Vals verhaal

in de rechtszaal is alleen dat waar,
wat kan worden bewezen

Op mijn bureau op de krant is het een rommeltje.
Er liggen 24 oude vonnissen van de rechtbank schots en scheef door elkaar.
Op een vonnis is koffie gevallen waardoor 12 van de 23 pagina’s grotendeels onleesbaar zijn.
Op mijn bureau ligt ook een gebutst drumstokje (Hayman, nr 5 a) voor als ik mij even moet afreageren.
Er staan 2 half leeggedronken flesjes water, een in 1972 gemaakte foto van Marlon Brando, 3 nog niet gelezen exemplaren van Opportuun, het huisblad van het Openbaar Ministerie, 4 doorgebladerde edities van het Advocatenblad die mij trouw en gratis worden toegezonden door een Amsterdams advocatenkantoor wegens bezuinigen bij de krant, 1 pen rood (bic), 1 pen blauw (bic), een kassabonnetje van 7Camicie waar ik op 20 juni 2015 om 15.46.01 uur een overhemd heb afgerekend en verder nog wat.
Maar dit alles terzijde.

Vals worden beschuldigd.
Dat moet de nachtmerrie zijn van iedereen.
Vooral als die beschuldigingen worden geuit in de rechtszaal door een officier van justitie.
Dan is het menens.

In 2013 werd Bart met beschuldigingen geconfronteerd.
In januari 2014 moest hij bij de politie komen voor tekst en uitleg.
Na tekst en uitleg mocht hij weer naar huis, dat was diezelfde dag nog.
Op 11 juni dit jaar (2015) kreeg hij bericht dat hij op 9 juli 2015 terecht moest staan voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen.
In verband met die valse beschuldigingen uit 2013.

Voor alle duidelijkheid: Bart beweert, en niet zo’n beetje ook, dat de beschuldigingen vals zijn.
Het Openbaar Ministerie ziet daarentegen voldoende wettig en overtuigend bewijs om een straf tegen Bart te eisen.

Dit is het verhaal.

Bart was schilder, maar vond het na 47 jaar welletjes.
Hij ging met pensioen, reed naar het ziekenhuis in Stadskanaal waar een cursus masseren werd aangeboden.
Masseren, mensen met pijn helpen, moest nieuwe glans aan zijn leven geven.
De cursusleider zei dat hij er goed in was, waarop Bart een massagetafel kocht, terug naar huis reed en een praktijk begon.
Niet een echte, want hij deed het gratis.
Voor wie toch iets wilde betalen, was er een fooienpot.

Zo bracht hobbymasseur Bart in de praktijk wat hij in Stadskanaal had geleerd.
Wat de klacht ook is, hij begint bij de hak.
Dan het onderbeen, bovenbeen, onderrug, handdoekje erover, de bekken pakt hij ook altijd eventje mee, ruggengraat, armen, en zo voort.

Rechter: ‘Dus als iemand last had van de schouder, begon u bij de hak?’
Bart: ‘Ja. Altijd onderaan beginnen.’

Hij had zo’n 200 klanten, vrienden, kennissen en kennissen van kennissen.
Het aantal behandelingen dat hij heeft gegeven?
Hij schat zo’n 3000.

Allemaal tevreden klanten?
Ja.
Op twee na: Els en Eva.

Els en Eva, een stel, zijn in dit verhaal de aangevers.
Zij zeggen dat Bart een seksistische boerenpummel is die niet alleen van teen tot top masseerde, maar ook met zijn glibberige handen aan hun borsten zat.
En aan hun vagina.
Dat hij – in zijn korte broekje – oneerbare voorstellen deed.
Dat hij dan begon te hijgen of zwaar te ademen.

Els in haar slachtofferverklaring die in de rechtszaal wordt voorgelezen: ‘Dat er zulke smeerlappen op deze wereld rondlopen.’
Eva: ‘Hij is het vieze geile mannetje in plaats van hulpverlener.’
Bart, ontdaan: ‘Dat ze zulke smerige dingen durven te zeggen.’

Twee volle uren wordt Bart door de rechters ondervraagd.
Het gaat er stevig aan toe.
Hem wordt het vuur na aan de schenen gelegd, doorgezaagd.
Nooit van zijn leven zal Bart beweren dat rechters slapjanussen zijn.

Nu gaat het in de rechtszaal in eerste instantie niet om de waarheid.
In de rechtszaal is alleen dat waar, wat kan worden bewezen.
Wat niet kan worden bewezen, zal waar kunnen zijn, maar kan dan niet de waarheid heten.

Het is – zo vaak bij zedenzaken – het ja van de een (slachtoffer) tegen het nee van de ander (verdachte).
Nu is het zo dat niemand kan worden veroordeeld op grond van een (1) bewijs.
Het moeten er minimaal twee zijn.

De bewijzen tegen Bart: de twee aangiftes van Els en Eva.
Een aangifte mag als bewijs gelden.
Maar zijn die dan wel betrouwbaar?
De officier van justitie: ‘Jawel. De twee aangiftes zijn betrouwbaar omdat die gedetailleerd zijn en naadloos op elkaar aansluiten.’

Bart is te ver gegaan, zegt de aanklager.
Er is geen sprake van dwang, dus vrijspraak voor ontucht.
Maar hij heeft wel als masseur de sociaal ethische normen overschreden, hij pleegde seksueel getinte handelingen die niet overeenkomstig de behandeling waren. Hij maakte misbruik van zijn positie als masseur.
Artikel 249 Wetboek van Strafrecht

De officier van justitie eist een werkstraf van 150 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk.

De advocaat is het er niet mee eens.
Els en Eva ervoeren de behandelingen als ontuchtig en heel vervelend en toch blijven ze komen voor nieuwe behandelingen.
Dat is toch raar.
De politie heeft geen van de andere klanten – die vol lof zijn – gehoord.
Waarom niet eigenlijk?
In de verklaringen zitten wel degelijk tegenstrijdigheden.
Over data en tijdstippen.
En waarom moest Bart zeventien maanden in grote onzekerheid verkeren alvorens duidelijk werd dat hij zou worden vervolgd?
Vanwege de ernst van de zaak?
Lijkt de advocaat toch niet na zo een lange tijd.
Advocaat:‘Oftewel vrijspraak.’

Of Bart vals wordt beschuldigd, weet ik niet.
Misschien is hij wel een smeerlap.
Het is aan de rechters te bepalen wat waar en niet waar moet zijn.

Resteert de nachtmerrie.
Het is nog altijd een veelgemaakte opmerking: ‘Als je niets hebt gedaan, heb je ook niets te vrezen.’
De praktijk – zo leert ook dit verhaal – is dat als twee mensen zeggen dat je het hebt gedaan, je op grond daarvan als verdachte in de rechtszaal kunt belanden.
En dan heb je flink te vrezen.

De verklaringen van Els en Eva sluiten naadloos op elkaar aan.
Dat hoeft niet verdacht te zijn.
Els en Eva zijn een stel, zijn altijd samen, samen gingen zo ook naar Bart’s massagetafel.

Betrouwbaar omdat de verklaringen zo gedetailleerd zijn?
Officiëren van justitie brengen dit argument regelmatig naar voren.
Een gedetailleerde verklaring, zeggen aanklagers dan, is juist vanwege de details betrouwbaarder dan een verhaal zonder kleinigheden.
Er zijn rechters die zo’n argument overtuigend vinden.

Ik weet het niet.
Het is wel zo dat de gedetailleerde beschrijving van het wel en wee op mijn bureau grotendeels door mij is verzonnen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 23 juli

Schermafbeelding 2015-07-10 om 11.05.29

voor meer klik op tekst

 

 

 

Vrijheid met buikpijn

‘Opa zit aan mij.
Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’

 

Het is niet zo dat de mannen en vrouwen die terechtstaan in zittingszaal 14 steeds dezelfde mannen en vrouwen zijn.
Er passeert wel eens een recidivist, maar de grootste groep bestaat uit verdachten die voor het eerst terechtstaan.
En voor een flink deel daarvan geldt dat het ook direct de laatste keer is, want anders klopt de eerste zin niet.

Wat ook waar is, is dat wie wordt verdacht van een strafbaar feit, veel te verliezen heeft.
Ook als de verdenking eenmalig is en ook als de beschuldigingen niet terecht zijn.
Eind vorig jaar werd een man, een voorganger uit Appingedam, vrijgesproken van een paar kuub narigheid.
Hij zat zeven maanden gelaten in de gevangenis.
De verdenking was terecht, maar de rechtbank vond het aangeleverde bewijs uiteindelijk te dun om te kunnen overtuigen.
Vrijspraak.

Drie weken geleden werd Gerrit – de vermeende overvaller van een filiaal van de Albert Heijn in Groningen  – in vrijheid gesteld.
Stevige verdenkingen, maar de rechtbank was niet zonder twijfel.
Nu is Gerrit wel een recidivist, want hij had er opgeteld al vijftien jaren gevangenisstraf opzitten in verband met bankovervallen die hij wel had gepleegd.
Neemt niet weg dat deze Gerrit bijna een jaar boos in voorarrest heeft gezeten waarvan achteraf moet worden vastgesteld dat dat ten onrechte is geweest.

In de Verenigde Staten zitten mannen soms dertig jaar onschuldig in de gevangenis.
Dat staat dan bij ons in de krant.
De kans dat Gerrit op zijn beurt de voorpagina’s haalt van Amerikaanse kranten is niet zo groot. Vrijgesproken onschuldigen presenteren hier doorgaans de rekening van de belemmerde vrijheid aan de overheid.
Dat kost ons zo’n 150 euro per dag, opgeteld tientallen miljoenen per jaar.

Voor Aaldrik (66) ziet het er anders uit.
Of hij wordt veroordeeld of niet, hij is sowieso alles kwijt.
Sterker nog: hij is meer kwijt dan hij ooit had.
Hij zit inmiddels tien maanden als een onschuldige verdachte in de gevangenis en volgens het Openbaar Ministerie is dat meer dan terecht.
De officier van justitie wil dat Aaldrik als een schuldige veroordeelde uiteindelijk drie jaren achter de tralies doorbrengt.
Met die tien maanden is hij dus al aardig op weg.
De advocaat wil dat Aaldrik in vrijheid wordt gesteld, onmiddellijk of anders komende week wanneer de rechtbank uitspraak doet.

Aaldrik snuift en briest.
Hij vindt het Nederlandse rechtssysteem erger dan het systeem dat ze er in Rusland op nahouden.
Hij vindt ook dat als je dingen hebt gedaan, je een kerel moet wezen, dan krijg je je veroordeling en dan is het klaar.
Punt.
Maar dat hij voor Piet Snot in de gevangenis zit maakt hem heel boos.’

De rechters zeggen tegen hem dat hij goed moet opletten en dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Rechters zeggen dat zo.
Aaldrik reageert en zet de toon.
Hij zegt ervan uit te gaan dat de rechters hun gezond verstand even zullen gebruiken.
‘We gaan het dus kort houden.’
De zitting duurt vervolgens bijna zeven uur.

De verdenking luidt dat hij ontucht heeft gepleegd met zijn kleindochter en met haar vriendinnetje.
Dat zou zijn gebeurd tussen 2005 en 2010 als oma de boodschappen deed of al sliep en het gebeurde op bed en in bad.
Maar ook op de toiletten van de Zeehondencrèche in Pieterburen.
De meisjes – toen tussen de 4 en 9 jaar oud – moesten dingen doen die meisjes niet doen.
De moeder van een van de meisjes had een bang briefje gevonden.
‘Opa zit aan mij. Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’
Op zijn laptop is kinderporno aangetroffen.
Ook dat nog.

Aaldrik bast tegen de rechters met dwingende stem: ‘Het is per-ti-nent niet waar. Ik heb die meisjes met geen vinger aangeraakt. En die toiletten op de Zeehondencrèche, ik zou niet weten hoe die eruitzien.’
Over de strafeis: ‘Er moet hier gerechtigheid komen. Geen onzin.’
Over de kinderporno op zijn computer: ‘Ik heb die laptop van mijn zoon gekregen. Misschien is het van hem.’

Een van de rechters: ‘U zou een sigaret op uw kleindochter hebben uitgedrukt.’
Aaldrik: ‘Ach vent hou toch op. Ik ben niet gewelddadig. Ab-so-luut niet. Zegt u? Ja, natuurlijk heb ik mijn eigen kinderen geslagen.’

Aaldrik is een man van aanpakken.
Tijdens het onderzoek komt naar voren dat hij in het verleden – verjaard voor de wet – diezelfde eigen kinderen niet alleen stevig aanpakte, maar ook seksueel heeft misbruikt.
Hij wil daar niet over praten.
‘Het is gebeurd. Klaar. Punt.’

