seksueel misbruik

Naakt

de piemel is in het strafrecht
regelmatig een bron van ellende

Schermafbeelding 2016-05-21 om 00.09.25

afbeelding geleend van foksuk.nl

De rechtbank in Groningen veroordeelde afgelopen week misschien wel een van de meest wonderlijke mannen die in de voorbije tien jaar in zittingszaal 14 moest komen opdraven.
Hij heet Mark, heeft zowel kinderen als een eigen bedrijf en komt uit Veendam.
Hij is geen man om vrolijk van te worden of om grapjes over te maken.
Wat hij doet, klinkt niet heel erg crimineel, maar de gevolgen van zijn misdaden zijn akelig en vervelend.

Mark is een man die het niet laten kan: hij laat te onpas zijn broek zakken.
Dat doet hij in het openbaar en in het bijzijn van anderen, bij voorkeur in de buurt van spelende kinderen.
De eerste keer dat hij het deed was in Groningen op een bankje waarop drie meisjes zaten.
Hij was 17 jaar en toen hij het had gedaan was hij zo blij geweest.

Nu is Mark 46.
Het was afgelopen week zijn zoveelste veroordeling en steeds voor hetzelfde.
Hij moet nu 30 maanden de gevangenis in en daarna moet een stevige behandeling volgen.
Tbs met dwangverpleging ligt al op de loer.

Haperende frisdrankautomaten gaan soms weer normaal doen na een flinke optater.
Toen ik Mark voor het eerst meemaakte in de rechtszaal dacht ik (stiekem) dat zoiets voor hem misschien ook wel het beste zou zijn.
De aansteller.
Met z’n gemiep en gejank.
Toen hij een jaar later weer terecht stond, bleek er meer aan de hand en had ik (ook stiekem) wel een beetje met hem te doen.
Het moet een onaangenaam leven wezen wanneer je voortdurend de niet te bedwingen neiging hebt om overal maar in je blote kont te willen staan om je piemel te laten zien.

Mark laat zijn broek zakken vanwege de stress, de eenzaamheid, een slecht huwelijk, zwarte gaten, machteloosheid, z’n werk in de auto, zijn lege huis, vanwege zijn overtuiging te moeten leven met een gebrek aan manlijkheid, afwijzingen, gaten in zijn sokken en wat al niet meer kan.

Twee jaar geleden ging het even een tijdje goed.
Maar drie dagen voor hij zich moest melden in de rechtszaal was de stress zo hoog opgelopen dat er geen houden meer aan was.
Hij stapte in Veendam in zijn auto, reed in één streep naar Amsterdam en eenmaal daar liet hij zijn broek zakken.
Een surveillerende motoragent zag plots twee blote billen, bedacht zich niet (‘krijg nou wat’) en ging over tot arrestatie.
Mark had tegen de rechters gezegd: ‘Ik dacht, nou, in Amsterdam, daar kan zoiets wel.’
Nou, niet dus.

Afgelopen week werd de Veendammer veroordeeld wegens ontuchtige schennis in Emmen, Hoogeveen, Drachten en Leeuwarden.
Twintig kinderen, maar waarschijnlijk meer, waren getuige van zijn rare, nare fratsen.

Hij zei in de rechtszaal: ‘Ik wil graag aandacht, ik wil graag aardig gevonden worden. Als ik dan met kinderen een praatje maak, dan krijg ik die aandacht niet. Maar wanneer ik mijn broek laat zakken en mijn piemel laat zien dan heb ik de aandacht wel. Ik krijg dan het gevoel dat ze me interessant vinden. ’t Klinkt heel stom, maar eerlijker kan ik niet zijn.’

De rechters hadden gevraagd of hij zich wel realiseert waar hij die kinderen mee belast?
Mark: ‘Ik heb de plank goed misgeslagen. Ik dacht toen ik bezig was, als ik weer weg ben, dan vergeten ze me wel.’
Een van de rechters: ‘Snapt u dat ik dat niet begrijp?’
Mark snapte dat.
Hij jammerde: ’Ik ben een dikke egoïst, eigenlijk ben ik zelf nog maar een klein kind.’

De piemel is in het strafrecht regelmatig bron van ellende.

Donderdag stond een man uit Groningen terecht wegens de verdenking van onder meer een verkrachting.
Zeg maar dat hij Bram heet.
De politie verdacht hem van andere strafbare feiten en doorzocht daarom zijn woning.
Een huiszoeking behelst vandaag de dag ook dat computers worden leeggekieperd.
Op een laptop troffen agenten een filmpje aan, met privé-porno.
Dat wil zeggen, agenten zagen hoe de verdachte seks had met zijn 23-jarige vriendin.
Ze bleven maar kijken en na twintig minuten hoorden ze de vrouw ‘au’ roepen.
De agenten beseften op dat moment dat ze naar een verkrachting zaten te kijken, tenminste zo luidt in de rechtszaal de verdenking.

Zeg maar Bram is zich van geen kwaad bewust.
Hij zegt tegen de rechters die zojuist het privéfilmpje ook hebben bekeken: ‘Het ging er lekker wild aan toe. Klopt. Bij iedereen gaat het er anders aan toe in de slaapkamer, dat weet u toch wel?’

Een en ander speelde zich af in januari 2015.
Bram vertelt aan de rechters dat hij zojuist heeft gehoord dat zijn vriendin (dezelfde) zwanger is en dat hij dus voor de vijfde keer vader kan worden.
Rechters: ‘Is dat zo?’
Bram haalt zijn telefoon tevoorschijn.
Trots: ‘Ik heb een filmpje van de zwangerschapstest.’
De verdachte mag naar voren komen om het blijde nieuws aan de rechters te laten zien.
Kort daarna hoort Bram de officier van justitie 36 maanden celstraf eisen.

Wilde seks, althans de gedachte daar aan, bracht ook Nelis in de problemen.
Ook voor hem dreigt celstraf (eis: acht maanden, helft voorwaardelijk).
Na 7 jaren was een einde gekomen aan zijn relatie met L.
Hij hield nog van haar en toen hij hoorde dat zijn verse ex op Tinder zat te flikflooien en zijn beste vriend ook, begon het te borrelen en al snel daarna te koken.
Bij het huis van zijn vriend aangekomen, zag hij haar autootje.
Nelis kookte over.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, die liggen met z’n tweeën in bed. Ik visualiseerde dat. Het was nog maar net uit. Ik had wat meer respect verwacht. Toch? Zij is de moeder van mijn kind.’

Niet onvermeld kan blijven dat Nelis een getraind vechtsporter is, met trofeeën en bijbehorend lichaam.
De voordeur ramt hij in stukjes, stormt de trap op, verbrijzelt de slaapkamerdeur, en ja hoor.
Naakt.

Tegen de rechters zegt Nelis dat het een samenloop van emoties was en dat hij spijt heeft dat het is gebeurd.
Hij is bereid de aangerichte schade, een paar duizend euro, te vergoeden.
Maar vooral is hij blij, dat moeten de rechters ook weten, dat zijn voormalige vriend geen blijvend letsel heeft overgehouden aan de afranseling.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ de strafeis van 36  maanden tegen Bram heeft ook betrekking op een poging een vrouw te dwingen in de prostitutie te werken (poging mensenhandel).

Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen

Niet gekker

‘Normaal ben ik niet zo.
Ik moet gewoon even
nokkie zijn geweest.’

Schermafbeelding 2016-02-27 om 18.11.43Zittingszaal 14 is de zaal van het strafrecht in Groningen.
Qua woorden die er worden gesproken is het denk ik een van de meest bijzondere zalen van heel de provincie.
Je kunt het zo gek niet verzinnen of het kan in deze zaal worden gevraagd of geantwoord.
Zou ik de president van de rechtbank zijn, dan zou ik de tekst ‘het moet niet gekker worden’ ergens laten aanbrengen.
Zo groot als maar mogelijk.

Goed, koffie mag je niet mee naar binnen nemen (een flesje water wordt gedoogd), de telefoon moet op straffe van verbanning uit en het hoofd moet onbedekt.
Petje af.
Maar er bestaan geen taboes.

Zittingszaal 14 is als zaal niet heel imposant.
De ene zijkant telt tien smalle ramen, de andere acht, maar daglicht is er nooit.
Aan weerszijden hangen grote, zwarte Sony’s aan de muur, aan eentje een goedkope klok van Blokker.
De meubels die er zijn neergezet, zijn lomp, te groot voor de ruimte die er is.
Aan de hoge muur waar het publiek naar kijkt, hangen vijf panelen, die samen een kunstwerk vormen.

De maker van die werken is de Amsterdamse kunstenaar Jaap Hillenius die in 1999, fietsend in zijn stad, door een automobilist werd doodgereden.
Hij schilderde de vijf panelen in zachte, lieflijke pasteltinten.
Daarmee wilde Hillenius tegenwicht bieden aan de harde, rauwe werkelijkheid die in rechtszalen wordt besproken.

Maandag was de kunst van de maker hartstikke nodig.
Tussen de zachte panelen hing het grote oprolbare doek voor een vertoningen.
Doorgaans worden daar slechte beelden op getoond van vage figuren die cafetaria’s overvallen.
Maar nu zagen we een erg blote vrouw, liggend op een duistere bank.
In haar stak een bierflesje dat op en neer ging.
We zagen handen aan armen die dat deden.
We hoorden gelach en iets dat klonk als kreunen.
Het duurde één minuten en vijftig seconden.

Een mannenstem luidde het einde van het ranzige filmpje in.
Rauwe stem: ‘Ik vind het nou ook wel goed zo. Ik heb genoeg gezien.’

Voordat de rechters de film startten was het publiek op de tribune verzocht de zaal te verlaten. De film zou achter gesloten deuren worden getoond.
Na de vertoning mocht het publiek weer binnenkomen.
Net toen ik wilde opstaan, sprak de rechter dat was besloten een uitzondering te maken voor de pers, dit in het belang van de openbaarheid van de rechtspraak.
En zo keek ik op maandagochtend op een doek van 3 bij 4 meter naar een bierflesje in het blote kruis van Anneke.

Er zijn drie verdachten.
Femke (26) en haar stiefmoeder Connie (42).
De armen met handen zijn van hen.
Connies hoofd komt een paar keer herkenbaar in beeld.
De derde verdachte is Ko (34).
Hij is de man van de stem en de maker van het filmpje.

De rechters zeggen dat het allemaal nogal gênant is.
Ze zeggen: ‘Maar we moeten er toch over praten.’
Femke kijkt strak voor zich uit, haar linkerhand ligt op haar zwangere buik.
Connie huilt.
Femke zal dat straks ook gaan doen.
Ko is niet komen opdagen.

Het verwijt dat aan de twee vrouwen wordt gemaakt is dat zij seks hebben gehad met iemand die wilsonbekwaam is, met iemand die onmachtig is.
Plat en niet-juridisch gezegd: ze hebben een laveloze vrouw verkracht.
En daar heeft Ko met zijn telefoon een filmpje van gemaakt.
Het was ook op zijn bank in zijn woning in het oosten van Groningen.

De rechters: ‘In hemelsnaam, waarom?’
Connie heeft het nu niet meer, haar stem stokt.
Femke komt met een gedeeltelijke bekentenis: ‘Lichamelijk was ik erbij, maar geestelijk totaal niet.’

