Proportioneel

Het was, zegt hij tegen de
rechters, een opeenstapeling
van alcohol en boosheid

Gebeurtenissen buiten op straat krijgen in de rechtszaal juridische kwalificaties. Dat moet wel, want met een ‘ik klap je dood’ kan geen jurist uit de voeten. Het moet een bedreiging heten. Met een deugdelijk middel.

Buiten kan zo’n beetje alles gebeuren, wel een miljoen keer meer dan juristen daar woorden voor hebben.

Een poging tot doodslag kent ontelbare variaties. Of doe een diefstal. Een diefstal kan variëren van een appel uit de tuin van de buren, een rolletje drop bij de pomp tot aan het pikken van de miljoenenfrutsels van Kim Kardashian in Parijs. Of jatten via een ondergrondse tunnel naar de kluis van de bank.

Vanwege de noodzakelijke juristerij kan het gebeuren dat iets heel vervelends buiten op straat in de rechtszaal een grote misdaad wordt. Met bijbehorende straffen. Advocaat Fred Kappelhof noemde het een avond die flink uit de hand is gelopen met grote gevolgen voor alle betrokkenen. Maar de geëiste straf tegen zijn client – dertig maanden de bak in (tien maanden voorwaardelijk) –  vond hij geen goed idee.

Je zou het gesodemieter kunnen noemen, gedonderjaag van mannen met veel te veel drank op. In de rechtszaal heette het wederrechtelijk bevoordelen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling (opzettelijke benadeling).

Het gebeurde in mei 2016 in Delfzijl. Er zijn daar jonge mannen die op stap willen. De mannen kennen elkaar. Ze zijn al jaren bevriend, ze zijn vrienden van vrienden, Leo en Alex zitten bij elkaar in de klas op de zeevaartschool. Ze spreken af bij het huis van de opa van Alex. Daar gaan ze, alvorens zich in het nachtleven van Delfzijl te storten, indrinken. Whisky, borrels en bier. Het zijn ook mannen die elkaar vertrouwen. Daarom leggen ze geld bij elkaar voor in de pot. Als ze straks de bloemen buiten zetten, wordt de drank betaald uit die pot. Handiger.

Ze nemen afscheid van opa en gaan de nacht in. Na een tijdje in de discotheek is de pot leeg, maar is er nog volop lust. Leo grabbelt geld uit de broekzak en geeft dat aan Henk, een van de mannen, met de bedoeling dat Henk drank voor allen gaat halen. En dan gaat er iets mis. Er komt geen drank wat gezien de stemming van dat moment een ernstige inbreuk is op het eerder gesmede vertrouwen. De omslag is radicaal: vrienden, vrienden van vrienden en klasgenoten worden vijanden.

Leo voelt zich genaaid. Het gaat om vijftig euro. Of honderd. Tijdens de rechtszaak blijft dat – een beetje raar – vaag. Hoe dan ook, hij wil zijn geld terug. Dus pakt hij Henk bij de kladden. En bij de keel en wel zo dat Henk moet snakken naar adem. Er vallen ook klappen op het hoofd. Discoportiers halen de amokmakers uit elkaar. Henk en Alex gaan er vandoor. Dit is de mishandeling zoals het in de rechtszaal wordt geschetst. Leo de verdachte vindt het allemaal wat overdreven. ‘Ja. Ik was boos. Maar ik heb misschien één klap gegeven.’

Leo blijft achter, samen met zijn vriend Robert. Boos besluiten ze verhaal te halen. Leo: ‘Ik wilde naar de woning van Alex. Om het op te lossen.’

Daan is ook nog in de disco. Daan is bevriend met Alex en Henk. In de rechtszaal wordt Daan de dunne genoemd. Leo en Robert dwingen Daan met hen mee te lopen. Doet hij dat niet, dan dreigen ze hem neer te steken. Of dood te klappen. Ze zouden hebben gezegd: ‘En dan zullen je ouders je morgen niet meer zien’. Dunne Daan is zo bang dat hij begint te huilen. Hij is vooral doodsbenauwd voor die Robert.

Met de armen in de lucht loopt Daan voor hen uit, richting de woning van de opa van Alex. Dat Daan mee moet lopen, onder dwang, moet in deze kwestie de wederrechtelijke vrijheidsberoving heten. Gijzeling vinden juristen ook goed.

De officier van justitie zegt dat Daan halverwege de benauwde wandeling zijn portemonnee moet afgeven. Met daarin tachtig euro. Leo zou tegen Daan hebben gezegd (geschreeuwd) dat hij het geld maar terug moet vragen van Alex en Henk. Die hebben immers zijn geld. Leo en Robert (hij zit ook in de rechtszaal als verdachte) hebben een andere lezing. Ze hadden wel om de portemonnee gevraagd, maar geen geld weggenomen want er zat helemaal niks in. Maar Daan heeft aangifte gedaan en dat is volgens de officier van justitie voldoende om te kunnen spreken van afpersing dan wel diefstal met geweld.

De misdaad eindigt naast de woning van opa. Alex komt naar buiten, volgens Leo gewapend met een busje pepperspray. Leo geeft Alex – drie jaar lang waren ze vrienden – een klap tegen het hoofd.

Rechters: ‘Deed u dat met de vuist?’
Leo: ‘Niet eens.’

Dertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Dat is twintig maanden zitten. Medepleger Robert krijgt een eis van achttien maanden om de oren, half jaar voorwaardelijk. Is een jaar zitten.

Leo heeft spijt dat het zo is gelopen. Het was, zegt hij tegen de rechters, een opeenstapeling van alcohol en boosheid. Dat hij dunne Daan de stuipen op het lijf heeft gejaagd, dat zit ’m dwars. Dat had niet gemoeten. Leo wil wel met Daan praten. Als die dat ook wil. Met Alex, zijn oude vriend en klasgenoot, wil hij dat niet. De gebeurtenissen maakten dat hij van de zeevaartschool is gestuurd waarmee zijn droom van een leven op zee in het water viel. Hij had het nog geprobeerd in Harlingen, maar toen Harlingen contact zocht met Delfzijl, was hij ook daar niet welkom. School als rechter.

Daan heeft een eis tot schadevergoeding ingediend. Hij wil die tachtig euro uit zijn portemonnee terug. En 1250 euro smartengeld. Leo zegt dat hij die 1250 euro wel wil betalen, maar niet die 80 euro. De portemonnee was echt leeg.

