strafrecht

De ratsmodee

Er zijn te weinig strafrechters
in Groningen (in Noord-Nederland)
om recht te spreken.

Zou de rechtbank in Groningen een winkelstraat zijn, dan zou die straat zich kenmerken door lelijke leegstand. Of een school. Zou de rechtbank in Groningen een school zijn, dan zouden ouders (en/of verzorgers) steen en been klagen vanwege de grote uitval van lesuren. De inspectie zou rapporteren dat er meer lessen niet doorgaan dan er worden gegeven.

De rechtbanken in Groningen, in Assen, in Leeuwarden – samen de rechtbank Noord-Nederland – zijn geen winkelstraten met dichtgetimmerde winkelpanden, geen scholen met lerarentekorten, maar instituten waar geschillen worden geslecht en waar wordt gezocht naar de waarheid (een waarheid). En dat allemaal om de boel om ons heen een beetje soepeltjes te laten verlopen. Functioneert de rechtspraak niet, dan gaat de samenleving naar de ratsmodee.

Onheilspellend begin, Zijlstra.
Gaat het niet goed dan?
Niet helemaal.

Er zijn te weinig strafrechters in Groningen (in Noord-Nederland) om recht te spreken. De boel loopt nog niet in het honderd, maar het kraakt hier en daar duchtig. Op de rechtbank noemen ze het een gebrek aan zittingscapaciteit. Dat suggereert dat er te weinig zittingszalen zijn, waar dan niemand iets aan kan doen. Maar dat is niet zo. Er is ruimte zat. Het zit ’m in de mensen.

Probleem van nu is ook dat als er iets bijzonders aan de hand is, iets dat afwijkt, dan wreekt zich dat direct. Zo wordt het reguliere misdaadwerk in de rechtbank van Groningen al weken gegijzeld door een grote strafzaak. Die zaak gaat over vieze olie en valse transporten tussen Farmsum (Delfzijl), Lelystad, Roosendaal en Duitsland. De vermeende strafbare feiten zouden zijn gepleegd tussen 2006 en 2010.

Het onderzoek duurde jaren en kostte naar verluidt miljoenen euro’s. In zittingszaal 14 is speciaal een grote kast geplaatst om alle dossiers te kunnen bergen. Tegen de twee verdachte directeuren zijn boetes en werkstraffen geëist. Een van de betrokken bedrijven, North Refinery, is al jaren failliet. Het strafproces
begon begin maart, afgelopen week zijn (voorlopig) de laatste woorden gesproken. De uitspraak is over een paar maanden. Daarna volgt hoger beroep, vast ergens in 2020.

Los van direct betrokkenen is niemand in deze voor buitenstaanders onnavolgbare kwestie geïnteresseerd. Uiteraard moet in zo’n zaak recht worden gesproken, kennelijk ook als dat ten koste gaat van het gewone strafwerk. En dan moeten de rechters die er wel zijn zich ook nog eens bezighouden met strafzaken in de kleinste categorie.

Zo was er afgelopen week een man die een andere man had geslagen, zoals mannen dat al honderden jaren doen en dat (heb ik gehoord) de komende eeuwen ook blijven doen. Er was een zaak die draaide om openlijk geweld op de skatebaan. Een mishandeling (klap met vlakke hand) in een scheidingsprocedure nadat hij de hond had uitgelaten en twaalf flessen bier had gedronken. Er was wederspannigheid, een bedreiging, een eenvoudige belediging van een ambtenaar, de gebruikelijke diefstallen (croissantjes, Groninger metworst, kleding).

En de 65-jarige mevrouw L. moest komen opdraven.

Mevrouw L. wordt beschuldigd van vernieling. Wat ze heeft gedaan? Zij heeft Guusje laten castreren en dat had ze niet mogen doen want Guusje is niet van haar. De castratie is daarmee wederrechtelijk. Het baasje van Guusje had aangifte gedaan en toen moest mevrouw L. op het politiebureau komen. Er werd proces-verbaal opgemaakt en mevrouw L. werd aangemerkt als verdachte van het vernielen van de kater. Zo zeggen juristen dat. Volgens de officier van justitie trof de eigenaresse haar kat in een andere staat aan dan ‘ie die ochtend de deur was uitgegaan. Met ballen weg, zonder ballen terug.

De eigenaresse van Guusje zit als slachtoffer achterin de rechtszaal, mevrouw L. in de verdachtenbank, voorin. De eigenaresse kijkt triomfantelijk nu het er naar uitziet dat er eindelijk recht wordt gedaan. Mevrouw L. moet af en toe huilen want ze vindt het verschrikkelijk dat ze voor de rechter moet verschijnen.

Mevrouw L. zegt dat ze te goeder trouw heeft gehandeld. Dat haar motieven zuiver waren. Bona fide. Niet Mala fide zoals de verdenking luidt. Ze dacht dat Guusje een zwerfkat was. In 2015 had ze Guusje als eens verzorgd. Ze had het beestje toen gevonden met een grote wond boven op de kop. Ze had de wond schoongemaakt en magere Guusje wat te eten gegeven. Guusje was daarna blijven komen. Ze gaf hem vaker te eten en ook een keer een wormenkuur want dat moet af en toe bij een kat.

In de buurt had ze navraag gedaan, maar niemand wist van wie Guusje was. Ze belde de dierenambulance. Of er een kater in de buurt werd vermist? Niet. Na een tijdje had ze een bandje met een kokertje om de nek van de kat gedaan met in dat kokertje een briefje. Of de eventuele eigenaar contact zou willen opnemen. Niet lang daarna was het kokertje verdwenen, maar een eigenaar meldde zich niet. Toen na twee maanden guur weer de winter aankondigde, besloot mevrouw L. Guusje in huis te nemen.

Om geplas en katergestink tegen te gaan nam ze Guusje mee naar de dierenarts voor een ‘je-weet-wel-ingreepje’. Iedereen blij. Zou je denken.

Maar de buurt was helemaal niet blij. Buurtgenoten kalkten op de muur van het schuurtje van mevrouw L. dat ze een kattenmoordenaar is en dat ze tbs moet krijgen. Of een rolstoel. Er volgden bedreigingen en pogingen om haar omver te rijden met een auto. In het dossier staat dat de buurtagent heeft bevestigd dat tegen mevrouw L. een hetze wordt gevoerd. Er zijn camera’s opgehangen en burgemeester Peter den Oudsten is ingeschakeld om te bemiddelen. Recent was er een kort geding waarbij een aantal buurbewoners een contactverbod kreeg opgelegd.

De ondervraging van mevrouw L. door de politierechter duurt een half uur lang. Daarna doet de officier van justitie haar verhaal. Zij wikt en weegt en zegt uiteindelijk dat ze mevrouw L. het voordeel van de twijfel geeft. De eis: vrijspraak. De politierechter is zonder twijfel. Zij zegt tegen mevrouw L.: ,,U heeft te goeder trouw gehandeld en ik zie geen enkele reden u te veroordelen.’’

De rechter merkt nog op dat ze hoopt dat de situatie in haar woonomgeving nu snel zal verbeteren. De eigenaresse van Guusje haast zich de rechtszaal uit, terug naar de buurt waar de pesterijen nog niet voorbij zijn.

Aan eigenrechters was nog nooit een gebrek.

Rob Zijlstra

Gebakken beslag

Alsof er een causaal verband bestaat
tussen misdaad en de beleving van veiligheid

Berrie is een grote man met een donkere baard.
Hij draagt een zwarte winterjas en een bijpassende muts met een springerig bolletje eraan.
Zo komt hij de rechtszaal binnen waar hij met een paar vriendelijke woorden schermafbeelding-2016-10-22-om-17-58-41welkom wordt geheten door de politierechter.
‘Goedemorgen. Fijn dat u er bent, gaat u maar zitten.’

Politierechters worden blijmoedig wanneer gedagvaarde verdachten komen opdagen, een enkele keer belonen zij dat zelfs met een bescheiden korting op de straf.

Berrie is ’s ochtends op de eerste herfstvakantiedag een van de weinige aanwezigen in het rechtbankgebouw van Groningen.
Zodra scholen de deuren gesloten houden (en er uitgerekend dan altijd babydieren in dierentuinen worden geboren waar de media over berichten) schakelt de rechtspraak over op een laag pitje.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen de dingen.

Berrie, hij is 33 jaar, woont nog bij zijn moeder met wie hij zo vaak hij kan naar de kerk gaat. Moeder weet dat hij een verdachte is, maar ze hebben het er samen niet over.
Dat wil hij niet.
Berrie heeft opzettelijk – want dat moet in het strafrecht – een afbeelding vervaardigd waardoor een rechtmatig belang is geschaad.

Hij had stiekempjes zijn mobiele telefoon verstopt in een damestoilet van het UMCG en wel zo dat het apparaat filmpjes kon maken van hoognodig bezoek.

De politierechter kijkt met een ernstige blik naar Berrie.
De rechter had in het strafdossier gelezen dat hij het al eens eerder had gedaan, dan nog werkzaam bij de Hanzehogeschool.
Ook toen moest hij bij de rechter komen en werd hij veroordeeld.
Berrie had daarna wel weer een baan gevonden, als schoonmaker in het ziekenhuis.
En daar nu dit weer.

De politierechter: Waarom doet u nou zoiets?
Berrie, de muts heeft hij afgedaan, maar de jas nog aan: ‘Om iets te laten lukken.’
Politierechter: ‘Iets laten lukken? Maar met welke bedoeling?
Berrie: ‘Er gaan veel dingen bij mij verkeerd. Ik wilde dat er een keer iets lukt.’
De politierechter: ‘Moest dat een blote vrouw zijn?
Berrie: ‘Bloot was de tweede gedachte. Het ging erom dat het lukte.’
Rechter: ‘Maar dan had u ook een opname kunnen maken van een boom om te kijken of dat zou lukken. Of moest het iets zijn wat niet mag?
Berrie: ‘Ja. Van de kerk mag het ook niet, het is gewoon verkeerd.’
Rechter: ‘Op de wc filmen mag niet van de kerk, maar het mag ook niet van de maatschappij. Nu is het dubbel niet goed.’

Berrie knikt.
En weer niet gelukt.
Zoals het met zijn school mis was gegaan, met het betalen van zijn rekeningen, ja, met zo’n beetje alles.
Merkt op: ‘Maar ik heb respect voor vrouwen. Ik accepteer de straf.’