Een en ander gebeurde in oktober 2014.
Niet lang daarna gingen er geruchten door het dorp.
En toen nog erger: het filmpje werd verspreid.
Het duurde niet lang of het halve dorp keek naar Anneke op de bank.
Zij wist zelf toen nog van niks.
Een kennis van haar vond het te gortig en stapte met zijn telefoon waarop ook hij het filmpje had ontvangen naar de politie.
Buurtagenten bekeken het, ze zagen Anneke en herkenden de stem van Femke en toen ze nog een keer keken herkenden ze ook Connie.

In maart werden ze aangehouden.
Ko ook.
Bij de politie werden uitvoerig verklaringen afgelegd.
Connie: ‘Ik wist niet dat het zo erg was.’
Femke: ‘Normaal ben ik niet zo. Ik moet gewoon even nokkie zijn geweest.’
Ko had bij de politie verteld dat hij filmde in opdracht van Connie.
Connie had ruzie met Anneke, ze hadden elkaar die avond ook geslagen, in de gang bij hem thuis. Ze waren toen al aangeschoten.

Connie: ‘Ik had ruzie met Anneke, Ko gaf mij toen een pilletje, om rustig te worden.’
Femke denkt dat ze flink wat cocaïne heeft gesnoven.
Ze zegt: ‘Ik weet helemaal niets meer.’
Connie: ‘Ik ook niet, maar ben wel vol in beeld op dat filmpje.’
Op haar werk hadden ze dat ook gezien.
Ze mocht vrijwillig ontslag nemen, dan kreeg ze een beetje geld mee.

Het vermoeden is dat iemand iets in het drankje van Anneke heeft gedaan.
Misschien wel GHB, raar spul dat Ko altijd in de koelkast had, wordt gezegd.

Anneke heeft geen aangifte willen doen.
Ze is bang voor represailles.
Maar de officier van justitie heeft geen aangifte nodig om de drie verdachten te kunnen vervolgen.
De beelden spreken voor zich.
Duidelijk is te zien, vindt zij, dat Anneke bewegingloos is, dus onmachtig.
Ze spreekt van ontzettend ernstige feiten die ze met alle officieren van justitie had besproken.

Gezamenlijk waren ze tot de conclusie gekomen: 24 maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Dus ook voor Ko die alleen maar filmde, ook voor Femke die hoogzwanger is.

De advocaten doen wat ze moeten doen.
Ze proberen de scherpe kanten eraf te halen.
Misschien bewoog Anneke toch wel een beetje en was ze helemaal niet zo laveloos van de drank en drugs.
Misschien was het wel een seksueel experiment van volwassenen met een slokje op.
Strafbaar is het dan niet, zegt de ene advocaat.
De andere: ‘Het is gebeurd, iedereen dronken, iedereen onder invloed, dan dient straf geen doel.’

Zij die weten dat ik in zittingszaal 14 kom vragen soms wat nou de ergste zaak is geweest, de meest heftige zaak, die ik heb gevolgd.
Dat is moeilijk te zeggen, antwoord ik dan.
Omdat ik inmiddels weet: het kan altijd nog gekker.

Rob Zijlstra

Kind van de rekening

Hij vraagt aan de rechters
of die wel eens dronken zijn?

Schermafbeelding 2015-12-10 om 19.47.23Het is zonder twijfel heel sneu dat al die bekenden van de politie in Amsterdam op straat worden doodgeschoten.
Maar de echte slachtoffers van de criminaliteit zijn zij die er niets aan kunnen doen: kinderen.

Donderdag stond een man, een vijftiger uit Drenthe, voor het denkbeeldige hekje in zittingszaal 14.
Eerder stond hij als onderwijzer voor de klas.
Na een veroordeling wegens ontucht en het in bezit hebben van kinderporno – eerder is al jaren geleden – leek het hem niet verstandig terug te keren in het onderwijs.
Ook zijn activiteiten bij verengingen had hij beëindigd, want stel dat het uit zou komen.
Sindsdien brengt hij bij u thuis stilletjes de folders rond, ’s middags bij een enkeling de avondkrant.

Het is niet best, maar dat weet hij zelf nog niet.
Hij had destijds anderhalf jaar in de gevangenis gezeten.
Daarna viel hij in handen van de hulpverlening.
De geconsumeerde hulp werkte als een aspirientje, niet heel lang.
Al snel zat hij hulpeloos een paar keer per week als een eenzame man achter het beeldscherm, op zoek naar kinderen in situaties waarin die gruwelijk werden misbruikt.
Het allerliefst vond hij misbruikte jongens tussen de 8 en de 14 jaar.
Toen hij eens een paar verboden foto’s verstuurde – naar iemand – ging er bij Google een rode lamp branden.
De afdeling Big Brother van Google belde de politie en verstrekte informatie over de afzender van de onderschepte e-mail.
En zo gebeurde het dat in december vorig jaar twee agenten bij Jan (58) op de stoep stonden.

Hij zegt tegen de rechters – opgelucht omdat hij er nu over kan praten – dat zijn pedofiele gevoelens het hebben gewonnen van het gezonde verstand.
Jan – daar zijn er heel veel van, dus dat kan best – had na zijn aanhouding onmiddellijk de huisarts gebeld.
Hij wilde nog een keer hulp.
Sinds april zit hij in therapie, drie dagen per week.
Hartstikke leuk.
‘Je zit in een groep met mannen met hetzelfde. Dan praten we en dan houden we elkaar scherp.’

Of hij al vorderingen maakt?
Enthousiast: ‘Ja, maar ik ben er nog niet. Ik denk dat ik nog wel een paar jaar bezig ben.’
Jan heeft met zijn therapeutische mannenpraatgroep een nieuwe invulling van zijn leven gevonden.

De officier van justitie kijkt niet vol begrip.
Ze kijkt boos en zegt dat achter ieder plaatje een misbruikt kind schuilgaat.
Ze zegt: ‘Dit moet ik toch even kwijt. Voor uw gerief zijn er zeker duizend kinderen verkracht en ernstig misbruikt.’
De officier van justitie hekelt het feit dat Jan pas onmiddellijk de huisarts belde nadat de agenten hem met zijn nieuwe misdaad hadden geconfronteerd.
‘Die anderhalf jaar celstraf die u al eens heeft uitgezeten, was u kennelijk vergeten.’

Misschien dat Jan had gerekend op een werkstraf, misschien had de praatgroep dat wel voorspeld. De reclassering had het in ieder geval geadviseerd.
De boos kijkende officier van justitie zegt dat ze van het advies gaat afwijken.
Jan schrikt zichtbaar.
Achttien maanden gevangenisstraf, een half jaar voorwaardelijk, een proeftijd van tien jaar.

Kinderen zijn op allerlei manieren misdaadslachtoffers.
Deze week kreeg de 21-jarige Gerko uit Groningen tbs met dwangverpleging.
Dat is niet niks.
Er zijn kinderen die niet opgroeien, maar moeten overleven, kinderen die geen opvoeding krijgen.
Bij wie rust en reinheid is vervangen door drank en drugs, waar regelmaat staat voor de grootst mogelijke rottigheid.
Dat geldt voor Gerko.
Er zijn veel Gerko’s in Groningen en Drenthe en daarbuiten.
Ook mannen als Jan zijn geen uitzondering.
In de rechtszaal zijn mannen als Jan zelfs de meest trouwe klanten.

M. is geen slachtoffer.
M. heeft een ontzettend goed contact met haar moeder.
Ze deden samen altijd leuke dingen.

Dat zegt moeder Joke tenminste.
Moeder Joke is verdachte en dat snapt ze dus niet.
Haar dochter M. had de aangifte toch ingetrokken?
Hoe dan verdachte?
Dat haar dochter een schadeclaim heeft ingediend van tien miljoen euro, vindt zo ook al zo raar.
Tien miljoen!

Ook André – hij zit naast zijn (ex-)vriendin Joke, ook als verdachte – begrijpt er niks van, maar dat is vooral omdat hij niets meer weet.
Hij vraagt aan de rechters of die wel eens dronken zijn?
Want dan weten ze dat je dingen kunt vergeten.

Joke zegt dat ze haar dochter nooit heeft gedwongen.
André: ‘Kijk, als je dronken bent, dan kun je ook niet meer nadenken, dat is een nadeel.’
Joke zegt dat het één keertje is gebeurd.
Andre: ‘Ja, ik lust ’m dus wel.’
Joke: ‘Ze deed het vrijwillig. En ze vond het ook niet erg. Ze had er plezier in. Er zijn foto’s gemaakt toch? Dan kunnen jullie zien dat ze lacht.’

De rechters vragen aan André: ‘U heeft die foto’s gemaakt?’
Andre haalt de schouders in zijn ruime Adidas-trainingspak op: ‘Ik was dus dronken.’
Rechters: ‘Maar u was toch ook wel eens een dag nuchter?’
André denkt even na en zegt dan: ‘Dat weet ik niet meer.’
En die foto’s?
’t Zou kunnen.

Het is een verhaal vol rottigheid, nog veel meer dan hier staat verwoord.
Joke ontving klanten thuis of in het vakantiehuisje in het Stadspark in Groningen.
Op een dag was dochter M. na allerlei omzwervingen weer bij haar komen wonen, M. was toen 17 jaar.
Dochter zag wat moeder allemaal uitspookte, ook voor de webcam.

En toen moest ze meedoen, samen met haar moeder.
Ze zou de helft van het geld krijgen.
Maar ze kreeg niks.
Ja, ze kreeg een keer een Blackberry en later Binky, een hondje.
Maar die moest ze terugbetalen.
Dat kon best, want er kwamen soms meerdere mannen op een dag bij Joke.
In het strafdossier zitten daarvoor de bewijzen, de foto’s bijvoorbeeld die André maakte.
Daarop is te zien hoe moeder en dochter, zoals Joke het zei, samen leuke dingen doen.
André: ’Pfff. Ik heb haar niet aangeraakt. Dat weet ik nog wel.’

De officier van justitie: ‘Het is uitbuiting. Dochter M. was onder invloed van drank en wiet heel gemakkelijk te beïnvloeden, onder invloed werd ze een gewillig slachtoffer. Om maar geld in het laatje te brengen. Het gemak waarmee een ouder over morele grenzen heenstapt zodra er geld kan worden verdiend, is schokkend.’

Joke en Andre horen een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk.
Daarnaast heeft M. als kind van de rekening recht op een financiële compensatie.
Geen tien miljoen, maar 5.000 euro, zegt de officier van justitie, zou billijk zijn.

Rob Zijlstra

update – 21 december 2015 – uitspraken
Moeder Joke heeft een straf gekregen die gelijk is aan de tijd dat ze al heeft vastgezeten: 44 dagen. Uitbuiting in de sfeer van mensenhandel acht de rechtbank niet bewezen. Wel: ontucht met een minderjarig eigen kind. Maar om de vrouw nu terug te sturen naar de gevangenis (consequentie van de strafeis) vinden de rechters niet gepast. Immers, moeder en dochter hebben weer een goede relatie. Komt bij: de zaak is veel te oud voor een zo zware vrijheidsstraf. Dit is het zoveelste vonnis van de rechtbank dit jaar waarbij de straf aanzienlijk lager uitvalt vanwege het tijdsverloop.
Stiefvader André kreeg ook geen twee jaar cel, maar moet 60 uur werken voor niks. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen ontucht. Medeplegen is de zwaardere variant van medeplichtigheid.
De schadeclaim is afgewezen. Die tien miljoen sowieso Maar ook de door het OM voorgestelde 5.00o euro. Dochter moet naar de burgerrechter wil ze geld zien.

update – 24 december 2015 – uitspraak
Jan is ook veroordeeld en mag in zijn handen knijpen: 12 maanden celstraf waarvan 9 voorwaardelijk. De proeftijd is vastgesteld op de maximale periode van 10 jaar. Het feit dat Jan (opnieuw) hulp heft gezocht is voor de rechtbank aanleiding om niet mee te gaan in de eis van het Openbaar Ministerie.

