slachtoffers

Anne en Shirley

‘Logge overheidsinstellingen
verdienen af en toe
een schop onder hun kont’

Op koninginnedag 1997 werd de 18-jarige sociologiestudente Anne de Ruijter de Wildt uit Groningen vermoord. Dat is dit weekeinde – zondag – twintig jaar geleden. Annes lichaam werd gevonden nabij het Noorderstation, als weggegooid langs het spoor. Een leven aan gruzelementen.

Het duurde precies drie jaar voordat forensisch onderzoekers het vuil dat onder de nagels van Anne was aangetroffen wisten te koppelen aan de dan 26-jarige Henk S. In het nagelvuil zat zijn DNA. De in Veendam geboren S. kon ook in verband worden gebracht met de moord op Annet van Reen, in 1994 in Utrecht. De chef van de Groninger recherche noemde de DNA-match en daarmee de arrestatie van Henk S. een toevalstreffer, een toeval dat de politie zo nodig heeft in oude misdrijven die zich maar moeilijk laten oplossen.

Toeval of niet, raak was het. In maart 2001 veroordeelde de rechtbank Henk S. tot acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. De rechter – de rechter die vandaag de dag Willem Holleeder ‘doet’ – noemde de Veendammer een ‘gevaar voor de algehele veiligheid’.

Drie jaar lang was de moordzaak van Anne – een moord heet nu eenmaal een zaak – volop in het nieuws. Bij de krantenartikelen stond vaak een foto van een jonge vrouw die, vlechtje in haar haar, zelfbewust en vrolijk in de camera kijkt, glas wijn in haar hand. Anne wilde leven voor een mooiere en betere aarde. Ze werkte als vrijwilligster bij de Wereldwinkel en draaide bardiensten in Vera.

Op Koninginnedag was ze met vrienden naar Amsterdam gegaan om op de vrijmarkt T-shirts te verkopen. Met de laatste trein keerde ze alleen terug naar Groningen. Vanaf het hoofdstation liep ze via het museum over het Zuiderdiep naar de Grote Markt en van daaruit richting noord. Henk S., een scharrelende binnenstadsjunk, kreeg haar in het vizier en liep haar achterna. Tot aan het Noorderstation. Daar pakte hij haar onverhoeds met de bedoeling, vertelde hij in de rechtszaal, haar te beroven. Er reden fietsers voorbij. Om te voorkomen dat Anne zou gaan gillen, drukte hij met zijn hand haar mond dicht. Toen de fietsers uit zicht waren, was Anne dood.

Drie jaar lang ook was de zaak van Anne een kwelling voor politie en justitie. Dat kwam vooral door advocaat Jaap de Ruijter de Wildt, Annes vader. Hij richtte het Comité Groningen Veilig op uit onvrede met de opstelling van het Openbaar Ministerie, toen een log, bureaucratisch en koppig orgaan dat niet was gediend van bemoeienis van buitenstaanders. ‘Logge overheidsinstellingen verdienen af en toe een schop onder hun kont,’ zei Jaap de Ruijter de Wildt in een interview met deze krant in Nieuwsblad van het Noorden.

In september 1998 verzamelde het comité in Groningen 37.000 handtekeningen die samen met een witte roos werden aangeboden aan Han Lammers, waarnemend burgemeester van Groningen. Het haalde weinig uit, maar achter de schermen maakten autoriteiten zich zorgen over het luide en aanhoudende burgerprotest uit Groningen. Ook landelijk. Justitieminister Korthals bemoeide zich persoonlijk met de ‘Groninger zaak’. De politie erkende later dat een luis in de pels – zoals terriër Jaap de Ruijter de Wildt werd gezien – niet genegeerd, maar gekoesterd moet worden. Dat was toen.

Het leven zit vol grillen. Want terwijl in Groningen de handtekeningen werden geteld, verkrachtte Henk S. in Nieuweschans een 72-jarige vrouw. Het leverde hem zeven jaar gevangenisstraf op. Hij weigerde biologisch materiaal (DNA) af te staan. Na tussenkomst van de rechtbank werd zijn DNA in april 1999 alsnog toegevoegd aan de DNA-databank. Het moest nog een jaar duren, toen op 1 mei 2000, de match met Anne (en Annet) werd gevonden. De toevalstreffer.

Even terug. Daags nadat Anne was gevonden, werd een paar honderd meter verderop, nabij hetzelfde spoor, het lichaam aangetroffen van Shirley Hereijgers, 19 jaar jong, straatprostituee. Gewurgd. In 2006 stond in zittingszaal 14 een man terecht die werd verdacht van deze moord: de dan 35-jarige Henk S. Op het lichaam van Shirley was een haar aangetroffen waarvan niet kon worden uitgesloten dat het een haar van Henk S. was. De rechters vonden het net iets te weinig. Vrijspraak.

Henk S. werd teruggebracht naar de tbs-kliniek om zijn gedwongen behandeling te vervolgen. Met weinig succes. Twee jaar geleden werd bekend dat Henk S. nog altijd ‘een gevaar voor de algehele veiligheid’ is. Het probleem: Henk S. is zo verslaafd aan drugs als een kwispelende hond in een slagerij. Ik vroeg aan zijn advocaat hoe dat nou kan. Zoiets. Hoe kan het dat iemand die al achttien jaar achter de tralies zit, van overheidswege opgeborgen, nog steeds verslaafd is? De advocaat keek mij enigszins meewarig aan en zei: ‘Rob, doe niet zo naïef.’

Woensdag moet de rechtbank in Groningen zich uitspreken over hoe het nu verder moet met de inmiddels 46-jarige Henk S. Sinds oktober 2014 ‘woont’ hij weer in Groningen, van overheidswege in de Van Mesdagkliniek. De verwachting is dat de rechtbank het verzoek van het Openbaar Ministerie om de tbs-status van Henk S. te verlengen zal inwilligen.

Behandelaars hebben het opgegeven. Zijn begeleidster verklaarde vorige week in zittingszaal 14 dat er sprake is van passief en agressief gedrag. Van stemmingmakerij. Hij zit veel in ‘eenzame opsluiting’, de laatste keer vijf weken achtereen. Er ligt een verzoek om S. te promoveren naar de long stay, het kolenhok van het strafrechtsysteem.

Je kunt daar nog ademen, bloemschikken, touwtje-knopen, recalcitrant zijn, net zo lang tot je erbij neervalt. Recent is S. overgeplaatst naar afdeling De Lauwers. De allerstrengste afdeling? Het is de afdeling die volgens de advocaat van S. de coffeeshop van de Van Mesdag wordt genoemd. Henk S. gebruikt dagelijks cannabis.