De officier van justitie maakt er een heel theater van.
Zegt: ‘Dit liegt er niet om.’
Vraagt zich af: ‘Waar gaat dit eindigen?
En dan ook nog: ‘Dit baart mij grote zorgen.’
Om vervolgens een dag gevangenisstraf te eisen en een werkstraf van 40 uur.
De politierechter speelt het spel heel even mee en zegt, hardop denkend, heel langzaam: ‘Misschien moet ik u, ter afschrikking, een forse gevangenisstraf opleggen.’
Direct daarop, vlot: ‘Maar ik volg de eis van de officier van justitie. Heeft u dat begrepen?’ Berrie: ‘Ik ben het er mee eens.’

Met een ‘nog een prettige dag verder’ trekt hij de muts weer over het hoofd en ritst de jas dicht.
Zo verdwijnt hij in de stad, op de fiets richting moeder die misschien wel met een kopje thee op hem wacht.
De veroordeling zelf belandt in de misdaadstatistieken, statistieken zoals die ook deze week naar buiten kwamen.

De misdaad, zo luidde een conclusie, is wederom gedaald.
Tien jaar geleden registreerden we nog 1,3 miljoen misdrijven, vorig jaar waren dat er nog maar 970.000.
Dat is nog geen twee misdrijven per minuut.
Van al die misdrijven handelde het Openbaar Ministerie er 205.000 af, dat is zeg maar eentje in de drie minuten, maar wel dag en nacht achtereen en ook op zondag.

Zo kun je op duizelingwekkende wijze doorgaan met al die vrijmoedige cijfers waar sommigen van ons gretig gewenste conclusies aan verbinden over meer en minder of over veilig en onveilig.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen misdaad en de beleving van veiligheid.

Misdaadstatistieken verbergen (ook) gebakken lucht.

Paniek in Delfzijl.
In een woning, zo wil een melding, worden mensen gegijzeld of bedreigd.
Agenten gaan ter plaatse en trekken voor de zekerheid de kogelwerende vesten aan.
Ook Harvey (37), een ex-militair, krijgt een telefoontje: zijn jongste broertje zou in problemen zijn.
Ter plaatse blijkt er niets aan de hand.
Het kleine broertje zit ongedeerd op de stoep en Harvey zegt dat hij mee moet komen, weg van daar, weg van het gedoe.
De agenten bemoeien zich er mee – dat is hun werk – en er wordt heen en weer gepraat.
De grote broer moet zich dan legitimeren.

Rechter: ‘En toen?
Harvey: ‘Toen zeiden ze dat ze mij wilden aanhouden. Ze zeiden dat ik nog gevangenisstraf open had staan, maar ik wist dat dat niet klopte. Ik werd een beetje pissig van dat geneuzel.’
Rechter: En toen?
Harvey: ‘Toen zei ik pannenkoek.’
Rechter: Op luide toon?’
Harvey: ‘Ja.’
Rechter: ‘Tegen die agenten?’
Harvey: ‘Ja. Het verdient geen schoonheidsprijs.’

Dat hij ook ‘kankersmoel’ zou hebben gezegd, ontkent Harvey met klem.
‘Mijn moeder is twee keer genezen van kanker. Ik zou dat woord nooit op die manier gebruiken. Nooit.’

De strafzaak duurt bijna een uur.
Het Openbaar Ministerie heeft de meest boze officier van justitie naar de rechtbank gestuurd. Zij ziet Harvey het liefst achter slot en grendel.
Ze eist niet alleen een taakstraf van 40 uur, maar ook zes weken celstraf die Harvey bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
Hij liep nog in proeftijd.

Harvey: ‘Zes weken zitten omdat ik pannenkoek heb geroepen, dat is bizar.’
Fred Kappelhof, zijn advocaat: ‘Met het roepen van pannenkoek bega je geen strafbaar feit. Dan kun je ook niet worden veroordeeld.’

De politierechter ziet het anders: ‘Wie pannenkoek roept naar agenten, ook nog op luide toon, maakt zich schuldig aan belediging van een ambtenaar. Pannenkoek kan dan ook sukkel betekenen.’
Harvey wordt veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur.

Mocht u volgend jaar lezen dat in 2016 meer mensen in hoger beroep zijn gegaan dan in eerdere jaren, weet dan dat deze zaak daar een bijdrage aan heeft geleverd.

Rob Zijlstra

Een week 14 [3]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag, deel 3.

deel 1
deel 2
.

DONDERDAG 14 juli 2016

01.35 uur
Er ontstaat soms ophef na berichten in de media over zedenmisdadigers. Over pedofielen. Niet zelden gaat die ophef over de aanwezigheid van een verdachte of veroordeelde ontuchtpleger en/of kinderverkrachter. Niemand wil in de nabijheid van zo’n figuur wonen. Dan komt de burgemeester eraan te pas om te sussen en soms ook de televisie en dan wordt het allemaal nog erger.

Ik heb in twaalf  jaren in de rechtszaal zo veel ontuchtzaken voorbij zien komen dat het niet anders kan dan dat in iedere stadswijk, in elk dorp, hoe klein ook, er wel een of twee zedendelinquenten wonen. Gewoon bij u in de straat, hij is misschien wel uw aardige buurman. Voor het idee: de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen behandelt meer zedenzaken dan diefstallen of drugszaken.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 01.48.13

bron: eigen onderzoek

Ontuchtzaken wennen nooit. Een dief, een drugsdealer, wat ze doen, het mag niet, maar misschien hadden ze honger of schulden of beide. Zwakbegaafd, in de war. Geen excuus, maar toch… Voor iemand die voor eigen gerief zijn eigen kind verkracht, of het kind van iemand anders, ligt het anders. Voor zo iemand is er geen ‘maar toch…’

Het idee dat in Groningen (en dat is elders niet anders) tientallen, honderden kinderen wonen die gisteren, vandaag en morgen weer stelselmatig worden misbruikt, verkracht – soms dagelijks en dat jaren achtereen – gaat gezond voorstellingsvermogen te boven. En toch is het zo, het bestaat. De daders zijn meestal vaders,  stiefvaders, opa’s, soms een oom.

De rechtbank heeft donderdag heel de ochtend uitgetrokken voor dit soort zeden.
Voor de zoveelste zeden.

’s Middags zijn er gelukkig twee dieven.

09.45 uur
De eerste strafzaak loopt. Man (52) wordt door de rechters ondervraagd over de beschuldigingen van misbruik, gedaan door zijn dochter die nu 19 jaar is. Het zou zijn begonnen op vakantie in Benidorm toen ze 12 jaar was. Daarna gebeurde het op de camping in Wedde en vervolgens ook thuis in Stadskanaal. Zo luidt de beschuldiging.

De verdachte vader ontkent.
Hij zegt, samengevat: ‘Mijn dochter is een fantast. Ze zat aan de drank, aan de drugs, ze spijbelde, ze was alleen maar aan het feestvieren.’

Verdachte: ‘Ze zei ook altijd dat ze was geadopteerd.’
Rechter: ‘Was ze geadopteerd?’
Verdachte: Nee, ik was erbij toen ze werd geboren.’
Rechter: ‘Okay, ik niet.’

11.05 uur
Schermafbeelding 2016-07-14 om 12.53.44Tijdens de rechtszaak komt iets naar voren wat ik bij aanvang niet wist. De verdachte bekleedde tot vorig jaar een publieke functie die hij – volgens nieuwsberichten – neerlegde vanwege ‘fysieke omstandigheden’.

De vraag die ik regelmatig moet beantwoorden: hoeveel informatie laat ik weg om te voorkomen dat een verdachte publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? En: is dat wel mijn verantwoordelijkheid?

Ik leg de kwestie voor aan de redactiechef dan wel hoofdredactie om samen een wijs en journalistiek verantwoord besluit te kunnen nemen. Dit zijn heel lastige kwesties.

11.30 uur
De officier van justitie zegt dat deze vader zijn eigen dochter jarenlang seksueel heeft misbruikt voor eigen gerief. Alleen een langdurige gevangenisstraf is passend. Ze eist 36 maanden. De advocaat benoemt in zijn pleidooi de publieke functie die de verdachte bekleedde. Ik schrijf – in de rechtszaal – een artikel en stuur dat naar een aantal collega’s. De geraadpleegde collega’s op de redactie reageren niet veel later: publiceren. Inclusief functie waardoor verdachte niet langer anoniem is. Om 12.45 gaat het bericht online.

12.46
Zedenzaak 2, begint ruim een uur later dan gepland.  Schennispleger in de auto, raampje naar beneden, meisje van 9 op de fiets, een kwestie  uit mei 2015.  De verdachte: ‘Misschien heeft ze mijn riem gezien.’

13.00
Uitsprakentijd. Om niet meer tijd te verliezen wordt de verlate schenniszaak in zittingszaal 14 niet onderbroken, zoals te doen gebruikelijk, maar worden de uitspraken gedaan in zaal 13. In splits mezelf in tweeën.  Twee ongewenst verklaarde vreemdelingen – mannen uit Somalië – krijgen de veelplegersmaatregel isd opgelegd. Dat is 2 jaar zitten. Een man uit Appingedam die werd verdacht van oplichting – een miljoen euro – wordt deels vrijgesproken, deels schuldig bevonden wegens verduistering. Zijn straf: een jaar zitten. Een jonge verdachte uit Friesland wordt vrijgesproken omdat niet is voldaan aan het bewijsminimum. Terecht.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 13.28.45Ik ga niet terug naar de schennispleger in 14. Hij zoekt het maar uit. Ik vind het te weinig voor een nieuwsbericht. Een broodje. Vanwege al het onrecht en oneerlijke zaken, haal ik graag mijn broodjes bij Goud Eerlijk in de Nieuwe Ebbingestraat.

Straks een oplichterij rondom een zorgboerderij met een verdachte vader en zoon.

 

14.00 uur
Oplichting, dan wel verduistering van 11.000 en 24.000 euro. Verdachte vader is niet komen opdagen, verdachte zoon is er wel. Zoon loog bij de politie om zo de schuld op zich te nemen. Zoon: ‘Ik zou een lagere straf krijgen dan mijn vader met zijn strafblad.’ Komt daar nu op terug. Vader is een boef. Zoon zegt: ‘Als mijn vader vroeger weg was, wist ik nooit of hij in detentie zat of niet.’

De zaak gaat als een nachtkaars uit. Niet de zoon, maar de afwezige vader is de grote boef. Zoon mag wegkomen, vindt de aanklager, met een werkstrafje. Vader moet later – dit jaar nog? – terechtstaan.  Ik zie in mijn administratie dat de man tien jaar geleden ook al eens is veroordeeld. Hij verkocht toen niet bestaande entreekaarten voor echte voetbalwedstrijden.

16.05 uur
De zitting van vandaag is  gesloten. Nog even en de schoonmakers komen. Heb het gerechtsgebouw verlaten en zit nu op de krant. Laatst las ik dat een journalist schreef dat-ie op kantoor was. Vast een burgerjournalist. Een echte journalist zegt zoiets niet. Waar ik ben? Ik ben op de krant.