De advocaat van Robert sneert richting de officier van justitie: ,,Als dit allemaal zo erg is, waarom wacht het Openbaar Ministerie dan een jaar met vervolgen? ,Mijn cliënt heeft zijn leven op de rails. U heeft het recht verspeeld een zo zware straf te eisen.” Advocaat Fred Kappelhof zegt dat twintig maanden zitten voor Leo, voor een uit de hand gelopen avond, voor een 24-jarige jongen die met een been aan boord van een schip stond, die positief in het leven staat, veel te veel is.

In de rechtszaal heet dat buiten alle proporties.
Daarbuiten: Zijn ze nou helemaal gek geworden?

Rob Zijlstra

update – 2 juni 2017 – uitspraken
De rechters vonden het misschien ook wel, dat de officier van jusititie een beetje doorsloeg.

Leo is vrijgesproken van de afpersing. Uit niets blijkt dat hij een aandeel heeft gehad bij de portemonee. Wel is hij veroordeeld wegens de vrijheidsberoving en tweemaal een mishandeling. Robert heeft zich volgens de rechters schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en afpersing.

De straffen vallen fors lager uit. Leo krijgt 270 dagen celstraf waarvan 250 voorwaardelijk. De 20 resterende dagen heeft hij al uitgezeten. Die 250 dagen gelden als een stok achter de deur. Naast dit: een taakstraf van 240 uur. En het betalen van een schadevergoeding van 1150 euro.
Robert (jeugddetentie): 276 dagen waarvan 250 voorwaardelijk, idem. en ook een taakstraf van 240 uur. Hij hoeft geen schadevergoeding te betalen omdat die alleen was ingediend in de zaak van Leo.

Over Leo schrijven de rechters dat hij goed bezig is met zijn toekomst. Een gevangenistraf moet die ontwikkeling niet in de weg staan. Ook is hij al zwaar bestraft doordat hij van zijn opleidng is gestuurd waardoor hij in financiele problemen in gekomen. De rechters: ‘Hij heeft zijn toekomstperspectief zien veranderen.’

Garnalen op zee

Maar ik dacht direct,
wat doe je nou,
waar ben je mee bezig?

Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38

Er bestaan mensen die leven in de trajecten van de hulpverlening.
Dat is een snoeihard leven zonder fleur en met als belangrijkste doel: overleven.
Het is een leven van tussen wal en schip en van vallen en opstaan.
Wie overleeft, sterft toch nog vaak een te vroege dood.

Junkies.

Hendrik (32) is er zo eentje.
Hij kan er zelf niet veel aan doen.
De officier van justitie zegt dat dit zo’n zaak is waarbij je je rot schrikt als je het dossier leest.
Dat je schrikt als je leest wat een narigheid een mens in zijn leven kan overkomen.
Hendrik heeft zwakjes uitgedrukt een klotejeugd gehad.
Buiten de rechtbank is dat niet heel populair, maar in de rechtszaal wordt er wel rekening mee gehouden.
Dat is maar beter ook.

De officier van justitie kan – op grond van wat Hendrik heeft gedaan – zo een paar jaar gevangenisstraf eisen.
Hardop vraagt hij zich af: ‘Waar hebben we als maatschappij meer aan, Hendrik ophokken of proberen het licht te zien aan het einde van een lange, donkere tunnel? Ik ga voor dat laatste en hoop dan maar dat hij de uitgestoken hand pakt.’

Vallen.
Opstaan.

Hendrik is een doorgewinterde man van de straat die al jaren op hardleerse wijze zo nu en dan uw spullen steelt.
Hij wil niet wat hij wel doet.
De laatste twee jaar ging het overigens redelijk goed met weinig strafbare feiten.
Tot december vorig jaar, toen sodemieterde Hendrik keihard onderuit.
Het was een paar dagen voor zijn verjaardag, hij was bij een kennis, een drugsdealer, geweest in de Oosterpoort in Groningen.
Die dealer had hem, bij wijze van presentje, een beetje cocaïne cadeau gegeven.
Hendrik had al een paar maanden niets gebruikt vanwege het traject waarin hij was verzeild, een zoveelste.

Hij liep over de Meeuwerderweg, richting Paddepoel, naar een andere kameraad.
Tegen de rechters: ‘Ik liep daar zonder bijbedoelingen.’
Rechters: ‘Maar wat gebeurde er?’
Hendrik: ‘Nou ja, ik zag die mevrouw daar staan, bij de bushalte. Ze had zo’n boodschappenwagentje op wieltjes. Mijn moeder heeft er ook zo eentje.’
Rechters: ‘En toen?’
Hendrik: ‘Ik was het niet van plan, maar het gebeurde gewoon. In een flits, in een fractie van een seconde. Ik weet het ook niet.’

Rechters: ‘U griste de portemonnee uit de handen van die mevrouw, u gaf haar een duw, zij viel op haar knieën, u rende weg. Is het zo gegaan?’
Hendrik: ‘Ja. Maar ik dacht direct, wat doe je nou, waar ben je mee bezig? Ik wilde teruggegaan, de portemonnee teruggeven. Maar toen lag ik dus al tegen de vlakte. Er zat een vent van 150 kilo bovenop mij. Hij gaf me nog twee vuistslagen tegen mijn harses aan. Dat vond ik wel wat ver gaan, ik bedoel, ik kon geen kant op.’

Rechters: ‘Dus u beroofde die mevrouw. Maar wilt u ons doen geloven dat dat een beetje per ongeluk kwam?’
Hendrik:‘Nee, uuh nou ja, het gebeurde zonder dat ik er bij stilstond.’
Rechters: ‘Dus u liep daar niet als een roofdier dat dacht, ik ga eens oude vrouwen beroven?’ Nee.

Hendrik zegt dat hij op het politiebureau erg is geschrokken toen hij hoorde hoe oud de mevrouw was: 87 jaar.
Tegen de rechters: ‘Ik ging door de grond, echt.’
Ook zegt hij: ‘Ik geloof overigens niet dat ik haar heb geduwd. Misschien dat ik haar met mijn schouder heb geraakt, maar zonder opzet. Ik ben immers niet gewelddadig.’

