag vervolgen (is ontvankelijk), want het tijdsverloop is keurig verwerkt in de eis.
Die is redelijk.
Dat Mark hennepstekken heeft vervoerd kan worden bewezen, hij geeft het zelf ook toe, vindt de politierechter.
Heeft hij ook gehandeld?
Politierechter: ‘Dat blijkt niet uit het dossier.’9589832-hennep

De straf: een boete van 1000 euro, geheel voorwaardelijk, proeftijd een jaar.
De vordering van 9.336,70 euro wordt afgewezen want onvoldoende aannemelijk gemaakt.

De advocaat zegt: ‘Zo.’
Zegt: ‘En nu proberen de spullen terug te krijgen die in 2011 in beslag zijn genomen door de politie, waaronder een auto, laptops, een iPhone.

Het vermoeden bestaat dat de eigendommen van Mark zijn verdwenen, dat die al door de politie te gelde zijn gemaakt.

Soms gaat het zo.

Rob Zijlstra

.
extra
In korte tijd kwamen van verschillende (juridische) kanten dezelfde vraag binnen: wie was die advocaat?
Het is/was strafrechtadvocaat Mathieu van Linde.
Te Groningen.

Eerlijk proces

‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’

cropped-schermafbeelding-2014-09-30-om-13-34-21.pngZegt de ene rechter tegen de andere: ‘Pff… dat ging niet goed, Henk.’
De andere: ‘Dat is zwakjes uitgedrukt. Waar ging het fout, wat deden we fout?’
De ene: ‘Het ging met ons aan de haal, alsof we niet meer terug konden.’
De jongste, derde rechter: ‘Zoiets zou in Leeuwarden nooit kunnen gebeuren.’
De eerste twee: ‘Ja ja, alsof de kwaliteit daar zo hoog is…’

Misschien ging het wel zo, maandagmiddag in de raadkamer waar al hetgeen daar wordt uitgesproken geheim is.
Het blijft gissen.

Gissen naar het waarom er maandag iets raars gebeurde in zittingszaal 14.
Het raars: een poging van de rechters om de dag wat ordentelijk te laten verlopen mislukte volledig en eindigde zelfs in een wraking.

Het ochtendprogramma is maar een heel klein beetje uitgelopen waardoor de geplande zitting van 12.00 uur ruim een kwartier te laat begint.
In Groninger rechtbankbegrippen is dat niks.
Toch zegt de voorzitter bij aanvang van de zitting tegen de verdachte Volkert (poging tot doodslag) en zijn advocaat Eric Steller: ‘Heren, we hebben een probleem. We hebben heel slecht gepland. We hebben maar een uurtje voor deze zaak.’

Zoiets had ik rechters nog nooit horen zeggen.
Een strafzaak begint en is klaar als die is afgelopen; er is geen eindtijd.
Elke strafzaak krijgt, zoals vaak wel wordt gezegd, alle tijd die nodig is.

Een uurtje voor een strafzaak bij de meervoudige strafkamer is heel krap.
Een niet al te ingewikkelde zaak doet al gauw twee uur.

De advocaat valt dan ook om van verbazing, de verdachte roept niet blij: ‘Zie je wel, dit is een poppenkast.’

De rechters leggen uit dat de strafzaak van half twee om half twee moet beginnen.
En dat gaat niet lukken als eerst Volkert nog een eerijk proces moet krijgen.
Het voorstel van de rechtbank: de zaak van Volkert aanhouden tot eind oktober, dan is er desnoods heel de dag wel tijd.

Advocaat Steller vindt het een bijzonder slecht voorstel.
Hij zegt dat zijn cliënt Volkert al sinds februari in hechtenis zit en dat het de hoogste tijd is dat de verdachte weet waar hij aan toe is, temeer omdat het verwijt dat hem wordt gemaakt, niet terecht is. Volkert zit onschuldig vast en dus is een behandeling van de zaak meer dan gewenst.

De rechters: ‘Op 21 oktober. Of de advocaat dan kan?’
Steller: ‘Geen idee.’
Even later op de gang: ‘Zo gemakkelijk laat ik mij niet aan de kant zetten.’