Op de krant is nog wat discussie over de verdachte met een publieke functie. Ik heb geschreven dat de man lid was van de gemeenteraad, fractievoorzitter zelfs, toen aangifte werd gedaan van ontucht. Het vermelden van de functie is daarmee relevant. Vinden wij op de krant.

IMG_8969 2

al thuis – in gedachten in een hangmat

19.10 uur
Ik ben momenteel columnloos. Zeven weken achtereen is de DvhN-weekeindekrant anders omdat wij in de zomer net doen alsof er minder nieuws is en er minder valt de duiden. Wat de rechtbank betreft, is dat een beetje waar: volgende week staan er in Groningen slechts drie strafzaken op de rol van de meervoudige strafkamer. In de vakantieperiode ligt niet de misdaad, maar wel de de strafrechtspraak op z’n gat.

Misdaadbestrijding en normhandhaving is en blijft een ambtelijke aangelegenheid.
Er is geen alternatief.

Voor mij betekent dit dat ik op donderdag tijdelijk geen verhaal hoe te leveren voor de zaterdagkrant. Een wekelijkse column is eervol om te hebben, het is alsof je een eigen praatprogramma hebt. Dan moet je altijd, een keertje niet is geen optie. Ik vind het geweldig om te doen. Het is verslavend. Maar even niet is op dit moment ook heel aangenaam.

Dit even duurt zeven weken.
Na zeven weken komt de strafrechtmachine uit de sluimerstand en heet de strafrechtspraak weer overbelast te zijn en kunnen er opnieuw allerlei draken worden bedacht om die overwerkte rechters te ontlasten.

Mijn column schrijf ik al jaren steevast op donderdagavond.
Nu dus even niet.
Nu ben ik al thuis.
Ik lig in volle overgave ontspannend in mijn hangmat in de tuin, gespannen tussen appelboom en eik, in handbereik wijn, een oude Miles Davis op de oortjes (dit in het geval het buiten zomers en aangenaam zwoel zou wezen).

Morgen – vrijdag – nog een internetoplichting, een man met kinderporno, een aan drugs verslaafde veelpleger met een dierenarts en Alex, een oude bekende die een telefoon zou hebben gestolen.

Een week 14 [2]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag, deel 2.

.

WOENSDAG 13 juli 2016

Schermafbeelding 2016-07-13 om 10.34.25

dagblad van het noorden, 21 juli 2005

10.00 uur
Naarmate ik langer in de rechtszaal zit, kom ik vaker oude bekenden tegen. Sommige verdachten vergeet ik nooit. Andy bijvoorbeeld nooit. Ik zag zijn naam deze week op een lijstje staan, een alledaagse en veelvoorkomende achternaam.

Er ging onmiddellijk een lampje branden. De man met het masker. De laatste (vooralsnog) bankovervaller van Groningen, de man die in de binnenstad van Groningen winkelpersoneel met klanten gijzelde. De man die niet alleen dreigde met zijn wapen, maar er ook echt mee schoot. De man die dat allemaal deed omdat hij geen geld had, maar wel cadeautjes wilde kopen voor zijn dochtertje

In december 2006 schreef ik een verhaal over hem. Hij kreeg toen 6 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Ik schreef onder meer dat hij nog wel een jaar of 10 (pakweg) zou moeten wachten alvorens op vrije voeten te komen. Nu het 10 jaar later is moet Andy weer komen opdraven in zittingszaal 14.  Ligt  het aan het Openbaar Ministerie dan is zijn wachten nog niet voorbij. Naar verluidt, meer wil de advocaat er nog niet over zeggen, komt de officier van justitie vanmiddag met een vordering de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.

het verhaal over Andy: excuses [pdf]

15.30 uur
Het gaat iets anders. Veel beter. Andy krijgt de complimenten van de officier van justitie Pieter van Rest. Tbs is gericht op de terugkeer in de samenleving en het is mooi dat dat hier lijkt te gaan lukken, zegt hij. Ook: ‘Meneer heeft met bloed zweet en tranen een mooi resultaat bereikt. Het perspectief is positief.’

Om nog een jaar een vinger aan de pols te houden stelt de tevreden officier van justitie wel voor de maatregel met een jaar te verlengen. De dwangverpleging was vorig jaar al beëindigd. De man moet zich nog aan vijf voorwaarden houden. Dat waren er elf.

De rechtbank heeft geen twee weken – gebruikelijk – nodig om tot een oordeel te komen. Na een beraad van nog geen vijf minuten meldt de rechtbank dat ‘we’ het gaan doen zoals de officier van justitie het heeft voorgesteld.

Bij het verlaten van de rechtszaal zeg ik tegen Andy: ‘Zet’m, op.’
Waarom niet?
Hij zegt: ‘Zeker weten’
Dat ik 10 jaar geleden een verhaal over hem heb geschreven, weet hij niet meer.
Maakt hem vast ook niet uit.

De advocaat zegt weer iets anders.
Zij zegt: ‘Zie je wel, het was een totaal oninteressante zitting.’
Ik ben bang dat deze advocaat nog denkt dat de pers alleen is geïnteresseerd in slechte zaken, in negatieve dingen.

17.05 uur
Ik ga voor de krant van morgen een positief artikel schrijven. Dat het goed gaat met de tbs’er. Ik heb 65 regels toebedeeld gekregen.

00.30 uur
Ik dacht ineens, het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Dat het goed gaat met de man is misschien voor de slachtoffers die hij maakte, ook na zo’n lange periode, misschien helemaal geen goed nieuws. Ik weet nog dat een van de slachtoffers haar baan opzegde, zo bang was ze om nog langer in een winkel te werken. Dat is heftig.

Schermafbeelding 2016-07-13 om 18.32.50

de krant van morgen

→  deel 1

deel 3

morgen – donderdag – is er een goed
gevulde rechtbankdag met met name
in de middag een bijzondere strafzaak 

Vogelvrij

De burgemeester:
ondernemers die hun zaken op

orde hebben, hebben vast iets te verbergen

Schermafbeelding 2016-05-13 om 01.23.17Op Twitter staan heus wel tweets die even tot nadenken stemmen.
Zo twitterde Erwin Witteveen, een deskundige die knaagt aan vaste gewoontes en oude aannames, een keer: ‘De grootste maatschappelijke kanteling die nu gaande is, is het groeiend besef dat autoriteit en deskundigheid twee losse begrippen zijn.’

Tijdens het even nadenken dacht ik dat je dan ook best kunt zeggen dat autoriteit en rechtvaardigheid niet per definitie twee handen op een buik zijn.
Niet meer.

Afgelopen week besloot de Raad van State (autoriteit) dat het terecht is dat een Groninger ondernemer niet meer mag ondernemen.
De ondernemer kan alleen ondernemen met een vergunning van de gemeente (autoriteit).
Hij is houder van een gedoogde koffieshop, een van de oudste van de stad Groningen.
Zijn handelen is, gelijk een bedrijf als bijvoorbeeld de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), aan strenge regels gebonden.

Aanstaande woensdag moet de koffieshophouder zijn zaak na meer dan 20 jaar sluiten.
De burgemeester van Groningen (autoriteit) denkt dat de ondernemer een crimineel is en vindt dat een crimineel geen vergunning moet krijgen.
Het zou me toch ook wat wezen, autoriteiten die de misdaad faciliteren.

Dat de Groninger ondernemer een crimineel is, zegt de politie (autoriteit).
De politie kan zoiets weten omdat die deskundig is op het gebied van de misdaad.
De Groninger ondernemer houdt zich volgens het gezag bezig met drugshandel, niet alleen in zijn eigen gedoogde koffieshop en aan de achterdeur, maar ook internationaal.
De politie had dat aan de burgemeester doorgegeven.

Harde bewijzen zijn er niet.
Er zijn aanwijzingen die een vermoeden opleveren.
Bestuursrechters van de rechtbank in Groningen gaven de koffieshophouder in de voorbije drie jaren driemaal gelijk: vermoedens tellen niet.
De koffieshop mocht geopend blijven.
De Raad van State denkt daar nu anders over en de Raad van State heeft altijd meer gelijk.
En in dit geval ook, vooralsnog, het laatste woord.

Het saillante is dat de koffieshopeigenaar nooit een verdachte is geweest.
Nooit is op basis van wat de politie dacht te weten een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar vermeende internationale activiteiten.
Er is nooit een strafzaak geweest en dus ook nooit een veroordeling.
Dat de ondernemer zijn administratie, ook voor de fiscus, op orde had, telt niet.
Sterker nog, de burgemeester van Groningen vindt dat maar verdacht: ondernemers die hun zaken op orde hebben, hebben vast iets te verbergen.

Het groeiende besef dat de overheid een burger van valse zaken mag beschuldigingen zonder daarvoor de bewijzen te leveren, is een enge gedachte.
Helemaal als dit verstrekkende gevolgen heeft, zoals de sluiting van een bedrijf.

De wet is bedoeld om de burger enigszins in het gareel te houden.
Opdat we niet massaal door het rode licht rijden, want daar komen ongelukken van.
Maar de wet is ook bedacht – nog veel belangrijker – om de burger te beschermen tegen de overweldigende macht van de overheid.
Daarom is een verdachte pas de dader als strafrechters zeggen dat dat zo is.
Voor een veroordeling is niet alleen wettig bewijs (volgens de regels van de wet vergaard) nodig, maar is ook overtuigend bewijs (het kan niet anders dan dat…) een vereiste.

De politie zegt dat Mohamed (23) ontuchtige handelingen heeft gepleegd in café De Tapperij op de Grote Markt in Groningen.
Na een nacht met vertier zou hij rond half zes des ochtends een vrouw (zij droeg een zwarte spijkerbroek) in haar kruis hebben getast.
Vervolgens maakte Mohamed, zegt de politie, een obsceen gebaar.

Mohamed moet huilen.
Hij zegt dat hij zoiets niet heeft gedaan.
Hij zegt dat hij zo niet in elkaar steekt, zo niet is opgevoed, dat hij een moeder heeft, dat hij respect heeft voor vrouwen.

Hij wilde die nacht eigenlijk naar huis, maar vrienden hadden hem overgehaald nog even mee te gaan.
Ze hadden hem wodka gegeven of whisky, terwijl hij liever Fanta drinkt of Sprite.
Wie die vrienden waren?
Mohamed weet het niet.
Eigenlijk heeft hij helemaal geen vrienden.
Iedereen die aardig tegen hem is, noemt hij een vriend.
Dat is ook een beetje zijn valkuil, rapporteerde de reclassering.
Mohamed is een kwetsbare en beïnvloedbare jongeman, iets te goed van vertrouwen.
Het positieve: hij heeft veel ambities en wil iets van zijn leven in Nederland maken.
Hij studeert elektrotechniek.

