slachtoffers

Anne en Shirley

‘Logge overheidsinstellingen
verdienen af en toe
een schop onder hun kont’

Op koninginnedag 1997 werd de 18-jarige sociologiestudente Anne de Ruijter de Wildt uit Groningen vermoord. Dat is dit weekeinde – zondag – twintig jaar geleden. Annes lichaam werd gevonden nabij het Noorderstation, als weggegooid langs het spoor. Een leven aan gruzelementen.

Het duurde precies drie jaar voordat forensisch onderzoekers het vuil dat onder de nagels van Anne was aangetroffen wisten te koppelen aan de dan 26-jarige Henk S. In het nagelvuil zat zijn DNA. De in Veendam geboren S. kon ook in verband worden gebracht met de moord op Annet van Reen, in 1994 in Utrecht. De chef van de Groninger recherche noemde de DNA-match en daarmee de arrestatie van Henk S. een toevalstreffer, een toeval dat de politie zo nodig heeft in oude misdrijven die zich maar moeilijk laten oplossen.

Toeval of niet, raak was het. In maart 2001 veroordeelde de rechtbank Henk S. tot acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. De rechter – de rechter die vandaag de dag Willem Holleeder ‘doet’ – noemde de Veendammer een ‘gevaar voor de algehele veiligheid’.

Drie jaar lang was de moordzaak van Anne – een moord heet nu eenmaal een zaak – volop in het nieuws. Bij de krantenartikelen stond vaak een foto van een jonge vrouw die, vlechtje in haar haar, zelfbewust en vrolijk in de camera kijkt, glas wijn in haar hand. Anne wilde leven voor een mooiere en betere aarde. Ze werkte als vrijwilligster bij de Wereldwinkel en draaide bardiensten in Vera.

Op Koninginnedag was ze met vrienden naar Amsterdam gegaan om op de vrijmarkt T-shirts te verkopen. Met de laatste trein keerde ze alleen terug naar Groningen. Vanaf het hoofdstation liep ze via het museum over het Zuiderdiep naar de Grote Markt en van daaruit richting noord. Henk S., een scharrelende binnenstadsjunk, kreeg haar in het vizier en liep haar achterna. Tot aan het Noorderstation. Daar pakte hij haar onverhoeds met de bedoeling, vertelde hij in de rechtszaal, haar te beroven. Er reden fietsers voorbij. Om te voorkomen dat Anne zou gaan gillen, drukte hij met zijn hand haar mond dicht. Toen de fietsers uit zicht waren, was Anne dood.

Drie jaar lang ook was de zaak van Anne een kwelling voor politie en justitie. Dat kwam vooral door advocaat Jaap de Ruijter de Wildt, Annes vader. Hij richtte het Comité Groningen Veilig op uit onvrede met de opstelling van het Openbaar Ministerie, toen een log, bureaucratisch en koppig orgaan dat niet was gediend van bemoeienis van buitenstaanders. ‘Logge overheidsinstellingen verdienen af en toe een schop onder hun kont,’ zei Jaap de Ruijter de Wildt in een interview met deze krant in Nieuwsblad van het Noorden.

In september 1998 verzamelde het comité in Groningen 37.000 handtekeningen die samen met een witte roos werden aangeboden aan Han Lammers, waarnemend burgemeester van Groningen. Het haalde weinig uit, maar achter de schermen maakten autoriteiten zich zorgen over het luide en aanhoudende burgerprotest uit Groningen. Ook landelijk. Justitieminister Korthals bemoeide zich persoonlijk met de ‘Groninger zaak’. De politie erkende later dat een luis in de pels – zoals terriër Jaap de Ruijter de Wildt werd gezien – niet genegeerd, maar gekoesterd moet worden. Dat was toen.

Het leven zit vol grillen. Want terwijl in Groningen de handtekeningen werden geteld, verkrachtte Henk S. in Nieuweschans een 72-jarige vrouw. Het leverde hem zeven jaar gevangenisstraf op. Hij weigerde biologisch materiaal (DNA) af te staan. Na tussenkomst van de rechtbank werd zijn DNA in april 1999 alsnog toegevoegd aan de DNA-databank. Het moest nog een jaar duren, toen op 1 mei 2000, de match met Anne (en Annet) werd gevonden. De toevalstreffer.

Even terug. Daags nadat Anne was gevonden, werd een paar honderd meter verderop, nabij hetzelfde spoor, het lichaam aangetroffen van Shirley Hereijgers, 19 jaar jong, straatprostituee. Gewurgd. In 2006 stond in zittingszaal 14 een man terecht die werd verdacht van deze moord: de dan 35-jarige Henk S. Op het lichaam van Shirley was een haar aangetroffen waarvan niet kon worden uitgesloten dat het een haar van Henk S. was. De rechters vonden het net iets te weinig. Vrijspraak.

Henk S. werd teruggebracht naar de tbs-kliniek om zijn gedwongen behandeling te vervolgen. Met weinig succes. Twee jaar geleden werd bekend dat Henk S. nog altijd ‘een gevaar voor de algehele veiligheid’ is. Het probleem: Henk S. is zo verslaafd aan drugs als een kwispelende hond in een slagerij. Ik vroeg aan zijn advocaat hoe dat nou kan. Zoiets. Hoe kan het dat iemand die al achttien jaar achter de tralies zit, van overheidswege opgeborgen, nog steeds verslaafd is? De advocaat keek mij enigszins meewarig aan en zei: ‘Rob, doe niet zo naïef.’

Woensdag moet de rechtbank in Groningen zich uitspreken over hoe het nu verder moet met de inmiddels 46-jarige Henk S. Sinds oktober 2014 ‘woont’ hij weer in Groningen, van overheidswege in de Van Mesdagkliniek. De verwachting is dat de rechtbank het verzoek van het Openbaar Ministerie om de tbs-status van Henk S. te verlengen zal inwilligen.

Behandelaars hebben het opgegeven. Zijn begeleidster verklaarde vorige week in zittingszaal 14 dat er sprake is van passief en agressief gedrag. Van stemmingmakerij. Hij zit veel in ‘eenzame opsluiting’, de laatste keer vijf weken achtereen. Er ligt een verzoek om S. te promoveren naar de long stay, het kolenhok van het strafrechtsysteem.

Je kunt daar nog ademen, bloemschikken, touwtje-knopen, recalcitrant zijn, net zo lang tot je erbij neervalt. Recent is S. overgeplaatst naar afdeling De Lauwers. De allerstrengste afdeling? Het is de afdeling die volgens de advocaat van S. de coffeeshop van de Van Mesdag wordt genoemd. Henk S. gebruikt dagelijks cannabis.

Is het niet een goed idee – zo langzamerhand – dat de dr. S. van Mesdagkliniek nu gewoon eens toegeeft dat binnen de kliniek volop drugs verkrijgbaar zijn? En dat dat toch ook vooral beleid is? Al was het maar om praktische redenen? Toch directeur? Voorzitter? Raad van Toezicht?

Ik ben deze week nog even naar het Noorderstation gefietst, naar station Groningen Noord. Voor de zekerheid. Om te zien of ze er nog zijn. En ja, gelukkig, ze hangen er nog, ongehavend aan de betonnen pilaren onder het viaduct, de door Hans van Bentem gemaakte kunstwerken, kleurige panelen, gemaakt van scherven.

Het zijn vrolijke werken.
Tegen geweld.
De kunstenaar maakte ze voor Anne.
En vast ook een beetje voor Shirley.

Rob Zijlstra

> interview Jaap de Ruijter de Wildt [nvhn, 2 oktober 2001 – pdf]
> de moord op Anne de Ruijter de Wildt [nvhn, 18 januari 2001 – pdf]
over de kunstwerken van Hans van Bentem [nvhn, 22 november 2000 – pdf]

 

update – 2 mei 2017 – reactie Van Mesdag
De Van Mesdagkliniek heeft een verklaring gepubliceerd de website van de instelling. Daarin wordt erkend dat in de kliniek drugs (en drank) verkrijgbaar zijn, maar dat dat geen beleid is. Integendeel. Er bestaan allerlei maatregelen die de aanwezigheid van contrabande moeten tegengaan. Maar honderd procent drugsvrij is een illusie. Patiënten en bezoekers zijn namelijk nogal inventief, zo staat in de verklaring. > de verklaring

update – 3 mei 2017 – uitspraak
De tbs-maatregel is, zoals werd gevorderd, geadviseerd en verwacht,  met twee jaar verlengd. Voor het hoe en waarom, zie hieronder [klik op afbeelding].

De ratsmodee

Er zijn te weinig strafrechters
in Groningen (in Noord-Nederland)
om recht te spreken.

Zou de rechtbank in Groningen een winkelstraat zijn, dan zou die straat zich kenmerken door lelijke leegstand. Of een school. Zou de rechtbank in Groningen een school zijn, dan zouden ouders (en/of verzorgers) steen en been klagen vanwege de grote uitval van lesuren. De inspectie zou rapporteren dat er meer lessen niet doorgaan dan er worden gegeven.

De rechtbanken in Groningen, in Assen, in Leeuwarden – samen de rechtbank Noord-Nederland – zijn geen winkelstraten met dichtgetimmerde winkelpanden, geen scholen met lerarentekorten, maar instituten waar geschillen worden geslecht en waar wordt gezocht naar de waarheid (een waarheid). En dat allemaal om de boel om ons heen een beetje soepeltjes te laten verlopen. Functioneert de rechtspraak niet, dan gaat de samenleving naar de ratsmodee.

Onheilspellend begin, Zijlstra.
Gaat het niet goed dan?
Niet helemaal.

Er zijn te weinig strafrechters in Groningen (in Noord-Nederland) om recht te spreken. De boel loopt nog niet in het honderd, maar het kraakt hier en daar duchtig. Op de rechtbank noemen ze het een gebrek aan zittingscapaciteit. Dat suggereert dat er te weinig zittingszalen zijn, waar dan niemand iets aan kan doen. Maar dat is niet zo. Er is ruimte zat. Het zit ’m in de mensen.

Probleem van nu is ook dat als er iets bijzonders aan de hand is, iets dat afwijkt, dan wreekt zich dat direct. Zo wordt het reguliere misdaadwerk in de rechtbank van Groningen al weken gegijzeld door een grote strafzaak. Die zaak gaat over vieze olie en valse transporten tussen Farmsum (Delfzijl), Lelystad, Roosendaal en Duitsland. De vermeende strafbare feiten zouden zijn gepleegd tussen 2006 en 2010.

Het onderzoek duurde jaren en kostte naar verluidt miljoenen euro’s. In zittingszaal 14 is speciaal een grote kast geplaatst om alle dossiers te kunnen bergen. Tegen de twee verdachte directeuren zijn boetes en werkstraffen geëist. Een van de betrokken bedrijven, North Refinery, is al jaren failliet. Het strafproces
begon begin maart, afgelopen week zijn (voorlopig) de laatste woorden gesproken. De uitspraak is over een paar maanden. Daarna volgt hoger beroep, vast ergens in 2020.

Los van direct betrokkenen is niemand in deze voor buitenstaanders onnavolgbare kwestie geïnteresseerd. Uiteraard moet in zo’n zaak recht worden gesproken, kennelijk ook als dat ten koste gaat van het gewone strafwerk. En dan moeten de rechters die er wel zijn zich ook nog eens bezighouden met strafzaken in de kleinste categorie.

Zo was er afgelopen week een man die een andere man had geslagen, zoals mannen dat al honderden jaren doen en dat (heb ik gehoord) de komende eeuwen ook blijven doen. Er was een zaak die draaide om openlijk geweld op de skatebaan. Een mishandeling (klap met vlakke hand) in een scheidingsprocedure nadat hij de hond had uitgelaten en twaalf flessen bier had gedronken. Er was wederspannigheid, een bedreiging, een eenvoudige belediging van een ambtenaar, de gebruikelijke diefstallen (croissantjes, Groninger metworst, kleding).

En de 65-jarige mevrouw L. moest komen opdraven.

Mevrouw L. wordt beschuldigd van vernieling. Wat ze heeft gedaan? Zij heeft Guusje laten castreren en dat had ze niet mogen doen want Guusje is niet van haar. De castratie is daarmee wederrechtelijk. Het baasje van Guusje had aangifte gedaan en toen moest mevrouw L. op het politiebureau komen. Er werd proces-verbaal opgemaakt en mevrouw L. werd aangemerkt als verdachte van het vernielen van de kater. Zo zeggen juristen dat. Volgens de officier van justitie trof de eigenaresse haar kat in een andere staat aan dan ‘ie die ochtend de deur was uitgegaan. Met ballen weg, zonder ballen terug.

De eigenaresse van Guusje zit als slachtoffer achterin de rechtszaal, mevrouw L. in de verdachtenbank, voorin. De eigenaresse kijkt triomfantelijk nu het er naar uitziet dat er eindelijk recht wordt gedaan. Mevrouw L. moet af en toe huilen want ze vindt het verschrikkelijk dat ze voor de rechter moet verschijnen.

Mevrouw L. zegt dat ze te goeder trouw heeft gehandeld. Dat haar motieven zuiver waren. Bona fide. Niet Mala fide zoals de verdenking luidt. Ze dacht dat Guusje een zwerfkat was. In 2015 had ze Guusje als eens verzorgd. Ze had het beestje toen gevonden met een grote wond boven op de kop. Ze had de wond schoongemaakt en magere Guusje wat te eten gegeven. Guusje was daarna blijven komen. Ze gaf hem vaker te eten en ook een keer een wormenkuur want dat moet af en toe bij een kat.

In de buurt had ze navraag gedaan, maar niemand wist van wie Guusje was. Ze belde de dierenambulance. Of er een kater in de buurt werd vermist? Niet. Na een tijdje had ze een bandje met een kokertje om de nek van de kat gedaan met in dat kokertje een briefje. Of de eventuele eigenaar contact zou willen opnemen. Niet lang daarna was het kokertje verdwenen, maar een eigenaar meldde zich niet. Toen na twee maanden guur weer de winter aankondigde, besloot mevrouw L. Guusje in huis te nemen.