 

De hufter

leeswaarschuwing: dit is tamelijk heftig

Ik ben niet van de zwaarste straffen.
En liever ook niet van geroeptoeter.
Ik vind de uitspraak dat je soms (vaker) moet zwijgen omdat je anders niet hoort wat anderen te zeggen hebben, een heel waardevolle.
Ik vind ook dat bijzondere momenten niet stil verzwegen, maar benoemd moeten worden.
Donderdag had ik een bijzonder moment.

Ik zat achter een van de allergrootste hufters die ik ooit heb moeten meemaken in de rechtszaal.
Uren na de zitting hoopte ik nog steeds dat de rechtbank over twee weken een veel zwaardere straf oplegt dan de eis van de officier van justitie.

Zo, dat is eruit.

Naast mij zaten de vader en de moeder.
Knokkend tegen het bijna onmogelijke in de gegeven omstandigheden: rustig blijven, rustig blijven.
Toen de vader zich eenmaal even liet gaan, hij sprak één woord, een woedewoord dat aan zijn mond ontsnapte, werd hij direct terechtgewezen door de rechters.
Bars klonk het: ‘U moet uw mond houden.’

Rustig blijven.

De moeder vocht om niet te schreeuwen, zij liet haar tranen stromen.
Dat mocht nog wel.
De moeder en de vader hielden, onzichtbaar voor de rechters, elkaars handen vast.
De vader balde zijn vrije vuist, een vuist die hij op het tafelblad liet rusten, die hij soms wel door het blad leek te willen duwen.

Rustig blijven.
Mond houden.

De hufter die voor mij zat, die ook vlak voor de vader en de moeder zat, is misschien wel de allerergste Groninger die bestaat zonder dat ik daar enig bewijs voor heb.
Hij gaf het zelf wel toe: ‘Ik heb het gedaan.’

Rechters: ‘Waarom?’
Jakob: ‘Achteraf bezien had het niet mogen gebeuren.’
Rechters: ‘Nee. Ja. Nogmaals, waarom?’
Jakob: ‘Ze vond het geen probleem.’
Rechters: ‘Ze was 12.’
Jakob: ’Ik dacht 13’
Rechters: ‘Waarom? Was het geilheid?’
Jakob: ‘Ja, ik denk het wel.’

Jakob, een man van 44 jaar, heeft een meisje van 12 jaar verkracht.
Hij deed dat drie keer op één dag.
Als de rechters vragen of er niet één moment is geweest die dag, een moment waarop hij dacht, waar ben ik godsnaam mee bezig, zegt hij: ‘Nee, niet op dat moment.’

Jakob heeft geen vrienden.
Gelukkig maar.
Wel heeft hij al tien jaar een eigen onderneming met een vergunning van de gemeente Zuidhorn.
Hij heeft een escortbureau.
Hij is er, zegt hij, 24 uur per dag mee bezig.

Op een dag plaatse hij een advertentie op een website voor meer voor mannen
Gezocht: een tienerhoer en een seksslavin.
Hoe bizar, maar zij reageerde.
En hij weer op zijn beurt.
Ze schreef dat ze 17 was, al bijna 18.
Hij schreef terug dat ze dan niet voor zijn escortbureau kon werken.
Dat ze nog twee maandjes moest wachten.
Jakob had een ander voorstel: ze kon privé wel iets betekenen, dan werd ze zijn kindhoer.

Het kleine meisje, met grootse kinderproblemen, zei dat ze dat wel wilde.
Ze schreef een briefje voor haar ouders dat ze zelfmoord ging plegen en stapte bij Jakob in de auto.
Dat was in Amersfoort.
Samen reden ze terug richting Groningen, richting Zuidhorn en dan naar waar hij woont.

Op de eerste de beste parkeerplaats na Amersfoort richting Zwolle verkrachtte hij haar in de auto.
Daarna reden ze verder.
Ter hoogte van Spier gingen ze samen het bos even in.
Het regende.
Staand tegen een boom moest ze hem pijpen.
Hij trok aan haar lange haren.
Rechters: ‘Ze moest uw sperma doorslikken.’
Jakob: ‘Dat had ik vooraf gevraag, of ze dat wel wilde. En dat wilde ze wel.’

Rustig blijven.

Toen ze in zijn woning kwamen, stuurde Jakob zijn Poolse slavin naar buiten – ga de hond uitlaten! – om zich op zijn kamer met sm-attributen voor de derde keer die dag te vergrijpen aan het meisje van 12 jaar.
Terwijl hij dat deed ging in Nederland een Amber-alert de lucht in.

Jakob zegt tegen de rechters dat het meisje thuis problemen had.
Door haar daar weg te halen had hij haar toch ook een beetje geholpen.
De rechters zeggen dat hij wist van het briefje over zelfmoord.
Ze vragen: ‘Er niet bij stilgestaan dat haar ouders doodsangsten uitstonden?
Jakob: ‘Nee, dat kwartje is niet gevallen.’

Niets zeggen.

Toen hij klaar was met verkrachten bracht hij het meisje terug naar huis.
Ze mocht niks zeggen.
Gelukkig deed ze dat wel.
Ze vertelde alles.
Daarna moest ze naar het ziekenhuis.

Moeder zegt in de rechtszaal: ‘Ik had een dochter met twinkelingen in haar ogen. Nu is mijn dochter een rugzakje.’
Moeder zegt dat ze er alles aan zal doen om haar kleine dochter een mooie jonge vrouw te laten worden.
De vader zegt niets.
Hij probeert nog steeds rustig te blijven

Deskundigen zeggen dat de kans op herhaling op korte termijn gemiddeld hoog is, maar op lange termijn hoog.
Jakob zegt dat hij het heel erg heeft gevonden dat zijn moeder is overleden terwijl hij in de gevangenis zat.
Het is een narcistische man, zeggen de deskundigen.
De officier van justitie zegt dat er naast straf een behandeling moet komen.
Ze zegt: ‘Hoe geringer de interne motivatie, hoe groter de externe justitiële druk moet zijn.’
Jakob zegt dat hij het daar mee eens is: ‘Ik sta daar wel open voor.’
.
De officier van justitie eist 42 maanden celstraf.
Waarvan 12 voorwaardelijk.
Dat is dertig maanden netto.

Rustig blijven.

Rob Zijlstra

update – 3 december 2015 – uitspraak
Jakob is veroordeeld. De rechtbank acht verkrachting niet bewezen, maar wel de ontuchtige handelingen. Maar hoewel de rechtbank de gebeurtenissen juridisch een iets lichtere kwalificatie geeft, heeft dat geen gevolgen voor de straf: die is conform. Om daarmee de ernst van de zaak te onderstrepen. 42 maanden waarvan 12 voorwaardelijk, wat betekent dat Jakob netto dertig maanden moet zitten. Die 12 voorwaardelijke maanden blijven hem gedurende de proeftijd van vijf jaren bovenste hoofd hangen.

Affreuze mannen

daar is het hem om te doen, om de schrikreactie

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.38.03De houten deur van zittingszaal 14 zwaait open.
De bode verschijnt in de deuropening om de volgende strafzaak aan te kondigen.
De zoveelste.
Met luide stem roept de dienaar de naam van de verdachte door de wachtruimte.
Otto X. mag binnenkomen.
Er gaan 23 mannen staan.

Er is er maar één Otto X.
Dat is de man die 41 jaar is en uit het oosten van Groningen komt.
Op het internet geeft hij zich bloot.
Ik lees dat hij actief is in een seizoensvereniging, dat het huis van zijn buren te koop staat, dat hij op Twitter het ‘weer online’ en ‘slechte grappen’ volgt en dat hij iets heeft met erotische kledij.
Ook is te lezen waar hij werkt, waar hij heeft gewerkt en wie zijn digitale vrienden zijn.
Otto is op eigen initiatief naar de huisarts gegaan voor hulp.

De andere mannen die gaan staan, zijn leden van de Koninklijke Marechaussee die ter lering (en vermaak) een middagje rechtbank doen.
Ze volgen het proces vanaf de publieke tribune.
Ik denk dat ze nu nog steeds over Otto praten en slechte grappen over hem maken.
‘Even-een-ottootje-doen’.

Verdachte Otto zegt zachtjes tegen de rechters dat hij zich schaamt.
De rechters: ‘Met al die priemende ogen in uw rug snappen we dat. Toch moeten we het er over hebben.’
Dat snapt Otto op zijn beurt ook wel.
Hij heeft een goede opleiding genoten, lees ik.

Otto is een schennispleger.
Hij schendt de goede eer van jonge meisjes.
Dat doet hij bij voorkeur ’s ochtends.
Dan stapt hij in het oosten van Groningen in zijn grote zwarte auto om naar het noorden te rijden, richting Delfzijl, richting Eemshaven en soms nog verder, soms helemaal tot aan Warffum aan toe.

Hij zoekt jonge meisjes, meisjes van een jaar of 14, 15, 16 op de fiets bijvoorbeeld.
Of naar meisjes in die leeftijd die in hokjes staan te wachten op de bus.
Een hele groep meisjes bij elkaar is voor hem niet interessant.
Het liefst heeft hij twee meisjes tegelijk.
Dan is de kans dat ze schrikken groter.
Daar is het hem om te doen, om de schrikreactie.
Daar raakt hij opgewonden van.
Zijn ze eenmaal zichtbaar geschrokken, dan knoopt hij de broek dicht en geeft hij gas.

Wat hij ook doet is gewoon heel langzaam langs een of twee nietsvermoedende meisjes rijden.
Dan zit ‘ie in zijn blote reet achter het stuur en dan bevredigt hij zichzelf.
De rechters: ‘En dan met één hand aan het stuur?’
Ja.

Op zijn werk kan hij best een uurtje later verschijnen, want hij doet er belangrijke zaken.
Het is wel werk vol stress.
Daardoor komt het ook een beetje, zegt hij tegen de rechters.
‘Beetje stoom afblazen.’
Verder heeft de scheiding hem geen goed gedaan.

In maart wordt hij betrapt en neemt de politie hem mee.
Hij zit een nacht vast.
De huisarts wil wel helpen.
Klein probleempje: er bestaat een lange wachtlijst voor hulp aan zedendelinquenten.
De officier van justitie zegt dat het in het belang van de samenleving is dat Otto de behandeling krijgt die hij moet hebben, zodat hij stopt met deze gekkigheid.
De eis: een werkstraf van honderd uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Met een vrijwillig verplichte behandeling.
Doet hij die niet, dan moet hij de twee voorwaardelijke maanden alsnog uitzitten.

Het kan nog gekker.
Dat blijkt als Freek op de stoel gaat zitten waar later Otto plaatsneemt.
Ook Freek (43) uit de Betuwe heeft het zwaar.
Scheiding (ook al), drukte en stress want zeker zestig uren werken per week (wat is dat toch?), spelen een rol.
De advocaat: ‘Maar mijn cliënt heeft niet de intense slechtheid gehad het meisje te beschadigen.’