In zijn Noord-Groningse dorp gaan de geruchten al jaren.
Aaldrik is een viespeuk.
Toen hij in juni 2014 werd aangehouden, deed het dorp onmiddellijk uitspraak: tot vijf keer toe werden de ruiten van zijn woning ingegooid.
De burgemeester moest eraan te pas komen.
Aaldrik is in zijn dorp nooit meer welkom.
Zijn echtgenote – zij gelooft in hem (dan weer wel, dan weer niet) – vluchtte naar elders. Aaldrik tegen de rechters: ‘Laat de politie de vernielingen aan mijn huis onderzoeken.
Tot nu toe hebben ze er nul uren aan besteed.’
De rechters: ‘Tja, zo hoort het niet te gaan.’

De advocaat zegt dat een op de vijf aangiftes in zedenzaken vals is en een nog groter deel twijfelachtig.
En dat het bewijs in deze zaak niet kan overtuigen.
Het enige dat er ligt zijn de verklaringen van de twee meisjes.
Er is geen bewijs dat hun verklaringen ondersteunt.
Het kan dus ook niet waar zijn.
En als dat kan, dus ook niet waar, dan is er twijfel en dient vrijspraak te volgen.

Schuldig, onschuldig, het is aan de rechters.
In de rechtszaal is de waarheid niet wat er is gebeurd.
De waarheid is in de rechtszaal altijd een juridische: waar is wat bewezen kan worden.

De waarheid voor Aaldrik op dit moment is dat zijn huis inmiddels met giga-verlies is verkocht, dat zijn AOW is stopgezet omdat je in de gevangenis geen vermogen mag vergaren, dat zijn schulden maandelijks oplopen, dat hij naar het oordeel van het dorp is verbannen uit de regio, dat zijn echtgenote is gevlucht, dat hij met de zoon geen contact meer heeft en dat zijn kleinkind (net als haar vriendinnetje) 15.000 euro smartengeld eist.

Voor Aaldrik valt er een vrijheid te winnen die zonder kleur zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 8 mei 2015 – uitspraak
Aaldrik moet zitten: 3 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank acht het bezit van kinderporno niet bewezen, mede daarom een lagere straf dan de eis. De schadeclaims zijn afgewezen. Ik verwacht een hoger beroep. Overigens krijgt het OM een heel klein tikje op de vingers van de rechtbank waar de advocaat van de verdachte had gehoopt op een klap voor de kop. De rechtbank beschrijft de tik als: ‘Het ware beter geweest dat de officier van justitie een andere keuze had gemaakt…’  Alsof heldere taal er niet toe doet.

Schermafbeelding 2015-05-09 om 23.54.23

klik op afbeelding

 

Het meisje Ellie

Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij:
‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

 

.

In de voorbije tien jaren heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zo’n 450 mannen veroordeeld wegens zedenmisdrijven.
Ongeveer een op de tien strafzaken heeft te maken met het vooral seksueel misbruiken van kinderen.
Voor het idee: er zijn meer zedenzaken dan drugszaken.
Nog een idee: bijna al die mannen wonen weer bij u in de straat of net om de hoek.

Zedenzaken zijn per definitie nare zaken.
Dat komt omdat de slachtoffers meestal kinderen zijn en de verdachten verschrikkelijke mannen.
Het zijn ook strafzaken die akelige vragen oproepen.
Hoe kan het dat twee zusjes wekelijks en dat jarenlang door hun vader zijn misbruikt, terwijl de moeder onwetend was?
Hoe kan het dat grote mannen in een hotelkamer seks kunnen hebben met een minderjarig meisje?
Bij zedenmisdrijven wordt veel de andere kant opgekeken.

Vorig jaar stond een man (43) terecht die zes jaar lang zijn dochter zou hebben verkracht.
Hij noemde dat gelul, waarmee hij probeerde uit te drukken dat het niet waar is.
Het gebeurde wanneer de moeder bijvoorbeeld even boodschappen deed.
Of al lag te slapen als hij thuiskwam van zijn ploegendienst.
Toen het meisjeslichaam van Ellie het niet meer aankon, maakten ze een afspraak: niet meer elke dag, maar maximaal drie keer per week.
Een psychiater rapporteerde dat de vader een dominante man is en niet prettig in de omgang.

Ellie legde wel een verklaring af, maar deed geen aangifte.
Dat hoeft ook niet.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.
De rechtbank zei geen enkele reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ellies verklaringen en sprak de vader vrij.
Dat wat Ellie allemaal geloofwaardig vertelde, ontbeerde steunbewijs.
Een verhaal alleen is onvoldoende.
De officier van justitie is tegen de vrijspraak in hoger beroep gegaan (moet nog).

Ellie kwam wel eens in het nieuws.
De eerste keer toen dat gebeurde was ze 14 jaar, de tweede keer twee jaar ouder.
Beide keren betrof het berichten dat er een meisje was vermist.
Normaal postuur, lange haren, sneakers van Adidas.

Die laatste keer was vorig jaar.
Ellie werd door de politie gevonden, dat wil zeggen dat agenten haar aantroffen in een hotel in Breukelen.
De politie had onraad geroken na het zien van pikante foto’s van een meisje op websites met namen als eromarkt en kinky.
Daar staan advertenties op.
Een agent deed zich voor als een geïnteresseerde klant en maakte een afspraak.
Hij moest naar een hotel in Breukelen komen.

Het was niet het eerste hotel waar de dan nog altijd 16-jarige Ellie haar lichaam verkocht.
Eerder zat ze in Alphen aan den Rijn, bij Van der Valk in Almere, in het Best Western te Zaandam.

Als ze ongesteld was, moest ze toch werken.
Dan gebruikte ze speciale sponsjes.
Toen ze na twee dagen het sponsje niet meer kon verwijderen, na al die hitsige klanten, ging Gulio (30) – haar lover – naar de Blokker om een tang te kopen.

De officier van justitie beschrijft dit kille voorval ter illustratie in de rechtszaal.
Hij zegt: ‘Dit is de wereld van de prostitutie. Het menselijk lichaam wordt omgezet in een apparaat. En als het apparaat hapert, dan ga je niet naar een arts, maar koop je een tang bij de Blokker.’

Ellie zit niet in de rechtszaal.
Zij is geen verdachte, maar weer slachtoffer.
Gulio zit er wel.
Hij wordt verdacht van mensenhandel, van uitbuiting, in de ogen van de officier van justitie is hij de moderne slavenhandelaar.
Gulio is opgewekt en vrolijk.
Op de beschuldigingen wil hij wel een korte reactie geven: ‘Niet best, ik schaam mij diep. Dit is niet iets waar ik graag met iemand over praat.’
Hij klinkt net iets te enthousiast.

Gulio uit Amsterdam had Ellie opgehaald uit Groningen.
Dat deed hij uitgerekend op de dag dat Ellie de benen nam.
Zij zat op dat moment vast in Het Poortje en was even met haar begeleider de stad in.
Op de Grote Markt schopte ze haar gehakte schoenen uit en spurtte weg.
Gulio: ‘Ze belde. Ze vroeg of ik kon helpen. Ik help graag vrienden. Ik word blij als ik kan geven.’
Gulio ontkent dat Ellie op zijn verzoek de benen nam.
Hij zegt: “Toen ik haar ophaalde viel het mij op dat ze geen schoenen droeg, dat wel. Ze zei dat ze ruzie had gehad met een vriendje. Ik kon twee dingen doen, haar geloven of haar niet geloven. Ik besloot haar te geloven.’
Kende hij haar?
Gulio: ‘We hebben een keer gechilld.’

Ze rijden naar Zaandam, naar de Zaan Inn, waar Gulio op verzoek van zijn jarige tante een kamer had geboekt voor een neefje en een nichtje die niet kwamen zodat Ellie er mooi gebruik van kon maken.

Het misdrijf begon half augustus, de actie van de politie in Breukelen was op 9 september.
Hoeveel klanten Ellie in die periode had moeten ontvangen?
De aantallen lopen uiteen van een tot drie per dag, opgeteld zo’n vijftig mannen.
Bij de politie vertelde ze dat ze drugs gebruikte want dan ging het gemakkelijker.
Van een rijke klant kreeg ze cocaïne op een bord.
Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij: ‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

Gulio zegt dat hij niet wist dat Ellie nog maar 16 jaar was.
Ellie zegt dat hij dat dondersgoed wist.
Gulio had haar voorgehouden grote plannen te hebben zodra Ellie 18 zou zijn, dan zouden ze het groots aanpakken.
Als de rechters hem dat voorhouden, moet hij hard lachen.
Hij vertelt verontwaardigd dat hij bij zijn aanhouding in Breukelen is behandeld als een crimineel.
Dat hij toen slechts 8 euro en 40 cent op zak had, zegt toch voldoende?
Gulio: ‘Ik heb geen cent van haar genomen.’
Ellie beweert het tegenovergestelde.
Alles.
Bij de politie: ‘Ik was de hoer, Gulio regelde alles.’

Gulio tegen de rechters: ‘Ik heb een eigen stichting, ik doe loverboy- en lovergirl coaching. Ik wil de jeugd graag helpen.’
Hij vertelt dat hij in de gevangenis bezig is met wiskunde voor hoger opgeleiden.
Zodra hij vrijkomt, wil hij naar de universiteit om psychologie te studeren.
Daarnaast zal hij een startkapitaal aanvragen om zijn werk als coach te kunnen voortzetten.

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’
Gulio begrijpt het niet en zegt dat hij naar huis wil.
Naar zijn moeder.

Rob Zijlstra

uitspraak op 4 mei 13 mei

Ophouden

Wat deed eigenlijk
uw vrouw als u met
kinderporno bezig was?

Met veel verbazing luisterde ik naar een verdachte man die tientallen jaren achtereen honderden jonge Groningers het Engels heeft bijgebracht.
Ik schreef er een verhaal over.
Ik schreef op dat hij de domste man van Groningen was.
En dat voor een onderwijzer.

Wat hij deed, was verboden.
Dat wist de man.
Hij wist ook dat hij zijn respectabele baan, zijn maatschappelijke activiteiten in het dorp waar hij veel plezier aan beleefde en wat al niet meer (de echtgenote, de kleinkinderen) op het spel zette.
En toch ging hij, avond na avond, door met het downloaden van kinderporno.
Zijn vrouw zei niets.

Dat de wijsheid met de jaren komt, is niet voor iedereen weggelegd, noteerde ik nog.

Voor de rechters uitspraak deden, kwam ik hem tegen.
Hij gaf een hand en zei: ‘Ik ben inderdaad de domste man van Groningen. Dank dat u mijn naam en woonplaats niet in uw artikel hebt vermeld.’
De domme man kan inmiddels 72 jaar zijn.
Hij kreeg een werkstraf van 240 uur die je – anders dan celstraf – redelijk onopgemerkt kunt uitvoeren.

Er zijn jaren verstreken en er zijn nogal wat meest domme mannen van Groningen bijgekomen.
Een van hen is Rikus, bijna 70 jaar uit Winschoten, een plaats die groot genoeg is om hier Rikus te kunnen heten.
Hij hoorde halverwege deze maand 14 maanden celstraf eisen.
Dan heb je – anders dan bij een werkstraf – wel iets uit te leggen.

Deze domste man had naar een tv-programma van Alberto Stegeman gekeken en wilde zelf ook wel eens beleven hoe mensen in opzetjes trappen.
Hij ging achter de computer zitten, maakte een chat-account aan en zei dat hij Janet heette, dat hij een lief meisje was van 14 jaar.

Hij speelde een meisje dat ook graag erotische gesprekken voerde met mannen.
Hij toonde foto’s.
Van zijn eigen dochter, eerst gekleed en daarna heel erg niet.
Een van de chat-contacten vond het te ver gaan en lichtte de politie in.
Hij werd getraceerd en zo stond de politie bij hem op de stoep.
Zijn computers bulkten van de kinderporno, in de meest extreme vorm.

Hij zegt tegen de rechters dat het als een geintje was begonnen.
Een van de rechters ontploft. ‘Een geintje? Kinderporno? U noemt dat een geintje? U heeft zelf kleinkinderen. Vijf. Stelt u zich het eens voor. Nooit gedacht…?’
Man, onverschillig: ‘Neuh.’
Hij zegt ook niet te weten waarom hij het deed.

De ontplofte rechter: ‘Wat deed eigenlijk uw vrouw als u met kinderporno bezig was?
De verdachte zegt dat zijn vrouw gewoon de kamer binnenkwam.
Hij zegt dat ‘we’ daar niet moeilijk over deden.

Misschien genoten ze – beiden tegen de 70, maar nog vief – op hun oude dag van foto’s en filmpjes waarop is te zien hoe kleine kinderen, jongens en meisjes, soms vastgebonden, huilend uit angst of van de pijn, door grote mannen of stinkende dieren worden verkracht.
Dat is namelijk kinderporno.
Misschien beschermt hij haar.
Er gebeuren wel akeliger dingen in de rechtszaal.

Deze domste man kreeg de geëiste 14 maanden niet.
De rechters lichtten dat niet toe.
Hij moet wel voor straf werken, 240 uren, uit te voeren binnen een jaar.