Om geplas en katergestink tegen te gaan nam ze Guusje mee naar de dierenarts voor een ‘je-weet-wel-ingreepje’. Iedereen blij. Zou je denken.

Maar de buurt was helemaal niet blij. Buurtgenoten kalkten op de muur van het schuurtje van mevrouw L. dat ze een kattenmoordenaar is en dat ze tbs moet krijgen. Of een rolstoel. Er volgden bedreigingen en pogingen om haar omver te rijden met een auto. In het dossier staat dat de buurtagent heeft bevestigd dat tegen mevrouw L. een hetze wordt gevoerd. Er zijn camera’s opgehangen en burgemeester Peter den Oudsten is ingeschakeld om te bemiddelen. Recent was er een kort geding waarbij een aantal buurbewoners een contactverbod kreeg opgelegd.

De ondervraging van mevrouw L. door de politierechter duurt een half uur lang. Daarna doet de officier van justitie haar verhaal. Zij wikt en weegt en zegt uiteindelijk dat ze mevrouw L. het voordeel van de twijfel geeft. De eis: vrijspraak. De politierechter is zonder twijfel. Zij zegt tegen mevrouw L.: ,,U heeft te goeder trouw gehandeld en ik zie geen enkele reden u te veroordelen.’’

De rechter merkt nog op dat ze hoopt dat de situatie in haar woonomgeving nu snel zal verbeteren. De eigenaresse van Guusje haast zich de rechtszaal uit, terug naar de buurt waar de pesterijen nog niet voorbij zijn.

Aan eigenrechters was nog nooit een gebrek.

Rob Zijlstra

Is dit wel waar?

Hij beschouwde haar
als zijn seksslavin
die moest doen
wat hij wilde
schermafbeelding-2016-11-23-om-14-37-36

tweet

De zaak was al bijzonder omdat het over buitenissig veel geld gaat. En omdat het verhaal achter dat geld, welgeteld 1.581.868 euro, nog veel gekker moet zijn, is dit een bizar verhaal.

Het gaat over Ivan en over Darina, vijftien jaar geleden een jonge vrouw uit het Bulgaarse Sliven. Ivan – inmiddels 44 jaar oud – was daar ooit varkensboer. Hij werd in oktober 2009 door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij Darina jarenlang zou hebben uitgebuit. Hij beschouwde haar als zijn seksslavin die moest doen wat hij wilde: zo veel mogelijk geld verdienen.

Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM, misdaad mag niet lonen) deed uitvoerig onderzoek naar de verdiensten van de vrouw. De uitkomst is akelig: zij zou ruim 1,5 miljoen euro hebben verdiend met het hebben van seks met mannen in de rosse buurt van Groningen.

Mocht dit kloppen, dan even voor het idee: een intiem samenzijn met Darina kostte mischien wel 50 euro per keer.
Als dat zo is, dan had deze jonge vrouw in acht jaar tijd dagelijks, zeven dagen per week, seks met tien mannen.
Als andere cijfers ook kloppen, dan moet half mannelijk Groningen haar kennen.

Groninger agenten die belast zijn met het tegengaan van mensenhandel kenden haar in ieder geval. Op hun rondgangen door de buurt was het hen wel opgevallen dat Darina vaak en lang werkte. Ze maakten wel eens een praatje met haar en uit niets wat ze dan zei kon worden opgemaakt dat ze een slachtoffer was. Maar eind 2008 meldde ze zich op het politiebureau. Ze vertelde dat ze werd uitgebuit.

De politie, aanvankelijk verbaasd want nooit iets gemerkt, begon een onderzoek (onderzoek Kolibrie) en schreef 200 pagina’s vol leed. Dat er dagen waren dat ze twintig uur werkte, dat ze wachtend op klanten altijd moest staan. Dat ze ook moest werken wanneer ze ongesteld was. Pistool op haar hoofd. Een paar keer kreeg ze een cadeautje van haar varkensboer: een keer grotere borsten, een keertje volle lippen.

Ivan streek al het geld op dat zij kreeg en hield er in Bulgarije in een grote villa een luxe leven op na met protserige auto’s en horloges. Op een deel van Ivan’s bezittingen is beslag gelegd.

In oktober 2009 werd Ivan niet alleen tot vier jaar cel veroordeeld, maar ook tot het betalen van 20.000 euro smartengeld aan Darina.
Daarnaast was gevraagd de verdiensten (1.581.868 euro) af te pakken: na aftrek van wat kosten zou Ivan – aldus BOOM – 1.441.370 euro moeten inleveren.
De rechtbank wees dit af: te ingewikkeld voor een strafzaak.
Het Openbaar Ministerie was het daar niet mee eens en begon in juni 2011 een procedure bij het gerechtshof.

En kijk, ruim vijf jaar later, donderdagmiddag om drie uur – zeven jaar na de aanhouding van Ivan en vijftien jaar nadat de jonge vrouw voor het eerst als seksslavin achter te ramen in Groningen werd gezet – is er een nieuwe rechtszaak waarin het Openbaar Minsterie die 1.441.370 euro opeist.

Misdaad kan heel lang lonen.

Rob Zijlstra

update 22december 2016 – beslissing
Ivan moet betalen. Hij krijgt 10 procent korting omdat de redelijke termijnen om zoiets af te handelen volgens de rechtbank met 15 maanden zijn overschreden. Resteert: 1.148.595 euro en 19 eurocent.

Duistere zaken

De Guinee-mannen
namen genoegen

met dit bedrag en lieten
de wietknippers na
vier bange dagen vrij

Rechtszaken geven inkijkjes in de wereld waar het daglicht spaarzaam is, waar de bewoners fluisteren en waar buitenstaanders niet welkom zijn. In rechtszalen worden soms dingen gezegd, woorden gesproken, die licht laten schijnen in die donkere duisternis. En dan zie je, voor heel even, ineens iets meer.

Zo zag ik ineens dat er verbanden zijn tussen een schrikbarende gebeurtenis, een aanslag op een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden, een brand in een woning van een man uit Sierra Leone en een wc-eend-onderzoek.

Ik zet het op een rijtje.

In augustus 2013 werden in een woning in stadswijk Paddepoel in Groningen vier mannen gegijzeld. De ongelukkigen kwamen uit Vietnam en waren vanuit Duitsland naar Nederland gekomen om hier in het geniep wiet te knippen in hennepkwekerijen. Dat is werk dat – net als bollen pellen – gedaan moet worden en waar mannen uit Vietnam misschien wel goed in zijn.

Toen ze klaar waren met knippen en met het verdiende loon huiswaarts wilden keren, werden ze tegengehouden, opgesloten en vastgebonden door Fransmannen uit Guinee. Ze kregen – handen vastgebonden op de rug – geen eten, maar harde klappen in het gezicht en stroomstootwapens tegen zich aangedrukt. Ook werd gedreigd oren af te knippen. Dat doet hartstikke zeer.

De bedoeling van deze heisa was dat de Fransmannen uit Guinee geld wilden van de Vietnamezen. Ze wilden 20.000 euro in ruil voor hun vrijlating. De Vietnamezen kregen een telefoon en belden in doodsangst familieleden die er met veel moeite in slaagden 5.000 euro bijeen te brengen. De overdracht van het geld had plaats op het hoofdstation. De Guinee-mannen namen genoegen met dit bedrag en lieten de wietknippers na vier bange dagen vrij.

Vijf maanden later werd aan het Hoendiep in Groningen, ’s morgens in alle vroegte, een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden neergeschoten. De politie onderzocht de zaak en kwam al heel snel met een ongebruikelijke mededeling: het betrof een liquidatie, een mislukte weliswaar, maar toch. Het slachtoffer was, zo meldde de politie, een man uit Sierra Leone en geen willekeurige passant. Door dit te melden wilde de politie, zei de politie, onrust in de stad voorkomen. De krantenbezorger werd opgenomen in het ziekenhuis, de kogels waren in zijn benen geschoten.

Dat de politie dit zo snel wist kwam omdat de man de doodzonde van de duistere wereld had begaan: hij zou met de politie hebben gepraat over hennepkwekerijen, knippende Vietnamezen en over Franse mannen uit Guinee.

Er vloog ook
een geldkistje
door de lucht

Een kleine maand na de aanslag aan het Hoendiep brak er brand uit in een woning aan de Kleine Haddingestraat in de Groninger binnenstad. Het vermoeden: aangestoken. De brandweer probeerde te redden wat er te redden viel en gooide het huisraad naar buiten. Er vloog ook een geldkistje door de lucht. Agenten zagen dat en namen het kistje mee naar het bureau, want geldkistjes laat je niet achter op straat.

De bewoner van de deels uitgebrande woning is de 36-jarige Kabala. Ook hij is bezorger van de krant. Op het moment van de brand bracht hij ons rond. Bij thuiskomst was de paniek groot. Niet alleen over het geldkistje, maar vooral over een plastic tas waarin 20.000 euro had gezeten. Of 30.000 euro, duidelijkheid daarover is vaag. Kabala zelf denkt dat de politie het geld heeft gestolen. Hij heeft aangifte gedaan.

Tijdens het onderzoek in verband met de brandstichting ontdekt de politie dat zij Kabala eerder hebben ontmoet. Kabala komt als een getuige voor in het onderzoek van zijn neergeschoten collega. Agenten vinden die link zo verdacht dat ze wel eens willen weten wat er in dat geldkistje zit. In mei 2014 – drie maanden na de brand – maken agenten het kistje open. Er zit 15.170 euro in.

Voor de politie is dat de prijs van één medezeggenschapsvergadering, voor een krantenbezorger daarentegen is het verdacht veel geld. Krantenbezorgers die banden hebben met mannen die in verband worden gebracht met schieten en geld bewaren in kistjes en tassen zouden wel eens tot de wereld van de misdaad kunnen behoren.

Zo kwam het dat Kabala deze week in zittingszaal 14 zat. Niet als drugsboef of geweldenaar, maar als verdachte van witwassen: van 30.000 euro die hij zegt te hebben gehad en wat weg is en van 15.170 euro uit het kistje.

Dit verhaal krijgt niet een mooi afgerond of overzichtelijk einde want dat is er niet.
De twee Fransmannen uit Guinee zijn vorig jaar veroordeeld tot elk 5 jaar gevangenisstraf wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Volgende week dienen hun zaken in hoger beroep bij het hof in Leeuwarden.
Het onderzoek naar hun rol bij de mislukte liquidatie van de krantenbezorger leverde te weinig op voor een strafzaak.
Die kwestie staat nog te boek als niet opgehelderd.
Evenals het slachtoffer trouwens.
Na het ontslag uit het ziekenhuis verdween hij zonder sporen.

En Kabala? Hij kwam deze week in de rechtszaal met een verklaring. Het geld uit het kistje was geld dat hij had geleend voor een aanstaande operatie vanwege zijn ziekte waar hij niet veel over kwijt wil. De operatie moet mogelijk plaatshebben in de Verenigde Staten wat veel geld kost. Dat Kabala dit nu pas verklaart is omdat hij nieuwe geldleenovereenkomsten kan tonen. Eerder niet. De originelen waren bij de brand verloren gegaan.

De officier van justitie denkt diep na en misschien wel er het zijne van na en zegt dan dat hij Kabala niet langer als een verdachte kan beschouwen nu er plots een aannemelijke verklaring is over de herkomst van het geld. En omdat het onderzoek van de politie volgens hem ook niet uitblinkt in duidelijkheid moet het maar klaar zijn.
Tegen de rechters: ‘Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken. Het geld uit het kistje kan wat mij betreft aan verdachte worden teruggegeven.’

Rest die 20.000 euro. Of 30.000. Heeft de politie dit geld gestolen?
Nee.
Hoewel?
Het is inmiddels bekend dat de integriteit bij de politie niet meer een vanzelfsprekendheid is. Er is een intern onderzoek geweest waarin agenten zichzelf hebben verhoord.
Het onderzoek heeft naar verluidt niets opgeleverd, opdat agenten zichzelf ook niet hebben hoeven arresteren.

De rechters vragen aan Kabala of hij de eis tot vrijspraak zoals de officier van justitie voorstelt, begrijpt.
Hij zegt: ‘Nee, maar ik hoop dat de waarheid op tafel komt.’

Rob Zijlstra

aanvulling

onrechtmatig

Advocaat Mathieu van Linde is het eens met de officier van justitie ten aanzien van de strafeis. Hij is het niet eens met de motivering. Van Linde meent dat Kabala op andere gronden moet worden vrijgesproken.

De politie had geen enkele reden om in het geldkistje te kijken. Op het moment ze dat deden werd Kabala van niets verdacht, aldus Van Linde. De verdenking van witwassen ontstond pas nadat he kistje was geopend.

Het openmaken was niet rechtmatig. Ze hadden het kistje zonder gedoe aan de eigenaar terug moeten geven. Het openbreken was onrechtmatig en dan is ook het aangetroffen bewijs – het geld – onrechtmatig verkregen. Consequentie van deze onrechtmatigheden: het bewijs moet worden uitgesloten. En dan blijft er niets over wat moet leiden vrijspraak.

update – 17 november 2016 – uitspraak
Zoals viel te verwachten is Kabala vrijgesproken. De vraag was: op welke grond. De rechtbank kiest voor de redenering van advocaat Mathieu van Linde: het openbreken van het kistje was onrechtmatig. Sterker: de hele inbeslagname van het kistje is vaag en onduidelijk. Kortom: de politie heeft beroerd werk verricht. Gevolg: een vrijspraak.

2 fragmenten uit het vonnis:

kistje-1

kistje-2

.