Freek zoekt in zijn schaarse vrije tijd vertier op ‘chatten met vreemden’, dat is een website die bestaat.
Zo komt hij in contact met haar.
Ze wisselen als vreemden telefoonnummers uit en vervolgen hun gesprekken via WhatsApp.
Freek: ‘Het waren nietszeggende gesprekken, wat ik aan het doen was, wat zij aan het doen was.’

Rechters: ‘U wist dat ze 14 jaar was?’
Freek: ‘Ze zei dat ze 15 was.’
Rechters: ‘Waarom blijft u in gesprek met een meisje van 14, 15 jaar?’
Freek: ‘Ik ben stom geweest.’

Het meest stomme moet nog komen, dat komt nu.
Freek appt dat zij een foto moet sturen.
Doet ze.
Hij vraagt om meer en zij stuurt meer.
Hij zegt dat ze er leuk uitziet en zij stuurt foto’s met het shirt omhoog.
Daarna begint hij te dreigen (dat zegt zij) en daarom stuurt ze bang een paar heul blote foto’s.
Freek zegt dat hij de foto’s bekeek en die dan weggooide.

Op een dag is zij spoorloos verdwenen.
Ze is niet bij het vriendinnetje bij wie ze zou slapen.
Er komt een actie via Burgernet.
Het vriendinnetje vertelt aan de moeder dat er een oudere man is.
Moeder gaat zoeken.
Op de computer van dochterlief vindt ze de blote foto’s.
En foto’s van een man met een erectie en een tepelpiercing.
Freek.

Hij zegt: ‘Mijn huwelijk was ook niet zo goed.’
Rechters: ‘Heeft u haar ook bedreigd? Gedreigd foto’s van haar online te zetten?
Freek: ‘Absoluut niet.’
Rechters: ‘Het blijft vreemd.’
Freek: ‘Ik had de contacten moeten verbreken.’

De rechters vragen wat een gevangenisstraf voor hem betekent.
Freek: ‘Het einde.’
Hij bedoelt de negatieve variant.
Op zijn werk weten ze van niets.
Hij zal ontslagen worden.
Dan is hij ook zijn huis kwijt.
En zijn zoon van 12 met wie hij na de scheiding net weer wat contact heeft.
En zijn nieuwe vriendin zal ook een ex worden.

De officier van justitie wikt en weegt.
Blote foto’s van minderjarigen in een seksuele context heet kinderporno.
Hij benoemt het belang van de wet, de wet die kwetsbare kinderen – alle kinderen – beschermt tegen affreuze mannen als Freek.
De aanklager zegt dat als je het positief bekijkt het hier net goed is gegaan.
Er is geen fysiek contact geweest.
Toch moet er worden afgerekend.
Genoegdoening en preventie bij elkaar opgeteld levert een eis op van een werkstraf van 180 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf.

Mannen als Otto heb je liever binnen als de tieners ’s ochtends vrolijk en uitgelaten over ’s lands wegen en paden naar scholen fietsen.
Maar ook binnen is er vandaag de dag een boze buitenwereld.

Rob Zijlstra

update – 26 november 2015 – uitspraken
Otto X. is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en 2 maanden voorwaardelijke celstraf. De proeftijd is standaard: 3 jaar. Ook de straf voor Freek is iets lager: 120 uur en 2 maanden voorwaardelijk, proeftijd idem.

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.37.52

 

 

Vals verhaal

in de rechtszaal is alleen dat waar,
wat kan worden bewezen

Op mijn bureau op de krant is het een rommeltje.
Er liggen 24 oude vonnissen van de rechtbank schots en scheef door elkaar.
Op een vonnis is koffie gevallen waardoor 12 van de 23 pagina’s grotendeels onleesbaar zijn.
Op mijn bureau ligt ook een gebutst drumstokje (Hayman, nr 5 a) voor als ik mij even moet afreageren.
Er staan 2 half leeggedronken flesjes water, een in 1972 gemaakte foto van Marlon Brando, 3 nog niet gelezen exemplaren van Opportuun, het huisblad van het Openbaar Ministerie, 4 doorgebladerde edities van het Advocatenblad die mij trouw en gratis worden toegezonden door een Amsterdams advocatenkantoor wegens bezuinigen bij de krant, 1 pen rood (bic), 1 pen blauw (bic), een kassabonnetje van 7Camicie waar ik op 20 juni 2015 om 15.46.01 uur een overhemd heb afgerekend en verder nog wat.
Maar dit alles terzijde.

Vals worden beschuldigd.
Dat moet de nachtmerrie zijn van iedereen.
Vooral als die beschuldigingen worden geuit in de rechtszaal door een officier van justitie.
Dan is het menens.

In 2013 werd Bart met beschuldigingen geconfronteerd.
In januari 2014 moest hij bij de politie komen voor tekst en uitleg.
Na tekst en uitleg mocht hij weer naar huis, dat was diezelfde dag nog.
Op 11 juni dit jaar (2015) kreeg hij bericht dat hij op 9 juli 2015 terecht moest staan voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen.
In verband met die valse beschuldigingen uit 2013.

Voor alle duidelijkheid: Bart beweert, en niet zo’n beetje ook, dat de beschuldigingen vals zijn.
Het Openbaar Ministerie ziet daarentegen voldoende wettig en overtuigend bewijs om een straf tegen Bart te eisen.

Dit is het verhaal.

Bart was schilder, maar vond het na 47 jaar welletjes.
Hij ging met pensioen, reed naar het ziekenhuis in Stadskanaal waar een cursus masseren werd aangeboden.
Masseren, mensen met pijn helpen, moest nieuwe glans aan zijn leven geven.
De cursusleider zei dat hij er goed in was, waarop Bart een massagetafel kocht, terug naar huis reed en een praktijk begon.
Niet een echte, want hij deed het gratis.
Voor wie toch iets wilde betalen, was er een fooienpot.

Zo bracht hobbymasseur Bart in de praktijk wat hij in Stadskanaal had geleerd.
Wat de klacht ook is, hij begint bij de hak.
Dan het onderbeen, bovenbeen, onderrug, handdoekje erover, de bekken pakt hij ook altijd eventje mee, ruggengraat, armen, en zo voort.

Rechter: ‘Dus als iemand last had van de schouder, begon u bij de hak?’
Bart: ‘Ja. Altijd onderaan beginnen.’

Hij had zo’n 200 klanten, vrienden, kennissen en kennissen van kennissen.
Het aantal behandelingen dat hij heeft gegeven?
Hij schat zo’n 3000.

Allemaal tevreden klanten?
Ja.
Op twee na: Els en Eva.

Els en Eva, een stel, zijn in dit verhaal de aangevers.
Zij zeggen dat Bart een seksistische boerenpummel is die niet alleen van teen tot top masseerde, maar ook met zijn glibberige handen aan hun borsten zat.
En aan hun vagina.
Dat hij – in zijn korte broekje – oneerbare voorstellen deed.
Dat hij dan begon te hijgen of zwaar te ademen.

Els in haar slachtofferverklaring die in de rechtszaal wordt voorgelezen: ‘Dat er zulke smeerlappen op deze wereld rondlopen.’
Eva: ‘Hij is het vieze geile mannetje in plaats van hulpverlener.’
Bart, ontdaan: ‘Dat ze zulke smerige dingen durven te zeggen.’

Twee volle uren wordt Bart door de rechters ondervraagd.
Het gaat er stevig aan toe.
Hem wordt het vuur na aan de schenen gelegd, doorgezaagd.
Nooit van zijn leven zal Bart beweren dat rechters slapjanussen zijn.

Nu gaat het in de rechtszaal in eerste instantie niet om de waarheid.
In de rechtszaal is alleen dat waar, wat kan worden bewezen.
Wat niet kan worden bewezen, zal waar kunnen zijn, maar kan dan niet de waarheid heten.

Het is – zo vaak bij zedenzaken – het ja van de een (slachtoffer) tegen het nee van de ander (verdachte).
Nu is het zo dat niemand kan worden veroordeeld op grond van een (1) bewijs.
Het moeten er minimaal twee zijn.

De bewijzen tegen Bart: de twee aangiftes van Els en Eva.
Een aangifte mag als bewijs gelden.
Maar zijn die dan wel betrouwbaar?
De officier van justitie: ‘Jawel. De twee aangiftes zijn betrouwbaar omdat die gedetailleerd zijn en naadloos op elkaar aansluiten.’

Bart is te ver gegaan, zegt de aanklager.
Er is geen sprake van dwang, dus vrijspraak voor ontucht.
Maar hij heeft wel als masseur de sociaal ethische normen overschreden, hij pleegde seksueel getinte handelingen die niet overeenkomstig de behandeling waren. Hij maakte misbruik van zijn positie als masseur.
Artikel 249 Wetboek van Strafrecht

De officier van justitie eist een werkstraf van 150 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk.

De advocaat is het er niet mee eens.
Els en Eva ervoeren de behandelingen als ontuchtig en heel vervelend en toch blijven ze komen voor nieuwe behandelingen.
Dat is toch raar.
De politie heeft geen van de andere klanten – die vol lof zijn – gehoord.
Waarom niet eigenlijk?
In de verklaringen zitten wel degelijk tegenstrijdigheden.
Over data en tijdstippen.
En waarom moest Bart zeventien maanden in grote onzekerheid verkeren alvorens duidelijk werd dat hij zou worden vervolgd?
Vanwege de ernst van de zaak?
Lijkt de advocaat toch niet na zo een lange tijd.
Advocaat:‘Oftewel vrijspraak.’

Of Bart vals wordt beschuldigd, weet ik niet.
Misschien is hij wel een smeerlap.
Het is aan de rechters te bepalen wat waar en niet waar moet zijn.

Resteert de nachtmerrie.
Het is nog altijd een veelgemaakte opmerking: ‘Als je niets hebt gedaan, heb je ook niets te vrezen.’
De praktijk – zo leert ook dit verhaal – is dat als twee mensen zeggen dat je het hebt gedaan, je op grond daarvan als verdachte in de rechtszaal kunt belanden.
En dan heb je flink te vrezen.

De verklaringen van Els en Eva sluiten naadloos op elkaar aan.
Dat hoeft niet verdacht te zijn.
Els en Eva zijn een stel, zijn altijd samen, samen gingen zo ook naar Bart’s massagetafel.

Betrouwbaar omdat de verklaringen zo gedetailleerd zijn?
Officiëren van justitie brengen dit argument regelmatig naar voren.
Een gedetailleerde verklaring, zeggen aanklagers dan, is juist vanwege de details betrouwbaarder dan een verhaal zonder kleinigheden.
Er zijn rechters die zo’n argument overtuigend vinden.

Ik weet het niet.
Het is wel zo dat de gedetailleerde beschrijving van het wel en wee op mijn bureau grotendeels door mij is verzonnen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 23 juli

Schermafbeelding 2015-07-10 om 11.05.29

voor meer klik op tekst

 

 

 

Vrijheid met buikpijn

‘Opa zit aan mij.
Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’

 

Het is niet zo dat de mannen en vrouwen die terechtstaan in zittingszaal 14 steeds dezelfde mannen en vrouwen zijn.
Er passeert wel eens een recidivist, maar de grootste groep bestaat uit verdachten die voor het eerst terechtstaan.
En voor een flink deel daarvan geldt dat het ook direct de laatste keer is, want anders klopt de eerste zin niet.