Is het niet een goed idee – zo langzamerhand – dat de dr. S. van Mesdagkliniek nu gewoon eens toegeeft dat binnen de kliniek volop drugs verkrijgbaar zijn? En dat dat toch ook vooral beleid is? Al was het maar om praktische redenen? Toch directeur? Voorzitter? Raad van Toezicht?

Ik ben deze week nog even naar het Noorderstation gefietst, naar station Groningen Noord. Voor de zekerheid. Om te zien of ze er nog zijn. En ja, gelukkig, ze hangen er nog, ongehavend aan de betonnen pilaren onder het viaduct, de door Hans van Bentem gemaakte kunstwerken, kleurige panelen, gemaakt van scherven.

Het zijn vrolijke werken.
Tegen geweld.
De kunstenaar maakte ze voor Anne.
En vast ook een beetje voor Shirley.

Rob Zijlstra

> interview Jaap de Ruijter de Wildt [nvhn, 2 oktober 2001 – pdf]
> de moord op Anne de Ruijter de Wildt [nvhn, 18 januari 2001 – pdf]
over de kunstwerken van Hans van Bentem [nvhn, 22 november 2000 – pdf]

 

update – 2 mei 2017 – reactie Van Mesdag
De Van Mesdagkliniek heeft een verklaring gepubliceerd de website van de instelling. Daarin wordt erkend dat in de kliniek drugs (en drank) verkrijgbaar zijn, maar dat dat geen beleid is. Integendeel. Er bestaan allerlei maatregelen die de aanwezigheid van contrabande moeten tegengaan. Maar honderd procent drugsvrij is een illusie. Patiënten en bezoekers zijn namelijk nogal inventief, zo staat in de verklaring. > de verklaring

update – 3 mei 2017 – uitspraak
De tbs-maatregel is, zoals werd gevorderd, geadviseerd en verwacht,  met twee jaar verlengd. Voor het hoe en waarom, zie hieronder [klik op afbeelding].

De ratsmodee

Er zijn te weinig strafrechters
in Groningen (in Noord-Nederland)
om recht te spreken.

Zou de rechtbank in Groningen een winkelstraat zijn, dan zou die straat zich kenmerken door lelijke leegstand. Of een school. Zou de rechtbank in Groningen een school zijn, dan zouden ouders (en/of verzorgers) steen en been klagen vanwege de grote uitval van lesuren. De inspectie zou rapporteren dat er meer lessen niet doorgaan dan er worden gegeven.

De rechtbanken in Groningen, in Assen, in Leeuwarden – samen de rechtbank Noord-Nederland – zijn geen winkelstraten met dichtgetimmerde winkelpanden, geen scholen met lerarentekorten, maar instituten waar geschillen worden geslecht en waar wordt gezocht naar de waarheid (een waarheid). En dat allemaal om de boel om ons heen een beetje soepeltjes te laten verlopen. Functioneert de rechtspraak niet, dan gaat de samenleving naar de ratsmodee.

Onheilspellend begin, Zijlstra.
Gaat het niet goed dan?
Niet helemaal.

Er zijn te weinig strafrechters in Groningen (in Noord-Nederland) om recht te spreken. De boel loopt nog niet in het honderd, maar het kraakt hier en daar duchtig. Op de rechtbank noemen ze het een gebrek aan zittingscapaciteit. Dat suggereert dat er te weinig zittingszalen zijn, waar dan niemand iets aan kan doen. Maar dat is niet zo. Er is ruimte zat. Het zit ’m in de mensen.

Probleem van nu is ook dat als er iets bijzonders aan de hand is, iets dat afwijkt, dan wreekt zich dat direct. Zo wordt het reguliere misdaadwerk in de rechtbank van Groningen al weken gegijzeld door een grote strafzaak. Die zaak gaat over vieze olie en valse transporten tussen Farmsum (Delfzijl), Lelystad, Roosendaal en Duitsland. De vermeende strafbare feiten zouden zijn gepleegd tussen 2006 en 2010.

Het onderzoek duurde jaren en kostte naar verluidt miljoenen euro’s. In zittingszaal 14 is speciaal een grote kast geplaatst om alle dossiers te kunnen bergen. Tegen de twee verdachte directeuren zijn boetes en werkstraffen geëist. Een van de betrokken bedrijven, North Refinery, is al jaren failliet. Het strafproces
begon begin maart, afgelopen week zijn (voorlopig) de laatste woorden gesproken. De uitspraak is over een paar maanden. Daarna volgt hoger beroep, vast ergens in 2020.

Los van direct betrokkenen is niemand in deze voor buitenstaanders onnavolgbare kwestie geïnteresseerd. Uiteraard moet in zo’n zaak recht worden gesproken, kennelijk ook als dat ten koste gaat van het gewone strafwerk. En dan moeten de rechters die er wel zijn zich ook nog eens bezighouden met strafzaken in de kleinste categorie.

Zo was er afgelopen week een man die een andere man had geslagen, zoals mannen dat al honderden jaren doen en dat (heb ik gehoord) de komende eeuwen ook blijven doen. Er was een zaak die draaide om openlijk geweld op de skatebaan. Een mishandeling (klap met vlakke hand) in een scheidingsprocedure nadat hij de hond had uitgelaten en twaalf flessen bier had gedronken. Er was wederspannigheid, een bedreiging, een eenvoudige belediging van een ambtenaar, de gebruikelijke diefstallen (croissantjes, Groninger metworst, kleding).

En de 65-jarige mevrouw L. moest komen opdraven.

Mevrouw L. wordt beschuldigd van vernieling. Wat ze heeft gedaan? Zij heeft Guusje laten castreren en dat had ze niet mogen doen want Guusje is niet van haar. De castratie is daarmee wederrechtelijk. Het baasje van Guusje had aangifte gedaan en toen moest mevrouw L. op het politiebureau komen. Er werd proces-verbaal opgemaakt en mevrouw L. werd aangemerkt als verdachte van het vernielen van de kater. Zo zeggen juristen dat. Volgens de officier van justitie trof de eigenaresse haar kat in een andere staat aan dan ‘ie die ochtend de deur was uitgegaan. Met ballen weg, zonder ballen terug.

De eigenaresse van Guusje zit als slachtoffer achterin de rechtszaal, mevrouw L. in de verdachtenbank, voorin. De eigenaresse kijkt triomfantelijk nu het er naar uitziet dat er eindelijk recht wordt gedaan. Mevrouw L. moet af en toe huilen want ze vindt het verschrikkelijk dat ze voor de rechter moet verschijnen.