Er wordt geschorst, er is koortachtig beraad, de klok tik door en het is inmiddels half twee.
Ook het Openbaar Ministerie wil de zaak nu behandelen, zegt de officier van justitie.
De rechters zeggen even later in wijsheid te hebben besloten dat het besluit is genomen: de zaak wordt aangehouden. Punt uit.

Steller gaat staan: ‘Dan verzoek ik uw rechtbank mijn cliënt in vrijheid te stellen. Als een andere zaak kennelijk belangrijker is dan die van mijn client, dan kan niet meer met droge ogen worden gezegd dat er ernstige bezwaren bestaan op grond waarvan mijn cliënt al maanden in voorlopige hechtenis zit.’

Verdachte Volkert: ‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’
Advocaat Steller: ‘Dus ik verzoek u de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel te schorsen.’

Opnieuw een schorsing voor beraad, het is kwart over twee.
Even later, de rechtbank: ‘De verzoeken worden afgewezen. Verdachte, u blijft vastzitten op grond van ernstige bezwaren, meneer de advocaat, u kunt op 21 oktober?’

Steller vraagt om schorsing voor beraad op zijn beurt.
Na tien minuten zegt Steller dat de rechtbank de belangen van de verdachte verkwanselt, dat argumenten om het anders te doen ongemotiveerd ter zijde worden geschoven en dat dat te gek voor woorden is en ook bijzonder kwalijk.
Steller zegt het netjes: ‘U betrekt de belangen van mijn cliënt niet voldoende in uw beslissing waarmee u blijk geeft van partijdigheid. Ik wraak u.’

Einde zitting.
Het is half drie.

Was de strafzaak van twaalf uur gewoon behandeld om kwart over twaalf dan was er weinig aan de hand geweest.
Dan had de zaak van half twee om een uur of twee kunnen beginnen en was er in principe niets aan de hand geweest.

In principe niet.
Door een foutje elders in de strafrechtketen waren de drie verdachten van de half twee-zitting te laat vanuit de gevangenis aangevoerd.
Ze waren er pas om half drie.
Maar dat werd pas toen duidelijk.

Deze week (?) komt de wrakingskamer bijeen.
Drie andere rechters moeten dan oordelen over de toch op z’n minst merkwaardige handelswijze van hun collega’s.

Voor Volkert is het allemaal maar zuur.
Misschien wel sinds februari onschuldig vast en onzekerheid over wat nu komen gaat.
Het vertrouwen dat hij had in de rechtspraak was toch al niet bijster groot.
Wanneer hij na ruim twee uur gesteggel de rechtszaal verlaat, zegt hij het nog maar een keer: ‘Wat een poppenkast.’

Rob Zijlstra

naschrift
Ik heb aan de rechtbank gevraagd waarom de zaak van half twee zo nodig om half twee moest beginnen. Het betrof een normale strafzaak (overval Action Oude Pekela, 3 verdachten) die uiteindelijk vlot, in ruim twee uur, werd afgehandeld. Iedereen was op tijd thuis. Wat ging er mis?

Persrechter Fred Janssens: ‘Wij hebben niet goed gepland en dat mag je een enorme misser noemen. Vrijdagmiddag zagen we dat we het niet goed hadden gedaan. We hadden de raadsman en de verdachte tijdig moeten informeren. Dat had nog gekund. Ook dat is niet gebeurd. Het is spijtig voor de verdachte. We moeten hier van leren want dit willen we niet nog een keer meemaken. De zaak van half twee was een zaak met drie verdachten, met drie advocaten, dat wil nog wel eens een middag duren.’

update – 6 oktober 2014 – zitting wrakingskamer
Strafrechter F.J. Agema heeft ten overstaan van de wrakingskamer zijn verontschuldiging aangeboden aan de verdachte en diens advocaat. Agema zei als voorzitter van de meervoudige strafkamer de gang van zaken zeer te betreuren, maar sprak tegen dat de belangen van de verdachte niet goed zijn afgewogen. Van schijn van partijdigheid is dan ook geen sprake. Hij vindt de wraking door de advocaat van de verdachte dan ook niet terecht.  Agema zei te hopen dat hij en zijn twee bijrechters de strafzaak mogen behandelen. De wrakingskamer doet naar verwachting vrijdagochtend uitspraak.