Wat ook waar is, is dat wie wordt verdacht van een strafbaar feit, veel te verliezen heeft.
Ook als de verdenking eenmalig is en ook als de beschuldigingen niet terecht zijn.
Eind vorig jaar werd een man, een voorganger uit Appingedam, vrijgesproken van een paar kuub narigheid.
Hij zat zeven maanden gelaten in de gevangenis.
De verdenking was terecht, maar de rechtbank vond het aangeleverde bewijs uiteindelijk te dun om te kunnen overtuigen.
Vrijspraak.

Drie weken geleden werd Gerrit – de vermeende overvaller van een filiaal van de Albert Heijn in Groningen  – in vrijheid gesteld.
Stevige verdenkingen, maar de rechtbank was niet zonder twijfel.
Nu is Gerrit wel een recidivist, want hij had er opgeteld al vijftien jaren gevangenisstraf opzitten in verband met bankovervallen die hij wel had gepleegd.
Neemt niet weg dat deze Gerrit bijna een jaar boos in voorarrest heeft gezeten waarvan achteraf moet worden vastgesteld dat dat ten onrechte is geweest.

In de Verenigde Staten zitten mannen soms dertig jaar onschuldig in de gevangenis.
Dat staat dan bij ons in de krant.
De kans dat Gerrit op zijn beurt de voorpagina’s haalt van Amerikaanse kranten is niet zo groot. Vrijgesproken onschuldigen presenteren hier doorgaans de rekening van de belemmerde vrijheid aan de overheid.
Dat kost ons zo’n 150 euro per dag, opgeteld tientallen miljoenen per jaar.

Voor Aaldrik (66) ziet het er anders uit.
Of hij wordt veroordeeld of niet, hij is sowieso alles kwijt.
Sterker nog: hij is meer kwijt dan hij ooit had.
Hij zit inmiddels tien maanden als een onschuldige verdachte in de gevangenis en volgens het Openbaar Ministerie is dat meer dan terecht.
De officier van justitie wil dat Aaldrik als een schuldige veroordeelde uiteindelijk drie jaren achter de tralies doorbrengt.
Met die tien maanden is hij dus al aardig op weg.
De advocaat wil dat Aaldrik in vrijheid wordt gesteld, onmiddellijk of anders komende week wanneer de rechtbank uitspraak doet.

Aaldrik snuift en briest.
Hij vindt het Nederlandse rechtssysteem erger dan het systeem dat ze er in Rusland op nahouden.
Hij vindt ook dat als je dingen hebt gedaan, je een kerel moet wezen, dan krijg je je veroordeling en dan is het klaar.
Punt.
Maar dat hij voor Piet Snot in de gevangenis zit maakt hem heel boos.’

De rechters zeggen tegen hem dat hij goed moet opletten en dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Rechters zeggen dat zo.
Aaldrik reageert en zet de toon.
Hij zegt ervan uit te gaan dat de rechters hun gezond verstand even zullen gebruiken.
‘We gaan het dus kort houden.’
De zitting duurt vervolgens bijna zeven uur.

De verdenking luidt dat hij ontucht heeft gepleegd met zijn kleindochter en met haar vriendinnetje.
Dat zou zijn gebeurd tussen 2005 en 2010 als oma de boodschappen deed of al sliep en het gebeurde op bed en in bad.
Maar ook op de toiletten van de Zeehondencrèche in Pieterburen.
De meisjes – toen tussen de 4 en 9 jaar oud – moesten dingen doen die meisjes niet doen.
De moeder van een van de meisjes had een bang briefje gevonden.
‘Opa zit aan mij. Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’
Op zijn laptop is kinderporno aangetroffen.
Ook dat nog.

Aaldrik bast tegen de rechters met dwingende stem: ‘Het is per-ti-nent niet waar. Ik heb die meisjes met geen vinger aangeraakt. En die toiletten op de Zeehondencrèche, ik zou niet weten hoe die eruitzien.’
Over de strafeis: ‘Er moet hier gerechtigheid komen. Geen onzin.’
Over de kinderporno op zijn computer: ‘Ik heb die laptop van mijn zoon gekregen. Misschien is het van hem.’

Een van de rechters: ‘U zou een sigaret op uw kleindochter hebben uitgedrukt.’
Aaldrik: ‘Ach vent hou toch op. Ik ben niet gewelddadig. Ab-so-luut niet. Zegt u? Ja, natuurlijk heb ik mijn eigen kinderen geslagen.’

Aaldrik is een man van aanpakken.
Tijdens het onderzoek komt naar voren dat hij in het verleden – verjaard voor de wet – diezelfde eigen kinderen niet alleen stevig aanpakte, maar ook seksueel heeft misbruikt.
Hij wil daar niet over praten.
‘Het is gebeurd. Klaar. Punt.’

In zijn Noord-Groningse dorp gaan de geruchten al jaren.
Aaldrik is een viespeuk.
Toen hij in juni 2014 werd aangehouden, deed het dorp onmiddellijk uitspraak: tot vijf keer toe werden de ruiten van zijn woning ingegooid.
De burgemeester moest eraan te pas komen.
Aaldrik is in zijn dorp nooit meer welkom.
Zijn echtgenote – zij gelooft in hem (dan weer wel, dan weer niet) – vluchtte naar elders. Aaldrik tegen de rechters: ‘Laat de politie de vernielingen aan mijn huis onderzoeken.
Tot nu toe hebben ze er nul uren aan besteed.’
De rechters: ‘Tja, zo hoort het niet te gaan.’

De advocaat zegt dat een op de vijf aangiftes in zedenzaken vals is en een nog groter deel twijfelachtig.
En dat het bewijs in deze zaak niet kan overtuigen.
Het enige dat er ligt zijn de verklaringen van de twee meisjes.
Er is geen bewijs dat hun verklaringen ondersteunt.
Het kan dus ook niet waar zijn.
En als dat kan, dus ook niet waar, dan is er twijfel en dient vrijspraak te volgen.

Schuldig, onschuldig, het is aan de rechters.
In de rechtszaal is de waarheid niet wat er is gebeurd.
De waarheid is in de rechtszaal altijd een juridische: waar is wat bewezen kan worden.

De waarheid voor Aaldrik op dit moment is dat zijn huis inmiddels met giga-verlies is verkocht, dat zijn AOW is stopgezet omdat je in de gevangenis geen vermogen mag vergaren, dat zijn schulden maandelijks oplopen, dat hij naar het oordeel van het dorp is verbannen uit de regio, dat zijn echtgenote is gevlucht, dat hij met de zoon geen contact meer heeft en dat zijn kleinkind (net als haar vriendinnetje) 15.000 euro smartengeld eist.

Voor Aaldrik valt er een vrijheid te winnen die zonder kleur zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 8 mei 2015 – uitspraak
Aaldrik moet zitten: 3 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank acht het bezit van kinderporno niet bewezen, mede daarom een lagere straf dan de eis. De schadeclaims zijn afgewezen. Ik verwacht een hoger beroep. Overigens krijgt het OM een heel klein tikje op de vingers van de rechtbank waar de advocaat van de verdachte had gehoopt op een klap voor de kop. De rechtbank beschrijft de tik als: ‘Het ware beter geweest dat de officier van justitie een andere keuze had gemaakt…’  Alsof heldere taal er niet toe doet.

Schermafbeelding 2015-05-09 om 23.54.23

klik op afbeelding

 

Het meisje Ellie

Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij:
‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

 

.

In de voorbije tien jaren heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zo’n 450 mannen veroordeeld wegens zedenmisdrijven.
Ongeveer een op de tien strafzaken heeft te maken met het vooral seksueel misbruiken van kinderen.
Voor het idee: er zijn meer zedenzaken dan drugszaken.
Nog een idee: bijna al die mannen wonen weer bij u in de straat of net om de hoek.

Zedenzaken zijn per definitie nare zaken.
Dat komt omdat de slachtoffers meestal kinderen zijn en de verdachten verschrikkelijke mannen.
Het zijn ook strafzaken die akelige vragen oproepen.
Hoe kan het dat twee zusjes wekelijks en dat jarenlang door hun vader zijn misbruikt, terwijl de moeder onwetend was?
Hoe kan het dat grote mannen in een hotelkamer seks kunnen hebben met een minderjarig meisje?
Bij zedenmisdrijven wordt veel de andere kant opgekeken.

Vorig jaar stond een man (43) terecht die zes jaar lang zijn dochter zou hebben verkracht.
Hij noemde dat gelul, waarmee hij probeerde uit te drukken dat het niet waar is.
Het gebeurde wanneer de moeder bijvoorbeeld even boodschappen deed.
Of al lag te slapen als hij thuiskwam van zijn ploegendienst.
Toen het meisjeslichaam van Ellie het niet meer aankon, maakten ze een afspraak: niet meer elke dag, maar maximaal drie keer per week.
Een psychiater rapporteerde dat de vader een dominante man is en niet prettig in de omgang.

Ellie legde wel een verklaring af, maar deed geen aangifte.
Dat hoeft ook niet.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.
De rechtbank zei geen enkele reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ellies verklaringen en sprak de vader vrij.
Dat wat Ellie allemaal geloofwaardig vertelde, ontbeerde steunbewijs.
Een verhaal alleen is onvoldoende.
De officier van justitie is tegen de vrijspraak in hoger beroep gegaan (moet nog).

Ellie kwam wel eens in het nieuws.
De eerste keer toen dat gebeurde was ze 14 jaar, de tweede keer twee jaar ouder.
Beide keren betrof het berichten dat er een meisje was vermist.
Normaal postuur, lange haren, sneakers van Adidas.

Die laatste keer was vorig jaar.
Ellie werd door de politie gevonden, dat wil zeggen dat agenten haar aantroffen in een hotel in Breukelen.
De politie had onraad geroken na het zien van pikante foto’s van een meisje op websites met namen als eromarkt en kinky.
Daar staan advertenties op.
Een agent deed zich voor als een geïnteresseerde klant en maakte een afspraak.
Hij moest naar een hotel in Breukelen komen.

Het was niet het eerste hotel waar de dan nog altijd 16-jarige Ellie haar lichaam verkocht.
Eerder zat ze in Alphen aan den Rijn, bij Van der Valk in Almere, in het Best Western te Zaandam.

Als ze ongesteld was, moest ze toch werken.
Dan gebruikte ze speciale sponsjes.
Toen ze na twee dagen het sponsje niet meer kon verwijderen, na al die hitsige klanten, ging Gulio (30) – haar lover – naar de Blokker om een tang te kopen.

De officier van justitie beschrijft dit kille voorval ter illustratie in de rechtszaal.
Hij zegt: ‘Dit is de wereld van de prostitutie. Het menselijk lichaam wordt omgezet in een apparaat. En als het apparaat hapert, dan ga je niet naar een arts, maar koop je een tang bij de Blokker.’

Ellie zit niet in de rechtszaal.
Zij is geen verdachte, maar weer slachtoffer.
Gulio zit er wel.
Hij wordt verdacht van mensenhandel, van uitbuiting, in de ogen van de officier van justitie is hij de moderne slavenhandelaar.
Gulio is opgewekt en vrolijk.
Op de beschuldigingen wil hij wel een korte reactie geven: ‘Niet best, ik schaam mij diep. Dit is niet iets waar ik graag met iemand over praat.’
Hij klinkt net iets te enthousiast.