Akeliger dingen?
Leest u door, dan is het voor de beleving goed het geluid van krassende nagels over een schoolbord in te beelden, zo hard dat het pijn doet in uw kiezen.
Temidden van dit helse kabaal vertelt een man schoorvoetend dat hij zijn kleindochter seksueel heeft misbruikt.
Hij heet zeg maar Leo, 73 jaar.

Het misbruik heeft plaatsgevonden tussen 1995 en 2002.
Leo is geen prater.
Hij zegt: ’t Is gebeurd, had niet mogen gebeuren. Klaar. Heb ook spijt. Dus.’
Rechters: ‘Hoe vaak? En Waarom?’
Leo, hij heeft de winterjas nog aan: ‘Tien keer, elf misschien. Het is een vraagteken. Ik heb er geen verklaring voor. Klaar.’
Rechters: ‘Kom op zeg.’
Leo: ‘Het zal nooit weer gebeuren. Dus.’

De rechters zeggen dat ze dat heel vaak horen in de rechtszaal en dat ze in zijn geval de neiging hebben hem niet te geloven.
Tegen Leo: ‘U weet niet eens waarom u het hebt gedaan. U heeft er 15 jaar over kunnen nadenken. Dus nogmaals, waarom?’
Leo: ‘Gewoon.’

Het was begonnen toen ze 7 jaar was.
Het was een groot geheim, ze mocht er met niemand over praten.
Na jaren deed ze dat toch.
Niemand geloofde haar.
Oma noemde haar een vreselijk kind, haar eigen moeder vond haar een fantast, in de ogen van haar zus was zij een rotzus.
Iedereen koos partij, iedereen was voor opa, niemand voor haar.
Toen ze 18 jaar werd, was dat nog steeds zo.
Nu, nu ze een volwassen vrouw is, schuwt ze mensen.

Ze heeft een brief aan de rechters geschreven die wordt voorgelezen.
Het is een indrukwekkend verhaal.
Ze toont zich in haar woorden niet alleen een dappere, maar ook een sterke vrouw.
Ze schrijft hoe verkeerd het voelt als ze haar opa mist, dat oma nooit contact met haar heeft gezocht, dat ze snapt dat oma bij opa is gebleven, maar dat oma haar zo ontzettend in de steek heeft gelaten.’
Ze schreeuwt te hopen dat opa hulp krijgt, beter hulp dan straf.

Leo is niet in staat te reageren.
Hij heeft de woorden niet.

Nu de waarheid aan het licht is gekomen, hebben de kinderen van opa Leo zich van hem afgekeerd en alle contacten verbroken.
Leo zegt dat hij en zijn vrouw in grote eenzaamheid leven, dat ze nu met niemand meer contact hebben, dat ze leven als kluizenaars.
Hij zegt te hopen dat op een dag alles weer goed komt, dat de weg lang is en hij niet veel tijd meer heeft.

De officier van justitie: ‘Een meisje wordt misbruikt en niemand die haar wil geloven. Moeder en oma keren zich van je af, je bent een vreselijk kind. Je gaat er aan onderdoor. En al die tijd was er een persoon die wist dat je de waarheid sprak. En hij liet het gebeuren. Een celstraf van vijftien maanden, vijf voorwaardelijk, is hier op z’n plaats.

Leo zwijgt.
Gaat een beetje verzitten.
Dan richt hij zich tot de rechters en zegt bars: ‘Als ik moet zitten kan ik de vrouw wel meenemen. Ze heeft last van de longen.’

Bij nagelkrassen op krijtborden roepen we ‘stop’ of ‘hou op’ omdat het geluid onverdraaglijk is.
Wanneer kinderen worden mishandeld, worden misbruikt dan roepen we niks, dan kijken we weg.
Waarom dat zo is, moet nog worden onderzocht.

Rob Zijlstra

Daniella – uitspraken

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis. > de rechter [wav.]
Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Klik op de onderstaande afbeeldingen om de vonnissen te lezen.

vonnis karin s (klik)

vonnis karin s

vonnis geert w (klik)

vonnis geert w

om te begrijpen is hij
tot monster gemaakt

tekening: annet zuurveen (fragment)

tekening: annet zuurveen (fragment)

De rechtbank doet vandaag (13.00 uur) uitspraak in een van de meest bizarre strafzaken in jaren in Groningen: de zaak Daniëlla.

De zaak Daniëlla is een strafzaak.
Een zaak met een strafdossier.
Een zaak die door de politie is onderzocht.
Een zaak met een strafproces in een rechtszaal die vier dagen duurde, met twee verdachten, met deskundigen, veel media-aandacht en afschuw.
Een zaak die zich alleen laat vergelijken met andere afschuwelijke zaken.
Een zaak die mensen heeft geraakt.

Daniëlla zelf was geen zaak.
Daniëlla was een vrouw van 20 jaar, een jonge vrouw met een verstandelijke beperking.
Net als haar twee jongere broertjes.
Ze woonde in instellingen, in het weekeinde was ze thuis bij haar zwakbegaafde moeder die na jaren weer een relatie kreeg met een zwakbegaafde man die ze had leren kennen toen hij nog in de gevangenis zat vanwege het seksueel misbruiken van kinderen in zijn vorige relatie.

Die man heet Geert, 46 jaar.
In de rechtszaal zit hij als een verschrompeld hoopje mens, bevend en angstig, het hoofd vooral gebogen, te zwijgen.
De weinige woorden die hij zal spreken (’t was niet de bedoeling’) kosten hem zichtbaar moeite.
Het is bijna niet voor te stellen dat deze man buiten de rechtszaal zoveel angst inboezemde.
Om te begrijpen is hij tot monster gemaakt.

De zwakbegaafde moeder is Karin, 50 jaar.
Ze praat en praat, een hele procesdag vol.
In het laatste woord toont ze zuinige emoties.
Ze deed niks toen Geert haar dochter misbruikte en misbruikte en ze deed niks toen hij aankondigde dat hij Daniëlla dood ging slaan met een knuppel en een kapotte stoel.

Moeders moeten dan wel wat doen, sprak de officier van justitie.
Ze zei: ‘Maar Karin offerde haar kind op voor haar relatie met Geert.’
Het is bijna niet de geloven dat deze vrouw verlamd was door angst voor Geert.
Voor een man die ze wel zag zitten, met wie ze de dodelijk gewonde Daniëlla vanuit de woonkamer naar de gang sleepte, onder aan de trap legde en toen tegen de politie zei dat haar dochter van de trap was gevallen.
Ze zegt dat ze net zo goed slachtoffer is.

Tegen Geert W. is 14 jaar celstraf geëist en TBS met dwangverpleging.
Karin S. hoorde vier jaar eisen waarvan een jaar voorwaardelijk waaraan een verplichte behandeling is gekoppeld.
Ze zullen misschien iets meer krijgen, wellicht iets minder.
Daarna volgt mogelijk een hoger beroep.
En misschien ook wel niet.
Dan is het klaar.

De uitspraak vanmiddag is het oordeel, de waarheid, van het strafrecht.
De zaak Daniëlla kent daarnaast een andere waarheid: die van de hulpverlening die gezamenlijk toekeek toen het gebeurde.
Ieder keek naar zijn eigen specialisme, of net even de andere kant, want samen zagen ze niks.
Dat verhaal van Daniëlla van Bergen moet nog worden verteld.

Rob Zijlstra

update – 7 april 2015 – inspectie
het bericht van de inspectie

→ het verslag van het strafproces van dag tot dag

de hulpverlening  

                           ↓


ondersteuning onvoldoende passend voor situatie – ondersteuning niet in relatie met calamiteit – problemen niet effectief en in samenhang opgepakt – op signalen van onveiligheid van de kinderen is onvoldoende gehandeld – signalen onvoldoende bij elkaar opgeteld – geen totaalplaatje – niet één regisseur – verschillende ideeën over casemanagement – partijen spraken zorgen onvoldoende uit – geen checks – onvoldoende hun eigen verantwoordelijkheid – onvoldoende focus op veiligheid van de kinderen – belang kinderen niet expliciet voorop gezet – onvoldoende focus op veiligheid kinderen – geen gezamenlijke ondergrens veiligheid – geen structureel zicht op de thuissituatie – geen risicotaxaties – onvoldoende oog voor de chroniciteit van de problematiek – mijden van zorg door moeder is onvoldoende als patroon herkend – partijen pakken onvoldoende door – geen gezamenlijke evaluaties  

bovenstaande regels komen uit het nog vertrouwelijke rapport van de gezamenlijke inspectiediensten waarvan de conclusies door rtv-noord naar buiten zijn gebracht – het definitieve rapport moet nog verschijnen en geniet de warme belangstelling van het openbaar ministerie 


→ rechtbanktekeningen: annet zuurveen 

dvhn / donderdag

dvhn / donderdag

Wedden dat

een overval is soms een selfie

Schermafbeelding 2014-12-06 om 22.32.51De krant bewees deze week weer eens dat je vreselijk moet oppassen met de misdaad en voor de plegers ervan.
Een week geleden werd Groningen en ras de rest van het land opgeschrikt door het bericht dat een inbreker ernstig gewond was geraakt tijdens zijn werkzaamheden.
De bewoner, een man van 61 jaar, had de snoodaard betrapt en hem flink onder handen genomen.
De reacties op de berichtgeving waren niet mals.
De moedige bewoner verdiende een standbeeld van een held, de inbreker zelf kon het beste maar dood want eigen schuld.

Een paar uur na het gebeuren werd de inbreker op gezag van de politievoorlichting een overvaller en de volgende dag was de overvaller een travestiet geworden die een date in de nacht had met de bewoner.
Ze kenden elkaar goed en lang, samen hadden ze ruzie gekregen en dat was uit de hand gelopen.
Later op de dag onthulde RTVNoord dat de travestiet toch weer een overvaller moest wezen, maar dan van een andere overval.

Dinsdagavond overleed de goede bekende van het 61-jarige slachtoffer aan zijn verwondingen.
Kregen een paar reageerders toch nog hun zin.
De dapper gewaande zit opgesloten.

Het komt vaker voor dat de misdaad niet is wat die op het eerste gezicht lijkt.
Er schijnen mannen te worden beroofd in rosse buurten.
Soms dient zo’n beroving als dekmantel voor (de kosten van) prostitutiebezoek.
Een beroving is thuis beter uit te leggen.
Ook niet alle beroofde bezorgers van maaltijden zijn beroofd.
Een overval is soms een selfie.

Deze week zaten Willem (49) en Truus (44) in de verdachtenbank.
Rasechte Rotterdammers, dat kon je horen.

Op een koude dag is Willem in Groningen voor een bezoek aan een kennis.
De kennis woont in de stadswijk Beijum en is niet thuis.
Zij is naar de kerk.
Geeft niks, zegt Willem.
Dan wacht-ie wel even.
Buiten ligt overal sneeuw, maar in zijn mooie Mercedes Benz C320 cdi zit zelfs een kachel en die maakt dat het lekker warm is.

Ineens wordt een portier opengetrokken.
Natuurlijk schrikt Willem.
Hij kijkt in de loop van een vuurwapen.
Een tweede overvaller zwaait met een stroomstootwapen.
De mannen stappen in en Willem moet rijden.
Ze rijden door Groningen, stoppen na een tijdje en Willem moet eruit.
Nadat hij zijn geld (90 euro) heeft afgegeven gaan de gewapende mannen er met zijn auto vandoor.

Willem doet aangifte.
Hij vertelt dat het is gegaan zoals hier beschreven.
De politie maakt het wereldkundig en waarschuwt het publiek niet zelf actie te ondernemen tegen de twee gewapende overvallers van wie er eentje een gebreid mutsje draagt.

Tien dagen na de overval krijgt de politie informatie uit het criminele circuit.
De man die is overvallen, luidt de tip, is betrokken bij de organisatie van illegale loterijen binnen de Antilliaanse gemeenschap.
Vier dagen later wordt de Mercedes gevonden.
In de auto liggen boekjes met lootjes en enveloppen met contant geld.
Op een van die enveloppen staat de naam van Marjan, de vrouw die Willem zou bezoeken toen zij in de kerk zat.

Weer een dag later krijgt de politie opnieuw informanteninformatie.
Die man die Willem heet is niet alleen beroofd van zijn auto, maar ook van 20- tot 30.000 euro.
Geld dat in Groningen aan winnaars van de illegale loterij uitgekeerd moest worden.

Marjan wordt opgespoord en zegt dat ze lootjes verkoopt, van 25 cent tot een euro per stuk.
Ze betaalt ook prijzengeld uit, wel eens twee- tot driehonderd euro.
De vrouw zegt zaken te doen met de man die haar kwam bezoeken toen ze in de kerk zat, hij heet Glen.

De politie confronteert Willem met die loterijboekjes in zijn teruggevonden auto, met die enveloppen met duizenden euro’s, met het verhaal dat hij is beroofd van 20- tot 30.000 euro.
Willem – een verdacht slachtoffer nu – zegt niks.
Hij heeft een advocaat en die adviseert hem de mond te houden.
Weet Truus meer?
Truus heeft dezelfde advocaat.
Zij zwijgt ook.

Kortom, de politie is in Groningen van alles op het spoor: illegale loterijen waar tienduizenden euro’s in omgaan, een link met Rotterdam, er zijn mannen met wapens en een gebreid mutsje die mensen in auto’s overvallen, carjacking.

In de rechtszaal vragen de rechters aan Willem: ‘Noemen ze u ook wel Glen?’
Willem: ‘Nee, nooit. Ik ben gewoon Willem.’
Truus knikt.
Zij kan het ook weten want ze is al jaren met Willem getrouwd.
Willem doet niks met loterijen, zwijgt hij.
Willem werkt in de haven bij de afdeling laden en lossen.
Truus zit op de administratie bij een elektrotechnisch bedrijf.

En dan nu iets heel geks.
In de rechtszaal gaat het helemaal niet over die loterijen en gewapende overvallen.
Daar is niet eens nader onderzoek naar gedaan.
Wat de politie heeft gedaan is het nader onderzoeken van de bankrekening van Willem en Truus.
Het was de politie namelijk opgevallen dat er flinke bedragen op die rekening staan, terwijl er nauwelijks iets van wordt afgeschreven.
In een jaar tijd was er vier keer een pintransactie gedaan bij de Albert Heijn.
Hoe dat dan kan?

Truus legt uit dat ze haar hulpbehoevende oma verzorgt en dat oma nogal vermogend is.
Eenmaal per week pint oma geld (wanneer ze samen boodschappen doen) en dan stopt oma haar flink wat toe.
Daar doen ze de dingen en extra dingetjes van.

De officier van justitie kan dat niet geloven.
Uitgerekend is dat er 56.171 euro zonder een verklaarbare herkomst is uitgegeven.
Dat moet dus misdaadgeld wezen.
En wie met misdaadgeld dingen (Mercedes) en dingetjes (jurkje) koopt, maakt zich schuldig aan witwassen.

Dus dat geld hebben ze verdiend met die loterijen?
Dat is niet uitgezocht.
Maar organiseren ze die wel?
Ook niet uitgezocht.
En die gewapende overvallers dan?
Niet onderzocht.
De carjacking?
Nee.
Is Willem niet beroofd?
Weten ze niet.
Marjan van de kerk?
Is niet mee gepraat.
Glen!
Wie is Glen?

De officier van justitie zegt dat Willem en Truus zich schuldig hebben gemaakt aan witwassen in vereniging want ze zijn getrouwd in gemeenschap van goederen.
De aanklager rept van een ernstig feit en riedelt dat de misdaad niet mag lonen.
De eis: een taakstraf van 200 uur, drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf per persoon en en het samen betalen aan de Staat der Nederlanden van 56.171 euro.

Worden ze veroordeeld?
Ik durf er wel een gokje op te wagen.

© Rob Zijlstra

update – 15 december 14 – uitspraak
De rechtbank heeft Willem en Truus vrijgesproken. Dat het niet anders kan   dan dat het geld van misdaad afkomstig is, is niet waar, oordelen de rechters.  Immers, ze gaven aan geld te hebben gekregen (oma) en ook geld te hebben geleend. Daarnaast hadden ze legale inkomsten uit arbeid. Verder blijkt niets uit het dossier. De ontnemingsvorderingen worden met de vrijspraken afgewezen.

 

Ons dorp

                                                    Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is.

Wie liegt is een leugenaar.
Maar hoe heet iemand die de waarheid spreekt?
Voor de spreker van de waarheid hebben we nooit een mooi woord bedacht.
We laten dat wat we hoog achten onbenoemd.

Of heet de waarheid misschien Henk?
Henk (46) zegt dat wat wordt beweerd, niet is gebeurd.
Hij heeft het gewoon niet gedaan.
Zijn vrouw gelooft hem en steunt hem, want zo zijn ze getrouwd.

Of moet de waarheid Sandra van 17 jaar heten?
Sandra zegt dat het wel is gebeurd, dat ze geur van zijn after shave nooit zal vergeten, hoe vies ze het vond en hoe erg nu nog steeds.
Haar vader gelooft haar, twijfelt niet.
Topvader.
Hij had Henk, daarvoor een vriend, gebeld en gezegd dat hij met zijn poten van zijn dochter af moet blijven.

Sandra en Henk kennen elkaar goed.
Henk en zijn vrouw zijn bevriend met haar ouders, ze wonen in hetzelfde dorp, in dezelfde straat.
Sandra en Henk hadden wel eens gebbetjes op Facebook.
Of ze met leuke vriendjes uitging vanavond?
Niet?
In dat geval zou ze dan kunnen oppassen?
Dat wilde Sandra wel.
Ze chatte dat ze 20 euro per uur kostte.
Daar had Henk dan gedachten bij.

Ze spreken af.
Henk en zijn partner spreken af om met de ouders van Sandra naar het plaatselijke café te gaan.
Met Sandra spreken ze af dat zij bij Henk thuis op de kinderen past.

In het dorpscafé is er vrolijkheid en vertier en wordt het na middernacht vanzelf half een.
Op dat tijdstip stuurt Henk een sms’je naar Sandra.
Of ze al slaapt?
Dat is niet het geval.
De vrouw van Henk zegt dat ze nog even wil blijven.
Henk zegt dat hij alvast gaat want morgen moet immers de auto ingepakt omdat ze overmorgen naar Ameland gaan.

Rechter: ‘Had u gedronken?’
Henk: ‘Bier. Stuk of tien.’
Rechter: ‘Amsterdammertjes?’
Henk: ‘Fluitjes. Maar ik was niet dronken of zo.’
Rechter: ‘Een geoefende drinker dus.’

Henk komt thuis.
Samen met Sandra drinkt hij een biertje en ze roken allebei een sigaret.
Niks aan de hand.
Beiden zeggen dat het zo ging, maar daarna lopen hun verhalen uiteen.
Henk zegt dat het niet is gebeurd.
Sandra: ‘Hij drukte me ineens tegen de bank aan en begon onstuimig te zoenen en te tongen. Ik dacht eerst, een geintje, maar hij ging maar door – ik was daar niet van gediend, dat zei ik ook, maar het was tegen dovemansoren gericht. Hij greep me bij de borsten, zat aan mijn buik en probeerde de knoop van mijn broek los te maken.’

Henk: ‘Het is niet waar.’
Rechters: ‘Merkwaardig. Waarom zou een jong meisje met wie u een goed contact had zoiets zeggen?’
Henk: ‘Het is verzonnen.’
De officier van justitie: ‘Sandra heeft geen motief iets te verzinnen. En haar verhaal is betrouwbaar.’
Henk: ‘Het is knap verzonnen.’
Rechters: ‘Dat kan. Wij moeten ook kritisch kijken naar het verhaal van een jonge vrouw.’

Het is zoals zo vaak in dit soort strafzaken: ja tegen nee.
De leugen tegen de waarheid.
De rechters: ‘En wij waren er niet bij.’

Henk had, toen heel het dorp erover sprak, zijn sociale activiteiten schriftelijk beëindigd.
De rechters vragen aan hem of dat niet een beetje raar is. Als je niets hebt gedaan, dan doe je dat toch niet?
En er is nog iets, nog iets geks, zeggen de rechters.

Een paar dagen na die avond die zo anders liep dan (achteraf) iedereen had gewild, stuurt Henk een sms-bericht naar de ouders van Sandra.
Een van de rechters leest het bericht voor.
Henk had geschreven dat hij dacht dat er niks was gebeurd, maar dat nu blijkt dat er toch iets is gebeurd.
Hij tikte: ‘Ik schaam mij diep.’

Henk zegt tegen de rechters dat ze het bericht anders moeten lezen.
Hij zegt dat hij heel graag in gesprek wilde met de ouders van Sandra.
Om het erover te hebben.
De rechters: ‘En wat gebeurde er toen?’
Henk knikt, zucht diep en zegt te weten waar de rechters naar toe willen.
Zegt: ‘Ik heb toen ook een sms-bericht naar Sandra gestuurd.’
Rechters: ‘Precies. U schrijft aan Sandra dat u het vreselijk vindt wat er is gebeurd. En dat u ervan uitgaat dat zij de waarheid vertelt. U schrijft: Ik heb je niet willen kwetsen. Het spijt me als dit is gebeurd. Drank, het moet en mag nooit een excuus zijn.’

Rechters: ‘Hoe moeten we dit sms’je begrijpen?’
Henk: ‘Het is niet gebeurd.’
Rechters: ‘Wat is niet gebeurd?’
Henk: ‘Alles is flink aangedikt.’
Rechters: ‘Aangedikt? Wat is aangedikt?’
Henk: ‘Het hele verhaal dat ze heeft verzonnen.’
Rechters: ‘Maar waar schaamt u zich dan diep voor?’
Henk: ‘…’
Rechters: ‘Lastig als u dingen opschrijft die u niet zo bedoelt.’

In het dorp vol praat kennen ze de waarheid ook niet.
Sandra schrijft in een verdrietige brief die de officier van justitie in de rechtszaal voorleest dat veel mensen in het dorp haar niet meer groeten.
Dat veel dorpelingen Henk geloven, omdat hij actief is en mooie praatjes heeft.
Ze schrijft: ‘Wie nou gelooft een meisje van 17?’
Ze schrijft dat ze in heel haar leven nog nooit iets naars had meegemaakt en dat uitgerekend iemand die ze goed kent, alles stuk heeft gemaakt.
Dat ze walgt en dat angst zich van haar meester maakt zodra ze een auto ziet rijden die hij ook heeft.

Er bestaan landen waar meisjes en vrouwen die zijn aangerand en verkracht akelig worden gestraft omdat ze de man en zijn familie in verlegenheid hebben gebracht. Gelukkig is het hier anders.
Sandra tegen de rechters: ‘Zodra ik kan, zal ik mijn dorp verlaten.’

Wat een nare geschiedenis, ook als die niet is gebeurd.
Wordt Henk vrijgesproken dan blijft een taakstraf van 150 uur – dat is de eis – hem bespaard.
Maar veel meer ook niet.
Vinden de rechters dat de waarheid Sandra moet heten, dan kan ze misschien eens terugkeren naar haar dorp en groeten de dorpelingen terug.

De leugen is snel, de waarheid is vaak een lang verhaal.

Er is nog een lelijk staartje.
Als de strafzaak bijna ten einde is vraagt een van de rechters aan de officier van justitie hoe het toch mogelijk is dat het onderzoek in deze kwestie op 18 maart 2013 was afgerond en de zaak nu pas (afgelopen week) aan de rechtbank is voorgelegd.
De officier van justitie komt niet met de waarheid op de proppen, maar ze liegt ook niet.
Ze zegt: ‘Het is bijzonder onwenselijk.’

Het strafrechtsysteem faalt door niet alleen een verdachte, maar ook een slachtoffer – ja zelfs een heel dorp – zonder opgaaf van reden langer dan anderhalf jaar te laten bungelen in ongemakkelijke onzekerheid.
Dat is ook een uitspraak, hoe het vonnis ook zal luiden.

Rob Zijlstra

.
extra Aristoteles (384-322 v.Chr.), een leerling van Plato, stelde een klassieke definitie van waarheid op: ‘Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is.’ [wikipedia]

 

update – 10 november 2014 – uitspraak
Henk is veroordeeld. Er zijn onvoldoende aanwijzingen in het dossier te vinden die erop duiden dat er sprake is van een onbetrouwbare verklaring, staat in het vonnis. Sandra heeft volgens de rechters de waarheid gesproken.  De verstuurde sms’jes zijn geen harde bekentenissen, maar telen als steunbewijs wel mee. De opgelegde straf is conform de eis: een taakstraf van 150 uur. Daarnaast moet Henk een schadevergoeding betalen van 1025 euro.

Donkere dagen

actionWe zijn in de donkere dagen aangeland.
De politie maakt iedereen rond deze tijd van het jaar altijd een beetje bang door aan te kondigen dat het gespuis op het punt staat uit hun stinkende holen te kruipen en dat ze zich opmaken toe te slaan.
Het geboefte gaat inbreken, onze auto’s kraken, op straat roven en overvallen plegen.
Als tegenhanger van dit duistere fenomeen komt de politie met het donkere dagen-offensief: er wordt op hot-times (rond sluitingstijd) en nabij hot-spots (cafetaria’s e.d.) extra gesurveilleerd.

Kennelijk helpt dat offensief niet want ieder jaar keren de donkere dagen terug.
Afgelopen week was het in Groningen al weer raak.
In een buitenwijk werd een snackbar overvallen door twee mannen met jassen aan en capuchons over de koppen.
In de krant staat dan meestal een dag later dat onbekende mannen er met een onbekend geldbedrag vandoor zijn gegaan.
Dat is nooit helemaal waar.
Het bedrag is heus bekend, alleen wil de politie die informatie niet delen met het grote publiek.
Het is daderinformatie, belangrijk voor het onderzoek.

Vorig jaar was het ook raak op maandag 23 december.
Dat is zo ongeveer de donkerste dag van heel het jaar.
Het was bij de Action, in Oude Pekela, om vijf minuten voor acht in de ochtend.
Even voor dat tijdstip gaan drie medewerksters door de glazen schuifdeuren met daarop twee foto’s van dikke kerstmannen naar binnen.
Om vijf voor meldt een vierde medewerkster zich.
Zij belt aan, blaast haar koude handen warm terwijl binnen een collega de toegangsdeur voor haar opent.
Op dat moment sprinten die mansfiguren met bivakmutsen over de hoofden de winkel binnen.

Beveiligingscamera’s hebben het allemaal vastgelegd.
De beelden worden in de rechtszaal getoond.
Het zijn geen fraaie beelden om naar te kijken.
Te zien is bijvoorbeeld hoe twee gemaskerde mannen twee jonge vrouwen bij hun lange haren grijpen, hen aan het haar op de grond trekken en dan meesleuren naar het kantoortje.
Het geluid ontbreekt, maar er is weinig fantasie voor nodig in te beelden dat er ijselijk bij wordt gegild.

Een van de mannen heeft een groot mes in zijn linkerhand, de andere heeft iets dat op een zwaard lijkt meegebracht, de derde een pistool.
Een van de vrouwen wordt in het kantoortje gedwongen de kluis te openen.
Dat doet ze heel rustig, maar te zien is dat paniek zich van haar meester heeft gemaakt.
Ook dat is een naar gezicht.
In de kluis zit een tweede kluis, maar met een tijdslot.
De inhoud openbaart zich pas over vijftien minuten.
De overvallers hebben haast of meer te doen en willen niet even wachten.
Ze spuiten de ruimte vol pepperspray – kan hen dat schelen – en gaan er met een onbekend bedrag aan kleingeld vandoor.

Met 330,36 euro.

De overval duurde negentig seconden.
Een verdrietige moeder van een van de slachtoffers schreef een brief aan de rechters: ‘Wat ik in 17 jaar tijd met mijn dochter heb opgebouwd, hebben zij, de daders, in een paar minuten afgebroken. En dat voor een beetje geld.’
De officier van justitie: ‘De herinneringen aan wat de slachtoffers is overkomen zullen hen altijd hinderen in het dagelijkse bestaan.’

Voor slachtoffers is het een schrale troost, maar met veel overvallers loopt het slecht af.
De man die in de zomer van 2012 – niks donker, maar op klaarlichte dag – de Primera aan de Korreweg in Groningen overviel en de kassa meenam, kreeg drie jaar gevangenisstraf.

De helft daarvan mocht voorwaardelijk.
Hield hij zich niet aan de voorwaarden dan zou hij die andere helft ook moet zitten.

Hij hield zich niet aan de voorwaarden.
Half augustus moest hij daarom weer komen opdraven in zittingszaal 14.
Het ging goed met hem, hij had zijn vriendin meegenomen, een mooie toekomst zonder drugs was de bedoeling.
Een maand geleden besloten de rechters hem een kans te geven en mocht hij op de goede weg doorgaan.
Die 18 maanden bleven hem voorlopig bespaard.
Afgelopen maandag belandde uitgerekend hij nabij Kardinge met een rode auto op de kop in de sloot en hij verdronk.
P. is 34 jaar geworden.
Dag P., je was de slechtste niet.

Met de drie verdachte overvallers die op de dag van dat noodlottige ongeval in de rechtszaal zaten – zij zouden op die donkere 23 december de Action hebben overvallen – zal het niet beroerd aflopen.
Zij hebben namelijk de Action niet overvallen.
Ze zitten sinds de dag van hun aanhouding, op 17 juni, onschuldig vast.
Dat zeggen ze.

Wim (24) zegt dat hij het niet heeft gedaan want hij was aan het bloedprikken in Veendam.
Zijn broer John (28) zegt dat hij er sowieso niks mee nodig heeft en daarom wil hij er ook niet over praten.
Bennie (31) zegt dat hij denkt dat iemand hem een hak wil zetten, dat daarom zijn naam is genoemd.
Dat hij linkshandig is, zegt ook niks.

Toen op een duistere decemberdag in Delfzijl een man in zijn woning werd overvallen en daarbij kwam te overlijden, wist de halve havenstad wie de daders waren.
Maar niemand smoesde wat of iets, ook de ouders van jongeren die betrokken waren niet.
De politie zocht het maar uit.
In Oude Pekela ging het net zo, zegt de officier van justitie.
Hij zegt: ‘Heel veel mensen in Oude Pekela wisten wie de overval op de Action hadden gepleegd.’’

Aan agenten in Oude Pekela werd niks verteld, ook zij zochten het maar uit.
De politie moest zelfs een beroep doen op de Avro voor een item in Opsporing Verzocht.
Eerst pakten ze de verkeerde op.
Toen kwam Shirley, de ex van een van de verdachten van nu.
Shirley legde een gedetailleerde verklaring af, uiterst belastend voor Wim, John en Bennie.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de camerabeelden bestudeerd en geconcludeerd dat de verdachten qua lengte de daders zouden kunnen zijn.
Meer niet.
Er zijn telefoon getapt waarop Bennie een beetje verdacht uit de hoek komt, maar het blijft bij een beetje.
Bij de overval zou een matzwarte auto zijn gebruikt.
Een van de verdachten had een gele auto die met een verfroller slordig zwart zou zijn geschilderd.
Shirley trok later haar belastende verklaringen in en daarna weer niet.

De advocaten: Er is een verklaring van een ex, er is geen spatje technisch bewijs, gedetailleerde verklaringen kunnen ook onwaar zijn, dat van die auto is een raar verhaal, oftewel er is nauwelijks iets, dus vrijspraak.

De officier van justitie zegt dat in verband met het donkere dagen-offensief de richtlijnen willen dat er zwaardere straffen worden geëist voor overvallen als deze.
Hij eist daarom 4 jaar cel.
Per persoon.

Rob Zijlstra

update – 13 oktober 2014 – uitspraken
De verklaringen zijn voldoende: de rechtbank heeft de drie mannen conform de eisen veroordeeld tot celstraffen van 4 jaar.

 

Meest onveilige plek

cropped-zwijgniet.pngAls je er niet over schrijft, is het alsof het ook niet bestaat.
Dan is het onzichtbaar.
Maar het bestaat wel.
Nog erger: het is overal.
Het is misschien wel de meest voorkomende misdaad om ons heen.
Het aantal inbrekers valt er bij in het niet en uitgaansgeweld is in vergelijking niet meer dan maar wat stoeien.
Als het overal is, dan kun je het niet negeren.
Dan moet je er wel over schrijven.

Over bijvoorbeeld Klaas die 71 jaar is en met zijn looprek de rechtszaal in schuifelt.
Hij oogt allesbehalve gevaarlijk, maar toch zit hij opgesloten in de penitentiaire inrichting De Marwei in Leeuwarden, op de zorgafdeling.
Hij friemelt nadat hij moeizaam is gaan zitten aan de apparaatjes achter zijn oren.
De rechter: ‘Kunt u mij verstaan?’
Klaas: ‘Wel wat.’

Klaas heeft zijn zoon die nu rond de 50 jaar is, seksueel misbruikt.
En niet zo’n beetje ook.
Het gebeurde in het schuurtje, tijdens het vissen, waar niet en heel vaak.
Het is niet de reden dat Klaas zich moet verantwoorden in de rechtszaal.
De misdaad tegen zijn zoon is verjaard, het is te lang geleden.

Rechters vragen desondanks: ‘Is het waar, dat van uw zoon?’
Klaas: ‘Kan wel hoor, maar ik weet er niks meer van.’
Rechters: ‘Of liegt uw zoon?’
Klaas: ‘Denk het niet.’
Rechters: ‘Uw vrouw heeft u een keer betrapt hè?’
Klaas: ‘Daar kan ik mij niks van herinneren.’

Klaas heeft ook drie dochters, inmiddels veertigers.
Joke, nu 49 jaar, heeft aangifte gedaan.
Jarenlang, luidt de beschuldiging, werd zij in de schuur door hem te grazen genomen.
De officier van justitie zegt dat Klaas zijn dochter niet zag als een mens, niet als een kind. ‘Hij zag haar als vlees.’
De vrouw van Klaas wist het wel, maar zij sloot haar ogen waardoor het leek alsof het onzichtbaar was en niet gebeurde.
De rechters: ‘Het heeft nooit geleid tot een echtelijke crisis.’

Klaas begint te huilen.
Rechters: ‘Waarom wordt u nou verdrietig?’
Klaas snikt: ‘Van dit allemaal.’
Rechters: ‘We gaan het er toch over hebben.’

In het uur dat volgt, wordt hem het vuur na aan de schenen gelegd.
De rechters staan niet toe dat hij zich verschuilt achter ‘het kan wel zo wezen’ of achter een ‘ik weet het niet’.
Hij zegt dat hij niet wist dat het hebben van seks met je eigen kinderen verboden is.
De rechters zeggen dat ze het idee hebben dat hij de boel voor de gek zit te houden.
Rechters: ‘Moeten we u echt geloven?’
Klaas: ‘Echt wel.’

De officier van justitie zegt dat deze verdachte normbesef mist en dat hij nog steeds niet snapt dat hij het leven van zijn zoon en dat van een van zijn dochters naar de filistijnen heeft geholpen.
De officier van justitie zegt dat de leeftijd van Klaas geen beletsel is voor het eisen van een lange gevangenisstraf: 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.
Dat is 3 jaar zitten.

Klaas is de enige niet.
Ard (48) zat er omdat hij negen jaar lang zijn dochter verkrachtte, soms twee tot drie keer per week.
Ja, schrik maar even van die zin.
Nu het veel te laat is, heeft Ard vreselijke spijt.
Hij had zich gemeld bij de politie nadat zijn dochter alles had verteld aan de vrouw die daarna zijn ex werd.
Ook hij huilt en zegt dat hij er alles voor over heeft om wat er is gebeurd terug te draaien.

Het had hem verbaasd dat hij niet direct werd aangehouden, maar na wat formaliteiten het politiebureau moest verlaten.
Dat was in juli 2012.
De dochter, nu een jonge vrouw, laat weten het vreselijk te vinden dat het twee jaren heeft moeten duren voordat haar vader (die ze niet meer zo noemt) tegenover de rechters zit.
De officier van justitie – verantwoordelijk – probeert het goed te maken met de strafeis.
Ze zegt: ‘Deze jonge vrouw leefde jarenlang op de meest onveilige plek ter wereld, uitgerekend op de plek waar zij zich het meest veilig zou moeten voelen, bij haar vader, bij haar moeder.’
De strafeis: 7 jaar gevangenis.

Harrie (43) is de derde, de zoveelste, maar heus de laatste niet.
Hij is een man zonder vrienden met ook nauwelijks nog contact met de familie.
De psychiater die in gevangenis Norgerhaven werkt, rapporteert dat Harrie een dominante man is en niet altijd even prettig is in de omgang.
Harrie ziet dat anders.
Hij vertelt dat als hij thuiskomt van het werk zijn vrouw altijd een kopje koffie voor hem maakt, maar als hij ’s avonds wat wil drinken hij dat hij dan zelf pakt.

De eerste keer doet altijd pijn, je moet gewoon volhouden, zou hij tegen zijn stiefdochter van 12 jaar hebben gezegd.
Wat de eerste keer niet lukte, lukte nog diezelfde week wel.
Toen zij vele keren verder ontdekte dat het helemaal niet normaal is dat je seks hebt met je stiefvader, wilde ze het niet meer.
De officier van justitie zegt dat er toen thuis een afspraak werd gemaakt.
Niet meer om de dag, zoals het jarenlang was gegaan, maar drie keer in de week.
Toen de stiefdochter in 2002 een jonge vrouw met bijna altijd buikpijn was geworden, was hij verder gegaan met zijn jongste eigen dochter die zichzelf met mesjes begon te verwonden, nu 16 jaar is en van huis is weggelopen.

Is Harrie een hufter?
Zijn vrouw – de moeder van de kinderen – zegt dat Harrie eerlijk is en trouw, een steun en toeverlaat.
Zij gelooft dat haar man onschuldig is.
Harrie ook.
Hij ontkent alles.
Waarom de twee vrouwen hem dan van zulke vreselijke dingen beschuldigen?
Hij weet het niet.
Bij de politie had hij de beschuldigingen gelul genoemd.

De officier van justitie vindt een gevangenisstraf van 5 jaar passend.
Ze vindt dat het niet anders kan dan dat de verklaringen van de twee vrouwen op waarheid berusten.
Want waarom zouden ze liegen?
Overweldigend is het bewijs niet.
Harrie mag als laatste wat zeggen.
Tegen de rechters: ‘Het is wel even genoeg geweest.’

Schrikt u van deze verhalen, dan is het goed.

Rob Zijlstra

uitspraken op 25 en 29 september

update – 20 september 2014 – vervroegd
De 71-jarige Klaas is ondanks de eis van 48 maanden, 12 voorwaardelijk op last van de rechtbank in vrijheid gesteld. Er is evenwel nog geen uitspraak  gedaan, die is op 29 september.

update – 23 september 2014 – vervroegde uitspraak
De rechtbank heeft Harrie vrijgesproken. Er zou pas volgende week uitspraak worden gedaan maar omdat de rechters oordelen dat er onvoldoende bewijs, is de verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld.

De officier van justitie had over het bewijs gezegd:
‘De(ze) verklaringen ondersteunen elkaar over en weer en kunnen gelden als bewijs voor het misbruik. Er is geen ander motief of belang te bedenken voor het feit dat zij aldus hebben verklaard, dan dat zij de waarheid vertellen. De aangifte en de getuigenverklaring komen ook op veel punten overeen. Niet gebleken is dat zij elkaar hebben beïnvloed in hun verhaal. Verdachte had ook de gelegenheid om het misbruik te plegen. Het gedrag van X is achteraf te verklaren nu het past bij het misbruikt zijn.’

De rechtbank schrijft in het vonnis dat iemand niet veroordeeld kan worden op basis van één verklaring (bewijsminimum): ‘Bij zedenzaken gaat het in de meeste gevallen om een aangifte, waar de (ontkennende) verklaring van de verdachte tegenover staat. Kenmerkend voor dit soort zaken is dat er geen directe getuigen zijn en vaak ook geen ander, bijvoorbeeld forensisch, bewijs. Dat geldt ook voor deze zaak.’

En: ‘De rechtbank stelt voorop dat zij geen aanleiding heeft om aan de betrouwbaarheid van de aangifte van X te twijfelen. De rechtbank is met de officier van justitie van
oordeel dat in dit geval een ander motief voor het doen van aangifte van seksueel misbruik
dan het vertellen van wat haar is overkomen niet voor de hand ligt, met name gelet op het
moment waarop zij voor het eerst over het misbruik heeft verklaard, vervolgens aangifte
heeft gedaan en de omstandigheden waaronder zij daartoe is gekomen.’

Maar omdat de betrouwbaar geachte verklaring geen steun vindt in andere bewijzen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken ‘van al het aan hem ten laste gelegde’.

vonnis 3l

het vonnis – klik op de afbeelding –

 

update – 25 september 2014 –  uitspraak
Ard is veroordeeld tot 5 jaar celstraf. → meer info volgt

dit verhaal is ook gepubliceerd in de zaterdagbijlage van Dagblad van het Noorden
⇒ hoe je seksueel misbruik herkent bij kinderen > slachtofferhulp
⇒ eerdere overpeinzing na afloop van zo’n rotrechtbankdag > rotdag

Eis tegen niemand

Juridisch bezien zou

de prostitutie van vandaag

de dag ook wel verkrachting kunnen heten

 

.

Schermafbeelding 2014-07-12 om 03.20.40Een nu 34-jarige man uit Tsjechië stond afgelopen donderdag terecht voor de rechtbank van Groningen wegens mensenhandel.
Dat wil zeggen: hij stond op papier.

De aanpak van mensenhandel – met als doel die te bestrijden – heet een speerpunt te zijn.
Dat betekent dat deze vorm van zware misdaad extra aandacht krijgt en als het even kan met grote voortvarendheid wordt aangepakt.
Ook in Noord-Nederland.

Op 26 januari 2006 deed een jonge vrouw uit Tsjechië aangifte bij de politie in Groningen.
Wat ze deed – de hoer spelen achter de ramen in de Groningen (en soms ook in benauwde kamertjes in Leeuwarden) –  deed ze omdat ze daartoe werd gedwongen door een man die haar met een grote grijze Citroën naar Nederland had gebracht.
Ze moest 450 euro per week voor haar peeskamertje betalen, het geld dat ze verdiende – soms wel 2.000 euro in de week – moest ze afdragen.
Ze werkte vijftien, zestien uur per dag, ook wanneer ze ziek was of ongesteld.
Ze werd gecontroleerd en regelmatig in elkaar geslagen.
Dat hoorde er gewoon bij.

De man die al dit naars op zijn geweten zou hebben, had haar gekocht van zigeuners in Tsjechië.
Zij had zich op 18-jarige leeftijd bij hen aangesloten omdat ze te oud was geworden voor het kindertehuis waar ze haar rotjeugd had versleten.
De zigeuners beloofden haar van alles, maar ze belandde in seksclubs.
Toen was die man gekomen.
Hij had duizend euro voor haar betaald.
Daarmee was hij haar vriend geworden.

Drie jaar had ze voor hem gewerkt in een bordeel.
Op een dag zei haar ’vriend’ dat ze naar Nederland zouden gaan, naar Groningen waar ze bergen met geld zouden verdienen aan Groninger mannen.
Op de dag van aankomst in Groningen moest ze direct aan de slag.
Op de eerste werkdag verdiende ze 800 euro, maar ze bleef met lege handen zitten.
Ze moest alles afdragen.

Een ernstig verhaal, dat politiemensen die zich bezighouden met de bestrijding van mensenhandel niet heel vreemd voorkomt.
Zij kennen dit soort verhalen, soms nog veel erger.

Juridisch bezien zou prostitutie van vandaag de dag ook verkrachting kunnen heten.
Legale verkrachting, want de burgemeester – de overheid – heeft er een vergunning voor verstrekt.
Wie legaal een vrouw wil verkrachten, een vrouw seksueel binnen wil dringen, is vijftig tot zestig euro kwijt.
Wie zoiets spotgoedkoop wil, kan zieke vrouwen verkrachten op de gemeentelijke tippelzone (Groningen, Bornholmstraat).
Ook dat is daar door de overheid goed geregeld.

Dit terzijde.

Het verhaal van de jonge vrouw leidt in 2006 tot een onderzoek dat de codenaam ‘Vleugel’ krijgt. Vleugellam was misschien een betere benaming geweest.
Als gevolg van andere onderzoeken in dezelfde sfeer wordt Vleugel in de loop van 2006 stilgelegd om in 2009 weer te worden opgepakt.
En dan is het snel raak.
De verdachte in dit verhaal heet Richard D., in 1979 geboren in Chomutov.
De politie weet hem rap op te sporen: op 21 juni 2010 wordt hij op verzoek van de Nederlandse autoriteiten in Tsjechië aangehouden.
Hij ontkent.
Jawel, hij heeft in 2005 en ook in 2006 wel eens meisjes naar Nederland, naar Groningen gebracht, maar verder is zijn naam haas.
Hij is geen mensenhandelaar, hij handelt in autobanden, dat is heel iets anders.

Hij zit een paar dagen vast voor verhoor en mag dan gaan.
Op 25 januari 2012 is er de rechtszaak in Groningen.
Richard D. komt niet opdagen.
Hij is in Tsjechië waar hij altijd is.
Naar Groningen kwam hij alleen om geld op te halen.

De advocaat wil nieuwe getuigen horen wat tot vertraging leidt.
Groninger politieagenten reizen af naar Tsjechië, horen de getuigen en zetten alles op papier.
Er wordt een nieuwe rechtszaak gepland op 27 juni 2013.
Die gaat niet door omdat niemand weet waar de verdachte dan is.
En hij moet wel weten dat er een rechtszaak tegen hem is, dat vereist de wet.

Afgelopen donderdag ging de rechtszaak wel door.
De vrouw die Richard D. als een slavin zou hebben uitgebuit zit met een tolk in de rechtszaal.
Richard D. is er weer niet.
Op de dagvaarding staat dat hij ‘zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland’ is.

De rechters zeggen ambtshalve te weten dat Richard D. in Tsjechië bij zijn moeder woont ‘op een bekend adres’.

De officier van justitie reageert daar niet op, maar zegt dat het inderdaad allemaal veel te lang heeft geduurd, ze zegt dat de redelijke termijn is overschreden.
Niet goed, dat moet een kleine consequentie hebben.

Ze zal daarom geen achttien maanden gevangenisstraf eisen, maar een jaar.
Verdachte heeft recht op korting.
Daarnaast moet verdachte, vindt de officier van justitie, nog wel 15.000 euro aan de vrouw betalen die hij heeft uitgebuit.
De slavin zelf heeft een claim van 100.000 euro ingediend.

De advocaat vindt dat het Openbaar Ministerie het recht op vervolging heeft verspeeld. Wanneer in januari 2006 aangifte wordt gedaan en de verdachte vervolgens ruim vier jaar later, in juni 2010, wordt aangehouden kun je weer vier jaar later, juli 2014, niet nog eens een vrijheidsstraf van een jaar eisen tegen iemand die niet eens in Nederland woont.
Dus…

De rechters hebben twee weken nodig om uitspraak te doen.

Rob Zijlstra

.

naschrift voor het idee
Deze veel te late strafzaak zonder verdachte duurde bijna drie uur.
De zitting werd beroepsmatig bijgewoond door vijftien mensen, in de vorm van personen.
Er was een officier van justitie [1], drie strafrechters [4], een griffier [5], een bode (gerechtsdeurwaarder) [6], een advocaat (jan boone, toegevoegd) [7], een tolk (voor het slachtoffer) [8], een parketwachter (politie) [9], drie rechercheurs (politie) [12] en drie verslaggevers [15].
De drie verslaggevers zaten er op eigen kosten – zij het dat een [1] van hen werkt voor een door de overheid gesubsidieerde (regionale) omroep.
De overige twaalf beroepsmatig aanwezigen zijn (of worden) betaald door de overheid.

 

UPDATE – 24 juli 2014 – uitspraak
Richard D. is veroordeeld tot 18 maanden celstraf. Aan twee van zijn slachtoffers moet hij opgeteld 30.985 euro betalen.

Per ongeluk schuldig

foto: 112groningen

Sontweg, foto: 112groningen

Kun je per ongeluk een misdrijf plegen?
En zo ja, kun je er dan ook voor worden veroordeeld?
Jaap (47) kan het zich niet voorstellen.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik deed het niet met opzet, dus dan ben ik toch ook niet schuldig?’

Maar zijn stem verraadt twijfel.
Hij zit immers wel naast een advocaat in de rechtszaal tegenover drie rechters en een officier van justitie die allen ernstig naar hem kijken.
Op de tribune, achter hem, zit de mevrouw die het slachtoffer is.
Zijn slachtoffer, dat valt niet te ontkennen.

Ja. Je kunt per ongeluk een misdrijf plegen en daardoor in de gevangenis belanden.
Iemand per ongeluk beroven vereist een sterk verhaal.
En wie zegt dat ‘ie per ongeluk een gewapende overval pleegde, recent nog, staat weer niet heel sterk.

Jaap had het aan Nico kunnen vragen.
Nico (30) is veelpleger en door de wol geverfd.
Hij stond een uur eerder terecht, zat in dezelfde stoel en tegenover dezelfde rechters.
Nico had Jaap dan kunnen vertellen dat het bij hem, vier jaar geleden, ook per ongeluk, dus niet expres, was gegaan.
En dat de officier van justitie en ook de rechters hem toen geloofden.
Maar wel mooi een straf.

Wat was er gebeurd, zou Jaap misschien hebben gevraagd.
Nico had dan verteld dat hij op 21 december 2009 zijn beste vriend Henk heeft doodgeschoten.
Ze hadden met z’n drietjes aan tafel gezeten, bij David thuis omdat die verstand had van wapens.
David had gezegd dat het wapen dat op tafel lag, geen best wapen was.
David had ook laten zien hoe je de kogels erin stopt en hoe je die dingen er weer uit kunt halen.
Hoe de veiligheidspal werkt.

Nico had het wapen van tafel gepakt.
Toen hij het vastpakte, klonk een knal.
Henk viel voorover.
Hij was op slag dood.

Gatver, zou Jaap  vast hebben gezegd, ‘maar daar kon je dus helemaal niks aan doen, net als in mijn geval.’
Maar Nico zou Jaap uit zijn dromen hebben geholpen.
Hij zou  hebben gezegd: ‘In mijn geval was er sprake van dood door schuld. Ik had geen kwade bedoelingen en ik heb het gevolg van mijn gedraging niet gewild. Maar ik ben wel roekeloos geweest. Dat kun je mij verwijten. Ik had geen verstand van wapens en toch zat ik er mee te spelen. Bij mij was sprake van een ernstig gebrek aan zorgvuldigheid.’

Jaap: ‘Een werkstrafje?’
Nico: ‘Drie jaar gevangenisstraf.’

Jaap slaakt in de rechtszaal een diepe zucht.
In zijn vrije tijd zit hij graag op de racefiets.
Maar overdag zit hij op de milieuwagen van de gemeente Groningen.
Sinds 1996 rijdt hij met zo’n rood en zwaar gevaarte door de straten van de stad waar fietsers – zegt hij – uit alle gaten en hoeken komen.

Op 10 juni vorig jaar moest hij wat rotzooi ophalen bij de brandweerkazerne aan de Sontweg.
Vlakbij de kazerne had hij acht seconden stilgestaan voor een brandweerwagen met zwaai- en lawaailichten.
Toen trok hij op om met een snelheid van 26 kilometer per uur richting de inrit bij de kazerne te rijden.
Op het moment hij de bocht naar rechts nam, leert de tachograaf, reed hij eerst 2 kilometer per uur en in de bocht zelf 12.
Ineens een akelige gil.
Onder het rechter voorwiel van de vuilniswagen ligt een fiets en een mevrouw.

Jaap: ‘Ik heb gekeken, ook in de spiegels, maar ik heb haar nooit gezien.’
Rechters: ‘Vindt u dat u haar had moeten zien?’
Jaap weet het niet, zegt: ‘Wat ik vind? Ik vind het gewoon kloten.’
Rechters: ‘Bij de politie had u gezegd, het is het risico van het vak.’
Jaap: ‘Ja, ik bedoel, ik rij niet expres iemand aan.’
Rechters: ‘Maar mevrouw was er wel.’
Jaap voorzichtig: ‘Ik heb goed gekeken… maar… maar misschien niet goed genoeg.’

De officier van justitie zegt dat in een fractie van een seconde een leven kan worden verwoest.
Eén zo’n moment, zegt ze, en we zijn allemaal verliezers.
Het slachtoffer, 50 jaar, had zeven weken in het ziekenhuis gelegen waar ze elf keer is geopereerd.
Ze was actief en sportief, nu loopt ze moeizaam en met een stok.
Dat blijft zo.

De officier van justitie zegt dat Jaap haar had moeten zien.
‘Het was een drukke spits, het was er chaotisch als gevolg van wegwerkzaamheden.
En dus had er beter opgelet moeten worden. Verdachte, een ervaren chauffeur, had nog voorzichtiger moeten zijn dan hij al was. Nee, geen opzet, ’t was ook niet expres, maar er is wel sprake van verwijtbaarheid. Ik eis een boete van 1000 euro en twee maanden voorwaardelijke rijontzegging.’

Het was niet zo, maar stel dat Nico en Jaap elkaar na hun strafzaken nog even hadden gesproken.
Nico had dan gezegd: ‘Nou, ik zei het je toch?’
Jaap: ’Tja. Trouwens, waarom moest jij terechtstaan?’
Nico: ‘Ik? Ach, ik heb een paar keer een telefoon van iemand geleend. Op straat. En nu zeggen ze dat ik die telefoons niet wilde teruggeven, dat ik die mensen bedreigde of zoiets met een mes. Die telefoons hebben ze later weer gevonden in een winkel waar ze tweedehands mobieltjes verkopen. Ik heb daar een keer een telefoon verkocht. Ze hebben toen een kopie van mijn legitimatie gemaakt en ik denk dat ze daar nu misbruik van maken. Ik bedoel, dan is het toch ook niet mijn schuld?’

Rob Zijlstra

 wegenverkeerswet, artikel 5

.
UPDATE – 20 maart 2014 – uitspraken
Jaap is veroordeeld. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan artikel 6 van de Wegenverkeerswet: hij had de fietser kunnen en dus moeten zien. Omdat hij dat niet heeft gezien wat er wel was,  is hij onvoorzichtig geweest. Komt bij dat hij een bijzondere verrichting uitvoerde en dat het er ter plaatse druk was mede als gevolg van het tijdstip en werkzaamheden aan de weg.  Dat alles had hem, ervaren hij is, extra alert moeten maken. Dat hij dat niet is geweest, wordt hem verweten. De straf: een boete van 1000 euro en 6 maanden rijontzegging, maar die geheel voorwaardelijk. Proeftijd 2 jaar.
Ook Nico is schuldig aan wat hij heeft gedaan. Zijn straf: 12 maanden.

 

uitspraak

 

 

Billen bloot

columndvhn

Rechter: ‘Je mag prostituees bezoeken, zo veel je wilt…’

Wie in de rechtszaal terecht moet staan beleeft doorgaans niet zijn finest hour.
Voor sommigen is het strafproces de hel.
Dat heeft soms te maken met dreigende vrijheidsbenemende maatregelen zoals gevangenisstraf.
Of met de schaamte.

Want hoewel in zittingszaal 14 geen daglicht doordringt, staat een verdachte er voor iedereen zichtbaar terecht.
Iedereen kan de rechtszaal binnenwandelen en meeluisteren.
Er zit (bijna) altijd pers.

Ik moet nog wel eens denken aan de jongeman die zich moest melden in zittingszaal 14 omdat hij in een steegje in de binnenstad van Groningen een vervelende cafébezoeker een vuistslag in het gezicht had gegeven.
Een paar keer had hij de bezoeker geadviseerd ‘op te zouten’.
De ladderzatte lastpak gaf daar geen gehoor aan.

De klap kwam hard aan.
Hij wankelde, viel om en stuiterde met het hoofd op het harde trottoir.
De dronkenman, die helemaal vanuit Somalië naar hier was gekomen om asiel aan te vragen, overleed nog diezelfde nacht aan de zijn verwondingen.
De studerende jongeman die had uitgehaald had niets aan zijn ouders verteld.
Dat durfde hij niet.

Twee weken lang zat hij in zak en as omdat de officier van justitie de rechtbank had voorgesteld hem anderhalf jaar in een cel op te sluiten wegens mishandeling met de dood tot gevolg.
Een keer een weekeinde niet thuiskomen, zou hij nog wel kunnen verkopen.
Maar niet anderhalf jaar.
Na twee weken kwam een einde aan een martelgang: de rechtbank veroordeelde de student tot een taakstraf van 240 uur.
Daar heeft het thuisfront niets van hoeven te merken.

Met enige regelmaat staan mannen terecht in de rechtszaal met een snipperdag.
Dan weet niet alleen het thuisfront van niets, maar is ook de werkgever onwetend.
Deze verdachten hopen dan maar dat het ook echt waar is dat de strafrechtspraak in dit land slappe hap is zoals ze het op feestjes ook altijd zelf vertellen.
Dat je het in dit land wel heel bont moet maken wil je gevangenisstraf krijgen in plaats van zo’n lullig werkstrafje.
De schrik is met enige regelmaat groot als hen duidelijk wordt dat er in dit land kennelijk iets is veranderd.

Daan uit Hoogezand had het thuis wel verteld.
De rechter: ‘Dat siert u. Maar ze heeft het niet geaccepteerd, heb ik begrepen.’
Daan laat de tranen stromen.
Huilt: ‘Het heeft me mijn relatie gekost.’

Het was de eerste keer dat hij zoiets had gedaan.
‘Ik heb geen seconde getwijfeld, ik heb absoluut niet gedacht dat ze minderjarig was.’
Maar dat was ze wel.
Ze was nog maar 16 jaar.
Dat ze zei dat ze 18 jaar was, is voor de wet niet relevant.
Dat weet Daan inmiddels.
Tegen de rechter: ‘Ik schaam mij kapot.’
De officier van justitie eist negen maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk.
De politierechter zegt dat seks heel mooie kanten heeft, maar ook heel nare.
Tegen Daan: ‘U heeft seks gehad met een kwetsbaar kind. Ik veroordeel u tot drie maanden celstraf waarvan twee voorwaardelijk. Dat betekent dat u een maand moet zitten.’

Daan slaakt een diepe zucht. Hij werkt al langer dan tien jaar bij dezelfde baas.
Misschien kan hij het oplossen met vakantiedagen.

Bram komt uit de omgeving van Veendam.
Zakte hij in de rechtszaal maar door de grond.
Ook hij dacht dat ze al 18 jaar was.
Hij had het toen hij haar per telefoon bestelde, zelfs nog gevraagd.
Bram: ‘Ze zei toen 18.’

Rechter: ‘Hoe kijkt u er nu tegenaan?’
Bram: ‘Ik baal er enorm van. Voor mezelf, voor iedereen. Ik heb er slapeloze nachten van…’
Ook hij houdt het niet droog.
Rechter: ‘Je mag prostituees bezoeken, zo veel je wilt. Maar geen minderjarige prostituees.’
Bram: ‘Dat snap ik, ik ben net vader geworden.’

Hij heeft zich voorgenomen dat hij na de strafzaak naar huis gaat om het aan zijn vrouw te vertellen. ‘Ik kan het niet meer voor mij houden.’
Hij vreest het ergste voor de gezamenlijke toekomst.
De officier van justitie haalt de schouders op.
Met de toon van ‘tsja’ zegt hij: ‘Als je naar de prostituees gaat heb je wel vaker thuis wat uit te leggen.’
Bram krijgt eveneens een maand celstraf.

Ook Arend uit Winsum heeft al nachten niet geslapen.
Hij had het opgezocht.
Tegen de rechter: ‘Je kunt er vier jaar cel voor krijgen.’
Zijn relatie was in een crisis beland en hij zocht toen wat liefde.
Hij had de advertentie op speurders.nl gezien.
18 Jaar.
Hij had gebeld, zij was bij hem thuis gekomen.
Hij was op slag verliefd geworden, maar het was bij een bezoek a 150 euro gebleven. Wel had hij nog een paar keer contact gezocht.
De politierechter: ‘U heeft zich schuldig gemaakt aan een heel ernstig misdrijf. U heeft het met een kind gedaan voor uw eigen genot. Een maand celstraf.’

Arend zegt dat hij op advies van de politie thuis niets heeft verteld.
Nu vreest hij voor de toekomst.
Bang dat zijn eigen bedrijf het loodje zal leggen.
Nog banger voor zijn vrouw.
‘Ik heb een heel lieve vrouw. Het gaat weer goed tussen ons. Ik zal haar hart breken.’
De officier van justitie had zoiets al voorspeld toen hij zijn strafeis formuleerde: ‘Het zal ‘m fors raken.’

Hoe het met deze week met deze mannen is afgelopen kan dit verhaal niet vertellen.
Wel dat het Openbaar Ministerie heeft besloten in hoger beroep te gaan.
Een maand celstraf voor seks met een minderjarige prostituee is te weinig, vindt de aanklager.
Het moeten ten minste drie maanden wezen.
Het hoger beroep betekent vooralsnog uitstel van executie.
En nog meer wakkere nachten.

Rob Zijlstra

de zaak
De hoofdverdachte in deze zaak is een 26-jarige Groninger. Gedurende een jaar dwong hij drie minderjarigen van 16 en 17 jaar tot prostitutie. Hij regelde ook de klanten. Daarvoor werden advertenties geplaatst op onder meer speurders.nl . In die advertenties stond dat de prostituees 18 jaar en ouder waren.
De Groninger is veroordeeld tot 3 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk wegens mensenhandel. Er was 5 jaar tegen hem geëist. De rechtbank houdt meer rekening met zijn persoonlijke omstandigheden,met name zijn verstandelijke beperking. De stiefvader van de hoofdverdachte, een docent op een middelbare school, is vrijgesproken van het medeplegen aan mensenhandel. Tegen hem was 3 jaar geëist. Wel kreeg hij 3 maanden wegens ontucht: hij heeft met een van de meisjes seks gehad.
Twee mannen, een verslaafd stel, die hun woning beschikbaar hadden gesteld, zijn veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur. Ze zeggen dat ze werden bedreigd en geïntimideerd door de 26-jarige.

Het Openbaar Ministerie heeft in alle zaken hoger beroep aangetekend.

voor de juristen
Bij art 248b geldt geobjectiveerd bestanddeel en strafbare klant bij prostitutie <18. In een zeer uitzonderlijk geval is denkbaar dat sprake zou zijn van verontschuldigbare dwaling; b.v. indien een klant in de vergunde (legale) inrichting gebruik maakt van een prostituee die zich legitimeert met een valse ID, en niet duidelijk kenbaar is dat zij onder de 18 moet zijn. Er zijn geen voorbeelden van in de rechtspraak.

Bij art 273f geldt als strafverzwarende omstandigheid seks met prostituee onder de 18. Ook dat is geobjectiveerd; dezelfde redenering gaat dus op voor het al dan niet toepassen van de strafverzwaring. Ook geldt dat sub 2/5/8 (toepasselijk bij minderjarigen) minder bewijslast kennen, namelijk geen dwangmiddelen vereist. Dat staat ook los van de wetenschap op dat punt bij de dader.

bron: de officier van justitie die deze zaak behandelde

Benno’s

uienIk luister naar en lees over de kwestie van de Brabantse zwemleraar Benno L. in Leiden.
Hij bood zijn computer ter reparatie aan.
Een medewerker ontdekte kinderpornografisch materiaal op het apparaat wat uiteindelijk leidde tot de ontdekking van een omvangrijke ontuchtzaak met tientallen jonge slachtoffers.
En een veroordeling tot 7 jaar gevangenisstraf.

Ik beklom de Martinitoren en keek uit over stad en ommeland.
Dacht: arme burgemeesters.

Tussen april 2004 en vandaag stonden voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen 386 mannen en 4 vrouwen terecht wegens de verdenking van een zedenmisdrijf.
Van hen werden er 42 vrijgesproken.
Maakt dat er 348 zedendelinquenten straffen kregen opgelegd.
Die straffen varieerden van een maand voorwaardelijke tot tien jaar gevangenisstraf; van een taakstraf van 80 uur tot 7 jaar in combinatie me tbs met dwangverpleging.

De veroordeelde zedendelinquenten waren tussen de 18 en 82 jaar oud.
Vooral vieze oude mannetjes?
Vijf procent was ouder dan 65 jaar.

Qua aantal werden de meeste zedenmisdrijven die tot een veroordeling leidden gepleegd in Groningen-stad: 135.
Oost-Groningen volgt op de voet: 115.
Noord-Groningen en Eemsmondgebied: 56.
Het Westerkwartier: 29.
De overige 13 kwesties speelden zich af in meerdere plaatsen, ook buiten de provincie.

Ongeveer 40 procent van de getelde zaken heeft betrekking op ontucht, in de meeste gevallen betreft het dan gebeurtenissen waarbij volwassenen kinderen seksueel misbruikten.
Soms eenmalig, vaker jarenlang achtereen.
Een kwart betreft kinderporno, bijna altijd alleen maar het in bezit hebben, niet het produceren of verspreiden van het verboden foto- en filmmateriaal.
Nog eens een kwart betreft verkrachting dan wel pogingen daartoe.
Er waren een paar schennisplegers en aanranders.

Zij waren niet allemaal zwemleraren.
Lang niet zelfs.
Er was één frotteur; een man die seksueel opgewonden raakte door onbekenden heel even aan te raken.
Er waren twee journalisten die logen dat ze aan onderzoeksjournalistiek deden.
Er waren mannen met leidinggevende banen die aan rechters vertelden dat ze liever dood waren geweest.
Die tijdens de rechtszaak alleen maar moesten huilen.
En dan snotterden dat ze wel wilden, maar niet konden stoppen.

Er was eens een brief van een werkgever van een man die zijn dochters jarenlang gruwelijk en avond na avond had misbruikt.
In die brief schreef de werkgever aan de rechtbank dat hij het de dochters zeer kwalijk nam dat zij aangifte hadden gedaan.
Omdat hij daardoor een goed werknemer was kwijtgeraakt.
Hij, maar ook de kerk, zou het de dochters nooit vergeven.

Er waren zaken waarbij alleen de vaders terechtstonden, terwijl uit veel bleek dat de moeders jarenlang de ogen en oren dichtdeden als hij de kinderen naar bed bracht.
Een zaak van een verliefde jongen van net 18 23 die helemaal vanuit Den Haag naar Delfzijl was gekomen om haar van internet  vurig te zoenen, toen niet wetende dat ze nog maar 15 was.
Dronken studenten en cocaïne snuivende bankmedewerkers die onbedoeld met medestudenten en collega’s in bed belandden en elkaar toen niet goed begrepen.

Een man met kleine kinderen en een geit.

Enzovoort.

Een enkeling zit nog in het gevang, de meesten wonen weer ergens.

De genoemde cijfers tonen de top van de ijsberg.
Officieren van justitie verzuchten in de rechtszaal met enige regelmaat dat er zoveel zedenzaken zijn en zo weinig capaciteit om alles te kunnen onderzoeken en vervolgen.
Aangiftes van ernstige zaken blijven soms maanden liggen, soms nog langer.
Er zijn kwesties die niet worden vervolgd; niet omdat het niet zo is, maar omdat het domweg nooit te bewijzen zal zijn.
Er worden kinderen misbruikt zonder dat ooit iemand anders dat zal weten.
Dat gebeurde gisteravond bij u thuis, in uw straat, in de wijk, in uw dorp.
En vanavond gebeurt het weer.

Arme burgemeesters.
Maar nog meer: arme wij allemaal.

Rob Zijlstra

Groningen – Assen

poesIn de krant stond vorige week een vermakelijk bericht.
Er was een poes in haar eentje van Groningen naar Assen gereisd.
Met de bus.
Oorspronkelijk kwam het beestje, al weken vermist, uit Leeuwarden.
Hoe een en ander is gegaan vertelt het bericht niet.
Bij dit vrolijke verhaaltje dacht ik eerst, wat een bijzondere poes.
Vervolgens: zou het wel echt waar zijn?

Op de dag dat de reislustige poes haar reis zou hebben gemaakt, moest de op Sardinië geboren Pelle (53) zich melden in zittingszaal 14 en dat was niet vanwege een vermakelijke gebeurtenis hoewel ook hij zich had verplaatst van Groningen naar Assen.
Pelle wordt beschuldigd van zes pogingen tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij politiemensen.
Dat het bij pogingen is gebleven komt omdat hij de uitvoering van de voorgenomen misdrijven niet heeft voltooid.
De agenten bleven ongedeerd.

Het is een raar verhaal dat zich in februari vorig jaar afspeelde.

Pelle staat met zijn kleine Daihatsu te wachten voor een verkeerslicht in Groningen.
Op een ander deel van de kruising staat een politieauto hetzelfde te doen.
De politieauto krijgt groen en trekt op.
Op dat moment zien agenten de Daihatsu de kruising oprijden, richting ringweg.
De dienders stellen eensgezind en rap vast: die rijdt door rood.

En dan gebeuren er alleen nog maar gekke dingen.

In de Daihatsu zit Pelle met een vriendin.
De twee agenten rijden achter hen aan, want het rijden door rood is niet wat is afgesproken.
Het valt de agenten op dat de auto een beetje slingert.
Besloten wordt om het voertuig aan de kant te zetten.
Om dat te bewerkstelligen wordt het stopteken gegeven.

De kleine Daihatsu trekt zich daar niets van aan.
In plaats van te stoppen rijdt Pelle de ringweg op, geeft flink wat gas en slaat op het Julianaplein linksaf, de A28 op, richting Assen.
De snelheden worden opgevoerd.
Ter hoogte van Haren gaan de toeters en bellen van de inmiddels twee achtervolgende politieauto’s aan.
Via de meldkamer wordt om bijstand gevraagd waarna nog eens twee politiewagens zich bij de achtervolgers aansluiten.
Het gaat er wild aan toe.
Zo wild dat een medeweggebruiker moet uitwijken en in de berm belandt.

Rechters tegen Pelle: ‘Wat een gekke toestand.’
Pelle: ‘Ik had het niet door. Ik had niet in de gaten dat het politieauto’s waren. Ik ben ook doof aan een oor.’
Rechters: ‘Had u een lijntje gesnoven, een lijntje cocaïne?’
Pelle: ‘Nee, ik gebruik geen drugs.’

De officier van justitie vertelt alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de politie halverwege de achtervolging vanuit de berm langs de A28 heeft geschoten op de razende Daihatsu met Pelle en zijn vriendin er in.
Er was gericht geschoten op de banden, om de auto zo tot stilstand te dwingen, zegt de officier van justitie.
Er zijn geen aanwijzingen dat Pelle van de maffia is.
Hij bakt pizza’s.

De Rijksrecherche zal het vast en zeker hebben uitgezocht en in vertrouwen aan de politie hebben gerapporteerd dat de politie met dat geschiet de juiste keuze heeft gemaakt.
Misschien met de kanttekening dat de agenten in voorkomende gevallen wel raak moeten schieten.
Want de Daihatsu scheurde gewoon door.

Rechters: ‘Hoezo niks gemerkt?’
Pelle: ‘Ik was bang, ik was in paniek.’
Rechters: ‘Bang? Hoezo?’
Pelle: ‘Ik wilde zo snel mogelijk naar het politiebureau in Assen. Ik dacht als ik daar ben, dan ben ik veilig.’

Kort na de tweede afslag van de A28 in Assen wordt Pelle op een rotonde tot stilstand gedwongen omdat een politieauto opzettelijk tegen hem aan botst.
De rare gebeurtenissen zijn dan nog niet voorbij.
De agenten proberen hem met trek- en duwwerk uit de auto te krijgen.
Pelle: ‘En ik probeerde binnen te blijven.’

In die poging geeft hij nog een keertje gas waardoor de auto ineens achteruit schiet.
Een agent kan nog maar net wegspringen, een ander komt bijna klem te zitten.
Uiteindelijk wordt Pelle overmeesterd en wordt hij, lelijke woorden roepend, geboeid en afgevoerd.

Tijdens de achtervolging op de A28 zou hij ook hebben geprobeerd zijn volgers van de weg te drukken.
Rechters: ‘Beseft u dat het gevaarlijk is om op de snelweg met hoge snelheid te botsen.’
Pelle snapt dat en zegt: ‘Ja, heel gevaarlijk voor mij.’
De officier van justitie is er snel mee klaar. ‘Meneer heeft deze feiten bij vol verstand gepleegd, de zes slachtoffers zijn gezagdragers. Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’

Vier van de zes agenten hebben aangifte gedaan en eisen schadevergoedingen van tweemaal 350 en tweemaal 522 euro.
De advocaat van Pelle zei (vrije vertaling): ‘Tsss, agenten zijn getraind om weerbaar te zijn, bovendien zijn ze niet aan gort geslagen of zo.’

De vier politiemensen zeggen dat de achtervolging veel spanningen opleverde, een verhoogde hartslag ook en trillende benen tijdens die wilde rit. Een agent zegt dat ze uit angst had geschreeuwd tegen haar collega en dat ze nu gefrustreerd is en boos op de verdachte, de ander slaapt slecht omdat de film die hij ziet zich in bed steeds herhaalt.

Ik moest weer even aan dat bericht over die poes denken.
Dacht: zou dat nou wel echt zo zijn?

Rob Zijlstra

UPDATE  3 februari 2014 – uitspraak
Pelle is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, fors lager dus dan de eis. De rechters geloven niet dat hij niets van de achtervolging door de politie heeft gemerkt. Maar dat er een kans was dat de achtervolgende agenten zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen, gelooft de rechtbank ook niet.  Anders is dat voor de twee agenten die Pelle wilden aanhouden. Dat had wel degelijk lelijk kunnen aflopen. Deze twee agenten hebben dan ook recht op schadevergoeding: 250 euro per persoon.

HET VONNIS

In de aanbieding: verdriet

aanbiedingHeeft een moeder wiens wier kind seksueel is misbruikt door haar ex (tevens vader van het slachtoffer) recht op een schadevergoeding?

Man heeft zijn kind gedurende een jaar meerdere keren seksueel misbruikt. Het kind is nu vijftien jaar en eist schadevergoeding, een bedrag van 12.500 euro.

De officier van justitie onderschrijft dat het kind schade heeft geleden, maar vindt het gevorderde bedrag te veel van het goede.
Volgens de officier van justitie is een bedrag van 7.500 euro billijk.
Zij verzoekt de rechtbank dit bedrag aan het slachtoffer toe te kennen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Die maatregel houdt in dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) namens het slachtoffer het geld bij de veroordeelde gaat innen.

De moeder claimt in dezelfde strafzaak ook schade: 2.500 euro.

Haar ex-partner is eerder veroordeeld wegens seksueel misbruik van haar dochter.
Hij werd uit de ouderlijke macht gezet en mocht geen contact hebben met zijn dochter.
Na gevangenisstraf te hebben uitgezeten, vergreep hij zich aan de zoon die zo nu en dan bij hem op bezoek kwam.

Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat er sprake is van een ziekelijke stoornis: pedofilie.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de schadeclaim van de moeder af te wijzen.
Alleen het slachtoffer kan zich met een claim voegen in het strafproces.
Dat de moeder schade heeft geleden, dat ze is beschadigd,  staat volgens de officier van justitie niet ter discussie.
Dat heeft en is ze.
Maar de schade die ze heeft geleden, is niet een rechtstreeks gevolg van de gedragingen van haar ex.
Wil ze haar schade hebben vergoed, dan moet ze zich wenden tot de civiele rechter.

Bovenstaande is de standaard redenering van het Openbaar Ministerie omdat die overeenkomstig zou zijn met de bedoelingen van de wet.
De officier van justitie: ‘Voor de moeder biedt de wet onvoldoende mogelijkheden.’

De advocaat van de verdachte vader kan zich daar in vinden.
De advocaat zegt (vrij vertaald): ’Moeder is geen rechtstreeks slachtoffer.
Zou zij wel in aanmerking komen voor een vergoeding dan is er sprake van een vercommercialisering van verdriet. Dat wil de wet niet en dat moeten wij ook niet willen.’

De advocaat van de moeder ziet het anders.
De moeder, zo luidt zijn filosofie, is rechtstreeks getroffen.
Ze was geen beoogd slachtoffer (van het seksueel misbruik), maar ze is wel geraakt.
Bovendien: ze is moeder, er is sprake van een vereenzelviging van moeder en zoon.

De advocaat maakt een vergelijking met brand en brandstichting.
Ook daarbij kunnen slachtoffers vallen, ook slachtoffers die de brandstichter niet had beoogd.
Van vercommercialisering van verdriet is hier geen sprake.
Met de regel dat er sprake moet zijn van rechtstreekse schade, heeft de wetgever niet bedoeld om moeders uit te sluiten.

Wie heeft het meest gelijk?

Rob Zijlstra

 bovenstaande speelt in een strafzaak die vorige week diende en waarin de rechtbank volgende week uitspraak doet
•• als het aan Opstelten en Teeven (veiligheidsmannen van justitie) ligt gaat de veroordeelde verdachte straks diep in de buidel tasten – eigen bijdrage