Catastrofale mannen

Twee jaar lang hoopte ze ’s avonds
huilend in bed op betere tijden, maar
haar vader bleef een gruwzaam man

schermafbeelding-2016-10-14-om-10-52-54Grote woorden verdienen het om spaarzaam te worden gebruikt.
Je kunt niet iedere misstand een drama, niet elk ongemak een ramp noemen, want dan sta je bij ware malheur met de mond vol tanden.

Het is dus niet zo dat het Noorden van Nederland op 13 november 2014 is ontsnapt aan een catastrofale explosie met gevolgen voor mens en omgeving.
Dat is te zwaar aangezet, het is te groots uitgedrukt.
Toch werd het deze week gezegd in de rechtszaal en moest de 44-jarige Pascal een beetje huilen. Want stel dat de Eemscentrale wel was ontploft door zijn schuld.
Wat dan?

Daar moet hij steeds aan denken, aan wat er misschien had kunnen gebeuren, dat er doden hadden kunnen vallen, eventueel, en hoe stom hij was geweest.
Sowieso.
Pascal moet af en toe even naar adem happen.
Dan weer veegt hij met de palmen tranen uit het gezicht.

Eerst dachten ze dat hij zo’n radicale milieuactivist was.
Op het politiebureau hadden ze dat aan hem gevraagd.
Ben jij dat?
Hij had nee gezegd, hij had geantwoord: ‘Ik ben steigerbouwer.’
Waarom had hij het dan gedaan, dat wil iedereen weten.
Pascal doet zijn best.

Het was razend druk op het werk, het ging maar door, want de klus moest af.
Het was zo druk dat hij geen vrije dag kon krijgen.
Daar had hij wel om gevraagd.
De oma van zijn vriendin was overleden.
Hij wilde graag bij de begrafenis zijn, maar dan moest hij dus vrij en zijn chef, een Duitser aan wie hij toch al een hekel had, gaf geen toestemming.
Het was frustratie.
En een vlaag van verstandsverbijstering.
‘Misschien was het een combi.’

Dat laatste willen de rechters niet zomaar geloven omdat er twee momenten waren geweest dat hij het had gedaan.
De eerste keer om 10.18 uur, de tweede keer om 13.39 uur.
Dan moeten dat twee opeenvolgende vlagen van verstandsverbijstering zijn geweest, wat een beetje apart is, menen de rechters.
Pascal knikt, haalt diep adem en zegt dat hij het ook niet meer weet.
En dat hij ontzettend veel spijt heeft.

Pascal had een hendel omgezet.
Omhoog gehaald.
Twee keer.

In de tenlastelegging staat dat hij ‘opzettelijk een ten opzichte van een elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld…’
Juristen snappen dat zelf ook maar nauwelijks, maar praten nu eenmaal zo.
Het komt erop neer dat Pascal de beveiliging van een hulpkoelsysteem uitschakelde en dat dat bloedlink was.
Ergens in de centrale zou iets cruciaals extreem oververhit kunnen raken.
Een explosie zoals Groningen die nog nooit had beleefd was dan niet uit te sluiten.
Omdat het een hulpkoelsysteem – een back-up – betrof moest het wel heel gek lopen zou dat ook echt gebeuren.
Maar toch.
Ongelukken schuilen in kleine hoeken.

Even na vier uur zei iemand in de centrale, ‘verrek, krijg het nou, de druk in het back-upkoelsysteem van eenheid 3 is gezakt tot onder de 1 bar’.
De medewerker drukte op de rode knop en razendsnel werd een crisisteam geformeerd en werd de halve Eemshaven afgezet.
Verder gebeurde er niets.

Pascal zucht.
De officier van justitie ook, evenals de advocaat.
Er verstrijken jaren zonder dat er ook maar een jurist in Nederland zich verdiept in artikel 161bis van het Wetboek van strafrecht.
Daarin staat dat wat Pascal heeft gedaan niet mag.
De advocaat merkt op dat zijn cliënt al zwaar genoeg is gestraft.
‘Hij is ontslagen en hij heeft het prachtige Groningen verlaten en verruild voor het saaie Waddinxveen. Genoeg, dunkt me.’
Ook merkt de raadsman op dat er geen catastrofe in de lucht heeft gehangen, maar dat er even sprake is geweest van een verminderde staat van veiligheid.
‘Ach.’

Rechters vragen aan Pascal of hij zich op die dag om 10.18 en 13.39 uur bewust was van de gevaren.
Pascal: ‘Ik heb daar op dat moment niet bij stilgestaan.’
De officier van justitie eist een taakstraf van 120 uur.

Maar dan Fred.
Fred is een ander verhaal.
Fred, 46 jaar, bloemenverkoper, is wereldwijd een catastrofe voor de mensheid.
Kleiner kan ik het – op basis van de rechtszaak waar Fred als tragisch figuur de hoofdrol speelde – niet maken.
Een collega van de perskamer noemde hem de smerigste hufter.
‘Geef mij een kwartiertje met hem alleen’, zei ze.

Fred heeft gedurende een jaar zijn jongste dochter misbruikt.
Hij had daar een reden voor: hij zat in een faillissement.
Daardoor had hij het dus ontzettend zwaar want veel stress en toen ging zijn vrouw ook nog vreemd met zijn beste vriend.
‘Het was een fase in mijn leven dat ik erg instabiel was.’

Fred zegt dat het natuurlijk geen excuus is.
Maar ja.
‘Een man met stress doet nu eenmaal rare dingen.’
Hij zegt ook dat hij natuurlijk spijt heeft.
En de rechters moeten niet denken dat het de schuld is van zijn dochter of zo.
Dat is niet zo.
Het is zijn schuld.
‘Ik heb een fout gemaakt. Ik ben verantwoordelijk.’

Hij vertelt dat zijn dochter een pittige dame was, niet gemakkelijk in de opvoeding.
Het was een keer begonnen met knuffelen.
En zo was het doorgegaan.
Zoenen op de mond. Hij met zijn tong.
Soms ging hij trimmen in het bos en dan mocht zij mee (‘nee, ik moest mee’).
Een keer wilde zijn dochter, toen 16 jaar, uit met vriendinnen.
Hij had gevraagd: wat heb je daarvoor over?
Hij was toen in dat bos met zijn vingers in haar vagina gegaan.
Tegen de rechters: ‘Heel spontaan.’

In 2013 vertelde ze alles aan haar moeder.
Ze wilde geen aangifte doen.
Twee jaar lang hoopte ze ’s avonds huilend in bed op betere tijden, maar haar vader bleef een gruwzaam man.
Een jaar geleden deed ze alsnog aangifte.

De rechters vragen: ‘Was u daar boos over, over die aangifte?’
Hij: ‘Nee. Maar ik was wel verontwaardigd.’
De officier van justitie citeert uit een verklaring van de dochter: ‘Op de dag dat ik aangifte deed, zei hij tegen mij: ‘dit is de dag dat ik je heb begraven’.

Fred vindt niet dat hij hulp nodig heeft.
‘Ik heb veel vrienden die psychiater zijn. Ik heb al met hen gepraat.’
De officier van justitie: ‘Het bewijs is easy. Hij bekent de beschuldigingen. Ik eis een half jaar celstraf, de helft voorwaardelijk.’

Ook Fred heeft het Noorden verlaten.
Hij verkoopt nu de meest vrolijk gekleurde bloemen in Amsterdam.
Alsof er niets is gebeurd.

Rob Zijlstra

 

update – uitspraak – 21 oktober 2016 
Pascal is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur. Conform dus. De rechtbank volgt in de veroordeling het  Openbaar Ministerie. Dat ziet er dan als volgt uit (fragment vonnis):

schermafbeelding-2016-10-21-om-16-10-50

Net andersom

Er zijn getuigen,
maar hun verklaringen brengen
– zoals zo vaak bij getuigen –
meer verwarring dan duidelijkheid

 

Schermafbeelding 2016-01-21 om 23.08.44Twee tegenstrijdige verhalen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn.
Dit blijft ook waar wanneer het om twee verhalen gaat die beide geloofwaardig zijn.
Gedegen politieonderzoek kan in zo’n geval uitkomst bieden, maar uitgerekend in deze kwestie heeft de politie zitten klooien.
De rechters drukten zich ietwat beleefder uit.
Die zeiden: ‘Het is jammer dat het dossier op cruciale punten hiaten bevat.’

Jan (32) uit Stadskanaal is de verdachte.
Het slachtoffer is Dirk (54) uit Wildervank.

Jan draait er niet omheen.
Zijn analyse: ‘Het is gruwelijk geëscaleerd. We zijn te ver doorgezakt.’
Hij was ’s middags met de bus naar Wildervank gegaan, voor een bezoek aan Dirk die hij wel kent.
’s Middags hadden ze bier en berenburg gehaald en haringen om te eten.

Ze zaten aan tafel in de voorkamer.
Eerst was het een gezellige boel, Jan had nog staan dansen.
Maar toen de drank de baas werd, veranderde de sfeer.
Dirk, zegt Jan, begon met die fles berenburg op de tafel te slaan.
Op die tafel lag niet alleen een mes (in verband met de haringen), maar ook de mobiele telefoon van Jan.
‘Ik zei nog, pas nou op, maar het was al te laat. Het glas spatte in mijn gezicht.’

De vrolijkheid is dan verdwenen.
Jan vindt dat Dirk een nieuwe telefoon moet betalen.
Of iets moet regelen met de verzekering.
Maar Dirk, zegt Jan, wilde daar niets van weten.
Volgens hem was het glas van de telefoon al stuk.
‘Er ontstond een welles-nietes-spelletje. Het viel me op dat Dirk heel heftig reageerde.’

Rechters: ‘En toen?’

Dirk, vervolgt Jan, ging even naar de wc.
‘Maar hij bleef lang weg, dus ging ik even kijken. Bleek dat hij op straat was. Ik liep hem achterna, maar viel toen op het stoepje, ik gleed uit. Samen zijn we toen naar binnen gekropen. Toen gingen we weer drinken en begon ik dus weer over die telefoon. Ik wilde dat nog even oplossen, want ik moest de bus halen naar Stadskanaal. Er ontstond duw- en trekwerk. Ik heb toen de tafel tegen hem aangeduwd. Ik wilde niet vechten. Maar ineens, tjakka. Ineens stak hij mij met een mes. Ik raakte in paniek. Ik dacht, halve gek, ik ga morsdood, hiero.’

Jan werd geraakt in de borst en in de linkerbovenarm en begon te slaan en te schoppen.
‘Om me te verdedigen. Het was een reactie uit angst.’
Toen Dirk na een tijdje niet meer bewoog, belde Jan 112.
Hij zegt: ‘Ik schrok, dacht, oei, dit komt niet goed.’

Als de politie arriveert, zit Dirk versuft op de grond, terwijl het witte T-shirt van Jan rood is gekleurd van het bloed.
Beiden worden met spoed overgebracht naar het ziekenhuis in Groningen.
De steekwond valt bij nader inzien mee.
Dirk is er daarentegen niet best aan toe.
Hij belandt op de intensive care met onder anderen breuken in het gezicht, een gebroken nekwervel en negen gebroken ribben.
Er ontstaan complicaties.
Artsen vrezen even voor Dirks leven.

Tja, zegt Jan, ik heb dit ook niet gewild.
Tja, zegt ook de officier van justitie met zijn strafdossier vol hiaten.
Hij zegt: ‘Er is iets gebeurd, de vraag is in welke volgorde.’
Hij heeft al een keuze gemaakt: ‘Ik ga ervan uit dat Dirk Jan heeft gestoken en dat Jan vervolgens in een hevige gemoedstoestand Dirk heeft geslagen en geschopt. Ik vind dat er sprake is van noodweerexces. Zelfverdediging in paniek. Jan heeft zich wel schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, maar ik vind dat we hem daarvoor geen straf moeten opleggen.’

De advocaat van Jan is het daar roerend mee eens.
Jan verlaat – misschien wel een beetje ontgoocheld – de rechtszaal.

Maar dan, de volgende zaak.
Daarin is Dirk de verdachte en Jan het slachtoffer.
Dezelfde rechters: ‘Wat is er gebeurd?’
Tja, zegt Dirk.
‘We zaten gezellig te drinken en dat is toen uit de hand gelopen. Ik ben blij dat ik hier zit, want ik had net zo goed dood kunnen wezen.’

Rechter: ‘Vertel.’

Dirk: ‘Jan zei dat ik zijn telefoon kapot had gemaakt, maar dat is niet zo. Die telefoon was al kapot. We kregen woorden. Ineens sloeg hij mij van mijn stoel. En toen begon hij ook te schoppen. Ik ben naar buiten gevlucht, ik wilde naar mijn overbuurman. Maar Jan kwam achter me aan en sleepte me de woning weer in. Hij begon weer te slaan. Ik raakte bewusteloos. Toen ik bijkwam, waren er allemaal politieagenten.’

Dirk ontkent dat hij heeft gestoken met een mes.
‘Jan had een mes en maakte daarmee stekende bewegingen. Ik heb me afgeweerd.’
Dirk stroopt de mouwen op en laat de littekens op de onderarmen aan de rechters zien.
Die kijken met ernstige ogen en zeggen: ‘Jammer dat de politie hier niets over heeft opgenomen in het dossier.’
De messen waarmee gestoken zou kunnen zijn – er worden twee gevonden – zijn niet onderzocht.

Er zijn getuigen, maar hun verklaringen brengen – zoals zo vaak bij getuigen – meer verwarring dan duidelijkheid.
Om half tien zou het al vreselijk uit de hand zijn gelopen, terwijl pas om half elf het alarmnummer 112 werd gebeld.
De advocaat van Dirk zegt dat niet uitgesloten kan worden dat Jan zichzelf heeft verwond.
Het was een heel raar wondje, het was ook meer een snijwond dan een steekwond, met wel heel veel bloed.
Maar dat is niet raar, weet de advocaat die zich bij het scheren eens in de oorlel sneed. De rechters willen niet weten hoeveel bloed dat geeft.
‘Niet te stelpen.’