Hendrik denkt dat de cocaïne ermee te maken heeft.
Hij zegt dat de spijt die hij voelt echt gigantisch groot is.
Ik denk, hem zo te horen, dat hij het meent.
In april 2009 zat hij ook in zittingszaal 14, wegens een poging tot afpersing in de Flemingstraat.
In mijn oude aantekeningen staat: jongeman met rotjeugd, zegt dat-ie gigantisch veel spijt heeft.

Nog iets.
Hendrik had een fiets gepikt.
Nota bene de lokfiets van de politie.
Dat is een gemeen, maar doeltreffend trucje van de nationale politie om mannen als Hendrik te pakken.
Zo’n politielokfiets wordt op een plek neergezet waar veel fietsen worden gestolen, op de hotspots.

Hendrik tuinde er met open ogen in.
Bij de politie ging de blieper af en Hendrik kon zittend op het zadel worden aangehouden.
Hij zegt dat hij die dag de trein moest halen.
Tegen de rechters: ‘Nee, de fiets stond niet op slot. De politie zegt van wel? Nou , dat is niet waar. Er zat zo’n dikke Axa op, maar niet afgesloten. Ik had ook geen gereedschap bij me of zo. Ik kon zo wegfietsen.’

De fiets is bijzaak.

Niemand van de hulpverleningstrajecten begrijpt eigenlijk waarom Hendrik het heeft gedaan.
Het verging hem redelijk en dan ineens zomaar dit, een straatroof.
De rechters: ‘Eigenlijk is het niet vertrouwd dat u over straat loopt.’
Hendrik huilt niet, maar er glijden wel tranen uit zijn ogen.
Zucht: ‘Ik was van plan om mijn hele leven goed te doen.’

Zolang Hendrik nog leeft, zolang de cocaïne hem niet helemaal doet wegrotten, is er hoop.
Nadat die 150 kilo op hem was gaan zitten, was hij meegenomen door de politie die hem in de voorlopige hechtenis gooide. Na 65 dagen zitten kwam een plek beschikbaar in een kliniek.

Hendrik zelf ziet dwars door zijn spijt heen in de verte wel iets moois gloren.
Hij kent Benjamin die in de garnalen werkt en die wil hem helpen.
Hoewel hij eigenlijk hovenier is en niet van vis houdt, wil hij graag in de garnalen.
Dan kan hij de verleidelijke stad en onweerstaanbare kameraden mijden, want weet hij, voor garnalen moet je op de zee zijn.

De officier van justitie wil de samenleving dus een dienst bewijzen door Hendrik niet op te hokken (zijn woorden) maar door hem de helpende hand toe te steken om de kans dat hij nog eens in een flits misdadig wordt zo klein als mogelijk te maken.
De eis: 180 dagen celstraf waarvan 115 dagen voorwaardelijk.
Wat onvoorwaardelijk resteert, 65 dagen, is de tijd die hij al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan kan het behandeltraject in de kliniek zonder onderbreking worden voortgezet.

De advocaat zegt na de eis dat hij de neiging heeft om het heel kort te houden.
Hij heeft vervolgens toch nog 7 minuten en 27 seconden nodig om de rechters duidelijk te maken dat wat de officier van justitie voorstelt, zo gek nog niet is.

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 15 – uitspraak
Hendrik kan – zodra hij de kliniek mag verlaten – naar zee. De rechtbank heeft conform de eis uitspraak gedaan: 180 dagen waarvan 115 voorwaardelijk.

Gerechtigheid

Hij haalt uit
Een keer
Vaker
Het bloed spat
Zij valt
Blijft liggen

Strafrechters willen vaak weten waarom.
Waarom deed u zus of waarom zo?
Waarom liep u niet weg?
En vooral: waarom hebt u het gedaan?

Riano (24) uit Groningen zegt dat hij klappen kreeg en dat hij niet kan vechten.
Daarom had hij zijn pistool gepakt, een Glock.
Hij had er mee in de rondte gezwaaid en toen had hij geschoten.
Gericht?
Natuurlijk niet, hij schoot in de lucht.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde niemand doden. Ik heb kinderen te onderhouden.’

Hassan (52) uit Emmen had andere redenen.
Hij vertelt met luide, indringende stem dat zij niet wilde praten, maar onmiddellijk begon te vechten.
Zoals altijd.
Ze trok aan zijn haren.
Toen had hij haar met wie hij al 26 jaar samen is, geslagen met een hamer.
Op haar hoofd.
Maar waarom?
Hassan: ‘Ze ging vreemd.’

Beide zaken hebben niets met elkaar te maken, maar dienden wel op een en dezelfde dag in zittingszaal 14, de rechtszaal van het strafrecht in Groningen.
Nog een overeenkomst: in beide zaken heeft de officier van justitie een poging tot moord ten laste gelegd.

Veel misdaden die worden berecht zijn pogingen.

Een poging tot mishandeling – dat komt vast en zeker op grote schaal voor – is niet strafbaar, maar proberen iemand van het leven te beroven is zo strafbaar als de pest.

Er was eens een man uit Rotterdam die na een jarenlange detentie zijn herwonnen vrijheid vierde in een horeca-etablissement in Groningen.
Op de dansvloer kreeg hij amok en werd met een vuistslag tegen de vlakte geslagen.
Om zijn geschonden eer te redden, liet hij zich naar de woning van zijn nieuwe rivaal rijden en schoot met een vuurwapen op de woning.
Een kogel ging dwars door de voordeur.
Er raakte niemand gewond, maar de rechtbank te Groningen oordeelde dat gesproken kon worden van een poging tot moord.
Er had iemand achter de deur kunnen staan.
De wanboffer kreeg acht jaar celstraf.

Het aantal moorden en doodslagen in Groningen, Drenthe en Friesland is niet bijster hoog.
Maar zouden alle pogingen tot moord en doodslag slagen, dan zou een gevaarlijke Mexicaanse drugsstad schraaltjes bij Noord-Nederland afsteken.
Gelukkig is het net andersom.

Toch moeten pogingen tot misdrijven niet worden gebagatelliseerd.
De lijn tussen een geslaagde poging en een mislukte poging is soms akelig dun.
Niet zelden blijft iemand het moordernaarsschap bespaard dankzij vakkundig medisch ingrijpen.

Een poging klinkt al snel als een mislukking, maar de wet weet daar wel raad mee.
De wet spreekt van een voltooide poging.
Het slachtoffer is dan in leven gebleven.