update – 10 oktober 2014 – uitspraak wrakingskamer 
Het verzoek tot wraking is afgewezen. In het vonnis staat waarom: het vonnis van de wrakingskamer.

update – 5 november 2014 – fout vonnis
De verdachte is veroordeeld tot de veelplegersmaatregel isd (2 jaar) wegens een poging tot doodslag. Er was 2 jaar celstraf en een tbs met dwangverpleging geëist. Advocaat Eric Steller zegt dat het vonnis niet kan. De maatregel isd kan alleen worden opgelegd als die ook wordt geëist. Zo staat het in de wet. De rechtbank spreekt van een interpretatiekwestie. Meer over deze kwestie: donderdag 6 november in Dagblad van het Noorden.

Applaus

De advocaat heeft zijn woorden gesproken, hij heeft zijn standpunt op tafel gelegd.
Vanaf de vrijwel lege publieke tribune klinkt een klein applausje.
Het is een mevrouw die dat doet.

Applaudisseren is hartstikke verboden in de rechtszaal.
Dat staat nergens, maar het mag niet.
Zoals ook de meegebrachte etenswaren er niet genuttigd mogen worden.
En de telefoons uit moeten.
Bij aanvang van de zitting wordt dat laatste omwille een ordentelijk verloop ook altijd nadrukkelijk gezegd.
Een flesje water wordt oogluikend toegestaan, maar dat is het dan ook.

De voorzitter kijkt verstoord naar de mevrouw van het applausje.
Zegt bozig dat zoiets niet is toegestaan.
De mevrouw zegt dat de advocaat het heeft verteld zoals het is.
De bozige rechter is nu heel ontstemd en zegt bits dat ze haar mond dicht moet houden.
De mevrouw piept: ‘Ik heb het toch al gezegd.’

De maat is vol.
De voorzitter wijst met zijn arm naar de deur en roept: Eruit!
Een tweede rechter is onmiddellijk solidair, schiet zijn collega te hulp en ook hij roept: Eruit!
Beetje gênant wel om te zien, twee van die roepende rechters zo naast elkaar.

De mevrouw raakt er overstuur van en begint te huilen, het wordt haar te veel.
Bij de deur roept ze nog: ‘Klootzakken!’
Emoties kunnen hoog oplopen in de rechtszaal, maar daar uiting aan geven is zeer ongepast.
Omdat het storend werkt.
Wat rechters doen is heel erg moeilijk en zij eisen daarbij niet gestoord te worden.

De zitting wordt even stilgelegd en dan hervat.
De verdachte zegt: ‘Excuus. Ik wil mijn excuses maken voor mijn moeder.’

Die opmerking is voor de officier van justitie reden op te springen en de voorzitter te vragen of van die opmerking proces verbaal kan worden opgemaakt.
Ze zegt: ‘Want we weten nu ook wie het is.’

De mevrouw van het applausje, de moeder van de verdachte dus, probeert op de gang wat te kalmeren.
Dat valt niet mee.
Ze bedoelde er niets mee, met dat applausje, maar dat die rechters dan zo kwaad worden.
Het is wel haar zoon.

De strafrechtfabriek draait door.
Er is een volgende zitting.
Als die net een beetje op gang is gekomen en de voorzitter in gesprek is gegaan met de verdachte, klinkt ineens het indringende geluid van een telefoon die overgaat en om aandacht vraagt.
De twee rechters die net nog zo boos waren, kijken opnieuw verstoord de zaal in.
Dreigende blik: Wie?

De derde rechter kijkt niet boos, maar ineens verschrikt.
Want het duurt even voordat hij in de gaten heeft dat het zijn telefoon is.
In zijn broekzak.
Lastig dan zo’n toga.
Hij zegt, half op de knieën, nog: ‘Maar hij staat wel uit hoor.’
Dat was feitelijke gezien niet een heel geloofwaardige opmerking van de jongste rechter.

Arme boze verstoorde voorzitter.
Hoe nu verder?
Hij laat een grootse glimlach zien en zegt: ‘Excuus.’
Niemand hoeft de zaal te verlaten.