Tja, zeggen de rechters.
Ze zeggen dat ze in de vorige strafzaak een verhaal hebben aangehoord dat best heel aannemelijk klonk.
Tegen Dirk zeggen ze: ‘Maar uw verhaal past ook wel.’

Jan liegt.
Of Dirk doet dat.
De aanklager is zonder twijfel.
Hij heeft tijdens de zitting van Jan de knoop al doorgehakt.
Als Jan het slachtoffer mag zijn, moet Dirk de dader wel wezen.
Om beide vechtersbazen weg te laten komen met noodweer zou wel heel raar zijn en kan ook helemaal niet.
Dus Dirk hangt.
Hij is schuldig aan een poging tot doodslag en is – anders dan Jan – ook een strafbare dader.
De eis: achttien maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk.
Dat is een jaar.

Zo zit het dus.
Of net andersom.

Rob Zijlstra

update – 1 februari 2016 – uitspraken
Een lastige zaak zegt de rechtbank. Zo lastig dat ‘we er niet uitkomen’. De rechter: ‘Er liggen twee aannemelijke verklaringen die evenwel niet tegelijkertijd waar kunnen zijn. Voor beide verklaringen is bewijs en in beide zaken geldt dat dat bewijs niet kan worden weerlegt. Omdat naar een aantal cruciale zaken geen onderzoek is gedaan, blijft de waarheid in het midden liggen.’
Om toch tot een oplossing te komen besluit de rechtbank uit de te gaan voor het meest gunstige scenario voor beide verdachten.
Dirk wordt vrijgesproken.
Jan wordt ontslagen van alle rechtsvervolging

Kind van de rekening

Hij vraagt aan de rechters
of die wel eens dronken zijn?

Schermafbeelding 2015-12-10 om 19.47.23Het is zonder twijfel heel sneu dat al die bekenden van de politie in Amsterdam op straat worden doodgeschoten.
Maar de echte slachtoffers van de criminaliteit zijn zij die er niets aan kunnen doen: kinderen.

Donderdag stond een man, een vijftiger uit Drenthe, voor het denkbeeldige hekje in zittingszaal 14.
Eerder stond hij als onderwijzer voor de klas.
Na een veroordeling wegens ontucht en het in bezit hebben van kinderporno – eerder is al jaren geleden – leek het hem niet verstandig terug te keren in het onderwijs.
Ook zijn activiteiten bij verengingen had hij beëindigd, want stel dat het uit zou komen.
Sindsdien brengt hij bij u thuis stilletjes de folders rond, ’s middags bij een enkeling de avondkrant.

Het is niet best, maar dat weet hij zelf nog niet.
Hij had destijds anderhalf jaar in de gevangenis gezeten.
Daarna viel hij in handen van de hulpverlening.
De geconsumeerde hulp werkte als een aspirientje, niet heel lang.
Al snel zat hij hulpeloos een paar keer per week als een eenzame man achter het beeldscherm, op zoek naar kinderen in situaties waarin die gruwelijk werden misbruikt.
Het allerliefst vond hij misbruikte jongens tussen de 8 en de 14 jaar.
Toen hij eens een paar verboden foto’s verstuurde – naar iemand – ging er bij Google een rode lamp branden.
De afdeling Big Brother van Google belde de politie en verstrekte informatie over de afzender van de onderschepte e-mail.
En zo gebeurde het dat in december vorig jaar twee agenten bij Jan (58) op de stoep stonden.

Hij zegt tegen de rechters – opgelucht omdat hij er nu over kan praten – dat zijn pedofiele gevoelens het hebben gewonnen van het gezonde verstand.
Jan – daar zijn er heel veel van, dus dat kan best – had na zijn aanhouding onmiddellijk de huisarts gebeld.
Hij wilde nog een keer hulp.
Sinds april zit hij in therapie, drie dagen per week.
Hartstikke leuk.
‘Je zit in een groep met mannen met hetzelfde. Dan praten we en dan houden we elkaar scherp.’

Of hij al vorderingen maakt?
Enthousiast: ‘Ja, maar ik ben er nog niet. Ik denk dat ik nog wel een paar jaar bezig ben.’
Jan heeft met zijn therapeutische mannenpraatgroep een nieuwe invulling van zijn leven gevonden.

De officier van justitie kijkt niet vol begrip.
Ze kijkt boos en zegt dat achter ieder plaatje een misbruikt kind schuilgaat.
Ze zegt: ‘Dit moet ik toch even kwijt. Voor uw gerief zijn er zeker duizend kinderen verkracht en ernstig misbruikt.’
De officier van justitie hekelt het feit dat Jan pas onmiddellijk de huisarts belde nadat de agenten hem met zijn nieuwe misdaad hadden geconfronteerd.
‘Die anderhalf jaar celstraf die u al eens heeft uitgezeten, was u kennelijk vergeten.’

Misschien dat Jan had gerekend op een werkstraf, misschien had de praatgroep dat wel voorspeld. De reclassering had het in ieder geval geadviseerd.
De boos kijkende officier van justitie zegt dat ze van het advies gaat afwijken.
Jan schrikt zichtbaar.
Achttien maanden gevangenisstraf, een half jaar voorwaardelijk, een proeftijd van tien jaar.

Kinderen zijn op allerlei manieren misdaadslachtoffers.
Deze week kreeg de 21-jarige Gerko uit Groningen tbs met dwangverpleging.
Dat is niet niks.
Er zijn kinderen die niet opgroeien, maar moeten overleven, kinderen die geen opvoeding krijgen.
Bij wie rust en reinheid is vervangen door drank en drugs, waar regelmaat staat voor de grootst mogelijke rottigheid.
Dat geldt voor Gerko.
Er zijn veel Gerko’s in Groningen en Drenthe en daarbuiten.
Ook mannen als Jan zijn geen uitzondering.
In de rechtszaal zijn mannen als Jan zelfs de meest trouwe klanten.

M. is geen slachtoffer.
M. heeft een ontzettend goed contact met haar moeder.
Ze deden samen altijd leuke dingen.

Dat zegt moeder Joke tenminste.
Moeder Joke is verdachte en dat snapt ze dus niet.
Haar dochter M. had de aangifte toch ingetrokken?
Hoe dan verdachte?
Dat haar dochter een schadeclaim heeft ingediend van tien miljoen euro, vindt zo ook al zo raar.
Tien miljoen!

Ook André – hij zit naast zijn (ex-)vriendin Joke, ook als verdachte – begrijpt er niks van, maar dat is vooral omdat hij niets meer weet.
Hij vraagt aan de rechters of die wel eens dronken zijn?
Want dan weten ze dat je dingen kunt vergeten.

Joke zegt dat ze haar dochter nooit heeft gedwongen.
André: ‘Kijk, als je dronken bent, dan kun je ook niet meer nadenken, dat is een nadeel.’
Joke zegt dat het één keertje is gebeurd.
Andre: ‘Ja, ik lust ’m dus wel.’
Joke: ‘Ze deed het vrijwillig. En ze vond het ook niet erg. Ze had er plezier in. Er zijn foto’s gemaakt toch? Dan kunnen jullie zien dat ze lacht.’

De rechters vragen aan André: ‘U heeft die foto’s gemaakt?’
Andre haalt de schouders in zijn ruime Adidas-trainingspak op: ‘Ik was dus dronken.’
Rechters: ‘Maar u was toch ook wel eens een dag nuchter?’
André denkt even na en zegt dan: ‘Dat weet ik niet meer.’
En die foto’s?
’t Zou kunnen.

Het is een verhaal vol rottigheid, nog veel meer dan hier staat verwoord.
Joke ontving klanten thuis of in het vakantiehuisje in het Stadspark in Groningen.
Op een dag was dochter M. na allerlei omzwervingen weer bij haar komen wonen, M. was toen 17 jaar.
Dochter zag wat moeder allemaal uitspookte, ook voor de webcam.

En toen moest ze meedoen, samen met haar moeder.
Ze zou de helft van het geld krijgen.
Maar ze kreeg niks.
Ja, ze kreeg een keer een Blackberry en later Binky, een hondje.
Maar die moest ze terugbetalen.
Dat kon best, want er kwamen soms meerdere mannen op een dag bij Joke.
In het strafdossier zitten daarvoor de bewijzen, de foto’s bijvoorbeeld die André maakte.
Daarop is te zien hoe moeder en dochter, zoals Joke het zei, samen leuke dingen doen.
André: ’Pfff. Ik heb haar niet aangeraakt. Dat weet ik nog wel.’

De officier van justitie: ‘Het is uitbuiting. Dochter M. was onder invloed van drank en wiet heel gemakkelijk te beïnvloeden, onder invloed werd ze een gewillig slachtoffer. Om maar geld in het laatje te brengen. Het gemak waarmee een ouder over morele grenzen heenstapt zodra er geld kan worden verdiend, is schokkend.’

Joke en Andre horen een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk.
Daarnaast heeft M. als kind van de rekening recht op een financiële compensatie.
Geen tien miljoen, maar 5.000 euro, zegt de officier van justitie, zou billijk zijn.

Rob Zijlstra

update – 21 december 2015 – uitspraken
Moeder Joke heeft een straf gekregen die gelijk is aan de tijd dat ze al heeft vastgezeten: 44 dagen. Uitbuiting in de sfeer van mensenhandel acht de rechtbank niet bewezen. Wel: ontucht met een minderjarig eigen kind. Maar om de vrouw nu terug te sturen naar de gevangenis (consequentie van de strafeis) vinden de rechters niet gepast. Immers, moeder en dochter hebben weer een goede relatie. Komt bij: de zaak is veel te oud voor een zo zware vrijheidsstraf. Dit is het zoveelste vonnis van de rechtbank dit jaar waarbij de straf aanzienlijk lager uitvalt vanwege het tijdsverloop.
Stiefvader André kreeg ook geen twee jaar cel, maar moet 60 uur werken voor niks. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen ontucht. Medeplegen is de zwaardere variant van medeplichtigheid.
De schadeclaim is afgewezen. Die tien miljoen sowieso Maar ook de door het OM voorgestelde 5.00o euro. Dochter moet naar de burgerrechter wil ze geld zien.

update – 24 december 2015 – uitspraak
Jan is ook veroordeeld en mag in zijn handen knijpen: 12 maanden celstraf waarvan 9 voorwaardelijk. De proeftijd is vastgesteld op de maximale periode van 10 jaar. Het feit dat Jan (opnieuw) hulp heft gezocht is voor de rechtbank aanleiding om niet mee te gaan in de eis van het Openbaar Ministerie.

 

De dorpsgenoot

een eruptie van een
totaal onverklaarbaar feit

Schermafbeelding 2015-12-05 om 23.49.28Zij is alleen, haar man is weg, het is een zwoele avond, de kinderen slapen.
Halverwege de nacht blaft de hond, zij wordt daar wakker van en gaat blootsvoets naar beneden om te kijken of er iets aan de hand is.
Er is niets aan de hand, nog niet.
Als ze weer naar boven wil gaan, de trap op, ziet ze door de ruit in de voordeur een schim.
Is dat de kat?
Voorzichtig doet ze de voordeur open.
Enorme schrik.
Het is niet de kat.
Er zit een man bij de deur, met de rug naar haar toe.
Ze ziet dat die man in de ene hand een rol zwarte duct-tape vasthoudt, in de andere een groot mes.

Ze wil de voordeur dichtsmijten, maar de man springt op, slaat met één klap de ruit stuk en dendert naar binnen.
Zij gilt en probeert zich in de keuken te verschansen.
De man komt achter haar aan.
Met alle kracht die ze heeft probeert ze de deur dicht te drukken.
Veel kracht heeft ze niet, ze is zeven maanden zwanger.
Aan de andere kant van de keukendeur hoort zij hem op de deur bonken.
Tussen het kozijn en de deur dringt plots een mes naar binnen, zij haalt haar vinger open.
Ze probeert nog harder te gillen.
De achterdeur zit op het nachtslot.
Anna kan geen kant op.

Dan ineens beseft ze dat haar 5-jarig zoontje boven is.
Wat als hij wakker wordt en naar beneden komt?
Wat dan?
Nog meer paniek.
Te laat.
Ze hoort haar kind huilend op de overloop.
In doodsangst smeekt ze haar belager, ze smeekt of ze haar kind terug mag brengen naar bed. Onmachtig laat ze de deur los en dan ziet ze hem, tape en mes nog steeds in de handen.

Gerben?
Jij hier?

Ze heeft geen tijd om na te denken.
Met haar zwangere lichaam grist ze haar zoontje van de trap en rent in paniek naar buiten en schreeuwt de buren wakker.
Buurman belt 112.

Gerben?
Die van een paar straten verderop?

De politie arriveert na tien minuten, kort nadat de buren de man uit de woning zien komen en zien hoe hij op een fiets stapt en wegrijdt.
De buurman herkent hem, het is Gerben van het voetballen.
Als de agenten bij zijn woning komen – het is dan half vijf in de ochtend – treffen ze Gerben aan in zijn tuin.
Een fietstas vol messen.

In de rechtszaal doet een zeer geëmotioneerde Anna haar angstaanjagende verhaal.
Ze zegt dat ze in een kwartiertje tijd dertig jaar ouder is geworden.
En dat er sinds die nacht alleen maar akelige vragen door haar hoofd gieren.
Wat was je met mij van plan?
Wat was je met mijn baby van plan?
En waarom?

Gerben?
Gerben weet het niet.

De officier van justitie rept van ‘een eruptie van een totaal onverklaarbaar feit’.
Hij zegt: ‘Dit appelleert aan de diepste angsten van de mens, het beeld van een horrorfilm doemt op. Maar voor het slachtoffer was het bittere realiteit.’

Gerben herinnert zich flarden.
Hij zegt dat hij zich diep schaamt en dat het bizar is wat er is gebeurd.
De vraag ‘waarom?’ is al honderdduizend keer gesteld, maar hangt nog altijd in de lucht.
En Gerben kan niet bij het antwoord.