De jonge vrouw met spijkerbroek had gedanst.
Twee jongens waren op de dansvloer even opdringerig geweest, maar toen zij daar wat van zei, waren ze weggegaan.
Een uur later, toen zij naar huis wilde, werd ze van achteren in haar kruis gegrepen.
Onverhoeds.
Ze voelde een hand.
Haar broer liep op dat moment naast haar.
De beveiliging was gekomen en daarna de politie.
Mohamed werd aangewezen en moest mee naar het bureau.
De broer had wel wat gezien, een arm, maar niet dat die arm aan zijn zus was geweest.

Mohamed dacht dat hij werd aangehouden omdat hij dronken was.
Pas later, in de cel, vernam hij de echte reden.
Hij had ‘het spijt me’ tegen de agenten gezegd.
Spijt, vanwege het gedoe, dat de agenten zich nu niet met nuttige zaken konden bezighouden. Tegen de rechters, geëmotioneerd: ‘Dit doet mij veel pijn. U kunt mij 20 jaar geven, maar ik heb dit niet gedaan.’

De officier van justitie: ‘Zijn ontkenning overtuigt mij niet. Dat hij niet zo is, zegt niets. Mensen doen onder invloed van alcohol dingen die ze nuchter nooit zouden doen.’

Er zijn geen camerabeelden.
Er zijn geen onafhankelijke getuigen.
Er is een slachtoffer.
Zij wijst naar Mohamed.
Er is een broer die het niet heeft gezien, maar Mohamed ook aanwijst.
De officier van justitie: ‘Waarom zouden ze liegen?’ Hij gelooft best dat Mohamed respect heeft voor vrouwen.
Zegt: ‘Daarom acht ik de kans op herhaling klein en kan worden volstaan met een werkstraf van 50 uur.’ (eis).

advoOm van verdachte een dader te worden, zijn ten minste twee bewijzen nodig.
Aan dat wettelijke minimum is voldaan wanneer twee mensen zeggen dat het zo is.
Kan het slachtoffer zich ook vergissen?
Dat ze om half zes in de ochtend de verkeerde persoon heeft aangewezen?
Nee.
De officier van justitie kan zich daar niets bij voorstellen.

Mohamed heeft geen advocaat die in de rechtszaal verontwaardigd roept dat het niet veel gekker moet worden in deze rechtstaat waar burgers wel vrij, maar niet vogelvrij zijn.

Ik dacht, over de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) wordt gezegd dat het wel eens dingen vernielt.
Een vermoeden kan al voldoende zijn.
De NAM mag wel oppassen.

Rob Zijlstra

→ Ik schreef eerder over de kwestie van de koffieshophouder. Het betrof toen het verslag van de zitting (veldslag) bij de bestuursrechter:  snelrecht

 

update – 25 mei 2016 -uitspraak
Tot mijn verbijstering is Mohamed veroordeeld. Ik dacht dat de rechtbank met een vonnis zou komen waarin de rechters het Openbaar Ministerie er eens flink van langs zouden geven. Maar nee. De verklaring van de vrouw die in haar kruis werd gegrepen en de verklaring van haar broer die ook iets heeft gezien, waren voldoende voor een veroordeling. Dus het is waar: wanneer twee mensen zeggen dat een derde mens het heeft gedaan, dan is dat derde mens de sjaak. Wij zijn allen vogelvrij, het recht dat ons moet beschermen tegen willekeur en onrecht, laat ons zitten.

Was er dan echt niet nog iets anders waarop het bewijs is gestoeld? Jawel. Het feit dat Mohamed ‘het spijt me’ heeft gezegd tegen een politieman. Dat is, zo neemt de rechtbank aan, bedoeld als een schuldbekentenis. Dat Mohamed daar zelf een andere uitleg aan geeft, telt niet.

Mohamed vroeg aan de rechter die het vonnis uitsprak of hij nu geen paspoort meer in Nederland kan krijgen. Dat wist de strafrechter niet. De rechter dacht dat het wel mee zou vallen, ‘want u  heeft een heel lichte straf gekregen. Geen 50 uur onvoorwaardelijke werkstraf zoals de eis luidde, maar 50 uur voorwaardelijk. U merkt daar dus niets van,’ zei de rechter nog.

Mohamed was ontdaan.

Ik heb toen iets gedaan wat ik nog nooit eerder heb gedaan. Ik heb hem meegenomen naar de perskamer. Daar heb ik hem uitgelegd dat hij een advocaat moet zoeken, alles moet vertellen en moet uitleggen en om advies moet vragen met het oog op een hoger beroep. Ik heb hem een briefje meegegeven met de naam  en het telefoonnummer van een advocatenkantoor.

Mohamed zei dat hij dacht geen advocaat nodig te hebben omdat hij het niet heeft gedaan. ‘Had ik het  gedaan, dan had ik wel een advocaat meegenomen.’

Ik zal het vonnis – zodra beschikbaar  – hier publiceren.

r.z.

 

De kramakkelige brug

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis
maar kan nu het een jaar geleden is
nog niet zo veel

 

relaisEr zitten twee mannen in de rechtszaal die worden beschuldigd van iets wat ze niet met opzet hebben gedaan.
Verreweg de meeste verdachten plegen hun misdrijven wel met opzet.
Een woninginbraak is zelden per ongeluk, laat staan lucratieve drugshandel.

Deze twee mannen – ze hebben niets met elkaar te maken – hebben de misdaad waarvan ze worden verdacht, ook niet gewild.
Toch moeten ze zich als verdachten verantwoorden.
De ene doet dat maar al te graag, de andere als het even zou kunnen liever nooit.

Om met die laatste te beginnen: Max, 26 jaar.
Hij studeerde een tijdje in Groningen, maar besloot halverwege dat het beter was te gaan werken in Hoogezand.
Hij kocht voor het dagelijkse woon-werkverkeer een grijze Mazda MX-5, een sportauto die ook zonder dak kan.
Hoewel het uiterlijk van die auto heel sportief is, zei Max tegen de politie dat hij een defensieve rijder is.
Als je dat bent, dan is je rijgedrag gericht op het voorkomen van ongelukken.
Goed, in 2013 reed hij een keer 49 kilometer per uur te hard door Ten Post wat hem een boete van zeshonderd euro had opgeleverd.
Maar dat was eenmalig stom geweest.

Op 27 februari vorig jaar reed hij over de Petrus Campersingel in Groningen, na het werk, richting huis.
Hard.
Hoe hard?
Max denkt 70.
Een getuige: wel 100.
Max: ‘Nooit. Ik ken de weg. Er zijn kruisingen en er zijn daar altijd fietsers zonder licht. Daar let ik op.’

Het ging mis in een flauwe bocht.
Max verloor de controle, remde om vervolgens met een (achteraf berekende) snelheid van 73 kilometer per uur op een tegenligger te knallen.
De politiedienst die verkeersongevallen analyseert schat dat Max harder reed dan 90.
Dat is minimaal 40 te hard.
Nog veel erger: een van de twee inzittenden, niet de zwangere bestuurster van 24 jaar, maar haar 48-jarige moeder, raakte zeer ernstig gewond.

De rechters: ‘Het snelle rijden is u niet onbekend. Waarom reed u zo hard?
Max zegt dat het weer een eenmalige stomme fout van hem is geweest.
Maar waarom?
Dat zou hij niet weten.
Hij had geen haast of zo.

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis, maar kan nu het een jaar geleden is, nog niet zo veel.
Ze kan bijvoorbeeld niet lang staan, niet lang zitten of lang liggen.
Zichzelf verplaatsen lukt ook niet goed.
Artsen hebben verteld dat de pijn in haar lijf misschien voor altijd zal zijn.
Max zegt tegen de rechters dat hij wel kan janken.
Nee, hij heeft nooit contact gezocht met het slachtoffer.

Er is nog een alcoholdingetje.
Na het ongeluk moest Max blazen wat geen indicatie opleverde dat hij had gedronken.
Maar in het ziekenhuis – ook hij was gewond geraakt – roken artsen adem die riekte naar alcohol. De rechters vragen het drie keer op barse toon.
Drie keer zegt Max: ‘Nee, niks gedronken.’

De volksmond, zegt de officier van justitie, zou spreken van zeer roekeloos rijgedrag.
‘Juridisch kom ik daar niet bij. Meneer is wel hoogst onvoorzichtig geweest.’
Geen opzet, wel schuld.
De passende eis: een werkstraf van 240 uur, een maand voorwaardelijke celstraf, als signaal naar de samenleving en een jaar het rijbewijs kwijt.
Dan maar met de bus naar Hoogezand.

Voor Max zat Dirk (54) in de verdachtenbank.
Eindelijk, want hij had er zelf om gevraagd.
Het Openbaar Ministerie wilde een deal per acceptgiro.
Zou hij 450 euro betalen, dan lieten ze hem met rust.
Dirk vond dat niet eerlijk, want waarom een boete betalen als je niets hebt misdaan?

Dirk is operator.
De volksmond noemt hem brugwachter.
Al dertig jaar en nooit ging het fout.
Maar op die dag in september 2014 had hij met verbijstering op de beeldschermen gezien wat er was gebeurd.
Tijd om op de alarmknop te drukken was er niet geweest.

Bij Dorkwerd, even buiten Groningen, ligt een oude hefbrug over het drukbevaren Van Starkenborghkanaal.
Op die dag in september komt vanuit Groningen de Fossa aangevaren, een binnenvaartschip van tachtig meter lang.
Als het schip halverwege de geopende brug is, zakt plots de hefbrug.
Een paar seconden later plet het gevaarte de stuurhut.
De schippersvrouw aan het roer komt met de grootste schrik vrij.

De officier van justitie: ‘Verdachte heeft te vroeg op ‘brug neer’ gedrukt, niet met opzet, misschien wel uit routine.’
Brugwachter Dirk: ‘De brug ging spontaan naar beneden. Ik deed niks.’

Dorkwerd wordt net als de brug bij Aduard bediend vanaf de centrale post bij Gaarkeuken.
Daar zit Dirk voor beeldschermen achter de knoppen en kan hij met muisklikken zowel Aduard als Dorkwerd bedienen.
En dat doet hij die dag ook.
Want terwijl hij met Dorkwerd bezig is, komt er een melding en moet ook Aduard geopend.
Volgens de procedure kan Dirk dat.