Rob Zijlstra

Het circus

Schermafbeelding 2014-04-01 om 09.28.57
dagblad van het noorden, dinsdag

Er wordt veel geklaagd in het rechtbankgebouw in Groningen.
Over dat de koffie niet gratis, maar wel vies is.
De toiletten meestal smerig.

Advocaten klagen het meest.
Advocaten klagen over het Openbaar Minsterie en over de rechtbank zelf.
Dat ze hun stukken niet krijgen, te laat of onvolledig.
Dat er nooit iemand bereikbaar is en over wat al niet meer.
De advocaten zeggen dat het ook steeds erger wordt.
Dan zeggen ze: zo erg als nu is het nog nooit geweest.

Het is maandagochtend, half elf.
De twee verdachten die terecht moeten staan, zijn er niet.
De twee advocaten die hen bij moeten staan, ook niet.
Er zijn wel twee mensen die zeggen slachtoffer te zijn.
Zij snappen er niets van.
Ze zijn al twee keer eerder voor niets geweest.
Dat zoiets zomaar kan.

De bode zegt dat hij er ook niets aan kan doen.
Juist als ze weg willen gaan, meldt een van de advocaten zich.
Hij zegt dat zijn client beneden in het hok zit.
Hij bedoelt daarmee dat de verdachte – een van de twee – er wel is, maar beneden, in het cellencomplex in de kelders van het rechtbankgebouw waar nog nooit daglicht is waargenomen.

De bode zegt dat hij dat niet wist en dat hij daar dus ook niets aan kan doen.

De advocaat briest en zegt dat het verbijsterend is want de zaak gaat niet door.
En dat zal dan de derde keer zijn.

De verdachte is Jan uit Pekela, 20 jaar.
Op 7 november vorig jaar en op 30 januari dit jaar was hij er ook al.
Door fouten kon de zaak toen niet worden behandeld.
Eerst maakte het Openbaar Ministerie fouten.
De tweede keer de rechtbank.
Ook was een zaak ten laste gelegd en uitgeroepen die al was geseponeerd.

Jan zit inmiddels acht maanden vast.
Hij wil weten waar hij aan toe is.
Jan deed het eerst goed, ook goed op school, maar hij maakte ineens een puinzooi van zijn leven.
Kort nadat zijn beste vriend zelfmoord pleegde, ging het echt mis en werd hij aangehouden.
De detentie valt hem steeds zwaarder.
Hij krijgt paniekaanvallen en om die tegen te gaan geven ze hem valium.
Het medicijn doet hem geen goed.

In de gevangenis heeft hij vanaf dag een, zegt hij, aan alles meegewerkt en geen een regel overtreden.
Dus ook geen drugs.
Hij heeft de cursus ‘kiezen voor verandering’ gedaan en wil zijn leven nu drastisch veranderen.
Hij zegt met tranen: ‘Ik ben supergemotiveerd, maar ik het het gevoel dat jullie denken, laat’m maar zitten.’

Jan zegt dat hij veel spijt heeft van wat hij heeft gedaan en dat hij goed beseft dat als hij nog wat van zijn leven wil maken, hij nu echt moet beginnen.
Tegen de rechters: ‘Ik probeer nu alles goed te doen.’
De rechters luisteren of bladeren in hun stukken.

Jan en zijn advocaat zeggen dat ze zich vorige week hadden voorbereid op de zaak, op de behandeling van vandaag.
Donderdag aan het einde van de middag kreeg de advocaat een telefoontje van de rechter-voorzitter.
De rechter deelde mee dat besloten was de zaak van Jan niet inhoudelijk te behandelen.
De rechters hadden ontdekt dat er meer zaken op de tenlastelegging stonden dan ze hadden gedacht.
De rechters zijn nu bang dat de zitting dan wel eens langer zou kunnen duren dan was gepland.
Dat zou betekenen dat de eerstvolgende zaak van half twee niet op tijd zou kunnen beginnen.
Daarom hadden ze besloten de zaak van Jan aan te houden tot 16 mei.

Eerder lukt echt niet, zeggen de rechters.
De advocaat zegt boos  dat het toch te gek voor woorden is.
Doe dan een zitting ’s avonds.
Of op zaterdag.
‘Ja toch?’