Mevrouw L. zegt dat ze te goeder trouw heeft gehandeld. Dat haar motieven zuiver waren. Bona fide. Niet Mala fide zoals de verdenking luidt. Ze dacht dat Guusje een zwerfkat was. In 2015 had ze Guusje als eens verzorgd. Ze had het beestje toen gevonden met een grote wond boven op de kop. Ze had de wond schoongemaakt en magere Guusje wat te eten gegeven. Guusje was daarna blijven komen. Ze gaf hem vaker te eten en ook een keer een wormenkuur want dat moet af en toe bij een kat.

In de buurt had ze navraag gedaan, maar niemand wist van wie Guusje was. Ze belde de dierenambulance. Of er een kater in de buurt werd vermist? Niet. Na een tijdje had ze een bandje met een kokertje om de nek van de kat gedaan met in dat kokertje een briefje. Of de eventuele eigenaar contact zou willen opnemen. Niet lang daarna was het kokertje verdwenen, maar een eigenaar meldde zich niet. Toen na twee maanden guur weer de winter aankondigde, besloot mevrouw L. Guusje in huis te nemen.

Om geplas en katergestink tegen te gaan nam ze Guusje mee naar de dierenarts voor een ‘je-weet-wel-ingreepje’. Iedereen blij. Zou je denken.

Maar de buurt was helemaal niet blij. Buurtgenoten kalkten op de muur van het schuurtje van mevrouw L. dat ze een kattenmoordenaar is en dat ze tbs moet krijgen. Of een rolstoel. Er volgden bedreigingen en pogingen om haar omver te rijden met een auto. In het dossier staat dat de buurtagent heeft bevestigd dat tegen mevrouw L. een hetze wordt gevoerd. Er zijn camera’s opgehangen en burgemeester Peter den Oudsten is ingeschakeld om te bemiddelen. Recent was er een kort geding waarbij een aantal buurbewoners een contactverbod kreeg opgelegd.

De ondervraging van mevrouw L. door de politierechter duurt een half uur lang. Daarna doet de officier van justitie haar verhaal. Zij wikt en weegt en zegt uiteindelijk dat ze mevrouw L. het voordeel van de twijfel geeft. De eis: vrijspraak. De politierechter is zonder twijfel. Zij zegt tegen mevrouw L.: ,,U heeft te goeder trouw gehandeld en ik zie geen enkele reden u te veroordelen.’’

De rechter merkt nog op dat ze hoopt dat de situatie in haar woonomgeving nu snel zal verbeteren. De eigenaresse van Guusje haast zich de rechtszaal uit, terug naar de buurt waar de pesterijen nog niet voorbij zijn.

Aan eigenrechters was nog nooit een gebrek.

Rob Zijlstra

Is dit wel waar?

Hij beschouwde haar
als zijn seksslavin
die moest doen
wat hij wilde
schermafbeelding-2016-11-23-om-14-37-36

tweet

De zaak was al bijzonder omdat het over buitenissig veel geld gaat. En omdat het verhaal achter dat geld, welgeteld 1.581.868 euro, nog veel gekker moet zijn, is dit een bizar verhaal.

Het gaat over Ivan en over Darina, vijftien jaar geleden een jonge vrouw uit het Bulgaarse Sliven. Ivan – inmiddels 44 jaar oud – was daar ooit varkensboer. Hij werd in oktober 2009 door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij Darina jarenlang zou hebben uitgebuit. Hij beschouwde haar als zijn seksslavin die moest doen wat hij wilde: zo veel mogelijk geld verdienen.

Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM, misdaad mag niet lonen) deed uitvoerig onderzoek naar de verdiensten van de vrouw. De uitkomst is akelig: zij zou ruim 1,5 miljoen euro hebben verdiend met het hebben van seks met mannen in de rosse buurt van Groningen.

Mocht dit kloppen, dan even voor het idee: een intiem samenzijn met Darina kostte mischien wel 50 euro per keer.
Als dat zo is, dan had deze jonge vrouw in acht jaar tijd dagelijks, zeven dagen per week, seks met tien mannen.
Als andere cijfers ook kloppen, dan moet half mannelijk Groningen haar kennen.

Groninger agenten die belast zijn met het tegengaan van mensenhandel kenden haar in ieder geval. Op hun rondgangen door de buurt was het hen wel opgevallen dat Darina vaak en lang werkte. Ze maakten wel eens een praatje met haar en uit niets wat ze dan zei kon worden opgemaakt dat ze een slachtoffer was. Maar eind 2008 meldde ze zich op het politiebureau. Ze vertelde dat ze werd uitgebuit.

De politie, aanvankelijk verbaasd want nooit iets gemerkt, begon een onderzoek (onderzoek Kolibrie) en schreef 200 pagina’s vol leed. Dat er dagen waren dat ze twintig uur werkte, dat ze wachtend op klanten altijd moest staan. Dat ze ook moest werken wanneer ze ongesteld was. Pistool op haar hoofd. Een paar keer kreeg ze een cadeautje van haar varkensboer: een keer grotere borsten, een keertje volle lippen.

Ivan streek al het geld op dat zij kreeg en hield er in Bulgarije in een grote villa een luxe leven op na met protserige auto’s en horloges. Op een deel van Ivan’s bezittingen is beslag gelegd.

In oktober 2009 werd Ivan niet alleen tot vier jaar cel veroordeeld, maar ook tot het betalen van 20.000 euro smartengeld aan Darina.
Daarnaast was gevraagd de verdiensten (1.581.868 euro) af te pakken: na aftrek van wat kosten zou Ivan – aldus BOOM – 1.441.370 euro moeten inleveren.
De rechtbank wees dit af: te ingewikkeld voor een strafzaak.
Het Openbaar Ministerie was het daar niet mee eens en begon in juni 2011 een procedure bij het gerechtshof.

En kijk, ruim vijf jaar later, donderdagmiddag om drie uur – zeven jaar na de aanhouding van Ivan en vijftien jaar nadat de jonge vrouw voor het eerst als seksslavin achter te ramen in Groningen werd gezet – is er een nieuwe rechtszaak waarin het Openbaar Minsterie die 1.441.370 euro opeist.

Misdaad kan heel lang lonen.

Rob Zijlstra

update 22december 2016 – beslissing
Ivan moet betalen. Hij krijgt 10 procent korting omdat de redelijke termijnen om zoiets af te handelen volgens de rechtbank met 15 maanden zijn overschreden. Resteert: 1.148.595 euro en 19 eurocent.