Het Openbaar Ministerie heeft wat totaal onverklaarbaar is opgedeeld in vier strafbare feiten: een bedreiging met zware mishandeling, wederrechtelijke vrijheidsberoving, huisvredebreuk en vernieling van de ruit in de voordeur.

Anna kent Gerben al langer en ze kan geen enkele reden bedenken waarom hij haar woning binnendrong.
Sterker nog, toen de mondkrant het nieuws had verspreid, was heel het dorp onaangenaam verrast. Gerben was actief in het dorp, graag gezien, deed vrijwilligerswerk bij de voetbalclub.
Ja, als er een iemand uit het dorp zoiets niet zou doen, dan was het Gerben wel.
Zo werd er gekout.

Gerben zit inmiddels vier maanden in de gevangenis.
Hij heeft een eigen bedrijf waar hij trots op is, heeft twee mensen in dienst.
Die twee houden de zaken zo goed en kwaad het kan en voor zolang het duurt, draaiende.

Het was mooi zwoel weer die avond.
Gerben was in de tuin gaan zitten, bier drinken.
Hij is een weekeinde-drinker.
Op een gegeven moment had hij de fiets gepakt.
Hoewel er nog bier zat was, wilde hij naar Winschoten fietsen.
Ja, wel een beetje gek dat hij geen portemonnee meenam. En wel een fietstas vol met messen en tape.

De officier van justitie: ‘U ging fietsen richting Winschoten en toen stopte u bij de woning van Anna. Waarom?’
Gerben: ‘Ik was… ja totaal ja, zodanig uuh… totaal gedesoriënteerd.’
Gerben weet het niet.
Vaker zoiets meegemaakt?
Nee, zoiets nog nooit eerder.
Hij zegt dat hij het verschrikkelijk vindt.
Zegt: ‘Ik voel me er erg beroerd onder.’

De politie ontdekte iets op de computer van Gerben.
Agenten die dat kunnen stelden vast dat Gerben op Google had gezocht op het woord ‘tape’.
En dat hij wel heel vaak de Facebookpagina van Anna had bezocht.
Sterker nog, het laatste wat hij die avond had gedaan voordat hij op de fiets stapte, was de pagina van Anna bezoeken, om één uur die nacht.
Gerben reageert: ‘Daar moet niets achter worden gezocht.’
De officier van justitie: ‘U wist dat de man van Anna die nacht niet thuis was. Dat heeft u bij de politie verklaard.’
Gerben: ‘Klopt.’
De officier van justitie: ‘Bent u verliefd op Anna?’

Gerben?
Er komt geen antwoord.

De advocaat zegt: ‘Meneer functioneerde stabiel, hij was actief in zijn werk, stond vol in het leven, was actief als vrijwilliger.’
De psycholoog: ‘Aan de buitenkant stabiel, maar binnen is het gevoelsleven niet op orde. Beetje eenzaam, geen relatie. Het lijkt erop dat meneer van alles heeft opgekropt en weggestopt. Dat is gaan borrelen.’
De officier van justitie: ‘Griezelig.’

De advocaat: ‘Het is tot een uitbarsting gekomen.’
De psycholoog: ‘Hij is vroeger veel gepest.’
De advocaat: ‘Niemand die het begrijpt.’

De officier van justitie: ‘Het waarom blijft de grote vraag.’
De advocaat: ‘Hij is gemotiveerd om aan zichzelf te werken.’
De psycholoog: ‘Behandeling is noodzakelijk, hij moet de diepte in.’

De officier van justitie: ‘Recht doende aan de enorme impact op het slachtoffer: 30 maanden gevangenisstraf waarvan tien voorwaardelijk.

Anna huilt, haar dorpsgenoot staart zwijgend voor zich uit.

Rob Zijlstra

 

update – 11 december 2015 – uitspraak
De rechtbank spreekt van een zeer ernstig feitencomplex en vindt de strafeis een juiste: 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Dat het motief nog altijd niet duidelijk is, maakt dat het voor het slachtoffer en haar gezin extra zwaar is, staat in het vonnis. Na detentie moet Gerben zich laten behandelen bij de forensische psychiatrie. Er is een proeftijd vastgesteld op 3 jaar. In die periode mag hij geen contact zoeken met de vrouw en mag hij geen alcohol drinken. Er zullen regelmatig urinecontroles plaatshebben. Houdt Gerben zich niet aan deze voorwaarden, dan riskeert hij nog eens 10 extra maanden celstraf (het voorwaardelijke deel).

update – 10 juni 2016 – uitspraak hoger beroep
Gerben is dor het hof even schuldig bevonden en veroordeeld tot 36 maanden waarvan 16 voorwaardelijk. Dat is – gelijk het vonnis van de rechtbank – netto 20 maanden zitten. Het hof vindt evenwel dat het voorwaardelijke deel nog wel iets hoger mocht. Naast de vrijheidsbeneming mag Gerben eenmaal weer vrij drie jaar lang niet op het plaatselijke voetbalveld komen, mag hij geen contact zoeen met het slachtoffer, is er een alcoholverbod opgelegd en moet Gerben een schadevergoding betalen van opgetrld 8.000 euro.

De hufter

leeswaarschuwing: dit is tamelijk heftig

Ik ben niet van de zwaarste straffen.
En liever ook niet van geroeptoeter.
Ik vind de uitspraak dat je soms (vaker) moet zwijgen omdat je anders niet hoort wat anderen te zeggen hebben, een heel waardevolle.
Ik vind ook dat bijzondere momenten niet stil verzwegen, maar benoemd moeten worden.
Donderdag had ik een bijzonder moment.

Ik zat achter een van de allergrootste hufters die ik ooit heb moeten meemaken in de rechtszaal.
Uren na de zitting hoopte ik nog steeds dat de rechtbank over twee weken een veel zwaardere straf oplegt dan de eis van de officier van justitie.

Zo, dat is eruit.

Naast mij zaten de vader en de moeder.
Knokkend tegen het bijna onmogelijke in de gegeven omstandigheden: rustig blijven, rustig blijven.
Toen de vader zich eenmaal even liet gaan, hij sprak één woord, een woedewoord dat aan zijn mond ontsnapte, werd hij direct terechtgewezen door de rechters.
Bars klonk het: ‘U moet uw mond houden.’

Rustig blijven.

De moeder vocht om niet te schreeuwen, zij liet haar tranen stromen.
Dat mocht nog wel.
De moeder en de vader hielden, onzichtbaar voor de rechters, elkaars handen vast.
De vader balde zijn vrije vuist, een vuist die hij op het tafelblad liet rusten, die hij soms wel door het blad leek te willen duwen.

Rustig blijven.
Mond houden.

De hufter die voor mij zat, die ook vlak voor de vader en de moeder zat, is misschien wel de allerergste Groninger die bestaat zonder dat ik daar enig bewijs voor heb.
Hij gaf het zelf wel toe: ‘Ik heb het gedaan.’

Rechters: ‘Waarom?’
Jakob: ‘Achteraf bezien had het niet mogen gebeuren.’
Rechters: ‘Nee. Ja. Nogmaals, waarom?’
Jakob: ‘Ze vond het geen probleem.’
Rechters: ‘Ze was 12.’
Jakob: ’Ik dacht 13’
Rechters: ‘Waarom? Was het geilheid?’
Jakob: ‘Ja, ik denk het wel.’

Jakob, een man van 44 jaar, heeft een meisje van 12 jaar verkracht.
Hij deed dat drie keer op één dag.
Als de rechters vragen of er niet één moment is geweest die dag, een moment waarop hij dacht, waar ben ik godsnaam mee bezig, zegt hij: ‘Nee, niet op dat moment.’

Jakob heeft geen vrienden.
Gelukkig maar.
Wel heeft hij al tien jaar een eigen onderneming met een vergunning van de gemeente Zuidhorn.
Hij heeft een escortbureau.
Hij is er, zegt hij, 24 uur per dag mee bezig.

Op een dag plaatse hij een advertentie op een website voor meer voor mannen
Gezocht: een tienerhoer en een seksslavin.
Hoe bizar, maar zij reageerde.
En hij weer op zijn beurt.
Ze schreef dat ze 17 was, al bijna 18.
Hij schreef terug dat ze dan niet voor zijn escortbureau kon werken.
Dat ze nog twee maandjes moest wachten.
Jakob had een ander voorstel: ze kon privé wel iets betekenen, dan werd ze zijn kindhoer.

Het kleine meisje, met grootse kinderproblemen, zei dat ze dat wel wilde.
Ze schreef een briefje voor haar ouders dat ze zelfmoord ging plegen en stapte bij Jakob in de auto.
Dat was in Amersfoort.
Samen reden ze terug richting Groningen, richting Zuidhorn en dan naar waar hij woont.

Op de eerste de beste parkeerplaats na Amersfoort richting Zwolle verkrachtte hij haar in de auto.
Daarna reden ze verder.
Ter hoogte van Spier gingen ze samen het bos even in.
Het regende.
Staand tegen een boom moest ze hem pijpen.
Hij trok aan haar lange haren.
Rechters: ‘Ze moest uw sperma doorslikken.’
Jakob: ‘Dat had ik vooraf gevraag, of ze dat wel wilde. En dat wilde ze wel.’

Rustig blijven.

Toen ze in zijn woning kwamen, stuurde Jakob zijn Poolse slavin naar buiten – ga de hond uitlaten! – om zich op zijn kamer met sm-attributen voor de derde keer die dag te vergrijpen aan het meisje van 12 jaar.
Terwijl hij dat deed ging in Nederland een Amber-alert de lucht in.

Jakob zegt tegen de rechters dat het meisje thuis problemen had.
Door haar daar weg te halen had hij haar toch ook een beetje geholpen.
De rechters zeggen dat hij wist van het briefje over zelfmoord.
Ze vragen: ‘Er niet bij stilgestaan dat haar ouders doodsangsten uitstonden?
Jakob: ‘Nee, dat kwartje is niet gevallen.’

Niets zeggen.

Toen hij klaar was met verkrachten bracht hij het meisje terug naar huis.
Ze mocht niks zeggen.
Gelukkig deed ze dat wel.
Ze vertelde alles.
Daarna moest ze naar het ziekenhuis.

Moeder zegt in de rechtszaal: ‘Ik had een dochter met twinkelingen in haar ogen. Nu is mijn dochter een rugzakje.’
Moeder zegt dat ze er alles aan zal doen om haar kleine dochter een mooie jonge vrouw te laten worden.
De vader zegt niets.
Hij probeert nog steeds rustig te blijven

Deskundigen zeggen dat de kans op herhaling op korte termijn gemiddeld hoog is, maar op lange termijn hoog.
Jakob zegt dat hij het heel erg heeft gevonden dat zijn moeder is overleden terwijl hij in de gevangenis zat.
Het is een narcistische man, zeggen de deskundigen.
De officier van justitie zegt dat er naast straf een behandeling moet komen.
Ze zegt: ‘Hoe geringer de interne motivatie, hoe groter de externe justitiële druk moet zijn.’
Jakob zegt dat hij het daar mee eens is: ‘Ik sta daar wel open voor.’
.
De officier van justitie eist 42 maanden celstraf.
Waarvan 12 voorwaardelijk.
Dat is dertig maanden netto.

Rustig blijven.

Rob Zijlstra

update – 3 december 2015 – uitspraak
Jakob is veroordeeld. De rechtbank acht verkrachting niet bewezen, maar wel de ontuchtige handelingen. Maar hoewel de rechtbank de gebeurtenissen juridisch een iets lichtere kwalificatie geeft, heeft dat geen gevolgen voor de straf: die is conform. Om daarmee de ernst van de zaak te onderstrepen. 42 maanden waarvan 12 voorwaardelijk, wat betekent dat Jakob netto dertig maanden moet zitten. Die 12 voorwaardelijke maanden blijven hem gedurende de proeftijd van vijf jaren bovenste hoofd hangen.

Affreuze mannen

daar is het hem om te doen, om de schrikreactie

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.38.03De houten deur van zittingszaal 14 zwaait open.
De bode verschijnt in de deuropening om de volgende strafzaak aan te kondigen.
De zoveelste.
Met luide stem roept de dienaar de naam van de verdachte door de wachtruimte.
Otto X. mag binnenkomen.
Er gaan 23 mannen staan.

Er is er maar één Otto X.
Dat is de man die 41 jaar is en uit het oosten van Groningen komt.
Op het internet geeft hij zich bloot.
Ik lees dat hij actief is in een seizoensvereniging, dat het huis van zijn buren te koop staat, dat hij op Twitter het ‘weer online’ en ‘slechte grappen’ volgt en dat hij iets heeft met erotische kledij.
Ook is te lezen waar hij werkt, waar hij heeft gewerkt en wie zijn digitale vrienden zijn.
Otto is op eigen initiatief naar de huisarts gegaan voor hulp.

De andere mannen die gaan staan, zijn leden van de Koninklijke Marechaussee die ter lering (en vermaak) een middagje rechtbank doen.
Ze volgen het proces vanaf de publieke tribune.
Ik denk dat ze nu nog steeds over Otto praten en slechte grappen over hem maken.
‘Even-een-ottootje-doen’.

Verdachte Otto zegt zachtjes tegen de rechters dat hij zich schaamt.
De rechters: ‘Met al die priemende ogen in uw rug snappen we dat. Toch moeten we het er over hebben.’
Dat snapt Otto op zijn beurt ook wel.
Hij heeft een goede opleiding genoten, lees ik.

Otto is een schennispleger.
Hij schendt de goede eer van jonge meisjes.
Dat doet hij bij voorkeur ’s ochtends.
Dan stapt hij in het oosten van Groningen in zijn grote zwarte auto om naar het noorden te rijden, richting Delfzijl, richting Eemshaven en soms nog verder, soms helemaal tot aan Warffum aan toe.