De officier van justitie heeft een reconstructie in tijd gemaakt en concludeert dat Dirk elf achtereenvolgende seconden niet naar de camerabeelden van de brug bij Dorkwerd heeft gekeken.
Had hij wel gekeken, dan had hij het gezien, gezien dat het foute boel was en had hij kunnen ingrijpen met de rode noodknop.
Nu hij dat niet heeft gedaan, is er sprake van ‘aanmerkelijk onvoorzichtig handelen waardoor levensgevaar voor anderen is ontstaan’.
Er volgt geen nare strafeis.
Wel een vergelding, letterlijk.
Dirk moet alsnog die 450 euro betalen, vindt de officier van justitie.

De brug is nog diezelfde dag vrijgegeven.
Als veilig.
Volgens de advocaten van Dirk, hij heeft er twee voor de prijs van één, is achteraf vastgesteld dat de brug geen kuren vertoonde.
Maar twee techneuten van de provincie Groningen bekeken het later nog eens en kwamen tot de conclusie dat niet kan worden uitgesloten dat de hefbrug zakte als gevolg van een plakkend relais.
Nieuwe bruggen zijn niet voor niets voorzien van een extra veiligheidsrelais.
Blijft er eentje plakken, is er altijd nog de andere.

In wijze boeken staat dat het strafrecht met terughoudendheid moet worden toegepast.
Niet te veel, niet te weinig.
Geen te hoge, maar ook geen te lage straffen.
Niet alleen maar ratio, maar ook emotie.

Dat zal allemaal best, hoor ik de volksmond brommen, maar van ons mag die Max met z’n 100 door de bebouwde kom de volle mep krijgen.
Doe die terughoudendheid dan maar ten aanzien van Dirk, zolang niet kan worden uitgesloten dat in het mechaniek van de kramakkelige hefbrug van Dorkwerd een sleets relaitje zat.

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 17 maart
En zo geschiedde. Dirk is door de rechtbank vrijgesproken.

Weliswaar schuldig

Pyrrhus, de koning van Epirus, won twee veldslagen tegen de Romeinen, maar verloor daarbij een groot aantal mannen. Toen een van zijn generaals hem met zijn overwinning wilde feliciteren zou hij hebben opgemerkt: ‘Nog één zo’n overwinning en ik ben verloren.’ [wikipedia]

 


Keurig misdaadgeld, mag je dat houden?

Schermafbeelding 2016-01-13 om 16.04.47

achterdeur

Worden de twee Bierumer wietkwekers die schuldig werden verklaard, maar geen straf kregen opgelegd, vandaag donderdag alsnog via de portemonnee bestraft?
Het zou zo maar kunnen.

Donderdagmiddag doet de rechtbank in Groningen uitspraak in de ontnemingsprocedure die het Openbaar Ministerie vorig jaar tegen hen begon.
John en Ines hebben hennep geteeld en verkocht.
Hennep telen is strafbaar en het verkopen aan koffieshops wordt niet gedoogd.
De opbrengst is dus wederrechtelijk: het is misdaadgeld.
En omdat het kwade niet mag lonen, moet het verdiende geld worden ingeleverd.
Het geld gaat dan naar de staatskas en daarmee is het van ons allemaal.

De tegenwerping van de advocaten van de Bierumers, Sidney Smeets en Tim Vis, is dat zij belasting hebben betaald over de verdiensten.
Daarmee kan niet meer gesproken worden van misdaadgeld.
Het Openbaar Ministerie ziet dit anders.
De inbreker die zijn buit opgeeft als inkomsten, kan een aanslag verwachten van de fiscus, zei de officier van justitie.
Hij zei ook: ‘De belastingdienst heeft geen moreel oordeel over inkomsten.’

Het is nog iets complexer.
John en Ines stonden terecht wegens de hennepteelt.
Ze zijn zogenaamde principiële henneptelers.
Zij vinden dat de manier waarop zij hennep telen, de manier is waarop het zou moeten.
Met hoe zij het doen, zouden ze bijvoorbeeld de criminaliteit rond hennepteelt een flinke slag toebrengen en zou de staatskas er flink van profiteren.

Nu is het net andersom.

De rechtbank ging er  in mee en oordeelde dat de twee telers zich weliswaar schuldig hebben gemaakt aan een strafbaar feit, maar dat ze daarvoor geen straf verdienen.
Wat ze deden en vooral de manier waarop, past binnen de uitgangspunten van het Nederlandse softdrugsbeleid, vonden de rechters in Groningen.
Volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde wegen daarin zwaarder dan de strafrechtelijke aanpak van softdrugs.

De Bierumers… 

hebben openheid van zaken gegeven over het feit dat zij zich bezig hielden met de hennepteelt

hebben de benodigde elektriciteit op een verantwoorde en veilige manier afgenomen en de elektriciteitsrekeningen aan de leverancier betaald

hebben naast hun drugsinkomsten geen uitkering

hebben hun inkomsten en administratie bijgehouden, deze inkomsten opgegeven aan de belastingdienst en daarover ook belasting betaald

hebben geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt, er was geen sprake van een brandgevaarlijke situatie en er is geen overlast in de nabije omgeving geconstateerd

hebben enkel en uitsluitend willen afleveren en afgeleverd aan twee gedoogde coffeeshops, van grensoverschrijdende verkoop is voorts evenmin gebleken.

[uit het vonnis]

Diezelfde drie strafrechters moeten nu opnieuw met een oordeel komen over het keurig verdiende, maar vermeende misdaadgeld.
Kun je iemand geen straf opleggen omdat-ie het keurig heeft gedaan om vervolgens wel de verdiensten als misdaadgeld te bestempelen dat afgedragen moet worden?
Het gaat in deze zaak – volgens de berekeningen van het OM – om 174.988 euro.

Juridisch kan het.
John en Ines hebben de wet overtreden.
Daaraan zijn ze schuldig.
Het feit is dus bewezen en dat impliceert dat de verdiensten wederrechtelijk zijn verkregen en dus ook dat er moet worden afgerekend.
Ook keurige misdaad mag niet lonen.

In de geest van de uitspraak ‘wel schuldig, geen straf’ kan de rechtbank de hoogte van het ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ bepalen om vervolgens de terugbetalingsverplichting op nul euro vast te stellen.
Dat doen rechters wel eens vaker.

citaat ag

Of…
Het Openbaar Ministerie ging tegen de schuldigverklaring zonder straf in hoger beroep.
Het gerechtshof in Leeuwarden verklaarde de Bierumers eveneens schuldig, maar legde ook een straf op: drie maanden voorwaardelijke celstraf, gekoppeld aan een proeftijd van drie jaar.
De rechtbank in Groningen kan aansluiting zoeken bij dit arrest van de hogere rechters.
Dan zeggen de Groninger rechters dat een straf via de portemonnee bij nader inzien passend en geboden is.

De uitspraak is rond 13.00 uur en via @zittingszaal14 ‘live’ te volgen.

Rob Zijlstra

update – 14 januari 2016 – uitspraak
Het gaat bijna altijd (vaak, soms) weer anders dan je vooraf inschat. De rechtbank heeft het onderzoek heropend want voelt zich onvoldoende geïnformeerd, sprak de voorzitter. Het komt erop neer dat de rechtbank  de uitkomst van de lopende cassatie bij de Hoge Raad wil afwachten. Zodra er duidelijkheid is in de hoofdzaak, kan dan een beslissing worden genomen in de ontnemingsprocedure.  Een en ander kan nog wel een jaar op zich laten wachten. Eerste reactie van in rechtbankgebouw loslopende juristen: ‘Ja, eigenlijk wel logisch.’ Ook John laat weten zich te kunnen vinden in het tussenvonnis. ‘Ik begrijp het wel.’

het tussenvonnis 

 

Schermafbeelding 2016-01-13 om 16.16.43

Haalt Bierumer wietproces de geschiedenisboeken? [dvhn, 2 april 2014] link
Verslag strafzitting rechtbank Groningen [blog, 12 oktober 2014] link
Vonnis rechtbank Groningen [rechtspraak.nl, 16 oktober 2014] link
Arrest hof Leeuwarden, hoger beroep [rechtspraak.nl, 9 november 2015] link
Zitting ontnemingsvordering rechtbank Groningen [blog, 3 december 2015] link

 

Voorgenomen besluit (1)

 

2002 openbaar
Moord in Groningen.

2005 openbaar
Het Openbaar Ministerie eist levenslang.
De rechtbank in Groningen legt levenslang op.

2006 openbaar
Het Openbaar Ministerie eist in hoger beroep levenslang.
Het gerechtshof legt levenslang op.

2014 openbaar
De Hoge Raad wijst een verzoek tot herziening af.
De levenslange gevangenisstraf blijft gehandhaafd.
Het Openbaar Ministerie is tevreden.

2015 niet openbaar
De minister van veiligheid en justitie wil de tot levenslang veroordeelde het land uitzetten.
Het gaat om een voorgenomen besluit.
De levenslang veroordeelde kan op vrij voeten komen.
Het Openbaar Ministerie heeft geen bezwaar.

2016 niet openbaar
Bij het gerechtshof dient achter gesloten deuren een zitting over de uitzetting.

rob zijlstra

→ meer hierover, donderdag in Dagblad van het Noorden

Rechtsbedrijf in de branding

het recht als een solide instituut

Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.37.04Ik lees het boek De improvisatiemaatschappij.
Het gaat over de sociale ordening van een onbegrensde wereld.
In het boek staat dat er in de voorbije jaren veel is veranderd, dat vertrouwde rotsen in de branding zijn verdwenen en dat wij nu flink zoekende zijn.

Een hele klus want de morele helderheid is ver weg.
Ons zoeken gaat dan ook gepaard, schrijft de schrijver, met onbehagen.
Criminaliteit is van dat onbehagen een uitingsvorm.
Evenals frustratie en hufterig gedrag.

Voor wanhoop is evenwel (nog) geen reden.
We mogen dan behoorlijk in de war en richtingloos zijn, solide instituties als het bedrijfsleven, het onderwijs en het recht weten zich ook in chaotische tijden fier te handhaven.
Dat zegt wel iets.

Het recht als een solide instituut, daar wil ik rotsvast in geloven.

Maar het rechtsbedrijf in Groningen werkt op dit punt niet altijd mee.
Het rechtsbedrijf in Groningen wekt wel eens de indruk dat we haar niet altijd even serieus moeten nemen.
Nog niet heel lang geleden schreef ik over een mevrouw die als verdachte terecht moest staan omdat ze een propje papier op de grond had laten vallen.
De magistraten hadden elkaar in de rechtszaal ongelukkig aangekeken.
Hun blikken: waar we ook mee bezig zijn, zo moet het niet.