Duistere zaken

De Guinee-mannen
namen genoegen

met dit bedrag en lieten
de wietknippers na
vier bange dagen vrij

Rechtszaken geven inkijkjes in de wereld waar het daglicht spaarzaam is, waar de bewoners fluisteren en waar buitenstaanders niet welkom zijn. In rechtszalen worden soms dingen gezegd, woorden gesproken, die licht laten schijnen in die donkere duisternis. En dan zie je, voor heel even, ineens iets meer.

Zo zag ik ineens dat er verbanden zijn tussen een schrikbarende gebeurtenis, een aanslag op een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden, een brand in een woning van een man uit Sierra Leone en een wc-eend-onderzoek.

Ik zet het op een rijtje.

In augustus 2013 werden in een woning in stadswijk Paddepoel in Groningen vier mannen gegijzeld. De ongelukkigen kwamen uit Vietnam en waren vanuit Duitsland naar Nederland gekomen om hier in het geniep wiet te knippen in hennepkwekerijen. Dat is werk dat – net als bollen pellen – gedaan moet worden en waar mannen uit Vietnam misschien wel goed in zijn.

Toen ze klaar waren met knippen en met het verdiende loon huiswaarts wilden keren, werden ze tegengehouden, opgesloten en vastgebonden door Fransmannen uit Guinee. Ze kregen – handen vastgebonden op de rug – geen eten, maar harde klappen in het gezicht en stroomstootwapens tegen zich aangedrukt. Ook werd gedreigd oren af te knippen. Dat doet hartstikke zeer.

De bedoeling van deze heisa was dat de Fransmannen uit Guinee geld wilden van de Vietnamezen. Ze wilden 20.000 euro in ruil voor hun vrijlating. De Vietnamezen kregen een telefoon en belden in doodsangst familieleden die er met veel moeite in slaagden 5.000 euro bijeen te brengen. De overdracht van het geld had plaats op het hoofdstation. De Guinee-mannen namen genoegen met dit bedrag en lieten de wietknippers na vier bange dagen vrij.

Vijf maanden later werd aan het Hoendiep in Groningen, ’s morgens in alle vroegte, een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden neergeschoten. De politie onderzocht de zaak en kwam al heel snel met een ongebruikelijke mededeling: het betrof een liquidatie, een mislukte weliswaar, maar toch. Het slachtoffer was, zo meldde de politie, een man uit Sierra Leone en geen willekeurige passant. Door dit te melden wilde de politie, zei de politie, onrust in de stad voorkomen. De krantenbezorger werd opgenomen in het ziekenhuis, de kogels waren in zijn benen geschoten.

Dat de politie dit zo snel wist kwam omdat de man de doodzonde van de duistere wereld had begaan: hij zou met de politie hebben gepraat over hennepkwekerijen, knippende Vietnamezen en over Franse mannen uit Guinee.

Er vloog ook
een geldkistje
door de lucht

Een kleine maand na de aanslag aan het Hoendiep brak er brand uit in een woning aan de Kleine Haddingestraat in de Groninger binnenstad. Het vermoeden: aangestoken. De brandweer probeerde te redden wat er te redden viel en gooide het huisraad naar buiten. Er vloog ook een geldkistje door de lucht. Agenten zagen dat en namen het kistje mee naar het bureau, want geldkistjes laat je niet achter op straat.

De bewoner van de deels uitgebrande woning is de 36-jarige Kabala. Ook hij is bezorger van de krant. Op het moment van de brand bracht hij ons rond. Bij thuiskomst was de paniek groot. Niet alleen over het geldkistje, maar vooral over een plastic tas waarin 20.000 euro had gezeten. Of 30.000 euro, duidelijkheid daarover is vaag. Kabala zelf denkt dat de politie het geld heeft gestolen. Hij heeft aangifte gedaan.

Tijdens het onderzoek in verband met de brandstichting ontdekt de politie dat zij Kabala eerder hebben ontmoet. Kabala komt als een getuige voor in het onderzoek van zijn neergeschoten collega. Agenten vinden die link zo verdacht dat ze wel eens willen weten wat er in dat geldkistje zit. In mei 2014 – drie maanden na de brand – maken agenten het kistje open. Er zit 15.170 euro in.

Voor de politie is dat de prijs van één medezeggenschapsvergadering, voor een krantenbezorger daarentegen is het verdacht veel geld. Krantenbezorgers die banden hebben met mannen die in verband worden gebracht met schieten en geld bewaren in kistjes en tassen zouden wel eens tot de wereld van de misdaad kunnen behoren.

Zo kwam het dat Kabala deze week in zittingszaal 14 zat. Niet als drugsboef of geweldenaar, maar als verdachte van witwassen: van 30.000 euro die hij zegt te hebben gehad en wat weg is en van 15.170 euro uit het kistje.

Dit verhaal krijgt niet een mooi afgerond of overzichtelijk einde want dat is er niet.
De twee Fransmannen uit Guinee zijn vorig jaar veroordeeld tot elk 5 jaar gevangenisstraf wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Volgende week dienen hun zaken in hoger beroep bij het hof in Leeuwarden.
Het onderzoek naar hun rol bij de mislukte liquidatie van de krantenbezorger leverde te weinig op voor een strafzaak.
Die kwestie staat nog te boek als niet opgehelderd.
Evenals het slachtoffer trouwens.
Na het ontslag uit het ziekenhuis verdween hij zonder sporen.

En Kabala? Hij kwam deze week in de rechtszaal met een verklaring. Het geld uit het kistje was geld dat hij had geleend voor een aanstaande operatie vanwege zijn ziekte waar hij niet veel over kwijt wil. De operatie moet mogelijk plaatshebben in de Verenigde Staten wat veel geld kost. Dat Kabala dit nu pas verklaart is omdat hij nieuwe geldleenovereenkomsten kan tonen. Eerder niet. De originelen waren bij de brand verloren gegaan.

De officier van justitie denkt diep na en misschien wel er het zijne van na en zegt dan dat hij Kabala niet langer als een verdachte kan beschouwen nu er plots een aannemelijke verklaring is over de herkomst van het geld. En omdat het onderzoek van de politie volgens hem ook niet uitblinkt in duidelijkheid moet het maar klaar zijn.
Tegen de rechters: ‘Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken. Het geld uit het kistje kan wat mij betreft aan verdachte worden teruggegeven.’

Rest die 20.000 euro. Of 30.000. Heeft de politie dit geld gestolen?
Nee.
Hoewel?
Het is inmiddels bekend dat de integriteit bij de politie niet meer een vanzelfsprekendheid is. Er is een intern onderzoek geweest waarin agenten zichzelf hebben verhoord.
Het onderzoek heeft naar verluidt niets opgeleverd, opdat agenten zichzelf ook niet hebben hoeven arresteren.