Hij zoekt jonge meisjes, meisjes van een jaar of 14, 15, 16 op de fiets bijvoorbeeld.
Of naar meisjes in die leeftijd die in hokjes staan te wachten op de bus.
Een hele groep meisjes bij elkaar is voor hem niet interessant.
Het liefst heeft hij twee meisjes tegelijk.
Dan is de kans dat ze schrikken groter.
Daar is het hem om te doen, om de schrikreactie.
Daar raakt hij opgewonden van.
Zijn ze eenmaal zichtbaar geschrokken, dan knoopt hij de broek dicht en geeft hij gas.

Wat hij ook doet is gewoon heel langzaam langs een of twee nietsvermoedende meisjes rijden.
Dan zit ‘ie in zijn blote reet achter het stuur en dan bevredigt hij zichzelf.
De rechters: ‘En dan met één hand aan het stuur?’
Ja.

Op zijn werk kan hij best een uurtje later verschijnen, want hij doet er belangrijke zaken.
Het is wel werk vol stress.
Daardoor komt het ook een beetje, zegt hij tegen de rechters.
‘Beetje stoom afblazen.’
Verder heeft de scheiding hem geen goed gedaan.

In maart wordt hij betrapt en neemt de politie hem mee.
Hij zit een nacht vast.
De huisarts wil wel helpen.
Klein probleempje: er bestaat een lange wachtlijst voor hulp aan zedendelinquenten.
De officier van justitie zegt dat het in het belang van de samenleving is dat Otto de behandeling krijgt die hij moet hebben, zodat hij stopt met deze gekkigheid.
De eis: een werkstraf van honderd uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Met een vrijwillig verplichte behandeling.
Doet hij die niet, dan moet hij de twee voorwaardelijke maanden alsnog uitzitten.

Het kan nog gekker.
Dat blijkt als Freek op de stoel gaat zitten waar later Otto plaatsneemt.
Ook Freek (43) uit de Betuwe heeft het zwaar.
Scheiding (ook al), drukte en stress want zeker zestig uren werken per week (wat is dat toch?), spelen een rol.
De advocaat: ‘Maar mijn cliënt heeft niet de intense slechtheid gehad het meisje te beschadigen.’

Freek zoekt in zijn schaarse vrije tijd vertier op ‘chatten met vreemden’, dat is een website die bestaat.
Zo komt hij in contact met haar.
Ze wisselen als vreemden telefoonnummers uit en vervolgen hun gesprekken via WhatsApp.
Freek: ‘Het waren nietszeggende gesprekken, wat ik aan het doen was, wat zij aan het doen was.’

Rechters: ‘U wist dat ze 14 jaar was?’
Freek: ‘Ze zei dat ze 15 was.’
Rechters: ‘Waarom blijft u in gesprek met een meisje van 14, 15 jaar?’
Freek: ‘Ik ben stom geweest.’

Het meest stomme moet nog komen, dat komt nu.
Freek appt dat zij een foto moet sturen.
Doet ze.
Hij vraagt om meer en zij stuurt meer.
Hij zegt dat ze er leuk uitziet en zij stuurt foto’s met het shirt omhoog.
Daarna begint hij te dreigen (dat zegt zij) en daarom stuurt ze bang een paar heul blote foto’s.
Freek zegt dat hij de foto’s bekeek en die dan weggooide.

Op een dag is zij spoorloos verdwenen.
Ze is niet bij het vriendinnetje bij wie ze zou slapen.
Er komt een actie via Burgernet.
Het vriendinnetje vertelt aan de moeder dat er een oudere man is.
Moeder gaat zoeken.
Op de computer van dochterlief vindt ze de blote foto’s.
En foto’s van een man met een erectie en een tepelpiercing.
Freek.

Hij zegt: ‘Mijn huwelijk was ook niet zo goed.’
Rechters: ‘Heeft u haar ook bedreigd? Gedreigd foto’s van haar online te zetten?
Freek: ‘Absoluut niet.’
Rechters: ‘Het blijft vreemd.’
Freek: ‘Ik had de contacten moeten verbreken.’

De rechters vragen wat een gevangenisstraf voor hem betekent.
Freek: ‘Het einde.’
Hij bedoelt de negatieve variant.
Op zijn werk weten ze van niets.
Hij zal ontslagen worden.
Dan is hij ook zijn huis kwijt.
En zijn zoon van 12 met wie hij na de scheiding net weer wat contact heeft.
En zijn nieuwe vriendin zal ook een ex worden.

De officier van justitie wikt en weegt.
Blote foto’s van minderjarigen in een seksuele context heet kinderporno.
Hij benoemt het belang van de wet, de wet die kwetsbare kinderen – alle kinderen – beschermt tegen affreuze mannen als Freek.
De aanklager zegt dat als je het positief bekijkt het hier net goed is gegaan.
Er is geen fysiek contact geweest.
Toch moet er worden afgerekend.
Genoegdoening en preventie bij elkaar opgeteld levert een eis op van een werkstraf van 180 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf.

Mannen als Otto heb je liever binnen als de tieners ’s ochtends vrolijk en uitgelaten over ’s lands wegen en paden naar scholen fietsen.
Maar ook binnen is er vandaag de dag een boze buitenwereld.

Rob Zijlstra

update – 26 november 2015 – uitspraken
Otto X. is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en 2 maanden voorwaardelijke celstraf. De proeftijd is standaard: 3 jaar. Ook de straf voor Freek is iets lager: 120 uur en 2 maanden voorwaardelijk, proeftijd idem.

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.37.52

 

 

De slachtofferverklaring

ze spreken omdat ze niet willen zwijgen

Schermafbeelding 2015-10-17 om 11.59.18Er was een signalement van de aanrander op de scooter.
Een forse man met een boos gezicht, een rokersstem, lange nagels, dikke handen, hangwangetjes, grijze snor.
In juni werd hij opgepakt.

Hij heet Mark en is 49 jaar.
In 2009 werd hij veroordeeld tot dertig maanden celstraf omdat hij in 2008 acht vrouwen had aangerand in de omgeving van de Stadsschouwburg in Groningen.
Mark zei toen tegen zijn rechters dat hij spijt had en dat het niet nog een keer zou gebeuren.
Die woorden herhaalde hij deze week.
Opnieuw spijt en weer nooit meer.

In 2013 zou hij in Friesland tenminste zeven jonge vrouwen hebben aangerand.
En in de eerste helft van dit jaar sloeg hij toe in de regio Emmen en Odoorn: dertien jonge vrouwen werden het slachtoffer.

Ik kan het hier allemaal opschrijven.
Over wat de rechters vroegen en wat Mark dan onhandige antwoordde.
Over wat de officier van justitie zei, de advocaat.
Over de deskundigen die spraken over frotteurisme en dat het behandelplafond is bereikt.

En dat er nog geen strafeis kan worden geformuleerd.
Dat de strafzaak daarom in januari wordt voortgezet.

In de rechtszaal zat een machteloze vader die wel van alles zou willen zeggen tegen die rotverdachte, maar dat niet mag zeggen van de rechters. Hij zei nog wel: ‘Weet jij wel wat je hebt aangericht? Besef je dat wel?’
De rechters: ‘Duidelijk, klaar.’
Rechters moeten verdachten die nog niet zijn veroordeeld ook een beetje beschermen,

In de rechtszaal zaten de slachtoffers, de jonge vrouwen.
Zij spreken omdat ze niet willen zwijgen.
Ik luisterde.

Ik weet het nog precies, en ik denk ook niet dat ik het ooit zal vergeten. Het was een donkere dinsdagochtend in februari, en ik fietste zonder zorgen naar school. Ik was net zestien geworden, en stond stralend in het leven. Zoals altijd als ik alleen moest fietsen had ik muziek op. Mijn lievelingsnummer. Terwijl ik heel zachtjes meezong zag ik jou aankomen op een pikzwarte scooter. En hoewel het heel donker was zag ik meteen dat je naar me keek.

De rillingen schoten over mijn rug. Ik wist dat op deze weg naar school weleens meisjes waren aangerand. Maar zoals heel veel andere meisjes dacht ik: dat overkomt mij heus niet. Maar toen ik jou zag begon in meteen te twijfelen. Dit voelde écht niet goed. Toen reed je me voorbij en hoopte ik dat je snel door zou rijden. In de verte zag ik het paadje al waar dit donkere bospad zou eindigen en ik tussen de huizen zou fietsen. Nog maar even, dan ben ik niet meer alleen, hield ik mezelf gewoon voor.

Maar toen ik achterom keek zag ik waar ik al zo bang voor was. Jij reed helemaal niet door, maar je keerde om en kwam achter me rijden. En dat was het moment waarop ik wist dat ik me twee keer had vergist. Één om te denken dat mij dit toch niet overkwam; en twee dat ik het einde van het bospad zou halen. Het was ook het moment waarop ik accepteerde dat me iets stond te gebeuren wat ik absoluut niet wilde.

Ik weet niet hoelang je daar achter me bleef rijden, terwijl ik doodsbang was voor wat je met me ging doen. Het leken wel uren, maar het kunnen maar hooguit dertig seconden geweest zijn. Ik bleef gewoon doorfietsen, iets anders kon ik niet. En toen gaf je gas en reed je ineens naast me, terwijl je me aankeek en je hand in de richting van mijn borst ging. Maar toen je mijn lijf aanraakte verdween mijn angst voor heel even en kwam er enorme kwaadheid voor in de plaats.

Met alle kracht die ik had duwde ik je in je gezicht van me af. Ik kon mijn evenwicht door die duw niet bewaren en viel in de berm. Ik zag hoe jij je evenwicht nog wel kon bewaren en dat je een paar meter verderop stil stond. Ik kwam zo snel als ik kon overeind terwijl ik de pijn in mijn knie probeerde te negeren. Terwijl ik huilend schreeuwde dat je weg moest gaan rende in een stuk naar de autoweg toe.

Ik weet nog dat je naar me om keek, me even recht aankeek en toen wegreed. Ik stopte met rennen en keek je na tot ik zeker wist dat je echt weg was. Ik had nog steeds mijn lievelingsnummer op. Maar het is mijn lievelingsnummer niet meer, want sinds die ochtend moet ik altijd huilen als ik het hoor.

Die ochtend heeft mijn moeder me opgehaald, nadat ik haar gebeld had toen ik bij mijn fiets stond. Toen ik haar belde was ik zo overstuur dat ze niet eens kon horen wie ze ervoor had: mijn jongere zusje of ikzelf. Toen ik iets rustiger werd en ik kon vertellen wat er gebeurd was, kwam ze meteen naar me toe. Toen ik uiteindelijk thuiskwam stond er politie op me te wachten, aan wie ik alles precies moest uitleggen.

Ik deed dat zo goed als ik kon, om snel klaar te zijn. Want ik wilde maar één ding: helemaal schoon in mijn bed liggen. Dus toen ik klaar was ging ik naar boven om meteen onder de douche te gaan. En toen ik daarna in bed lag trok ik de dekens over mijn hoofd omdat ik wilde slapen en alles wilde vergeten. Maar ik kwam erachter dat dat niet ging, want toen ik wakker werd was het het eerste waaraan ik dacht. En dat was nog maar het begin van alles wat er daarna veranderd is.

Mijn gevoel van veiligheid, dat voorheen prima was, was totaal verdwenen. Ik durfde niet meer alleen te fietsen, durfde niet meer door het donker en zelfs in mijn eigen huis en mijn eigen kamer, met mijn familie of vrienden om me heen, vond ik het donker vreselijk. Als ik ’s avonds in bed lag en eraan dacht zei ik soms zachtjes: ‘Ik ben aangerand.’ En dan kon ik niet geloven dat ik het over mezelf had, omdat ik voorheen zo’n heerlijk onbezorgd leventje had.

En scooters, wat een hekel kreeg ik aan dat geluid. Alleen al bij het geluid van een scooter sloeg mijn hart over en wilde ik de benen nemen. Zoals ik vroeger blij en vrolijk was was ik nu verdrietig. Omdat ik dagenlang aan niks anders dacht, en in de les zat terwijl ik tegen mijn tranen vocht.

Maar het ergste vond ik nog wel dat ik onbekende mensen niet meer normaal aan kon kijken. Zouden ze zomaar aan me zitten? Kon ik ze wel vertrouwen? Gedachtes die ik vroeger nooit had, waar ik nu ineens over nadacht, terwijl ik er helemaal niet over wilde nadenken.

En dan ook nog eens school. Ik haalde slechte cijfers voor vakken die ik prima kon, waardoor ik afgelopen jaar met de hakken over de sloot over ben gegaan naar het vijfde jaar. Ook zag ik elke dag op tegen dat bospad, waar ik toch echt doorheen moest. Nog steeds kan ik er niet doorheen rijden zonder eraan te denken en constant over mijn schouder te kijken uit angst dat het nog eens zal gebeuren. En niet alleen ik, maar ook mijn vriendin die er langs moet rijden stond stijf van de zenuwen.

Terwijl mensen om me heen razend waren voelde ik eigenlijk alleen maar leegte vanbinnen. Echte kwaadheid heb ik nooit gevoeld. Eigenlijk alleen verdriet en teleurstelling. Je bent zomaar mijn leven binnengegaan, en het ergste is dat ik je er gewoon niet uit krijg, terwijl ik dat zo graag wil. Het gewoon vergeten, het uit mijn hoofd weghalen en er nooit meer aan denken.

Het is nu meer dan acht maanden geleden, maar telkens als ik erover praat word ik weer verdrietig, omdat ik moet accepteren dat dit voor altijd bij me zal blijven. Ik weet inmiddels dat je al minstens achtentwintig vrouwen en meisjes hebt aangerand, van wie  ik er één ben. Mijn verhaal is slechts één van de achtentwintig… 

Zo is dat dus.

Rob Zijlstra

Dit verhaal staat op deze plek met nadrukkelijke toestemming van het slachtoffer (op verzoek geen naam) en haar ouders.