Een man had tijdens een ruzie een mes uit de keuken gehaald en vervolgens zijn irritante zeurvriend neergestoken.
Hij schrok van het gutsende bloed en belde 112.
De zwaargehavende vriend werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht en met nog meer spoed geopereerd.
Spoed redde zijn leven.
De advocaat zei dus dat het leven was gered omdat de verdachte onmiddellijk 112 had gebeld.
Ook een bewijs dat de verdachte geenszins van plan was geweest zijn vriend te doden.
De advocaat dacht de ‘voltooide poging’ te omzeilen.
De rechtbank dacht het niet.
Leroy kreeg een jaar celstraf.

Waarom, vragen de rechters aan Riano, waarom kreeg u klappen?
Riano zegt dat er ruzie was ontstaan en dat hij ertussen was gesprongen om de ruziënde mannen uit elkaar te halen.
Waarom, vragen de rechters, beweren anderen dat u probeerde een gouden ketting te stelen?
Getuigen zeggen dat de man die probeerde de gouden ketting te stelen ook de man was die schoot.
Riano heeft geen idee waarom getuigen dat zeggen.

Rechters: waarom had u een pistool bij u?
Riano zegt dat zijn vader in 2010 is doodgeschoten.
Sindsdien draagt hij een wapen.
Daarom.

De officier van justitie wikt en weegt en zegt dat ze het schieten niet kan vertalen in een poging iemand van het leven te beroven.
Er is te weinig bewijs.
De poging tot moord kan wel worden gewijzigd in een diefstal met geweld, gericht op die gouden ketting.
Dat kan qua vrijheid een boel schelen.

Waarom, vragen de rechters aan Hassan, waarom had u zich verstopt achter de wasmachine?
Hassan zegt dat hij zijn vrouw had verboden alleen naar buiten te gaan.
Waarom leek hem logisch.
Vanwege die ander die er was.
De rechters vragen of Hassan het normaal vindt dat hij zijn vrouw beperkt in haar vrijheid. Hassan zegt ja, hij antwoordt dat zijn vrouw dat had verdiend.

Zijn schoonzus dacht daar anders over en nam haar zus mee naar haar huis.
Hassan bleef alleen achter.
Dat was op een zondag.
Op dinsdag kwam zijn verloren vrouw even thuis om wat kleren op te halen.
Hassan vertelt de rechters dat hij toen juist aan het klussen was.
Hij spijkerde in de gang een stukje loszittend tapijt vast met een hamer.
Toen hij haar hoorde binnenkomen, verstopte hij zich achter de wasmachine.

Waarom?
Hassan stelt een wedervraag: als zij dan zo bang voor mij was, waarom kwam ze dan thuis? Nou?

Ineens had hij voor haar gestaan.
Hij had heel griezelige ogen, zou zijn vrouw, inmiddels ex, verklaren.
Hij haalt uit.
Een keer.
Vaker.
Het bloed spat.
Zij valt.
Blijft liggen.
Hassan rent naar buiten en roept naar een buurman dat hij zijn vrouw misschien wel heeft doodgeslagen en dat onmiddellijk 112 moet worden gebeld.
De traumahelikopter landt in de straat.
In het ziekenhuis blijft ze in leven.

Hassan zegt dat hij spijt heeft, dat hij het nooit had moeten doen.
De spanningen waren ontstaan toen hij zijn baan in de ijzergieterij kwijtraakte.
Ze hadden de woning moeten verkopen.
Toen het geld op was, was hij ook gestopt met zijn gokverslaving.
En nu heeft hij besloten dat hij haar nooit weer wil zien.

Hij zegt: ‘Ik heb nu behoefte aan rust.’
Hij zal Emmen vaarwel zeggen om in Amsterdam een nieuw leven op te bouwen.
Tegen de rechters: ‘Ik betreur wat er is gebeurd. Ik zal de schadevergoeding betalen.’
Ruim 5.000 euro.

De officier van justitie zegt dat Riano met zijn geschiet veel onrust heeft veroorzaakt.
Ze eist twee jaar celstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Een strafzaak later zegt ze dat Hassan achter de wasmachine is gekropen om zijn kans af te wachten.
Dat was voorbedacht.
Omdat zijn naar vrijheid hunkerende vrouw nog leeft, is het gelukkig bij een poging gebleven.
De eis: acht jaar gevangenisstraf.

Waarom?
Het is een poging tot gerechtigheid.

Rob Zijlstra

uitspraken op 23 maart

Niets te verliezen

We vertroetelen 

het idee dat de misdaad

kan leiden naar een 

groots en meeslepend leven

Overdag vinden we dat de misdaad bestreden moet worden, met zwaardere straffen en als het even kan te ondergaan in tochtige gevangenissen.
Maar als dan de avond is gekomen en de televisie is aangezet, dan willen we de misdaad voor geen goud missen.
Dan vertroetelen we het idee dat de misdaad kan leiden naar een groots en meeslepend leven.
De televisie blijft dat maar herhalen.

In ’t echt is ’t anders.

Neem Don.
Hij is 27 jaar, woont zelfstandig, zijn ouders drie straten verderop.
Contact heeft hij nauwelijks met ze.
Tegen de rechters zegt hij dat hij bezig is een goede toekomst neer te zetten.
Dat moet hij alleen doen en soms samen met zijn vriendin met wie hij in de schuldsanering zit.
Don heeft voor 9.000 euro boetes openstaan.

Op een dag is zowel het geld als het eten op.
Beide heeft hij dringend nodig.
Lenen is geen optie meer.
En zo kan het gebeuren dat hij via het internet een pizza bestelt en als de bezorger het steegje inloopt hij zijn mes laat zien en vraagt: ‘Is het je waard neergestoken te worden? Nee? Geef dan je portemonnee en je mobiele telefoon.’

Rijkdom brengt het hem niet.
Een paar tientjes.
De telefoon, een iPhone 5, is beveiligd.
Daar kan hij dus niks mee.
Don besluit het toestel terug te brengen naar de pizzeria waar hij zijn valse bestelling had gedaan.
Kijk, zegt hij, heb ik gevonden.

De politie spoort hem op – gestolen mobiele telefoons zijn grote verraders – en de officier van justitie spreekt zijn verbazing uit.
‘Dat u zulke gemakkelijke keuzes maakt. Even geen geld, en dan hupsakee, een overval. Ik eis acht maanden gevangenisstraf.’
Don buigt het hoofd.
Daar gaat z’n toekomst.
Uitgerekend nu hij weer naar school wil om zijn koksopleiding af te maken.
Hij wil pizzabakker worden.