De rechters vragen aan Kabala of hij de eis tot vrijspraak zoals de officier van justitie voorstelt, begrijpt.
Hij zegt: ‘Nee, maar ik hoop dat de waarheid op tafel komt.’

Rob Zijlstra

aanvulling

onrechtmatig

Advocaat Mathieu van Linde is het eens met de officier van justitie ten aanzien van de strafeis. Hij is het niet eens met de motivering. Van Linde meent dat Kabala op andere gronden moet worden vrijgesproken.

De politie had geen enkele reden om in het geldkistje te kijken. Op het moment ze dat deden werd Kabala van niets verdacht, aldus Van Linde. De verdenking van witwassen ontstond pas nadat he kistje was geopend.

Het openmaken was niet rechtmatig. Ze hadden het kistje zonder gedoe aan de eigenaar terug moeten geven. Het openbreken was onrechtmatig en dan is ook het aangetroffen bewijs – het geld – onrechtmatig verkregen. Consequentie van deze onrechtmatigheden: het bewijs moet worden uitgesloten. En dan blijft er niets over wat moet leiden vrijspraak.

update – 17 november 2016 – uitspraak
Zoals viel te verwachten is Kabala vrijgesproken. De vraag was: op welke grond. De rechtbank kiest voor de redenering van advocaat Mathieu van Linde: het openbreken van het kistje was onrechtmatig. Sterker: de hele inbeslagname van het kistje is vaag en onduidelijk. Kortom: de politie heeft beroerd werk verricht. Gevolg: een vrijspraak.

2 fragmenten uit het vonnis:

kistje-1

kistje-2

.

Catastrofale mannen

Twee jaar lang hoopte ze ’s avonds
huilend in bed op betere tijden, maar
haar vader bleef een gruwzaam man

schermafbeelding-2016-10-14-om-10-52-54Grote woorden verdienen het om spaarzaam te worden gebruikt.
Je kunt niet iedere misstand een drama, niet elk ongemak een ramp noemen, want dan sta je bij ware malheur met de mond vol tanden.

Het is dus niet zo dat het Noorden van Nederland op 13 november 2014 is ontsnapt aan een catastrofale explosie met gevolgen voor mens en omgeving.
Dat is te zwaar aangezet, het is te groots uitgedrukt.
Toch werd het deze week gezegd in de rechtszaal en moest de 44-jarige Pascal een beetje huilen. Want stel dat de Eemscentrale wel was ontploft door zijn schuld.
Wat dan?

Daar moet hij steeds aan denken, aan wat er misschien had kunnen gebeuren, dat er doden hadden kunnen vallen, eventueel, en hoe stom hij was geweest.
Sowieso.
Pascal moet af en toe even naar adem happen.
Dan weer veegt hij met de palmen tranen uit het gezicht.

Eerst dachten ze dat hij zo’n radicale milieuactivist was.
Op het politiebureau hadden ze dat aan hem gevraagd.
Ben jij dat?
Hij had nee gezegd, hij had geantwoord: ‘Ik ben steigerbouwer.’
Waarom had hij het dan gedaan, dat wil iedereen weten.
Pascal doet zijn best.

Het was razend druk op het werk, het ging maar door, want de klus moest af.
Het was zo druk dat hij geen vrije dag kon krijgen.
Daar had hij wel om gevraagd.
De oma van zijn vriendin was overleden.
Hij wilde graag bij de begrafenis zijn, maar dan moest hij dus vrij en zijn chef, een Duitser aan wie hij toch al een hekel had, gaf geen toestemming.
Het was frustratie.
En een vlaag van verstandsverbijstering.
‘Misschien was het een combi.’

Dat laatste willen de rechters niet zomaar geloven omdat er twee momenten waren geweest dat hij het had gedaan.
De eerste keer om 10.18 uur, de tweede keer om 13.39 uur.
Dan moeten dat twee opeenvolgende vlagen van verstandsverbijstering zijn geweest, wat een beetje apart is, menen de rechters.
Pascal knikt, haalt diep adem en zegt dat hij het ook niet meer weet.
En dat hij ontzettend veel spijt heeft.

Pascal had een hendel omgezet.
Omhoog gehaald.
Twee keer.

In de tenlastelegging staat dat hij ‘opzettelijk een ten opzichte van een elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld…’
Juristen snappen dat zelf ook maar nauwelijks, maar praten nu eenmaal zo.
Het komt erop neer dat Pascal de beveiliging van een hulpkoelsysteem uitschakelde en dat dat bloedlink was.
Ergens in de centrale zou iets cruciaals extreem oververhit kunnen raken.
Een explosie zoals Groningen die nog nooit had beleefd was dan niet uit te sluiten.
Omdat het een hulpkoelsysteem – een back-up – betrof moest het wel heel gek lopen zou dat ook echt gebeuren.
Maar toch.
Ongelukken schuilen in kleine hoeken.

Even na vier uur zei iemand in de centrale, ‘verrek, krijg het nou, de druk in het back-upkoelsysteem van eenheid 3 is gezakt tot onder de 1 bar’.
De medewerker drukte op de rode knop en razendsnel werd een crisisteam geformeerd en werd de halve Eemshaven afgezet.
Verder gebeurde er niets.

Pascal zucht.
De officier van justitie ook, evenals de advocaat.
Er verstrijken jaren zonder dat er ook maar een jurist in Nederland zich verdiept in artikel 161bis van het Wetboek van strafrecht.
Daarin staat dat wat Pascal heeft gedaan niet mag.
De advocaat merkt op dat zijn cliënt al zwaar genoeg is gestraft.
‘Hij is ontslagen en hij heeft het prachtige Groningen verlaten en verruild voor het saaie Waddinxveen. Genoeg, dunkt me.’
Ook merkt de raadsman op dat er geen catastrofe in de lucht heeft gehangen, maar dat er even sprake is geweest van een verminderde staat van veiligheid.
‘Ach.’

Rechters vragen aan Pascal of hij zich op die dag om 10.18 en 13.39 uur bewust was van de gevaren.
Pascal: ‘Ik heb daar op dat moment niet bij stilgestaan.’
De officier van justitie eist een taakstraf van 120 uur.

Maar dan Fred.
Fred is een ander verhaal.
Fred, 46 jaar, bloemenverkoper, is wereldwijd een catastrofe voor de mensheid.
Kleiner kan ik het – op basis van de rechtszaak waar Fred als tragisch figuur de hoofdrol speelde – niet maken.
Een collega van de perskamer noemde hem de smerigste hufter.
‘Geef mij een kwartiertje met hem alleen’, zei ze.