Gulio uit Amsterdam had Ellie opgehaald uit Groningen.
Dat deed hij uitgerekend op de dag dat Ellie de benen nam.
Zij zat op dat moment vast in Het Poortje en was even met haar begeleider de stad in.
Op de Grote Markt schopte ze haar gehakte schoenen uit en spurtte weg.
Gulio: ‘Ze belde. Ze vroeg of ik kon helpen. Ik help graag vrienden. Ik word blij als ik kan geven.’
Gulio ontkent dat Ellie op zijn verzoek de benen nam.
Hij zegt: “Toen ik haar ophaalde viel het mij op dat ze geen schoenen droeg, dat wel. Ze zei dat ze ruzie had gehad met een vriendje. Ik kon twee dingen doen, haar geloven of haar niet geloven. Ik besloot haar te geloven.’
Kende hij haar?
Gulio: ‘We hebben een keer gechilld.’

Ze rijden naar Zaandam, naar de Zaan Inn, waar Gulio op verzoek van zijn jarige tante een kamer had geboekt voor een neefje en een nichtje die niet kwamen zodat Ellie er mooi gebruik van kon maken.

Het misdrijf begon half augustus, de actie van de politie in Breukelen was op 9 september.
Hoeveel klanten Ellie in die periode had moeten ontvangen?
De aantallen lopen uiteen van een tot drie per dag, opgeteld zo’n vijftig mannen.
Bij de politie vertelde ze dat ze drugs gebruikte want dan ging het gemakkelijker.
Van een rijke klant kreeg ze cocaïne op een bord.
Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij: ‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

Gulio zegt dat hij niet wist dat Ellie nog maar 16 jaar was.
Ellie zegt dat hij dat dondersgoed wist.
Gulio had haar voorgehouden grote plannen te hebben zodra Ellie 18 zou zijn, dan zouden ze het groots aanpakken.
Als de rechters hem dat voorhouden, moet hij hard lachen.
Hij vertelt verontwaardigd dat hij bij zijn aanhouding in Breukelen is behandeld als een crimineel.
Dat hij toen slechts 8 euro en 40 cent op zak had, zegt toch voldoende?
Gulio: ‘Ik heb geen cent van haar genomen.’
Ellie beweert het tegenovergestelde.
Alles.
Bij de politie: ‘Ik was de hoer, Gulio regelde alles.’

Gulio tegen de rechters: ‘Ik heb een eigen stichting, ik doe loverboy- en lovergirl coaching. Ik wil de jeugd graag helpen.’
Hij vertelt dat hij in de gevangenis bezig is met wiskunde voor hoger opgeleiden.
Zodra hij vrijkomt, wil hij naar de universiteit om psychologie te studeren.
Daarnaast zal hij een startkapitaal aanvragen om zijn werk als coach te kunnen voortzetten.

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’
Gulio begrijpt het niet en zegt dat hij naar huis wil.
Naar zijn moeder.

Rob Zijlstra

uitspraak op 4 mei 13 mei

Daniella – uitspraken

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis. > de rechter [wav.]
Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Klik op de onderstaande afbeeldingen om de vonnissen te lezen.

vonnis karin s (klik)

vonnis karin s

vonnis geert w (klik)

vonnis geert w

om te begrijpen is hij
tot monster gemaakt

tekening: annet zuurveen (fragment)

tekening: annet zuurveen (fragment)

De rechtbank doet vandaag (13.00 uur) uitspraak in een van de meest bizarre strafzaken in jaren in Groningen: de zaak Daniëlla.

De zaak Daniëlla is een strafzaak.
Een zaak met een strafdossier.
Een zaak die door de politie is onderzocht.
Een zaak met een strafproces in een rechtszaal die vier dagen duurde, met twee verdachten, met deskundigen, veel media-aandacht en afschuw.
Een zaak die zich alleen laat vergelijken met andere afschuwelijke zaken.
Een zaak die mensen heeft geraakt.

Daniëlla zelf was geen zaak.
Daniëlla was een vrouw van 20 jaar, een jonge vrouw met een verstandelijke beperking.
Net als haar twee jongere broertjes.
Ze woonde in instellingen, in het weekeinde was ze thuis bij haar zwakbegaafde moeder die na jaren weer een relatie kreeg met een zwakbegaafde man die ze had leren kennen toen hij nog in de gevangenis zat vanwege het seksueel misbruiken van kinderen in zijn vorige relatie.

Die man heet Geert, 46 jaar.
In de rechtszaal zit hij als een verschrompeld hoopje mens, bevend en angstig, het hoofd vooral gebogen, te zwijgen.
De weinige woorden die hij zal spreken (’t was niet de bedoeling’) kosten hem zichtbaar moeite.
Het is bijna niet voor te stellen dat deze man buiten de rechtszaal zoveel angst inboezemde.
Om te begrijpen is hij tot monster gemaakt.

De zwakbegaafde moeder is Karin, 50 jaar.
Ze praat en praat, een hele procesdag vol.
In het laatste woord toont ze zuinige emoties.
Ze deed niks toen Geert haar dochter misbruikte en misbruikte en ze deed niks toen hij aankondigde dat hij Daniëlla dood ging slaan met een knuppel en een kapotte stoel.

Moeders moeten dan wel wat doen, sprak de officier van justitie.
Ze zei: ‘Maar Karin offerde haar kind op voor haar relatie met Geert.’
Het is bijna niet de geloven dat deze vrouw verlamd was door angst voor Geert.
Voor een man die ze wel zag zitten, met wie ze de dodelijk gewonde Daniëlla vanuit de woonkamer naar de gang sleepte, onder aan de trap legde en toen tegen de politie zei dat haar dochter van de trap was gevallen.
Ze zegt dat ze net zo goed slachtoffer is.

Tegen Geert W. is 14 jaar celstraf geëist en TBS met dwangverpleging.
Karin S. hoorde vier jaar eisen waarvan een jaar voorwaardelijk waaraan een verplichte behandeling is gekoppeld.
Ze zullen misschien iets meer krijgen, wellicht iets minder.
Daarna volgt mogelijk een hoger beroep.
En misschien ook wel niet.
Dan is het klaar.

De uitspraak vanmiddag is het oordeel, de waarheid, van het strafrecht.
De zaak Daniëlla kent daarnaast een andere waarheid: die van de hulpverlening die gezamenlijk toekeek toen het gebeurde.
Ieder keek naar zijn eigen specialisme, of net even de andere kant, want samen zagen ze niks.
Dat verhaal van Daniëlla van Bergen moet nog worden verteld.

Rob Zijlstra

update – 7 april 2015 – inspectie
het bericht van de inspectie

→ het verslag van het strafproces van dag tot dag

de hulpverlening  

                           ↓


ondersteuning onvoldoende passend voor situatie – ondersteuning niet in relatie met calamiteit – problemen niet effectief en in samenhang opgepakt – op signalen van onveiligheid van de kinderen is onvoldoende gehandeld – signalen onvoldoende bij elkaar opgeteld – geen totaalplaatje – niet één regisseur – verschillende ideeën over casemanagement – partijen spraken zorgen onvoldoende uit – geen checks – onvoldoende hun eigen verantwoordelijkheid – onvoldoende focus op veiligheid van de kinderen – belang kinderen niet expliciet voorop gezet – onvoldoende focus op veiligheid kinderen – geen gezamenlijke ondergrens veiligheid – geen structureel zicht op de thuissituatie – geen risicotaxaties – onvoldoende oog voor de chroniciteit van de problematiek – mijden van zorg door moeder is onvoldoende als patroon herkend – partijen pakken onvoldoende door – geen gezamenlijke evaluaties  

bovenstaande regels komen uit het nog vertrouwelijke rapport van de gezamenlijke inspectiediensten waarvan de conclusies door rtv-noord naar buiten zijn gebracht – het definitieve rapport moet nog verschijnen en geniet de warme belangstelling van het openbaar ministerie 


→ rechtbanktekeningen: annet zuurveen 

dvhn / donderdag

dvhn / donderdag

Artikel 67a, lid 3

Arie is van 1929

Er zijn loslopende boeven van wie het de bedoeling is dat die achter de tralies verdwijnen en er zijn boeven die achter de tralies zitten met de intentie dat ze op een dag weer vrij mogen rondlopen.
Op een enkeling na.
Er is nog een derde groep: de voorlopig gehechten.
Dat zijn mannen en een paar vrouwen die formeel onschuldig vastzitten omdat ze nog niet door rechters zijn veroordeeld.

Veroordeelde boeven zitten in een gevangenis.
De voorlopig gehechten verblijven met hun bedenkelijke status in een huis van bewaring.
Een gevangenis biedt iets meer comfort.
Daar staat tegenover dat arbeid er verplicht is.
In een huis van bewaring hoef je niet te werken, maar moet de Staat wel arbeid aanbieden.

Het oude huis van bewaring in Groningen – aan de Hereweg – was een zogeheten textielbajes.
Dat was niet omdat de laatste ontsnapping geschiedde met aan elkaar geknoopte lakens (echt).
Het hvb Groningen was een textielbajes omdat de beklaagden achter tientallen naaimachines zaten om gekleurde kussentjes Schermafbeelding 2014-12-19 om 22.38.04en trappelzakken voor baby’s in elkaar te naaien.
Maar dit terzijde.

Er zitten flink wat verdachte onschuldigen achter de tralies.
Willem Holleeder is er sinds kort weer eentje.
Er zijn misschien wel meer verdachten dan opgesloten daders.

Ook Farid (23) uit Veendam is momenteel een voorlopig gehechte.
Hij zit al een half jaar in een cel te wachten op zijn proces.
De officier van justitie wil van hem een dader maken, terwijl Farid naar huis wil, om te trouwen met zijn verloofde die op hem wacht.
Farid zou iemand hebben bedreigd met een vuurwapen.
Toen de politie bij hem aan de deur kwam liet hij zich niet zomaar aanhouden.
Hij verzette zich waarbij politieagenten, zegt de politie, gewond raakten.
Het vuurwapen werd achter de wasmachine gevonden.
Farid ontkent alles.
Hij heeft agenten niet geslagen, niet geschopt.
Dat vuurwapen in zijn huis moeten vrienden daar hebben neergelegd, want hij heeft veel vrienden.

De officier van justitie stelt de rechtbank voor om Farid een jaar op te sluiten, terwijl de advocaat aan de rechters vraagt hem met onmiddellijke ingang in vrijheid te stellen.
De advocaat kan zich niet voorstellen dat Farid een straf krijgt opgelegd – mocht hij al schuldig zijn – die hem langer dan zes maanden in het gevang doet belanden.

Dreigt de voorlopige hechtenis langer te duren dan de te verwachten straf die wordt opgelegd, dan dient een verdachte per direct in vrijheid te worden gesteld: artikel 67a, lid 3., razend populair onder strafrechtadvocaten.

Dus, zegt Farid: ‘Ik zit al zes maanden vast. Ik ben mijn auto kwijt, mijn huis, mijn werk. Alles.’
De rechters antwoorden dat ze er over zullen nadenken.
Mochten ze vinden dat 67a, lid 3 aan de orde is, dan zullen ze dat zo snel als mogelijk mededelen.
Farid merkt nog op dat de feestdagen voor de deur staan.