Maar vandaag doen ze het weer.
Vijftien mensen moesten donderdagochtend in de rechtbank van Groningen komen opdraven bij de politierechter omdat ze hadden gevist met of zonder een visakte dan wel met een akte die wel één, maar geen twee hengels toestond, omdat ze de vuilniszak niet op correcte wijze hadden aangeboden bij de ‘inzamelvoorziening’, iemand had een leeg blikje bier in de bosjes achtergelaten.

En al deze misdrijven zijn gepleegd in de eerste maanden van 2013.
De politierechter is er heden, een dag in december 2015, een hele ochtend zoet mee.

Maar het komt vast goed.
Hoop ik.

rob zijlstra

De improvisatiemaatschappij is een boek van Hans Boutellier
→ Het propje papier [doorslaand evenwicht]

 

blikje bier

Plaatsen delict

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.34.25

galjoot, nieuwe pekela

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.36.07

eikenlaan, groningen

Dit zijn twee plekken in Groningen waar in 2013 en 2014 misdrijven plaatshadden. De bovenste foto is aan de Galjoot in Nieuwe Pekela. Op 20 februari 2013 zat hier een inmiddels 34-jarige man te vissen ‘zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water’, zo staat het in de tenlastelegging (art 2 lid 1, Visserijwet 1963). Maandag 26 oktober 2015 moet de visman zich  verantwoorden voor de politierechter in de rechtbank van Groningen. De tweede (streetview-) foto is van de Eikenlaan in Groningen. Op 7 april 2014 zou hier een 52-jarige vrouw straatafval ‘ te weten een prop papier’ in de openbare ruimte hebben achtergelaten. Mevrouw heeft daarmee een economisch delict  gepleegd (art 26 lid 1 Afvalstoffenverordening Groningen 2012). Mevrouw moet zich maandag eveneens melden bij de politierechter.

Houden ze zich hier mee bezig op de rechtbank?
Ja.
Nee, echt?
Ja.

Ik zal morgen beide strafzaken volgen en verslag doen.

rob zijlstra

update – 26 oktober 2015 – uitspraken

De visman – een Duitse natuurliefhebber die in eigen land is belast mer het toezicht op de visserij – is vrijgesproken. Hij heeft niets strafbaars gedaan. De propjesmevrouw (zij was niet komen opdagen) vond de opgelegde boete van 140 euro te hoog. Zij is schuldig verklaard, maar heeft geen straf opgelegd gekregen.  Wat ze heeft gedaan is te veel niks. – Een verslag volgt

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.33.19

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.32.54

Strafrecht van jewelste

Schermafbeelding 2015-10-11 om 00.26.20Het recht is ook bedoeld om heel het raderwerk een beetje soepel te laten verlopen.
Als iedereen gehoorzaamt, werkt het.
Voor wie niet wil luisteren is er het strafrecht.
Toen dat laatste werd bedacht, was het wel de bedoeling dat het strafrecht pas zou worden ingezet als andere manieren niets hadden uitgehaald.
Dat werkte lange tijd, maar toen we ons in de jaren negentig om welke redenen ook steeds onbehaaglijker gingen voelen, kreeg het strafrecht een rol van jewelste toebedeeld.

Vandaag de dag denken we dat het strafrecht de oplossing voor bijna alles is.
Zeg iets lelijks tegen een ambtenaar en de strafrechtmachine begint te draaien.
In de rechtszaal is dat terug te zien.

Kun je in de rechtszaal van het strafrecht belanden door jezelf te bedreigen?
Dat kan.
In maart vorig jaar werd een 35-jarige man uit Groningen – jarenlang was hij hoofd van een stembureau – veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur en drie maanden voorwaardelijk celstraf nadat hij gedurende een lange periode zeer bedreigende sms-berichten naar zichzelf had gestuurd.
Na zo’n ontvangen doodsbericht verwisselde hij de sim-kaart van de telefoon en stuurde een bericht terug waarin hij smeekte met rust gelaten te worden.
Enzovoort.

Het hoofd van de man was danig in de war.
Hij had aangifte van die nare berichten gedaan en daar zat de pijn: de veroordeling had betrekking op het doen van een valse aangifte.
Niks hulp, maar voor de strafrechter ermee.

Kun je in de verdachtenbank terechtkomen als je probeert te voorkomen dat de tegenstander scoort?
Jazeker. Dat gebeurde nog niet zo heel lang geleden toen Ronnie, 18 jaar, klein van stuk en met dispensatie keeper van B1, in de 25ste minuut uit zijn doel kwam.
Kort daarop was er chaos met meppende spelers in de zestien en met gillende ouders langs de lijn.
De kleine keeper zou de spits in het gezicht hebben geschopt.
De scheids floot wel, maar er werd ook aangifte gedaan.
Ronnie hoorde in zittingszaal 14 een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan de helft voorwaardelijk wegens een poging tot doodslag.
Een heel seizoen zitten.

De rechters zeiden na twee weken van beraad dat ze de schop niet konden bewijzen, maar wel een klap.
Daar werd het etiket mishandeling aan gehangen.
De keeper kreeg een werkstraf van tachtig uur.

Kun je met dank aan het strafrecht in de gevangenis belanden als je radeloos bent en om hulp vraagt?
Het kan en het gebeurt.
Voorbeeld: er was eens een verschraalde man die niets meer had.
Hij zwierf door Europa.
Voor de slaap had hij tijdelijk onderdak gevonden in een geitenhok van een kleine kinderboerderij in een buurt in Groningen.
Op een koude en regenachtige dag zag hij geen toekomst meer en toen stak hij wat oude kranten in de fik.
Het houten geitenhok vatte vlam, de buurt zag rook en onraad en belde 112.
De man van niets meldde zich een dag later bij de politie nadat hij een foto in de krant had zien staan.
Hij schrok van wat hij had aangericht.

In de rechtszaal sprak de officier van justitie van een ‘schrijnende hopeloosheid’ om vervolgens vijftien maanden gevangenisstraf te eisen.
Het op deze manier afdwingen van hulp, neigt naar chantage.
Zeer ongehoorzaam.
De rechters vonden dat ook, maar hielden rekening met ’s mans omstandigheden: geen vijftien, maar tien maanden gevangenisstraf.

Kun je voor het strafgerecht worden gedaagd zonder dat je dat zelf in de gaten hebt of weet waarom?
Volgens de wet mag zoiets niet omdat de meest kwetsbaren meer recht op bescherming hebben dan op straf.
Maar in de praktijk gebeurt het wel.
Strafrechters moeten met grote regelmaat oordelen over mensen die verstandelijk gehandicapt zijn en soms niet eens zo’n beetje.
Strafrechters gaan dan op de knieën zitten om de verdachte vragen te stellen die een kind van vier nog net begrijpt.
Echt waar?
Maar die gaan dan toch niet naar de gevangenis?
Wel.
En ook steeds vaker.

Kun je in Nederland worden veroordeeld als je het beste wilt voor je kind?

Angela is een 35-jarige vrouw die in Nigeria is geboren en in Nederland woont.
Ze studeert internationaal recht en is bijna klaar.
Ze heeft een zoontje die ook in Nigeria is geboren, maar als tien maanden jonge baby naar Groningen kwam.
Aart.
Hij is nu 8 en kan voetballen als de beste.
De vader van Aart is een Nederlandse man.
Hij en Angela doen een vechtscheiding.

Powerplay.

Zo goed Aart aan de bal is, zo beroerd ging het op school.
Moeder Angela maakte zich grote zorgen.
Zij heeft zo haar eigen ideeën.
In maart van dit jaar zette zij Aart op het vliegtuig naar Nigeria.
Daar zou hij nu een kostschool bezoeken.
Opa en oma Nigeria houden een oogje in het zeil.

De vader deed aangifte en het Openbaar Ministerie pakte de zaak op en tilt er zwaar aan.
De misdaad waar de moeder zich volgens de aanklager schuldig aan maakt is dat zij haar zoontje heeft onttrokken aan het gezag van de vader.
En, misdaad twee, dat zij haar zoontje onttrokken houdt aan dat gezag.
De vader wordt hierdoor belet het gezag uit te oefenen.

In de volksmond heet dit ontvoering.
Maar kan een moeder haar eigen kind ontvoeren?
Het Openbaar Ministerie vindt van wel.
Er is geen retourticket gekocht.
De eis: drie jaar gevangenisstraf.

Angela betwist het gezag van de vader en beroept zich op Nigeriaans recht.
Toen de rechters op haar verzoek geen nader onderzoek wilden instellen naar de gezagskwestie, wraakte ze de rechters.
De wraking werd afgewezen, het proces voortgezet.
Angela beriep zich vervolgens op het zwijgrecht.

De rechters vroegen: ‘Maar waarom?’
Angela: ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’
De rechters: ‘Het leed druipt van dit dossier af. Leed voor heel veel mensen.’
Angela zei niks.
De Rechters: ‘Wat zijn de leefomstandigheden van Aart?’
Angela zei toen wel wat.
Ze zei dat die goed zijn.
Tot mei kon ze nog met hem skypen.
Daarna niet meer.
In mei is ze opgepakt en opgesloten.
De rechters: ‘Wat is het belang van uw kind om daar te zitten?’
Angela: ‘Nigeria is een time-out. Aart komt terug.’

Twee weken lang hebben de drie rechters met elk een Wetboek van strafrecht in de hand zitten te beraadslagen: Angela is schuldig.
De opgelegde straf: twaalf maanden waarvan de helft voorwaardelijk.
De rechtbank hoopt dat moeder, eenmaal op vrije voeten, ervoor zorgt dat Aart zo snel mogelijk terugkomt.

Rob Zijlstra


» De streekderby
» Het geitenhok
» Levend begraven
» De naakte man

Michael de Vrieze – 2

er is iets heul
geks aan de hand

Eerst even de zaak op een rij.
Michael de Vrieze uit Burum verdwijnt in april 2010 spoorloos.
Spoorloos is hij tot op de dag van vandaag.
Formeel is hij door de rechtbank in Den Haag doodverklaard.
Cafer G. is de man die wordt verdacht daar meer van te weten.
Sterker nog, Cafer G. wordt er van verdacht dat hij De Vrieze heeft vermoord.
Het lichaam van De Vrieze is nooit gevonden.

zie ook II  Michael de Vrieze – deel 1 II

Cafer G. zou het vreselijke hebben gedaan in een woning aan de Jupiterstraat in Groningen.
Dat daar iets ernstigs is gebeurd, blijkt onder meer uit de grote hoeveelheid bloed die in de woning is aangetroffen.
Dat vond de rechtbank in Groningen.
In die bewuste woning huurde Cafer G. een kamer, terwijl De Vrieze er vaak verbleef.
Ze kenden elkaar, misschien wel omdat ze samen iets lucratiefs in de hennep deden (is suggestief).