Fred heeft gedurende een jaar zijn jongste dochter misbruikt.
Hij had daar een reden voor: hij zat in een faillissement.
Daardoor had hij het dus ontzettend zwaar want veel stress en toen ging zijn vrouw ook nog vreemd met zijn beste vriend.
‘Het was een fase in mijn leven dat ik erg instabiel was.’

Fred zegt dat het natuurlijk geen excuus is.
Maar ja.
‘Een man met stress doet nu eenmaal rare dingen.’
Hij zegt ook dat hij natuurlijk spijt heeft.
En de rechters moeten niet denken dat het de schuld is van zijn dochter of zo.
Dat is niet zo.
Het is zijn schuld.
‘Ik heb een fout gemaakt. Ik ben verantwoordelijk.’

Hij vertelt dat zijn dochter een pittige dame was, niet gemakkelijk in de opvoeding.
Het was een keer begonnen met knuffelen.
En zo was het doorgegaan.
Zoenen op de mond. Hij met zijn tong.
Soms ging hij trimmen in het bos en dan mocht zij mee (‘nee, ik moest mee’).
Een keer wilde zijn dochter, toen 16 jaar, uit met vriendinnen.
Hij had gevraagd: wat heb je daarvoor over?
Hij was toen in dat bos met zijn vingers in haar vagina gegaan.
Tegen de rechters: ‘Heel spontaan.’

In 2013 vertelde ze alles aan haar moeder.
Ze wilde geen aangifte doen.
Twee jaar lang hoopte ze ’s avonds huilend in bed op betere tijden, maar haar vader bleef een gruwzaam man.
Een jaar geleden deed ze alsnog aangifte.

De rechters vragen: ‘Was u daar boos over, over die aangifte?’
Hij: ‘Nee. Maar ik was wel verontwaardigd.’
De officier van justitie citeert uit een verklaring van de dochter: ‘Op de dag dat ik aangifte deed, zei hij tegen mij: ‘dit is de dag dat ik je heb begraven’.

Fred vindt niet dat hij hulp nodig heeft.
‘Ik heb veel vrienden die psychiater zijn. Ik heb al met hen gepraat.’
De officier van justitie: ‘Het bewijs is easy. Hij bekent de beschuldigingen. Ik eis een half jaar celstraf, de helft voorwaardelijk.’

Ook Fred heeft het Noorden verlaten.
Hij verkoopt nu de meest vrolijk gekleurde bloemen in Amsterdam.
Alsof er niets is gebeurd.

Rob Zijlstra

 

update – uitspraak – 21 oktober 2016 
Pascal is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur. Conform dus. De rechtbank volgt in de veroordeling het  Openbaar Ministerie. Dat ziet er dan als volgt uit (fragment vonnis):

schermafbeelding-2016-10-21-om-16-10-50

Net andersom

Er zijn getuigen,
maar hun verklaringen brengen
– zoals zo vaak bij getuigen –
meer verwarring dan duidelijkheid

 

Schermafbeelding 2016-01-21 om 23.08.44Twee tegenstrijdige verhalen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn.
Dit blijft ook waar wanneer het om twee verhalen gaat die beide geloofwaardig zijn.
Gedegen politieonderzoek kan in zo’n geval uitkomst bieden, maar uitgerekend in deze kwestie heeft de politie zitten klooien.
De rechters drukten zich ietwat beleefder uit.
Die zeiden: ‘Het is jammer dat het dossier op cruciale punten hiaten bevat.’

Jan (32) uit Stadskanaal is de verdachte.
Het slachtoffer is Dirk (54) uit Wildervank.

Jan draait er niet omheen.
Zijn analyse: ‘Het is gruwelijk geëscaleerd. We zijn te ver doorgezakt.’
Hij was ’s middags met de bus naar Wildervank gegaan, voor een bezoek aan Dirk die hij wel kent.
’s Middags hadden ze bier en berenburg gehaald en haringen om te eten.

Ze zaten aan tafel in de voorkamer.
Eerst was het een gezellige boel, Jan had nog staan dansen.
Maar toen de drank de baas werd, veranderde de sfeer.
Dirk, zegt Jan, begon met die fles berenburg op de tafel te slaan.
Op die tafel lag niet alleen een mes (in verband met de haringen), maar ook de mobiele telefoon van Jan.
‘Ik zei nog, pas nou op, maar het was al te laat. Het glas spatte in mijn gezicht.’

De vrolijkheid is dan verdwenen.
Jan vindt dat Dirk een nieuwe telefoon moet betalen.
Of iets moet regelen met de verzekering.
Maar Dirk, zegt Jan, wilde daar niets van weten.
Volgens hem was het glas van de telefoon al stuk.
‘Er ontstond een welles-nietes-spelletje. Het viel me op dat Dirk heel heftig reageerde.’

Rechters: ‘En toen?’

Dirk, vervolgt Jan, ging even naar de wc.
‘Maar hij bleef lang weg, dus ging ik even kijken. Bleek dat hij op straat was. Ik liep hem achterna, maar viel toen op het stoepje, ik gleed uit. Samen zijn we toen naar binnen gekropen. Toen gingen we weer drinken en begon ik dus weer over die telefoon. Ik wilde dat nog even oplossen, want ik moest de bus halen naar Stadskanaal. Er ontstond duw- en trekwerk. Ik heb toen de tafel tegen hem aangeduwd. Ik wilde niet vechten. Maar ineens, tjakka. Ineens stak hij mij met een mes. Ik raakte in paniek. Ik dacht, halve gek, ik ga morsdood, hiero.’

Jan werd geraakt in de borst en in de linkerbovenarm en begon te slaan en te schoppen.
‘Om me te verdedigen. Het was een reactie uit angst.’
Toen Dirk na een tijdje niet meer bewoog, belde Jan 112.
Hij zegt: ‘Ik schrok, dacht, oei, dit komt niet goed.’

Als de politie arriveert, zit Dirk versuft op de grond, terwijl het witte T-shirt van Jan rood is gekleurd van het bloed.
Beiden worden met spoed overgebracht naar het ziekenhuis in Groningen.
De steekwond valt bij nader inzien mee.
Dirk is er daarentegen niet best aan toe.
Hij belandt op de intensive care met onder anderen breuken in het gezicht, een gebroken nekwervel en negen gebroken ribben.
Er ontstaan complicaties.
Artsen vrezen even voor Dirks leven.