De advocaat kalmeert en verzoekt de rechtbank de zaak binnen twee weken te behandelen en als dat niet lukt, dan moet de voorlopige hechtenis worden geschorst.
Dan kan Jan die er ook niets aan kan doen zijn proces in vrijheid afwachten.
Hij kan bij zijn moeder terecht.

De officier van justitie zegt dat er al veel is misgegaan en dat ze de gang van zaken buitengewoon vervelend vindt.
Maar dat ze Jan niet wil laten gaan, want dat zal leiden tot maatschappelijke beroering.
De advocaat: ‘Hier kan ik geen begrip voor opbrengen.’

De rechters trekken zich terug voor beraad.
Na een kwartiertje weten ze raad: ‘Een zitting binnen twee weken lukt nooit en de belangen van strafvordering moeten zwaarder wegen dan uw persoonlijke belangen. U komt niet eerder vrij. Wij geloven in uw goede voornemens, maar het is even niet anders. Nog maar een paar weken, dan is het 16 mei.’

Jan verandert in boos.
Hij roept: ‘Het is een circus. Ik geloof jullie niet.’

Rob Zijlstra

 

 

Bloedeloos

Vrouwe Justitia zoals zij voor het gebouw staat van het Openbaar Ministerie in Groningen
Vrouwe Justitia zoals zij voor het gebouw van het Openbaar Ministerie in Groningen mag staan

Ik heb het voor de zekerheid even nagekeken. Op de website van het Openbaar Ministerie staat het:

‘Mensen die worden verdacht van het plegen van een strafbaar feit, krijgen met het Openbaar Ministerie (OM) te maken. Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie (…).’

In de navolgende strafzaak heeft het OM gedaan wat ze op hun website zeggen te doen.
Maar vraag niet hoe.
De rechters vroegen zich dat deze week wel af middels een paar fronsende wenkbrauwen in de richting van de officier van justitie.
Die is van het OM.
En hoewel rechters kritisch horen te zijn, fronsen ze zelden de wenkbrauwen richting het OM. Verdachten laten ze wel eens alle hoeken van de rechtszaal zien, maar als de enige instantie in Nederland die verdachten kan aanleveren er een potje van maakt, vloeit er geen bloed.
En het OM maakte er deze week een potje van terwijl strafvervolging juist een uiterst serieuze aangelegenheid betreft.

Op 29 september vorig jaar, half drie in de nacht, komt via de horecatelefoon een melding bij de politie binnen: steekpartij in discotheek Fox in Stadskanaal.
Het slachtoffer is een man, dat wil zeggen, dat wordt gezegd.
Na de melding begeeft de politie zich rap naar de plek des onheils.
Het slachtoffer is, zo wordt ter plaatse gezegd, met glas gestoken in zijn wang en in de halsstreek.
Getuigen zeggen dat er twee mannen waren die dat hebben gedaan: een man droeg een grijze trui, de ander een donkerblauwe.
De twee verdachten zijn snel opgespoord.
Edwin (29) met een blauwe trui aan, Ronnie (28) de grijze.
Op de parkeerplaats worden ze ingerekend en afgevoerd.
Edwin zit elf dagen vast, Ronnie drie.
Daarna mogen ze naar huis.
Met de groeten aan hun zwangere vrouwen en de belofte dat ze als verdachten voor de rechter worden gebracht wegens een poging tot doodslag.
Daar kun je tien jaar gevangenisstraf voor krijgen.

Wat is er gebeurd?

Ronnie vertelt dat hij in Fox met een paar man gezellig aan het drinken was.
Hij vertelt: ‘Ineens geduw, ineens was er van alles aan de hand. Er kwam een jongen op mij af. Die wilde mij bijten. Ik zag dat hij bloed had op zijn wang. Ik reageerde en duwde hem van mij af. Het ging allemaal heel snel.’

Edwin vertelt ook.
Hij vertelt dat hij een leuke avond had met vrienden.
‘Ineens was er ruzie. Onduidelijk waarom. Er stonden meerdere mensen in een kringetje. Plotseling zat ik er midden in. Ik belandde op de grond, samen met die jongen. Die heb ik van mij afgeduwd. En ik heb nog een trap gegeven. Of ik een glas in mijn handen had? Nee. Op de grond lag wel veel glas.’