Of Neem Santino die twee jaar geleden ook al eens in zittingszaal 14 zat, toen vanwege een serie lelijke woninginbraken.
Santino kijkt samen met zijn vriend naar Alberto Stegeman op de televisie.
Het is inspirerend en een groots idee ontstaat: we gaan pedo’s pakken.

Ze kruipen achter de computer, maken een account aan en chatten er lustig op los.
Ze doen alsof ze Nickie en 15 jaar zijn.
Als snel meldt zich een man die wel in is voor een vrolijk samenzijn met een ondeugende 15-jarige.
Op de afgesproken plek, nog diezelfde avond, stappen ze bij de man in de auto en zeggen dat zij Nickie zijn en nu geld willen hebben.
Zo niet, dan vertellen ze aan de politie dat hij een vieze pedo is die seksuele dingen chat met een meisje van 15.

De man betaalt vijftig euro.
Stegeman bedankt.
Terwijl zij linea recta naar de McDonald’s gaan, doet de man aangifte.

Santino zegt tegen de rechters dat hij inmiddels 22 jaar is en zijn jeugdige onbezonnenheid kwijt is.
‘Ik kijk nu heel anders tegen de dingen aan.’
De officier van justitie: acht maanden celstraf, de helft voorwaardelijk.

Dan Michael.
Hij is 47.
In het jaar dat Santino wordt geboren, gaat hij aan de slag als financieel medewerker bij een aannemer.
Jaar in, jaar uit houdt hij de boeken bij, maar geluk brengt het niet.
Ook thuis met een vrouw en drie jengelde kinderen voelt hij zich niet op z’n gemak.

Op een dag meldt de echtgenote bij de politie dat haar man niet is thuisgekomen.
Een dag later doet de aannemer aangifte van verduistering.
De twee meldingen blijken bij elkaar te horen.
Michael is met de noorderzon vertrokken.
Ontdekt wordt dat hij een vliegticket heeft gekocht, Toronto Canada.
De spaarrekeningen van de drie kinderen zijn geplunderd, de zesduizend gespaarde euro’s zijn weggeschreven.
De aannemer: ‘En ik ben 262.000 euro lichter.’

Kort daarop wordt veel duidelijk als de echtgenote een sms’je van Michael ontvangt.
De boodschap: ‘Ik kom nooit meer thuis.’

Deze week zit Michael in de verdachtenbank.
Hij zegt dat hij niets wil zeggen.
Waarom niet?
‘Dat wil ik ook niet zeggen.’
Rechters: ‘U vindt het moeilijk?’
Michael: ‘Ook.’

Zeven maanden is hij in Canada geweest.
Daarna wil hij naar Spanje.
Maar misschien ook wel niet.
Hij landt in elk geval in Londen en daar op het vliegveld wordt hij aangehouden en uitgeleverd aan Nederland.

Heeft hij de tijd van zijn leven gehad?
Groots een meeslepend geleefd in Canada?
Alles gedaan wat God verboden heeft?
Met wilde, lange nachten die 22 jaar duf boekhouden voor altijd doen vergeten?

Neen.

Wanneer Michael in het vliegtuig stapt om nooit terug te keren, heeft hij bijna geen geld meer.
Vrijwel platzak komt hij in Toronto aan.
Onderdak vindt hij bij een gemeenschap die je ook een sekte kunt noemen, zegt hij in zijn spaarzame woorden tegen de rechters.

Jarenlang vertelt hij thuis dat hij het druk heeft op zijn werk, dat hij daarom zo vaak moet overwerken tot in de nacht.
In werkelijkheid zit hij dan in het casino.
In de boekhouding van de aannemer bestaat een fictief bedrijf met een bankrekening op zijn naam.
Als hij een keer ziek is en het bedrijf een tijdelijke vervanger zijn werk laat doen, komen 49 dubieuze overboekingen aan het licht.

Michael wordt door zijn werkgever ontboden om tekst en uitleg te geven op de dag dat zijn vrouw hem bij de politie als vermist opgeeft.
Het verduisterde geld en ook het spaargeld van de kinderen is via het Holland Casino in ’s lands staatskas terechtgekomen.

Alles is vergokt.

Gedragsdeskundigen hebben een ernstige vorm van verslaving vastgesteld.
En het Syndroom van Asperger.
De rechters: ‘U ervaart schuld, maar kan daar geen uiting aan geven. U voelt geen spijt. U denkt concreet en rechtlijnig. U ligt er ook niet wakker van.’
Michael: ‘Ik ben het liefst alleen.’
Rechters: ‘Wat doet het met u?’
Michael haalt de schouders op en zegt: ‘Mijn geval heeft in elk geval een naam.’

De officier van justitie zegt dat Michael met de schrik vrij mag komen.
Als het aan de aanklager ligt krijgt hij de 35 dagen celstraf die hij al heeft uitgezeten. Daarnaast een werkstraf van 180 uur.
Het geld dat er niet meer is moet worden terugbetaald.

Ik kijk de advocaat van Michael na als zij zingend het gerechtsgebouw verlaat.
Met haar linkerhand slaat zij de kraag van haar lange jas omhoog en stapt dan gehakt de regen in.
Ze zingt: ‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Rob Zijlstra

update – 22 januari en 29 januari – uitspraken
Don – schuldig en strafbaar – 7 maand waarvan 3 voorwaardelijk
Santino – schuldig en strafbaar – 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk
Michael – schuldig en strafbaar – een taakstraf van 240 uur en 336 dagen celstraf waarvan 300 voorwaardelijk (michael heeft na zijn aanhouding 36 dagen vastgezeten, vandaar.)


 

‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Like a rolling stone (Bob Dylan)

Biljet van 50

cropped-euro11.jpgDe waarheid ligt niet voor het oprapen rond een op de grond gevallen biljet van 50 euro.

Harm zegt dat het zijn biljet is.
Het lag op de grond, op de grond van de Grote Markt, dat is toevallig zijn huiskamer.
En alles wat in zijn huiskamer op de grond ligt, is van hem.
Dat zegt hij.

Harm is grappenmaker.

Pim zegt dat het zijn biljet van 50 euro is.
Hij wilde zijn fietssleutel uit de broekzak halen en toen viel het biljet op de grond.
Ineens stond een man voor zijn neus en die pakte het geld.