Tja, zegt Jan, ik heb dit ook niet gewild.
Tja, zegt ook de officier van justitie met zijn strafdossier vol hiaten.
Hij zegt: ‘Er is iets gebeurd, de vraag is in welke volgorde.’
Hij heeft al een keuze gemaakt: ‘Ik ga ervan uit dat Dirk Jan heeft gestoken en dat Jan vervolgens in een hevige gemoedstoestand Dirk heeft geslagen en geschopt. Ik vind dat er sprake is van noodweerexces. Zelfverdediging in paniek. Jan heeft zich wel schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, maar ik vind dat we hem daarvoor geen straf moeten opleggen.’

De advocaat van Jan is het daar roerend mee eens.
Jan verlaat – misschien wel een beetje ontgoocheld – de rechtszaal.

Maar dan, de volgende zaak.
Daarin is Dirk de verdachte en Jan het slachtoffer.
Dezelfde rechters: ‘Wat is er gebeurd?’
Tja, zegt Dirk.
‘We zaten gezellig te drinken en dat is toen uit de hand gelopen. Ik ben blij dat ik hier zit, want ik had net zo goed dood kunnen wezen.’

Rechter: ‘Vertel.’

Dirk: ‘Jan zei dat ik zijn telefoon kapot had gemaakt, maar dat is niet zo. Die telefoon was al kapot. We kregen woorden. Ineens sloeg hij mij van mijn stoel. En toen begon hij ook te schoppen. Ik ben naar buiten gevlucht, ik wilde naar mijn overbuurman. Maar Jan kwam achter me aan en sleepte me de woning weer in. Hij begon weer te slaan. Ik raakte bewusteloos. Toen ik bijkwam, waren er allemaal politieagenten.’

Dirk ontkent dat hij heeft gestoken met een mes.
‘Jan had een mes en maakte daarmee stekende bewegingen. Ik heb me afgeweerd.’
Dirk stroopt de mouwen op en laat de littekens op de onderarmen aan de rechters zien.
Die kijken met ernstige ogen en zeggen: ‘Jammer dat de politie hier niets over heeft opgenomen in het dossier.’
De messen waarmee gestoken zou kunnen zijn – er worden twee gevonden – zijn niet onderzocht.

Er zijn getuigen, maar hun verklaringen brengen – zoals zo vaak bij getuigen – meer verwarring dan duidelijkheid.
Om half tien zou het al vreselijk uit de hand zijn gelopen, terwijl pas om half elf het alarmnummer 112 werd gebeld.
De advocaat van Dirk zegt dat niet uitgesloten kan worden dat Jan zichzelf heeft verwond.
Het was een heel raar wondje, het was ook meer een snijwond dan een steekwond, met wel heel veel bloed.
Maar dat is niet raar, weet de advocaat die zich bij het scheren eens in de oorlel sneed. De rechters willen niet weten hoeveel bloed dat geeft.
‘Niet te stelpen.’

Tja, zeggen de rechters.
Ze zeggen dat ze in de vorige strafzaak een verhaal hebben aangehoord dat best heel aannemelijk klonk.
Tegen Dirk zeggen ze: ‘Maar uw verhaal past ook wel.’

Jan liegt.
Of Dirk doet dat.
De aanklager is zonder twijfel.
Hij heeft tijdens de zitting van Jan de knoop al doorgehakt.
Als Jan het slachtoffer mag zijn, moet Dirk de dader wel wezen.
Om beide vechtersbazen weg te laten komen met noodweer zou wel heel raar zijn en kan ook helemaal niet.
Dus Dirk hangt.
Hij is schuldig aan een poging tot doodslag en is – anders dan Jan – ook een strafbare dader.
De eis: achttien maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk.
Dat is een jaar.

Zo zit het dus.
Of net andersom.

Rob Zijlstra

update – 1 februari 2016 – uitspraken
Een lastige zaak zegt de rechtbank. Zo lastig dat ‘we er niet uitkomen’. De rechter: ‘Er liggen twee aannemelijke verklaringen die evenwel niet tegelijkertijd waar kunnen zijn. Voor beide verklaringen is bewijs en in beide zaken geldt dat dat bewijs niet kan worden weerlegt. Omdat naar een aantal cruciale zaken geen onderzoek is gedaan, blijft de waarheid in het midden liggen.’
Om toch tot een oplossing te komen besluit de rechtbank uit de te gaan voor het meest gunstige scenario voor beide verdachten.
Dirk wordt vrijgesproken.
Jan wordt ontslagen van alle rechtsvervolging

Kind van de rekening

Hij vraagt aan de rechters
of die wel eens dronken zijn?

Schermafbeelding 2015-12-10 om 19.47.23Het is zonder twijfel heel sneu dat al die bekenden van de politie in Amsterdam op straat worden doodgeschoten.
Maar de echte slachtoffers van de criminaliteit zijn zij die er niets aan kunnen doen: kinderen.

Donderdag stond een man, een vijftiger uit Drenthe, voor het denkbeeldige hekje in zittingszaal 14.
Eerder stond hij als onderwijzer voor de klas.
Na een veroordeling wegens ontucht en het in bezit hebben van kinderporno – eerder is al jaren geleden – leek het hem niet verstandig terug te keren in het onderwijs.
Ook zijn activiteiten bij verengingen had hij beëindigd, want stel dat het uit zou komen.
Sindsdien brengt hij bij u thuis stilletjes de folders rond, ’s middags bij een enkeling de avondkrant.

Het is niet best, maar dat weet hij zelf nog niet.
Hij had destijds anderhalf jaar in de gevangenis gezeten.
Daarna viel hij in handen van de hulpverlening.
De geconsumeerde hulp werkte als een aspirientje, niet heel lang.
Al snel zat hij hulpeloos een paar keer per week als een eenzame man achter het beeldscherm, op zoek naar kinderen in situaties waarin die gruwelijk werden misbruikt.
Het allerliefst vond hij misbruikte jongens tussen de 8 en de 14 jaar.
Toen hij eens een paar verboden foto’s verstuurde – naar iemand – ging er bij Google een rode lamp branden.
De afdeling Big Brother van Google belde de politie en verstrekte informatie over de afzender van de onderschepte e-mail.
En zo gebeurde het dat in december vorig jaar twee agenten bij Jan (58) op de stoep stonden.

Hij zegt tegen de rechters – opgelucht omdat hij er nu over kan praten – dat zijn pedofiele gevoelens het hebben gewonnen van het gezonde verstand.
Jan – daar zijn er heel veel van, dus dat kan best – had na zijn aanhouding onmiddellijk de huisarts gebeld.
Hij wilde nog een keer hulp.
Sinds april zit hij in therapie, drie dagen per week.
Hartstikke leuk.
‘Je zit in een groep met mannen met hetzelfde. Dan praten we en dan houden we elkaar scherp.’