→ Ik schreef eerder over Mark (maart 2009). Het betrof toen de strafzaak naar aanleiding van de aanrandingen rond de Stadsschouwburg in Groningen »» viagra 

update – 11 januari 2016 – vervolg strafzaak
Het Openbaar Ministerie heeft 36 maanden celstraf en tbs met voorwaarden geëist. Mark wil wel worden behandeld, maar hij wil nog liever naar huis. Hij maakte ook gebruik van het laatste woord: of hij zijn scooter terug kan krijgen? Zijn raadsman verzocht de rechtbank af te zien van celstraf,maar de nadruk te leggen op behandeling. De rechtbank doet op 25 januari uitspraak. >> kort verslag

 

Loodzware ballonnen

Schermafbeelding 2015-10-03 om 10.45.33Ik schreef dat Bram geen taartjes had meegenomen naar de rechtszaal, waar geen kleurrijke slingers en ballonnen hingen en dat de rechters ook niet voor een keertje gingen staan om hem in hun armen te sluiten, dan toch op z’n minst stevig zijn hand te drukken.
Bram zat 25 jaar in het vak en kondigde in de rechtszaal aan dat het mooi was geweest.
Nooit, maar dan ook nooit zouden ze hem weerzien.
Het besluit met de criminaliteit te stoppen was niet genomen tijdens de cursus ‘christelijk geloven’ die hij volgde.
De ware reden: Bram was zo vreselijk moe.
Het drugsverslaafde lichaam was doodop van een kwart eeuw jachtig leven op straat.

De rechters zeiden niet ‘nou Bram, heel veel succes en we gaan je missen na al die jaren’.
Wat werd uitgesproken was de strafmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders), bedacht voor veelplegers als Bram: isd is twee jaar met hulpverleners achter de tralies.

Deze week zat Bram er weer.
’t Is mislukt.
Had hij de vorige keer een partij moerdoppen gestolen bij de Praxis, ditmaal moest hij zich verantwoorden voor de diefstal van vier flessen Robijn (wasmiddel) bij de Coop en tien pakken koffie bij de Jumbo in Groningen.

Bram is begin dit jaar 50 geworden en nog altijd is hij onverminderd moe.
Niet alleen van het leven, maar hij is inmiddels ook moe van de hulpverlening.
Alles wat het hulpgilde de voorbije dertig jaar heeft bedacht de wereld te verbeteren, is op Bram losgelaten.
’t Hielp niets.

Bram heeft ook niet veel tekst meer.
Hij kent de rechterlijke riedels.
Laat hem maar weer twee jaar zitten, laat hem dan wel een beetje met rust en, als het even kan, wil hij ook graag zijn methadon blijven gebruiken.
Zo zal het gaan.
De officier van justitie eiste voor de vierde keer in acht jaar tijd de twee jaar durende isd-maatregel en de rechtbank zal die over twee weken opleggen.

Wat Bram is, probeert Nick (25) te worden.
Hij gebruikt heroïne en cocaïne en heeft ter financiering tachtig tot honderd euro per dag nodig.
Dat is dagelijks een loodzware opgave want hij heeft ook veel schulden.
Op een dag van hoge nood pikte hij de mobiele telefoon van zijn 16-jarige zus.
Hij verpatste het toestel voor een paar tientjes.
Tegen de rechters: ’t Klopt helemaal. Ik heb er natuurlijk wel spijt van.’

In de rechtszaal zit ook Nick’s moeder.
Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat Nick toch haar zoon blijft.
Namens haar dochter heeft ze wel een schadeclaim ingediend.
Droef: ’Ik heb hem zo vaak de hand boven het hoofd gehouden, maar dat kan ik niet meer.’

Nick had een tijdje in het metaal gezeten.
Van de daken van het winkelcentrum en de scholen in Hoogezand had hij lood gestolen.
De schade bij het winkelcentrum alleen al bedroeg 14.000 euro.
Lood stelen is zwaar werk.
Zo heel raar was het dus niet dat hij na de nachtelijke arbeid even was gaan rusten.
De volgende ochtend hadden ze hem slapend aangetroffen in het struikgewas bij de basisschool Het Ruimteschip (aan de Astronautenlaan).
Naast hem honderd kilo lood.

Ook daar heeft hij natuurlijk spijt van.
De man van het winkelcentrum die de schade komt verhalen (2500 euro eigen risico) zegt tegen de rechters dat hij naar de rechtbank is gegaan met het idee heel boos te zullen worden op de verdachte.
‘Maar ik zie een man die tussen wal en schip is gevallen. Ik wens hem heel veel sterkte en ik hoop dat hij het redt.’

Moeder slaat van schrik de handen voor haar mond en begint te huilen.
De winkelman troost haar.
Nick ruikt zijn kans en zegt dat hij nog wel een tip heeft voor de winkeliers: ‘Draai alle hekken eens op slot, dan kan ik ook niet binnenkomen.’

Na de strafzaak wordt Nick teruggebracht naar de psychiatrische kliniek waar hij momenteel verblijft en waar hij – mocht de rechtbank de strafeis van 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met voorwaarden overnemen – nog wel anderhalf jaar zoet is met de hulpverleners.

Dan stuitert de 30-jarige Patricia met een luid ‘hallo’ de rechtszaal binnen.
De diefstal van de telefoon en een armband bekent ze.
Geen probleem.
Nee, de portemonnee uit de kerk toen het koor zong niet.
Zeker weten van niet.

Rechters: En de diefstal van de telefoon uit het Vrijdag Theater?
Patricia: ‘Heb ik niet gedaan.’
Rechters: ‘Goed, dan gaan we de beelden bekijken.’
Patricia: ‘Ik heb het wel gedaan.’
Rechters: ‘Mooi, dan hoeven we de beelden ook niet te bekijken.’

Patricia is eigenlijk als Bram, alleen is zij – veel jonger – nog vol levenslust.
Voordat het proces goed en wel is begonnen, roept Patricia: ‘Luister, we kunnen hier natuurlijk een hele discussie aangaan. Maar kijk, voor mij ligt het gemakkelijk. Geef me alsjeblieft isd. Klaar.’

De rechters zijn een beetje beduusd.
Zo werkt het natuurlijk niet.
De rechters willen eerst de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd zorgvuldig bespreken, daarna willen ze praten over de persoonlijke omstandigheden en dan moet de officier van justitie er nog iets van vinden.

Praktische Patricia: ‘Toe nou mevrouw de rechter. U heeft mij al zo vaak veroordeeld. Ik ben hier zo vaak geweest. Het heeft geen zin. Straks geven jullie me een jaar of zo. Daar heb ik dan weer schijt aan. Dus. Geef me isd. Ik weet dat er een plekje vrij is, kan ik morgen aan de slag.’

De rechters: ‘Maar…’
Patricia die nu haar geduld begint te verliezen: ‘Ik ben gebruiker, jullie zijn rechters. Jullie begrijpen het niet. Ik heb hulp nodig in mijn kop. Als ik nu weer buiten kom, denk ik alleen maar aan geld, geld, geld. Dan gaat het weer fout.’

De officier van justitie zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.
Normaal gesproken vrezen veelplegers de isd.
Hij wikt en weegt.
Zegt dan: ‘Ik eis isd.’
Om praatjes achteraf te voorkomen: ‘Dat had ik ook geëist als verdachte het niet zou willen.’

Tja, zeggen de rechters op hun beurt: ‘Normaal doen wij altijd twee weken later uitspraak. Maar nu u zo aandringt veroordelen wij u tot de maatregel isd, 2 jaar.’

Patricia is blij.
Ze zou slingers en ballonnen willen ophangen, of haar rechters even in haar armen sluiten voor een knuffel.
In grote tevredenheid verlaat ze zittingszaal 14 en roept: ’Bedankt mensen. Doei.’

Rob Zijlstra

uitspraken Bram en Nick op 12 en 15 oktober

Het logeerbed

Schermafbeelding 2015-10-01 om 21.08.30

dvhn, pagina 18

Een vliegtuig dat opstijgt, is en blijft een wonderlijke gebeurtenis, maar het is al lang geen nieuws meer.
Stort datzelfde vliegtuig uren later neer, waar ook, dan is dat wel nieuws, hoe groot hangt af van het aantal inzittenden, nationaliteiten en natuurlijk de plek van de ramp.

Nieuws heeft vooral ook met afstand te maken.
Nieuws is vaak maar raar.
Wanneer u zich fataal verslikt in een graatje, dan haalt dat niet de voorpagina van de krant van morgen.
Dat wordt anders wanneer de betreurde de verkoper van de vis is.

De verdronken zwemleraar, een horlogemaker die te laat komt, de scheidende trouwambtenaar, kale kapper, rijdende rechter, een wanhopig filosoof.
Een valse noot en het is nieuws.

Piet z’n huwelijk dreigde op de klippen te lopen en daar zat hij vreselijk mee.
Hij had het verteld aan een goede collega met wie hij er tenminste over kon praten, niet alleen na het werk, maar ook tijdens de diensten die ze samen draaiden.
Jannie snapte het tenminste want ze luisterde goed.
Het was dan ook helemaal niet raar dat Jannie hem uitnodigde voor het verjaardagsfeestje bij haar thuis.
Hij mocht ook blijven slapen, dan kon hij een borreltje drinken, wel zo gezellig.

Hetty vond het best.
Hetty is de vrouw van Jannie en andersom.

Er waren die avond nog een paar vriendinnen geweest en er was bier gedronken en wijn.
Toen het feest was afgelopen waren ze niet lam geweest, maar wel flink een beetje teut.
Lachen ook.
Piet zou in het logeerbed slapen.
Toen ze zich klaarmaakten voor de nacht troffen ze elkaar in de krappe badkamer.
Om er nog even te plassen, om de make-up weg te vegen, tanden te poetsen, om er bloot slaapshirts aan te trekken.
Piet tegen de rechters: ‘Meer is er daar in de badkamer niet gebeurd.’

Het licht ging uit en werd het duister en donker

De volgende dag gingen Piet en Jannie volgens het rooster samen aan het werk.
Het eerste wat ze samen deden was een ontbijtje scoren bij de McDonald’s.
Deden ze vaker samen.
Piet was toen een beetje emotioneel geweest.
Alsof er iets was gebeurd.

Zelf zei hij dat het was vanwege dat klotenhuwelijk met zijn vrouw van wie hij hield.
En vanwege ook de kinderen, wat deed hij ze aan?
Kom op Piet, troostte Jannie.

Daarna gingen maanden voorbij, juni werd herfst.
Jannie was, merkte hij wel, gaandeweg afstandelijker geworden.
Toen het oktober was, deed ze aangifte en lag er ineens een heel ander verhaal op tafel.
Jannie beweerde dat Piet haar had aangerand.
Hij had dat gedaan die avond in de badkamer, toen ze daar gedrieën de nacht stonden voor te bereiden

Piet had, vertelde Jannie bij de politie, ineens aan haar blote boxershort getrokken.
Ze had zijn vingers op haar schaambeen gevoeld.
Ze had geroepen: ‘Dit kun je vergeten Piet’.
Toen waren ze gaan slapen.
Tenminste, dat dacht Jannie.
Terwijl Jannie sliep, beleefde Piet stiekeme seks met Hetty.
Dus met de vrouw van Jannie.

Een lang verhaal.
Een kort verhaal.

Toen Jannie in de herfst hoorde over dat van Piet en Hetty deed ze aangifte.
En Hetty?
Hetty toonde zich solidair met haar vrouw.
Zij zei na maanden stellig: ‘Piet heeft mij die nacht verkracht.’

Piet werd per direct door zijn werkgever geschorst.
Jannie en Hetty waren door aangifte te doen ineens slachtoffers geworden.
De officieren van justitie wikten en wogen.
De uitkomst: We seponeren Piet. Er wordt van alles gezegd, maar er is geen bewijs.

Hetty legt zich daar bij neer.
Jannie niet.
Jannie dient een klacht in – artikel 12 – en het gerechtshof oordeelt dat er een strafzaak moet komen.
En zo kan het gebeuren dat de rechtbank in Groningen zich in september 2015 moet buigen over een verjaardagsfeestje in juni 2013.

De officier van justitie spreekt van een precaire zaak.
De officier van justitie zegt over die toestand in de badkamer dat hij wel wil aannemen dat er tanden werden gepoetst en slaapshirts werden aangetrokken, maar dat hij in alle redelijkheid niet kan bewijzen dat de hand in de onderbroek is gegaan.
Hij eist vrijspraak.
En daarmee is ook de vordering van 500 euro die Jannie indiende wat de aanklager betreft van de baan.

Zo ging het er aan toe in de rechtszaal.
Is dit nou nieuws?
Overleg met de redactie.
Redactie neigt naar niet.
Ik zeg dat het vermeende slachtoffer politieagente is.
En de verdachte politieagent.
De redactie: Oei, dat is wel relevant, dan is het wel nieuws.

De volgende dag staat er een stukje in de krant, op pagina 18.
Met het oog op de geëiste vrijspraak doen we dat ten aanzien van de verdachte die in een klein en onwetend dorp woont, ietwat terughoudend.

Rob Zijlstra

uitspraak op 9 oktober

Naar de hoeren

 

In de rechtszaal bestaan geen taboes.
Er moet een aannemelijke waarheid op tafel komen en dan is alles geoorloofd.
En dus vraagt een van de rechters aan de man die onschuldig is tot het tegendeel kan worden bewezen of hij wel eens naar de hoeren gaat.
Tarek (28) die volgens ons systeem niet alleen een illegale vreemdeling is, maar ook nog eens ongewenst, zit half onderuitgezakt in de verdachtenbank, het hoofd een beetje schuin.
Hij antwoordt: ‘Soms wel. Soms niet.’