De rechters zeggen dat getuigen anders verklaren.
Een getuige zegt te hebben gezien dat een jongen in een blauw shirt het hoofd van het slachtoffer naar beneden duwde en dat een grijze trui stekende bewegingen maakte.
Er is een getuige die zegt dat twee anderen stekende bewegingen maakten.
Iemand heeft gezien dat de jongen die het slachtoffer moet wezen op de grond lag en dat anderen maar bleven schoppen.
Een vierde getuige heeft gezien dat iedereen stond en dat er werd geslagen met glas.
Edwin en Ronnie zeggen dat ze niet herkennen wat de getuigen beweren.
Ja, ze hadden wel gedronken, maar lam waren ze niet.

En het slachtoffer dan?

Dat willen de rechters ook wel eens weten want ze hadden er niets over kunnen vinden in het strafdossier.
De officier van justitie moet de schouders ophalen: geen idee.
De rechters: ‘Huh?’
De officier van justitie zegt dat het slachtoffer geen aangifte heeft gedaan en ook geen verklaring heeft afgelegd, dat niets over hem bekend is, ook niet over beweerde verwondingen.
Hoe het met hem is afgelopen?
Ook dat weet de instantie die samenwerkt met de politie niet.
De politie heeft het niet uitgezocht, evenmin heeft de politie anderszins onderzoek gedaan.

Rechters, fronsende wenkbrauwen: ‘Waarom niet?’
De officier van justitie zegt dat ze dat ook niet weet, maar ze weet het wel goedgemaakt: ‘Ik laat het glas en het bloed buiten beschouwing. Dat strepen we weg en dan vraag ik vrijspraak voor de poging tot doodslag. Maar dan wil ik wel bewezen hebben dat er is geslagen en geschopt. Want dat zeggen de getuigen. Dan maken we er een mishandeling van.’

Niemand in de rechtszaal valt van zijn en haar stoel.
De advocaten blijven gezien de omstandigheden zelfs heel rustig.
En ook de rechters – zittende magistratuur als ze zijn – komen niet in opstand.
De officier van justitie mag gewoon verder gaan met vervolgen.
Ze eist een werkstraf van 40 uur waarvan de helft voorwaardelijk tegen Edwin omdat die heeft geschopt en geslagen.
En Ronnie die nu zomaar ineens slechts heeft geslagen hoort een werkstraf eisen van twintig uur.
Het zijn zo’n beetje de laagste strafeisen die ooit in zittingszaal 14 op tafel zijn gelegd.

De rechters: ‘Wij zullen er over nadenken en doen over twee weken uitspraak.’
Tegen beide verdachten: ‘Dank voor jullie komst.’

Rob Zijlstra

uitspraken op 27 maart

• openbaar ministerie

.
UPDATE – 17 maart  2014 – vervroegde uitspraak
Kijk aan, de rechtbank hoeft er geen twee weken over na te denken. Aanstaande donderdag wordt vervroegd uitspraak gedaan. Dat is (bijna) altijd in het voordeel van de verdachte.

UPDATE – 20 maart  2014 – uitspraken
Ronnie is vrijgesproken. Uit niets blijkt dat hij wat heeft gedaan, vinden de rechters. Het dossier is onvolledig.
Dat geldt niet voor Edwin. Uit het dossier blijkt wel dat er een handgemeen is geweest en dat het vermeende slachtoffer pijn heeft ondervonden. Dat laatste is een voorwaarde om van mishandeling te kunnen spreken zoals de rechtbank doet. Slaan en schoppen doet, ook als er geen letsel is, toch zeer.  De straf: een voorwaardelijke boete van 500 euro.  Omdat Edwin 11 dagen heeft vastgezeten mag hij 50 euro per dag van die voorwaardelijke boete aftrekken.  Dan blijft er niets over, sterker nog: dan staat Edwin 50 euro in de plus. Nee, die kan hij niet claimen als hij binnen de proeftijd van 2 jaar opnieuw de fout ingaat, zeiden de rechters desgevraagd.