Een paar dagen na de verdwijning van De Vrieze is Cafer G. met een enkeltje afgereisd naar Turkije, naar het land – hoewel hij in Groningen is geboren – van zijn nationaliteit.
De politie vindt dat erg verdacht en ziet het als een vlucht.
Nog meer verdacht: Cafer G. pint geld met bankpasjes van de spoorloze De Vrieze.
Dat doe hij ook in Turkije

Turkije levert geen onderdanen uit.
Als hij schuldig is – stel dat – dan is hij veilig in Turkije.

Op een dag maakt Cafer G. vanuit Turkije een uitstapje naar Rusland.
Turkije tipt Nederland – dat dan weer wel – en Cafer wordt in Rusland eerst aangehouden, dan in een donker hok gegooid en na drie maanden aan Nederland uitgeleverd.

Er volgt een rechtszaak in januari 2013 in zittingszaal 14
De officier van justitie eist 10 jaar celstraf
De rechtbank legt 12 jaar op wegens doodslag.
Cafer G. – hij ontkent en zwijgt – gaat in hoger beroep.

In een tussenarrest vordert het gerechtshof – ter voorbereiding op de zitting in hoger beroep – nader onderzoek naar het bloed.
Daar is iets mee.
Het Nederlands Forensisch Instituut stelt vast dat veel bloed – aangetroffen in de woning – ineens weinig bloed is.
De hoeveelheid bedekt de bodem van een borrelglaasje, meer is het niet.
Voor advocaat Jacq Taekema is die uitkomst reden een verzoekschrift in te dienen bij het hof.
De raadkamer buigt zich er achter gesloten deuren op 1 juli over en concludeert dat het nieuwe onderzoek nieuw licht werpt op de zaak: de bewijsconstructie waarop de rechtbank in Groningen de veroordeling heeft gebaseerd kan niet langer stand houden.

Weinig bloed in plaats van veel bloed kan betekenen dat de vermeende plaats delict helemaal geen plaats delict is.
En dus dat de misdaad waaraan Cafer G. is gelinkt en waarvoor hij is veroordeeld helemaal niet heeft plaatsgevonden, althans niet volgens het scenario dat de rechtbank voor waar heeft gehouden.
Dat nieuwe inzicht leidt tot een bijzonder besluit, bijzonder in die zin dat zo’n besluit in deze fase van een proces niet vaak wordt genomen: de hechtenis van Cafer G. wordt opgeheven.
Er zijn geen ernstige bezwaren meer hem langer vast te houden.
Hij mag zijn proces – ergens dit jaar – in vrijheid afwachten.

Tot zover de zaak nog even op een rij.

De vraag die mij bezighield – een van de vragen – was of het hof ook voorwaarden had verbonden aan de opheffing van de hechtenis.
Dat Cafer G. zich bijvoorbeeld beschikbaar moet houden.
Dat hij zijn paspoort moet inleveren om te voorkomen dat de verdachtenbank ten tijde van het proces in hoger beroep leeg is.
Of dat hij zich wekelijks moet melden op een politiebureau.
Zoiets.
Dat dacht ik, want ik ben geen jurist.
Het stellen van voorwaarden aan een opheffing kan volgens de wet niet.

Maar nu – nu pas – komt wat ik heel gek noem.

Cafer G. mag het strafproces in hoger beroep dus in vrijheid afwachten.
Maar dat mag hij niet in Nederland.
Hij wordt namelijk het land uitgezet.
Hij wordt het land uitgezet omdat hij als gevolg van deze kwestie inclusief de veroordeling wegens doodslag tot een ongewenste vreemdeling is verklaard.
Hij mag hier wel wachten en tegelijkertijd niet zijn.

Hij moet weg.

Hoewel zijn hechtenis begin deze week is opgeheven, zit hij nu nog een paar dagen vast.
Dat heeft te maken met onbetaalde boetes.
Volgende week – naar ik begreep – wordt hij dan het land uitgezet.
Naar Turkije, naar het land dat geen onderdanen uitlevert.

Dus.

Justitie heeft hem opgespoord en heeft hem vervolgd en wil hem opnieuw vervolgen in hoger beroep, justitie verzocht Rusland hem uit te leveren, justitie wil hem nog zeker tien jaren achter de tralies.
En nu moet justitie diezelfde man naar het land brengen waar hij nog lang en gelukkig in vrijheid kan leven.

Ik snap het wel.
En misschien is Cafer G. ten onrechte veroordeeld.
Dat kan.

Maar toch.

Rob Zijlstra

 

voor de duidelijkheid
Ik heb het Openbaar Ministerie donderdag gevraagd om een reactie. In dit geval bleek ik te zijn aangewezen op voorlichters van het landelijk parket in Den Haag. Iemand van hen liet per e-mail weten dat ik voor antwoorden bij het Openbaar Minsterie Noord-Nederland moet zijn, bij de  voorlichters die mij hadden doorverwezen naar het landelijk parket in Den Haag.
De uitzetting? De uitzetting is een zaak van weer een andere afdeling.
Helaas  dubbelcheck, maar de bron waarop dit verhaal is gebaseerd is betrouwbaar.

Michael de Vrieze

Schermafbeelding 2015-07-14 om 12.45.23

dvhn – dinsdag – klik op tekst voor leesbare versie

De raadkamer van het gerechtshof Leeuwarden heeft vanochtend besloten dat de hechtenis van Cafer G. moet worden opgeheven.
Na dat besluit is G. onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Het besluit is en wordt niet gemotiveerd.
Een woordvoerster van het hof laat weten dat een besluit dat achter gesloten deuren wordt genomen nu eenmaal niet openbaar is.

Het enige dat het hof wil prijsgeven is de bevestiging dat G. naar huis is gestuurd.

Ik vind dat raar.
Iemand wordt in het openbaar veroordeeld tot 12 jaar celstraf en dan wordt een besluit hem na twee jaar heen te zenden in beslotenheid genomen en vervolgens niet toegelicht.
Volgens mij kan dit leiden tot een geschokte rechtsorde, een situatie die rechters normaal gesproken aanhalen een verdachte langer vast te houden.

Het Openbaar Ministerie wil ook niet veel zeggen.
Het Openbaar Ministerie had graag een ander besluit gezien, zegt de OM-woordvoerster.
En verder moet het hof het maar uitleggen.
Doet het hof dat niet?
Oh.

Ik denk dat ik mij nu eerst moet verdiepen in artikel 24 van het Wetboek van Strafvordering.

wordt vervolgd

zie ook raadsels zonder lijk
inclusief het volledige vonnis van de rechtbank in Groningen

– vervolg

Ik heb mijn informanten – deskundigen – geraadpleegd.
Hun deskundige conclusie: het hof handelt volgens de regels.
Gelukkig maar.
Dat ik het maar raar vind, is een gevolg van onwetendheid.

De beslissing de hechtenis van Cafer G.op te heffen is genomen in een besloten raadkamerzitting.
Dat impliceert dat ook besluiten – opgetekend in een beschikking – niet openbaar zijn.
Er was ook geen zitting.
Er lag een verzoek.

Er bestaan besloten zittingen waar de uitspraken wel openbaar zijn.
Kinderstrafzaken bijvoorbeeld.

Informant Mathieu van Linde – strafrechtadvocaat te Groningen – noemt de beslissing van het hof in deze kwestie wel bijzonder.
Er ligt een veroordelend vonnis, wat voldoende is iemand in hechtenis te houden.
Het nieuwe inzicht met betrekking tot het bloed is kennelijk zo doorslaggevend dat er geen ernstige bezwaren meer zijn voor de hechtenis.
In dat geval kan het hof niet anders dan wat nu is gedaan: veroordeelde man naar huis sturen.

Het vervolg is dat er wel een proces in hoger beroep komt.
Niet helemaal uitgesloten is dat het Openbaar Ministerie – niet blij met wat er nu is gebeurd – zal gaan uitblinken in traagheid, op zich het OM niet vreemd.
Er is voor hem OM geen enkele reden haast te maken met een vervolg.
Intussen kan er immers van alles gebeuren.
Het lichaam van Michael de Vrieze kan bijvoorbeeld worden gevonden wat kan leiden tot  weer nieuwe inzichten.

Advocaat Jacq (en niet Jan zoals ik eerder schreef) Taekema zegt morgen woensdag in Dagblad van het Noorden dat de vraag die nu wel gesteld moet worden een heel vervelende is – vooral voor de familie – maar dat die vraag wel gesteld moet worden in het belang deze kwestie op te lossen.

Is Michael de Vrieze eigenijk wel dood?

De hoeveelheid bloed duidde op een misdrijf.
Nu die hoeveelheid bloed maar gering is – bodempje van een borrelglaasje – is er misschien helemaal geen misdrijf.
Of een ander misdrijf.
Met andere hoofdrolspelers.
Of met Cafer G.in een andere rol, een bijrol.
Want ook dat kan.

Ik ga morgen – woensdag – het hof vragen toch nog een toelichting te geven.
Er bestaan niet voor niets persraadsheren.

Schermafbeelding 2015-07-16 om 19.21.04

reactie van persraadsheer Geo Dam – donderdag in dvhn

 

 

 

 

 

 

Er zijn meer vragen.

Cafer G. is veroordeeld mede op grond van veel aangetroffen bloed.
Dat vele bloed maakte een misdrijf aannemelijk.
Nu blijk dat er niet veel aangetroffen bloed is, althans volgens het laatste onderzoek.
Wat voor een onderzoek is dat geweest, waarop Groninger rechters zich hebben gebaseerd?
Een professioneel flutonderzoek?
Goedkoop?
Heel degelijk?
Weten rechters eigenlijk wel waarop zij hun oordelen baseren?

Nog meer vragen.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2015-07-15 om 10.37.08

uit het vonnis van de rechtbank

 

voor een hoogst merkwaardig vervolg op deze kwestie → hoogst merkwaardig vervolg

De naam

het recht om te weten
het recht om te vergeten

Kan iemand eisen dat zijn of haar naam wordt verwijderd van het internet?
Dat kan.
Eisen kan altijd.

Er is een man die deze eis heeft ingediend bij de rechtbank in Groningen.
Hij eist dat zijn naam onverwijld wordt verwijderd uit een artikel dat gaat over het verwijderen van namen uit de zoekmachines van Google.
De man had Google verzocht dit te doen.
Op ongelukkige wijze kwam dit verzoek met naam een toenaam op het internet te staan.

De eiser is niet zomaar een man.
In 2015 2005 bracht hij zijn partner Simone van Kleeff in Barendrecht om het leven.
De man werd voor deze misdaad veroordeeld tot 12 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Hij verblijft momenteel in de Van Mesdagkliniek in Groningen.