Harm: ’Dat is niet waar.’
Pim: ‘Ik zei, geef me mijn geld terug. Ik pakte hem bruut vast, toen kreeg ik een klap of duw, ik viel op de grond. Dat was bij de poffertjeskraam.’
Harm: ‘Ik vind het heel erg voor deze meneer, maar ik heb hem niet geslagen.’

Pim is met zijn vriend Tim op stap.
Om half drie in de middag zijn ze begonnen met drinken.
Tegen middernacht wil Tim naar huis.
Pim niet.
Omdat hun fietsen met sloten aan elkaar vastzitten, loopt Tim met Pim mee.
Bij de ABNAmro pint Tim geld, want Pim moet de rekening in het cafe nog betalen.
Ondertussen kiften ze.
Tim vindt het maar niks dat Pim nog in de nacht wil blijven.

Ze zijn beide als getuigen opgeroepen.

Kan het zo zijn dat Pim boos van dat gekift het geld op de grond gooide en riep ‘ik hoef je geld niet’ en dat ineens daar Harm was?
Pim: ‘Nee.’
Tim: ’t Zou kunnen. Ik heb het beeld niet scherp.’

De rechters willen van Tim weten of hij dronken was.
Tim denkt dat hij ongeveer 20 glazen bier had gedronken.
Rechters: ‘De gemiddelde garnalenvisser kan wat meer bier wegzetten dan de kantoorklerk, maar met 20 glazen op ben je niet nuchter.’
Tim: ‘Ik was niet dronken,’

Pim wel?
Pim was die nacht gewond thuisgekomen.
Nadat hij bij de poffertjeskraam was opgekrabbeld holde hij weer achter Harm en zijn 50 euro aan.
Onder de Martinitoren zou Harm hem toen hebben geslagen met een fietsketting.
Harm schudt het hoofd.
Tim zegt dat hij het ook niet weet.
Hij zegt: ‘Toen Pim ’s nachts thuiskwam, was ik de hond aan het uitlaten.’

Er zijn twee getuigen die nabij de Febo (Grote Markt / Oosterstraat) hebben gezien hoe Pim achter Harm aanholde terwijl hij riep ‘geef mijn geld terug’.
Er zijn ook camerabeelden waarop is te zien dat Harm een slaande beweging naar achteren maakt, naar Pim.
De advocaat: ‘Ja, te zien is dat Pim blijft staan. En dat-ie dan gaat liggen.’

De rechters vragen aan Harm waarom hij het biljet niet gewoon teruggaf.
Harm zegt dat hij grappenmaker is.
Hij maakt grapjes op straat.
En daar vraagt hij dan een beetje geld voor.
Van dat geld leeft hij.

Rechters: ‘Maar het geld was niet van u.’
Harm: ‘Hij gooide het in mijn richting. Dan is het van mij.’

Harm was vroeger veelpleger en pikte vooral uw fietsen.
Nu dus niet meer, zegt hij.
Nu doet hij het dus anders.
Soms doet hij ook raadsels.
En hij kan trucjes.
Hij kan spijkers uit zijn neus toveren.

Hij zegt: ‘Voor een goede grap of raadsel krijg ik wel eens 50 euro.’
Rechters: ‘Op straat?’
Harm: ‘Ja, ik heb zelfs een keer 100 euro gekregen.’
Een van de rechters: ‘Dat geloof ik niet.’

De rechters willen weten hoe Harm zijn toekomst ziet.
Ze hebben gelezen dat hij een lijvig strafblad heeft met weinig goeds.
En dat hij niets meer te maken wil hebben met hulpverleners en instanties.

Rechters: ‘Eens komt u weer vrij. Wat gaat u dan doen?’
Harm: ‘De uitkering weer opstarten en bij mijn ouders wonen.’
Rechters: ‘Is dat wel een goed idee? Hoe lang gaat dat goed denkt u?’
Harm: ’Niet lang.’

De officier van justitie zegt dat hij niet kan bewijzen dat Harm Pim heeft geslagen met een ketting.
Maar wel dat Harm die 50 euro heeft gestolen, een diefstal die werd gevolgd door geweld.
Getuigen zeggen het en het slaan staat op beeld.
Anders dan de advocaat het ziet, zegt de aanklager dat Pim niet gewoon gaat liggen, maar een klap krijgt en dan ineen krimpt.
(Het zullen wel weer slechte beelden zijn.)

De officier van justitie zegt ook dat Harm zich vaker met geweld aan diefstal heeft bezondigd
En dat er weinig goede voornemens zijn te bespeuren.

De advocaat zegt dat Pim en Tim – ook als getuigen onder ede – liegen dat ze barsten.
Dat ze flink hadden gedronken en dat mensen die flink drinken rare dingen doen.
Bushokjes in elkaar trimmen of – in dit geval – 50 euro op straat weggeven aan een grappenmaker.
De advocaat: ‘Er is niets wederrechtelijk toegeëigend.’

De officier van justitie: ‘Hij moet straf hebben. Ik eis 8 maanden gevangenisstraf.’
Harm: ‘Pff.’

Pim en Tim hebben de rechtszaal dan al lang verlaten.

Rob Zijlstra

uitspraak op 10 november

Link loslopend wild

maltal
kop en bericht kloppen niet helemaal…

Criminelen worden nogal eens over één kam geschoren.
In werkelijkheid vormen misdadigers een bont gezelschap.
Neem straatrovers.
Onder hen zijn brute types die niet schuwen geweld te gebruiken, rovers die daar slechts mee dreigen, keurige jongens zonder werk en gluiperige mannen met goede banen.

Een half jaar geleden werd in een buitenwijk van Groningen een fietsende man beroofd.
Op klaarlichte dag.
Plots was een auto voor hem gestopt waaruit twee mannen sprongen.
De een richtte een wapen op zijn hoofd, de ander griste de tas uit de handen.

Het slachtoffer deed aangifte.
In die tas zat welgeteld 15.000 euro, bedoeld voor het inrichten van de babykamer.
Nu is de politie in Groningen gekke Henkie niet.
Hier was meer aan de hand en dat bleek deze week.

In de verdachtenbank zaten drie mannen die de straatrovers zouden zijn.
Achmed (31) ontkent niet.
Hij was de bestuurder van de auto.
Maar dat de buit uit 15.000 euro’s bestond, bestrijdt hij: ’t was veel meer, het was 38.900 euro.