Daar moeten de rechters het maar mee doen.
Hij heeft, zegt hij bozig, met ‘die hele ding’ niets te maken.
De rechters geven zich niet zomaar gewonnen.
Ze vertrouwen Tarek voor geen meter.
Dat kun je duidelijk horen aan de toon van de vragen die ze stellen.
De rechters: ‘U bent aangehouden op 31 mei. U kon uw identiteit niet tonen, u kon niet aantonen wie u bent. Misschien gaf u wel een valse naam op. Misschien klopt het helemaal niet wat u aan de politie heeft verteld. Is dat zo?’

Misschien heeft Tarek instructies gekregen hoe in dit soort netelige situaties te handelen.
Zijn antwoord komt met de vanzelfsprekendheid van water uit de kraan: ‘Of dat zo is? Misschien wel. Misschien niet.’

Tarek wordt ervan verdacht dat hij heeft geprobeerd een prostituee in haar peeskamer in de rosse buurt van Groningen te beroven.
Als hij de man is die dat heeft gedaan, dan bood hij haar 350 euro aan voor een uur of drie plezier.
Toen alles gedaan was en ze de sokken weer aantrokken, spoot hij haar pepperspray in het gezicht en probeerde ondertussen het geld bijeen te graaien dat hij eerder aan haar had gegeven.

Zij gilde, hij rende weg, een heel gedoe.

De rechters hebben gelezen in het strafdossier dat Tarek misschien helemaal niet uit Bagdad komt, maar uit Tunesië.
Of zelfs uit Marokko.
En dat hij in de systemen voorkomt onder tien verschillende namen.
Dat moet wel verdacht heten.
Ook lazen ze dat Tarek of hoe hij ook mag heten, in vrij korte tijd 6.000 sms-berichten heeft verstuurd en dat 63 procent daarvan is verzonden vanuit Groningen.
En uitgerekend die telefoon was in de buurt van de peeskamer toen de prostituee pepperspray in haar gezicht kreeg.

Tarek: ‘Ik heb met deze zaak helemaal niks te maken, meneer de rechter.’

Hoe het dan kan dat zijn dna (mengprofiel) op de jas is aangetroffen die die nare klant was vergeten toen hij de peeskamer haastig hollend verliet?
Tarek haalt de schouders op.
Hij woont in een huis met veel mensen die allemaal illegaal en ongewenst zijn.
Zo zwerven ze door Duitsland, dan weer door Nederland om te overleven.
Hij oppert dat misschien een van die ongewensten een keer zijn jas heeft geleend.

De officier van justitie telt het belastende bij elkaar op en komt dan uit op een gevangenisstraf van een jaar.
Voor de poging tot diefstal en voor het feit dat Tarek als ongewenste vreemdeling toch in Nederland verblijft.
Wie Nederland niet wil verlaten, maar wel moet – kan rekenen op een stevig gedwongen verblijf alhier in een cel.

De 44-jarige Ruud – als ex-tbs’er (sinds 2014) een voormalig ongewenst mens – is ook verdachte en ook hij is het daar nadrukkelijk niet mee eens.
Sterker nog, Ruud had eerder een compliment verwacht.
Hij vertelt de rechters over zijn slaapstoornissen die hem ’s nachts op de been houden.
Om zich dan toch wat nuttig te maken gaat hij naar de tippelzone aan de Bornholmstraat in Groningen om er op de dames te passen.
‘Ik ben beschermer. In ruil voor wat eten en drinken. Zo overleef ik een beetje.’

Ineens was er gekrijs.
Suzanne gilde: ‘Ruud, help. Dit is er weer een’.
Of zoiets.
Ruud dacht onmiddellijk, vertelt hij aan zijn rechters, dat het foute boel was.
Hij dacht dat Suzanne werd beroofd.
Een week eerder was haar dat ook al overkomen.

En dus doet Ruud wat hij moet doen.
Hij springt in zijn rode auto en rijdt achter de zwarte auto aan die met gierende banden en zonder licht wegscheurt.
Op de parkeerplaats van de Hanos komt het tot een treffen.
Dat wil zeggen: Ruud rijdt met zijn auto tegen die van de rover, stapt uit en vat de man in de kraag.

Tegen de rechters: ‘Ik zei tegen hem, waar zijn we nou mee bezig?’
Rechters: ‘U trok de gouden ketting van zijn nek.’
Ruud: ‘Dat ging per ongeluk.’
Rechters: ‘De ketting is teruggevonden in uw broekzak.’
Ruud zucht. ‘Ik dacht, ik stop ‘m in de zak, dan heb ik het dna van de man.’
Rechters: ‘Hij had een heel dikke bult op z’n hoofd.’
Ruud, mokkend nu: ‘Je mag ook niemand meer aanhouden tegenwoordig.’

Er zijn getuigen, maar zoals het met getuigen gaat, hebben die allemaal iets anders gezien.
In het voordeel van Ruud speelt mee dat hij zelf 112 heeft gebeld.
Zelf vindt hij ook van belang dat hij bij die aanrijding niet harder reed dan twintig kilometer.
‘Dat vind ik binnen de grenzen.’
Hij had ook het kenteken kunnen noteren.
Ruud:’Ja. Dat heb ik vaker gedaan. Bleek het kenteken vals.’
Voegt toe: ‘Het is daar sowieso geen nette buurt.’

De politie kwam na dat 112-telefoontje na twintig minuten ter plaatste en tot Ruud’s grote ontsteltenis werd hij wel en die vermeende rover niet gearresteerd.
Zodoende had hij Suzanne ook niet meer kunnen spreken, hij had 79 dagen in de cel gezeten.
Achteraf hoorde hij dat van een beroving helemaal geen sprake was, maar dat Suzanne en die man, een klant, alleen maar wat onenigheid hadden over de prijs.
Dat zal, zegt Ruud: ‘Neemt niet weg dat ik mij geroepen voelde in te grijpen.’

De officier van justitie komt met de juridische kwalificatie: mishandeling en diefstal van de ketting.
Ruud vindt dat niks en al helemaal niet rechtvaardig: ‘Het was een burgeraanhouding.’
Dat vindt ook zijn advocaat. ‘Er was sprake van een bedreigende situatie. Er is geweld gebruikt, maar niet disproportioneel. Er is geen sprake van wederrechtelijkheid, de feiten zijn dan niet strafbaar.’

De officier van justitie ziet het anders en eist een celstraf van honderd dagen waarvan 21 dagen voorwaardelijk.
Wat dan netto overblijft – 79 dagen – is de tijd die Ruud al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan zal het zijn alsof er niets is gebeurd.

Rob Zijlstra

De uitspraak is over twee weken

Jurkje van taft

Schermafbeelding 2015-08-30 om 10.40.32Er verschijnen steeds meer Drentse verdachten in de rechtbank van Groningen.
Dat is helemaal niet erg, zij het dat de verdachten uit Drenthe zelf misschien liever thuis in Assen terechtstaan.
De 66-jarige Gert uit Hoogeveen die afgelopen week in zittingszaal 14 moest komen opdraven vond het vreselijk.
Geëmotioneerd riep hij: ‘Ik begrijp niet dat ik hier zit.’

Waarom er steeds meer Drenten in Groningen voor de strafrechter moeten verschijnen, laat zich raden.
Er doen momenteel wilde geruchten de ronde en als die geruchten waarheid worden, betekent dit dat het neoclassicistische gerechtsgebouw in Assen – sinds 1840 aan de Brinkstraat – over een paar maanden op slot gaat.
Het lijkt daar een aflopende zaak.

Wie straks op Drents grondgebied een strafbaar feit pleegt en tegen de lamp loopt (dat moet wel), moet niet raar opkijken dat hij naar Groningen moet om verantwoording af te leggen.
Een Drentse advocaat vertelde deze week dat zij nu al en steeds vaker voor zelfs heel eenvoudige strafzaken naar Groningen moet reizen.
Zo had ze onlangs een burenruzie over een heg in Meppel gehad met over en weer bedreigingen. Moesten ze met z’n allen naar de Groninger politierechter.

Maandag aanstaande komt er meer duidelijkheid over de toekomst van de rechtspraak in Assen, Leeuwarden en Groningen.

Gert, bij aanvang al bijna op van de zenuwen, legt aan de rechters uit hoe het zit.
Hij zegt geroerd: ‘Ik heb ik veel gekkenhuizen gezeten. Eenzaamheid is mijn naam. Ik heb vaak zelfmoord proberen te plegen. ’t Is me nooit gelukt. Ze vonden me altijd net op tijd. Gelukkig maar, want als ik op mijn scooter door het mooie Drentse bos rijd, dan is het leven mooi.’

Gert begrijpt niet dat hij in Groningen voor de rechter zit.
Hij heeft niets gedaan.
In Assen zou hij hetzelfde zeggen.
Dat zijn ex-vriendin, aangifte heeft gedaan, noemt hij ‘jammer, jammer, jammer’.
Heel zijn leven had hij geprobeerd een gezin te stichten.
Helaas, treurt hij, is dat niet gelukt.
Zijn eerste vrouw liep op een dag zomaar weg, de tweede pleegde zelfmoord en de derde vrouw haakte na zeven jaar af.
Gert zegt nog steeds niet te weten waarom ze dat deed.
‘Ik heb een verschrikkelijke tijd gehad.’

Hij geeft ietwat beschaamd toe dat hij wel seks heeft gehad met Gerda.
Tegen de rechters: ’Eerst wat strelen en toen friemelen op bed. Als je dat seks kunt noemen, heerlijk.’

Gert had haar leren kennen in het winkelcentrum.
Eerst had hij een keer hallo gezegd.
Daarna had hij haar uitgenodigd voor een kopje koffie, voor een bakkie.
Zegt: ‘Gewoon leuk, want ik heb voor iedereen de deur open.’

Rechters: ‘U wist dat er iets met haar was, dat ze licht verstandelijk beperkt was? Dat ze bijvoorbeeld niet kon lezen en schrijven?’
Gert: ‘Nee, nooit gemerkt. Ze was zeer assertief. Ze had een begeleider. Maar die heb ik ook en ik ben ook normaal. Dat ze niet kon lezen en schrijven wist ik wel. Daarom wilde ik een laptop voor haar kopen. Ze was gewoon een heel leuk kind, ik zei, ik ga je leren lezen en schrijven meisje.’
Rechters: ‘U wist wel hoe oud ze was?’
Gert: ’55.’

Heel lang had de romance niet geduurd.
Gerda kreeg een relatie met een gekke vent uit Assen, vertelt Gert.
‘Ze wilden trouwen, ze had de ring al om haar vinger. Maar toen maakte hij het uit. Per telefoon. Toen kwam ze weer bij mij.’

Rechters: ‘Dat was twee jaar later.’
Gert: ‘Ineens stond ze daar. Dat vond ik zo mooi. Met blote benen. Ze droeg een roze jurk, van taft. Ze had rode pumps aan en een diep uitgesneden blouse, een beetje geelachtig. En ze was zo mooi opgemaakt.’
Gert glundert zoals nog nooit iemand in de Groninger verdachtenbank glunderde.’
Een van de rechters: ‘U was verliefd op haar he?
Gert, heel even stralend: ‘Ja man.’

Eerst kwam er een melding vanuit de GGZ in Assen waar Gerda onder behandeling stond vanwege haar depressiviteit.
De melding luidde dat een man uit Hoogeveen seksueel misbruik had gemaakt van Gerda.
Dat had ze aan haar behandelaar verteld.
Iets later belde ze op om het uit te maken.
Daarna was er politie aan de deur geweest.
Gert: ’Agenten vertelden dat ik grote problemen had. Ik kreeg er kippenvel van. Ik vond het zo erg.’
Na de melding van de GGZ volgde de aangifte.

Een vrijwilliger van slachtofferhulp leest een brief voor waarin Gerda laat weten dat ze veel heeft gehuild, dat ze herbelevingen heeft, dat haar hondje er ook onder lijdt en dat ze zich wanhopig en onmachtig voelt, dat ze Gert een vieze verkrachter vindt en dat ze een tijdje drie keer per week op het station in Assen stond om er een einde aan te maken.
Er rollen nu tranen uit de ogen van Gert.
Snikt: ‘Ik heb medelijden met haar. Het is zo jammer jammer, jammer.’

Op de dagvaarding staat dat Gert seks heeft gehad met iemand met een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens die daardoor niet in staat was haar wil te bepalen.
Als je dan toch seks hebt, is er sprake van een zekere dwang.
Dat kan maximaal acht jaar celstraf opleveren.

De officier van justitie heeft niet veel woorden nodig.
De aanklager stelt vast dat er seks is geweest, omdat beiden dat zeggen.
Zij zegt gedwongen, hij zegt dat het van beide kanten vrijwillig was.
Het enige belastende is de verklaring van het slachtoffer, een verklaring die door niets anders wordt ondersteund.
En dan is het bewijs te dun.
Dat Gerda licht verstandelijk gehandicapt is, is waar, maar niet zodanig dat ze niet in staat was om nee te zeggen.

Oftewel: de officier van justitie verzoekt de rechtbank om Gert vrij te spreken.
Als de advocaat aan het pleidooi wil beginnen, zegt een van de rechters dat ze het kort kan houden, gezien de eis.
De advocaat kijkt wel link uit en doet uitvoerig haar verhaal waar ze een dag op heeft zitten ploeteren.

Waarom de officier van justitie een man als Gert voor de rechter sleept om vervolgens te eisen dat hij wordt vrijgesproken, is mij een raadsel.
Dat er onvoldoende bewijs was, was haar immers bekend.
Gezien de opmerking van de rechter (hou het maar kort) is de verwachting gerechtvaardigd dat de Groninger rechters de Drent over twee weken ook daadwerkelijk zullen vrijspreken.

Gert nam alvast een voorschot op de uitspraak: ‘Dank u wel. Ik ben nu heel blij.’

Rob Zijlstra

update – 10 september 2015 – uitspraak
Ger kan blij blijven. De rechters hebben hem integraal vrijgesproken. Geen dwang en Gerda was heus in staat haar wil te bepalen, vinden de rechters.