Wat hij heeft gedaan vindt hij vreselijk, maar hij moet wel verder met zijn leven.
En dat lukt niet wanneer zijn naam – bijvoorbeeld via Google – gekoppeld blijft aan die nare geschiedenis.

Deze week diende voor de Groninger rechtbank een kort geding dat hij heeft aangespannen tegen de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG).
Het gewraakte artikel staat op de site van de federatie.
De federatie wil het recht behouden om de namen van moordenaars van hun dierbaren te blijven herinneren.

De man vindt dat de koppeling tussen hem en de moord ongeoorloofd is.
Er is sprake, vindt hij, van ongeoorloofde eigenrichting.
Het vermelden van zijn naam is niet proportioneel en het dient geen doel.
Ook geen artistiek of journalistiek doel.
Oftewel: de streep er door.

Geen denken aan, zegt de tegenpartij die wordt bijgestaan door slachtofferadvocaat Richard Korver.
Volgens Korver is er een recht om te vergeten, maar ook een recht om te weten.
Alles afwegende dient dat laatste te prevaleren.

Immers – nog steeds Korver – heeft de maatschappij het recht te weten wat voor vlees zij in de kuip heeft, hebben de kinderen van Simone van Kleeff het recht te vinden over hun vader wat ze willen en ook de toekomstige partners en vrienden van de moordenaar hebben het recht te weten met wie ze te maken hebben.
Richard Korver: ‘Meneer probeert de sporen van zijn daad achteraf te verdoezelen.’

Of dit laatste mogelijk is, is overigens maar zeer de vraag.
Naar aanleiding van het kort geding hebben diverse websites zijn volledige naam gepubliceerd.

De kortgedingrechter doet op vrijdag 1 mei uitspraak.

Rob Zijlstra

update – 1 mei 2015 – uitspraak
De rechter heeft gewikt en gewogen en stelt dat het belang van de vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen dan het belang van bescherming van de privacy. In dit geval: de nabestaanden winnen het van de moordenaar.

Schermafbeelding 2015-05-01 om 11.08.00

klik op afbeelding

Schermafbeelding 2015-04-16 om 10.55.58

Stinkgeld

een bedankje is er nooit gekomen

Schermafbeelding 2015-04-17 om 21.54.57De officier van justitie doet alsof het verhaal een sprookje is.
Wie, zo begint de aanklager, wie droomt hier nou niet van?
Wie droomt er nou niet van een pot met goud aan het einde van de regenboog?
Over een pot met goud waardoor je ineens dingen kunt doen die eerst onmogelijk waren?

Het antwoord moet zijn: nou zo’n beetje iedereen droomt daar over.
Bijna iedereen zou wel eens dingen willen doen die financieel niet mogelijk zijn.
En zij die alles al hebben, willen alleen maar nog meer.

Het verhaal waar het deze week om draaide in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen is evenwel geen sprookje.
Voor de meest betrokkene is het verhaal verworden tot een nare droom.
En het had zo mooi kunnen zijn.

Er was eens een kraanmachinist die in oktober 2013 grond aan het verzetten was op bedrijventerrein De Hoogte in Groningen.
Tijdens het gegraaf stuitte hij op iets wat daar niet hoorde.
Hij bekeek het eens goed en kon toen even niet geloven wat hij zag: een weckfles propvol bankbiljetten.

Even dacht de kraanmachinist aan die regenboog en misschien ook wel aan witte stranden aan een blauwe zee of aan een knap schuurtje in de achtertuin.
Twee nieuwe fietsen.
Maar hij is een goudeerlijke kraanmachinist.
Hij belde de politie.
Agenten kwamen en ontfermden zich over het geld.
Allemaal dachten ze dat er voor de eerlijke vinder – want zo moet de machinist toch heten – wel een beloninkje in zou zitten.

Dat hadden ze gedacht.

Binnen een uur op die dag in oktober had heel de wereld lucht van de fortuinlijke vondst gekregen.
Journalisten meldden zich bij de werkgever van de kraanmachinist en alle mensen die ooit geld hadden verloren ergens op het noordelijk halfrond belden hoopvol de politie in Groningen.
Angstvallig werd geheim gehouden dat het geld in een weckfles zat en om hoeveel geld het ging.
Dat immers weet alleen hij of zij die het geld daar in de grond verstopte.

Ook het Openbaar Ministerie meldde zich.
Officieren van justitie bekeken, bevoelden en besnuffelden de biljetten en toen was er geen twijfel mogelijk: ’t is misdaadgeld.
En daar moet beslag op worden gelegd.
Hebbes.

De wet zegt dat wie iets vindt na een jaar de rechtmatige eigenaar wordt.
De gemeente is in principe belast met het bewaren van ‘onbeheerd goed’.
Dit gaat hier niet op omdat het geld via de politie bij het Openbaar Ministerie terechtkwam en die liet er in het kader van een strafrechtelijk onderzoek beslag op leggen.
Mocht deze kwestie niet tot een oplossing komen dan lost het geld na verloop van tijd op in ’s lands staatskas.

De kraanmachinist is het er niet mee eens en heeft een advocaat in de arm genomen.
Veel plezier beleeft hij er niet aan.
De contacten met de politie ervaart hij als onplezierig, hij voelt zich miskend en op het verkeerde been gezet.
Een bedankje is er nooit gekomen.
Aan pers heeft hij geen zin en aan criminelen die ‘hun’ geld terug willen hebben al helemaal niet.
Advocaat Erik de Mare heeft namens hem een klaagschrift bij de rechtbank ingediend.

Volgens De Mare zijn er geen concrete aanwijzingen dat het geld een illegale, dus criminele, oorsprong heeft.
En dus kan het Openbaar Ministerie er een punt achter zetten, het geld of overdragen aan de gemeente of teruggeven aan de eerlijke vinder en dan andere dingen gaan doen die ook belangrijk zijn.

In de weckfles zaten vijf paarse briefjes van 500 euro, 51 gele van 200 euro (ja, die bestaan) en 104 groene briefjes van 100 euro en dan nog een heleboel kleine coupures, gladgestreken en opgeteld: ruim 50.000 euro.

De officier van justitie schetst het dilemma.
De kraanmachinist heeft gedaan wat hij moest doen: het geld aan de politie geven.
In het civiele recht is geregeld dat de eerlijke vinder na een jaar eigenaar wordt van een onbeheerd goed.
Maar dat gaat nu niet op omdat het civiele recht hier botst met het strafrecht.
De vraag is of het strafrechtelijk beslag kan worden gehandhaafd?
Aldus de officier van justitie.

Waarom denkt het Openbaar Ministerie dat het om crimineel geld gaat?

Omdat het in criminele kringen gebruikelijk is grote coupures te hebben.
Wie een bankbiljet van 500 in bezit heeft is in de ogen van justitie welhaast per definitie een misdadiger, een autohandelaar of een hennepteler.
Dus.
Een tweede reden is dat het geld bewust is verstopt.
En behoorlijk diep.
De verstopper wilde kennelijk niet dat het geld bij bijvoorbeeld een huiszoeking zou worden gevonden.
Verdacht.
De hoogte van het bedrag – meer dan een jaarsalaris voor velen – speelt een rol.
En ook het feit dat ondanks alle ruchtbaarheid de rechtmatige eigenaar zich niet heeft gemeld, doet vermoeden dat het geld stinkt.

Je zou ook kunnen redeneren dat het geld is gevonden door een zo eerlijke vinder waardoor het criminele kan komen te vervallen.
Het stinkgeld is in eerlijke handen zeg maar eerlijk geld geworden.

Maar zo lief steekt de wet niet in elkaar.
De officier van justitie ook niet.
Zij zegt: ‘Wat nou als meneer het geld krijgt en over een jaar houden we iemand aan die met de waarheid op tafel komt? Die dan vertelt dat het geld afkomstig is van gewapende overvallen? Dan vist de rechtmatige eigenaar achter het net en hebben we een echt probleem.’

De officier van justitie rondt af.
Zegt: ‘Het geld zal aan de staat moeten vervallen. Het is maatschappelijk gezien onacceptabel het geld te geven aan diegene die het eerlijk heeft gevonden. Want daarmee zetten we de poort open voor witwassers. Onze grootste criminelen stappen dan met grote zakken vol geld naar de gemeente en zeggen, kijk eens, een zak vol onbeheerd goed, gevonden op straat. En dan na een jaar komen ze het weer halen, witgewassen en wel. Bingo.’

Een heel klein beetje vindersloon dan misschien?

De officier van justitie namens ons de samenleving: ‘Dat lijkt fair, maar ook dat zit er niet in. Alleen de eigenaar kan vindersloon uitbetalen en wij zijn niet de eigenaar.’

Het is in dezen een kwestie van alles of niets.
Eind deze maand hakt de rechtbank de knoop door.
Misschien is het wel zo dat als de staat alles krijgt, de kraanmachinist nog lang en gelukkig leeft.
Dat is hem hoe dan ook gegund.

Rob Zijlstra

update – 29 april 2015 – uitspraak
Rechtbank bedankt. Het geld – 51.160 euro staat in het vonnis – gaat niet naar de Staat der Nederlanden, maar moet worden overgemaakt naar de bankrekening van de kraanmachinist. Dat heeft de rechtbank besloten. Het kan net zo goed wel als geen misdaadgeld zijn. Maar er is onderzoek gedaan en dat heeft niets opgeleverd. En dan is er na verloop van tijd geen strafrechtelijk belang meer en is, zo vindt de rechtbank, de eerlijke vinder weer in beeld. En dat is nu.

De rechtbank merkt  ook op dat onderzoek naar sporen op het geld niet (meer) mogelijk is omdat het Openbaar Ministerie na notering van de serienummers, het geld heeft afgestort op een justitierekening. Er ligt dus beslag op giraal geld.

Schermafbeelding 2015-04-30 om 11.23.11

klik op afbeelding voor het vonnis

update – 30 april 2015 – cassatie
Het Openbaar Ministerie legt zich niet neer bij het besluit van de rechtbank in Groningen om gevonden geld terug te geven aan de kraanmachinist. Het OM heeft cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Dit wordt bevestigd door advocaat Erik de Mare die de kraanmachinist bijstaat. De Mare zegt dat een nieuwe procedure jaren kan duren. Het geld blijft dus voorlopig op een rekening van justitie staan.

update – 25 juni 2015 – geen hoger beroep
Het Openbaar Ministerie ziet af van hoger beroep omdat dit – zo is de gedachte – bij nader inzien niet de juiste weg is. Wanneer er geen verachte is kunnen anders dan bij bijvoorbeeld wapens criminele goederen niet uit het verkeer worden gehaald. Het OM vindt dat hier sprake is van een hiaat in de wet.  Het is nu aan de wetgever hier iets mee te doen. >> persverklaring openbaar ministerie