Achmed vertelt dat hij best bang was geweest en dat het slachtoffer altijd een wapen draagt omdat hij ruzie heeft met Antillianen.
Daarom had hij voorafgaand aan de beroving whisky gedronken en cocaïne gesnoven.
Dan ben je voor even voor niemand bang.

Klaas (21) wil er niet veel over kwijt.
Hij had het aan zijn moeder verteld en die had weer contact met de politie gehad.
Zo zijn moeders.
Ook al omdat er zestien gewapende mannen aan haar deur waren geweest die 40.000 euro wilden hebben van haar zoon.
Of anders…

Siyaad (26) zou de derde boef moeten zijn omdat hij met zijn gouden tand linksvoor voldoet aan het signalement.
Hij ontkent.
Dat Klaas – een vriend – bij de politie zijn naam had genoemd vindt hij raar.

Achmed vertelt over het waarom.
Hij werkte voor het slachtoffer.
Hij knipte henneptoppen in diens hennepkwekerijen in Groningen en Drachten.
Zes maanden lang had hij geen salaris ontvangen, terwijl hij wist dat zijn werkgever geld zat had.
Iedere maand kwam een Duitser langs die voor 50.000 euro heroïne, cocaïne en hennep bij hem kocht.

Daags na zo’n deal hadden ze een nacht gepost bij de woning.
Toen het klaarlicht was geworden en hun doelwit op zijn fiets was gestapt, hadden ze hem gepakt.

Rechters: ‘Dus u samen met Klaas en Siyaad?
Achmed: ‘Daar wil ik niks over zeggen.’
Rechters: ‘Bent u bang voor hen?’
Achmed, hij kijkt even opzij: ’Voor hen? Nee.’

De behandeling van de strafzaak duurt tot in de avonduren, maar meer helderheid komt er niet.
De officier van justitie zegt dat het slachtoffer niet helemaal onschuldig is, net zo min hij het achterste van de tong laat zien.
Niettemin gaat het om een kille beroving.
Ze eist dertig maanden celstraf tegen Klaas en Siyaad en twee jaar tegen de illegale Achmed.
Samen moeten ze 15.000 euro – conform de aangifte – inleveren.

Nu kun je zeggen dat deze drie vermeende criminelen nog een reden hadden.
Niet goed, maar er was een aanleiding, een zeker motief.

Dat kun je niet zeggen van Wouter (27) en Mark (28).
Anders dan Achmed, Klaas en Siyaad hebben zij geen groots crimineel verleden.
Toch zijn juist zij bloedlink: Wouter en Mark beroofden zomaar iemand, willekeurig.
En nog erger: ze weten niet eens waarom ze dat deden.

Ze hadden whisky gedronken en cocaïne gesnoven (wat is dat toch?), ze waren rondjes gaan rijden met de auto door de stad en toen het al lang geen klaarlichte dag meer was parkeerden ze de auto en gingen ze wandelen in het park, in het Noorderplantsoen.
Daar kwam een vrouw aan op haar fiets op weg naar huis.
Toen ze haar konden vastgrijpen, pakten ze haar, sloegen ze en gingen er vandoor met haar tas.
Lachend, want wat een lol.
Uit de tas graaiden ze een iPhone en de rest flikkerden ze in de bosjes.

Rechters: ‘Waarom?’
Nou, dat weten ze dus niet.
Ze zeggen: gewoon, zomaar, ’t ging onbewust.
Rechters, verontwaardigd: ‘Onbewust? Toe nou.’

Mark zegt dat Wouter de tas weggriste en dat hij de telefoon kreeg om het te verkopen en dat ze de opbrengst zouden delen.
Wouter: ‘Ik had een goede en vaste baan in de binnenvaart.’

De studente vertelt over haar angst, de concentratieproblemen, dat ze ’s avonds niet meer alleen op straat durft, dat ze studievertraging heeft opgelopen omdat ze ’s avonds colleges volgt.
Ze zegt: ‘Woede en angst putten me uit.’

Wouter: ‘Het is verschrikkelijk. Wat ik heb gedaan is het laagste van het laagste. Ik zal alles vergoeden.’
Mark, vader van drie kinderen: ‘Ik ook.’

Wouter en Mark zijn behalve bloedlink niet de meest snuggere rovers.
Nadat ze waren bijgekomen van het lachen logde Mark met het geroofde toestel in op een buitenlandse goksite waar hij een account had.
De politie had het toestel direct na de aangifte onder de tap gezet en kon zo zien wat er gebeurde.
De volgende dag ging een rechtshulpverzoek naar Malta om te achterhalen wie de eigenaar was van het account.
Malta: Mark.
Hij werd aangehouden en tijdens het derde verhoor verlinkte hij Wouter.

Ze mogen wat betreft de eis van het Openbaar Ministerie – kijkend ook naar Achmed, Klaas en Siyaad – in hun handen knijpen: zes maanden celstraf p.p.

Rob Zijlstra

UPDATE – 24 januari 2014 – uitspraak
Mark en Wouter mogen niet alleen in hun handen knijpen, ze mogen de rechtbank van Groningen de rest van hun op hun blote knieën bedanken. Dagelijks. Een vrijheidsstraf is passend vindt de rechtbank om vervolgens een taakstraf van 240 uur op te leggen. Mark kan op die manier zijn leven verder vorm geven. En Wouter hoeft niet de cel in omdat hij dan opnieuw zijn baan zal kwijtraken. In het vonnis staat: ‘Dit acht de rechtbank niet in het belang van de verdachte  en ook niet in dat van de maatschappij, omdat de mogelijkheid bestaat  dat verdachte in dat geval weer strafbare feiten gaat plegen.’  Aan het slachtoffer moeten ze samen 1.300 euro betalen.

De rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd.

In de strafzaken van Achmed, Klaas en Siyaad wordt maandag 27 januari uitspraak gedaan.

Op stap

Schermafbeelding 2013-05-10 om 22.28.00Ze zien er niet gevaarlijk uit, Ronnie van 18 jaar en Ronald die al 19 is. Integendeel.
Zie zien er met hun hippe kapsels uit als twee heel gewone jongemannen uit Hoogezand.
Ronnie van 18 wil automonteur worden en doet een opleiding in die richting.
Hij woont nog thuis en heeft een bijbaantje in de supermarkt.
Ronald volgt een mbo-opleiding die ertoe moet leiden dat hij op een dag accountmanager is.