Na Farid stapt een heuse georganiseerde criminele bende de rechtszaal binnen, omringd door acht politiemensen.
De vijf verdachten zitten vast sinds september dit jaar.
Iets met hennep en export.
Het politieonderzoek is in januari klaar, opdat het strafproces ergens in de loop van 2015 kan aanvangen.
Dat kan best september worden, onschuldig gehechten moeten soms veel geduld hebben.
De advocaten verzoeken de rechters de verdachten in afwachting van het proces in vrijheid te stellen.
Artikel 67a, lid 3 is in beeld.
Het lijkt heel wat, zegt een van de advocaten, maar het zal een zeepbel blijken.
Komt bij, zeggen de andere advocaten, dat het onderzoek bijna klaar is en er geen kans op herhaling is.
Er zijn dus geen gronden de verdachten nog langer in voorlopige hechtenis te houden.
De rechters wijzen de verzoeken af.
De acht politiemensen verlaten de rechtszaal en nemen de onschuldige beklaagden mee.

Ook Arie stond afgelopen week terecht.
Hij hoort eigenlijk net als de anderen in hechtenis te zitten, maar hij is detentieongeschikt verklaard.
Dat heeft met zijn leeftijd te maken.
Arie is van 1929.
Hij heeft zijn misdaad toegegeven.
Daarna was hij onmiddellijk gestopt met wedstrijdbiljarten want hij kon zich niet meer concentreren.
Wat hij heeft gedaan spijt hem.
Dat opa’s van kleindochters moeten afblijven, weet hij nu ook wel.
Detentie zit er voor de 85-jarige niet in, de officier van justitie eist een taakstraf van 180 uur.
De advocaat: ‘Misschien kan hij biljartlessen verzorgen in bejaardentehuizen.’
Niemand moest daar om lachen.

Waar de grens ligt qua leeftijd is mij onbekend.
Karel is 66 jaar en zit wel in voorlopige hechtenis.
Vanuit dezelfde stoel waar eerder die dag Arie zat, zegt Karel dat hij onschuldig in het huis van bewaring verblijft.
Uitgerekend hij die vijftig trouwe arbeidzame jaren achter de rug heeft en dacht van zijn oude dag te kunnen genieten.
Met een harde stem, vingertje in de lucht, roept hij richting de rechters: ‘En dit heet Nederlands recht?

Karel zit alvast vast omdat er aanwijzingen zijn dat hij zijn kleindochter en een kleutervriendinnetje heeft verkracht.
Tussen 2005 en 2010 en misschien wel heel vaak.
Hij is een half jaar geleden aangehouden.
Toen dat gebeurde, is op zijn computer kinder- en dierenporno aangetroffen.
Hij keek er ook graag naar, is de verdenking.

De voorlopige hechtenis is Karel niet in de koude kleren gaan zitten.
Hij wil in afwachting van het strafproces – ergens volgend jaar – naar zijn echtgenote die elders is ondergedoken.
Dat komt omdat zijn dorpsgenoten een voorschot hebben genomen op Karels mogelijke veroordeling: ze keilden alle ramen van zijn woning stuk.
Daar doen ze ook in Noord-Groningen niet moeilijk over.
Nadat de schade was hersteld, deden ze het weer en daarna nog een keer.
Toen kwam de burgemeester en die zei tegen de dorpelingen dat ze er mee moesten ophouden.
De woning staat nu voor te weinig geld te koop.

Dat Karel na zes maanden graag bij zijn gevluchte echtgenote wil zijn, valt wel te begrijpen.
De officier van justitie wil er evenwel niets van weten.
Artikel 67a, lid 3 is nog niet in zicht en daarnaast is er een goede grond Karel voorlopig achter de tralies te houden: hij heeft de rechtsorde geschokt.

Karel moet zijn onzekere tijd in voorlopige hechtenis voortzetten.
Hij roept met al zijn beschikbare boosheid tegen de rechters: ‘Het is hier nog erger dan in Rusland.’

Qua boef zijnde kun je het beste schuldig en met een veroordeling achter de tralies zitten.
Dan weet je waar je aan toe bent.

© Rob Zijlstra

artikel 67a, lid 3 Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel. 

Benno’s

uienIk luister naar en lees over de kwestie van de Brabantse zwemleraar Benno L. in Leiden.
Hij bood zijn computer ter reparatie aan.
Een medewerker ontdekte kinderpornografisch materiaal op het apparaat wat uiteindelijk leidde tot de ontdekking van een omvangrijke ontuchtzaak met tientallen jonge slachtoffers.
En een veroordeling tot 7 jaar gevangenisstraf.

Ik beklom de Martinitoren en keek uit over stad en ommeland.
Dacht: arme burgemeesters.

Tussen april 2004 en vandaag stonden voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen 386 mannen en 4 vrouwen terecht wegens de verdenking van een zedenmisdrijf.
Van hen werden er 42 vrijgesproken.
Maakt dat er 348 zedendelinquenten straffen kregen opgelegd.
Die straffen varieerden van een maand voorwaardelijke tot tien jaar gevangenisstraf; van een taakstraf van 80 uur tot 7 jaar in combinatie me tbs met dwangverpleging.

De veroordeelde zedendelinquenten waren tussen de 18 en 82 jaar oud.
Vooral vieze oude mannetjes?
Vijf procent was ouder dan 65 jaar.

Qua aantal werden de meeste zedenmisdrijven die tot een veroordeling leidden gepleegd in Groningen-stad: 135.
Oost-Groningen volgt op de voet: 115.
Noord-Groningen en Eemsmondgebied: 56.
Het Westerkwartier: 29.
De overige 13 kwesties speelden zich af in meerdere plaatsen, ook buiten de provincie.

Ongeveer 40 procent van de getelde zaken heeft betrekking op ontucht, in de meeste gevallen betreft het dan gebeurtenissen waarbij volwassenen kinderen seksueel misbruikten.
Soms eenmalig, vaker jarenlang achtereen.
Een kwart betreft kinderporno, bijna altijd alleen maar het in bezit hebben, niet het produceren of verspreiden van het verboden foto- en filmmateriaal.
Nog eens een kwart betreft verkrachting dan wel pogingen daartoe.
Er waren een paar schennisplegers en aanranders.

Zij waren niet allemaal zwemleraren.
Lang niet zelfs.
Er was één frotteur; een man die seksueel opgewonden raakte door onbekenden heel even aan te raken.
Er waren twee journalisten die logen dat ze aan onderzoeksjournalistiek deden.
Er waren mannen met leidinggevende banen die aan rechters vertelden dat ze liever dood waren geweest.
Die tijdens de rechtszaak alleen maar moesten huilen.
En dan snotterden dat ze wel wilden, maar niet konden stoppen.

Er was eens een brief van een werkgever van een man die zijn dochters jarenlang gruwelijk en avond na avond had misbruikt.
In die brief schreef de werkgever aan de rechtbank dat hij het de dochters zeer kwalijk nam dat zij aangifte hadden gedaan.
Omdat hij daardoor een goed werknemer was kwijtgeraakt.
Hij, maar ook de kerk, zou het de dochters nooit vergeven.

Er waren zaken waarbij alleen de vaders terechtstonden, terwijl uit veel bleek dat de moeders jarenlang de ogen en oren dichtdeden als hij de kinderen naar bed bracht.
Een zaak van een verliefde jongen van net 18 23 die helemaal vanuit Den Haag naar Delfzijl was gekomen om haar van internet  vurig te zoenen, toen niet wetende dat ze nog maar 15 was.
Dronken studenten en cocaïne snuivende bankmedewerkers die onbedoeld met medestudenten en collega’s in bed belandden en elkaar toen niet goed begrepen.

Een man met kleine kinderen en een geit.

Enzovoort.

Een enkeling zit nog in het gevang, de meesten wonen weer ergens.

De genoemde cijfers tonen de top van de ijsberg.
Officieren van justitie verzuchten in de rechtszaal met enige regelmaat dat er zoveel zedenzaken zijn en zo weinig capaciteit om alles te kunnen onderzoeken en vervolgen.
Aangiftes van ernstige zaken blijven soms maanden liggen, soms nog langer.
Er zijn kwesties die niet worden vervolgd; niet omdat het niet zo is, maar omdat het domweg nooit te bewijzen zal zijn.
Er worden kinderen misbruikt zonder dat ooit iemand anders dat zal weten.
Dat gebeurde gisteravond bij u thuis, in uw straat, in de wijk, in uw dorp.
En vanavond gebeurt het weer.

Arme burgemeesters.
Maar nog meer: arme wij allemaal.

Rob Zijlstra

In de aanbieding: verdriet

aanbiedingHeeft een moeder wiens wier kind seksueel is misbruikt door haar ex (tevens vader van het slachtoffer) recht op een schadevergoeding?

Man heeft zijn kind gedurende een jaar meerdere keren seksueel misbruikt. Het kind is nu vijftien jaar en eist schadevergoeding, een bedrag van 12.500 euro.

De officier van justitie onderschrijft dat het kind schade heeft geleden, maar vindt het gevorderde bedrag te veel van het goede.
Volgens de officier van justitie is een bedrag van 7.500 euro billijk.
Zij verzoekt de rechtbank dit bedrag aan het slachtoffer toe te kennen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Die maatregel houdt in dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) namens het slachtoffer het geld bij de veroordeelde gaat innen.

De moeder claimt in dezelfde strafzaak ook schade: 2.500 euro.

Haar ex-partner is eerder veroordeeld wegens seksueel misbruik van haar dochter.
Hij werd uit de ouderlijke macht gezet en mocht geen contact hebben met zijn dochter.
Na gevangenisstraf te hebben uitgezeten, vergreep hij zich aan de zoon die zo nu en dan bij hem op bezoek kwam.

Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat er sprake is van een ziekelijke stoornis: pedofilie.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de schadeclaim van de moeder af te wijzen.
Alleen het slachtoffer kan zich met een claim voegen in het strafproces.
Dat de moeder schade heeft geleden, dat ze is beschadigd,  staat volgens de officier van justitie niet ter discussie.
Dat heeft en is ze.
Maar de schade die ze heeft geleden, is niet een rechtstreeks gevolg van de gedragingen van haar ex.
Wil ze haar schade hebben vergoed, dan moet ze zich wenden tot de civiele rechter.

Bovenstaande is de standaard redenering van het Openbaar Ministerie omdat die overeenkomstig zou zijn met de bedoelingen van de wet.
De officier van justitie: ‘Voor de moeder biedt de wet onvoldoende mogelijkheden.’

De advocaat van de verdachte vader kan zich daar in vinden.
De advocaat zegt (vrij vertaald): ’Moeder is geen rechtstreeks slachtoffer.
Zou zij wel in aanmerking komen voor een vergoeding dan is er sprake van een vercommercialisering van verdriet. Dat wil de wet niet en dat moeten wij ook niet willen.’

De advocaat van de moeder ziet het anders.
De moeder, zo luidt zijn filosofie, is rechtstreeks getroffen.
Ze was geen beoogd slachtoffer (van het seksueel misbruik), maar ze is wel geraakt.
Bovendien: ze is moeder, er is sprake van een vereenzelviging van moeder en zoon.

De advocaat maakt een vergelijking met brand en brandstichting.
Ook daarbij kunnen slachtoffers vallen, ook slachtoffers die de brandstichter niet had beoogd.
Van vercommercialisering van verdriet is hier geen sprake.
Met de regel dat er sprake moet zijn van rechtstreekse schade, heeft de wetgever niet bedoeld om moeders uit te sluiten.

Wie heeft het meest gelijk?

Rob Zijlstra

 bovenstaande speelt in een strafzaak die vorige week diende en waarin de rechtbank volgende week uitspraak doet
•• als het aan Opstelten en Teeven (veiligheidsmannen van justitie) ligt gaat de veroordeelde verdachte straks diep in de buidel tasten – eigen bijdrage 

Weer beter

na drie maanden wisten ze genoeg…

hoe-beterWim (52) heeft een probleem en niet zo’n kleintje ook.
Dat probleem is dat hij zijn huurwoning in Groningen dreigt kwijt te raken.
Als dat gebeurt, dan heeft hij niet alleen niks meer, maar wordt het nog erger.

De dreiging wordt veroorzaakt doordat Wim in de gevangenis zit.
Zijn advocaat legt het de rechters maar even voor. Wim zelf zegt niet zo veel.

De advocaat komt ook met een oplossing.
Als de rechters nou eens de voorlopige hechtenis opheffen dan kan hij de gevangenis verlaten en dan kan hij zorgen voor de huur.
Mochten de rechters hem over twee weken toch veroordelen tot een straf die zijn vrijheid beneemt, dan komt hij gewoon terug.

Het probleem is omvangrijker dan tot hier is geschetst.
Zodra Wim eenmaal zijn woning kwijt is, zal het een hels karwei worden iets anders voor hem te vinden.
Wim is pedofiel.
De advocaat: ‘Een zoektocht naar een nieuwe woning zal gepaard gaan met maatschappelijke onrust.’
Niemand die hem wil.

Wim wordt ervan verdacht dat hij tussen 2009 en maart vorig jaar een meisje seksueel heeft misbruikt.
Toen het stopte omdat hij was aangehouden, was het kind 11 jaar.
Een gezinsvoogd had aan de bel getrokken.
Het slachtoffertje maakte deel uit van een gezin waar Wim regelmatig als huisvriend over de vloer kwam.
Hij was vaker huisvriend.
Drie jaar geleden leidde een stevige verdenking tot een vrijspraak omdat de rechters twijfelden.
Tien jaar geleden niet.
Toen werd hij in een vergelijkbare kwestie veroordeeld.
Ditmaal hangt hem drie jaar celstraf en een tbs met dwangverpleging boven het hoofd.

Of een zwervend bestaan.

Het nieuwe jaar telt al twee nare strafzaken rond seksueel misbruik.
Vorig jaar is nog gezegd dat de politie te weinig capaciteit heeft om alles wat er op dit akelige gebied gaande is, adequaat aan te kunnen pakken.

De tweede zedenzaak betreft Eildert (41).
Zijn zoon van toen 14 jaar was op een dag in juli vorig jaar overstuur thuisgekomen.
Niet bij hem thuis, maar thuis bij de nieuwe vriend van zijn moeder.
Zoon vertelde in tranen dat hij was misbruikt.
Door zijn vader Eildert.
Niet een keertje, maar vaak.
De nieuwe vriend belde moeder, moeder belde de hulpverlener, de hulpverlener de politie en de politie ging met de zoon praten in een speciale verhoorstudio.
Na drie maanden wisten ze genoeg en werd vastgesteld dat de jongen geen onzin of onwaarheden vertelde.
In oktober werd Eildert aangehouden.
Sindsdien zit hij vast.

Rechters: ‘U was een gewaarschuwd mens.’
Eildert snikt, ja, dat was hij.
Rechters: ‘En toch ging u door. Waarom?’
Eildert zegt dat hij dat zelf ook niet weet.
Rechters: ‘U bent eerder veroordeeld wegens misbruik van twee meisjes, onder wie uw eigen dochter.’
Eildert: ‘Ik weet dat het fout is wat ik doe.’
Rechters: ‘Ga door.’
Eildert: ‘Het is een bepaalde drang die in mij opkomt. Ik ben er zelf ook bang voor.’

Rechters: ‘U heeft uw zoon een aantal keren beloofd dat u zelf naar de politie zou gaan. Dat heeft u niet gedaan.’
Eildert: ‘Mijn advocaat zei dat ik dat niet moest doen.’

Een psychiater en een psycholoog hebben Eildert bekeken en bevraagd en vastgesteld dat er sprake is van de ziekelijke stoornis pedofilie.
Eildert moet – net als Wim – worden behandeld om herhaling (kans daarop is groot) te voorkomen.
De officier van justitie ziet maar een mogelijkheid: tbs met dwangverpleging waar achttien maanden gevangenisstraf bij wijze van vergelding aan vooraf moeten gaan.
Eildert vindt dat te veel en veel te zwaar, maar zegt: ‘Als ‘t moet, dan moet het maar. Ik wil niet dat het weer gebeurt, anders hoeft het voor mij niet meer.’
Met dat laatste bedoelt hij leven.

In de strafzaak van Wim werd door deskundigen opgemerkt dat mannen die met de ziekelijke stoornis pedofilie de tbs ingaan, er moeilijk weer uitkomen.
Soms nooit.
De officier van justitie tegen Eildert: ‘Ja, ‘t kan heel lang duren.’

Wat in dit soort zaken niet heel gebruikelijk is, is dat het jonge slachtoffer het woord krijgt.
De zoon is inmiddels 15 jaar, maar hij oogt veel jonger.
En kwetsbaar.
In zijn trillende handen houdt hij een briefje vast waar de woorden staan geschreven die hij wil zeggen.
Tranen biggelen over zijn bleke wangen.
In de rechtszaal wordt het stiller dan stil.

Diepe zucht.

Dan ineens, een luide en zelfverzekerde stem: ‘Papa, luister goed. Ik vind het jammer dat het zo is. Waarom doe je dit? Je verpest je hele leven. Waarom wilde je kinderen? Je bent het niet waard.’
Een laatste zin, bedoeld voor de rechters, die raakt: ‘Ik vind dat hij een lange straf moet krijgen zodat hij weer beter wordt.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 23 januari 2014 – uitspraak
Eildert is veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. De gevangenisstraf die daaraan vooraf moet gaan bedraagt 2 jaar, zo oordeelde de rechtbank. De geëiste 18 maanden doet geen recht aan de ernst van de feiten.
Het vonnis is niet gepubliceerd.

De stiefvader

Het is in dit verhaal het een of het ander.
In het ene geval is Tom (44) het slachtoffer van een heel akelig spel.
In het andere geval is Tom een heel akelige man.

Zelf zegt hij dat er sprake is van het eerste.
Hij zegt: ‘Het verwijt dat ik mij schuldig heb gemaakt aan seksueel misbruik heeft mij diep geschokt. Niets is erger, het heeft mij kapot gemaakt.’

De ware schuldigen zijn in zijn beleving die drie rotkinderen van zijn partner van wie hij net is gescheiden na een geweldig huwelijk.
Die kinderen hebben het bedacht en dat hebben ze gedaan met maar een doel: geld.
En dat terwijl hij zo zijn best had gedaan hen op te voeden, wat ook niet gemakkelijk was geweest.
Hij was streng geweest doch rechtvaardig.
Nu krijgt hij stank voor dank.

Aan het huwelijk lag het niet, want hij had een heel goed huwelijk.
Ze hadden elkaar op het internet ontmoet.
Het had niet heel lang geduurd en zij kwam al naar Groningen om met haar drie kinderen bij hem in te trekken.
Dat was in 2000.

Toen zij vorig jaar zei dat ze wilde scheiden was dat rauw op zijn dak gevallen.
Zegt tegen de rechters: ‘Ik heb het niet zien aankomen, familie en bekenden ook niet.’
Hij had haar toen wel een klap gegeven.
Goed, dat had hij eerst ontkend, maar later toen hij met de camerabeelden werd geconfronteerd, met de beelden van zijn eigen beveiligingscamera’s in de winkel, gaf hij het toe.
Tegen de rechters: ‘Fout. Punt uit. Het had niet mogen gebeuren.’

De drie kinderen, inmiddels grote tieners en jong volwassen, eisen ruim 20.000 euro schadevergoeding.
Tom ziet daarin zijn gelijk: ‘Daar is het hen om te doen.’

Dit is kort gezegd de ene kant van het verhaal.
De andere kant is het verhaal van de twee dochters en de zoon van zijn ex.

Coby – de middelste – was 9 jaar toen ze in 2000 in Groningen kwam wonen.
Tom leek een leuke, nieuwe vriend voor moeder, een leuke nieuwe vader ook voor hen.
Heel lang duurde dat niet.
Het seksueel misbruik was al na een paar maanden begonnen en zou acht jaar voortduren.

Vier jaar geleden was ze naar de politie gestapt en had ze alles verteld.
Dat heette een informatief gesprek.
Haar moeder bleef bij hem, zodat Coby er alleen voor stond.
Dat trok ze niet en ze zette de aangifte niet door.

Toen ze vorig jaar 18 werd, deed ze alsnog aangifte.
Haar zus en broertje deden dat ook.

Coby van seksueel misbruik, broer en zus van stelselmatige mishandeling.
Ook de ex deed aangifte.
Ze was in al die jaren veel vaker dan die ene keer geslagen en geschopt.

De officier van justitie zegt dat het een verschrikkelijk strafdossier is met de meest vreselijke details.
Verkrachting en vernedering gaan er hand in hand.

De kinderen kregen vaak straf.
Dan werden ze geschopt, geslagen, geknepen, aan de haren getrokken de trap op, of aan de oren er af.
Zij kon strafvermindering verdienen in ruil voor seks.
Jarenlang – maand in, maand uit – was Coby bang dat ze zwanger zou raken.
Ook toen ze nog kind was.

In de rechtszaal spreekt ze de rechters toe.
Ze zegt: ‘Ik onderging het, om te overleven.’
Het gebeurde twee, drie keer in de week, soms vaker,
Op vakanties, tijdens ritjes met de auto, langs de kant van de weg.
Ze zegt dat ze nog steeds bang is, ook nu hij in de gevangenis zit.
Ze zegt ook dat het heel veel over haar gaat, dat dat niet helemaal eerlijk is, omdat hij ook het leven van haar broertje en zus kapot heeft gemaakt.

Ze zei het niet zoals het hier staat.
Ze sprak met hartverscheurende woorden.

Tom zegt zelfverzekerd: ‘Ik kan hier niets mee. Ik sta machteloos in dit verhaal. Zij zeggen het en ik kan mij niet verdedigen. Ik heb het niet gedaan en wat niet is gebeurd, is niet gebeurd.’

Volgens de officier van justitie is Tom een narcistische en dominante man die op alles een antwoord heeft en altijd een leidende rol wil hebben.
Tom knikt: ‘Dat laatste klopt wel. Dat is het ondernemerschap, dat zit in mij.’

Enigszins verbaasd is hij dat hij vanuit de gevangenis niet in de gelegenheid wordt gesteld zich bezig te houden met de boekhouding van zijn twee winkels.
Zegt: ‘Ik heb een complexe boekhouding, met 6, 12 en 21 procent btw. Dat kan ik eigenlijk alleen zelf doen. Nu wordt de financiële situatie steeds nijpender. Dit kan echt niet te lang meer duren.’

De officier van justitie: ‘Bekennen ligt niet in de rede van deze verdachte. Ik eis een gevangenisstraf van 6 jaar.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28 oktober 2013 – uitspraak
Tom is conform de eis van het Openbaar Ministerie veroordeeld: 6 jaar celstraf. Al hetgeen hem ten laste is gelegd acht de rechtbank bewezen.

de rechtbank heeft het vonnis niet gepubliceerd