Of hij al vorderingen maakt?
Enthousiast: ‘Ja, maar ik ben er nog niet. Ik denk dat ik nog wel een paar jaar bezig ben.’
Jan heeft met zijn therapeutische mannenpraatgroep een nieuwe invulling van zijn leven gevonden.

De officier van justitie kijkt niet vol begrip.
Ze kijkt boos en zegt dat achter ieder plaatje een misbruikt kind schuilgaat.
Ze zegt: ‘Dit moet ik toch even kwijt. Voor uw gerief zijn er zeker duizend kinderen verkracht en ernstig misbruikt.’
De officier van justitie hekelt het feit dat Jan pas onmiddellijk de huisarts belde nadat de agenten hem met zijn nieuwe misdaad hadden geconfronteerd.
‘Die anderhalf jaar celstraf die u al eens heeft uitgezeten, was u kennelijk vergeten.’

Misschien dat Jan had gerekend op een werkstraf, misschien had de praatgroep dat wel voorspeld. De reclassering had het in ieder geval geadviseerd.
De boos kijkende officier van justitie zegt dat ze van het advies gaat afwijken.
Jan schrikt zichtbaar.
Achttien maanden gevangenisstraf, een half jaar voorwaardelijk, een proeftijd van tien jaar.

Kinderen zijn op allerlei manieren misdaadslachtoffers.
Deze week kreeg de 21-jarige Gerko uit Groningen tbs met dwangverpleging.
Dat is niet niks.
Er zijn kinderen die niet opgroeien, maar moeten overleven, kinderen die geen opvoeding krijgen.
Bij wie rust en reinheid is vervangen door drank en drugs, waar regelmaat staat voor de grootst mogelijke rottigheid.
Dat geldt voor Gerko.
Er zijn veel Gerko’s in Groningen en Drenthe en daarbuiten.
Ook mannen als Jan zijn geen uitzondering.
In de rechtszaal zijn mannen als Jan zelfs de meest trouwe klanten.

M. is geen slachtoffer.
M. heeft een ontzettend goed contact met haar moeder.
Ze deden samen altijd leuke dingen.

Dat zegt moeder Joke tenminste.
Moeder Joke is verdachte en dat snapt ze dus niet.
Haar dochter M. had de aangifte toch ingetrokken?
Hoe dan verdachte?
Dat haar dochter een schadeclaim heeft ingediend van tien miljoen euro, vindt zo ook al zo raar.
Tien miljoen!

Ook André – hij zit naast zijn (ex-)vriendin Joke, ook als verdachte – begrijpt er niks van, maar dat is vooral omdat hij niets meer weet.
Hij vraagt aan de rechters of die wel eens dronken zijn?
Want dan weten ze dat je dingen kunt vergeten.

Joke zegt dat ze haar dochter nooit heeft gedwongen.
André: ‘Kijk, als je dronken bent, dan kun je ook niet meer nadenken, dat is een nadeel.’
Joke zegt dat het één keertje is gebeurd.
Andre: ‘Ja, ik lust ’m dus wel.’
Joke: ‘Ze deed het vrijwillig. En ze vond het ook niet erg. Ze had er plezier in. Er zijn foto’s gemaakt toch? Dan kunnen jullie zien dat ze lacht.’

De rechters vragen aan André: ‘U heeft die foto’s gemaakt?’
Andre haalt de schouders in zijn ruime Adidas-trainingspak op: ‘Ik was dus dronken.’
Rechters: ‘Maar u was toch ook wel eens een dag nuchter?’
André denkt even na en zegt dan: ‘Dat weet ik niet meer.’
En die foto’s?
’t Zou kunnen.

Het is een verhaal vol rottigheid, nog veel meer dan hier staat verwoord.
Joke ontving klanten thuis of in het vakantiehuisje in het Stadspark in Groningen.
Op een dag was dochter M. na allerlei omzwervingen weer bij haar komen wonen, M. was toen 17 jaar.
Dochter zag wat moeder allemaal uitspookte, ook voor de webcam.

En toen moest ze meedoen, samen met haar moeder.
Ze zou de helft van het geld krijgen.
Maar ze kreeg niks.
Ja, ze kreeg een keer een Blackberry en later Binky, een hondje.
Maar die moest ze terugbetalen.
Dat kon best, want er kwamen soms meerdere mannen op een dag bij Joke.
In het strafdossier zitten daarvoor de bewijzen, de foto’s bijvoorbeeld die André maakte.
Daarop is te zien hoe moeder en dochter, zoals Joke het zei, samen leuke dingen doen.
André: ’Pfff. Ik heb haar niet aangeraakt. Dat weet ik nog wel.’

De officier van justitie: ‘Het is uitbuiting. Dochter M. was onder invloed van drank en wiet heel gemakkelijk te beïnvloeden, onder invloed werd ze een gewillig slachtoffer. Om maar geld in het laatje te brengen. Het gemak waarmee een ouder over morele grenzen heenstapt zodra er geld kan worden verdiend, is schokkend.’

Joke en Andre horen een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk.
Daarnaast heeft M. als kind van de rekening recht op een financiële compensatie.
Geen tien miljoen, maar 5.000 euro, zegt de officier van justitie, zou billijk zijn.

Rob Zijlstra

update – 21 december 2015 – uitspraken
Moeder Joke heeft een straf gekregen die gelijk is aan de tijd dat ze al heeft vastgezeten: 44 dagen. Uitbuiting in de sfeer van mensenhandel acht de rechtbank niet bewezen. Wel: ontucht met een minderjarig eigen kind. Maar om de vrouw nu terug te sturen naar de gevangenis (consequentie van de strafeis) vinden de rechters niet gepast. Immers, moeder en dochter hebben weer een goede relatie. Komt bij: de zaak is veel te oud voor een zo zware vrijheidsstraf. Dit is het zoveelste vonnis van de rechtbank dit jaar waarbij de straf aanzienlijk lager uitvalt vanwege het tijdsverloop.
Stiefvader André kreeg ook geen twee jaar cel, maar moet 60 uur werken voor niks. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen ontucht. Medeplegen is de zwaardere variant van medeplichtigheid.
De schadeclaim is afgewezen. Die tien miljoen sowieso Maar ook de door het OM voorgestelde 5.00o euro. Dochter moet naar de burgerrechter wil ze geld zien.

update – 24 december 2015 – uitspraak
Jan is ook veroordeeld en mag in zijn handen knijpen: 12 maanden celstraf waarvan 9 voorwaardelijk. De proeftijd is vastgesteld op de maximale periode van 10 jaar. Het feit dat Jan (opnieuw) hulp heft gezocht is voor de rechtbank aanleiding om niet mee te gaan in de eis van het Openbaar Ministerie.