Er zijn geen noemenswaardige politie- of justitiecontacten stellen de rechters vast.
Gezien de gebeurtenissen doen ze dat enigszins verbaasd.
Een van de rechters, wel wat gewend: ‘Het is toch heel bijzonder wat jullie hebben gedaan. En nou ik ben zo nieuwsgierig naar het waarom?’

Het antwoord blijft uit, zodat er na de strafzaak een groot vraagteken boven het Groninger gerechtsgebouw hangt.
Misschien is het antwoord heel eenvoudig te geven en als dat antwoord klopt, gaat dit verhaal over misschien wel de gevaarlijkste jongemannen van Groningen terwijl je dat niet zou zeggen.

Ronnie en Ronald doen dingen, terwijl ze niet weten waarom.
Ze zitten al drie maanden vast, maar ook in die periode is het lichtje niet gaan branden.
Wie doet zonder te weten, kan tot alles in staat zijn.
Dat is bloedlink.

In Hoogezand is alles al gesloten en omdat ze nog zin hebben, besluiten ze met een laatste trein naar Groningen te gaan.
Met z’n drietjes, want de minderjarige Paul gaat ook mee.
Ze willen whisky en bier drinken in de stad.

Zo’n reis per trein duurt zestien minuten.
In die tijd stellen ze vast dat ze niet veel geld bij zich hebben, vijftien, twintig euro.
Een probleem is dat niet want ze hebben een panklare oplossing.
Zodra ze in Groningen zijn, gaan ze eerst even mensen die ze tegenkomen slaan in ruil voor geld.

Het is 26 januari 2013.
Om een uur ’s nachts, om elf minuten over een en om 21 minuten over een komen bij de meldkamer van de politie berichten binnen van mensen die zijn geslagen, geschopt en beroofd.
Er zijn drie daders van wie redelijk goede signalementen beschikbaar zijn.
De politie gaat op zoek en tegen vier uur die nacht worden Ronnie, Ronald en de minderjarige Paul op het station aangehouden.
Ze hebben flink gedronken.

Ze belanden in de politiecel.
De volgende dag ontkennen ze alles, draaien er vervolgens om heen om uiteindelijk te bekennen dat ze drie personen hebben mishandeld en beroofd.
Het had 115 euro opgeleverd en van dat geld waren ze vrolijk op stap geweest.

Een van de rechters zegt dan dus dat het zo bijzonder is wat ze hebben gedaan.
Dat je besluit naar Groningen te gaan om onderweg af te spreken dat je mensen gaat mishandelen en beroven omdat je zelf te weinig geld hebt.
Rechter: ‘Leg mij nou eens uit hoe dat kan, hoe zoiets werkt bij jullie.’

Maar Ronnie en Ronald weten het dus niet.
Na lang aandringen zegt Ronald vragend: ‘Omdat we geld nodig hadden, om uit te gaan?’
Rechter: ‘Waarom drie berovingen, waarom niet vier, of twee, of vijf? Waarom zijn jullie na die derde gestopt?
Ronnie: ‘Toen hadden we ons doel bereikt, toen hadden we geld.’

De rechters geven niet op: ‘Maar hoe werkt zoiets dan?’
Het blijft stil.
De rechters: ‘Wie kwam op het idee?’
Wanneer de stilte onhoudbaar wordt, zegt Ronnie: ‘Het hoort niet, het is slecht.’
Rechters: ‘En wanneer heeft u dat inzicht gekregen?’
Ronnie: ‘Een dag later, op het politiebureau.’
Rechters: ‘Dus niet toen u met het geroofde geld op stap ging, toen vond u het nog niet slecht.’ Ronnie: ‘Klopt.’

Ronald zegt dat hij veel spijt heeft, maar dat hij vooraf ook al veel had gedronken.
Hoeveel? Hij heeft geen idee. Een gok? Tien. Blikjes? Nee, flesjes.

De drie slachtoffers, willekeurige passanten onder wie een maaltijdbezorger op een scooter, zijn flink toegetakeld.
Ze werden hard geslagen, met vuisten op de monden en toen ze op de grond vielen, werden ze overal hard geschopt.
Er braken tanden en er vloeide bloed, extra zichtbaar omdat er ook witte sneeuw lag.
Ronnie zal later nog zeggen dat hij flink was geschrokken van al dat rode bloed.
De maaltijdbezorger werd van zijn scooter geschopt toen hij nog reed.

Twee slachtoffers willen geld zien, ze eisen opgeteld 2500 euro.
De aankomende automonteur begrijpt dat wel, als je schade aanricht, dan moet je dat betalen.
De accountmanager in spe ziet het iets anders.
Hij begrijpt het ook wel, maar vindt het niet helemaal eerlijk.
Hij heeft wel geschopt, maar niet met vuisten op monden geslagen.
En om dan te moeten betalen voor tandartskosten?

De officier van justitie: ‘Het valt mij op dat deze verdachten, die tot 26 januari dit jaar heel gewone jongens waren, liegen, bedriegen, er om heen draaien en hun eigen aandeel zo klein mogelijk maken. Voor mij staat vast dat ze alle drie (dus ook de minderjarige Paul) geweld hebben gebruikt. Ze hebben op grove wijze inbreuk gemaakt op de privélevens van hun slachtoffers van wie het leven nooit meer hetzelfde zijn.’

Ronnie en Ronald horen de officier van justitie zeggen dat het heel goed is dat ze allebei een opleiding volgen.
Maar dat nu eerst moet worden afgerekend.
Ronnie hoort dat de officier van justitie wil dat Ronald 18 maanden in de gevangenis gaat zitten, Ronald hoort dat er 20 maanden worden geëist tegen Ronnie.

Ze staren voor zich uit.
Wat anders kunnen ze ook?
Wisten ze het maar.

Rob Zijlstra.

• minderjarige Paul moet zich (achter gesloten deuren) verantwoorden bij de kinderrechter

.

UPDATE – 17 mei 2013 – uitspraken
Ronnie en Ronald mogen in de handen knijpen of een taart naar de rechtbank sturen: beide zijn veroordeeld tot 15 maanden  celstraf waarvan zeven maanden voorwaardelijk. Samen uit, samen thuis. Hoewel de straffen lager uitvallen, acht de rechtbank wel alles wat het Openbaar Ministerie heeft aangevoerd, wettig en overtuigend bewezen.

 de rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd