Proportioneel

Het was, zegt hij tegen de
rechters, een opeenstapeling
van alcohol en boosheid

Gebeurtenissen buiten op straat krijgen in de rechtszaal juridische kwalificaties. Dat moet wel, want met een ‘ik klap je dood’ kan geen jurist uit de voeten. Het moet een bedreiging heten. Met een deugdelijk middel.

Buiten kan zo’n beetje alles gebeuren, wel een miljoen keer meer dan juristen daar woorden voor hebben.

Een poging tot doodslag kent ontelbare variaties. Of doe een diefstal. Een diefstal kan variëren van een appel uit de tuin van de buren, een rolletje drop bij de pomp tot aan het pikken van de miljoenenfrutsels van Kim Kardashian in Parijs. Of jatten via een ondergrondse tunnel naar de kluis van de bank.

Vanwege de noodzakelijke juristerij kan het gebeuren dat iets heel vervelends buiten op straat in de rechtszaal een grote misdaad wordt. Met bijbehorende straffen. Advocaat Fred Kappelhof noemde het een avond die flink uit de hand is gelopen met grote gevolgen voor alle betrokkenen. Maar de geëiste straf tegen zijn client – dertig maanden de bak in (tien maanden voorwaardelijk) –  vond hij geen goed idee.

Je zou het gesodemieter kunnen noemen, gedonderjaag van mannen met veel te veel drank op. In de rechtszaal heette het wederrechtelijk bevoordelen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling (opzettelijke benadeling).

Het gebeurde in mei 2016 in Delfzijl. Er zijn daar jonge mannen die op stap willen. De mannen kennen elkaar. Ze zijn al jaren bevriend, ze zijn vrienden van vrienden, Leo en Alex zitten bij elkaar in de klas op de zeevaartschool. Ze spreken af bij het huis van de opa van Alex. Daar gaan ze, alvorens zich in het nachtleven van Delfzijl te storten, indrinken. Whisky, borrels en bier. Het zijn ook mannen die elkaar vertrouwen. Daarom leggen ze geld bij elkaar voor in de pot. Als ze straks de bloemen buiten zetten, wordt de drank betaald uit die pot. Handiger.

Ze nemen afscheid van opa en gaan de nacht in. Na een tijdje in de discotheek is de pot leeg, maar is er nog volop lust. Leo grabbelt geld uit de broekzak en geeft dat aan Henk, een van de mannen, met de bedoeling dat Henk drank voor allen gaat halen. En dan gaat er iets mis. Er komt geen drank wat gezien de stemming van dat moment een ernstige inbreuk is op het eerder gesmede vertrouwen. De omslag is radicaal: vrienden, vrienden van vrienden en klasgenoten worden vijanden.

Leo voelt zich genaaid. Het gaat om vijftig euro. Of honderd. Tijdens de rechtszaak blijft dat – een beetje raar – vaag. Hoe dan ook, hij wil zijn geld terug. Dus pakt hij Henk bij de kladden. En bij de keel en wel zo dat Henk moet snakken naar adem. Er vallen ook klappen op het hoofd. Discoportiers halen de amokmakers uit elkaar. Henk en Alex gaan er vandoor. Dit is de mishandeling zoals het in de rechtszaal wordt geschetst. Leo de verdachte vindt het allemaal wat overdreven. ‘Ja. Ik was boos. Maar ik heb misschien één klap gegeven.’

Leo blijft achter, samen met zijn vriend Robert. Boos besluiten ze verhaal te halen. Leo: ‘Ik wilde naar de woning van Alex. Om het op te lossen.’

Daan is ook nog in de disco. Daan is bevriend met Alex en Henk. In de rechtszaal wordt Daan de dunne genoemd. Leo en Robert dwingen Daan met hen mee te lopen. Doet hij dat niet, dan dreigen ze hem neer te steken. Of dood te klappen. Ze zouden hebben gezegd: ‘En dan zullen je ouders je morgen niet meer zien’. Dunne Daan is zo bang dat hij begint te huilen. Hij is vooral doodsbenauwd voor die Robert.

Met de armen in de lucht loopt Daan voor hen uit, richting de woning van de opa van Alex. Dat Daan mee moet lopen, onder dwang, moet in deze kwestie de wederrechtelijke vrijheidsberoving heten. Gijzeling vinden juristen ook goed.

De officier van justitie zegt dat Daan halverwege de benauwde wandeling zijn portemonnee moet afgeven. Met daarin tachtig euro. Leo zou tegen Daan hebben gezegd (geschreeuwd) dat hij het geld maar terug moet vragen van Alex en Henk. Die hebben immers zijn geld. Leo en Robert (hij zit ook in de rechtszaal als verdachte) hebben een andere lezing. Ze hadden wel om de portemonnee gevraagd, maar geen geld weggenomen want er zat helemaal niks in. Maar Daan heeft aangifte gedaan en dat is volgens de officier van justitie voldoende om te kunnen spreken van afpersing dan wel diefstal met geweld.

De misdaad eindigt naast de woning van opa. Alex komt naar buiten, volgens Leo gewapend met een busje pepperspray. Leo geeft Alex – drie jaar lang waren ze vrienden – een klap tegen het hoofd.

Rechters: ‘Deed u dat met de vuist?’
Leo: ‘Niet eens.’

Dertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Dat is twintig maanden zitten. Medepleger Robert krijgt een eis van achttien maanden om de oren, half jaar voorwaardelijk. Is een jaar zitten.

Leo heeft spijt dat het zo is gelopen. Het was, zegt hij tegen de rechters, een opeenstapeling van alcohol en boosheid. Dat hij dunne Daan de stuipen op het lijf heeft gejaagd, dat zit ’m dwars. Dat had niet gemoeten. Leo wil wel met Daan praten. Als die dat ook wil. Met Alex, zijn oude vriend en klasgenoot, wil hij dat niet. De gebeurtenissen maakten dat hij van de zeevaartschool is gestuurd waarmee zijn droom van een leven op zee in het water viel. Hij had het nog geprobeerd in Harlingen, maar toen Harlingen contact zocht met Delfzijl, was hij ook daar niet welkom. School als rechter.

Daan heeft een eis tot schadevergoeding ingediend. Hij wil die tachtig euro uit zijn portemonnee terug. En 1250 euro smartengeld. Leo zegt dat hij die 1250 euro wel wil betalen, maar niet die 80 euro. De portemonnee was echt leeg.

De advocaat van Robert sneert richting de officier van justitie: ,,Als dit allemaal zo erg is, waarom wacht het Openbaar Ministerie dan een jaar met vervolgen? ,Mijn cliënt heeft zijn leven op de rails. U heeft het recht verspeeld een zo zware straf te eisen.” Advocaat Fred Kappelhof zegt dat twintig maanden zitten voor Leo, voor een uit de hand gelopen avond, voor een 24-jarige jongen die met een been aan boord van een schip stond, die positief in het leven staat, veel te veel is.

In de rechtszaal heet dat buiten alle proporties.
Daarbuiten: Zijn ze nou helemaal gek geworden?

Rob Zijlstra

update – 2 juni 2017 – uitspraken
De rechters vonden het misschien ook wel, dat de officier van jusititie een beetje doorsloeg.

Leo is vrijgesproken van de afpersing. Uit niets blijkt dat hij een aandeel heeft gehad bij de portemonee. Wel is hij veroordeeld wegens de vrijheidsberoving en tweemaal een mishandeling. Robert heeft zich volgens de rechters schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en afpersing.

De straffen vallen fors lager uit. Leo krijgt 270 dagen celstraf waarvan 250 voorwaardelijk. De 20 resterende dagen heeft hij al uitgezeten. Die 250 dagen gelden als een stok achter de deur. Naast dit: een taakstraf van 240 uur. En het betalen van een schadevergoeding van 1150 euro.
Robert (jeugddetentie): 276 dagen waarvan 250 voorwaardelijk, idem. en ook een taakstraf van 240 uur. Hij hoeft geen schadevergoeding te betalen omdat die alleen was ingediend in de zaak van Leo.

Over Leo schrijven de rechters dat hij goed bezig is met zijn toekomst. Een gevangenistraf moet die ontwikkeling niet in de weg staan. Ook is hij al zwaar bestraft doordat hij van zijn opleidng is gestuurd waardoor hij in financiele problemen in gekomen. De rechters: ‘Hij heeft zijn toekomstperspectief zien veranderen.’

Garnalen op zee

Maar ik dacht direct,
wat doe je nou,
waar ben je mee bezig?

Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38

Er bestaan mensen die leven in de trajecten van de hulpverlening.
Dat is een snoeihard leven zonder fleur en met als belangrijkste doel: overleven.
Het is een leven van tussen wal en schip en van vallen en opstaan.
Wie overleeft, sterft toch nog vaak een te vroege dood.

Junkies.

Hendrik (32) is er zo eentje.
Hij kan er zelf niet veel aan doen.
De officier van justitie zegt dat dit zo’n zaak is waarbij je je rot schrikt als je het dossier leest.
Dat je schrikt als je leest wat een narigheid een mens in zijn leven kan overkomen.
Hendrik heeft zwakjes uitgedrukt een klotejeugd gehad.
Buiten de rechtbank is dat niet heel populair, maar in de rechtszaal wordt er wel rekening mee gehouden.
Dat is maar beter ook.

De officier van justitie kan – op grond van wat Hendrik heeft gedaan – zo een paar jaar gevangenisstraf eisen.
Hardop vraagt hij zich af: ‘Waar hebben we als maatschappij meer aan, Hendrik ophokken of proberen het licht te zien aan het einde van een lange, donkere tunnel? Ik ga voor dat laatste en hoop dan maar dat hij de uitgestoken hand pakt.’

Vallen.
Opstaan.

Hendrik is een doorgewinterde man van de straat die al jaren op hardleerse wijze zo nu en dan uw spullen steelt.
Hij wil niet wat hij wel doet.
De laatste twee jaar ging het overigens redelijk goed met weinig strafbare feiten.
Tot december vorig jaar, toen sodemieterde Hendrik keihard onderuit.
Het was een paar dagen voor zijn verjaardag, hij was bij een kennis, een drugsdealer, geweest in de Oosterpoort in Groningen.
Die dealer had hem, bij wijze van presentje, een beetje cocaïne cadeau gegeven.
Hendrik had al een paar maanden niets gebruikt vanwege het traject waarin hij was verzeild, een zoveelste.

Hij liep over de Meeuwerderweg, richting Paddepoel, naar een andere kameraad.
Tegen de rechters: ‘Ik liep daar zonder bijbedoelingen.’
Rechters: ‘Maar wat gebeurde er?’
Hendrik: ‘Nou ja, ik zag die mevrouw daar staan, bij de bushalte. Ze had zo’n boodschappenwagentje op wieltjes. Mijn moeder heeft er ook zo eentje.’
Rechters: ‘En toen?’
Hendrik: ‘Ik was het niet van plan, maar het gebeurde gewoon. In een flits, in een fractie van een seconde. Ik weet het ook niet.’

Rechters: ‘U griste de portemonnee uit de handen van die mevrouw, u gaf haar een duw, zij viel op haar knieën, u rende weg. Is het zo gegaan?’
Hendrik: ‘Ja. Maar ik dacht direct, wat doe je nou, waar ben je mee bezig? Ik wilde teruggegaan, de portemonnee teruggeven. Maar toen lag ik dus al tegen de vlakte. Er zat een vent van 150 kilo bovenop mij. Hij gaf me nog twee vuistslagen tegen mijn harses aan. Dat vond ik wel wat ver gaan, ik bedoel, ik kon geen kant op.’

Rechters: ‘Dus u beroofde die mevrouw. Maar wilt u ons doen geloven dat dat een beetje per ongeluk kwam?’
Hendrik:‘Nee, uuh nou ja, het gebeurde zonder dat ik er bij stilstond.’
Rechters: ‘Dus u liep daar niet als een roofdier dat dacht, ik ga eens oude vrouwen beroven?’ Nee.

Hendrik zegt dat hij op het politiebureau erg is geschrokken toen hij hoorde hoe oud de mevrouw was: 87 jaar.
Tegen de rechters: ‘Ik ging door de grond, echt.’
Ook zegt hij: ‘Ik geloof overigens niet dat ik haar heb geduwd. Misschien dat ik haar met mijn schouder heb geraakt, maar zonder opzet. Ik ben immers niet gewelddadig.’

Hendrik denkt dat de cocaïne ermee te maken heeft.
Hij zegt dat de spijt die hij voelt echt gigantisch groot is.
Ik denk, hem zo te horen, dat hij het meent.
In april 2009 zat hij ook in zittingszaal 14, wegens een poging tot afpersing in de Flemingstraat.
In mijn oude aantekeningen staat: jongeman met rotjeugd, zegt dat-ie gigantisch veel spijt heeft.

Nog iets.
Hendrik had een fiets gepikt.
Nota bene de lokfiets van de politie.
Dat is een gemeen, maar doeltreffend trucje van de nationale politie om mannen als Hendrik te pakken.
Zo’n politielokfiets wordt op een plek neergezet waar veel fietsen worden gestolen, op de hotspots.

Hendrik tuinde er met open ogen in.
Bij de politie ging de blieper af en Hendrik kon zittend op het zadel worden aangehouden.
Hij zegt dat hij die dag de trein moest halen.
Tegen de rechters: ‘Nee, de fiets stond niet op slot. De politie zegt van wel? Nou , dat is niet waar. Er zat zo’n dikke Axa op, maar niet afgesloten. Ik had ook geen gereedschap bij me of zo. Ik kon zo wegfietsen.’

De fiets is bijzaak.

Niemand van de hulpverleningstrajecten begrijpt eigenlijk waarom Hendrik het heeft gedaan.
Het verging hem redelijk en dan ineens zomaar dit, een straatroof.
De rechters: ‘Eigenlijk is het niet vertrouwd dat u over straat loopt.’
Hendrik huilt niet, maar er glijden wel tranen uit zijn ogen.
Zucht: ‘Ik was van plan om mijn hele leven goed te doen.’

Zolang Hendrik nog leeft, zolang de cocaïne hem niet helemaal doet wegrotten, is er hoop.
Nadat die 150 kilo op hem was gaan zitten, was hij meegenomen door de politie die hem in de voorlopige hechtenis gooide. Na 65 dagen zitten kwam een plek beschikbaar in een kliniek.

Hendrik zelf ziet dwars door zijn spijt heen in de verte wel iets moois gloren.
Hij kent Benjamin die in de garnalen werkt en die wil hem helpen.
Hoewel hij eigenlijk hovenier is en niet van vis houdt, wil hij graag in de garnalen.
Dan kan hij de verleidelijke stad en onweerstaanbare kameraden mijden, want weet hij, voor garnalen moet je op de zee zijn.

De officier van justitie wil de samenleving dus een dienst bewijzen door Hendrik niet op te hokken (zijn woorden) maar door hem de helpende hand toe te steken om de kans dat hij nog eens in een flits misdadig wordt zo klein als mogelijk te maken.
De eis: 180 dagen celstraf waarvan 115 dagen voorwaardelijk.
Wat onvoorwaardelijk resteert, 65 dagen, is de tijd die hij al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan kan het behandeltraject in de kliniek zonder onderbreking worden voortgezet.

De advocaat zegt na de eis dat hij de neiging heeft om het heel kort te houden.
Hij heeft vervolgens toch nog 7 minuten en 27 seconden nodig om de rechters duidelijk te maken dat wat de officier van justitie voorstelt, zo gek nog niet is.

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 15 – uitspraak
Hendrik kan – zodra hij de kliniek mag verlaten – naar zee. De rechtbank heeft conform de eis uitspraak gedaan: 180 dagen waarvan 115 voorwaardelijk.

Gerechtigheid

Hij haalt uit
Een keer
Vaker
Het bloed spat
Zij valt
Blijft liggen

Strafrechters willen vaak weten waarom.
Waarom deed u zus of waarom zo?
Waarom liep u niet weg?
En vooral: waarom hebt u het gedaan?

Riano (24) uit Groningen zegt dat hij klappen kreeg en dat hij niet kan vechten.
Daarom had hij zijn pistool gepakt, een Glock.
Hij had er mee in de rondte gezwaaid en toen had hij geschoten.
Gericht?
Natuurlijk niet, hij schoot in de lucht.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde niemand doden. Ik heb kinderen te onderhouden.’

Hassan (52) uit Emmen had andere redenen.
Hij vertelt met luide, indringende stem dat zij niet wilde praten, maar onmiddellijk begon te vechten.
Zoals altijd.
Ze trok aan zijn haren.
Toen had hij haar met wie hij al 26 jaar samen is, geslagen met een hamer.
Op haar hoofd.
Maar waarom?
Hassan: ‘Ze ging vreemd.’

Beide zaken hebben niets met elkaar te maken, maar dienden wel op een en dezelfde dag in zittingszaal 14, de rechtszaal van het strafrecht in Groningen.
Nog een overeenkomst: in beide zaken heeft de officier van justitie een poging tot moord ten laste gelegd.

Veel misdaden die worden berecht zijn pogingen.

Een poging tot mishandeling – dat komt vast en zeker op grote schaal voor – is niet strafbaar, maar proberen iemand van het leven te beroven is zo strafbaar als de pest.

Er was eens een man uit Rotterdam die na een jarenlange detentie zijn herwonnen vrijheid vierde in een horeca-etablissement in Groningen.
Op de dansvloer kreeg hij amok en werd met een vuistslag tegen de vlakte geslagen.
Om zijn geschonden eer te redden, liet hij zich naar de woning van zijn nieuwe rivaal rijden en schoot met een vuurwapen op de woning.
Een kogel ging dwars door de voordeur.
Er raakte niemand gewond, maar de rechtbank te Groningen oordeelde dat gesproken kon worden van een poging tot moord.
Er had iemand achter de deur kunnen staan.
De wanboffer kreeg acht jaar celstraf.

Het aantal moorden en doodslagen in Groningen, Drenthe en Friesland is niet bijster hoog.
Maar zouden alle pogingen tot moord en doodslag slagen, dan zou een gevaarlijke Mexicaanse drugsstad schraaltjes bij Noord-Nederland afsteken.
Gelukkig is het net andersom.

Toch moeten pogingen tot misdrijven niet worden gebagatelliseerd.
De lijn tussen een geslaagde poging en een mislukte poging is soms akelig dun.
Niet zelden blijft iemand het moordernaarsschap bespaard dankzij vakkundig medisch ingrijpen.

Een poging klinkt al snel als een mislukking, maar de wet weet daar wel raad mee.
De wet spreekt van een voltooide poging.
Het slachtoffer is dan in leven gebleven.

Een man had tijdens een ruzie een mes uit de keuken gehaald en vervolgens zijn irritante zeurvriend neergestoken.
Hij schrok van het gutsende bloed en belde 112.
De zwaargehavende vriend werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht en met nog meer spoed geopereerd.
Spoed redde zijn leven.
De advocaat zei dus dat het leven was gered omdat de verdachte onmiddellijk 112 had gebeld.
Ook een bewijs dat de verdachte geenszins van plan was geweest zijn vriend te doden.
De advocaat dacht de ‘voltooide poging’ te omzeilen.
De rechtbank dacht het niet.
Leroy kreeg een jaar celstraf.

Waarom, vragen de rechters aan Riano, waarom kreeg u klappen?
Riano zegt dat er ruzie was ontstaan en dat hij ertussen was gesprongen om de ruziënde mannen uit elkaar te halen.
Waarom, vragen de rechters, beweren anderen dat u probeerde een gouden ketting te stelen?
Getuigen zeggen dat de man die probeerde de gouden ketting te stelen ook de man was die schoot.
Riano heeft geen idee waarom getuigen dat zeggen.

Rechters: waarom had u een pistool bij u?
Riano zegt dat zijn vader in 2010 is doodgeschoten.
Sindsdien draagt hij een wapen.
Daarom.

De officier van justitie wikt en weegt en zegt dat ze het schieten niet kan vertalen in een poging iemand van het leven te beroven.
Er is te weinig bewijs.
De poging tot moord kan wel worden gewijzigd in een diefstal met geweld, gericht op die gouden ketting.
Dat kan qua vrijheid een boel schelen.

Waarom, vragen de rechters aan Hassan, waarom had u zich verstopt achter de wasmachine?
Hassan zegt dat hij zijn vrouw had verboden alleen naar buiten te gaan.
Waarom leek hem logisch.
Vanwege die ander die er was.
De rechters vragen of Hassan het normaal vindt dat hij zijn vrouw beperkt in haar vrijheid. Hassan zegt ja, hij antwoordt dat zijn vrouw dat had verdiend.

Zijn schoonzus dacht daar anders over en nam haar zus mee naar haar huis.
Hassan bleef alleen achter.
Dat was op een zondag.
Op dinsdag kwam zijn verloren vrouw even thuis om wat kleren op te halen.
Hassan vertelt de rechters dat hij toen juist aan het klussen was.
Hij spijkerde in de gang een stukje loszittend tapijt vast met een hamer.
Toen hij haar hoorde binnenkomen, verstopte hij zich achter de wasmachine.

Waarom?
Hassan stelt een wedervraag: als zij dan zo bang voor mij was, waarom kwam ze dan thuis? Nou?

Ineens had hij voor haar gestaan.
Hij had heel griezelige ogen, zou zijn vrouw, inmiddels ex, verklaren.
Hij haalt uit.
Een keer.
Vaker.
Het bloed spat.
Zij valt.
Blijft liggen.
Hassan rent naar buiten en roept naar een buurman dat hij zijn vrouw misschien wel heeft doodgeslagen en dat onmiddellijk 112 moet worden gebeld.
De traumahelikopter landt in de straat.
In het ziekenhuis blijft ze in leven.

Hassan zegt dat hij spijt heeft, dat hij het nooit had moeten doen.
De spanningen waren ontstaan toen hij zijn baan in de ijzergieterij kwijtraakte.
Ze hadden de woning moeten verkopen.
Toen het geld op was, was hij ook gestopt met zijn gokverslaving.
En nu heeft hij besloten dat hij haar nooit weer wil zien.

Hij zegt: ‘Ik heb nu behoefte aan rust.’
Hij zal Emmen vaarwel zeggen om in Amsterdam een nieuw leven op te bouwen.
Tegen de rechters: ‘Ik betreur wat er is gebeurd. Ik zal de schadevergoeding betalen.’
Ruim 5.000 euro.

De officier van justitie zegt dat Riano met zijn geschiet veel onrust heeft veroorzaakt.
Ze eist twee jaar celstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Een strafzaak later zegt ze dat Hassan achter de wasmachine is gekropen om zijn kans af te wachten.
Dat was voorbedacht.
Omdat zijn naar vrijheid hunkerende vrouw nog leeft, is het gelukkig bij een poging gebleven.
De eis: acht jaar gevangenisstraf.

Waarom?
Het is een poging tot gerechtigheid.

Rob Zijlstra

uitspraken op 23 maart

Niets te verliezen

We vertroetelen 

het idee dat de misdaad

kan leiden naar een 

groots en meeslepend leven

Overdag vinden we dat de misdaad bestreden moet worden, met zwaardere straffen en als het even kan te ondergaan in tochtige gevangenissen.
Maar als dan de avond is gekomen en de televisie is aangezet, dan willen we de misdaad voor geen goud missen.
Dan vertroetelen we het idee dat de misdaad kan leiden naar een groots en meeslepend leven.
De televisie blijft dat maar herhalen.

In ’t echt is ’t anders.

Neem Don.
Hij is 27 jaar, woont zelfstandig, zijn ouders drie straten verderop.
Contact heeft hij nauwelijks met ze.
Tegen de rechters zegt hij dat hij bezig is een goede toekomst neer te zetten.
Dat moet hij alleen doen en soms samen met zijn vriendin met wie hij in de schuldsanering zit.
Don heeft voor 9.000 euro boetes openstaan.

Op een dag is zowel het geld als het eten op.
Beide heeft hij dringend nodig.
Lenen is geen optie meer.
En zo kan het gebeuren dat hij via het internet een pizza bestelt en als de bezorger het steegje inloopt hij zijn mes laat zien en vraagt: ‘Is het je waard neergestoken te worden? Nee? Geef dan je portemonnee en je mobiele telefoon.’

Rijkdom brengt het hem niet.
Een paar tientjes.
De telefoon, een iPhone 5, is beveiligd.
Daar kan hij dus niks mee.
Don besluit het toestel terug te brengen naar de pizzeria waar hij zijn valse bestelling had gedaan.
Kijk, zegt hij, heb ik gevonden.

De politie spoort hem op – gestolen mobiele telefoons zijn grote verraders – en de officier van justitie spreekt zijn verbazing uit.
‘Dat u zulke gemakkelijke keuzes maakt. Even geen geld, en dan hupsakee, een overval. Ik eis acht maanden gevangenisstraf.’
Don buigt het hoofd.
Daar gaat z’n toekomst.
Uitgerekend nu hij weer naar school wil om zijn koksopleiding af te maken.
Hij wil pizzabakker worden.

Of Neem Santino die twee jaar geleden ook al eens in zittingszaal 14 zat, toen vanwege een serie lelijke woninginbraken.
Santino kijkt samen met zijn vriend naar Alberto Stegeman op de televisie.
Het is inspirerend en een groots idee ontstaat: we gaan pedo’s pakken.

Ze kruipen achter de computer, maken een account aan en chatten er lustig op los.
Ze doen alsof ze Nickie en 15 jaar zijn.
Als snel meldt zich een man die wel in is voor een vrolijk samenzijn met een ondeugende 15-jarige.
Op de afgesproken plek, nog diezelfde avond, stappen ze bij de man in de auto en zeggen dat zij Nickie zijn en nu geld willen hebben.
Zo niet, dan vertellen ze aan de politie dat hij een vieze pedo is die seksuele dingen chat met een meisje van 15.

De man betaalt vijftig euro.
Stegeman bedankt.
Terwijl zij linea recta naar de McDonald’s gaan, doet de man aangifte.

Santino zegt tegen de rechters dat hij inmiddels 22 jaar is en zijn jeugdige onbezonnenheid kwijt is.
‘Ik kijk nu heel anders tegen de dingen aan.’
De officier van justitie: acht maanden celstraf, de helft voorwaardelijk.

Dan Michael.
Hij is 47.
In het jaar dat Santino wordt geboren, gaat hij aan de slag als financieel medewerker bij een aannemer.
Jaar in, jaar uit houdt hij de boeken bij, maar geluk brengt het niet.
Ook thuis met een vrouw en drie jengelde kinderen voelt hij zich niet op z’n gemak.

Op een dag meldt de echtgenote bij de politie dat haar man niet is thuisgekomen.
Een dag later doet de aannemer aangifte van verduistering.
De twee meldingen blijken bij elkaar te horen.
Michael is met de noorderzon vertrokken.
Ontdekt wordt dat hij een vliegticket heeft gekocht, Toronto Canada.
De spaarrekeningen van de drie kinderen zijn geplunderd, de zesduizend gespaarde euro’s zijn weggeschreven.
De aannemer: ‘En ik ben 262.000 euro lichter.’

Kort daarop wordt veel duidelijk als de echtgenote een sms’je van Michael ontvangt.
De boodschap: ‘Ik kom nooit meer thuis.’

Deze week zit Michael in de verdachtenbank.
Hij zegt dat hij niets wil zeggen.
Waarom niet?
‘Dat wil ik ook niet zeggen.’
Rechters: ‘U vindt het moeilijk?’
Michael: ‘Ook.’

Zeven maanden is hij in Canada geweest.
Daarna wil hij naar Spanje.
Maar misschien ook wel niet.
Hij landt in elk geval in Londen en daar op het vliegveld wordt hij aangehouden en uitgeleverd aan Nederland.

Heeft hij de tijd van zijn leven gehad?
Groots een meeslepend geleefd in Canada?
Alles gedaan wat God verboden heeft?
Met wilde, lange nachten die 22 jaar duf boekhouden voor altijd doen vergeten?

Neen.

Wanneer Michael in het vliegtuig stapt om nooit terug te keren, heeft hij bijna geen geld meer.
Vrijwel platzak komt hij in Toronto aan.
Onderdak vindt hij bij een gemeenschap die je ook een sekte kunt noemen, zegt hij in zijn spaarzame woorden tegen de rechters.

Jarenlang vertelt hij thuis dat hij het druk heeft op zijn werk, dat hij daarom zo vaak moet overwerken tot in de nacht.
In werkelijkheid zit hij dan in het casino.
In de boekhouding van de aannemer bestaat een fictief bedrijf met een bankrekening op zijn naam.
Als hij een keer ziek is en het bedrijf een tijdelijke vervanger zijn werk laat doen, komen 49 dubieuze overboekingen aan het licht.

Michael wordt door zijn werkgever ontboden om tekst en uitleg te geven op de dag dat zijn vrouw hem bij de politie als vermist opgeeft.
Het verduisterde geld en ook het spaargeld van de kinderen is via het Holland Casino in ’s lands staatskas terechtgekomen.

Alles is vergokt.

Gedragsdeskundigen hebben een ernstige vorm van verslaving vastgesteld.
En het Syndroom van Asperger.
De rechters: ‘U ervaart schuld, maar kan daar geen uiting aan geven. U voelt geen spijt. U denkt concreet en rechtlijnig. U ligt er ook niet wakker van.’
Michael: ‘Ik ben het liefst alleen.’
Rechters: ‘Wat doet het met u?’
Michael haalt de schouders op en zegt: ‘Mijn geval heeft in elk geval een naam.’

De officier van justitie zegt dat Michael met de schrik vrij mag komen.
Als het aan de aanklager ligt krijgt hij de 35 dagen celstraf die hij al heeft uitgezeten. Daarnaast een werkstraf van 180 uur.
Het geld dat er niet meer is moet worden terugbetaald.

Ik kijk de advocaat van Michael na als zij zingend het gerechtsgebouw verlaat.
Met haar linkerhand slaat zij de kraag van haar lange jas omhoog en stapt dan gehakt de regen in.
Ze zingt: ‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Rob Zijlstra

update – 22 januari en 29 januari – uitspraken
Don – schuldig en strafbaar – 7 maand waarvan 3 voorwaardelijk
Santino – schuldig en strafbaar – 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk
Michael – schuldig en strafbaar – een taakstraf van 240 uur en 336 dagen celstraf waarvan 300 voorwaardelijk (michael heeft na zijn aanhouding 36 dagen vastgezeten, vandaar.)


 

‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Like a rolling stone (Bob Dylan)

Biljet van 50

cropped-euro11.jpgDe waarheid ligt niet voor het oprapen rond een op de grond gevallen biljet van 50 euro.

Harm zegt dat het zijn biljet is.
Het lag op de grond, op de grond van de Grote Markt, dat is toevallig zijn huiskamer.
En alles wat in zijn huiskamer op de grond ligt, is van hem.
Dat zegt hij.

Harm is grappenmaker.

Pim zegt dat het zijn biljet van 50 euro is.
Hij wilde zijn fietssleutel uit de broekzak halen en toen viel het biljet op de grond.
Ineens stond een man voor zijn neus en die pakte het geld.

Harm: ’Dat is niet waar.’
Pim: ‘Ik zei, geef me mijn geld terug. Ik pakte hem bruut vast, toen kreeg ik een klap of duw, ik viel op de grond. Dat was bij de poffertjeskraam.’
Harm: ‘Ik vind het heel erg voor deze meneer, maar ik heb hem niet geslagen.’

Pim is met zijn vriend Tim op stap.
Om half drie in de middag zijn ze begonnen met drinken.
Tegen middernacht wil Tim naar huis.
Pim niet.
Omdat hun fietsen met sloten aan elkaar vastzitten, loopt Tim met Pim mee.
Bij de ABNAmro pint Tim geld, want Pim moet de rekening in het cafe nog betalen.
Ondertussen kiften ze.
Tim vindt het maar niks dat Pim nog in de nacht wil blijven.

Ze zijn beide als getuigen opgeroepen.

Kan het zo zijn dat Pim boos van dat gekift het geld op de grond gooide en riep ‘ik hoef je geld niet’ en dat ineens daar Harm was?
Pim: ‘Nee.’
Tim: ’t Zou kunnen. Ik heb het beeld niet scherp.’

De rechters willen van Tim weten of hij dronken was.
Tim denkt dat hij ongeveer 20 glazen bier had gedronken.
Rechters: ‘De gemiddelde garnalenvisser kan wat meer bier wegzetten dan de kantoorklerk, maar met 20 glazen op ben je niet nuchter.’
Tim: ‘Ik was niet dronken,’

Pim wel?
Pim was die nacht gewond thuisgekomen.
Nadat hij bij de poffertjeskraam was opgekrabbeld holde hij weer achter Harm en zijn 50 euro aan.
Onder de Martinitoren zou Harm hem toen hebben geslagen met een fietsketting.
Harm schudt het hoofd.
Tim zegt dat hij het ook niet weet.
Hij zegt: ‘Toen Pim ’s nachts thuiskwam, was ik de hond aan het uitlaten.’

Er zijn twee getuigen die nabij de Febo (Grote Markt / Oosterstraat) hebben gezien hoe Pim achter Harm aanholde terwijl hij riep ‘geef mijn geld terug’.
Er zijn ook camerabeelden waarop is te zien dat Harm een slaande beweging naar achteren maakt, naar Pim.
De advocaat: ‘Ja, te zien is dat Pim blijft staan. En dat-ie dan gaat liggen.’

De rechters vragen aan Harm waarom hij het biljet niet gewoon teruggaf.
Harm zegt dat hij grappenmaker is.
Hij maakt grapjes op straat.
En daar vraagt hij dan een beetje geld voor.
Van dat geld leeft hij.

Rechters: ‘Maar het geld was niet van u.’
Harm: ‘Hij gooide het in mijn richting. Dan is het van mij.’

Harm was vroeger veelpleger en pikte vooral uw fietsen.
Nu dus niet meer, zegt hij.
Nu doet hij het dus anders.
Soms doet hij ook raadsels.
En hij kan trucjes.
Hij kan spijkers uit zijn neus toveren.

Hij zegt: ‘Voor een goede grap of raadsel krijg ik wel eens 50 euro.’
Rechters: ‘Op straat?’
Harm: ‘Ja, ik heb zelfs een keer 100 euro gekregen.’
Een van de rechters: ‘Dat geloof ik niet.’

De rechters willen weten hoe Harm zijn toekomst ziet.
Ze hebben gelezen dat hij een lijvig strafblad heeft met weinig goeds.
En dat hij niets meer te maken wil hebben met hulpverleners en instanties.

Rechters: ‘Eens komt u weer vrij. Wat gaat u dan doen?’
Harm: ‘De uitkering weer opstarten en bij mijn ouders wonen.’
Rechters: ‘Is dat wel een goed idee? Hoe lang gaat dat goed denkt u?’
Harm: ’Niet lang.’

De officier van justitie zegt dat hij niet kan bewijzen dat Harm Pim heeft geslagen met een ketting.
Maar wel dat Harm die 50 euro heeft gestolen, een diefstal die werd gevolgd door geweld.
Getuigen zeggen het en het slaan staat op beeld.
Anders dan de advocaat het ziet, zegt de aanklager dat Pim niet gewoon gaat liggen, maar een klap krijgt en dan ineen krimpt.
(Het zullen wel weer slechte beelden zijn.)

De officier van justitie zegt ook dat Harm zich vaker met geweld aan diefstal heeft bezondigd
En dat er weinig goede voornemens zijn te bespeuren.

De advocaat zegt dat Pim en Tim – ook als getuigen onder ede – liegen dat ze barsten.
Dat ze flink hadden gedronken en dat mensen die flink drinken rare dingen doen.
Bushokjes in elkaar trimmen of – in dit geval – 50 euro op straat weggeven aan een grappenmaker.
De advocaat: ‘Er is niets wederrechtelijk toegeëigend.’

De officier van justitie: ‘Hij moet straf hebben. Ik eis 8 maanden gevangenisstraf.’
Harm: ‘Pff.’

Pim en Tim hebben de rechtszaal dan al lang verlaten.

Rob Zijlstra

uitspraak op 10 november

Link loslopend wild

maltal

kop en bericht kloppen niet helemaal…

Criminelen worden nogal eens over één kam geschoren.
In werkelijkheid vormen misdadigers een bont gezelschap.
Neem straatrovers.
Onder hen zijn brute types die niet schuwen geweld te gebruiken, rovers die daar slechts mee dreigen, keurige jongens zonder werk en gluiperige mannen met goede banen.

Een half jaar geleden werd in een buitenwijk van Groningen een fietsende man beroofd.
Op klaarlichte dag.
Plots was een auto voor hem gestopt waaruit twee mannen sprongen.
De een richtte een wapen op zijn hoofd, de ander griste de tas uit de handen.

Het slachtoffer deed aangifte.
In die tas zat welgeteld 15.000 euro, bedoeld voor het inrichten van de babykamer.
Nu is de politie in Groningen gekke Henkie niet.
Hier was meer aan de hand en dat bleek deze week.

In de verdachtenbank zaten drie mannen die de straatrovers zouden zijn.
Achmed (31) ontkent niet.
Hij was de bestuurder van de auto.
Maar dat de buit uit 15.000 euro’s bestond, bestrijdt hij: ’t was veel meer, het was 38.900 euro.

Achmed vertelt dat hij best bang was geweest en dat het slachtoffer altijd een wapen draagt omdat hij ruzie heeft met Antillianen.
Daarom had hij voorafgaand aan de beroving whisky gedronken en cocaïne gesnoven.
Dan ben je voor even voor niemand bang.

Klaas (21) wil er niet veel over kwijt.
Hij had het aan zijn moeder verteld en die had weer contact met de politie gehad.
Zo zijn moeders.
Ook al omdat er zestien gewapende mannen aan haar deur waren geweest die 40.000 euro wilden hebben van haar zoon.
Of anders…

Siyaad (26) zou de derde boef moeten zijn omdat hij met zijn gouden tand linksvoor voldoet aan het signalement.
Hij ontkent.
Dat Klaas – een vriend – bij de politie zijn naam had genoemd vindt hij raar.

Achmed vertelt over het waarom.
Hij werkte voor het slachtoffer.
Hij knipte henneptoppen in diens hennepkwekerijen in Groningen en Drachten.
Zes maanden lang had hij geen salaris ontvangen, terwijl hij wist dat zijn werkgever geld zat had.
Iedere maand kwam een Duitser langs die voor 50.000 euro heroïne, cocaïne en hennep bij hem kocht.

Daags na zo’n deal hadden ze een nacht gepost bij de woning.
Toen het klaarlicht was geworden en hun doelwit op zijn fiets was gestapt, hadden ze hem gepakt.

Rechters: ‘Dus u samen met Klaas en Siyaad?
Achmed: ‘Daar wil ik niks over zeggen.’
Rechters: ‘Bent u bang voor hen?’
Achmed, hij kijkt even opzij: ’Voor hen? Nee.’

De behandeling van de strafzaak duurt tot in de avonduren, maar meer helderheid komt er niet.
De officier van justitie zegt dat het slachtoffer niet helemaal onschuldig is, net zo min hij het achterste van de tong laat zien.
Niettemin gaat het om een kille beroving.
Ze eist dertig maanden celstraf tegen Klaas en Siyaad en twee jaar tegen de illegale Achmed.
Samen moeten ze 15.000 euro – conform de aangifte – inleveren.

Nu kun je zeggen dat deze drie vermeende criminelen nog een reden hadden.
Niet goed, maar er was een aanleiding, een zeker motief.

Dat kun je niet zeggen van Wouter (27) en Mark (28).
Anders dan Achmed, Klaas en Siyaad hebben zij geen groots crimineel verleden.
Toch zijn juist zij bloedlink: Wouter en Mark beroofden zomaar iemand, willekeurig.
En nog erger: ze weten niet eens waarom ze dat deden.

Ze hadden whisky gedronken en cocaïne gesnoven (wat is dat toch?), ze waren rondjes gaan rijden met de auto door de stad en toen het al lang geen klaarlichte dag meer was parkeerden ze de auto en gingen ze wandelen in het park, in het Noorderplantsoen.
Daar kwam een vrouw aan op haar fiets op weg naar huis.
Toen ze haar konden vastgrijpen, pakten ze haar, sloegen ze en gingen er vandoor met haar tas.
Lachend, want wat een lol.
Uit de tas graaiden ze een iPhone en de rest flikkerden ze in de bosjes.

Rechters: ‘Waarom?’
Nou, dat weten ze dus niet.
Ze zeggen: gewoon, zomaar, ’t ging onbewust.
Rechters, verontwaardigd: ‘Onbewust? Toe nou.’

Mark zegt dat Wouter de tas weggriste en dat hij de telefoon kreeg om het te verkopen en dat ze de opbrengst zouden delen.
Wouter: ‘Ik had een goede en vaste baan in de binnenvaart.’

De studente vertelt over haar angst, de concentratieproblemen, dat ze ’s avonds niet meer alleen op straat durft, dat ze studievertraging heeft opgelopen omdat ze ’s avonds colleges volgt.
Ze zegt: ‘Woede en angst putten me uit.’

Wouter: ‘Het is verschrikkelijk. Wat ik heb gedaan is het laagste van het laagste. Ik zal alles vergoeden.’
Mark, vader van drie kinderen: ‘Ik ook.’

Wouter en Mark zijn behalve bloedlink niet de meest snuggere rovers.
Nadat ze waren bijgekomen van het lachen logde Mark met het geroofde toestel in op een buitenlandse goksite waar hij een account had.
De politie had het toestel direct na de aangifte onder de tap gezet en kon zo zien wat er gebeurde.
De volgende dag ging een rechtshulpverzoek naar Malta om te achterhalen wie de eigenaar was van het account.
Malta: Mark.
Hij werd aangehouden en tijdens het derde verhoor verlinkte hij Wouter.

Ze mogen wat betreft de eis van het Openbaar Ministerie – kijkend ook naar Achmed, Klaas en Siyaad – in hun handen knijpen: zes maanden celstraf p.p.

Rob Zijlstra

UPDATE – 24 januari 2014 – uitspraak
Mark en Wouter mogen niet alleen in hun handen knijpen, ze mogen de rechtbank van Groningen de rest van hun op hun blote knieën bedanken. Dagelijks. Een vrijheidsstraf is passend vindt de rechtbank om vervolgens een taakstraf van 240 uur op te leggen. Mark kan op die manier zijn leven verder vorm geven. En Wouter hoeft niet de cel in omdat hij dan opnieuw zijn baan zal kwijtraken. In het vonnis staat: ‘Dit acht de rechtbank niet in het belang van de verdachte  en ook niet in dat van de maatschappij, omdat de mogelijkheid bestaat  dat verdachte in dat geval weer strafbare feiten gaat plegen.’  Aan het slachtoffer moeten ze samen 1.300 euro betalen.

De rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd.

In de strafzaken van Achmed, Klaas en Siyaad wordt maandag 27 januari uitspraak gedaan.

Op stap

Schermafbeelding 2013-05-10 om 22.28.00Ze zien er niet gevaarlijk uit, Ronnie van 18 jaar en Ronald die al 19 is. Integendeel.
Zie zien er met hun hippe kapsels uit als twee heel gewone jongemannen uit Hoogezand.
Ronnie van 18 wil automonteur worden en doet een opleiding in die richting.
Hij woont nog thuis en heeft een bijbaantje in de supermarkt.
Ronald volgt een mbo-opleiding die ertoe moet leiden dat hij op een dag accountmanager is.

Er zijn geen noemenswaardige politie- of justitiecontacten stellen de rechters vast.
Gezien de gebeurtenissen doen ze dat enigszins verbaasd.
Een van de rechters, wel wat gewend: ‘Het is toch heel bijzonder wat jullie hebben gedaan. En nou ik ben zo nieuwsgierig naar het waarom?’

Het antwoord blijft uit, zodat er na de strafzaak een groot vraagteken boven het Groninger gerechtsgebouw hangt.
Misschien is het antwoord heel eenvoudig te geven en als dat antwoord klopt, gaat dit verhaal over misschien wel de gevaarlijkste jongemannen van Groningen terwijl je dat niet zou zeggen.

Ronnie en Ronald doen dingen, terwijl ze niet weten waarom.
Ze zitten al drie maanden vast, maar ook in die periode is het lichtje niet gaan branden.
Wie doet zonder te weten, kan tot alles in staat zijn.
Dat is bloedlink.

In Hoogezand is alles al gesloten en omdat ze nog zin hebben, besluiten ze met een laatste trein naar Groningen te gaan.
Met z’n drietjes, want de minderjarige Paul gaat ook mee.
Ze willen whisky en bier drinken in de stad.

Zo’n reis per trein duurt zestien minuten.
In die tijd stellen ze vast dat ze niet veel geld bij zich hebben, vijftien, twintig euro.
Een probleem is dat niet want ze hebben een panklare oplossing.
Zodra ze in Groningen zijn, gaan ze eerst even mensen die ze tegenkomen slaan in ruil voor geld.

Het is 26 januari 2013.
Om een uur ’s nachts, om elf minuten over een en om 21 minuten over een komen bij de meldkamer van de politie berichten binnen van mensen die zijn geslagen, geschopt en beroofd.
Er zijn drie daders van wie redelijk goede signalementen beschikbaar zijn.
De politie gaat op zoek en tegen vier uur die nacht worden Ronnie, Ronald en de minderjarige Paul op het station aangehouden.
Ze hebben flink gedronken.

Ze belanden in de politiecel.
De volgende dag ontkennen ze alles, draaien er vervolgens om heen om uiteindelijk te bekennen dat ze drie personen hebben mishandeld en beroofd.
Het had 115 euro opgeleverd en van dat geld waren ze vrolijk op stap geweest.

Een van de rechters zegt dan dus dat het zo bijzonder is wat ze hebben gedaan.
Dat je besluit naar Groningen te gaan om onderweg af te spreken dat je mensen gaat mishandelen en beroven omdat je zelf te weinig geld hebt.
Rechter: ‘Leg mij nou eens uit hoe dat kan, hoe zoiets werkt bij jullie.’

Maar Ronnie en Ronald weten het dus niet.
Na lang aandringen zegt Ronald vragend: ‘Omdat we geld nodig hadden, om uit te gaan?’
Rechter: ‘Waarom drie berovingen, waarom niet vier, of twee, of vijf? Waarom zijn jullie na die derde gestopt?
Ronnie: ‘Toen hadden we ons doel bereikt, toen hadden we geld.’

De rechters geven niet op: ‘Maar hoe werkt zoiets dan?’
Het blijft stil.
De rechters: ‘Wie kwam op het idee?’
Wanneer de stilte onhoudbaar wordt, zegt Ronnie: ‘Het hoort niet, het is slecht.’
Rechters: ‘En wanneer heeft u dat inzicht gekregen?’
Ronnie: ‘Een dag later, op het politiebureau.’
Rechters: ‘Dus niet toen u met het geroofde geld op stap ging, toen vond u het nog niet slecht.’ Ronnie: ‘Klopt.’

Ronald zegt dat hij veel spijt heeft, maar dat hij vooraf ook al veel had gedronken.
Hoeveel? Hij heeft geen idee. Een gok? Tien. Blikjes? Nee, flesjes.

De drie slachtoffers, willekeurige passanten onder wie een maaltijdbezorger op een scooter, zijn flink toegetakeld.
Ze werden hard geslagen, met vuisten op de monden en toen ze op de grond vielen, werden ze overal hard geschopt.
Er braken tanden en er vloeide bloed, extra zichtbaar omdat er ook witte sneeuw lag.
Ronnie zal later nog zeggen dat hij flink was geschrokken van al dat rode bloed.
De maaltijdbezorger werd van zijn scooter geschopt toen hij nog reed.

Twee slachtoffers willen geld zien, ze eisen opgeteld 2500 euro.
De aankomende automonteur begrijpt dat wel, als je schade aanricht, dan moet je dat betalen.
De accountmanager in spe ziet het iets anders.
Hij begrijpt het ook wel, maar vindt het niet helemaal eerlijk.
Hij heeft wel geschopt, maar niet met vuisten op monden geslagen.
En om dan te moeten betalen voor tandartskosten?

De officier van justitie: ‘Het valt mij op dat deze verdachten, die tot 26 januari dit jaar heel gewone jongens waren, liegen, bedriegen, er om heen draaien en hun eigen aandeel zo klein mogelijk maken. Voor mij staat vast dat ze alle drie (dus ook de minderjarige Paul) geweld hebben gebruikt. Ze hebben op grove wijze inbreuk gemaakt op de privélevens van hun slachtoffers van wie het leven nooit meer hetzelfde zijn.’

Ronnie en Ronald horen de officier van justitie zeggen dat het heel goed is dat ze allebei een opleiding volgen.
Maar dat nu eerst moet worden afgerekend.
Ronnie hoort dat de officier van justitie wil dat Ronald 18 maanden in de gevangenis gaat zitten, Ronald hoort dat er 20 maanden worden geëist tegen Ronnie.

Ze staren voor zich uit.
Wat anders kunnen ze ook?
Wisten ze het maar.

Rob Zijlstra.

• minderjarige Paul moet zich (achter gesloten deuren) verantwoorden bij de kinderrechter

.

UPDATE – 17 mei 2013 – uitspraken
Ronnie en Ronald mogen in de handen knijpen of een taart naar de rechtbank sturen: beide zijn veroordeeld tot 15 maanden  celstraf waarvan zeven maanden voorwaardelijk. Samen uit, samen thuis. Hoewel de straffen lager uitvallen, acht de rechtbank wel alles wat het Openbaar Ministerie heeft aangevoerd, wettig en overtuigend bewezen.

 de rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd

Niet normaal

Hun uitgeleefde lichamen verkeren in staat van aanhoudende crisis, in de hoofden is altijd chaos. Ze willen wel anders, niets liever dan anders, maar dat kan niet meer.
Om gek van te worden.

Of soe-ie-sie-daal, zegt Jan die 40 jaar is.
Met zijn handen wrijft hij door het vermoeide gezicht. Jan zegt dat er bepaalde omstandigheden zijn.

Suuz is 30 jaar.
Zij wil heel graag nog een keer een leven, maar dan eentje zonder drugs.
Ze heeft horen spreken over afkickkliniek Hoog-Hullen.
Suuz zegt tegen de rechters: ‘Ik heb gehoord dat ze je daar he-le-maal afbreken. Maar dat ze je daarna ook weer opbouwen. Dat wil ik zo graag.’
Antje, 46 jaar en de grootste, zegt dat ze kickbokser is en dat ze sowieso niet kan rekenen.

Jan had, nadat hij in Groningen over de schutting was geklommen, sokken aan een waslijn zien hangen.
Die sokken had hij om zijn handen gedaan en zo was hij door een groot raam geklommen.
Tegen de rechters: ‘Nooit goed natuurlijk.’

Suuz vertelt dat ze hadden gebruikt en dat ze op het Zuiderdiep acht halve liters hadden gestolen. Daarmee waren ze naar het Oosterpark gegaan om daar op een bankje te zitten. Naast een mevrouw. Ze had om twee euro gevraagd. En toen die vrouw dat niet wilde geven, vroeg ze om één euro vijftig.

Antje: ‘Ik snap er geen zak van.’
Rechters: ‘Waar snapt u geen zak van?’
Antje haalt haar schouders op.
Zegt: ‘Ik zei nog tegen die vrouw, ik geef me je adres, die en die straat, dat en dat nummer, dan betaal ik je terug.’

Suuz en Antje ontkennen dat ze geweld gebruikten.
Het slachtoffer verklaarde dat ze door de grootste in haar gezicht was geslagen, tweemaal, met de vlakke hand.
Antje, resoluut: ‘Ik sla met de vuisten. Of ik sla niet. Sowieso neem ik nooit geld aan. Die vrouw duwde twintig euro onder mijn gezicht. Die heb ik wel gepakt.’
Suuz: ‘We gingen een beetje aan haar tas trekken. Antje wilde de telefoon ook pakken. Ik zei toen, nee, niet doen. Tegen die mevrouw zei ik, doe maar twintig euro, dan zijn we weg.’
Antje: ‘Ik heb geen verstand van telefoons, ik ben analfabeet.’

Ook in Assen – Jan woont in Assen – zou hij over een schutting zijn geklommen.
Toen hij door een omwonende werd aangesproken zei hij dat hij een bal zocht.
Later waren een boormachine en een handschuurmachine van Black & Decker verdwenen.
Jan zegt: ‘Tijdens de verhoren gaat de politie nu anders met je om. Heel specifiek. De opbouw is ook anders dan vroeger.’

Suuz vertelt dat ze dagelijks wordt geconfronteerd met het leven dat ze heeft geleefd.
Heel mijn lichaam, zegt ze, zit vol littekens.
Naast de heroïne dronk ze twee flessen port op een dag, tussen de halve liters bier door.
Tegen de rechters: ‘Ik heb mijn moeder mishandeld. Die was alcoholist.’

Antje kijkt met open mond naar Suuz.
Antje zegt: ‘Mijn moeder, dat wil zeggen dat mens waar ik uit kom, heeft mij nogal wat aangedaan. Als ik een andere moeder had gehad, had ik hier niet gezeten. Gelukkig is ze dood.’

De inbraak in het schuurtje in Assen kan Jan zich niet herinneren.
De omwonende had hem wel herkend.
De politie liet haar 24 foto’s zien.
Ze wees foto negen aan.
Jan.

Antje zegt dat ze wel tegen haar vader praat.
‘Die is er niet, maar ik praat wel altijd tegen hem. Soms zeggen mensen dat ik een beetje gek ben. Ik wil het liefst een huisje met mijn vriend. Als ik bij hem ben, gebruik ik niet.’

Er is ook een vrouw beroofd aan het A-kerkhof in Groningen.
Klopt wel zeggen Suuz en Antje.
Antje: ‘Ik ga liever met mannen om.’
Suuz: ‘We gingen de stad in, op zoek naar een slachtoffer. We zagen een vrouw die uit de kroeg kwam. We vroegen haar hoe laat het was. Toen pakten we haar vast. We fouilleerden haar. Ze viel op de grond. Antje zat boven op haar. Ik heb de portemonnee gepakt.’
Antje: ‘Klopt niet. Ik pakte haar bij de kin en zei, rustig, ik help je wel. Ze wilde me slaan. Ik zei niet doen, ik heb een kunstgebit. En hepatitis C.’

De rechters vragen wat het nu allemaal heeft opgeleverd.

Antje: ‘Gevangenisstraf. Want jullie maken mij niet wijs dat ik over twee weken weer buiten sta.’
Suuz: ‘Ik zit nu in een weekprogramma. Ik zal niet weglopen.’
Antje: ‘Elke woensdag kras ik er een streepje bij aan, want ik kan immers niet rekenen.’

‘Wat? Een grijze damesfiets, een Mercure Freeride? Ja, dat kan wel kloppen’, zegt Jan.
‘Waarom? Ik had een fiets met een lekke band. Ik kon dus niet anders dan een fiets stelen.’
Rechters: Er zijn ook mensen die dan naar een fietsenmaker gaan.’
Jan: ‘Ja, het is ook niet de normaalste zaak van de wereld.’

De officier van justitie wil de behandeling van Suuz niet doorbreken met een nutteloze gevangenisstraf.
Suuz zat vanwege de twee straatroven al 110 dagen achter tralies.
De strafeis luidt daarom 365 dagen waarvan 255 voorwaardelijk.
Kan de behandeling voortgezet.

Ze krijgt een vette knipoog van Antje die achttien maanden celstraf hoort eisen.
Ze zegt dat ze ontiegelijk veel spijt heeft.

Jan erkent dat hij de dingen flikte omdat hij gepakt wilde worden.
‘Ik zat al bij de GGZ, eigen bijdrage, een heel team, maar er gebeurde niks. Nu ik in de gevangenis zit, komen ze allemaal langs.’
De officier van justitie: ‘Je valt andere mensen lastig met jouw problemen. In Drenthe bent u veelpleger. Niet goed. Achttien maanden celstraf, zes voorwaardelijk.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 december 2012 –  uitspraken
De rechtbank is van mening dat Jan vier van de vijf diefstalen heeft gepleegd. Hij krijgt daarvoor de straf die de officier van justitie heeft geeist: anderhalf jaar cel waarvan een half jaar voorwaardelijk. Dat is een jaar zitten met aftrek van het voorrarrest. Jan zal niet ontvreden zijn.
Antje moet ook zitten: 16 maanden. Ook voor Suuz zijn de rechters aardig, zij hoeft niet tergu naar de cel, maar mag in de kliniek blijven waar ze nu en vooralsnog niet zonder succes wordt behandeld. Samen moeten ze wel 903 euro aan een van hun slachtoffers betalen. Wie betaalt, maakt de rechtbank niet uit.

De hulpverlener

Rick is negen jaar lang kickboxer geweest.
Niet snel bang.
Henk is jongerenwerker.
Weet wat er te koop is.

Rick en Henk kennen elkaar niet.
In mei van dit jaar kwamen ze elkaar tegen en dat was geen plezierige ontmoeting geweest.
Ze waren, los van elkaar, op stap in Groningen.

Henk – hij woont in Zoetermeer – was die avond samen met Lisa naar Groningen gekomen, met de auto.
Lisa had een moeilijke tijd achter de rug.
Ziekenhuis, niet fijn, eigen bijdrages, schulden.
Lisa, zegt hulpvaardige Henk, kon dus wel een verzetje gebruiken en een stapavondje in Groningen leek hen een goed idee.
Nee, Lisa was niet zijn vriendin, Lisa was gewoon een vriendin, al sinds de middelbare school.

Ze belandden in Groningen in een café.
Henk was wat gaan dansen, terwijl Lisa een jongen ontmoette.
Die jongen heette Rick.
Even later was Henk verdwenen en vroeg Lisa aan Rick of hij haar naar bioscoop Pathé kon brengen.
Rick, immers niet snel bang, wilde dat wel.
Hij haalde zijn scooter op en met Lisa achterop reed hij naar de bioscoop aan het Gedempte Zuiderdiep.

Rick zegt tegen de rechters: ‘Ik was altijd hulpvaardig, nu ben ik wantrouwend.’
Henk zegt dat hij dat wel begrijpt.
Hij zegt het heel erg te vinden, spijt, spijt, spijt.
Het voelt, zegt hij, alsof hij een stukje vrijheid bij Rick heeft weggenomen (…)

Wat gebeurde er dan?
Op het moment ze bij de bioscoop aankomen, stapt Lisa van de scooter.
Op vrijwel hetzelfde moment springt Henk achterop, zet een mes op Rick’s keel en dwingt hem weg te rijden om niet veel verder diens rugzak en portemonnee op te eisen.

Jawel, de hulpverlener overvalt hier de voormalige kickboxer.

Het was een complot geweest.
Lisa zou in een café een man verleiden om hem vervolgens naar de donkere steegjes rond de bioscoop te lokken.
Daar zou Henk toeslaan.
Henk: ‘Het was haar idee om snel geld te maken.’
Rechters: ‘Wat een rare manier om iemand die het moeilijk heeft gehad te helpen.’
Henk beaamt dat: ’t Is zo naïef.’

Hij vertelt dat ze het in het café al hadden afgesproken, dat ze hem zouden pakken. Zegt: ‘Het stond me tegen, want zo ben ik niet opgevoed, het zijn niet mijn waarden en normen. Maar Lisa drong aan. Ze zei ook dat ze ervaring had met dit soort berovingen. Ik zei nog nee, maar Lisa zei, alles komt goed.’

Henk ontkent overigens dat hij Rick heeft bedreigd met een mes.
Rick zit als getuige en als slachtoffer in de rechtszaal.

Als getuige zegt hij dat hij wel is bedreigd met een mes, met de punt op zijn keel, ook tijdens het rijden.
Hij zegt dat hij, negen jaar kickboxen, nooit zomaar iets aan iemand zou afgeven.
Zegt: ‘Dan kan ik net zo goed aan iedereen wel mijn dingen geven. Hij dreigde met een mes en tegen een mes kun je niet op.’

Als slachtoffer noemt hij de beroving ‘laag’ en ‘laf’.
Hij volgt traumatherapie, wat zwaar valt en vermoeiend is.
Rick: ‘Al die ellende voor een paar tientjes.’
Richting de hulpverlener: ‘Wees een kerel en beroof een bank.’

Henk is weer bij zijn ouders gaan wonen, vanwege de positieve energie die hem dat geeft.
Zijn familie is vandaag ook, he-le-maal vanuit Den Haag, met hem meegekomen naar Groningen, ter ondersteuning bij de gang naar het rechte pad.
Henk: ‘Mijn moeder werkt bij de reclassering.’
Zelf doet hij nu even geen hulpverlening, maar verzorgt hij op Schiphol de bagage.
Ondertussen werkt hij hard aan de oprichting van een eigen bedrijf.
Iets met marketing en netwerken.

De officier van justitie spreekt van een ernstig feit.
Diefstal met geweld.
Ze zegt dat ze gelooft dat Henk Rick wel degelijk heeft bedreigd met een mes.
Ze eist 39 dagen gevangenisstraf, de tijd die Henk heeft vastgezeten.
Daarnaast zes maanden voorwaardelijke celstraf.
En een taakstraf van 240 uur.

De rechters hadden al vastgesteld dat Henk geen strafblad heeft.
Dat hij altijd braaf naar school is gegaan.
En dat hij werkt voor zijn geld.
Eigenlijk geen problemen.
Het enige zorgelijke is, zo merken de rechters op, dat Henk praat als een jongerenwerker.
Die zijn eigen rol niet ziet.

De advocaat heeft een mooi verhaal wetende dat zijn cliënt (zo noemen advocaten verdachten) zich met zo’n strafeis in de handen mag knijpen.
Toch zegt de advocaat niet: beste rechters, wat ons betreft helemaal top, hier doen we het voor.
Hij zegt, wikkend en wegend: ‘Die werkstraf, tja… Eigenlijk heeft mijn cliënt het daar te druk voor. Het zou wel eens contraproductief kunnen werken.’

Hulpverlener Henk sluit in stijl af.
Hij zegt tegen de rechters dat hij Rick graag wil helpen er weer bovenop te komen.
Dat hij daar een rol in kan spelen, misschien wel een stukje meer dan Rick nu beseft.

Rick reageert er niet op, misschien heeft hij niks met hulpverleners.
Of niets met hulpverlener Henk in het bijzonder.
Dat kan natuurlijk ook.

Rob Zijlstra

UPDATE – 18 oktober 2012 – uitspraak
Henk is aan de beurt. Een taakstraf zoals geeist doet geen recht aan de ernst van de feiten, vinden de rechters van de meervoudige strafkamer. Wat wel recht doet en passend is, is een gevangenistraf van 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk. Een en ander betekent dat Henk zich moet melden aan de gevangenispoort.

Mannetje pindakaas

Gerko is nog maar net 18 jaar, maar hij kan al de heel de wereld aan.
Hij is mannetje pindakaas.
Schijt aan alles

Zo bleekscheterig als het maar kan, want geboren in Oost-Groningen, spreekt hij met een Antilliaans accent.
Zangerig en kortaf.
Hij zegt: ‘Heb Antilliaanse vrienden, snap je.’

Gerko ridikulo.

Zijn strafzaak is tijd verspillen.
Dat zegt hij zelf.
Te vermoeiend ook, hij heeft er geen zin an.
Tegen de rechters die maar door zeuren en zemelen: ‘Geen commentaar, geef me straf, zit ik wel uit, geen probleem toch.’

Hij ontkent dat hij Chantal een mes op de keel heeft gezet.
Zou hij nooit doen, mes op de keel van Chantal.
Chantal zegt dat?
Chantal spoort niet.
Jawel, hij had haar telefoon genakt, maar zij had snuif bij hem gekocht, niet betaald.
Dus.
Dus wat?
Gerko: ‘Tss…’

Het eerste deel van de strafzaak heeft achter gesloten deuren plaats.
Omdat het ging over iets wat was gebeurd toen Gerko nog maar 17 jaar was, strafrechtelijk gezien nog een kind.
Dat gedoe met Chantal en daarna met Bouke was toen hij al volwassen was.
Al helemaal 18.

Kinderrechters noemen verdachten bij hun voornaam en zeggen je en jij
Grote mensenrechters zeggen altijd u en meneer tegen verdachten.
Gerko eist dat ook.
Want hij is een grote man.
Hij is the King, the Godfather.

Tegen de rechters, verveeld: ‘Maakt mij niet uit wat jullie allemaal zeggen, het duurt me te lang, weet je.’

De officier van justitie zegt dat Gerko de 14-jarige Bouke heeft beroofd.
Bij het station in Winschoten.
Gerko reageert met een blik vol minachting richting de officier van justitie.
Wijf!

Hij had tegen Bouke gezegd dat hij zijn zonnebril moest afzetten.
Daarna spoot hij peperspray in de ogen van Bouke, die ook al vanwege zijn autisme, extreem bang was geweest.
Maar volgens Gerko had Bouke er om gevraagd, had Bouke gewoon even een lesje nodig.
De ketting?
Die gaf hij spontaan.
Dus wat is er aan de hand?

Peperspray?
Tegen de rechters: ‘Wat nou? Ik had ook een vuurwapen bij me. Dus…’
Rechters tegen Gerko: ‘Waarom zegt u dat nou? Bedoelt u te zeggen dat het nog erger had gekund?’
Gerko zwijgt.
Snappen die rechters dan niks?
Zangerig: ‘Ik ga niet meer met jullie praten.’

Rechters: ‘Was het wapen echt?’
Gerko, diepe zucht, kortaf: ‘Nee. Een nepper.’

Zo erg als Gerko zich als verdachte voordoet, zo erg maak je het niet dagelijks mee in zittingzaal 14.
Een paar keer keek hij achterom de rechtszaal in.
Ik ving zijn blik en zag een mix van angst en vijandigheid.

Hij zegt: ‘Ik zou nooit een wapen gebruiken.’
Had hij dan niet iemand bedreigd met een mes omdat hij geen shagje mocht draaien?
Nee, dat had hij niet.
Rechters: ‘U had wel een schroevendraaier.’
Gerko: ‘Ja. En dat is geen mes.’

Ik dacht, misschien doet Gerko zich wel anders voor.
Misschien is hij helemaal niet ridicuul en valt hij best mee.
Er was ook een deskundige.
Die sprak over de adolescentieproblematiek, over Gerko als een dikke puber.
Dat zijn problematiek wordt verhard door een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling.
Komt het ooit goed?
’t Kan nog alle kanten op, dacht de deskundige.

Als kind van 3 jaar werd Gerko uit huis geplaatst en moest hij opgroeien in de een na de andere instelling.
Dat werd een fiasco.
In de wandelgang van het gerechtsgebouw hoor ik meer.
Inmiddels wel wat gewend, maar ik kreeg kippenvel van wat ik hoorde
De verteller zei dat dat vertrouwelijk was.
Kom het ooit goed?
‘…’

Rechters vragen: ‘Uw leven? Alleen maar kommer en kwel.’
‘Ja.’
Rechters: ‘Nooit eens een plekje gehad waarvan u dacht…’
‘Nee.’
‘Nou ja, in H. was het wel relaxed geweest. Ik kon daar niet weglopen, dat was wel goed. Later kon dat wel, dus toen ben ik ook weggelopen.’

De officier van justitie zegt dat ze zich zorgen maakt.
De advocaat: ‘Hij komt wat onverschillig over.’
De officier van justitie: ‘Wat moeten we d’r mee?’
De advocaat: ‘Het is een beetje zijn houding.’
De officier van justitie: ‘We gaan proberen hem te helpen.’
De advocaat probeert de scherpste kantjes er van af te halen.

De officier van justitie: ‘Vijftien maanden gevangenisstraf, daarvan vijf maanden voorwaardelijk. Wil hij niet, dan zien we hem hier helaas terug.’

De zitting is na ruim twee uur bijna ten einde.
Of hij nog wat wil zeggen omdat hij het recht heeft op het laatste woord?
Vermoeid wrijft Gerko met de handen door het gezicht.
Mompelt dan: ‘Neuh.’
Rechters, niet onvriendelijk: ‘Het duurt u allemaal te lang hè?’

Dan valt hij uit zijn rol, is hij ineens niet meer de grote, stoere, onverschillige Godfather.
Met een glimlach: ‘Ja. De kont dut mie zeer van ’t zitt’n.’

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 12 oktober 2012 – uitspraak
Gerko zal nog even moeten blijven zitten. De rechtbank heeft hem conform de eis veroordeeld tot 15 maanden celstraf waarvan 5 voorwaardelijk. Of hem dat zal leren is een ander verhaal.

UPDATE –  oktober 2013 – niets geleerd

pindakaasKnipsel

UPDATE – 14 maart 2014 – tullen
Gerko zit weer in de rechtszaal. Er is niet veel veranderd. De officier van justitie wil  5 en 3 maanden die eerder voorwaardelijk zijn opgelegd, omzetten in onvoorwaardelijk. Die moet hij dan zitten. Reden: hij heeft de voorwaarden overtreden.Dat is de trieste balans, zeg de officier van justitie. Een nieuwe kans zit er nu even niet in. De zitting lijkt op de vorige. ‘Een hond heeft een baas, ik ben geen hond.’  Gerko zegt: ‘Ik wil wel veranderen, heel graag, maar het lukt niet in een keer. Dat kunnen jullie niet van mij verwachten. Ik ben een probleemjongere.’

UPDATE – 23 november 2015 – recidive
Het is mis. Gerko staat opnieuw terecht. De eis is ditmaal niet mals: het verslag (volgt)

Pay-date

Op de website van de Universiteit Leiden valt te lezen dat vrouwen tussen 1600 en 1900 een aanzienlijk deel van de misdaad voor hun rekening namen.
In de twintigste eeuw was dat ineens anders.
Ruwweg gezegd: de laatste honderd jaar is nog maar tien procent van de misdaad toe te schrijven aan vrouwen.
Uitgezocht wordt nu waarom dit zo is.

Onderzoekers gaan bronnen raadplegen in heel Europa.
Vanuit Groningen kan ik alvast, als een bescheiden bijdrage, melden dat de meervoudige strafkamer van de rechtbank Groningen dit jaar tot nu toe 250 mensen heeft veroordeeld.
In dat gezelschap bevonden zich negentien (19) vrouwen en één man die heel graag vrouw wil wezen.

De vrouwen, in de leeftijd van 19 tot 64 jaar, stichtten brand, pleegden fraude, namen roekeloos deel
aan het verkeer (met gevolgen van dien), pleegden een overval of probeerden anderen lelijk toe te takelen.
Tamelijk doorsnee dus.
Wat vrouwen zelden doen – en dat mag ook wel eens gezegd – is het seksueel misbruiken van kinderen.
Daar gaat het hier niet over.

Deze week stond Mia terecht.
Ze is 21 jaar en recidivist.
Zes jaar geleden begon de ellende met veroordelingen wegens bedreigingen en mishandelingen, wegens een diefstal met geweld.
Hulpverleningstrajecten die volgden, mislukten stuk voor stuk, zo ook haar opleidingen op school.
Haar contacten waren contacten met netwerken uit het criminele circuit.

Mia dreigde kortom op te groeien voor galg en rad.
Maar de redding kwam: ze raakte zwanger, werd moeder van een dochter en toen was het voorbij met haar criminele fratsen.
Inmiddels is Mia een hoop voor de toekomst geworden: ze wil dolgraag werken in de zorg.

Nu is de weg naar het rechte pad er eentje vol hobbels.
De gang gaat gepaard met vallen en opstaan.
In december vorig jaar viel Mia op d’r snufferd.

Het geld was op en de schulden uit het verleden onverminderd hoog.
Ze besprak de kwestie met een vriendin die ze nog kende.
De vriendin had een supergoed idee.
Ze deed het zelf ook regelmatig, een eenvoudiger manier om aan geld te komen bestaat niet.
En die sukkels doen toch geen aangifte.

En zo meldde Mia zich aan bij Chatgirl-punt-nl, noemde zichzelf sexy en chatte dat het een lieve lust was.
Al snel was het raak.
Ze gingen samen apart en ze vertelde dat ze uit Groningen kwam, net als hij, dat ze gestopt was met school en dat haar pooier er vandoor was gegaan.

De sukkel hapte toe.
Ze maakten een afspraak.
Met de bus ging hij naar de Groninger stadswijk Beijum, hij moest uitstappen bij het parkje met de vijvertjes.
Daar zou zij op hem wachten.
Hij zou haar tweehonderd euro geven en dan wist zij een veilig plekje.

Rechters: ‘Is het zo gegaan?
Mia: ‘Ja.’
Rechters: ‘Maar er gebeurde iets anders’

Mia ontkent het niet.
Ze had het geld gekregen, dan wel uit zijn handen gegrist en was er hollend vandoor gegaan.
Want dat was vooraf de opzet.

Het was een pay-date.

De rechters wenden zich tot Donald (38).
Hij zit naast Mia in de verdachtenbank, met de winterjas alvast aan.
Ook hij ontkent zijn aandeel niet.
Toen Mia met het geld wegrende, was hij als een duiveltje uit de bosjes gesprongen, was hij voor de man gaan staan en had geroepen: ‘En nu oprotten en wegwezen’.

Rechters: ‘U dreigde met een mes.’
Donald: ‘Nee, met een stuk ijzer dat daar lag.’
Rechters: ‘Dat daar lag… Ook toevallig.’
Mia: ‘Ik had Donald gevraagd met mij mee te gaan. Voor de beveiliging. We hadden afgesproken dat we geen geweld zouden gebruiken, geen geweld, geen wapens.’

De sukkel deed wel aangifte.

Het is de taak van de officier van justitie om menselijk wangedrag te vertalen in juridische kwalificaties. Griste Mia het geld uit zijn handen, dan mag het een diefstal heten.
Gaf hij het geld vrijwillig omdat hij zich bedreigd voelde, dan moet de kwalificatie afpersing wezen.
Maar Mia gebruikte geen geweld, de bedreiging ging uit van Donald, op een moment dat Mia er al met het geld vandoor was.

De officier van justitie: ‘Het lijkt op een ordinaire straatroof, op een beroving, maar ik maak er toch een 326 van: oplichting.
Er is sprake van een samenweefsel van verdichtsels.
Ze hadden een afspraak, zij heeft hem in ruil voor tweehonderd euro seks voorgespiegeld, heeft hem naar het park gelokt en is er toen tegen de afspraak in met het geld vandoor gegaan.

Volgens de officier van justitie schiet niemand er iets mee op om Mia en Donald naar de gevangenis te sturen.
De rol van Mia in deze misdaad moet groter heten dan die van Donald. Maar Mia woont alleen, zij het met een kind.
Voor beide luidt het voorstel: een taakstraf van 200 uur. Met drie maanden voorwaardelijke celstraf als stok achter de deur.

Het idee in zittingszaal 14 is wel eens dat vrouwen, die paar die er dan zijn, minder hard worden aangepakt dan de mannen.

Kan dat ook worden onderzocht?

Rob Zijlstra

• misdadige vrouwen van toen
• oplichting (artikel 326 wetboek van strafrecht)

.

UPDATE – 4 oktober 2012 – uitspraken
Medeplegen oplichting bewezen, vindt de rechtbank. Ten aanzien van Donald: ook de bedreiging tegen het leven gericht is bewezen. De straf mag lager dan de eis: een taakstraf van 200 uur waarvan 60 uur voorwaardelijk.

Jonge vaders

Een nieuwe kinderwagen is niet goedkoop.
Of neem Pampers in de aanbieding.
Ook prijzig.
Maar Amadeus (25) ontkent, dat was niet de reden.
Hij had zijn vriendin, op het punt van bevallen, niet beloofd dat hij voor geld zou zorgen.

Georg (26) die naast hem zit, zegt niks.
De officier van justitie wil weten of Georg Karin kent, Karin zijn vriendin?
Georg: ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’
De officier van justitie: ‘Klopt het dat ook u, net als Amadeus, kort voor de overval vader bent geworden?
Georg: ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’

Officier van justitie: ‘Jammer. Ik had u misschien willen feliciteren met het vaderschap.’

Georg glimlacht minzaam.
Hij kent zittingszaal 14 en weet dat alles wat hij zegt, tegen hem gebruikt zal worden. Dat weet hij nog van de vorige keer.

Amadeus, eens een talentvolle jeugdvoetballer, is spraakzamer.
Hij heeft het gedaan, wil zijn verantwoordelijkheid nemen en hoopt dat hij de slachtoffers ooit weer recht in de ogen kan kijken, zodat zij kunnen zien dat hij geen slecht mens is.
Voor hem geen flessen whisky meer, geen cocaïne of heel de dag stoned van de wiet.
Hij wil zijn verdiende straf, die uitzitten en dan wil hij werken, zijn schulden betalen en er zijn voor de kinderen.

Eén ding wil Amadeus niet zeggen: wie de tweede man was met wie hij de overval op het casino aan de Kerkstraat in Hoogezand heeft gepleegd.
Bij die overval, in januari dit jaar, werd 2.331 euro buitgemaakt.

In de rechtszaal worden opnames van beveiligingscamera’s getoond.
Te zien is hoe twee mannen met getrokken pistolen gericht op een medewerker achter de balie, geld opeisen.
Amadeus is de persoon die wild op en neer springt.
Van de zenuwen, zegt hij.

De tweede man draagt een ‘Eskimomuts’.
Toen Georg werd aangehouden, anderhalve maand na de overval, was hij in het bezit van zo’n hoofddeksel, met flappen aan de zijkant.
Er bestaan ook filmpjes van Georg met muts op YouTube.

Keihard bewijs dat Georg de tweede man is, is er niet.
Wat er wel is, is niet overtuigend, zegt zijn advocaat.
Dat Georg altijd in Groningen is – volgens zijn telefoon – maar uitgerekend die avond niet?
En dus?
En een dergelijk muts koop je bij de Hema, de V&D en waar al niet.
Telefoontaps met verdachte woorden?
Te kort door de bocht, zegt de advocaat.
Uit het bewijs blijkt volgens de raadsman dat het Georg net zo goed niet is geweest.

Er is een derde man in het spel.
Deze man zou de twee overvallers hebben opgehaald uit Groningen, bij de Burgerking op het treinstation.
Dat zegt Amadeus.
Hij zegt ook dat de derde man heus wist waarom.

De derde man zelf heeft bij de politie iets anders verteld.
Hij verklaarde dat hij was gebeld door Georg.
Hij moest met zijn auto, met zijn blauwe Opel Astra, achter het casino in Hoogezand gaan staan.
Georg zou hebben gezegd, dat hij ‘money ging maken’.
De derde man dacht daar nog niets bij en stond dus nietsvermoedend op het afgesproken tijdstip met zijn auto bij het casino.

Toen Amadeus en Georg instapten, met de pistolen nog in de hand, en ‘vlug vlug’ riepen, snapte hij wat er werkelijk gaande was.
De derde man had 200 euro gekregen.
Tegen de politie zou hij hebben gezegd dat hij wel wist dat het smerig geld was.

De derde man was niet blij met zijn betrokkenheid.
Sterker nog: hij was vreselijk bang.
Bang voor de anderen.
Zo bang, dat hij zou hebben geroepen: ‘Mijn leven is nu over’.
En ook: ‘Ik ben nu dood.’

De officier van justitie vraagt aan Georg: ‘Waarom zou de derde man dit soort dingen vertellen?’
Georg: ‘Dat weet ik ook niet, moet je aan hem vragen.’

Maar de derde man leeft niet meer.
Hij is recent dood aangetroffen.
Amadeus hoorde het pas deze week en is, zegt hij, aangedaan.

Georg zegt niets.
In 2006 had hij honderduit gepraat in zittingszaal 14.
Hij werd toen verdacht van een overval op een maaltijdbezorger en van de beroving van een jonge vrouw op straat.
Hij ontkende, de straatroof was een ongelukkige aanrijding op de stoep geweest, met een scooter die hij had geleend van een spoorloze vriend, dezelfde scooter die een paar dagen daarvoor buit was gemaakt bij een overval op de maaltijdbezorger.

De officier van justitie had hem een compliment gegeven.
Hij kan erg goed liegen, had de aanklager toen gezegd, de leugens rollen zo zijn mond uit.
Georg kreeg 24 maanden celstraf.

Bij de reclassering vertelde Georg dat hij na die straf zijn criminele vrienden vaarwel had gezegd en een andere weg was ingeslagen.
Hij had zich aangesloten bij een religieuze beweging.
Nu zingt hij blij christelijke hiphop-liedjes over Jezus.
Ook wil hij iets gaan doen in de toeristische sector.

Een van de rechters probeert het nog eenmaal: ‘Als je niets hebt gedaan en ten onrechte wordt beschuldigd, dan wil je dat toch van de daken schreeuwen in plaats van een beroep te doen op het zwijgrecht?’
Georg: ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’

De officier van justitie zegt dat gewapende overvallen de provincie teisteren en dat de daders in aanmerking komen voor langdurige gevangenisstraffen.
Hij eist tegen de twee jonge vaders 42 maanden waarvan zes voorwaardelijk.
Dat betekent dat Amadeus en Georg netto drie jaar moeten zitten.

De officier van justitie zegt: ‘Ik hoop dat het daarna met Amadeus beter gaat.’
Hij zwijgt over Georg.

Rob Zijlstra

UPDATE  – 10 mei 12 – uitspraken
De ontkennende vader Georg is veroordeeld tot dertig maanden celstraf. De rechters hechten geen geloof zijn aan zijn geloof dat hij onschuldig is. De rechters komen tot dit oordeel op basis van de afgelegde verklaringen van anderen. Vader Amadeus kreeg ook 30 maanden maar daarvan mag een jaar voorwaardelijk zijn. Dat betekent in de praktijk dat Georg 20 maanden moet zitten en Amadeus 21 maanden. Dat laatste komt omdat Amadeus nog drie maanden op ‘de pof’ had staan bij justitie (een voorwaardeljik opgelegde straf bij een eerdere veroordeling die nu wordt omgezet in zitten).

Speid

Soms zit er een verdachte in zittingszaal 14 die het allemaal wel best vindt.
Gedragsdeskundigen schrijven dan op dat verdachte een gebrek aan empatisch vermogen heeft.
Rechters: ‘Uit niets blijkt dat u spijt heeft van wat u heeft gedaan.’
De verdachte: ‘Tuurlijk ik heb speid, speid ook dat ik hier zit.’
Rechters: ‘Door uw toedoen staat het leven van het slachtoffer op z’n kop.’
Verdachte: ‘Slagtoffer?’

Wanneer het ene bestaat, bestaat ook het andere.

Bob (48) komt de rechtszaal binnenlopen.
Hij zit nog niet in de verdachtenbank of hij heeft al zes keer geroepen dat hij spijt heeft.
Hij zegt: ‘Rechters, dit is een van de meest belachelijke dingen die ik heb gedaan. Ik heb zo veel spijt. Echt waar. Dit is het echt het raarste wat mij in mijn leven is overkomen.’

Een paar keer wijst hij met de duimen over de schouder.
Zegt daarbij: ‘Wat ik die mensen die hier achter mij zitten heb aangedaan, is vreselijk. Maar ik neem alle verantwoordelijkheid. Ik heb het gedaan. Dat ga ik niet ontkennen. Ik heb vreselijk veel spijt. En het doet me zeer. Als ik het vandaag terug kon draaien, had ik het gisteren gedaan.’

Zijn slachtoffers waren 88 en 89 jaar.

Bob: ‘Ik vind het zo erg. Ik heb er toen niet bij nagedacht. Had ik dat wel gedaan, dan was het niet gebeurd. Het is vreselijk. Ik schaam mij diep. U mag mij de straf geven die ik verdien. Ik accepteer alles. Echt, het spijt me.’

Het wordt de rechters allemaal wat te veel.
Een van hen zegt: ‘Een beetje obligaat, Bob.’

Nee, hij had geen plan.
Hij was gewoon naar buiten gegaan, had een tijdje bij het winkelcentrum gestaan, was achter haar gaan lopen en toen had hij een harde ruk aan de tas gegeven.
De mevrouw (88) kwam daarbij ten val.
Bob haalde rennend het geld dat het slachtoffer zojuist bij het winkelcentrum had gepind uit de tas en gooide de tas weg.
Dit gebeurde op 28 december vorig jaar, tegen twee uur ’s middags, in Groningen-zuid.

Een dag later deed hij het nog een keer en op 30 december weer.
In de Emmastraat beroofde hij een 88-jarige mevrouw met tas en wandelstok.
Ook zij kwam ten val, lelijk en met het hoofd op de grond.

Zijn derde slachtoffer, 89 jaar, viel toen hij een harde ruk gaf op haar elleboog en heeft daar nog altijd last van.
Bij deze laatste beroving ging het wel goed.
Een omstander zag het gebeuren en holde achter de eveneens hollende Bob aan.
Uiteindelijk wist de omstander Bob te overmeesteren.

Bob tegen de rechters: ‘Ik was zo blij dat ik was gepakt.’
Rechters: Want anders was u doorgegaan?’
Bob: ‘Ik weet het niet.’

Hij had brieven geschreven en die naar de slachtoffers gestuurd.
Een van de slachtoffers in de rechtszaal: ‘Het was een grote jammerklacht. Het was ikke, ikke , ikke. Het hele kleine beetje medelijden dat ik nog voelde, was na die brief weg.’
Bob zegt dat het hem spijt dat zijn excuusbrief anders wordt geïnterpreteerd.
Een ander slachtoffer: ‘Schande over hem!’
Zij heeft een schadevergoeding ingediend.
‘Maar daar koop ik mijn onbevangenheid niet voor terug.’

Een derde slachtoffer vertelde dat er voor haar een leven is voor december 2011 en een leven na december 2011.
De officier van justitie: “Daarin zit een dramatische knip.’

Waarom Bob?
Bob: ‘Wist ik het maar. Ik weet het zelf niet eens.’

Bob is nooit eerder met politie en justitie in aanraking geweest.
Hij is wel twee keer getrouwd geweest, is vader van een tienerdochter en halverwege 2011 liep zijn derde relatie op de klippen.
Eens was hij bedrijfsleider bij Albert Heijn.
En daarna kampioen keukenverkoper.
Nadat hij de tankpas van het bedrijf privé had gebruikt, volgde in goed overleg ontslag op staande voet.
Dit laatste bestrijdt Bob.

Hij was cocaïne gaan gebruiken, maar was daar mee gestopt toen zijn broer van wie hij geld leende, hem erop had aangesproken.
Een tante ging plotseling dood.
Met oud en nieuw zou zijn dochter op bezoek komen.
Hij had geen geld om lekkere dingen te kopen.

De officier van justitie zegt dat Bob moeilijk ter verantwoording is te roepen.
Hij doet alsof zijn lichaam wel op aarde rondliep, maar zijn verstand ergens anders was.
Alsof hij machinematig handelde.
De officier van justitie: ‘Was het het aangekondigde bezoek van zijn dochter? Het ontslag? Ik blijf maar zoeken naar de banaan waarop hij is uitgegleden.’

Bob hoort het allemaal aan, met het hoofd diep gebogen.

Een van de slachtoffers had gezegd dat de verdachte hulp moet krijgen, dat er geen plaats is voor haat.
De officier van justitie: ‘Dat is mooi, maar ik wil dat de samenleving ziet dat als je je schuldig maakt aan dit soort ernstige feiten, dat je dan een paar jaar van je vrijheid kwijt bent.’

Bob zit nu met de handen in het haar, wrijft dan weer met de vingers in de ogen.
De officier van justitie zegt dat het feit dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest, in zijn voordeel moet zijn.
Blijft over: 36 maanden gevangenisstraf, daarvan twaalf maanden voorwaardelijk en een verplichte behandeling.

Bob die nog zo berouwvol had gezegd dat hij elke straf zal accepteren, schudt aangeslagen met zijn hoofd heen en weer.

Rechters: ‘Heeft u de eis begrepen?
Bob: ‘Nee, maar laat maar.’

Rob Zijlstra


UPDATE – 16 april 2012 – uitspraak
De rechtbank heeft Bob veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk wegens drie tasjesroven. Volgens de rechters is Bob licht verminderd toerekeningsvatbaar.

Justin B.

Toen Justin nog maar 11 jaar was, was hij al deugniet.
Op zijn dertiende volgden de eerste politie- en justitiecontacten, rap daarna kwamen de veroordelingen door kinderrechters.

Nu is hij 19 jaar en hangt hem een lange gevangenisstraf boven het hoofd.
Volgens de officier van justitie is Justin een uiterst berekenende verdachte met een zorgelijke gewetensontwikkeling.

School, hoewel hij kan leren, is tot nu toe niet zijn ding.
Een vaste plek om te wonen heeft hij ook niet.
Justin slaapt dan hier en dan weer daar.

Zijn ouders hebben lang geleden afscheid van hem genomen.
Toen hij in december zijn 19e verjaardag vierde, in het huis van bewaring, was er niemand die hem feliciteerde.
Hij heeft vrienden, maar volgens de officier van justitie, zijn dat zogenaamde vrienden.
Zijn tweelingbroer, in hetzelfde schuitje, werd in november vorig jaar tot anderhalf jaar celstraf veroordeeld wegens snelkraken in Appingedam.

Hulpverleningsinstellingen hebben Justin afgeschreven.
De instellingen hebben, zo werd in de rechtszaal opgemerkt, geen zin meer tijd en energie in hem te investeren.
Het helpt niet.

Af en toe heeft Justin werk, goed voor een paar honderd euro per maand.
Dat is niet goed genoeg, te weinig vooral, om er groots en meeslepend van te kunnen leven.

En uitgerekend dat is wat hij wil.
Een leven in luxe, met het lekkerste eten en lange nachten in hotels.
Ook niet onbelangrijk: merkkleding.

Justin had het vrij normaal gevonden, vertelt hij, toen twee vage kennissen hem vroegen of hij even wilde helpen.
Ze moesten iets ophalen en Justin wilde wel rijden in de groene Fiat Bravo die wel van hem is, maar niet op zijn naam staat.
Met z’n drietjes waren ze naar een woning aan de Pop Dijkemaweg in Groningen gereden.
De twee vage kennissen gingen naar binnen, kwamen weer naar buiten en hadden twee tassen achter in de auto gezet.
Daarna waren ze weggelopen.

Justin, die was weggereden, zegt tegen de rechters dat hij niet in de gaten had dat het om een inbraak ging.
Zegt: ‘Ik zag er geen kwaad in. Ja, later wel. Toen zei mijn gevoel dat er iets niet klopte.’

Een buurman met argwaan had het allemaal zien gebeuren.
Hij reed bellend met de politie achter Justin aan.
Justin (‘klopt iets niet’) was gestopt om vervolgens ook de benen te nemen.

De buurman verstrekte aan de politie een signalement: een jongeman van een jaar of twintig met een Bieber-look.

Wie die twee vage kennissen zijn?, vragen de rechters.
Justin wil het niet zeggen: ‘Bang voor represailles.’
De advocaat zal later tijdens de zitting opmerken dat hij wel begrijpt dat Justin op dit punt zwijgt.
De advocaat zegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat in het Marokkaanse milieu klikken wordt bestraft met een afrekening.
Advocaten zeggen wel vaker merkwaardige dingen.

Justin wordt gepakt, zit een tijdje vast, maar twee maanden later niet meer.
Het is dan oktober 2011.
Samen met Jef bezoekt hij een kennis bij wie ze whisky drinken.
Justin vertelt dat Jef hem had gevraagd of hij even wilde helpen.
Ze waren naar buiten gegaan, een joint gerookt en hadden wat grappen gemaakt over het plegen van een beroving.
Nee, geen vrouw.

De grap is nog niet gemaakt of er komt iemand over het fietspad aangereden.
Kom, zegt Justin (of Jef), die pakken we.
De grap wordt menens, de capuchons gaan over de hoofden.

De fietser is een 22-jarige studente die even na middernacht op weg is naar huis.
Per ongeluk toch een vrouw.
Ze wordt bedreigd en moet haar rugtas met van alles daarin en ook haar mobiele telefoon inleveren.
Daarna moet ze wegwezen als ze tenminste niet dood wil.
Terwijl de jonge vrouw overstuur bij mensen aanbelt voor hulp, gaan Justin en Jef de stad in voor vertier.

De gestolen telefoon gaat op de tap en al snel wordt eerst Jef aangehouden en nadat Jef is gaan praten, ook Justin.

Justin: ‘We waren best wel dronken en hadden geblowd. Maar we hadden geen mes.’

Daags na de straatroof wordt de mobiele telefoon verpatst in een telefoonwinkel in de Groninger binnenstad.
Dat klusje wordt geklaard door Guus omdat die een ID-kaart heeft.
De telefoon levert honderd euro op.
Justin zegt dat hij van de opbrengst niets heeft gezien.

Guus wordt duidelijk gemaakt dat hij hoe dan ook zijn mond moet houden.
Die duidelijkheid wordt verschaft middels een tekst op de Hyves-pagina van Guus.
Daar wordt hij gewezen op de omerta – de spelregels die Justin en zijn zogenaamde vrienden, gelijk de maffia, hanteren.
Zwijgen of anders dood (met een rat in de mond).
Justin ontkent de bedreiging te hebben geuit: ‘Iedereen heeft toegang tot mijn Hyves.’

Gedragsdeskundigen zeggen dat het niet verstandig is dat Justin zonder behandeling in de maatschappij terugkeert, want de kans dat hij dan weer vrienden gaat helpen, is bijzonder groot.

Justin zelf wil niks.

De officier van justitie zegt dat Justin zeer waarschijnlijk ook betrokken was bij het voorbereiden van gewapende overvallen.
Op een kledingzaak, op een speelgoedwinkel van Intertoys, op woningen.
De politie wist door vroegtijdig ingrijpen deze misdrijven te voorkomen.

De officier van justitie eist voor het medeplegen van de diefstal uit de woning, de straatroof en de bedreiging en met al haar grote zorgen uiteindelijk twintig maanden celstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk.
Omgerekend betekent dit dat Justin nog een jaar in soberheid moet leven.

Wanneer de rechters vragen of hij de eis heeft begrepen, zegt hij ‘jawel’.
Of hij tot slot nog wat wil zeggen.
Rechters: ‘Want u heeft recht op het laatste woord.’
Justin: ‘’Mijn BlackBerry en mijn schoenen zijn in beslag genomen. Krijg ik die terug?’

Rob Zijlstra

.

extra
Tegen de eveneens 19-jarige Jef (‘Justin deed het meest’) werd een gevangenisstraf geëist van 14 maanden waarvan vier voorwaardelijk voor zijn aandeel in de straatroof.
Van Jef was het idee dat het slachtoffer geen vrouw of meisje mocht wezen.
Tegen de rechters: ‘Want wat zou zo’n meisje dan wel niet van je denken?’

Jef zegt een paar keer dat hij spijt heeft.
Zegt: ‘Ik heb mij verplaatst in haar schoenen.’
Hij vraagt de rechters om advies: ‘Moet ik haar een brief schrijven?’

De reclassering rapporteert: Jef is een jongen die nog te redden is.

UPDATE – 27 februari 2012 – uitspraken
Justin is veroordeeld tot 18 maanden celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Kompaan Jef kreeg 12 maanden waavan 4 voorwaardelijk. Samen moeten ze het slachtoffer 271 euro betalen.

Medeverdachten

De rechtspraak kost wat en dat is natuurlijk logisch.
Een bos kost ook geld.
En geen rechtspraak nog veel meer.

Een en ander neemt niet weg dat de Nederlandse strafrechtspraak zich kenmerkt door een efficiënte aanpak.
Wanneer er voor één strafbaar feit twee (of meer) verdachten zijn, staan die twee (of meer) meestal gelijktijdig voor de rechter.
Dat is omwille proceseconomische reden.
Twee voor de prijs van één.

Dat is zowel handig als lastig.

Want wanneer er twee verdachten voor hetzelfde feit terechtstaan, worden op één zitting twee rechtszaken tegelijkertijd behandeld.
Rechters zijn in zo’n geval verplicht vooraf tegen de verdachten te zeggen dat hun zaken gelijktijdig worden behandeld, maar niet gevoegd.
Dat betekent dat wat de ene verdachte zegt in zijn zaak, niet gebruikt zal (mag) worden in de zaak van de andere verdachte.

Branko en Stanley worden verdacht van straatroven, in augustus en september in de stad Groningen.
Stanley wil wel toegeven dat hij het heeft gedaan.
Hij moest zich melden bij de gevangenis en had geld nodig ‘voor in de bak’.
Daarom.

Branko ontkent zijn betrokkenheid, want hij heeft niks gedaan.
Stanley is het met zijn medeverdachte eens.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Deze man kunnen jullie naar buiten gooien. Hij heeft er niets mee te maken.’

Branko kijkt tevreden naar Stanley en vervolgens naar de rechters.
Hij zegt: ‘U hoort wat die kerel zegt. Ik heb er niets mee te maken.’

Maar zo gemakkelijk is het niet.

Want wat Stanley roept – behoorlijk ontlastend – kan niet zomaar worden gebruikt in de zaak van Branko.
De strafzaak zal moeten worden aangehouden om Stanley bij de rechter-commissaris als getuige te kunnen horen.
Daar mag hij herhalen wat hij zojuist heeft geroepen.
Daarvan wordt proces-verbaal opgemaakt en dat wordt toegevoegd aan het dossier van Branko.
Dan telt het wel.

Weg handig voordeel.

De twee strafzaken worden aangehouden (uitgesteld) om over maanden na nader onderzoek te worden voortgezet.
Branko blijft verdachte, zij het dat de voorlopige hechtenis per direct wordt opgeheven.
Hij hoeft niet terug naar de gevangenis; hij mag – ook van de officier van justitie – zijn proces in vrijheid afwachten.
De aanklager is niet meer zo zeker van haar zaak.

De eerste zittingsdag van het nieuwe jaar in zaal 14 was ’s ochtends begonnen met Tido en Harm.
Ook hun zaken dienen gelijktijdig, maar niet gevoegd.

Samen zouden ze op een nacht in oktober van het vorige jaar Wilco hebben geslagen, geschopt en vervolgens beroofd van zeventig euro, identiteitspapieren en zijn fiets.

Tido en Harm zitten naast elkaar in de verdachtenbank.
Harm zegt dat het klopt.
Tido niet.
Tido zegt dat toen het gebeurde, Harm lag te slapen.
Tettert: ‘Dus wat kan hij nou weten?’

Rechters: ‘Wat is er dan gebeurd?

Tido vertelt dat ze ’s nachts bij café Bos in Vledderveen een krat bier hadden gekocht. Toen ze weer buiten stonden, kwam die Wilco stomdronken achter hen aan.
Ze dronken samen biertjes uit hun krat.
Tido: ‘Maar ineens ging die man slaan en schopte hij mij. Hij mij! Dat is de waarheid.’

Rechters: ‘Waarom sloeg hij u?’
Tido zou het niet weten.
‘Portemonnee?’
Tido: ‘Niet gehad.’
Fiets?
‘We zijn lopend weggegaan. Op de fiets. Nou ja, hoe weet ik ook niet meer.’

Harm heeft een andere lezing van de gebeurtenis.
Hij sliep helemaal niet.
Die ochtend had hij met zijn zoontje kastanjes gezocht en toen was hij Tido tegen het lijf gelopen.
Die moest een auto op naam laten zetten.
Bij de C1000 kochten ze een krat bier.
Toen de flesjes leeg waren, schakelden ze over op Beerenburg en Jägermeister en toen benzine op was, liepen ze naar een café om een nieuw krat te kopen.
Ze waren buiten gaan zitten en toen kwam die man er aan.
Eerst dronken ze nog wat samen, rookten ze wat van zijn shag.
Daarna hadden ze hem nadrukkelijk om geld gevraagd.

Harm: ‘Tido gaf hem twee klappen. Hij viel. Ik heb hem twee keer geschopt. Hij gaf zijn portemonnee. Die heb ik aangepakt. Daarna zijn we op zijn fiets weggereden. Tido stuurde, ik zat achterop met het krat bier. De fiets hebben we later in het kanaal gegooid.’

Het slachtoffer mocht bij een woning met het licht nog aan de politie bellen.
Op basis van het signalement, zei de buurtagent: ‘Dat moeten Harm en Tido zijn geweest.’

De officier van justitie komt niet toe aan het eisen van straf.
Het onderzoek in de zaak van Tido is klaar, maar in de zaak van Harm ontbreekt het reclasseringsrapport.
De rechters willen de twee strafzaken niet splitsen, maar een maand uitstellen.

Tido is het daar heel erg mee oneens.
Hij wil weten waar hij aan toe is en nog liever naar huis.

Zouden de rechters in zijn zaak over twee weken uitspraak doen, dan nemen ze daarmee een voorschot op hun oordeel over Harm.
En dat kan niet, want zijn strafdossier is nog niet compleet.
Een oordeel over Tido betekent dat de rechters in de zaak van Harm besmet zijn.
Kan opgelost worden: door de strafzaak van Harm opnieuw te doen.
Met drie andere rechters.

Dat is niet efficiënt.
En dus gaan Harm en Tido om proceseconomische reden, terug naar de gevangenis.

Rob Zijlstra